Jump to content

Search the Community

Showing results for tags 'hans knot'.



More search options

  • Search By Tags

    Type tags separated by commas.
  • Search By Author

Content Type


Forums

  • Radio stations
    • Netherlands
    • Belgium
    • United Kingdom
    • Other countries
    • Internet Radio
    • LPAM
    • Offshore Radio
    • Radio Veronica
    • Radio design
    • Radio Techniek
  • Other
    • MediaPages
    • Second-hand
    • Bar
    • Information for not registered users
  • Club 208's Discussies
  • Top 40's Discussies
  • Rob Stenders's Discussie
  • Rob Stenders's Gezocht
  • Rob Stenders's Overzicht
  • Top 2000's Discussies
  • KX Radio Archief's Projecten
  • KX Radio Archief's Gezocht
  • KX Radio Archief's Shows
  • Audio digitaliseren's Discussies
  • De erfgenamen's Discussies
  • Uitzoekopnames's Discussies
  • Curry & van Inkel's Discussies
  • 3FM archief's Discussies
  • Gerard Ekdom's Discussies
  • Evergreen Top 1000's Discussies
  • Edwin Evers's Evers staat op Radio 538
  • Edwin Evers's Evers Staat Op 3FM
  • XXL Bonanza's Discussies

Blogs

There are no results to display.

There are no results to display.

Categories

  • The Netherlands
    • 100% NL
    • Arrow Classic Rock
    • Arrow Jazz
    • AVRO
    • Classic FM
    • Groot Nieuws Radio
    • Hilversum 3
    • Hitnoteringen
    • Kink FM
    • KX Radio
    • NCRV
    • Noordzee FM
    • NOS
    • NPO Radio 2
    • NPO 3FM
    • NPO Radio 4
    • NPO Radio 5
    • NPO Radio 6
    • NPO FunX
    • NPO SterrenNL Radio
    • Qmusic (NL)
    • Radio 10
    • Radio 538
    • Radio Luxemburg
    • Radio Veronica
    • Sky Radio
    • SLAM!
    • Sublime FM
    • Transatlantic Radio
    • VARA
    • VOO
    • Yorin FM
  • Nederland Regionaal
    • Fresh FM
    • L1 Radio
    • NH Radio
    • Omroep Brabant
    • Omroep Gelderland
    • Omroep West
    • Omroep Zeeland
    • Radio Decibel
    • Radio Drenthe
    • Radio M Utrecht
    • Radio Noord
    • RADIONL
    • Simone FM
    • Wild FM Hits
  • Nederland Lokaal
    • Den Haag FM
    • Foute Muziek Radio
    • Lokaal 7
    • Lokale Omroep Echt Susteren
    • Omroep Baarle
    • Omroep Tilburg
    • Radio Hengelo
    • Twente FM
    • Twickelstad FM
    • Radio T-Pot
  • Belgium
    • Jouwradio
    • 4FM
    • Antwerpen FM
    • BRT
    • Donna
    • Joe
    • MNM
    • Nostalgie
    • Qmusic (B)
    • Radio 1
    • Radio 2
    • Radio Mango
    • Radio Minerva
    • Studio Brussel
    • Topradio
  • United Kingdom and Ireland
    • BBC Radio 2
    • Capital Radio
    • Radio Luxembourg
    • Smooth Radio
    • Classic Hits 4FM
  • Internetradio
    • 192 Radio
    • BigB21.nl
    • Dance Radio
    • Iceradio
    • Pinguin Radio
    • Radio Extra Gold
    • Surf Radio
    • Traffic Radio
  • Offshore-Radio
  • Kranten en tijdschriften
  • Hittips
  • Other

Find results in...

Find results that contain...


Date Created

  • Start

    End


Last Updated

  • Start

    End


Filter by number of...

