Spring naar bijdragen

Column

  • artikelen
    198
  • opmerkingen
    189
  • weergaven
    11658

Auteurs van dit blog

Voer dit blog

Berichten in deze blog

Hans Knot: Met Eddy Becker duiken we in de nostalgie

Eenieder heeft zo zijn directe herinneringen bij het horen van een naam die verbonden is geweest aan radio en/of televisie. Zo heb ik dit bij het horen van de naam van presentator Eddy Becker. Nee dan kom ik niet met de aanvullende zin ‘de man met de wekker’. Mijn gedachten gaan dan meer naar de beginjaren zeventig en een speciale serie programmaonderdelen die door hem werd gepresenteerd via de NOS op het toenmalige Hilversum 3. Het was voor de VARA-presentator mogelijk de zogenaamde invaluurtjes van de NOS te vullen. De inhoud van deze programma’s had veel te maken met een publicatie destijds, die als titel ‘The Hitsounds of the Sixties’ meekreeg en een pracht naslagwerk was van Ate Harsta, Dirk Dijkstra en Harry zum Kleinschmiedt. Ate zelf werd nauw betrokken bij het programma en reisde meerdere malen vanuit Groningen naar Hilversum toe. Later zouden we hem nog vaak horen als weerman in het VARA-ochtendprogramma van Felix Meurders.   Anderen gaan, bij het horen van de deejaynaam Eddie Becker, direct denken aan de tijden van het programma: ‘Ook Goeiemorgen’ eind jaren zestig via Radio Veronica. Eddy Beuker is de echte naam van Becker, die in 1947 werd geboren. Voordat hij destijds als deejay aan de slag ging bij Veronica bevond hij zich, na zijn middelbare schoolperiode, al in de muzikale wereld. Zo werd hij ondermeer zanger en gitarist bij The Explosions. Ook was hij een tijdje actief als invaller bassist bij Willy and his Giants. Maar wat velen zich niet zullen herinneren is dat hij reeds in 1966 al via de publieke omroep actief was en wel bij de VARA en het programma ‘Popshow’. Hetzelfde jaar stapte hij op de Norderney, het toenmalige zendschip van Radio Veronica, om de opvolger te worden van nieuwslezer Harmen Siezen, die naar de NTS vertrok.   En omdat er op een bepaalde dag de tapes van het programma ‘Ook Goeiemorgen’ niet aan boord van het zendschip waren gearriveerd, presenteerde hij de ontbrekende uren live. Willem van Kooten was dermate verrast over de presentatiestijl van Becker dat hij hem deze ochtenduren aanbood als vaste presentator. Het zou tot medio 1969 duren alvorens Becker weer aan land aan de bak ging als presentator, eerst bij de VARA en later ook bij de NCRV.   Vanaf de begin jaren zeventig tot eind jaren tachtig van de vorige eeuw maakte hij tal van programma’s op de televisie waarvan we ‘Kwistig met Muziek’, ‘Eddy Go Round Show’ en ‘Eddy Ready, Go!’ kunnen noemen, maar ook in prachtig Duits in ‘Hits a go go’ bij onze Oosterburen. Tal van nationale- en internationale artiesten werden door hem in de studio’s ontvangen. Helder in mijn geheugen zit ook nog het gegeven dat Eddy Becker in de zomer van 1972 behoorde tot het team van de NOS dat vanuit de studio in Hilversum Radio Tour de France tot leven bracht. In het team verder Willem van Kooten, Vincent van Engelen en Felix Meurders.   Maar ook in de ‘Jaarlijst van de Daverende Dertig’ op Hilversum 3 was hij te beluisteren. Tal van andere radioprojecten kwamen in de latere jaren van zijn radioloopbaan nog voorbij waaronder bij Radio 192, Radio Gooiland en Holland FM. Het was in 1971 voor velen een verrassing dat Eddy ook een televisieprogramma ging presenteren, iets wat zijn collega’s Robbie Dale en Willem van Kooten ook hadden gedaan. Zo bewaarde ik aantekeningen, die ik destijds verzamelde, waarin Becker meer vertelde over het doel een programma te maken die voor iedereen diende te zijn want voor hem bestond er geen speciale doelgroep als het ging om televisieprogramma’s.   Volgens hem was dat dan ook de reden dat in zijn destijds populair maandelijkse programma niet alleen popartiesten liet optreden, maar ook andere artiesten. Eddy Becker, die eerder in 1971 tot derde populairste televisiepersoonlijkheid van Nederland door het kijkerspubliek was verkozen, vertelde ook meer over hoe het programma tot stand kwam. Ver voor de uitzenddag kwamen regisseur Andries Roest, producer Toon Gispen en Eddy Becker bijeen om over de invulling van een volgende aflevering te praten en groepen en artiesten uit te zoeken die erin zouden kunnen optreden. Bij deze keuze, zo stelde Becker, werd dankbaar gebruik gemaakt van door platenmaatschappijen aangeleverd materiaal.   Toon Gispen maakte vaak al een voorselectie, waarna ze met zijn drieën besloten welke groepen en artiesten definitief werden gekozen. Kwam het eenmaal op het produceren van een aflevering aan dan werd ’s ochtends om tien uur begonnen met repetities, die tussen de middag werden onderbroken om medewerkers en gasten de gelegenheid te geven een hapje te eten.   Rond twee uur in de middag werden vervolgens vele toeschouwers toegelaten om de opnamen, die tot zes uur duurden, bij te wonen. Vervolgens werd het om 7 uur in de avond voor een miljoenenpubliek uitgezonden. Nederland had alleen Nederland 1 en 2 en dus was het gemakkelijk een grote schare kijkers te bereiken met een dergelijk programma.   Per uitzending waren gemiddeld 100, voornamelijk meisjes en jongens, in de NCRV-studio aanwezig, die de toegangskaarten vooraf hadden aangevraagd bij de omroep en waarmee ze gratis de opnamen konden bijwonen. Ook per post kwamen er gemiddeld per week een kleine 200 reacties van luisteraars; niet alleen van jongeren maar ook van bijvoorbeeld de huismoeders. Becker stelde destijds het fijn te vinden een breed publiek te bereiken en daarom liet hij ook Corry en de Rekels, de Heikrekels en het Radio Ensemble optreden om die groepen ook de kans tot meer successen te kunnen bieden.   Wel klaagde hij enigszins over de werkdruk want hij diende ook nog wekelijks een serie radioprogramma’s te presenteren en voor te bereiden waar, volgens hem, twee uur radiomaken in totaal een werkdag aan tijd kostte vanwege die voorbereidingen. Hij stelde dat, vooral vanwege de brede belangstelling, het heel veel tijd kostte om gedegen uit te zoeken welke platen wel of niet bij elkaar pasten.   Opmerkelijk was dat Eddy Becker bijna nooit de fanmail persoonlijk beantwoordde, omdat er geen tijd voor was, maar ook vanwege het feit dat er vooral door meisjes en jonge dames moeilijke vragen werden gesteld die, als ze beantwoord zouden zijn, al snel boze reacties van ouders zouden worden opgewekt in de trend van ‘waar bemoeit die Becker zich wel niet mee’.   Foto: Eddie Becker op Radio 192 (Douwe Dijkstra)

hans knot

hans knot

Mailtjes over AVG, wat moet ik er mee?

De afgelopen week liep mijn mailbox aardig vol met berichten over AVG. Het lijkt erop dat alle websites en diensten waarvoor ik mij ooit heb aangemeld, een middel hebben gevonden om mij te laten zien dat zij nog steeds actief zijn. Je zou kunnen zeggen dat zij oneigenlijk gebruik maken van mijn persoonlijke gegevens om reclame te maken voor zichzelf!
Waarom is de AVG, wat staat voor Algemene verordening gegevensbescherming, vandaag van kracht geworden? Kort samengevat: voor de bescherming van onze persoonlijke gegevens. Bedrijven moeten vanaf nu inzicht geven welke gegevens zij van mij hebben, waarom en hoelang ze deze bewaren, met wie zij het delen en hoe veilig zij deze opslaan.
Vervelend die invoering? Niet voor mij als persoon. Vanaf vandaag heb ik de controle over wat er van mij wordt opgeslagen. En dat geldt voor iedereen die gegevens van mij, als Europeaan, opslaat en bewaart. Dan zijn, om maar een paar voorbeelden te noemen, mijn werkgever, energieleverancier en bank. Ik mag het inzien, als het niet klopt laten aanpassen of als het nodig is zelfs laten verwijderen.
En dit geldt niet alleen voor bedrijven en instellingen. Ook informele clubjes die een website hebben, zich richten op gebruikers uit de EU en daar bijvoorbeeld een contactformulier op hebben staan en/of een ledenlijst hebben moeten voldoen aan de AVG. Dus ook deze site die jij nu bezoekt en waar je waarschijnlijk ook lid van bent.
Al in een vroeg stadium is onze leverancier die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling en onderhoud van de software aan de slag gegaan met het aanpassen voor AVG. Naast veiligheid zijn ook alle elementen uit deze verordening opgenomen. Dat wij de juiste partij hadden gekozen voor de software van deze community wisten we al, maar goed om het nog eens bevestigd te krijgen. 
Moesten wij dan helemaal niets doen? Nee, want wij hebben toch gekozen voor een gerenommeerde serverprovider en een betrouwbare software leverancier? Beide hebben hun zaakjes toch goed orde? Daarnaast hebben wij, als de beheerders van deze site, privacy hoog zitten en werken we al volgens de AVG? Nou, we moesten nog wel even ons privacybeleid vastleggen en aan jullie bekend maken zodat jullie weten hoe wij het hebben geregeld en hoe wij dit uitvoeren. En zoals de AVG voorschrijft: wij moeten jullie vragen of er jullie kennis van hebben genomen en of jullie het er mee akkoord zijn. 
En dan komt de juiste keuze van de software leverancier weer om de hoek kijken. Gewoon bij het inloggen op de site de vraag stellen of je het hebt gelezen, begrepen en er mee akkoord bent. Met één klik ben je klaar, geen vervuiling van je mailbox.
En al die AVG mailtjes in mijn mailbox? Die zijn inmiddels naar de prullenbak verhuisd.    Vincent Schriel, 25 mei 2018

Vincent

Vincent

Hans Knot: Radio Vaticaan en hotpants

Elke verandering roept op tot kritiek, ook in het Vaticaan.   Door de decennia heen is er altijd wel kritiek uit onverwachte hoeken te verwachten als het gaat om ontwikkelingen op het gebied van mode, haardracht, muziekkeuze en meer. Vooral in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw werd er door vele kritische, vaak conservatieve, lieden op een felle manier gereageerd op veranderingen in het dagelijkse leven.   Waar bijvoorbeeld anderen volop genoten van een meer vrije levensstijl met de daarbij behorende uitingen, konden anderen aardig tekeergaan tegen dezelfde veranderingen. Wat te denken van een stortvloed aan kritiek nadat er een Pauselijke audiëntie was geweest, die half april 1971 in Vaticaanstad plaatsvond?   De kranten meldden destijds dat het ging om één van de vele onberekenbare initiatieven van paus Paulus de Zesde, die niet tot onverdeeld enthousiasme in Italië had geleid.  In het weekend van 17 en 18 april had de paus onverwacht een groep beatmusici ontvangen.   Onder hen bevonden zich twee vrouwen in hotpants. Het internationale gezelschap had de elektrische gitaren weliswaar buiten de deur van de beroemde Sala Olemenlinu laten staan, maar de woordvoerder van de groep — de 25-jarige Engelse drummer John Bedson uit Liverpool — had de paus toch mogen vragen een eind te maken aan de dienstplicht in de wereld. Of Bedson had nagedacht over de beslissingsmogelijkheden voor Paulus de Zesde werd niet duidelijk.   Maar Bedson stelde in een interview later wel over en aan de Paus gericht: “Als U de katholieken kan verbieden om voorbehoedsmiddelen te nemen kunt U de Italianen er zeker ook toe aansporen een eind te maken aan de dienstplichtwet.” De toenmalige Paus was enkele momenten sprakeloos geweest en had daarna verklaard dat de verwerkelijking van het verzoek van de drummer buiten zijn mogelijkheden lag.   Maar bij het lezen van het verhaal en het zien van de foto’s waren de reacties in de kranten, die vooral de conservatieve Italianen berichtten, nogal fel. Zo stond in een van de zaterdagochtendkranten, het fascistisch getinte ‘El Tempo’, een hoofdartikel te lezen waarin werd gezegd dat wanneer de paus op deze weg door ging hij op niet al te lange termijn een striptease groep in de Sala Clonentina kon ontvangen. Eerder was er al het nodige te doen geweest rond Claudia Cardinale, die in minirok bij de Paus was geweest, waarbij felle kritiek via Vaticaanradio was geuit op de onverholen blikmogelijkheden en op de wellust van vele mannen via de zeer aantrekkelijke dijen van de filmster van Italiaanse afkomst.   Nadat er uitgebreid in de kranten dagen was doorgegaan over de sexy kant van hotpants en het wellustige gedrag van bepaalde mannen, was het voor de woordvoerder, namens de Paus, tijd om de microfoon van Radio Vaticaan aan te zetten om zich heftig af te zetten. Hij, professor Alesmindrini, richtte zich niet alleen op de smakeloze vertoning tijdens de audiëntie, maar hij verklaarde ook dat het artikel van IL Tempo van grote smakeloosheid was en dat de luisteraars en andere gelovigen begrip dienden te tonen voor een meer gematigde manier van leven van vele andere katholieken die het voornoemde gedrag verafschuwden.   Enkele dagen later, nadat enkele andere kranten uit de meer conservatieve hoek, felle kritiek hadden uitgeoefend tegen de veel te seksueel getinte manier van kleding dragen en het erop leek dat men zich massaal achter de uitingen van Radio Vaticaan stelde, kwam er via het radiostation, dat zich via een illegale verkregen frequentie de mogelijkheid tot uitzendingen had verkregen, er op de radio een  verklaring dat Paus Paulus VI wel begrip had voor zogenaamde Pausspontaniteit ofwel de Paus laten verrassen door zich vrij te maken van bepaalde formele en conventionele vormen, maar daarbij wel de oprechtheid van ernst in de gaten te blijven houden.   Hans Knot, 19 mei 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Terug naar 1962

Het Nederlands Genootschap Reclame eind oktober 1962 bijeen in Eindhoven.   Radio is niet alleen luisteren maar vooral de geschiedenis van de radio in allerlei facetten vastleggen, hoewel dit voor veel minder mensen geldt dan die luisteren. Het is slechts een klein aantal lieden dat zich daar mee bezighoudt en ikzelf heb het genoegen al 49 jaar actief te zijn op het gebied van het vastleggen van een stuk van deze vorm van cultuurgeschiedenis. Het is me dan ook een genoegen een zijstap te maken en wel naar een speciale bijeenkomst die in 1962 plaatsvond.   Op 25 oktober 1962 was er de openingsrede tijdens het 24ste congres van het Genootschap der Reclame, dat in dat jaar in Eindhoven werd gehouden. In zijn welkomstwoord tot ongeveer 700 deelnemers heeft de toenmalige voorzitter van het genootschap, jhr. W. van Andringa de Kempenaer, het niet nagelaten de belangrijkste zaken aan te halen. Hij formuleerde ondermeer de standpunten ten opzichte van eventuele plannen te komen tot commerciële televisie in Nederland; het succes van Radio Veronica; de revolutionaire toenmalige ontwikkeling van nieuwe distributiemethoden en de visie van de minister van Economische Zaken op de bescherming van de consument. Ook besteedde hij enkele woorden aan de toen op handen zijnde verbreking der overeenkomst tussen belanghebbenden in het reclamevak, destijds ook bekend onder de noemer: ‘regelen voor het advertentiewezen.’   Ook tijdens de toespraak van De Kempenaer bleek andermaal hoe gevoelig ‘Veronica’ bij bepaalde groeperingen lag. Hij vroeg namelijk begrip voor zijn schroom ‘het kind Veronica zomaar bij naam te noemen‘ en zei dat hij niet blind was voor de toenmalige situatie betreffende het radiostation. Liefst twaalf miljoen harde guldens waren in de 12 maanden vooraf voornoemd congres binnengekomen bij Radio Veronica. Gelden die volgens hem door de meest eerbare ondernemers in het medium commerciële radio geïnvesteerd waren.   Hij beschouwde Radio Veronica als een ‘inventieve reactie op een actie waarvoor geen steekhoudende juridische argumenten waren aan te voeren’. Tijdens de toespraak, gehouden in het Eindhovense Hotel ‘De Cocagne’, stelde de voorzitter verder: “Wanneer men van bepaalde zijde alle pogingen in het werk stelt om ons met negatie van alle grondwettelijke recht op vrije meningsuiting, de mond te snoeren, kan men op zijn klompen aanvoelen, dat er in ons land een reactie komt. De 12 miljoen harde guldens, die eerbare Nederlandse industriëlen in een jaar tijd in Radio Veronica hebben geïnvesteerd, hebben geleid tot verbluffende industriële resultaten. De economische bestaansmogelijkheid en het grote commerciële effect van radioreclame zijn hiermede ook in ons land onweerlegbaar bewezen.”   In zijn toespraak ging De Kempenaer ook in op de uitingen van de Leidse Professor in het Volkenrecht, Van Panhuys, dat gezien de moderne interpretatie van de vrijheid van meningsuiting, een zendvergunning aan een commerciële gegadigde niet op goede gronden kon worden geweigerd. De Kempenaer stelde daarop dat hij het liever had gezien dat alle betrokken legaal door de overheid in staat zouden zijn gesteld binnen de territoriale wateren te gaan functioneren.   Ook ging hij in op de komst van eventuele commerciële televisie: “Nu, in het juist begonnen parlementaire jaar, naar wordt verwacht, inzake de commerciële televisie, de knoop zal worden doorgehakt en men weet dat de regering er positief tegenover staat, wil ik namens de reclamewereld en het bedrijfsleven het parlement op het hart drukken: doe het wel en zie niet om!”   Het was een redactioneel artikel in ‘de Telegraaf’ van 26 oktober 1962, betrekking hebbende op het congres, dat ook nog de aandacht trok: ‘In één jaar tijd hebben Nederlandse bedrijven voor twaalf miljoen gulden geadverteerd via Radio Veronica. Het is duidelijk dat de bedrijven, die dit gedaan hebben en nog voortgaan dit te doen, die niet uit sympathie voor Radio Veronica hebben gedaan, noch uit drang tot experimenten. Zij hebben dit gedaan omdat zij bemerkten dat het een zeer effectieve wijze van reclame was, die hun omzet aanzienlijk deed toenemen.’ Uiteraard was deze opmerking niet zo verwonderlijk gezien het aantal luisteraars dat de medewerkers van Radio Veronica inmiddels hadden opgebouwd.   Vervolgens ging het redactionele artikel over in een oproep aan de regering, waarbij in gedachten dient te worden genomen dat een elf-tal jaren later de redactie van dezelfde ‘Telegraaf’ zich heel anders ging opstellen inzake de toekomst van Radio Veronica.   Er werd namelijk het volgende gesteld: ‘Honderden duizenden, eveneens de wet eerbiedigende Nederlanders, die, gezien de resultaten van deze reclame, de uitzendingen van Radio Veronica blijkbaar als iets vanzelfsprekende in hun dagelijks leven hebben opgenomen. Het is weer een aanwijzing dat regering en parlement de klok niet meer mogen terugzetten. Men kan natuurlijk een half-illegale situatie niet laten voortbestaan. Er zijn echter mogelijkheden om de situatie te legaliseren.’ Een redactioneel artikel met een open einde, daar niet werd aangegeven welke de mogelijkheden tot legalisering van Radio Veronica bedoeld werden.   Hans Knot, 12 mei 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Soundaround genieten in 1970

