Spring naar bijdragen
Bekijk in de app

Een betere manier om te browsen. Ontdek meer.

Radiotrefpunt

Een app op volledig scherm op je startscherm, met pushmeldingen, badges en meer.

Zo installeer je deze app op iOS en iPadOS
  1. Tik op het deelpictogram in Safari
  2. Scroll door het menu en tik op Toevoegen aan beginscherm.
  3. Tik rechtsboven op Toevoegen.
Zo installeer je deze app op Android
  1. Tik op het menu met drie puntjes (⋮) in de rechterbovenhoek van de browser.
  2. Tik op Toevoegen aan startscherm of App installeren.
  3. Bevestig door op Installeren te tikken.

Klassement

Populaire bijdragen

Inhoud met de hoogste waardering op 20-06-21 in Blogartikelen tonen

  1. Sponsering Begin 1981, bij de vierde en laatste poging van Delmare, was er weer sprake van een sponsor. Cor van der Jagt, eigenaar van verzekeringskantoor Batenburg in Rotterdam zocht een promotieplatform voor zijn ontdekking, de zanger Ray Statson (René Stolk). De platen van de zanger werden helaas niet gedraaid op Hilversum 3. Maar bij Delmare kon dat natuurlijk wel geregeld worden, mits er voor betaald werd. Gerard van Dam en Leen dert Vingerling trokken hem over de streep en Leendert kocht als ‘Leen van Veen’ eind 1980 de Morgenster voor zo’n fl 37.500,- van rederij Jac. Vrolijk. Het zusterschip van o.a. de Martina, de Dolfijn en de Oceaan 7 welke ooit de basis was van radio 270, voor de kust van Scarborough, Yorkshire. Dat schip zou zijn idool Ray Statson groot moeten maken. Uiteindelijk kwam het helaas niet zover en Cor raakte ongeveer fl.100.000,- kwijt. Voor de buitenwacht was het een promotieboot die alle havens aan zou doen. Daar zouden dan optredens plaatsvinden van de zanger. Daarnaast had de manager van de Rotterdamse zanger wel interesse om via Radio Delmare zijn ster landelijke bekendheid te geven. Door te investeren in een zendschip, zouden de platen van de zanger gedraaid worden en zou het geld vanzelf weer terugvloeien. In tegenstelling tot de vorige drie boten lag nu het initiatief bij Leendert Vingerling en was hij de grote aanjager bij dit project. Leendert Vingerling hierover: “De financier van de Morgenster was een Rotterdamse zakenman die in verzekeringen deed. Zijn kantoor fungeerde als dekmantel voor de handel in diamanten en wapens. Aan de éne kant een prettig idee om te weten dat er financiën zijn, maar aan de andere kant was het ook een louche en griezelig milieu.” Leendert over Ray Statson: “Dat was ook geen lieverdje. Hij zat in de illegale wapenhandel met Zuid-Afrika en had thuis kasten vol met geweren en pistolen. Ik ben daar nog eens geweest met Gerard van Dam om te praten over de voortgang van het project. Dat zat helaas tegen. Statson reageerde zijn frustratie af door op een kat te schieten die naast me op de bank sprong. De kogel ketste alle kanten op. Er liep ineens iets heel duns door onze broekspijpen. Het was tijd voor actie, want als het nu de kat is, dan zijn wij het een uur later, dachten we. Van Dam en ik probeerden de opgefokte zanger te kalmeren, die ineens in tranen uitbarstte. Zo zie je maar weer dat ook branieschoppers een klein hartje kunnen hebben.” Foto: De Morgenster in de haven van Maassluis De Morgenster (Scheveningen 324) De Scheveningen 324 had een rijke geschiedenis. Een lange tijd fungeerde zij als vissersboot, daarna voer zij met sportvissers over de Noordzee en in 1972 lag hij regelmatig naast de MV Mi Amigo om deze te bevoorraden. Op maandag 9 april 1973 was de Morgenster voor die dag voor zo’n fl.300,- gehuurd door het comité Nederland Muziek. Dit ter promoting van een klassieke muziek zender. Een Radio 4 of Classic-FM bestonden toen nog niet. Om 11:00 uur vertrok men uit Scheveningen met aan boord journalisten, supporters, fotografen en vooral niet te vergeten jonge muzikanten die later live aan dek tijdens de uitzending klassieke werken ten gehore zouden brengen. Eerst voer men langs de Norderney, het schip van Radio Veronica, dat nog steeds vlak bij het havenhoofd op het strand lag. Aan boord stond een kleine zender die het programma naar de radiowagen van de NOS uitzond. Vanaf hier was er een straalverbinding met het audio/visuele schakel centrum in Hilversum die het programma over de FM-steunzenders verspreidde. Het programma werd gepresenteerd door Lenny Len (alias Jan Lenferink) en ondersteund door Dolf Brouwers en Sjef van Oekel. Men bleef binnen de territoriale wateren om niet buiten het bereik van de relaiszender te komen. De uitzending was te beluisteren in VPRO-maandag op Hilversum 1. Het onstuimige weer deed de meeste gasten naar de tabletjes tegen zeeziekte grijpen. Menigeen hing over de reling en offerde de eerst toch heerlijk smakende broodjes worst, koffie en soep hierbij aan de vissen. Om 17:00 uur legde men weer aan in de tweede binnenhaven en was de uitzending ten einde. Vanuit de Tweede Kamer werden geluiden gehoord om de oud-Veronica frequentie 538 meter toe te wijzen aan het klassiek station. Maar Harry van Doorn, toenmalige minister van CRM, voelde hier niets voor omdat de 538 niet aan Nederland was toegewezen. Mede-aanleiding Op 30 augustus 2009 ontvingen we het bericht van het overlijden van Rob Nieuwenhuizen, dit is wat Leendert Vingerling toen over hem schreef: “Na nu bekend is geworden blijkt Delmare medewerker Rob Nieuwenhuizen in 1996 door een tragisch incident om het leven te zijn gekomen. Tijdens werkzaamheden aan zijn eigen strandtent viel de ladder om en brak hij zijn nek. Hij heeft nog enige tijd in coma gelegen en is op 35 jarige leeftijd overleden. Rob liet een vrouw en dochtertje van 2 jaar na.” ‘Robbie’ had in Scheveningen een strandtent. De naam veranderde af en toe, omdat hij een sponsor overeenkomst had met een sigarettenfabrikant. Zo werd de Tivoli Beachclub ineens de Samson Beachclub. In 1980 kwam Rob bij de 'Delmare clan'. Hij had een professionele drive-in show en een radiostation in Ridderkerk (radio MEBO). Via Delmare PR man Alex Olffers kwam hij in kontakt met Gerard van Dam, die hem bij Delmare haalde. Het is indirekt aan Rob te danken dat er bij Delmare nog een vierde boot werd uitgerust. De Rotterdamse zanger Ray Statson kreeg veel airplay op zijn piratenstation, maar wilde een groter ontvangstbereik. Daarop kwam Rob met het idee om eens met Gerard van Dam te gaan praten over een zendschip. Statson´s financier Cor van der Jagt vond dat een prima idee en ging accoord met een investering van fl. 100.000,-. En zo kon het project Morgenster beginnen. Rob was een enthousiaste praatgrage medewerker die alles beet pakte. Zo deed hij enkele drive-in shows voor Delmare en was ook niet te beroerd om te klussen aan boord van de Morgenster. Foto: 1981 De Morgenster, Ray Statson druk bezig met het bekabelen van het ruim. Afrekening Leendert Vingerling hierover: “Toen we de Morgenster gingen betalen bij Jac. Vrolijk werd zanger Ray Statson (Rene Stolk) door de financier meegestuurd om te kijken of de centjes niet in de verkeerde zak belandden. Begrijpelijk, nietwaar? Ik had fl. 25.000,- aan flappen in mijn binnenzak zitten als afbetaling. Tenminste dat was het spel dat gespeeld werd. Delmare had geen cent en vertelde de financier dat de boot al was aanbetaald en er slechts een afbetaling moest worden gedaan. Ik had Vrolijk van te voren opgebeld en gezegd dat hij niet moest praten over het restant van het geld en dat we dit apart zouden regelen. Vrolijk zegde toe dit te doen. Op zaterdagmiddag belden we aan en Vrolijk deed open. In een klassiek ingerichte woonkamer werd en over koetjes en kalfjes gepraat, totdat de flapjes eindelijk op tafel kwamen. Na het geld drie keer geteld te hebben, kwam er een sigaar te voorschijn en er werd bier en jenever gedronken. Alles leek goed te gaan. Bij het afscheid nemen aan de deur vroeg Vrolijk zich nog wel even af, wanneer hij de rest van het geld kon tegemoet zien. Ik kreeg een hartverzakking en probeerde er een draai aan te geven door te zeggen dat ik nu echt weg moest en hem nog wel zou bellen. Nog geen twee honderd meter verderop pakte Statson mij bij de keel, zette me tegen de muur en pakte een mes. ‘Als je hebt gelogen over de afbetaling, dan rijg ik je aan dit mes’, zei de in razernij uitgebarste zanger. Het kostte me veel moeite om de zanger op andere gedachten te brengen en was blij dat ik na uren ouwehoeren in een kroeg weer huiswaarts kon vertrekken. Ik leefde in ieder geval nog.” Maassluis De boot werd naar Maassluis gevaren en voor onderhoud bij scheepswerf De Haas afgemeerd waar het zendklaar werd gemaakt. De oude masten werden vakkundig door Gerard van Dam weggebrand. De voormast was namelijk krom, schade die was opgelopen toen er een drijvende kraan tegen aanvoer. De achtermast, van origine aanwezig voor onder andere een gaffel en de hijsinstallatie naar de ruimen, werd herplaatst. De scheepkundige zaken die vakwerk verreisten werden door de scheepswerf verricht. Twee nieuwe hogere masten, die voorheen op de Magdalena als laad/hijsboom dienst hadden gedaan, werden op het dek geplaatst. De twee masten werden voorzien van nieuwe tuigage op dek gelast en verbonden door een vuistdikke staaldraad om het geheel een super solide constructie te geven. Ombouw Begin april 1981 zette ik samen met Thijs van Gend, een vriend uit de Weekend Muziek Radio periode, voet aan boord van de Morgenster. De NS overalls gingen weer aan en de beuk erin. We gingen aan het werk, volgens oud en beproefd recept, alleen het allernodigste werd op zijn toekomstige functie als promotieboot