<?xml version="1.0"?>
<rss version="2.0"><channel><title>Column</title><link>https://www.radiotrefpunt.nl/blog/1-column/</link><description></description><language>nl</language><item><title>Toen televisie in Nederland nog een experiment was</title><link>https://www.radiotrefpunt.nl/entry/10044-toen-televisie-in-nederland-nog-een-experiment-was/</link><description><![CDATA[<p>De eerste televisiebeelden in Nederland verschenen in een tijd waarin radio nog het dominante massamedium was. Eind jaren 20 stond televisie vooral bekend als een technische nieuwsgierigheid waarover in vakbladen en kranten met belangstelling werd geschreven, maar waarvan maar weinig mensen zich konden voorstellen dat het ooit een vaste plek in de huiskamer zou krijgen.</p><p></p><p>Toch werd er in Nederland al vroeg rekening gehouden met deze nieuwe vorm van communicatie. Bij de totstandkoming van de Radiowet van 1928 was televisie namelijk al opgenomen in de regelgeving. In de toelichting op de wet werd gesproken over toepassingen waarbij niet alleen geluid, maar ook beelden draadloos konden worden verzonden. Daarmee viel televisie in die periode nog onder het brede begrip radio. Dat klinkt tegenwoordig misschien vreemd, maar in de jaren 20 werd draadloze communicatie vooral gezien als één technisch domein waarin geluid en beeld zich naast elkaar ontwikkelden.</p><p></p><p>Die aandacht voor televisie kwam niet uit de lucht vallen. In verschillende landen werd al geëxperimenteerd met mechanische televisiesystemen, vaak gebaseerd op de ronddraaiende Nipkowschijf. Vooral in Groot-Brittannië, Duitsland en de Verenigde Staten trokken deze proeven de aandacht van technici en elektronicabedrijven. Ook in Nederland groeide de belangstelling snel, mede door de activiteiten van Philips in Eindhoven. Het bedrijf begon bijna 100 jaar geleden al met experimenten rond televisie en demonstreerde in 1928 de eerste resultaten aan pers en publiek.  </p><p></p><p>In 1929 vonden vervolgens de eerste Nederlandse televisieproeven plaats. Die uitzendingen waren technisch nog uiterst primitief. Het beeld bestond uit weinig beeldlijnen, had een lage resolutie en werd weergegeven op kleine schermen die vaak niet groter waren dan een ansichtkaart. Toch maakte het diepe indruk dat bewegende beelden draadloos konden worden overgebracht. Het idee dat mensen thuis niet alleen konden luisteren naar nieuws en amusement, maar het ook konden zien, sprak sterk tot de verbeelding.</p><p></p><p>Dat televisie in Nederland serieus werd genomen, bleek ook uit de aanpassing van de definitie van omroep. Waar eerder alleen werd gesproken over mededelingen van woord- en tooninhoud, werd dat uitgebreid met beeldinhoud. Daarmee ontstond juridisch ruimte voor toekomstige televisie-uitzendingen. Toen de Nederlandse omroepen in 1936 hun definitieve vergunningen ontvingen, stond daarin expliciet vermeld dat uitzendingen met woord, toon én beeld waren toegestaan.</p><p></p><p>Ondanks die wettelijke basis bleef televisie in de praktijk voorlopig beperkt tot experimenten en demonstraties. De techniek was kostbaar, ingewikkeld en nog volop in ontwikkeling. Vooral de ontvangstkwaliteit liet vaak te wensen over. Daarnaast waren televisietoestellen duur en voor de meeste huishoudens onbereikbaar. In de jaren 30 werd televisie daardoor vooral gezien als een technische mogelijkheid voor de toekomst en nog niet als een medium voor dagelijks gebruik.</p><p></p><p>Philips speelde in die periode een belangrijke rol bij de verdere ontwikkeling. In Eindhoven werden experimentele zenders gebouwd en vonden praktijkproeven plaats waarbij de beeldkwaliteit geleidelijk werd verbeterd. Rond 1935 startte het bedrijf met regelmatige proefuitzendingen vanuit Eindhoven. </p><p></p><p>Tegelijkertijd keek de overheid voorzichtig vooruit. In 1935 werd een speciale televisiecommissie ingesteld die moest onderzoeken welke kansen televisie in Nederland had. Die commissie zag zeker mogelijkheden, maar wees ook op de hoge kosten, de beperkte techniek en de vraag wie verantwoordelijk moest worden voor de programma’s.</p><p></p><p>De Tweede Wereldoorlog zorgde vervolgens voor een abrupte onderbreking van de verdere ontwikkeling. Pas na 1945 kwam televisie weer nadrukkelijk op de agenda te staan. In eerste instantie gebeurde dat opnieuw vanuit Eindhoven, waar Philips experimentele uitzendingen verzorgde voor een klein publiek. Uiteindelijk leidde dat in 1951 tot de eerste officiële landelijke televisie-uitzending vanuit Bussum.  </p><p></p><p>Terugkijkend is het opvallend hoe vroeg Nederland al bezig was met televisie. Terwijl de meeste huishoudens in de jaren 20 nog rond de radio zaten, werd achter de schermen al gewerkt aan een medium dat het dagelijks leven ingrijpend zou veranderen. Wat begon met wazige proefbeelden en experimentele installaties groeide enkele decennia later uit tot een vanzelfsprekend onderdeel van vrijwel ieder huishouden.</p><p></p><p>Vincent Schriel, 6 september 2026</p>]]></description><guid isPermaLink="false">10044</guid><pubDate>Sun, 06 Sep 2026 05:23:24 +0000</pubDate></item><item><title>De nostalgische column van Hans Knot 5 september 2026: Tuffy</title><link>https://www.radiotrefpunt.nl/entry/9937-de-nostalgische-column-van-hans-knot-5-september-2026-tuffy/</link><description><![CDATA[<p>De Corona crisis leidde er in 2020 toe dat zowel mijn vrouw Jana als ikzelf de woonkamer deelden om aan het werk te zijn. De zomerperiode bracht tijd om voor haar een nieuwe werkplek in te richten in een van de bovenkamers. Voorheen was in die kamer in een dubbele stelling een deel van mijn radio- en fotoarchief ondergebracht, dat elders in huis een plek heeft gekregen. Voordeel van verandering is dat ook allerlei zaken tevoorschijn kwamen, die jaren niet zijn gezien.</p><p></p><p>Een ieder van de generatie geboren na de Tweede Wereldoorlog heeft zo een aantal favorieten als het gaat om boeken, auteurs en/of stripfiguren. Met die laatste categorie te beginnen was het werk van Hergé en de avonturen van Kuifje voor mij de absolute nummer 1. De complete serie is al een paar jaren geleden naar het huis van de kleinkinderen gegaan en mocht ik ooit de behoefte hebben ze nog eens te lezen dan kan dat altijd tijdens een van de oppasbeurten. Suske en Wiske kwamen op de tweede plaats. Zat al in de leesportefeuille in de jaren zestig van de vorige eeuw en op een bepaald moment ben ik die serie ook gaan verzamelen. Tot nummer 200, toen had ik er genoeg van.</p><p></p><p>Maar de eeuwige liefde voor het medium radio bracht mij al in een vroeg stadium tot een serie boekjes, uitgegeven vanaf 1962, over een televisiemannetje. Het bleek het begin te zijn van een serie van vijf boekjes van de schrijver Jaap ter Haar, die destijds werden gekregen via verjaardagen dan wel zelf werden aangeschaft. Het was dus het jaar dat ik twaalf was en als ik nu een van de boekjes doorblader, en hier en daar een stukje lees, komen de herinneringen wel terug. Maar bedenk ik mij tevens dat de boekjes eigenlijk geschikt waren voor kinderen onder de tien jaar. Het was dus ‘radio’ en ‘televisie’ dat mij desondanks trok deze boekjes te koesteren.</p><p></p><p><img class="ipsImage ipsImage_thumbnailed ipsRichText__align--right ipsRichText__align--width-custom" data-fileid="15376" src="https://www.radiotrefpunt.nl/uploads/monthly_2026_05/column5september2026.thumb.JPG.22e6279c7cb850d6b6292e37638c8372.JPG" alt="column 5 september 2026.JPG" title="" width="1000" height="653" data-full-image="https://www.radiotrefpunt.nl/uploads/monthly_2026_05/column5september2026.JPG.6beef4606fcaa085cc2f1e26f8ae6b82.JPG" style="--i-media-width: 300px;" loading="lazy">Eerst even iets meer over Jaap ter Haar. Op de internetsite <a rel="external nofollow" href="https://Kinderboeken.nl">Kinderboeken.nl</a> is een uitgebreide beschrijving van deze auteur terug te lezen terwijl er ook op de site <a rel="external nofollow" href="https://Jaapterhaar.com">Jaapterhaar.com</a> de nodige informatie verstrekt wordt. Na de periode van de Tweede Wereldoorlog en een verblijf in Amerika, waar hij werd opgeleid tot oorlogscorrespondent, kwam hij terug naar Nederland en vond een baan bij de Wereldomroep (Radio Nederland), waar hij hoofd werd van de transcriptiedienst. Een afdeling die ervoor zorgde dat programma’s en/of programmaonderdelen werden vastgelegd op platen en dezen werden verstuurd naar radiostations over de gehele wereld, met als doel heruitzending.</p><p></p><p>Maar in zijn vrije tijd schreef Jaap ter Haar korte verhalen, die met bepaalde regelmaat verschenen in Vrij Nederland en het toen vrij populaire weekblad ‘Wereldkroniek’. Het waren leuke schnabbels want bij de Wereldomroep verdiende hij destijds niet veel geld. Op aanraden van zijn superieur, die onder de indruk was van zijn verhaaltjes, stuurde Ter Haar zijn geschreven werk voor en over kinderen naar de NCRV. Juist, de serie over de tweeling Saskia en Jeroen.</p><p></p><p>Zeer gewild was de serie en vele tweelingen hebben later de namen meegekregen. Men was bij de NCRV zo onder de indruk van de verhaaltjes dat men Jaap vroeg of hij gedurende het daarop volgende jaar voor elke week uitzending een aflevering van de avonturen van de tweeling wenste te schrijven, dat uiteindelijk tot een totaal van 120 afleveringen opliep. De verhalen van de populaire tweeling verschenen ook in boekvorm en het enorme succes, dat dit opleverde, betekende voor Ter Haar dat hij zijn baan bij de Wereldomroep vaarwel zei en zich totaal op het schrijven ging richten.</p><p></p><p>Na de avonturen van de tweeling volgden die van Ernstjan en Snabbeltje, die ook in boekvorm verschenen. Daarna was het tijd voor Tuffy, waarbij Ter Haar een duidelijk tijdsbeeld wenste neer te zetten want het radiomannetje beleefde ook avonturen gelinkt naar het onderwerp televisie, dat in die tijd een duidelijke opkomst aan het maken was. Ondanks dat de verhalen van Tuffy bij lange na niet zo populair zijn geworden als de beide voorgangers, wordt vele decennia later het in het bezit zijn van deze boekjes nog steeds gekoesterd.</p><p></p><p>Voor diegene die Tuffy in hun leven hebben gemist, tenslotte iets meer over dat kleine radiomannetje. Of eigenlijk is de omschrijving ‘het radio- en televisiemannetje’ beter. Hij was de uit fantasie geboren schakel tussen radio, televisie en het kind en Tuffy was de personage die zorgdroeg voor een ongestoorde uitzending. Bovendien trad Tuffy reddend op als ergens iets mis leek te gaan of haperde. Hij kon zich bovendien zonder moeite verplaatsen en kon overal in doordringen. Bovendien blijkt uit de verhaaltjes in de verschillende delen, die rond zijn personage zijn geschreven en uitgegeven, dat hij vragen en opdrachten kreeg vanuit de gehele wereld en daarop altijd wel een oplossing wist te vinden om de problemen op te lossen.</p><p></p><p>In een van de bladomslagen heeft destijds iemand van de uitgever Van Holkema en Warendorp NV laten aantekenen dat het handige mannetje Tuffy, door de milde fantasie van de auteur Ter Haar, prachtig op de kindergedachten was afgestemd. Afsluitend kan worden vermeld dat de verhaaltjes destijds zijn geïllustreerd door Rein van Looy.</p><p></p><p><em>Hans Knot, 5 september 2026</em></p>]]></description><guid isPermaLink="false">9937</guid><pubDate>Sat, 05 Sep 2026 05:03:14 +0000</pubDate></item><item><title>Hans Knot: Veronica blijft als U dat wilt met de nodige randverschijnselen</title><link>https://www.radiotrefpunt.nl/entry/10503-hans-knot-veronica-blijft-als-u-dat-wilt-met-de-nodige-randverschijnselen/</link><description><![CDATA[<p>Op 15 mei 1971 werd er een aanslag gepleegd op het zendschip MEBO II van RNI, en dat – zoals enkele dagen later bleek – in opdracht van een directielid van Radio Veronica. Medewerkers van Veronica bleven ook na arrestatie van directeur Hendrik Verweij en een van zijn getrouwen pal achter de toekomst van Radio Veronica staan en startten een actie onder de noemer ‘Veronica blijft als U dat wilt.’ Het verhaal van die moeilijke periode is van Veronica zijde uitgebreid beschreven door Rob Out in het boek ‘Veronica 1 jaar later’.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Maar er gebeurde meer aan de zijlijn in die periode. Algemeen bekend werd dat, gezien Hendrik Verweij in de gevangenis was gekomen, een paar dagen later de aandeelhouders van CV Radio Veronica hadden besloten broer Dirk Verweij weer tot directeur te benoemen. Dirk had zich jarenlang niet getoond in de directiekamer, ondanks dat hij de belangrijkste figuur was in de beginjaren van het station en tevens op dat moment veruit de grootste aandeelhouder was. Vanaf dat moment was Dirk mededirecteur naast zijn broer Jaap en waren conflicten uit het verleden deels bijgelegd of waren in de koelkast beland.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Doel van de door de medewerkers bedachte actie, die op 31 juli 1971 werd opgestart, was het niet alleen afstand te nemen van datgene wat was gebeurd door de aanslag, maar vooral om de luisteraars te gaan aansporen achter het initiatief te staan en een ondersteuningskaart voor deze actie in te vullen en in te sturen. Vervolgens was het de bedoeling de massaal ingediende kaarten te bezorgen bij de toenmalige regering in Den Haag.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Een in de SMC FB door mij gestelde vraag aan een aantal radiovrienden was: ‘Momenteel ben ik een lang artikel aan het schrijven inzake vele dingen die speelden rond de actie. Derhalve de vraag ‘wat je zoal herinnert aan de actie, of jezelf bewust hebt meegedaan kaarten te verzamelen, op de een of andere manier het geheel hebt ondersteund, en of er meer herinneringen naar boven komen?’.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Het was Kay Coax die reageerde met: ‘Ik weet nog van de aanslag zelf, mijn ouders vonden dat het langharig tuig verzopen had moeten worden in de zee. Voor mijzelf was dit de druppel om niet meer naar Radio Veronica te luisteren. Want zo bijzonder vond ik ze toen ook niet echt ten opzichte van RNI, waar het er niet zo stijf aan toe ging en dat veel meer een hitradio station was. De kaarten actie vond ik zeer ongepast voor ‘bomleggers’.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Wel dient eraan toegevoegd worden dat de programmamakers, die de kaartenactie hadden opgezet, helemaal niet op de hoogte waren dat door Hendrik Verweij en Nobert Jurgens opdracht was gegeven tot een aanslag op het zendschip van RNI. Bovendien was met de aanslagplegers niet afgesproken dat dit met een bom zou gebeuren, en achteraf bleek het tevens niet om een bom te zijn gegaan. Mede door de in paniek geraakte deejays van RNI, die noodsignalen de ether in stuurden waarin werd gemeld dat er een bom aan boord was gegooid, is die aanslag onterecht als een ‘bomaanslag’ de geschiedenis ingegaan.</p><p style="text-align:left;">En dan was er ook een aantal reacties van personen die toen al fervent luisteraar van RNI waren. Eén van de reacties was van Hans van Dijk die reageerde met: ‘Ha Ha ja ik weet het nog goed maar ik heb zeker niet zo’n kaart ingestuurd.’ Duidelijk na meer dan een halve eeuw nog steeds dezelfde mening.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">In een aantal kranten verscheen op 19 mei 1971 de berichtgeving dat de deejays van Radio Veronica als het ware de directieleden op de knieën hadden gedwongen en ze te laten bekennen, betrokken te zijn geweest bij het voorbereiden van de actie tegen de concurrent. Eén van de koppen destijds gaf het al aan: ‘Directeur Bull Verweij gaf het zelfs toe in een interview in AVRO’s Televizier Magazine aan de jonge journaliste Ria Bremer: “Ik gaf 10 duizend gulden voor de aanslag.”</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Bovendien werd er nog meer geld toegezegd als de actie succesvol zou zijn. Van het gekregen geld kochten de aanslagplegers de nodige materialen om de aanval te kunnen uitvoeren. Zelfs in Groningen, in de burelen van het Nieuwsblad van het Noorden aan het Zuiderdiep, was het trieste nieuws doorgedrongen van het gebeuren in Hilversum.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Een correspondent meldde dat er een fikse ruzie had plaatsgevonden in het Veronicapand aan de Utrechtseweg in Hilversum, waarbij de programmamakers het niet eens bleken te zijn met de opdracht vanuit de directie. Ze moesten namelijk een bericht uit sturen via het ANP, waarin de directie zich distantieerde van de aanslag op de MEBO II van RNI.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">De deejays en andere medewerkers waren die avond bijeen voor de wekelijkse bijeenkomst om onder meer een nieuwe Alarmschijf te kiezen en die betreffende keer eisten ze geheel open kaart van de directie van Radio Veronica. Hierbij wenste een groot deel van de deejays als ook technici met ontslag te gaan als er geen eerlijk antwoord werd gegeven. Rond negen uur in de avond verschenen de directieleden op de vergadering, vergezeld van twee advocaten.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">De medewerkers vonden het een schandalige zaak dat ze werden opgezadeld met de opdracht naar de buitenwereld de niet betrokkenheid van Veronica te brengen, iets wat totaal niet te verdedigen was. Na de aankomst van de directiedelegatie was het Jaap Verweij die toegaf op de hoogte te zijn geweest, maar dat de directie niet had voorzien dat een geplande kaping en binnenslepen van het zendschip van Radio Noordzee zo uit de hand zou lopen.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">En de tienduizend gulden, eerder genoemd, werden beschikbaar gesteld aan medewerker Norbert Jurgens die vervolgens het geld had gegeven aan de drie uit Scheveningen afkomstige duikers, waarbij een van hen heel goed op de hoogte was van de situatie aan boord van de MEBO II, gezien het gegeven dat hij in 1970 een tijdje als Captain Tom gezagvoerder was geweest van dit zendschip.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Op diezelfde 19<sup>de</sup> mei 1971 was er nog een ander opmerkelijk bericht terug te vinden in het Nieuwsblad van het Noorden waarin werd vermeld dat de directie van Radio Noordzee van plan was de krachten te bundelen met de directie van Radio Veronica met als doel de zeezenders gericht op Nederland te laten voortbestaan. Een woordvoerder van RNI meldde dat er een dag eerder een poging tot een gesprek was gedaan maar dat de directie van Veronica onder geen beding bereid was tot een gesprek.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">De RNI-woordvoerder stelde onder meer: “We zijn het niet eens met de mensen die de mislukte aanslag een overwinning voor ons noemen in de concurrentiestrijd met Veronica. Dat zou een pyrrusoverwinning zijn omdat deze zaak een politieke ontwikkeling tot stand kan brengen, die ook voor ons het einde kan betekenen. Nogmaals, wijzelf en de eigenaren van het zendschip, Meister en Bollier, zijn bereid vrede te sluiten met Veronica, al was het morgen al.”</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Ook werd door RNI-directie vanuit Zürich bekend gemaakt dat de totale schade aan het zendschip, als gevolg van de aanslag, in de buurt van de 1 miljoen gulden was geschat. MEBO Ltd. uit Zürich was niet tegen een aanslag verzekerd. De Amsterdamse officier van Justitie, mr. J.F. Hartsuiker, had inmiddels overleg gepleegd met zijn Haagse ambtsgenoot, plaatsvervangend hoofd van het Parket, mr. J. van ’t Veer. Ze waren tot de conclusie gekomen dat de aanslag door de Haagsche Officier van Justitie diende te worden behandeld.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Vreemd vond ik deze beslissing destijds omdat een eerdere rechtszaak omtrent problemen tussen Veronica en RNI werd stopgezet. Het ging om het onder dwang verwijderen van een kapitein van de MEBO II waarbij de toenmalige officier van Justitie aangaf dat deze activiteit had plaatsgevonden in internationale wateren en dus niet kon worden behandeld in een Nederlandse rechtbank. Tijdens de aanslag was de MEBO II immers ook verankerd in internationale wateren.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">In de loop der weken na de aanslag op het zendschip van RNI en ver voor de start van de actie ‘Veronica blijft als U dat wilt’ verschenen in diverse kranten al dan niet positieve berichten aangaande Radio Veronica. Zo vroeg journalist Dick van Reeuwijk op 22 mei 1971 zich af hoelang er nog muziek zou zitten in Radio Veronica. Hij had daarvoor onder meer Jaap Stamer gesproken, destijds al acht jaar verantwoordelijk als ‘Artists Relation’ bij de platenmaatschappij Philips-Phonogram, die stelde dat Veronica in de daaraan voorafgaande elf jaren baanbrekend werk had verricht, dat de ontwikkeling van de Nederlandse platenmaatschappijen ongetwijfeld had bevorderd. “Het zou bijzonder jammer zijn als ze dienen te verdwijnen, na deze domme naïeve streek. Misschien dat hun goodwill, hun vele charitatieve goede werk hen kan redden”.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Het onderzoeksbureau Prad kwam rond die tijd naar buiten met cijfers rond de reclameomzet, waarbij werd gemeld dat die van Radio Veronica vijf keer zo groot was als die van Hilversum III. Bij Veronica ging het om rond de 20 miljoen gulden per jaar terwijl in Hilversum voor het zogenaamde popstation op III nauwelijks 4 miljoen gulden aan reclameomzet werd gegenereerd.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Ook Paul Mertz, een van de bekendste mensen actief binnen de reclamebureaus in Nederland, werd gememoreerd in het artikel van Dick van Reeuwijk in het Parool. Hij stelde: “Wij reclamemensen hebben het werken met Veronica altijd een leuke bezigheid gevonden, omdat dit station een extra dimensie aan het vak heeft gegeven. Ik zou het wel betreuren als Veronica verdween, hoewel ik het wel begrijp als men de gebeurtenissen met RNI aangrijpt.”</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Mertz begon zijn loopbaan in de reclamewereld in 1967 en ook toen al, in de tijd dat reclame-uitingen via radio en televisie mogelijk werden, bleek Radio Veronica zijn kracht te behouden: “Dit had zeker betrekking op de jeugd. Hilversum III heeft het nooit tot de hoogte van Veronica gehaald zeker niet als het gaat om de groep jeugdigen tussen 15 en 20 jaar.”</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Er was in de tijd een duidelijk verschil rond de mogelijkheden tot adverteren tussen Hilversum III en Radio Veronica. Bij eerstgenoemde was adverteren alleen mogelijk rond de nieuwsuitzendingen van het ANP, terwijl het ook nog eens in een keurslijf werd gebracht. Bij Radio Veronica waren de reclamespots onderdeel van de diverse programma’s waarbij het mogelijk was veel vaker per etmaal een product onder de aandacht te brengen dan via de STER en Hilversum III.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Uiteraard werden er in die tijd bij herhaling bepaalde platen gedraaid die succesvol werden. Zowel bij Radio Noordzee als Radio Veronica was dat het geval waarbij menigeen zich afvroeg of het ging om wat men in de VS destijds payola noemde, ofwel dat een of meerdere deejays betaald werden vanuit een platenmaatschappij. In het interview met Jaap Stamer in het Parool werd hem dan ook de stelling voorgelegd dat men bij Radio Veronica mede bepaalde wat de mensen voor platen gingen kopen.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Jaap: ‘Zo is het niet helemaal want met alleen pluggen kom je er niet. Je kunt draaien wat je wilt, als een plaat niet aanslaat bij het publiek gebeurt er helemaal niets. De betekenis ligt vooral in de mogelijkheid het publiek kennis te laten maken met een bepaalde plaat en die mogelijkheden zijn door Radio Veronica behoorlijk uitgebreid. Als het gaat om de uitgebreide aandacht die aan de Alarmschijf wekelijks wordt gegeven kan dat zomaar een omzet van tienduizenden platen betekenen.’</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">En met de vraag of er geld bij betrokken was als pluggers voorbij kwamen bij de toenmalige radiostation, inclusief Hilversum III, stelde Jaap Stamer: “Ondanks alle verhalen weet ik voor honderd procent zeker dat daar geen geld aan te pas komt. Er wordt in Nederland niemand omgekocht om een bepaalde plaat te draaien. Een directeur van een kleine maatschappij heeft dit eens een keer geprobeerd maar werd er bij Veronica direct uitgegooid.”</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Het is natuurlijk voor de lezer en mijzelf de vraag of de opmerkingen van Jaap destijds als geloofwaardig dienen te worden aangenomen. Stamer verdedigde zich namens zijn branchegenoten ook nog eens met de opmerking: “Ach die goede deejays bij Veronica verdienen toch minimaal 25.000 gulden per jaar (1971) en werken ook nog eens voor de drive in show, dat hen ook nog eens 15.000 gulden per jaar per persoon oplevert. Wat heeft zo’n man er dan aan als hij honderd gulden krijgt toegeschoven en daarbij het zijn baan kan kosten.”</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Afsluitend over vermeende financiële vergoedingen aan de radiostations stelde hij destijds dat er af en toe wel eens in een vriendschappelijke sfeer werd gedineerd en een borreltje werd gedronken maar dat daarmee de kous af was. Dan bleef de vraag over wat het kon betekenen voor de platenindustrie als Radio Veronica en Radio Noordzee door verandering in de Nederlandse wetgeving dreigden te verdwijnen.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Jaap Stamer: “Dan is wel te verwachten dat er een teruggang in verkoopcijfers zal komen. Toen Radio Caroline destijds voor de Britse kust verdween betekende dat een terugval in tientallen procenten als het om de omzet binnen de platenindustrie ging. Als Veronica en Noordzee gaan verdwijnen zal het minder omzet worden maar niet zoals in Engeland omdat Hilversum III het gemis beter zal opvangen als de BBC destijds met de op Engeland gerichte zeezenders.”</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Paul Mertz ging destijds nog in over hoe eventuele budgetten gericht op radio reclame zouden veranderen als er een einde zou komen aan de zeezenders. Hij was van mening dat er weinig van de gereserveerde budgetten uitgegeven zouden worden. Reden was onder meer dat zowel Hilversum I, II en III, geheel vol zaten omdat er geen ruimte meer was voor reclamezendtijd in de daarvoor bestemde blokken. Ook voor reclame via de televisie was er geen mogelijkheid meer omdat er dan overboeking zou ontstaan. Plannen voor een zwevende versie van reclameblokken gingen ook niet door om het de dagbladpers niet nog moeilijker te maken en toch nog genoeg gelden te genereren via de adverteerders.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Uiteraard waren de medewerkers van Radio Veronica, die voor die tijd niet op de hoogte waren gesteld van de pogingen Radio Noordzee dwars te gaan zitten, behoorlijk gefrustreerd over het gegeven dat de aanslag wel eens het einde kon betekenen van hun radiostation waar men met hart en ziel voor werkte. Liefst 90 medewerkers waren er in Hilversum als ook aan boord van het zendschip Norderney actief en eind mei 1971 kwam een aantal van hen in verschillende kranten, waaronder de Telegraaf en Het Parool, aan het woord. Een hoofddoel werd uit de verhalen heel duidelijk, namelijk dat men door wilde gaan als vanouds.