Spring naar bijdragen

Column

  • artikelen
    236
  • opmerkingen
    271
  • weergaven
    19660

Auteurs van dit blog

Voer dit blog

Berichten in deze blog

Edwin Wendt: Pophistorie op de radio (en verder...)

Op het vlak van documentaire radioprogramma’s houdt de BBC al bijna vijftig jaar een traditie hoog met programma’s van een uur of series van meerdere uren over één artiest of stroming. Op BBC Radio 2 en BBC 6 zijn nog altijd oude en nieuwe documentaires te horen.   In Nederland bestond deze vorm van radio ook. De zeezender Radio Veronica begon in 1972 met een ‘eeuwigdurende’ Beatles Story. Het verhaal over de grootste band uit de muziekgeschiedenis werd er zeer diepgravend verteld. Niet tot het einde, want toen de serie twee jaar bezig was, in augustus 1974, moest Radio Veronica stoppen. The Beatles Story was toen pas gevorderd tot 1965. Over die eerste jaren waren toen al zeventig afleveringen gemaakt. Als in dat tempo was doorgegaan, had The Beatles Story tot zeker 1976 gelopen. Inmiddels was in 1974 Tom Mulder (voormalig Veronica-medewerker Klaas Vaak) bij de TROS begonnen met het programma Poster, een uurtje thematische behandeling van de popgeschiedenis op donderdagavond. Ook hij begon met een Beatles Story, dertien delen gekocht van de BBC, die deze in 1972 had uitgezonden. Het leidde tot wat collegiale plaagstootjes tussen Veronica en TROS, die dus tegelijk een Beatles Story uitzonden. Poster ging na dertien delen Beatles verder met ondermeer een eveneens aangekochte Rolling Stones Story, gevolgd door de Geschiedenis van de Popmuziek en series over The Beach Boys en Simon & Garfunkel. Hierna volgde een eigen productie, 23 delen Geschiedenis van de Nederlandse Popmuziek, waarvoor Tom Mulder en producer Juul Geleick het hele land door reden om pioniers als Peter Koelewijn en Andy Tielman, Anneke Grönloh en Willeke Alberti te interviewen, terwijl mensen als Skip Voogd en Willem van Kooten in de serie vertelden hoe die prille Nederpop werd opgepikt door de publieke en commerciële radio in Nederland.   Poster bestond tot 1984. Pas in het najaar van 1987 vulde de AVRO het gat op. Alweer vormde een serie over The Beatles het startsein van een reeks popdocumentaires onder de noemer Het Steenen Tijdperk. In de jaren daarna ging het over Elvis Presley, Jimi Hendrix, het ontstaan van de rock ’n’ roll, Motown en The Rolling Stones. Toen Het Steenen Tijdperk in 1993 (na een korte pauze) verhuisde naar de zondagmiddag op Radio 2 was er geen ruimte meer voor documentaires, maar stonden de oude hitparades voortaan centraal. Opnieuw was het de TROS die reageerde. De oude titel Poster werd weer van stal gehaald. In de week dat Het Steenen Tijdperk afzwaaide als documentair programma, begon Poster aan de nieuwe reeks. Het programma zou het nu tot 2003 volhouden, afwisselend op Radio 2 en Radio 3.  Parallel hieraan was er medio jaren negentig één kortlopende documentaire serie van de VARA op zaterdagavond op Radio 3, Het Verhaal van de Popmuziek.   Met het verdwijnen van Poster in 2003 verdween de popmuzikale radiodocumentaire als genre in Nederland. Individuele programmamaker lieten merken dit te betreuren, het meest expliciet Michiel Veenstra, die voor de NTR het programma Met Michiel maakt. Toen dit 3FM-programma nog in de avond werd uitgezonden, zette Michiel in eerste instantie regelmatig ‘classic albums’ centraal op een manier die deed denken aan dit gelijknamige (internationale) tv-programma. Hiervoor werd bestaand interviewmateriaal gebruikt. Later interviewde hij zelf hedendaagse artiesten over hun nieuwe albums of singles. Deze interviews knipte Michiel tot hapklare brokjes van 30 seconden tot een minuut die tussen de platen in werden gemonteerd. Het resultaat: minispecials van zo’n vijftien minuten – inclusief twee platen - over één artiest. In sommige gevallen keerde zo’n artiest een week lang elke dag terug, zodat verspreid over die week een heel uur over deze artiest te horen was geweest. Toen Veenstra in 2015 verhuisde naar de ochtenduren op 3FM handhaafde hij het ‘spotlicht op één artiest’, maar beperkte hij dit tot één quote. In de serie ’50 Jaar 3FM’ van KX Radio vertelde Michiel in januari 2016 dat hij een ‘Poster-achtig’ programma graag zou terugzien op de zaterdag- of zondagavond op 3FM. Het zou ook wel passen bij zijn omroep.   Dat is er nog niet van gekomen en het is te betwijfelen of dat er nog van komt. ‘Poster’ is inmiddels aan een derde leven begonnen, op het themakanaal Sterren.nl. Daar wordt weliswaar per aflevering één artiest geïnterviewd, met pophistorie of zelfs de bredere benaming muziekhistorie heeft dit niets meer te maken. Willeke Alberti, een van de eerste gasten in de nieuwe Poster-reeks, leek een goede keus. Zij heeft, zeker binnen het genre waar de zender zich op richt, een indrukwekkende carrière van zestig jaar om op terug te blikken, met haar platen en herinneringen hadden met gemak vijf of zes uren in de oude Poster-stijl gevuld kunnen worden.   Daar heeft Sterren.nl niet voor gekozen. Met Willeke werd een uurtje gezellig gekeuveld, er werden drie willekeurige plaatjes gedraaid en dat was het. Behalve enkele grote namen uit de Nederlandse (lichte) muziek als Willeke Alberti, Rowwen Hèze  en Lee Towers hebben inmiddels ook Peter Beense en Sieneke en zelfs Willem Barth (?) en René Karst (??) hun eigen Poster-aflevering achter de rug. Een te korte carrière om een uur mee te vullen? Geen nood, in Poster anno nu worden ook platen van andere artiesten gedraaid. Dat zijn géén platen die in de interviews worden besproken of die met de artiest in kwestie iets te maken hebben. Het zijn volstrekt willekeurige platen. Zo werd bij Willeke Alberti (keus genoeg zou je zeggen) ‘New York New York’ van Frank Sinatra gedraaid! Sterren.nl is vrij om te doen wat het wil, maar het zou netjes zijn daar niet de naam van Poster voor te misbruiken.   Hoe ziet dán de toekomst eruit voor de popgeschiedenis in documentairevorm op de radio? Is die er wel?     De AVRO begon enkele jaren geleden met een eigen webkanaal waarop programmamakers in dienst van – of gelieerd aan – deze omroep zich konden uitleven in documentaires over hun favoriete artiesten of stromingen. Jac van IJll, die samensteller was van Het Steenen Tijdperk op Radio 2, maakte een diepgravende serie over Motown en toenmalig radiobaas van de AVRO Koop Geersing zette zich met zijn opvolger Arjan Snijders aan een ‘Macca Podcast’ van vele tientallen delen, waarin de meest obscure opnamen van Paul McCartney werden gedraaid en besproken. Deze was ook te horen op internetstation KX Radio. Elitair? Misschien, maar het voordeel van de podcast is dat de sandwichformule, de maximale aandachtspanne van de gemiddelde luisteraar en andere radiowetten niet gelden. Het aanzetten en beluisteren van een podcast is een bewuste keuze. De groep die voor deze vorm van ‘narrowcasting’ kiest is vele malen kleiner dan de groep die kiest voor het ouderwetse ‘broadcasting’, maar wel vele malen aandachtiger.   De AVRO bestaat niet meer. De radiobaas van fusieomroep AVROTROS is niet de voormalige radiobaas van de AVRO geworden, maar die van de TROS. Onder diens bewind is de podcast inmiddels de nek omgedraaid. Dat betekent dat voornoemde podcasts nergens meer te vinden zijn, met één uitzondering. Drie Beatles-fanaten, waarvan er één in het dagelijks leven radioproducer bij AVROTROS is, verzorgen elke veertien dagen een podcast over de muziek en het leven van The Fab Four. Wibo Dijksma, Jan Cees ter Brugge en Michiel Tjepkema laten in The Fab4Cast horen hoe diepgravende radio over één artiest of stroming tegenwoordig kan klinken. Met het verdwijnen van de AVROTROS-podcast hebben zij hun serie kunnen onderbrengen bij de Beatles-fanclub. Via hun eigen Facebook-pagina en website en via de Beatles-fanclub is elke twee weken een aflevering te downloaden. Dat gaat nu al bijna drie jaar door en inmiddels is het aantal afleveringen de zeventig gepasseerd. Aflevering 70 ging ruim een uur lang over het nummer Strawberry Fields Forever, dat de start vormde van de opnamesessies voor het album Sgt Pepper (maar daar uiteindelijk niet op kwam). In hoeveelheid afleveringen zijn Wibo, Michiel en Jan Cees Radio Veronica nu genaderd, in diepgravendheid gaat het drietal er aan voorbij. Aan vrijwel alle Beatles-albums tot 1967 zijn een of meer afleveringen gewijd, meestal op het moment dat het bewuste album precies vijftig jaar oud was. Sgt Pepper jubileert op 1 juni aanstaande, dus tot die tijd worden alle dertien songs van de plaat aan een bijna wetenschappelijk onderzoek onderworpen. Later dit jaar is het tijd voor Magical Mystery Tour, volgend jaar volgt The White Album. Tussendoor zijn er afleveringen over zij-onderwerpen als The Beatles & Harry Nilsson, manager Brian Epstein, de in 2016 overleden producer George Martin, afleveringen over specifieke soloplaten van The Beatles, John Lennon’s ‘Lost Weekend’ (de wilde periode zonder Yoko Ono in 1974) en zelfs een aflevering over het solowerk van Yoko.   Het risico is dat dit soort projecten verzand in geneuzel van een stelletje Beatles-nerds onder elkaar, die een uitzending maken voor zichzelf en voor andere Beatle-freaks, die vooral vinden dat er nooit iemand anders zulke goede muziek heeft gemaakt als The Fab Four. Zo zijn Jan Cees, Michiel en Wibo gelukkig niet. Het drietal, dat elkaar bij toeval leerde kennen en daarna besloot met deze serie te starten, deelt een scherp soort humor, zet elkaar voor de open microfoon regelmatig op een vriendelijke manier voor schut en is zeker niet blind voor de mindere prestaties van George, Paul, John of Ringo. ,,Zou er iemand te vinden zijn die écht fan van Ringo is?,’’ vroeg het trio zich af bij het begin van de serie. In aflevering 38, ‘Een kritische blik op Ringo’s solocarrière’, stelt Fab4Cast zich samen met Ron Bulters van de Beatles Fanclub de vraag of het terecht is dat er altijd wat lacherig wordt gedaan over ‘misschien niet de beste drummer ter wereld, misschien niet eens de beste drummer van The Beatles’. Aflevering 71, ‘De veelste grote Yoko Ono Sjoo’, beantwoordt de vraag ‘Yoko Ono of Yoko Oyes?’. “De een vindt het onuitstaanbaar kattengejank, volgens de ander was ze haar tijd ver vooruit.’’   Fab4Cast bedient de Beatles-nerd die nooit van zijn leven iets anders zal beluisteren dan The Beatles, maar is voor elke muziekliefhebber goed beluisterbaar omdat het wordt gemaakt door muziekliefhebbers met een bredere focus en de noodzakelijke relativering. De mannen – en hun gasten – doen dit allemaal in hun vrije tijd en hebben ook niet de illusie dat er een verdienmodel aan te hangen is, in tegenstelling tot de makers van de Amerikaanse evenknie, die nog wel eens wil bedelen om donaties.   Je zou dat een schril contrast kunnen noemen met de positie die de vroegere makers van Poster en Het Steenen Tijdperk hadden. Zij mochten op basis van de omroep-cao op pad en konden betaald in de boeken en audio-archieven duiken. Feit is dat de omroep deze taak tegenwoordig laat liggen. Daar zou je over kunnen klagen. De luisteraar kan maar beter blij zijn dat er liefhebbers zijn die vele uren vrij tijd steken in het documenteren van hun favoriete muziek.   www.fab4cast.nl/   http://beatlesfanclub.nl/category/fab4cast/
    Edwin Wendt, 21 maart 2017

rauhfaser

rauhfaser

Edwin Wendt: De middelvinger van Rob Stenders

In de ruim dertig jaar dat hij op de landelijke radio te horen is, heeft Rob Stenders nooit écht concessies gedaan aan wie hij is. Dat leidde ertoe dat hij vaker dan wie dan ook van werkgever wisselde, nooit werd weggestuurd, maar altijd zelf op zoek ging naar groener gras bij de buren. Soms was hij hierdoor even helemaal niet op een radiostation te horen, zoals na zijn vertrek bij de publieke omroep VOO in 1991. Hij stootte er zijn hoofd omdat radiobaas Lex Harding in hem niet de liefde voor muziek en voor het medium radio leek te herkennen waarmee deze zelf twintig jaar eerder als radiomáker op de zeezender Veronica de jonge Rob had beïnvloed. Anno 2017 erkent pensionado Harding het gelijk van Stenders door zelf weer juist díe platen te draaien op zijn eigen LX Classics, een internetzendertje gemodelleerd naar KX Classics van Stenders. Op beide kanalen klinkt de voorliefde door voor de ‘betere’ pop en rock uit de sixties en seventies.   Precies op tijd maakte Stenders in 2015 de overstap van 3FM (waar de vijftiger vanwege zijn vakmanschap al een paar jaar ‘blessuretijd’ was gegund) naar Radio 2. Daar introduceerde hij een nieuwe invulling van het fenomeen ‘verzoekplatenprogramma’. In de Platenbonanza worden gewoon de platen gedraaid die Stenders wil draaien, het aantal verzoeken is zo groot dat hij muzikaal elke gewenste kant op kan, inclusief zijn geliefde ‘hard to find classics’. Het muzikale palet van Rob Stenders is breed genoeg om hiermee een grote groep luisteraars tevreden te stellen.   Hoezeer Stenders’ Platenbonanza een schot in de roos is, bleek in maart 2017, toen dit dagelijkse middagprogramma een week lang werd gepromoveerd tot hét format voor de hele zender: 24 uur per dag draaiden alle deejays de platen die de luisteraars per e-mail, social media en telefoon aanvroegen. Ook het Paasweekend bood opnieuw ruimte aan een zenderbrede ‘Paasbonanza’. Een dikke middelvinger naar alle stations die hun muziekkeuze laten bepalen (en beperken) door een panel of computerprogramma dat platen afwijst omdat ze luisteraars zouden wegjagen. Op het Radio 2 dat Stenders (samen met vooral Gerard Ekdom) geruggesteund door de zenderleiding mag vormgeven, vindt muzikale veelzijdigheid een nieuwe vorm.   Dit is belangrijk voor Radio 2 in een tijd dat de publieke radiozenders zich alle herpositioneren. Waar voormalig grootverdiener 3FM zichzelf in de marge aan het heruitvinden is, verjongt Radio 5 in de richting van het Radio 2 van twintig jaar geleden (toen Frits Spits en Ferry Maat er de grote namen waren) en aast Radio 5 intern op de FM-frequentie van 3FM (‘Hun doelgroep luistert toch alleen online’) en opereren alleen Radio 1 en Radio 4 momenteel in de publicitaire luwte.   Radio 2 is niet langer ‘het station van je ouders’, roept de zender. Al zou Stenders qua leeftijd allang kinderen kunnen hebben (en hebben de meeste van zijn collega’s die daadwerkelijk), boegbeelden Stenders en Ekdom hebben naar Radio 2 inderdaad het elan van 3FM meegenomen en vertaald naar een nét iets bredere doelgroep.   Stenders blijft natuurlijk Stenders, dus als hij een bepaalde plaat graag wil draaien en die wordt niet aangevraagd, roept hij de luisteraar gewoon op die plaat aan te vragen. Geheid dat het dan verzoekjes om díe plaat. Dat is een ‘fuck the system’ met een mooie strik er omheen.   Edwin Wendt, 24 april 2017

de redactie

de redactie

Vincent Schriel: Digitale radio, DAB+ of Internet?

Op 28 maart 2011 was het over en uit met de 648 kHz. De middengolfzender van de BBC World Service werd die dag uitgezet. Er moest worden bezuinigd en de zender die in heel West Europa was te ontvangen kostte teveel. De luisteraars moesten maar uitwijken naar het internet, het radiomedium van de toekomst. Ik luisterde in die tijd dagelijks naar deze zender met behulp van mijn Sony Srf-m35 Walkman op weg naar het werk, ‘s avonds voor het slapen gaan (Newshour) en in het weekend in de auto via de autoradio. In heel Nederland en België uitstekend te ontvangen.   Voor thuis had ik snel een oplossing gevonden: een wekkerradio met internet. Via de wifi dus. Een eenmalige aanschaf, klaar. Maar buiten de deur werd het lastiger. Itunes op de telefoon was de enige optie. Dus een smartphone aanschaffen met een nieuwe carkit in de auto waarmee je, via bluetooth, de audio vanaf je telefoon naar je autoradio streamt. Maar dan ben je er nog niet. Voor het dataverbruik moet je maandelijks aan je provider een aardige som geld aftikken. En de kwaliteit van de mobiele verbinding met 3G is niet overal goed te noemen. Uitval tijdens lange autoritten, storing op het signaal als je langs bijvoorbeeld de metro fietst in de stad. Het werkt, maar niet vlekkeloos. En het kost ook nog eens bijna 15 euro extra per maand voor een mobiele databundel.   Leuk die nieuwe techniek, maar om mobiel naar het wereldnieuws te luisteren werd mij dit te gortig. De BBC bespaart in de kosten en legt de rekening bij mij neer. Tijd om na te denken over een alternatief.   In september 2013 gaan de landelijke commerciële zenders in Nederland uitzenden via DAB+. De Publieke radiozenders zijn dan al sinds februari 2004 bij wijze van proef via DAB te ontvangen. Ik besluit voor onderweg de Pure Move 2500 aan te schaffen, een portable DAB+ ontvanger. Via Radio 1 en BNR kom ik uit bij Radio 2. Hier blijf ik ‘hangen’. Het digitale geluid is via de oordopjes prima. Vooral het ontbreken van de FM-ruis bevalt mij prima. Een alternatief is gevonden voor in de stad. Maar voor de lange autoritten buiten de stad moet ik het vooral met de FM doen. Een nieuwe auto uitgerust met een DAB+ radio zit er voorlopig niet in en de databundel is niet groot genoeg om altijd via internet te luisteren.   In 2016 komt de eerste smartphone op de markt waarmee je naast FM en internet ook via DAB+ naar radio kunt luisteren. Ik bestel de LG Styles2 en besluit gelijk van provider te wisselen. Het 3G netwerk wordt ingeruild voor 4G. Al snel kom ik er achter dat luisteren via DAB+ op deze telefoon heel matig is. Het signaal valt steeds weg en de app schakelt dan automatisch over naar het internet. En wat valt op? De kwaliteit van de audio via het internet is veel beter en 4G is zo stabiel dat het signaal niet meer wegvalt. Niet als je een tunnel inrijdt, niet in de ondergrondse parkeergarage op het werk en zelfs in de metro kan ik gewoon blijven luisteren. Met DAB+ is dit onmogelijk. Enige beperking is nu nog de grootte van de databundel en de daarbij behorende kosten.   En dan komt begin 2017 je telefoonprovider met een abonnement voor onbeperkt bellen, sms en internet. Voor 5 euro meer per maand, overstappen is gratis. Inmiddels verstook ik een kleine gig per dag aan dataverkeer verdeeld over NPO Radio 2, de BBC World Service en LX Classics. Naast NPO Radio 2 zijn sinds kort ook de andere twee stations in Nederland via DAB+ te ontvangen. Leuk om te weten dat ik straks, als mijn nieuwe auto wordt geleverd, via DAB+ hier naar kan luisteren. Maar of ik dat ook ga doen? Nee, want ik ben er inmiddels van overtuigd dat internet het radiodistributiekanaal is voor de toekomst. Ook in de auto. Tegen de tijd dat de FM-zenders worden uitgeschakeld kunnen wat mij betreft ook de DAB+ zenders uit.   Vincent Schriel, 26 april 2017