aangepast. Regelmatig kwamen Gerard van Dam, Gelijn van Oosten, Leendert Vingerling en zelfs een enkele keer Ray Statson langs om bij de verbouwing te helpen, ook om zo de afvaart te bespoedigen. Er werd een plukkie zware ankerspul aan boord getakeld en er werden twee stuks gloednieuwe 10 kVa generatoren in het vooronder geplaatst. Ik had nog nooit zoveel luxe meegemaakt. Het vierde Delmare project was, met zo’n gulle geldschieter in de gelederen, misschien wel ons beste project. Alles verliep zeer voorspoedig het kon dan ook niet lang uitblijven of er zou een kink in de kabel komen. Foto 1981, Jan Kat, Gerard van Dam en Ray Statson druk aan het werk in het ruim van de MV Morgenster. Antenne en zender Thijs van Gend hierover: “Eind maart 1981 werd ik door Jan Kat gebeld met het verzoek om mee te helpen bij de ombouw van de Morgenster. Nu dat was niet tegen dovemans oren gezegd ik had al eerder aangegeven, tijdens de WMR periode, te willen assisteren bij de ombouw van zo’n boot. In die tijd hield ik 'n agenda bij, de Delmare periode viel voor mij precies tussen twee stage plaatsen in kader van mijn MTS-e opleiding. Zodoende hield ik redelijk goed bij wat ik in die dagen uitspookte, dat moest ook qua uren verantwoording. In mijn agenda staat over die periode: 3 april 1981- Bij Jan Kat geweest gesproken over opknappen/inrichten van een boot. 7 april 1981- Naar Gerard van Dam in Zoetermeer, van daar naar Leendert Vingerling in Maassluis. 21 april 1981- Nogmaals ontmoeting Gerard van Dam, bij Leendert Vingerling thuis in Maassluis. In die zelfde periode, april en begin mei 1981, ben ik 'n aantal dagen op de Morgenster geweest. Ik heb overnacht bij Gerard van Dam in Zoetermeer 8 op 9 en 9 op10 mei 1981. Verder lees ik dat er op vrijdag 22 mei een Delmare-boot inbeslag genomen is. Dat moet de Morgenster zijn geweest. Ik herinner me wel dat ik daar in Zoetermeer ‘s avonds alleen in huis zat terwijl Gerard van Dam en Gelijn van Oosten opstap waren. Voelde me daar ‘s avonds best wel een beetje eenzaam en verlaten. Natuurlijk was het overdag weer flinke lol. Met Gelijn had ik weinig contact. Maar waar en hoe ik daar sliep ... geen idee meer. Die vergadering bij Leendert Vingerling thuis in Maassluis ging over hoe de antenne moest komen te hangen. En dan die eenvoudige mg-zender die geloof ik afkomstig was van een piraat uit de Veluwe.( noot Leendert: was van Hans Centen uit Enschede) Twee buizen o.i.d. op een plaat hout! Die zender zou volgens Gerard van Dam in zo'n stalen archief kast moeten komen. Of die zender er ook is gekomen weet ik niet, de vakantie was over en ik moest weer naar school.” Jan Kat: Enkele weken geleden kreeg ik een mail van Henk de Boer uit Dokkum, een radioamateur, bij die mail zat een opname van Radio Delmare zoals die bij hem thuis binnenkwam. Fantastisch dat is toch 300 km. Ik legde hem meteen het verhaal van Thijs voor, hier zijn reactie: “Man, man wat een verhaal! Je bedoelt een BC 191 zender die draaide met 2x een VT4C buis? Ja die ken ik wel, ha, ha. Met zo'n zender heb ik ook veel aan de band gezeten. Potver... ik zou graag zo eens met je willen spreken over die tijden! Iemand op de Veluwe? Zo heb ik ooit eens gesproken met De Koraalvisser. Hij vertelde me toen dat hij ook een zender aan Radio Delmare had verkocht. Jan, je kunt je niet voorstellen hoe mooi ik die oude qso-recording vind. Dus mocht je met je stofjas aan nog meer vinden, dan zou dat top zijn! Ik zal ook nog eens in mijn archief zoek of ik opnames heb van Delmare vanaf zee. Groeten uit Dokkum, Henk.” Foto: De Morgenster met twee nieuwe masten Verlinkt Gerard van Dam was hier en daar al diskjockeys en bemanning aan het ronselen. Een van hen was Hans van der Ende. Hans was een erg druk en nerveus baasje en kon verschrikkelijk veel praten. Hij werkte bij sportzaak Van Dam in Vlaardingen en had ontslag genomen. Tegen zijn baas had hij uitgebreid verteld dat hij op een nieuw zendschip ging werken, dat werd uitgerust in Maassluis. Van de Ende was zo geestdriftig dat hij ontslag op staande voet nam, maar zijn baas wilde echter dat Hans de opzegtermijn uitdiende. Zijn baas had daar zo de smoor over in dat hij de politie op de hoogte bracht. Later kwam hij nog terecht bij Omroep Vlaardingen en heeft hij voor Radio Schiedam nog eens wat jingles ingesproken. Verder was hij een tijdje stadionspeaker bij SVV. In 1994 trad hij in dienst bij RBC Roosendaal en bekleedde daar de functie van commercieel directeur. In 2005 stapte hij over naar FC Dordrecht maar niet voor lange duur, hij kon daar zijn draai niet vinden en ging weer terug naar Roosendaal. De Radio Controle Dienst hield ons daarna scherp in de gaten. Inmiddels was Mr. Pieters, de officier van justitie, ingelicht door de havenautoriteiten omtrent het vermoeden dat voormalige leden van Delmare gesignaleerd werden aan boord van een schip. De Aegir heeft ook enkele weken in de haven van Maassluis gelegen en is van daaruit na het van zijn ankers slaan, in beslag genomen. De officier gelaste een onderzoek en wij signaleerden dat er op strategische plaatsen onopvallende volkswagen Polo-tjes stonden opgesteld met steeds twee man erin. Een komisch schouwspel dat wel, men dacht, wij worden niet gezien. Steeds andere autootjes en figuren dan weer met een grote snor, dan weer met een suède jasje, kortom prototype rechercheurs. Proefvaart Op vrijdag 22 mei 1981 waren we zover gevorderd dat er onder het mom van een proefvaart, de boot Maassluis zou verlaten en richting Noordzee zou varen. Het plan was om niet ver van de oude locatie van de Aegir (nabij lichtplatvorm Goeree) voor anker te gaan en te gaan uitzenden. In plaats dat de brug werd geopend stapte de RCD met haar gevolg aan boord en werd iedereen aangehouden en voor verhoor meegenomen naar het politiebureau. De Morgenster werd in beslag genomen en kwam bij de rest van de Delmare vloot te liggen in het Entrepotdok te Rotterdam. Gerard van Dam hierover: “We hadden de havenmeester gevraagd de brug te openen en die op zijn beurt waarschuwde zijn broodheer of liever dame… vrouwe justitie. Die moest gaan uitmaken of wij snode plannen koesterden of niet. Ik stond net aan de reling om het een en ander af te geven aan boord toen er een rode Ford Taunis achter me stopte met lui erin die ik vroeger van gezicht al eerder op het politiebureau was tegengekomen. Ik besloot mijn kofferdeksel in alle rust dicht te doen en mij tactisch terug te trekken. Immers, iemand die leiding geeft wordt het eerste opgesloten om zodoende de organisatie te ontkrachten. Lesjes uit het piraten verleden nietwaar? Nog voor de heren in konden grijpen reed ik weg en besloot naar huis te gaan om per telefoon verder mijn zaakjes te regelen.” Vergissing Nu beschikte Delmare destijds over twee auto’s die identiek waren en op kenteken alleen te onderscheiden als BB-07-FN en de BB-08-FN. Natuurlijk zou justitie niet justitie zijn als ze het verkeerde kenteken hadden genoteerd. Dus werd Alex Olffers door zeven lui van de Voorburgse politie uit zijn huis gesleurd waarbij zijn moeder, die opendeed, verwondingen opliep door het overdreven ruwe optreden van de heren. Hij werd, voor verhoor, geboeid meegenomen en opgesloten. Nu moet je weten dat een vredelievender mens als Alex nog geboren moet worden en dat hij part nog deel aan onze operatie had. Hij was de ledenwerver, zorgde voor abonnees van ons blad, de goede vogel was helemaal niet op de hoogte van zaken zoals, proefvaart, radioschip etc. Door de bruuske manier van optreden had Alex geen tijd gehad om portefeuille met legitimatie bij zich te steken. Maar aan de hand van promotie (foto)materiaal, die hij bij zich droeg, constateerde de politie wel wie de echte Gerard van Dam was. Gerard van Dam treft voorbereidingen om mast voorop te verwijderen Politiebureau Gerard van Dam hierover: “Inmiddels was iedereen van boord gehaald. John Anderson, Leendert Vingerling en twee nieuwelingen in de groep, Hans van de Ende en Jock. Jock was de boy die constant aan boord was en prima zijn taak vervulde. Nog vaak denk ik terug aan hem, zo van goh…. dat gaat goed, zo’n vogel hadden we erbij moeten hebben toen we nog aan het piraten waren. De jongens werden gezamenlijk ingesloten op het bureau te Maassluis en stuk voor stuk verhoord waarbij het de anderen opviel dat Hans van de Ende niet meer terug kwam. Inmiddels werd het schip in opdracht van justitie versleept naar de entrepot haven te Rotterdam, alwaar het douane terrein is en zodoende als veilig opgeborgen onder bewaking achter zou blijven. Na de gebruikelijke zes uren vastgezeten te hebben werden de overige jongens vrijgelaten en bleek alras dat die Hans onder druk van de rechercheurs is bezweken. Onder het mom van ‘zeg net nu maar, het wordt een zendschip voor Delmare en je komt niet eerder vrij dan na enkele maanden’. Enfin, we weten hoe justitie mensen onder druk weet te zetten en dat doe je bij een 17 jarige jongen al gauw nietwaar? Hans van der Ende verklaarde dan ook, met de belofte naar huis te mogen, al spoedig ‘Ja het wordt een radioschip en ja ik word disc-jockey en we gaan liggen voor de Zeeuwse kust etc..etc’. Nu had Leen Vingerling die ochtend scheepskaarten aan boord gebracht omdat je nu eenmaal niet over zee naar Scheveningen gaat varen zonder behoorlijk materiaal van waaraf je de route kunt lezen. Dit waren zeekaarten die hij al lang in zijn bezit had, thuis lagen en daarop had hij aangetekend waar onder andere De Delmare schepen hebben gelegen. Deze kaarten werden