Joined

  • Start

    End


Group


Website


Facebook


Twitter


Skype


Location


Interests

Found 166 results

  1. Nostalgisch terugblikken is vaak op het gebied van radio, amusement en soms ook op het gebied van de televisie. Als we heden ten dage het grote televisiescherm aanzetten en de afstandsbediening pakken dan is er een enorm scala aan aanbod waarbij het voor velen verslavend kan zijn. In mijn geval is het tegenovergestelde het geval want verder dan eenmaal per dag het Journaal en eenmaal per week een sportprogramma, om mijn eigen favoriete voetbalploeg te kunnen zien, kom ik niet. Nee dan was het in 1959 wel heel anders. Een televisie was een klein met hout omsloten beeldscherm waarbij je het vaak rollende beeld met regelmaat met een knopje, dat zich aan de achterkant van het toestel bevond, diende bij te stellen. Het aanbod aan programma’s was gering wat ook voor het aantal uitzenduren gold. Probeer het maar eens uit te leggen aan de jeugdigen van nu. Die hebben vooral aandacht voor alles wat hun private telefoonschermpje brengt; een geval van superbe overdaad. Zin in nog meer gegevens hoe het in 1959, let wel zestig jaar geleden, in televisieland was? De NTS, Nederlandse Televisie Stichting, was eindverantwoordelijke voor wat er op de Nederlandse televisie werd gebracht en dat via slechts één televisienet. In een jaarverslag werd het wel duidelijk dat men binnen de NTS tevreden was over de snelle ontwikkeling van het medium. Het aantal televisietoestellen dat in 1959 was aangeschaft was ruim 200.000, waarmee er op dat moment in Nederland 584.760 gezinnen een toestel hadden. Er was totaal geen sprake van meer dan één toestel in een gezin. Het was een kwestie van een televisietoestel op een tafeltje of kast in de hoek van de kamer, gordijnen dicht en een klein lampje aan en kijken maar naar de zwart wit beelden die de huiskamer binnen kwamen. Waarschuwingen dat die manier van kijken slecht voor de ogen waren werden in de wind geslagen. Het verzorgen van de televisieprogramma’s, met inbegrip van personeelskosten van de NTS en de omroepen, de investeringen aan apparatuur en uitzendkosten lagen dat jaar rond de 15 miljoen gulden. Per week was het mogelijk in Nederland gemiddeld 18 uur naar de televisie te kijken, meer programma-uren waren er gewoon niet. Een rekensommetje leverde het gegeven dat een gemiddeld programma-uur rond de 16.000 gulden kostte. Uiteraard was het ene programma veel goedkoper dan de andere. In het jaar 1959 breidde het personeel van de NTS uit van 240 naar 313 personen. Van de totale zendtijd werd 42,5% door de NTS verzorgd, de omroepverenigingen brachten tezamen 55,5% en de kerkgenootschappen brachten 1,5% aan programma’s. Trouwens werd er in dat jaar ook goed gebruik gemaakt van de mogelijke Eurovisie-uitwisselingen. 22% van de NTS zendtijd behoorde tot de categorie van Eurovisie uitwisselingen. De directie van de NTS zag ook al in de toekomst want men kondigde aan er naar te streven in 1963 een aanbod van 30 programma-uren per week te kunnen brengen. Ook wilde men op korte termijn bouwplannen maken voor een modern studiocomplex in Hilversum zodat de noodvoorzieningen in Bussum konden worden verlaten. Inmiddels was al een oud fabrieksgebouw in Hilversum als eerste omroepgebouw in gebruik genomen. Speciaal voor decorbouw en rekwisietenopslag was het heringericht en stonden er onder meer 14 grote houtbewerkingsmachines. En toch stond de radio aan in vele gezinnen op Oudejaarsavond en werd de programmering van die avond via Hilversum 1 en Hilversum 2 beluisterd dat werd aangeleverd door de AVRO, KRO, NCRV en de VARA. En omdat het Oudejaarsavond was en Nieuwjaarsnacht volgde werd er zelfs tot 2 uur in de nacht uitgezonden, iets wat uniek was voor die tijd. Maar ik kan mijzelf niet herinneren of ik, tien jaar destijds, de betreffende jaarwisseling bewust heb meegemaakt. Hans Knot, 1 juni 2019
  2. Begin jaren tachtig was het format ‘Disco Radio’ tanende en was dit format een complete metamorfose aan het ondergaan in de hoofdstad van de disco, New York. WKTU-FM, het meest vooraanstaande station op discogebied in 1979, gebruikte nog slechts zelden de slogan ‘Disco 92’. En daar bleef het niet bij want vrijwel alle deejays van het station waren vervangen en van het oude team bleven er nog slechts twee over. Een ander station destijds was WBLS-FM, dat als slogan vaak en nog eens vaak ‘Disco and more’ gebruikte. Maar in 1980 was men daar ook afgestapt van het discoformat en draaide men de programma’s met de slogan ‘The Sound of the 80's’ met onder meer aandacht voor de nostalgie uit de jaren vijftig en begin jaren zestig. Denk bijvoorbeeld aan The Inkspots, Dinah Washington, Bing Crosby, Peggy Lee, Harry Belafonte, Louis Amstrong en meer. Frankie Crocker, de programmaleider van WBLS, verklaarde dat het station minder en minder disco wenste te gaan draaien en meer aandacht wilde besteden aan die muzieksoort die de laatste jaren in de verdrukking was gekomen. Hij noemde het format ‘Urban Contemporary’ en maakte van het station een groot succes. Zijn radioloopbaan zou tot 1985 doorgaan waarna hij de overstap maakte naar de televisie en ging werken als veejay bij VH-1, onderdeel van MTV in de VS. In 1980 werd een nieuw syndicate programma aangekondigd dat de naam ‘Clear Creek the music festival’ meekreeg en daadwerkelijk kon er gesproken worden van een festival gevuld met country muziek. Het bleek een 24 uur non stop programma te zijn, dat door TM Productions in Dallas was ontwikkeld. Vijftig van de toenmalige grootste sterren waaronder Dolly Parton, Willy Nelson, Larry Gattin, Crystal Gale en vele anderen passeerden de revue in een 24 uur durend nonstop programma. Deze shows waren voor alle stations in de States te koop. Ron Nickel en Jack Allex stelden het programma samen. Heden ten dage is de naam van de show veel voorkomend bij de organisatie van allerlei openlucht muziekfestivals. Dan was er begin 1980 Weedeek Marketing Corp., een nieuwe syndicator die opereerde vanuit Los Angeles. Twee programma’s, te weten ‘Inside Rock’ en ‘Country Report’ werden op de radiomarkt gebracht. Het waren allemaal interviews met artiesten van maximaal 3 minuten aan lengte, die door de programma's van rock en country stations konden worden gedraaid. Een persbericht van de onderneming meldde dat meer als 100 stations in de Verenigde Staten zich reeds hadden aangesloten op de service van Weedeek. Charlie Tuna sprak trouwens de verbindende teksten in. Zoek voor de aardigheid eens via google naar Weedeek Marketing Corp. en je zult verbaasd zijn dat er van de onderneming zelf bijna niets is te vinden maar dat er aardig wat pagina’s van oude afleveringen van Freewave tevoorschijn komen. Natuurlijk waren er de nodige symposia en seminariums als het ging om de radiobeleving. ‘Answer for the 80’s’ werd bijvoorbeeld in 1980 het centrale hoofdonderwerp van het jaarlijkse Country Seminarium, wat dat jaar voor de elfde keer in successie werd gehouden. Het vond plaats op 14 en 15 maart in Nashville, uiteraard de meeste geschikte plaats voor een dergelijk gebeuren. Ook werden de problemen voor de country stations behandeld, onder voorzitterschap van Don Boyles, destijds deejay op WSUN in St. Petersburg. Verdere onderwerpen die van belang waren tijdens het tweedaagse samenzijn: Hoe uit te vinden wat de wensen van de luisteraar zijn; hoe de marktwaarde van het station zoal te kunnen onderzoeken; hoe te handelen bij economische en sociale veranderingen en hoe je staande te houden als station in je regio. KTIB-AM in Thibodaux had in januari 1980 een algemene ban uitgesproken tegen alle platen die door CBS in Amerika werden uitgebracht. Dit betrof ook de platen van andere labels die door CBS werden gedistribueerd. Reden was dat men niet voorkwam op de verzendlijsten voor nieuwe platen van CBS. Jimmy Cole, destijds programmaleider van KTIB, liet zich zelfs niet omkopen toen een plugger met 300 EPIC elpees langs kwam. Volgens Cole schoof CBS het voorval op een computerfout en had men al zes maanden belooft het probleempje op te lossen. En dan nog kwam er eind 1979 een programma van producer en deejay Peter Bochan op de radiomarkt. Hij had speciaal voor AOR geprogrammeerde stations destijds twee nieuwe series ontwikkeld. ‘Short cuts to the 80'5’ en ‘Short cuts through the 70'5’. De twee programma's bestonden uit montages van interviews en muziek gemixt met zaken over dagelijkse gebeurtenissen en politiek over 1979 en de 70’er jaren. Het eerste programma duurde een uur en het tweede twee uur. Het is door vele Amerikaanse stations tijdens de jaarwisseling 1979/1980 uitgezonden. Peter Bouchan werd bekend door de wereldberoemde Buddy Holly Story, die in 1979 door de TROS werd uitgezonden in het programma ‘Poster’. wordt vervolgd. Hans Knot, 18 mei 2019
  3. In de historische column neem ik je in de maand mei telkens mee naar de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. In de eind jaren zeventig en begin jaren tachtig van de vorige eeuw was mijn interesse in de Amerikaanse en Canadese radio zeer groot te noemen. Ik had een redelijk aantal personen in die landen waarmee ik programma’s uitwisselde en bovendien was het Meindert Dikboom die mij met regelmaat zijn Bilboard Magazines uitleende om op de hoogte te blijven van allerlei ontwikkelingen, vooral op het gebied van allerlei interessante syndicate firma’s. Uitwisselen van programma’s ging natuurlijk niet met die snelheid als heden ten dage via internet mogelijk is. Het duurde allemaal langer maar maakte het wel spannender om af te wachten wat er over een aantal weken weer op de mat zou liggen aan verrassende radioprogramma’s met een grote variatie aan formats. In de eerste twee nummers van Freewave Media Magazine van 1980 bracht ik een aantal onderwerpen om de lezers ook te informeren over mijn liefde voor de Amerikaanse radio, wat ook weer, na een tijdje, resulteerde in een aantal Nederlanders en Vlamingen dat de interesse ook met mij ging delen. Zo was er in die tijd ‘The Electric Weenie’, een onderneming van Tom Adams sr., die grappen en grollen over de gehele wereld leverde, vaak in de vorm van zogenaamde one-liners. Luisterend in die tijd naar de programma’s van Hilversum 3 op ‘TROS Donderdag’ hoorde je Klaas Vaak (Tom Mulder) regelmatig grappig uit de hoek komen. Iedereen dacht dan, dat de favoriete TROS-deejay enorm veel fantasie had op dit gebied, maar met die conclusie zat men er goed naast. Tijdens een eerdere periode, in de jaren zestig, dat hij naar zijn werk bij Radio Veronica ging, zette hij wel eens de auto aan de kant van de weg om weer eens een mop op te schrijven, die hij van Tony Blackburn in het ochtendprogramma hoorde op BBC Radio One. Een week later was de grap, maar dan in het Nederlands, vervolgens op Radio Veronica te beluisteren in het ochtendprogramma van Klaas Vaak. Maar het merendeel van de grappen in de latere TROS-periode, werden aan Tom Mulder toegeleverd door een andere Tom en wel Tom Adams, schrijver en uitgever van de ‘Electric Weenie’, destijds wonende op Hawaï. Iedere maand bracht Tom Adams een zogenaamde ‘joke sheet’ uit, die hij per post toestuurde aan meer dan 1000 deejays verdeeld over de gehele wereld. Met zijn grappen en grollen heeft Tom Adams er destijds toe bijgedragen dat deejays als Gary Owens en Ian McRea onderscheiden werden als ‘beste deejay van het jaar’ in respectievelijk Amerika en Australië. Zelf was Tom Adams in 1980 ook deejay bij het station WAKU in Honolulu. De sheets van ‘The Electric Weenie’ werden speciaal geschreven voor 'personality' deejays, die juist de grappen nodig hadden om populair te blijven en voor die deejays die zo snel mogelijk aan de top wensten te komen. Sinds 1970 gaf Tom Adams al zijn ‘Electric Weenie’ uit en de zeven deejays die hij als eersten mocht inschrijven als lid-abonnee, waren in 1980 nog steeds afnemer van zijn grappen en grollen. Er kon destijds gesproken worden van een duidelijk succes. Trouwens naast deze Electric Weenie Service waren er nog vele anderen in Amerika. Tom Adams was trouwens niet alleen bekend om zijn Electric Weenie want hij werd zowel in 1972 als 1973 uitgeroepen door Billboard Magazine tot ‘Radio Personality of the Year’ als voornaamste persoon op het gebied van Oldies Radio. Ook publiceerde hij een aantal jaren een column genaamd ‘My favorite jokes’ in ‘The Parade Magazine’. De reeds jaren geleden overleden Tom Adams zijn werk wordt in ere gehouden door Tom Edwards jr. die sinds 2013 de digitale versie van the Electric Weenie uitbrengt. Voor meer info ga naar: http://www.thedigitalweenie.com/tomadams Trouwens terugkijkend op de vele uitwisselingen in de voornoemde periode, die liep van 1974 tot en met 1994, werden er vele honderden uren aan radioprogramma’s met radiovrienden in Amerika en Canada uitgewisseld. Eén van deze personen was Ron C. Jones uit Canada. Ik stuurde hem telkens 4 cassettes van elk 1,5 uur aan zeezender opnames en hij leverde veel vooral Canadese radio en bracht mij ook in de wereld van Dr. Demento, de man die de meest gekke muziek in zijn programma’s, die via een syndicator werden verspreid, bracht. Tussen de ene zending en de andere zat vaak zes weken ruimte. Op een bepaald moment in 1991, nadat ik al tijden niets meer had gehoord van Ron C. Jones en mij zorgen begon te maken over zijn eventuele bestaan, kwam alsnog een pakket uit Willowdale in de staat Ontario. Niet alleen zaten er nieuwe cassettes in maar ook een verklarende brief waaruit bleek dat het vliegtuig, waarmee de cassettes uit Canada, via de VS, waren gevlogen, was neergestort. Uiteindelijk had de luchtvaartmaatschappij van de autoriteiten nog de deels geredde materialen teruggekregen en was de uit Canada verstuurde brief alsnog gered. Wordt vervolgd. Hans Knot, 4 mei 2019
  4. Het kan soms gebeuren dat allerlei zaken samen komen zoals tijdens de Paasdagen toen er heel mooi weer was om volop buiten te genieten van de natuur. Al fietsend in de Drentse natuur gingen de gedachten naar een paasvakantie die Jana en ik op het eiland Schiermonnikoog doorbrachten. Het zal in het begin van deze eeuw zijn geweest, waarbij een groot deel van de drie dagen die wij er waren dik ingepakt door de sneeuw werd gelopen. Na de fietstocht was het ontspannen middels onder meer het draaien van de soundtrack van de film ‘Superfly’, waarin de muziek was gecomponeerd door Curtis Mayfield. Eén van de nummers, Junkie Chase, bracht de gedachten ook weer bij winterse zaken, namelijk bij ijshockey en om precies te zijn bij HIJS Veronica 538, dat de thuiswedstrijden speelde in de Uithof in Den Haag. Radio Veronica was de sponsor van het team en dus werden de thuiswedstrijden altijd gepromoot op de 538 waarbij de spots vaak werden ingesproken door Frans Hinrichs. En daarbij werd altijd het nummer ‘Junkie Chase’ van Curtis Mayfield gebruikt. Maar er was meer ijsgeweld want in januari 1973, om precies te zijn op zaterdag 6 en zondag 7, werd voor het eerst de Wereldbeker Hardrijden voor profs verreden. In de periode voor deze, door de ISSL georganiseerde, wedstrijden werd er door Radio Veronica een groot aantal spots uitgezonden om de wedstrijden, die mede gesponsord werden door de directie van het radiostation, te promoten. Hierbij werd ook gebruik werd gemaakt van dezelfde muziek, Junkie Chase. Uit de spots werd duidelijk dat er bekende schaatsers uit die tijd het risico hadden genomen verbannen te worden om niet langer deel te mogen nemen aan de wedstrijden zoals die door de International Skating Union werden georganiseerd. Reden genoeg om eens in het archief te duiken want daar ligt ook het nodige aan de fanatieke periode die ik samen met mijn oudere broer Jelle had inzake onze adoratie voor de Nederlandse schaatsers uit die tijd. Er werden vele zaterdagen doorgebracht in de krantenarchieven van het Nieuwsblad van het Noorden, waarbij allerlei leggers werden doorzocht op uitslagen van EK en WK wedstrijden in de eerste zeven decennia van de vorige eeuw. Stuk voor stuk werd alles uitgewerkt, niet wetende dat 40 jaar later je via internet alles binnen een paar klikken zou kunnen naar boven halen. Want wie weet van onze generatiegenoten niet de namen als Ard Schenk, Kees Verkerk, Jan Bols, Eddie Verheijen maar ook bijvoorbeeld Erhard Keller, Roar Gronveld en Willy Olsen. Zoekende na meer informatie kwam een krantenknipsel naar boven van maandag 8 januari 1973 waaruit blijkt dat de wedstrijden in Den Haag werden omschreven als een groot fiasco. In het artikel van de GPD gaf de Amerikaanse leider van de profliga (ISSL), Ned Neely, toe dat bij de voorbereiding organisatorische fouten waren gemaakt waarvan men zeker in de toekomst van zou gaan leren. Daarbij doelde hij vooral op het weinige publiek dat er bij de wedstrijden aanwezig was, tenminste aanzienlijk minder dan begroot werd. Het artikel meldde verder: ‘Opvallend was dat niemand der direct betrokkenen, zowel officials als schaatsers, durfde te erkennen dat de toekomst voor het profschaatsen er zeer donker uitzag’. Eén van de initiatiefnemers was de oud-wereldkampioen schaatsen allround en voormalig olympisch kampioen Johnny Nilsson uit Zweden. Andere belanghebbenden waren de Amerikaan Edgar A. Neely uit Atlanta, de advocaat Bengt Eriksson uit Stockholm, de Amerikaanse geldschieter W. H. Moore Jr. uit Eastover en de promotor Tom Liden uit Zweden. De opbrengsten aan kaartverkoop was, zo bleek later, bij lange na niet genoeg om de prijzenpot daarvan uit te keren. Er werd namelijk voor een totaalbedrag van f 180.000,-- uitgekeerd aan de 16 gecontracteerde schaatsers. Gelukkig was bij de oprichting van de ISSL het nodige door de organisatoren en financiers in de pot gedaan, waardoor er nog een aantal wedstrijden konden worden gehouden in 1973 als ook in 1974. Daarna werd de ISSL opgeheven. Winnaar van de allround wedstrijden, Ard Schenk, stelde destijds: “Als je je hebt ingesteld op 18.000 tot 19.000 toeschouwers is dit natuurlijk wel een grote tegenvaller. Om het prófschaatsen tot een volledig succes te maken dienen er zeker 20.000 mensen te komen. Schaatstechnisch is alles goed verlopen, organisatorisch niet. Als dit wordt verbeterd, en dan bedoel ik vooral de kaartverkoop, komt er beslist meer publiek". Ard Schenk was trouwens nog even onaantastbaar als de voorgaande drie jaar al het geval was. De overtuigende bewijzen daarvoor leverde de drievoudige wereldkampioen nog eens ten overvloede. Op drie van de vier afstanden eiste hij met bijna superieur gemak de overwinning voor zich op. Alleen de 10.000 meter werd door Verkerk gewonnen hoewel met minimaal verschil. Op de zaterdag waren er een kleine 5000 toeschouwers en via een haastige actie, waarmee jongeren tegen sterk gereduceerde toegangsprijs op zondag naar de baan waren gelokt, was het fiasco er nauwelijks minder om. Zie hier de eindklassering van de wereldbeker wedstrijden inclusief de informatie inzake de verdiende bedragen in guldens. Klassementrijders 1. Schenk 34.500 2. Olsen 24.100 3. Bols 14.700 4. Verkerk 10.740 5. Grönvold 7.260 6. Verheyen 7.440 7. Tveter 6.280 8. Höglin 5.620 Sprinters 1. Keiler 23.100 2. Börjes 19.140 3. König 9.240 4. Linkovesi 7.260 5. Eriksen 6.600 6. Hanninen 5.940 7. Lyman 5.280 8. Blatchford 4.620 Hans Knot, 27 april 2019 Afbeelding: Ard Schenk
  5. Van de Golden Radio NL server, met dank aan Jan Fre 08-06-1994 12.33-12.43 Radio Noord, Reportage van Jurgen v.d. Berg met Hans Knot over zeezenders https://pixeldrain.com/u/dxxwA2Lt