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">“Zoiets kan zo maar niet worden weggevaagd” was de gezamenlijke mening destijds van de toen 29-jarige Tineke de Nooij en een jaar jongere Rob Out, die programmaleider was van het station. Hun reactie was gericht tegen de plannen van de regering van Nederland die in overweging had genomen een einde te maken aan het ‘piratentijdperk’.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Beide populaire presentatoren hadden, samen met andere collega’s, een bezorgde open brief geschreven omtrent de ontwikkelingen rond het bestaan van Radio Veronica. Tineke werd omschreven als diegene die het meeste haar emoties toonde en stelde: “Wij hebben hier allen zo’n beetje de zenuwen. Elke morgen sta je op met de gedachte dat we vandaag eens een keer iets positiefs horen in plaats van al die slechte dingen. Het kan toch niet ineens zo maar voorbij zijn voor ons.”</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Out liet een ander perspectief zien gericht op de lezers van de Telegraaf, waarin hij stelde: “Afgezien dat wij de Nederlanders eindelijk gaven waarop zij recht hebben: muziek, hebben wij in de afgelopen 11 jaren wel getoond meer voor de medemens te hebben gedaan dan welke Nederlandse omroep dan ook. Wij hebben in die jaren zeker voor 5 miljoen gulden daarvoor beschikbaar gesteld. ” Hij duidde daarbij op de vele charitatieve financiële doelen die men bij Veronica had ondersteund. Een aantal voorbeelden: Het Koningin Wilhelmina Fonds, Stichting Open het Dorp en de Nierstichting. Allen hadden een fikse financiële ondersteuning genoten van Radio Veronica.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Ook memoreerde Out aan het gegeven dat wekelijks de Top 40 werd samengesteld in nauwe samenwerking met rond de 250 platenzaken, verspreid over geheel Nederland. Een dure actie die per jaar rond de 400.000 gulden kostte. Volgens Out zou geen enkele andere omroep dit Veronica na doen.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Een dag later stelde Tineke in een interview dat niemand binnen het Veronica team in de voorafgaande dagen nog de mogelijk had om reëel te denken. “We hebben in de afgelopen elf jaar vaker in een panieksituatie gezeten met Radio Veronica, waarbij het tevens het er naar uitzag dat het mis zou gaan. Nu lijkt het dan definitief. Maar we zijn vastbesloten, we gaan door tot het bittere einde. Wij hebben allemaal wel eens een aanbieding gehad om elders aan het werk te gaan, naar van diegenen die er nu nog zijn, is niemand van plan weg te gaan voor dat het station gesloten is. We gaan door.”</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">De opnieuw tot directeur benoemde Dirk Verweij was van mening dat Veronica echt niet op korte termijn diende te verdwijnen: “Er zijn veel economische belangen. Niet alleen voor het personeel maar ook voor de adverteerders van wie de radioreclame samenloopt met hun advertentiecampagnes in de kranten. Iets wat je zo maar niet kan afbreken.”</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Uiteraard werd Dirk Verweij ook gevraagd naar de enorme problemen die door de aanslag waren ontstaan maar hij legde de schuld duidelijk bij de komst van RNI in 1970: “Toen ze vorig jaar kwamen dachten we meteen al dat ze alles zouden gaan verpesten. Ze hebben een veel sterkere zender en één schip kon onze regering nog wel laten liggen, terwijl als er twee kwamen er evengoed nog vijf bij zouden komen. En dat laatste is nou eenmaal ontoelaatbaar. Dat storen op het zuidelijk halfrond (Australië), waar de regering over spreekt, is ook door Radio Noordzee. Wij hebben met Veronica altijd goed in de pas gelopen.”</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Ik vond destijds en nu eigenlijk nog steeds de opmerkingen inzake de komst van RNI als oorzaak van alle problemen nogal hard gesteld door Dirk Verweij. In de weken na de aanslag op het zendschip van Radio Noordzee kreeg men bij Radio Veronica toch per dag enkele duizenden brieven van verontruste en meelevende luisteraars binnen, waarbij duidelijk werd dat het merendeel van de schrijvers zich positief en ondersteunend had geuit. Uit de inhoud bleek vooral dat men de wens had dat de programmamakers gewoon zouden doorgaan en wilden dat Veronica zou blijven bestaan. Duidelijk een wens die later werd gebruikt bij de op te starten actie voor lijfsbehoud.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">En in het land werd het duidelijk dat het luistervolk belangrijk kon zijn ter ondersteuning van voornoemde wens. Uiteraard dient vooral de steun worden genoemd, die vanuit Volendam in die tijd ontstond. Het waren Jan en Jaap Buijs, die onder meer managers waren van The Cats, die van mening waren dat ondersteuning via onder meer een handtekeningenactie van groot belang kon zijn.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Jaap Buijs stelde eind mei 1971 dat, als de actie zou worden gehouden, er voor beide stations zou worden gestreden: “Als we alleen in een actie voor Veronica gaan strijden, mag Noordzee bij een goed resultaat toch ook blijven voortbestaan. Dus hoeven we geen partij te kiezen en kunnen mogelijk beide stations in de toekomst blijven bestaan en kunnen we dus voor beide stations een actie gaan voeren.”</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Weer elders meldde Out dat hij hoopte dat gebaseerd op het verleden voor Radio Veronica een vorm kon worden gevonden waarin het radiostation naar een eventuele wetsinvoering tegen de zeezenders kon blijven bestaan. In Luxemburg was dit volgens hem ook mogelijk doordat Radio Luxembourg daar al jarenlang werd gedoogd en niet door de regering van het land in moeilijkheden werd gebracht.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Zo knipte ik op 25 augustus 1971 een berichtje uit de Telegraaf, waarin dieper werd ingegaan op datgene de luisteraar het liefste op Radio Veronica wenste te horen als ‘ideaal programma’. Het werd mij niet duidelijk of de vraagstelling vanuit de Telegraaf was gedaan of vanuit de Veronica organisatie. Wel werd er door een journalist van de Telegraaf in het knipsel gemeld dat liefst 27.253 enthousiaste luisteraars hadden gereageerd wat leidde tot een gemiddeld favoriete overdagindeling van Radio Veronica, dat toen nog via de 192 meter vanaf het zendschip de Norderney werd uitgezonden.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Zo wenste men op doordeweekse dagen tussen 7 en 9 uur te blijven luisteren naar ‘Ook Goeiemorgen’ in de presentatie van Tom Mulder. Daarna een uurtje ‘Muziek terwijl U werkt’, in presentatie van Tineke. Ook gaf men aan dat tussen 10 en 12 uur het liefste werd geluisterd naar een aflevering van de ‘Tom Collinsshow’. Tussen de middag vervolgens het liefste twee uur lang de ‘Chiel Montagne Show’. Lex Harding wenste men tussen twee en vier uur, terwijl men de uren tussen 4 en 6 uur had toebedacht aan Rob Out.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Over de uren in de avond werden er geen gegevens naar buiten gebracht. Wel werd bekend dat door de nieuwe indeling de ‘Zaterdagmiddaggebeurtenis’ werd vervroegd. Zoals bekend zat daar niet alleen de ‘Veronica Top 40’ presentatie in maar ook die van de ‘Tipparade’. Vanaf dat moment begon dit gebeuren om 13 uur en duurde vervolgens tot 18 uur iedere zaterdagmiddag. Voor velen een ijkpunt om naar uit te kijken, voor anderen afzien om weer de hitparade te dienen aan te horen.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Een programma dat voorheen op de zaterdag werd gebracht verhuisde naar de zondagochtend tussen 11 en 12 uur en wel ‘Sportief zijn, beter worden’. Daarna was in de zondagmiddag een herhaling van de ‘Veronica Top 40’ te beluisteren. Het was natuurlijk niet verplicht om te luisteren, want er waren genoeg andere mogelijkheden om te ontspannen, zoals de programma’s van Radio Noordzee, die onder meer werden uitgezonden via de 220 meter. Tenslotte was het voor velen een verademing dat het zondagmiddag programma ‘Sangria’, dat voorheen alleen in de zomer werd geprogrammeerd, een vaste plek bleef behouden tijdens de ‘winterprogrammering’.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Het was trouwens een paar dagen eerder, op vrijdag 20 augustus 1971, dat ik destijds in mijn knipselwoede uit de Volkskrant een artikel haalde waarbij ik een aantekening maakte met grote uitroeptekens: ‘1 miljoen en meer Nederlanders?’ Het was een klein half jaar nadat Radio Noordzee, het Nederlandstalige deel van RNI, in de ether was gekomen. Zelf was ik direct na de start een fervente luisteraar geworden. Mede gezien de eerdere ervaringen met Radio Nordsee International, verkoos ik Radio Noordzee boven de destijds in mijn oren behoorlijk ‘gemaakte’ programma’s van Radio Veronica. Met andere woorden ‘het was voor mij meer een stukje fabriekswerk zonder enige vorm van belevenissen op de boot’, zoals we wel gewend waren via RNI.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Zie deze kritiek niet als het neerhalen van Radio Veronica, maar meer het gevoel dat ik destijds had bij mijn radiobeluistering. We hadden voor die 20<sup>ste</sup>augustus 1971 natuurlijk al behoorlijk veel informatie tot ons laten komen en ikzelf had af en toe ook geluisterd naar de programma’s van Veronica, waarin de actie ‘Veronica blijft als u dat wilt’. Wel in betreffende knipsel kwam naar voren dat de populariteit en bestaansrecht van Radio Veronica voldoende was aangetoond door voornoemde actie.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Het was Rob Out die, namens het station, de media had opgezocht en onder meer meldde: “Eind augustus wordt de actie gesloten en krijgen wij ook de uitslagen van een waarderingsenquête.” Het was de Stichting voor de Statistiek die in het onderzoek een fiks aantal vragen had gesteld als het ging om het eventuele voorbestaan van de zeezender Radio Veronica.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Het was Out die ook stelde dat de cijfers, voortgekomen uit het onderzoek, reden genoeg waren om vertegenwoordigers van de regering uit te nodigen voor een gesprek in de burelen van Radio Veronica aan de Utrechtseweg in Hilversum. Hij gaf echter niet aan welke specifieke personen eventueel werden uitgenodigd. Rob Out: “Houd het maar op Kamerleden en de Regering. Welke argumenten we zullen aanvoeren en welke alternatieven we daar zullen geven daar hebben we nog totaal geen flauw idee van.”</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Er waren mogelijkheden genoeg. Allereerst het voorbestaan als zeezender, inpassing in het omroepbestel dan wel een organisatie verantwoordelijk voor het op te starten en in te vullen vierde radionet, waarvan voorzichtig sprake was. Uiteindelijk werd het de aspirant status in 1975 waarop in de laatste dagen van het jaar wel het eerste openingsprogramma op het nieuwe klassiek getinte Hilversum 4 mocht worden gevuld.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Vreemd genoeg had Out wel een eigen mening over de mogelijkheden van het eventueel toelaten van concurrent Radio Noordzee tot het omroepbestel: “Het is een buitenlands station voor de Nederlandse kust. Radio Veronica is in de eerste plaats een Nederlands station dat al elf jaar bestaat en populair is bij de bevolking.” Waarschijnlijk was hij even vergeten dat een deel van de luisterschare na de aanslag op het zendschip van RNI, in opdracht van Radio Veronica, van luisterfrequentie was veranderd.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Ook vond Out dat de aanslag op het zendschip van RNI niet dient te worden aangehaald bij de informatie over het onderzoek. Het diende maar eerst te worden bewezen dat Hendrik Verweij, een van de drie directeuren van Radio Veronica, daadwerkelijk was betrokken bij de aanslag. Ook meldde hij dat de reclamewereld het een uitstekend idee zou vinden als het station als zeezender zou blijven bestaan.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Out meldde tevens dat de daaropvolgende maand september speciaal zou gaan worden met een regelmatig uitgave van ‘Veronica 1-9-2’ dat in enkele honderdduizenden exemplaren met een omvang van rond de 50 pagina’s zou verschijnen. Hij beloofde dat het tijdschrift niet meer dan 50 cent ging kosten. Er gingen destijds meteen verhalen rond dat men zich bij Radio Veronica op deze manier voorbereidde op een eigen omroepblad. Rob Out vond de conclusie maar een slag in de lucht: “Het gaat er gewoon omdat we het nodig vinden een dikker blad uit te geven dan het vierpagina top veertigblaadje, dat we tot nu toe uitgeven.”</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Terwijl ik aan het schrijven ben, komt in gedachten weer de foto naar voren die destijds in 1971, bij herhaling, in diverse publicaties heeft gestaan. Rob Out zittende achter een tafel vol met adhesiebetuigingen, die op voorgedrukte kaarten in het land door vooral jongeren werden verspreid. Met een arm steunde hij op een enorme stapel en toonde zich meer dan verheugd op het succes van de actie ‘Veronica blijft als U dat wil’, door zich op zijn hoofd van verbazing te krabben.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">En inderdaad, het waren vooral de jongeren die de adhesiekaarten landelijk verspreidden. De familie Knot was in Groningen een jaar eerder verhuisd van de Korreweg naar een splinternieuw hoog flatgebouw in de nieuwe wijk Vinkhuizen. We woonden daar op de tweede verdieping en op een bepaald moment ging de voordeurbel. Het was in het begin van de avond en moeder Rie Knot deed de deur open en zag een enigszins verlegen jongen van een jaar of 13 die haar vroeg of er interesse was een dergelijke kaart in te vullen om het voortbestaan van Radio Veronica te ondersteunen.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">De voordeur ging meteen wijd open, want mijn moeder was een zeer gastvrije vrouw en liet de jongen binnen met de opmerking dat hij maar eens binnen diende te komen om te zien hoe de zeezenders leefden in ons gezin. Rie wees hem op de kamer meest links in de gang, die hij vervolgens betrad en zijn ogen redelijk uitkeek van verbazing. De muren waren gevuld met uitingen over de zeezenders, variërend van stickers en posters tot zelfgemaakte tekeningen. Het was de basis sinds enkele maanden van de nieuwe hoofdredacteur van Pirate Radio News en de 13-jarige jongeling werd later de man die vooral Ome Frans Nienhuis van Radio Veronica eerde met een eigen internetpagina, ofwel Bert Alting.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Terugkomend op die jongeren, zoals aangehaald door Rob Out, dient vermeld te worden dat uit een steekproef, genomen uit die honderdduizenden inzendingen, was gebleken dat veel van de adhesiekaarten waren ingevuld door 15 tot 20-jarigen. Het ging daarbij om een percentage van bijna 25%. Commentaar van Out in een van de publicaties was dat het daarbij vooral ging om jongeren die helemaal gek waren van de wekelijkse top veertig en deels deden aan deejayverering.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Maar het was onjuist om te concluderen dat het voornamelijk kinderen waren die wensten dat Veronica kon blijven. Immers was 60 procent van de ingezonden kaarten afkomstig van ‘jongeren’ in de leeftijdscategorie tussen twintig en zeventig jaar. Gelijk aan voornoemde actie liep er een tweede onder de noemer: ‘Veronica Rot Op Nu’, waarvan de initiatiefnemers landgenoten opriepen de kaarten van ‘Veronica Blijft Als U dat wilt’ ongefrankeerd op te sturen naar de burelen van Radio Veronica, zodat er een enorme financiële schadepost kon ontstaan doordat men de vele strafporten diende te betalen. Maar gelukkig werden dergelijke kaarten nauwelijks ingestuurd.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Meer als 55 jaar later beken ik andermaal, dat ik in die tijd geheel geen fan was van datgene Radio Veronica ons via de 192 meter bracht en mijn tevredenheid meer was te vinden bij de programmering van het dat jaar opnieuw opgestarte RNI, met Nederlandstalige uitzendingen onder de naam Radio Noordzee. Maar toch bleef ik, na de aanslag en brand op het zendschip MEBO II van RNI de publiciteit volgen en knipte vrijwel dagelijks meerdere artikelen uit de diverse kranten die via allerlei wegen tot mij kwamen. Zo werd mij door een bekende vrijwel wekelijks ‘Vrije Geluiden’ toegestopt en wel in de week nadat het was verschenen en dus niet meer van pas kwam om de programmering van radio en televisie van de publieke omroepen daarin te volgen.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Maar ook in ‘Vrije Geluiden’ vond ik af en toe, al dan niet positief, een bijdrage omtrent het gebeuren rond Radio Veronica en RNI. Het was in de editie van 14 augustus 1971 dat er een nogal zuur stuk was te lezen onder de titel ‘Eindelijk Gerechtigheid’ van de pen van Hans Keller. Hij had een lange loopbaan al achter de rug in zowel de geschreven media als de televisiewereld en was in 1961 een van de initiatiefnemers voor de introductie van de Nipkowschijf. In 1969 ging hij werken voor de VPRO, waar hij elf jaar lang gezichtsbepalende informatieve en kunstprogramma's voor de televisie maakte, waaronder het in Nederland bekende ‘Het gat van Nederland’. Hij kreeg trouwens voor dit in die tijd populaire voornoemde programma zelf de Nipkowschijf uitgereikt.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Maar hij schreef dus ook met regelmaat een column in het omroepblad van de VPRO, zoals op 14 augustus 1971 en wel met een zure aanval op de Veronica actie waarin eenieder werd gevraagd de actie ‘Veronica Blijft al U dat Wilt’ te ondersteunen. Keller haakte aan door onder meer te stellen ‘dat Veronica op zee was gestart met de actie Veronica moet blijven. Met handtekeningenactie, sticker campagne, luisteronderzoeken vol met vele cijfers die trillen van auditieve gulzigheid. Speciaal voor die gelegenheid tot klinken gebrachte zielige jingles, waarin een stem zegt dat Veronica zal verdwijnen als we niet met z’n allen helpen, terwijl je op de achtergrond de prachtige gil hoort van een dame die tot zinken wordt gebracht en om hulp roept omdat iedereen haar te mooi vond om te verdrinken.’ Natuurlijk is het geheel, dat straks nog verder wordt aangehaald, in een cynische bui destijds door Keller geschreven mede uit een vermeende angst dat de VPRO misschien wel de nodige leden als omroepvereniging zou gaan verliezen als Veronica eenmaal het recht zou krijgen om te opteren voor een officiële licentie aan land.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Vervolgens memoreerde hij wat zowel hij had gehoord in de programma’s van Radio Veronica als ooggetuigenverslagen betreffende voornoemde acties. Bijvoorbeeld dat er door de postkamer van de NOS 1500 kaarten ter ondersteuning waren aangevraagd voor de medewerkers van deze overkoepelende publieke omroeporganisatie, 400 kaarten waren verstuurd naar de politie in Vlaardingen maar ook dat drie jongens vanuit Dordrecht op hun brommertjes helemaal naar ’t Gooi waren gekomen om een stapel kaartjes te halen.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Vervolgens vond de schrijver van de cynische column het nodig een snerende opmerking te maken richting diverse dagbladen die, volgens hem, te veel positieve aandacht besteedden aan de door Veronica opgestarte en misschien voor hem te succesvolle actie. ‘Zelfs enkele dagbladen, die sinds enkele jaren een naam hadden te verliezen als gezagsgetrouwe steunpilaren van een dames-en-heren-maatschappij, die met toegeknepen neus en hoofdschuddend gadeslaat wat er tegenwoordig allemaal maar schijnt te kunnen, hebben het voor Veronica opgenomen.’ Keller vergat toch echt dat de VPRO al tijden in verdrinkingsnood zat en via de zogenaamde tientjes actie (wel lid geen blad) de nodige leden diende binnen te halen om het hoofd boven het water te kunnen houden.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Als ik zo zijn ongenoegen van destijds andermaal lees, lijkt het erop of hij stilletjes verlangen had naar zijn prille jeugd want hij begon Veronica te vergelijken met Paddeltje, de scheepsjongen van Michiel de Ruyter, een ondeugende maar schat van een jongen. Daarbij voegde hij eraan toen dat de radio-fetisjisten voortdurend door Veronica in hun sentimentele herinneringen aan Radio London en Radio Caroline werden gekieteld, de twee ‘piraten’ die de Veronica stijl van radiomaken en jaren eerder een niet geringe duw hadden gegeven aan de opmars van de Europese popcultuur.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Keller vergat te melden dat ook de programmakers en hun collega’s bij Veronica met het vervolg op deze vorm van radiomaken ervoor hadden gezorgd dat de zon meer ging schijnen in ons Nederlands radiovenster.</p><p style="text-align:left;">Het was of die 14<sup>de</sup> augustus 1971, vier jaren nadat de Britse versie van de anti-zeezender wijzigingen in de Nederlandse wetgeving werd aangepast, de juiste datum was om de voornoemde actie van Radio Veronica eens goed aan te pakken. Destijds kreeg ik vanuit het westen van ons land van een bevriende zeezenderfan een epistel toegestuurd op die datum gepubliceerd van de pen van Rolf Boost in de Haagse Post.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Hij meende dat de door Veronica gebruikte reclameslogan een aardige was maar inhoudelijk wel een leugen was. Want zolang Nederland geen Volksrepubliek zou zijn, maar een parlementaire democratie, besliste niet het volk, maar de leden van de beide Parlementaire Kamers in Den Haag.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Het was derhalve Boost die van mening was dat de actie een loze poging was om officieel te worden erkend, want volgens hem zouden de leden van de beide Kamers even gemakkelijk de zeezenders om zeep helpen als de studiekosten aanzienlijk verhogen. Tevens meldde hij in zijn betoog dat de actie van Veronica, in de plaats gekomen voor een reclame advertentie actie opgezet door directeur Dirk Verweij, een bedrag van minimaal een kwart miljoen gulden ging kosten.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Vliegtuigen met reclamesleep, dames in Veronica T-shirts, enorme hoeveelheden bedrukte adhesiebetuigingen, artiesten die gingen meewerken en een boodschap inspraken, zoals het jonge zangeresje Wilma, die stelde dat ze altijd misselijk werd in een auto en dan naar Radio Veronica luisterde om weer zich enigszins senang te voelen en Mieke Telkamp, die met volle overtuiging stelde dat ze het erg ging vinden als Veronica dreigde te verdwijnen. En de fanatieke Veronica luisteraar herinnert zich tal van muzikale steunbetuigingen die in die periode, gevolgd door de frequentiewisseling in september 1972, in veelvoud voorbij kwamen in de uitzendingen.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">En bij de buren, Radio Noordzee, was nog geen enkel teken van actie te vernemen via de uitzendingen. Wel bleek de juridisch adviseur namens de firma Strengholt – de heer Geleijnse -, opdracht te hebben gekregen uit te zoeken op welke manier de organisatie een actie tegen de Nederlandse Staat kon beginnen. Het enige dat vanuit de burelen van Radio Noordzee naar buiten kwam was dat men van mening was dat de door Radio Veronica gevoerde actie op een te vroeg tijdstip een aanvang had genomen.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Ondertussen bleek alle – al dan niet negatieve – publicatie rond beide stations wel zeker van invloed te zijn geweest op de aandacht vanuit de reclamewereld. Rob Out meldde dat in plaats van 16 spots men had besloten er maximaal 20 per uitzenduur te programmeren. Ook meldde hij dat er een brief was uitgegaan naar de reclamewereld waarin stond vermeld dat men sterk rekening diende te houden met het gegeven dat Radio Veronica het daarop volgende jaar nog zeker in de ether zou zijn. Dit kon overtuigend worden gemeld daar de toenmalige minister-president De Jong had gezegd dat de radiostations, actief vanaf internationale wateren, nog tijd genoeg kregen om, bij een beslissing tot invoering van een speciale wet, de lopende contracten met de reclamewereld na te komen.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">John de Mol sr. van Radio Noordzee meldde aan de media dat het razend druk was, mede door de toenemende stroom van potentiële adverteerders. Het was ook logisch dat adverteerders het liefste bij de twee stations gingen of bleven adverteren aangezien het daar aanzienlijk goedkoper bleek te zijn dan bij de STER, de Stichting Ether Reclame. Dit ondanks dat de toenmalige directeur van de STER – waarschijnlijk uit lijfsbehoud – stelde dat meer en meer adverteerders belangstelling toonden via de mogelijkheden van de STER (radio en televisie) hun waren aan te prijzen.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Mede door de aanslag op het zendschip van Radio Noordzee, gepleegd in opdracht van twee personen binnen de Veronica organisatie, bleek in de zomer van 1971 dat Radio Noordzee steeds dichter naar Radio Veronica toekroop als het ging om de bestedingen voor radioreclame. Het Nederlands Centrum voor Marketing en Analyses bracht rond die tijd een verslag uit waaruit naar voren kwam dat de luisterverhouding tussen beide stations op dat moment 45% voor Radio Veronica en 41% voor Radio Noordzee was. Twee maanden eerder was de verhouding duidelijker in het voordeel van Veronica met 48% en Radio Noordzee met 36%. Het meest opmerkelijke was dat in vier maanden tijd het aantal Nederlanders, dat soms luisterde naar Radio Noordzee, van 2 miljoen naar 4 miljoen was opgelopen.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Er ontstond rond augustus een soort van samenhorigheid onder de twintigers van die tijd, die aantekeningen begonnen te maken dan wel krantenartikelen te verzamelen waarin opmerkingen waren terug te vinden over de door Radio Veronica medewerkers opgestarte actie. Halverwege de maand augustus 1971 meldde Rob Out in de Telegraaf behoorlijk aangedaan te zijn vanwege het gegeven dat er een behoorlijke populariteit was bij de ouden van dagen. Hij liet de journalist van de voornoemde krant een ingezonden kaart zien van een 98-jarige oude mevrouw uit een rusthuis, die namens alle inwoners een kaart ter ondersteuning had ingestuurd.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Out zijn reactie daarop: “Weet je wat het is? Voor het eerst zijn de mensen eigenlijk echt geconfronteerd met het verdwijnen van Radio Veronica. Daar werd vroeger ook wel op gezette tijden over gepraat, maar zo dicht bij als nu heeft het moment nooit gelegen. Wij hebben de mensen duidelijk met hun neus op de realiteit gewezen.” Volgens Out waren speciale momenten van doorslaggevende waarde zoals een onderbreking van de programma’s gedurende een halve minuut zodat men kon beseffen wat een gemis het zou zijn zonder de populaire geluiden via de 192 meter.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Ondertussen verbleef Veronica mededirecteur Hendrik (Bul) Verweij in zijn cel in het Huis van Bewaring te Utrecht als vermeende medeschuldige aan de aanslag op het zendschip van RNI. Desondanks had hij tijd om een bemoedigende brief te schrijven en te sturen naar de Veronica burelen in Hilversum: ‘Nog mijn complimenten voor de fantastische echte oude stijl. In no time 1 miljoen kaarten de deur uit. Dit is het werk en ik wou dat ik ook wat kon doen.’ En alle medewerkers kwamen zijn uiting met regelmaat tegen als men door de gang in het complex liep en het mededelingenbord passeerde.