de redactie

de redactie

Edwin Wendt: Wim Noordhoek hield zijn rug recht

Je zal maar van 'de populaire kranten' afhankelijk zijn voor je nieuwsvoorziening. De Telegraaf en het AD schrijven in de aankondiging van Andere Tijden over de allereerste ontgroening die de landelijke pers haalde. Dat was in 1962, toen bekend werd hoe de eerstejaars, als vanouds kaalgeschoren om hen 'van hun identiteit te beroven', halfnaakt in een hok werden samengedreven terwijl een incontinent varken tussen hen door liep. Om de feestvreugde wat te vergroten, riep een van de ouderejaars: 'En nu gaan we Dachautje spelen'. Dit ging een aantal eerstejaars, vijftien jaar na de oorlog, toch wat ver en er werd wat gemord, met name door de eerstejaars van Joodse komaf. Maar ja, ze wilden toch graag bij het corps en bonden in.
Op één na.
In de aankondiging van de eerste 'Andere Tijden' van dit seizoen, afgelopen zaterdag op tv, staat hoe vier prominente eerstejaars van toen, onder wie Edwin Rutten (Ome Willem) en oud-politicus Gerrit Jan Wolffensperger, geschokt terugkijken op het incident en de concentratiekamp-achtige foto van destijds.
Degene die het verhaal destijds aan de grote klok hing, wordt door Telegraaf en AD anoniem betiteld als 'de vader van een afvallige feut'.
Nu werd die 'afvallige feut' ook door Andere Tijden geinterviewd. Hij was letterlijk de enige die op die avond in 1962 zijn rug recht hield en direct opstapte: 'Bij zo'n club wil ik niet horen', zei hij tegen zijn vader, die een boze brief aan NRC schreef.
Of de redacteuren van AD of Telegraaf Wim Noordhoek niet herkenden of dat de makers van Andere Tijden het nodig vonden om wél Rutten en Wolffensperger te 'highlighten' en niet degene die de zaak werkelijk aan het rollen bracht, - bovendien een prominent programmamaker uit de VPRO-historie - blijft onduidelijk.
Feit is: die 'afvallige feut' speelde vanaf 1968 een belangrijke rol in de omroephistorie: Wim Noordhoek maakte vele, vele uren radio over journalistieke onderwerpen, cultuur en (pop- /rock-)muziek. Na de uurtjes LP-muziek bij het open zolderraam in '68/ '69 op Hilversum 2 (de VPRO wilde avankelijk niet op Hilversum III), de Joe Blow Show en 'Amigos de Musica' met Jan Donkers volgden onder meer vele uren de Avonden op de toenmalige 'verdiepende' zender Radio 5. 
Terug naar het verhaal: deze 'Amigo de musica', in de aankondiging een anonieme 'afvallige feut' uit 1962, is in de documentaire werkelijk de enige die met walging over de gang van zaken in dit corpsballenwereldje spreekt. Bij alle anderen klinkt toch door dat het er nu eenmaal bij hoorde en dat je het diende te slikken om tot het 'old boys network' te gaan behoren.
Daarom 55 jaar later alsnog hulde aan 'Amigo' Wim Noordhoek.   Edwin Wendt, 17 september 2017

de redactie

de redactie

Hans Knot: Met Eddy Becker duiken we in de nostalgie

Eenieder heeft zo zijn directe herinneringen bij het horen van een naam die verbonden is geweest aan radio en/of televisie. Zo heb ik dit bij het horen van de naam van presentator Eddy Becker. Nee dan kom ik niet met de aanvullende zin ‘de man met de wekker’. Mijn gedachten gaan dan meer naar de beginjaren zeventig en een speciale serie programmaonderdelen die door hem werd gepresenteerd via de NOS op het toenmalige Hilversum 3. Het was voor de VARA-presentator mogelijk de zogenaamde invaluurtjes van de NOS te vullen. De inhoud van deze programma’s had veel te maken met een publicatie destijds, die als titel ‘The Hitsounds of the Sixties’ meekreeg en een pracht naslagwerk was van Ate Harsta, Dirk Dijkstra en Harry zum Kleinschmiedt. Ate zelf werd nauw betrokken bij het programma en reisde meerdere malen vanuit Groningen naar Hilversum toe. Later zouden we hem nog vaak horen als weerman in het VARA-ochtendprogramma van Felix Meurders.   Anderen gaan, bij het horen van de deejaynaam Eddie Becker, direct denken aan de tijden van het programma: ‘Ook Goeiemorgen’ eind jaren zestig via Radio Veronica. Eddy Beuker is de echte naam van Becker, die in 1947 werd geboren. Voordat hij destijds als deejay aan de slag ging bij Veronica bevond hij zich, na zijn middelbare schoolperiode, al in de muzikale wereld. Zo werd hij ondermeer zanger en gitarist bij The Explosions. Ook was hij een tijdje actief als invaller bassist bij Willy and his Giants. Maar wat velen zich niet zullen herinneren is dat hij reeds in 1966 al via de publieke omroep actief was en wel bij de VARA en het programma ‘Popshow’. Hetzelfde jaar stapte hij op de Norderney, het toenmalige zendschip van Radio Veronica, om de opvolger te worden van nieuwslezer Harmen Siezen, die naar de TROS vertrok.   En omdat er op een bepaalde dag de tapes van het programma ‘Ook Goeiemorgen’ niet aan boord van het zendschip waren gearriveerd, presenteerde hij de ontbrekende uren live. Willem van Kooten was dermate verrast over de presentatiestijl van Becker dat hij hem deze ochtenduren aanbood als vaste presentator. Het zou tot medio 1969 duren alvorens Becker weer aan land aan de bak ging als presentator, eerst bij de VARA en later ook bij de NCRV.   Vanaf de begin jaren zeventig tot eind jaren tachtig van de vorige eeuw maakte hij tal van programma’s op de televisie waarvan we ‘Kwistig met Muziek’, ‘Eddy Go Round Show’ en ‘Eddy Ready, Go!’ kunnen noemen, maar ook in prachtig Duits in ‘Hits a go go’ bij onze Oosterburen. Tal van nationale- en internationale artiesten werden door hem in de studio’s ontvangen. Helder in mijn geheugen zit ook nog het gegeven dat Eddy Becker in de zomer van 1972 behoorde tot het team van de NOS dat vanuit de studio in Hilversum Radio Tour de France tot leven bracht. In het team verder Willem van Kooten, Vincent van Engelen en Felix Meurders.   Maar ook in de ‘Jaarlijst van de Daverende Dertig’ op Hilversum 3 was hij te beluisteren. Tal van andere radioprojecten kwamen in de latere jaren van zijn radioloopbaan nog voorbij waaronder bij Radio 192, Radio Gooiland en Holland FM. Het was in 1971 voor velen een verrassing dat Eddy ook een televisieprogramma ging presenteren, iets wat zijn collega’s Robbie Dale en Willem van Kooten ook hadden gedaan. Zo bewaarde ik aantekeningen, die ik destijds verzamelde, waarin Becker meer vertelde over het doel een programma te maken die voor iedereen diende te zijn want voor hem bestond er geen speciale doelgroep als het ging om televisieprogramma’s.   Volgens hem was dat dan ook de reden dat in zijn destijds populair maandelijkse programma niet alleen popartiesten liet optreden, maar ook andere artiesten. Eddy Becker, die eerder in 1971 tot derde populairste televisiepersoonlijkheid van Nederland door het kijkerspubliek was verkozen, vertelde ook meer over hoe het programma tot stand kwam. Ver voor de uitzenddag kwamen regisseur Andries Roest, producer Toon Gispen en Eddy Becker bijeen om over de invulling van een volgende aflevering te praten en groepen en artiesten uit te zoeken die erin zouden kunnen optreden. Bij deze keuze, zo stelde Becker, werd dankbaar gebruik gemaakt van door platenmaatschappijen aangeleverd materiaal.   Toon Gispen maakte vaak al een voorselectie, waarna ze met zijn drieën besloten welke groepen en artiesten definitief werden gekozen. Kwam het eenmaal op het produceren van een aflevering aan dan werd ’s ochtends om tien uur begonnen met repetities, die tussen de middag werden onderbroken om medewerkers en gasten de gelegenheid te geven een hapje te eten.   Rond twee uur in de middag werden vervolgens vele toeschouwers toegelaten om de opnamen, die tot zes uur duurden, bij te wonen. Vervolgens werd het om 7 uur in de avond voor een miljoenenpubliek uitgezonden. Nederland had alleen Nederland 1 en 2 en dus was het gemakkelijk een grote schare kijkers te bereiken met een dergelijk programma.   Per uitzending waren gemiddeld 100, voornamelijk meisjes en jongens, in de NCRV-studio aanwezig, die de toegangskaarten vooraf hadden aangevraagd bij de omroep en waarmee ze gratis de opnamen konden bijwonen. Ook per post kwamen er gemiddeld per week een kleine 200 reacties van luisteraars; niet alleen van jongeren maar ook van bijvoorbeeld de huismoeders. Becker stelde destijds het fijn te vinden een breed publiek te bereiken en daarom liet hij ook Corry en de Rekels, de Heikrekels en het Radi Ensemble optreden om die groepen ook de kans tot meer successen te kunnen bieden.   Wel klaagde hij enigszins over de werkdruk want hij diende ook nog wekelijks een serie radioprogramma’s te presenteren en voor te bereiden waar, volgens hem, twee uur radiomaken in totaal een werkdag aan tijd kostte vanwege die voorbereidingen. Hij stelde dat, vooral vanwege de brede belangstelling, het heel veel tijd kostte om gedegen uit te zoeken welke platen wel of niet bij elkaar pasten.   Opmerkelijk was dat Eddy Becker bijna nooit de fanmail persoonlijk beantwoordde, omdat er geen tijd voor was, maar ook vanwege het feit dat er vooral door meisjes en jonge dames moeilijke vragen werden gesteld die, als ze beantwoord zouden zijn, al snel boze reacties van ouders zouden worden opgewekt in de trend van ‘waar bemoeit die Becker zich wel niet mee’.   Foto: Eddie Becker op Radio 192 (Douwe Dijkstra)

hans knot

hans knot

Hans Knot: Eurovisie songfestival 1970

Zaterdag 21 maart 1970 vond het Eurovisie Songfestival plaats in het RAI Congrescentrum, omdat onze eigen Lenny Kuhr het jaar daarvoor een van de winnaars was geweest met ‘De troubadour’. Zowel via radio als de televisie waren vele Nederlanders, Vlamingen maar ook buiten onze landen gekluisterd om niet alleen alle liedjes aan te horen maar vooral om de meningen van de jury’s uit de deelnemende landen te horen, voor welk lied men de voorkeur had gekregen.   In ieder geval was het voor de latere winnares tijdens de bekendmaking van de punten, die vanuit alle landen werden gegeven, het op een bepaald moment allemaal iets te veel. Het was nog niet de tijd dat er een megavoorstelling van het Eurovisie Songfestival werd gebracht en werd meer op de individu dan groepen artiesten, omringd door allerlei managers, tekstschrijvers, componisten en verdere aanhang ingezoemd.   De nog maar 17-jarige Ierse zangeres was zichtbaar hangend tussen een paar stevige landgenoten, omstuwd door fotografen en met een bezorgde moeder, grootmoeder en overgrootmoeder achter haar aandribbelend, moest ze kort na het winnen van het 15de Eurovisie-songfestival weggedragen worden naar haar kleedkamer, omdat ze dreigde flauw te vallen. De spanning was haar duidelijk te veel geworden. Vooral toen de jury in Brussel haar liefst 9 punten gaf en dus ook de overwinning, want ze kwam op een totaal dat niet meer was in te halen door directe concurrent Engeland. Ierland eindigde als eerste met 32 punten, gevolgd door Engeland met 26 punten en West Duitsland haalde de derde plek met 12 punten.   Het programma werd gepresenteerd door Willy Dobbe, destijds omroepster bij de TROS. Er deden nog weinig landen mee mede doordat Portugal, Zweden, Noorwegen en Finland zich hadden terug getrokken omdat in 1969 er liefst vier winnaars waren. Katja Epstein was deelneemster namens West Duitsland. Tijdens de uitzending waren er geen noemenswaardige incidenten waar te nemen. Tijdens de generale repetitie stortte trouwens een deel van het podium in.   Op de radio waren enkele aanwezigen te horen en zo noteerde ik destijds dat onder meer Mary Hopkin zich uitliet over de jonge winnares. Ze zei: “Toen ik donderdag het lerse liedje voor de eerste keer hoorde, wist ik bijna zeker dat het zou winnen. Het is lief, het is niet zo commercieel en Dana zingt het schattig.”   Voordat ik het vergeet, Nederland werd met 7 punten vijfde terwijl België, waar in 1970 eigenlijk de Walen de Belgen vertegenwoordigden, met 5 punten zesde werd. Helemaal onderaan met nul punten eindigde Luxemburg dat werd vertegenwoordigd door Leon Kleerekoper, die wij als radioliefhebbers nog kennen uit de tijd van Radio 227. Als David Alexander Winter trad hij op voor Luxemburg en nadat de uitslag bekend was geworden had hij geen goed woord over op de uitslag. Op de radio noemde hij het ‘waardeloos, onmogelijk en volstrekt onbegrijpelijk’. Het voelde aan als een miskend talent te zijn. Gelukkig is het allemaal goed met hem gekomen.   Het songfestival werd in de Eurovisielanden in 1970 bekeken door liefst 400 miljoen mensen, over radiobeluistering werden destijds geen cijfers bekend gemaakt maar één van hen was uw columnist. Het Metropole Orkest zorgde die dag voor de muzikale begeleiding van het geheel, kom daar anno nu maar eens mee. Dolf van der Linden was de dirigent en orkestleider.   Hans Knot, 14 juli 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Het najaar van 1963

De nostalgische terugblik brengt ons terug naar 1963 waarbij ik focus op onder meer de zeezender Radio Veronica en de plannen voor een televisieplatform. In de kranten werd in de maand augustus 1962 verslag gedaan van een nieuwe vinding, waardoor het mogelijk werd schepen een schoonmaakbeurt tot onder de waterlijn te geven en op te knappen. Het bedrijf N.V. Magneto-Chemie uit Schiedam was van plan het drijvende radiostation Veronica voor de Scheveningse kust dankzij de nieuwe vinding in volle zee een schoonmaakbeurt te geven: ‘de beurt zal waarschijnlijk – als het weer meewerkt – volgende week plaats hebben. Aan boord van de kotter die Veronica regelmatig van proviand en programma’s op de band voorziet, zullen enkele kikvorsmannen uit de Scheveningse haven vertrekken om het schip onder de waterlijn op te knappen.’   Doel van de beurt was de roest laag, die zich in de loop der jaren op de huid van de Borkum Riff had vastgezet, te verwijderen. Normaal geschiedde dit vrijmaken van corrosie op de werf, maar aangezien het radiozendschip geen enkele haven binnen kon worden binnengesleept zonder gevaar in beslag te worden genomen, had de directie van Veronica zich gewend tot de Schiedamse ondernemer, H. B. Beer, directeur van Magnete-Chemie.   De toen nieuwe vinding was al patent verleend in verschillende landen en de directeur had wel een verklaring waarom op zee gewerkt kon worden: “Gewoonlijk bestaat de bescherming tegen roest op de scheepshuid uit zinken blokken, die tegen de platen van het schip worden gelast. Deze blokken dienen te voorkomen dat roest ontstaat. De werkingssfeer van de zinkblokken bedraagt enkele meters, zodat elk schip – afhankelijk van de grootte, enkele tientallen van deze blokken nodig heeft.”   Tot begin 1963 was het aanbrengen van de blokken echter steeds noodzakelijk geweest een schip op de werf of in een dok te zetten omdat laswerk heel moeilijk onder water kon worden uitgevoerd. De heer de Beer ontdekte echter een nieuwe mogelijkheid. In de blokken bracht hij sterke magneten aan met een trekkracht van niet minder dan 1800 kilo. Daardoor hechtten de blokken zich onwrikbaar vast op de scheepshuid. Op deze manier kon een schip binnen enkele uren een anti-roestbeurt ondergaan.   De Beer destijds over het systeem: “Het systeem biedt grote voordelen voor de scheepvaart. Immers, de vinding betekent kosten- en tijdsbesparing. Normaal dient een schip voor een dergelijke behandeling ongeveer 36 uur uit het water worden gehaald, terwijl werken volgens de nieuwe methode slechts enkele uren vergt. Bovendien kan het schip gewoon in het water blijven liggen. Daarnaast biedt het systeem mogelijkheden voor de bestrijding van roest op damwanden of pijpleidingen. “ De Borkum Riff was het eerste schip waarop de vinding definitief werd toegepast en zou volgens de ondernemer voor twee jaar van roest gevrijwaard zijn.   In het najaar van 1963 verschenen de nodige berichten in de dagbladpers betreffende een nieuw plan te komen tot een kunstmatig eiland voor de kust van Noordwijk voor het brengen van zowel radio- en televisieprogramma’s, een project dat de geschiedenis is ingegaan als het REM eiland. Nadat de nodige feiten waren gepubliceerd was het de KRO die, via het toen al populaire journalistieke programma ‘Brandpunt’ meer wilden brengen dan de kranten. Zo liet men een gefilmde reportage zien van het ronddobberende zendschip Borkum Riff van Radio Veronica, beelden die opvallend genoeg waren geschoten door de VPRO-regisseur Almar Tjepkema.   Klaarblijkelijk mochten destijds omroepmedewerkers van andere omroepen wel voor andere omroepen werken, terwijl medewerkers van omroepen, die voor Radio Veronica tevens actief waren, de wacht werd aangezegd. Almar Tjepkema zou trouwens in 1964 een opmerkelijk zijpad betreden door te gaan werken voor het REM-eiland project.   Maar de redactie van de KRO wilden meer want ze benaderden op zaterdag 19 oktober zowel de ministers Scholten en Van Aartsen om commentaar te geven over het gegeven dat Radio Veronica nog steeds ongemoeid buiten de territoriale wateren haar uitzendingen kon blijven verzorgen. De redactie van Brandpunt had beide bewindsvoerders gevraagd naar de studio te komen, maar ze lieten weten dat het stadium waarin Veronica en het toekomstige REM-project verkeerden, ze helemaal niet inzagen, waarom er commentaar geleverd diende te worden.   Nadat de mededeling was gedaan dat er geen commentaar was te verwachten, stelde men het onredelijk te vinden dat een eenvoudige arbeider uit Twente, die een illegaal zendertje gebruikte, door de rechter werd veroordeeld, terwijl tezelfdertijd Radio Veronica vrij bleef uitzenden. Men had trouwens binnen de redactie van Brandpunt niet veel vertrouwen in het aangekondigde REM-eiland project want op 21 oktober 1963 stond in ‘Vrije Volk’ te lezen: ‘De KRO liet een specialist duidelijk maken, dat dit alles wel niet zo snel zal gebeuren, omdat dit veel te hoge kosten met zich mee zou brengen.’   Ook had men de VVD- gedelegeerde in de Tweede Kamer, mevrouw van Someren-Downer, nog om commentaar gevraagd. Ze bleek de hele situatie niet toe te juichen maar het toch te tolereren, omdat er in Nederland op dat moment nog geen meerderheid was gevonden om commerciële etheruitzendingen toe te staan. Uiteindelijk was er toch een afsluitende positieve conclusie waar te nemen toen de presentator van Brandpunt concludeerde: ‘Maar, het kan. Men zou zelfs een keten van speelholen en verboden gelegenheden buiten de territoriale wateren kunnen aanleggen, zonder dat juridisch kan worden ingegrepen. Natuurlijk werden er tal van reacties in de diverse kranten gepubliceerd gericht op de eventuele komst van een commercieel televisiestation, even buiten de nationale wateren van ons land, maar werd ook de zittende regering gewezen op het gegeven dat men niet vroegtijdig had ingegrepen tegen Radio Veronica en daardoor andermaal er plannen waren om buiten de wetgeving om het publiek te bereiken, dit maal met televisie-uitzendingen.   In ‘de Volkskrant’ van 12 oktober 1963 was de rubriek ‘Ten Geleide’ bestemd voor het leveren van kritiek, dit maal onder het kopje: ‘Te lang gewacht’. Volgens de niet bij name genoemde redacteur was de Nederlandse regering te laat met een regeling van de reclametelevisie en drong de conclusie zich weer op gezien de plannen waren aangekondigd voor de reclame televisie-uitzendingen, verzorgd vanuit zee. En een vergelijking met Veronica leerde ook dat met van reclame maken via de radio ook niets wilde weten binnen de regering.   ‘Desondanks werd de behoefte er aan zo groot dat een gat in de wet werd gevonden, dat zelfs groot genoeg was om er met een complete zendinstallatie door te varen. De overheid is zich al jaren aan het bezinnen òf en hoe aan deze illegale uitzendingen een eind kan worden gemaakt. Maar onderwijl heeft Radio Veronica in feite volledig burgerrecht verkregen bij de Nederlandse luisteraars en bij het Nederlandse bedrijfsleven. Moet het nu weer net zo gaan met de toekomstige reclame-televisie?’   Men wist ook wel dat de komst van reclametelevisie in eerste instantie volledig was afgehouden door de bestaande omroepverenigingen, wat het vinden van een oplossing volledig had geblokkeerd. Wel had het voorgaande kabinet de kwestie eindelijk eens goed aangepakt en besloten te komen tot een tweede Nederlands televisienet, dat mede gefinancierd zou kunnen worden uit de opbrengsten van reclamespots. Maar eenmaal ter behandeling in de Tweede Kamer werd het wetsvoorstel, waarin de wijzigingen van het uitzenden van televisie was vastgelegd, in meerderheid van stemmen afgewezen, zonder er echter iets tegenover te stellen, dat wel voldoende instemming zou kunnen krijgen. Bij de besprekingen te komen tot een nieuwe regering konden de partijen destijds in 1963 het enkel eens worden op de instelling van een zogenaamde pacificatiecommissie, waarin lieden, die alle sterk uiteenlopende meningen hadden, waren vertegenwoordigd. De bedoeling was dat uit dat overleg een voor iedereen bevredigend compromis zou komen.   Maar de redactie van de Volkskrant constateerde in oktober 1963 dat tot op dat moment het nog steeds bij plannen was gebleven: ‘Voorlopig is men nog niet eens aan de samenstelling van deze commissie toegekomen. Daarna moet er nog lang een breed gestudeerd worden en als de leden van deze commissie het niet eens worden dan dient het huidige kabinet zelf weer te proberen knopen door te hakken.’ Dit uiteraard met in het achterhoofd de gedachte of er ook voor die plannen weer een minderheid zal zijn in de Tweede Kamer.   Voor de schrijver van het commentaar was het dan ook zeer begrijpelijk dat grote Nederlandse zakenlieden, die het wel in de toekomst van reclame-uitzendingen zagen zitten, de oplossing hadden gevonden door met een plan te komen tot uitzendingen vanuit internationale wateren. ‘De mazen in de wet, die wijd genoeg waren om Radio Veronica doorgang te verschaffen, zullen nu ook moeten dienen om er met een op een booreiland gemonteerde televisie apparatuur door te komen.’   Men verwachtte wel dat de regering spoedig zou komen met maatregelen waardoor een eventuele start van een televisiestation in internationale wateren voorkomen zou kunnen worden. En aldus de berichtgeving in diverse kranten, zou het best zo kunnen zijn dat ook Radio Veronica daar dan de dupe zou worden. De kritische rubriek werd vervolgd met: ’Als Radio Veronica toch, hoe dan ook, aan een behoefte voldoet, is het dan billijk dat de overheid nu nog, na jaren, gaat proberen om de klok terug te draaien? En al kan men er begrip voor hebben, dat de overheid zou willen voorkomen, dat er ook nog illegale reclame-televisie ontstaat – haar taak zou – evenals bij de reclame in de radio – toch moeten zijn, tijdig legale ruimte te scheppen voor een nieuwe behoefte. Wordt een dergelijke behoefte te laat onderkend, dan zoekt zij toch op de een of andere manier een uitweg en dat zien we ook weer bij de reclame-televisie. Er is te lang gewacht en daar ligt de fout!’ En we weten dat Veronica nog ruim 10 jaar langer haar gang kon gaan vanaf internationale wateren maar dat eind 1964 de REM de nek werd omgedraaid.   Hans Knot, 4 augustus 2018

