Jump to content

Vincent

Administrators
  • Posts

    27,021
  • Joined

  • Last visited

  • Days Won

    1,956

Blog Entries posted by Vincent

  1. Vincent
    In deze historische radiocolumn wil ik je mee terugnemen naar het begin van 1979 door een paar onderwerpen, waar ik destijds over schreef, weer naar voren te halen. Allereerst was er in de tijd vaak ophef over de mate waarop sommige omroepverenigingen te pas en te onpas reclame voor eigen huisje maakten. Vreemd genoeg reageerden de gezamenlijke omroepen zelf over de vele negatieve publicaties over misbruik van zendtijd. Men kwam met het voorstel gezamenlijk een arbitragecommissie in het leven te willen roepen die diende te oordelen over het karakter en de tijdsduur van de reclame die de omroepen voor zichzelf zouden mogen maken.

    In een verklaring, die eind januari 1979 werd uitgegeven, werd duidelijk gesteld dat aan de hand van de gezamenlijk overeen te komen normen en criteria de in te stellen commissie snel na een overtreding uitspraken zou dienen te doen. Men dacht daarbij vooral aan waarschuwingen, oplopend tot boetes of andere straffen. De plannen werden vervolgens officieel voorgelegd aan de minister voor Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk, het departement waaronder radio en televisie destijds vielen.
    De commissie kwam er onder voorzitterschap van secretaris penningmeester J. Hulder van de VARA en vrij snel bleek dat zowel het opleggen van een geldboete als het ontnemen van zendtijd belangrijke punten van overleg dienden te zijn. Bij boetes dacht men dat het alleen nut zou kunnen hebben wanneer het bij overtredingen om duizenden guldens zou gaan, forse bedragen voor die tijd.

    Een andere mogelijkheid was dat de arbitragecommissie na een overtreding zou bepalen dat de omroep, die in de fout was gegaan, in een bepaalde periode geen reclame voor eigen huisje mocht uitzenden. Een dergelijke straf vond de commissie ingrijpender dan een geldboete, omdat dan een reclamecampagne diende te worden onderbroken. Bij geldboetes zouden de rijkere omroepen bovendien bewust risico's kunnen nemen.

    De arbitragecommissie kreeg ook als taak de klachten van particulieren, die zich hadden geërgerd aan de omroepreclame, in behandeling te nemen. De regeling werd goed gekeurd en kwam er na ruim 2 jaar overleg, ontstaan als een reactie op de reclamebeschikking van augustus 1976 van het ministerie van CRM.

    Maar er was meer gaande in de eerste periode van 1979. Zo kwamen er verontrustende berichten uit Brussel. Op vrijdagavond 12 januari werd de BRT-RTB aan de Reyerslaan via een anoniem telefoontje bericht dat er een bom was geplaatst in het gebouw. De Rijkswacht en ook de eigen veiligheidsdiensten gingen op zoek maar vonden uiteindelijk echter niets. Wel werd een brand opgemerkt, die verscheidende containers had aangetast. De vlammen werden echter snel gedoofd. De volgende dag werd bekend dat het anonieme telefoontje werd gevoerd vanuit het BRT-gebouw zelf. Op zich betekende dit niet dat het om een medewerker van de omroep zou gaan. De onbekende persoon sprak Frans. De brand aan de Reyerslaan werd erg verdacht gevonden. Men was er bijna zeker van dat er kwaad opzet mee gemoeid was. In de daaraan voorafgaande weken had het al tien keer eerder gebrand op de terreinen van de BRT en de RTB, destijds verantwoordelijk voor radio- en televisie-uitzendingen in respectievelijk het Vlaams en het Frans.

    Aanslagen zijn van alle tijden. Zo ook in 1979 toen honderden luisteraars in Rome op 9 januari via de radio getuige waren van een terroristische aanslag. Midden in een uitzending van Radio Citta Futura (stad van de toekomst) hoorden zij een der omroepsters om hulp roepen en tevens een verzoek om niet te schieten. Direct daarop was een zware ontploffing te horen en werd het totaal stil op het radiostation. De luisteraars alarmeerden direct de politie en brandweer. Toen die ter plekke verschenen vonden zij vijf omroepsters van een vrouwenprogramma gewond op straat en de radiostudio totaal verwoest door brandbommen.

    Radio Citta Futura was een links gericht radiostation en in die tijd was er een golf van aanslagen over en weer van rechtse en linkse terreurorganisaties in Italië en stond deze aanslag niet op zichzelf.

    Worden de laatste jaren meer en meer middengolfstations uit de ether gehaald omdat er volgens beleidsmedewerkers geen toekomst meer is voor deze vorm van radio, dan was het in 1979 nog wel even totaal anders. Ik wist destijds te melden over een groots opgezet plan in de Verenigde Staten. Een vertegenwoordiger van de Federale Communicatie Commissie, de FCC diende tijdens de conferentie voor golflengte verdeling in Genève een voorstel in waarbij ruimte diende te komen voor ongeveer 700 nieuwe middengolfstations in Amerika.

    The National Radio Broadcast Ass., een overkoepelend orgaan van alle radiostations, was echter finaal tegen. Hun toenmalige president, Jim Gabbert die eigenaar was van Kl0l FM in San Francisco, zei destijds ondermeer dat er in de meeste delen van Amerika al te veel radiostations waren. De FCC kwam ook met het voorstel de middengolf uitbreiden van 1600 naar 1800 kHz. De NRBA zag niet in dat er meer stations opgericht dienden te worden daar dit het geheel zou gaan verzieken. Als voorbeeld kwam men met Hawaï dat destijds al 31 radiostations had.

    Ook haalde een vertegenwoordiger van de NRBA aan dat er nog een groot ander commercieel probleem bij zou komen namelijk dat alle radio’s in de VS op de middengolf slechts een bereik hadden tot de 1600 kHz en dat dezen dus allen dienden vervangen te worden.

    Een luisteronderzoek dat in januari 1979 verscheen gaf aan dat op de donderdagen het meest naar de radio werd geluisterd. Destijds stond het radiotoestel in ruim 3 miljoen gezinnen aan. Op Hilversum 3 zond de TROS uit, op Hilversum 2 de AVRO en op Hilversum 1 de NCRV. Op de vrijdagen werd gemiddeld door 2,9 miljoen mensen geluisterd, op dinsdagen door 2,8 miljoen gezinnen en op woensdag door 2,7 miljoen. Op de zaterdagen ging het aantal flink naar beneden en kwam het aantal van 2,3 miljoen gezinnen tevoorschijn. Een dieptepunt was bestemd voor het radiogebruik op de zondagen met 1,9 miljoen gezinnen waar de radio aanstond. Cijfers die heden ten dage zeker niet meer worden gehaald.

    Hans Knot, 14 januari 2017
  2. Vincent
    Het verzamelen van data was voor mijzelf al op jonge leeftijd iets wat gewoon gebeurde. Het was vooral gericht, hoe kan het ook anders, op radio maar ook op sport. Het was de tijd van voor ‘Langs de Lijn’. Nederland had destijds niet alleen Eredivisie en Eerste Divisie Voetbal maar ook Tweede Divisievoetbal. Wonende in een middelgrote stad als Groningen betekende dat ook dat er meerdere clubs vertegenwoordigd waren in de diverse divisies van het Betaalde voetbal. GVAV, Oosterparkers, Velocitas en Be Quick kwamen alle vier uit de Martinistad.

    Zoals al gesteld was er nog geen ‘Langs de Lijn’, een programma dat in 1967 voor het eerst op de radio was te beluisteren, en dus dienden we het te doen met hier en daar een sportprogramma van korte uitzendduur van een aantal omroepen. In Groningen was het mogelijk de voetbaluitslagen via de RONO, de Regionale Omroep Noord binnen te halen of op de fiets te klimmen om de schoolborden, die stonden opgesteld in de etalage van het gebouw waar het Nieuwsblad van het Noorden was gevestigd, te bekijken.

    De sportredactie verzamelde van de diverse velden in het betaald voetbal en de hogere amateurklassen de uitslagen, die met een krijtje werden ingevuld op de borden. Soms diende je langer te wachten omdat men geen verbinding met sommige clubs kon krijgen. Het was de tijd van de bakelieten telefoon en telefoonnummers in een middelgrote stad bestonden maar uit 5 cijfers. Maar het wachten werd beloond als een van de Groninger ploegen weer succesvol was geweest.

    In maart 1967 was er in het Nieuwsblad van het Noorden voor velen verrassende bericht te vinden waarin werd vermeld dat zeer binnenkort – na twintig jaar van trouwe dienst – de RONO niet meer het bekende ‘Henk Oostinga geluid’ zou brengen. Hij was namelijk toe aan rust in het weekend. De werkzaamheden van de RONO en de omroepen gebeurden als vrijwilliger maar daarnaast had hij ook nog een zware taak als broodwinner. Hij was namelijk leraar aan het Gyot Doveninstituut in Groningen.
     


    Wel wist een journalist van het Nieuwsblad op te tekenen dat het omroepwerk hem niet te veel was maar dat het meer de zondag was die steeds maar weer gevuld werd met achter de sport aan te zitten.
    Het was helemaal niet de bedoeling dat Oostinga bij de RONO zou weggaan, zoals velen dachten. Maar hij had voor minder vastigheid gepleit waardoor hij op bepaalde zondagen ook eens vrij kon zijn. In een interview stelde hij destijds: “Ik wil wat vrije tijd voor mezelf hebben, want wil je een regionaal sportprogramma redelijk brengen, dan moet je je contacten over het hele uitzendgebied aanhouden. En dat loopt voor de RONO van de Achterhoek tot aan Harlingen. Ach, en dat gaat niet meer, vooral omdat ik het met de slechthorenden ook steeds drukker krijg. En dat is tenslotte m’n officiële werk. En dat mag er in geen geval schade van hebben."

    Destijds meldde Oostinga wel dat hij de werkzaamheden voor de regionale omroep nog steeds boeiend vond. Dat hij aangaf het rustiger aan te doen had ook niets te maken met de vlak daarvoor aangekondigde komst van Eef Brouwers. De latere directeur-generaal van de Rijksvoorlichtingsdienst en ook bekend van NOS Journaal, bleek namelijk benoemd te zijn tot chef-redacteur van de RONO. En dat was volgens Oostinga met volledige instemming van hem.

    Het was in oktober 1948 dat Henk Oostinga aan zijn sportjournalistieke loopbaan begon, nadat hij als speler van GVAV, de voorganger van FC Groningen, in een interview met de RONO in contact was gekomen. Zijn stem, die later tot de inboedel van elk huis in de regio Noord en Oost zou gaan behoren, kwam toen voor het eerst in de RONO-microfoon en sindsdien was Henk Oostinga niet te houden. Oostinga destijds in het Nieuwsblad van het Noorden: “Mijn voordeel was, dat ik zelf in de sport had gezeten. Want iemand kan volgens mij nog zo’n goede sportjournalist zijn, maar als hij zelf geen sportman is geweest zal hij bij de mensen niet zo veel gezag hebben. Toch heb ik nooit full-time in de sportrubriek gewild. Weet je, en nu ga ik misschien op lange tenen trappen, ik vind alleen-sport wat te eenzijdig. Het is enorm mooi, maar er moet nog iets bijkomen. Daarom ben ik nog steeds gek op het RONO-sportwerk, maar de slechthorenden blijven voor mij de hoofdzaak".

    En hoe komt het eigenlijk dat ik terugblik op Henk Oostinga? Ik haalde al in het begin aan dat ik altijd bezig ben geweest met het verzamelen van data. Gegevens die ooit weer eens gebruikt konden worden en zo schreef ik in die tijd de uitslagen betaald voetbal in een schriftje op en deed ik in de avond, in bed, net of ik de man achter de microfoon was en deed het nog eens dunnetjes over wat ik eerder die zondag via de RONO en Hilversum had gehoord. Let wel eind jaren vijftig. Zouden daar dan ooit de kriebels voor het radiomaken zijn begonnen?

    Hans Knot, 21 januari 2017
  3. Vincent
    Recentelijk vroeg ik op mijn facebookpagina wat men in 1959 zoal op de radio hoorde. Eén antwoord als voorbeeld: ‘Kleutertje Luister’, ‘Arbeidsvitaminen’, ‘De jeugd vliegt uit’, ‘Problemen verdwijnen als de kopstukken verschijnen’, ‘half 1 mededelingen voor land- en tuinbouw’, ‘weerbericht op dicteersnelheid’, ‘marktberichten’, ‘Wilhelmus’, ‘Jeugland’, ‘Te Deum Laudamus’, ‘Ochtendgymnastiek’, ‘Rechtdoor naar school en kantoor’..... Zoiets?’ De persoon die het instuurde is anno 2017 70 jaar en een eenvoudige rekensom leert ons dat hij in juni 1959, de periode waar ik zo dadelijk op terugblik, hij 13 jaar was.

    Opvallend aan de opsomming is dat er geen enkele programmanaam van Radio Luxembourg bij is en dan doel ik op de Nederlandstalige service, waarvan een deel van de programma’s werden opgenomen in opdracht van adverteerders bij speciale studio’s in Nederland maar ook in Brussel. Eén van de liedjes die destijds veelvuldig waren te horen was het winnende Eurovisie Songfestival lied van destijds, gezongen door Teddy Scholten.

    Voorheen was ze al bekend geworden door optredens in het AVRO programma ‘De bonte dinsdagavondtrein’. Het was de tijd dat er nog maar weinig kijkkastjes in de huizen stonden en er op dinsdagavond massaal om de huiskamertafel werd gezeten om dit wel heel speciale programma voor het hele gezin te beluisteren, ondertussen met op de tafel een krant en te doppen hele pinda’s.