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Ondertussen was in tal van kranten in die maand augustus te lezen dat meer dan een kwart miljoen adhesiebetuigingen waren ingevuld en opgestuurd naar de Veronicaburelen aan de Utrechtseweg in Hilversum. Ook werd er bericht dat er een grote stickeractie was opgestart waarmee de fanatieke aanhang van het radiostation de liefde voor het radiostation kon betuigen. Niet alleen de dagbladen brachten informatie maar ook de zogenaamde huis aan huisbladen. Op 19 augustus werd bijvoorbeeld in ‘Echo’ een bericht geplaatst dat Amsterdam, waar mogelijk, spoedig zou worden volgeplakt met stickers onder het motto: ‘Veronica blijft als U dat wilt’.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">En over fanatieke luisteraars gesproken, zowel op het Centraal station in Amsterdam als die van Utrecht stonden groepjes jongeren dagenlang de adhesiekaarten uit te delen. Grote vraag is nog steeds of ze destijds vielen onder de generatie onnodige schoolverzuimers. Rob Out gevraagd naar de bestickering van gebouwen, bushaltes en meer stelde hij dat het niets te maken had met demonstreren of protesteren. Nee er werd slechts een geweldloze actie gevoerd met als doel het Nederlandse volk te vragen Veronica te ondersteunen in de strijd tot behoud van het station.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">De volhouders hebben overwonnen, hoewel andermaal met veel tegenwerking vanuit Den Haag. Eind 1975 was de allereerste uitzending van de tot het bestel toegelaten omroep VOO. Dit gebeurde via het tevens geopende klassieke vierde radionet, waarbij de opening was toegewezen aan het jonge gezelschap, voortgekomen uit de zeezender Radio Veronica.</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Afsluitend een verwijzing naar de speciale pagina over het jaar 1971 van de Stichting Norderney, samengesteld door archivaris Juul Geleick <a rel="external nofollow" href="https://www.norderney192.nl/historie/h-1971.html"><u>https://www.norderney192.nl/historie/h-1971.html</u></a>?</p><p style="text-align:left;"></p><p style="text-align:left;">Hans Knot, 30 augustus 2026.</p>]]></description><guid isPermaLink="false">10503</guid><pubDate>Sun, 30 Aug 2026 18:03:38 +0000</pubDate></item><item><title>Radio De Wasrol laat zien hoe eenvoudig internetradio is geworden</title><link>https://www.radiotrefpunt.nl/entry/10150-radio-de-wasrol-laat-zien-hoe-eenvoudig-internetradio-is-geworden/</link><description><![CDATA[<p>Toen Willem van Kooten in 1992 bij de start van Radio 538 sprak over een toekomst waarin iedereen zijn eigen radiostation zou hebben, klonk dat voor veel mensen nog als een verre gedachte. Radio maken betekende destijds dure studioapparatuur, vergunningen, zendmasten en flinke technische kennis. Wie een station wilde beginnen, had meer nodig dan alleen enthousiasme en een stapel platen.</p><p></p><p>Ruim dertig jaar later blijkt die gedachte ineens verrassend dichtbij te zijn gekomen. Niet via grote investeringen of ingewikkelde studio’s, maar met een afgeschreven computer, gratis software en een internetaansluiting. Het opzetten van een eigen radiozender is inmiddels eerder een hobbyproject voor een regenachtige middag dan een technisch avontuur waar maanden voorbereiding voor nodig zijn.</p><p></p><p>Dat bleek toen een oude minicomputer opnieuw in gebruik werd genomen. Het systeem kreeg Ubuntu Server 26.04 als basis, waarna AzuraCast werd geïnstalleerd. Dat pakket maakt het mogelijk om relatief eenvoudig een online radiozender op te zetten, inclusief muziekbeheer, automatische programmering en streaming. Waar dergelijke installaties vroeger alleen bereikbaar waren voor technici met uitgebreide kennis van Linux en audiostreaming, zijn tegenwoordig stap-voor-stap handleidingen beschikbaar die zelfs voor beginners goed te volgen zijn.</p><p></p><p>En mocht een installatie toch ergens blijven hangen, dan staan hulpmiddelen als ChatGPT of Co-Pilot klaar om foutmeldingen te verklaren, configuraties aan te passen of complete scripts voor te stellen. Daarmee is de drempel opnieuw lager geworden. Waar vroeger een bevriende systeembeheerder nodig was, volstaat nu vaak een slimme vraag aan een AI-assistent.</p><p></p><p>Voor de muziekkeuze werd bewust gekozen voor opnames uit de jaren 20, 30 en 40 van de vorige eeuw. Veel van die muziek is inmiddels rechtenvrij binnen Nederland en de Europese Unie, waardoor het mogelijk is om zonder ingewikkelde licentieconstructies een gevarieerde playlist samen te stellen. Na het toevoegen van de muziek en het afregelen van de audiostream draaide het station vrijwel direct stabiel.</p><p></p><p>Toen het project eenmaal draaide en het idee ter sprake kwam tijdens een gesprek met vrienden, volgde al snel een spontane naam: Radio De Wasrol. Een naam die ergens precies past bij muziek uit het begin van de vorige eeuw, oude techniek en een vleugje nostalgie. De naam bleef hangen en werd uiteindelijk ook daadwerkelijk gebruikt voor het station.</p><p></p><p>Daar bleef het niet bij. Een andere vriend vond het project dermate vermakelijk dat hij met behulp van Co-Pilot een complete website liet schrijven. Zonder uitgebreide kennis van webontwikkeling verscheen in korte tijd een werkende site waarop het station online bereikbaar werd gemaakt. Daarmee kreeg Radio De Wasrol ineens een volwaardige plek op internet.</p><p></p><p>Het bijzondere aan dergelijke projecten is niet alleen dat ze technisch mogelijk zijn geworden, maar vooral hoe toegankelijk alles inmiddels is. Wat begin jaren 90 nog een toekomstvisie leek van een radiopionier, is tegenwoordig iets dat vanuit een hobbykamer kan ontstaan. Niet met enorme investeringen, maar met bestaande hardware, open-source software en een beetje nieuwsgierigheid.</p><p></p><p>Juist daardoor krijgt de oude uitspraak van Willem van Kooten achteraf een andere betekenis. Niet voor iedereen is er tegenwoordig een FM-zender of een plek op DAB+, maar vrijwel iedereen kan zonder grote obstakels een eigen online radiostation beginnen. Soms zelfs met muziek uit een tijd waarin radio nog volledig draaide om grote houten toestellen, gloeiende buizen en een gezamenlijke luisteravond rond de huiskamerradio.</p><p></p><p>Meer informatie over het project is te vinden via <a rel="external nofollow" href="https://www.radiodewasrol.nl/"><u>de website van Radio De Wasrol.</u></a></p><p></p><p>Vincent Schriel, 2 augustus 2026</p>]]></description><guid isPermaLink="false">10150</guid><pubDate>Sun, 02 Aug 2026 05:14:25 +0000</pubDate></item><item><title>Heeft landelijke radio op de middengolf nog toekomst?</title><link>https://www.radiotrefpunt.nl/entry/10035-heeft-landelijke-radio-op-de-middengolf-nog-toekomst/</link><description><![CDATA[<p>De discussie over de toekomst van de middengolf komt hier met enige regelmaat terug. Er leeft nog altijd het idee dat een landelijke AM-zender met een relatief bescheiden vermogen van zeg 20 kW voldoende zou zijn om Nederland te bedienen. Daarbij wordt vaak gesteld dat middengolf goedkoper zou zijn dan een netwerk van FM-zenders of een landelijke verspreiding via DAB+. In theorie klinkt dat aantrekkelijk, maar in de praktijk ligt de situatie aanzienlijk complexer.</p><p></p><p>Een middengolfzender heeft inderdaad het voordeel dat een enkel opstelpunt een groot gebied kan bereiken. Vooral in de avonduren, wanneer radiosignalen verder dragen, kan een AM-zender met beperkt vermogen grote delen van Nederland bestrijken. Toch betekent bereik op papier niet automatisch dat luisteraars ook daadwerkelijk een storingsvrij en bruikbaar signaal ontvangen. Juist daar begint het verschil tussen theorie en dagelijkse praktijk.</p><p></p><p>Voor landelijke dekking op FM zijn meerdere zendinstallaties nodig. Een modern FM-netwerk bestaat uit meerdere zenders om ook binnenshuis en onderweg een stabiel signaal te leveren. De investering in infrastructuur, mastlocaties, energieverbruik en onderhoud ligt daardoor hoog. Daar staat tegenover dat FM nog altijd door een groot deel van de bevolking wordt gebruikt, zowel in auto’s als via traditionele radio’s thuis en op het werk.</p><p></p><p>DAB+ vraagt eveneens om een uitgebreid netwerk van zenders, maar werkt efficiënter doordat meerdere radiozenders gezamenlijk binnen één multiplex kunnen worden verspreid. Daardoor worden de kosten gedeeld tussen verschillende aanbieders. Bovendien ligt het energieverbruik van moderne DAB+-zenders doorgaans lager dan dat van vergelijkbare FM-installaties. Vooral voor commerciële omroepen met een landelijke ambitie biedt dat voordelen op langere termijn.</p><p></p><p>Bij middengolf ligt het kostenplaatje anders dan vaak wordt gedacht. Hoewel er in theorie minder zendlocaties nodig zijn, vraagt een AM-zender veel vermogen om een betrouwbaar signaal te leveren. Een middengolfzender van 20 kW klinkt bescheiden, maar het daadwerkelijke stroomverbruik ligt vaak aanzienlijk hoger door verliezen in de installatie en de benodigde randapparatuur. Daarnaast zijn grote antennesystemen nodig, inclusief uitgebreide aarding en onderhoud van het terrein. Vooral de energiekosten spelen tegenwoordig een grote rol.</p><p></p><p>Daar komt bij dat storingen op de middengolf de afgelopen jaren sterk zijn toegenomen. Elektronische apparatuur, ledverlichting, zonnepanelen en voedingen veroorzaken steeds meer ruis. Hierdoor is een theoretisch goed bereik in de praktijk lang niet altijd bruikbaar. Vooral binnenshuis wordt ontvangst steeds lastiger. Voor luisteraars die gewend zijn geraakt aan storingsvrije digitale audio via DAB+, streaming of FM, vormt dat een belangrijk nadeel.</p><p></p><p>Een extra factor is de opkomst van elektrische auto’s. Juist daarin blijkt AM-ontvangst vaak problematisch. Elektromotoren, accupakketten, omvormers en laadsystemen veroorzaken elektromagnetische storing die vooral de middengolfband sterk beïnvloedt. Zelfs bij goed afgeschermde voertuigen blijft het lastig om een schoon AM-signaal te ontvangen tijdens het rijden. Verschillende autofabrikanten hebben daarom besloten om AM-radio volledig weg te laten uit nieuwe elektrische modellen. FM en DAB+ zijn veel minder gevoelig voor deze storingen en bieden daardoor een stabielere ontvangst onderweg.</p><p></p><p>Voor landelijke radio is dat een belangrijk punt, omdat autoradio nog altijd een groot deel van het luistergedrag bepaalt. Wanneer een groeiend aantal voertuigen geen AM-ontvanger meer bevat of storingsgevoelige ontvangst heeft, neemt het potentiële bereik van middengolf automatisch verder af.</p><p></p><p>Wanneer de kosten worden afgezet tegen het aantal luisteraars ontstaat een nog duidelijker beeld. Een landelijke FM-zender bereikt dagelijks honderdduizenden luisteraars. Grote DAB+-netwerken bedienen eveneens een aanzienlijk publiek en worden steeds vaker standaard ingebouwd in auto’s en draagbare radio’s. De publieke- en commercieel zenders hebben afscheid genomen van de middengolf omdat het aantal luisteraars die er nog gebruik van maakte sterk was afgenomen.</p><p></p><p>Door het sterk afgenomen gebruik worden de kosten per luisteraar op AM relatief hoog. Zelfs wanneer een middengolfzender technisch goedkoper zou zijn dan een volledig FM-netwerk, blijft de vraag hoeveel mensen er daadwerkelijk gebruik van maken. Voor commerciële exploitanten speelt dat aspect een doorslaggevende rol, omdat advertentie-inkomsten direct samenhangen met luistercijfers en bereik.</p><p></p><p>Ook de ontwikkeling van ontvangers speelt mee. Veel moderne radio’s ondersteunen nog wel FM en DAB+, maar laten de middengolfband achterwege. In nieuwe auto’s verdwijnt AM-ontvangst steeds vaker volledig. Daarmee neemt het potentiële luisterpubliek automatisch verder af, ongeacht het bereik van de zender zelf.</p><p></p><p>Dat betekent niet dat middengolf volledig nutteloos is geworden. Dankzij de LPAM zenders blijft de band interessant. Voor een brede landelijke publiekszender lijkt de rol echter steeds kleiner te worden, zeker nu de overstap naar digitale distributie verder doorzet.</p><p></p><p>FM blijft voorlopig dominant door het grote aantal bestaande ontvangers en de stabiele geluidskwaliteit. DAB+ groeit ondertussen verder als digitale opvolger, mede dankzij efficiënter frequentiegebruik en lagere distributiekosten per zender. Tegen die achtergrond wordt het steeds moeilijker om middengolf nog als volwaardig alternatief voor landelijke radio-uitzendingen te zien.</p><p></p><p>Vincent Schriel, 5 juli 2026</p>]]></description><guid isPermaLink="false">10035</guid><pubDate>Sun, 05 Jul 2026 05:12:25 +0000</pubDate></item><item><title>De nostalgische column van Hans Knot 20 juni 2026: De kranten stonden bol over de Barend Servet Show in 1972</title><link>https://www.radiotrefpunt.nl/entry/9593-de-nostalgische-column-van-hans-knot-20-juni-2026-de-kranten-stonden-bol-over-de-barend-servet-show-in-1972/</link><description><![CDATA[<p>Heb je dat ook wel eens dat je aan de eettafel zit te genieten van, in dit geval een stamppot spruiten met zure appels, en je opeens aan Haché denkt? En dan bedoel ik niet het gerecht maar de persoon die Haché als achternaam gebruikte en onderdeel was van een VPRO TV programma van meer dan een halve eeuw geleden, de Barend Servet Show. Op 23 januari 1974 verscheen het bericht in de media dat een door minister Engels van CRM gegeven berisping aan de VPRO voor een uitzending van voornoemd programma in december 1972, door de kroon was vernietigd.</p><p></p><p>Het ging om een aflevering van de Barend Servet Show waarin een dame, die een klein beetje op de toenmalige Koningin Juliana leek, spruitjes aan het schoonmaken was. Een van de gronden van de berisping was juist voor minister Engels geweest, dat in die bewuste show in 1972 de regerende vorstin werd gemaakt tot een voorwerp van platvloerse komedie. Hij vond dat daardoor ernstig afbreuk werd gedaan aan de koninklijke waardigheid. Hij ging voorbij aan het gegeven dat menigeen ongelofelijke lol had gehad en de humor er van in had gezien.</p><p></p><p>En diegene die niets met staatsrecht had te maken begreep vervolgens niets van de bekendmaking dat juist ‘de Kroon’ de berisping teniet had gedaan. Wat betekende voor hen ‘de Kroon’? Waarschijnlijk dacht men alleen aan een soort van hoofddeksel die ter versiering werd aangebracht bijvoorbeeld bij een schoonheidswedstrijd of een bloemencorso, waar ook een bloemenkoningin werd verkozen.</p><p></p><p>Maar in de vaderlandse grondwet heeft het woord ‘Kroon’ in betekenis ook een Koninklijke waardigheid. Bovendien is er het staatsrechtelijke begrip ‘Kroon’ waarin de koning en ministers in woord zijn samengevat. Daarbij dient opgemerkt te worden dat de koning onschendbaar is en de ministers die verantwoordelijk zijn voor het gevoerde beleid. En daaraan gekoppeld is het hoogste adviescollege van de ‘Kroon’ de Raad van State.</p><p></p><p>Het was juist dit adviescollege van ‘de Kroon’ dat begin 1974 geadviseerd heeft de beschikking van Minister Engels van CRM, dat stond voor Cultuur Recreatie en Maatschappelijk Werk, te vernietigen. Het bleek dat op 31 oktober 1973 er een hoorzitting was geweest, waarbij niet alleen Minister Engels maar ook een vertegenwoordiger van de VPRO was gehoord, en was georganiseerd door de Raad van State. Laatst genoemde heeft staatsrechtelijk de mogelijkheid ook een minister op de vingers te tikken, hetgeen gebeurde.</p><p></p><p>Zo stelde een persbericht verzonden vanuit de Raad van State dat Minister Engels onvoldoende had gemotiveerd waarom de uitzending van voornoemde Barend Servet Show de veiligheid van de Nederlandse Staat, de openbare orde en de goede zeden in gevaar had gebracht.</p><p></p><p>Het was niet veel later dat er een nieuw kabinet in Nederland en het was minister Harry van Doorn, ex directeur van de KRO, die bekend maakte dat er geen maatregelen zouden worden genomen tegen de VPRO vanwege een televisie uitzending rond de Kerstdagen van de Barend Servetshow in december 1972. Het argument van het besluit tot vernietiging was dat de uitzending geen elementen had waardoor de veiligheid van de Nederlandse Staat in gevaar kon komen en tevens er geen gevaar was voor verwarring van de openbare orde en de goede zeden.</p><p></p><p>Harry van Doorn, die antwoordde op de schriftelijke vragen van Tweede Kamerleden Bremen, Van Schaik en Van der Sanden. Zij hadden voorgesteld dat de VPRO gestraft diende te worden en wel door het tijdelijk niet toestaan van de verzorging van televisie-uitzendingen. Bij research in de kranten van destijds blijkt dat al eerder vanuit de Tweede Kamer, al dan niet ondersteund door groeperingen vanuit de Nederlandse bevolking, er al druk op Van Doorn en de collega’s binnen de regering was uitgeoefend om tot een dergelijk besluit te komen. Ook toen al werd in de media melding gemaakt dat een besluit tot tijdelijke stopzetting van programma activiteiten in strijd zou zijn met de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting als ook de persvrijheid zou worden geschonden.</p><p></p><p>Vooral Van der Sanden, een persoon die eerder in de Raad van Europa een rapport had gedeeld waarin hij uitgebreid inging op de ontastbaarheid van de persvrijheid, kreeg de nodige kritiek in de media. Inzake de persvrijheid gaf hij ter verdediging van zijn eerdere meningen er een draai aan als zou er ten onrechte een parallel werden getrokken tussen televisie-uitzendingen en informatie via andere media. Hij ging voort door te stellen dat televisie een ander medium was dan elke andere. Tevens meende hij dat er dingen gebeurden via de televisieprogramma’s die niet toelaatbaar waren van een stuk algemene ethische norm dat vrijwel voor iedere Nederlander toch echt aanvaardbaar diende te zijn.</p><p></p><p>Van der Sanden meende ook dat miljoenen christenen destijds in ons land zeker bewust gekwetst zouden zijn door de inhoud van het VPRO programma van de Barend Servet Show, wat voor hem genoeg reden diende te zijn om de regering daar tegen in te laten grijpen. Het voornoemde programma riep in die tijd nogal wat gevoelens op, hoewel ook vele kijkers er gelukkig wel de humor van inzagen. Maar de negatieve reacties waren overal in het land te horen of te lezen.</p><p></p><p>Zowel in de Telegraaf als in enkele andere toenmalige kranten werden de lezers opgeroepen hun ongenoegen te uiten, wat dan ook gebeurde. Zo was er een kijker die meldde dat graag de kerk als martelwerktuig diende gebruikt te worden. Hij stelde voor dat zowel Barend Servet als Fred Haché drie dagen lang naakt aan de hoogste kerktoren van Limburg dienden te worden opgehangen, als zijnde de samenstellers van het walgelijke programma. Als aanvullende mededeling stelde de persoon dat, wanneer de heren na drie dagen nog zouden leven het beste was ze laten vallen in een vuilniswagen en ze te laten afvoeren naar de vuilnisbelt. Weer een andere persoon, die reageerde, vond dat de heren voor een peloton dienden te komen omdat de kinderen niet langer mochten worden bedorven door deze viespeuken.</p><p></p><p>De betreffende aflevering van de Barend Servet show werd in december 1972 uitgezonden en uit de daarop volgende kijk- en luisteronderzoeken, in opdracht van de NOS, bleek dat liefst 4,5 miljoen kijkers het programma en dus ook de pseudo Juliana hadden bekeken. Wel dient vermeld te worden dat, ondanks de enorme kijkersschare, het programma slecht werd gewaardeerd en er met een zeer laag waarderingscijfer van 43 naar voren kwam. Bij de Oudejaarsconference eind december 1973 was er een totaal andere waardering. Wim Kan haalde een juist hoog waarderingscijfer van 88.</p><p></p><p>Wat zeker niet vergeten mag worden dat de Barend Servetshow kwam uit de koker van de bedenker Wim T. Schipper.</p><p></p><div class="ipsEmbeddedVideo" contenteditable="false" data-og-user_text="https://www.youtube.com/watch?v=uFNl3RL4yj8" style="--i-media-width: 100%;"><iframe width="200" height="150" src="https://www.youtube-nocookie.com/embed/uFNl3RL4yj8?feature=oembed" frameborder="0" allow="encrypted-media; picture-in-picture; fullscreen" title="Barend Servet" loading="lazy"></iframe></div><p></p><p>Hans Knot, 20 juni 2026</p>]]></description><guid isPermaLink="false">9593</guid><pubDate>Sat, 20 Jun 2026 05:22:02 +0000</pubDate></item><item><title>Het einde van de langegolf in Europa nadert zijn voltooiing</title><link>https://www.radiotrefpunt.nl/entry/9961-het-einde-van-de-langegolf-in-europa-nadert-zijn-voltooiing/</link><description><![CDATA[<p>De beslissing van BBC Radio 4 om <a rel="" href="https://www.radiotrefpunt.nl/entry/9984-bbc-stopt-op-27-juni-2026-met-radio-4-via-langegolf/">later deze maand de uitzendingen op 198 kHz te beëindigen</a> past in een ontwikkeling die al jaren gaande is in Europa: het geleidelijk verdwijnen van de langegolf als omroepmedium. Waar deze frequentie ooit gold als een robuuste en grensoverschrijdende manier om radio-uitzendingen ver landinwaarts te brengen, heeft er inmiddels een duidelijke verschuiving plaatsgevonden naar FM, DAB+ en internet.</p><p></p><p>De langegolf had lange tijd een bijzondere positie binnen het Europese omroepstelsel. Door het sterke bereik over grote afstanden en de relatief stabiele ontvangst, speelde deze band vooral een rol in de nationale publieke radio. Toch veranderde die functie langzaam maar zeker, naarmate de kosten voor exploitatie hoog bleven en het luistergedrag van het publiek verschoven is naar andere platforms. De aankondiging dat BBC Radio 4 de uitzending op 198 kHz beëindigt, onderstreept dat deze ontwikkeling nu een beslissende fase bereikt.</p><p></p><p>In verschillende Europese landen is het gebruik van de langegolf al eerder teruggedrongen of volledig beëindigd. In Frankrijk werd de uitzending via 162 kHz van France Inter al jaren geleden stopgezet, terwijl ook andere omroepen zoals RTL en Europe 1 hun langegolfzenders hebben uitgefaseerd. De argumentatie komt vaak op hetzelfde neer: het onderhoud van de infrastructuur staat niet langer in verhouding tot het aantal luisteraars dat nog via deze weg afstemt, zeker nu alternatieve distributiekanalen vrijwel overal beschikbaar zijn.</p><p></p><p>De situatie rond BBC Radio 4 is in dat opzicht symbolisch, omdat de zender lang werd gezien als een van de laatste grote gebruikers van de langegolf in West-Europa. De keuze om de 198 kHz te verlaten betekent dat een belangrijk deel van de traditionele distributiestructuur van de publieke omroep verdwijnt, al blijft de programmering uiteraard beschikbaar via FM, DAB+ en online streaming.</p><p></p><p>Voor luisteraars die decennialang vertrouwd waren met de langegolf, kan dit aanvoelen als een ingrijpende verandering, maar in praktische zin is de overgang al jaren in voorbereiding. De meeste huishoudens maken inmiddels gebruik van FM, digitale radio of internetverbinding om dezelfde programma’s te volgen, vaak met een betere geluidskwaliteit en extra functionaliteit.</p><p></p><p>Wat resteert is vooral een technologische verschuiving die de geschiedenis van de radio weerspiegelt. De langegolf was ooit een essentieel onderdeel van internationale communicatie en nationale dekking, maar heeft in de loop der tijd plaatsgemaakt voor flexibele en efficiëntere systemen. De stap van BBC Radio 4 past in die logische evolutie, waarbij het zwaartepunt van uitzendingen definitief verschuift naar digitale platforms.</p><p></p><p>Daarmee komt er in Europa een periode ten einde waarin de langegolf een vaste waarde was in het dagelijks luisteren naar radio.</p><p></p><p>Vincent Schriel, 6 juni 2026</p>]]></description><guid isPermaLink="false">9961</guid><pubDate>Sun, 07 Jun 2026 05:01:28 +0000</pubDate></item><item><title>De nostalgische column van Hans Knot 6 juni 2026: Storingen of geen storingen, een reconstructie</title><link>https://www.radiotrefpunt.nl/entry/9540-de-nostalgische-column-van-hans-knot-6-juni-2026-storingen-of-geen-storingen-een-reconstructie/</link><description><![CDATA[<p>Ik neem je 56 jaar mee terug in de tijd met herinneringen die me nog goed in het geheugen liggen. Het liep tegen het einde van de maand juli 1970 en het zendschip van Radio Nordsee International was sinds een week vertrokken van de Britse kust om vervolgens het anker weer te laten vallen in internationale wateren voor de Nederlandse kust ter hoogte van Scheveningen. Het was de krant ‘Het Parool’ die op 28 juli in de avondkrant als eerste wist te melden dat niet alleen de uitzendingen voor de Nederlandse kust waren hervat maar er tevens sprake was van storingen veroorzaakt door de uitzendingen.</p><p></p><p>RNI was op dat moment te beluisteren via de 244 meter, 1230kHz, en via de 102 MHz FM. Spoedig bleek dat er sprake was van storingen in de westelijke kustgebieden op de programma’s van Hilversum III, die via de 240 meter destijds de ether ingingen. In de voornoemde krant werd gemeld dat het vooral kwam door het hoge vermogen dat RNI uitstraalde. ‘Hilversum III heeft, als gevolg van internationale afspraken, een gering uitzendvermogen’. Ook werd gemeld dat RNI van een frequentie gebruik maakte die officieel was toegewezen aan een radiostation in Hongarije.</p><p></p><p>Ook meldde de krant dat de afdeling radio en televisie van de P.T.T. de storing inmiddels ook had ontdekt en deze zo spoedig mogelijk een verslag zou uitbrengen van de bevindingen aan de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat. Immers diende een eventuele maatregel tegen RNI worden genomen van regeringszijde. Een andere opmerking van een woordvoerder van de P.T.T. werd toegevoegd: ‘Het zou een mooie mogelijkheid zijn om het Verdrag van Straatsburg tegen de zeezenders door de regering te ratificeren.’</p><p></p><p>Ook maakte men in het Parool bekend dat de Centrale Directie van de P.T.T. de eigenaren van Radio Nordsee International, het station dat vanaf het zendschip MEBO II actief was, gevraagd had de storing op te heffen die veroorzaakt werd op de uitzendingen van Hilversum III. Dit verzoek werd gedaan richting de eigenaren, die kantoor hielden in het Zwitserse Zürich.</p><p></p><p>Een van de journalisten van het Parool nam zelf op 28 juli 1970 ook contact met de eigenaren van RNI die stelden niets te weten van de vermeende storingen: ‘de piratenleiders Erwin Meister (31) en Edwin Bollier (32) verblijven momenteel in Nederland. Erwin Meister: “Voor de Britse kust werden wij moedwillig gestoord. Nu liggen wij voor de Nederlandse kust om deze storing te ontlopen en het is helemaal niet onze bedoeling om een ander te storen. Dat we een van uw stations storen is ons niet bekend. Als we een klacht hierover ontvangen zullen we naar een andere golflengte moeten overgaan. De 217, 259 en 270 zijn eventueel ook mogelijk, maar zolang we niets officieel weten veranderen we niets.”</p><p></p><p>De daarop volgende periode werd er in de diverse kranten het nodige geschreven over dit onderwerp. Zo was in het ‘Radio &amp; TV Journaal’ in de Telegraaf op 30 juli 1970 te lezen dat de P.T.T. contact zocht met piratenzender’. Als opening werd het artikel begonnen met: ‘Wat in Hilversumse omroepkringen wordt beschouwd als een novum’, daarbij doelend wat niet mogelijk was vanuit deze kringen maar wel gebeurde door een ambtenaar van de P.T.T., die – vallend onder het ministerie van Verkeer en Waterstaat – een telegram had verstuurd aan de eigenaren van RNI.</p><p></p><p>Er werd aan toegevoegd dat RNI, gestoord door een Britse stoorzender, genoodzaakt was haar zendschip te verkassen naar de internationale wateren voor de Nederlandse kust om op die manier de invloed van deze Britse stoorzender te ontlopen. En vervolgens schreef Henk E Janszen, destijds verantwoordelijk voor de voornoemde rubriek, dat het station wel genoodzaakt was geweest om voor de Nederlandse stranden op te duiken, maar vervolgens de uitzendingen van Hilversum III stoorde.