Spring naar bijdragen

Column

  • artikelen
    236
  • opmerkingen
    271
  • weergaven
    19661

Auteurs van dit blog

Voer dit blog

Berichten in deze blog

Hans Knot: NCRV Voorman over zeezenders en Hilversum 3

Andermaal zaterdag en dus een nostalgische terugblik en wel naar 1970. Het beluisteren van de radio was in 1970 aanleiding voor een onderzoek in Nederland. Vier radiostations werden betrokken, namelijk de toenmalige Hilversum 1,2,3 en Radio Veronica. De luisterdichtheid van voornoemde stations bleek omgekeerd evenredig te zijn met de opleiding en de leeftijd van de luisteraars. De luisterdichtheid werd destijds hoger naarmate de opleiding lager was en lager, naarmate de leeftijd hoger was. Zie daar een van de conclusies destijds in een rapport uitgegeven door de afdeling Studie en Onderzoek van de NOS.   Ook werd er door de onderzoekers geconstateerd dat 75% van het radiopubliek alleen lager onderwijs had genoten en dat verder 8% van het luisterpubliek van Hilversum 1 en 2 ook nog eens middelbaar onderwijs had genoten. De onderzoekers gaven aan dat het voor de omroepen misschien nuttig kon zijn te onderzoeken of het aanbod in programmering wel evenredig was aan het niveau van de gemiddelde luisteraar.   De voorkeur van het toen jeugdige publiek ging naar Radio Veronica. In de leeftijdsgroep van 15 tot 19 jaar besteedde men de luistertijd voor 57% aan Radio Veronica en voor 27% aan Hilversum 3. De 65-jarigen en ouderen besteedden evenwel 76% van hun luistertijd aan programma’s die werden uitgezonden door Hilversum 1 en 2. Het jonge publiek was sterk ondervertegenwoordigd op Hilversum 1 en 2 en oververtegenwoordigd op de muziekstations, vooral op Radio Veronica.   Het publiek voor Veronica bestond voor 61% uit luisteraars beneden de 35 jaar. Voor Hilversum 3 was dit 52%. De totale radiobeluistering was tussen 8 uur in de ochtend en 2 uur in de middag het grootst. Meestal werden luisterdichtheid gemeten van tussen de 25 en 30%. Na twee uur daalden deze percentages tussen 16 en 20%. Na de klok van 7 uur in de avond nam de luisterdichtheid van de radio – als invloed werd de televisie gezien – verder af naar een maximum van slechts 7%. Een uur later daalde men naar een luisterdichtheid van slechts 3 a 4 %. Een luisterdichtheid van 1% kwam destijds overeen met een aantal van 90.000 luisteraars.   De voor- en tegenstanders van de toenmalige zeezender Veronica lieten zich ook in 1970 weer horen. Meest opmerkelijk was de verklaring van de minister dr. M.Klompé, verantwoordelijk voor het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappij, kortweg CRM genoemd. In de Senaat meldde ze op 25 februari dat er overwogen diende te worden zo snel mogelijk maatregelen te nemen tegen de zeezenders Veronica en Radio Nordsee (een station dat op dat moment nog maar net in de ether was gekomen). Wel voegde ze aan de opmerking toe dat het nog niet een kabinet beslissing was.   In het ‘Algemeen Dagblad’ was de daarop volgende dag een bericht terug te vinden waarin ondermeer stond vermeld: ‘De socialistische senator (Eerste Kamerlid) Broeksz – tevens voorzitter van de VARA – herinnerde de bewindsvrouw er fijntjes aan dat deze kwestie enkele jaren geleden heeft geleid tot de val van het confessioneel kabinet Marijnen. De liberale leden van het kabinet, die door hun tegenstand tegen de plannen Radio Veronica uit de ether te doen verdwijnen destijds de bom legden die het kabinet Marijnen deed ontploffen, zonder dat de Kamer daar aan te pas kwam, hebben waarschijnlijk ook hun bedenkingen.’   Het bleek namelijk dat het toenmalige Kamerlid, Y van der Werff dat aan de ene kant het juist is dat de regering zich aan internationale afspraken zal dienen te houden maar dat ook goed in ogenschouw diende te worden genomen dat Radio Veronica in een behoefte voorzag van zowel de consument als adverteerder en dat Hilversum III er tot toen toe niet in was geslaagd.   Later in het jaar 1970, nadat er al veel publiciteit rond de uitzendingen van Radio Nordsee was geweest en de Britse regering stoorzenders had ingezet op de frequenties van het radiostation, kwamen er andermaal Kamervragen. En toen het nieuwe station de politiek ook nog eens had beïnvloed door de jongeren in Engeland – die voor het eerst als 18-jarigen mochten stemmen – te vragen vooral op de Conservatieve Partij te stemmen, kwamen er andermaal vragen in de Tweede Kamer.   Dit omdat, volgens een rapport aan de regering gezonden – door Radio Nordsee haar uitzendingen noodfrequenties van bevriende naties zouden worden gestoord. Dreigingen tot het sluiten van Radio Veronica, dat 10 jaar eerder met haar uitzendingen was begonnen, werden elk jaar weer uit de kast gehaald. Een bom onder het kabinet zou dus in 1970 niet geplaatst worden, een jaar later was het wel raak met een zogenaamde 'bomaanslag' op een van beide zendschepen.   Maar ook Hilversum 3, het jongerenstation uit die tijd binnen de publieke omroep, werd als het ware getorpedeerd door de voorzitter van de NCRV. In september 1970 vond, zoals destijds gebruikelijk per omroep, de presentatie plaats van het winterprogramma. Drs. Geerink Bakker meldde tijdens de bijeenkomst dat Hilversum 3 een doodgeboren kindje was die niemand ten grave durfde te dragen: ‘Ik ben nooit gelukkig geweest met het verschijnsel Hilversum 3. Het derde net is een bastaard, een onecht kind, dat niet ontstaan is uit een wettelijk huwelijk, maar verwekt werd tijdens een onderonsje tussen de minister en de programmaleiders. Hilversum 3 heeft een twijfelachtige politieke herkomst en is een instrument in de strijd tegen Radio Veronica. Het is niet uit zuivere voorwendsels opgezet. Het programma van de derde radionet staat niet voorgeschreven in de omroepwet, komt niet voor in de statuten van de NOS en ook niet uit de doelstellingen van de omroepverenigingen.’   Waarachtige krachtige woorden van de NCRV voorzitter, die nog lang niet was uitgesproken want hij ging destijds verder met: “Het belangrijkste van alles is dat je met kritiek, zoals ik die nu spui, de programmamakers een schot in de rug geeft. De programmamakers zijn ook maar mensen die er niets aan kunnen doen dat het met Hilversum zo scheef zit. Scheef in vier opzichten: Hilversum 3 zit scheef in het bestel, scheef ten opzichte van de concurrentie, scheef ten opzichte van de luisteraars en scheef ten opzichte van de programmamakers, welke laatsten tegen de bierkaai vechten. Binnenkort is het met het uitvoeren van de tweede zogenaamde fase in het Hilversum 3-plan, het eindpunt wel bereikt. Kun je mensen voor zoiets inzetten? Het is gewoon een conflict op ethisch vlak. Waarom legaliseert de regering Veronica niet? Een andere oplossing? Waarom wordt er geen Hilversum 4 gecreëerd, waarop de STER met haar hele reclamewinkel kan gaan zitten en een mooi programma maken?’   Ontwerp: Lex van Voorst   Het dient duidelijk te zijn dat de uitspraken ruim de kranten haalden, er andermaal over het onderwerp werd gesproken in de Tweede Kamer en binnen NCRV kringen het nodige commentaar op de uitspraken werd geuit. Geerink Bakker wist zich alle kritiek weg te wuiven met de woorden dat hij slechts een eigen mening had verkondigd en niet namens de NCRV had gesproken.   Recentelijk kwam bovenstaand onderwerp weer boven water toen ik een aantal fotokopieën kreeg toegestuurd van een oud collega, die in de tweede helft van de jaren zestig en begin jaren zeventig van de vorige eeuw ook werkzaam was bij het EGD. In december van het jaar 2007 was ik in een programma van Radio Noord te gast en sprak met Rob van Dam ondermeer over de huidige huisvesting van de studio’s van RTV Noord, die op het voormalige terrein van het EGD in Helpman zijn gehuisvest. Er werd toen ook een aantal herinneringen over mijn tijd bij het EGD opgehaald en later, na de uitzending werd mij een mailtje doorgestuurd. De mail was afkomstig van een vrouw die zich afvroeg of ik destijds op het archief werkzaam was geweest. Het bleek Marian Koper te zijn van de afdeling correspondentie. Sinds eind 2007 wisselen we, met bepaalde regelmaat, herinneringen uit. Eind oktober 2010 vond ze oude Opwekkers, die ze in een opslag had gevonden. Leuke herinneringen maar ook een totale verrassing zat erbij. Er zat namelijk een artikel van mijn pen bij, die ik me niet meer kon herinneren.   Tegen het einde van de jaren zestig van de vorige eeuw ging ik niet alleen voor het eerst bij een ziekenomroep werken en ook in beperkte vorm schrijven over het onderwerp ‘radio’ maar ik richtte ook de ‘UDK’ op. Deze afkorting stond voor Uitleen Discotheek Knot. Tegen een kleine vergoeding konden collega’s en vrienden een week lang een LP van me lenen. Van de opbrengsten kocht ik telkens nieuwe LP’s, waardoor de collectie voor mij en de ziekenomroep behoorlijk uitgebreid werd. Na een aantal maanden besloot ik, daar er al behoorlijk veel collega’s meegenoten, een gestencild blaadje uit te geven waarin allerlei nieuwtjes over de te lenen muziek. Maar zoals gesteld, bij de ontvangen fotokopieën zat dus een artikel door mij geschreven voor ‘de Opwekker’, waar ik totaal geen weet meer van had. Ik laat U elders binnenkort meegenieten bij de herpublicatie van ‘Wedergeboorte van de Blues’. Let wel geschreven in de stijl van 1970, want het verhaal is destijds in de zomer geschreven en dus vlak voor de dood van zowel Jimi Hendrix en Janis Joplin.   Hans Knot, 29 september 2018

hans knot

hans knot

Edwin Wendt: De middelvinger van Rob Stenders

In de ruim dertig jaar dat hij op de landelijke radio te horen is, heeft Rob Stenders nooit écht concessies gedaan aan wie hij is. Dat leidde ertoe dat hij vaker dan wie dan ook van werkgever wisselde, nooit werd weggestuurd, maar altijd zelf op zoek ging naar groener gras bij de buren. Soms was hij hierdoor even helemaal niet op een radiostation te horen, zoals na zijn vertrek bij de publieke omroep VOO in 1991. Hij stootte er zijn hoofd omdat radiobaas Lex Harding in hem niet de liefde voor muziek en voor het medium radio leek te herkennen waarmee deze zelf twintig jaar eerder als radiomáker op de zeezender Veronica de jonge Rob had beïnvloed. Anno 2017 erkent pensionado Harding het gelijk van Stenders door zelf weer juist díe platen te draaien op zijn eigen LX Classics, een internetzendertje gemodelleerd naar KX Classics van Stenders. Op beide kanalen klinkt de voorliefde door voor de ‘betere’ pop en rock uit de sixties en seventies.   Precies op tijd maakte Stenders in 2015 de overstap van 3FM (waar de vijftiger vanwege zijn vakmanschap al een paar jaar ‘blessuretijd’ was gegund) naar Radio 2. Daar introduceerde hij een nieuwe invulling van het fenomeen ‘verzoekplatenprogramma’. In de Platenbonanza worden gewoon de platen gedraaid die Stenders wil draaien, het aantal verzoeken is zo groot dat hij muzikaal elke gewenste kant op kan, inclusief zijn geliefde ‘hard to find classics’. Het muzikale palet van Rob Stenders is breed genoeg om hiermee een grote groep luisteraars tevreden te stellen.   Hoezeer Stenders’ Platenbonanza een schot in de roos is, bleek in maart 2017, toen dit dagelijkse middagprogramma een week lang werd gepromoveerd tot hét format voor de hele zender: 24 uur per dag draaiden alle deejays de platen die de luisteraars per e-mail, social media en telefoon aanvroegen. Ook het Paasweekend bood opnieuw ruimte aan een zenderbrede ‘Paasbonanza’. Een dikke middelvinger naar alle stations die hun muziekkeuze laten bepalen (en beperken) door een panel of computerprogramma dat platen afwijst omdat ze luisteraars zouden wegjagen. Op het Radio 2 dat Stenders (samen met vooral Gerard Ekdom) geruggesteund door de zenderleiding mag vormgeven, vindt muzikale veelzijdigheid een nieuwe vorm.   Dit is belangrijk voor Radio 2 in een tijd dat de publieke radiozenders zich alle herpositioneren. Waar voormalig grootverdiener 3FM zichzelf in de marge aan het heruitvinden is, verjongt Radio 5 in de richting van het Radio 2 van twintig jaar geleden (toen Frits Spits en Ferry Maat er de grote namen waren) en aast Radio 5 intern op de FM-frequentie van 3FM (‘Hun doelgroep luistert toch alleen online’) en opereren alleen Radio 1 en Radio 4 momenteel in de publicitaire luwte.   Radio 2 is niet langer ‘het station van je ouders’, roept de zender. Al zou Stenders qua leeftijd allang kinderen kunnen hebben (en hebben de meeste van zijn collega’s die daadwerkelijk), boegbeelden Stenders en Ekdom hebben naar Radio 2 inderdaad het elan van 3FM meegenomen en vertaald naar een nét iets bredere doelgroep.   Stenders blijft natuurlijk Stenders, dus als hij een bepaalde plaat graag wil draaien en die wordt niet aangevraagd, roept hij de luisteraar gewoon op die plaat aan te vragen. Geheid dat het dan verzoekjes om díe plaat. Dat is een ‘fuck the system’ met een mooie strik er omheen.   Edwin Wendt, 24 april 2017

de redactie

de redactie

Vincent Schriel: Digitale radio, DAB+ of Internet?

Op 28 maart 2011 was het over en uit met de 648 kHz. De middengolfzender van de BBC World Service werd die dag uitgezet. Er moest worden bezuinigd en de zender die in heel West Europa was te ontvangen kostte teveel. De luisteraars moesten maar uitwijken naar het internet, het radiomedium van de toekomst. Ik luisterde in die tijd dagelijks naar deze zender met behulp van mijn Sony Srf-m35 Walkman op weg naar het werk, ‘s avonds voor het slapen gaan (Newshour) en in het weekend in de auto via de autoradio. In heel Nederland en België uitstekend te ontvangen.   Voor thuis had ik snel een oplossing gevonden: een wekkerradio met internet. Via de wifi dus. Een eenmalige aanschaf, klaar. Maar buiten de deur werd het lastiger. Itunes op de telefoon was de enige optie. Dus een smartphone aanschaffen met een nieuwe carkit in de auto waarmee je, via bluetooth, de audio vanaf je telefoon naar je autoradio streamt. Maar dan ben je er nog niet. Voor het dataverbruik moet je maandelijks aan je provider een aardige som geld aftikken. En de kwaliteit van de mobiele verbinding met 3G is niet overal goed te noemen. Uitval tijdens lange autoritten, storing op het signaal als je langs bijvoorbeeld de metro fietst in de stad. Het werkt, maar niet vlekkeloos. En het kost ook nog eens bijna 15 euro extra per maand voor een mobiele databundel.   Leuk die nieuwe techniek, maar om mobiel naar het wereldnieuws te luisteren werd mij dit te gortig. De BBC bespaart in de kosten en legt de rekening bij mij neer. Tijd om na te denken over een alternatief.   In september 2013 gaan de landelijke commerciële zenders in Nederland uitzenden via DAB+. De Publieke radiozenders zijn dan al sinds februari 2004 bij wijze van proef via DAB te ontvangen. Ik besluit voor onderweg de Pure Move 2500 aan te schaffen, een portable DAB+ ontvanger. Via Radio 1 en BNR kom ik uit bij Radio 2. Hier blijf ik ‘hangen’. Het digitale geluid is via de oordopjes prima. Vooral het ontbreken van de FM-ruis bevalt mij prima. Een alternatief is gevonden voor in de stad. Maar voor de lange autoritten buiten de stad moet ik het vooral met de FM doen. Een nieuwe auto uitgerust met een DAB+ radio zit er voorlopig niet in en de databundel is niet groot genoeg om altijd via internet te luisteren.   In 2016 komt de eerste smartphone op de markt waarmee je naast FM en internet ook via DAB+ naar radio kunt luisteren. Ik bestel de LG Styles2 en besluit gelijk van provider te wisselen. Het 3G netwerk wordt ingeruild voor 4G. Al snel kom ik er achter dat luisteren via DAB+ op deze telefoon heel matig is. Het signaal valt steeds weg en de app schakelt dan automatisch over naar het internet. En wat valt op? De kwaliteit van de audio via het internet is veel beter en 4G is zo stabiel dat het signaal niet meer wegvalt. Niet als je een tunnel inrijdt, niet in de ondergrondse parkeergarage op het werk en zelfs in de metro kan ik gewoon blijven luisteren. Met DAB+ is dit onmogelijk. Enige beperking is nu nog de grootte van de databundel en de daarbij behorende kosten.   En dan komt begin 2017 je telefoonprovider met een abonnement voor onbeperkt bellen, sms en internet. Voor 5 euro meer per maand, overstappen is gratis. Inmiddels verstook ik een kleine gig per dag aan dataverkeer verdeeld over NPO Radio 2, de BBC World Service en LX Classics. Naast NPO Radio 2 zijn sinds kort ook de andere twee stations in Nederland via DAB+ te ontvangen. Leuk om te weten dat ik straks, als mijn nieuwe auto wordt geleverd, via DAB+ hier naar kan luisteren. Maar of ik dat ook ga doen? Nee, want ik ben er inmiddels van overtuigd dat internet het radiodistributiekanaal is voor de toekomst. Ook in de auto. Tegen de tijd dat de FM-zenders worden uitgeschakeld kunnen wat mij betreft ook de DAB+ zenders uit.   Vincent Schriel, 26 april 2017

de redactie

de redactie

Edwin Wendt: Pophistorie op de radio (en verder...)

