Jump to content

Search the Community

Showing results for tags 'hans knot'.

  • Search By Tags

    Type tags separated by commas.
  • Search By Author

Content Type


Forums

  • Radio stations
    • Netherlands
    • Belgium
    • United Kingdom
    • Other countries
    • LPAM
    • Offshore Radio
    • Radio Veronica
    • Radio design
    • Radio Techniek
  • Other
    • MediaPages
    • Bar
    • Information for not registered users
  • Club 208's Discussies
  • Top 40's Discussies
  • Rob Stenders's Discussie
  • Rob Stenders's Gezocht
  • Rob Stenders's Overzicht
  • Top 2000's Discussies
  • KX Radio Archief's Projecten
  • KX Radio Archief's Gezocht
  • KX Radio Archief's Shows
  • Audio digitaliseren's Discussies
  • Curry & van Inkel's Discussies
  • 3FM archief's Discussies
  • Gerard Ekdom's Discussies
  • Evergreen Top 1000's Discussies
  • Edwin Evers's Evers staat op Radio 538
  • Edwin Evers's Evers Staat Op 3FM
  • XXL Bonanza's Discussies
  • Radiopedia's Discussies

Blogs

  • Column
  • The Netherlands
  • Dossier
  • Recensie
  • Belgium
  • Hitnoteringen
  • Podcast
  • Testblog
  • Radio Erfgoed
  • Beheerders's Afspraken
  • Hitnoteringen beheer's Afspraken

Categories

  • The Netherlands
    • 100% NL
    • Arrow Classic Rock
    • Arrow Jazz
    • AVRO
    • Classic FM
    • Groot Nieuws Radio
    • Hilversum 3
    • Hitnoteringen
    • Kink FM
    • KX Radio
    • NCRV
    • Noordzee FM
    • NOS
    • NPO Radio 2
    • NPO 3FM
    • NPO Radio 4
    • NPO Radio 5
    • NPO Radio 6
    • NPO FunX
    • NPO SterrenNL Radio
    • Qmusic (NL)
    • Radio 10
    • Radio 538
    • Radio Luxemburg
    • Radio Veronica
    • Sky Radio
    • SLAM!
    • Sublime FM
    • Transatlantic Radio
    • VARA
    • VOO
    • Yorin FM
  • Nederland Regionaal
    • Fresh FM
    • L1 Radio
    • NH Radio
    • Omroep Brabant
    • Omroep Gelderland
    • Omroep West
    • Omroep Zeeland
    • Radio Decibel
    • Radio Drenthe
    • Radio M Utrecht
    • Radio Noord
    • RADIONL
    • Simone FM
    • Wild FM Hits
  • Nederland Lokaal
    • Den Haag FM
    • Foute Muziek Radio
    • Lokaal 7
    • Lokale Omroep Echt Susteren
    • Omroep Baarle
    • Omroep Tilburg
    • Radio Hengelo
    • Twente FM
    • Twickelstad FM
    • Radio T-Pot
  • Belgium
    • Jouwradio
    • 4FM
    • Antwerpen FM
    • BRT
    • Donna
    • Joe
    • MNM
    • Nostalgie
    • Qmusic (B)
    • Radio 1
    • Radio 2
    • Radio Mango
    • Radio Minerva
    • Studio Brussel
    • Topradio
  • United Kingdom and Ireland
    • BBC Radio 2
    • Capital Radio
    • Radio Luxembourg
    • Smooth Radio
    • Classic Hits 4FM
  • Internetradio
    • 192 Radio
    • BigB21.nl
    • Dance Radio
    • Iceradio
    • Pinguin Radio
    • Radio Extra Gold
    • Surf Radio
    • Traffic Radio
  • Offshore-Radio
    • Laser 558
    • Radio 558
    • Radio 819
    • Radio Atlantis
    • Radio City
    • Radio Caroline
    • Radio London
    • Radio Mi Amigo
    • Radio Monique
    • Radio Noordzee Internationaal
    • Radio Northsea International
    • Radio Nord
    • Radio Seagull
    • Radio Veronica (zeezender)
  • Kranten en tijdschriften
    • Fonogram
    • Het Parool
    • Het Vrije Volk
    • Hitkrant
    • Hitweek
    • Hitwezen
    • Muziek Expres
    • Muziek Parade
    • Platennieuws
    • Top 10 Popmagazine
    • Tuney Tunes
  • Hittips
    • AVRO
    • Hilversum 3
    • KRO
    • NCRV
    • NOS
    • Radio 558
    • Radio 819
    • Radio Atlantis
    • Radio Caroline
    • Radio Delmare
    • Radio Luxemburg
    • Radio Mi Amigo
    • Radio Monique
    • Radio Noordzee Internationaal
    • Radio Northsea International
    • TROS
    • VARA
  • Other
    • LM Radio

Find results in...

Find results that contain...


Date Created

  • Start

    End


Last Updated

  • Start

    End


Filter by number of...

