Jump to content

hans knot

Members
  • Content Count

    1,371
  • Joined

  • Last visited

Everything posted by hans knot

  1. Deze keer heb ik nog eens wat herinneringen uit februari 1957 opgedoken. Een deel van Nederland had nog geen of slechte televisieontvangst en dus werd er gezocht naar een geschikte plek om een televisietoren te plaatsen in een van de noordelijke provincies. Op 1 februari werd bekend dat het in ieder geval niet in Appelscha zou worden gebouwd, zoals in diverse berichten was gemeld. De Leeuwarder Courant bracht uiteindelijk het niet doorgaan: ‘De geprojecteerde televisietoren voor het noorden — vurige hoop voor bezitters van televisietoestellen in onze contreien — zal niet in Appelscha verrijzen, maar gebouwd worden op een meer oostelijk gelegen plaats, even over de Friese grens. Zeer waarschijnlijk zal de gemeente Smilde de toren krijgen.’ Oorspronkelijk zou de te Appelscha geprojecteerde televisietoren een hoogte van 200 meter krijgen. Hoger kon men daar niet bouwen, omdat Appelscha in de aanvliegroute van het vliegveld Eelde ligt. Een dergelijke hoogte zou echter niet voldoende zijn optimaal bereik van televisiesignalen te realiseren. De Rijksluchtvaardienst had wel geadviseerd de toren 5 tot 6 kilometer oostelijker van Appelscha te laten bouwen, waarbij men een hoogte van 300 meter kon toestaan. Hoewel het Friese college van Gedeputeerden en het gemeentebestuur van Weststellingwerf zich vol enthousiasme op de plannen hadden geworpen, mede met het oog op de recreatief aantrekkelijke uitzichttoren, en hoewel de PTT zijn toezegging gestand wilde doen, de toren in Appelscha te bouwen, indien men daarop stond — hadden beide colleges zich vervolgens spontaan met het plan van de PTT verenigd. Zij stelden zich op het standpunt, dat de toren allereerst ten volle moest voldoen aan de televisievoorziening in het noorden van Nederland. Wel werd besloten dat de FM-zender, die in Irnsum stond, tijdelijk zou worden ingericht als provisorische televisiezendstation. Op 2 februari, dus een dag later, werd in de dagbladpers melding gemaakt dat het nog wel twee jaren kon duren alvorens een televisietoren in het noorden van Nederland actief kon worden ingezet om te komen tot een breder en betere ontvangst in de noordelijke provincies: ‘Het voor Friesland zo pijnlijke besluit, de televisietoren voor het Noorden niet in Appelscha, maar waarschijnlijk in Smilde, te doen bouwen is, naar wij nader vernemen, uitsluitend genomen uit zuiver technische en wetenschappelijke overwegingen. Een toren in Appelscha zou namelijk ook met het oog op de toekomstige uitbreiding met kleurentelevisie, telefonie door middel van een straalzender, voor het gebruik van mobilofoons en dergelijke niet geschikt zijn geweest.’ De Drentse toren — een betonnen onderbouw met daarop een zogenaamde getuide stalen mast, die zich vrij kan bewegen — werd vervolgens op dat moment de hoogste in het land, daar de andere torens en masten een hoogte van tussen de 150 en 200 meter hadden, uitgezonderd later die van Lopik die boven alles uitstak. Deze werd in 1961 geopend en kreeg een lengte van 372 meter. Dan een herinnering aan een feestelijke ontvangst van Bill Haley op 5 februari 1957 waar het Londense Waterloostation het toneel was van een uitzinnige betoging van rock and rollers, ter ere van de aankomst van de Amerikaanse bandleider Bill Haley en zijn begeleidingsband de Comets. De plaatselijke autoriteiten hadden ongeregeldheden verwacht en had de jeugd, via radio en de dagbladpers, opgeroepen ‘de kerk ietwat in het dorp te laten’. Toch was desondanks de ontvangst ontaard in een ware veldslag van duizenden opgeschoten jongens en meisjes, die tenslotte een vrouwelijke politieagent in ernstige toestand in het ziekenhuis deed belanden en Bill Haley bijna in Adamskostuum deed verschijnen. Het bleek dat Haley en zijn gevolg gekozen hadden voor een overtocht met een van de grootste cruiseschepen uit die tijd want in het Algemeen Dagblad was te lezen: ‘Reeds bij de aankomst van de Queen Elizabeth in Southampton was het een gedrang van ongekende heftigheid geweest, maar daar hadden twaalf stoere politiemannen Haley in hun midden genomen en in zijn auto gestopt. Bij het Waterloostation had de toch niet zo ondermaatse Londense politie zogenaamde dichte arm-in-arm kordons gevormd. Men had bij de aankomst van de Amerikaanse pianist Liberace reeds een voorproefje gehad. Nochtans bleken de ordemaatregelen niet voldoende om de tierende menigte halfwassen in bedwang te houden. Mannelijke rock and rollers droegen geelrode linten in het knoopsgat, vrouwelijke dito’s hadden er hun jurken mee versierd, er waren spandoeken met welkomstleuzen en toen Haley met moeite in zijn auto was gestapt en kushanden wierp, keerde menige jeugdige bewonderaarster zich om en toonde, geborduurd over het zitvlak van haar spijkerbroek, het opschrift ‘I love Bill’. Het gedrang van de menigte was zo groot dat de politie ruim twintig minuten nodig had om een doortocht voor Haley te banen. Aanhangers van de zanger beklommen de auto, waarin hij zou worden gereden, waarbij ze rock and roll thema’s op het dak roffelden. Dan was er nog iets met een groot schip een dag later op 7 februari 1957. Het ging om de eerste reis van wat toen tot de nieuwe ‘Statendam’ was gedoopt. Duizenden mensen deden het schip, de bemanning en passagiers uitgeleide voor de eerste reis van de Statendam, eigendom van de Holland-Amerika-Lijn. De menigte was samengeschoold op de Wilhelminakade en omgeving in Rotterdam om, wat in de volksmond al het zeekasteel werd genoemd, het vertrek van de Statendam naar New York meer dan een feestelijk tintje te geven. De tocht met het schip was geheel volgeboekt In feite onderscheidde de inscheping der passagiers zich in niets van andere inschepingen uit die tijd. Onder de passagiers bevonden zich onder meer de hoofddirecteuren van de Holland-Amerika Lijn en van de werf Wilton Feyenoord, alsmede tal van zakenlieden. Een speciale gast was Jan Fekkes uit Rotterdam, jarenlang kampioen op de 5000 meter en was genodigd deze maiden trip mee te maken aangezien hij ook aanwezig was bij maiden trip van de originele Statendam in april 1929 en wel als twintig maanden jonge baby. Vijf jaar was Fekkes destijds in Amerika gebleven, maar in 1957 ging hij voorgoed met zijn vrouw en 28 maanden oude zoontje naar Amerika, wat toen de nieuwe wereld werd genoemd. Hij zou er gaan werken in de tuinbouw in Indianapolis. Aan boord was er muziek van het Trio van Pia Beck, die regelmatig tijdens de overtocht een optreden verzorgde. Na aankomst in Amerika zou het trio 5 weken lang in diverse plaatsen optreden. Op 25 april 1957 kwam ze terug in Nederland om vervolgens zowel op de Belgische als Britse televisie te verschijnen, waarna ze weer naar Scheveningen ging waar ze thuiswedstrijden ging spelen met haar Trio. Hans Knot, 17 augustus 2019. Afbeelding: Statendam (foto Vereniging de Lijn)
  2. Zo maar een paar korte verslagen uit februari 1957 uit Groningen. Twee clandestiene radiostations werden er op zondagavond de 10de februari opgespoord door de Groninger Politie, in samenwerking met ambtenaren van de P.T.T. De daders werden op heterdaad betrapt tijdens de uitzending. Volgens het Nieuwsblad van het Noorden, waarin destijds de berichtgeving was terug te vinden, was er eerst een pand aan de Bilitonstraat betreden. ‘Onder allerlei opvallende en soms zelfs lieflijke roepnamen, zoals ‘Madeliefje’, ‘De Smokkelaar’, ‘De Dankbaarheid’ en ‘De Molenwiek’, had de eigenaar al geruime tijd zijn ether-activiteiten ontplooid. Het Madeliefje werd echter realistisch als een lastige smokkelaar behandeld en zal — overigens tot veler dankbaarheid — zijn geestigheden voortaan op andere wijze moeten lanceren.’ De tweede ‘geheime zender’ werd ontdekt in de Nieuwe Ebbingestraat, op loopafstand van Madeliefje en deze kondigde zich nog geestiger aan als ‘Baron van Münchhausen’, en vroeger werd de naam Peter Pech’ gebruikt. Ook deze baron had de nodige pech, want ook hij zag zijn dure zendinstallatie in beslag genomen door de ambtenaren van de Opsporingsdienst van de P.T.T. In totaal werd er die zondagavond tegen drie personen van respectievelijk 32, 27 en 20 jaar, proces-verbaal opgemaakt en werd later de apparatuur verbeurd verklaard. In het Stadsparkpaviljoen in Groningen was er zaterdagavond 9 februari 1957 een door de Groninger Jazz Sociëteit georganiseerde jazz-avond, die natuurlijk meer door dans- dan door jazz-liefhebbers werd bijgewoond. ‘Na een kort inleidend woord door de voorzitter, de heer H. van Delden, werden al dadelijk alle registers opengetrokken, zowel door de musici als door de teenagers, die al van het eerste nummer af — en masse — hun hang naar een dansvloer demonstreerden en dezen dan ook tot op de vierkante decimeter verwoed schuifelden. Zij deden dit met het zelfbewustheid der prille jeugd, de dames compleet met vlechten en paardenstaarten (wij hebben vergeefs uitgekeken naar de vurige rock-and roll- kousen), de heren met een toepasselijk gemis aan hoofdhaar, een teveel aan kinbaard en kromme pijpjes’, aldus een verslag in de regionale krant. Afbeelding: Jenne Meinema en Cees Koorenhof (foto Groninger Poparchief) Overigens ging het er gezellig en ongedwongen toe en de uitvoerende musici kregen de bijval, die zij ongetwijfeld verdienden. Het waren allereerst Jenne Meinema (altsax). Jan Groenendal (trompet), Joop Verbeke (piano), Ludwig Eschweiler (bas) en Martin Vijver (drums), die in een hoog tempo new en old favourites aan het oor toevertrouwden. Het Nieuwsblad van het Noorden meldde dat vooral uitblinker Jenne Meinema zich in zijn vaak virtuoze improvisaties een uitstekend musicus vertoonde, die jazz aanvoelde. Ook in het samenspel tussen hem en trompettist Groenendal (‘Strike up the band’) waren dikwijls opvallend goede dingen te constateren. Verder speelde er nog een jeugdcombo met de jonge (en zeker wel iets belovende) Roel Hemmes op tenorsax, André van Dam (piano), Chris Peters (bas) en Piet Leeuw (drums). Roel Hemmes werd platenhandelaar maar speelde jaren lang ook op tenorsax en deed mee op een van de lp’s van Cuby and the Blizzards in de jaren zestig van de vorige eeuw. Maar er werd dat weekend ook gehandeld gericht op de toekomst, namelijk de Meikermis. In het Concerthuis aan de Poelestraat te Groningen werd de openbare inschrijving gehouden