Op het vlak van documentaire radioprogramma’s houdt de BBC al bijna vijftig jaar een traditie hoog met programma’s van een uur of series van meerdere uren over één artiest of stroming. Op BBC Radio 2 en BBC 6 zijn nog altijd oude en nieuwe documentaires te horen.   In Nederland bestond deze vorm van radio ook. De zeezender Radio Veronica begon in 1972 met een ‘eeuwigdurende’ Beatles Story. Het verhaal over de grootste band uit de muziekgeschiedenis werd er zeer diepgravend verteld. Niet tot het einde, want toen de serie twee jaar bezig was, in augustus 1974, moest Radio Veronica stoppen. The Beatles Story was toen pas gevorderd tot 1965. Over die eerste jaren waren toen al zeventig afleveringen gemaakt. Als in dat tempo was doorgegaan, had The Beatles Story tot zeker 1976 gelopen. Inmiddels was in 1974 Tom Mulder (voormalig Veronica-medewerker Klaas Vaak) bij de TROS begonnen met het programma Poster, een uurtje thematische behandeling van de popgeschiedenis op donderdagavond. Ook hij begon met een Beatles Story, dertien delen gekocht van de BBC, die deze in 1972 had uitgezonden. Het leidde tot wat collegiale plaagstootjes tussen Veronica en TROS, die dus tegelijk een Beatles Story uitzonden. Poster ging na dertien delen Beatles verder met ondermeer een eveneens aangekochte Rolling Stones Story, gevolgd door de Geschiedenis van de Popmuziek en series over The Beach Boys en Simon & Garfunkel. Hierna volgde een eigen productie, 23 delen Geschiedenis van de Nederlandse Popmuziek, waarvoor Tom Mulder en producer Juul Geleick het hele land door reden om pioniers als Peter Koelewijn en Andy Tielman, Anneke Grönloh en Willeke Alberti te interviewen, terwijl mensen als Skip Voogd en Willem van Kooten in de serie vertelden hoe die prille Nederpop werd opgepikt door de publieke en commerciële radio in Nederland.   Poster bestond tot 1984. Pas in het najaar van 1987 vulde de AVRO het gat op. Alweer vormde een serie over The Beatles het startsein van een reeks popdocumentaires onder de noemer Het Steenen Tijdperk. In de jaren daarna ging het over Elvis Presley, Jimi Hendrix, het ontstaan van de rock ’n’ roll, Motown en The Rolling Stones. Toen Het Steenen Tijdperk in 1993 (na een korte pauze) verhuisde naar de zondagmiddag op Radio 2 was er geen ruimte meer voor documentaires, maar stonden de oude hitparades voortaan centraal. Opnieuw was het de TROS die reageerde. De oude titel Poster werd weer van stal gehaald. In de week dat Het Steenen Tijdperk afzwaaide als documentair programma, begon Poster aan de nieuwe reeks. Het programma zou het nu tot 2003 volhouden, afwisselend op Radio 2 en Radio 3.  Parallel hieraan was er medio jaren negentig één kortlopende documentaire serie van de VARA op zaterdagavond op Radio 3, Het Verhaal van de Popmuziek.   Met het verdwijnen van Poster in 2003 verdween de popmuzikale radiodocumentaire als genre in Nederland. Individuele programmamaker lieten merken dit te betreuren, het meest expliciet Michiel Veenstra, die voor de NTR het programma Met Michiel maakt. Toen dit 3FM-programma nog in de avond werd uitgezonden, zette Michiel in eerste instantie regelmatig ‘classic albums’ centraal op een manier die deed denken aan dit gelijknamige (internationale) tv-programma. Hiervoor werd bestaand interviewmateriaal gebruikt. Later interviewde hij zelf hedendaagse artiesten over hun nieuwe albums of singles. Deze interviews knipte Michiel tot hapklare brokjes van 30 seconden tot een minuut die tussen de platen in werden gemonteerd. Het resultaat: minispecials van zo’n vijftien minuten – inclusief twee platen - over één artiest. In sommige gevallen keerde zo’n artiest een week lang elke dag terug, zodat verspreid over die week een heel uur over deze artiest te horen was geweest. Toen Veenstra in 2015 verhuisde naar de ochtenduren op 3FM handhaafde hij het ‘spotlicht op één artiest’, maar beperkte hij dit tot één quote. In de serie ’50 Jaar 3FM’ van KX Radio vertelde Michiel in januari 2016 dat hij een ‘Poster-achtig’ programma graag zou terugzien op de zaterdag- of zondagavond op 3FM. Het zou ook wel passen bij zijn omroep.   Dat is er nog niet van gekomen en het is te betwijfelen of dat er nog van komt. ‘Poster’ is inmiddels aan een derde leven begonnen, op het themakanaal Sterren.nl. Daar wordt weliswaar per aflevering één artiest geïnterviewd, met pophistorie of zelfs de bredere benaming muziekhistorie heeft dit niets meer te maken. Willeke Alberti, een van de eerste gasten in de nieuwe Poster-reeks, leek een goede keus. Zij heeft, zeker binnen het genre waar de zender zich op richt, een indrukwekkende carrière van zestig jaar om op terug te blikken, met haar platen en herinneringen hadden met gemak vijf of zes uren in de oude Poster-stijl gevuld kunnen worden.   Daar heeft Sterren.nl niet voor gekozen. Met Willeke werd een uurtje gezellig gekeuveld, er werden drie willekeurige plaatjes gedraaid en dat was het. Behalve enkele grote namen uit de Nederlandse (lichte) muziek als Willeke Alberti, Rowwen Hèze  en Lee Towers hebben inmiddels ook Peter Beense en Sieneke en zelfs Willem Barth (?) en René Karst (??) hun eigen Poster-aflevering achter de rug. Een te korte carrière om een uur mee te vullen? Geen nood, in Poster anno nu worden ook platen van andere artiesten gedraaid. Dat zijn géén platen die in de interviews worden besproken of die met de artiest in kwestie iets te maken hebben. Het zijn volstrekt willekeurige platen. Zo werd bij Willeke Alberti (keus genoeg zou je zeggen) ‘New York New York’ van Frank Sinatra gedraaid! Sterren.nl is vrij om te doen wat het wil, maar het zou netjes zijn daar niet de naam van Poster voor te misbruiken.   Hoe ziet dán de toekomst eruit voor de popgeschiedenis in documentairevorm op de radio? Is die er wel?     De AVRO begon enkele jaren geleden met een eigen webkanaal waarop programmamakers in dienst van – of gelieerd aan – deze omroep zich konden uitleven in documentaires over hun favoriete artiesten of stromingen. Jac van IJll, die samensteller was van Het Steenen Tijdperk op Radio 2, maakte een diepgravende serie over Motown en toenmalig radiobaas van de AVRO Koop Geersing zette zich met zijn opvolger Arjan Snijders aan een ‘Macca Podcast’ van vele tientallen delen, waarin de meest obscure opnamen van Paul McCartney werden gedraaid en besproken. Deze was ook te horen op internetstation KX Radio. Elitair? Misschien, maar het voordeel van de podcast is dat de sandwichformule, de maximale aandachtspanne van de gemiddelde luisteraar en andere radiowetten niet gelden. Het aanzetten en beluisteren van een podcast is een bewuste keuze. De groep die voor deze vorm van ‘narrowcasting’ kiest is vele malen kleiner dan de groep die kiest voor het ouderwetse ‘broadcasting’, maar wel vele malen aandachtiger.   De AVRO bestaat niet meer. De radiobaas van fusieomroep AVROTROS is niet de voormalige radiobaas van de AVRO geworden, maar die van de TROS. Onder diens bewind is de podcast inmiddels de nek omgedraaid. Dat betekent dat voornoemde podcasts nergens meer te vinden zijn, met één uitzondering. Drie Beatles-fanaten, waarvan er één in het dagelijks leven radioproducer bij AVROTROS is, verzorgen elke veertien dagen een podcast over de muziek en het leven van The Fab Four. Wibo Dijksma, Jan Cees ter Brugge en Michiel Tjepkema laten in The Fab4Cast horen hoe diepgravende radio over één artiest of stroming tegenwoordig kan klinken. Met het verdwijnen van de AVROTROS-podcast hebben zij hun serie kunnen onderbrengen bij de Beatles-fanclub. Via hun eigen Facebook-pagina en website en via de Beatles-fanclub is elke twee weken een aflevering te downloaden. Dat gaat nu al bijna drie jaar door en inmiddels is het aantal afleveringen de zeventig gepasseerd. Aflevering 70 ging ruim een uur lang over het nummer Strawberry Fields Forever, dat de start vormde van de opnamesessies voor het album Sgt Pepper (maar daar uiteindelijk niet op kwam). In hoeveelheid afleveringen zijn Wibo, Michiel en Jan Cees Radio Veronica nu genaderd, in diepgravendheid gaat het drietal er aan voorbij. Aan vrijwel alle Beatles-albums tot 1967 zijn een of meer afleveringen gewijd, meestal op het moment dat het bewuste album precies vijftig jaar oud was. Sgt Pepper jubileert op 1 juni aanstaande, dus tot die tijd worden alle dertien songs van de plaat aan een bijna wetenschappelijk onderzoek onderworpen. Later dit jaar is het tijd voor Magical Mystery Tour, volgend jaar volgt The White Album. Tussendoor zijn er afleveringen over zij-onderwerpen als The Beatles & Harry Nilsson, manager Brian Epstein, de in 2016 overleden producer George Martin, afleveringen over specifieke soloplaten van The Beatles, John Lennon’s ‘Lost Weekend’ (de wilde periode zonder Yoko Ono in 1974) en zelfs een aflevering over het solowerk van Yoko.   Het risico is dat dit soort projecten verzand in geneuzel van een stelletje Beatles-nerds onder elkaar, die een uitzending maken voor zichzelf en voor andere Beatle-freaks, die vooral vinden dat er nooit iemand anders zulke goede muziek heeft gemaakt als The Fab Four. Zo zijn Jan Cees, Michiel en Wibo gelukkig niet. Het drietal, dat elkaar bij toeval leerde kennen en daarna besloot met deze serie te starten, deelt een scherp soort humor, zet elkaar voor de open microfoon regelmatig op een vriendelijke manier voor schut en is zeker niet blind voor de mindere prestaties van George, Paul, John of Ringo. ,,Zou er iemand te vinden zijn die écht fan van Ringo is?,’’ vroeg het trio zich af bij het begin van de serie. In aflevering 38, ‘Een kritische blik op Ringo’s solocarrière’, stelt Fab4Cast zich samen met Ron Bulters van de Beatles Fanclub de vraag of het terecht is dat er altijd wat lacherig wordt gedaan over ‘misschien niet de beste drummer ter wereld, misschien niet eens de beste drummer van The Beatles’. Aflevering 71, ‘De veelste grote Yoko Ono Sjoo’, beantwoordt de vraag ‘Yoko Ono of Yoko Oyes?’. “De een vindt het onuitstaanbaar kattengejank, volgens de ander was ze haar tijd ver vooruit.’’   Fab4Cast bedient de Beatles-nerd die nooit van zijn leven iets anders zal beluisteren dan The Beatles, maar is voor elke muziekliefhebber goed beluisterbaar omdat het wordt gemaakt door muziekliefhebbers met een bredere focus en de noodzakelijke relativering. De mannen – en hun gasten – doen dit allemaal in hun vrije tijd en hebben ook niet de illusie dat er een verdienmodel aan te hangen is, in tegenstelling tot de makers van de Amerikaanse evenknie, die nog wel eens wil bedelen om donaties.   Je zou dat een schril contrast kunnen noemen met de positie die de vroegere makers van Poster en Het Steenen Tijdperk hadden. Zij mochten op basis van de omroep-cao op pad en konden betaald in de boeken en audio-archieven duiken. Feit is dat de omroep deze taak tegenwoordig laat liggen. Daar zou je over kunnen klagen. De luisteraar kan maar beter blij zijn dat er liefhebbers zijn die vele uren vrij tijd steken in het documenteren van hun favoriete muziek.   www.fab4cast.nl/   http://beatlesfanclub.nl/category/fab4cast/
    Edwin Wendt, 21 maart 2017

rauhfaser

rauhfaser

3FM-zendermanager Basyl de Groot: een volgende stap voor NPO 3FM

Vandaag zetten we de volgende stap in de vernieuwing van NPO 3FM. Het rood en blauw verdwijnt en maakt plaats voor een veelkleurige, frisse stijl. 3FM is de zender die staat voor nieuwe muziek en het ontwikkelen van nieuw talent in alle geuren en kleuren. En veel meer dan een radiostation alleen: als volwaardig jongerenmerk zijn we aanwezig op alle platforms. Op radio, op tv, op YouTube, Spotify, Facebook, Instagram, Snapchat. Op festivals en bij concerten. Op alle plekken waar jongeren te vinden zijn die gek zijn van muziek kom je ons tegen.
Vandaag maken we ook de nominaties bekend voor de 3FM Awards: dé jaarlijkse muziekprijzen voor Nederlandse artiesten. Welke act gaat er vandoor met de 3FM Award voor Beste Groep, Beste Nummer, Beste Album, Beste Live Act, Beste Solo Artiest, Beste Video, Beste Social en 3FM Talent van 2017? Vanaf vanmiddag kunnen muziekliefhebbers en fanatieke fans van zich laten horen via 3fm.nl/awards. De categorieën zijn vernieuwd om beter aan te sluiten bij onze nieuwe missie. Social en Video zijn toegevoegd omdat we ons op meer richten dan radio alleen. We kiezen niet langer voor man of vrouw in de nominaties. En ook de genres laten we voor wat het is. 3FM staat voor goede muziek. Ongeacht genre, ongeacht afkomst, ongeacht gender.
Op Tweede Paasdag worden de 3FM Awards uitgereikt. Met een groot, eigen festival in TivoliVredenburg Utrecht vieren we de kwaliteit en de breedte van de Nederlandse muziekscene. De beste Nederlandse pop, rock, dance, hiphop en alle kruisbestuivingen daar tussenin staan op die dag live op het podium. Met het 3FM Awards Festival en met de uitreiking van de 3FM Awards bevestigen we de status en de kwaliteit van acts die ooit als 3FM Talent begonnen en nu festivals en grote zalen plat spelen, zoals Chef’ Special en Kensington. En we bieden een springplank aan nieuwe acts om ook die stappen te zetten: Thomas Azier, Call It Off, Jonna Fraser.
Om die echte springplank voor nieuw talent te zijn, heb je als radiozender ook een behoorlijk luistertijdaandeel nodig. Dat is op dit moment niet het geval. Het aandeel van NPO 3FM is laag en daar baal ik flink van. Maar het is ook onderdeel van de rit. Bij mijn benoeming ben ik gevraagd om een compleet nieuw 3FM neer te zetten. Dat betekent dat je nu misschien een nieuwe dj hoort tijdens de rit naar je werk, tijdens het maken van je huiswerk, of in het weekend. Je hoort andere muziek, die misschien niet meteen in je straatje past. Dat is even wennen, dat kost tijd. Om een nieuw en jonger publiek te bereiken, moet je veranderen. Om opnieuw op te bouwen, moet je durven dalen.
Cijfers en bereik zijn voor een publieke radiozender gelukkig niet het allerbelangrijkste: we hebben een publieke taak. Waar je ons ook tegenkomt, we bieden een springplank aan nieuwe Nederlandse artiesten, voeren discussies, stellen maatschappelijke problemen aan de kaak en inspireren jongeren met nieuwe muziek. Op radio én alle online kanalen verbinden we jongeren met de wereld om hen heen. We hebben een onstilbare honger naar alles wat fris en vernieuwend is. En we bepalen zelf waar we voor staan: Onafhankelijk, avontuurlijk en altijd met een open vizier.
In november vorig jaar zijn we gestart met een volledig vernieuwde en verjongde programmering, een vernieuwd muziekbeleid en nieuwe focus online. Nu pakken we door met een nieuw logo en een volledig vernieuwde huisstijl. En ondertussen zijn we 24/7 online met het 3FM liveblog, bouwen we aan de beste verzameling playlists op Spotify, creëren we nieuwe formats op YouTube en Instagram en zenden we live uit vanaf een stembureau op Utrecht CS, waar nog nooit zoveel jongeren naartoe zijn gekomen om hun stem uit te brengen voor de Tweede Kamerverkiezingen.
En nu dus in volle vaart richting de belangrijkste muziekprijzen van het jaar: de 3FM Awards. 
Let’s go!
Basyl de Groot, 27 maart 2017

de redactie

de redactie

Edwin Wendt: Wim Noordhoek hield zijn rug recht

Je zal maar van 'de populaire kranten' afhankelijk zijn voor je nieuwsvoorziening. De Telegraaf en het AD schrijven in de aankondiging van Andere Tijden over de allereerste ontgroening die de landelijke pers haalde. Dat was in 1962, toen bekend werd hoe de eerstejaars, als vanouds kaalgeschoren om hen 'van hun identiteit te beroven', halfnaakt in een hok werden samengedreven terwijl een incontinent varken tussen hen door liep. Om de feestvreugde wat te vergroten, riep een van de ouderejaars: 'En nu gaan we Dachautje spelen'. Dit ging een aantal eerstejaars, vijftien jaar na de oorlog, toch wat ver en er werd wat gemord, met name door de eerstejaars van Joodse komaf. Maar ja, ze wilden toch graag bij het corps en bonden in.
Op één na.
In de aankondiging van de eerste 'Andere Tijden' van dit seizoen, afgelopen zaterdag op tv, staat hoe vier prominente eerstejaars van toen, onder wie Edwin Rutten (Ome Willem) en oud-politicus Gerrit Jan Wolffensperger, geschokt terugkijken op het incident en de concentratiekamp-achtige foto van destijds.
Degene die het verhaal destijds aan de grote klok hing, wordt door Telegraaf en AD anoniem betiteld als 'de vader van een afvallige feut'.
Nu werd die 'afvallige feut' ook door Andere Tijden geinterviewd. Hij was letterlijk de enige die op die avond in 1962 zijn rug recht hield en direct opstapte: 'Bij zo'n club wil ik niet horen', zei hij tegen zijn vader, die een boze brief aan NRC schreef.
Of de redacteuren van AD of Telegraaf Wim Noordhoek niet herkenden of dat de makers van Andere Tijden het nodig vonden om wél Rutten en Wolffensperger te 'highlighten' en niet degene die de zaak werkelijk aan het rollen bracht, - bovendien een prominent programmamaker uit de VPRO-historie - blijft onduidelijk.
Feit is: die 'afvallige feut' speelde vanaf 1968 een belangrijke rol in de omroephistorie: Wim Noordhoek maakte vele, vele uren radio over journalistieke onderwerpen, cultuur en (pop- /rock-)muziek. Na de uurtjes LP-muziek bij het open zolderraam in '68/ '69 op Hilversum 2 (de VPRO wilde avankelijk niet op Hilversum III), de Joe Blow Show en 'Amigos de Musica' met Jan Donkers volgden onder meer vele uren de Avonden op de toenmalige 'verdiepende' zender Radio 5. 
Terug naar het verhaal: deze 'Amigo de musica', in de aankondiging een anonieme 'afvallige feut' uit 1962, is in de documentaire werkelijk de enige die met walging over de gang van zaken in dit corpsballenwereldje spreekt. Bij alle anderen klinkt toch door dat het er nu eenmaal bij hoorde en dat je het diende te slikken om tot het 'old boys network' te gaan behoren.
Daarom 55 jaar later alsnog hulde aan 'Amigo' Wim Noordhoek.   Edwin Wendt, 17 september 2017

de redactie

de redactie

Column Edwin Wendt: De nieuwe kapitein van een NPO-vlaggenschip

Over Bart, Veronica het Theater en…mijzelf.   ‘Veronica gaat Radio 5 overnemen!’ reageerde op Facebook een aantal mensen opgetogen op het nieuws dat Bart van Leeuwen de nieuwe presentator wordt van Theater van het Sentiment. Ik sprak in een eerste reactie de hoop uit dat de mensen die meeuwen en Drie-In-Eén-jingles verwachten het verkeerd zouden hebben. Bart stelde me gerust: Theater van het Sentiment wordt geen ‘Goud van Oud 2.0’. Weliswaar is hij na Tineke, Jeroen van Inkel en Jan van Veen – die ook per 1 januari op Radio 5 debuteert – de vierde ‘Veronicaan’ op 5, Bart stapt in een bestaand programma, waar de anderen vooral zichzelf en hun eigen programma meebrengen.

Voor de duidelijkheid: ik ben een hartstochtelijk Veronica-liefhebber. Qua leeftijd ben ik te jong om de zeezenders ‘live’ te hebben meegemaakt, sinds de jaren tachtig zorgde Ad Bouman ervoor dat al die historische fragmenten te horen waren in VOO-programma’s als Mono en later De Avond van het Sentiment.
De ultieme belevenis was voor mij de herdenking van ’25 jaar 31 augustus’ in de zomer van 1999. Twaalf dagen lang zond Veronica een reünieprogramma uit vanuit Lapershoek. Tineke maakte dagelijks live-programma’s in gesprek met oud-collega’s, het geheel werd uitgezonden op 1224 middengolf. De meeste uren werden gevuld met historische programmabanden uit het archief van Adje en Juul. Voor het eerst hoorde ik op zaterdagmorgen 20 augustus 1999 een volledig uur Tom Collins Show uit mei 1971. In het uur erna waren Jan van Veen en Willem van Kooten te gast bij Tineke, ’s middags werd een volledige Nationale Zaterdagmiddag Gebeurtenis uitgezonden met Lex en Will zoals ze begin jaren zeventig klonken. Daarna Goud van Out uit ‘68 en Joost Mag het Weten uit ‘66. En dat was nog maar de eerste dag!

Van Veen zou een uurtje blijven, beloofde hij die zaterdag, maar hij is twaalf dagen lang niet weggegaan. Hé, we zijn ook in Arnhem te ontvangen, belde hij opgetogen naar de studio. Mijn cassetterecorder draaide overuren: complete uren Joost Mag Het Weten, Top 40, Lexjo, Ook Goeiemorgen met Harmen Siezen, Eddy Becker, Tom Collins, Klaas Vaak en Bart van Leeuwen, Goud van Out en de Rob Out Show en veel meer moois.
Bijna 20 jaar later heb ik mede dankzij contacten via internet een mega-radioarchief met duizenden uren historische radio (ieder heeft recht op zijn afwijking toch?), maar die interesse in oude radioprogrammafragmenten, ontwaakt dankzij Ad Bouman in de vroege jaren tachtig bij de VOO, veranderde in een verzameling complete programma’s die begon bij Veronica 1224 in 1999 (de reünie van 2004 was ook mooi, met Bart als ‘host’).

De cirkel was voor mij rond toen ik rond 2010 een paar jaar deel uitmaakte van de redactie van Theater van het Sentiment. Legaal grasduinen in de radioarchieven van de omroep en het materiaal monteren tot mooie collages voor een fantastisch programma. Toen de KRO 85 jaar bestond in 2010 maakte ik – deels uit Beeld & Geluid, maar vooral uit mijn eigen archief - 24 blokjes historische KRO-audio voor de vier feestafleveringen van het Theater.

