Spring naar bijdragen

Column

  • artikelen
    236
  • opmerkingen
    269
  • weergaven
    19404

Auteurs van dit blog

Voer dit blog

Berichten in deze blog

Hans Knot: Het Nederlandse lied kende geen grenzen achter het IJzeren Gordijn

Recentelijk vroeg ik op mijn facebookpagina wat men in 1959 zoal op de radio hoorde. Eén antwoord als voorbeeld: ‘Kleutertje Luister’, ‘Arbeidsvitaminen’, ‘De jeugd vliegt uit’, ‘Problemen verdwijnen als de kopstukken verschijnen’, ‘half 1 mededelingen voor land- en tuinbouw’, ‘weerbericht op dicteersnelheid’, ‘marktberichten’, ‘Wilhelmus’, ‘Jeugland’, ‘Te Deum Laudamus’, ‘Ochtendgymnastiek’, ‘Rechtdoor naar school en kantoor’..... Zoiets?’ De persoon die het instuurde is anno 2017 70 jaar en een eenvoudige rekensom leert ons dat hij in juni 1959, de periode waar ik zo dadelijk op terugblik, hij 13 jaar was.
Opvallend aan de opsomming is dat er geen enkele programmanaam van Radio Luxembourg bij is en dan doel ik op de Nederlandstalige service, waarvan een deel van de programma’s werden opgenomen in opdracht van adverteerders bij speciale studio’s in Nederland maar ook in Brussel. Eén van de liedjes die destijds veelvuldig waren te horen was het winnende Eurovisie Songfestival lied van destijds, gezongen door Teddy Scholten.
Voorheen was ze al bekend geworden door optredens in het AVRO programma ‘De bonte dinsdagavondtrein’. Het was de tijd dat er nog maar weinig kijkkastjes in de huizen stonden en er op dinsdagavond massaal om de huiskamertafel werd gezeten om dit wel heel speciale programma voor het hele gezin te beluisteren, ondertussen met op de tafel een krant en te doppen hele pinda’s.
Ook trad Teddy in de periode 1955-1960 vaak als gast op in het televisieprogramma ‘De Snip en Snap Revue’ van dezelfde AVRO. De leiding van de NTS vroeg haar op een bepaald moment mee te doen aan het Nationaal Songfestival in 1959 waar ze twee liedjes zong: ‘De regen’ en ‘Een beetje’. Dit laatste nummer was een compositie van Dick Schallies met teksten van Willy van Hemert en het Omroeporkest, onder leiding van Dolf van der Linden, begeleidde haar. Met ‘Een beetje’ werd ze uiteindelijk afgevaardigd naar het Eurovisie Songfestival dat in 1959 in het Franse Cannes werd gehouden.  
Ook daar werd ze winnaar en zou internationaal scoren. Uiteraard werden er ook anderstalige versies opgenomen. De Franse radio schalde vervolgens met ‘Un p’tit peu’, terwijl de West Duitse radio ‘Sei ehrlich’ op vinyl op de draaitafel hadden. De radiosectie van de RAI in Italië deed het met ‘Un Poco’ en neem maar van mij aan dat op het Zweedse Radio Syd het als ‘Om vaaren’ werd uitgezonden.
Maar hoe zat het in een van de landen achter het toenmalige Ijzeren Gordijn? In die landen werd het Eurovisie Songfestival nog niet uitgezonden, simpelweg omdat men geen banden onderhield met de organisatie. En toch kwam de song in een speciaal jasje op de Poolse radio.
Even terug naar de tweede helft van de jaren vijftig toen in het Drentse Coevorden de glorietijd van de Mirando’s begon met vele optredens en contracten. Vrij snel werd er al bij het platenlabel Columbia een plaat met zigeunermuziek uitgebracht want er was een zangeres die van Pools-Litouwse afkomst was die voor begeleiding van een platenopname een orkest zocht. Het werd een succes en bovendien stapte men vrij snel over naar Philips waar men het met het orkest van Tata Mirando helemaal zag zitten. Vervolgens werd er regelmatig opgetreden voor radio en televisie.
Het repertoire dat de naar Nederland geëmigreerde Monica zong bestond in eerste instantie uit Poolse en Russische liederen maar haar voorkeur ging er toch naar uit om Nederlands te gaan zingen om een nog breder publiek te kunnen trekken. Bij elk optreden sloot ze vervolgens op het einde af met twee liedjes die door Harry de Groot en Pi Verris werden geschreven, namelijk ‘Holland jij bent mijn sprookje’ en ‘Ver van mijn land’. Al zong zij deze liedjes met een duidelijk accent, het Nederlandse publiek was telkens enthausiast te noemen.
In mei 1959 bezocht Monica haar familie in Polen en werd ze uitgenodigd om ook voor de radio en de staatstelevisie op te treden en ze besloot een warme propaganda voor het Nederlandse lied te gaan houden. Niet dat ze in het Nederlands haar landgenoten toezong maar met een speciale Poolse tekst bracht ze haar versie van het winnende Eurovisie Songfestival lied van Teddy Scholten.
Uit overlevering gaat het verhaal dat slechts enkele minuten na de radiouitzending, waarin Monica haar versie van ‘Een beetje’ ten gehore bracht, het regende van telefoontjes omdat men wilde weten waar de Poolse versie van de song te krijgen was. In allerijl werden de hoofden bijelkaar gestoken met als besluit de Poolse versie spoedig aan het vinyl toe te vertrouwen. Het werd uiteindelijk een LP met vele liedjes gericht op de Poolse luisteraars met als sluitstuk haar versie van ‘Een beetje’.
Eind juli 1959 zou Monica, die ook veel op toneel en in films verscheen, haar debuut maken in Engeland met een optreden van de Poolse versie van achter het IJzeren Gordijn, waar ze trouwens een duidelijk vaste grond voor het ‘Nederlandse lied’ had gekregen.
Hans Knot, 28 januari 2017

Vincent

Vincent

Jurre Bosman: “Bewogen en bevlogen jaar voor publieke radio”

Het is de één na laatste dinsdag van januari, de dag van de luistercijfers van november - december én daarmee heel 2016. Iedereen die bij de radio werkt voelt rond de klok van 8 uur dezelfde lichte spanning: in de radiostudio, op de redacties, daar waar de radiomakers hard aan het werk zijn. Voor mij persoonlijk zijn het de eerste cijfers als directeur NPO Radio sinds mijn aanstelling in november, wat maakt dat ik iets meer gespannen ben dan voorgaande jaren. Het eindresultaat van 2016 maakt mij trots. Drie van de vijf publieke radiozenders boekten winst. NPO 3FM zag zijn aandeel zakken, maar heeft met de jongste club dj’s ooit in korte tijd al grote stappen gezet richting een all-round en volwaardig jongerenmerk.
Niet alleen qua nieuws was 2016 een bewogen jaar. Ook op zenderniveau is er veel gebeurd. Het uitgangspunt van publieke radio is dat iedere Nederlander terecht kan bij een zender naar zijn of haar smaak. Een zender met de muziek, dj’s, interactie en onderwerpen waar luisteraar zich bij thuis voelt. Vernieuwing en een sterkere zenderprofilering is dan essentieel. Zo hoor je nu op NPO Radio 2 op de zaterdagavond soul, funk en disco tijdens de Soulnight. Dit jaar hebben een aantal dj’s van NPO Radio 2 de overstap gemaakt naar NPO Radio 5, en zijn andere dj’s verhuisd van NPO 3FM naar NPO Radio 2. Zo ontstond er bijvoorbeeld ruimte voor nieuw talent bij NPO 3FM.
Alle veranderingen bij de publieke radiozenders hebben zijn weerslag op de jaarcijfers. Drie van de vijf publieke radiozenders boekten winst in het luistertijdaandeel op 10+. NPO Radio 5 heeft een opfrissing ondergaan en met succes. Het aandeel van de zender is met 3,2% hoger dan ooit. NPO Radio 2 was in 2016 de op een na best beluisterde zender van Nederland op 10+. NPO Radio 4 wist het aandeel van 1,9% vast te houden. Het is geen verrassing dat het jaarcijfer van NPO 3FM daalt. Maar voor een zender die volop in ontwikkeling is, laten we ons nu niet leiden door cijfers. Wel door nieuw talent, nieuwe muziek en nieuwe ervaringen.
Bij de publieke omroep zijn cijfers niet zaak nummer één. We hebben een publieke taak. En in 2016 kwam die, naar mijn mening, meer dan ooit naar voren. Vaste waarden als NPO Radio 1 Sportzomer (won vorige week nog de impact-Award op het RadioGala), de Evergreen Top 1000 op NPO Radio 5, de FunX DiXte 1000 en de Hart en Ziel Lijst op NPO Radio 4 laten zien dat meer en meer luisteraars de themaweken en bijbehorende evenementweten waarderen en te vinden, op radio, online en in het land. We zijn in 2016 gestart met NPO Campus, waar we sinds kort ook radio-talenten voor NPO Radio 4 opleiden. Het resultaat daarvan is het nachtprogramma Voor De Dag, waarin je vier talenten om beurten in de vroege ochtend op NPO Radio 4 hoort. Samen met NOSop3 dook FunX dit jaar op een bijzonder integere manier in de wereld van thuisloze jongeren in: uit zicht. Betrokkenheid, interactie en verbinding in één interactieve special: wat mij betreft één van de hoogtepunten van 2016.
De NPO Radio 2 Top 2000 en 3FM Serious Request waren dit jaar publieke radio op zijn best. 3FM Serious Request 2016 is op radio, tv en online gevolgd door 9,9 miljoen mensen. De unieke combinatie van interactie en verbinding op alle platformen, liefde voor muziek en maatschappelijke betrokkenheid krijgt nog altijd veel waardering. Zo vindt 72% van de jongeren dat de actie een positieve invloed heeft op de samenleving. Ook buiten de Nederlandse grenzen heeft de actie impact: in totaal hebben alle Glazen Huizen wereldwijd 198 miljoen euro opgebracht, waarmee een hoop goede doelen zijn gesteund. Dát is de ongelofelijke kracht van één radioprogramma, waar NPO 3FM ooit mee begonnen is. De 18e editie van de Top 2000 brak alle records: de lijst der lijsten bereikte circa 10,5 miljoen Nederlanders van 10 jaar en ouder. Het radiobereik en het online bereik waren nooit eerder zo hoog als afgelopen jaar. Luisteraars in de doelgroep van 35-54 jaar waarderen de Top 2000 met een mooie 8,0.
In 2016 hebben we grote stappen gezet in de richting van het meest toonaangevende radiobedrijf van Nederland. Er staan zes sterke herkenbare zendermerken rechtop overeind, elk met een duidelijke profilering. Door middel van impactvolle programma’s blijven deze zenders zich van elkaar en andere zenders onderscheiden. Ook in 2017 blijft publieke radio zich vernieuwen en onze luisteraars en volgers prikkelen. Dat doen we - samen met de omroepen - op een betrokken en onafhankelijke manier, voor een zo breed mogelijk publiek. Voor iedereen.
Jurre Bosman, 25 januari 2017   Foto Jurre Bosman - Directeur Radio (NPO - Michel Schnater)

de redactie

de redactie

Hans Knot: Henk Oostinga

Het verzamelen van data was voor mijzelf al op jonge leeftijd iets wat gewoon gebeurde. Het was vooral gericht, hoe kan het ook anders, op radio maar ook op sport. Het was de tijd van voor ‘Langs de Lijn’. Nederland had destijds niet alleen Eredivisie en Eerste Divisie Voetbal maar ook Tweede Divisievoetbal. Wonende in een middelgrote stad als Groningen betekende dat ook dat er meerdere clubs vertegenwoordigd waren in de diverse divisies van het Betaalde voetbal. GVAV, Oosterparkers, Velocitas en Be Quick kwamen alle vier uit de Martinistad.
Zoals al gesteld was er nog geen ‘Langs de Lijn’, een programma dat in 1967 voor het eerst op de radio was te beluisteren, en dus dienden we het te doen met hier en daar een sportprogramma van korte uitzendduur van een aantal omroepen. In Groningen was het mogelijk de voetbaluitslagen via de RONO, de Regionale Omroep Noord binnen te halen of op de fiets te klimmen om de schoolborden, die stonden opgesteld in de etalage van het gebouw waar het Nieuwsblad van het Noorden was gevestigd, te bekijken.
De sportredactie verzamelde van de diverse velden in het betaald voetbal en de hogere amateurklassen de uitslagen, die met een krijtje werden ingevuld op de borden. Soms diende je langer te wachten omdat men geen verbinding met sommige clubs kon krijgen. Het was de tijd van de bakelieten telefoon en telefoonnummers in een middelgrote stad bestonden maar uit 5 cijfers. Maar het wachten werd beloond als een van de Groninger ploegen weer succesvol was geweest.
In maart 1967 was er in het Nieuwsblad van het Noorden voor velen verrassende bericht te vinden waarin werd vermeld dat zeer binnenkort – na twintig jaar van trouwe dienst – de RONO niet meer het bekende ‘Henk Oostinga geluid’ zou brengen. Hij was namelijk toe aan rust in het weekend. De werkzaamheden van de RONO en de omroepen gebeurden als vrijwilliger maar daarnaast had hij ook nog een zware taak als broodwinner. Hij was namelijk leraar aan het Gyot Doveninstituut in Groningen.  
Wel wist een journalist van het Nieuwsblad op te tekenen dat het omroepwerk hem niet te veel was maar dat het meer de zondag was die steeds maar weer gevuld werd met achter de sport aan te zitten.
Het was helemaal niet de bedoeling dat Oostinga bij de RONO zou weggaan, zoals velen dachten. Maar hij had voor minder vastigheid gepleit waardoor hij op bepaalde zondagen ook eens vrij kon zijn. In een interview stelde hij destijds: “Ik wil wat vrije tijd voor mezelf hebben, want wil je een regionaal sportprogramma redelijk brengen, dan moet je je contacten over het hele uitzendgebied aanhouden. En dat loopt voor de RONO van de Achterhoek tot aan Harlingen. Ach, en dat gaat niet meer, vooral omdat ik het met de slechthorenden ook steeds drukker krijg. En dat is tenslotte m’n officiële werk. En dat mag er in geen geval schade van hebben."
Destijds meldde Oostinga wel dat hij de werkzaamheden voor de regionale omroep nog steeds boeiend vond. Dat hij aangaf het rustiger aan te doen had ook niets te maken met de vlak daarvoor aangekondigde komst van Eef Brouwers. De latere directeur-generaal van de Rijksvoorlichtingsdienst en ook bekend van NOS Journaal, bleek namelijk benoemd te zijn tot chef-redacteur van de RONO. En dat was volgens Oostinga met volledige instemming van hem.
Het was in oktober 1948 dat Henk Oostinga aan zijn sportjournalistieke loopbaan begon, nadat hij als speler van GVAV, de voorganger van FC Groningen, in een interview met de RONO in contact was gekomen. Zijn stem, die later tot de inboedel van elk huis in de regio Noord en Oost zou gaan behoren, kwam toen voor het eerst in de RONO-microfoon en sindsdien was Henk Oostinga niet te houden. Oostinga destijds in het Nieuwsblad van het Noorden: “Mijn voordeel was, dat ik zelf in de sport had gezeten. Want iemand kan volgens mij nog zo’n goede sportjournalist zijn, maar als hij zelf geen sportman is geweest zal hij bij de mensen niet zo veel gezag hebben. Toch heb ik nooit full-time in de sportrubriek gewild. Weet je, en nu ga ik misschien op lange tenen trappen, ik vind alleen-sport wat te eenzijdig. Het is enorm mooi, maar er moet nog iets bijkomen. Daarom ben ik nog steeds gek op het RONO-sportwerk, maar de slechthorenden blijven voor mij de hoofdzaak".
En hoe komt het eigenlijk dat ik terugblik op Henk Oostinga? Ik haalde al in het begin aan dat ik altijd bezig ben geweest met het verzamelen van data. Gegevens die ooit weer eens gebruikt konden worden en zo schreef ik in die tijd de uitslagen betaald voetbal in een schriftje op en deed ik in de avond, in bed, net of ik de man achter de microfoon was en deed het nog eens dunnetjes over wat ik eerder die zondag via de RONO en Hilversum had gehoord. Let wel eind jaren vijftig. Zouden daar dan ooit de kriebels voor het radiomaken zijn begonnen?
Hans Knot, 21 januari 2017

Vincent

Vincent

Hans Knot: januari 1979

In deze historische radiocolumn wil ik je mee terugnemen naar het begin van 1979 door een paar onderwerpen, waar ik destijds over schreef, weer naar voren te halen. Allereerst was er in de tijd vaak ophef over de mate waarop sommige omroepverenigingen te pas en te onpas reclame voor eigen huisje maakten. Vreemd genoeg reageerden de gezamenlijke omroepen zelf over de vele negatieve publicaties over misbruik van zendtijd. Men kwam met het voorstel gezamenlijk een arbitragecommissie in het leven te willen roepen die diende te oordelen over het karakter en de tijdsduur van de reclame die de omroepen voor zichzelf zouden mogen maken.
In een verklaring, die eind januari 1979 werd uitgegeven, werd duidelijk gesteld dat aan de hand van de gezamenlijk overeen te komen normen en criteria de in te stellen commissie snel na een overtreding uitspraken zou dienen te doen. Men dacht daarbij vooral aan waarschuwingen, oplopend tot boetes of andere straffen. De plannen werden vervolgens officieel voorgelegd aan de minister voor Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk, het departement waaronder radio en televisie destijds vielen.
De commissie kwam er onder voorzitterschap van secretaris penningmeester J. Hulder van de VARA en vrij snel bleek dat zowel het opleggen van een geldboete als het ontnemen van zendtijd belangrijke punten van overleg dienden te zijn. Bij boetes dacht men dat het alleen nut zou kunnen hebben wanneer het bij overtredingen om duizenden guldens zou gaan, forse bedragen voor die tijd.
Een andere mogelijkheid was dat de arbitragecommissie na een overtreding zou bepalen dat de omroep, die in de fout was gegaan, in een bepaalde periode geen reclame voor eigen huisje mocht uitzenden. Een dergelijke straf vond de commissie ingrijpender dan een geldboete, omdat dan een reclamecampagne diende te worden onderbroken. Bij geldboetes zouden de rijkere omroepen bovendien bewust risico's kunnen nemen.
De arbitragecommissie kreeg ook als taak de klachten van particulieren, die zich hadden geërgerd aan de omroepreclame, in behandeling te nemen. De regeling werd goed gekeurd en kwam er na ruim 2 jaar overleg, ontstaan als een reactie op de reclamebeschikking van augustus 1976 van het ministerie van CRM.
Maar er was meer gaande in de eerste periode van 1979. Zo kwamen er verontrustende berichten uit Brussel. Op vrijdagavond 12 januari werd de BRT-RTB aan de Reyerslaan via een anoniem telefoontje bericht dat er een bom was geplaatst in het gebouw. De Rijkswacht en ook de eigen veiligheidsdiensten gingen op zoek maar vonden uiteindelijk echter niets. Wel werd een brand opgemerkt, die verscheidende containers had aangetast. De vlammen werden echter snel gedoofd. De volgende dag werd bekend dat het anonieme telefoontje werd gevoerd vanuit het BRT-gebouw zelf. Op zich betekende dit niet dat het om een medewerker van de omroep zou gaan. De onbekende persoon sprak Frans. De brand aan de Reyerslaan werd erg verdacht gevonden. Men was er bijna zeker van dat er kwaad opzet mee gemoeid was. In de daaraan voorafgaande weken had het al tien keer eerder gebrand op de terreinen van de BRT en de RTB, destijds verantwoordelijk voor radio- en televisie-uitzendingen in respectievelijk het Vlaams en het Frans.
Aanslagen zijn van alle tijden. Zo ook in 1979 toen honderden luisteraars in Rome op 9 januari via de radio getuige waren van een terroristische aanslag. Midden in een uitzending van Radio Citta Futura (stad van de toekomst) hoorden zij een der omroepsters om hulp roepen en tevens een verzoek om niet te schieten. Direct daarop was een zware ontploffing te horen en werd het totaal stil op het radiostation. De luisteraars alarmeerden direct de politie en brandweer. Toen die ter plekke verschenen vonden zij vijf omroepsters van een vrouwenprogramma gewond op straat en de radiostudio totaal verwoest door brandbommen.
Radio Citta Futura was een links gericht radiostation en in die tijd was er een golf van aanslagen over en weer van rechtse en linkse terreurorganisaties in Italië en stond deze aanslag niet op zichzelf.
Worden de laatste jaren meer en meer middengolfstations uit de ether gehaald omdat er volgens beleidsmedewerkers geen toekomst meer is voor deze vorm van radio, dan was het in 1979 nog wel even totaal anders. Ik wist destijds te melden over een groots opgezet plan in de Verenigde Staten. Een vertegenwoordiger van de Federale Communicatie Commissie, de FCC diende tijdens de conferentie voor golflengte verdeling in Genève een voorstel in waarbij ruimte diende te komen voor ongeveer 700 nieuwe middengolfstations in Amerika.
The National Radio Broadcast Ass., een overkoepelend orgaan van alle radiostations, was echter finaal tegen. Hun toenmalige president, Jim Gabbert die eigenaar was van Kl0l FM in San Francisco, zei destijds ondermeer dat er in de meeste delen van Amerika al te veel radiostations waren. De FCC kwam ook met het voorstel de middengolf uitbreiden van 1600 naar 1800 kHz. De NRBA zag niet in dat er meer stations opgericht dienden te worden daar dit het geheel zou gaan verzieken. Als voorbeeld kwam men met Hawaï dat destijds al 31 radiostations had.
Ook haalde een vertegenwoordiger van de NRBA aan dat er nog een groot ander commercieel probleem bij zou komen namelijk dat alle radio’s in de VS op de middengolf slechts een bereik hadden tot de 1600 kHz en dat dezen dus allen dienden vervangen te worden.
Een luisteronderzoek dat in januari 1979 verscheen gaf aan dat op de donderdagen het meest naar de radio werd geluisterd. Destijds stond het radiotoestel in ruim 3 miljoen gezinnen aan. Op Hilversum 3 zond de TROS uit, op Hilversum 2 de AVRO en op Hilversum 1 de NCRV. Op de vrijdagen werd gemiddeld door 2,9 miljoen mensen geluisterd, op dinsdagen door 2,8 miljoen gezinnen en op woensdag door 2,7 miljoen. Op de zaterdagen ging het aantal flink naar beneden en kwam het aantal van 2,3 miljoen gezinnen tevoorschijn. Een dieptepunt was bestemd voor het radiogebruik op de zondagen met 1,9 miljoen gezinnen waar de radio aanstond. Cijfers die heden ten dage zeker niet meer worden gehaald.
Hans Knot, 14 januari 2017