Recentelijk kwam ik weer de advertentie tegen in mijn archief van een radio en tv-winkel, die ook witgoed verkocht maar tevens beschikte over een uitgebreide platenafdeling in de kelder van het pand gelegen aan de Oude Ebbingestraat in Groningen. In die tijd, 1970, was ik al een jaartje actief voor de ziekenomroep Halte Lijn 4, van het Rooms Katholieke Ziekenhuis aan de Verlengde Hereweg. Dat betekende dat ik de platenzaken in de stad met veel vreugde bezocht om allerlei leuke nieuwe singles en ook lp’s aan te schaffen.   Wekelijks was er altijd, en daar kon je de klok op gelijk zetten, een bezoek in de late donderdagmiddag aan Muziekhuis Hemmes aan de Steentilstraat waarbij Roel, die enkele jaren daarvoor de handel van zijn ouders had overgenomen, alles wist van muziek maar ook vrij snel door had wat de keuzes van de klanten waren. Steevast kwam hij dan ook met bepaalde muziek aan zetten die wel iets voor mij kon zijn.   Op die manier heb ik heel wat verrassende aankopen gedaan. In die tijd werkte ik bij de EGD, het latere Essent, op de afdeling Bedrijfsarchief en verzocht mij een van de medewerkers van de Boekhouding, die ook een kroeg dreef, of ik voor zijn Jukebox de keuzes wekelijks wilde maken. Hij had een contract afgesloten met de verhuurder van de jukebox, Wim Boverhof, die zijn zaak aan het Schuitendiep had waar tevens een platenzaak was gevestigd. Iedere vrijdagmiddag haalde ik er vijf nieuwe platen op, die op de vrijdagavond naar de Disney Bar in de Pelsterstraat werden gebracht. De singles die uit de jukebox kwamen kreeg ik als beloning voor mijn collectie en dus profiteerde de ziekenomroep ervan mee.   Maar er waren in die tijd diverse platenwinkels; denk maar eens aan Muziekhuis Vink, Het Carillon, de platenafdelingen van Vroom en Dreesmann en Galeries Modernes. Overal kwam ik met plezier en het verdiende salaris werd voor een gezond deel omgezet in vinyl. In 1970, het jaar waar we het over hebben, was er ook het nieuwe geluid van RNI, dat stond voor Radio Nordsee International. Vanaf het zendschip MEBO II werden dat jaar, eerst in het Duits en Engels, muziekuitzendingen verzorgd op diverse frequenties. Niet tegelijk maar achtereenvolgens met als doel niet te storen op noodfrequenties maar ook om storingen veroorzaakt door- overheidszenders te voorkomen.   Daar hoorde je de mooiste muziek die je niet op het – in mijn oren destijds nog – armoedige Hilversum 3 – kon beluisteren, laat staan op Veronica. Een ware openbaring van genot op het gebied van muziek die ik sinds 1967 – het jaar van de ‘flower power’ - niet meer had beleefd. Er waren heel veel nieuwe artiesten dat jaar maar ook gevestigde namen die met een andere sound, dan we van deze artiest(en) gewend waren, kwamen. Driftig schreef ik soms een titel op en nam het lijstje mee naar de winkels om te kijken wat er van voorradig was en/of het misschien te bestellen was.   Door overal wekelijks even binnen te lopen en ook het nodige aan te schaffen bouwde je een bepaalde band op met de verkopers. Op een dag in 1970 werd er meegedeeld in de winkel van Eekels dat er een verbouwing zou gaan plaats vinden en dat in de toekomst er probleemloos, zonder bijgeluiden van andere apparaten, naar muziek van de draaitafels kon luisteren. Als het ware kroop je op die manier in de muziekradio.   Het bleek ‘Sound a Round’ te heten, de toen nieuwe muziek stereo-testruimte, waardoor – zo werd er ook mee geadverteerd – niet langer het geluid van droogtrommels of transistorradio’s, die boven werden getest, waren te horen op de muziekafdeling. Er waren in acht afgesloten ruimtes evenzovele draaitafels, versterkers en duo-boxen geplaatst waardoor je volop van de stereofonische lp-muziek kon genieten.   De persoon verantwoordelijk voor de promotie binnen het bedrijf wist ook goed in te spelen op de actuele releases van de platenmaatschappij want als er weer een advertentie in de krant verscheen voor de ‘Soundaround’ was er weer een link naar een net uitgekomen lp, zoals ‘Selfportrait’ van Bob Dylan. Het was een redelijk afwijkende productie van eerdere werken van Dylan en de dubbel-lp werd dan ook veelvuldig gepromoot op mijn favoriete radiostation RNI.   Herinneringen die je zo maar even weer naar boven komen bij het zien van die oude advertentie. En nog even dit: de deejays van RNI draaiden het nummer ‘Wig Wam’ van deze lp redelijk vaak voor hun bazen in Zürich, Erwin Meister en Edwin Bollier.     Hans Knot, 5 mei 2018

Hans Knot: nostalgische column met maar een keer het woord radio

Het voorjaar heeft ons alweer een aantal mooie dagen bezorgd en er is in de maand april zelfs in De Bilt, nog steeds het meteorologisch centrum van Nederland, de warmste Aprildag ooit gemeten. Met warme tot zeer warme dagen betekent dit dat vele mensen, die in kleine huizen of op kamers wonen, de behoefte hebben erop uit te trekken. Ontspanning, verpozing, verfrissing en een snelle hap horen daarbij.   In een stad als Groningen, met meer dan 200.000 inwoners, waaronder duizenden studenten, is er dan de mogelijkheid je sociale contacten uit te breiden door een zonnig plekje te zoeken in een van de stadse parken, waarbij het ten noorden van het centrum van de stad geleden Noorderplantsoen veruit het populairste is. Gevolg is dan ook dat duizenden Groningers en import Groningers zich, al dan niet per fiets, naar het Noorderplantsoen begeven.   Personen, die de volgende ochtend zich door hetzelfde park per fiets naar hun werk begeven weten niet wat ze zien. De Gemeente Groningen heeft dan wel gezorgd voor een groot aantal afvalbakken maar die blijken niet toereikend te zijn voor de grote hoeveelheid afval die door de verterende mensen is achtergelaten, alvorens welgemoed naar huis te gaan. De regionale televisie RTV Noord maakte er een bericht over op haar internetsite: https://www.rtvnoord.nl/nieuws/193081/Buurtbewoners-zijn-overlast-in-Noorderplantsoen-zat-Zandvoort-was-er-niets-bij   De gedachte de tas, die men meenam om alle ingrediënten voor een welgeslaagde zonnige middag en – avond, te kunnen torsen, andermaal te gebruiken om het afval mee te nemen en thuis in de zwarte afvalbak te deponeren, komt bij het merendeel niet op. De volgende ochtend lijkt het ook of Bachus een grote rol heeft gespeeld getuige het grote aantal lege drankflessen. Ondanks een gemeentelijk verbod om in het openbaar alcohol te mogen nuttigen.   Geheel terecht dat de omwonenden van het mooiste park van Groningen totaal ontstemd zijn over alle rommel die erachter wordt gelaten en de vele schroeiplekken die al in april in de mooie groene grasweiden zijn gekomen door onjuist gebruik van goedkope barbecueapparaatjes, die na eenmalig te zijn ingezet kunnen worden weggegooid. Ook gewoon achter gelaten bij de enorme berg afval dat naast de daarvoor bestemde prullenmanden, ligt. Liefst 14 man personeel van de Groninger Reinigingsdienst werden de volgende dag ingezet om het park weer enigszins toonbaar te maken.   Maar bovenstaand zal zeker in elke grote stad voorkomen, vooral als er sprake is van een grote studentengemeenschap die graag hun vaak benauwde en veel te warme kamers wenst de ontvluchten om gezamenlijk de avond door te brengen. Het is dan ook alle tijden dat omwonenden klagen over verontreiniging, vernielzucht, geluidsoverlast, brutaliteit en meer.   In deze nostalgische terugblik, waarbij het doel is elke lezer er nog eens op te wijzen dat de mooie plekken in plantsoenen en parken van ons allen is en op een degelijke wijze dient te worden gebruikt en opgeruimd. In april 1971, en dan spreken we wel even over 47 jaar geleden, was er ook al sprake van ongenoegen onder de bevolking die woonachtig was in de nabijheid van het Noorderplantsoen in Groningen.   En het ging niet alleen omdat deel van de stad maar ook elders waar met veel zorg geplaatste bloembakken voor glorie dienden te zorgen. Veel natuurliefhebbers schreeuwden destijds moord en brand omdat er in de steden enorme uitbreidingen plaatsvonden op huizengebied en steeds meer van het mooie groen verloren ging. Gemeente Groningen had met veel zorg op vele plaatsen prachtige bloembakken geplaatst waar het merendeel van de bevolking met volle glorie van genoot.   Maar, zo bleek uit een aantal reacties in de lokale kranten, was er ook een groot aantal lieden die het behaagde om vooral op de doordeweekse dagen deze bloembakken te gebruiken voor het dumpen van het afval maar bovenal om te zorgen dat thuis de bloembakken in de tuin en/of op het balkon op een goedkope wijze kleurrijk werden gevuld. Brutaal met schepjes werd er gehandeld.  
De cijfers uit 1971 spreken voor zich want in het prille voorjaar waren er door de Plantsoenendienst, destijds verantwoordelijk voor de Groninger parken en bloembakken, liefst 70.000 tulpen, narcissen en viooltjes geplant waarbij na enkele weken al 50.000 dienen te worden vervangen doordat er immens was huisgehouden door onverlaten. Omgerekend naar guldens destijds was de schadepost voor 1971 enorm te noemen want vervanging betekende kosten die opliepen tot boven de 8000 gulden, wat in die tijd heel veel was.   De heer D.J.B. Steenhuizen was destijds hoofd van de afdeling Plantsoendiensten van de Gemeente Groningen en in een interview in het Nieuwsblad van het Noorden stelde hij dat er sinds het voorjaar twee nieuwe mensen in dienst waren aangenomen die met hun autootje, voorzien van een watertank, de hele week de stad doorkruisten. “Op maandag kruisen ze eerst door de Heerestraat, waar altijd wel een aantal bakken vernield is. Vorige week was het wel heel erg want van de 66 bakken die er in de Heerestraat staan was de inhoud van wel driekwart vernieuwd. Ze hadden zelfs bloempollen door de ruiten gegooid. Wanneer iedereen van de bloemen af zou blijven, hadden we hoogst twee dagen in de week nodig om al die bakken in de stad te onderhouden”.   Vele mensen die parken en bloembakken- al dan niet met opzet – vervuilen en verprutsen hebben niet door dat het moeilijk is gedurende de lente en zomer op gepaste wijze dezen weer aan te passen als mooie bloeiende parken en bakken. Bloemen zijn bijvoorbeeld erg teer en vernielen is erg gemakkelijk en men heeft niet door dat deze weer vervangen dienen te worden. Dan maar te zwijgen hoe destijds, met de Heerestraat als voorbeeld met haar 66 bakken, er door dierenliefhebbers er ongeremd gebruik werd gemaakt om hun beesten hun behoeftes te laten doen.
Speciale handschoenen voor de parkschoonmakers zijn er al lang maar in 1971 werden er vooral speciale handschoenen beschikbaar gesteld aan die personen die de bakken verzorgden, gezien de vele hoeveelheden hondenpoep die men onsmakelijk vond. Met blote handen eraan komen was uit den boze. Enkele dagen na het interview met Steenhuizen werd bekend dat men gestopt was met het opnieuw vullen van de bakken in de Heerestraat waarna niet veel later de 66 bakken stuk voor stuk uit het vertrouwde stadsbeeld verdwenen.cC   Al met al is het advies, waar U ook woont, houdt Uw Stad schoon. Wees een voorbeeld voor velen, vergeet niet de vele duizenden bezoekers die jaarlijks uw mooie woonplaats bezoeken en toon vooral een glimlach als u een ander erop aanspreekt dat men zich niet naar behoren aan de gedragsregels van degelijk natuurgebruik gedraagt. Foto's zoals we het graag zien in de parken.   Hans Knot, 28 april 2018   Foto's zoals we het graag zien in de parken. Copyright Hans Knot.

hans knot

hans knot

Hans Knot: Nostalgie van de zomerhits

Vandaag aandacht aan de zomerhits. Grote vraag is hoe je bepaalt wat een zomerhit is en bovendien welke songs je in die categorie kunt plaatsen. De vraag komt dan meteen naar boven of er meer dan één zomerhit per jaar kan zijn geweest. Op de laatste vraag kan ik heel duidelijk zijn, want het is niet aan een en dezelfde persoon om te bepalen welke plaat de zomerhit van bijvoorbeeld 1971 was. Meerdere mensen hebben daar een eigen mening over en vullen het op hun eigen wijze in.   Wat blijft er hangen van bepaalde muziekjes als het gaat om zomerse hits en zijn die gedachten dan ook juist? Stel dat je 25 mensen ondervraagt die rond de 65 jaar zijn en vraagt wat zij de ultieme zomerhit van het jaar 1971 vonden. Mede gelet op de zeer grote populariteit van een bepaald nummer zal een aantal van hen ‘Symphonie nr. 40’ van het orkest van Manuel de la Fella onder leiding van Waldo de Los Rios noemen. Een plaat die al in februari van dat jaar vooral door de deejays van Radio Noordzee en haar zusterstation RNI werd gedraaid, gebombardeerd werd tot ‘Smashplay’ en in no time op nummer 1 stond. Maar deze dan bombarderen tot zomerhit is een totaal onjuiste benoeming, daar het reeds in maand twee van 1971 veelvuldig werd gedraaid.   Er wordt ook door personen binnen de marketingwereld verkeerd omgegaan met de term ‘zomerhit’. Zo was op maandag 16 april in het Dagblad van het Noorden een artikel te lezen over een nieuwe song van ‘Kraantje Pappie’, waarin de tekst de stad Groningen wordt bejubeld. Het nummer ‘Lil Craney’ wordt ermee bedoeld en journaliste Marijke Brouwer laat Annebel Nilessen van Marketing Groningen de uitspraken: ‘Dit nummer schiet momenteel door het plafond. Het is een vrolijk liedje dat blijft, een meezinger die bovendien zomaar een zomerhit zou kunnen worden’, maken. En dan te bedenken dat ten tijde van de publicatie van het interview de lente ruim drie weken jong was. Beter is een goede herinnering te hebben aan een bepaald muziekje dat enorm in was tijdens een zeer speciale vakantie, waar je een ontluikende liefde zag groeien. Of die ene zomer dat je enorm vaak aan het strand lag te genieten, de transistorradio bij de hand en een speciale song steeds maar weer terugkeerde in de ether via de door jouw geliefde radiostations.   Maar er zijn ook voor vele mensen zomerhits, die er bij wijze van spreken zijn ingestampt door te veelvuldig voorbijkomen op de televisie, vooral in de tijden dat er de nodige kanalen met non-stop hits te ontvangen waren. Ook zijn er zomerhits voorbijgekomen die alleen al doordat de woorden ‘zon’ of ‘zomer’ in de liedjesteksten voornaam aanwezig waren en daardoor meer airplay kregen dan doorsneeliedjes.   Je kunt er een heel mooi boek over schrijven en als liefhebber van lijstjes, opsommingen binnen een bepaalde categorie, heb ik me dan al weken verheugd op het moment dat andermaal een publicatie van de hand van Leo Weijers, die ook al jaren als pophistoricus actief is, het licht zag. Vereerd was ik dat ik samen met Rudy Bennet (ondermeer Motions en Galaxy Lin) en Bert Heerink (zanger voorheen van ondermeer VandenBerg) op zaterdag 14 april aanwezig mocht zijn bij de officiële presentatie van het boek in een restaurant in Lisse, waarbij de auteur ons ‘het eerste’ exemplaar tijdens de feestelijke bijeenkomst overhandigde.   ‘Zomer Hit (te) De 300 heetste zon- zee- en strandklassiekers’ is de titel van een 285 pagina’s boekwerk dat is samengesteld door Leo Weijers en uitgegeven door Lecturium Uitgeverij uit Zoetermeer. In zijn voorwoord stelt Leo tal van andere voorbeelden hoe je in de sfeer kunt komen en vertelt tevens dat hij niet alleen verantwoordelijk is voor de keuze van de 300 titels, waarbij elke titel een uitgebreide uitleg krijgt over niet alleen de song maar ook over de uitvoerenden. Waar lagen hun roots en hoe ging het met ze verder. Ook wordt het duidelijk dat er binnen het kader van 300 Zomer Hits er behoorlijk veel te noemen zijn in de categorie ‘eenmalige hit’. En zo zijn er veel meer onderwerpen die aan bod komen.   Weijers heeft ervoor gekozen tientallen mensen uit de amusement-  en muziekwereld, als ook de radiowereld, te benaderen. Voornamelijk heeft hij daarbij geput uit een grote groep volgers van de pophistoricus via de sociale media. En dan komen er verrassende titels voorbij. ‘Zomer Hit (te) De 300 heetste zon- zee- en strandklassiekers’ is een boek om vandaag nog aan te schaffen want er is genoeg in te grasduinen om de vele herinneringen van toen weer te doen herleven.   Hans Knot 21 april 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: De komst van Felix Meurders

Wat een feest was het in 1971 toen het bekend werd dat begin maart er een nieuw Nederlandstalig radiostation haar uitzendingen zou beginnen in combinatie met een Engelstalig zusje. De uren overdag zouden door de internationale en Nederlandse deejays worden gedeeld en er waren al enige testuitzendingen te beluisteren met ondermeer de stem van Karel Prior. Wat deed die presentator daar toch was de grote vraag, hij was immers ook verbonden aan de AVRO en het programma ‘Cosa Nostra’.  Hij beloofde dat we binnenkort meer zouden horen van Radio Noordzee, na te hebben verteld dat we luisterden naar een testuitzending. Prior was echter ook actief voor de eigenaar van het nieuwe Nederlandstalige station, de onderneming Strengholt uit het Gooi.   Het nieuws rond het nieuwe station kwam druppelsgewijs naar buiten en al vrij snel bleek dat er nog een tweetal bekende namen uit het Nederlandstalige deejaycircuit hun activiteiten bij het nieuwe station zouden voortzetten, dit nadat ze een lange tijd ervoor Radio Veronica na interne problemen hadden verlaten. Jongeren onder de lezers dienen er wel rekening mee te houden dat in 1971 er niet zo veel op de radio was te beluisteren als het om popmuziek ging. We hadden Radio Luxembourg, dat nog een paar Nederlandstalige uurtjes had, Hilversum 3 dat slechts deels popmuziek uitstraalde en Radio Veronica dat op dat moment, ondanks geen landelijke bedekking, de meeste jongeren aantrok.   Felix Meurders. Foto: Hans Knot   De bekende stemmen waren Jan van Veen en Joost den Draaijer die dan ook voor de openingsuren zorgden op Radio Noordzee. Wekelijks was er tevens op zaterdagmiddag, vanaf 1 uur de Radio Noordzee Top 50 te beluisteren en die zo was geprogrammeerd dat het programma een uur eerder van start ging dan de Zaterdagmiddaggebeurtenis op Radio Veronica, die altijd met de Top 40 begon. De eerste weken was het programma op Radio Noordzee in presentatie van Joost den Draaijer. Op zich ook weer vreemd daar op de vrijdagmiddag hij was te beluisteren bij de NOS met de Nationale Top 30. Er werd zo hier en daar in de geschreven pers het nodige gemeld over deze dubbelrol en openlijk werd er afgevraagd of de leiding van de NOS wel kon accepteren dat een van hun sterpresentatoren ook nog eens voor een zeezender actief was. De eerste Top 50 was op Radio Noordzee te beluisteren op 21 februari en bracht ‘Nothing Rhymed’ van Gilbert O’Sullivan op de eerste positie, een lijst die je via de volgende link kunt zien: http://home.planet.nl/~elber875/RNITop50_1971_02_21.html   Van Kooten zelf, zoals Joost den Draaijer officieel van achternaam heet, trok zich van alle kritiek niets aan en ging rustig iedere vrijdag naar de studio in Hilversum om daar, beladen met een stapel singles en een doos sigaren, de uurtjes vol te kletsen. Maar na een aantal weken werd het duidelijk dat hij niet langer viel te handhaven op de vrijdag bij de NOS en dat er een nieuwe presentator zou komen in de persoon van de toen 24-jarige Felix Meurders, afkomstig uit Zuid-Limburg, op een steenworpafstand van de Limburgse hoofdstad Maastricht.   De laatste vrijdag van de maand maart 1971 hoorden de luisteraars, die in de middag afstemden op de uitzendingen van Hilversum 3, plots een andere stem als die van Joost. De kranten die vielen onder de gemeenschappelijke persdienst (GPD) meldden er op 14 april van dat jaar het volgende over: ‘De top 30-fans horen sinds korte tijd hun favoriete programma op Hilversum 3 niet meer presenteren door Joost den Draaijer. Zijn stem is — om in het jargon van de discjockey te blijven — een ‘gouwe ouwe’ geworden op dat station. Deze Nederlandse radiopionier op zee kon het kennelijk niet langer harden op het land en hij vertrok naar Radio Nordsee. Al twee weken praat Felix Meurders het vaderlandse hits aan elkaar en het is de bedoeling, dat hij dat voorlopig blijft doen.’   Het bleek dat Meurders al eerder de aanbieding had gekregen het programma over te nemen maar dat hij toch zo de nodige belemmeringen zag, die hij eerst wenste te overdenken alvorens een antwoord te geven. Hij was van mening dat het een heel moeilijk programma was om te presenteren omdat je telkens elke week praktisch dezelfde platen diende te draaien behalve als er een paar hitjes vervangen werden door nieuwkomers. Volgens Meurders kon je snel in verveling geraken met bijvoorbeeld de grapjes die je in het programma vertelde.   Dat was echter niet de enige reden van twijfel want ook de luisterdichtheid van de Top 30 was voor hem een probleem. Hij stelde dat de enorme hoeveelheid aan luisteraars voor hem een psychisch probleem vormde. Het was anders dan de andere programma’s, die hij destijds als een routinier presenteerde. We hoorden hem bijvoorbeeld op de zaterdagavond bij de KRO als presentator van het sportprogramma ‘Goal’ en bovendien had hij destijds al enige tijd een eigen programma, de Felix Meurdersshow, op Hilversum 3.   Daarbij komt ook nog eens dat de Nederlanders, die niet tevreden waren met datgene dat de reguliere omroepen brachten, hun luistergenot zochten bij Radio Veronica, Radio Noordzee en de Nederlandstalige uitzendingen van Radio Luxembourg. Het was bij dit laatste station dat Felix Meurders ook door velen werd beluisterd want hij presenteerde op de 208 ‘Muziek voor Eva’. Je kunt rustig stellen dat Felix Meurders, die decennialang niet van de radio is weg te denken, een snelle carrière maakte.   Het was in 1968 dat hij aan een regionale deejaycompetitie meedeed en de winnaar werd van rond de 60 kandidaten. Vervolgens werd hij meteen benaderd door Peter Koelewijn om programma’s te gaan presenteren voor Radio Luxembourg. Het was Ad ’s Gravenzande trouwens die Felix Meurders naar Hilversum haalde. Hij werd er bekend als ondermeer ‘Felix, the big bird on three’. Uiteraard luisterde Meurders in 1971 ook naar de andere, eerdergenoemde, radiostations en hem destijds gevraagd wat hij leuk vond bij de concurrentie werd het volgende geantwoord: “Naar de radio luister ik vooral beroepshalve en voor de lol in mijn auto. De Allen West-show op RNI, dat vind ik toch wel fantastisch. Je kan gewoon horen, dat die lui ernaar verlangen om in de uitzending te komen. Die worden als honden uitgelaten. De hele dag kunnen ze op dat schip jingles maken en dat moet er in de uitzending dan ook uit. En dan wordt alles ook nog op een heel relaxte manier gepresenteerd. Je kunt merken dat ze daar de hele dag in de goede sfeer zitten; dat is bij ons geheel anders zo van alles komt op zijn tijd.”   Wel dat was 1971 en ja je kunt rustig stellen dat voor Felix Meurders alles op zijn tijd is gekomen met een prachtige loopbaan via de radio maar ook via de VARA en het televisieprogramma ‘Kassa’.   Hans Knot, 14 april 2018

hans knot

hans knot

Shula Rijxman: “Wie is De Mol?”

