Jump to content

hans knot

Members
  • Content Count

    1,391
  • Joined

  • Last visited

Community Reputation

2,225 Excellent

About hans knot

  • Rank
    Expert

Profile Information

  • Location
    groningen
  • Interests
    radio historie, jingles, tunes, zeezenders <br /><br /><br /><br />

Contact Methods

  • Website
    www.hansknot.com en www.soundscapes.info
  • Facebook
    hans knot
  • Twitter
    geen

Recent Profile Visitors

The recent visitors block is disabled and is not being shown to other users.

  1. Central Band of the Royal Air Force – The Dam Busters March. Het was in 1954 dat Eric Coates als een soort van oefening een mars componeerde en enkele dagen later werd hij gevraagd een mars te leveren voor de film ‘The Dam Busters’. Hij had het op de plank en dus werd het als thema voor voornoemde film gebruikt die vooral ging over ‘Operation Chastise’. In de nazomer van 1965 gebruikte Kenny Everett het nummer om een promotiespot in te spreken voor een gesponsord programma op Radio London: The Seymour Radio Bingo Club, dat iedere woensdagavond was te beluisteren via de 266 meter. Central Band of the Royal Air Force - The Dam Busters March. It was in 1954 that Eric Coates composed a march as a kind of exercise and a few days later he was asked to perform a march for the film 'The Dam Busters'. He had it on the shelf and so it was used as a theme for the aforementioned film, which was mainly about 'Operation Chastise'. In the late summer of 1965 Kenny Everett used the number to produce a promotion spot for a sponsored programme on Radio London: The Seymour Radio Bingo Club, which could be listened to every Wednesday evening via the 266 meter. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=1d059dcb-caaa-4499-bc66-7196660b2801
  2. Bintangs – Ridin’ on the l&n. Dit nummer is afkomstig van de lp ‘Travelin in the USA’ van de Nederlandse formatie the Bintangs uit het jaar 1970. Het werd gebruikt in combinatie met het nummer ‘Marian’ van The Cats voor een promotiespot op Radio Veronica. Er werd op donderdag 26 maart 1970 een groots popfestival gehouden ten bate van de Nierstichting en wel in Middenmeer. Belangeloos traden op The Cats, Left Side, George Baker en BZN. De presentatie was in handen van Tineke en Lex Harding. Bintangs - Ridin' on the l&n. This song is from the lp 'Travelin in the USA' of the Dutch formation the Bintangs from the year 1970. It was used in combination with the song 'Marian' by The Cats for a promotional spot on Radio Veronica. On Thursday, March 26, 1970, a big pop festival was held for the benefit of the Nierstichting in Middenmeer. They The Cats, Left Side, George Baker and BZN were performing free of costs. The presentation was in the hands of Tineke and Lex Harding. Cats, the - Marian. Het nummer van de Volendamse formatie the Cats werd gebruikt in combinatie met het nummer ‘Ridin and the L&N van the Bintangs voor een promotiespot op Radio Veronica. Er werd op donderdag 26 maart 1970 een groots popfestival gehouden ten bate van de Nierstichting en wel in Middenmeer. Belangeloos traden op The Cats, Left Side, George Baker en BZN. De presentatie was in handen van Tineke en Lex Harding. Cats, the - Marian. The song of the Volendam formation the Cats was used in combination with the song 'Ridin and the L&N of the Bintangs for a promotion spot on Radio Veronica. On Thursday, March 26, 1970, a big pop festival was held for the benefit of the Nierstichting in Middenmeer. The Cats, Left Side, George Baker and BZN performed for free. The presentation was in the hands of Tineke and Lex Harding. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=c9a1b149-cfdf-4201-89f1-6be391f929ec https://www.youtube.com/watch?v=0CzpggKm5uQ
  3. Recentelijk luisterde is weer eens naar een van de prachtige programma’s uit New York van de ochtendburgermeester, Harry Harrison. Reden om nog eens een eerdere ode aan hem via de nostalgische column onder de aandacht te brengen. Op 19 maart 2003 nam Harry Harrison, na een periode van liefst 44 jaar radio-maken in de "Big Apple", afscheid van zijn omvangrijke luisterpubliek in New York en omgeving. Een deel van zijn laatste programma werd uitgezonden vanuit het Museum of Television and Radio in New York, en terecht. Harrison, die bij alle grote stations heeft gewerkt is een van de weinige toppers binnen de New Yorkse radiowereld die blijvend in de miljoenenstad heeft gewerkt. WMCA, WABC en WCBS — om maar drie stations te noemen — maakten van zijn talent gebruik. Na een periode van maar liefst 44 jaar radio-maken in de "Big Apple" nam Harry Harrison, die bij zijn radio-aanhang ook bekend stond als de "Morning Mayor", afscheid van zijn trouwe publiek. Harrison is altijd nauw met die stad verbonden geweest, al begon hij zijn radioloopbaan eigenlijk in zijn geboortestad Chicago, in