Vincent

Vincent

Hans Knot: Germaine

De eerste zaterdag in het Nieuwe jaar 2017 betekent tevens de eerste historische radiocolumn voor dit radiojaar via Radiotrefpunt. 2017, een jaar waarin ik hoop dat vooral de jeugdige journalisten en de persmensen van de diverse radio- en televisiestations zich bewust gaan worden van hun vaak foutieve woordgebruik. Recentelijk nog in de Kerstperiode werd er vanuit de burelen van Radio 10 bekend gemaakt dat men met een nieuw online-project van start ging. Vervolgens werd bij herhaling gemeld dat het om een zender ging.
Ook kondigde de politieke partij 50Plus aan met een eigen radiozender te komen. In het persbericht ook daar meerdere malen de verkeerde woordkeuze. Ik heb even een voorproefje genomen door te luisteren naar dit nieuwe online radiostation en via tune-in hoorde ik wel heel toepasselijk als eerste ‘the beat goes on’. Maar op de hoofdpagina van ‘tune-in’ werd ik vervolgens gewezen op andere radiostations die voor mij interessant kunnen zijn. En wat staat er?  ‘Aan te raden zenders’. Het woord radiostation schijnt door veelvuldig foutief gebruik voor velen verleden tijd te zijn.
Zenders waren vroeger grote kasten en heden ten dage redelijk kleine kasten. Zonder deze kasten, van waaruit het signaal voor ontvangst wordt opgestraald, kan geen enkel radiostation haar programma’s verzorgen. Een radiostation is een gebouw met daarin een of meerdere radiostudio’s van waaruit radioprogramma’s worden verzorgd en dus het signaal – dat later via de zender wordt uitgestraald – wordt voorbereid.
Ik heb er enige tijd over gedacht om een jaar lang bij te houden hoe vaak het woord ‘zender’ foutief wordt gebruikt in persberichten en ook in artikelen in diverse kranten en tijdschriften. Een onbegonnen zaak daar het te tijdrovend zou zijn en uw wekelijkse column daarmee in het gedrang zou komen. Derhalve maar over naar de allerbeste wensen voor alle radiomakers bij het steeds meer groeiende aantal radiostations dat via allerlei mogelijkheden hun signaal ‘op de zender’ zetten voor verspreiding naar potentiële luisteraars.
Toch maar eens duiken in de historie van de radio die ons vandaag brengt naar de maand december 1971 waarin menigeen in Nederland nogal geschokt reageerde op de berichtgeving betreffende de NVSH, vooral in zwart gekleed conservatief Nederland. Het was 18 december 1971 toen het bestuur van de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming aangaf een definitieve licentie aan te vragen bij de Nederlandse regering tot het opstarten van radio en televisie-uitzendingen in Nederland binnen het publieke bestel. Men dacht bij deze club meer dan 15.000 leden bijeen te kunnen krijgen die destijds nodig waren voor erkenning als aspirant-omroep. Mocht dit lukken dan kon men rekenen op 3 uur radiozendtijd op de radio en 1 uur aan programmaruimte op de televisie per week.
Ook hoopte men de 100.000 leden, die nodig waren om na een periode van twee jaren als C-omroep in de ether te kunnen blijven. Het bestuur van de NVSH was voorts van mening op basis van haar doelstelling, die ‘mondigheid en tolerantie’ beoogde, het totale programma te kunnen brengen dat destijds nodig was om als omroep erkend te kunnen worden.
De NVSH heeft destijds haar plannen aangekondigd voor de Raad van State, daar een beroep diende tegen de beslissing van de toen fungerende minister van Cultuur en Maatschappelijk Werk, mej. Klompé, waarbij de omroep in principe haar zendmachtiging als mini-omroep was ontnomen. De NVSH maakte sinds 1 oktober 1971 programma’s in afwachting van de beslissing op het beroep.
Landsadvocaat mr. Drooglever Fortuyn stelde nog eens dat krachtens de toenmalige nieuwe omroepwet alleen mini-omroepen werden toegelaten als in hun specifieke programmadoeleinden niet werd voorzien door de reeds bestaande zendgemachtigden. Aangezien de bestaande omroepen zich inmiddels ook hadden ingelaten met specifieke programma’s gericht op onderwerpen betreffende seksualiteit, had de NVSH geen recht op een eigen status.
Wat in de jaren zestig door velen nog als een schimmig tijdschrift werd gezien en werd weggestopt onder andere tijdschriften om bezoekers binnen het gezin te vrijwaren van choquerende informatie, werd in de jaren zeventig vrijer geopenbaard. In het nummer van maart 1972 van het blad van de NVSH, Sekstant, was ondermeer te lezen over de plannen voor een c-omroep: ‘Zoals ondermeer aangekondigd in het januarinummer van Sekstant, heeft het hoofdbestuur van de NVSH besloten om een eigen omroep op te richten. Wat was daartoe de aanleiding? Waarom wil de NVSH, die immers reeds als mini-omroep over 20 minuten televisiezendtijd  en 60 minuten radiozendtijd per twee maanden beschikt, zich nu als echte omroeporganisatie aandienen?’
In het onderstaande ging de heer G. J. Smit, destijds voorzitter van de NVSH, in op dit door de NVSH ondernomen initiatief. ‘De minister ging aan al die voorwaarden voorbij en concludeerde dat niet gezegd kan worden dat de uitzendingen van de NVSH voorzien in behoeften waarin niet in voldoende mate wordt voorzien door programma's van andere instellingen die zendtijd hebben verkregen.’
Dit laatste betekende een schok voor de NVSH. Zou men - zoals werd gesuggereerd - werkelijk de positie als voorhoedebeweging hebben verloren en niets meer hebben mee te delen, dat niet reeds door anderen aan de orde werd gesteld? Of zou het eerder zo zijn dat de NVSH destijds een aantal zaken in haar zendtijd aan de orde stelde, die in de ogen van een aantal mensen maar beter niet gezegd zouden kunnen worden?
Hierbij viel bijvoorbeeld te denken aan de televisie-uitzending van de Engelse voorlichtingsfilm ‘Growing Up’, naar aanleiding waarvan, volgens hardnekkige Haagse geruchten, destijds de toenmalige justitieminister Polak in het kabinet overlegde over het instellen van een strafvervolging. Ook het op een later datum gevoerde geruchtmakende zondagse kort geding draaide om het feit dat een aantal mensen er nogal wat aan gelegen scheen te zijn de NVSH uit de ether te houden.
Slechts een vijftal jaren later bracht de VOO met bepaalde seksueel getinte televisieprogramma’s als wel de VPRO van januari 1976 tot juni 1978 met een door Germaine Groenier gepresenteerd drie uur durend programma. Het laatste uur was ingeruimd voor luisteraars die direct met haar konden praten over seksualiteit en relaties. Het seksuur, de seksrubriek, 'Germaine sans gêne' waren de benamingen die het programma in de loop van die tweeënhalf jaar kreeg. Het programma ontlokte woede, kritiek, lof en hilarische momenten bij de vele luisteraars. Het was taboedoorbrekend en ongekend populair.
Grote vraag is echter, hoe in bepaalde bestaande geloofsgemeenschappen men inmiddels de VPRO, in welke hoek men toch toebehoorde, had afgezworen of in hoeverre men stiekem toch, met de handen onder de dekens, naar het radioprogramma van Germaine Groenier luisterde.
Hans Knot, 7 januari 2017

Vincent

Vincent

Hans Knot: Kerstcolumn

Dit is de historische column voor het Kerstweekend van 2016 en ik neem U mee terug naar het jaar 1970. Destijds werd Kerst gevierd binnen onze familie met het bezoeken van de Kerst Nachtmis, waarna bij thuiskomst het tijd werd voor moeders zelf gebakken kerstbrood. Je kon je vingers erbij aflikken en de stollen die je in de supermarkten kunt kopen halen het bij lange na niet met de kerststol die zij met liefde voor de familie bakte.
Maar er waren ook heerlijke kerstmaaltijden waarbij de deuren openstonden voor hen die wensten aan te schuiven. Naast een schelp eigengemaakte ragout bestond de maaltijd uit hoofdgerecht en nagerecht en een heerlijk gemaakte soep. Nee, geen soep die tot vervelends toe werd gepromoot via Radio Veronica en de STER maar huisgemaakte soep in een prachtige terrine.
En dat brengt me automatisch in gedachten naar een incident betreffende die zakjes soep die je destijds zag in de rekken van wat toen nog zelfbediening heette. Hoe strakker in de speciale stellage geplaatst, met daarboven nog eens het logo van het merk, hoe meer aandacht het trok. Maggi, California en Knorr soepen stonden liefelijk naast elkaar en aan de huisvrouw de keuze te maken. Mannen lieten het huishoudelijk werk nog voornamelijk over aan de eega.
Het kopen van reclameruimte is altijd duur geweest en anno 1970 was dat op de radio helemaal prijzig te noemen. Hoe prettig kon het zijn dat geheel onverwachts te horen was, dat je product gratis via dat medium radio werd aangeprezen. Ongetwijfeld heeft men destijds bij het reclamebureau, dat de campagnes voor California verzorgde, zo gedacht toen men in het VPRO-totaalprogramma ‘VPRO-vrijdag’ een interview hoorde met Mies Bouwman.
Dé Mies Bouwman, die hierin (inderdaad smakelijk) vertelde hoe ze meedeed aan een soep-test van Knorr, zich daarbij vergiste en de California als de lekkerste van drie haar voorgeschotelde koppen met soep aanwees. Natuurlijk zijn ze bij het betreffende reclamebureau bijzonder blij geweest evenals binnen de directie van California.
Het resultaat van de smallende vergissing was dat de heren reclamemakers de letterlijke tekst van dat interview achterhaalden en dit netjes gekopieerd en in veelvoud verspreid hebben naar allerhande nieuwsmedia. Het bijgaande briefje deelde mee, dat men van mening was, dat Mies de ‘kwaliteiten van onze cliënt California Soepen NV te Harderwijk op wel zeer originele wijze heeft geprezen’.
Uit de letterlijke tekst van het interview bleek, dat Mies Bouwman voor een aardig bedragje Knorr-soep zou komen proeven in aanwezigheid van een notaris. Ze zou — aldus de heren van Knorr — beslist niet verkeerd kunnen kiezen, want al zovele vrouwen vóór haar hadden het goed gedaan. Volgens het interview was het als volgt gegaan: "Dus op een ochtend — ik moet zeggen dat ik het helemaal vergeten was, ik had het genoteerd in mijn agenda en 's avonds zag ik dat de afspraak vastlag. De volgende ochtend, om half tien, ben ik naar dat reclamebureau gegaan, daar stralend ontvangen door een aantal heren in antracietgrijze pakken en meegetroond naar de keuken.
Daar stond een vrouwelijke notaris die riep: “Niet kijken, niet kijken achter het fornuis met drie pannen water. Ik neem aan dat ze daar drie verschillende pakjes soep in gedaan had. Het duurde allemaal wat lang en wij aan de ‘babbel-de babbel’, en op een gegeven moment was het dan zover. Doodse stilte, moeder nam plaats achter de drie koppen soep en uit iedere kop nam ik een hap en toen was het wat mij betreft wel gebeurd.
Ik heb twee koppen direct opzij geschoven en stralend naar die ene kop gewezen. Toen doodse, verslagen stilte, want toen had ik de California aangewezen. Er was niets meer aan te doen, het was de duurste ochtend van mijn leven. Ik heb mijn echtgenoot nog even gebeld om hem hiervan op de hoogte te stellen, we hebben — dien ik echt zeggen — ontzettend gelachen. En dat was dan weer dat."
Mies Bouwman had er natuurlijk niet op gerekend dat deze dure vergissing vele decennia later onderdeel zou worden van een kerst historische column. Uit de gemaakte enorme fout maakte een woordvoerder van het reclamebureau voor California op, dat Mies eenvoudig wég was van de soep van deze fabriek en kwam men derhalve stralend met bovengenoemd briefje en interview.
Maar wat zei Mies Bouwman er zelf van toen ze door een journalist van de Gemeenschappelijke Persdienst destijds gebeld werd? ‘Toen we haar belden en haar het begeleidend schrijven voorlazen schoot ze in de lach en kon vooreerst alleen maar uitbrengen: “Wat schandelijk..." Daarna barste ze het uit van het lachen.
Op de vraag hoe het nou eigenlijk allemaal zat zei ze: “Moet je horen, ik vond niet één van die drie soepen lekker en ik heb de minst onsmakelijke aangewezen. Nou ja, en dat dat nou toevallig California was, daar kan ik ook niets aan doen. Maar laten die mensen van California zich wat mij betreft niets in hun hoofd halen, want ik
hóef écht niet.”
Andere dames waren haar in de soeptest voorgegaan en hadden zich goed voorbereid door diverse Knorrsoepen bij herhaling op de dish te zetten. Ondermeer Mary Duys, de vrouw van Willem en Conny Stuart. Dit om de smaak goed te pakken te krijgen. En juist dat had Mies Bouwman niet gedaan, ze had slechts in haar agenda gekeken of ze een afspraak had die volgende dag en dus liep alles in de soep. California kreeg in de geschreven pers op die manier veel aandacht en hoefde dus geen extra radiozendtijd te kopen via de STER en Radio Veronica om de instant zakjes aan de huisvrouw te brengen.
Het jaar 2016 loopt op haar einde. Met deze historische soep terugblik is voor mij dit derde jaar met herinneringen via Radiotrefpunt voorbij. Geniet allen van de komende feestelijke week en we komen elkaar weer radio historisch tegen in 2017.
Hans Knot, 24 december 2016

de redactie

de redactie

Hans Knot: Internationale samenwerking 1978

Zoals de vorige keer al beloofd ga ik in mijn historische column eens dieper in op de internationale samenwerking op het gebied van radio en televisie in het einde van de jaren zeventig van de vorige eeuw. Realiseer je wel dat er geen sprake was van commerciële radio in vele landen, dat er geen satellietradio of satelliettelevisiestations waren. Onder samenwerking werd verstaan de vorm van werken met elkaar die tussen verschillende omroeporganisaties in diverse landen plaats vond.
Hierbij kunnen we ook duidelijk de politieke overeenkomsten en verschillen zien die er destijds tussen de diverse samenwerkingsorganen en landen was. Bij iedere lezer is de Eurovisie bekend, het internationale net waarover de diverse uitzendingen jaarlijks op onze radio te horen waren en op onze televisie te te zien waren, vaak middels het gebruik van straalverbindingen.
In 1950 werd de EBU, The European Broadcasting Union, opgericht door de West Europese landen en enkele andere landen als Tunesië, Marokko, Turkije, het toenmalige Joegoslavië, Cyprus, Israël, IJsland, Libanon en Griekenland. De twee jaarlijkse hoogtepunten waren in die tijd wel het Nieuwjaarsconcert vanuit Wenen en het Eurovisiesongfestival vanuit een der aangesloten landen. Wel dient gezegd te worden dat het Eurovisiesongfestival toen al steeds meer geld ging kosten, mede door de strenge veiligheidsmaatregelen en toch steeds meer verloor aan populariteit.
Bij de televisie werd dit programma in Nederland destijds door de NOS uitgezonden en per radio door de Wereldomroep, in België waren beurtelings de toenmalige BRT of de RTB verantwoordelijk voor de uitzending van het Eurovisie Songfestival. Tevens maakten de redactie van het NOS Journaal en de actualiteitenrubrieken van de diverse omroepen regelmatig gebruik van nieuws items, die via het Eurovisienet werden aangeboden door de aangesloten landen. In Eurovisieverband werkten ook de landen onderling vaak samen met het maken van shows. Hoe belangrijk de Eurovisie kon zijn bleek uit het maandelijks programma voor opsporing van misdadigers in Eurovisieverband destijds tussen de toenmalige omroepen van Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk. Naast de eerder genoemde landen was een aantal landen geassocieerd met de EBU, bijvoorbeeld de V.S ., de British Commonwealth landen, de voormalige Franse Koloniën, Zuid Afrika, enkele Zuid Amerikaanse landen en Japan.
Het hoofdkantoor was destijds gevestigd te Genève in Zwitserland. Er waren in 1978 107 organisaties in 77 verschillende landen op de een of andere wijze aangesloten bij de EBU. 200 stafmedewerkers verzorgden de dagelijkse gang van zaken in Zwitserland. Men had de beschikking over een eigen blad, de EBU REV IEW, welke maandelijks verscheen in twee talen, het Engels en het Frans. Hier in werden alle bijzonderheden vermeld op het gebied van radio en televisie in de aangesloten landen.
In 1950 gingen ook de diverse toenmalige Oost Europese landen samenwerken onder de naam: Organisation Internationale de Radiofussion et Télèvision, kortweg OIRT ook wel Intervisie genoemd. Naast de Oost Europese landen waren destijds ook landen als Cuba en Vietnam aangesloten. Joegoslavië, een land welke altijd gematigd communistisch was gebleken was niet aangesloten bij Intervisie, dat gevestigd was in Praag.
Het doel was in de eerste plaats uitwisseling van uitzendingen en overleg plegen betreffende praktische en technische vraagstukken. Enkele andere internationale organisaties die destijds actief waren zijn de Union of National Radio and Television Organisations of Africa, kortweg de URTNA, met het hoofdkantoor in Dakar, Senegal. Een van de hoofddoelen was de ontwikkeling van de radio en televisie in de Derde Wereld. Men gaf destijds een kwartaal blad uit in het Engels en het Frans gevuld met algemene artikelen over radio en televisie onder de naam URTNA REVIEW.
De Asian Pacific Broadcasting Union was gevestigd in Teheran, waarbij destijds het merendeel der Aziatische landen en Australië en Nieuw Zeeland waren aangesloten. Men gaf twee tijdschriften uit: de ABU review, een maandelijks blad in het Engels met algemene informatie en het A9U Technical Review, welke tweemaandelijks uitkwam met alleen technische informatie.
De ASBU stond voor de organisatie in de Arabische landen en heette voluit: Arab States Broadcasting Union. Het werd opgericht in februari 1969 met als hoofddoel de overkoepelende organisatie van de radio en televisie van die landen welke aangesloten waren bij de Arabische Liga. Het secretariaat was gevestigd in Cairo. Men had in 1978 een speciaal opleidingscentrum voor personeel in Damascus.
De Caribean Broadcasting Union was uiteraard een organisatie waarbij die landen waren aangesloten welke lagen in of in de omgeving van het Caribische gebied. Enige voorbeelden zijn de Antillen, Toboga, Guatamala, Jamaica, de Bahamas, Trinidad en allerlei kleinere eilanden. Het hoofdkwartier was destijds gevestigd in het Bank of Guyana gebouw in Georgetown Gyana. De letters AIR stonden voor Association Inter Americana de Radiofussion, een organisatie waarin de Zuid Amerikaanse landen waren verenigd en het hoofdkantoor was gevestigd in Montevideo in Uruguay.
Naast de Eurovisie, Intervisie en alle andere eerder genoemde organisaties bestonden er in 1978 nog meer organisaties en groeperingen welke een specifieke taak hadden. We noemen de Unesco, die internationale programma's maakte. De Internationale Organisaties werkten steeds nauwer samen, vooral er de opkomst van de uitzendingen via satellieten werd voorspeld. Allerlei technische - en juridische afspraken dienden gemaakt te worden, anders zou het een wirwar in de ether zijn geworden.
Samenwerking is er in alle delen van de wereld nog steeds maar op een veel andere schaal en bovendien is de wereld van beleving totaal anders geworden door de enorme stormvloed aan technische ontwikkelingen die de afgelopen vier decennia hebben plaatsgevonden.
Hans Knot, 17 december 2016

de redactie

de redactie

Hans Knot: De kerstmaand van 38 jaar geleden, terug naar 1978

Andermaal vandaag een historische terugblik, als het gaat om de geschiedenis van de radio. Eerst maar eens kijken hoe het destijds in een van de koudere landen van Noord Europa met het radiobestel was gesteld. Finland, een land destijds met bijna 5 miljoen inwoners, waarvan ruim 2 miljoen een radiotoestel en 1.200.000 een televisietoestel hadden. Het geheel voor zowel de radio- als televisie-uitzendingen stond onder verantwoordelijkheid van OY Yleisradio AB, een organisatie die onder staatstoezicht stond.
Er bestond destijds geen reclame op de radio, de kosten van de programma's werden gefinancierd door de omroepbijdragen. De volgende soorten zenders verzorgden de uitzendingen van de 2 Finstalige stations en het Zweedstalige station: 1 lange golf zender, 12 middengolfzenders, 1 korte golfzender en 79 FM-zenders, Elk van de 3 stations was destijds 18 uur per etmaal in de ether. Gedurende de daguren verzorgden ze meestal een gezamenlijk programma.
De regionale programma's werden in 16 verschillende soorten uitgezonden via het Zweedse net en 1 van de Finse netten. Deze uitzendingen bevatten ongeveer 10% van de totale uitzendtijd. 37% van de tijd werd er in 1978 gespendeerd aan nieuws en informatie, aan muziek 31%, aan culturele en wetenschappelijke programma's 20%, aan programma's voor speciale groepen' 8% en 2,3% voor onderwijsprogramma 's.   Bijna 10 uur per week werd er destijds aandacht besteed aan de schoolradio, bestaande uit diverse herhalingen en nieuwe programma's. De helft van deze programma's waren taallessen. 90% van de scholen gebruikten deze programma's in hun onderwijsstructuur. Schoolradio hadden de Finnen dus hoog in het vaandel staan.
De Wereldservice van OY Yleisradio AB, dat destijds met een 100 kW zender in Pari actief was, had Finstalige, Engelstalige en Zweedstalige uitzendingen, die uitgestraald werden richting Europa, Noord- en Zuid Amerika en naar een gedeelte van Azië. 2300 uur per jaar was deze service destijds in de lucht, 400 uur hiervan waren speciaal voor deze service geproduceerd, de andere 1900 uren werden overgenomen van de nationale netten. De meeste radio’s waren destijds van Finse makelarij en 90% hiervan waren in het bezit van een FM band.
Van het koude Finland naar het betrekkelijk warme Spanje in december 1978. Computers waren er nog niet op de bureautafel, typemachines waren vrij normaal en de post kwam voor mij via Postbus 102 in Groningen binnen. Op maandag 4 december lag er een persbericht van de Radio Mi Amigo organisatie uit Playa de Aro. In dit bericht, dat ook naar vele dagbladen was gestuurd, konden we lezen dat de Spaanse overheid een definitief einde wenste te maken aan de activiteiten van Radio Mi Amigo in Spanje.
De directeur van Radio Mi Amigo, Sylvain Tack, had een brief van de Spaanse overheid ontvangen waar in een verbod werd opgelegd om vanuit Spanje aan de zeezender mee te werken. Het bericht kwam voor de Mi Amigo medewerkers in Playa de Aro trouwens niet onverwacht, omdat men wist dat ook Spanje het Verdrag van Straatsburg wenste te ondertekenen.
Van Spanje dan maar even naar de hoofdstad van ons eigen land wat daar waren sinds zondag 10 december 1978 op de FM, kanaal 35 97,5 mHz testuitzendingen te horen van een nieuwe FM-piraat onder de naam Radio Unique. De uitzendingen waren, volgens de deejays, nog in een test-stadium en op zondag 24 december begonnen vervolgens de officiële uitzendingen. Radio Unique begon om 1 uur met tot 2 uur Antonio Da Costa (Ton van Draanen), 2 tot 3 uur Ad Roberts, 3 tot 4 uur Paulus de Wit (Erik de Zwart, 4 tot 5 uur Menno de Groot en van 5 tot 6 uur werd het laatste uur gepresenteerd door Rob Hudson (Ruud Hendriks). De uitzendingen waren destijds een welkome afwisseling voor de Amsterdammers die op de zondagmiddagen weinig goede muziek op de FM konden beluisteren. En het zijn deejays die allen een mooie carrière hebben gemaakt.   Hans Knot in studio Capital Radio tijdens een van zijn bezoeken
Dan een overstap naar de Britse hoofdstad London waar medewerkers van Capital Radio, de eerste van 19 onafhankelijke commerciële stations die in Engeland destijds operatief waren, feest hadden gevierd. In de daaraan voorafgaande vijf jaren had men zijn slechte periode tijdens de eerste maanden in 1973 met een verlies van 100.000 pond per week maar rond 1978 maakt men een gemiddelde winst van 500.000 pond per jaar. Het station kon zich garanderen van 5 miljoen luisteraars in en rondom London. Capital Radio's succes kon worden gezien als een revolutie in de Britse radiogeschiedenis. Er kan rustig gesteld worden dat in het door ons belichtte jaar de 19 commerciële stations in Engeland gezamenlijk een groter succes hadden dan de 20 lokale BBC stations.
De radiobonzen in het land zagen Capital Radio als een geduchte concurrent voor de Radio One in London. De programma's op beide stations bestonden destijds hoofdzakelijk uit populaire muziek, waarbij het platenrepertoire de hoofdmoot vormde. Hoewel de directie van Capital Radio medio 1978 verklaarde dat het station niets meer was dan een dure jukebox, was de luisteraar een andere mening toegedacht.
Tijdens de persbijeenkomst verklaarde de directie tevens dat men er naar streefde in de toenmalige toekomst te komen tot een zogenaamd community format door de luisteraar meer te betrekken bij de uitzendingen. Diverse projecten had de leiding van het station gestart in de daaraan voorafgaande vijf jaren, waaronder een speciale 24 uurs telefoonservice om mensen in nood te kunnen bijstaan. Vele shows en acties hadden op het station gelopen waarbij een der voornaamste de actie voor het hulpbehoevende Londense kind was.
Twee series van gesponsorde Rock concerten waren er uitgezonden vanuit het Drury Lane Theatre terwijl in het klassieke muziekveld het station zijn eigen Wren Orchestra sponsorde. Het enige vlak waarop de staf van het station zich destijds nog niet had begeven was die van de actualiteiten programmering. Dit mede door de concurrentie die men had van de LBC (London Broadcasting), een ander commercieel station in London, welke hoofdzakelijk nieuwsuitzendingen verzorgde en ook in 1973 was opgestart. De nieuwsuitzendingen, die ieder uur via Capital Radio waren te beluisteren werden destijds verzorgd door Independent Radio News.
Volgende keer neem ik een blik in de wereld van de internationale samenwerking op het gebied van radio en televisie in de eind jaren zeventig van de vorige eeuw.
Hans Knot, 10 december 2016