Anno 2019 wordt dat programma geen twaalf uur per week meer uitgezonden, de redactie bestaat ook niet meer uit twee presentatoren, drie muzieksamenstellers, vier redacteuren, een regisseur en een eindredacteur. Het Theater is veranderd en dat is goed, maar de naam is niet voor niets gehandhaafd. Het Theater van het Sentiment staat ergens voor. Niet alleen vanwege die paar jaartjes letterlijk en figuurlijk ‘aan boord’ van de Norderney en de MV Mi Amigo, maar juist vanwege al zijn andere veelzijdige radiowerk kan Bart van Leeuwen de perfecte kapitein worden van dit vlaggenschip van de NPO.   Edwin Wendt, 10 december 2018   Foto: Bart van Leeuwen (Harm ten Brink)

de redactie

de redactie

Hans Knot: Radio Moskou in het Nederlands

Er zijn vele lezers boven pak weg de zestig jaar die in voorbijgegane decennia naast het beluisteren van de zeezenders zich ook wel hebben bezig gehouden met het zoeken naar verre signalen. Via een groot scala aan korte golfstations en met het gebruik van goede wereldontvangers en daarbij behorende antennes was het redelijk mogelijk, het zei met de nodige porties geduld, alle delen van de wereld op die manier je kamer binnen te halen.   Eén van die internationale korte golfstations was Radio Moskou, dat op haar hoogtepunt in liefst 60 talen haar uitzendingen liet programmeren. Wat betreft programma’s in de Nederlandse taal gebeurde dit zelfs heel lang, namelijk vanaf 1930 tot en met 1994. Radio Moskou werd vervolgens vervangen door The Voice of Russia en trad toe tot de Europese Radio Unie. Op 1 april 2014 kwam er een einde aan de uitzendingen vanuit Moskou via de korte golf.   Het was op maandag 16 november 1970 dat het eerste schakelprogramma tussen de NOS en Radio Moskou zou gaan plaats vinden, een serie die tot stand was gekomen in het kader van een eerder dat jaar gesloten cultureel verdrag tussen beide landen. Het programma, dat zich in het bijzonder richtte op Amsterdam, werd zowel in Nederland als Rusland gelijktijdig uitgezonden tussen 8 uur in de avond en half 10.   De presentatie van de uitzending, die onder meer muziek, informatie en een quiz bevatte, geschiedde zowel in het Russisch als in het Nederlands. Daarbij werd gebruik gemaakt van de diensten van tolken, welke ter beschikking waren gesteld door de Nederlandse afdeling van Radio Moskou en de Vereniging Nederland-USSR. De burgemeesters van beide steden spraken in de eerste uitzending een welkomstwoord. Het Nederlands gedeelte van het programma werd gepresenteerd door Jaap Brand. De productie, samenstelling en regie was in handen van Maarten Nederhorst en Kees van der Salm. De hoop werd uitgesproken dat mocht de eerste serie van uitwisselingsprogramma’s succesvol verlopen er meer van dergelijke programma’s zouden volgen.   In februari 1971 werd de uitwisseling van programma's tussen de NOS en Radio Moscow al na één uitzending stopgezet. De leiding van de NOS wilde meer weten over de positie van joden in de toenmalige Sovjet Unie. Het was de leiding van Radio Moskou die bekend maakte dat men na één uitzending voorlopig niet de uitwisseling kon voortzetten en dat men voor 1971 van meer programma's diende af te zien in verband met het overladen programmaschema. Uiteraard was de werkelijke reden dat men vanuit de Sovjet Unie met geen woord wilde ingaan op de vraagstelling die vanuit Hilversum was ontvangen.   Als regelmatige luisteraar naar allerlei korte-golfdiensten, die in verschillende spraken waren te beluisteren, werd door mij ook afgestemd op de programmering van Radio Moskou. Het was de bedoeling dat in het tweede uitwisselingsprogramma, dat als titel ‘tussen Leningrad en Rotterdam’ meekreeg, informatie zou worden verstrekt over de positie van de joden in de Sovjet-Unie. Een dergelijk verzoek was door de programmamakers in Hilversum bij de collega's in de Sovjet Unie ingediend maar viel bij de leiding van Radio Moskou dus niet in goede aarde. De opgegeven reden van een te volle programmering bleek achteraf vaker een gebruikelijke smoes te zijn om niet in te hoeven gaan op bepaalde wensen en vragen van westerse collega's. De leiding van Radio Moskou liet de collega's van de NOS dagen later alsnog weten dat er geen enkele aanleiding was om van de positie van de joden in de Sovjet-Unie een zaak te maken, omdat al vaker was gebleken dat de publieke opinie in Nederland slecht geïnformeerd was over de werkelijkheid in de Sovjet Unie. Verder ging men niet in op in hoeverre dit was gebleken.   Radio Moskou, op een bepaald moment beter bekend als Radio Moscow World Service, was het officiële internationale radiostation van de Unie van Socialistische Sovjet Republieken, zoals de Sovjet Unie officieel heette. Op het hoogtepunt van haar bestaan werden er door Radio Moskou programma's uitgezonden in meer dan 60 talen met behulp van sterke zenders opgesteld in de Sovjet- Unie, Oost-Europa en op Cuba. Alle programma's hadden te maken met een zogenaamde ‘Programmering directoraat’. Zie het als een vorm van censuur die pas in 1991 werd opgeheven.   De eerste uitzending in een vreemde taal was in het Duits op 29 oktober 1929, waarna programma's in het Engels en het Frans volgden. Radio Moscow startte met haar uitzendingen in 1922 met een zendstation in de regio Moskou, en een tweede kwam in de lucht vanuit een locatie in de omgeving van Leningrad in 1925. Radio Moskou kwam in 1939 ook met uitzendingen (op middengolf en korte-golf) in het Engels, Frans, Indonesisch, Duits, Italiaans en het Arabisch.   De redactie van Radio Moskou sprak al vroeg haar uitdrukkelijke bezorgdheid uit over de opkomst van de Duitse dictator Adolf Hitler tijdens de dertiger jaren van de vorige eeuw, en de Italiaanse dienst, uitzendend via de middengolf, werd enkele jaren later dermate gestoord door de Italiaanse dictator Benito Mussolini dat het doel van de programmering in het Italiaans werd gemist.   De Verenigde Staten werd voor het eerst het doelwit van Radio Moskou tijdens de vroege jaren vijftig van de vorige eeuw, gebruikmakend van zenders in de regio Moskou. Later werd West-Noord-Amerika het doelwit van de nieuw gebouwde Vladivostok en Magadan relay-stations. De eerste uitzendingen gericht op de landen in Afrika ging in de lucht aan het eind van de jaren vijftig van de vorige eeuw en wel in het Engels en het Frans.   In 1961 waren er via Radio Moskou voor het eerst programma's in drie Afrikaanse talen te beluisteren, te weten in het Amhaars, het Swahili en het Hausa. Na verloop van tijd, werden daar nog acht andere Afrikaanse talen aan toegevoegd. De begin jaren zestig werden ook gebruikt om centraal geredigeerde nieuwsbulletins het licht te laten zien, hetgeen in augustus 1963 voor de eerste keer het geval was en waarmee luisteraars over de gehele wereld konden worden bereikt daar ze in alle diensten werden gebracht.   In de jaren zeventig van de vorige eeuw werd een centraal team van commentatoren van Radio Moskou verenigd en verantwoordelijk voor het programma: ‘News and Views’. Deelnemers aan dit toch wel ambitieuze project waren Viktor Glazunov, Leonid Rassadin, Yuri Shalygin, Alexander Kushnir, Yuri Solton en Vladislav Chernukha. In de loop der jaren groeide het programma uit tot een belangrijke informatief- en analytisch onderdeel van de internationale service van Radio Moscow.   Als je blijk gaf dat je had geluisterd naar de programma's, via een ontvangstbericht of gewoon een brief, dan kreeg je geheid een redelijk dikke envelop terug uit Moskou. Er was een speciaal team bij het station werkzaam om de post van de luisteraars te beantwoorden en dus kregen luisteraars in Nederland, naast de internationale folders, ook een in het Nederlands geschreven persoonlijke brief terug. Speciaal op de oudere jeugd gericht was er een club waar je lid van kon worden en zelfs werd de luisteraar genodigd om achter het toenmalige IJzeren Gordijn een bezoek aan de hoofdstad van het machtige land te brengen.   Tegen het einde van de jaren zeventig werd de Engelstalige service van het station definitief omgedoopt in Radio Moscow World Service. Het project stond onder leiding van de al lange tijd bij Radio Moscow actieve journalist en manager Alexander Evstafiev. Later werd er een Service gericht op Noord-Amerika, een Afrikaanse service en zelfs een speciale service gericht op de UK en Ierland. Allen werden geprogrammeerd in de Engelse taal en waren een paar uur per dag te beluisteren. Dit naast de reguliere 24 uurs Engelstalige World Service, evenals diensten in andere talen.   Intussen was mijn interesse in de programma's van Radio Moscow in het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw tanende. Ik luisterde alleen nog, maar tevens zelden, naar de ‘Listeners Request Club', dat werd gepresenteerd door Vasily Strelnikov. Radio Moscow was trouwens niet het enige korte-golf station dat werd beluisterd en aangeschreven, daarover een andere keer meer.   Hans Knot, 24-11-2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Eens was het heel in om witte LP’s te kopen en te verkopen.

Tegen het einde van de jaren zestig en in het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw verschenen er tal van LP’s in de winkels, die niet door de platenmaatschappijen officieel op de markt werden gebracht maar voornamelijk illegaal waren geperst in het buitenland. In die tijd kocht ik veel LP’s, gezien mijn liefde voor de muziek in de breedste zin van het woord. Er waren drie zaken waar ik vrijwel wekelijks kwam om mijn collectie uit te breiden. Voor de allernieuwste singles en LP’s ging ik naar Roel Hemmes in de Steentilstraat. Ook dook ik wekelijks even de kelder in bij Eekels in de Oude Ebbingestraat om te kijken of er iets nieuws was op LP gebied. Men had daar een meer afwijkende collectie als bij Hemmes. Maar er was nog een derde zaak waar ik ook wekelijks langs ging. Het was de firma Boverhof aan het Schuitendiep in Groningen. Eigenlijk kwam ik er al vanaf 1967 om er wekelijks singles in te slaan voor de jukebox van de Disney Bar in de Pelsterstraat. Eigenaar Kees Dekker had me gevraagd de muziekkeuze voor hem wekelijks te verzorgen. Zo kocht ik iedere week vijf nieuwe platen en de singles die uit de grote muziekkast werden gehaald kreeg ik als dank mee.   Andere eigenaren van zakelijke jukeboxen hadden een soort van huurregeling met de firma Boverhof. Door een medewerker van het bedrijf werden wekelijks een aantal singles verwijderd om voor het nieuwe aanbod ruimte te maken. Op het einde van de dag kwamen alle singles, die uit jukeboxen waren verwijderd, netjes in grote bakken in de winkel te staan en waren ze vervolgens per stuk voor 1 gulden te koop. Grasduinen in die bakken was ook een heerlijke gelegenheid en bovendien kwamen er meer leeftijdgenoten met hetzelfde doel waardoor praten over de gezamenlijke muziekhobby tevens tot vriendschappen leidde.   Op een bepaalde dag stonden er drie LP’s te koop vol met rock and roll nummers die jarenlang werden gezocht en plotseling in een keer waren aan te schaffen. Afluisteren leverde wel het gevoel op dat niet alles topkwaliteit bleek te zijn en later werd bekend dat dit kon kloppen aangezien deels werd geluisterd naar de muziek van gebruikte singles die waren opgenomen voor herpersing op LP. Een superverzamelaar was op het idee gekomen via een bevriende relatie zijn collectie aan de LP toe te vertrouwen, zodat anderen deze LP’s, die geen bekend platenlabel had, konden kopen. De zogenaamde witte LP’s die bij sommige winkels gewoon in de bakken stonden, zoals bij Boverhof, en bij andere zaken niet werden verkocht of soms toch van onder de toonbank. Uiteraard was de verkoop illegaal in de ogen van de Nederlandse Vereniging van Grammofoonplaten Detailhandelaren (NVGD). Er werden naar alle platenwinkels, die al dan niet aangesloten  waren bij deze club, behoorlijke dreigende brieven geschreven waarin gemeld werd dat bepaalde, in Nederland actief zijnde platenmaatschappijen, zouden overwegen alle leveringen aan detailhandelaren, die illegale witte LP’s verkochten, stop te zetten.   De behoorlijk scherp gestelde brieven werden eind maart 1970 verstuurd toen het bekend werd dat ‘illegaal’ opgenomen nummers van de Rolling Stones op grote schaal zouden worden verspreid. Ook Boverhof kreeg een dergelijke brief en in het Nieuwsblad van het Noorden van 2 april 1970 verzette hij zich fel tegen eventuele maatregelen. Het artikel bleef decennia bewaard in een LP hoes van een van de daar gekochte LP’s op het ‘Europa Label’.   “Het lijkt een oplichterstroep", zei de heer W. (Wim) Boverhof in Groningen. Hij was het niet eens met de Nederlandse Vereniging van Grammofoonplaten Detailhandelaren. Om dat nog eens duidelijk te maken bracht hij de omstreden zogenaamde witte plaat van de Rolling Stones uit. Meerdere aangesloten handelaren, die van plan waren deze ‘witte’ schijf ook te koop aan te bieden, waren van dit idee afgestapt, toen ook de platenmaatschappij Phonogram fel reageerde met brieven die er niet om logen.’   Het kwam, zoals gemeld, er op neer als de handelaren tot verkoop van die bewuste plaat overgingen, ze zouden worden uitgesloten van levering van alle platen, die de betreffende maatschappij uitbracht. Wim Boverhof, die geen lid van de bond was, had vooral bezwaren tegen de toenmalige situatie van de grammofoonplatenmarkt. Zo stelde hij: “Zelfs benzinemaatschappijen kunnen platen verkopen”.   In die tijd waren er ook cassettebandjes met muziek van bekende orkesten in omloop zonder dat men eigenlijk precies wist waar ze vandaan kwamen. Ook was het niet uitgesloten dat een lid van het betreffende orkest, de opname clandestien had verkocht en dus mee deelde met de opbrengst. In ieder geval verschenen er veel merkloze platen op de markt zonder dat de maatschappij, die de bewuste band onder contract had, wist wie deze leverden.   Een van de eerste LP’s, die in Nederland illegaal op de markt kwamen was ‘Little white wonder’ van Bob Dylan. Het was niet Artone-CBS, waar de Amerikaan voor de Nederlandse markt onder contract stond, die de schijf op de markt bracht. CBS maakte er echter geen zaak van en dus was de schijf bij de meeste Grammofoonplaten  Detailhandelaren zonder problemen te koop.   Er was vooral de nodige publiciteit hoe het toch mogelijk was dat er zowaar de zogenaamde witte LP’s van de Rolling Stones werden aangeboden. De platenmaatschappij Phonogram – waar men de distributie in ons land voor de Rolling Stones verzorgde, beet, op verzoek van het Londense Decca om de rechten van de Stones en de maatschappij te verdedigen, fel van zich af en als gevolg daarvan bleven de  aangesloten handelaren grotendeels in het gareel.   Mevrouw Truus Boverhof kwam ik in haar grammofoonplatenzaak wekelijks tegen in die tijd. Uiteraard viel het op dat ze ook ‘witte lp’s’ verkocht wat weer tot aankoop door mij leidde. En niet alleen aan mij maar ook aan  de andere vaste bezoekers, die op vrijdagmiddag het winkeltje aandeden.   Eigenaar van weer een andere platenzaak aan de Heerestraat in Groningen was de heer H.P. Vink, die bestuurslid van de Nederlandse Vereniging van Grammofoonplaten Detailhandelaren was. In het Nieuwsblad van het Noorden zei hij destijds over Boverhof zijn actie: “Ik kan mij voorstellen dat de heer Boverhof niet in ons gareel loopt. Hij heeft geen belang bij het lidmaatschap omdat hij op deze wijze een zeer goede boterham verdient. Ik vraag mij af wat ik zou doen als ik in zijn schoenen stond. Of ik het leuk vind is wat anders."   Als reactie daarop stelde Wim Boverhof: “Ik ben nooit lid van de vereniging geweest, omdat ik naast de nieuwe geen gebruikte platen mocht verkopen. Officieel mogen de maatschappijen niet aan mij leveren, maar onofficieel zie ik wel kans de platen, die ik wil hebben, te krijgen. Desnoods reis ik heel West-Europa af. Ik werd genoodzaakt te pionieren. Daardoor is het ook zover gekomen, dat ik ze nu goedkoper kan krijgen dan de erkende concurrentie. Dat is natuurlijk een vreemde situatie, maar ze is er."   En dat hij succes had was ondermeer in de winkel aan het Schuitendiep te zien waarin een speciale bak was ingevuld met lp’s van ondermeer de Amerikaanse als zowel de Nederlandse uitvoering van de musical ‘Hair’, die in die dagen zeer populair was en overal volle zalen trok. En dat Boverhof het goed voor elkaar had bleek een week later toen er vier uitvoeringen van de musical in een bomvolle Martinihal waren en hij er een speciale stand had om de LP’s te verkopen.   Wim Boverhof had ondermeer bezwaren tegen de honderd gulden inleggeld, die een kandidaat-lid aan de vereniging diende over te maken. Bovendien werd er dan door een soort van ballotagecommissie besloten of hij al dan niet werd toegelaten. Was het advies negatief dan kreeg een aspirant kandidaat niet de volle inbreng van 100 gulden terug maar slechts de helft van dit bedrag. Een reactie op deze financiële handel destijds van hem in het Nieuwsblad van het Noorden: “Het is fraai. Zo'n bond lijkt mij ook wel iets op op te starten. Dat is een mooie handel".   Ook was het zo dat aspirant leden de NVGD uitvoerig dienden te informeren over de financiële zaken van het betreffende bedrijf. En voor Wim Boverhof was een lidmaatschap dan ook een onnodige optie: “Ik heb geen verplichtingen aan de vereniging. Ze is niet nodig. Daardoor is deze situatie gekweekt. Iedereen verkoopt tegenwoordig grammofoonplaten. En wat doet de bond daar tegen? Niets."   Zijn Groninger  collega Vink vertelde destijds dat het inleggeld nodig was om de onderzoekkosten te dekken. Voorts wenste men alleen maar betrouwbare leden op te nemen in het NVGD register: “Ik wil niet zeggen dat de heer Boverhof een avonturier is. Natuurlijk is er onrust onder onze leden. De gehele handel is onrustig. ledereen staat op zijn achterste poten. De tijd van gezapig zakendoen is voorbij, iedereen kan platen gaan verkopen. Voor een hoop zaken betekent dat paniek. Ach met vakkennis en een grote sortering red je het wel. En dat van die witte platen. Is het juist? Laten wij dat in het midden laten. Er zijn legio platen, die via duistere kanalen de handel bereiken. Zit er een lek bij de fabrieken of spuit men een surplus aan platen?"   Er was nog een Groninger eigenaar van een platenzaak die een soort van dreigbrief van de platenmaatschappij Phonogram kreeg en wel de heer Kappen van ‘Het Carillon’, destijds gevestigd op het Kwinkenplein. Hij stelde in het Nieuwsblad van het Noorden gezwicht te zijn voor de inhoud van de brief. “We wilden niet het risico lopen van levering te worden uitgesloten. Het is erg jammer dat het zo moest lopen.”   Voor de platenmaatschappij hadden de reacties een positieve wending gekregen want: “Wat ons betreft is die zaak over de Stones-plaat de wereld uit", stelde destijds de heer Ten Kate publiciteitsman van Phonogram. “Die Groninger handelaar Boverhof is niet aangesloten. Hij behoeft zich niet aan onze bepalingen te houden. Er gebeurt dan ook niets. Er is niets aan te doen. Hij kan verkopen wat hij wil. De liefhebbers van de Rolling Stones zullen het wel fijn vinden"   De titel van de witte Stones LP was ‘Live’r than you’ll ever be’. Het muzikale werk verscheen op het Peace label en de naam van de groep was ‘Greatest Group on Earth’. Mevrouw Boverhof en haar assistente, Tineke van Nieff, verkochten de LP destijds voor 13 gulden in de winkel aan het Schuitendiep. Op de LP stonden oudere nummers als ‘Carol’ en ‘I’m free’, maar ook voor die tijd nieuwere songs als ‘Sympathy for the devil’, ‘Midnight rambler’ en  het nooit eerder door de Stones op de plaat gezette ‘Little Queenie’.   Hans Knot, 6 mei 2017

hans knot

hans knot

Vincent Schriel: Foutje, bedankt

Vorige week heb ik per ongeluk de Google Chromecast Audio besteld. Eigenlijk had ik de gewone Google Chromecast nodig om naar Netflix te kijken. De webwinkel waar ik hem heb besteld doet nooit moeilijk over terugsturen, maar toch heb ik besloten dit niet te doen omdat ik eigenlijk wel nieuwgierig ben naar de mogelijkheden van het apparaat.
Even voor wie het nog niet weet. Met de Google Chromecast kan je makkelijk video streamen van een telefoon of tablet naar de TV. Dit doe je binnen je eigen netwerk thuis. Als je Netflix wilt kijken op de TV open je de Netflix app op de smartphone en klikt op het ‘cast’ logo in de app. Vervolgens selecteer je de film of serie. Hij start direct op de TV, de telefoon is je afstandsbediening. Google Chromecast maakt zelf verbinding met de Netflix server en streamt van daar uit naar de TV. Het kost daardoor geen data of stroom van de smartphone.
Ik heb dus de Google Chromecast Audio niet teruggestuurd maar aangesloten op de aux-ingang van de stereo installatie en met behulp van een Android smartphone aangemeld bij het draadloze netwerk. Toevallig heb ik een Android, maar het kan ook met een iPhone. Binnen een paar minuten werkt het.
Buitenshuis luister ik inmiddels alleen nog maar naar internetradio of Spotify. Maar thuis in de huiskamer is het nog wisselend de tuner van de stereo-installatie, de oude gereviseerde Philips plano uit 1964 of de radiokanalen van de TV. Maar de verkeerde bestelling van € 39,- heeft ervoor gezorgd dat al deze apparaten voor radio luisteren wat mij betreft overbodig zijn.
Ontvangst van de lange-, midden- en korte golf in de huiskamer is door de electro smog niet meer mogelijk en daarom afgeschreven. De FM wil men vervangen voor DAB+ omdat het kwalitatief een beter geluid heeft en meer zenders biedt. Dat laatste klopt, je krijgt meer zenders dan de FM. Zelfs meer dan wat de TV aan radiokanalen biedt. Maar met de Google Chromecast Audio, mijn Android telefoon en de TuneIn app beschik ik nu over alle radiostations die via het internet uitzenden, inclusief hun podcasts. En als ik even geen radio wil luisteren maar alleen muziek wil horen? De Spotify app openen, op het ‘cast’ logo klikken en de muziek starten. En dat allemaal met één vinger.
Het is dus de bedoeling dat we in de toekomst de FM inruilen voor DAB+. Maar met de Google Chromecast Audio heb ik de opvolger van de ‘DAB-doos’ al in huis. ‘Foutje, bedankt’ zullen we maar zeggen.
Vincent Schriel, 10 juli 2017

Vincent

Vincent

Edwin Wendt: Eva in de file

Roosmarijn Reijmer gooit in NRC Handelsblad de knuppel in het ‘letterlijke’ hoenderhok: het is hoog tijd voor een vrouw in de dagprogrammering van 3FM. Ze heeft gelijk. Op zich gaat het niet om man of vrouw, de beste moet op de zender. Maar er werken nu voldoende goeie vrouwelijke deejays bij 3FM. Roos is nu al zes jaar de enige met een plek doordeweeks, al is het aan de ‘randen van de nacht’. Het weekend zit inmiddels bomvol vrouwelijke deejays: Annemieke Schollaerdt – zij zou in 2011 de VPRO-uren gaan presenteren, maar koos voor haar privéleven en bedankte voor elke avond van huis zijn. Roos sprong wel in het gat. Voor Annemieke is het nu als eind-dertiger inmiddels te laat om van het weekend door te schuiven naar de werkdagen. Gemiste kans, eigen schuld. (Ook in het verleden liet een vrouw haar positie op 3 uit handen glippen: Claudia de Breij verkoos het theater boven een dagelijkse lunchshow op 3FM.)