</p><p></p><p><img class="ipsImage ipsImage_thumbnailed ipsRichText__align--right ipsRichText__align--width-custom" data-fileid="14948" src="https://www.radiotrefpunt.nl/uploads/monthly_2026_01/column6juni2026Noordhollandarchieffotobureaudeboer.thumb.jpg.fe50393cb4921337728858853872ff13.jpg" alt="column 6 juni 2026 Noordhollandarchief fotobureau de boer.jpg" title="" width="496" height="750" data-full-image="https://www.radiotrefpunt.nl/uploads/monthly_2026_01/column6juni2026Noordhollandarchieffotobureaudeboer.jpg.1db92e85c8d8ebcea64fb0998f3a4d8a.jpg" style="--i-media-width: 350px;" loading="lazy">Grote fans van RNI en Veronica hebben waarschijnlijk, al dan niet in gedachten, boos gereageerd op het vervolg van het artikel waarin werd gemeld: ‘Hilversum III is de tegenhanger van Veronica, Een ongestoord luistergenot van lichte muziek, annex reclameboodschappen, is het minste dat van de Nederlandse autoriteiten mag worden verwacht’</p><p></p><p>Redelijk opmerkelijk daar in de volgende jaren de redactie van de Telegraaf voornamelijk pro Radio Veronica was en niet voor Hilversum III. Bovendien werd de term ‘piratenzender’ weer gebruikt als het ging om de programma’s van RNI. ‘Als Radio Nordsee voor een kink in de kabel zorgt, lijkt het logisch dat de vaderlandse instanties hieraan iets gaan doen. In analogie met de Britse autoriteiten ook een stoorzender instellen?’</p><p></p><p>Janszen concludeerde wel dat Veronica, bij het inzetten van een stoorzender, in gedrang zou komen, een troetelkind van ontelbare schare radiofans in Nederland. Maar hij concludeerde ook dat een ambtenaar van de P.T.T. – in overleg met collega’s bij Verkeer en Waterstaat, een meer vriendelijke weg bewandelde middels het sturen van een telegram richting de eigenaren van RNI in Zürich, waarin melding werd gemaakt dat men storing veroorzaakte op een zender van de Hilversumse omroepen. Er werd daadwerkelijk geen verzoek gedaan om deze storing op te heffen, maar duidelijk diende het wel te zijn.</p><p></p><p>En vervolgens waren de rapen gaar want vanuit het omroepwereldje in Hilversum ging men verbolgen een mening geven waaruit naar voren kwam dat men ‘een dergelijke hoffelijke benadering’ op zijn zachts gezegd maar te ver gaand vond. Een woordvoerder van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat reageerde laconiek op deze reactie; “Als er wordt gestoord dan bewandelen we altijd deze weg. Misschien dat de twee voor de kust opererende illegale zenders nu aanleiding kunnen zijn om bij wetsontwerp, op basis van het Verdrag van de Raad van Europa dat het optreden van piratenzenders onmogelijk wil maken, te gaan ondernemen.”</p><p></p><p>Op 30 juli 1970 bracht het Parool het verontrustende bericht dat de uitzendingen van Radio Nordsee International nog meer storingen veroorzaakte. Zo werd er gestoord op het mobilofoonverkeer van de busonderneming West-Nederland N.V. te Boskoop. De directie van de onderneming had inmiddels een klacht ingediend bij mobilofoondienst van de PTT. In dit geval werd de storing veroorzaakt door interferentie met het FM-signaal van RNI.</p><p></p><p>Een woordvoerder van de PTT deelde diezelfde ochtend mee dat de storing, veroorzaakt op de programma’s van Hilversum III, inmiddels was opgeheven. Van 1232 naar 1228 kilohertz was de zender aan boord van de MEBO II gewijzigd maar het betekende geen einde aan de storing op voornoemd mobilofoonverkeer. Een woordvoerder van de P.T.T. had gemeld dat men zou kijken welke maatregelen waren te nemen om de storingen op te heffen.</p><p></p><p>De journalist van het Parool liet ook een woordvoerder van de busonderneming aan het woord waaruit bleek dat de storingen ernstige gevolg voor veiligheid konden veroorzaken: Zo was het niet mogelijk de binnenkomende gesprekken van buschauffeurs, die zich op meer dan 6 kilometer van de remise bevonden, goed te verstaan. Hierdoor had men al een hele week met vertragingen te maken en ontstond een onhoudbare zaak in vakantietijd. De busonderneming verzorgde busverkeer op verschillende lijnen in een groot stuk van het westen in de regio’s Den Haag tot en met Utrecht.</p><p></p><p>Volgens een woordvoerder van de busmaatschappij, die 30 juli 1970 in de Volkskrant aan het woord kwam, werden door de storingen aansluitingen gemist en was de terugkoppeling van signalen vanuit de bussen op een bepaald moment geheel onmogelijk. Niet alleen werd door de eigenaren aanpassing van frequentie beloofd en uitgevoerd maar maakte men ook bekend dat RNI voorlopig alleen in het Engels en het Duits programma’s zouden uitzenden en de komst van Nederlandstalige programma’s, waarover diverse kranten een week eerder publiceerden, niet zouden worden opgestart. Dezelfde 30ste juli verdween RNI uit de ether.</p><p></p><p>Op 3 augustus, nadat aan boord van de MEBO II de nodige technische aanpassingen waren verricht, was RNI weer te beluisteren en wel via de 1385 kHz dan wel de 217 meter middengolf. Ook kwam de kortegolfzender via de 6205 kHz in de 49 meter band die dag weer in de ether. In de donkere uren waren de middengolfuitzendingen minder goed te beluisteren door een interferentie met een Russisch radio station.</p><p></p><p>Een dag later, op 4 augustus, kwam de FM zender van RNI ook weer in de ether en wel via de 96 MHz. Op 5 augustus 1970 tenslotte kwam de tweede kortegolfzender ook in de lucht en was te ontvangen via de 31 meter, 9940 kHz. Op 23 augustus verdween RNI van de 217 meter om vervolgens een dag later terug in de ether te komen via de 220 meter dan wel de 1367 kHz. De beslissing via de 220 meter uit te gaan zenden bleek een succesvolle zonder grote problemen met interferentie storingen. Meer nog grotere problemen zouden er volgen maar dat is voor een andere keer.</p><p></p><p>Hans Knot 2026</p><p></p><p><em>Afbeelding: foto Noordhollandarchief Fotobureau De Boer</em></p>]]></description><guid isPermaLink="false">9540</guid><pubDate>Sat, 06 Jun 2026 05:04:52 +0000</pubDate></item><item><title>De nostalgische column van Hans Knot 23 mei 2026: &#x2018;De week van&#x2019;</title><link>https://www.radiotrefpunt.nl/entry/9508-de-nostalgische-column-van-hans-knot-23-mei-2026-de-week-van/</link><description><![CDATA[<p>De speciale weken op de diverse radiostations, zoals bijvoorbeeld ‘de jaren zestig’ of ‘crooners’ dan wel ‘de negentiger jaren’, worden vaak vooraf via een persbericht door de omroepen of het radiostation aangekondigd, dat ook verschijnt via de fb pagina van de betreffende organisatie. Dit vooral met als doel dat het bericht wordt opgepikt en wordt gedeeld. Op die manier hoopt men in de betreffende week hogere kijkcijfers te halen dan men normaal gewend is. Natuurlijk behoeft een programma als ‘de top 2000’ van Radio 2, dat inmiddels al een ruime kwart eeuw door de publieke omroep wordt gebracht, geen dergelijke promotie. Men krijgt het meer dan genoeg via alle bekende kanalen en de dagbladpers te lezen.</p><p></p><p>Maar de grote vraag is natuurlijk of ‘de week van’ iets is van de laatste pakweg 25 jaar, dat internet op deze speciale weken van invloed kan zijn. Het antwoord is nee, want in mijn archief vond ik recentelijk aantekeningen terug die ik heb bewaard uit de tijd dat de radio voor mij een belangrijk onderdeel van mijn leven werd. Wel hadden we, in zwart wit van het merk Erres, een televisietoestel in huis maar ik vond het veel interessanter te luisteren naar de radio. Dit gebeurde niet alleen gezamenlijk in de huiskamer maar ook in de begin jaren zestig van de vorige eeuw deels in de avonduren via de draadomroep, waarover ik al eerder uitgebreid berichtte.</p><p></p><p>In april 1963 kwam de afdeling Propaganda en Organisatie van de NCRV, gevestigd te Ede, met een bericht dat in de week volgend op 20 april mede in het daglicht zou staan als ‘de week van de lichte muziek’. Naast de vele praatprogramma’s en religieuze uitingen en kerkelijke muziekklanken en klassieke muziek was er natuurlijk voor een groot deel alleen maar lichte muziek te beluisteren via de toenmalige Hilversum 1 en 2. Maar toch gingen de schijnwerpers flink aan om deze vorm van muziek te ondersteunen. Het ging daarbij niet alleen om de muziek vanuit de studio naar de luisteraars te brengen via plaat. Nee men ging ook op locatie om de artiesten naar de luisteraars toe te brengen.</p><p></p><p>Zo was er op donderdag 25 april dat jaar een ‘solistisch optreden’ van een aantal in die tijd befaamde trompettisten dat tevens gezamenlijk een optreden zou verzorgen. Het ging om de in Nederland destijds bekende Willy Schobben, Theo Mertens uit Vlaanderen en de Duitser Horst Fischer. Het werd een ruim uur vullend programma dat die avond in de plaats kwam van het reguliere ‘Sterrenavond’ en een samenwerking was tussen NCRV, AVRO, VARA en de KRO.</p><p></p><p>Het optreden van voornoemde drie mannen in één programma was voor die tijd in 1963 uniek te noemen, evenals de samenwerking tussen voornoemde omroepverenigingen. Ter gelegenheid van dit optreden was het Bert Paige die besloot een speciale compositie te creëren wat leidde tot leidde tot ‘Trompetter Paraphrasa’. En er was sprake van vreugde want Schobben, die zijn veertig jarig jubileum had gevierd, had zijn Vlaamse collega, die slechts 41 jaar was, nog nooit gesproken.</p><p></p><p>Echter dient de lezer van deze tijd niet te denken dat Willy Schobben in april 1963 al een respectabele leeftijd had bereikt want hij was destijds slechts 47 jaar. Al heel vroeg in zijn jeugd in Limburg had hij de trompet als instrument tot zich genomen en als 14-jarige werd hij al aangenomen als eerste trompettist bij het Stedelijk Orkest van Maastricht. Het was in 1946 dat hij binnen de omroepwereld voor het eerst met een eigen ballroomorkest optrad en tevens door een platenmaatschappij werd ontdekt. En ik herinner mij dat veelvuldig via de Draadomroep de ‘Trompet Tango’ tot ons schalde maar ook niet veel later zijn absoluut kassucces ‘Mexico’.</p><p></p><p>Van de single ‘Mexico’ werden er in 1963 in no time meer dan 150.000 exemplaren verkocht en de opvolger ‘Benfica’ scoorde andermaal gigantisch hoog voor een plaat met een instrumentaal nummer. Willy Schobben zijn platen werden ook in andere landen uitgebracht en zo werd hij bijvoorbeeld ook populair in Japan. Schobben had niet alleen Gouden platen voor de vele verkochte platen in Nederland maar kwam ook in het bezit van een gouden trompet voorzien van liefst vier sterretjes voor verkochte platen in de Verenigde Staten.</p><p></p><p>In een interview stelde hij omtrent de populariteit van trompetmuziek dat dit vooral kwam door de naoorlogse successen van de Amerikaan Harry James, maar stelde tevens over zijn eigen succes dat dit ook te maken had met zijn unieke vakmanschap als musicus. Tijdens een optreden was er variatie genoeg en speelde hij na een compositie van Bach smetteloos ‘Daar bij die molen’.</p><p></p><p>En in de tijd kregen populaire musici brieven van fans, waarbij Schobben stelde wel 3500 te hebben gekregen in het laatste halfjaar en die ook nog eens door hem werden beantwoord, meestal met daarbij gevoegd een foto. Opmerkelijk was dat de populariteit van Schobben het hoogste was in de provincies Groningen en Friesland en dat ook zijn fanclub in het hoge noorden was gevestigd. In 2009 kwam, na een kort ziekbed, Schobben op 93-jarige leeftijd te overlijden in zijn woonplaats Kerkrade. Hij heeft dus nog lang kunnen genieten van zijn successen.</p><p></p><p>Maar hoe ging het verder in april 1963 na de officiële aankondiging van ‘de week van de lichte muziek’? Het genoemde programma werd op donderdagavond 25 april uitgezonden via Hilversum 2 en wel vanaf half 9 gedurende 65 minuten. Naast de genoemde trompettisten trad het koor Pro Musica uit Bussum, dat onder leiding van Lex Karsemeyer stond, op. Ook was er een optreden van de Kapel van de Koninklijke Luchtmacht te horen. Maar verwijzingen verder naar ‘de week van de lichte muziek’ heb ik niet kunnen vinden bij het doorspitten van de ‘Omroepgids voor Radio en Televisie’ van de NCRV die op 20 april 1963 verscheen.</p><p></p><div class="ipsEmbeddedVideo" contenteditable="false" data-og-user_text="https://youtu.be/6gZdIZIO2nQ?si=nPGnABnIwegSGhpt" style="--i-media-width: 100%;"><iframe width="200" height="150" src="https://www.youtube-nocookie.com/embed/6gZdIZIO2nQ?feature=oembed" frameborder="0" allow="encrypted-media; picture-in-picture; fullscreen" title="Benfica" loading="lazy"></iframe></div><p></p><p>Hans Knot 23 mei 2026</p>]]></description><guid isPermaLink="false">9508</guid><pubDate>Sat, 23 May 2026 05:15:18 +0000</pubDate></item><item><title>Waarom de middengolf nog niet verdwenen is</title><link>https://www.radiotrefpunt.nl/entry/9960-waarom-de-middengolf-nog-niet-verdwenen-is/</link><description><![CDATA[<p>De middengolf is in Europa al jaren bezig aan een stille terugtocht. Waar de band ooit het kloppend hart was van nationale omroepen, regionale stemmen en grensoverschrijdende ontvangst, resteert vandaag vooral een landschap van lege frequenties, uitgeschakelde zenders en een handvol liefhebbers die proberen vast te houden aan een medium dat door velen al is afgeschreven. Toch is het verhaal van de middengolf niet zo eenvoudig als de optelsom van gesloten zendlocaties en verdwenen stations doet vermoeden.</p><p></p><p>De neergang van de middengolf begon niet gisteren. In heel Europa werd het bereik van FM vanaf de jaren zestig steeds beter, terwijl de geluidskwaliteit duidelijk aantrekkelijker was voor luisteraars. De middengolf bleef nog lang relevant door zijn grote bereik, zeker in de avonduren wanneer signalen honderden kilometers konden overbruggen, maar verloor stap voor stap terrein. Wat ooit een vanzelfsprekend onderdeel was van het dagelijks luisteren, werd langzaam een techniek uit een ander tijdperk.</p><p></p><p>Dat proces werd versneld door de hoge kosten van het in de lucht houden van middengolfzenders. Grote zendinstallaties vragen veel energie, veel onderhoud en veel ruimte. Vooral voor publieke omroepen werd het steeds moeilijker om die kosten te verantwoorden in een tijd waarin luistergedrag verschoof naar FM, DAB+ en online distributie. Vanuit economisch oogpunt was de conclusie voor veel omroepen helder: waarom een dure infrastructuur in stand houden voor een steeds kleiner publiek.</p><p></p><p>In Nederland werd dat scenario pijnlijk zichtbaar. De grote landelijke middengolfzenders verdwenen één voor één. Frequenties die decennialang een vaste plek hadden in het luistergedrag verloren hun functie. Zendlocaties werden afgebroken, masten verdwenen uit het landschap en de middengolf werd teruggebracht tot een marginaal platform. Wat resteerde was niet langer een volwaardige distributievorm voor grote omroepen, maar een niche voor kleine spelers, experimenten en liefhebbers.</p><p></p><p>Die ontwikkeling staat niet op zichzelf. In veel Europese landen werd dezelfde afweging gemaakt. Frankrijk, Duitsland, Zwitserland en grote delen van Scandinavië namen afscheid van de middengolf omdat het simpelweg te duur werd om een verouderd systeem te blijven voeden. De publieke taak verschoof naar digitale verspreiding en commerciële partijen zagen geen aantrekkelijk verdienmodel meer in een band die vooral met ruis, storingen en afnemend bereik werd geassocieerd.</p><p></p><p>Toch is het opvallend dat de middengolf niet volledig is verdwenen. Juist nu de grote spelers vertrokken zijn, ontstaat ruimte voor kleinschalige initiatieven. In Nederland is dat vooral zichtbaar in de opkomst van LPAM, de laagvermogenvergunningen op de middengolf. Die kleine vergunningen bieden lokale en thematische aanbieders de mogelijkheid om met relatief beperkt vermogen uit te zenden. Daarmee krijgt de middengolf een andere functie dan vroeger. Niet langer als massamedium voor miljoenen luisteraars, maar als kleinschalig platform voor initiatiefnemers die bewust kiezen voor etherdistributie.</p><p></p><p>Dat maakt LPAM interessant, juist omdat het geen poging is om het verleden terug te halen. De kracht van deze kleine vergunningen zit niet in schaal, maar in karakter. Ze bieden ruimte aan partijen die niet afhankelijk zijn van grote budgetten en die de middengolf gebruiken als aanvulling op online distributie. Voor sommigen is het een technisch experiment, voor anderen een manier om een specifiek publiek te bereiken. De band krijgt daarmee een rol die kleiner is dan vroeger, maar ook vrijer en persoonlijker.</p><p></p><p>De vraag is wel hoe duurzaam dat model uiteindelijk is. Ook een kleine middengolfzender kost geld, vraagt technische kennis en heeft te maken met storingsgevoelige ontvangst. Bovendien is de gemiddelde luisteraar niet meer gewend om actief op de middengolf af te stemmen. Wie vandaag radio ontdekt, doet dat meestal via een app, slimme speaker of DAB+-radio. De vanzelfsprekendheid van de AM-band is verdwenen en daarmee ook een groot deel van het potentiële bereik.</p><p></p><p>Toch hoeft dat niet automatisch het einde te betekenen. De toekomst van de middengolf ligt niet meer in bereik alleen, maar in betekenis. De band hoeft niet terug naar zijn vroegere positie om relevant te blijven. Juist als kleinschalig medium kan de middengolf een plek behouden voor experiment, cultureel behoud en technische zelfstandigheid. In een tijd waarin distributie steeds afhankelijker wordt van grote platformen en gesloten ecosystemen, heeft een vrij toegankelijke etherfrequentie nog altijd waarde.</p><p></p><p>Daarmee is de middengolf in Nederland geen massamedium meer, maar ook geen relikwie. Wat verdwenen is, is het tijdperk van grote vermogens en nationale dekking. Wat overblijft, is een kleinere wereld waarin ruimte is voor nieuwe toepassingen, nichegebruik en technische eigenzinnigheid. Dat is geen terugkeer naar vroeger, maar een andere toekomst dan lang werd verwacht.</p><p></p><p>Vincent Schriel, 10 mei 2026</p>]]></description><guid isPermaLink="false">9960</guid><pubDate>Sun, 10 May 2026 05:06:59 +0000</pubDate></item><item><title>De nostalgische column van Hans Knot 9 mei 2026: DSC en North State Show</title><link>https://www.radiotrefpunt.nl/entry/9479-de-nostalgische-column-van-hans-knot-9-mei-2026-dsc-en-north-state-show/</link><description><![CDATA[<p>Een fervente volger van de programmering van Radio Veronica in de jaren zestig van de vorige eeuw is bekend met het gegeven dat er in de eerste jaren vooral korte programma’s, variërend in lengte van 15 tot 30 minuten, voorbij kwamen. En het merendeel van die programma’s werden echt niet opgenomen in het studiogebouw van Radio Veronica aan de Zeedijk – hoe mooi dat ze die locatie kozen – maar in de studio’s van een aantal reclamebureaus.</p><p></p><p>In de eerste vijf jaren van uitzendingen van Radio Veronica is er door historici altijd gezegd dat er slechts twee vrouwen voor het station echt actief waren en wel de omroepster en eerste vrouwelijke stem via het station Ellen van Eck en de eerste deejay/presentatrice Tineke. In de afgelopen decennia heb ik vele lijstjes aangelegd, waaronder die van de vrouwen die op de een of andere manier betrokken waren bij de programma’s van de zeezenders, waaronder Radio Veronica.</p><p></p><p>Daar zitten vele namen bij van dames die via een reclamebureau waren betrokken bij de gesponsorde programma’s, waarvan de directie van Radio Veronica in 1968 stelde dat dezen zouden worden stopgezet. Tot realisatie daarvan kwam het nooit helemaal want tot in de laatste week van uitzendingen van de zeezender Veronica noteerde ik destijds nog het door Fant gesponsorde en door Tineke gepresenteerde kwartiertje op de zondagmiddag.</p><p></p><p>Nieuwsgierig naar het lijstje van presentatrices, die zeker niet compleet is? Radio Veronica: Ellen van Eck, Mies Bouwman, Brenda, Ellen, Anuschka, Tineke, Ger Ann Verweij, Ageeth Scherphuis, Annie M.G. Schmidt, Jasperina de Jong, Netty Rosenfeld, Hetty Blok, Karin Kraaykamp, Ida de Leeuw van Rees, Pia Beck, Jacqueline Hoes, Isabelle, Joekine van der Valk ook wel aangekondigd als Joekie, Tony Bouwman, Anita, Margot, Dimitra, Erny Köhlers, Madelon Heyen, Linda Goedhart, Annette, Calvo Roderiquez, Yoka Berretti, Adele Bloemendaal, Sylvia de Leur, Marijke van der Zon, Hanna Berk, Marjan Berk, Nienke, Mieke Verstraete, Hansje van Twist, Mieke Bos, Trees Gerards, Maria Ballings, Conny Stuart, Corinne Mude, Lies, Elisabeth Mooy, Enny Mols – de Leeuwe, Doctor Fantastica, Yvonne, Silvia, Laura, Edith Pels, Stella Priest, Loes en Marga, Maria Casella, Eydie Gormé, Anneke van Hooff, Miep Koopman, Denise Maes, Louise Reeder, Mieke van Veen, Ria Valk, Marlies van Alcmoer, Jerry Bey, Willeke Alberti, Rosita, Janinde van Wely en Ria Vrolijk.</p><p></p><p>Je ziet ook een aanzienlijk aantal artiesten dat eens te gast was en verzocht werd een uurtje te presenteren of mede te presenteren. In ieder geval waren hun stemmen gehoord. En van die gesponsorde programma’s waren er voor de vaste luisterschare in die begin jaren van Radio Veronica een aantal programma’s dat vaak langs kwam. Men hield bij het station bij hoe vaak een programma was uitgezonden en in mei 1966 was in de kranten te lezen dat op de 21ste van die maand voor de 500ste keer een programma van DSC zou worden uitgezonden.</p><p></p><p>DSC stond voor the Dutch Swing College Band en het programma werd betaald door de fabrikant van het sigarettenmerk North State. Het was uiteraard een commercieel getint programma waarin DSC Jazzmuziek promootte. Op die bewuste 21ste mei werd dus het 500ste programma uitgestraald via de 192 meter. De vraag is echter hoe de telling destijds is verlopen want op die zaterdag ging het programma liefst twee keer de ether in.</p><p></p><p><img class="ipsImage ipsRichText__align--right" data-fileid="14921" src="https://www.radiotrefpunt.nl/uploads/monthly_2026_01/column11mei2026.jpg.e3eec08aedf27c4315fa07e8ae3faae4.jpg" alt="column 11 mei 2026.jpg" title="column 11 mei 2026.jpg" width="190" height="266" loading="lazy">Om kwart na 11 in de ochtend en om kwart voor 7 in de avond was het kwartiertje van North State te horen. En dus was het misschien het 250ste programma, als telkens ieder North State programma twee keer werd uitgezonden. In ieder geval was in dit jubileum programma de DSC te beluisteren waarbij zij de begeleiding verzorgden van The Sheperds, die ook enige nummers ten gehore brachten.</p><p></p><p>En dit trio was niet alleen want in de daaraan voorafgaande North State show was een tal van artiesten hun vooraf gegaan. Wat de denken van Corry Brokken, Conny van den Bos (toen nog oude stijl), Ria Valk, Milly Scott, Rita Reys, Ilonka Biluska, Shirley, Trea van der Schoot (Dobbs), Edwin Rutten, Jerry Rix, Ronnie Tober en Tony Vos. En in die jaren werd er zelfs een plaatje in de markt gezet. In 1963 werd er met Rita Reys een single uitgebracht waarbij North State voornaam op de hoes aanwezig was en op de plaat tevens een North State promo was te beluisteren. Een object voor verzamelaars van reclameplaatjes.</p><p></p><p>Hans Knot mei 2026</p><p></p><p></p>]]></description><guid isPermaLink="false">9479</guid><pubDate>Sat, 09 May 2026 05:02:03 +0000</pubDate></item><item><title>De nostalgische column van Hans Knot 25 april 2026</title><link>https://www.radiotrefpunt.nl/entry/9465-de-nostalgische-column-van-hans-knot-25-april-2026/</link><description><![CDATA[<p>Maar weer eens duiken naar 46 jaar geleden. Er was in april 1980 iets te vieren want op zondag de 27ste waren de eerste noten te horen van ‘Chump Change’ uitgevoerd door het orkest onder leiding van Quincy Jones. Daarmee was de duizendste aflevering van het NOS programma ‘Langs de Lijn’ een feit. Het programma stond in die tijd nog tot 1 september 1980 onder leiding van Rob van der Gaast en de makers waren maar wat trots dat iedere zondagmiddag er vier uur radio kon worden gemaakt met sport en muziek en dat ook nog wekelijks rond de anderhalf miljoen luisteraars trok. Daarmee was men destijds ook nog eens het best beluisterde programma dat er wekelijks via het toenmalige Hilversum 1 werd uitgezonden.</p><p></p><p>Als het gaat om de ontstaan geschiedenis van het programma dan gaan we terug naar januari 1967 toen Langs de Lijn een opstart maakte als gezamenlijk sportprogramma van de omroepen AVRO. KRO en VARA, welke voorheen een eigen sportshow hadden. De zondagmiddag was in eerste instantie weggelegd voor het programma maar toen er meer en meer sportevenementen ook doordeweeks plaatsvonden kwam er ook een editie van Langs de Lijn op de woensdagavond en wel in 1975. Hetzelfde gebeurde met de uitbreiding op zaterdagavond in 1978.</p><p></p><p>Ik was een intense luisteraar en als ik zondags naar een sportactiviteit ging dan werd eerst een transistorradio meegenomen en later de walkman om op die manier zoveel mogelijk ook de wedstrijdsport op andere velden te kunnen volgen. Want het was een zeer aangename mix van flitsen van de velden en de zalen afgewisseld met muziek en voorgelezen berichten vanuit de studio. Wat vele luisteraars destijds niet wisten was dat er bij iedere uitzending tenminste ongeveer 100 mensen actief waren om het programma tot een succes te maken.</p><p></p><p><img class="ipsImage ipsRichText__align--right ipsRichText__align--width-custom" data-fileid="14913" src="https://www.radiotrefpunt.nl/uploads/monthly_2026_01/column25april2026.jpg.4fe2e8083853285cfbe65489f8313bca.jpg" alt="column 25 april 2026.jpg" title="" width="435" height="437" style="--i-media-width: 350px;" loading="lazy">Daarbij ging het niet alleen om de presentatoren en verslaggevers maar ook om de technici en regie in de studio’s. Daarnaast was er in die tijd een groot aantal technici van de PTT actief dat voor de verbindingen met de studio in Hilversum diende te zorgen. Als we het over april 1980 hebben dan dient vooral niet vergeten te worden dat destijds de presentatie in handen was van het onafscheidelijke duo Koos Postema en Willem Ruis.</p><p></p><p>In de maand april 1980 werd ook bekend dat er geen enkel land binnen de Europese Gemeenschap het bezit bij de inwoners van kleurentelevisietoestellen zo groot was als in Nederland. Een zogenaamd conjunctuuronderzoek onder consumenten had, volgens onderzoekers van het Centraal Bureau Statistiek, als uitkomst opgeleverd dat in Nederland 67.8 procent van de huishoudens een kleurentelevisie had.</p><p></p><p>Dit hoge percentage werd destijds alleen benaderd door West-Duitsland, waar in 65.1 procent van de huiskamers een kleurenapparaat stond. Daarna volgden Denemarken en België met respectievelijk 58 en 54.4 procent. In de overige landen was het bezit van een kleurentelevisie in een huisgezin in 1980 veel zeldzamer. In Frankrijk en Engeland had slechts ongeveer 36 procent van de huishoudens een kleurentelevisie, in Ierland 31.6 procent en in Italië 20.9 procent. De opmars van de kleurentelevisie in Nederland was vrij snel gegaan: in 1972 bezat nog maar 13.6 procent van de huishoudens een kleurentelevisie, in 1975 was dit percentage al gestegen naar 35.0 en in 1978 al 60.3 procent. In 1979 had 67.5 procent van de huishoudens al een kleurentoestel in huis staan.</p><p></p><p>Het kan interessant zijn te weten hoe het bezit van een televisietoestel in een huishouden heden ten dage is omgerekend in percentages. Steeds meer mensen nemen afscheid van het gebruikelijke televisiekijken en gebruiken andere vormen om het nieuws en bepaalde programma’s te bekijken. De mogelijkheden zijn dan ook 45 jaar later vele malen groter geworden.