hans knot

hans knot

Edwin Wendt: Maan, Me Too en De Mol

Het voorval met zangeres Maan (die van schrik in huilen uitbarstte toen ze tijdens een live-optreden in de radiostudio van 538 met een streaker werd geconfronteerd), zegt veel over het gevaar van monopolieposities in de media. 
Goed beschouwd is deejay Frank Dane, die de grap bedacht, een volgende MeToo-dader. Hij is, als vertegenwoordiger van een populaire radiozender waarvan Maan afhankelijk is, in een machtspositie. Maan heeft zijn zender nodig. In plaats van haar in haar artistieke waarde te laten, stelt hij haar bloot aan puberale lol.
Juist nu zo'n grap uithalen getuigt van heel weinig realiteitszin. Dezelfde Dane is ook co-presentator van RTL Boulevard, waar hij in de laatste weken herhaaldelijk over MeToo-gerelateerde zaken sprak. Tenzij hij onnadenkend de autocue voorleest, zou hij dus moeten weten dat alles wat maar een beetje riekt naar seksuele intimidatie momenteel onder een vergrootglas ligt.
Toch zal Dane niet hard aangepakt worden.
Radio 538 behoort namelijk, zoals vrijwel alle grote commerciele radiozenders, tot het almaar uitdijende imperium van John de Mol. Ook in Dane's andere broodheer RTL-4 heeft De Mol op zijn minst belangen. Hij is weliswaar eigenaar van concurrent SBS-6, maar zus Linda is een van RTL4's gevierde sterren.
Als tegenwicht op de voornamelijk negatieve reacties op de foute grap (zanger Tim Knol voorop met een oproep tot een boycot van 'kutzender' 538)  bood omroep WNL (zeg maar: Telegraaf-tv) vanmorgen ruimte aan 'opvoeddeskundige' Phaedra Werkhoven die stelt dat Maan's reactie nogal overdreven is. WNL is opgericht door Sjuul Paradijs, destijds hoofdredacteur van De Telegraaf, van het Nederlandse mediaconcern Telegraaf Media Groep. Voorzitter is Frank Volmer, tevens directeur van de Telegraaf Media Groep. Het citaat van Werkhoven bij WNL, met excuses voor haar kromme Nederlands: 'Ik begrijp niet zo goed dat je daarvan meteen moet huilen eerlijk gezegd. Ik vond het ook wel een beetje van...pff, zo erg is het nou ook weer niet'.
De Telegraaf en De Mol, hebben die misschien ook iets met elkaar te maken? Een volledige overname van De Telegraaf door De Mol ketste afgelopen zomer af, hij beperkt zich voorlopig tot 'een strategisch belang' van bijna 30 procent.
Natuurlijk heeft Maan vanmiddag de excuses van deejay Dane geaccepteerd. Haar volgende plaatje wil ze ook weer gedraaid krijgen.   Overigens: ook Maan is 'van' De Mol: zij begon haar carrière in diens The Voice of Holland en staat nu onder contract bij 8BallMusic, waarin De Mol partner is. Hier zijn dus twee De Mol-onderdanen een 'MeToo'tje' aan het uitvechten.
https://www.msn.com/nl-nl/nieuws/other/onbegrip-voor-tranen-maan/ar-BBGb6fD?li=AAazPsO&ocid=spartanntp   Edwin Wendt, 04-12-2017

de redactie

de redactie

Column Hans Knot: December 1965

Terug in de tijd en herinneringen ophalen aan het jaar 1965. Nederland kende toen sinds enkele maanden een derde radiostation – Hilversum 3 - dat gevuld werd met programma’s verzorgd door de publieke omroeporganisaties, destijds ook wel vaak ‘de zuilen’ genoemd. Nog lang niet 24 uur per etmaal en alleen met uitzendingen via de FM. Het station diende nog goed in de markt te worden gezet.   Tegelijkertijd was daar een aantal zeezenders dat veelvuldig door de Nederlanders, vooral de jongeren, werd beluisterd. Te denken valt aan Radio Veronica, Radio Caroline en Radio London. Op 15 december 1965 werden de namen bekend gemaakt van de beste Nederlandse en buitenlandse deejays. Voor Nederland stond op nummer 1 Joost de Draaijer van Radio Veronica met op plaats 2 Herman Stok van de VARA en op plaats 3 Jos Brink, die voor de NCRV programma’s maakte.   De beste buitenlandse deejays waren te vinden in Duitsland en op zee met op nummer 1 Chris Howland en met Dave Dennis (Radio London) op 2 gevolgd door Tony Blackburn (Radio Caroline). De hitlijst van de deejays had tot gevolg dat in de kranten van de Gemeenschappelijke Persdienst er zo het een en ander werd geschreven hoe radio in 1965 gemaakt kon worden. Men stelde direct dat er eigenlijk geen vergelijking mocht worden gemaakt tussen de Nederlandse deejays met hun collega’s in het buitenland.   Men haalde aan dat er een verschil was tussen samenstellers van radioprogramma’s die hun teksten lieten voorlezen door omroepers terwijl er ook presentatoren waren die hun eigen teksten schreven en via de microfoon brachten. De ouderwetse manier van radio maken. De schrijver van het artikel vond dat de laatste categorie behoorde tot de echte deejays. Hij voegde eraan toe dat in het buitenland, lees op de zendschepen, de deejays zelf in de studio achter de knoppen zaten, terwijl in Hilversum – het metropool van de Nederlandse zuilenradio – de deejays afhankelijk waren van de technici.   De schrijver van het GPD-artikel vervolgde met de conclusie: ‘het beroep platendraaier en -bespreker lijkt velen aanlokkelijk, al is het dan alleen maar om de onafzienbare discotheek, die zo denkt men tenminste, deze mensen tot hun beschikking hebben. Beatles te kust en te keur, country and western, Dave Berry's, Trea's, Shirley's en Willekes voor de zoete uurtjes en muziekjes van Eartha Kitt voor het late uur — voor velen lijkt zoiets het toppunt van verrukking.’   Volgens de journalist was het een eis dat iedere goede deejay een enorme platencollectie had naast een fabelachtige repertoirekennis. Maar toch kwam het merendeel van de gedraaide muziek bij de omroepen uit de discotheek van de Nederlandse Radio Unie (NRU), zoals het overkoepelende orgaan destijds heette. Door deze dienst werd heel goed in de gaten gehouden wat er zoal op de toenmalige platenmarkt leverbaar was en werd praktisch alles aangeschaft.   Op Hilversum 1 en 2 werd er dagelijks rond de 10 uur aan muziek uitgezonden. Bij Hilversum 3 lag het aantal eind 1965 op rond de 8 uur. Radio Veronica, uitzendend vanaf zee, had al danig de muziekkeuze verlegd richting de jeugd en het onderzoek stelde dat bij Veronica op de 192 gemiddeld 7 uur per dag werd besteed aan de popmuziek.   De betreffende journalist had zo ook zijn contacten bij de platenmaatschappijen aangewend om van die zijde enig commentaar te krijgen. Het hoofd van de afdeling artists relations – ja het gebruik van Engelstalige woorden sloop toen ook al de Nederlandse kranten binnen - stelde desgevraagd: “Wij attenderen de deejays regelmatig op het nieuwe materiaal van eigen bodem en op wat er in het buitenland interessant is. De deejays op hun beurt zoeken ook vaak contact met ons. Zij informeren bij ons vaak wanneer een buitenlandse hit nu ook in ons land uitgebracht gaat worden. Ze halen je haast je nieuwe plaatjes onder je vingers vandaan: hebben we vrijdags iets nieuws, dan willen zij het zaterdags al hebben — iets dat wij niet stimuleren: je creëert dan een bepaalde vraag waaraan wij nog niet meteen kunnen voldoen.”   Vijf belangrijke punten waren er destijds die de verkoop van een plaat mogelijk konden bevorderen: de stimulerende verkoop via vertegenwoordigers, het plaatsen van advertenties, vrije publiciteit, een optreden op de tv en de zogenaamde radio plugging. Onder dit laatste verstond men het erin stampen van een bepaalde song, zoals vooral bij Radio Veronica gebeurde. Hierbij was het natuurlijk van groot belang dat deejays onder indruk kwamen van een bepaald nieuw product.   Overigens ging het hier in Nederland volgens de journalist van de GPD er keurig aan toe. Omkoping van deejays kwam in het buitenland regelmatig voor, maar dat behoorde hier tot de onmogelijkheden. Het was volgens hem in Nederland trouwens ook niet gebruikelijk dat, zoals buiten de grenzen nog wel eens het geval was (bijvoorbeeld bij Don Camillo in Luxemburg), deejays tevens geïnteresseerd waren in het zelf oprichten van muziekuitgeverijen.   Dat zou namelijk in de hand kunnen werken, dat er dan voornamelijk nummers uit de eigen uitgeverij gedraaid zouden worden. Alleen Joost de Draaijer had destijds een eigen muziekuitgeverij. Maar het zou nog enkele jaren duren dat dit problemen voor hem zou geven. Wel waren er voor deejays en programmasamenstellers soms merkwaardige moeilijkheden.   Zo werd een tekst als ‘aan jou heb ik alles te danken’ verboden te draaien bij de NCRV op de radio daar de directie van mening was dat dit niet het geval kon zijn daar de luisteraar alles te danken had aan God. Uiteraard waren dubieuze woorden taboe. Luister maar eens naar de tekst van ‘Shame and Scandell in the family’ en je begrijpt dat een dergelijke song ook niet paste in de programmering van deze omroeporganisatie. Op een bekrompen manier, en niet alleen bij de NCRV, werd erop gelet dat vooral geen bespottende songs de radio zouden halen. De tijd stond even stil in december 1965.  

hans knot

hans knot

Hans Knot: Popstation Hilversum 3 slechter kon het niet

In deze historische terugblik neem ik je mee naar de laatste week van januari 1969. Het was de tijd dat de Draadomroep voor ons in Huize Knot verleden tijd werd, zoals op vele andere plekken in de stad Groningen en elders in het land. Luisteren naar bepaalde radiostations diende in de toekomst puur alleen via de transistorradio te gebeuren, wat op zich geen probleem was. Alleen was het niet zo goed gesteld met de favoriete radiostations. Radio Caroline had al bijna 10 maanden verstek laten gaan doordat de beide zendschepen van dit radiostation wegens niet nakomen van betalingen van hun ankerplaatsen waren weggesleept. Ze werden in de Amsterdamse Houthaven aan de ketting gelegd.   Het geluid van een andere zeezender, Radio Veronica, was mede door slechte frequentie en laagvermogen zender, gedurende de winterse dagen slechts enkele uren per dag echt goed te ontvangen in het noordoosten van Nederland. En in de avonduren was het luisteren in de fading naar de programma’s van Radio Luxembourg. Ook werd de radio af en toe afgestemd op de middengolf om enigszins overdag, waar mogelijk, te luisteren naar AFN Bremerhavn, een radiostation van The American Forces Radio gericht op de in Bremerhavn gelegderde Amerikaanse soldaten. Maar goede radio was het om zeker regelmatig op af te stemmen.   Op 29 januari 1969 verscheen er het bericht in de kranten dat de programma’s van Hilversum 3, vaak door de overheid bestempeld als het popstation dat als alternatief dienst diende te doen ten opzichte van Radio Veronica, meer zendtijd zou krijgen. Vanaf 1 mei 1969, zo werd bekend gemaakt, zou Hilversum 3 eventueel dagelijks tot middernacht zijn te beluisteren en dus een drastische uitzenduitbreiding krijgen. Tot die bewuste datum was Hilversum 3 slechts tussen 9 uur in de ochtend en 6 uur in de avond te beluisteren. De uitbreiding was niet alleen bedoeld voor in de avond maar ook in de ochtend, want op 1 mei zou men vanaf 7 uur in de ochtend actief zijn.   Het persbricht maakte verder melding dat het de bedoeling zou zijn  om het popkarakter van Hilversum 3 tot zes uur ’s avonds te handhaven en zelfs te versterken. Het gaf me toen alle reden tot nadenken en bijna een halve eeuw later beginnen mijn ogen nog te knipperen bij het lezen van deze vorm van desinformatie. Ik probeer het geen stokpaardje te laten worden maar wil toch nog eens teruggrijpen op de programmering van wat zo vaak het popstation Hilversum 3 werd genoemd.   Daarvoor ga ik terug na de willekeurige vrijdag- en zaterdagprogrammering 1969, dus 48 jaar geleden op Hilversum 3. De vrijdag bracht ons om 9 uur de VARA met Eddie Beckershow. Een voormalige Veronicadeejay die als een van de eersten de overstap naar de publieke omroepen maakte. Hij werd om 11 uur gevolgd door VARA collega Felix Meurders die in dat jaar zijn eerste stappen in Hilversum maakte nadat hij al voor Radio Luxembourg had gewerkt. Van 12 tot 14 uur was vervolgens op de vrijdagmiddag de VPRO, die het recht tot het uitzenden van de Top 30 had, dit in presentatie van Joost den Draaier. Allemaal nog aannemelijke kost maar waarom een Top 30 op de vrijdagmiddag, een tijdstip dat velen aan het werk of naar school waren?   Maar dan om 14.00 uur de AVRO met het programma Lynx of Los, het staat me bij dat we het dienden te zoeken in de lichte amusementshoek als het ging om dit programma. Als ik duik in diverse archieven is er van dit programma niets bewaard gebleven laat staan dat er iets is terug te vinden over het presentatieteam. Ik zal er voor naar Hilversum dienen af te reizen om in oude edities van de AVRO Bode te duiken om erachter te komen meer informatie te krijgen over Lynx. De uren daarna bracht deze omroep ‘Muziekboetiek’, het AVRO Radio Journaal met nieuws in het kort en afsluitend tussen 5 na 5 in de middag en zes uur het programma ‘Zingende Boogie’, een speciaal programma voor de automobilist. Inspirerende muziek voor de teenager was op dat tijdstip wel te vinden op Radio Veronica dat tussen 4 en 6 uur de Rob Out show programmeerde.   De willekeurige zaterdag, in 1969, begon op Hilversum 3 om 9 uur met het programma Djinn, dat werd gemaakt door medewerkers van de KRO. Een programma vol amusement en een fleurtje actualiteiten en een bedenksel in 1965 van Leo Nelissen, die in 1968 de overstap had gemaakt naar de NOS. Djinn werd in eerste instantie gepresenteerd door Martha Doyle en Donald de Marcas, waarbij de eerste de ontdekker was van Hans van Willigenburg, die een lange KRO carriere zou gaan maken ondermeer als medepresentator van het zaterdagochtendprogramma. Misschien vanwege de luie zaterdagochtend, sinds enkele maanden hoefden we op de zaterdagochtend niet meer te werken, zijn er vlagen van dit programma bij gebleven.   Leo Nelissen (foto database Beeld en Geluid)   Halverwege de zaterdag had je dan het programma Skivatoon dat door de NOS werd uitgezonden en je op de hoogte bracht van de nieuwste LP’s in het lichte genre. En wat zo vaak voorkomt als je zoekt in de archieven van Beeld en Geluid, er wordt geen zoekresultaat gevonden op de titel van dit programma, dat tot 13 uur duurde, waarna de versnipperde zendtijd werd overgenomen door de NCRV. Eindelijk popradio? Ik kan me er persoonlijk niets van herinneren even als het gaat om de inhoud van ‘Four a clock tea’, dat een uur duurde want om 17 uur, na het ANP Nieuws was het tijd voor ‘Hier en Nu de Wekelijkse Sportshow’, dat de zaterdag voor Hilversum 3 tot de zendtijduitbreiding per mei 1969 zou blijven afsluiten. Een programma dat niet werd overgeslagen al was het alleen maar om te horen hoe AVC of Sportclub Genemuiden het er weer vanaf hadden gebracht in hun Zaterdag Voetbal Klasse. Af en toe kwam er dus een popplaatje voorbij op de zaterdagen.   Maar dan de plannen voor de avondprogrammering, zoals die per 1 mei 1969 diende in de gaan. Men wilde allereerst de sterkte van de zender op de 240 meter handhaven, eventueel zelfs versterken.  Men had het plan opgevat om op het ‘popstation’ Hilversum 3 in de avonduren een schema te gaan hanteren dat vergelijkbaar was met het derde programma van de BBC Radio. In september 1967, met de komst van BBC Radio 1 etc. en het einde van de BBC Home Service, was een herindeling van programmering geweest en kreeg BBC Radio 3 in de avonduren een mengelmoes aan programma’s, waaronder praatprogramma’s, klassieke muziek en ruimte voor uitzendingen van mini-zendgemachtigden. Ruimte voor de gebruikelijke uitzendingen van de politieke partijen was er ook en dus leek het de omroepen in Hilversum het mooi een dergelijk schema ook in Nederland in te voeren.   De plannen voor de uitbreiding van zendtijd inzake Hilversum 3 werden vervolgens door omroepvertegenwoordigers aan minister Marga Klompé, destijd verantwoorderlijk voor CRM, voorgelegd. Zij stemde in, mits de omroepen in 1969 de extra zenduren zelf zouden betalen. De omroepen gingen in principe direct accoord met de voorwaarden. Dan lag er nog het probleem dat er intereferentie zou kunnen onstaan door de uitzendingen op die van een Hongaars station die dezelfde frequentie was toegewezen. Deze veronderstelling bleek. na een door medewerkers van de NRU (Nederlandse Radio Unuie) gepleegd onderzoek, niet waar te zijn. Dit hield tevens in dat reeds in februari 1969 Hilversum 3 gedurende alle uitzenduren op hoogvermogen zou blijven uitzenden via de 240 meter en dat er geen verlaging in vermogen na 17.00 uur meer zou plaats vinden.   Of alle veranderingen van invloed zouden  zijn op de beluistering van het ‘popstation’ Hilversum III kun je de antwoorden zelf wel raden. Tevens is het de vraag of de uitbreiding in zendtijd er inderdaad al in de maand mei 1969 zou komen. Het zou in ieder geval nog enkele jaren duren voordat we echt Hilversum III  als een volwassen popstation zouden gaan beluisteren, maar daarover een andere keer meer.   Hans Knot, 02-12-2017