in beslag genomen door de politie, die ze gelijk als bewijsmateriaal opvoerde met reden dat het kruisje de bestemming van de Morgenster zou worden.” Kort geding Na aanleiding van de inbeslagname besloot Ray Statson direct een kort geding tegen de Nederlandse Staat aan te spannen dat drie weken daarna diende. De rechtbank besloot daarna de zaak aan te houden tot een rechtzitting zou plaats vinden en gaf toestemming aan de eigenaar om onderhoud te verrichten aan het schip tot de zitting. In praktijk bleek dat de officier dit niet toestond en via een tweede kort geding zouden we dan de officier hierin moeten dwingen. De beroemde uithollingspolitiek is ook hier weer van toepassing. De officier vertraagd en vertraagd en intussen valt de organisatie uit elkaar. Mensen gaan inmiddels andere plannen ten uitvoer brengen en het plan met de Morgenster raakt op de achtergond. Pas na twee jaar komt de zaak voor voor de kantonrechter in Rotterdam, die weer op zijn beurt na veertien dagen vonnis wijst. Die oordeelt dat de Morgenster terecht in beslag is genomen door op hand zijnde illegale radio uitzendingen. Ray, de wettige eigenaar, besluit in hoger beroep te gaan en bereikt na een jaar dat de hogere rechtbank het vonnis vernietigt, waardoor het schip vrijgegeven wordt. De officier van justitie pruttelde nog wel wat tegen maar uiteindelijk konden we weer aan boord. Foto: Een van de 2 - 25 kVa generators aan boord van De Morgenster Ray Statson voor de rechter Op woensdag 2 juni 1982 was in Rotterdam de rechtzaak tegen Ray Statson. Die beweerde bij hoog en laag dat hij de Morgenster alleen had gekocht om er op te gaan wonen, pleziervaartjes, maar er vooral promotie activiteiten op te houden, niks geen piratenzender. Op vraag van de rechter hoe hij dat moest zien reageerde Ray dat hij in de vrije havens op het schip live-optreden voor een publiek van zo’n 80 tot 100 man zou gaan houden. Hierop moest de officier van Justitie Mr. Lo Sin Sjoe smakelijk om lachen. De ruimte op de Morgenster is vrij klein . Die 100 bezoekers zouden er liggend op stellages opgeslagen moeten worden. De officier geloofde dus niets van het verhaal. Hij meende dat aan de extra generatoren, de masten, het anker en de geluidsdichte ruimten die bij de inval werden ontdekt op te kunnen maken dat het schip als radiozender zou worden ingericht. Ray uitte herhaaldelijk zijn ongenoegen over het feit dat de boot al meer dan een jaar aan de ketting ligt: “Ik ben een broodzanger ik moet zoveel mogelijk geld verdienen, en van al dat gedoe word ik onderhand gestoord.” Rechtbank president Mr. T. Fransen reageerde fel: “Het interesseert me geen fluit of u gestoord word of niet. Het gaat er hier uitsluitend om of u bezig bent een schip als piratenzender in te richten.” De officier zag dit proces ook als een test of het beschikbaar stellen van een schip voor een bepaald doel in casu: piratenzender onder de Telegraaf en Telefoonwet valt. De rechtbank deed op woensdag 16 juni 1982 uitspraak. Ray was zijn promotieschip kwijt. De rechter sprak van verbeurd verklaring omdat zij vond dat wettig en overtuigend bewezen was dat Rene Stolk er een piratenzender op de Noordzee mee wilde exploiteren. Het directe bewijs werd vooral geleverd door de aan boord aangetroffen zeekaarten waarop de positie van de toekomstige piraat stond aangegeven. De advocaat tekende hoger beroep aan en uiteindelijk verklaarde de Hoge Raad de actie van de RCD ongegrond en werd het schip weer terug gegeven. Het OM kon niet bewijzen dat de boot op het moment van inbeslagname een zendschip was. Leendert Vingerling hierover: “De Morgenster had niets aan boord dat wettelijk in verband kon worden gebracht met een toekomstige zeezender. Er waren wel geluidarme kamertjes gemaakt en er stond een generator aan boord voor de opwekking van stroom voor de feestjes. De boot had immers als dekmantel dat het een drijvende promotieboot zou worden voor de Rotterdamse zanger Ray Statson. Als je promoot moet je voldoende stroom hebben voor muziek, de bar etc en moet je je toch rustig kunnen terugtrekken als zanger in verkleedkamertjes aan boord, nietwaar? Er was geen grammofoonplaat, geen koperdraad, geen draaitafel of zendbuis te bekennen. John en Mathijs komen even bij van het gescheur in het ruim van de Morgenster De boot had wel 15 meter hoge masten (voormalige hefbomen van de Magdalena van Mi Amigo 272) en een zeer zwaar anker. Maar dat is toch niet verboden? Als de partyboot buitengaats ligt moet het het toch kunnen ankeren? En die hoge masten waren bestemd voor verlichting en feestelijke vlaggetjes. Kortom niets aantoonbaar, wel een vermoeden. Tijdens de inval door de RCD werden ook mijn zeekaarten inbeslaggenomen. Daar stonden twee kruisjes op voor de kust van Zeeland. Justitie voerde dat op als bewijs dat het inderdaad een zendschip zou worden. Na twee jaar procederen moest Justitie zich echter neerleggen bij een nederlaag. Ze hadden onrechtmatig gehandeld en de boot moest worden teruggeven aan de eigenaar. Het Openbaar Ministerie kon niet hard maken dat de boot op moment van de inbeslagname een zendschip was. Bij de inval in 1981 wilde men de reikwijdte van de wet aftasten en wilde de RCD kijken in hoeverre een vermoeden strafbaar is. Het was als het ware een proefproces. De Morgenster werd daarna verkocht aan Haarlemmer Harry Muter, zodat de financier nog iets van zijn Fl. 120.000,- gulden terug kon vangen. Dan de veroordelingen: Ik ben verschillende malen opgepakt en verhoord. Er is één rechtszaak aangespannen, waarbij de daadwerkelijke medewerking niet kon worden hard gemaakt en er dus vrijspraak en teruggave van in beslag genomen goederen volgde.” Teruggave Pas na teruggaaf van de boot bleek na een inspectietocht aan boord hoe groot de schade van twee jaar stilliggen was geworden. Vandalen hadden het schip leeggestolen. Er was een enorme ravage aangericht, waarbij zaken als een koelkast duidelijk met een bijl aan het eind van zijn loopbaan was geholpen. De machinekamer stond vol water omdat de galan, dit is de plaats waar de schroefas het schip verlaat, steeds heviger was gaan lekken. De ruimen waren niet afgedekt en de stuurhut was ontdaan van alle ingebouwde elektronica. De rubberen dinghy’s waren uitgepakt, opgeblazen en lek gestoken, en een vletbootje was samen met de buitenboord-motoren gestolen. De generatoren, benodigd voor stroom waren door ‘ongewenste bezoekers’ van vele onderdelen ontdaan , zoals de bedieningshandel van de hoofdmotor, een dingetje van nog geen tientje, was er bruut van afgerukt. Uiteindelijk kwamen we gezamenlijk tot de conclusie dat het geen zin meer had om hiermee verder te gaan. Nautische gegevens Scheveningen 324 MV Morgenster Lengte: 41,7 meter Breedte: 7 meter Tonnage: 160 Bouwjaar: 1916 Type schip: Motorlogger Diepgang: 3.20 meter Hoofdmotor: 3 cil. Deutz (280x450) 150 pk Deutz VM 145 Gebouwd bij: A Vuijk en Zonen in Capelle Rederij: M. den Dulk en Gz. Generatoren: 2 stuks 15 kVa Bij het grof vuil Tijdens de oprichtingsbijeenkomst van de DOO op 20 augustus 1980 in Babylon te Den Haag werd het duidelijk dat Johan Rood wou doorgaan onder de naam Delmare. Hij vond dat hij recht had op de naam, omdat hij als laatste het ‘zinkend’ schip had verlaten. Gerard van Dam was het daar niet mee eens en zodoende scheidden elkanders wegen. Tijdens de vergadering verliet Johan ook de zaal. Na de affaire met het strijkijzer werd Prodihaag opgeheven en werd alles bij het grof vuil gezet. Astrid had in haar kwaadheid de ledenlijst vernietigd en het kostte Leendert Vingerling Fl. 1300,- om een advertentie in het AD te plaatsen om de zoekgeraakte Delmare leden weer op te sporen. Foto : december 1980 toen het nog 'Koek en Ei' was met de directie Twee Delmare's? In december dat jaar vielen bij de Delmare leden twee krantjes op de deurmat. Allereerst ‘De Delmare’, uitgebracht als het huisorgaan van de DOO. Later zou dit blad in ‘De Media Delmare’ worden omgedoopt. Dankzij een medewerker van de PTT in Naaldwijk werden de drukwerkjes gratis verstuurd. De Delmare kon het daardoor erg lang uithouden, want dat kunstje werd week in, week uit geflikt totdat de medewerker bij zijn baas op het matje moest komen. Bijna tegelijkertijd ontving men een tweede boekwerkje: ‘Radio Delmare doet een boekje open’. Dit was een uitgave van de Belgische organisatie rondom Johan Rood met een correspondentie adres in Antwerpen. Johan Rood had contact met ene Eddie Smit, die een circus had gekocht, Circus Barelli. Hij wilde de naam veranderen in ‘ Delmare circus’ en gaan rondtoeren door de Benelux. Op die wijze kon hij inkomsten genereren voor een nieuw Delmare project. Gerard van Dam en Leendert Vingerling hebben met verbazing naar de leeuwen en panters zitten kijken, daarna is het contact doodgebloed. Delmare Disco Festival Het kon ook niet uitblijven. Op 15 november 1980 organiseerde de Belgische Delmare club rondom Johan Rood hun Delmare Disco Festival in zaal Vita in Turnhout. Hier waren ook aanwezig René de Leeuw, Leo Vreugdenhill en Astrid de Jager met hun nog maar twee weken oude zoon Geoffrey, die zij trots aan de fans lieten zien. Delmare Road Show De zich de ‘enige en echte’ noemende Delmare organisatie. die van Gerard van Dam en Leendert Vingerling, kon natuurlijk niet achterblijven en organiseerde op 2 maart 1982 in Rilland-Bath de Delmare Road Show. Daar gaven ook Alex Olffers en Kees ‘Kaas’ Mulder en de Kapelse buurtjes van de Maalstede, acte de presence. Gerard was prominent aanwezig en geheel