Jump to content

hans knot

Members
  • Content Count

    1,282
  • Joined

  • Last visited

Everything posted by hans knot

  1. Recent kwam er een verzamel-cd uit de collectie tevoorschijn. Ik heb namelijk de gewoonte uit de diverse schoenenkasten, waarin mijn collectie is opgeborgen, er blindelings een paar uit te trekken en mee te nemen om te beluisteren. De verzamel-cd was van ZZ en de Maskers met als leadzanger voornamelijk Bob Bouber. Tijd voor een nostalgische terugblik. Voordat ZZ en de Maskers in de jaren zestig bekend werden via veelvuldig draaien van hun muziek via onder meer Radio Veronica, Radio Noordzee (vanaf het REM-eiland) en zo nu en dan in de schaarse popprogramma’s van de Hilversumse omroepen, was Bob Bouber, onder zijn eigen naam ‘Boris Blom’, al veelzijdig actief geweest. De naam Bouber kwam om de hoek in 1957 toen hij van zijn grootouders, het toneelechtpaar Herman en Aaf Bouber, toestemming kreeg zijn artiestennaam te gaan gebruiken. Actief was Bouber onder meer als acteur, zanger, componist, tekstdichter, ontwerper, regisseur, producer en noem maar op. Ook heeft hij in de tweede helft van de jaren vijftig van de vorige eeuw een aantal maanden in Parijs – samen met een vriend – als straatzanger opgetreden. Op de internetsite De Boubers, 100 jaar theaterpassie, is meer te vinden omtrent zijn zeer veelzijdige loopbaan. Ik wil mij beperken tot een aantal herinneringen aan ZZ en de Maskers, want tussen 1963 en 1966 kwamen er met regelmaat singles en Lp’s uit, waarbij het geluid van de groep ook was te horen. De groep heeft eerst een half jaar gerepeteerd en opgetreden in kleine zaaltjes alvorens zich te kunnen presenteren in het Scheveningse Kurhaus en wel in het voorprogramma van de destijds immens populaire Amerikaanse zanger Chubby Checker. Het werd een enorm succes en de platenmaatschappij Artone, waar de groep onder contract stond, bracht met plezier een single uit met eigenlijk een dubbele A-kant. ‘Dracula’ was een vocaal nummer, terwijl het nummer ‘Beat Girl’ instrumentaal was. Er werd een duidelijke stap gemaakt als het gaat om de historie van de gitaargroepen. Waren het voorheen vooral groepen die successen van buitenlandse groepen opnamen en op die manier mee profiteerden van andermans successen, bij deze single van ZZ en de Maskers ging het om eigen composities, gelijk aan het werk van Peter en zijn Rockets. Er werd volop opgetreden onder meer in de buurlanden Duitsland en België, maar ook in Engeland, terwijl ook in de programma’s vanaf het REM-eiland het geluid van de groep weerklonk. ‘Stop in Las Vegas’, andermaal met Chubby Checker, werd ook een succes evenals het Nederlandstalige nummer: ‘Ik heb genoeg van jou’. Eigenlijk diende deze titel ook op de onvrede die ontstond tussen Bouber en de rest van ZZ en de Maskers. Bob trok zich terug om andere dingen te gaan doen, terwijl de groep het recht verkreeg als De Maskers verder te gaan. Wel kwam de groep met Bouber nog een keer bijeen om een Edison in ontvangst te nemen, maar daarna scheidden de wegen. Bouber richtte zich vervolgens onder meer op een solocarrière en werd gevraagd in 1966 mee te doen aan de voorronden van het Nationale Songfestival. Hij zong daar drie liedjes, te weten ‘Jouw eerste concert’, ‘Nog wel bedankt’ en ‘Jij bent een raadsel’. Hij had zelf graag met het eerste liedje als beste uit de bus te komen maar het werd geen winnaar. Kwaad liep hij bij de herhaling van ‘Nog wel bedankt’ van het podium nadat hij zijn tekst kwijt raakte. Hierdoor kwam hij trouwens weer volop in de belangstelling te staan en verschenen er een flink aantal interviews met hem in de dag- en weekbladen. Zo stelde hij in een GPD interview in de week na de voorronden dat het tienerwerk hem al lang geen voldoening meer gaf. “Ik wil van het etiket ‘ZZ’ af want ik kan meer en wil gewoon weer Bob Bouber zijn’. Hij kon ook niet anders want hij had de naam ‘Maskers’ verkocht. Bouber was niet het zich in allerlei bochten wringende idool, dat zalen vol schreeuwende en krijsende meisjes en jongens aan zijn voeten had liggen. Hij was destijds een jong en ambitieuse artiest, wat verstrooid misschien en met opzienbarende ideeën, maar in ieder geval een vakman. Iemand, die wist wat showbusiness is, die zakelijk keihard kon zijn en vooral wist wat te gaan doen. Bouber in maart 1966: “Ja. Ik vond (dat was in oktober 1962) en vind dat trouwens nog de presentatie in het tienervak zeer slecht. Ik vind de doorsnee tienersterren gewoon geen artiesten. Het zijn op de bühne hele zwakke mensen. Enige goede uitzonderingen natuurlijk daargelaten. Ik ergerde me eraan en ik wilde toen een fijne show maken. Dat heb ik toen met de Maskers gedaan.” De journalist vroeg hem vervolgens of het vergelijkbaar was met popart dat destijds voor diverse creatieve vormen werd gebruikt. Bob: “Neen. We hadden als ZZ and the Maskers een show opgezet, die een bepaalde wisselwerking tussen ons enerzijds en het publiek, of beter gezegd de tiener, anderzijds, teweegbracht. Popart is een nieuwe richting, waarvan ik persoonlijk veel verwacht. Neem nu ‘Het’. Deze groep stormt de hitparades binnen. En waarmee? Met originele geluiden. Geluiden, die enorm in deze tijd passen. Het is een andere mode en het past in deze tijd.” De CD van ZZ and the Maskers is inmiddels geheel beluisterd en dus op zoek naar een volgend nostalgisch onderwerp. Hans Knot, 20 april 2019