Joined

  • Start

    End


Group


Website


Facebook


Twitter


Skype


Location


Interests

  1. In mijn vorige column nam ik je mee terug naar de tijd dat de 70-jarigen van nu de radio echt begonnen te ontdekken en een aantal voorbeelden gaf van programma’s dat deels op de jongeren was gericht. Daarbij viel de naam van Jos Brink, die een enorm lange en gevarieerde loopbaan heeft gehad. Altijd stond hij open voor een interview en dat decennia lang. In 1964 werd hij geïnterviewd voor het blad ‘Goede Ontvangst’ en vertelde hij eerst over een wel heel vreemde gewaarwording in een hotel in het noorden van het land. Totaal vermoeid was hij na een optreden naar zijn hotelkamer gegaan en zich voor te bereiden op de nacht. Toen hij de kast opende kwamen daar twee jonge vrouwen tevoorschijn die ‘het is hem echt Jos Brink’ mompelden. Tja wat doe je op zo’n moment. Brink is wat drinken voor ze gaan halen, heeft lekker met beide dames zitten praten over de nieuwe muziek van die tijd, waarna ze rustig zijn hotelkamer verlieten. De toen populaire deejay van de AVRO maakte wat mee in die tijd. Zo had hij twee fanclubs, de ene in Tilburg was de officiële. Het was dan ook de woonplaats van Jos Brink en op het adres in de Arnhoefstraat regende het brieven. Daar zat van alles tussen, zoals echte huwelijksaanzoeken, uitnodigingen om eens thuis te komen eten omdat de moeder van de schrijfster Brink zo aardig vond en allerlei kleine presentjes. Volgens Jos zelf kreeg hij op wekelijkse basis rond de 2000 brieven. De tweede fanclub was trouwens gevestigd in Utrecht. Door zijn toen al overbezette agenda kwam er persoonlijk weinig van om de post te beantwoorden. Op de vraag, van de niet bij name genoemde journalist, of hij radiomaken wel leuk vond antwoordde Jos dat het veel minder zenuwslopend was dan televisie maken en bovendien rustig in een oude spijkerbroek ontspannen zijn programma ‘Tussen 10+ en 20- ‘ kon presenteren. En als een plaat draaide dan was het voor hem tijd om rustig een sigaretje in de studio te roken. Kom daar nu maar eens mee, vergeet het maar. Het programma werd trouwens door Skip Voogd en Jos Brink samengesteld en men schreef gezamenlijk de teksten die werden gesproken. Dus presentatie uit de vrije hand was nog niet het geval in 1964. Zijn favoriete artiest was voor Brink in die tijd Dave Brubeck. En over de lawaaiige muziek van bijvoorbeeld de Rolling Stones, die je ook diende te draaien, of je nu wilde of niet, kwam hij niet om heen. Reden was namelijk dat deze groep een steeds groter aantal fans kreeg dat massaal verzoeken voor platen van de groep aanvroeg. 1964 bracht ons de Olympische Spelen, voor de eerste keer vanuit Tokio. Groot succes was natuurlijk de overwinning van judoka Anton Geesink en dat in het land waar judo het populairste was. Op de radio hoorde ik enkele weken later een plaatje, opgenomen door Willy Alberti. Jack Bulterman en Lodewijk Post waren spontaan een tekst gaan schrijven over de overwinning en waren het nummer gaan opnemen met een koor van jonge judoka’s uit Anton’s sportschool in Utrecht en Willy Alberti. Hou ‘m in de houdgreep was de titel, met op de achterkant ‘de Anton Geesink Mars’. Trouwens achter de naam Lodewijk Post dienen we Gerrit den Braber te noemen. We hadden in de eerste helft van de jaren zestig toch wel iets meer aanbod van muziektijdschriften, waarin ook aandacht werd besteed aan de door de jeugd geliefde radioprogramma’s. Een van die tijdschriften was ‘Hitwezen’, waarin door diverse platenmaatschappijen hun nieuwe producten onder de aandacht werden gebracht. Zo was er vaak een advertentie terug te vinden onder de titel ‘Dit zijn pas hits!’. Daarin werden singles aangekondigd die waren uitgebracht op al lang niet meer bestaande labels als Funckler en Artone. Daarop werden in Nederland in die tijd hits uitgebracht van Trini Lopez, the Surpremes en Martha Reeves and the Vendellas. Deels afkomstig uit Detroit en de school van Tamla Motown. In Hitwezen, dat begin mei 1964 voor het eerst verscheen als een tweewekelijks tijdschrift onder hoofdredacteurschap van Willem van Kooten, was er ook altijd aandacht voor het Hitgebeuren en werden de hitlijsten van diverse landen, waaronder Amerika en Engeland afgedrukt, terwijl er voor Nederland aandacht was voor de Hitwezen Top 50 lijst. Voor onze onderburen was er de Belgische Top 10, die op een later moment de Top 20 werd. Op 8 januari 1965 werd de laatste Top 50 afgedrukt, immers ontstond de Veronica Top 40, die vanaf dat moment werd gepubliceerd. Maar aan Hitwezen kwam in de loop van dat jaar ook een einde. Er was soms ook commentaar te lezen gericht op de radioprogramma’s bestemd voor de jeugd. Zo is een commentaar in mijn archief terug te vinden van 31 oktober 1964, geschreven door H.K. Het heeft niets met de auteur van deze herinnering te maken maar met een van de journalisten, verbonden aan Hitwezen in die tijd. Er werd gereageerd op de radioprogramma’s die onder de noemer Radio Noordzee werden uitgezonden vanaf het REM-eiland, dat voor de kust van Noordwijk was gelegen. ‘Radio Noordzee bevalt ons nog steeds niet zo geweldig. Neem nu het programma op zaterdag van half