Spring naar bijdragen

Column

  • artikelen
    206
  • opmerkingen
    215
  • weergaven
    13255

Auteurs van dit blog

Voer dit blog

Berichten in deze blog

Hans Knot: presidentiële communicatie vanuit de trein

In deze korte nostalgische terugblik neem ik je mee naar Amerika. Politiek is communicatie, zo wordt wel gezegd. Dat is misschien wat overdreven, maar belangrijk is communicatie wel in de politiek en zeker in de Amerikaanse politiek. Dat werd door de Amerikaanse presidenten al vroeg beseft. Het is dan ook niet vreemd, dat er al in de jaren vijftig van de vorige eeuw in de presidentiële trein een complete coupé werd ingericht voor een "Rolling Radio Communication Facility".   Allereerst dien je in Amerika te zijn. Daarnaast dien je de beschikking te hebben over een scanner met de mogelijkheid om de zogenaamde "utility" band te beluisteren. En dan dien je ook nog te weten dat de Amerikaanse president in je omgeving komt voor een werkbezoek. Zijn aan die drie voorwaarden vervuld, dan kan je de scanner gebruiken om af te stemmen op de presidentiële communicatie, die word uitgestraald vanuit diens vliegtuig, de Airforce One. De vraag is echter of de vooral gescrambelde communicatie snel is te vertalen.   Op het gebied van de communicatie is de president van de USA namelijk volkomen bij de tijd. Hij beschikt over directe lijnen naar waar hij zijn berichten ook maar wil sturen. Maar hoe zat het nu eigenlijk voordat de presidentiële Airforce One of andere vliegtuigen werden ingezet, oftewel in de tijden dat de toenmalige presidenten zich op een andere manier moesten verplaatsten door de Amerikaanse staten?   Dan hebben we het al snel over de tijden dat transport per trein nog als veel veiliger werd beschouwd dan per vliegtuig. Bovendien zag men als voordeel dat men waar dan ook een stop kon inlassen om het volk gedag te kunnen zeggen om eventueel zieltjes te kunnen winnen voor eventuele toekomstige verkiezingen. Het IJzeren Paard, zoals de trein als transportmiddel in de tijden van de presidenten Roosevelt, Wilson en Harding werd genoemd, bleek een optimaal transportmiddel te zijn. Men kon er kris kras mee door Amerika reizen. Maar, de techniek schreed voort en ook aan de trein kon nog wel het een en ander worden verbeterd. Tegen het einde van de regeringsperiode van Truman werd er daarom een voor die tijd enorm hoog bedrag uitgetrokken om de presidentiële trein te voorzien van een aparte coupé die vol technische snufjes werd ingericht. Liefst $119.000 werd er in 1952 in dit project geïnvesteerd.   "Rolling Radio Communication Facility" zo luidde de officiële benaming van dit presidentiële communicatiecentrum, waar de president gebruik van kon maken als hij, per trein, op reis was in zijn land. Het werd op die manier voor hem mogelijk contact te onderhouden met onder meer Moskou — vergeet niet, het was de tijd van de Koude Oorlog — en andere hoofdsteden ter wereld, maar ook met alle andere belangrijke personen binnen zijn regering of overheidsinstanties. De uitrusting bestond uit "stemverbindingen", die zonodig gescrambled konden worden uitgezonden, een telex en later fax-apparatuur. FM-frequenties waren beschikbaar voor mobiele telefoongesprekken, voor beveiliging en voor contacten tussen mensen binnen de diverse coupés van de presidentiële trein.   Tevens werd optimaal gebruik gemaakt van doorsturing van toespraken, die door de presidenten tijdens de reizen werden opgenomen en vervolgens werden uitgezonden op bepaalde frequenties, waarna lokale stations de toespraken weer konden opnemen voor heruitzending of doorsturing naar de nationale netwerken. Sta er wel bij stil dat dit alles mogelijk werd voordat we het tijdperk van digitalisering en mini-apparatuur inging. Het ging dus om apparatuur van groot formaat, stevig ingebouwd in rekken, zodat het te allen tijde stabiel in de trein zou staan. Alles bij elkaar vulde de apparatuur een complete coupé.   Op de foto bovenaan dit artikel zien we de volgepakte coupé. Op het plaatje vallen onder meer vier ontvangers te onderscheiden van het merk Hammarlund SP600, verder een mengpaneel en nog een aantal klokken, één voor ieder van de vier tijdszones waarin Amerika is onderverdeeld. Of de dienstdoende officier op het moment van het maken van de foto bezig was met het voorlezen van een presidentiële verklaring, is niet bekend.   Hans Knot, 21 juli 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Eurovisie songfestival 1970

Zaterdag 21 maart 1970 vond het Eurovisie Songfestival plaats in het RAI Congrescentrum, omdat onze eigen Lenny Kuhr het jaar daarvoor een van de winnaars was geweest met ‘De troubadour’. Zowel via radio als de televisie waren vele Nederlanders, Vlamingen maar ook buiten onze landen gekluisterd om niet alleen alle liedjes aan te horen maar vooral om de meningen van de jury’s uit de deelnemende landen te horen, voor welk lied men de voorkeur had gekregen.   In ieder geval was het voor de latere winnares tijdens de bekendmaking van de punten, die vanuit alle landen werden gegeven, het op een bepaald moment allemaal iets te veel. Het was nog niet de tijd dat er een megavoorstelling van het Eurovisie Songfestival werd gebracht en werd meer op de individu dan groepen artiesten, omringd door allerlei managers, tekstschrijvers, componisten en verdere aanhang ingezoemd.   De nog maar 17-jarige Ierse zangeres was zichtbaar hangend tussen een paar stevige landgenoten, omstuwd door fotografen en met een bezorgde moeder, grootmoeder en overgrootmoeder achter haar aandribbelend, moest ze kort na het winnen van het 15de Eurovisie-songfestival weggedragen worden naar haar kleedkamer, omdat ze dreigde flauw te vallen. De spanning was haar duidelijk te veel geworden. Vooral toen de jury in Brussel haar liefst 9 punten gaf en dus ook de overwinning, want ze kwam op een totaal dat niet meer was in te halen door directe concurrent Engeland. Ierland eindigde als eerste met 32 punten, gevolgd door Engeland met 26 punten en West Duitsland haalde de derde plek met 12 punten.   Het programma werd gepresenteerd door Willy Dobbe, destijds omroepster bij de TROS. Er deden nog weinig landen mee mede doordat Portugal, Zweden, Noorwegen en Finland zich hadden terug getrokken omdat in 1969 er liefst vier winnaars waren. Katja Epstein was deelneemster namens West Duitsland. Tijdens de uitzending waren er geen noemenswaardige incidenten waar te nemen. Tijdens de generale repetitie stortte trouwens een deel van het podium in.   Op de radio waren enkele aanwezigen te horen en zo noteerde ik destijds dat onder meer Mary Hopkin zich uitliet over de jonge winnares. Ze zei: “Toen ik donderdag het lerse liedje voor de eerste keer hoorde, wist ik bijna zeker dat het zou winnen. Het is lief, het is niet zo commercieel en Dana zingt het schattig.”   Voordat ik het vergeet, Nederland werd met 7 punten vijfde terwijl België, waar in 1970 eigenlijk de Walen de Belgen vertegenwoordigden, met 5 punten zesde werd. Helemaal onderaan met nul punten eindigde Luxemburg dat werd vertegenwoordigd door Leon Kleerekoper, die wij als radioliefhebbers nog kennen uit de tijd van Radio 227. Als David Alexander Winter trad hij op voor Luxemburg en nadat de uitslag bekend was geworden had hij geen goed woord over op de uitslag. Op de radio noemde hij het ‘waardeloos, onmogelijk en volstrekt onbegrijpelijk’. Het voelde aan als een miskend talent te zijn. Gelukkig is het allemaal goed met hem gekomen.   Het songfestival werd in de Eurovisielanden in 1970 bekeken door liefst 400 miljoen mensen, over radiobeluistering werden destijds geen cijfers bekend gemaakt maar één van hen was uw columnist. Het Metropole Orkest zorgde die dag voor de muzikale begeleiding van het geheel, kom daar anno nu maar eens mee. Dolf van der Linden was de dirigent en orkestleider.   Hans Knot, 14 juli 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Banden NCRV gewist in Zuid-Afrika

De onderstaande herinnering kwam in mijn geheugen terug toen ik recentelijk een bulkarazer uit de kast haalde op de universiteit om een aantal videobanden te wissen. Ik schafte dit apparaat reeds in 1976 aan en het functioneert nog steeds. Voor diegene die niet weten waar dit apparaat voornamelijk uit bestaat is de verklaring dat het een enorm zware magneet bevat. Bij activering door een stroomstoot wist deze recorderbanden, videobanden en /of cassettebanden binnen een seconde, ofwel de signalen worden dermate aangetast dat een normaal beeld en geluid niet meer beschikbaar zijn.   Je kunt dit apparaat dus professioneel gebruiken ter bescherming van privacy. In mijn geval gebruikte ik het apparaat vooral als een vooraf met cliënten of ouders van cliënten afgesproken bewaartermijn van een testafname was verlopen. Binnen de universiteit ben je dan verplicht de wettelijke voorschriften te volgen en dus de opname te vernietigen. Maar het apparaat kan ook op een andere manier worden ingezet.   Het duurde even voordat ik in mijn archief een aantekening had teruggevonden van 15 april 1970 waarbij werd gewag gemaakt van het schonen van geluidsbanden van een NCRV-radio en televisie reportageteam. Het bericht, dat in vele Nederlandse kranten destijds was te lezen, meldde dat de toenmalige NCRV-verslaggever, Henk Mochel, in de radiorubriek ‘Hier en Nu’, de Zuid-Afrikaanse geheime politie had beschuldigd een aantal geluidsbanden met opnamen in Zuid-Afrika gemaakt, te hebben vernietigd. Op een van de banden stonden onder meer opnamen van ‘Sieg Heil-geroep’ bij binnenkomst van de toenmalige premier Vorster van Zuid-Afrika in een bijeenkomst van de Zuid-Afrikaanse Nationale Partij in Durban.   Mochel volgde ondermeer met cameraman Henk Wip de Amsterdamse hoogleraar professor Verkuyl, die op uitnodiging van de Raad van Kerken een reis door Zuid-Afrika maakte. Het was de bedoeling dat regelmatig van de reis zowel via radio als televisieverslag zou worden gemaakt. Volgens Mochel waren elf van zijn geluidsbanden door een ontmagnetiserende kracht schoon gewist en de enige die die kracht verricht kon hebben was de Zuid-Afrikaanse Special Branch.   Op die geluidsbanden was een aantal vrij unieke gesprekken opgenomen, onder meer over deze geheime politie, waarin bepaald onprettige opmerkingen over deze dienst waren gemaakt. Volgens de berichtgeving begonnen moeilijkheden voor Mochel en Wip bij een bijeenkomst van de Nationale Partij in Durban, waar de Zuid-Afrikaanse Premier Vorster ook zou komen. Toen hij binnenkwam, stonden studenten van de universiteit van Natal, die op de twee bovenste galerijen zaten, op en begroetten de premier met luid Sieg Heil-geroep. De beide NCRV-mensen namen daarop hun apparatuur op de schouders en liepen naar de betreffende galerij om vandaar de studenten te filmen.   Mochel vertelde in het actualiteitenprogramma over wat er toen volgde: “We stonden daar maar net, toen we door twee hijgende veiligheidsmensen op de schouder werden geklopt en die ons mee naar buiten namen. Ze waren vreselijk nerveus. Een van hen bleef bij ons terwijl de andere zijn chefs ging bellen. Toen hij terugkwam stroomde hij over van vriendelijkheid, bood duizend excuses aan, gaf sigaretten weg. We werden teruggebracht en mochten weer opnamen maken. De volgende dag werd die vriendelijkheid ons duidelijk. Elf van onze geluidsbanden bleken te zijn schoon gewist." Volgens Mochel was het duidelijk, dat de Zuid-Afrikaanse geheime politie hierin de hand had gehad. Iedere andere oorzaak werd door hem van de hand gewezen. Het was volgens hem meer dan duidelijk dat het schoonvegen van de banden opzettelijk, doelbewust en doelgericht was gebeurd. Mochel vertelde voorts, dat op een van de banden onder meer vernietigende opmerkingen over de geheime politie waren opgenomen, door verschillende geïnterviewden uitgesproken. Mochel eindigde het radio-interview met de woorden: “Het enige positieve wat we momenteel nog van deze Special Branch kunnen zeggen is, dat wat ze doen ze in ieder geval goed doen." De magneet had zijn werk andermaal gedaan in de bulk-arazer.   Hans Knot, 7 juli 2018  

hans knot

hans knot

Hans Knot: De vroege commercialmakers

Enkele jaren geleden kreeg ik een demo toegestuurd die afkomstig was van een productiebedrijf, dat al in de vroege jaren zestig van de vorige eeuw ondermeer reclamespots maakte voor Radio Veronica. Op het moment van beluisteren besefte ik dat het wel een hele vroege vorm van demonstratiepresentatie op een bandje in Nederland dient te zijn geweest. De opname, uit 1963, begon met trompetgeschal gevolgd door een felle stem die zei: ‘De la Mar presenteert radioreclame’. Daarna een andere stem met: ‘Goedendag, ik vertegenwoordig op deze bandopname de afdeling radio, televisie en film van De la Mar. Een afdeling waarin U allen juist nu meer dan ooit in geïnteresseerd bent.’   De stem was afkomstig van Eli Asser en hij vertelde tevens dat zijn assistent Wim Schipper was. Waarom ‘meer dan ooit’ geïnteresseerd in radioreclame? Wel Radio Veronica had haar weg naar de luisteraars gevonden en deze onderneming, opgericht in 1880, richtte zich in eerste instantie op het maken van advertenties voor dagbladen, gevolgd door ondermeer reclamespots voor de adverteerders in bioscopen. Maar toen vanaf de Noordzee radio met reclame kwam was er een nieuwe weg gevonden de boterham te beleggen. De afdeling werd dan ook beschreven als de ‘nieuwste loot aan de De la Mar stam’.   In ‘Het Algemeen Dagblad’ van 3 augustus 1963 werd aandacht besteed aan de nieuwe tak van De la Mar, een bloeiend bedrijf dat zich was bezig gaan houden met de productie van reclame jingles en gesponsorde programma’s. Niet alleen werkte men voor de Nederlandstalige service van Radio Luxembourg, maar ook voor Radio Veronica. ‘Hoezeer de deelhebbers aan deze branche (de adverterende firma’s, de producenten en de artiesten) ook leven met het begrip geluidsreclame, weet de buitenwacht er weinig of niets van. Men realiseert zich het bestaan van dergelijke reclame pas op het ogenblik, waarop de tientallen transistors op het Noordzeestrand de slagzinnen loslaten op de helblauwe hemel.’   De journalist van de krant, die de initialen ‘WH’ gebruikte, meende dat nog steeds enkele tientallen bedrijven, die deze vorm van reclame maakten, in ieder geval wat Radio Veronica betrof, zich bevond in een geheimzinnig waas van illegaliteit. Dit ondanks dat het radiostation al bijna drie jaren in de ether was. Hij doelde op het gegeven dat tal van artiesten geen contract wenste te ondertekenen als een bepaald bedrijf ze door medewerkers van De la Mar hadden benaderd mee te doen aan een van de programma’s van Radio Veronica.   Dit omdat ze, bij accepteren, in conflict zouden komen met de erkende omroepen. Om een duidelijke indruk te krijgen van de radioactiviteiten van het bedrijf had de journalist dan ook een gesprek met Eli Asser: “Het is duidelijk dat reclame op de televisie, in welke vorm dan ook, op den duur haar intrede zal doen. Terwijl iedereen in de zakenwereld - en dus ook in de wereld van de reclame – daarop wacht, zijn wij, bij wijze van overbrugging, begonnen met de radio. Niet dat de radioreclame op den duur zal verdwijnen, dat geloof ik beslist niet. Maar zo belangrijk als ze vandaag de dag is, zal ze niet meer zijn als er eenmaal televisiereclame mogelijk is.”   Aangenomen mag worden dat hij doelde op het verschil in prijsniveau tussen de toen toekomstige televisiereclame en die van de radioreclamespots. De la Mar, en dus ook Radio Veronica, die men destijds vertegenwoordigde naar de zakenwereld, berekende in die tijd een bedrag van twaalf gulden per reclameseconde. Voor een seconde reclame in een programma in het weekend werd 15 gulden gevraagd. In 1963 was de prijs voor een gesponsord programma van een kwartier 500 gulden, terwijl die in het weekend 625 gulden kostte. Uiteraard werden de bedragen voor de klant vermeerderd met de productiekosten, zoals de betaling aan deelnemende artiesten en de studiokosten.   Bekende Nederlanders uit die tijd begonnen een centje bij te verdienen zoals zanger Tom Kelly, die te beluisteren was met een gesponsord programma van Wajang Plantenmargarine. Hierin draaide hij platen uit eigen collectie. Het was vooral Zuid Amerikaanse muziek en hij zong ook altijd zelf een liedje. Het programma duurde per aflevering een kwartier en werd door De la Mar geproduceerd voor Radio Veronica. Een ander voorbeeld was ‘Lion Pops’. Het was een ander gesponsord programma dat op dinsdag en vrijdagmiddag werd uitgezonden en dat door Leeuwenzegel werd gefinancierd. Het bracht voornamelijk de nieuwste top hits, in presentatie van Tineke. Wekelijks kwam er ook een plaatje uit met twee tophits in ‘een niet originele uitvoering’, die verkregen kon worden voor 40 Leeuwenzegels en 1 gulden. Leeuwenzegels kreeg je weer in tal van winkels bij aankoop van bijvoorbeeld je kruidenierswaren of het vlees in de slagerij.   In het programma was een ‘stem van een leeuw’ te horen, die werd vertolkt door Rijk de Gooijer, die trouwens ook een eigen programma bij De la Mar opnam. Het betrof een programma met zonnige vakantietips, gefinancierd door Bayer, die haar product Delial aan de ‘vrouw’ probeerde te brengen. Ook te noemen is een programma, gesponsord door Heinz Soepen, dat werd gepresenteerd op de zondagmorgen door Cor Lemaire en Eli Asser. Tenslotte wil ik het duo Conny Stuart en Ko van Dijk noemen, dat een programma onder de namen ‘Nancy en Mamsie’ presenteerde. Andermaal was het een door Bayer betaald programma, en wel om haar product ‘Aspirine’ te promoten.   De reclamespots, die bij De la Mar werden gemaakt, hadden een minimale lengte van 10 seconden, waarvan werd gesteld dat de korte duur bij herhaling effectief zou zijn. Het werd in de genoemde demo gestaafd door bij herhaling een spot voor het nieuwe ontbijtproduct uit die tijd: ‘Brinta’ te presenteren. Bij Radio Veronica werden sommige spots in 1963 acht tot tien keer per etmaal herhaald. Wel had Asser een duidelijke mening over de rol van de commercials in een radioprogramma: “Ik vind het een kwestie van een eenvoudige code, dat in een radioprogramma voor een commercieel radiostation de reclameboodschap een gescheiden plaats inneemt. Natuurlijk kun je de sfeer van een programma wel aanpassen aan de zaak waarvoor je adverteert. Zonnebrandolie breng je niet in een regenprogramma en oliehaarden niet in een programma over een zomerse dag. Maar voor het overige moet je, bij de productie van dergelijke gesponsorde programma’s, er wel degelijk voor zorgen, dat je de mensen een echt programma voorzet.  Een programma waar ze ongestoord plezier aan kunnen beleven, en waarin de reclameboodschap een duidelijk gescheiden plaats heeft.”   Eli Asser ging ook dieper in betreffende de kwestie dat bepaalde artiesten niet wensten mee te werken, dit om problemen met andere werkgevers in omroepland te voorkomen: “Dat sommigen, die in dienst zijn van de omroepen, aan deze programma’s niet willen en mogen meewerken, vind ik logisch. In geen enkel bedrijf zou men de medewerkers toestaan te ‘schnabbelen’ voor een concurrerende firma. “Het probleem deed zich echter niet alleen voor bij de omroepmedewerkers, die in vaste dienst van de omroepen waren. Ook een aantal zogenaamde losse medewerkers van de omroepen stelde zich aarzelend op om mee te werken aan de producties van De la Mar. Asser: “Zij durven soms niet goed – al neemt het aantal van degenen, dat wel mee doet, toe. Wij hebben deze mensen uiteraard nodig, zowel voor wat de presentatie betreft als voor muziek en toneel.”   Met het laatste doelde Asser op het uitvoeren van een aantal eenakters, dat hij in opdracht van een adverteerder had geschreven: “Acht korte en geestige schetsen, die worden gespeeld door Ko van Dijk en Conny Stuart. Ze passen in het kader van de ideeën over commerciële radio. Het dient doodgewoon radio op goed peil te zijn, radio waar de mensen niet alleen een achtergrondinstrument van maken, maar ook actief naar luisteren. Vandaar de eenakters. Ik geloof dat de reclame pas waarde krijgt, wanneer ze gemaakt wordt in het kader van goede programma’s – en goede programma’s zijn dan uiteraard niet alleen maar ernstige programma’s.”   Bij De la Mar trachtte men destijds voor de twee actieve commerciële radiostations programma’s op niveau te maken en wel in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven, dat meer en meer het belang van het medium commerciële radio ging inzien.   Hans Knot, 30 juni 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Tweede Kamer vragen in 1968