  6. Recent kwam er een verzamel-cd uit de collectie tevoorschijn. Ik heb namelijk de gewoonte uit de diverse schoenenkasten, waarin mijn collectie is opgeborgen, er blindelings een paar uit te trekken en mee te nemen om te beluisteren. De verzamel-cd was van ZZ en de Maskers met als leadzanger voornamelijk Bob Bouber. Tijd voor een nostalgische terugblik. Voordat ZZ en de Maskers in de jaren zestig bekend werden via veelvuldig draaien van hun muziek via onder meer Radio Veronica, Radio Noordzee (vanaf het REM-eiland) en zo nu en dan in de schaarse popprogramma’s van de Hilversumse omroepen, was Bob Bouber, onder zijn eigen naam ‘Boris Blom’, al veelzijdig actief geweest. De naam Bouber kwam om de hoek in 1957 toen hij van zijn grootouders, het toneelechtpaar Herman en Aaf Bouber, toestemming kreeg zijn artiestennaam te gaan gebruiken. Actief was Bouber onder meer als acteur, zanger, componist, tekstdichter, ontwerper, regisseur, producer en noem maar op. Ook heeft hij in de tweede helft van de jaren vijftig van de vorige eeuw een aantal maanden in Parijs – samen met een vriend – als straatzanger opgetreden. Op de internetsite De Boubers, 100 jaar theaterpassie, is meer te vinden omtrent zijn zeer veelzijdige loopbaan. Ik wil mij beperken tot een aantal herinneringen aan ZZ en de Maskers, want tussen 1963 en 1966 kwamen er met regelmaat singles en Lp’s uit, waarbij het geluid van de groep ook was te horen. De groep heeft eerst een half jaar gerepeteerd en opgetreden in kleine zaaltjes alvorens zich te kunnen presenteren in het Scheveningse Kurhaus en wel in het voorprogramma van de destijds immens populaire Amerikaanse zanger Chubby Checker. Het werd een enorm succes en de platenmaatschappij Artone, waar de groep onder contract stond, bracht met plezier een single uit met eigenlijk een dubbele A-kant. ‘Dracula’ was een vocaal nummer, terwijl het nummer ‘Beat Girl’ instrumentaal was. Er werd een duidelijke stap gemaakt als het gaat om de historie van de gitaargroepen. Waren het voorheen vooral groepen die successen van buitenlandse groepen opnamen en op die manier mee profiteerden van andermans successen, bij deze single van ZZ en de Maskers ging het om eigen composities, gelijk aan het werk van Peter en zijn Rockets. Er werd volop opgetreden onder meer in de buurlanden Duitsland en België, maar ook in Engeland, terwijl ook in de programma’s vanaf het REM-eiland het geluid van de groep weerklonk. ‘Stop in Las Vegas’, andermaal met Chubby Checker, werd ook een succes evenals het Nederlandstalige nummer: ‘Ik heb genoeg van jou’. Eigenlijk diende deze titel ook op de onvrede die ontstond tussen Bouber en de rest van ZZ en de Maskers. Bob trok zich terug om andere dingen te gaan doen, terwijl de groep het recht verkreeg als De Maskers verder te gaan. Wel kwam de groep met Bouber nog een keer bijeen om een Edison in ontvangst te nemen, maar daarna scheidden de wegen. Bouber richtte zich vervolgens onder meer op een solocarrière en werd gevraagd in 1966 mee te doen aan de voorronden van het Nationale Songfestival. Hij zong daar drie liedjes, te weten ‘Jouw eerste concert’, ‘Nog wel bedankt’ en ‘Jij bent een raadsel’. Hij had zelf graag met het eerste liedje als beste uit de bus te komen maar het werd geen winnaar. Kwaad liep hij bij de herhaling van ‘Nog wel bedankt’ van het podium nadat hij zijn tekst kwijt raakte. Hierdoor kwam hij trouwens weer volop in de belangstelling te staan en verschenen er een flink aantal interviews met hem in de dag- en weekbladen. Zo stelde hij in een GPD interview in de week na de voorronden dat het tienerwerk hem al lang geen voldoening meer gaf. “Ik wil van het etiket ‘ZZ’ af want ik kan meer en wil gewoon weer Bob Bouber zijn’. Hij kon ook niet anders want hij had de naam ‘Maskers’ verkocht. Bouber was niet het zich in allerlei bochten wringende idool, dat zalen vol schreeuwende en krijsende meisjes en jongens aan zijn voeten had liggen. Hij was destijds een jong en ambitieuse artiest, wat verstrooid misschien en met opzienbarende ideeën, maar in ieder geval een vakman. Iemand, die wist wat showbusiness is, die zakelijk keihard kon zijn en vooral wist wat te gaan doen. Bouber in maart 1966: “Ja. Ik vond (dat was in oktober 1962) en vind dat trouwens nog de presentatie in het tienervak zeer slecht. Ik vind de doorsnee tienersterren gewoon geen artiesten. Het zijn op de bühne hele zwakke mensen. Enige goede uitzonderingen natuurlijk daargelaten. Ik ergerde me eraan en ik wilde toen een fijne show maken. Dat heb ik toen met de Maskers gedaan.” De journalist vroeg hem vervolgens of het vergelijkbaar was met popart dat destijds voor diverse creatieve vormen werd gebruikt. Bob: “Neen. We hadden als ZZ and the Maskers een show opgezet, die een bepaalde wisselwerking tussen ons enerzijds en het publiek, of beter gezegd de tiener, anderzijds, teweegbracht. Popart is een nieuwe richting, waarvan ik persoonlijk veel verwacht. Neem nu ‘Het’. Deze groep stormt de hitparades binnen. En waarmee? Met originele geluiden. Geluiden, die enorm in deze tijd passen. Het is een andere mode en het past in deze tijd.” De CD van ZZ and the Maskers is inmiddels geheel beluisterd en dus op zoek naar een volgend nostalgisch onderwerp. Hans Knot, 20 april 2019
  7. Het jaar 1958, waarin ikzelf 9 jaar was en bewust krant ben gaan lezen en tevens de schaar heb ontdekt om allerlei weetjes uit te knippen, heeft veel interessante onderwerpen gebracht, waardoor we meer dan zestig jaar terug gaan in de tijd, als het gaat om de meeste onderwerpen. Want wees nu eerlijk: waaraan denk je als ik het woord ‘Hoelahoep’ neerzet? Plastic buizen, die je in elkaar kon schuiven en je als spelobject kon gebruiken. In principe waren de eerste plastic producten in de jaren vijftig van de vorige eeuw overgewaaid vanuit de VS naar Europa, dit al voorzet op de totale modernisering van het huishouden. Het was een hele andere vorm van hoepelen als de jeugd daarvoor gewend was met de ijzeren hoepel. Deze diende je aan een stangetje, al hollend op de stoep dan wel de straat (immers was er nog weinig gemotoriseerd verkeer), voort te bewegen. Waren er wel twee auto’s die in de nabijheid van elkaar stonden, dan werd er overgegaan tot dakje scheren. Als het ware overstappen van het ene dak naar het andere. Dien je nu eens mee aan te komen dan wordt je meteen opgepakt of neergeslagen. Nee, dan wel de plastic hoepel, dan wel Hoelahoep, werd om je lichaam gedrapeerd ter hoogte van je gordel. Het was een bepaalde handigheid waardoor de hoepel begon te draaien om je middel. Juist die zwaai die je eraan diende te geven was speciaal te noemen en eerst moeilijk in te leren. Had je deze zwaai eenmaal in ‘de vingers’ dan kwam het erop aan bepaalde bewegingen te maken in cirkelvorm met de buikgordel. Wat hebben we wat wedstrijden gehouden op het schoolplein destijds en streng werden de tijden bijgehouden op een lijstje wie het langste de hoepel in beweging hield. Er waren fanatieke bij, vooral meiden, die meerdere hoepels zonder problemen draaiende hielden, maar dat mochten de jongens alleen van afstand bekijken aangezien er een duidelijke witte streep op het schoolplein was aangebracht ter scheiding van de seksen. Ook waren er speciale kleinere hoepels waarmee allerlei vormen van bewegingen konden worden gemaakt, bijvoorbeeld met de armen en de benen. Het waren twee Amerikaanse studenten, te weten Richard Knerr en Arthur Melin, die in het jaar 1948 besloten een eigen bedrijfje op te richten met als doel nieuw speelgoed op de markt te brengen. De onderneming heette: ‘Wham-O Campany’. Hun eerste wereldwijde succes kwam in 1958. Van een bevriende landgenoot hadden ze gehoord dat in Australië de jeugd zich hier en daar plezierde met een spel, waarbij een hoepel gemaakt van bamboe werd gebruikt. Richard en Arthur zagen hier toekomst in mits de bamboe werd vervangen door plastic, wat lichter en soepeler zou zijn. En het idee sloeg aan want in de daarop volgende twee jaren werden er wereldwijd meer dan 100 miljoen exemplaren van hun speeltuig op de markt gebracht. Een ander groot product waarmee beiden bekend werden, was de frisbee. In 1982 waren de heren helemaal binnen toen ze hun bedrijf, waar binnen 230 verschillende soorten speelgoed werden ontwikkeld en op de markt gebracht, verkochten aan de Kransco Group voor een bedrag van 12 miljoen dollar. Ze konden vervolgens rustig gaan genieten van hun welverdiende geld. Richard Kerr overleed in januari 2008 op 81-jarige leeftijd, terwijl Arthur Melin al in 2002 kwam te overlijden. Er waren zelfs tijdschriften die, bijna in iedere editie, aandacht besteden aan de enorme rage die ‘Hoelahoep’ in de wereld teweeg bracht. In de 16 december 1958 editie van het tijdschrift Piccolo, dat in Vlaanderen en Nederland op de markt werd gebracht, stelde men dat er nog lang geen einde aan de rage was. Wat was namelijk het geval? Een Nederlandse speelgoedfabrikant had aangekondigd dat er aan de rage, na de Sinterklaasviering, wel een einde zou komen. De beste eigenaar wilde waarschijnlijk voor het Heilige Feest op 5 december 1958 zoveel mogelijk Hoelahoeps verkopen. Wel werd een waarschuwende vinger geheven in het artikel want met stelde te hopen dat, gelijk aan een verbod in Tokio, dat het uitvoeren van het spel op straat door de politie in Nederland en België zou worden verboden, dit mede vanwege het gegeven dat het in de avonduren sneller donker werd en de kans op ongelukken met het mobiele verkeer groter werd. Inmiddels stortte Radio Luxembourg via de 208 meter de nodige muziek over ons uit waarbij ‘The Hoela Hoep Song’ in de uitvoering van Teresa Brewer de luisterende jeugd nog meer opzweepte tot schalkse bewegingen met de heupen. Er waren trouwens meer berichten terug te vinden in de toenmalige bladen, want zo werd ook bekend gemaakt dat door de bewindvoerders binnen het West Duitse Parlement in Bonn ook een groot aantal Hoelahoeps was aangeschaft voor gebruik door de vele zwaarlijvige leden van het Parlement. In het plaatsje Rochester in Engeland werd er een dief betrapt die, met behulp van een halve Hoelahoep buis, benzine uit een auto aan het stelen was. De bouwindustrie in ons land mopperde af en toe over het tekort aan plastic buizen, omdat de speelgoedindustrie voorrang kreeg bij aanschaf. Men vroeg zich af of er toch niet terug geschakeld diende te worden naar koperen buizen voor het leggen van leidingen. Huisvrouwen uit Belgisch Limburg gingen opvallend massaal de grens over om in Nederlands Limburg hoepels te kopen, die klaarblijkelijk bij ons goedkoper bleken te zijn. Bij de Belgische grens werd streng gecontroleerd en dienden ze bij invoer van de Hoelahoep nog eens 5 cent omzetbelasting per ingevoerd exemplaar te betalen. Ook achter het toenmalige IJzeren Gordijn was de rage doorgebroken toen bleek dat in Polen de regering had bekend gemaakt dat het Ministerie voor Lichte Industrie en Ambachten niet genoeg achter de productie van het spelmateriaal aan zat, waardoor de ontwikkeling van de communistische jeugd, qua beweging, zou stagneren. In ons buurland, destijds West Duitsland genaamd, was er een soldaat die twee soldaten toegewezen had gekregen, die hem als lijfwachten te bewaken. Sommigen lachten erom, anderen vonden het nogal een ophef dat een gewoon dienstplichtige soldaat ingedeeld bij de Amerikaanse 3e divisie pantsertroepen Spearhead, gelegerd in Friedberg bij Frankfurt am Main, directe ondersteuning van twee collega’s kreeg. Het ging om Elvis Presley, ook bekend onder de bijnamen ‘Elvis de Pelvis’ en ‘De man die zingt als een verliefde buitenboordmotor’. Het waren respectievelijk Lamar Fike en Bobby West, die aan Presley ter bewaking waren toegewezen in 1958. En er was zeker sprake van zwaargewichten want ze waren 100 en 120 kilo in gewicht. Trouwens het waren niet de enige personen in zijn directe omgeving want ook Elvis zijn vader woonde in Friedberg, terwijl oma Presley eveneens naar West Duitsland was overgebracht om zijn innerlijke veiligheid te bewaken. Oma zorgde dus voor het bakken en braden voor Elvis. Uitzonderlijk dat hij dus niet in de kazerne at. Dagelijks stonden honderden jonge meiden en jongens aan de poort om Elvis Presley de poort in en uit te zien gaan. Geruchten deden de ronde dat Elvis naar Chris Howland en zijn ‘Fraulein’ had geluisterd want er werd gemeld dat hij een Duitse vriendin had in de persoon van de 17-jarige Margrit Bürgin uit Bad Homburg. Elvis hoefde zich trouwens niet te vervelen want hij had telkens genoeg journalisten om zich heen en als hij eindelijk even op zich zelf was dan had hij de beschikking over vijf auto’s, die hij uit de VS had laten overkomen. Laten we eens kijken wat er in januari 1958 was te melden als het ging om de toen populaire muziek. Ik neem U mee naar de rubriek ‘Spits uw oren’ die stond afgedrukt in het Vlaams/Nederlands weekblad Piccolo. Zo was er onder meer te lezen dat de Engelse zanger Frankie Vaughn een reis zou gaan ondernemen, die hem tien dagen in de VS zou laten verblijven. Onder meer werd er een televisieshow bezocht om er zijn zangwerk aan de Amerikaanse kijker te openbaren en nam hij er vier songs op in de studio’s van Columbia, platen die later in Engeland en de Benelux werden uitgebracht op het Philips label. Opmerkelijk was dat Frankie Vaughn door het orkest van Mitch Miller werd begeleid. Vaughn was zeer geliefd, en had alleen al in Engeland in 1958 vijf hits, een ongehoord aantal voor één en dezelfde artiest. Onder meer scoorde hij dat jaar met de dubbelzijdige hitsingle ‘Can’t get along without you now/ We’re not alone now.’ Frankie was geboren als Frank Abelson in 1928 in Liverpool. Zijn artiestenachternaam Vaughn was van herkomst een bijnaam voor zijn uit Rusland afkomstige grootmoeder. Zijn muzikale loopbaan begon in het theater als danser, maar ging al snel over tot het zingen waarbij hij zich in eerste instantie bezig hield met het vertolken van Amerikaanse hits. In Nederland werd getracht met veel allure en promotie een zangeres in de markt te zetten. Het ging om de uit Polen afkomstige Monica Witkowna. Ze had een 45 toerenplaatje uitlaten brengen waarop liefst 4 nummers stonden. Eén ervan was een oud Pools drankliedje ‘Piosneckzka’. Het promotieteam van de platenmaatschappij van Philips had het idee opgevat de release van de single op passende wijze te laten plaatsvinden. De Nederlandse vertegenwoordiging van ‘Confrérie des Vinophiles’, ofwel het ‘Broederschap der Wijnvrienden’ werd ingezet en vonden zich bereid Monica te ontvangen, uiteraard voorzien van de nodige persjongens en fotograven. De plechtigheid vond plaats in een 17 -eeuwse wijnkelder, die eigendom van het Broederschap was. En geloof het of niet, maar het zogenaamde eerste exemplaar werd ten doop gehouden met gebruik van een heerlijke Bourgogne. Na enkele glaasjes heeft de zangers destijds nog ettelijke Oost Europese volksliedjes gezongen die allen een gretig onthaal ontvingen bij de leden van het Broederschap. De plaat is nooit wat geworden en over Monica is slechts verder bekend dat ze haar gezicht nog op het witte doek vertoonde in de film ‘Spy in the Sky’, die eveneens in 1958 uitkwam. Binnen ons gezin bestaan verschillende meningen betreffende de binnenkomst van het vermaarde kijkkastje, de televisie. Ik zelf houd het op 1959 terwijl mijn oudere zus het jaren geleden had over het jaar 1958. Ze kan best gelijk hebben. Ikzelf knipte al rijkelijk allerlei dingen over radio en televisie uit, die ik al die decennia lang heb bewaard. Zo kwam ik in mijn map met knipsels uit het jaar 1958 een verhaal tegen over de hersengymnastiek op de televisie, die in Engeland een grote schare aanhangers had – tenminste onder de mensen in de groep van televisiebezitters. Deze zwart-wit kijkers kregen een televisieversie voorgeschoteld van een zogenaamde ‘panel game’, zoals de Britten het ooit op de radio hadden geïntroduceerd en benoemd. Het kwam er op neer dat een ‘omroeper’ op een handige en onderhoudende manier (of meerdere personen) iemand of enige personen ondervroeg(en) over diverse onderwerpen. Dit al dan niet in een soort van wedstrijdverband. Via de radio werden dan uitgebreid onderwerpen besproken waarna halverwege en op het eind van het betreffende onderwerp vragen werden gesteld om op die wijze te kunnen bepalen of de deelnemer al dan niet parate kennis over dit onderwerp had en al dan niet gescoord kon worden. Als luisteraar was het mogelijk je in te leven in de persoon van de ondervraagde. Bij de televisieversie werd in eerste instantie ook gewoon gebruik gemaakt van een ‘huiskamerdecor’ waarbij de ondervragers als wel de te ondervragen personen gezellig bijeen zaten, die alles geregistreerd door slechts één camera. Ondanks dit bijna stille plaatje werd deze vorm van hersengymnastiek snel populair en werd het ook in andere landen, waaronder Duitsland, België, Nederland en Oostenrijk, in de programmering opgenomen. Wel vertoonden de kijkers, na ongeveer 33 afleveringen van televisiehersengymnastiek, wel enige vermoeidheid. Maar de televisiemakers van het eerste uur, want daar mag je zeker de makers in de jaren vijftig van de vorige eeuw onder rangschikken, wisten de oplossing. Laat de deelnemers niet alleen hun parate kennis tonen maar laat ze ook hun handvaardigheid proberen over te brengen bij de kijkers. Hans Knot, 13 april 2019
  8. In elke stad of dorp had je ze wel, de speciale zalen die gericht op vooral het geloof, waren bestemd voor ontspanning, vermaak en de boodschap over te brengen. In Groningen was er bijvoorbeeld het Katholiek Leven, een zaal gevestigd aan de Moesstraat, gelegen naast één van de daar in de buurt gevestigde kloosters en waarbij de exploitatie eerst werd gevoerd door de nonnen van dit klooster. Vanuit de daar achter gelegen scholen werd gebruik gemaakt van ‘Katholiek Leven’ voor de jaarlijkse optreden van de leerlingen van de diverse klassen voor de betreffende ouders. Daarbij dient wel opgemerkt te worden dat eind jaren vijftig, begin jaren zestig, er een duidelijke scheiding was van jongens- en meisjesklassen en dus de optredens ook altijd op andere avonden gescheiden van elkaar werden georganiseerd. Natuurlijk werd de exploitatie van dergelijke zalen ook mogelijk gemaakt middels het verhuur aan toneelgezelschappen, muziekverenigingen, klaverjasclubs en meer. Ook voor de christelijke verenigingen was er een dergelijke zalencomplex in Groningen, gevestigd aan de Lutkenieuwstraat, genaamd ‘Het Tehuis’. In het jaar 1936 werd het als zodanig in de lokale krant aangekondigd. Het was in de loop der jaren een begrip in Groningen en ook daar was het probleem dat exploitatie niet alleen mogelijk was via bijeenkomsten van geloofsgenoten. De zalen werden op een bepaald moment volop verhuurd en ikzelf maakte op die manier in 1966 kennis met Het Tehuis omdat de schriftelijke examens van de Cort van der Lindenschool in dit gebouw werden gehouden. Niet veel jaren later, toen ik in dienst kwam van de afdeling Orthopedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen, werden de schriftelijke tentamens van de studenten er deels ook in het complex afgenomen en werd er door de medewerkers bij toerbeurt surveillance uitgevoerd. Maar ook andere vormen van samenkomen waren mogelijk in Het Tehuis aan de Lutkenieuwstraat. Zo waren de Plattelandsvrouwen jarenlang met regelmaat aanwezig. Deze organisatie werd als ‘Afdeling Groningen en Omstreken van den Bond van Plattelandsvrouwen’ op 16 januari 1947 opgericht en was voornamelijk bedoeld als gezelschapsvereniging, waar op een ontspannen manier over een diversiteit aan onderwerpen kon worden gepraat. Tot in het jaar 2000, toen de vereniging werd opgeheven, kwamen de leden bijeen in Het Tehuis. Op zaterdag 5 juni 1971 werd er van ’s ochtends tien tot ’s avonds tien uur muziekgemaakt in het gebouw door leerlingen van de muziekscholen van Groningen, Delfzijl, Leek, Veendam en Winschoten. Het muzikale treffen werd georganiseerd door het Provinciale Contactorgaan Muziekscholen waarbij haar voorzitter, mr. Th. P Zwart, die dag Het Tehuis ‘een huis van muziek’ kroonde. Het Nieuwsblad van het Noorden kwam er de volgende maandag op terug door onder meer te melden: ‘Het hele gebouw trilde van het gezang, gestrijk, gedrum, getoeter en getokkel. Op vijf manieren beoefende de, in een rijkdom aan minirokjes, hot pants en Wrangler pakken gestoken menigte de muziek.’ Dixieland, jazz, klassiek en popmuziek, alles werd die zaterdag ten gehore gebracht. Tijdens de diverse uitvoeringen werden er radio-opnames gemaakt door zowel de RONO (Regionale Omroep Noord en Oost) als door de VPRO. Maar ook de politiek wist het gebouw en de mogelijkheden te vinden. Zo was de toenmalige Communistische Partij Nederland, afdeling Groningen, een regelmatige huurder van een of meerdere zalen. Ook het COC huurde er ruimte, hoewel in eerste instantie toegang werd geweigerd omdat andere huurders zich aan de aanwezigheid van deze club zouden kunnen storen. Popmuziek was er ook, zo trad de toen bekende lp groep Alquin er in februari 1975 op, waarbij de entree zeker laag kon worden genoemd daar een kaartje maar f 6,50 kostte. Het concert werd georganiseerd door de mensen achter de Stichting Revendel, die in eerste instantie bijeenkomsten organiseerde met een toegangsprijs van f 5,00. Een optreden van Barend Servet en Sjef van Oekel was echter met f400,-- verliesgevend geworden, waardoor de prijzen omhoog dienden te gaan. Ook is er nog een tijd een Mensa gevestigd geweest in een van de zalen waarbij het mogelijk was, via zelfbediening, een warme maaltijd te nuttigen. Zo maar een paar voorbeelden van een ontspanningsruimte, waarvan er in elke grote gemeente wel een aantal aanwezig was in voornoemde periode. Het Tehuis werd in het jaar 2005 gesloopt en inmiddels staan al een paar jaren appartementen op de plek waar eens vele organisaties ruimtes huurden. Hans Knot, 6 april 2019
