Spring naar bijdragen

Column

  • artikelen
    217
  • opmerkingen
    238
  • weergaven
    15302

Auteurs van dit blog

Voer dit blog

Berichten in deze blog

Hans Knot: Herinneringen aan Rob Olthof

In deze column wil ik stilstaan bij het feit dat vijf jaar geleden een zeer grote vriend, niet alleen op het gebied van radio, kwam te overlijden op veel te vroege leeftijd. Bij de afscheidsbijeenkomst hield ik de volgende toespraak: “Maandagmorgen 23 september 2013 om half 12 kwam er een einde aan een uitzonderlijke vriendschap die Rob Olthof en ik 48 jaar lang hebben gedeeld. De vriendschap is ontstaan dankzij het weekblad dat de jonge babyboomers van destijds, vanaf 1965 konden kopen in de sigarenwinkel en meer: ‘Hitweek’.   Het was een strijd als in de jaren zestig van de vorige eeuw gevoerd door de fans van The Beatles en die van de Rolling Stones. Je was voor of tegenstander en dan doel ik op het verschil tussen Radio London en Radio Caroline, de zeezenders die de babyboomers nog meer vrijheid gaven dan ze zelf al hadden genomen.   Een paar kritische opmerkingen van Rob en mij heen en weer in Hitweek werd gevolgd door telefoongesprekken tussen Amsterdam en Groningen, waarna mijn ouders op een bepaald moment vroegen: Olthof, Amsterdam, Willemsparkweg vlak bij de familie Zwaving? Ik beaamde dat en mijn vader zei meteen: “Oh Arie Olthof, die ken ik van de Kappersvakbond. Beiden ontmoetten elkaar eens per jaar tijdens de landelijke bestuursdag. Het begin van een lange vriendschap tussen Rob Olthof en mij, die vooral gebouwd werd op gezamenlijke interesses als radio, muziek, bier, trams en treintjes maar ook kleine handeltjes.   Rob zijn eerste handelsactiviteit, las ik terug in een editie van Hitweek van 1968, waarin hij foto’s van beide Carolineschepen, genomen in de haven van Amsterdam, te koop aanbood. Dit voor de prijs van 40 cent per stuk exclusief 25 cent porti. Te betalen via de Gemeente Giro in Amsterdam. Uiteraard zonder destijds de Belastingdienst te informeren. De eerste stenen, van wat later de Stichting Media Communicatie werd, waren gelegd.   In het begin waren het redelijk kleine steentjes, die werden gebakken naar de opbouw. Ik memoreer de beruchte Neil Diamond Poster die Rob adverteerde. Hij was naar het theater gegaan, waar Neil in Amsterdam optrad. Hij gaf een bezoeker 25 gulden inclusief zijn fototoestel en vroeg hem een foto van Neil Diamond te nemen. Na afloop van het concert nam Rob, inmiddels teruggekeerd bij het theater, zijn fototoestel weer in ontvangst en liet de foto op posterformaat uitprinten. In kleine annonces in muziekbladen en de Telegraaf werden ze te koop aangeboden, en neemt U maar van mij aan dat het warme broodjes waren die hij in die periode verkocht. Hoewel vele ontvangers van de Neil Diamond poster zich hebben afgevraagd wie er nu op die poster stond.   Vrij snel werd Rob ook oprichter, voorzitter, secretaris, en vooral ook penningmeester van de Olivia Newton John Fanclub. Ikzelf was inmiddels al enige tijd hoofdredacteur van Pirate Radio News. Vanaf 1972 kwamen we regelmatig bij elkaar over de vloer en werden allerlei dingen op het gebied van radio gezamenlijk georganiseerd. 18 april 1973 de grote demonstratie in Den Haag voor het behoud van Radio Veronica. In de ochtend, ver voor achten, stond ik aan de Willemsparkweg met een busje vol vrienden met als doel Den Haag. We waren in Amsterdam om posters, geproduceerd door Rob Olthof, met een afbeelding van het zendschip van Radio Veronica op het strand van Scheveningen, mee te nemen voor verkoop op het Malieveld in Den Haag.   Zeer teleurgesteld was Rob omdat hij niet mee mocht, want moeder Anneke, hoewel Rob haar altijd Kootje noemde, had het hem verboden want anders kon hij zijn nieuwe baan wel kwijt raken. Verzorgend als altijd was het ‘Kootje’ die hem voor de huisdeur de haren nog eens kamde en hem ras wegstuurde naar zijn werkgever, zodat hij niet te laat kwam.   4 mei 1973 Tweede Binnenhaven Scheveningen; meer dan 350 mensen uit negen landen. We hadden schepen gehuurd bij ondermeer de firma Vrolijk met als doel de muziekboten op de Noordzee met fans te bezoeken. Het feest ging niet door vanwege te slecht weer. Ik heb Rob nooit meer zo boos gezien als die betreffende dag. Een week later gingen we alsnog met 4 boten vol fans.   In 1978 richtte Rob, met een paar andere mensen, de Stichting Media Communicatie op, terwijl ik samen met weer anderen het Freewave Media Magazine oprichtte. Het was ook het jaar dat samen met de mensen van Music Radio Promotions ik de eerste Radiodag organiseerde in Noordwijkerhout. Reeds het volgende jaar gingen we deels, en niet veel later, geheel samen en werd tot op de dag van vandaag op deze manier de zeezenders en andere vormen van radio door geschiedschrijving en merchandise in stand gehouden.   Vanaf 1978 zijn er vervolgens ook jaarlijkse zeezenderdagen georganiseerd waarbij het westen van Nederland als locatie werd aangedaan en de laatste 15 jaar Amsterdam als centrale punt voor de, inmiddels meer dan 10 jaar geleden omgedoopte Radio Days werd gekozen. Bijeenkomsten die samen met onze gezamenlijke zeer goede vriend Martin van der Ven uit het Duitse Meppen tot stand kwamen. Jaarlijks waren er meer dan 350 mensen aanwezig om de verhalen door de medewerkers van de toenmalige zeezenders aan te horen, waarbij zowel de bezoekers als genodigde gasten vaak uit meer dan 10 landen afkomstig waren.   Ook dan was Rob in de zaal – zoals ook met de merchandising – vooral met geld bezig, immers alle activiteiten dienden te worden gefinancierd – wat hij al die jaren met volle inzet heeft gedaan. Niet voor niets werd hij door velen schertsend ‘de man met de geldtas’ genoemd.   Maar het was niet alleen radio dat ons samen hield. Poezen waren zowel in Huize Olthof als Huize Knot een belangrijk element waar telkens weer informatie over werd uitgewisseld. Rob zijn meest recente kat, Jeroentje, heeft inmiddels de warmte in Huize Knot tot zich genomen. Onze liefde voor Engeland leverde tientallen reizen naar tal van locaties op, waarbij vrienden, gemaakt door de radiohobby, werden bezocht, maar ook vele musea, kerken, restaurants, concerten en een grote variatie aan pubs in diverse plaatsen werden aangedaan. En reken er maar op dat met Rob Olthof op stap gaan de meest vreemde avonturen kon opleveren. Ik zal deze jaarlijkse reizen met Rob zeker gaan missen, evenals de ontelbare gesprekken over de telefoon en de wederzijdse bezoeken aan Amsterdam, later Amstelveen en Groningen. Zowel de PTT, KPN en andere telefoonmaatschappijen hebben aan ons veel geld verdiend en de huidige provider zal het zonder deze bron van inkomen moeilijker krijgen.   Rob, ik zal nooit de enorme lange en warme vriendschap, die we hebben gedeeld, vergeten. Je zult altijd in onze gedachten blijven. Rust in vrede en dank namens alle radiovrienden in binnen- en het buitenland voor je intense, nooit te stuiten, inzet om de herinneringen aan het verleden op radiogebied staande te houden.”   Aldus destijds mijn toespraak bij het afscheid van Rob Olthof. Tijdens een speciale ceremonie in Scheveningen in december 2014 werd Rob Olthof zijn as verspreid bij het havenhoofd bij de Eerste Scheveningse Binnenhaven in het bijzijn van vele vrienden van Rob. Het stormachtige weer had ons gehinderd de tocht op zee te maken om daar het as te verspreiden op de positie van de zendschepen van weleer.   Nog immer wordt de naam van Rob Olthof en de herinneringen aan hem veelvuldig in Huize Knot en daarbuiten genoemd. Ook anderen noemen de vele herinneringen die men aan hem heeft nog vaak in gesprekken. Baanbrekend werk op het gebied van radio betekende tevens dat in 2017 tijdens de RadioDay gehouden in Harlingen Rob Olthof postuum werd geëerd met een RadioDay Award, een onderscheiding die hij al jaren eerder had verdiend.   Hans Knot, 22 september 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Van Kooten verliet Radio Noordzee in 1972

In deze aflevering van de Nostalgische Column neem ik je mee naar de vroege jaren zeventig van de vorige eeuw. In de maand februari 1972 maakte Willem van Kooten bekend dat hij bij Radio Noordzee zou vertrekken. Die aankondiging baarde nogal wat opzien, niet in de laatste plaats omdat hij daarbij zijn twijfels uitte over de toekomstmogelijkheden van de zeezenders.   In het eerste jaar van zijn bestaan werd Radio Noordzee, de Nederlandse service van RNI, vooral populair door de programma's van Jan van Veen en Joost den Draaijer. Opkomende sterren als bijvoorbeeld Peter Holland en Tony Berk moesten nog even wachten. Pas na het vertrek van de beide grootmeesters van de platenpresentatie, zouden zij hun kans krijgen. Enige tijd na de start van Radio Noordzee viel wel al de live-programmering te beluisteren met onder meer Leo van der Goot en Hans ten Hooge. Maar slechts een klein deel van de luisterschare gaf daar toen al de voorkeur aan. De grootste populariteit genoten de ingeblikte programma's, die aanvankelijk in Hilversum en later in Naarden werden opgenomen. Dat waren dus onder meer de programma's van Jan van Veen en Joost den Draaijer.   In februari 1972 zou daar echter drastisch verandering in komen. Toen besloot Willem van Kooten, destijds 31 jaar, namelijk zijn biezen te pakken. Nog enkele maanden kon het station gebruikmaken van de geduchte talenten van de man achter de radionaam "Joost den Draaijer". Daarna was het afgelopen. Volgens eigen zeggen zag Van Kooten het maken van programma's voor Radio Noordzee niet meer zo zitten. Daarnaast, zo gaf hij aan, kon hij die activiteit niet meer combineren met de drukke werkzaamheden voor zijn eigen platenmaatschappij en muziekuitgeverij. Bovendien, had hij groeiende twijfels over de toekomstmogelijkheden van de zeezenders.   In een interview in de Telegraaf stelde Van Kooten op 17 februari 1972 al: “Ik geloof dat het tijdperk van de piratenradio voorbij is ... let wel, ik zeg 'ik geloof'. Weten doe ik het niet. Of Radio Veronica en Noordzee gaan verdwijnen is een andere zaak. Zonder een goed station, dat deze beide piraten moet gaan vervangen, gaan deze schepen voor mij nog niet uit de lucht." Verbazing alom. Men vroeg zich af, hoe een man, die eerder acht jaar voor Radio Veronica had gewerkt, het piratendom opeens daadwerkelijk op een zijspoor kon zetten. In Hilversum en omgeving deden in die periode geruchten de ronde als zou Van Kooten weer eens ruzie hebben gemaakt met een van de kopstukken van de organisatie achter het station, de directie van de onderneming Strengholt.   Van Kooten zelf zei daarover: “Dat is echt allemaal nonsens. Ik kon mij niet meer helemaal voor de programma's inzetten. Als ik iets doe, wil ik het ook goed doen. Toegegeven, naast deze programmamoeheid heb ik ook nog enkele privéaangelegenheden met de directie van Radio Noordzee. Dat er echter geen ruzie is, blijkt wel uit het feit dat ik waarschijnlijk de Top 50 bij Radio Noordzee blijf presenteren. Zeker is dat echter nog niet. Eind deze week ga ik met vakantie en dan wil ik er nog eens rustig over nadenken."   In die tijd deed ook het gerucht de ronde, dat de gebroeders Verweij, eigenaren van Radio Veronica en eerder al werkgevers van Van Kooten, hem een fors salaris hadden geboden om terug te keren op het oude nest. Van Kooten: "Dat kan toch niet. Als ik bij Radio Noordzee wegga omdat ik er geen zin meer in heb om dat soort programma's te presenteren, dan ga ik toch zeker niet naar Radio Veronica. Dan kan ik net zo goed bij Radio Noordzee blijven. Niet dat ik iets tegen Radio Veronica heb. Ik kan uitstekend opschieten met de Verweij's, de deejays en de technici, maar ik wil gewoon geen programma's meer presenteren. Ik wil mijn tijd besteden aan mijn eigen productiemaatschappij.   Je moet eens opletten wat er dit jaar gebeurt met platen van Hollandse artiesten. Een internationale doorbraak en daar wil ik een graantje van meepikken. Binnenkort kom ik met platen van Golden Earring, Greenfield en Cook en Shocking Blue en dan kan ik het niet meer langer opbrengen me volledig, voor honderd procent te geven én voor Radio Noordzee én voor mijn eigen bedrijf."   John de Mol sr., destijds directeur van de Nederlandse service van Radio Noordzee, had de bui al zien hangen. Hij zei: “Ik zag het wel aankomen. Willem is een jongen die enorm veel hooi op zijn vork durft te nemen. Door zijn veelzijdigheid moet hij wel in moeilijkheden komen. Hij gaat nu eerst met vakantie en daarna komt hij weer hier en dan gaan we met zijn allen om de tafel zitten. Over een eventuele vervanger is dan ook nog niet gesproken.”   Het sprankje hoop dat in de uitspraak van De Mol doorklonk, was vergeefs. Bij terugkomst gaf de man met zijn eeuwige sigaar te kennen, dat hij nog even doorging met de Top 50, totdat Ferry Maat de presentatie in juni 1972 van hem overnam. Voor de presentatie van de doordeweekse uren van Van Kooten werd niet veel later Tony Berk ingehuurd. Berk was al in dienst voor de presentatie van het programma "Branding", een platenprogramma voor bedrijven dat iedere doordeweekse dag tussen 9 en 10 uur in de ochtend via de "220" werd uitgezonden.   Zijn uitspraak dat het piratentijdperk ten einde was, zal Van Kooten wel nooit hebben betreurd. Het versterkte zijn reputatie van iemand met een fijne neus voor de ontwikkelingen in medialand. Later zag hij overigens nog kansen en mogelijkheden genoeg in de zeezenders. Zo probeerde hij in 1978, in eerste instantie via "de Hoge Noot BV", zendtijd te huren van Ronan O'Rahilly, de directeur van de Caroline-organisatie. Onder de naam Radio Hollandia zou het station als vervanger gaan dienen van Radio Mi Amigo. Programmabanden, met onder meer Jan van Veen, Will Luikinga en Joost zelf, waren - volgens geruchten -  al aan boord van het zendschip van Radio Caroline, de MV Mi Amigo, toen de generator het begaf. We hebben het dan over oktober van dat jaar. Ook waren Rob Hudson (Ruud Hendriks, nu: EndeMol) en Marc Jacobs (Rob van Dam, nu: RTV Noord) al benaderd om als boordteam te gaan functioneren. Beiden werkten op dat moment voor Radio Mi Amigo. Door de technische mankementen en tegenwerking van de kant van Radio Mi Amigo kwam het echter niet tot een Radio Hollandia.   Na het mislukken van Radio Hollandia heeft Van Kooten, uiteraard met anderen, nog twee pogingen ondernomen om een zeezender op te zetten. Zo presteerde hij het een aantal mensen aan "boord" van Rough Sands, een voormalige marinefort in de Noordzee, te zetten om voorbereidingen te treffen voor het opstarten van een nieuw station. Dit speelde zich eveneens in 1978 af. Onder deze personen bevond zich zijn zwager Hans Lavoo die door de eigenaar van het fort, Prince Roy Bates, werd gegijzeld.   Toen ook deze poging uiteindelijk op niets uitliep, besloot Van Kooten zich enige jaren op de achtergrond te houden. Totdat zich in 1984 de mogelijkheid voordeed om een Nederlandse service te beginnen vanaf de MV Ross Revenge, het nieuwe zendschip van de Caroline-organisatie. Voor dit station, Radio Monique, maakten Van Kooten en Tony Berk enige tijd programma's. Later, in 1987, begon hij tot slot met andere loyale vrienden het satelliet-radioproject Cable One. Helaas, want ik beschouw het nog steeds als een van de beste satelliet-radiostations die via de kabel in Nederland werden verspreid, is dit project in de kiem gesmoord. En zo kan ik nog wel enkele andere initiatieven bedenken.   Hans Knot, 15 september 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Herinneringen aan april en mei 1965