Het zijn van die berichtjes in de kranten die mij in het verleden hebben aangezet een schaar te pakken en deze berichten uit te knippen. Want het ging niet alleen over radio maar het bericht kon ook nog eens van historische waarde zijn. Zo ook op vrijdag 3 mei 1968 toen in de kranten een bericht was geplaatst naar aanleiding van schriftelijke vragen die waren gesteld door leden van de Tweede Kamer aan de toenmalige minister voor Verkeer en Waterstaat, en aan die van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, mevrouw Marga Klompé.   Zij was destijds ondermeer verantwoordelijk voor het omroepgebeuren in Nederland. De vraagstelling had betrekking op de mogelijkheden in de toekomst over de gaan tot het maken van radio op lokaal niveau. In ons land waren destijds slechts enkele regionale radiostations actief, waarbij bij lange na geen sprake was van landelijke dekking.   In ieder geval werd er door Klompé serieus op de vragen ingegaan want binnen haar Ministerie en die van Verkeer en Waterstaat waren een paar ambtenaren een tijdlang bezig geweest onderzoek te plegen naar de technische mogelijkheden voor het opstarten van lokale radiostations. En, zo vertelde ons de berichtgeving op 3 mei, het bleek inderdaad mogelijk twee plaatselijke radiostations te bouwen in de verschillende grote gemeenten als Amsterdam, Den Haag en Rotterdam. Voor andere plaatsen, zoals Utrecht, Breda, Zwolle, Hilversum, Eindhoven, Groningen en Maastricht, was er slechts een mogelijkheid tot de bouw van één radiostation per gemeente.   Wel werd eraan toegevoegd dat de zenders met echt een gering vermogen in de ether zouden kunnen komen.  De schriftelijke vragen waren trouwens afkomstig van de leden van de Tweede Kamer drs. E. C. Visser en drs. M. Dijkstra, beiden vertegenwoordigers namens D66.   Maar er diende nog zeker het één en ander geregeld te worden want in het antwoord was te lezen dat informatie omtrent de vermogens van de te gebruiken zenders eerst kon worden gegeven nadat de hiervoor noodzakelijke coördinatieprocedure met de buurlanden zou hebben plaatsgevonden. Dit diende te worden gedaan aangezien het was voorgeschreven in de overeenkomst inzake ondermeer de frequentieverdelingen gesloten tijdens een congres van de Internationale Telecommunicatie Unie in Stockholm in 1961. Daar deze procedure ook voor de buurlanden veel werk met zich mee zou brengen, kon hiermee niet worden begonnen voordat er sprake was van een meer concrete opzet van de toekomstige lokale radio. Een adder onder het gras want wat werd hier voor blokkade opgezet?   In het antwoord van de ministers was verder te lezen dat berekeningen hadden aangetoond dat storing in de ontvangst van de toen toekomstige landelijke fm- en tv-stations, veroorzaakt door de toekomstige lokale radiostations, binnen aanvaardbare grenzen zou blijven. Experimenten ter plaatse konden hierover slechts afdoende zekerheid verschaffen van storing op buitenlandse fm- en tv-programma's door de lokale fm-zenders. Het vermoeden was dat op vele plaatsen in de naaste omgeving van deze zenders storing onvermijdelijk zou zijn.   Derhalve vonden de bewindvoerders dat, wilde men storingen voorkomen, het aantal lokale radiostations beperkt diende te worden toegelaten. In een toelichting op hun vragen was door beide D66 Kamerleden gesteld, dat voor een deugdelijk functioneren van plaatselijke democratie de radio een belangrijke bijdrage kon leveren.   Lokale radiostations konden namelijk met hun zendvermogen doelgericht het grondgebied van de desbetreffende gemeenten tot in alle uithoeken bereiken. Ze voegden er nog aan toe dat het ontbreken van de technische gegevens en kennis van mogelijkheden de verdere ontwikkeling van lokale democratie in de weg zou staan.   Aldus deze herinnering aan de berichtgeving uit 1968. En kwam de lokale radio er snel? Ik heb er maar even op de achtergrond een oude opname gestart van het allereerste programma van de lokale radio in Groningen, de plaats waar als tweede in Nederland een experiment werd opgestart. Het allereerste programma werd op 12 november 1984 uitgezonden. Ja, u leest het goed, 16,5 jaar later nadat de vragen waren beantwoord over de toekomst van de lokale radio. En daarbij komt nog dat de eerste periode van de lokale radio in Groningen, dat bekend werd onder de naam Radio Stad, alleen te beluisteren was via kanaal 4 van het televisietoestel en op de lokale kabel op de ‘95FM’. En de presentator van het eerste programma? Dat was de schrijver van uw nostalgische column.   Hans Knot, 23 juni 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: herinneringen aan mei 1971 (3)

Gelijk aan de laatste twee zaterdagen ga ik met je terug naar de laatste week van mei 1971 en al bladerend door een map met knipsels schiet ik in een grote lachbui want wat was die tijd toch mooi. Ikzelf was in mijn 22ste levensjaar en was al nauw betrokken bij het schrijven voor het blad Pirate Radio News. In de weken na de aanslag op het zendschip van Radio Noordzee verdiepte ik mij meer en meer in de door mij verzamelde krantenartikelen over radio en de diverse tijdschriften die er over dit onderwerp, vaak op gestencilde blaadjes, in de loop der jaren waren verschenen. Dit leidde tot een soort van scriptie die als titel: ‘The fight for free radio’ meekreeg. Die werd als bijlage meegestuurd met een van de edities van Pirate Radio News (PRN) en vervolgens werd ik benaderd om een vergadering van de redactie van het tijdschrift in Amsterdam bij te wonen, ten huize van Wim Herrebrugh. Verdere aanwezigen waren Dick van Schenk Brill, die samen met Wim aan de oprichting van Pirate Radio News in 1968 had gestaan, en Jacob Kokje.   Wim en Dick gaven beiden tijdens deze vergadering aan minder tijd te kunnen steken in redactie van het tijdschrift en mij het voorstel deden de eindredactie van PRN te gaan doen. Ik vroeg bedenktijd want ik had, naast mijn werk bij het EGD te Groningen, nog een behoorlijke taak binnen de ziekenomroep Halte Lijn 4 van het RKZ te Groningen en binnen de omroep van het toenmalige sanatorium Beatrixoord te Haren.   Uiteindelijk heb ik toegestemd en gingen Jacob en ik niet alleen inhoudelijk het blad vullen maar werd er ook volop gewerkt aan het veranderen van de lay-out en het drukproces naar offset. Maar bovenstaand was niet de reden tot de grote lachbui, dat had meer te maken met een berichtje dat wij hadden gemaakt in PRN dat later ook uitgebreid op de voorpagina van de regionale krant, het Nieuwsblad van het Noorden, was te lezen.   Op 27 mei 1971 wist de redactie van deze krant te melden dat er volgens de programmamakers van de RONO, de Regionale Omroep Noord en Oost, er een piratenzender op de Waddenzee zou komen. ‘Een piratenzender dat zal gaan uitzenden volgens de formule van Radio Nordsee zou, als de berichten hieromtrent juist zijn, momenteel ergens in Nederland afgebouwd worden. Volgens de berichten is het de bedoeling dat het zendschip ergens boven de Waddeneilanden gaat liggen. Het zal zich vooral op het Noorden en Oosten van ons land gaan richten. De naam zou Radio Enterprise zijn’.   De journalist van het Nieuwsblad van het Noorden had dus wel geluisterd maar niet de juiste aantekeningen gemaakt want de naam van het schip zou Enterprise zijn, terwijl een andere naam als toekomstige naam voor het radiostation werd genoemd in het programma van de RONO. Men ging verder met: ‘Volgens de inlichtingen die men had ontvangen zou de opzet voor tachtig procent rond zijn. In Groningen zou een proefstudio zijn ingericht en als financier werd ondermeer Danlon uit Emmen genoemd. De directie van dit bedrijf zegt echter van niets te weten.’   Een woordvoerder van Danlon daarover: “Misschien worden we wel genoemd omdat we wel eens adverteren via Radio Veronica, maar er is ons niets bekend van een dergelijk schip. We zijn dan ook door niemand benaderd.” En aangezien het Nieuwsblad van het Noorden binnen de Gemeenschappelijke Persdienst actief was en het stukje op de voorpagina een plek had gevonden werd het door een aantal andere lokale en regionale kranten overgenomen.   Slechts een dag later, op vrijdag 28 mei 1971, meldde het Nieuwsblad van het Noorden, andermaal op de voorpagina, dat de RONO er was in gevlogen en zelfs de toenmalige premier De Jong. Men zou, aldus de krant, slachtoffer zijn geworden van een grap van twee Groninger deejays. In een Groninger bar hadden ze opnamen laten horen van het toekomstige station aan een van de medewerkers van de RONO die in zijn enthousiasme het bericht zo fantastisch vond dat hij het, zonder op waarheid te checken, de ether in stuurde.   Men ging bij de regionale omroep nog een stapje verder door een reactie te vragen in Den Haag en wel aan de demissionaire premier de Jong. In de daaraan voorafgaande week had een aantal berichten gestaan in diverse kranten inzake de plannen tot maatregelen tegen de zeezenders. De Jong reageerde dan ook met een verklaring weinig mogelijkheden te zien voor etherpiraten, aangezien het demissionaire kabinet had besloten het Verdrag van Straatsburg aan de Staten-Generaal ter ratificatie voor te leggen. Een nog niet genomen aanpassing van de Telefoon- en Telegraafwet stond slechts nog maatregelen tegen de zeezenders in de weg.   Maar waar zat nu de grap? Twee Groninger programmamakers van de ziekenomroep hadden in een bar de radiomaker van de RONO, die vaker in die uitbating kwam, over de plannen verteld. Ze hadden deze eerder verzonnen in de studio van de ziekenomroep en hem in de kroeg de ‘ins en outs’ verteld over het project, waarvoor ze benaderd waren om deejay te worden. Ook vertelden ze hem dat het schip in de Duitse Bocht voor anker zou gaan en dat naast Danlon de tabaksfirma Niemeijer als financier was aangetrokken.   Namen van programmamakers waren er ook volop: Hans Manspijk (Hans Spijkerman), Rudie Drent (Rudi van den Hende), Reinier de Vos (Egbert Knot), Rob Slager (Rob Bakker), Ton Vogt (Hans Knot) en verder de Duitse programmamakers Dieter Meuling, Horst Olofsen en Rein Horner. Deze drie laatsten waren niet bestaande personen. Trouwens ook de naam van het schip en de naam van het toekomstige radiostation, Radio Angelina, bestonden niet maar waren verzonnen. Nepnieuws zouden we het nu noemen, toen werd het naar buiten gebracht om de geloofwaardigheid van de programmamaker van de RONO te testen. Trouwens één van voornoemde personen kreeg een mooie en langdurig loopbaan als technicus bij de RONO (later RTV Noord), te weten Rob Bakker en een andere was in 1999 als Ton Vogt te horen op de zeezender Offshore 98. En dat was nog maar het begin van de diversiteit aan activiteiten op radiogebied van Hans Knot.   Hans Knot, 16 juni 2018   Foto: Ton Vogt (archief Hans Knot)

hans knot

hans knot

Hans Knot: herinneringen aan mei 1971 (2)

Het zal voor menige Nederlandse vrouw een fijn gevoel zijn geweest toen in de laatste week van mei 1971, de maand waar we het vorige week ook al over hadden in de nostalgische column, dat ze zelf al in een vroegtijdig stadium kon zien of ze al dan niet zwanger te zijn. Er werd namelijk bekend gemaakt dat men binnen de NV Chefora, een werkmaatschappij van de farmaceutische divisie van AKZO, een zwangerschapstest, Predictor genoemd, had ontwikkeld en op de markt ging brengen.   Hierdoor werd het voor een vrouw, nadat ze het product had aangeschaft negen dagen nadat de geplande maar weggebleven menstruatie had dienen te beginnen, de zwangerschapstest te doen door enkele druppels urine te mengen met de poeder vloeistof van de Predictor. Omtrent de uitvoering van de test werd destijds gemeld dat het de vrouw het slechts enkele minuten aan tijd zou kosten en dat de uitslag binnen twee uur kon worden afgelezen. Uiteraard is er veel en verder aan ontwikkeling gedaan en kan een test heden ten dage sneller worden afgelezen en zelfs eerder worden ingezet.   De Predictors zwangerschapstest was sinds eind mei 1971 bij apotheken en drogisterijen verkrijgbaar. Waar heb je ze nog de ouderwetse drogisterijen. Wel werd er nog een waarschuwing gegeven toen het bekend werd gemaakt dat het product op de markt was gekomen. Namelijk dat het niet de bedoeling was dat deze test het contact met de huisarts in een vroeg stadium van de zwangerschap overbodig maakte. Nee er werd zelfs sterk op aangedrongen, nadat de test positief was bevonden, deze met de huisarts te delen.   Dan maar even terug naar de radio in mei 1971 want er werd bekend gemaakt dat de gemiddelde luisterdichtheid van Hilversum 3 tussen 9 en 18 uur in het eerste kwartaal van 1971 was toegenomen met 2,5 procent. In het vierde kwartaal van 1970 bedroeg de luisterdichtheid 7,3 procent. Dit was een van de belangrijkste resultaten van de eerste luisterdichtheidsmeting die in 1971 van 20 tot en met 27 maart in opdracht van de afdeling studie en onderzoek van de NOS werd uitgevoerd door Intomart N.V.   De gemiddelde luisterdichtheid van Radio Veronica, aldus het rapport, nam in dezelfde uren iets toe, van 5.7 procent in het vierde kwartaal van 1970 tot 6.2 procent in het eerste kwartaal van 1971. De gemiddelde luisterdichtheid van Hilversum I en Hilversum II in genoemde uren nam af van 10.2 procent in het vierde kwartaal van 1970 tot 9.5 procent in het eerste kwartaal van 1971. De stijging van de gemiddelde luisterdichtheid van de categorie 'overige stations' in genoemde uren van 0.5 tot 1.8 procent, kwam waarschijnlijk voor het grootste deel voor rekening van Radio Noordzee. De totale radiobeluistering nam tussen 9 en 18 uur toe van 23.8 tot 27.3 procent. Ook werd in het rapport gesteld dat er een trend kon worden gesignaleerd dat het Nederlandse radiopubliek zich steeds meer richtte op het beluisteren van de lichte muziekstations.   Een al decennia terugkerend onderwerp werd in mei 1971 ook weer eens in de publiciteit gebracht en wel het probleem van het al dan niet beschikbaar stellen van programmagegevens door de publieke omroepen aan derden. In dat geval was het verzoek ingediend door de Geïllustreerde Pers om de gegevens compleet te mogen overnemen en te publiceren in haar tijdschriften, dit tegen een nader te bepalen passende vergoeding aan de omroepen. Maar andermaal werd er bepaald dat de omroepverenigingen niet verplicht werden, via de Nederlandse Omroep Stichting, de gegevens af te staan. De bepaling werd destijds vervat in een Koninklijk Besluit dat eind mei werd gepubliceerd in de Staatscourant. Dat betekende dat de Geïllustreerde Pers, destijds ondermeer uitgever van Margriet, de Nieuwe Revue en Avenue en was een dochteronderneming van het VNU-concern.   In de eerdere column over mei 1971 meldde ik al dat de meeste lezers bij het lezen van de maand mei van dat jaar denken aan de aanslag op het zendschip van RNI. Op woensdag 26 mei werd bekend gemaakt in Den Haag dat het toenmalige demissionaire kabinet van Premier de Jong de volgende dag zou gaan praten, tijdens de wekelijkse zitting, of men al dan niet alsnog wetsontwerpen zou indienen ter goedkeuring en uitvoering van het Verdrag van Straatsburg, dat optreden tegen zeezenders als Radio Veronica en Radio North Sea International mogelijk zou maken.   De confessionele ministers in het kabinet wilden in meerderheid van de situatie gebruik maken de zeezenders aan te pakken, maar de liberale ministers voelden er meer voor de zaak maar over te laten aan het volgende kabinet. De toenmalige ministers Bakker van Verkeer en Waterstaat en Marga Klompé (CRM) waren altijd al voorstander van ratificering van het verdrag en de wijziging van de Telegraaf en Telefoon Wet, welke bevoorrading van de radioschepen diende te verbieden.   Aangezien bekend was geworden dat de directie van Radio Veronica de hand bleek te hebben gehad in de aanslag op het zendschip van RNI waren ze van mening dat de situatie rijp was om in te grijpen.  Daarbij kwam nog dat de belangstelling voor Hilversum 3 als vervangend programma in luistercijfers groeiende was. Minister Luns, die destijds in 1965 het Verdrag van Straatsburg namens Nederland ondertekende, vond dat het wenselijk was – gelijk aan de mening van de drie liberale leden van het demissionaire kabinet – de beslissingen rondom de wetswijzigingen over te laten aan een daaropvolgend te benoemen kabinet. Het zou dus nog even duren alvorens echt een besluit zou worden genomen om, zoals later bekend, de anti-zeezenderwet zou worden geïntroduceerd, hoewel er slechts sprake zou zijn van wetswijzigingen.   Tenslotte werd op 26 mei 1971 bekend dat de International Broadcasting Society uit Bussum, de exploitatiemaatschappij van de zeezender Capital Radio, in Amsterdam failliet was verklaard. Dit hield tegelijkertijd in dat Radio Capital failliet was. Een maand eerder had al een advocaat namens een van de voormalige vrouwelijke bemanningsleden van de MV King David, het zendschip van Capital Radio, een faillissement verzoek ingediend daar zij al sinds november 1970 geen salaris meer had ontvangen. In werkelijkheid werd door de rechtbank een verzoek tot faillissement goedgekeurd, welke was ingediend door het bestuur van de International Broadcasting Society, aangezien men in uiterst grote financiële moeilijkheden verkeerde en dus geen toekomst in de radioactiviteiten meer zag.   Hans Knot, 2 juni 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: herinneringen aan mei 1971(1)