Vandaag is er in het Algemeen Dagblad onderstaande publicatie van Shula Rijxman te lezen.
“Een sterke publieke omroep is onmisbaar voor een vitale democratie”, stelt het Regeerakkoord. Die plechtige woorden schieten door mijn hoofd, terwijl ik vanaf de Mies Bouwman-boulevard het Mediapark op rijd. Dan belt Marc Adriani om zijn vertrek van BNNVARA naar John de Mols Talpa Radio aan te kondigen.
Als een collega onze publieke omroep verlaat, doet dat even pijn. Maar het maakt ook trots: blijkbaar is dit de prijs van succes. Art, Twan, Gerard, nu Marc. Allemaal talent dat bij de publieke omroep kon groeien en bloeien en nu, op hun hoogtepunt, wordt weggekocht. Zo gaat het in het voetbal, zo gaat het bij de omroep. Zie het als een compliment. We willen en kunnen niet concurreren met de bedragen die de commerciëlen betalen. Maar de eredivisie van tv en radio wordt toch écht door de teams van de publieken gedomineerd. De eerste helft van het seizoen 2018 komt in zicht en we hebben een goed half jaar achter de rug, of het nu om de waardering of om de kijkcijfers gaat. Van het ongekende succes van NPO Radio 2 als grootste zender van Nederland tot ons snel groeiende platform NPO Start. Van de Luizenmoeder tot Mindf*ck, van Zondag met Lubach tot Wie is de Mol?, van de scoops van Nieuwsuur tot de prachtige kinderprogramma’s van Zapp en Zappelin.
Het gaat, kortom, goed. Maar het is niet vanzelfsprekend dat dat zo blijft. Als het kabinet ons net zo zou behandelen als zo ongeveer alle andere sectoren, had de publieke omroep jaarlijks zo’n 200 miljoen meer kunnen besteden aan nog mooiere, betere, relevantere mediaproducties van en voor ons allemaal. Ironisch genoeg gebeurt het tegenovergestelde. Advertentie-inkomsten dalen hard dalen. In plaats van dat het kabinet z’n mooie woorden in het regeerakoord nakomt, presenteert de minister een extra korting.
Heus, ik bewonder John de Mol en zijn droom van een Hollands media-imperium. Hij vecht met ons tegen de oprukkende macht van Facebook en Google, al houdt hij tegelijkertijd de mogelijkheid open om ooit alles weer aan diezelfde Googles of Facebooks te verkopen. De Mol was al eigenaar van de radiostations 538, Sky Radio, Radio 10 en Veronica alsmede de SBS-televisiezenders. Nu lijft hij het ANP in en wordt zo hofleverancier van alle concurrenten, van De Telegraaf tot RTL en de NPO.
En weer denk ik aan het Regeerakkoord en het daarin door partijen onderstreepte belang van een onafhankelijke nieuwsbron. De publieke omroep wil er met haar informatieve, culturele en educatieve programma’s voor iedereen zijn en slaagt daar vaker wel dan niet in. En, hoewel sommigen anders doen geloven, we doen dat volgens iedere onafhankelijke meting voor een zeer, nee, té bescheiden budget. “Een sterke publieke omroep is onmisbaar voor een vitale democratie?” Wij hebben geleverd, Haagse politici; waar blijven ùw daden?
Shula Rijxman
Voorzitter van de Raad van Bestuur van de NPO
13 april 2018

de redactie

de redactie

Beste Gerard

Vanaf het moment dat jij startte met je programma Ekdom in de ochtend ben ik een vaste luisteraar. Elke werkdag begint voor mij met de aanwakkerplaat, je (vergeten) plaat uit de kluis, de praktijk van Dokter Pop, je wekelijkse 5-sterrentrack en Benny Hill die je speciaal voor Carmen Verheul draait als opvullertje richting het nieuws.    Tot dat moment was er geen enkele ochtendshow waar ik lang naar luisterde. Overal haakte ik al snel af door het oeverloze geouwehoer over onderwerpen die niets met muziek te maken hebben. Bij jou is dat anders. Ja, ook jij hebt dingen zoals shownieuws en in mijn ogen nutteloze nieuwsberichten, maar je programma staat voornamelijk in het teken van muziek. En daar hou ik van.   Vorige week werd bekend dat je de overstap maakt naar Radio 10. Na 20 jaar 3FM en NPO Radio 2 ga je naar één van de commerciële radiostations van Talpa. Een slimme zet van John de Mol, want als je ochtendprogramma veel luisteraars trekt profiteer je daar de rest van de dag van. En dat is weer goed voor de reclame inkomsten.    Maar ik ga niet met je mee. Dankzij jou heb ik NPO Radio 2 leren kennen. Met Bart, Gijs, Rob, Annemieke, Ruud, Wouter, Stefan en Jan-Willem zit het station goed in elkaar. Een mooie mix van oude en nieuwe muziek en de grootste playlist van alle Nederlandse radiostations.    Sorry Gerard, maar ik hou nog teveel van muziek om te verhuizen naar het radiostation met de uitgekauwde hits.    Met vriendelijke groet,   Vincent 

Vincent

Vincent

Hans Knot: Weggesleepte tender ‘Linda’

In de historische column van dit weekend ga ik in gedachten weer eens op bezoek in de pittoreske Scheveningse havens, waar ik zo vaak ben geweest in de jaren zeventig en als het even kan zo om de twee jaren een bezoekje breng. Het was voor vele radiofans in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw een plek om te zijn. Immers werden vandaaruit ondermeer Radio Veronica en Radio Noordzee bevoorraad.   Recentelijk stuitte ik in de archieven op een oude krant van 24 februari 1971 waarin een verhaal is terug te vinden over een ontevreden schipper, de toen 37-jarige, C.J. de Ridder afkomstig uit Urk. Hij had zijn schip, de ‘Linda’, al bijna een jaar liggen in de haven van Scheveningen en hem was al een paar keer door een ambtenaar van de Havendienst erop gewezen dat het afmeren van een schip in de haven van Scheveningen bijna onmogelijk was zonder de vergunning, waarin duidelijk omschreven werd dat het betreffende schip werd ingezet voor bepaalde activiteiten die te maken hadden met handel gericht op Scheveningen en Den Haag.   Omdat De Ridder totaal niet reageerde op het verzoek van de ambtenaar om te vertrekken en elders een ligplaats te zoeken, kwam in de derde week van februari, in de holst van de nacht, een sleepboot - die dienst deed voor Rijkswaterstaat- op last van de gemeente Den Haag, de kotter ‘Linda’ uit de Scheveningse haven wegslepen. Volgens een woordvoerder van de Dienst had De Ridder geen vergunning om er zijn schip af te meren en verbleef hij er dus illegaal.   In eerste instantie werd de ‘Linda’ ingezet, zoals vele schepen actief vanuit Scheveningen, voor het vissen op de Noordzee, maar werd ook voor andere doeleinden ingezet. Eerder die maand werd bekend dat het beslag op de MEBO I, dat in 1970 werd ingezet voor de bevoorrading van de MEBO II van Radio Nordsee International, nog immer aan de ketting lag in de haven van Scheveningen. Het beslag was gelegd in opdracht van de Panama Overseas Shipping Company, een onderneming opgezet door ir. Heerema. Deze maatschappij stelde nog een vordering te hebben op MEBO Ltd, de moedermaatschappij achter RNI en eigendom van de Zwitsers Meister en Bollier. Details werden niet vrijgegeven. Heerema was, ondermeer met vriend Kees Manders, verantwoordelijk voor een poging tot kaping van het zendschip van RNI in de maand augustus 1970. Manders had ook een vordering op de Zwitsers maar die zou met beide heren tot een regeling zijn gekomen.   In de tweede week van februari 1971 werd bekend gemaakt dat RNI, dat eind september 1970 met uitzendingen was gestopt, spoedig weer een serie testprogramma’s wenste uit te zenden om daarna te beginnen met uitzendingen in het Nederlands en het Engels. Hiertoe werd de Exploitatie Maatschappij Noordzee N.V. opgezet, waarvan de muziekuitgeverij Basart een van de vennoten was. Als streefdatum voor de start van RNI in 1971 werd aangegeven dat deze tussen 20 februari en 1 maart zou komen te liggen. Daar het zendschip, zij het met een beperkte bemanning, nog steeds in internationale wateren voor Scheveningen voor anker lag, diende er dus met bepaalde regelmaat te worden bevoorraad.   Hiervoor maakte de onderneming gebruik van boten van een aantal scheepseigenaren uit Scheveningen, maar ook van het schip van De Ridder. Voordat het schip ‘Linda’ werd weggesleept had de schipper gedurende twee weken met regelmaat de MEBO II bevoorraad, iets was de havenautoriteiten ook was opgevallen. Via een wel heel grote omweg kwam de ‘Linda’ vanuit Scheveningen in de Laakhaven in Den Haag terecht. Het schip werd van Scheveningen via Hoek van Holland en de waterweg naar Rotterdam, via binnenwateren, naar Den Haag gesleept. Als reden gaf de directeur van de Havendienst, Mr. W.C.A. Riem Vis, aan dat De Ridder geen vergunning had activiteiten vanuit Scheveningen te verrichten. De sleeptocht werd in de nacht van 23 februari gedaan om de scheepvaart in de binnenwateren zo weinig mogelijk te hinderen en om geen opzien te baren.   Ook vond men het niet nodig de eigenaar, die om half 1 in de nacht het schip had verlaten, op voorhand te informeren. Riem Vis destijds: “Hij is al lang genoeg gewaarschuwd. Hij wist dat dit zou gebeuren als hij voor de twintigste van deze maand niet vertrokken was. Wij vinden het dan niet nodig hem te verwittigen. Hij heeft trouwens ook nooit iets van zich laten horen.” In de ochtenduren deed De Ridder aangifte bij de politie wegens diefstal van de ‘Linda’. Ook hierop reageerde Riem Vis: ‘Diefstal, dat is geen diefstal. Het is het verplaatsen van een vaartuig, dat volgens een verordening mag. Hij zal wel de kosten moeten betalen.” De kosten werden destijds trouwens op rond de 2000 gulden geschat.   Achteraf had De Ridder die nacht de boot van Rijkswaterstaat wel in de omgeving zien varen maar had hij niet door met welk doel: ‘Als ik geweten had dat even later ze mijn bootje zouden kapen, was ik erbij gebleven en hadden ze nog een grote rel mee kunnen maken. Maar ze zijn nog niet met me klaar. Dat stiekeme gedoe lust ik niet. Ik heb een advocaat ingeschakeld om de zaak voor me te redden.” Een woordvoerder van de gemeente Den Haag stelde dat de overtallige schepen in de haven van Scheveningen al meerdere malen onderwerp van gesprek waren geweest en dat de situatie in de haven steeds chaotischer werd en dus ingegrepen diende te worden om de schepen, waarvoor wel een vergunning was, een ligplaats te kunnen geven. Het is daar razend druk en als deze sportvissers, die niet in de haven thuis horen, er maar hun gang gaan wordt de chaos steeds groter.”   De Ridder was het met deze verklaring niet eens en stelde dat Scheveningen een vrije haven was en dat ieder schip, goedgekeurd door de scheepvaartinspectie, daar mocht komen. De gemeente Den Haag ging echter uit van het standpunt dat de haven allereerst bestemd was voor Scheveningers en dat men diende aan te tonen dat men zich met handel of visserij bezig hield. Wel waren er rond die tijd vele jachten die door een besluit uit het verleden er tevens een ligplaats hadden. Hoe het uiteindelijk is afgelopen is niet duidelijk want na die enkele berichtjes in februari 1971 is er niets meer van Schipper De Ridder en zijn ‘Linda’ vernomen.   Hans Knot, 7 april 2018   Foto MEBO I in Scheveningen haven. (Leen van Oeveren)

hans knot

hans knot

Hans Knot: De VPRO en de ‘piraten’

Al eerder heb ik uitgebreid gepubliceerd over de speciale uitzendingen vanaf een schip, Zo vroeg ik me af: Klassieke muziek en zeezenders, gaat dat samen? Ja, zeker wel. Ooit liet de violist Theo Olof — het boegbeeld van de stichting Nederland Muziek die voor de komst van een klassieke-muziekzender ijverde — zich ertoe verleiden om op verzoek van de VPRO-radio aan boord van een zendschip te stappen. Het is de geschiedenis ingegaan als Radio Stereo Petat en het Comité Nederland Muziek. Het was maandag 9 april 1973 dat een gehuurde boot, de MV Morgenstern, de zee op ging om te worden ingezet voor deze speciale uitzendingen van de ‘piraat’ Stereo Patat. Vreemd genoeg werd deze sportvissersboot in de eind jaren zeventig echt ingezet voor de uitzendingen van een zeezender, Radio Delmare. Het hele verhaal, door mij gepubliceerd in 1995, kun je via de volgende link nog eens lezen: http://www.icce.rug.nl/~soundscapes/VOLUME01/Radio_Stereo_Petat.shtml   Het blijkt echter dat de VPRO zich eerder heeft ingelaten met de uitzendingen van een piratenzender en wel in de maand april 1971. De bewoners van de Nieuwmarktbuurt, destijds een van de saneringswijken van Amsterdam, hadden een eigen radiozender illegaal in stelling gebracht tegen de massale sloopplannen die het gemeentebestuur van Amsterdam had bekend gemaakt. De naam van het radiostation was Radio Sirene en programmamakers van de VPRO hebben destijds in de avond van vrijdag 9 april het geluid van het radiostation in het toen populaire programma ‘VPRO Vrijdag’ gedurende een kwartier laten meelopen.   Radio Sirene maakte gebruik van een frequentie op de middengolfband, vlak naast de 192 meter van Radio Veronica. Toen de uitzendingen de betreffende avond werden beëindigd werd tevens bekend gemaakt dat men vrijdagmiddag 16 april weer zou zijn te beluisteren. Wel werd aangegeven dat de uitzending niet langer dan een kwartier zou duren om de kans te worden uitgepeild door de Radio Controle Dienst te verkleinen. De initiatiefnemers wilden de zender niet alleen voor zichzelf gebruiken maar stelden tevens anderen, die zich tegen de gemeentelijke plannen wensten te verzetten, het gebruik van de zender beschikbaar. Verder meldde men dat in de uitzendingen aankondigingen zouden volgen van allerlei acties die door de buurtbewoners zouden worden georganiseerd.   Regelmatig kwamen de gebeurtenissen rond de Nieuwmarktbuurt destijds in het nieuws. Niet alleen was een groot aantal lege panden door krakers, afkomstig uit het gehele land, in bezit genomen maar ook de reguliere bewoners traden soms op een militante manier op. Ondermeer werden werknemers van het Gemeentelijke Energie Bedrijf van Amsterdam bij herhaling weggestuurd toen ze van plan waren de elektriciteit in de gekraakte panden af te sluiten, zodat oneigenlijk gebruik kon worden voorkomen.   Maar ook de slopers, waarvan door de gemeente werd gemeld dat men spoedig met de afbraak van panden kon beginnen, werden in de uitzending duidelijk gemaakt dat ze niet welkom waren. Bovendien werden er in de wijk allerlei spandoeken opgehangen met duidelijke teksten: ‘Slopers niet welkom’, ‘Levensgevaarlijk voor slopers’ en ‘Slopers gaan de gracht in’. Ter voorkoming dat slopers ongehinderd hun gang konden gaan, werd in de uitzending van Radio Sirene aangekondigd dat spoedig patrouilles, bestaande uit buurtbewoners, de straat zouden opgaan om slopers te verhinderen aan de slag te kunnen gaan.   Maar daar bleef het ook niet bij want er werd op een aantal daken van de Nieuwmarkt buurt een felle sirene geplaatst die bij dreigende komst van de slopershamers zoveel lawaai maakte dat er door vele bewoners werden gewaarschuwd en een grote afscherming tegen de werklieden kon worden gevormd. De plannen van de gemeente tot een grootschalige sloop van panden in de betreffende wijk had ondermeer te maken dat er ruimte diende te worden gecreëerd voor de aanleg van de Metro en een nieuwe autoweg in onze hoofdstad. Een fragment van het programma van Radio Sirene op de 193 meter was trouwens, mede dankzij de medewerking van de VPRO, dezelfde avond in het NOS Journaal te horen.   Vier jaar later waren er hevige rellen toen tot afbraak van vele panden werd begonnen ten bate van de aanleg van de Oostlijn van de Amsterdamse Metro en het NOS Journaal bracht de beelden: https://nos.nl/video/2026691-terugblik-rellen-nieuwmarkt-1975.html   Hans Knot, 31 maart 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: De eerste vijftien jaren Eurovisie (deel 3)

In de jaren vijftig en zestig bracht de televisie voor veel Nederlanders de wereld in hun huiskamer. Het medium maakte hun belevingswereld groter en de echte buitenwereld kleiner. De televisie werd een venster op de wereld en de wereld werd, zoals vaak wordt gezegd, een "global village". De uitzendingen van de Eurovisie — denk aan het songfestival — speelden daarbij een belangrijke rol. Tegen die achtergrond bespreekt ik de eerste vijftien jaar van de Eurovisie. Vandaag deel 3.   Als je voorafgaande informatie in deel 1 en 2 van deze nostalgische terugblik goed beschouwt, kan worden gesteld dat de Eurovisie in haar eerste tien jaar zich behoorlijk heeft ontwikkeld. In 1964 had Eurovisie een net met een totale lengte van 75.000 km. Hiervan bestond 12.000 uit kabel en 63.000 uit straalverbindingen. De uiteinden van de west-oost verbinding waren op dat moment Belfast in Ierland en Sijeme in het voormalige Joego-Slavië, terwijl Helsinki en Palermo de uiteinden vormden van de noord-zuid verbinding. Had men in 1954 de beschikking over 80 relais-stations, tien jaar later was dat aantal gegroeid tot over de 1.500.   De meeste zendtijd aan één en hetzelfde item werd besteed aan het overlijden van Paus Johannes XXIII en de verkiezing van zijn opvolger: 24 uur. Een enorm aantal uren voor die tijd. Veel daarvan was overigens pure wachttijd. Echt nieuws was er pas, toen de witte rook kringelend boven het Vaticaan verscheen om aan te geven dat de kardinalen een nieuwe paus hadden gekozen. In 1964 was er trouwens de eerste verbinding met Azië, toen tal van verbindingen per satelliet werden gemaakt voor de verslaggeving van de Olympische Spelen, die in de zomer in Japan werden gehouden.   In de jaren 1965 en 1966 waren er ook vele Eurovisie uitzendingen. Zo werd in 1965 onder meer aandacht besteed aan de inauguratie van de Amerikaanse president Johnson, de begrafenis van Sir Winston Churchill, de Wereldkampioenschappen schaatsen in Oslo, het bezoek van de Paus aan de Verenigde Naties en de diverse lanceringen en landingen van ruimtevaarders in Amerika. Het jaar daarop bleken de toppers van andere aard te zijn: het huwelijk van onze eigen prinses Beatrix, het wereldkampioenschap wielrennen op de weg in Duitsland, een folklore-festival in Dublin en het Billy Smart Kerst Circus. Beschaafd vermaak, sport en vorstenhuizen voerden nog steeds de boventoon, maar ook de veranderende wereld liet zich niet langer buitensluiten.

