Spring naar bijdragen

Column

  • artikelen
    229
  • opmerkingen
    259
  • weergaven
    18467

Auteurs van dit blog

Voer dit blog

Berichten in deze blog

Column Hans Knot: Organisatieproblemen en barre winter 1979

In Groningen werden eind januari 1979 geheime notulen van een vergadering binnen Radio Noord, de regionale omroep waar het weer eens crisistijd was, openbaar gemaakt en behandeld in een artikel van het Nieuwsblad van het Noorden.   Men meldde dat als gevolg van botsende persoonlijkheden en karakters er een definitieve contactstoornis was ontstaan tussen het toenmalige hoofd van Radio Noord, Willem de Jong, en enkele medewerkers. Dit bleek uit de notulen van een programmastaf vergadering, die waren opgesteld door Guy van Zutphen van het NOS bureau Arbeidszaken en Sociale Begeleiding. Hij was door de leiding van de NOS gedetacheerd als bemiddelaar met als doel de problemen bij de regionale omroep in Groningen op te lossen. Het was de tijd dat de regionale omroepen nog onder bewind van de NOS actief waren.   Het bleek dat enkele maanden eerder een conflict was ontstaan tussen Willem de Jong en het adjunct hoofd van Radio Noord, Joris Stam, waarbij verdere samenwerking geheel onmogelijk bleek. De voornoemde notulen bleken afkomstig van een op 12 februari 1979 gehouden vergadering. Verder waren enkele vergaderingen gewijd aan onder meer een intern rapport van Radio Noord medewerker Henk Binnendijk, waarbij een van de conclusies was dat het beter was dat De Jong zou vertrekken.   De Jong wenste echter niet over dit rapport te praten. In vergadering werd besloten het rapport ter zijde te leggen en andermaal bijeen te komen voor het maken van een inventarisatie van de problemen. Andermaal liet De Jong weten bij deze besprekingen niet aanwezig te zijn omdat een inventarisatie van de problemen ook wel zonder hem zou kunnen worden gemaakt. Wel voegde hij eraan toe dat, wanneer de inventarisatie zou zijn gemaakt hij er op een daarop volgende vergadering weer aanwezig zou zijn.   Uit de gememoreerde notulen bleek dat de opstelling van De Jong hem door de rest van de programmastaf kwalijk werd genomen. Zelfs een telefoontje, dat tijdens de betreffende vergadering met hem werd gepleegd, leverde niets op. Op de vraag alsnog aan te sluiten in de vergadering weigerde hij. Vreemd genoeg was er geen verder commentaar destijds te verkrijgen daar er vanuit Hilversum aan alle medewerkers van Radio Noord een spreekverbod was opgelegd.
Wel vroeg men om commentaar bij de toenmalige commissaris regionale zaken van de NOS, drs. Dijkstra, die stelde niet op de hoogte te zijn van de recente ontwikkelingen. Wel voegde hij eraan toe op de hoogte te zijn van de zeer onprettige situatie die er in Groningen heerste.   Maar de radioactiviteiten gingen inmiddels door in de studio van Radio Noord aan het Martinikerkhof in Groningen, want op woensdag 14 februari 1979 was het merendeel van de wegen in Groningen al heel vroeg in de ochtend onbegaanbaar als gevolg van hevige sneeuwstormen. Het was zo dat Radio Noord – via de steunzender op de 97.5 MHz - in de avonduren voor een korte periode dagelijkse uitzendingen had. Dit gebeurde via een steunzender die normaal werd gebruikt voor de ontvangst van Hilversum 3 op de FM. In noodsituaties, wat zelden voorkwam, was er voor de regionale omroep de mogelijkheid in te breken op de uitzendingen van Hilversum 3 via deze steunzender.   En voorbereid op een dergelijk noodprogramma was men zeker want er was een bepaalde flow merkbaar en luisterend bleek dat de uitzending vlekkeloos verliep. Scholen, bedrijven en verenigingen konden meldden of bepaalde activiteiten vanwege de weersomstandigheden niet konden doorgaan. Ook werden mensen, die niet naar hun werk konden, waar mogelijk gevraagd zich in te zetten om op bepaalde plekken sneeuw te ruimen. De universiteit sloot haar deuren waardoor ikzelf aan een oproep voldeed sneeuw te gaan ruimen op het terrein van het Academisch Ziekenhuis aan de Oostersingel, het latere UMCG.   Verkeersinformatie was in die dagen nog niet in die mate als tegenwoordig aanwezig op de radio, maar in de noodprogramma’s van Radio Noord veranderde dit al snel. Automobilisten werden op de hoogte gehouden van de afsluitingen in het wegennet. Andere oproepen volgden en de dagen erna was de situatie dermate slecht dat bepaalde dorpen in de provincie Groningen helemaal niet meer via het gebruik van auto’s bereikbaar waren. Militairen werden ingezet en directe benodigdheden zoals brood werden met gebruik van tanks, voorzien van sneeuwschuivers, naar de betreffende dorpen gebracht. En via Radio Noord werd het luisterpubliek op de hoogte gehouden, waarvoor alsnog grote hulde.   https://www.rtvnoord.nl/media/24883/Terugblik-op-barre-winter-van-1979   Hans Knot, 15 december 2018

hans knot

hans knot

Column Edwin Wendt: De nieuwe kapitein van een NPO-vlaggenschip

Over Bart, Veronica het Theater en…mijzelf.   ‘Veronica gaat Radio 5 overnemen!’ reageerde op Facebook een aantal mensen opgetogen op het nieuws dat Bart van Leeuwen de nieuwe presentator wordt van Theater van het Sentiment. Ik sprak in een eerste reactie de hoop uit dat de mensen die meeuwen en Drie-In-Eén-jingles verwachten het verkeerd zouden hebben. Bart stelde me gerust: Theater van het Sentiment wordt geen ‘Goud van Oud 2.0’. Weliswaar is hij na Tineke, Jeroen van Inkel en Jan van Veen – die ook per 1 januari op Radio 5 debuteert – de vierde ‘Veronicaan’ op 5, Bart stapt in een bestaand programma, waar de anderen vooral zichzelf en hun eigen programma meebrengen.

Voor de duidelijkheid: ik ben een hartstochtelijk Veronica-liefhebber. Qua leeftijd ben ik te jong om de zeezenders ‘live’ te hebben meegemaakt, sinds de jaren tachtig zorgde Ad Bouman ervoor dat al die historische fragmenten te horen waren in VOO-programma’s als Mono en later De Avond van het Sentiment.
De ultieme belevenis was voor mij de herdenking van ’25 jaar 31 augustus’ in de zomer van 1999. Twaalf dagen lang zond Veronica een reünieprogramma uit vanuit Lapershoek. Tineke maakte dagelijks live-programma’s in gesprek met oud-collega’s, het geheel werd uitgezonden op 1224 middengolf. De meeste uren werden gevuld met historische programmabanden uit het archief van Adje en Juul. Voor het eerst hoorde ik op zaterdagmorgen 20 augustus 1999 een volledig uur Tom Collins Show uit mei 1971. In het uur erna waren Jan van Veen en Willem van Kooten te gast bij Tineke, ’s middags werd een volledige Nationale Zaterdagmiddag Gebeurtenis uitgezonden met Lex en Will zoals ze begin jaren zeventig klonken. Daarna Goud van Out uit ‘68 en Joost Mag het Weten uit ‘66. En dat was nog maar de eerste dag!

Van Veen zou een uurtje blijven, beloofde hij die zaterdag, maar hij is twaalf dagen lang niet weggegaan. Hé, we zijn ook in Arnhem te ontvangen, belde hij opgetogen naar de studio. Mijn cassetterecorder draaide overuren: complete uren Joost Mag Het Weten, Top 40, Lexjo, Ook Goeiemorgen met Harmen Siezen, Eddy Becker, Tom Collins, Klaas Vaak en Bart van Leeuwen, Goud van Out en de Rob Out Show en veel meer moois.
Bijna 20 jaar later heb ik mede dankzij contacten via internet een mega-radioarchief met duizenden uren historische radio (ieder heeft recht op zijn afwijking toch?), maar die interesse in oude radioprogrammafragmenten, ontwaakt dankzij Ad Bouman in de vroege jaren tachtig bij de VOO, veranderde in een verzameling complete programma’s die begon bij Veronica 1224 in 1999 (de reünie van 2004 was ook mooi, met Bart als ‘host’).

De cirkel was voor mij rond toen ik rond 2010 een paar jaar deel uitmaakte van de redactie van Theater van het Sentiment. Legaal grasduinen in de radioarchieven van de omroep en het materiaal monteren tot mooie collages voor een fantastisch programma. Toen de KRO 85 jaar bestond in 2010 maakte ik – deels uit Beeld & Geluid, maar vooral uit mijn eigen archief - 24 blokjes historische KRO-audio voor de vier feestafleveringen van het Theater.

Anno 2019 wordt dat programma geen twaalf uur per week meer uitgezonden, de redactie bestaat ook niet meer uit twee presentatoren, drie muzieksamenstellers, vier redacteuren, een regisseur en een eindredacteur. Het Theater is veranderd en dat is goed, maar de naam is niet voor niets gehandhaafd. Het Theater van het Sentiment staat ergens voor. Niet alleen vanwege die paar jaartjes letterlijk en figuurlijk ‘aan boord’ van de Norderney en de MV Mi Amigo, maar juist vanwege al zijn andere veelzijdige radiowerk kan Bart van Leeuwen de perfecte kapitein worden van dit vlaggenschip van de NPO.   Edwin Wendt, 10 december 2018   Foto: Bart van Leeuwen (Harm ten Brink)

de redactie

de redactie

Hans Knot: Veronica en de zomer van 1963

Het is leuk om af en toe wat herinneringen bij elkaar te sprokkelen voor een nostalgische column. Daarvoor neem ik je deze keer mee terug naar het jaar 1963. In juni werd bekend dat Fred van Amstel, wiens echte naam Dan Campagne was, besloten had Radio Veronica te gaan verlaten. Hij had een prachtige vakantie doorgebracht op Mallorca en daar zo genoten dat hij besloot er te definitief te gaan wonen. Waarschijnlijk was de tweede reden van zijn besluit dat hij een pracht aanbod had gekregen om op het eiland een radioprogramma in liefst drie talen te gaan presenteren voor een plaatselijk radiostation.   De zomer van 1963 was ondermeer ingeruimd voor promotie voor Radio Veronica in kranten en tijdschriften. Niet alleen werd het station door de leiding zelf onder de aandacht gebracht maar ook door derden. Zo was begin juli een artikeltje te vinden in ‘de Televizier’, een radio- en televisiebode, waarin melding werd gemaakt van ongenoegen door een groep mariniers op uitlatingen van Tineke: ‘Je moet als omroepster bijzonder goed op je woorden letten – dat heeft Veronica’s Tineke ondervonden toen ze enkele weken geleden haar hart luchtte over de moderne tijd waarin voor romantiek geen plaats meer schijnt te zijn.   Want deze hartenkreet werd gehoord door de bemanning van H.M. A 922 te Den Helder, die 26 man sterk in de pen klom om te vertellen dat ze het met Tineke niet helemaal eens waren en er toch écht wel nog wel romantiek is te vinden. En kwam er ook de opmerking of Tineke niet eens van Radio Veronica wilde overstappen naar de H.M. 922, onderdeel van de Koninklijke Marine.’ In ieder geval ging een grote foto van Tineke richting Den Helder, die enige dagen later een wand van de radiohut van het marineschip sierde.   Ondertussen was via de diverse programma’s op Radio Veronica bij herhaling een oproep gedaan aan de jonge luisteraars eens uit te beelden welke voorstelling ze van Veronica hadden. Kleurplaten, tekeningen en ander werkjes van het ‘goede schip Veronica’ werden vervolgens door Tineke persoonlijk op de daarvoor bestemde ‘Veronica Gallery of Arts’ opgeprikt. Op 6 juli werd bekend gemaakt dat de luisteraars van Radio Veronica blij konden zijn met de zendtijduitbreiding van het station. Vanaf dat moment zou het station niet alleen op vrijdag en zaterdag tot een uur in de nacht te beluisteren zijn, maar tevens alle andere avonden. In totaal betekende dat 25 uur meer aan zendtijd per week op de 192 meter.   Een tijd geleden vielen al even twee namen van opnamestudio’s waar de gesponsorde programma’s van Radio Veronica destijds werden opgenomen, maar door een berichtje in ‘de Televizier’ van 13 juli 1963 leren we dat er ook werd opgenomen in de opnamestudio van Eli van Tijn, waar ondermeer het programma ‘Prietepraat’ op recordertape werd vastgelegd. Het werd een tijdje op de vrijdagochtend uitgezonden en kon worden gezien als een ‘programma met plezierige onzin’.   Het presentatieteam bestond uit vijf dames: Marjan Berk, Janine van Wely, Jasparina de Jong, Enny Mols de Leeuw en Adele Bloemendaal. Enig speurwerk naar de enige jaren geleden overleden Eli Tijn leerde dat hij werkte voor ArtiSounds, de opnamestudio waar ondermeer programma’s werden opgenomen voor Radio Luxembourg. Denk daarbij ondermeer aan het muzikale verhaal van ‘Ibbeltje’, geschreven door Annie M.G. Schmidt en van muziek voorzien door Cor Lemaire. De productie van deze programma’s was in handen van Wim Ibo. Ze werden uitgezonden op Radio Luxemburg, waarna een kopie van de band tevens naar Radio Veronica ging, alwaar het enige dagen later werd geprogrammeerd.   In de maand juli werd tevens in Den Haag de Stichting Geestelijk en Lichamelijk Gehandicapten, de G.L.G. geregistreerd. Doel van deze Stichting was bij te dragen tot de verwezenlijking van een aantal projecten op bovengenoemd terrein. De Stichting had een grootscheepse lucifersactie op touw gezet, waarvan de baten ten goede kwamen van die objecten die op dat moment allereerst steun nodig hadden. De directie van Radio Veronica had een aanzienlijk bedrag (honderdduizend gulden) ter beschikking gesteld. De lucifers waren vervolgens in de handel verkrijgbaar voor 35 cent per pak van 10 doosjes. De Stichting G.L.G. ontving voor elk verkocht pak 10 cent. Ondersteuning van de Gezondheidszorg betekende dit. Of de lucifers werden gebruikt ter aansteking van rokertjes vond men klaarblijkelijk in die tijd niet belangrijk.   Hans Knot, 8 december 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Jazz op Hilversum 3

Radiomakers hebben het allemaal diverse malen meegemaakt ter voorbereiding van een live-uitzending op locatie. Veelal tijdig aanwezig op de betreffende locatie om als in teamverband de nodige voorbereidingen te doen, zoals de microfoons en luidsprekers piepend hun laatste test te laten ondergaan, kabels en snoeren liggen overal in wirwar en dienen zo goed mogelijk te worden weggelegd en vooral her en der vastgelegd te worden. Dit gebeurde in februari 1969 ook onder leiding van producer Joop de Roo, die ook zoal zijn verdiensten had gehad bij de startperiode van wat werd geclaimd als de nationale popzender Hilversum 3.   De Roo en zijn mensen begonnen aan de opnamen voor het muziekprogramma ‘Jazz in actie’, dat vanaf maandag 19 februari 1969 voor het eerst met aanwezigheid van publiek vanuit het Larense hotel zou worden geregistreerd voor uitzending. De  Amerikaanse gastsolisten waren al binnen toen met de technische opstelling werd begonnen. Zo was er de zanger Mark Murphy die rustig en vriendelijk achter grote donkere brillenglazen de situatie in ogenschouw nam.   De overlevering vertelt dat verder de aanwezigheid van de altsaxofonist Phil Woods opviel. Hij was nogal luidruchtig en wat aangeschoten. Volgens de Roo, die het ook opviel, was er niets mis mee want hij wist beslist dat Woods later als een God zou spelen. In 1969 nam Woods met het orkest van Chris Swansea trouwens het geweldige nummer ‘Guess What’ op, dat dagelijks zou langs komen nadat in 1971 op Radio Noordzee het programma ‘Driemaster’ werd opgestart.   Het was destijds trouwens niet zonder reden dat musici anderhalf uur voor de opname al aanwezig waren. De hele opzet van de toen nieuwe vorm van ‘jazz in actie’ was juist dat zij beter zouden spelen, een fijnere sfeer gingen voelen dan in de studio, doordat zij direct contact hadden met een klein publiek. Ze hadden daardoor de kans wat te praten en te drinken met het publiek om vervolgens relaxed te gaan spelen. Joop de Roo hoopte op deze manier nog hogere ogen te gooien met het programma, dan hij al had gedaan met de studioversie.   De bedoeling was, dat het programma altijd live werd opgenomen, de ene keer in het Amsterdamse Paradiso met experimentele musici, de andere keer in Laren, waar de meer traditionele moderne jazz aan bod zou komen. Laren werd trouwens het centrum van de jazzscene toen ook nog eens de TROS een aantal jaren later het programma Session live vanuit Nick Vollebregt’s Jazz Café ging brengen op de donderdagavond via Hilversum 3.   Even iets meer over de persoon Joop de Roo. Direct toen hij als chef van de afdeling lichte muziek in dienst trad bij de Nederlandse Radio Unie, in januari 1967, ging Jazz in actie van start. Het betrof dus studiowerk van Nederlandse groepen, soms met buitenlandse solisten, maar ook concertopnamen geregistreerd in de Rotterdamse Doelen, met onder meer de big bands van Don Ellis en Francy Boland. Er werd bij de radio meer aandacht aan jazz besteed. De liefhebbers kregen in de gaten, dat zij niet meer zo als luisteraar werden verwaarloosd.   Voor 1967 deden alleen de VARA en de VPRO geregeld jazz in hun programma's, de andere omroepen brachten praktisch geen jazz. De Roo kreeg van de programmaleiding van de NRU, later ondergebracht in de NOS, alle mogelijkheden want volgens hem waren ze geweldig vooruitstrevend om iets voor de minderheidsgroepen te doen op de radio.   Joop de Roo was in 1960 in het radiowerk gestapt en wel bij de NRU op de muziekafdeling van de programmadienst. Enige jaren later werd hij bij de VARA producer van lichte muziekprogramma’s en viel daar onder meer op door de goede selectie die hij toepaste bij de keuze van de platen bij de diverse programma's. De Roo ging voor alles uit van een bepaald niveau. Eens stelde hij: “Mensen die 's avonds laat luisteren, doen dat meestal zeer bewust, daar dien je de muziek op aan te passen. Je kunt het nooit iedereen naar de zin maken, ook al is de muziek van een bepaald niveau. Vaak moet je op je eigen keus afgaan, hoewel die niet de boventoon mag gaan voeren natuurlijk."   De Roo werkte na zijn dienstverband bij de VARA ook nog bij de AVRO en na zijn pensionering werkte hij als vrijwilliger bij het Conservatorium in Hilversum. In juli 2018 overleed hij op 88-jarige leeftijd.   Hans Knot, 1 december 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Radio Moskou in het Nederlands