hans knot

hans knot

Hans Knot: NCRV Voorman over zeezenders en Hilversum 3

Andermaal zaterdag en dus een nostalgische terugblik en wel naar 1970. Het beluisteren van de radio was in 1970 aanleiding voor een onderzoek in Nederland. Vier radiostations werden betrokken, namelijk de toenmalige Hilversum 1,2,3 en Radio Veronica. De luisterdichtheid van voornoemde stations bleek omgekeerd evenredig te zijn met de opleiding en de leeftijd van de luisteraars. De luisterdichtheid werd destijds hoger naarmate de opleiding lager was en lager, naarmate de leeftijd hoger was. Zie daar een van de conclusies destijds in een rapport uitgegeven door de afdeling Studie en Onderzoek van de NOS.   Ook werd er door de onderzoekers geconstateerd dat 75% van het radiopubliek alleen lager onderwijs had genoten en dat verder 8% van het luisterpubliek van Hilversum 1 en 2 ook nog eens middelbaar onderwijs had genoten. De onderzoekers gaven aan dat het voor de omroepen misschien nuttig kon zijn te onderzoeken of het aanbod in programmering wel evenredig was aan het niveau van de gemiddelde luisteraar.   De voorkeur van het toen jeugdige publiek ging naar Radio Veronica. In de leeftijdsgroep van 15 tot 19 jaar besteedde men de luistertijd voor 57% aan Radio Veronica en voor 27% aan Hilversum 3. De 65-jarigen en ouderen besteedden evenwel 76% van hun luistertijd aan programma’s die werden uitgezonden door Hilversum 1 en 2. Het jonge publiek was sterk ondervertegenwoordigd op Hilversum 1 en 2 en oververtegenwoordigd op de muziekstations, vooral op Radio Veronica.   Het publiek voor Veronica bestond voor 61% uit luisteraars beneden de 35 jaar. Voor Hilversum 3 was dit 52%. De totale radiobeluistering was tussen 8 uur in de ochtend en 2 uur in de middag het grootst. Meestal werden luisterdichtheid gemeten van tussen de 25 en 30%. Na twee uur daalden deze percentages tussen 16 en 20%. Na de klok van 7 uur in de avond nam de luisterdichtheid van de radio – als invloed werd de televisie gezien – verder af naar een maximum van slechts 7%. Een uur later daalde men naar een luisterdichtheid van slechts 3 a 4 %. Een luisterdichtheid van 1% kwam destijds overeen met een aantal van 90.000 luisteraars.   De voor- en tegenstanders van de toenmalige zeezender Veronica lieten zich ook in 1970 weer horen. Meest opmerkelijk was de verklaring van de minister dr. M.Klompé, verantwoordelijk voor het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappij, kortweg CRM genoemd. In de Senaat meldde ze op 25 februari dat er overwogen diende te worden zo snel mogelijk maatregelen te nemen tegen de zeezenders Veronica en Radio Nordsee (een station dat op dat moment nog maar net in de ether was gekomen). Wel voegde ze aan de opmerking toe dat het nog niet een kabinet beslissing was.   In het ‘Algemeen Dagblad’ was de daarop volgende dag een bericht terug te vinden waarin ondermeer stond vermeld: ‘De socialistische senator (Eerste Kamerlid) Broeksz – tevens voorzitter van de VARA – herinnerde de bewindsvrouw er fijntjes aan dat deze kwestie enkele jaren geleden heeft geleid tot de val van het confessioneel kabinet Marijnen. De liberale leden van het kabinet, die door hun tegenstand tegen de plannen Radio Veronica uit de ether te doen verdwijnen destijds de bom legden die het kabinet Marijnen deed ontploffen, zonder dat de Kamer daar aan te pas kwam, hebben waarschijnlijk ook hun bedenkingen.’   Het bleek namelijk dat het toenmalige Kamerlid, Y van der Werff dat aan de ene kant het juist is dat de regering zich aan internationale afspraken zal dienen te houden maar dat ook goed in ogenschouw diende te worden genomen dat Radio Veronica in een behoefte voorzag van zowel de consument als adverteerder en dat Hilversum III er tot toen toe niet in was geslaagd.   Later in het jaar 1970, nadat er al veel publiciteit rond de uitzendingen van Radio Nordsee was geweest en de Britse regering stoorzenders had ingezet op de frequenties van het radiostation, kwamen er andermaal Kamervragen. En toen het nieuwe station de politiek ook nog eens had beïnvloed door de jongeren in Engeland – die voor het eerst als 18-jarigen mochten stemmen – te vragen vooral op de Conservatieve Partij te stemmen, kwamen er andermaal vragen in de Tweede Kamer.   Dit omdat, volgens een rapport aan de regering gezonden – door Radio Nordsee haar uitzendingen noodfrequenties van bevriende naties zouden worden gestoord. Dreigingen tot het sluiten van Radio Veronica, dat 10 jaar eerder met haar uitzendingen was begonnen, werden elk jaar weer uit de kast gehaald. Een bom onder het kabinet zou dus in 1970 niet geplaatst worden, een jaar later was het wel raak met een zogenaamde 'bomaanslag' op een van beide zendschepen.   Maar ook Hilversum 3, het jongerenstation uit die tijd binnen de publieke omroep, werd als het ware getorpedeerd door de voorzitter van de NCRV. In september 1970 vond, zoals destijds gebruikelijk per omroep, de presentatie plaats van het winterprogramma. Drs. Geerink Bakker meldde tijdens de bijeenkomst dat Hilversum 3 een doodgeboren kindje was die niemand ten grave durfde te dragen: ‘Ik ben nooit gelukkig geweest met het verschijnsel Hilversum 3. Het derde net is een bastaard, een onecht kind, dat niet ontstaan is uit een wettelijk huwelijk, maar verwekt werd tijdens een onderonsje tussen de minister en de programmaleiders. Hilversum 3 heeft een twijfelachtige politieke herkomst en is een instrument in de strijd tegen Radio Veronica. Het is niet uit zuivere voorwendsels opgezet. Het programma van de derde radionet staat niet voorgeschreven in de omroepwet, komt niet voor in de statuten van de NOS en ook niet uit de doelstellingen van de omroepverenigingen.’   Waarachtige krachtige woorden van de NCRV voorzitter, die nog lang niet was uitgesproken want hij ging destijds verder met: “Het belangrijkste van alles is dat je met kritiek, zoals ik die nu spui, de programmamakers een schot in de rug geeft. De programmamakers zijn ook maar mensen die er niets aan kunnen doen dat het met Hilversum zo scheef zit. Scheef in vier opzichten: Hilversum 3 zit scheef in het bestel, scheef ten opzichte van de concurrentie, scheef ten opzichte van de luisteraars en scheef ten opzichte van de programmamakers, welke laatsten tegen de bierkaai vechten. Binnenkort is het met het uitvoeren van de tweede zogenaamde fase in het Hilversum 3-plan, het eindpunt wel bereikt. Kun je mensen voor zoiets inzetten? Het is gewoon een conflict op ethisch vlak. Waarom legaliseert de regering Veronica niet? Een andere oplossing? Waarom wordt er geen Hilversum 4 gecreëerd, waarop de STER met haar hele reclamewinkel kan gaan zitten en een mooi programma maken?’   Ontwerp: Lex van Voorst   Het dient duidelijk te zijn dat de uitspraken ruim de kranten haalden, er andermaal over het onderwerp werd gesproken in de Tweede Kamer en binnen NCRV kringen het nodige commentaar op de uitspraken werd geuit. Geerink Bakker wist zich alle kritiek weg te wuiven met de woorden dat hij slechts een eigen mening had verkondigd en niet namens de NCRV had gesproken.   Recentelijk kwam bovenstaand onderwerp weer boven water toen ik een aantal fotokopieën kreeg toegestuurd van een oud collega, die in de tweede helft van de jaren zestig en begin jaren zeventig van de vorige eeuw ook werkzaam was bij het EGD. In december van het jaar 2007 was ik in een programma van Radio Noord te gast en sprak met Rob van Dam ondermeer over de huidige huisvesting van de studio’s van RTV Noord, die op het voormalige terrein van het EGD in Helpman zijn gehuisvest. Er werd toen ook een aantal herinneringen over mijn tijd bij het EGD opgehaald en later, na de uitzending werd mij een mailtje doorgestuurd. De mail was afkomstig van een vrouw die zich afvroeg of ik destijds op het archief werkzaam was geweest. Het bleek Marian Koper te zijn van de afdeling correspondentie. Sinds eind 2007 wisselen we, met bepaalde regelmaat, herinneringen uit. Eind oktober 2010 vond ze oude Opwekkers, die ze in een opslag had gevonden. Leuke herinneringen maar ook een totale verrassing zat erbij. Er zat namelijk een artikel van mijn pen bij, die ik me niet meer kon herinneren.   Tegen het einde van de jaren zestig van de vorige eeuw ging ik niet alleen voor het eerst bij een ziekenomroep werken en ook in beperkte vorm schrijven over het onderwerp ‘radio’ maar ik richtte ook de ‘UDK’ op. Deze afkorting stond voor Uitleen Discotheek Knot. Tegen een kleine vergoeding konden collega’s en vrienden een week lang een LP van me lenen. Van de opbrengsten kocht ik telkens nieuwe LP’s, waardoor de collectie voor mij en de ziekenomroep behoorlijk uitgebreid werd. Na een aantal maanden besloot ik, daar er al behoorlijk veel collega’s meegenoten, een gestencild blaadje uit te geven waarin allerlei nieuwtjes over de te lenen muziek. Maar zoals gesteld, bij de ontvangen fotokopieën zat dus een artikel door mij geschreven voor ‘de Opwekker’, waar ik totaal geen weet meer van had. Ik laat U elders binnenkort meegenieten bij de herpublicatie van ‘Wedergeboorte van de Blues’. Let wel geschreven in de stijl van 1970, want het verhaal is destijds in de zomer geschreven en dus vlak voor de dood van zowel Jimi Hendrix en Janis Joplin.   Hans Knot, 29 september 2018

hans knot

hans knot

Vincent Schriel: Onderweg met digitale radio

Over een paar jaar, als de FM in Nederland wordt uitgeschakeld, luisteren we allemaal digitaal naar de radio. Thuis hebben we het al dankzij onze kabel- of internetprovider. En als hun aanbod niet voldoende is kan je met een internetradio naar zo'n beetje alles luisteren wat er in de wereld aan radio wordt gemaakt.
Buiten de deur is het anders. Digitaal naar radio luisteren staat hier nog in de kinderschoenen. We hebben landelijk DAB+ en 4G internet tot onze beschikking, maar hoe werken deze netwerken in de praktijk? In de auto en het openbaar vervoer. Omdat ik van beide vervoersmogelijkheden gebruik maak heb ik in de afgelopen twee maanden een vergelijk gemaakt tussen DAB+ en 4G. Op de heenweg DAB+, op de terugweg 4G.
Laten we maar met de auto beginnen. Sinds kort heb ik er één met een radio voor DAB+. Voor de korte ritjes in de stad voldoet dit prima. Maar zodra ik de stad uit rij beginnen de problemen. Ik woon in het Rijnmond gebied waar je veel tunnels hebt: Beneluxtunnel, Botlektunnel, Heinenoordtunnel, Maastunnel, Noordtunnel en Thomassentunnel. Ook zie je dat er steeds vaker wordt gekozen voor het onder de grond aanleggen van wegen. De nieuwe A4 tussen Schiedam en Delft is daar een voorbeeld van. Zodra je zo'n tunnel in rijd ben je het signaal kwijt. Anders is dat met 4G. Zonder problemen tunnel in en tunnel uit. En wat ook handig is: als je wordt gebeld gaat de radio op pauze. Dan mis je niets van een discussie op de radio.
Ook op lange ritten wint 4G het van DAB+. Tijdens een ritje van Rotterdam naar Hilversum via de A15 en A27 gaat het al snel mis. In de Noordtunnel bij Alblasserdam geen signaal en tussen Gorinchem en Utrecht valt het DAB+ signaal meerdere malen weg, zowel bij de stations van de publieke omroep als de commerciëlen. Bij de derde partij die DAB+ aanbiedt, MTVNL, valt het op dat het signaal meer wegvalt dan bij de andere twee netwerken. En 4G? Dat werkt feilloos.
Als ik voor mijn werk op pad moet kies ik altijd voor het openbaar vervoer. De locaties waar ik heen ga zijn prima met de tram, metro en trein bereikbaar en in de meeste gevallen gaat het sneller dan met de auto.
Onderweg heb ik altijd de radio aanstaan, ook in het openbaar vervoer. Met een kleine Pure portable DAB+ ontvanger en oordopjes luistert het lekker weg. Maar niet in de metro. Zodra deze ondergronds gaat is het over en uit. Pas op Rotterdam Centraal, als je de stationshal inloopt, is er weer signaal. Zelfde heb je in de trein. Richting Den Haag krijg je de spoortunnel bij Delft en wordt het stil. Ook richting Schiphol en Breda met de Intercity Direct heb je hetzelfde probleem. Het spoor is op meerdere plekken ondergronds aangelegd om overlast voor de omgeving te voorkomen. Zodra je de treintunnel in gaat ben je ook hier het signaal kwijt.
Met 4G gaat ook het niet vlekkeloos, maar wel stukken beter. In de metro is 4G beschikbaar en kan je zonder onderbreking blijven luisteren. Maar in de trein gaat het wel eens mis. Richting Breda en Schiphol valt het signaal een enkele keer weg. Gelukkig gaat de radio-app op je mobiel dan op pauze en zodra er weer signaal is gaat het verder waar hij is gebleven. Je mist in ieder geval niets.
Mijn conclusie is dat buitenshuis de beschikbaarheid van 4G beter is dan DAB+. Ook biedt 4G meer functionaliteiten. In de trein kan je met je laptop het internet op (via thetering) en in de auto krijg je de actuele weginformatie via je routeplanner. Ook heb je met 4G gigantisch veel radiostations tot je beschikking. Door de beschikbaarheid en de extra functionaliteit heeft 4G een grote voorsprong op DAB+. Zodra de NS, net als de metro in Rotterdam, 4G goed toegankelijk maakt in de tunnels, is de dekkingsgraad volledig. Dan kunnen we overal in Nederland zonder onderbreking altijd bellen, appen en radio luisteren. Dan is het alleen nog wachten op het moment dat de datalimiet van het mobiele internet verdwijnt, net zoals met de vaste aansluiting is gebeurd. Tele2 en T-mobile hebben de aanzet hiervoor al gegeven.
Vincent Schriel, 27 juli 2017

de redactie

de redactie

Edwin Wendt: Hitcode en Paul von der Luftwaffe

Toen ik zondagmiddag het nieuws las over het overlijden van Peter van Dam (Egmond Complex-tijd; Peter van Dam was er in 1985 de muzieksamensteller van) wist ik dat er een in memoriam van zijn (radio-) vriend Peter van Bruggen zou komen. Dat verscheen woensdagmorgen op Facebook. Zie daar. Het 'krukje van Joost' (den Draaijer) werd zondag door Ferry Maat in diens I.M. als symbool voor 'het gemaakt hebben' op de Nederlandse popradio in de jaren zeventig. Het krukje blijkt tegenwoordig in bezit van Peter van Bruggen. Hij zat erop toen hij zijn I.M. schreef.
Zelf heb ik als luisteraar de dierbaarste herinneringen aan Peter op de KRO-woensdag (1981-83), met Manneke Pop en Komt er Nog Wat Van, voordat luistercijferstress de omroep in de armen van thuismixers en voormalig Radio Luxemburg-deejays uit Eindhoven dreef.
Als verlegen puber met de radio als grootste vriend was ik voor het eerst  op Hilversum 3 te horen in de zomer van '85. Peter van Dam en zijn maatje Gerard Kamer maakten een zomerkwis, Hitcode, waarvan ik een van de deelnemers was: live aanwezig bij een radio-uitzending in de Emmastraat en nog meewerken ook!
Leuk voor Peter en Gerard, dacht ik, dat ze in dit Wereldparade-seizoen (elke week een Top-30 afdraaien) ook weer eens een programma met vrije muziekkeuze konden maken. Jaren later sprak ik er, inmiddels zelf KRO-medewerker, collega Elly van Loenen over: wel nee joh, dat programma was gewoon strafcorvee omdat ze weer eens iets hadden uitgevreten!
Tijdens Hitcode was Paul van de Lugt, oud-nieuwslezer, zich inmiddels aan het warmdraaien als chef van de KRO Zalige Muziek Zondag. Ook Peter kreeg daar weer zijn eigen uurtjes, net als op woensdag onder de naam Manneke Pop. In oktober '85 begon het, eind mei '86 was het afgelopen: tegenvallende luistercijfers. Ik vond dat toen als 18-jarige radiofreak al volstrekt onbegrijpelijk: hoe snel kun je iets de nek omdraaien?
Peter van Dam nam zijn verlies en vertrok. In 2010 werd hij in een uitzending over 85 jaar KRO aan het voorval herinnerd door presentatoren Marc Stakenburg en Stefan Stasse: 'Ah, Paul von der Luftwaffe, hoe is het met hem?'
Dit was de Peter zoals ik me hem herinnerde: altijd spitsvondig en rap van tong en nooit bang om een grens op te zoeken. In de nazit sprak ik hem over het woordgrapje en bleek er geen echte wrok richting de voormalig KRO- en 3FM-baas (meer) achter te zitten. Zo had hij weinig begrip voor oud-collega Vincent van Engelen, die destijds vanwege 'hard feelings' niet wilde meewerken aan het KRO-feestje. Peter: 'Het is allemaal zo lang geleden, wat mij betreft komt Van der Lugt hier nu binnenlopen en drinken we samen een pilsje, I Couldn't Care Less'.
Edwin Wendt, 10 januari 2018   Foto Peter van Dam 18 november 2010 ( Vincent Schriel)

de redactie

de redactie

Vincent Schriel: Met een radio op vakantie

In de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw namen wij, als we op vakantie gingen, altijd cassettebandjes en een portable radio mee. De cassettes met muziek waren voor op de heen- en terugreis op de Duitse Autobahn, de portable radio om naar Radio Nederland Wereldomroep te luisteren op plaats van bestemming.   Hoe anders is dat tegenwoordig. De moderne auto wordt geleverd met een DAB+ radio voorzien van Bluetooth. Het voordeel van DAB+ ten opzichte van FM is dat je niet, zodra je buiten bereik van de zender komt, een andere frequentie moet opzoeken. Het moet naadloos overgaan naar de andere zender. Binnen Nederland werkt dat aardig, maar zodra je de grens overgaat raak je de Nederlandse zenders kwijt. Deze zijn dan alleen nog te beluisteren via het internet maar dat kan je dan weer doen met de Bluetooth optie.   Dus wat nemen we anno 2017 mee op vakantie? Een smartphone die je toch al bij je hebt en een Bluetooth speaker. Met de smartphone kunnen we in de auto naar iedere zender in de wereld luisteren en met behulp van de speaker kunnen we in onze vakantiebungalow weer via Bluetooth de Nederlandse radio aanzetten.    De eerste week van oktober zijn wij op vakantie geweest. Wij zaten in de buurt van Koblenz en dit werd onze eerste vakantie zonder CD's (die de cassettes hadden vervangen) en portable radio. Voor vertrek op de smartphone NPO Radio 2 aangezet en de routeplanner-app gevuld met het vakantieadres. Zo bereikte wij zonder problemen het vakantiepark in Duitsland, luisterend naar Aan de slag! van Bart Arens. Gedurende de hele reis viel de verbinding alleen weg toen wij door een smal dal tussen twee bergen reden.    Hoe anders was het toen we de volgende dag in de auto stapten om boodschappen in het dorp te doen. We namen dezelfde weg terug als toen het internet even wegviel, maar nu met de radio aan. Op DAB+ stond Harmony FM op. Tenminste, dat konden we de hele reis zien. Maar voor een grootste deel was er geen bereik en bleef het stil op de radio. De dagen daarna hadden we dezelfde ervaring. Radio via Bluetooth/4G werkte probleemloos, via DAB+ viel het regelmatig uit.    Welke conclusie kan je hieruit trekken? Volgens onze ervaring met digitale radio is DAB+ in Duitsland niet bruikbaar in de auto. Maar ook in Nederland is het op de weg niet altijd geweldig. Daar waar DAB+ het laat afweten gaat het via het internet gewoon door. Betekent dit dat de dekkingsgraad van 4G beter is dan van DAB+? Of dat de techniek van DAB+ niet voldoet? Kan je, als je geen of een kleine internet bundel hebt, dan niet beter via FM blijven luisteren?   Vincent Schriel, 16 oktober 2017