Eva Koreman verdient nu echt een plek doordeweeks. Ik begrijp dat ze een serieuze kandidaat was voor de lunchshow met Ramon maar dat ze is afgevallen vanwege 'iets mindere chemie dan Mark'. Vaag. Eva was, toen ze in 2015 debuteerde bij 3FM, degene die er (onbewust) voor zorgde dat in de duoshow met Giel híj als voormalig ‘enfant terrible’ ineens oud klonk. In haar solo-nachtprogramma’s bewees ze over een groot inlevingsvermorgen te beschikken en echt een band met luisteraars te kunnen opbouwen. Zo maakte ze een mooie uitzending in de Bataclan-nacht. In haar weekend-lunchprogramma’s laat Eva nu opnieuw horen dat zij de veelzijdige vakvrouw is die 3FM nodig heeft.
  De laatste twijfels worden weggenomen bij Radio Gaga. Het ís televisie, maar eigenlijk radio met beeld. Hier toont Eva zich elke dinsdag een uitstekend interviewer – of eigenlijk gesprekspartner – van haar luisteraars en haalt ze zonder moeite mooie verhalen naar boven. Chris Zegers, die op papier veel meer ervaring heeft, staat hier duidelijk op het tweede plan.

3FM, durf eens en zet Eva in de spits. Desnoods in plaats van of samen met Frank in de middag, maar nog liever in de ochtend in plaats van Domien. Is het probleem van die nietszeggende ochtendshow ook direct opgelost.   Als Roosmarijn echt een eind wil maken aan de door haar in NRC omschreven machocultuur in het 3FM-team (Waar zij en haar seksegenoten opmerkingen over 'Het voljoghurren van vrouwen' moesten accepteren) moet ze misschien eens nagaan of er toevallig een vacature 'Eindredacteur 3FM' is.   Edwin Wendt, 27 juni 2017

de redactie

de redactie

Vincent Schriel: Onderweg met digitale radio

Over een paar jaar, als de FM in Nederland wordt uitgeschakeld, luisteren we allemaal digitaal naar de radio. Thuis hebben we het al dankzij onze kabel- of internetprovider. En als hun aanbod niet voldoende is kan je met een internetradio naar zo'n beetje alles luisteren wat er in de wereld aan radio wordt gemaakt.
Buiten de deur is het anders. Digitaal naar radio luisteren staat hier nog in de kinderschoenen. We hebben landelijk DAB+ en 4G internet tot onze beschikking, maar hoe werken deze netwerken in de praktijk? In de auto en het openbaar vervoer. Omdat ik van beide vervoersmogelijkheden gebruik maak heb ik in de afgelopen twee maanden een vergelijk gemaakt tussen DAB+ en 4G. Op de heenweg DAB+, op de terugweg 4G.
Laten we maar met de auto beginnen. Sinds kort heb ik er één met een radio voor DAB+. Voor de korte ritjes in de stad voldoet dit prima. Maar zodra ik de stad uit rij beginnen de problemen. Ik woon in het Rijnmond gebied waar je veel tunnels hebt: Beneluxtunnel, Botlektunnel, Heinenoordtunnel, Maastunnel, Noordtunnel en Thomassentunnel. Ook zie je dat er steeds vaker wordt gekozen voor het onder de grond aanleggen van wegen. De nieuwe A4 tussen Schiedam en Delft is daar een voorbeeld van. Zodra je zo'n tunnel in rijd ben je het signaal kwijt. Anders is dat met 4G. Zonder problemen tunnel in en tunnel uit. En wat ook handig is: als je wordt gebeld gaat de radio op pauze. Dan mis je niets van een discussie op de radio.
Ook op lange ritten wint 4G het van DAB+. Tijdens een ritje van Rotterdam naar Hilversum via de A15 en A27 gaat het al snel mis. In de Noordtunnel bij Alblasserdam geen signaal en tussen Gorinchem en Utrecht valt het DAB+ signaal meerdere malen weg, zowel bij de stations van de publieke omroep als de commerciëlen. Bij de derde partij die DAB+ aanbiedt, MTVNL, valt het op dat het signaal meer wegvalt dan bij de andere twee netwerken. En 4G? Dat werkt feilloos.
Als ik voor mijn werk op pad moet kies ik altijd voor het openbaar vervoer. De locaties waar ik heen ga zijn prima met de tram, metro en trein bereikbaar en in de meeste gevallen gaat het sneller dan met de auto.
Onderweg heb ik altijd de radio aanstaan, ook in het openbaar vervoer. Met een kleine Pure portable DAB+ ontvanger en oordopjes luistert het lekker weg. Maar niet in de metro. Zodra deze ondergronds gaat is het over en uit. Pas op Rotterdam Centraal, als je de stationshal inloopt, is er weer signaal. Zelfde heb je in de trein. Richting Den Haag krijg je de spoortunnel bij Delft en wordt het stil. Ook richting Schiphol en Breda met de Intercity Direct heb je hetzelfde probleem. Het spoor is op meerdere plekken ondergronds aangelegd om overlast voor de omgeving te voorkomen. Zodra je de treintunnel in gaat ben je ook hier het signaal kwijt.
Met 4G gaat ook het niet vlekkeloos, maar wel stukken beter. In de metro is 4G beschikbaar en kan je zonder onderbreking blijven luisteren. Maar in de trein gaat het wel eens mis. Richting Breda en Schiphol valt het signaal een enkele keer weg. Gelukkig gaat de radio-app op je mobiel dan op pauze en zodra er weer signaal is gaat het verder waar hij is gebleven. Je mist in ieder geval niets.
Mijn conclusie is dat buitenshuis de beschikbaarheid van 4G beter is dan DAB+. Ook biedt 4G meer functionaliteiten. In de trein kan je met je laptop het internet op (via thetering) en in de auto krijg je de actuele weginformatie via je routeplanner. Ook heb je met 4G gigantisch veel radiostations tot je beschikking. Door de beschikbaarheid en de extra functionaliteit heeft 4G een grote voorsprong op DAB+. Zodra de NS, net als de metro in Rotterdam, 4G goed toegankelijk maakt in de tunnels, is de dekkingsgraad volledig. Dan kunnen we overal in Nederland zonder onderbreking altijd bellen, appen en radio luisteren. Dan is het alleen nog wachten op het moment dat de datalimiet van het mobiele internet verdwijnt, net zoals met de vaste aansluiting is gebeurd. Tele2 en T-mobile hebben de aanzet hiervoor al gegeven.
Vincent Schriel, 27 juli 2017

de redactie

de redactie

Vincent Schriel: Met een radio op vakantie

In de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw namen wij, als we op vakantie gingen, altijd cassettebandjes en een portable radio mee. De cassettes met muziek waren voor op de heen- en terugreis op de Duitse Autobahn, de portable radio om naar Radio Nederland Wereldomroep te luisteren op plaats van bestemming.   Hoe anders is dat tegenwoordig. De moderne auto wordt geleverd met een DAB+ radio voorzien van Bluetooth. Het voordeel van DAB+ ten opzichte van FM is dat je niet, zodra je buiten bereik van de zender komt, een andere frequentie moet opzoeken. Het moet naadloos overgaan naar de andere zender. Binnen Nederland werkt dat aardig, maar zodra je de grens overgaat raak je de Nederlandse zenders kwijt. Deze zijn dan alleen nog te beluisteren via het internet maar dat kan je dan weer doen met de Bluetooth optie.   Dus wat nemen we anno 2017 mee op vakantie? Een smartphone die je toch al bij je hebt en een Bluetooth speaker. Met de smartphone kunnen we in de auto naar iedere zender in de wereld luisteren en met behulp van de speaker kunnen we in onze vakantiebungalow weer via Bluetooth de Nederlandse radio aanzetten.    De eerste week van oktober zijn wij op vakantie geweest. Wij zaten in de buurt van Koblenz en dit werd onze eerste vakantie zonder CD's (die de cassettes hadden vervangen) en portable radio. Voor vertrek op de smartphone NPO Radio 2 aangezet en de routeplanner-app gevuld met het vakantieadres. Zo bereikte wij zonder problemen het vakantiepark in Duitsland, luisterend naar Aan de slag! van Bart Arens. Gedurende de hele reis viel de verbinding alleen weg toen wij door een smal dal tussen twee bergen reden.    Hoe anders was het toen we de volgende dag in de auto stapten om boodschappen in het dorp te doen. We namen dezelfde weg terug als toen het internet even wegviel, maar nu met de radio aan. Op DAB+ stond Harmony FM op. Tenminste, dat konden we de hele reis zien. Maar voor een grootste deel was er geen bereik en bleef het stil op de radio. De dagen daarna hadden we dezelfde ervaring. Radio via Bluetooth/4G werkte probleemloos, via DAB+ viel het regelmatig uit.    Welke conclusie kan je hieruit trekken? Volgens onze ervaring met digitale radio is DAB+ in Duitsland niet bruikbaar in de auto. Maar ook in Nederland is het op de weg niet altijd geweldig. Daar waar DAB+ het laat afweten gaat het via het internet gewoon door. Betekent dit dat de dekkingsgraad van 4G beter is dan van DAB+? Of dat de techniek van DAB+ niet voldoet? Kan je, als je geen of een kleine internet bundel hebt, dan niet beter via FM blijven luisteren?   Vincent Schriel, 16 oktober 2017

de redactie

de redactie

Edwin Wendt: Liefde voor muziek kan 3FM er bovenop helpen 

Dat 3FM onder vuur ligt, is niet onbegrijpelijk. De vrije val in de luistercijfers biedt tegenstanders van de publieke pop- en jongerenzender een makkelijk wapen. Geef die FM-frequentie toch aan Radio 5, dat zelfs zonder FM-dekking meer luisteraars trekt, wordt geroepen. Jongeren luisteren toch geen (FM-) radio meer. 
Die kritiek is te simpel. Inderdaad kan 3FM scherper en spannender programmeren – een schone taak voor de van FunX afkomstige nieuwe zenderbaas Sharid Alles - maar er is al een groot verschil met commerciële concurrenten als 538, Q-Music en Radio 10. Genoemde zenders borduren nog altijd voort op de ooit door Veronica in Nederland geïntroduceerde ‘Hitradio’-formule: een beperkte ‘playlist’ en weinig tot geen muzikale inbreng van de deejays. Een ander element dat Veronica introduceerde, de duopresentatie, evalueerde – of ontaardde – in het fenomeen ‘sidekick’, ook wel  ‘lachzakken’ genoemd. De binnenkort afzwaaiende Edwin Evers van Radio 538 werd er groot mee.
Op één programma na – de middagshow ‘Mark + Ramon’ -, heeft 3FM de ‘sidekicks’ allang afgezworen. Waar een deejay van 538 deze week nog riep dat ‘het bijna weer Sinterklaas is’, gaan de presentaties op 3FM over muziek. De deejayploeg heeft dan ook echt voeling met én zeggenschap over de muziekkeuze. Weliswaar blijft het aantal persoonlijke ‘free choiches’ beperkt tot een handvol per programma, over de invulling van de totale playlist en de keuze van de Megahit (de wekelijkse hittip van de zender) beslissen alle deejays mee. Dat leidt ertoe dat elke deejay regelmatig besluit een nieuwe plaat of nog onbekende artiest eens goed ‘neer te zetten’. Niet zelden pikken collega’s die tip op en nemen deze mee als ‘free choice’ in hun eigen programma. 
Afgelopen week vertelde Eva Koreman daags na het Lowlands-festival hoe zij op dat festival in tranen was uitgebarsten bij het optreden van de Nederlands-Iraanse zangeres Sevdaliza. Diezelfde avond bleek collega Herman Hofman door Eva’s verhaal zo geraakt dat hij besloot het nummer in de herhaling te gooien. Wijnand Speelman, de collega die het daaropvolgende programma 3 voor 12 Radio presenteerde, meldde zich vervolgens quasi-geïrriteerd: hij had Sevdaliza al een jaar of twee geleden te gast gehad. Toen maakte ze nog niet de aan Massive Attack herinnerende triphop van nu, maar meer r & b-georiënteerd materiaal, haar talent was toen al herkenbaar. Deejays die elkaars muziekkeuze beïnvloeden en aanscherpen, zo hoort het op een muziekzender.
Per 1 september vertrekt Domien Verschuuren als ochtenddeejay bij 3FM. Zijn overstap naar Q-Music werd een maand geleden door de criticasters van ‘het zinkende schip’ nog aangegrepen om hun ‘Wie doet het licht uit bij 3FM?’-mantra weer van stal te halen. Verschuuren echter kan gemist worden. Hij bewees in het voorbije jaar de druk van een ‘spits’ slecht aan te kunnen en meldde zich om die reden zelfs ziek. Zijn opvolger Sander Hoogendoorn (‘een klein punkertje’ noemde hij zichzelf eens) heeft het tegendraadse dat 3FM onderscheidt van de commerciëlen. De VARA Gids publiceerde een duo-interview met Hoogendoorn en Felix Meurders (ooit ook een dwarse ochtendjock op ‘3’). Meurders kon vroeger nog weleens een plaat twee keer achter elkaar draaien, vertelt hij. Sander had eerder in het gesprek verteld over zijn twee ‘free choices’ per uitzending en dat hij het belang van een centrale muziekredactie onderkent. “Maar ik heb onlangs een plaat zelfs vijf keer gedraaid. Steeds als die was afgelopen, had ik weer berichten van mensen die hem zogenaamd hadden gemist. Natuurlijk krijg je daar gelul mee, maar het kán wel.”
Met dit soort eigenwijsheid kan 3FM de weg omhoog weer vinden. 
Edwin Wendt
Mediapublicist en jurylid van de Zilveren Reissmicrofoon

de redactie

de redactie

Hans Knot: Het najaar van 1963

De nostalgische terugblik brengt ons terug naar 1963 waarbij ik focus op onder meer de zeezender Radio Veronica en de plannen voor een televisieplatform. In de kranten werd in de maand augustus 1962 verslag gedaan van een nieuwe vinding, waardoor het mogelijk werd schepen een schoonmaakbeurt tot onder de waterlijn te geven en op te knappen. Het bedrijf N.V. Magneto-Chemie uit Schiedam was van plan het drijvende radiostation Veronica voor de Scheveningse kust dankzij de nieuwe vinding in volle zee een schoonmaakbeurt te geven: ‘de beurt zal waarschijnlijk – als het weer meewerkt – volgende week plaats hebben. Aan boord van de kotter die Veronica regelmatig van proviand en programma’s op de band voorziet, zullen enkele kikvorsmannen uit de Scheveningse haven vertrekken om het schip onder de waterlijn op te knappen.’   Doel van de beurt was de roest laag, die zich in de loop der jaren op de huid van de Borkum Riff had vastgezet, te verwijderen. Normaal geschiedde dit vrijmaken van corrosie op de werf, maar aangezien het radiozendschip geen enkele haven binnen kon worden binnengesleept zonder gevaar in beslag te worden genomen, had de directie van Veronica zich gewend tot de Schiedamse ondernemer, H. B. Beer, directeur van Magnete-Chemie.   De toen nieuwe vinding was al patent verleend in verschillende landen en de directeur had wel een verklaring waarom op zee gewerkt kon worden: “Gewoonlijk bestaat de bescherming tegen roest op de scheepshuid uit zinken blokken, die tegen de platen van het schip worden gelast. Deze blokken dienen te voorkomen dat roest ontstaat. De werkingssfeer van de zinkblokken bedraagt enkele meters, zodat elk schip – afhankelijk van de grootte, enkele tientallen van deze blokken nodig heeft.”   Tot begin 1963 was het aanbrengen van de blokken echter steeds noodzakelijk geweest een schip op de werf of in een dok te zetten omdat laswerk heel moeilijk onder water kon worden uitgevoerd. De heer de Beer ontdekte echter een nieuwe mogelijkheid. In de blokken bracht hij sterke magneten aan met een trekkracht van niet minder dan 1800 kilo. Daardoor hechtten de blokken zich onwrikbaar vast op de scheepshuid. Op deze manier kon een schip binnen enkele uren een anti-roestbeurt ondergaan.   De Beer destijds over het systeem: “Het systeem biedt grote voordelen voor de scheepvaart. Immers, de vinding betekent kosten- en tijdsbesparing. Normaal dient een schip voor een dergelijke behandeling ongeveer 36 uur uit het water worden gehaald, terwijl werken volgens de nieuwe methode slechts enkele uren vergt. Bovendien kan het schip gewoon in het water blijven liggen. Daarnaast biedt het systeem mogelijkheden voor de bestrijding van roest op damwanden of pijpleidingen. “ De Borkum Riff was het eerste schip waarop de vinding definitief werd toegepast en zou volgens de ondernemer voor twee jaar van roest gevrijwaard zijn.   In het najaar van 1963 verschenen de nodige berichten in de dagbladpers betreffende een nieuw plan te komen tot een kunstmatig eiland voor de kust van Noordwijk voor het brengen van zowel radio- en televisieprogramma’s, een project dat de geschiedenis is ingegaan als het REM eiland. Nadat de nodige feiten waren gepubliceerd was het de KRO die, via het toen al populaire journalistieke programma ‘Brandpunt’ meer wilden brengen dan de kranten. Zo liet men een gefilmde reportage zien van het ronddobberende zendschip Borkum Riff van Radio Veronica, beelden die opvallend genoeg waren geschoten door de VPRO-regisseur Almar Tjepkema.   Klaarblijkelijk mochten destijds omroepmedewerkers van andere omroepen wel voor andere omroepen werken, terwijl medewerkers van omroepen, die voor Radio Veronica tevens actief waren, de wacht werd aangezegd. Almar Tjepkema zou trouwens in 1964 een opmerkelijk zijpad betreden door te gaan werken voor het REM-eiland project.   Maar de redactie van de KRO wilden meer want ze benaderden op zaterdag 19 oktober zowel de ministers Scholten en Van Aartsen om commentaar te geven over het gegeven dat Radio Veronica nog steeds ongemoeid buiten de territoriale wateren haar uitzendingen kon blijven verzorgen. De redactie van Brandpunt had beide bewindsvoerders gevraagd naar de studio te komen, maar ze lieten weten dat het stadium waarin Veronica en het toekomstige REM-project verkeerden, ze helemaal niet inzagen, waarom er commentaar geleverd diende te worden.   Nadat de mededeling was gedaan dat er geen commentaar was te verwachten, stelde men het onredelijk te vinden dat een eenvoudige arbeider uit Twente, die een illegaal zendertje gebruikte, door de rechter werd veroordeeld, terwijl tezelfdertijd Radio Veronica vrij bleef uitzenden. Men had trouwens binnen de redactie van Brandpunt niet veel vertrouwen in het aangekondigde REM-eiland project want op 21 oktober 1963 stond in ‘Vrije Volk’ te lezen: ‘De KRO liet een specialist duidelijk maken, dat dit alles wel niet zo snel zal gebeuren, omdat dit veel te hoge kosten met zich mee zou brengen.’   Ook had men de VVD- gedelegeerde in de Tweede Kamer, mevrouw van Someren-Downer, nog om commentaar gevraagd. Ze bleek de hele situatie niet toe te juichen maar het toch te tolereren, omdat er in Nederland op dat moment nog geen meerderheid was gevonden om commerciële etheruitzendingen toe te staan. Uiteindelijk was er toch een afsluitende positieve conclusie waar te nemen toen de presentator van Brandpunt concludeerde: ‘Maar, het kan. Men zou zelfs een keten van speelholen en verboden gelegenheden buiten de territoriale wateren kunnen aanleggen, zonder dat juridisch kan worden ingegrepen. Natuurlijk werden er tal van reacties in de diverse kranten gepubliceerd gericht op de eventuele komst van een commercieel televisiestation, even buiten de nationale wateren van ons land, maar werd ook de zittende regering gewezen op het gegeven dat men niet vroegtijdig had ingegrepen tegen Radio Veronica en daardoor andermaal er plannen waren om buiten de wetgeving om het publiek te bereiken, dit maal met televisie-uitzendingen.   In ‘de Volkskrant’ van 12 oktober 1963 was de rubriek ‘Ten Geleide’ bestemd voor het leveren van kritiek, dit maal onder het kopje: ‘Te lang gewacht’. Volgens de niet bij name genoemde redacteur was de Nederlandse regering te laat met een regeling van de reclametelevisie en drong de conclusie zich weer op gezien de plannen waren aangekondigd voor de reclame televisie-uitzendingen, verzorgd vanuit zee. En een vergelijking met Veronica leerde ook dat met van reclame maken via de radio ook niets wilde weten binnen de regering.   ‘Desondanks werd de behoefte er aan zo groot dat een gat in de wet werd gevonden, dat zelfs groot genoeg was om er met een complete zendinstallatie door te varen. De overheid is zich al jaren aan het bezinnen òf en hoe aan deze illegale uitzendingen een eind kan worden gemaakt. Maar onderwijl heeft Radio Veronica in feite volledig burgerrecht verkregen bij de Nederlandse luisteraars en bij het Nederlandse bedrijfsleven. Moet het nu weer net zo gaan met de toekomstige reclame-televisie?’   Men wist ook wel dat de komst van reclametelevisie in eerste instantie volledig was afgehouden door de bestaande omroepverenigingen, wat het vinden van een oplossing volledig had geblokkeerd. Wel had het voorgaande kabinet de kwestie eindelijk eens goed aangepakt en besloten te komen tot een tweede Nederlands televisienet, dat mede gefinancierd zou kunnen worden uit de opbrengsten van reclamespots. Maar eenmaal ter behandeling in de Tweede Kamer werd het wetsvoorstel, waarin de wijzigingen van het uitzenden van televisie was vastgelegd, in meerderheid van stemmen afgewezen, zonder er echter iets tegenover te stellen, dat wel voldoende instemming zou kunnen krijgen. Bij de besprekingen te komen tot een nieuwe regering konden de partijen destijds in 1963 het enkel eens worden op de instelling van een zogenaamde pacificatiecommissie, waarin lieden, die alle sterk uiteenlopende meningen hadden, waren vertegenwoordigd. De bedoeling was dat uit dat overleg een voor iedereen bevredigend compromis zou komen.   Maar de redactie van de Volkskrant constateerde in oktober 1963 dat tot op dat moment het nog steeds bij plannen was gebleven: ‘Voorlopig is men nog niet eens aan de samenstelling van deze commissie toegekomen. Daarna moet er nog lang een breed gestudeerd worden en als de leden van deze commissie het niet eens worden dan dient het huidige kabinet zelf weer te proberen knopen door te hakken.’ Dit uiteraard met in het achterhoofd de gedachte of er ook voor die plannen weer een minderheid zal zijn in de Tweede Kamer.   Voor de schrijver van het commentaar was het dan ook zeer begrijpelijk dat grote Nederlandse zakenlieden, die het wel in de toekomst van reclame-uitzendingen zagen zitten, de oplossing hadden gevonden door met een plan te komen tot uitzendingen vanuit internationale wateren. ‘De mazen in de wet, die wijd genoeg waren om Radio Veronica doorgang te verschaffen, zullen nu ook moeten dienen om er met een op een booreiland gemonteerde televisie apparatuur door te komen.’   Men verwachtte wel dat de regering spoedig zou komen met maatregelen waardoor een eventuele start van een televisiestation in internationale wateren voorkomen zou kunnen worden. En aldus de berichtgeving in diverse kranten, zou het best zo kunnen zijn dat ook Radio Veronica daar dan de dupe zou worden. De kritische rubriek werd vervolgd met: ’Als Radio Veronica toch, hoe dan ook, aan een behoefte voldoet, is het dan billijk dat de overheid nu nog, na jaren, gaat proberen om de klok terug te draaien? En al kan men er begrip voor hebben, dat de overheid zou willen voorkomen, dat er ook nog illegale reclame-televisie ontstaat – haar taak zou – evenals bij de reclame in de radio – toch moeten zijn, tijdig legale ruimte te scheppen voor een nieuwe behoefte. Wordt een dergelijke behoefte te laat onderkend, dan zoekt zij toch op de een of andere manier een uitweg en dat zien we ook weer bij de reclame-televisie. Er is te lang gewacht en daar ligt de fout!’ En we weten dat Veronica nog ruim 10 jaar langer haar gang kon gaan vanaf internationale wateren maar dat eind 1964 de REM de nek werd omgedraaid.   Hans Knot, 4 augustus 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Acht vrouwen en een radiozendschip