Er zijn vele lezers boven pak weg de zestig jaar die in voorbijgegane decennia naast het beluisteren van de zeezenders zich ook wel hebben bezig gehouden met het zoeken naar verre signalen. Via een groot scala aan korte golfstations en met het gebruik van goede wereldontvangers en daarbij behorende antennes was het redelijk mogelijk, het zei met de nodige porties geduld, alle delen van de wereld op die manier je kamer binnen te halen.   Eén van die internationale korte golfstations was Radio Moskou, dat op haar hoogtepunt in liefst 60 talen haar uitzendingen liet programmeren. Wat betreft programma’s in de Nederlandse taal gebeurde dit zelfs heel lang, namelijk vanaf 1930 tot en met 1994. Radio Moskou werd vervolgens vervangen door The Voice of Russia en trad toe tot de Europese Radio Unie. Op 1 april 2014 kwam er een einde aan de uitzendingen vanuit Moskou via de korte golf.   Het was op maandag 16 november 1970 dat het eerste schakelprogramma tussen de NOS en Radio Moskou zou gaan plaats vinden, een serie die tot stand was gekomen in het kader van een eerder dat jaar gesloten cultureel verdrag tussen beide landen. Het programma, dat zich in het bijzonder richtte op Amsterdam, werd zowel in Nederland als Rusland gelijktijdig uitgezonden tussen 8 uur in de avond en half 10.   De presentatie van de uitzending, die onder meer muziek, informatie en een quiz bevatte, geschiedde zowel in het Russisch als in het Nederlands. Daarbij werd gebruik gemaakt van de diensten van tolken, welke ter beschikking waren gesteld door de Nederlandse afdeling van Radio Moskou en de Vereniging Nederland-USSR. De burgemeesters van beide steden spraken in de eerste uitzending een welkomstwoord. Het Nederlands gedeelte van het programma werd gepresenteerd door Jaap Brand. De productie, samenstelling en regie was in handen van Maarten Nederhorst en Kees van der Salm. De hoop werd uitgesproken dat mocht de eerste serie van uitwisselingsprogramma’s succesvol verlopen er meer van dergelijke programma’s zouden volgen.   In februari 1971 werd de uitwisseling van programma's tussen de NOS en Radio Moscow al na één uitzending stopgezet. De leiding van de NOS wilde meer weten over de positie van joden in de toenmalige Sovjet Unie. Het was de leiding van Radio Moskou die bekend maakte dat men na één uitzending voorlopig niet de uitwisseling kon voortzetten en dat men voor 1971 van meer programma's diende af te zien in verband met het overladen programmaschema. Uiteraard was de werkelijke reden dat men vanuit de Sovjet Unie met geen woord wilde ingaan op de vraagstelling die vanuit Hilversum was ontvangen.   Als regelmatige luisteraar naar allerlei korte-golfdiensten, die in verschillende spraken waren te beluisteren, werd door mij ook afgestemd op de programmering van Radio Moskou. Het was de bedoeling dat in het tweede uitwisselingsprogramma, dat als titel ‘tussen Leningrad en Rotterdam’ meekreeg, informatie zou worden verstrekt over de positie van de joden in de Sovjet-Unie. Een dergelijk verzoek was door de programmamakers in Hilversum bij de collega's in de Sovjet Unie ingediend maar viel bij de leiding van Radio Moskou dus niet in goede aarde. De opgegeven reden van een te volle programmering bleek achteraf vaker een gebruikelijke smoes te zijn om niet in te hoeven gaan op bepaalde wensen en vragen van westerse collega's. De leiding van Radio Moskou liet de collega's van de NOS dagen later alsnog weten dat er geen enkele aanleiding was om van de positie van de joden in de Sovjet-Unie een zaak te maken, omdat al vaker was gebleken dat de publieke opinie in Nederland slecht geïnformeerd was over de werkelijkheid in de Sovjet Unie. Verder ging men niet in op in hoeverre dit was gebleken.   Radio Moskou, op een bepaald moment beter bekend als Radio Moscow World Service, was het officiële internationale radiostation van de Unie van Socialistische Sovjet Republieken, zoals de Sovjet Unie officieel heette. Op het hoogtepunt van haar bestaan werden er door Radio Moskou programma's uitgezonden in meer dan 60 talen met behulp van sterke zenders opgesteld in de Sovjet- Unie, Oost-Europa en op Cuba. Alle programma's hadden te maken met een zogenaamde ‘Programmering directoraat’. Zie het als een vorm van censuur die pas in 1991 werd opgeheven.   De eerste uitzending in een vreemde taal was in het Duits op 29 oktober 1929, waarna programma's in het Engels en het Frans volgden. Radio Moscow startte met haar uitzendingen in 1922 met een zendstation in de regio Moskou, en een tweede kwam in de lucht vanuit een locatie in de omgeving van Leningrad in 1925. Radio Moskou kwam in 1939 ook met uitzendingen (op middengolf en korte-golf) in het Engels, Frans, Indonesisch, Duits, Italiaans en het Arabisch.   De redactie van Radio Moskou sprak al vroeg haar uitdrukkelijke bezorgdheid uit over de opkomst van de Duitse dictator Adolf Hitler tijdens de dertiger jaren van de vorige eeuw, en de Italiaanse dienst, uitzendend via de middengolf, werd enkele jaren later dermate gestoord door de Italiaanse dictator Benito Mussolini dat het doel van de programmering in het Italiaans werd gemist.   De Verenigde Staten werd voor het eerst het doelwit van Radio Moskou tijdens de vroege jaren vijftig van de vorige eeuw, gebruikmakend van zenders in de regio Moskou. Later werd West-Noord-Amerika het doelwit van de nieuw gebouwde Vladivostok en Magadan relay-stations. De eerste uitzendingen gericht op de landen in Afrika ging in de lucht aan het eind van de jaren vijftig van de vorige eeuw en wel in het Engels en het Frans.   In 1961 waren er via Radio Moskou voor het eerst programma's in drie Afrikaanse talen te beluisteren, te weten in het Amhaars, het Swahili en het Hausa. Na verloop van tijd, werden daar nog acht andere Afrikaanse talen aan toegevoegd. De begin jaren zestig werden ook gebruikt om centraal geredigeerde nieuwsbulletins het licht te laten zien, hetgeen in augustus 1963 voor de eerste keer het geval was en waarmee luisteraars over de gehele wereld konden worden bereikt daar ze in alle diensten werden gebracht.   In de jaren zeventig van de vorige eeuw werd een centraal team van commentatoren van Radio Moskou verenigd en verantwoordelijk voor het programma: ‘News and Views’. Deelnemers aan dit toch wel ambitieuze project waren Viktor Glazunov, Leonid Rassadin, Yuri Shalygin, Alexander Kushnir, Yuri Solton en Vladislav Chernukha. In de loop der jaren groeide het programma uit tot een belangrijke informatief- en analytisch onderdeel van de internationale service van Radio Moscow.   Als je blijk gaf dat je had geluisterd naar de programma's, via een ontvangstbericht of gewoon een brief, dan kreeg je geheid een redelijk dikke envelop terug uit Moskou. Er was een speciaal team bij het station werkzaam om de post van de luisteraars te beantwoorden en dus kregen luisteraars in Nederland, naast de internationale folders, ook een in het Nederlands geschreven persoonlijke brief terug. Speciaal op de oudere jeugd gericht was er een club waar je lid van kon worden en zelfs werd de luisteraar genodigd om achter het toenmalige IJzeren Gordijn een bezoek aan de hoofdstad van het machtige land te brengen.   Tegen het einde van de jaren zeventig werd de Engelstalige service van het station definitief omgedoopt in Radio Moscow World Service. Het project stond onder leiding van de al lange tijd bij Radio Moscow actieve journalist en manager Alexander Evstafiev. Later werd er een Service gericht op Noord-Amerika, een Afrikaanse service en zelfs een speciale service gericht op de UK en Ierland. Allen werden geprogrammeerd in de Engelse taal en waren een paar uur per dag te beluisteren. Dit naast de reguliere 24 uurs Engelstalige World Service, evenals diensten in andere talen.   Intussen was mijn interesse in de programma's van Radio Moscow in het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw tanende. Ik luisterde alleen nog, maar tevens zelden, naar de ‘Listeners Request Club', dat werd gepresenteerd door Vasily Strelnikov. Radio Moscow was trouwens niet het enige korte-golf station dat werd beluisterd en aangeschreven, daarover een andere keer meer.   Hans Knot, 24-11-2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Nederlands leren via Duitse radio

Ter voorbereiding van deze nostalgische terugblik waande ik mij weer even in de schoolbanken van de Cort van der Lindenschool in Groningen, waar ik mijn eerste schreden zette op weg naar het leren van de Duitse taal. Het was meneer Woudstra die mij vormde met deze taal om te gaan en vooral om de rijtjes er in te stampen en dezen nooit meer te vergeten. Dat ik ooit later met een Duitse lieve vrouw zou trouwen speelde helemaal niet mee maar kwam dus vele jaren later mooi uit. Ook kwamen in gedachten de advertenties voorbij die in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw in tijdschriften werden afgedrukt, waarin werd aangekondigd dat diverse talen, waaronder de Duitse, via lessen en gebruik van grammofoonplaten kon worden aangeleerd.   Maar hoe zat het met het leren van de Nederlandse taal aan de oostelijke kant van de Nederlandse grens in bijvoorbeeld 1970. Het zal menigeen verbazen dat de belangstelling voor onze taal verrassend groot was bij de West Duitse radioluisteraars. Ruim een jaar eerder begon de Westdeutsche Rundfunk (WDR) van de studio in Keulen een radiocursus Nederlands, waarvoor zich ruim 12.000 cursisten hadden aangemeld. Het was zo succesvol dat in november 1970 een vervolgcursus voor gevorderden werd aangekondigd, waarvoor binnen een week 2100 WDR-luisteraars zich hadden aangemeld.   Na het succes van de WDR kregen ook de inwoners van Noord Duitsland de kans zich te verdiepen in de Nederlandse taal want door het Keulse succes gestimuleerd nam de programmaleiding van Radio Bremen het besluit de begincursus van de WDR over te nemen en deze ook te gaan uitzenden. Het werd zelfs in de Nederlandse kranten aangekondigd waarbij de toenmalige programmaleider van Radio Bremen, W.A. Kreije, wist te melden dat de aanvragen voor de leerboekjes, die bij de cursus behoorden, afkomstig waren uit het gehele gebied dat Radio Bremen met haar programma’s bereikte. Dus bijvoorbeeld ook uit Sleewsijk-Holstein in het hoge noorden.   Hij wist ook te melden dat deelnemers afkomstig waren uit praktisch alle beroepsgroepen en bovendien een groot aantal leraren van schoolklassen zich had aangemeld om klassikaal deel te nemen. Trouwens was dit laatste ook het geval in het ontvangstgebied van de WDR. Vooral in de grensgebieden werd aan middelbare scholen van de lessen Nederlands geprofiteerd.   Het idee was destijds afkomstig van mevrouw dr. M. Nestel- Begiebing, die vond dat het voor de vakantiegangers, die Nederland in het vizier hadden, belangrijk was enige kennis van onze taal tot zich te nemen. Zij was destijds leider van de schoolradio van de WDR. Graag vertelde ze over allerlei reacties die er op de cursus waren binnengekomen. Zo bleek er een aardige brief binnen te zijn  gekomen van een Ober Studienrat uit Aken waaruit bleek dat de radiolessen zeer goed aansloten bij het onderwijs in Aken en omgeving. De interesse voor de Nederlandse taal was volgens de brief naar aanleiding van de radiocursus aanzienlijk gestegen.   Niet zo verrassend wellicht was het feit dat een aantal leerboekjes voor onderwijs aan douaniers werd geleverd. De populariteit van de begincursus leidde er toe dat de programmaleiding van de WDR in 1972 nog eens tot herhaling besloot, wat later ook zou geschieden met de vervolgcursus. Bij Radio Bremen werd tevens dat jaar de vervolgcursus in de radioprogrammering opgenomen.   De belangstelling voor radiocursussen Frans en Engels, door de WDR, destijds evenals de Nederlandse, vroeg in de avond en in hetzelfde programma uitgezonden, bleken aanzienlijk minder belangstelling te trekken van onze Oosterburen. Was het echt zo dat dit betekende dat de Franse taal beter lag bij de Duitsers dan de Nederlandse taal?   Dit laatste paste wel bij de opvatting van de voornaamste propagandist aan Nederlandse kant, de heer M. Mourik, van de Nederlandse ambassade in Bonn. Hij stelde in november 1970: “De positie van de Nederlandse taal in de Bondsrepubliek is hoogst bevredigend. Alleen in Noord Rheinland Westfalen word het Nederlands facultatief in scholen onderwezen. Waarbij in een tiental scholen de mogelijkheid tot het leren van de Nederlandse taal inderdaad bestaat."   Aan slechts twee West-Duitse Universiteiten was destijds een leerstoel Neerlandistiek en Nederlandse Cultuur (Munster en Keulen). Er was een twintigtal lectoraten, maar die hadden destijds minder te betekenen dan aan Nederlandse Universiteiten. Een Duitse lector was destijds bijvoorbeeld  niet bevoegd examens af te nemen. Veel waarde werd in 1971 gehecht aan het verkrijgen van een leerstoel aan de toen nieuwe Universiteit van het noordelijke Oldenburg in Neder-Saksen. De regeringen van Nederland en België hadden in principe besloten zich daar gezamenlijk voor in te zetten, hetgeen ook werd gerealiseerd.   Tegenwoordig is het voor onze oosterburen mogelijk zelfs via een blog en podcast onze taal deels kundig te worden. https://www.buurtaal.de/blog/buurtaal-podcast-pilotfolge   Hans Knot, 17-11-2018   Foto: Marga Nestel (Begiebing NDR Archief)

hans knot

hans knot

Hans Knot: Dienst Omroepbijdragen in actie in Arnhem

Omroepbijdragen verplicht, ik schreef er al eerder over een column en zie deze als een vervolg. Een grote actie, dat kun je zeker stellen van datgene in februari 1969 plaats vond. Een kwart miljoen gulden was het eerst genoemde bedrag en met de opgelegde navorderingen meegerekend zelfs meer dan 3 ton. Dat was het enorme bedrag dat een opsporingsactie naar zwartkijkers – en luisteraars in Arnhem gedurende drie weken door de Dienst Omroepbijdragen opleverde.   Bij de bekendmaking van dit bedrag werd er ook de verwachting uitgesproken dat er in totaal zeker officiële aangifte te verwachten was van rond de 4000 radio – en/of televisietoestellen die toen tot op dat moment niet geregistreerd waren. Aangiften gingen destijds nog via het loket van de postkantoren. Een halve eeuw later zijn de bijdragen al lang vervallen en zijn er ook bijna geen officiële postkantoren meer.   De genoemde 4000 verwachte aangiften was iets meer dan 10% van het aantal van 35.000 inwoners van Arnhem, die bezocht waren door de ambtenaren van voornoemde Dienst. Dat kwam trouwens overeen met de ervaringscijfers, die destijds aangaven dat in Nederland tussen de 10 en 15% van de huisgezinnen tot de categorie ‘niet nakomen van de wettelijke regeling’ behoorden. Daarbij behoorde ook een percentage dat hun toestellen wel aangaf maar domweg de regelmatige verplichting tot betaling niet nakwam.   Arnhem was de eerste grote gemeente in Nederland, waar door de toen kersverse Dienst Omroepbijdragen een grootscheepse opsporingsactie werd gevoerd. Daarvoor heette de organisatie de Dienst Luister- en Kijkgelden. Liefst vijfentwintig ambtenaren, ook uit andere districten, werden er voor de huis aan huis actie ingezet. Ook nieuw voor die tijd was dat ze beschikten over door een computer opgestelde lijsten waarop de zogenaamde wetkijkers stonden vermeld, dus zij die aan de wettelijke verplichtingen tot betaling voldeden. Op huisnummer liep met een straat af om aan te bellen bij diegene die stonden vermeld als niet betaler.   Toen de resultaten openbaar werden gemaakt kwam onder meer naar voren dat tijdens de actie 1090 nieuw aangiften waren gedaan bij de postloketten in Arnhem terwijl er normaal in een zelfde periode zo’n 150 aangiften plaatsvonden. Er was dus duidelijk sprake van het gegeven dat het zich rond sprak dat de ambtenaren aan de deur te verwachten waren.   Het aantal opgemaakte processen verbaal, zo werd naar buiten gebracht, bedroeg tot op dat moment 1100. Wel was men redelijk tegenover alle lieden die tijdens de actie snel naar het loket waren gegaan om te betalen. Ze werden niet alsnog beboet. De heer Wayenberg, directeur van de DOB vond het resultaat fantastisch maar stelde tevens dat hij er vanuit ging dat er altijd sprake zou blijven van mensen die hun wettelijke verplichting tot aangifte en betaling niet zouden nakomen.   Volgens Wayenberg was het onmogelijk alle wetsovertreders aan te pakken want dan had de DOB zeker 10.000 ambtenaren in dienst dienen te nemen om alle overtreders te overlopen en te beboeten. In werkelijk werkte men met 180 opsporingsambtenaren voor geheel Nederland. Eerder werd bekend gemaakt dat een tweede actie waarschijnlijk nog voor het eind van het jaar 1969 gepland zou worden voor Nijmegen. Die bekendmaking had succes want het aantal aangiften aan de loketten van de lokale postkantoren was in een week tijd na de aankondiging zesmaal verveelvoudigd.   Voordat het jaar 1969 begon en de bovengenoemde actie in Arnhem plaats vond, vormden het kijkgeld en het luistergeld twee afzonderlijke heffingen. Op 1 januari van dat jaar vond de invoering van de nieuwe wet op de Omroepbijdragen plaats en verving de wet op het Kijkgeld en de bepaling over het luistergeld dat was opgenomen in het zogenaamde ‘Tijdelijk Telegraaf- Telefoon- en Radiobesluit’.   De wijzigingen die deze wet brachten waren: Er kwam een gecombineerde heffing voor radio en televisie. Omroepbijdrage A was het tarief dat de bezitters van een televisietoestel dienden te betalen. Omroepbijdrage B was het tarief dat degenen die alleen een radiotoestel hadden dienden te betalen. Binnen één huishouden hoefde vanaf 1969  niet meer per toestel betaald te worden.   Hans Knot, 10 november 2018  