gekleed als ceremoniemeester. Alex Ollfers Delmare Promotiewagen Alex Ollfers Alex Olffers was Delmare's grote promotor. Met zijn auto en aanhanger vol gehangen met DOO-posters reed hij alle feestjes en partijtjes het land af. Via zijn werving werden velen lid van de Delmare organisatie. Alex was vrijgezel en woonde nog bij zijn moeder in Den Haag. Regelmatig kwam hij met zijn caravan langs in Zeeland. Hij was door de Veronica Omroep Organisatie op een vervelende manier aan de kant gezet en was hierdoor zeer gemotiveerd om voor ons aan de slag te gaan. Na overleg met Gerard van Dam deponeerde hij de merknaam Delmare bij het Nederlands octrooibureau. Gerard was intussen bedrijfsleider bij de textielwinkel Zeeman geworden en in die hoedanigheid organiseerde hij wedstrijdjes en happenings in het Winkelcentrum Leidschenhage te Leidschendam. Tijdens een die acties waren de Epivan Roadshow en de Delmare promotiewagen van Alex tegelijk in het winkelcentrum aanwezig. REVA winkeltjes In augustus 1981 traden Gerard van Dam en Gelijen in het huwelijksbootje. Het water bleef trekken. In Den Haag werd de grond hem te heet onder de voeten en vertrok hij naar Zeeland. In Kapelle kocht hij een woning aan de Maalstede. Voordat deze armetierige arbeiderswoning tot een degelijke uitvalsbasis was omgebouwd, moest er het nodige werk verzet worden. Op zolder werd er een kantoor annex drukkerij met studio gerealiseerd. Even rust nemen en de zaak in ogenschouw nemen was er niet bij. In Wemeldinge moest een oude slagerij tot tijdschriften/ kantoorartikelenzaak worden verbouwd. De daarvoor vereiste bouwvergunningen zijn nooit aangevraagd. Dat had ook geen zin, want de bouwplannen werden nooit op papier gezet of uitgewerkt. Vanwege mijn technische achtergrond maakte ik al snel deel uit van het ‘REVA ombouwteam’. Onze specialiteit was het binnen enkele weken verbouwen van Zeeuwse pandjes in ‘papier’-winkeltjes. De volgende winkel kwam in ‘s Gravenpolder en uiteindelijk werd de laatste zaak in Colijnsplaat aan de Kruisstraat gevestigd. Niet ver van de woonplaats van ene Henssen. Waar kende ik die naam ook alweer van? Enfin de cirkel was rond. Een klusje dat Gerard van Dam bij elke winkel zelf deed was het aanbrengen, in plakletters, van de winkelnaam ‘REVA’. De afkorting REVA stond voor Reactor Vat ( Kerncentrale Borssele ligt namelijk vlakbij). Het stulpje aan de Maalstede groeide uit tot een zoete inval. Ieder weekend werd de deur platgelopen door oude maar ook nieuwe Delmare medewerkers. Heel gastvrij werd men altijd onthaald en ze moesten ook allemaal mee-eten. In 1987 was het over en uit. Gemeentes gingen steeds lastiger doen en toen uiteindelijk de bodem van de schatkist in zicht kwam, klopten ook de banken aan de deur. Alle zaakjes werden verkocht, Gerard van Dam en Gelijn van Oosten gingen definitief uit elkaar en Gerard verdween uit Nederland. Later in 1990 werd ik door hem benaderd vanuit Malta. Daar was hij een reisbureau begonnen: Tourist-Plan. En was hij ook opnieuw getrouwd. Enfin zo ging dat maar door. Foto: 1985, Gerard van Dam brengt de naam op de winkelruit ten behoeve van de opening Het faillissement Een tekenend verhaal over Gerard’s financiële escapades is dit: De WIR (Wet op de Investerings Rekening) stelde investeerders in staat een deel van hun geïnvesteerd vermogen weer van de staat terug te krijgen. Deze wet was in de slappe jaren zeventig door de regering in het leven geroepen om investeringen in de economie te stimuleren. Gerard rekende in 1981, op zo’n teruggave. Zijn boekhouder had uitgerekend dat hij op zo’n fl 30.000,- kon rekenen. Als voorschot hierop werden er drie nieuwe witte Datsuns aangeschaft. Waarvan er een als Delmare-promotie wagen voor Alex Olffers bestemd was. Het wachten op de blauwe enveloppe leek oneindig lang te duren, maar op een zaterdagochtend, ik zal het niet snel vergeten, lag die op de deurmat. Hoe groot was de teleurstelling maar zeker ook de woede toen bleek dat het, door hem, terug te ontvangen bedrag was verrekend met een bedrag wat nog uit 1975 openstond. Je begrijpt het al, zijn faillissement van toen werd hem nu fataal. Hier had hij helemaal geen rekening mee gehouden. De belastingdienst echter wel. Publiciteit Na de inval op de Aegir in Scheveningen konden we op een warme belangstelling rekenen van de schrijvende pers. Henk Langerak van het Algemeen Dagblad en Bert van Voorthuizen van de Telegraaf schreven met vaste regelmaat over ons. Of het nu positief dan wel negatief verhaal was, het kon ons niet veel schelen als er maar over Delmare werd geschreven. Al deze media aandacht leidde er vaak toe dat wij door lieden van verschillende pluimage werden benaderd met hun zeezender plannen. Zeker wanneer met een bundel geld of een attachékoffertje vol met buitenlandse valuta werd gezwaaid, kon men al snel rekenen op de interesse van Gerard van Dam. Danny Vuylsteke, via hem kwamen we in contact met Johan Rood. Danny Vuylsteke was zo’n aardig goed gevulde Belg, maar zo link als een loden deur. Hij zou en moest geld steken in Delmare. Met zijn geld is de Aegir na de kaalslag van de RCD, weer vol gestouwd met apparatuur en zenders. Er zou nog een hele rij van dit soort duistere lieden volgen. De een na de ander werd door ons van zijn pecunia afgeholpen. Het leidde er wel eens toe dat Gerard van Dam zich beter een tijdje niet in een bepaalde buurt of wijk kon vertonen. Justitie en Delmare Justitie heeft van begin af aan de situatie rondom Delmare verkeerd ingeschat. Het Openbaar Ministerie dacht, net als indertijd bij Radio Veronica, met een professionele nette organisatie te maken te hebben. Men verwachtte niet dat wij na iedere knock-out toch weer vlot zouden opkrabbelen en enige tijd later op een onverwachte plaats iets zouden uithalen. Zulks een brutale verrassingstactiek hadden ze niet verwacht. Het is vaak aan ons soms naïeve en amateuristische optreden te wijten dat wij in handen van de overheid vielen. Maar door ons flexibele optreden konden wij vrij vlot van boot veranderen. Het ombouwen van de vissersboten was al een routineklus geworden, een telefoontje van Gerard van Dam en ik wist mijn reisdoel en missie. Vergeleken met de Aegir, waar veel geld en tijd is ingestoken, werden latere projecten à la de lopende band afgewerkt. Het werd steeds meer, zoals oom Bull het kort en plastisch zei, scheepje kopen, zendertje plaatsen, plaatje draaien en geld verdienen. In een van de eerste reacties na de inval op de Aegir in Scheveningen reageerde officier van Justitie Mr. Pieters dat deze alleen geïnteresseerd was in de grote vissen, de financiële mensen achter de organisatie. De kleintjes liet hij snel weer gaan. Bij de inval op de Aegir heeft justitie, onze gehele administratie meegenomen. Als men toen wat nauwkeuriger had gekeken, wist men hoe de vork in de steel zat. Voor ons en onze sponsors deden zij dit gelukkig niet. Dat de Aegir niet meteen aan de ketting kwam te liggen was een hele grote meevaller. Het stelde ons in staat de contacten, die we door alle publiciteit hadden opgedaan, te gelde te maken. Dat justitie het overzicht in de zaak geheel kwijt was, bleek uit de grootste aanfluiting en dat was natuurlijk het treuzelen om de aandeelhouders van de Aegir voor de rechter te brengen. Wat gelukkig voor ons als verdachten, na vijf jaar wachten, uitmondde in vrijspraak. Anekdote: Mr. Pieters woonde net zoals ik in Hilversum. Een lange periode deelden wij 's ochtends dezelfde trein. Wanneer wij ons dan toevallig op het perron ontmoette, knikte hij zeer minzaam in mijn richting en reageerde ik daarop met een brede glimlach. De Aegir voor de kust van Scheveningen Slotwoord Al met al heeft het Delmare avontuur, waarvan ik samen met Gerard van Dam een van de initiatiefnemers ben geweest, mij en anderen, veel geld gekost. En dan heb ik het nog niet over de ingeleverde apparatuur, banden en grammofoonplaten. Toch kijk ik niet in wrok om. Anderen zijn beschadigder uit de strijd gekomen. Voor velen waren we ‘klein duimpje’ van de zeezenders. Wat eigenlijk niemand meer voor mogelijk hield, na de inwerkingtreding van de anti-piraten wetten, deden wij toch maar. We ontvingen veel steunbetuigingen en velen droegen ons een warm hart toe. Het afscheid van Radio Veronica en Noordzee enkele jaren daarvoor stond een ieder nog in het geheugen gegrift. De inval op de Aegir trof velen als een donderslag bij heldere hemel. Daarna drie jaar lang doken we op de gekste ogenblikken op in de media. Chronisch geld gebrek heeft ons iedere keer voor problemen gesteld. Het beetje geld dat binnen kwam, werd meestal direct besteed aan rubberboten, zenders en voedsel. Voor belangrijkere zaken zoals een salaris, goed ankerspul en een degelijke bevoorrading bleef niets over.. Het eeuwige geldgebrek leidde tot de ondergang van radio Delmare. Een apart onderdeel vormt het hoofdstuk partnerruil. Deze affaire heeft er uiteindelijk toe geleid, dat het laatste beetje cement dat de Delmare organisatie bij elkaar hield werd weggespoeld en deed instorten. Klein maar Dapper De stille kracht van onze organisatie, werd al die jaren gevormd door een kleine groep fanatieke volhouders. Geholpen door hun individuele talenten wisten zij elke tegenslag, met hun volle inzet te pareren. De kracht van de zender lag eigenlijk in de kleinschaligheid onder de zeer geestdriftige inzet en bezielende leiding van Gerard van Dam. Ten slotte Uiteindelijk heeft de bevalling van dit laatste Delmare deel langere geduurt dan ik verwacht