Goede Vrijdag viel in 1965 op 16 april. Het was voor de RONO, de Regionale Omroep Noord en Oost, dat destijds slechts beperkt zendtijd had, bijzonder dat er voor de Goede Vrijdag een speciaal samengesteld programma tussen kwart voor 7 en kwart voor acht in de avond werd uitgezonden. Het bijzondere was het interregionale karakter dat ontwerper en producer van het programma, Jan Peters, in deze uitzending had gelegd. In nauw overleg en in samen werking met de Friese, Groningse en Drentse redacties was het hem gelukt verschillende dialecten van de vier RONO-streektalen tot één geheel te componeren.   Er was voor acht onderwerpen gekozen die handelden rond algemeen menselijke lijdensbeelden, samenhangend en in verband gebracht met Goede Vrijdag. Het gebruikelijke Oost programma, dat normaal op de vrijdag werd uitgezonden, kwam te vervallen. In plaats daarvan leverde de redactie Oost onderwerpen aan voor het interregionale dialecten programma.   Op Goede Vrijdag werd ook bekend gemaakt dat in het Zuid-Vietnamese Da Nang agent La Daoe was terecht gesteld. Enkele weken daarvoor was hij aangehouden omdat hij in een draagbare radio explosieven vervoerde. Bij verhoor bekende hij lid te zijn van de communistische Vietcong en tevens dat hij opdracht had gekregen een Amerikaans hotel in Da Nang op te blazen. De executie van La Daoe vond plaats door een vuurpeloton van Zuid Vietnamese militairen in het voetbalstadion van Da Nang, dat voor het publiek trouwens was gesloten. Wel werd de terechtstelling bijgewoond door vertegenwoordigers van de pers.   Ook was er onrust in Hilversum, en wel naar aanleiding van een aankondiging dat er spoedig verspreiding zou plaats gaan vinden van een nieuw omroepblad, gratis uit te delen, in de grotere steden van Nederland. Op een bijeenkomst van vertegenwoordigers van de destijds bestaande omroepverenigingen, die binnen een gezamenlijke federatie actief waren, werd bekend gemaakt dat wanneer derden onrechtmatig omroepgegevens zich toeëigenden en publiceerden, maatregelen zouden worden genomen om verdere publicatie te voorkomen.   De auteursrechten van de omroepgegevens lagen bij de omroeporganisaties, wat zowel betrekking had op de uitgebreide gegevens die in Nederland werden gepubliceerd in de omroepgidsen als wel de korte gegevens die beschikbaar werden gesteld voor publicatie in het buitenland. Vele malen in de daarop volgende decennia zou het onderwerp telkens terugkeren wanneer weer een uitgeverij of krantenredactie met het idee kwam alle gegevens zondermeer te publiceren.   Dan was er nogal wat onrust in de kringen van de VARA. In mei 1965 kwam naar buiten dat er besloten was een aantal programma’s geen doorgang te laten gaan op de televisieavonden van deze omroep. Zo bleek een gepland programma ‘Te Gast bij Yoka’ door de leiding van de omroep niet goed genoeg bevonden was voor uitzending en dus geschrapt werd uit de planning.   Presentatrice van het programma was Yoka Berretty, een van het presentatieteam van het roemruchtige ‘Zo is het toevallig ook nog een keer’. Te gast was de cineast Jan Vrijman die in het programma enkele vrienden ontmoette en zijn favoriete artiesten liet optreden. Het programma, onder regie van Nico Knapper, werd door de leiding van de VARA niet goed genoeg bevonden.   Het lag afhankelijk in de bedoeling dat een serie van deze programma’s zou worden gebracht waarin telkens een bekende Nederlander te gast was en tevens zijn medegasten mocht uitnodigen. Maar de leiding stelde dat het idee van deze programma’s goed was maar beslist niet goed was uitgewerkt. Joop Simons was destijds hoofd gevarieerde programma’s van de VARA en stelde destijds gevraagd zeer teleurgesteld te zijn en dat het niet uitzenden van het programma en grote klap was voor Vrijman en Berretty.   Wel voegde hij er aan toe dat het heel duidelijk was afgesproken dat het om een proefprogramma zou gaan. Ook een ander programma, waarvoor een proefaflevering was gemaakt, bleek niet door te gaan. Het was een showprogramma rond Tobby, de toeteraar, Rix en zijn zoon Jerry. Daar was echter een andere reden voor het niet uitzenden, namelijk dat beide heren teveel geld vroegen.   Als klap op de vuurpijl maakte de VARA leiding bekend dat een voor zondag 23 mei geplande uitzending van ‘Anders dan Anderen’, waarin Mies Bouman bekende Nederlanders op slinkse wijze naar de studio leidde en confronteerde met voor haar of hem bekende personen, niet doorging. Reden was dat de redactie van het programma erachter was gekomen dat de betreffende persoon voor die zondag geen zin had plaats te nemen in het programma van Mies Bouman. Het is niet bekend geworden om welke persoon dit ging. Hoeveel leden de VARA die week door de negatieve publiciteit heeft verloren is niet te achterhalen.   Hans Knot, 8 september 20018   Foto: Yoka Berretty (Wikipedia)

hans knot

hans knot

Florent Luyckx ad-interim Radio Director Radio Veronica

Florent Luyckx (54) is door de directie van Talpa Radio benoemd als ad-interim Radio Director van Radio Veronica voor een periode van vier maanden. Luyckx volgt vanaf maandag 10 september Uunco Cerfontaine op die de functie anderhalf jaar heeft vervuld. Cerfontaine zal zich volledig gaan focussen op het programma management van Sky Radio, één van de vier muziekzenders van Talpa Radio. Met deze verandering heeft iedere radiozender van Talpa Radio nu een eigen Radio Director.
Marc Adriani, Radio Directeur Talpa Radio over de benoeming van Florent Luyckx: "We zijn ontzettend blij dat Florent kan inspringen bij Veronica. Gezien zijn ervaring, die hij onder andere heeft opgedaan bij 3FM, hebben wij er alle vertrouwen in dat hij een bijdrage kan leveren aan de groei van Veronica. Uunco heeft Radio Veronica door een roerige tijd geloodst. Hij wist dat te combineren met zijn werk voor Sky Radio, maar vanaf maandag is hij weer helemaal Mister Sky."
Florent Luyckx begon zijn carrière eind jaren 80 bij platenfirma Zomba Records. Daarna werkte hij bij 3FM, reclamebureau Y&R Not Just Film, Radio 538 en Q-Music in België. Sinds 2016 heeft Luyckx zijn eigen bedrijf Flolicious dat is gespecialiseerd in talent management en media & marketing consultancy. De tijdelijke klus voor Radio Veronica zal Luyckx combineren met de werkzaamheden voor zijn eigen bedrijf.  

de redactie

de redactie

Hans Knot: Dreigbrief aan ondermeer minister Van Doorn

Herinneringen kunnen van nostalgische waarde zijn of kunnen een slechte smaak in de mond achterlaten. Het ligt geheel aan de persoon die de herinnering betreft. Bij mijn vele herinneringen aan radio zijn het vooral de positieve herinneringen die zijn blijven hangen, vooral omdat ik al meer dan een halve eeuw zeer nauwkeurig aan het archiveren en beschrijven ben. Van de meeste herinneringen is het voor mij mogelijk minimaal een artikel van minimaal 3 pagina’s te schrijven. Echter zijn er ook vele kleine deel onderwerpen waarbij dit echt onmogelijk is. Ik koester ook deze onderwerpen en probeer ze met je, als lezer van de nostalgische columns, te delen.   Het is meer dan 43 jaar geleden dat de actie groep ‘Aktief Veronica’ één of meerdere brieven stuurde naar diverse geadresseerden met als doel onrust en schade te veroorzaken, daar men ontevreden was met het leed dat de toenmalige Nederlandse regering had aangedaan door de anti-zeezenderwet van kracht te laten worden in de zomer van 1974. Eveneens was men niet tevreden met de procedures die de VOS, de Veronica Omroep Stichting, diende te doorlopen om eventueel in aanmerking te komen voor een aspirant licentie als omroeporganisatie. Zoals bekend zou later uit de VOS, via een andere structuur, de naam ook veranderen, en wel in de VOO, de Veronica Omroep Organisatie.   Wie er achter de actiegroep zat is totaal onbekend, slechts een document werd teruggevonden in een grote doos met documenten die Robert Briel, eens zeer betrokken bij de VOO en het Veronicablad, mij toestuurde. Ook is niet duidelijk aan wie allemaal de dreigbrief, want daar ging het om, is verzonden. Wel stond vermeld dat het ook naar ‘de Telegraaf’ was gestuurd, met verplichting tot publicatie, evenals naar het Ministerie voor CRM en de diverse omroepen.   Het document heeft slechts als kop: ‘Belangrijke mededeling’. De dreiging betreft een melding dat een aantal fanatieke Veronicafans twee maanden voordat de, niet gedateerde, brief is verstuurd, zogenaamd hevige explosieven hadden geplaats in, naar wordt aangenomen, het toenmalige complex op het NOS terrein in Hilversum, waarin ook de studio van Hilversum 3 was gevestigd.   Omdat het de fanatieke aanhang van Radio Veronica het allemaal veel te lang duurde, totdat hun geliefde programmamakers weer te beluisteren waren, vond men dat men met de explosieven kon gaan dreigen indien minister van Doorn, destijds verantwoordelijk voor het Ministerie van CRM waaronder ook de omroepzaken vielen, niet een gewenste verklaring voor de televisie op zaterdag 5 april 1975 zou geven.   Hans Knot, 1 september 2018

hans knot

hans knot

Edwin Wendt: Liefde voor muziek kan 3FM er bovenop helpen 

Dat 3FM onder vuur ligt, is niet onbegrijpelijk. De vrije val in de luistercijfers biedt tegenstanders van de publieke pop- en jongerenzender een makkelijk wapen. Geef die FM-frequentie toch aan Radio 5, dat zelfs zonder FM-dekking meer luisteraars trekt, wordt geroepen. Jongeren luisteren toch geen (FM-) radio meer. 
Die kritiek is te simpel. Inderdaad kan 3FM scherper en spannender programmeren – een schone taak voor de van FunX afkomstige nieuwe zenderbaas Sharid Alles - maar er is al een groot verschil met commerciële concurrenten als 538, Q-Music en Radio 10. Genoemde zenders borduren nog altijd voort op de ooit door Veronica in Nederland geïntroduceerde ‘Hitradio’-formule: een beperkte ‘playlist’ en weinig tot geen muzikale inbreng van de deejays. Een ander element dat Veronica introduceerde, de duopresentatie, evalueerde – of ontaardde – in het fenomeen ‘sidekick’, ook wel  ‘lachzakken’ genoemd. De binnenkort afzwaaiende Edwin Evers van Radio 538 werd er groot mee.
Op één programma na – de middagshow ‘Mark + Ramon’ -, heeft 3FM de ‘sidekicks’ allang afgezworen. Waar een deejay van 538 deze week nog riep dat ‘het bijna weer Sinterklaas is’, gaan de presentaties op 3FM over muziek. De deejayploeg heeft dan ook echt voeling met én zeggenschap over de muziekkeuze. Weliswaar blijft het aantal persoonlijke ‘free choiches’ beperkt tot een handvol per programma, over de invulling van de totale playlist en de keuze van de Megahit (de wekelijkse hittip van de zender) beslissen alle deejays mee. Dat leidt ertoe dat elke deejay regelmatig besluit een nieuwe plaat of nog onbekende artiest eens goed ‘neer te zetten’. Niet zelden pikken collega’s die tip op en nemen deze mee als ‘free choice’ in hun eigen programma. 
Afgelopen week vertelde Eva Koreman daags na het Lowlands-festival hoe zij op dat festival in tranen was uitgebarsten bij het optreden van de Nederlands-Iraanse zangeres Sevdaliza. Diezelfde avond bleek collega Herman Hofman door Eva’s verhaal zo geraakt dat hij besloot het nummer in de herhaling te gooien. Wijnand Speelman, de collega die het daaropvolgende programma 3 voor 12 Radio presenteerde, meldde zich vervolgens quasi-geïrriteerd: hij had Sevdaliza al een jaar of twee geleden te gast gehad. Toen maakte ze nog niet de aan Massive Attack herinnerende triphop van nu, maar meer r & b-georiënteerd materiaal, haar talent was toen al herkenbaar. Deejays die elkaars muziekkeuze beïnvloeden en aanscherpen, zo hoort het op een muziekzender.
Per 1 september vertrekt Domien Verschuuren als ochtenddeejay bij 3FM. Zijn overstap naar Q-Music werd een maand geleden door de criticasters van ‘het zinkende schip’ nog aangegrepen om hun ‘Wie doet het licht uit bij 3FM?’-mantra weer van stal te halen. Verschuuren echter kan gemist worden. Hij bewees in het voorbije jaar de druk van een ‘spits’ slecht aan te kunnen en meldde zich om die reden zelfs ziek. Zijn opvolger Sander Hoogendoorn (‘een klein punkertje’ noemde hij zichzelf eens) heeft het tegendraadse dat 3FM onderscheidt van de commerciëlen. De VARA Gids publiceerde een duo-interview met Hoogendoorn en Felix Meurders (ooit ook een dwarse ochtendjock op ‘3’). Meurders kon vroeger nog weleens een plaat twee keer achter elkaar draaien, vertelt hij. Sander had eerder in het gesprek verteld over zijn twee ‘free choices’ per uitzending en dat hij het belang van een centrale muziekredactie onderkent. “Maar ik heb onlangs een plaat zelfs vijf keer gedraaid. Steeds als die was afgelopen, had ik weer berichten van mensen die hem zogenaamd hadden gemist. Natuurlijk krijg je daar gelul mee, maar het kán wel.”
Met dit soort eigenwijsheid kan 3FM de weg omhoog weer vinden. 
Edwin Wendt
Mediapublicist en jurylid van de Zilveren Reissmicrofoon

de redactie

de redactie

Hans Knot: Geinlijn werd pijnlijn in Groningen

Hij was vaak te horen in radioprogramma’s, had vanaf 1971 zijn eigen geinlijn, waarbij die mensen die behoeftig waren om eens goed te lachen, konden bellen met de geinlijn om de dagelijkse mop te horen van de Amsterdammer Max Tailleur, die in 1990 op 81-jarige leeftijd kwam te overlijden. Met ongeveer 3000 moppen, veel Sam en Moos achtige, liet hij enorm veel na om te lachen. Tenminste als je van die vorm van humor hield.   Maar Max Tailleur was ook bekend van de actie ‘De zak van Max’, inzameling van kleding ten bate van de arme behoeftige medemens. Via radio en televisie werd deze actie volop gepromoot en een enorm succes. Charitatieve instellingen hebben later deze actie overgenomen, waarbij te denken valt aan de regelmatige rode zakken van het Leger des Heils die in de brievenbussen vallen, of de grote bakken van ondermeer het Rode Kruis, waarin overdadige kleding en schoenen kunnen worden gedeponeerd voor hergebruik door mensen die leven onder de armoedegrens.   Met kleine advertenties, om even terug te gaan naar de Geinlijn, werd deze onder aandacht van de Nederlanders gebracht. Het was mogelijk voor een bedrag van 20 cent de dagelijkse mop te beluisteren en dan diende je te telefoneren met het nummer in district Amsterdam 020-211811. Maar het ging behoorlijk mis in Groningen, want de destijds in de Asingastraat wonende mevrouw Wijninga werd in de avond van 13 mei 1971 liefst 78 maal gebeld. Dat was niet voor haar normale werkzaamheden als verzekeringsagentschap maar omdat mensen nieuwsgierig waren naar de mop van de dag. Men had gewoon vergeten het kerngetal van Amsterdam te draaien, waardoor men automatisch terecht kwam bij mevrouw Wijninga.   Ook de daarop volgende ochtend was het diverse malen raak doordat de Groningers niet goed het nummer hadden gehoord op de radio dan wel hadden gelezen in de kleine advertenties. Natuurlijk had Wijninga liever in dezelfde periode enkele lucratieve verzekeringen afgesloten in plaats van al die ongein over haar heen te krijgen.   Uiteraard was het voor het Nieuwsblad van het Noorden, de regionale krant voor Nederland, de reden met Max Tailleur te bellen  om de problemen die er in de Asingastraat waren, te melden. De moppentapper had een kwiek antwoord door te stellen dat hij de vrouw wel een moppenboekje zou sturen zodat, wanneer ze weer gebeld werd, een smakelijke mop kon vertellen. Ook in het daarop volgende weekend was de vrouw tientallen malen gebeld en telkens onterecht. Ze had dan ook besloten ‘de hoorn naast de haak’ te leggen tijdens het destijds veel bekeken programma ‘de kleine waarheid’, met Willeke Alberti in een van de hoofdrollen.   Maar er waren niet alleen problemen in Groningen want ook in Amstelveen klaagde men dat op bepaalde momenten de lijnen zo overbezet waren dat er geen verbinding mogelijk was, waardoor veel zakelijke ondernemingen in de problemen kwamen. Vergeet niet dat in die tijd de technische ontwikkelingen lang niet zo ver waren als nu en er een beperkt aantal verbindingen tegelijk mogelijk waren binnen een bepaald deeldistrict. En wat stelde Max Tailleur desgevraagd op de radio? “Ik overweeg de lijn overdag uit te zetten. Geen mens heeft kunnen voorzien dat de Geinlijn een zo groot succes werd. Maar ik begrijp ook dat het voor mevrouw Wijninga in Groningen het meer een pijnlijn is geworden.”   Hans Knot, 25 augustus 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Genodigde kwam niet op 18 april 1973

