Spring naar bijdragen

Column

  • artikelen
    241
  • opmerkingen
    276
  • weergaven
    20558

Auteurs van dit blog

Voer dit blog

Berichten in deze blog

Hans Knot: Dubbele blik in de keuken van lokale radio in Groningen tussen 1985 en 1993 (deel 2)

Er is echter in die jaren een serieuze breuk geweest in de geschiedenis van OOG Radio, dat eens de naam van Radio Stad naar het verleden verwees. Omroep Organisatie Groningen, daar staat de naam voor. Het was in 1993 dat de financiële situatie dermate slecht was dat er een einde in zicht was voor de lokale radio maar daar was de oplossing via de ‘reddende’ engel, die echter via de achterdeur heel snel de Akkerstraat, waar inmiddels de lokale radio de studio had, stilletjes verdween. In dat jaar schreef ik er het nodige over in het mediablad Freewave Magazine, wat ik graag nog eens terughaal.   ‘Ontstaan was het idee bij een lokale piraat, waar een groot aantal visueel-gehandicapten werkzaam was. Het doel was te komen tot een eigen lokaal radiostation voor eigen doelgroep. Helaas was dit niet te realiseren gezien de piraat een aantal malen uit de ether was geplukt.’ Ik ging er vanuit dat in september 1993 een unieke samenwerking tot stand was gekomen tussen de initiatiefnemers, verenigd binnen VISION de Stichting tot Integratie en Opleiding in Nederland Van visueel gehandicapten aan de ene kant en de lokale omroep organisatie 00G uit Groningen aan de andere kant.   Op deze manier zouden de visueel gehandicapten, waarvan een groot deel afhankelijk was van het medium radio, de kans krijgen zelf radioprogramma's te gaan maken via de lokale omroep, waarbij ze tevens vanuit de omroep de gelegenheid zouden krijgen een gedegen opleiding te volgen op presentatie dan wel technisch gebied. De plannen waren nog nauwelijks in de pers gebracht of ze waren al uitgewerkt.   Op 1 oktober 1993 werd de naam van OOG Radio veranderd in VISION FM en vooral geldgebrek bij OOG leidde tot samenwerking met de Stichting VISION, die stelde garant te kunnen staan voor meer inkomsten voor reclame. Doel van de stichting was namelijk na Groningen meerdere steden te betrekken bij het lokale gebeuren voor visueel gehandicapten, waarbij aan een soort van keten vorming, dan wel raamprogrammering werd gedacht. De lokale omroep in Groningen bracht overdag al geruime tijd muziek vanuit een CD-computer, aangevuld met nieuws op het hele uur.   Vanaf 4 oktober 1993 was dat veranderd gezien men gepresenteerde muziekprogramma's bracht die op een hoger niveau stonden dan voorheen. Tenminste dat was de doelstelling, dit alles onder de bezielende leiding van de nieuw benoemde directeur, Peter Teekamp, die zijn roots onder meer had liggen bij Radio Caroline en de TROS. Teekamp hoopte op een voorspoedige toekomst waarbij niet alleen meerdere lokale omroepen betrokken dienden te worden maar tevens een aanvraag was ingediend voor een etherfrequentie bij het ministerie voor WVC .   Tenslotte stelde Teekamp in een interview in onderhandeling te zijn geweest voor het huren van een satellietgeluidskanaal op één van de ASTRA-satellieten. Even terug naar mijn artikel uit oktober 1993 waarin ik ook het volgende meldde: ‘Ook heeft OOG, de overkoepelende organisatie achter OOG TV en VISION FM, een paar weken geleden een prachtig nieuw onderkomen in gebruik genomen in de voormalige drukkerij van de uitgeverij Wolters Noordhoff aan de Groninger Akkerstraat.   In de vroege ochtenduren draaide bij de start van Vision FM  inderdaad al een visueel gehandicapte de muziek 'drie om drie'. Teekamp was op de doordeweekse dagen zelf te beluisteren tussen 11 en 13 uur terwijl tot de andere presentatoren onder meer Luc Sijbring, Eddie, Pauta Mens en Ingrid Knijnenburg behoorden. In de ontbijtshow (tussen 7 en 9) en tussen 16 en 18 uur werden er korte actualiteiten gebracht terwijl op elk heel uur het ANP en elk half uur het lokale nieuws kon worden beluisterd. Tevens was er ieder uur om kwart over en kwart voor het uur ruimte voor informatie.   Niet erg origineel was het programma met de naam Jukebox, dat elke doordeweekse dag tussen 18 en 19 uur werd uitgezonden. Tenslotte dient vermeld te worden dat de lokale omroep ook nog de uren in de nacht geautomatiseerd liet lopen, met als voorbeeld de satellietstations Sky Radio en Radio 10. Duidelijk hoorbaar was dat men nog met een CD-wisselaar werkte, waarbij de nodige witjes ontstonden in de uitzending.   Nadat op vrijdag 1 oktober 1993 de lokale radio, OOG Radio, in Groningen uit de ether verdween om ‘voorgoed’ haar plaats te laten innemen door VISION FM, bleef het enkele dagen een kwestie van non stop muziek beluisteren Op woensdag 6 oktober werd dit gevolgd door testuitzendingen van het nieuwe station met directeur Teekamp. De medewerkers van het station werden echter enkele dagen voor de officiële uitzendingen verrast met een memo van Teekamp ·waarin hij meldde dat hij zich terugtrok uit het lokale project in Groningen om zich meer bezig te kunnen houden met het oprichten van een landelijk gelijknamig project.   In interviews in de noordelijke pers bleek trouwens bij herhaling dat Teekamp slecht was geïnformeerd want medio oktober 1993 ging hij er nog steeds vanuit dat 15 verschillende organisaties een vergunning zouden krijgen van een grotere dan lokale bedekking, terwijl het slechts een zeer gering aantal in januari 1994 zou gelukken de papieren van de minister in ontvangst te nemen. Hierover meldde ik in november 1993: ‘Dat Teekamp beslist, ten eigen glorie, blufte mag blijken uit de opmerkingen in de kranten dat hij tevens opteerde op één van de geluidstransponders van de ASTRA. Wel het verkrijgen van een licentie voor landelijk commercieel bereik houdt onder meer in dat een tonnen kostende zender gehuurd dient te worden van de NOZEMA. Ten tweede kost het huren van een satellietgeluidskanaal enorm veel geld . Daarbij gevoegd het gegeven dat Teekamp in de artikelen stelde dat de financiering van de stichting achter VISION FM nog niet rond was maakt dit een zeer smakelijk papje waarin de bitterheid vooral voor Teekamp hard moet zijn geweest . Want waar haal je in vredesnaam dergelijke brokken fantasie tot een dermate loshangend verhaal bijeen?’   In de lokale kranten verscheen het bericht dat hij zich dus ook niet meer bezig mocht houden met het presenteren van zijn eigen programma en ook niet met het opstarten van het landelijke project. ‘Dat men bij VISION FM in Groningen misschien wakker is geworden van de ongepaste blufpoker van Teekamp is niet duidelijk maar het zou onder meer gaan om een 'niet passende karakters binnen de organisatie.’     Susanne Lemstra, één van de initiatief nemers van VISION FM, heeft daarna de functie van Teekamp overgenomen hetgeen volgens haar probleemloos was verlopen gezien de directeursfunctie niet veel inhield. Bovendien, zo stelde zij destijds, was het de bedoeling dat Teekamp slechts tijdelijk bij het station zou werken waarna hij zich zou gaan storten op het eventueel landelijk te starten station voor visueel gehandicapten. Reeds in de ochtenduren na het ontslag van Teekamp wisten medewerkers van VISION al te melden dat hij enkele dagen later een gesprek zou hebben met Ton Lathouwers van Sky Radio voor eventuele werkzaam heden binnen de Sky- organisatie.   Op 15 oktober 1993 memoreerde ik: ‘Terugkijkend op de eerste weken van VISION FM moet gesteld worden dat een deel van de programmamakers, die eerder stelde te vertrekken, toch bij de nieuwe opzet van de lokale radio in Groningen betrokken is gebleven. Anderen zijn dan wel heengegaan maar houden van de zijlijn de boel goed in de gaten. Over Teekamp wordt alleen nog lacherig gedaan en men probeert de ingeslagen weg met succes te gaan bewandelen. Alleen zou er wat harder gewerkt moeten worden aan de inrichting van het nieuwe studiocomplex aan de Akkerstraat in Groningen.   ‘Een studiotafel, die alleen al f 12.000 - - heeft gekost zonder daarbij de kosten van apparatuur te tellen, heeft trouwens slechts twee gaten voor de drie benodigde Revoxen!’, was het eerste dat ik hoorde toen ik een bezoekje bracht. En wat te denken van de beloofde 8000 Cd’s waarmee men zou starten om een zo'n breed mogelijk muziekaanbod te hebben. De eerste twee weken heb ik praktisch alleen maar lawaai op de lokale frequentie gehoord en wat bleek ..... . er was slechts een heel kleine voorraad, van zo'n 50 cd’s.’   https://www.facebook.com/ometheo/videos/1965085306941475/   Zo maar een terugblik uit een korte, heftige periode, van de lokale omroep in Groningen, al meer dan 25 jaar geleden.   Hans Knot, 16 februari 2019.   Illustratie materiaal Theo van Halsema OOG Archief

hans knot

hans knot

Column Hans Knot: Dubbele blik in de keuken van lokale radio in Groningen tussen 1985 en 1993 (deel 1)

Het leek allemaal zo mooi, lokale radio in Groningen, toen Radio Stad op 12 november 1984 officieel van start ging, hetzij eerst alleen via een signaal dat via een televisiekanaal op het lokale kabelnet was te ontvangen. Het was gesegmenteerde radio, waarbij diverse groeperingen een kans kregen. Het ochtendprogramma tot 9 uur was toebedeeld aan een groep die zich voornamelijk als Radio Groningen illegaal in de picture had gezet. Laat maar zien wat je kunt. Dat zou geen probleem zijn geweest als de faciliteiten optimaal waren geweest maar het plegen van een telefoontje in de uitzending kon je de eerste periode vergeten en dus werden nieuwsitems thuis de dag ervoor al opgenomen en gemonteerd. Nieuws was dus geen nieuws meer bij uitzending.   Ikzelf mocht het lokale radiostation officieel openen en om zeven uur in de ochtend ging ik van start met het programma en 12 minuten later bleek dat de conciërge van oude schoolgebouw aan de Donderslaan in Groningen vergeten had het signaal van de studio door te schakelen op het kabelnet van de stad Groningen. Gelukkig had ik een bandopname gemaakt zodat de officiële opening wel bewaard bleef.   Het bleek het begin van een zeer moeilijke periode waarbij wel gezegd dient te worden dat allerlei groeperingen zich volop inzetten tot het mogelijk slagen van Stadse radio. Er waren verzoekplaten programma’s maar ook praatprogramma’s onder meer voor de studenten in Groningen. Velen draaiden de knop van de radio maar weer op een ander kanaal op de kabel wanneer volgens hen de linkse rakkers weer een programma hadden. In de periode dat ik voor de Stad Radio actief ben geweest zijn er alleen vergaderingen van het ochtendteam geweest ten huize van mijzelf om de muziek voor de komende week te bepalen en andere zaken door te spreken. Nooit is er een algemene vergadering geweest van de diverse secties binnen de lokale omroep in Groningen.   De winter van 1984-1985 bracht wel bijzondere momenten. Op een vroege ochtend bleek de Koning Winter plotsklaps zo te hebben toegeslagen dat het niet mogelijk was binnen een half uur, dat ik normaal nodig had, van de wijk Selwerd naar de Donderslaan in het zuiden van de stad Groningen te gaan. Dus besloot ik een uur eerder op pad te gaan na eerst een stevig ontbijt te hebben verorberd met in gedachte dat er aan de Donderslaan alleen slappe koffie of thee eventueel aanwezig was.   Aangekomen in de Donderslaan, waar inmiddels de technische faciliteiten enigszins waren verbeterd, nam ik eerst contact met de meteo van het vliegveld Eelde om de verwachtingen voor de toen komende dag op te nemen om later in het programma aan de luisteraars te laten horen.   Een tweede telefoongesprek liep minder voorspoedig dan verwacht. Ik belde, voor de uitzending, met de wachtpost van de Rijkspolitie met de vraag wat er zoal was te verwachten voor de weggebruikers in de omgeving van Groningen. Een juffrouw op de desbetreffende centrale vroeg aan de dienstdoende commandant mij te woord te staan en noemde de naam van ‘Radio Stad’. Hij stelde duidelijk hoorbaar niet te willen praten met een medewerker van een piratenstation.   Ik deelde mede dat het ging om een van de eerste legale lokale radioprojecten, toegewezen vanuit het ministerie van WVC, maar de man bleef volharden. Ik liet de Uher recorder meelopen en zo is deze opmerking niet alleen destijds in de uitzending van Radio Stad geweest maar verscheen het nodige aan commentaar in de lokale krant en is het commentaar bewaard gebleven als historisch moment.   Het werd tijd voor mij andere dingen op radiogebied te gaan doen. OOG Radio vertrok naar de binnenstad van Groningen ik hoorde nog wel de nodige strubbelingen via radiovrienden die er nog wel werkzaam waren, zoals Theo van Halsema en Jan Fré Vos. Ook in de media verschenen met bepaalde regelmaat door de jaren heen de nodige berichten over de slechte situatie binnen de lokale omroep, mede door financiële tekorten en het terugtrekken van de subsidie door de gemeente Haren, die mee profiteerde door speciale programma’s gericht op de eigen gemeente. Zowel bij de verhuizing vanuit het centrum (Oude Boteringestraat) als ook het 25-jarig bestaan werd ik nogmaals uitgenodigd om over het prille begin van de lokale radio herinneringen op te halen.   Wordt vervolgd.   Hans Knot, 9 februari 2019  

hans knot

hans knot

Column Edwin Wendt: Verrukkelijke voorgeschiedenis.

Rob Stenders, van juni 1986 tot oktober 1987 presentator van VARA's Verrukkelijke 15, vroeg zijn luisteraars op Radio 2 deze week om hun favoriete platen uit die legendarische alternatieve hitlijst. Waar komt de Verrukkelijke 15 (1983-1989) eigenlijk vandaan?
Eind 1978 moest Felix Meurders, freelance programmamaker op verschillende zenders en deejay voor VARA en NOS, stoppen met de Nationale Hitparade op het best denkbare tijdstip op Hilversum 3, vrijdagmiddag van 4 tot 6. De Veronica Omroep Organisatie (VOO) zou extra zendtijd krijgen en Lex Harding had de indelers van de zenders wijsgemaakt dat ze op dat tijdstip net zo goed de VOO zendtijd konden geven. Dan zou de VOO wel wat inschikken op andere zenders. De bazen hadden meer op met klassieke muziek dan met die popherrie, dus die vonden het wel best. De Nationale Hitparade zou naar de zondagavond gaan. Ook mooi toch? (NOT!). 
Tussen de hitparadewisseling en de definitieve herindeling van de zenders zaten drie maanden, van 1 januari tot 1 april 1979. Had dé hitparade van Hilversum ineens geen zendtijd en de 'concurrent' van de VOO had de tijd van Felix ingepikt. De Nationale Hitparade werd tijdelijk verbannen naar woensdagavond van 19.00 tot 19.30 (!) uur. Felix wilde eigenlijk stoppen en diende een plan in voor een 'alternatieve hitparade', die op die zondagavond door de NOS zou kunnen worden uitgezonden. Felix had een programma in gedachten waarbij goede nieuwe platen zouden worden gedraaid, becommentarieerd door de popkenners van die dagen en waarin die hitlijst een leidraad zou zijn. De NOS-leiding zag het niet zitten, dus Felix laadde zich maar weer op voor een nieuw rondje gewone hits. In de resterende maanden van '79 klonk de show best lekker, had dezelfde vaart als op de vrijdagmiddag, maar in de loop van 1980 werd de tegenzin van Felix steeds duidelijker hoorbaar. Eind '81 droeg hij het stokje over aan Frits Spits. 
Toen de VARA-dinsdag - waar Felix sinds oktober 1974 aan meewerkte - in 1983 een 'meer herkenbare' koers wilde gaan varen (er werd fantastische muziek gedraaid, maar die viel wat tussen wal en schip), kwam Felix' oude ideetje van die alternatieve hitparade weer boven drijven. Per 1 oktober 1983 presenteerde Jeroen Soer de Verrukkelijke 15. De inhoud van het muziekpakket werd volledig door de H3-ploeg van de VARA bepaald, luisteraars stemden over de volgorde van de top-15 uit de hitlijst van die week plus door de deejays en producers aangedragen tips. Daarbij speelde niet mee of een plaat op single stond of niet. In een van de eerste weken tipte Felix Meurders een eigen live-opname van VARA, gemaakt tijdens de anti-kernwapendemonstratie op het Malieveld. Over de Muur van Klein Orkest was puur voor die demonstratie geschreven, maar Felix herkende een evergreen. De V15-stemmers deden mee en Over de Muur stond wekenlang op 1. Naderhand verwaterde die Verrukkelijke 15. Er kwamen nieuwe deejays, die stiekem (of openlijk) liever bij Veronica werkten en met dat alternatieve gedoe niet zoveel op hadden. Bovendien werd de input van de eigen deejays via dat tiplijstje op zeker moment zelfs geschrapt. De ooit bijzondere Verrukkelijke 15 was verworden tot een tweedehands Top 40 met 25 platen te weinig. De laatste uitzending, najaar 1989, kwam eigenlijk een jaar of twee te laat.
Het vuur van de Verrukkelijke 15 werd een paar jaar later weer opgepookt via de commerciele radiozender KINK FM. Opgezet vanuit Veronica, maar wel door oud-VARA-mensen als Jan Hoogesteijn, Rob Stenders en Alfred Lagarde. De eigen alternatieve hitlijst van die zender heette Outlaw 41. Presentator Arjen Grolleman (net als Jeroen Soer ook al overleden) gebruikte de oude tune van de Verrukkelijke 15 voor de Outlaw 41. Je zou het een eerbetoon kunnen noemen. 
Sinds 1 februari is KINK terug en daarmee ook de Outlaw 41. Opnieuw met die oude tune? Luister, en oordeel zelf.    Edwin Wendt, 8 februari 2019.