had. Een jaar lang, maandelijks, mijn ware verhaal vertellen heeft een schat aan nieuwe documentatie en informatie opgeleverd. Toen ik in januari van dit jaar hiermee startte had ik niet gedacht dat mij dit zoveel tijd en energie zou gaan kosten. Ik heb dat zwaar onderschat. Maar alle response en hernieuwde kontakten met veel oud medewerkers vergoeden dit ruimschoots. Ook moest er wel eens een traantje weggepinkt worden wanneer een doodsbericht werd ontvangen. Eigenlijk wilde ik, na het slot, stoppen met de weblog. Maar er zijn nog veel verhalen niet verteld. Zeker van dj's zoals Peter van der Holst, Ronald van der Vlught, René de Leeuw, Kees ‘Kaas Mulder’, Ronald Bakker en Johan Rood, om een paar te noemen. En natuurlijk Gerard’s eigen verhaal. Dus zolang er oud Delmare nieuws is zet ik dit log voort. Mocht ik op den duur toch besluiten te stoppen dan hevelen we de informtie over naar een zeezender website. Hierbij wil ik speciaal Marjo en Leendert Vingerling bedanken voor de ondersteuning en bijdragen en een hele berg foto's. Het Delmare boek zal er wel komen, maar het moet geen 10 à 15 jaar meer duren, want dan zijn de meeste zeezenderoudjes op. Ook Jan Paparazzi bedankt voor het ter beschikking stellen van je Delmare audiomateriaal. Evenals Jan Kruidenier voor de foto's en Delmare audioarchief. En ten slotte Wim van de Water van de website Mediapages.nl, die ons het hele jaar heeft gepromoot. Voor nu stop ik even. Met vriendelijke groet Jan Kat vorige - 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 - 10 - 11 - 12 - 13 - 14 - volgende
  2. De Laakhaven in Den Haag In Den Haag kwamen we te liggen aan de Neherkade tegenover de Sociale Dienst. Hier werd de verbouwing tot zendschip pas echt goed ter hand genomen. Fred van Dijk en Peter van Zetten waren doordeweeks volop in het ruim bezig terwijl Gerard van Dam en Astrid de Jager via Randstad uitzendbureau aan het werk waren. Door hun tijdelijk werk wisten zij aan het nodige huishoudgeld te komen om onder andere de hongerige magen te vullen en ook nog kleine investeringen in de boot te doen. Astrid de Jager heeft een hele lange tijd gewerkt bij H. van der Heijden Import in Den Haag. Zij was de rechterhand van directeur Schipper. Toen uur U(itvaren) daar was vond ze het ook heel vervelend om haar job op te zeggen. Maar zoals ze mij schreef: “Dat heb ik toen uit liefde voor Gerard gedaan en niet omdat ik zo graag aan het piraten was”. Dinsdags was grofvuil dag. De avond ervoor togen de nachtsterren met Hoesj-Hoesj de wijk in. Alles wat bruikbaar was werd meegenomen. Wat de mensen al niet weggooiden. Zo zijn er heel wat stoelen, fauteuils en bankstellen aan boord gehesen en zo een tweede leven begonnen. Foto: MV Aegir gelegen tegenover de ingang van de Sociale Dienst Den Haag Toen eenmaal de studio's aan boord af waren konden we beginnen met het opnemen van de programma's. Een ieder nam zijn eigen lp's en singles mee aan boord. Bij elkaar hadden we in totaal zo'n 2000 platen. Alles werd door Astrid de Jager gerubriceerd en genummerd. Leuk detail: aan de lettercombinatie voorafgaand aan het nummer wist je wie de eigenaar was geweest. De top 1000 zou de basis vormen van de eerste uitzendweek. We zouden deze uren vanaf band de ether in sturen zodat we de handen vrij hadden bij opkomend onheil of kinderziekten. Otto Weber alias Ricky Klein had in de nachturen op WMR een uurtje toebedeeld gekregen. In zijn programma draaide hij ook een deel van de top 1000. In een recent schrijven na aanleiding van dit boek verteld hij dat er al zo'n 250 uur op Shamrock band was gezet, maar dat ‘tandjes’ deze gewist heeft en zijn eigen programma er overheen heeft opgenomen. Peter van Zetten: “Ja, ik maakte ook programma's onder de naam Peter Verstraeten. Twee uur tussen de middag ‘de Peter Beterham’. Maar ik was vooral bezig met productiewerk het maken van promo's, reclames en jingles”. WMR programma-opnamen In het eerste kwartaal van 1978 waren aan boord van de MV Aegir twee studio's gerealiseerd. Om in de eerste uitzendweek de handen zoveel mogelijk vrij te hebben werd besloten alvast een week aan programma-uren op band op te nemen. Tijdens de verbouwingswerkzaamheden doken we om beurten de studio in om de WMR Top 1000 van de laatste drie jaar op te nemen. Er moest zo'n 250 uur op band gezet worden. Shamrockband per 10 tal kochten we in en van 2 stuks, ieder zo'n 450 meter (anderhalf uur), maakten we weer een uur band van. Alle diskjockeys hadden hun platenverzamelingen mee aan boord gebracht. Alle platen waren geïndexeerd door Astrid de Jager en hadden een uniek nummer, voor het nummer stonden de initialen van de eigenaar. Steph Willemsen en Fietje van Donselaar Hoe raakte Steph Willemsen en Fietje van Donselaar betrokken bij Radio Delmare? Eind 1977 vond Gerard van Dam het wel een goede gedachte om de basis van de toen nog WMR organisatie te verbreden en contact te zoeken met Steph en Fietje. Op woensdag 28 december 1977 werd er in het Kenaupark te Haarlem een bijeenkomst belegd om te kijken of beide partijen tot samenwerking konden komen. Hieronder de agenda, Een vervolg zou op 25 januari 1978 plaatsvinden. Uiteindelijke besloten beide partijen om te gaan samenwerken. Steph Willemsen bracht zijn zender in en kreeg een plaats in de organisatie. De organisatie Gerard van Dam werkte tijdens de periode dat de MV Aegir aan de Neherkade lag als uitzendkracht, onder andere bij het ministerie van OCMW. Hier kreeg hij genoeg tijd en vrijheid om een gedegen landorganisatie uit te knobbelen en op het (kringloop) papier uit te typen. In totaal heeft hij van zeven functies een taakomschrijving gemaakt. Het leven aan boord Achterin, benedendeks bij de MV Aegir, zaten origineel de vertrekken van de kapitein en stuurman met daar aangrenzend hun slaapvertrekken. Het zag er daardoor heel hokkerig en benauwd uit. Het eerste wat wij sloopten was de scheidingswand tussen beide kamers. In een klap werd alles groter en overzichtelijker. Aansluitend naast de gang creëerden we een kleine keuken zodat we niet voor elk wissewasje naar de kombuis moesten. In de gang naar de stuurhut zat het toilet met handpomp voor het spoelwater. Via de bovenlichten op het achterdek werd het meubilair naar binnen gehesen. Tegen de wand aan werd een geriefelijke bank en enkele fauteuils neergezet. Op de kop van het buffet in de keuken kwam een lange eettafel te staan. Astrid de Jager zorgde voor de aankleding van het geheel. Centraal in de woonkamer stond de TV, want na gedane arbeid is het goed rusten. Van de twee slaapkamers sliepen Gerard van Dam en Astrid de Jager in de grootste en ik in de weekends in de kleinere ernaast. Vrijdagavond zette ik voet aan boord. Meestal nam ik een tas vol met onderdelen mee. De moertjes, boutjes en spijkers kwamen uit de kijkgrijp van het magazijn van mijn werkgever. Op maandagochtend zette Gerard van Dam mij weer op de trein richting Amsterdam. Zaterdagochtend was keukenprinses Astrid de Jager al vroeg op. Dan werden we gewekt door de geur van bangers, beans en gebakken ei met spek. Dit ieder weekend terugkomend ritueel deed Gerard watertanden. Het smaakte heerlijk, je kon de bemanning buiten horen schranzen. De rest van de dag was het slopen, timmeren of schilderen en als ik het helemaal zat was dook ik de studio in en nam enkele programma's op. Na een half jaar was de verbouwing aardig opgeschoten er bevonden zich in het ruim twee studio's, drie slaapkamers, een generator hok en een zenderruimte. Al een lange tijd had Gerard van Dam regelmatig last van zijn gebit. Brak er niet iets af dan was er wel iets aan het ontsteken. Een tandarts had hij al jaren niet meer bezocht, de laatste sanering was van 10 jaar terug. Als het dan gierend van de pijn uit de hand liep bezocht hij in de weekends de dienstdoende tandarts en verdween weer. Aan boord hadden we het dan gekscherend over ‘tandjes’ Gerard. Het zijn ook die tandjes geweest die hem in de behandelstoel van tandtechnieker Bert van Wijk deed belanden. Zondagsmiddags was het een komen en gaan van cliënten van de soos die hun weekbriefjes in de brievenbus deponeerden. Op de kade stond voor de schippers een waterkraan. Iedere zaterdagochtend stond het er zwart van de auto´s, dan moesten al die huisvaders de heilige koe wassen. Mij is deze tijd bijgebleven als de leukste in mijn toen nog jonge leven. Foto: Gerard van Dam en Fred van Dijk in overalls van een grote vervoersonderneming De stroomvoorziening De stroomvoorziening aan boord werd in eerste instantie verzorgd door accu's. We konden de scheepsgenerator niet aanzetten, dat gaf te veel geluidsoverlast voor de buurt. Gerard van Dam had op een werf in Ridderkerk voor fl. 2000,00 een generator aangeschaft van het merk Ruggerini, 220 volt 2.5 kW. Met de ‘Hoesj Hoesj’ hebben we hem in onderdelen opgehaald en aan boord, in het oude bemanningsverblijf voorop het schip, weer in elkaar gezet. Nadat we ons kind op de bekabeling hadden aangesloten startten we het apparaat en kwam het moeizaam op gang. Na een een uur viel opeens de spanning weg en zaten we in het donker. Aan dat stukje Italiaans vernuft hebben we nog veel moeten sleutelen. Een voordeel gaf het wel, je bleef er lekker warm bij. Naast de MV Aegir lag een beurtscheepje dat bewoond werd door een kunstenaars stel, Erik en Gerda. Zij hadden met behulp van de toen geldende BKR (Regeling Beeldend Kunstenaar) het oude scheepje aangeschaft dat nu dienst deed als hun drijvend atelier. Gerard van Dam had middels het ‘kopje