</p><p></p><p>Wat hing destijds in de jaren zeventig en tachtig een omroepvereniging boven het hoofd als men dingen deed die volgens de omroepwet niet mogelijk waren? Een aantal voorbeelden te beginnen net de Evangelische Omroep die begin 1980 in de fout ging door in een advertentie leden te gaan werven, wat onmogelijk was aangezien de EO een Stichting was. Dergelijke organisaties kunnen geen leden hebben.</p><p></p><p>In de Tweede Kamer werden vervolgens vragen gesteld aangezien het werd gezien als misleidende reclame. Als gevolg van de discussie volgde er een brief vanuit het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk richting de EO, waarin verzocht werd zich in de toenmalige toekomst te onthouden van dergelijke wervingspraktijken.</p><p></p><p>Een ander voorbeeld van ‘op de vingers tikken’ is die gericht op de toen jonge zendgemachtigde VOO, Veronica Omroep Organisatie in de tweede helft van de jaren zeventig. Men werd gewezen op de daarvoor geldende regels in de omroeplicentie waarin was samengevat wat er zowel aan programmaverplichtingen stond voor radio en televisie. VOO was betrapt op het gegeven dat bij lange na niet de regels werden nageleefd en dus navolging van deze regelgeving vervolgens werd geëist.</p><p></p><p>Het derde en laatste voorbeeld is meer ernstig te noemen. Het ging om overtreding van artikel kon worden in strijd met de artikelen 10 en 61 van de Omroepwet. De programma's van zendgemachtigden mochten niets bevatten dat gevaar opleverde voor de veiligheid van de staat, openbare orde of goede zeden.</p><p></p><p>Als datgene in artikel 10 destijds niet werd nagekomen of overtreden kon een omroeporganisatie nog steeds door de minister van CRM berispt worden. En deze kon zelfs nog een stapje verder te gaan door de organisatie zendtijd te ontnemen. Hij diende daarvoor wel toestemming te vragen aan de Omroepraad. Als het om een berisping ging gebeurde dit bijvoorbeeld twee keer met de VPRO. Er was een reportage over eventuele sabotagemogelijkheden in een legerplaats. Daarmee was men inhoudelijk te ver gegaan volgens destijds minister Klompé.</p><p>Een tweede berisping kwam van minister Engels die vond dat in een televisieprogramma in 1972 Koningin Juliana ‘voorwerp van platvloerse komedie’ werd gemaakt. De VPRO ging in beroep bij de Raad van State, waarbij de berisping te niet werd gedaan.</p><p></p><p>Hans Knot, 25 april 2026</p>]]></description><guid isPermaLink="false">9465</guid><pubDate>Sat, 25 Apr 2026 05:00:32 +0000</pubDate></item><item><title>De nostalgische column van Hans Knot  11 april 2026</title><link>https://www.radiotrefpunt.nl/entry/9442-de-nostalgische-column-van-hans-knot-11-april-2026/</link><description><![CDATA[<p>Laten we maar eens kijken wat er zoal nog meer speelde in de maand april 1980. De toenmalige voorzitter mr. Jurgens van de NOS, de Nederlandse Omroep Stichting, kwam met het idee om een soort van abonnee televisie toegang te laten binnen het Nederlandse omroepbestel, als eventueel tegenwicht van de toekomstige dreiging van commerciële televisie, uitgestraald via satellieten. Die vorm van transitie zou nog jaren op zich laten wachten maar daarmee was wel het begrip abonnee televisie voor Nederland geboren.</p><p></p><p>Jurgens bracht zijn plan ter sprake tijdens een symposium over de toekomst van omroepsatellieten, dat in Utrecht werd gehouden. Hij stelde dat elke vorm van abonnee televisie een financieel voordeel kon gaan opleveren voor de bestaande publieke omroepen. Hij maakte daarbij een vergelijking met de financiële resultaten van soortgelijke uitzendingen in de VS, die werden uitgezonden onder de paraplu ‘Pay TV’.</p><p></p><p>Volgens Jurgens zouden de deelnemers aan abonnee-tv zich kunnen abonneren op een extra aanbod aan zendtijd op één of meerdere televisiekanalen, vooral bestaande uit aantrekkelijke programma's als films, sport en amusement. Een dergelijk programma zou kunnen worden gedistribueerd per straalverbinding naar de al bestaande kabelsystemen, of op een later moment via de satelliet voor directe ontvangst.</p><p></p><p>Jurgens voegde er aan toe dat onderzoek had uitgewezen dat er de mogelijkheid kon bestaan dat toekomstige niet-abonnees uit te sluiten waren voor ontvangst van signalen door deze vorm van abonnee televisie. Hij pleitte er voor, mocht het worden ingevoerd, via deze nieuwe vorm van transmissie, vooral programma’s te laten verspreiden die via de omroepen nauwelijks of geheel niet aan bod kwamen. En kijk eens waar we in 2026 al jaren lang uitgebreid mee bezig zijn. Jurgens had een goed oog voor de toekomst, hoewel de gewenste uitwerking totaal anders werd.</p><p></p><p><img class="ipsImage ipsRichText__align--right" data-fileid="14908" src="https://www.radiotrefpunt.nl/uploads/monthly_2025_12/column11april.png.6d993decff3583803661d80c14cc2805.png" alt="column 11 april.png" title="" width="293" height="172" loading="lazy">Op zaterdag 11 april 2026 wordt in Amsterdam ‘Eurovision in Concert’ weer gehouden. In 2026 geen ruimte voor Nederland in het grote Eurovisie Songfestival omdat de AVROTROS leiding besloot af te zien van deelname vanwege het maanden lange wrede optreden van het Israëlische leger in de Gaza. 46 jaar eerder was er vanuit Nederland een totaal andere reactie.</p><p></p><p>De maand april 1980 was voor activiteiten in Den Haag vooral gericht op het laten slagen van het Eurovisie Songfestival, dat in het Congresgebouw werd gehouden. De volger van het jaarlijkse festival, dat onder auspiciën van de EBU, de European Broadcasting Union, voor de 25<sup>ste</sup> keer werd georganiseerd, had al niet meer verbaasd opgekeken toen de berichtgeving in de kranten verscheen. Anderen hebben misschien verbaasd gereageerd. Een Nederlandse afvaardiging had toch voor de laatste keer, via Teach Inn, in 1975 gewonnen.</p><p></p><p>Maar het was toch realiteit dat op donderdag 17 april 1980 de eerste repetities plaats vonden in Den Haag voor het Eurovisie Songfestival, waarvan de finale de daarop volgende zaterdag werd gehouden. In 1979 was de formatie Milk en Honey de winnaar geweest en wel uitkomend voor Israël. In principe was het dus aan dat land de finale van 1980 te organiseren maar in november 1979 bleek dat men in Jeruzalem had besloten af te zien van de organisatie daar niet voldoende financiën voor handen was en bovendien de veiligheid van artiesten en hun volgers niet gewaarborgd kon worden.</p><p></p><p>Binnen de EBU werd met vertegenwoordigers van de deelnemende landen een spoedberaad gehouden waar zelfs het idee op tafel kwam maar een eind te maken aan het jaarlijkse gebeuren. Gelukkig was de reddende persoon ook aanwezig in de persoon van Carel Enkelaar, die de NOS uit Nederland vertegenwoordigde. En men ging akkoord met zijn aanbod op in Den Haag het jaarlijkse Eurovisie Song Festival te laten plaats vinden. Enkelaar bleek al vaker het zoeklicht te hebben opgezocht bij internationale projecten van de EBU en was maar wat blij met de internationale steun het Festival te redden.</p><p></p><p>De donderdag voor de finale was dus ingericht voor de eerste repetities en wat ik uit mijn aantekeningen van destijds kan terughalen was het dat die dag niet allemaal voorspoedig verliep. Zo waren telefoonlijnen met diverse aangesloten omroepen verkeerd aangesloten en was het niet gelukt het gewenste decor, ontworpen door Roeland de Groot, op tijd op het podium te krijgen. De eerste repetitie was weggelegd voor Adja Pekkan, namens Turkije. Maar ook dat ging niet goed want de leden van het deelnemende orkest kregen voor het eerst de partituur van het lied onder ogen.</p><p></p><p>Natuurlijk waren er in die week de nodige bijeenkomsten waarbij de persvertegenwoordigers de nodige opmerkingen konden noteren. En Enkelaar was altijd scherp de aandacht te trekken. Zo stelde hij dat er een ‘Songfestival ’80 Handboek’ was gemaakt maar ook dat het Eurovisie Songfestival jaarlijks niet de belangrijkste culturele manifestatie was in Europa maar zondermeer niet diende te worden genegeerd daar er jaarlijks rond de 400 miljoen kijkers aandachtig de uitzending van de finale van het Eurovisie Festival bekeken.</p><p></p><p>Het festival werd niet alleen door Israël doorverwezen voor organisatie aan Nederland, want in Den Haag bleek tevens dat er geen vertegenwoordiging was uit het land. Reden was dat op 20 april men in Israël treurde om gevallen soldaten in de diverse oorlogen en de activiteiten daarvoor namen om 9 uur in de avond van de 19<sup>de</sup> al een aanvang. Uiteraard was deze activiteit een reden niet een vrolijk liedje te laten zingen door een vertegenwoordiging in Den Haag.</p><p></p><p>Gelukkig bleken de bezitters van een televisietoestel in Israël niet verstoken van de uitzending. Er was een enorme belangstelling van de zijde van de journalisten. Liefst meer dan 300 journalisten uit binnen- en buitenland hadden accreditatie gekregen om verslag te doen en de verrichtingen van de zangers en zangeressen te kunnen volgen. Er waren deelnemende vertegenwoordigers uit 19 landen met een totaal van rond de 900 personen. Maar ook vanuit de NOS waren er liefst meer dan 250 deelnemers en dat was inclusief de leden van het Metropole Orkest.</p><p></p><p>En ook al in 1980 werd er uitgebreid voor beveiliging gezorgd van het Congresgebouw in Den Haag. Het leek op een onneembare vestiging want honderden meters dranghekken stonden rond het gebouw, terwijl tientallen agenten – al dan niet met honden – voor verdere bewaking zorgden. Eén van de lastige beslissingen was dat de ondergrondse garage op die locatie werd gesloten, waardoor 600 parkeerplekken werden geblokkeerd. Het was vooral lastig voor betrokken technici, artiesten, managers, journalisten en meer.</p><p></p><p>Vier jaar eerder was de locatie van de finale van het Eurovisiesongfestival dezelfde en maakte men in 1980 dankbaar gebruik van het toen samengestelde draaiboek, dat op enkele punten was aangepast. De beveiliging was daarmee drastischer dan in 1976. De bewaking was deels in handen van de Haagsche politie, die 60 man beschikbaar stelde. Tevens was er een groot aantal leden van particuliere bewaking diensten aanwezig voor de bewaking van de omliggende gebouwen. Zo was ook de regeling getroffen dat alle bezoekers zich dienden te legitimeren met een speciaal pasje en tevens met een metaaldetector werden gecontroleerd op onder meer wapenbezit. Al met al voor die tijd ongebruikelijk. Deelnemers werden ondergebracht in drie hotels in Den Haag en ook daar werd de bewaking ingezet.</p><p></p><p>Natuurlijk even de uitslag van deze 25<sup>ste</sup> aflevering van het Eurovisie Songfestival. Het werd gewonnen door Johnny Logan uit Ierland met een lied geschreven door Shay Healy. Hij vertegenwoordigde Ierland met ‘What’s another year’, een lied dat heerlijk in het gehoor lag en vele decennia later zo weer meegezongen kan worden. Maar ook de Nederlandse deelname lag heerlijk in het gehoor, Amsterdam gezongen door Sjoukje Smit, die eerder als Mc Neal met Mouth op het Europese platvorm actief was met ‘Ik zie een ster’. Ze werd in 1980 vijfde en het dirigeerstokje was bij haar optreden in handen van Rogier van Otterloo. De presentatie van de finale was in handen van Marlous Fluitsma en Hans van Willigenburg.</p><p></p><div class="ipsEmbeddedVideo" contenteditable="false" data-og-user_text="https://www.youtube.com/watch?v=lLtdvaa2QJg" style="--i-media-width: 100%;"><iframe width="200" height="113" src="https://www.youtube-nocookie.com/embed/lLtdvaa2QJg?feature=oembed" frameborder="0" allow="encrypted-media; picture-in-picture; fullscreen" title="🔴 1980 Eurovision Song Contest Full Show from The Hague (English Commentary by Sir Terry) SUBTITLES" loading="lazy"></iframe></div><p><br>Hans Knot, 11 april 2026</p>]]></description><guid isPermaLink="false">9442</guid><pubDate>Sat, 11 Apr 2026 05:25:43 +0000</pubDate></item><item><title>De nostalgische column van Hans Knot 28 maart 2026</title><link>https://www.radiotrefpunt.nl/entry/9441-de-nostalgische-column-van-hans-knot-28-maart-2026/</link><description><![CDATA[<p>Teleac, een soort van afkoring voor Televisie Academie, werd in 1963 opgericht om educatieve programma’s tot het kijkerspubliek te brengen. Tussen 1966 en 1970 werd er door de Stichting Teleac een kleine serie programma’s gewijd waarin voorlichting aan toekomstige studenten bij de Nederlandse universiteiten en hogescholen telkens centraal stond.</p><p></p><p>Deze series, die tot stand kwamen op verzoek van de Landelijke Commissie voor Academische Studie Voorlichting, werden in 1971 voor het laatst verzorgd omdat men vanuit het Stichtingsbestuur van mening was dat haar doelstellingen het niet zouden toestaan dat blijvend tijd voor een speciale categorie zou worden gereserveerd.</p><p></p><p>Maar dit werd niet breed ondersteund want zowel de ACRO als de Raad van Voorlichtingsambtenaren waren namelijk van menig dat de academische studievoorlichting ononderbroken diende te worden voortgezet en wel op een andere manier. Hiertoe kwam het dat de Stichting Academische Radio Omroep, de ACRO, de toenmalige minister van Onderwijs en Wetenschappen, dhr. Veringa, verzocht stappen te ondernemen om aan de ACRO speciale radio- en televisiezendtijd ter beschikking te stellen voor academische studievoorlichting.</p><p></p><p>De Raad van Voorlichtingsambtenaren bij het wetenschappelijk onderwijs stelde zich achter dit verzoek van de ACRO op een zo doeltreffend mogelijke wijze. De ACRO, die vanaf haar oprichting in 1965 studievoorlichting als een van haar belangrijkste taken beschouwde, wenste vervolgens in samenwerking met de raad van voorlichtingsambtenaren, de landelijke commissie voor de academische studievoorlichting en de vertegenwoordigers van de schooldecanen, te komen tot een aanpak van de studievoorlichting die systematischer en regelmatiger diende te zijn dan tot 1971 het geval was.</p><p></p><p>In eerste instantie dacht men daartoe te komen door de realisering van een soort basis-serie, die elk jaar (eventueel in aangepaste vorm) via radio en/of televisie uitgezonden kon worden. Daarnaast wenste de ACRO over te gaan tot de productie van aanvullende programma's, die ofwel eveneens via het open net uitgezonden konden worden, ofwel lokaal en regionaal op studievoorlichtingsbijeenkomsten zouden worden gebruikt.</p><p></p><p>Aangekomen in maart 2026 en zoekende naar meer informatie op wat eens een prachtig initiatief leek kom je terecht bij: <a rel="external nofollow" href="https://nl.wikipedia.org/wiki/RVU">https://nl.wikipedia.org/wiki/RVU</a></p><p></p><p>Er waren ook technische ontwikkelingen in 1971 die het vermelden waard zijn. Zo had de Technische Dienst Radio van de NOS de eerste van een nieuwe serie reportagewagens in gebruik genomen, die geschikt waren voor stereofonische reportages en andere uitzendingen in stereo. De wagen bevatte een regeltafel met twaalf microfooningangen, drie magneetofoons voor registratie- en montagedoeleinden, een televisiecircuit voor visueel contact met de plaats van de reportage en een verwarmings- en klimaat-installatie.</p><p></p><p>De uitrusting van de wagen werd ook niet veel later aangevuld met een zend- en ontvanginstallatie, die een draadloze verbinding van de reporter met de wagen en omgekeerd mogelijk maakte. Daartoe was een uitschuifbare, hydraulisch werkende antennemast ingebouwd. De toen nieuwe wagen- het standaardtype Mercedes-bestelwagen — was als stereoreportagewagen ingericht door de Technische Dienst Radio van de NOS.</p><p></p><p>In de eerste helft van 1971 kwamen nog drie van deze wagens in bedrijf. Begin 1970 werd door de NOS de eerste stereo productiewagen, eveneens een standaardtype Mercedesbestelwagen, in gebruik genomen. Deze wagen, die 32 microfooningangen had, was speciaal bestemd voor het opnemen van grote sterproducties, zoals concerten en dergelijke De wagen bezat evenwel geen zend- en ontvangapparatuur, zoals de later in bedrijf gestelde stereoreportagewagen kreeg. Voor montagedoeleinden was de stereo productiewagen evenmin geschikt. In 1970 werd bovendien een zogenoemde evenementenwagen ingericht. Een en ander had tot gevolg dat in de loop van de eerste helft van 1971 de acht lijnwagens (voor mono-uitzendingen), waarvan de radio-omroep sinds 1964 gebruik maakte, allen werden vervangen.</p><p></p><p>En dan was er begin januari 1971 nog een hardnekkige binnenbrand die grote schade aanrichtte aan de studio van de VPRO, gevestigd aan de ’s Gravelandseweg in Hilversum. De eigenlijke studioruimte en het archief van VPRO-Vrijdag werden vrijwel geheel vernield, terwijl verscheidene kantoren aanzienlijke rook- en waterschade opliepen. De kostbare apparatuur in de controlekamer heeft men kunnen redden. Vele tientallen geluidsbanden en platen konden eveneens nog tijdig in veiligheid worden gebracht.</p><p></p><p>In de kranten van de Gemeenschappelijke Pers Dienst was verder te lezen: ‘Aan de omstandigheid dat bij het uitbreken van de brand zich in het gebouw nog twee reporters en een technicus bevonden, is het te danken, dat de villa niet geheel is afgebrand. In de studio werd juist de laatste hand gelegd aan de montage van het radioprogramma VPRO-Vrijdag toen men om kwart voor één een harde klap hoorde. In de studioruimte bleek de kap van een tl-verlichting naar beneden te zijn gekomen. Hoewel onmiddellijk een brandblusapparaat op de vlammen rondom de TL-buis werd leeggespoten, kon niet worden verhinderd, dat het vuur zich tussen het plafond en de vloer van de eerste etage via verschillende lagen geluiddempend materiaal snel uitbreidde. Ondanks de brand werd het programma VPRO-Vrijdag die middag van 4 uur af normaal uitgezonden, zij het wel vanuit een andere studio.’</p><p></p><p>In 1971 vond trouwens een opmerkelijk incident plaats waarbij een voor die tijd moderne stereo-reportagebus van de NOS door een brand verloren ging. De bus stond op 12 maart 1971 geparkeerd bij een van de VPRO villa’s voor het opnemen van het programma ‘VPRO-Vrijdag’. De brand werd veroorzaakt door een kortsluiting in de complexe elektronische apparatuur aanwezig in de reportage bus. Deze bus brandde volledig uit. Dit was een aanzienlijke technische en financiële klap voor de NOS, aangezien het een van de eerste bussen was die volledig was ingericht voor de toen hoogwaardige FTO (Frequentieregeling/Stereo) techniek. Het is mij niet bekend of het om de eerder in deze column beschreven bus ging.</p><p></p><p>Hans Knot, 28 maart 2026</p>]]></description><guid isPermaLink="false">9441</guid><pubDate>Sat, 28 Mar 2026 06:05:38 +0000</pubDate></item><item><title>De nostalgische column van Hans Knot 14 maart 2026: Tweede poging Radio Popular de Mallorca</title><link>https://www.radiotrefpunt.nl/entry/9348-de-nostalgische-column-van-hans-knot-14-maart-2026-tweede-poging-radio-popular-de-mallorca/</link><description><![CDATA[<p>Het is juli 1968 dat de dagelijkse uitzendingen van Radio Veronica via Radio Popular de Mallorca een aanvang namen op het zonnige eiland. De leiding van het plaatselijke station, dat in 1959 met uitzendingen begon, zag wel wat in de dagelijkse twee uurtjes van de Veronica deejays, waarbij vooral Rob Out en Robbie Dale – maar ook andere collega’s - de vakantiegangers uit Nederland en België op het eiland zouden verpozen met vrolijke muziek en commercials. Na een paar jaar kwam er een einde aan dit project waarbij men zich aan de Utrechtseweg, waarheen de studio’s van Radio Veronica inmiddels waren verhuisd, besloot zich op andere doelen te richten.</p><p></p><p>Betekende dit, dat met de stopzetten van deze uitzendingen op Mallorca, een einde was gekomen aan de samenwerking tussen de leiding van Radio Popular de Mallorca en de radiomakers in Nederland? Decennia nadat de activiteiten werden stilgezet kwamen er documenten boven water, waaruit blijkt dat er wel daadwerkelijk contacten zijn geweest tussen Radio Popular de Mallorca en Lex Harding namens een aantal voormalige medewerkers van Radio Veronica. In 1976 heeft hij heeft gehad met de Spanjaarden om te bezien of er mogelijkheden waren de samenwerking weer op te pakken.</p><p></p><p>Vanaf Mallorca werd op 14 april van dat jaar een brief verstuurd, waarin allereerst de nieuwe directie van Radio Popular werd voorgesteld en tevens ideeën werden gedeponeerd voor een eventuele hernieuwde samenwerking. Nadat in 1969 Radio Popular de Mallorca werd opgericht blijkt dat de organisatie in Spanje een enorme expansie had doorgemaakt en er allerlei andere stations onder dezelfde naam zijn opgezet als bijvoorbeeld Radio Popular de Zaragoza of Radio Popular de Salamanca. In totaal ging het in 1976 om precies vijftig verschillende stations.</p><p></p><p>De brief bleef enige tijden liggen op het bureau van Lex Harding en de Veronica Omroep Organisatie, waarna hij op 8 juni 1976 alsnog antwoord verstuurde naar de heer Panero, de directeur van de organisatie. Harding begon de brief, nadat hij excuus had aangeboden voor het late antwoord, te danken voor het aanbod.</p><p></p><p>Door de enorme groei van de VOO, waarbij onder meer een keer per drie weken een televisieprogramma diende te worden geproduceerd, was een antwoord niet eerder mogelijk. In het schrijven stelde Harding dat men desalniettemin geïnteresseerd was in de aanbieding om de programma’s van Radio Veronica opnieuw op te starten. Hij stelde zelfs dat daartoe besprekingen op gang waren gebracht met potentiële adverteerders, die gingen bekijken of in het lopende seizoen er nog geld over was voor een dergelijk project.</p><p></p><p>Tevens meldde Lex Harding dat hij met deejays in onderhandeling was, waarbij tevens in het vooruitzicht werd gesteld dat Lex hoopte binnen korte termijn een proefuitzending op te sturen naar Mallorca. Hij benadrukte wel dat het al dan niet doorgaan van het project afhankelijk was van de bereidheid van adverteerders om reclamezendtijd binnen de programma’s in te kopen. In afwachting van die beslissing vroeg Harding wanneer eventueel dergelijke programma’s een aanvang zouden kunnen nemen via Radio Popular. Ook vroeg hij wat de minimale proefperiode zou kunnen zijn, waarbij hijzelf een periode van acht maanden als een redelijk termijn zou vinden. Om een indruk te geven van de toen huidige activiteiten van de VOO werd een verrassingspakket meegestuurd naar Mallorca.</p><p></p><p>Over het verdere verloop van de correspondentie dient gegist te worden, het vervolg van de correspondentie is niet te vinden in het archief, dat aan mij beschikbaar werd gesteld door Robert Briel.</p><p></p><p><strong>Flauwe grap</strong></p><p>Het was op 11 januari 1984 dat Van Kooten en De Bie behoorlijk zichzelf in de publiciteit brachten door in hun uitzending te melden dat er in het bos, in de omgeving van de uitspanning ‘de Pyramide’ een schat in een trommel was begraven ter waarde van 1000 gulden, bestemd voor de echte minima. Het gevolg was dat zo’n 700 kijkers besloten per fiets, bromfiets of auto naar de uitspanning in Austerlitz te gaan om te kijken of de schat was op te graven. Het was natuurlijk een vreemde mededeling als je bedenkt dat het in begin januari altijd pikkedonker is.</p><p></p><p>In gedachten zie ik al die honderden mensen, bewapend met zaklantaarn, handschoenen en scheppen, bezig de schat te vinden. Maar wat een teleurstelling was het dat niemand van de televisiekijkers, die zich snel naar Austerlitz hadden begeven, helemaal niets tijdens de graafexpeditie vonden.</p><p>De volgende ochtend maakte namelijk een medewerkster van de VPRO, waar Kooten en de Bie onder contract stonden, bekend dat er helemaal niets begraven was en bovendien dat de man, die met duizend gulden naar andere mensen zwaaiden, onderdeel van een grap was. Ook meldde ze dat er tot op dat moment geen boze telefoontjes waren binnengekomen bij de VPRO.</p><p></p><p>Er zat natuurlijk ook een andere kant aan deze grap in kader van televisiebeïnvloeding. De lokale politie als ook vertegenwoordigers van de Boswachterij in Austerlitz waren boos. Vanuit de politiepost werd melding gemaakt van duizenden guldens aan schade, die men had geconstateerd, en ook diende men stil te staan bij het gegeven dat er sprake was in het bos van een zogenaamd rustgebied. Hierbij diende rekening te worden gehouden met het feit dat na zonsondergang, vanwege het aanwezige wild, het terrein niet mocht worden betreden. Politie en Boswachterij overwogen vervolgens de kosten te verhalen bij de VPRO.</p><p></p><p><strong>Bezoeken aan het eerste Veronica zendschip brachten nieuwtjes</strong></p><p>In de beginmaanden van 1963 was er een aantal kranten dat hun verslaggevers uitstuurde naar het Veronica zendschip op de Noordzee om een verslag te doen van het leven aan boord. Zo werd de voor de lezers van het ‘Algemeen Dagblad’ bekende journalist ‘P.W. Russel’ in de ochtend van vrijdag de 8ste februari van dat jaar in de haven van Scheveningen verwacht om vervolgens aan boord te worden gebracht van een 34 jaar oude kotter met de naam Ger-Anne.</p><p></p><p>Zijn verslag terug lezend bleek Russel het op het scheepje behoorlijk koud te hebben maar volgens de stuurman van de tender, de uit Rotterdam komende Hendrik Korthuis, diende het raam open te blijven om een goed zicht te behouden en hij voegde eraan toe dat de tocht naar de Borkum Riff slechts een kleine drie kwartier zou gaan duren.</p><p></p><p>Terwijl tijdens de tocht een van de matrozen kolen gooide op het vuur in het potkacheltje in het vooronder van de Ger-Anne, kwam deze met een Scheveningens accent vertellen dat stuurman Korthuis een jaar eerder een paar ribben had gebroken. Russel berichtte de volgende ochtend in zijn rubriek in het ‘Algemeen Dagblad’: ‘Stuurman Korthuis wilde op de Veronica uit zijn kooi stappen. Windkracht negen gaf hem een zwieper heen en weer en de stuurman kwam precies tegen de punt van een tafel terecht. Dat is de eerste keer geweest dat Scheveningen Radio werd ingeschakeld voor een bericht aan wal. Anders mag het ook niet, alleen in geval van nood.’</p><p></p><p>Het was niet het enige nieuwtje dat de journalist had, want hij wist ook te melden dat de eigenaren van Veronica, de Gebroeders Verweij, vastgoed hadden waaronder een bungalowpark in Italië en een recreatieterrein in Hoenderloo. Wie was dan die stuurman uit Rotterdam: ‘Een lange, heel kalme man is die stuurman Korthuis van 49 jaar, die er vele jaren kustvaart op heeft zitten. “Ga maar naar beneden om warme voeten te krijgen”, raadde hij me aan en toen ik later weer naar boven ging in de kajuit van de tender zag ik alleen een kompas. “Ja, echolood en radio-installatie zijn van boord gehaald, die mochten we van de PTT niet hebben.” Het leek Russel vreemd om zo mensen te laten varen in een tijd, dat allerlei vernuftige dingen, om bij het navigeren te helpen, al bestonden. Voor stuurman Korthuis was het allemaal geen probleem. Hij kende zijn weg op de Noordzee, mits of ijsschotsen, hij wist precies waar hij de Veronica moest vinden en precies drie kwartier bleek dat ook waar te zijn toen men langszij de Veronica kwam.</p><p></p><p>Het is niet bekend wat ‘P.W. Russel’ zich had voorgesteld hoe het één en ander aan boord van de Borkum Riff eruit zou zien. Maar hij was blijkbaar totaal verbaasd over wat hij er aantrof. ‘Ik stond tegen een radiator; er was centrale verwarming. Het zag er allemaal uit als een showroom van een nieuwe winkel. Beneden, in de buik van de Veronica, de muziekkamer, de draaitafels en de oneindigste rijen bandjes.’