de redactie

de redactie

Hans Knot: Kerkelijk lawaai en de Tour de France

Op deze zaterdag neem ik je andermaal mee naar het jaar 1970. Radiovriend sinds de jaren zeventig en afkomstig uit Rotterdam is Jan Hendrik Kruidenier. Zijn liefde voor Amerikaanse radio is gelijk aan die van mij, maar hij houdt ook de regionale radio en meer in Zuid Holland nauwkeurig in de gaten. Zo stuurde hij me een bericht over klachten die er recentelijk waren in Barendrecht. De politie had op zondagmorgen een telefoontje binnen gekregen van een bewoner die zich ergerde aan het gegeven dat een medebewoner van zijn straat nogal luidruchtig de radio aan had staan en de ramen open, dit vanwege het warme weer.   En wat kwam er uit deze radio? Juist de klanken van de zondagsmis en niet zachtjes, volgens de klagende buren, maar snoeihard. Een politiewoordvoerder meldde wel dat er tijdens de warme dagen er veel klachten binnenkomen over geluidsoverlast omdat vele ramen en deuren openstaan en bovendien mensen zich meer buiten het huis bevinden, maar dat de melding over het kerkelijk overlast toch wel heel bijzonder was.   Zoals misschien niet bekend bij de gemiddelde lezer kunnen ouderen, langdurig zieken en anderen, die verhinderd zijn een kerkdienst bij te wonen, toch via speciale lijnen meeluisteren naar datgene tijdens de diensten wordt verwoord. Ik kan me voorstellen dat heel wat ouderen en zieken met deze vorm van communicatie heel blij zijn en ze toch een beetje onderdeel blijven van de kerkgemeenschap waar ze toebehoren maar niet meer de mogelijkheid hebben om een wekelijkse kerkdienst te bezoeken.   Het doet me ook terugdenken aan een andere vorm van communicatie die sommige kerkgenootschappen plegen of hebben gepleegd. In het jaar 1970 was er een nieuw radiostation met de naam Radio Nordsee International, dat met Engelstalige en Duitstalige programma’s haar luisterschare verblijdde. Maar de kassa diende te rinkelen dus werd er op een bepaald moment zendtijd verhuurd aan de in ’s Gravenhage gevestigde kerkelijke organisatie van de Stichting Johan Maasbach Wereldzendingen. Iniden hij niet op reis was, dan was hij te vinden in een groot gebouw in Den Haag - het Capitol Evangelie Centrum. Het doel was zijn preken te verspreiden via de radio over de gehele wereld en zoveel mogelijk mensen te bemoedigen. Ook werd in die dagen al een eigen tijdschrift uitgegeven die in de programma’s ook werd gepromoot.   Een halfuurtje Maasbach op de radio was voor velen nog wel te pruimen en dus kwam er toch wat geld in de kassa bij RNI. Terugdenkend aan zijn ‘show’ staat me direct in herinnering een preek die hij hield in een groot stadion in Reijkjavik op IJsland. Ik zat te luisteren naar de RNI World Service toen het Johan Maasbach zijn beurt was en zijn stem schalde door de ether met enig echoeffect. Maar zijn in het Engels gehouden preek werd in segmenten direct vertaald door een IJslander, zodat de vele aanwezigen in het station konden begrijpen wat zijn boodschap was. De opname van deze uitzending pak ik nog wel eens uit hilariteit uit mijn archief. Overdrijven kon de beste man enorm door zijn uithalen in de preek maar ook door kleine zinnetjes in zijn publicteitsmateriaal. Een folder, verspreid door zijn medewerkers, had ondermeer de opmerking dat het in een oplage van miljoenen was gedrukt.   Maar er werd in 1970 gelukkig meer naar andere programma’s geluisterd, zoals naar Hilversum III. Denk niet dat ik naar Hilversum III luisterde omdat het een prachtig alternatief was voor Radio Veronica en nieuwkomer Radio Nordsee International, nee het had met sport te maken want tijdens de Tour de France van dat jaar werden er in de middaguren speciale uitzendingen vanuit de studio in Hilversum met ‘lijntjes’ vanuit Frankrijk verzorgd. Een pracht programma wat de volgers van de wielersport al decennia met plezier beluisteren.   Later dat jaar wist de dienst Studie en Onderzoek van de NOS te melden dat de zomerse klanken van de speciale programma’s rond de Tour de France ook van invloed waren geweest op de beluistering van andere programma’s die door Hilversum 3 in 1970 waren uitgezonden. In een onderzoeksverslag meldde men: ‘Het heeft de radioluisteraars geholpen Hilversum 3 te ontdekken en het heeft het luistergedrag op andere dagen ook beinvloed.’ De komst van vele nieuwe luisteraars ging, volgens de onderzoekers van de NOS, ten koste van Radio Veronica. De gemiddelde luisterdichtheid van Hilversum 3, zo stelde men, was in het derde kwartaal gestegen naar 6,7 terwijl in het tweede kwartaal die op 5,4 en in het eerste kwartaal op 5,6 was uitgekomen tijdens de meting.   Radio Veronica had een luisterdichtheid in het eerste kwartaal van 6,4, 5,8 in het tweede en 5 in het derde kwartaal. De onderzoekers meldden echter niet dat Hilversum 3 in geheel Nederland via een keten van hulpzenders was te ontvangen en Radio Veronica slechts in een deel van ons land goed was te ontvangen. Inwoners in bepaalde delen van het land hadden slechte of geheel geen ontvangst van de uitzendingen van Radio Veronica, die destijds via de 192 meter werden uitgezonden. 1% stond destijds voor 90.000 luisteraars van 15 jaar of ouder. De metingen in het onderzoek werden verricht in de weken tussen 27 september en 10 oktober en volgens de onderzoekers werden de verschuivingen niet veroorzaakt door incidentele gebeurtenissen maar traden op alle dagen van beide weken die verschuivingen op. Men had berekend dat de gemiddelde beluistering van Hilversum III tussen 9 en 12 uur in de ochtend op 5,7% uitkwam, wat precies gelijk was aan het percentage dat Radio Veronica in die uren bereikte.   Tussen 12 en 14 uur was de luisterdichtheid van Hilversum 3 hoger dan die van Radio Veronica, respectievelijk 6,4 en 4.3% van de gemeten populatie. De daarop drie volgende uren tot 17 uur bleek Hilversum III uitgekomen te zijn op 7,2 en Veronica op 5% en tussen 17 en 18 uur respectievelijk 8,2 en 5,2%. Daarna ging dagelijks Hilversum III uit de ether en zijn ook de cijfers voor Radio Veronica niet meer gemeten. Er was dus duidelijk sprake van een vergelijkend luisteronderzoek.   Inmiddels zijn we decennia verder en maakt de Tour de France vandaag haar jaarlijkse start en wel met een korte tijdrit in het Duitse Düsseldorf en is NPO Radio 1 er dagelijks met een uitzending tussen 2 en 6 uur in de middag. Voor meer informatie verwijs ik je naar http://nos.nl/tour/artikel/2179385-de-tour-de-france-bij-de-nos.html   Hans Knot, 1 juli 2017.

hans knot

hans knot

Hans Knot: 1970 bijzondere mensen

We gaan naar een opmerkelijke aanklacht die op 14 maart 1967 door een 44-jarige scheepselektricien, De Jager afkomstig uit Rotterdam, werd ingediend tegen de toenmalige minister van Cultuur, Mevr. Marga Klompé. Wat was namelijk het geval? De Nederlandse regering had niet lang daarvoor de weg vrijgegeven voor het invoeren van reclame via de televisie, toen nog in zwart/wit. Volgens De Jager was er duidelijk sprake van huisvredebreuk doordat de reclame ongevraagd bij zijn gezin de huiskamer binnenkwam.   Dat was dan ook de reden dat hij had besloten een klacht in te dienen bij de verantwoordelijke mensen, met als hoofddader de minister van Cultuur. Hij was van mening dat hij als televisiebezitter gekend had moeten worden in de beslissing reclame op zijn beeldbuis te brengen. Het argument van het omdraaien van de knoppen, zodat niets meer te zien zou zijn, ging voor hem niet op.  Hij beriep zich op het gegeven dat het telkens in en uitschakelen van de televisie, als er weer een blok reclame de kamer werd in geslingerd, de slijtage van het televisietoestel zou bevorderen.   Uiteraard sprongen diverse journalisten op dit onderwerp want het was – zeker voor die tijd – opmerkelijk dat men op deze manier de publiciteit zocht. De Jager stelde verder dat niemand van de bezitter kon eisen tijdelijk de televisie uit te zetten als de STER weer voorbijkwam. Wel had hij een idee dat hij graag wenste te delen. Hij was namelijk van mening dat vanuit de organisatie, die de reclameblokken beheerde en uitzond, de televisiebezitters die verschoond wensten te blijven van de reclame financieel in staat gesteld dienden te worden een apparaatje te kopen. Dit zou aan hun toestel kunnen worden gekoppeld waarbij het toestel automatisch zou worden uitgeschakeld als de reclameblokken zouden worden geprogrammeerd. De reden van de aanklacht was volgens de scheepselektricien nodig om via de rechtelijke macht een uitspraak af te dwingen, die hem erkende als bezitter van een televisietoestel. Het in het bezit hebben van een dergelijk toestel gaf, volgens hem, ook het recht mee te bepalen wat hij voorgeschoteld zou krijgen.   Wel voegde hij eraan toe dat het afdwingen van een gerechtelijke uitspraak hij zo lang mogelijk zou uitstellen, zodat er ruimte zou zijn voor de STER en de overheid om serieus op zijn voorstel in te gaan. Het bleek dat De Jager in 1963 al was begonnen met het benaderen van de regering en het Parlement, maar dat deze pogingen hem niets hadden opgeleverd, zo gaf hij in 1967 grif toe. Ook stelde hij dat de aangifte en de eventuele gevolgen daarvan het laatste was wat hij zou ondernemen als het om de reclame op de televisie zou gaan.   Als reden dat hij al vier jaar met de actie bezig was, en de enige in zijn soort bleek te zijn, deed hij af door te stellen dat hij eenmaal was begonnen met het initiatief en dat het laf zou zijn om er niet mee door te gaan. Hij stelde tevens dat hij de enige televisiebezitter in Nederland was die vocht voor de rechten die zijn bezit, het televisietoestel, hem bood. In 1963 had hij daadwerkelijk al een paar keer de kranten gehaald middels de oprichting van een coöperatieve vereniging van televisiebezitters, waarbij hij wilde dat de televisiebezitter inspraak kon krijgen op de programma’s die hij wenste te zien.   Omdat we het toch nostalgisch over de televisie hebben ook maar even een kijkje nemen in de maand mei 1968, dus een jaar nadat De Jager voor het laatst zijn kritiek in diverse kranten liet optekenen. We dienen ons in gedachten wel even te verplaatsen naar dat jaar. Natuurlijk is de hedendaagse jeugd tot en met verwend door allerlei speeltjes waarmee ze beeld en geluid op welke plek dan ook kan horen en zien.   In 1967 was er slechts de mogelijkheid om Nederland 1 en Nederland 2 te bekijken, waarbij het aantal uitzenduren zeer gelimiteerd was en zeker alles nog in zwart/wit werd uitgezonden. Kleurentelevisie op experimentele basis, dus zo nu en dan, werd pas eind augustus 1967 realiteit toen op de Firato in Amsterdam deze mogelijkheid voor het eerst voor ons in Nederland werkelijkheid werd. Wel dient er aan te worden toegevoegd dat inwoners in grensstreken gelegen in de buurt van Duitsland en België de mogelijkheid hadden iets meer aan televisiesignalen te kunnen ontvangen, mits men in het bezit was van een gedegen ontvangstantenne voor betreffende televisiestations.   De ontwikkelingen op televisiegebied boden echter veel meer mogelijkheden. In de VS was men veel verder met het verspreiden van televisiesignalen en in ons land werd bijvoorbeeld wel gesproken over eventuele bekabeling of gezamenlijke ontvangst via Centrale Antenne Systemen (CAS), maar de officiële wetgeving belemmerde daadwerkelijk een gezonde ontwikkeling. En dus kwam in mei 1968 de oplossing van betere televisieontvangst en de keuzemogelijkheden voor ontvangst van buitenlandse stations ter discussie. Ook in de Tweede Kamer waren er voorstellen ingebracht waarin versoepeling van de wetgeving ter sprake kwamen. Het diende echter ter discussie worden gebracht om te kunnen overgaan tot een eventuele wetswijziging. Het kwam er echter niet van omdat de speciale Kamercommissie, die zich met omroepzaken bezighield, uitstel van discussie had gevraagd om op die manier met de Minister van Cultuur uitgebreid te kunnen praten over de laatste technische ontwikkelingen op ontvangstgebied.   Was er andermaal sprake van een remmende factor waarbij de toenmalige politieke partijen de weg wilden afsnijden voor de invoering van het CAS-systeem? Men kon zich zelfs al gaan afvragen of op langere termijn het Centrale Antenne Systeem niet achterhaald zou zijn. Er waren voor die tijd al de nodige technische proeven geweest waarover in twee PTT-rapporten, destijds de verantwoordelijke organisatie voor eventuele verspreiding van kabelsignalen, optimistisch was gerapporteerd. In een van beide rapporten schatte men de landelijke invoering van het CAS, in 1964 door koningin Juliana in haar troonrede reeds aangekondigd, toen op vijf tot tien jaar. De kosten raamde men in 1964 op 100 miljoen gulden. In het rapport van 1967 zou realisering vijfmaal zo veel aan financiering vergen. Wel stelde men tevens dat de CAS landelijk geregeld binnen 10 jaar even noodlijdend zou zijn als de radiodistributie (draadomroep) in 1967 al was.   En dan was er al de nodige publiciteit over de eventuele toekomst van de satelliettelevisie. Met vele satellieten in de ruimte wordt heden ten dage niet nagedacht hoe het allemaal mogelijk was maar als we de tijdklok terugdraaien naar bijvoorbeeld het jaar 1963 dan was het slechts mogelijk gedurende 20 minuten per etmaal via de enige televisiesatelliet (Telstar) ontvangstmogelijkheden te creëren, mede omdat deze in een baan om de aarde draaide. In 1967 was de ontvangstmogelijkheden al veel verder ontwikkeld en was het mogelijk 24 uur per etmaal eventueel televisie via een satelliet de huiskamer in te brengen. Dit was mogelijk geworden doordat de satellieten op een bepaalde hoogte ten opzichte van de aarde werden neergezet, een positie waarbij ze ‘vast stonden’.   Maar daarmee was nog lang niet de mogelijkheid voor regelmatige ontvangst mogelijk. De uitzendingen, die er werden uitgestraald via de satellieten in 1967 konden alleen door de grote ontvangstations in Engeland en Frankrijk worden opgepikt, die de beelden eventueel relayeerden tegen forste betalingen. Wel werd er al gewerkt aan de ontwikkeling waarbij het in de toekomst mogelijk zou kunnen worden directe ontvangst te krijgen via een eigen antenne, waarbij de gedachte was dat slechts een extra versterker nodig zou zijn voor het binnenbrengen van goede signalen in de huiskamers.   Maar was Nederland wel tevreden met de eventuele toewijzing van de exploitatie van de CAS aan de Casema, zoals de plannen vanuit de regering duidelijk maakten?  Deze onderneming was een dochteronderneming van de Nozema (Nederlandse Omroep Zender Maatschappij), die weer voor 60% in handen was van het staatsbedrijf PTT en voor het overblijvende percentage in handen van de toenmalige omroepverenigingen. Uiteraard rees daarbij de vraag wie de meeste touwtjes in handen zou krijgen en wie ging uitmaken welke programma’s al dan niet zouden worden doorgegeven via de CAS.   En natuurlijk was het voor vele Nederlanders, die de druk van de toenmalige regeringen meer dan zat waren en liever een democratische vorm van bestuurders zouden zien, de vraag of er geen sprake zou zijn van censuur. Uiteindelijk zou het nog een aantal jaren duren voordat uiteindelijk in de begin jaren zeventig van de vorige eeuw werd overgegaan tot het voornoemde kabelsysteem en druppelsgewijs televisiesignalen vanuit het buitenland konden worden ontvangen. Tot diep in de jaren tachtig duurde het totdat we uiteindelijk konden gaan spreken van echte ontvangst van satelliettelevisie, hoewel daar ook de nodige discussie, verboden en wetgeving aan voorafgingen.   Hans Knot, 3 maart 2018

hans knot

hans knot

Niels Hoogland: Meer stemmen dan ooit!