In 1965 baarde de Britse popzanger Dave Berry met zijn door Ray Davies geschreven nummer ‘This Strange Effect’ de nodige opzien op het songfestival. Bij het huwelijk van Beatrix in 1966 kon de hele wereld de rook zien die de rookbommen van de Provo's boven de straten verspreidden. Ook het volgende jaar zou de jeugdcultuur zich via de Eurovisie laten gelden, niet alleen op het songfestival — dat met het liedje ‘Puppet on A String’ werd gewonnen door Sandy Shaw, maar ook via de uitzending ‘Onze Wereld’.

Liefst twee jaar lang werd de uitzending van 25 juni 1967 voorbereid. In dit programma werd voor het eerst programmaflitsen uit diverse landen uitgezonden, die moesten leiden tot één totaalprogramma. Onder de titel ‘Our World’ werd het programma tussen acht en tien uur in de avond, West-Europese tijd, uitgezonden. De items werden aangeleverd door omroepen uit Afrika, Australië, Europa, Canada, Japan, Mexico en de VS. Het idee tot deze uitzending werd voor het eerst naar voren gebracht door vertegenwoordigers van de BBC. Doel van het programma was vooral items te brengen waarbij menselijke prestaties op lichamelijk en geestelijk gebied naar voren dienden te komen. Ook in dit programma wist de jeugdcultuur van de jaren zestig door te dringen. Een opvallende bijdrage werd namelijk geleverd door de Beatles, die voor de gelegenheid het nummer ‘All Your Need Is Love’ schreven en met een bont gezelschap van vrienden en bekenden uitvoerden.

Een speciale commissie werd opgericht die tot realisatie van de plannen moest komen, met als zetel Géneve. Uiteindelijk was het Bush House in Londen de plek waar alles werd gecontroleerd. De ontvangst van alle signalen en het schakelcentrum waren daar, evenals twee andere studio's vanwaar de items tot een totaalprogramma werden geregisseerd. Liefst tienduizend man werkten aan de uitzending mee, daarbij gebruik makend van anderhalf miljoen kilometer van het intercontinentale telefoonnet en van 160.000 kilometer aan kortegolf verbindingen.

Uiteraard waren de communicatiesatellieten ook een belangrijke schakel tijdens de uitzending. Voor de verbinding tussen de landen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan werd de Early Bird ingezet. Voor de gebieden rond de Stille Oceaan werd gebruik gemaakt van de toenmalige Intelsat 2 en de ATS-1. In Londen werd het gesproken gedeelte zo nodig tegelijk vertaald in het Engels, Frans en Duits. Een tegenvaller was dat op het allerlaatste moment van voorbereidingen de landen binnen de OIRT (Intervisie) zich terugtrokken, dus geen uitzendingen vanuit en naar de kijkers in de landen van het voormalige Oostblok.

Maar 1967 stond ook garant voor de uitwisseling van de eerste kleurenuitzending van de Eurovisie. Vanaf de Firato, de tweejaarlijkse tentoonstelling over radio en televisie in Amsterdam, werden in september de eerste kleurenbeelden overgebracht. Ook hier gingen natuurlijk weer de nodige problemen aan vooraf, immers werd er nog steeds gewerkt met diverse lijnen-systemen en had dit vooral invloed op de overdracht van kleurentransmissie. Gevolg was dat een oplossing diende te worden gevonden, hetgeen alleen mogelijk was als het ene systeem qua kleur overzetbaar was in het andere systeem. Er werd een speciale werkgroep in het leven geroepen die met een oplossing kwam. Een schakelschema werd er gemaakt waardoor omzetting vooraf gebeurde, en dat zowel geschikt was voor zwart-wit als voor kleurentransmissie.

Het jaar 1967 was goed voor in totaal 617 Eurovisieprogramma's met een totale duur van 812 uur. Enkele daarvan waren reeds in kleur te ontvangen. Sport en nieuwsitems bleven de boventoon voeren in het aanbodpakket. Nieuwjaarsdag 1968 werd, zoals gebruikelijk, geopend met het Nieuwjaarsconcert vanuit Wenen, maar een maand later was er al 38 uur aan uitzendingen vanuit Grenoble, alwaar de Olympische Winterspelen werden gehouden. Alle transmissie gebeurde toen al in kleur. Later dat jaar zou dit ook het geval zijn met de verslaggeving, in de maand oktober, van de Olympische Zomerspelen in Mexico. Een maand eerder werd daarvoor de Atlantic 3 per stuwraket de ruimte ingeschoten. Direct na de start stortte de stuwraket en de satelliet neer. Men ondersteuning van andere satellieten kon toch nog 65 uur, waarvan een deel in kleur, vanuit Mexico worden uitgezonden.

Hetzelfde jaar bracht ook het einde van de Praagse Lente en de Russische bezetting van Tsjecho-Slowakije. In maart 1968 was president Antonin Novotny in dat land afgetreden en vervangen door Ludvik Svoboda. Partijvoorzitter Alexander Dubcek begon een politieke en culturele hervorming onder de noemer van een ‘socialisme met een menselijk gezicht’. Het land leefde op. maar in de nacht van 20 op 21 augustus trokken troepen van het Warschaupact het land binnen en maakten een einde aan de hervormingen. Uiteraard werd er door de OIRT geen beelden van de invasie aangeleverd. Dankzij een aantal illegale televisiestations in Tsjecho-Slowakije werden er beelden aan de Oostenrijkse televisie geleverd, waardoor de rest van de wereld toch op de hoogte kon worden gehouden van de situatie in het land.

In 1968 werd ook een begin gemaakt met de dagelijkse uitwisseling van nieuwsitems in kleur. Voor de uitzending van de verschillende programma's maakte de Eurovisie al die jaren gebruik van bestaande nationale zenders. Speciale eigen Eurovisiezenders waren dus niet beschikbaar. Uiteraard had men wel de beschikking over een eigen schakelcentrum, dat de geschiedenis inging onder de naam ‘Centre Internationale de Contrôle Technique’, dat gevestigd werd in Brussel. Zoals eerder gesteld is het administratief centrum van Eurovisie gezeteld in Genève.

Tegenwoordig schieten er duizenden satellietsignalen per dag over de aardbol. Ze gaan via tal van satellieten, die inmiddels allen een vaste positie in een baan om de aarde hebben, probleemloos van uitzendlocatie rechtstreeks dan wel via kabelnetten, de huiskamers in. Het songfestival is een institutie en de liedjes zijn een genre apart geworden. Het is vanzelfsprekend om grote sportgebeurtenissen overal ter wereld live te kunnen volgen. Aan elk militair conflict tussen naties gaat bijna automatisch gepaard met een mediaoorlog, waarin de partijen voor het oog van de wereld hun lezing geven van de gebeurtenissen. Niemand die zich ooit druk zal maken hoe dit mogelijk is, want het is immers allemaal zo normaal dat we kunnen schakelen tussen dertig of meer kanalen op de beeldbuis. Toch is het soms goed om eens bij stil te staan hoe het, in de beginjaren van de televisie, toen de wereld nog groter was, allemaal is ontwikkeld.

Dit artikel is gebaseerd op diverse artikelen en interne rapporten van de NOS en verder archiefonderzoek in het Nationaal Audiovisueel Archief te Hilversum en het Archief van het Freewave Nostalgie  Magazine in Groningen.

Hans Knot, 24 maart 1980

hans knot

hans knot

Hans Knot: De eerste vijftien jaren Eurovisie (deel 2)

In de jaren vijftig en zestig bracht de televisie voor veel Nederlanders de wereld in hun huiskamer. Het medium maakte hun belevingswereld groter en de echte buitenwereld kleiner. De televisie werd een venster op de wereld en de wereld werd, zoals vaak wordt gezegd, een "global village". De uitzendingen van de Eurovisie — denk aan het songfestival — speelden daarbij een belangrijke rol. Tegen die achtergrond bespreekt ik de eerste vijftien jaar van de Eurovisie. Vandaag deel 2.   Dolf van der Linden en Corry Brokken Foto Archief Soundscapes

Gedurende de eerste jaren werden er al tal van initiatieven aangedragen te komen tot jaarlijks terugkerende evenementen, die via de Eurovisie uitgezonden konden worden. Die kwamen er ook. Ieder nieuw jaar begon en begint nog steeds met de uitzending van het Nieuwjaarsconcert vanuit Wenen, gevolgd door het skischans-springen in Garmisch Partenkirchen. Maar uitzonderlijk veel kijkers trekt jaarlijks het Eurovisie Songfestival dat in 1956 voor het eerst — vanuit het Zwitserse Lugano — werd georganiseerd. In 1958 mocht Nederland de organisatie daarvan voor de eerste keer verzorgen omdat Corrie Brokken in 1957 winnares werd met het liedje "Net Als Toen"

Het was in september 1957 dat de programmacommissie van de EBU een vergadering belegde waarbij alle hoofden van de nieuwsafdelingen van de diverse omroepen werden uitgenodigd. De bedoeling was in de toekomst tot uitwisseling van nieuwsitems te komen. Als experiment werd er een Eurojournaal gemaakt, waaraan België, Nederland, Engeland, Frankrijk en Italië deelnamen. Het overlijden van Paus Pius XII op 9 oktober 1958 was aanleiding voor andere landen ook deel te gaan nemen. Op die manier werden ook de omroepen in Duitsland, Zweden en Denemarken betrokken bij de uitwisseling van nieuws. Ook het zogeheten "International Television News Agency" werd deelnemer. De eerste pogingen leken een groot succes maar om de hoek doken ook de problemen op. Deze leken niet alleen van financiële en technische aard maar ook het tijdstip, waarop de nieuwsuitwisseling moest gaan plaats vinden, bleek een probleem. Daarbij kwam nog de vraag hoe het technisch centrum uitgerust diende te worden en hoe de bestaande contracten met grote nieuwsagentschappen afgehandeld, dan wel gewijzigd, dienden te worden.

De daarop volgende drie jaar was er onder meer een programma vanaf de Wereldtentoonstelling in Brussel in 1958. Vijftig miljoen kijkers in tien landen keken naar het programma "Rendez-vous van de Naties". Voor dit programma werden 19 camera's en 8 reportagewagens ingezet om een zo'n overzichtelijk mogelijk beeld te geven. Vervolgens werd in hetzelfde jaar voor de tweede maal verslag gedaan van de Wereldkampioenschappen Voetbal, dat in dat jaar werd gehouden in Zweden en door Brazilië werd gewonnen.

In 1959 konden we onder meer rechtstreeks zien hoe President de Gaulle in Frankrijk werd geïnstalleerd, terwijl het eerste lustrum werd gevierd met een programma dat in tien landen tegelijk werd uitgestraald met de veelzeggende titel: "In een leunstoel door Europa". Het jaar daarop was er volop verslaggeving van de Olympische Spelen vanuit Rome, terwijl het jaar werd afgesloten met een verslag van de huwelijksplechtigheid van Koning Boudewijn en Koningin Fabiola van België.

De eerste officieel vastgelegde vorm van internationale nieuwsuitwisseling werd een feit in augustus 1961 toen Nederland, Italië, Frankrijk en Groot-Brittannië een verbintenis aangingen voor regelmatige uitwisselingen van nieuwsitems. De wereld stond voor grote veranderingen en de gebeurtenissen van die dagen gaven aan berichtgeving een extra dimensie. Yuri Gagarin en John Glenn gingen de ruimte in; er was een grote opstand in Algerije, we hadden te maken met de moordaanslag op VN-voorzitter Dag Hammersköld en in Israël stond Adolf Eichmann voor de rechter. Hij zou uiteindelijk ter dood worden veroordeeld en iedere dag werden we via het beeldscherm op de hoogte gebracht van de ontwikkelingen in het nieuws. In eerste instantie waren er tussen de diverse landen onregelmatige vergaderingen maar al spoedig, begin 1962, werd besloten tot dagelijks overleg, hetgeen in de Franse en Engelse taal werd gevoerd.

Het idee te komen tot dagelijkse vergaderingen was afkomstig van de in 1999 overleden, toenmalige programmacommissaris van de NTS (voorganger van de NOS) Rengelink.  De uitvoering werd verder geregeld door de toenmalige hoofdredacteur van het NTS-Journaal, Carel Enkelaar. Nadat men tot overeenstemming was gekomen werd er iedere dag, om half tien in de ochtend, een verbinding tussen de verschillende landen gelegd. Een opsomming volgde van wat men zoal aan nieuwsitems had aan te bieden. Vervolgens werd vanuit Géneve, waar de EBU gevestigd was, gevraagd wie welk onderwerp wenste te hebben voor heruitzending. Vele uren later, om vijf uur in de middag, werden de gevraagde items, per lijnverbinding, doorgezonden en in de betreffende studio's van de deelnemende landen vastgelegd op magnetische band, tenminste als men een bepaald item had aangevraagd.
Carel Enkelaar Foto Archief Soundscapes   Maar inmiddels was de Eurovisie al lang niet meer de enige overkoepelende organisatie voor televisie in Europa. In februari 1960 was namelijk de Intervisie (OIRT) opgericht. Doel van deze organisatie was een soortgelijke samenwerking tussen de diverse landen in Oost-Europa. Ik noemde al even Yuri Gagarin, de Sovjetruimtevaarder. Middels samenwerking tussen Intervisie en Eurovisie kon, via een lijnverbinding tussen Rusland en Finland, mee gekeken worden naar de triomfantelijke ontvangst van de ruimtevaarder in Moskou. Tevens werden vervolgens op enkele plekken, nabij de grens tussen West- en Oost-Europa, koppelpunten aangelegd, waardoor uitwisseling van nieuwsitems tot de mogelijkheid behoorde.

In 1961 was de verslaggeving omtrent de ontmoeting tussen president Kennedy van de VS en Chroestjow van de Sovjet-Unie een absoluut hoogtepunt, terwijl voor 1962 me het nog erg goed op het netvlies staat hoe de beelden vanuit de St. Bernardtunnel werden getoond. Doorboring was een feit en harde werkers uit Zwitserland en Italië konden elkaar de hand schudden. De tunnel was werkelijkheid geworden.

Maar aangaande 1962 moet zeker de lancering van Telstar 1 op 10 juli worden genoemd. De kleine, bolvormige kunstmatige satelliet om de aarde was immers de eerste communicatiesatelliet, waardoor er beelden vanuit Amerika naar Europa konden worden gestraald. Na de lancering werd op 23 juli van dat jaar het eerste intercontinentale Eurovisieprogramma uitgestraald gericht op de kijkers in Noord-Amerika. Met de inzet van liefst 50 camera's en 20.000 kilometer aan straalverbindingen werden zowel de Europese als Amerikaanse kijkers bereikt, in totaal zo'n 150 miljoen. Verslag werd gedaan van de Lappen in Noord-Finland, de Sicilianen in Zuid-Europa, het Louvre in Parijs, de Sixtijnse kapel in Rome, de Britse kroonjuwelen en de activiteiten in een kernenergiecentrale in Zwitserland.

Gagarin wordt gehuldigd op Rode Plein foto Archief Soundscapes

Na de Telstar 1 werden er al spoedig meerdere communicatiesatellieten in een baan om de aarde gebracht, zoals de Relay 1 (gelanceerd op 13 december 1962), de Telstar 2 (gelanceerd op 7 mei 1963). Met behulp van deze en soortgelijke satellieten werd een start gemaakt met een lange serie van Mondovisie-programma's. In het eerste jaar vonden er liefst 63 uitzendingen plaats met een totale duur van 23 uur. De finale van het Mercury-project, de 34 uur durende ruimte-missie van majoor Gordon Cooper (16 mei 1963), de begrafenis van Paus Johannes XXIII (gestorven op 3 juni 1963) en het bezoek dat president Kennedy op eind juni aflegde aan West-Berlijn, Bonn en het Ierse Dungastown werden bijvoorbeeld wereldwijd zichtbaar gemaakt via de Telstar 2.

De satellieten kwamen onmiddellijk van pas nadat de Amerikaanse president Kennedy op 22 november 1963 werd neergeschoten in Dallas. Via liefst tien verschillende satellieten werden de beelden van de begrafenis richting Europa uitgezonden, terwijl er een satelliet werd ingezet voor het doorsturen van reacties uit Europa richting de VS. Dat wil niet zeggen dat de satellieten constant in gebruik waren. Men kon er slechts een signaal mee doorsturen wanneer de betreffende satelliet gunstig ten opzichte van het ontvangende land stond.

In die tijd hadden de satellieten namelijk nog geen vaste — geo-stationaire — plek aan de hemel maar draaiden om de aardbol. Ongeveer een half uur, gedurende de omwenteling om de aarde — die iets meer dan drie uur in beslag nam — was het mogelijk signalen te ontvangen. De plechtigheid rond de begrafenis van Kennedy kon op die manier gedeeltelijk rechtstreeks — met name via de Relay 1 — in Europa worden bekeken, waarbij de Eurovisie het signaal nog eens doorstuurde via Intervisie naar de landen in Oost-Europa. Zo werd het mogelijk dat 200 miljoen kijkers in 23 Eurovisie- en 7 Intervisie landen de uitvaartplechtigheid konden zien. De eerste geo-stationaire satelliet was de Syncom — de eerste geslaagde lancering betrof de Syncom 2 op 26 juli 1963. Toen ook werd voor de kijkers het onderschrift "live via satellite" een bekend verschijnsel.

Volgende week deel 3 van deze historische terugblik.   Hans Knot, 17 maart 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: De eerste vijftien jaren Eurovisie (deel 1)

In de jaren vijftig en zestig bracht de televisie voor veel Nederlanders de wereld in hun huiskamer. Het medium maakte hun belevingswereld groter en de echte buitenwereld kleiner. De televisie werd een venster op de wereld en de wereld werd, zoals vaak wordt gezegd, een ‘global village’. De uitzendingen van de Eurovisie — denk aan het songfestival — speelden daarbij een belangrijke rol. Tegen die achtergrond bespreek ik hier de eerste vijftien jaar van de Eurovisie. Dit zal gebeuren in drie nostalgische columns, waarvan deel 1 vandaag.

Na de Tweede Wereldoorlog maakte een groeiend aantal Nederlanders op prettige wijze kennis met het omringende buitenland. Een kleine avant-garde van schrijvers, journalisten en acteurs had Ibiza al snel ontdekt. Maar ook de gewone man en vrouw konden — zij het meer indirect — kennismaken met het leven in andere delen van Europa als Zuid-Frankrijk en Spanje. In populaire liedjes werden latere vakantiebestemmingen als Mallorca al vroeg bezongen. In de Bruna-pockets van Havank konden de lezers via de avonturen van de Schaduw kennismaken met de aantrekkelijke kanten van het leven in Parijs en Cannes. Maar, tot de invoering van de vakantie met behoud van loon — officieel pas in 1966 — en de opkomst van het autobezit — in 1963 beschikte nog slechts 15% van de arbeiders over dat vervoermiddel — moesten veel Nederlanders het daarmee doen.

Totdat het jonge medium van de televisie het buitenland ontdekte en met bewegende beelden binnenskamers bracht. Vooral de uitzendingen van de Eurovisie wekten bij de kijkers een nieuw gevoel voor de bredere geografische en culturele context van omringende landen en plaats van hun eigen land in Europa en van Europa in de wereld. In documentaires over de geschiedenis van de televisie in Europa wordt geregeld teruggegrepen op de eerste officiële internationale Eurovisie-uitzending die ooit heeft plaatsgevonden. Vreemd is dat niet. Opmerkelijk is wel dat in dat verband steevast de beelden worden getoond van de kroning van Koningin Elisabeth II van Engeland op 2 juni 1953. In werkelijkheid ging het hier helemaal niet om een officiële uitzending. De rapportage over de kroning van de Britse vorstin was slechts een eerste aanzet tot de definitieve Eurovisie-uitzendingen, waarvan de officiële start plaatsvond in 1954; dat is dit jaar dus 64 jaar geleden. De ceremonie in Londen werd destijds overigens slechts bekeken door de inwoners van Engeland, Frankrijk, Nederland en West-Duitsland, tenminste voor zover men daar al in het bezit was van een televisietoestel. Want een televisietoestel was in die tijd iets wat nog slechts weinigen tot hun huisraad konden rekenen.

Maar, het was toch wel een hoogtepunt te noemen, die gedenkwaardige tweede dag van juni 1953. Gedurende 6,5 uur werden er liefst 21 camera's ingezet om een zo'n mooi mogelijk plaatje de huiskamers in te brengen. Exacte cijfers zijn niet bekend, maar gissingen uit die tijd spreken over rond de 100.000 gezinnen die in Frankrijk, Nederland en Duitsland naar de plechtigheid zouden hebben gekeken. De vraag ligt voor de hand waarom er wel in die landen werd gekeken en niet in het tussenliggende België. Een antwoord op die vraag is snel gegeven, want België was technisch nog helemaal niet klaar voor het uitzenden dan wel ontvangen van televisiesignalen. De introductie van de televisie als medium had daar namelijk nog niet plaats gevonden. Maar, zoals al gesteld, er was geen sprake van een officiële Eurovisie uitzending. Zelfs de term "Eurovisie", die later door de Britse journalist en latere perschef van de BBC, George Campey, werd geïntroduceerd, was nog nooit gevallen.