  9. Een kwart eeuw geleden klinkt anders dan 25 jaar geleden maar toch is het dezelfde tijdsperiode. Het zal eind maart 1994 geweest zijn dat de drukproef op de deurmat viel in Groningen met het verzoek er nog eens goed doorheen te gaan en de correcties door te geven aan de secretaresse van Robert Briel in Hilversum. Het gaat om de latere publicatie ‘Stemmen van de Noordzee’, dat mede gefinancierd door Radio Veronica en onder redactie van Robert Briel werd samengesteld. Zoals bij velen bekend was het een van de meest tot verbeelding sprekende periodes uit de Nederlandse radiogeschiedenis, die van de zeezenders tussen 1960 en 1989. Het waren de eerste commerciële stations naast Radio Luxemburg, die actief waren vanaf zendschepen in internationale wateren, genoodzaakt op die wijze uitzendingen te verzorgen en op die manier de wetgeving op het vaste land te omzeilen. De diverse regeringen, die in de periode 1960 – 1974 actief waren, hebben er alles aangedaan om de zeezenders veelvuldig de nek om te draaien maar het waren volhouders als Radio Veronica en Radio Noordzee die pas in 1974 het onderspit dolven, waarna nog alleen Radio Caroline en Radio Mi Amigo doorgingen met uitzendingen en nog enkele anderen zouden volgen. In 1994 was het zonder meer een reden daar een tentoonstelling over in te richten in het Omroepmuseum aan de Oude Amersfoortseweg in Hilversum als ook een boek uit te geven. Want wie kende ze niet ‘De Stemmen van de Noordzee’. Reeds eind 1992 werden door mij de eerste gesprekken gevoerd aan de Oude Amersfoortseweg met Jan Vos en Arno Weltens, waarna werd besloten in 1994 een tentoonstelling over de Nederlandstalige Zeezenders te gaan inrichten. Toen men bij Veronica hoorde dat er een tentoonstelling zat aan te komen kwam men op het idee van een publicatie over de zeezenders, immers een tentoonstelling is vergankelijk, maar een boek gaat jaren mee. Duidelijk dient te zijn dat in vele boekenkasten van de radioliefhebbers dit boekje staat. Naast Robert Briel en ikzelf waren er binnen de omroep nog een aantal mensen dat hun licht liet schijnen over deelonderwerpen, maar een groot aantal hoofdstukken, in ‘Stemmen van de Noordzee’, was afkomstig van leerlingen van de Hogere School voor Journalistiek, destijds gevestigd in Utrecht. Het was mij een genoegen destijds een tweetal gastcolleges te mogen geven om de groep studenten in te wijden in de wereld van de zeezenders, waarbij tal van thema’s en vooral namen voorbij kwamen. Aan het einde van de tweede sessie werd – in overleg – bepaald welke taken de diverse studenten in de daarop volgende maanden kregen. Het werden allemaal interviews met personen die betrokken waren bij de zeezenders, van deejays tot directieleden en van nieuwslezer tot bevoorrader. Dat alles bewerkt door de studenten van de betreffende opleiding, waarbij er een na een kwart eeuw later uitspringt. Arjan Snijders, die in 1995 afstudeerde en voor het boek Hans Hoogendoorn interviewde. Met bepaalde regelmaat reisde ik in 1993 en begin 1994 naar Hilversum voor overleg met Arno Weltens om te bekijken wat we in de diverse vitrines konden laten zien, evenals buiten de vitrines aan grotere objecten. Daarbij kwamen vele namen voorbij van personen die ook verzamelden en spullen in bruikleen konden afstaan. Er kwamen op die manier ook veel platen voorbij, zowel lp’s als singles, die op de een of andere manier betrekking hadden op de zeezenders. We wisten ze onder te verdelen in diverse categorieën waardoor een gedegen overzicht was, die dan weer werd gepubliceerd in ‘De stemmen van de Noordzee’. De volgende indeling werd gemaakt: Platen met in de titel de naam van stations, medewerkers of andere verwijzingen Singles met in de tekst de naam van stations of medewerkers Documentaires over zeezenders op Lp’s en Cd’s Songs die werden opgenomen door deejays Songs die werden gebruikt als deejay- en programma-tune of voor de productie van jingles Videoclips met beelden van zeezenders De indeling is 25 jaar lang behouden gebleven. Maar de 13 pagina’s, die op die manier werden gevuld, waren slechts het begin van de nog immer aan te vullen discografielijst. Bij de introductie van de lijst stond mijn, al lang niet meer in gebruik zijnde, postbusnummer genoemd. Een ieder kon reageren met eventueel nieuwe vondsten die in de lijst konden worden opgenomen. Een aantal namen van personen, dat in de loop der jaren intens mee hebben geholpen de lijst verder aan te vullen dienen genoemd te worden: Henk Verhaag, Martin van der Ven, Ger Tillekens, Chris Cortez, Jelle Boonstra, Chris Edwards, Pieter Jan Vink en Jan Hendrik Kruidenier en dan zijn er nog tientallen personen die een of twee keer aanvullingen aanleverden. We zijn een kwart eeuw verder en nog immer werken Martin van der Ven en Henk Verhaag met mij samen aan de uitbreiding van de lijst. Vrijwel dagelijks komt er een nieuwe vondst, mede mogelijk gemaakt door allerlei technische vernuft, tevoorschijn. De hele lange lijst is terug te vinden in de volgende database, die twee keer per jaar wordt bijgewerkt door Ger Tillekens: http://www.icce.rug.nl/~soundscapes/DATABASES/ZZD/Zeezender_discografie.shtml De regelmatige aanvullingen zijn terug te vinden op het volgende forum: https://www.radiotrefpunt.nl/forums/forum/103-radiovormgeving/ Voor diegene die denkt een aanvulling te hebben staat mijn mailbox ter beschikking via HKnot@home.nl
  10. Bladerend door een aantal knipsels uit de maand juni 1971 kwam bij mij de gedachte op dat er in die tijd, een kleine halve eeuw geleden, toch wel erg vaak via commentaren en ingezonden brieven tegen de toen actieve omroepen werd aangetrapt. Doordenkend is het natuurlijk logisch gezien het toen beperkte aanbod aan televisieprogramma’s want we het dienden te doen met Nederland 1 en Nederland 2. Tel daarbij op dat er een veel beperkter aantal uitzenduren was en eigenlijk heel veel van het aanbod werd aanschouwd. Reden genoeg dus om te mopperen over programma’s, programmabladen en meer. Een bloemlezing uit de maand juni 1971 uit de toenmalige kranten en omroepbladen. Een veel voorkomende klacht destijds was de soms slaapverwekkende oproepen, in korte spotjes, waarin de omroepen hun eigen huis mochten promoten en de kijkers mochten oproepen om vooral een lidmaatschap te nemen in ruil voor prularia. Het gevecht om de kijker dus. Vooral de TROS wist aandacht te trekken door zeer passende muziekjes in te zetten en op een bepaald moment zelfs een LP op de markt te laten brengen door een bevriende platenmaatschappij, die dan weer ruimte kreeg in de TROS Kompas, het omroepblad van deze omroep. Waarschijnlijk met gesloten portemonnee. De omroepen hadden het ook bepaald niet gemakkelijk in die tijd. Dit getuige onder meer een artikeltje in de NCRV gids waarin het programmaprobleem werd aangesneden door de heer G.A. Kieft: ‘Wat moet er van de winterprogramma's terecht komen nu de herverkaveling van zendtijd voor het komende seizoen nog niet bekend is? Wij varen in de mist. En dat geldt dan vast niet alleen de NCRV. Maar de NCRV houdt het wel fijn.’ Kieft was Kamerlid voor de ARP, wethouder in Utrecht maar ook secretaris voor de N.C.R.V.. Een dubbelrol, zoals zo vaak het geval was in die tijd. Maar zijn overdenking ging verder met: ‘Wiens schuld het wel is? Nee, namen noemen we niet’. De VARA-gids vonden vele lezers kleurloos, maar men ging daar wel in op de actualiteit want voor de redactie van de publicatie was de aanslag in opdracht van een tweetal in de top van Radio Veronica op het zendschip MEBO II van concurrent Radio Noordzee een geredeaanleiding om een pleidooi te houden voor het verbieden van dit soort etherpiraten. G. P. Bakker citeerde in het blad zelfs een paar voorbeelden van kranten die zich kritisch opstelden: ‘Ja, ja. Niemand is vervelender dan hij die voortdurend zichzelf citeert, moet Bakker gedacht hebben’ was een van de reacties op zijn opmerkingen. De Mies Bouwman-programma's waren, zo legde de redactie van de VARA-gids bloot, toch te kleurloos. Zelf zei Mies Bouwman destijds: “Ik zeg elk jaar, dat ik met een programma ophoud wat willen we nou?” KRO-Studio, de omroepgids van de Katholieke Radio Omroep, had een redactioneel hoofdartikel waarin de nadruk lag op de verdwijnende mini-omroepen, die volgens het artikel overbodig waren geworden. Het ging om de NVSH, de Bond zonder Naam, De Morele Herbewapening en HIRO, miniomroepen met minimale zendtijd om hun meningen te kunnen verspreiden. ‘De NVSH had in het begin een functie gehad’, aldus het artikel in Studio, ‘maar nu de grote omroepen regelmatig onderwerpen als geboorteregeling en abortus aan de orde stellen, heeft de NVSH zich in feite overbodig gemaakt. Dat is natuurlijk wel een geheel eigen voorstelling van zaken, want het wil er alsnog niet in, dat de NVSH zoveel inspraak heeft gehad bij het maken van programma's van de grote omroepen. De Minister van CRM heeft bij de NOS gedaan gekregen, dat de op deze manier vrijgekomen zendtijd ook uitbreiding van het programma ‘Zienswijze’ oplevert. Misschien kunnen de grote omroepen ook wel wat meer zienswijze laten zien’. Dan was er het omroepblad Televizier dat de kranten haalde want er werd aandacht besteed aan het gegeven dat men een kijkje had genomen in de klerenkast van de toen populaire actrice Trudy Labij. Dit was gedaan omdat de redactie wel eens wenste te weten hoe een Nederlandse actrice er zich privé bezig zou houden met het verschijnsel mode. Het commentaar was niet mis want men vond Labij een bedroevende consument. Ze mocht dan wel gemiddeld 200 gulden per maand aan kleding uitgeven maar de gekozen kledij viel niet goed bij de keurmeester van Televizier. Tenslotte was er in Vrije Geluiden, het lijfblad van de VPRO, die week een mening te lezen van Eddy van Vollenhoven waarbij hij stelde dat de ledenraad van deze omroep een debatingclub was die zich regelmatig in details verloor: ‘Inspraak geeft daarbij toch tal van problemen maar op de lange duur moet daar onvermijdelijk een opener, beweeglijker en zakelijker structuur uit tevoorschijn komen dan dit verenigingsbanden kunnen toelaten. Als je een structuur dat alles wil meegeven, zit je eigenlijk bij voorbaat al op de lange duur.’ De vraag is of elke luisteraar of kijker, die de VPRO destijds een warm hart toedroeg, de bedoeling van deze mening begreep. Dan kwam een andere opmerking, in het programmablad Studio van de KRO denk ik beter over bij de ‘clubleden’. “Koffie, koffie, lekker bakje koffie, zult u nog vaker horen, maar leve de man die het bier uitvond niet meer”. Ik stop ermee voor deze column en ga voor een eigen gemaakte coffee de crème uit een koffiemachine die er in 1971 nog lang niet was. Hans Knot, 16 maart 2019
  11. Er is echter in die jaren een serieuze breuk geweest in de geschiedenis van OOG Radio, dat eens de naam van Radio Stad naar het verleden verwees. Omroep Organisatie Groningen, daar staat de naam voor. Het was in 1993 dat de financiële situatie dermate slecht was dat er een einde in zicht was voor de lokale radio maar daar was de oplossing via de ‘reddende’ engel, die echter via de achterdeur heel snel de Akkerstraat, waar inmiddels de lokale radio de studio had, stilletjes verdween. In dat jaar schreef ik er het nodige over in het mediablad Freewave Magazine, wat ik graag nog eens terughaal. ‘Ontstaan was het idee bij een lokale piraat, waar een groot aantal visueel-gehandicapten werkzaam was. Het doel was te komen tot een eigen lokaal radiostation voor eigen doelgroep. Helaas was dit niet te realiseren gezien de piraat een aantal malen uit de ether was geplukt.’ Ik ging er vanuit dat in september 1993 een unieke samenwerking tot stand was gekomen tussen de initiatiefnemers, verenigd binnen VISION de Stichting tot Integratie en Opleiding in Nederland Van visueel gehandicapten aan de ene kant en de lokale omroep organisatie 00G uit Groningen aan de andere kant. Op deze manier zouden de visueel gehandicapten, waarvan een groot deel afhankelijk was van het medium radio, de kans krijgen zelf radioprogramma's te gaan maken via de lokale omroep, waarbij ze tevens vanuit de omroep de gelegenheid zouden krijgen een gedegen opleiding te volgen op presentatie dan wel technisch gebied. De plannen waren nog nauwelijks in de pers gebracht of ze waren al uitgewerkt. Op 1 oktober 1993 werd de naam van OOG Radio veranderd in VISION FM en vooral geldgebrek bij OOG leidde tot samenwerking met de Stichting VISION, die stelde garant te kunnen staan voor meer inkomsten voor reclame. Doel van de stichting was namelijk na Groningen meerdere steden te betrekken bij het lokale gebeuren voor visueel gehandicapten, waarbij aan een soort van keten vorming, dan wel raamprogrammering werd gedacht. De lokale omroep in Groningen bracht overdag al geruime tijd muziek vanuit een CD-computer, aangevuld met nieuws op het hele uur. Vanaf 4 oktober 1993 was dat veranderd gezien men gepresenteerde muziekprogramma's bracht die op een hoger niveau stonden dan voorheen. Tenminste dat was de doelstelling, dit alles onder de bezielende leiding van de nieuw benoemde directeur, Peter Teekamp, die zijn roots onder meer had liggen bij Radio Caroline en de TROS. Teekamp hoopte op een voorspoedige toekomst waarbij niet alleen meerdere lokale omroepen betrokken dienden te worden maar tevens een aanvraag was ingediend voor een etherfrequentie bij het ministerie voor WVC . Tenslotte stelde Teekamp in een interview in onderhandeling te zijn geweest voor het huren van een satellietgeluidskanaal op één van de ASTRA-satellieten. Even terug naar mijn artikel uit oktober 1993 waarin ik ook het volgende meldde: ‘Ook heeft OOG, de overkoepelende organisatie achter OOG TV en VISION FM, een paar weken geleden een prachtig nieuw onderkomen in gebruik genomen in de voormalige drukkerij van de uitgeverij Wolters Noordhoff aan de Groninger Akkerstraat. In de vroege ochtenduren draaide bij de start van Vision FM inderdaad al een visueel gehandicapte de muziek 'drie om drie'. Teekamp was op de doordeweekse dagen zelf te beluisteren tussen 11 en 13 uur terwijl tot de andere presentatoren onder meer Luc Sijbring, Eddie, Pauta Mens en Ingrid Knijnenburg behoorden. In de ontbijtshow (tussen 7 en 9) en tussen 16 en 18 uur werden er korte actualiteiten gebracht terwijl op elk heel uur het ANP en elk half uur het lokale nieuws kon worden beluisterd. Tevens was er ieder uur om kwart over en kwart voor het uur ruimte voor informatie. Niet erg origineel was het programma met de naam Jukebox, dat elke doordeweekse dag tussen 18 en 19 uur werd uitgezonden. Tenslotte dient vermeld te worden dat de lokale omroep ook nog de uren in de nacht geautomatiseerd liet lopen, met als voorbeeld de satellietstations Sky Radio en Radio 10. Duidelijk hoorbaar was dat men nog met een CD-wisselaar werkte, waarbij de nodige witjes ontstonden in de uitzending. Nadat op vrijdag 1 oktober 1993 de lokale radio, OOG Radio, in Groningen uit de ether verdween om ‘voorgoed’ haar plaats te laten innemen door VISION FM, bleef het enkele dagen een kwestie van non stop muziek beluisteren Op woensdag 6 oktober werd dit gevolgd door testuitzendingen van het nieuwe station met directeur Teekamp. De medewerkers van het station werden echter enkele dagen voor de officiële uitzendingen verrast met een memo van Teekamp ·waarin hij meldde dat hij zich terugtrok uit het lokale project in Groningen om zich meer bezig te kunnen houden met het oprichten van een landelijk gelijknamig project. In interviews in de noordelijke pers bleek trouwens bij herhaling dat Teekamp slecht was geïnformeerd want medio oktober 1993 ging hij er nog steeds vanuit dat 15 verschillende organisaties een vergunning zouden krijgen van een grotere dan lokale bedekking, terwijl het slechts een zeer gering aantal in januari 1994 zou gelukken de papieren van de minister in ontvangst te nemen. Hierover meldde ik in november 1993: ‘Dat Teekamp beslist, ten eigen glorie, blufte mag blijken uit de opmerkingen in de kranten dat hij tevens opteerde op één van de geluidstransponders van de ASTRA. Wel het verkrijgen van een licentie voor landelijk commercieel bereik houdt onder meer in dat een tonnen kostende zender gehuurd dient te worden van de NOZEMA. Ten tweede kost het huren van een satellietgeluidskanaal enorm veel geld . Daarbij gevoegd het gegeven dat Teekamp in de artikelen stelde dat de financiering van de stichting achter VISION FM nog niet rond was maakt dit een zeer smakelijk papje waarin de bitterheid vooral voor Teekamp hard moet zijn geweest . Want waar haal je in vredesnaam dergelijke brokken fantasie tot een dermate loshangend verhaal bijeen?’ In de lokale kranten verscheen het bericht dat hij zich dus ook niet meer bezig mocht houden met het presenteren van zijn eigen programma en ook niet met het opstarten van het landelijke project. ‘Dat men bij VISION FM in Groningen misschien wakker is geworden van de ongepaste blufpoker van Teekamp is niet duidelijk maar het zou onder meer gaan om een 'niet passende karakters binnen de organisatie.’ Susanne Lemstra, één van de initiatief nemers van VISION FM, heeft daarna de functie van Teekamp overgenomen hetgeen volgens haar probleemloos was verlopen gezien de directeursfunctie niet veel inhield. Bovendien, zo stelde zij destijds, was het de bedoeling dat Teekamp slechts tijdelijk bij het station zou werken waarna hij zich zou gaan storten op het eventueel landelijk te starten station voor visueel gehandicapten. Reeds in de ochtenduren na het ontslag van Teekamp wisten medewerkers van VISION al te melden dat hij enkele dagen later een gesprek zou hebben met Ton Lathouwers van Sky Radio voor eventuele werkzaam heden binnen de Sky- organisatie. Op 15 oktober 1993 memoreerde ik: ‘Terugkijkend op de eerste weken van VISION FM moet gesteld worden dat een deel van de programmamakers, die eerder stelde te vertrekken, toch bij de nieuwe opzet van de lokale radio in Groningen betrokken is gebleven. Anderen zijn dan wel heengegaan maar houden van de zijlijn de boel goed in de gaten. Over Teekamp wordt alleen nog lacherig gedaan en men probeert de ingeslagen weg met succes te gaan bewandelen. Alleen zou er wat harder gewerkt moeten worden aan de inrichting van het nieuwe studiocomplex aan de Akkerstraat in Groningen. ‘Een studiotafel, die alleen al f 12.000 - - heeft gekost zonder daarbij de kosten van apparatuur te tellen, heeft trouwens slechts twee gaten voor de drie benodigde Revoxen!’, was het eerste dat ik hoorde toen ik een bezoekje bracht. En wat te denken van de beloofde 8000 Cd’s waarmee men zou starten om een zo'n breed mogelijk muziekaanbod te hebben. De eerste twee weken heb ik praktisch alleen maar lawaai op de lokale frequentie gehoord en wat bleek ..... . er was slechts een heel kleine voorraad, van zo'n 50 cd’s.’ https://www.facebook.com/ometheo/videos/1965085306941475/ Zo maar een terugblik uit een korte, heftige periode, van de lokale omroep in Groningen, al meer dan 25 jaar geleden. Hans Knot, 16 februari 2019. Illustratie materiaal Theo van Halsema OOG Archief
  12. Het leek allemaal zo mooi, lokale radio in Groningen, toen Radio Stad op 12 november 1984 officieel van start ging, hetzij eerst alleen via een signaal dat via een televisiekanaal op het lokale kabelnet was te ontvangen. Het was gesegmenteerde radio, waarbij diverse groeperingen een kans kregen. Het ochtendprogramma tot 9 uur was toebedeeld aan een groep die zich voornamelijk als Radio Groningen illegaal in de picture had gezet. Laat maar zien wat je kunt. Dat zou geen probleem zijn geweest als de faciliteiten optimaal waren geweest maar het plegen van een telefoontje in de uitzending kon je de eerste periode vergeten en dus werden nieuwsitems thuis de dag ervoor al opgenomen en gemonteerd. Nieuws was dus geen nieuws meer bij uitzending. Ikzelf mocht het lokale radiostation officieel openen en om zeven uur in de ochtend ging ik van start met het programma en 12 minuten later bleek dat de conciërge van oude schoolgebouw aan de Donderslaan in Groningen vergeten had het signaal van de studio door te schakelen op het kabelnet van de stad Groningen. Gelukkig had ik een bandopname gemaakt zodat de officiële opening wel bewaard bleef. Het bleek het begin van een zeer moeilijke periode waarbij wel gezegd dient te worden dat allerlei groeperingen zich volop inzetten tot het mogelijk slagen van Stadse radio. Er waren verzoekplaten programma’s maar ook praatprogramma’s onder meer voor de studenten in Groningen. Velen draaiden de knop van de radio maar weer op een ander kanaal op de kabel wanneer volgens hen de linkse rakkers weer een programma hadden. In de periode dat ik voor de Stad Radio actief ben geweest zijn er alleen vergaderingen van het ochtendteam geweest ten huize van mijzelf om de muziek voor de komende week te bepalen en andere zaken door te spreken. Nooit is er een algemene vergadering geweest van de diverse secties binnen de lokale omroep in Groningen. De winter van 1984-1985 bracht wel bijzondere momenten. Op een vroege ochtend bleek de Koning Winter plotsklaps zo te hebben toegeslagen dat het niet mogelijk was binnen een half uur, dat ik normaal nodig had, van de wijk Selwerd naar de Donderslaan in het zuiden van de stad Groningen te gaan. Dus besloot ik een uur eerder op pad te gaan na eerst een stevig ontbijt te hebben verorberd met in gedachte dat er aan de Donderslaan alleen slappe koffie of thee eventueel aanwezig was. Aangekomen in de Donderslaan, waar inmiddels de technische faciliteiten enigszins waren verbeterd, nam ik eerst contact met de meteo van het vliegveld Eelde om de verwachtingen voor de toen komende dag op te nemen om later in het programma aan de luisteraars te laten horen. Een tweede telefoongesprek liep minder voorspoedig dan verwacht. Ik belde, voor de uitzending, met de wachtpost van de Rijkspolitie met de vraag wat er zoal was te verwachten voor de weggebruikers in de omgeving van Groningen. Een juffrouw op de desbetreffende centrale vroeg aan de dienstdoende commandant mij te woord te staan en noemde de naam van ‘Radio Stad’. Hij stelde duidelijk hoorbaar niet te willen praten met een medewerker van een piratenstation. Ik deelde mede dat het ging om een van de eerste legale lokale radioprojecten, toegewezen vanuit het ministerie van WVC, maar de man bleef volharden. Ik liet de Uher recorder meelopen en zo is deze opmerking niet alleen destijds in de uitzending van Radio Stad geweest maar verscheen het nodige aan commentaar in de lokale krant en is het commentaar bewaard gebleven als historisch moment. Het werd tijd voor mij andere dingen op radiogebied te gaan doen. OOG Radio vertrok naar de binnenstad van Groningen ik hoorde nog wel de nodige strubbelingen via radiovrienden die er nog wel werkzaam waren, zoals Theo van Halsema en Jan Fré Vos. Ook in de media verschenen met bepaalde regelmaat door de jaren heen de nodige berichten over de slechte situatie binnen de lokale omroep, mede door financiële tekorten en het terugtrekken van de subsidie door de gemeente Haren, die mee profiteerde door speciale programma’s gericht op de eigen gemeente. Zowel bij de verhuizing vanuit het centrum (Oude Boteringestraat) als ook het 25-jarig bestaan werd ik nogmaals uitgenodigd om over het prille begin van de lokale radio herinneringen op te halen. Wordt vervolgd. Hans Knot, 9 februari 2019