de redactie

de redactie

Column Hans Knot: Herinneringen Mi Amigo 1976 deel 3

Eerder beschreef ik in een column de illegale doorstart van Radio Mi Amigo. Ook in dit essay gaat ik weer precies drieenveertig jaar terug in de historie van deze zeezender. Hier vertel ik wat er om en rond Radio Mi Amigo plaatsvond in de dagen tussen 1 december 1975 en 31 januari 1976: van de plannen van eigenaar Sylvain Tack in het Spaanse Playa de Aro tot en met de lotgevallen van de deejays aan boord van de MV Mi Amigo. Vandaag deel 3   Op diezelfde dag van 18 januari 1976 verliet Bert Bennett het station om terug te keren naar Nederland. Hij zei, desgevraagd, dat de reden van zijn vertrek lag in het feit, dat zijn vrouw Geja niet in Spanje kon aarden. Met de presentatie die middag van de Amerikaanse Hot 100 kwam een einde aan zijn dienstverband met Radio Mi Amigo. Even voor half vijf in de middag nam hij afscheid van de luisteraars. Met Bennett's vertrek van het station kwam er tevens een einde aan een programma dat via drie verschillende zeezenders te beluisteren was. "Welkom in de wereld der wakkeren" was achtereenvolgens te horen op de Nederlandse service van Radio Caroline, daarna via Radio Atlantis en tenslotte op Radio Mi Amigo. De opengevallen programma-uren werden vervolgens door de andere medewerkers in Spanje overgenomen.   Vanaf 19 januari was er voor het eerst op het hele uur een nieuwsvoorziening te beluisteren op Radio Mi Amigo, die beurtelings werd gepresenteerd door Jan van der Meer en Tim Ridder. Deze laatste had zich een nieuwe naam aangemeten om niet met de autoriteiten in de problemen te komen. Maar de geharde luisteraar ontdekte al vrij snel dat het om Bart van Leeuwen ging, die eerder bij Radio Veronica had gewerkt. Dezelfde dag begonnen Joris Spring in 't Veldt, een nieuwe technicus in Playa de Aro, en Maurice Bokkebroek aan de inrichting van een studio in de Mi-Amigo-winkel in Playa de Aro, zodat de programma's vanaf het daarop volgende voorjaar met publiek zouden kunnen worden opgenomen. Laatstgenoemde technicus kreeg in dezelfde maand een eigen fanclub terwijl ook de ‘Bokkebroek Hit Tip Speciaal’ werd ingevoerd in de programmering. Medewerkers achter de schermen, die nog in België verbleven, bleken nog lang niet veilig te zijn voor de opsporingsambtenaren van de B.O.B. Op 20 januari werd Patrick Valain, die zich nog steeds bezig hield met de organisatie van de Mi-Amigo-Drive-In-Show, opgepakt voor verhoor.   Enkele dagen later liet de bevoorrading het afweten, waardoor Tim Ridder vanaf 26 januari enkele programma's live ging presenteren vanwege het ontbreken van programmatapes. Op de zondagmiddagen kwam vanaf dat moment iedere keer tussen vijf uur en kwart over vijf sportnieuws vanaf boord, gevolgd door drie kwartier Joop Verhoof met LP-muziek.   Opmerkelijk was dat tegen het einde van de maand januari andermaal een single uitkwam, ingezongen door de deejays van Radio Mi Amigo. Ze wensten een graantje mee te pikken van de jaarlijkse vloed aan carnavalsmuziek, die massaal door Belgen en Nederlanders werd gekocht. In ieder geval was dit niet met deze plaat het geval, daar het nummer "Amalia" geen hitnotering haalde. Het nummer werd trouwens geschreven door Stan Haag. Naar aanleiding van het uitkomen van de single vertelde Joop Verhoof in een van zijn programma's dat een ieder, die een eigen piratenstation aan land had, kon reageren waarna men een kopie van de single zou krijgen opgestuurd. De plaat zou in de week die viel in de periode eind januari begin februari 1976 trouwens worden uitgeroepen tot ‘Mi Amigo’s Lieveling’.   Enkele jaren nadat hij Radio Mi Amigo had verlaten, stond er in het Freewave Media Magazine een interview met Bart van Leeuwen te lezen. Ton van Draanen sprak destijds met hem over zijn jeugd, zijn loopbaan en natuurlijk Radio Mi Amigo. De op 2 juli 1954 geboren Ton Egas, zoals Van Leeuwen officieel heet, kreeg op zijn zevende verjaardag een kleine draaitafel, waardoor de liefde voor het platendraaien ontstond: "Als ik dan die platen op mijn kamertje aan het draaien was, vond ik het stil en besloot ik tussen de te draaien platen maar wat tegen mezelf te zeggen. Echte interesse kreeg ik toen ik twaalf jaar was en Radio Veronica begon te ontdekken, die toen op de 192 meter haar programma's uitstraalde. Op een bepaald moment gingen we verhuizen naar Utrecht en ben ik eens een kijkje gaan nemen bij de ziekenomroep RANO. Dit was in de begin jaren zeventig. Ik kreeg dan ook de kans er te komen werken, maar na twee weken werd ik er al weer uitgegooid. De reden was dat ik te slecht en bovendien zeer eigenwijs was.   In september 1972 veranderde Radio Veronica van frequentie en werd er een nieuw programma geïntroduceerd waarin gast-deejays mochten optreden. Mijn programma is blijkbaar goed overgekomen want men schreef mij nadien een brief, die nooit is aangekomen. Een paar maanden later ging ik uit mezelf nog eens op bezoek in Hilversum en toen kreeg ik te horen waarom ik niet op de brief had gereageerd. Uiteraard was ik heel verbaasd, want ik wist niets van die brief af. Nadat het misverstand was uitgepraat, ben ik aangenomen als presentator van het programma 'Nachtklup'."   Het vertrek van Tom Mulder van Radio Veronica naar de TROS in 1973 bleek de start van een mooie loopbaan voor Van Leeuwen, die tot en met de close-down van het station op 31 augustus 1974, programma's bleef presenteren. In de daarop volgende zes maanden kwam hij in de WW terecht en deed alleen nog incidentele drive-in-shows voor Veronica. Maar het zeezenderbloed begon toch weer te kriebelen.   Bart van Leeuwen: “Lex Harding, Ad Bouman, Karel van der Woerd en ik waren het zat om niets meer te doen en zijn in maart 1975 naar Spanje gegaan om eens met Sylvain Tack te gaan praten. Al vrij snel bleek dat de mensen van Radio Mi Amigo zich gepasseerd zouden voelen als hun naam zou verdwijnen ten voordele van die van Radio Veronica. Er ontstonden allerlei vreemde situaties en toen bovendien de pers zich erop stortte en een televisieploeg van TROS Aktua ons op de hielen zat, zijn we maar weer naar Nederland vertrokken. Daarna heb ik een hele tijd niets meer gehoord totdat men zich bij Radio Mi Amigo mij opeens weer herinnerde en ze me vroegen of ik zin had om aan boord van de MV Mi Amigo te gaan om daar nieuwsuitzendingen voor te bereiden en te lezen."   Bart van Leeuwen ondervond de nodige tegenstand van de Caroline-deejays. "Ik kwam dus aan boord met de mededeling dat ik de nieuwsprogramma's zou gaan verzorgen voor Radio Mi Amigo en ik merkte vrijwel meteen dat die Caroline-jongens dat niet zo zagen zitten. Ik heb dan ook veel ruzie met ze gehad. Soms ook wel terecht en soms was ik zelf wel te lastig. Ik had van Sylvain opdracht gekregen er iets goeds van te maken, ongeacht hoe het ook ertoe zou moeten leiden. Ik was dus heel eerlijk en zei tegen die Caroline-jongens dat ik het 'verdomme' in orde wilde hebben. Die Engelsen zagen de MV Mi Amigo als hun schip en dat was natuurlijk ook wel zo, immers Tack had het alleen maar gehuurd.   Radio Caroline bestond, volgens mij, echter alleen bij de gratie van Radio Mi Amigo. Zonder Radio Mi Amigo zou Radio Caroline in die tijd nooit hebben kunnen uitzenden. Tack betaalde de hele handel. Maar in ieder geval wilden ze niet zo snel meewerken aan het tot stand komen van de technische zaken om de uitzendingen te kunnen opstarten. Op de ochtend dat de eerste nieuwsuitzending zou moeten plaatsvinden werd er pas een spot-master neergezet en een microfoonaansluiting gemaakt. Het klonk erg hol in het begin en dat kwam omdat ik eerst het nieuws voorlas in een ruimte waar geen isolatie was aangebracht. Later werd het stukje bij stukje technisch beter en ook redactioneel kwam het nieuws op het niveau dat we wilden hebben. Ook met de komst van Jan van der Meer, en later Marc Jacobs, ging de nieuwsvoorziening vooruit."   Voor de opening en de sluiting van het nieuws hadden de heren overigens weer eens ouderwets ‘piraatje’ gespeeld. In de beginjaren zeventig had de jingle-maatschappij "WB Tanner" uit Memphis een nieuw jinglepakket op de markt gebracht onder de noemer "Feel the spirit." Als er binnen de jingle-industrie een nieuw pakket uitkomt wordt dit altijd begeleid door een demo die naar tientallen geïnteresseerde stations uitgaat. Dergelijke demo's zijn ook zeer intrek bij hobbyisten die jingles verzamelen. Door één van die verzamelaars kwam de demo van "Feel the spirit" — later overigens nog eens uitgebracht onder de noemer "The spirit of ..." — aan boord van de MV Mi Amigo. Tijdens de voorbereidingen van de nieuwsuitzendingen werd de demo professioneel aangepakt, waardoor de nieuwsopener en de nieuwssluiter voor Radio Mi Amigo het levenslicht aanschouwden. Het pakket werd destijds in Amerika onder meer gebruikt door WMEX in Boston, WNBC in New York en WKSD in St. Louis.   Hans Knot, 2 februari 2019

hans knot

hans knot

Column Hans Knot: Herinneringen Mi Amigo 1976 deel 2

Eerder beschreef ik in een column de illegale doorstart van Radio Mi Amigo. Ook in dit essay gaat ik weer precies drieenveertig jaar terug in de historie van deze zeezender. Hier vertel ik wat er om en rond Radio Mi Amigo plaatsvond in de dagen tussen 1 december 1975 en 31 januari 1976: van de plannen van eigenaar Sylvain Tack in het Spaanse Playa de Aro tot en met de lotgevallen van de deejays aan boord van de MV Mi Amigo. Vandaag deel 2   Ook Stan Haag kwam in het verhaal nog aan het woord: "Ik denk bij mezelf, iedere dag is meegenomen. Zo is het mijn hele leven al geweest. Het is toch een heerlijk avontuur. En trouwens, wat moest ik? Toen Radio Veronica uit de ether verdween, viel er voor mij ook een financiële basis weg. Dus die stap naar Radio Mi Amigo is niet zo verschrikkelijk groot geweest." En zijn vrouw Nicki: "Als het hier ooit ophoudt, dan heb ik geleerd te incasseren en verdraagzaam te zijn, want je kunt je hier met zo'n intiem clubje gewoon geen ruzie permitteren." Peter van Dam: "Heimwee komt nu het in de wintermaanden stiller wordt, maar het zou, geloof ik, erger zijn in een ander beroep. We hebben via de post nog veel contact met de luisteraars." Bert Bennett: "Als ik tijd had zou ik gewoon een keer terug gaan om te zien wat er gebeurt. Laat ze maar iets tegen mij bewijzen. Ach, en van de politiek hier in Spanje heb ik nooit iets gemerkt en bovendien zit ik hier nog te kort om er een oordeel over te kunnen vellen."   Toch had Tack al enige ervaring met de politieke situatie in Spanje. Enkele weken eerder was hij namelijk benaderd door de ETA, de Baskische bevrijdingsbeweging met het verzoek zijn bedrijf te verplaatsen naar Bilbao. Tack hierover: "Er is over mijn lippen nooit één woord politiek gekomen. Ik kende in België de burgemeester van mijn eigen dorp niet eens, het enige dat we hier doen is het toerisme enigszins promoten." Na het interview ging de gehele ploeg samen met Langerak naar een restaurant en daar probeerde Tack een grap uit op een ober: "Weet U het verschil tussen Franco en Radio Mi Amigo? Franco is dood, Radio Mi Amigo springlevend!"   Ook de rechter in Southend On Sea bleef zich bezig houden met overtredingen van de Marine Offences Act (MOA). Op 11 december deed zij, Mrs. Joan Bridge, uitspraak tegen een aantal personen dat door de Essex Police eerder was opgebracht, waaronder de Nederlander Werner de Zwart. Naast hem waren het Simon Barrett en Michael Lloyd — beiden Caroline-deejays — en zendertechnicus Peter Murpha — Chicago — die verschenen. Allen, uitgezonderd Murpha, gaven een overtreding van de wet toe en Peter's zaak werd verdaagd tot 23 februari 1976. Simon kreeg een boete van 200 Pond en tevens diende hij 50 Pond gerechtskosten te betalen. Een zelfde bedrag kreeg Werner toegewezen. Hij was als kok en kapitein werkzaam op de MV Mi Amigo en zou later uitgebreid de pers halen in Nederland. Michael kreeg een lagere straf, 50 Pond boete en 25 Pond gerechtskosten.   In de zaal waren andermaal vele fans aanwezig en na afloop stond Simon de pers ter woord, waarbij hij verklaarde dat de rechter de politie van Essex had aangeraden bij een volgende overtreding van de MOA het zendschip te enteren en binnen te slepen in een Britse haven. Zowel Michael Lloyd als Simon Barrett besloten om niet meer naar het zendschip terug te gaan, hoewel de laatste in 1983 — toen de MV Ross Revenge als nieuw zendschip voor Radio Caroline werd ingezet — gedurende enkele maanden andermaal als deejay actief was. Inmiddels ging een vrouw uit Gent wel heel ver met haar adoratie voor Maurice Bokkebroek door regelmatig te schrijven en te telefoneren naar Spanje met het verzoek of hij zijn haar wilde laten knippen. Voor een lok had zij vijfduizend Belgische Francs over.   Op 21 december 1975 kon andermaal weer The American Hot 100 beluisterd worden op Radio Mi Amigo, echter zonder de sponsoring door de Coca Cola Company. In de presentatie van Bert Bennett werd het iedere zondagmiddag geprogrammeerd tussen twee uur en half vijf. Vanaf die dag viel tevens Ds. Toornvliet met zijn programma op de zondagochtend te beluisteren, van negen uur tot half tien. Enkele dagen voor Kerstmis 1975 kwam er een officieel document binnen op het adres van Radio Mi Amigo in Spanje. Het was afkomstig van de Spaanse Minister voor Informatie, die de directie meedeelde dat er niet langer programma's mochten worden verzorgd op Radio Gerona. De medewerkers van Radio Mi Amigo waren eerder dat jaar begonnen met het vullen van twee uur aan zendtijd per dag. Op die manier dacht men meer de adverteerders te kunnen trekken door contracten aan te gaan waarbij men zogenaamd adverteerde op Radio Gerona. De reclamespots werden dan tegelijkertijd "gratis" op Radio Mi Amigo gedraaid, terwijl op de rekening alleen de naam van Radio Gerona voorkwam.   In het document van de Spaanse minister werd als reden aangevoerd dat de directeur van Radio Gerona had nagelaten de Nederlandse teksten aan het Ministerie voor Informatie voor te leggen. Niet-Spaanstalige teksten dienden in die tijd altijd vooraf te worden voorgelegd in verband met eventuele censuurpleging van de zijde van de overheid. Tack meldde echter dat hij ervan overtuigd was dat een klacht van de Nederlandse Minister van Doorn van CRM in de richting van de Spaanse regering zou hebben bijgedragen aan het besluit van de Spaanse Minister voor Informatie.   Afbeelding: Mi Amigo Waffels Spanje (foto Theo Dencker)   Kerstmis werd er gevierd met onder meer veel aandacht aan de voormalige zeezenders en hun medewerkers. Volop kerstgroeten werden er gedaan aan vele personen uit de radiowereld. Bovenal dient er melding te worden gemaakt van het prachtige, eigen geschreven, Kerstverhaal dat Stan Haag op Eerste Kerstdag in zijn programma voorlas. Verder waren er in de Kerstprogramma's speciaal voor Radio Mi Amigo ingezongen kerstjingles te beluisteren, jingles gemaakt door de Belgische formatie The Garnets. Ook liet ik Peter van Dam aan het woord over zijn herinneringen uit de tijd van Radio Mi Amigo. Allereerst over de band met de collega's: "Sylvain deed alle mogelijke moeite om eendracht te houden, maar toch op de een of andere manier was er een 'België tégen Nederland' houding, of misschien andersom. In de zomers maakte dat niet veel uit, je had dan genoeg aanloop, maar in de winters kon dit zeer irritant zijn. Je zag dan alleen elkaar en dat kon dan vaak tot de nodige fricties leiden. Ik zocht dan afleiding en ik ging dan maar met mijn auto de nodige kilometers maken. Daar heb ik echt geleerd wat rijden is.”   "Verder heb ik me grenzeloos geërgerd aan de hebzucht van de Nederlanders. Wanneer Stan Haag door toeristen andermaal een drankje kreeg aangeboden, en hij had er al een stuk of vijf gehad, dan was hij zo brutaal om de mensen om geld te vragen, zodat hij de volgende dag nog gratis drinken kon. Op een bepaald moment promoveerde Tack me tot programmaleider en Joop Verhoof, die dat al een tijdje was geweest, was ontzettend boos. Hij probeerde me dan ook te overheersen door te stellen dat hij direct een baan in Hilversum kon krijgen. Hij zei dan gewoon dat hij al aanbiedingen van zes omroepen had gehad en de zevende er al aan zat te komen. En je weet dat hij er nooit aan de bak is gekomen en ik gelukkig wel." "En dan waren er de bezoeken, begin 1975 van de Veronica-medewerkers. Ik kan je wel vertellen dat Rob Out, waarvan altijd ontkend werd dat hij er ooit is geweest, wel in Playa de Aro was. Ik heb hem op handen en voeten de kroeg uit zien komen. Ze kwamen voor besprekingen tot eventuele overname van de organisatie. Erg aardige mensen waren het, Karel van der Woerd, Ad Bouman, Lex Harding en Tom Collins, maar ze kwamen hoofdzakelijk voor Stan Haag en zijn vrouw en wel omdat ze elkaar al jaren kenden. En dan de toeristen, werd je soms ook niet goed van. Ze hadden totaal geen besef ervan waar je mee bezig was. Zo nam ik in de ochtenduren soms het programma voor een middaguitzending op en noemde dan de tijd, waarna direct je op je schouders werd getikt met de mededeling dat je een verkeerde tijdmelding had gemaakt. Toen we nog op de berg de programma's in één van de villa's van Tack opnamen was er op het dak een simpele televisieantenne en ik herinner me dat op een dag iemand geloofde dat via de antenne de uitzendingen richting het schip werden uitgestraald. Simpeler kun je het niet voorstellen." Het jaar 1976 begon allereerst met het vieren van de tweede verjaardag van Radio Mi Amigo, waarbij zowel in het programma van Michelle als Joop Verhoof via verhalen en fragmenten werd stil gestaan bij de stranding van de Mi Amigo, twee maanden eerder. In de nacht van 2 op 3 januari heerste er in West-Europa een storm die orkaanachtige trekjes had. De kranten vermeldden dat een dergelijke storm zich in tientallen jaren niet had voorgedaan in ons deel van de wereld. Gevolg was dan ook dat praktisch iedere zeezenderfan aan de radio gekluisterd zat, met in gedachten de eventuele gevolgen die zouden kunnen ontstaan voor de MV Mi Amigo en haar bemanning.   Met een snelheid van meer dan 170 kilometer per uur, zo meldde het KNMI, lag het hoogtepunt van de storm rond half één in de nacht. Metershoge golven sloegen over het zendschip heen, hetgeen regelmatig kortsluiting tussen zender en zendmast tot gevolg had. Gedurende enkele seconden viel het signaal telkens uit, maar tot goed half twee die nacht waren de deejays van Radio Caroline in staat de programma's live te presenteren. Daarna lukte dat niet meer. Maar gelukkig voor hen aan boord bleef het bij de storingen en kwam men de volgende dag, nadat men gedurende enkele uren non-stop muziek had gedraaid, weer terug met de normale programmering.   Volgende week deel 3.   Hans Knot, 26 januari 2019    