Uiteraard was er aan de "experimentele" uitzending van de kroning een tijd van voorbereiding voorafgegaan. Dat waren merendeels kleinschalige technische experimenten. Op 27 augustus 1950, bijna drie jaar eerder, zorgden Britse technici ervoor, dat de viering van het eeuwfeest van de onderzeese telefoonverbinding tussen Frankrijk en Calais ook rechtstreeks was te volgen via de beeldschermen in ongeveer 500.000 Britse gezinnen. Het initiatief om een verbinding met het vaste land van Europa te maken, kwam van Britse zijde en dat lijkt op zich verwonderlijk. Maar, in de tijd dat het Europese vasteland op het punt van de televisie nog in haar kinderschoenen stond, was in Engeland het derde lustrum van het nieuwe medium al in zicht. In 1936 was er in Engeland immers al sprake van reguliere televisie-uitzendingen.

Het succes van deze verbinding was zowel voor de Fransen, waar ontvangst van televisiesignalen tot dan toe alleen voorbehouden was aan de bewoners van Parijs en omgeving, als de Engelsen een grote stimulans om door te gaan met experimenten op het gebied van de internationale televisie. Die experimenten waren ook nodig, want er waren genoeg problemen die om een oplossing vroegen.

Een ingewikkeld technisch probleem was bijvoorbeeld dat er in de diverse landen verschillende beeldlijnsystemen werden gehanteerd. In Engeland hanteerde de BBC als vanouds het zogenaamde 405-lijnen systeem, terwijl in Frankrijk het 819-lijnensysteem werd gebruikt. Nederland en een aantal andere belangrijke Europese landen hanteerden het 625-beeldlijnensysteem. De technici kwamen op een bepaald moment met de oplossing via de constructie en de introductie van de zogenaamde "lijnenvertalers". In het begin een zeer ingewikkeld apparaat dat het mogelijk maakte de beelden over en weer zichtbaar te maken tot in de huiskamer.

Daarbij kwam nog een tweede probleem en wel het overbrengen van twee geluidssignalen. Allereerst diende natuurlijk het signaal te worden overgezonden van het "live-gebeuren", ofwel het signaal dat op de plek van opname werd geproduceerd. Maar daarbij, en dat had men voorheen nog niet uitgeprobeerd, diende ook het commentaarsignaal (vaak vanuit het ontvangende land zelf in de moerstaal ingesproken) te worden ingevoegd voordat het signaal via de uiteindelijke zender voor transmissie naar de kijkers ging. Maar ook dit probleem werd door de technici op betrekkelijk korte termijn kundig opgelost.

Een televisieverbinding tussen Parijs, Lille, Dover en Londen was de volgende uitzending die plaatsvond. Ook die keer was er een gelegenheid om experimenten uit te proberen. Een commissie bestaande uit vertegenwoordigers uit Engeland en Frankrijk was in het leven geroepen voor de organisatie van een Frans-Britse week in de maand juli 1952. Na afloop van de festiviteiten werd de commissie echter niet opgeheven en bedankt voor de gedane activiteiten. Uit de commissie ontstond namelijk een permanente werkgroep, waarin niet veel later ook vertegenwoordigers uit Nederland, Duitsland en zelfs België werden opgenomen. De Europese Radio Unie, opgericht in 1950 door omroepen uit enkele Europese landen, ondersteunde deze werkgroep en zag het als dé mogelijkheid voor goede samenwerking op het gebied van de ontwikkeling van de televisie in West-Europa.

Begin 1954 vond de eerste vergadering plaats van een programmacommissie bestaande uit vertegenwoordigers van enkele landen, waarbij namens de EBU (European Broadcasting Union, zoals de nieuwe naam van de overkoepelende organisatie inmiddels luidde) actief gewerkt diende te worden aan de administratieve en juridische ontwikkeling van de Europese televisie. De commissie stond onder leiding van de Zwitserse voorzitter Marcel Bezençon. De Zwitser was tevens directeur-generaal van de Zwitserse omroep. Eén van de eerste beslissingen was het invoeren van een "televisieweek", waaraan alle zitting hebbende landen zouden deelnemen.

De planning was dit te doen in de week van 6 juni 1954. Op die bewuste dag vond de eerste officiële Eurovisie-uitzending plaats: een verslag van het bloemencorso in Montreux. Dezelfde dag was er zelfs nog een tweede uitzending vanuit Rome die in Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, België en Zwitserland, volgens de archieven van de EBU, in rond de miljoenen huiskamers werd bekeken, waarbij een totaal van 50 miljoen kijkers zou zijn geteld. Voor die tijd wel een heel hoog aantal.

Deze eerste officiële uitzenddag van de Eurovisie was mede mogelijk geworden door het gebruik van een netwerk aan verbindingen, bestaande uit bijna 6.000 kilometer aan verbindingskabels en uiteraard door de inzet van straalverbindingen, die een rechtstreeks contact mogelijk maakten tussen 46 verschillende tv-zenders en 80 relais-stations, zowel in Groot-Brittannië als op het vaste land van Europa. Naar het noorden toe was vanuit Londen een verbinding gelegd met Glasgow, terwijl Rome het zuidelijkste punt van ontvangst was van deze Eurovisie-uitzending. Verbindingen waren er ook via Londen en het Kanaal naar Rijssel (Lille) in Frankrijk. Hier was voor die dag het technisch centrum ingericht vanwaar het signaal naar het zuiden, Parijs en Rome ging en richting het noorden waren er onder meer verbindingen met Brussel en Lopik.

Via de zender in Lopik werd het voor 8.500 Nederlandse gezinnen mogelijk deze eerste Eurovisie-uitzending te zien. Dit getal is gebaseerd op het aantal tot op dat moment in ons land verkochte ontvangsttoestellen. Het was het begin van een groot aantal Eurovisie-uitzendingen. In juni 1954 volgden nog uitzendingen van onder andere internationale kampioenschappen atletiek in Glasgow, het optreden van Circus Elleboog in Amsterdam en op de legendarische 16de juni 1954 de openingswedstrijd van het Wereldkampioenschap Voetbal, dat in dat jaar werd gehouden in Zwitserland.

Uiteraard waren de vele kijkers in Europa verbaasd dat het mogelijk was om televisiesignalen over dergelijke afstanden rechtstreeks te ontvangen. De grootste blijdschap was er echter bij de betrokken technici. Hun experimenten hadden vruchten afgeworpen en de eerste Europese uitzending was een succes geworden. Tal van ingewikkelde problemen waren vooraf opgelost. Daar komt bij dat er ook een uitgebreide infrastructuur nodig was van relaiszenders. Immers, door het gebruik van het UHF-signaal of het VHF-signaal, kon het televisiesignaal niet verder komen dan de optische zon. Door de kromming van de aarde bereikten de signalen achter de horizon niet langer het aardoppervlak. Aan een internationale uitzending kon men dus pas gaan denken na het bouwen van een keten van straalzenders. Pas dan was het mogelijk het signaal van plek naar plek over te brengen. Op afstand van vijftig kilometer van elkaar werd een keten van relaiszenders geplaatst, waarlangs het signaal werd doorgegeven. Het liefst op zo hoog mogelijke plekken gesitueerd, bleken deze relaiszenders de oplossing van het transmissieprobleem.

In de daarop volgende twee jaren waren er andermaal diverse uitzendingen, waarvan een aantal met name genoemd mag worden. Een daarvan betreft bijvoorbeeld de Olympische Winterspelen in het Italiaanse Cortina D'Ampezzo in 1956, waar het Russische ijshockeyteam met een gouden medaille verrassend de fakkel in die tak van sport van Canada overnam. Vermeldenswaard is ook het sprookjeshuwelijk van Prins Reinier en Prinses Gracia van Monaco, in die dagen een romantisch gebeuren van de eerste orde.

In de categorie "dramatiek" valt de uitgebreide verslaggeving van een mijnramp in Marcinello in augustus 1956. Het was het soort onderwerpen dat in die tijd bij grote delen van de bevolking sterk aansloeg. Ze werden ook verslagen op een manier die daarbij paste. Het model was het bioscoopjournaal, waarin een keurige verslaggever in welgekozen bewoordingen het publiek deelachtig maakte van de gebeurtenissen. Hoogdravende intellectualiteit en overdreven sentiment werden vermeden. Romantiek en inlevingsgevoel stonden voorop. Filmsterren, royalty, folklore en rampen en niet te vergeten sport vormden de belangrijkste ingrediënten van de uitzendingen. Tot ver voorbij de culturele revolutie van de jaren zestig zou dit het model blijven van de Eurovisie-uitzendingen.

De komende twee weken meer over de eerste 15 jaren in de geschiedenis van de Eurovisie.  

Foto's archief Soundscapes

Hans Knot, 10 maart 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: 1970 bijzondere mensen

We gaan naar een opmerkelijke aanklacht die op 14 maart 1967 door een 44-jarige scheepselektricien, De Jager afkomstig uit Rotterdam, werd ingediend tegen de toenmalige minister van Cultuur, Mevr. Marga Klompé. Wat was namelijk het geval? De Nederlandse regering had niet lang daarvoor de weg vrijgegeven voor het invoeren van reclame via de televisie, toen nog in zwart/wit. Volgens De Jager was er duidelijk sprake van huisvredebreuk doordat de reclame ongevraagd bij zijn gezin de huiskamer binnenkwam.   Dat was dan ook de reden dat hij had besloten een klacht in te dienen bij de verantwoordelijke mensen, met als hoofddader de minister van Cultuur. Hij was van mening dat hij als televisiebezitter gekend had moeten worden in de beslissing reclame op zijn beeldbuis te brengen. Het argument van het omdraaien van de knoppen, zodat niets meer te zien zou zijn, ging voor hem niet op.  Hij beriep zich op het gegeven dat het telkens in en uitschakelen van de televisie, als er weer een blok reclame de kamer werd in geslingerd, de slijtage van het televisietoestel zou bevorderen.   Uiteraard sprongen diverse journalisten op dit onderwerp want het was – zeker voor die tijd – opmerkelijk dat men op deze manier de publiciteit zocht. De Jager stelde verder dat niemand van de bezitter kon eisen tijdelijk de televisie uit te zetten als de STER weer voorbijkwam. Wel had hij een idee dat hij graag wenste te delen. Hij was namelijk van mening dat vanuit de organisatie, die de reclameblokken beheerde en uitzond, de televisiebezitters die verschoond wensten te blijven van de reclame financieel in staat gesteld dienden te worden een apparaatje te kopen. Dit zou aan hun toestel kunnen worden gekoppeld waarbij het toestel automatisch zou worden uitgeschakeld als de reclameblokken zouden worden geprogrammeerd. De reden van de aanklacht was volgens de scheepselektricien nodig om via de rechtelijke macht een uitspraak af te dwingen, die hem erkende als bezitter van een televisietoestel. Het in het bezit hebben van een dergelijk toestel gaf, volgens hem, ook het recht mee te bepalen wat hij voorgeschoteld zou krijgen.   Wel voegde hij eraan toe dat het afdwingen van een gerechtelijke uitspraak hij zo lang mogelijk zou uitstellen, zodat er ruimte zou zijn voor de STER en de overheid om serieus op zijn voorstel in te gaan. Het bleek dat De Jager in 1963 al was begonnen met het benaderen van de regering en het Parlement, maar dat deze pogingen hem niets hadden opgeleverd, zo gaf hij in 1967 grif toe. Ook stelde hij dat de aangifte en de eventuele gevolgen daarvan het laatste was wat hij zou ondernemen als het om de reclame op de televisie zou gaan.   Als reden dat hij al vier jaar met de actie bezig was, en de enige in zijn soort bleek te zijn, deed hij af door te stellen dat hij eenmaal was begonnen met het initiatief en dat het laf zou zijn om er niet mee door te gaan. Hij stelde tevens dat hij de enige televisiebezitter in Nederland was die vocht voor de rechten die zijn bezit, het televisietoestel, hem bood. In 1963 had hij daadwerkelijk al een paar keer de kranten gehaald middels de oprichting van een coöperatieve vereniging van televisiebezitters, waarbij hij wilde dat de televisiebezitter inspraak kon krijgen op de programma’s die hij wenste te zien.   Omdat we het toch nostalgisch over de televisie hebben ook maar even een kijkje nemen in de maand mei 1968, dus een jaar nadat De Jager voor het laatst zijn kritiek in diverse kranten liet optekenen. We dienen ons in gedachten wel even te verplaatsen naar dat jaar. Natuurlijk is de hedendaagse jeugd tot en met verwend door allerlei speeltjes waarmee ze beeld en geluid op welke plek dan ook kan horen en zien.   In 1967 was er slechts de mogelijkheid om Nederland 1 en Nederland 2 te bekijken, waarbij het aantal uitzenduren zeer gelimiteerd was en zeker alles nog in zwart/wit werd uitgezonden. Kleurentelevisie op experimentele basis, dus zo nu en dan, werd pas eind augustus 1967 realiteit toen op de Firato in Amsterdam deze mogelijkheid voor het eerst voor ons in Nederland werkelijkheid werd. Wel dient er aan te worden toegevoegd dat inwoners in grensstreken gelegen in de buurt van Duitsland en België de mogelijkheid hadden iets meer aan televisiesignalen te kunnen ontvangen, mits men in het bezit was van een gedegen ontvangstantenne voor betreffende televisiestations.   De ontwikkelingen op televisiegebied boden echter veel meer mogelijkheden. In de VS was men veel verder met het verspreiden van televisiesignalen en in ons land werd bijvoorbeeld wel gesproken over eventuele bekabeling of gezamenlijke ontvangst via Centrale Antenne Systemen (CAS), maar de officiële wetgeving belemmerde daadwerkelijk een gezonde ontwikkeling. En dus kwam in mei 1968 de oplossing van betere televisieontvangst en de keuzemogelijkheden voor ontvangst van buitenlandse stations ter discussie. Ook in de Tweede Kamer waren er voorstellen ingebracht waarin versoepeling van de wetgeving ter sprake kwamen. Het diende echter ter discussie worden gebracht om te kunnen overgaan tot een eventuele wetswijziging. Het kwam er echter niet van omdat de speciale Kamercommissie, die zich met omroepzaken bezighield, uitstel van discussie had gevraagd om op die manier met de Minister van Cultuur uitgebreid te kunnen praten over de laatste technische ontwikkelingen op ontvangstgebied.   Was er andermaal sprake van een remmende factor waarbij de toenmalige politieke partijen de weg wilden afsnijden voor de invoering van het CAS-systeem? Men kon zich zelfs al gaan afvragen of op langere termijn het Centrale Antenne Systeem niet achterhaald zou zijn. Er waren voor die tijd al de nodige technische proeven geweest waarover in twee PTT-rapporten, destijds de verantwoordelijke organisatie voor eventuele verspreiding van kabelsignalen, optimistisch was gerapporteerd. In een van beide rapporten schatte men de landelijke invoering van het CAS, in 1964 door koningin Juliana in haar troonrede reeds aangekondigd, toen op vijf tot tien jaar. De kosten raamde men in 1964 op 100 miljoen gulden. In het rapport van 1967 zou realisering vijfmaal zo veel aan financiering vergen. Wel stelde men tevens dat de CAS landelijk geregeld binnen 10 jaar even noodlijdend zou zijn als de radiodistributie (draadomroep) in 1967 al was.   En dan was er al de nodige publiciteit over de eventuele toekomst van de satelliettelevisie. Met vele satellieten in de ruimte wordt heden ten dage niet nagedacht hoe het allemaal mogelijk was maar als we de tijdklok terugdraaien naar bijvoorbeeld het jaar 1963 dan was het slechts mogelijk gedurende 20 minuten per etmaal via de enige televisiesatelliet (Telstar) ontvangstmogelijkheden te creëren, mede omdat deze in een baan om de aarde draaide. In 1967 was de ontvangstmogelijkheden al veel verder ontwikkeld en was het mogelijk 24 uur per etmaal eventueel televisie via een satelliet de huiskamer in te brengen. Dit was mogelijk geworden doordat de satellieten op een bepaalde hoogte ten opzichte van de aarde werden neergezet, een positie waarbij ze ‘vast stonden’.   Maar daarmee was nog lang niet de mogelijkheid voor regelmatige ontvangst mogelijk. De uitzendingen, die er werden uitgestraald via de satellieten in 1967 konden alleen door de grote ontvangstations in Engeland en Frankrijk worden opgepikt, die de beelden eventueel relayeerden tegen forste betalingen. Wel werd er al gewerkt aan de ontwikkeling waarbij het in de toekomst mogelijk zou kunnen worden directe ontvangst te krijgen via een eigen antenne, waarbij de gedachte was dat slechts een extra versterker nodig zou zijn voor het binnenbrengen van goede signalen in de huiskamers.   Maar was Nederland wel tevreden met de eventuele toewijzing van de exploitatie van de CAS aan de Casema, zoals de plannen vanuit de regering duidelijk maakten?  Deze onderneming was een dochteronderneming van de Nozema (Nederlandse Omroep Zender Maatschappij), die weer voor 60% in handen was van het staatsbedrijf PTT en voor het overblijvende percentage in handen van de toenmalige omroepverenigingen. Uiteraard rees daarbij de vraag wie de meeste touwtjes in handen zou krijgen en wie ging uitmaken welke programma’s al dan niet zouden worden doorgegeven via de CAS.   En natuurlijk was het voor vele Nederlanders, die de druk van de toenmalige regeringen meer dan zat waren en liever een democratische vorm van bestuurders zouden zien, de vraag of er geen sprake zou zijn van censuur. Uiteindelijk zou het nog een aantal jaren duren voordat uiteindelijk in de begin jaren zeventig van de vorige eeuw werd overgegaan tot het voornoemde kabelsysteem en druppelsgewijs televisiesignalen vanuit het buitenland konden worden ontvangen. Tot diep in de jaren tachtig duurde het totdat we uiteindelijk konden gaan spreken van echte ontvangst van satelliettelevisie, hoewel daar ook de nodige discussie, verboden en wetgeving aan voorafgingen.   Hans Knot, 3 maart 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Een groot radioman: Guus Weitzel