Terugblik op de maand mei 1971 (1) Voor de radiofanaten is de maand mei 1971 vaak de bittere herinnering aan de zaterdagavond toen men op welke manier dan ook te horen kreeg dat er een ‘bomaanslag’ was gepleegd op het zendschip van RNI. In werkelijkheid waren er in olie gedrenkte doeken in brand gestoken in de machinekamer waardoor een groot deel van het zendschip in brand stond en deejays en technici via de 220 meter en de korte golf om hulp schreeuwden via ‘Mayday Mayday a bomb has been thrown…’ Daders en opdrachtgevers werden terecht bestraft tot het uitzitten van een jaar gevangenisstraf. Opmerkelijk dat bijna een halve eeuw later velen nog steeds spreken over een bomaanslag in plaats van een brand gesticht aan boord van de MEBO II, RNI’s zendschip. Maar er gebeurde die maand veel meer en ik heb besloten mij te focussen op de laatste dikke week van de gedenkwaardige maand mei 1971.   Want zo was er het bericht vanuit de provincie Friesland waarin melding werd gemaakt dat ruim tachtig inwoners van het dorp Mantgum op 22 mei de trein, die naar Leeuwarden reed, gekaapt te hebben. Maar waarom gingen ze over tot deze actie? De Mantgumers gaven daarmee blijk van hun ongenoegen over het feit, dat hun dorp, dat zeven minuten met de trein van de Friese hoofdstad ligt verwijderd, in de toenmalige nieuwe dienstregeling niet meer was opgenomen. De bezetting gebeurde zonder verdere incidenten. De kapers werden later op de avond door dorpelingen met auto's vanuit Leeuwarden weer opgehaald.   De volgende dag was te lezen in de regionale kranten in Noord-Nederland dat de kaping gemakkelijk was verlopen, doordat de treinen, die op het baanvak Leeuwarden-Sneek reden, elkaar bij Mantgum dienden te passeren. Er werd gestopt, omdat het maar enkel spoor is. Tijdens de stop stoven de Mantgumers de trein in, waar de rit naar Leeuwarden onder luid protest en getoeter verder ging. Men had via deze zogenaamde ‘kaping’ even duidelijk een geluid van ontevredenheid laten horen. Het station bestaat niet meer en werd in 1973 gesloopt. Lawaai als protest was vrij normaal in 1971. Op de zaterdagavond van de 22ste mei hadden bijvoorbeeld militante Dolle Mina’s in Dublin van zich laten horen als protest tegen het in de Ierse Republiek zeer strenge verbod op geboorte beperkende middelen. Een groep van 47 Dolle Mina's keerde, beladen met ‘de pil’, spiraaltjes, condooms en wat er verder te koop was op dit gebied terug van een expeditie naar Belfast in Noord-lerland, waar de middelen destijds niet verboden waren.   En het ging zeker niet geruisloos toe want hun aankomst bij de douane op Connolly Station werd, volgens de krantenverslagen uit die tijd, een tumultueuze affaire. Achter de douanehekken werden de Dolle Mina’s opgewacht door honderden juichende vrouwen. Dolle Mina leuzen roepend trokken de 47 andere vrouwen, bij wijze van spreken, uit de trein op naar de douane. Een paar vrouwen werd gevraagd of zij iets hadden aan te geven. En daarop gaven ze met vreugde een positief antwoord op en enkele doosjes, met voorbehoedsmiddelen, werden in beslag genomen. Maar het bleef daar niet bij want de Dolle Mina’s, die over de grens waren gekomen en nog niet voor controle waren aangewezen door de douane, duurden het allemaal te lang. Ze besloten de tergend langzaam werkende douaneambtenaren te bekogelen met diverse middelen die ze in Noord-Ierland hadden aangeschaft. Maar ook werden de nodige condooms over de hekken naar de wachtende vrouwen gegooid waarna een hartverwarmend lawaai ontstond. Duidelijk werd, toen de douaneambtenaren de controle stopten, dat velen blij werden gemaakt met illegaal geïmporteerde voorbehoedsmiddelen in de Ierse Republiek, destijds een van de weinige landen in Europa waar anticonceptionele middelen nog verboden waren.   Maar muziek was er her en der ook volop in Nederland en België. Zo was er in het laatste weekend van de maand mei in 1971 de mogelijkheid de manifestatie Kattendiep te bezoeken. Onder deze naam werd namelijk in het Bowling Centrum aan het Kattendiep in Groningen een zogenaamde Stijl Jazz happening gehouden. De opkomst was niet bijzonder te noemen want op meer dan 40 mensen tijdens de middagsessie had de organisatie zeker gerekend. Ondermeer werd er een klankbeeld, via diapresentatie en plaat, gepresenteerd door Bram Spier, waarbij hij historische jazzopnamen uit binnen- en buitenland liet horen. Ook waren er ruil- en verkooptafels, te vergelijken met als die op de overbekende Radiodagen van de Stichting Media Communicatie, waar de liefhebbers konden kiezen uit oude platen.   Voor het eerst in het openbaar was een de lancering van een lp uitgegeven door het onafhankelijke jazz platenlabel ‘Space Records’, die in het voorjaar van 1971 was opgericht. De eerste lp was in maart opgenomen en bevatte opnamen van de artieste die in de avonduren life zou optreden in het Bowlingcentrum, blueszangeres Victoria Varekamp. Zij werd daarbij begeleid door ene van Delden op piano en Antoine Lohman. In het Nieuwsblad van het Noorden werd de dag na het optreden een kort verslag gebracht waarin werd gemeld dat dit stilistische trio wat somber getinte bluesmuziek bracht in een weinig passende omgeving, waar de muziek van een zekere landerigheid was en samen met de bowlingsport, die tegelijkertijd door andere aanwezigen werd beoefend, een vreemd duo vormden. Gelukkig waren er in het aanwezige publiek nog tien andere actieve muzikanten die tezamen een geweldige jamsession neerzetten en voor een onvergetelijke jazzavond zorgden.   Wordt vervolgd.   Hans Knot, 2 juni 2018  

hans knot

hans knot

Hans Knot: Met Eddy Becker duiken we in de nostalgie

Eenieder heeft zo zijn directe herinneringen bij het horen van een naam die verbonden is geweest aan radio en/of televisie. Zo heb ik dit bij het horen van de naam van presentator Eddy Becker. Nee dan kom ik niet met de aanvullende zin ‘de man met de wekker’. Mijn gedachten gaan dan meer naar de beginjaren zeventig en een speciale serie programmaonderdelen die door hem werd gepresenteerd via de NOS op het toenmalige Hilversum 3. Het was voor de VARA-presentator mogelijk de zogenaamde invaluurtjes van de NOS te vullen. De inhoud van deze programma’s had veel te maken met een publicatie destijds, die als titel ‘The Hitsounds of the Sixties’ meekreeg en een pracht naslagwerk was van Ate Harsta, Dirk Dijkstra en Harry zum Kleinschmiedt. Ate zelf werd nauw betrokken bij het programma en reisde meerdere malen vanuit Groningen naar Hilversum toe. Later zouden we hem nog vaak horen als weerman in het VARA-ochtendprogramma van Felix Meurders.   Anderen gaan, bij het horen van de deejaynaam Eddie Becker, direct denken aan de tijden van het programma: ‘Ook Goeiemorgen’ eind jaren zestig via Radio Veronica. Eddy Beuker is de echte naam van Becker, die in 1947 werd geboren. Voordat hij destijds als deejay aan de slag ging bij Veronica bevond hij zich, na zijn middelbare schoolperiode, al in de muzikale wereld. Zo werd hij ondermeer zanger en gitarist bij The Explosions. Ook was hij een tijdje actief als invaller bassist bij Willy and his Giants. Maar wat velen zich niet zullen herinneren is dat hij reeds in 1966 al via de publieke omroep actief was en wel bij de VARA en het programma ‘Popshow’. Hetzelfde jaar stapte hij op de Norderney, het toenmalige zendschip van Radio Veronica, om de opvolger te worden van nieuwslezer Harmen Siezen, die naar de TROS vertrok.   En omdat er op een bepaalde dag de tapes van het programma ‘Ook Goeiemorgen’ niet aan boord van het zendschip waren gearriveerd, presenteerde hij de ontbrekende uren live. Willem van Kooten was dermate verrast over de presentatiestijl van Becker dat hij hem deze ochtenduren aanbood als vaste presentator. Het zou tot medio 1969 duren alvorens Becker weer aan land aan de bak ging als presentator, eerst bij de VARA en later ook bij de NCRV.   Vanaf de begin jaren zeventig tot eind jaren tachtig van de vorige eeuw maakte hij tal van programma’s op de televisie waarvan we ‘Kwistig met Muziek’, ‘Eddy Go Round Show’ en ‘Eddy Ready, Go!’ kunnen noemen, maar ook in prachtig Duits in ‘Hits a go go’ bij onze Oosterburen. Tal van nationale- en internationale artiesten werden door hem in de studio’s ontvangen. Helder in mijn geheugen zit ook nog het gegeven dat Eddy Becker in de zomer van 1972 behoorde tot het team van de NOS dat vanuit de studio in Hilversum Radio Tour de France tot leven bracht. In het team verder Willem van Kooten, Vincent van Engelen en Felix Meurders.   Maar ook in de ‘Jaarlijst van de Daverende Dertig’ op Hilversum 3 was hij te beluisteren. Tal van andere radioprojecten kwamen in de latere jaren van zijn radioloopbaan nog voorbij waaronder bij Radio 192, Radio Gooiland en Holland FM. Het was in 1971 voor velen een verrassing dat Eddy ook een televisieprogramma ging presenteren, iets wat zijn collega’s Robbie Dale en Willem van Kooten ook hadden gedaan. Zo bewaarde ik aantekeningen, die ik destijds verzamelde, waarin Becker meer vertelde over het doel een programma te maken die voor iedereen diende te zijn want voor hem bestond er geen speciale doelgroep als het ging om televisieprogramma’s.   Volgens hem was dat dan ook de reden dat in zijn destijds populair maandelijkse programma niet alleen popartiesten liet optreden, maar ook andere artiesten. Eddy Becker, die eerder in 1971 tot derde populairste televisiepersoonlijkheid van Nederland door het kijkerspubliek was verkozen, vertelde ook meer over hoe het programma tot stand kwam. Ver voor de uitzenddag kwamen regisseur Andries Roest, producer Toon Gispen en Eddy Becker bijeen om over de invulling van een volgende aflevering te praten en groepen en artiesten uit te zoeken die erin zouden kunnen optreden. Bij deze keuze, zo stelde Becker, werd dankbaar gebruik gemaakt van door platenmaatschappijen aangeleverd materiaal.   Toon Gispen maakte vaak al een voorselectie, waarna ze met zijn drieën besloten welke groepen en artiesten definitief werden gekozen. Kwam het eenmaal op het produceren van een aflevering aan dan werd ’s ochtends om tien uur begonnen met repetities, die tussen de middag werden onderbroken om medewerkers en gasten de gelegenheid te geven een hapje te eten.   Rond twee uur in de middag werden vervolgens vele toeschouwers toegelaten om de opnamen, die tot zes uur duurden, bij te wonen. Vervolgens werd het om 7 uur in de avond voor een miljoenenpubliek uitgezonden. Nederland had alleen Nederland 1 en 2 en dus was het gemakkelijk een grote schare kijkers te bereiken met een dergelijk programma.   Per uitzending waren gemiddeld 100, voornamelijk meisjes en jongens, in de NCRV-studio aanwezig, die de toegangskaarten vooraf hadden aangevraagd bij de omroep en waarmee ze gratis de opnamen konden bijwonen. Ook per post kwamen er gemiddeld per week een kleine 200 reacties van luisteraars; niet alleen van jongeren maar ook van bijvoorbeeld de huismoeders. Becker stelde destijds het fijn te vinden een breed publiek te bereiken en daarom liet hij ook Corry en de Rekels, de Heikrekels en het Radi Ensemble optreden om die groepen ook de kans tot meer successen te kunnen bieden.   Wel klaagde hij enigszins over de werkdruk want hij diende ook nog wekelijks een serie radioprogramma’s te presenteren en voor te bereiden waar, volgens hem, twee uur radiomaken in totaal een werkdag aan tijd kostte vanwege die voorbereidingen. Hij stelde dat, vooral vanwege de brede belangstelling, het heel veel tijd kostte om gedegen uit te zoeken welke platen wel of niet bij elkaar pasten.   Opmerkelijk was dat Eddy Becker bijna nooit de fanmail persoonlijk beantwoordde, omdat er geen tijd voor was, maar ook vanwege het feit dat er vooral door meisjes en jonge dames moeilijke vragen werden gesteld die, als ze beantwoord zouden zijn, al snel boze reacties van ouders zouden worden opgewekt in de trend van ‘waar bemoeit die Becker zich wel niet mee’.   Foto: Eddie Becker op Radio 192 (Douwe Dijkstra)

Mailtjes over AVG, wat moet ik er mee?

De afgelopen week liep mijn mailbox aardig vol met berichten over AVG. Het lijkt erop dat alle websites en diensten waarvoor ik mij ooit heb aangemeld, een middel hebben gevonden om mij te laten zien dat zij nog steeds actief zijn. Je zou kunnen zeggen dat zij oneigenlijk gebruik maken van mijn persoonlijke gegevens om reclame te maken voor zichzelf!
Waarom is de AVG, wat staat voor Algemene verordening gegevensbescherming, vandaag van kracht geworden? Kort samengevat: voor de bescherming van onze persoonlijke gegevens. Bedrijven moeten vanaf nu inzicht geven welke gegevens zij van mij hebben, waarom en hoelang ze deze bewaren, met wie zij het delen en hoe veilig zij deze opslaan.
Vervelend die invoering? Niet voor mij als persoon. Vanaf vandaag heb ik de controle over wat er van mij wordt opgeslagen. En dat geldt voor iedereen die gegevens van mij, als Europeaan, opslaat en bewaart. Dan zijn, om maar een paar voorbeelden te noemen, mijn werkgever, energieleverancier en bank. Ik mag het inzien, als het niet klopt laten aanpassen of als het nodig is zelfs laten verwijderen.
En dit geldt niet alleen voor bedrijven en instellingen. Ook informele clubjes die een website hebben, zich richten op gebruikers uit de EU en daar bijvoorbeeld een contactformulier op hebben staan en/of een ledenlijst hebben moeten voldoen aan de AVG. Dus ook deze site die jij nu bezoekt en waar je waarschijnlijk ook lid van bent.
Al in een vroeg stadium is onze leverancier die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling en onderhoud van de software aan de slag gegaan met het aanpassen voor AVG. Naast veiligheid zijn ook alle elementen uit deze verordening opgenomen. Dat wij de juiste partij hadden gekozen voor de software van deze community wisten we al, maar goed om het nog eens bevestigd te krijgen. 
Moesten wij dan helemaal niets doen? Nee, want wij hebben toch gekozen voor een gerenommeerde serverprovider en een betrouwbare software leverancier? Beide hebben hun zaakjes toch goed orde? Daarnaast hebben wij, als de beheerders van deze site, privacy hoog zitten en werken we al volgens de AVG? Nou, we moesten nog wel even ons privacybeleid vastleggen en aan jullie bekend maken zodat jullie weten hoe wij het hebben geregeld en hoe wij dit uitvoeren. En zoals de AVG voorschrijft: wij moeten jullie vragen of er jullie kennis van hebben genomen en of jullie het er mee akkoord zijn. 
En dan komt de juiste keuze van de software leverancier weer om de hoek kijken. Gewoon bij het inloggen op de site de vraag stellen of je het hebt gelezen, begrepen en er mee akkoord bent. Met één klik ben je klaar, geen vervuiling van je mailbox.
En al die AVG mailtjes in mijn mailbox? Die zijn inmiddels naar de prullenbak verhuisd.    Vincent Schriel, 25 mei 2018

Vincent

Vincent

Hans Knot: Radio Vaticaan en hotpants

Elke verandering roept op tot kritiek, ook in het Vaticaan.   Door de decennia heen is er altijd wel kritiek uit onverwachte hoeken te verwachten als het gaat om ontwikkelingen op het gebied van mode, haardracht, muziekkeuze en meer. Vooral in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw werd er door vele kritische, vaak conservatieve, lieden op een felle manier gereageerd op veranderingen in het dagelijkse leven.   Waar bijvoorbeeld anderen volop genoten van een meer vrije levensstijl met de daarbij behorende uitingen, konden anderen aardig tekeergaan tegen dezelfde veranderingen. Wat te denken van een stortvloed aan kritiek nadat er een Pauselijke audiëntie was geweest, die half april 1971 in Vaticaanstad plaatsvond?   De kranten meldden destijds dat het ging om één van de vele onberekenbare initiatieven van paus Paulus de Zesde, die niet tot onverdeeld enthousiasme in Italië had geleid.  In het weekend van 17 en 18 april had de paus onverwacht een groep beatmusici ontvangen.   Onder hen bevonden zich twee vrouwen in hotpants. Het internationale gezelschap had de elektrische gitaren weliswaar buiten de deur van de beroemde Sala Olemenlinu laten staan, maar de woordvoerder van de groep — de 25-jarige Engelse drummer John Bedson uit Liverpool — had de paus toch mogen vragen een eind te maken aan de dienstplicht in de wereld. Of Bedson had nagedacht over de beslissingsmogelijkheden voor Paulus de Zesde werd niet duidelijk.   Maar Bedson stelde in een interview later wel over en aan de Paus gericht: “Als U de katholieken kan verbieden om voorbehoedsmiddelen te nemen kunt U de Italianen er zeker ook toe aansporen een eind te maken aan de dienstplichtwet.” De toenmalige Paus was enkele momenten sprakeloos geweest en had daarna verklaard dat de verwerkelijking van het verzoek van de drummer buiten zijn mogelijkheden lag.   Maar bij het lezen van het verhaal en het zien van de foto’s waren de reacties in de kranten, die vooral de conservatieve Italianen berichtten, nogal fel. Zo stond in een van de zaterdagochtendkranten, het fascistisch getinte ‘El Tempo’, een hoofdartikel te lezen waarin werd gezegd dat wanneer de paus op deze weg door ging hij op niet al te lange termijn een striptease groep in de Sala Clonentina kon ontvangen. Eerder was er al het nodige te doen geweest rond Claudia Cardinale, die in minirok bij de Paus was geweest, waarbij felle kritiek via Vaticaanradio was geuit op de onverholen blikmogelijkheden en op de wellust van vele mannen via de zeer aantrekkelijke dijen van de filmster van Italiaanse afkomst.   Nadat er uitgebreid in de kranten dagen was doorgegaan over de sexy kant van hotpants en het wellustige gedrag van bepaalde mannen, was het voor de woordvoerder, namens de Paus, tijd om de microfoon van Radio Vaticaan aan te zetten om zich heftig af te zetten. Hij, professor Alesmindrini, richtte zich niet alleen op de smakeloze vertoning tijdens de audiëntie, maar hij verklaarde ook dat het artikel van IL Tempo van grote smakeloosheid was en dat de luisteraars en andere gelovigen begrip dienden te tonen voor een meer gematigde manier van leven van vele andere katholieken die het voornoemde gedrag verafschuwden.   Enkele dagen later, nadat enkele andere kranten uit de meer conservatieve hoek, felle kritiek hadden uitgeoefend tegen de veel te seksueel getinte manier van kleding dragen en het erop leek dat men zich massaal achter de uitingen van Radio Vaticaan stelde, kwam er via het radiostation, dat zich via een illegale verkregen frequentie de mogelijkheid tot uitzendingen had verkregen, er op de radio een  verklaring dat Paus Paulus VI wel begrip had voor zogenaamde Pausspontaniteit ofwel de Paus laten verrassen door zich vrij te maken van bepaalde formele en conventionele vormen, maar daarbij wel de oprechtheid van ernst in de gaten te blijven houden.   Hans Knot, 19 mei 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Terug naar 1962