hans knot

hans knot

Column Hans Knot: Herinneringen Mi Amigo 1976 deel 1

Eerder beschreef ik in een column de illegale doorstart van Radio Mi Amigo. Ook in dit essay gaat ik weer precies drieenveertig jaar terug in de historie van deze zeezender. Hier vertel ik wat er om en rond Radio Mi Amigo plaatsvond in de dagen tussen 1 december 1975 en 31 januari 1976: van de plannen van eigenaar Sylvain Tack in het Spaanse Playa de Aro tot en met de lotgevallen van de deejays aan boord van de MV Mi Amigo. Vandaag deel 1   Het jaar 1975 liep ten einde. Na alle problemen in de maand november dacht ik op 1 december toch weer eens zonder problemen en met veel plezier naar de programma's van zowel Radio Mi Amigo als die van Radio Caroline te kunnen luisteren. In mijn dagboek werd namelijk op die dag melding gemaakt van het gegeven dat de zender aan boord, sinds lange tijd, weer eens met het maximale vermogen van 50 kW in de ether was. Zowel overdag als in de avond zat ik met plezier te luisteren naar de programma's. Met grote letters zette ik erbij: "Voor hoe lang?" Ik had het misschien beter niet kunnen doen, want rond half twaalf die avond verdween de zender plotseling uit de ether. Kijkend op de pagina van het dagboek bij de datum van 2 december, lees ik terug dat de zender in de ochtenduren weer in de ether was — maar wel op een lager vermogen, naar schatting zo'n 10 kW.   De reden van het lagere vermogen werd in de middaguren duidelijk. De nodige informatie kwam van Caroline-deejay James Ross die om vier uur het Mi-Amigo-programma onderbrak met een mededeling voor het kantoor: "Hier een bericht voor onze mensen op het kantoor. Gisteravond is de top van onze zendmast afgebroken. Kunnen jullie, indien mogelijk, de heer T. Pinockio naar het schip toesturen?" Twee uur later werd het bericht, zowel in het Nederlands als in het Engels herhaald. Daarna leek alles normaal, tot in de middag van 3 december. In plaats van programma's van Radio Mi Amigo waren er een tweetal uren lang programma's te horen van Manx Radio, een officieel commercieel station op het eiland Man, die op de één of andere manier door iemand aan boord waren gebracht. Bij gebrek aan programmatapes van Radio Mi Amigo — er was weer eens niet op tijd bevoorraad — werden deze tapes afgedraaid.   Harry van Doorn, de man die in 1974 uiteindelijk verantwoordelijk was geweest voor de invoering van de anti-zeezenderwet, waardoor onder meer Radio Atlantis, Radio Veronica en RNI besloten hadden met hun uitzendingen vanaf zee te stoppen, bleef ook daarna actief als minister voor CRM (Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk).   Foto: Frank van der Mast (Freewave Archief)   Op 7 december 1975 maakte hij bekend dat hij van plan was om spoedig een eind te maken aan de illegale activiteiten vanaf de Noordzee, daarbij uiteraard doelend op Radio Caroline en Radio Mi Amigo. Hij had daarbij natuurlijk vooral het laatste station op het oog, daar de zender haar programma's deels in het Nederlands en deels in het Vlaams verzorgde, er Nederlanders actief waren en er door Nederlandse bedrijven werd geadverteerd. Hij maakte aan de pers bekend, dat hij contact had opgenomen met zijn Spaanse collega met het verzoek bij de regering in Madrid er op aan te dringen de legalisatie van Radio Mi Amigo ongedaan te maken. Sylvain Tack, slim als altijd, wenste direct te reageren op de uitlatingen van minister Van Doorn. De zeezenderspecialist van destijds bij het Algemeen Dagblad, Henk Langerak, kreeg de gelegenheid het winterse Nederland te verlaten voor een kort verblijf in het milde Spanje. Hij ontlokte Tack enkele krachtige uitspraken: "Het is een gruwelijk avontuur waar we mee bezig zijn. Ik vraag me af waarom ik dit nog doe. Maar je komt in een situatie terecht waarbij je niet meer kunt stoppen. Het wordt dan een prestigestrijd. Moest ik herbeginnen, ik zou het niet meer doen." Tack, die aan Langerak een auto en slaapkamer beschikbaar stelde, wilde destijds best nog opening van zaken geven — tenminste zover dat nog in zijn vermogen lag. Uiteindelijk ging de deur, van wat hij zijn innerlijk keuken noemde, slechts op een kier open.   Zijn jongens verdienden, zo zei Tack, allemaal even veel. De meeste reclamespots op Radio Mi Amigo werden, volgens zijn zeggen, helemaal niet betaald, waarbij sommige spots voor vrienden en zakenrelaties gewoon werden verzonnen. Weer andere adverteerders zouden volgens hem profiteren van het gegeven dat Radio Mi Amigo deels illegaal haar activiteiten verzorgde, en zouden de rekeningen gewoon niet betalen. Ook wenste hij nog even te zeggen door het draaien van veel regionale reclame te willen bewijzen dat er wel degelijk belangstelling was voor zijn station. Met enkele grote internationale adverteerders zou hij op basis van vertrouwen werken, waarbij er geen daadwerkelijke contracten waren. De transacties waren gebaseerd op wederzijds respect. Met andere woorden: Radio Mi Amigo zorgde voor commercials, de grote jongens zouden het geld daarvoor op tafel leggen. Volgens Tack werden de afgesproken "tien gulden per seconde" zondermeer betaald.   Zoals zo vaak met de zeezenders werkte Radio Mi Amigo ook nauw samen met de platenmaatschappijen. Dit gebeurde door in ieder geval alle nieuwe singles per post op te sturen naar Playa de Aro, zodat het voor de programmaleiding en de deejays mogelijk werd zelf een keuze te maken welke van de nieuwe schijven in de programma's te horen zouden zijn. Maar, de platenmaatschappijen hadden tevens de mogelijkheid om een plaat intens te laten pluggen en wel tegen betaling. Voor een bedrag van f 1.200,00 was het mogelijk een plaat, gedurende een week, tenminste vijf keer per dag te laten draaien. Op het kantoor van Joop Verhoof hing dan ook altijd een lijst met ongeveer vijftien titels van platen die op dat moment in de rotatie waren opgenomen.   Tack maakte intussen ook bekend in de toekomst naar België te zullen terugkeren als een volgende rechtszaak tegen hem diende: ”Er ligt een lijst met zeven punten klaar waarop men denkt mij te kunnen veroordelen, waaronder het in het bezit hebben van zendapparatuur, het meewerken aan een illegale zender, verduistering van fondsen naar het buitenland en het schuldig zijn aan een vluchtmisdrijf. Ik wil me zelf kunnen verdedigen."   Ook zag Tack nieuwe bronnen van inkomsten. Zo vertelde hij aan Langerak dat hij een bedrijf zou oprichten voor het op de markt brengen van achtergrondmuziek op cassettebanden, met als voorbeeld de firma Reditune. Deze onderneming was een dochterbedrijf van het Strengholt-concern dat in 1974 met hetzelfde doel was opgericht en tevens de mogelijkheid gaf aan een aantal voormalige medewerkers van Radio Noordzee een plek te blijven behouden binnen de muziekindustrie, nadat het station uit de ether was verdwenen. Ook had hij eind 1975 al alle machines besteld voor een te openen filiaal van de Suzy-Wafel-fabriek in Spanje, die zou gaan opereren onder de naam Mi-Amigo-Wafel-fabriek.   Maar zorgen waren er ook, aldus Langerak: "In Nederland, België en Engeland zijn de afgelopen maanden in totaal 23 mensen van de Mi-Amigo-organisatie door de justitie aangehouden. Een ander probleem is dat Tack vindt dat het station nog te veel persoonlijkheid mist en technisch en organisatorisch nog lang niet perfect draait. Daarnaast heeft hij de zorgen van de vele werkvergunningen, die na veel moeite weer met een jaar zijn verlengd. Hij heeft garant moeten staan voor de huisvesting van de deejays en hun vrouwen en heeft persoonlijke problemen omdat het 12-jarige dochtertje van zijn tweede vrouw, Jacqueline, eigenlijk naar haar vader in België moet. Interpol is al bij Tack aan de deur geweest, maar het dochtertje wil bij haar moeder blijven. Voor iedereen komt daar nog wel een last bij. Terwijl de één verzucht wel eens een biertje te willen pakken in zijn stamcafé, wil de ander wel eens voetballen met zijn vrienden. Maar, heimwee wordt met hard werken verdreven."   Hans Knot, 19 januari 2019

hans knot

hans knot

Column Hans Knot: Herman Stok als manager artiesten mislukt

Het was een initiatief opgezet in medio 1965 dat al een klein jaar later stop werd gezet door de ondernemers Stok en Van Maasdam, beiden tevens destijds werkzaam bij de VARA. Het bleek dat het financieel runnen van het bedrijf, met de inkomsten die binnenkwamen, niet mogelijk was. In principe had men een groep artiesten onder de hoede om optimaal te begeleiden en te managen, waarbij 10% van de gages werd ingehouden voor de financiële stabiliteit van de onderneming.   Toen het nieuws van het stopzetten bekend werd, stelde Herman Stok in een interview dat eigenlijk minimaal 30 tot 40% van de verdiende gages door de artiesten een redelijk percentage was geweest om het bedrijf van de ondergang te redden, maar dat hem een gevoel van diefstal had gegeven waardoor het geen realiteit werd. Stok: “Tóch is het de enige oplossing als je een bedrijf als het onze niet financieel kapot wil laten gaan. De zaken staan er op het ogenblik in Nederland gewoon zó voor: de artiesten verdienen veel te weinig om er een behoorlijke manager op na te houden.”   Het duo, bijgestaan door een secretaresse en ander ondersteunend personeel, had negen maanden lang geprobeerd of men met 10% van de gage rond kon komen, wat niet was gelukt. Waarschuwingen waren al eerder geuit door een account, waarbij erop werd gewezen dat de onderneming nog steeds zwaar verlies leed. Het idee was op zich goed te noemen. Men bracht bekende en minder bekende artiesten, waarmee men al in contact was via programma’s op de VARA Radio, onder in de Maats Pop-Studio in Amsterdam. Het was een soort van opleidingsinstituut waar men een aantal vakken kreeg aangeboden dat op het pad van een carrière van nut kon zijn.   Denk daarbij aan ‘hoe gedraag je het beste op het toneel en hoe is je houding’, stel een goede repertoire keuze samen, kleding adviezen en meer. Tevens regelde de onderneming de zakelijke belangen van de onder contract staande artiesten. Bekende namen die gebruik maakten van deze service waren onder meer Conny van Bergen, Karin Kent, The New Orleans Syncopators, The Torero's en The Lords. Maar zoals al gesteld werd de deur in het voorjaar van 1966 op slot gedaan. Herman Stok die een behoorlijke bekendheid had met onder meer het televisieprogramma ‘Top of Flop’ en het radioprogramma ‘Tijd voor Teenagers’, werd uiteraard benaderd om te verklaren waarom het niet was gelukt.   Zo stelde hij in een GPD interview: “We hebben de zaak gesloten. Het had geen enkele zin meer om er mee door te gaan. Ik heb al het geld, dat ik met de onderneming verdiende, in deze zaak gestoken. Dat kan natuurlijk niet langer. Ik ben van mening dat managers het alleen kunnen volhouden als de artiesten meer dan dertig procent van hun gage afstaan. Dat is in Nederland niet mogelijk, omdat die gages veel te laag zijn”.   Stok gaf vervolgens een financieel plaatje van een veel gevraagde zangeres, die tot twintig keer per maand een optreden had en voor elk optreden 125 gulden vroeg. Het leek een leuk bedrag als je bedenkt dat het 1966 was. Maar zoals Herman Stok het vervolgens ontleedde bleef er niet zoveel over. Immers diende er eerst 20 procent inkomstenbelasting te worden betaald. Hij ging er vanuit dat men 30 procent aan het management kwijt was. Maar van de pakweg 1200 gulden, die er nog overbleven, dienden vele kosten te worden betaald. Wat te denken van het onderhouden en aanschaffen van een dure garderobe, vele bezoeken aan de kapper en make-up, auto-onderhoud en vervoer.   En wanneer het in die tijd om een orkest ging, kwam er per deelnemende persoon nog veel minder in de portemonnee. Stok stelde ook dat er maanden bij waren dat de ondernemers zelf er nog eens ruim 600 gulden bij moesten doen om het zaakje draaiende te houden en dus werd besloten de dure liefhebberij te sluiten. Elders op internet is een verhaal, door Arno Weltens en mij geschreven, te vinden omtrent de eerste stappen binnen de radiowereld door de nu 91-jarige Herman Stok.   ‘Top of Flop’ was maandelijks op de televisie in presentatie van Herman Stok en de VARA scoorde dus dubbel want het programma ‘Tijd voor Teenagers’ was het meest populaire programma op de radio, waarmee hij Arbeidsvitaminen had gepasseerd. Het programma was in handen van Dick Duster, wiens echte naam Dick van ’t Sant was. Dick was van origine in dienst bij de NRU en later bij de VARA als medewerker bij de hoorspelkern.   Op een bepaald moment, eind jaren vijftig, werd hij gevraagd een stemtest te doen en voordat hij het wist was een nieuw programma, ‘Tijd voor Teenagers’, geboren met hem als presentator. Op 11 september 1959 werd door de VARA de allereerste aflevering van ‘Tijd Voor Teenagers’ uitgezonden. De eerste plaat die werd gedraaid was de versie van ‘Kansas City’ van Pim Maas. In oktober 1963 verliet Dick van ’t Sant de VARA om in dienst bij de NCRV te treden als televisieregisseur. Herman Stok nam vervolgens de presentatie over. Co de Kloet sr. was de bekende producer van ‘Tijd Voor Teenagers’.   Het archief van het omroepmuseum, al jarenlang onderdeel van het Nederlands Audiovisueel Archief, herbergt talloze plakboeken. Ze zijn ooit als geschenk, vaak uit de nalatenschap van een voormalige omroepmedewerker, aan het museum afgestaan. In die plakboeken komen de meest merkwaardige onderwerpen naar voren, zoals telexberichten die zijn ingeplakt, interne mededelingen vanuit de omroep, maar ook uit de krant geknipte berichten die gerelateerd zijn aan radio dan wel televisie. We vonden zo'n bericht dat handelde over de JARO, de Jeugd Amateurs Radio Omroep, en de beide voortrekkers daarvan — Kees van Maasdam en Herman Stok. Samen met Arno Weltens vertelt ik er hier meer over. http://www.icce.rug.nl/~soundscapes/VOLUME03/Klankbord_van_de_JARO.shtml   Hans Knot, 12 december 2019   Enkele medewerkers van de JARO in actie. Van links naar rechts: Herman Broekhuizen, Donald de Marcas, Joop van Zijl, Tony van Verre, Peter Kok en Greetje Kauffeld, die allemaal op de een op andere manier later via de radio bekendheid verwierven (Foto: Archief NAA).    

hans knot

hans knot

Column Hans Knot: berichtgeving na diverse jaarwisselingen

In dit eerste weekend van het jaar 2019 uiteraard weer tijd voor een nostalgische terugblik. Het lijkt me leuk eens terug te kijken wat er zoal op de eerste januari van diverse jaren gebeurde en de daarop volgende reacties. In de Britse pers werd volop aandacht besteed op 2 januari 1967 naar aanleiding van de terugkeer in de ether om half 12 op Oudejaarsavond van Radio 390. Men herstartte de programmering nadat men weken daarvoor in november 1966, na een gerechtelijke beslissing, uit de ether was verbannen. De Red Sands Towers, vanwaar de programma’s werden uitgezonden, was – volgens berekeningen in opdracht van de autoriteiten – tijdens laag water staande in nationale wateren waardoor men de wetgeving overtrad.   De terugkomst in de ether gebeurde met als eerste song ‘This could be he start of something big’. Managing directeur Ted Allbeury, destijds 49 jaar, zei in het openingsprogramma onder meer: “We zijn terug met als doel in de ether te blijven. We hebben het bewijs gevonden dat het fort minimaal een anderhalve mijl buiten territoriale wateren staat. De GPO (destijds verantwoordelijk voor transmissiezaken) zal inderdaad met een beter bewijs dienen te komen, als men die heeft, en ons opnieuw voor het gerecht dienen te dagen.” In ieder geval waren we destijds voorlopig weer verzekerd van de nodige ‘sweet music’.   Een paar jaren daarvoor, op 2 januari 1961, bracht ons het Gereformeerde Gezinsblad het nieuws dat er een particulier radiostation zich ging richten op de Zweedse bevolking. Men stelde dat Radio Nord, het beoogde station, eindelijk met uitzendingen kon gaan beginnen en wel vijf maanden later dan oorspronkelijk gepland. Er werd aan toegevoegd dat de programma’s afkomstig waren vanaf een schip verankerd in internationale wateren bezuiden de Zweedse kust. Vervolgens meldde men details zoals: ‘Dit schip heeft een zender van twintig kilowatt aan boord en een 38 meter lange antenne met een tegengewicht van 160 ton beton dat gestort is in de kiel.’ Vroeger lazen we over de fouten heen want het was natuurlijk een zendmast en geen antenne en het beton was gestort in het ruim van het schip en niet alleen maar in de kiel. Verder wist de journalist te melden dat de technische apparatuur afkomstig was uit zowel het toenmalige West- Duitsland en Amerika en dat alle programma’s vooraf zouden worden opgenomen in een studiocomplex in Stockholm. Foto’s bewezen later dat een ander gegeven in het artikel juist bleek te zijn: ‘De programmabanden gaan per boot of per vliegtuig naar het zendschip waar ze, verpakt in waterdichte zakken, zullen worden uitgeworpen waarna ze door de bemanning van de Bon Jour kunnen worden binnengehaald voor de uitzending op Radio Nord.’   Weer een ander krantenbericht meldde dat nieuwberichten via morsecode vanaf de wal naar het schip zouden worden gestuurd zodat men degelijke nieuwbulletins kon gaan verzorgen. Dit zou op die wijze gebeuren omdat het onderhouden van een normale radioverbinding tussen kust en schip wettelijk verboden was. Het was, na Radio Mercur dat met haar zendschip aan de Zuidwestkust van Zweden lag, een nieuw succes voor de commerciële radio in Noord Europa.   In deze column dus herinneringen aan datgene in de publiciteit kwam na de Nieuwjaarsvieringen in de diverse jaren. Zo was het de redactie van de Gemeenschappelijke Persdienst, die voor een groot aantal regionale kranten werkte, die op 2 januari 1964 bekend maakte dat een bekende regisseur van de AVRO, Theo Ordeman, zijn ontslag had ingediend. Hij had grote naamsbekendheid gekregen in ons land door de productie en regie van het inzamelingsprogramma met Mies Bouwman, ‘Open het dorp’.   Het bleek dat Ordeman door de firma Mecom was benaderd in de toekomst productiewerkzaamheden te gaan verrichten voor een nog op te zetten commercieel televisieproject. De naam van Reiner Zwolsmans viel daarbij. Desgevraagd stelde Ordeman zelf in de krant dat hij het voorstel in overweging had genomen maar nog geen beslissing had genomen. Wel voegde hij eraan toe dat er nog een aantal programma’s voor de AVRO in de planning was en dat hij zeker zich aan zijn verplichtingen zou houden. Het commerciële project bleek het REM-eiland project te zijn maar Ordeman koos eieren voor zijn geld en verlengde zijn contract bij de AVRO om jaren later in dienst te treden van de TROS.   Ik neem je ook nog even mee terug naar begin januari 1982 want op de eerste januari werd het nieuws bekend dat op Oudejaarsavond Abe Nathan, de vredesactivist, had besloten de uitzendingen van The Voice of Peace voor de Israëlische kust te staken. Een paar week eerder had hij al, in zijn bijna dagelijkse eigen programma, gesteld te stoppen als hij geen toestemming kreeg van de autoriteiten om af en toe met het – in Nederland gebouwde – zendschip een haven in te gaan voor bunkering.   Op Oudejaarsavond 1981 kwam daar een andere reden bij namelijk dat hij het, vanwege de winterse stormen, het niet langer verantwoord achtte de levens van de vrijwilligers aan boord van het zendschip op het spel te zetten. Vervolgens was het enige tijd stil op de 1540 AM.   Hans Knot, 05-01-2019

hans knot

hans knot

Column Hans Knot: Nostalgisch gezien

Beste lezers van deze wekelijkse nostalgische column. In 2014 is Freewave Magazine, welke sinds 1978 wordt uitgegeven, overgestapt van een gedrukt tijdschrift naar een digitale uitgave. 
Alle medewerkers werken geheel belangeloos mee aan de totstandkoming van minimaal vijf edities per jaar die in dikte twee keer het volume hebben van voorheen het gedrukte tijdschrift. Bovendien is het aanbod aan onderwerpen veel breder geworden. Ook deze nostalgische column verschijnt ieder weekend op de website van Freewave Nostalgie.
Het onderhouden van deze site kost echter wel de nodige onderhoud die door derden wordt verzorgd terwijl ook jaarlijks voor de ruimte bij een provider dient te worden betaald. Daarbij komt ook dat voor het gebruik van sommige foto’s een dikke rekening volgt.
We willen u vragen een eenmalige donatie te doen zodat de samenstellers van Freewave Nostalgie, die u al het leesplezier brengen, deze kosten niet langer uit eigen gelden dienen te betalen.
U kunt een eigen te kiezen bedrag overmaken op de rekening van de uitgever, de Stichting Media Communicatie, onder vermelding donatie Freewave Nostalgie. Alle gegevens staan hier: http://freewave-media-magazine.nl/?page_id=2869
Door uw donatie werkt u mee aan de voortzetting van ons mooie project.
Met hartelijke dank mede namens SMC, 
Hans Knot hoofdredacteur.