We gaan de terug naar de zomer van 1970 en als ik een paar namen van de volgende dames noem zal het merendeel van de lezers er helemaal niets van begrijpen als ik stel dat deze vrouwen van groot belang waren voor het runnen van een radiostation vanaf internationale wateren. Want wie kent Florence Oudenbroek, Thin Shan Hasiang Shanfa, Lisa Christiansen of Gerrie Preuss? Het zijn vier van de acht vrouwen die gekleed gingen in een prachtig kostuum dat toebehoorde aan de marine van een land dat niet gelegen is aan een zee maar daadwerkelijk wel een eigen vloot had, zover bekend bestaande uit één boot.
Deze marine was speciaal in het leven geroepen nadat de International Broadcasters Society (IBS), onder leiding van de Canadees Timmy Thomason, begin 1970 bij de regering van het land besprekingen had gevoerd met als doel een vlagregistratie bij het land te verkrijgen zodat een toekomstig zendschip in internationale wateren zou kunnen functioneren onder de Liechtensteinse wetgeving. Men ging in Vaduz, de hoofdstad van de ministaat, akkoord met niet alleen de registratie maar ook met het oprichten van een speciale marine-eenheid die functioneel zou gaan worden aan boord van de MV King David. Dit was destijds de nieuwe naam voor de voormalige Groninger coaster, 32 jaar eerder gebouwd, die eerder onder de namen MS Tiny en, na herdoop, MS Zeevaart als vrachtschip dienst deed.
Opgelegd in de haven van Groningen werd de coaster aangekocht en daar zowel als elders omgebouwd voor haar nieuwe doel, het brengen van muziek, charitatieve boodschappen als wel religieuze programma’s. Zoals gesteld was het de IBS die achter de organisatie van Capital Radio zat en kantoor had in Bussum, terwijl ook een bijkantoor in New York was gevestigd. De IBS was een organisatie die een beroepsvereniging heette te zijn van radio- en televisiemensen als wel organisaties in de gehele wereld. Volgens Thomasson waren er rond de 2000 mensen aangesloten bij de IBS verdeeld over ongeveer 100 landen, terwijl er in Nederland weinig belangstelling voor het werk van de IBS zou zijn. De IBS werd in 1960 opgericht door de Canadees en Berthe Beydels, een voormalige omroepster van Radio Nederland Wereldomroep en die tevens had gewerkt bij Radio Luxembourg en de AVRO. In 1962 trouwde Beydels met Thomasson.
Ieder jaar werd er door de IBS een Award uitgereikt aan een van de meest belangrijke mensen van dat jaar binnen de radio-industrie en zo was het eind jaren zestig één van de Veronicadirectieleden, Hendrik (Bull) Verweij, die de eer kreeg deze onderscheiding in ontvangst te nemen. De vraag was echter of Radio Veronica ook lid was van de IBS. In de voorzomer van 1970 antwoordde zijn broer Dirk Verweij, die ook in de directie zat, dat dit niet het geval was. “Ik denk dat bepaalde kerken achter de organisatie van de IBS zitten. Wij zijn destijds benaderd om lid te worden van de IBS. Aanvankelijk bestonden er niet veel bezwaren tegen, omdat het kennelijk een normale vereniging van grote radiostations was. Later bleek dat de vereniging volgens ons van karakter was veranderd. Misschien is het een dekmantel. Wij hebben in elk geval besloten geen lid te worden van de IBS, sterker nog we willen er helemaal niets mee te maken hebben.”
Vreemd genoeg was het Berthe Beydels die de pers in juni 1970 uitgebreid ter woord stond in het nog niet volledig ingerichte kantoor in Bussum, waarbij een van de aanwezige journalisten vermeldde dat er meer zakken cement dan grammofoonplaten aanwezig waren in het pand. Over de lidmaatschappen stelde ze heel duidelijk dat er behalve de Gebroeders Verweij geen enkele andere Nederlander lid was. Ook organisaties als de Wereldomroep waren niet aangesloten bij de IBS. Volgens Beydals had dit vooral te maken met het conflict dat de reden was geweest tot ontslag van Thomasson bij de Wereldomroep. Een andere bekende radiomaker, Edward Startz van Radio Netherlands, kreeg de award in 1968 uitgereikt.   King David
In de berichtgeving over Capital Radio werd veelvuldig geschreven over een idealistische instelling maar nog meer over tegenspoed dat de organisatie had met het zendschip en haar uitrusting. Men was in een korte uitzendperiode meer niét dan wél in de ether en men werd tevens in verband gebracht met het in bezit hebben van wapens. Echter over de aanwezigheid van vrouwen op de King David, dat in 1970 enkele maanden voor de kust ter hoogte van Noordwijk in internationale wateren lag verankerd, verbaasde menig lezer van de diverse kranten bij het zien van foto’s die geschoten waren in de studio’s aan land als wel aan boord van het zendschip Slechts in enkele infobulletins van de International Broadcasters Society en enkele kranten werd eerder melding gemaakt van vrouwen, die actief waren binnen het radiostation aan boord van het zendschip en aan land. Daarbij werden ze op foto’s getoond terwijl ze ondermeer actief bezig waren in de landstudio van Capital Radio in Bussum. De luisteraar die zich enthousiast per brief richtte tot Capital Radio kreeg ook nog eens een boekje toegestuurd volop informatie en met diverse afbeeldingen van de voor de organisatie actieve dames.
In de programma’s en enkele andere uitingen van Capital Radio werd de luisteraars duidelijk gemaakt wat de doelstellingen van de IBS en dus ook Capital Radio waren. ‘Het bieden van een alternatief ten opzichte van Europese regerings-radiomonopolies. Verder het aantonen hoe goedkoop en effectief radio kan zijn en de vrije radio in de praktijk brengen.’
De voornamelijk non-stop muziekprogramma’s werden herhaaldelijk onderbroken voor het voorlezen van andere doelstellingen, voornamelijk op algemeen menselijk gebied. Voorbeelden hiervan: ‘het redden van mensenlevens en het beschermen van menselijke waardigheid’ en ‘het bevorderen van gelijke kansen voor mannen en vrouwen’. Dit laatste werd dus duidelijk bewezen door de vrouwen zowel aan land als aan boord van het zendschip naast de mannen op voet van gelijkwaardigheid te laten werken.
Voor velen werd de aanwezigheid van vrouwelijke Liechtensteinse mariniers aan boord van de MV King David heel duidelijk toen men in de maand november 1970 in het Journaal dan wel in de dagbladpers beelden zag van een aantal vrouwen dat vanaf het gestrande zendschip richting het strand een weg baande. Velen konden hun ogen niet geloven want vrouwen en radio was al uniek maar vrouwen op een radioschip was helemaal niet gebruikelijk in het decennium daaraan voorafgaand, toen tal van radiozendschepen verankerd lagen in internationale wateren in West Europa.
Maar er waren veel eerdere momenten dat vooral in lokale en kleinere kranten toch wel aandacht werd besteed aan de aanwezigheid van vrouwen aan boord van de coaster. Zo diende op een bepaald moment het zendschip voor herstelwerkzaamheden al vrij snel de haven van IJmuiden aan te doen en door te varen naar Zaandam om daar werkzaamheden aan de dubbelgeklapte zendmast te laten verrichten. Het was op het ANP nieuws geweest dat het schip een veilige haven ging opzoeken en dus lukte het een verslaggever van ‘De Tijd’ een bezoekje te brengen aan de werf, waar hij ontdekte dat er vrouwen behoorlijk aan het werk waren om de buitenzijde het dekhuis op het zendschip van een nieuw verfje te voorzien.
Hij hoorde op afstand al een hoge stem roepen tegen Gerry dat de pers niet ter woord mocht worden gestaan: “We mogen echt niets zeggen”, maar toch kwam een blonde vrouw van rond de 25 jaar – haar gezicht vol verf – richting de journalist om hem kort te spreken. Ze stelde zich voor als ‘Jerry’, dit omdat er ook Engelstaligen betrokken waren bij Capital Radio. Desgevraagd wilde ze wel stellen dat een ieder wel iets mocht zeggen tegen journalisten maar alleen tot op zekere hoogte: “Het geheel is een experiment dat grotendeels is geslaagd. Eerst werden we moeilijk geaccepteerd door de mannelijke bemanningsleden, maar tijdens een storm, toen het roer en de zendmast beschadigd raakten, hebben we getoond wat we waard zijn en sindsdien worden we gezien als volwaardige matrozen”.
Gerrie had enige tijd in Canada gewoond en allerlei baantjes aangenomen, wat ook van haar collega’s kon worden gezegd daar ze van alles aanpakten om op een eerlijke wijze hun geld te verdienen. “Het werk is misschien dan wel mannelijk, zoals onderhoudswerkzaamheden, maar bij Capital Radio gaat men er vanuit dat het werk voor de vrouwen gelijkwaardig dient te zijn aan die van de mannen. Alleen dan niet op de Dolle Mina wijze, maar gewoon door het te doen. En het gaat op een ongelofelijke manier goed het samen te doen.”

Naast de voornoemde acht vrouwen, die in toerbuurt met vier tegelijk aan boord zaten van de King David, bestond de bemanning uit een kapitein, een stuurman, twee man technisch personeel, een matroos en een kok. Desgevraagd bleek ook dat de mannen het experiment zeer geslaagd vonden. De vrouwen brachten in eerste instantie drie weken aan boord en drie weken aan land door maar na een aantal maanden van proefuitzendingen, veranderde dit op 1 september 1970 in twee weken aan boord en twee weken verlof aan wal.
Natuurlijk heerste er, zoals gewenst aan boord van een willekeurig schip, een uitermate vorm van sterkte discipline. Andermaal Gerrie Preuss: “De discipline is als op elk schip erg streng maar toch voelen we ons een grote familie. Het is vreselijk gezellig maar toch dient er grote discipline te zijn.” En uitgehoord over het kostuum dat ze droeg stelde ze: “zwarte broek, wit overhemd, das en matrozenpet, alles volgens de normen van de Liechtensteinse marine. Sommige meisjes vonden dat in het begin niet zo leuk, maar nu wil niemand meer anders.”
Later die middag vroeg de journalist van de Tijd of ze bereid was op de foto te worden gezet. Maar Timmy Thomasson, de directeur van Capital Radio, was inmiddels op de werf gearriveerd en gelet op de strenge regels betreffende contacten met de pers werd er meteen een afstandelijke houding aangenomen. Reden genoeg om hem aan de tand te voelen inzake zijn station: “Wij zijn voor ‘law-land-order’, noem het liberaal-conservatief. Wij zijn wel voor demonstraties maar niet op straat zoals met de langharigen op de Dam in Amsterdam. Deze langharigen liggen mij ook niet zo, maar dat is een persoonlijke mening. Wij zijn voor vrije onderneming en niet gebonden aan een politieke partij of een geestelijke stroming. Desondanks hebben we al enkele advertentie aanbiedingen van politieke partijen gekregen die graag ons radiostation als platform willen gebruiken. Wij willen het Europese publiek laten horen dat professionele, commerciële radio goede radio kan zijn.”
In een ander teruggevonden krantenartikel kwam Bertha Beydals andermaal aan het woord betreffende de idealen die men voorstond en ze haalde een onderwerp aan dat niet eerder in een Nederlandse krant werd gepubliceerd. Ze stelde dat men zich bezig ging houden door mensen te redden in ontwikkelingslanden waarbij dit mede mogelijk werd via het oprichten van radiostations waarbij de programmamakers zich vooral voorlichtend bezig dienden te houden om mensen te kunnen redden. Ze stelde dat de IBS daarvoor nauwe contacten onderhield met de Action Cultural Popular in Columbia. Deze organisatie hield zich al sinds een aantal jaren bezig met het verzorgen van educatieve programma’s via de radio in het Zuid-Amerikaanse land.
Beydals benadrukte in het interview dat de programma’s op Capital Radio in de toekomst niet dienden te worden gezien als bedelacties: “Wij komen met een geheel nieuwe vorm van ontwikkelingshulp. De mensen, die straks reageren op onze acties, geven niet alleen geld maar nemen met dat geld deel in een project. Later krijgen zij dat geld terug. Een volslagen nieuwe manier van ontwikkelingshulp, dat begrijpt U wel.”
Andere vormen van publiciteit waarin Berthe Beydals naar voren trad als woordvoerster geven mij de indruk dat ze de populariteit van het station groter maakte dan het in daadwerkelijkheid was. Immers was het vermogen van de gebruikte zender zo laag dat goede ontvangst, als Capital Radio in de ether was, alleen goed was in de Randstad. In Groningen ontving ik het zelden in redelijke kwaliteit en dan ook nog met behulp van praktisch goede middengolf ontvangstantennes.
Zo stelde ze na een week van reguliere uitzendingen dat honderden brieven per dag binnenkwamen op het postadres in Bussum: “Opvallend veel reacties krijgen we binnen van academici en mensen met een adellijke titel”, was een van haar uitspraken. In het interview werd haar ook gevraagd of er al reclamezendtijd was verkocht waarbij de suggereerde dat er sterke banden waren met een Engels kerkgenootschap dat dagelijkse zendtijd wenste te kopen. Een naam durfde ze niet te noemen daar er nog geen contract was getekend, wat daarna ook niet zou gebeuren.
Wel was ds. Geert Toornvliet uit Bloemendaal die met bepaalde regelmaat was te beluisteren via de 270 meter. Hij bracht dus enig geld binnen bij Capital Radio, financiën die werden verkregen via oproepen aan de religieuze luisteraars die maar graag doneerden. Beydals werd in hetzelfde interview ook gevraagd naar potentiële grote vissen als de Coca Cola Company, een vraag die ze afdeed met: “Ik begrijp niet waar men zich druk over maakt. Tegenwoordig schijnt bij ieder project van deze omgang gezocht te worden naar grote organisaties en/of bedrijven die er financieel achter steken. Particulieren schijnen geen geld meer te kunnen hebben.”
In de zomer van 1970 werd aan diverse journalisten een promotiepakket toegestuurd waarin door de IBS ondermeer gewag werd gemaakt van de opening van een prachtig kantoor van waaruit het secretariaat haar werkzaamheden kon gaan verrichten voor de IBS als wel voor Capital Radio. Mr. J. Mattiesing was benoemd tot General Manager en werd verantwoordelijk voor het dagelijks runnen van de organisatie. Als programma coördinatrice voor Capital Radio werd Liz Dalfsen aangesteld, die tevens de binnenkomende telefoontjes mocht opvangen. Verder had Mattiessing de beschikking over bekwame typistes en de voor die tijd modernste apparatuur. En ook in Bussum in het nieuwe pand aan de Elisabethgaarde, werden diverse activiteiten door diverse vrouwen verricht op voet van totale gelijkheid met de mannelijke collega’s.
In de tweede week van november 1970 raakte het zendschip op drift en liep het op de kust. Duizenden belangstellenden kwamen op het gestrande zendschip op het strand bij Noordwijk af en vormde zich een enorme file. Ook in de duinen en op de boulevard van de badplaats waren velen, al dan niet voorzien van een fototoestel, aanwezig om een blik te vangen van dit radioschip met toch wel een heel vreemd uitziende antenne. Maar was het alleen de antenne die aandacht trok?