Het publiek van FunX heeft de ‘waarde’ van de belangrijkste Nederlandse urban music prijzen dit jaar nog flink vergroot, want waardering van je publiek, daar doe je het als artiest natuurlijk voor.
Voor ons, bij NPO FunX, gaat het er bij het jaarlijks uitreiken van de FunX Music Awards vooral om de Nederlandse urban music scene in de schijnwerpers te zetten en de succesvolle ontwikkeling ervan te vieren. En dat laatste is natuurlijk meer dan terecht want in tijd van een paar jaar is deze ‘scene’ echt gigantisch doorgebroken. Nederlandstalig urban muziek is al langer populair, de digitalisering heeft dit een stuk zichtbaarder gemaakt, maar de kwaliteit van de muziek is de laatste jaren ook zo toegenomen dat we er niet eens meer echt van staan te kijken dat de ene mijlpaal na de andere wordt bereikt.
Laat ik een aantal voorbeelden van zulke mijlpalen geven: Broederliefde, dat Marco Borsato’s record voor langst op nummer 1 genoteerde album verbeterd en een groot concert in het stadion van Sparta geeft. Sevn Alias, die niet alleen alle grote festivals van vorig jaar plat speelde, maar met ‘Gass’ ook de best bekeken Nederlandstalige Youtube musicvideo ooit afleverde. Boef, die alle streamingrecords verbrak met zijn album ‘Slaaptekort’ en zo gaande is dat hij de hoofdprijs ‘Artist of the Year’ won.
Het is dan ook met trots dat we al deze en nog veel meer acts op het podium van Paradiso mochten aankondigen. Echt een ‘dikke fissa’ voor alle artiesten, maar natuurlijk ook voor ons publiek. Het voelt zo goed om het jongerenmerk te zijn met het meest diverse publiek in Nederland, verbonden door het stadsleven en ‘the sound of the city’. Samen delen we die liefde voor deze muziek en deze artiesten. En de FunX Music Awards zijn eigenlijk een soort ‘thank you’ voor de goede relatie die we met al deze ‘hitmakers’ en hun fans (het publiek van FunX) hebben.
Als je er nog even van wilt nagenieten: www.FunX.nl, onze social media en ‘on-air’ natuurlijk. Maar we zijn er nog niet helemaal want voor het eerst is er dit jaar ook een speciale registratie voor NPO 3 gemaakt door BNN-VARA die aanstaande zaterdag om 22.20 uur te zien zal zijn met Fernando, onze morning hero, als interviewer. Nog even extra genieten dus.
Niels Hoogland
zendermanager NPO FunX

de redactie

de redactie

1970 25 jarig bestaan RONO

In de nostalgische terugblik van deze week neem ik je mee naar de maand mei 1970 toen er een feestje gevierd diende te worden aan het Martinikerkhof in Groningen, alwaar destijds de radiostudio’s waren gevestigd van de regionale omroep in het noorden van ons land, de RONO, hetgeen stond voor Regionale Omroep Noord en Oost.     Het ontstaan leidde eigenlijk naar 16 mei 1945 want toen verzorgde de O.P.M.C. (Omroep Provinciaal Militair Commissariaat) de eerste regionale uitzending via het radio-distributienet van de PTT in de stad Groningen. Later volgden uitzendingen voor de provincies Groningen, Friesland en Drenthe. Na enkele maanden werd de O.P.M.C. - opgericht om te voorzien in de grote nieuwshonger in een tijd dat de westelijke en zuidelijke actieve radiostations bijna niet of geheel niet konden worden ontvangen, opgeheven.   Maar dat betekende geen einde aan deze uitzendingen want de taken werden overgenomen door de RON, de Regionale Omroep Noord, hetgeen later werd uitgebreid met nog een O die werd toegevoegd, omdat ook het oosten van Nederland werd bereikt met haar programma’s.   Rond het 25-jarig bestaan in 1970 had de RONO ook aanmerkelijk meer zendtijd en stond zij in het middelpunt van de belangstelling in die gebieden waar men was te ontvangen. Immers was er nog lang geen commerciële radio in ons land, laat staan dat er ruimte was voor lokale radiostations. Men bracht gemiddeld rond de achttien zenduren per week en dat was in 1970 bijna het dubbele van het aantal radiouren dat bijvoorbeeld de TROS en de VPRO ter beschikking hadden.   Men durfe op het Martinkerkhof wel enigszins trots te zijn en bracht naar buiten dat de RONO ruwweg half Nederland als verzorgingsgebied had met rond de vier miljoen inwoners: de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel en geheel Gelderland. De RONO stond vijfentwintig jaar na de eerste regionale radiouitzending in Groningen, model voor de toekomstige regionale omroepen, zoals de toenmalige minister van CRM, mevr. Klompé, die in gedachten had. Dat betekende dat in de eerste plaats regionale omroep onder verantwoordelijkheid viel van de NOS, dit volgens het artikel 47a uit de Omroepwet. Het was weliswaar mogelijk om ook zelf met een regionale omroep te beginnen, maar om een zendmachtiging te verkrijgen volgens artikel 47b, diende men een voor een stad, streek of gewest representatieve culturele instelling te zijn. En of men dit daadwerkelijk was bepaalde weer de minister.   Klompé had in haar laatste beschikking destijds trouwens definitief bepaald dat de NOS de verzorging van de regionale radioprogramma's van de RONO op zich diende te nemen. Daartegen bestond nog wel behoorlijk wat tegenstand. Sommigen zouden graag zien, dat men ook buiten de NOS in de gelegenheid gesteld zou worden om regionale programma's te verzorgen. Dit met het argument, dat men dan tot een betere, meer gerichte aanpak zou kunnen komen.   Was het echter een groot bezwaar in 1970 te moeten werken onder de vleugels van de NOS werd er door een journalist van het Nieuwsblad van het Noorden destijds gevraagd aan de directeur van de RONO, de heer A. M. van der Veen. Hij was van mening dat het totaal geen probleem was: “Ik ben echt zeer tevreden met de beschikking van de minister. Ik zie namelijk niet in concreto, welke mogelijkheden er voor de RONO zijn, als we volgens artikel 47b zouden moeten werken. Want hoe kom je aan voldoende geld, aan materiaal, noem maar op. Dat allemaal binnen de wet, waarbij je er dan vanuit dient te gaan, dat zo’n omroepinstelling geen winst mag beogen."   Van der Veen was bovendien van mening, dat de beschikking van de minister juist bijzonder veel mogelijkheden voor de RONO — of een andere regionale omroep — openliet: “Kijk, in die beschikking staat, dat we zendtijd krijgen toegewezen van 18 tot 20 uur, elke dag. Dat houdt dus in, dat we per dag twee uur bezig kunnen zijn. Maar er staat ook bij, dat het programma van de Regionale Omroep Noord en Oost wordt uitgezonden: a. over de AM-zenders Hoogezand en Hengelo; b. over de FM-zenders die in de provincies Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel en Gelderland worden ontvangen; c. over de derde lijn van de draadomroep in het door deze zenders bestreken gebied. En dat geeft ons heel wat mogelijkheden."   In de toekomst kijkend in 1970 was er volgens de directeur van de RONO de mogelijkheid om per provincie iedere avond op hetzelfde tijdstip een eigen regionaal programma te maken gericht op de inwoners van de betreffende provincie. Zo waren er plannen om de zender Markelo, die begin 1970 nog hetzelfde programma als de zender opgesteld in Hoogezand uitstraalde, los te koppelen. Al eerder had men binnen de RONO besloten drie keer per week de zender Irnsum van het totaal programma los te koppelen om via die zender een speciaal programma gericht op de Friese luisteraars uit te stralen. Stap voor stap ging men verder door niet alleen een totaal regionaal programma te verzorgen maar ook voor de regio’s Friesland en de regio Oost, ofwel Overijssel en Gelderland.     Uiteindelijk zouden diverse ontkoppelingen leidden tot een Gronings, Drents, Fries en Overijssels-Gelders programma. Wel betekende het dat er meer dan 2 uren aan productie per dag dienden te worden gemaakt. Pas jaren later zou deze regionale omroep worden opgesplitst in regionale radio (en later televisie) stations gericht per provincie waarbij de naam RONO verviel en in Groningen niet gekozen werd voor de naam Radio Groningen maar Radio (RTV) Noord. Op 19 oktober 1977 was het zover dat er aan het eerder gememoreerde Martinikerkhof andermaal een feestje kon worden gevierd met de start van Radio Noord in de nieuw ingerichte studios.   Bron Nieuwsblad van het Noorden 1970 Knot, Hans (2012) Klein, maar robuust. Ing. Paul. M. Snoek. Een werkend leven lang voor de radio. Stichting Media Communicatie, Amstelveen. Foto’s: collectie Paul Snoek   Hans Knot, 24 juni 2017  

hans knot

hans knot

Hans Knot: Van Kooten verliet Radio Noordzee in 1972

In deze aflevering van de Nostalgische Column neem ik je mee naar de vroege jaren zeventig van de vorige eeuw. In de maand februari 1972 maakte Willem van Kooten bekend dat hij bij Radio Noordzee zou vertrekken. Die aankondiging baarde nogal wat opzien, niet in de laatste plaats omdat hij daarbij zijn twijfels uitte over de toekomstmogelijkheden van de zeezenders.   In het eerste jaar van zijn bestaan werd Radio Noordzee, de Nederlandse service van RNI, vooral populair door de programma's van Jan van Veen en Joost den Draaijer. Opkomende sterren als bijvoorbeeld Peter Holland en Tony Berk moesten nog even wachten. Pas na het vertrek van de beide grootmeesters van de platenpresentatie, zouden zij hun kans krijgen. Enige tijd na de start van Radio Noordzee viel wel al de live-programmering te beluisteren met onder meer Leo van der Goot en Hans ten Hooge. Maar slechts een klein deel van de luisterschare gaf daar toen al de voorkeur aan. De grootste populariteit genoten de ingeblikte programma's, die aanvankelijk in Hilversum en later in Naarden werden opgenomen. Dat waren dus onder meer de programma's van Jan van Veen en Joost den Draaijer.   In februari 1972 zou daar echter drastisch verandering in komen. Toen besloot Willem van Kooten, destijds 31 jaar, namelijk zijn biezen te pakken. Nog enkele maanden kon het station gebruikmaken van de geduchte talenten van de man achter de radionaam "Joost den Draaijer". Daarna was het afgelopen. Volgens eigen zeggen zag Van Kooten het maken van programma's voor Radio Noordzee niet meer zo zitten. Daarnaast, zo gaf hij aan, kon hij die activiteit niet meer combineren met de drukke werkzaamheden voor zijn eigen platenmaatschappij en muziekuitgeverij. Bovendien, had hij groeiende twijfels over de toekomstmogelijkheden van de zeezenders.   In een interview in de Telegraaf stelde Van Kooten op 17 februari 1972 al: “Ik geloof dat het tijdperk van de piratenradio voorbij is ... let wel, ik zeg 'ik geloof'. Weten doe ik het niet. Of Radio Veronica en Noordzee gaan verdwijnen is een andere zaak. Zonder een goed station, dat deze beide piraten moet gaan vervangen, gaan deze schepen voor mij nog niet uit de lucht." Verbazing alom. Men vroeg zich af, hoe een man, die eerder acht jaar voor Radio Veronica had gewerkt, het piratendom opeens daadwerkelijk op een zijspoor kon zetten. In Hilversum en omgeving deden in die periode geruchten de ronde als zou Van Kooten weer eens ruzie hebben gemaakt met een van de kopstukken van de organisatie achter het station, de directie van de onderneming Strengholt.   Van Kooten zelf zei daarover: “Dat is echt allemaal nonsens. Ik kon mij niet meer helemaal voor de programma's inzetten. Als ik iets doe, wil ik het ook goed doen. Toegegeven, naast deze programmamoeheid heb ik ook nog enkele privéaangelegenheden met de directie van Radio Noordzee. Dat er echter geen ruzie is, blijkt wel uit het feit dat ik waarschijnlijk de Top 50 bij Radio Noordzee blijf presenteren. Zeker is dat echter nog niet. Eind deze week ga ik met vakantie en dan wil ik er nog eens rustig over nadenken."   In die tijd deed ook het gerucht de ronde, dat de gebroeders Verweij, eigenaren van Radio Veronica en eerder al werkgevers van Van Kooten, hem een fors salaris hadden geboden om terug te keren op het oude nest. Van Kooten: "Dat kan toch niet. Als ik bij Radio Noordzee wegga omdat ik er geen zin meer in heb om dat soort programma's te presenteren, dan ga ik toch zeker niet naar Radio Veronica. Dan kan ik net zo goed bij Radio Noordzee blijven. Niet dat ik iets tegen Radio Veronica heb. Ik kan uitstekend opschieten met de Verweij's, de deejays en de technici, maar ik wil gewoon geen programma's meer presenteren. Ik wil mijn tijd besteden aan mijn eigen productiemaatschappij.   Je moet eens opletten wat er dit jaar gebeurt met platen van Hollandse artiesten. Een internationale doorbraak en daar wil ik een graantje van meepikken. Binnenkort kom ik met platen van Golden Earring, Greenfield en Cook en Shocking Blue en dan kan ik het niet meer langer opbrengen me volledig, voor honderd procent te geven én voor Radio Noordzee én voor mijn eigen bedrijf."   John de Mol sr., destijds directeur van de Nederlandse service van Radio Noordzee, had de bui al zien hangen. Hij zei: “Ik zag het wel aankomen. Willem is een jongen die enorm veel hooi op zijn vork durft te nemen. Door zijn veelzijdigheid moet hij wel in moeilijkheden komen. Hij gaat nu eerst met vakantie en daarna komt hij weer hier en dan gaan we met zijn allen om de tafel zitten. Over een eventuele vervanger is dan ook nog niet gesproken.”   Het sprankje hoop dat in de uitspraak van De Mol doorklonk, was vergeefs. Bij terugkomst gaf de man met zijn eeuwige sigaar te kennen, dat hij nog even doorging met de Top 50, totdat Ferry Maat de presentatie in juni 1972 van hem overnam. Voor de presentatie van de doordeweekse uren van Van Kooten werd niet veel later Tony Berk ingehuurd. Berk was al in dienst voor de presentatie van het programma "Branding", een platenprogramma voor bedrijven dat iedere doordeweekse dag tussen 9 en 10 uur in de ochtend via de "220" werd uitgezonden.   Zijn uitspraak dat het piratentijdperk ten einde was, zal Van Kooten wel nooit hebben betreurd. Het versterkte zijn reputatie van iemand met een fijne neus voor de ontwikkelingen in medialand. Later zag hij overigens nog kansen en mogelijkheden genoeg in de zeezenders. Zo probeerde hij in 1978, in eerste instantie via "de Hoge Noot BV", zendtijd te huren van Ronan O'Rahilly, de directeur van de Caroline-organisatie. Onder de naam Radio Hollandia zou het station als vervanger gaan dienen van Radio Mi Amigo. Programmabanden, met onder meer Jan van Veen, Will Luikinga en Joost zelf, waren - volgens geruchten -  al aan boord van het zendschip van Radio Caroline, de MV Mi Amigo, toen de generator het begaf. We hebben het dan over oktober van dat jaar. Ook waren Rob Hudson (Ruud Hendriks, nu: EndeMol) en Marc Jacobs (Rob van Dam, nu: RTV Noord) al benaderd om als boordteam te gaan functioneren. Beiden werkten op dat moment voor Radio Mi Amigo. Door de technische mankementen en tegenwerking van de kant van Radio Mi Amigo kwam het echter niet tot een Radio Hollandia.   Na het mislukken van Radio Hollandia heeft Van Kooten, uiteraard met anderen, nog twee pogingen ondernomen om een zeezender op te zetten. Zo presteerde hij het een aantal mensen aan "boord" van Rough Sands, een voormalige marinefort in de Noordzee, te zetten om voorbereidingen te treffen voor het opstarten van een nieuw station. Dit speelde zich eveneens in 1978 af. Onder deze personen bevond zich zijn zwager Hans Lavoo die door de eigenaar van het fort, Prince Roy Bates, werd gegijzeld.   Toen ook deze poging uiteindelijk op niets uitliep, besloot Van Kooten zich enige jaren op de achtergrond te houden. Totdat zich in 1984 de mogelijkheid voordeed om een Nederlandse service te beginnen vanaf de MV Ross Revenge, het nieuwe zendschip van de Caroline-organisatie. Voor dit station, Radio Monique, maakten Van Kooten en Tony Berk enige tijd programma's. Later, in 1987, begon hij tot slot met andere loyale vrienden het satelliet-radioproject Cable One. Helaas, want ik beschouw het nog steeds als een van de beste satelliet-radiostations die via de kabel in Nederland werden verspreid, is dit project in de kiem gesmoord. En zo kan ik nog wel enkele andere initiatieven bedenken.   Hans Knot, 15 september 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Was Hilversum 3 wel een totaal popstation?

Gelijk aan vorige week blijven we even nostalgisch hangen in het jaar 1972. Luistercijfers gaven aan de het toenmalige popstation – tenminste zoals het werd genoemd – iets populairder was geworden dan de vanaf zee uitzendenden Radio Veronica en Radio Noordzee (RNI). Als noorderling luisterde ik destijds naar Radio Veronica en vooral RNI, terwijl 20% van de radiobeluistering was verdeeld onder AFN Bremerhavn, Radio Luxembourg en Hilversum 3.   Maar toch werd er door anderen in mijn omgeving wel geluisterd naar Hilversum 3 en de populariteit was volgens een onderzoek destijds dan vooral te danken aan de toegewijde belangstelling van de luisteraars in Noord-, Oost- en Zuid-Nederland. Heel duidelijk merkte je dat aan de verzoekplatenprogramma's. Verreweg de meeste aanvragen kwamen uit het noorden, het oosten en het zuiden van ons land. In Huize Knot stond elders, in de kapsalon, de Draadomroep afgestemd op Hilversum 3 en kwamen dus ook de verzoekplatenprogramma’s voorbij. Zoals bijvoorbeeld het anti-popprogramma ‘De muzikale fruitmand’. Daarbij ging het vooral om de felicitatie van opa die 80 werd, familieleden die jarig waren of jubileerden of een ziekte speelde een rol in de aanvraag.   Je naam over de radio te horen noemen gaf voor velen klaarblijkelijk een gevoel van vreugde. Van invloed was ongetwijfeld dat Radio Veronica in noord, oost en zuid slecht te ontvangen was. Maar een grote rol speelde ook de andere geaardheid van de bevolking, waar banden van familie en buurt nog zwaarder telden dan in het westen en waar de waardering voor het medium radio hoger was.   Als opa gefeliciteerd werd via de radio dan bracht dat duidelijk een extra accent op de feestelijkheden. Daar werd overgesproken in zijn kringetje. Vooral als dan ook nog een dergelijke plaat werd aangekondigd door de man van het volkse levenslied, Johnny Hoes, want die was ook Hilversum 3 te beluisteren.  De grootste populariteit hadden destijds programma's als AVRO’s verzoekplatenprogramma van Krijn Torringa (woensdagmiddag van 5 tot 6) en ‘KRO-op-Drie’, dat elke donderdagmiddag van 2 tot 6 uur te beluisteren was  met als uitschieter het programma tussen vijf en zes van Johny Hoes en Victor Conselman.   En wat kwam er in zo’n programma toch sentiment aan levenslied voorbij. Het lag beslist niet binnen mijn muziekkeuze want het waren vooral veel Gert en Hermien, Wilma, de Kermisklanten, het Spijkerkwartet en de Selvera’s die op die tijden op het popstation voorbij kwamen. Destijds is er een ondermeer onderzoek gedaan naar de plaatsnamen die in het programma van Johnny Hoes in een uur tijd werden genoemd. De GPD meldde over dit onderzoek ondermeer:  ‘Uit de lawine van felicitaties vielen 238 plaatsnamen te noteren. Uit Noord: 102; uit Oost 58; uit Zuid: 62 en uit het Westen: 16. Herhaaldelijk kwamen plaatsen voor uit Oost-Groningen, uit het veenkoloniale gebied. Ook Assen en Groningen werden nogal eens genoemd.   Friesland kwam weinig voor in de felicitatiereeks. De programma's werden in feite gemaakt en gedragen door Noord, Oost en Zuid.  Hield die voorkeur verband met het feit dat  stations als Radio Veronica en RNI in de rechter helft van Nederland vrijwel niet te ontvangen waren? Dr. Peter Hofstede, socioloog uit Groningen, stelde destijds: “Ja, beslist. De mensen in Noord, Oost en Zuid kunnen Radio Veronica vrijwel niet ontvangen en zijn aangewezen op Hilversum 3.”   Er werd in die tijd regelmatig in de dagbladpers gemeld dat de regering toch plannen had een einde te maken aan de activiteiten van Veronica en andere zeezenders, iets waar Hofstede ook op inging: “Met het verdwijnen van Veronica is het te verwachten dat dit patroon zich zal wijzigen". En over de familiebanden in de gebieden waar meer naar verzoekplatenprogramma’s werd geluisterd stelde hij: “Inderdaad gelden de familiebanden in Noord, Oost en Zuid veel sterker dan in het Westen. Die vinden ook een uitweg naar de radio. Het is mij opgevallen dat, naarmate de verbindingslijn met het centrale omroeppunt Hilversum langer is, het ontzag voor Hilversum groter is. Als je in de buurt van Hilversum of in de grote steden vraagt: “Heb je mij ook door de radio gehoord", dan begint iedereen te lachen, maar bijvoorbeeld in de veenkoloniën wordt dat onderling met waardering besproken".     Uit onderzoek naar de luisterdichtheid bleek dat destijds gemiddeld per kwartier (gerekend over een hele week) ongeveer twee miljoen mensen van 12 jaar en ouder luisterden naar de lichte muziekprogramma’s op Hilversum 3. De totale belangstelling voor die programma’s was het grootst in het Zuiden, daarna volgden het Oosten en het Noorden en tenslotte het Westen en de grote steden. Bij Veronica was ook om commentaar gevraagd over de beluistering van haar programma’s in vergelijking met die van Hilversum 3 en men kwam met de volgende reactie:   ‘Vrijwel alle verzoeken komen uit de linker helft van Nederland, dus uit het Westen en de drie grote steden. Dat houdt verband met de ontvangstmogelijkheid van Veronica. Het heeft geen zin een plaat aan te vragen die je toch niet kunt beluisteren".    

hans knot

hans knot

Hans Knot: herinneringen aan mei 1971 (2)