  2. Ja hoor zo lang er bewijs is is het voldoende voor opname in de lijst dank en groet Hans
  3. dank je Nico heb je daar een fragment van want dat is de basis voor een vermelding in de lijst dank en groet Hans
  4. Curtis Mayfield – Junkie Chase. Deze titel staat al in de discografielijst en dus kan het volgende worden toegevoegd: Op 6 en 7 januari werden er in de Uithof in Den Haag voor de eerste keer door de Amerikaanse ISSL schaatswedstrijden voor profs georganiseerd als tegenhanger van de bekende wedstrijden van de ISU. Veel bekende rijders uit die tijd deden er aan mee, waaronder de Nederlanders Verheijen, Verkerk, Bols en Schenk. De laatste won en ging met 34.500 harde guldens naar huis. Er diende aan promotie te worden gedaan dat gebeurde via Radio Veronica waarbij Junkie Chase werd ingezet als muziek. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=68f9dfb9-9087-4682-9556-1a4349e53340
  5. Lieutenant Pigeon – Desperate Dan. Lieutenant Pigeon was een Britse popgroep, die bekend stond om zijn novelty in de jaren zeventig van de vorigen eeuw. De band werd opgericht in 1972 en bestond uit toetsenist Rob Woodward en drummer Nigel Fletcher, beiden afkomstig van de experimentele band Stavely Makepeace, de bassist Stephen Johnson en aan de piano Hilda Woodward, de moeder van Rob Woodward. De band was voornamelijk in de originele bezetting actief tussen 1972 en 1978. Desperate Dan werd ingezet voor het maken van een promotiejingle voor de Veronica Top 100 over 1972 die op Nieuwjaarsdag 1973 tussen 1 en 6 uur in de middag werd uitgezonden. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=ce242d8b-c021-456c-88c4-88f11b84e3eb
  6. Le Grand Orchestra de Paul Mauriat – Last night. Andermaal een prachtige instrumentale compositie van Paul Mauriat, die hij al in 1962 componeerde voor de soundtrack van de film ‘Horace 62’, die onder regie van André Versini dat jaar werd gedraaid met onder meer Charles Aznavour in een van de hoofdrollen. Het was Carl Mitchell die het nummer op RNI inzette voor de productie van een spot waarin hij luisteraars opriep een verzoek op tape in te sturen zodat een Weird Request voor een vriend kon worden uitgezonden, zoals een tijdje op de maandagavond om half 11 gebeurde in de Mitchell’s Magical Music Show. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=85809f4b-bf81-46a1-8d2d-6a09cb52b2ed
  7. En nu op naar een volgende vondst morgen
  8. Ja Juul en de samenstellers van de zeezenderdiscografie hebben al 25 jaar lang de goede gewoonte alles te benoemen en de beschrijven en dus ook afwijkend gebruik.
  9. Luther Randolph and Johnny Stiles – Cross Roads. Een heerlijk deuntje dat zo in de categorie Jimmy Mc Griff en Jimmy Smith past. Randolph op orgel en Stiles op basgitaar. Ze componeerden ‘Cross Roads’ samen met Norman Connors, die ook het drummen voor zijn rekening nam, en de single werd in 1963 uitgebracht op het Cameo label, terwijl Artone het in Nederland op de markt bracht. Duidelijk is dat Jan van Veen op Radio Veronica in het programma ‘Alle remmen los’ het dus niet bij een tune hield want hij gebruikte dit nummer in augustus 1967 als herkenningsmelodie voor dit programma. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=56deaad6-1896-4492-873b-aa1795a5eaee
  10. Santa Esmeralda – Sevilla Nights. Eén van de nummers afkomstig uit de Amerikaanse discofilm ‘Thank God it’s a friday’ die in 1978 uitkwam. Het nummer werd door René de Leeuw in 1979 gebruikt als einde tune voor zijn ochtendprogramma op Radio Delmare, dat er tussen 10 en 12 werd uitgezonden. Thank God It's Friday werd gedraaid onder regie van Robert Klane, met in de hoofdrollen onder anderen Jeff Goldblum, Donna Summer en Valerie Landsburg. Speciale gasten zijn de Commodores. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=1b7d91e2-2e31-4e6b-815c-2ff1699251a6
  11. Hi Dyo in mijn tekst meld ik ook dat er bijna niets te vinden is dus helaas
  12. Ik ken de uitdrukking Leen maar binnen onze studierichting met 99% vrouwen gaat het zeer gemoedelijk toe en in de 45 jaar dat ik er werkzaam ben heb ik dit woord nog nooit gehoord. Trouwens nog van harte, ik ben vergeten je eerder deze week een wens toe te sturen