hans knot

hans knot

Hans Knot: Maatregelen tegen Veronica en geruchten over CIA-achtige activiteiten

In de maand december 1962 werd in tal van kranten bericht dat er toch maatregelen te verwachten waren van regeringszijde tegen de activiteiten van Radio Veronica. Het was ‘de Telegraaf’ die op 21 december het volgende bracht: ‘Wettelijke maatregelen tegen het doen van omroepuitzendingen buiten het nationale territoir zijn in voorbereiding. De minister voor Verkeer en Waterstaat pleegt overleg hierover met het ministerie van Justitie. Mede in verband hiermee is het bezwaarlijk thans mededelingen te doen betreffende de termijn, binnen welke zodanige maatregelen kunnen worden tegemoet gezien, alsook om de aard van deze maatregelen tegen ondermeer Radio Veronica, zo blijkt uit de memorie van antwoord op de begroting van Verkeer en Waterstaat.’   Op de laatste dag van 1962 werd er in een krant, die in Amsterdam werd uitgegeven maar waar helaas geen naam in het archief van Max Lewin werd vermeld, de vraag gesteld wat het jaar 1963 ging doen met het schip van Radio Veronica. Op grond van de recente uitlatingen destijds vanuit de Haagse regeringskringen was er bij de betreffende redactie de wetenschap dat de voorbereiding van de slag tegen de drijvende zender Veronica nog steeds aan de gang was. In de inleiding van het verhaal ging men over tot een vergelijking. ‘Door de geruchten, die er over de aard van de te treffen maatregelen gaan, lijkt het een en ander een beetje op de toestanden, die aan de in 1961 mislukte invasie onder Amerikaans patronaat van Castro’s Cuba voorafgingen. Door de vele details van deze jammerlijke verlopen vertoning, destijds in scene gezet door de Central Intelligence Agency en wel door de afdeling ‘dirty tricks’ – zoals de Amerikanen het zelf zeggen. In Washington, waren reeds vele, later waar gebleken, bijzonderheden bekend. Dit gebeurde nog voordat de eerste in Miami gestarte Cubaanse vrijheidsstrijders in Castro’s moerassen omsingeld raakten. Niet de CIA was de bron van deze voortijdige publicaties in de grote Amerikaanse pers; wel Fidel Castro zelf!’   De redactie van de krant vond een vergelijking met het bovenstaande van kracht op de zaak ‘Veronica’: ‘Zo is het ook met de oorlog tegen Veronica. Uit de met deze omroepspeeldoos verbonden kringen van radiotalent en reclame komen hardnekkige berichten over de strategie, die de regering tegen het exterritoriale vaartuig wil toepassen. Er zou, willen deze berichten, een verbod komen voor Nederlanders aan programma’s van Veronica, die op het vasteland worden geproduceerd en ingeblikt, op enigerlei mee te werken. Kan een dergelijke weg werkelijk bewandeld worden? Is er in dit opzicht iets van een wet te maken die klopt met constitutionele, burgerlijk rechterlijke en strafwettelijke bepalingen?’ Door alle jaren dat Radio Veronica als zeezender in de ether is geweest is er ook telkens in diverse publicaties gesuggereerd dat er spoedig maatregelen waren te verwachten, zo ook in het betreffende artikel van 31 december 1962: ‘De tijd zal het spoedig leren. Zeker is dat de ambassadeurs der Hilversumse zuilenbelangen in ons parlementaire leven niet zullen aflaten aan te dringen op een zo snel mogelijke terdoodveroordeling van Radio Veronica, middels wettelijke bevoegdheden.’   Ook ging men in op het gegeven dat op het Jaarcongres van het Genootschap voor Reclame bekend was geworden dat Radio Veronica in een jaar tijd een omzet van 12 miljoen gulden had gehad: ‘Of dit zakenleven oppositie zal voeren tegen een verdwijnen van de reclame-omroep lijkt, op grond van dit bedrag, niet geheel denkbeeldig. Er zijn heel veel mensen, die nooit naar Veronica luisteren omdat de programma’s vol van levensliederaars met een ‘beat’ vol muzikale teenagerromantiek (waaraan overigens ook de huisvrouwen zich gaarne overgeven omdat er zo’n prettige achtergrond bij het strijken uit resulteert) hun niets te zeggen hebben.’   Maar natuurlijk was het merendeel van het Nederlandse volk vol tegenstander van maatregelen door de regering in te voeren. Immers waren de argumenten, die waren aangedragen, niet van doorslaggevende aard om in te stemmen met de plannen van de regering. Het artikel ging verder met: ‘Men heeft geprobeerd ons volk tegen Veronica in te nemen met publicaties, die het onveilig worden van lucht- en scheepvaart, door het vrijmoedig innemen van een radiogolflengte voor Elvis Presley en Willeke Alberti midden uit zee, suggereerden. Daar is vervolgens niet zoveel meer over vernomen, omdat dit punt niet uit de verf kwam. Radio Veronica kwam in Mies Bouwmans langste televisiedag opdraven met de toezegging van een aanzienlijk bedrag en het RAI-gebouw te Amsterdam stortte haast in elkaar van de ovaties. De ‘AVRO’ zei trouwens ook niet ‘nee’ tegen deze bijdrage voor Het Dorp;  wat de geste van twee Nederlandse liefdadigheidsfondsen, die zelf wel ‘nee’ zeiden toen Veronica met aanbiedingen op het tapijt verscheen, in een ietwat vreemd daglicht stelde.’   Een eventuele behandeling van de zaak ‘Veronica’ in het Parlement kon dus een intense belangstelling tegemoet zien. Ook dient eraan te herinnerd worden dat het eigenlijk onmogelijk was in die tijd een onafhankelijk mening van de Parlementariërs te verwachten. Tot schade van de reputatie van het toenmalige Parlement werd er veel gesproken en geschreven over de invloeden die de monopolistische zuilenomroepen, daarin zouden kunnen laten gelden. Ook werd er in publicaties gesuggereerd dat Radio Veronica de zender zou kunnen gaan gebruiken voor het uitzenden van ongewenste, anti-regeringsprogramma’s. Men vervolgde met: ‘Democratieën om een voorbeeld te noemen, zijn kwetsbaar en vijanden van democratieën zijn zonder scrupules. Dit is wat het huidige Radio Veronica aangaat zuivere theorie, daar de heren Verweij, de eigenaars van de tot nu toe stormvast gebleken omroep, energieke en brave kooplieden zijn, die allerminst op piraten lijken.’   Er was trouwens meer dat speelde en het maakte de gehele situatie nog moeilijker, daar tegelijkertijd diende te worden gediscussieerd over de invoering van een eventueel derde Nederlands radioprogramma, en dat zich gegadigden, met de zuilenomroepen voorop, hadden aangemeld. Een groot deel van het luistervolk wist wel welke organisatie dit derde net diende te vullen: Radio Veronica. De beschouwing ging verder met: ‘Moet Veronica wijken, dan is het de moeilijke en delicate taak van Den Haag de vele vrienden van het schip, die straks trouwens weer naar de stembus gaan, duidelijk te maken, dat de noodzaak geen ‘groepsbaatzuchtige’ is doch in essentieel landsbelang wortelt. Men zal te maken krijgen met uitingen van openbare verontwaardiging, die veelal niet anders dan exploderende emoties zullen zijn, doch die Nederlandse opvattingen over democratie en politiek, waarover de gemiddelde Nederlander zich toch al dikwijls schamper placht te uiten, een niet onbedenkelijke knauw kunnen geven.’   Van een wettelijk ingrijpen kwam het zeker het daarop volgende jaar niet, laat staan van een massale uiting van emoties door het Nederlandse volk. Daar dienden we nog meer dan tien jaar op te wachten, toen – op 18 april 1973 – massaal een grote vertegenwoordiging van de  luisteraars van Veronica naar Den Haag trok om te protesteren tegen te nemen maatregelen door de Nederlandse regering.   Hans Knot, 3 november 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Piratenzender op Oostendes grondgebied?

Zie daar een vragende kop, destijds afgedrukt in rode letters in een Vlaamse krant, waarvan helaas de bron niet meer is te achterhalen, maar waarvan wel de datum bekend is, namelijk 3 april 1964. Tijd dus voor een nostalgische terugblik, waarbij ook het Vlaamse taalgebruik naar voren komt. Waarom, na bijna 55 jaren, uitgerekend dit artikel in het voetlicht zetten? Alleen al om het gegeven dat er zoveel foute informatie instond, wat destijds voor de lezers waarschijnlijk niet opviel maar de lezer van nu, met zijn opgedane kennis van de afgelopen decennia, een dikke glimlach op het gezicht brengt.
Aangenomen mag worden dat er in eerste instantie een landpiraat actief is geweest in de omgeving van dan wel in Brussel, want de journalist ‘Ed. L’ begon zijn artikel met ‘Enkele tijd geleden kwam heel onverwacht een nieuwe zendpost in het luchtruim, zij kondigde zich aan als Radio Pegarie. Op 27 maart werd aangekondigd dat de uitzendingen op de 200 meter band stop zouden worden gezet tot 18 april 1964.’ De journalist in kwestie koppelde daaraan de mening dat ‘de programmamakers waarschijnlijk met vakantie gingen, en vandaar uit kon men het logisch gevolg trekken dat het om een studentenzender ging’.
Een prachtig Vlaams woord voor opsporingsdienst vervolgde het artikel: ‘De opzoekingsdiensten uit Brussel zijn onmiddellijk in actie getreden maar wij menen te weten dat er nog niets gevonden werd en dat gewacht zal moeten worden op de herneming van de uitzendingen om de opzoekingen voort te zetten.’
‘Ed. L.’ had nog wel enige informatie, waarschijnlijk bij zendamateurs, ingewonnen want hij wist te melden dat deskundigen hadden geconcludeerd dat de zender ergens in de omgeving van het Leopoldpark, in het Brusselse, stond opgesteld. De journalist bleef proberen het station te beluisteren en kwam dan plotseling een ander station tegen op de 199 meter, dat hij nog nooit eerder had gehoord, Radio Caroline.
Begin april 1964 werd het hem duidelijk dat de ontvangst van het ene signaal niets te maken had met het eerdere ontvangen signaal van Radio Pegarie: ‘Het is thans uitgemaakt dat deze uitzendingen plaats hebben vanop een vaartuig, dat op 6 mijl ter hoogte van Felixstowe, aan de zuidkust van Engeland, voor anker ligt.’
Uiteraard ligt Felixstowe nog steeds aan de oostkust van Engeland, maar de journalist had al wel het nodige, rond dit nieuwe station vanaf zee vernomen: ‘Deze uitzendingen hebben protest uitgelokt vanwege de kust- en vuurtorenwacht, die nu nog slechts hun instructies kunnen vernemen tegen een doordringende muzikale achtergrond en dat is een gevaar voor de scheepvaart.’
Maar niet direct werd er gedacht aan de mogelijkheid dat het met Radio Caroline om een zeezender ging. ‘Vooraleer men Caroline definitief kon lokaliseren en gezien de kracht van deze zendpost, dacht men dat ze insgelijks gevestigd was op Oostends grondgebied of in zee, dichtbij de Vlaamse kust. Nu is het gebleken dat zulks niet het geval was. Het schip ligt buiten territoriale wateren en de overheid kan er niets tegen ondernemen. Momenteel wordt er slechts muziek uitgezonden wellicht in afwachting dat de publiciteitscontracten opdagen.’
Eerder had de MV Magda Maria, nadat de uitzendingen voor de Zweedse kust van Radio Nord waren stopgezet, zowel voor de Nederlandse kust als in de haven van Oostende gelegen, wat de journalist een vergelijking opriep: ‘In verband hiermede vraagt men zich af of ‘Caroline’ soms de verbouwde Magda Maria zou zijn die lange tijd gemeerd lag in de haven van Oostende en waarvan gezegd werd dat het vaartuig zou dienst doen als piraatzender buiten de territoriale wateren van België. Er werd in ieder geval onderhandeld met ‘would be’ kopers maar uiteindelijk verliet het schip de haven van Oostende en men hoorde er niet meer van spreken.’
Dat de betreffende journalist en zijn directe collega’s de daaraan voorafgaande dagen niet de internationale berichtgeving over het uitvaren van de MV Fredericia hadden gevolgd, laat staan het nieuws over de testuitzendingen en de officiële start van Radio Caroline, mag blijken uit de slotconclusie van het artikel: ‘Van Caroline wordt gezegd dat het een op eigen kracht bewegend vaartuig is met een motor van 300 PK, de zender werkt op 10 kW. Stemmen deze gegevens overeen met deze van de Magda Maria? Meteen zou dan bewezen worden, dat de reden die opgegeven werd toen dit vaartuig de haven van Oostende verliet, namelijk dat het naar Mexico zou vertrekken en er gesloopt zou worden, uit de lucht werden gegrepen. Wat er ook van zijn de luisteraars hebben thans een post temeer en hebben geen moeite Caroline op de 199-band op te vangen.’   Hans Knot, 27 oktober 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Herstart vanaf de MV Galaxy ging niet door

Op 15 augustus 1967 werd in Engeland de wet van kracht, die de geschiedenis is ingegaan als de Marine Offences Act. Die wet schiep voor Britten een officieel verbod om op wat voor manier dan ook mee te werken aan de programma's van de zeezenders. Het verbod gold ook het bevoorraden van de zendschepen en het adverteren op de zeezenders. Radio Caroline ging, met haar beide schepen, het gevecht tegen de wetgever aan en bleef doorgaan met haar uitzendingen tot 3 maart 1968. Op die dag liet een ontevreden onderneming — de firma Wijsmuller — die onder meer verantwoordelijk was voor het bevoorraden van de beide schepen, zowel als het leveren van het nautisch personeel, beide schepen van hun ankerpositie verslepen naar de haven van Amsterdam, waar ze werden opgelegd.   Even een van de vele opfrissers. Herinner je de bekende lange RNI-jingle "Radio is king of the media"? Een idee van Jason Wolfe, afkomstig van een promoplaatje uit de jaren zestig dat destijds werd uitgedeeld aan de deelnemers van het jaarlijkse congres van "The National Association of Broadcasters". Een van de RNI-jocks nam dit plaatje mee naar de MEBO II en daar moet Wolfe het hebben gevonden. Er bestaan lange en korte versies van de betreffende jingle. Van de langere versies werden weer verschillende korte gemaakt en delen van de jingles werden op hun beurt weer verwerkt in andere jingles.    In de periode na begin maart 1968, had de jeugd nog slechts drie stations waar ze echt met plezier naar kon luisteren, tenminste als het ging om goede popmuziek. Radio Veronica was er nog steeds vanaf haar zendschip, de MV Norderney, terwijl vanuit Luxemburg het gelijknamige radiostation haar publiek bleef verrassen met uitzendingen in het Nederlands, Duits, Frans en Engels. En dan was er natuurlijk nog Hilversum III, de voorganger van het huidige 3FM. Dat station was echter bij lange na nog niet horizontaal geprogrammeerd en zeker niet in staat om de belofte van de overheid waar te maken van een reële vervanging van de zeezenders, waar de hele dag lang programma's van een goed niveau te beluisteren waren.    Het einde van de Britse zeezenders had een duidelijke lacune achtergelaten. Dat was ook merkbaar, want vrijwel maandelijks vielen er in de kranten geruchten te lezen als zou er weer een nieuw project vanaf zee worden opgezet om de strijd tegen de nationale popstations van Nederland en Engeland — Hilversum III en BBC Radio One — aan te gaan. Slechts één van die geruchten zou later bewaarheid worden. Vanaf internationale wateren zou een nieuw en kleurrijk popstation zich laten horen. Maar voordat het zover was moesten de initiatiefnemers nog wel de nodige problemen overwinnen.   Een nieuw verfje voor de MV Galaxy. Van de zeezenders uit de jaren zestig was Wonderful Radio London een van de meest populaire radiostations. Het station had sinds december 1964 via de 266 meter uitgezonden en er bovendien voor gezorgd dat het zogenaamde Top-40-formaat in Europa werd geïntroduceerd. In augustus 1967 kwam er een einde aan de uitzendingen. De eigenaren besloten niet tegen de eerder genoemde Britse wet in te gaan en dus op maandag 14 augustus 1967 uit de ether te verdwijnen. Vrijwel direct na de close-down van het station werd het zendschip — de MV Galaxy, een voormalige mijnenveger (de MV Density) uit de Verenigde Staten — op 19 augustus 1967 naar de haven van Hamburg gevaren, waar het op 21 augustus arriveerde. Hier kreeg het schip een voorlopige ligplaats in de Elbe om later naar dok 20 te worden gesleept en te worden verkocht aan een Griek voor een bedrag van tienduizend Engelse Ponden, een bedrag dat omgerekend naar de toenmalige koersen neerkomt op zeker 45 duizend Euro. Niemand wist wat de eventuele toekomst van het schip zou worden, totdat in april 1968 de eerste geruchten naar buiten kwamen.   Door het DPA, het Deutsche Presse Agentur, werd een bericht verspreid dat ook in een aantal Nederlandse kranten verscheen. Onder de kop "Nieuwe piratenzender op komst" werd gemeld dat de MV Galaxy was aangekocht door een reclamebureau uit het Zwitserse Sankt-Gallen en als zendschip zou worden uitgerust om daarna in internationale wateren te worden verankerd op een positie tussen Helgoland en Scheveningen. De definitieve positie, aldus het bericht, zou pas worden bekend gemaakt na een periode van proefuitzendingen.   In de maand augustus 1968 kwam het volgende bericht en wel uit de mond van Klaus Quirini, de oprichter en voorzitter van de Deutsche Deejay Verbund, uit het Duitse Aken. Quirini werkte op dat moment als disk-jockey in Zürich. Op grond van een bericht in de ‘Neuen Züricher Zeitung’ was hij door de eigenaren van het betreffende reclamebureau, Gloria International geheten, aangezocht als deejay en programmaleider van het toekomstige station. Hij wist te melden dat het door Zwitsers gefinancierde project, dat overigens toen al het ‘Project Radio Nordsee’ werd genoemd, wellicht op 1 december 1968 van start zou gaan.   Na ruim twee maanden van stilte was het op 28 oktober van hetzelfde jaar het Algemeen Dagblad dat meldde dat spoedig het eerste Duitse zeezenderproject van start zou gaan onder de naam Radio Nordsee International en dat het toekomstige zendschip een positie zou krijgen tussen Helgoland en de Duitse kust: ‘Men zal 20 uur per etmaal programma's gaan verzorgen. De uitzendingen beginnen waarschijnlijk al op 1 december op de golflengte van 266 meter. Achter dit zo geheimzinnige project staat een in Liechtenstein gevestigde zakenman. Het zendschip zou de vroegere MV Mi Amigo zijn, die de activiteiten moest staken daar de piratenzenders verboden werden. Het schip wordt in een Nederlandse haven uitgerust en krijgt een bemanning van 28 personen. Het zendschip zal geregistreerd worden in Jamaica. Via een impresariaat in Aken zijn al zes deejays aangeworven. De Duitse regering zal weinig kunnen ondernemen, omdat de apparatuur uit Duitsland afkomstig is.’   Een duidelijk verward verhaal, waarbij de betreffende journalist wel iets had gehoord maar niet had gecheckt wat in werkelijkheid het zendschip was, dat men probeerde uit te rusten. In de Duitse kranten, waaronder de Frankfurter Rundschau en het tijdschrift Crash, stonden berichten over ‘Die Musikpiraten’. Intussen werd in de haven van Hamburg driftig de verfkwast gehanteerd, want toen ik in de maand december 1968 een kijkje nam in Hamburg bleek het schip prachtig in het wit geschilderd te zijn. Ook binnenin het schip was er het nodige aan verfwerk gedaan, maar aan de uitrusting van de studio's zelf, zo kon worden geconstateerd, was niets gedaan.   Wel werd in de Duitse pers inmiddels een nieuwe startdatum genoemd en wel die van 12 december 1968. Onderzoek wees uit dat achter het Zwitserse reclamebureau, dat in een artikel werd genoemd, de heren Norbert Gschwendt en Emile Lüthi zaten. Een dag later viel in een krant een interview te lezen was, waarin de beide heren vertelden dat al het werk aan studio's en zenders klaar was en dat de uitzendingen binnen een week konden beginnen. Diegene die, net als ik, in Dok 20 van de firma Finkenwerder, onderdeel van Howaldts Werke-Deutsche Werf AG, was geweest, had zelf kunnen constateren dat de beweringen van beide heren verre van juist waren.   Op 25 januari 1969 werd bekend dat Lüthi zich had teruggetrokken uit het zeezender-project omdat hij, gezien uitlatingen van Duitse regeringsfunctionarissen, geen uitweg meer zag voor een financieel gezond project. De regering van West-Duitsland overwoog namelijk een anti-zeezenderwet in te voeren naar het voorbeeld van de Britse Marine Offences Act. In een verklaring maakte Lüthi nog wel bekend dat er nog geen enkel contract met een potentiële adverteerder was getekend, daar iedereen eerst wilde afwachten of het project daadwerkelijk zou doorgaan en of er een goed signaal in de ether zou worden gebracht. De andere financier, Gschwendt, organiseerde direct na het vertrek van zijn partner, een dure champagneparty en huurde een aantal kleine vliegtuigjes om de vertegenwoordigers van de pers over ‘zijn zendschip’ in de haven van Hamburg te kunnen laten vliegen.   Inmiddels waren de plannen van de West-Duitse regering om maatregelen te nemen tegen eventuele zeezenders, die vanuit West-Duitsland zouden gaan opereren, knap serieus geworden. Op 2 juli 1969 werd de wet, die een jaar eerder al onder voorwaarden was geratificeerd, daadwerkelijk van kracht in het land, waardoor het onmogelijk werd vanaf Duits grondgebied activiteiten te ontwikkelen ten bate van een zeezender.   Maar op die bewuste tweede juli 1969 lag de MV Galaxy nog immer rustig afgemeerd in de haven van Hamburg. Het eventuele toekomstige project had in de diverse kranten en bladen ook al zoveel publiciteit gekregen dat de autoriteiten niets anders zouden kunnen doen dan elke poging om de MV Galaxy buiten nationale wateren te krijgen, te ondermijnen. Uitgebreid werd in de geschreven pers duidelijk gemaakt, dat mocht er een poging worden ondernomen. dit onmiddellijk zou leiden tot het verwijderen van alle studio- en zendapparatuur. Ook de tweede zakenman uit Sankt-Gallen, Gschwendt, vond het toen maar beter om met het project te stoppen.   Uiteindelijk zou op 28 september 1970 duidelijk worden dat de MV Galaxy op 2 december 1970 gerechtelijk zou worden verkocht namens diverse schuldeisers — een verkoop die uiteindelijk niets zou opleveren, waardoor het schip nog jaren in Hamburg en Kiel zou liggen afgemeerd om daar uiteindelijk deels te zinken. Eind jaren tachtig van de vorige eeuw werd het schip gelicht en gesloopt. Lüthi en Gschwendt hadden het dus opgegeven.   Maar, daarmee was het verhaal nog niet afgelopen. In de tijd dat de plannen met de MV Galaxy nog volop leefden, had het duo twee landgenoten ingehuurd die de technische faciliteiten aan boord van het schip voor het runnen van een radiostation zouden onderhouden en daarnaast een plan zouden opstellen voor eventuele vervanging van apparatuur. Met hen als hoofdrolspelers gaat deze geschiedenis verder.   Deze beide Zwitsers, Erwin Meister en Edwin Bollier, hadden, na het besluit van Gschwendt om ook te stoppen, al vrij snel het idee om zelf dan maar een soortgelijk project te beginnen. Het eerste benodigde geld kwam uit eigen bronnen via de bankrekening van MEBO Ltd, dat kantoor hield in Zürich. Deze onderneming was eigendom van beide heren en de naam is een samenstelling van de eerste twee letters van beider namen. Gezien het mislukken van het uitrusten van de MV Galaxy in Duitsland besloten ze, wanneer er een schip zou worden aangekocht, dit uit te rusten in een land dat geen wet tegen zeezenders had. Dat zou Nederland worden. Maar dat is iets voor een andere keer.   Hans Knot, 20 oktober 2018      