Voor vele 65-plussers zal zijn stem zeker nog in het geheugen liggen, voor anderen zal zijn naam misschien iets zeggen maar voor velen is hij totaal onbekend maar toch kan hij gezien worden als een van de groten in de eerste decennia van de radiogeschiedenis van de Nederlandse radio. Bijna een halve eeuw geleden nam hij afscheid van de Wereldomroep, alwaar hij werkzaam was.   Het was 13 juni 1969 en hij besloot daarmee een loopbaan binnen de Nederlandse omroep, die 42 jaar besloeg. En je zou kunnen zeggen dat daarmee Weitzel, die op 12 mei van dat jaar 65 was geworden, een van de laatste der Mohikanen van het eerste uur van de radio was geweest, want hij was echt nog de enige man die vanaf het eerste uur binnen de Nederlandse radio nog actief was. Hij was in zijn jeugd onrustig en wist eigenlijk niet wat hij eventueel na zijn middelbare school, de HBS-tijd, wilde gaan doen. Volgens eigen zeggen lummelde hij wat rond en was van mening dat er wel helemaal niets van hem terecht zou komen. Een baantje als omroeper had hij tijdens de middelbareschooltijd niet in gedachten, sterker nog een dergelijke baan bestond nog niet.   In een interview met een journalist van de Gemeenschappelijke Persdienst aan het einde van zijn prachtige loopbaan stelde Guus Weitzel: “Er is een analogie tussen radio en jazz, mijn grote hobby’s in mijn jeugdjaren. Radio-enthousiastelingen werden later professionals (zoals ik) en vele latere beroepsjazzmusici speelden in amateurbands. Dat was ook met het bouwen van radiotoestellen het geval — amateurs bouwden de eerste van deze apparaten en later maakte de handel er zich meester van.”   Vervolgens nam hij de allereerste pionier op transmissie van radiosignalen in Nederland als voorbeeld: “Neem de legendarische Idzerda, de man die de allereerste radio-uitzendingen ter wereld verzorgde. Ik kende hem goed en kwam via de vereniging voor radiotelefonie, waarvan we beiden lid waren, met hem in contact. Die radioconcerten van hem, daar was ik vaak bij. Dan werd er soms muziek afgedraaid van een beroemde amateurjazzband uit die dagen, de Queens Melodists, een studentenband uit Den Haag,  waarin Theo Uden Masman en Melle Weersma zijn begonnen. In die tijd moest je na een poosje uitzenden een kwartiertje stoppen om de zender te laten afkoelen.   In een van die afkoelingsperiodes stonden Idzerda en ik op het balkon van de mooie zomeravond te genieten. Toen zei Idzerda ineens tegen mij dat dit soort uitzendingen leiden en verzorgen echt iets voor mij zou zijn. Later, toen ik omroeper was, heb ik vaak aan zijn profetische woorden teruggedacht!”   In 1927 werd de Nederlandse Omroepvereniging opgericht, dat was in dezelfde tijd dat de HDO van Idzerda van naam veranderde in ANRO. De NOV maakte zich per advertentie bekend en in die annonce las Guus Weitzel dat mr. Cohen de Boer secretaris van het bestuur was en hij kende deze persoon. De telefoon was snel het volgende object van belang: Weitzel andermaal: “Ik vertelde hem, dat ik wel iets van radio afwist en vroeg of hij mij kon gebruiken.”   Wel voegde Weitzel eraan toe dat salaris hem niet direct iets interesseerde maar dat hij gewoon lekker bezig wenste te zijn: “Ik mocht bij hem langs komen en bij dat bezoek zag ik in een hoek van de kamer een enorme stapel post liggen. Allemaal brieven als reactie op de advertentie.” Het gesprek dat volgde was kort maar met resultaat want Weitzel hoorde van De Boer dat hij geen tijd had gehad al die sollicitaties uit te zoeken en vervolgens bood hij aan het voor De Boer te gaan doen. Gevolg was de start van een lange loopbaan bij de radio.   Hij werkte in die eerste week zo hard, dat het afgesproken maandsalaris van 50 naar 75 gulden werd gebracht, een voor die tijd geweldig bedrag. Ook de eerste keer dat Weitzel echt ging omroepen herinnerde hij zich nog goed op het einde van de loopbaan: “We zonden rechtstreeks uit vanuit een cabaret, waar een Roemeens strijkje stond te spelen. Erg boeiend was het niet en daarom werd mij gevraagd of ik de nummers maar wilde aankondigen, dan ging de rest van het opname personeel maar een boulevardje pikken.”   Na de uitzending belde mr. Cohen hem op en kreeg hij te horen, dat het omroepen voortaan zijn vaste werk zou worden. Een korte periode later was er een fusie tussen de NOV en de ANRO. Het was het jaar 1928 dat op die manier de AVRO ontstond. En dus trad Guus Weitzel bij deze nieuwe omroep in dienst en ging hij voor het eerst op kamers wonen in Hilversum.  Overdag zat hij op het AVROkantoor, dat in Amsterdam destijds was gevestigd en ’s avonds reisde hij samen met Willem Vogt waar hij hielp bij het aankondigen van de uitzendingen.   Weitzel: “Geleidelijk aan ging ik dat omroepen steeds meer doen, tot het in 1930, toen het zendtijdbesluit werd afgekondigd, mijn dagtaak werd. Vaak stond ik in die tijd de volle 16 uur achter de microfoon. Tussen 1935 en 1940 was het een grote periode voor de AVRO. We begonnen toen ondermeer met ‘De Bonte Dinsdagavondtrein’, en die kondigde ik met een hele rist andere programma’s, die topics van de dag waren, aan. Ik was destijds even beroemd als Colijn en Mengelberg.”     In de oorlogsjaren waren er geen uitzendingen van de bestaande omroepen en werd de sfeer met de collega’s ook anders. Voorheen was er een zeer scherpe verhouding want als AVRO-medewerker mocht je niet al te veel VARA-vrienden hebben want dat was niet goed voor het imago van de AVRO en de medewerker zelf. Andermaal Weitzel: “Toen pas leerde je als man van de AVRO je collega's van de VARA en de NCRV kennen. Gedurende de oorlogstijd dachten we naar een eenheid te werken. We dachten aan een nationale omroep. Ik had daarover ook de mond vol en daardoor raakte ik met de AVRO, die net als de andere zuilen vocht om na de bevrijding terug te komen, gebrouilleerd. Anno 1969 bekijk je die zaak natuurlijk anders. Ik voor mij vind het een zeer goed ding, dat de zuilen terug zijn gekomen. Zeg nu zelf, waar ter wereld vind je een voorlichting via de omroep, variërend van uiterst rechts tot uiterst links, als in ons zuilensysteem?”   In andere landen werd destijds met jaloersheid naar ons omroepsysteem gekeken want waar was een dergelijke verdeling nog meer. Vaak waren in andere landen nationale omroepen, zoals in Engeland met de BBC, die alleen macht had en van bovenaf werd gedirigeerd. Een systeem dat totaal ondenkbaar was in Nederland met politieke partijen die alle richtingen uit gingen. Maar in het jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog trok Weitzel, samen met een aantal andere collega’s naar de Wereldomroep om daar zijn kunnen te tonen.   Weitzel destijds tegen de journalist van de GPD: “Aanvankelijk bestond er tussen mij en de AVRO een scherpe verhouding. Maar de tijd heeft alle wonden genezen en strijkt alle plooien strak. Ik verkeer met de AVRO en alle andere omroepen in een beste verstandhouding. We zijn nu allemaal collega’s van elkaar. Bij de Wereldomroep kwam ik, na wat administratief werk te hebben gedaan, geleidelijk aan ook wat meer voor de microfoon. In 1948 vroeg Herman Felderhof of ik een verslag wilde maken van de opening van het hengelsportseizoen.”   Reportagewerk bleek volkomen nieuw voor Weitzel maar al vrij snel vielen zijn bijdragen goed in de smaak en kreeg hij een prachtige opdracht. “Vrijwel direct daarna voer ik mee met de vloot van Urk en daarna volgde een grote opdracht, het verslaan van de inhuldiging van koningin Juliana. Sinds die tijd heb ik zo'n 2500 radioreportages gemaakt.”   Op een dag diende Guus Weitzel in te vallen in het koopvaardijprogramma van de Radio Nederland Wereldomroep: “Vanaf die eerste keer boeide mij die hele materie enorm. Het werd een ware hartstocht voor me. En dat sloeg aan. De luisteraars voelden in mij een oprechte interesse. Het ‘schip van de week’, heb ik tot op de dag van vandaag onder mijn hoede gehouden”, aldus Weitzel in zijn afscheidsinterview destijds in 1969. August Wilhelm Philip Weitzel, zoals de officiële naam van Guus was, kwam in november 1989 op 85-jarige leeftijd te overlijden.    Toegevoegd nog enkele opmerkingen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog had hij een leidende functie bij de genazificeerde Nederlandsche Omroep. Dat kwam hem na de bevrijding aanvankelijk op een straf te staan, maar in hoger beroep werd hij gerehabiliteerd toen hij kon aantonen het nodige verzetswerk te hebben gedaan. Hij werkte vervolgens bij Radio Herrijzend Nederland alvorens weer bij de AVRO aan de slag te gaan.   Over de reportage met de Urkse vloot op het IJsselmeer kan vermeld worden dat dit gebeurde aan boord van de M.S. Juliana en daar dus ook de zenderapparatuur was opgesteld. In Urk was er ondermeer een optreden van een zangkoor. De foto’s betrekking hebbende op de uitzending zijn uit de collectie ‘Paul Snoek’, ondermeer werkzaam geweest als Hoofd Technische Dienst Nederlandse Radio Unie. Een collectie nu in bezit van de auteur van dit artikel.   Hans Knot, 24 februari 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Rocking Tigers en de politie

Op 17 december 1965 stond op pagina 7 van het Nieuwsblad van het Noorden een advertentie, die zogenaamd was geplaatst in opdracht – zo bleek veel later - van het Groninger Studentencorps. In dit corps waren diverse studentenverenigingen vertegenwoordigd. Op tal van manieren manifesteerde dit corps zich. Die keer riep men in de advertentie de jongeren van Groningen op om gezamenlijk te vieren dat de stad Groninger formatie ‘The Tigers’, in de advertentie werd gewag gemaakt van het orkest, was uitgeroepen als de beste beatgroep van het noorden. Let wel het was een paar maanden voor de doorbraak van Cuby and The Blizzards. Men verzocht jong Groningen dezelfde avond tussen 8 en 9 uur massaal naar de Grote Markt te komen.   Wat een leuk feestje diende te worden liep die avond echter uit op wilde taferelen. De regionale krant meldde de volgende dag dat de ‘happening’ rond de beatgroep op de Grote Markt was uitgelopen tot een ‘meppening’. ‘Honderden tieners, kennelijk teleurgesteld door het tamme verloop van het per grote advertentie aangekondigde gebeuren, hebben geprobeerd alsnog aan hun trekken te komen door tussen acht uur en kwart over tien de binnenstad op stelten te zetten.’   Het bleek dat ze behoorlijk tekeer waren gegaan want er werden ondermeer fietsenrekken op de rijweg gesmeten en auto's beschadigd. De politie, waarvan hoofdbureau in de directe omgeving van de Grote Markt was gehuisvest, zette direct een ploeg in om de orde te herstellen. Acht politiemannen, onder aanvoering van inspecteur P. A. Spakman, moesten verscheidene charges met de gummiknuppel uitvoeren, eer de rust in de binnenstad van Groningen terugkeerde.   Voor elf uur die avond zaten er elf jeugdige knapen in de cellen van het hoofdbureau. Ze werden in de loop van de nacht weer naar huis gestuurd, nadat tegen een aantal van hen proces-verbaal was opgemaakt. De Rocking Tigers probeerden tegen acht uur per auto naar de Grote Markt te rijden. Bij het beeld ‘De Grote Verscheuring’, die een paar weken eerder was geplaatst en ingewijd, zouden ze door een groep Vindica-tleden, ter ere van hun eerste grammofoonplaat, gehuldigd worden. The Rocking Tigers liepen in de Herestraat al vast in de versperringen, die hun fans daar hadden opgeworpen.
  Uiteraard vroeg de aanwezige verslaggever een reactie aan de woordvoerder van The Rocking Tigers, de toen 24-jarige Johan Bolt. “We schrokken ons dood, we hadden het heel rustig en netjes willenhouden, maar we zagen toen al wel dat de zaak volkomen uit de hand liep. Van schrik hebben we besloten de huldiging binnenshuis te laten gebeuren. We hadden de grootste moeite om bij Mutua Fides binnen te komen. Op de markt stond al een enorme menigte, die steeds maar schreeuwde van ‘We want Tigers! We want Tigers!”
  Toen de Rocking Tigers niet tevoorschijn kwamen — ze hadden trouwens niet eens instrumenten bij zich — trok de menigte schreeuwende tieners via de Herestraat naar het Zuiderdiep. Ze brachten vervolgens het verkeer tot stilstand en begonnen aan vastgelopen auto’s te schudden. Ze trapten er tegenaan en klommen er in sommige gevallen bovenop om op het dak van de voertuigen wilde dansen uit te voeren. Voor de politie, die zich tot dan toe vrij passief had gehouden, was dat het moment in te grijpen. De gummiknuppels – destijds veelvuldig bij rellen gebruikt - kwamen tevoorschijn en links en rechts werden rake klappen uitgedeeld. Ongeveer terzelfder tijd kwam het ook op de Grote Markt tot een treffen tussen de politie en grote groepen jongelui, die de zuidelijke rijweg met fietsenrekken blokkeerden, waardoor ook daar het verkeer kwam vast te zitten. De verslaggever van de krant slaagde erin ook Inspecteur Spakman, op dat moment de eindverantwoordelijke van de gemeentepolitie in de Martinistad, heel kort aan het woord te krijgen: “Het is een wonder dat er geen ongelukken gebeurd zijn".   Foto: Nederbiet.nl   Trouwens de Rocking Tigers zelf liepen ook nog klappen op toen ze omstreeks tien voor negen onthutst de sociëteit Mutua Vides aan de Grote Markt verlieten. Ook de manager van The Rocking Tigers werd de volgende ochtend geïnterviewd: “De studenten waren eerst erg boos op ons, omdat wij door het plaatsen van die advertentie een rel zouden hebben uitgelokt," aldus Eddy Harms, “maar dat is de ellende juist: wij hebben helemaal geen advertentie geplaatst. We hebben er ook geen idee van wie het wel gedaan heeft. Een of andere grapjas misschien, of iemand van een concurrerende band, die ons op deze manier dwars wilde zitten. Wij zijn uiteraard blij met publiciteit, maar wat er nu gebeurd is hebben wij in de verste verte niet gewild. Die advertentie is de oorzaak geweest van alle ellende. Wij hebben er beslist niets mee te maken, dat hebben we gisteravond ook nog tegen de politie gezegd."   Een woordvoerder van het Nieuwsblad van het Noorden verklaarde in de krant dat de advertentie aan de advertentieadministratie telefonisch was opgegeven en dat iemand een gefingeerde naam had gebruikt en tevens een verkeerd adres had opgegeven. Het bleek dat The Rocking Tigers het een bijzondere nare zaak vonden, omdat ze vreesden dat hun goede naam erdoor geschaad werd. De rellen van bijna vijftig jaar geleden doen me, hoewel in kleine schaal, denken aan het project X, waardoor de gemeente Haren enige jaren geleden zeer negatief in de publiciteit kwam.
  Hans Knot, 17 februari 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Pete Felleman deel 2

Vorige week was deel 1 te lezen van de nostalgische column waarin ik je mee terug nam naar de ontstaan historie van Tuney Tunes evenals de populariteit van VARA-presentator Pete Felleman in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Onderdeel was een teruggevonden interview uit april 1948, van de hand van Frits Versteeg, waarvan deze dag het tweede gedeelte. Zeg Pete, nu moet je de lezers eens iets over je zelf vertellen.   Postzegels heb ik nooit verzameld. Op mijn twaalfde was ik al een verwoede aanhanger van Nat Gonella, Joe Danniëls, Billie Cotton en dergelijke. Dat waren de jazzmusici voor mij bij uitstek; totdat mijn zuster een plaat mee nam van Louis Amstrong. Ik weet het nog goed het was "I'm ding dong daddy". Die plaat heb ik grijsgedraaid en toen hield ik van echte jazz. Vanaf dat moment volgde ik alles wat vanuit Amerika uitkwam op de voet en ik ben zodoende heel wat aan de weet gekomen. Juist door deze intensieve bestudering heb ik enorme bewondering gekregen voor de musici als Woody Herman, Harry James, Stan Kenton e.d   Nu je zelf zo de hele dag in de muziek zit zal je wel een bepaalde voorkeur hebben. Wat zijn je favoriete solisten?   Ik heb een heel rijtje: hier komen ze, trompet Louis Amstrong en Charlie Shavers. Trombone Dickie Wells en Jay Higginbotham. Clarinet Edmond Han en Joe Marsela. Op sopraansax natuurlijk Sidney Bechet en voor altsax is mijn keuze Benny Carter. Tenorsax Charlie Venturo, Illinois Jacquet en Eddie Miller. Piano Eddy Heywood en Milt Buckner. Maar ... there'll never be another Fats! Drummers: Big Sid Catlett en George Wettling. Gitaristen Teddy Bunn en Floyd Smith. Voor bas Oscar Pettiford en Eddie Safrinski. Op de vibraharp tenslotte Lionel Hampton, Red Norvo en Milt Jackson. En laat ik Ernie Felice en Joe Mooney's accordeon niet vergeten. Door hen heb ik mijn jarenlange vooroordeel tegen dit instrument laten vallen. Pete zijn vocalisten zijn Art Lund en Peggy Lee voor de zgn. ballads en Louis "Satchmo" Amstrong en Billie Holiday voor swing stuff.   Pete wat denk je van New Orleans?   De bakermat van de jazz dreigt thans vermoord te worden door een groep van fanatici, die deze spontane muziek aan allerlei voorschriften willen binden. In hun ijver te bewijzen dat hun New Orleans style de enige is, gaan ze gewoonlijk niet verder dan al het andere af te breken ... Overigens wordt The Crescent City Jazz met de meeste "terug naar de natuur" propaganda à la Bunk Johnson, een heel slechte dienst bewezen   Aan ons is het Pete en de VARA te bedanken voor de uitstekende serie uitzendingen "Swing and Sweet from Hollywood and 52nd Street." Een lang leven zij hen beschoren.   Dat was het interview van de Tuney Tunes uit april 1948 met Pete Felleman. Op de voorlaatste regel staat het goed. Het programma heette inderdaad "Swing & Sweet", en niet omgekeerd "Sweet and Swing". Een echt lang leven was het programma overigens niet beschoren. Al in 1951 veranderde de naam in "LP Parade". Als zodanig stond dit programma naast de Hitparade die Felleman in 1949 op de Nederlandse Radio introduceerde (Bostyn, Knot en Tillekens, 2000).   De "LP Parade" had meerdere rubrieken, variërend van "Combo Classics" tot "Live Sessions". "Hier kon ik alles in kwijt'', zei Felleman achteraf in een vraaggesprek (Kuyper, 1997). Vanaf 1953 was hij werkzaam in de platenbranche — vooral Motown — en richtte hij het blueslabel Chess op. In de jaren zestig produceerde en presenteerde hij televisieprogramma's voor de AVRO rond zangeres Sarah Vaughan, trompettist Miles Davis en Archie Shepp. Zijn radio-come-back maakte Felleman in 1985 toen hij de muziekprogramma's "Soul van Pete Felleman" en "Jazz van Pete Felleman" ging maken voor de VPRO-radio. In 1992 werd hij op het North Sea Jazz Festival beloond met een "Bird Award" voor — in de woorden van het juryrapport — zijn "grote verdiensten voor de jazzmuziek." Op 16 februari 2000, overleed Pete Felleman. Pete Felleman werd 78 jaar oud. In de NRC schreef Henk van Gelder ondermeer de volgende toepasselijke volzinnen naar aanleiding van het programma Swing & Sweet: "Felleman groeide door zijn goed gedocumenteerde aankondigen, zijn bronzen bariton en zijn voorliefde voor bloemrijke alliteraties ("een voortreffelijk voorgedragen vers vol vurig verlangen") als snel uit tot een radio-coryfee die zijn stem op on-Nederlandse wijze kon laten swingen. Hij bereidde zijn uitzendingen altijd met grote precisie voor; tot op de seconde vulde hij de hem toegemeten tijd, met als extra stelregel dat er nooit twee platen in eenzelfde toonaard direct achter elkaar zouden worden gedraaid."   Bronnen: Bostyn, Jean-Luc, Hans Knot en Ger Tillekens (2000), De prehistorie van de hitparade. Over Billboard's uitvinding van de hitparade en hoe die de Lage Landen bereikte. In: Soundscapes, januari 2000. Cornelissen, Igor (1997), "Kom bij Felleman niet aan met onzinverhalen, hij ontzenuwt ze." Vijftig jaar Pete Felleman. In: VPRO-Gids, 22, 1997. Gelder, Henk van (2000), Pete Felleman (1921-2000). Bronzen radiostem. In: NRC, 16 februari 2000. Kuyper, Amanda (1997), "Pete Felleman geeft jazz een stem." In: NRC, 6 juni 1997.   Hans Knot, 10 februari 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Pete Felleman deel 1