Het zal voor menige Nederlandse vrouw een fijn gevoel zijn geweest toen in de laatste week van mei 1971, de maand waar we het vorige week ook al over hadden in de nostalgische column, dat ze zelf al in een vroegtijdig stadium kon zien of ze al dan niet zwanger te zijn. Er werd namelijk bekend gemaakt dat men binnen de NV Chefora, een werkmaatschappij van de farmaceutische divisie van AKZO, een zwangerschapstest, Predictor genoemd, had ontwikkeld en op de markt ging brengen.   Hierdoor werd het voor een vrouw, nadat ze het product had aangeschaft negen dagen nadat de geplande maar weggebleven menstruatie had dienen te beginnen, de zwangerschapstest te doen door enkele druppels urine te mengen met de poeder vloeistof van de Predictor. Omtrent de uitvoering van de test werd destijds gemeld dat het de vrouw het slechts enkele minuten aan tijd zou kosten en dat de uitslag binnen twee uur kon worden afgelezen. Uiteraard is er veel en verder aan ontwikkeling gedaan en kan een test heden ten dage sneller worden afgelezen en zelfs eerder worden ingezet.   De Predictors zwangerschapstest was sinds eind mei 1971 bij apotheken en drogisterijen verkrijgbaar. Waar heb je ze nog de ouderwetse drogisterijen. Wel werd er nog een waarschuwing gegeven toen het bekend werd gemaakt dat het product op de markt was gekomen. Namelijk dat het niet de bedoeling was dat deze test het contact met de huisarts in een vroeg stadium van de zwangerschap overbodig maakte. Nee er werd zelfs sterk op aangedrongen, nadat de test positief was bevonden, deze met de huisarts te delen.   Dan maar even terug naar de radio in mei 1971 want er werd bekend gemaakt dat de gemiddelde luisterdichtheid van Hilversum 3 tussen 9 en 18 uur in het eerste kwartaal van 1971 was toegenomen met 2,5 procent. In het vierde kwartaal van 1970 bedroeg de luisterdichtheid 7,3 procent. Dit was een van de belangrijkste resultaten van de eerste luisterdichtheidsmeting die in 1971 van 20 tot en met 27 maart in opdracht van de afdeling studie en onderzoek van de NOS werd uitgevoerd door Intomart N.V.   De gemiddelde luisterdichtheid van Radio Veronica, aldus het rapport, nam in dezelfde uren iets toe, van 5.7 procent in het vierde kwartaal van 1970 tot 6.2 procent in het eerste kwartaal van 1971. De gemiddelde luisterdichtheid van Hilversum I en Hilversum II in genoemde uren nam af van 10.2 procent in het vierde kwartaal van 1970 tot 9.5 procent in het eerste kwartaal van 1971. De stijging van de gemiddelde luisterdichtheid van de categorie 'overige stations' in genoemde uren van 0.5 tot 1.8 procent, kwam waarschijnlijk voor het grootste deel voor rekening van Radio Noordzee. De totale radiobeluistering nam tussen 9 en 18 uur toe van 23.8 tot 27.3 procent. Ook werd in het rapport gesteld dat er een trend kon worden gesignaleerd dat het Nederlandse radiopubliek zich steeds meer richtte op het beluisteren van de lichte muziekstations.   Een al decennia terugkerend onderwerp werd in mei 1971 ook weer eens in de publiciteit gebracht en wel het probleem van het al dan niet beschikbaar stellen van programmagegevens door de publieke omroepen aan derden. In dat geval was het verzoek ingediend door de Geïllustreerde Pers om de gegevens compleet te mogen overnemen en te publiceren in haar tijdschriften, dit tegen een nader te bepalen passende vergoeding aan de omroepen. Maar andermaal werd er bepaald dat de omroepverenigingen niet verplicht werden, via de Nederlandse Omroep Stichting, de gegevens af te staan. De bepaling werd destijds vervat in een Koninklijk Besluit dat eind mei werd gepubliceerd in de Staatscourant. Dat betekende dat de Geïllustreerde Pers, destijds ondermeer uitgever van Margriet, de Nieuwe Revue en Avenue en was een dochteronderneming van het VNU-concern.   In de eerdere column over mei 1971 meldde ik al dat de meeste lezers bij het lezen van de maand mei van dat jaar denken aan de aanslag op het zendschip van RNI. Op woensdag 26 mei werd bekend gemaakt in Den Haag dat het toenmalige demissionaire kabinet van Premier de Jong de volgende dag zou gaan praten, tijdens de wekelijkse zitting, of men al dan niet alsnog wetsontwerpen zou indienen ter goedkeuring en uitvoering van het Verdrag van Straatsburg, dat optreden tegen zeezenders als Radio Veronica en Radio North Sea International mogelijk zou maken.   De confessionele ministers in het kabinet wilden in meerderheid van de situatie gebruik maken de zeezenders aan te pakken, maar de liberale ministers voelden er meer voor de zaak maar over te laten aan het volgende kabinet. De toenmalige ministers Bakker van Verkeer en Waterstaat en Marga Klompé (CRM) waren altijd al voorstander van ratificering van het verdrag en de wijziging van de Telegraaf en Telefoon Wet, welke bevoorrading van de radioschepen diende te verbieden.   Aangezien bekend was geworden dat de directie van Radio Veronica de hand bleek te hebben gehad in de aanslag op het zendschip van RNI waren ze van mening dat de situatie rijp was om in te grijpen.  Daarbij kwam nog dat de belangstelling voor Hilversum 3 als vervangend programma in luistercijfers groeiende was. Minister Luns, die destijds in 1965 het Verdrag van Straatsburg namens Nederland ondertekende, vond dat het wenselijk was – gelijk aan de mening van de drie liberale leden van het demissionaire kabinet – de beslissingen rondom de wetswijzigingen over te laten aan een daaropvolgend te benoemen kabinet. Het zou dus nog even duren alvorens echt een besluit zou worden genomen om, zoals later bekend, de anti-zeezenderwet zou worden geïntroduceerd, hoewel er slechts sprake zou zijn van wetswijzigingen.   Tenslotte werd op 26 mei 1971 bekend dat de International Broadcasting Society uit Bussum, de exploitatiemaatschappij van de zeezender Capital Radio, in Amsterdam failliet was verklaard. Dit hield tegelijkertijd in dat Radio Capital failliet was. Een maand eerder had al een advocaat namens een van de voormalige vrouwelijke bemanningsleden van de MV King David, het zendschip van Capital Radio, een faillissement verzoek ingediend daar zij al sinds november 1970 geen salaris meer had ontvangen. In werkelijkheid werd door de rechtbank een verzoek tot faillissement goedgekeurd, welke was ingediend door het bestuur van de International Broadcasting Society, aangezien men in uiterst grote financiële moeilijkheden verkeerde en dus geen toekomst in de radioactiviteiten meer zag.   Hans Knot, 2 juni 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Herstart vanaf de MV Galaxy ging niet door

Op 15 augustus 1967 werd in Engeland de wet van kracht, die de geschiedenis is ingegaan als de Marine Offences Act. Die wet schiep voor Britten een officieel verbod om op wat voor manier dan ook mee te werken aan de programma's van de zeezenders. Het verbod gold ook het bevoorraden van de zendschepen en het adverteren op de zeezenders. Radio Caroline ging, met haar beide schepen, het gevecht tegen de wetgever aan en bleef doorgaan met haar uitzendingen tot 3 maart 1968. Op die dag liet een ontevreden onderneming — de firma Wijsmuller — die onder meer verantwoordelijk was voor het bevoorraden van de beide schepen, zowel als het leveren van het nautisch personeel, beide schepen van hun ankerpositie verslepen naar de haven van Amsterdam, waar ze werden opgelegd.   Even een van de vele opfrissers. Herinner je de bekende lange RNI-jingle "Radio is king of the media"? Een idee van Jason Wolfe, afkomstig van een promoplaatje uit de jaren zestig dat destijds werd uitgedeeld aan de deelnemers van het jaarlijkse congres van "The National Association of Broadcasters". Een van de RNI-jocks nam dit plaatje mee naar de MEBO II en daar moet Wolfe het hebben gevonden. Er bestaan lange en korte versies van de betreffende jingle. Van de langere versies werden weer verschillende korte gemaakt en delen van de jingles werden op hun beurt weer verwerkt in andere jingles.    In de periode na begin maart 1968, had de jeugd nog slechts drie stations waar ze echt met plezier naar kon luisteren, tenminste als het ging om goede popmuziek. Radio Veronica was er nog steeds vanaf haar zendschip, de MV Norderney, terwijl vanuit Luxemburg het gelijknamige radiostation haar publiek bleef verrassen met uitzendingen in het Nederlands, Duits, Frans en Engels. En dan was er natuurlijk nog Hilversum III, de voorganger van het huidige 3FM. Dat station was echter bij lange na nog niet horizontaal geprogrammeerd en zeker niet in staat om de belofte van de overheid waar te maken van een reële vervanging van de zeezenders, waar de hele dag lang programma's van een goed niveau te beluisteren waren.    Het einde van de Britse zeezenders had een duidelijke lacune achtergelaten. Dat was ook merkbaar, want vrijwel maandelijks vielen er in de kranten geruchten te lezen als zou er weer een nieuw project vanaf zee worden opgezet om de strijd tegen de nationale popstations van Nederland en Engeland — Hilversum III en BBC Radio One — aan te gaan. Slechts één van die geruchten zou later bewaarheid worden. Vanaf internationale wateren zou een nieuw en kleurrijk popstation zich laten horen. Maar voordat het zover was moesten de initiatiefnemers nog wel de nodige problemen overwinnen.   Een nieuw verfje voor de MV Galaxy. Van de zeezenders uit de jaren zestig was Wonderful Radio London een van de meest populaire radiostations. Het station had sinds december 1964 via de 266 meter uitgezonden en er bovendien voor gezorgd dat het zogenaamde Top-40-formaat in Europa werd geïntroduceerd. In augustus 1967 kwam er een einde aan de uitzendingen. De eigenaren besloten niet tegen de eerder genoemde Britse wet in te gaan en dus op maandag 14 augustus 1967 uit de ether te verdwijnen. Vrijwel direct na de close-down van het station werd het zendschip — de MV Galaxy, een voormalige mijnenveger (de MV Density) uit de Verenigde Staten — op 19 augustus 1967 naar de haven van Hamburg gevaren, waar het op 21 augustus arriveerde. Hier kreeg het schip een voorlopige ligplaats in de Elbe om later naar dok 20 te worden gesleept en te worden verkocht aan een Griek voor een bedrag van tienduizend Engelse Ponden, een bedrag dat omgerekend naar de toenmalige koersen neerkomt op zeker 45 duizend Euro. Niemand wist wat de eventuele toekomst van het schip zou worden, totdat in april 1968 de eerste geruchten naar buiten kwamen.   Door het DPA, het Deutsche Presse Agentur, werd een bericht verspreid dat ook in een aantal Nederlandse kranten verscheen. Onder de kop "Nieuwe piratenzender op komst" werd gemeld dat de MV Galaxy was aangekocht door een reclamebureau uit het Zwitserse Sankt-Gallen en als zendschip zou worden uitgerust om daarna in internationale wateren te worden verankerd op een positie tussen Helgoland en Scheveningen. De definitieve positie, aldus het bericht, zou pas worden bekend gemaakt na een periode van proefuitzendingen.   In de maand augustus 1968 kwam het volgende bericht en wel uit de mond van Klaus Quirini, de oprichter en voorzitter van de Deutsche Deejay Verbund, uit het Duitse Aken. Quirini werkte op dat moment als disk-jockey in Zürich. Op grond van een bericht in de ‘Neuen Züricher Zeitung’ was hij door de eigenaren van het betreffende reclamebureau, Gloria International geheten, aangezocht als deejay en programmaleider van het toekomstige station. Hij wist te melden dat het door Zwitsers gefinancierde project, dat overigens toen al het ‘Project Radio Nordsee’ werd genoemd, wellicht op 1 december 1968 van start zou gaan.   Na ruim twee maanden van stilte was het op 28 oktober van hetzelfde jaar het Algemeen Dagblad dat meldde dat spoedig het eerste Duitse zeezenderproject van start zou gaan onder de naam Radio Nordsee International en dat het toekomstige zendschip een positie zou krijgen tussen Helgoland en de Duitse kust: ‘Men zal 20 uur per etmaal programma's gaan verzorgen. De uitzendingen beginnen waarschijnlijk al op 1 december op de golflengte van 266 meter. Achter dit zo geheimzinnige project staat een in Liechtenstein gevestigde zakenman. Het zendschip zou de vroegere MV Mi Amigo zijn, die de activiteiten moest staken daar de piratenzenders verboden werden. Het schip wordt in een Nederlandse haven uitgerust en krijgt een bemanning van 28 personen. Het zendschip zal geregistreerd worden in Jamaica. Via een impresariaat in Aken zijn al zes deejays aangeworven. De Duitse regering zal weinig kunnen ondernemen, omdat de apparatuur uit Duitsland afkomstig is.’   Een duidelijk verward verhaal, waarbij de betreffende journalist wel iets had gehoord maar niet had gecheckt wat in werkelijkheid het zendschip was, dat men probeerde uit te rusten. In de Duitse kranten, waaronder de Frankfurter Rundschau en het tijdschrift Crash, stonden berichten over ‘Die Musikpiraten’. Intussen werd in de haven van Hamburg driftig de verfkwast gehanteerd, want toen ik in de maand december 1968 een kijkje nam in Hamburg bleek het schip prachtig in het wit geschilderd te zijn. Ook binnenin het schip was er het nodige aan verfwerk gedaan, maar aan de uitrusting van de studio's zelf, zo kon worden geconstateerd, was niets gedaan.   Wel werd in de Duitse pers inmiddels een nieuwe startdatum genoemd en wel die van 12 december 1968. Onderzoek wees uit dat achter het Zwitserse reclamebureau, dat in een artikel werd genoemd, de heren Norbert Gschwendt en Emile Lüthi zaten. Een dag later viel in een krant een interview te lezen was, waarin de beide heren vertelden dat al het werk aan studio's en zenders klaar was en dat de uitzendingen binnen een week konden beginnen. Diegene die, net als ik, in Dok 20 van de firma Finkenwerder, onderdeel van Howaldts Werke-Deutsche Werf AG, was geweest, had zelf kunnen constateren dat de beweringen van beide heren verre van juist waren.   Op 25 januari 1969 werd bekend dat Lüthi zich had teruggetrokken uit het zeezender-project omdat hij, gezien uitlatingen van Duitse regeringsfunctionarissen, geen uitweg meer zag voor een financieel gezond project. De regering van West-Duitsland overwoog namelijk een anti-zeezenderwet in te voeren naar het voorbeeld van de Britse Marine Offences Act. In een verklaring maakte Lüthi nog wel bekend dat er nog geen enkel contract met een potentiële adverteerder was getekend, daar iedereen eerst wilde afwachten of het project daadwerkelijk zou doorgaan en of er een goed signaal in de ether zou worden gebracht. De andere financier, Gschwendt, organiseerde direct na het vertrek van zijn partner, een dure champagneparty en huurde een aantal kleine vliegtuigjes om de vertegenwoordigers van de pers over ‘zijn zendschip’ in de haven van Hamburg te kunnen laten vliegen.   Inmiddels waren de plannen van de West-Duitse regering om maatregelen te nemen tegen eventuele zeezenders, die vanuit West-Duitsland zouden gaan opereren, knap serieus geworden. Op 2 juli 1969 werd de wet, die een jaar eerder al onder voorwaarden was geratificeerd, daadwerkelijk van kracht in het land, waardoor het onmogelijk werd vanaf Duits grondgebied activiteiten te ontwikkelen ten bate van een zeezender.   Maar op die bewuste tweede juli 1969 lag de MV Galaxy nog immer rustig afgemeerd in de haven van Hamburg. Het eventuele toekomstige project had in de diverse kranten en bladen ook al zoveel publiciteit gekregen dat de autoriteiten niets anders zouden kunnen doen dan elke poging om de MV Galaxy buiten nationale wateren te krijgen, te ondermijnen. Uitgebreid werd in de geschreven pers duidelijk gemaakt, dat mocht er een poging worden ondernomen. dit onmiddellijk zou leiden tot het verwijderen van alle studio- en zendapparatuur. Ook de tweede zakenman uit Sankt-Gallen, Gschwendt, vond het toen maar beter om met het project te stoppen.   Uiteindelijk zou op 28 september 1970 duidelijk worden dat de MV Galaxy op 2 december 1970 gerechtelijk zou worden verkocht namens diverse schuldeisers — een verkoop die uiteindelijk niets zou opleveren, waardoor het schip nog jaren in Hamburg en Kiel zou liggen afgemeerd om daar uiteindelijk deels te zinken. Eind jaren tachtig van de vorige eeuw werd het schip gelicht en gesloopt. Lüthi en Gschwendt hadden het dus opgegeven.   Maar, daarmee was het verhaal nog niet afgelopen. In de tijd dat de plannen met de MV Galaxy nog volop leefden, had het duo twee landgenoten ingehuurd die de technische faciliteiten aan boord van het schip voor het runnen van een radiostation zouden onderhouden en daarnaast een plan zouden opstellen voor eventuele vervanging van apparatuur. Met hen als hoofdrolspelers gaat deze geschiedenis verder.   Deze beide Zwitsers, Erwin Meister en Edwin Bollier, hadden, na het besluit van Gschwendt om ook te stoppen, al vrij snel het idee om zelf dan maar een soortgelijk project te beginnen. Het eerste benodigde geld kwam uit eigen bronnen via de bankrekening van MEBO Ltd, dat kantoor hield in Zürich. Deze onderneming was eigendom van beide heren en de naam is een samenstelling van de eerste twee letters van beider namen. Gezien het mislukken van het uitrusten van de MV Galaxy in Duitsland besloten ze, wanneer er een schip zou worden aangekocht, dit uit te rusten in een land dat geen wet tegen zeezenders had. Dat zou Nederland worden. Maar dat is iets voor een andere keer.   Hans Knot, 20 oktober 2018      