hans knot

hans knot

Column Hans Knot: December 1965

Terug in de tijd en herinneringen ophalen aan het jaar 1965. Nederland kende toen sinds enkele maanden een derde radiostation – Hilversum 3 - dat gevuld werd met programma’s verzorgd door de publieke omroeporganisaties, destijds ook wel vaak ‘de zuilen’ genoemd. Nog lang niet 24 uur per etmaal en alleen met uitzendingen via de FM. Het station diende nog goed in de markt te worden gezet.   Tegelijkertijd was daar een aantal zeezenders dat veelvuldig door de Nederlanders, vooral de jongeren, werd beluisterd. Te denken valt aan Radio Veronica, Radio Caroline en Radio London. Op 15 december 1965 werden de namen bekend gemaakt van de beste Nederlandse en buitenlandse deejays. Voor Nederland stond op nummer 1 Joost de Draaijer van Radio Veronica met op plaats 2 Herman Stok van de VARA en op plaats 3 Jos Brink, die voor de NCRV programma’s maakte.   De beste buitenlandse deejays waren te vinden in Duitsland en op zee met op nummer 1 Chris Howland en met Dave Dennis (Radio London) op 2 gevolgd door Tony Blackburn (Radio Caroline). De hitlijst van de deejays had tot gevolg dat in de kranten van de Gemeenschappelijke Persdienst er zo het een en ander werd geschreven hoe radio in 1965 gemaakt kon worden. Men stelde direct dat er eigenlijk geen vergelijking mocht worden gemaakt tussen de Nederlandse deejays met hun collega’s in het buitenland.   Men haalde aan dat er een verschil was tussen samenstellers van radioprogramma’s die hun teksten lieten voorlezen door omroepers terwijl er ook presentatoren waren die hun eigen teksten schreven en via de microfoon brachten. De ouderwetse manier van radio maken. De schrijver van het artikel vond dat de laatste categorie behoorde tot de echte deejays. Hij voegde eraan toe dat in het buitenland, lees op de zendschepen, de deejays zelf in de studio achter de knoppen zaten, terwijl in Hilversum – het metropool van de Nederlandse zuilenradio – de deejays afhankelijk waren van de technici.   De schrijver van het GPD-artikel vervolgde met de conclusie: ‘het beroep platendraaier en -bespreker lijkt velen aanlokkelijk, al is het dan alleen maar om de onafzienbare discotheek, die zo denkt men tenminste, deze mensen tot hun beschikking hebben. Beatles te kust en te keur, country and western, Dave Berry's, Trea's, Shirley's en Willekes voor de zoete uurtjes en muziekjes van Eartha Kitt voor het late uur — voor velen lijkt zoiets het toppunt van verrukking.’   Volgens de journalist was het een eis dat iedere goede deejay een enorme platencollectie had naast een fabelachtige repertoirekennis. Maar toch kwam het merendeel van de gedraaide muziek bij de omroepen uit de discotheek van de Nederlandse Radio Unie (NRU), zoals het overkoepelende orgaan destijds heette. Door deze dienst werd heel goed in de gaten gehouden wat er zoal op de toenmalige platenmarkt leverbaar was en werd praktisch alles aangeschaft.   Op Hilversum 1 en 2 werd er dagelijks rond de 10 uur aan muziek uitgezonden. Bij Hilversum 3 lag het aantal eind 1965 op rond de 8 uur. Radio Veronica, uitzendend vanaf zee, had al danig de muziekkeuze verlegd richting de jeugd en het onderzoek stelde dat bij Veronica op de 192 gemiddeld 7 uur per dag werd besteed aan de popmuziek.   De betreffende journalist had zo ook zijn contacten bij de platenmaatschappijen aangewend om van die zijde enig commentaar te krijgen. Het hoofd van de afdeling artists relations – ja het gebruik van Engelstalige woorden sloop toen ook al de Nederlandse kranten binnen - stelde desgevraagd: “Wij attenderen de deejays regelmatig op het nieuwe materiaal van eigen bodem en op wat er in het buitenland interessant is. De deejays op hun beurt zoeken ook vaak contact met ons. Zij informeren bij ons vaak wanneer een buitenlandse hit nu ook in ons land uitgebracht gaat worden. Ze halen je haast je nieuwe plaatjes onder je vingers vandaan: hebben we vrijdags iets nieuws, dan willen zij het zaterdags al hebben — iets dat wij niet stimuleren: je creëert dan een bepaalde vraag waaraan wij nog niet meteen kunnen voldoen.”   Vijf belangrijke punten waren er destijds die de verkoop van een plaat mogelijk konden bevorderen: de stimulerende verkoop via vertegenwoordigers, het plaatsen van advertenties, vrije publiciteit, een optreden op de tv en de zogenaamde radio plugging. Onder dit laatste verstond men het erin stampen van een bepaalde song, zoals vooral bij Radio Veronica gebeurde. Hierbij was het natuurlijk van groot belang dat deejays onder indruk kwamen van een bepaald nieuw product.   Overigens ging het hier in Nederland volgens de journalist van de GPD er keurig aan toe. Omkoping van deejays kwam in het buitenland regelmatig voor, maar dat behoorde hier tot de onmogelijkheden. Het was volgens hem in Nederland trouwens ook niet gebruikelijk dat, zoals buiten de grenzen nog wel eens het geval was (bijvoorbeeld bij Don Camillo in Luxemburg), deejays tevens geïnteresseerd waren in het zelf oprichten van muziekuitgeverijen.   Dat zou namelijk in de hand kunnen werken, dat er dan voornamelijk nummers uit de eigen uitgeverij gedraaid zouden worden. Alleen Joost de Draaijer had destijds een eigen muziekuitgeverij. Maar het zou nog enkele jaren duren dat dit problemen voor hem zou geven. Wel waren er voor deejays en programmasamenstellers soms merkwaardige moeilijkheden.   Zo werd een tekst als ‘aan jou heb ik alles te danken’ verboden te draaien bij de NCRV op de radio daar de directie van mening was dat dit niet het geval kon zijn daar de luisteraar alles te danken had aan God. Uiteraard waren dubieuze woorden taboe. Luister maar eens naar de tekst van ‘Shame and Scandell in the family’ en je begrijpt dat een dergelijke song ook niet paste in de programmering van deze omroeporganisatie. Op een bekrompen manier, en niet alleen bij de NCRV, werd erop gelet dat vooral geen bespottende songs de radio zouden halen. De tijd stond even stil in december 1965.  

hans knot

hans knot

Column Hans Knot: Organisatieproblemen en barre winter 1979

In Groningen werden eind januari 1979 geheime notulen van een vergadering binnen Radio Noord, de regionale omroep waar het weer eens crisistijd was, openbaar gemaakt en behandeld in een artikel van het Nieuwsblad van het Noorden.   Men meldde dat als gevolg van botsende persoonlijkheden en karakters er een definitieve contactstoornis was ontstaan tussen het toenmalige hoofd van Radio Noord, Willem de Jong, en enkele medewerkers. Dit bleek uit de notulen van een programmastaf vergadering, die waren opgesteld door Guy van Zutphen van het NOS bureau Arbeidszaken en Sociale Begeleiding. Hij was door de leiding van de NOS gedetacheerd als bemiddelaar met als doel de problemen bij de regionale omroep in Groningen op te lossen. Het was de tijd dat de regionale omroepen nog onder bewind van de NOS actief waren.   Het bleek dat enkele maanden eerder een conflict was ontstaan tussen Willem de Jong en het adjunct hoofd van Radio Noord, Joris Stam, waarbij verdere samenwerking geheel onmogelijk bleek. De voornoemde notulen bleken afkomstig van een op 12 februari 1979 gehouden vergadering. Verder waren enkele vergaderingen gewijd aan onder meer een intern rapport van Radio Noord medewerker Henk Binnendijk, waarbij een van de conclusies was dat het beter was dat De Jong zou vertrekken.   De Jong wenste echter niet over dit rapport te praten. In vergadering werd besloten het rapport ter zijde te leggen en andermaal bijeen te komen voor het maken van een inventarisatie van de problemen. Andermaal liet De Jong weten bij deze besprekingen niet aanwezig te zijn omdat een inventarisatie van de problemen ook wel zonder hem zou kunnen worden gemaakt. Wel voegde hij eraan toe dat, wanneer de inventarisatie zou zijn gemaakt hij er op een daarop volgende vergadering weer aanwezig zou zijn.   Uit de gememoreerde notulen bleek dat de opstelling van De Jong hem door de rest van de programmastaf kwalijk werd genomen. Zelfs een telefoontje, dat tijdens de betreffende vergadering met hem werd gepleegd, leverde niets op. Op de vraag alsnog aan te sluiten in de vergadering weigerde hij. Vreemd genoeg was er geen verder commentaar destijds te verkrijgen daar er vanuit Hilversum aan alle medewerkers van Radio Noord een spreekverbod was opgelegd.
Wel vroeg men om commentaar bij de toenmalige commissaris regionale zaken van de NOS, drs. Dijkstra, die stelde niet op de hoogte te zijn van de recente ontwikkelingen. Wel voegde hij eraan toe op de hoogte te zijn van de zeer onprettige situatie die er in Groningen heerste.   Maar de radioactiviteiten gingen inmiddels door in de studio van Radio Noord aan het Martinikerkhof in Groningen, want op woensdag 14 februari 1979 was het merendeel van de wegen in Groningen al heel vroeg in de ochtend onbegaanbaar als gevolg van hevige sneeuwstormen. Het was zo dat Radio Noord – via de steunzender op de 97.5 MHz - in de avonduren voor een korte periode dagelijkse uitzendingen had. Dit gebeurde via een steunzender die normaal werd gebruikt voor de ontvangst van Hilversum 3 op de FM. In noodsituaties, wat zelden voorkwam, was er voor de regionale omroep de mogelijkheid in te breken op de uitzendingen van Hilversum 3 via deze steunzender.   En voorbereid op een dergelijk noodprogramma was men zeker want er was een bepaalde flow merkbaar en luisterend bleek dat de uitzending vlekkeloos verliep. Scholen, bedrijven en verenigingen konden meldden of bepaalde activiteiten vanwege de weersomstandigheden niet konden doorgaan. Ook werden mensen, die niet naar hun werk konden, waar mogelijk gevraagd zich in te zetten om op bepaalde plekken sneeuw te ruimen. De universiteit sloot haar deuren waardoor ikzelf aan een oproep voldeed sneeuw te gaan ruimen op het terrein van het Academisch Ziekenhuis aan de Oostersingel, het latere UMCG.   Verkeersinformatie was in die dagen nog niet in die mate als tegenwoordig aanwezig op de radio, maar in de noodprogramma’s van Radio Noord veranderde dit al snel. Automobilisten werden op de hoogte gehouden van de afsluitingen in het wegennet. Andere oproepen volgden en de dagen erna was de situatie dermate slecht dat bepaalde dorpen in de provincie Groningen helemaal niet meer via het gebruik van auto’s bereikbaar waren. Militairen werden ingezet en directe benodigdheden zoals brood werden met gebruik van tanks, voorzien van sneeuwschuivers, naar de betreffende dorpen gebracht. En via Radio Noord werd het luisterpubliek op de hoogte gehouden, waarvoor alsnog grote hulde.   https://www.rtvnoord.nl/media/24883/Terugblik-op-barre-winter-van-1979   Hans Knot, 15 december 2018

hans knot

hans knot

Column Edwin Wendt: De nieuwe kapitein van een NPO-vlaggenschip

Over Bart, Veronica het Theater en…mijzelf.   ‘Veronica gaat Radio 5 overnemen!’ reageerde op Facebook een aantal mensen opgetogen op het nieuws dat Bart van Leeuwen de nieuwe presentator wordt van Theater van het Sentiment. Ik sprak in een eerste reactie de hoop uit dat de mensen die meeuwen en Drie-In-Eén-jingles verwachten het verkeerd zouden hebben. Bart stelde me gerust: Theater van het Sentiment wordt geen ‘Goud van Oud 2.0’. Weliswaar is hij na Tineke, Jeroen van Inkel en Jan van Veen – die ook per 1 januari op Radio 5 debuteert – de vierde ‘Veronicaan’ op 5, Bart stapt in een bestaand programma, waar de anderen vooral zichzelf en hun eigen programma meebrengen.

Voor de duidelijkheid: ik ben een hartstochtelijk Veronica-liefhebber. Qua leeftijd ben ik te jong om de zeezenders ‘live’ te hebben meegemaakt, sinds de jaren tachtig zorgde Ad Bouman ervoor dat al die historische fragmenten te horen waren in VOO-programma’s als Mono en later De Avond van het Sentiment.
De ultieme belevenis was voor mij de herdenking van ’25 jaar 31 augustus’ in de zomer van 1999. Twaalf dagen lang zond Veronica een reünieprogramma uit vanuit Lapershoek. Tineke maakte dagelijks live-programma’s in gesprek met oud-collega’s, het geheel werd uitgezonden op 1224 middengolf. De meeste uren werden gevuld met historische programmabanden uit het archief van Adje en Juul. Voor het eerst hoorde ik op zaterdagmorgen 20 augustus 1999 een volledig uur Tom Collins Show uit mei 1971. In het uur erna waren Jan van Veen en Willem van Kooten te gast bij Tineke, ’s middags werd een volledige Nationale Zaterdagmiddag Gebeurtenis uitgezonden met Lex en Will zoals ze begin jaren zeventig klonken. Daarna Goud van Out uit ‘68 en Joost Mag het Weten uit ‘66. En dat was nog maar de eerste dag!

Van Veen zou een uurtje blijven, beloofde hij die zaterdag, maar hij is twaalf dagen lang niet weggegaan. Hé, we zijn ook in Arnhem te ontvangen, belde hij opgetogen naar de studio. Mijn cassetterecorder draaide overuren: complete uren Joost Mag Het Weten, Top 40, Lexjo, Ook Goeiemorgen met Harmen Siezen, Eddy Becker, Tom Collins, Klaas Vaak en Bart van Leeuwen, Goud van Out en de Rob Out Show en veel meer moois.
Bijna 20 jaar later heb ik mede dankzij contacten via internet een mega-radioarchief met duizenden uren historische radio (ieder heeft recht op zijn afwijking toch?), maar die interesse in oude radioprogrammafragmenten, ontwaakt dankzij Ad Bouman in de vroege jaren tachtig bij de VOO, veranderde in een verzameling complete programma’s die begon bij Veronica 1224 in 1999 (de reünie van 2004 was ook mooi, met Bart als ‘host’).

De cirkel was voor mij rond toen ik rond 2010 een paar jaar deel uitmaakte van de redactie van Theater van het Sentiment. Legaal grasduinen in de radioarchieven van de omroep en het materiaal monteren tot mooie collages voor een fantastisch programma. Toen de KRO 85 jaar bestond in 2010 maakte ik – deels uit Beeld & Geluid, maar vooral uit mijn eigen archief - 24 blokjes historische KRO-audio voor de vier feestafleveringen van het Theater.

Anno 2019 wordt dat programma geen twaalf uur per week meer uitgezonden, de redactie bestaat ook niet meer uit twee presentatoren, drie muzieksamenstellers, vier redacteuren, een regisseur en een eindredacteur. Het Theater is veranderd en dat is goed, maar de naam is niet voor niets gehandhaafd. Het Theater van het Sentiment staat ergens voor. Niet alleen vanwege die paar jaartjes letterlijk en figuurlijk ‘aan boord’ van de Norderney en de MV Mi Amigo, maar juist vanwege al zijn andere veelzijdige radiowerk kan Bart van Leeuwen de perfecte kapitein worden van dit vlaggenschip van de NPO.   Edwin Wendt, 10 december 2018   Foto: Bart van Leeuwen (Harm ten Brink)

de redactie

de redactie

Hans Knot: Veronica en de zomer van 1963

Het is leuk om af en toe wat herinneringen bij elkaar te sprokkelen voor een nostalgische column. Daarvoor neem ik je deze keer mee terug naar het jaar 1963. In juni werd bekend dat Fred van Amstel, wiens echte naam Dan Campagne was, besloten had Radio Veronica te gaan verlaten. Hij had een prachtige vakantie doorgebracht op Mallorca en daar zo genoten dat hij besloot er te definitief te gaan wonen. Waarschijnlijk was de tweede reden van zijn besluit dat hij een pracht aanbod had gekregen om op het eiland een radioprogramma in liefst drie talen te gaan presenteren voor een plaatselijk radiostation.   De zomer van 1963 was ondermeer ingeruimd voor promotie voor Radio Veronica in kranten en tijdschriften. Niet alleen werd het station door de leiding zelf onder de aandacht gebracht maar ook door derden. Zo was begin juli een artikeltje te vinden in ‘de Televizier’, een radio- en televisiebode, waarin melding werd gemaakt van ongenoegen door een groep mariniers op uitlatingen van Tineke: ‘Je moet als omroepster bijzonder goed op je woorden letten – dat heeft Veronica’s Tineke ondervonden toen ze enkele weken geleden haar hart luchtte over de moderne tijd waarin voor romantiek geen plaats meer schijnt te zijn.   Want deze hartenkreet werd gehoord door de bemanning van H.M. A 922 te Den Helder, die 26 man sterk in de pen klom om te vertellen dat ze het met Tineke niet helemaal eens waren en er toch écht wel nog wel romantiek is te vinden. En kwam er ook de opmerking of Tineke niet eens van Radio Veronica wilde overstappen naar de H.M. 922, onderdeel van de Koninklijke Marine.’ In ieder geval ging een grote foto van Tineke richting Den Helder, die enige dagen later een wand van de radiohut van het marineschip sierde.   Ondertussen was via de diverse programma’s op Radio Veronica bij herhaling een oproep gedaan aan de jonge luisteraars eens uit te beelden welke voorstelling ze van Veronica hadden. Kleurplaten, tekeningen en ander werkjes van het ‘goede schip Veronica’ werden vervolgens door Tineke persoonlijk op de daarvoor bestemde ‘Veronica Gallery of Arts’ opgeprikt. Op 6 juli werd bekend gemaakt dat de luisteraars van Radio Veronica blij konden zijn met de zendtijduitbreiding van het station. Vanaf dat moment zou het station niet alleen op vrijdag en zaterdag tot een uur in de nacht te beluisteren zijn, maar tevens alle andere avonden. In totaal betekende dat 25 uur meer aan zendtijd per week op de 192 meter.   Een tijd geleden vielen al even twee namen van opnamestudio’s waar de gesponsorde programma’s van Radio Veronica destijds werden opgenomen, maar door een berichtje in ‘de Televizier’ van 13 juli 1963 leren we dat er ook werd opgenomen in de opnamestudio van Eli van Tijn, waar ondermeer het programma ‘Prietepraat’ op recordertape werd vastgelegd. Het werd een tijdje op de vrijdagochtend uitgezonden en kon worden gezien als een ‘programma met plezierige onzin’.   Het presentatieteam bestond uit vijf dames: Marjan Berk, Janine van Wely, Jasparina de Jong, Enny Mols de Leeuw en Adele Bloemendaal. Enig speurwerk naar de enige jaren geleden overleden Eli Tijn leerde dat hij werkte voor ArtiSounds, de opnamestudio waar ondermeer programma’s werden opgenomen voor Radio Luxembourg. Denk daarbij ondermeer aan het muzikale verhaal van ‘Ibbeltje’, geschreven door Annie M.G. Schmidt en van muziek voorzien door Cor Lemaire. De productie van deze programma’s was in handen van Wim Ibo. Ze werden uitgezonden op Radio Luxemburg, waarna een kopie van de band tevens naar Radio Veronica ging, alwaar het enige dagen later werd geprogrammeerd.   In de maand juli werd tevens in Den Haag de Stichting Geestelijk en Lichamelijk Gehandicapten, de G.L.G. geregistreerd. Doel van deze Stichting was bij te dragen tot de verwezenlijking van een aantal projecten op bovengenoemd terrein. De Stichting had een grootscheepse lucifersactie op touw gezet, waarvan de baten ten goede kwamen van die objecten die op dat moment allereerst steun nodig hadden. De directie van Radio Veronica had een aanzienlijk bedrag (honderdduizend gulden) ter beschikking gesteld. De lucifers waren vervolgens in de handel verkrijgbaar voor 35 cent per pak van 10 doosjes. De Stichting G.L.G. ontving voor elk verkocht pak 10 cent. Ondersteuning van de Gezondheidszorg betekende dit. Of de lucifers werden gebruikt ter aansteking van rokertjes vond men klaarblijkelijk in die tijd niet belangrijk.   Hans Knot, 8 december 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Jazz op Hilversum 3