voor de Groninger Meikermis. Het was niet een snelle afhandeling want het duurde niet minder dan vier en een half uur voordat alle plekken waren toegewezen. De toenmalige Groninger wethouder Streuper opende om tien uur die zaterdagochtend met het voorlezen van de eerste inschrijving. De bijeenkomt duurde vervolgens tot half drie in de middag toen de laatste bieding werd behandeld. Het was inschrijving nummer 262 van een kermisexploitant die graag een plekje wenste op een van de pleinen waar de jaarlijkse Meikermis in Groningen plaats ging vinden. Een paar honderd exploitanten waren aanwezig en dat was veel meer dan in 1956. De Meikermis was in 1957 trouwens gepland voor de periode van 11 tot en met 19 mei. Verwacht werd dan ook dat te innen pachtgelden minstens 20.000 gulden hoger zouden zijn als in het voorgaande jaar. Dit hield tevens in, dat ook de samenstelling van de kermis die van het jaar 1956 ging overtreffen. Zo was er een exploitant van een achtbaan, die voor een plekje op de Vismarkt liefst 8000 harde guldens neertelde. Een eigenaar van een Balcospel, je weet wel met de grijpers proberen een object te scoren, betaalde 5379,-- gulden, ervan overtuigd dat dit bedrag zeer zeker fors zou worden overschreden tijdens de Kermisdagen. Hij had dan ook als enige dat jaar een dergelijk spel op de Kermis en hoefde niet te vrezen dat goklustige Groningers naar de concurrent zouden gaan. Voor de eetlustige bezoekers was er een keuze uit liefst 13 gebakkramen verspreid over de Vismarkt, Ossenmarkt en Grote Markt, terwijl bij vier kramen de destijds nog redelijk betaalbare palingen konden worden gekocht. Naast de gebruikelijke schiettenten en autoscooters mochten de kermisbezoekers in 1957 ook hun hart ophalen in een zogenaamde emotiebaan, waarin een reis ‘naar Mars’ gemaakt kon worden. Of het om een enkele reis ging of een retourtje werd niet bekend gemaakt. Hans Knot, 10 augustus 2019
  3. In een eerder antwoord meldde ik dat in het einddocument, dus de zeezenderdiscografie het is aangepast
  4. Vandaag deel twee van de tweeluik Prioriteiten rond een van de bekendere naoorlogse radiomensen, Karel Prior. We waren gebleven bij terugzetting in functie en daling van inkomen van Prior door de AVRO. Dit nadat er een rel met andere omroepen was ontstaan rond een herdenkingsprogramma dat op 5 mei 1960 zou worden uitgezonden onder regie van Prior. Lang bleven de commentaren nadien in de kranten verschijnen. Bijvoorbeeld bij Henk Hoving, die in 1960 onder de titel ‘Luister Mee Met TV’ een wekelijkse rubriek voerde in een van de landelijke dagbladen. Op 15 juni van dat jaar ging hij daar dieper in op de zaak van de AVRO en Prior: ‘Hoewel iedereen bij de AVRO zo langzamerhand op de hoogte is van de zaken, heeft de directie van de AVRO verzuimd haar beslissing mee te delen. Niet alleen aan de buitenwacht maar ook aan het personeel. Het is een absurde stelling te beweren dat de buitenwacht hier niets mee te maken heeft. De zaak Prior is nu eenmaal een publieke zaak geworden, waarover in alle kranten is geschreven. Wil de AVRO het toch al dikwijls gehoorde verwijt weerleggen, dat deze omroep is gebouwd op een schijndemocratie, dan dient zij onverwijld althans de leden in te lichten over haar beslissing en de motieven, die daartoe hebben geleid.’ Verwarring heerste er alom, ook binnen de kring van medewerkers. Prior kon, ondanks dat hij in rang was teruggezet, nog steeds door medewerkers worden benaderd als hoofd van de afdeling gevarieerde programma's van de AVRO. De vraag werd dan ook in de pers opgeworpen wie hem zou gaan opvolgen. Insiders waren van mening dat er een aantal kandidaten was, waaronder Flip van de Schalie en Roel Balten. Een paar dagen later werd tegengesproken dat een van beide personen in aanmerking zou komen, daar de taken beter overgenomen zouden kunnen worden door algemeen programmadirecteur Henk de Wolf. Deze zou in eigen kring heel duidelijk hebben gemaakt, dat Prior met zijn beslissing de naam van de AVRO veel afbreuk had gedaan. Prior zelf, zo bleek achteraf, had van de AVRO zwijgplicht opgelegd gekregen. Andermaal Henk Hoving: ‘Vreest de AVRO openbare kritiek? Durft zij de consequenties van haar eigen beslissingen niet aan uit angst, dat het toch al zwaar geschokte vertrouwen in de omroepbestuurders nog meer afbreuk zal worden gedaan? Hoe kortzichtig! Want door deze wijze van handelen bereikt men alleen wat men had willen voorkomen. Wie zijn gezicht niet wenst te laten zien, verliest zijn gezicht. Het schuwen van de operatie is typisch de reactie van de kleine man in moeilijkheden. En dat het hier bepaald niet gaat om grote figuren met dominerende persoonlijkheden is een ieder duidelijk die deze zoveelste omroep-rel heeft gevolgd. Dat moet ook duidelijk zijn voor iedere weldenkende abonnee van de AVRO-bode, die wekelijks van de AVRO-directeur Repko hoofdartikelen krijgt te slikken waarvoor iedere leerling journalist zich zou schamen.’ Maar al vrij snel waren alle sprekers uitgesproken en alle schrijvers uitgeschreven. De verontwaardiging ebde weg en de rust keerde weer terug binnen omroepland. Stilletjes aan werd Prior gewoon weer geaccepteerd op de plek waar hij thuishoorde. En aangenomen mag worden, dat hij in die functie ook weer gewoon zijn normale salaris in zijn maandelijks loonzakje vond. Prior zorgde echter vaker voor de nodige publiciteit en niet altijd in negatieve zin. We halen er nog een voorbeeld van aan en wel, zo'n tien jaar later, uit maart 1971. In 1971 viel de stem van Prior op de laatste dag van de maand maart te horen op twee stations tegelijk. Dat gebeurde via een zogenaamde link-up, waarbij — tussen elf en twaalf uur in de avond — twee radiostations een uur lang deels gezamenlijk een uitzending verzorgden. Het ene station was de NOS op Hilversum 1, waar Prior op dat moment op freelance-basis werkte voor het programma ‘Cosa Nostra’. Het andere station was Radio Northsea International, dat haar uitzendingen verzorgde via de 220 meter middengolf en verder via FM en korte golf frequenties vanaf het zendschip MEBO II. Zoals gezegd, werkte Prior in die tijd ook voor dat station als freelancer met zijn programma ‘Prioriteiten’, dat iedere zondagochtend de lucht in ging. Het knooppunt van de gebeurtenissen was Scheveningen. De MEBO II lag op 4,5 mijl uit de kust ter hoogte van die badplaats verankerd. Aan boord van het schip zat Jan van Veen (die normaal alleen vooraf aan land opgenomen programma's presenteerde), bijgestaan door de Engelse deejay Dave Rodgers en nieuwslezer Crispian St. John. ‘Cosa Nostra’ was met een reportageploeg in datzelfde Scheveningen aanwezig. Naast Prior bestond dit team uit Peter Knegtjes en Hans Zoet. In beide programma's werd het bericht verspreid dat er zich bij de Scheveningse Pier steeds meer mensen verzamelden die nieuwsgierig waren hoe de reddingsoperatie ‘Red de Pier van Scheveningen’ verliep. Wat was er aan de hand? Afbeelding: Crispian St. John. Tien minuten na het begin van het programma Cosa Nostra, nadat eerdere pogingen waren mislukt, werd er verbinding gelegd tussen beide radiostations. Voordat Jan van Veen uitgebreid ging praten met Prior, gaf hij eerst het woord aan Crispian St. John, die de internationale luisteraars van Radio Northsea International op de hoogte mocht brengen van datgene wat er in Scheveningen gebeurde. "It looks like the pier will collapse," aldus Crispian St. John op Radio Northsea International St. John kwam met een onheilspellende mededeling: "This is Crispian St. John interrupting the Steve Merike programme and informing our listeners (...) Scheveningen Pier has, over the last few hours, become extremely unsafe due to corrosion. Jan van Veen of our Dutch disk-jockey staff will observe the situation from the deck of the MEBO II ship of Radio Northsea International. And Radio Northsea International will keep you informed from minute to minute." Vervolgens meldde Prior op verzoek van Jan van Veen aan de Scheveningse bemanning van de MEBO II: "Er is iets met die pier aan de hand, enne (...) ik ben een leek (...) maar er schijnt toch wel een betrekkelijk catastrofale wending hier te komen ..." Van Veen deed er, na het draaien van een plaat, nog een schepje bovenop op door te stellen dat de pier waarschijnlijk in elkaar zou storten, waarna de Britse deejay's vervolgens bij herhaling met soortelijke berichten kwamen. Ook de medewerkers van Cosa Nostra, die dichter bij het vuur zaten, wisten de nodige details te melden. Zo kwam Peter Knegtjes in de loop van het uur met de mededeling, dat inmiddels ook een aantal olifanten op het strand was gearriveerd om te helpen bij de werkzaamheden. Met behulp van stevige kabels vastgebonden aan een aantal pijlers, zouden de sterke dieren hun kracht inzetten om de pier overeind te houden. De olifanten waren afkomstig van Circus Boltini, dat toevallig net haar tenten in Scheveningen had opgeslagen. De berichtgeving werd overgenomen door het ANP, die in haar middernachtelijk bulletin wist te melden: "Enige honderden mensen hebben vanavond in Scheveningen de verrichtingen gevolgd van een aantal duikers, dat in actie was bij het vierde eiland op de pier. Op het strand waren grote kranen verschenen. Volgens ingewijden in verband met een onderzoek naar vermeende constructiefouten aan de pijlers. Kort na middernacht wordt de uitslag van het onderzoek verwacht." Normaal werd er na de laatste nieuwsuitzending om 24.00 uur een afsluitend woord gesproken door de omroeper van dienst, gevolgd door enige strofen van het Wilhelmus, waarna Hilversum 1 uit de ether verdween. Die keer echter werd er andermaal verbinding gemaakt met Scheveningen, waar Karel Prior andermaal het woord nam: "Wat de radionieuwsdienst heeft gezegd, of wij de oplossing kunnen brengen over het drama van de pier, wel, ja (...) ik zou eerst nog even willen gaan naar onze verslaggever op de wal, op de boulevard, Hans Zoet ..." Deze vertelde dat het er in dat de pier steeds verder leek te verzakken en dat de pijlers dreigden te bezwijken. Prior draaide vervolgens een eind aan het programma met de mededeling dat eigenaar Zwolsman de pier de volgende ochtend naar de Europoort zou laten verslepen, waar het om 6.00 uur in de ochtend aan zou komen. Om vijf minuten na middernacht liet Prior de luisteraars weten dat het inmiddels de eerste dag van april 1971 was. Hans Knot, 3 augustus 2019.