Het Nederlands Genootschap Reclame eind oktober 1962 bijeen in Eindhoven.   Radio is niet alleen luisteren maar vooral de geschiedenis van de radio in allerlei facetten vastleggen, hoewel dit voor veel minder mensen geldt dan die luisteren. Het is slechts een klein aantal lieden dat zich daar mee bezighoudt en ikzelf heb het genoegen al 49 jaar actief te zijn op het gebied van het vastleggen van een stuk van deze vorm van cultuurgeschiedenis. Het is me dan ook een genoegen een zijstap te maken en wel naar een speciale bijeenkomst die in 1962 plaatsvond.   Op 25 oktober 1962 was er de openingsrede tijdens het 24ste congres van het Genootschap der Reclame, dat in dat jaar in Eindhoven werd gehouden. In zijn welkomstwoord tot ongeveer 700 deelnemers heeft de toenmalige voorzitter van het genootschap, jhr. W. van Andringa de Kempenaer, het niet nagelaten de belangrijkste zaken aan te halen. Hij formuleerde ondermeer de standpunten ten opzichte van eventuele plannen te komen tot commerciële televisie in Nederland; het succes van Radio Veronica; de revolutionaire toenmalige ontwikkeling van nieuwe distributiemethoden en de visie van de minister van Economische Zaken op de bescherming van de consument. Ook besteedde hij enkele woorden aan de toen op handen zijnde verbreking der overeenkomst tussen belanghebbenden in het reclamevak, destijds ook bekend onder de noemer: ‘regelen voor het advertentiewezen.’   Ook tijdens de toespraak van De Kempenaer bleek andermaal hoe gevoelig ‘Veronica’ bij bepaalde groeperingen lag. Hij vroeg namelijk begrip voor zijn schroom ‘het kind Veronica zomaar bij naam te noemen‘ en zei dat hij niet blind was voor de toenmalige situatie betreffende het radiostation. Liefst twaalf miljoen harde guldens waren in de 12 maanden vooraf voornoemd congres binnengekomen bij Radio Veronica. Gelden die volgens hem door de meest eerbare ondernemers in het medium commerciële radio geïnvesteerd waren.   Hij beschouwde Radio Veronica als een ‘inventieve reactie op een actie waarvoor geen steekhoudende juridische argumenten waren aan te voeren’. Tijdens de toespraak, gehouden in het Eindhovense Hotel ‘De Cocagne’, stelde de voorzitter verder: “Wanneer men van bepaalde zijde alle pogingen in het werk stelt om ons met negatie van alle grondwettelijke recht op vrije meningsuiting, de mond te snoeren, kan men op zijn klompen aanvoelen, dat er in ons land een reactie komt. De 12 miljoen harde guldens, die eerbare Nederlandse industriëlen in een jaar tijd in Radio Veronica hebben geïnvesteerd, hebben geleid tot verbluffende industriële resultaten. De economische bestaansmogelijkheid en het grote commerciële effect van radioreclame zijn hiermede ook in ons land onweerlegbaar bewezen.”   In zijn toespraak ging De Kempenaer ook in op de uitingen van de Leidse Professor in het Volkenrecht, Van Panhuys, dat gezien de moderne interpretatie van de vrijheid van meningsuiting, een zendvergunning aan een commerciële gegadigde niet op goede gronden kon worden geweigerd. De Kempenaer stelde daarop dat hij het liever had gezien dat alle betrokken legaal door de overheid in staat zouden zijn gesteld binnen de territoriale wateren te gaan functioneren.   Ook ging hij in op de komst van eventuele commerciële televisie: “Nu, in het juist begonnen parlementaire jaar, naar wordt verwacht, inzake de commerciële televisie, de knoop zal worden doorgehakt en men weet dat de regering er positief tegenover staat, wil ik namens de reclamewereld en het bedrijfsleven het parlement op het hart drukken: doe het wel en zie niet om!”   Het was een redactioneel artikel in ‘de Telegraaf’ van 26 oktober 1962, betrekking hebbende op het congres, dat ook nog de aandacht trok: ‘In één jaar tijd hebben Nederlandse bedrijven voor twaalf miljoen gulden geadverteerd via Radio Veronica. Het is duidelijk dat de bedrijven, die dit gedaan hebben en nog voortgaan dit te doen, die niet uit sympathie voor Radio Veronica hebben gedaan, noch uit drang tot experimenten. Zij hebben dit gedaan omdat zij bemerkten dat het een zeer effectieve wijze van reclame was, die hun omzet aanzienlijk deed toenemen.’ Uiteraard was deze opmerking niet zo verwonderlijk gezien het aantal luisteraars dat de medewerkers van Radio Veronica inmiddels hadden opgebouwd.   Vervolgens ging het redactionele artikel over in een oproep aan de regering, waarbij in gedachten dient te worden genomen dat een elf-tal jaren later de redactie van dezelfde ‘Telegraaf’ zich heel anders ging opstellen inzake de toekomst van Radio Veronica.   Er werd namelijk het volgende gesteld: ‘Honderden duizenden, eveneens de wet eerbiedigende Nederlanders, die, gezien de resultaten van deze reclame, de uitzendingen van Radio Veronica blijkbaar als iets vanzelfsprekende in hun dagelijks leven hebben opgenomen. Het is weer een aanwijzing dat regering en parlement de klok niet meer mogen terugzetten. Men kan natuurlijk een half-illegale situatie niet laten voortbestaan. Er zijn echter mogelijkheden om de situatie te legaliseren.’ Een redactioneel artikel met een open einde, daar niet werd aangegeven welke de mogelijkheden tot legalisering van Radio Veronica bedoeld werden.   Hans Knot, 12 mei 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Soundaround genieten in 1970

Recentelijk kwam ik weer de advertentie tegen in mijn archief van een radio en tv-winkel, die ook witgoed verkocht maar tevens beschikte over een uitgebreide platenafdeling in de kelder van het pand gelegen aan de Oude Ebbingestraat in Groningen. In die tijd, 1970, was ik al een jaartje actief voor de ziekenomroep Halte Lijn 4, van het Rooms Katholieke Ziekenhuis aan de Verlengde Hereweg. Dat betekende dat ik de platenzaken in de stad met veel vreugde bezocht om allerlei leuke nieuwe singles en ook lp’s aan te schaffen.   Wekelijks was er altijd, en daar kon je de klok op gelijk zetten, een bezoek in de late donderdagmiddag aan Muziekhuis Hemmes aan de Steentilstraat waarbij Roel, die enkele jaren daarvoor de handel van zijn ouders had overgenomen, alles wist van muziek maar ook vrij snel door had wat de keuzes van de klanten waren. Steevast kwam hij dan ook met bepaalde muziek aan zetten die wel iets voor mij kon zijn.   Op die manier heb ik heel wat verrassende aankopen gedaan. In die tijd werkte ik bij de EGD, het latere Essent, op de afdeling Bedrijfsarchief en verzocht mij een van de medewerkers van de Boekhouding, die ook een kroeg dreef, of ik voor zijn Jukebox de keuzes wekelijks wilde maken. Hij had een contract afgesloten met de verhuurder van de jukebox, Wim Boverhof, die zijn zaak aan het Schuitendiep had waar tevens een platenzaak was gevestigd. Iedere vrijdagmiddag haalde ik er vijf nieuwe platen op, die op de vrijdagavond naar de Disney Bar in de Pelsterstraat werden gebracht. De singles die uit de jukebox kwamen kreeg ik als beloning voor mijn collectie en dus profiteerde de ziekenomroep ervan mee.   Maar er waren in die tijd diverse platenwinkels; denk maar eens aan Muziekhuis Vink, Het Carillon, de platenafdelingen van Vroom en Dreesmann en Galeries Modernes. Overal kwam ik met plezier en het verdiende salaris werd voor een gezond deel omgezet in vinyl. In 1970, het jaar waar we het over hebben, was er ook het nieuwe geluid van RNI, dat stond voor Radio Nordsee International. Vanaf het zendschip MEBO II werden dat jaar, eerst in het Duits en Engels, muziekuitzendingen verzorgd op diverse frequenties. Niet tegelijk maar achtereenvolgens met als doel niet te storen op noodfrequenties maar ook om storingen veroorzaakt door- overheidszenders te voorkomen.   Daar hoorde je de mooiste muziek die je niet op het – in mijn oren destijds nog – armoedige Hilversum 3 – kon beluisteren, laat staan op Veronica. Een ware openbaring van genot op het gebied van muziek die ik sinds 1967 – het jaar van de ‘flower power’ - niet meer had beleefd. Er waren heel veel nieuwe artiesten dat jaar maar ook gevestigde namen die met een andere sound, dan we van deze artiest(en) gewend waren, kwamen. Driftig schreef ik soms een titel op en nam het lijstje mee naar de winkels om te kijken wat er van voorradig was en/of het misschien te bestellen was.   Door overal wekelijks even binnen te lopen en ook het nodige aan te schaffen bouwde je een bepaalde band op met de verkopers. Op een dag in 1970 werd er meegedeeld in de winkel van Eekels dat er een verbouwing zou gaan plaats vinden en dat in de toekomst er probleemloos, zonder bijgeluiden van andere apparaten, naar muziek van de draaitafels kon luisteren. Als het ware kroop je op die manier in de muziekradio.   Het bleek ‘Sound a Round’ te heten, de toen nieuwe muziek stereo-testruimte, waardoor – zo werd er ook mee geadverteerd – niet langer het geluid van droogtrommels of transistorradio’s, die boven werden getest, waren te horen op de muziekafdeling. Er waren in acht afgesloten ruimtes evenzovele draaitafels, versterkers en duo-boxen geplaatst waardoor je volop van de stereofonische lp-muziek kon genieten.   De persoon verantwoordelijk voor de promotie binnen het bedrijf wist ook goed in te spelen op de actuele releases van de platenmaatschappij want als er weer een advertentie in de krant verscheen voor de ‘Soundaround’ was er weer een link naar een net uitgekomen lp, zoals ‘Selfportrait’ van Bob Dylan. Het was een redelijk afwijkende productie van eerdere werken van Dylan en de dubbel-lp werd dan ook veelvuldig gepromoot op mijn favoriete radiostation RNI.   Herinneringen die je zo maar even weer naar boven komen bij het zien van die oude advertentie. En nog even dit: de deejays van RNI draaiden het nummer ‘Wig Wam’ van deze lp redelijk vaak voor hun bazen in Zürich, Erwin Meister en Edwin Bollier.     Hans Knot, 5 mei 2018

Hans Knot: nostalgische column met maar een keer het woord radio

Het voorjaar heeft ons alweer een aantal mooie dagen bezorgd en er is in de maand april zelfs in De Bilt, nog steeds het meteorologisch centrum van Nederland, de warmste Aprildag ooit gemeten. Met warme tot zeer warme dagen betekent dit dat vele mensen, die in kleine huizen of op kamers wonen, de behoefte hebben erop uit te trekken. Ontspanning, verpozing, verfrissing en een snelle hap horen daarbij.   In een stad als Groningen, met meer dan 200.000 inwoners, waaronder duizenden studenten, is er dan de mogelijkheid je sociale contacten uit te breiden door een zonnig plekje te zoeken in een van de stadse parken, waarbij het ten noorden van het centrum van de stad geleden Noorderplantsoen veruit het populairste is. Gevolg is dan ook dat duizenden Groningers en import Groningers zich, al dan niet per fiets, naar het Noorderplantsoen begeven.   Personen, die de volgende ochtend zich door hetzelfde park per fiets naar hun werk begeven weten niet wat ze zien. De Gemeente Groningen heeft dan wel gezorgd voor een groot aantal afvalbakken maar die blijken niet toereikend te zijn voor de grote hoeveelheid afval die door de verterende mensen is achtergelaten, alvorens welgemoed naar huis te gaan. De regionale televisie RTV Noord maakte er een bericht over op haar internetsite: https://www.rtvnoord.nl/nieuws/193081/Buurtbewoners-zijn-overlast-in-Noorderplantsoen-zat-Zandvoort-was-er-niets-bij   De gedachte de tas, die men meenam om alle ingrediënten voor een welgeslaagde zonnige middag en – avond, te kunnen torsen, andermaal te gebruiken om het afval mee te nemen en thuis in de zwarte afvalbak te deponeren, komt bij het merendeel niet op. De volgende ochtend lijkt het ook of Bachus een grote rol heeft gespeeld getuige het grote aantal lege drankflessen. Ondanks een gemeentelijk verbod om in het openbaar alcohol te mogen nuttigen.   Geheel terecht dat de omwonenden van het mooiste park van Groningen totaal ontstemd zijn over alle rommel die erachter wordt gelaten en de vele schroeiplekken die al in april in de mooie groene grasweiden zijn gekomen door onjuist gebruik van goedkope barbecueapparaatjes, die na eenmalig te zijn ingezet kunnen worden weggegooid. Ook gewoon achter gelaten bij de enorme berg afval dat naast de daarvoor bestemde prullenmanden, ligt. Liefst 14 man personeel van de Groninger Reinigingsdienst werden de volgende dag ingezet om het park weer enigszins toonbaar te maken.   Maar bovenstaand zal zeker in elke grote stad voorkomen, vooral als er sprake is van een grote studentengemeenschap die graag hun vaak benauwde en veel te warme kamers wenst de ontvluchten om gezamenlijk de avond door te brengen. Het is dan ook alle tijden dat omwonenden klagen over verontreiniging, vernielzucht, geluidsoverlast, brutaliteit en meer.   In deze nostalgische terugblik, waarbij het doel is elke lezer er nog eens op te wijzen dat de mooie plekken in plantsoenen en parken van ons allen is en op een degelijke wijze dient te worden gebruikt en opgeruimd. In april 1971, en dan spreken we wel even over 47 jaar geleden, was er ook al sprake van ongenoegen onder de bevolking die woonachtig was in de nabijheid van het Noorderplantsoen in Groningen.   En het ging niet alleen omdat deel van de stad maar ook elders waar met veel zorg geplaatste bloembakken voor glorie dienden te zorgen. Veel natuurliefhebbers schreeuwden destijds moord en brand omdat er in de steden enorme uitbreidingen plaatsvonden op huizengebied en steeds meer van het mooie groen verloren ging. Gemeente Groningen had met veel zorg op vele plaatsen prachtige bloembakken geplaatst waar het merendeel van de bevolking met volle glorie van genoot.   Maar, zo bleek uit een aantal reacties in de lokale kranten, was er ook een groot aantal lieden die het behaagde om vooral op de doordeweekse dagen deze bloembakken te gebruiken voor het dumpen van het afval maar bovenal om te zorgen dat thuis de bloembakken in de tuin en/of op het balkon op een goedkope wijze kleurrijk werden gevuld. Brutaal met schepjes werd er gehandeld.  
De cijfers uit 1971 spreken voor zich want in het prille voorjaar waren er door de Plantsoenendienst, destijds verantwoordelijk voor de Groninger parken en bloembakken, liefst 70.000 tulpen, narcissen en viooltjes geplant waarbij na enkele weken al 50.000 dienen te worden vervangen doordat er immens was huisgehouden door onverlaten. Omgerekend naar guldens destijds was de schadepost voor 1971 enorm te noemen want vervanging betekende kosten die opliepen tot boven de 8000 gulden, wat in die tijd heel veel was.   De heer D.J.B. Steenhuizen was destijds hoofd van de afdeling Plantsoendiensten van de Gemeente Groningen en in een interview in het Nieuwsblad van het Noorden stelde hij dat er sinds het voorjaar twee nieuwe mensen in dienst waren aangenomen die met hun autootje, voorzien van een watertank, de hele week de stad doorkruisten. “Op maandag kruisen ze eerst door de Heerestraat, waar altijd wel een aantal bakken vernield is. Vorige week was het wel heel erg want van de 66 bakken die er in de Heerestraat staan was de inhoud van wel driekwart vernieuwd. Ze hadden zelfs bloempollen door de ruiten gegooid. Wanneer iedereen van de bloemen af zou blijven, hadden we hoogst twee dagen in de week nodig om al die bakken in de stad te onderhouden”.   Vele mensen die parken en bloembakken- al dan niet met opzet – vervuilen en verprutsen hebben niet door dat het moeilijk is gedurende de lente en zomer op gepaste wijze dezen weer aan te passen als mooie bloeiende parken en bakken. Bloemen zijn bijvoorbeeld erg teer en vernielen is erg gemakkelijk en men heeft niet door dat deze weer vervangen dienen te worden. Dan maar te zwijgen hoe destijds, met de Heerestraat als voorbeeld met haar 66 bakken, er door dierenliefhebbers er ongeremd gebruik werd gemaakt om hun beesten hun behoeftes te laten doen.
Speciale handschoenen voor de parkschoonmakers zijn er al lang maar in 1971 werden er vooral speciale handschoenen beschikbaar gesteld aan die personen die de bakken verzorgden, gezien de vele hoeveelheden hondenpoep die men onsmakelijk vond. Met blote handen eraan komen was uit den boze. Enkele dagen na het interview met Steenhuizen werd bekend dat men gestopt was met het opnieuw vullen van de bakken in de Heerestraat waarna niet veel later de 66 bakken stuk voor stuk uit het vertrouwde stadsbeeld verdwenen.cC   Al met al is het advies, waar U ook woont, houdt Uw Stad schoon. Wees een voorbeeld voor velen, vergeet niet de vele duizenden bezoekers die jaarlijks uw mooie woonplaats bezoeken en toon vooral een glimlach als u een ander erop aanspreekt dat men zich niet naar behoren aan de gedragsregels van degelijk natuurgebruik gedraagt. Foto's zoals we het graag zien in de parken.   Hans Knot, 28 april 2018   Foto's zoals we het graag zien in de parken. Copyright Hans Knot.