Welke 60-plusser herinnert zich niet de voor die tijd allergrootste demonstratie die ooit had plaatsgevonden in Den Haag, gehouden op 18 april 1973. In de jaren tachtig is het aantal demonstranten daarna slechts een keer verbeterd tijdens één van de anti-kernenergie demonstraties. Op 18 april 1973 gingen we naar Den Haag omdat ‘we kunnen het toch proberen’ te demonstreren tegen eventuele maatregelen betreffende de toenmalige zeezenders waaronder Veronica, Radio Noordzee en Radio Caroline. De grote demonstratie, die vanaf het Malieveld richting de Tweede Kamer werd gehouden, was massaal ondersteund door spotjes die vele malen per dag weken lang werden gedraaid op de 538 meter, destijds in gebruik door Radio Veronica.   De hoorzitting was bedoeld voor bekende Nederlanders en andere betrokkenen bij Radio Veronica om op hun eigen wijze een positieve rede te houden voor het behoud van dit station en andere zeezenders. Ruim een maand eerder, op 7 maart 1973, was een oproep voor de openbare hoorzitting gedaan aan deze personen door de Griffier van de bijzondere Commissie voor de wetsontwerpen 11 373 en 11 374, drs. A.J.B. Hubert. In deze oproep stond vermeld dat men welkom was om het woord te voeren waarbij tevens de lengte van de spreektijd werd vermeld en het verzoek te reageren op het al dan niet aanwezig zijn tijdens deze hoorzitting.   Eén van de betrokken personen, die genodigd was, kon niet komen daar hij op vakantie in het buitenland zou zijn. Op 3 april, een dag nadat het zendschip van Radio Veronica, de Norderney, was gestrand bij Scheveningen, liet Paul Acket weten niet te kunnen komen. Hij was op dat moment niet alleen directeur van het wel overbekende ‘Organisatiebureau Paul Acket’ maar ook directeur van Muziek Expres N.V., uitgever van de maandbladen ‘Muziek Expres’ en ‘Popfoto’. In zijn brief aan de Griffier meldde Acket dat eventueel namens zijn organisatie Ruud van Dulkenraad, toenmalig hoofdredacteur van ‘Muziek Expres’ het woord kon gaan voeren.   Omdat hij er niet van overtuigd was dat in zou worden gegaan op zijn verzoek Van Dulkenraad het woord te laten voeren, besloot Paul Acket in de brief goed te onderbouwen wat de reden was van zijn bureau te streven tot behoud van Radio Veronica en andere zeezenders.   De standpuntbepaling kwam er op neer dat de Telegraaf- en Telefoniewet van 1904 zodanig gewijzigd diende te worden dat de uitzendingen van Radio Veronica, al dan niet vanaf zee, voortgezet konden worden. Dit niet alleen op grond van het gewoonterecht, dat volgens Paul Acket op dat moment zo langzamerhand toch wel van toepassing was, maar ook gezien de steeds meer nieuwe impulsen die het radiostation gaf aan een bepaalde tak van de amusements- en recreatie-industrie.   In zijn brief vervolgde Acket met de mededeling dat zijn bedrijf zich innig verbonden voelde met de activiteiten van Radio Veronica en dat men er trots op was dat de samenwerking met Veronica al dateerde vanaf ongeveer zes maanden nadat het radiostation in 1960 in de ether kwam. Acket: ‘In feite waren wij het eerste Nederlandse bedrijf met landelijke bekendheid dat destijds op permanente basis met Radio Veronica ‘in zee’ ging.’   Het was in de tijd dus dat Radio Veronica zelfs in Den Haag en omgeving nog moeilijk te ontvangen was. Men was in zee gegaan met Radio Veronica omdat men van mening was dat binnen afzienbare tijd de populariteit van Radio Veronica gigantische vormen zou gaan aannemen, hetgeen gunstige resultaten teweeg zou kunnen brengen voor vele bedrijven en instellingen. Acket stelde verder dat mede door Radio Veronica de maandbladen ‘Muziek Expres’ en ‘Popfoto’ een grote lezerskring hadden verworven, wat bovendien had betekend dat het bedrijf groter was geworden en dat men op dat moment ruim 40 personeelsleden in dienst had. Hij stelde tevens dat dit voor de werknemers een plezierige werkplek betekende.   En ook vermeldde hij dat de publiciteit die Radio Veronica gaf aan de door het Organisatiebureau ‘Paul Acket’ georganiseerde zalen als bijvoorbeeld het Concertgebouw, de Doelen in Rotterdam en het Congresgebouw in Den Haag’ eveneens niet te onderschatten was. Ook was hij ervan overtuigd, aldus de brief aan de Griffier Hubert, dat het wegvallen van deze ‘free publicity’ bij het verdwijnen van Radio Veronica vermoedelijk een teruggang in het aantal te organiseren concerten zou betekenen.   Acket: ‘Het kan niet alleen voor ons maar ook voor tal van bedrijven nadelige gevolgen opleveren, waarbij we slechts denken aan ondermeer theaters en schouwburgzalen, drukkerijen van affiches en programma’s, hotels, transportbedrijven, luchtvaartmaatschappijen en meer.’ Tenslotte wees Paul Acket er op dat de uitslag van de ‘Muziek Expres Populariteitsverkiezingen’ over 1972 in de categorie ‘favoriete radiostation’ Radio Veronica de eerste plaats bezette met 51,8%; de tweede plaats voor Radio Noordzee was met 29,9% en dat Hilversum 3 met 18% slechts de derde plaats behaalde. Volgens de poll was het populairste radioprogramma de ‘Radio Veronica Top 40’ met 31,0% gevolgd door de Lexjo van Veronica met 18%. Als populairste deejay kwam, aldus Acket, Lex Harding uit de bus met 23,6%. Tot slot maakte Acket er geen bezwaar tegen dat de ingezonden brief voor de hoorzitting ter inzage van de pers verstrekt werd. Op 2 dagen na is het 42 jaar na dato dat het schrijven van Acket naar de Griffier werd verstuurd en mij op 31 maart 2015 werd toegezonden voor het archief.   Hans Knot, 18 augustus 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Een vroege vorm van jongeren omroep

Het archief van het omroepmuseum, al jaren onderdeel van het Nederlands Audiovisueel Archief, herbergt talloze plakboeken. Ze zijn ooit als geschenk, vaak uit de nalatenschap van een voormalige omroepmedewerker, aan het museum afgestaan. In die plakboeken komen de meest merkwaardige onderwerpen naar voren, zoals telexberichten die zijn ingeplakt, interne mededelingen vanuit de omroep, maar ook uit de krant geknipte berichten die gerelateerd zijn aan radio dan wel televisie.   Ik vond een dergelijk bericht dat handelde over de JARO, de Jeugd Amateurs Radio Omroep, en de beide voortrekkers daarvan — Kees van Maasdam en Herman Stok. Samen met Arno Weltens schreef ik  er in 2000 het volgende artikel over.   Soms vind je bij het doorzoeken van een archief bij toeval iets bijzonders. Iets waar je niet speciaal naar op zoek bent, maar waar je zomaar tegenaan loopt. Dat overkwam Hans Knot tijdens zijn jaarlijkse zoektocht door de vele plakboeken in het omroepmuseum. Onder de kop "Klankbord der jongeren" vond hij een verrassend artikel dat direct zijn belangstelling opeiste. Het handelde over een inmiddels vergeten episode uit de geschiedenis van de Nederlandse omroep: een initiatief om te komen tot een jeugdomroep. We schrijven april 1950. De betreffende verslaggever, Auke Ruben, was op weg gegaan naar een huis, gelegen in een stil straatje in Haarlem, alwaar de JARO was gevestigd. Die afkorting stond voor Jeugd Amateurs Radio Omroep. We volgen een deel van het verhaal van Ruben dat op 28 april 1950 in het Algemeen Handelsblad verscheen:   Zou hij, zo vroeg Ruben zich verbaasd af, in dit huis een studio, een omroepcel of een technische dienst vinden? Toen werd, zo schreef hij, de deur geopend door een jongen met donkerblond krullend haar die me zei binnen te komen. "Hij ging ons voor naar de kamer, waar het kantoor van de JARO was gevestigd. Het was duidelijk te zien, dat de dagelijkse bestuursleden van de JARO, Kees van Maasdam en Herman Stok, deze kamer hadden 'gevorderd' als kantoor. Een schrijfbureau stond tussen de muur en de divan gekneld. Divan en stoelen waren bedolven onder stapels papieren. 'Wij zijn wat klein behuisd,' zei Kees van Maasdam en lachte verontschuldigend. 'Maar ik ben al erg blij dat mijn moeder deze kamer aan ons heeft afgestaan. Hier kunnen Herman en ik tenminste de hele dag werken.'   'Maar die studio?' begon ik aarzelend. Kees maakte een gebaar. 'Op zolder,' zei hij. 'Daar gaan we straks kijken.' Voordat het zover was vertelden Kees en Herman aan de verslaggever dat hun idee was geboren ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Het eerste plan was ontsproten aan het brein van de toen nog jonge Kees van Maasdam die het idee maar graag wilde delen met zijn vriend Herman Stok. Maar waar bestond dat idee uit? Van Maasdam vertelt:  "In de oorlog waren alle Nederlanders één [...] Ik heb er vaak aan gedacht, dat dat zo moest blijven. Vooral met jonge mensen moest dat mogelijk zijn. Ik had altijd grote belangstelling voor radio en waarschijnlijk dat ik daarom altijd gedacht heb aan een contact tussen jonge mensen via de radio."   Toen Van Maasdam na de oorlog een tijdje bij een omroepvereniging werkte, groeide het verlangen te komen tot een omroepvereniging voor jongeren en velen van zijn vrienden voelden ook wel voor het idee: een jeugdomroepvereniging stichten, dan zendtijd aanvragen en het programma, dat door en voor jongere mensen was samengesteld, over de gehele wereld te verstrooien. Op 12 januari 1949 werd er een vereniging opgericht, de JARO. In het hoofdbestuur hadden Hervormde, Gereformeerde, Rooms-Katholieke en Humanistische Jongeren zitting. In de folder van de stichting stond vermeld zoveel mogelijk jongeren tussen 16 en 30 jaar, via radioprogramma's bij elkaar te brengen, van welke godsdienstige of politieke stroming dan ook. De vereniging was daarmee duidelijk gebaseerd op de naoorlogse doorbraakgedachte.   Al snel had de vereniging zestig leden, waarvan vijftig in Haarlem en tien in Amsterdam. Ze betaalden ieder 10 cent per week contributie. Geld was echter een bijna onoverkomelijk probleem. Bijna, want men kon geld lenen en de studio kon worden ingericht in het huis aan de Oranjestraat in Haarlem. Op de zolder, dus. Andermaal terug naar de tekst van Auke Ruben: "Als wij twee trappen zijn opgeklommen staan we op een overloop. Op een deur lezen wij Studio A. Herman Stok vertelde: 'In die afdeling wordt vastgelegd wat hier wordt gesproken of gespeeld. De regisseur en de leider van de Technische Dienst zitten daar. Via die lichtjes kunnen wij met elkaar 'praten.' Als het groene licht brandt, betekent dat, dat de T.D. klaar is, dan antwoordt de studio met wit licht en rood betekent ten slotte: 'We gaan draaien.' Tijdens de opname kunnen wij ook met elkaar 'praten.'' Herman wijst op andere lichtjes en legt uit: 'Als die brandt betekent het 'voeten stil,' deze 'Denk om de tijd' en de laatste 'Slot maken.'   De JARO was duidelijk meer dan een bevlieging. Er werkten liefst een kleine 20 medewerkers aan de totstandkoming van de programma's, waaronder naast Van Maasdam en Stok, ook Dick Verkijk en Joop van Zijl. In de eerste periode werden de programma's op lakplaten opgenomen. Het waren voornamelijk proefopnamen met een duur van rond de tien minuten. Voordat de magneetband zijn intrede deed, nam men ook met zogenaamde draadrecorders op. In 1949 maakten de mensen van de JARO hun eerste officiële debuut op de radio. Men had een proefprogramma opgenomen en toegestuurd aan de diverse omroepen. Dat resulteerde in het verzoek van één van die omroepen, de VPRO, het programma te mogen uitzenden. Het was een programma over sociale woningbouw dat geheel was gerealiseerd in de studio op zolder. Vervolgens ging men internationaal want over de grens was de unieke uitzending van de JARO ter kennis gekomen van de programmaleiding van Radio Bremen wat andermaal leidde tot een speciaal programma. Hierna volgden nog een paar medewerkers van Duitse stations die hetzelfde wilden doen met de programma's van de JARO. Niet veel later waren er uitzendingen via stations in Brussel en Stockholm. Maar de heren hadden nog grotere idealen.   We citeren Van Maasdam andermaal uit het interview: "Wij zouden over een eigen golflengte willen beschikken. Internationaal zou een jeugd radio-omroep moeten worden gesticht. Over een eigen zender zou de jeugd uit de hele wereld om beurten in eigen taal of in de taal, die andere jonge mensen kunnen verstaan, uitzendingen moeten verzorgen. In ons land zouden wij om te beginnen graag willen samenwerken met de jeugdverenigingen van alle gezindten. Het zou hùn taak zijn om in de beschikbare zendtijd, de programma's te vullen. Zo zouden wij van elkaar horen wat wij willen en wat wij doen."   De eerste schreden naar internationaal contact waren dus al gezet. Kees van Maasdam en Herman Stok stichtten een afdeling van de JARO in Genève en wel binnen de UNESCO. Men had daar toevallig van het initiatief gehoord bij deze onderafdeling van de Verenigde Naties, dat hun steun toezegde. Het verslag van Auke Ruben vervolgt: "Hoewel de JARO nog lang niet het gestelde doel heeft bereikt, moeten jullie vooral niet denken, dat zij nu met de handen over elkaar zitten te wachten, totdat het ogenblik is gekomen. 'Als het eenmaal zover is, dat we kunnen uitzenden, moeten wij over een staf beschikken, die technisch en organisatorisch is getraind,' vertelt Kees van Maasdam. 'Een vaste kern wordt nu opgeleid, want het in elkaar zetten en het leiden van een programma — al is het nog zo klein — is geen peulenschilletje.'"   Naast het maken van proefprogramma's deden de heren nog meer. Ze gaven een maandblad uit over hun activiteiten. Ze moesten daartoe niet alleen de kopij verzorgen maar ook het blad stencilen. Met al dat werk kwamen ze de dag wel door. Stok daarover: "Wij beginnen 's morgens om negen uur en vaak werken wij tot 's avonds laat door [...] Een ding vinden wij erg jammer: wij verdienen natuurlijk niets, want de JARO kan ons geen salaris betalen. Nu moeten wij op de zak van onze ouders leven en dat is heel erg naar. We hebben echter subsidie aangevraagd en wie weet ..."   Het idee te komen tot een internationale jeugdomroep is uiteindelijk niet geheel gerealiseerd en wel om de eenvoudige reden dat slechts 1.000 gulden subsidie werd verkregen van het Prins Bernard Fonds (1951), de UNESCO geen toestemming verleende een frequentie op de korte golf vrij te maken voor de uitzendingen en er geld verdiend moest worden. Uiteindelijk zouden beide heren in dienst treden van de VARA en daar grote naam maken. Ook daar werd het idee van de jongerenomroep op tafel gelegd, maar voorzitter Broeksz zag niets in de plannen. De JARO ging in 1952 ter ziele.   Van Maasdam presenteerde vele programma's en werd vooral bekend door zijn programma's die vanuit het land werden uitgezonden. Stok stond voor 'Top of Flop' op de televisie, terwijl 'Tijd voor Teenagers' en 'Mix' slechts twéé van zijn vele radio programma's bij de VARA waren. Het idee van de JARO werd trouwens overgenomen door de AVRO, die naar aanleiding van de jongerenomroep, op initiatief van Herman Broekhuizen, de jeugdomroep Minjon oprichtte. Ook dat initiatief leverde tot aan het begin van de jaren zestig vele nieuwe radiotalenten op. Maar, dat is weer een ander verhaal.   De foto bij dit verhaal: Enkele medewerkers van de JARO in actie. Van links naar rechts: Herman Broekhuizen, Donald de Marcas, Joop van Zijl, Tony van Verre, Peter Kok en Greetje Kauffeld, die allemaal op de een op andere manier later via de radio bekendheid verwierven (Foto: Archief NAA).   Hans Knot, 11 augustus 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Het najaar van 1963