de staat Illinois. Op 14-jarige leeftijd was hij gekluisterd aan bed als gevolg van een reumatische ziekte. Uur in, uur uit lag hij naar de radio te luisteren hetgeen het begin werd van zijn grote liefde voor deze vorm van amusement. Hij at als het ware alle teksten, die hij via zijn ontvanger hoorde, op. Toen hij eenmaal was opgeknapt, was hij verknocht aan de radio en benaderde hij de leiding van het station WJJD. Daar adviseerden ze hem om te solliciteren bij een educatief radiostation WBEZ, waarbij de contacten werden gelegd door de directeur van WJJD. Als we het over hebben over het Chicago van de jaren vijftig, zestig en zeventig van de vorige eeuw en het onderwerp radio, dan valt meteen de naam van WCFL. Een topstation waar Harry vervolgens aan het werk kon om nu en dan tijdens de zomervakantie als invaller programma's te presenteren. Die zomer duurde wel erg lang, want liefst acht maanden was Harry Harrison via WCFL bijna iedere dag wel te beluisteren. Daarna deed hij ook meteen televisiewerk en was hij programmadirecteur van een radiostation in Peoria (WPEO). Tevens was hij presentator van het ochtendprogramma, dat nummer één in de regionale luisterlijst was. Maar dan hebben we het al over het jaar 1958 en daar noemde hij zich al de ochtendburgemeester op de radio. Binnen zes maanden na zijn komst was het station al gestegen naar de eerste positie op de lijst van luistercijfers. Zijn grote, eerste stap maakte Harrison eind 1959 toen hij naar WMCA in New York vertrok. Hij was daarvoor door de leiding van dat station benaderd, aangezien ze nogal onder de indruk waren van zijn enorme successen bij WPEO. Bij WMCA presenteerde Harrison eerst een middagprogramma met daarin onder meer het item ‘Housewife Hall of Fame’. Op een slimme wijze werd iedere dag een vrouw, die op de een of andere manier iets bijzonders had gedaan, bijgeschreven in de Hall of Fame. Dat was natuurlijk een prachtige manier om de vrouwelijke luisteraars van New York naar WMCA te trekken, want er werd breeduit gepraat over de "onderscheiding". Niet de man, maar de vrouw kreeg de nodige aandacht in de beginjaren zestig van de vorige eeuw. Daarna werd Harrison natuurlijk onderdeel van The Good Guys, zoals WMCA het team van presentatoren op een bepaald moment ging noemen, hetgeen ook veelvuldig via jingles in de programma's was terug te horen op het station. In 1965 en 1966 verzorgde Harry Harrison twee keer een live-verslag vanaf het podium van de stadions, waar de Beatles in Amerika optraden. Net zoals een aantal andere deejays, die de erenaam van "Vijfde Beatle" claimde, kreeg ook Harry Harrison deze omschrijving toebemeten in de promospots. Over zijn tijd bij WMCA heeft Harrison zo zijn eigen herinneringen: "We hadden prachtige promoties op het station. We lieten allerlei plannetjes los op de luisteraars om ze zo veel mogelijk bij het station te betrekken. Maar ze moesten er wel wat voor doen. Verplaats je dan maar even naar het midden van de jaren zestig. We nodigden de luisteraars bijvoorbeeld gewoon uit voor een picknick, maar ze moesten er zelf achter komen waar we die zouden houden. In de programma's gaven we ze allerlei hints, waardoor ze er wel achter kwamen. Gevolg was dat er duizenden mensen op die happening afkwamen en er politie moest worden ingezet om de orde te handhaven. Bij WMCA werkte Harrison samen met andere toppers als B. Mitchell Reed, Johnny Dark, Dan Ingram en Jack Spector. En dat allemaal via een krachtige 50.000 Watts of Music Power en onder de bezielende leiding van programmadirecteur Joe O'Brien. Harrison zou het tot 1968 bij WMCA uithouden om vervolgens deel uit te gaan maken van een ander zeer prestigieus samengesteld deejayteam. WABC werd zijn werkgever, waarbij hij de ontbijtshow kreeg toegewezen. Het was programmaleider Rick Slar die met een probleem zat toen zijn ochtend-jock Herb Oscar Anderson — andermaal een grote naam in de Amerikaanse deejay-wereld — besloot op te stappen om elders emplooi te vinden. Daarop werd Harry Harrison ingehuurd om de lege plek in te nemen. Andermaal waren het de vrouwelijke luisteraars die vol bewondering zijn grappen en grollen aanhoorden en veelvuldig het station belden om toch maar even persoonlijk de stem van hun Harry te kunnen horen, zonder dat ze door hem via de radio tegelijk met al die andere vrouwen werden aangesproken. Een vast item in het programma was op de doordeweekse dagen Zipper Routine. Rond die tijd stemden liefst vier miljoen luisteraars dagelijks op zijn programma af. Tot eind 1979 bleef Harrison bij WABC. Het waren vooral de eindjaren zestig en de beginjaren zeventig van de vorige eeuw waarin WABC het topstation van New York was. Als je in die tijd in Nederland sprak over Top 40 Radio, vielen er doorgaans maar een paar namen van Amerikaanse radiostations, te weten KFRC, KLIF en WABC. In dat rijtje