twaalf tot half een. We hebben het over de Amerikaanse en Engelse hitparades. De indruk wordt gewekt, dat de programma’s rechtstreeks uit Engeland en Amerika worden uitgezonden, of daar in elk geval worden opgenomen. Elk zichzelf respecterende luisteraar heeft meteen al in de gaten dat dit niet waar kan zijn. Beide programma’s worden gewoon op een plaats opgenomen met behulp van een of ander muziekblad, waarin hitlijsten worden gepubliceerd. Er doet zich een aantal mogelijkheden voor. Het kan zijn dat het gebruikte muziekblad nogal traag is in het opnemen van die hitlijsten, of het drukproces van het tijdschrift is te tijdrovend. Er kunnen natuurlijk nog meer mogelijke moeilijkheden zijn, maar in elk geval is het zo, dat de hitparades bij uitzending nogal belegen zijn. Daarbij komt dan ook nog eens dat de presentator hoog nodig een cursus ‘hoe leer ik wat van muziek’ dient te gaan volgen.’ Terugbladerend in de Hitwezen documenten, die bewaard zijn gebleven, viel mij ook een welbekende naam op uit de muziek en cabaret historie wiens initialen H.K. zijn en die een aantal vaste rubrieken had in het tweewekelijkse tijdschrift en aangenomen wordt dat hij bovenstaande kritiek op het programma van Radio Noordzee in 1964 heeft geschreven. Zijn naam Harry Knipschild. Hans Knot, 16 oktober 2021
  2. Ook na de zomerperiode zal de column eens in de twee weken blijven verschijnen maar wel langer in lengte zijn dan toen de column wekelijks werd gepubliceerd. Dit keer een aantal onderwerpen. Het merendeel van de Nederlandse omroep ensembles werd in 1945 in de maanden na de Tweede Wereldoorlog opgericht toen de omroep van overheidswege werd verzorgd door achtereenvolgens Radio Herrijzend Nederland en Radio Nederland in de zogenaamde overgangstijd. Van 1947 af, toen door reorganisatie als samenwerkingsorgaan de Stichting Nederlands Radio Unie werd opgericht, kwamen deze orkesten en het koor onder deze stichting te vallen. Deze had tot taak de ensembles ter beschikking te stellen van de zendgemachtigden voor uitvoering van door hen verlangde programma's. Op 29 mei 1969 smolt de NRU samen met de NTS (Nederlandse Televisie Stichting) tot de NOS, die de taak van de NRU overnam en zo ontstond het Muziekapparaat dat gevormd werd door het Radio Filharmonisch Orkest, het Omroeporkest, het Radiokamerorkest, het Promenade Orkest, het Metropole Orkest en het Groot Omroepkoor. Het merendeel van de ensembles bestond in 1970 25 jaar. In verband hiermee werd in de periode van 16 november tot 5 december een jubileumserie van zeven openbare concerten gegeven in achtereenvolgens Maastricht, Eindhoven, Doetinchem, Scheveningen, Axel, Hoogeveen en Amsterdam. In 1968 was reeds een besluit genomen dat leidde tot de inschakeling van de orkesten en koren bij televisie-uitzendingen, tot medewerking aan voorstellingen van de Nederlandse Operastichting en tot het in met mate geven van openbare concerten. Het totale repertoire van het Muziekapparaat van de NOS reikte destijds in tijd van de Middeleeuwen tot 1970 en in genre van musical tot de symfonie. De vijf orkesten telden in 1970 gezamenlijk circa 315 musici. Het koor bestond uit 79 zangers en zangeressen. Valhelm was lang niet altijd verplicht een dikke halve eeuw geleden Je ziet ze, vooral in de grotere steden, in veelvoud. De elektrische scooters die je voor al dan niet korte afstanden kan huren en waarvoor je een bedrag per kilometer betaald dat automatisch wordt afgeschreven wanneer de gewenste rit ten einde is en de scooter wordt uitgeschakeld. In studentensteden als Groningen rijden, van drie verschillende ondernemingen, meer dan 500 van dergelijke scooters rond. Nadelen zijn er ook. Je hoort ze, van achteren komend, nauwelijks en bovendien worden ze door vele gebruikers schots en scheef geparkeerd, geen rekening houdend met wandelaars die maar om de fout geparkeerde scooters omheen dienen te lopen. Na het enorme probleem met fietsen in Groningen, waarbij vooral de studenten niet schijnen geleerd te hebben dat stoepen een doorgaande functie hebben voor wandelaars, is daarmee andermaal een probleem gecreëerd. Gelukkig zijn die scooters afgesteld op een redelijke maximale snelheid en komt er niet al te vaak een ongeluk voor. Berijders zie ik dan ook nooit een valhelm dragen, daar deze niet voor die deelscooters verplicht is. Ruim vijftig jaar geleden was de valhelm, zo herinner ik mij uit mijn eigen jeugd dat ik een Tomos en later Puch bereed, zeker een punt van discussie. Want zo werd in november 1970 gesteld dat het zeker tot de mogelijkheden behoorde dat een groot deel van de bromfietsjeugd viel te bewegen tot het dragen van een valhelm. Onder hen bestond toen ook al een grote belangstelling voor een jaarlijkse technische keuring van bromfietsen. Deze conclusies werden destijds gemeld door de voorzitter van Veilig Verkeer Nederland, Prof. ir. A. Heetman. Hij verklaarde dat de gegevens afkomstig waren uit cijfers van het ‘instituut voor commercieel marktonderzoek en opiniepeilingen’. Ruim driekwart van de 500 ondervraagde bromfietsers van 16 tot 24 jaar zou het destijds juist vinden als een jaarlijkse technische bromfietskeuring verplicht werd