De nostalgische terugblik brengt ons terug naar 1963 waarbij ik focus op onder meer de zeezender Radio Veronica en de plannen voor een televisieplatform. In de kranten werd in de maand augustus 1962 verslag gedaan van een nieuwe vinding, waardoor het mogelijk werd schepen een schoonmaakbeurt tot onder de waterlijn te geven en op te knappen. Het bedrijf N.V. Magneto-Chemie uit Schiedam was van plan het drijvende radiostation Veronica voor de Scheveningse kust dankzij de nieuwe vinding in volle zee een schoonmaakbeurt te geven: ‘de beurt zal waarschijnlijk – als het weer meewerkt – volgende week plaats hebben. Aan boord van de kotter die Veronica regelmatig van proviand en programma’s op de band voorziet, zullen enkele kikvorsmannen uit de Scheveningse haven vertrekken om het schip onder de waterlijn op te knappen.’   Doel van de beurt was de roest laag, die zich in de loop der jaren op de huid van de Borkum Riff had vastgezet, te verwijderen. Normaal geschiedde dit vrijmaken van corrosie op de werf, maar aangezien het radiozendschip geen enkele haven binnen kon worden binnengesleept zonder gevaar in beslag te worden genomen, had de directie van Veronica zich gewend tot de Schiedamse ondernemer, H. B. Beer, directeur van Magnete-Chemie.   De toen nieuwe vinding was al patent verleend in verschillende landen en de directeur had wel een verklaring waarom op zee gewerkt kon worden: “Gewoonlijk bestaat de bescherming tegen roest op de scheepshuid uit zinken blokken, die tegen de platen van het schip worden gelast. Deze blokken dienen te voorkomen dat roest ontstaat. De werkingssfeer van de zinkblokken bedraagt enkele meters, zodat elk schip – afhankelijk van de grootte, enkele tientallen van deze blokken nodig heeft.”   Tot begin 1963 was het aanbrengen van de blokken echter steeds noodzakelijk geweest een schip op de werf of in een dok te zetten omdat laswerk heel moeilijk onder water kon worden uitgevoerd. De heer de Beer ontdekte echter een nieuwe mogelijkheid. In de blokken bracht hij sterke magneten aan met een trekkracht van niet minder dan 1800 kilo. Daardoor hechtten de blokken zich onwrikbaar vast op de scheepshuid. Op deze manier kon een schip binnen enkele uren een anti-roestbeurt ondergaan.   De Beer destijds over het systeem: “Het systeem biedt grote voordelen voor de scheepvaart. Immers, de vinding betekent kosten- en tijdsbesparing. Normaal dient een schip voor een dergelijke behandeling ongeveer 36 uur uit het water worden gehaald, terwijl werken volgens de nieuwe methode slechts enkele uren vergt. Bovendien kan het schip gewoon in het water blijven liggen. Daarnaast biedt het systeem mogelijkheden voor de bestrijding van roest op damwanden of pijpleidingen. “ De Borkum Riff was het eerste schip waarop de vinding definitief werd toegepast en zou volgens de ondernemer voor twee jaar van roest gevrijwaard zijn.   In het najaar van 1963 verschenen de nodige berichten in de dagbladpers betreffende een nieuw plan te komen tot een kunstmatig eiland voor de kust van Noordwijk voor het brengen van zowel radio- en televisieprogramma’s, een project dat de geschiedenis is ingegaan als het REM eiland. Nadat de nodige feiten waren gepubliceerd was het de KRO die, via het toen al populaire journalistieke programma ‘Brandpunt’ meer wilden brengen dan de kranten. Zo liet men een gefilmde reportage zien van het ronddobberende zendschip Borkum Riff van Radio Veronica, beelden die opvallend genoeg waren geschoten door de VPRO-regisseur Almar Tjepkema.   Klaarblijkelijk mochten destijds omroepmedewerkers van andere omroepen wel voor andere omroepen werken, terwijl medewerkers van omroepen, die voor Radio Veronica tevens actief waren, de wacht werd aangezegd. Almar Tjepkema zou trouwens in 1964 een opmerkelijk zijpad betreden door te gaan werken voor het REM-eiland project.   Maar de redactie van de KRO wilden meer want ze benaderden op zaterdag 19 oktober zowel de ministers Scholten en Van Aartsen om commentaar te geven over het gegeven dat Radio Veronica nog steeds ongemoeid buiten de territoriale wateren haar uitzendingen kon blijven verzorgen. De redactie van Brandpunt had beide bewindsvoerders gevraagd naar de studio te komen, maar ze lieten weten dat het stadium waarin Veronica en het toekomstige REM-project verkeerden, ze helemaal niet inzagen, waarom er commentaar geleverd diende te worden.   Nadat de mededeling was gedaan dat er geen commentaar was te verwachten, stelde men het onredelijk te vinden dat een eenvoudige arbeider uit Twente, die een illegaal zendertje gebruikte, door de rechter werd veroordeeld, terwijl tezelfdertijd Radio Veronica vrij bleef uitzenden. Men had trouwens binnen de redactie van Brandpunt niet veel vertrouwen in het aangekondigde REM-eiland project want op 21 oktober 1963 stond in ‘Vrije Volk’ te lezen: ‘De KRO liet een specialist duidelijk maken, dat dit alles wel niet zo snel zal gebeuren, omdat dit veel te hoge kosten met zich mee zou brengen.’   Ook had men de VVD- gedelegeerde in de Tweede Kamer, mevrouw van Someren-Downer, nog om commentaar gevraagd. Ze bleek de hele situatie niet toe te juichen maar het toch te tolereren, omdat er in Nederland op dat moment nog geen meerderheid was gevonden om commerciële etheruitzendingen toe te staan. Uiteindelijk was er toch een afsluitende positieve conclusie waar te nemen toen de presentator van Brandpunt concludeerde: ‘Maar, het kan. Men zou zelfs een keten van speelholen en verboden gelegenheden buiten de territoriale wateren kunnen aanleggen, zonder dat juridisch kan worden ingegrepen. Natuurlijk werden er tal van reacties in de diverse kranten gepubliceerd gericht op de eventuele komst van een commercieel televisiestation, even buiten de nationale wateren van ons land, maar werd ook de zittende regering gewezen op het gegeven dat men niet vroegtijdig had ingegrepen tegen Radio Veronica en daardoor andermaal er plannen waren om buiten de wetgeving om het publiek te bereiken, dit maal met televisie-uitzendingen.   In ‘de Volkskrant’ van 12 oktober 1963 was de rubriek ‘Ten Geleide’ bestemd voor het leveren van kritiek, dit maal onder het kopje: ‘Te lang gewacht’. Volgens de niet bij name genoemde redacteur was de Nederlandse regering te laat met een regeling van de reclametelevisie en drong de conclusie zich weer op gezien de plannen waren aangekondigd voor de reclame televisie-uitzendingen, verzorgd vanuit zee. En een vergelijking met Veronica leerde ook dat met van reclame maken via de radio ook niets wilde weten binnen de regering.   ‘Desondanks werd de behoefte er aan zo groot dat een gat in de wet werd gevonden, dat zelfs groot genoeg was om er met een complete zendinstallatie door te varen. De overheid is zich al jaren aan het bezinnen òf en hoe aan deze illegale uitzendingen een eind kan worden gemaakt. Maar onderwijl heeft Radio Veronica in feite volledig burgerrecht verkregen bij de Nederlandse luisteraars en bij het Nederlandse bedrijfsleven. Moet het nu weer net zo gaan met de toekomstige reclame-televisie?’   Men wist ook wel dat de komst van reclametelevisie in eerste instantie volledig was afgehouden door de bestaande omroepverenigingen, wat het vinden van een oplossing volledig had geblokkeerd. Wel had het voorgaande kabinet de kwestie eindelijk eens goed aangepakt en besloten te komen tot een tweede Nederlands televisienet, dat mede gefinancierd zou kunnen worden uit de opbrengsten van reclamespots. Maar eenmaal ter behandeling in de Tweede Kamer werd het wetsvoorstel, waarin de wijzigingen van het uitzenden van televisie was vastgelegd, in meerderheid van stemmen afgewezen, zonder er echter iets tegenover te stellen, dat wel voldoende instemming zou kunnen krijgen. Bij de besprekingen te komen tot een nieuwe regering konden de partijen destijds in 1963 het enkel eens worden op de instelling van een zogenaamde pacificatiecommissie, waarin lieden, die alle sterk uiteenlopende meningen hadden, waren vertegenwoordigd. De bedoeling was dat uit dat overleg een voor iedereen bevredigend compromis zou komen.   Maar de redactie van de Volkskrant constateerde in oktober 1963 dat tot op dat moment het nog steeds bij plannen was gebleven: ‘Voorlopig is men nog niet eens aan de samenstelling van deze commissie toegekomen. Daarna moet er nog lang een breed gestudeerd worden en als de leden van deze commissie het niet eens worden dan dient het huidige kabinet zelf weer te proberen knopen door te hakken.’ Dit uiteraard met in het achterhoofd de gedachte of er ook voor die plannen weer een minderheid zal zijn in de Tweede Kamer.   Voor de schrijver van het commentaar was het dan ook zeer begrijpelijk dat grote Nederlandse zakenlieden, die het wel in de toekomst van reclame-uitzendingen zagen zitten, de oplossing hadden gevonden door met een plan te komen tot uitzendingen vanuit internationale wateren. ‘De mazen in de wet, die wijd genoeg waren om Radio Veronica doorgang te verschaffen, zullen nu ook moeten dienen om er met een op een booreiland gemonteerde televisie apparatuur door te komen.’   Men verwachtte wel dat de regering spoedig zou komen met maatregelen waardoor een eventuele start van een televisiestation in internationale wateren voorkomen zou kunnen worden. En aldus de berichtgeving in diverse kranten, zou het best zo kunnen zijn dat ook Radio Veronica daar dan de dupe zou worden. De kritische rubriek werd vervolgd met: ’Als Radio Veronica toch, hoe dan ook, aan een behoefte voldoet, is het dan billijk dat de overheid nu nog, na jaren, gaat proberen om de klok terug te draaien? En al kan men er begrip voor hebben, dat de overheid zou willen voorkomen, dat er ook nog illegale reclame-televisie ontstaat – haar taak zou – evenals bij de reclame in de radio – toch moeten zijn, tijdig legale ruimte te scheppen voor een nieuwe behoefte. Wordt een dergelijke behoefte te laat onderkend, dan zoekt zij toch op de een of andere manier een uitweg en dat zien we ook weer bij de reclame-televisie. Er is te lang gewacht en daar ligt de fout!’ En we weten dat Veronica nog ruim 10 jaar langer haar gang kon gaan vanaf internationale wateren maar dat eind 1964 de REM de nek werd omgedraaid.   Hans Knot, 4 augustus 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Herinneringen aan de eerste film en meer

In de zomer van 1965 waren er twee films die bij het bioscooppubliek aansloegen. De veelal geroemde en beschreven: ‘Fanfare’ van Bert Haanstra was de eerste. Deze werd in Groningen destijds vertoond in het Grand Theater aan de Grote Markt, terwijl de kopers van een kaartje nog eens aangenaam werden verrast omdat gratis ook nog eens de door Haanstra geproduceerde documentaire ‘Glas’ werd vertoond.   Deze in 1958 in kleur gemaakte film was de eerste Nederlandse productie ooit die een Oscar heeft gewonnen. Inspiratie voor deze 11 minuten durende film kreeg Haanstra toen hij in opdracht van een glasfabriek een voorlichtingsfilm: ‘Over glas gesproken’ draaide. Hij raakte zo onder indruk van het productieproces dat hij tot een verkorte versie voor een breed publiek besloot. Hij vroeg Pim Jacobs speciaal voor de documentaire de muziek te componeren, wat het totaal compleet maakte.       In een andere bioscoop aan het Hereplein in Groningen, Camera, was op hetzelfde moment een showfilm te zien, die vooral door jonge vrouwen werd bezocht en alom geroemd werd als een fonkelend dansfeest. De hoofdrollen in de film: ‘Rozen voor Marika’ waren weggelegd voor Marika Kilius en Hans Jürgen Bäumler. Maar ook de destijds in Duitsland immens populaire Peter Kraus speelde een belangrijke rol.   In de jaren voorafgaand waren Marika en Hans Jürgen vooral bekend geworden als ijsschaatspaar, dat tussen 1958 en 1964 liefst vier keer nationaal kampioen van West Duitsland werd. Groter was het succes in Europa, waar ze zes keer de titel pakten en tevens pakten ze, met als trainer Erich Zehler, twee keer de wereldtitel ‘kunstrijden op de schaats voor paren’. De eerste wereldtitel was in 1963, maar had eerder gewonnen kunnen worden als de titelstrijd in 1961 niet was afgelast. Tijdens een vlucht van Sabena stortte een vliegtuig, met aan boord de Amerikaanse ploeg, neer hetgeen leidde tot afgelasting van de wereldkampioenschappen dat jaar.   Ook op de Olympische Spelen, waaraan ze twee keer deelnamen, wonnen Marika Kilius en Hans Jürgen Bäumler, even zo vaak een zilveren medaille. Zowel in 1960 als 1964 was dit het geval, alleen werd de laatste medaille in 1966 door het Internationale Olympische Comité weer ingenomen. Het was namelijk bekend geworden dat het paar al voor de Olympische Winterspelen van 1964 een contract had getekend om na de spelen commercieel te gaan optreden in de Weense IJsrevue. Vele jaren later, in 1987, werden ze gerehabiliteerd door het IOC en kregen ze elk hun medaille terug.   Tijdens de betreffende kampioenschappen werd er met regelmaat, nog in zwart wit, verslag gedaan op de televisie en werd er, waar men al de beschikking had over een televisietoestel, intens naar de Nederlandse televisie, die via Eurovisienetwerk, verslag deed. Dit kwam niet alleen om eerder genoemd paar maar vooral door de successen van de Nederlandse Sjoukje Dijkstra en Joan Haanappel.   Terugkomend op de film ‘Rozen voor Marika’ kan gesteld worden dat ook het ballet van de Weense Staatsopera erin optrad, evenals de toen bekende Flamengo danser Pedro Di Cordoba. Aangezien er bij ons thuis vaak naar de radioprogramma’s van Chris Howland werd geluisterd kenden we ook de muzikale successen van Marika Kilius en Hans Jürgen Bäumler, waarvan een aantal in de showfilm voorkwam. ‘Wenn die Cowboys träumen’, een duet met Marika Kilius) ‘Honeymoon in St. Tropez’ andermaal een duet met Marika Kilius en ‘Wunderschönes fremdes Mädchen’ en ‘Sorry little Baby’ uit 1964, waren allen successen voor Hans Jürgen Bäumler. Een jaar later werd hij daarvoor onderscheiden met de bronzen leeuw, uitgereikt door de leiding van de Duitse service van Radio Luxembourg.   Groningen had nog meer bioscopen, zoals Luxor in de Heerestraat en de Beurs in de A-Kerkstraat. In deze laatste werden meer de derde rangs films gedraaid terwijl seks wellustelingen er ook hun genre af en toe konden zien. Wat was trouwens mijn eerste film in de Groninger bioscopen? Ik denk dat het in 1958 is geweest dat moeder met mijn oudste broer Jelle een weekend naar onder meer de Heilige Landstichting in Nijmegen ging en vader de ‘opdracht’ kreeg de andere vier kinderen te vermaken. 8 jaar en dus op naar een familiefilm in de bioscoop om ‘Der Lachende Vagabund’ te zien met onder meer zanger Fred Bertelmann, die ook vaak werd gedraaid in de programma’s van Radio Luxembourg.   Ik probeerde vervolgens dat station maar eens op te zoeken toen ik stiekem aan de knoppen van de radio zat. Was dat misschien het begin van mijn grote liefde voor de radiobeleving? Deels want broer Jelle wist avonds laat ons, omdat we dezelfde slaapkamer deelden ondanks een leeftijdsverschil van tien jaren, ons – mijzelf en mijn tweelingbroer Egbert – warm te maken voor de uitzendingen van The American Forces Radio Network (AFN) dat voor ons Groningers vooral goed was te ontvangen via de zender actief vanuit Bremerhavn.      Hans Knot, 28 juli 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: presidentiële communicatie vanuit de trein

In deze korte nostalgische terugblik neem ik je mee naar Amerika. Politiek is communicatie, zo wordt wel gezegd. Dat is misschien wat overdreven, maar belangrijk is communicatie wel in de politiek en zeker in de Amerikaanse politiek. Dat werd door de Amerikaanse presidenten al vroeg beseft. Het is dan ook niet vreemd, dat er al in de jaren vijftig van de vorige eeuw in de presidentiële trein een complete coupé werd ingericht voor een "Rolling Radio Communication Facility".   Allereerst dien je in Amerika te zijn. Daarnaast dien je de beschikking te hebben over een scanner met de mogelijkheid om de zogenaamde "utility" band te beluisteren. En dan dien je ook nog te weten dat de Amerikaanse president in je omgeving komt voor een werkbezoek. Zijn aan die drie voorwaarden vervuld, dan kan je de scanner gebruiken om af te stemmen op de presidentiële communicatie, die word uitgestraald vanuit diens vliegtuig, de Airforce One. De vraag is echter of de vooral gescrambelde communicatie snel is te vertalen.   Op het gebied van de communicatie is de president van de USA namelijk volkomen bij de tijd. Hij beschikt over directe lijnen naar waar hij zijn berichten ook maar wil sturen. Maar hoe zat het nu eigenlijk voordat de presidentiële Airforce One of andere vliegtuigen werden ingezet, oftewel in de tijden dat de toenmalige presidenten zich op een andere manier moesten verplaatsten door de Amerikaanse staten?   Dan hebben we het al snel over de tijden dat transport per trein nog als veel veiliger werd beschouwd dan per vliegtuig. Bovendien zag men als voordeel dat men waar dan ook een stop kon inlassen om het volk gedag te kunnen zeggen om eventueel zieltjes te kunnen winnen voor eventuele toekomstige verkiezingen. Het IJzeren Paard, zoals de trein als transportmiddel in de tijden van de presidenten Roosevelt, Wilson en Harding werd genoemd, bleek een optimaal transportmiddel te zijn. Men kon er kris kras mee door Amerika reizen. Maar, de techniek schreed voort en ook aan de trein kon nog wel het een en ander worden verbeterd. Tegen het einde van de regeringsperiode van Truman werd er daarom een voor die tijd enorm hoog bedrag uitgetrokken om de presidentiële trein te voorzien van een aparte coupé die vol technische snufjes werd ingericht. Liefst $119.000 werd er in 1952 in dit project geïnvesteerd.   "Rolling Radio Communication Facility" zo luidde de officiële benaming van dit presidentiële communicatiecentrum, waar de president gebruik van kon maken als hij, per trein, op reis was in zijn land. Het werd op die manier voor hem mogelijk contact te onderhouden met onder meer Moskou — vergeet niet, het was de tijd van de Koude Oorlog — en andere hoofdsteden ter wereld, maar ook met alle andere belangrijke personen binnen zijn regering of overheidsinstanties. De uitrusting bestond uit "stemverbindingen", die zonodig gescrambled konden worden uitgezonden, een telex en later fax-apparatuur. FM-frequenties waren beschikbaar voor mobiele telefoongesprekken, voor beveiliging en voor contacten tussen mensen binnen de diverse coupés van de presidentiële trein.   Tevens werd optimaal gebruik gemaakt van doorsturing van toespraken, die door de presidenten tijdens de reizen werden opgenomen en vervolgens werden uitgezonden op bepaalde frequenties, waarna lokale stations de toespraken weer konden opnemen voor heruitzending of doorsturing naar de nationale netwerken. Sta er wel bij stil dat dit alles mogelijk werd voordat we het tijdperk van digitalisering en mini-apparatuur inging. Het ging dus om apparatuur van groot formaat, stevig ingebouwd in rekken, zodat het te allen tijde stabiel in de trein zou staan. Alles bij elkaar vulde de apparatuur een complete coupé.   Op de foto bovenaan dit artikel zien we de volgepakte coupé. Op het plaatje vallen onder meer vier ontvangers te onderscheiden van het merk Hammarlund SP600, verder een mengpaneel en nog een aantal klokken, één voor ieder van de vier tijdszones waarin Amerika is onderverdeeld. Of de dienstdoende officier op het moment van het maken van de foto bezig was met het voorlezen van een presidentiële verklaring, is niet bekend.   Hans Knot, 21 juli 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Eurovisie songfestival 1970