Radiomakers hebben het allemaal diverse malen meegemaakt ter voorbereiding van een live-uitzending op locatie. Veelal tijdig aanwezig op de betreffende locatie om als in teamverband de nodige voorbereidingen te doen, zoals de microfoons en luidsprekers piepend hun laatste test te laten ondergaan, kabels en snoeren liggen overal in wirwar en dienen zo goed mogelijk te worden weggelegd en vooral her en der vastgelegd te worden. Dit gebeurde in februari 1969 ook onder leiding van producer Joop de Roo, die ook zoal zijn verdiensten had gehad bij de startperiode van wat werd geclaimd als de nationale popzender Hilversum 3.   De Roo en zijn mensen begonnen aan de opnamen voor het muziekprogramma ‘Jazz in actie’, dat vanaf maandag 19 februari 1969 voor het eerst met aanwezigheid van publiek vanuit het Larense hotel zou worden geregistreerd voor uitzending. De  Amerikaanse gastsolisten waren al binnen toen met de technische opstelling werd begonnen. Zo was er de zanger Mark Murphy die rustig en vriendelijk achter grote donkere brillenglazen de situatie in ogenschouw nam.   De overlevering vertelt dat verder de aanwezigheid van de altsaxofonist Phil Woods opviel. Hij was nogal luidruchtig en wat aangeschoten. Volgens de Roo, die het ook opviel, was er niets mis mee want hij wist beslist dat Woods later als een God zou spelen. In 1969 nam Woods met het orkest van Chris Swansea trouwens het geweldige nummer ‘Guess What’ op, dat dagelijks zou langs komen nadat in 1971 op Radio Noordzee het programma ‘Driemaster’ werd opgestart.   Het was destijds trouwens niet zonder reden dat musici anderhalf uur voor de opname al aanwezig waren. De hele opzet van de toen nieuwe vorm van ‘jazz in actie’ was juist dat zij beter zouden spelen, een fijnere sfeer gingen voelen dan in de studio, doordat zij direct contact hadden met een klein publiek. Ze hadden daardoor de kans wat te praten en te drinken met het publiek om vervolgens relaxed te gaan spelen. Joop de Roo hoopte op deze manier nog hogere ogen te gooien met het programma, dan hij al had gedaan met de studioversie.   De bedoeling was, dat het programma altijd live werd opgenomen, de ene keer in het Amsterdamse Paradiso met experimentele musici, de andere keer in Laren, waar de meer traditionele moderne jazz aan bod zou komen. Laren werd trouwens het centrum van de jazzscene toen ook nog eens de TROS een aantal jaren later het programma Session live vanuit Nick Vollebregt’s Jazz Café ging brengen op de donderdagavond via Hilversum 3.   Even iets meer over de persoon Joop de Roo. Direct toen hij als chef van de afdeling lichte muziek in dienst trad bij de Nederlandse Radio Unie, in januari 1967, ging Jazz in actie van start. Het betrof dus studiowerk van Nederlandse groepen, soms met buitenlandse solisten, maar ook concertopnamen geregistreerd in de Rotterdamse Doelen, met onder meer de big bands van Don Ellis en Francy Boland. Er werd bij de radio meer aandacht aan jazz besteed. De liefhebbers kregen in de gaten, dat zij niet meer zo als luisteraar werden verwaarloosd.   Voor 1967 deden alleen de VARA en de VPRO geregeld jazz in hun programma's, de andere omroepen brachten praktisch geen jazz. De Roo kreeg van de programmaleiding van de NRU, later ondergebracht in de NOS, alle mogelijkheden want volgens hem waren ze geweldig vooruitstrevend om iets voor de minderheidsgroepen te doen op de radio.   Joop de Roo was in 1960 in het radiowerk gestapt en wel bij de NRU op de muziekafdeling van de programmadienst. Enige jaren later werd hij bij de VARA producer van lichte muziekprogramma’s en viel daar onder meer op door de goede selectie die hij toepaste bij de keuze van de platen bij de diverse programma's. De Roo ging voor alles uit van een bepaald niveau. Eens stelde hij: “Mensen die 's avonds laat luisteren, doen dat meestal zeer bewust, daar dien je de muziek op aan te passen. Je kunt het nooit iedereen naar de zin maken, ook al is de muziek van een bepaald niveau. Vaak moet je op je eigen keus afgaan, hoewel die niet de boventoon mag gaan voeren natuurlijk."   De Roo werkte na zijn dienstverband bij de VARA ook nog bij de AVRO en na zijn pensionering werkte hij als vrijwilliger bij het Conservatorium in Hilversum. In juli 2018 overleed hij op 88-jarige leeftijd.   Hans Knot, 1 december 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Radio Moskou in het Nederlands

Er zijn vele lezers boven pak weg de zestig jaar die in voorbijgegane decennia naast het beluisteren van de zeezenders zich ook wel hebben bezig gehouden met het zoeken naar verre signalen. Via een groot scala aan korte golfstations en met het gebruik van goede wereldontvangers en daarbij behorende antennes was het redelijk mogelijk, het zei met de nodige porties geduld, alle delen van de wereld op die manier je kamer binnen te halen.   Eén van die internationale korte golfstations was Radio Moskou, dat op haar hoogtepunt in liefst 60 talen haar uitzendingen liet programmeren. Wat betreft programma’s in de Nederlandse taal gebeurde dit zelfs heel lang, namelijk vanaf 1930 tot en met 1994. Radio Moskou werd vervolgens vervangen door The Voice of Russia en trad toe tot de Europese Radio Unie. Op 1 april 2014 kwam er een einde aan de uitzendingen vanuit Moskou via de korte golf.   Het was op maandag 16 november 1970 dat het eerste schakelprogramma tussen de NOS en Radio Moskou zou gaan plaats vinden, een serie die tot stand was gekomen in het kader van een eerder dat jaar gesloten cultureel verdrag tussen beide landen. Het programma, dat zich in het bijzonder richtte op Amsterdam, werd zowel in Nederland als Rusland gelijktijdig uitgezonden tussen 8 uur in de avond en half 10.   De presentatie van de uitzending, die onder meer muziek, informatie en een quiz bevatte, geschiedde zowel in het Russisch als in het Nederlands. Daarbij werd gebruik gemaakt van de diensten van tolken, welke ter beschikking waren gesteld door de Nederlandse afdeling van Radio Moskou en de Vereniging Nederland-USSR. De burgemeesters van beide steden spraken in de eerste uitzending een welkomstwoord. Het Nederlands gedeelte van het programma werd gepresenteerd door Jaap Brand. De productie, samenstelling en regie was in handen van Maarten Nederhorst en Kees van der Salm. De hoop werd uitgesproken dat mocht de eerste serie van uitwisselingsprogramma’s succesvol verlopen er meer van dergelijke programma’s zouden volgen.   In februari 1971 werd de uitwisseling van programma's tussen de NOS en Radio Moscow al na één uitzending stopgezet. De leiding van de NOS wilde meer weten over de positie van joden in de toenmalige Sovjet Unie. Het was de leiding van Radio Moskou die bekend maakte dat men na één uitzending voorlopig niet de uitwisseling kon voortzetten en dat men voor 1971 van meer programma's diende af te zien in verband met het overladen programmaschema. Uiteraard was de werkelijke reden dat men vanuit de Sovjet Unie met geen woord wilde ingaan op de vraagstelling die vanuit Hilversum was ontvangen.   Als regelmatige luisteraar naar allerlei korte-golfdiensten, die in verschillende spraken waren te beluisteren, werd door mij ook afgestemd op de programmering van Radio Moskou. Het was de bedoeling dat in het tweede uitwisselingsprogramma, dat als titel ‘tussen Leningrad en Rotterdam’ meekreeg, informatie zou worden verstrekt over de positie van de joden in de Sovjet-Unie. Een dergelijk verzoek was door de programmamakers in Hilversum bij de collega's in de Sovjet Unie ingediend maar viel bij de leiding van Radio Moskou dus niet in goede aarde. De opgegeven reden van een te volle programmering bleek achteraf vaker een gebruikelijke smoes te zijn om niet in te hoeven gaan op bepaalde wensen en vragen van westerse collega's. De leiding van Radio Moskou liet de collega's van de NOS dagen later alsnog weten dat er geen enkele aanleiding was om van de positie van de joden in de Sovjet-Unie een zaak te maken, omdat al vaker was gebleken dat de publieke opinie in Nederland slecht geïnformeerd was over de werkelijkheid in de Sovjet Unie. Verder ging men niet in op in hoeverre dit was gebleken.   Radio Moskou, op een bepaald moment beter bekend als Radio Moscow World Service, was het officiële internationale radiostation van de Unie van Socialistische Sovjet Republieken, zoals de Sovjet Unie officieel heette. Op het hoogtepunt van haar bestaan werden er door Radio Moskou programma's uitgezonden in meer dan 60 talen met behulp van sterke zenders opgesteld in de Sovjet- Unie, Oost-Europa en op Cuba. Alle programma's hadden te maken met een zogenaamde ‘Programmering directoraat’. Zie het als een vorm van censuur die pas in 1991 werd opgeheven.   De eerste uitzending in een vreemde taal was in het Duits op 29 oktober 1929, waarna programma's in het Engels en het Frans volgden. Radio Moscow startte met haar uitzendingen in 1922 met een zendstation in de regio Moskou, en een tweede kwam in de lucht vanuit een locatie in de omgeving van Leningrad in 1925. Radio Moskou kwam in 1939 ook met uitzendingen (op middengolf en korte-golf) in het Engels, Frans, Indonesisch, Duits, Italiaans en het Arabisch.   De redactie van Radio Moskou sprak al vroeg haar uitdrukkelijke bezorgdheid uit over de opkomst van de Duitse dictator Adolf Hitler tijdens de dertiger jaren van de vorige eeuw, en de Italiaanse dienst, uitzendend via de middengolf, werd enkele jaren later dermate gestoord door de Italiaanse dictator Benito Mussolini dat het doel van de programmering in het Italiaans werd gemist.   De Verenigde Staten werd voor het eerst het doelwit van Radio Moskou tijdens de vroege jaren vijftig van de vorige eeuw, gebruikmakend van zenders in de regio Moskou. Later werd West-Noord-Amerika het doelwit van de nieuw gebouwde Vladivostok en Magadan relay-stations. De eerste uitzendingen gericht op de landen in Afrika ging in de lucht aan het eind van de jaren vijftig van de vorige eeuw en wel in het Engels en het Frans.   In 1961 waren er via Radio Moskou voor het eerst programma's in drie Afrikaanse talen te beluisteren, te weten in het Amhaars, het Swahili en het Hausa. Na verloop van tijd, werden daar nog acht andere Afrikaanse talen aan toegevoegd. De begin jaren zestig werden ook gebruikt om centraal geredigeerde nieuwsbulletins het licht te laten zien, hetgeen in augustus 1963 voor de eerste keer het geval was en waarmee luisteraars over de gehele wereld konden worden bereikt daar ze in alle diensten werden gebracht.   In de jaren zeventig van de vorige eeuw werd een centraal team van commentatoren van Radio Moskou verenigd en verantwoordelijk voor het programma: ‘News and Views’. Deelnemers aan dit toch wel ambitieuze project waren Viktor Glazunov, Leonid Rassadin, Yuri Shalygin, Alexander Kushnir, Yuri Solton en Vladislav Chernukha. In de loop der jaren groeide het programma uit tot een belangrijke informatief- en analytisch onderdeel van de internationale service van Radio Moscow.   Als je blijk gaf dat je had geluisterd naar de programma's, via een ontvangstbericht of gewoon een brief, dan kreeg je geheid een redelijk dikke envelop terug uit Moskou. Er was een speciaal team bij het station werkzaam om de post van de luisteraars te beantwoorden en dus kregen luisteraars in Nederland, naast de internationale folders, ook een in het Nederlands geschreven persoonlijke brief terug. Speciaal op de oudere jeugd gericht was er een club waar je lid van kon worden en zelfs werd de luisteraar genodigd om achter het toenmalige IJzeren Gordijn een bezoek aan de hoofdstad van het machtige land te brengen.   Tegen het einde van de jaren zeventig werd de Engelstalige service van het station definitief omgedoopt in Radio Moscow World Service. Het project stond onder leiding van de al lange tijd bij Radio Moscow actieve journalist en manager Alexander Evstafiev. Later werd er een Service gericht op Noord-Amerika, een Afrikaanse service en zelfs een speciale service gericht op de UK en Ierland. Allen werden geprogrammeerd in de Engelse taal en waren een paar uur per dag te beluisteren. Dit naast de reguliere 24 uurs Engelstalige World Service, evenals diensten in andere talen.   Intussen was mijn interesse in de programma's van Radio Moscow in het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw tanende. Ik luisterde alleen nog, maar tevens zelden, naar de ‘Listeners Request Club', dat werd gepresenteerd door Vasily Strelnikov. Radio Moscow was trouwens niet het enige korte-golf station dat werd beluisterd en aangeschreven, daarover een andere keer meer.   Hans Knot, 24-11-2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Nederlands leren via Duitse radio

Ter voorbereiding van deze nostalgische terugblik waande ik mij weer even in de schoolbanken van de Cort van der Lindenschool in Groningen, waar ik mijn eerste schreden zette op weg naar het leren van de Duitse taal. Het was meneer Woudstra die mij vormde met deze taal om te gaan en vooral om de rijtjes er in te stampen en dezen nooit meer te vergeten. Dat ik ooit later met een Duitse lieve vrouw zou trouwen speelde helemaal niet mee maar kwam dus vele jaren later mooi uit. Ook kwamen in gedachten de advertenties voorbij die in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw in tijdschriften werden afgedrukt, waarin werd aangekondigd dat diverse talen, waaronder de Duitse, via lessen en gebruik van grammofoonplaten kon worden aangeleerd.   Maar hoe zat het met het leren van de Nederlandse taal aan de oostelijke kant van de Nederlandse grens in bijvoorbeeld 1970. Het zal menigeen verbazen dat de belangstelling voor onze taal verrassend groot was bij de West Duitse radioluisteraars. Ruim een jaar eerder begon de Westdeutsche Rundfunk (WDR) van de studio in Keulen een radiocursus Nederlands, waarvoor zich ruim 12.000 cursisten hadden aangemeld. Het was zo succesvol dat in november 1970 een vervolgcursus voor gevorderden werd aangekondigd, waarvoor binnen een week 2100 WDR-luisteraars zich hadden aangemeld.   Na het succes van de WDR kregen ook de inwoners van Noord Duitsland de kans zich te verdiepen in de Nederlandse taal want door het Keulse succes gestimuleerd nam de programmaleiding van Radio Bremen het besluit de begincursus van de WDR over te nemen en deze ook te gaan uitzenden. Het werd zelfs in de Nederlandse kranten aangekondigd waarbij de toenmalige programmaleider van Radio Bremen, W.A. Kreije, wist te melden dat de aanvragen voor de leerboekjes, die bij de cursus behoorden, afkomstig waren uit het gehele gebied dat Radio Bremen met haar programma’s bereikte. Dus bijvoorbeeld ook uit Sleewsijk-Holstein in het hoge noorden.   Hij wist ook te melden dat deelnemers afkomstig waren uit praktisch alle beroepsgroepen en bovendien een groot aantal leraren van schoolklassen zich had aangemeld om klassikaal deel te nemen. Trouwens was dit laatste ook het geval in het ontvangstgebied van de WDR. Vooral in de grensgebieden werd aan middelbare scholen van de lessen Nederlands geprofiteerd.   Het idee was destijds afkomstig van mevrouw dr. M. Nestel- Begiebing, die vond dat het voor de vakantiegangers, die Nederland in het vizier hadden, belangrijk was enige kennis van onze taal tot zich te nemen. Zij was destijds leider van de schoolradio van de WDR. Graag vertelde ze over allerlei reacties die er op de cursus waren binnengekomen. Zo bleek er een aardige brief binnen te zijn  gekomen van een Ober Studienrat uit Aken waaruit bleek dat de radiolessen zeer goed aansloten bij het onderwijs in Aken en omgeving. De interesse voor de Nederlandse taal was volgens de brief naar aanleiding van de radiocursus aanzienlijk gestegen.   Niet zo verrassend wellicht was het feit dat een aantal leerboekjes voor onderwijs aan douaniers werd geleverd. De populariteit van de begincursus leidde er toe dat de programmaleiding van de WDR in 1972 nog eens tot herhaling besloot, wat later ook zou geschieden met de vervolgcursus. Bij Radio Bremen werd tevens dat jaar de vervolgcursus in de radioprogrammering opgenomen.   De belangstelling voor radiocursussen Frans en Engels, door de WDR, destijds evenals de Nederlandse, vroeg in de avond en in hetzelfde programma uitgezonden, bleken aanzienlijk minder belangstelling te trekken van onze Oosterburen. Was het echt zo dat dit betekende dat de Franse taal beter lag bij de Duitsers dan de Nederlandse taal?   Dit laatste paste wel bij de opvatting van de voornaamste propagandist aan Nederlandse kant, de heer M. Mourik, van de Nederlandse ambassade in Bonn. Hij stelde in november 1970: “De positie van de Nederlandse taal in de Bondsrepubliek is hoogst bevredigend. Alleen in Noord Rheinland Westfalen word het Nederlands facultatief in scholen onderwezen. Waarbij in een tiental scholen de mogelijkheid tot het leren van de Nederlandse taal inderdaad bestaat."   Aan slechts twee West-Duitse Universiteiten was destijds een leerstoel Neerlandistiek en Nederlandse Cultuur (Munster en Keulen). Er was een twintigtal lectoraten, maar die hadden destijds minder te betekenen dan aan Nederlandse Universiteiten. Een Duitse lector was destijds bijvoorbeeld  niet bevoegd examens af te nemen. Veel waarde werd in 1971 gehecht aan het verkrijgen van een leerstoel aan de toen nieuwe Universiteit van het noordelijke Oldenburg in Neder-Saksen. De regeringen van Nederland en België hadden in principe besloten zich daar gezamenlijk voor in te zetten, hetgeen ook werd gerealiseerd.   Tegenwoordig is het voor onze oosterburen mogelijk zelfs via een blog en podcast onze taal deels kundig te worden. https://www.buurtaal.de/blog/buurtaal-podcast-pilotfolge   Hans Knot, 17-11-2018   Foto: Marga Nestel (Begiebing NDR Archief)

hans knot

hans knot

Hans Knot: Dienst Omroepbijdragen in actie in Arnhem

Omroepbijdragen verplicht, ik schreef er al eerder over een column en zie deze als een vervolg. Een grote actie, dat kun je zeker stellen van datgene in februari 1969 plaats vond. Een kwart miljoen gulden was het eerst genoemde bedrag en met de opgelegde navorderingen meegerekend zelfs meer dan 3 ton. Dat was het enorme bedrag dat een opsporingsactie naar zwartkijkers – en luisteraars in Arnhem gedurende drie weken door de Dienst Omroepbijdragen opleverde.   Bij de bekendmaking van dit bedrag werd er ook de verwachting uitgesproken dat er in totaal zeker officiële aangifte te verwachten was van rond de 4000 radio – en/of televisietoestellen die toen tot op dat moment niet geregistreerd waren. Aangiften gingen destijds nog via het loket van de postkantoren. Een halve eeuw later zijn de bijdragen al lang vervallen en zijn er ook bijna geen officiële postkantoren meer.   De genoemde 4000 verwachte aangiften was iets meer dan 10% van het aantal van 35.000 inwoners van Arnhem, die bezocht waren door de ambtenaren van voornoemde Dienst. Dat kwam trouwens overeen met de ervaringscijfers, die destijds aangaven dat in Nederland tussen de 10 en 15% van de huisgezinnen tot de categorie ‘niet nakomen van de wettelijke regeling’ behoorden. Daarbij behoorde ook een percentage dat hun toestellen wel aangaf maar domweg de regelmatige verplichting tot betaling niet nakwam.   Arnhem was de eerste grote gemeente in Nederland, waar door de toen kersverse Dienst Omroepbijdragen een grootscheepse opsporingsactie werd gevoerd. Daarvoor heette de organisatie de Dienst Luister- en Kijkgelden. Liefst vijfentwintig ambtenaren, ook uit andere districten, werden er voor de huis aan huis actie ingezet. Ook nieuw voor die tijd was dat ze beschikten over door een computer opgestelde lijsten waarop de zogenaamde wetkijkers stonden vermeld, dus zij die aan de wettelijke verplichtingen tot betaling voldeden. Op huisnummer liep met een straat af om aan te bellen bij diegene die stonden vermeld als niet betaler.   Toen de resultaten openbaar werden gemaakt kwam onder meer naar voren dat tijdens de actie 1090 nieuw aangiften waren gedaan bij de postloketten in Arnhem terwijl er normaal in een zelfde periode zo’n 150 aangiften plaatsvonden. Er was dus duidelijk sprake van het gegeven dat het zich rond sprak dat de ambtenaren aan de deur te verwachten waren.   Het aantal opgemaakte processen verbaal, zo werd naar buiten gebracht, bedroeg tot op dat moment 1100. Wel was men redelijk tegenover alle lieden die tijdens de actie snel naar het loket waren gegaan om te betalen. Ze werden niet alsnog beboet. De heer Wayenberg, directeur van de DOB vond het resultaat fantastisch maar stelde tevens dat hij er vanuit ging dat er altijd sprake zou blijven van mensen die hun wettelijke verplichting tot aangifte en betaling niet zouden nakomen.   Volgens Wayenberg was het onmogelijk alle wetsovertreders aan te pakken want dan had de DOB zeker 10.000 ambtenaren in dienst dienen te nemen om alle overtreders te overlopen en te beboeten. In werkelijk werkte men met 180 opsporingsambtenaren voor geheel Nederland. Eerder werd bekend gemaakt dat een tweede actie waarschijnlijk nog voor het eind van het jaar 1969 gepland zou worden voor Nijmegen. Die bekendmaking had succes want het aantal aangiften aan de loketten van de lokale postkantoren was in een week tijd na de aankondiging zesmaal verveelvoudigd.   Voordat het jaar 1969 begon en de bovengenoemde actie in Arnhem plaats vond, vormden het kijkgeld en het luistergeld twee afzonderlijke heffingen. Op 1 januari van dat jaar vond de invoering van de nieuwe wet op de Omroepbijdragen plaats en verving de wet op het Kijkgeld en de bepaling over het luistergeld dat was opgenomen in het zogenaamde ‘Tijdelijk Telegraaf- Telefoon- en Radiobesluit’.   De wijzigingen die deze wet brachten waren: Er kwam een gecombineerde heffing voor radio en televisie. Omroepbijdrage A was het tarief dat de bezitters van een televisietoestel dienden te betalen. Omroepbijdrage B was het tarief dat degenen die alleen een radiotoestel hadden dienden te betalen. Binnen één huishouden hoefde vanaf 1969  niet meer per toestel betaald te worden.   Hans Knot, 10 november 2018  