    Ook trad Teddy in de periode 1955-1960 vaak als gast op in het televisieprogramma ‘De Snip en Snap Revue’ van dezelfde AVRO. De leiding van de NTS vroeg haar op een bepaald moment mee te doen aan het Nationaal Songfestival in 1959 waar ze twee liedjes zong: ‘De regen’ en ‘Een beetje’. Dit laatste nummer was een compositie van Dick Schallies met teksten van Willy van Hemert en het Omroeporkest, onder leiding van Dolf van der Linden, begeleidde haar. Met ‘Een beetje’ werd ze uiteindelijk afgevaardigd naar het Eurovisie Songfestival dat in 1959 in het Franse Cannes werd gehouden.
     


    Ook daar werd ze winnaar en zou internationaal scoren. Uiteraard werden er ook anderstalige versies opgenomen. De Franse radio schalde vervolgens met ‘Un p’tit peu’, terwijl de West Duitse radio ‘Sei ehrlich’ op vinyl op de draaitafel hadden. De radiosectie van de RAI in Italië deed het met ‘Un Poco’ en neem maar van mij aan dat op het Zweedse Radio Syd het als ‘Om vaaren’ werd uitgezonden.
    Maar hoe zat het in een van de landen achter het toenmalige Ijzeren Gordijn? In die landen werd het Eurovisie Songfestival nog niet uitgezonden, simpelweg omdat men geen banden onderhield met de organisatie. En toch kwam de song in een speciaal jasje op de Poolse radio.

    Even terug naar de tweede helft van de jaren vijftig toen in het Drentse Coevorden de glorietijd van de Mirando’s begon met vele optredens en contracten. Vrij snel werd er al bij het platenlabel Columbia een plaat met zigeunermuziek uitgebracht want er was een zangeres die van Pools-Litouwse afkomst was die voor begeleiding van een platenopname een orkest zocht. Het werd een succes en bovendien stapte men vrij snel over naar Philips waar men het met het orkest van Tata Mirando helemaal zag zitten. Vervolgens werd er regelmatig opgetreden voor radio en televisie.

    Het repertoire dat de naar Nederland geëmigreerde Monica zong bestond in eerste instantie uit Poolse en Russische liederen maar haar voorkeur ging er toch naar uit om Nederlands te gaan zingen om een nog breder publiek te kunnen trekken. Bij elk optreden sloot ze vervolgens op het einde af met twee liedjes die door Harry de Groot en Pi Verris werden geschreven, namelijk ‘Holland jij bent mijn sprookje’ en ‘Ver van mijn land’. Al zong zij deze liedjes met een duidelijk accent, het Nederlandse publiek was telkens enthausiast te noemen.

    In mei 1959 bezocht Monica haar familie in Polen en werd ze uitgenodigd om ook voor de radio en de staatstelevisie op te treden en ze besloot een warme propaganda voor het Nederlandse lied te gaan houden. Niet dat ze in het Nederlands haar landgenoten toezong maar met een speciale Poolse tekst bracht ze haar versie van het winnende Eurovisie Songfestival lied van Teddy Scholten.

    Uit overlevering gaat het verhaal dat slechts enkele minuten na de radiouitzending, waarin Monica haar versie van ‘Een beetje’ ten gehore bracht, het regende van telefoontjes omdat men wilde weten waar de Poolse versie van de song te krijgen was. In allerijl werden de hoofden bijelkaar gestoken met als besluit de Poolse versie spoedig aan het vinyl toe te vertrouwen. Het werd uiteindelijk een LP met vele liedjes gericht op de Poolse luisteraars met als sluitstuk haar versie van ‘Een beetje’.

    Eind juli 1959 zou Monica, die ook veel op toneel en in films verscheen, haar debuut maken in Engeland met een optreden van de Poolse versie van achter het IJzeren Gordijn, waar ze trouwens een duidelijk vaste grond voor het ‘Nederlandse lied’ had gekregen.

    Hans Knot, 28 januari 2017
  4. Vincent
    De volgende historische terugblik brengt ons terug naar het jaar 1948, een jaar dat velen van ons niet of niet bewust hebben beleefd. Het was de tijd van vlak na de Tweede Wereldoorlog en dus Nederland in wederopbouw, hoewel die nog vele jaren zou duren.
     
    Op radiogebied gingen mijn gedachten naar de enorme hoeveelheden radiotoestellen die door de toenmalige bezetters waren weggeroofd uit de huizen. Voor vele gezinnen was het na de oorlog een lange periode van armoede en er was zeker geen geld om een nieuw radiotoestel aan te schaffen. Die waren sowiezo al bijna onbetaalbaar in die tijd. Onderzoek naar eventuele aantallen radiotoestellen in ons land in 1948 leverden geen cijfers op.
     
    De vraag is dan ook wie er op 12 mei 1948 in het begin van de avond naar de toenmalige Hare Majesteit de Koningin Wilhelmina luisterde. Zij richtte zich tot de land- en rijksgenoten in Nederland en de Overzeese Gebiedsdelen. Haar radio-rede begon met de woorden: “Land- en Rijksgenooten, als den dag van gisteren herinner ik mij nog den 12den Mei 1889, toen het veertig jaar geleden was, dat mijn onvergetelijke vader in Amsterdam werd beëedigd en ingehuldigd.
     
    Waar ik U over het wederom instellen van het regentschap van mijn dochter en daarmede verband houdende plannen voor de toekomst wil spreken, meen ik daarvoor geen beteren dag te kunnen uitkiezen dan dezen op één jaar na honderdjarigen herinneringsdag. Overgroote vermoeienis, die noch mijn werk, noch mijn gezondheid ten goede komt en die onder den druk van de uitoefening van mijn zware taak, geen kans krijgt over te gaan, noopt mij ten tweeden male mijn toevlucht te nemen tot een regentschap.
     

    Koningin Wilhelmina
     
    Maar er is meer! Er is de last van het klimmen der jaren, een achteruitgaan van veerkracht, weerstands- en arbeidsvermogen, van de krachten welke den geest onontbeerlijk zijn voor het nemen van verantwoorde beslissingen in de diepgaande en ingewikkelde vraagstukken, die er in den tegenwoordigen tijd maar al te vele zijn, Voor deze nuchtere werkelijkheid ben ik gesteld en ofschoon ik mij steeds ten volle bewust ben, dat de mensch slechts wikt en God beschikt, meen ik toch in het wèl begrepen belang van U allen en van het Rijk te handelen door het regeeringsbeleid toe te vertrouwen aan Juliana, die naast wijs inzicht ook haar, leeftijd voor heeft en over jonge, frissche krachten beschikt.”
     
    Vervolgens vertelde de koningin dat op verzoek van haar dochter de troonwisseling zou worden uitgesteld tot begin september 1948, puur met de gedachten dat op die manier haar 50-jarig regeringsjubileum gevierd kon worden. Nog vele woorden gericht op het volk volgden waarna ze haar dochter voor de toekomst veel succes en liefde van God toewenste. De vraag is natuurlijk niet alleen hoeveel radiotoestellen er inmiddels in 1948 weer binnen de huisgezinnen waren maar ook hoe een dergelijke toespraak destijds tot stand kwam.
     
    Allereerst valt te melden dat de toespraak plaats vond in de zogenaamde ‘Grijze salon’ van het Paleis Het Loo in Apeldoorn. Er waren drie vertegenwoordigers van de radio aanwezig, die zich bevonden in de er naast gelegen zogenaamde schrijfkamer. De P.T.T., verantwoordelijk voor de lijnverbindingen, had een verbinding tot stand gebracht over een gewone zendlijn van Apeldoorn naar de studio in Hilversum, waar de rede op gramofoonplaten werd opgenomen en om acht uur in de avond opnieuw werd uitgezonden.
     
    De apparatuur, die in het paleis nodig was, werd daardoor tot een minimum beperkt en kon in een gewone auto worden vervoerd. In de Grijze Salon stond slechts één microfoon opgesteld. Op uitdrukkelijk wens van Hare Majesteit werden er tijdens de rede geen foto’s gemaakt. Wie waren er aanwezig namens ‘de radio’? Het waren de afgevaardigden, de heer H. J. van den Broek, destijds ook bekend als ‘De Rotterdammer’ van Radio-Oranje en tevens een oude bekende van Koningin Wilhelmina. In 1948 was hij directeur van de Wereldomroep. Ook aanwezig was ir. P. A. I. Huijts, toenmalig plaatsvervangend commissaris van de technische dienst van de Nederlandse Radio Unie, en de heer L. H. H. Waterbeek, destijds chef van de lijn- en reportagedienst van de Nederlandse Radio Unie.
     

    H.J. Van den Broek
     
    Van den Broek stelde na afloop desgevraagd dat Hare Majesteit de rede op een prachtige ferme toon uitsprak. Ook meldde het trio dat de Koningin zich allerhartelijkst onderhield met de radiomensen. Wel was zij zichtbaar onder de indruk van de gebeurtenissen. Niemand van de hofhouding wist trouwens vooraf welk een belangrijk besluit de Koningin ging afkondigen.
     
    Om halfzes in de middag werd de orde van het huis onderbroken, zoals gewoonlijk wanneer de Koningin een rede uitsprak, om de op het paleis aanwezige radiotoestellen aan te zetten. De hofdames en leden van het personeel gaven openlijk blijk van hun verrassing over de mededelingen van Hare Majesteit, maar zij toonden zich voldaan over de wijze en de toon, waarop de Koningin de rede had uitgesproken. Vervolgens werd de gebruikte apparatuur weer ingepakt en in de auto gezet die vervolgens richting Hilversum vertrok. Het gewone leven op het Loo werd weer ingezet.
    Bronnen: Delpher kranten archief

    Archief Wereldomroep
    Foto: Archief Wereldomroep
     
    Hans Knot, 4 februari 2017
  5. Vincent
    Voor velen is het stellen van de vraag ‘Wat was eigenlijk het eerste specifieke programma gericht op de teenagers?’ vrij gemakkelijk te beantwoorden, omdat de naam van het programma als zodanig al vaak is genoemd in artikelen betreffende de ontwikkeling van de popradio in Nederland. Voor details inzake het eerste programma dient men echter naar de makers van het programma te gaan, want zoals zo vaak met programma’s uit die tijd is er niets op recordertape in de huiskamers vastgelegd.
     
    Volgens één van de makers ging op 11 september 1959 precies om vijf uur in de middag de eerste aflevering van ‘Tijd voor Teenagers’ de ether in. Het was het eerste en lange tijd ook het enige programma op de Nederlandse radio met popmuziek. Het werd uitgezonden door de VARA en aanvankelijk gepresenteerd door hoorspelacteur Dick van 't Sant onder de naam Dick Duster. Later nam presentator Herman Stok het roer over. Regisseur Co de Kloet, die bij de geboorte van het programma aanwezig was, heeft zo de nodige details van het eerste programma vastgelegd.
    In jaargang 8, nummer 4 van het tijdschrift Aether uit 1994 schreef hij over de beraadslagingen die aan de eerste uitzending vooraf gingen en meldde hij ondermeer: ‘De Nederlandse jeugd reageerde niet anders dan de jeugd elders in de wereld. En de Nederlandse platenindustrie had dezelfde belangstelling voor hoge oplagecijfers als overal waar een platenkopend publiek woonde, dat een paar centen te besteden had. Samen waren ze sterk. Wat in Amerika begon, zette gewoon door.’
     
    Hij stelde verder dat in het jaar van de eerste ‘Tijd voor Teenagers’, 1959, de omwenteling eigenlijk al wereldwijd was voltooid. Paul Anka maakte dat jaar zijn derde ‘million seller’ met ‘Lonely Boy’, Frankie Avalon zijn tweede met ‘Venus’, Freddy Cannon zijn eerste met het nummer ‘Talahassie Lassie’, net als Dion and the Belmonts met ‘A Teenager In Love’.

     
    Het was, volgens Co de Kloet, in dat licht bezien toch geen extreme verrassing, dat een maker van VARA-radiojeugdprogramma's, die ieder half jaar met nieuwe plannen diende te komen, in de zomer van 1959 met het voorstel kwam een platenprogramma te maken met die speciale teenagermuziek, aangevuld met reportages en interviews en dat alles aan elkaar gepraat door een echte presentator.
     
    Volgens De Kloet keek bijna iedereen verstoord op toen jeugdchef Joop Söhne het idee in de programmavergadering lanceerde: ‘Ik was daar overigens niet bij want de programmavergadering was destijds een bijeenkomst van afdelingschefs en hogere bazen. Zij beslisten gezamenlijk over het halfjaarlijkse radioschema. De leiders van de muziekafdeling spuwden vuur en wensten niets van het voorstel — te ordinair voor woorden — te weten. Anderen waren het wel eens met het voorstel.’
     
    Ary van Nierop was op dat moment ‘Hoofd Gesproken Woord’ bij de VARA. Hij stelde dat hij zo'n programma best onder zijn verantwoordelijkheid wenste te nemen en kwam meteen met de naam van het programma: ‘Tijd voor Teenagers’. Wel diende – mede gelet op zijn functie – men in het programma niet alleen muziek ten gehore laten brengen maar ook informatie via korte reportages.
     
    11 september 1959 precies om vijf uur ging dus, volgens De Kloet, het eerste programma van ‘Tijd voor Teenagers’ de ether in. Er was natuurlijk vooraf informatie in de kranten verschenen en er werd volgens een woordvoerder van de VARA die zaterdagmiddag goed geluisterd.
    Andermaal het verhaal van De Kloet: ‘De eerste uitzending leverde driehonderd brieven op, voor een jeugduitzending een ongekend aantal. Wat draaiden we in dit ‘eerste enige echte onvervalste programma voor alle Nederlandse teenagers,’ zoals Dick Duster in zijn eerste zin ‘Tijd voor Teenagers’ typeerde? In de juiste volgorde: Kansas City, door Pim Maas, de Nederlandse Elvis Presley; Waitin' in School, door Ricky Nelson; Middernacht Blues, door Willy Schobben op de trompet. Vervolgens uit de film ‘Als de dag begint’: You Gotta Learn, door Neil Sedaka; Living Doll, door Cliff Richard; Lonesome, door Monty Sunshine op de klarinet. Gevolgd door: Mamamama Marie, door The Gaylords; The Formula Of Love, door het duo Nina en Frederik en Louis Armstrong; en ook: Just Young, door Paul Anka, en You Are In Love, door Perry Como. Er was een reportage, gemaakt bij Vroom en Dreesmann in Utrecht, waar Ria Valk een door Joop van der Marel bedachte aanstaande dansrage, de Bam Bam Boe, introduceerde.
     