  5. leuk en dank Juul
  6. In deze aflevering zet ik een presentator van weleer in de spotlight. Karel Prior was een van de bekende gezichten — misschien beter gezegd ‘stemmen’ — uit de naoorlogse jaren van de Nederlandse radio. Daarnaast was hij als producer verantwoordelijk voor tal van succesvolle programma's op de radio en de televisie. In dit artikel een terugblik op een aantal opmerkelijke gebeurtenissen uit het leven van Karel Prior: zomaar enkele van de vele "prioriteiten" uit het rijke leven van een van de voortrekkers uit de Nederlandse radio- en televisiewereld van na de Tweede Wereldoorlog. Veel oudere radioluisteraars zullen zich nog de stem kunnen herinneren die bijna vijftig jaar geleden — om precies te zijn in februari 1971 — de eerste Nederlandstalige woorden uitsprak op Radio Noordzee. Bij herhaling klonk, gedragen door een prachtig stemgeluid, steeds maar weer dezelfde tekst: "Dit is Radio Noordzee met een proefuitzending ... U zult in de toekomst meer van ons horen. U gaat nu luisteren naar een non-stop muziekuitzending van Radio Noordzee." Die woorden werden destijds ingesproken door Karel Prior op een zogenaamde loop-tape. Prior overleed op 24 april 1997 — hij was toen 73 jaar oud — na een leven dat bijna geheel in het teken stond van de radio en televisie. Na de start van de Nederlandstalige service van Radio Northsea International (RNI) kreeg Prior in maart 1971 bij dat station zijn eigen programma. ‘Prioriteiten’, dat zich vooral op het oudere luisterpubliek richtte en dat ging iedere zondagmorgen de ether in. Voor de gemiddelde tiener en twen die in die tijd op het station afstemden, was Prior's mooie stem toen een nieuw geluid. Voor de meeste ouderen was er evenwel sprake van herkenning. Prior had op dat moment namelijk al een lang radioverleden achter de rug. Voordat hij, via zijn productiebedrijf Karel Prior Producties dat overigens net als de RNI-organisatie op de terreinen van het Strengholt-concern in Naarden was gevestigd, betrokken werd bij de uitzendingen van de Nederlandstalige uitzendingen van RNI, had hij al tal van werkgevers versleten. De in 1924 geboren Prior begon na de Tweede Wereldoorlog zijn radioloopbaan in Hilversum. In eerste instantie probeerde hij het als acteur en cabaretier, maar in 1947 stapte hij de omroep binnen als nieuwslezer en omroeper. Vanaf die tijd kent zijn loopbaan tal van successen en bijna even zovele werkgevers, waaronder de VARA, de NRU (de Nederlandse Radio Unie), de AVRO, de TROS en de NOS. Prior werd in 1952 door de leiding van de VARA gevraagd om het grote radio-amusement voor de zaterdagavond te gaan produceren. Hij toonde zich daarbij iemand met een goede neus voor talent. Voordat de televisie werd geïntroduceerd, werd de avonden gevuld met aantrekkelijke radioprogramma's voor het hele gezin. Geliefd waren daarbij de zogeheten ‘volkse typetjes’. Een daarvan was de draaiorgelman ‘Willem Parel’, die oorspronkelijk slechts een keer acte de préséance zou geven in het programma ‘VARA’s Showboat’. Prior was echter zo slim om deze act van Wim Sonneveld een vaste plek te geven in het programma. Terecht zo bleek, want de figuur van Willem Parel werd enorm populair. Prior was daarnaast verantwoordelijk voor nog een ander kassucces voor de VARA. Op 11 februari 1956 bracht hij het duo Tom Manders — in diens vaste rol van de zwerver Dorus — en de organist ‘meneer’ Cor Steijn samen in een aflevering van het programma ‘Showboat’. Gevolg was dat dit duo zowel via radio, als later de televisie, enorme successen zouden boeken. In 1957 maakte Prior de overstap van de VARA naar de AVRO. In die hoogtijdagen van de verzuiling was dat nog hoogst ongebruikelijk. De omroepen profileerden zich met een beroep op hun ‘overtuiging’ en Prior's daad werd bijna ervaren als een vorm van geloofsafval. De overstap maakte dan ook nogal wat publiciteit los. Prior trok zich er weinig van aan en maakte ook voor zijn nieuwe werkgever tal van succesvolle programma's. Hij was bij de AVRO onder meer verantwoordelijk voor het programma ‘Koek en Ei’ met Conny Stuart, Ko van Dijk, Joep Doderer en Johan Kaart. Dat bekende viertal was een andere reden waarom de overstap zoveel publiciteit opriep. Prior had de acteurs gewoon overgehaald om uit het VARA-programma ‘Mimoza’ te stappen om vervolgens bij de AVRO onder een andere programmanaam de successen voort te zetten. Prior verwierf daarnaast bekendheid als televisieproducer. Absolute toppers uit het zwart-wit tijdperk van de Nederlandse televisie zijn ‘De Weekend-Show’ met Rijk de Gooyer en Johnnie Kraaykamp en ‘Hou Je Aan Het Woord’, een taalkundig spelprogramma met onder meer Karel Jonckheere en Godfried Bomans — beide producten van Prior. Jarenlang hield hij het vol bij de AVRO en de TROS, totdat het tijdperk van de grote showprogramma's verleden tijd werd. Zijn liefde ging daarna weer uit naar de radio, waarvoor hij in de late jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw andermaal programma's ging maken voor de AVRO. Graag had hij, na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, dit werk voortgezet. De leiding van, de AVRO was het er echter niet mee eens en daarmee viel vervolgens een van de prachtigste stemmen van de Nederlandse radio niet meer te beluisteren. Prior zat altijd vol ideeën, maar was bij lange na niet bij iedereen geliefd. Sommige bestuurders hadden een uitgesproken hekel aan de man. Zo werd Prior in 1960 — hij werkte toen dus al zo'n drie jaar bij de AVRO — namens de gezamenlijke omroepen gevraagd om het Bevrijdingsprogramma op de televisie te regisseren. In die tijd discussieerden de vertegenwoordigers van de betrokken omroepen altijd uitgebreid vooraf of een bepaald item wel of niet in een programma mocht komen. Ook voor het betreffende Bevrijdingsprogramma, dat op 5 mei 1960 zou worden uitgezonden, zaten de vertegenwoordigers van de omroepen rond de tafel om de invulling van het feestprogramma rond te krijgen. Op dat moment stond de zangeres Corry Brokken hoog in de hitparade met haar versie van ‘Milord’, een Nederlandse bewerking van een chanson dat al eerder bekend werd in de uitvoering van de Franse zangeres Edith Piaf. Prior had het lied, dat overigens liefst zestien weken — nog steeds een nationaal record — de eerste plaats op de hitparade wist te behouden, in de uitzending opgenomen. De wrange tekst, die handelde over een prostituee, werd evenwel — vooral in christelijke kring — als aanstootgevend ervaren. Een kort citaat uit het liedje: "En als je eenzaam wordt, Moe van 't gelukkig zijn, Kom dan bij mij, Milord, Dan sluit ik het gordijn ..." Een vertegenwoordiger van de NCRV gaf te kennen, dat een lied met een dergelijke tekst beslist niet in het programma paste. Prior was woedend en gaf staande de vergadering zijn opdracht terug. Met het schrappen van de titel ‘Milord’, zo zei hij met een beroep op zijn deskundigheid, werd het werken als producer hem onmogelijk werd gemaakt. Prior's beslissing om de opdracht terug te geven, veroorzaakte nogal wat opschudding. Veel artiesten — met als woordvoerder de regisseur en tekstschrijver Wim Ibo — verklaarden zich solidair met Prior. Het was een van de eerste tekenen van de omslag van de jaren vijftig naar de jaren zestig. Voor Prior zelf had het muisje overigens nog een financieel staartje. Eerst waren het nog voornamelijk geruchten die achter de schermen de ronde deden. Maar begin juni 1960 — dus meer dan een maand nadat Prior besloten had zijn taken aan de gezamenlijke omroepen terug te geven — werd duidelijk dat het bestuur van de AVRO consequenties had verbonden aan Prior's weigering. Prior, die tot op dat moment een aanstelling had als hoofd amusement, werd gedegradeerd tot gewoon omroepmedewerker. Dit stond destijds gelijk aan degradatie vanuit schaal 13 tot aan de bodem van schaal 12. Deze gebeurtenis werd uitgebreid in de pers naar voren gehaald. In de kranten viel zelfs te lezen dat het Prior minimaal tweeduizend gulden op jaarbasis zou schelen. Let wel we hebben het over het jaar 1960. De AVRO was echter niet tot het uiterste gegaan. Zowel de NCRV als de VARA, beide eerdere werkgevers van Prior, hadden er bij de directie van de AVRO op gestaan dat de man op staande voet zou worden ontslagen. Dat de NCRV het ontslag van Prior had geëist, had puur te maken met de tekst van het liedje ‘Milord’ dat Prior wenste uit te zenden op de televisie. Bij de VARA speelden ook andere overwegingen een rol. Voor deze omroep vormde de gebeurtenis een prachtige gelegenheid om Prior terug te pakken voor wat ze nog steeds zagen als een geval van overlopen. Een salarisverlaging was een tweede optie. Men vond in VARA-kringen namelijk destijds al dat zijn nieuwe werkgever hem veel te hoog had ingeschaald. Dit probleem werd toen zelfs uitgevochten tot aan de toenmalige omroepcommissaris, professor Beel, toe. Die liet uiteindelijk weten, dat de AVRO goed zat op het punt van Prior's aanstelling in salarisklasse 13. Naar huidige maatstaven gemeten, stond de maatregel van de AVRO in geen enkele verhouding met het principiële standpunt van Prior. De hele gebeurtenis werpt tegelijkertijd een schril licht op de toestanden, die rond die tijd binnen de omroepen heersten. Hoewel de bestuurders er niet tegenop zagen om hun visie op de conflicten openbaar te maken via verklaringen aan journalisten, werd er binnenshuis besmuikter mee omgegaan. Ook dat riep weer de nodige irritatie op. Wordt vervolgd. Hans Knot, 27 juli 2019 Afbeelding: Karel Prior (foto Wikipedia / beeldengeluidwiki.nl)
  7. voor mij is het een duidelijke tekst maar het is nu leesbaar omdat het ging om de aflvering die hij heeft gepresenteerd.