Geruchten deden er alom de ronde binnen bepaalde kringen van de aanhangers van de zeezenders. Grote vraag was of het schip voor andere doeleinden werd gebruikt dan alleen het brengen van een idealistische boodschap. In eerdere instantie tijdens de voorbereiding van het project was de tender Kangeroo al eens een haven in Engeland uitgevaren zonder de douaneambtenaren op de hoogte te stellen van de lading aan boord, een aantal jeeps waarvan ook nog eens vage berichten de ronde deden over de inhoud van deze jeeps. Had de International Broadcasting Society misschien banden met landen waar men het niet zo nauw nam met de internationale voorwaarden betreffende de levering van wapenen aan bepaalde landen?
Nieuwsgierigen genoeg in de dagen dat de King David op het strand lag. De bemanning was nog enige tijd aan boord gebleven maar op een bepaald moment besloten sommigen toch het zendschip te verlaten en verbaasd keken de vele op het strand en in de duinen aanwezige nieuwsgierige mensen hoe niet alleen mannelijke bemanningsleden de tocht van het schip naar de wal ondernamen maar ook een aantal vrouwen, gekleed in het vrouwelijke tenue van de Liechtensteinse marine, door het lage water richting de duinen waadden.
Dat er meer aan boord van de King David was dan op het maken van radioprogramma’s gerichte apparatuur wist de gemiddelde belangstellende destijds niet totdat enige dagen later terug gegrepen werd in de dagbladpers op de stranding en melding werd gemaakt van de aanwezigheid van traangas en automatische wapenen – waaronder lichte en zware mitrailleurs.
Decennia later werd de voormalige directeur van Capital Radio met de aanwezigheid van de wapenen aan boord van een zendschip dat vooral een charitatieve instelling tot doel had, geconfronteerd. Timmy Thomasson verdedigde zich met: “Het was het geval dat we ons onveilig voelden en we wilden voorbereid zijn op eventuele pogingen om het zendschip te kapen. Alle bemanningsleden, ook de vrouwen, waren er op getraind om daadwerkelijk tegen dergelijke acties te kunnen ingrijpen.”
Onder andere bepaalde omstandigheden bleek de bemanning echter niet adequaat in te grijpen want de reden dat het zendschip strandde op de kust bij Noordwijk was simpel en alleen te weerleggen aan het gebrek van een machinist aan boord van de King David. Deze had tijdelijk het zendschip verlaten om thuis enkele zaken te regelen zonder duidelijke instructies achter te laten aan de vrouwen hoe de motor van de coaster was te starten. Hoezo, een gedegen training?
Er was op dat moment wel een kapitein aan boord, de 47-jarige Leen Plug uit Amsterdam. Toen hij merkte dat het zendschip op drift was geraakt wekte hij Gerrie Preuss en andere collega’s. Het was Gerrie die contact opnam met Radio Scheveningen en de legendarische woorden: “Scheveningen, help, help” zou hebben geroepen. Maar verder zou er niet al te veel paniek zijn geweest. In totaal waren er op dat moment vier vrouwen en drie mannen aan boord en er werd nog wel geprobeerd het noodanker uit te brengen en werd er een poging ondernomen het schip onder zeil te zetten.
Een aanbod tot assistentie van de bemanning van de sleepboot Hector, eigendom van de firma Wijsmuller, werd afgewezen daar men van mening was dat men het wel zou gaan redden. De wind was echter zo hard dat de MV King David zeer snel richting het strand afdreef, liefst 8 kilometer verwijderd van waar ze eerder die nacht nog was verankerd. Het jongste bemanningslid aan boord was de uit Amsterdam afkomstige Thin Shan Hasiang Shanfa Zij was slechts 17 jaar maar had totaal geen angst want volgens Gerrie Preuss riep ze bij herhaling dat we lekker naar het strand gingen en zich afvroeg of de koffie daar al klaar was.
Nadat men op drift was geraakt had de dienstdoende kokkin, Florence Oudenbroek, nog rustig even een kopje thee in de kombuis gezet zodat een ieder even tot rust kon komen alvorens men de puinhoop aan boord kon opruimen, die was ontstaan doordat het schip dwars op de golven behoorlijk afwijkende bewegingen had gemaakt.
Nog voordat het zendschip uiteindelijk op het strand liep was er toch een gewenste assistentie die werd verkregen door de ondersteuning van de bemanning van de reddingsboot Kurt Carlsen die de eerder genoemde dames en de Engelse matroos Richard Brown van het zwalkende schip haalden. De kapitein en een Britse ingenieur, die weigerde zijn naam te noemen, bleven op het schip achter.  
Terugkomend op de vermeende wapenen aan boord van de King David stelde de vrouw van directeur Thomason, Berthe Beydels, dat het mogelijk kon zijn dat de bemanning maatregelen had genomen ter voorkoming van de overtreding van de Nederlandse wetgeving, dit zonder in verder detail te treden. Later op de dag, nadat de stranding volop in het nieuws was geweest, stelde een woordvoerder van de P.T.T., ondermeer verantwoordelijk voor de opsporing van niet officieel geregistreerde zendapparatuur, dat er niet tegen de organisatie achter Capital Radio zou worden opgetreden omdat het ging om noodweer. Beydels sprak liever over een bedrijfsrisico en stelde dat het radiostation spoedig weer zou terug komen op de 270 meter.
Noch de vrouwelijke bemanning, noch de mannelijke bemanning van de King David keerde voorgoed terug op het zenschip. Diverse pogingen werden ondernomen door ondermeer de eerder genoemde sleepboot Hector om het zendschip los te trekken van het strand, wat niet alleen direct mislukte, en dus vele pogingen zou duren, maar ook veel geld zou gaan kosten. Toen uiteindelijk het schip werd losgetrokken werd het versleept naar de haven van IJmuiden en men verwachtte dat het radiostation binnen een week weer in de ether zou komen. Het bleek echter dat alle gemaakte kosten bij lange na niet konden worden betaald en maanden duurde de strijd met de schuldeisers. In de voorzomer van 1971 besloot de IBS haar eigen faillissement aan te vragen. Alle vrouwen, uitgezonderd Berthe Beydels, waren toen al vertrokken bij de IBS.   Hans Knot, 4 juni 2016

de redactie

de redactie

Hans Knot: Popstation Hilversum 3 slechter kon het niet

In deze historische terugblik neem ik je mee naar de laatste week van januari 1969. Het was de tijd dat de Draadomroep voor ons in Huize Knot verleden tijd werd, zoals op vele andere plekken in de stad Groningen en elders in het land. Luisteren naar bepaalde radiostations diende in de toekomst puur alleen via de transistorradio te gebeuren, wat op zich geen probleem was. Alleen was het niet zo goed gesteld met de favoriete radiostations. Radio Caroline had al bijna 10 maanden verstek laten gaan doordat de beide zendschepen van dit radiostation wegens niet nakomen van betalingen van hun ankerplaatsen waren weggesleept. Ze werden in de Amsterdamse Houthaven aan de ketting gelegd.   Het geluid van een andere zeezender, Radio Veronica, was mede door slechte frequentie en laagvermogen zender, gedurende de winterse dagen slechts enkele uren per dag echt goed te ontvangen in het noordoosten van Nederland. En in de avonduren was het luisteren in de fading naar de programma’s van Radio Luxembourg. Ook werd de radio af en toe afgestemd op de middengolf om enigszins overdag, waar mogelijk, te luisteren naar AFN Bremerhavn, een radiostation van The American Forces Radio gericht op de in Bremerhavn gelegderde Amerikaanse soldaten. Maar goede radio was het om zeker regelmatig op af te stemmen.   Op 29 januari 1969 verscheen er het bericht in de kranten dat de programma’s van Hilversum 3, vaak door de overheid bestempeld als het popstation dat als alternatief dienst diende te doen ten opzichte van Radio Veronica, meer zendtijd zou krijgen. Vanaf 1 mei 1969, zo werd bekend gemaakt, zou Hilversum 3 eventueel dagelijks tot middernacht zijn te beluisteren en dus een drastische uitzenduitbreiding krijgen. Tot die bewuste datum was Hilversum 3 slechts tussen 9 uur in de ochtend en 6 uur in de avond te beluisteren. De uitbreiding was niet alleen bedoeld voor in de avond maar ook in de ochtend, want op 1 mei zou men vanaf 7 uur in de ochtend actief zijn.   Het persbricht maakte verder melding dat het de bedoeling zou zijn  om het popkarakter van Hilversum 3 tot zes uur ’s avonds te handhaven en zelfs te versterken. Het gaf me toen alle reden tot nadenken en bijna een halve eeuw later beginnen mijn ogen nog te knipperen bij het lezen van deze vorm van desinformatie. Ik probeer het geen stokpaardje te laten worden maar wil toch nog eens teruggrijpen op de programmering van wat zo vaak het popstation Hilversum 3 werd genoemd.   Daarvoor ga ik terug na de willekeurige vrijdag- en zaterdagprogrammering 1969, dus 48 jaar geleden op Hilversum 3. De vrijdag bracht ons om 9 uur de VARA met Eddie Beckershow. Een voormalige Veronicadeejay die als een van de eersten de overstap naar de publieke omroepen maakte. Hij werd om 11 uur gevolgd door VARA collega Felix Meurders die in dat jaar zijn eerste stappen in Hilversum maakte nadat hij al voor Radio Luxembourg had gewerkt. Van 12 tot 14 uur was vervolgens op de vrijdagmiddag de VPRO, die het recht tot het uitzenden van de Top 30 had, dit in presentatie van Joost den Draaier. Allemaal nog aannemelijke kost maar waarom een Top 30 op de vrijdagmiddag, een tijdstip dat velen aan het werk of naar school waren?   Maar dan om 14.00 uur de AVRO met het programma Lynx of Los, het staat me bij dat we het dienden te zoeken in de lichte amusementshoek als het ging om dit programma. Als ik duik in diverse archieven is er van dit programma niets bewaard gebleven laat staan dat er iets is terug te vinden over het presentatieteam. Ik zal er voor naar Hilversum dienen af te reizen om in oude edities van de AVRO Bode te duiken om erachter te komen meer informatie te krijgen over Lynx. De uren daarna bracht deze omroep ‘Muziekboetiek’, het AVRO Radio Journaal met nieuws in het kort en afsluitend tussen 5 na 5 in de middag en zes uur het programma ‘Zingende Boogie’, een speciaal programma voor de automobilist. Inspirerende muziek voor de teenager was op dat tijdstip wel te vinden op Radio Veronica dat tussen 4 en 6 uur de Rob Out show programmeerde.   De willekeurige zaterdag, in 1969, begon op Hilversum 3 om 9 uur met het programma Djinn, dat werd gemaakt door medewerkers van de KRO. Een programma vol amusement en een fleurtje actualiteiten en een bedenksel in 1965 van Leo Nelissen, die in 1968 de overstap had gemaakt naar de NOS. Djinn werd in eerste instantie gepresenteerd door Martha Doyle en Donald de Marcas, waarbij de eerste de ontdekker was van Hans van Willigenburg, die een lange KRO carriere zou gaan maken ondermeer als medepresentator van het zaterdagochtendprogramma. Misschien vanwege de luie zaterdagochtend, sinds enkele maanden hoefden we op de zaterdagochtend niet meer te werken, zijn er vlagen van dit programma bij gebleven.   Leo Nelissen (foto database Beeld en Geluid)   Halverwege de zaterdag had je dan het programma Skivatoon dat door de NOS werd uitgezonden en je op de hoogte bracht van de nieuwste LP’s in het lichte genre. En wat zo vaak voorkomt als je zoekt in de archieven van Beeld en Geluid, er wordt geen zoekresultaat gevonden op de titel van dit programma, dat tot 13 uur duurde, waarna de versnipperde zendtijd werd overgenomen door de NCRV. Eindelijk popradio? Ik kan me er persoonlijk niets van herinneren even als het gaat om de inhoud van ‘Four a clock tea’, dat een uur duurde want om 17 uur, na het ANP Nieuws was het tijd voor ‘Hier en Nu de Wekelijkse Sportshow’, dat de zaterdag voor Hilversum 3 tot de zendtijduitbreiding per mei 1969 zou blijven afsluiten. Een programma dat niet werd overgeslagen al was het alleen maar om te horen hoe AVC of Sportclub Genemuiden het er weer vanaf hadden gebracht in hun Zaterdag Voetbal Klasse. Af en toe kwam er dus een popplaatje voorbij op de zaterdagen.   Maar dan de plannen voor de avondprogrammering, zoals die per 1 mei 1969 diende in de gaan. Men wilde allereerst de sterkte van de zender op de 240 meter handhaven, eventueel zelfs versterken.  Men had het plan opgevat om op het ‘popstation’ Hilversum 3 in de avonduren een schema te gaan hanteren dat vergelijkbaar was met het derde programma van de BBC Radio. In september 1967, met de komst van BBC Radio 1 etc. en het einde van de BBC Home Service, was een herindeling van programmering geweest en kreeg BBC Radio 3 in de avonduren een mengelmoes aan programma’s, waaronder praatprogramma’s, klassieke muziek en ruimte voor uitzendingen van mini-zendgemachtigden. Ruimte voor de gebruikelijke uitzendingen van de politieke partijen was er ook en dus leek het de omroepen in Hilversum het mooi een dergelijk schema ook in Nederland in te voeren.   De plannen voor de uitbreiding van zendtijd inzake Hilversum 3 werden vervolgens door omroepvertegenwoordigers aan minister Marga Klompé, destijd verantwoorderlijk voor CRM, voorgelegd. Zij stemde in, mits de omroepen in 1969 de extra zenduren zelf zouden betalen. De omroepen gingen in principe direct accoord met de voorwaarden. Dan lag er nog het probleem dat er intereferentie zou kunnen onstaan door de uitzendingen op die van een Hongaars station die dezelfde frequentie was toegewezen. Deze veronderstelling bleek. na een door medewerkers van de NRU (Nederlandse Radio Unuie) gepleegd onderzoek, niet waar te zijn. Dit hield tevens in dat reeds in februari 1969 Hilversum 3 gedurende alle uitzenduren op hoogvermogen zou blijven uitzenden via de 240 meter en dat er geen verlaging in vermogen na 17.00 uur meer zou plaats vinden.   Of alle veranderingen van invloed zouden  zijn op de beluistering van het ‘popstation’ Hilversum III kun je de antwoorden zelf wel raden. Tevens is het de vraag of de uitbreiding in zendtijd er inderdaad al in de maand mei 1969 zou komen. Het zou in ieder geval nog enkele jaren duren voordat we echt Hilversum III  als een volwassen popstation zouden gaan beluisteren, maar daarover een andere keer meer.   Hans Knot, 02-12-2017

hans knot

hans knot

Edwin Wendt: Maan, Me Too en De Mol

Het voorval met zangeres Maan (die van schrik in huilen uitbarstte toen ze tijdens een live-optreden in de radiostudio van 538 met een streaker werd geconfronteerd), zegt veel over het gevaar van monopolieposities in de media. 
Goed beschouwd is deejay Frank Dane, die de grap bedacht, een volgende MeToo-dader. Hij is, als vertegenwoordiger van een populaire radiozender waarvan Maan afhankelijk is, in een machtspositie. Maan heeft zijn zender nodig. In plaats van haar in haar artistieke waarde te laten, stelt hij haar bloot aan puberale lol.
Juist nu zo'n grap uithalen getuigt van heel weinig realiteitszin. Dezelfde Dane is ook co-presentator van RTL Boulevard, waar hij in de laatste weken herhaaldelijk over MeToo-gerelateerde zaken sprak. Tenzij hij onnadenkend de autocue voorleest, zou hij dus moeten weten dat alles wat maar een beetje riekt naar seksuele intimidatie momenteel onder een vergrootglas ligt.
Toch zal Dane niet hard aangepakt worden.
Radio 538 behoort namelijk, zoals vrijwel alle grote commerciele radiozenders, tot het almaar uitdijende imperium van John de Mol. Ook in Dane's andere broodheer RTL-4 heeft De Mol op zijn minst belangen. Hij is weliswaar eigenaar van concurrent SBS-6, maar zus Linda is een van RTL4's gevierde sterren.
Als tegenwicht op de voornamelijk negatieve reacties op de foute grap (zanger Tim Knol voorop met een oproep tot een boycot van 'kutzender' 538)  bood omroep WNL (zeg maar: Telegraaf-tv) vanmorgen ruimte aan 'opvoeddeskundige' Phaedra Werkhoven die stelt dat Maan's reactie nogal overdreven is. WNL is opgericht door Sjuul Paradijs, destijds hoofdredacteur van De Telegraaf, van het Nederlandse mediaconcern Telegraaf Media Groep. Voorzitter is Frank Volmer, tevens directeur van de Telegraaf Media Groep. Het citaat van Werkhoven bij WNL, met excuses voor haar kromme Nederlands: 'Ik begrijp niet zo goed dat je daarvan meteen moet huilen eerlijk gezegd. Ik vond het ook wel een beetje van...pff, zo erg is het nou ook weer niet'.
De Telegraaf en De Mol, hebben die misschien ook iets met elkaar te maken? Een volledige overname van De Telegraaf door De Mol ketste afgelopen zomer af, hij beperkt zich voorlopig tot 'een strategisch belang' van bijna 30 procent.
Natuurlijk heeft Maan vanmiddag de excuses van deejay Dane geaccepteerd. Haar volgende plaatje wil ze ook weer gedraaid krijgen.   Overigens: ook Maan is 'van' De Mol: zij begon haar carrière in diens The Voice of Holland en staat nu onder contract bij 8BallMusic, waarin De Mol partner is. Hier zijn dus twee De Mol-onderdanen een 'MeToo'tje' aan het uitvechten.
https://www.msn.com/nl-nl/nieuws/other/onbegrip-voor-tranen-maan/ar-BBGb6fD?li=AAazPsO&ocid=spartanntp   Edwin Wendt, 04-12-2017

de redactie

de redactie

Hans Knot: Van Kooten verliet Radio Noordzee in 1972

In deze aflevering van de Nostalgische Column neem ik je mee naar de vroege jaren zeventig van de vorige eeuw. In de maand februari 1972 maakte Willem van Kooten bekend dat hij bij Radio Noordzee zou vertrekken. Die aankondiging baarde nogal wat opzien, niet in de laatste plaats omdat hij daarbij zijn twijfels uitte over de toekomstmogelijkheden van de zeezenders.   In het eerste jaar van zijn bestaan werd Radio Noordzee, de Nederlandse service van RNI, vooral populair door de programma's van Jan van Veen en Joost den Draaijer. Opkomende sterren als bijvoorbeeld Peter Holland en Tony Berk moesten nog even wachten. Pas na het vertrek van de beide grootmeesters van de platenpresentatie, zouden zij hun kans krijgen. Enige tijd na de start van Radio Noordzee viel wel al de live-programmering te beluisteren met onder meer Leo van der Goot en Hans ten Hooge. Maar slechts een klein deel van de luisterschare gaf daar toen al de voorkeur aan. De grootste populariteit genoten de ingeblikte programma's, die aanvankelijk in Hilversum en later in Naarden werden opgenomen. Dat waren dus onder meer de programma's van Jan van Veen en Joost den Draaijer.   In februari 1972 zou daar echter drastisch verandering in komen. Toen besloot Willem van Kooten, destijds 31 jaar, namelijk zijn biezen te pakken. Nog enkele maanden kon het station gebruikmaken van de geduchte talenten van de man achter de radionaam "Joost den Draaijer". Daarna was het afgelopen. Volgens eigen zeggen zag Van Kooten het maken van programma's voor Radio Noordzee niet meer zo zitten. Daarnaast, zo gaf hij aan, kon hij die activiteit niet meer combineren met de drukke werkzaamheden voor zijn eigen platenmaatschappij en muziekuitgeverij. Bovendien, had hij groeiende twijfels over de toekomstmogelijkheden van de zeezenders.   In een interview in de Telegraaf stelde Van Kooten op 17 februari 1972 al: “Ik geloof dat het tijdperk van de piratenradio voorbij is ... let wel, ik zeg 'ik geloof'. Weten doe ik het niet. Of Radio Veronica en Noordzee gaan verdwijnen is een andere zaak. Zonder een goed station, dat deze beide piraten moet gaan vervangen, gaan deze schepen voor mij nog niet uit de lucht." Verbazing alom. Men vroeg zich af, hoe een man, die eerder acht jaar voor Radio Veronica had gewerkt, het piratendom opeens daadwerkelijk op een zijspoor kon zetten. In Hilversum en omgeving deden in die periode geruchten de ronde als zou Van Kooten weer eens ruzie hebben gemaakt met een van de kopstukken van de organisatie achter het station, de directie van de onderneming Strengholt.   Van Kooten zelf zei daarover: “Dat is echt allemaal nonsens. Ik kon mij niet meer helemaal voor de programma's inzetten. Als ik iets doe, wil ik het ook goed doen. Toegegeven, naast deze programmamoeheid heb ik ook nog enkele privéaangelegenheden met de directie van Radio Noordzee. Dat er echter geen ruzie is, blijkt wel uit het feit dat ik waarschijnlijk de Top 50 bij Radio Noordzee blijf presenteren. Zeker is dat echter nog niet. Eind deze week ga ik met vakantie en dan wil ik er nog eens rustig over nadenken."   In die tijd deed ook het gerucht de ronde, dat de gebroeders Verweij, eigenaren van Radio Veronica en eerder al werkgevers van Van Kooten, hem een fors salaris hadden geboden om terug te keren op het oude nest. Van Kooten: "Dat kan toch niet. Als ik bij Radio Noordzee wegga omdat ik er geen zin meer in heb om dat soort programma's te presenteren, dan ga ik toch zeker niet naar Radio Veronica. Dan kan ik net zo goed bij Radio Noordzee blijven. Niet dat ik iets tegen Radio Veronica heb. Ik kan uitstekend opschieten met de Verweij's, de deejays en de technici, maar ik wil gewoon geen programma's meer presenteren. Ik wil mijn tijd besteden aan mijn eigen productiemaatschappij.   Je moet eens opletten wat er dit jaar gebeurt met platen van Hollandse artiesten. Een internationale doorbraak en daar wil ik een graantje van meepikken. Binnenkort kom ik met platen van Golden Earring, Greenfield en Cook en Shocking Blue en dan kan ik het niet meer langer opbrengen me volledig, voor honderd procent te geven én voor Radio Noordzee én voor mijn eigen bedrijf."   John de Mol sr., destijds directeur van de Nederlandse service van Radio Noordzee, had de bui al zien hangen. Hij zei: “Ik zag het wel aankomen. Willem is een jongen die enorm veel hooi op zijn vork durft te nemen. Door zijn veelzijdigheid moet hij wel in moeilijkheden komen. Hij gaat nu eerst met vakantie en daarna komt hij weer hier en dan gaan we met zijn allen om de tafel zitten. Over een eventuele vervanger is dan ook nog niet gesproken.”   Het sprankje hoop dat in de uitspraak van De Mol doorklonk, was vergeefs. Bij terugkomst gaf de man met zijn eeuwige sigaar te kennen, dat hij nog even doorging met de Top 50, totdat Ferry Maat de presentatie in juni 1972 van hem overnam. Voor de presentatie van de doordeweekse uren van Van Kooten werd niet veel later Tony Berk ingehuurd. Berk was al in dienst voor de presentatie van het programma "Branding", een platenprogramma voor bedrijven dat iedere doordeweekse dag tussen 9 en 10 uur in de ochtend via de "220" werd uitgezonden.   Zijn uitspraak dat het piratentijdperk ten einde was, zal Van Kooten wel nooit hebben betreurd. Het versterkte zijn reputatie van iemand met een fijne neus voor de ontwikkelingen in medialand. Later zag hij overigens nog kansen en mogelijkheden genoeg in de zeezenders. Zo probeerde hij in 1978, in eerste instantie via "de Hoge Noot BV", zendtijd te huren van Ronan O'Rahilly, de directeur van de Caroline-organisatie. Onder de naam Radio Hollandia zou het station als vervanger gaan dienen van Radio Mi Amigo. Programmabanden, met onder meer Jan van Veen, Will Luikinga en Joost zelf, waren - volgens geruchten -  al aan boord van het zendschip van Radio Caroline, de MV Mi Amigo, toen de generator het begaf. We hebben het dan over oktober van dat jaar. Ook waren Rob Hudson (Ruud Hendriks, nu: EndeMol) en Marc Jacobs (Rob van Dam, nu: RTV Noord) al benaderd om als boordteam te gaan functioneren. Beiden werkten op dat moment voor Radio Mi Amigo. Door de technische mankementen en tegenwerking van de kant van Radio Mi Amigo kwam het echter niet tot een Radio Hollandia.   Na het mislukken van Radio Hollandia heeft Van Kooten, uiteraard met anderen, nog twee pogingen ondernomen om een zeezender op te zetten. Zo presteerde hij het een aantal mensen aan "boord" van Rough Sands, een voormalige marinefort in de Noordzee, te zetten om voorbereidingen te treffen voor het opstarten van een nieuw station. Dit speelde zich eveneens in 1978 af. Onder deze personen bevond zich zijn zwager Hans Lavoo die door de eigenaar van het fort, Prince Roy Bates, werd gegijzeld.   Toen ook deze poging uiteindelijk op niets uitliep, besloot Van Kooten zich enige jaren op de achtergrond te houden. Totdat zich in 1984 de mogelijkheid voordeed om een Nederlandse service te beginnen vanaf de MV Ross Revenge, het nieuwe zendschip van de Caroline-organisatie. Voor dit station, Radio Monique, maakten Van Kooten en Tony Berk enige tijd programma's. Later, in 1987, begon hij tot slot met andere loyale vrienden het satelliet-radioproject Cable One. Helaas, want ik beschouw het nog steeds als een van de beste satelliet-radiostations die via de kabel in Nederland werden verspreid, is dit project in de kiem gesmoord. En zo kan ik nog wel enkele andere initiatieven bedenken.   Hans Knot, 15 september 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Kerkelijk lawaai en de Tour de France