was WABC niet de minste en daar was Harrison deels verantwoordelijk voor. Hij wist in zijn programma de juiste balans te brengen, waarbij de jeugd aan het station werd gebonden als hét Top 40 station uit de regio. Tegelijkertijd werd niet alleen de jeugd maar vervolgens ook de ouders door zijn krachtige presentatie getrokken om vrijwel dagelijks af te stemmen op zijn show. Maar in de eindjaren zeventig veranderden de tijden en waren het vooral moeilijke jaren voor de stations die hun uitzendingen via de middengolf verzorgden. Tot verdriet van zijn luisteraars was in november 1979 zijn laatste show via WABC te horen. Vier maanden bleef het vervolgens stil rond de radioburgemeester van New York. One-liners. "Iedere dag zal als een dierbaar cadeau moeten worden uitgepakt," was de mening van Harry Harrison en derhalve was het vanaf maart 1980 vijf dagen per week plezier op WCBS-FM, waar hij een nieuwe werkgever vond. Samen met zijn speciaal samengesteld team was hij op maandagmorgen al om vijf uur te beluisteren en de andere dagen, tot en met vrijdag, vanaf half zes. In de show, die duurde tot negen uur in de ochtend, was er alleen maar aandacht voor oude muziek, aangevuld met nieuws, sport, het weerbericht en verkeersinformatie en bovenal ochtendglorie. Voor vele gezinnen maakte hij gewoon onderdeel uit van het ochtendritueel en zat hij als het ware aan bij de ontbijttafel. Ik noemde al even de slogan van "de dag uitpakken," maar Harrison had, zoals meerdere van zijn collega's uit die tijd, vaste one-liners die regelmatig in zijn programma's terugkeerden en die gezien moeten worden als een onderdeel van zijn persoonlijkheid. Bij een klein aantal deejays is dit hoogst irritant, bij de meeste is het niet storend en bij sommigen is het gewoon leuk. Harrison viel duidelijk in die laatste categorie. Andere slogans die hij gebruikte, waren bijvoorbeeld: "Stay well, stay happy, stay right here," dat bijna klonk als een verplichting om maar te blijven luisteren. Verder verleidde hij zijn luisteraars regelmatig met de zinsnede: "Harry Harrison wishing you the best... that's exactly what you deserve." Een gemiddelde inwoner van New York. Maar, wat is nu eigenlijk de reden dat de luisteraars al die decennia zo intens naar Harry Harrison hebben geluisterd? Zelf zei hij daar jaren geleden iets over in een interview: "Ik ben waarschijnlijk gewoon mezelf gebleven en ben gelijk aan de luisteraars gewoon een gemiddelde inwoner van New York. Ik breng een deel van mijn tijd door met mijn lieve familie. Ik ga naar de bioscoop, lees boeken en doe alles wat de gemiddelde mens ook doet. Bovendien praat ik daar ook vrijuit over in mijn programma's." Dat klopt waarschijnlijk wel: zijn gerichtheid op het doorsnee gezin was Harrison's grote kracht. Hij kon daarbij putten uit zijn eigen ervaringen. Morning Mayor Harrison heeft namelijk ook een eigen gezin, bestaande uit vrouw Pretty Patti en vier kinderen. Zijn grote hobby is het houden van honden, waarvan hij vele exemplaren bezit. Zo "gemiddeld" was Harrison echter ook niet, dat zijn bijdrage aan de wereld van de radio door de autoriteiten werd genegeerd. In 1997 besloot Rudolph Guilani, toen de echte burgemeester van New York, hem uit te nodigen en op 25 april kreeg Harrison, die in zijn loopbaan tal van onderscheidingen heeft ontvangen en bovendien duizenden artiesten voorbij heeft zien komen en persoonlijk heeft ontmoet, tot zijn grote genoegen de mooiste onderscheiding die hij ooit had kunnen ontvangen. De burgemeester riep namelijk vanaf dat moment de legendarische dag 25 april uit tot een jaarlijkse happening: The Harry Harrison Day. Harry Harrison is kortom wel gestopt, maar miljoenen luisteraars zullen een zeer goede herinnering overhouden aan deze uitstekende "Good Guy". Hans Knot, 14 september 2019
  4. Sounds Orchestral – Many Moons ago. Het betreft hier een heel vroege opname van Sounds Orchestral uit 1962 en wel van de lp ‘The Soul of Sounds Orchestral’, terwijl het nummer ook op een aantal verzamel lp’s is verschenen. Het nummer werd gebruikt op Radio Hauraki in de documentaire ‘1111 days at sea’, die op 1 juni 1969 werd uitgezonden. Het werd gebruikt als filler om te vertellen dat uiteindelijk het station een legale status had verkregen en men er voor zou gaan om een private organisatie aan land te gaan opzetten. Sounds Orchestral - Many Moons. This is a very early recording of Sounds Orchestral from 1962 of the album 'The Soul of Sounds Orchestral', while the song also appeared on a number of collected LPs. The song was used on Radio Hauraki in the documentary '1111 days at sea', which was broadcast on June 1, 1969. It was used as a filler to tell that eventually the station had acquired legal status and people were going to go for setting up a private organisation ashore. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=eae645d6-549c-4013-a1e9-28d6f1504bf8