gesteld. Een zeer groot deel van bij het onderzoek betrokken jeugd, namelijk 85 procent, bleek een positieve instelling te hebben ten opzichte van de bromfietsproblematiek. Heetman stelde dan ook dat deze groep zich bewust was van de onveiligheid van hun vervoermiddel en een reëel inzicht in de mening van anderen over zich zelf had. Men was bereid allerlei maatregelen te accepteren die de verkeersveiligheid konden bevorderen. De mentaliteit van circa 15 procent van de jongeren was echter negatief te noemen in de ogen van Veilig Verkeer Nederland. Op deze groep jongeren, zo was destijds de verwachting, zouden maatregelen, voorlichting en dergelijke, geen gunstige invloed uitoefenen. Deze groep werd destijds aan een uitgebreide analyse onderworpen. Hierbij bleek dat de groep zich in socio-economisch opzicht van de rest onderscheidde doordat de gemiddelde leeftijd iets lager lag. Er kwamen meer personen in voor die behoorden tot grotere gezinnen. Zij woonden veel meer dan het totaal aantal ondervraagden in grote steden, en kwamen voor een groot deel uit de hoogste welstandsklasse. Zij hadden dan ook aanzienlijk meer bromfiets ongelukken gehad dan de andere 85%. Tevens stonden zij duidelijk meer afwijzend tegenover de invoering van de verplichting tot dragen van een valhelm dan de anderen en reden in verhouding meer op bromfietsen met een koppeling. Uiteindelijk werd op 1 januari 1972 het dragen van een valhelm op een motor en brommer verplicht gesteld. Consumeren meer dan vijftig jaar geleden Zwangere vrouwen werden begin jaren zeventig van de vorige eeuw in verschillende Amerikaanse staten door de gezondheidsdiensten gewaarschuwd voor het gebruik van vis uit kust- en binnenwateren. Het te hoge gehalte aan kwik zou het kind kunnen schaden. In 33 Amerikaanse staten en acht Canadese provincies was bij herhaling een hoog kwikgehalte geconstateerd. Maar er waren alternatieven zoals in het dorpje Bathmen. Het dorpje — tussen Deventer en Holten — was in de ban van de wereldrecordrage. Het ging daarbij om het record frikandellen eten. De strijd ging om meerdere mensen waarbij de heer Bijlsma als eerste probeerde het record te zetten, waarbij hij tot 160 centimeter kwam. Zijn dorpsgenoot Roeterdink lukte het met gemak dit record te verbeteren en op 204 centimeter te zetten. Bijlsma vocht zich terug en at in zijn tweede ronde 306 centimeter. En de eigenaar van de enige cafetaria in het dorp spinde garen bij de recordpoging want hij mocht het eetwaar leveren voor beide heren en een groot aantal andere deelnemers. Over consumeren kan ook worden verteld dat in 1970 drie procent van de rokende vrouwen tussen 18 en 35 jaar in Nederland sigaartjes rookte. De gegevens waren afkomstig uit een onderzoek gedaan door het bureau Makrotest. In opdracht van de sigarenfabrikanten werd onderzocht in hoeverre een introductie van het sigaartje bij de Nederlandse vrouw mogelijk zou zijn. De sigaar was daarvoor duidelijk een symbool van het typisch mannelijke ‘iets-bereikt-hebben’ en de sfeer in Nederland was, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Denemarken, waar een vrouw zich zomaar kon permitteren een sigaartje te roken. Toch bleek uit het onderzoek dat 47% van de ondervraagde mannen en liefst 57% van de ondervraagde vrouwen wel toekomst zagen voor de sigaren rokende vrouw. Bijna de helft van de vrouwen, die betrokken was bij het onderzoek, ging ervan uit aan de sigaar te gaan. Aangenomen werd dat de verwachtingen waren gebaseerd op het gegeven dat het roken van sigaartjes gezonder zou zijn dan de sigaret. Inmiddels, meer dan een halve eeuw later, zijn de gedachten vooral naar het negatieve gekeerd, als het gaat om het roken. Hans Knot, 25 september 2021 Afbeelding: Radio Kamerorkest en Omroepkoor tijdens een optreden in NCRV studio (foto collectie Paul Snoek).
  3. Laten we eens een aantal van mijn herinneringen aan 1970 beschouwen. Het eerste dat ik uit mijn aantekening vis is een knipsel uit de regionale krant van de 25ste van de maand november waarin gewag werd gemaakt op de voorpagina, alsof het echte gossip was. Ja je leest het goed – de filmacteur en Rolling Stone Mick Jagger was vertrokken voor een vakantie en was afgereisd naar het eiland Nassau, onderdeel van de Bahama-eilanden. Hij was gevlogen vanaf het Londense Heathrow met in zijn gezelschap een nieuwe liefde, Bianca Perez uit Nigaragua. We verbaasden ons als jongeren erover hoe snel hij de ene na de andere verovering binnenhaalde en weer afstootte en bovendien zouden in de daarna volgende halve eeuw nog vele vrouwen volgen. In dat jaar 1970 hadden we de mogelijkheid te luisteren naar een nieuw radiostation vanaf internationale wateren voor de kust van Noordwijk. Capital Radio van de International Broadcasting Society. Easy listening programma’s en ook uitzendingen verzorgd door dominee Geert Toornvliet. Een aimabel mens met een goed hart die bij velen, ook bij niet gelovigen, geliefd was. In de daarop volgende jaren zou hij via een aantal radiostations zijn programma’s laten verspreiden. En toch was er een bericht uit november 1970, bij het voorbereiden van dit verhaal, dat naar voren kwam. In de laatste week van