</p><p></p><p>Ook gaf hij een beschrijving van de daar aanwezige personen: ‘De jeugdige Hans van Velzen uit Leiden zat de banden te draaien op een gloednieuwe – aan de grond vastgeschroefde – stoel. Hij is een ‘tape-jockey’, zoals ze aan boord zeggen. En ze hebben er nog een, M. van der Harst uit Scheveningen. Samen met technicus José van Groningen (ook afkomstig uit Leiden) huizen ze in die splinternieuw ingerichte en keurig geschilderde en afgetimmerde muziekkamer.’</p><p></p><p>Het werk hadden de bemanningsleden zelf uitgevoerd. Vervolgens berichtte Russel over de toen 43-jarige kapitein Arie de Ruiter, die geen prater bleek. ‘Een twintig jaar op de kustvaart heeft hij erop zitten. Soms reizen van zes maanden, ’s morgens binnen en dezelfde dag weer weg. Het leek hem niets meer en vandaar deze rustige baan, want helemaal aan de wal zal ook niet lukken. En wat deed de kapitein ’s avonds? Kapitein de Ruiter rolde een nieuw sigaretje: “Och, wat televisiekijken, wat praten, een kaartje leggen en tegen twaalven naar bed.”</p><p></p><p>In de maand mei 1961 was Arie de Ruiter voor het eerst als gezagvoerder op het zendschip gekomen. Naast de drie mannen in de muziekkamer voerde hij het gezag over een machinist, een drietal matrozen en een kok en over de bijzondere dingen aan boord meldde De Ruiter: “Bij mist lopen we ankerwacht en verder wat belsignalen. Verder hebben we twee pas gemonteerde bergingspompen, die drie honderd ton per uur eruit halen als dat moet, voorschrift van de verzekering.</p><p></p><p>De terugweg op de Ger-Anne gebeurde vervolgens in ‘het grijs’ want ook de mist was komen opzetten, maar na drie kwartier precies werd de haven van Scheveningen weer bereikt.</p><p></p><p>Hans Knot, 24 maart 2026</p>]]></description><guid isPermaLink="false">9348</guid><pubDate>Sat, 14 Mar 2026 06:04:36 +0000</pubDate></item><item><title>De nostalgische column van Hans Knot 28 februari 2026: Radio Noordzee Hou em in de lucht</title><link>https://www.radiotrefpunt.nl/entry/9347-de-nostalgische-column-van-hans-knot-28-februari-2026-radio-noordzee-hou-em-in-de-lucht/</link><description><![CDATA[<p>Wie herinnert zich nog de actie ‘Radio Noordzee Hou em in de lucht’? Het begon in juni 1973 toen het duidelijk werd dat de Nederlandse Parlementsvertegenwoordigers, de positieven uitgezonderd, het besluit wensten te nemen tot invoering van maatregelen tegen de zeezenders. Dit diende te gebeuren via een aanpassing van bestaande wetgeving en bekrachtiging van het Verdrag van Straatsburg uit 1965. Dit laatste verdrag was door een groot aantal naties bekrachtigd maar diende altijd via aanpassing van bestaande wetgeving in diverse landen worden bekrachtigd, waar tot op dat moment in Nederland geen sprake van was.</p><p></p><p>En dus werd er door Radio Noordzee, de Nederlandstalige tak van RNI, vanuit de studio in Naarden een actie gecoördineerd om Nederland op te roepen lid te worden van Radio Noordzee met als doel in de toenmalige toekomst een plekje te vergaren in het publieke omroepsysteem.</p><p></p><p>Kosten nog moeite werden gespaard om het luisterpubliek breed te interesseren een lidmaatschap te nemen. Dit kon door de weids verspreide stickers in te vullen en op te sturen naar het adres van Radio Noordzee. Voor vijf gulden kon je in die tijd jouw steun voor het favoriete steun betuigen, hetgeen zowel voor Radio Veronica als voor de luisteraars van Radio Noordzee mogelijk was.<br></p><p>Er waren dagenlang live uitzendingen vanaf het zendschip MEBO II met deejays van Radio Noordzee en er was de Radio Noordzee karavaan met tientallen auto’s, die op diverse plekken in het land opdoken om, vergezeld van een promotieteam, leden proberen te winnen voor Radio Noordzee. Het was het Seven Club team uit Rotterdam Schiedam met onder meer Rob van der Palm en Rob Slotemaker, die in diverse winkelcentra hun karavaan tijdelijk stopten.</p><p></p><p>Op de 220 meter werd regelmatig melding gemaakt waar het Seven Club Team was te zien. Uiteraard was men er, vergezeld door een promotieteam om stickers uit te delen die de ontvangers warm dienden te maken toch ook maar een lidmaatschap van Radio Noordzee aan te gaan. Een bedrag van 5 gulden storten bleek op dat moment voldoende. Ook in de noordelijke provincies was een aantal mensen actief. Zo waren de beide mannen, verantwoordelijk voor de productie van de RNI dubbel-lp – die in mei 1973 uitkwam – actief in de provincie Groningen.</p><p></p><p>Het waren Jacob Kokje en Hans Knot die eerst een avond het uitgaansleven van Groningen ingingen. In die tijd begon dat om 20 uur tot een uur of 1 in de nacht. Discotheken als Jolly Joker, Blow Up en Time Out werden bezocht om de rode stickers uit te delen. De volgende avond werd een bezoek gebracht aan Royal York en discotheek Just Fancy in Winschoten. Wat het bezoeken aan nieuwe leden heeft opgeleverd zal altijd een vraagteken blijven.</p><p></p><p>Terwijl ik dit verhaal schrijf komen in gedachten de prachtige jingles in mijn gehoor terug, die er destijds zijn gemaakt ter ondersteuning van de actie ‘Hou em in de lucht’ op Radio Noordzee, waarvoor we vooral dankbaarheid dienen te geven aan Ferry Maat. Hij zou later nog vele mooie jingles produceren in Nederland en daarbuiten.</p><p></p><p>Het zijn gedachten die na een periode van 53 jaar weer naar boven komen en wel doordat, bij het scannen van een groot aantal artikelen ten bate van het archief een volgend bericht eruit sprong. Het was gedateerd op 4 januari 1975 waaruit duidelijk werd dat de toenmalige minister voor Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, Harry van Doorn, duidelijk had gemaakt dat er voor Radio Noordzee in de toenmalige toekomst geen ruimte was een publieke omroepstatus te verkrijgen.</p><p></p><p>‘Minister Van Doorn heeft de aanvraag afgewezen, omdat de stichting RTV Noordzee niet zou voldoen aan drie van de acht eisen die de omroepwet stelt.’ Volgens een ministerieel onderzoek had Noordzee bij lang na niet de 15.000 leden, die een adspirant omroep destijds diende te hebben. Van de ruim 26.000 namen op de lijst van ‘leden’ bleek 65% niet ingeschreven bij de Dienst Omroepbijdrage. Het waren vooral jeugdige in huiswonenden, waarvan alleen het hoofd van het gezin telde bij een eventueel lidmaatschap.</p><p></p><p>Van Doorn, die een KRO verleden had, bracht nog meer redenen naar voren RTV Noordzee geen toegang te verlenen tot het Omroepbestel want een steekproef had uitgewezen dat er bij lange na niet genoeg echte leden konden worden geteld. Bovendien stelde hij dat de stichting RTV Noordzee uit een oogpunt van cultuurbeleid onvoldoende gekwalificeerd bevonden werd en tenslotte was hij er niet van overtuigd, dat RTV Noordzee niet uit was op het maken van winst.</p><p></p><p>Uiteraard was er diepe teleurstelling. John de Mol, toenmalig directeur van Radio Noordzee, stelde die dag nog niet of er beroep zou worden aangetekend tegen het besluit van de minister. “Ik kan ook nog nauwelijks reageren op de argumentatie, want ik heb zijn antwoord nog maar net in handen. Ik weet bijvoorbeeld nog niet op welke 9500 leden in de zin der wet de steekproef uit ons ledenbestand is gedaan. We hadden er zelf op gegokt, dat meer dan de helft zou kunnen meetelden. We waren van tevoren al erg selectief geweest bij het accepteren van leden. We hebben ons gedistantieerd van de al te tomeloze ledenwerving van anderen. Ik dacht trouwens dat we duidelijk genoeg tegen de minister hebben gezegd, dat de stichting volkomen los staat van het Strengholt-concern."</p><p></p><p>Helaas was er van ‘Hou em in de lucht’, wat betreft de originele Radio Noordzee, niets terecht gekomen en werden alleen pogingen gedaan radio onder dezelfde naam te produceren, wat voor de echte fans uit de periode 1971-1974 niet alleen als kwalijk werd gezien maar bovendien als een slechte kopie van destijds.<br></p><p>Hans Knot, 28 februari 2026</p>]]></description><guid isPermaLink="false">9347</guid><pubDate>Sat, 28 Feb 2026 06:01:28 +0000</pubDate></item><item><title>De nostalgische column van Hans Knot 14 februari 2026</title><link>https://www.radiotrefpunt.nl/entry/9238-de-nostalgische-column-van-hans-knot-14-februari-2026/</link><description><![CDATA[<p>Heen en weer in het jaar, in dit geval 1965, gaan altijd de verhalen in deze serie. Zo kom ik nu terecht bij een vermelding die betrekking heeft op Hemelvaartsdag van dat jaar, dat op 27 mei viel. In Blokker werd, in samenwerking met Muziek Parade, het Blokker Festival georganiseerd, waarvoor de toen befaamde organisator Ben Essing verantwoordelijk was. Al vanaf 1956 had hij de nodige artiesten naar het kleine dorp in Noord Holland gehaald en voor Hemelvaartsdag stond Louis Amstrong geprogrammeerd, die ook al in 1959 de nodige publiciteit had opgeëist. Maar enkele weken eerder in 1965 waren er ook al de nodige activiteiten georganiseerd door Essing.</p><p></p><p>Laten we eens kijken wat Peter Smit in 1975 hierover meldde:’ Zo begon het voorlaatste Blokker Festival in 1965 op Tweede Paasdag, 19 april met een spektakel onder de naam ‘Beat, beat in Blokker’. Het speelde zich af in het kader van de AVRO jeugddag en in samenwerking met de AVRO radio en televisie. De langharige Pretty Things uit Engeland brachten de met drieduizend tieners bezette veilinghal tot een woest enthousiasme, na een voorprogramma met ondermeer Edwin Rutten, de Noord-Hollandse groep The Marks en de Duitse Geschwister Jacob. Een echte bende werd het niet.</p><p></p><p>Ben Essing hield de gemoederen weer in bedwang, maar het lawaai was haast niet te harden. Jongelui dansten boven op van fruitkisten gebouwde torens, krijsten en gilden voor de televisiecamera’s en klommen tot in de nokken van de veilinghal. Maar hoe de jeugd ook genoot, het geboden programma werd er niet beter door. In vele opzichten had het tweede bezoek op Hemelvaartsdag 27 mei 1965 van Louis Armstrong aan Blokker een revanche voor het lawaaiige beatgebeuren moeten worden. Dit lukte slechts gedeeltelijk. Een bijna onopvallende intocht viel de grote jazzmeester te beurt; schril, vergeleken bij een dorp - en niet het dorp alleen - dat zes jaar eerder bijna op zijn kop stond toen diezelfde man zijn intocht maakte. </p><p></p><p>En er waren maar drieduizend mensen, die zich in de halflege veilinghal - verdeelt over twee concerten - de handen warm klapten voor de duidelijke ouder geworden Louis Amstrong. Uiteraard was de geestdrift van het publiek groot, niet alleen voor de beroemde trompettist, maar ook voor zangeres Jo Brown, die voor een hoogtepunt in zijn concert zorgde.</p><p></p><p>Ondanks de voetbal cupwedstrijd tussen Inter Milaan-Benfica op de televisie, waren er ’s avonds toch meer mensen dan ’s middags. De voetbalwedstrijd mocht dus niet het excuus zijn voor de tanende belangstelling. De enige verklaring lag in de verandering van de tijd, in de snel opkomende tienermuziek. Het tijdperk van Louis Amstrong bleek te zijn afgesloten. De festivalorganisatie zag dit einde gerealiseerd in koele cijfers: een nadelig saldo van twintigduizend gulden. Dit verlies werd tenslotte nog voor een deel goedgemaakt op de allerlaatste festivalavond. Een Beierse avond op 29 mei 1965, die uitstekend werd bezocht en waar de Oberbayerische Trachtenkapelle ‘Feldwies’ de stemming voortreffelijk op peil wist te houden. En daarmee kwam een einde van een serie van tien Blokker Festivals. Ben Essing, de organisator, ging door en zou nog vaak van zich laten horen. Maar de veiling ‘Op Hoop van Zegen’ zonk weer terug in toch wel wat rustgevender, hoewel dat ook maar betrekkelijk in wereld van de handel in Westfriese groenten en fruit.’</p><p></p><p>De voornoemde concerten van Louis Amstrong werden respectievelijk om drie uur in de middag en acht uur in de avond gegeven, en duurden anderhalf uur. Amstrong werd begeleid door zijn All Stars, destijds bestaande uit Quentin Jenckson op trombone, Eddie Shu op tenor sax en klarinet, Billy Kyle op piano, Danny Barcelona op drums en Arvell Shaw op bass. In de avondprogrammering was er tevens een groot bal aan vast gelast waar The Dixieland Disiples en het Trio Gert Timmerman optraden. Dezelfde avond kreeg de inmiddels al jaren verguisde Gert een Gouden Plaat voor zijn hit ‘Schommelstoel’. In de middag kosten de kaarten voor het concert destijds f 7,50 terwijl ’s avonds een tientje moest worden betaald aan de kassa van Stichting Festival Blokker.</p><p></p><p>Geen dag kun je eromheen, al decennia lang, als de verkeersinformatie ons, gewild of ongewild, via de radio wordt verkondigd. Bij de ‘Van Brienenoordbrug’ een file van 4 kilometer. We zijn er al lang aan gewend, maar toch valt het telkens weer op als bij herhaling bepaalde knooppunten weer terugkeren in voornoemde berichtgeving. Zoals eerder vermeld was het gebruik van Nederlandse wegen nog veel beperkter dan heden. Dezelfde Van Brienenoordbrug werd trouwens op 1 februari 1965 in gebruik genomen met een officiële plichtpleging door onze toenmalige koningin Juliana. Een verbinding die gemaakt was tussen de noord en zuidoever in Rotterdam Oost en de staat een slordige 100 miljoen gulden had gekost om aan te leggen. Nog lang niet alle verbindingswegen waren dat jaar klaar waardoor vaak de brug gesloten was en inderdaad lange files konden ontstaan. Ook zou dat jaar, in december en andermaal door de Koningin, de Oosterscheldebrug in gebruik worden genomen.</p><p></p><p>In de categorie ‘Absolute wereldleiders’ was er in 1965 het verlies te melden van Winston, Leonard Spencer Churchill, die op 24 januari 1965 kwam te overlijden. Hij was op 30 november 1874 geboren in Blenheim Palace als derde zoon van Lord Churchill. De man niet alleen wereldberoemd om het door hem ingevoerde ‘V teken’ maar een briljant regeringsleider was tevens historicus en letterkundige. In de Tweede Wereldoorlog, die hij als minister voor Marinezaken begon, was hij van doorslaggevende waarde. Hij had veruit veel meer kennis van politieke zaken dan bijvoorbeeld andere wereldleiders als Stalin en Roosevelt en is hij alom geroemd voor zijn inzet tot bereik van de wereldvrede.</p><p></p><p>Maar na mei 1945 zou het niet zo lang duren alvorens – in 1946 – het Churchill was die zeer vroegtijdig de wereld waarschuwde voor het opkomende communisme in de toenmalige Sovjet Unie. Hij raadde de Britse regering aan – hijzelf was na een verkiezingsnederlaag van de Conservatieve Partij de oppositie in gegaan – nadere samenwerking te zoeken met bondgenoten. Hij zou in 1951 andermaal aan de macht komen als eerste premier en die zetel tot en met 1955 behouden. In het najaar van 1963 werd hij geëerd met de Nobelprijs voor de Letterkunde mede vanwege zijn zesdelige serie ‘The Second World War’ en de in het Nederlands vertaalde ‘De geschiedenis van de Engelssprekende volkeren’.<br></p><p><img class="ipsImage ipsImage_thumbnailed ipsRichText__align--right ipsRichText__align--width-custom" data-fileid="14819" src="https://www.radiotrefpunt.nl/uploads/monthly_2025_11/chuchill.thumb.jpg.2d40dc0479aaa756a0f916dd9d6d3eae.jpg" alt="chuchill.jpg" title="chuchill.jpg" style="--i-media-width: 350px;" width="526" height="750" data-full-image="https://www.radiotrefpunt.nl/uploads/monthly_2025_11/chuchill.jpg.594bb04694faf2451b7d2ef488a6aed2.jpg" loading="lazy">Op 30 januari 1965 werd Sir Churchill met een staatsbegrafenis ten grave gedragen, een plechtigheid die door liefst 350 miljoen kijkers over de gehele wereld op de televisie werd bekeken. Opmerkelijk feit was dat de klokken van The Big Benn bij The House of Lords en The House of Parliament, die dag na het vertrek van de rouwstoet uit Westminsterhall, de gehele dag niet meer werden geluid. Onvergetelijke herinnering voor mezelf was een prachtige documentaire die door Radio Caroline over het leven van Churchill, direct na zijn overlijden, werd uitgezonden. Jarenlang heb ik die opname gekoesterd en pas recentelijk aan anderen doorgestuurd.</p><p></p><p>Afsluitend voor deze aflevering heb ik maar een duik genomen in ‘Wereldkroniek’ en wel de aflevering van 17 april 1965 waarin Skip Voogd, toch niet zo maar een naam, zich waagde de nieuwe toenmalige LP van de Rolling Stones te moeten bekritiseren. ‘We draaien dit keer uitsluitend op lichte toeren en beperken ons naar hitparade paardjes. The Rolling Stones ‘nog helemaal in’ bij de beatfans, zongen en speelden een 30cm langspeler vol. Het was echt niet nodig geweest, want na twee of drie nummers weet iedereen gedetailleerd waar hij aan toe is en kunnen de Stones onmogelijk langer boeien. ’t Is dat ‘Time is on my side’ op deze LP is te vinden, maar voor het overige ‘What a shame’ om maar met één van de titels op deze DECCA LP te spreken.’</p><p></p><p>Wel is dezelfde Skip Voogd in voor een, zoals hij dat zelf omschrijft ‘Folklore LP’, destijds gevuld door Pete Seeger. Hij had een ‘In Concert’ LP opgenomen waarbij deze LP een aantal songs herbergde dat het volgens hem het best voldeed met een Publiek Decor, ofwel ‘live opgenomen’. De songs bleven hem, na één keer beluisteren, meteen in het geheugen hangen. Skip schreef: ‘Het zal iedereen onherroepelijk meeslepen en de songs op de LP zijn meer dan alleen aandacht waard.’ Maar hij besefte ook dat er meer zangers vanuit Amerika de wereld op hun manier aan het veroveren waren. En wel ondermeer een zanger die decennia later nog steeds op zijn manier scoorden. Skip andermaal: ‘Hij heeft geducht te maken met de concurrentie van ene Bob Dylan te maken, die de laatste weken namelijk geducht naar voren is gekomen. En deze – er vaak als middeleeuwse roofridder uitziende –jongeman lijkt nog mét meer pep, met nog méér flair te zingen als Pete Seeger. Dylan is bovendien primitiever en staat dus dichter bij de luisteraar van zijn repertoire.’</p><p></p><p>Hans Knot, 14 februari 2026</p>]]></description><guid isPermaLink="false">9238</guid><pubDate>Sat, 14 Feb 2026 06:19:29 +0000</pubDate></item><item><title>Extra nostalgische column van Hans Knot: World Radio Day</title><link>https://www.radiotrefpunt.nl/entry/9636-extra-nostalgische-column-van-hans-knot-world-radio-day/</link><description><![CDATA[<p>World Radio Day wordt deze vrijdag 13 februari 2026 voor de 15<sup>de</sup> keer gehouden. Telkens op dezelfde datum vindt dit evenement in februari plaats. Het leek mij leuk om dieper in de geschiedenis te duiken dan de eerste datum van World Radio Day, dus voor 2012, zelf ver voor dat jaar.</p><p></p><p>13 februari 1960 bracht Vrij Nederland een kort bericht: ‘De VRON nog niet aan bod. Dure heren, die directeuren van de 'vrije radio-omroep', die vanaf de zee voor Katwijk uit zal gaan zenden. Want voor de tweede keer is een deel van hun zendermateriaal in beslag genomen. Ditmaal terwijl het op weg was naar Emden. Zo gaat dat, als men zich boven de Nederlandse wetten verheven voelt en met een 'wie doet je wat?' zijn gang gaat. Dan zegt 'de wet' van tijd tot tijd: 'nee heren!' en als de wet iets zegt, kost dat tijd, een proces en geld. Daarom zendt de VRON nog steeds niet en zal ze voorlopig nog niet aan bod zijn ook.’</p><p>Vervolgens naar een berichtje uit mijn archief dat voor het eerst naar buiten kwam op 13 februari 1961.</p><p></p><p>Het werd bekend gemaakt in de kranten van de GPD, dat stond voor de Gemeenschappelijke Pers Dienst, waarbij ook de door ons gelezen Nieuwsblad van het Noorden behoorde. ‘Donderdag 16 februari begint Radio Veronica met het uitzenden van Engelstalige programma's. Als gevolg daarvan zullen de Nederlandse uitzendingen met ingang van die datum in de ether zijn van één uur 's middags tot acht uur ‘s avonds. Het ligt in de bedoeling dit programma in de maanden maart en april te verlengen tot middernacht. De Engelstalige uitzendingen, waarover in Engeland al enige protesten zijn gerezen, zullen plaatsvinden van acht uur 's morgens tot 's middags één uur en van middernacht tot twee uur in de ochtend. Voor de Nederlandstalige uitzendingen is een nieuwe programmering vastgesteld.’</p><p></p><p>Het ging hier om de uitzendingen van CNBC, dat slechts een kort bestaan heeft gehad. Het signaal, waarmee men hoopte luisteraars in Londen te bereiken, was dermate slecht dat op een bepaald moment de uitzendingen werden stopgezet en die uren weer werden ingenomen door Radio Veronica, dat met de in de tijd vele kwartiertjes aan gesponsorde programma’s.</p><p></p><p>Een aantal kranten kwam op 13 februari 1962 met een bericht over Radio Mercur: ‘Radio-Mercur voorlopig niet in de lucht. De Cheeta I, het schip met het Deense commerciële radiostation Mercur aan boord, zal voorlopig de haven van Kopenhagen niet mogen verlaten. Het vaartuig, dat maandagnacht na in de storm in moeilijkheden te zijn geraakt en naar Kopenhagen werd gesleept, staat onder politiebewaking.</p><p></p><p>De Deense PTT, die het recht had de zendapparatuur in beslag te laten nemen, wil van het feit dat de Cheeta I in een noodsituatie is komen te verkeren geen gebruik maken. De scheepvaartinspectie wilde het schip echter niet laten gaan voordat de bemanning een kapitein had gekregen die over de nodige erkende bevoegdheden beschikte en de scheepspapieren werden getoond. Voor een kapitein werd ijlings gezorgd</p><p></p><p>De papieren waarmee men kwam aandragen waren echter in het Spaans opgesteld en de daarin genoteerde maten stemden niet met die van de Cheeta I overeen. Het schip, dat zoals bekend in de Sont buiten de territoriale wateren opereert, zou in Honduras zijn geregistreerd. De vlag ontbrak echter. Wel was er materiaal aanwezig om zo nodig het dundoek van Honduras te fabriceren.’</p><p></p><p>Geknoei met scheepspapieren en vlaggen kwam dus vaker voor binnen de zeezender-wereld.</p><p></p><p>Op 13 februari 1963 ging het om geld dat vrij diende te komen voor de RONO, de Regionale Omroep Noord en Oost. ‘De gemeenteraad van de gemeente Leeuwarden zal vanavond beslissen of er in Leeuwarden een hulpstudio voor de RONO zal worden gebouwd. B. en W. van Leeuwarden hebben de raadsleden geadviseerd deze hulpstudio in te richten in de voormalige Prinsentuinschool, dicht bij het Kunstcentrum de Prinsentuin. Volgens het preadvies van het college van B. en W. zal er in de school een controlekamer, een spreekstudio en een muziekstudio moeten worden ingericht. Voor dit werk willen de B. en W. van Leeuwarden een krediet verstrekken van f 87.000. Na het gereedkomen van het werk, zal de studio aan de Nederlandse Radio Unie verhuurd worden.’</p><p></p><p>Op 13 februari 1964 werd stil gestaan in de GPD kranten dat het 25 jaar geleden was dat de eerste aflevering van Francis Durbridges detectivespel ‘Paul Vlaanderen’ op de Nederlandse radio was te beluisteren: ‘De handeling van dit eerste stuk voltrok zich voor een belangrijk deel in het te Ouderkerk gesitueerde café ‘De Kleine Korporaal’.</p><p></p><p>Paul Vlaanderen was in Nederland geïntroduceerd door Kommer Kleyn, jarenlang hoorspelregisseur van de AVRO. Het spel dankte echter zijn naam aan de toenmalige directeur van de AVRO, Willem Vogt. Toen deze het manuscript van ‘Send for Paul Temple’ onder ogen kreeg, vond hij dat het in Nederland moest spelen. Op het hoofdkantoor van de AVRO in Amsterdam werkte in die tijd een bediende, die Vlaanderen heette en een ongeëvenaarde reputatie</p><p>genoot als toeverlaat in de meest uiteenlopende situaties.</p><p></p><p>“Spreek met Vlaanderen en het komt in orde", stelde de heer Vogt voor als vertaling van de titel van het eerste spel, daarmee tevens de hoofdpersoon aan zijn Nederlandse naam helpend. Theo Frenkel en Lily Bouwmeester vertolkten de eerste jaren de hoofdrollen: Paul en Ina.</p><p></p><p>In 1959, toen Kommer Kleyn de AVRO met pensioen verliet ging de spelleiding over in handen van Dick van Putten, die als geluidsinspeciënt aan de realisering van alle Paul Vlaanderens had meegewerkt. Jan van Ees, die in het eerste spel als Gare Toontje de detective tegenover zich had gevonden, was toen allang in de huid van Vlaanderen gekropen en ‘gehuwd’ met Eva Janssen (Ina).</p><p></p><p>Verder meldde de GPD dat in niet geringe mate tot het succes van de volgens een vast recept geschreven spelen, de volstrekt onlogische ontknoping bijdroeg, waardoor de spanning tot het laatst toe gehandhaafd bleef voor de luisteraars, maar ook voor de spelers, die pas op de laatste repetitie inzage kregen van het slot.</p><p></p><p>13 februari 1965 bracht nieuws rond een activiteit van Stan Haag, die een televisieprogramma met vakantietips ging presenteren. De eerste opname was gepland voor 31 maart 1965, die gemaakt zou worden in het tot NTS-studio herbouwde Bellevue in Amsterdam en wel in opdracht van de KRO. Het luidde meteen een nieuwe serie in.</p><p></p><p>De serie kreeg de naam ‘Vakantie op zicht’, een aantal amusementsprogramma's, waarin diverse vakantielanden zoals Spanje, Italië, Joegoslavië en Oostenrijk belicht werden. Stan Haag gaf onder andere tips, hoe overal te komen met de verschillende ons ter beschikking staande vervoersmiddelen. Eigenlijk een totaal onbekende activiteit van Jacob Pieter Constantijn Haag, zoals Stan voluit heette. De teksten waren van Stan Haag en Casper de Groot. De laatste was tevens de samensteller van het televisieprogramma.</p><p></p><p>Een jaar later was er bezoek in Nederland voor promotie van zijn muziek en wel door de Amerikaanse zanger Gene Pitney. Sommige mensen konden in die tijd weg zwijmelen met zijn muziek, wat Jana en Hans Knot nog soms weer doen bij het draaien van zijn muziek. Dus voor mij persoonlijk heeft 13 februari 1966 een duidelijke herinnering. De GPD kranten schreven: ‘De Amerikaanse popzanger Gene Pitney komt een bezoek aan Nederland brengen. Pitney, die op het San Remo-festival 1966 een bijzonder groot succes heeft geboekt, is op het ogenblik bezig door Engeland een tournee te maken. Begin maart zal hij naar Nederland komen om er enkele televisieopnamen te maken.’</p><p></p><p>13 februari 1967 werd bekend dat de Stichting RTN, dat stond voor Radio en Televisie Nederland en onder meer uitgever was van Televzier, dat jaar nog op zou gaan in de AVRO. Wel bleef vanaf dat moment de AVRO-Bode in de toenmalige vorm bestaan en zou, op een nader te benoemen datum, de AVRO ook de uitgever worden van de Televizier, waarin de AVRO-Bode integraal werd opgenomen. Op die manier kon de Televizier de volledige programma’s van radio en televisie publiceren en kreeg de AVRO, door overname van de Televizier, ontelbare leden erbij. Van de meer dan 260.000 leden hadden, in de week na het bekend worden van de fusieplannen, slechts 27 leden zich kritisch uitgelaten over het samengaan met de AVRO.</p><p></p><p>13 februari 1968 was het item ‘radio’ ook terug te vinden en wel met een kort berichtje over het land waar een woeste oorlog en enorme hongersnood heerste en welke ontwikkelingen ik destijds als 19-jarige intens volgde: ‘Radio Biafra, dat beweert nog steeds uit te zenden uit de gevallen hoofdstad Enoegoe, heeft gisteren omgeroepen dat Biafraanse troepen de universiteitsstad Nsoekka, 65 km ten noorden van Enoegoe, hebben heroverd. Nsoekka werd door de federale troepen bezet en wel ongeveer 10 dagen nadat de burgeroorlog op 6 juli was uitgebroken.’</p><p></p><p>13 februari 1969: Tussen de omroeporganisaties was destijds al geruime tijd overleg gaande over een andere opzet van de radiostation Hilversum III. De plannen hiervoor werden door een commissie verdeeld over twee fasen. De eerste fase, namelijk die van het verstrooiend karakter met zo weinig mogelijk gesproken woord, was eerst gestart. De VPRO deelde via een persbericht op 13 februari mede, dat ze zich steeds op het standpunt heeft gesteld dat slechts een vrij rigoureuze herstructurering van het derde net zin zou hebben. De GPD meldde vervolgens dat de VPRO daarom aan haar bereidheid tot medewerking aan de eerste fase de voorwaarde verbonden had van een voldoende zich te kunnen richten op de tweede fase, die onder meer het doorlopen van het lichte programma tot in elk geval middernacht zou moeten behelzen.