hans knot

hans knot

NPO Ombudsman:  De open keuken van de journalistiek

In de afgelopen weken verscheen bij enkele spraakmakende nieuws- en actualiteitenuitzendingen een opvallende verantwoording over de werkwijze van de journalisten. Mooi, want zeker bij gevoelige onderwerpen wil het publiek weten hoe een programma of item tot stand kwam.
De ombudsman is er voor klachten. Maar de ombudsman deelt ook een pluim uit als het goed gaat. Programma’s leggen vaker én uitgebreid uit hoe een aflevering gemaakt is, onlangs nog bij Brandpunt+. Het is een bredere trend die ook in de kranten zichtbaar is, met kaders, kolommen en zelfs hele ‘Hoe we het deden’-pagina’s. Opmerkelijk, en opmerkelijk goed. Want het publiek vraagt steeds vaker hoe een journalist zijn werk doet, wáár cijfers vandaan komen, hoe een opinie onderbouwd of welk beeld gekozen wordt. Zeker bij gevoelige onderwerpen – of ze nu politiek explosief zijn of emotioneel veel losmaken – willen lezer, kijker en luisteraar er bovenop zitten.
In de keuken
Waarom zo’n verantwoording, zoals bij de Brandpunt+-afleveringen over kinderporno en #MeToo, daar waar journalisten niet altijd even graag hun receptuur prijsgeven? “Het past bij onze aanpak,” zegt eindredacteur Henk van der Aa. “We moeten accepteren dat journalistiek een open keuken is. Wij hebben twijfels en zorgen als we een programma maken. Die afwegingen wilden we delen. We zeggen niet: dit is wat u moet weten. We zeggen: kijk maar, lees maar met ons mee.”
Wanneer je kunt meekijken in de journalistieke keuken voelt het koksmes soms als een hakbijl. “Als je vier maanden onderzoek doet, tientallen mensen spreekt en uren beeldmateriaal tijdens de montage moet terugsnijden tot 25 minuten, raak je altijd wat nuances en afwegingen kwijt,” zegt Van der Aa. “Beschrijf je die dan in een verantwoording, dan krijgen we misschien iets van het vertrouwen van het publiek in ons werk terug.”
Grenzen aan de transparantie
Toch zitten er zeker ook grenzen aan journalistieke transparantie. Het melden van persoonlijke gegevens of informatie die tot de identiteit van een vertrouwelijke bron kan leiden, is uiteraard taboe. Maar moet je onderzoeksmateriaal doorspelen aan opsporingsautoriteiten? Nee: je bent journalist, geen politieman, zo concludeerde Brandpunt+ bij het onderzoek naar de downloaders van kinderporno. Of moet je interviews integraal publiceren, zoals sommige klagers bij de ombudsman bepleiten als ze stellen dat ze in een uitzending ‘verknipt’ zijn? Laat het hele interview maar zien, dan blijkt wel dat ik het anders bedoelde / anders gezegd heb / helemaal niet gezegd heb, dat is dan nogal eens de redenering.
Dat kan inderdaad aanvullend inzicht geven, het publiek kan dan zelf een oordeel vellen. Zo zette Zembla dit voorjaar beelden online van de aanhouding van een verslaggever in een Utrechts ziekenhuis. Dit nadat het ziekenhuis een versie gaf van het gedrag van de verslaggever die niet strookte met wat de opnamen lieten zien.
De ombudsman is niet per definitie voorstander van het integraal publiceren van zogenoemd ‘ruw materiaal’. Weinig interviews zijn een samenhangend geheel dat zonder knippen spannend blijft en uitzendbaar is. Vaak zijn interviews veel langer dan dat er uitzendtijd beschikbaar is. En verslaggevers zorgen door zorgvuldig editen ook dat iemand die niet zo’n begenadigd spreker is tóch heel goed over de bühne komt.
Verklaar je keuzes
Sommige Amerikaanse vakbroeders moeten volgens hun ethische code expliciet stellen: “This interview was edited for brevity and clarity.” (Dit interview is bewerkt om redenen van bondigheid en helderheid.). De ombudsman vindt dat nogal overdreven. Het is belangrijker dat wordt uitgelegd wanneer, hoe en waarom bij het maken van een journalistiek verhaal gewogen en gekozen wordt. Want dat is journalistiek: voor het publiek vinden, verwerken, verslaan, toelichten en duiden van belangrijke, nieuwe informatie. Gooi je de informatie zonder ordening en uitleg over de schutting naar het publiek, dan ben je een doorgeefluik of stenograaf in plaats van een journalist.
Je hoeft niet iedere korte quote in een nieuwsuitzending uit te leggen, ook dat zou overdreven – en niet haalbaar – zijn. Maar wel de verhalen met voorzienbare impact en mogelijk grote gevolgen voor betrokkenen en samenleving, zoals een programma dat grensoverschrijdend of strafbaar gedrag openbaart. De eindredacteur van Brandpunt+ zegt meer te zien in het “transparanter [zijn] over de afspraken en afwegingen achter een uitzending” dan in het publiceren van ruw materiaal.
Geloof in transparantie
“We hebben als journalistiek in het verleden misschien niet altijd goed genoeg uitgelegd welke keuzes we maken,” zegt Van der Aa. “Dat willen we nu wel doen.” Publiek (én ombudsman) zijn er blij mee. Transparantie over de journalistieke werkwijze is volgens het publiek een belangrijke remedie tegen het verlies van vertrouwen in de media. En van de publieke omroep wordt vaak nog wat extra’s verwacht. “Wat u doet wordt van mijn belastingcenten gemaakt…” staat dan in de tweede of derde zin van een klacht bij de ombudsman. Onderzoek van het Amerikaanse Pew Research geeft aan dat in grote delen van Europa publieke omroepen substantieel meer vertrouwd worden dan commerciële nieuwsmedia Een groot goed dat je wilt en móet behouden.
Nederland scoort in dat onderzoek een redelijke 50%, maar dat is niet uitzonderlijk stevig. De publieke omroep is ‘van ons allemaal’, al voelt dat niet voor iedereen zo, blijkbaar. Als uitleg over het journalistieke maakproces en de onderliggende keuzes blijken te helpen, wat let je dan? Uitbouwen, die initiatieven die er al zijn: meer items op de pagina’s Journalistieke Verantwoording van de NOS, nog meer uitleg in de vrolijke dagelijkse ochtendrubriek ‘De kritiek van Jan Publiek’ in het NOS Radio 1 Journaal. Bedenk nieuwe vormen van verantwoording, kijk desnoods naar wat elders in de wereld een succes is, zoals The Daily podcast bij The New York Times. Journalisten van de publieke omroep, gooi de keukendeur open!

de redactie

de redactie

Hans Knot: De man die Man of Action introduceerde

Ik neem je mee naar Klaus Quirini, wiens naam zeker kan worden  geassocieerd met de tune van RNI, ‘Man Of Action’ van Les Reed and his Orchestra. Het was Ad Roland, die in 1969 betrokken was bij de voorbereidingen van RNI, die mij jaren geleden vertelde dat Meister en Bollier, de Zwitserse eigenaren van het radiostation, een exemplaar van The Man of Action hadden gekregen van Quirini met de mededeling die maar eens te beluisteren daar het een prachtige tune voor een radiostation zou zijn.   Toegegeven, de man had geen betere keuze kunnen maken. Maar wie was nu die Quirini? Wel, hij werd in 1941 in Duitsland geboren en liep, na zijn schoolopleiding, stage bij een tijdschriftenuitgeverij. Hij profileerde zich daarnaast als deejay en claimde zelfs dat hij de eerste vrij improviserende deejay was in Duitsland die in een club/dans-bar optrad en daarmee, nog voordat de naam discotheek algemeen ingang vond, de eerste ‘Discotheken-Disk-Jockey’ was. Dat was in 1959 — de man was toen dus negentien jaar oud — in de Scotch Club in Aken, die toen nog niet als een discotheek maar als een ‘Jockey-Tanz-Bar’ bekend stond.
Als scholier was hij in 1955 al hoofdredacteur van het scholierentijdschrift ‘Welt der Jugend’ en later werd hij uitgever van onder meer het boulevard-tijdschrift ‘Die Schnauze’. In 1963 stond Quirini, die later nog veel voor de muziekindustrie betekende, aan de wieg van de DDO, de organisatie van Duitse deejays (Deutsche Disk-Jockey Organisation). Vanuit die functie gaf hij weer bladen uit als ‘DDO Nachrichten’ en ‘Discotheken Rundschau’. In 1967 kwam er een LP uit op het Vogue label, waarop hij de nummers aaneen praatte. Volgens Quirini zelf was ook dit weer de eerste keer dat dit in de geschiedenis van de platenindustrie gebeurde.   In 1968 kwam hij in aanraking met Lüthi en Gschwendt doordat hij op dat moment voor een drietal maanden als deejay werkzaam was in de — alweer — eerste discotheek op Zwitserse bodem, de ‘Playground’ die gevestigd was in Zürich. Quirini's bezigheden haalden de plaatselijke krant en dat wekte de aandacht van Lüthi en Gschwendt. De beide heren benaderden Quirini en wisten hem bij hun zeezender-project te betrekken. Men probeerde de MV Galaxy opnieuw in internationale wateren te brengen met een radiostation gericht op de Duitse jeugd, waarover binnenkort meer in een andere nostalgische terugblik.   Derhalve staat dan ook op Quirini’s zijn persoonlijke staat van dienst vermeld: ‘1968: Programmaleider aan boord van het zendschip van Radio Nordsee International.’ Welnu, dat mag misschien op papier waar zijn geweest, maar in werkelijkheid echt niet: het schip was er toen gewoon nog niet, en toen het eenmaal in 1970 op zee lag, was Quirini al lang niet meer bij het project betrokken. Toen het project namelijk door Lüthi en Gschwendt werd stopgezet, betekende dat ook het einde van Quirini's betrokkenheid. De regels van Klaus Quirini.     Wat Quirini in ieder geval heeft opgesteld, zijn de voorwaarden voor de beoogde Duitse deejays aan boord van het zendschip de Galaxy. Het was de bedoeling dat de deejays, die zouden ondertekenen bij hun aanstelling met de belofte om zich er onvoorwaardelijk aan te houden. Ze luidden als volgt: Men dient zich te alle tijde aan het programmaoverzicht te houden. Te laat binnenkomen in de studio voor het presenteren van een programma en het niet opruimen van de studio na het programma kan leiden tot ontslag. Dubbelzinnige opmerkingen zijn tijdens de presentatie niet toegestaan. De uitzendingen dienen qua tekst altijd in aantekeningvorm voorbereid te worden, die op verzoek aan de programmaleider dient te worden voorgelegd. De voor de uitzending uit het archief gehaalde platen dienen na het programma weer op dezelfde plek worden teruggezet. De deejay mag geen eigen platen dan wel bandmateriaal gebruiken zonder toestemming van de programmaleider. In de dagverblijven en de hutten van het schip dient steeds op uiterste schoonheid te worden gelet. Gevonden voorwerpen aan boord van het schip dienen altijd ingeleverd te worden bij de dienstdoende kapitein. Eigen politieke opmerkingen dan wel opmerkingen over de in de reclame gebrachte producten zijn in spraakvorm, dan wel via teksten in de daaropvolgende plaat, verboden. Goederen op het schip aanwezig mogen niet zonder toestemming worden verplaatst en zeker niet van het schip mee aan land worden genomen. Al het bandmateriaal aan boord, dat is gekenmerkt met de sticker ‘Radio Nordsee’ is eigendom van de eigenaren van het zendschip. Op te houden persconferenties behoren de uitgenodigde deejays netjes gekleed te zijn, inclusief het dragen van een strik. Aan boord is het geoorloofd in sporthemd of trui te werken. Groeten aan de discotheek, waar je voorheen werkte, zijn op beperkte wijze mogelijk. Het noemen van namen van andere discotheken is alleen met toestemming van de programmaleider mogelijk. Alcoholgebruik is voor het begin van het programma verboden en nadien slechts in beperkte mate mogelijk. Dit om de orde aan boord te bewaren. De kapitein is de baas op het schip, voorzover het niet om programmatische inhoud gaat. Zijn wil is dus verder wet. In de verhouding tot de bemanning van het schip dient altijd de aanspreekvorm "U" te worden gebruikt. Slechts als het om popprogramma's gaat mogen de luisteraars met "lieve vrienden" en met "je" of "jullie" worden aangesproken. In alle andere gevallen is het "lieve luisteraar(s)" en "Dames en Heren". Iedere deejay moet voor zijn eerste vertrek aan boord een foto ter beschikking stellen aan de directie, eventueel voorzien van een handtekening. Dit voor de nodig te verzorgen publiciteit. Over de honorering mag niet gepraat worden omdat anders de vertrouwelijkheid in deze beschadigd wordt. Diegene die bij de aanstelling met opzet persoonlijke gegevens vervalst en wie de scheepsregels overtreedt, komt in aanmerking voor onmiddellijk ontslag.   Of dit reglement daadwerkelijk in deze opzet is ingevoerd is niet duidelijk geworden daar het lijstje slechts boven water is gekomen met daarboven de tekst: ‘Vorläufige Bordordnung für Disk-Jockeys bei Radio Nordsee.’ Wel bestaat er een opmerkelijke overeenkomst met de lijst van gedragsregels die elke nieuwe deejay in de periode tussen februari 1971 tot augustus 1974 naast zijn contract moest ondertekenen bij in dienst komen van RNI, dan wel Radio Noordzee.   Zoals gezegd kom ik nog terug op het mislukte project waarop bovenstaande regels geldig voor hadden kunnen zijn.   Hans Knot, 13 oktober 2018   Foto's archief Klaus Quirini.  

hans knot

hans knot

Martijn van Dam: ‘NPO blaast je filterbubbel op’

We doen het ontzettend goed als NPO. Onze tv- en radiozenders zijn onverminderd populair en mensen weten ons on demand-platform NPO Start en ons verdere online aanbod heel goed te vinden. Hierdoor kunnen we onze maatschappelijke functie goed vervullen. Die maatschappelijke functie was voor mij één van de belangrijkste redenen om vorig jaar bij NPO te gaan werken. We zorgen ervoor dat je alle informatie hebt om je een mening te kunnen vormen en we leveren een belangrijke bijdrage aan onze cultuur door mensen samen te laten genieten van de beste Nederlandse programma’s en series.
Steeds slimmere technologie
Het leuke en uitdagende vind ik dat we daarvoor in deze tijd steeds slimmere technologie moeten inzetten. Mensen raken eraan gewend om zelf te bepalen wat ze kijken en luisteren en ook wannéér ze dat doen. Daarom is er geen Uitzending Gemist meer, maar heet ons nieuwe platform NPO Start: de plek om zelf je eigen tv-avond te starten. Dat betekent ook iets voor hoe we onze publieke taak invullen. Bij ons gaat het er niet om zoveel mogelijk mensen zoveel mogelijk minuten te laten kijken; we willen vooral iets betekenen voor jou als kijker of luisteraar.
Ik heb het afgelopen jaar gebruikt om de omroepwereld van binnenuit te leren kennen en een visie te ontwikkelen op de toekomst. Ik ben daarbij zeer onder de indruk geraakt van de enorme betrokkenheid en professionaliteit van onze organisatie. Er worden bij NPO topprestaties neergezet op het gebied van technologie en distributie. Intern hebben we de afgelopen maanden onze technologie-afdeling vernieuwd om nog sneller en beter te kunnen voldoen aan de verwachtingen van ons publiek. En we werken hard aan een nieuw innovatiebeleid, zodat we binnen de publieke omroep gebruik maken van alle creativiteit en kennis om snel nieuwe technische mogelijkheden te kunnen benutten.
Persoonlijker
De belangrijkste beweging die we maken is om de publieke omroep steeds persoonlijker te maken. Je kunt al vrijuit grasduinen in ons grote aanbod: op NPO Start staan meer dan 100.000 programma’s. Maar we gaan je ook helpen om programma’s te vinden die bij je interesses aansluiten of om nieuwe dingen te ontdekken. Net als alle grote platforms gebruiken we daar data voor. Maar ik wil dat we daar als publieke omroep heel anders mee omgaan dan bijvoorbeeld Netflix en YouTube. Wij gaan daarom beginnen aan het ontwikkelen van publieke data-algoritmen, waarmee we je programma’s of items gaan aanbevelen. We willen je daarmee ook op NPO Start en online breed informeren, je verdieping aanbieden en het verhaal van alle kanten laten zien. Daarmee blazen we je filterbubbel op: bij ons wordt niet je blik vernauwd, wij helpen je juist om ‘m te verbreden!
Verrassen
Door data-algoritmen van de grote internationale platforms ervaren we steeds minder samen. Wij willen daar als NPO tegenwicht aan bieden. Met algoritmen die juist maatschappelijk nuttig zijn, die je helpen om je te verdiepen en je blik breed te houden. Wij willen wel personaliseren, maar juist zonder te individualiseren. We gaan beginnen door je te verrassen met programma’s die meer ‘publieke waarde’* hebben. Ook gaan we een algoritme ontwikkelen, dat je na het kijken van een programma de kans geeft om over het onderwerp in het programma meer te weten te komen. Stel dat je DWDD hebt gekeken over de hackactiviteiten van de Russische geheime dienst, dan bieden we je met één klik ook de reportage van Nieuwsuur over hetzelfde onderwerp aan. Maar ook een gesprek met een deskundige in Jinek, én een documentaire over het werk van geheime diensten. Ook onderzoeken we hoe we pluriformiteit in algoritmen kunnen vertalen, door verschillende opinies op belangrijke thema’s aan te bieden. Zo kun je altijd een brede kijk op het nieuws houden. We willen mensen buiten onze organisatie inschakelen om mee te denken en mee te kijken. Wetenschappers bijvoorbeeld, en andere publieke organisaties en bedrijven. En naast onze eigen omroepen denk ik ook aan andere publieke omroepen in Europa. Zo was ik laatst bij de VRT, waar heel enthousiast werd gereageerd op deze ideeën. We gaan nu kijken hoe we hierin kunnen samenwerken.
Kunstmatige intelligentie
En verder? Als ik vijf tot tien jaar vooruit kijk, zie ik dat kunstmatige intelligentie steeds belangrijker wordt. Alle apparaten gaan met je praten en gaan proberen je zo persoonlijk mogelijk te bedienen. Nu zijn het nog algoritmen die je programma’s aanbevelen, in de toekomst gaat de robot op je scherm of in je speaker de content voor je selecteren. Ik wil onderzoeken hoe publieke omroepen kunstmatige intelligentie op een maatschappelijk goede manier kunnen benutten, zonder de ethische dilemma’s daarbij uit het oog te verliezen. Dat is nu nog toekomstmuziek, maar dit soort ontwikkelingen gaan altijd harder dan je denkt en zullen een enorme impact gaan hebben op hoe we met media omgaan.
We willen vaart maken met al deze ambities, ook al is het lastig om er een tijdspad aan te hangen. Wij gaan bij NPO in ieder geval hard aan de slag om deze ideeën samen met alle omroepen te realiseren. En we blijven naar de toekomst kijken. We zijn van iedereen, we zijn ook jouw publieke omroep, dus we staan open voor ideeën, voor kritiek en voor goede suggesties voor de verbetering van onze diensten!   Martijn van Dam, 8 oktober 2018   Martijn van Dam is sinds september 2017 lid van de raad van bestuur van de Nederlandse Publieke Omroep. In deze bijdrage schetst hij een aantal belangrijke ontwikkelingen van NPO op het gebied van zijn portefeuille: technologie en innovatie.
Foto: Martijn van Dam (NPO / Sander Koning)