hans knot

hans knot

Hans Knot: Nostalgie van de zomerhits

Vandaag aandacht aan de zomerhits. Grote vraag is hoe je bepaalt wat een zomerhit is en bovendien welke songs je in die categorie kunt plaatsen. De vraag komt dan meteen naar boven of er meer dan één zomerhit per jaar kan zijn geweest. Op de laatste vraag kan ik heel duidelijk zijn, want het is niet aan een en dezelfde persoon om te bepalen welke plaat de zomerhit van bijvoorbeeld 1971 was. Meerdere mensen hebben daar een eigen mening over en vullen het op hun eigen wijze in.   Wat blijft er hangen van bepaalde muziekjes als het gaat om zomerse hits en zijn die gedachten dan ook juist? Stel dat je 25 mensen ondervraagt die rond de 65 jaar zijn en vraagt wat zij de ultieme zomerhit van het jaar 1971 vonden. Mede gelet op de zeer grote populariteit van een bepaald nummer zal een aantal van hen ‘Symphonie nr. 40’ van het orkest van Manuel de la Fella onder leiding van Waldo de Los Rios noemen. Een plaat die al in februari van dat jaar vooral door de deejays van Radio Noordzee en haar zusterstation RNI werd gedraaid, gebombardeerd werd tot ‘Smashplay’ en in no time op nummer 1 stond. Maar deze dan bombarderen tot zomerhit is een totaal onjuiste benoeming, daar het reeds in maand twee van 1971 veelvuldig werd gedraaid.   Er wordt ook door personen binnen de marketingwereld verkeerd omgegaan met de term ‘zomerhit’. Zo was op maandag 16 april in het Dagblad van het Noorden een artikel te lezen over een nieuwe song van ‘Kraantje Pappie’, waarin de tekst de stad Groningen wordt bejubeld. Het nummer ‘Lil Craney’ wordt ermee bedoeld en journaliste Marijke Brouwer laat Annebel Nilessen van Marketing Groningen de uitspraken: ‘Dit nummer schiet momenteel door het plafond. Het is een vrolijk liedje dat blijft, een meezinger die bovendien zomaar een zomerhit zou kunnen worden’, maken. En dan te bedenken dat ten tijde van de publicatie van het interview de lente ruim drie weken jong was. Beter is een goede herinnering te hebben aan een bepaald muziekje dat enorm in was tijdens een zeer speciale vakantie, waar je een ontluikende liefde zag groeien. Of die ene zomer dat je enorm vaak aan het strand lag te genieten, de transistorradio bij de hand en een speciale song steeds maar weer terugkeerde in de ether via de door jouw geliefde radiostations.   Maar er zijn ook voor vele mensen zomerhits, die er bij wijze van spreken zijn ingestampt door te veelvuldig voorbijkomen op de televisie, vooral in de tijden dat er de nodige kanalen met non-stop hits te ontvangen waren. Ook zijn er zomerhits voorbijgekomen die alleen al doordat de woorden ‘zon’ of ‘zomer’ in de liedjesteksten voornaam aanwezig waren en daardoor meer airplay kregen dan doorsneeliedjes.   Je kunt er een heel mooi boek over schrijven en als liefhebber van lijstjes, opsommingen binnen een bepaalde categorie, heb ik me dan al weken verheugd op het moment dat andermaal een publicatie van de hand van Leo Weijers, die ook al jaren als pophistoricus actief is, het licht zag. Vereerd was ik dat ik samen met Rudy Bennet (ondermeer Motions en Galaxy Lin) en Bert Heerink (zanger voorheen van ondermeer VandenBerg) op zaterdag 14 april aanwezig mocht zijn bij de officiële presentatie van het boek in een restaurant in Lisse, waarbij de auteur ons ‘het eerste’ exemplaar tijdens de feestelijke bijeenkomst overhandigde.   ‘Zomer Hit (te) De 300 heetste zon- zee- en strandklassiekers’ is de titel van een 285 pagina’s boekwerk dat is samengesteld door Leo Weijers en uitgegeven door Lecturium Uitgeverij uit Zoetermeer. In zijn voorwoord stelt Leo tal van andere voorbeelden hoe je in de sfeer kunt komen en vertelt tevens dat hij niet alleen verantwoordelijk is voor de keuze van de 300 titels, waarbij elke titel een uitgebreide uitleg krijgt over niet alleen de song maar ook over de uitvoerenden. Waar lagen hun roots en hoe ging het met ze verder. Ook wordt het duidelijk dat er binnen het kader van 300 Zomer Hits er behoorlijk veel te noemen zijn in de categorie ‘eenmalige hit’. En zo zijn er veel meer onderwerpen die aan bod komen.   Weijers heeft ervoor gekozen tientallen mensen uit de amusement-  en muziekwereld, als ook de radiowereld, te benaderen. Voornamelijk heeft hij daarbij geput uit een grote groep volgers van de pophistoricus via de sociale media. En dan komen er verrassende titels voorbij. ‘Zomer Hit (te) De 300 heetste zon- zee- en strandklassiekers’ is een boek om vandaag nog aan te schaffen want er is genoeg in te grasduinen om de vele herinneringen van toen weer te doen herleven.   Hans Knot 21 april 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: De komst van Felix Meurders

Wat een feest was het in 1971 toen het bekend werd dat begin maart er een nieuw Nederlandstalig radiostation haar uitzendingen zou beginnen in combinatie met een Engelstalig zusje. De uren overdag zouden door de internationale en Nederlandse deejays worden gedeeld en er waren al enige testuitzendingen te beluisteren met ondermeer de stem van Karel Prior. Wat deed die presentator daar toch was de grote vraag, hij was immers ook verbonden aan de AVRO en het programma ‘Cosa Nostra’.  Hij beloofde dat we binnenkort meer zouden horen van Radio Noordzee, na te hebben verteld dat we luisterden naar een testuitzending. Prior was echter ook actief voor de eigenaar van het nieuwe Nederlandstalige station, de onderneming Strengholt uit het Gooi.   Het nieuws rond het nieuwe station kwam druppelsgewijs naar buiten en al vrij snel bleek dat er nog een tweetal bekende namen uit het Nederlandstalige deejaycircuit hun activiteiten bij het nieuwe station zouden voortzetten, dit nadat ze een lange tijd ervoor Radio Veronica na interne problemen hadden verlaten. Jongeren onder de lezers dienen er wel rekening mee te houden dat in 1971 er niet zo veel op de radio was te beluisteren als het om popmuziek ging. We hadden Radio Luxembourg, dat nog een paar Nederlandstalige uurtjes had, Hilversum 3 dat slechts deels popmuziek uitstraalde en Radio Veronica dat op dat moment, ondanks geen landelijke bedekking, de meeste jongeren aantrok.   Felix Meurders. Foto: Hans Knot   De bekende stemmen waren Jan van Veen en Joost den Draaijer die dan ook voor de openingsuren zorgden op Radio Noordzee. Wekelijks was er tevens op zaterdagmiddag, vanaf 1 uur de Radio Noordzee Top 50 te beluisteren en die zo was geprogrammeerd dat het programma een uur eerder van start ging dan de Zaterdagmiddaggebeurtenis op Radio Veronica, die altijd met de Top 40 begon. De eerste weken was het programma op Radio Noordzee in presentatie van Joost den Draaijer. Op zich ook weer vreemd daar op de vrijdagmiddag hij was te beluisteren bij de NOS met de Nationale Top 30. Er werd zo hier en daar in de geschreven pers het nodige gemeld over deze dubbelrol en openlijk werd er afgevraagd of de leiding van de NOS wel kon accepteren dat een van hun sterpresentatoren ook nog eens voor een zeezender actief was. De eerste Top 50 was op Radio Noordzee te beluisteren op 21 februari en bracht ‘Nothing Rhymed’ van Gilbert O’Sullivan op de eerste positie, een lijst die je via de volgende link kunt zien: http://home.planet.nl/~elber875/RNITop50_1971_02_21.html   Van Kooten zelf, zoals Joost den Draaijer officieel van achternaam heet, trok zich van alle kritiek niets aan en ging rustig iedere vrijdag naar de studio in Hilversum om daar, beladen met een stapel singles en een doos sigaren, de uurtjes vol te kletsen. Maar na een aantal weken werd het duidelijk dat hij niet langer viel te handhaven op de vrijdag bij de NOS en dat er een nieuwe presentator zou komen in de persoon van de toen 24-jarige Felix Meurders, afkomstig uit Zuid-Limburg, op een steenworpafstand van de Limburgse hoofdstad Maastricht.   De laatste vrijdag van de maand maart 1971 hoorden de luisteraars, die in de middag afstemden op de uitzendingen van Hilversum 3, plots een andere stem als die van Joost. De kranten die vielen onder de gemeenschappelijke persdienst (GPD) meldden er op 14 april van dat jaar het volgende over: ‘De top 30-fans horen sinds korte tijd hun favoriete programma op Hilversum 3 niet meer presenteren door Joost den Draaijer. Zijn stem is — om in het jargon van de discjockey te blijven — een ‘gouwe ouwe’ geworden op dat station. Deze Nederlandse radiopionier op zee kon het kennelijk niet langer harden op het land en hij vertrok naar Radio Nordsee. Al twee weken praat Felix Meurders het vaderlandse hits aan elkaar en het is de bedoeling, dat hij dat voorlopig blijft doen.’   Het bleek dat Meurders al eerder de aanbieding had gekregen het programma over te nemen maar dat hij toch zo de nodige belemmeringen zag, die hij eerst wenste te overdenken alvorens een antwoord te geven. Hij was van mening dat het een heel moeilijk programma was om te presenteren omdat je telkens elke week praktisch dezelfde platen diende te draaien behalve als er een paar hitjes vervangen werden door nieuwkomers. Volgens Meurders kon je snel in verveling geraken met bijvoorbeeld de grapjes die je in het programma vertelde.   Dat was echter niet de enige reden van twijfel want ook de luisterdichtheid van de Top 30 was voor hem een probleem. Hij stelde dat de enorme hoeveelheid aan luisteraars voor hem een psychisch probleem vormde. Het was anders dan de andere programma’s, die hij destijds als een routinier presenteerde. We hoorden hem bijvoorbeeld op de zaterdagavond bij de KRO als presentator van het sportprogramma ‘Goal’ en bovendien had hij destijds al enige tijd een eigen programma, de Felix Meurdersshow, op Hilversum 3.   Daarbij komt ook nog eens dat de Nederlanders, die niet tevreden waren met datgene dat de reguliere omroepen brachten, hun luistergenot zochten bij Radio Veronica, Radio Noordzee en de Nederlandstalige uitzendingen van Radio Luxembourg. Het was bij dit laatste station dat Felix Meurders ook door velen werd beluisterd want hij presenteerde op de 208 ‘Muziek voor Eva’. Je kunt rustig stellen dat Felix Meurders, die decennialang niet van de radio is weg te denken, een snelle carrière maakte.   Het was in 1968 dat hij aan een regionale deejaycompetitie meedeed en de winnaar werd van rond de 60 kandidaten. Vervolgens werd hij meteen benaderd door Peter Koelewijn om programma’s te gaan presenteren voor Radio Luxembourg. Het was Ad ’s Gravenzande trouwens die Felix Meurders naar Hilversum haalde. Hij werd er bekend als ondermeer ‘Felix, the big bird on three’. Uiteraard luisterde Meurders in 1971 ook naar de andere, eerdergenoemde, radiostations en hem destijds gevraagd wat hij leuk vond bij de concurrentie werd het volgende geantwoord: “Naar de radio luister ik vooral beroepshalve en voor de lol in mijn auto. De Allen West-show op RNI, dat vind ik toch wel fantastisch. Je kan gewoon horen, dat die lui ernaar verlangen om in de uitzending te komen. Die worden als honden uitgelaten. De hele dag kunnen ze op dat schip jingles maken en dat moet er in de uitzending dan ook uit. En dan wordt alles ook nog op een heel relaxte manier gepresenteerd. Je kunt merken dat ze daar de hele dag in de goede sfeer zitten; dat is bij ons geheel anders zo van alles komt op zijn tijd.”   Wel dat was 1971 en ja je kunt rustig stellen dat voor Felix Meurders alles op zijn tijd is gekomen met een prachtige loopbaan via de radio maar ook via de VARA en het televisieprogramma ‘Kassa’.   Hans Knot, 14 april 2018

hans knot

hans knot

Shula Rijxman: “Wie is De Mol?”

Vandaag is er in het Algemeen Dagblad onderstaande publicatie van Shula Rijxman te lezen.
“Een sterke publieke omroep is onmisbaar voor een vitale democratie”, stelt het Regeerakkoord. Die plechtige woorden schieten door mijn hoofd, terwijl ik vanaf de Mies Bouwman-boulevard het Mediapark op rijd. Dan belt Marc Adriani om zijn vertrek van BNNVARA naar John de Mols Talpa Radio aan te kondigen.
Als een collega onze publieke omroep verlaat, doet dat even pijn. Maar het maakt ook trots: blijkbaar is dit de prijs van succes. Art, Twan, Gerard, nu Marc. Allemaal talent dat bij de publieke omroep kon groeien en bloeien en nu, op hun hoogtepunt, wordt weggekocht. Zo gaat het in het voetbal, zo gaat het bij de omroep. Zie het als een compliment. We willen en kunnen niet concurreren met de bedragen die de commerciëlen betalen. Maar de eredivisie van tv en radio wordt toch écht door de teams van de publieken gedomineerd. De eerste helft van het seizoen 2018 komt in zicht en we hebben een goed half jaar achter de rug, of het nu om de waardering of om de kijkcijfers gaat. Van het ongekende succes van NPO Radio 2 als grootste zender van Nederland tot ons snel groeiende platform NPO Start. Van de Luizenmoeder tot Mindf*ck, van Zondag met Lubach tot Wie is de Mol?, van de scoops van Nieuwsuur tot de prachtige kinderprogramma’s van Zapp en Zappelin.
Het gaat, kortom, goed. Maar het is niet vanzelfsprekend dat dat zo blijft. Als het kabinet ons net zo zou behandelen als zo ongeveer alle andere sectoren, had de publieke omroep jaarlijks zo’n 200 miljoen meer kunnen besteden aan nog mooiere, betere, relevantere mediaproducties van en voor ons allemaal. Ironisch genoeg gebeurt het tegenovergestelde. Advertentie-inkomsten dalen hard dalen. In plaats van dat het kabinet z’n mooie woorden in het regeerakoord nakomt, presenteert de minister een extra korting.
Heus, ik bewonder John de Mol en zijn droom van een Hollands media-imperium. Hij vecht met ons tegen de oprukkende macht van Facebook en Google, al houdt hij tegelijkertijd de mogelijkheid open om ooit alles weer aan diezelfde Googles of Facebooks te verkopen. De Mol was al eigenaar van de radiostations 538, Sky Radio, Radio 10 en Veronica alsmede de SBS-televisiezenders. Nu lijft hij het ANP in en wordt zo hofleverancier van alle concurrenten, van De Telegraaf tot RTL en de NPO.
En weer denk ik aan het Regeerakkoord en het daarin door partijen onderstreepte belang van een onafhankelijke nieuwsbron. De publieke omroep wil er met haar informatieve, culturele en educatieve programma’s voor iedereen zijn en slaagt daar vaker wel dan niet in. En, hoewel sommigen anders doen geloven, we doen dat volgens iedere onafhankelijke meting voor een zeer, nee, té bescheiden budget. “Een sterke publieke omroep is onmisbaar voor een vitale democratie?” Wij hebben geleverd, Haagse politici; waar blijven ùw daden?
Shula Rijxman
Voorzitter van de Raad van Bestuur van de NPO
13 april 2018

de redactie

de redactie

Beste Gerard

Vanaf het moment dat jij startte met je programma Ekdom in de ochtend ben ik een vaste luisteraar. Elke werkdag begint voor mij met de aanwakkerplaat, je (vergeten) plaat uit de kluis, de praktijk van Dokter Pop, je wekelijkse 5-sterrentrack en Benny Hill die je speciaal voor Carmen Verheul draait als opvullertje richting het nieuws.    Tot dat moment was er geen enkele ochtendshow waar ik lang naar luisterde. Overal haakte ik al snel af door het oeverloze geouwehoer over onderwerpen die niets met muziek te maken hebben. Bij jou is dat anders. Ja, ook jij hebt dingen zoals shownieuws en in mijn ogen nutteloze nieuwsberichten, maar je programma staat voornamelijk in het teken van muziek. En daar hou ik van.   Vorige week werd bekend dat je de overstap maakt naar Radio 10. Na 20 jaar 3FM en NPO Radio 2 ga je naar één van de commerciële radiostations van Talpa. Een slimme zet van John de Mol, want als je ochtendprogramma veel luisteraars trekt profiteer je daar de rest van de dag van. En dat is weer goed voor de reclame inkomsten.    Maar ik ga niet met je mee. Dankzij jou heb ik NPO Radio 2 leren kennen. Met Bart, Gijs, Rob, Annemieke, Ruud, Wouter, Stefan en Jan-Willem zit het station goed in elkaar. Een mooie mix van oude en nieuwe muziek en de grootste playlist van alle Nederlandse radiostations.    Sorry Gerard, maar ik hou nog teveel van muziek om te verhuizen naar het radiostation met de uitgekauwde hits.    Met vriendelijke groet,   Vincent 

Vincent

Vincent

Hans Knot: Weggesleepte tender ‘Linda’

In de historische column van dit weekend ga ik in gedachten weer eens op bezoek in de pittoreske Scheveningse havens, waar ik zo vaak ben geweest in de jaren zeventig en als het even kan zo om de twee jaren een bezoekje breng. Het was voor vele radiofans in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw een plek om te zijn. Immers werden vandaaruit ondermeer Radio Veronica en Radio Noordzee bevoorraad.   Recentelijk stuitte ik in de archieven op een oude krant van 24 februari 1971 waarin een verhaal is terug te vinden over een ontevreden schipper, de toen 37-jarige, C.J. de Ridder afkomstig uit Urk. Hij had zijn schip, de ‘Linda’, al bijna een jaar liggen in de haven van Scheveningen en hem was al een paar keer door een ambtenaar van de Havendienst erop gewezen dat het afmeren van een schip in de haven van Scheveningen bijna onmogelijk was zonder de vergunning, waarin duidelijk omschreven werd dat het betreffende schip werd ingezet voor bepaalde activiteiten die te maken hadden met handel gericht op Scheveningen en Den Haag.   Omdat De Ridder totaal niet reageerde op het verzoek van de ambtenaar om te vertrekken en elders een ligplaats te zoeken, kwam in de derde week van februari, in de holst van de nacht, een sleepboot - die dienst deed voor Rijkswaterstaat- op last van de gemeente Den Haag, de kotter ‘Linda’ uit de Scheveningse haven wegslepen. Volgens een woordvoerder van de Dienst had De Ridder geen vergunning om er zijn schip af te meren en verbleef hij er dus illegaal.   In eerste instantie werd de ‘Linda’ ingezet, zoals vele schepen actief vanuit Scheveningen, voor het vissen op de Noordzee, maar werd ook voor andere doeleinden ingezet. Eerder die maand werd bekend dat het beslag op de MEBO I, dat in 1970 werd ingezet voor de bevoorrading van de MEBO II van Radio Nordsee International, nog immer aan de ketting lag in de haven van Scheveningen. Het beslag was gelegd in opdracht van de Panama Overseas Shipping Company, een onderneming opgezet door ir. Heerema. Deze maatschappij stelde nog een vordering te hebben op MEBO Ltd, de moedermaatschappij achter RNI en eigendom van de Zwitsers Meister en Bollier. Details werden niet vrijgegeven. Heerema was, ondermeer met vriend Kees Manders, verantwoordelijk voor een poging tot kaping van het zendschip van RNI in de maand augustus 1970. Manders had ook een vordering op de Zwitsers maar die zou met beide heren tot een regeling zijn gekomen.   In de tweede week van februari 1971 werd bekend gemaakt dat RNI, dat eind september 1970 met uitzendingen was gestopt, spoedig weer een serie testprogramma’s wenste uit te zenden om daarna te beginnen met uitzendingen in het Nederlands en het Engels. Hiertoe werd de Exploitatie Maatschappij Noordzee N.V. opgezet, waarvan de muziekuitgeverij Basart een van de vennoten was. Als streefdatum voor de start van RNI in 1971 werd aangegeven dat deze tussen 20 februari en 1 maart zou komen te liggen. Daar het zendschip, zij het met een beperkte bemanning, nog steeds in internationale wateren voor Scheveningen voor anker lag, diende er dus met bepaalde regelmaat te worden bevoorraad.   Hiervoor maakte de onderneming gebruik van boten van een aantal scheepseigenaren uit Scheveningen, maar ook van het schip van De Ridder. Voordat het schip ‘Linda’ werd weggesleept had de schipper gedurende twee weken met regelmaat de MEBO II bevoorraad, iets was de havenautoriteiten ook was opgevallen. Via een wel heel grote omweg kwam de ‘Linda’ vanuit Scheveningen in de Laakhaven in Den Haag terecht. Het schip werd van Scheveningen via Hoek van Holland en de waterweg naar Rotterdam, via binnenwateren, naar Den Haag gesleept. Als reden gaf de directeur van de Havendienst, Mr. W.C.A. Riem Vis, aan dat De Ridder geen vergunning had activiteiten vanuit Scheveningen te verrichten. De sleeptocht werd in de nacht van 23 februari gedaan om de scheepvaart in de binnenwateren zo weinig mogelijk te hinderen en om geen opzien te baren.   Ook vond men het niet nodig de eigenaar, die om half 1 in de nacht het schip had verlaten, op voorhand te informeren. Riem Vis destijds: “Hij is al lang genoeg gewaarschuwd. Hij wist dat dit zou gebeuren als hij voor de twintigste van deze maand niet vertrokken was. Wij vinden het dan niet nodig hem te verwittigen. Hij heeft trouwens ook nooit iets van zich laten horen.” In de ochtenduren deed De Ridder aangifte bij de politie wegens diefstal van de ‘Linda’. Ook hierop reageerde Riem Vis: ‘Diefstal, dat is geen diefstal. Het is het verplaatsen van een vaartuig, dat volgens een verordening mag. Hij zal wel de kosten moeten betalen.” De kosten werden destijds trouwens op rond de 2000 gulden geschat.   Achteraf had De Ridder die nacht de boot van Rijkswaterstaat wel in de omgeving zien varen maar had hij niet door met welk doel: ‘Als ik geweten had dat even later ze mijn bootje zouden kapen, was ik erbij gebleven en hadden ze nog een grote rel mee kunnen maken. Maar ze zijn nog niet met me klaar. Dat stiekeme gedoe lust ik niet. Ik heb een advocaat ingeschakeld om de zaak voor me te redden.” Een woordvoerder van de gemeente Den Haag stelde dat de overtallige schepen in de haven van Scheveningen al meerdere malen onderwerp van gesprek waren geweest en dat de situatie in de haven steeds chaotischer werd en dus ingegrepen diende te worden om de schepen, waarvoor wel een vergunning was, een ligplaats te kunnen geven. Het is daar razend druk en als deze sportvissers, die niet in de haven thuis horen, er maar hun gang gaan wordt de chaos steeds groter.”   De Ridder was het met deze verklaring niet eens en stelde dat Scheveningen een vrije haven was en dat ieder schip, goedgekeurd door de scheepvaartinspectie, daar mocht komen. De gemeente Den Haag ging echter uit van het standpunt dat de haven allereerst bestemd was voor Scheveningers en dat men diende aan te tonen dat men zich met handel of visserij bezig hield. Wel waren er rond die tijd vele jachten die door een besluit uit het verleden er tevens een ligplaats hadden. Hoe het uiteindelijk is afgelopen is niet duidelijk want na die enkele berichtjes in februari 1971 is er niets meer van Schipper De Ridder en zijn ‘Linda’ vernomen.   Hans Knot, 7 april 2018   Foto MEBO I in Scheveningen haven. (Leen van Oeveren)

hans knot

hans knot

Hans Knot: De VPRO en de ‘piraten’