  13. Eerder beschreef ik in een column de illegale doorstart van Radio Mi Amigo. Ook in dit essay gaat ik weer precies drieenveertig jaar terug in de historie van deze zeezender. Hier vertel ik wat er om en rond Radio Mi Amigo plaatsvond in de dagen tussen 1 december 1975 en 31 januari 1976: van de plannen van eigenaar Sylvain Tack in het Spaanse Playa de Aro tot en met de lotgevallen van de deejays aan boord van de MV Mi Amigo. Vandaag deel 3 Op diezelfde dag van 18 januari 1976 verliet Bert Bennett het station om terug te keren naar Nederland. Hij zei, desgevraagd, dat de reden van zijn vertrek lag in het feit, dat zijn vrouw Geja niet in Spanje kon aarden. Met de presentatie die middag van de Amerikaanse Hot 100 kwam een einde aan zijn dienstverband met Radio Mi Amigo. Even voor half vijf in de middag nam hij afscheid van de luisteraars. Met Bennett's vertrek van het station kwam er tevens een einde aan een programma dat via drie verschillende zeezenders te beluisteren was. "Welkom in de wereld der wakkeren" was achtereenvolgens te horen op de Nederlandse service van Radio Caroline, daarna via Radio Atlantis en tenslotte op Radio Mi Amigo. De opengevallen programma-uren werden vervolgens door de andere medewerkers in Spanje overgenomen. Vanaf 19 januari was er voor het eerst op het hele uur een nieuwsvoorziening te beluisteren op Radio Mi Amigo, die beurtelings werd gepresenteerd door Jan van der Meer en Tim Ridder. Deze laatste had zich een nieuwe naam aangemeten om niet met de autoriteiten in de problemen te komen. Maar de geharde luisteraar ontdekte al vrij snel dat het om Bart van Leeuwen ging, die eerder bij Radio Veronica had gewerkt. Dezelfde dag begonnen Joris Spring in 't Veldt, een nieuwe technicus in Playa de Aro, en Maurice Bokkebroek aan de inrichting van een studio in de Mi-Amigo-winkel in Playa de Aro, zodat de programma's vanaf het daarop volgende voorjaar met publiek zouden kunnen worden opgenomen. Laatstgenoemde technicus kreeg in dezelfde maand een eigen fanclub terwijl ook de ‘Bokkebroek Hit Tip Speciaal’ werd ingevoerd in de programmering. Medewerkers achter de schermen, die nog in België verbleven, bleken nog lang niet veilig te zijn voor de opsporingsambtenaren van de B.O.B. Op 20 januari werd Patrick Valain, die zich nog steeds bezig hield met de organisatie van de Mi-Amigo-Drive-In-Show, opgepakt voor verhoor. Enkele dagen later liet de bevoorrading het afweten, waardoor Tim Ridder vanaf 26 januari enkele programma's live ging presenteren vanwege het ontbreken van programmatapes. Op de zondagmiddagen kwam vanaf dat moment iedere keer tussen vijf uur en kwart over vijf sportnieuws vanaf boord, gevolgd door drie kwartier Joop Verhoof met LP-muziek. Opmerkelijk was dat tegen het einde van de maand januari andermaal een single uitkwam, ingezongen door de deejays van Radio Mi Amigo. Ze wensten een graantje mee te pikken van de jaarlijkse vloed aan carnavalsmuziek, die massaal door Belgen en Nederlanders werd gekocht. In ieder geval was dit niet met deze plaat het geval, daar het nummer "Amalia" geen hitnotering haalde. Het nummer werd trouwens geschreven door Stan Haag. Naar aanleiding van het uitkomen van de single vertelde Joop Verhoof in een van zijn programma's dat een ieder, die een eigen piratenstation aan land had, kon reageren waarna men een kopie van de single zou krijgen opgestuurd. De plaat zou in de week die viel in de periode eind januari begin februari 1976 trouwens worden uitgeroepen tot ‘Mi Amigo’s Lieveling’. Enkele jaren nadat hij Radio Mi Amigo had verlaten, stond er in het Freewave Media Magazine een interview met Bart van Leeuwen te lezen. Ton van Draanen sprak destijds met hem over zijn jeugd, zijn loopbaan en natuurlijk Radio Mi Amigo. De op 2 juli 1954 geboren Ton Egas, zoals Van Leeuwen officieel heet, kreeg op zijn zevende verjaardag een kleine draaitafel, waardoor de liefde voor het platendraaien ontstond: "Als ik dan die platen op mijn kamertje aan het draaien was, vond ik het stil en besloot ik tussen de te draaien platen maar wat tegen mezelf te zeggen. Echte interesse kreeg ik toen ik twaalf jaar was en Radio Veronica begon te ontdekken, die toen op de 192 meter haar programma's uitstraalde. Op een bepaald moment gingen we verhuizen naar Utrecht en ben ik eens een kijkje gaan nemen bij de ziekenomroep RANO. Dit was in de begin jaren zeventig. Ik kreeg dan ook de kans er te komen werken, maar na twee weken werd ik er al weer uitgegooid. De reden was dat ik te slecht en bovendien zeer eigenwijs was. In september 1972 veranderde Radio Veronica van frequentie en werd er een nieuw programma geïntroduceerd waarin gast-deejays mochten optreden. Mijn programma is blijkbaar goed overgekomen want men schreef mij nadien een brief, die nooit is aangekomen. Een paar maanden later ging ik uit mezelf nog eens op bezoek in Hilversum en toen kreeg ik te horen waarom ik niet op de brief had gereageerd. Uiteraard was ik heel verbaasd, want ik wist niets van die brief af. Nadat het misverstand was uitgepraat, ben ik aangenomen als presentator van het programma 'Nachtklup'." Het vertrek van Tom Mulder van Radio Veronica naar de TROS in 1973 bleek de start van een mooie loopbaan voor Van Leeuwen, die tot en met de close-down van het station op 31 augustus 1974, programma's bleef presenteren. In de daarop volgende zes maanden kwam hij in de WW terecht en deed alleen nog incidentele drive-in-shows voor Veronica. Maar het zeezenderbloed begon toch weer te kriebelen. Bart van Leeuwen: “Lex Harding, Ad Bouman, Karel van der Woerd en ik waren het zat om niets meer te doen en zijn in maart 1975 naar Spanje gegaan om eens met Sylvain Tack te gaan praten. Al vrij snel bleek dat de mensen van Radio Mi Amigo zich gepasseerd zouden voelen als hun naam zou verdwijnen ten voordele van die van Radio Veronica. Er ontstonden allerlei vreemde situaties en toen bovendien de pers zich erop stortte en een televisieploeg van TROS Aktua ons op de hielen zat, zijn we maar weer naar Nederland vertrokken. Daarna heb ik een hele tijd niets meer gehoord totdat men zich bij Radio Mi Amigo mij opeens weer herinnerde en ze me vroegen of ik zin had om aan boord van de MV Mi Amigo te gaan om daar nieuwsuitzendingen voor te bereiden en te lezen." Bart van Leeuwen ondervond de nodige tegenstand van de Caroline-deejays. "Ik kwam dus aan boord met de mededeling dat ik de nieuwsprogramma's zou gaan verzorgen voor Radio Mi Amigo en ik merkte vrijwel meteen dat die Caroline-jongens dat niet zo zagen zitten. Ik heb dan ook veel ruzie met ze gehad. Soms ook wel terecht en soms was ik zelf wel te lastig. Ik had van Sylvain opdracht gekregen er iets goeds van te maken, ongeacht hoe het ook ertoe zou moeten leiden. Ik was dus heel eerlijk en zei tegen die Caroline-jongens dat ik het 'verdomme' in orde wilde hebben. Die Engelsen zagen de MV Mi Amigo als hun schip en dat was natuurlijk ook wel zo, immers Tack had het alleen maar gehuurd. Radio Caroline bestond, volgens mij, echter alleen bij de gratie van Radio Mi Amigo. Zonder Radio Mi Amigo zou Radio Caroline in die tijd nooit hebben kunnen uitzenden. Tack betaalde de hele handel. Maar in ieder geval wilden ze niet zo snel meewerken aan het tot stand komen van de technische zaken om de uitzendingen te kunnen opstarten. Op de ochtend dat de eerste nieuwsuitzending zou moeten plaatsvinden werd er pas een spot-master neergezet en een microfoonaansluiting gemaakt. Het klonk erg hol in het begin en dat kwam omdat ik eerst het nieuws voorlas in een ruimte waar geen isolatie was aangebracht. Later werd het stukje bij stukje technisch beter en ook redactioneel kwam het nieuws op het niveau dat we wilden hebben. Ook met de komst van Jan van der Meer, en later Marc Jacobs, ging de nieuwsvoorziening vooruit." Voor de opening en de sluiting van het nieuws hadden de heren overigens weer eens ouderwets ‘piraatje’ gespeeld. In de beginjaren zeventig had de jingle-maatschappij "WB Tanner" uit Memphis een nieuw jinglepakket op de markt gebracht onder de noemer "Feel the spirit." Als er binnen de jingle-industrie een nieuw pakket uitkomt wordt dit altijd begeleid door een demo die naar tientallen geïnteresseerde stations uitgaat. Dergelijke demo's zijn ook zeer intrek bij hobbyisten die jingles verzamelen. Door één van die verzamelaars kwam de demo van "Feel the spirit" — later overigens nog eens uitgebracht onder de noemer "The spirit of ..." — aan boord van de MV Mi Amigo. Tijdens de voorbereidingen van de nieuwsuitzendingen werd de demo professioneel aangepakt, waardoor de nieuwsopener en de nieuwssluiter voor Radio Mi Amigo het levenslicht aanschouwden. Het pakket werd destijds in Amerika onder meer gebruikt door WMEX in Boston, WNBC in New York en WKSD in St. Louis. Hans Knot, 2 februari 2019
  14. Eerder beschreef ik in een column de illegale doorstart van Radio Mi Amigo. Ook in dit essay gaat ik weer precies drieenveertig jaar terug in de historie van deze zeezender. Hier vertel ik wat er om en rond Radio Mi Amigo plaatsvond in de dagen tussen 1 december 1975 en 31 januari 1976: van de plannen van eigenaar Sylvain Tack in het Spaanse Playa de Aro tot en met de lotgevallen van de deejays aan boord van de MV Mi Amigo. Vandaag deel 2 Ook Stan Haag kwam in het verhaal nog aan het woord: "Ik denk bij mezelf, iedere dag is meegenomen. Zo is het mijn hele leven al geweest. Het is toch een heerlijk avontuur. En trouwens, wat moest ik? Toen Radio Veronica uit de ether verdween, viel er voor mij ook een financiële basis weg. Dus die stap naar Radio Mi Amigo is niet zo verschrikkelijk groot geweest." En zijn vrouw Nicki: "Als het hier ooit ophoudt, dan heb ik geleerd te incasseren en verdraagzaam te zijn, want je kunt je hier met zo'n intiem clubje gewoon geen ruzie permitteren." Peter van Dam: "Heimwee komt nu het in de wintermaanden stiller wordt, maar het zou, geloof ik, erger zijn in een ander beroep. We hebben via de post nog veel contact met de luisteraars." Bert Bennett: "Als ik tijd had zou ik gewoon een keer terug gaan om te zien wat er gebeurt. Laat ze maar iets tegen mij bewijzen. Ach, en van de politiek hier in Spanje heb ik nooit iets gemerkt en bovendien zit ik hier nog te kort om er een oordeel over te kunnen vellen." Toch had Tack al enige ervaring met de politieke situatie in Spanje. Enkele weken eerder was hij namelijk benaderd door de ETA, de Baskische bevrijdingsbeweging met het verzoek zijn bedrijf te verplaatsen naar Bilbao. Tack hierover: "Er is over mijn lippen nooit één woord politiek gekomen. Ik kende in België de burgemeester van mijn eigen dorp niet eens, het enige dat we hier doen is het toerisme enigszins promoten." Na het interview ging de gehele ploeg samen met Langerak naar een restaurant en daar probeerde Tack een grap uit op een ober: "Weet U het verschil tussen Franco en Radio Mi Amigo? Franco is dood, Radio Mi Amigo springlevend!" Ook de rechter in Southend On Sea bleef zich bezig houden met overtredingen van de Marine Offences Act (MOA). Op 11 december deed zij, Mrs. Joan Bridge, uitspraak tegen een aantal personen dat door de Essex Police eerder was opgebracht, waaronder de Nederlander Werner de Zwart. Naast hem waren het Simon Barrett en Michael Lloyd — beiden Caroline-deejays — en zendertechnicus Peter Murpha — Chicago — die verschenen. Allen, uitgezonderd Murpha, gaven een overtreding van de wet toe en Peter's zaak werd verdaagd tot 23 februari 1976. Simon kreeg een boete van 200 Pond en tevens diende hij 50 Pond gerechtskosten te betalen. Een zelfde bedrag kreeg Werner toegewezen. Hij was als kok en kapitein werkzaam op de MV Mi Amigo en zou later uitgebreid de pers halen in Nederland. Michael kreeg een lagere straf, 50 Pond boete en 25 Pond gerechtskosten. In de zaal waren andermaal vele fans aanwezig en na afloop stond Simon de pers ter woord, waarbij hij verklaarde dat de rechter de politie van Essex had aangeraden bij een volgende overtreding van de MOA het zendschip te enteren en binnen te slepen in een Britse haven. Zowel Michael Lloyd als Simon Barrett besloten om niet meer naar het zendschip terug te gaan, hoewel de laatste in 1983 — toen de MV Ross Revenge als nieuw zendschip voor Radio Caroline werd ingezet — gedurende enkele maanden andermaal als deejay actief was. Inmiddels ging een vrouw uit Gent wel heel ver met haar adoratie voor Maurice Bokkebroek door regelmatig te schrijven en te telefoneren naar Spanje met het verzoek of hij zijn haar wilde laten knippen. Voor een lok had zij vijfduizend Belgische Francs over. Op 21 december 1975 kon andermaal weer The American Hot 100 beluisterd worden op Radio Mi Amigo, echter zonder de sponsoring door de Coca Cola Company. In de presentatie van Bert Bennett werd het iedere zondagmiddag geprogrammeerd tussen twee uur en half vijf. Vanaf die dag viel tevens Ds. Toornvliet met zijn programma op de zondagochtend te beluisteren, van negen uur tot half tien. Enkele dagen voor Kerstmis 1975 kwam er een officieel document binnen op het adres van Radio Mi Amigo in Spanje. Het was afkomstig van de Spaanse Minister voor Informatie, die de directie meedeelde dat er niet langer programma's mochten worden verzorgd op Radio Gerona. De medewerkers van Radio Mi Amigo waren eerder dat jaar begonnen met het vullen van twee uur aan zendtijd per dag. Op die manier dacht men meer de adverteerders te kunnen trekken door contracten aan te gaan waarbij men zogenaamd adverteerde op Radio Gerona. De reclamespots werden dan tegelijkertijd "gratis" op Radio Mi Amigo gedraaid, terwijl op de rekening alleen de naam van Radio Gerona voorkwam. In het document van de Spaanse minister werd als reden aangevoerd dat de directeur van Radio Gerona had nagelaten de Nederlandse teksten aan het Ministerie voor Informatie voor te leggen. Niet-Spaanstalige teksten dienden in die tijd altijd vooraf te worden voorgelegd in verband met eventuele censuurpleging van de zijde van de overheid. Tack meldde echter dat hij ervan overtuigd was dat een klacht van de Nederlandse Minister van Doorn van CRM in de richting van de Spaanse regering zou hebben bijgedragen aan het besluit van de Spaanse Minister voor Informatie. Afbeelding: Mi Amigo Waffels Spanje (foto Theo Dencker) Kerstmis werd er gevierd met onder meer veel aandacht aan de voormalige zeezenders en hun medewerkers. Volop kerstgroeten werden er gedaan aan vele personen uit de radiowereld. Bovenal dient er melding te worden gemaakt van het prachtige, eigen geschreven, Kerstverhaal dat Stan Haag op Eerste Kerstdag in zijn programma voorlas. Verder waren er in de Kerstprogramma's speciaal voor Radio Mi Amigo ingezongen kerstjingles te beluisteren, jingles gemaakt door de Belgische formatie The Garnets. Ook liet ik Peter van Dam aan het woord over zijn herinneringen uit de tijd van Radio Mi Amigo. Allereerst over de band met de collega's: "Sylvain deed alle mogelijke moeite om eendracht te houden, maar toch op de een of andere manier was er een 'België tégen Nederland' houding, of misschien andersom. In de zomers maakte dat niet veel uit, je had dan genoeg aanloop, maar in de winters kon dit zeer irritant zijn. Je zag dan alleen elkaar en dat kon dan vaak tot de nodige fricties leiden. Ik zocht dan afleiding en ik ging dan maar met mijn auto de nodige kilometers maken. Daar heb ik echt geleerd wat rijden is.” "Verder heb ik me grenzeloos geërgerd aan de hebzucht van de Nederlanders. Wanneer Stan Haag door toeristen andermaal een drankje kreeg aangeboden, en hij had er al een stuk of vijf gehad, dan was hij zo brutaal om de mensen om geld te vragen, zodat hij de volgende dag nog gratis drinken kon. Op een bepaald moment promoveerde Tack me tot programmaleider en Joop Verhoof, die dat al een tijdje was geweest, was ontzettend boos. Hij probeerde me dan ook te overheersen door te stellen dat hij direct een baan in Hilversum kon krijgen. Hij zei dan gewoon dat hij al aanbiedingen van zes omroepen had gehad en de zevende er al aan zat te komen. En je weet dat hij er nooit aan de bak is gekomen en ik gelukkig wel." "En dan waren er de bezoeken, begin 1975 van de Veronica-medewerkers. Ik kan je wel vertellen dat Rob Out, waarvan altijd ontkend werd dat hij er ooit is geweest, wel in Playa de Aro was. Ik heb hem op handen en voeten de kroeg uit zien komen. Ze kwamen voor besprekingen tot eventuele overname van de organisatie. Erg aardige mensen waren het, Karel van der Woerd, Ad Bouman, Lex Harding en Tom Collins, maar ze kwamen hoofdzakelijk voor Stan Haag en zijn vrouw en wel omdat ze elkaar al jaren kenden. En dan de toeristen, werd je soms ook niet goed van. Ze hadden totaal geen besef ervan waar je mee bezig was. Zo nam ik in de ochtenduren soms het programma voor een middaguitzending op en noemde dan de tijd, waarna direct je op je schouders werd getikt met de mededeling dat je een verkeerde tijdmelding had gemaakt. Toen we nog op de berg de programma's in één van de villa's van Tack opnamen was er op het dak een simpele televisieantenne en ik herinner me dat op een dag iemand geloofde dat via de antenne de uitzendingen richting het schip werden uitgestraald. Simpeler kun je het niet voorstellen." Het jaar 1976 begon allereerst met het vieren van de tweede verjaardag van Radio Mi Amigo, waarbij zowel in het programma van Michelle als Joop Verhoof via verhalen en fragmenten werd stil gestaan bij de stranding van de Mi Amigo, twee maanden eerder. In de nacht van 2 op 3 januari heerste er in West-Europa een storm die orkaanachtige trekjes had. De kranten vermeldden dat een dergelijke storm zich in tientallen jaren niet had voorgedaan in ons deel van de wereld. Gevolg was dan ook dat praktisch iedere zeezenderfan aan de radio gekluisterd zat, met in gedachten de eventuele gevolgen die zouden kunnen ontstaan voor de MV Mi Amigo en haar bemanning. Met een snelheid van meer dan 170 kilometer per uur, zo meldde het KNMI, lag het hoogtepunt van de storm rond half één in de nacht. Metershoge golven sloegen over het zendschip heen, hetgeen regelmatig kortsluiting tussen zender en zendmast tot gevolg had. Gedurende enkele seconden viel het signaal telkens uit, maar tot goed half twee die nacht waren de deejays van Radio Caroline in staat de programma's live te presenteren. Daarna lukte dat niet meer. Maar gelukkig voor hen aan boord bleef het bij de storingen en kwam men de volgende dag, nadat men gedurende enkele uren non-stop muziek had gedraaid, weer terug met de normale programmering. Volgende week deel 3. Hans Knot, 26 januari 2019