Op deze zaterdag neem ik je andermaal mee naar het jaar 1970. Radiovriend sinds de jaren zeventig en afkomstig uit Rotterdam is Jan Hendrik Kruidenier. Zijn liefde voor Amerikaanse radio is gelijk aan die van mij, maar hij houdt ook de regionale radio en meer in Zuid Holland nauwkeurig in de gaten. Zo stuurde hij me een bericht over klachten die er recentelijk waren in Barendrecht. De politie had op zondagmorgen een telefoontje binnen gekregen van een bewoner die zich ergerde aan het gegeven dat een medebewoner van zijn straat nogal luidruchtig de radio aan had staan en de ramen open, dit vanwege het warme weer.   En wat kwam er uit deze radio? Juist de klanken van de zondagsmis en niet zachtjes, volgens de klagende buren, maar snoeihard. Een politiewoordvoerder meldde wel dat er tijdens de warme dagen er veel klachten binnenkomen over geluidsoverlast omdat vele ramen en deuren openstaan en bovendien mensen zich meer buiten het huis bevinden, maar dat de melding over het kerkelijk overlast toch wel heel bijzonder was.   Zoals misschien niet bekend bij de gemiddelde lezer kunnen ouderen, langdurig zieken en anderen, die verhinderd zijn een kerkdienst bij te wonen, toch via speciale lijnen meeluisteren naar datgene tijdens de diensten wordt verwoord. Ik kan me voorstellen dat heel wat ouderen en zieken met deze vorm van communicatie heel blij zijn en ze toch een beetje onderdeel blijven van de kerkgemeenschap waar ze toebehoren maar niet meer de mogelijkheid hebben om een wekelijkse kerkdienst te bezoeken.   Het doet me ook terugdenken aan een andere vorm van communicatie die sommige kerkgenootschappen plegen of hebben gepleegd. In het jaar 1970 was er een nieuw radiostation met de naam Radio Nordsee International, dat met Engelstalige en Duitstalige programma’s haar luisterschare verblijdde. Maar de kassa diende te rinkelen dus werd er op een bepaald moment zendtijd verhuurd aan de in ’s Gravenhage gevestigde kerkelijke organisatie van de Stichting Johan Maasbach Wereldzendingen. Iniden hij niet op reis was, dan was hij te vinden in een groot gebouw in Den Haag - het Capitol Evangelie Centrum. Het doel was zijn preken te verspreiden via de radio over de gehele wereld en zoveel mogelijk mensen te bemoedigen. Ook werd in die dagen al een eigen tijdschrift uitgegeven die in de programma’s ook werd gepromoot.   Een halfuurtje Maasbach op de radio was voor velen nog wel te pruimen en dus kwam er toch wat geld in de kassa bij RNI. Terugdenkend aan zijn ‘show’ staat me direct in herinnering een preek die hij hield in een groot stadion in Reijkjavik op IJsland. Ik zat te luisteren naar de RNI World Service toen het Johan Maasbach zijn beurt was en zijn stem schalde door de ether met enig echoeffect. Maar zijn in het Engels gehouden preek werd in segmenten direct vertaald door een IJslander, zodat de vele aanwezigen in het station konden begrijpen wat zijn boodschap was. De opname van deze uitzending pak ik nog wel eens uit hilariteit uit mijn archief. Overdrijven kon de beste man enorm door zijn uithalen in de preek maar ook door kleine zinnetjes in zijn publicteitsmateriaal. Een folder, verspreid door zijn medewerkers, had ondermeer de opmerking dat het in een oplage van miljoenen was gedrukt.   Maar er werd in 1970 gelukkig meer naar andere programma’s geluisterd, zoals naar Hilversum III. Denk niet dat ik naar Hilversum III luisterde omdat het een prachtig alternatief was voor Radio Veronica en nieuwkomer Radio Nordsee International, nee het had met sport te maken want tijdens de Tour de France van dat jaar werden er in de middaguren speciale uitzendingen vanuit de studio in Hilversum met ‘lijntjes’ vanuit Frankrijk verzorgd. Een pracht programma wat de volgers van de wielersport al decennia met plezier beluisteren.   Later dat jaar wist de dienst Studie en Onderzoek van de NOS te melden dat de zomerse klanken van de speciale programma’s rond de Tour de France ook van invloed waren geweest op de beluistering van andere programma’s die door Hilversum 3 in 1970 waren uitgezonden. In een onderzoeksverslag meldde men: ‘Het heeft de radioluisteraars geholpen Hilversum 3 te ontdekken en het heeft het luistergedrag op andere dagen ook beinvloed.’ De komst van vele nieuwe luisteraars ging, volgens de onderzoekers van de NOS, ten koste van Radio Veronica. De gemiddelde luisterdichtheid van Hilversum 3, zo stelde men, was in het derde kwartaal gestegen naar 6,7 terwijl in het tweede kwartaal die op 5,4 en in het eerste kwartaal op 5,6 was uitgekomen tijdens de meting.   Radio Veronica had een luisterdichtheid in het eerste kwartaal van 6,4, 5,8 in het tweede en 5 in het derde kwartaal. De onderzoekers meldden echter niet dat Hilversum 3 in geheel Nederland via een keten van hulpzenders was te ontvangen en Radio Veronica slechts in een deel van ons land goed was te ontvangen. Inwoners in bepaalde delen van het land hadden slechte of geheel geen ontvangst van de uitzendingen van Radio Veronica, die destijds via de 192 meter werden uitgezonden. 1% stond destijds voor 90.000 luisteraars van 15 jaar of ouder. De metingen in het onderzoek werden verricht in de weken tussen 27 september en 10 oktober en volgens de onderzoekers werden de verschuivingen niet veroorzaakt door incidentele gebeurtenissen maar traden op alle dagen van beide weken die verschuivingen op. Men had berekend dat de gemiddelde beluistering van Hilversum III tussen 9 en 12 uur in de ochtend op 5,7% uitkwam, wat precies gelijk was aan het percentage dat Radio Veronica in die uren bereikte.   Tussen 12 en 14 uur was de luisterdichtheid van Hilversum 3 hoger dan die van Radio Veronica, respectievelijk 6,4 en 4.3% van de gemeten populatie. De daarop drie volgende uren tot 17 uur bleek Hilversum III uitgekomen te zijn op 7,2 en Veronica op 5% en tussen 17 en 18 uur respectievelijk 8,2 en 5,2%. Daarna ging dagelijks Hilversum III uit de ether en zijn ook de cijfers voor Radio Veronica niet meer gemeten. Er was dus duidelijk sprake van een vergelijkend luisteronderzoek.   Inmiddels zijn we decennia verder en maakt de Tour de France vandaag haar jaarlijkse start en wel met een korte tijdrit in het Duitse Düsseldorf en is NPO Radio 1 er dagelijks met een uitzending tussen 2 en 6 uur in de middag. Voor meer informatie verwijs ik je naar http://nos.nl/tour/artikel/2179385-de-tour-de-france-bij-de-nos.html   Hans Knot, 1 juli 2017.

hans knot

hans knot

Edwin Wendt: Hitcode en Paul von der Luftwaffe

Toen ik zondagmiddag het nieuws las over het overlijden van Peter van Dam (Egmond Complex-tijd; Peter van Dam was er in 1985 de muzieksamensteller van) wist ik dat er een in memoriam van zijn (radio-) vriend Peter van Bruggen zou komen. Dat verscheen woensdagmorgen op Facebook. Zie daar. Het 'krukje van Joost' (den Draaijer) werd zondag door Ferry Maat in diens I.M. als symbool voor 'het gemaakt hebben' op de Nederlandse popradio in de jaren zeventig. Het krukje blijkt tegenwoordig in bezit van Peter van Bruggen. Hij zat erop toen hij zijn I.M. schreef.
Zelf heb ik als luisteraar de dierbaarste herinneringen aan Peter op de KRO-woensdag (1981-83), met Manneke Pop en Komt er Nog Wat Van, voordat luistercijferstress de omroep in de armen van thuismixers en voormalig Radio Luxemburg-deejays uit Eindhoven dreef.
Als verlegen puber met de radio als grootste vriend was ik voor het eerst  op Hilversum 3 te horen in de zomer van '85. Peter van Dam en zijn maatje Gerard Kamer maakten een zomerkwis, Hitcode, waarvan ik een van de deelnemers was: live aanwezig bij een radio-uitzending in de Emmastraat en nog meewerken ook!
Leuk voor Peter en Gerard, dacht ik, dat ze in dit Wereldparade-seizoen (elke week een Top-30 afdraaien) ook weer eens een programma met vrije muziekkeuze konden maken. Jaren later sprak ik er, inmiddels zelf KRO-medewerker, collega Elly van Loenen over: wel nee joh, dat programma was gewoon strafcorvee omdat ze weer eens iets hadden uitgevreten!
Tijdens Hitcode was Paul van de Lugt, oud-nieuwslezer, zich inmiddels aan het warmdraaien als chef van de KRO Zalige Muziek Zondag. Ook Peter kreeg daar weer zijn eigen uurtjes, net als op woensdag onder de naam Manneke Pop. In oktober '85 begon het, eind mei '86 was het afgelopen: tegenvallende luistercijfers. Ik vond dat toen als 18-jarige radiofreak al volstrekt onbegrijpelijk: hoe snel kun je iets de nek omdraaien?
Peter van Dam nam zijn verlies en vertrok. In 2010 werd hij in een uitzending over 85 jaar KRO aan het voorval herinnerd door presentatoren Marc Stakenburg en Stefan Stasse: 'Ah, Paul von der Luftwaffe, hoe is het met hem?'
Dit was de Peter zoals ik me hem herinnerde: altijd spitsvondig en rap van tong en nooit bang om een grens op te zoeken. In de nazit sprak ik hem over het woordgrapje en bleek er geen echte wrok richting de voormalig KRO- en 3FM-baas (meer) achter te zitten. Zo had hij weinig begrip voor oud-collega Vincent van Engelen, die destijds vanwege 'hard feelings' niet wilde meewerken aan het KRO-feestje. Peter: 'Het is allemaal zo lang geleden, wat mij betreft komt Van der Lugt hier nu binnenlopen en drinken we samen een pilsje, I Couldn't Care Less'.
Edwin Wendt, 10 januari 2018   Foto Peter van Dam 18 november 2010 ( Vincent Schriel)

de redactie

de redactie

Hans Knot: Met Eddy Becker duiken we in de nostalgie

Eenieder heeft zo zijn directe herinneringen bij het horen van een naam die verbonden is geweest aan radio en/of televisie. Zo heb ik dit bij het horen van de naam van presentator Eddy Becker. Nee dan kom ik niet met de aanvullende zin ‘de man met de wekker’. Mijn gedachten gaan dan meer naar de beginjaren zeventig en een speciale serie programmaonderdelen die door hem werd gepresenteerd via de NOS op het toenmalige Hilversum 3. Het was voor de VARA-presentator mogelijk de zogenaamde invaluurtjes van de NOS te vullen. De inhoud van deze programma’s had veel te maken met een publicatie destijds, die als titel ‘The Hitsounds of the Sixties’ meekreeg en een pracht naslagwerk was van Ate Harsta, Dirk Dijkstra en Harry zum Kleinschmiedt. Ate zelf werd nauw betrokken bij het programma en reisde meerdere malen vanuit Groningen naar Hilversum toe. Later zouden we hem nog vaak horen als weerman in het VARA-ochtendprogramma van Felix Meurders.   Anderen gaan, bij het horen van de deejaynaam Eddie Becker, direct denken aan de tijden van het programma: ‘Ook Goeiemorgen’ eind jaren zestig via Radio Veronica. Eddy Beuker is de echte naam van Becker, die in 1947 werd geboren. Voordat hij destijds als deejay aan de slag ging bij Veronica bevond hij zich, na zijn middelbare schoolperiode, al in de muzikale wereld. Zo werd hij ondermeer zanger en gitarist bij The Explosions. Ook was hij een tijdje actief als invaller bassist bij Willy and his Giants. Maar wat velen zich niet zullen herinneren is dat hij reeds in 1966 al via de publieke omroep actief was en wel bij de VARA en het programma ‘Popshow’. Hetzelfde jaar stapte hij op de Norderney, het toenmalige zendschip van Radio Veronica, om de opvolger te worden van nieuwslezer Harmen Siezen, die naar de TROS vertrok.   En omdat er op een bepaalde dag de tapes van het programma ‘Ook Goeiemorgen’ niet aan boord van het zendschip waren gearriveerd, presenteerde hij de ontbrekende uren live. Willem van Kooten was dermate verrast over de presentatiestijl van Becker dat hij hem deze ochtenduren aanbood als vaste presentator. Het zou tot medio 1969 duren alvorens Becker weer aan land aan de bak ging als presentator, eerst bij de VARA en later ook bij de NCRV.   Vanaf de begin jaren zeventig tot eind jaren tachtig van de vorige eeuw maakte hij tal van programma’s op de televisie waarvan we ‘Kwistig met Muziek’, ‘Eddy Go Round Show’ en ‘Eddy Ready, Go!’ kunnen noemen, maar ook in prachtig Duits in ‘Hits a go go’ bij onze Oosterburen. Tal van nationale- en internationale artiesten werden door hem in de studio’s ontvangen. Helder in mijn geheugen zit ook nog het gegeven dat Eddy Becker in de zomer van 1972 behoorde tot het team van de NOS dat vanuit de studio in Hilversum Radio Tour de France tot leven bracht. In het team verder Willem van Kooten, Vincent van Engelen en Felix Meurders.   Maar ook in de ‘Jaarlijst van de Daverende Dertig’ op Hilversum 3 was hij te beluisteren. Tal van andere radioprojecten kwamen in de latere jaren van zijn radioloopbaan nog voorbij waaronder bij Radio 192, Radio Gooiland en Holland FM. Het was in 1971 voor velen een verrassing dat Eddy ook een televisieprogramma ging presenteren, iets wat zijn collega’s Robbie Dale en Willem van Kooten ook hadden gedaan. Zo bewaarde ik aantekeningen, die ik destijds verzamelde, waarin Becker meer vertelde over het doel een programma te maken die voor iedereen diende te zijn want voor hem bestond er geen speciale doelgroep als het ging om televisieprogramma’s.   Volgens hem was dat dan ook de reden dat in zijn destijds populair maandelijkse programma niet alleen popartiesten liet optreden, maar ook andere artiesten. Eddy Becker, die eerder in 1971 tot derde populairste televisiepersoonlijkheid van Nederland door het kijkerspubliek was verkozen, vertelde ook meer over hoe het programma tot stand kwam. Ver voor de uitzenddag kwamen regisseur Andries Roest, producer Toon Gispen en Eddy Becker bijeen om over de invulling van een volgende aflevering te praten en groepen en artiesten uit te zoeken die erin zouden kunnen optreden. Bij deze keuze, zo stelde Becker, werd dankbaar gebruik gemaakt van door platenmaatschappijen aangeleverd materiaal.   Toon Gispen maakte vaak al een voorselectie, waarna ze met zijn drieën besloten welke groepen en artiesten definitief werden gekozen. Kwam het eenmaal op het produceren van een aflevering aan dan werd ’s ochtends om tien uur begonnen met repetities, die tussen de middag werden onderbroken om medewerkers en gasten de gelegenheid te geven een hapje te eten.   Rond twee uur in de middag werden vervolgens vele toeschouwers toegelaten om de opnamen, die tot zes uur duurden, bij te wonen. Vervolgens werd het om 7 uur in de avond voor een miljoenenpubliek uitgezonden. Nederland had alleen Nederland 1 en 2 en dus was het gemakkelijk een grote schare kijkers te bereiken met een dergelijk programma.   Per uitzending waren gemiddeld 100, voornamelijk meisjes en jongens, in de NCRV-studio aanwezig, die de toegangskaarten vooraf hadden aangevraagd bij de omroep en waarmee ze gratis de opnamen konden bijwonen. Ook per post kwamen er gemiddeld per week een kleine 200 reacties van luisteraars; niet alleen van jongeren maar ook van bijvoorbeeld de huismoeders. Becker stelde destijds het fijn te vinden een breed publiek te bereiken en daarom liet hij ook Corry en de Rekels, de Heikrekels en het Radi Ensemble optreden om die groepen ook de kans tot meer successen te kunnen bieden.   Wel klaagde hij enigszins over de werkdruk want hij diende ook nog wekelijks een serie radioprogramma’s te presenteren en voor te bereiden waar, volgens hem, twee uur radiomaken in totaal een werkdag aan tijd kostte vanwege die voorbereidingen. Hij stelde dat, vooral vanwege de brede belangstelling, het heel veel tijd kostte om gedegen uit te zoeken welke platen wel of niet bij elkaar pasten.   Opmerkelijk was dat Eddy Becker bijna nooit de fanmail persoonlijk beantwoordde, omdat er geen tijd voor was, maar ook vanwege het feit dat er vooral door meisjes en jonge dames moeilijke vragen werden gesteld die, als ze beantwoord zouden zijn, al snel boze reacties van ouders zouden worden opgewekt in de trend van ‘waar bemoeit die Becker zich wel niet mee’.   Foto: Eddie Becker op Radio 192 (Douwe Dijkstra)