suiker lenen buurvrouw’ al snel contact gelegd en was tijdens een rondleiding over hun schip op een Demag generator gestuit. Door het lage toerental liep de motor bijna geruisloos. De aangekoppelde generator produceerde 220/380 Volt in 3 fasen met zo'n 16 kW aan elektrisch vermogen. Prima instrumentje, stond alleen op de verkeerde boot. Na wat weken inpraten verhuisde de machine naar de MV Aegir. Voorin naast de toekomstige zendkamer werd de Demag op oude autobanden geïnstalleerd. We hebben er nog veel gemak van gehad, hij heeft ons nooit in de steek gelaten. Masten op de MV Aegir Voor het aanschaffen en plaatsen van de antennemasten was ons budget ook weer beperkt. Waar kan je voor weinig toch aan goed materiaal komen? Op de Haagse gemeentewerf lagen oude afgedankte lichtmasten. Ook een stel extra lange palen, die voorheen ooit dienst hadden gedaan langs de A4. Voor fl 150,00 waren ze ons. De chauffeur die ze kwam brengen wou ze voor een fles jenever wel in de door Gerard van Dam uitgesneden gaten plaatsen. Het lichtste en jongste bemanningslid, Peter(tje), moest de mast in om onder andere het toplicht te plaatsen, de tuien te bevestigen en alvast de antennebekabeling aan te brengen. Het autopark Een hoofdstuk apart vormt het transport en de auto's die Gerard van Dam tijdens ons avontuur heeft versleten. Er werd van auto gewisseld alsof het een stel sokken betrof. Het begon met een groene Ford Taunus met imperiaal erop. Die Ford gebruikte we voor het vervoer tussen Den Haag en Colijnsplaat. We reden met houten balken naar Zeeland, de spijkers waren dwars door het dak geslagen. Hierdoor lag ie lekker vast op de weg. Op de avond dat de MV Aegir stiekem uit Colijnsplaat verdween zou ik de Taunus voor Gerard naar Den Haag rijden. Op die bewuste avond hebben we alle bezittingen van Henssen op zijn tweede bootje overgezet. Daar zat onder andere ook de drankvoorraad bij. Iedere keer als ik weer een doos met flessen had overgezet nam ik een paar slokjes, mezelf moed indrinkend. Aan het einde van de avond stond ik hierdoor niet zo stevig meer op mijn voeten. Dit merkte ik zeker toen ik achter Otto Weber aanreed richting Hilversum. De tank was ook zo goed als leeg en vindt midden in de nacht maar in Goes een benzinepomp die open is. Ik heb de auto in de buurt van het station neergezet, met de gedachte die haal ik na het weekend wel op en ben met Otto Weber naar huis gereden. Het was een koude maandagochtend toen ik in Goes weer in de Taunus stapte. Na enige mislukte pogingen het ding te starten sloeg de motor gelukkig op het laatste beetje accuspanning aan. Bij het minste geringste gas geven kwam onder de auto een onheilspellend geluid vandaan. Het bleek dat een groot deel van de uitlaat was verdwenen. Even buiten Goes, bij de afslag naar de Zeelandbrug, stond een motoragent het verkeer te observeren. Zachtjes uitrijdend op de motor, om zo weinig mogelijk de aandacht te trekken, nam ik de bocht richting brug. In eerste instantie leek mijn truc te slagen echter al snel dook de agent in mijn achterspiegeltje op. Naast mij gekomen wenkte hij dat ik aan de kant moest. Nadat hij om en onder de auto had gekeken oordeelde hij dat het beestje rijp voor de sloop was en er geen meter meer mee mocht worden gereden. Op het politiebureau kreeg ik een vrijwaringsbewijs en ben met de trein huiswaarts gekeerd. Einde Ford Taunus. Foto: veel van de bouwmaterialen voor de MV Aegir werden aangevoerd met onze Hoesj-Hoesj Daarna werd voor 200 gulden een vijfdehands Subaru aangeschaft. Die Rode Japanner reed een stuk zuiniger. Peter van Zetten noemde hem de Hoesj-Hoesj. Wat we er allemaal niet mee hebben vervoerd of ingepropt? Hout, meubilair, vloerbedekking, alles ging op het dak. Pvc-pijp, lange buizen ect. Dat werd aan de onderkant bevestigd, vastgemaakt aan de bumpers en zo richting Neherkade. Hierna hebben we een tijdje met de blauwe Mercedes 200 SEL van ma Van Dam gereden. Nadeel van die bak was dat hij veel benzine zoop. Zelf zat moeder nog weinig achter het stuur, ze liet zich graag door zoonlief rijden, maar als het moest stond zij haar mannetje. Zo ook tijdens een ruzie tussen haar en een van Gerards vriendinnen. Het bekvechten hield maar niet op. Om beide dames toch stil te krijgen gaf Gerard van Dam vol gas. Met ware doodsverachting, alle verkeerslichten negerend, ging het met een vaartje van 160 km dwars door het centrum van Den Haag. Dat hielp, het werd muisstil achterin. Opslag van de zenders Mevrouw Van Dam woonde aan de Roggekamp in de wijk Mariahoeve te Den Haag. Daar bezat ze een appartement met kelderbox. Gerard van Dam had bij Kwakkelstein in Vlaardingen twee dumpzenders gekocht (type: Collins 400 watt) en beiden exemplaren in de kelderbox neergezet. Ze waren in erbarmelijke staat en moesten worden opgeknapt. Peter van Zetten hierover: “Bob Noakes een Engelse diskjockey en zendertechnicus uit de Radio Noordzee tijd, werd naar Nederland gehaald samen met een vrachtwagen vol sloopzenders die als elektroschroot de grens over mochten. Deze techneut moest voor een schamel loontje de zenders weer van een nieuw interieur voorzien en met behulp van onderdelen uit deze lijken werden de zenders weer werkend gemaakt. Ontbrekende onderdelen waaronder de zendbuizen werden op de dump gekocht. Ma Van Dam voorzag hem dagelijks van eten en drinken. Tussen het stappen en drinken door ontfermde hij zich in zijn nuchtere perioden over de zenders. Het werd een gebed zonder eind. Uiteindelijk waren de zenders klaar en moesten getest worden.” Fred van Dijk: “Ja dat testen weet ik nog als de dag van gisteren. Volgens mij hadden we de krachtstroom van moe Van Dam naar beneden doorgetrokken. De kelder was helblauw verlicht door de buizen van de zenders. We hadden flinke lengtes installatiedraad onder de balkons over de volledige lengte van de flat gemonteerd. Tijdens het tunen van de zenders was het FEEST als we de optimale instelling hadden gevonden. Hele Flat zonder TV, TL balken gingen op de portieken spontaan branden, kortom dat was echt lachen....!” Peter van Zetten verder: “Deze test uitzendingen werden in een groot deel van Nederland ontvangen. Via onze postbus stroomden de reacties binnen. Mensen uit het hele land stuurden spullen en studio onderdelen, maar ook complete zenders kwamen onze kant op. De kelder heeft nog vaak dienst gedaan als parkeerplaats voor de zenders. Astrid de Jager en ik hebben heel wat afgevloekt als zo'n apparaat moest worden verplaatst. Het bovenste deel, de tuningset, was nog wel met enkele mensen te tillen, maar het onderste voedingsdeel woog 160 kg, dat was een gotspe. Velen jaren later stonden de sleepsporen nog gegrift in het tegelpad naar de kelder. We bezaten nog een tweede onderkomen. In Utrecht had mijn vader een garagebox. Omdat deze nogal een eind van het huis af lag stonden er alleen maar fietsen en wat lege dozen in. De autoriteiten hadden door hun eerdere besognes met Delmare een aardig inzicht gekregen hoe wij werkten. Tijdens een nieuwe poging zenders aan boord te krijgen, kwam Gerard van Dam er tijdig achter dat de RCD hem bij de grens stond op te wachten. Hij bracht mij hiervan op de hoogte en ik stelde voor de zenders in de garage onder te brengen. Via een omweg zijn ze in Utrecht terechtgekomen. Nadat de kust veilig was zijn ze later die week 's nacht opgehaald en aan boord gebracht.” Opmerking Jan Kat: Vrij recent ben ik erachter gekomen hoe het nu echt in elkaar zat. De zendertechnicus die hierboven bedoeld werd was Bob Noakes. In een oude Free Radio Magazine uit september 1985 stond een interview wat de Stichting Media Communicatie met hem had en daar werd het volgende over geschreven: Over Gerard van Dam: “In 1975 werd ik benaderd door Gerard van Dam. Hij vroeg me toen of ik een zender van hem zou kunnen repareren. Die stond bij zijn moeder in de Mariahoeve in Voorburg. Iedereen waarschuwde me meteen: pas op voor Van Dam. Ik wist echter ook dat men elkaar in deze business voor rotte vis uitmaakte. Ik sprak met Van Dam af dat hij een bepaalde som per week zou betalen. Ik moest elke dag van Amsterdam naar Den Haag reizen. Na een week pendelen was de zender klaar. Toen ben ik samen met Gerard naar Engeland gegaan en hebben daar een tweede zender gekocht. Helaas: Ik was net weg, toen de hele boel in beslag werd genomen.” Bob Noakes verder: “In 1980 zat ik in Zeeland. Ik deed een klus voor het ministerie van Defensie. Ik moest de hele installatie van de vuurtoren van Haamstede vernieuwen. Nieuwe radar, elektra, telefoon, zendinstallatie enz. In die tijd las ik het een en ander over Radio Delmare. Het schip was van zijn ankers geslagen en zijn bewegingen werden vanuit de vuurtoren, waarin ik werkte gepeild. In Stellendam is nog zo'n vuurtoren, een vrij moderne. Daar waren ze ook al aan het peilen. Ze hadden een zeekaart aan de muur gehangen en een sterretje aangegeven. Daarnaast stond geschreven ‘Delmare’. Ik had al een paar uitzendingen opgevangen en toen ik Delmare op drift zag geraken vanuit mijn vuurtoren, heb ik Jose Debels van het Free Radio Magazine gebeld en gemeld, dat het schip binnen territoriale wateren lag. Het duurde nog drie dagen eer de politie ingreep. Eigenlijk was Delmare te min voor hen en hadden ze het liefst gewild dat het schip op eigen kracht weer naar volle zee ging.” Volgens mij verwart Bob Noakes hier de Magdalena met de MV Aegir II (De Martina). Samenwerken met Steph Willemsen en Fietje van Donselaar In 1973 was Gerard van Dam nauw betrokken geweest bij