  15. Eerder beschreef ik in een column de illegale doorstart van Radio Mi Amigo. Ook in dit essay gaat ik weer precies drieenveertig jaar terug in de historie van deze zeezender. Hier vertel ik wat er om en rond Radio Mi Amigo plaatsvond in de dagen tussen 1 december 1975 en 31 januari 1976: van de plannen van eigenaar Sylvain Tack in het Spaanse Playa de Aro tot en met de lotgevallen van de deejays aan boord van de MV Mi Amigo. Vandaag deel 1 Het jaar 1975 liep ten einde. Na alle problemen in de maand november dacht ik op 1 december toch weer eens zonder problemen en met veel plezier naar de programma's van zowel Radio Mi Amigo als die van Radio Caroline te kunnen luisteren. In mijn dagboek werd namelijk op die dag melding gemaakt van het gegeven dat de zender aan boord, sinds lange tijd, weer eens met het maximale vermogen van 50 kW in de ether was. Zowel overdag als in de avond zat ik met plezier te luisteren naar de programma's. Met grote letters zette ik erbij: "Voor hoe lang?" Ik had het misschien beter niet kunnen doen, want rond half twaalf die avond verdween de zender plotseling uit de ether. Kijkend op de pagina van het dagboek bij de datum van 2 december, lees ik terug dat de zender in de ochtenduren weer in de ether was — maar wel op een lager vermogen, naar schatting zo'n 10 kW. De reden van het lagere vermogen werd in de middaguren duidelijk. De nodige informatie kwam van Caroline-deejay James Ross die om vier uur het Mi-Amigo-programma onderbrak met een mededeling voor het kantoor: "Hier een bericht voor onze mensen op het kantoor. Gisteravond is de top van onze zendmast afgebroken. Kunnen jullie, indien mogelijk, de heer T. Pinockio naar het schip toesturen?" Twee uur later werd het bericht, zowel in het Nederlands als in het Engels herhaald. Daarna leek alles normaal, tot in de middag van 3 december. In plaats van programma's van Radio Mi Amigo waren er een tweetal uren lang programma's te horen van Manx Radio, een officieel commercieel station op het eiland Man, die op de één of andere manier door iemand aan boord waren gebracht. Bij gebrek aan programmatapes van Radio Mi Amigo — er was weer eens niet op tijd bevoorraad — werden deze tapes afgedraaid. Harry van Doorn, de man die in 1974 uiteindelijk verantwoordelijk was geweest voor de invoering van de anti-zeezenderwet, waardoor onder meer Radio Atlantis, Radio Veronica en RNI besloten hadden met hun uitzendingen vanaf zee te stoppen, bleef ook daarna actief als minister voor CRM (Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk). Foto: Frank van der Mast (Freewave Archief) Op 7 december 1975 maakte hij bekend dat hij van plan was om spoedig een eind te maken aan de illegale activiteiten vanaf de Noordzee, daarbij uiteraard doelend op Radio Caroline en Radio Mi Amigo. Hij had daarbij natuurlijk vooral het laatste station op het oog, daar de zender haar programma's deels in het Nederlands en deels in het Vlaams verzorgde, er Nederlanders actief waren en er door Nederlandse bedrijven werd geadverteerd. Hij maakte aan de pers bekend, dat hij contact had opgenomen met zijn Spaanse collega met het verzoek bij de regering in Madrid er op aan te dringen de legalisatie van Radio Mi Amigo ongedaan te maken. Sylvain Tack, slim als altijd, wenste direct te reageren op de uitlatingen van minister Van Doorn. De zeezenderspecialist van destijds bij het Algemeen Dagblad, Henk Langerak, kreeg de gelegenheid het winterse Nederland te verlaten voor een kort verblijf in het milde Spanje. Hij ontlokte Tack enkele krachtige uitspraken: "Het is een gruwelijk avontuur waar we mee bezig zijn. Ik vraag me af waarom ik dit nog doe. Maar je komt in een situatie terecht waarbij je niet meer kunt stoppen. Het wordt dan een prestigestrijd. Moest ik herbeginnen, ik zou het niet meer doen." Tack, die aan Langerak een auto en slaapkamer beschikbaar stelde, wilde destijds best nog opening van zaken geven — tenminste zover dat nog in zijn vermogen lag. Uiteindelijk ging de deur, van wat hij zijn innerlijk keuken noemde, slechts op een kier open. Zijn jongens verdienden, zo zei Tack, allemaal even veel. De meeste reclamespots op Radio Mi Amigo werden, volgens zijn zeggen, helemaal niet betaald, waarbij sommige spots voor vrienden en zakenrelaties gewoon werden verzonnen. Weer andere adverteerders zouden volgens hem profiteren van het gegeven dat Radio Mi Amigo deels illegaal haar activiteiten verzorgde, en zouden de rekeningen gewoon niet betalen. Ook wenste hij nog even te zeggen door het draaien van veel regionale reclame te willen bewijzen dat er wel degelijk belangstelling was voor zijn station. Met enkele grote internationale adverteerders zou hij op basis van vertrouwen werken, waarbij er geen daadwerkelijke contracten waren. De transacties waren gebaseerd op wederzijds respect. Met andere woorden: Radio Mi Amigo zorgde voor commercials, de grote jongens zouden het geld daarvoor op tafel leggen. Volgens Tack werden de afgesproken "tien gulden per seconde" zondermeer betaald. Zoals zo vaak met de zeezenders werkte Radio Mi Amigo ook nauw samen met de platenmaatschappijen. Dit gebeurde door in ieder geval alle nieuwe singles per post op te sturen naar Playa de Aro, zodat het voor de programmaleiding en de deejays mogelijk werd zelf een keuze te maken welke van de nieuwe schijven in de programma's te horen zouden zijn. Maar, de platenmaatschappijen hadden tevens de mogelijkheid om een plaat intens te laten pluggen en wel tegen betaling. Voor een bedrag van f 1.200,00 was het mogelijk een plaat, gedurende een week, tenminste vijf keer per dag te laten draaien. Op het kantoor van Joop Verhoof hing dan ook altijd een lijst met ongeveer vijftien titels van platen die op dat moment in de rotatie waren opgenomen. Tack maakte intussen ook bekend in de toekomst naar België te zullen terugkeren als een volgende rechtszaak tegen hem diende: ”Er ligt een lijst met zeven punten klaar waarop men denkt mij te kunnen veroordelen, waaronder het in het bezit hebben van zendapparatuur, het meewerken aan een illegale zender, verduistering van fondsen naar het buitenland en het schuldig zijn aan een vluchtmisdrijf. Ik wil me zelf kunnen verdedigen." Ook zag Tack nieuwe bronnen van inkomsten. Zo vertelde hij aan Langerak dat hij een bedrijf zou oprichten voor het op de markt brengen van achtergrondmuziek op cassettebanden, met als voorbeeld de firma Reditune. Deze onderneming was een dochterbedrijf van het Strengholt-concern dat in 1974 met hetzelfde doel was opgericht en tevens de mogelijkheid gaf aan een aantal voormalige medewerkers van Radio Noordzee een plek te blijven behouden binnen de muziekindustrie, nadat het station uit de ether was verdwenen. Ook had hij eind 1975 al alle machines besteld voor een te openen filiaal van de Suzy-Wafel-fabriek in Spanje, die zou gaan opereren onder de naam Mi-Amigo-Wafel-fabriek. Maar zorgen waren er ook, aldus Langerak: "In Nederland, België en Engeland zijn de afgelopen maanden in totaal 23 mensen van de Mi-Amigo-organisatie door de justitie aangehouden. Een ander probleem is dat Tack vindt dat het station nog te veel persoonlijkheid mist en technisch en organisatorisch nog lang niet perfect draait. Daarnaast heeft hij de zorgen van de vele werkvergunningen, die na veel moeite weer met een jaar zijn verlengd. Hij heeft garant moeten staan voor de huisvesting van de deejays en hun vrouwen en heeft persoonlijke problemen omdat het 12-jarige dochtertje van zijn tweede vrouw, Jacqueline, eigenlijk naar haar vader in België moet. Interpol is al bij Tack aan de deur geweest, maar het dochtertje wil bij haar moeder blijven. Voor iedereen komt daar nog wel een last bij. Terwijl de één verzucht wel eens een biertje te willen pakken in zijn stamcafé, wil de ander wel eens voetballen met zijn vrienden. Maar, heimwee wordt met hard werken verdreven." Hans Knot, 19 januari 2019
  16. Beste lezers van deze wekelijkse nostalgische column. In 2014 is Freewave Magazine, welke sinds 1978 wordt uitgegeven, overgestapt van een gedrukt tijdschrift naar een digitale uitgave. Alle medewerkers werken geheel belangeloos mee aan de totstandkoming van minimaal vijf edities per jaar die in dikte twee keer het volume hebben van voorheen het gedrukte tijdschrift. Bovendien is het aanbod aan onderwerpen veel breder geworden. Ook deze nostalgische column verschijnt ieder weekend op de website van Freewave Nostalgie. Het onderhouden van deze site kost echter wel de nodige onderhoud die door derden wordt verzorgd terwijl ook jaarlijks voor de ruimte bij een provider dient te worden betaald. Daarbij komt ook dat voor het gebruik van sommige foto’s een dikke rekening volgt. We willen u vragen een eenmalige donatie te doen zodat de samenstellers van Freewave Nostalgie, die u al het leesplezier brengen, deze kosten niet langer uit eigen gelden dienen te betalen. U kunt een eigen te kiezen bedrag overmaken op de rekening van de uitgever, de Stichting Media Communicatie, onder vermelding donatie Freewave Nostalgie. Alle gegevens staan hier: http://freewave-media-magazine.nl/?page_id=2869 Door uw donatie werkt u mee aan de voortzetting van ons mooie project. Met hartelijke dank mede namens SMC, Hans Knot hoofdredacteur.
  17. Terug in de tijd en herinneringen ophalen aan het jaar 1965. Nederland kende toen sinds enkele maanden een derde radiostation – Hilversum 3 - dat gevuld werd met programma’s verzorgd door de publieke omroeporganisaties, destijds ook wel vaak ‘de zuilen’ genoemd. Nog lang niet 24 uur per etmaal en alleen met uitzendingen via de FM. Het station diende nog goed in de markt te worden gezet. Tegelijkertijd was daar een aantal zeezenders dat veelvuldig door de Nederlanders, vooral de jongeren, werd beluisterd. Te denken valt aan Radio Veronica, Radio Caroline en Radio London. Op 15 december 1965 werden de namen bekend gemaakt van de beste Nederlandse en buitenlandse deejays. Voor Nederland stond op nummer 1 Joost de Draaijer van Radio Veronica met op plaats 2 Herman Stok van de VARA en op plaats 3 Jos Brink, die voor de NCRV programma’s maakte. De beste buitenlandse deejays waren te vinden in Duitsland en op zee met op nummer 1 Chris Howland en met Dave Dennis (Radio London) op 2 gevolgd door Tony Blackburn (Radio Caroline). De hitlijst van de deejays had tot gevolg dat in de kranten van de Gemeenschappelijke Persdienst er zo het een en ander werd geschreven hoe radio in 1965 gemaakt kon worden. Men stelde direct dat er eigenlijk geen vergelijking mocht worden gemaakt tussen de Nederlandse deejays met hun collega’s in het buitenland. Men haalde aan dat er een verschil was tussen samenstellers van radioprogramma’s die hun teksten lieten voorlezen door omroepers terwijl er ook presentatoren waren die hun eigen teksten schreven en via de microfoon brachten. De ouderwetse manier van radio maken. De schrijver van het artikel vond dat de laatste categorie behoorde tot de echte deejays. Hij voegde eraan toe dat in het buitenland, lees op de zendschepen, de deejays zelf in de studio achter de knoppen zaten, terwijl in Hilversum – het metropool van de Nederlandse zuilenradio – de deejays afhankelijk waren van de technici. De schrijver van het GPD-artikel vervolgde met de conclusie: ‘het beroep platendraaier en -bespreker lijkt velen aanlokkelijk, al is het dan alleen maar om de onafzienbare discotheek, die zo denkt men tenminste, deze mensen tot hun beschikking hebben. Beatles te kust en te keur, country and western, Dave Berry's, Trea's, Shirley's en Willekes voor de zoete uurtjes en muziekjes van Eartha Kitt voor het late uur — voor velen lijkt zoiets het toppunt van verrukking.’ Volgens de journalist was het een eis dat iedere goede deejay een enorme platencollectie had naast een fabelachtige repertoirekennis. Maar toch kwam het merendeel van de gedraaide muziek bij de omroepen uit de discotheek van de Nederlandse Radio Unie (NRU), zoals het overkoepelende orgaan destijds heette. Door deze dienst werd heel goed in de gaten gehouden wat er zoal op de toenmalige platenmarkt leverbaar was en werd praktisch alles aangeschaft. Op Hilversum 1 en 2 werd er dagelijks rond de 10 uur aan muziek uitgezonden. Bij Hilversum 3 lag het aantal eind 1965 op rond de 8 uur. Radio Veronica, uitzendend vanaf zee, had al danig de muziekkeuze verlegd richting de jeugd en het onderzoek stelde dat bij Veronica op de 192 gemiddeld 7 uur per dag werd besteed aan de popmuziek. De betreffende journalist had zo ook zijn contacten bij de platenmaatschappijen aangewend om van die zijde enig commentaar te krijgen. Het hoofd van de afdeling artists relations – ja het gebruik van Engelstalige woorden sloop toen ook al de Nederlandse kranten binnen - stelde desgevraagd: “Wij attenderen de deejays regelmatig op het nieuwe materiaal van eigen bodem en op wat er in het buitenland interessant is. De deejays op hun beurt zoeken ook vaak contact met ons. Zij informeren bij ons vaak wanneer een buitenlandse hit nu ook in ons land uitgebracht gaat worden. Ze halen je haast je nieuwe plaatjes onder je vingers vandaan: hebben we vrijdags iets nieuws, dan willen zij het zaterdags al hebben — iets dat wij niet stimuleren: je creëert dan een bepaalde vraag waaraan wij nog niet meteen kunnen voldoen.” Vijf belangrijke punten waren er destijds die de verkoop van een plaat mogelijk konden bevorderen: de stimulerende verkoop via vertegenwoordigers, het plaatsen van advertenties, vrije publiciteit, een optreden op de tv en de zogenaamde radio plugging. Onder dit laatste verstond men het erin stampen van een bepaalde song, zoals vooral bij Radio Veronica gebeurde. Hierbij was het natuurlijk van groot belang dat deejays onder indruk kwamen van een bepaald nieuw product. Overigens ging het hier in Nederland volgens de journalist van de GPD er keurig aan toe. Omkoping van deejays kwam in het buitenland regelmatig voor, maar dat behoorde hier tot de onmogelijkheden. Het was volgens hem in Nederland trouwens ook niet gebruikelijk dat, zoals buiten de grenzen nog wel eens het geval was (bijvoorbeeld bij Don Camillo in Luxemburg), deejays tevens geïnteresseerd waren in het zelf oprichten van muziekuitgeverijen. Dat zou namelijk in de hand kunnen werken, dat er dan voornamelijk nummers uit de eigen uitgeverij gedraaid zouden worden. Alleen Joost de Draaijer had destijds een eigen muziekuitgeverij. Maar het zou nog enkele jaren duren dat dit problemen voor hem zou geven. Wel waren er voor deejays en programmasamenstellers soms merkwaardige moeilijkheden. Zo werd een tekst als ‘aan jou heb ik alles te danken’ verboden te draaien bij de NCRV op de radio daar de directie van mening was dat dit niet het geval kon zijn daar de luisteraar alles te danken had aan God. Uiteraard waren dubieuze woorden taboe. Luister maar eens naar de tekst van ‘Shame and Scandell in the family’ en je begrijpt dat een dergelijke song ook niet paste in de programmering van deze omroeporganisatie. Op een bekrompen manier, en niet alleen bij de NCRV, werd erop gelet dat vooral geen bespottende songs de radio zouden halen. De tijd stond even stil in december 1965.
  18. In Groningen werden eind januari 1979 geheime notulen van een vergadering binnen Radio Noord, de regionale omroep waar het weer eens crisistijd was, openbaar gemaakt en behandeld in een artikel van het Nieuwsblad van het Noorden. Men meldde dat als gevolg van botsende persoonlijkheden en karakters er een definitieve contactstoornis was ontstaan tussen het toenmalige hoofd van Radio Noord, Willem de Jong, en enkele medewerkers. Dit bleek uit de notulen van een programmastaf vergadering, die waren opgesteld door Guy van Zutphen van het NOS bureau Arbeidszaken en Sociale Begeleiding. Hij was door de leiding van de NOS gedetacheerd als bemiddelaar met als doel de problemen bij de regionale omroep in Groningen op te lossen. Het was de tijd dat de regionale omroepen nog onder bewind van de NOS actief waren. Het bleek dat enkele maanden eerder een conflict was ontstaan tussen Willem de Jong en het adjunct hoofd van Radio Noord, Joris Stam, waarbij verdere samenwerking geheel onmogelijk bleek. De voornoemde notulen bleken afkomstig van een op 12 februari 1979 gehouden vergadering. Verder waren enkele vergaderingen gewijd aan onder meer een intern rapport van Radio Noord medewerker Henk Binnendijk, waarbij een van de conclusies was dat het beter was dat De Jong zou vertrekken. De Jong wenste echter niet over dit rapport te praten. In vergadering werd besloten het rapport ter zijde te leggen en andermaal bijeen te komen voor het maken van een inventarisatie van de problemen. Andermaal liet De Jong weten bij deze besprekingen niet aanwezig te zijn omdat een inventarisatie van de problemen ook wel zonder hem zou kunnen worden gemaakt. Wel voegde hij eraan toe dat, wanneer de inventarisatie zou zijn gemaakt hij er op een daarop volgende vergadering weer aanwezig zou zijn. Uit de gememoreerde notulen bleek dat de opstelling van De Jong hem door de rest van de programmastaf kwalijk werd genomen. Zelfs een telefoontje, dat tijdens de betreffende vergadering met hem werd gepleegd, leverde niets op. Op de vraag alsnog aan te sluiten in de vergadering weigerde hij. Vreemd genoeg was er geen verder commentaar destijds te verkrijgen daar er vanuit Hilversum aan alle medewerkers van Radio Noord een spreekverbod was opgelegd. Wel vroeg men om commentaar bij de toenmalige commissaris regionale zaken van de NOS, drs. Dijkstra, die stelde niet op de hoogte te zijn van de recente ontwikkelingen. Wel voegde hij eraan toe op de hoogte te zijn van de zeer onprettige situatie die er in Groningen heerste. Maar de radioactiviteiten gingen inmiddels door in de studio van Radio Noord aan het Martinikerkhof in Groningen, want op woensdag 14 februari 1979 was het merendeel van de wegen in Groningen al heel vroeg in de ochtend onbegaanbaar als gevolg van hevige sneeuwstormen. Het was zo dat Radio Noord – via de steunzender op de 97.5 MHz - in de avonduren voor een korte periode dagelijkse uitzendingen had. Dit gebeurde via een steunzender die normaal werd gebruikt voor de ontvangst van Hilversum 3 op de FM. In noodsituaties, wat zelden voorkwam, was er voor de regionale omroep de mogelijkheid in te breken op de uitzendingen van Hilversum 3 via deze steunzender. En voorbereid op een dergelijk noodprogramma was men zeker want er was een bepaalde flow merkbaar en luisterend bleek dat de uitzending vlekkeloos verliep. Scholen, bedrijven en verenigingen konden meldden of bepaalde activiteiten vanwege de weersomstandigheden niet konden doorgaan. Ook werden mensen, die niet naar hun werk konden, waar mogelijk gevraagd zich in te zetten om op bepaalde plekken sneeuw te ruimen. De universiteit sloot haar deuren waardoor ikzelf aan een oproep voldeed sneeuw te gaan ruimen op het terrein van het Academisch Ziekenhuis aan de Oostersingel, het latere UMCG. Verkeersinformatie was in die dagen nog niet in die mate als tegenwoordig aanwezig op de radio, maar in de noodprogramma’s van Radio Noord veranderde dit al snel. Automobilisten werden op de hoogte gehouden van de afsluitingen in het wegennet. Andere oproepen volgden en de dagen erna was de situatie dermate slecht dat bepaalde dorpen in de provincie Groningen helemaal niet meer via het gebruik van auto’s bereikbaar waren. Militairen werden ingezet en directe benodigdheden zoals brood werden met gebruik van tanks, voorzien van sneeuwschuivers, naar de betreffende dorpen gebracht. En via Radio Noord werd het luisterpubliek op de hoogte gehouden, waarvoor alsnog grote hulde. https://www.rtvnoord.nl/media/24883/Terugblik-op-barre-winter-van-1979 Hans Knot, 15 december 2018
  19. Het is leuk om af en toe wat herinneringen bij elkaar te sprokkelen voor een nostalgische column. Daarvoor neem ik je deze keer mee terug naar het jaar 1963. In juni werd bekend dat Fred van Amstel, wiens echte naam Dan Campagne was, besloten had Radio Veronica te gaan verlaten. Hij had een prachtige vakantie doorgebracht op Mallorca en daar zo genoten dat hij besloot er te definitief te gaan wonen. Waarschijnlijk was de tweede reden van zijn besluit dat hij een pracht aanbod had gekregen om op het eiland een radioprogramma in liefst drie talen te gaan presenteren voor een plaatselijk radiostation. De zomer van 1963 was ondermeer ingeruimd voor promotie voor Radio Veronica in kranten en tijdschriften. Niet alleen werd het station door de leiding zelf onder de aandacht gebracht maar ook door derden. Zo was begin juli een artikeltje te vinden in ‘de Televizier’, een radio- en televisiebode, waarin melding werd gemaakt van ongenoegen door een groep mariniers op uitlatingen van Tineke: ‘Je moet als omroepster bijzonder goed op je woorden letten – dat heeft Veronica’s Tineke ondervonden toen ze enkele weken geleden haar hart luchtte over de moderne tijd waarin voor romantiek geen plaats meer schijnt te zijn. Want deze hartenkreet werd gehoord door de bemanning van H.M. A 922 te Den Helder, die 26 man sterk in de pen klom om te vertellen dat ze het met Tineke niet helemaal eens waren en er toch écht wel nog wel romantiek is te vinden. En kwam er ook de opmerking of Tineke niet eens van Radio Veronica wilde overstappen naar de H.M. 922, onderdeel van de Koninklijke Marine.’ In ieder geval ging een grote foto van Tineke richting Den Helder, die enige dagen later een wand van de radiohut van het marineschip sierde. Ondertussen was via de diverse programma’s op Radio Veronica bij herhaling een oproep gedaan aan de jonge luisteraars eens uit te beelden welke voorstelling ze van Veronica hadden. Kleurplaten, tekeningen en ander werkjes van het ‘goede schip Veronica’ werden vervolgens door Tineke persoonlijk op de daarvoor bestemde ‘Veronica Gallery of Arts’ opgeprikt. Op 6 juli werd bekend gemaakt dat de luisteraars van Radio Veronica blij konden zijn met de zendtijduitbreiding van het station. Vanaf dat moment zou het station niet alleen op vrijdag en zaterdag tot een uur in de nacht te beluisteren zijn, maar tevens alle andere avonden. In totaal betekende dat 25 uur meer aan zendtijd per week op de 192 meter. Een tijd geleden vielen al even twee namen van opnamestudio’s waar de gesponsorde programma’s van Radio Veronica destijds werden opgenomen, maar door een berichtje in ‘de Televizier’ van 13 juli 1963 leren we dat er ook werd opgenomen in de opnamestudio van Eli van Tijn, waar ondermeer het programma ‘Prietepraat’ op recordertape werd vastgelegd. Het werd een tijdje op de vrijdagochtend uitgezonden en kon worden gezien als een ‘programma met plezierige onzin’. Het presentatieteam bestond uit vijf dames: Marjan Berk, Janine van Wely, Jasparina de Jong, Enny Mols de Leeuw en Adele Bloemendaal. Enig speurwerk naar de enige jaren geleden overleden Eli Tijn leerde dat hij werkte voor ArtiSounds, de opnamestudio waar ondermeer programma’s werden opgenomen voor Radio Luxembourg. Denk daarbij ondermeer aan het muzikale verhaal van ‘Ibbeltje’, geschreven door Annie M.G. Schmidt en van muziek voorzien door Cor Lemaire. De productie van deze programma’s was in handen van Wim Ibo. Ze werden uitgezonden op Radio Luxemburg, waarna een kopie van de band tevens naar Radio Veronica ging, alwaar het enige dagen later werd geprogrammeerd. In de maand juli werd tevens in Den Haag de Stichting Geestelijk en Lichamelijk Gehandicapten, de G.L.G. geregistreerd. Doel van deze Stichting was bij te dragen tot de verwezenlijking van een aantal projecten op bovengenoemd terrein. De Stichting had een grootscheepse lucifersactie op touw gezet, waarvan de baten ten goede kwamen van die objecten die op dat moment allereerst steun nodig hadden. De directie van Radio Veronica had een aanzienlijk bedrag (honderdduizend gulden) ter beschikking gesteld. De lucifers waren vervolgens in de handel verkrijgbaar voor 35 cent per pak van 10 doosjes. De Stichting G.L.G. ontving voor elk verkocht pak 10 cent. Ondersteuning van de Gezondheidszorg betekende dit. Of de lucifers werden gebruikt ter aansteking van rokertjes vond men klaarblijkelijk in die tijd niet belangrijk. Hans Knot, 8 december 2018