Zaterdag 21 maart 1970 vond het Eurovisie Songfestival plaats in het RAI Congrescentrum, omdat onze eigen Lenny Kuhr het jaar daarvoor een van de winnaars was geweest met ‘De troubadour’. Zowel via radio als de televisie waren vele Nederlanders, Vlamingen maar ook buiten onze landen gekluisterd om niet alleen alle liedjes aan te horen maar vooral om de meningen van de jury’s uit de deelnemende landen te horen, voor welk lied men de voorkeur had gekregen.   In ieder geval was het voor de latere winnares tijdens de bekendmaking van de punten, die vanuit alle landen werden gegeven, het op een bepaald moment allemaal iets te veel. Het was nog niet de tijd dat er een megavoorstelling van het Eurovisie Songfestival werd gebracht en werd meer op de individu dan groepen artiesten, omringd door allerlei managers, tekstschrijvers, componisten en verdere aanhang ingezoemd.   De nog maar 17-jarige Ierse zangeres was zichtbaar hangend tussen een paar stevige landgenoten, omstuwd door fotografen en met een bezorgde moeder, grootmoeder en overgrootmoeder achter haar aandribbelend, moest ze kort na het winnen van het 15de Eurovisie-songfestival weggedragen worden naar haar kleedkamer, omdat ze dreigde flauw te vallen. De spanning was haar duidelijk te veel geworden. Vooral toen de jury in Brussel haar liefst 9 punten gaf en dus ook de overwinning, want ze kwam op een totaal dat niet meer was in te halen door directe concurrent Engeland. Ierland eindigde als eerste met 32 punten, gevolgd door Engeland met 26 punten en West Duitsland haalde de derde plek met 12 punten.   Het programma werd gepresenteerd door Willy Dobbe, destijds omroepster bij de TROS. Er deden nog weinig landen mee mede doordat Portugal, Zweden, Noorwegen en Finland zich hadden terug getrokken omdat in 1969 er liefst vier winnaars waren. Katja Epstein was deelneemster namens West Duitsland. Tijdens de uitzending waren er geen noemenswaardige incidenten waar te nemen. Tijdens de generale repetitie stortte trouwens een deel van het podium in.   Op de radio waren enkele aanwezigen te horen en zo noteerde ik destijds dat onder meer Mary Hopkin zich uitliet over de jonge winnares. Ze zei: “Toen ik donderdag het lerse liedje voor de eerste keer hoorde, wist ik bijna zeker dat het zou winnen. Het is lief, het is niet zo commercieel en Dana zingt het schattig.”   Voordat ik het vergeet, Nederland werd met 7 punten vijfde terwijl België, waar in 1970 eigenlijk de Walen de Belgen vertegenwoordigden, met 5 punten zesde werd. Helemaal onderaan met nul punten eindigde Luxemburg dat werd vertegenwoordigd door Leon Kleerekoper, die wij als radioliefhebbers nog kennen uit de tijd van Radio 227. Als David Alexander Winter trad hij op voor Luxemburg en nadat de uitslag bekend was geworden had hij geen goed woord over op de uitslag. Op de radio noemde hij het ‘waardeloos, onmogelijk en volstrekt onbegrijpelijk’. Het voelde aan als een miskend talent te zijn. Gelukkig is het allemaal goed met hem gekomen.   Het songfestival werd in de Eurovisielanden in 1970 bekeken door liefst 400 miljoen mensen, over radiobeluistering werden destijds geen cijfers bekend gemaakt maar één van hen was uw columnist. Het Metropole Orkest zorgde die dag voor de muzikale begeleiding van het geheel, kom daar anno nu maar eens mee. Dolf van der Linden was de dirigent en orkestleider.   Hans Knot, 14 juli 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Banden NCRV gewist in Zuid-Afrika

De onderstaande herinnering kwam in mijn geheugen terug toen ik recentelijk een bulkarazer uit de kast haalde op de universiteit om een aantal videobanden te wissen. Ik schafte dit apparaat reeds in 1976 aan en het functioneert nog steeds. Voor diegene die niet weten waar dit apparaat voornamelijk uit bestaat is de verklaring dat het een enorm zware magneet bevat. Bij activering door een stroomstoot wist deze recorderbanden, videobanden en /of cassettebanden binnen een seconde, ofwel de signalen worden dermate aangetast dat een normaal beeld en geluid niet meer beschikbaar zijn.   Je kunt dit apparaat dus professioneel gebruiken ter bescherming van privacy. In mijn geval gebruikte ik het apparaat vooral als een vooraf met cliënten of ouders van cliënten afgesproken bewaartermijn van een testafname was verlopen. Binnen de universiteit ben je dan verplicht de wettelijke voorschriften te volgen en dus de opname te vernietigen. Maar het apparaat kan ook op een andere manier worden ingezet.   Het duurde even voordat ik in mijn archief een aantekening had teruggevonden van 15 april 1970 waarbij werd gewag gemaakt van het schonen van geluidsbanden van een NCRV-radio en televisie reportageteam. Het bericht, dat in vele Nederlandse kranten destijds was te lezen, meldde dat de toenmalige NCRV-verslaggever, Henk Mochel, in de radiorubriek ‘Hier en Nu’, de Zuid-Afrikaanse geheime politie had beschuldigd een aantal geluidsbanden met opnamen in Zuid-Afrika gemaakt, te hebben vernietigd. Op een van de banden stonden onder meer opnamen van ‘Sieg Heil-geroep’ bij binnenkomst van de toenmalige premier Vorster van Zuid-Afrika in een bijeenkomst van de Zuid-Afrikaanse Nationale Partij in Durban.   Mochel volgde ondermeer met cameraman Henk Wip de Amsterdamse hoogleraar professor Verkuyl, die op uitnodiging van de Raad van Kerken een reis door Zuid-Afrika maakte. Het was de bedoeling dat regelmatig van de reis zowel via radio als televisieverslag zou worden gemaakt. Volgens Mochel waren elf van zijn geluidsbanden door een ontmagnetiserende kracht schoon gewist en de enige die die kracht verricht kon hebben was de Zuid-Afrikaanse Special Branch.   Op die geluidsbanden was een aantal vrij unieke gesprekken opgenomen, onder meer over deze geheime politie, waarin bepaald onprettige opmerkingen over deze dienst waren gemaakt. Volgens de berichtgeving begonnen moeilijkheden voor Mochel en Wip bij een bijeenkomst van de Nationale Partij in Durban, waar de Zuid-Afrikaanse Premier Vorster ook zou komen. Toen hij binnenkwam, stonden studenten van de universiteit van Natal, die op de twee bovenste galerijen zaten, op en begroetten de premier met luid Sieg Heil-geroep. De beide NCRV-mensen namen daarop hun apparatuur op de schouders en liepen naar de betreffende galerij om vandaar de studenten te filmen.   Mochel vertelde in het actualiteitenprogramma over wat er toen volgde: “We stonden daar maar net, toen we door twee hijgende veiligheidsmensen op de schouder werden geklopt en die ons mee naar buiten namen. Ze waren vreselijk nerveus. Een van hen bleef bij ons terwijl de andere zijn chefs ging bellen. Toen hij terugkwam stroomde hij over van vriendelijkheid, bood duizend excuses aan, gaf sigaretten weg. We werden teruggebracht en mochten weer opnamen maken. De volgende dag werd die vriendelijkheid ons duidelijk. Elf van onze geluidsbanden bleken te zijn schoon gewist." Volgens Mochel was het duidelijk, dat de Zuid-Afrikaanse geheime politie hierin de hand had gehad. Iedere andere oorzaak werd door hem van de hand gewezen. Het was volgens hem meer dan duidelijk dat het schoonvegen van de banden opzettelijk, doelbewust en doelgericht was gebeurd. Mochel vertelde voorts, dat op een van de banden onder meer vernietigende opmerkingen over de geheime politie waren opgenomen, door verschillende geïnterviewden uitgesproken. Mochel eindigde het radio-interview met de woorden: “Het enige positieve wat we momenteel nog van deze Special Branch kunnen zeggen is, dat wat ze doen ze in ieder geval goed doen." De magneet had zijn werk andermaal gedaan in de bulk-arazer.   Hans Knot, 7 juli 2018  

hans knot

hans knot

Hans Knot: De vroege commercialmakers

Enkele jaren geleden kreeg ik een demo toegestuurd die afkomstig was van een productiebedrijf, dat al in de vroege jaren zestig van de vorige eeuw ondermeer reclamespots maakte voor Radio Veronica. Op het moment van beluisteren besefte ik dat het wel een hele vroege vorm van demonstratiepresentatie op een bandje in Nederland dient te zijn geweest. De opname, uit 1963, begon met trompetgeschal gevolgd door een felle stem die zei: ‘De la Mar presenteert radioreclame’. Daarna een andere stem met: ‘Goedendag, ik vertegenwoordig op deze bandopname de afdeling radio, televisie en film van De la Mar. Een afdeling waarin U allen juist nu meer dan ooit in geïnteresseerd bent.’   De stem was afkomstig van Eli Asser en hij vertelde tevens dat zijn assistent Wim Schipper was. Waarom ‘meer dan ooit’ geïnteresseerd in radioreclame? Wel Radio Veronica had haar weg naar de luisteraars gevonden en deze onderneming, opgericht in 1880, richtte zich in eerste instantie op het maken van advertenties voor dagbladen, gevolgd door ondermeer reclamespots voor de adverteerders in bioscopen. Maar toen vanaf de Noordzee radio met reclame kwam was er een nieuwe weg gevonden de boterham te beleggen. De afdeling werd dan ook beschreven als de ‘nieuwste loot aan de De la Mar stam’.   In ‘Het Algemeen Dagblad’ van 3 augustus 1963 werd aandacht besteed aan de nieuwe tak van De la Mar, een bloeiend bedrijf dat zich was bezig gaan houden met de productie van reclame jingles en gesponsorde programma’s. Niet alleen werkte men voor de Nederlandstalige service van Radio Luxembourg, maar ook voor Radio Veronica. ‘Hoezeer de deelhebbers aan deze branche (de adverterende firma’s, de producenten en de artiesten) ook leven met het begrip geluidsreclame, weet de buitenwacht er weinig of niets van. Men realiseert zich het bestaan van dergelijke reclame pas op het ogenblik, waarop de tientallen transistors op het Noordzeestrand de slagzinnen loslaten op de helblauwe hemel.’   De journalist van de krant, die de initialen ‘WH’ gebruikte, meende dat nog steeds enkele tientallen bedrijven, die deze vorm van reclame maakten, in ieder geval wat Radio Veronica betrof, zich bevond in een geheimzinnig waas van illegaliteit. Dit ondanks dat het radiostation al bijna drie jaren in de ether was. Hij doelde op het gegeven dat tal van artiesten geen contract wenste te ondertekenen als een bepaald bedrijf ze door medewerkers van De la Mar hadden benaderd mee te doen aan een van de programma’s van Radio Veronica.   Dit omdat ze, bij accepteren, in conflict zouden komen met de erkende omroepen. Om een duidelijke indruk te krijgen van de radioactiviteiten van het bedrijf had de journalist dan ook een gesprek met Eli Asser: “Het is duidelijk dat reclame op de televisie, in welke vorm dan ook, op den duur haar intrede zal doen. Terwijl iedereen in de zakenwereld - en dus ook in de wereld van de reclame – daarop wacht, zijn wij, bij wijze van overbrugging, begonnen met de radio. Niet dat de radioreclame op den duur zal verdwijnen, dat geloof ik beslist niet. Maar zo belangrijk als ze vandaag de dag is, zal ze niet meer zijn als er eenmaal televisiereclame mogelijk is.”   Aangenomen mag worden dat hij doelde op het verschil in prijsniveau tussen de toen toekomstige televisiereclame en die van de radioreclamespots. De la Mar, en dus ook Radio Veronica, die men destijds vertegenwoordigde naar de zakenwereld, berekende in die tijd een bedrag van twaalf gulden per reclameseconde. Voor een seconde reclame in een programma in het weekend werd 15 gulden gevraagd. In 1963 was de prijs voor een gesponsord programma van een kwartier 500 gulden, terwijl die in het weekend 625 gulden kostte. Uiteraard werden de bedragen voor de klant vermeerderd met de productiekosten, zoals de betaling aan deelnemende artiesten en de studiokosten.   Bekende Nederlanders uit die tijd begonnen een centje bij te verdienen zoals zanger Tom Kelly, die te beluisteren was met een gesponsord programma van Wajang Plantenmargarine. Hierin draaide hij platen uit eigen collectie. Het was vooral Zuid Amerikaanse muziek en hij zong ook altijd zelf een liedje. Het programma duurde per aflevering een kwartier en werd door De la Mar geproduceerd voor Radio Veronica. Een ander voorbeeld was ‘Lion Pops’. Het was een ander gesponsord programma dat op dinsdag en vrijdagmiddag werd uitgezonden en dat door Leeuwenzegel werd gefinancierd. Het bracht voornamelijk de nieuwste top hits, in presentatie van Tineke. Wekelijks kwam er ook een plaatje uit met twee tophits in ‘een niet originele uitvoering’, die verkregen kon worden voor 40 Leeuwenzegels en 1 gulden. Leeuwenzegels kreeg je weer in tal van winkels bij aankoop van bijvoorbeeld je kruidenierswaren of het vlees in de slagerij.   In het programma was een ‘stem van een leeuw’ te horen, die werd vertolkt door Rijk de Gooijer, die trouwens ook een eigen programma bij De la Mar opnam. Het betrof een programma met zonnige vakantietips, gefinancierd door Bayer, die haar product Delial aan de ‘vrouw’ probeerde te brengen. Ook te noemen is een programma, gesponsord door Heinz Soepen, dat werd gepresenteerd op de zondagmorgen door Cor Lemaire en Eli Asser. Tenslotte wil ik het duo Conny Stuart en Ko van Dijk noemen, dat een programma onder de namen ‘Nancy en Mamsie’ presenteerde. Andermaal was het een door Bayer betaald programma, en wel om haar product ‘Aspirine’ te promoten.   De reclamespots, die bij De la Mar werden gemaakt, hadden een minimale lengte van 10 seconden, waarvan werd gesteld dat de korte duur bij herhaling effectief zou zijn. Het werd in de genoemde demo gestaafd door bij herhaling een spot voor het nieuwe ontbijtproduct uit die tijd: ‘Brinta’ te presenteren. Bij Radio Veronica werden sommige spots in 1963 acht tot tien keer per etmaal herhaald. Wel had Asser een duidelijke mening over de rol van de commercials in een radioprogramma: “Ik vind het een kwestie van een eenvoudige code, dat in een radioprogramma voor een commercieel radiostation de reclameboodschap een gescheiden plaats inneemt. Natuurlijk kun je de sfeer van een programma wel aanpassen aan de zaak waarvoor je adverteert. Zonnebrandolie breng je niet in een regenprogramma en oliehaarden niet in een programma over een zomerse dag. Maar voor het overige moet je, bij de productie van dergelijke gesponsorde programma’s, er wel degelijk voor zorgen, dat je de mensen een echt programma voorzet.  Een programma waar ze ongestoord plezier aan kunnen beleven, en waarin de reclameboodschap een duidelijk gescheiden plaats heeft.”   Eli Asser ging ook dieper in betreffende de kwestie dat bepaalde artiesten niet wensten mee te werken, dit om problemen met andere werkgevers in omroepland te voorkomen: “Dat sommigen, die in dienst zijn van de omroepen, aan deze programma’s niet willen en mogen meewerken, vind ik logisch. In geen enkel bedrijf zou men de medewerkers toestaan te ‘schnabbelen’ voor een concurrerende firma. “Het probleem deed zich echter niet alleen voor bij de omroepmedewerkers, die in vaste dienst van de omroepen waren. Ook een aantal zogenaamde losse medewerkers van de omroepen stelde zich aarzelend op om mee te werken aan de producties van De la Mar. Asser: “Zij durven soms niet goed – al neemt het aantal van degenen, dat wel mee doet, toe. Wij hebben deze mensen uiteraard nodig, zowel voor wat de presentatie betreft als voor muziek en toneel.”   Met het laatste doelde Asser op het uitvoeren van een aantal eenakters, dat hij in opdracht van een adverteerder had geschreven: “Acht korte en geestige schetsen, die worden gespeeld door Ko van Dijk en Conny Stuart. Ze passen in het kader van de ideeën over commerciële radio. Het dient doodgewoon radio op goed peil te zijn, radio waar de mensen niet alleen een achtergrondinstrument van maken, maar ook actief naar luisteren. Vandaar de eenakters. Ik geloof dat de reclame pas waarde krijgt, wanneer ze gemaakt wordt in het kader van goede programma’s – en goede programma’s zijn dan uiteraard niet alleen maar ernstige programma’s.”   Bij De la Mar trachtte men destijds voor de twee actieve commerciële radiostations programma’s op niveau te maken en wel in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven, dat meer en meer het belang van het medium commerciële radio ging inzien.   Hans Knot, 30 juni 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Tweede Kamer vragen in 1968