de redactie

de redactie

Hans Knot: Mislukte radioprojecten 2

In deze aflevering van de wekelijkse column over historische radio neem ik je mee naar het vervolg van het verhaal van vorige week over mislukte radioprojecten: Met de Voice of Peoples Liberation Army. komen we langzaamaan in de jaren zeventig terecht. In 1970 werden de eerder omschreven projecten van de VOA waarbij vooral propaganda via zendschepen werd verzorgd, overgenomen door de Sovjet Unie in haar strijd tegen de Chinese regering. In dat jaar werd er in diverse kranten melding gemaakt van de uitrusting van liefst vier schepen voor dit doel dat zou geschieden in de haven van het Poolse Gdansk.
In die tijd was de haven van Gdansk voor westerse journalisten verboden gebied en kon op geen enkele wijze de waarheid worden achterhaald. Wel werd er in de berichtgeving gesteld dat de uitrusting zou geschieden met zeer krachtige kortegolfzenders. In 1971 werd er in diverse DX-programma's en in DX-magazines andermaal melding gemaakt van de zendschepen, die als basis zouden dienen van propagandazenders die actief waren onder de naam ‘The Voice of the Peoples Liberation Army’. Ontvangstberichten werden er gemeld via de 15.050 kHz, waarbij in de Engelse taal de Chinezen werden ‘onderwezen’ door de Sovjet-autoriteiten. Veel later, in 1979 en 1980, zou een ander anti-Chinees station, ‘De Oktober Storm’ hebben uitgezonden vanuit de Chinese Zee.
Radio Flash, genoemd naar een Chinese krant voor intellectuelen, was het station van de Radiodiffussion Central and Popular of Peking. Dit station is gedurende 1983 een aantal maanden dagelijks op verschillende tijdstippen actief geweest via de 7.225 kHz Het vermoeden bestaat dat men, vanaf hetzelfde schip, ook onder andere namen en via andere frequenties met anti-Chinese propaganda-uitzendingen actief is geweest om op die manier te laten doorschemeren dat het andermaal om een nieuw station zou gaan.
Radio Free Greece is het volgende station dat genoemd mag worden. Op 23 maart 1970 maakte de organisatie van ‘Canadezen voor een Vrij Griekenland’ bekend dat een radiostation vanaf een jacht was begonnen met driedaagse proefuitzendingen. De leidster van de groep, Janet Rosenstock, zei dat het doel was: "De Grieken te tonen dat er steun voor hen is buiten Griekenland en tevens onbevooroordeelde, ongecensureerde nieuwsberichten te geven." Volgens Janet werd er elke avond een speciale boodschap uitgezonden van de afgezette leider Andreas Papandreoe, die enkele jaren eerder door Paul Wilking (Pistolen Paul) uit Griekenland was gesmokkeld en in Amsterdam verbleef. De voormalige premier was op dat moment leider van de zogeheten ‘Pan-Hellenistische Vrijheidsbeweging’.   Paul Wilking en twee bodyguards. (foto Hans Knot)   Papandreoe riep in de toespraken op tot lijdelijk verzet tegen het kolonelsbewind. Slechts drie dagen duurden de programma's, daar er te weinig geld voorhanden was. Radio Free Greece begon haar uitzendingen vanaf de MV Hebe, die in internationale wateren, ter hoogte van Malta, lag. De programma's, verzorgd in de Griekse taal, werden uitgezonden via de 15070 kHz en als adres werd 8 Esterbrooke Avenue, 22, Willowdale in Ontario Canada gebruikt. De programma's werden vrijwel direct na de start gestoord door een krachtige stoorzender van het Griekse militaire regime. Enkele weken na de uitzendingen werd door de organisatie bekend gemaakt dat spoedig een sterkere zender zou worden aangeschaft die de definitieve uitzendingen mogelijk zou moeten maken.
Behalve voor propagandadoeleinden werden zendschepen ook ingezet voor het brengen van religieuze boodschappen. Zo liet onder meer dominee Gerard Toornvliet in 1970 zijn — van te voren opgenomen — stem horen via het station Capital Radio vanaf de MV King David. Het duurde maar kort, omdat het schip in het najaar van 1970 bij Noordwijk aan het strand liep. Voor Steph Willemsen betekende dat niet het einde van het maken van idealistische programma's. In 1972 kocht hij voor fl. 30.000,- de MV Zeeland met de bedoeling het schip te gebruiken voor een soortgelijk idealistisch station, Radio Condor.
Maar dat is niet het verhaal dat we hier willen vertellen. Aan Condor ging nog het een en ander vooraf, dat hier wel op zijn plaats is: het verhaal van Radio SOR, de Stichting Operatie Radio, en de Hendrik Jan. We spraken Steph Willemsen daar vele jaren later over.
In Willemsen's eigen woorden ging het allemaal als volgt: "Na het stranden van dat schip was voor ons de kous nog niet af. Eén van de medewerksters van dominee Toornvliet had een kennis in Haarlem die een schip had, waarmee de uitzendingen eventueel hervat zouden kunnen worden. Het betrof hier de Hendrik Jan. Ik kan direct wel zeggen dat het idee leuk was maar het geheel een flop. De juffrouw in kwestie was veel te enthousiast en ondanks allerlei waarschuwingen dat een dergelijke boot niet inzetbaar was, dramde ze door en mislukte het project.
Mij werd gevraagd om voor zendapparatuur en recorders te zorgen. Gelukkig was ik zo verstandig om alle apparatuur aan land zendklaar te maken en nog niet aan boord te brengen. Later had ik hier echt geen spijt van. Ik herinner me dat al snel werd gesteld dat het scheepje, indien het op de Noordzee zou worden verankerd, bij het eerste zuchtje wind van het anker zou slaan. Het schip bleek domweg te klein. Volgens een ingenieur kon er een mast van slechts 20 meter hoogte op en afgezien van het feit dat het scheepje nog geen 30 meter lang was, was het ook nog topzwaar omdat er een geheel andere bovenbouw was opgezet. Daardoor was de stabiliteit geheel verloren gegaan. Het was een prachtig mooi jacht voor de binnenwateren, maar zeker niet geschikt voor gebruik tijdens windkracht 4 of meer."
Er ging een gerucht, als zou een aantal illegale Portugezen bij het project vanaf de Hendrik Jan betrokken zijn geweest. Toen we Willemsen daarnaar vroegen, antwoordde hij: "Het lijkt er inderdaad allemaal erg veel op, maar het klopt niet precies. Het is zo dat de politie in Haarlem, waar het schip lag afgemeerd, wist dat die mannen legaal in Nederland verbleven. Ze hadden hun huur bij het pension opgezegd om met de eigenaar van de Hendrik Jan, Bob Peeters, in zee te gaan." Vervolgens geheel afwijkend van de vraag: "de man, die de boot moest varen kreeg voorgewend dat hij de eigenaar van de Hendrik Jan was. Dat schip is trouwens nooit uit de Spaarne in Haarlem geweest. Zoals ik al stelde had ik alles gereed staan, de zenders en de studio-apparatuur. Ik had het allemaal uitgetest en het was op een redelijke afstand te ontvangen. Gezien we door hadden dat het niets met de Hendrik Jan zou worden zijn we zelf op zoek gegaan naar een ander schip."
Willemsen ging, voor ons, te vlug over onze laatste vraag heen hetgeen reden genoeg was om andermaal in diverse krantenrubrieken te duiken om te zien of er iets te vinden was omtrent de Hendrik Jan. Begin januari 1971 zijn er de eerste berichten te lezen: ‘Duidelijk disproportioneel ligt de voormalige viskotter Bruinisse 41 zich ingevroren te vervelen in een van de jachthaventjes aan de Jan Gijzenkade bij het Noorder Spaarne in Haarlem, met kinderachtige lijntjes vastgebonden aan een niet op zeewaardige vaartuigen berekende steiger van de jachtwerf ‘De Drijver’. De Hendrik Jan wordt een zendschip. Niet zomaar een popkanon, gevoed met reclamekruit, maar een a-commerciële charitatieve zendpiraat, de vrije radiozender van de Stichting Operatie Radio, kortweg Radio SOR.’
De destijds 36-jarige Bob Peeters, initiatiefnemer achter het project, wist te melden dat er 106 mannen naarstig werkten aan de voltooiing van het station. Liefst 100 man zouden er achter de schermen hebben gewerkt in de administratieve sector en daarnaast waren er 6 jonge Portugezen, bestaande uit vrijheidsstrijders en deserteurs, onder aanvoering van de Portugese rebel Maria Sino Garcia, actief.  
De Hendrik Jan in 1971 aan de Jan Gijzenkade bij het Noorder Spaarne in Haarlem   Peeters zelf verklaarde: "Radio SOR zou een vrijheidsstation met een christelijke, humane, sociale en vredige inslag worden. Volgens de toenmalige planning lag het in de bedoeling dat rond maart 1971 het 21 meter lange schip met een tientallen meter hoge zendmast Haarlem zou verlaten om als drijvend radiostation de zeven wereldzeeën te bestormen. De Noordzee zou als testbasis gaan fungeren. Daarna zouden we overal ter wereld, waar nodig op charitatief terrein, ons inzetten." Het project had een begroting van 180.000 gulden, waarvan een ton bestemd was voor Mevr. Oosterveld, die het schip eerder had gekocht van de vorige eigenaar. De Stichting, die nooit via een notaris is gepasseerd, zou dit bedrag in wekelijkse bedragen van fl. 500,- aan Mevr. Oosterveld voldoen indien het schip zendklaar was. Een beetje rekenaar komt er al snel achter dat het zeker zeven jaar zou duren alvorens deze schuld zou zijn afbetaald.
Volgens de Telegraaf waren de Portugezen hard aan het werk: ‘De bemanning slaapt reeds aan boord van de (nog) tochtige en kil vochtige Hendrik Jan, waarop overdag hevig wordt gesleuteld. Een splinternieuwe centrale scheepsverwarming staat klaar op de kade. De houten betimmering zit al in het schip. De bemanning heeft ook 1970 aan boord van het schip verwisseld voor 1971. Iemand uit de buurt kwam voor de jongens één kip brengen en daarbij 25 gulden. Met zijn zevenen hebben ze de kip snel pikaan gemaakt."
Peeters: "Van die 25 gulden hebben we toen olie gekocht. Wijlen dominee Toornvliet zag er heil in en gaf aan Mevr. Oosterveld, die zijn secretaresse was, opdracht het schip te kopen. Hij dacht de mazen van de wet te kunnen doorkruizen met het brengen van ‘De Blijde Boodschap’ vanaf de Noordzee. Later kwam Toornvliet, om financiële redenen, in conflict met de SOR en leek het de charitatieve plannen te doorkruisen. Gelukkig had Oosterveld al de zenders en de apparatuur besteld en konden we met de plannen doorgaan. Derhalve maakten we met haar de afkoopprocedure."
"Toornvliet was een goede dominee, maar je kon niet op hem vertrouwen. Omdat hij zo mooi kon preken besloten we dat we wel programma's van hem zouden gaan uitzenden maar dat hij daarvoor wel weer diende te betalen. En: “als we bidden komt het geld er vanzelf,” heeft Toornvliet ons destijds verteld." De kranten wisten te melden dat Bob Peeters voor een bedrag van fl. 20.000,- een zender had besteld in Engeland, die eigenlijk fl. 180.000,- moest opleveren. De voor India gebouwde zender zou een vermogen hebben van 3,5 kW hetgeen een radiusbereik van 360 km zou opleveren.
Peeters had nog meer plannen. Zo zou er een speciale hydraulische mast worden geplaatst zodat tijdens hevige stormen de mast neergelaten kon worden om afbreken te voorkomen. Begin januari werd de motor ter revisie aangeboden aan een machinefabriek en meldde Peeters dat men naar onderontwikkelde landen zou varen om de mensen te bekeren. Via Amerikaans voorbeeld, jingletje, plaatje en kort praatje, zouden de mensen de boodschap van de SOR worden gebracht. Ook de Portugese zaak — in die tijd was er een hevige crisis in het land — zou uitgebreid worden belicht voor de Portugese kust.
Natuurlijk waren de ideeën van Peeters leuk maar het eerste bericht liet de echte zeezenderfans al direct de wenkbrauwen fronzen. Aan het einde van het artikel stond namelijk vermeld dat men niet eens in staat was om de 150 gulden aan wekelijkse liggelden te betalen. Hoe moest het schip dan ooit als volwaardige radiostation op de Noordzee kunnen functioneren? Zoals eerder gemeld zouden de Portugezen, aldus geruchten, illegaal in Nederland verblijven. Het ging om deserteurs uit het Angolese leger en lieden uit het pacifistische verzet, die Portugal waren ontvlucht. Men had zich wel bij de politie aangemeld en verbleef op een tijdelijke verblijfsvergunning in ons land. Men had met moeite een baan gekregen, maar toen men hoorde van de plannen van Peeters waren ze snel overgehaald om aan het project mee te werken gezien ook eventueel voor de Portugese zaak zou worden gestreden. Al enkele dagen nadat de eerste berichten omtrent de Hendrik Jan in de landelijke pers verschenen liet de eigenaar van het schip de motor en andere onderdelen veilig opbergen om te voorkomen dat Peeters en zijn Portugezen het ruime sop zouden kiezen om alsnog met programma's te beginnen. Men had al lang door dat men de beloofde wekelijkse 500 gulden niet zou kunnen betalen.
Het schip was trouwens totaal niet zeewaardig en dreigde in de eerste de beste storm, zelfs enkele honderden meters uit de kust, direct te vergaan. Ook de Portugezen zagen in dat hun Messias, ‘Capitano Peeters’, toch niet de grote verlosser was en besloten in loondienst te gaan in Velsen. Peeters liet het er niet bij zitten en ging onmiddellijk op zoek naar een andere boot, die wel over een motor beschikte. Hij vond die in IJmuiden bij dhr. H. de Boer. Peeters zelf stelde dat hij de boot voor fl. 25.000,- kon kopen maar de Boer meldde dat het schip minimaal fl. 40.000,- zou gaan kosten. Uiteindelijk werd de Hendrik Jan, door de eigenaar van de werf, weggesleept en gesloopt. Peeters zat met een kater, hoewel hij er wel in geslaagd was de organisatie van dominee Toornvliet om de tuin te leiden en de nodige publiciteit te halen met zijn ‘fake’ zeezenderproject.
Hans Knot, 3 december 2016

de redactie

de redactie

Hans Knot: Mislukte radioprojecten

Bij elkaar telt de geschiedenis van de zeezenders ruim honderd mislukte projecten. Ik wil er dit keer een paar noemen waarover werd geschreven in de jaren zestig van de vorige eeuw. Bij een van deze projecten zou het gaan om ‘Leeds University’, hoewel ook de naam ‘Radio Rag’ werd genoemd. De initiatiefnemers zouden, vanaf het jacht Carmen, een aantal dagen lang — tussen 21 en 24 juni 1964 — programma's gaan uitzenden in internationale wateren bij Harwich.
Een lokale krant meldde verder dat drie van de bemanningsleden vanwege zeeziekte weer aan land waren gegaan en dat er door niemand iets aan land werd ontvangen. Pas in 1988 vond ik zelf een aantal berichten terug omtrent dit project in een krantenarchief in Engeland. Daaruit bleek dat het ging om een project dat alle trekken had van de jaren zestig en de beweging van kritische studenten.
Zo wist een van de kranten te melden dat het ging om studenten die naast muziek ook anti-apartheid programma's zouden verzorgen. Hun schip was een 26 feet lange sloep die buiten Harwich zou worden gesleept. Drie mannen gingen met een kleine zender aan boord de zee op maar moesten zich na een aanval van zeeziekte weer terugtrekken in de haven. Men wilde de 197 meter in de middengolf gaan gebruiken voor de programma's. De volgende dag besloten de drie, allen 19 jaar oud, andermaal buitengaats te gaan. Het gevonden bericht meldde tevens dat de studenten van de universiteit van Leeds niet in staat waren geweest de uitgezonden programma's te ontvangen, hoewel een zendamateur wel iets had gehoord.
Men had het plan de sloep in de omgeving van de schepen van Radio Atlanta en Radio Caroline te verankeren. Diezelfde dag, een zaterdagmiddag, keerde men terug naar Harwich gezien het niet langer was uit te houden op hun rode ‘jacht’. Een andere krant meldde dat op de zondag er een vervangende bemanning was aangemonsterd waardoor het mogelijk was geworden alsnog de programma's uit te zenden. Ook zij kwamen in de problemen gezien men het anker verloor. Door het schip, de Carmen, aan een boei vast te maken, stelde men de programma's gedurende vijf uren via de 197 meter uit te hebben gezonden. Indien men echt heeft uitgezonden moet het slechts op een zeer laag vermogen zijn geweest gezien niemand, behalve de eerder genoemde zendamateur, de programma's heeft gehoord.
Een heel andere vorm van protest, ook uit 1964, kwam van ‘Radio Free Yorkshire’. Slechts enkele mensen hebben het signaal van dit station gehoord en het is niet duidelijk of er inderdaad sprake was van een schip dan wel dat er gebruik werd gemaakt van een zender die opgesteld stond aan land. Op 5 juli 1964 was dit station in de ether, zoals men zelf stelde vanaf een boot, verankerd voor de kust van Bridlington. Gedurende een paar uur, op deze zaterdagavond, werd het idee van John McCallum gerealiseerd. Als kandidaat voor de lokale verkiezingen in Howden, voor de ‘Liberal Party’ had hij tezamen met John Crawford het plan gemaakt om het station in de ether te brengen om daarmee aan te tonen hoe gevaarlijk piraterij vanaf zee kon zijn en om te protesteren tegen de condities die deze vorm van radio mogelijk maakten. Als antenne gebruikte men, aldus een van de luisteraars, een ballon die gevuld was met helium.   Op 19 april 1966 vielen de eerste berichten te lezen omtrent een plan van de Britse regering waarin men overwoog een groot propaganda-offensief te beginnen tegen de toenmalige Rhodesische regering van Ian Smith, aangezien diplomatieke maatregelen tegen het apartheidsbeleid van Smith geen effect hadden gehad. Men dacht hierbij aan het inschakelen van radioschepen omdat het Britse  radiostation in Beetsjoeanaland niet naar tevredenheid werkte. Premier Wilson zou tot deze plannen zijn gekomen na een vergadering met zijn voltallige kabinet, versterkt met de Britse ambassadeur in Zuid Afrika, Sir Hugh Stephenson, en Wilson's speciale adviseur voor Afrikaanse aangelegenheden, Malcolm MacDonald.
Op de vergadering werd besloten nogmaals een beroep te doen op de toenmalige Zuid-Afrikaanse premier Verwoerd om niet langer zijn steun te verlenen aan oliezendingen uit Zuid-Afrika aan Rhodesië. Het radiostation in Beetsjoeanaland werd enkele maanden daarvoor opgericht om de uitzendingen van de BBC World Service te relayeren. Acties van Rhodesische stoorzenders hadden de effectiviteit echter sterk verminderd. Enkele maanden eerder had Wilson al verklaard te denken aan een zeezender voor de kust van Mozambique, gelijk aan de opzet van Radio Caroline.
Aangenomen moet worden dat de plannen niet al te serieus waren. De regering Ian Smith reageerde echter wel serieus en stelde dat wanneer er een zeezender zou komen hij zelf een schip in de Indische Oceaan zou leggen om als stoorzender te dienen. Tevens ging hij nog een stapje verder door Ronan O'Rahilly, de directeur van de Caroline-organisatie, te benaderen hem te adviseren een zendschip in te richten waarvoor Caroline in ruil grote reclame-opdrachten zou krijgen uit Rhodesië. Ronan weigerde op de voorstellen in te gaan. Daarna werd een gelijksoortig verzoek aan de organisatie van Radio London gedaan waarop niet eens door directeur Birch en de zijnen werd gereageerd. Ook de ZAPU, de Rhodesische Afrikaanse Nationalistische Partij, verklaarde een zendschip te willen neerleggen in de Indische Oceaan om anti regeringsprogramma's te gaan uitzenden.
Het idee van Smith bestond uit een station dat beatmuziek zou dienen te gaan uitzenden, afgewisseld met nieuwsbulletins en propaganda-uitzendingen. Hij verklaarde dat een ambtenaar naar Europa was gestuurd voor onderhandelingen voor de aankoop van een schip en dat de zender zo krachtig zou worden dat geheel Engeland kon worden bereikt. Het schip zou onder een vlag van een Rhodesië bevriende natie komen te varen, gezien de Britse marine een Rhodesisch vaartuig zonder meer direct zou betreden en in beslag zou nemen.
De Britse regering stelde destijds erg ongerust te zijn omtrent de plannen van Smith en een woordvoerder verklaarde niet te weten hoe men uitzendingen van een dergelijk station zou moeten voorkomen. Van geen van de genoemde projecten is overigens ooit iets terecht gekomen.
Hans Knot, 26 november 2016