  13. J.C. Orchestra – Broadway girl. Het komt niet vaak voor dat er bijna niets is te vinden over een gebruikt nummer. Deze instrumentale deun is afkomstig van het J.C. Orchestra, dat waarschijnlijk ooit in België platen heeft opgenomen. Op Deezer is er een ‘Maxi Compilation 64’ te vinden waar verder ook andere Belgische artiesten op voorkomen en ‘Broadway girl’ ook is opgenomen. In ieder geval werd het nummer gebruikt door Tony Houston als tune voor het programma ‘Smakkelijk eten’ op Radio Atlantis. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=53698ae6-4d1b-4823-b05e-fa5578983bf5 geen you tube versie beschikbaar. mailen kan altijd naar mij via HKnot@home.nl
  14. Het jaar 1958, waarin ikzelf 9 jaar was en bewust krant ben gaan lezen en tevens de schaar heb ontdekt om allerlei weetjes uit te knippen, heeft veel interessante onderwerpen gebracht, waardoor we meer dan zestig jaar terug gaan in de tijd, als het gaat om de meeste onderwerpen. Want wees nu eerlijk: waaraan denk je als ik het woord ‘Hoelahoep’ neerzet? Plastic buizen, die je in elkaar kon schuiven en je als spelobject kon gebruiken. In principe waren de eerste plastic producten in de jaren vijftig van de vorige eeuw overgewaaid vanuit de VS naar Europa, dit al voorzet op de totale modernisering van het huishouden. Het was een hele andere vorm van hoepelen als de jeugd daarvoor gewend was met de ijzeren hoepel. Deze diende je aan een stangetje, al hollend op de stoep dan wel de straat (immers was er nog weinig gemotoriseerd verkeer), voort te bewegen. Waren er wel twee auto’s die in de nabijheid van elkaar stonden, dan werd er overgegaan tot dakje scheren. Als het ware overstappen van het ene dak naar het andere. Dien je nu eens mee aan te komen dan wordt je meteen opgepakt of neergeslagen. Nee, dan wel de plastic hoepel, dan wel Hoelahoep, werd om je lichaam gedrapeerd ter hoogte van je gordel. Het was een bepaalde handigheid waardoor de hoepel begon te draaien om je middel. Juist die zwaai die je eraan diende te geven was speciaal te noemen en eerst moeilijk in te leren. Had je deze zwaai eenmaal in ‘de vingers’ dan kwam het erop aan bepaalde bewegingen te maken in cirkelvorm met de buikgordel. Wat hebben we wat wedstrijden gehouden op het schoolplein destijds en streng werden de tijden bijgehouden op een lijstje wie het langste de hoepel in beweging hield. Er waren fanatieke bij, vooral meiden, die meerdere hoepels zonder problemen draaiende hielden, maar dat mochten de jongens alleen van afstand bekijken aangezien er een duidelijke witte streep op het schoolplein was aangebracht ter scheiding van de seksen. Ook waren er speciale kleinere hoepels waarmee allerlei vormen van bewegingen konden worden gemaakt, bijvoorbeeld met de armen en de benen. Het waren twee Amerikaanse studenten, te weten Richard Knerr en Arthur Melin, die in het jaar 1948 besloten een eigen bedrijfje op te richten met als doel nieuw speelgoed op de markt te brengen. De onderneming heette: ‘Wham-O Campany’. Hun eerste wereldwijde succes kwam in 1958. Van een bevriende landgenoot hadden ze gehoord dat in Australië de jeugd zich hier en daar plezierde met een spel, waarbij een hoepel gemaakt van bamboe werd gebruikt. Richard en Arthur zagen hier toekomst in mits de bamboe werd vervangen door plastic, wat lichter en soepeler zou zijn. En het idee sloeg aan want in de daarop volgende twee jaren werden er wereldwijd meer dan 100 miljoen exemplaren van hun speeltuig op de markt gebracht. Een ander groot product waarmee beiden bekend werden, was de frisbee. In 1982 waren de heren helemaal binnen toen ze hun bedrijf, waar binnen 230 verschillende soorten speelgoed werden ontwikkeld en op de markt gebracht, verkochten aan de Kransco Group voor een bedrag van 12 miljoen dollar. Ze konden vervolgens rustig gaan genieten van hun welverdiende geld. Richard Kerr overleed in januari 2008 op 81-jarige leeftijd, terwijl Arthur Melin al in 2002 kwam te overlijden. Er waren zelfs tijdschriften die, bijna in iedere editie, aandacht besteden aan de enorme rage die ‘Hoelahoep’ in de wereld teweeg bracht. In de 16 december 1958 editie van het tijdschrift Piccolo, dat in Vlaanderen en Nederland op de markt werd gebracht, stelde men dat er nog lang geen einde aan de rage was. Wat was namelijk het geval? Een Nederlandse speelgoedfabrikant had aangekondigd dat er aan de rage, na de Sinterklaasviering, wel een einde zou komen. De beste eigenaar wilde waarschijnlijk voor het Heilige Feest op 5 december 1958 zoveel mogelijk Hoelahoeps verkopen. Wel werd een waarschuwende vinger geheven in het artikel want met stelde te hopen dat, gelijk aan een verbod in Tokio, dat het uitvoeren van het spel op straat door de politie in Nederland en België zou worden verboden, dit mede vanwege het gegeven dat het in de