    Het was echter een item dat de luisteraar niet zou bereiken omdat het onderwerp door de afdeling ‘controle’ van de VARA de vrijdagmiddag voorafgaande aan de uitzending werd geschrapt. Ook beleidvoerders van de andere omroepen in Hilversum namen dezelfde middag nog een gelijkluidend besluit.

    Onder de kop ‘Radio Hilversum verbood de bam bam boe’ werden de lezers van de Muziek Parade, een maandblad voor de muziekliefhebbers en vooral gericht op de jeugd, in oktober 1959 op de hoogte gebracht van de besluitvorming. De ‘bam bam boe’ diende de opvolger te worden van de voorgaande ‘hoela hoep’ rage en een nieuw danssucces te zijn. Men ging er vanuit bij de redactie van Muziek Parade, dat als hoofdredacteur Guus Jansen jr. had, dat de lezer van het verbod tot draaien op de hoogte was.
     
    Het ware verhaal rond het verbod tot uitzending ontbrak echter en die werd deels geformuleerd middels een interview met Coen van Orsouw, de componist van het nummer en de tekstschrijver Joop van der Marel. Bij dit interview was ook een 18-jarig zangeresje aanwezig dat in korte tijd al aardig populair was geworden en het nummer als haar allereerste single op het Fontana label had opgenomen. Ze was al bij twee werkgevers aan de slag geweest en de eerste had haar aangeraden een andere keuze te maken want hij was het niet zo eens met haar rock and roll kreten en haar ferme danspassen. Met andere woorden: ‘de vrijheden die deze jonge dame koos pasten niet bij zijn onderneming’.
     
    Vervolgens ging ze aan de slag als zangeres van cowboyliedjes in Amsterdam, in de bedrijven eigendom destijds van Kees Manders. Maar het succes kwam vooral door haar optreden in het AVRO-programma ‘Nieuwe Oogst’. Vervolgens was het Roel Balten van dezelfde omroep die haar contracteerde voor het programma ‘La Courtine’, een programma speciaal voor de soldaten die in de Franse plaats langdurig waren gelegerd.
    We hebben het over Ria Valk, die in La Courtine een ware ovatie ontving en wiens vader snel haar zakelijke belangen ging vertegenwoordigen. Hij zag een groot succes op de loer liggen. Maar ook voornoemde Van Orsouw en Van der Marel zagen het helemaal in de jonge Brabantse zitten en besloten voor haar een nummer te gaan schrijven. Het idee van de ‘bam bam boe’ was enige maanden eerder ontstaan in de Perry Comoshow, waarin de zanger een liedje zong met een soort rolachtig apparaat in zijn handen.
     
    Met dit apparaat werd op ritme van het liedje op de knieën geslagen Coen en Joop vonden het een leuk ideetje en besloten iets soortgelijks in Nederland te introduceren als een nieuwe dans. Voor die danspassen, die erbij dienden te komen, riepen ze de hulp in van de destijds bekende Nederlandse danser Jan Daniëls die vele malen internationale dansconcoursen voor ons land had gewonnen.
     
    Het verhaal gaat dat men op weg ging naar Hilversum om het geheel bij platenbazen onder de aandacht te brengen en men plotseling
    besefte dat er nog geen goede tekst was gecomponeerd. Coen van Orsouw zou vervolgens binnen 5 minuten op een parkeerplaats bij een benzinestation, even buiten Amsterdam, het melodietje compleet hebben gemaakt en werd het ‘Dans de bam-bam-boe’.
    Uiteindelijk werd het nummer uitgebracht op het Fontanalabel en het klonk als volgt:
     

    En de tekst was als volgt:
    De Bam-Bam-Boe die leer je zo
    Je sluit je been maar aan
    Je draait 'n keertje in het rond
    Je komt weer recht te staan.
    En dit herhaal je nog een keer
    Maar nu de draai alleen
    De heer slaat met de Bam-Bam-Boe
    En zij danst om hem heen.
     
    Refrein:

    De Bam-Bam-Boe, de Bam-Bam-Boe
    Tra-la-la-la-la
    De Bam-Bam-Boe, de Bam-Bam-Boe
    Danst 'n ieder na
    De Bam-Bam-Boe, de Bam-Bam-Boe
    Uit Dominica.
    U ziet hoe simpel of het gaat
    Toe blijft niet langer staan
    Kom dans een keertje met ons mee
    Je sluit je been maar aan
    Het is 'n dans voor groot en klein
    Zo uit Dominica
    En als je 'm een keer hebt gezien
    Dan doe je hem al na.
     
    Refrein
     
    M'n kleine zus m'n grote broer
    En ook m'n pa en moe
    Ze dansen nu niet anders meer
    Alleen de Bam-Bam-Boe.
    En elke dag is weer een feest
    Door deze nieuwe dans.
    Kunt u niet dansen g'looft u mij
    Hier is uw mooiste kans.
     
    Refrein
     
    Aangenomen werd dat misschien de tekst van het liedje de oorzaak kon zijn voor het verbod op de radio maar dat lijkt me, gezien het bovenstaande, niet het geval te kunnen zijn. Of het diende te zijn dat het slaan door de mannelijke partner van invloed was geweest. Na diverse kranten van rond die tijd te hebben uitgespit, kwam ik terecht bij een bericht van 12 september 1959 waarin werd gemeld dat de AVRO leiding had besloten dat men op samenwerking met de 29-jarige Joop van der Marel geen prijs meer stelde.
     
    Een week eerder had deze op wel een heel commerciële manier zijn ‘bam bam boe’ kindje gepresenteerd in het televisieprogramma ‘Weekendshow’, zonder dat dit vooraf was overlegd met de leiding. De toenmalige AVRO-directeur D. Repko stelde over deze maatregel, die hij persoonlijk had genomen: “Wij hebben dit gedaan omdat we de houding van de heer Van der Marel, die ons in de val heeft laten lopen met zijn ‘Bam-bam-boe’ betreuren. Hij heeft zonder dat hij ons hier van te voren voor gewaarschuwd heeft reclame in onze uitzending gebracht. We vonden dit aanleiding genoeg om hem de eerste tijd niet meer in onze televisieprogramma's te laten optreden.”
     
    Bovendien werd er door Repko een einde gemaakt aan het steeds weer draaien van de ‘Bam Bam Boe’-grammofoonplaat op de radio. Wat bleek? In de Weekendshow van de voorafgaande zaterdag had Van der Marel door het danspaar Lies en Jan Daniels de toen nieuwe dans, de Bam Bam Boe, laten demonstreren. Bovendien liet men in dit programma zien, wat de ‘Bam Bam Boe’ eigenlijk was. AVRO-producer Ger Lugtenburg, die de leiding van deze uitzending had, was er niet van op de hoogte dat Joop van der Marel het tv-progranma gebruikte om zijn Bam Bam Boe, waar hij de week van te voren de Nederlandse warenhuizen mee had bevoorraad, te introduceren. Het was echter het startsein voor een massale verkoop van de Bam Bam Boes, die de maandag na het programma in de winkels te koop waren. Ook waren er grammofoonplaten en slingers in de markt gezet.
     

    Joop van der Marel en Ria Valk en de ‘bam bam boe’

    Vanuit de AVRO-leiding werd met angst gekeken naar het reclame-element in de betreffende uitzending. Andere omroepen eisten een gedegen onderzoek maar de AVRO-directie was dus een stap verder gegaan en had Joop van der Marel al de deur gewezen. Nadat de leiding van de AVRO deze reactie had bekend gemaakt, besloot ook de VARA voorzorgmaatregelen te nemen en werd op de vrijdag voor de eerste uitzending van ‘Tijd voor Teenagers’ besloten het item over de Bam Bam Boe uit het programma te schrappen. Joop van der Marel was er teleurgesteld over want, zo meldde de Telegraaf op 12

    september 1959, de Bam Bam Boe werd goed verkocht. En Ria Valk? Zij werd bijzonder succesvol gedurende vele decennia.
    Nader onderzoek naar de startdatum van het programma ‘Tijd voor Teenagers’ leerde dat het ging om zaterdag 12 september 1959 en ook het aanvangsuur was anders dan Co de Kloet meldde. Vanaf half 6 tot half 7 was de eerste aflevering te beluisteren op Hilversum I via de VARA en werd aangekondigd in het programmaschema als: ‘Voor de Jeugd’.
     
    Bronnen: Aether, Soundscapes online Journal for Music and Media Culture, Telegraaf archief en Muziek Parade oktober 1979.
     
    Hans Knot, 11 februari 2017
  6. Vincent
    De keuze van radio- en muzikale herinneringen kwam deze keer tot stand nadat ik een telefoontje kreeg van Ferry Bosman, die menigeen zich kan herinneren als Ferry Eden en die in de jaren zeventig al via Radio Mi Amigo was te beluisteren. Eén van de redenen van het telefoontje was om er achter te komen of in mijn archief ook opnamen zijn terug te vinden van afleveringen uit 1977 van de Mi Amigo top 50, zoals iedere week door het station werd uitgezonden. De lijsten van het merendeel van de uitzendingen zijn nergens te vinden en dus werd er speurwerk ingezet.

    Aan een aantal intensieve luisteraars uit die dagen, waarvan bekend is dat men ook veel programma’s opnam in die jaren, werd dezelfde vraag gesteld. Maar ook die actie leverde geen opnamen van belang op. Een volgende gedachte van Ferry was of er misschien nog lijsten waren terug te vinden in oude exemplaren van het Vlaamse poptijdschrift Joepie, destijds een uitgave van een onderneming van Sylvain Tack, die ook eigenaar was van Radio Mi Amigo. Ik herinnerde me weer dat een mede-inwoner van Groningen en tevens participant in de Stichting Media Communicatie – Jan-Fré Vos, in het bezit is van ingebonden kwartaalgangen van het tijdschrift en gaf hem aan te zoeken naar een bepaalde lijst uit de maand maart 1977, de lijst die Ferry gaarne wenste te bewerken voor heruitzending. Diegene die de radioscene niet zo goed volgen kan ik melden dat Ferry Eden met bepaalde regelmaat de RNI Top 50 en de Mi Amigo (Jopie) Top 50 nieuw leven inblaast met prachtige resultaten.

    Reeds de volgende ochtend nam ik een blik in de eerste kwartaalgang van 1977, dit nadat Jan-Fré me had verteld dat de lijsten in 1977 niet meer werden afgedrukt in het tijdschrift en dat slechts een Joepie Top 20 was terug te vinden, dit in samenhang met de publicatie van andere hitlijsten in het blad. Maar het bladeren in het jaargang bracht me toch weer direct terug in de tijd. In 1977 was het voor vele aanhangers van de vrije radio nog steeds een kwestie van mijden van de programma’s van wat men toen ‘het popstation Hilversum III’ noemde en dan bleef de keuze in die tijd vrij beperkt. Het was in de avonduren in de fading afstemmen op de 208 meter middengolf en het geluid van Radio Luxembourg of zoveel mogelijk luisteren naar de programma’s van Radio Mi Amigo en Radio Caroline, die beiden vanaf het zendschip Mi Amigo voor de kust van Engeland in onze oren nog echte goede radio verzorgden.

    Het blad Joepie bracht in kleur en zwart wit op een prachtige manier destijds datgene waar de Vlaamse jeugd, maar ook de sterke aanhang van Radio Mi Amigo zich mee bezighield. Het blad Joepie was dan ook volop te koop in de tijdschriftenhandel. Je werd bijgepraat over de artiesten die veel te horen waren uit de Vlaamse platenstallen. Willy Sommers kwam veelvuldig voorbij en kreeg dan ook in het blad de nodige ruimte. In eerste instantie kreeg hij het aan de stok met een Italiaan die hem op een podium aanviel in St. Pieters Leeuw terwijl niet veel later, na een optreden in het zelfde plaatsje, hij betrokken raakte bij een tamelijk zwaar ongeluk. Uiteraard werd het verhaal opgedikt met liefst vijf foto´s van de gecrashte auto. Verdriet in vooral meisjesslaapkamers in Vlaanderen.
     


    In Nederland waren er volop discussies over de te commerciële acties die door sommige omroepen werden gedaan. Zo maakte men teveel reclame voor ‘eigen huis’ in de programma’s en waren medewerkers in vaste dienst te veel op pad om bij te schnabbelen in het land. Opmerkelijk waren de uitstapjes die vanuit de AVRO werden gemaakt naar Vlaanderen, want de mogelijkheid ontstond om mee te doen aan ‘zaalversies’ van AVRO’s weekend kwis met presentator Fred Oster. Tevens die avond een optreden van Willy Sommers. Het een en ander werd georganiseerd door het Dagblad het Laatste Nieuws, Joepie en Bauknecht. Dit onder het motto: ‘Ook jij kunt nog met je hartedief deelnemen aan deze spannende en prettige tv-kwis waaraan vele waardevollem prijzen zijn te verdienen. Je moet maar jong zijn en met plannen rondlopen om de huwelijkszee te gaan bevaren’. Nee, op huwelijksreis naar het zendschip Mi Amigo was er niet bij inbegrepen.

    Natuurlijk was er 2,5 jaar eerder een mooie gelegenheid geweest voor het toen redelijk nieuwe station Mi Amigo de luisteraars die fervent aanhanger waren van Radio Veronica en RNI naar zich toe te trekken middels het brengen van soortgelijke populaire programma’s. Het zou trouwens tot midden januari 1976 duren alvorens er echt ingezet werd op gedeeltelijke liveprogrammering. Hier werden in eerste instantie Jan van der Meer en Bart van Leeuwen, als Tim Ridder, ingezet maar tegen de zomer waren ook andere namen bekend van nieuwe medewerkers als Marc Jacobs en Frank van der Mast. Vermakelijke programma’s wisten deze Nederlanders tussen de Vlaamse presentatoren te brengen, daarbij ook ondersteund door andere Nederlanders die hun heil hadden gezocht in de studio’s in Playa de Aro, alwaar programma’s op tape werden opgenomen: Stan Haag, Michelle en Joop Verhoof zijn, in willekeurige volgorde, de namen van hen.