  8. in mijn tekst staat duidelijk dat Daniel het gebruikte in zijn Weekend Action programma. Helder denken betekent dit dat de anderen het niet gebruikten.
  9. Chic – Savoir Faire Een prachtig instrumentaal nummer afkomstig van de lp C’est Chic, een van de mooiere discowerken uit de tweede helft van de jaren zeventig. Zo mooi dat het prachtige werk van Chic uit 1978 al staat te draaien terwijl de tekst wordt geschreven. Daniel Bolen gebruikte het Savoir Faire op Radio Mi Amigo 272 in de zomer van 1979 als eindtune de keer dat hij het programma ‘Weekend Action’ presenteerde. Chic - Savoir Faire A beautiful instrumental song from the album C'est Chic, one of the more beautiful disco works from the second half of the seventies. So beautiful that the beautiful work of Chic from 1978 is already playing while this text is being written. Daniel Bolen used the Savoir Faire on Radio Mi Amigo 272 in the summer of 1979 as the final tune of his programme 'Weekend Action'. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=878778e8-dc5d-4963-becf-fdcc040555c8
  10. De maand juli is een zomermaand, een maand om vakantie te kunnen houden maar ook om het even rustig aan te doen. Nostalgisch neem ik je vanaf het laatste weekend in juni in vier delen mee terug in de tijd en ga het hebben over het eens zogeheten ‘heilig kastje’, dat in vele gezinnen een lange tijd centraal stond: de televisie. Vandaag deel 4. Het plan, dat de omroepen dienden te maken, stond trouwens los van de taken van de Pacificatiecommissie. De opdracht aan deze commissie had een veel wijdere strekking. Deze commissie werd onder meer geacht advies uitbrengen over de bezetting van een tweede televisienet. Behalve problemen, die verband hielden met de uitzendingen van reclameboodschappen, moest zij ook tal van andere zaken betreffende uitzendingen over het tweede net bestuderen, zoals de vraag of ook andere instanties, dan de bestaande omroepverenigingen, uitzendingen via dat net zouden moeten kunnen verzorgen. Afbeelding: Cartoon Opland Volkskrant Ook in wetenschappelijk kring bleek men zich in het jaar 1964 ernstige zorgen te maken over de televisie. Ditmaal ging het echter noch over reclame, noch over de kabel. Nee, het intellectuele niveau van de televisie liet te wensen over. Zo luidde tenminste de conclusie van een congres over "Televisie", dat in januari 1964 in Eindhoven werd gehouden. De bijeenkomst was georganiseerd door de Sociëteit Cultureel Centrum en omgeving, dat haar tienjarig bestaan vierde. Een forum, onder voorzitterschap van niemand minder dan Mr. J.M.L.Th Cals, constateerde dat intellectuelen slecht vertegenwoordigd waren bij de televisie, "... zowel voor als in de beeldbuis." Dat lag volgens de wetenschappers aan het verschil tussen het niveau van de intellectuelen en dat van het televisie-aanbod. Daarom viel er, zoals ze het zelf formuleerden, "nog steeds een aversie bij deze bevolkingsgroep te constateren om zich met de uitschakeling van hun rijke scala van menselijke functies en mogelijkheden in de categorie der 'simpele kijkers' te laten inschakelen." Simpel gezegd, het televisie-aanbod had te weinig intellectueel niveau. Het forum had daarvoor ook een oplossing bij de hand. Binnen de NTS en de omroepen zouden meer academici in dienst moeten worden genomen, "teneinde de graad van deskundigheid der geboden voorlichting ter verhogen." Het forum was wel zo goed om direct daarbij te waarschuwen om geen wonderen te verwachten. Het aannemen van meer wetenschappelijke medewerkers zou niet betekenen dat de intellectueel zijn bureaustoel zou inruilen voor een ligstoel: "Heel wat academici zullen bereid moeten zijn zich in de ogen van de clan in de televisie te deballoteren, alvorens de grondeloze diepte der aversie is bereikt. Immers er is geen toestel dat zo totaal van elk snob-appeal is gespeend als juist dit monument der gestegen welvaart. In zijn poging iedereen, ook de ongevormde, 'in' te doen zijn, ligt de oorzaak van zijn totale 'uit' zijn. Eerst wanneer het gehele scherm door doctorandi in bezit zal zijn genomen, zullen dezen ertoe overgaan zichzelf een toestel aan te schaffen," aldus het Forum tijdens het congres in Eindhoven. Ook dat soort geluiden viel kortom in 1964 nog te horen, al vormde het niet langer het centrum van het publieke debat over de televisie. Pas bij de entree van de TROS in het televisiebestel — denk aan de zogeheten "vertrossing" — zou dit thema weer naar voren komen. Maar zover was het nog lang niet. Hoe ging het verder? Voor de kust van Noordwijk werd begin juni 1964 het kunstmatig platform verankerd waarvandaan in het tweede helft van 1964 Radio Noordzee en niet veel later, vanaf 12 augustus, TV-Noordzee hun uitzendingen begonnen. De programma's werden niet via de kabel doorgegeven door de PTT en, ondanks hun kabelaansluiting, klommen veel bewoners van het Haagse Bezuidenhout weer het dak op om de speciale REM-antenne te installeren. Ze waren niet de enigen. In diezelfde maand zette de Pacificatiecommissie al haar activiteiten tijdelijk stil, zonder een rapport bij de regering op tafel te leggen. De leden van de commissie lieten minister Bot weten dat zij niet weer aan het werk zouden gaan voordat de bewindsman zijn standpunt over de REM duidelijk had gemaakt. Hun redenering was, zij onder druk van de komst van de REM, niet in vrijheid hun mening te kunnen vormen over de toekomst van de televisie en de eventuele invoering van reclame. Het kabinet moest eerst duidelijk laten zien wat het wilde en hoe het dacht over deze "piraterij" op radio en televisie. Wat niet letterlijk door de commissieleden werd gezegd, maar waar het eigenlijk wel op neer kwam, was dat men eigenlijk niet weer aan het werk wenste te gaan voordat zowel de REM als Radio Veronica, dat al vier jaar actief was vanaf internationale wateren, uit de lucht waren gehaald. De politiek, dat was duidelijk, zag het allemaal niet zitten — met uitzondering dan van de VVD. Daar was men positiever ingesteld op het punt de uitzendingen vanaf internationale wateren. Mevrouw Haya van Someren-Downer verklaarde bijvoorbeeld in een radio-uitzending, naar aanleiding van het besluit van de commissie, dat het een normale zaak was dat de uitzendingen vanaf zee werden verzorgd: "Iets wat in dit land niet wordt toegelaten, terwijl er blijkbaar toch behoefte aan is, dient men te legaliseren, zelfs als het illegaal buiten de grenzen gebeurt." Maar, de VVD had het niet voor het zeggen. De Nederlandse regering maakt snel een wetje, waarmee de uitzendingen werden verboden. De REM zou op 17 december gedwongen worden om haar uitzendingen te stoppen. De regering kon echter niet meer om de zaken heen en diende met een goed alternatief moeten komen. Men probeert het. Zo werd op 1 oktober 1964 het tweede net definitief toegewezen aan de zendgemachtigden. Verder werd de zendtijd officieel uitgebreid tot 52 uur per week. De reclame op de televisie kwam er ook. Aan het eind van 1964 werd dan toch het rapport gepubliceerd van de Pacificatiecommissie. Daarin adviseert de commissie om etherreclame toe te staan. Dat gebeurde uiteindelijk ook, al zou het kabinet Marijnen in 1965 nog over deze kwestie struikelen. En, ook de instelling van CAI's ging gedreven voort in Nederland. De antennes verdwenen massaal van de daken. Tot het aanleggen van een landelijk kabelnet, wat de regering honderden miljoenen guldens zou hebben gekost, is het overigens nooit gekomen. In 1965 verliet de overheid het standpunt dat uitsluitend de PTT hiervoor zorg moest dragen. Middels plaatselijke initiatieven kwamen er in het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw de eerste kabelnetten — de eerste werd, naar verluidt, in 1971 in Goirle in gebruik genomen — die zich vervolgens landelijk verspreidden. Tegenwoordig is Nederland het best bekabelde land ter wereld. Geraadpleegde bronnen De Volkskrant, jaargang 1964. Parool, jaargang 1964. Maandblad De Katholieke Werkgever, 1964, 2. NTS Infobulletin, 1964. Staatsbedrijf der Posterijen (1963), Telegrafie en Telefonie (1963), Vervolgrapport draadomroep: centraal antenne systeem. Den Haag: Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie, 1963. Televizier, 7 november 1964. En verder diverse omroep- en overheidsdocumenten uit het Nederlands Audiovisueel Archief, Hilversum, en het Archief van het Freewave Nostalgie Magazine. Hans Knot, 20 juli 2019
  11. Jackie Ivory – Hi Heel sneakers. Dit nummer is afkomstig van de LP ‘Soul Discovery’ uitgekomen in 1965 op het ATCO platenlabel. Een moeilijk te vinden lp met het swingende hammondorgelgeluid van Jackie Ivory, die werd begeleid door Paul Renfro op alt-saxofoon en Billy Nicks op drums. Noel Miller gebruikte het in augustus 1966 als filler naar het nieuws op Radio 270. Jackie Ivory - Hi Heel sneakers. This song is from the LP 'Soul Discovery' released in 1965 on the ATCO record label. A hard to find album with the swinging Hammond organ sound of Jackie Ivory, who was accompanied by Paul Renfro on alto saxophone and Billy Nicks on drums. Noel Miller used it in August 1966 as a filler to the news on Radio 270. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=79011f91-0a85-4650-b485-f9fe49797458