de redactie

de redactie

Edwin Wendt: Nieuwe 3FM mist een voorhoede

Het vertrek van Giel Beelen uit de ochtend werd door NPO 3FM aangegrepen als startmoment voor een nieuwe koers. Meer aandacht voor nieuwe muziek en voor de plekken waar jongeren elkaar opzoeken, zowel in het echte leven als online.   Twee weken na de start van dit ‘nieuwe 3FM’ blijkt dat de publieke jongerenzender de muzikale koers inderdaad vrij ingrijpend heeft gewijzigd. Het aantal oude platen is drastisch teruggeschroefd, per uur worden er hooguit een of twee gedraaid, afgezien van de late ochtenduren (‘Arbeidsvitaminen’-tijd) waarin alle stations meer ‘gouwe ouwen’ laten horen.   Zoals elk station heeft ook de publieke jongerenzender een ‘playlist’ met nieuwe platen die vaak, regelmatig of af en toe worden gedraaid. De playlist van 3FM staat gewoon op hun site, inclusief een link naar Spotify. Bij 3FM staan daar momenteel 57 platen op, de meeste zeer nieuw, maar ook de bewezen hits. De Megahit (zo heet de hittip van NPO 3FM) van afgelopen week, ‘On Hold’ van The XX, is de meestgedraaide plaat sinds de start van ‘het nieuwe 3FM’. Tussen 15 en 23 november kwam die ruim veertig keer voorbij (bron: Radiologger.nl). Bijna net zo vaak hoorden de luisteraars Call It Off. Wie? Dit punkbandje uit Eindhoven bestaat nog maar kort, maar mag zich de hele maand 3FM Serious Talent noemen en hun ‘Abandoned’ is in bijna elk programma te horen. Ze toeren met de Britse punkers Vant, van wie ‘Peace & Love’ ook in de top-5 van meestgedraaide nummers staat. Dit is andere koek dan wat QMusic en 538 laten horen. Toch valt er iets op bij het nieuwe 3FM: de rol van de VPRO. De omroep die sinds eind jaren zestig de voorste linies opzocht in het maatschappelijk debat, maar ook in de popmuziek, had het lang moeilijk op de popzender. Tot begin jaren negentig konden mensen als Fons Dellen, Jan Donkers, en Luc Janssen hun gang gaan, maar toen er één coördinator voor de hele zender kwam, liet die weten dat de VPRO alle luisteraars wegjoeg. De VPRO-uren zorgden voor een ‘luisterlek’. Plagerig noemde de VPRO haar dagelijkse blok voortaan ‘Het Lek’. Erger werd het toen zendercoördinator Paul van der Lugt liet weten dat hij de VPRO liefst helemaal van de zender zag verdwijnen. Het spreekwoordelijke ‘vijf voor twaalf’ leidde tot de programmatitel die nog altijd bestaat, 3voor12.   Drie zenderbazen verder is de VPRO allang uit het verdomhoekje. Die oude titel ‘Het Lek’ kreeg een nieuwe betekenis toen de muziekredactie van de VPRO nauw ging samenwerken met de ‘dagploeg’ en steeds vaker platen via de avondplaylist naar de dagplaylist ‘lekten’. Met ingang van de nieuwe programmering is dat systeem zover doorgevoerd dat een doorsnee uitzending van 3voor12 voor ongeveer de helft bestaat uit platen die ook ’s morgens en ’s middags worden gedraaid. Dat die platen doorstromen, is uitstekend, maar het betekent wel dat het programma 3voor12 op dit moment geen toegevoegde waarde biedt. Als daar niets aan verandert, is dat niet alleen het einde van de al bijna vijftig jaar bestaande voorhoedefunctie van de VPRO-popradio, het betekent ook dat NPO 3FM een voorhoede mist. Om in sporttermen te blijven: met het vertrek van Giel Beelen uit de ochtend werd een spits op de reservebank gezet (hij is in januari terug in de ‘achterhoede’). Opvolger Domien Verschuuren mag nog even in zijn rol van spits groeien. Dat is bovendien een kwestie van poppetjes en het ging bij het nieuwe 3FM om de muziek. Als 3FM overdag de rol van 3voor12 heeft overgenomen, moet de voorhoede worden geherdefinieerd. Luisteraars in de late avond zijn aandachtiger en veeleisender dan dagluisteraars. Veel commerciële stations kennen dit onderscheid niet. Daar stampen de hits 24 uur per dag door. NPO 3FM heeft die hits grotendeels vervangen door eigen keuzes in de dagprogrammering, waarvoor hulde. Maar dan nog moet juist een publieke zender als NPO 3FM ’s avonds verdieping bieden ten opzichte van wat overdag te horen is.   Edwin Wendt, 25 november 2016

Vincent

Vincent

Shula Rijxman: Een herkenbaar podium voor alle Nederlanders

Hoe blijven we als Publieke Omroep álle groepen in Nederland bereiken? Juist in deze polariserende tijd, is dit een vraag die voor de NPO en alle omroepen daarbinnen actueler is dan ooit tevoren. Juist nu moet de publieke omroep een herkenbaar podium zijn voor alle verschillende groepen Nederlanders. Juist nu moet iedereen zich door ons aangesproken kunnen voelen.
Dat is, in alle eerlijkheid, best lastig. En of we daar voldoende in slagen, is een vraag die we onszelf en ons publiek dagelijks moeten stellen. Het debat en de dialoog die daarmee ontstaan, stellen ons in staat die onafhankelijke en brede publieke omroep te zijn.
De omroepen voelen de verantwoordelijkheid dat alle geluiden gehoord worden, de voors en tegens. Verbindingen met kijkers, luisteraars en online publiek worden steeds beter gelegd. Denk bijvoorbeeld aan het eenvandaag opiniepanel, waarin iedere week 50.000 mensen meedoen met onderzoeken over het nieuws en vervolgens hun mening terugzien in de uitzendingen.
Daarnaast zijn programmamakers en omroepen volop bezig met het ontwikkelen van nieuwe programma’s en formats, meebewegend op de verhardende actualiteit en met open oog en oor voor wat er nu speelt in onze samenleving. Binnenkort start bijvoorbeeld het programma De Monitor, waarin burgers in live debatten in gesprek gaan met plaatselijk bestuur en instanties over zaken als gezondheid, veiligheid, werkgelegenheid. Daarnaast start het programma ‘Uit Europa’, waarin we buiten Nederland op zoek gaan naar ‘de ontevreden burger’. Pauw & Jinek maken vooruitlopend op de verkiezingen elke avond als duo een actualiteitenprogramma. In ‘Bidden voor Den Haag’ worden tegenstellingen tussen Nederlanders met een christelijke achtergrond onderzocht. Hoe kijken zij aan tegen bijvoorbeeld het vluchtelingendebat. En in nog een nieuw programma gaat Danny Ghosen binnenkort op zoek naar de niet-stemmer…
En kleine en mooie selectie, maar we willen meer. Meer weten, meer dialoog, meer contact, meer pluriformiteit. Dus gaan we de komende tijd nog een aantal stappen zetten.   Kwalitatief onderzoek
We verbreden ons kwalitatief onderzoek, om zo een completer beeld te krijgen van onze moeilijk te bereiken groepen en de minder conventionele geluiden uit onze samenleving. Deze brengen we in kaart en we nodigen mensen uit die doelgroepen uit om in gesprek te komen over onder meer kijkvoorkeuren en –motieven. Publiekspanels
NPO gaat structureel werken met publiekspanels. Dit gaat ons, samen met het hierboven genoemde kwalitatief onderzoek een schat aan informatie opleveren die we kunnen inzetten bij de ontwikkeling van nieuwe formats en programma’s; Analyse informatieaanbod
We gaan analyseren of en hoe we de programmering van ons informatieaanbod kunnen verbeteren, zodat we aan blijven sluiten bij het snel veranderende mediagebruik van een breed publiek (rapport verwacht in mei 2017); Overleg Actualiteit
We zijn samen met de omroepen de Werkgroep Actualiteit gestart. Een voor nieuws, actualiteiten en onderzoeksredacties spannend, maar belangrijk initiatief om de invulling van hun programma’s met elkaar af te stemmen. Nu, in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen, is het bijvoorbeeld van groot belang om alert te blijven op een pluriforme en onafhankelijke berichtgeving bij de publieke omroep; Plek voor gesprek
We voeren op sociale media al regelmatig gesprekken met kijkers en luisteraars, maar daarnaast kunnen kijkers en luisteraars binnenkort direct hun reacties en suggesties geven op NPO.nl; Townhallmeetings
We hadden het al op de agenda staan: ‘Townhallmeeting’. Een TV-programma dat het land intrekt, waarin het echte gesprek met het publiek en de actualiteit een rol speelt.   Met omroepen en producenten zijn en blijven we in gesprek over actuele thema’s als cultuur, diversiteit, pluriformiteit en het bereiken van diverse groepen. Het zijn allemaal stappen in een continu proces waarin we ons meer moeten inzetten om als publieke omroep alle groepen in Nederland te blijven bereiken. Dat is niet altijd makkelijk, maar wel heel erg nodig. Respect voor elkaars standpunt is een belangrijke en onmisbare waarde in onze samenleving; goed blijven luisteren naar elkaar is cruciaal. Daarom, we kunnen het niet vaak genoeg herhalen, zijn reacties van producenten, politiek en publiek altijd welkom. Heb je ideeën of suggesties? Neem dan vooral contact met ons op via Twitter: @NPO_Actueel of @PubliekeOmroep, of via www.npo.nl. We kijken uit naar de dialoog!
Shula Rijxman, voorzitter Raad van Bestuur NPO.

de redactie

de redactie

Hans Knot: Radio nostalgie: KRO’s Springplank en wie volgde Cor Steyn op?

Verontrust dienen de luisteraars van het programma ‘Springplank’ even geweest te zijn in mei 1966 toen Ton Kool, producer van het programma waarin deelnemers een sprong naar de amusementswereld wensten te maken, opmerkte dat het tien jaar lang maken van hetzelfde radioprogramma een mooie tijd was voor programmamakers om ermee op te houden.
Gelukkig voor de toenmalige luisteraars wist hij vrij snel daarna te melden dat men zeker niet zou stoppen en dat men rustig zou doorgaan. Het betrof een soort van talentenjacht programma waarvoor kandidaten uit het gehele land op provinciale bijeenkomsten een kans kregen zich te manifesteren om een plekje te vergaren in het reguliere radioprogramma dat in oktober 1955 voor het eerst werd uitgezonden.
Pierre Wijnobel, Jo Budie en Ton Kool waren vaak gezamenlijk op de regionale bijeenkomsten aanwezig om als een soort van jury te oordelen en vooral om af te serveren. Reden was vooral dat de deelnemers het voornamelijk aan zelfkritiek ontbrak en niet geschikt waren voor een optreden op de radio en/of de televisie en een, daarbij behorende, eventuele landelijke doorbraak.
Het drietal werd eens gevraagd, op een van de veertien avonden die er per jaar werden georganiseerd, waarom men zo hard reageerde op sommige optredens, die allen op het bandopnameapparaat werden vastgelegd en later in Hilversum uitgebreid werden afgeluisterd. Als antwoord werd er gesteld dat men vaak ordinaire en niets om hakken hebbende deuntjes ten gehore bracht met een élan of men in de categorie ´rasartiesten´ was en men maakte zich hierdoor belachelijk. Daarbij kwam volgens de heren ook nog eens bij dat in de directe omgeving van de kandidaten men er ook nog eens van overtuigd was dat men een prachtige carrière in zicht had, wat bij bepaalde personen de arrogantie nog meer aanwakkerde.
Maar niet alleen werd er negatieve kritiek gegeven ook vele artiesten lukte het wel de sprong goed te maken. In de eerste tien jaar van het bestaan van het programma kwam ongeveer 8 procent van de aanvragers van een auditie daadwerkelijk voor een radiooptreden in aanmerking.
Het programma ´Springplank´ is in 1955 ontstaan uit de zogenaamde ´Van zessen klaar club´ van Ger de Roos. Bekende namen uit de begintijd waren bijvoorbeeld Corrie Brokken, Annie Palmen en de Selvera´s. Nog een paar namen van artiesten die het zonder het programma niet hadden gehaald zijn Harry Bannink en Connie VandenBosch, maar ook de Limbrazusjes en Ko Hagendoorn in de jaren vijftig bekend en dus uit de beginjaren van KRO´s Springplank.
Kool vond het destijds een grote belemmering dat het werkterrein voor talenten in Nederland veel te klein was en men te weinig kans kreeg om regelmatig op te treden. Hij vreesde dan ook dat er steeds meer artiesten naar het buitenland zouden trekken, met Duitsland als absolute plek om goed te kunnen scoren en verdienen.
Voor vele jongeren was het programma het eerste begin van een verder optreden geweest. Was het talent nog te onrijp, dan werd geadviseerd wat hieraan te doen was om het geheel te kunnen verbeteren. Het repertoire dat de deelnemers aan ´de Springplank´ ten gehore brachten voor de microfoon, werd in overleg met Pierre Weinobel samengesteld. Rond mei 1966 vond men dat het aanbod aan beatgroepen wel erg groot was voor het programma en dus hoopte men op een spoedige terugkeer van de meer evergreens. Een groot deel van de toegelaten artiesten werd in het programma begeleid door het Cascade- en Springplankorkest.
In het voorjaar van 1961 verscheen de LP ‘Springplanksuccessen’ dat werd uitgebracht door Philips. Op de LP tal van minder bekende artiesten maar ook Herman van Keeken, Conny Van de Bos (voor aanpassing van haar naam) Liesbeth List, Dick Rienstra en Conny van den Berg. Het programma had een aantal presentatoren waaronder Kees Schilperoort. In 1963 begon ook een televisievariant op het radioprogramma.
In september 1977 kwam er een einde aan de wekelijkse uitzendingen van dit succesvolle KRO radioprogramma, dat velen vergeleken met een talentenjacht. Soortgelijke programma’s waren er ondermeer bij de NCRV (Attentie), de TROS (Attent op Talent) en de VARA met ‘Voorstelling’ op de radio te horen.
Een heel ander onderwerp betreft het bespelen van de omroeporgels. Grote orgels ondermeer in gebruik bij de AVRO en de VARA in de jaren vijftig en het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw. Ze vormden een warme klank op een vast tijdstip in de programma’s van voornoemde omroepen op Hilversum 1 en Hilversum 2. Om de vier maanden verwisselden in die tijd de omroepen van middengolffrequentie om ze allemaal het zelfde gemiddelde bereik te geven. Immers de ene frequentie had een verder bereik dan de andere. Maar als een van beide orgels werd bespeeld had men steevast, ook al omdat de concurrentie van de televisie minimaal was, een vaste luisterschare.
Als het om het VARA concertorgel ging dan is de naam ´Cor Steyn´ daar steevast lang aan verbonden geweest. In november 1975 kwam hij, na een hartstilstand te overlijden. Cornelis Gerardus Hendricus Steijn (beter bekend als Cor Steyn) werd in 1906 in Leiden geboren. Cor Steyn was echt een muzikaal wonderkind. Vanaf zijn vijfde kreeg hij piano- en vioollessen, en al op twaalfjarige leeftijd deed hij in 1918 vervroegd toelatingsexamen van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. In 1920 begeleidde hij stomme film op de piano en trad hij voor het eerst op als concertpianist. Toen zijn vader door een ongeval arbeidsongeschikt raakte, brak de jonge Cor zijn studie af om als barpianist de kost voor het gezin te verdienen.
In 1932 trad hij in dienst van de VARA als pianist-accordeonist. Hij werd landelijk bekend als bespeler van het VARA-concertorgel. Vanaf 1935 verzorgde hij als organist ook de muzikale begeleiding van verscheidene artiesten in het Amsterdamse City Theater.
Maar hij was ook om andere redenen bekend. Zo schreef hij samen met Cor Lemaire in 1939 de muziek voor de speelfilm Boefje. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte hij van 1941 tot 1944 voor René Sleeswijk's ´Snip en Snap-revue´.
Na de bevrijding werkte Cor Steyn ook veel voor buitenlandse radiostations, waardoor hij internationale faam verwierf. In 1949 kwam hij in vaste dienst bij de VARA, aanvankelijk als medewerker van de propaganda- en programmadienst, vanaf 1950 uitsluitend als verzorger van uitzendingen. Hij was de leider van het 'Rhytmisch Strijkorkest' en het ensemble 'Zeven Man en een meisje'. Op 23 oktober 1951 verscheen hij voor het eerst op de televisie als pianist in het showprogramma van Cees de Lange.
Vanaf 1955 werkte hij samen met Tom ´Dorus´ Manders, eerst op radio en televisie, later ook in het theater, onder andere in het programma ´Showboat’. Veel bekende liedjes van Dorus werden gearrangeerd en begeleid door Cor Steyn, zoals de hit ´Er zaten twee motten´. Cor Steyn werd door Dorus op humoristische wijze steevast ´Meneer Cor Steyn´ genoemd.
Maar in de lente van 1965, een half jaar voor zijn overlijden, leek het erop of Steyn een voorgevoel had te komen overlijden want hij stelde, op bezoek in Groningen, dat hij zijn opvolger al had gevonden. Hij hoorde in een gelegenheid Willy Weits spelen en vertelde hem onder indruk te zijn en er van overtuigd te zijn dat de Groninger hem bij de VARA na zijn overlijden zou gaan opvolgen als bespeler van het VARA Concertorgel.
In mei 1966 meldde het Nieuwsblad van het Noorden dat Willy Weits inderdaad spoedig op de radio zou zijn te beluisteren met de orgelklanken. Weits destijds: “Ik dacht nooit dat hij er in Hilversum over zou praten, maar hij heeft het wel gedaan". De belofte van Cor Steyn resulteerde in eerste instantie tot een aanstelling als hammond-organist bij de VARA.
Andermaal het Nieuwsblad van het Noorden: ‘Maandagmiddag tussen half één en vijf voor één verzorgt de bescheiden, 36-jarige Groninger musicus zijn eerste uitzending. “Ik ben er blij mee, zegt Weits, die straks even regelmatig als destijds Cor Steyn in de huiskamers te beluisteren zal zijn. Voorlopig alleen nog als hammond-organist, maar daarna ook als bespeler van het grote concert orgel, dat de VARA destijds van de BBC overnam. “Ze hebben me de gelegenheid gegeven flink op dat orgel te oefenen.”
De eerste VARA-uitzending van Willy Weits, in mei 1966, kwam dertig jaar na de dag, waarop hij in Appingedam van zijn ouders — ook in de muziek — een zogeheten twaalfbassertje cadeau kreeg. Het betekende de eerste stap op de lange weg naar een geslaagde carrière als beroepsmusicus. Na ’t twaalfbassertje kwamen er andere instrumenten. Behalve accordeon, piano en hammondorgel bespeelde hij nog een aantal instrumenten. Vooral als bespeler van orgels genoot hij in het noorden grote bekendheid.
Gek genoeg werd hij in 1952 op zeer jeugdige leeftijd als accordeonist als noordelijk kampioen in de ereklasse van beroepsmusici. In het juryrapport stond toen ondermeer vermeld: ‘Verplicht nummer; vlotte en gave techniek en zeer muzikale voordracht. Vrij nummer: Uitstekend, geen aanmerkingen."
De in 2004 overleden Weits was een ras Groninger die vooral het liefst in Stad en Ommenland wenste te spelen. Gaarne verwijs ik ook naar het in 2012 verschenen artikel: https://groninganus.wordpress.com/2012/02/20/willy-weits-en-zijn-hammond-orgel/
Hans Knot, 19 november 2016

de redactie

de redactie

Shula Rijxman: Leren van Trump?