    Vrij direct nadat in 1974 Radio Mi Amigo was begonnen werd er vanuit België naar de diverse kranten, ook in Nederland, een persbericht verstuurd, waarin uitgebreid melding werd gemaakt over de enorme populariteit die het nieuwe station in België, met name in Vlaanderen, had. Het waren cijfers die ik destijds maar snel heb vergeten en me deden denken aan de enorme hoge cijfers die stations als Radio Caroline en Radio London zichzelf destijds in de jaren zestig aan hadden gemeten in persberichten. Misschien dienden we toch af te gaan op de mening van lezers van de diverse muziektijdschriften in hun jaarlijkse populariteitspolls.

    Ook de redactie van Joepie had eind 1976 haar lezersschare opgeroepen de poll van het tijdschrift in te vullen. En op de redactie was men heel blij dat er liefst meer dan 6000 ‘stemformulieren’ per post waren binnengekomen en de redactie daardoor een prachtig overzicht kon maken. Een blik op de uitslagen, veertig jaar na dato, leert me dat in bijvoorbeeld de categorie ‘groepen’ de formatie Trinity nummer 1 stond en op 2 The Dream Express. Deze groep had drie leden die voorheen in 1970 al voor Nederland hadden deelgenomen aan het Eurovisie Songfestival onder de naam ‘Hearts of Soul’. Derde in de lijst stond de formatie Octopus. Beide laatst genoemde groepen hadden voor Radio Mi Amigo jingles ingezongen, hetgeen hen nog meer faam en dus punten opleverden in de poll.

    Als populairste radioprogramma in de categorie ‘Binnenland’ kwam het BRT-programma ‘West Point’ op nummer 1. Al 6 jaar eerder was er in Haren bij Groningen een ziekenomroep opgestart met dezelfde naam, waar ik programmaleider was. Hoewel, de naam was ook in Haren niet zo origineel: ‘West Point BBMS’, wat Beatrixoord Better Music Station betekende. Gaf me wel een vreemd gevoel dit na zo veel decennia terug te zien.
    De eerder genoemde Willy Sommers had, als het ging om de populairste zanger van België, stuivertje gewisseld met Wil Tura, die verkozen werd tot populairste zanger. 1977 was ook het jaar van het vieren van zijn vierde lustrum als bekend artiest. Bij de zangeressen was de eerste plaats voor Ann Christy, ook een veel gedraaide zangeres op Radio Mi Amigo. In de categorie Radiopresentator Binnenland was het Jo met de Banjo die als nummer 1 uit de bus kwam. Geen enkele medewerker van Mi Amigo werd genoemd daar die niet binnen de categorie ‘binnenland’ vielen.

    Als je kijkt naar de resultaten van de populairste hitlijsten stond de BRT Top 30 in 1976 op de eerste plaats, vreemd genoeg gevolgd door de Joepie Top 20, die volgens mij destijds nergens meer werd uitgezonden. In liefst 30 categoriën diende de lezen een mening te geven.
    Dan maar eens kijken hoe de situatie er uiteindelijk uitzag in een aantal categoriën dat volgens de poll onder ‘buitenland’ viel. We gaan er drie van vermelden. Allereerst de categorie ‘beste radioprogramma’. Voor het tweede jaar in successie behaalde de Mi Amigo Top 50 de eerste plaats, gevolgd door Arbeidsvitaminen van de AVRO. Er waren nog meer programma’s vanaf zee, die binnen de Top 10 eindigden. Zo kreeg ‘Baken 16’ van Radio Mi Amigo, dat haar vuurdoop in de zomer van 1976 kreeg, voor het eerst een notering en wel op plaats 6. Twee plaatsen lager het programma waar geld mee kon worden verdiend ‘Cash Casino’. Jammer was wel dat Stan Haag zijn Jukebox kelderde van de 4de naar de 9de plaats in de top 10 van de populairste radioprogramma’s.
    Als het ging om de meest populaire presentator kwam Ad Visser van de AVRO op nummer 1, gevolgd door Stan Haag van Mi Amigo en Joost den Draaier die doordeweeks destijds nog bij de NOS was te beluisteren in het begin van de avonduren op Hilversu III. Ook Ferry Maat was populair in Vlaanderenland want hij pakte plaats vier. Tim de Ridder, ofwel Bart van Leeuwen kwam binnen op de lijst op nummer 7 en eindigde daarmee boven Lex Harding.

    Tenslotte de categorie beste buitenlandse radiostations en U raadt het al Radio Mi Amigo op nummer 1, gevolgd door Hilversum III en de BRT2. Radio Luxembourg stond op 5 en Radio Caroline op nummer 8. Ondertussen gingen in Vlaanderen de voorbereidingen van start voor de voorronden van het Eurovisie Songfestival. Drie formaties mochten dat jaar voor Vlaanderen strijden voor een plek in de Europese finale. Het zijn bekende namen van Radio Mi Amigo, die vaak genoeg voorbij kwamen: Two Man Sound, Trinity en The Dream Express. Ze hadden wat goed te maken want een jaar eerder, in 1976, had België met een afvaardiging uit Wallonië slechts de voorlaatste plaats behaald. Wie er uiteindelijk van de drie formaties destijds heeft gewonnen, horen we een andere keer.

    Hans Knot, 18 februari 2017
  7. Vincent
    Programmamaker Felix Meurders (70) maakte nieuws-, sport-, muziek- en consumentenprogramma’s op radio en televisie, maar dankt zijn bekendheid nog altijd vooral aan zijn periode als deejay, tussen 1968 en 1986 bij Radio Luxemburg en Hilversum III.

    Het was de VARA waarvoor hij het vaakst actief was. Op 1 januari 1974 werd hij naar de omroep gehaald. Opvallend genoeg niet als deejay, maar als interviewer in het toen nieuwe politieke radioprogramma De Rooie Haan.

    Sinds september 2015 is Felix min of meer met pensioen. Hij stopte toen met het dagelijkse programma De Nieuws BV op Radio 1. Net als die andere mastodont van de deejaygeneratie uit de jaren zeventig houdt hij de feeling met zijn oude métier door één vast programma per week. Frits Spits beperkt zich tegenwoordig tot De Taalstraat op zaterdag op Radio 1, Felix is vrijwel tegelijkertijd te horen op Radio 2, nog altijd met dat programma vol politieke interviews en satire en livemuziek, dat alweer enkele decennia Spijkers met Koppen heet, maar in wezen een voortzetting is van De Rooie Haan.

    Felix en Frits vormen de buitencategorie die het verdere verloop van hun carrière in het omroepbestel verder in eigen hand lijken te hebben. Zolang Felix op de radio wil blijven, zal een zendercoördinator van goeden huize moeten komen om ‘Spijkers’ te schrappen. Frits heeft een vergelijkbare positie. Hij werd, toen hij de pensioengerechtigde leeftijd bereikte door de KRO min of meer gesmeekt of hij nog een jaartje Tijd Voor Twee wilde blijven doen op Radio 2. Hij deed dat en kon daarna zijn loopbaan als deejay afsluiten met de mededeling dat hij ‘zijn muzikale verhaal wel verteld had’. Tijd voor die andere liefde, de taal.

    Frits keerde na zijn veertigste nog een paar jaar terug op de popzender voor hij als 47-jarige naar Radio 2 verkaste. Felix was streng voor zichzelf: als deejay wild hij niet ouder dan 40 worden. En verdraaid: in de week waarin hij die leeftijd bereikte, vertelde hij zijn chef dat hij was gestopt op Hilversum III. Geen afscheidsprogramma, in één keer klaar. Vanaf augustus ’86 was Felix ‘enkel’ nog te horen als nieuws- en sportpresentator en bleef hij zijn oud radioliefde op zaterdagmiddag trouw. Niet dat het deejay-gen daarmee helemaal was uitgeschakeld: wie Felix in de afgelopen drie decennia beluisterde, kon altijd merken dat hij van een afkondiging van een plaat net iets meer maakte dan het onvergetelijke ‘En dan nu: muziek van een cd’, waarmee Henk van Hoorn – een terecht gevierd journalist, daar niet van – ooit van zich deed spreken.

    ‘De winst van mijn deejayloopbaan: dat ik heb leren improviseren’, liet Felix ooit optekenen. Dat is nog steeds te horen. Anno 2017 is Felix de vroegere pensioenleeftijd met vijf jaar gepasseerd, ook de inmiddels tot 67 jaar groeiende pensioenleeftijd heeft hij reeds lang achter zich gelaten. Een politicus of andere gast die Felix tegenover zich vindt, weet dat hij in Spijkers te maken krijgt met een interviewer die al bijna vijftig jaar weet hoe hij zich moet gedragen achter een microfoon in een zaal vol publiek en die – alleen al op basis van Spijkers / De Rooie Haan 43 jaar politieke dossierkennis in de achterzak heeft. En dan was hij ook nog jarenlang presentator van actualiteiten op Radio 1 en het consumentenprogramma Kassa op televisie. Ook geen baantjes waarbij je je met een kluitje in het riet laat sturen.

    Dat was weer eens heel goed  te merken op de laatste zaterdag voor de Tweede Kamer-verkiezingen van maart 2017. Henk Krol van de partij 50 Plus had de zondag daarvoor de lachers op zijn hand gekregen in het Carrédebat op RTL-4. Interviewer Diana Matroos was er ingehuurd om de politici ‘op hun nummer te zetten’, maar de enige die op haar nummer werd gezet, was de arme interviewster. Door Krol, die niet accepteerde dat zijn half afgemaakte antwoord alweer werd onderbroken door de volgende vraag en onverstoorbaar doorging met zijn monoloog, hoezeer Matroos ook trachtte hem ‘tot de orde te roepen’.

    Felix Meurders had in Spijkers meer tijd voor een kritisch gesprek met Krol. ‘’Ik durf u na Diana Matroos niet meer te onderbreken, hoor! Praat vooral door!,’’ zei Felix, maar dan wel op een toon die Krol in feite dwong zijn verhaal zeer snel af te ronden. Inhoudelijk liet Felix in elke vraag en in elke reactie op Krol’s antwoorden duidelijk merken dat hij niet alleen het verkiezingsprogramma van 50 Plus heeft gelezen, maar ook de historische kennis over de demografische ontwikkelingen in de afgelopen decennia in grote lijnen paraat heeft. ,,Die ouderen die er slecht aan toe zijn, dat zijn er veel en veel minder dan vroeger. Die ouderen van nu hebben hun hypotheek afbetaald met een renteaftrek tot in het oneindige. Heel veel mensen hebben een premievrij pensioen opgebouwd. Dat kon in de jaren tachtig. Een beetje delen met de volgende generaties kan toch geen kwaad, mijnheer Krol?”

    Dat is nou zo’n tekst die een Diana Matroos niet van haar redactie op haar spiekbriefje had gekregen. Natuurlijk is ook Felix’ interview met Henk Krol voorbereid door de redactie. Maar wat er op het Uur U uitkomt in een live-uitzending, is toch echt de combinatie van kennis, improvisatievermogen en talent.

    Of je dan het 27-jarige ‘jonkie’ bent dat als interviewer debuteert in de periode dat het Kabinet Den-Uyl de Autoloze Zondag afkondigt of je legt 43 jaar later de ouderenpartij van je generatiegenoot Krol het vuur écht na aan de schenen, dan ben je ook op je zeventigste gewoon relevant.
  8. Vincent
    Vorige week heb ik per ongeluk de Google Chromecast Audio besteld. Eigenlijk had ik de gewone Google Chromecast nodig om naar Netflix te kijken. De webwinkel waar ik hem heb besteld doet nooit moeilijk over terugsturen, maar toch heb ik besloten dit niet te doen omdat ik eigenlijk wel nieuwgierig ben naar de mogelijkheden van het apparaat.

    Even voor wie het nog niet weet. Met de Google Chromecast kan je makkelijk video streamen van een telefoon of tablet naar de TV. Dit doe je binnen je eigen netwerk thuis. Als je Netflix wilt kijken op de TV open je de Netflix app op de smartphone en klikt op het ‘cast’ logo in de app. Vervolgens selecteer je de film of serie. Hij start direct op de TV, de telefoon is je afstandsbediening. Google Chromecast maakt zelf verbinding met de Netflix server en streamt van daar uit naar de TV. Het kost daardoor geen data of stroom van de smartphone.

    Ik heb dus de Google Chromecast Audio niet teruggestuurd maar aangesloten op de aux-ingang van de stereo installatie en met behulp van een Android smartphone aangemeld bij het draadloze netwerk. Toevallig heb ik een Android, maar het kan ook met een iPhone. Binnen een paar minuten werkt het.

    Buitenshuis luister ik inmiddels alleen nog maar naar internetradio of Spotify. Maar thuis in de huiskamer is het nog wisselend de tuner van de stereo-installatie, de oude gereviseerde Philips plano uit 1964 of de radiokanalen van de TV. Maar de verkeerde bestelling van € 39,- heeft ervoor gezorgd dat al deze apparaten voor radio luisteren wat mij betreft overbodig zijn.

    Ontvangst van de lange-, midden- en korte golf in de huiskamer is door de electro smog niet meer mogelijk en daarom afgeschreven. De FM wil men vervangen voor DAB+ omdat het kwalitatief een beter geluid heeft en meer zenders biedt. Dat laatste klopt, je krijgt meer zenders dan de FM. Zelfs meer dan wat de TV aan radiokanalen biedt. Maar met de Google Chromecast Audio, mijn Android telefoon en de TuneIn app beschik ik nu over alle radiostations die via het internet uitzenden, inclusief hun podcasts. En als ik even geen radio wil luisteren maar alleen muziek wil horen? De Spotify app openen, op het ‘cast’ logo klikken en de muziek starten. En dat allemaal met één vinger.