  12. Paul Jones – I’ve been a bad bad boy. Dit nummer staat al in de discografielijst maar kan worden aangevuld: Op Britain Radio was er in 1967 een zogenaamde in huis reclame voor de ‘Top Ten Spectacular lp’ die alleen via het station leverbaar was voor de waanzinnige prijs van 10 Shilling en 2 shilling voor porti en handelingskosten. In de promotiespot hoorde je deze muziek van Paul Jones. Paul Jones - I've been a bad bad bad boy. This song is already in the discography list but can be completed: On Britain Radio in 1967 there was a so-called in-house advertisement for the 'Top Ten Spectacular LP' which was only available via the station for the crazy price of 10 Shilling and 2 Shilling for postage and handling costs. In the promotion spot you could hear this music by Paul Jones. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=d8f54091-6183-40c9-8e16-624a1e417266
  13. Kelso Herston and the Guitar Kings-The Magnificent Seven. Een prachtige mooie strakke uitvoering van dit nummer werd gebruikt door Lex Harding op het einde van de beide uren van de laatste Lex Harding Show op de 192 meter op Radio Veronica. Het nummer is afkomstig van de lp ‘Hits from the Great Western Movies’. Kelton Dean ‘Kelso’ Herston was een orkestleider, top producer maar ook bass(gitarist) die meespeelde op vele platen van grote countrysterren als Johnny Cash, Dolly Parton, Lorretta Lynn. Hij overleed in december 2018 op 87-jarige leeftijd. Kelso Herston and the Guitar Kings-The Magnificent Seven. A beautiful tight performance of this tune was used by Lex Harding at the end of both hours of the last Lexjo at 192 meters on Radio Veronica. The song is from the album 'Hits from the Great Western Movies'. Kelton Dean 'Kelso' Herston was an orchestra leader, top producer but also bass (guitarist) who played on many records of great country stars like Johnny Cash, Dolly Parton, Lorretta Lynn. He died in December 2018 at the age of 87. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=05ce73b7-11c5-4f7b-a63f-f8e574f10f40
  14. De maand juli is een zomermaand, een maand om vakantie te kunnen houden maar ook om het even rustig aan te doen. Nostalgisch neem ik je vanaf het laatste weekend in juni in vier delen mee terug in de tijd en ga het hebben over het eens zogeheten ‘heilig kastje’, dat in vele gezinnen een lange tijd centraal stond: de televisie. Vandaag deel 3. Vorige week eindigde ik met het gegeven dat de PTT — dat was wel duidelijk — deze zaak niet alleen zou aankunnen. Bij elkaar genomen ging het immers om een investering van enkele honderden miljoenen guldens — en dat in bedragen van 1965. Men hoopte daarom ook op samenwerking met verzekeringsmaatschappijen, pensioenfondsen en woningbouwverenigingen, waarmee collectieve contracten zouden kunnen worden afgesloten voor de aansluiting van hele woonblokken op het systeem. De toekomstige kosten van een collectief abonnement zouden dan niet al te hoog worden. De PTT-topman verwachtte dan ook dat zo'n abonnement als een meerprijs in de maandelijkse huurafdracht zou kunnen worden doorberekend. Om het publiek warm te maken voor zijn denkbeelden, was de PTT ook niet wars van verre visioenen. Opmerkelijk in dit verband is de vroege vorm van betaaltelevisie, die professor Bast in gedachten had. Hij was van mening dat het mogelijk zou zijn bij elk televisietoestel een soort van muntautomaat te plaatsen, waarbij bepaalde kanalen zouden kunnen worden bekeken. Hier moest dan extra voor worden betaald: "Een mooie manier om de lokale sport te bevoordelen, immers een plaatselijke distributiemaatschappij zou er toe over kunnen gaan wekelijks een voetbalwedstrijd van de plaatselijke vereniging, tegen betaling, te gaan uitzenden. Een soort van wasmunt kan dan het beeld voor de bewoners zichtbaar maken." De optimistische vooruitzichten van de PTT waren echter niet aan de regering besteed. Die had op dat moment ook wel andere zorgen aan het hoofd. De aarzelende houding van de overheid ten aanzien van reclame op beeldbuis, had geleid tot een aantal creatieve, particuliere initiatieven. Daarover was sinds eind 1963 ook al het een en ander in de pers geschreven. Veel hadden de journalisten daarbij besteed aan de plannen van een aantal Nederlanders om voor de kust van Noordwijk een kunstmatig eiland te verankeren. Dit eiland zou worden gebouwd in Ierland (Cork) en op het platform zouden zowel een radio- als een televisiezender worden geïnstalleerd. Het geheel zou worden geëxploiteerd onder de naam REM (voluit: Reclame Exploitatie Maatschappij). De onderneming zou weliswaar pas in september 1964 van start gaan. Maar aangezien de woordvoerder van de REM, Brandel, veelvuldig de publiciteit zocht en ook de diverse kranten de activiteiten van de REM nauwgezet volgden, werden ook de beheerders van de eerder voornoemde CAI's wakker geschud. De meeste van hen zagen de zenderuitbreiding evenwel niet zitten. Begin februari 1964 meldde een woordvoerder van een CAI, in één van de grote steden van de Randstad, al dat zijn onderneming de centrale antenne-installatie in de woningen beslist niet in orde wenste te brengen voor de ontvangst van de toekomstige "reclamezender" uit zee. Dat had overigens ook niet gekund, want het was nog onbekend op welk kanaal de nieuwe zender zou gaan uitzenden. Het was een vraag die Brandel niet wilde beantwoorden. En ook dat leverde weer stof op voor commentaren in de pers: "De chaos op het gebied van de antennes voor de televisie-ontvangst wordt met de dag groter. Niemand weet op welk kanaal de reclamezender in zee in de loop van de zomer zal gaan zenden. Gevolg is dat niemand de antenne thuis, of de centrale antenne-installatie, al gereed kan gaan maken voor ontvangst. Met andere woorden: hoe langer meneer Brandel wacht met het geven van het antwoord op de vraag die velen bezig houdt, des te kleiner maakt hij — zeker in de beginperiode — het aantal kijkers naar zijn betaalde zender." Maar Brandel en de zijnen kozen voor een speciale antenne, die extra moest worden gekocht en aangesloten dienden te worden in de op de antennemast. Via een reclamecampagne in de dagbladpers wist men toch later vele kijkers te trekken. Vrijwel dagelijks waren in die tijd ingezonden brieven, dan wel redactionele opmerkingen, te lezen over de toekomst van de CAI, de reclamezender en een eventueel Tweede Televisienet. Zo kwam er uiteraard commentaar op de weigering van de CAI-woordvoerder om de centrale antenne-installatie aan te passen, wanneer REM TV van start zou gaan. In diverse plaatsen in Oost-Nederland wensten de CAI's in het begin niet het signaal van Duitse stations over te zetten, waarna massaal protest uitbrak en men alsnog overstag ging. Daaruit, zo schreven de kranten, viel een les te leren: ‘Geen exploitant zal zich waarschijnlijk kunnen veroorloven de installatie te laten zoals zij is, en dus niet te zorgen dat zijn abonnees ook naar deze zender zullen kijken. Hij zou, gezien de ervaringen in het oosten van het land, het risico lopen dat de mensen, ondanks het verbod in hun contract zelf antennemasten op hun dak te mogen aanbrengen, dit toch zullen gaan doen. Daarna voor politieagent spelen bleek in het oosten van het land in de praktijk onuitvoerbaar. Gezien het gegeven dat er binnenkort ook beslist zal worden over een eventueel tweede net, zal de technische vakhandelaar het druk gaan krijgen met het aanleveren en plaatsen van twee nieuwe ontvangstantennes bij de verschillende gezinnen.’ En plotseling mengden de Katholieken zich, in maart 1964, andermaal in de discussie. Dit keer waren het de leden van het Katholiek Maatschappelijk Beraad die zich publiekelijk uitlieten over de vraag of "wel of geen reclame op de televisie" moest komen. Binnen het Katholiek Maatschappelijk Beraad waren allerlei andere Katholieke organisaties, zoals de Katholieke Werkgevers, de KNBTH, de Katholieke Middenstandsbond en de Nederlandse Katholieke Vrouwenbond, vertegenwoordigd. Er werd een soort compromis naar voren gebracht. Men achtte de toelating van reclame aanvaardbaar, mits het gebrachte televisieprogramma gevrijwaard bleef van commerciële invloeden. Het Bestuur van het Katholiek Maatschappelijk Beraad was tot deze conclusie gekomen naar aanleiding van een rapport, over de toekomst van de televisie, dat was samengesteld door een commissie binnen het Beraad: ‘.. een gemeenschappelijk standpunt kon worden geconcludeerd na diepgaand overleg, waarbij duidelijk de verschillende wijzen van benadering in de onderscheiden organisaties naar voren kwamen.’ Het KMB onthield zich evenwel van een standpunt over de meest wenselijke vorm van reclametelevisie. Diende er een onafhankelijke commercieel station komen, of diende reclame worden ingevoerd in de programma's van de bestaande omroepen? Op dat punt wrong de schoen natuurlijk het meest. Al in 1961 legden de omroepverenigingen in een geheime nota aan de regering hun ideeën voor over de eventuele invoering van reclame op de Nederlandse televisie vast. De nota werd in februari 1961 bij de Tweede Kamer ingediend. Het rapport was geheim, maar toch werd het in maart 1964 even aangehaald toen bekend werd dat minister Bot de Nederlandse Televisie Stichting (NTS) had gevraagd hem voor 15 juli van dat jaar een plan voor te leggen voor de invoering van de reclame op de televisie. Het verzoek was gekomen naar aanleiding van een oriënterend gesprek, dat op 25 maart van dat jaar plaatsvond met het bestuur van de NTS. De omroepbestuurders ontvouwden toen hun denkbeelden over de reclame in de televisie, maar deze bleken echter allerminst vast omlijnd. De minister gaf daarop zijn voorlopige reacties, zonder daaraan dwingende consequenties te verbinden. Minister Bot wilde vervolgens, dat de NTS met een nauwkeurig voorstel op tafel kwam. Daarin moest concreet worden aangegeven hoe volgens degenen die toen de televisie-uitzendingen verzorgden, reclameboodschappen in de televisieprogramma's konden en moesten worden geïncorporeerd. Het rapport zelf is altijd geheim gebleven. Er mag evenwel worden aangenomen dat het rapport het idee behelsde om een orgaan voor exploitatie van de reclame in het leven te roepen. In dit orgaan zouden, behalve de omroepen ook andere belanghebbenden, met name de tijdschriftuitgevers (NOTU) en de adverteerders (VEA), moeten zijn vertegenwoordigd. Het verzoek van Minister Bot leverde overigens nog een reactie op in de pers. Een woordvoerder van de NTS liet weten dat de organisatie, mede gelet op het feit dat de minister voor 15 juli 1964 antwoord wenste, haast had met de invoering van reclame op de televisie en bovendien snel wilde overgaan tot het oprichten van een tweede televisienet in Nederland. Hoogstwaarschijnlijk dient deze uitlating worden gezien als een gevolg van de angst dat het toekomstige REM-project daadwerkelijk vele kijkers zou kunnen wegtrekken bij de programma's die door de omroepverenigingen werden uitgezonden. Wordt vervolgd. Hans Knot, 13 juli 2019