</p><p></p><p>‘Het zicht op die tweede fase wordt, volgens de VPRO, enigszins verduisterd door een onderhoud dat op 16 januari plaats had tussen de minister van CRM en het dagelijks bestuur van de NRU en raad van beheer van de NTS. Tijdens dit onderhoud is de mogelijkheid ter sprake gekomen van wat wordt genoemd een gematigd derde programma in de avonduren op het derde net.’</p><p></p><p>Deze ontwikkeling was destijds voor de VPRO aanleiding een afwachtende houding aan te nemen, hetgeen betekende dat de VPRO-programma's op het derde net ook destijds voorlopig niet werden aangepast of vervangen.</p><p></p><p>Op 13 februari 1970 was in de kranten het bericht te vinden dat Radio Nordsee International, de Zwitserse zeezender, ook op de 186 meter was te ontvangen. Het zenschip MEBO II lag sinds eind januari dat jaar vijf mijl ten westen van de kust bij Noordwijk ten anker. ‘De proefuitzending - in de ochtend - duurde maar enkele minuten en werd daarna afgebroken met de mededeling, dat men aan boord van het zendschip nadere technische voorzieningen wilde treffen om de reikwijdte van het signaal te vergroten. Het is de bedoeling, dat deze 105 Kilo watt zender bijna overal in Europa te horen is.’ En wat hebben we vervolgens met veel plezier naar de verschillende uitzendingen geluisterd, die uiteindelijk op 31 augustus 1974 ten einde kwamen.</p><p></p><p>In 1971 heb ik op 13 februari een knipsel bewaard inzake Lex Harding onder de noemer ‘Blinddoek tekst’. ‘Zijn werkelijke naam is Lodewijk den Hengst, 25 jaar oud. Hij is één van Radio Veronica's top-DJ's. Hij werd dit jaar nummer één in de populariteitspoll van Muziek Expres, Nederlands grootste muziekblad. Lex Harding studeerde eens economie te Rotterdam, werkte bij Radio Dolfijn en Radio 227 en werd vervolgens nieuwslezer bij Radio Veronica. Hij werkt er nu zo'n drieënhalf jaar. Zijn populairste programma is de Top 40 op zaterdagmiddag. Hij woont in Gouda, waar hij een platenzaak drijft.’</p><p></p><p>13 februari 1972 viel op een zondag, en dat in de tijd dat er in Nederland geen zondagkranten waren laat staan dat we onze informatie online konden verkrijgen. Gelukkig was de volgende dag een bericht terug te vinden van de politie in Los Angeles. Men kreeg tientallen telefoontjes van mensen die zeiden gehoord te hebben dat Canada en een stuk van het westen van de VS in zee waren gezonken.</p><p></p><p>De GPD: ‘De oorzaak zou een grote aardschok zijn geweest die zou zijn ontstaan na de destijds gehouden kernproef op het in de Stille Oceaan gelegen Amerikaanse eiland Amchatka. De meeste opbellers zeiden: “De aardschok heeft niet alleen Alaska verwoest, maar ook de westkust van de Verenigde Staten en de stad Tokio. Men noemde het radiostation, dat het nieuws had verspreid, (KPPC-FM) erbij. “Asjemenou", was het commentaar van de politieagent die al dit nieuws kreeg te verwerken, “daar moeten we snel wat aan doen". Hij belde het station KPPC-FM op en hoorde dat men daar een uitzending had verzorgd over de gevolgen die de proefneming op Amchatka gehad zou kunnen hebben. In het begin van de uitzending was al gezegd dat alle mededelingen over de ramp op fantasie berustten.’ De mededeling werd aan het eind van het item nog eens herhaald. Maar velen hadden blijkbaar niet goed geluisterd of hadden later pas ingeschakeld en het einde van de uitzending niet afgewacht.</p><p></p><p>13 februari 1973 kwam het nieuws naar buiten dat de RONO, de regionale omroep voor Noord en Oost er 10 zenduren bij zou krijgen, boven de 2 uren die men per dag had. Mensen, die het bericht niet geheel of goed lazen, dachten dat die uitbreiding geweldig was te noemen. De 10 extra uren waren echter bestemd verdeeld over een geheel jaar. Dat betekende dus gemiddeld 12 minuten per week extra. De toenmalige minister voor CRM, Engels, had die uitbreiding toegewezen in overleg met de Omroepraad en de NOS en waren bestemd om schoolradioprogramma’s in het Fries te gaan produceren.</p><p></p><p>Tenslotte 13 februari 1974. Afsluitend een bericht over een ludieke actie die vanuit Hoogezand werd opgezet richting radio-en televisiepresentator Hans van Willigenburg. Het bleek dat hij het had verbruid bij de aanhang van het orkest Ellen en de Moodmakers uit Hoogezand. Het bleek dat tijdens een programma ‘Van Twaalf tot Twee’ bij de KRO met opzet een andere plaat had gedraaid dan door ettelijke fans van de groep was aangevraagd. Onmiddellijk na de uitzending kreeg Van Willigenburg een kaartje van de heer F. H. Luuterop uit Havelte, die opperde:’ Uit het oog’ (het Noorden), ‘Uit het hart’ (Moodmakers). Het erelidmaatschap voor het leven, zoals toegewezen door de fanclub, diende Hans dus te bekeren. De vraag is of dit uiteindelijk is gelukt.</p><p></p><p>Volgend jaar is het weer World Radio Day op 13 februari en zal ik, ijs en weder dienende, nog een aantal jaren belichten.</p><p></p><p>Hans Knot, 13 februari 2026</p>]]></description><guid isPermaLink="false">9636</guid><pubDate>Fri, 13 Feb 2026 06:04:11 +0000</pubDate></item><item><title>De nostalgische column van Hans Knot 31 januari 2026</title><link>https://www.radiotrefpunt.nl/entry/9237-de-nostalgische-column-van-hans-knot-31-januari-2026/</link><description><![CDATA[<p>Het jaar 1925 was zowel voor de VARA als de KRO het geboortejaar van nieuwe omroepen. Beiden maakten in dat jaar in de maand november een start. Decennia geleden legde is vast wat er tijdens het 40-jarig bestaan van de KRO zoal werd gevierd.</p><p><br>Op 27 november 1965 was het wel een zeer bijzondere televisie dag voor ons in Nederland. Er was een marathonuitzending te volgen van liefst 16 uur aaneengesloten uitzending, verzorgd door één en dezelfde omroep, de KRO. Heden ten dage kan de televisie 24 uur etmaal aanstaan maar in 1965 was het aanbod zeer beperkt in het aantal te bekijken netten en tevens in het aantal uren dat er gekeken kon worden.</p><p><br>Die 27<sup>ste</sup> november had de KRO alle reden voor daar men het veertig jarige bestaan vierde. Het ging eruit onder de titel ‘Voor elck wat wils’ en het was door de KRO samengesteld rond sterren uit die tijd als Catarina Valente, Jan Blaaser, Wim Sonneveld en Jules de Corte. Verder waren er ook speciale afleveringen van toen typische KRO programma’s als ‘Piste’ en ‘Het Gouden Schot’. Men had tevens die dag een wereldprimeur daar voor de eerste keer, waar dan ook ter wereld, de musical ‘Oklahoma’ via het beeldscherm in de huiskamers verscheen.</p><p></p><p><img class="ipsImage ipsRichText__align--right ipsRichText__align--width-custom" data-fileid="14818" src="https://www.radiotrefpunt.nl/uploads/monthly_2025_11/40jaarkro.jpg.1097dae35d624f14e395bffe4283e884.jpg" alt="40jaarkro.jpg" title="40jaarkro.jpg" style="--i-media-width: 350px;" width="550" height="552" loading="lazy">Verder was er voor de tieners een speciaal programma geprogrammeerd en wel om 5 uur in de middag. Dit onder de noemer ‘Tienerbal’ met daarin artiesten van die tijd als Don Mercedes, Gonnie Baars, ZZ en de Maskers, Conny van Bergen en The New Orleans Syncopaters.</p><p><br>In de Revue van november 1965 vroeg de redactie zich af wat voor invloed een dergelijke marathon uitzending voor de televisie op de kijker zou kunnen hebben. En of er geen medische problemen zouden kunnen ontstaan: ‘De vraag is bijvoorbeeld hoe de verlichting in de kamer moet zijn. Hoe kan men het best zitten en op wat voor een stoel? Deze en andere vragen hebben wij voorgelegd aan onze medische medewerker en hij kwam tot onderstaande, ongetwijfeld ook voor U interessante beschouwing, In het algemeen mag worden aangenomen dat het opnamevermogen van de menselijke geest onbeperkt is. Vooral als de kijkstof in de juiste verdeling wordt gepresenteerd, kan U van een lange televisie-uitzending veel plezier beleven. Denkt U maar eens aan de marathon uitzending van ‘Open het Dorp’. Natuurlijk dient U er wel voor te zorgen dat U geestelijk helemaal op die 16 uur bent ingesteld, dus dat U fris voor het toestel zit.</p><p><br>Wat het lichamelijke aspect betreft, hiervoor zou ik enkele wenken willen geven, waaraan U zich strikt dient te houden om volledig van Uw zestien uur televisie te kunnen genieten. Allereerst is de wijze waarop U voor Uw televisie gaat zitten heel belangrijk. Als U niet recht voor de televisie gaat zitten komt het beeld verwrongen op uw netvlies, met het gevolg dat U al heel snel over hoofdpijn zal gaan klagen boven een van de ogen. Onze hersenen willen een beeld altijd recht zien en als U scheef voor het toestel zit, moeten Uw hersenen zich te sterk inspannen. In het begin lukt dat nog wel, maar op den duur raken de hersenen oververmoeid met als gevolg de voornoemde klachten.’</p><p><br>Verder werd ingegaan op de eventuele bijverlichting die in de kamer diende plaats te vinden: ‘De lichten in Uw kamer kunnen gerust aanblijven. Het is juist schadelijk in een volkomen donkere kamer naar de televisie te kijken. Wel moet U er voor zorgen dat er geen lichtbron tussen Uw ogen en het televisiescherm is. Het oog zal ook protesteren tegen scherpe overgangen van zwart naar wit, omdat daardoor het netvlies onnodig geprikkeld wordt. In de natuur krijgt het netvlies ook uitsluitend zachte overgangen te verwerken.’ Met juiste raad werden we dus bijgestaan door de redactie van de Revue.</p><p><br>Om toch maar even nog bij de KRO te blijven herinner ik me dat ook die omroep op de radio meer besef kreeg dat ook de teenager van die tijd een eigen speciaal programma op de radio diende te hebben. Natuurlijk was er al bij de AVRO ‘Tussen 10+ en 20-‘ en bracht de NCRV ‘Tienertoeren’ en de VARA was al overbekend met ‘Tijd voor Teenagers’. Naar Coda kon je in die tijd één keer per veertien dagen op de KRO luisteren, een programma dat werd samengesteld door producer Ton Kool. De presentatie was in handen van zangeres Gonnie Baars en Henk Terlingen.</p><p><br>Dit vooral kort en krachtig en dat alles duurde per aflevering liefst anderhalf uur, wat erg lang voor die tijd was als het ging om teenagerprogramma’s in de programmering van de publieke omroepen. Naast de welbekende deuntjes, die we in die dagen ook hoorden in programma’s van Radio London, Radio Caroline of Radio Veronica, maar soms werden gedraaid in Coda, zoals ik me herinner, wel de nodige zijstapjes gemaakt naar bijvoorbeeld Dixieland of Jazz. Al met al herinneringen van zestig jaar geleden.</p><p><br>Hans Knot, 31 januari 2026</p>]]></description><guid isPermaLink="false">9237</guid><pubDate>Sat, 31 Jan 2026 06:05:17 +0000</pubDate></item><item><title>De nostalgische column van Hans Knot 17 januari 2026: januari 1971</title><link>https://www.radiotrefpunt.nl/entry/9141-de-nostalgische-column-van-hans-knot-17-januari-2026-januari-1971/</link><description><![CDATA[<p>Ik neem je weer mee naar lang geleden en wel 55 jaar terug in de tijd. In het weekend van 20 januari 1971 vierde het IKOR, de stichting tot het behartigen van het interkerkelijk overleg in radio-aangelegenheden, daarbij uitgaande van de voormalige oecumenische raad van kerken in Nederland, haar 25-jarig bestaan in Hilversum en wel als zelfstandige zendgemachtigde.</p><p></p><p>Tijdens de viering werd het duidelijk dat het zesde lustrum als zodanig niet meer gehaald zou worden. Er werden namelijk besprekingen gevoerd met andere kerkelijke zendgemachtigden te komen tot een eventuele fusie. Tijdens een toespraak meldde de heer J.W. de Haan, directeur radio en algemene zaken, dat de verwachtingen ten aanzien van het Convent van Kerken optimistisch waren en dat de samenwerking met het RKK een andere vorm leek te krijgen.</p><p>In 1971 beschikte het IKOR over 3 uur radiozendtijd per week en 46 uur televisiezendtijd per jaar. En inderdaad werd het zesde lustrum niet gehaald want op 1 januari 1976 werd de samenwerking met het Convent van Kerken aangegaan en ontstond de IKON, de Interkerkelijke Omroep Nederland.</p><p></p><p>Het volgende bericht verscheen in de derde week van januari 1971 in de kranten van de GPD, dat stond voor Gemeenschappelijke Persdienst. Het was afkomstig van een correspondent uit Brussel. ‘De piratenzender Radio Marina, die in mei 1970 een slechte start maakte en slechts een paar uur in de ether bleef, gaat weer uitzenden. Het schip zelf is nog niet gereed, maar de zendmaatschappij, de Free Broadcasting Production International (die weer nauwe relaties met de Engelse Free Radio Organisation schijnt te onderhouden) gaat samenwerken met Radio Nordsee. Het zendschip MEBO II van Radio Nordsee is onlangs versleept naar een ankerpositie in de buurt van Cadzand. Van 15 februari af zal Radio Nordsee aan Radio Marina zendtijd verschaffen, iedere dag van 08.00 tot 20.00 uur op golflengte 244 meter. Het programma zal pop- en lichte muziek bevatten. Radio Marina ligt thans nog in het dok. Het schip zal vermoedelijk half april ook in de buurt van Cadzand voor anker kunnen gaan. Het zou in de bedoeling liggen van FRO eveneens de in juni 1970 bij Noordwijk gestrande King David van Capital Radio weer in de lucht te brengen.’</p><p></p><p>Duidelijk een stukje geschiedenisvervalsing. In het stukje is dus sprake van liefst drie zendschepen. De MEBO II van Radio Nordsee, dat inderdaad in zuidelijke richting was gevaren nadat men in september 1970 voor het laatst was te horen. Daar zou in februari 1971 verandering in komen met hernieuwde uitzendingen voor de kust van Scheveningen. Het tweede, trouwens niet bestaande, zendschip zou ook in de omgeving van Cadzand voor anker gaan. Het derde zendschip was dus de King David van Capital Radio, die niet in juni 1970 maar in november 1970 op de kust bij Noordwijk was gelopen. Naar ik aanneem heeft iemand van een Vlaamse organisatie voor Vrije Radio zijn kennis destijds de vrije loop laten gaan.</p><p></p><p>Even de tientallen kanalen met televisiesignaal doorkruisen betekent anno 2026 dat je zeker, op welk moment van een etmaal, wel een voetbalwedstrijd kunt zien. Al dan niet rechtstreeks dan wel via herhaling van een oud spel. Er gaan vele miljoenen aan betaalde rechten per etmaal naar voetbalbonden. Maar dat was in de jaren zeventig van de vorige eeuw totaal anders.</p><p></p><p>Ik neem Nederland als voorbeeld. Begin januari 1971 werd bekend gemaakt dat het NOS-bestuur zich zou gaan buigen over een voorstel dat een nieuwe betalingsregeling voor de uitzending van voetbalflitsen via de televisie op zondagavond ging omvatten. Als het NOS-bestuur er zich akkoord mee zou verklaren, dan kon de NOS voor twee seizoenen 800.000 gulden aan de KNVB gaan betalen. Deze overeenkomst ging na het besluit per 1 augustus 1970 (met terugwerkende kracht dus) in en de NOS ging 6 van de 8 ton ineens voldoen en de resterende 200.000 gulden. uitsmeren over het volgende anderhalf jaar. Over genoemde bedragen werd door de onderhandelingsdelegaties van KNVB en NOS volledige overeenstemming bereikt.</p><p></p><p>Daarmee leek destijds een einde gekomen te zijn aan het slepende conflict tussen de NOS en de KNVB. De NOS betaalde in het voorgaande seizoen een kwart miljoen gulden. De KNVB wilde dit bedrag verdriedubbeld zien, maar de NOS-leiding weigerde dat en wilde aanvankelijk niet verder gaan dan 3 ton per seizoen of 1 miljoen voor drie seizoenen, een voorstel dat door de KNVB weer van de hand</p><p>werd gewezen.</p><p></p><p>Delegaties van beide organisaties kregen daarna tot 1 januari 1971 de tijd om tot overeenstemming te geraken, een akkoord dat ondanks de aanvankelijke grote verschillen van inzicht toch nog net destijds op tijd tot stand kwam. Er was nog een obstakel, de Raad van Bestuur van de NOS diende al dan niet de overeenkomst goed te keuren.</p><p></p><p>Op 9 januari 1971 werd bekend dat er een overeenkomst tussen KNVB en NOS definitief was inzake het betalen van voetbalflitsen op de televisie. Let wel een tijd dat we geen enorm aanbod hadden aan televisiestations via kabel dan wel satellietontvangst. Uitzendingen van complete voetbalwedstrijden waren zeer schaars en er werd vlak voor een wedstrijd zou worden gespeeld besloten deze al dan niet te gaan uitzenden.</p><p></p><p>Een minderheid van het NOS-bestuur verklaarde zich tegen de nieuwe overeenkomst. De bezwaren spitsten zich toe op de omstandigheid, dat de nieuwe overeenkomst niet gebaseerd was op feiten. Men wilde namelijk een duidelijk inzicht in de feiten, die tot dit nieuwe bedrag hadden geleid en die kon de Raad van Beheer niet geven. In een door KNVB en NOS gezamenlijk georganiseerde persconferentie maakte de toenmalige programmacommissaris televisie, J. W. Rengelink, duidelijk dat de NOS-televisie zich weliswaar beperkt zag tot drie samenvattingen van elk maximaal een kwartier per zondagavond, maar tevens de vrijheid verwerkte om kosteloos flitsen te geven van maximaal drie minuten per wedstrijd.</p><p></p><p>Deze vrijheid van informatie was trouwens gebaseerd op een internationaal geldende praktijk. Het gaf destijds de NOS in elk geval altijd vrije toegang tot de velden en stadions. Verder werden ook de rechten van de NOS uitgebreid tot het uitzenden van competitie- en bekerwedstrijden, die niet op de zondag werden gespeeld. Ook werden er afspraken vastgelegd voor het mogen doorgeven van radioflitsen tot vier uur ’s middags van maximaal 90 seconden, vrij van betaling.</p><p></p><p>Regelingen om te voorkomen dat bezoekers zouden wegblijven uit de diverse stadions. Inmiddels, 55 jaar later weten we dat er nooit sprake is geweest van het leeglopen van stadions. Dat ondanks de inmiddels enorme aanbod aan voetbalwedstrijden via de diverse televisiekanalen, al dan niet onder de betaalfunctie. Er zijn genoeg voorbeelden van voetbalclubs die ontzettend veel seizoenkaarthouders hebben waardoor het voor anderen heel moeilijk wordt bij belangrijke wedstrijden ook een kaartje te kunnen kopen; immers zijn er dan veel meer belangstellenden.</p><p></p><p>Hans Knot januari 2026</p>]]></description><guid isPermaLink="false">9141</guid><pubDate>Sat, 17 Jan 2026 05:35:50 +0000</pubDate></item><item><title>De nostalgische column van Hans Knot 3 januari 2026: Kees Manders</title><link>https://www.radiotrefpunt.nl/entry/9069-de-nostalgische-column-van-hans-knot-3-januari-2026-kees-manders/</link><description><![CDATA[<p>Dit keer terug naar onder meer 1968. In die tijd hoorde je als noordeling wel eens anderen praatten over het uitgaansleven in Amsterdam. Zo schreef ik tijden geleden over de opening van Paradiso, het uitgaanscentrum voor de jeugd, dat in 1968 officieel werd geopend. Rob Olthof woonde in 1968 in Amsterdam en nam ons eerder mee terug naar de opening en het eerste jaar van deze poptempel. Rob, die helaas in 2013 veel te vroeg kwam te overlijden, vertelde mij onder meer: “Waar je als Amsterdammer natuurlijk naar toeging was Paradiso, waar de beroemde bands optraden. Zo zag ik daar onder meer Cuby and the Blizzards, een jonge formatie met de naam Pink Floyd, The Moody Blues en Groep 1850.</p><p></p><p>Dan waren daar ook de meer bekendere types die er met grote regelmaat kwamen, deels om te zien en deels om gezien te worden. De illustere Kapper Mario Welman heb ik nog eens in een badkuip zien zitten, midden op het toneel. Phil Bloom, bekend van een eerste naaktoptreden op de VPRO televisie, danste daar bevallig rond en Koos Zwart en Marjolein Kuysten van het toenmalige Hitweek liepen daar veel rond.”</p><p></p><p>Maar het uitgaansleven had veel meer mogelijkheden in Amsterdam waarbij onder meer drie pleinen heel belangrijk waren. Het Leidseplein, het Rembrandtplein en het daaraan grenzende Thorbeckeplein. Andermaal destijds Rob Olthof over het uitgaansleven in dit geval het Thorbeckeplein. “Als je het destijds had over het Thorbeckeplein en deels ook over het Rembrandtplein dan viel al snel de naam van Kees Manders, de oudere broer van Tom Manders alias Dorus. Hij bezat tal van uitgaansgelegenheden waaronder vele clubs zoals ‘Moulin Rouge’, ‘La Dolce Vita’, ‘Playboy’s Oriental Club’, het ‘Rocco Roulette Casino’ en ‘de Phono Bar’.</p><p></p><p>Vaak werd er toen gesproken over het Thorbeckeplein als het hitsige brandpunt van Amsterdam. De meerderheid van deze zaken was in handen van Kees Manders. Manders is bij vele leeftijdsgenoten van mij om meerdere redenen bekend. Ik noem allereerst zijn huwelijk met één van de zangeressen van het ‘levenslied’, Rika Jansen. Onder meer het lied ‘Mijn wiegie was een stijfselkissie’ bracht haar het nodige succes. Niet dat Manders het altijd gemakkelijk had. Het gegeven, dat in een aantal van de clubs de gelegenheid gegeven werd tot het zich terugtrekken met een van de gastdames, was in de jaren zestig van de vorige eeuw veelvuldig reden voor de penoze zich op te dringen. Men dacht als ‘beschermer’ heel gemakkelijk via afpersing geld te kunnen verdienen, maar Kees Manders hield zich staande en breidde zijn imperium uit.”</p><p></p><p>Manders stond bekend als een man die publiciteitsgeil was en dus zag je zijn naam veelvuldig terug in kranten als ‘Nieuws van de Dag’ en de ‘Telegraaf’ en wilde hij maar wat graag zijn succesverhaal vertellen: Kees Manders in een van de interviews: “Ik liep hier eens langs op het Thorbeckeplein in 1958 en liep een volkse kroeg binnen met de naam ‘’t Uiltje’ en die heb ik toen gehuurd van de toenmalige eigenaresse met als doel het volkse te behouden en dus liet ik mijn geliefde, ‘Zwarte Riek’ de op en top smartlappen zingen. In het begin liep het niet al te best want we hadden nogal eens last van penoze. Die eisten ons te beschermen, in ruil voor geld. Gingen we niet akkoord dan dreigden ze bij herhaling de boel kort en klein te slaan. Ik pikte dit niet en het is toen een enorme rel geworden, maar daar is het wel bij gebleven want vanaf dat moment hielden ze zich rustig tegenover mij.”</p><p></p><p>Manders besloot na alle bedreigingen dat hij zijn neus misschien wel had beschadigd maar niet gestoten en besloot ’t Uiltje te kopen en totaal te verbouwen tot wat later bekend werd als ‘Cave Toulouse Lautrec’, zijn eerste onderneming op het Thorbeckeplein. In 1968 was Kees Manders inmiddels 54 jaar en stond weids in het leven. Onder meer was hij bekend geworden als revueartiest, tekstschrijver, zanger, showman, decorontwerper en eigenaar van vele uitgaansgelegenheden. Ik kan me herinneren dat er regelmatig in de krant in het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw melding werd gemaakt van andermaal een nieuwe aankoop van een horecaonderneming op het Rembrandtplein of het Thorbeckeplein door Kees Manders.</p><p></p><p>Zo kocht hij de Phonobar, die hijzelf betitelde als de eerste discobar van Nederland. Deze werd in 1959 geopend en was zeer geliefd bij de jongeren, die hun eigen plaatjes mochten meenemen om gedraaid te krijgen voor een groot publiek van voornamelijk gelijkgezinden. Manders ging er vaak prat op dat hij de eerste gelegenheid in ons land had waar platen werden gedraaid, wat later in de jaren zestig van de vorige eeuw zou leiden tot discotheken en drive in shows. Op een bepaald moment besloot Manders het doel van een andere gelegenheid, ’t Uiltje, te verlegen en meer gelegenheid te geven aan de meer rijkere mannen zich te verpozen met door hem ingehuurde vrouwen. Namen als Chinese Annie en Blonde Dolly werden belangrijk maar zijn inmiddels geliefde vrouw Zwarte Riek werd Rika Jansen. De nieuwe naam van ’t Uiltje werd Moulin Rouge.</p><p></p><p>Het werd eerst een moeilijke start in Moulin Rouge want de striptease, die hij in die tent introduceerde, sloeg niet aan in de hoofdstad van ons land. Men was het niet gewend en bovendien was het ook niet gewenst. Pas toen de buitenlanders erop afkwamen ging het lopen. Het verhaal gaat dan ook dat Manders voor de speciale opening destijds vier van deze danseressen had gecontracteerd maar geen van de vier kwam opdagen. Niet veel later trok hij toch nog een dame aan, die slechts alleen tot haar bikini wilde strippen. Manders had direct iets nieuws bedacht: ‘Miss Bikini’. Op een bepaald moment, zo rond 1967, maakte hij van die club een exclusieve tent door de prijzen drastisch te verhogen. Consumpties waren er vanaf een tientje. Let wel 10 gulden voor een glas pils, waarschijnlijk ook nog lekker aangelengd.</p><p></p><p>In een van de interviews, die Kees Manders ooit gaf, vertelde hij heel smakelijk over een misser in zijn Moulin Rouge. Op een avond was er een goed geklede man binnengekomen die meteen een rondje voor de hele zaak weggaf. Maar daar bleef het niet bij, want twee andere rondjes volgden. Manders schijnt daarna aan de chef-kelner gevraagd te hebben tussentijds te incasseren, maar deze kwam terug met de mededeling geen zorgen te maken daar de man een groen briefje van duizend gulden in zijn portefeuille had. Achteraf bleek het zijn bewijs van opname te zijn in een psychiatrische inrichting.</p><p></p><p>Afsluitend inzake Kees Manders kan nog verteld worden dat hij ook na 1968 de publiciteit zocht. In augustus 1970 beweerde hij in de steek gelaten te zijn door de heren Meister en Bollier, directieleden van het radiostation Radio Nordsee International. Beide uit Zwitserland afkomstige directeuren zouden Manders hebben beloofd directeur te mogen worden van een Nederlandse afdeling van RNI. Toen zij hun afspraken, volgens Kees Manders, niet nakwamen was dat voor hem reden met zijn broer Tom en enkele andere vrienden, waaronder ir. Heerema, een tochtje te maken naar zee met als doel het zendschip van RNI te kapen en binnen te slepen om zo niet alleen een zendschip in handen te krijgen maar ook de nodige publiciteit te verkrijgen. Dat laatste lukte ruimschoots, maar het zendschip bleef in internationale wateren. Deze poging werd in sommige kranten als een ‘operette op zee’ omschreven.</p><p></p><p>Cornelis Petrus Antonius (Kees) was in 1913 in Leiden geboren en kwam in 1979 te overlijden op 65-jarige leeftijd.</p><p></p><p>Hans Knot, 3 januari 2026</p><p></p><p><em>Afbeelding: foto collectie André Lieberom / Genootschap Oud Zandvoort</em></p>]]></description><guid isPermaLink="false">9069</guid><pubDate>Sat, 03 Jan 2026 06:07:04 +0000</pubDate></item><item><title>De nostalgische column van Hans Knot: 20 december 2025</title><link>https://www.radiotrefpunt.nl/entry/8966-de-nostalgische-column-van-hans-knot-20-december-2025/</link><description><![CDATA[<p>We zijn al weer aangeland bij de laatste nostalgische column van 2025. Laten we maar eens kijken wat ons veertig jaar geleden zo bezighield op media, muziek en andere gebieden. Het begon allemaal op dinsdag 1 januari in het Paleis op de Dam in Amsterdam waar Prins Claus voor Nederland ‘Het Europees Jaar van de Muziek’ opende.</p><p><br>Hij deed dat door een noot aan te slaan op het carillon van de beiaard in de toren van het paleis. In een zestigtal Nederlandse steden gaven beiaards op de carillons vervolgens van 12.00 tot 13.00 concerten met composities van Scarlatti, Händel en Bach. De muziek van deze drie componisten was gekozen daar alle drie 300 jaar eerder waren geboren in 1685.</p><p><br>De plechtigheid vormde de inleiding tot de jaarlijkse televisie-uitzending van het traditionele Nieuwjaarsconcert in Wenen, dat door de Eurovisie in de aangesloten landen werd uitgezonden. Het jaar 1985 was door de Raad van Europa en het Europees Parlement uitgroepen tot het jaar van de Muziek.