avonduren sneller donker werd en de kans op ongelukken met het mobiele verkeer groter werd. Inmiddels stortte Radio Luxembourg via de 208 meter de nodige muziek over ons uit waarbij ‘The Hoela Hoep Song’ in de uitvoering van Teresa Brewer de luisterende jeugd nog meer opzweepte tot schalkse bewegingen met de heupen. Er waren trouwens meer berichten terug te vinden in de toenmalige bladen, want zo werd ook bekend gemaakt dat door de bewindvoerders binnen het West Duitse Parlement in Bonn ook een groot aantal Hoelahoeps was aangeschaft voor gebruik door de vele zwaarlijvige leden van het Parlement. In het plaatsje Rochester in Engeland werd er een dief betrapt die, met behulp van een halve Hoelahoep buis, benzine uit een auto aan het stelen was. De bouwindustrie in ons land mopperde af en toe over het tekort aan plastic buizen, omdat de speelgoedindustrie voorrang kreeg bij aanschaf. Men vroeg zich af of er toch niet terug geschakeld diende te worden naar koperen buizen voor het leggen van leidingen. Huisvrouwen uit Belgisch Limburg gingen opvallend massaal de grens over om in Nederlands Limburg hoepels te kopen, die klaarblijkelijk bij ons goedkoper bleken te zijn. Bij de Belgische grens werd streng gecontroleerd en dienden ze bij invoer van de Hoelahoep nog eens 5 cent omzetbelasting per ingevoerd exemplaar te betalen. Ook achter het toenmalige IJzeren Gordijn was de rage doorgebroken toen bleek dat in Polen de regering had bekend gemaakt dat het Ministerie voor Lichte Industrie en Ambachten niet genoeg achter de productie van het spelmateriaal aan zat, waardoor de ontwikkeling van de communistische jeugd, qua beweging, zou stagneren. In ons buurland, destijds West Duitsland genaamd, was er een soldaat die twee soldaten toegewezen had gekregen, die hem als lijfwachten te bewaken. Sommigen lachten erom, anderen vonden het nogal een ophef dat een gewoon dienstplichtige soldaat ingedeeld bij de Amerikaanse 3e divisie pantsertroepen Spearhead, gelegerd in Friedberg bij Frankfurt am Main, directe ondersteuning van twee collega’s kreeg. Het ging om Elvis Presley, ook bekend onder de bijnamen ‘Elvis de Pelvis’ en ‘De man die zingt als een verliefde buitenboordmotor’. Het waren respectievelijk Lamar Fike en Bobby West, die aan Presley ter bewaking waren toegewezen in 1958. En er was zeker sprake van zwaargewichten want ze waren 100 en 120 kilo in gewicht. Trouwens het waren niet de enige personen in zijn directe omgeving want ook Elvis zijn vader woonde in Friedberg, terwijl oma Presley eveneens naar West Duitsland was overgebracht om zijn innerlijke veiligheid te bewaken. Oma zorgde dus voor het bakken en braden voor Elvis. Uitzonderlijk dat hij dus niet in de kazerne at. Dagelijks stonden honderden jonge meiden en jongens aan de poort om Elvis Presley de poort in en uit te zien gaan. Geruchten deden de ronde dat Elvis naar Chris Howland en zijn ‘Fraulein’ had geluisterd want er werd gemeld dat hij een Duitse vriendin had in de persoon van de 17-jarige Margrit Bürgin uit Bad Homburg. Elvis hoefde zich trouwens niet te vervelen want hij had telkens genoeg journalisten om zich heen en als hij eindelijk even op zich zelf was dan had hij de beschikking over vijf auto’s, die hij uit de VS had laten overkomen. Laten we eens kijken wat er in januari 1958 was te melden als het ging om de toen populaire muziek. Ik neem U mee naar de rubriek ‘Spits uw oren’ die stond afgedrukt in het Vlaams/Nederlands weekblad Piccolo. Zo was er onder meer te lezen dat de Engelse zanger Frankie Vaughn een reis zou gaan ondernemen, die hem tien dagen in de VS zou laten verblijven. Onder meer werd er een televisieshow bezocht om er zijn zangwerk aan de Amerikaanse kijker te openbaren en nam hij er vier songs op in de studio’s van Columbia, platen die later in Engeland en de Benelux werden uitgebracht op het Philips label. Opmerkelijk was dat Frankie Vaughn door het orkest van Mitch Miller werd begeleid. Vaughn was zeer geliefd, en had alleen al in Engeland in 1958 vijf hits, een ongehoord aantal voor één en dezelfde artiest. Onder meer scoorde hij dat jaar met de dubbelzijdige hitsingle ‘Can’t get along without you now/ We’re not alone now.’ Frankie was geboren als Frank Abelson in 1928 in Liverpool. Zijn artiestenachternaam Vaughn was van herkomst een bijnaam voor zijn uit Rusland afkomstige grootmoeder. Zijn muzikale loopbaan begon in het theater als danser, maar ging al snel over tot het zingen waarbij hij zich in eerste instantie bezig hield met het vertolken van Amerikaanse hits. In Nederland werd getracht met veel allure en promotie een zangeres in de markt te zetten. Het ging om de uit Polen afkomstige Monica Witkowna. Ze had een 45 toerenplaatje uitlaten brengen waarop liefst 4 nummers stonden. Eén ervan was een oud Pools drankliedje ‘Piosneckzka’. Het promotieteam van de platenmaatschappij van Philips had het idee opgevat de release van de single op passende wijze te laten plaatsvinden. De Nederlandse vertegenwoordiging van ‘Confrérie des Vinophiles’, ofwel het ‘Broederschap der Wijnvrienden’ werd ingezet en vonden zich bereid Monica te ontvangen, uiteraard voorzien van de nodige persjongens en fotograven. De plechtigheid vond plaats in een 17 -eeuwse wijnkelder, die eigendom van het Broederschap was. En geloof het of niet, maar het zogenaamde eerste exemplaar werd ten doop gehouden met gebruik van een heerlijke Bourgogne. Na enkele glaasjes heeft de zangers destijds nog ettelijke Oost Europese volksliedjes gezongen die allen een gretig onthaal ontvingen bij de leden van het Broederschap. De plaat is nooit wat geworden en over Monica is slechts verder bekend dat ze haar gezicht nog op het witte doek vertoonde in de film ‘Spy in the Sky’, die eveneens in 1958 uitkwam. Binnen ons gezin bestaan verschillende meningen betreffende de binnenkomst van het vermaarde kijkkastje, de televisie. Ik zelf houd het op 1959 terwijl mijn oudere zus het jaren geleden had over het jaar 1958. Ze kan best gelijk hebben. Ikzelf knipte al rijkelijk allerlei dingen over radio en televisie uit, die ik al die decennia lang heb bewaard. Zo kwam ik in mijn map met knipsels uit het jaar 1958 een verhaal tegen over de hersengymnastiek op de televisie, die in Engeland een grote schare aanhangers had – tenminste onder de mensen in de groep van televisiebezitters. Deze zwart-wit kijkers kregen een televisieversie voorgeschoteld van een zogenaamde ‘panel game’, zoals de Britten het ooit op de radio hadden geïntroduceerd en benoemd. Het kwam er op neer dat een ‘omroeper’ op een handige en onderhoudende manier (of meerdere personen) iemand of enige personen ondervroeg(en) over diverse onderwerpen. Dit al dan niet in een soort van wedstrijdverband. Via de radio werden dan uitgebreid onderwerpen besproken waarna halverwege en op het eind van het betreffende onderwerp vragen werden gesteld om op die wijze te kunnen bepalen of de deelnemer al dan niet parate kennis over dit onderwerp had en al dan niet gescoord kon worden. Als luisteraar was het mogelijk je in te leven in de persoon van de ondervraagde. Bij de televisieversie werd in eerste instantie ook gewoon gebruik gemaakt van een ‘huiskamerdecor’ waarbij de ondervragers als wel de te ondervragen personen gezellig bijeen zaten, die alles geregistreerd door slechts één camera. Ondanks dit bijna stille plaatje werd deze vorm van hersengymnastiek snel populair en werd het ook in andere landen, waaronder Duitsland, België, Nederland en Oostenrijk, in de programmering opgenomen. Wel vertoonden de kijkers, na ongeveer 33 afleveringen van televisiehersengymnastiek, wel enige vermoeidheid. Maar de televisiemakers van het eerste uur, want daar mag je zeker de makers in de jaren vijftig van de vorige eeuw onder rangschikken, wisten de oplossing. Laat de deelnemers niet alleen hun parate kennis tonen maar laat ze ook hun handvaardigheid proberen over te brengen bij de kijkers. Hans Knot, 13 april 2019
  15. Rex Garvin and the Mighty Cravers – Sock it to me JB. Dit nummer staat al vermeld in de discografie. Er kan aan worden toegevoegd: In 1967 werd ‘Sock it to me JB’ ook gebruikt voor de productie van de jingle met de tekst ‘This is Caroline on 2 5 9 with happiness, with friendlyness, freedom, forever!’. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=8da0985a-95bf-430d-b8b0-4d908b1ae1d7
  16. Elton John – You starter for. Dit nummer wordt al uitgebreid genoemd in de discografie en er kan aan toe worden gevoegd: Het was in 1978 dat Stuart Russell de plaat nog een keer uit de discotheek van de MV Mi Amigo haalde om het nummer te gebruiken als filler in zijn programma. Over deze instrumentale deun vertelde hij wat de luisteraars die avond nog konden verwachten tot twee uur in de nacht op Radio Caroline. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=017be7ea-5afb-4538-9b27-9ddc2a730d65 https://www.youtube.com/watch?v=gdKwjXrhFJg
  17. Pas ik aan in de uiteindelijke lijst op Soundscapes tzt dank voor de tip
  18. Vangelis – Nucleogenesis part 1. Dit nummer is afkomstig van de studio lp van Vangelis uit 1976 getiteld ‘Albedo 0.39’. Een zeer uptempo nummer dat uitstekend werd bevonden in 1977 om reclame te maken voor het toen nieuwe Caroline t-shirt en sweatshirt dat eigenlijk een reprint was de het bekende shirt uit de jaren zestig van de vorige eeuw, het shirt met de ‘skull and crossbones’ en de woorden Radio Caroline. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=e155698f-514e-4c2c-8f17-84ac6b9abd10