november had de voorzitter van ‘Ken woord voor de wereld’, ds. C.W.J. van Gent, in Amsterdam een aanklacht ingediend tegen de in Bloemendaal residerende predikant Geert Toornvliet. Dit wegens laster en belediging. Geert Toornvliet was eerder dat jaar door de Synode de Gereformeerde Kerken geschorst. Hij had namelijk in een open brief in een door hem uitgeven publicatie ‘Contact met onze luisteraars’ van november 1970 een aanval gedaan op ds. Van Gent. Laatst genoemde wenste een rechtszaak inzake uitspraken in voornoemde publicatie als: ‘U hebt helaas uw positie niet gebruikt voor de opbouw en voortgang van het pastorale werk. Want U werd daarin zeer gehandicapt door uw vrouw. Ik wist al dat ze schrikkelijk negatief over menigeen praatte. Ik was gewaarschuwd voor u, dat onze radiogemeente bij u niet in goede handen was. U bent alle krachten gaan bundelen om de radiopredikant, die van de kerken geen salaris of wachtgeld meer krijgt, te plunderen. Dat zovelen in zo korte tijd met de heer Van Gent meegaan is een zaak van psychische infectie, die als een besmettelijke ziekte om zich heen heeft gegrepen.’ Dominee Van Gent noemde de genoemde passages onwaar. zoals volgens hem de hele open brief zou wemelen van onwaarheden, halve waarheden en feitenverdraaiingen. Hij noemde dit artikel van predikant Toornvliet in flagrante strijd met de pastorale kenmerken van het ambt van predikant. De heer Van Gent eiste dat dominee Toornvliet zou worden veroordeeld tot het betalen van honderd gulden als schadevergoeding wegens de aantasting van de goede naam met het bevel dat dit vonnis openbaar werd aangeplakt. Zie je het al voor je op de deur van de kerkgemeenschap in Bloemendaal dat Toornvliet een verklaring plakte die leesbaar was voor alle kerkgenoten? Hij kwam weer in een goede verhouding met zijn collega en Van Gent en deze laatste nam de presentatie van de programma’s na het overlijden van Toornvliet over op onder meer Radio Monique. Recentelijk, met de trieste berichtgeving omtrent de enorme aardbeving, die plaats vond op Haïti, gingen mijn gedachten naar een soortgelijke verscheurende beving die in 1970 plaats vond. Het meest verschrikkelijke nieuws van het jaar behaalde dagen lang de nieuwspagina’s van de kranten en de rubrieken op radio en de televisie. Een enorme natuurramp vond plaats in het Zuid Amerikaanse land Peru, als gevolg van een aardbeving met meerdere schokken. De allersterkste had een kracht van 7,9 op de schaal van Richter. Diverse steden werden totaal verwoest. Plaatsen als Huarez, Chimbote en Yungay waren onherkenbaar geworden. In een gebied van 65.000 km2 was liefst 80% van de huizen verwoest. Het aantal slachtoffers, dat viel, was tot op dat moment een van de grootste in aantal in de wereldgeschiedenis. Liefst meer dan 700.000 mensen verloren het leven, 500.000 werden nog eens gewond en 600.000 mensen werden dakloos. Na de grote schokken, die een deel van de schade aanrichtten, kwamen er liefst 37 naschokken die ook krachtig genoeg waren de schade groter en het aantal slachtoffers hoger te maken. Vele kleine en grote protestdemonstraties vonden er in 1970 her en der in Nederland plaats. De naam Stimezo viel daarbij ook vaak, als protest – aan de ene kant – en als positivisme aan de andere kant. Het was in de maand oktober 1970 dat, onder initiatief van een groep huisartsen, een stichting werd opgericht onder de naam Stimezo met als doel hulpverlening te verlenen bij zwangerschapsonderbreking. De tegenstanders van deze vorm van onderbreking hadden het dan ook over kwade hulpverlening plegen, immers een leven werd beëindigd. In die tijd was het ondergaan van een abortus of het ongewenst afbreken van een zwangerschap nog steeds wettelijk verboden. Maar zoals zo vaak gebeurde er in het illegale circuit het nodige en weken vele jonge zwangere vrouwen uit naar bijvoorbeeld Engeland, waar ze werden geholpen. De Stimezo is eigenlijk ontstaan omdat er in ons land op verschillende plekken de behoefte ontstond om zich gezamenlijk in te zetten voor een goede hulpverlening bij abortus. In ons jaar van behandeling, 1970, ontstond dus in Rotterdam de Stimezo, wat staat voor ‘Stichting Medisch Verantwoorde Zwangerschap Onderbreking’. Het eerste doel was te komen tot de oprichting van een kleine abortuskliniek. Het initiatief kreeg in de kranten de nodige publiciteit, waardoor diverse groepen van mensen zich achter het initiatief schaarden en al vrij snel in andere grote plaatsen soortgelijke plannen ontstonden. Als je het bedrag van het beginkapitaal van destijds weet kun je je niet voorstellen dat dit voldoende is geweest maar voor f 150.000,- werd de eerste kliniek op poten gezet. Het kapitaal was trouwens bij elkaar gekomen door middel van een televisieactie van de VARA. Nog immer, meer dan een halve eeuw later, is er bij bepaalde personen hevige tegenstand bij het beëindigen van een zwangerschap en wordt er dreigend gedemonstreerd in de directe omgeving van de gelegaliseerde abortusklinieken. Hans Knot, 11 september 2021 Afbeelding: Ds Toornvliet (foto Archief RadioVisie)
