Spring naar bijdragen

Klassement

Populaire bijdragen

Inhoud met de hoogste waardering op 03/22/20 in Blogartikelen tonen

  1. Het is even geleden dat ik een column schreef. Simpelweg omdat een combinatie van een lijf dat niet wil, het werken als zelfstandige en een huishouden niet te combineren was. Laat staan iets met radio doen. Maar goed, juist nu, in een virus-tijd ben ik weer zo opgeknapt dat ik me weer lekker kan ergeren. En ditmaal vooral aan QRadio. Even een korte uitleg: in Nederland zijn er landelijke en regionale radiofrequenties voor commerciële omroepen. En op dit moment worden in Brabant (Radio 10), in Limburg (QRadio) en nu ook in de Randstad (opnieuw QRadio, kavel B05) regionale kavels gebruikt voor het uitzenden van programma's die als enkel doel hebben het verstevigen van de marktpositie van de landelijke radiostations. En die ook als zodanig worden gepresenteerd. Sterker nog: Dave Minneboo van QRadio geeft in het persbericht over het winnen van kavel B05 volmondig toe betrokken te zijn bij QMusic Non-stop maximum hits. Het idee is dat hiermee de luistercijfers kunnen worden verhoogd uiteraard ten koste van andere radiostations. Die zijn daar dan ook niet blij mee. Denk daarbij aan RadioCorp (100% NL en SLAM!) en Sublime maar ook de Publieke Omroepen niet, landelijk en regionaal. Deze regionale frequenties waren nooit bedoeld voor landelijke inzet. Bovendien zijn bij de laatste veiling van kavel B05 dusdanige bedragen geboden dat er geen normaal regionaal station aan te pas komt. Heeft Agentschap Telecom hier juridisch iets gemist door de uitgifte van bijvoorbeeld kavel B05 toe te kennen aan QMusic Limburg? Handhaaft Agentschap Telecom eigenlijk wel in Brabant en Limburg? En wat vindt de ACM hier eigenlijk van? Ik ging in elk geval uit mijn panty. Want Talpa en QMusic maken er zo een markt van waar zij het alleen voor het zeggen hebben. En daar hebben ze meer dan één grens mee overschreden. 21 maart 2020, Paul Winnubst Voorzitter Vereniging Verkrijging Radiofrequenties VVR
    2 punten
  2. Minister Klompé was een van de eerste vrouwelijke ministers van Nederland en tevens een minister waar je tegenop keek. Een boegbeeld in de toenmalige regering. Ze was als Margaretha Albertina Maria Klompé in 1912 geboren en in de eind jaren vijftig en de begin jaren zestig van de vorige eeuw actief als minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. Na de toen lopende regeerperiode vroeg ze om niet andermaal benoemd te worden maar wenste ze, als lid van de KVP (Katholieke Volks Partij), zitting te gaan nemen in de Tweede Kamer. Na een aantal roerige jaren binnen de Nederlandse politiek werd in 1966 het kabinet Zijlstra, na de val van het kabinet Cals, actief. Andermaal kreeg Marga Klompé een ministeriële functie en wel die voor Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk. In die functie had ze onder meer te maken met de introductie van de reclame op radio en televisie binnen de publieke omroep, via de STER, de Stichting Ether Reclame. Je kunt je niet voorstellen, in de tijd van de ruime sociale media van heden ten dage, dat in de jaren zestig het amper voor kwam dat iemand zich wenste af te zetten tegen de besluitvorming van een individuele minister. Het was de tijd dat de kabinetten vooral bestonden uit in zwart uitgedoste staatslieden, waar een ieder tegenop keek. Grappen en grollen, zoals vrijwel dagelijks in de media en sociale media over de regeringsleden worden gemaakt, kwamen bijna niet voorbij. Televisie, zoals nu wordt gebracht, is ook totaal niet te vergelijken met het gebrachte in 1966. Uitzenduren waren beperkt, er was sprake maar van twee televisienetten en reclame werd in eerste instantie op zeer beperkte wijze de huiskamer binnen gebracht. Toch was bij lange na niet iedereen tevreden en binnen de gezinnen en vriendenkring werd wel gemopperd maar toch ook begrepen dat men eigenlijk niet om die reclame heen kon. Dit mede ter verkoming dat de kijk- en luisterbijdrage, die regelmatig diende te worden afgedragen op het postkantoor, niet tot huizenhoge prijzen zou stijgen. En toch waren er mensen die zich openlijk gingen afzetten tegen een minister. In dit geval was het de toen 44-jarige scheeps- elektricien L. de Jager die vond dat de komst van reclametelevisie een duidelijk geval was van huisvredebreuk. Gevolg was dat De Jager een klacht indiende tegen de verantwoordelijke personen die de reclameactiviteiten toegang hadden verschaft binnen de Nederlandse huisgezinnen. Volgens De Jager was dat destijds in de eerste plaats de toenmalige minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk, mej. dr. M.A.M. Klompé. Hij was namelijk van mening dat hij als radio- en televisiebezitter vooraf gekend had moeten worden in de beslissing reclame via zijn radio en zijn beeldbuis binnen de vier muren van zijn huis te brengen. Daarbij stelde hij duidelijk binnen zijn aanklacht dat het argument van het omdraaien van de knoppen, als men iets niets wenste te horen of te zien, in deze niet opging. Want, zo stelde De Jager, betekende het in- en uitschakelen van een televisietoestel (afstandsbedieningen waren er nog lang niet) dat deze handeling de slijtage van het betreffende toestel enorm zou bevorderen. En dus kon van niemand deze bij herhaling voorkomende actie worden geëist. Wel kwam hij met de gedachte dat er wel een andere oplossing kon zijn. Hij stelde voor dat de leiding van de STER die televisiebezitters, die van de vervuilende reclame verschoond dienden te worden, financieel in staat gesteld dienden te worden een apparaatje aan te schaffen en te installeren, dat het televisieapparaat automatisch zou uitschakelen als er weer een blok aan reclamespots in aantocht was en tevens weer zou aanschakelen bij een impuls, die direct na het reclameblok zou worden uitgezonden. De heer De Jager heeft inderdaad een aanklacht destijds ingediend om gerechtelijk een uitspraak af te dwingen die hem zou erkennen als bezitter van een radio- en televisietoestel. Volgens hem gaf zijn eigendomsverklaring hem het recht mee te bepalen wat hij al dan niet voorgeschoteld kreeg. Het bleek niet de eerste instantie die hij met zijn problemen met de komst van de reclame had ingeschakeld. Het bleek dat hij al in 1963 begonnen was met het benaderen van de leden van de regering en Tweede Kamerleden. Maar ook daar heeft hij nooit succes kunnen boeken. Voornoemde poging richting minister Klompé was destijds zijn laatste poging want hij vond bijna geen medestanders die de strijd tegen de reclame met hem wensten in te zetten. Inmiddels zijn we bijna 55 jaren verder en kunnen we reclamevrij televisie kijken en onze eigen ‘radio programma’s’ samen stellen zonder te worden beheerst door niet gewenste reclame. Hans Knot, 21 maart 2020 Afbeelding: Marga Klompé (foto Collectie Spaarnestad Photo / W.P. v.d. Hoef / Wikipedia)
    1 punt
Dit klassement is ingesteld op Amsterdam/GMT+02:00
×
×
  • Nieuwe aanmaken...

Belangrijke informatie

Door gebruik te maken van deze website ga je akkoord met Gebruiksvoorwaarden, Privacybeleid en Richtlijnen.