hans knot

hans knot

Hans Knot: Maatregelen tegen Veronica en geruchten over CIA-achtige activiteiten

In de maand december 1962 werd in tal van kranten bericht dat er toch maatregelen te verwachten waren van regeringszijde tegen de activiteiten van Radio Veronica. Het was ‘de Telegraaf’ die op 21 december het volgende bracht: ‘Wettelijke maatregelen tegen het doen van omroepuitzendingen buiten het nationale territoir zijn in voorbereiding. De minister voor Verkeer en Waterstaat pleegt overleg hierover met het ministerie van Justitie. Mede in verband hiermee is het bezwaarlijk thans mededelingen te doen betreffende de termijn, binnen welke zodanige maatregelen kunnen worden tegemoet gezien, alsook om de aard van deze maatregelen tegen ondermeer Radio Veronica, zo blijkt uit de memorie van antwoord op de begroting van Verkeer en Waterstaat.’   Op de laatste dag van 1962 werd er in een krant, die in Amsterdam werd uitgegeven maar waar helaas geen naam in het archief van Max Lewin werd vermeld, de vraag gesteld wat het jaar 1963 ging doen met het schip van Radio Veronica. Op grond van de recente uitlatingen destijds vanuit de Haagse regeringskringen was er bij de betreffende redactie de wetenschap dat de voorbereiding van de slag tegen de drijvende zender Veronica nog steeds aan de gang was. In de inleiding van het verhaal ging men over tot een vergelijking. ‘Door de geruchten, die er over de aard van de te treffen maatregelen gaan, lijkt het een en ander een beetje op de toestanden, die aan de in 1961 mislukte invasie onder Amerikaans patronaat van Castro’s Cuba voorafgingen. Door de vele details van deze jammerlijke verlopen vertoning, destijds in scene gezet door de Central Intelligence Agency en wel door de afdeling ‘dirty tricks’ – zoals de Amerikanen het zelf zeggen. In Washington, waren reeds vele, later waar gebleken, bijzonderheden bekend. Dit gebeurde nog voordat de eerste in Miami gestarte Cubaanse vrijheidsstrijders in Castro’s moerassen omsingeld raakten. Niet de CIA was de bron van deze voortijdige publicaties in de grote Amerikaanse pers; wel Fidel Castro zelf!’   De redactie van de krant vond een vergelijking met het bovenstaande van kracht op de zaak ‘Veronica’: ‘Zo is het ook met de oorlog tegen Veronica. Uit de met deze omroepspeeldoos verbonden kringen van radiotalent en reclame komen hardnekkige berichten over de strategie, die de regering tegen het exterritoriale vaartuig wil toepassen. Er zou, willen deze berichten, een verbod komen voor Nederlanders aan programma’s van Veronica, die op het vasteland worden geproduceerd en ingeblikt, op enigerlei mee te werken. Kan een dergelijke weg werkelijk bewandeld worden? Is er in dit opzicht iets van een wet te maken die klopt met constitutionele, burgerlijk rechterlijke en strafwettelijke bepalingen?’ Door alle jaren dat Radio Veronica als zeezender in de ether is geweest is er ook telkens in diverse publicaties gesuggereerd dat er spoedig maatregelen waren te verwachten, zo ook in het betreffende artikel van 31 december 1962: ‘De tijd zal het spoedig leren. Zeker is dat de ambassadeurs der Hilversumse zuilenbelangen in ons parlementaire leven niet zullen aflaten aan te dringen op een zo snel mogelijke terdoodveroordeling van Radio Veronica, middels wettelijke bevoegdheden.’   Ook ging men in op het gegeven dat op het Jaarcongres van het Genootschap voor Reclame bekend was geworden dat Radio Veronica in een jaar tijd een omzet van 12 miljoen gulden had gehad: ‘Of dit zakenleven oppositie zal voeren tegen een verdwijnen van de reclame-omroep lijkt, op grond van dit bedrag, niet geheel denkbeeldig. Er zijn heel veel mensen, die nooit naar Veronica luisteren omdat de programma’s vol van levensliederaars met een ‘beat’ vol muzikale teenagerromantiek (waaraan overigens ook de huisvrouwen zich gaarne overgeven omdat er zo’n prettige achtergrond bij het strijken uit resulteert) hun niets te zeggen hebben.’   Maar natuurlijk was het merendeel van het Nederlandse volk vol tegenstander van maatregelen door de regering in te voeren. Immers waren de argumenten, die waren aangedragen, niet van doorslaggevende aard om in te stemmen met de plannen van de regering. Het artikel ging verder met: ‘Men heeft geprobeerd ons volk tegen Veronica in te nemen met publicaties, die het onveilig worden van lucht- en scheepvaart, door het vrijmoedig innemen van een radiogolflengte voor Elvis Presley en Willeke Alberti midden uit zee, suggereerden. Daar is vervolgens niet zoveel meer over vernomen, omdat dit punt niet uit de verf kwam. Radio Veronica kwam in Mies Bouwmans langste televisiedag opdraven met de toezegging van een aanzienlijk bedrag en het RAI-gebouw te Amsterdam stortte haast in elkaar van de ovaties. De ‘AVRO’ zei trouwens ook niet ‘nee’ tegen deze bijdrage voor Het Dorp;  wat de geste van twee Nederlandse liefdadigheidsfondsen, die zelf wel ‘nee’ zeiden toen Veronica met aanbiedingen op het tapijt verscheen, in een ietwat vreemd daglicht stelde.’   Een eventuele behandeling van de zaak ‘Veronica’ in het Parlement kon dus een intense belangstelling tegemoet zien. Ook dient eraan te herinnerd worden dat het eigenlijk onmogelijk was in die tijd een onafhankelijk mening van de Parlementariërs te verwachten. Tot schade van de reputatie van het toenmalige Parlement werd er veel gesproken en geschreven over de invloeden die de monopolistische zuilenomroepen, daarin zouden kunnen laten gelden. Ook werd er in publicaties gesuggereerd dat Radio Veronica de zender zou kunnen gaan gebruiken voor het uitzenden van ongewenste, anti-regeringsprogramma’s. Men vervolgde met: ‘Democratieën om een voorbeeld te noemen, zijn kwetsbaar en vijanden van democratieën zijn zonder scrupules. Dit is wat het huidige Radio Veronica aangaat zuivere theorie, daar de heren Verweij, de eigenaars van de tot nu toe stormvast gebleken omroep, energieke en brave kooplieden zijn, die allerminst op piraten lijken.’   Er was trouwens meer dat speelde en het maakte de gehele situatie nog moeilijker, daar tegelijkertijd diende te worden gediscussieerd over de invoering van een eventueel derde Nederlands radioprogramma, en dat zich gegadigden, met de zuilenomroepen voorop, hadden aangemeld. Een groot deel van het luistervolk wist wel welke organisatie dit derde net diende te vullen: Radio Veronica. De beschouwing ging verder met: ‘Moet Veronica wijken, dan is het de moeilijke en delicate taak van Den Haag de vele vrienden van het schip, die straks trouwens weer naar de stembus gaan, duidelijk te maken, dat de noodzaak geen ‘groepsbaatzuchtige’ is doch in essentieel landsbelang wortelt. Men zal te maken krijgen met uitingen van openbare verontwaardiging, die veelal niet anders dan exploderende emoties zullen zijn, doch die Nederlandse opvattingen over democratie en politiek, waarover de gemiddelde Nederlander zich toch al dikwijls schamper placht te uiten, een niet onbedenkelijke knauw kunnen geven.’   Van een wettelijk ingrijpen kwam het zeker het daarop volgende jaar niet, laat staan van een massale uiting van emoties door het Nederlandse volk. Daar dienden we nog meer dan tien jaar op te wachten, toen – op 18 april 1973 – massaal een grote vertegenwoordiging van de  luisteraars van Veronica naar Den Haag trok om te protesteren tegen te nemen maatregelen door de Nederlandse regering.   Hans Knot, 3 november 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Piratenzender op Oostendes grondgebied?

Zie daar een vragende kop, destijds afgedrukt in rode letters in een Vlaamse krant, waarvan helaas de bron niet meer is te achterhalen, maar waarvan wel de datum bekend is, namelijk 3 april 1964. Tijd dus voor een nostalgische terugblik, waarbij ook het Vlaamse taalgebruik naar voren komt. Waarom, na bijna 55 jaren, uitgerekend dit artikel in het voetlicht zetten? Alleen al om het gegeven dat er zoveel foute informatie instond, wat destijds voor de lezers waarschijnlijk niet opviel maar de lezer van nu, met zijn opgedane kennis van de afgelopen decennia, een dikke glimlach op het gezicht brengt.
Aangenomen mag worden dat er in eerste instantie een landpiraat actief is geweest in de omgeving van dan wel in Brussel, want de journalist ‘Ed. L’ begon zijn artikel met ‘Enkele tijd geleden kwam heel onverwacht een nieuwe zendpost in het luchtruim, zij kondigde zich aan als Radio Pegarie. Op 27 maart werd aangekondigd dat de uitzendingen op de 200 meter band stop zouden worden gezet tot 18 april 1964.’ De journalist in kwestie koppelde daaraan de mening dat ‘de programmamakers waarschijnlijk met vakantie gingen, en vandaar uit kon men het logisch gevolg trekken dat het om een studentenzender ging’.
Een prachtig Vlaams woord voor opsporingsdienst vervolgde het artikel: ‘De opzoekingsdiensten uit Brussel zijn onmiddellijk in actie getreden maar wij menen te weten dat er nog niets gevonden werd en dat gewacht zal moeten worden op de herneming van de uitzendingen om de opzoekingen voort te zetten.’
‘Ed. L.’ had nog wel enige informatie, waarschijnlijk bij zendamateurs, ingewonnen want hij wist te melden dat deskundigen hadden geconcludeerd dat de zender ergens in de omgeving van het Leopoldpark, in het Brusselse, stond opgesteld. De journalist bleef proberen het station te beluisteren en kwam dan plotseling een ander station tegen op de 199 meter, dat hij nog nooit eerder had gehoord, Radio Caroline.
Begin april 1964 werd het hem duidelijk dat de ontvangst van het ene signaal niets te maken had met het eerdere ontvangen signaal van Radio Pegarie: ‘Het is thans uitgemaakt dat deze uitzendingen plaats hebben vanop een vaartuig, dat op 6 mijl ter hoogte van Felixstowe, aan de zuidkust van Engeland, voor anker ligt.’
Uiteraard ligt Felixstowe nog steeds aan de oostkust van Engeland, maar de journalist had al wel het nodige, rond dit nieuwe station vanaf zee vernomen: ‘Deze uitzendingen hebben protest uitgelokt vanwege de kust- en vuurtorenwacht, die nu nog slechts hun instructies kunnen vernemen tegen een doordringende muzikale achtergrond en dat is een gevaar voor de scheepvaart.’
Maar niet direct werd er gedacht aan de mogelijkheid dat het met Radio Caroline om een zeezender ging. ‘Vooraleer men Caroline definitief kon lokaliseren en gezien de kracht van deze zendpost, dacht men dat ze insgelijks gevestigd was op Oostends grondgebied of in zee, dichtbij de Vlaamse kust. Nu is het gebleken dat zulks niet het geval was. Het schip ligt buiten territoriale wateren en de overheid kan er niets tegen ondernemen. Momenteel wordt er slechts muziek uitgezonden wellicht in afwachting dat de publiciteitscontracten opdagen.’
Eerder had de MV Magda Maria, nadat de uitzendingen voor de Zweedse kust van Radio Nord waren stopgezet, zowel voor de Nederlandse kust als in de haven van Oostende gelegen, wat de journalist een vergelijking opriep: ‘In verband hiermede vraagt men zich af of ‘Caroline’ soms de verbouwde Magda Maria zou zijn die lange tijd gemeerd lag in de haven van Oostende en waarvan gezegd werd dat het vaartuig zou dienst doen als piraatzender buiten de territoriale wateren van België. Er werd in ieder geval onderhandeld met ‘would be’ kopers maar uiteindelijk verliet het schip de haven van Oostende en men hoorde er niet meer van spreken.’
Dat de betreffende journalist en zijn directe collega’s de daaraan voorafgaande dagen niet de internationale berichtgeving over het uitvaren van de MV Fredericia hadden gevolgd, laat staan het nieuws over de testuitzendingen en de officiële start van Radio Caroline, mag blijken uit de slotconclusie van het artikel: ‘Van Caroline wordt gezegd dat het een op eigen kracht bewegend vaartuig is met een motor van 300 PK, de zender werkt op 10 kW. Stemmen deze gegevens overeen met deze van de Magda Maria? Meteen zou dan bewezen worden, dat de reden die opgegeven werd toen dit vaartuig de haven van Oostende verliet, namelijk dat het naar Mexico zou vertrekken en er gesloopt zou worden, uit de lucht werden gegrepen. Wat er ook van zijn de luisteraars hebben thans een post temeer en hebben geen moeite Caroline op de 199-band op te vangen.’   Hans Knot, 27 oktober 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Herstart vanaf de MV Galaxy ging niet door

Op 15 augustus 1967 werd in Engeland de wet van kracht, die de geschiedenis is ingegaan als de Marine Offences Act. Die wet schiep voor Britten een officieel verbod om op wat voor manier dan ook mee te werken aan de programma's van de zeezenders. Het verbod gold ook het bevoorraden van de zendschepen en het adverteren op de zeezenders. Radio Caroline ging, met haar beide schepen, het gevecht tegen de wetgever aan en bleef doorgaan met haar uitzendingen tot 3 maart 1968. Op die dag liet een ontevreden onderneming — de firma Wijsmuller — die onder meer verantwoordelijk was voor het bevoorraden van de beide schepen, zowel als het leveren van het nautisch personeel, beide schepen van hun ankerpositie verslepen naar de haven van Amsterdam, waar ze werden opgelegd.   Even een van de vele opfrissers. Herinner je de bekende lange RNI-jingle "Radio is king of the media"? Een idee van Jason Wolfe, afkomstig van een promoplaatje uit de jaren zestig dat destijds werd uitgedeeld aan de deelnemers van het jaarlijkse congres van "The National Association of Broadcasters". Een van de RNI-jocks nam dit plaatje mee naar de MEBO II en daar moet Wolfe het hebben gevonden. Er bestaan lange en korte versies van de betreffende jingle. Van de langere versies werden weer verschillende korte gemaakt en delen van de jingles werden op hun beurt weer verwerkt in andere jingles.    In de periode na begin maart 1968, had de jeugd nog slechts drie stations waar ze echt met plezier naar kon luisteren, tenminste als het ging om goede popmuziek. Radio Veronica was er nog steeds vanaf haar zendschip, de MV Norderney, terwijl vanuit Luxemburg het gelijknamige radiostation haar publiek bleef verrassen met uitzendingen in het Nederlands, Duits, Frans en Engels. En dan was er natuurlijk nog Hilversum III, de voorganger van het huidige 3FM. Dat station was echter bij lange na nog niet horizontaal geprogrammeerd en zeker niet in staat om de belofte van de overheid waar te maken van een reële vervanging van de zeezenders, waar de hele dag lang programma's van een goed niveau te beluisteren waren.    Het einde van de Britse zeezenders had een duidelijke lacune achtergelaten. Dat was ook merkbaar, want vrijwel maandelijks vielen er in de kranten geruchten te lezen als zou er weer een nieuw project vanaf zee worden opgezet om de strijd tegen de nationale popstations van Nederland en Engeland — Hilversum III en BBC Radio One — aan te gaan. Slechts één van die geruchten zou later bewaarheid worden. Vanaf internationale wateren zou een nieuw en kleurrijk popstation zich laten horen. Maar voordat het zover was moesten de initiatiefnemers nog wel de nodige problemen overwinnen.   Een nieuw verfje voor de MV Galaxy. Van de zeezenders uit de jaren zestig was Wonderful Radio London een van de meest populaire radiostations. Het station had sinds december 1964 via de 266 meter uitgezonden en er bovendien voor gezorgd dat het zogenaamde Top-40-formaat in Europa werd geïntroduceerd. In augustus 1967 kwam er een einde aan de uitzendingen. De eigenaren besloten niet tegen de eerder genoemde Britse wet in te gaan en dus op maandag 14 augustus 1967 uit de ether te verdwijnen. Vrijwel direct na de close-down van het station werd het zendschip — de MV Galaxy, een voormalige mijnenveger (de MV Density) uit de Verenigde Staten — op 19 augustus 1967 naar de haven van Hamburg gevaren, waar het op 21 augustus arriveerde. Hier kreeg het schip een voorlopige ligplaats in de Elbe om later naar dok 20 te worden gesleept en te worden verkocht aan een Griek voor een bedrag van tienduizend Engelse Ponden, een bedrag dat omgerekend naar de toenmalige koersen neerkomt op zeker 45 duizend Euro. Niemand wist wat de eventuele toekomst van het schip zou worden, totdat in april 1968 de eerste geruchten naar buiten kwamen.   Door het DPA, het Deutsche Presse Agentur, werd een bericht verspreid dat ook in een aantal Nederlandse kranten verscheen. Onder de kop "Nieuwe piratenzender op komst" werd gemeld dat de MV Galaxy was aangekocht door een reclamebureau uit het Zwitserse Sankt-Gallen en als zendschip zou worden uitgerust om daarna in internationale wateren te worden verankerd op een positie tussen Helgoland en Scheveningen. De definitieve positie, aldus het bericht, zou pas worden bekend gemaakt na een periode van proefuitzendingen.   In de maand augustus 1968 kwam het volgende bericht en wel uit de mond van Klaus Quirini, de oprichter en voorzitter van de Deutsche Deejay Verbund, uit het Duitse Aken. Quirini werkte op dat moment als disk-jockey in Zürich. Op grond van een bericht in de ‘Neuen Züricher Zeitung’ was hij door de eigenaren van het betreffende reclamebureau, Gloria International geheten, aangezocht als deejay en programmaleider van het toekomstige station. Hij wist te melden dat het door Zwitsers gefinancierde project, dat overigens toen al het ‘Project Radio Nordsee’ werd genoemd, wellicht op 1 december 1968 van start zou gaan.   Na ruim twee maanden van stilte was het op 28 oktober van hetzelfde jaar het Algemeen Dagblad dat meldde dat spoedig het eerste Duitse zeezenderproject van start zou gaan onder de naam Radio Nordsee International en dat het toekomstige zendschip een positie zou krijgen tussen Helgoland en de Duitse kust: ‘Men zal 20 uur per etmaal programma's gaan verzorgen. De uitzendingen beginnen waarschijnlijk al op 1 december op de golflengte van 266 meter. Achter dit zo geheimzinnige project staat een in Liechtenstein gevestigde zakenman. Het zendschip zou de vroegere MV Mi Amigo zijn, die de activiteiten moest staken daar de piratenzenders verboden werden. Het schip wordt in een Nederlandse haven uitgerust en krijgt een bemanning van 28 personen. Het zendschip zal geregistreerd worden in Jamaica. Via een impresariaat in Aken zijn al zes deejays aangeworven. De Duitse regering zal weinig kunnen ondernemen, omdat de apparatuur uit Duitsland afkomstig is.’   Een duidelijk verward verhaal, waarbij de betreffende journalist wel iets had gehoord maar niet had gecheckt wat in werkelijkheid het zendschip was, dat men probeerde uit te rusten. In de Duitse kranten, waaronder de Frankfurter Rundschau en het tijdschrift Crash, stonden berichten over ‘Die Musikpiraten’. Intussen werd in de haven van Hamburg driftig de verfkwast gehanteerd, want toen ik in de maand december 1968 een kijkje nam in Hamburg bleek het schip prachtig in het wit geschilderd te zijn. Ook binnenin het schip was er het nodige aan verfwerk gedaan, maar aan de uitrusting van de studio's zelf, zo kon worden geconstateerd, was niets gedaan.   Wel werd in de Duitse pers inmiddels een nieuwe startdatum genoemd en wel die van 12 december 1968. Onderzoek wees uit dat achter het Zwitserse reclamebureau, dat in een artikel werd genoemd, de heren Norbert Gschwendt en Emile Lüthi zaten. Een dag later viel in een krant een interview te lezen was, waarin de beide heren vertelden dat al het werk aan studio's en zenders klaar was en dat de uitzendingen binnen een week konden beginnen. Diegene die, net als ik, in Dok 20 van de firma Finkenwerder, onderdeel van Howaldts Werke-Deutsche Werf AG, was geweest, had zelf kunnen constateren dat de beweringen van beide heren verre van juist waren.   Op 25 januari 1969 werd bekend dat Lüthi zich had teruggetrokken uit het zeezender-project omdat hij, gezien uitlatingen van Duitse regeringsfunctionarissen, geen uitweg meer zag voor een financieel gezond project. De regering van West-Duitsland overwoog namelijk een anti-zeezenderwet in te voeren naar het voorbeeld van de Britse Marine Offences Act. In een verklaring maakte Lüthi nog wel bekend dat er nog geen enkel contract met een potentiële adverteerder was getekend, daar iedereen eerst wilde afwachten of het project daadwerkelijk zou doorgaan en of er een goed signaal in de ether zou worden gebracht. De andere financier, Gschwendt, organiseerde direct na het vertrek van zijn partner, een dure champagneparty en huurde een aantal kleine vliegtuigjes om de vertegenwoordigers van de pers over ‘zijn zendschip’ in de haven van Hamburg te kunnen laten vliegen.   Inmiddels waren de plannen van de West-Duitse regering om maatregelen te nemen tegen eventuele zeezenders, die vanuit West-Duitsland zouden gaan opereren, knap serieus geworden. Op 2 juli 1969 werd de wet, die een jaar eerder al onder voorwaarden was geratificeerd, daadwerkelijk van kracht in het land, waardoor het onmogelijk werd vanaf Duits grondgebied activiteiten te ontwikkelen ten bate van een zeezender.   Maar op die bewuste tweede juli 1969 lag de MV Galaxy nog immer rustig afgemeerd in de haven van Hamburg. Het eventuele toekomstige project had in de diverse kranten en bladen ook al zoveel publiciteit gekregen dat de autoriteiten niets anders zouden kunnen doen dan elke poging om de MV Galaxy buiten nationale wateren te krijgen, te ondermijnen. Uitgebreid werd in de geschreven pers duidelijk gemaakt, dat mocht er een poging worden ondernomen. dit onmiddellijk zou leiden tot het verwijderen van alle studio- en zendapparatuur. Ook de tweede zakenman uit Sankt-Gallen, Gschwendt, vond het toen maar beter om met het project te stoppen.   Uiteindelijk zou op 28 september 1970 duidelijk worden dat de MV Galaxy op 2 december 1970 gerechtelijk zou worden verkocht namens diverse schuldeisers — een verkoop die uiteindelijk niets zou opleveren, waardoor het schip nog jaren in Hamburg en Kiel zou liggen afgemeerd om daar uiteindelijk deels te zinken. Eind jaren tachtig van de vorige eeuw werd het schip gelicht en gesloopt. Lüthi en Gschwendt hadden het dus opgegeven.   Maar, daarmee was het verhaal nog niet afgelopen. In de tijd dat de plannen met de MV Galaxy nog volop leefden, had het duo twee landgenoten ingehuurd die de technische faciliteiten aan boord van het schip voor het runnen van een radiostation zouden onderhouden en daarnaast een plan zouden opstellen voor eventuele vervanging van apparatuur. Met hen als hoofdrolspelers gaat deze geschiedenis verder.   Deze beide Zwitsers, Erwin Meister en Edwin Bollier, hadden, na het besluit van Gschwendt om ook te stoppen, al vrij snel het idee om zelf dan maar een soortgelijk project te beginnen. Het eerste benodigde geld kwam uit eigen bronnen via de bankrekening van MEBO Ltd, dat kantoor hield in Zürich. Deze onderneming was eigendom van beide heren en de naam is een samenstelling van de eerste twee letters van beider namen. Gezien het mislukken van het uitrusten van de MV Galaxy in Duitsland besloten ze, wanneer er een schip zou worden aangekocht, dit uit te rusten in een land dat geen wet tegen zeezenders had. Dat zou Nederland worden. Maar dat is iets voor een andere keer.   Hans Knot, 20 oktober 2018      