Al eerder heb ik uitgebreid gepubliceerd over de speciale uitzendingen vanaf een schip, Zo vroeg ik me af: Klassieke muziek en zeezenders, gaat dat samen? Ja, zeker wel. Ooit liet de violist Theo Olof — het boegbeeld van de stichting Nederland Muziek die voor de komst van een klassieke-muziekzender ijverde — zich ertoe verleiden om op verzoek van de VPRO-radio aan boord van een zendschip te stappen. Het is de geschiedenis ingegaan als Radio Stereo Petat en het Comité Nederland Muziek. Het was maandag 9 april 1973 dat een gehuurde boot, de MV Morgenstern, de zee op ging om te worden ingezet voor deze speciale uitzendingen van de ‘piraat’ Stereo Patat. Vreemd genoeg werd deze sportvissersboot in de eind jaren zeventig echt ingezet voor de uitzendingen van een zeezender, Radio Delmare. Het hele verhaal, door mij gepubliceerd in 1995, kun je via de volgende link nog eens lezen: http://www.icce.rug.nl/~soundscapes/VOLUME01/Radio_Stereo_Petat.shtml   Het blijkt echter dat de VPRO zich eerder heeft ingelaten met de uitzendingen van een piratenzender en wel in de maand april 1971. De bewoners van de Nieuwmarktbuurt, destijds een van de saneringswijken van Amsterdam, hadden een eigen radiozender illegaal in stelling gebracht tegen de massale sloopplannen die het gemeentebestuur van Amsterdam had bekend gemaakt. De naam van het radiostation was Radio Sirene en programmamakers van de VPRO hebben destijds in de avond van vrijdag 9 april het geluid van het radiostation in het toen populaire programma ‘VPRO Vrijdag’ gedurende een kwartier laten meelopen.   Radio Sirene maakte gebruik van een frequentie op de middengolfband, vlak naast de 192 meter van Radio Veronica. Toen de uitzendingen de betreffende avond werden beëindigd werd tevens bekend gemaakt dat men vrijdagmiddag 16 april weer zou zijn te beluisteren. Wel werd aangegeven dat de uitzending niet langer dan een kwartier zou duren om de kans te worden uitgepeild door de Radio Controle Dienst te verkleinen. De initiatiefnemers wilden de zender niet alleen voor zichzelf gebruiken maar stelden tevens anderen, die zich tegen de gemeentelijke plannen wensten te verzetten, het gebruik van de zender beschikbaar. Verder meldde men dat in de uitzendingen aankondigingen zouden volgen van allerlei acties die door de buurtbewoners zouden worden georganiseerd.   Regelmatig kwamen de gebeurtenissen rond de Nieuwmarktbuurt destijds in het nieuws. Niet alleen was een groot aantal lege panden door krakers, afkomstig uit het gehele land, in bezit genomen maar ook de reguliere bewoners traden soms op een militante manier op. Ondermeer werden werknemers van het Gemeentelijke Energie Bedrijf van Amsterdam bij herhaling weggestuurd toen ze van plan waren de elektriciteit in de gekraakte panden af te sluiten, zodat oneigenlijk gebruik kon worden voorkomen.   Maar ook de slopers, waarvan door de gemeente werd gemeld dat men spoedig met de afbraak van panden kon beginnen, werden in de uitzending duidelijk gemaakt dat ze niet welkom waren. Bovendien werden er in de wijk allerlei spandoeken opgehangen met duidelijke teksten: ‘Slopers niet welkom’, ‘Levensgevaarlijk voor slopers’ en ‘Slopers gaan de gracht in’. Ter voorkoming dat slopers ongehinderd hun gang konden gaan, werd in de uitzending van Radio Sirene aangekondigd dat spoedig patrouilles, bestaande uit buurtbewoners, de straat zouden opgaan om slopers te verhinderen aan de slag te kunnen gaan.   Maar daar bleef het ook niet bij want er werd op een aantal daken van de Nieuwmarkt buurt een felle sirene geplaatst die bij dreigende komst van de slopershamers zoveel lawaai maakte dat er door vele bewoners werden gewaarschuwd en een grote afscherming tegen de werklieden kon worden gevormd. De plannen van de gemeente tot een grootschalige sloop van panden in de betreffende wijk had ondermeer te maken dat er ruimte diende te worden gecreëerd voor de aanleg van de Metro en een nieuwe autoweg in onze hoofdstad. Een fragment van het programma van Radio Sirene op de 193 meter was trouwens, mede dankzij de medewerking van de VPRO, dezelfde avond in het NOS Journaal te horen.   Vier jaar later waren er hevige rellen toen tot afbraak van vele panden werd begonnen ten bate van de aanleg van de Oostlijn van de Amsterdamse Metro en het NOS Journaal bracht de beelden: https://nos.nl/video/2026691-terugblik-rellen-nieuwmarkt-1975.html   Hans Knot, 31 maart 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: De eerste vijftien jaren Eurovisie (deel 3)

In de jaren vijftig en zestig bracht de televisie voor veel Nederlanders de wereld in hun huiskamer. Het medium maakte hun belevingswereld groter en de echte buitenwereld kleiner. De televisie werd een venster op de wereld en de wereld werd, zoals vaak wordt gezegd, een "global village". De uitzendingen van de Eurovisie — denk aan het songfestival — speelden daarbij een belangrijke rol. Tegen die achtergrond bespreekt ik de eerste vijftien jaar van de Eurovisie. Vandaag deel 3.   Als je voorafgaande informatie in deel 1 en 2 van deze nostalgische terugblik goed beschouwt, kan worden gesteld dat de Eurovisie in haar eerste tien jaar zich behoorlijk heeft ontwikkeld. In 1964 had Eurovisie een net met een totale lengte van 75.000 km. Hiervan bestond 12.000 uit kabel en 63.000 uit straalverbindingen. De uiteinden van de west-oost verbinding waren op dat moment Belfast in Ierland en Sijeme in het voormalige Joego-Slavië, terwijl Helsinki en Palermo de uiteinden vormden van de noord-zuid verbinding. Had men in 1954 de beschikking over 80 relais-stations, tien jaar later was dat aantal gegroeid tot over de 1.500.   De meeste zendtijd aan één en hetzelfde item werd besteed aan het overlijden van Paus Johannes XXIII en de verkiezing van zijn opvolger: 24 uur. Een enorm aantal uren voor die tijd. Veel daarvan was overigens pure wachttijd. Echt nieuws was er pas, toen de witte rook kringelend boven het Vaticaan verscheen om aan te geven dat de kardinalen een nieuwe paus hadden gekozen. In 1964 was er trouwens de eerste verbinding met Azië, toen tal van verbindingen per satelliet werden gemaakt voor de verslaggeving van de Olympische Spelen, die in de zomer in Japan werden gehouden.   In de jaren 1965 en 1966 waren er ook vele Eurovisie uitzendingen. Zo werd in 1965 onder meer aandacht besteed aan de inauguratie van de Amerikaanse president Johnson, de begrafenis van Sir Winston Churchill, de Wereldkampioenschappen schaatsen in Oslo, het bezoek van de Paus aan de Verenigde Naties en de diverse lanceringen en landingen van ruimtevaarders in Amerika. Het jaar daarop bleken de toppers van andere aard te zijn: het huwelijk van onze eigen prinses Beatrix, het wereldkampioenschap wielrennen op de weg in Duitsland, een folklore-festival in Dublin en het Billy Smart Kerst Circus. Beschaafd vermaak, sport en vorstenhuizen voerden nog steeds de boventoon, maar ook de veranderende wereld liet zich niet langer buitensluiten.

In 1965 baarde de Britse popzanger Dave Berry met zijn door Ray Davies geschreven nummer ‘This Strange Effect’ de nodige opzien op het songfestival. Bij het huwelijk van Beatrix in 1966 kon de hele wereld de rook zien die de rookbommen van de Provo's boven de straten verspreidden. Ook het volgende jaar zou de jeugdcultuur zich via de Eurovisie laten gelden, niet alleen op het songfestival — dat met het liedje ‘Puppet on A String’ werd gewonnen door Sandy Shaw, maar ook via de uitzending ‘Onze Wereld’.

Liefst twee jaar lang werd de uitzending van 25 juni 1967 voorbereid. In dit programma werd voor het eerst programmaflitsen uit diverse landen uitgezonden, die moesten leiden tot één totaalprogramma. Onder de titel ‘Our World’ werd het programma tussen acht en tien uur in de avond, West-Europese tijd, uitgezonden. De items werden aangeleverd door omroepen uit Afrika, Australië, Europa, Canada, Japan, Mexico en de VS. Het idee tot deze uitzending werd voor het eerst naar voren gebracht door vertegenwoordigers van de BBC. Doel van het programma was vooral items te brengen waarbij menselijke prestaties op lichamelijk en geestelijk gebied naar voren dienden te komen. Ook in dit programma wist de jeugdcultuur van de jaren zestig door te dringen. Een opvallende bijdrage werd namelijk geleverd door de Beatles, die voor de gelegenheid het nummer ‘All Your Need Is Love’ schreven en met een bont gezelschap van vrienden en bekenden uitvoerden.

Een speciale commissie werd opgericht die tot realisatie van de plannen moest komen, met als zetel Géneve. Uiteindelijk was het Bush House in Londen de plek waar alles werd gecontroleerd. De ontvangst van alle signalen en het schakelcentrum waren daar, evenals twee andere studio's vanwaar de items tot een totaalprogramma werden geregisseerd. Liefst tienduizend man werkten aan de uitzending mee, daarbij gebruik makend van anderhalf miljoen kilometer van het intercontinentale telefoonnet en van 160.000 kilometer aan kortegolf verbindingen.

Uiteraard waren de communicatiesatellieten ook een belangrijke schakel tijdens de uitzending. Voor de verbinding tussen de landen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan werd de Early Bird ingezet. Voor de gebieden rond de Stille Oceaan werd gebruik gemaakt van de toenmalige Intelsat 2 en de ATS-1. In Londen werd het gesproken gedeelte zo nodig tegelijk vertaald in het Engels, Frans en Duits. Een tegenvaller was dat op het allerlaatste moment van voorbereidingen de landen binnen de OIRT (Intervisie) zich terugtrokken, dus geen uitzendingen vanuit en naar de kijkers in de landen van het voormalige Oostblok.

Maar 1967 stond ook garant voor de uitwisseling van de eerste kleurenuitzending van de Eurovisie. Vanaf de Firato, de tweejaarlijkse tentoonstelling over radio en televisie in Amsterdam, werden in september de eerste kleurenbeelden overgebracht. Ook hier gingen natuurlijk weer de nodige problemen aan vooraf, immers werd er nog steeds gewerkt met diverse lijnen-systemen en had dit vooral invloed op de overdracht van kleurentransmissie. Gevolg was dat een oplossing diende te worden gevonden, hetgeen alleen mogelijk was als het ene systeem qua kleur overzetbaar was in het andere systeem. Er werd een speciale werkgroep in het leven geroepen die met een oplossing kwam. Een schakelschema werd er gemaakt waardoor omzetting vooraf gebeurde, en dat zowel geschikt was voor zwart-wit als voor kleurentransmissie.

Het jaar 1967 was goed voor in totaal 617 Eurovisieprogramma's met een totale duur van 812 uur. Enkele daarvan waren reeds in kleur te ontvangen. Sport en nieuwsitems bleven de boventoon voeren in het aanbodpakket. Nieuwjaarsdag 1968 werd, zoals gebruikelijk, geopend met het Nieuwjaarsconcert vanuit Wenen, maar een maand later was er al 38 uur aan uitzendingen vanuit Grenoble, alwaar de Olympische Winterspelen werden gehouden. Alle transmissie gebeurde toen al in kleur. Later dat jaar zou dit ook het geval zijn met de verslaggeving, in de maand oktober, van de Olympische Zomerspelen in Mexico. Een maand eerder werd daarvoor de Atlantic 3 per stuwraket de ruimte ingeschoten. Direct na de start stortte de stuwraket en de satelliet neer. Men ondersteuning van andere satellieten kon toch nog 65 uur, waarvan een deel in kleur, vanuit Mexico worden uitgezonden.

Hetzelfde jaar bracht ook het einde van de Praagse Lente en de Russische bezetting van Tsjecho-Slowakije. In maart 1968 was president Antonin Novotny in dat land afgetreden en vervangen door Ludvik Svoboda. Partijvoorzitter Alexander Dubcek begon een politieke en culturele hervorming onder de noemer van een ‘socialisme met een menselijk gezicht’. Het land leefde op. maar in de nacht van 20 op 21 augustus trokken troepen van het Warschaupact het land binnen en maakten een einde aan de hervormingen. Uiteraard werd er door de OIRT geen beelden van de invasie aangeleverd. Dankzij een aantal illegale televisiestations in Tsjecho-Slowakije werden er beelden aan de Oostenrijkse televisie geleverd, waardoor de rest van de wereld toch op de hoogte kon worden gehouden van de situatie in het land.

In 1968 werd ook een begin gemaakt met de dagelijkse uitwisseling van nieuwsitems in kleur. Voor de uitzending van de verschillende programma's maakte de Eurovisie al die jaren gebruik van bestaande nationale zenders. Speciale eigen Eurovisiezenders waren dus niet beschikbaar. Uiteraard had men wel de beschikking over een eigen schakelcentrum, dat de geschiedenis inging onder de naam ‘Centre Internationale de Contrôle Technique’, dat gevestigd werd in Brussel. Zoals eerder gesteld is het administratief centrum van Eurovisie gezeteld in Genève.

Tegenwoordig schieten er duizenden satellietsignalen per dag over de aardbol. Ze gaan via tal van satellieten, die inmiddels allen een vaste positie in een baan om de aarde hebben, probleemloos van uitzendlocatie rechtstreeks dan wel via kabelnetten, de huiskamers in. Het songfestival is een institutie en de liedjes zijn een genre apart geworden. Het is vanzelfsprekend om grote sportgebeurtenissen overal ter wereld live te kunnen volgen. Aan elk militair conflict tussen naties gaat bijna automatisch gepaard met een mediaoorlog, waarin de partijen voor het oog van de wereld hun lezing geven van de gebeurtenissen. Niemand die zich ooit druk zal maken hoe dit mogelijk is, want het is immers allemaal zo normaal dat we kunnen schakelen tussen dertig of meer kanalen op de beeldbuis. Toch is het soms goed om eens bij stil te staan hoe het, in de beginjaren van de televisie, toen de wereld nog groter was, allemaal is ontwikkeld.

Dit artikel is gebaseerd op diverse artikelen en interne rapporten van de NOS en verder archiefonderzoek in het Nationaal Audiovisueel Archief te Hilversum en het Archief van het Freewave Nostalgie  Magazine in Groningen.

Hans Knot, 24 maart 1980

hans knot

hans knot

Hans Knot: De eerste vijftien jaren Eurovisie (deel 2)

In de jaren vijftig en zestig bracht de televisie voor veel Nederlanders de wereld in hun huiskamer. Het medium maakte hun belevingswereld groter en de echte buitenwereld kleiner. De televisie werd een venster op de wereld en de wereld werd, zoals vaak wordt gezegd, een "global village". De uitzendingen van de Eurovisie — denk aan het songfestival — speelden daarbij een belangrijke rol. Tegen die achtergrond bespreekt ik de eerste vijftien jaar van de Eurovisie. Vandaag deel 2.   Dolf van der Linden en Corry Brokken Foto Archief Soundscapes

Gedurende de eerste jaren werden er al tal van initiatieven aangedragen te komen tot jaarlijks terugkerende evenementen, die via de Eurovisie uitgezonden konden worden. Die kwamen er ook. Ieder nieuw jaar begon en begint nog steeds met de uitzending van het Nieuwjaarsconcert vanuit Wenen, gevolgd door het skischans-springen in Garmisch Partenkirchen. Maar uitzonderlijk veel kijkers trekt jaarlijks het Eurovisie Songfestival dat in 1956 voor het eerst — vanuit het Zwitserse Lugano — werd georganiseerd. In 1958 mocht Nederland de organisatie daarvan voor de eerste keer verzorgen omdat Corrie Brokken in 1957 winnares werd met het liedje "Net Als Toen"

Het was in september 1957 dat de programmacommissie van de EBU een vergadering belegde waarbij alle hoofden van de nieuwsafdelingen van de diverse omroepen werden uitgenodigd. De bedoeling was in de toekomst tot uitwisseling van nieuwsitems te komen. Als experiment werd er een Eurojournaal gemaakt, waaraan België, Nederland, Engeland, Frankrijk en Italië deelnamen. Het overlijden van Paus Pius XII op 9 oktober 1958 was aanleiding voor andere landen ook deel te gaan nemen. Op die manier werden ook de omroepen in Duitsland, Zweden en Denemarken betrokken bij de uitwisseling van nieuws. Ook het zogeheten "International Television News Agency" werd deelnemer. De eerste pogingen leken een groot succes maar om de hoek doken ook de problemen op. Deze leken niet alleen van financiële en technische aard maar ook het tijdstip, waarop de nieuwsuitwisseling moest gaan plaats vinden, bleek een probleem. Daarbij kwam nog de vraag hoe het technisch centrum uitgerust diende te worden en hoe de bestaande contracten met grote nieuwsagentschappen afgehandeld, dan wel gewijzigd, dienden te worden.