de redactie

de redactie

Hans Knot: NCRV Voorman over zeezenders en Hilversum 3

Andermaal zaterdag en dus een nostalgische terugblik en wel naar 1970. Het beluisteren van de radio was in 1970 aanleiding voor een onderzoek in Nederland. Vier radiostations werden betrokken, namelijk de toenmalige Hilversum 1,2,3 en Radio Veronica. De luisterdichtheid van voornoemde stations bleek omgekeerd evenredig te zijn met de opleiding en de leeftijd van de luisteraars. De luisterdichtheid werd destijds hoger naarmate de opleiding lager was en lager, naarmate de leeftijd hoger was. Zie daar een van de conclusies destijds in een rapport uitgegeven door de afdeling Studie en Onderzoek van de NOS.   Ook werd er door de onderzoekers geconstateerd dat 75% van het radiopubliek alleen lager onderwijs had genoten en dat verder 8% van het luisterpubliek van Hilversum 1 en 2 ook nog eens middelbaar onderwijs had genoten. De onderzoekers gaven aan dat het voor de omroepen misschien nuttig kon zijn te onderzoeken of het aanbod in programmering wel evenredig was aan het niveau van de gemiddelde luisteraar.   De voorkeur van het toen jeugdige publiek ging naar Radio Veronica. In de leeftijdsgroep van 15 tot 19 jaar besteedde men de luistertijd voor 57% aan Radio Veronica en voor 27% aan Hilversum 3. De 65-jarigen en ouderen besteedden evenwel 76% van hun luistertijd aan programma’s die werden uitgezonden door Hilversum 1 en 2. Het jonge publiek was sterk ondervertegenwoordigd op Hilversum 1 en 2 en oververtegenwoordigd op de muziekstations, vooral op Radio Veronica.   Het publiek voor Veronica bestond voor 61% uit luisteraars beneden de 35 jaar. Voor Hilversum 3 was dit 52%. De totale radiobeluistering was tussen 8 uur in de ochtend en 2 uur in de middag het grootst. Meestal werden luisterdichtheid gemeten van tussen de 25 en 30%. Na twee uur daalden deze percentages tussen 16 en 20%. Na de klok van 7 uur in de avond nam de luisterdichtheid van de radio – als invloed werd de televisie gezien – verder af naar een maximum van slechts 7%. Een uur later daalde men naar een luisterdichtheid van slechts 3 a 4 %. Een luisterdichtheid van 1% kwam destijds overeen met een aantal van 90.000 luisteraars.   De voor- en tegenstanders van de toenmalige zeezender Veronica lieten zich ook in 1970 weer horen. Meest opmerkelijk was de verklaring van de minister dr. M.Klompé, verantwoordelijk voor het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappij, kortweg CRM genoemd. In de Senaat meldde ze op 25 februari dat er overwogen diende te worden zo snel mogelijk maatregelen te nemen tegen de zeezenders Veronica en Radio Nordsee (een station dat op dat moment nog maar net in de ether was gekomen). Wel voegde ze aan de opmerking toe dat het nog niet een kabinet beslissing was.   In het ‘Algemeen Dagblad’ was de daarop volgende dag een bericht terug te vinden waarin ondermeer stond vermeld: ‘De socialistische senator (Eerste Kamerlid) Broeksz – tevens voorzitter van de VARA – herinnerde de bewindsvrouw er fijntjes aan dat deze kwestie enkele jaren geleden heeft geleid tot de val van het confessioneel kabinet Marijnen. De liberale leden van het kabinet, die door hun tegenstand tegen de plannen Radio Veronica uit de ether te doen verdwijnen destijds de bom legden die het kabinet Marijnen deed ontploffen, zonder dat de Kamer daar aan te pas kwam, hebben waarschijnlijk ook hun bedenkingen.’   Het bleek namelijk dat het toenmalige Kamerlid, Y van der Werff dat aan de ene kant het juist is dat de regering zich aan internationale afspraken zal dienen te houden maar dat ook goed in ogenschouw diende te worden genomen dat Radio Veronica in een behoefte voorzag van zowel de consument als adverteerder en dat Hilversum III er tot toen toe niet in was geslaagd.   Later in het jaar 1970, nadat er al veel publiciteit rond de uitzendingen van Radio Nordsee was geweest en de Britse regering stoorzenders had ingezet op de frequenties van het radiostation, kwamen er andermaal Kamervragen. En toen het nieuwe station de politiek ook nog eens had beïnvloed door de jongeren in Engeland – die voor het eerst als 18-jarigen mochten stemmen – te vragen vooral op de Conservatieve Partij te stemmen, kwamen er andermaal vragen in de Tweede Kamer.   Dit omdat, volgens een rapport aan de regering gezonden – door Radio Nordsee haar uitzendingen noodfrequenties van bevriende naties zouden worden gestoord. Dreigingen tot het sluiten van Radio Veronica, dat 10 jaar eerder met haar uitzendingen was begonnen, werden elk jaar weer uit de kast gehaald. Een bom onder het kabinet zou dus in 1970 niet geplaatst worden, een jaar later was het wel raak met een zogenaamde 'bomaanslag' op een van beide zendschepen.   Maar ook Hilversum 3, het jongerenstation uit die tijd binnen de publieke omroep, werd als het ware getorpedeerd door de voorzitter van de NCRV. In september 1970 vond, zoals destijds gebruikelijk per omroep, de presentatie plaats van het winterprogramma. Drs. Geerink Bakker meldde tijdens de bijeenkomst dat Hilversum 3 een doodgeboren kindje was die niemand ten grave durfde te dragen: ‘Ik ben nooit gelukkig geweest met het verschijnsel Hilversum 3. Het derde net is een bastaard, een onecht kind, dat niet ontstaan is uit een wettelijk huwelijk, maar verwekt werd tijdens een onderonsje tussen de minister en de programmaleiders. Hilversum 3 heeft een twijfelachtige politieke herkomst en is een instrument in de strijd tegen Radio Veronica. Het is niet uit zuivere voorwendsels opgezet. Het programma van de derde radionet staat niet voorgeschreven in de omroepwet, komt niet voor in de statuten van de NOS en ook niet uit de doelstellingen van de omroepverenigingen.’   Waarachtige krachtige woorden van de NCRV voorzitter, die nog lang niet was uitgesproken want hij ging destijds verder met: “Het belangrijkste van alles is dat je met kritiek, zoals ik die nu spui, de programmamakers een schot in de rug geeft. De programmamakers zijn ook maar mensen die er niets aan kunnen doen dat het met Hilversum zo scheef zit. Scheef in vier opzichten: Hilversum 3 zit scheef in het bestel, scheef ten opzichte van de concurrentie, scheef ten opzichte van de luisteraars en scheef ten opzichte van de programmamakers, welke laatsten tegen de bierkaai vechten. Binnenkort is het met het uitvoeren van de tweede zogenaamde fase in het Hilversum 3-plan, het eindpunt wel bereikt. Kun je mensen voor zoiets inzetten? Het is gewoon een conflict op ethisch vlak. Waarom legaliseert de regering Veronica niet? Een andere oplossing? Waarom wordt er geen Hilversum 4 gecreëerd, waarop de STER met haar hele reclamewinkel kan gaan zitten en een mooi programma maken?’   Ontwerp: Lex van Voorst   Het dient duidelijk te zijn dat de uitspraken ruim de kranten haalden, er andermaal over het onderwerp werd gesproken in de Tweede Kamer en binnen NCRV kringen het nodige commentaar op de uitspraken werd geuit. Geerink Bakker wist zich alle kritiek weg te wuiven met de woorden dat hij slechts een eigen mening had verkondigd en niet namens de NCRV had gesproken.   Recentelijk kwam bovenstaand onderwerp weer boven water toen ik een aantal fotokopieën kreeg toegestuurd van een oud collega, die in de tweede helft van de jaren zestig en begin jaren zeventig van de vorige eeuw ook werkzaam was bij het EGD. In december van het jaar 2007 was ik in een programma van Radio Noord te gast en sprak met Rob van Dam ondermeer over de huidige huisvesting van de studio’s van RTV Noord, die op het voormalige terrein van het EGD in Helpman zijn gehuisvest. Er werd toen ook een aantal herinneringen over mijn tijd bij het EGD opgehaald en later, na de uitzending werd mij een mailtje doorgestuurd. De mail was afkomstig van een vrouw die zich afvroeg of ik destijds op het archief werkzaam was geweest. Het bleek Marian Koper te zijn van de afdeling correspondentie. Sinds eind 2007 wisselen we, met bepaalde regelmaat, herinneringen uit. Eind oktober 2010 vond ze oude Opwekkers, die ze in een opslag had gevonden. Leuke herinneringen maar ook een totale verrassing zat erbij. Er zat namelijk een artikel van mijn pen bij, die ik me niet meer kon herinneren.   Tegen het einde van de jaren zestig van de vorige eeuw ging ik niet alleen voor het eerst bij een ziekenomroep werken en ook in beperkte vorm schrijven over het onderwerp ‘radio’ maar ik richtte ook de ‘UDK’ op. Deze afkorting stond voor Uitleen Discotheek Knot. Tegen een kleine vergoeding konden collega’s en vrienden een week lang een LP van me lenen. Van de opbrengsten kocht ik telkens nieuwe LP’s, waardoor de collectie voor mij en de ziekenomroep behoorlijk uitgebreid werd. Na een aantal maanden besloot ik, daar er al behoorlijk veel collega’s meegenoten, een gestencild blaadje uit te geven waarin allerlei nieuwtjes over de te lenen muziek. Maar zoals gesteld, bij de ontvangen fotokopieën zat dus een artikel door mij geschreven voor ‘de Opwekker’, waar ik totaal geen weet meer van had. Ik laat U elders binnenkort meegenieten bij de herpublicatie van ‘Wedergeboorte van de Blues’. Let wel geschreven in de stijl van 1970, want het verhaal is destijds in de zomer geschreven en dus vlak voor de dood van zowel Jimi Hendrix en Janis Joplin.   Hans Knot, 29 september 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Herinneringen aan Rob Olthof

In deze column wil ik stilstaan bij het feit dat vijf jaar geleden een zeer grote vriend, niet alleen op het gebied van radio, kwam te overlijden op veel te vroege leeftijd. Bij de afscheidsbijeenkomst hield ik de volgende toespraak: “Maandagmorgen 23 september 2013 om half 12 kwam er een einde aan een uitzonderlijke vriendschap die Rob Olthof en ik 48 jaar lang hebben gedeeld. De vriendschap is ontstaan dankzij het weekblad dat de jonge babyboomers van destijds, vanaf 1965 konden kopen in de sigarenwinkel en meer: ‘Hitweek’.   Het was een strijd als in de jaren zestig van de vorige eeuw gevoerd door de fans van The Beatles en die van de Rolling Stones. Je was voor of tegenstander en dan doel ik op het verschil tussen Radio London en Radio Caroline, de zeezenders die de babyboomers nog meer vrijheid gaven dan ze zelf al hadden genomen.   Een paar kritische opmerkingen van Rob en mij heen en weer in Hitweek werd gevolgd door telefoongesprekken tussen Amsterdam en Groningen, waarna mijn ouders op een bepaald moment vroegen: Olthof, Amsterdam, Willemsparkweg vlak bij de familie Zwaving? Ik beaamde dat en mijn vader zei meteen: “Oh Arie Olthof, die ken ik van de Kappersvakbond. Beiden ontmoetten elkaar eens per jaar tijdens de landelijke bestuursdag. Het begin van een lange vriendschap tussen Rob Olthof en mij, die vooral gebouwd werd op gezamenlijke interesses als radio, muziek, bier, trams en treintjes maar ook kleine handeltjes.   Rob zijn eerste handelsactiviteit, las ik terug in een editie van Hitweek van 1968, waarin hij foto’s van beide Carolineschepen, genomen in de haven van Amsterdam, te koop aanbood. Dit voor de prijs van 40 cent per stuk exclusief 25 cent porti. Te betalen via de Gemeente Giro in Amsterdam. Uiteraard zonder destijds de Belastingdienst te informeren. De eerste stenen, van wat later de Stichting Media Communicatie werd, waren gelegd.   In het begin waren het redelijk kleine steentjes, die werden gebakken naar de opbouw. Ik memoreer de beruchte Neil Diamond Poster die Rob adverteerde. Hij was naar het theater gegaan, waar Neil in Amsterdam optrad. Hij gaf een bezoeker 25 gulden inclusief zijn fototoestel en vroeg hem een foto van Neil Diamond te nemen. Na afloop van het concert nam Rob, inmiddels teruggekeerd bij het theater, zijn fototoestel weer in ontvangst en liet de foto op posterformaat uitprinten. In kleine annonces in muziekbladen en de Telegraaf werden ze te koop aangeboden, en neemt U maar van mij aan dat het warme broodjes waren die hij in die periode verkocht. Hoewel vele ontvangers van de Neil Diamond poster zich hebben afgevraagd wie er nu op die poster stond.   Vrij snel werd Rob ook oprichter, voorzitter, secretaris, en vooral ook penningmeester van de Olivia Newton John Fanclub. Ikzelf was inmiddels al enige tijd hoofdredacteur van Pirate Radio News. Vanaf 1972 kwamen we regelmatig bij elkaar over de vloer en werden allerlei dingen op het gebied van radio gezamenlijk georganiseerd. 18 april 1973 de grote demonstratie in Den Haag voor het behoud van Radio Veronica. In de ochtend, ver voor achten, stond ik aan de Willemsparkweg met een busje vol vrienden met als doel Den Haag. We waren in Amsterdam om posters, geproduceerd door Rob Olthof, met een afbeelding van het zendschip van Radio Veronica op het strand van Scheveningen, mee te nemen voor verkoop op het Malieveld in Den Haag.   Zeer teleurgesteld was Rob omdat hij niet mee mocht, want moeder Anneke, hoewel Rob haar altijd Kootje noemde, had het hem verboden want anders kon hij zijn nieuwe baan wel kwijt raken. Verzorgend als altijd was het ‘Kootje’ die hem voor de huisdeur de haren nog eens kamde en hem ras wegstuurde naar zijn werkgever, zodat hij niet te laat kwam.   4 mei 1973 Tweede Binnenhaven Scheveningen; meer dan 350 mensen uit negen landen. We hadden schepen gehuurd bij ondermeer de firma Vrolijk met als doel de muziekboten op de Noordzee met fans te bezoeken. Het feest ging niet door vanwege te slecht weer. Ik heb Rob nooit meer zo boos gezien als die betreffende dag. Een week later gingen we alsnog met 4 boten vol fans.   In 1978 richtte Rob, met een paar andere mensen, de Stichting Media Communicatie op, terwijl ik samen met weer anderen het Freewave Media Magazine oprichtte. Het was ook het jaar dat samen met de mensen van Music Radio Promotions ik de eerste Radiodag organiseerde in Noordwijkerhout. Reeds het volgende jaar gingen we deels, en niet veel later, geheel samen en werd tot op de dag van vandaag op deze manier de zeezenders en andere vormen van radio door geschiedschrijving en merchandise in stand gehouden.   Vanaf 1978 zijn er vervolgens ook jaarlijkse zeezenderdagen georganiseerd waarbij het westen van Nederland als locatie werd aangedaan en de laatste 15 jaar Amsterdam als centrale punt voor de, inmiddels meer dan 10 jaar geleden omgedoopte Radio Days werd gekozen. Bijeenkomsten die samen met onze gezamenlijke zeer goede vriend Martin van der Ven uit het Duitse Meppen tot stand kwamen. Jaarlijks waren er meer dan 350 mensen aanwezig om de verhalen door de medewerkers van de toenmalige zeezenders aan te horen, waarbij zowel de bezoekers als genodigde gasten vaak uit meer dan 10 landen afkomstig waren.   Ook dan was Rob in de zaal – zoals ook met de merchandising – vooral met geld bezig, immers alle activiteiten dienden te worden gefinancierd – wat hij al die jaren met volle inzet heeft gedaan. Niet voor niets werd hij door velen schertsend ‘de man met de geldtas’ genoemd.   Maar het was niet alleen radio dat ons samen hield. Poezen waren zowel in Huize Olthof als Huize Knot een belangrijk element waar telkens weer informatie over werd uitgewisseld. Rob zijn meest recente kat, Jeroentje, heeft inmiddels de warmte in Huize Knot tot zich genomen. Onze liefde voor Engeland leverde tientallen reizen naar tal van locaties op, waarbij vrienden, gemaakt door de radiohobby, werden bezocht, maar ook vele musea, kerken, restaurants, concerten en een grote variatie aan pubs in diverse plaatsen werden aangedaan. En reken er maar op dat met Rob Olthof op stap gaan de meest vreemde avonturen kon opleveren. Ik zal deze jaarlijkse reizen met Rob zeker gaan missen, evenals de ontelbare gesprekken over de telefoon en de wederzijdse bezoeken aan Amsterdam, later Amstelveen en Groningen. Zowel de PTT, KPN en andere telefoonmaatschappijen hebben aan ons veel geld verdiend en de huidige provider zal het zonder deze bron van inkomen moeilijker krijgen.   Rob, ik zal nooit de enorme lange en warme vriendschap, die we hebben gedeeld, vergeten. Je zult altijd in onze gedachten blijven. Rust in vrede en dank namens alle radiovrienden in binnen- en het buitenland voor je intense, nooit te stuiten, inzet om de herinneringen aan het verleden op radiogebied staande te houden.”   Aldus destijds mijn toespraak bij het afscheid van Rob Olthof. Tijdens een speciale ceremonie in Scheveningen in december 2014 werd Rob Olthof zijn as verspreid bij het havenhoofd bij de Eerste Scheveningse Binnenhaven in het bijzijn van vele vrienden van Rob. Het stormachtige weer had ons gehinderd de tocht op zee te maken om daar het as te verspreiden op de positie van de zendschepen van weleer.   Nog immer wordt de naam van Rob Olthof en de herinneringen aan hem veelvuldig in Huize Knot en daarbuiten genoemd. Ook anderen noemen de vele herinneringen die men aan hem heeft nog vaak in gesprekken. Baanbrekend werk op het gebied van radio betekende tevens dat in 2017 tijdens de RadioDay gehouden in Harlingen Rob Olthof postuum werd geëerd met een RadioDay Award, een onderscheiding die hij al jaren eerder had verdiend.   Hans Knot, 22 september 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Van Kooten verliet Radio Noordzee in 1972