Het was ongelooflijk spannend. Niet Hillary Clinton wordt de nieuwe president van de Verenigde Staten, maar Donald Trump. En dat na een campagne die zowel de peilers als de media in verwarring achterlaat. Hoe konden opiniepeilers er zo naast zitten? Waren ze wel duidelijk genoeg over de onzekerheidsmarge die met peilingen gepaard gaat? Waren hun steekproeven representatief?
Allemaal boeiende vragen, maar persoonlijk vind ik de discussie over de media het interessantst. In de VS klinkt de kritiek op de ‘reguliere’ media nu luid. Namen ze de aanhang van Trump wel serieus? Sloten ze zijn geluid niet te veel uit? Werden de Trumpisten wel voldoende gezien en gehoord? Wisten journalisten wel hoe de samenleving in elkaar zit?
Het zijn herkenbare vragen. Ook in Nederland woedt dit debat en na de verkiezing van Trump waarschijnlijk nog luider. Ook hier stellen velen de vraag of de stem van alle groepen voldoende wordt gezien en gehoord. Ook in Nederland speelt de vraag of de zogenaamde mainstream media wel weten wat er speelt op straat. Of ze het geluid van alle Nederlanders voldoende laten horen, of alleen dat van de hoogopgeleide kosmopolitische Nederlander.
Wij in Hilversum trekken ons die discussie aan. Want de publieke omroep is er voor iedereen. In alle onafhankelijkheid – van commercie en politiek – bedrijven wij onafhankelijke journalistiek. Het is onze taak om alle geluiden en visies in de samenleving serieus te nemen en te laten zien en horen. Dag in dag uit doen honderden medewerkers van omroepen daar hun best voor.
Over onze pretentie om alle groepen in de samenleving te bereiken en te verbinden, wordt soms lacherig gedaan. Ik zal de eerste zijn om te erkennen dat die opdracht om er voor iedereen te zijn soms moeilijk is. En dat het altijd beter kan. Want ook ik stel mezelf de vraag of we alle geluiden serieus nemen en laten zien en horen. Of we wel de juiste onderwerpen agenderen in onze programma’s.
Die vragen zijn zo belangrijk omdat pluriforme media, en zeker een brede en pluriforme publieke omroep, harder nodig zijn dan ooit. Om het hele verhaal te vertellen, groepen met elkaars opvattingen te confronteren, en om de andere kant van het gelijk te laten zien. Zeker in een tijd dat groepen Nederlanders tegenover elkaar lijken te staan, moet er een podium zijn waar ze zich tenminste met elkaar kunnen verstaan.
Daarom gaan we het gesprek hierover aan met de omroepen. Want ook zij, die de programma’s maken, worstelen met de vraag of wij er voldoende in slagen de gevoelens in onze samenleving een plek te geven in onze programma’s. Maar dat kan niet zonder uw inbreng, het kan niet zonder het publiek. Wij gaan u daarom veel nauwer betrekken bij de keuzes die wij maken. Want de publieke omroep is niet van ons, die is van u.
Shula Rijxman is voorzitter van de Raad van Bestuur van de Publieke Omroep
 

de redactie

de redactie

Hans Knot: De Groninger hitparade in de jaren zeventig

Sinds meer dan een halve eeuw wordt Nederland overspoeld door hitlijsten. Was het bellen van bevriende platenhandelaren verspreid over het hele land, om te vernemen welke verkoopcijfers er in de afgelopen week waren, wel eerlijk te noemen? Was er niet sprake bij Radio Veronica en Radio Noordzee om bepaalde platen in de Tipparade, Troef 20 en nadien in de Top 40 en respectievelijk in de Top 50 voorbij te zien komen omdat de artiesten waren ondergebracht bij de muziekuitgeverijen verbonden aan één van de beide radiostations?
Gedachten waar we in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw niet bij stil stonden en pas later realiseerden dat het warempel het geval was geweest met bepaalde songs. Je kunt natuurlijk gaan discussiëren bij welk van de twee stations zogenaamde ‘in-huis muziek’ het meeste werd geplugd en bovendien, zonder vermeldenswaardige verkoopcijfers toch een hitnotering kreeg binnen de hitlijst. Dit met als doel de platenwinkels toch maar vooral de betreffende song in te laten kopen om alsnog hogere verkoopcijfers te krijgen.
Ook andere stations als Radio Luxembourg en Hilversum 3 hadden hun eigen hitlijst, waarbij vooral bij eerst genoemd station de platenmaatschappijen heel veel invloed hadden gehad door het inkopen van zendtijd waar binnen alleen hun eigen uitgegeven muziek, vaak met lengte van maximaal 1 minuut, werd voorgesteld. Dit met als reden zoveel mogelijk muziek van bijvoorbeeld het DECCA label binnen de toegestane uitzendtijd te kunnen voorstellen aan de luisteraars.
We kregen in de jaren zeventig van de vorige eeuw ook te maken met ‘Poptelescoop’, een wekelijkse folder met daarin tal van hitlijsten die radiostation gerelateerd waren. Niet alleen voornoemde lijsten maar bijvoorbeeld ook de TROS Top 50 en vele anderen. Wat echter vele volgers van de geschiedenis van hitlijsten niet weten is dat er in Groningen een regionale hitlijst, hoewel tijdelijk, werd verspreid.
In de eerste week van januari 1976 verscheen de lijst op folioformaat gestencild op gekleurd papier. Het werd uitgegeven en samengesteld door de Vereniging Regionale Hitparade uit gegevens van de grammofoonplatenhandel. Dit laatste roept meteen de vraag op of we hier ook met een betrouwbare lijst te maken hadden of dat het natte vingerwerk was.
Vanuit Grootegast, waar aan de Lijsterbesstraat 55, de VRH was gevestigd, werden de hitlijsten verspreid die in platenzaken konden worden gehaald maar die ook per post konden worden aangevraagd. Men diende dan wel postzegels voor verzending in te sluiten, variërend van 45 cent voor 1 exemplaar tot f 1,70 voor 35 exemplaren.  
Allereerst was de Groninger Hitparade, een Top 20, terug te vinden op het gedrukte exemplaar, aangevuld met de 20 platen uit de Veronica Tipparade en een LP Top 10. Gelet op het regelmatig voorbij komen van Lp’s die in de categorie ‘Piratenmuziek’ konden worden geplaatst, is het duidelijk dat de LP Top 10 regionaal gericht was samengesteld. Advertenties die op de gedrukte lijsten voorkwamen waren ondermeer voor ‘Real Sound International drive in show’ uit Westeremden, Marwo Drukkerij uit Opende, Castle Studio’s in Niekerk, en Fantastic Film Festival in Roden. Duidelijk allen adverteerders gerelateerd aan de provincie Groningen. Klaarblijkelijk was er geen belang in datgene dat in Drenthe gebeurde, mede gelet op de vele piratenzenders die destijds vooral op de middengolf daar vaak krakend actief waren.
En zie daar in een exemplaar, genummerd 17 december 1977, de 51ste in de tweede jaargang, valt te lezen over de doelstelling: ‘De Groninger Hitparade’ is een uitgave van de Vereniging Regionale Hitparade en wordt iedere week samengesteld uit gegevens van de grammofoonplatenhandel in de provincie Groningen, met als doel te fungeren als tussenstap naar Nationale bekendheid van noordelijke artiesten.
Er werd verder aandacht besteed in het dubbelzijdige gedrukte exemplaar aan nieuwe releases, waarbij ook muziek van buiten de provincie Groningen aan bod kwam. In voornoemd exemplaar was er bijvoorbeeld aandacht voor een nieuwe single van de formatie ‘Road’ uit Leeuwarden die van platenmaatschappij Negram naar Phonogram was gegaan en onder leiding van producer Roy Beltman het overbekende ‘Unchained Melody’ op hadden genomen.
Verder een korte agenda met activiteiten op popgebied in de provincie Groningen, aandacht voor een lokale piratenzender en hier en daar een ingezonden brief. De Alarmschijf van een andere hitlijst heette bij de Groninger Hitparade ‘Wenteltroef’ en wekelijks werd vanaf november 1977 ook een ‘radio noord piraatplaat top 10’ gepubliceerd. Die lijst was in 1977 door het regionale station geïntroduceerd en werd iedere week gepresenteerd door Pieter Rijlaarsdam en was een productie van Kees Kramer.
In de laatste week van 1977 verscheen het laatste gedrukte exemplaar en kwam er na een periode van 2 jaren een einde aan de verspreiding op gestencild papier. Financiële problemen waren de oorzaak. De wekelijkse regionale Groninger Hitlijst werd trouwens in de eerste week van 1978 van Top 20 omgezet naar een Top 30 en werd vanaf dat moment wekelijks gepubliceerd in het huis aan huis blad ‘Loeks’ dat gratis in Groot Groningen jarenlang werd verspreid.
Maar, wie zaten er eigenlijk achter het idee van de ‘Groninger Hitparade’? Het was de uit Grootegast afkomstige Roelof Meyer die in oktober 1975 met het idee rondliep dat er te weinig werd gedaan voor de noordelijke artiesten en tevens de mening was toebedeeld dat daar iets aan veranderd diende te worden. Om te zien of er meer mensen waren geïnteresseerd in promotie van deze groep artiesten zocht hij een aantal mensen op met als doel de vraag of ze wensten mee te werken aan de opzet van een Vereniging. Die kwam er dan ook mede door nauwe samenwerking met Lammert Zuiderveld en Frans Stel. Promotie begon en binnen korte tijd had men 100 aanmeldingen waardoor men aan de slag durfde te gaan. Hoofddoel de samenstelling en verspreiding van de wekelijkse lijst en tevens de hoop dat de RONO, de toenmalige regionale omroep, belangstelling had om de lijst uit te gaan zenden.
Met ingang van 17 januari 1976 verscheen de Groninger Hitparade als gedrukt exemplaar en gedurende de eerste periode bleken Groninger artiesten als Johan en Henk, Hydra, Music Sounds, Jan van de Zon en de Specials ondermeer genoteerd te staan in de nieuwe lijst, waarvan een enkeling ook buiten Groningen succesvol was. Het doel om ook de lijst uitgezonden te krijgen lukte middels een 14-daags programma dat door Roelof Meyer in samenwerking met Joris Stam van de RONO werd gepresenteerd. De lijsten werden in eerste instantie thuis door Frans Stel gedrukt maar in de zomer van 1976 werd overgeschakeld naar een professionele drukker en werd de oplage boven de 500 exemplaren getild.
In het najaar van 1976, bij de herziening van het toen nog in aantal beperkte uitzenduren bij de RONO, werd de uitzending van de regionale hitlijst uit het programmaschema geschrapt. De mannen achter de vereniging waren het hiermee niet eens en besloten een handtekeningactie op touw te zetten als een vorm van protest. Dit leverde ondermeer 1300 handtekeningen op, die door Roelof Meyer werden onderbouwd met de mededeling dat het met dit aantal wel om 0,25% van de totale bevolking van de Provincie Groningen ging.
Hij vergeleek het aantal met de toenmalige regelgeving inzake uitzendrechten voor een landelijke aspirantenomroep. Daarvoor waren 30.000 sympathisanten nodig, wat neerkwam op 0,30% van de totale Nederlandse bevolking. Tegen het einde van 1976 werden de handtekeningen, voorzien van een petitie, naar Hilversum gebracht waar ze werden aangeboden aan de voorzitter van de NOS. Weken later kregen de initiatiefnemers te horen dat eerst de programmaraad en de programmaleiding van de RONO geraadpleegd dienden te worden, voordat een beslissend antwoord kon worden verwacht.
Andermaal was het wachten op een reactie en in de maand april 1977 was er nog geen antwoord binnen maar was de Vereniging Regionale Hitparade wel uitgebreid met twee nieuwe, enthousiaste, medewerkers. Otto Cazemier ging zich belasten met de samenstelling van de wekelijkse lijst, terwijl Erik Schaapman zich ging richten op het werven van advertenties op de twee pagina’s tellende wekelijkse uitgave. In mei 1977 had de RONO zelf een nieuw regionaal programma geïntroduceerd, Radio Rosalina, met daarin alleen Nederlandstalige easy-listening muziek. Uiteindelijk was er in de maand 1977, na 10 maanden van wachten, een antwoord van de NOS in Hilversum waarin met simpele woorden werd vermeld dat het verzoek was afgewezen.
De naam van het toen nieuwe programma Radio Rosalina werd na een half jaar veranderd in ‘Piraatplaat’, waarvan in het gedrukte exemplaar van de Groninger Hitparade vanaf dat moment ook melding werd gemaakt. Uiteindelijk werd tegen het eind van de periode, waarin het gedrukte losse exemplaar verscheen, door de vereniging bekend gemaakt dat van een wekelijkse Top 20 zou worden overgestapt naar een wekelijkse Top 30. Als reden werd aangegeven, dat er in de daaraan voorafgaande twee jaren er veel te weinig regionale artiesten in de lijstjes hadden gestaan en er misschien iets meer ruimte zou komen als er wekelijks ruimte was voor 30 noteringen. Het zou dus vanaf dat moment in januari 1978 slechts verspreid worden via het lokale weekblad Loeks, dat van huis tot huis werd bezorgd in Groningen. Laatstgenoemde was een uitgave van The Publicity Group Groningen.
Van het archief materiaal van Robert Briel werd dankbaar gebruik gemaakt.
Hans Knot, 12 november 2016

de redactie

de redactie

Hans Knot: Gedegen biologische voorlichter Fop I. Brouwer

Woensdagavond 23 oktober 1968 hield dr. Fop. I. Brouwer voor de 1200ste keer zijn wekelijkse radiolezing voor de toenmalige Regionale Omroep Noord en Oost. Dr. Brouwer was al in augustus 1945 met deze causerieën begonnen, toen de regionale omroep nog in dienst was van het Provinciaal Militair Commissariaat.
Uit deze omroep is naderhand de regionale omroep Noord gegroeid, welke later werd uitgebouwd tot de regionale Omroep Noord en Oost (RONO). Weer later werd deze regionale radio opgesplitst in een aantal regionale stations en werden er televisie-uitzendingen toegevoegd.
Door zijn werk bij de Regionale Omroep Noord en Oost werd de heer Brouwer ook uitgenodigd om mee te werken aan het zeer populaire zondagochtendprogramma bij de VARA: ‘Weer of geen Weer’ van presentator Bert Garthoff. In de winterperiode, zeer opmerkelijk, had dit programma een andere titel: ‘IJs en wederdienende’.
In dit zondagochtendprogramma hield dr. Brouwer op zondag 20 oktober 1968 zijn 760ste radiolezing voor de VARA microfoon, zodat hij in totaal toen al bijna 2000 radiotoespraken gehouden had. Wel dient vermeld te worden dat al in 1939 Fop I. Brouwer een programma maakte bij de VARA met als titel: ‘Een wandeling door de herfstnatuur’.
Hoewel de lezingen voor de zondagochtend steeds op de band werden opgenomen en vanuit Groningen werden doorgestuurd naar de studio in Hilversum, gingen de RONO-lezingen op de woensdagavond altijd ‘life’ de ether in. Beide programma's mochten zich lange tijd in een grote luisterdichtheid verheugen, zoals bleek uit de vele reacties die wekelijks op beide uitzendingen binnenkwamen.
Elke luisteraar, die vragen stelde, kreeg antwoord, hetzij persoonlijk, hetzij in een van de radiotoespraken. Ik herinner me dat wij op de lagere school, zoals het toen nog werd genoemd, werden aangeraden de wekelijkse causerie van Dr. Brouwer te beluisteren. Dit was heel eenvoudig door in het begin van de woensdagavond via de toenmalige draadomroep af te stemmen daar het signaal van de RONO ook op een van de vier kanalen, die een draadomroepontvanger had, werd door gestraald.
Jarenlang geleden schreef ik een verhaal over mijn jeugd onder de titel: ‘Bromvliegezoem en Onze Lieve Heerbeestjes’, waarin ik mijn radiodoop beschreef, die plaats vond in 1959 op 10-jarige leeftijd. Het was in een radioprogramma bij de RONO waarin de natuur en natuurbescherming de rode draad was en waarop ons in de lessen op de lagere school, de St Ludgerdusschool, door Juffrouw Remkes op werd gewezen.
In het programma op de RONO werden allerlei vragen door de luisteraars gesteld en vervolgens beantwoord en ook vragen van scholieren kwamen aan bod en iedere week werd er één van de vragenstellers beloond door naar het Martinikerkhof te worden uitgenodigd, waar de studio van de regionale omroep was gevestigd, om vervolgens in het programma zijn of haar vraag te stellen aan de bioloog.
En daar lag dus mijn eerste ervaring toen ik werd uitgenodigd om een dubbele vraag te stellen. Heel veel meer dan de twee vragen weet ik niet meer van deze eerste aanraking met het medium radio aan de andere kant van de microfoon. De eerste vraag ging over het gezoem van bromvliegen en de tweede had betrekking op de stipjes op de rug van een Onze Lieve Heersbeestje.
Fop I Brouwer zou nadat Bert Garthoff afscheid had genomen en zijn programma een opvolger kreeg met ‘Voer voor Vroege Vogels’ ook nog vaak te horen zijn bij de VARA. Dit programma had eerst Ivo de Wijs als de centrale presentator op de zondagmorgen. Opmerkelijk dat in dit programma tweelingbroer Egbert Knot in de jaren tachtig ook zijn ‘natuur’ bijdragen vanuit Groningen toeleverde. Het kan dus vreemd gaan. Die bijdragen kwamen dan niet vanuit de studio van de RONO of RTV Noord, zoals de regio omroep later heette, maar via de doorschakellijnen van de toenmalige PTT aan de Rijtemakersrijge in Groningen.
De Uher, met daarop de band met het opgenomen item, werd op een doorzendlijn aangeschakeld en spelen maar. Ondertussen stond in Hilversum een recorder het doorgespeelde signaal op te nemen. Ook voor het NOS programma ‘Het Oog op Morgen’ gebeurde het later op deze manier met bijdragen van Henk Kok en mijzelf.
In zijn dagelijks leven was dr. Fop I. Brouwer directeur van de Middelbare Landbouwschool der Groninger Maatschappij van Landbouw te Groningen. In 1958 was hij gepromoveerd met een proefschrift over het leven en werk van de natuurbeschermer Eli Heimans.
In het jaar 1979 stopte Fop I. Brouwer met zijn wekelijkse bijdragen. Brouwer publiceerde tal van boeken en werd diverse malen onderscheiden, ondermeer met de Zilveren Anjer in 1989. In december 1991 kwam hij in Haren op 79-jarige leeftijd te overlijden maar toch denk ik met regelmaat aan hem terug. We wonen vlakbij een spoorbrug en daar rijden regelmatig de treinen van Arriva overheen. De treinen hebben namen van bekende Noorderlingen en één trein heeft de naam: ‘Foppe Inne Brouwer’. Ook is in Haren een straat naar hem vernoemd.
Hans Knot, 5 november 2016

de redactie

de redactie

Arjan Snijders: Arjan Snijders: Ad Visser te gast in de RadioReeks 50 jaar 3FM

Mister Toppop. Ad Visser zal voor eeuwig gelinkt blijven aan het tv-programma met de playbackende artiesten van wereldfaam, die naar de AVRO-studio kwamen om daar hun hits te mimen en door Ad aangekondigd te worden. Dat maakte Ad minstens even wereldberoemd in Nederland als David Bowie, Queen en Donna Summer. Omdat Ad Visser voor de camera stond in bij die tijd horende uitbundige kleren met lange wijde pijpen en bonte kleuren, is het na het stoppen van Toppop een plezier gebleven om naar die oude opnames te kijken. Wat toen de enige kans was om jouw popidolen bewegend te zien, heet nu camp.
Ad Visser zegt zelf niet van terugkijken te zijn. We moeten juist vóóruit, altijd weer iets nieuws willen ontdekken, ons laten verrassen en niet bezig zijn met het verleden. Daarom trad hij een paar jaar terug op met een theatervoorstelling onder de subtiele noemer Fuck The 70’s. Ondertussen stond hij daar datzelfde verleden wel uit te venten. Net als bij een reeks Toppop-terugblikprogramma’s, waarin hij in diezelfde uitbundige kleren van toen weer z’n kunstje stond te doen. Ad is de paradijsvogel geworden van de Nederlandse media, want hij is met dat opvallende uiterlijk, nu alleen met een grijs kapsel getooid, nog steeds een ongebruikelijke verschijning op de tv. Nu niet meer omdat het de tijdsgeest is maar omdat Ad wil blijven opvallen.   Je zou bijna vergeten dat Ad Visser allereerst radiopresentator was. Al twee jaar voordat hij bij Toppop komt, zit hij achter de microfoon. Sinds 1968 is hij bij de AVRO te horen op Hilversum 3, zoals 3FM dan heet. Hij maakt er Superclean Dreammachine. Een afwijkend programma in alle opzichten. Zo waren er veel lange albumstukken te horen van symfonische en experimentele bands. De synthesizer heeft de warme belangstelling van Ad. Progressive Music, heet dat nu. Toen was het de tijdsgeest. Ad presenteerde het programma alsof hij zelf net een slof pretsigaretten had geconsumeerd. Zeer. Rustig. Met een flinke bak galm achter z’n stem, wat het spacey effect verder versterkte. Ad bezigde volzinnen over de progressieve acts en het klonk allemaal vreselijk diepzinnig, weet je wel. Tussen de nummers door maakt Ad zelf muzikale intermezzo’s, musique-concrete volgens Visser. Zo werd hij het boegbeeld van de teenager met een goede smaak. Superclean Dreammachine komt jaren hoog in de populariteitspolls van tienerblaadjes als Muziek Express en de Hitkrant. Een hele prestatie, als je met de oren van nu hoort hoe bepaald niet makkelijk het programma was. En dus is Ad allereerst een populaire radioman. Dat Toppop kwam erbij, was leuk voor de bekendheid. Maar de radio, dáár werd de echt interessante muziek gepresenteerd. Toppop was voor de hitjes, de radio was er juist voor de tegenhanger van die hitmachine. De radio was de droommachine. Waar het utopisch veel beter toeven was.
De uitzending van 50 jaar 3FM loopt al even als Ad binnenkomt. Hip lichtblauwe leren jasje aan, gescheurde spijkerbroek, plus zeer donkere zonnebril, formaat popster. Die bril gaat pas af als de sfeer erin komt. Als blijkt dat de uitzending niet gaat over de reguliere onderwerpen en bovendien NIET over Toppop maar juist over het radiowerk van Ad Visser. We praten over hoe hij binnenkwam bij de AVRO. “Als je belt naar zo’n omroep, dan laten ze je niet komen natuurlijk. Dus ik ben zelf dat gebouw binnen gelopen en heb me naar de kamer van de directie gebluft. Daar heb ik om vijf minuten spreektijd gevraagd en zo heb ik mezelf naar binnen gepraat.” Hoe hij vervolgens twaalf jaar lang zijn strapatsen in Superclean Dreammachine weet te verkopen? “The art of surviving. Ze hebben echt alles geprobeerd om me weg te krijgen. Ze vonden het onbegrijpelijk wat ik deed. En ik praatte zo vreemd en die muziek was zo raar. Maar wat bleek; het programma was een hit! Bij gevangenen, want die konden nergens heen, en bij studenten. Want die twee groepen durven buiten de regels te denken. Studenten vond de AVRO heel erg belangrijk, omdat die weleens een boek lazen en misschien later weleens lid zouden kunnen worden van de AVRO. Dus zo wist ik jaarlijks de dans te ontspringen.”   Arjan Snijders en Ad Visser tijdens 50 jaar 3FM (foto Vincent Schriel)
Hoe werkt dat met het geheugen? Zeker als je niet van het terugkijken zegt te zijn? Dan onthoud je vooral wat je graag wilt onthouden. Dat wat je steeds opnieuw hebt verteld en een canon van zichzelf repeterende anekdotes is geworden. Dus: Ad Visser was op de radio geen hit-dj maar presentator, of nog beter: popdichter. Als tegenhanger van de hitparade-flauwekul en opdringerige schreeuwlelijkerds die zich met hun hit-dj toontje onsterfelijk belachelijk maakten. Maar ja, in deze RadioReeks op KX Radio verrassen we de gasten met geluid uit hun hele oeuvre. Daar hoort bij Ad Visser toch echt ook allerlei hitradio op de AVRO-maandag bij. Ad Visser, die zegt nooit iets terug geluisterd te hebben, we kijken tenslotte alleen vooruit, hoort dan tot zijn eigen gruwel hoe hij klonk in Toppop Disco, een populaire en laagdrempelige middagshow vol hits. Hoofdschuddend luister hij naar zichzelf: “De presentatie vind ik klote hoor. Ik had toch eens wat moeten terugluisteren toen. Ik vind dit echt helemaal niks. Dit is popi: ‘Ja zeg, luister eens even vrienduh!’, dat vind ik allemaal lulkoek. Opgeklopte onzin die ner-gens op slaat. Ik dacht dat ik die toon helemaal niet had. Dus dit valt me van me zelf tegen”, zegt hit-dj Adje Visser.
Na afloop van de uitzending bomen we nog een paar uur na in het belendende horecadeel. Ad neemt maar één alcoholisch drankje, ondanks dat hij zich laat rijden door een assistent. De verhalenmachine stopt niet, Ad heeft overal een visie op en een anekdote bij. Of ze allemaal kloppen, lijkt hij nu ook zelf ietwat te betwijfelen na zijn ervaring met zijn eigen verleden. We zijn er in deze radioserie niet op uit om oud-dj’s te confronteren met onechtheid in hun oeuvre. Ad Visser blijkt ook niet aangedaan, eerder verbaasd dat hij dit stukje van zijn omroepgeschiedenis kennelijk geblokt heeft. Het geeft hem nieuwe inzichten en dus bagage voor vernieuwende projecten. Ondertussen is hij toch ook erg gecharmeerd van het idee dat er van zijn radioprogramma’s toch zo veel bewaard is gebleven in privé archieven. De mensen hebben het kennelijk de moeite gevonden om op Record te drukken als hij op de nationale popzender weerklonk. Potverdorie, het is niet voor niets geweest! En voort maar weer!
De RadioReeks 50 jaar 3FM is hier terug te luisteren en gratis te downloaden: kxradio.3fm.nl/uitzending-gemist/@@50jaar3fm
Arjan Snijders, 2 november 2016

Vincent

Vincent

Hans Knot: 1966, Country muziek programma’s, Bisschop Bekkers en een ‘gek’ op de radio.