Het zijn van die berichtjes in de kranten die mij in het verleden hebben aangezet een schaar te pakken en deze berichten uit te knippen. Want het ging niet alleen over radio maar het bericht kon ook nog eens van historische waarde zijn. Zo ook op vrijdag 3 mei 1968 toen in de kranten een bericht was geplaatst naar aanleiding van schriftelijke vragen die waren gesteld door leden van de Tweede Kamer aan de toenmalige minister voor Verkeer en Waterstaat, en aan die van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, mevrouw Marga Klompé.   Zij was destijds ondermeer verantwoordelijk voor het omroepgebeuren in Nederland. De vraagstelling had betrekking op de mogelijkheden in de toekomst over de gaan tot het maken van radio op lokaal niveau. In ons land waren destijds slechts enkele regionale radiostations actief, waarbij bij lange na geen sprake was van landelijke dekking.   In ieder geval werd er door Klompé serieus op de vragen ingegaan want binnen haar Ministerie en die van Verkeer en Waterstaat waren een paar ambtenaren een tijdlang bezig geweest onderzoek te plegen naar de technische mogelijkheden voor het opstarten van lokale radiostations. En, zo vertelde ons de berichtgeving op 3 mei, het bleek inderdaad mogelijk twee plaatselijke radiostations te bouwen in de verschillende grote gemeenten als Amsterdam, Den Haag en Rotterdam. Voor andere plaatsen, zoals Utrecht, Breda, Zwolle, Hilversum, Eindhoven, Groningen en Maastricht, was er slechts een mogelijkheid tot de bouw van één radiostation per gemeente.   Wel werd eraan toegevoegd dat de zenders met echt een gering vermogen in de ether zouden kunnen komen.  De schriftelijke vragen waren trouwens afkomstig van de leden van de Tweede Kamer drs. E. C. Visser en drs. M. Dijkstra, beiden vertegenwoordigers namens D66.   Maar er diende nog zeker het één en ander geregeld te worden want in het antwoord was te lezen dat informatie omtrent de vermogens van de te gebruiken zenders eerst kon worden gegeven nadat de hiervoor noodzakelijke coördinatieprocedure met de buurlanden zou hebben plaatsgevonden. Dit diende te worden gedaan aangezien het was voorgeschreven in de overeenkomst inzake ondermeer de frequentieverdelingen gesloten tijdens een congres van de Internationale Telecommunicatie Unie in Stockholm in 1961. Daar deze procedure ook voor de buurlanden veel werk met zich mee zou brengen, kon hiermee niet worden begonnen voordat er sprake was van een meer concrete opzet van de toekomstige lokale radio. Een adder onder het gras want wat werd hier voor blokkade opgezet?   In het antwoord van de ministers was verder te lezen dat berekeningen hadden aangetoond dat storing in de ontvangst van de toen toekomstige landelijke fm- en tv-stations, veroorzaakt door de toekomstige lokale radiostations, binnen aanvaardbare grenzen zou blijven. Experimenten ter plaatse konden hierover slechts afdoende zekerheid verschaffen van storing op buitenlandse fm- en tv-programma's door de lokale fm-zenders. Het vermoeden was dat op vele plaatsen in de naaste omgeving van deze zenders storing onvermijdelijk zou zijn.   Derhalve vonden de bewindvoerders dat, wilde men storingen voorkomen, het aantal lokale radiostations beperkt diende te worden toegelaten. In een toelichting op hun vragen was door beide D66 Kamerleden gesteld, dat voor een deugdelijk functioneren van plaatselijke democratie de radio een belangrijke bijdrage kon leveren.   Lokale radiostations konden namelijk met hun zendvermogen doelgericht het grondgebied van de desbetreffende gemeenten tot in alle uithoeken bereiken. Ze voegden er nog aan toe dat het ontbreken van de technische gegevens en kennis van mogelijkheden de verdere ontwikkeling van lokale democratie in de weg zou staan.   Aldus deze herinnering aan de berichtgeving uit 1968. En kwam de lokale radio er snel? Ik heb er maar even op de achtergrond een oude opname gestart van het allereerste programma van de lokale radio in Groningen, de plaats waar als tweede in Nederland een experiment werd opgestart. Het allereerste programma werd op 12 november 1984 uitgezonden. Ja, u leest het goed, 16,5 jaar later nadat de vragen waren beantwoord over de toekomst van de lokale radio. En daarbij komt nog dat de eerste periode van de lokale radio in Groningen, dat bekend werd onder de naam Radio Stad, alleen te beluisteren was via kanaal 4 van het televisietoestel en op de lokale kabel op de ‘95FM’. En de presentator van het eerste programma? Dat was de schrijver van uw nostalgische column.   Hans Knot, 23 juni 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: herinneringen aan mei 1971 (3)

Gelijk aan de laatste twee zaterdagen ga ik met je terug naar de laatste week van mei 1971 en al bladerend door een map met knipsels schiet ik in een grote lachbui want wat was die tijd toch mooi. Ikzelf was in mijn 22ste levensjaar en was al nauw betrokken bij het schrijven voor het blad Pirate Radio News. In de weken na de aanslag op het zendschip van Radio Noordzee verdiepte ik mij meer en meer in de door mij verzamelde krantenartikelen over radio en de diverse tijdschriften die er over dit onderwerp, vaak op gestencilde blaadjes, in de loop der jaren waren verschenen. Dit leidde tot een soort van scriptie die als titel: ‘The fight for free radio’ meekreeg. Die werd als bijlage meegestuurd met een van de edities van Pirate Radio News (PRN) en vervolgens werd ik benaderd om een vergadering van de redactie van het tijdschrift in Amsterdam bij te wonen, ten huize van Wim Herrebrugh. Verdere aanwezigen waren Dick van Schenk Brill, die samen met Wim aan de oprichting van Pirate Radio News in 1968 had gestaan, en Jacob Kokje.   Wim en Dick gaven beiden tijdens deze vergadering aan minder tijd te kunnen steken in redactie van het tijdschrift en mij het voorstel deden de eindredactie van PRN te gaan doen. Ik vroeg bedenktijd want ik had, naast mijn werk bij het EGD te Groningen, nog een behoorlijke taak binnen de ziekenomroep Halte Lijn 4 van het RKZ te Groningen en binnen de omroep van het toenmalige sanatorium Beatrixoord te Haren.   Uiteindelijk heb ik toegestemd en gingen Jacob en ik niet alleen inhoudelijk het blad vullen maar werd er ook volop gewerkt aan het veranderen van de lay-out en het drukproces naar offset. Maar bovenstaand was niet de reden tot de grote lachbui, dat had meer te maken met een berichtje dat wij hadden gemaakt in PRN dat later ook uitgebreid op de voorpagina van de regionale krant, het Nieuwsblad van het Noorden, was te lezen.   Op 27 mei 1971 wist de redactie van deze krant te melden dat er volgens de programmamakers van de RONO, de Regionale Omroep Noord en Oost, er een piratenzender op de Waddenzee zou komen. ‘Een piratenzender dat zal gaan uitzenden volgens de formule van Radio Nordsee zou, als de berichten hieromtrent juist zijn, momenteel ergens in Nederland afgebouwd worden. Volgens de berichten is het de bedoeling dat het zendschip ergens boven de Waddeneilanden gaat liggen. Het zal zich vooral op het Noorden en Oosten van ons land gaan richten. De naam zou Radio Enterprise zijn’.   De journalist van het Nieuwsblad van het Noorden had dus wel geluisterd maar niet de juiste aantekeningen gemaakt want de naam van het schip zou Enterprise zijn, terwijl een andere naam als toekomstige naam voor het radiostation werd genoemd in het programma van de RONO. Men ging verder met: ‘Volgens de inlichtingen die men had ontvangen zou de opzet voor tachtig procent rond zijn. In Groningen zou een proefstudio zijn ingericht en als financier werd ondermeer Danlon uit Emmen genoemd. De directie van dit bedrijf zegt echter van niets te weten.’   Een woordvoerder van Danlon daarover: “Misschien worden we wel genoemd omdat we wel eens adverteren via Radio Veronica, maar er is ons niets bekend van een dergelijk schip. We zijn dan ook door niemand benaderd.” En aangezien het Nieuwsblad van het Noorden binnen de Gemeenschappelijke Persdienst actief was en het stukje op de voorpagina een plek had gevonden werd het door een aantal andere lokale en regionale kranten overgenomen.   Slechts een dag later, op vrijdag 28 mei 1971, meldde het Nieuwsblad van het Noorden, andermaal op de voorpagina, dat de RONO er was in gevlogen en zelfs de toenmalige premier De Jong. Men zou, aldus de krant, slachtoffer zijn geworden van een grap van twee Groninger deejays. In een Groninger bar hadden ze opnamen laten horen van het toekomstige station aan een van de medewerkers van de RONO die in zijn enthousiasme het bericht zo fantastisch vond dat hij het, zonder op waarheid te checken, de ether in stuurde.   Men ging bij de regionale omroep nog een stapje verder door een reactie te vragen in Den Haag en wel aan de demissionaire premier de Jong. In de daaraan voorafgaande week had een aantal berichten gestaan in diverse kranten inzake de plannen tot maatregelen tegen de zeezenders. De Jong reageerde dan ook met een verklaring weinig mogelijkheden te zien voor etherpiraten, aangezien het demissionaire kabinet had besloten het Verdrag van Straatsburg aan de Staten-Generaal ter ratificatie voor te leggen. Een nog niet genomen aanpassing van de Telefoon- en Telegraafwet stond slechts nog maatregelen tegen de zeezenders in de weg.   Maar waar zat nu de grap? Twee Groninger programmamakers van de ziekenomroep hadden in een bar de radiomaker van de RONO, die vaker in die uitbating kwam, over de plannen verteld. Ze hadden deze eerder verzonnen in de studio van de ziekenomroep en hem in de kroeg de ‘ins en outs’ verteld over het project, waarvoor ze benaderd waren om deejay te worden. Ook vertelden ze hem dat het schip in de Duitse Bocht voor anker zou gaan en dat naast Danlon de tabaksfirma Niemeijer als financier was aangetrokken.   Namen van programmamakers waren er ook volop: Hans Manspijk (Hans Spijkerman), Rudie Drent (Rudi van den Hende), Reinier de Vos (Egbert Knot), Rob Slager (Rob Bakker), Ton Vogt (Hans Knot) en verder de Duitse programmamakers Dieter Meuling, Horst Olofsen en Rein Horner. Deze drie laatsten waren niet bestaande personen. Trouwens ook de naam van het schip en de naam van het toekomstige radiostation, Radio Angelina, bestonden niet maar waren verzonnen. Nepnieuws zouden we het nu noemen, toen werd het naar buiten gebracht om de geloofwaardigheid van de programmamaker van de RONO te testen. Trouwens één van voornoemde personen kreeg een mooie en langdurig loopbaan als technicus bij de RONO (later RTV Noord), te weten Rob Bakker en een andere was in 1999 als Ton Vogt te horen op de zeezender Offshore 98. En dat was nog maar het begin van de diversiteit aan activiteiten op radiogebied van Hans Knot.   Hans Knot, 16 juni 2018   Foto: Ton Vogt (archief Hans Knot)

hans knot

hans knot

Hans Knot: herinneringen aan mei 1971 (2)

Het zal voor menige Nederlandse vrouw een fijn gevoel zijn geweest toen in de laatste week van mei 1971, de maand waar we het vorige week ook al over hadden in de nostalgische column, dat ze zelf al in een vroegtijdig stadium kon zien of ze al dan niet zwanger te zijn. Er werd namelijk bekend gemaakt dat men binnen de NV Chefora, een werkmaatschappij van de farmaceutische divisie van AKZO, een zwangerschapstest, Predictor genoemd, had ontwikkeld en op de markt ging brengen.   Hierdoor werd het voor een vrouw, nadat ze het product had aangeschaft negen dagen nadat de geplande maar weggebleven menstruatie had dienen te beginnen, de zwangerschapstest te doen door enkele druppels urine te mengen met de poeder vloeistof van de Predictor. Omtrent de uitvoering van de test werd destijds gemeld dat het de vrouw het slechts enkele minuten aan tijd zou kosten en dat de uitslag binnen twee uur kon worden afgelezen. Uiteraard is er veel en verder aan ontwikkeling gedaan en kan een test heden ten dage sneller worden afgelezen en zelfs eerder worden ingezet.   De Predictors zwangerschapstest was sinds eind mei 1971 bij apotheken en drogisterijen verkrijgbaar. Waar heb je ze nog de ouderwetse drogisterijen. Wel werd er nog een waarschuwing gegeven toen het bekend werd gemaakt dat het product op de markt was gekomen. Namelijk dat het niet de bedoeling was dat deze test het contact met de huisarts in een vroeg stadium van de zwangerschap overbodig maakte. Nee er werd zelfs sterk op aangedrongen, nadat de test positief was bevonden, deze met de huisarts te delen.   Dan maar even terug naar de radio in mei 1971 want er werd bekend gemaakt dat de gemiddelde luisterdichtheid van Hilversum 3 tussen 9 en 18 uur in het eerste kwartaal van 1971 was toegenomen met 2,5 procent. In het vierde kwartaal van 1970 bedroeg de luisterdichtheid 7,3 procent. Dit was een van de belangrijkste resultaten van de eerste luisterdichtheidsmeting die in 1971 van 20 tot en met 27 maart in opdracht van de afdeling studie en onderzoek van de NOS werd uitgevoerd door Intomart N.V.   De gemiddelde luisterdichtheid van Radio Veronica, aldus het rapport, nam in dezelfde uren iets toe, van 5.7 procent in het vierde kwartaal van 1970 tot 6.2 procent in het eerste kwartaal van 1971. De gemiddelde luisterdichtheid van Hilversum I en Hilversum II in genoemde uren nam af van 10.2 procent in het vierde kwartaal van 1970 tot 9.5 procent in het eerste kwartaal van 1971. De stijging van de gemiddelde luisterdichtheid van de categorie 'overige stations' in genoemde uren van 0.5 tot 1.8 procent, kwam waarschijnlijk voor het grootste deel voor rekening van Radio Noordzee. De totale radiobeluistering nam tussen 9 en 18 uur toe van 23.8 tot 27.3 procent. Ook werd in het rapport gesteld dat er een trend kon worden gesignaleerd dat het Nederlandse radiopubliek zich steeds meer richtte op het beluisteren van de lichte muziekstations.   Een al decennia terugkerend onderwerp werd in mei 1971 ook weer eens in de publiciteit gebracht en wel het probleem van het al dan niet beschikbaar stellen van programmagegevens door de publieke omroepen aan derden. In dat geval was het verzoek ingediend door de Geïllustreerde Pers om de gegevens compleet te mogen overnemen en te publiceren in haar tijdschriften, dit tegen een nader te bepalen passende vergoeding aan de omroepen. Maar andermaal werd er bepaald dat de omroepverenigingen niet verplicht werden, via de Nederlandse Omroep Stichting, de gegevens af te staan. De bepaling werd destijds vervat in een Koninklijk Besluit dat eind mei werd gepubliceerd in de Staatscourant. Dat betekende dat de Geïllustreerde Pers, destijds ondermeer uitgever van Margriet, de Nieuwe Revue en Avenue en was een dochteronderneming van het VNU-concern.   In de eerdere column over mei 1971 meldde ik al dat de meeste lezers bij het lezen van de maand mei van dat jaar denken aan de aanslag op het zendschip van RNI. Op woensdag 26 mei werd bekend gemaakt in Den Haag dat het toenmalige demissionaire kabinet van Premier de Jong de volgende dag zou gaan praten, tijdens de wekelijkse zitting, of men al dan niet alsnog wetsontwerpen zou indienen ter goedkeuring en uitvoering van het Verdrag van Straatsburg, dat optreden tegen zeezenders als Radio Veronica en Radio North Sea International mogelijk zou maken.   De confessionele ministers in het kabinet wilden in meerderheid van de situatie gebruik maken de zeezenders aan te pakken, maar de liberale ministers voelden er meer voor de zaak maar over te laten aan het volgende kabinet. De toenmalige ministers Bakker van Verkeer en Waterstaat en Marga Klompé (CRM) waren altijd al voorstander van ratificering van het verdrag en de wijziging van de Telegraaf en Telefoon Wet, welke bevoorrading van de radioschepen diende te verbieden.   Aangezien bekend was geworden dat de directie van Radio Veronica de hand bleek te hebben gehad in de aanslag op het zendschip van RNI waren ze van mening dat de situatie rijp was om in te grijpen.  Daarbij kwam nog dat de belangstelling voor Hilversum 3 als vervangend programma in luistercijfers groeiende was. Minister Luns, die destijds in 1965 het Verdrag van Straatsburg namens Nederland ondertekende, vond dat het wenselijk was – gelijk aan de mening van de drie liberale leden van het demissionaire kabinet – de beslissingen rondom de wetswijzigingen over te laten aan een daaropvolgend te benoemen kabinet. Het zou dus nog even duren alvorens echt een besluit zou worden genomen om, zoals later bekend, de anti-zeezenderwet zou worden geïntroduceerd, hoewel er slechts sprake zou zijn van wetswijzigingen.   Tenslotte werd op 26 mei 1971 bekend dat de International Broadcasting Society uit Bussum, de exploitatiemaatschappij van de zeezender Capital Radio, in Amsterdam failliet was verklaard. Dit hield tegelijkertijd in dat Radio Capital failliet was. Een maand eerder had al een advocaat namens een van de voormalige vrouwelijke bemanningsleden van de MV King David, het zendschip van Capital Radio, een faillissement verzoek ingediend daar zij al sinds november 1970 geen salaris meer had ontvangen. In werkelijkheid werd door de rechtbank een verzoek tot faillissement goedgekeurd, welke was ingediend door het bestuur van de International Broadcasting Society, aangezien men in uiterst grote financiële moeilijkheden verkeerde en dus geen toekomst in de radioactiviteiten meer zag.   Hans Knot, 2 juni 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: herinneringen aan mei 1971(1)