In deze aflevering van de Nostalgische Column neem ik je mee naar de vroege jaren zeventig van de vorige eeuw. In de maand februari 1972 maakte Willem van Kooten bekend dat hij bij Radio Noordzee zou vertrekken. Die aankondiging baarde nogal wat opzien, niet in de laatste plaats omdat hij daarbij zijn twijfels uitte over de toekomstmogelijkheden van de zeezenders.   In het eerste jaar van zijn bestaan werd Radio Noordzee, de Nederlandse service van RNI, vooral populair door de programma's van Jan van Veen en Joost den Draaijer. Opkomende sterren als bijvoorbeeld Peter Holland en Tony Berk moesten nog even wachten. Pas na het vertrek van de beide grootmeesters van de platenpresentatie, zouden zij hun kans krijgen. Enige tijd na de start van Radio Noordzee viel wel al de live-programmering te beluisteren met onder meer Leo van der Goot en Hans ten Hooge. Maar slechts een klein deel van de luisterschare gaf daar toen al de voorkeur aan. De grootste populariteit genoten de ingeblikte programma's, die aanvankelijk in Hilversum en later in Naarden werden opgenomen. Dat waren dus onder meer de programma's van Jan van Veen en Joost den Draaijer.   In februari 1972 zou daar echter drastisch verandering in komen. Toen besloot Willem van Kooten, destijds 31 jaar, namelijk zijn biezen te pakken. Nog enkele maanden kon het station gebruikmaken van de geduchte talenten van de man achter de radionaam "Joost den Draaijer". Daarna was het afgelopen. Volgens eigen zeggen zag Van Kooten het maken van programma's voor Radio Noordzee niet meer zo zitten. Daarnaast, zo gaf hij aan, kon hij die activiteit niet meer combineren met de drukke werkzaamheden voor zijn eigen platenmaatschappij en muziekuitgeverij. Bovendien, had hij groeiende twijfels over de toekomstmogelijkheden van de zeezenders.   In een interview in de Telegraaf stelde Van Kooten op 17 februari 1972 al: “Ik geloof dat het tijdperk van de piratenradio voorbij is ... let wel, ik zeg 'ik geloof'. Weten doe ik het niet. Of Radio Veronica en Noordzee gaan verdwijnen is een andere zaak. Zonder een goed station, dat deze beide piraten moet gaan vervangen, gaan deze schepen voor mij nog niet uit de lucht." Verbazing alom. Men vroeg zich af, hoe een man, die eerder acht jaar voor Radio Veronica had gewerkt, het piratendom opeens daadwerkelijk op een zijspoor kon zetten. In Hilversum en omgeving deden in die periode geruchten de ronde als zou Van Kooten weer eens ruzie hebben gemaakt met een van de kopstukken van de organisatie achter het station, de directie van de onderneming Strengholt.   Van Kooten zelf zei daarover: “Dat is echt allemaal nonsens. Ik kon mij niet meer helemaal voor de programma's inzetten. Als ik iets doe, wil ik het ook goed doen. Toegegeven, naast deze programmamoeheid heb ik ook nog enkele privéaangelegenheden met de directie van Radio Noordzee. Dat er echter geen ruzie is, blijkt wel uit het feit dat ik waarschijnlijk de Top 50 bij Radio Noordzee blijf presenteren. Zeker is dat echter nog niet. Eind deze week ga ik met vakantie en dan wil ik er nog eens rustig over nadenken."   In die tijd deed ook het gerucht de ronde, dat de gebroeders Verweij, eigenaren van Radio Veronica en eerder al werkgevers van Van Kooten, hem een fors salaris hadden geboden om terug te keren op het oude nest. Van Kooten: "Dat kan toch niet. Als ik bij Radio Noordzee wegga omdat ik er geen zin meer in heb om dat soort programma's te presenteren, dan ga ik toch zeker niet naar Radio Veronica. Dan kan ik net zo goed bij Radio Noordzee blijven. Niet dat ik iets tegen Radio Veronica heb. Ik kan uitstekend opschieten met de Verweij's, de deejays en de technici, maar ik wil gewoon geen programma's meer presenteren. Ik wil mijn tijd besteden aan mijn eigen productiemaatschappij.   Je moet eens opletten wat er dit jaar gebeurt met platen van Hollandse artiesten. Een internationale doorbraak en daar wil ik een graantje van meepikken. Binnenkort kom ik met platen van Golden Earring, Greenfield en Cook en Shocking Blue en dan kan ik het niet meer langer opbrengen me volledig, voor honderd procent te geven én voor Radio Noordzee én voor mijn eigen bedrijf."   John de Mol sr., destijds directeur van de Nederlandse service van Radio Noordzee, had de bui al zien hangen. Hij zei: “Ik zag het wel aankomen. Willem is een jongen die enorm veel hooi op zijn vork durft te nemen. Door zijn veelzijdigheid moet hij wel in moeilijkheden komen. Hij gaat nu eerst met vakantie en daarna komt hij weer hier en dan gaan we met zijn allen om de tafel zitten. Over een eventuele vervanger is dan ook nog niet gesproken.”   Het sprankje hoop dat in de uitspraak van De Mol doorklonk, was vergeefs. Bij terugkomst gaf de man met zijn eeuwige sigaar te kennen, dat hij nog even doorging met de Top 50, totdat Ferry Maat de presentatie in juni 1972 van hem overnam. Voor de presentatie van de doordeweekse uren van Van Kooten werd niet veel later Tony Berk ingehuurd. Berk was al in dienst voor de presentatie van het programma "Branding", een platenprogramma voor bedrijven dat iedere doordeweekse dag tussen 9 en 10 uur in de ochtend via de "220" werd uitgezonden.   Zijn uitspraak dat het piratentijdperk ten einde was, zal Van Kooten wel nooit hebben betreurd. Het versterkte zijn reputatie van iemand met een fijne neus voor de ontwikkelingen in medialand. Later zag hij overigens nog kansen en mogelijkheden genoeg in de zeezenders. Zo probeerde hij in 1978, in eerste instantie via "de Hoge Noot BV", zendtijd te huren van Ronan O'Rahilly, de directeur van de Caroline-organisatie. Onder de naam Radio Hollandia zou het station als vervanger gaan dienen van Radio Mi Amigo. Programmabanden, met onder meer Jan van Veen, Will Luikinga en Joost zelf, waren - volgens geruchten -  al aan boord van het zendschip van Radio Caroline, de MV Mi Amigo, toen de generator het begaf. We hebben het dan over oktober van dat jaar. Ook waren Rob Hudson (Ruud Hendriks, nu: EndeMol) en Marc Jacobs (Rob van Dam, nu: RTV Noord) al benaderd om als boordteam te gaan functioneren. Beiden werkten op dat moment voor Radio Mi Amigo. Door de technische mankementen en tegenwerking van de kant van Radio Mi Amigo kwam het echter niet tot een Radio Hollandia.   Na het mislukken van Radio Hollandia heeft Van Kooten, uiteraard met anderen, nog twee pogingen ondernomen om een zeezender op te zetten. Zo presteerde hij het een aantal mensen aan "boord" van Rough Sands, een voormalige marinefort in de Noordzee, te zetten om voorbereidingen te treffen voor het opstarten van een nieuw station. Dit speelde zich eveneens in 1978 af. Onder deze personen bevond zich zijn zwager Hans Lavoo die door de eigenaar van het fort, Prince Roy Bates, werd gegijzeld.   Toen ook deze poging uiteindelijk op niets uitliep, besloot Van Kooten zich enige jaren op de achtergrond te houden. Totdat zich in 1984 de mogelijkheid voordeed om een Nederlandse service te beginnen vanaf de MV Ross Revenge, het nieuwe zendschip van de Caroline-organisatie. Voor dit station, Radio Monique, maakten Van Kooten en Tony Berk enige tijd programma's. Later, in 1987, begon hij tot slot met andere loyale vrienden het satelliet-radioproject Cable One. Helaas, want ik beschouw het nog steeds als een van de beste satelliet-radiostations die via de kabel in Nederland werden verspreid, is dit project in de kiem gesmoord. En zo kan ik nog wel enkele andere initiatieven bedenken.   Hans Knot, 15 september 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Herinneringen aan april en mei 1965

Goede Vrijdag viel in 1965 op 16 april. Het was voor de RONO, de Regionale Omroep Noord en Oost, dat destijds slechts beperkt zendtijd had, bijzonder dat er voor de Goede Vrijdag een speciaal samengesteld programma tussen kwart voor 7 en kwart voor acht in de avond werd uitgezonden. Het bijzondere was het interregionale karakter dat ontwerper en producer van het programma, Jan Peters, in deze uitzending had gelegd. In nauw overleg en in samen werking met de Friese, Groningse en Drentse redacties was het hem gelukt verschillende dialecten van de vier RONO-streektalen tot één geheel te componeren.   Er was voor acht onderwerpen gekozen die handelden rond algemeen menselijke lijdensbeelden, samenhangend en in verband gebracht met Goede Vrijdag. Het gebruikelijke Oost programma, dat normaal op de vrijdag werd uitgezonden, kwam te vervallen. In plaats daarvan leverde de redactie Oost onderwerpen aan voor het interregionale dialecten programma.   Op Goede Vrijdag werd ook bekend gemaakt dat in het Zuid-Vietnamese Da Nang agent La Daoe was terecht gesteld. Enkele weken daarvoor was hij aangehouden omdat hij in een draagbare radio explosieven vervoerde. Bij verhoor bekende hij lid te zijn van de communistische Vietcong en tevens dat hij opdracht had gekregen een Amerikaans hotel in Da Nang op te blazen. De executie van La Daoe vond plaats door een vuurpeloton van Zuid Vietnamese militairen in het voetbalstadion van Da Nang, dat voor het publiek trouwens was gesloten. Wel werd de terechtstelling bijgewoond door vertegenwoordigers van de pers.   Ook was er onrust in Hilversum, en wel naar aanleiding van een aankondiging dat er spoedig verspreiding zou plaats gaan vinden van een nieuw omroepblad, gratis uit te delen, in de grotere steden van Nederland. Op een bijeenkomst van vertegenwoordigers van de destijds bestaande omroepverenigingen, die binnen een gezamenlijke federatie actief waren, werd bekend gemaakt dat wanneer derden onrechtmatig omroepgegevens zich toeëigenden en publiceerden, maatregelen zouden worden genomen om verdere publicatie te voorkomen.   De auteursrechten van de omroepgegevens lagen bij de omroeporganisaties, wat zowel betrekking had op de uitgebreide gegevens die in Nederland werden gepubliceerd in de omroepgidsen als wel de korte gegevens die beschikbaar werden gesteld voor publicatie in het buitenland. Vele malen in de daarop volgende decennia zou het onderwerp telkens terugkeren wanneer weer een uitgeverij of krantenredactie met het idee kwam alle gegevens zondermeer te publiceren.   Dan was er nogal wat onrust in de kringen van de VARA. In mei 1965 kwam naar buiten dat er besloten was een aantal programma’s geen doorgang te laten gaan op de televisieavonden van deze omroep. Zo bleek een gepland programma ‘Te Gast bij Yoka’ door de leiding van de omroep niet goed genoeg bevonden was voor uitzending en dus geschrapt werd uit de planning.   Presentatrice van het programma was Yoka Berretty, een van het presentatieteam van het roemruchtige ‘Zo is het toevallig ook nog een keer’. Te gast was de cineast Jan Vrijman die in het programma enkele vrienden ontmoette en zijn favoriete artiesten liet optreden. Het programma, onder regie van Nico Knapper, werd door de leiding van de VARA niet goed genoeg bevonden.   Het lag afhankelijk in de bedoeling dat een serie van deze programma’s zou worden gebracht waarin telkens een bekende Nederlander te gast was en tevens zijn medegasten mocht uitnodigen. Maar de leiding stelde dat het idee van deze programma’s goed was maar beslist niet goed was uitgewerkt. Joop Simons was destijds hoofd gevarieerde programma’s van de VARA en stelde destijds gevraagd zeer teleurgesteld te zijn en dat het niet uitzenden van het programma en grote klap was voor Vrijman en Berretty.   Wel voegde hij er aan toe dat het heel duidelijk was afgesproken dat het om een proefprogramma zou gaan. Ook een ander programma, waarvoor een proefaflevering was gemaakt, bleek niet door te gaan. Het was een showprogramma rond Tobby, de toeteraar, Rix en zijn zoon Jerry. Daar was echter een andere reden voor het niet uitzenden, namelijk dat beide heren teveel geld vroegen.   Als klap op de vuurpijl maakte de VARA leiding bekend dat een voor zondag 23 mei geplande uitzending van ‘Anders dan Anderen’, waarin Mies Bouman bekende Nederlanders op slinkse wijze naar de studio leidde en confronteerde met voor haar of hem bekende personen, niet doorging. Reden was dat de redactie van het programma erachter was gekomen dat de betreffende persoon voor die zondag geen zin had plaats te nemen in het programma van Mies Bouman. Het is niet bekend geworden om welke persoon dit ging. Hoeveel leden de VARA die week door de negatieve publiciteit heeft verloren is niet te achterhalen.   Hans Knot, 8 september 20018   Foto: Yoka Berretty (Wikipedia)

hans knot

hans knot

Hans Knot: Dreigbrief aan ondermeer minister Van Doorn

Herinneringen kunnen van nostalgische waarde zijn of kunnen een slechte smaak in de mond achterlaten. Het ligt geheel aan de persoon die de herinnering betreft. Bij mijn vele herinneringen aan radio zijn het vooral de positieve herinneringen die zijn blijven hangen, vooral omdat ik al meer dan een halve eeuw zeer nauwkeurig aan het archiveren en beschrijven ben. Van de meeste herinneringen is het voor mij mogelijk minimaal een artikel van minimaal 3 pagina’s te schrijven. Echter zijn er ook vele kleine deel onderwerpen waarbij dit echt onmogelijk is. Ik koester ook deze onderwerpen en probeer ze met je, als lezer van de nostalgische columns, te delen.   Het is meer dan 43 jaar geleden dat de actie groep ‘Aktief Veronica’ één of meerdere brieven stuurde naar diverse geadresseerden met als doel onrust en schade te veroorzaken, daar men ontevreden was met het leed dat de toenmalige Nederlandse regering had aangedaan door de anti-zeezenderwet van kracht te laten worden in de zomer van 1974. Eveneens was men niet tevreden met de procedures die de VOS, de Veronica Omroep Stichting, diende te doorlopen om eventueel in aanmerking te komen voor een aspirant licentie als omroeporganisatie. Zoals bekend zou later uit de VOS, via een andere structuur, de naam ook veranderen, en wel in de VOO, de Veronica Omroep Organisatie.   Wie er achter de actiegroep zat is totaal onbekend, slechts een document werd teruggevonden in een grote doos met documenten die Robert Briel, eens zeer betrokken bij de VOO en het Veronicablad, mij toestuurde. Ook is niet duidelijk aan wie allemaal de dreigbrief, want daar ging het om, is verzonden. Wel stond vermeld dat het ook naar ‘de Telegraaf’ was gestuurd, met verplichting tot publicatie, evenals naar het Ministerie voor CRM en de diverse omroepen.   Het document heeft slechts als kop: ‘Belangrijke mededeling’. De dreiging betreft een melding dat een aantal fanatieke Veronicafans twee maanden voordat de, niet gedateerde, brief is verstuurd, zogenaamd hevige explosieven hadden geplaats in, naar wordt aangenomen, het toenmalige complex op het NOS terrein in Hilversum, waarin ook de studio van Hilversum 3 was gevestigd.   Omdat het de fanatieke aanhang van Radio Veronica het allemaal veel te lang duurde, totdat hun geliefde programmamakers weer te beluisteren waren, vond men dat men met de explosieven kon gaan dreigen indien minister van Doorn, destijds verantwoordelijk voor het Ministerie van CRM waaronder ook de omroepzaken vielen, niet een gewenste verklaring voor de televisie op zaterdag 5 april 1975 zou geven.   Hans Knot, 1 september 2018

hans knot

hans knot

Edwin Wendt: Liefde voor muziek kan 3FM er bovenop helpen 

Dat 3FM onder vuur ligt, is niet onbegrijpelijk. De vrije val in de luistercijfers biedt tegenstanders van de publieke pop- en jongerenzender een makkelijk wapen. Geef die FM-frequentie toch aan Radio 5, dat zelfs zonder FM-dekking meer luisteraars trekt, wordt geroepen. Jongeren luisteren toch geen (FM-) radio meer. 
Die kritiek is te simpel. Inderdaad kan 3FM scherper en spannender programmeren – een schone taak voor de van FunX afkomstige nieuwe zenderbaas Sharid Alles - maar er is al een groot verschil met commerciële concurrenten als 538, Q-Music en Radio 10. Genoemde zenders borduren nog altijd voort op de ooit door Veronica in Nederland geïntroduceerde ‘Hitradio’-formule: een beperkte ‘playlist’ en weinig tot geen muzikale inbreng van de deejays. Een ander element dat Veronica introduceerde, de duopresentatie, evalueerde – of ontaardde – in het fenomeen ‘sidekick’, ook wel  ‘lachzakken’ genoemd. De binnenkort afzwaaiende Edwin Evers van Radio 538 werd er groot mee.
Op één programma na – de middagshow ‘Mark + Ramon’ -, heeft 3FM de ‘sidekicks’ allang afgezworen. Waar een deejay van 538 deze week nog riep dat ‘het bijna weer Sinterklaas is’, gaan de presentaties op 3FM over muziek. De deejayploeg heeft dan ook echt voeling met én zeggenschap over de muziekkeuze. Weliswaar blijft het aantal persoonlijke ‘free choiches’ beperkt tot een handvol per programma, over de invulling van de totale playlist en de keuze van de Megahit (de wekelijkse hittip van de zender) beslissen alle deejays mee. Dat leidt ertoe dat elke deejay regelmatig besluit een nieuwe plaat of nog onbekende artiest eens goed ‘neer te zetten’. Niet zelden pikken collega’s die tip op en nemen deze mee als ‘free choice’ in hun eigen programma. 
Afgelopen week vertelde Eva Koreman daags na het Lowlands-festival hoe zij op dat festival in tranen was uitgebarsten bij het optreden van de Nederlands-Iraanse zangeres Sevdaliza. Diezelfde avond bleek collega Herman Hofman door Eva’s verhaal zo geraakt dat hij besloot het nummer in de herhaling te gooien. Wijnand Speelman, de collega die het daaropvolgende programma 3 voor 12 Radio presenteerde, meldde zich vervolgens quasi-geïrriteerd: hij had Sevdaliza al een jaar of twee geleden te gast gehad. Toen maakte ze nog niet de aan Massive Attack herinnerende triphop van nu, maar meer r & b-georiënteerd materiaal, haar talent was toen al herkenbaar. Deejays die elkaars muziekkeuze beïnvloeden en aanscherpen, zo hoort het op een muziekzender.
Per 1 september vertrekt Domien Verschuuren als ochtenddeejay bij 3FM. Zijn overstap naar Q-Music werd een maand geleden door de criticasters van ‘het zinkende schip’ nog aangegrepen om hun ‘Wie doet het licht uit bij 3FM?’-mantra weer van stal te halen. Verschuuren echter kan gemist worden. Hij bewees in het voorbije jaar de druk van een ‘spits’ slecht aan te kunnen en meldde zich om die reden zelfs ziek. Zijn opvolger Sander Hoogendoorn (‘een klein punkertje’ noemde hij zichzelf eens) heeft het tegendraadse dat 3FM onderscheidt van de commerciëlen. De VARA Gids publiceerde een duo-interview met Hoogendoorn en Felix Meurders (ooit ook een dwarse ochtendjock op ‘3’). Meurders kon vroeger nog weleens een plaat twee keer achter elkaar draaien, vertelt hij. Sander had eerder in het gesprek verteld over zijn twee ‘free choices’ per uitzending en dat hij het belang van een centrale muziekredactie onderkent. “Maar ik heb onlangs een plaat zelfs vijf keer gedraaid. Steeds als die was afgelopen, had ik weer berichten van mensen die hem zogenaamd hadden gemist. Natuurlijk krijg je daar gelul mee, maar het kán wel.”
Met dit soort eigenwijsheid kan 3FM de weg omhoog weer vinden. 
Edwin Wendt
Mediapublicist en jurylid van de Zilveren Reissmicrofoon

de redactie

de redactie

Hans Knot: Geinlijn werd pijnlijn in Groningen

Hij was vaak te horen in radioprogramma’s, had vanaf 1971 zijn eigen geinlijn, waarbij die mensen die behoeftig waren om eens goed te lachen, konden bellen met de geinlijn om de dagelijkse mop te horen van de Amsterdammer Max Tailleur, die in 1990 op 81-jarige leeftijd kwam te overlijden. Met ongeveer 3000 moppen, veel Sam en Moos achtige, liet hij enorm veel na om te lachen. Tenminste als je van die vorm van humor hield.   Maar Max Tailleur was ook bekend van de actie ‘De zak van Max’, inzameling van kleding ten bate van de arme behoeftige medemens. Via radio en televisie werd deze actie volop gepromoot en een enorm succes. Charitatieve instellingen hebben later deze actie overgenomen, waarbij te denken valt aan de regelmatige rode zakken van het Leger des Heils die in de brievenbussen vallen, of de grote bakken van ondermeer het Rode Kruis, waarin overdadige kleding en schoenen kunnen worden gedeponeerd voor hergebruik door mensen die leven onder de armoedegrens.   Met kleine advertenties, om even terug te gaan naar de Geinlijn, werd deze onder aandacht van de Nederlanders gebracht. Het was mogelijk voor een bedrag van 20 cent de dagelijkse mop te beluisteren en dan diende je te telefoneren met het nummer in district Amsterdam 020-211811. Maar het ging behoorlijk mis in Groningen, want de destijds in de Asingastraat wonende mevrouw Wijninga werd in de avond van 13 mei 1971 liefst 78 maal gebeld. Dat was niet voor haar normale werkzaamheden als verzekeringsagentschap maar omdat mensen nieuwsgierig waren naar de mop van de dag. Men had gewoon vergeten het kerngetal van Amsterdam te draaien, waardoor men automatisch terecht kwam bij mevrouw Wijninga.   Ook de daarop volgende ochtend was het diverse malen raak doordat de Groningers niet goed het nummer hadden gehoord op de radio dan wel hadden gelezen in de kleine advertenties. Natuurlijk had Wijninga liever in dezelfde periode enkele lucratieve verzekeringen afgesloten in plaats van al die ongein over haar heen te krijgen.   Uiteraard was het voor het Nieuwsblad van het Noorden, de regionale krant voor Nederland, de reden met Max Tailleur te bellen  om de problemen die er in de Asingastraat waren, te melden. De moppentapper had een kwiek antwoord door te stellen dat hij de vrouw wel een moppenboekje zou sturen zodat, wanneer ze weer gebeld werd, een smakelijke mop kon vertellen. Ook in het daarop volgende weekend was de vrouw tientallen malen gebeld en telkens onterecht. Ze had dan ook besloten ‘de hoorn naast de haak’ te leggen tijdens het destijds veel bekeken programma ‘de kleine waarheid’, met Willeke Alberti in een van de hoofdrollen.   Maar er waren niet alleen problemen in Groningen want ook in Amstelveen klaagde men dat op bepaalde momenten de lijnen zo overbezet waren dat er geen verbinding mogelijk was, waardoor veel zakelijke ondernemingen in de problemen kwamen. Vergeet niet dat in die tijd de technische ontwikkelingen lang niet zo ver waren als nu en er een beperkt aantal verbindingen tegelijk mogelijk waren binnen een bepaald deeldistrict. En wat stelde Max Tailleur desgevraagd op de radio? “Ik overweeg de lijn overdag uit te zetten. Geen mens heeft kunnen voorzien dat de Geinlijn een zo groot succes werd. Maar ik begrijp ook dat het voor mevrouw Wijninga in Groningen het meer een pijnlijn is geworden.”   Hans Knot, 25 augustus 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Genodigde kwam niet op 18 april 1973