De daarop volgende drie jaar was er onder meer een programma vanaf de Wereldtentoonstelling in Brussel in 1958. Vijftig miljoen kijkers in tien landen keken naar het programma "Rendez-vous van de Naties". Voor dit programma werden 19 camera's en 8 reportagewagens ingezet om een zo'n overzichtelijk mogelijk beeld te geven. Vervolgens werd in hetzelfde jaar voor de tweede maal verslag gedaan van de Wereldkampioenschappen Voetbal, dat in dat jaar werd gehouden in Zweden en door Brazilië werd gewonnen.

In 1959 konden we onder meer rechtstreeks zien hoe President de Gaulle in Frankrijk werd geïnstalleerd, terwijl het eerste lustrum werd gevierd met een programma dat in tien landen tegelijk werd uitgestraald met de veelzeggende titel: "In een leunstoel door Europa". Het jaar daarop was er volop verslaggeving van de Olympische Spelen vanuit Rome, terwijl het jaar werd afgesloten met een verslag van de huwelijksplechtigheid van Koning Boudewijn en Koningin Fabiola van België.

De eerste officieel vastgelegde vorm van internationale nieuwsuitwisseling werd een feit in augustus 1961 toen Nederland, Italië, Frankrijk en Groot-Brittannië een verbintenis aangingen voor regelmatige uitwisselingen van nieuwsitems. De wereld stond voor grote veranderingen en de gebeurtenissen van die dagen gaven aan berichtgeving een extra dimensie. Yuri Gagarin en John Glenn gingen de ruimte in; er was een grote opstand in Algerije, we hadden te maken met de moordaanslag op VN-voorzitter Dag Hammersköld en in Israël stond Adolf Eichmann voor de rechter. Hij zou uiteindelijk ter dood worden veroordeeld en iedere dag werden we via het beeldscherm op de hoogte gebracht van de ontwikkelingen in het nieuws. In eerste instantie waren er tussen de diverse landen onregelmatige vergaderingen maar al spoedig, begin 1962, werd besloten tot dagelijks overleg, hetgeen in de Franse en Engelse taal werd gevoerd.

Het idee te komen tot dagelijkse vergaderingen was afkomstig van de in 1999 overleden, toenmalige programmacommissaris van de NTS (voorganger van de NOS) Rengelink.  De uitvoering werd verder geregeld door de toenmalige hoofdredacteur van het NTS-Journaal, Carel Enkelaar. Nadat men tot overeenstemming was gekomen werd er iedere dag, om half tien in de ochtend, een verbinding tussen de verschillende landen gelegd. Een opsomming volgde van wat men zoal aan nieuwsitems had aan te bieden. Vervolgens werd vanuit Géneve, waar de EBU gevestigd was, gevraagd wie welk onderwerp wenste te hebben voor heruitzending. Vele uren later, om vijf uur in de middag, werden de gevraagde items, per lijnverbinding, doorgezonden en in de betreffende studio's van de deelnemende landen vastgelegd op magnetische band, tenminste als men een bepaald item had aangevraagd.
Carel Enkelaar Foto Archief Soundscapes   Maar inmiddels was de Eurovisie al lang niet meer de enige overkoepelende organisatie voor televisie in Europa. In februari 1960 was namelijk de Intervisie (OIRT) opgericht. Doel van deze organisatie was een soortgelijke samenwerking tussen de diverse landen in Oost-Europa. Ik noemde al even Yuri Gagarin, de Sovjetruimtevaarder. Middels samenwerking tussen Intervisie en Eurovisie kon, via een lijnverbinding tussen Rusland en Finland, mee gekeken worden naar de triomfantelijke ontvangst van de ruimtevaarder in Moskou. Tevens werden vervolgens op enkele plekken, nabij de grens tussen West- en Oost-Europa, koppelpunten aangelegd, waardoor uitwisseling van nieuwsitems tot de mogelijkheid behoorde.

In 1961 was de verslaggeving omtrent de ontmoeting tussen president Kennedy van de VS en Chroestjow van de Sovjet-Unie een absoluut hoogtepunt, terwijl voor 1962 me het nog erg goed op het netvlies staat hoe de beelden vanuit de St. Bernardtunnel werden getoond. Doorboring was een feit en harde werkers uit Zwitserland en Italië konden elkaar de hand schudden. De tunnel was werkelijkheid geworden.

Maar aangaande 1962 moet zeker de lancering van Telstar 1 op 10 juli worden genoemd. De kleine, bolvormige kunstmatige satelliet om de aarde was immers de eerste communicatiesatelliet, waardoor er beelden vanuit Amerika naar Europa konden worden gestraald. Na de lancering werd op 23 juli van dat jaar het eerste intercontinentale Eurovisieprogramma uitgestraald gericht op de kijkers in Noord-Amerika. Met de inzet van liefst 50 camera's en 20.000 kilometer aan straalverbindingen werden zowel de Europese als Amerikaanse kijkers bereikt, in totaal zo'n 150 miljoen. Verslag werd gedaan van de Lappen in Noord-Finland, de Sicilianen in Zuid-Europa, het Louvre in Parijs, de Sixtijnse kapel in Rome, de Britse kroonjuwelen en de activiteiten in een kernenergiecentrale in Zwitserland.

Gagarin wordt gehuldigd op Rode Plein foto Archief Soundscapes

Na de Telstar 1 werden er al spoedig meerdere communicatiesatellieten in een baan om de aarde gebracht, zoals de Relay 1 (gelanceerd op 13 december 1962), de Telstar 2 (gelanceerd op 7 mei 1963). Met behulp van deze en soortgelijke satellieten werd een start gemaakt met een lange serie van Mondovisie-programma's. In het eerste jaar vonden er liefst 63 uitzendingen plaats met een totale duur van 23 uur. De finale van het Mercury-project, de 34 uur durende ruimte-missie van majoor Gordon Cooper (16 mei 1963), de begrafenis van Paus Johannes XXIII (gestorven op 3 juni 1963) en het bezoek dat president Kennedy op eind juni aflegde aan West-Berlijn, Bonn en het Ierse Dungastown werden bijvoorbeeld wereldwijd zichtbaar gemaakt via de Telstar 2.

De satellieten kwamen onmiddellijk van pas nadat de Amerikaanse president Kennedy op 22 november 1963 werd neergeschoten in Dallas. Via liefst tien verschillende satellieten werden de beelden van de begrafenis richting Europa uitgezonden, terwijl er een satelliet werd ingezet voor het doorsturen van reacties uit Europa richting de VS. Dat wil niet zeggen dat de satellieten constant in gebruik waren. Men kon er slechts een signaal mee doorsturen wanneer de betreffende satelliet gunstig ten opzichte van het ontvangende land stond.

In die tijd hadden de satellieten namelijk nog geen vaste — geo-stationaire — plek aan de hemel maar draaiden om de aardbol. Ongeveer een half uur, gedurende de omwenteling om de aarde — die iets meer dan drie uur in beslag nam — was het mogelijk signalen te ontvangen. De plechtigheid rond de begrafenis van Kennedy kon op die manier gedeeltelijk rechtstreeks — met name via de Relay 1 — in Europa worden bekeken, waarbij de Eurovisie het signaal nog eens doorstuurde via Intervisie naar de landen in Oost-Europa. Zo werd het mogelijk dat 200 miljoen kijkers in 23 Eurovisie- en 7 Intervisie landen de uitvaartplechtigheid konden zien. De eerste geo-stationaire satelliet was de Syncom — de eerste geslaagde lancering betrof de Syncom 2 op 26 juli 1963. Toen ook werd voor de kijkers het onderschrift "live via satellite" een bekend verschijnsel.

Volgende week deel 3 van deze historische terugblik.   Hans Knot, 17 maart 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: De eerste vijftien jaren Eurovisie (deel 1)

In de jaren vijftig en zestig bracht de televisie voor veel Nederlanders de wereld in hun huiskamer. Het medium maakte hun belevingswereld groter en de echte buitenwereld kleiner. De televisie werd een venster op de wereld en de wereld werd, zoals vaak wordt gezegd, een ‘global village’. De uitzendingen van de Eurovisie — denk aan het songfestival — speelden daarbij een belangrijke rol. Tegen die achtergrond bespreek ik hier de eerste vijftien jaar van de Eurovisie. Dit zal gebeuren in drie nostalgische columns, waarvan deel 1 vandaag.

Na de Tweede Wereldoorlog maakte een groeiend aantal Nederlanders op prettige wijze kennis met het omringende buitenland. Een kleine avant-garde van schrijvers, journalisten en acteurs had Ibiza al snel ontdekt. Maar ook de gewone man en vrouw konden — zij het meer indirect — kennismaken met het leven in andere delen van Europa als Zuid-Frankrijk en Spanje. In populaire liedjes werden latere vakantiebestemmingen als Mallorca al vroeg bezongen. In de Bruna-pockets van Havank konden de lezers via de avonturen van de Schaduw kennismaken met de aantrekkelijke kanten van het leven in Parijs en Cannes. Maar, tot de invoering van de vakantie met behoud van loon — officieel pas in 1966 — en de opkomst van het autobezit — in 1963 beschikte nog slechts 15% van de arbeiders over dat vervoermiddel — moesten veel Nederlanders het daarmee doen.

Totdat het jonge medium van de televisie het buitenland ontdekte en met bewegende beelden binnenskamers bracht. Vooral de uitzendingen van de Eurovisie wekten bij de kijkers een nieuw gevoel voor de bredere geografische en culturele context van omringende landen en plaats van hun eigen land in Europa en van Europa in de wereld. In documentaires over de geschiedenis van de televisie in Europa wordt geregeld teruggegrepen op de eerste officiële internationale Eurovisie-uitzending die ooit heeft plaatsgevonden. Vreemd is dat niet. Opmerkelijk is wel dat in dat verband steevast de beelden worden getoond van de kroning van Koningin Elisabeth II van Engeland op 2 juni 1953. In werkelijkheid ging het hier helemaal niet om een officiële uitzending. De rapportage over de kroning van de Britse vorstin was slechts een eerste aanzet tot de definitieve Eurovisie-uitzendingen, waarvan de officiële start plaatsvond in 1954; dat is dit jaar dus 64 jaar geleden. De ceremonie in Londen werd destijds overigens slechts bekeken door de inwoners van Engeland, Frankrijk, Nederland en West-Duitsland, tenminste voor zover men daar al in het bezit was van een televisietoestel. Want een televisietoestel was in die tijd iets wat nog slechts weinigen tot hun huisraad konden rekenen.

Maar, het was toch wel een hoogtepunt te noemen, die gedenkwaardige tweede dag van juni 1953. Gedurende 6,5 uur werden er liefst 21 camera's ingezet om een zo'n mooi mogelijk plaatje de huiskamers in te brengen. Exacte cijfers zijn niet bekend, maar gissingen uit die tijd spreken over rond de 100.000 gezinnen die in Frankrijk, Nederland en Duitsland naar de plechtigheid zouden hebben gekeken. De vraag ligt voor de hand waarom er wel in die landen werd gekeken en niet in het tussenliggende België. Een antwoord op die vraag is snel gegeven, want België was technisch nog helemaal niet klaar voor het uitzenden dan wel ontvangen van televisiesignalen. De introductie van de televisie als medium had daar namelijk nog niet plaats gevonden. Maar, zoals al gesteld, er was geen sprake van een officiële Eurovisie uitzending. Zelfs de term "Eurovisie", die later door de Britse journalist en latere perschef van de BBC, George Campey, werd geïntroduceerd, was nog nooit gevallen.

Uiteraard was er aan de "experimentele" uitzending van de kroning een tijd van voorbereiding voorafgegaan. Dat waren merendeels kleinschalige technische experimenten. Op 27 augustus 1950, bijna drie jaar eerder, zorgden Britse technici ervoor, dat de viering van het eeuwfeest van de onderzeese telefoonverbinding tussen Frankrijk en Calais ook rechtstreeks was te volgen via de beeldschermen in ongeveer 500.000 Britse gezinnen. Het initiatief om een verbinding met het vaste land van Europa te maken, kwam van Britse zijde en dat lijkt op zich verwonderlijk. Maar, in de tijd dat het Europese vasteland op het punt van de televisie nog in haar kinderschoenen stond, was in Engeland het derde lustrum van het nieuwe medium al in zicht. In 1936 was er in Engeland immers al sprake van reguliere televisie-uitzendingen.

Het succes van deze verbinding was zowel voor de Fransen, waar ontvangst van televisiesignalen tot dan toe alleen voorbehouden was aan de bewoners van Parijs en omgeving, als de Engelsen een grote stimulans om door te gaan met experimenten op het gebied van de internationale televisie. Die experimenten waren ook nodig, want er waren genoeg problemen die om een oplossing vroegen.

Een ingewikkeld technisch probleem was bijvoorbeeld dat er in de diverse landen verschillende beeldlijnsystemen werden gehanteerd. In Engeland hanteerde de BBC als vanouds het zogenaamde 405-lijnen systeem, terwijl in Frankrijk het 819-lijnensysteem werd gebruikt. Nederland en een aantal andere belangrijke Europese landen hanteerden het 625-beeldlijnensysteem. De technici kwamen op een bepaald moment met de oplossing via de constructie en de introductie van de zogenaamde "lijnenvertalers". In het begin een zeer ingewikkeld apparaat dat het mogelijk maakte de beelden over en weer zichtbaar te maken tot in de huiskamer.

Daarbij kwam nog een tweede probleem en wel het overbrengen van twee geluidssignalen. Allereerst diende natuurlijk het signaal te worden overgezonden van het "live-gebeuren", ofwel het signaal dat op de plek van opname werd geproduceerd. Maar daarbij, en dat had men voorheen nog niet uitgeprobeerd, diende ook het commentaarsignaal (vaak vanuit het ontvangende land zelf in de moerstaal ingesproken) te worden ingevoegd voordat het signaal via de uiteindelijke zender voor transmissie naar de kijkers ging. Maar ook dit probleem werd door de technici op betrekkelijk korte termijn kundig opgelost.

Een televisieverbinding tussen Parijs, Lille, Dover en Londen was de volgende uitzending die plaatsvond. Ook die keer was er een gelegenheid om experimenten uit te proberen. Een commissie bestaande uit vertegenwoordigers uit Engeland en Frankrijk was in het leven geroepen voor de organisatie van een Frans-Britse week in de maand juli 1952. Na afloop van de festiviteiten werd de commissie echter niet opgeheven en bedankt voor de gedane activiteiten. Uit de commissie ontstond namelijk een permanente werkgroep, waarin niet veel later ook vertegenwoordigers uit Nederland, Duitsland en zelfs België werden opgenomen. De Europese Radio Unie, opgericht in 1950 door omroepen uit enkele Europese landen, ondersteunde deze werkgroep en zag het als dé mogelijkheid voor goede samenwerking op het gebied van de ontwikkeling van de televisie in West-Europa.

Begin 1954 vond de eerste vergadering plaats van een programmacommissie bestaande uit vertegenwoordigers van enkele landen, waarbij namens de EBU (European Broadcasting Union, zoals de nieuwe naam van de overkoepelende organisatie inmiddels luidde) actief gewerkt diende te worden aan de administratieve en juridische ontwikkeling van de Europese televisie. De commissie stond onder leiding van de Zwitserse voorzitter Marcel Bezençon. De Zwitser was tevens directeur-generaal van de Zwitserse omroep. Eén van de eerste beslissingen was het invoeren van een "televisieweek", waaraan alle zitting hebbende landen zouden deelnemen.

De planning was dit te doen in de week van 6 juni 1954. Op die bewuste dag vond de eerste officiële Eurovisie-uitzending plaats: een verslag van het bloemencorso in Montreux. Dezelfde dag was er zelfs nog een tweede uitzending vanuit Rome die in Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, België en Zwitserland, volgens de archieven van de EBU, in rond de miljoenen huiskamers werd bekeken, waarbij een totaal van 50 miljoen kijkers zou zijn geteld. Voor die tijd wel een heel hoog aantal.

Deze eerste officiële uitzenddag van de Eurovisie was mede mogelijk geworden door het gebruik van een netwerk aan verbindingen, bestaande uit bijna 6.000 kilometer aan verbindingskabels en uiteraard door de inzet van straalverbindingen, die een rechtstreeks contact mogelijk maakten tussen 46 verschillende tv-zenders en 80 relais-stations, zowel in Groot-Brittannië als op het vaste land van Europa. Naar het noorden toe was vanuit Londen een verbinding gelegd met Glasgow, terwijl Rome het zuidelijkste punt van ontvangst was van deze Eurovisie-uitzending. Verbindingen waren er ook via Londen en het Kanaal naar Rijssel (Lille) in Frankrijk. Hier was voor die dag het technisch centrum ingericht vanwaar het signaal naar het zuiden, Parijs en Rome ging en richting het noorden waren er onder meer verbindingen met Brussel en Lopik.

Via de zender in Lopik werd het voor 8.500 Nederlandse gezinnen mogelijk deze eerste Eurovisie-uitzending te zien. Dit getal is gebaseerd op het aantal tot op dat moment in ons land verkochte ontvangsttoestellen. Het was het begin van een groot aantal Eurovisie-uitzendingen. In juni 1954 volgden nog uitzendingen van onder andere internationale kampioenschappen atletiek in Glasgow, het optreden van Circus Elleboog in Amsterdam en op de legendarische 16de juni 1954 de openingswedstrijd van het Wereldkampioenschap Voetbal, dat in dat jaar werd gehouden in Zwitserland.

Uiteraard waren de vele kijkers in Europa verbaasd dat het mogelijk was om televisiesignalen over dergelijke afstanden rechtstreeks te ontvangen. De grootste blijdschap was er echter bij de betrokken technici. Hun experimenten hadden vruchten afgeworpen en de eerste Europese uitzending was een succes geworden. Tal van ingewikkelde problemen waren vooraf opgelost. Daar komt bij dat er ook een uitgebreide infrastructuur nodig was van relaiszenders. Immers, door het gebruik van het UHF-signaal of het VHF-signaal, kon het televisiesignaal niet verder komen dan de optische zon. Door de kromming van de aarde bereikten de signalen achter de horizon niet langer het aardoppervlak. Aan een internationale uitzending kon men dus pas gaan denken na het bouwen van een keten van straalzenders. Pas dan was het mogelijk het signaal van plek naar plek over te brengen. Op afstand van vijftig kilometer van elkaar werd een keten van relaiszenders geplaatst, waarlangs het signaal werd doorgegeven. Het liefst op zo hoog mogelijke plekken gesitueerd, bleken deze relaiszenders de oplossing van het transmissieprobleem.

In de daarop volgende twee jaren waren er andermaal diverse uitzendingen, waarvan een aantal met name genoemd mag worden. Een daarvan betreft bijvoorbeeld de Olympische Winterspelen in het Italiaanse Cortina D'Ampezzo in 1956, waar het Russische ijshockeyteam met een gouden medaille verrassend de fakkel in die tak van sport van Canada overnam. Vermeldenswaard is ook het sprookjeshuwelijk van Prins Reinier en Prinses Gracia van Monaco, in die dagen een romantisch gebeuren van de eerste orde.

In de categorie "dramatiek" valt de uitgebreide verslaggeving van een mijnramp in Marcinello in augustus 1956. Het was het soort onderwerpen dat in die tijd bij grote delen van de bevolking sterk aansloeg. Ze werden ook verslagen op een manier die daarbij paste. Het model was het bioscoopjournaal, waarin een keurige verslaggever in welgekozen bewoordingen het publiek deelachtig maakte van de gebeurtenissen. Hoogdravende intellectualiteit en overdreven sentiment werden vermeden. Romantiek en inlevingsgevoel stonden voorop. Filmsterren, royalty, folklore en rampen en niet te vergeten sport vormden de belangrijkste ingrediënten van de uitzendingen. Tot ver voorbij de culturele revolutie van de jaren zestig zou dit het model blijven van de Eurovisie-uitzendingen.