Terugblik op de maand mei 1971 (1) Voor de radiofanaten is de maand mei 1971 vaak de bittere herinnering aan de zaterdagavond toen men op welke manier dan ook te horen kreeg dat er een ‘bomaanslag’ was gepleegd op het zendschip van RNI. In werkelijkheid waren er in olie gedrenkte doeken in brand gestoken in de machinekamer waardoor een groot deel van het zendschip in brand stond en deejays en technici via de 220 meter en de korte golf om hulp schreeuwden via ‘Mayday Mayday a bomb has been thrown…’ Daders en opdrachtgevers werden terecht bestraft tot het uitzitten van een jaar gevangenisstraf. Opmerkelijk dat bijna een halve eeuw later velen nog steeds spreken over een bomaanslag in plaats van een brand gesticht aan boord van de MEBO II, RNI’s zendschip. Maar er gebeurde die maand veel meer en ik heb besloten mij te focussen op de laatste dikke week van de gedenkwaardige maand mei 1971.   Want zo was er het bericht vanuit de provincie Friesland waarin melding werd gemaakt dat ruim tachtig inwoners van het dorp Mantgum op 22 mei de trein, die naar Leeuwarden reed, gekaapt te hebben. Maar waarom gingen ze over tot deze actie? De Mantgumers gaven daarmee blijk van hun ongenoegen over het feit, dat hun dorp, dat zeven minuten met de trein van de Friese hoofdstad ligt verwijderd, in de toenmalige nieuwe dienstregeling niet meer was opgenomen. De bezetting gebeurde zonder verdere incidenten. De kapers werden later op de avond door dorpelingen met auto's vanuit Leeuwarden weer opgehaald.   De volgende dag was te lezen in de regionale kranten in Noord-Nederland dat de kaping gemakkelijk was verlopen, doordat de treinen, die op het baanvak Leeuwarden-Sneek reden, elkaar bij Mantgum dienden te passeren. Er werd gestopt, omdat het maar enkel spoor is. Tijdens de stop stoven de Mantgumers de trein in, waar de rit naar Leeuwarden onder luid protest en getoeter verder ging. Men had via deze zogenaamde ‘kaping’ even duidelijk een geluid van ontevredenheid laten horen. Het station bestaat niet meer en werd in 1973 gesloopt. Lawaai als protest was vrij normaal in 1971. Op de zaterdagavond van de 22ste mei hadden bijvoorbeeld militante Dolle Mina’s in Dublin van zich laten horen als protest tegen het in de Ierse Republiek zeer strenge verbod op geboorte beperkende middelen. Een groep van 47 Dolle Mina's keerde, beladen met ‘de pil’, spiraaltjes, condooms en wat er verder te koop was op dit gebied terug van een expeditie naar Belfast in Noord-lerland, waar de middelen destijds niet verboden waren.   En het ging zeker niet geruisloos toe want hun aankomst bij de douane op Connolly Station werd, volgens de krantenverslagen uit die tijd, een tumultueuze affaire. Achter de douanehekken werden de Dolle Mina’s opgewacht door honderden juichende vrouwen. Dolle Mina leuzen roepend trokken de 47 andere vrouwen, bij wijze van spreken, uit de trein op naar de douane. Een paar vrouwen werd gevraagd of zij iets hadden aan te geven. En daarop gaven ze met vreugde een positief antwoord op en enkele doosjes, met voorbehoedsmiddelen, werden in beslag genomen. Maar het bleef daar niet bij want de Dolle Mina’s, die over de grens waren gekomen en nog niet voor controle waren aangewezen door de douane, duurden het allemaal te lang. Ze besloten de tergend langzaam werkende douaneambtenaren te bekogelen met diverse middelen die ze in Noord-Ierland hadden aangeschaft. Maar ook werden de nodige condooms over de hekken naar de wachtende vrouwen gegooid waarna een hartverwarmend lawaai ontstond. Duidelijk werd, toen de douaneambtenaren de controle stopten, dat velen blij werden gemaakt met illegaal geïmporteerde voorbehoedsmiddelen in de Ierse Republiek, destijds een van de weinige landen in Europa waar anticonceptionele middelen nog verboden waren.   Maar muziek was er her en der ook volop in Nederland en België. Zo was er in het laatste weekend van de maand mei in 1971 de mogelijkheid de manifestatie Kattendiep te bezoeken. Onder deze naam werd namelijk in het Bowling Centrum aan het Kattendiep in Groningen een zogenaamde Stijl Jazz happening gehouden. De opkomst was niet bijzonder te noemen want op meer dan 40 mensen tijdens de middagsessie had de organisatie zeker gerekend. Ondermeer werd er een klankbeeld, via diapresentatie en plaat, gepresenteerd door Bram Spier, waarbij hij historische jazzopnamen uit binnen- en buitenland liet horen. Ook waren er ruil- en verkooptafels, te vergelijken met als die op de overbekende Radiodagen van de Stichting Media Communicatie, waar de liefhebbers konden kiezen uit oude platen.   Voor het eerst in het openbaar was een de lancering van een lp uitgegeven door het onafhankelijke jazz platenlabel ‘Space Records’, die in het voorjaar van 1971 was opgericht. De eerste lp was in maart opgenomen en bevatte opnamen van de artieste die in de avonduren life zou optreden in het Bowlingcentrum, blueszangeres Victoria Varekamp. Zij werd daarbij begeleid door ene van Delden op piano en Antoine Lohman. In het Nieuwsblad van het Noorden werd de dag na het optreden een kort verslag gebracht waarin werd gemeld dat dit stilistische trio wat somber getinte bluesmuziek bracht in een weinig passende omgeving, waar de muziek van een zekere landerigheid was en samen met de bowlingsport, die tegelijkertijd door andere aanwezigen werd beoefend, een vreemd duo vormden. Gelukkig waren er in het aanwezige publiek nog tien andere actieve muzikanten die tezamen een geweldige jamsession neerzetten en voor een onvergetelijke jazzavond zorgden.   Wordt vervolgd.   Hans Knot, 2 juni 2018  

hans knot

hans knot

Hans Knot: Met Eddy Becker duiken we in de nostalgie

Eenieder heeft zo zijn directe herinneringen bij het horen van een naam die verbonden is geweest aan radio en/of televisie. Zo heb ik dit bij het horen van de naam van presentator Eddy Becker. Nee dan kom ik niet met de aanvullende zin ‘de man met de wekker’. Mijn gedachten gaan dan meer naar de beginjaren zeventig en een speciale serie programmaonderdelen die door hem werd gepresenteerd via de NOS op het toenmalige Hilversum 3. Het was voor de VARA-presentator mogelijk de zogenaamde invaluurtjes van de NOS te vullen. De inhoud van deze programma’s had veel te maken met een publicatie destijds, die als titel ‘The Hitsounds of the Sixties’ meekreeg en een pracht naslagwerk was van Ate Harsta, Dirk Dijkstra en Harry zum Kleinschmiedt. Ate zelf werd nauw betrokken bij het programma en reisde meerdere malen vanuit Groningen naar Hilversum toe. Later zouden we hem nog vaak horen als weerman in het VARA-ochtendprogramma van Felix Meurders.   Anderen gaan, bij het horen van de deejaynaam Eddie Becker, direct denken aan de tijden van het programma: ‘Ook Goeiemorgen’ eind jaren zestig via Radio Veronica. Eddy Beuker is de echte naam van Becker, die in 1947 werd geboren. Voordat hij destijds als deejay aan de slag ging bij Veronica bevond hij zich, na zijn middelbare schoolperiode, al in de muzikale wereld. Zo werd hij ondermeer zanger en gitarist bij The Explosions. Ook was hij een tijdje actief als invaller bassist bij Willy and his Giants. Maar wat velen zich niet zullen herinneren is dat hij reeds in 1966 al via de publieke omroep actief was en wel bij de VARA en het programma ‘Popshow’. Hetzelfde jaar stapte hij op de Norderney, het toenmalige zendschip van Radio Veronica, om de opvolger te worden van nieuwslezer Harmen Siezen, die naar de TROS vertrok.   En omdat er op een bepaalde dag de tapes van het programma ‘Ook Goeiemorgen’ niet aan boord van het zendschip waren gearriveerd, presenteerde hij de ontbrekende uren live. Willem van Kooten was dermate verrast over de presentatiestijl van Becker dat hij hem deze ochtenduren aanbood als vaste presentator. Het zou tot medio 1969 duren alvorens Becker weer aan land aan de bak ging als presentator, eerst bij de VARA en later ook bij de NCRV.   Vanaf de begin jaren zeventig tot eind jaren tachtig van de vorige eeuw maakte hij tal van programma’s op de televisie waarvan we ‘Kwistig met Muziek’, ‘Eddy Go Round Show’ en ‘Eddy Ready, Go!’ kunnen noemen, maar ook in prachtig Duits in ‘Hits a go go’ bij onze Oosterburen. Tal van nationale- en internationale artiesten werden door hem in de studio’s ontvangen. Helder in mijn geheugen zit ook nog het gegeven dat Eddy Becker in de zomer van 1972 behoorde tot het team van de NOS dat vanuit de studio in Hilversum Radio Tour de France tot leven bracht. In het team verder Willem van Kooten, Vincent van Engelen en Felix Meurders.   Maar ook in de ‘Jaarlijst van de Daverende Dertig’ op Hilversum 3 was hij te beluisteren. Tal van andere radioprojecten kwamen in de latere jaren van zijn radioloopbaan nog voorbij waaronder bij Radio 192, Radio Gooiland en Holland FM. Het was in 1971 voor velen een verrassing dat Eddy ook een televisieprogramma ging presenteren, iets wat zijn collega’s Robbie Dale en Willem van Kooten ook hadden gedaan. Zo bewaarde ik aantekeningen, die ik destijds verzamelde, waarin Becker meer vertelde over het doel een programma te maken die voor iedereen diende te zijn want voor hem bestond er geen speciale doelgroep als het ging om televisieprogramma’s.   Volgens hem was dat dan ook de reden dat in zijn destijds populair maandelijkse programma niet alleen popartiesten liet optreden, maar ook andere artiesten. Eddy Becker, die eerder in 1971 tot derde populairste televisiepersoonlijkheid van Nederland door het kijkerspubliek was verkozen, vertelde ook meer over hoe het programma tot stand kwam. Ver voor de uitzenddag kwamen regisseur Andries Roest, producer Toon Gispen en Eddy Becker bijeen om over de invulling van een volgende aflevering te praten en groepen en artiesten uit te zoeken die erin zouden kunnen optreden. Bij deze keuze, zo stelde Becker, werd dankbaar gebruik gemaakt van door platenmaatschappijen aangeleverd materiaal.   Toon Gispen maakte vaak al een voorselectie, waarna ze met zijn drieën besloten welke groepen en artiesten definitief werden gekozen. Kwam het eenmaal op het produceren van een aflevering aan dan werd ’s ochtends om tien uur begonnen met repetities, die tussen de middag werden onderbroken om medewerkers en gasten de gelegenheid te geven een hapje te eten.   Rond twee uur in de middag werden vervolgens vele toeschouwers toegelaten om de opnamen, die tot zes uur duurden, bij te wonen. Vervolgens werd het om 7 uur in de avond voor een miljoenenpubliek uitgezonden. Nederland had alleen Nederland 1 en 2 en dus was het gemakkelijk een grote schare kijkers te bereiken met een dergelijk programma.   Per uitzending waren gemiddeld 100, voornamelijk meisjes en jongens, in de NCRV-studio aanwezig, die de toegangskaarten vooraf hadden aangevraagd bij de omroep en waarmee ze gratis de opnamen konden bijwonen. Ook per post kwamen er gemiddeld per week een kleine 200 reacties van luisteraars; niet alleen van jongeren maar ook van bijvoorbeeld de huismoeders. Becker stelde destijds het fijn te vinden een breed publiek te bereiken en daarom liet hij ook Corry en de Rekels, de Heikrekels en het Radi Ensemble optreden om die groepen ook de kans tot meer successen te kunnen bieden.   Wel klaagde hij enigszins over de werkdruk want hij diende ook nog wekelijks een serie radioprogramma’s te presenteren en voor te bereiden waar, volgens hem, twee uur radiomaken in totaal een werkdag aan tijd kostte vanwege die voorbereidingen. Hij stelde dat, vooral vanwege de brede belangstelling, het heel veel tijd kostte om gedegen uit te zoeken welke platen wel of niet bij elkaar pasten.   Opmerkelijk was dat Eddy Becker bijna nooit de fanmail persoonlijk beantwoordde, omdat er geen tijd voor was, maar ook vanwege het feit dat er vooral door meisjes en jonge dames moeilijke vragen werden gesteld die, als ze beantwoord zouden zijn, al snel boze reacties van ouders zouden worden opgewekt in de trend van ‘waar bemoeit die Becker zich wel niet mee’.   Foto: Eddie Becker op Radio 192 (Douwe Dijkstra)

Mailtjes over AVG, wat moet ik er mee?

De afgelopen week liep mijn mailbox aardig vol met berichten over AVG. Het lijkt erop dat alle websites en diensten waarvoor ik mij ooit heb aangemeld, een middel hebben gevonden om mij te laten zien dat zij nog steeds actief zijn. Je zou kunnen zeggen dat zij oneigenlijk gebruik maken van mijn persoonlijke gegevens om reclame te maken voor zichzelf!
Waarom is de AVG, wat staat voor Algemene verordening gegevensbescherming, vandaag van kracht geworden? Kort samengevat: voor de bescherming van onze persoonlijke gegevens. Bedrijven moeten vanaf nu inzicht geven welke gegevens zij van mij hebben, waarom en hoelang ze deze bewaren, met wie zij het delen en hoe veilig zij deze opslaan.
Vervelend die invoering? Niet voor mij als persoon. Vanaf vandaag heb ik de controle over wat er van mij wordt opgeslagen. En dat geldt voor iedereen die gegevens van mij, als Europeaan, opslaat en bewaart. Dan zijn, om maar een paar voorbeelden te noemen, mijn werkgever, energieleverancier en bank. Ik mag het inzien, als het niet klopt laten aanpassen of als het nodig is zelfs laten verwijderen.
En dit geldt niet alleen voor bedrijven en instellingen. Ook informele clubjes die een website hebben, zich richten op gebruikers uit de EU en daar bijvoorbeeld een contactformulier op hebben staan en/of een ledenlijst hebben moeten voldoen aan de AVG. Dus ook deze site die jij nu bezoekt en waar je waarschijnlijk ook lid van bent.
Al in een vroeg stadium is onze leverancier die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling en onderhoud van de software aan de slag gegaan met het aanpassen voor AVG. Naast veiligheid zijn ook alle elementen uit deze verordening opgenomen. Dat wij de juiste partij hadden gekozen voor de software van deze community wisten we al, maar goed om het nog eens bevestigd te krijgen. 
Moesten wij dan helemaal niets doen? Nee, want wij hebben toch gekozen voor een gerenommeerde serverprovider en een betrouwbare software leverancier? Beide hebben hun zaakjes toch goed orde? Daarnaast hebben wij, als de beheerders van deze site, privacy hoog zitten en werken we al volgens de AVG? Nou, we moesten nog wel even ons privacybeleid vastleggen en aan jullie bekend maken zodat jullie weten hoe wij het hebben geregeld en hoe wij dit uitvoeren. En zoals de AVG voorschrijft: wij moeten jullie vragen of er jullie kennis van hebben genomen en of jullie het er mee akkoord zijn. 
En dan komt de juiste keuze van de software leverancier weer om de hoek kijken. Gewoon bij het inloggen op de site de vraag stellen of je het hebt gelezen, begrepen en er mee akkoord bent. Met één klik ben je klaar, geen vervuiling van je mailbox.
En al die AVG mailtjes in mijn mailbox? Die zijn inmiddels naar de prullenbak verhuisd.    Vincent Schriel, 25 mei 2018

Vincent

Vincent

Hans Knot: Radio Vaticaan en hotpants

Elke verandering roept op tot kritiek, ook in het Vaticaan.   Door de decennia heen is er altijd wel kritiek uit onverwachte hoeken te verwachten als het gaat om ontwikkelingen op het gebied van mode, haardracht, muziekkeuze en meer. Vooral in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw werd er door vele kritische, vaak conservatieve, lieden op een felle manier gereageerd op veranderingen in het dagelijkse leven.   Waar bijvoorbeeld anderen volop genoten van een meer vrije levensstijl met de daarbij behorende uitingen, konden anderen aardig tekeergaan tegen dezelfde veranderingen. Wat te denken van een stortvloed aan kritiek nadat er een Pauselijke audiëntie was geweest, die half april 1971 in Vaticaanstad plaatsvond?   De kranten meldden destijds dat het ging om één van de vele onberekenbare initiatieven van paus Paulus de Zesde, die niet tot onverdeeld enthousiasme in Italië had geleid.  In het weekend van 17 en 18 april had de paus onverwacht een groep beatmusici ontvangen.   Onder hen bevonden zich twee vrouwen in hotpants. Het internationale gezelschap had de elektrische gitaren weliswaar buiten de deur van de beroemde Sala Olemenlinu laten staan, maar de woordvoerder van de groep — de 25-jarige Engelse drummer John Bedson uit Liverpool — had de paus toch mogen vragen een eind te maken aan de dienstplicht in de wereld. Of Bedson had nagedacht over de beslissingsmogelijkheden voor Paulus de Zesde werd niet duidelijk.   Maar Bedson stelde in een interview later wel over en aan de Paus gericht: “Als U de katholieken kan verbieden om voorbehoedsmiddelen te nemen kunt U de Italianen er zeker ook toe aansporen een eind te maken aan de dienstplichtwet.” De toenmalige Paus was enkele momenten sprakeloos geweest en had daarna verklaard dat de verwerkelijking van het verzoek van de drummer buiten zijn mogelijkheden lag.   Maar bij het lezen van het verhaal en het zien van de foto’s waren de reacties in de kranten, die vooral de conservatieve Italianen berichtten, nogal fel. Zo stond in een van de zaterdagochtendkranten, het fascistisch getinte ‘El Tempo’, een hoofdartikel te lezen waarin werd gezegd dat wanneer de paus op deze weg door ging hij op niet al te lange termijn een striptease groep in de Sala Clonentina kon ontvangen. Eerder was er al het nodige te doen geweest rond Claudia Cardinale, die in minirok bij de Paus was geweest, waarbij felle kritiek via Vaticaanradio was geuit op de onverholen blikmogelijkheden en op de wellust van vele mannen via de zeer aantrekkelijke dijen van de filmster van Italiaanse afkomst.   Nadat er uitgebreid in de kranten dagen was doorgegaan over de sexy kant van hotpants en het wellustige gedrag van bepaalde mannen, was het voor de woordvoerder, namens de Paus, tijd om de microfoon van Radio Vaticaan aan te zetten om zich heftig af te zetten. Hij, professor Alesmindrini, richtte zich niet alleen op de smakeloze vertoning tijdens de audiëntie, maar hij verklaarde ook dat het artikel van IL Tempo van grote smakeloosheid was en dat de luisteraars en andere gelovigen begrip dienden te tonen voor een meer gematigde manier van leven van vele andere katholieken die het voornoemde gedrag verafschuwden.   Enkele dagen later, nadat enkele andere kranten uit de meer conservatieve hoek, felle kritiek hadden uitgeoefend tegen de veel te seksueel getinte manier van kleding dragen en het erop leek dat men zich massaal achter de uitingen van Radio Vaticaan stelde, kwam er via het radiostation, dat zich via een illegale verkregen frequentie de mogelijkheid tot uitzendingen had verkregen, er op de radio een  verklaring dat Paus Paulus VI wel begrip had voor zogenaamde Pausspontaniteit ofwel de Paus laten verrassen door zich vrij te maken van bepaalde formele en conventionele vormen, maar daarbij wel de oprechtheid van ernst in de gaten te blijven houden.   Hans Knot, 19 mei 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Terug naar 1962