Welke 60-plusser herinnert zich niet de voor die tijd allergrootste demonstratie die ooit had plaatsgevonden in Den Haag, gehouden op 18 april 1973. In de jaren tachtig is het aantal demonstranten daarna slechts een keer verbeterd tijdens één van de anti-kernenergie demonstraties. Op 18 april 1973 gingen we naar Den Haag omdat ‘we kunnen het toch proberen’ te demonstreren tegen eventuele maatregelen betreffende de toenmalige zeezenders waaronder Veronica, Radio Noordzee en Radio Caroline. De grote demonstratie, die vanaf het Malieveld richting de Tweede Kamer werd gehouden, was massaal ondersteund door spotjes die vele malen per dag weken lang werden gedraaid op de 538 meter, destijds in gebruik door Radio Veronica.   De hoorzitting was bedoeld voor bekende Nederlanders en andere betrokkenen bij Radio Veronica om op hun eigen wijze een positieve rede te houden voor het behoud van dit station en andere zeezenders. Ruim een maand eerder, op 7 maart 1973, was een oproep voor de openbare hoorzitting gedaan aan deze personen door de Griffier van de bijzondere Commissie voor de wetsontwerpen 11 373 en 11 374, drs. A.J.B. Hubert. In deze oproep stond vermeld dat men welkom was om het woord te voeren waarbij tevens de lengte van de spreektijd werd vermeld en het verzoek te reageren op het al dan niet aanwezig zijn tijdens deze hoorzitting.   Eén van de betrokken personen, die genodigd was, kon niet komen daar hij op vakantie in het buitenland zou zijn. Op 3 april, een dag nadat het zendschip van Radio Veronica, de Norderney, was gestrand bij Scheveningen, liet Paul Acket weten niet te kunnen komen. Hij was op dat moment niet alleen directeur van het wel overbekende ‘Organisatiebureau Paul Acket’ maar ook directeur van Muziek Expres N.V., uitgever van de maandbladen ‘Muziek Expres’ en ‘Popfoto’. In zijn brief aan de Griffier meldde Acket dat eventueel namens zijn organisatie Ruud van Dulkenraad, toenmalig hoofdredacteur van ‘Muziek Expres’ het woord kon gaan voeren.   Omdat hij er niet van overtuigd was dat in zou worden gegaan op zijn verzoek Van Dulkenraad het woord te laten voeren, besloot Paul Acket in de brief goed te onderbouwen wat de reden was van zijn bureau te streven tot behoud van Radio Veronica en andere zeezenders.   De standpuntbepaling kwam er op neer dat de Telegraaf- en Telefoniewet van 1904 zodanig gewijzigd diende te worden dat de uitzendingen van Radio Veronica, al dan niet vanaf zee, voortgezet konden worden. Dit niet alleen op grond van het gewoonterecht, dat volgens Paul Acket op dat moment zo langzamerhand toch wel van toepassing was, maar ook gezien de steeds meer nieuwe impulsen die het radiostation gaf aan een bepaalde tak van de amusements- en recreatie-industrie.   In zijn brief vervolgde Acket met de mededeling dat zijn bedrijf zich innig verbonden voelde met de activiteiten van Radio Veronica en dat men er trots op was dat de samenwerking met Veronica al dateerde vanaf ongeveer zes maanden nadat het radiostation in 1960 in de ether kwam. Acket: ‘In feite waren wij het eerste Nederlandse bedrijf met landelijke bekendheid dat destijds op permanente basis met Radio Veronica ‘in zee’ ging.’   Het was in de tijd dus dat Radio Veronica zelfs in Den Haag en omgeving nog moeilijk te ontvangen was. Men was in zee gegaan met Radio Veronica omdat men van mening was dat binnen afzienbare tijd de populariteit van Radio Veronica gigantische vormen zou gaan aannemen, hetgeen gunstige resultaten teweeg zou kunnen brengen voor vele bedrijven en instellingen. Acket stelde verder dat mede door Radio Veronica de maandbladen ‘Muziek Expres’ en ‘Popfoto’ een grote lezerskring hadden verworven, wat bovendien had betekend dat het bedrijf groter was geworden en dat men op dat moment ruim 40 personeelsleden in dienst had. Hij stelde tevens dat dit voor de werknemers een plezierige werkplek betekende.   En ook vermeldde hij dat de publiciteit die Radio Veronica gaf aan de door het Organisatiebureau ‘Paul Acket’ georganiseerde zalen als bijvoorbeeld het Concertgebouw, de Doelen in Rotterdam en het Congresgebouw in Den Haag’ eveneens niet te onderschatten was. Ook was hij ervan overtuigd, aldus de brief aan de Griffier Hubert, dat het wegvallen van deze ‘free publicity’ bij het verdwijnen van Radio Veronica vermoedelijk een teruggang in het aantal te organiseren concerten zou betekenen.   Acket: ‘Het kan niet alleen voor ons maar ook voor tal van bedrijven nadelige gevolgen opleveren, waarbij we slechts denken aan ondermeer theaters en schouwburgzalen, drukkerijen van affiches en programma’s, hotels, transportbedrijven, luchtvaartmaatschappijen en meer.’ Tenslotte wees Paul Acket er op dat de uitslag van de ‘Muziek Expres Populariteitsverkiezingen’ over 1972 in de categorie ‘favoriete radiostation’ Radio Veronica de eerste plaats bezette met 51,8%; de tweede plaats voor Radio Noordzee was met 29,9% en dat Hilversum 3 met 18% slechts de derde plaats behaalde. Volgens de poll was het populairste radioprogramma de ‘Radio Veronica Top 40’ met 31,0% gevolgd door de Lexjo van Veronica met 18%. Als populairste deejay kwam, aldus Acket, Lex Harding uit de bus met 23,6%. Tot slot maakte Acket er geen bezwaar tegen dat de ingezonden brief voor de hoorzitting ter inzage van de pers verstrekt werd. Op 2 dagen na is het 42 jaar na dato dat het schrijven van Acket naar de Griffier werd verstuurd en mij op 31 maart 2015 werd toegezonden voor het archief.   Hans Knot, 18 augustus 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Een vroege vorm van jongeren omroep

Het archief van het omroepmuseum, al jaren onderdeel van het Nederlands Audiovisueel Archief, herbergt talloze plakboeken. Ze zijn ooit als geschenk, vaak uit de nalatenschap van een voormalige omroepmedewerker, aan het museum afgestaan. In die plakboeken komen de meest merkwaardige onderwerpen naar voren, zoals telexberichten die zijn ingeplakt, interne mededelingen vanuit de omroep, maar ook uit de krant geknipte berichten die gerelateerd zijn aan radio dan wel televisie.   Ik vond een dergelijk bericht dat handelde over de JARO, de Jeugd Amateurs Radio Omroep, en de beide voortrekkers daarvan — Kees van Maasdam en Herman Stok. Samen met Arno Weltens schreef ik  er in 2000 het volgende artikel over.   Soms vind je bij het doorzoeken van een archief bij toeval iets bijzonders. Iets waar je niet speciaal naar op zoek bent, maar waar je zomaar tegenaan loopt. Dat overkwam Hans Knot tijdens zijn jaarlijkse zoektocht door de vele plakboeken in het omroepmuseum. Onder de kop "Klankbord der jongeren" vond hij een verrassend artikel dat direct zijn belangstelling opeiste. Het handelde over een inmiddels vergeten episode uit de geschiedenis van de Nederlandse omroep: een initiatief om te komen tot een jeugdomroep. We schrijven april 1950. De betreffende verslaggever, Auke Ruben, was op weg gegaan naar een huis, gelegen in een stil straatje in Haarlem, alwaar de JARO was gevestigd. Die afkorting stond voor Jeugd Amateurs Radio Omroep. We volgen een deel van het verhaal van Ruben dat op 28 april 1950 in het Algemeen Handelsblad verscheen:   Zou hij, zo vroeg Ruben zich verbaasd af, in dit huis een studio, een omroepcel of een technische dienst vinden? Toen werd, zo schreef hij, de deur geopend door een jongen met donkerblond krullend haar die me zei binnen te komen. "Hij ging ons voor naar de kamer, waar het kantoor van de JARO was gevestigd. Het was duidelijk te zien, dat de dagelijkse bestuursleden van de JARO, Kees van Maasdam en Herman Stok, deze kamer hadden 'gevorderd' als kantoor. Een schrijfbureau stond tussen de muur en de divan gekneld. Divan en stoelen waren bedolven onder stapels papieren. 'Wij zijn wat klein behuisd,' zei Kees van Maasdam en lachte verontschuldigend. 'Maar ik ben al erg blij dat mijn moeder deze kamer aan ons heeft afgestaan. Hier kunnen Herman en ik tenminste de hele dag werken.'   'Maar die studio?' begon ik aarzelend. Kees maakte een gebaar. 'Op zolder,' zei hij. 'Daar gaan we straks kijken.' Voordat het zover was vertelden Kees en Herman aan de verslaggever dat hun idee was geboren ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Het eerste plan was ontsproten aan het brein van de toen nog jonge Kees van Maasdam die het idee maar graag wilde delen met zijn vriend Herman Stok. Maar waar bestond dat idee uit? Van Maasdam vertelt:  "In de oorlog waren alle Nederlanders één [...] Ik heb er vaak aan gedacht, dat dat zo moest blijven. Vooral met jonge mensen moest dat mogelijk zijn. Ik had altijd grote belangstelling voor radio en waarschijnlijk dat ik daarom altijd gedacht heb aan een contact tussen jonge mensen via de radio."   Toen Van Maasdam na de oorlog een tijdje bij een omroepvereniging werkte, groeide het verlangen te komen tot een omroepvereniging voor jongeren en velen van zijn vrienden voelden ook wel voor het idee: een jeugdomroepvereniging stichten, dan zendtijd aanvragen en het programma, dat door en voor jongere mensen was samengesteld, over de gehele wereld te verstrooien. Op 12 januari 1949 werd er een vereniging opgericht, de JARO. In het hoofdbestuur hadden Hervormde, Gereformeerde, Rooms-Katholieke en Humanistische Jongeren zitting. In de folder van de stichting stond vermeld zoveel mogelijk jongeren tussen 16 en 30 jaar, via radioprogramma's bij elkaar te brengen, van welke godsdienstige of politieke stroming dan ook. De vereniging was daarmee duidelijk gebaseerd op de naoorlogse doorbraakgedachte.   Al snel had de vereniging zestig leden, waarvan vijftig in Haarlem en tien in Amsterdam. Ze betaalden ieder 10 cent per week contributie. Geld was echter een bijna onoverkomelijk probleem. Bijna, want men kon geld lenen en de studio kon worden ingericht in het huis aan de Oranjestraat in Haarlem. Op de zolder, dus. Andermaal terug naar de tekst van Auke Ruben: "Als wij twee trappen zijn opgeklommen staan we op een overloop. Op een deur lezen wij Studio A. Herman Stok vertelde: 'In die afdeling wordt vastgelegd wat hier wordt gesproken of gespeeld. De regisseur en de leider van de Technische Dienst zitten daar. Via die lichtjes kunnen wij met elkaar 'praten.' Als het groene licht brandt, betekent dat, dat de T.D. klaar is, dan antwoordt de studio met wit licht en rood betekent ten slotte: 'We gaan draaien.' Tijdens de opname kunnen wij ook met elkaar 'praten.'' Herman wijst op andere lichtjes en legt uit: 'Als die brandt betekent het 'voeten stil,' deze 'Denk om de tijd' en de laatste 'Slot maken.'   De JARO was duidelijk meer dan een bevlieging. Er werkten liefst een kleine 20 medewerkers aan de totstandkoming van de programma's, waaronder naast Van Maasdam en Stok, ook Dick Verkijk en Joop van Zijl. In de eerste periode werden de programma's op lakplaten opgenomen. Het waren voornamelijk proefopnamen met een duur van rond de tien minuten. Voordat de magneetband zijn intrede deed, nam men ook met zogenaamde draadrecorders op. In 1949 maakten de mensen van de JARO hun eerste officiële debuut op de radio. Men had een proefprogramma opgenomen en toegestuurd aan de diverse omroepen. Dat resulteerde in het verzoek van één van die omroepen, de VPRO, het programma te mogen uitzenden. Het was een programma over sociale woningbouw dat geheel was gerealiseerd in de studio op zolder. Vervolgens ging men internationaal want over de grens was de unieke uitzending van de JARO ter kennis gekomen van de programmaleiding van Radio Bremen wat andermaal leidde tot een speciaal programma. Hierna volgden nog een paar medewerkers van Duitse stations die hetzelfde wilden doen met de programma's van de JARO. Niet veel later waren er uitzendingen via stations in Brussel en Stockholm. Maar de heren hadden nog grotere idealen.   We citeren Van Maasdam andermaal uit het interview: "Wij zouden over een eigen golflengte willen beschikken. Internationaal zou een jeugd radio-omroep moeten worden gesticht. Over een eigen zender zou de jeugd uit de hele wereld om beurten in eigen taal of in de taal, die andere jonge mensen kunnen verstaan, uitzendingen moeten verzorgen. In ons land zouden wij om te beginnen graag willen samenwerken met de jeugdverenigingen van alle gezindten. Het zou hùn taak zijn om in de beschikbare zendtijd, de programma's te vullen. Zo zouden wij van elkaar horen wat wij willen en wat wij doen."   De eerste schreden naar internationaal contact waren dus al gezet. Kees van Maasdam en Herman Stok stichtten een afdeling van de JARO in Genève en wel binnen de UNESCO. Men had daar toevallig van het initiatief gehoord bij deze onderafdeling van de Verenigde Naties, dat hun steun toezegde. Het verslag van Auke Ruben vervolgt: "Hoewel de JARO nog lang niet het gestelde doel heeft bereikt, moeten jullie vooral niet denken, dat zij nu met de handen over elkaar zitten te wachten, totdat het ogenblik is gekomen. 'Als het eenmaal zover is, dat we kunnen uitzenden, moeten wij over een staf beschikken, die technisch en organisatorisch is getraind,' vertelt Kees van Maasdam. 'Een vaste kern wordt nu opgeleid, want het in elkaar zetten en het leiden van een programma — al is het nog zo klein — is geen peulenschilletje.'"   Naast het maken van proefprogramma's deden de heren nog meer. Ze gaven een maandblad uit over hun activiteiten. Ze moesten daartoe niet alleen de kopij verzorgen maar ook het blad stencilen. Met al dat werk kwamen ze de dag wel door. Stok daarover: "Wij beginnen 's morgens om negen uur en vaak werken wij tot 's avonds laat door [...] Een ding vinden wij erg jammer: wij verdienen natuurlijk niets, want de JARO kan ons geen salaris betalen. Nu moeten wij op de zak van onze ouders leven en dat is heel erg naar. We hebben echter subsidie aangevraagd en wie weet ..."   Het idee te komen tot een internationale jeugdomroep is uiteindelijk niet geheel gerealiseerd en wel om de eenvoudige reden dat slechts 1.000 gulden subsidie werd verkregen van het Prins Bernard Fonds (1951), de UNESCO geen toestemming verleende een frequentie op de korte golf vrij te maken voor de uitzendingen en er geld verdiend moest worden. Uiteindelijk zouden beide heren in dienst treden van de VARA en daar grote naam maken. Ook daar werd het idee van de jongerenomroep op tafel gelegd, maar voorzitter Broeksz zag niets in de plannen. De JARO ging in 1952 ter ziele.   Van Maasdam presenteerde vele programma's en werd vooral bekend door zijn programma's die vanuit het land werden uitgezonden. Stok stond voor 'Top of Flop' op de televisie, terwijl 'Tijd voor Teenagers' en 'Mix' slechts twéé van zijn vele radio programma's bij de VARA waren. Het idee van de JARO werd trouwens overgenomen door de AVRO, die naar aanleiding van de jongerenomroep, op initiatief van Herman Broekhuizen, de jeugdomroep Minjon oprichtte. Ook dat initiatief leverde tot aan het begin van de jaren zestig vele nieuwe radiotalenten op. Maar, dat is weer een ander verhaal.   De foto bij dit verhaal: Enkele medewerkers van de JARO in actie. Van links naar rechts: Herman Broekhuizen, Donald de Marcas, Joop van Zijl, Tony van Verre, Peter Kok en Greetje Kauffeld, die allemaal op de een op andere manier later via de radio bekendheid verwierven (Foto: Archief NAA).   Hans Knot, 11 augustus 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Het najaar van 1963