Op 16 februari 2000 overleed op 78-jarige leeftijd Pete Felleman, voor velen een radiomaker bij uitstek in de jaren voordat de echte popradio tot ons kwam. Vlak voor zijn overlijden schreef ik voor een tijdschrift een artikel over zijn vroege radioperiode, welke ik graag deze en volgende zaterdag met jullie deel in de nostalgische column:   Pete Felleman introduceerde in 1949 de eerste hitparade op de Nederlandse radio. Maar Felleman was al eerder bekend vanwege zijn muziekprogramma "Swing & Sweet, from Hollywood & 52nd Street" uit 1947. In dat programma etaleerde Felleman zijn grote kennis van de jazz en de swing en bracht Nederland zo muzikaal bij de tijd. Ik dook diep in mijn archief, herlas de eerste jaargangen van het muziekblad Tuney Tunes en vond daarin een interview met Felleman uit 1948 over dit programma. ‘Al gravend in de geschiedenis van de hitparade, gingen mijn gedachten terug naar het eind jaren vijftig. Ik herinnerde me, hoe mijn tien jaar oudere broer mij inwijdde in de geheimen van de radio en zo een verrassende wereld voor mij openlegde. Hij liet me niet alleen de Engelstalige uitzendingen van Radio Luxembourg horen, maar ook enkele andere "hitgevoelige" programma's op de Nederlandse, Britse en Duitse radio. Op de Nederlandse radio liet hij mij kennis maken met de stem van Pete Felleman. Het gevolg was dat de radio voor mij een fascinatie werd.   Ik begon steeds meer te ontdekken en vanaf de begin jaren zestig ben ik dan ook daadwerkelijk begonnen met het verzamelen van allerlei zaken die te maken hebben met het medium "radio". Daarbij hoorden ook allerlei artikelen die over radio in verschillende tijdschriften werden geschreven. Daaronder vond ik nu een artikel terug uit de "Tuney Tunes" van april 1947 met een interview met de man die destijds de nieuwste ontdekking was op de Nederlandse radio: Pete Felleman.   Als je het over het muziekblad "Tuney Tunes" hebt, dan wordt algemeen aangenomen dat het gaat om een muziekblad dat in het tweede deel van de jaren vijftig en de jaren zestig enorm populair is geweest. Iedere maand weer kon je een exemplaar in de losse verkoop halen dan wel via een abonnement toegestuurd krijgen. Het blad stond vol leuke verhalen, mooie foto's, hitlijsten en bovenal songteksten. Na het lezen was je was weer helemaal bij de tijd. Maar het blad was al eerder op de markt.   In werkelijkheid kwam het eerste exemplaar als illegaal tijdschrift al tijdens de Tweede Wereldoorlog uit. Het werd gedrukt in Eindhoven onder leiding van J. Van Haaren. In 1942 verscheen het eerste nummer en na een bomaanslag, datzelfde jaar, verscheen het geruime tijd niet om vervolgens in januari 1943 weer geleverd te worden. Het was een klein blaadje van slechts acht pagina's met een geel kartonnen omslag. Helaas werd de drukkerij na twee maanden alweer gebombardeerd en verscheen het daarop volgende nummer pas in september 1944, toen het zuiden van Nederland verlost was van de Duitse bezetter.   Hoewel de eerste afleveringen "illegaal" waren, zal je het tijdschrift hoogstwaarschijnlijk niet aantreffen in de archieven van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. Ook als je elders zoekt, zal je moeite hebben de eerste uitgaven van het blad terug te vinden. De eerste afleveringen gingen namelijk niet onder de naam "Tuney Tunes" naar de lezer, maar als "Het populaire songbook Tuney Tunes," aangevuld met "het bevat teksten der laatste Engelsche songs van Film, Radio en Grammofoon.". In totaal verscheen het blad tijdens de oorlog acht keer in een oplage van enkele honderden exemplaren. Heel slim was dat er een prijs van 5 Franc op de oorlogse exemplaren stond, waardoor de bezetter zou kunnen denken dat het om een Belgische productie ging.   Ooit zei de weduwe van J. van Haaren in een interview tegen Henk van Gelder over de achtergronden van het ontstaan van "Tuney Tunes" onder meer: "Jan was de zoon van een drukker die een enorme hekel had aan die akelige Duitse muziek. Voor de oorlog had hij al eens tegen zijn vader gezegd dat er wel eens een markt zou kunnen zijn voor een blaadje met songteksten, want ze bestonden wel in Engeland en Amerika en dus was er ook ruimte in Nederland voor een dergelijk blad." De oude van Haaren zag er niets in en vader en zoon botsten op een felle manier, hetgeen zelfs leidde tot een tijdelijke verwijdering tussen beiden. Jan besloot daarop zelf maar met een blad te beginnen en hij kwam aan de teksten door illegaal naar de verboden radio te luisteren en de teksten zo snel mogelijk op het gehoor over te schrijven. Gemiddeld moest een liedje drie keer worden beluisterd, voordat de betreffende tekst in zijn geheel was overgepend.   Terug naar Pete Felleman. Eén van de personen uit de radiowereld die in de tweede helft van de jaren veertig regelmatig voorkwam op de pagina's "Tuney Tunes" was de eerder gememoreerde Pete Felleman. Ik vond een interview uit april 1948, van de hand van Frits Versteeg. Het stuk — inclusief de schrijfstijl — geeft een treffend tijdsbeeld, dat ik de lezer niet wil onthouden.   ‘Op 6 juni 1947 weerklonk 's avonds om 10.15 de, nu zo bekende "Trumpet Blues" gespeeld door Harry James and his Musicmakers. Dat was het sein, dat de VARA de liefhebbers van goede jazz, swing en sweet uit Amerika eens zou gaan trakteren. Een traktatie in de dubbele zin des woords. Vooreerst het tijdstip: Vrijdagsavonds 10.15 kan dus goed beluisterd worden. Verder is het programma uiterst deskundig samengesteld. Er worden regelmatig de nieuwste opnamen in voorgesteld en men krijgt tevens de gelegenheid om, door middel van een goed gedocumenteerde tekst, met des swing wel en wee op de hoogte te blijven   Zo komt het, dat wij enkele weken geleden Pete Felleman jr, de samensteller van het programma, eens opzochten in zijn flat in Amsterdam (die flat, een eldorado voor elke muziekliefhebber). Waar men kijkt grammofoonplaten. Kasten en rekken vol. Overal goede lectuur uit Engeland, Frankrijk, Amerika en zowaar in een hoekje een hele stapel Tuney Tunes ... dat deed ons hart goed.   Pete, hoe ben je ertoe gekomen om "Sweet and Swing" te gaan samenstellen?   Dat is eigenlijk gebeurd naar aanleiding van het feit dat Sanny Day en Ab de Molenaar bij de VARA wonderen hadden verteld over mijn platenverzameling. Ik kreeg daarop een verzoek bij monde van de heer de Boer, of ik de VARA niet eens van die platen — voldoende voor tien uitzendingen — wilde leveren. Ik deed een tegenvoorstel, dat inhield dat ik de programma's in zijn geheel zélf zou gaan verzorgen. "Go Ahead," zei Nico de Boer en binnen een week waren er 5 Swing en 5 Sweet uitzendingen klaar. Zo begon ik. Er kwam echter zo veel fanmail op mijn uitzendingen binnen, dat besloten werd ze voor onbepaalde tijd te verlengen En nu draait "Sweet and Swing" al tien maanden in plaats van de geplande tien weken.   Pete vertelt dan verder dat het samenstellen van deze programma's niet altijd even vlot verloopt. Ambitie en platen zijn in ruime mate aanwezig. Maar hier schuilt juist een moeilijkheid. Van sommige orkesten en solisten bezit hij meer dan dertig opnamen en om daar nu juist de beste platen uit te zoeken is niet eenvoudig. Het voornaamste is afwisseling, geen swing contra sweet maar ook afzonderlijke uitzendingen. Een powerhouse arrangement na een slome blues, een instrumentaal na een solo disc, een sweet ballad met vioolbegeleiding laten volgen door een pittig melodietje met een forse koper background. Maar nooit twee platen in eenzelfde toonaard achterelkaar. Mijn succes heb ik ook in belangrijke mate te danken aan de medewerking der VARA. Zij laten mij vrij werken en hinder van allerlei conservatieve opvattingen ondervind ik nooit. Dat is in de allereerste plaats de oorzaak dat de uitzendingen "real top sessions" worden. Ik mag mijn technicus Luc Ludolph niet vergeten. Hij is het die de platen zo treffend na een aankondiging laat invallen. En dan niet te vergeten mijn omroeper Coen Serré. Hij werkt met veel ambitie en dat merken de luisteraars ook wel. Trouwens ons trio houdt ontzettend van swing en dat scheelt vanzelfsprekend een heel stuk.’   Volgende week zaterdag deel 2 van deze nostalgische column met het tot 2000 zoekgeraakte unieke interview met Pete Felleman.   Hans Knot, 3 februari 2018   Afbeeldingen: Archief Freewave Nostalgie

hans knot

hans knot

Hans Knot: Herinneringen aan programma’s en programmamakers uit 1963

In deze herinnering richt ik mij vooral op de 65-plussers, hoewel alle anderen geïnteresseerd in de nostalgie van de Nederlandse radiogeschiedenis rustig kunnen blijven meegenieten. Het was Cees van Zijtveld, die op 23 november 1963 in de rubriek ‘’Radio Veronica Logboek’, dat stond afgedrukt in Televizier, zijn nieuwe collega Gerard de Vries voorstelde.   Hij schreef ondermeer: ‘Vanaf de maand december kunt U hem horen in het Lunchprogramma van Radio Veronica en het programma voor de automobilist. Gerard is in Hilversum geboren en groeide dus op tussen de radiomensen. Maar na zijn schoolopleiding zag het er beslist nog niet uit dat de radio op zijn medewerking zou kunnen rekenen. Hij nam lessen aan de avondnijverheidsschool en academie en stortte zich toen in de avontuurlijke wereld van de reclamemensen. Toen kwamen de hobby’s en de meeste tijd opeisende hobby is het verzorgen van radioprogramma’s voor zieken. Daar deed hij dus al een grote ervaring op in het radiowerk.’   Maar Gerard de Vries deed in die tijd nog veel meer. Zo speelde hij toneel en trad op als parodist in een cabaretgezelschap. Ook deze tweede hobby, welke nauw verbonden was met de eerste, boeide hem gigantisch. Hij schreef destijds zelf al teksten en liedjes. Cees vervolgde zijn loftuiting over de nieuwe collega: ‘Bij het maken van radio hoort, net als bij andere radiomakers, ook de liefde voor de muziek, waarbij voor Gerard de Vries de muziek van orkesten als die van Nelson Riddle vooraan staat maar ook de muziek van kleinere combo’s zijn voorkeur heeft’.   Verder hadden zijn interesse in 1963 de folkmuziek, Franse chansons, jazz en teenagermuziek. Een breed scala dat misschien wel van doorslaggevende reden was geweest hem in dienst te nemen van Veronica.  Cees van Zijtveld ging verder met: ‘hij is ook gek op autorijden, tijdens zijn laatste vakantie heeft hij er 3600 kilometer doorheen gedraaid. Een bewijs van zijn kunnen binnen de wereld van de Showbizz is wel het feit dat hij heeft helpen organiseren bij het eerste optreden van Chris Barber’s Jazzband in Nederland. Dat was in 1955 toen Gerard de Vries het vaderlandse wapenrok droeg bij de Dienst Welzijnszorg van het leger. Voor dat optreden van Barber in de legerplaats Ossendrecht verzorgde hij ook de reclameaffiches.   ‘Hoe de programma’s, die hij gaat presenteren, eruit gaan zien, weet hij nog niet. Wel dat de programma’s voor de automobilist korte, kernachtige tips gaat brengen op verkeersgebied, maar ook technische dingen. We hopen dat er met Gerard een fijne en door U gewaardeerde collega hebben bijgekregen.’   In dezelfde maand november 1963 was trouwens de laatste aflevering van het programma: ‘Wie in Nederland wil zingen’ te beluisteren op Radio Veronica. Het programma was een tijdje te geprogrammeerd op de zaterdagavond vanaf 8 uur en de allerlaatste aflevering werd gepresenteerd door een toen 16-jarige jongen afkomstig uit Rotterdam, die het programma ook zelf samenstelde.   Rob van Dijk, destijds ook bij Veronica werkzaam, wist te melden dat de jongen, Han Peekel, zelfs zijn eigen liedjes zong. “Hij belde op een bepaald moment in juni 1963 op naar ons en meldde dat hij een programma-idee had voor een Nederlands chansonprogramma. Mijn verzoek om eens te komen praten in Hilversum was niet voor dovenmansoren. Hij kwam naar ons toe en was een terriër gelijk, die onder geen beding zijn kluif wenste prijs te geven. Die kluif betekende in dit geval een serie Nederlandse chansonprogramma’s, die in drie maanden tijd een globaal overzicht hebben gegeven van wat er in Nederland zoal op het chansongebied te beleven viel. Dat was veel, al was het alleen maar als bewijs, dat ‘Wie in Nederland wil zingen’ toch wel eens een gewillig oor wil vinden.”   Dan was er in die dagen ook de 22-jarige Jos Hogen, technicus bij diverse programma’s, ondermeer wekelijks tezamen met Cees van Zijtveld en Rob van Dijk verantwoordelijk voor het filmprogramma op Radio Veronica. Een programma waarin ook het gesproken woord, geluid van filmtrailers en meer van belang waren. Wekelijks diende informatie per telefoon vergaard te worden bij de productie- en filmverhuurbedrijven en uiteindelijk verwerkt te worden in het programma.   Telefoontjes, die in de studio werden gepleegd door Van Zijtveld, werden vastgelegd om later verwerkt te worden in het programma. Als de opname van deze begon werden eerst de teksten gezamenlijk doorgelezen en werd de muziek erbij uitgekozen. Het kwam allemaal heel precies en Jos gaf in een interview in december 1963 aan dat het opnemen van 15 minuten soms wel vier uur in beslag nam en dat het wel voorkwam dat men over de gereserveerde studiotijd heen was en een andere collega de opname cel diende te gebruiken.   De oplossing was dan gewoon in de avonduren door te gaan, en ‘Binnenkort in dit Theater’ werd dan verder werd opgenomen. In het programma werd ondermeer een lijstje met nieuwe films doorgenomen terwijl ook informatie was te horen over films die een tweede kans in de bioscopen kregen. De volgende dag ging dan de band met de tender naar het zendschip voor uitzending. En als het te veel stormde werd het lange zwoegen niet beloond, want het opgenomen programma haalde nooit de Borkum Riff. En zodoende kwam het eindproduct ook nooit hoorbaar in de huiskamer via de uitzendingen op de 192 meter.   Een ander programma met voornamelijk gesproken woord werd gepresenteerd door Rob van Dijk en ook iedere donderdag opgenomen om op zaterdag de uitzending in te gaan. ‘Met het nieuws de deur uit’ was een programma met de duur van 30 minuten waarin vooral actueel nieuws op de hak werd genomen. Voor de productie van dit programma was men vaak zes uur in de weer. Vooral om teksten te schrijven en de juiste muziek bij de diverse items te kunnen plaatsen. En dan werd vaak technicus Arnold Vis de redder die met zijn geheugen de mooiste combinaties tussen nieuws en muziek wist te maken. En vreemde vragen kwamen dan naar voren als: “Als minister Luns in een tropenpak en op gympies in Perzië rondloopt, welke muziek draaien we dan?”   Rond die tijd werd dit programma, dat op de zaterdagavonden via Veronica werd uitgezonden, uit het schema gehaald en naar de zondagochtend verplaatst. Het programma ‘Met het nieuws de deur uit’, werd vanaf dat moment op de zondagochtend om acht uur geprogrammeerd. Reden van deze verplaatsing was dat het programma, waarin veel gesproken tekst voorkwam, in de avond niet zo goed te ontvangen was en daardoor de gesproken tekst de mist inging.   Een ander programma dat in het najaar van 1963 een uitbreiding tot een uur kreeg was ‘Radio Sinar Sang Surya’, dat ook wel werd aangeduid als het Indonesisch programma van Radio Veronica. Het werd tot 1 oktober 1963 uitgezonden op de zaterdagmiddag en verplaatst in de programmering naar de donderdagavond tussen 8 en 9 uur. Proeven hadden uitgewezen dat op die tijd ook verder afgelegen plaatsen de ontvangst nog bruikbaar was en zo waren onze Indische landgenoten er met de nieuwe zendtijd en de uitbreiding tot een uur erop vooruitgegaan.   Ondermeer was er in het programma ruimte voor verzoekplaten, die aangevraagd konden worden bij Radio Veronica, afdeling oosterse muziek. Dit onderdeel ging er uit onder de noemer: ‘Mana Suka’. De muzikale tropengroet was niet alleen voor de Indonesische luisteraars bedoeld maar ook voor Nederlanders die daar en op Nieuw Guinea hadden gewoond. Begrijpelijkerwijs behoorden onder de Nederlanders vele militairen die er hadden gediend.   Presentator van het programma was Suhandi die jarenlang verbonden was aan de omroep in Indonesië en vooral bekend werd door zijn cabaretuitzendingen met de daar zo beroemde Bing Slamet. Vervolgens werkte hij van 1960 tot en met medio 1963 voor Radio Omroep Nieuw Guinea (RONG) en was tevens bekend onder zijn eigen naam Hans Oosterhof. In het najaar van 1963 was er trouwens ook ruimte voor een kwartiertje voor de echt kleine luisteraars. Het werd gepresenteerd Peter, de zoon van Veronicamedewerker Rob van Dijk. Op zaterdagochtend tussen 10.15 en 10.30 uur zaten derhalve heel wat vriendjes en vriendinnetjes van de Hilversumse Peter gekluisterd aan de radio, afgestemd op de 192 meter.    Hans Knot, 27 januari 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Communicatie in 1969

Tijd om maar eens nostalgisch te duiken naar het onderwerp ‘communicatie’ in het begin van het jaar 1969. In de daaraan voorafgaande jaren waren er volop problemen geweest in de gemeente Groningen aangaande de nieuwbouw van een aantal telefooncentrales waardoor een groot aantal aanvragen voor een telefoonaansluiting op wachtlijsten kwam. Dan weer waren er problemen met de eventuele aankoop van grond en vervolgens waren er problemen van technische aard die een versnelde uitbreiding van het telefoonnet in de weg stonden. Niet te vergelijken met heden ten dage waarbij eenieder, die een telefoon wenst, gewoon direct naar een winkel kan stappen om er een aan te schaffen.   Begin januari 1969 was het dan eindelijk zover dat er meer aansluitingen mogelijk werden in de noordelijke wijken de Paddepoel en Selwerd. De PTT-leiding, toen nog alleenheerser op het gebied van telefonie, had het nieuwe gebouw feestelijk door Burgemeester J. J. A. Berger van Groningen willen laten openen door het in dienst stellen van de apparatuur. Toen het gezelschap bij het gebouw aankwam was er behoorlijk veel lawaai binnen omdat de nieuwe installatie al was aangezet en er dus niet sprake kon zijn van een officiële indienststelling van de nieuwe centrale.   Foto: Productie telefoontoestellen (foto archief Heemaf)   Sigaren en glazen drank werden uitgeserveerd en onderwijl werd besloten dan maar te beginnen met deel 2 van de officiële bijeenkomst, namelijk het in dienst stellen van de 30.000ste aansluiting in het telefoondistrict Groningen door het draaien van het nummer van de gelukkige toekomstige bezitter. Het leek allemaal een beetje een opgezet spel want het was niet zomaar een Groninger maar een vooral in de voetbalsport bekende Groninger Chris Eimers. Hij was enkele weken daarvoor komen wonen in een nieuw groot flatgebouw aan de Castorstraat in de Paddepoel.   In het Nieuwsblad van het Noorden was op 5 januari 1969 een korte samenvatting van deze feestelijke opening te lezen waarin gemeld werd dat het er even op leek of er niemand thuis was want pas na drie keer de bel te laten overgaan was de telefoonhoorn opgenomen. Niet door de door griep gevelde Eimers maar door zijn vrouw: ‘de hartelijkheid van het gesprek leed er overigens niet onder’. De burgemeester sprak de hoop uit dat Eimers weer beter zou zijn voor de later die week te spelen wedstrijd, die grote belangstelling in de dagbladpers kreeg: Ajax-Benfica. Toen mevrouw Eimers stelde dat ze dacht van wel, mede daar haar man een echte fan van Ajax was, stelde Burgemeester Berger ad-rem dat hij een grote fan van GVAV was. Hier betrof het de eerdere naam van FC Groningen.   Verder was te lezen dat Ir. F. W. van der Haer, de directeur destijds van het Telefoondistrict Groningen, later in de middag, nadat het officiële gedeelte van de ingebruikname van de telefooncentrale voorbij was, nog naar de Castorflat was gegaan met een feestelijke taart en bloemenstruik. Toen hij de hal van het immense gebouw betrad kwam net uit de lift burgemeester Berger, die buiten het protocol om, besloten had zelf even een boeket naar de zieke voetballer te brengen.   Maar hoe zat het toch met het overdadige lawaai dat men aantrof bij het betreden van het nieuwe gebouw aan de Magnoliastraat? Volgens Ir. Van der Haer kwam dit door het zogenaamde ‘ratelen van de kiezers’. Maar er waren in die tijd meer technische ontwikkelingen op het gebied van de telefonie te melden want nadat er 17.000 verschillende draadjes waren verwerkt, begon in dezelfde week in januari 1969 de toen nieuwe telefooncentrale van de Rijksuniversiteit deels te werken. Allereerst was de centrale, in het souterrain van het Academiegebouw aan het Broerplein, verbonden met alle toestellen in het betreffende gebouw.   In de daarop volgende weken werden alle gebouwen van de diverse instituten en de laboratoria, uitgezonderd de gebouwen van het Academische Ziekenhuis (het huidige UMC), aangesloten op het nieuwe eigen telefoonnet van de Rijksuniversiteit. Vanaf dat moment waren alle universitaire diensten en complexen telefonisch bereikbaar onder nummer 19111.   Op deze centrale, die op dat moment de grootste bedrijfscentrale in Noord-Nederland was, werd het mogelijk 9000 telefoontoestellen aan te sluiten. De verwachting destijds was dat men tot 1985 daarmee ruimte genoeg zou hebben op de nieuwe centrale. In de beginperiode werden er 3000 toestellen geplaatst en kwamen alle individuele abonnementen in gebruik binnen de verschillende gebouwen van de universiteit te vervallen. Een opsteker want op die manier konden 140 particulieren snel aan een aansluiting en nummer worden geholpen.   De nieuwe centrale had rond de 6 miljoen gulden gekost en was voor die tijd uitgerust met tal van moderne snufjes. Zo was er voor het eerst een doorkiessysteem en hadden dus alle 3000 bureautoestellen in de universiteit een eigen nummer bestaande uit vier cijfers. Door er twee keer een 1 voor het betreffende nummer te plaatsen was het toestel voor elke abonnee van buiten bereikbaar, zonder tussenkomst van een van de telefonistes.  Zo waar een enorme vooruitgang voor die tijd. Wanneer de betreffende persoon bij het telefoonnummer niet binnen tien seconden de telefoonhoorn opnam om een gesprek te voeren dan werd men automatisch doorverbonden met de centrale post in het Academiegebouw. De centrale was trouwens dag en nacht ‘bemand’.   Uiteraard was het voor een buitenstaander ook mogelijk het hoofdnummer te draaien en te vragen naar een bepaalde persoon, waarvan men het telefoonnummer niet wist. Via de toen nieuwe centrale werd het ook mogelijk gebruik te maken van een bepaald alarmeringssysteem. Als bijvoorbeeld de centrale verwarmingsketels zouden uitvallen was dit te zien door het flikkeren van bepaalde lampjes op de bedieningstafel. De centrale stond er niet zomaar want er was door medewerkers van de PTT en Philips meer dan anderhalf jaar gewerkt aan de voorbereidingen. Zo was er liefst 28 kilometer kabel gelegd tussen de universitaire gebouwen ondermeer in Haren en de destijds nieuwe wijk De Paddepoel.   De technische hoogstandjes bleven zich begin 1969 opvolgen want het werd ook bekend dat diverse politiekorpsen in Nederland interlokaal radiocontact zouden krijgen. De toenmalige minister van Binnenlandse zaken had namelijk besloten dat de proefnemingen in Kennemerland zouden worden uitgebreid tot de regio's Rotterdam-Den Haag, Arnhem en Utrecht.  Indien de ervaringen gunstig zouden zijn – zo stelde minister H.J.K. Beernink – zou ook Groningen een overkoepelend radionet krijgen, waarbij het destijds in aanbouw zijnde hoofdbureau aan de Rademarkt als centrale alarmpost zou gaan functioneren.   Voor nu onvoorstelbaar maar er waren verlangens bekend gemaakt ook de brandweer en GGD aan te sluiten op het eventuele nieuwe net zodat niet voor verschillende meldnummers gekozen diende te worden. De politiekorpsen in Haarlem en zeven naburige gemeenten werkten sinds oktober van 1968 met één gemeenschappelijk onbemand relaisstation. Op de bureaus waren vaste mobilofoonposten, waardoor het mogelijk werd dat de verschillende korpsen met elkaar in verbinding konden treden. Elk korps afzonderlijk was in staat via het oude mobilofoonnet radiocontact te maken met de patrouillewagens, die tevens konden overschakelen op het gemeenschappelijk net.   Overigens had de Politie Verbindingsdienst wel problemen door het gebrek aan beschikbare frequenties waarop de verbindingen konden worden uitgevoerd. Noodgedwongen week men uit na een hoge golflengte van 460 megahertz. Men was in staat een gebied met een middellijn van zestig kilometer te bestrijken. Met deze toen nieuwe zendapparatuur probeerde men de snelheid van het politieoptreden te bevorderen. De behoefte aan interlokaal radiocontact deed zich in het bijzonder gevoelen bij opsporingsacties, verkeersregeling, ordehandhaving en bij buitengewone gebeurtenissen. In totaal waren er vijftien relaisstations nodig om geheel Nederland te bestrijken. De laatste stap destijds naar een landelijke samenwerking van regio's zou het gebruik van straalzenders zijn, waardoor het mogelijk werd de verschillende gemeenschappelijke netten onderling te koppelen. Een halve eeuw later is bovenstaand allemaal nostalgie van de bovenste plank.   Hans Knot, 20 januari 2018.