    Het is dus de bedoeling dat we in de toekomst de FM inruilen voor DAB+. Maar met de Google Chromecast Audio heb ik de opvolger van de ‘DAB-doos’ al in huis. ‘Foutje, bedankt’ zullen we maar zeggen.

    Vincent Schriel, 10 juli 2017
  9. Vincent
    De tweede helft van de vorige eeuw kenmerkte zich door tal van innovaties op mediagebied, niet in het het minst waren de vele zeezenders daar een onderdeel van. Minstens een dubbel dozijn haalden de ether, het ene project succesvoller dan het andere. Niet te tellen zijn evenwel de plannen die nooit uitgevoerd werden. Sommige bestonden enkel in de gedachten van fantasten. Het Belgische Radio Marina is er één van. Een (waan)idee van de uit Lokeren afkomstige, maar in Gent beter bekende Valère Broucke. De man had eerder een faillissement achter de rug met een elektriciteitszaak en was bekend als oplichter van een restauranthouder. Daarom stond hij in 1969 op de lijst van gezochte personen. Maar niets weerhield hem ervan om een zeer opmerkelijk radiohoofdstuk te schrijven. Zo goed als vergeten, nu voor het eerst helemaal verteld.

    Het is 1970 als voor het eerst de naam Radio Marina opduikt in Vlaanderen. De link naar de succesvolle Nederlandse ‘radiopiraat’ Veronica, in de lucht sedert mei 1960, is snel gelegd. Beiden hadden zusjes kunnen zijn. Maar het verhaal liep anders. Naar eigen zeggen borrelden bij Valère Broucke de plannen al vele jaren eerder op. Een gevolg van de korte, maar opvallende avonturen van Radio Antwerpen, eind 1962 (oktober-december) uitzendend vanaf de MV Uilenspiegel. Een klein decennium later begon Broucke voormalige dj’s van Uilenspiegel en van de Nederlandstalige service van Radio Luxemburg te benaderen. Het commerciële station uit het Groot Hertogdom had eind 1969 de meeste Nederlandstalige programma’s geschrapt met als gevolg dat er flink wat potentiële radiomakers geïnteresseerd waren in een nieuw groot project voor de Lage Landen. Ook bij enkele Uilenspiegel-medewerkers was het vlammetje nog niet gedoofd. Omdat enkel de openbare omroepen BRT-RTB uitzendingen mocht verzorgen in België, kon niemand zijn ei op een andere plek kwijt. Er was dus aardig wat talent voor handen.
     


    Valère Broucke in het Zondagsblad van 7 februari 1971: “Uilenspiegel deed de Westhoek daveren van enthousiasme. Dat was nu eens een radio! Ik zag brood in dat succes. Waarom het zelf niet eens proberen? Ik heb acht jaar lopen piekeren tot ik op een goede dag al mijn moed in handen nam en naar vennoten begon te zoeken om het nodige geld bij elkaar te krijgen. Tot één van mijn medewerkers er met de centen vandoor ging. Was dit niet gebeurd, dan waren we al in de lucht. Het schip bleef ook nog langer in herstelling dan voorzien. Weinig schepen zullen zo degelijk uitgerust zijn als mijn radioschip. Ik zal het de naam geven van mijn zoon Marc en het station zal ik dopen naar mijn dochter Marina. Die naam zal inslaan als een klok.”

    ‘Universitaire’ hulp
    Eén van de eerste en meest bekende potentiële medewerkers van het project, die eerder zijn sporen had verdiend in de wereld van de radio, moest Pit Jager (géén Piet) worden. De Antwerpenaar was de programmaleider geweest bij Radio Antwerpen/Uilenspiegel. Al stond er toen wel nog een letter ‘i’ in zijn voornaam. In beide gevallen betrof het een synoniem want de man werd immers als Piet Yaeger gedoopt. Ook zijn Parijse vrouw Micheline presenteerde bij de zeezender. Zij maakte wekelijks een Franstalig uur. Na de Noordzee trok Pit naar Radio Luxemburg om nadien het wereldje van de media vaarwel te zeggen en in de circuswereld te belanden, tot ver na de pensioengerechtigde leeftijd.

    Broucke klopte ook aan bij de Belgisch afdeling van de Free Radio Association (FRA). Een club van Britse origine die ijverde voor vrije radio, ontstaan in de nadagen van de Britse zeezenderstations. Toen het in de tweede helft van 1967 de Britten verboden werd om mee te werken aan uitzendingen vanaf zee, probeerde de organisatie het tij te keren mits het mobiliseren van zoveel mogelijk luisteraars. In andere Europese landen ontstonden lokale afdelingen. In België vertegenwoordigde Ronny Major uit Oostende de FRA. Via hem beschikte Valère Broucke over een onschatbare bron van (achter)grondinformatie. Kortom, in zowat alle lagen van de maatschappij was het enthousiasme groot. De vijver waaruit kon worden gerecruteerd leek eindeloos. Eindelijk zou de nationale omroep concurrentie krijgen. Radio Marina zou de Vlaamse versie van Radio Veronica worden.
     

    Valère Broucke

    Iedereen werkte gratis, de plannen waren immers zo mooi. Bovendien kon Broucke zijn verhaal prima aan de man brengen. Hij zag er niet uit als een zakenman, maar zijn lichtblauwe ogen straalden blijkbaar vertrouwen uit. Er kwamen studenten bij van de Gentse Universiteit, contacten werden gelegd met diverse platenmaatschappijen en potentiële adverteerders. Er werden Marina-lidkaarten, stickers en allerhande promomateriaal gedrukt. Enkele showavonden volgden. De medewerkers werd door Broucke eerst verteld dat het om een Engels project ging dat voor de helft zou betaald worden door de Free Radio Association. Die hadden alles bijeen minstens 500.000 leden. De andere helft van het kapitaal zou ingebracht worden door de Marina-organisatie.

    Geen officiële licentie
    Via Ronny Major werd op 28 oktober 1970 zelfs een officiële zendvergunning voor België aangevraagd bij de minister van PTT. In de toenmalige CVP-regering (christen democraten) van Gaston Eyskens was Eduard Anseele (socialistische partij BSP) bevoegd. Omdat België nog niet opgedeeld was in gewesten, betrof het een licentie voor het hele land. Maar er kwam geen reactie. Volksvertegenwoordiger Luc Vansteenkiste uit Kortrijk en lid van oppositiepartij Volksunie (Vlaams nationalistisch), werd ingeschakeld. Hij interpelleerde de minister over het uitblijven van een antwoord. Die beweerde nooit iets te hebben ontvangen. Een nieuwe poging, dit keer via een aangetekend schrijven, werd op 6 februari 1971 gedaan. Ontkennen dat er geen documenten op het kabinet waren bezorgd, zou niet meer kunnen. De minister liet daarop weten dat er geen frequenties beschikbaar waren.



    Valère Broucke: “Dat is larie. Een tijdje geleden heeft het Amerikaanse leger nog twee steunzenders gekregen in België, één in Chièvres en nog één in Brussel. De regering heeft er niet bij te verliezen. De staatskas zou er wel bij varen. Denk maar aan de belastingen op al die reclamespots. Er is genoeg geld te scheppen om het defeciet van de BRT en de RTB samen te delgen. Bovendien zitten de luisteraars te smeken naar een commerciële radiostation. Ons schip is 95 meter lang en er staat een mast op van 75 meter. Het is een oude oorlogsboot.“

    Het is duidelijk dat Valère Broucke het over de MV Galaxy had, het voormalige zendschip van Radio London (1964-1967). Of de Vlaamse radiobaas in spé eigenhandig fotomateriaal aan de krant bezorgde, of het Zondagsblad haar eigen redactie archieffoto’s liet bewerken, is onbekend. De lezers vonden wel twee ‘opnames van Marina’ terug in hun weekblad. Op één daarvan is echter de boordstudio van Big L te zien met Dave Dennis aan het werk in 1965. Het onderschrift luidde: “Een oefening in één van de studio’s op het schip van Radio Marina. De studio is authentiek. De disc-jockey is intussen vervangen.” Ook een afbeelding van de MV Galaxy werd afgedrukt. Op de romp van het schip was de naam Radio Marina te zien. Evenwel niet geschilderd op het schip zelf, wel aangebracht op de foto.

    Ambassades bezoeken
    Diverse ambassades kregen een bezoekje van het Marina-team. In ruil voor een officiële zendvergunning zou men er de maatschappelijke zetel onderbrengen. Wat meteen een bron van inkomsten zou betekenen. De belastingen moesten immers daar betaald worden. Rusland was eerst aan de beurt omdat men tijdens de koude oorlog nu eenmaal overal spionnen probeerde te plaatsen. Griekenland, dat toen een dictatoriaal kolonelsregime kende, volgde. Hen werd beloofd dat zij de tweede zender van Marina, die bedoeld was voor Franstalige uitzendingen, zouden mogen gebruiken voor propaganda. De kolonels wilden graag de vele Griekse staatsburgers die in Duitsland woonden, kunnen bereiken via de radio. Ook de Japanse gouverneur kwam aan de beurt. Dat land probeerde immers de Europese markt te veroveren met auto’s en electronica. Zij zouden gratis reclame krijgen voor hun producten. Zuid Afrika volgde, het Apartheidsregime kon alle steun voor zijn politiek gebruiken. Tot slot werd Rhodesië (nu Zimbabwe) benaderd.

    Valère Broucke werd overal ontvangen, helaas nam niemand hem serieus. Maar hij gaf niet op: “Desnoods beginnen we uit te zenden met de vergunning van communistisch China”, liet hij optekenen in de pers. “Want die hebben we. Veel bescherming kan de volksrepubliek ons wel niet bieden, maar een vergunning is een vergunning. En een vlag is een vlag!”. Een aantal medewerkers begon echter achterdocht te krijgen. De startdatum werd keer op keer opgeschoven. Bovendien had nog niemand het schip, toch een cruciaal onderdeel voor een zeezender, echt gezien.
     

    Marina secretaresse Linda, Ronny Major, Pierre Deseyn en Tony Martino

    Door de mand gevallen
    Valère Broucke bleef nieuwe mensen binnenhalen. Hij kwam in contact met Pierre Deseyn uit Sint-Amandsberg, de Belgische vertegenwoordiger van de Britse Free Radio Organisation, een soort conculega van de FRA. Ook hij werd een manusje van alles. Zijn kennis over het hele reilen en zeilen binnen het offshore radiowereldje was alweer mooi meegenomen. (In 1970 zou Pierre bij Radio Northsea International belanden. Hij produceerde en presenteerde samen met AJ Beirens ‘RNI goes DX’, een zondags programma dat te horen was via de kortegolfzender van RNI. Ook de legendarische reeks ‘De geschiedenis van de zeezenders’, die op zondagnamiddag werd uitgezonden door Radio Mi Amigo (1975-1976), was zijn werk. Al die shows werden opgenomen in Ledeberg, in de persoonlijke studio van Pierre. Een technisch walhalla dat eerder was gebouwd en gebruikt ten behoeve van Radio Marina.

    Maar Marina bleef zwijgen. De startdatum opnieuw en opnieuw uitgesteld. De ene keer lag het zendschip in een Engelse haven op een werf die eigendom was van Ronan O’Rahilly, de man achter Radio Caroline. Een andere keer was het op weg naar Scheveningen, dan weer naar Vlissingen om daarna zijn opwachting te maken in Libanon om scheepsdocumenten op te halen en de zeevaartcontrole te passeren. Kortom, iedere week was er een ander verhaal. Toen men zich stilaan begon af te vragen wie dat allemaal betaalde, was er enkel een mysterieuze glimlach. Natuurlijk kon Broucke documenten laten zien die bewezen dat hij een voorschot van vijf miljoen Belgische franken had betaald voor de aankoop van een zeeschip. Toch zou niet heel veel later blijken dat de papieren vals waren. Het zou niet meer ophouden.

    De medewerkers die wisten tot op dat moment weinig van elkaar bestaan af. Broucke hield hen zorgvuldig bij elkaar vandaan, begonnen elkaar toch te vinden. Er werden gegevens uitgewisseld en die waren bij iedereen anders. De conclusies waren snel getrokken. De ‘radiodirecteur’ werd met de rug tegen de muur gezet. Medewerker Tony Martino in de toenmalige popkrant ‘Hitorama’: “Valère Broucke heeft alleen maar de gave om mensen te bedotten. Op hun kosten te leven. Om hen allerlei dingen te ontfutselen. Met hun auto’s te rijden en om van hun goedheid te profiteren”.


    Tony Martino

    Ene Martino, afkomstig uit het Antwerpse dorpje Schelle, was één van de bekendere mensen die Radio Marina had geprobeerd op de rails te krijgen. Onder het pseudoniem Tony Reno had hij enkele singles opgenomen bij het Belgische platenlabel Ronnex. Later wijzigde hij zijn artiestennaam. Naast zanger was hij ook actief als presentator van shows. Hij praatte onder andere de populaire promotie-optredens aan de kust voor het jongerenblad Joepie aan elkaar in 1973. Behalve Martino, hij had als één van de eersten argwaan gekregen over de solvabiliteit van Broucke, voelde ook Ronny Major steeds meer nattigheid. Zijn buikgevoel vertelde hem dat hij zich beter kon terugtrekken. De sfeer in de ploeg sloeg om van enthousiasme naar boosheid. Er werd daarom besloten om Valère Broucke een lesje te leren.

    In de lucht!
    Op 1 mei 1970 was Radio Marina plots te horen in de Gentse FM-band. Illegaal. Het station bleef enkele dagen in de lucht. Vermoedelijk werd er uitgezonden vanuit de thuisstudio van Marina-medewerker Richard Black. Hij was al eerder actief geweest in de Arteveldestad als ‘radiopiraat’. De ontvangstrapporten moesten worden gestuurd naar de Ekkergemstraat 119, een beluik in een stedelijke achterbuurt. Het zou Valère Broucke leren! Niet dus, want de vele brieven en ontvangstrapporten die de fantast op die manier in handen kreeg, zou hij juist gaan gebruiken om nog meer mensen in zijn avonturen te betrekken. Hij stopte alle post in een aktetas en plots had de man een fantastisch middel in handen om te bewijzen dat er erg succesvolle testuitzendingen waren geweest!