hans knot

hans knot

Hans Knot: Ja zuster nee zuster ten einde in 1968

Niet lang geleden was kleindochter Femke bij Opa een paar uur op bezoek en maakten we gezellig muziek en kwam opeens ook de muziek van ‘heel vroeger’ in de cd-speler. Het betrof de dubbel cd met de liedjes uit de televisieserie ‘Ja zuster, nee zuster’ dat in de tweede helft van de jaren zestig van de vorige eeuw miljoenen kijkers aan de beeldbuis deed kleven. Het was in de tijd dat zwart-wit televisie nog ver boven kleurentelevisie stond als het ging op het aantal uren aan uitzendingen. Bovendien hadden we toen in Nederland slechts de keuze uit het programma-aanbod van Nederland 1 en Nederland 2.   Uiteraard was Femke zeer nieuwsgierig wat voor spannende avonturen er dan werden beleefd in de serie en zo vertelde ik over zuster Clivia, de boze buurman, de opa en anderen die in de diverse verhalen voorkwamen. Een herinnering die mij bij stond was de de oude opa, gespeeld door Leen Jongewaard, eens werd beschuldigd van het loslaten van een leeuw toen men het circusterrein van Circus Boltini bezocht, maar uiteindelijk vrij uit ging omdat iemand anders de leeuw had doen ontsnappen. Verwend als de hedendaagse jeugd is met het kunnen terugzien van tal van televisieprogramma’s of het aanbod via forums als You Tube, was er natuurlijk de vraag of ze het ook mocht kijken.   Helaas diende ik haar te vertellen dat er slechts korte fragmenten van de serie bewaard zijn gebleven omdat er vroeger een veel andere manier van opnemen en registratie was dat in de snelle wereld van internet en geavanceerde telefoons, waarmee je filmpjes kan maken. Dientengevolge was het vroeger ook allemaal veel en veel duurder en dienden Ampexbanden, waarop een aflevering was vastgelegd, na een tijd weer hergebruikt te worden voor de registratie van weer een ander programma. Voor de hedendaagse jeugd niet uit te leggen en te begrijpen.   Op 18 mei 1968 werd de negentiende aflevering in de serie ‘Ja zuster, nee zuster’ uitgezonden en werden er bijna 7 miljoen kijkers geregistreerd. Het was de laatste aflevering dat televisieseizoen, dat altijd tegen de zomer destijds afliep en na de zomer zou het programma nog een keer terugkeren op het scherm om daarna geschiedenis te zijn, waar trouwens bijna 50 jaar later nog vaak over wordt verhaald.   De opnamen van een fijne televisieserie, die op haar hoogtepunt stopte, zijn dan wel grotendeels gewist maar gelukkig bewaarde ik destijds de nodige aantekeningen en knipsels. Zo stelde regisseur Henk Barnard in een interview dat hij het jammer vond dat de stekker eruit ging want hij had nog best een jaartje willen doorgaan met de heerlijke teksten van Annie M.G. Schmidt en het gezelschap, waarmee hij de de daaraan voorafgaande twee jaren zo fijn mee had samengewerkt.   Barnard destijds: “Het vormt een te grote belasting van Annie en trouwens, voor ons allemaal." Henk Barnard werkte destijds al 13 jaar bij de VARA-televisie. Aanvankelijk was hij floormanager, later werkte hij als regisseur van vrouwen- en kinderprogramma's en soms werd hij ingezet bij de productie van culturele programma's. Barnard  was het ook die aanvankelijk Pipo de Clown op de beeldbuis bracht, een zeer succesvol kinderprogramma in de jaren zestig.   “Ik wist dat Annie Schmidt al jaren geleden een dergelijke serie wilde schrijven. Ik heb het bijzonder fijn gevonden toen zij eindelijk door de VARA werd uitgenodigd. En wij hebben geluk gehad met de samenstelling van de cast. Succes kun je nooit tevoren voorspellen. Het is wel een succes geworden, dat wel. De kijkdichtheid is gemiddeld 75 procent geweest en vele avonduitzendingen halen dat niet en Annie heeft dus een enorme prestatie geleverd. Niet alleen door twintigmaal een goede tekst te leveren, maar ze schreef ook nog zestig liedjes, waarvan er minstens 4 de hitparade hebben gehaald."   Het team van ‘Ja zuster, nee zuster’ was destijds terecht een beetje trots op die grote kijkdichtheid en de grote waardering. Tien jaar eerder, toen Annie M.G. Schmidt de serie van Pension Hommeles schreef, had zij eveneens succes maar in die tijd werden er nog maar weinig tot geen buitenlandse televisieseries aangekocht. In de tweede helft van de jaren zestig werd het publiek geconfronteerd met de beste serie-produkties die aan de markt waren en die werden gemaakt in landen waar de televisie destijds niet zo’n stiefkindje was als in Nederland.   Dat ‘Ja zuster, nee zuster’ naast de concurrentie een dergelijk goed figuur sloeg was een extra compliment waard. Regisseur Barnard wilde destijds niet klagen, maar gaf wel toe dat voor een televisie-serie in bijvoorbeeld Duitsland een grote staf gereedstond, en dat hij het, behalve met de technici en de acteurs, maar diende te  doen met een staf van twee mensen.   6,5 tot 7 miljoen kijkers voor ‘Ja zuster, nee zuster’ per uitzending. betekende dat er altijd wel een groot aantal naar de pen greep om hun oordeel te geven. Volgens de regisseur bevatte de stapel brieven na iedere uitzending vrijwel zonder uitzondering waardering. Een  enkele maal viel er iemand over een plat woord, dat zou zijn gebruikt, iets waar men een halve eeuw later niet meer over valt, laat staan dat het opvalt.   Henk Barnard: “Annie Schmidt schreef de werkelijkheid en sommige mensen willen die niet zien. Sommige buitenlandse produkties zijn zo gepolijst en gestileerd dat ze te ver van de werkelijkheid afstaan. Dan herkennen de mensen zich niet meer in de situaties op het scherm. Dat deugt volgens mij ook niet. Overigens vind ik dat men niet alle verantwoordelijkheid in onze schoenen mag schuiven. Als iemand schrijft dat hij niet wil hebben dat zijn dochtertje van vijf jaar bepaalde woorden hoort, dient hij gewoon de knop om te draaien. Wij hebben zeker een bepaalde verantwoordelijkheid, maar deze ligt toch in de eerste plaats bij het gezin."   Barnard eindigde door te stellen dat aan ‘Ja zuster, nee zuster’  hij de prettigste herinneringen zou bewaren. Bovendien zouden volgens hem Zuster Clivia en Opa nog lang in de herinnering van de kijkers voortleven."  En kijk, bijna 50 jaar later is er ruimte voor een historische column over het destijds zo populaire familieprogramma. Menno Dekker was als beginnend fotograaf aanwezig tijdens een van de vele liefdadigheidsuitzendingen die op de Nederlandse televisie werden uitgezonden en maakte de mooie serie foto’s die bij deze column is afgedrukt. Het was de zogenaamde ´Emmeractie´, waarvoor de opbrengst bestemd was voor het gehandicapte kind en welke actie plaatsvond op 9 mei 1969 in theater Carré in Amsterdam.   Hans Knot, 14 oktober 2017

hans knot

hans knot

Hans Knot: Progressieve muziek op de radio van toen

Eind september 2017 werd het 50-jarig bestaan van BBC Radio One en BBC Radio Two uitgebreid gevierd middels tal van programma’s waarin niet alleen de prominenten voorbij kwamen maar ook de kleinere namen. Op BBC Radio 2 was op zowel 26 als 27 september een programma in twee delen te beluisteren waarin Johnny Walker de presentator was. Alle andere stemmen waren volgens mij voor even veel belangrijker, namelijk die van rond de 15 luisteraars die hun al dan niet ongezouten mening gaven over de programmamakers en de muziek die in de loop der jaren is gemaakt op BBC Radio Two.   Als je 50 jaar radio beschouwt dien je daar zeker de tijd voor te nemen en dat had het productieteam achter dit programma zeker gedaan want vele mooie zinsnedes kwamen voorbij in de twee uren. Ik heb zeer geinspireerd naar tal van opmerkingen geluisterd waarbij allerlei – vooral muzikale – herinneringen naar boven kwamen. De voornamen van de stemmen die aan het woord kwamen werden op het einde van het eerste uur genoemd en de personen die waren geinterviewd kwamen uit alle delen van Groot Brittannië. Een stem herkende ik vrijwel direct bij het aanhoren van zijn verhaal omdat hij recentelijk nog Bob Lawrence had geïnterviewd voor het radiostation waarvoor hij werkt. Hij werd afgekondigd als Robert en we kennen hem als Robbie Owen van ondermeer The Voice of Peace.   In het programma, het kon niet uitblijven, werd veelvuldig de naam van John Peel genoemd die eerst via Radio London in 1967 naam had gemaakt met de presentatie van The Perfumed Garden, een programma met afwijkende muziek als het aan veel luisteraars lag. Maar blij was ook een grote schare luisteraars die het gedurfde traject van Peel op de 266 meter zeer bewonderde. Nadat de BBC Radio One en Radio Two in september 1967 had geïntroduceerd en er een einde was gekomen aan de BBC Light Program stapten vele voormalige zeezenderdeejays de voordeur in van Bush House.  Het betrof het hoofdgebouw van  de BBC, en natuurlijk was John Peel ook van de partij, die ondermeer de progressieve muziek naar de luisteraars op de 247 meter, de toenmalige AM frequentie van Radio One, zou gaan brengen.   David Christian (foto archief Freewave Nostalgie 12013)   Het was tegen het einde van de jaren zestig van de vorige eeuw dat steeds meer radiostations het aandurfden gedeeltelijk af te wijken van het veel geliefde Top 40 format en zich gedurende enkele uren per week te richten op het meer progressievere werk uit de muziekwereld. De strijd die er tussen de diverse stations op die manier ontstond laaide steeds meer op in het daarop volgende jaar.   Het was dezelfde BBC Radio One dat tegen het einde van 1970 iedere avond tussen 6 en 7 uur een programma bracht met de voor die tijd beste live groepen, zoals Uriah Heep, Emerson Lake and Palmer en The Wallace Collection. Vooral de laatste formatie was zeer opmerkelijk aangezien het om een Belgische groep ging.   Op de zaterdagmiddag was er het programma Top Gear met als presentator John Peel, die toen al lange tijd beschouwd werd als de beste pleiter van de progressieve muziek. Op Radio London bracht hij veel muziek van vooral de West Coast van Amerika, waar hijzelf geruime tijd had gewoond. Bij herhaling noemde hij in zijn Perfumed Garden destijds dat een deel van zijn LP collectie nog niet gearriveerd was uit de Verenigde Staten maar dat, wanneer dat deel in Engeland zou zijn gearriveerd, het zeker snel een weg zou vinden naar de Galaxy, het zendschip vanwaar Radio London haar programma’s de ether in stuurde.   Ook was hij op de zondagen te beluisteren via een programma met een speciale titel: ‘Sunday repeated on Wednesday’, Het was een programma dat er ook live uitging en dus een groot deel van de artiesten ook live optrad zoals Deep Purple, Humble Pie, Bloodwyn Pig en de formatie Yes. Maar de bewonderaars van progressieve muziek werden nog veel meer verwend en konden bijvoorbeeld afstemmen op de uitzendingen van Radio Geronimo. In de programmering van ’s avonds 11 tot ’s nachts 3 uur was het tijd om gehele LP’s met progressieve muziek uit te zenden.   Het was een station dat in korte tijd enorm veel publiciteit kreeg en waarvan een aantal medewerkers een paar jaar later aan de wieg zou staan van Radio Seagull, destijds uitzendend vanaf de MV Mi Amigo van de Carolineorganisatie. Hier vind je de nodige informatie: http://www.radiogeronimo.co.uk/mmediareports.htm Het station was te beluisteren via de 205 meter en de krachtige zender van Radio Monte Carlo, waar men zendtijd had gehuurd. Men wilde op geen enkele manier een commercieel radiostation zijn en weigerde dus elke vorm van reclame in de programma’s. In plaats daarvan runde men een postorderbedrijf voor de verkoop van ondermeer posters en LP’s om het station in leven te kunnen houden.   En natuurlijk dient een programma van Radio Luxembourg, uitzendend op de 208 meter, te worden genoemd. In nachtelijke uren was ‘Dimensions’ te beluisteren, dat door de Canadese deejay David ‘Kid’ Jensen werd gepresenteerd. Jensen kreeg in die tijd veel platen via relaties uit de VS toegestuurd en volgens zijn fanatieke volgers had hij zondermeer het beste programma. Anderen hadden toch wel problemen met de hoeveelheid aan fading die in de programmaontvangst van Radio Luxembourg zat. Dave Jensen was trouwens wel degene die als eerste het aandurfde uitgebreid aandacht te besteden aan een soloplaat van Neil Young met als titel ‘After the goldrush’. Hij was daarmee zo vroeg op de radio dat het nog drie weken zou duren alvorens de LP van Young in Engeland zou worden uitgebracht. Veronica had haar ‘Pearls before Swine’  momenten maar was slechts in de avonduren in een klein deel van Nederland te beluisteren. Ik was op de hoogte van het programma maar doordat ik in Groningen woon(de) was het nooit te beluisteren in de late uren van een dag.   En dan was er nog een radiomaker in AVRO land die we niet mogen vergeten te noemen, namelijk Ad Visser. Hij had een progressief radioprogramma in de avonduren dat op 15 mei 1968 haar eerste uitzending had via het toenmalige Hilversum 3, dat door velen als nationaal popstation werd gezien. Maar tevens was er een groep mensen die men niet tot de luisterschare kon rekenen aangezien die Hilversum 3 zagen als het alternatief tegenover de zeezenders. Derhalve weigerden ze af te stemmen op het vergruisde popstation, dat eigenlijk als zodanig niet mocht worden genoemd.   Het programma van Ad Visser heette ‘Super Clean Dream Machine’ en hield het vol tot de laatste uitzending op 29 september 1980. En bij Ad kon je dan ook terecht voor de meer progressievere muziek uit de laat jaren zestig zoals Country Joe and the Fish, the Jimi Hendrix Experience, het LP werk van The Byrds, the Fugs, Circus Maximus en veel meer. Er zijn luisteraars naar het programma van destijds van Ad Visser die nog steeds proberen te achterhalen welke muziek er werd gedraaid in vele programma’s. De reden is dat Ad Visser de gewoonte had vaak helemaal niets te vertellen over de gedraaide muziek. Kijk maar eens naar deze site: http://www.scdm.nl/laatste-nieuws   Concluderend kan ik wel stellen dat het programma van Dave Christian, ondanks de late uitzenduren, op Radio Luxembourg mij het beste beviel en ik daar dan ook nog de nodige opnamen van heb bewaard. John Peel ben ik destijds niet zo blijven volgen hoewel dat vanaf de begin jaren negentig weer naar het positief beluisteren omsloeg. Gevolg was dan ook, nadat ik in de jaren zestig en begin jaren zeventig intensief single koper was, mede door mijn werk binnen de ziekenomroepen, ik vanaf de beginjaren zeventig me intensief heb gericht op het beluisteren en aanschaffen van het betere LP werk. En nog steeds, ondanks alle streaming mogelijkheden, heeft muziek vanaf een LP of CD nog steeds mijn absolute voorkeur.   Hans Knot, 21 oktober 2017

hans knot

hans knot

Edwin Wendt: Platgewalst door het geklooi van een ander

‘Stenders neemt het op voor Stasse’, luidde het nieuwsbericht. Een volgende episode in de Radio 2-soap?
Die soap begon afgelopen zomer, toen bekend werd dat Stenders’ Platenbonanza zou verdwijnen van Radio 2. Oké, Stenders had dit op zijn minst een beetje aan zichzelf te wijten, omdat hij zijn baan (deejay op Radio 2 voor AVROTROS) had opgezegd omdat hij zich beter zei thuis te voelen bij een van zijn vorige werkgevers, BNNVARA. Die omroep wilde hem wel terug hebben, dus verwachtte Stenders dat hij zijn populaire verzoekplatenprogramma-met-een-twist wel kon voortzetten op dezelfde zender en hetzelfde tijdstip voor die andere omroep.
Formeel is dat niet zo geregeld, maar de waarheid gebied te zeggen dat de zendgemachtigde tegenwoordig minder belangrijk is dan de deejay. Er zijn legio voorbeelden waarbij is geschoven met deejays en met omroepen om de door de zenderbaas gewenste deejay op de juiste plek te krijgen. Ook Stenders heeft daar in het verleden van geprofiteerd.
In hoeverre Stenders bij zijn laatste ‘move’ keurig heeft gewacht tot alles al was geregeld, weten alleen de insiders. Voor de buitenwacht lijkt dit er echter niet op. AVROTROS hield keihard vast aan haar zendtijd tussen 14.00 en 16.00 uur, met of zonder Stenders. Omdat diens besluit – terug naar BNNVARA – vast stond, haalde AVROTROS Annemieke Schollaardt weg van 3FM en zette haar op de Bonanza-uurtjes.
Nu is Annemieke’s A-Lijst niet origineel als je het vergelijkt met Stenders’ Platenbonanza. Maar laten we eerlijk zijn: wat beide programma’s doen, is verzoekplaatjes draaien. Dat is écht geen format dat door Stenders is bedacht, het is zo oud als de muziekradio zelf. De meerwaarde zit hem in de brede muziekkennis van de programmamaker en de gave om de lawine van app’jes en sms’jes al improviserend om te zetten in een lekker en gevarieerd radioprogramma. Stenders kan dat. Annemieke kan dat ook, maar wordt door veel Stenders-fans niet voor vol aangezien en weggezet als een amateur die ‘zijn idee’ aan het kopiëren is. In werkelijkheid is haar popkennis en de breedte van haar smaak vergelijkbaar met die van Stenders. Ook zij kleurde op 3FM al vaak buiten de formatlijntjes door op de ‘jongerenzender’ ineens een plaat van Chuck Berry of Carole King te draaien. In haar eerste uitzending op Radio 2 verraste ze al met bijvoorbeeld October van U2, een week later opende ze met Badlands van Springsteen.
Annemieke verstaat haar vak. De luisteraars vergeten dat zij het gat opvult dat is ontstaan om maar één enkele reden: het omroeppolitieke geklooi van veteraan Stenders. Zij lijkt nu de pech te hebben dat ze wordt platgewalst tussen twee radioreuzen, Rob Stenders en Stefan Stasse. Hij is immers vorige week de derde hoofdpersoon in ‘Stendersgate’ geworden.
Vorige week maakte de NPO haar gewenste nieuwe Radio 2-programmering per 1 januari aanstaande bekend. Daarin staat Rob Stenders weer gewoon tussen 14.00 en 16.00 uur met Platenbonanza. Annemieke mag voortaan van 20.00 tot 22.00 uur een programma gaan maken. Dat is nu nog de zendtijd van De Staat van Stasse. Toevallig, zegt de NPO, was Radio 2 al van plan Stefan Stasse te verkassen: deze leeftijdgenoot van Stenders past beter bij het verjongende Radio 5. Prima toch? Alleen is hij dan niet meer te ontvangen op de doorsnee autoradio. Kniesoor die daarop let.
Toen besloot Stenders zich te roeren. "Stefan Stasse is een Staat apart. Beter, mooier, persoonlijker zal radio nooit meer worden,’’ schreef Rob op zijn website. “Zijn programma is een baken van originaliteit en beeldt van de eerste tot de laatste noot de essentie, urgentie en bestaansrecht van radio in twee uur uit. Zal radio ooit dichterbij de luisteraar komen? Ik oefen me gek maar zonder de blauwdruk van Stefan ben ik nergens.’’
Met die adhesiebetuiging oogstte Stenders niet alleen maar lof. Volgers van zijn Facebookpagina reageren voor een deel instemmend, anderen laten een kritischer geluid horen: ‘’Hier word ik langzaam een beetje gallisch van, Ga je Stefan Stasse ineens aanhalen en prijzen, voel je je wat schuldig misschien ??? Hoe ik de Platenbonanza ook mis ..... jij hebt de keuze gemaakt om over te stappen! Het viel minder goed uit voor je dan verwacht, gedraag je als een man, neem je verlies en ga niet ten koste van anderen die uurtjes claimen.’’ En: ‘’Ik ben niet meer zo'n fan. Door jouw geklooi drukt de dodelijk saaie Annemieke in de avond Stefan Stasse van de zender, terwijl dat de laatste echte radiomaker is....bah.’’
Hoe oprecht de bewondering van radiomaker Stenders voor vakgenoot Stasse zonder twijfel is, zijn bewering dat hij werkt naar de blauwdruk van Stefan Stasse komt weinig geloofwaardig over. Stefan Stasse is een radiomaker van de ‘theatre of the mind’-school. Voor elke aan- of afkondiging, elke presentatietekst geldt dat Stefan die wil laten klinken alsof hij niet vanuit een radiostudio komt, maar van een andere denkbeeldige plek. Stasse is daarmee schatplichtig aan Peter van Bruggen, die dit genre tot in de finesses beheerste en in bijvoorbeeld het Weeshuis van de Hits ten gehore bracht. Met Van Bruggen had Stenders nooit veel op. Hij was zelfs een van de mensen die 3FM in 1997 hielp The Breakfast Club van Peter van Bruggen en Jeanne Kooymans van de zender te krijgen.
In plaats van op zoek te gaan in het ‘theater van de geest’, zoals Stefan Stasse dat ook deed in het door hem bedachte Theater van het Sentiment, nu nog altijd op Radio 5 te horen, is Stenders altijd pure deejay programma’s blijven maken. Daarin ontwikkelde en vernieuwde hij zich wel doorlopend. Zo was hij de ene keer de kalme presentator die informatie gaf bij de gedraaide platen in Stenders’ Popdossier, terwijl hij de andere keer leiding gaf aan een studio vol gasten en sidekicks, zoals in Stenders Vroeg. Dankzij al die verschillende ‘Stendersen’ is de luisteraar hem na ruim drie decennia nog altijd niet moe, zo blijkt. In Platenbonanza ging het de laatste anderhalf jaar weer vooral om de muziek. Stenders draaide zijn keuze uit wat de luisteraars wilden horen en deed dat met zoveel kennis en vakmanschap dat hij een van de populairste Radio 2-programma’s maakte.
Toch is de vraag hoe de publieke opinie in deze zaak zich gaat ontwikkelen. Die zou weleens kunnen kantelen ten nadele van Stenders. In de eerste weken van september overheersten boosheid en onbegrip over de domme actie van Radio 2 om het vlaggenschip Platenbonanza te laten zinken. Oud-Veronicabaas Lex Harding, voor wie de publieke omroep altijd synoniem is geweest voor Het Slechte, nam de kans waar en schreef een open brief over de minachting van de luisteraar als Radio 2 juist dit programma zou schrappen. Inmiddels klinkt dus ook onbegrip voor de vervolgacties van Stenders. Bovendien vergat Lex in zijn open brief dat het Rob Stenders zelf is die gestopt is.
In het gewone leven, buiten de kaasstolp die ‘Hilversum’ heet, is het niet gebruikelijk dat iemand die weggaat bij een baas als vanzelfsprekend alle secundaire arbeidsvoorwaarden -in dit geval zendtijd- mag meenemen naar een volgende baas. Zeker niet als daar niet vooraf afspraken over zijn gemaakt en je plekje al is ingenomen door nieuwe mensen, bij wie ook verwachtingen zijn gewekt.
Edwin Wendt, 17 oktober 2017

de redactie

de redactie



×

Belangrijke informatie

Door gebruik te maken van deze site ga je akkoord met onze Gebruiksvoorwaarden, Privacybeleid, en We hebben cookies op je apparaat geplaatst om de werking van deze website te verbeteren. Je kunt je cookie-instellingen aanpassen. Anders nemen we aan dat je akkoord gaat.