  15. Vier Wieken Orkest, het – The last train. Dit orkest was het huisorkest van het platenlabel Vier Wieken waarvan in mei 1974 de single ‘Call me’ met op de achterkant ‘The last train’ uitkwam. De voorkant was een typische tune voor een TROS ledenwerfspot terwijl The last train door Frank van Leeuwen, die slechts enkele weken bij Radio Atlantis werkte, in het afscheidsprogramma van de Vlaamse service op 25 augustus 1974 werd gebruikt als achtergrondmuziek bij een niet op te houden stroom aan wensen en verzoeken van luisteraars op te lezen. Vier wieken orkest, het, - The last train. This orchestra was the house orchestra of the record label Vier Wieken, of which the single 'Call me' with 'The last train' on the back was released in May 1974. The front was a typical tune for a TROS member spot while The last train was used by Frank van Leeuwen, who only worked at Radio Atlantis for a few weeks, as background music in the farewell programme of the Flemish service on 25 August 1974, with an unstoppable stream of wishes and requests from listeners to read. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=9237efa0-9fe6-44f1-8e16-e12a58a18a7e Je kunt binnen de onderstaande opname door de lp heen scrollen naar the last train
  16. Moog Machine – Hey Jude. Dit nummer staat al vermeld en kan worden aangevuld. Op Radio Atlantis werd bij herhaling reclame gemaakt voor het radioblad Script Magazine waarvoor het nummer Hey Jude werd gebruikt in combinatie met het nummer Yummy Yummy Yummy. Moog Machine – Yummy Yummy Yummy. Dit nummer is afkomstig van de lp Switched on Rock uit 1969 en werd in combinatie met ‘Hey Jude’ van dezelfde lp gebruikt voor het maken van een promospot voor Script Magazine op Radio Atlantis. Moog Machine - Hey Jude. This number is already mentioned and can be completed. Radio Atlantis repeatedly advertised the radio magazine Script for which the song Hey Jude was used in combination with the song Yummy Yummy Yummy. Moog Machine - Yummy Yummy Yummy. This song is from the 1969 album Switched on Rock and was used in combination with 'Hey Jude' of the same album to make a promospot for Script Magazine on Radio Atlantis. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=dcade478-787b-45c3-9137-0e9135f24c48
  17. Jean Jacques Perrey – Fusse dans le ciel. Dit nummer wordt al uitgebreid benoemd in de zeezenderdiscografie maar kan worden aangevuld: Het was in 1978 dat er een promotiespot was te beluisteren op Mi Amigo 319 voor het programma ‘Gouden van Dagen. De hits van gisteren, Ferry Eden draait ze etc.’ Ten bate van deze spot werd ook een stukje van Fusse dans le ciel gebruikt. Jean Jacques Perrey - Fusse dans le ciel. This song is already extensively mentioned in the discography but can be completed: It was in 1978 that there was a promotional spot on Mi Amigo 319 for the programme 'Gouden van Dagen. The hits of yesterday, Ferry Eden plays them etc.' For the benefit of this spot, a piece of Fusse dans le ciel was also used. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=aef8653d-edc2-4dc4-9462-eb18753bb366
  18. De maand juli is een zomermaand, een maand om vakantie te kunnen houden maar ook om het even rustig aan te doen. Nostalgisch neem ik je vanaf het laatste weekend in juni in vier delen mee terug in de tijd en ga het hebben over het eens zogeheten ‘heilig kastje’, dat in vele gezinnen een lange tijd centraal stond: de televisie. Vandaag deel 2 Vorige week eindigde ik met de mededeling dat de directie van de PTT de concurrentie met de op te richten CAI’s wel op een neutrale wijze wenste aan te gaan. Men dacht dit probleem te kunnen oplossen met een neutrale opstelling. De Volkskrant van 3 februari 1964 meldde bijvoorbeeld dat de grote baas van de PTT, Professor Ir. G. Bast, die steeds was opgetreden als de man achter het experiment met de draadtelevisie, had verklaard dat de PTT de handen geheel zou aftrekken van de feitelijke exploitatie van de draadtelevisie. Hij gebruikte daarbij zelfs een strengere formulering dan in het rapport was neergelegd. Daar heette het, dat de PTT "in principe zich alleen met de transmissie zal bezig houden." Ter verduidelijking zei Bast in de krant het volgende: "Wij zullen alleen voor het transport van de programma's zorgen, voor de rest willen wij er helemaal buiten blijven. Wij kunnen een groot aantal omroepmogelijkheden ter beschikking van het land stellen, maar het gebruik daarvan is verder niet onze zaak." Afbeelding: CAI Antenne Den Haag Niet iedereen was blij met die neutrale stellingname. Er werd zelfs daadwerkelijk over machtsmisbruik van het staatsbedrijf gesproken. De klare taal van professor Bast ging ook niet aan de leden van de Tweede Kamer voorbij. KVP (Katholieke Volks Partij) afgevaardigde Baeten, die tevens bestuurslid was van de KRO, zei: "Ik heb de indruk dat de directie van de PTT bekwaam manipuleert met technische mogelijkheden, zonder voldoende oog te hebben voor de juridische en culturele consequenties." Ook binnen de omroepen zelf heerste er de nodige ontstemming. De komst van de kabel met al haar keuzemogelijkheden, betekende voor hen dat ze met andere stations zouden moeten gaan concurreren om de kijkersgunst. Uit vrees daarvoor, richtten zij zich in hun kritiek onder meer op het punt van de auteursrechten. Dit omdat de omroepen toentertijd wel moesten betalen voor auteursrechten, terwijl de PTT tijdens de experimentele uitzendingen hiervan werd vrijgesteld — tenminste waar het ging om de uitzendrechten van buitenlandse programma's. Andermaal het Kamerlid Baeten, die in dit geval duidelijk twee petten op had: "Het doet op zijn minst vreemd aan dat de buitenlandse omroeporganisaties en uitvoerende kunstenaars bij relayeren van hun programma's door Nederlandse omroeporganisaties wél vergoeding van rechten en kosten ontvangen, doch dat zij door heruitzending door een staatsmaatschappij, via een oneigenlijk centraal antennesysteem, in het geheel niets ontvangen." Baeten was niet de enige, die het punt van de auteursrechten aangreep om de PTT te veroordelen. Ook het Kamerlid Kieft van de ARP (Anti Revolutionaire Partij) en tevens tweede voorzitter van de NCRV, klaagde, zonder in detail te treden: "Er is ontsteltenis in het buitenland en ik kan U zeggen dat het PTT-experiment in Europese kringen veel alarm heeft veroorzaakt." Maar Ir. Baten weerlegde die uitspraak meteen: "Er is geen ontsteltenis in het buitenland. Integendeel, er kwam een, speciaal aan ons experiment opgedragen televisieprogramma uit Duitsland met als titel Herzlich Willkommen. Zouden ze dan boos op ons zijn? Het is onzin dat de Nederlandse deelneming in de Eurovisie uitwisseling in gevaar zou komen door het centraal antennesysteem. De zaak van de auteursrechten is door de PTT juridisch verkend. Eigenlijk zou een uitspraak van de Hoge Raad nodig zijn." Tussen twee vuren. De regering — in die tijd het confessionele kabinet Marijnen (1963-1965) — achtte het evenwel niet opportuun om in deze discussie mee te gaan. Het televisiebestel vormde op dat moment een netelig punt van politieke discussie. Ook de overheid hield zich daarom liever even op vlakte. In de Tweede Kamer legde minister Bot, de toenmalige verantwoordelijke voor Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, uit dat de zaken niet zo scherp gesteld moesten worden: "Het staat helemaal niet bij voorbaat vast dat voor de programma's, die via dit systeem worden doorgegeven, auteursrechten moeten worden betaald. De praktijk in andere landen, zoals Amerika en Canada, Duitsland en België en hun bestaande regelingen, wijzen in een andere richting. Internationaal gezien is het ook zo dat men de zaak binnen de draadomroep niet zo ver wil doordrukken dat men er toe over moet gaan tot de invoering van de betaling van auteursrechten." De regering zat tussen twee vuren. Tegenover de weerspannige omroepverenigingen, stonden diegenen die maar al te graag via de kabel aan de slag wilden gaan. Zo lag er bij het voornoemde ministerie al een aanvraag van de Hagenaar Nijhoff, die via de draadtelevisie van de PTT in die stad reclame-uitzendingen wilde gaan verzorgen. Hij was de eerste en de minister verwachtte dat er drommen mensen zouden volgen: "Het is ook mogelijk eigen streekuitzendingen, voor bijvoorbeeld plaatsen als Amsterdam, Rotterdam en Utrecht te gaan maken. De plaatselijke middenstand zal graag gebruik gaan maken van