hans knot

hans knot

NPO Ombudsman:  De open keuken van de journalistiek

In de afgelopen weken verscheen bij enkele spraakmakende nieuws- en actualiteitenuitzendingen een opvallende verantwoording over de werkwijze van de journalisten. Mooi, want zeker bij gevoelige onderwerpen wil het publiek weten hoe een programma of item tot stand kwam.
De ombudsman is er voor klachten. Maar de ombudsman deelt ook een pluim uit als het goed gaat. Programma’s leggen vaker én uitgebreid uit hoe een aflevering gemaakt is, onlangs nog bij Brandpunt+. Het is een bredere trend die ook in de kranten zichtbaar is, met kaders, kolommen en zelfs hele ‘Hoe we het deden’-pagina’s. Opmerkelijk, en opmerkelijk goed. Want het publiek vraagt steeds vaker hoe een journalist zijn werk doet, wáár cijfers vandaan komen, hoe een opinie onderbouwd of welk beeld gekozen wordt. Zeker bij gevoelige onderwerpen – of ze nu politiek explosief zijn of emotioneel veel losmaken – willen lezer, kijker en luisteraar er bovenop zitten.
In de keuken
Waarom zo’n verantwoording, zoals bij de Brandpunt+-afleveringen over kinderporno en #MeToo, daar waar journalisten niet altijd even graag hun receptuur prijsgeven? “Het past bij onze aanpak,” zegt eindredacteur Henk van der Aa. “We moeten accepteren dat journalistiek een open keuken is. Wij hebben twijfels en zorgen als we een programma maken. Die afwegingen wilden we delen. We zeggen niet: dit is wat u moet weten. We zeggen: kijk maar, lees maar met ons mee.”
Wanneer je kunt meekijken in de journalistieke keuken voelt het koksmes soms als een hakbijl. “Als je vier maanden onderzoek doet, tientallen mensen spreekt en uren beeldmateriaal tijdens de montage moet terugsnijden tot 25 minuten, raak je altijd wat nuances en afwegingen kwijt,” zegt Van der Aa. “Beschrijf je die dan in een verantwoording, dan krijgen we misschien iets van het vertrouwen van het publiek in ons werk terug.”
Grenzen aan de transparantie
Toch zitten er zeker ook grenzen aan journalistieke transparantie. Het melden van persoonlijke gegevens of informatie die tot de identiteit van een vertrouwelijke bron kan leiden, is uiteraard taboe. Maar moet je onderzoeksmateriaal doorspelen aan opsporingsautoriteiten? Nee: je bent journalist, geen politieman, zo concludeerde Brandpunt+ bij het onderzoek naar de downloaders van kinderporno. Of moet je interviews integraal publiceren, zoals sommige klagers bij de ombudsman bepleiten als ze stellen dat ze in een uitzending ‘verknipt’ zijn? Laat het hele interview maar zien, dan blijkt wel dat ik het anders bedoelde / anders gezegd heb / helemaal niet gezegd heb, dat is dan nogal eens de redenering.
Dat kan inderdaad aanvullend inzicht geven, het publiek kan dan zelf een oordeel vellen. Zo zette Zembla dit voorjaar beelden online van de aanhouding van een verslaggever in een Utrechts ziekenhuis. Dit nadat het ziekenhuis een versie gaf van het gedrag van de verslaggever die niet strookte met wat de opnamen lieten zien.
De ombudsman is niet per definitie voorstander van het integraal publiceren van zogenoemd ‘ruw materiaal’. Weinig interviews zijn een samenhangend geheel dat zonder knippen spannend blijft en uitzendbaar is. Vaak zijn interviews veel langer dan dat er uitzendtijd beschikbaar is. En verslaggevers zorgen door zorgvuldig editen ook dat iemand die niet zo’n begenadigd spreker is tóch heel goed over de bühne komt.
Verklaar je keuzes
Sommige Amerikaanse vakbroeders moeten volgens hun ethische code expliciet stellen: “This interview was edited for brevity and clarity.” (Dit interview is bewerkt om redenen van bondigheid en helderheid.). De ombudsman vindt dat nogal overdreven. Het is belangrijker dat wordt uitgelegd wanneer, hoe en waarom bij het maken van een journalistiek verhaal gewogen en gekozen wordt. Want dat is journalistiek: voor het publiek vinden, verwerken, verslaan, toelichten en duiden van belangrijke, nieuwe informatie. Gooi je de informatie zonder ordening en uitleg over de schutting naar het publiek, dan ben je een doorgeefluik of stenograaf in plaats van een journalist.
Je hoeft niet iedere korte quote in een nieuwsuitzending uit te leggen, ook dat zou overdreven – en niet haalbaar – zijn. Maar wel de verhalen met voorzienbare impact en mogelijk grote gevolgen voor betrokkenen en samenleving, zoals een programma dat grensoverschrijdend of strafbaar gedrag openbaart. De eindredacteur van Brandpunt+ zegt meer te zien in het “transparanter [zijn] over de afspraken en afwegingen achter een uitzending” dan in het publiceren van ruw materiaal.
Geloof in transparantie
“We hebben als journalistiek in het verleden misschien niet altijd goed genoeg uitgelegd welke keuzes we maken,” zegt Van der Aa. “Dat willen we nu wel doen.” Publiek (én ombudsman) zijn er blij mee. Transparantie over de journalistieke werkwijze is volgens het publiek een belangrijke remedie tegen het verlies van vertrouwen in de media. En van de publieke omroep wordt vaak nog wat extra’s verwacht. “Wat u doet wordt van mijn belastingcenten gemaakt…” staat dan in de tweede of derde zin van een klacht bij de ombudsman. Onderzoek van het Amerikaanse Pew Research geeft aan dat in grote delen van Europa publieke omroepen substantieel meer vertrouwd worden dan commerciële nieuwsmedia Een groot goed dat je wilt en móet behouden.
Nederland scoort in dat onderzoek een redelijke 50%, maar dat is niet uitzonderlijk stevig. De publieke omroep is ‘van ons allemaal’, al voelt dat niet voor iedereen zo, blijkbaar. Als uitleg over het journalistieke maakproces en de onderliggende keuzes blijken te helpen, wat let je dan? Uitbouwen, die initiatieven die er al zijn: meer items op de pagina’s Journalistieke Verantwoording van de NOS, nog meer uitleg in de vrolijke dagelijkse ochtendrubriek ‘De kritiek van Jan Publiek’ in het NOS Radio 1 Journaal. Bedenk nieuwe vormen van verantwoording, kijk desnoods naar wat elders in de wereld een succes is, zoals The Daily podcast bij The New York Times. Journalisten van de publieke omroep, gooi de keukendeur open!

de redactie

de redactie

Hans Knot: De man die Man of Action introduceerde

Ik neem je mee naar Klaus Quirini, wiens naam zeker kan worden  geassocieerd met de tune van RNI, ‘Man Of Action’ van Les Reed and his Orchestra. Het was Ad Roland, die in 1969 betrokken was bij de voorbereidingen van RNI, die mij jaren geleden vertelde dat Meister en Bollier, de Zwitserse eigenaren van het radiostation, een exemplaar van The Man of Action hadden gekregen van Quirini met de mededeling die maar eens te beluisteren daar het een prachtige tune voor een radiostation zou zijn.   Toegegeven, de man had geen betere keuze kunnen maken. Maar wie was nu die Quirini? Wel, hij werd in 1941 in Duitsland geboren en liep, na zijn schoolopleiding, stage bij een tijdschriftenuitgeverij. Hij profileerde zich daarnaast als deejay en claimde zelfs dat hij de eerste vrij improviserende deejay was in Duitsland die in een club/dans-bar optrad en daarmee, nog voordat de naam discotheek algemeen ingang vond, de eerste ‘Discotheken-Disk-Jockey’ was. Dat was in 1959 — de man was toen dus negentien jaar oud — in de Scotch Club in Aken, die toen nog niet als een discotheek maar als een ‘Jockey-Tanz-Bar’ bekend stond.
Als scholier was hij in 1955 al hoofdredacteur van het scholierentijdschrift ‘Welt der Jugend’ en later werd hij uitgever van onder meer het boulevard-tijdschrift ‘Die Schnauze’. In 1963 stond Quirini, die later nog veel voor de muziekindustrie betekende, aan de wieg van de DDO, de organisatie van Duitse deejays (Deutsche Disk-Jockey Organisation). Vanuit die functie gaf hij weer bladen uit als ‘DDO Nachrichten’ en ‘Discotheken Rundschau’. In 1967 kwam er een LP uit op het Vogue label, waarop hij de nummers aaneen praatte. Volgens Quirini zelf was ook dit weer de eerste keer dat dit in de geschiedenis van de platenindustrie gebeurde.   In 1968 kwam hij in aanraking met Lüthi en Gschwendt doordat hij op dat moment voor een drietal maanden als deejay werkzaam was in de — alweer — eerste discotheek op Zwitserse bodem, de ‘Playground’ die gevestigd was in Zürich. Quirini's bezigheden haalden de plaatselijke krant en dat wekte de aandacht van Lüthi en Gschwendt. De beide heren benaderden Quirini en wisten hem bij hun zeezender-project te betrekken. Men probeerde de MV Galaxy opnieuw in internationale wateren te brengen met een radiostation gericht op de Duitse jeugd, waarover binnenkort meer in een andere nostalgische terugblik.   Derhalve staat dan ook op Quirini’s zijn persoonlijke staat van dienst vermeld: ‘1968: Programmaleider aan boord van het zendschip van Radio Nordsee International.’ Welnu, dat mag misschien op papier waar zijn geweest, maar in werkelijkheid echt niet: het schip was er toen gewoon nog niet, en toen het eenmaal in 1970 op zee lag, was Quirini al lang niet meer bij het project betrokken. Toen het project namelijk door Lüthi en Gschwendt werd stopgezet, betekende dat ook het einde van Quirini's betrokkenheid. De regels van Klaus Quirini.     Wat Quirini in ieder geval heeft opgesteld, zijn de voorwaarden voor de beoogde Duitse deejays aan boord van het zendschip de Galaxy. Het was de bedoeling dat de deejays, die zouden ondertekenen bij hun aanstelling met de belofte om zich er onvoorwaardelijk aan te houden. Ze luidden als volgt: Men dient zich te alle tijde aan het programmaoverzicht te houden. Te laat binnenkomen in de studio voor het presenteren van een programma en het niet opruimen van de studio na het programma kan leiden tot ontslag. Dubbelzinnige opmerkingen zijn tijdens de presentatie niet toegestaan. De uitzendingen dienen qua tekst altijd in aantekeningvorm voorbereid te worden, die op verzoek aan de programmaleider dient te worden voorgelegd. De voor de uitzending uit het archief gehaalde platen dienen na het programma weer op dezelfde plek worden teruggezet. De deejay mag geen eigen platen dan wel bandmateriaal gebruiken zonder toestemming van de programmaleider. In de dagverblijven en de hutten van het schip dient steeds op uiterste schoonheid te worden gelet. Gevonden voorwerpen aan boord van het schip dienen altijd ingeleverd te worden bij de dienstdoende kapitein. Eigen politieke opmerkingen dan wel opmerkingen over de in de reclame gebrachte producten zijn in spraakvorm, dan wel via teksten in de daaropvolgende plaat, verboden. Goederen op het schip aanwezig mogen niet zonder toestemming worden verplaatst en zeker niet van het schip mee aan land worden genomen. Al het bandmateriaal aan boord, dat is gekenmerkt met de sticker ‘Radio Nordsee’ is eigendom van de eigenaren van het zendschip. Op te houden persconferenties behoren de uitgenodigde deejays netjes gekleed te zijn, inclusief het dragen van een strik. Aan boord is het geoorloofd in sporthemd of trui te werken. Groeten aan de discotheek, waar je voorheen werkte, zijn op beperkte wijze mogelijk. Het noemen van namen van andere discotheken is alleen met toestemming van de programmaleider mogelijk. Alcoholgebruik is voor het begin van het programma verboden en nadien slechts in beperkte mate mogelijk. Dit om de orde aan boord te bewaren. De kapitein is de baas op het schip, voorzover het niet om programmatische inhoud gaat. Zijn wil is dus verder wet. In de verhouding tot de bemanning van het schip dient altijd de aanspreekvorm "U" te worden gebruikt. Slechts als het om popprogramma's gaat mogen de luisteraars met "lieve vrienden" en met "je" of "jullie" worden aangesproken. In alle andere gevallen is het "lieve luisteraar(s)" en "Dames en Heren". Iedere deejay moet voor zijn eerste vertrek aan boord een foto ter beschikking stellen aan de directie, eventueel voorzien van een handtekening. Dit voor de nodig te verzorgen publiciteit. Over de honorering mag niet gepraat worden omdat anders de vertrouwelijkheid in deze beschadigd wordt. Diegene die bij de aanstelling met opzet persoonlijke gegevens vervalst en wie de scheepsregels overtreedt, komt in aanmerking voor onmiddellijk ontslag.   Of dit reglement daadwerkelijk in deze opzet is ingevoerd is niet duidelijk geworden daar het lijstje slechts boven water is gekomen met daarboven de tekst: ‘Vorläufige Bordordnung für Disk-Jockeys bei Radio Nordsee.’ Wel bestaat er een opmerkelijke overeenkomst met de lijst van gedragsregels die elke nieuwe deejay in de periode tussen februari 1971 tot augustus 1974 naast zijn contract moest ondertekenen bij in dienst komen van RNI, dan wel Radio Noordzee.   Zoals gezegd kom ik nog terug op het mislukte project waarop bovenstaande regels geldig voor hadden kunnen zijn.   Hans Knot, 13 oktober 2018   Foto's archief Klaus Quirini.  

hans knot

hans knot

Martijn van Dam: ‘NPO blaast je filterbubbel op’

We doen het ontzettend goed als NPO. Onze tv- en radiozenders zijn onverminderd populair en mensen weten ons on demand-platform NPO Start en ons verdere online aanbod heel goed te vinden. Hierdoor kunnen we onze maatschappelijke functie goed vervullen. Die maatschappelijke functie was voor mij één van de belangrijkste redenen om vorig jaar bij NPO te gaan werken. We zorgen ervoor dat je alle informatie hebt om je een mening te kunnen vormen en we leveren een belangrijke bijdrage aan onze cultuur door mensen samen te laten genieten van de beste Nederlandse programma’s en series.
Steeds slimmere technologie
Het leuke en uitdagende vind ik dat we daarvoor in deze tijd steeds slimmere technologie moeten inzetten. Mensen raken eraan gewend om zelf te bepalen wat ze kijken en luisteren en ook wannéér ze dat doen. Daarom is er geen Uitzending Gemist meer, maar heet ons nieuwe platform NPO Start: de plek om zelf je eigen tv-avond te starten. Dat betekent ook iets voor hoe we onze publieke taak invullen. Bij ons gaat het er niet om zoveel mogelijk mensen zoveel mogelijk minuten te laten kijken; we willen vooral iets betekenen voor jou als kijker of luisteraar.
Ik heb het afgelopen jaar gebruikt om de omroepwereld van binnenuit te leren kennen en een visie te ontwikkelen op de toekomst. Ik ben daarbij zeer onder de indruk geraakt van de enorme betrokkenheid en professionaliteit van onze organisatie. Er worden bij NPO topprestaties neergezet op het gebied van technologie en distributie. Intern hebben we de afgelopen maanden onze technologie-afdeling vernieuwd om nog sneller en beter te kunnen voldoen aan de verwachtingen van ons publiek. En we werken hard aan een nieuw innovatiebeleid, zodat we binnen de publieke omroep gebruik maken van alle creativiteit en kennis om snel nieuwe technische mogelijkheden te kunnen benutten.
Persoonlijker
De belangrijkste beweging die we maken is om de publieke omroep steeds persoonlijker te maken. Je kunt al vrijuit grasduinen in ons grote aanbod: op NPO Start staan meer dan 100.000 programma’s. Maar we gaan je ook helpen om programma’s te vinden die bij je interesses aansluiten of om nieuwe dingen te ontdekken. Net als alle grote platforms gebruiken we daar data voor. Maar ik wil dat we daar als publieke omroep heel anders mee omgaan dan bijvoorbeeld Netflix en YouTube. Wij gaan daarom beginnen aan het ontwikkelen van publieke data-algoritmen, waarmee we je programma’s of items gaan aanbevelen. We willen je daarmee ook op NPO Start en online breed informeren, je verdieping aanbieden en het verhaal van alle kanten laten zien. Daarmee blazen we je filterbubbel op: bij ons wordt niet je blik vernauwd, wij helpen je juist om ‘m te verbreden!
Verrassen
Door data-algoritmen van de grote internationale platforms ervaren we steeds minder samen. Wij willen daar als NPO tegenwicht aan bieden. Met algoritmen die juist maatschappelijk nuttig zijn, die je helpen om je te verdiepen en je blik breed te houden. Wij willen wel personaliseren, maar juist zonder te individualiseren. We gaan beginnen door je te verrassen met programma’s die meer ‘publieke waarde’* hebben. Ook gaan we een algoritme ontwikkelen, dat je na het kijken van een programma de kans geeft om over het onderwerp in het programma meer te weten te komen. Stel dat je DWDD hebt gekeken over de hackactiviteiten van de Russische geheime dienst, dan bieden we je met één klik ook de reportage van Nieuwsuur over hetzelfde onderwerp aan. Maar ook een gesprek met een deskundige in Jinek, én een documentaire over het werk van geheime diensten. Ook onderzoeken we hoe we pluriformiteit in algoritmen kunnen vertalen, door verschillende opinies op belangrijke thema’s aan te bieden. Zo kun je altijd een brede kijk op het nieuws houden. We willen mensen buiten onze organisatie inschakelen om mee te denken en mee te kijken. Wetenschappers bijvoorbeeld, en andere publieke organisaties en bedrijven. En naast onze eigen omroepen denk ik ook aan andere publieke omroepen in Europa. Zo was ik laatst bij de VRT, waar heel enthousiast werd gereageerd op deze ideeën. We gaan nu kijken hoe we hierin kunnen samenwerken.
Kunstmatige intelligentie
En verder? Als ik vijf tot tien jaar vooruit kijk, zie ik dat kunstmatige intelligentie steeds belangrijker wordt. Alle apparaten gaan met je praten en gaan proberen je zo persoonlijk mogelijk te bedienen. Nu zijn het nog algoritmen die je programma’s aanbevelen, in de toekomst gaat de robot op je scherm of in je speaker de content voor je selecteren. Ik wil onderzoeken hoe publieke omroepen kunstmatige intelligentie op een maatschappelijk goede manier kunnen benutten, zonder de ethische dilemma’s daarbij uit het oog te verliezen. Dat is nu nog toekomstmuziek, maar dit soort ontwikkelingen gaan altijd harder dan je denkt en zullen een enorme impact gaan hebben op hoe we met media omgaan.
We willen vaart maken met al deze ambities, ook al is het lastig om er een tijdspad aan te hangen. Wij gaan bij NPO in ieder geval hard aan de slag om deze ideeën samen met alle omroepen te realiseren. En we blijven naar de toekomst kijken. We zijn van iedereen, we zijn ook jouw publieke omroep, dus we staan open voor ideeën, voor kritiek en voor goede suggesties voor de verbetering van onze diensten!   Martijn van Dam, 8 oktober 2018   Martijn van Dam is sinds september 2017 lid van de raad van bestuur van de Nederlandse Publieke Omroep. In deze bijdrage schetst hij een aantal belangrijke ontwikkelingen van NPO op het gebied van zijn portefeuille: technologie en innovatie.
Foto: Martijn van Dam (NPO / Sander Koning)