  19. In elke stad of dorp had je ze wel, de speciale zalen die gericht op vooral het geloof, waren bestemd voor ontspanning, vermaak en de boodschap over te brengen. In Groningen was er bijvoorbeeld het Katholiek Leven, een zaal gevestigd aan de Moesstraat, gelegen naast één van de daar in de buurt gevestigde kloosters en waarbij de exploitatie eerst werd gevoerd door de nonnen van dit klooster. Vanuit de daar achter gelegen scholen werd gebruik gemaakt van ‘Katholiek Leven’ voor de jaarlijkse optreden van de leerlingen van de diverse klassen voor de betreffende ouders. Daarbij dient wel opgemerkt te worden dat eind jaren vijftig, begin jaren zestig, er een duidelijke scheiding was van jongens- en meisjesklassen en dus de optredens ook altijd op andere avonden gescheiden van elkaar werden georganiseerd. Natuurlijk werd de exploitatie van dergelijke zalen ook mogelijk gemaakt middels het verhuur aan toneelgezelschappen, muziekverenigingen, klaverjasclubs en meer. Ook voor de christelijke verenigingen was er een dergelijke zalencomplex in Groningen, gevestigd aan de Lutkenieuwstraat, genaamd ‘Het Tehuis’. In het jaar 1936 werd het als zodanig in de lokale krant aangekondigd. Het was in de loop der jaren een begrip in Groningen en ook daar was het probleem dat exploitatie niet alleen mogelijk was via bijeenkomsten van geloofsgenoten. De zalen werden op een bepaald moment volop verhuurd en ikzelf maakte op die manier in 1966 kennis met Het Tehuis omdat de schriftelijke examens van de Cort van der Lindenschool in dit gebouw werden gehouden. Niet veel jaren later, toen ik in dienst kwam van de afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen, werden de schriftelijke tentamens van de studenten er deels ook in het complex afgenomen en werd er door de medewerkers bij toerbeurt surveillance uitgevoerd. Maar ook andere vormen van samenkomen waren mogelijk in Het Tehuis aan de Lutkenieuwstraat. Zo waren de Plattelandsvrouwen jarenlang met regelmaat aanwezig. Deze organisatie werd als ‘Afdeling Groningen en Omstreken van den Bond van Plattelandsvrouwen’ op 16 januari 1947 opgericht en was voornamelijk bedoeld als gezelschapsvereniging, waar op een ontspannen manier over een diversiteit aan onderwerpen kon worden gepraat. Tot in het jaar 2000, toen de vereniging werd opgeheven, kwamen de leden bijeen in Het Tehuis. Op zaterdag 5 juni 1971 werd er van ’s ochtends tien tot ’s avonds tien uur muziekgemaakt in het gebouw door leerlingen van de muziekscholen van Groningen, Delfzijl, Leek, Veendam en Winschoten. Het muzikale treffen werd georganiseerd door het Provinciale Contactorgaan Muziekscholen waarbij haar voorzitter, mr. Th. P Zwart, die dag Het Tehuis ‘een huis van muziek’ kroonde. Het Nieuwsblad van het Noorden kwam er de volgende maandag op terug door onder meer te melden: ‘Het hele gebouw trilde van het gezang, gestrijk, gedrum, getoeter en getokkel. Op vijf manieren beoefende de, in een rijkdom aan minirokjes, hot pants en Wrangler pakken gestoken menigte de muziek.’ Dixieland, jazz, klassiek en popmuziek, alles werd die zaterdag ten gehore gebracht. Tijdens de diverse uitvoeringen werden er radio-opnames gemaakt door zowel de RONO (Regionale Omroep Noord en Oost) als door de VPRO. Maar ook de politiek wist het gebouw en de mogelijkheden te vinden. Zo was de toenmalige Communistische Partij Nederland, afdeling Groningen, een regelmatige huurder van een of meerdere zalen. Ook het COC huurde er ruimte, hoewel in eerste instantie toegang werd geweigerd omdat andere huurders zich aan de aanwezigheid van deze club zouden kunnen storen. Popmuziek was er ook, zo trad de toen bekende lp groep Alquin er in februari 1975 op, waarbij de entree zeker laag kon worden genoemd daar een kaartje maar f 6,50 kostte. Het concert werd georganiseerd door de mensen achter de Stichting Revendel, die in eerste instantie bijeenkomsten organiseerde met een toegangsprijs van f 5,00. Een optreden van Barend Servet en Sjef van Oekel was echter met f400,-- verliesgevend geworden, waardoor de prijzen omhoog dienden te gaan. Ook is er nog een tijd een Mensa gevestigd geweest in een van de zalen waarbij het mogelijk was, via zelfbediening, een warme maaltijd te nuttigen. Zo maar een paar voorbeelden van een ontspanningsruimte, waarvan er in elke grote gemeente wel een aantal aanwezig was in voornoemde periode. Het Tehuis werd in het jaar 2005 gesloopt en inmiddels staan al een paar jaren appartementen op de plek waar eens vele organisaties ruimtes huurden. Hans Knot, 6 april 2019
  20. Scott Fitzgerald en Yvonne Keely – If I had words. We kunnen hier duidelijk zeggen te maken te hebben met een megahit. Het was een eenmalige samenwerking tussen Scott Fitzgerald en Yvonne Keely, de zus van Patricia Paay. Met medewerking van het St. Thomas Moore School Choir werd het nummer 1 en verbleef 17 weken in de hitlijsten in 1977. Een jaar later werd het op Radio Mi Amigo gebruikt in de programma’s van Dominee Toornvliet waarbij de assistente van Toornvliet de luisteraars opriep tot financiële ondersteuning van het Pastorale Centrum aan de Vijverweg 8 in Bloemendaal. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=b948e806-bba7-4837-a268-51c576056348