  20. Ter voorbereiding van deze nostalgische terugblik waande ik mij weer even in de schoolbanken van de Cort van der Lindenschool in Groningen, waar ik mijn eerste schreden zette op weg naar het leren van de Duitse taal. Het was meneer Woudstra die mij vormde met deze taal om te gaan en vooral om de rijtjes er in te stampen en dezen nooit meer te vergeten. Dat ik ooit later met een Duitse lieve vrouw zou trouwen speelde helemaal niet mee maar kwam dus vele jaren later mooi uit. Ook kwamen in gedachten de advertenties voorbij die in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw in tijdschriften werden afgedrukt, waarin werd aangekondigd dat diverse talen, waaronder de Duitse, via lessen en gebruik van grammofoonplaten kon worden aangeleerd. Maar hoe zat het met het leren van de Nederlandse taal aan de oostelijke kant van de Nederlandse grens in bijvoorbeeld 1970. Het zal menigeen verbazen dat de belangstelling voor onze taal verrassend groot was bij de West Duitse radioluisteraars. Ruim een jaar eerder begon de Westdeutsche Rundfunk (WDR) van de studio in Keulen een radiocursus Nederlands, waarvoor zich ruim 12.000 cursisten hadden aangemeld. Het was zo succesvol dat in november 1970 een vervolgcursus voor gevorderden werd aangekondigd, waarvoor binnen een week 2100 WDR-luisteraars zich hadden aangemeld. Na het succes van de WDR kregen ook de inwoners van Noord Duitsland de kans zich te verdiepen in de Nederlandse taal want door het Keulse succes gestimuleerd nam de programmaleiding van Radio Bremen het besluit de begincursus van de WDR over te nemen en deze ook te gaan uitzenden. Het werd zelfs in de Nederlandse kranten aangekondigd waarbij de toenmalige programmaleider van Radio Bremen, W.A. Kreije, wist te melden dat de aanvragen voor de leerboekjes, die bij de cursus behoorden, afkomstig waren uit het gehele gebied dat Radio Bremen met haar programma’s bereikte. Dus bijvoorbeeld ook uit Sleewsijk-Holstein in het hoge noorden. Hij wist ook te melden dat deelnemers afkomstig waren uit praktisch alle beroepsgroepen en bovendien een groot aantal leraren van schoolklassen zich had aangemeld om klassikaal deel te nemen. Trouwens was dit laatste ook het geval in het ontvangstgebied van de WDR. Vooral in de grensgebieden werd aan middelbare scholen van de lessen Nederlands geprofiteerd. Het idee was destijds afkomstig van mevrouw dr. M. Nestel- Begiebing, die vond dat het voor de vakantiegangers, die Nederland in het vizier hadden, belangrijk was enige kennis van onze taal tot zich te nemen. Zij was destijds leider van de schoolradio van de WDR. Graag vertelde ze over allerlei reacties die er op de cursus waren binnengekomen. Zo bleek er een aardige brief binnen te zijn gekomen van een Ober Studienrat uit Aken waaruit bleek dat de radiolessen zeer goed aansloten bij het onderwijs in Aken en omgeving. De interesse voor de Nederlandse taal was volgens de brief naar aanleiding van de radiocursus aanzienlijk gestegen. Niet zo verrassend wellicht was het feit dat een aantal leerboekjes voor onderwijs aan douaniers werd geleverd. De populariteit van de begincursus leidde er toe dat de programmaleiding van de WDR in 1972 nog eens tot herhaling besloot, wat later ook zou geschieden met de vervolgcursus. Bij Radio Bremen werd tevens dat jaar de vervolgcursus in de radioprogrammering opgenomen. De belangstelling voor radiocursussen Frans en Engels, door de WDR, destijds evenals de Nederlandse, vroeg in de avond en in hetzelfde programma uitgezonden, bleken aanzienlijk minder belangstelling te trekken van onze Oosterburen. Was het echt zo dat dit betekende dat de Franse taal beter lag bij de Duitsers dan de Nederlandse taal? Dit laatste paste wel bij de opvatting van de voornaamste propagandist aan Nederlandse kant, de heer M. Mourik, van de Nederlandse ambassade in Bonn. Hij stelde in november 1970: “De positie van de Nederlandse taal in de Bondsrepubliek is hoogst bevredigend. Alleen in Noord Rheinland Westfalen word het Nederlands facultatief in scholen onderwezen. Waarbij in een tiental scholen de mogelijkheid tot het leren van de Nederlandse taal inderdaad bestaat." Aan slechts twee West-Duitse Universiteiten was destijds een leerstoel Neerlandistiek en Nederlandse Cultuur (Munster en Keulen). Er was een twintigtal lectoraten, maar die hadden destijds minder te betekenen dan aan Nederlandse Universiteiten. Een Duitse lector was destijds bijvoorbeeld niet bevoegd examens af te nemen. Veel waarde werd in 1971 gehecht aan het verkrijgen van een leerstoel aan de toen nieuwe Universiteit van het noordelijke Oldenburg in Neder-Saksen. De regeringen van Nederland en België hadden in principe besloten zich daar gezamenlijk voor in te zetten, hetgeen ook werd gerealiseerd. Tegenwoordig is het voor onze oosterburen mogelijk zelfs via een blog en podcast onze taal deels kundig te worden. https://www.buurtaal.de/blog/buurtaal-podcast-pilotfolge Hans Knot, 17-11-2018 Foto: Marga Nestel (Begiebing NDR Archief)
  21. Omroepbijdragen verplicht, ik schreef er al eerder over een column en zie deze als een vervolg. Een grote actie, dat kun je zeker stellen van datgene in februari 1969 plaats vond. Een kwart miljoen gulden was het eerst genoemde bedrag en met de opgelegde navorderingen meegerekend zelfs meer dan 3 ton. Dat was het enorme bedrag dat een opsporingsactie naar zwartkijkers – en luisteraars in Arnhem gedurende drie weken door de Dienst Omroepbijdragen opleverde. Bij de bekendmaking van dit bedrag werd er ook de verwachting uitgesproken dat er in totaal zeker officiële aangifte te verwachten was van rond de 4000 radio – en/of televisietoestellen die toen tot op dat moment niet geregistreerd waren. Aangiften gingen destijds nog via het loket van de postkantoren. Een halve eeuw later zijn de bijdragen al lang vervallen en zijn er ook bijna geen officiële postkantoren meer. De genoemde 4000 verwachte aangiften was iets meer dan 10% van het aantal van 35.000 inwoners van Arnhem, die bezocht waren door de ambtenaren van voornoemde Dienst. Dat kwam trouwens overeen met de ervaringscijfers, die destijds aangaven dat in Nederland tussen de 10 en 15% van de huisgezinnen tot de categorie ‘niet nakomen van de wettelijke regeling’ behoorden. Daarbij behoorde ook een percentage dat hun toestellen wel aangaf maar domweg de regelmatige verplichting tot betaling niet nakwam. Arnhem was de eerste grote gemeente in Nederland, waar door de toen kersverse Dienst Omroepbijdragen een grootscheepse opsporingsactie werd gevoerd. Daarvoor heette de organisatie de Dienst Luister- en Kijkgelden. Liefst vijfentwintig ambtenaren, ook uit andere districten, werden er voor de huis aan huis actie ingezet. Ook nieuw voor die tijd was dat ze beschikten over door een computer opgestelde lijsten waarop de zogenaamde wetkijkers stonden vermeld, dus zij die aan de wettelijke verplichtingen tot betaling voldeden. Op huisnummer liep met een straat af om aan te bellen bij diegene die stonden vermeld als niet betaler. Toen de resultaten openbaar werden gemaakt kwam onder meer naar voren dat tijdens de actie 1090 nieuw aangiften waren gedaan bij de postloketten in Arnhem terwijl er normaal in een zelfde periode zo’n 150 aangiften plaatsvonden. Er was dus duidelijk sprake van het gegeven dat het zich rond sprak dat de ambtenaren aan de deur te verwachten waren. Het aantal opgemaakte processen verbaal, zo werd naar buiten gebracht, bedroeg tot op dat moment 1100. Wel was men redelijk tegenover alle lieden die tijdens de actie snel naar het loket waren gegaan om te betalen. Ze werden niet alsnog beboet. De heer Wayenberg, directeur van de DOB vond het resultaat fantastisch maar stelde tevens dat hij er vanuit ging dat er altijd sprake zou blijven van mensen die hun wettelijke verplichting tot aangifte en betaling niet zouden nakomen. Volgens Wayenberg was het onmogelijk alle wetsovertreders aan te pakken want dan had de DOB zeker 10.000 ambtenaren in dienst dienen te nemen om alle overtreders te overlopen en te beboeten. In werkelijk werkte men met 180 opsporingsambtenaren voor geheel Nederland. Eerder werd bekend gemaakt dat een tweede actie waarschijnlijk nog voor het eind van het jaar 1969 gepland zou worden voor Nijmegen. Die bekendmaking had succes want het aantal aangiften aan de loketten van de lokale postkantoren was in een week tijd na de aankondiging zesmaal verveelvoudigd. Voordat het jaar 1969 begon en de bovengenoemde actie in Arnhem plaats vond, vormden het kijkgeld en het luistergeld twee afzonderlijke heffingen. Op 1 januari van dat jaar vond de invoering van de nieuwe wet op de Omroepbijdragen plaats en verving de wet op het Kijkgeld en de bepaling over het luistergeld dat was opgenomen in het zogenaamde ‘Tijdelijk Telegraaf- Telefoon- en Radiobesluit’. De wijzigingen die deze wet brachten waren: Er kwam een gecombineerde heffing voor radio en televisie. Omroepbijdrage A was het tarief dat de bezitters van een televisietoestel dienden te betalen. Omroepbijdrage B was het tarief dat degenen die alleen een radiotoestel hadden dienden te betalen. Binnen één huishouden hoefde vanaf 1969 niet meer per toestel betaald te worden. Hans Knot, 10 november 2018
  22. Zie daar een vragende kop, destijds afgedrukt in rode letters in een Vlaamse krant, waarvan helaas de bron niet meer is te achterhalen, maar waarvan wel de datum bekend is, namelijk 3 april 1964. Tijd dus voor een nostalgische terugblik, waarbij ook het Vlaamse taalgebruik naar voren komt. Waarom, na bijna 55 jaren, uitgerekend dit artikel in het voetlicht zetten? Alleen al om het gegeven dat er zoveel foute informatie instond, wat destijds voor de lezers waarschijnlijk niet opviel maar de lezer van nu, met zijn opgedane kennis van de afgelopen decennia, een dikke glimlach op het gezicht brengt. Aangenomen mag worden dat er in eerste instantie een landpiraat actief is geweest in de omgeving van dan wel in Brussel, want de journalist ‘Ed. L’ begon zijn artikel met ‘Enkele tijd geleden kwam heel onverwacht een nieuwe zendpost in het luchtruim, zij kondigde zich aan als Radio Pegarie. Op 27 maart werd aangekondigd dat de uitzendingen op de 200 meter band stop zouden worden gezet tot 18 april 1964.’ De journalist in kwestie koppelde daaraan de mening dat ‘de programmamakers waarschijnlijk met vakantie gingen, en vandaar uit kon men het logisch gevolg trekken dat het om een studentenzender ging’. Een prachtig Vlaams woord voor opsporingsdienst vervolgde het artikel: ‘De opzoekingsdiensten uit Brussel zijn onmiddellijk in actie getreden maar wij menen te weten dat er nog niets gevonden werd en dat gewacht zal moeten worden op de herneming van de uitzendingen om de opzoekingen voort te zetten.’ ‘Ed. L.’ had nog wel enige informatie, waarschijnlijk bij zendamateurs, ingewonnen want hij wist te melden dat deskundigen hadden geconcludeerd dat de zender ergens in de omgeving van het Leopoldpark, in het Brusselse, stond opgesteld. De journalist bleef proberen het station te beluisteren en kwam dan plotseling een ander station tegen op de 199 meter, dat hij nog nooit eerder had gehoord, Radio Caroline. Begin april 1964 werd het hem duidelijk dat de ontvangst van het ene signaal niets te maken had met het eerdere ontvangen signaal van Radio Pegarie: ‘Het is thans uitgemaakt dat deze uitzendingen plaats hebben vanop een vaartuig, dat op 6 mijl ter hoogte van Felixstowe, aan de zuidkust van Engeland, voor anker ligt.’ Uiteraard ligt Felixstowe nog steeds aan de oostkust van Engeland, maar de journalist had al wel het nodige, rond dit nieuwe station vanaf zee vernomen: ‘Deze uitzendingen hebben protest uitgelokt vanwege de kust- en vuurtorenwacht, die nu nog slechts hun instructies kunnen vernemen tegen een doordringende muzikale achtergrond en dat is een gevaar voor de scheepvaart.’ Maar niet direct werd er gedacht aan de mogelijkheid dat het met Radio Caroline om een zeezender ging. ‘Vooraleer men Caroline definitief kon lokaliseren en gezien de kracht van deze zendpost, dacht men dat ze insgelijks gevestigd was op Oostends grondgebied of in zee, dichtbij de Vlaamse kust. Nu is het gebleken dat zulks niet het geval was. Het schip ligt buiten territoriale wateren en de overheid kan er niets tegen ondernemen. Momenteel wordt er slechts muziek uitgezonden wellicht in afwachting dat de publiciteitscontracten opdagen.’ Eerder had de MV Magda Maria, nadat de uitzendingen voor de Zweedse kust van Radio Nord waren stopgezet, zowel voor de Nederlandse kust als in de haven van Oostende gelegen, wat de journalist een vergelijking opriep: ‘In verband hiermede vraagt men zich af of ‘Caroline’ soms de verbouwde Magda Maria zou zijn die lange tijd gemeerd lag in de haven van Oostende en waarvan gezegd werd dat het vaartuig zou dienst doen als piraatzender buiten de territoriale wateren van België. Er werd in ieder geval onderhandeld met ‘would be’ kopers maar uiteindelijk verliet het schip de haven van Oostende en men hoorde er niet meer van spreken.’ Dat de betreffende journalist en zijn directe collega’s de daaraan voorafgaande dagen niet de internationale berichtgeving over het uitvaren van de MV Fredericia hadden gevolgd, laat staan het nieuws over de testuitzendingen en de officiële start van Radio Caroline, mag blijken uit de slotconclusie van het artikel: ‘Van Caroline wordt gezegd dat het een op eigen kracht bewegend vaartuig is met een motor van 300 PK, de zender werkt op 10 kW. Stemmen deze gegevens overeen met deze van de Magda Maria? Meteen zou dan bewezen worden, dat de reden die opgegeven werd toen dit vaartuig de haven van Oostende verliet, namelijk dat het naar Mexico zou vertrekken en er gesloopt zou worden, uit de lucht werden gegrepen. Wat er ook van zijn de luisteraars hebben thans een post temeer en hebben geen moeite Caroline op de 199-band op te vangen.’ Hans Knot, 27 oktober 2018
  23. Op 15 augustus 1967 werd in Engeland de wet van kracht, die de geschiedenis is ingegaan als de Marine Offences Act. Die wet schiep voor Britten een officieel verbod om op wat voor manier dan ook mee te werken aan de programma's van de zeezenders. Het verbod gold ook het bevoorraden van de zendschepen en het adverteren op de zeezenders. Radio Caroline ging, met haar beide schepen, het gevecht tegen de wetgever aan en bleef doorgaan met haar uitzendingen tot 3 maart 1968. Op die dag liet een ontevreden onderneming — de firma Wijsmuller — die onder meer verantwoordelijk was voor het bevoorraden van de beide schepen, zowel als het leveren van het nautisch personeel, beide schepen van hun ankerpositie verslepen naar de haven van Amsterdam, waar ze werden opgelegd. Even een van de vele opfrissers. Herinner je de bekende lange RNI-jingle "Radio is king of the media"? Een idee van Jason Wolfe, afkomstig van een promoplaatje uit de jaren zestig dat destijds werd uitgedeeld aan de deelnemers van het jaarlijkse congres van "The National Association of Broadcasters". Een van de RNI-jocks nam dit plaatje mee naar de MEBO II en daar moet Wolfe het hebben gevonden. Er bestaan lange en korte versies van de betreffende jingle. Van de langere versies werden weer verschillende korte gemaakt en delen van de jingles werden op hun beurt weer verwerkt in andere jingles. In de periode na begin maart 1968, had de jeugd nog slechts drie stations waar ze echt met plezier naar kon luisteren, tenminste als het ging om goede popmuziek. Radio Veronica was er nog steeds vanaf haar zendschip, de MV Norderney, terwijl vanuit Luxemburg het gelijknamige radiostation haar publiek bleef verrassen met uitzendingen in het Nederlands, Duits, Frans en Engels. En dan was er natuurlijk nog Hilversum III, de voorganger van het huidige 3FM. Dat station was echter bij lange na nog niet horizontaal geprogrammeerd en zeker niet in staat om de belofte van de overheid waar te maken van een reële vervanging van de zeezenders, waar de hele dag lang programma's van een goed niveau te beluisteren waren. Het einde van de Britse zeezenders had een duidelijke lacune achtergelaten. Dat was ook merkbaar, want vrijwel maandelijks vielen er in de kranten geruchten te lezen als zou er weer een nieuw project vanaf zee worden opgezet om de strijd tegen de nationale popstations van Nederland en Engeland — Hilversum III en BBC Radio One — aan te gaan. Slechts één van die geruchten zou later bewaarheid worden. Vanaf internationale wateren zou een nieuw en kleurrijk popstation zich laten horen. Maar voordat het zover was moesten de initiatiefnemers nog wel de nodige problemen overwinnen. Een nieuw verfje voor de MV Galaxy. Van de zeezenders uit de jaren zestig was Wonderful Radio London een van de meest populaire radiostations. Het station had sinds december 1964 via de 266 meter uitgezonden en er bovendien voor gezorgd dat het zogenaamde Top-40-formaat in Europa werd geïntroduceerd. In augustus 1967 kwam er een einde aan de uitzendingen. De eigenaren besloten niet tegen de eerder genoemde Britse wet in te gaan en dus op maandag 14 augustus 1967 uit de ether te verdwijnen. Vrijwel direct na de close-down van het station werd het zendschip — de MV Galaxy, een voormalige mijnenveger (de MV Density) uit de Verenigde Staten — op 19 augustus 1967 naar de haven van Hamburg gevaren, waar het op 21 augustus arriveerde. Hier kreeg het schip een voorlopige ligplaats in de Elbe om later naar dok 20 te worden gesleept en te worden verkocht aan een Griek voor een bedrag van tienduizend Engelse Ponden, een bedrag dat omgerekend naar de toenmalige koersen neerkomt op zeker 45 duizend Euro. Niemand wist wat de eventuele toekomst van het schip zou worden, totdat in april 1968 de eerste geruchten naar buiten kwamen. Door het DPA, het Deutsche Presse Agentur, werd een bericht verspreid dat ook in een aantal Nederlandse kranten verscheen. Onder de kop "Nieuwe piratenzender op komst" werd gemeld dat de MV Galaxy was aangekocht door een reclamebureau uit het Zwitserse Sankt-Gallen en als zendschip zou worden uitgerust om daarna in internationale wateren te worden verankerd op een positie tussen Helgoland en Scheveningen. De definitieve positie, aldus het bericht, zou pas worden bekend gemaakt na een periode van proefuitzendingen. In de maand augustus 1968 kwam het volgende bericht en wel uit de mond van Klaus Quirini, de oprichter en voorzitter van de Deutsche Deejay Verbund, uit het Duitse Aken. Quirini werkte op dat moment als disk-jockey in Zürich. Op grond van een bericht in de ‘Neuen Züricher Zeitung’ was hij door de eigenaren van het betreffende reclamebureau, Gloria International geheten, aangezocht als deejay en programmaleider van het toekomstige station. Hij wist te melden dat het door Zwitsers gefinancierde project, dat overigens toen al het ‘Project Radio Nordsee’ werd genoemd, wellicht op 1 december 1968 van start zou gaan. Na ruim twee maanden van stilte was het op 28 oktober van hetzelfde jaar het Algemeen Dagblad dat meldde dat spoedig het eerste Duitse zeezenderproject van start zou gaan onder de naam Radio Nordsee International en dat het toekomstige zendschip een positie zou krijgen tussen Helgoland en de Duitse kust: ‘Men zal 20 uur per etmaal programma's gaan verzorgen. De uitzendingen beginnen waarschijnlijk al op 1 december op de golflengte van 266 meter. Achter dit zo geheimzinnige project staat een in Liechtenstein gevestigde zakenman. Het zendschip zou de vroegere MV Mi Amigo zijn, die de activiteiten moest staken daar de piratenzenders verboden werden. Het schip wordt in een Nederlandse haven uitgerust en krijgt een bemanning van 28 personen. Het zendschip zal geregistreerd worden in Jamaica. Via een impresariaat in Aken zijn al zes deejays aangeworven. De Duitse regering zal weinig kunnen ondernemen, omdat de apparatuur uit Duitsland afkomstig is.’ Een duidelijk verward verhaal, waarbij de betreffende journalist wel iets had gehoord maar niet had gecheckt wat in werkelijkheid het zendschip was, dat men probeerde uit te rusten. In de Duitse kranten, waaronder de Frankfurter Rundschau en het tijdschrift Crash, stonden berichten over ‘Die Musikpiraten’. Intussen werd in de haven van Hamburg driftig de verfkwast gehanteerd, want toen ik in de maand december 1968 een kijkje nam in Hamburg bleek het schip prachtig in het wit geschilderd te zijn. Ook binnenin het schip was er het nodige aan verfwerk gedaan, maar aan de uitrusting van de studio's zelf, zo kon worden geconstateerd, was niets gedaan. Wel werd in de Duitse pers inmiddels een nieuwe startdatum genoemd en wel die van 12 december 1968. Onderzoek wees uit dat achter het Zwitserse reclamebureau, dat in een artikel werd genoemd, de heren Norbert Gschwendt en Emile Lüthi zaten. Een dag later viel in een krant een interview te lezen was, waarin de beide heren vertelden dat al het werk aan studio's en zenders klaar was en dat de uitzendingen binnen een week konden beginnen. Diegene die, net als ik, in Dok 20 van de firma Finkenwerder, onderdeel van Howaldts Werke-Deutsche Werf AG, was geweest, had zelf kunnen constateren dat de beweringen van beide heren verre van juist waren. Op 25 januari 1969 werd bekend dat Lüthi zich had teruggetrokken uit het zeezender-project omdat hij, gezien uitlatingen van Duitse regeringsfunctionarissen, geen uitweg meer zag voor een financieel gezond project. De regering van West-Duitsland overwoog namelijk een anti-zeezenderwet in te voeren naar het voorbeeld van de Britse Marine Offences Act. In een verklaring maakte Lüthi nog wel bekend dat er nog geen enkel contract met een potentiële adverteerder was getekend, daar iedereen eerst wilde afwachten of het project daadwerkelijk zou doorgaan en of er een goed signaal in de ether zou worden gebracht. De andere financier, Gschwendt, organiseerde direct na het vertrek van zijn partner, een dure champagneparty en huurde een aantal kleine vliegtuigjes om de vertegenwoordigers van de pers over ‘zijn zendschip’ in de haven van Hamburg te kunnen laten vliegen. Inmiddels waren de plannen van de West-Duitse regering om maatregelen te nemen tegen eventuele zeezenders, die vanuit West-Duitsland zouden gaan opereren, knap serieus geworden. Op 2 juli 1969 werd de wet, die een jaar eerder al onder voorwaarden was geratificeerd, daadwerkelijk van kracht in het land, waardoor het onmogelijk werd vanaf Duits grondgebied activiteiten te ontwikkelen ten bate van een zeezender. Maar op die bewuste tweede juli 1969 lag de MV Galaxy nog immer rustig afgemeerd in de haven van Hamburg. Het eventuele toekomstige project had in de diverse kranten en bladen ook al zoveel publiciteit gekregen dat de autoriteiten niets anders zouden kunnen doen dan elke poging om de MV Galaxy buiten nationale wateren te krijgen, te ondermijnen. Uitgebreid werd in de geschreven pers duidelijk gemaakt, dat mocht er een poging worden ondernomen. dit onmiddellijk zou leiden tot het verwijderen van alle studio- en zendapparatuur. Ook de tweede zakenman uit Sankt-Gallen, Gschwendt, vond het toen maar beter om met het project te stoppen. Uiteindelijk zou op 28 september 1970 duidelijk worden dat de MV Galaxy op 2 december 1970 gerechtelijk zou worden verkocht namens diverse schuldeisers — een verkoop die uiteindelijk niets zou opleveren, waardoor het schip nog jaren in Hamburg en Kiel zou liggen afgemeerd om daar uiteindelijk deels te zinken. Eind jaren tachtig van de vorige eeuw werd het schip gelicht en gesloopt. Lüthi en Gschwendt hadden het dus opgegeven. Maar, daarmee was het verhaal nog niet afgelopen. In de tijd dat de plannen met de MV Galaxy nog volop leefden, had het duo twee landgenoten ingehuurd die de technische faciliteiten aan boord van het schip voor het runnen van een radiostation zouden onderhouden en daarnaast een plan zouden opstellen voor eventuele vervanging van apparatuur. Met hen als hoofdrolspelers gaat deze geschiedenis verder. Deze beide Zwitsers, Erwin Meister en Edwin Bollier, hadden, na het besluit van Gschwendt om ook te stoppen, al vrij snel het idee om zelf dan maar een soortgelijk project te beginnen. Het eerste benodigde geld kwam uit eigen bronnen via de bankrekening van MEBO Ltd, dat kantoor hield in Zürich. Deze onderneming was eigendom van beide heren en de naam is een samenstelling van de eerste twee letters van beider namen. Gezien het mislukken van het uitrusten van de MV Galaxy in Duitsland besloten ze, wanneer er een schip zou worden aangekocht, dit uit te rusten in een land dat geen wet tegen zeezenders had. Dat zou Nederland worden. Maar dat is iets voor een andere keer. Hans Knot, 20 oktober 2018
  24. Ik neem je mee naar Klaus Quirini, wiens naam zeker kan worden geassocieerd met de tune van RNI, ‘Man Of Action’ van Les Reed and his Orchestra. Het was Ad Roland, die in 1969 betrokken was bij de voorbereidingen van RNI, die mij jaren geleden vertelde dat Meister en Bollier, de Zwitserse eigenaren van het radiostation, een exemplaar van The Man of Action hadden gekregen van Quirini met de mededeling die maar eens te beluisteren daar het een prachtige tune voor een radiostation zou zijn. Toegegeven, de man had geen betere keuze kunnen maken. Maar wie was nu die Quirini? Wel, hij werd in 1941 in Duitsland geboren en liep, na zijn schoolopleiding, stage bij een tijdschriftenuitgeverij. Hij profileerde zich daarnaast als deejay en claimde zelfs dat hij de eerste vrij improviserende deejay was in Duitsland die in een club/dans-bar optrad en daarmee, nog voordat de naam discotheek algemeen ingang vond, de eerste ‘Discotheken-Disk-Jockey’ was. Dat was in 1959 — de man was toen dus negentien jaar oud — in de Scotch Club in Aken, die toen nog niet als een discotheek maar als een ‘Jockey-Tanz-Bar’ bekend stond. Als scholier was hij in 1955 al hoofdredacteur van het scholierentijdschrift ‘Welt der Jugend’ en later werd hij uitgever van onder meer het boulevard-tijdschrift ‘Die Schnauze’. In 1963 stond Quirini, die later nog veel voor de muziekindustrie betekende, aan de wieg van de DDO, de organisatie van Duitse deejays (Deutsche Disk-Jockey Organisation). Vanuit die functie gaf hij weer bladen uit als ‘DDO Nachrichten’ en ‘Discotheken Rundschau’. In 1967 kwam er een LP uit op het Vogue label, waarop hij de nummers aaneen praatte. Volgens Quirini zelf was ook dit weer de eerste keer dat dit in de geschiedenis van de platenindustrie gebeurde. In 1968 kwam hij in aanraking met Lüthi en Gschwendt doordat hij op dat moment voor een drietal maanden als deejay werkzaam was in de — alweer — eerste discotheek op Zwitserse bodem, de ‘Playground’ die gevestigd was in Zürich. Quirini's bezigheden haalden de plaatselijke krant en dat wekte de aandacht van Lüthi en Gschwendt. De beide heren benaderden Quirini en wisten hem bij hun zeezender-project te betrekken. Men probeerde de MV Galaxy opnieuw in internationale wateren te brengen met een radiostation gericht op de Duitse jeugd, waarover binnenkort meer in een andere nostalgische terugblik. Derhalve staat dan ook op Quirini’s zijn persoonlijke staat van dienst vermeld: ‘1968: Programmaleider aan boord van het zendschip van Radio Nordsee International.’ Welnu, dat mag misschien op papier waar zijn geweest, maar in werkelijkheid echt niet: het schip was er toen gewoon nog niet, en toen het eenmaal in 1970 op zee lag, was Quirini al lang niet meer bij het project betrokken. Toen het project namelijk door Lüthi en Gschwendt werd stopgezet, betekende dat ook het einde van Quirini's betrokkenheid. De regels van Klaus Quirini. Wat Quirini in ieder geval heeft opgesteld, zijn de voorwaarden voor de beoogde Duitse deejays aan boord van het zendschip de Galaxy. Het was de bedoeling dat de deejays, die zouden ondertekenen bij hun aanstelling met de belofte om zich er onvoorwaardelijk aan te houden. Ze luidden als volgt: Men dient zich te alle tijde aan het programmaoverzicht te houden. Te laat binnenkomen in de studio voor het presenteren van een programma en het niet opruimen van de studio na het programma kan leiden tot ontslag. Dubbelzinnige opmerkingen zijn tijdens de presentatie niet toegestaan. De uitzendingen dienen qua tekst altijd in aantekeningvorm voorbereid te worden, die op verzoek aan de programmaleider dient te worden voorgelegd. De voor de uitzending uit het archief gehaalde platen dienen na het programma weer op dezelfde plek worden teruggezet. De deejay mag geen eigen platen dan wel bandmateriaal gebruiken zonder toestemming van de programmaleider. In de dagverblijven en de hutten van het schip dient steeds op uiterste schoonheid te worden gelet. Gevonden voorwerpen aan boord van het schip dienen altijd ingeleverd te worden bij de dienstdoende kapitein. Eigen politieke opmerkingen dan wel opmerkingen over de in de reclame gebrachte producten zijn in spraakvorm, dan wel via teksten in de daaropvolgende plaat, verboden. Goederen op het schip aanwezig mogen niet zonder toestemming worden verplaatst en zeker niet van het schip mee aan land worden genomen. Al het bandmateriaal aan boord, dat is gekenmerkt met de sticker ‘Radio Nordsee’ is eigendom van de eigenaren van het zendschip. Op te houden persconferenties behoren de uitgenodigde deejays netjes gekleed te zijn, inclusief het dragen van een strik. Aan boord is het geoorloofd in sporthemd of trui te werken. Groeten aan de discotheek, waar je voorheen werkte, zijn op beperkte wijze mogelijk. Het noemen van namen van andere discotheken is alleen met toestemming van de programmaleider mogelijk. Alcoholgebruik is voor het begin van het programma verboden en nadien slechts in beperkte mate mogelijk. Dit om de orde aan boord te bewaren. De kapitein is de baas op het schip, voorzover het niet om programmatische inhoud gaat. Zijn wil is dus verder wet. In de verhouding tot de bemanning van het schip dient altijd de aanspreekvorm "U" te worden gebruikt. Slechts als het om popprogramma's gaat mogen de luisteraars met "lieve vrienden" en met "je" of "jullie" worden aangesproken. In alle andere gevallen is het "lieve luisteraar(s)" en "Dames en Heren". Iedere deejay moet voor zijn eerste vertrek aan boord een foto ter beschikking stellen aan de directie, eventueel voorzien van een handtekening. Dit voor de nodig te verzorgen publiciteit. Over de honorering mag niet gepraat worden omdat anders de vertrouwelijkheid in deze beschadigd wordt. Diegene die bij de aanstelling met opzet persoonlijke gegevens vervalst en wie de scheepsregels overtreedt, komt in aanmerking voor onmiddellijk ontslag. Of dit reglement daadwerkelijk in deze opzet is ingevoerd is niet duidelijk geworden daar het lijstje slechts boven water is gekomen met daarboven de tekst: ‘Vorläufige Bordordnung für Disk-Jockeys bei Radio Nordsee.’ Wel bestaat er een opmerkelijke overeenkomst met de lijst van gedragsregels die elke nieuwe deejay in de periode tussen februari 1971 tot augustus 1974 naast zijn contract moest ondertekenen bij in dienst komen van RNI, dan wel Radio Noordzee. Zoals gezegd kom ik nog terug op het mislukte project waarop bovenstaande regels geldig voor hadden kunnen zijn. Hans Knot, 13 oktober 2018 Foto's archief Klaus Quirini.
  25. Andermaal zaterdag en dus een nostalgische terugblik en wel naar 1970. Het beluisteren van de radio was in 1970 aanleiding voor een onderzoek in Nederland. Vier radiostations werden betrokken, namelijk de toenmalige Hilversum 1,2,3 en Radio Veronica. De luisterdichtheid van voornoemde stations bleek omgekeerd evenredig te zijn met de opleiding en de leeftijd van de luisteraars. De luisterdichtheid werd destijds hoger naarmate de opleiding lager was en lager, naarmate de leeftijd hoger was. Zie daar een van de conclusies destijds in een rapport uitgegeven door de afdeling Studie en Onderzoek van de NOS. Ook werd er door de onderzoekers geconstateerd dat 75% van het radiopubliek alleen lager onderwijs had genoten en dat verder 8% van het luisterpubliek van Hilversum 1 en 2 ook nog eens middelbaar onderwijs had genoten. De onderzoekers gaven aan dat het voor de omroepen misschien nuttig kon zijn te onderzoeken of het aanbod in programmering wel evenredig was aan het niveau van de gemiddelde luisteraar. De voorkeur van het toen jeugdige publiek ging naar Radio Veronica. In de leeftijdsgroep van 15 tot 19 jaar besteedde men de luistertijd voor 57% aan Radio Veronica en voor 27% aan Hilversum 3. De 65-jarigen en ouderen besteedden evenwel 76% van hun luistertijd aan programma’s die werden uitgezonden door Hilversum 1 en 2. Het jonge publiek was sterk ondervertegenwoordigd op Hilversum 1 en 2 en oververtegenwoordigd op de muziekstations, vooral op Radio Veronica. Het publiek voor Veronica bestond voor 61% uit luisteraars beneden de 35 jaar. Voor Hilversum 3 was dit 52%. De totale radiobeluistering was tussen 8 uur in de ochtend en 2 uur in de middag het grootst. Meestal werden luisterdichtheid gemeten van tussen de 25 en 30%. Na twee uur daalden deze percentages tussen 16 en 20%. Na de klok van 7 uur in de avond nam de luisterdichtheid van de radio – als invloed werd de televisie gezien – verder af naar een maximum van slechts 7%. Een uur later daalde men naar een luisterdichtheid van slechts 3 a 4 %. Een luisterdichtheid van 1% kwam destijds overeen met een aantal van 90.000 luisteraars. De voor- en tegenstanders van de toenmalige zeezender Veronica lieten zich ook in 1970 weer horen. Meest opmerkelijk was de verklaring van de minister dr. M.Klompé, verantwoordelijk voor het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappij, kortweg CRM genoemd. In de Senaat meldde ze op 25 februari dat er overwogen diende te worden zo snel mogelijk maatregelen te nemen tegen de zeezenders Veronica en Radio Nordsee (een station dat op dat moment nog maar net in de ether was gekomen). Wel voegde ze aan de opmerking toe dat het nog niet een kabinet beslissing was. In het ‘Algemeen Dagblad’ was de daarop volgende dag een bericht terug te vinden waarin ondermeer stond vermeld: ‘De socialistische senator (Eerste Kamerlid) Broeksz – tevens voorzitter van de VARA – herinnerde de bewindsvrouw er fijntjes aan dat deze kwestie enkele jaren geleden heeft geleid tot de val van het confessioneel kabinet Marijnen. De liberale leden van het kabinet, die door hun tegenstand tegen de plannen Radio Veronica uit de ether te doen verdwijnen destijds de bom legden die het kabinet Marijnen deed ontploffen, zonder dat de Kamer daar aan te pas kwam, hebben waarschijnlijk ook hun bedenkingen.’ Het bleek namelijk dat het toenmalige Kamerlid, Y van der Werff dat aan de ene kant het juist is dat de regering zich aan internationale afspraken zal dienen te houden maar dat ook goed in ogenschouw diende te worden genomen dat Radio Veronica in een behoefte voorzag van zowel de consument als adverteerder en dat Hilversum III er tot toen toe niet in was geslaagd. Later in het jaar 1970, nadat er al veel publiciteit rond de uitzendingen van Radio Nordsee was geweest en de Britse regering stoorzenders had ingezet op de frequenties van het radiostation, kwamen er andermaal Kamervragen. En toen het nieuwe station de politiek ook nog eens had beïnvloed door de jongeren in Engeland – die voor het eerst als 18-jarigen mochten stemmen – te vragen vooral op de Conservatieve Partij te stemmen, kwamen er andermaal vragen in de Tweede Kamer. Dit omdat, volgens een rapport aan de regering gezonden – door Radio Nordsee haar uitzendingen noodfrequenties van bevriende naties zouden worden gestoord. Dreigingen tot het sluiten van Radio Veronica, dat 10 jaar eerder met haar uitzendingen was begonnen, werden elk jaar weer uit de kast gehaald. Een bom onder het kabinet zou dus in 1970 niet geplaatst worden, een jaar later was het wel raak met een zogenaamde 'bomaanslag' op een van beide zendschepen. Maar ook Hilversum 3, het jongerenstation uit die tijd binnen de publieke omroep, werd als het ware getorpedeerd door de voorzitter van de NCRV. In september 1970 vond, zoals destijds gebruikelijk per omroep, de presentatie plaats van het winterprogramma. Drs. Geerink Bakker meldde tijdens de bijeenkomst dat Hilversum 3 een doodgeboren kindje was die niemand ten grave durfde te dragen: ‘Ik ben nooit gelukkig geweest met het verschijnsel Hilversum 3. Het derde net is een bastaard, een onecht kind, dat niet ontstaan is uit een wettelijk huwelijk, maar verwekt werd tijdens een onderonsje tussen de minister en de programmaleiders. Hilversum 3 heeft een twijfelachtige politieke herkomst en is een instrument in de strijd tegen Radio Veronica. Het is niet uit zuivere voorwendsels opgezet. Het programma van de derde radionet staat niet voorgeschreven in de omroepwet, komt niet voor in de statuten van de NOS en ook niet uit de doelstellingen van de omroepverenigingen.’ Waarachtige krachtige woorden van de NCRV voorzitter, die nog lang niet was uitgesproken want hij ging destijds verder met: “Het belangrijkste van alles is dat je met kritiek, zoals ik die nu spui, de programmamakers een schot in de rug geeft. De programmamakers zijn ook maar mensen die er niets aan kunnen doen dat het met Hilversum zo scheef zit. Scheef in vier opzichten: Hilversum 3 zit scheef in het bestel, scheef ten opzichte van de concurrentie, scheef ten opzichte van de luisteraars en scheef ten opzichte van de programmamakers, welke laatsten tegen de bierkaai vechten. Binnenkort is het met het uitvoeren van de tweede zogenaamde fase in het Hilversum 3-plan, het eindpunt wel bereikt. Kun je mensen voor zoiets inzetten? Het is gewoon een conflict op ethisch vlak. Waarom legaliseert de regering Veronica niet? Een andere oplossing? Waarom wordt er geen Hilversum 4 gecreëerd, waarop de STER met haar hele reclamewinkel kan gaan zitten en een mooi programma maken?’ Ontwerp: Lex van Voorst Het dient duidelijk te zijn dat de uitspraken ruim de kranten haalden, er andermaal over het onderwerp werd gesproken in de Tweede Kamer en binnen NCRV kringen het nodige commentaar op de uitspraken werd geuit. Geerink Bakker wist zich alle kritiek weg te wuiven met de woorden dat hij slechts een eigen mening had verkondigd en niet namens de NCRV had gesproken. Recentelijk kwam bovenstaand onderwerp weer boven water toen ik een aantal fotokopieën kreeg toegestuurd van een oud collega, die in de tweede helft van de jaren zestig en begin jaren zeventig van de vorige eeuw ook werkzaam was bij het EGD. In december van het jaar 2007 was ik in een programma van Radio Noord te gast en sprak met Rob van Dam ondermeer over de huidige huisvesting van de studio’s van RTV Noord, die op het voormalige terrein van het EGD in Helpman zijn gehuisvest. Er werd toen ook een aantal herinneringen over mijn tijd bij het EGD opgehaald en later, na de uitzending werd mij een mailtje doorgestuurd. De mail was afkomstig van een vrouw die zich afvroeg of ik destijds op het archief werkzaam was geweest. Het bleek Marian Koper te zijn van de afdeling correspondentie. Sinds eind 2007 wisselen we, met bepaalde regelmaat, herinneringen uit. Eind oktober 2010 vond ze oude Opwekkers, die ze in een opslag had gevonden. Leuke herinneringen maar ook een totale verrassing zat erbij. Er zat namelijk een artikel van mijn pen bij, die ik me niet meer kon herinneren. Tegen het einde van de jaren zestig van de vorige eeuw ging ik niet alleen voor het eerst bij een ziekenomroep werken en ook in beperkte vorm schrijven over het onderwerp ‘radio’ maar ik richtte ook de ‘UDK’ op. Deze afkorting stond voor Uitleen Discotheek Knot. Tegen een kleine vergoeding konden collega’s en vrienden een week lang een LP van me lenen. Van de opbrengsten kocht ik telkens nieuwe LP’s, waardoor de collectie voor mij en de ziekenomroep behoorlijk uitgebreid werd. Na een aantal maanden besloot ik, daar er al behoorlijk veel collega’s meegenoten, een gestencild blaadje uit te geven waarin allerlei nieuwtjes over de te lenen muziek. Maar zoals gesteld, bij de ontvangen fotokopieën zat dus een artikel door mij geschreven voor ‘de Opwekker’, waar ik totaal geen weet meer van had. Ik laat U elders binnenkort meegenieten bij de herpublicatie van ‘Wedergeboorte van de Blues’. Let wel geschreven in de stijl van 1970, want het verhaal is destijds in de zomer geschreven en dus vlak voor de dood van zowel Jimi Hendrix en Janis Joplin. Hans Knot, 29 september 2018
×
×
  • Create New...

Important Information

By using this site, you agree to our Terms of Use, Privacy Policy and We have placed cookies on your device to help make this website better. You can adjust your cookie settings, otherwise we'll assume you're okay to continue.