    Studio Richard Black in Gent

    Dankzij de vele brieven en kaartjes slaagde Broucke erin nogmaals nieuwe mensen voor zijn plannen warm te maken. Al duurde het tot begin 1971 voor de naam Radio Marina weer groot opdook in de kranten. Broucke meldde dat hij een overeenkomst bereikt had met de heren Erwin Meister en Edwin Bollier, de eigenaren van Radio Nordsee International (RNI) en wel om vanaf hun zendschip de MEBO II, te beginnen. Er zou op 15 april gestart worden. Nederlandstalig overdag onder de naam Radio Marina, ’s avonds en ’s nachts in het Engels als Radio Northsea International. Er was daartoe een nieuwe vennootschap opgericht, de schepen van de Benelux-rederij van Gent waren aangekocht om toeristen toe te laten het schip in volle zee te bezoeken. Er was geld en er was een zendschip, de MEBO II.

    RNI was na een onfortuinlijk avontuur voor de Britse kust immers al enkele maanden uit de lucht. Met Engelse- en Duitstalige uitzendingen tussen maart en september 1970 had men geprobeerd om Europese luisteraars te lokken. Wat niet gelukt was omdat de Britse overheid te allen prijze wilde voorkomen dat er opnieuw een zeezender voor haar kusten actief zou zijn. RNI werd flink geboycot en de uitzendingen gestoord. Op 24 september 1970 werd de handdoek gegooid. Sindsdien lag de MEBO II doelloos te dobberen op de Noordzee. Valère Broucke rook zijn kans. Een compleet uitgeruste boot die zo maar kon worden ingezet, dat was een geschenk uit de hemel.

    In diezelfde periode vertelde Broucke medewerkers, potentiële adverteerders en iedereen die enigszins van belang zou kunnen zijn, maar al te graag dat een grote politieke partij achter zijn plannen stond. De ‘radiodirecteur’ was inderdaad ontvangen door de populaire en invloedrijke Gentste politicus Willy Declerck, voorman van de Partij voor Vrijheid en Vooruitgang (PVV). Makkelijk aanspreekbaar en minzaam als hij was, plus de vrije gedachte in de naam van zijn partij alle eer aandoend, had hij enige vorm van sympathie laten blijken voor een commercieel radiostation. Maar meer ook niet. In de leefwereld van Valère Broucke was een niet expliciete afwijzing echter een stevige vorm van samenwerking.
     

    Ekkergemstraatje Gent

    Op de middengolf
    Broucke kon iedereen die daar om vroeg dit keer wel een contract laten zien, ondertekend door de twee Zwitserse eigenaars van de Mebo II. Het duo was daarvoor speciaal naar Gent afgezakt, naar het Terminus hotel. Erwin Meister en Edwin Bollier bespraken er samen met Valère Broucke, Pierre Deseyn en Bruggeling AJ Beirens (hij zou later voor RNI, én voor Radio Atlantis onder de naam Michael O, gaan werken) een mogelijke samenwerking. Beirens hield een slecht gevoel over aan de bijeenkomst en vertelde dat ook onomwonden aan Bollier. Vooral het feit dat Broucke had zitten pochen over zijn nieuwste investering deed alarmbellen rinkelen. “We hebben een kasteel gekocht langs de steenweg in Oostakker waar we kantoren en studio’s gaan inrichten”, luidde het. De eigenaar had op aanraden van de ‘radiodirecteur’ zelfs een geluiddicht Velux-raam laten plaatsen op de bovenverdieping waar men de studio’s ging installeren!

    Enkel de handtekening van Broucke op de documenten met MEBO Ltd, het bedrijf achter ondermeer RNI, ontbrak nog. “Maar dat is slechts een formaliteit. We moeten eerst nog enkele details met onze advocaat overleggen”, klonk het. Intussen had hij natuurlijk wel een getekende akte in handen waarmee hij tientallen mensen kon bewijzen dat zijn plannen niet zomaar woorden in de wind waren. Bovendien mochten enkele journalisten een studio bezoeken waar inderdaad werd gewerkt. Proefprogramma’s en jingles werden opgenomen in Oostende, Heist-op-den-Berg, Ledeberg en Leuven.

    Bovendien was Radio Marina, op een zondag begin 1971, inderdaad plots te beluisteren op 1159 kHz (259 AM, een oud frequentie van Radio Caroline). De DJ verkondigde vrolijk dat er werd uitgezonden vanaf de MEBO II, verankerd voor de kust van Cadzand. Frequenties in de 49-meter en de FM-band werden eveneens gemeld. Maar daar was niks te horen. Er werden professioneel klinkende jingles gedraaid en reclames voor Liefmans Oudenaarde (bierbrouwerij) en het Rode Kruis van België. Eén van de meest opvallende spots was die voor Radio Atlantis. Al ging het niet om de latere Vlaamse zeezender, maar betrof het de bekende Gentse HiFi-winkel aan de Zwijnaardesteenweg 111 met die naam (de zaak bestond tot voor een paar jaar). De post moest naar Radio Marina, Internationale burelen, Blokstraat 60 te Dikkelvenne worden gestuurd. Na één dag was het gedaan. Later zou blijken dat de uitzendingen helemaal niet vanaf de MEBO II kwamen, het ging om een persoonlijk initiatief van een (ex) Marina-medewerker die vanaf land uitzond.



    Marina in New York
    En hoe zat het met de financiële kant van de zaak? “Er is geld. Echt waar”, stelde Valère Broucke. Opnieuw was hij erin geslaagd een document in handen te krijgen waarop te lezen was dat hij voor de aankoop van goederen een voorschot had betaald van één miljoen franken. Hij kon dit bewijs gebruiken voor een lening van 200.000 franken voor de aankoop van liefst drie wagens en voor een reis naar de Verenigde Staten om er ene Jean Toche op te zoeken. Een Bruggeling (1932) die in 1965 was uitgeweken naar New York. Het type ‘zachte anarchist’ dat door middel van ‘kunst’ voortdurend agiteerde tegen allerlei musea, instituten en bij uitbreiding de complete gevestigde politieke klasse. Eén van zijn creaties was een affiche waarin hij de Belgische regering beschuldigde een kolonie te zijn van Frankrijk. Een persoonlijk statement. Kunst met woorden, meer niet. Al was de tekst provocatief, het was zeker niet zijn bedoeling om iets aan te vangen met deze gedachte. Valère Broucke interpreteerde één en ander op zijn manier en zag plots brood in een (politieke) samenwerking.
    Jean Toche was ondermeer de mede-oprichter van de Guerilla Art Action Group (GAAG). Tijdens de anti-Vietnamdemonstraties lieten ze zich opmerken met diverse acties, bijeenkomsten, manifesten en publicaties allerhande. In 1974 werd hij even gearresteerd omdat hij in diverse pamfletten gesuggereerd had dat alle musea-directeurs moesten worden gekidnapt, wat werd aanzien als een bedreiging. Toche is nog steeds actief als bedenker van ‘politieke kunstmails’. Hij woont tegenwoordig op Staten Island).



    Er werden twee vliegtuigtickets besteld naar Amerika. Voor Broucke en Linda, zijn achttienjarige ‘secretaresse’ uit Gentbrugge. Zij zegde haar vaste baan op, want ze zou 25.000 franken per maand gaan verdienen. De ‘radiobaas’ sprak geen enkele andere taal, op dat vlak kon hij dus best wat hulp gebruiken. Eenmaal in New York werd zijn medewerkster echter al snel geconfronteerd met een totaal andere werkelijkheid. De schatrijke Belgische zakenman bleek een ‘kunstenaar’ te zijn die in een soort bunker woonde in Carmine Street 72. Eerder een achterbuurt. Hij bezat niks. Wel veel flyers, brochures en affiches. Zijn zeer persoonlijke vorm om zich af te zetten tegen kunst en de maatschappij in haar geheel. Als een idealist en een fantast elkaar ontmoeten.

    Valère Broucke liet zich niet ontmoedigen. Hij trok zomaar diverse bankfilialen binnen om vijftig miljoen dollar te vragen. “Want Amerika is synoniem voor geld”, verkondigde hij. “De mogelijkheden voor speciale projecten moeten er onbegrensd zijn”. Helaas slaagde hij er niet in om meer los te krijgen dan een sigaar en een cola. Linda schaamde zich een ongeluk. Via brieven had ze contact gehouden met het thuisfront waarin ze een ontluisterend beeld ophing van haar belevenissen in de States. Uiteindelijk moesten haar ouders geld sturen zodat ze het vliegtuig terug konden nemen naar Heathrow London. Opnieuw in Gent moest vervolgens ook Broucke toegeven dat er wederom niks was. Geen geld, geen schip, geen zender.


    Jean Toche

    Het oplichten ging door
    Maar Broucke gaf niet op. Hij was zelfs op zoek gegaan naar de eigenaar van de MV Galaxy (Radio London), die sedert 20 augustus 1967, na het in dienst treden van de Marine Offences Broadcasting Act (de Britse anti-zeezenderwet), lag te verkommeren in het Duitse Hamburg. Het werd andermaal helemaal niks. Uiteindelijk kwam hij terecht bij de International Broadcasters Society (IBS), de organisatie achter het mislukte Capital Radio-project. Officieel gestart op 1 november 1970, raakte het zendschip King David op 11 november op drift om te stranden op de kust bij Noordwijk. Bij IBS was het geld op, wat het einde van het radiostation betekende. Radio Marina dook op als reddende engel.

    Voor zeven ton (toen nog gulden) kon Radio Marina, voor een periode van drie maanden, het zendschip huren. Het contract werd getekend door IBS, doch toen ook Valère Broucke zijn handtekening moest plaatsen, vroeg hij een dag uitstel om zijn financier, de Europabank in Gent, te raadplegen. Zonder geld en zonder contracten keerden de mensen van Capital Radio terug naar Nederland. Broucke trok daarop naar Radio Veronica in Hilversum, toonde er directeur Bull Verweij het contract met Capital Radio en vroeg enkele miljoenen om zijn plannen niet uit te voeren. Een telefoontje van Veronica’s advocaat met IBS maakte echter alles duidelijk en daarmee was ook deze poging weer van de baan. Zoveel pogingen, evenveel mislukkingen.

    De Paraguay connectie
    In 1973 was Marina weer terug. Als hersenspinsel. Bestaan alle dingen immers niet uit drie? De timing was niet zomaar gekozen. De Adegemse zakenman Adriaan Van Landschoot was op 15 juli van dat jaar, vanaf de MV Mi Amigo, gestart met Radio Atlantis. Een instant succes in Vlaanderen. “Dat moest mijn zender geweest zijn”, vloekte Broucke en hij trok naar Sylvain Tack, die op dat moment eigenaar was van een wafelfabriek (Suzy), een muziekuitgeverij (Start, later Gnome), één van de beste opnamestudio’s in Europa (in Buizingen) en het jongerentijdschrift Joepie. Maar Tack zette Broucke aan de deur. De man stond immers op het punt om naar Paraguay te vertrekken. Niet zomaar op vakantie, want ook hij had plannen om met een radiostation te beginnen voor Vlaanderen. Slechts enkele maanden later, op 1 januari 1974 maakte West-Europa inderdaad kennis met Mi Amigo. Paraguay diende een onderdeel van dat project worden.
     


    Nadat Nederland per 31 augustus 1974 de anti-zeezenderwet invoerde en als gevolg daarvan een deel van de Mi Amigo-organisatie begin 1975 naar het Spaanse Playa de Aro was verkast, zag Valère Broucke een nieuwe opportuniteit. Hij nam contact op met enkele oud-Mi Amigo medewerkers die niet mee waren verhuisd naar het Iberisch schiereiland. Opnieuw wist hij zich te omringen met enkele enthousiaste mensen die o zo graag radio wilden maken. De Belgische kranten kondigden op dat moment de (nieuwe) verhuizing van Radio Mi Amigo naar Paraguay aan. Sylvain Tack had er een zendvergunning gekregen.

    De bedoeling was om via de kortegolf het Mi Amigo-signaal naar het zendschip op de Noordzee te sturen, daar zouden de programma’s dan verder via de middengolf worden uitgezonden. Maar het feestje ging niet door. Enerzijds vanwege de technische onhaalbaarheid, anderzijds omdat Sylvain Tack uit de gratie was gevallen van Alfredo Stroessner, toenmalig dictator van het Zuid-Amerikaanse land. Toen Broucke daarachter kwam, trok hij naar de Paraguyaanse ambassade in Brussel en stelde zich voor als een gewezen vriend en zakenrelatie van de Vlaamse mediamagnaat in ballingschap. Hij wilde de afgesprongen projecten overnemen. Er was immers toch geld genoeg. Alweer?

    Trukendoos leeg?
    Het was het laatste wapenfeit in de Radio Marina story. Ook die keer bleven de plannen hangen in het rijk van de wilde fantasie. Behalve die paar dagen in de meimaand van 1970 en die ene zondag in het voorjaar van 1971 als landpiraat, heeft Radio Marina nooit bestaan. Even droomden vele jonge mensen van een leuke, goed betaalde baan bij een commercieel radiostation. Studenten hadden hun studies opgegeven of verwaarloosd, anderen hadden hun geld geïnvesteerd in studio’s. Allen waren misleid door een man die tot heel wat of helemaal niets in staat was (schrappen naar keuze).
    Aftroggelarij en bedreigingen waren daarbij nooit een uitzondering, eerder een regel.