hans knot

hans knot

Hans Knot: Hetty Bennink met twee gezichten

Recentelijk werd ik weer eens geconfronteerd met een aantal vragen inzake het allereerste commerciële televisieproject dat Nederland kende. Het ging om uitzendingen vanaf het REM-eiland, voor de kust van Noordwijk, in de periode augustus tot ruim half december 1964. Een vrij korte periode maar als ik zo in mijn archief duik is dit het station dat procentueel gerekend de meeste aandacht van alle stations vanaf internationale wateren heeft gehad.   Op zoek naar antwoorden op vragen, die ik kreeg voorgeschoteld, kwam er ook een groot aantal namen van betrokken personen voorbij, waarvan één even iets meer aandacht trok dan anderen. In gedachten zag ik de zwart/wit opnamen terug van de opening van REM TV. Het was niet alleen een film, waarin werd vertoond hoe het REM-eiland was gebouwd, maar ook een korte introductie van de toekomstige programma’s die zouden worden vertoond.   De introductie geschiedde door twee omroepsters, die de nodige informatie verstrekten. Denk niet dat zij op het REM-eiland aanwezig waren, nee de opname was in Amsterdam vooraf op film vastgelegd en werd via gigantische projectoren afgedraaid. De namen waren trouwens Hetty Bennink en Marianne Bierenbroodspot. Samen met collega’s zou Hetty Bennink regelmatig terugkeren op REM-TV, dat je beperkt kon ontvangen via speciale ontvangstantennes. Bepaalde lieden gingen zodanig experimenteerden met het verbuigen van kleerhangers, dat ontvangst ook op die manier mogelijk werd in een klein deel van West- Nederland.   Een collega, Sonja van Proosdij, ging na het uit de ether halen van het radio- en televisiestation - volgens de overheid een illegale project - werken voor de AVRO en zo zocht een ieder zijn of haar weg. Bij de TROS, dat ontstaan was als legale publieke omroep, waren ze maar wat blij dat men bepaalde programma’s, die succesvol waren bij de REM, konden voortzetten binnen hun eerst beperkte zendtijd als omroep. En Hetty Bennink ging mee als omroepster, want men dacht dat de jonge vrouw zeker een succes zou gaan worden als publiekstrekker en mogelijk nieuwe leden.   Maar Hetty, die als free-lancer in dienst was van de kleine omroep, werd ook gevraagd om wat promotionele werkzaamheden te verrichten van de in opkomst zijnde politieke Boerenpartij van boer Hendrik Koekoek. De boeren, die veelvuldig in opstand kwamen inzake de in hun ogen onjuiste herverkavelingen, hadden vooral in Drenthe en Overijssel hard toegeslagen en vele potentiële leden gemaakt en dus een plek vergaard in de Tweede Kamer. Hetty werd ook daar free lance in dienst genomen voor promotionele doeleinden.   Hetty Bennink (foto Archief Freewave Nostalgie)   Maar was iedereen wel blij met de dubbele functie waarvoor ze had gekozen? Ik vond een bericht terug in de krant van 20 mei 1966 waaruit bleek dat men binnen de burelen van de TROS het helemaal niet fijn vond. Men berichtte: ‘Als schalks kijkende Hetty Bennink door de Haagse straten stapte, ging er een schok van herkenning door de menigte. “Kijk, daar gaat ze, de televisieomroepster ", fluisterden waakzame huisvrouwen in die emotionele dagen, toen de REM-zender zijn voorlopig einde definitief tegemoet ging.’ Dat was in december 1964. Anderhalf jaar later, had men ‘het gezicht’ van de REM en toekomstig van de TROS in de steek gelaten.   Wat bleek was dat enkele dagen voor het bericht in de krant kwam de heren Vroom en Minderop van de directie van de TROS haar hadden meegedeeld dat zij niet meer terug hoefde te komen. “Wij stellen geen prijs op uw binding met de Boerenpartij", aldus destijds in een brief mr. J. H. Minderop. Hetty Bennink was destijds moeder van driejarige Robbie en was zeer verbolgen over het besluit van de leiding van de TROS.   Een dag eerder, op dinsdag, was het haar op het kantoor van TROS-secretaris mr. Minderop aan het Noordeinde verteld. Ze reageerde met: “Ik was vooral pijnlijk getroffen door de agressieve toon waarop hij mij het nieuws meedeelde. Ik moest maar niet meer aan een job als TROS-omroepster denken, want ik had veel te veel te maken met de Boerenpartij. En de TROS wilde zich niet politiek binden vertelde hij mij.”   In totaal heeft Hetty Bennink aan twee uitzendingen van de Boerenpartij in het kader van de Politieke Zendtijd op de televisie meegewerkt. De eerste werd even vóór de Provinciale Statenverkiezingen van dat jaar op het scherm gebracht. Hetty: “Ik was door de Boerenpartij en door de heer Koekoek persoonlijk benaderd met de vraag of ik zou willen meedoen aan een politieke uitzending. Ik vond die meneer Koekoek direct een aardige man. Hij wilde ook dat ik lezingen voor de partij ging houden. Hij had me voor allerlei werkzaamheden nodig, zei hij. En och, ik zag er geen kwaad in.   Wél was één van mijn eisen, dat ik van tevoren de televisieteksten zou mogen zien. Nou, die handelden over open bestel in radio en televisie. En daar was ik, nog altijd TROS-aanhangster in hart en nieren, steeds een voorstandster van geweest. Ik kon er dus helemaal achter staan.”   De tweede keer dat ze voor de Boerenpartij op het televisiescherm was te bewonderen was in de maand mei 1966 op een maandagavond. Met een zeer lieve glimlach en duidelijk articulerend bracht zij nog eens via het televisiescherm in herinnering, dat de Boerenpartij  vrijheid in de ether wenste en dat de partij daarom zo gelukkig was met de TROS.   Bennink over de uitzendingen destijds: “Voor die eerste uitzending hadden Koekoek en mensen van Atlas-film, waar de programma's werden gemaakt, bij voorbaat toestemming aan het TROS-bestuur gevraagd. Men ging akkoord. Ook met de tekst van deze tweede uitzending ben ik naar de heren geweest. Prof. Vroom, de voorzitter, zei: “O, dat is leuk zeg, dat geeft ons nog de nodige publiciteit ook." Dat was op een donderdag dat we bij de TROS net onze aspirant zendtijd hadden verworven. We hebben toen nog wat aan de tekst veranderd. Die was gemaakt op een moment, dat men nog niet zeker was van die ene uur televisie en drie uur radio, die men kreeg toegewezen.”   Hetty Bennink stelde – na het aanhoren van het gegeven dat ze niet meer welkom was bij de TROS - dat ze er al een paar dagen een vermoeden van had dat er iets met haar stond te gebeuren. Na de onheilstijding van mr. Minderop, belde ze hevig gepikeerd prof. Vroom op, die het nog geen 24 uur daarvoor nog zo eens met haar was, maar die vervolgens antwoordde: “Nee, ik sta achter Minderop, ik kan niemand hebben die gelieerd is met een politieke partij."   De TROS, voor velen destijds de ijveraarster voor openheid in het bestel, van wie men fluisterde, dat een belangrijk deel van de Boeren Partij-winst op haar rekening diende te worden bij geschreven, nam op onjuiste wijze afscheid van een van haar boegbeelden waaraan in de REM eiland periode veel was te danken.       Hans Knot, 7 oktober 2017

hans knot

hans knot

Hans Knot: Was Hilversum 3 wel een totaal popstation?

Gelijk aan vorige week blijven we even nostalgisch hangen in het jaar 1972. Luistercijfers gaven aan de het toenmalige popstation – tenminste zoals het werd genoemd – iets populairder was geworden dan de vanaf zee uitzendenden Radio Veronica en Radio Noordzee (RNI). Als noorderling luisterde ik destijds naar Radio Veronica en vooral RNI, terwijl 20% van de radiobeluistering was verdeeld onder AFN Bremerhavn, Radio Luxembourg en Hilversum 3.   Maar toch werd er door anderen in mijn omgeving wel geluisterd naar Hilversum 3 en de populariteit was volgens een onderzoek destijds dan vooral te danken aan de toegewijde belangstelling van de luisteraars in Noord-, Oost- en Zuid-Nederland. Heel duidelijk merkte je dat aan de verzoekplatenprogramma's. Verreweg de meeste aanvragen kwamen uit het noorden, het oosten en het zuiden van ons land. In Huize Knot stond elders, in de kapsalon, de Draadomroep afgestemd op Hilversum 3 en kwamen dus ook de verzoekplatenprogramma’s voorbij. Zoals bijvoorbeeld het anti-popprogramma ‘De muzikale fruitmand’. Daarbij ging het vooral om de felicitatie van opa die 80 werd, familieleden die jarig waren of jubileerden of een ziekte speelde een rol in de aanvraag.   Je naam over de radio te horen noemen gaf voor velen klaarblijkelijk een gevoel van vreugde. Van invloed was ongetwijfeld dat Radio Veronica in noord, oost en zuid slecht te ontvangen was. Maar een grote rol speelde ook de andere geaardheid van de bevolking, waar banden van familie en buurt nog zwaarder telden dan in het westen en waar de waardering voor het medium radio hoger was.   Als opa gefeliciteerd werd via de radio dan bracht dat duidelijk een extra accent op de feestelijkheden. Daar werd overgesproken in zijn kringetje. Vooral als dan ook nog een dergelijke plaat werd aangekondigd door de man van het volkse levenslied, Johnny Hoes, want die was ook Hilversum 3 te beluisteren.  De grootste populariteit hadden destijds programma's als AVRO’s verzoekplatenprogramma van Krijn Torringa (woensdagmiddag van 5 tot 6) en ‘KRO-op-Drie’, dat elke donderdagmiddag van 2 tot 6 uur te beluisteren was  met als uitschieter het programma tussen vijf en zes van Johny Hoes en Victor Conselman.   En wat kwam er in zo’n programma toch sentiment aan levenslied voorbij. Het lag beslist niet binnen mijn muziekkeuze want het waren vooral veel Gert en Hermien, Wilma, de Kermisklanten, het Spijkerkwartet en de Selvera’s die op die tijden op het popstation voorbij kwamen. Destijds is er een ondermeer onderzoek gedaan naar de plaatsnamen die in het programma van Johnny Hoes in een uur tijd werden genoemd. De GPD meldde over dit onderzoek ondermeer:  ‘Uit de lawine van felicitaties vielen 238 plaatsnamen te noteren. Uit Noord: 102; uit Oost 58; uit Zuid: 62 en uit het Westen: 16. Herhaaldelijk kwamen plaatsen voor uit Oost-Groningen, uit het veenkoloniale gebied. Ook Assen en Groningen werden nogal eens genoemd.   Friesland kwam weinig voor in de felicitatiereeks. De programma's werden in feite gemaakt en gedragen door Noord, Oost en Zuid.  Hield die voorkeur verband met het feit dat  stations als Radio Veronica en RNI in de rechter helft van Nederland vrijwel niet te ontvangen waren? Dr. Peter Hofstede, socioloog uit Groningen, stelde destijds: “Ja, beslist. De mensen in Noord, Oost en Zuid kunnen Radio Veronica vrijwel niet ontvangen en zijn aangewezen op Hilversum 3.”   Er werd in die tijd regelmatig in de dagbladpers gemeld dat de regering toch plannen had een einde te maken aan de activiteiten van Veronica en andere zeezenders, iets waar Hofstede ook op inging: “Met het verdwijnen van Veronica is het te verwachten dat dit patroon zich zal wijzigen". En over de familiebanden in de gebieden waar meer naar verzoekplatenprogramma’s werd geluisterd stelde hij: “Inderdaad gelden de familiebanden in Noord, Oost en Zuid veel sterker dan in het Westen. Die vinden ook een uitweg naar de radio. Het is mij opgevallen dat, naarmate de verbindingslijn met het centrale omroeppunt Hilversum langer is, het ontzag voor Hilversum groter is. Als je in de buurt van Hilversum of in de grote steden vraagt: “Heb je mij ook door de radio gehoord", dan begint iedereen te lachen, maar bijvoorbeeld in de veenkoloniën wordt dat onderling met waardering besproken".     Uit onderzoek naar de luisterdichtheid bleek dat destijds gemiddeld per kwartier (gerekend over een hele week) ongeveer twee miljoen mensen van 12 jaar en ouder luisterden naar de lichte muziekprogramma’s op Hilversum 3. De totale belangstelling voor die programma’s was het grootst in het Zuiden, daarna volgden het Oosten en het Noorden en tenslotte het Westen en de grote steden. Bij Veronica was ook om commentaar gevraagd over de beluistering van haar programma’s in vergelijking met die van Hilversum 3 en men kwam met de volgende reactie:   ‘Vrijwel alle verzoeken komen uit de linker helft van Nederland, dus uit het Westen en de drie grote steden. Dat houdt verband met de ontvangstmogelijkheid van Veronica. Het heeft geen zin een plaat aan te vragen die je toch niet kunt beluisteren".    

hans knot

hans knot

Edwin Wendt: Platgewalst door het geklooi van een ander

‘Stenders neemt het op voor Stasse’, luidde het nieuwsbericht. Een volgende episode in de Radio 2-soap?
Die soap begon afgelopen zomer, toen bekend werd dat Stenders’ Platenbonanza zou verdwijnen van Radio 2. Oké, Stenders had dit op zijn minst een beetje aan zichzelf te wijten, omdat hij zijn baan (deejay op Radio 2 voor AVROTROS) had opgezegd omdat hij zich beter zei thuis te voelen bij een van zijn vorige werkgevers, BNNVARA. Die omroep wilde hem wel terug hebben, dus verwachtte Stenders dat hij zijn populaire verzoekplatenprogramma-met-een-twist wel kon voortzetten op dezelfde zender en hetzelfde tijdstip voor die andere omroep.
Formeel is dat niet zo geregeld, maar de waarheid gebied te zeggen dat de zendgemachtigde tegenwoordig minder belangrijk is dan de deejay. Er zijn legio voorbeelden waarbij is geschoven met deejays en met omroepen om de door de zenderbaas gewenste deejay op de juiste plek te krijgen. Ook Stenders heeft daar in het verleden van geprofiteerd.
In hoeverre Stenders bij zijn laatste ‘move’ keurig heeft gewacht tot alles al was geregeld, weten alleen de insiders. Voor de buitenwacht lijkt dit er echter niet op. AVROTROS hield keihard vast aan haar zendtijd tussen 14.00 en 16.00 uur, met of zonder Stenders. Omdat diens besluit – terug naar BNNVARA – vast stond, haalde AVROTROS Annemieke Schollaardt weg van 3FM en zette haar op de Bonanza-uurtjes.
Nu is Annemieke’s A-Lijst niet origineel als je het vergelijkt met Stenders’ Platenbonanza. Maar laten we eerlijk zijn: wat beide programma’s doen, is verzoekplaatjes draaien. Dat is écht geen format dat door Stenders is bedacht, het is zo oud als de muziekradio zelf. De meerwaarde zit hem in de brede muziekkennis van de programmamaker en de gave om de lawine van app’jes en sms’jes al improviserend om te zetten in een lekker en gevarieerd radioprogramma. Stenders kan dat. Annemieke kan dat ook, maar wordt door veel Stenders-fans niet voor vol aangezien en weggezet als een amateur die ‘zijn idee’ aan het kopiëren is. In werkelijkheid is haar popkennis en de breedte van haar smaak vergelijkbaar met die van Stenders. Ook zij kleurde op 3FM al vaak buiten de formatlijntjes door op de ‘jongerenzender’ ineens een plaat van Chuck Berry of Carole King te draaien. In haar eerste uitzending op Radio 2 verraste ze al met bijvoorbeeld October van U2, een week later opende ze met Badlands van Springsteen.
Annemieke verstaat haar vak. De luisteraars vergeten dat zij het gat opvult dat is ontstaan om maar één enkele reden: het omroeppolitieke geklooi van veteraan Stenders. Zij lijkt nu de pech te hebben dat ze wordt platgewalst tussen twee radioreuzen, Rob Stenders en Stefan Stasse. Hij is immers vorige week de derde hoofdpersoon in ‘Stendersgate’ geworden.
Vorige week maakte de NPO haar gewenste nieuwe Radio 2-programmering per 1 januari aanstaande bekend. Daarin staat Rob Stenders weer gewoon tussen 14.00 en 16.00 uur met Platenbonanza. Annemieke mag voortaan van 20.00 tot 22.00 uur een programma gaan maken. Dat is nu nog de zendtijd van De Staat van Stasse. Toevallig, zegt de NPO, was Radio 2 al van plan Stefan Stasse te verkassen: deze leeftijdgenoot van Stenders past beter bij het verjongende Radio 5. Prima toch? Alleen is hij dan niet meer te ontvangen op de doorsnee autoradio. Kniesoor die daarop let.
Toen besloot Stenders zich te roeren. "Stefan Stasse is een Staat apart. Beter, mooier, persoonlijker zal radio nooit meer worden,’’ schreef Rob op zijn website. “Zijn programma is een baken van originaliteit en beeldt van de eerste tot de laatste noot de essentie, urgentie en bestaansrecht van radio in twee uur uit. Zal radio ooit dichterbij de luisteraar komen? Ik oefen me gek maar zonder de blauwdruk van Stefan ben ik nergens.’’
Met die adhesiebetuiging oogstte Stenders niet alleen maar lof. Volgers van zijn Facebookpagina reageren voor een deel instemmend, anderen laten een kritischer geluid horen: ‘’Hier word ik langzaam een beetje gallisch van, Ga je Stefan Stasse ineens aanhalen en prijzen, voel je je wat schuldig misschien ??? Hoe ik de Platenbonanza ook mis ..... jij hebt de keuze gemaakt om over te stappen! Het viel minder goed uit voor je dan verwacht, gedraag je als een man, neem je verlies en ga niet ten koste van anderen die uurtjes claimen.’’ En: ‘’Ik ben niet meer zo'n fan. Door jouw geklooi drukt de dodelijk saaie Annemieke in de avond Stefan Stasse van de zender, terwijl dat de laatste echte radiomaker is....bah.’’
Hoe oprecht de bewondering van radiomaker Stenders voor vakgenoot Stasse zonder twijfel is, zijn bewering dat hij werkt naar de blauwdruk van Stefan Stasse komt weinig geloofwaardig over. Stefan Stasse is een radiomaker van de ‘theatre of the mind’-school. Voor elke aan- of afkondiging, elke presentatietekst geldt dat Stefan die wil laten klinken alsof hij niet vanuit een radiostudio komt, maar van een andere denkbeeldige plek. Stasse is daarmee schatplichtig aan Peter van Bruggen, die dit genre tot in de finesses beheerste en in bijvoorbeeld het Weeshuis van de Hits ten gehore bracht. Met Van Bruggen had Stenders nooit veel op. Hij was zelfs een van de mensen die 3FM in 1997 hielp The Breakfast Club van Peter van Bruggen en Jeanne Kooymans van de zender te krijgen.
In plaats van op zoek te gaan in het ‘theater van de geest’, zoals Stefan Stasse dat ook deed in het door hem bedachte Theater van het Sentiment, nu nog altijd op Radio 5 te horen, is Stenders altijd pure deejay programma’s blijven maken. Daarin ontwikkelde en vernieuwde hij zich wel doorlopend. Zo was hij de ene keer de kalme presentator die informatie gaf bij de gedraaide platen in Stenders’ Popdossier, terwijl hij de andere keer leiding gaf aan een studio vol gasten en sidekicks, zoals in Stenders Vroeg. Dankzij al die verschillende ‘Stendersen’ is de luisteraar hem na ruim drie decennia nog altijd niet moe, zo blijkt. In Platenbonanza ging het de laatste anderhalf jaar weer vooral om de muziek. Stenders draaide zijn keuze uit wat de luisteraars wilden horen en deed dat met zoveel kennis en vakmanschap dat hij een van de populairste Radio 2-programma’s maakte.
Toch is de vraag hoe de publieke opinie in deze zaak zich gaat ontwikkelen. Die zou weleens kunnen kantelen ten nadele van Stenders. In de eerste weken van september overheersten boosheid en onbegrip over de domme actie van Radio 2 om het vlaggenschip Platenbonanza te laten zinken. Oud-Veronicabaas Lex Harding, voor wie de publieke omroep altijd synoniem is geweest voor Het Slechte, nam de kans waar en schreef een open brief over de minachting van de luisteraar als Radio 2 juist dit programma zou schrappen. Inmiddels klinkt dus ook onbegrip voor de vervolgacties van Stenders. Bovendien vergat Lex in zijn open brief dat het Rob Stenders zelf is die gestopt is.
In het gewone leven, buiten de kaasstolp die ‘Hilversum’ heet, is het niet gebruikelijk dat iemand die weggaat bij een baas als vanzelfsprekend alle secundaire arbeidsvoorwaarden -in dit geval zendtijd- mag meenemen naar een volgende baas. Zeker niet als daar niet vooraf afspraken over zijn gemaakt en je plekje al is ingenomen door nieuwe mensen, bij wie ook verwachtingen zijn gewekt.
Edwin Wendt, 17 oktober 2017

de redactie

de redactie



×

Belangrijke informatie

Door gebruik te maken van deze site ga je akkoord met onze Gebruiksvoorwaarden, Privacybeleid, en We hebben cookies op je apparaat geplaatst om de werking van deze website te verbeteren. Je kunt je cookie-instellingen aanpassen. Anders nemen we aan dat je akkoord gaat.