  5. Dave Clark Five – All night long. Dit nummer staat al in de discografielijst en kan worden aangevuld. De formatie werd in 1957 opgericht in de Londense wijk Tottenham als het Dave Clark Quintet. Vooral in de jaren zestig had deze groep de nodige hits. ‘All night long’ werd op Veronica ook nog gebruikt voor een prijsvraag. ‘Wie oh wie onthult het raadsel van de Formule 3. Duizend gulden voor de eerste goede inzending.’ Oplossingen konden worden gestuurd naar het bekende postbus adres in Hilversum. Dave Clark Five - All night long. This song is already in the discography list and can be completed. The formation was founded in 1957 in the London district of Tottenham as the Dave Clark Quintet. Especially in the sixties this group had a lot of hits. All night long' was also used for a competition at Veronica. Who oh who reveals the riddle of Formula 3. A thousand guilders for the first good entry. Solutions could be sent to the well-known mailbox address in Hilversum. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=4d6cc683-f6ac-4ff3-be93-7745b3774c11
  6. Hugo Montenegro – Night Rider. Van dit prachtige orkest en koor zijn al de nodige verwijzingen en daar komt het nummer ‘Night Rider’ bij dat in 1969 verscheen op de lp ‘Good Vibrations’. Het was Robbie Dale die ‘Night Rider’ gebruikte voor de productie van een promotiespot op Radio Veronica International in 1969 en wel om adverteerders te trekken. ‘Mister Businessman, have you something to sell or a service to offer? Why don’t you advertise on the best medium?’ Meer informatie kon worden gekregen door een reactie te sturen naar postbus 887 in Palma de Mallorca. Hugo Montenegro - Night Rider. There are many references to this beautiful orchestra and choir and the song 'Night Rider' that appeared in 1969 on the album 'Good Vibrations' is added to it. It was Robbie Dale who used 'Night Rider' for the production of a promotion spot at Radio Veronica International in 1969 to attract advertisers. Mister Businessman, have you something to sell or a service to offer? Why don't you advertise on the best medium?' More information could be obtained by sending a response to PO Box 887 in Palma de Mallorca. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=a2eacc6d-efa0-4cd5-b0b0-812de2a90c66 geen you tube beschikbaar
  7. Co de Kloet en Leo Boudewijns doken ruim 18 jaar geleden in het verleden van de Nederlandse hitradio en stelden een boek samen met de teksten van liedjes die in de jaren zestig te horen waren in het radioprogramma Tijd voor Teenagers. Recentelijk zag ik het boekje op Marktplaats en reden genoeg nostalgisch terug te blikken met een recensie die ik in 2001 schreef. ‘Tijd voor Teenagers’ is een boek dat vol staat met de teksten van liedjes, honderd in totaal, die jongeren in de eind van de vijftiger jaren en het begin van de jaren zestig voorbij hoorden komen op de radio en, heel soms, op de televisie vertolkt zagen. De teksten van deze, Nederlandstalige, songs vormen volgens de beide redacteurs de tegenhangers van de rock-'n-roll, die rond dezelfde tijd vanuit Amerika en Engeland ons land veroverde. Ze vallen kortom in de categorie van het goed gearticuleerde ‘lichte lied’ uit de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw maar dan muzikaal en tekstueel aangepast aan de veranderende smaak van een jonger publiek en gezongen door dito zangers en zangeressen. Met eerdere succesbundels als "Diep in mijn hart" en "Geef ons maar Amsterdam", hadden de samenstellers van het boekje, Co de Kloet en Leo Boudewijns, al bewezen op dit vlak een leuk product te kunnen leveren. Ook in deze bundel hebben ze weer prachtige teksten bijeengebracht die je, mits je de melodie nog weet, wegdromend kan meezingen. Nummers als "Spiegelbeeld" en "Middellandse Zee" brengen mij in ieder geval spontaan weer terug naar de jaren, waarin ik zelf net verkeerde in de overgang naar de puberteit. De titel van het boekwerk verwijst naar het populaire radioprogramma Tijd voor Teenagers, waar Co de Kloet zelf nauw bij betrokken was. Hij was in 1959 zelfs degene die het programma bedacht. De Kloet was van mening dat zijn werkgever, de VARA, beslist niet voorbij mocht gaan aan het soort muziek waardoor de jeugd zich aangesproken voelde. Bij de VARA wilde lang niet iedereen zonder slag of stoot met zijn plan meegaan, omdat men ‘die troep’ niet wenste te draaien. Gelukkig kreeg hij steun van Ary van Nierop, het hoofd van de afdeling Gesproken Woord. Daarmee kon het eerste muziekprogramma voor jongeren op de Nederlandse radio een aanvang nemen. Zoals we weten, werd Tijd voor Teenagers een groot succes, niet in de laatste plaats vanwege de voornaamste hoofdrolspeler Herman Stok, die het programma voor een groot deel in de loop der jaren heeft gepresenteerd onder het motto "de stijgende sterren van vandaag en morgen." De NCRV haalde de jonge Jos Brink voor een gelijksoortig programma voor de microfoon. Maar Tussen 10+ en 20- kon bij lange na niet bogen op de populariteit die Tijd voor Teenagers bij de jonge luisteraars had. Ook Radio Veronica dat vanaf het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw — dus voor de overgang van het station naar het pop-format — het programma Veronica's Teenager Muziek Expres uitzond, gepresenteerd door Rob Out (later Krijn Torringa) en Freda Keuker in de rollen van Bob en Brenda, bood aanvankelijk geen echte concurrentie. Tijd voor Teenagers was van meet af aan populair. Alleen al na de eerste uitzending, in september 1959, kwamen er meer dan driehonderd brieven binnen van jonge luisteraars — een ongekend aantal voor de toen geldende Hilversumse begrippen. Het programma ging zo'n tien jaar mee en als direct betrokkene weet Co de Kloet waar het allemaal over ging. Dat geldt ook voor de andere samensteller van deze bundel liedteksten. Leo Boudewijns was destijds namelijk directeur van de platenmaatschappij Phonogram, dat diverse platenlabels in haar repertoire had. Ook daar sloeg men in die jaren, hoewel eerst nog weifelachtig, de weg in van de muziek voor de jeugd. De beide samenstellers hebben, kortom, de nodige kennis van zaken en dat komt ook in het boekje naar voren. De songteksten worden omringd door informatie rond de artiest, de componist en dergelijke. Ieder jaar, dat wordt behandeld, is voorzien van commentaar en persoonlijke herinneringen aan het programma Tijd voor Teenagers. Het zou te ver voeren om alle songs uit het boek na te gaan, maar toch wil ik er als voorbeeld een paar noemen. Wie kent nog de film Wenn die Connie mit dem Peter, een derderangs cultfilm, die een must was voor de teenagers uit die tijd? Een van de songs uit die film was het nummer "Pack Die Badenhose Ein". De Nederlandse versie van dit nummer kreeg een compleet andere titel: "Teenager Melodie". Het liedje werd aan het vinyl toevertrouwd door een zeer jonge Shirley Zwerus. Een andere titel is de tweede single die ooit door Anneke Gröhnloh werd opgenomen, voor mij — tot ik dit boek onder ogen kreeg — een volslagen onbekend nummer: "Maar Charlie Stuurde Me Bloemen" uit het begin van het jaar 1960. Een uit drie coupletten bestaande tekst, gevolgd door telkens — hoe kan het ook anders — hetzelfde refrein, eindigend op de titelwoorden. In ieder geval, zo kunnen we uit de tekst opmaken, kreeg ze van Bill een Elvis-plaat op haar verjaardag cadeau. Het doorkijken van de teksten roept als vanzelf de nodige associaties aan vroeger op. Zelf kreeg ik het — om redenen die ik hier even voor mezelf houd — weer helemaal warm bij het doorlezen van de Nederlandse vertaling van "Marmor Stein Und Eisen Bricht", dat door Hans Peters werd vertaald in "Marmer, Staal En Steen Vergaan". Het nummer werd destijds in Nederland opgenomen door Trea van der Schoot, wier naam inmiddels was veranderd in Trea Dobbs. Samen met Rob de Nijs werkte ze keihard aan een succesvolle loopbaan, waarbij ze zeker internationaal had kunnen scoren. Ze was ook vaste gast in het toenmalige televisieprogramma van Rob, De Rob de Nijs Show, dat werd uitgezonden vanuit de Brakke Grond in Amsterdam. Let wel "in zwart-wit". Uit die tijd kwamen ook de vele singles, van zowel de Nederlandse als buitenlandse artiesten, die werden gestopt in een prachtig fotohoesje waarop soms niet alleen een foto van de betreffende artiest, maar ook een tekening van een treinstel, voorafgegaan door een locomotief. De Favorieten Expres, een serie die vele verzamelaars nog steeds proberen compleet te krijgen. Uiteraard een uitgave destijds van Philips, dat onder deze noemer onder meer uitgaven van de platenlabels Phonogram en Fontana onder de aandacht bracht. In het boek halen de beide auteurs veelvuldig herinneringen op, waarbij ze niet altijd kritisch zijn geweest bij de controle op hun uitlatingen. Zo weten ze te melden dat Rob de Nijs enorm lang heeft moeten wachten op een nummer 1 hit, totdat hij met "Banger Hart" eindelijk dat succes behaalde in 1966. Dat moet dus 1996 zijn en daar zit liefst wel dertig jaar van veranderende hit gevoeligheid tussen. Compleet in de mist gingen de auteurs echter met hun commentaar bij de tekst van de reli-hit "Mijn Gebed" van DC Lewis — een nummer dat geschreven werd door Gerrit den Braber en van muziek voorzien door Joop Stokkermans. Maandenlang stond DC Lewis er mee op de hitlijsten. De auteurs schrijven dat na dit nummer nooit meer iets van Lewis werd vernomen. Gelukkig voor Lewis, die eigenlijk Ruud Eggenhuizen heette, lag dat anders. Direct na het kassucces van "Mijn Gebed" was men bij zijn platenmaatschappij zo verstandig om "Zijn Testament" uit te brengen, terwijl ook "Eva Magdalena" een goede "airplay" en dus hit succes kreeg. En