hans knot

hans knot

Hans Knot: Optreden Fleetwood Mac in 1969 in Groningen liep niet goed af

Ik neem je mee terug naar 1 maart 1969. In krant van die dag in Groningen stonden tal van advertenties op het gebied van amusement. Zo probeerde het toen bekende uitgaanscentrum Beijering in Vlagtwedde onze aandacht te trekken met optredens van de Heikrekels en Howard Carpendale. In Roden was het mogelijk in ‘Onder de Linden’ naar de Buffoons te gaan. Verder traden ondermeer in het noorden op: the Motions, Blues Dimension, Oscar Harris and the Twinkle Stars en verscheen Ruud van Broekhoven in De Berenkuil aan de Grote Markt als deejay. Maar een hele groep andere Groningers had het voornemen die avond van een concert te gaan genieten in de Korenbeurs aan de Vismarkt in Groningen.   Het in die tijd als progressieve jongerencentrum omschreven Provadja, onderdeel van een landelijk netwerk van groeperingen die zich bezighielden met het organiseren van alternatieve bijeenkomsten, had voor die dag een lange manifestatie bedacht te houden vanaf 4 uur in de middag in voornoemde Korenbeurs in Groningen. Meer dan duizend enthousiaste Groningers waren aanwezig bij de manifestatie, die de geschiedenis is ingegaan als ‘Rovers Return’.   Wat de aanwezigen niet direct hebben gemerkt is dat er in de loop van die betreffende zaterdag tal van kleine irritaties zich voordeden tussen de organisatie en de beheerder van de Korenbeurs, zichzelf de beursmeester noemende heer D. Visser. Zoals zo vaak met festiviteiten van deze aard was er enige uitloop maar mede door gekonkel dat gedurende de gehele dag plaats had gevonden vond Visser dat de afgesproken eindtijd van de happening ook definitief de eindtijd diende te zijn, namelijk 12 uur middernacht. En toen ging het licht aan en vond Visser het wel genoeg en dus voor hem tijd om naar huis te gaan. Verontwaardiging bij het publiek want de belangrijkste act van Rovers Return was een optreden van de Britse formatie Fleetwood Mac. Visser had namelijk niet alleen het grote licht aangedaan maar ook de elektriciteitstoegang tot de geluidsinstallatie van Fleetwood Mac afgesloten. Het was de tijd van de eerste samenstelling van de Britse formatie, die al een top tien hit in Nederland had gehad voordat ze in welk ander land hadden gescoord. Laten we maar rustig stellen: met dank aan Radio Veronica destijds. Ter opfrissing even titels van songs die al waren doorgebroken: ‘Need your love so bad’, ‘Albatros’ en ‘Man of the world’.   In ieder geval toen Visser de lichten had aangedaan en vervolgens de geluidsinstallatie had afgesloten stond de Britse bluesgroep, zoals ze destijds nog werd ingedeeld, volledig onwennig op het podium in een onwezenlijke sfeer. De maandag erna was in de krant te lezen dat vervolgens horden mensen, te midden van kapotte pilsflessen, bassist John MccVie met een aantal stevige vloekgeluiden hadden gehoord vanwege de anticlimax van het festival. Solo gitarist was destijds Peter Green, die de zaal toeschreeuwde dat, wanneer het zou toegestaan zijn, de groep nog een nummer zou spelen terwijl hij tevens de excuses namens de hele formatie aanbood.   Gelukkig was Visser verstandig en sloot de geluidsinstallatie weer aan waarna nog een nummer kon worden gespeeld, hoewel duidelijk was te zien dat John McVie er eigenlijk geen zin meer in had. Tijdens het festival was er trouwens een lichtshow verzorgd door Bunk Bessels, die af en toe de Korenbeurs in een toverachtig toneel plaatste.   Even terugkomend op de eerder gememoreerde conflicten tussen de beursmeester en de organisatoren van Provadja Groningen kan worden gesteld dat laatstgenoemden erop hadden aangedrongen de pils uit plasticbekers te laten drinken en geen flesjes te verkopen daar men tijdens eerdere festival daar de nodige problemen mee had gehad.   Visser besliste echter anders en inderdaad was er, een half uur voor het begin van het optreden van Fleetwood Mac een ernstig voorval in de Korenbeurs daar een aantal van de aanwezigen nogal gevaarlijk met lege flesjes begon te gooien. Waarschijnlijk omdat een zekere Aimee direct werd ingezet om op te treden, werden ernstige ongelukken voorkomen. Ze trad dan ook op met ontbloot bovenlijf.   Voor die tijd was het helemaal niet zo gek dat er tijdens zo’n festival rechercheurs in burger aanwezig waren om vooral het gebruik van drugs en zedenovertreding in de gaten te houden. Ook zij genoten van de kleurendia’s verzorgd door Bunk, waarbij af en toe ook voor die tijd pornografische plaatjes voorbijkwamen. Opmerkelijk tijdens het festival was het optreden van de uit Roden afkomstige Michel Bellinga. Gestoken in een witte coltrui en een rode smoking liet hij het publiek al dan niet genieten van accordeonmuziek met als doel aan te tonen dat er ook jeugd was die niet alleen van beat- en bluesmuziek hield.   Bunk verraste het publiek ook met de vertoning van een song van Dylan, Don’t look back, geprojecteerd op een van de muren van het gebouw, waarbij hij vertelde dat hij deze opname had gekregen via Ringo Star. Een echt Gronings tintje, tijdens het festival waar f 6,50 entree diende te worden betaald, was trouwens het optreden van de formatie Solution die haar eenjarig bestaan dat weekend vierde, ondermeer met een jamsessie met andere muzikanten. De Groninger popscene had in ieder geval weer iets om over te praten en of Visser nadien belaagd is door ontevreden bezoekers kan helaas niets worden vermeld. Wel dat Fleetwood Mac een wereldgroep zou worden en decennialang zou optreden ondermeer met het nummer ‘Don’t stop now!’   Hans Knot, 13 januari 2018

hans knot

hans knot

Edwin Wendt: Hitcode en Paul von der Luftwaffe

Toen ik zondagmiddag het nieuws las over het overlijden van Peter van Dam (Egmond Complex-tijd; Peter van Dam was er in 1985 de muzieksamensteller van) wist ik dat er een in memoriam van zijn (radio-) vriend Peter van Bruggen zou komen. Dat verscheen woensdagmorgen op Facebook. Zie daar. Het 'krukje van Joost' (den Draaijer) werd zondag door Ferry Maat in diens I.M. als symbool voor 'het gemaakt hebben' op de Nederlandse popradio in de jaren zeventig. Het krukje blijkt tegenwoordig in bezit van Peter van Bruggen. Hij zat erop toen hij zijn I.M. schreef.
Zelf heb ik als luisteraar de dierbaarste herinneringen aan Peter op de KRO-woensdag (1981-83), met Manneke Pop en Komt er Nog Wat Van, voordat luistercijferstress de omroep in de armen van thuismixers en voormalig Radio Luxemburg-deejays uit Eindhoven dreef.
Als verlegen puber met de radio als grootste vriend was ik voor het eerst  op Hilversum 3 te horen in de zomer van '85. Peter van Dam en zijn maatje Gerard Kamer maakten een zomerkwis, Hitcode, waarvan ik een van de deelnemers was: live aanwezig bij een radio-uitzending in de Emmastraat en nog meewerken ook!
Leuk voor Peter en Gerard, dacht ik, dat ze in dit Wereldparade-seizoen (elke week een Top-30 afdraaien) ook weer eens een programma met vrije muziekkeuze konden maken. Jaren later sprak ik er, inmiddels zelf KRO-medewerker, collega Elly van Loenen over: wel nee joh, dat programma was gewoon strafcorvee omdat ze weer eens iets hadden uitgevreten!
Tijdens Hitcode was Paul van de Lugt, oud-nieuwslezer, zich inmiddels aan het warmdraaien als chef van de KRO Zalige Muziek Zondag. Ook Peter kreeg daar weer zijn eigen uurtjes, net als op woensdag onder de naam Manneke Pop. In oktober '85 begon het, eind mei '86 was het afgelopen: tegenvallende luistercijfers. Ik vond dat toen als 18-jarige radiofreak al volstrekt onbegrijpelijk: hoe snel kun je iets de nek omdraaien?
Peter van Dam nam zijn verlies en vertrok. In 2010 werd hij in een uitzending over 85 jaar KRO aan het voorval herinnerd door presentatoren Marc Stakenburg en Stefan Stasse: 'Ah, Paul von der Luftwaffe, hoe is het met hem?'
Dit was de Peter zoals ik me hem herinnerde: altijd spitsvondig en rap van tong en nooit bang om een grens op te zoeken. In de nazit sprak ik hem over het woordgrapje en bleek er geen echte wrok richting de voormalig KRO- en 3FM-baas (meer) achter te zitten. Zo had hij weinig begrip voor oud-collega Vincent van Engelen, die destijds vanwege 'hard feelings' niet wilde meewerken aan het KRO-feestje. Peter: 'Het is allemaal zo lang geleden, wat mij betreft komt Van der Lugt hier nu binnenlopen en drinken we samen een pilsje, I Couldn't Care Less'.
Edwin Wendt, 10 januari 2018   Foto Peter van Dam 18 november 2010 ( Vincent Schriel)

de redactie

de redactie

Hans Knot: september 1965 herinneringen

Eerder in 2017 beschreef ik de eerste moeilijke maanden van de in het najaar van 1965 van start gegane derde radionet, onder de naam Hilversum 3. Daaruit bleek dat de meerderheid van de omroepen nauwelijks nieuwe programma ideeën goed kon doorvoeren omdat er vanuit Den Haag door het ministerie van CRM nauwelijks geld ter beschikking was gesteld om het toekomstige station, dat de concurrent van de zeezender Radio Veronica diende te worden, tot een succes te maken. Uit het in dat verhaal geschetste programmaoverzicht van de diverse omroepen bleek heel duidelijk dat over enige vorm van concurrentie totaal niet gesproken kon worden.   Een latere grote tegenstander van Radio Veronica en andere zeezenders was mr. Harry van Doorn, tevens de latere minister van CRM, die in 1974 de zeezenders mede de nek zou omdraaien door invoering van de zogenaamde anti-zeezenderwet. De zogenaamde wet die geen wet was, maar een aanpassing van de bestaande wetgeving. Maar hij had in 1974 wel succes daar het populaire Veronica als ook de door velen beminde Radio Noordzee uit de ether verdwenen. Vlaamse luisteraars hadden meer geluk door het in de ether blijven van hun Radio Mi Amigo.   Maar al veel eerder liet mr. H.W. van Doorn van zich horen en wel in de tijd dat hij voorzitter was van de Katholieke Radio Omroep, kortweg de KRO. In september 1965 maakte hij namelijk bekend, dat zijn omroep, vaak tot de conservatieve zuilen gerekend, open en positief stond tegenover het eventuele toekomstige nieuwe bestel. Dit, omdat deze plannen, mits ze mochten doorgaan, dezen meer waarborgen bood voor geestelijke vrijheid en eenheid in verscheidenheid.   Minister Vrolijk, van CRM, had daarvoor aangegeven, dat een meer Open Bestel de weg voor de omroepen naar meer vrijheid mogelijk maakte. Van Doorn voegde eraan toe dat de omroepen eindelijk wisten waar ze enigszins naar toe gingen: “Er is eindelijk een tijd gekomen, dat men zich kan gaan wijden aan de eigen taak, namelijk het maken van programma’s, zonder dagelijks teveel tijd aan activiteiten kwijt te raken door tegen de stroom in te moeten roeien.”   Maar de vraag of KRO-voorzitter Van Doorn destijds blij was met de komst van Hilversum 3 was alleen maar negatief te beantwoorden gezien hij het helemaal niet goed vond dat minister Vrolijk het positieve sein had gegeven voor de opstart van Hilversum 3. Immers een gedegen luisteronderzoek over de toen bestaande radionetten Hilversum 1 en 2 waren dan wel aangekondigd maar resultaten waren, tot op dat moment, totaal niet bekend. Van Doorn: “Had men zo’n haast een licht platenpallet erbij te hebben? Is dit wegens Veronica? Nu een derde net nog slechts een maand op zich laat wachten is het tijd nog eens met nadruk te pleiten voor coördinatie tussen alle drie radiostations in Hilversum”. Daarbij uiteraard doelend op de uitzendingen van Hilversum 1, 2 en de toen toekomstige Hilversum 3.   Hij haalde daarbij aan dat de financiering van slecht één uitzending van het Radio Philharmonisch Orkest meer kostte dan de financiering van Hilversum 3 in de periode van de opstart tot en met 31 december 1965. Helaas stelde hij dit zonder het verder te onderbouwen. Hij vroeg zich daarbij tevens af of de regering het werkelijk betreurde dat er voor Hilversum 3 er zo bitter weinig geld beschikbaar was. “Juist door de beperkte financiële toezegging is men op Hilversum 3 slechts in staat alleen iets simpels te brengen, bijvoorbeeld platenprogramma’s. Op die manier heeft de regering voorkomen dat er op dit nieuwe radiostation al te serieuze praat kan komen, zodat dit radiostation geheel niet kan concurreren met Radio Veronica.”   Bovenstaande uitting van Harry van Doorn is me nooit duidelijk geworden want van echt serieuze programma’s bij Radio Veronica is volgens mij nooit sprake geweest. Men had slechts tot doel de luisteraars te verpozen met amuserende programma’s vol met vrolijke muziek. En in vergelijking wat er destijds via de Hilversumse omroepen werd gebracht dient het voor velen een verademing te zijn geweest.   Van Doorn kondigde tevens aan dat de KRO het niet over zich heen zou laten komen en zeker geen kleurloze programma’s op Hilversum 3 zou gaan brengen. Van Doorn wilde dus duidelijk wel concurrentie tegen de hem zo gehate indringer binnen de Nederlandse radio industrie, tevens gevestigd in het hart van Hilversum, Radio Veronica.   Maar ook op het gebied van de televisie waren er toch wel ontwikkelingen te noemen in de maand september 1965. Heden ten dage kijken we er niet meer van op, sterker nog, gaan we denken of het niet een onsje minder kan met al die goedbedoelde kookprogramma’s op de televisie. Op de dag dat ik deze column schreef was er in de middag een dame op MAX die ons leerde hoe we komkommer dienen schoon te maken en wortels te snijden. Of we in een kinderklasje zaten werd de boodschap veel te uitgebreid aan de kijker overgebracht. Zendtijd verknoeien is gelijk aan eten laten aanbranden. Is het voor MAX niet duidelijk dat men vooral te maken heeft met een ouder publiek die al decennialang weet hoe een heerlijke maaltijd te bereiden, uitzonderingen daargelaten?   Maar het was andere koek in september 1965 want er werd aan de kijker bekend gemaakt dat ‘de heer Kuijper’, afkomstig uit Purmerend eens per maand op de donderdagmiddag op het televisiescherm zou gaan komen om kookles te gaan geven. Compleet met fornuis, zo werd beloofd, zou hij het spiedend oog van de camera de cursus ‘creatief koken’ gaan geven.   Hij zag het als een persoonlijk beleven van de kookkunst: “Daar bedoel ik niets moeilijks of hoogdravends mee, alleen maar dat elke vrouw haar eigen specialiteit in deze kunst kan bereiken. En dat met gewone recepten!"  En dat is waar hij van uit ging in zijn tv.-lessen: de gewone ingrediënten, die iedereen in het gegeven jaargetijde kon kopen. Deze vormden de basis van het bijzondere dat ervan gebakken (of gekookt of gestoofd) kon worden. De heer Kuijper was jarenlang journalist geweest en vervolgens leraar Nederlands, maar koken vormde toch zijn alleroudste bezigheid.   Het begon met recepten verzamelen. Zoals andere jongens van zijn leeftijd postzegels of suikerzakjes verzamelden, zo legde Bennie Kuijper meerdere mappen aan met recepten met een totaal van meer dan 20.000 en er bevonden zich voor die tijd al vele antieke recepten onder, waarbij zelfs de tijd van de Romeinen in ons land werd bereikt.   De padvinderij bracht hem in contact met de praktijk: buiten op een houtvuur, en de jammerlijke mislukkingen van het begin vormden slechts even zovele aansporingen tot opnieuw proberen, tot het lukte. Hij was dan ook van plan veel te delen met de kijkers door in het eerste programma destijds te stellen dat in zijn uitzendingen totale recepten vrij te geven. Verder stelde hij: “Ik zal mij steeds aan de tijd van het jaar aanpassen en telkens datgene wat besproken wordt ook geheel toebereiden. In 20 minuten kan heel wat lekkers gemaakt worden, wanneer tenminste het voorbereidende werk gedaan is".   En zo kwam Ben vervolgens eens per maand in beeld op de televisie met zijn goed bedoelde koopadviezen voor de huisvrouw. Klaarblijkelijk was de keuken nog steeds het domein voor moeder de huisvrouw, zoals ik het zelf destijds in het ouderlijke huis altijd beleefd heb, hoewel wij, als kinderen daadwerkelijk betrokken werden bij het aanrechtgebeuren. Het leidde tot het gegeven dat, na vertrek uit het ouderlijke huis, je met de grondbeginselen en meer van lekker koken bekend was en dus eventuele gasten heerlijke gerechten kon voorschotelen. Oh ja, de eerste uitzending van het kookprogramma van Kuijper was op 23 september 1965 op de televisie te zien.     Hans Knot, 6 januari 2018   Foto Henk Bouwman en Harry van Doorn (archief ICCE Soundscapes Universiteit Groningen)  

hans knot

hans knot



×

Belangrijke informatie

Door gebruik te maken van deze site ga je akkoord met onze Gebruiksvoorwaarden, Privacybeleid, en We hebben cookies op je apparaat geplaatst om de werking van deze website te verbeteren. Je kunt je cookie-instellingen aanpassen. Anders nemen we aan dat je akkoord gaat.