  21. Bassett Hand – In Detroit. Vanaf 1963 was er een Amerikaanse formatie Strangeloves, bestaande uit Bob Feldman, Jerry Goldstein en Richard Gotteher. Bob en Jerry hadden eerder onder andere namen al platen opgenomen. Strangeloves kregen een contract bij het FGGG label en op elke plaat stond een verwijzing: gearrangeerd en gedirigeerd door Bassett Hand. In werkelijkheid bestond ‘Bassett Hand’ niet maar was een soort van pseudoniem voor de eerder genoemde drie heren. Onder de naam Bassett Hand werden, voordat men onder de naam Strangeloves ging opnemen, twee instrumentale singles uitgebracht. Het nummer in Detroit werd op Radio Veronica ingezet voor de promotiespot ten bate van de Stichting Vrienden van Veronica. Je kon een luisterviskaart per briefkaart bestellen en een gulden bijplakken en van elke bestelling ging een gulden naar een goed doel, namelijk de misdeelden. Een idee ontstaan uit het brein van Cor Petrus, de voorzitter van de Stichting Vrienden van Veronica. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=e562df6a-9d75-4fa1-804c-e49ce108df04
  22. Janco Nilovic – Golf Open. Janco was van origine een in Istanboel geboren Turk, die vanaf de begin jaren zestig in Frankrijk is gaan wonen waar hij zich als multi-instrumentalist zich vooral richtte op het componeren en uitvoeren van productiemuziek. Van de lp Stylissimo uit 1973 komt het nummer Golf Open. Op Radio Mi Amigo zijn er in de loop der jaren een aantal ‘adverteren op …’ commercials gemaakt en Peter van Dam gebruikte de ‘Golf Open’ om in 1976 de spot: ‘Met de reclameboodschappen op Radio Mi Amigo bereikt U dagelijks meer dan 5 miljoen luisteraars….’, te produceren. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=ecbb8df8-04a1-4932-8a9b-32646c16d43d
  23. Dr. Feelgood – Boom Boom Van dit nummer zijn er tal van uitvoeringen zoals van John Lee Hooker, Yardbirds, Animals en Gloria. In 1975 nam de formatie Dr. Feelgood het nummer op en werd uitgebracht op de lp ‘Down by the jetty’. In dat zelfde jaar kwam er op de zondagmiddag op Radio Mi Amigo een nieuw programma met Peter van Dam en Joop Verhoof. De intro van ‘Boom Boom’ van Dr. Feelgood werd gebruikt voor de productie van een jingle voor het nieuwe programma ‘Voor of tegen op 2 5 9’. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=e7a537bf-284c-4187-bd49-fdb6bc85f508
  24. John Philip Sousa – Hands across the sea/Stars and stripes forever. Deze twee stukken marsmuziek, beiden composities van John Philip Sousa, werden, in combinatie met ‘O Cangaceiro in de uitvoering van Mitch Miller and his Orchestra, gebruikt als achtergrondmuziek bij uitgebreide aankondigingen tijdens de testuitzendingen van KING Radio met kreten als ‘your day by day holiday’, ‘King Radio London a new sound of news and music’ en ‘This is K I N G test transmission you’re number one radio.’ Het testsignaal haalde trouwens nauwelijks de kust. Mitch Miller and his orchestra – O’Cangaceiro. Dit nummer in uitvoering van Mitch Miller and his Orchestra werd gebruikt als achtergrondmuziek bij uitgebreide aankondigingen tijdens de testuitzendingen van KING Radio. Dit in combinatie met twee composities van John Philip Sousa, namelijk met ‘Hands across the sea’ en ‘Stars and stripes forever.’ Dit gebeurde met kreten als ‘your day by day holiday’, ‘King Radio London a new sound of news and music’ en ‘This is K I N G test transmission you’re number one radio.’ Het testsignaal haalde trouwens nauwelijks de kust. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=aed2434b-35ee-4776-a821-89a74cc96cc2 Mitch miller niet beschikbaar op you tube https://www.youtube.com/watch?v=tNCIz_wM5ew
  25. Een kwart eeuw geleden klinkt anders dan 25 jaar geleden maar toch is het dezelfde tijdsperiode. Het zal eind maart 1994 geweest zijn dat de drukproef op de deurmat viel in Groningen met het verzoek er nog eens goed doorheen te gaan en de correcties door te geven aan de secretaresse van Robert Briel in Hilversum. Het gaat om de latere publicatie ‘Stemmen van de Noordzee’, dat mede gefinancierd door Radio Veronica en onder redactie van Robert Briel werd samengesteld. Zoals bij velen bekend was het een van de meest tot verbeelding sprekende periodes uit de Nederlandse radiogeschiedenis, die van de zeezenders tussen 1960 en 1989. Het waren de eerste commerciële stations naast Radio Luxemburg, die actief waren vanaf zendschepen in internationale wateren, genoodzaakt op die wijze uitzendingen te verzorgen en op die manier de wetgeving op het vaste