het tot stand komen van Radio Atlantis. Hij was de schakel tussen Adriaan van Landschoot en Steph Willemsen. Steph was toentertijd bezig zijn eigen ‘radio domineepiraat’ Radio Condor vanaf de Zondaxonagon, voor de kust van Zandvoort, gestalte te doen geven. Maar door de knullige opzet van het geheel mislukte dit keer op keer. Na het zoveelste debacle heeft Steph de boot, via een truc, verkocht aan van Lanschoot. Om de basis van de WMR-organisatie breder en degelijker te maken had Gerard van Dam contact gezocht met Steph Willemsen en Fietje van Donselaar. Op woensdagavond 28 december 1977 was er in het Kenaupark te Haarlem een vergadering belegd tussen de Aegir clan, Steph Willemsen en Fietje van Donselaar om de mogelijkheid tot samenwerking te bespreken. Uiteindelijk werd de samenwerking beklonken met een goed glas gerstenat. Hierna kwam de taak verdeling binnen de nieuwe organisatie ter sprake. Als Randstad uitzendkracht had Gerard van Dam enige tijd gewerkt op het ministerie van OCMW. In de baas zijn tijd had hij de logistieke opbouw van de organisatie aan land maar ook aan boord, uitgetypt. Bij elkaar een behoorlijk boekwerkje dat onder andere bestond uit diverse bevoorradingslijsten met codering. Op het nu zwaar vergeelde kringloop papier waren een zevental taakomschrijvingen uitgewerkt die waren opgebouwd uit zo'n 10 punten. Hierin waren beschreven de werkzaamheden en verantwoordelijkheden voor een ieder. De organisatie Gerard van Dam werkte tijdens de periode dat de MV Aegir aan de Neherkade lag als uitzendkracht, onder andere bij het ministerie van OCMW. Hier kreeg hij genoeg tijd en vrijheid om een gedegen landorganisatie uit te knobbelen en op het kringloop papier uit te typen. In totaal heeft hij van zeven functies een taakomschrijving gemaakt. De zender van Steph Willemsen De linkerkast was de zelfbouwzender van Steph Willemsen (zie foto). We hebben er echt nooit een signaal uitgekregen. Op de grond zittend tuurt Fred Bosman (1e zendtechneut) ietwat verwonderd naar het zenderschema. Hoe moest dat ooit gaan werken was zijn eerste kreet. Iets wat we niet konden zeggen van de twee bedrijfszenders van Gerard van Dam. Dezelfde avond werden ze nog getest. Leuk detail: zie onze alternatieve veldsterktemeter de Tl-buis links op de foto. Hieronder nog enkele strofen uit het 'Handboek der Zoutwater Piraat' De M stond voor master! V voor voedsel. Dit was toebedeeld aan Otto (Weber?), onze ‘kok’. Hij was verantwoordelijk voor het voedsel, huisraad en keukenbenodigdheden. Hier enkele punten waaraan de MV zich moest houden. Tenminste een maal per maand is het de MV gehouden om al de TB formulieren aan de MO ter hand te stellen om een maandelijkse boekhoudkundige afronding te creëren. Met de MS werd Steph Willemsen bedoeld. De MS heeft zijn basis aan land (heel verstandig). De hoofdtaak van de MS is het contact onderhouden tussen wal en schip, het noteren van vragen en overlegd zaken, deze dan bij de juiste diensten doorgeven of ze zelf behandelen. Gerard van Dam beschreef zijn functie onder ML (Leider?). De ML heeft zijn taak aan boord. Alle zaken die geregeld worden aan boord vallen onder de verantwoording van de ML. Hij houdt regelmatig contact met de MS via de daarvoor gestelde kan,alen. Besteld en verzoekt zaken aan de ML of diens vervanger. Kortom, samen met de MS een algeheel organiseren de taak. Met MA werd Astrid de Jager bedoeld. De MA houdt een schaduw boekhouding alsmede een schaduw kasboek bij in samenwerking met de MO en MG. De MA verzorgt alle administratieve handelingen inzake het verkeer tussen wal en schip vanuit de richting schip. De MA verzameld alle aan haar toegezonden correspondentie, copien, memo's en spotlijsten etc etc etc... De MG Geld (mijn persoon) deed het kasbeheer. Hier schreef Gerard van Dam over: de verzorging en uitvoering van het geldbeheer, de stortingen en ontvangsten, controle op het geld en goederenverkeer aan land. Van de MR sprong punt 13 in het oog: een goede vriend houdt altijd zijn strijd makker in het oog. Nog enkele afkortingen MP = programma beheer MR = zijn de technici aan boord (Fred van Dijk en Peter van Zetten) MG = kasbeheer en controle, aanschaf en geldverkeer. COL= coördinatie in het algemeen Hieronder enkele van de 27 lijsten 1 Voedselvoorziening. 2 Huishoudelijke schoonmaakartikelen. 5 Oliën en vetten. 6 Kantoorbehoeften. 11 Alcoholische dranken. 12 Rookwaren. 13 Kleding-schoeisel. 21 Reddingsmiddelen. 27 Keukenbenodigdheden. Gerard van Dam’s slotzin was als volgt: "Alle voornoemde titels worden gebruikt in de schrijf en spreektaal om identiteitsherkenning te voorkomen. Een ieder is het gehouden zich binnen die taakomschrijving te begeven om het een en ander goed te laten functioneren". Foto: 11 juni 1978, proefdraaien hoofdmotor MV Aegir, de dag voordat we naar Scheveningen varen Omvaren naar Scheveningen Op maandag 5 juni 1978 werd de MV Aegir van de Neherkade om Den Haag omgevaren naar Scheveningen. Binnendoor zou dit hemelsbreed een uurtje varen geweest zijn, maar deze mogelijkheid was al jaren geleden afgedamd. De enige vaarroute was over de Vliet richting Delft, dan naar Rotterdam en via open zee naar Scheveningen. Tijdens deze tocht waren Steph Willemsen, Fietje van Donselaar en Junior (zoon van Steph) onze gasten. Wat ik mij hiervan herinner is dat Steph mank liep, zijn rechtervoet zat in verband, en tijdens het lopen werd hij ondersteund door Fietje. Ik vernam van haar dat hij vanwege diabetische ziekte hieraan geopereerd was en dat ook zijn gezichtsvermogen was aangetast. Voor dag en dauw waren we opgestaan om bijtijds de trossen los te gooien. Alles zat strak in de verf en zag er gelikt uit. Niets zou een vlotte vaart in de weg staan, Petertje voorop de boot. Hier varen we net weg en wordt de eerste brug ‘genomen’ de brugopeningen werden medebepaald door het verkeersaanbod tussen 07:00 en 09:00 uur werd er niet gedraaid 22 bruggen en sluizen Om open zee te bereiken moesten zo'n 22 bruggen en sluizen genomen worden. Het was dezelfde route als de heenreis uit Zeeland, met dit verschil dat we na het verlaten van de Nieuwe Waterweg rechtsaf sloegen. We konden dan vanaf zee de haven van Scheveningen binnenvaren om zo de werf te bereiken. Het weer werkte aardig mee, het waaide wel maar het zonnetje verwarmde de omgeving al aardig. We waren ook zeer benieuwd hoe ons scheepje zich zou gedragen nu we de stuurkettingen hadden ingenomen en naast het rechtdoor varen ook in het bochtenwerk goed te hanteren zou zijn. Na de tweede brug moest er een scherpe bocht worden gemaakt, onze roerganger had een en ander iets te ruim ingeschat zodat we met de achtersteven, dwars door een hek, boven het midden van een achtertuin zweefden. De bewoners waren gelukkig niet thuis maar een hengelaar op de andere oever schreeuwde ons de nodige verwensingen toe. In volle kracht kwamen we weer los uit het tuintje. Onze drie pitsdiesel moest overuren draaien. Iets verder in de Vliet was een vrij smalle doorgang met op de oever de overblijfselen van wat eens een trot tuinhuisje moet zijn geweest. Op de heenweg hadden we daar ook al een stuk uitgevaren en ook nu zou het torentje aangedaan worden. Vlak voordat we het nauw passeerden sloeg de motor af en dreven we met een laag tempo richting de ruïne. De confrontatie speelde zich gelukkig uit het zicht onder water af. Foto: 7 uur 's ochtends, de MV Aegir vertrek richting Scheveningen en de eerste brug wordt genomen Ook tijdens de passage van de diverse bruggen gebeurde het wel eens dat de hoofdmotor juist dan in staking ging. Al snel werden we dan vanaf de kant door het wachtende publiek toegesnauwd. Fred van Dijk en ik spoedde ons weer naar de machinekamer en na het hanteren van de ether spuitbus was onze krachtbron weer zover gemotiveerd dat hij aansloeg en verder pruttelde. Tot aan Rotterdam ging de tocht probleemloos, maar bij het uitvaren van de Parkhaven had Gerard van Dam mogelijk een inschattingsfoutje gemaakt toen hij voor een enorme Zweedse tanker de Maas opvoer. Dit schip, met een remweg van kilometers, passeerde ons op een haar na. Je kon de Zweden horen vloeken. Gelukkig in hun eigen taal, maar de schrik zat er wel in. De aanwezigheid van ruimer vaarwater heeft ons behoed voor een vroegtijdig einde van het Delmare project. Opleggers in Scheveningen In Scheveningen kwamen we bij de werf naast enkele opleggers te liggen. Dit waren vissersschepen die door de sanering, begin zeventiger jaren, uit de vaart waren genomen en hier hun laatste dagen lagen te slijten. In Scheveningen kwamen we pal naast de Scheveningen 54 te liggen. Hoe verzin je zoiets! Na het invallen van de schemering gingen we op onderzoek uit. Tijdens deze nachtelijke struintochten bij de buren verwisselde diverse zaken van eigenaar. Zo ontdekten we dat de brandstoftanks boordevol zaten met witte gasolie. BTW-vrij, zo'n 80 ton! De bodem van onze tanks kwam al aardig in zicht dus hoe kregen we de dieselolie aan boord van de MV Aegir? Fred van Dijk monteerde een elektrisch motortje met daar aan een klokpomp op een houten plank. Daaraan weer twee forse slangen en het overhevelen kon beginnen. Iedere nacht werden de slangen uitgerold en klonk het gezoem van het elektrique tot 's ochtend vroeg. Na een week pompen lag de MV Aegir een stuk dieper en onze buren een stukje hoger. Op de werf werd er nog voor zo'n fl 2500,00 aan koperen strips aan de onderzijde van het schip aangebracht. Bij het gebruik van krachtige zenders aan boord van schepen treed er een