</p><p><br>Prins Claus was gevraagd de opening voor Nederland te verrichten gezien zijn voorzitterschap van het Nationaal Comité Europees Jaar van de Muziek. Hij stelde dat de herdenking van deze drie componisten een waardig onderwerp kon zijn tot het bevorderen van meer eenheid in Europa. Trouwens was Prins Gemaal Claus niet op dat tijdstip aanwezig in het Paleis op de Dam maar werd een beeldregistratie uitgezonden; hij verbleef namelijk met de jaarwisseling met de Koninklijke familie in het gebruikelijke wintersport stadje Lech, in Oostenrijk.</p><p><br>Op 1 januari kwam er ook een verandering tot stand in de programma’s van Radio Noord en zes andere regionale radiostations. Er was namelijk besloten door de NOS leiding, verantwoordelijk voor de regioradio’s, dat men de landelijke STER-reclameblokken diende op te nemen in de programmering. Dergelijke blokjes varieerden in lengte tussen 1 en 2 minuten. De ingeleverde zendtijd werd echter wel op een ander tijdstip teruggeven. Het was trouwens een gevolg van de wijziging van zendtijdbeschikking die de toenmalige minister van WVC, Brinkman, had doorgevoerd. Er dient wel vermeld te worden dat de regionale radiostations mede gefinancierd werden uit de opbrengsten van de STER-reclame.</p><p><br>Minister Brinkman meldde tevens begin januari 1985 niet van plan te zijn tot het laten bouwen van nieuwe FM-zenders, waardoor het mogelijk kon worden dat de landelijke en regionale radio konden gaan samenwerken via Radio 1 en er een landelijke dekking kon worden gecreëerd. De planning was dat die mogelijkheid per 1 oktober dat jaar zou worden ingevoerd. Op het Ministerie van WVC had men bedacht dat voor een dergelijke opzet er minstens 23 zenders nodig waren, terwijl er op dat moment maar 12 actief waren.</p><p><br>Brinkman stelde dat, zo lang er niet in alle provincies gedegen regioradio zou worden verzorgd, de kosten voor de bouw op de begroting van de landelijke omroepen zou drukken, De kosten van de bouw van de zenders werd destijds op 8 miljoen gulden begroot. Daar kwamen nog de eventuele exploitatiekosten bij. Alles bij elkaar verdween het plan in de ijskast van WVC.</p><p><br>In januari 1985 werden ook de resultaten bekend van een enquête omtrent de door VOO ontvangen boetes inzake de overtreding van de geldende reclameregelgeving voor publieke omroepen. Er werden 500 Nederlanders voor deze enquête met een vragenlijst benaderd. De helft van deze personen, allen 16 jaar en ouder, gaf aan het oneens te zijn met het gevoerde reclamebeleid op de televisie, zoals door de toenmalige minister van WVC werd toegepast.</p><p><br>Dit bleek uit een steekproef van het bureau Interview, uitgevoerd in opdracht van de Veronica Omroep Organisatie. Van de ondervraagden vond 50% het onjuist dat de minister de omroepen kan bestraffen omdat zij de reclameregels hadden overtreden. 46% was van mening dat de minister dit wel kon doen en 4% had geen duidelijke mening. Liefst 84% was van mening dat de boetes, zoals gegeven, veel te hoog waren. Slechts 7% van de ondervraagden vond het terecht dat de boetes waren uitgedeeld en de andere 9% had geen mening.</p><p><br>Opmerkelijk in januari 1985 was ook het verzoek vanuit de directie van de TROS gericht aan minister Brinkman om een meer soepel beleid te gaan voeren tegen de destijds actieve landpiraten in Nederland. Schrik niet want een toenmalige peiling had uitgewezen dat er zo’n 50.000 piraten actief waren in Nederland. Uiteraard niet allen tegelijk en ging het vooral om stations die in verloren uurtjes de zender opwarmden voor een kort verblijf in de ether.</p><p><br>In de brief van de TROS stelde men dat de piraten duidelijk in een behoefte aan reclame van het lokale bedrijfsleven voorzagen. Men bestreed tevens dat de piraten een vrees waren voor de inkomsten van de STER-reclame. Men voegde er aan toe dat men bij de STER alleen hoefde te vrezen voor minder inkomsten uit reclame door de komst van satelliet televisiestations als bijvoorbeeld Sky Radio.</p><p><br>Statistische gegevens inzake radio hebben mij altijd geïnteresseerd, zo ook in 1985. Van de 1,07 miljard Chinezen kon 65% destijds luisteren naar een radioprogramma verzorgd door een van de 122 radiostations die in het immense land actief waren. Diverse programma’s werden destijds via 184 frequenties uitgezonden met een opbrengst van totaal 2165 uur aan programma’s per etmaal. In 2618 plaatsen had men al beschikking over kabelradio. Anno 2025 zijn er liefst meer dan 3000 radiostations in China, waarbij het aantal inwoners is gestegen tot ruim 1,4 miljard.</p><p><br>Tot slot van de nostalgische column even terug naar een overzicht van alle TROS Paradeplaten in het jaar 1984, dat destijds werd samengesteld door Ton van Draanen en gepubliceerd werd in het Freewave Media Magazine. Ik wens U een Zalig Kerstfeest en een prachtig 2026.</p><p></p><p>Hans Knot, 20 december 2025.</p><p></p><p></p>
<p><a href="https://www.radiotrefpunt.nl/uploads/monthly_2025_09/hit84.3.png.8ee20cd8ea200c478668a0d0463da029.png" class="ipsAttachLink ipsAttachLink_image" ><img data-fileid="14631" src="https://www.radiotrefpunt.nl/uploads/monthly_2025_09/hit84.3.thumb.png.ff56dbb53657a150d216a5032fb74166.png" height="750" width="256" class="ipsImage ipsImage_thumbnailed" alt="hit 84.3.png" loading='lazy'></a></p>]]></description><guid isPermaLink="false">8966</guid><pubDate>Sat, 20 Dec 2025 06:16:40 +0000</pubDate></item><item><title>De nostalgische column van Hans Knot: 6 december 2025</title><link>https://www.radiotrefpunt.nl/entry/8918-de-nostalgische-column-van-hans-knot-6-december-2025/</link><description><![CDATA[<p>Het jaar gaat in gedachten wel heel snel en dit is al weer de een na laatste column voor het jaar 2025. Recentelijk luisterde ik weer naar een aantal programma’s van 50 jaar geleden. Keuze genoeg maar ik besloot toch maar een aantal shows van Radio Mi Amigo uit het archief te pakken. Het was de tijd voordat, naar mijn mening, het station door de vele live programma’s populairder werd. Bij het luisteren viel onder meer weer een commercial op, die eerder door Radio Noordzee werd gedraaid. Ik weet me nog goed te herinneren dat ik destijds in 1975 dacht dat deze commercial werd gedraaid om andere adverteerders in Nederland toch over de streep te trekken.</p><p><br>Het was de 25-jarige zakenman John Bolten uit Heiloo die destijds een handel had in bielzen en zendtijd had gekocht op Radio Noordzee. In november 1975, dus nadat de commercial ook te beluisteren was op Radio Mi Amigo, zocht hij de publiciteit op nadat hij een dreigbrief en ingesproken cassette had gekregen verstuurd vanuit het Spaanse Playa de Aro. Het kwam erop neer dat Radio Mi Amigo geld wilde zien voor het een maand lang regelmatig uitzenden van de commercial voor John Bolten zijn bedrijf. Het ging daarbij om een bedrag van f 12.000,--. Als hij niet zou betalen dan zou er een anti-reclamespot worden uitgezonden. Een voorbeeld van de anti-spot was op de cassette te horen. Aangezien Bolten geen opdracht had gegeven tot het draaien van de commercial zocht hij de publiciteit op. Niet veel later was de commercial niet meer te horen op Radio Mi Amigo.</p><p></p><p>Radio Mi Amigo was wel vaker negatief in de publiciteit. Zo was er een incident in de haven van Stellendam want, aldus de dagbladpers, er was een schipper betrapt op hulp aan een ‘piraat’. Het gebeurde op 7 oktober 1975 en ging om een oude visserskotter, Maria Lovika’, die was gebruikt als bevoorradingsschip. Ooit had het schip dienst gedaan als mijnenveger voor de Duitse marine. De inbeslagname geschiedde in een gezamenlijke actie van de Rijkspolitie te water en te land, de postale recherche en de PTT-opsporingsdienst en wel toen het schip de haven van Stellendam binnenkwam. Schipper was destijds de 39-jarige Gijs Boon, die aan boord vergezeld werd door zijn 69-jarige vader, beiden afkomstig uit ’s Gravenzande. Ze werden gearresteerd en vervolgens verhoord, waarna ze weer werden vrijgelaten.</p><p></p><p>Bij onderzoek op het schip bleek er een defecte dieselmotor, een generator en gebruikte programmabanden van Radio Mi Amigo aanwezig te zijn. Bij ondervraging heeft het tweetal destijds toegegeven het zendschip van Radio Mi Amigo in de monding van de Theems te hebben bezocht. Uiteraard werd de destijds actieve Officier van Justitie inzake de zeezenders, mr. J. Pieters, benaderd die meldde dat men het betreffende schip, de Maria Lovika, al enige tijd volgde. ‘We hebben een tijdje dienen te wachten maar met de gevonden kapotte dieselmotor hebben we een ijzersterk bewijs om deze mensen te vervolgen.’</p><p></p><p><a href="https://www.radiotrefpunt.nl/uploads/monthly_2025_09/tackdencker.jpg.9817ab92bd2c2b5cd269f0fd91da56c1.jpg" class="ipsAttachLink ipsAttachLink_image ipsRichText__align--right ipsRichText__align--width-custom" style="--i-media-width: 200px;" data-fileid="14577" data-fileext="jpg" rel=""><img class="ipsImage ipsImage_thumbnailed" data-fileid="14577" src="https://www.radiotrefpunt.nl/uploads/monthly_2025_09/tackdencker.thumb.jpg.9cd64861af80f8a25d77f7f2ca486dfc.jpg" alt="tack dencker.jpg" title="tack dencker.jpg" width="502" height="750" style="--i-media-width: 200px;" loading="lazy"></a>In Playa de Aro kreeg ook Sylvain Tack, de directeur van Radio Mi Amigo, een telefoontje met de vraag wat de inbeslagname van het schip voor de organisatie betekende. In alle onschuld meldde Tack dat het genoemde schip helemaal geen bevoorradingsschip was maar dat deze toevallig langs de Mi Amigo kwam en de Nederlanders werden gevraagd aan boord van het zendschip te komen om te kijken naar de defecte motor. Ook stelde hij dat bevoorrading voor de organisatie totaal geen probleem was: “Overal in Engeland, Frankrijk, België en Nederland zijn er schippers te vinden die willen varen, als je er maar goed voor betaald.” Terloops meldde Sylvain Tack dat men de Spaanse overheid op een positieve manier in het daglicht ging zetten als dank voor het gegeven dat men door de overheid niets in de weg werd gelegd om goed te kunnen functioneren in het land. Dit gebeurde door het promoten op het gebied van toerisme.</p><p></p><p>Tack trad wel vaker vanuit Playa de Aro in de publiciteit, zoals in januar1 1976 toen hij bekend maakte dat Radio Mi Amigo een aanvang zou nemen met nieuwsuitzendingen: ‘’Het nieuws wordt gepresenteerd door beroepsmensen, die nog niet voor ons gewerkt hebben. Ik kan en mag hun namen niet noemen anders kunnen ze in problemen komen met de autoriteiten in Nederland.” Op technisch gebied voegde hij er nog een nieuwtje aan toe door te stellen dat op zee de zendmast nog eens met zes meter was verlengd. “De ontvangst in Nederland en België is nu beter te noemen en we hebben zelfs nu een goede ontvangst in Spanje”. Duidelijk een geval van overdrijven om gratis positieve publiciteit te krijgen.</p><p></p><p>Over de financiële situatie was hij in januari 1976 ook positief gestemd. “We hoeven niet meer met medewerking van Spaanse commerciële stations adverteerders te boeken. Er zijn Spaanse bedrijven die veel meer exporteren naar België en Nederland, zoals Lois. Die bedrijven verkopen we reclamezendtijd rechtstreeks. Dat kan ook gemakkelijk want die grote bedrijven vinden makkelijk wegen om dat te verantwoorden. Het duurt soms echter lang om de bedrijven te overtuigen, dat is een moeizame affaire.”<br></p><p>Hans Knot, 6 december 2025</p><p></p><p><em>Afbeelding: Sylvain Tack</em></p>]]></description><guid isPermaLink="false">8918</guid><pubDate>Sat, 06 Dec 2025 06:15:36 +0000</pubDate></item><item><title>De nostalgische column van Hans Knot 22 november 2025</title><link>https://www.radiotrefpunt.nl/entry/8886-de-nostalgische-column-van-hans-knot-22-november-2025/</link><description><![CDATA[<p>Soms komt er een berichtje tevoorschijn die je, ondanks intense research, nooit eerder is opgevallen en je meteen prikkelt. Ik denk even terug aan de uitgebreide artikelen die in 1971 verschenen in de Telegraaf ter promotie van een boek van Paul Harris, schrijver en auteur van de Impulse Uitgeverij in Schotland. Allerlei verhalen, al dan niet met goed research geschreven maar ook de nodige uitglijders die eindigden ver naast de waarheid.</p><p></p><p>Zo verhaalde hij over de slechte start van RNI in 1970 en de financiële ontwikkelingen. Maar ook zijn verhalen omtrent de vermeende banden die de eigenaren van RNI, de Zwitsers Meister en Bollier, zouden hebben met het communistische regime in de DDR. Maar hij betrok tevens in zijn verhalen, onder de titel ‘Mysteries rond Radio Nordsee’ de ontwikkelingen die een jaar eerder hadden plaats gevonden rondom Capital Radio. De serie betrof een voorpublicatie voor het boek ‘To be a Pirate King’, dat door zijn uitgeverij in 1971 op de markt werd gebracht.</p><p></p><p>Het waren pagina grote artikelen die niet alleen de zeezenderfans boeiden maar ook door andere lezer gretig tot zich werden genomen. Als je nu het boek zou herlezen en de artikelen nog een keer zou beschouwen dan zal dat met een knipoog gebeuren en bij herhaling de vraag naar boven komen waar Paul Harris mee bezig was en wat het doel was van het brengen van gedeeltelijke misinformatie. In ieder geval kwam het erop neer dat het radiogebeuren vanaf internationale wateren in een slecht daglicht kwam bij bepaalde mensen.</p><p></p><p>De serie artikelen leidde zelfs tot vragen in de Tweede Kamer door de heer A Te Pas, vertegenwoordiger namens de Nederlandse Middenstands Partij, waarin hij in schriftelijke vragen zelfs gewag maakte van de woorden: ‘Is de bewindsman bereid een onderzoek te doen instellen naar de financiële manipulaties van de Zwitsers Meister en Bollier…..?’ Vragen die gesteld werden aan de toenmalige ministers van Financiën en Verkeer en Waterstaat. Echter werd de brief gedurende lange tijd terzijde gelegd door het Kamerpresidium dat de gebruikte taal niet Parlement waardig vond. Later zou Te Pas nogmaals de vraag inbrengen met een andere intro: ‘financiële manipulaties’ werd vervangen door ‘financiële praktijken’.</p><p></p><p>De artikelen serie bracht ook de nodige consternatie in de legerplaats Seedorf in West-Duitsland. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw was er nog sprake van Dienstplicht en veel van de soldaten gingen, na een periode van opleiding in kazernes in Nederland, voor een langere periode naar Frankrijk (La Courtine) of West Duitsland (Seedorf).</p><p></p><p>Uiteraard waren in voornoemde legerplaatsen ook mogelijkheden tot ontspanning in de weekenden. In Seedorf had je bijvoorbeeld het Holland House waar activiteiten werden georganiseerd. Zo was het organiserend comité op het idee gekomen een avond te organiseren in oktober 1971 waarbij er een optreden zou zijn van de Radio Noordzee drive in show.</p><p></p><p>Plaatsvervangende commandant Overste Walboom, verantwoordelijk voor ook het ontspannende deel binnen de legerplaats Seedorf—Hohne, was echter een trouwe lezer van de Telegraaf en mede de eerder vermelde artikelen van Paul Harris vond hij het nodig in te grijpen. Zo viel hij vooral op het gegeven dat de eigenaren van RNI in het geniep zich ook bezig hielden met de Oost-Duitse regering. Dit had tot gevolg dat geen enkele soldaat, gelegen in de West-Duitse kazerne, naar het Holland Huis mocht voor het bijwonen van de Radio Noordzee drive in show. In de Haagsche Post van 27 oktober 1971 werd gemeld: ‘De beroepshalve vaak door spionage paranoia aangevreten inlichtingendienst C.I.D. had dom genoeg geen gevaar gezien in het vermaak van de piratenzender. De overste besliste eigenzinnig anders en dat was de bewuste zaterdag in ieders harten toen het eerste plaatje ‘Ik heb eerbied voor jouw grijze haren’ aan hem werd opgedragen.’</p><p></p><p><a href="https://www.radiotrefpunt.nl/uploads/monthly_2025_08/VeronicaMoetAanLand.jpg.9730efdfa75395671fd4333a3bf46655.jpg" class="ipsAttachLink ipsAttachLink_image ipsRichText__align--right ipsRichText__align--width-custom" style="--i-media-width: 300px" data-fileid="14563" data-fileext="jpg" rel=""><img class="ipsImage ipsImage_thumbnailed" data-fileid="14563" src="https://www.radiotrefpunt.nl/uploads/monthly_2025_08/VeronicaMoetAanLand.thumb.jpg.31592490bb43358e5ee641b6ecbd3929.jpg" alt="Veronica Moet Aan Land.jpg" style="--i-media-width: 300px" width="1000" height="707" loading="lazy"></a>Bij Radio Veronica had men in oktober 1971 een goede blik op te toekomst want in de Telegraaf was een artikel terug te vinden waarin de directie het recht op legalisering claimde van directeur Dirk Verweij. “Een positie waarbij de Veronica-formule via een legale weg kan worden voortgezet. Dit mede op basis van het feit dat er kan worden terug gezien op een elfjarig bestaan.” De directie verbond dit commentaar aan de uitslag van een enquête van de Nederlandse Stichting voor Statistiek, die in augustus dat jaar was gehouden. Volgens het onderzoek genoot Hilversum 3 landelijk een voorkeur bij het luisterpubliek in vergelijking met Radio Veronica en Radio Noordzee, maar was Veronica zonder meer de favoriet in de gebieden waar het station goed was te ontvangen. In die streken bleek dat 75% van de ondervraagden een voorkeur gaf aan de uitzendingen van Veronica. Ook wenste een behoorlijk aantal mensen, indien het zou komen te legalisering, een lidmaatschap nemen van de omroepvereniging Veronica. Het zou zelfs kunnen leiden tot een officiële A-status. En uiteindelijk werd Veronica op een bepaald moment ook veruit de grootste omroep van ons land onder de naam V.O.O.</p><p></p><p>Hans Knot, 22 november 2025.</p>]]></description><guid isPermaLink="false">8886</guid><pubDate>Sat, 22 Nov 2025 06:28:46 +0000</pubDate></item><item><title>De nostalgische column van Hans Knot 8 november 2025: herinneringen uit 1984</title><link>https://www.radiotrefpunt.nl/entry/8802-de-nostalgische-column-van-hans-knot-8-november-2025-herinneringen-uit-1984/</link><description><![CDATA[<p>We focussen ons deze keer op nostalgische herinneringen uit 1984. In januari ging een lang gewenst experiment gedurende vier dagen van start waarbij de toen zes actieve regionale radiostations gedeeltelijk gingen samenwerken met Hilversum I. Het experiment betrof een nieuwszender met een geïntegreerd landelijk en regionaal programma. Op donderdagen 12 en 19 januari waren het bijvoorbeeld Hilversum 1 en Radio Noord gezamenlijk in de ether en wel van kwart over zeven in de ochtend tot elf uur in de avond. De programma’s werden uitgezonden op de normaal in Groningen gebruikte FM frequentie van Hilversum 3.</p><p></p><p>Radio Noord verzorgde op die dagen vanuit de studio aan het Martinikerkhof in Groningen een aantal uren radio. Dat bestond uit zes korte en vier lange nieuwsuitzendingen, gesprekken met Noordelingen, regionale streek-en muziekprogramma's en twee forums. Zo was er onder meer een discussie te horen over de toekomst van het vliegveld Eelde en de tweede donderdag was er ruimte voor een forum van landelijke politici die hun roots in Groningen hadden.</p><p></p><p>Vooraf aan het experiment had het toenmalige hoofd van Radio Noord, Swier Broekema, wel zo zijn bedenkingen. Zo stelde hij in de regionale dagbladpers: “Er zitten gevaren aan dit experiment. Deze nieuwe integratie is eigenlijk wezensvreemd aan onze huidige programmering bij Radio Noord. Derhalve dienen we er voor te zorgen dat we onze eigen identiteit goed bewaren en laten uitkomen.”</p><p>Als sinds 1982 had de Regionale Omroep Ontwikkeling en Samenwerking, vooral bekend als ROOS, de voorkeur uitgesproken voor de integratie van de regionale omroepen met een van de landelijke Hilversumse netten. Ook de meeste directieleden van de landelijke omroepen steunden datzelfde jaar dit idee. Alleen de directie van Veronica onttrok zich aan de gesprekken omtrent eventuele samenwerking.</p><p></p><p>Wat wel speelde in die tijd was dat de omroepverenigingen de regionale omroepen als een bedreiging zagen vanwege de groeiende luisterdichtheid van de regionale omroepen en dus reden genoeg om aan integratie mee te werken. Naast Radio Noord namen ook Omroep Friesland, Oost, Zuid, Brabant en Stad Amsterdam mee aan het vierdaagse experiment.</p><p></p><p>Even terugkerend naar Swier Broekema had hij afsluitend nog een nieuwtje: “De omschakeling van Hilversum 1 naar Radio Noord en omgekeerd dient vloeiend en op de seconde nauwkeurig te verlopen. We zitten met het probleem dat we nóg niet precies weten hoe lang de STER gaat duren. In Hilversum weten ze dat pas 48 uur van te voren. Daarom hebben we nieuwe klokken laten komen naar onze studio in Groningen: zeven Hopf-klokken, die vanuit Frankfurt tot op de miniséconde nauwkeurig draadloos gestuurd worden.”</p><p></p><p>Het experiment, dat helaas maar over vier dagen verspreid werd uitgevoerd, werd matig ontvangen bij een speciaal daarvoor ingesteld panel. Het merendeel van de deelnemende regioradio’s waren nog in een tijdperk dat men met beperkte mogelijkheden een even beperkt aantal uren radio maakte. Het zou nog jaren duren voordat daarin verandering zou komen laat staan dat er ook kon worden overgegaan tot het tevens maken van televisieprogramma’s. Als voorbeeld Radio Noord, dat pas in april 1995 voor het eerst ook via de televisie actief werd.</p><p></p><p>Op 2 februari was er al het nodige te doen in de Tweede Kamer toen er duidelijk werd gemaakt dat de regering strenger diende te gaan optreden tegen de zogenaamde videopiraten. Het had geen betrekking op piraten die via illegale televisie-uitzendingen videofilms brachten. Nee, het ging om handelaren die illegaal films lieten dupliceren om deze vervolgens op videobanden in de handel te brengen. Dit alles zonder enige vorm van afdroging van auteursrechten aan de officiële producenten van de films.</p><p></p><p>Het onderwerp kwam aan bod tijdens de behandeling van de begroting van Justitie. Het waren zowel de Tweede Kamerleden Tripels (VVD) als Kosto (PvdA). Ze waren van mening dat er meer aandacht diende te worden besteed aan deze nieuwe vorm van criminaliteit. Daar het illegaal dupliceren van films een enorme vlucht had gemaakt werd de jaarlijkse schade op 10 miljoen gulden geschat.</p><p></p><p>Kamerlid Tripels stelde dat ongeveer 60 tot 70 procent van de handel in videobanden illegaal was. Zo meldde hij als voorbeeld dat van de toen recente uitgebrachte film ‘The Day After’ er al illegale duplicaten in de handel waren voordat de film in de bioscopen voor het eerst officieel werd vertoond. Het was volgens de liberaal duidelijk dat de omvangrijkheid van deze vorm van piraterij de economische ontplooiing en cultureel belangrijke branche van legale videoverhuurbedrijven nauwelijks mogelijk kon zijn.</p><p></p><p>Trippels vond dat de toen huidige bestrijdingswijze veel te weinig effect had omdat voor de straffen veel te laag waren om bij de videopiraten werkelijk ontzag in te boezemen. Vervolgens stelde hij aan de toenmalige minister van Justitie, Korthals Altes, voor met een wetwijziging te komen waarin de straffen aangepast dienden te worden evenals de ernst van de delicten dienden te worden aangescherpt.</p><p></p><p>Ook Kamerlid Aad Kosto (PvdA) benadrukte dat Justitie meer aandacht diende te schenken aan deze vorm van video-piraterij, die volgens hem grote schade bracht. Hij stelde: ‘Het mag dan de geur van romantiek met zich meedragen, piraterij is en blijft altijd een vorm van diefstal.’ Hij vroeg tevens of de minister kon zorgen voor een betere rechtsbescherming aan de bonafide handel. Ook stelde Kosto dat de door Tripels voorgestelde maximale geldboetes en celstraffen te simpel waren. Het diende voor hem allemaal veel effectiever te worden in de toekomst.</p><p></p><p>Maar ook de technische ontwikkelingen stonden niet stil want die zelfde 2de februari 1984 was er een ander bericht, dat ik veilig stelde uit historisch oogpunt. Er werd namelijk aangekondigd dat op korte termijn voor het eerst stereo televisieprogramma’s als test zouden worden uitgezonden en wel speciaal voor de kijkers in Noord Nederland. In het najaar van 1984 was het de bedoeling dat dit ging gebeuren via de televisietoren in Smilde, die met de benodigde apparatuur werd uitgerust. Ook werd bekend gemaakt dat in de daarop volgende twee jaren ook andere locaties zouden worden aangepast. Hierbij bedoelde men de uitzendlocaties in Lopik, Wieringermeer en Goes. Het lag in de bedoeling alle werkzaamheden begin 1987 af te ronden. Er was door de PTT en NOS gekozen voor een Duits systeem dat al met succes geruime tijd door de ZDF en ARD was getest.</p><p></p><p>De TROS-radio organiseerde op 17 mei 1984 in het Amsterdamse Concertgebouw een concert met uitsluitend Beatles-composities.</p><p>Dit concert werd rechtstreeks op de radio uitgezonden. Aan het concert werkten mee: Soesja Citroen, Louis van Dijk, Ernie van</p><p>Geenen, Wim Hogenkamp, Hans Vermeulen, Daniël Wayenberg, Astrid in 't Veld, de gemengde zangvereniging Zang en Vriendschap, het Ledenlijstkoor Amsterdam en het Promenade Orkest onder leiding van Jan Stulen. Programma-onderdelen waren onder meer de Royal Beatle Wórk Music, Beath Crackersuite en een Beatle-medley voor twee piano's en orkest van Jurre Haanstra.</p><p></p><p>Dan een nieuwtje dat op 11 augustus 1984 verscheen waarin werd vermeld dat het NOS Jeugdjournaal een nieuwe presentator ging krijgen in de persoon van Robert ten Brink. De toen 28-jarige Ten Brink was derhalve vanaf 1 september te zien en was afkomstig uit de toneel- en theaterwereld en presenteerde op de televisie voorheen het KRO programma ‘Cijfers en Letters’. Kenners van de programmering van Hilversum 3 uit die tijd herinneren hem ook als presentator van de Noenshow voor de KRO. Leonie Jansen, die tot dat moment de presentatie van het Jeugdjournaal alleen verzorgde, wenste meer tijd te hebben voor andere dingen waardoor twee keer per week Ten Brink was te zien.</p><p></p><p>In de zomer van 1984 werd ook bekend dat Kas van Iersel van omroep ging wisselen. Hij kwam van de TROS en ging naar de AVRO waar hij vervanger werd van Karel van de Graaf, die zich ging focussen op televisiewerk. Kas kreeg het programma op Hilversum 3 op maandagochtend tussen 7 en 9 uur, terwijl hij ook verantwoordelijk werd voor het middagprogramma tussen 4 en 5 uur. Daarin onder meer een schakeling met de televisiestudio en Ad Visser van Top Pop.</p><p></p><p>We hadden destijds vooral aanbod aan programma’s op de televisie uitgezonden vanuit Hilversum en er werd volop gekeken naar vooral amuserende en ontspannende programma’s. In de zomer van 1984 werd onderzocht hoe het stond met de populariteit en meer van de verschillende presentatoren en presentatrices. Als het ging om de bekendste persoon kwam Sonja Barend veruit naar voren met een score van 97% bij de ondervraagde personen.</p><p></p><p>De resultaten kwamen naar voren uit een onderzoek van het NIPO bij 1000 personen ouder dan 18 jaar. Ook werd gevraagd of de bekendste ook sympathiek overkwam. Hier werd slechts een score gehaald van 35%. Nee dan was het met Ted de Braak beter gesteld want hij scoorde liefst 72% in die categorie. Als het ging om de categorie ‘bekendste’ scoorde Ted een tweede plek. Andere personen die werden genoemd waren Willem Ruis, Simon Carmiggelt en Henk va der Meyden. Die laatste had niet een hoog populariteitsfactor want scoorde slechts met 13%.</p><p></p><p>Hans Knot, 8 november 2025</p><p></p><p><em>Afbeelding: Radio Noord studio (foto collectie Paul Snoek)</em></p>]]></description><guid isPermaLink="false">8802</guid><pubDate>Sat, 08 Nov 2025 06:07:29 +0000</pubDate></item></channel></rss>