Deze week sta ik ondermeer even stil bij een aantal country programma’s uit mijn archief dat ik recentelijk beluisterde. Daar was er ook een bij van helaas ook veel te vroeg overleden Dave Cash. Gedachten gingen daarbij naar lang geleden toen bijvoorbeeld vaak de Jim Reeves Show op Radio 390 werd beluisterd. Zelfs twee jaar na zijn overlijden was er nog volop aandacht voor ‘the late great’, zoals hij wel werd genoemd in die dagen. Na zijn tragisch vliegtuigongeluk in 1964 kwamen er nog tal van nooit eerder uitgebrachte songs via de platenmaatschappij RCA op de markt.
Volgens de platenmaatschappij waren er in Nederland in 1965 zelfs meer dan 1 miljoen platen van hem verkocht. Ze brachten dan ook de één na de andere verzamelaar uit. In 1966 stond op vele hitlijsten in diverse landen het nummer ‘Distant drums’ op de eerste plaats en vroeg menig een zich, aangaande Jim Reeves af: ‘Is it really over?’.
De populariteit van de Country and Western Muziek steeg enorm in ons land, vergeleken met omliggende landen. Had Radio Veronica een drietal jaren eerder bijvoorbeeld nog maar 45 minuten per week een speciaal programma, in 1966 was dat al drie uren per week. Ook bleken er speciale fanclubs voor country muziek en individuele artiesten als paddenstoelen de luchten in te schieten. Wie herinnert zich niet Nashville Tennessee, een programma van Cowboy Gerard, ofwel Gerard de Vries. Iedere dinsdagavond was het via de 192 meter middengolf te beluisteren tussen 20 en 21 uur op Radio Veronica.
Maar ook op een aantal andere tijdstippen kwam de countrymuziek, meestal in blokjes van een half uur voorbij. Twee keer in de maand was er ruimte voor de muziek van de eerder gememoreerde Jim Reeves waarbij presentator Pim Jacobs in mijn geheugen terugkeert. Ook was er een programma waarin een gast werd geïnterviewd met in gedachten het gegeven dat er binnen de countrymuziek ook vele stromingen zijn waarover gesproken kon worden.
Uiteraard werd er binnen de wat we nu de publieke omroepen noemen, geluisterd naar het succesvolle Veronica. De VARA nam het besluit dat eens in de veertien dagen er ook een country programma op de radio diende te komen. Het gebeurde op Hilversum 3 en werd samengesteld door de uit Eindhoven afkomstige Will Smulders. In eerste instantie was het een half uur met alleen oude country muziek maar om de luisteraars meer ten gunste te zijn werd er op een bepaald moment ook de nieuwere muziek gedraaid.
Op de dinsdagen was er verder via Hilversum 1 destijds op de KRO al vele jaren een programma gepresenteerd door Lex Tondeur. Tussen 18.00 en 18.20 uur werd het Country and Western Express genoemd. Voornamelijk werd er nieuwe muziek aan de luisteraars voorgesteld. Wim Harsma, destijds ook verantwoordelijk voor het samenstellen van de Arbeidsvitaminen bij de AVRO op de radio, had ook zijn eigen country programma onder de noemer ‘AVRO’s Hillbilly Time’.
Op de zaterdag was er in 1966 via de NCRV op Hilversum 3 het programma ‘Matinee van de lichte muze’ te horen. Een segment van dit programma heette: ‘Stricktly Country Style’ en was voor velen het beste programma in haar muzieksoort op de Nederlandse radio destijds. Van 11.02 tot 11.25 uur werd het geprogrammeerd. Presentator was Nico Barendz producer was Jo Eummelen.
Ook mogen we niet vergeten dat in 1967 op het toen nieuwe station Radio 227 liefst drie programma’s waren waarin aan deze muzieksoort aandacht werd besteed: ‘Country Rise’, ‘Country Style’ en ‘Country Live’ en bij Radio Caroline North het immens populaire ‘Country and Western Jamboree’ dat wekelijks werd gepresenteerd door Daffy Don Allen.
Belangrijkste platenmaatschappij aangaande country and westernmuziek was zondermeer RCA die sterren onder contract had als Connie Smith, Eddy Arnold, Bobby Bare, Hank Locklin, Don Gibson, Skeeter Davis, Hank Snow, Chat Atkins en de erfgenamen van Jim Reeves. Een mooiere stal kun je bijna niet voorstellen voor die tijd. Het platenlabel werd in Nederland trouwens gedistribueerd door Inelco.   Katholiek Nederland en veel meer mensen waren in 1966 zeer geschokt toen in de maand mei de bisschop van Den Bosch, MGR. Bekers, aan de gevolgen van een hersentumor, kwam te overlijden. Hij was zeer bemind en viel vooral op door zijn optredens in KRO’s Brandpunt en sommige radioprogramma’s van deze omroep. Na zijn overlijden vond er een plechtige uitvaart plaats die ook via de KRO radio was te beluisteren. Duizenden mensen stonden langs de route richting Sint Oedenrode, de plaats waar Wilhelmus Marinus Bekkers geboren was en dus ook zijn laatste rustplaats kreeg.
Na zijn overlijden verscheen er op het platenlabel van Philips een Langspeelplaat met preken, toespraken, interviews en een lied uit de speciale uitvaardienst. Maar ook hadden de samenstellers niet alleen van de KRO toestemming gekregen materiaal te mogen gebruiken ook werd de AVRO benaderd 10 vragen die ooit aan de bisschop waren gesteld door Mies Bouwman op de plaat te mogen zetten, uiteraard inclusief de antwoorden. De baten van deze LP, die ook massaal werd gekocht, kwamen ten goede aan de zielzorg en het sociaal maatschappelijk werk onder de woonwagenbewoners in ons land.
1966 was helemaal geen slecht muziekjaar. Er kwamen vele hits voorbij die 50 jaar later nog steeds op de ons geliefde radio zijn te beluisteren. Alleen voor die ene song waarmee we destijds tot vervelends toe werden geplaagd tot slot een klein beetje meer aandacht. Het was de uit New York afkomstige Jerry Samuels, geboren in mei 1938, die tot in 1966 vooral enige bekendheid had als liedjesschrijver, ondermeer van de titelsong van de Sammy Davis jr. LP ‘The shelter of your arms’.
In 1966 was Jerry echter zelf tot vervelends toe op de radio te beluisteren en haalde hij in de VS een eerste plaats, in Engeland de vierde en in Nederland de dertiende plaats in de Top 40. Dertien het gekkengetal? Hadden we met een schizofreen te maken die op de achterkant van de single hetzelfde nummer liet persen maar dan van achter naar voren gedraaid? Onder het pseudoniem Napoleon XIV zong hij: ‘They’re coming to take me away Ha-Haaa!’ Het komt er op neer dat het een klaagzang was (zo lang we van zingen kunnen spreken) omdat zijn hond was weggelopen. Als gevolg daarvan was hij totaal buiten zinnen geraakt maar een fijne toekomst was toch in het vooruitschiet want spoedig zouden de mannen met schone witte jassen hem halen om hem naar een gelukkig tehuis te kunnen brengen.

Zoals zo vaak in die jaren was het, wanneer er weer eens een afwijkende song voorbij kwam, en dat kan van dit nummer zeker gezegd worden, ook weer tijd voor Nederlandstalige covers. Die kwamen er dan ook door Floris VI met ‘Ze nemen me eindelijk mee, ha haaa.’ Achter Floris VI stond Dick Rienstra terwijl een song met dezelfde titel maar met een andere tekst werd ingezongen door ene Hugo de Groot, die in werkelijkheid Cees de Man heette. De Radio Veronica Top 40 werd ook door deze beide heren gehaald met als hoogste plaats een dertiende. Misschien wel een notering die met opzet op die plek is gezet. Als die song weer eens was te horen deed ik mijn transistorradio een paar minuten uit of schakelde ik naar een van de andere popstations.
Hans Knot, 29 oktober 2016

de redactie

de redactie

Hans Knot: Dave Cash overleden

Het zijn van die momenten dat alles even stil staat. Het horen van slecht nieuws brengt dat vaak met zich mee. Zo ook op vrijdag, 21 oktober, toen plotseling in de middag het bericht kwam dat op 74-jarige leeftijd rond het middaguur Dave Cash was overleden nadat hij in de ochtend een zware hartaanval had gehad. Twee jaar geleden was er nog een feestje gevierd om te herdenken dat had hij liefst 50 jaar binnen de radio-industrie actief was. En nog steeds was hij wekelijks op de Britse radio te horen.
Zelf hoorde ik Dave Cash voor het eerst op Wonderful Radio London, waar hij een van de grote sterren werd naast ondermeer Keith Skues, Tony Blackburn en Kenny Everett. Met deze laatste maakte hij de legendarische ‘Kenny and Cash shows’. Dave werd op 18 juli 1942 geboren in Bushey in het graafschap Hertfordshire. Op 7-jarige leeftijd besloten zijn ouders dat het gezin ging emigreren en werd daar zijn schoolopleiding vervolgd.
Op een zeer opmerkelijke wijze belandde hij binnen de radio-industrie betrokken. Werkzaam als tekstschrijver in Vancouver werd hij op een bepaald moment benaderd een radiocommercial in te spreken. Hij stemde toe en werd daarmee de vervanger van iemand die officieel was ingehuurd maar zo verkouden was dat het gebruik van zijn stem niet tot de gewenste resultaten zou leiden. Men was verbaasd over zijn stemtimbre en vrij snel leidde het tot meer radiowerk voor de jonge Dave.
Het werd allereerst het toenmalige Top 40 station CFUN in Vancouver waar hij co-presentator werd van een nachtprogramma en tevens zorgde voor de koffie en het lezen van het nieuws. Gedurende de periode van een week was hij ook invaldeejay op het radiostation CJAV in Port Alberni in British Columbia. Van een vriend uit Engeland kreeg hij op een bepaald moment in een brief te horen dat voor de Britse kust de zeezenders waren begonnen met uitzendingen. Dave had al een reis gepland door diverse staten van Amerika waarna hij terugkeerde naar zijn geboorteland Engeland.
Het was een toevallige ontmoeting met de Amerikaan Ben Toney, dat er toe leidde dat Dave Cash een baan kreeg bij Radio London. Laat december 1964 vertrok hij per tender uit Harwich richting de MV Galaxy waar hij op de 266 meter middengolf voor het eerst was te beluisteren op 27 december 1964, in de prille dagen van het station dat net van start was gegaan.
Zoals velen binnen de radiowereld kreeg Dave Cash ook al vrij snel een bijnaam ‘Rabbit’ en zijn show op Radio London werd bekend als ‘The Rabbit Patch’. Zoals al gemeld was hij ook mede-presentator van het legendarische programma met Kenny Everett, de ‘Kenny and Cash Show’. Het is misschien wel het hoogst in het geheugen liggende succes van Radio London, naast ‘The perfumed garden’ met de eveneens al overleden John Peel.
Medio 1966 besloot Dave Cash, met de nodige medische problemen, Radio London te verlaten waarna hij enige programma’s ging presenteren voor Radio Luxembourg, die hoofdzakelijk werden opgenomen in de studio’s in Londen. Gedurende zijn loopbaan nam hij ook een aantal songs op. Zo werd het duet met Kenny Everett in 1965 een collectors item onder de fans van het toenmalige station. Op de A-kant van de single uitgebracht destijds op DECCA stond het nummer ‘The B-side’.
Ook was Dave Cash enige tijd presentator van het televisieprogramma ‘The Dave Cash Radio Programme’. In 1970 was hij samen met Tommy Vance en Kenny Everett te beluisteren in de programma’s van Radio Monte Carlo en die van Radio Geronimo, die trouwens ook via de zender van Radio Monte Carlo werden uitgezonden. Enkele jaren later ging die drietal aan de slag bij het Independant Local Radio Station Capital Radio in London. Na London Broadcasting Corporation (LBC), was Capital Radio – met studio’s aan Euston Square – het tweede commerciële radiostation op Brits grondgebied dat van start ging.
Het was daar dat ook de legendarische Kenny and Cash Show een nieuw leven ging leiden. Gedurende de vele decennia binnen de radiowereld werkte Dave Cash bij tal van stations zoals Radio West als programmadirecteur, Invicta, Country 1035, EKR, Liberty 963 en tenslotte BBC Radio Kent, waar hij tot en met het afgelopen weekend nog wekelijks was te beluisteren. In de boekenkast staan verder een aantal boeken van Dave: ‘The rating game’ en ‘All night long’, waarbij in de laatste de radio-industrie ook een belangrijke rol speelt. Vier jaar geleden schreef hij nog een zogenaamde e-book: ‘He sounds much taller’ over zijn tijd bij Radio London.
Direct na 3 uur op vrijdagmiddag 21 oktober werd het nieuws van het overlijden bekend gemaakt via BBC Radio Kent, waarna een herhaling van een speciaal – twee uur durend – programma naar aanleiding van het 50 jarig radiojubileum van Dave Cash - volgde. In zijn laatste programma, op 15 oktober jongst leden, besteedde Dave Cash uitgebreid aandacht aan Bob Dylan zijn loopbaan en haalde hij nog herinneringen op aan zijn tijd op de radio samen met Kenny Everett, die jaren geleden op veel te vroege leeftijd heenging.   http://www.bbc.co.uk/programmes/p0492whn#play
Veel sterkte gewenst voor Dave Cash zijn weduwe Sarah Davies-Cash.
Met dank aan Jon Myer en Poul Peters.
Hans Knot, 21 oktober 2016

de redactie

de redactie

Arjan Snijders: 50 jaar 3FM, de RadioReeks

Jarig worden is geen prestatie. Maar het feit dat de nationale popzender van de publieke omroep 50 jaar werd, is toch iets om bij stil te staan. Op Hilversum 3, later Radio 3 en nu (NPO) 3FM, hebben alle belangrijke dj’s van Nederland gepresenteerd, iedereen is met een stukje 3FM groot geworden en de zender heeft een enorme invloedrijke historie. Daar zou de publieke omroep trots op moeten zijn, dat verleden moeten ze koesteren en dat zouden ze uitbundig moeten vieren.
Toen ik ontdekte dat dit verjaren amper aandacht zou krijgen, vond ik dat zo’n gemis dat ik dat eerbetoon en historische overzicht zelf maar ben gaan verzorgen. Allereerst door een boek te schrijven, 50 jaar 3FM – van Vrolijke Puinhoop naar Serious Radio, de radiobijbel en musthave voor elke radioliefhebber. Maar ook door er een radioserie bij te maken, waar je kon horen wat er op de zender was gebeurd en waarbij de dj’s en oud dj’s hun verhalen konden vertellen over die tijd op 3. Een RadioReeks met historisch besef, met kennis over de begintijd in de sixties tot de verhalen van het tobbende 3FM van nu. Waarbij alle belangrijke dj’s langs moesten willen komen en waarin de beste fragmenten van alle relevante programma’s een plekje verdienden.
Een enorm ambitieus plan. Zeker als je bedenkt dat dit For The Love Of Radio moet plaatsvinden. Lees; voor noppes, want centjes zijn er niet voor zo’n RadioReeks. Over elk radiojaar een aflevering maken en dan nog wat thema-uitzendingen over 1 onderwerp erbij. Eén aflevering per week. Meer dan een jaar radio maken dus. Gasten produceren, dj’s overhalen, fragmenten zoeken en monteren, pffff… Maar ook: hoe mooi kan dat worden! Hoe terecht zou het zijn om voor eens en voor altijd zo’n ambitieus project rondom deze verjaardag uit te voeren? Dus toch maar doen omdat je hier later waarschijnlijk met veel voldoening op terug gaat kijken? Ja, dat laatste!   Arjan Snijders, André van Duin en Ferry de Groot tijdens 50 jaar 3FM (foto Vincent Schriel)
Dus ging ik op zoek naar een bron voor al die fragmenten van de radioshows. Bij de omroepen zelf is vrijwel niets bewaard gebleven en ook Beeld en Geluid heeft niet gek veel in de archieven. Edwin Wendt is een verzamelaar van radio opnames die ik leer kennen bij het schrijven van het 3FM boek. Voor dit bijzondere doel wil hij zijn audioschatten wel delen en ook wekelijks de juiste fragmenten bijeenzoeken. Opnames van liefhebbers, van radiofreaks, die dat vroeger op tape of cassette hebben opgenomen. Een onmisbare bron voor deze serie en dus de basis van de RadioReeks 50 jaar 3FM. Samen met producer Eline Maarse benader ik al die (oud-)radiomakers. Gelukkig heb ik een groot netwerk dankzij twintig jaar bij de landelijke radio werken en 10 jaar de RadioRing organiseren. Henk Peeters wil de show wekelijks opnemen en schoonknippen om na afloop van uitzenden er een mooie podcast van te maken. De uitzendplek is ook snel duidelijk. Op 3FM is terugblikken not done, zeker niet als het verder dan een jaar of tien terug gaat. Bovendien moet alles hap-snap snel en ik wil zo lang praten en zo diep gaan als maar nodig is. Gelukkig is er KX Radio, het themakanaal zonder format waar we lang mogen ‘nerden’ over De Radio. Ik maak daar al tien jaar een programma en, laat ik dat eens onbescheiden gewoon claimen, ik heb die zender gered toen het als zelfstandig station zou omvallen door het binnen de veilige haven van de AVRO te loodsen, waar ik toen eindredacteur radio was. Dan mag ik toch wel even uitpakken op datzelfde KX Radio?
Het avontuur gaat van start! Op 1 juli beginnen we de minstens 50-delige RadioReeks met de grote pretenties. In de hoop om ze allemaal te strikken. Felix Meurders, Frits Spits, Rob Stenders, Giel Beelen, Leo van der Goot, Ruud de Wild, noem ze maar op. En het lukt. Het kost soms maanden bellen, veel praten en overhalen, maar ze komen allemaal! Erik de Zwart wil niet meewerken en hij is nu even (nog wel?) baasje bij Radio Veronica en hij verbiedt de dj’s daar, zoals Jeroen van Inkel, Rick van Velthuysen, Patrick Kicken en Bart van Leeuwen, allen oud-3FM dj’s, om langs te komen. Maar we houden vele helden over want er is ontzettend veel om uit te kiezen. Ik vind het zo’n grote eer om Felix Meurders drie uur tegenover me te zien staan en hem nog enthousiast te krijgen ook voor dat omroepverleden wat hij al lang achter zich heeft gelaten. Of om urenlang met Frits Spits, die echt niet meer wilde terugkijken, toch te praten over passie en bezieling op de radio. Om Ruud de Wild, Sander de Heer en Jeroen Kijk in de Vegte na meer dan tien jaar weer voor het eerst weer in één radiostudio te krijgen. De lijst met radiohelden is eindeloos!
Het was allemaal meer dan de moeite waard. Zodra je met deze mensen in een studio naar fragmenten en muziek gaat luisteren, levert de gedeelde liefde voor radio altijd mooie verhalen op. Ja, we kunnen de diepte in en gaan veel luisteren en bespreken. Ik sla geregeld de nieuwsuitzendingen op het hele uur gewoon over, zo leuk is het. Ik claim een flexibele eindtijd en de shows worden steeds langer. Bij de praatgrage Henk Westbroek loopt dit het meest uit de hand; vier uur lang lullen we aan eén stuk door! Het is allemaal prachtig. Niet één gast valt tegen, zelfs hen waarvan ik vooraf minder hoge verwachtingen had.
Stiekem hoop ik aan het einde van de RadioReeks mijn eerste radiohelden in mijn leven te treffen. André van Duin en Ferry de Groot. Zij zijn het die met de Dik Voormekaarshow kleine Arjan eind jaren zeventig vreselijk laten lachen bij de radio. Kleine Arjan gaat zelf ook met tapes en cassettes stoeien, fictieve shows maken, grapjes knippen in liedjes, kortom: Arjan leert de kracht van de verbeelding van radio kennen. Omdat de drukbezette Van Duin en de soms wat knorrige De Groot vast niet zitten te wachten op een zoveelste gesprekje over de Dik Voormekaarshow bedenk ik een list. Via dit filmpje haal ik ze over:  
Ik leg uit waarom we hier urenlang de diepte in kunnen en dat ze niet voor drie oppervlakkige en voorgeproduceerde minuutjes naar een studio hoeven. Ik beloof ze dat het leuk wordt. Ze gaan overstag. Bovendien vind ik in Vincent Schriel van de Club Dik Voormekaar (ClubDVM) de schatbewaarder van alle (!) afleveringen die ooit zijn uitgezonden op Hilversum 3 en 3FM. Met zijn enorme archief kom ik tot een sterke dwarsdoorsnee van hun vele jaren heerlijk chaotische en humoristische radio.
Gewapend, zoals elke show, met veel te veel fragmenten, kies ik ter plekke uit wat er wel niet in het gesprek past en laveer ik door de stapels audio om de mannen te verrassen met fragmenten die ze vaak zelf ook niet (meer) kennen. Zoals altijd laat ik tijdens de fragmenten de microfoons open, de spontane eerlijke reacties zeggen heel veel. André en Ferry zitten heerlijk en aanstekelijk te gniffelen en je hoort waarom de kwajongens hierin elkaar hebben gevonden. Hoe leuk is het om te mogen stoeien met opname apparatuur en een fictieve wereld te scheppen waarom gelachen werd door miljoenen luisteraars. Ik loop op water tijdens deze uitzending, want wederom sta ik met radiohelden prachtige uurtjes mooie tijd te delen. Een prachtige bekroning van een heerlijk radio avontuur, waar ik vele honderden uren werk in het gestoken voor alleen wat schouderklopjes (dank u wel beleefd) maar vooral voor heel veel eigen lol. Om al deze radiohelden nog even op dat podium te hijsen voor hun radiowerk is geweldig bevredigend om te mogen doen. Dj’s, het is niet onopgemerkt gebleven!
De RadioReeks 50 jaar 3FM is hier terug te luisteren en gratis te downloaden: kxradio.3fm.nl/uitzending-gemist/@@50jaar3fm
Arjan Snijders, 19 oktober 2016