dan te bedenken dat dezelfde, helaas in april 2000 overleden DC Lewis, ondergebracht was bij de platenmaatschappij waarvan Leo Boudewijns directeur was. Zelf haakte in het midden van de jaren zestig van de vorige eeuw af als luisteraar van Tijd voor Teenagers en ruilde ik wat tot dan toe mijn favoriete radioprogramma was, in voor twee nieuwe radiostations: Swinging Radio England en Radio London. Om die reden is het voor mij ook opmerkelijk in het boek een nummer terug te vinden waarvan ik dacht dat het stamde uit 1971. Immers toen hoorde ik het nummer voor het eerst op Radio Veronica. "De Nozem En De Non", van Cornelis Vreeswijk, was toen echter al zo'n vijf jaar oud. Het nummer werd in 1966 al ten gehore gebracht bij de VARA op de radio, in het programma Tijd voor Teenagers. Bij de presentatie van al die honderd mooie, soms trieste, vaak melig, en vooral simpele liedjes, had Tijd voor Teenagers altijd ruimte voor kritiek. Zo melden de auteurs dat Willeke Alberti, nadat zij haar "Moeder Hoe Kan Ik Je Danken" aan het vinyl had toevertrouwd, van de presentator het dwingende advies kreeg om in de toekomst nooit meer dergelijke rommel te zingen. Ze was met dit nummer, zo werd erbij gezegd, ver afgedaald beneden haar niveau als teenager-zangers. De familie Alberti reageerde furieus en ook haar platenmaatschappij Phonogram was bepaald niet blij. Dat het met Willeke allemaal is goed gekomen weten we zondermeer via een glansrijke nog immer voortdurende loopbaan. Het boek is zondermeer een aanrader. Het biedt voor wie het heeft meegemaakt, een leuke terugblik op de beginjaren van de Nederlandse hitradio en is zeker een goede aanschaf voor diegene die alles verzamelt rond het radio- en muziekgebeuren uit de jaren zestig. Heb je het nog niet in de verzameling, er zijn nog regelmatig exemplaren in aanbod op bijvoorbeeld boekwinkeltje of marktplaats. Hans Knot, 7 september 2019
  8. Lovelets, the – I’d love you to want me. Een instrumentale versie van de gigantische hit van de zanger Lobo had natuurlijk in de uitvoering van The Lovelets de saxofoon als hoofdrolspeler. Het nummer uit 1972 komt op een aantal lp’s voor. Het werd door Gerard Smit op Radio Noordzee verkozen om te gebruiken voor een van zijn treurliederen, samen met collega Wil, in te zingen. ‘De toekomst is somber, Noordzee moet verdwijnen’. Lovelets, the - I'd love you to want me. An instrumental version of Lobo's gigantic hit was of course an important role was played by the saxophone in the performance of The Lovelets. The song was the backside of the single 'Slow love' from 1972 but also appears on a number of albums. It was chosen by Gerard Smit on Radio Noordzee to use for one of his songs of mourning, to be sung together with colleague Wil. The future is bleak, North Sea must disappear'. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=285ce688-f47e-4c33-adda-119f589e3912 geen you tube beschikbaar
  9. Kraftwerk – Ruckzuck. Een nummer afkomstig van de eerste LP van de Duitse formatie Kraftwerk. Dit nummer werd ingezet voor een van de drie promotiespots op Radio Caroline in 1977 voor de Radio Caroline Rock Record Collectors Guide, een uitstekend handboek samengesteld door Ian Anderson. Kraftwerk - Ruckzuck. A song from the first LP of the German formation Kraftwerk. This song was used for one of the three promotion spots on Radio Caroline in 1977 for the Radio Caroline Rock Record Collectors Guide, an excellent handbook compiled by Ian Anderson. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=d338deed-ba43-45e1-ac84-7b8156627889
  10. Hij noemde zich de meest excentrieke persoonlijkheid van de flower power scene. Na het overlijden van John Lennon in 1980 presteerde hij zich als de enige scherp denkende overgebleven persoon ter wereld. Dan hebben we het over een excentriekeling - Mario Welsman uit Amsterdam - destijds officieel kapper van beroep. Sommige van de radiofans kennen hem nog van een incident op 17 september 1970, waarbij aangenomen dient te worden dat hij weer eens in de publiciteit wenste te komen. Maar ook kom ik terug op een geval van paleisvredebreuk gepleegd door dezelfde Mario Welsman. Dan heb ik het eerst over een incident op de Noordzee een paar mijl uit de kust van Scheveningen. Een paar week eerder was men aan boord van de MEBO II al verrast geweest door een vermeende poging tot kaping van het zendschip van RNI. Dit door nachtclub eigenaar Kees Manders en zijn kompaan Ir. Heerema. Een alom bekend incident onder de fans van RNI. Maar op die 17de september 1970, was er andermaal een panieksituatie te horen in de uitzendingen toen deejays de luisteraars vertelden dat een boot, die hen onbekend was, lag afgemeerd naast de MEBO II. Ook werd er weer over een vermeende kaping gesproken. Na enige minuten stopte de berichtgeving en kwam men er ook niet meer op terug in het