    Tal van bedrijven, firma’s en organisaties in België en Lichtenstein bestonden enkel op papier; Free Broadcasting Publicity International, Radio Marina, Publi-Fram en de NV Brounia. Met sluwe trucs was Broucke er steeds weer in geslaagd goedgelovige mensen af te troggelen en op hun kosten te leven. Zijn tactiek was steevast dezelfde; het laten zien van documenten die bewijskracht moesten geven. Het ging altijd om compromissen, aan- en verkoopakten, opties, brieven en allerlei andere documenten. Hij deinsde er niet voor terug handtekeningen te vervalsen of paperassen ‘bij te werken’. Als hij voelde dat hij zijn greep ging lossen, dat hij het vertrouwen verloor, dan volgden bedreigingen of chantages.


    Valèrie Broucke en onbekende medewerker

    Broucke zou in oktober 1975 een laatste maal opduiken in het verdwijningsdossier van Sonja François, een twintigjarige ex-medewerkster van Radio Marina. Zijn echtgenote Cécile scheidde van hem omdat ze zijn fantasieën beu was en omdat hij een handel in drugs zou zijn begonnen. In de radiowereld is de man nooit meer teruggekeerd. Ook niet toen er begin jaren 80 van de vorige eeuw wel legale mogelijkheden waren om radio te maken in Vlaanderen.

    Copyright Jean-Luc Bostyn
    Foto’s archief RadioVisie
    Met dank aan Walter Galle, Noël Cordier, Dirk Desmet en Pierre Deseyn.
  10. Vincent
    De Voice of Peace was een radiostation, dat uitzond “ergens” vanaf de Middellandse Zee en dat met haar programma’s een positieve invloed probeerde te hebben op de situatie in het Midden-Oosten. Men wilde vooral de vrede stimuleren. Vanaf het begin werd dagelijks 1 minuut stilte ter bezinning gehouden, telkens na zonsondergang. Oprichter Abe Nathan trachtte ook met zijn zgn. ‘peacetalks”, gesprekken over de vrede, tot een betere verstandhouding te komen.

    De VoP is altijd geaccepteerd door de diverse instanties en leek dus meer op een legaal station dan op een piraat. Ook staatsomroep Kol Israël vond het geen probleem dat de VoP het nieuws “leende”. Belasting en auteursrechten werden regelmatig betaald. Bijna dagelijks werd er getenderd. Een luxe in vergelijking met de zendschepen op de Noordzee! En als er olie gebunkerd moest worden, dan kon het schip ongemoeid de haven van Ashdod binnenvaren. Bij zware stormen ‘schuilde’ het schip ook vaak in de haven. Zelfs kleine stormen hadden al veel effect op het onballaste en niet gestabiliseerde schip.

    Abe Nathan
    Oprichter van de Voice of Peace is Abe Nathan. Ondanks tegenslagen en onderbrekingen wist hij the VOP tot 1994 in de lucht te houden. Abe is geboren in Iran (toen nog Perzië) en vertrok later naar India om daar een opleiding tot piloot te volgen. In Israël begon hij een restaurant. In 1966 en 1967 vloog hij met een klein vliegtuigje naar (verboden) Egyptisch grondgebied om in gesprek te komen met de Egyptische regering. Na een tweede vlucht kreeg Abe een gevangenisstraf van 40 dagen. In 1967 komt Abe naar Nederland om naar een schip te zoeken. Abe had nl. het plan om vanaf een schip radio-uitzendingen te beginnen met als doel: het tegengaan van de eenzijdige radioberichtgeving van zowel Israël als Egypte en het stimuleren van de vrede. Het lukt Abe echter niet om genoeg geld voor een schip bijeen te krijgen. In 1969 vliegt hij voor de derde maal naar Egypte. In dit zelfde jaar, als Abe weer in Nederland is, valt zijn oog op een geschikt schip. Het is de Cito, die gebouwd is in 1940, net voor de oorlog. Het schip is 54 m. lang.

    Het prille begin
    In Amsterdam wordt het schip door Nederlandse vrijwilligers wit geschilderd en omgedoopt tot “Peace”. Ook wordt een flink geldbedrag in ons land ingezameld, waardoor het schip naar New York kan varen om daar te worden omgebouwd tot een radiozendschip. In Amerika vlot het niet om geld in te zamelen voor de uitrusting van het schip. Wel schenken de heren Meister en Bollier een zendmast. Deze was eigenlijk bestemd voor hun eigen zeezenderproject, RNI, dat in 1970 van start zou gaan. De mast die ze schenken is exact dezelfde als die op de latere Mebo 2. Abe weet voor weinig geld aan zenders te komen. Maar er is nog veel meer geld nodig voor verdere uitrusting. Na een hongerstaking lukt het hem om $ 40.000 bijeen te brengen. In oktober 1971 is Abe even in Nederland en bedankt hij de Nederlandse bevolking voor de f 200.000 die ze in totaal heeft geschonken. Ondanks de Nederlandse en Amerikaanse giften is er nog niet voldoende geld om te kunnen beginnen. In de zomer van 1972 gaat Abe daarom weer in hongerstaking. Dankzij een TV-uitzending in Amerika komt het ontbrekende geld uiteindelijk binnen.
    De eerste deejay die wordt aangetrokken is Tony Allan, die al een ruime zeezender-ervaring heeft (Radio Scotland, RNI, Radio Caroline).

    Onderweg naar de Middellandse Zee
    Begin ’73 is het schip klaar. Aan boord zijn vier kleine studioruimten, uitgerust met vrij moderne apparatuur. Op 15 maart 1973 wordt de zender voor het eerst (illegaal) getest in New York. De volgende dag vertrekt het schip dan eindelijk. De bemanning bestaat uit vele nationaliteiten. Om 19.00 uur beginnen de uitzendingen. Na enkele uren varen komt het schip in een storm met windkracht 11 terecht. Er slaat een gat in de voorzijde en later raakt de wand tussen de olie- en watertank ook lek. Aan het vasteland wordt vier dagen niets gehoord van het schip. Totdat het in Bermuda opduikt. Via diverse tussenstops, ondermeer in Marseille, bereikt het Peace-ship op 8 mei 1973 de Israëlische kust. Tony Allan en Abe openen de uitzendingen. De eerste maanden zullen ze zonder onderbreking op het schip blijven zitten.

    Eerste olie-bunkering
    Als er voor de eerste keer olie ingeslagen moet worden in Ashdod is Abe bang om te worden opgeroepen voor het leger. Daarom blijft hij voor alle zekerheid alleen achter op de Middellandse Zee, in een klein bootje. Iemand vergeet de klaargemaakte mand met proviand aan Abe mee te geven, zodat hij pas bij terugkeer van het schip weer wat kan eten. Abe, die vele malen heeft gevast, zal hier echter niet te veel problemen mee hebben gehad.

    YOM-Kippoer oorlog
    Tijdens de Zesdaagse oorlog tussen Egypte en Israël, doet Abe een oproep aan soldaten om niet te vechten. Daarop komt een Israëlische kanonneerboot langszij en beveelt om de uitzendingen te staken. De VOP gaat uit de lucht met de tune van het station, Give Peace a Chance van John Lennon. (In dit lied wordt overigens de naam ‘Abi Nathan’ genoemd.) Enkele dagen later worden de uitzendingen weer hervat.


    De Collins 25 kW zender voor de 1539 kHz.

    Financiële problemen
    Niet veel later raakt het station in financiële problemen. Het schip zwerft over de zeeën en in december 1973 gaat men voor anker ter hoogte van Rome. Sommige berichten beweren dat het schip hier een dag (19 dec.) heeft uitgezonden. Vervolgens vaart men met het schip naar de haven van Marseille. In deze plaats weet Abe het zo ver te krijgen dat prostituees de inkomsten van één avond aan de VOP afstaan. In Den Haag heeft Abe contact met Ronan O’Rahilly van Radio Caroline. Samen bekijken ze de mogelijkheid om van de VOP een commercieel station te maken. Abe laat dit plan uiteindelijk varen en verder gebeurt er weinig. Een jaar later, in januari 1975, is de complete bemanning inmiddels vertrokken. Abe verkoopt zijn aanzienlijke collectie schilderijen en gaat om aan geld te komen in hongerstaking. Het gevolg van de hongerstaking is dat Abe in coma raakt en zijn staking moet opgeven. In mei 1975 komt Bob Noakes, een bekende zeezendertechnicus, aan boord van het schip, dat nog steeds in Marseille ligt. Eind mei vertrekt men weer naar de Middellandse Zee.

    Terug in Middellandse Zee
    De VOP verzoekt de Egyptische regering om deel uit te mogen maken van het konvooi schepen dat het Suez-kanaal zal gaan heropenen. In afwachting van een antwoord begint men weer met uitzenden. Begin juni wordt het schip onderschept door een Egyptisch oorlogsschip en moet men voor anker gaan liggen bij de haveningang van Port Said. Na hier 19 dagen te hebben gelegen, mag het schip weer naar internationale wateren. De uitzendingen worden hervat (met ‘You’ve Got A Friend’ van Carole King). Er wordt slechts drie dagen lang uitgezonden; dan vaart het schip naar Haifa en blijft daar. Er zijn plannen voor verkoop van het schip. Maar zover komt het niet, want uiteindelijk zwicht Abe voor zijn principe om geen reclame uit te zenden. Diverse adverteerders gaan daarop in zee met de VOP. Dankzij de adverteerders als nieuwe bron van inkomsten komt de VOP weer terug op 1 augustus 1975. De antenne was versterkt, zodat ‘s avonds ontvangst in ondermeer Nederland mogelijk was.

    Abe weer gearresteerd
    In september wil Abe bloemen, die hij heeft gekregen van sympathiserende Israëlieten, uit gaan delen in de haven van Port Said. Daarom wordt nogmaals toestemming verzocht om het Suezkanaal te bevaren. Het Peaceschip wordt echter door marineschepen verwelkomd en de toegang wordt geweigerd. Na 10 dagen bij de haveningang te hebben gelegen, vertrekt Abe met een tender naar de haven. Hij wordt meteen gearresteerd en de tender wordt in beslag genomen. Het Peaceschip vaart daarop terug naar haar oude ankerplaats en Abe wordt Egypte uitgezet.

    Verdere ontwikkelingen 1976
    Robin Banks volgt Bob Noakes op als technicus. In april 1976 komt Crispian St. John bij de VOP. Hij maakt de bekende spot over de VOP als een non-profit organisation. Ook de nieuwstune van Veronica wordt gebruikt. Door deze Europese zeezender-dj’s en -tunes lijkt het geluid van de VoP vaak op dat van de zeezenders op de Noordzee.
    De eerste vrouwelijke dj van de VOP is Tara Jeffreys. (De tweede dient zich pas in december ‘88 aan: Linda Maisson.)
    Een actie van de VOP voor de slachtoffers van een aardbeving in Guatemala levert enkele nieuwe huizen voor dit land op.
    In de zomer van 1976 zijn er plannen voor een FM stereozender en voor een kleuren-TV-zender. Wanneer dit laatste plan zou zijn doorgezet, dan had hoogstwaarschijnlijk de regering ingegrepen.

    Format
    In 1977 opent de Israëlische regering een popstation. Crispian St. John verandert het format in all-hit-radio. Dit naar Amerikaans voorbeeld, waarbij er slechts 10 seconden gesproken mag worden. De invoering van de American Top 40 met Casey Kasem levert veel adverteerders op. De diverse formats die de VoP heeft gekend stonden overigens altijd onder zware druk van Abe. Hij wenste vaak een ander format dan wat de deejays voor ogen hadden. Wanneer men aan boord wist dat Abe in het buitenland zat en zodoende de zender niet kon ontvangen, dan werd het format vaak tijdelijk bijgesteld. Toen Abe in het bezit kwam van een directe telefoonverbinding met het schip leverde hij vaak gepeperde kritiek op dj’s wanneer ze van het format afweken. Maar Abe deed zelf vaak afbreuk aan het format door bijv. gewoonweg telefonisch ‘in te breken’ in een programma of door niet passende verzoekplaten te eisen.

    Eindelijk toestemming…
    Op 2 januari 1977 krijgt de M.V. Peace eindelijk toestemming om vanuit Port Said het Suezkanaal af te varen in zuidelijke richting. In Suez wordt snoep en speelgoed uitgedeeld aan de plaatselijke kinderen. Uitzenden was verboden tijdens de tocht.

    Een nieuw dieptepunt
    Eind december ‘77 zijn alleen Crispian St. John, Tony Allen, een Israëliër en een Arabier aan boord. De stemming is laag. Dan breekt in januari ’78 na vele stormen ook nog eens het topje van de mast af. Toch is de zender na enkele dagen al weer te beluisteren.
    De VOP maakt bekend op 28 februari 1978 te zullen stoppen, daar alle adverteerders zich hebben teruggetrokken na een schriftelijke oproep van de Israëlische staatsomroep. Drie dagen voor de geplande einddatum kunnen de luisteraars naar een afscheidsfeest komen. Liefst 60.000 man komt opdagen om met spandoeken te demonstreren tegen de verdwijning van de VOP. Dankzij de aandacht in de media voor deze actie komen niet alleen veel adverteerders toch weer terug, maar dienen er zich ook vele nieuwe adverteerders aan.

    Hongerstaking
    Op 14 mei 1978 gaat Abe in hongerstaking om de regering Begin te dwingen door te gaan met besprekingen, die inmiddels waren vastgelopen. Ook wil Abe dat er geen nederzettingen meer gebouwd worden in het bezette gebied. Als de hongerstaking zijn 40ste dag heeft bereikt, staakt de VOP haar uitzendingen. Na 45 dagen, als de toestand van Abe kritiek is, geeft hij de staking op onder druk van parlementsleden, ministers en vrienden.

    Medicamenten en ambulance
    In de zomer van ‘78 wil men met het schip goederen af leveren in Libanon, waar een burgeroorlog heerst. Deze goederen bestaan uit medicamenten en een ambulance. Op 9 augustus gaat het schip voor Beiroet voor anker. Men krijgt echter geen bericht waarin toestemming wordt gegeven om de goederen af te leveren. Na enkele dagen vergeefs wachten besluit men de goederen dan maar op Cyprus af te leveren.