deze toekomstige mogelijkheid de klanten te kunnen benaderen. In theorie zouden we zelfs de keuze kunnen gaan maken tot invoering van reclame via de televisie of de radio." Met die laatste opmerking verwees de minister indirect naar het Tijdelijk Televisiebesluit van 1956, waarin de toestemming tot het uitzenden van reclame op de televisie aan de minister was toegewezen. Maar of het er van zou komen, het verzorgen van lokaal dan wel regionaal gerichte televisie uitzendingen — al dan niet met reclame — was nog lang niet duidelijk. Er was al veel politiek getob geweest, onder meer naar aanleiding van de Nota Reclametelevisie uit 1961. Begin 1964 was Van Aartsen, de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat, nog druk doende om met een commissie, de zogenaamde Pacificatiecommissie, een rapport over dat onderwerp samen te stellen. Tot die tijd heerste er onzekerheid. En ook over de algehele invoering van het Centraal Antenne Systeem liet de overheid haar burgers in het ongewisse. De onzekerheid was groot en ook de directeur van de PTT geloofde niet in een snelle beslissing. Onder verwijzing naar het zogeheten Vervolgrapport Draadomroep (1963), zei hij: "We hebben vorig jaar al een tussenrapport gestuurd aan de regering en neem van mij aan dat het zeker niet voor de zomer van 1965 zal zijn, alvorens de politiek zo ver is gevorderd dat er een besluit kan worden genomen over de officiële intreding van draadtelevisie in ons land." Stoute dromen. Van haar kant zag het staatsbedrijf wel mogelijkheden in zo'n landelijk systeem van kabeltelevisie. De kosten, voor een totale invoering van deze vorm van distributie in de Randstad, werden bestempeld als "niet duur". De investeringskosten per aansluiting op een dergelijk net in grote steden, werden begroot tussen de honderd en honderddertig gulden. Andermaal professor Bast namens de PTT: "De belangstelling van het publiek is veel groter dan wij in onze stoutste dromen hadden durven verwachten. Die interesse zal alleen nog maar groter worden als eventueel ook streekuitzendingen, via de draad, kunnen worden doorgegeven. Nederland heeft het voordeel dat sinds enkele jaren een zogenaamde standaardaansluiting mogelijk is. Hierbij kan niet alleen het telefoonsignaal worden doorgegeven, maar kan het systeem ook worden gebruikt voor doorgifte van signalen van het toekomstige centrale antennesysteem. De PTT kan ongeveer honderdduizend woningen per jaar op een landelijk centraal antennesysteem aansluiten." De PTT — dat was wel duidelijk — zou deze zaak niet alleen aankunnen. Bij elkaar genomen ging het immers om een investering van enkele honderden miljoenen guldens — en dat in bedragen van 1965. Men hoopte daarom ook op samenwerking met verzekeringsmaatschappijen, pensioenfondsen en woningbouwverenigingen, waarmee collectieve contracten zouden kunnen worden afgesloten voor de aansluiting van hele woonblokken op het systeem. De toekomstige kosten van een collectief abonnement zouden dan niet al te hoog worden. De PTT-topman verwachtte dan ook dat zo'n abonnement als een meerprijs in de maandelijkse huurafdracht zou kunnen worden doorberekend. Wordt vervolgd. Hans Knot, 6 juli 2019 Deze column verscheen eerder in 2001 op www.soundscapes.info
  19. Lorenzo Smith – Countdown. Dit nummer werd uitgebracht in 1966 op het Outasite Record label in een oplage van slechts 99 exemplaren. Dit vooral om omzetbelasting te ontwijken. Het was exclusief leverbaar via Mike Vernon’s Rhytmn and Blues Monthly. Een exemplaar was in ieder geval aanwezig op Shivering Sands want op Radio City was een promospot te horen waarin het aftellen en het begin van het nummer werden gebruikt, in combinatie met ‘Midnight to six Man’ van The Pretty Things. Het ging om de ‘Midnight to Six Special’ van het station te promoten waarbij men een etmaal lang feestelijk het nieuwe jaar 1967 mee inluidde. Pretty Things- Midnight to Six Man. Wel het meest bekende nummer van The Pretty Things dat een grote hit was in 1966 en werd geschreven door Phil May en Dick Taylor. Het werd op Radio City gebruikt in een promospot ter voorbereiding van de jaarwisseling. Het ging om de ‘Midnight to Six Special’ van het station te promoten waarbij men een etmaal lang feestelijk het nieuwe jaar 1967 mee inluidde. Het nummer werd in de spot gebruikt in combinatie met het nummer ‘Countdown’ van Lorenzo Smith. Lorenzo Smith - Countdown. This song was released in 1966 on the Outasite Record label in an edition of only 99 copies. This is mainly to avoid sales tax. It was exclusively available through Mike Vernon's Rhytmn and Blues Monthly. A copy was present at least on Shivering Sands because on Radio City you could hear a promo spot in which the countdown and the beginning of the song were used, in combination with 'Midnight to six Man' by The Pretty Things. It was about promoting the station's 'Midnight to Six Special', in which they festively ushered in the new year 1967 for twenty-four hours. Pretty Things- Midnight to Six Man. The most famous song of The Pretty Things which was a big hit in 1966 and was written by Phil May and Dick Taylor. It was used on Radio City in a promo spot to prepare for the turn of the year. It was about promoting the station's 'Midnight to Six Special', in which they festively ushered in the new year 1967 for twenty-four hours. The song was used in the spotlight in combination with the song 'Countdown' by Lorenzo Smith. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=b287eaae-c3da-4ffe-bf8f-5cfa4764685a
  20. Beste lezers, Het nieuwste nummer van Freewave Nostalgie is nu uit. De "bladerversie" (Flipbook) is op de website zelf te lezen: http://freewave-media-magazine.nl/. De downloadversies verschijnen standaard op de Archiefpagina. De directe downloadlink voor nummer 498 is: http://freewave-media-magazine.nl/wp-content/uploads/2019/07/498c.pdf En wat staat er zoal in dit nummer? Zomaar 2 dagen uit de programmering van Hilversum III in 1969; Ellen Bijl, een bijna vergeten naam uit de omroephistorie; actie in de jaren '30 tegen het 'lawaai' van de radio; zusterschip van de Ross Revenge vergaan in 1968; jazz in Groningen (1964), de 100ste opvoering van Hair in Nederland, de muziek van Jaques Loussier; een selectie oude advertenties; de column van een lezer; de geschiedenis van de Marshall versterker; de Martinitoren; het jaar 1965 met o.a. creatief koken en Harry van Doorn; een optreden van Fleetwood Mac in Groningen; hoe communiceerden wij in 1969?; enkele programma's en programmamakers van Radio Veronica in 1963; protest tegen een beatboerderij; flashback bij een RNI opname; 100 jaar radio. Kortom, een bonte mix van nostalgie en omroepgeschiedenis. Vriendelijke groeten namens het Freewave Nostalgie team, Jan van Heeren
  21. L.A. Express – Double your pleasure Een typisch voorbeeld van een deuntje dat meteen met plezier in je oren klinkt. Het is afkomstig van de Amerikaanse formatie L.A. Express en was leverbaar op de lp ‘Shadow Play’ die in 1976 uitkwam op Caribou Records. Het werd gecomponeerd door Peter Maunu. In mei 1977 was het nummer als filler te horen op naar het hele uur in het programma van Stuart Russell op Radio Caroline. L.A. Express - Double your pleasure A typical example of a tune that immediately sounds to your ears with pleasure. It comes from the American formation L.A. Express and was available on the album 'Shadow Play' which was released on Caribou Records in 1976. It was composed by Peter Maunu. In May 1977 the song could be heard as a filler up to the top of the hour in the program of Stuart Russell on Radio Caroline. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=9b137cb6-5f42-4287-9c4b-35cd00d8c387
  22. James Brown -Who’s afraid of Virginia Woolf? Dit nummer wordt al genoemd in de discografielijst en kan dus worden aangevuld. Het nummer is in 1964 uitgebracht op de achterkant van de single ‘Devil’s Hideaway’. Vreemd genoeg komt het nummer ook op een aantal lp’s voor, waaronder ‘Grits and Soul’ en staat dan vermeld als ‘Viginia Woolf’. Het einde van het nummer werd op Radio City gebruikt voor naam jingles voor alle destijds in dienst zijnde deejays. James Brown -Who's afraid of Virginia Woolf? This song is already mentioned in the discography list and can therefore be completed. The song was released in 1964 on the back of the single 'Devil's Hideaway'. Strangely enough, the song also appears on a number of LPs, including 'Grits and Soul' and is then listed as 'Virginia Woolf'. The end of the song was used on Radio City for name jingles for all deejays in service at the time. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=7f0f3613-7de8-40f9-9546-46390f93cd2d
  23. Jimmy Smith – Uh ruh. Dit nummer werd door Jimmy Smith zelf gecomponeerd en werd onder meer uitgebracht als b-kant van het nummer ‘I know what I want’. Het werd in 1970 als single uitgebracht en in 1973 kreeg het in september als filler behoorlijk airplay op RNI als er in de Nederlandstalige uitzendingen weer aandacht werd besteed aan de Hou em in de luchtactie in combinatie met de uitzendingen van Radio Noordzee vanuit de Hi Fi Rai in Amsterdam. Luisteraars konden daar via de aanwezigen van de Seven Club lid worden van Radio Noordzee maar ook t-shirts kopen, posters en gratis Camel Noordzee stickers krijgen. Als er over werd gepraat in de programma’s dan kwam Jimmy Smith op de achtergrond voorbij met ‘Uh Ruh’. Jimmy Smith - Uh ruh. This song was composed by Jimmy Smith himself and was released as b-side of the song 'I know what I want'. It was released in 1970 as a single and in 1973 as a filler it got a lot of airplay on RNI in September when in the Dutch broadcasts attention was paid to the Hou em in de lucht campaign in combination with the broadcasts of Radio Noordzee from the Hi Fi Rai in Amsterdam. Listeners could become members of Radio Noordzee through the Seven Club, but also buy t-shirts, posters and get free Camel Noordzee stickers. When it was discussed in the programmes, Jimmy Smith came along in the background with 'Uh Ruh'. https://we.tl/t-yq7YxmILRh