  4. In deze aflevering gaan we weer eens naar 1964, het jaar waarin in opdracht van de overheid de uitzendingen van Radio en TV Noordzee, vanaf het REM-eiland voor de kust van Noordwijk, het zwijgen werd opgelegd. De kranten stonden er al weken van vol dat een dergelijke dreiging eraan zou komen wanneer de regering van plan was een onderzoek te doen naar de mogelijkheid een wet van pas te laten komen op het onderuithalen van dit commerciële radio- en televisieproject. In het heetst van de strijd waren het die kleine berichtjes die de lezer van toen telkens weer trokken naar dit project. Ook eventuele geruchten werden daarbij volop belicht. In het Nieuwsblad van het Noorden was halverwege december 1964 een berichtje terug te vinden waarin werd vermeld dat in de voorafgaande nacht de politie van Amsterdam een oogje in het zeil had gehouden bij het Concertgebouw in de hoofdstad. Dit naar aanleiding van een anoniem telefoontje. Daarin zou zijn gemeld dat enkele dagen daarvoor aan de regering een telegram was gestuurd, waarin gedreigd werd met het in brand steken van het gebouw van Kunsten en Wetenschappen alsook het Concertgebouw, indien de actie tegen het REM-eiland doorgang zou vinden. De Haagsche politie was ook door de collega’s in Amsterdam op de hoogte gesteld van haar oplettendheid in de omgeving van het Concertgebouw. Een woordvoerder van de politie in Den Haag meldde echter niet in een eventuele brandstichting te geloven, mede daar er helemaal niets bekend was geworden over een dergelijk telegram. En met het berichtje in de kranten van de Gemeenschappelijke Persdienst was daarme de kous weer af. Televisieprogramma’s tot half december 1964 via Noordzee TV werden uitgezonden kregen later vervolg via de diverse omroepen die snel gebruik maakten van de populariteit van de REM en alsnog vlotte Amerikaanse programma’s in hun eigen programmering konden gaan opnemen. Nederland 2 was al eerder geïntroduceerd en uiteraard, zonder concurrentie van commerciële televisie, een succes. Immers de kijkers, die niet veel anders aan aanbod hadden van andere televisiestations – de kijkers in de grensgebieden uitgezonderd – wilden nog volop genieten van deze nieuwe vorm van amusement. Zo werd dus 1 oktober 1964 het tweede net definitief toegewezen aan de zendgemachtigden. Verder werd de zendtijd officieel uitgebreid tot 52 uur per week. De reclame op de televisie kwam er ook. Aan het eind van 1964 werd het rapport gepubliceerd van de Pacificatiecommissie. Daarin adviseerde de commissie om etherreclame toe te staan. Dat gebeurde uiteindelijk ook maar meer daarover in een ander belicht jaar op een ander moment. De huisvrouw kreeg het in de jaren zestig van de vorige eeuw iets minder druk want voorwassen met de hand hoefde al niet meer, via de introductie van de betere wasmachines. En dus kon het kopje koffie, de Gala van de firma Niemeijer uit Groningen, met wat meer ruimte voor ontspanning worden gedronken. Even weg zwijmelen in een leuk boek, of was de dikte van het boek misschien te onhandig in de keuken. Wel de uitgevers wisten goed in te spelen op meer vrije tijd voor de huismoeders. Als voorbeeld noem ik uitgeverij Spaarnestad, onder meer verantwoordelijk voor de uitgaven van het toen nog bestaande weekblad Katholieke Illustratie en de Revue. Zij brachten de Saffierreeks op de markt. Handige kleine boekjes die je kon verslinden en desnoods – na het te hebben gelezen – doorgeven aan je hartsvriendin die het daarna kon lezen en vervolgens de opgedane kennis met je kon delen. Daarna was het of bewaren of bij oud papier. Abonnees van de bladen van de uitgeverij Spaarnestad konden de boekjes per stuk afnemen voor de prijs van 60 cent via de bezorger van de tijdschriften of door het via de giro te bestellen bij de uitgeverij. Saffier pockets waren de voorlopers van de Bouquetreeks, dus goedkoop romantisch leesvoer voor vrouwen. De eerste drie deeltjes verschenen met een bijna lege omslag en toen de serie bleek aan te slaan werd er meer geld uitgetrokken voor een omslag in twee kleuren - zwart en een steunkleur. Dat vergde een speciale techniek en de illustraties waren vaak geslaagd te noemen, zeker grafisch gezien. Vanaf nummer tien waren de covers in kleur. In totaal zijn er zeventig nummers van de Saffierreeks op de markt verschenen. Als je veel de rommelmarkten bezoekt kom je ze nog wel eens tegen terwijl ze ook veelvuldig op marktplaats en andere internetsites voorbij komen. Het belichtte jaar 1964 bracht ook steeds meer de zogenaamde ‘zelfbediening’, winkels die groter waren dan de kruidenierswinkels en waar je deels de boodschappen zelf uit de schappen kon halen om vervolgens bij de kassa kon afrekenen. Koffie zat vanaf dat moment al ingepakt in pakken van 250 gram, gemalen dan wel in boonvorm. Suiker werd ook niet langer afgewogen waar je bij stond maar stond netjes in pondsvorm dan wel per kilo klaargezet in de schappen. Bepaalde producten van destijds waren toen nieuw en nu al lang verleden tijd. Andere producten waren toen al bekend en liggen nog steeds voor ons te koop in de grote supermarkten van nu. Zullen we eens een kijkje nemen in de productenwereld van 1964? Er waren namelijk hele grote flessen koffiemelk met de inhoud van 1 liter; speciaal voor feesten en partijen maar ook voor gebruik in de grote huisgezinnen. Bovendien werd er in die tijd ook nog door veel meer mensen koffiemelk in de koffie gedaan dan nu het geval is. Maar onderweg naar de camping of het eerste gehuurde zomerhuisjes was het natuurlijk ook handig om de koffiemelk in een nuttige vorm mee te nemen. Het was de fabrikant Friesche Vlag die groots en bij herhaling aankondigde dat men ook voor blikmelk de grootste producent was onder het motto: ‘De meest gebruikte koffiemelk van Nederland.’ Ik ga aan de koffie, zonder toevoeging van koffiemelk en ga nadenken over onderwerpen voor een volgende nostalgische column. Hans Knot, 28 augustus 2021