Vincent

Vincent

Hans Knot: De allereerste zeezenders

Als we de geschiedenis van de zeezenders beschouwen komen als de allereerste stations steevast de namen bovendrijven van Radio Nord, van Radio Veronica, van het REM-eiland met RTV Noordzee en van Radio Caroline. Weinig tot niets valt er in de beschikbare artikelen en boeken over de (commerciële) radio, gerund aan boord van schepen, te lezen over de diverse projecten die aan die radiostations zijn voorafgegaan. Maar, ook al betrof het vaak kleinschalige projecten, ze zijn er wel.
Het allereerste radiostation dat uitzond vanaf zee viel reeds te beluisteren in 1907! Negentien nul zeven. U leest het goed, gedurende de zeer prille begindagen van de radiohistorie. Niet alleen in het begin van de twintigste eeuw, maar ook vijftig jaar eerder dan succesvolle zeezenders uit de jaren zestig. Het was het aarzelend begin van de commerciële radio. Al was het niet altijd winstbejag het belangrijkste oogmerk. Naast een aantal, deels commercieel gerichte projecten heeft zich een aantal stations in de loop der jaren gericht, op de politieke boodschap. Goede voorbeelden van deze stations zijn de HMS Andromeda, de MV Kanimbla met Radio 9MI, Radio Daily Mail — een initiatief van de gelijknamige krant, en ook de politiek gerichte 'Sender der Deutschen Freiheitspartei'.   MV Kanimbla
De HMS Andromeda. Het allereerste radioproject vanaf een schip, hoewel niet in internationale wateren, was actief in het jaar 1907.
Volgens het door Shell uitgegeven boek Shell Book of Firsts werd er door de marineleiding van Groot-Brittannië toestemming gegeven tot het voorbereiden van een experimenteel station aan boord van de HMS Andromeda, die op dat moment aan de kade lag in de marinehaven van Chatham. De communicatieradio aan boord werd voor dit doel tijdelijk omgebouwd en de messroom van de officieren werd ingericht als studio. In de studio werd er een programma verzorgd bestaande uit liedjes en voordrachten bestemd voor de gehele vloot aan schepen die op dat moment in de haven lag. De uitzendingen, aldus het boek, bleken succesvol maar na enkele programma's besloot de marineleiding de zender weer te laten ombouwen voor haar oorspronkelijke doel, dat van communicatiezender.
Altijd werd verondersteld dat in Amerika de eerste stappen werden ondernomen tot het oprichten van een radiostation dat actief was vanaf een schip in internationale wateren. In 1980 liep ik echter tegen een boek aan omtrent de geschiedenis van de radio in Australië, waarin gerept werd over een radiozender aan boord van een schip in het jaar 1927. Het ging om de MV Kanimbla, een schip dat speciaal was ingericht voor passagiersvervoer en gerekend kon worden tot de grootste schepen uit die tijd. Het tonnage van het vaartuig bedroeg liefst 11.000. In die dagen was het volgens de Australische wetgeving niet toegestaan om via interne geluidsinstallaties muziek over te brengen, wat vroeg om andere maatregelen.
De eigenaar van het schip, Mclewraith and McEacharn Ltd, besloot het uit te rusten met twee kortegolfzenders, zodat men de bestaande regels kon omzeilen en daarom de gasten aan boord kon plezieren met muziek. De zenders hadden een vermogen van 50 Watt en waren op regelmatige tijden in de ether actief in de 25 en 50 meter band en wel via 11.710 en 6.010 kHz. Het station, dat zijn programma's verzorgde onder de call-sign 9MI, was derhalve niet alleen te ontvangen door de mensen aan boord van het schip maar ook door hen die in het trotse bezit waren van een ontvanger. In grote delen van Australië en onder goede condities in andere delen van de wereld kwam het signaal door. Volgens Arthur Cushen, een wel gerespecteerd DX'er uit dat werelddeel, kwam het station de daarop volgende jaren, afhankelijk van de reistijden, met bepaalde regelmaat in de ether en de laatste uitzending die is gehoord dateert uit 1938.
In 1928 zette een klein luxe stoomschip, ooit eigendom van Lord lveagh — de toenmalige eigenaar van de Guiness brouwerij, de haven van Dundee koers naar volle zee. Broadcasting Yacht, zoals het schip gedoopt was, zou even buiten de toen in acht genomen driemijls-zone voor anker gaan en op het Britse vasteland gerichte commerciële uitzendingen gaan verzorgen. Enige sponsors: de Daily Mail voor het gelijknamige dagblad, de Evening News en de Sunday Dispatch. De programma's zouden deze kranten moeten promoten. Aan de leiding van het project stond Valentine Smith, aan wie ook het idee kon worden toegeschreven. Hij was binnen de krantenuitgeverij van de Daily Mail verantwoordelijk directeur 'verspreiding en publiciteit'.
Met aan boord een kleine zender voer men uit vanuit de haven van Dundee voor de testuitzendingen. Alles leek naar wens te verlopen totdat men echt op open zee kwam, want de stoomboot bleek niet geschikt te zijn voor de te woelige wateren. Soms was het zelfs onmogelijk om de antennemast te onderscheiden vanwege de hoge golven die er tegen aansloegen, wat ook enorme storing in de ontvangst veroorzaakte. Het signaal kwam nauwelijks door in de kuststrook en er werd besloten van het idee af te zien. Men had wel de nodige publiciteit in zowel binnen- als buitenland gehad wat ondermeer resulteerde in een idee van één der directieleden van de firma Siemens. Deze leverde het station vier loodzware geluidsboxen (330 kilo elk) waardoor het signaal moest worden verspreid. Het signaal van deze speakers was zo sterk dat men zonder problemen 2 mijlen landinwaarts het gebrachte programma nog goed kon verstaan.
De leiding van de Daily Mail zag wel wat in het idee en de boxen werden, gestort op een ondergrond van beton, aan het dek vastgemaakt waardoor ze tijdens de tocht niet konden omwaaien.
Langs de gehele Britse kust werd een lange trip gemaakt om de drie eerder genoemde kranten te kunnen promoten. Nadat het project geslaagd kon worden genoemd had Stephen Williams de smaak klaarblijkelijk helemaal te pakken want hij ging daarna eerst voor Radio Normandie en later voor Radio Luxembourg werken.
Faithful Friend was de naam van een Brits schip dat, uitgerust met een eenvoudige zender en een gelijksoortige studio, langs de kusten van Frankrijk, België en Nederland vanaf 12 april 1938 onregelmatig programma's verzorgde onder de naam 'Sender der Deutschen Freiheitspartei'. Men maakte gebruik van een kortegolfzender met een vermogen van 5 kW, hoewel bij lange na dit signaal niet via de 7.842 kHz werd uitgezonden. De energie werd geleverd door een elektro generator die gevoed werd middels benzine. Speciaal voor deze uitzendingen hadden zowel Nederlandse als Britse technici zich ingezet om de zendinstallatie te bouwen.
Het waren Carl Spiecker en andere leden van de conservatieve emigrantengroepering 'Deutsche Freiheitspartei' die op het idee waren gekomen om hun idealen te verspreiden via deze vorm van radio, gericht op het Derde Rijk. Ze hadden ook geen andere keuze want geen enkele natie binnen Europa had de groepering toestemming willen verlenen deze programma's vanaf land te verzorgen. Gelukkig had Spiecker wel heel goede contacten met vooraanstaande leden van de Britse Conservatieve Partij waardoor hij gemakkelijk aan een vissersboot kwam. De Britten financierden deze deels, inclusief de technische uitrusting. Onder totale geheimhouding vond de uitrusting van de oude vissersboot plaats, hoewel de Britse regering wel officieus op de hoogte bleek te zijn. Later, na de Tweede Wereldoorlog, kwam namelijk boven water dat de toenmalige Britse geheime dienst, de PDI, op de hoogte was van de voorbereidingen en zelfs was geïnfiltreerd binnen de organisatie van Spiecker.
Ook met Nederlandse omroeplieden had Spiecker contacten. Dat leverde hem ondermeer de ondersteuning op van twee technici van de VARA, die hem hielpen de uitzendingen mogelijk te maken. Zijn eigen items, die via het station werden voorgelezen, schreef Spiecker in Parijs, alwaar hij was ondergedoken. De berichten werden telkens getelegrafeerd of getelefoneerd naar een persoon in de haven waar het zendschip vervolgens zou binnenlopen om de berichten op te halen. Tevens werden telkens in de haven de kranten gekocht, waar deels de nieuwsberichten uit werden samengesteld. Om helemaal eerlijk over te komen naar de luisteraars in Duitsland, werden dagelijks de Franse, Britse en Zwitserse omroepen afgeluisterd, die toen ook al bekend stonden als zijnde zeer betrouwbaar. De redactionele leiding aan boord was afwisselend in handen van Jakob Altmaier en Ernst Langendorf, maar slechts na enkele weken draaide Ernst voor alle redactionele activiteiten op daar Altmaier constant zeeziek was en zich weer aan land begaf. Slechts één naam van de VARA-technici is boven water gekomen, te weten dhr D. Fruin, die de activiteiten in wisseldienst met zijn omroepcollega uitvoerde. Het restant van de bemanning, kapitein en matrozen, waren voormalige vissers uit Groot-Brittannië.
Men probeerde zoveel mogelijk in de avonduren, na het invallen van de duisternis, de programma's uit te zenden. Het gelukte een redelijk regelmatig uitzendschema op te zetten hetgeen meestal er op neer kwam dat men iedere avond tussen half 8 en 8 uur en tussen 10 en half 11 in de ether was. Alleen wanneer het weer te stormachtig was bleef men in een haven liggen, waardoor er geen uitzendingen konden plaatsvinden. Naast de betrouwbare nieuwsberichten, politieke commentaren en een internationale krantenbeschouwing waren met bepaalde regelmaat ook oproepen tot opstand tegen Hitler en de zijnen in de programma's te beluisteren. Dergelijke oproepen werden ook vaak, zij het niet in reguliere programma-uren, via de 7.842 kHz gehoord.
De autoriteiten in Frankrijk waren niet zo blij met de programma's en besloten de zender uit te peilen. Toen men eenmaal het schip had gelokaliseerd werd een marineboot de opdracht gegeven het zendschip in de gaten te houden zodat deze niet meer in nationale wateren van Frankrijk kon komen en zeker niet meer een haven in dat land kon aandoen voor beschutting bij slecht weer dan wel voor bevoorrading. Niet veel later werden de autoriteiten, na aandrang van bepaalde conservatieve politici, soepeler en mocht het zendschip wel weer Franse havens aandoen onder de voorwaarde dat men in nationale wateren de zender niet zou activeren. Later in het jaar zou de Franse regering definitief ingrijpen en zou het Spiecker en de zijnen verboden worden nog langer activiteiten vanuit Frankrijk te ondernemen, waardoor het project werd stopgezet.
Hans Knot, 15 oktober 2016
Deze bijdrage verscheen eerder als: Hans Knot, De alleroudste zeezenders. In: Aether, 1996, 10, 2, 6-8. Lees over dit onderwerp verder: Hans Knot, Historie van de zeezenders 1907-1973. Pioniers, duimzuigers en mislukkelingen. Amsterdam: Stichting Media Communicatie, 1993.
 

de redactie

de redactie

Hans Knot: herinneringen ophalen samen met Johan Munstra

Met het starten van de zogenaamde mini licenties op de oude vertrouwde middengolf in Nederland wordt deze frequentieband toch wel weer interessant. Mede nadat het een na het andere land de afschaffing van uitzendingen via de middengolf van de staats- en commerciële radiostations heeft ingesteld. Het komt er op neer dat velen, die in lang vervlogen tijden zich op een illegale manier de vingers hebben gebrand aan het bewandelen van de AM frequenties of in een ander frequentiebereik actief waren, proberen nu een heel klein puntje van de nieuwe feestelijke grote AM-taart mee te pikken.
Daar zijn vele ‘zondaars’ bij die ik in vroegere jaren ook ben tegengekomen en waarmee een bijzondere band is opgebouwd. Een andere categorie is die waarin mensen zich, al dan niet georganiseerd, bezig houden met het verzorgen van radio- uitzendingen via internet. Ook daarvan zijn er contacten die decennia teruggaan, terwijl er ook goede contacten recentelijk werden opgebouwd met wat voor mij ‘nieuwkomers’ zijn.
Het leuke van radio, door mij in verschillende vormen in de afgelopen 47 jaar gemaakt, is dat er bij ieder contact wel een herinnering of meer is blijven hangen. Radio heeft ons een binding gegeven die niemand meer van ons afneemt. Het brengt me vandaag tot twee zaken die ik met de lezer wil delen.
Allereerst greep ik recentelijk weer eens terug naar een oude Sony ICF 7600 radio die, voorzien van een aantal korte golf banden alsook FM, lange golf en middengolf, een hele wereld vol radio-uitzendingen tot me heeft gebracht nadat ik deze transistor begin jaren tachtig aanschafte. Het bracht me naar herinneringen van andere radio’s die, voorzien van een aantal batterijen, tot mijn eigendom mochten worden gerekend.
Onze eerste transistorradio in huis was eigendom van mijn broer Jelle en was verkregen met korting door gespaarde bonnen bij een zeepmiddel in te leveren bij aanschaf van het toestel. Een grote, draaibare schijf bracht je naar een ander radiostation. Blauw van kleur was het toestel en niet al te groot kon het staan op het apothekerskastje dat aan de buitenmuur van de keuken was opgehangen. Het was in 1965 dat deze transistorradio een belangrijk voorwerp werd in Huize Knot en de eerste viltstiften hadden ongeveer tegelijkertijd de kleurpotloden verdrongen. Ze kwamen ons goed van pas door met streepjes aan te geven waar onze favoriete radiostations waren te vinden.   Hans Knot en Johan Munstra
Zelf zat ik op de middelbare school en haastte me, op de dagen dat ik de middagen niet vrij was, met grote passen richting huis zodat ik nog een graantje kon meepikken van één van mijn favoriete programma’s. Het betrof de ‘Five by Four’ show tussen 4 en 5 uur op Radio City, dat via de 299 meter haar programma’s uitstraalde. Om en om muziek van de vijf leden van de Rolling Stones en de vier leden van The Beatles. Een zwarte streep van een viltstift stond voor de frequentie van Radio City.
Zo hadden de belangrijkste zeezenders uit die tijd hun eigen kleurtje op de afstemschaal, hoewel ik me niet kan herinneren dat de liefde voor Radio Veronica zo ver ging dat deze werd beloond met een kleurrijke aanduiding. In ieder geval kwam het tot een tweestrijd tussen beide broers. Vraag men niet wat de exacte aanleiding was, maar het ging in ieder geval erom dat mijn broer naar een ander radiostation dan ikzelf wenste te luisteren. Wie er stijfkoppig was laat ik ruim 50 jaar later ook in het midden maar plotseling vloog de Sharp transistorradio door de keuken en overleefde de strijd gelukkig wel.
Tijd werd het om een eigen toestel te gaan aanschaffen wat gebeurde van in de vakanties verdiende geld. Er was in die tijd een groot aanbod aan transistorradio’s verkrijgbaar, waarbij onze Nederlandse Philips de toppositie innam met tal van modellen. Het ging zo ver dat in 1965 bepaalde modellen tegen afbraakprijzen in advertenties werden aangeprezen als zijnde overjarig.
Ik had het geluk een jaar later te gaan werken bij het Provinciaal Elektrisch Bedrijf voor Groningen, kortweg PEB Groningen genoemd. Dit bedrijf, waar ik destijds als jongste bediende binnenkwam, was in 1967 een samenwerkingsverband aangegaan met Laagspanningsnetten, een andere voorziening op dit gebied in Groningen. Op die manier werd het mogelijk voor de werknemers van het PEB, inmiddels EGD genoemd door de fusie, ook tegen kortingen, soms oplopend tot 40%, allerlei apparaten aan te schaffen die tot wit- of zwartgoed behoorden. U raadt het al, ik kocht er nog een transistorradio en wel van het merk Blaupunkt. In vergelijking met de Sharp van broeder Jelle en de Philips transistorradio was het een fors en tevens onhandig zwaar apparaat, dat dan wel weer veel meer frequentiebereik had dan de Sharp.
Ik herinner me dat deze radio tot het midden van de jaren zeventig van de vorige eeuw intensief is gebruikt maar op een bepaald moment de ferrietstaaf het begaf, waardoor de ontvangstmogelijkheden een stuk minder werden. Inmiddels was er ook een Grundig transistorradio bij de collectie gekomen en dan spreek ik over 1970 of 1971. Daarmee werd ook geluisterd naar de AM en FM piraten, gebruikmakende van ondersteunende antennes.
Ondertussen had een grote schare van soortgenoten zich in Groningen en omstreken verzameld waarbij het tot allerlei in die tijd illegale activiteiten kwam maar er tevens een drang bij bepaalde personen was te komen tot het legaal beoefenen van de radiohobby via het maken van programma’s via een ziekenomroep. En heden ten dage worden de herinneringen aan die tijd nog steeds veelvuldig met verschillende personen opgehaald.
Ik hoef de naam ‘Anton Rabbeljee’ maar te noemen en er komt van diverse kanten een bloemrijke scala aan herinneringen aan deze radioliefhebber, annex superfantast, naar boven. Zo ook zeer recent toen ik op de zondagmiddag een bezoek bracht aan een Gasthuis aan de Eendrachtskade in Groningen. De persoon in kwestie had me gemaild en gevraagd of het mogelijk was nog eens herinneringen op te halen onder het motto: ‘We hebben nog heel veel met elkaar te bespreken en het is zeker zeven jaar geleden dat we elkaar voor het laatst hebben gezien’.
Veel was er zeker te bepraten begin oktober, want in de twee uren, die zeker spoedig een vervolg krijgen, kwamen van ‘hak op te tak’ tal van al dan niet gezamenlijke herinneringen voorbij. Het gaat om Johan Munstra, geboren Groninger en die tevens ras radioliefhebber is. Hij vertrok 17 jaar geleden naar het platte land om in Warffum een betere woonomgeving te vinden. Inmiddels terug beseft hij dat hij zich in het centrum van Groningen veel beter thuis voelt. We hebben die recente zondagmiddag tal van herinneringen opgehaald waarvan ik enige wil delen.
De eerste herinnering brengt ons naar de vierde mei 1973, de dag dat de door Jacob Kokje en mij geproduceerde dubbel LP over RNI verscheen en die ten doop werd gehouden in de haven van Scheveningen. Op dezelfde dag waren daar rond de 400 fans van zeezenders die op drie verschillende schepen naar internationale wateren wensten te varen om een rondje langs de drie toen verankerde schepen te doen evenals het REM eiland nog een keer te zien staan. Een boottocht georganiseerd door Rob Olthof en Pirate Radio News, die helaas door slechte weersvooruitzichten op het laatste moment door de booteigenaren werd afgeblazen.
Vanuit Groningen vertrok, vroeg die ochtend, een aantal auto’s met daarin de eerder gememoreerde groep enthousiasten. Johan Munstra zat samen met mij en anderen in de Audi van broer Jelle, die de beschikking had over een van de eerste radio-cassettespelers in de auto. En een vooraf gesproken plannetje lukte. Ik had, via de platenzaak Boudisque in Amsterdam, een grote serie ‘Cruisin LP’s’ gekocht en die op cassette gezet. Het betrof opnamen van Amerikaanse radioshows.
Broer Jelle begon onderweg te fantaseren dat de kwaliteit van de radio dermate goed was dat het vooral in het westen van het land mogelijk was, via een versterkte ontvangstantenne, zelfs Amerikaanse radio te ontvangen. Gedurende de minstens drie uur durende autorit naar Scheveningen werd er regelmatig bij het luisteren van radiostation gewisseld.
En inderdaad klonk plotseling de stem van een Amerikaan op de radio, ruim 11 jaar eerder dan we door Laser 558 zouden worden verrast met een aantal Amerikaanse deejays. Op de achterbank van de Audi werd vervolgens vol geloof naar dit prachtige programma geluisterd en gepraat over die wel heel mooie radio met superontvangst. Uiteraard hebben we Johan Munstra en de anderen die meereden, op een bepaald moment uit hun droom geholpen en verteld dat het ging om een opname die vanaf cassette werd gedraaid.
Een andere herinnering dateert uit 1979. Bij sommige mensen bleef het kriebelen om op allerlei manieren te communiceren via al dan niet legale zendinstallaties. Johan Munstra, wonend destijds aan de rand van de binnenstad Groningen, had op zijn huis destijds grote antennes staan die voor iedereen opvielen in vergelijking met de vele televisieantennes op andere daken. Ook werd hij door mij en de hem onbekende Marcel Poelman, regelmatig gehoord op de verboden banden.
Op een herfstige avond besloten we in de regen een bezoekje te brengen aan het pand aan de Kleine Visserstraat in Groningen. Vervolgens werd er aangebeld en trokken we ons terug in het ernaast gelegen steegje. Ikzelf bleef in eerste instantie in de steeg maar toen de deur werd geopend trad Marcel voortvarend naar voren en toonde een of ander pasje: “Radio Controle Dienst, huiszoeking”. Pas na een minuut kwam ik ook tevoorschijn en trof Johan in aardige paniek aan want hij dacht dat het een serieuze inval was geweest. Bijna 37 jaar later zijn we allemaal veel volwassener geworden maar zijn de herinneringen aan het heerlijke van ‘het radio beleven’ nog steeds volop aanwezig.
Hans Knot, 8 oktober 2016