De nostalgische terugblik brengt ons terug naar 1963 waarbij ik focus op onder meer de zeezender Radio Veronica en de plannen voor een televisieplatform. In de kranten werd in de maand augustus 1962 verslag gedaan van een nieuwe vinding, waardoor het mogelijk werd schepen een schoonmaakbeurt tot onder de waterlijn te geven en op te knappen. Het bedrijf N.V. Magneto-Chemie uit Schiedam was van plan het drijvende radiostation Veronica voor de Scheveningse kust dankzij de nieuwe vinding in volle zee een schoonmaakbeurt te geven: ‘de beurt zal waarschijnlijk – als het weer meewerkt – volgende week plaats hebben. Aan boord van de kotter die Veronica regelmatig van proviand en programma’s op de band voorziet, zullen enkele kikvorsmannen uit de Scheveningse haven vertrekken om het schip onder de waterlijn op te knappen.’   Doel van de beurt was de roest laag, die zich in de loop der jaren op de huid van de Borkum Riff had vastgezet, te verwijderen. Normaal geschiedde dit vrijmaken van corrosie op de werf, maar aangezien het radiozendschip geen enkele haven binnen kon worden binnengesleept zonder gevaar in beslag te worden genomen, had de directie van Veronica zich gewend tot de Schiedamse ondernemer, H. B. Beer, directeur van Magnete-Chemie.   De toen nieuwe vinding was al patent verleend in verschillende landen en de directeur had wel een verklaring waarom op zee gewerkt kon worden: “Gewoonlijk bestaat de bescherming tegen roest op de scheepshuid uit zinken blokken, die tegen de platen van het schip worden gelast. Deze blokken dienen te voorkomen dat roest ontstaat. De werkingssfeer van de zinkblokken bedraagt enkele meters, zodat elk schip – afhankelijk van de grootte, enkele tientallen van deze blokken nodig heeft.”   Tot begin 1963 was het aanbrengen van de blokken echter steeds noodzakelijk geweest een schip op de werf of in een dok te zetten omdat laswerk heel moeilijk onder water kon worden uitgevoerd. De heer de Beer ontdekte echter een nieuwe mogelijkheid. In de blokken bracht hij sterke magneten aan met een trekkracht van niet minder dan 1800 kilo. Daardoor hechtten de blokken zich onwrikbaar vast op de scheepshuid. Op deze manier kon een schip binnen enkele uren een anti-roestbeurt ondergaan.   De Beer destijds over het systeem: “Het systeem biedt grote voordelen voor de scheepvaart. Immers, de vinding betekent kosten- en tijdsbesparing. Normaal dient een schip voor een dergelijke behandeling ongeveer 36 uur uit het water worden gehaald, terwijl werken volgens de nieuwe methode slechts enkele uren vergt. Bovendien kan het schip gewoon in het water blijven liggen. Daarnaast biedt het systeem mogelijkheden voor de bestrijding van roest op damwanden of pijpleidingen. “ De Borkum Riff was het eerste schip waarop de vinding definitief werd toegepast en zou volgens de ondernemer voor twee jaar van roest gevrijwaard zijn.   In het najaar van 1963 verschenen de nodige berichten in de dagbladpers betreffende een nieuw plan te komen tot een kunstmatig eiland voor de kust van Noordwijk voor het brengen van zowel radio- en televisieprogramma’s, een project dat de geschiedenis is ingegaan als het REM eiland. Nadat de nodige feiten waren gepubliceerd was het de KRO die, via het toen al populaire journalistieke programma ‘Brandpunt’ meer wilden brengen dan de kranten. Zo liet men een gefilmde reportage zien van het ronddobberende zendschip Borkum Riff van Radio Veronica, beelden die opvallend genoeg waren geschoten door de VPRO-regisseur Almar Tjepkema.   Klaarblijkelijk mochten destijds omroepmedewerkers van andere omroepen wel voor andere omroepen werken, terwijl medewerkers van omroepen, die voor Radio Veronica tevens actief waren, de wacht werd aangezegd. Almar Tjepkema zou trouwens in 1964 een opmerkelijk zijpad betreden door te gaan werken voor het REM-eiland project.   Maar de redactie van de KRO wilden meer want ze benaderden op zaterdag 19 oktober zowel de ministers Scholten en Van Aartsen om commentaar te geven over het gegeven dat Radio Veronica nog steeds ongemoeid buiten de territoriale wateren haar uitzendingen kon blijven verzorgen. De redactie van Brandpunt had beide bewindsvoerders gevraagd naar de studio te komen, maar ze lieten weten dat het stadium waarin Veronica en het toekomstige REM-project verkeerden, ze helemaal niet inzagen, waarom er commentaar geleverd diende te worden.   Nadat de mededeling was gedaan dat er geen commentaar was te verwachten, stelde men het onredelijk te vinden dat een eenvoudige arbeider uit Twente, die een illegaal zendertje gebruikte, door de rechter werd veroordeeld, terwijl tezelfdertijd Radio Veronica vrij bleef uitzenden. Men had trouwens binnen de redactie van Brandpunt niet veel vertrouwen in het aangekondigde REM-eiland project want op 21 oktober 1963 stond in ‘Vrije Volk’ te lezen: ‘De KRO liet een specialist duidelijk maken, dat dit alles wel niet zo snel zal gebeuren, omdat dit veel te hoge kosten met zich mee zou brengen.’   Ook had men de VVD- gedelegeerde in de Tweede Kamer, mevrouw van Someren-Downer, nog om commentaar gevraagd. Ze bleek de hele situatie niet toe te juichen maar het toch te tolereren, omdat er in Nederland op dat moment nog geen meerderheid was gevonden om commerciële etheruitzendingen toe te staan. Uiteindelijk was er toch een afsluitende positieve conclusie waar te nemen toen de presentator van Brandpunt concludeerde: ‘Maar, het kan. Men zou zelfs een keten van speelholen en verboden gelegenheden buiten de territoriale wateren kunnen aanleggen, zonder dat juridisch kan worden ingegrepen. Natuurlijk werden er tal van reacties in de diverse kranten gepubliceerd gericht op de eventuele komst van een commercieel televisiestation, even buiten de nationale wateren van ons land, maar werd ook de zittende regering gewezen op het gegeven dat men niet vroegtijdig had ingegrepen tegen Radio Veronica en daardoor andermaal er plannen waren om buiten de wetgeving om het publiek te bereiken, dit maal met televisie-uitzendingen.   In ‘de Volkskrant’ van 12 oktober 1963 was de rubriek ‘Ten Geleide’ bestemd voor het leveren van kritiek, dit maal onder het kopje: ‘Te lang gewacht’. Volgens de niet bij name genoemde redacteur was de Nederlandse regering te laat met een regeling van de reclametelevisie en drong de conclusie zich weer op gezien de plannen waren aangekondigd voor de reclame televisie-uitzendingen, verzorgd vanuit zee. En een vergelijking met Veronica leerde ook dat met van reclame maken via de radio ook niets wilde weten binnen de regering.   ‘Desondanks werd de behoefte er aan zo groot dat een gat in de wet werd gevonden, dat zelfs groot genoeg was om er met een complete zendinstallatie door te varen. De overheid is zich al jaren aan het bezinnen òf en hoe aan deze illegale uitzendingen een eind kan worden gemaakt. Maar onderwijl heeft Radio Veronica in feite volledig burgerrecht verkregen bij de Nederlandse luisteraars en bij het Nederlandse bedrijfsleven. Moet het nu weer net zo gaan met de toekomstige reclame-televisie?’   Men wist ook wel dat de komst van reclametelevisie in eerste instantie volledig was afgehouden door de bestaande omroepverenigingen, wat het vinden van een oplossing volledig had geblokkeerd. Wel had het voorgaande kabinet de kwestie eindelijk eens goed aangepakt en besloten te komen tot een tweede Nederlands televisienet, dat mede gefinancierd zou kunnen worden uit de opbrengsten van reclamespots. Maar eenmaal ter behandeling in de Tweede Kamer werd het wetsvoorstel, waarin de wijzigingen van het uitzenden van televisie was vastgelegd, in meerderheid van stemmen afgewezen, zonder er echter iets tegenover te stellen, dat wel voldoende instemming zou kunnen krijgen. Bij de besprekingen te komen tot een nieuwe regering konden de partijen destijds in 1963 het enkel eens worden op de instelling van een zogenaamde pacificatiecommissie, waarin lieden, die alle sterk uiteenlopende meningen hadden, waren vertegenwoordigd. De bedoeling was dat uit dat overleg een voor iedereen bevredigend compromis zou komen.   Maar de redactie van de Volkskrant constateerde in oktober 1963 dat tot op dat moment het nog steeds bij plannen was gebleven: ‘Voorlopig is men nog niet eens aan de samenstelling van deze commissie toegekomen. Daarna moet er nog lang een breed gestudeerd worden en als de leden van deze commissie het niet eens worden dan dient het huidige kabinet zelf weer te proberen knopen door te hakken.’ Dit uiteraard met in het achterhoofd de gedachte of er ook voor die plannen weer een minderheid zal zijn in de Tweede Kamer.   Voor de schrijver van het commentaar was het dan ook zeer begrijpelijk dat grote Nederlandse zakenlieden, die het wel in de toekomst van reclame-uitzendingen zagen zitten, de oplossing hadden gevonden door met een plan te komen tot uitzendingen vanuit internationale wateren. ‘De mazen in de wet, die wijd genoeg waren om Radio Veronica doorgang te verschaffen, zullen nu ook moeten dienen om er met een op een booreiland gemonteerde televisie apparatuur door te komen.’   Men verwachtte wel dat de regering spoedig zou komen met maatregelen waardoor een eventuele start van een televisiestation in internationale wateren voorkomen zou kunnen worden. En aldus de berichtgeving in diverse kranten, zou het best zo kunnen zijn dat ook Radio Veronica daar dan de dupe zou worden. De kritische rubriek werd vervolgd met: ’Als Radio Veronica toch, hoe dan ook, aan een behoefte voldoet, is het dan billijk dat de overheid nu nog, na jaren, gaat proberen om de klok terug te draaien? En al kan men er begrip voor hebben, dat de overheid zou willen voorkomen, dat er ook nog illegale reclame-televisie ontstaat – haar taak zou – evenals bij de reclame in de radio – toch moeten zijn, tijdig legale ruimte te scheppen voor een nieuwe behoefte. Wordt een dergelijke behoefte te laat onderkend, dan zoekt zij toch op de een of andere manier een uitweg en dat zien we ook weer bij de reclame-televisie. Er is te lang gewacht en daar ligt de fout!’ En we weten dat Veronica nog ruim 10 jaar langer haar gang kon gaan vanaf internationale wateren maar dat eind 1964 de REM de nek werd omgedraaid.   Hans Knot, 4 augustus 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Herinneringen aan de eerste film en meer

In de zomer van 1965 waren er twee films die bij het bioscooppubliek aansloegen. De veelal geroemde en beschreven: ‘Fanfare’ van Bert Haanstra was de eerste. Deze werd in Groningen destijds vertoond in het Grand Theater aan de Grote Markt, terwijl de kopers van een kaartje nog eens aangenaam werden verrast omdat gratis ook nog eens de door Haanstra geproduceerde documentaire ‘Glas’ werd vertoond.   Deze in 1958 in kleur gemaakte film was de eerste Nederlandse productie ooit die een Oscar heeft gewonnen. Inspiratie voor deze 11 minuten durende film kreeg Haanstra toen hij in opdracht van een glasfabriek een voorlichtingsfilm: ‘Over glas gesproken’ draaide. Hij raakte zo onder indruk van het productieproces dat hij tot een verkorte versie voor een breed publiek besloot. Hij vroeg Pim Jacobs speciaal voor de documentaire de muziek te componeren, wat het totaal compleet maakte.       In een andere bioscoop aan het Hereplein in Groningen, Camera, was op hetzelfde moment een showfilm te zien, die vooral door jonge vrouwen werd bezocht en alom geroemd werd als een fonkelend dansfeest. De hoofdrollen in de film: ‘Rozen voor Marika’ waren weggelegd voor Marika Kilius en Hans Jürgen Bäumler. Maar ook de destijds in Duitsland immens populaire Peter Kraus speelde een belangrijke rol.   In de jaren voorafgaand waren Marika en Hans Jürgen vooral bekend geworden als ijsschaatspaar, dat tussen 1958 en 1964 liefst vier keer nationaal kampioen van West Duitsland werd. Groter was het succes in Europa, waar ze zes keer de titel pakten en tevens pakten ze, met als trainer Erich Zehler, twee keer de wereldtitel ‘kunstrijden op de schaats voor paren’. De eerste wereldtitel was in 1963, maar had eerder gewonnen kunnen worden als de titelstrijd in 1961 niet was afgelast. Tijdens een vlucht van Sabena stortte een vliegtuig, met aan boord de Amerikaanse ploeg, neer hetgeen leidde tot afgelasting van de wereldkampioenschappen dat jaar.   Ook op de Olympische Spelen, waaraan ze twee keer deelnamen, wonnen Marika Kilius en Hans Jürgen Bäumler, even zo vaak een zilveren medaille. Zowel in 1960 als 1964 was dit het geval, alleen werd de laatste medaille in 1966 door het Internationale Olympische Comité weer ingenomen. Het was namelijk bekend geworden dat het paar al voor de Olympische Winterspelen van 1964 een contract had getekend om na de spelen commercieel te gaan optreden in de Weense IJsrevue. Vele jaren later, in 1987, werden ze gerehabiliteerd door het IOC en kregen ze elk hun medaille terug.   Tijdens de betreffende kampioenschappen werd er met regelmaat, nog in zwart wit, verslag gedaan op de televisie en werd er, waar men al de beschikking had over een televisietoestel, intens naar de Nederlandse televisie, die via Eurovisienetwerk, verslag deed. Dit kwam niet alleen om eerder genoemd paar maar vooral door de successen van de Nederlandse Sjoukje Dijkstra en Joan Haanappel.   Terugkomend op de film ‘Rozen voor Marika’ kan gesteld worden dat ook het ballet van de Weense Staatsopera erin optrad, evenals de toen bekende Flamengo danser Pedro Di Cordoba. Aangezien er bij ons thuis vaak naar de radioprogramma’s van Chris Howland werd geluisterd kenden we ook de muzikale successen van Marika Kilius en Hans Jürgen Bäumler, waarvan een aantal in de showfilm voorkwam. ‘Wenn die Cowboys träumen’, een duet met Marika Kilius) ‘Honeymoon in St. Tropez’ andermaal een duet met Marika Kilius en ‘Wunderschönes fremdes Mädchen’ en ‘Sorry little Baby’ uit 1964, waren allen successen voor Hans Jürgen Bäumler. Een jaar later werd hij daarvoor onderscheiden met de bronzen leeuw, uitgereikt door de leiding van de Duitse service van Radio Luxembourg.   Groningen had nog meer bioscopen, zoals Luxor in de Heerestraat en de Beurs in de A-Kerkstraat. In deze laatste werden meer de derde rangs films gedraaid terwijl seks wellustelingen er ook hun genre af en toe konden zien. Wat was trouwens mijn eerste film in de Groninger bioscopen? Ik denk dat het in 1958 is geweest dat moeder met mijn oudste broer Jelle een weekend naar onder meer de Heilige Landstichting in Nijmegen ging en vader de ‘opdracht’ kreeg de andere vier kinderen te vermaken. 8 jaar en dus op naar een familiefilm in de bioscoop om ‘Der Lachende Vagabund’ te zien met onder meer zanger Fred Bertelmann, die ook vaak werd gedraaid in de programma’s van Radio Luxembourg.   Ik probeerde vervolgens dat station maar eens op te zoeken toen ik stiekem aan de knoppen van de radio zat. Was dat misschien het begin van mijn grote liefde voor de radiobeleving? Deels want broer Jelle wist avonds laat ons, omdat we dezelfde slaapkamer deelden ondanks een leeftijdsverschil van tien jaren, ons – mijzelf en mijn tweelingbroer Egbert – warm te maken voor de uitzendingen van The American Forces Radio Network (AFN) dat voor ons Groningers vooral goed was te ontvangen via de zender actief vanuit Bremerhavn.      Hans Knot, 28 juli 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: presidentiële communicatie vanuit de trein

In deze korte nostalgische terugblik neem ik je mee naar Amerika. Politiek is communicatie, zo wordt wel gezegd. Dat is misschien wat overdreven, maar belangrijk is communicatie wel in de politiek en zeker in de Amerikaanse politiek. Dat werd door de Amerikaanse presidenten al vroeg beseft. Het is dan ook niet vreemd, dat er al in de jaren vijftig van de vorige eeuw in de presidentiële trein een complete coupé werd ingericht voor een "Rolling Radio Communication Facility".   Allereerst dien je in Amerika te zijn. Daarnaast dien je de beschikking te hebben over een scanner met de mogelijkheid om de zogenaamde "utility" band te beluisteren. En dan dien je ook nog te weten dat de Amerikaanse president in je omgeving komt voor een werkbezoek. Zijn aan die drie voorwaarden vervuld, dan kan je de scanner gebruiken om af te stemmen op de presidentiële communicatie, die word uitgestraald vanuit diens vliegtuig, de Airforce One. De vraag is echter of de vooral gescrambelde communicatie snel is te vertalen.   Op het gebied van de communicatie is de president van de USA namelijk volkomen bij de tijd. Hij beschikt over directe lijnen naar waar hij zijn berichten ook maar wil sturen. Maar hoe zat het nu eigenlijk voordat de presidentiële Airforce One of andere vliegtuigen werden ingezet, oftewel in de tijden dat de toenmalige presidenten zich op een andere manier moesten verplaatsten door de Amerikaanse staten?   Dan hebben we het al snel over de tijden dat transport per trein nog als veel veiliger werd beschouwd dan per vliegtuig. Bovendien zag men als voordeel dat men waar dan ook een stop kon inlassen om het volk gedag te kunnen zeggen om eventueel zieltjes te kunnen winnen voor eventuele toekomstige verkiezingen. Het IJzeren Paard, zoals de trein als transportmiddel in de tijden van de presidenten Roosevelt, Wilson en Harding werd genoemd, bleek een optimaal transportmiddel te zijn. Men kon er kris kras mee door Amerika reizen. Maar, de techniek schreed voort en ook aan de trein kon nog wel het een en ander worden verbeterd. Tegen het einde van de regeringsperiode van Truman werd er daarom een voor die tijd enorm hoog bedrag uitgetrokken om de presidentiële trein te voorzien van een aparte coupé die vol technische snufjes werd ingericht. Liefst $119.000 werd er in 1952 in dit project geïnvesteerd.   "Rolling Radio Communication Facility" zo luidde de officiële benaming van dit presidentiële communicatiecentrum, waar de president gebruik van kon maken als hij, per trein, op reis was in zijn land. Het werd op die manier voor hem mogelijk contact te onderhouden met onder meer Moskou — vergeet niet, het was de tijd van de Koude Oorlog — en andere hoofdsteden ter wereld, maar ook met alle andere belangrijke personen binnen zijn regering of overheidsinstanties. De uitrusting bestond uit "stemverbindingen", die zonodig gescrambled konden worden uitgezonden, een telex en later fax-apparatuur. FM-frequenties waren beschikbaar voor mobiele telefoongesprekken, voor beveiliging en voor contacten tussen mensen binnen de diverse coupés van de presidentiële trein.   Tevens werd optimaal gebruik gemaakt van doorsturing van toespraken, die door de presidenten tijdens de reizen werden opgenomen en vervolgens werden uitgezonden op bepaalde frequenties, waarna lokale stations de toespraken weer konden opnemen voor heruitzending of doorsturing naar de nationale netwerken. Sta er wel bij stil dat dit alles mogelijk werd voordat we het tijdperk van digitalisering en mini-apparatuur inging. Het ging dus om apparatuur van groot formaat, stevig ingebouwd in rekken, zodat het te allen tijde stabiel in de trein zou staan. Alles bij elkaar vulde de apparatuur een complete coupé.   Op de foto bovenaan dit artikel zien we de volgepakte coupé. Op het plaatje vallen onder meer vier ontvangers te onderscheiden van het merk Hammarlund SP600, verder een mengpaneel en nog een aantal klokken, één voor ieder van de vier tijdszones waarin Amerika is onderverdeeld. Of de dienstdoende officier op het moment van het maken van de foto bezig was met het voorlezen van een presidentiële verklaring, is niet bekend.   Hans Knot, 21 juli 2018

hans knot

hans knot



×

Belangrijke informatie

Door gebruik te maken van deze site ga je akkoord met onze Gebruiksvoorwaarden, Privacybeleid, en We hebben cookies op je apparaat geplaatst om de werking van deze website te verbeteren. Je kunt je cookie-instellingen aanpassen. Anders nemen we aan dat je akkoord gaat.