chemische reactie op tussen het zoute zeewater en de ijzeren scheepswand. De koperen strips vertragen deze galvanische werking zoveel mogelijk en voorkomt dat de stalen scheepswand niet dunner wordt en verzwakt. Foto: 11 juni 1978, de MV Aegir vlak voor het binnenvaren van Scheveningen Steph's privé-secretaris Junior, de zoon van Steph Willemsen (zijn echte naam is me ontschoten), trad vooral op als zijn privé-secretaris. Het was een beer van een vent. Fietje van Donselaar vertelde later dat de ongebreidelde groei van Junior in zijn jonge jaren was veroorzaakt door de toediening van de verkeerde of een teveel aan groeihormonen. Om de MV Aegir te bereiken waren er twee lastige wegen. Eentje liep via de werf, via de opleggers. De tweede met een bootje vanaf de wal. Na het omvaren uit Den Haag verliep het overzetten van de meeste gasten zonder problemen tot aan Junior. Peter Verstraten stuurde behendig de rubberboot richting Dr. Lelykade. Bij het aan wal klimmen, wat nog eens door laag water werd bemoeilijkt, greep Junior paniekerig naar de ijzeren trap. Door zijn houterig optreden dreef het bootje onder hem vandaan en lazerde hij met een grote plons in het water. Hij kwam gelukkig snel weer boven water en greep zich vast aan de drijver van het bootje. Geholpen door Peter Verstraten trok hij zich omhoog en kwam hierdoor deels uit het water. Op afstand leek het net of hij in de boot zat. Steph Willemsen kon het vanwege zijn slechte ogen niet goed volgen en vroeg steeds aan Fietje van Donselaar hoe het met Junior was en of die veilig de overkant had bereikt. Wij moesten ons lachen sterk onderdrukken, deze waterpartij speelde zich direct af voor de deur van Seanews. Hier vanuit werd ook meteen eerste hulp geboden bij de pogingen hem weer op de kade te krijgen. Binnen werd hij afgedroogd en voorzien van schone kleren. Aansluitend tijdens een etentje bij de plaatselijke Chinees heeft Fietje het hele voorval aan Steph verteld. Onenigheid in de kopersgroep Begin maart 1978 ontving ik een aangetekend schrijven van Otto Weber en Mieke van der Haak, de andere Hilversumse financiers. In deze brief eisten zij van de overige kopers hun gedane investering van fl 7.000,00 terug. Ze waren van mening dat zij te weinig bij de activiteiten betrokken werden en hadden hierdoor het vertrouwen in het project verloren. Door de ontwikkelingen op 23 juni 1978 ontving ik al vlot opnieuw een schrijven waarin zij verzochten zo snel mogelijk van het mede-eigendomschap van de MV Aegir verlost te willen worden. In deze brief stelden zij ook dat er onder geen beding met het schip gevaren mocht worden, zo dat zij geen aansprakelijkheid voor de gevolgen wensten te dragen. Om tot beëindiging van de gezamenlijke overeenkomst te komen deden wij twee voorstellen. Het eerste behelsde dat ze per terugwerkende kracht vanaf 29 mei 1977 afstand deden van hun mede-eigendomsrecht zoals vermeld in de koopovereenkomst aangaande de MV Aegir. Het tweede voorstel hield in dat zij gingen meedelen in alle kosten en lasten die tot op heden door de drie overige mede-eigenaren waren gedragen. Hieronder enkele posten zoals die in de brief door ons werden opgesomd: Havengelden Neherkade - Parkhaven: Geerkade - 2e Binnenhaven....................fl. 1.160,00 Hellingkosten Scheveningen....................fl. 2.310,00 Gasolie en andere stookmiddelen ...........fl. 1.935,00 Plaatsing Masten d. kraanverhuurbedrijf..fl. 730,00 Ankerketting en toebehoren.....................fl. 1.080,00 Diverse materialen...................................fl. 14.820,00 Voeding bemanning periode 1977-78......fl. 18.200,00 Bedrijfskleding..........................................fl. 340,00 Overige ....................................................fl. ?????,00 Deel I..............................................Totaal fl. 59.835,00 Post: Nog te voldoen Demag generatorset..................................fl. 5.650,00 Complete lasset.........................................fl 780,00 Overige .....................................................fl. 6.893,00 Deel II..............................................Totaal fl. 13,323,00 Deel II moest ter vereffening nog door Weber c.s. worden betaald. Vanwege de vakantie was men verhinderd. Het laatste schrijven over deze zaak ontving ik 24 juli 1978, waarin werd geclaimd dat Gerard van Dam niet meer als vertegenwoordiger werd geaccepteerd en dat een reparatie, zoals door ons beschreven, niet nodig bleek te zijn zolang de MV Aegir in Nederlandse wateren bleef. Foto: 11 juni 1978, de tocht naar Scheveningen is volbracht Otto Weber: “Zoals ik reeds vertelde kon ik niet altijd aanwezig zijn op het schip. Dit wekte waarschijnlijk toch een soort van ongenoegen aan de kant van Gerard van Dam en medewerkers. Ik had fl.7.000,00 geïnvesteerd en deed nog regelmatig werk als producer van non-stop banden. Maar verder bemoeide ik mij niet zo zeer meer met het doen en laten van de anderen. Ik had eigenlijk ook nooit het idee gehad dat er geld te verdienen zou zijn met mijn investering. Ik had dit eigenlijk gedaan als bijdrage in een kostbare hobby die wij bedreven. Op een bepaalde dag is er toch ruzie ontstaan. De aanleiding hiervoor zou ik niet meer weten. Ik had eigenlijk geen zin meer om me met het schip en Van Dam te bemoeien. Hierdoor ontstond er ook spanning tussen Jan Kat en mij, iets wat ik eigenlijk niet wilde. Maar Jan zat toch wel vaak in Den Haag en had ook nog meer geld geïnvesteerd, dus ik kan me wel indenken dat hij toch wel in de geest van Gerard van Dam mee dacht over mijn verzuim en mindere interesse in deze. Ik besloot om het door mij geïnvesteerde geld terug te verlangen, dat was in maart 1978 en mijn mede eigenaarschap te beëindigen. Dit viel uiteraard niet in goede aarde want waar moesten ze het geld vandaan halen. Er werden aangetekende brieven heen en weer gestuurd met de meest dure zinnen alsof we advocaten waren die tegen elkaar in geweer kwamen. Gerard van Dam kwam nog met een door hem opgestelde rekening, ik citeer, waarin betalingen aan personeel gedaan stonden volgens de C.A.O. van de scheepvaart, onder andere voeding voor de bemanning. Volgens het wetboek van Koophandel art. 380 en 408 a fl. 350,00 per week over de periode van een jaar. Verder was de post Personele lasten en Verplichtingen van Kapitein en door de wet vereiste bemanningsleden volgens de Scheepvaart C.A.O. nog niet vernoemd, omdat de Burgerrechter hierover nog geen uitspraak had gedaan. Hoe kon hij zoveel onzin bij elkaar rapen. Hierna brokkelde het contact in rap tempo af. De rest van de Haagse afdeling was nog wel druk met het opbouwen van het schip maar veel meer herinner ik mij niet uit die tijd.” Afscheidsfeest in Scheveningen Op vrijdag 16 juni 1978 was er aan boord van de MV Aegir een groot afscheidsfeest georganiseerd voor familie, vrienden en kennissen. Voor deze gelegenheid mochten we van de havenmeester direct langs de Dr. Lelykade afmeren. Onder dekmantel van dit feest hebben we de zenders aan boord gebracht. Om 01:00 uur 's nachts zijn we met een gehuurde bestelbus de middengolfzenders zenders op wezen halen, één bij Steph Willemsen vandaan en twee uit de kelderbox. Het aan boord brengen van de zenders viel gelukkig niet op. Vanwege het feest liep er veel volk nabij en op het schip. Omdat iedereen een handje hielp was de zendapparatuur in vijf minuten aan boord gezet. Aan boord werden die nacht ook nog twee FM zenders overgezet. In de week daarop is Peter Verstraeten hem gedrost. Opeens waren hij en zijn spullen verdwenen. Pogingen van ons om met hem in contact te komen mislukten. Fotoshoot MV Aegir Er waren nog geen foto's van de MV Aegir op volle zee voor handen. Gerard van Dam verwachte, als we eenmaal in de lucht zouden zijn, er wel vraag naar zou komen. Onder een strakke hemel met een heerlijk zonnetje, vertrokken we voor de foto-sessie met onze schuit naar buiten. Enkele mijlen uit de kust werd het anker neergelaten, heerlijk dobberend en genietend van onze vrijheid. De fotograaf werd in een rubberbootje gehesen en aan een lijntje op de juiste afstand naast de boot gemanoeuvreerd. Dit resulteerde in de volgende (bekende) foto's. Heerlijk weer, reden voor John Anderson om voor Scheveningen foto's te maken Deze foto heeft later veel publiciteit gehad John Anderson aan een lijn met een rubberboot de Noordzee op vorige - 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9 - 10 - 11 - 12 - 13 - 14 - volgende
  3. De zomer van 2021 brengt je zon, zee en de warme hits van de jaren 70, de hits van de maanden juni, juli en augustus uit de periode 1970 t/m 1979. Alle muzikale zomermaanden uit onze jeugd komen muzikaal voorbij. Welke liedjes zongen we toen maar ook nu weer mee? Van 11 juni t/m 27 augustus hoor je elke vrijdagochtend bij Erik en Gerrit tussen 09:00 en 12:00 uur de Zomer Top 500 van de jaren 70 in ´70’s Suite´ op Radio Extra Gold. De lijst is speciaal voor Radio Extra Gold samengesteld door Hitnoteringen.nl.
Dit klassement is ingesteld op Amsterdam/GMT+01:00

Belangrijke informatie

Door gebruik te maken van deze website ga je akkoord met Gebruiksvoorwaarden, Privacybeleid en Richtlijnen.

Account

Navigation

Zoeken

Zoeken

Configure browser push notifications

Chrome (Android)
  1. Tap the lock icon next to the address bar.
  2. Tap Permissions → Notifications.
  3. Adjust your preference.
Chrome (Desktop)
  1. Click the padlock icon in the address bar.
  2. Select Site settings.
  3. Find Notifications and adjust your preference.