  5. Laten we het maar weer eens hebben over de regionale omroepen met deze keer terug in de tijd naar de maand november 1970 toen de heer T.J. Kingma – in functie als hoofdadministrateur van de gemeente Leeuwarden – zijn zegje wenste te doen over de Regionale Omroep Noord en Oost. Kortweg RONO genoemd was dit radiostation actief in de noordelijke en oostelijke provincies. Volgens Kingma paste de RONO niet in de toenmalige Omroepwet. Want het RONO-gebied (Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel en een deel van Gelderland) voldeed volgens hem niet aan de criteria die de wetgever voor ogen stonden toen hij de regionale omroep mogelijk maakte. Kingma destijds: “Het gebied was en is niet een streek, waar eigen cultuurleven een voedingsbodem biedt voor geregelde radio- en televisie-uitzendingen.” Hij uitte dit op 25 november 1970 tijdens een in Leeuwarden gehouden symposion over regionale omroep. Wel was het volgens hem zo dat een verkleinde versie van de RONO, mogelijk de regionale omroep Oost, voor een bepaald Saksisch gebied met een eigen levensstijl nog best een dergelijke functie kon krijgen. Kingma vond dat de inhoud van een regionaal radio- en tv-programma zo diende te zijn gelijk aan wat ook het bestaansrecht van een regionale pers was. “Voor een goede regionale omroep lijkt mij dan ook een sfeer van samenwerking met de regionale pers noodzakelijk. Waarbij de regionale omroep wel dient te worden behoed voor het oubollige, het te folkloristische, het te heemschutterige". Hij pleitte voor een programma dat ‘regionaalmodern’ diende te zijn en als zodanig ook bij de luisteraars diende over te komen. Daarbij zou bijvoorbeeld een hard interview ook plaats kunnen vinden. Tevens gooide hij met termen als een ‘hard-boiled actueel programma.’ Gemeld kan nog worden dat het symposion in Leeuwarden voornamelijk een Friese aangelegenheid was. Nadat de adjunct-directeur van het Economisch Technologisch Instituut voor Friesland, dr. J. H. Zoon, omstandig had duidelijk gemaakt dat Friesland naar binnen en naar buiten toe ‘eigenheid’ heeft, en er tevens de retorische vraag aan had gekoppeld welke regio zich beter zou lenen voor regionale televisie dan juist de provincie Friesland, vulde Kingma hem aan met de opmerking dat een nieuwe regionale omroep voor Friesland diende te worden opgestart. Daarbij zou volgens hem stellig een eigen autonome Friese programmaraad dienen te komen. Uiteraard met Friese programmamakers en het liefst zoveel mogelijk programma’s in de Friese taal. Maar het was niet alleen een Friese aangelegenheid want tijdens dit voornoemde symposium in november 1970 was ook de voorzitter van de Nederlandse Omroep Stichting (NOS) de heer E. A. Schüttenhelm aanwezig. Hij voorspelde dat er wat de regionale omroepen in Nederland betrof een storm zou gaan opsteken. Oom Emiel, zoals Schüttenhelm in de Hilversumse wandelgangen wel werd genoemd, hield zich buiten de discussie over de RONO, hij stelde wel dat men er maar vanuit diende te gaan dat er in de toekomst ook ruimte zou zijn voor regionale televisie programma’s. Volgens hem zouden er genoeg financiën voor een dergelijk project in de daarop volgende jaren beschikbaar komen. Kingma stelde dat, wanneer er regionale televisie zou komen, er in Friesland al een keuze was gemaakt, namelijk regionale televisie onder de vleugels van de NOS. Deze beslissing was genomen omdat de andere mogelijkheid die de toenmalige omroepwet gaf, namelijk een eigen representatieve onderneming voor het betreffende gewest, als zendgemachtigde niet haalbaar was, gelet op het financiële plaatje. Afsluitend kan worden gemeld dat in het Journaal van acht uur die avond een kort item was te zien waarin werd vermeld dat er een bijeenkomst was geweest in Leeuwarden waar een speciale afvaardiging van de NOS bij aanwezig was geweest onder leiding van Oom Emiel. Zo werd hij door eigen mensen nog eens in het voetlicht gezet. Nog even dit: Radio Fryslan werd pas een zelfstandige regionale omroep (Omrop Fryslân) in 1988 en verzorgde in de eerste jaren alleen radioprogramma’s terwijl in 1994 voor het eerst televisieprogramma’s werden uitgezonden. De volgende column wordt, vanwege de zomer tweewekelijks, op 31 juli gepubliceerd. Hans Knot, 17 juli 2021