    Bekende deejays
    Crispian St. John zit inmiddels al ruim twee jaar aan boord van het schip. Op 1 september neemt hij een welverdiende vakantie van twee maanden.
    Een Nederlandse dj die voor de VOP gaat werken is Kas Collins. Hij ontleent zijn achternaam aan het merk zenders aan boord van het schip. Kas werkte in 1976-1977 en 1980-1981 voor de VOP. Tegenwoordig is hij beter bekend onder zijn eigen naam: Kas van Iersel.
    In november 1980 gaat Johnny Lewis na 19,5 week van boord.

    Mastbreuk
    Op 21 januari 1981 breekt de 54 m. hoge zendmast (uit 1969) af. Eerst wordt snel een nood-T-antenne gemaakt. Daarna wordt deze vervangen door een hoger geplaatste en betere T-antenne. De ontvangst blijft echter slechter dan voorheen en de adverteerders lopen weg.

    Weer plannen om te stoppen
    In augustus ‘81 doet men een aanvraag voor een zendlicentie vanaf land of vanuit een haven. In december breekt een deel van de dat jaar herstelde mast af. Op 31 december ‘81 kondigt de VOP haar laatste uitzending aan. Men gaat stoppen omdat er geen licentie wordt gegeven en het gevaar tijdens de vele stormen vrij groot is. In februari 1982 zijn er plannen om het schip naar Noord-Ierland te verplaatsen. Deze plannen gaan niet door en op 9 maart worden de uitzendingen weer gewoon hervat. Vrijwel direct zijn er problemen met zowel de generator, de zender, als de antennedraden. Als gevolg hiervan is de VOP een periode afwisselend op alleen de FM of de AM te beluisteren. Op 15 mei is alles weer in orde; net op tijd voor de inzamelingsactie die in juni ‘82 wordt gehouden, wanneer het Israëlische leger Libanon binnenvalt.

    Buren voor de VoP
    In oktober ’82 komt het grootste zendschip uit de zeezendergeschiedenis het Peaceschip vergezellen op de Middellandse Zee. Odelia TV, dat vanaf dit schip wilde gaan uitzenden, kwam echter niet goed van de grond. Voor de VOP was dat maar goed ook, want de regering van Israël wilde absoluut geen TV-uitzendingen vanaf zee. De wetswijziging die er zeker gekomen zou zijn als Odelia door was gegaan, had dan ook de VOP in gevaar kunnen brengen.


    Het zendschip van Odelia Televisie.

    Twee primeurs
    In 1984 heeft de VOP twee zeezender-primeurs: op 2 maart wordt een (twee minuten durend) computerprogramma uitgezonden en in de zomer schaft men twee Cd-spelers aan.
    In deze periode kampt men overigens weer met problemen met de zenders en met een personeelstekort.

    Via AM, FM en SW
    Vanaf juni 1985 worden de uitzendingen via AM en FM om 16.00 uur gesplitst. Op de middengolf start dan een infoprogramma en op de FM een muziekprogramma. Onregelmatig is men ook via de kortegolf te beluisteren. Diverse malen breken de antennedraden van de middengolfzender.
    In maart 1987 zinkt tijdens zeer zware stormen de tender van de VOP in de haven. In mei 1987 wordt een nieuwe AM-zender gekocht, die op 9 juni voor de eerste keer wordt getest. Wanneer blijkt dat deze zender goed functioneert, wordt ook de frequentie 1540 weer vermeld naast de FM frequentie. Acht maanden lang was dit niet gebeurd. De nieuwe zender heeft tot aan het einde nauwelijks voor problemen gezorgd.

    Jamming 100
    Vanwege het feit dat een aantal ex-Caroline DJ’s (of aanhangers) op het Peace schip gaan werken, worden er op de VOP ook duidelijke Caroline-invloeden gehoord. Een heel duidelijk voorbeeld is het programma Jamming 100, dat gebaseerd is op Jamming 963 van Caroline. Het programma wordt in de zomer van ‘87 uitgezonden.

    1987-1988
    In dezelfde zomer (augustus ’87) wordt een drie uur durend uitwisselingsprogramma met de legerzender Galei Zahal uitgezonden.
    In oktober en november 1987 staakt de Israëlische staatsradio. M.b.v. de B.B.C. brengt de VOP toch nieuws. Dit levert zeer veel nieuwe adverteerders en dus inkomsten op.
    In juni ’88 verlaat de dan 71-jarige kapitein Aaldijk voorgoed het Peaceschip. Al vanaf 1973 stond de Nederlander aan het hoofd van de bemanning. In Nederland gaat hij zijn 50-jarige huwelijk vieren.

    Nog een zeezender
    In 1988 wordt Abe benaderd door een religieuze groep die zendtijd wil huren. Na enige twijfel besluit Abe om niet met hen in zee te gaan. Daarop koopt deze organisatie een eigen schip en zender. Onder de naam Arutz Sheva (kanaal 7) gaan ze vanaf eind oktober Hebreeuwse muziek en ultrarechtse boodschappen uitzenden. Men is zo extreem orthodox dat alleen liedjes die door mannen gezongen worden, mogen worden uitgezonden. In de zomer van 1995 neemt de Israëlische regering alle apparatuur van Arutz Sheva in beslag en arresteert de topman van de organisatie. Dit gebeurde terwijl het schip in een haven lag om te bevoorraden, zoals de VOP ook zo vaak heeft gedaan. De Israëlische regering heeft duidelijk meer moeite met deze extreme zender. Arutz Sheva zendt overigens weer uit nadat het van diverse kanten apparatuur heeft gekregen. Naast dit station heeft ook de zender Radio One kortstondig vanaf een schip uitgezonden ten tijde van de VOP.
    Gevangenisstraf
    Op 13 september 1988 vliegt Abe naar Tunis om daar Arafat te ontmoeten. In december praat hij wederom met hem, nu in Zwitserland.
    Op 10 oktober 1989 gaat Abe de gevangenis in wegens schending van de antiterrorismewet van 1989. Deze wet verbiedt contacten met terroristen en ook PLO -leider Arafat viel onder deze noemer. Abe is de eerste die aan de hand van deze nieuwe wet een gevangenisstraf krijgt. De straf is 6 maanden cel en 12 maanden voorwaardelijk. Vanwege een verslechterde gezondheid moet Abe van de cel naar het ziekenhuis worden overgeplaatst. Daar wordt hij al snel vervroegd vrij gelaten.
    Op 27 april 1991 start Abe een vastenactie tegen de wet die contact met de PLO verbiedt. Na 40 dagen geeft hij zijn actie op. Op 29 juni heeft hij weer contact met Arafat. Het gevolg is dat hij nogmaals wordt veroordeeld. Deze keer krijgt hij 18 maanden celstraf. Na een half jaar komt Abe vervroegd op vrije voeten.

    Golfoorlog
    Begin 1991 breekt de Golfoorlog uit nadat Koeweit is bezet door het Irakese leger. Twee deejays nemen een risico door aan boord te blijven in het onrustige gebied. Het zijn John McDonald uit Schotland en Daryl Richel uit Canada. Zij houden het station dagelijks draaiende van 06.00 tot 21.00 uuu. In februari komt ook Kenny Page erbij.

    1992-1993
    In de zomer van ’92 start de VoP een eigen nieuwsservice in het Hebreeuws, naast het overgenomen nieuws van de staatsradio (KOL).
    In maart 1993 melden de Israëlische kranten dat het station is verkocht aan de zakenman en miljonair Nimrodin. Hoewel er wel serieuze besprekingen met hem zijn geweest, is de koop niet doorgegaan. Later wordt er ook nog onderhandeld met een organisatie van Babbelboxtelefoonlijnen. Deze organisatie wil ‘s nachts via de zender gesprekken uit gaan zenden. Ook dit plan gaat niet door.

    Aftellen
    Vanaf juni meldt men dat de VOP een zendvergunning aan land kan krijgen. Plotseling begint de VOP op 13 augustus 1993 met het aftellen van de dagen in haar uitzendingen. Er wordt begonnen bij dag 50. Op dat moment is het niet alleen voor de luisteraars, maar zelfs voor de deejays onbekend waarom men nu precies aan het aftellen is. In september meldt Abe in een interview dat het station gaat sluiten; deels vanwege gemaakte schulden, maar vooral vanwege het vredesakkoord tussen Rabin en Arafat, dat in Washington werd getekend. Hierdoor is het hoofddoel van de VOP, het stimuleren van de vrede, in Abe’s ogen min of meer bereikt. De laatste dagen van de VOP staan in het teken van een bepaald thema. Op 28 september is er een Elvis-dag, gevolgd door Twilight-dag op 29 september en een Beatles-dag op 30 september. Op 1 oktober 1993 begint Abe met zijn laatste programma. Hij vertelt hierin dat hij een vergunning heeft gekregen om het schip te laten zinken. De zender zal om 13.00 uur uit de lucht gaan. Voor die tijd verwacht men een tender met aan boord de burgemeester van Tel Aviv en de minister van milieu. De tender is om 13.00 u nog niet gearriveerd en daarom wordt het tijdstip van de zendersluiting nog wat verlengd. Als de minister en burgemeester uiteindelijk om 13.30 uur arriveren, verzoeken ze het schip niet tot zinken te brengen. Ze vertellen dat het schip een ligplaats in de haven van Tel Aviv kan krijgen. Daar kan het dan worden ingericht als een vredesmuseum. Abe gaat met dit voorstel akkoord. De laatste plaat die (meermalen achter elkaar) gedraaid wordt, is ‘We Shall Overcome’ van Pete Seeger. Om 13.57 uur wordt het dan werkelijk stil op 1540 KHz. Het schip vaart zoals afgesproken naar Tel Aviv en Abe vertoont zich aan boord met een wit overhemd. Dit is opmerkelijk, daar hij al 12 jaar lang alleen zwarte kleding heeft gedragen uit protest tegen de koppigheid van de PLO en Israël.

    Geen vredesmuseum
    Nadat het schip de haven is binnen gelopen, zit er niet veel schot in de plannen om er een een vredesmuseum van te maken. Dit heeft o.a. te maken met het feit dat de burgemeester van Tel Aviv inmiddels is opgevolgd door een minder enthousiast iemand voor een vredesmuseum. Ook de zendmachtiging vanaf land blijkt voorlopig nog op zich te laten wachten. Bovendien begint het havengeld flink op te lopen. Daarom besluit Abe om uiteindelijk weer uit te varen met zijn schip. Hij vindt namelijk dat het schip meer recht heeft op een zeegraf, dan dat het ergens in een haven wegroest, ook al heeft het een schrootwaarde van $ 12.500. Net voordat Abe met zijn schip op 28 november wil uitvaren, biedt een Rabbijn hem nog $ 14.000 aan als hij in ruil hiervoor weer zou willen beginnen met uitzenden. Abe vindt het echter te laat om op zijn beslissing terug te komen. Op volle zee worden gaten in het Peaceschip gemaakt. De gaten blijken echter te klein te zijn om het schip werkelijk te laten zinken. Daarom worden ook de pompen aangezet: ditmaal om water ìn het schip te pompen, in plaats van eruit. Zelfs met de pompen aan duurt het nog tot de volgende morgen voor het schip zinkt. Het is inmiddels vier mijl afgedreven van de beoogde laatste rustplaats. Bijna alle boten met persmensen zijn op dat moment allang teruggekeerd naar de haven. Abe is er nog wel en hij ziet zijn schip met de voorsteven omhoog langzaam in de golven verdwijnen.
    In februari ’94 komt het gezonken vredesschip nog eenmaal in het nieuws. Het schip zou olie lekken en vissers klagen omdat ze hun netten aan het wrak stuk trekken.
    In 1997, tijdens een verblijf in Amerika, krijgt Abe een beroerte, waardoor hij gedeeltelijk verlamd raakt. Daarna wordt hij opgenomen in een verzorgingstehuis. In 2005 komt in Israël de film “As the sun sets” uit, waarin het leven van Abe belicht wordt. In 2006 krijgt Abe andermaal te kampen met een ernstige beroerte.

    Tekst: Jan van Heeren. 
    Bron: De boeken “The Voice of Peace”, deel 1 en 2, geschreven door Hans Knot.
     
     
  11. Vincent
    Vanaf het moment dat jij startte met je programma Ekdom in de ochtend ben ik een vaste luisteraar. Elke werkdag begint voor mij met de aanwakkerplaat, je (vergeten) plaat uit de kluis, de praktijk van Dokter Pop, je wekelijkse 5-sterrentrack en Benny Hill die je speciaal voor Carmen Verheul draait als opvullertje richting het nieuws. 
     
    Tot dat moment was er geen enkele ochtendshow waar ik lang naar luisterde. Overal haakte ik al snel af door het oeverloze geouwehoer over onderwerpen die niets met muziek te maken hebben. Bij jou is dat anders. Ja, ook jij hebt dingen zoals shownieuws en in mijn ogen nutteloze nieuwsberichten, maar je programma staat voornamelijk in het teken van muziek. En daar hou ik van.
     
    Vorige week werd bekend dat je de overstap maakt naar Radio 10. Na 20 jaar 3FM en NPO Radio 2 ga je naar één van de commerciële radiostations van Talpa. Een slimme zet van John de Mol, want als je ochtendprogramma veel luisteraars trekt profiteer je daar de rest van de dag van. En dat is weer goed voor de reclame inkomsten. 
     
    Maar ik ga niet met je mee. Dankzij jou heb ik NPO Radio 2 leren kennen. Met Bart, Gijs, Rob, Annemieke, Ruud, Wouter, Stefan en Jan-Willem zit het station goed in elkaar. Een mooie mix van oude en nieuwe muziek en de grootste playlist van alle Nederlandse radiostations. 
     
    Sorry Gerard, maar ik hou nog teveel van muziek om te verhuizen naar het radiostation met de uitgekauwde hits. 
     
    Met vriendelijke groet,
     
    Vincent 
×
×
  • Create New...