land te omzeilen. De diverse regeringen, die in de periode 1960 – 1974 actief waren, hebben er alles aangedaan om de zeezenders veelvuldig de nek om te draaien maar het waren volhouders als Radio Veronica en Radio Noordzee die pas in 1974 het onderspit dolven, waarna nog alleen Radio Caroline en Radio Mi Amigo doorgingen met uitzendingen en nog enkele anderen zouden volgen. In 1994 was het zonder meer een reden daar een tentoonstelling over in te richten in het Omroepmuseum aan de Oude Amersfoortseweg in Hilversum als ook een boek uit te geven. Want wie kende ze niet ‘De Stemmen van de Noordzee’. Reeds eind 1992 werden door mij de eerste gesprekken gevoerd aan de Oude Amersfoortseweg met Jan Vos en Arno Weltens, waarna werd besloten in 1994 een tentoonstelling over de Nederlandstalige Zeezenders te gaan inrichten. Toen men bij Veronica hoorde dat er een tentoonstelling zat aan te komen kwam men op het idee van een publicatie over de zeezenders, immers een tentoonstelling is vergankelijk, maar een boek gaat jaren mee. Duidelijk dient te zijn dat in vele boekenkasten van de radioliefhebbers dit boekje staat. Naast Robert Briel en ikzelf waren er binnen de omroep nog een aantal mensen dat hun licht liet schijnen over deelonderwerpen, maar een groot aantal hoofdstukken, in ‘Stemmen van de Noordzee’, was afkomstig van leerlingen van de Hogere School voor Journalistiek, destijds gevestigd in Utrecht. Het was mij een genoegen destijds een tweetal gastcolleges te mogen geven om de groep studenten in te wijden in de wereld van de zeezenders, waarbij tal van thema’s en vooral namen voorbij kwamen. Aan het einde van de tweede sessie werd – in overleg – bepaald welke taken de diverse studenten in de daarop volgende maanden kregen. Het werden allemaal interviews met personen die betrokken waren bij de zeezenders, van deejays tot directieleden en van nieuwslezer tot bevoorrader. Dat alles bewerkt door de studenten van de betreffende opleiding, waarbij er een na een kwart eeuw later uitspringt. Arjan Snijders, die in 1995 afstudeerde en voor het boek Hans Hoogendoorn interviewde. Met bepaalde regelmaat reisde ik in 1993 en begin 1994 naar Hilversum voor overleg met Arno Weltens om te bekijken wat we in de diverse vitrines konden laten zien, evenals buiten de vitrines aan grotere objecten. Daarbij kwamen vele namen voorbij van personen die ook verzamelden en spullen in bruikleen konden afstaan. Er kwamen op die manier ook veel platen voorbij, zowel lp’s als singles, die op de een of andere manier betrekking hadden op de zeezenders. We wisten ze onder te verdelen in diverse categorieën waardoor een gedegen overzicht was, die dan weer werd gepubliceerd in ‘De stemmen van de Noordzee’. De volgende indeling werd gemaakt: Platen met in de titel de naam van stations, medewerkers of andere verwijzingen Singles met in de tekst de naam van stations of medewerkers Documentaires over zeezenders op Lp’s en Cd’s Songs die werden opgenomen door deejays Songs die werden gebruikt als deejay- en programma-tune of voor de productie van jingles Videoclips met beelden van zeezenders De indeling is 25 jaar lang behouden gebleven. Maar de 13 pagina’s, die op die manier werden gevuld, waren slechts het begin van de nog immer aan te vullen discografielijst. Bij de introductie van de lijst stond mijn, al lang niet meer in gebruik zijnde, postbusnummer genoemd. Een ieder kon reageren met eventueel nieuwe vondsten die in de lijst konden worden opgenomen. Een aantal namen van personen, dat in de loop der jaren intens mee hebben geholpen de lijst verder aan te vullen dienen genoemd te worden: Henk Verhaag, Martin van der Ven, Ger Tillekens, Chris Cortez, Jelle Boonstra, Chris Edwards, Pieter Jan Vink en Jan Hendrik Kruidenier en dan zijn er nog tientallen personen die een of twee keer aanvullingen aanleverden. We zijn een kwart eeuw verder en nog immer werken Martin van der Ven en Henk Verhaag met mij samen aan de uitbreiding van de lijst. Vrijwel dagelijks komt er een nieuwe vondst, mede mogelijk gemaakt door allerlei technische vernuft, tevoorschijn. De hele lange lijst is terug te vinden in de volgende database, die twee keer per jaar wordt bijgewerkt door Ger Tillekens: http://www.icce.rug.nl/~soundscapes/DATABASES/ZZD/Zeezender_discografie.shtml De regelmatige aanvullingen zijn terug te vinden op het volgende forum: https://www.radiotrefpunt.nl/forums/forum/103-radiovormgeving/ Voor diegene die denkt een aanvulling te hebben staat mijn mailbox ter beschikking via HKnot@home.nl
×
×
  • Create New...

Important Information

By using this site, you agree to our Terms of Use, Privacy Policy and We have placed cookies on your device to help make this website better. You can adjust your cookie settings, otherwise we'll assume you're okay to continue.