de redactie

de redactie

Hans Knot: VARA op locatie en meer 1968

Het is toch leuk om af en toe eens een kleine vijftig jaar terug in de tijd te gaan. We hebben het dan over 1968 en uiteraard werd er in die dagen ook volop over traditionele uitspattingen geschreven. Soms zelfs weken van te voren. De derde dinsdag in oktober was toen ook al heel lang de vaste dag voor het bezoeken van het programma dat er was gemaakt rond de traditionele paardenmarkt in Zuidlaren. Menig Groninger en vooral Drentenaar gingen daar naar toe, vaak de avond van tevoren om volop te feesten en zich te laven aan zaken die vaak op andere momenten niet tot zich werden genomen.
Reeds medio september 1968, midden in de periode dat er volop werd gediscussieerd binnen de roodste omroep van Nederland, de VARA, om al dan niet het hanengekraai bij het openen van de dag op de radio af te schaffen, kwam de persdienst van deze omroep naar buiten met de mededeling dat men op 15 oktober een speciaal programma zou gaan presenteren vanaf locatie. Iets wat in die tijd zeer speciaal kon worden genoemd, mede daar de technische mogelijkheden bij lange na niet ontwikkeld waren zoals heden ten dage. Er dienden straalverbindingen aangelegd te worden door de PTT, die soms weken van tevoren dienden te worden aangevraagd. Een simpele verbinding via internet, zoals voor ons nu gebruikelijk is, was nog een ver van mijn bed gebeuren.
In ieder geval maakte men bekend dat de VARA-radio op de derde dinsdag in oktober een programma vanaf de paardenmarkt in Zuidlaren zou gaan brengen. Het betrof hier een platenshow, die rechtstreeks werd uitgezonden tussen negen uur in de ochtend en zes uur ’s avonds en wel via Hilversum III, dat via de 240 meter middengolf destijds haar programma’s liet uitstralen via een zender die beheerd werd door de Nozema.
Het programma werd die dag gepresenteerd tussen het vee, het rumoer en de menigte en het bevatte veel hits en vooral verzoekplaten. Er was een aardige afvaardiging naar het Noorden toegestuurd om Zuidlaren onder aandacht te brengen. De presentatie was namelijk in handen van Hilde Smit, Herman Stok, Aard Bis, Kees van Maasdam en Hans Hamburger. De verslaggeving was in handen van Jan de Graaf. Je vraagt je af of je echt van verslaggeving kon praten want de achtergrondinformatie die Jan de Graaf ieder uur bracht mocht maximaal twee minuten duren.
Technisch werd het team van de VARA trouwens ondersteund door medewerkers van de RONO, de regionale omroep Noord en Oost, dat destijds nog volledig onder verantwoordelijkheid van de NRU, de Nederlandse Radio Unie, viel. Vanuit het studiocomplex aan het Prinsenhof in de Martinistad Groningen was niet alleen door de aanwezige technische know-how ondersteuning verleend maar was er ook een telefonisch steunpunt ingericht.
Rond die tijd werd ook bekend dat de eerste fase van de verbouwing van het Prinsenhof-complex voor huisvesting van de RONO in 1967 klaar kon komen. Let wel het was 1966 en de kosten van deze eerste fase bedroegen f 305.000. Omdat aan de gemeente, die betrokken was bij de verbouwing, een subsidie werd toegekend van ongeveer f 97.000 en wel omdat de verbouwing als werkgelegenheidsobject werd beschouwd, bleven de financieringsmiddelen tot rond de 200.000 gulden beperkt.
Het Prinsenhofcomplex was destijds voor een termijn van ongeveer 10 jaar aan de Stichting Nederlandse Radio Unie, later vallend onder de NOS, verhuurd. Bij het overleg met de NRU bleek dat de financiering van de totale verbouwingskosten (f 1.810.000) door de Stichting niet mogelijk was.
Het plan had destijds betrekking op het Prinsenhof-complex met uitzondering van het gedeelte dat in gebruik was bij de Stichting Groningen voor Sociaal en Cultureel werk, de ruimten naast en boven de Gardepoort en de zogenaamde voormalige stallen. Deze ruimten werden bij een latere uitbreiding van de RONO deels ook in gebruik genomen.
De eerste fase omvatte het verbouwen van een vleugel die in gebruik was geweest voor de huisvesting van de Stichting Centraal Woningbeheer. In deze vleugel waren de kantoren met de ruimten voor de directie geprojecteerd. Ook werden het ketelhuis voor de verwarming en de klimaatregeling en hoofdschakelruimten voor de elektrische installatie van het hele complex tot stand gebracht. In latere fases werden de studio’s en de kantoren in de verschillende vleugels van het complex geprojecteerd.
Heel uitgebreid over de verbouwing van het Prinsenhofcomplex in de eind jaren zestig en begin jaren zeventig heb ik eerder gepubliceerd gelardeerd met tal van foto’s via http://www.icce.rug.nl/~soundscapes/DATABASES/RON/ron01.shtml
Uiteraard komt de vraag op hoe de Zuidlaardermarkt, die al een historie van meer dan 700 jaren had, was beleefd. Het was al zeer vroeg in de ochtend dat van allerlei kanten de eigenaren van paarden hun weg naar Zuidlaren vonden in de nevels van de herfstige najaarsmorgen. Uiteraard werd daar in 1968 al vervoer via auto’s verzorgd om de paarden een plek te geven rond de ‘Drenkdobbe’ waar eeuwenoude bomen enigszins dekking gaven voor het herfstige weer.
Zoals gebruikelijk in Zuidlaren werd die derde dinsdag in oktober de markt geopend via klaroengeschal van de militaire drumband van de kazerne in het dorp. Een drukte van jewelste want vaste prik was het werk van de vele dierenartsen die eerst het aanbod aan paarden dienden te keuren alvorens de beesten toegelaten werden tot de markt en dus de handel.
Naast de handel in allerlei soorten paarden waren er ook stalletjes met een lengte van enkele honderden meters van handelaren die allerlei zaken aan de man probeerden te krijgen. De regionale krant, Nieuwsblad van het Noorden, liet een van haar journalisten ook een bezoek brengen aan het gebeuren waarop hij melding maakte van een grote winkel van Sinkel, waarbij tal van standwerkers werkelijk van alles te koop was.  ‘Met het van ouds bekende handje-plak bekrachtigden de veehandelaren hun bod. Onder de paarden die die dag verhandeld werd was ook ‘Eelke’ die een jaar lang de mascotte van het Zuidlaarder Garnizoen was geweest.’
Men had inmiddels de beschikking over een nieuwe mascotte gekregen en de eregast van de organisatie van de Zuidlaardermarkt, Prins Claus, werd door overste Hageman van het in het dorp gelegerde bataljon om toestemming gevraagd het nieuwe paard ‘Friso’ te mogen noemen – naar de destijds jongste zoon van de prins.
Traditioneel was ook de komst van een afvaardiging van de studentenvereniging Vindicat uit Groningen. Op een vijf persoons tandem arriveerde de lustrumcommissie van het Groninger Studentencorps bij het Laarwoud en men had een verrassing door een fietsje voor de zeer jonge zoon van Prins Claus aan te bieden, waarbij Claus vroeg om toestemming zodat de oudste zoon Willem Alexander het fietsje voor zijn broer kon gaan inrijden.
In totaal waren er die betreffende dinsdag meer dan 100.000 bezoekers in het dorp op de rand van de provincie Groningen en Drenthe. Een traditie is de Zuidlaarder bol, die ieder jaar volop te koop is in de winkels in de provincies Drenthe en Groningen. Duidelijk werd tijdens de voorlichting aan Prins Claus dat bakkerij Hovius ook dat jaar weer garant had gestaan voor de productie van liefst 12.000 Zuidlaarder bollen. Naast de handel in deze lekkernij werden er in 1968 2.643 paarden en pony’s verhandeld terwijl ook 1.752 koeien van eigenaar veranderden. Over het aantal liters aan jenever en andere sterke drank dat van eigenaar is veranderd werd destijds niets bekend gemaakt, evenmin of de eerder gememoreerde VARA medewerkers het wel naar hun zin hadden gehad in het hoge Noorden.
Hans Knot, 1 oktober 2016

de redactie

de redactie

Edwin Wendt: Wat doet nieuwe 3FM-baas met die schone lei?

Niet alleen omdat 3FM sinds kort een nieuwe zenderbaas heeft, staat de zender voor de tweede keer in iets meer dan een jaar op een kruispunt. Vorig jaar was het noodzakelijk opvolgers te vinden voor publiekstrekkers Coen & Sander en Gerard Ekdom, die daags na elkaar hun vertrek bekendmaakten.   Het einde van de ochtendshow van Giel Beelen werd vorige week bekendgemaakt , een paar dagen later gevolgd door de mededeling dat ook Timur Perlin ermee ophoudt. Hij maakt de lunchshow, met ‘sidekick’ Rámon Verkoeijen. Intussen is duidelijk dat ook Paul Rabbering, maker van RAB Radio (14:00-16:00 uur) 3FM gaat verruilen voor Radio 2. Sowieso verdwijnen, vrijwel of helemaal tegelijkertijd, dus de presentatoren van de uren van 06:00 tot 10:00 en van 12:00 tot 16:00 (misschien zelfs van 12.00 tot 18.00). 3FM begint dus écht met een schone lei aan 2017.   Of het vertrek van Giel en Paul vrijwillig is of niet, feit is dat 3FM met Giel een gezichtsbepalende kracht kwijtraakt ‘in de spits’. De twee andere belangrijke ‘blokken’ zijn de lunchuren (die dus ook veranderen) en de middag-‘drivetime’. Naar verluidt maakt ook Frank van der Lende de verwachtingen in de late middag niet waar. Misschien voldoet hij wel aan de inhoudelijke verwachtingen van zijn bazen, de luisteraars weten zijn programma onvoldoende te vinden. Dat er iets moet veranderen, was al duidelijk voordat in de laatste weken de stoelendans op 3FM (en ook op Radio 2) bekend werd. Als publieke zender hoeft 3FM niet direct in paniek te raken als ze op de belangrijke uren voorbijgestreefd worden door de (commerciële) concurrentie, maar er zit wel een ondergrens aan. Met een marktaandeel van rond de 6% wordt de voormalige ‘verdienzender’ van de publieke omroep zo langzamerhand een marginale speler.   Dan kun je twee dingen doen: óf op zoek gaan naar een manier om dat tij te keren of je écht helemaal gaan concentreren op de publieke taak en een werkelijk eigen rol gaan spelen in muziekkeuze en programmavormen. Dan zou het huidige 3voor12-Radio de nieuwe norm kunnen gaan worden, zij het enigszins vertaald naar middag- en ochtendmaatstaven. Weg met de door 538 en Radio 10 (Evers, Van Someren) geclaimde lolbroekerij en sidekicks, meer aandacht voor nieuwe muziek, met het zwaartepunt op rock en alternatieve dance, interviews en live-muziek en verantwoorde keuzes uit het muziekverleden.   Als helemaal voor dat laatste gekozen wordt, zullen sommige van de huidige deejays een spoedcursus ‘minder ego, meer muziekkennis’ moeten gaan volgen, enkele moeten als ‘niet geschikt’ worden afgevoerd, andere zouden er wellicht bij opbloeien. Mark van der Molen (nu elke nacht van 12 tot 2 te horen – onthoud die naam!) zou dan wel eens een belangrijke rol kunnen gaan spelen in de lunchuren of de late middag. Hij heeft zich in het verleden al bewezen bij het muziekliefhebbersstation Kink FM, dat ooit werd opgezet (in 1995 al) door Rob Stenders en Jan Hoogesteijn onder de vlag van het toen net commercieel geworden Veronica.   Ook Annemieke Schollaardt weet hoe ze een programma moet maken waarin de muziek centraal staat. Luister maar op zaterdag- en zondagmiddag. Roosmarijn doet dat ook al elke avond en Michiel Veenstra heeft zich in het verleden bewezen als maker van een muziekprogramma met vaart in de vroege avonduren. Ook bij Herman Hofman (elke zaterdag- en zondagochtend vroeg) draait het om de muziek. Hij heeft in de 50 jaar 3FM-serie op KX Radio al te kennen gegeven dat hij ‘ooit in de toekomst’ de ochtendshow wel eens zou willen doen, ver voor het nieuws rond Giel bekend werd. Domien Verschuren (nu in de vroege avond) wordt in de media nu genoemd als vervanger van Giel in de ochtendshow, maar het is zeer de vraag of hij sterk genoeg is om de concurrentie met Ekdom (Radio 2), Evers (538) of Mattie & Wietze (Q) aan te gaan.   Dan blijven over de huidige weekendnamen Sander Hoogendoorn (‘een eigenwijs punkertje’ noemt die zichzelf), hitparademan Barend van Deelen en zijn duopartner Wijnand Speelman (hoewel zij zich tegenwoordig liefst ook zoveel mogelijk los van elkaar profileren) en de straks ‘dakloze’ sidekick van Timur, Rámon Verkoeijen.   Nu Frank van der Lende het kennelijk niet in zijn eentje redt, zouden Sander & Frank als duo misschien een publieke concurrent voor Coen & Sander kunnen zijn. Ook Barend en Wijnand hebben chemie als duo. Of we zien straks Mark van der Molen (alleen of in een duo) in de middag-drivetime. Net als Giel en Paul, die dus al dan niet vrijwillig plaatsmaken, loopt ook Michiel Veenstra tegen de veertig. Michiel zit bij BNN en dat zendt alleen op 3 uit. Een ‘natuurlijke’ carrière via 2 en uiteindelijk 5 (zoals vorig jaar bij Stenders en Ekdom en nu bij Paul Rabbering en bij Hans Schiffers, die 2 voor 5 verruilt) is bij hem dus alleen mogelijk als hij van werkgever verandert. Dat kan overigens heel makkelijk, als de zenderbazen iemand graag willen houden. Zo werd Ekdom (AVRO op 3) het afgelopen jaar ineens VARA op 2 en Stenders (POWNED op 3) werd AVROTROS op 2. En voor Radio 2-baas Jurre Bosman maakt het écht niet uit voor welke omroep Ruud de Wild zijn uurtjes gaat maken. Wil KRO/NCRV niet? Dan zijn zij hun twee uurtjes op 2 kwijt en gaan die naar de omroep die Ruud wel wil hebben.   Terug naar 3: wat gaat die zender doen met al die oude en nieuwe namen?   Grote kans dat Mark van der Molen, Herman Hofman en Eva Koreman meer zendtijd op doordeweekse dagen overdag krijgen. Frank verdwijnt helemaal of hij wordt gekoppeld aan een duopartner (Sander of Eva), Giel verschuift naar het weekend of verdwijnt helemaal van de zender. Wat er met Michiel Veenstra gebeurt, hangt af van de koers die 3FM gaat kiezen. Wordt vastgehouden aan het voorzichtige ‘left of center’ wat de zender nu uitstraalt, dan kan Veenstra nog wel een tijdje mee in de oude Arbeidsvitaminen-uurtjes.
Giel én Michiel ‘verbannen’ naar het weekend lijkt niet verstandig, want daarmee wordt het weekend, nu nog de plek waar nieuwe talenten warmdraaien voor een plekje doordeweeks, echt heel duidelijk een ‘afvoerputje’ van 3FM.   In de nieuwsberichten over het einde van Giel’s ochtendshow lieten zowel Domien Verschuuren als de nieuwe 3FM-baas Basyl de Groot doorschemeren dat er in het nieuwe jaar veel verandert op 3. De Groot heeft een hoop te doen. Welke kant het op gaat, is voor de buitenwacht nog onzeker. Maar het is wel leuk om te weten dat hij 21 jaar geleden debuteerde op de al eerder genoemde, legendarische ‘alternatieve’ zender Kink FM.   Stenders zat er destijds elke dag van 17:00 tot 19:00 uur leuke nieuwe en oude plaatjes te draaien, Basyl de Groot van 19:00 tot 21:00 uur. Het is hetzelfde Kink FM waar 3FM inmiddels Mark van der Molen vandaan heeft gehaald en – op de achtergrond- Menno Visser, de muzieksamensteller van 3 voor 12 Radio. De nieuwe baas van alle muziek die op 3 wordt gedraaid, Diederik van Zessen, komt via een omweg – Pinguin Radio- ook van Kink. Internetstation Pinguin werd opgezet door de achterblijver van Kink FM toen dat moest stoppen. Van Zessen is de opvolger van De Groot, die zijn functie als ‘hoofd muziek’ moest opgeven om de zendercoördinator van 3FM te worden. Misschien laat De Groot, nu hij echt de baas van ‘drie’ gaat worden, iets meer van die ‘roots’ doorklinken op de publieke zender?   Edwin Wendt, 26 september 2016

Vincent

Vincent

Walter Galle: herinneringen aan Gerard van Dam

Als 16 jarige langharige knaap luisterde ik met grote oren naar de Britse zeezenders. Door het gebruik van jingles en hun opgezweepte presentatie stijl en gedragen door popmuziek aan de lopende band maakte deze vorm van radiomaken een grote indruk op mij. Daar alles van op zee kwam was dit voor mij vooral een verhaal van durf; kortom goochelen met hoogspanning midden in een grote plas water en daar wilde ik echt alles van weten.
Begin 1972 bracht ik een bezoek aan de beide Caroline schepen die sinds maart 1968 in de oude Houthaven van Amsterdam lagen opgelegd. De MV Fredericia, voorheen van Caroline North, was door vandalen geplunderd en stuk geslagen. De MV Mi Amigo, het toenmalige zendschip van Caroline South, daarentegen was bewoond. Eerst door iemand die als bewaker was ingehuurd en later door zwervers.
Ook liepen daar, tijdens mijn bezoek, José van Groningen, Mike Bass en Gerard van Dam. De laatste gaf mij een rondleiding op de MV Mi Amigo. Duidelijk was destijds te zien dat men op deskundige wijze alle kostbare onderdelen uit de zenders had verwijderd en ze ergens had opgeslagen. Dit met de bedoeling de schatwaarde van het schip tijdens de veiling zo laag mogelijk te houden.
Tijdens een weekend in maart 1972 besloot ik nogmaals een bezoek te brengen in de Houthaven en na een half uurtje kwam Gerard van Dam alweer tevoorschijn. Na wat gepraat liet hij ontvallen dat ze mensen nodig hadden om te klussen op het schip en ja dat was mijn kans. In augustus 1972 werd de Mi Amigo naar Zaandam versleept en zou daar opgeknapt worden met als doel een piratenmuseum in te richten terwijl er ook een nacht kon worden doorgebracht aan boord. Tenminste zo werd het naar buiten gebracht toen de werkzaamheden in Zaandam een aanvang namen.
In die periode kwam ook Peter Chicago boven water en je zag het schip herleven doordat alle gesloopte zenderonderdelen terug in de zenders geplaatst werden. Het vervolg kennen we. Er kwam geen museum want de Mi Amigo verliet de haven van Zaandam en via IJmuiden vertrok men naar zee en werd het anker naar beneden gelaten en wel enkele mijlen buiten de kust van Scheveningen in internationale wateren.
Door een gebroken zendmast duurde het tot in december van het jaar dat daadwerkelijk echte uitzendingen waren te beluisteren. Door problemen met enkele van de Britse medewerkers verdween Gerard van de MV Mi Amigo en voor de een tijdje uit beeld maar plots daagde hij weer op bij het klaarstomen van de MV Condor die dienst ging doen voor Adriaan van Landschoot zijn Radio Atlantis.
Op  een zekere dag, begin juni 1978, had ik Danny Vuylsteke aan de telefoon met de vraag of ik voor een aantal middengolfzenders kon zorgen voor een nieuw te starten zeezender op de Noordzee. Ik vertrouwde Danny niet en vroeg hem wie er de baas was en dat ik die wilde spreken. Even later belde Gerard van Dam mij op en we onderhandelden over de prijs. Al snel bleek het om Radio Delmare te gaan maar veel geld voor zenders was er niet.
Mondeling kwamen we overeen dat hij twee 1 kW Marconi zenders kon afhalen op de daarop volgende zaterdag in Kalken (België) voor een bedrag van 20.000 frank (500 euro). Die bewuste zaterdag arriveerde Gerard om 14:00 uur bij Marcel Meys te Kalken waar de zenders stonden opgeslagen. Hij werd vergezeld door Jan Kat en Johan Rood. Terwijl de Delmare boys de zenders in hun wagen met aanhangwagen aan het vol laden waren wilde Gerard van me weten wat voor antenne hij moest gaan bouwen en of ik de zenders aan boord tezamen met Johan Rood in de lucht wilde brengen.
Ik bedankte Gerard maar besloot niet mee te werken want ik vertrouwde het zaakje niet. Op dat moment was ik een nieuw huis aan het bouwen en moeder de vrouw zei dat het genoeg geweest was met al die piraterij. Met name de activiteiten die ik had verricht zoals voor de programma’s van VVVR op Radio Mi Amigo. Een tijdje later waren de Delmare heren terug in Kalken om nog twee zenders op te halen. De vorige waren door de autoriteiten in beslag genomen. Zo kwamen ze regelmatig zenders ophalen maar op een keer liep het fout. Marcel Meys was die dag weggeroepen voor een reparatie aan een Geloso buizenversterker en Gerard met zijn kompanen bezochten in afwachting een naast gelegen café in Kalken.
Na twee uur lang jenever drinken kwam Marcel thuis en werden er vervolgens twee zenders ingeladen. Maar toen men ging afrekenen was een deel van het geld bestemd voor de zenders in rook en sterke drank opgegaan. Plots rinkelde mijn telefoon in Dentergem. Het was Danny Vuylsteke met de vraag of ik mij naar Kalken kon begeven met een som geld daar er wat mis gelopen was. Dit heb ik niet gedaan en het resultaat was dat er een zender weer werd uitgeladen.
Gerard van Dam was iemand waarvan je wist dat je kon bedrogen worden maar toch wilde je bij hem zijn. Hij ademde en straalde die zeezenders uit. Hij sprak ook zo en hij wist altijd te boeien en te raken en was ook de man die overal, zonder te kloppen, gewoon naar binnen ging. De laatste maal dat ik Gerard ontmoette was op de Radioday 2011 te Amsterdam want toen stonden de avonturen van Radio Delmare op het programma.
Ik zat niets vermoedend vooraan in de zaal en Gerard van Dam, die in het Delmare panel zat, herkende me en zei: “Ach kijk daar de Belg die de Marconi zenders aanleverde. Je hebt zeker ook nog geld te goed van mij.” Waarop ik antwoordde, dat alles destijds betaald was. Wel wees hij mij er op dat de zenders niet geschikt waren voor muziek en daar had hij een punt mee. Deze Marconi T1509 zenders waren gebouwd voor het Belgische leger in de Congo om op de vliegtuig band te werken.
We hebben die dag nog lang nagekaart over ons herinneringen, ja mooi was die tijd. Gerard was voor mij de man die me de weg toonde naar die betoverende zeezenderwereld , een wereld vol radio techniek die uitgedragen werd door mensen als Peter Chicago, José van Groningen en een Leendert Vingerling, die altijd wel in de buurt waren. Gerard zei vaak dat hij die tijd wel had willen overdoen want de sex in die periode was zo heerlijk. Velen zullen je missen omwille van wie je was. Hij was de ‘Man of Action’, een vindingrijk man.
Walter Galle, 23 september 2016  
Ronald van der Vlught (Ronald Schildknegt), Leendert Vingerling (Jan Olienoot), Ronald Bakker(André Zwinkels),
Walter Galle, Marcel Stevens (Nick van Vuure) en Gerard van der Zee (Gerard van Dam). Radioday 2011. (foto Vincent Schriel)

de redactie

de redactie



×

Belangrijke informatie

Door gebruik te maken van deze site ga je akkoord met onze Gebruiksvoorwaarden, Privacybeleid, en We hebben cookies op je apparaat geplaatst om de werking van deze website te verbeteren. Je kunt je cookie-instellingen aanpassen. Anders nemen we aan dat je akkoord gaat.