De komende twee weken meer over de eerste 15 jaren in de geschiedenis van de Eurovisie.  

Foto's archief Soundscapes

Hans Knot, 10 maart 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: 1970 bijzondere mensen

We gaan naar een opmerkelijke aanklacht die op 14 maart 1967 door een 44-jarige scheepselektricien, De Jager afkomstig uit Rotterdam, werd ingediend tegen de toenmalige minister van Cultuur, Mevr. Marga Klompé. Wat was namelijk het geval? De Nederlandse regering had niet lang daarvoor de weg vrijgegeven voor het invoeren van reclame via de televisie, toen nog in zwart/wit. Volgens De Jager was er duidelijk sprake van huisvredebreuk doordat de reclame ongevraagd bij zijn gezin de huiskamer binnenkwam.   Dat was dan ook de reden dat hij had besloten een klacht in te dienen bij de verantwoordelijke mensen, met als hoofddader de minister van Cultuur. Hij was van mening dat hij als televisiebezitter gekend had moeten worden in de beslissing reclame op zijn beeldbuis te brengen. Het argument van het omdraaien van de knoppen, zodat niets meer te zien zou zijn, ging voor hem niet op.  Hij beriep zich op het gegeven dat het telkens in en uitschakelen van de televisie, als er weer een blok reclame de kamer werd in geslingerd, de slijtage van het televisietoestel zou bevorderen.   Uiteraard sprongen diverse journalisten op dit onderwerp want het was – zeker voor die tijd – opmerkelijk dat men op deze manier de publiciteit zocht. De Jager stelde verder dat niemand van de bezitter kon eisen tijdelijk de televisie uit te zetten als de STER weer voorbijkwam. Wel had hij een idee dat hij graag wenste te delen. Hij was namelijk van mening dat vanuit de organisatie, die de reclameblokken beheerde en uitzond, de televisiebezitters die verschoond wensten te blijven van de reclame financieel in staat gesteld dienden te worden een apparaatje te kopen. Dit zou aan hun toestel kunnen worden gekoppeld waarbij het toestel automatisch zou worden uitgeschakeld als de reclameblokken zouden worden geprogrammeerd. De reden van de aanklacht was volgens de scheepselektricien nodig om via de rechtelijke macht een uitspraak af te dwingen, die hem erkende als bezitter van een televisietoestel. Het in het bezit hebben van een dergelijk toestel gaf, volgens hem, ook het recht mee te bepalen wat hij voorgeschoteld zou krijgen.   Wel voegde hij eraan toe dat het afdwingen van een gerechtelijke uitspraak hij zo lang mogelijk zou uitstellen, zodat er ruimte zou zijn voor de STER en de overheid om serieus op zijn voorstel in te gaan. Het bleek dat De Jager in 1963 al was begonnen met het benaderen van de regering en het Parlement, maar dat deze pogingen hem niets hadden opgeleverd, zo gaf hij in 1967 grif toe. Ook stelde hij dat de aangifte en de eventuele gevolgen daarvan het laatste was wat hij zou ondernemen als het om de reclame op de televisie zou gaan.   Als reden dat hij al vier jaar met de actie bezig was, en de enige in zijn soort bleek te zijn, deed hij af door te stellen dat hij eenmaal was begonnen met het initiatief en dat het laf zou zijn om er niet mee door te gaan. Hij stelde tevens dat hij de enige televisiebezitter in Nederland was die vocht voor de rechten die zijn bezit, het televisietoestel, hem bood. In 1963 had hij daadwerkelijk al een paar keer de kranten gehaald middels de oprichting van een coöperatieve vereniging van televisiebezitters, waarbij hij wilde dat de televisiebezitter inspraak kon krijgen op de programma’s die hij wenste te zien.   Omdat we het toch nostalgisch over de televisie hebben ook maar even een kijkje nemen in de maand mei 1968, dus een jaar nadat De Jager voor het laatst zijn kritiek in diverse kranten liet optekenen. We dienen ons in gedachten wel even te verplaatsen naar dat jaar. Natuurlijk is de hedendaagse jeugd tot en met verwend door allerlei speeltjes waarmee ze beeld en geluid op welke plek dan ook kan horen en zien.   In 1967 was er slechts de mogelijkheid om Nederland 1 en Nederland 2 te bekijken, waarbij het aantal uitzenduren zeer gelimiteerd was en zeker alles nog in zwart/wit werd uitgezonden. Kleurentelevisie op experimentele basis, dus zo nu en dan, werd pas eind augustus 1967 realiteit toen op de Firato in Amsterdam deze mogelijkheid voor het eerst voor ons in Nederland werkelijkheid werd. Wel dient er aan te worden toegevoegd dat inwoners in grensstreken gelegen in de buurt van Duitsland en België de mogelijkheid hadden iets meer aan televisiesignalen te kunnen ontvangen, mits men in het bezit was van een gedegen ontvangstantenne voor betreffende televisiestations.   De ontwikkelingen op televisiegebied boden echter veel meer mogelijkheden. In de VS was men veel verder met het verspreiden van televisiesignalen en in ons land werd bijvoorbeeld wel gesproken over eventuele bekabeling of gezamenlijke ontvangst via Centrale Antenne Systemen (CAS), maar de officiële wetgeving belemmerde daadwerkelijk een gezonde ontwikkeling. En dus kwam in mei 1968 de oplossing van betere televisieontvangst en de keuzemogelijkheden voor ontvangst van buitenlandse stations ter discussie. Ook in de Tweede Kamer waren er voorstellen ingebracht waarin versoepeling van de wetgeving ter sprake kwamen. Het diende echter ter discussie worden gebracht om te kunnen overgaan tot een eventuele wetswijziging. Het kwam er echter niet van omdat de speciale Kamercommissie, die zich met omroepzaken bezighield, uitstel van discussie had gevraagd om op die manier met de Minister van Cultuur uitgebreid te kunnen praten over de laatste technische ontwikkelingen op ontvangstgebied.   Was er andermaal sprake van een remmende factor waarbij de toenmalige politieke partijen de weg wilden afsnijden voor de invoering van het CAS-systeem? Men kon zich zelfs al gaan afvragen of op langere termijn het Centrale Antenne Systeem niet achterhaald zou zijn. Er waren voor die tijd al de nodige technische proeven geweest waarover in twee PTT-rapporten, destijds de verantwoordelijke organisatie voor eventuele verspreiding van kabelsignalen, optimistisch was gerapporteerd. In een van beide rapporten schatte men de landelijke invoering van het CAS, in 1964 door koningin Juliana in haar troonrede reeds aangekondigd, toen op vijf tot tien jaar. De kosten raamde men in 1964 op 100 miljoen gulden. In het rapport van 1967 zou realisering vijfmaal zo veel aan financiering vergen. Wel stelde men tevens dat de CAS landelijk geregeld binnen 10 jaar even noodlijdend zou zijn als de radiodistributie (draadomroep) in 1967 al was.   En dan was er al de nodige publiciteit over de eventuele toekomst van de satelliettelevisie. Met vele satellieten in de ruimte wordt heden ten dage niet nagedacht hoe het allemaal mogelijk was maar als we de tijdklok terugdraaien naar bijvoorbeeld het jaar 1963 dan was het slechts mogelijk gedurende 20 minuten per etmaal via de enige televisiesatelliet (Telstar) ontvangstmogelijkheden te creëren, mede omdat deze in een baan om de aarde draaide. In 1967 was de ontvangstmogelijkheden al veel verder ontwikkeld en was het mogelijk 24 uur per etmaal eventueel televisie via een satelliet de huiskamer in te brengen. Dit was mogelijk geworden doordat de satellieten op een bepaalde hoogte ten opzichte van de aarde werden neergezet, een positie waarbij ze ‘vast stonden’.   Maar daarmee was nog lang niet de mogelijkheid voor regelmatige ontvangst mogelijk. De uitzendingen, die er werden uitgestraald via de satellieten in 1967 konden alleen door de grote ontvangstations in Engeland en Frankrijk worden opgepikt, die de beelden eventueel relayeerden tegen forste betalingen. Wel werd er al gewerkt aan de ontwikkeling waarbij het in de toekomst mogelijk zou kunnen worden directe ontvangst te krijgen via een eigen antenne, waarbij de gedachte was dat slechts een extra versterker nodig zou zijn voor het binnenbrengen van goede signalen in de huiskamers.   Maar was Nederland wel tevreden met de eventuele toewijzing van de exploitatie van de CAS aan de Casema, zoals de plannen vanuit de regering duidelijk maakten?  Deze onderneming was een dochteronderneming van de Nozema (Nederlandse Omroep Zender Maatschappij), die weer voor 60% in handen was van het staatsbedrijf PTT en voor het overblijvende percentage in handen van de toenmalige omroepverenigingen. Uiteraard rees daarbij de vraag wie de meeste touwtjes in handen zou krijgen en wie ging uitmaken welke programma’s al dan niet zouden worden doorgegeven via de CAS.   En natuurlijk was het voor vele Nederlanders, die de druk van de toenmalige regeringen meer dan zat waren en liever een democratische vorm van bestuurders zouden zien, de vraag of er geen sprake zou zijn van censuur. Uiteindelijk zou het nog een aantal jaren duren voordat uiteindelijk in de begin jaren zeventig van de vorige eeuw werd overgegaan tot het voornoemde kabelsysteem en druppelsgewijs televisiesignalen vanuit het buitenland konden worden ontvangen. Tot diep in de jaren tachtig duurde het totdat we uiteindelijk konden gaan spreken van echte ontvangst van satelliettelevisie, hoewel daar ook de nodige discussie, verboden en wetgeving aan voorafgingen.   Hans Knot, 3 maart 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Een groot radioman: Guus Weitzel

Voor vele 65-plussers zal zijn stem zeker nog in het geheugen liggen, voor anderen zal zijn naam misschien iets zeggen maar voor velen is hij totaal onbekend maar toch kan hij gezien worden als een van de groten in de eerste decennia van de radiogeschiedenis van de Nederlandse radio. Bijna een halve eeuw geleden nam hij afscheid van de Wereldomroep, alwaar hij werkzaam was.   Het was 13 juni 1969 en hij besloot daarmee een loopbaan binnen de Nederlandse omroep, die 42 jaar besloeg. En je zou kunnen zeggen dat daarmee Weitzel, die op 12 mei van dat jaar 65 was geworden, een van de laatste der Mohikanen van het eerste uur van de radio was geweest, want hij was echt nog de enige man die vanaf het eerste uur binnen de Nederlandse radio nog actief was. Hij was in zijn jeugd onrustig en wist eigenlijk niet wat hij eventueel na zijn middelbare school, de HBS-tijd, wilde gaan doen. Volgens eigen zeggen lummelde hij wat rond en was van mening dat er wel helemaal niets van hem terecht zou komen. Een baantje als omroeper had hij tijdens de middelbareschooltijd niet in gedachten, sterker nog een dergelijke baan bestond nog niet.   In een interview met een journalist van de Gemeenschappelijke Persdienst aan het einde van zijn prachtige loopbaan stelde Guus Weitzel: “Er is een analogie tussen radio en jazz, mijn grote hobby’s in mijn jeugdjaren. Radio-enthousiastelingen werden later professionals (zoals ik) en vele latere beroepsjazzmusici speelden in amateurbands. Dat was ook met het bouwen van radiotoestellen het geval — amateurs bouwden de eerste van deze apparaten en later maakte de handel er zich meester van.”   Vervolgens nam hij de allereerste pionier op transmissie van radiosignalen in Nederland als voorbeeld: “Neem de legendarische Idzerda, de man die de allereerste radio-uitzendingen ter wereld verzorgde. Ik kende hem goed en kwam via de vereniging voor radiotelefonie, waarvan we beiden lid waren, met hem in contact. Die radioconcerten van hem, daar was ik vaak bij. Dan werd er soms muziek afgedraaid van een beroemde amateurjazzband uit die dagen, de Queens Melodists, een studentenband uit Den Haag,  waarin Theo Uden Masman en Melle Weersma zijn begonnen. In die tijd moest je na een poosje uitzenden een kwartiertje stoppen om de zender te laten afkoelen.   In een van die afkoelingsperiodes stonden Idzerda en ik op het balkon van de mooie zomeravond te genieten. Toen zei Idzerda ineens tegen mij dat dit soort uitzendingen leiden en verzorgen echt iets voor mij zou zijn. Later, toen ik omroeper was, heb ik vaak aan zijn profetische woorden teruggedacht!”   In 1927 werd de Nederlandse Omroepvereniging opgericht, dat was in dezelfde tijd dat de HDO van Idzerda van naam veranderde in ANRO. De NOV maakte zich per advertentie bekend en in die annonce las Guus Weitzel dat mr. Cohen de Boer secretaris van het bestuur was en hij kende deze persoon. De telefoon was snel het volgende object van belang: Weitzel andermaal: “Ik vertelde hem, dat ik wel iets van radio afwist en vroeg of hij mij kon gebruiken.”   Wel voegde Weitzel eraan toe dat salaris hem niet direct iets interesseerde maar dat hij gewoon lekker bezig wenste te zijn: “Ik mocht bij hem langs komen en bij dat bezoek zag ik in een hoek van de kamer een enorme stapel post liggen. Allemaal brieven als reactie op de advertentie.” Het gesprek dat volgde was kort maar met resultaat want Weitzel hoorde van De Boer dat hij geen tijd had gehad al die sollicitaties uit te zoeken en vervolgens bood hij aan het voor De Boer te gaan doen. Gevolg was de start van een lange loopbaan bij de radio.   Hij werkte in die eerste week zo hard, dat het afgesproken maandsalaris van 50 naar 75 gulden werd gebracht, een voor die tijd geweldig bedrag. Ook de eerste keer dat Weitzel echt ging omroepen herinnerde hij zich nog goed op het einde van de loopbaan: “We zonden rechtstreeks uit vanuit een cabaret, waar een Roemeens strijkje stond te spelen. Erg boeiend was het niet en daarom werd mij gevraagd of ik de nummers maar wilde aankondigen, dan ging de rest van het opname personeel maar een boulevardje pikken.”   Na de uitzending belde mr. Cohen hem op en kreeg hij te horen, dat het omroepen voortaan zijn vaste werk zou worden. Een korte periode later was er een fusie tussen de NOV en de ANRO. Het was het jaar 1928 dat op die manier de AVRO ontstond. En dus trad Guus Weitzel bij deze nieuwe omroep in dienst en ging hij voor het eerst op kamers wonen in Hilversum.  Overdag zat hij op het AVROkantoor, dat in Amsterdam destijds was gevestigd en ’s avonds reisde hij samen met Willem Vogt waar hij hielp bij het aankondigen van de uitzendingen.   Weitzel: “Geleidelijk aan ging ik dat omroepen steeds meer doen, tot het in 1930, toen het zendtijdbesluit werd afgekondigd, mijn dagtaak werd. Vaak stond ik in die tijd de volle 16 uur achter de microfoon. Tussen 1935 en 1940 was het een grote periode voor de AVRO. We begonnen toen ondermeer met ‘De Bonte Dinsdagavondtrein’, en die kondigde ik met een hele rist andere programma’s, die topics van de dag waren, aan. Ik was destijds even beroemd als Colijn en Mengelberg.”     In de oorlogsjaren waren er geen uitzendingen van de bestaande omroepen en werd de sfeer met de collega’s ook anders. Voorheen was er een zeer scherpe verhouding want als AVRO-medewerker mocht je niet al te veel VARA-vrienden hebben want dat was niet goed voor het imago van de AVRO en de medewerker zelf. Andermaal Weitzel: “Toen pas leerde je als man van de AVRO je collega's van de VARA en de NCRV kennen. Gedurende de oorlogstijd dachten we naar een eenheid te werken. We dachten aan een nationale omroep. Ik had daarover ook de mond vol en daardoor raakte ik met de AVRO, die net als de andere zuilen vocht om na de bevrijding terug te komen, gebrouilleerd. Anno 1969 bekijk je die zaak natuurlijk anders. Ik voor mij vind het een zeer goed ding, dat de zuilen terug zijn gekomen. Zeg nu zelf, waar ter wereld vind je een voorlichting via de omroep, variërend van uiterst rechts tot uiterst links, als in ons zuilensysteem?”   In andere landen werd destijds met jaloersheid naar ons omroepsysteem gekeken want waar was een dergelijke verdeling nog meer. Vaak waren in andere landen nationale omroepen, zoals in Engeland met de BBC, die alleen macht had en van bovenaf werd gedirigeerd. Een systeem dat totaal ondenkbaar was in Nederland met politieke partijen die alle richtingen uit gingen. Maar in het jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog trok Weitzel, samen met een aantal andere collega’s naar de Wereldomroep om daar zijn kunnen te tonen.   Weitzel destijds tegen de journalist van de GPD: “Aanvankelijk bestond er tussen mij en de AVRO een scherpe verhouding. Maar de tijd heeft alle wonden genezen en strijkt alle plooien strak. Ik verkeer met de AVRO en alle andere omroepen in een beste verstandhouding. We zijn nu allemaal collega’s van elkaar. Bij de Wereldomroep kwam ik, na wat administratief werk te hebben gedaan, geleidelijk aan ook wat meer voor de microfoon. In 1948 vroeg Herman Felderhof of ik een verslag wilde maken van de opening van het hengelsportseizoen.”   Reportagewerk bleek volkomen nieuw voor Weitzel maar al vrij snel vielen zijn bijdragen goed in de smaak en kreeg hij een prachtige opdracht. “Vrijwel direct daarna voer ik mee met de vloot van Urk en daarna volgde een grote opdracht, het verslaan van de inhuldiging van koningin Juliana. Sinds die tijd heb ik zo'n 2500 radioreportages gemaakt.”   Op een dag diende Guus Weitzel in te vallen in het koopvaardijprogramma van de Radio Nederland Wereldomroep: “Vanaf die eerste keer boeide mij die hele materie enorm. Het werd een ware hartstocht voor me. En dat sloeg aan. De luisteraars voelden in mij een oprechte interesse. Het ‘schip van de week’, heb ik tot op de dag van vandaag onder mijn hoede gehouden”, aldus Weitzel in zijn afscheidsinterview destijds in 1969. August Wilhelm Philip Weitzel, zoals de officiële naam van Guus was, kwam in november 1989 op 85-jarige leeftijd te overlijden.    Toegevoegd nog enkele opmerkingen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog had hij een leidende functie bij de genazificeerde Nederlandsche Omroep. Dat kwam hem na de bevrijding aanvankelijk op een straf te staan, maar in hoger beroep werd hij gerehabiliteerd toen hij kon aantonen het nodige verzetswerk te hebben gedaan. Hij werkte vervolgens bij Radio Herrijzend Nederland alvorens weer bij de AVRO aan de slag te gaan.   Over de reportage met de Urkse vloot op het IJsselmeer kan vermeld worden dat dit gebeurde aan boord van de M.S. Juliana en daar dus ook de zenderapparatuur was opgesteld. In Urk was er ondermeer een optreden van een zangkoor. De foto’s betrekking hebbende op de uitzending zijn uit de collectie ‘Paul Snoek’, ondermeer werkzaam geweest als Hoofd Technische Dienst Nederlandse Radio Unie. Een collectie nu in bezit van de auteur van dit artikel.   Hans Knot, 24 februari 2018

hans knot

hans knot



×

Belangrijke informatie

Door gebruik te maken van deze site ga je akkoord met onze Gebruiksvoorwaarden, Privacybeleid, en We hebben cookies op je apparaat geplaatst om de werking van deze website te verbeteren. Je kunt je cookie-instellingen aanpassen. Anders nemen we aan dat je akkoord gaat.