programma. Andermaal enkele dagen later, op 23 september, werd er in een nieuwsuitzending gewag gemaakt dat er opnieuw problemen waren op het zendschip. De toen 29-jarige kapper Mario Welsman uit Amsterdam had in de haven van Scheveningen een boot gehuurd met opdracht naar het RNI zendschip te varen. Toen het schip bij de MEBO II was aangekomen vroeg Welsman toestemming aan boord te komen, hetgeen hem in eerste instantie werd geweigerd. Dit aanhorende zei hij tegen de kapitein zich daar niets van aan te trekken en dat hij het schip zou gaan kapen. Toen hij dan ook aan boord klom, werd hij onmiddellijk door bemanningsleden vastgegrepen en opgesloten in één van de hutten. Eerst vertelde de bemanning Mario dat, wanneer hij niet met de gehuurde tender zou teruggaan, hij overboord zou worden gegooid. De kapitein van de gehuurde boot, de Scheveningen 18, had echter geen zin de kapper mee terug te nemen en dus werd besloten Erwin Meister en Edwin Bollier, de eigenaren van het zendschip, die verbleven in het Grand Hotel in Scheveningen, te informeren. Meister zelf beloofde zo spoedig mogelijk naar het zendschip te komen om de overspannen man terug te brengen aan land. Meister belde met Tom van der Linden (die kortelings invalkapitein was geweest) en vroeg hem, tegen betaling, hem met zijn eigen schip naar de MEBO II te brengen. Tom, die later berucht zou worden als één van de duikers die op 15 mei 1971 een aanslag pleegde aan boord van het zendschip, ging akkoord met zijn eigen schip, de MV Redder, uit te varen met Meister. Na aankomst bij het zendschip werd er vervolgens in de hut van de kapitein een gesprek gevoerd met Mario Welsman. De kapper vertelde Meister dat hij geruchten had gehoord dat RNI spoedig haar uitzendingen zou stoppen. Ook vertelde hij dat hij zijn poging tot kaping had ondernomen omdat de MEBO II zo’n mooi schip was en dat hij het niet kon uitstaan dat het station uit de ether zou gaan verdwijnen. Het zou een slechte zaak zijn voor de miljoenen luisteraars en ook wilde hij niet dat de bemanning en deejays zonder werk zouden komen te zitten. Toen daar niet serieus genoeg door Meister op werd gereageerd deed Mario Welsman er nog een schepje bovenop. Hij vertelde Meister dat hij gemachtigd was te onderhandelen tot aankoop van het zendschip in naam van Freddy Heineken, multimiljonair en destijds eigenaar van de Heineken Brouwerijen. Ook toen vertelde Meister hem dat hij niet onder de indruk was van Mario’s verhalen en gaf hij opdracht aan de bemanning Welsman maar weer op te sluiten en te bewaken en hem bij de eerste de beste gelegenheid van boord te laten halen. Waarschijnlijk had Welsman op voorhand een verslaggever van de Telegraaf ingeseind en geïnformeerd over zijn plannen. Niet veel later werd namelijk door een journalist van die krant de MS Dolfijn gehuurd van de firma Vrolijk in Scheveningen om te kijken hoe de situatie er voor zou staan bij de MEBO II. Aangekomen bij het zendschip werd overeengekomen dat de journalist en dus ook de schipper van de Dolfijn de Amsterdammer mee terug zouden nemen. Onderweg naar de haven vertelde Mario aan de journalist, dat hij graag wat langer op de MEBO II was gebleven maar dat de deejays niet op hem gesteld waren. Een paar jaar eerder had Mario Welsman al de nodige publiciteit getrokken door een keten van zeer exclusieve kapperszaken op te starten in diverse steden in het westen van het land. De start van dit keten werd met een groots georganiseerd feest gevierd, waarbij vele belangrijke en beroemde Nederlanders werden uitgenodigd. Hij was het middelpunt van een gouden party en beweerde hofkapper te zijn van Koningin Elisabeth en dat vele groten der aarde, waaronder Farah Dibah, tot zijn cliënteel behoorden. Binnen een paar jaar waren alle tien winkels al weer gesloten. Maar Mario Welsman, de kapper met de gouden handjes, zoals hij zichzelf altijd graag noemde, was eerder in 1970 al uitgebreid in de publiciteit geweest toen eind januari een rechtszaak tegen hem werd gehouden in Amsterdam. Waarschijnlijk onder invloed van gedroogd gras en meer had hij in oktober 1969 besloten, omdat hij toch van mening was dat hij vanuit de hemel was gezonden om Amsterdam en ons land te verrijken, het Paleis op de Dam gewapend met goudverf, een schaar en meer te beklimmen. De dagbladpers meldde hierover dat in feite zijn tocht, die hem in de nacht van 10 oktober 1969 naar het Amsterdamse Paleis op de Dam voerde, wel halsbrekend, maar toch minder hemels was dan hij zich had voorgesteld. ‘Op weg via de gevel naar de machtige Atlas ­­- die met zijn door de tand des tijds wat aangevreten wereldbol boven op het dak van het paleis troont - kwam hij niet met zijn spuitbus vol goudverf en met zijn zakschaartje terecht bij de machtige torser, maar op de vensterbank van de slaapkamer van de dienstwoning van de heer A. Perfors, opzichter en administrateur van het Paleis op de Dam.’ Achteraf bleek dat Mario Welsman pech had gehad, want de heer Perfors werd wakker, greep de kapper bij de benen en vervolgens kwamen beiden in een stevige vechtpartij — en dat was toch een heel wat minder ludiek en hemels gebeuren dan wat Mario van plan was: namelijk Atlas en zijn wereldbol met goud gaan bespuiten. Het resultaat van de vechtpartij was dat de beheerder Perfors niet alleen goudverf in zijn gezicht kreeg gespoten door Welsman, maar ook een scheur in zijn pink die veel bloed opleverde maar ook een bezoekje aan het nabijgelegen ziekenhuis, waar een hechting plaats vond. Er was meer schade want ook een raam begaf het en al het rumoer rond de beklimming, Mario had zijn vaste fanclub meegenomen, zorgde er ook voor de politie snel ter plaatse was vanuit het Bureau Warmoesstraat. In die tijd werden dergelijke acties snel door de rechtbank behandeld, en werd het niet een kwestie van meer dan een jaar wachten tot een behandeling zou plaats vinden, zoals nu een halve eeuw later. Eind november 1969, dus een maand na het voorval, kreeg Mario Welsman een boete opgelegd van 75 gulden en werd hij bij verstek veroordeeld tot betaling. Op 27 januari 1970 kwam de huisvredebreuk andermaal aan de orde. Niet dat Mario er die keer wel was: maar zijn verklaringen, afgelegd bij arrestatie en verhoor, lagen keurig uitgetypt ter tafel van de politierechter mr. Ten Kroode. Daaruit bleek, dat Mario Welsman de Atlas en zijn wereldbol had willen bespuiten om op deze manier een gouden net over Amsterdam te leggen, een soort kosmisch net waarmee je zelfs het weer zou kunnen veranderen en waarmee je in ieder geval alle mensen tot goede gedachten kon brengen. En goud spuiten was volgens Mario daartoe het aangewezen middel. Hij wilde helemaal niet inklimmen bij meneer Perfors — dat ging gewoon vanzelf. Hij wilde de man ook helemaal geen pijn doen: dat ging ook vanzelf — of misschien wel door het breken van het raam, dat wist Mario helaas niet meer precies. Uit de verslagen bleek ook dat hij de toenmalige Koningin Juliana niets wenste aan te doen, mede getuige de uiting dat hij trouw was aan de Kroon. Hij had er nog aan toegevoegd dat hij bereid was dat hij alle geleden financiële schade wenste te vergoeden. In de nadagen van de Flower Power toonde de voornoemde Officier van Justitie zich door deze lieve woorden geroerd. Het idee van algehele bevolkingsverbetering vond hij prachtig maar om dit door middel van huisvredebreuk te doen, achtte hij een minder gelukkige zaak. Hij eiste dan ook 150 gulden boete subsidiair vijftien dagen gevangenis. De rechter betoonde zich nog milder en zo werd Mario bij verstek veroordeeld tot 100 gulden subsidiair tien dagen. Het schaartje en de spuitbus werden verbeurd verklaard en de vergoeding kon hij nog betalen daar het faillissement van zijn kapperszaken pas later inging. Hans Knot, 31 augustus 2019
  11. Ja wel maar ik heb het aangepast door de titel te veranderen
  12. Uitvoerenden onbekend – Musik, Musik, Musik, Ich brauche keine Millionen. Deze tune ligt al een tijdje op de plank omdat de juiste uitvoering niet kan worden gevonden. De song werd gecomponeerd door Peter Kreuder en werd in 1962 op Radio Nord gebruikt als tune voor het programma ‘Linkopingshalvtimmen. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=f3c98d66-0b6e-4f7e-afa4-7eaf8717834e https://youtu.be/3gpF20zEBhg Performers unknown - Musik, Musik, Musik, Ich brauche keine Millionen. This tune has been on the shelf for some time because the correct performance cannot be found. Musik Musik Musik was composed by Peter Kreuder and was used on Radio Nord in 1962 as a tune for the programme 'Linkopingshalvtimmen. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=f3c98d66-0b6e-4f7e-afa4-7eaf8717834e
  13. Michael Chapman – Polar Bear Fandago. Een instrumentaal nummer van de Llp ‘Wrecked again’ die in 1971 uitkwam. Het was een van de 40 lp’s die de in Leeds geboren Michael Chapman sinds 1966 heeft opgenomen. Hans Mondt gebruikte het nummer als eindtune voor de Hans Mondtshow die in 1972 in de nachtelijke uren werd uitgezonden op Radio Veronica. Michael Chapman - Polar Bear Fandago. An instrumental song of the Llp 'Wrecked again' which was released in 1971. It was one of the 40 albums recorded by Michael Chapman, born in Leeds, since 1966. Hans Mondt used the song as the final tune for the Hans Mondtshow, which was broadcasted on Radio Veronica in the night hours of 1972. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=d0db01e1-6793-4c61-9839-c8a5130748a6
×
×
  • Create New...

Important Information

By using this site, you agree to our Terms of Use, Privacy Policy and We have placed cookies on your device to help make this website better. You can adjust your cookie settings, otherwise we'll assume you're okay to continue.