  24. De maand juli is een zomermaand, een maand om vakantie te kunnen houden maar ook om het even rustig aan te doen. Nostalgisch neem ik je vanaf het laatste weekend in juni in vier delen mee terug in de tijd en ga het hebben over het eens zogeheten ‘heilig kastje’, dat in vele gezinnen een lange tijd centraal stond: de televisie. Vandaag deel 1 In het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw beschikten nog maar weinig mensen in Nederland over een televisietoestel. De huisgezinnen die wel in het gelukkige bezit waren van zo'n apparaat, zaten evenwel dagelijks aan de beeldbuis gekluisterd. Veel viel er overigens nog niet te zien, want de zendtijd bleef beperkt tot een paar uur per dag. Bovendien was er — tot in 1963 — nog slechts een enkel televisiekanaal beschikbaar. Bewoners van de grensgebieden met België en Duitsland hadden meer geluk. Zij konden ook de beelden ontvangen van stations in de aangrenzende landen. Met de kabel werd dat ook voor de rest van Nederland mogelijk, maar dat zou nog even duren. Pas in 1964 rondde de PTT een proef af met de zogeheten draadtelevisie. Dat het allemaal zo lang duurde, had onder meer te maken met de politieke angst voor de commerciële televisie. Een experiment met de kabel. Het Amerikaanse Seattle was de eerste plaats ter wereld waar televisiesignalen door middel van een "draad" werden verspreid. We moeten daarvoor terug naar 1940 toen het L.A. Parsons, een pionier op het gebied van het experimenteren met de distributie van televisiesignalen, lukte om het signaal van KRSC TV Channel 5 op te pikken en opnieuw te distribueren via een kabel, en daar tien aansluitpunten te voorzien van het televisiesignaal. In Nederland, waar in de jaren vijftig praktisch in elk huis wel een radio of een ontvangsttoestel voor de draadomroep stond, waren er nog bijna geen televisietoestellen te vinden. Het hele televisiegebeuren stond nog in de kinderschoenen. Toch werd er nagedacht over de mogelijkheid van televisie over de kabel. In 1953 had de PTT met de Wet op de Draadomroep het monopolie verworven voor de aanleg, instandhouding, exploitatie en opruiming van draadomroepinrichtingen. Alle particuliere radiocentrales kwamen dat jaar in handen van het staatsbedrijf. Echt goed ging het echter niet met de draadomroep. De groei leek uit de markt en de stijgende welvaart maakte de gewone radiotoestellen voor iedereen toegankelijk. De PTT zocht dan ook naar mogelijkheden om de markt voor de draadomroep uit te breiden. Vijf jaar later, in 1958, ondernam het bedrijf in Den Haag een proef om televisieprogramma's via de bestaande draadomroepkabels door te geven. Vanwege technische problemen was dat experiment echter geen lang leven beschoren. In 1960 overhandigde het bedrijf een rapport aan de toenmalige minister voor Verkeer en Waterstaat, Korthals. De directie van de PTT bepleitte daarin de aanleg van een distributiekabelnet waarop in de toekomst televisiesignalen konden worden verspreid. Ook daarmee werd een proef gedaan. In het begin van de jaren zestig zou een aantal huizenblokken in een wijk van Den Haag, het Bezuidenhout, op experimentele basis de televisiesignalen via draadverbindingen aangeleverd krijgen. Het experiment kreeg de naam CAS mee, een afkorting voor Centraal Antenne Systeem. In 1963 was het zover. Op een gemeentelijke opslagplaats in de wijk werd een grote mast neergezet met de nodige ontvangstantennes en een bijbehorend verdeelstation. De straten werden opgebroken, kabels gelegd naar verdeelpunten en vandaar over de buitenmuren doorgetrokken naar de afzonderlijke huizen. De bewoners konden het tweede Nederlandse net, waarvoor de omroepen in datzelfde jaar een tijdelijke concessie kregen, meteen bekijken zonder een nieuwe antenne aan te schaffen. In de loop van de tijd bleek het mogelijk om via dit lokale net liefst zeven verschillende kanalen tegelijk door te geven. Niet alle kanalen werden overigens daadwerkelijk met programma's gevuld. Het ging voornamelijk om testsignalen om te zien hoever het toekomstig aanbod kon worden opgevoerd, mocht dat — zo werd erbij gezegd — noodzakelijk zijn. Toch werd de keuzevrijheid vergroot. De kijkers mochten voor het eerst zelf bepalen of ze niet liever omschakelen naar een buitenlands programma. De bewoners van het Bezuidenhout kregen bijvoorbeeld vanaf het begin van het experiment de mogelijkheid te kiezen voor de Duitse televisie en ze maakten van die mogelijkheid ook gretig gebruik. Vooral de grootschalige Duitse showprogramma’s lokten veel kijkers in de wijk — en later ook die van de aanpalende nieuwbouwwijk Mariahoeve — weg van de Nederlandse omroepen. Op 2 februari 1964, niet lang na de start van het experiment, openbaarde de PTT een rapport over het experiment, met als conclusie dat er voor de "draadtelevisie" in Nederland een grote toekomst leek te zijn weggelegd. Hoewel ook toen al de bekende "coax"-kabel in gebruik was en in de volksmond de term "kabel" al in zwang was, sprak men nog officieel steeds van "draadtelevisie". Een tijd later pas zou die benaming — toen er werd overgegaan tot de bekabeling van bijna heel Nederland — definitief veranderen in "kabeltelevisie". Afbeelding: Aanleg Bezuidenhout (foto Soundscapes Archief/Museum voor Communicatie? Den Haag was overigens niet de enige plaats, waar de kabel in die tijd ingang vond. Daarnaast waren er, ook al vanaf het begin van de jaren zestig, op diverse plaatsen in ons land zogeheten CAI's — Centrale Antenne Installaties — en GAI's — Gemeenschappelijke Antenne Installaties — in gebruik. Die voorzieningen maakten het mogelijk om een blok huizen te voorzien van slechts één ontvangstantenne. De ontvangen signalen werden dan met behulp van versterkers gedistribueerd naar de woningen in het betreffende woonblok of flatgebouw. De woningbouwverenigingen waren vaak verantwoordelijk voor de installatie en exploitatie. In 1964 waren op die manier in Noord- en Zuid-Holland al zo'n 200.000 huizen aangesloten op diverse CAI's. Een belangrijk motief voor de aanleg van de CAI's vormde de strijd tegen het "antennewoud" dat met de opkomst van de televisie op de daken van de Nederlandse huizen was verrezen. De onesthetische wirwar van masten en kabels was veel stadsbesturen een doorn in het oog. Bij aanleg van een CAI in een gebouw of een huizenblok werd er dan ook nauwlettend voor gezorgd, dat andere bestaande antennes werden verwijderd. Was eenmaal een CAI geïnstalleerd, dan werd vaak in het huurcontract vastgelegd dat de bewoner zelf geen nieuwe antennemast op het dak mocht bijplaatsen. Een neutrale opstelling. De PTT wilde de concurrentie met de CAI's wel aan. Het rapport dat het bedrijf in 1964 over het experiment uitbracht, sloeg dan ook een optimistische toon aan. Volgens het rapport maakten de ontwikkelingen op het gebied van de draadtelevisie het mogelijk om elke Nederlandse stad van enige omvang te voorzien van een eigen televisieomroep. Zo zouden via regionale televisiestations plaatselijke concerten, toneeluitvoeringen, sportwedstrijden en gemeenteraadszittingen worden uitgezonden. Tevens meldde men dat er, technisch gezien, ook mogelijkheden waren tot reclame-uitingen. Politiek bezien, waren dat netelige punten. De invoering van lokale omroepen en — al of niet in combinatie — van reclame, werd door de verzuilde publieke omroepen met argwaan bekeken. En dat gold ook voor de politieke partijen, waaraan die omroepen qua "overtuiging" waren gelieerd. Volgende week meer over die neutrale opstelling. Hans Knot, 29 juni 2019
  25. Carnaby Group et Mario Cavallero et son grand orchestra – Les dents de la mer jaws. Het gaat hier om het thema uit de film ‘Jaws’ dat werd gecomponeerd door John Williams. In 1978 kwam voornoemde versie uit op een lp getiteld: ‘Les Grandes Musiques de Films’, die gedistribueerd werd door Music Disc Europe. Bij Radio Delmare lag de lp ook in 1979 op de draaitafel want met gebruik van de versie van dit Franse orkest werd een spot gemaakt waarin de luisteraars werden opgeroepen lid te worden van de Delmare Omroep Organisatie. Carnaby Group et Mario Cavallero et son grand orchestra – Les dents de la mer jaws.This is the theme of the film 'Jaws' that was composed by John Williams. In 1978, the aforementioned version was released on an album entitled 'Les Grandes Musiques de Films', which was distributed by Music Disc Europe. At Radio Delmare the album was also on the turntable in 1979 because with the use of the version of this French orchestra a spot was made in which the listeners were invited to become members of the Delmare Broadcasting Organisation. https://filesender.surf.nl/?s=download&token=2b1af34d-6161-491f-9421-dbbd7779c264
×
×
  • Create New...

Important Information

By using this site, you agree to our Terms of Use, Privacy Policy and We have placed cookies on your device to help make this website better. You can adjust your cookie settings, otherwise we'll assume you're okay to continue.