Het Nederlands Genootschap Reclame eind oktober 1962 bijeen in Eindhoven.   Radio is niet alleen luisteren maar vooral de geschiedenis van de radio in allerlei facetten vastleggen, hoewel dit voor veel minder mensen geldt dan die luisteren. Het is slechts een klein aantal lieden dat zich daar mee bezighoudt en ikzelf heb het genoegen al 49 jaar actief te zijn op het gebied van het vastleggen van een stuk van deze vorm van cultuurgeschiedenis. Het is me dan ook een genoegen een zijstap te maken en wel naar een speciale bijeenkomst die in 1962 plaatsvond.   Op 25 oktober 1962 was er de openingsrede tijdens het 24ste congres van het Genootschap der Reclame, dat in dat jaar in Eindhoven werd gehouden. In zijn welkomstwoord tot ongeveer 700 deelnemers heeft de toenmalige voorzitter van het genootschap, jhr. W. van Andringa de Kempenaer, het niet nagelaten de belangrijkste zaken aan te halen. Hij formuleerde ondermeer de standpunten ten opzichte van eventuele plannen te komen tot commerciële televisie in Nederland; het succes van Radio Veronica; de revolutionaire toenmalige ontwikkeling van nieuwe distributiemethoden en de visie van de minister van Economische Zaken op de bescherming van de consument. Ook besteedde hij enkele woorden aan de toen op handen zijnde verbreking der overeenkomst tussen belanghebbenden in het reclamevak, destijds ook bekend onder de noemer: ‘regelen voor het advertentiewezen.’   Ook tijdens de toespraak van De Kempenaer bleek andermaal hoe gevoelig ‘Veronica’ bij bepaalde groeperingen lag. Hij vroeg namelijk begrip voor zijn schroom ‘het kind Veronica zomaar bij naam te noemen‘ en zei dat hij niet blind was voor de toenmalige situatie betreffende het radiostation. Liefst twaalf miljoen harde guldens waren in de 12 maanden vooraf voornoemd congres binnengekomen bij Radio Veronica. Gelden die volgens hem door de meest eerbare ondernemers in het medium commerciële radio geïnvesteerd waren.   Hij beschouwde Radio Veronica als een ‘inventieve reactie op een actie waarvoor geen steekhoudende juridische argumenten waren aan te voeren’. Tijdens de toespraak, gehouden in het Eindhovense Hotel ‘De Cocagne’, stelde de voorzitter verder: “Wanneer men van bepaalde zijde alle pogingen in het werk stelt om ons met negatie van alle grondwettelijke recht op vrije meningsuiting, de mond te snoeren, kan men op zijn klompen aanvoelen, dat er in ons land een reactie komt. De 12 miljoen harde guldens, die eerbare Nederlandse industriëlen in een jaar tijd in Radio Veronica hebben geïnvesteerd, hebben geleid tot verbluffende industriële resultaten. De economische bestaansmogelijkheid en het grote commerciële effect van radioreclame zijn hiermede ook in ons land onweerlegbaar bewezen.”   In zijn toespraak ging De Kempenaer ook in op de uitingen van de Leidse Professor in het Volkenrecht, Van Panhuys, dat gezien de moderne interpretatie van de vrijheid van meningsuiting, een zendvergunning aan een commerciële gegadigde niet op goede gronden kon worden geweigerd. De Kempenaer stelde daarop dat hij het liever had gezien dat alle betrokken legaal door de overheid in staat zouden zijn gesteld binnen de territoriale wateren te gaan functioneren.   Ook ging hij in op de komst van eventuele commerciële televisie: “Nu, in het juist begonnen parlementaire jaar, naar wordt verwacht, inzake de commerciële televisie, de knoop zal worden doorgehakt en men weet dat de regering er positief tegenover staat, wil ik namens de reclamewereld en het bedrijfsleven het parlement op het hart drukken: doe het wel en zie niet om!”   Het was een redactioneel artikel in ‘de Telegraaf’ van 26 oktober 1962, betrekking hebbende op het congres, dat ook nog de aandacht trok: ‘In één jaar tijd hebben Nederlandse bedrijven voor twaalf miljoen gulden geadverteerd via Radio Veronica. Het is duidelijk dat de bedrijven, die dit gedaan hebben en nog voortgaan dit te doen, die niet uit sympathie voor Radio Veronica hebben gedaan, noch uit drang tot experimenten. Zij hebben dit gedaan omdat zij bemerkten dat het een zeer effectieve wijze van reclame was, die hun omzet aanzienlijk deed toenemen.’ Uiteraard was deze opmerking niet zo verwonderlijk gezien het aantal luisteraars dat de medewerkers van Radio Veronica inmiddels hadden opgebouwd.   Vervolgens ging het redactionele artikel over in een oproep aan de regering, waarbij in gedachten dient te worden genomen dat een elf-tal jaren later de redactie van dezelfde ‘Telegraaf’ zich heel anders ging opstellen inzake de toekomst van Radio Veronica.   Er werd namelijk het volgende gesteld: ‘Honderden duizenden, eveneens de wet eerbiedigende Nederlanders, die, gezien de resultaten van deze reclame, de uitzendingen van Radio Veronica blijkbaar als iets vanzelfsprekende in hun dagelijks leven hebben opgenomen. Het is weer een aanwijzing dat regering en parlement de klok niet meer mogen terugzetten. Men kan natuurlijk een half-illegale situatie niet laten voortbestaan. Er zijn echter mogelijkheden om de situatie te legaliseren.’ Een redactioneel artikel met een open einde, daar niet werd aangegeven welke de mogelijkheden tot legalisering van Radio Veronica bedoeld werden.   Hans Knot, 12 mei 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Soundaround genieten in 1970

Recentelijk kwam ik weer de advertentie tegen in mijn archief van een radio en tv-winkel, die ook witgoed verkocht maar tevens beschikte over een uitgebreide platenafdeling in de kelder van het pand gelegen aan de Oude Ebbingestraat in Groningen. In die tijd, 1970, was ik al een jaartje actief voor de ziekenomroep Halte Lijn 4, van het Rooms Katholieke Ziekenhuis aan de Verlengde Hereweg. Dat betekende dat ik de platenzaken in de stad met veel vreugde bezocht om allerlei leuke nieuwe singles en ook lp’s aan te schaffen.   Wekelijks was er altijd, en daar kon je de klok op gelijk zetten, een bezoek in de late donderdagmiddag aan Muziekhuis Hemmes aan de Steentilstraat waarbij Roel, die enkele jaren daarvoor de handel van zijn ouders had overgenomen, alles wist van muziek maar ook vrij snel door had wat de keuzes van de klanten waren. Steevast kwam hij dan ook met bepaalde muziek aan zetten die wel iets voor mij kon zijn.   Op die manier heb ik heel wat verrassende aankopen gedaan. In die tijd werkte ik bij de EGD, het latere Essent, op de afdeling Bedrijfsarchief en verzocht mij een van de medewerkers van de Boekhouding, die ook een kroeg dreef, of ik voor zijn Jukebox de keuzes wekelijks wilde maken. Hij had een contract afgesloten met de verhuurder van de jukebox, Wim Boverhof, die zijn zaak aan het Schuitendiep had waar tevens een platenzaak was gevestigd. Iedere vrijdagmiddag haalde ik er vijf nieuwe platen op, die op de vrijdagavond naar de Disney Bar in de Pelsterstraat werden gebracht. De singles die uit de jukebox kwamen kreeg ik als beloning voor mijn collectie en dus profiteerde de ziekenomroep ervan mee.   Maar er waren in die tijd diverse platenwinkels; denk maar eens aan Muziekhuis Vink, Het Carillon, de platenafdelingen van Vroom en Dreesmann en Galeries Modernes. Overal kwam ik met plezier en het verdiende salaris werd voor een gezond deel omgezet in vinyl. In 1970, het jaar waar we het over hebben, was er ook het nieuwe geluid van RNI, dat stond voor Radio Nordsee International. Vanaf het zendschip MEBO II werden dat jaar, eerst in het Duits en Engels, muziekuitzendingen verzorgd op diverse frequenties. Niet tegelijk maar achtereenvolgens met als doel niet te storen op noodfrequenties maar ook om storingen veroorzaakt door- overheidszenders te voorkomen.   Daar hoorde je de mooiste muziek die je niet op het – in mijn oren destijds nog – armoedige Hilversum 3 – kon beluisteren, laat staan op Veronica. Een ware openbaring van genot op het gebied van muziek die ik sinds 1967 – het jaar van de ‘flower power’ - niet meer had beleefd. Er waren heel veel nieuwe artiesten dat jaar maar ook gevestigde namen die met een andere sound, dan we van deze artiest(en) gewend waren, kwamen. Driftig schreef ik soms een titel op en nam het lijstje mee naar de winkels om te kijken wat er van voorradig was en/of het misschien te bestellen was.   Door overal wekelijks even binnen te lopen en ook het nodige aan te schaffen bouwde je een bepaalde band op met de verkopers. Op een dag in 1970 werd er meegedeeld in de winkel van Eekels dat er een verbouwing zou gaan plaats vinden en dat in de toekomst er probleemloos, zonder bijgeluiden van andere apparaten, naar muziek van de draaitafels kon luisteren. Als het ware kroop je op die manier in de muziekradio.   Het bleek ‘Sound a Round’ te heten, de toen nieuwe muziek stereo-testruimte, waardoor – zo werd er ook mee geadverteerd – niet langer het geluid van droogtrommels of transistorradio’s, die boven werden getest, waren te horen op de muziekafdeling. Er waren in acht afgesloten ruimtes evenzovele draaitafels, versterkers en duo-boxen geplaatst waardoor je volop van de stereofonische lp-muziek kon genieten.   De persoon verantwoordelijk voor de promotie binnen het bedrijf wist ook goed in te spelen op de actuele releases van de platenmaatschappij want als er weer een advertentie in de krant verscheen voor de ‘Soundaround’ was er weer een link naar een net uitgekomen lp, zoals ‘Selfportrait’ van Bob Dylan. Het was een redelijk afwijkende productie van eerdere werken van Dylan en de dubbel-lp werd dan ook veelvuldig gepromoot op mijn favoriete radiostation RNI.   Herinneringen die je zo maar even weer naar boven komen bij het zien van die oude advertentie. En nog even dit: de deejays van RNI draaiden het nummer ‘Wig Wam’ van deze lp redelijk vaak voor hun bazen in Zürich, Erwin Meister en Edwin Bollier.     Hans Knot, 5 mei 2018

Hans Knot: nostalgische column met maar een keer het woord radio

Het voorjaar heeft ons alweer een aantal mooie dagen bezorgd en er is in de maand april zelfs in De Bilt, nog steeds het meteorologisch centrum van Nederland, de warmste Aprildag ooit gemeten. Met warme tot zeer warme dagen betekent dit dat vele mensen, die in kleine huizen of op kamers wonen, de behoefte hebben erop uit te trekken. Ontspanning, verpozing, verfrissing en een snelle hap horen daarbij.   In een stad als Groningen, met meer dan 200.000 inwoners, waaronder duizenden studenten, is er dan de mogelijkheid je sociale contacten uit te breiden door een zonnig plekje te zoeken in een van de stadse parken, waarbij het ten noorden van het centrum van de stad geleden Noorderplantsoen veruit het populairste is. Gevolg is dan ook dat duizenden Groningers en import Groningers zich, al dan niet per fiets, naar het Noorderplantsoen begeven.   Personen, die de volgende ochtend zich door hetzelfde park per fiets naar hun werk begeven weten niet wat ze zien. De Gemeente Groningen heeft dan wel gezorgd voor een groot aantal afvalbakken maar die blijken niet toereikend te zijn voor de grote hoeveelheid afval die door de verterende mensen is achtergelaten, alvorens welgemoed naar huis te gaan. De regionale televisie RTV Noord maakte er een bericht over op haar internetsite: https://www.rtvnoord.nl/nieuws/193081/Buurtbewoners-zijn-overlast-in-Noorderplantsoen-zat-Zandvoort-was-er-niets-bij   De gedachte de tas, die men meenam om alle ingrediënten voor een welgeslaagde zonnige middag en – avond, te kunnen torsen, andermaal te gebruiken om het afval mee te nemen en thuis in de zwarte afvalbak te deponeren, komt bij het merendeel niet op. De volgende ochtend lijkt het ook of Bachus een grote rol heeft gespeeld getuige het grote aantal lege drankflessen. Ondanks een gemeentelijk verbod om in het openbaar alcohol te mogen nuttigen.   Geheel terecht dat de omwonenden van het mooiste park van Groningen totaal ontstemd zijn over alle rommel die erachter wordt gelaten en de vele schroeiplekken die al in april in de mooie groene grasweiden zijn gekomen door onjuist gebruik van goedkope barbecueapparaatjes, die na eenmalig te zijn ingezet kunnen worden weggegooid. Ook gewoon achter gelaten bij de enorme berg afval dat naast de daarvoor bestemde prullenmanden, ligt. Liefst 14 man personeel van de Groninger Reinigingsdienst werden de volgende dag ingezet om het park weer enigszins toonbaar te maken.   Maar bovenstaand zal zeker in elke grote stad voorkomen, vooral als er sprake is van een grote studentengemeenschap die graag hun vaak benauwde en veel te warme kamers wenst de ontvluchten om gezamenlijk de avond door te brengen. Het is dan ook alle tijden dat omwonenden klagen over verontreiniging, vernielzucht, geluidsoverlast, brutaliteit en meer.   In deze nostalgische terugblik, waarbij het doel is elke lezer er nog eens op te wijzen dat de mooie plekken in plantsoenen en parken van ons allen is en op een degelijke wijze dient te worden gebruikt en opgeruimd. In april 1971, en dan spreken we wel even over 47 jaar geleden, was er ook al sprake van ongenoegen onder de bevolking die woonachtig was in de nabijheid van het Noorderplantsoen in Groningen.   En het ging niet alleen omdat deel van de stad maar ook elders waar met veel zorg geplaatste bloembakken voor glorie dienden te zorgen. Veel natuurliefhebbers schreeuwden destijds moord en brand omdat er in de steden enorme uitbreidingen plaatsvonden op huizengebied en steeds meer van het mooie groen verloren ging. Gemeente Groningen had met veel zorg op vele plaatsen prachtige bloembakken geplaatst waar het merendeel van de bevolking met volle glorie van genoot.   Maar, zo bleek uit een aantal reacties in de lokale kranten, was er ook een groot aantal lieden die het behaagde om vooral op de doordeweekse dagen deze bloembakken te gebruiken voor het dumpen van het afval maar bovenal om te zorgen dat thuis de bloembakken in de tuin en/of op het balkon op een goedkope wijze kleurrijk werden gevuld. Brutaal met schepjes werd er gehandeld.  
De cijfers uit 1971 spreken voor zich want in het prille voorjaar waren er door de Plantsoenendienst, destijds verantwoordelijk voor de Groninger parken en bloembakken, liefst 70.000 tulpen, narcissen en viooltjes geplant waarbij na enkele weken al 50.000 dienen te worden vervangen doordat er immens was huisgehouden door onverlaten. Omgerekend naar guldens destijds was de schadepost voor 1971 enorm te noemen want vervanging betekende kosten die opliepen tot boven de 8000 gulden, wat in die tijd heel veel was.   De heer D.J.B. Steenhuizen was destijds hoofd van de afdeling Plantsoendiensten van de Gemeente Groningen en in een interview in het Nieuwsblad van het Noorden stelde hij dat er sinds het voorjaar twee nieuwe mensen in dienst waren aangenomen die met hun autootje, voorzien van een watertank, de hele week de stad doorkruisten. “Op maandag kruisen ze eerst door de Heerestraat, waar altijd wel een aantal bakken vernield is. Vorige week was het wel heel erg want van de 66 bakken die er in de Heerestraat staan was de inhoud van wel driekwart vernieuwd. Ze hadden zelfs bloempollen door de ruiten gegooid. Wanneer iedereen van de bloemen af zou blijven, hadden we hoogst twee dagen in de week nodig om al die bakken in de stad te onderhouden”.   Vele mensen die parken en bloembakken- al dan niet met opzet – vervuilen en verprutsen hebben niet door dat het moeilijk is gedurende de lente en zomer op gepaste wijze dezen weer aan te passen als mooie bloeiende parken en bakken. Bloemen zijn bijvoorbeeld erg teer en vernielen is erg gemakkelijk en men heeft niet door dat deze weer vervangen dienen te worden. Dan maar te zwijgen hoe destijds, met de Heerestraat als voorbeeld met haar 66 bakken, er door dierenliefhebbers er ongeremd gebruik werd gemaakt om hun beesten hun behoeftes te laten doen.
Speciale handschoenen voor de parkschoonmakers zijn er al lang maar in 1971 werden er vooral speciale handschoenen beschikbaar gesteld aan die personen die de bakken verzorgden, gezien de vele hoeveelheden hondenpoep die men onsmakelijk vond. Met blote handen eraan komen was uit den boze. Enkele dagen na het interview met Steenhuizen werd bekend dat men gestopt was met het opnieuw vullen van de bakken in de Heerestraat waarna niet veel later de 66 bakken stuk voor stuk uit het vertrouwde stadsbeeld verdwenen.cC   Al met al is het advies, waar U ook woont, houdt Uw Stad schoon. Wees een voorbeeld voor velen, vergeet niet de vele duizenden bezoekers die jaarlijks uw mooie woonplaats bezoeken en toon vooral een glimlach als u een ander erop aanspreekt dat men zich niet naar behoren aan de gedragsregels van degelijk natuurgebruik gedraagt. Foto's zoals we het graag zien in de parken.   Hans Knot, 28 april 2018   Foto's zoals we het graag zien in de parken. Copyright Hans Knot.

hans knot

hans knot



×

Belangrijke informatie

Door gebruik te maken van deze site ga je akkoord met onze Gebruiksvoorwaarden, Privacybeleid, en We hebben cookies op je apparaat geplaatst om de werking van deze website te verbeteren. Je kunt je cookie-instellingen aanpassen. Anders nemen we aan dat je akkoord gaat.