de redactie

de redactie

Hans Knot: NCRV Voorman over zeezenders en Hilversum 3

Andermaal zaterdag en dus een nostalgische terugblik en wel naar 1970. Het beluisteren van de radio was in 1970 aanleiding voor een onderzoek in Nederland. Vier radiostations werden betrokken, namelijk de toenmalige Hilversum 1,2,3 en Radio Veronica. De luisterdichtheid van voornoemde stations bleek omgekeerd evenredig te zijn met de opleiding en de leeftijd van de luisteraars. De luisterdichtheid werd destijds hoger naarmate de opleiding lager was en lager, naarmate de leeftijd hoger was. Zie daar een van de conclusies destijds in een rapport uitgegeven door de afdeling Studie en Onderzoek van de NOS.   Ook werd er door de onderzoekers geconstateerd dat 75% van het radiopubliek alleen lager onderwijs had genoten en dat verder 8% van het luisterpubliek van Hilversum 1 en 2 ook nog eens middelbaar onderwijs had genoten. De onderzoekers gaven aan dat het voor de omroepen misschien nuttig kon zijn te onderzoeken of het aanbod in programmering wel evenredig was aan het niveau van de gemiddelde luisteraar.   De voorkeur van het toen jeugdige publiek ging naar Radio Veronica. In de leeftijdsgroep van 15 tot 19 jaar besteedde men de luistertijd voor 57% aan Radio Veronica en voor 27% aan Hilversum 3. De 65-jarigen en ouderen besteedden evenwel 76% van hun luistertijd aan programma’s die werden uitgezonden door Hilversum 1 en 2. Het jonge publiek was sterk ondervertegenwoordigd op Hilversum 1 en 2 en oververtegenwoordigd op de muziekstations, vooral op Radio Veronica.   Het publiek voor Veronica bestond voor 61% uit luisteraars beneden de 35 jaar. Voor Hilversum 3 was dit 52%. De totale radiobeluistering was tussen 8 uur in de ochtend en 2 uur in de middag het grootst. Meestal werden luisterdichtheid gemeten van tussen de 25 en 30%. Na twee uur daalden deze percentages tussen 16 en 20%. Na de klok van 7 uur in de avond nam de luisterdichtheid van de radio – als invloed werd de televisie gezien – verder af naar een maximum van slechts 7%. Een uur later daalde men naar een luisterdichtheid van slechts 3 a 4 %. Een luisterdichtheid van 1% kwam destijds overeen met een aantal van 90.000 luisteraars.   De voor- en tegenstanders van de toenmalige zeezender Veronica lieten zich ook in 1970 weer horen. Meest opmerkelijk was de verklaring van de minister dr. M.Klompé, verantwoordelijk voor het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappij, kortweg CRM genoemd. In de Senaat meldde ze op 25 februari dat er overwogen diende te worden zo snel mogelijk maatregelen te nemen tegen de zeezenders Veronica en Radio Nordsee (een station dat op dat moment nog maar net in de ether was gekomen). Wel voegde ze aan de opmerking toe dat het nog niet een kabinet beslissing was.   In het ‘Algemeen Dagblad’ was de daarop volgende dag een bericht terug te vinden waarin ondermeer stond vermeld: ‘De socialistische senator (Eerste Kamerlid) Broeksz – tevens voorzitter van de VARA – herinnerde de bewindsvrouw er fijntjes aan dat deze kwestie enkele jaren geleden heeft geleid tot de val van het confessioneel kabinet Marijnen. De liberale leden van het kabinet, die door hun tegenstand tegen de plannen Radio Veronica uit de ether te doen verdwijnen destijds de bom legden die het kabinet Marijnen deed ontploffen, zonder dat de Kamer daar aan te pas kwam, hebben waarschijnlijk ook hun bedenkingen.’   Het bleek namelijk dat het toenmalige Kamerlid, Y van der Werff dat aan de ene kant het juist is dat de regering zich aan internationale afspraken zal dienen te houden maar dat ook goed in ogenschouw diende te worden genomen dat Radio Veronica in een behoefte voorzag van zowel de consument als adverteerder en dat Hilversum III er tot toen toe niet in was geslaagd.   Later in het jaar 1970, nadat er al veel publiciteit rond de uitzendingen van Radio Nordsee was geweest en de Britse regering stoorzenders had ingezet op de frequenties van het radiostation, kwamen er andermaal Kamervragen. En toen het nieuwe station de politiek ook nog eens had beïnvloed door de jongeren in Engeland – die voor het eerst als 18-jarigen mochten stemmen – te vragen vooral op de Conservatieve Partij te stemmen, kwamen er andermaal vragen in de Tweede Kamer.   Dit omdat, volgens een rapport aan de regering gezonden – door Radio Nordsee haar uitzendingen noodfrequenties van bevriende naties zouden worden gestoord. Dreigingen tot het sluiten van Radio Veronica, dat 10 jaar eerder met haar uitzendingen was begonnen, werden elk jaar weer uit de kast gehaald. Een bom onder het kabinet zou dus in 1970 niet geplaatst worden, een jaar later was het wel raak met een zogenaamde 'bomaanslag' op een van beide zendschepen.   Maar ook Hilversum 3, het jongerenstation uit die tijd binnen de publieke omroep, werd als het ware getorpedeerd door de voorzitter van de NCRV. In september 1970 vond, zoals destijds gebruikelijk per omroep, de presentatie plaats van het winterprogramma. Drs. Geerink Bakker meldde tijdens de bijeenkomst dat Hilversum 3 een doodgeboren kindje was die niemand ten grave durfde te dragen: ‘Ik ben nooit gelukkig geweest met het verschijnsel Hilversum 3. Het derde net is een bastaard, een onecht kind, dat niet ontstaan is uit een wettelijk huwelijk, maar verwekt werd tijdens een onderonsje tussen de minister en de programmaleiders. Hilversum 3 heeft een twijfelachtige politieke herkomst en is een instrument in de strijd tegen Radio Veronica. Het is niet uit zuivere voorwendsels opgezet. Het programma van de derde radionet staat niet voorgeschreven in de omroepwet, komt niet voor in de statuten van de NOS en ook niet uit de doelstellingen van de omroepverenigingen.’   Waarachtige krachtige woorden van de NCRV voorzitter, die nog lang niet was uitgesproken want hij ging destijds verder met: “Het belangrijkste van alles is dat je met kritiek, zoals ik die nu spui, de programmamakers een schot in de rug geeft. De programmamakers zijn ook maar mensen die er niets aan kunnen doen dat het met Hilversum zo scheef zit. Scheef in vier opzichten: Hilversum 3 zit scheef in het bestel, scheef ten opzichte van de concurrentie, scheef ten opzichte van de luisteraars en scheef ten opzichte van de programmamakers, welke laatsten tegen de bierkaai vechten. Binnenkort is het met het uitvoeren van de tweede zogenaamde fase in het Hilversum 3-plan, het eindpunt wel bereikt. Kun je mensen voor zoiets inzetten? Het is gewoon een conflict op ethisch vlak. Waarom legaliseert de regering Veronica niet? Een andere oplossing? Waarom wordt er geen Hilversum 4 gecreëerd, waarop de STER met haar hele reclamewinkel kan gaan zitten en een mooi programma maken?’   Ontwerp: Lex van Voorst   Het dient duidelijk te zijn dat de uitspraken ruim de kranten haalden, er andermaal over het onderwerp werd gesproken in de Tweede Kamer en binnen NCRV kringen het nodige commentaar op de uitspraken werd geuit. Geerink Bakker wist zich alle kritiek weg te wuiven met de woorden dat hij slechts een eigen mening had verkondigd en niet namens de NCRV had gesproken.   Recentelijk kwam bovenstaand onderwerp weer boven water toen ik een aantal fotokopieën kreeg toegestuurd van een oud collega, die in de tweede helft van de jaren zestig en begin jaren zeventig van de vorige eeuw ook werkzaam was bij het EGD. In december van het jaar 2007 was ik in een programma van Radio Noord te gast en sprak met Rob van Dam ondermeer over de huidige huisvesting van de studio’s van RTV Noord, die op het voormalige terrein van het EGD in Helpman zijn gehuisvest. Er werd toen ook een aantal herinneringen over mijn tijd bij het EGD opgehaald en later, na de uitzending werd mij een mailtje doorgestuurd. De mail was afkomstig van een vrouw die zich afvroeg of ik destijds op het archief werkzaam was geweest. Het bleek Marian Koper te zijn van de afdeling correspondentie. Sinds eind 2007 wisselen we, met bepaalde regelmaat, herinneringen uit. Eind oktober 2010 vond ze oude Opwekkers, die ze in een opslag had gevonden. Leuke herinneringen maar ook een totale verrassing zat erbij. Er zat namelijk een artikel van mijn pen bij, die ik me niet meer kon herinneren.   Tegen het einde van de jaren zestig van de vorige eeuw ging ik niet alleen voor het eerst bij een ziekenomroep werken en ook in beperkte vorm schrijven over het onderwerp ‘radio’ maar ik richtte ook de ‘UDK’ op. Deze afkorting stond voor Uitleen Discotheek Knot. Tegen een kleine vergoeding konden collega’s en vrienden een week lang een LP van me lenen. Van de opbrengsten kocht ik telkens nieuwe LP’s, waardoor de collectie voor mij en de ziekenomroep behoorlijk uitgebreid werd. Na een aantal maanden besloot ik, daar er al behoorlijk veel collega’s meegenoten, een gestencild blaadje uit te geven waarin allerlei nieuwtjes over de te lenen muziek. Maar zoals gesteld, bij de ontvangen fotokopieën zat dus een artikel door mij geschreven voor ‘de Opwekker’, waar ik totaal geen weet meer van had. Ik laat U elders binnenkort meegenieten bij de herpublicatie van ‘Wedergeboorte van de Blues’. Let wel geschreven in de stijl van 1970, want het verhaal is destijds in de zomer geschreven en dus vlak voor de dood van zowel Jimi Hendrix en Janis Joplin.   Hans Knot, 29 september 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Herinneringen aan Rob Olthof

In deze column wil ik stilstaan bij het feit dat vijf jaar geleden een zeer grote vriend, niet alleen op het gebied van radio, kwam te overlijden op veel te vroege leeftijd. Bij de afscheidsbijeenkomst hield ik de volgende toespraak: “Maandagmorgen 23 september 2013 om half 12 kwam er een einde aan een uitzonderlijke vriendschap die Rob Olthof en ik 48 jaar lang hebben gedeeld. De vriendschap is ontstaan dankzij het weekblad dat de jonge babyboomers van destijds, vanaf 1965 konden kopen in de sigarenwinkel en meer: ‘Hitweek’.   Het was een strijd als in de jaren zestig van de vorige eeuw gevoerd door de fans van The Beatles en die van de Rolling Stones. Je was voor of tegenstander en dan doel ik op het verschil tussen Radio London en Radio Caroline, de zeezenders die de babyboomers nog meer vrijheid gaven dan ze zelf al hadden genomen.   Een paar kritische opmerkingen van Rob en mij heen en weer in Hitweek werd gevolgd door telefoongesprekken tussen Amsterdam en Groningen, waarna mijn ouders op een bepaald moment vroegen: Olthof, Amsterdam, Willemsparkweg vlak bij de familie Zwaving? Ik beaamde dat en mijn vader zei meteen: “Oh Arie Olthof, die ken ik van de Kappersvakbond. Beiden ontmoetten elkaar eens per jaar tijdens de landelijke bestuursdag. Het begin van een lange vriendschap tussen Rob Olthof en mij, die vooral gebouwd werd op gezamenlijke interesses als radio, muziek, bier, trams en treintjes maar ook kleine handeltjes.   Rob zijn eerste handelsactiviteit, las ik terug in een editie van Hitweek van 1968, waarin hij foto’s van beide Carolineschepen, genomen in de haven van Amsterdam, te koop aanbood. Dit voor de prijs van 40 cent per stuk exclusief 25 cent porti. Te betalen via de Gemeente Giro in Amsterdam. Uiteraard zonder destijds de Belastingdienst te informeren. De eerste stenen, van wat later de Stichting Media Communicatie werd, waren gelegd.   In het begin waren het redelijk kleine steentjes, die werden gebakken naar de opbouw. Ik memoreer de beruchte Neil Diamond Poster die Rob adverteerde. Hij was naar het theater gegaan, waar Neil in Amsterdam optrad. Hij gaf een bezoeker 25 gulden inclusief zijn fototoestel en vroeg hem een foto van Neil Diamond te nemen. Na afloop van het concert nam Rob, inmiddels teruggekeerd bij het theater, zijn fototoestel weer in ontvangst en liet de foto op posterformaat uitprinten. In kleine annonces in muziekbladen en de Telegraaf werden ze te koop aangeboden, en neemt U maar van mij aan dat het warme broodjes waren die hij in die periode verkocht. Hoewel vele ontvangers van de Neil Diamond poster zich hebben afgevraagd wie er nu op die poster stond.   Vrij snel werd Rob ook oprichter, voorzitter, secretaris, en vooral ook penningmeester van de Olivia Newton John Fanclub. Ikzelf was inmiddels al enige tijd hoofdredacteur van Pirate Radio News. Vanaf 1972 kwamen we regelmatig bij elkaar over de vloer en werden allerlei dingen op het gebied van radio gezamenlijk georganiseerd. 18 april 1973 de grote demonstratie in Den Haag voor het behoud van Radio Veronica. In de ochtend, ver voor achten, stond ik aan de Willemsparkweg met een busje vol vrienden met als doel Den Haag. We waren in Amsterdam om posters, geproduceerd door Rob Olthof, met een afbeelding van het zendschip van Radio Veronica op het strand van Scheveningen, mee te nemen voor verkoop op het Malieveld in Den Haag.   Zeer teleurgesteld was Rob omdat hij niet mee mocht, want moeder Anneke, hoewel Rob haar altijd Kootje noemde, had het hem verboden want anders kon hij zijn nieuwe baan wel kwijt raken. Verzorgend als altijd was het ‘Kootje’ die hem voor de huisdeur de haren nog eens kamde en hem ras wegstuurde naar zijn werkgever, zodat hij niet te laat kwam.   4 mei 1973 Tweede Binnenhaven Scheveningen; meer dan 350 mensen uit negen landen. We hadden schepen gehuurd bij ondermeer de firma Vrolijk met als doel de muziekboten op de Noordzee met fans te bezoeken. Het feest ging niet door vanwege te slecht weer. Ik heb Rob nooit meer zo boos gezien als die betreffende dag. Een week later gingen we alsnog met 4 boten vol fans.   In 1978 richtte Rob, met een paar andere mensen, de Stichting Media Communicatie op, terwijl ik samen met weer anderen het Freewave Media Magazine oprichtte. Het was ook het jaar dat samen met de mensen van Music Radio Promotions ik de eerste Radiodag organiseerde in Noordwijkerhout. Reeds het volgende jaar gingen we deels, en niet veel later, geheel samen en werd tot op de dag van vandaag op deze manier de zeezenders en andere vormen van radio door geschiedschrijving en merchandise in stand gehouden.   Vanaf 1978 zijn er vervolgens ook jaarlijkse zeezenderdagen georganiseerd waarbij het westen van Nederland als locatie werd aangedaan en de laatste 15 jaar Amsterdam als centrale punt voor de, inmiddels meer dan 10 jaar geleden omgedoopte Radio Days werd gekozen. Bijeenkomsten die samen met onze gezamenlijke zeer goede vriend Martin van der Ven uit het Duitse Meppen tot stand kwamen. Jaarlijks waren er meer dan 350 mensen aanwezig om de verhalen door de medewerkers van de toenmalige zeezenders aan te horen, waarbij zowel de bezoekers als genodigde gasten vaak uit meer dan 10 landen afkomstig waren.   Ook dan was Rob in de zaal – zoals ook met de merchandising – vooral met geld bezig, immers alle activiteiten dienden te worden gefinancierd – wat hij al die jaren met volle inzet heeft gedaan. Niet voor niets werd hij door velen schertsend ‘de man met de geldtas’ genoemd.   Maar het was niet alleen radio dat ons samen hield. Poezen waren zowel in Huize Olthof als Huize Knot een belangrijk element waar telkens weer informatie over werd uitgewisseld. Rob zijn meest recente kat, Jeroentje, heeft inmiddels de warmte in Huize Knot tot zich genomen. Onze liefde voor Engeland leverde tientallen reizen naar tal van locaties op, waarbij vrienden, gemaakt door de radiohobby, werden bezocht, maar ook vele musea, kerken, restaurants, concerten en een grote variatie aan pubs in diverse plaatsen werden aangedaan. En reken er maar op dat met Rob Olthof op stap gaan de meest vreemde avonturen kon opleveren. Ik zal deze jaarlijkse reizen met Rob zeker gaan missen, evenals de ontelbare gesprekken over de telefoon en de wederzijdse bezoeken aan Amsterdam, later Amstelveen en Groningen. Zowel de PTT, KPN en andere telefoonmaatschappijen hebben aan ons veel geld verdiend en de huidige provider zal het zonder deze bron van inkomen moeilijker krijgen.   Rob, ik zal nooit de enorme lange en warme vriendschap, die we hebben gedeeld, vergeten. Je zult altijd in onze gedachten blijven. Rust in vrede en dank namens alle radiovrienden in binnen- en het buitenland voor je intense, nooit te stuiten, inzet om de herinneringen aan het verleden op radiogebied staande te houden.”   Aldus destijds mijn toespraak bij het afscheid van Rob Olthof. Tijdens een speciale ceremonie in Scheveningen in december 2014 werd Rob Olthof zijn as verspreid bij het havenhoofd bij de Eerste Scheveningse Binnenhaven in het bijzijn van vele vrienden van Rob. Het stormachtige weer had ons gehinderd de tocht op zee te maken om daar het as te verspreiden op de positie van de zendschepen van weleer.   Nog immer wordt de naam van Rob Olthof en de herinneringen aan hem veelvuldig in Huize Knot en daarbuiten genoemd. Ook anderen noemen de vele herinneringen die men aan hem heeft nog vaak in gesprekken. Baanbrekend werk op het gebied van radio betekende tevens dat in 2017 tijdens de RadioDay gehouden in Harlingen Rob Olthof postuum werd geëerd met een RadioDay Award, een onderscheiding die hij al jaren eerder had verdiend.   Hans Knot, 22 september 2018

hans knot

hans knot



×

Belangrijke informatie

Door gebruik te maken van deze site ga je akkoord met onze Gebruiksvoorwaarden, Privacybeleid, en We hebben cookies op je apparaat geplaatst om de werking van deze website te verbeteren. Je kunt je cookie-instellingen aanpassen. Anders nemen we aan dat je akkoord gaat.