  6. Ook deze column brengt ons naar de begindagen van de maand januari 1976. De directie van Radio Vaticana in Rome maakte bekend dat ze haar stem in de ether extra kracht wenste bij te zetten. Dit diende te gebeuren via voor die tijd de grootste roterende antenne ter wereld. Doel, zo werd bekend gemaakt, de gelovigen over de gehele wereld met programma’s van dit Rooms-Katholieke radiostation te kunnen bereiken, zodat dezen niet zouden verdrinken in de meer wereldwijde geluiden die ze op hun radio konden ontvangen. Chef van het zenderpark van Radio Vaticana was destijds Sabino Moffeo en deze stelde dat met een krachtiger signaal de storingen en interferentie op de uitzendingen van het station konden worden teruggebracht naar een aanzienlijk lager niveau. Hij stelde: “Waar sommige landen het vermogen van de zenders opvoeren om meer en meer luisteraars te trekken, dienen andere station ditzelfde te doen om niet te worden overstemd door eerstgenoemde stations.” Hij benadrukte niet dat er stations waren die met opzet het Rooms-Katholieke geluid dwars zaten. Hij kondigde tevens aan dat op korte termijn in Santa Maria di Galeria, 18 kilometer ten noorden van Rome, een sterke 500 kW kortegolfzender in gebruik zou worden genomen. Een zender die vijf keer zo sterk was als die tot op dat moment werd gebruikt. Tevens stelde Maffeo dat de signalen zouden worden uitgestraald via de grootste roterende antenne ter wereld. Eenmaal gereed bestond deze uit twee 79 meter hoge torens, die werden verbonden middels een 85 meter lange draaiende brug. De installatie was qua capaciteit te vergelijken met het werk van 21 conventionele antennes. De Vaticaanse radio verzorgde sinds 1957 directe uitzendingen naar een groot deel van de wereld. En dan was er een paar weken eerder, op 28 december 1975, de start van een nieuw radionet in Nederland, Hilversum 4, met als doel klassieke muziek onder aandacht van de luisteraars te brengen. De allereerste uitzending was er een met een joviale knipoog met een rol weggelegd voor André van Duin. Het was tevens de allereerste uitzending via de publieke netten van de VOO, de voortzetting van Radio Veronica. Na de eerste weken van uitzendingen via Hilversum 4 kwamen er honderden klachten binnen bij de NOS, de Nederlandse Omroep Stichting. Zowel via brieven als telefoon waren dezen binnen gekomen van ontevreden luisteraars. En die klachten kwamen niet alleen vanuit Nederland maar ook luisteraars in België en West Duitsland toonden hun ongenoegen. De doorsnee luisteraar was er namelijk vanuit gegaan dat het gene zou worden aangeboden daadwerkelijk klassieke muziek zou zijn. De vele uren gesproken woord via Hilversum 4 werd niet door hen geduld. Verder waren er klachten over het gegeven dat het programma alleen via de FM was te ontvangen en vooral ook omdat reeds om vijf uur in de middag Hilversum 4 uit de ether verdween, een situatie die heden ten dage ondenkbaar is geworden. Hadden we in Nederland het geluk een nieuw radionet te kunnen beluisteren dan was de situatie in Zuid-Afrika in januari 1976 totaal anders. Na lange jaren van weifelen werd het die maand mogelijk naar een televisieprogramma te kijken en wel meteen in kleur. Veel promotie vooraf hadden de meer rijkere landgenoten in staat gesteld een toestel te kopen en ongeveer een miljoen kijkers hadden op de openingsuitzending de toespraak van de toenmalige premier John Vorster aanschouwd. Een kleurentelevisietoestel kostte destijds rond de 900 rand, dat gelijk stond aan 2800 harde Nederlandse guldens, en daarover heen diende ook nog eens een kijkvergunning van 60 Rand te worden betaald, hetgeen heel duidelijk aangaf dat het alleen voor de meer rijkere mensen mogelijk was een plekje in de huiskamer te vinden voor een nieuwe aanwinst. Onder de bezitters waren slechts enkele kleurlingen waarbij door de regering van het land wel bekend werd gemaakt dat deze minderheidsgroepering, zoals ze werden aangezien, in 1981 hun eigen televisiestation zouden krijgen. Ook werd beloofd dat rond die tijd de apparaten, die voornamelijk in Zuid-Afrika werden geproduceerd, betaalbaar voor meerdere mensen zouden zijn. Er waren destijds, met het oog op de toekomst, wel de nodige gedachten of het financieel allemaal haalbaar kon zijn. De kostenfactor was voor de Zuid-Afrikaanse omroepmaatschappij SABC een groot struikelblok. Allerlei cijfers verschenen in de dagbladpers aangaande uitgaven en inkomsten. De vergunningen om naar de televisie te kunnen kijken brachten naar schatting een bedrag op van rond de zeven miljoen Rand, waarbij gerekend werd dat het totale tekort op exploitatie in het eerst jaar rond de 50 miljoen Rand zou komen. Juist de bij herhaling bijgestelde begroting in de daarbij aan voorafgaande jaren was voor de regering steeds weer reden van afstel geweest tot invoering van televisie-uitzendingen. Er was bij de regering van het land de mening dat het moreel van de Zuid Afrikanen door de televisie-uitzendingen zou worden aangetast en het dus schadelijk kon zijn voor bijvoorbeeld de jeugd. Tevens zou de aantrekkingskracht voor de sport verslapen. Omdat Zuid-Afrika op dat moment vooral tweetalig was, werden de programma’s afwisselend in beide talen gebracht. Dit betekende dat de ene avond een aanvang nam met een 150 minuten durende programma in het Engels, gevolgd door 150 minuten in het Afrikaans. De daarop volgende avond was de volgorde omgekeerd. Uiteraard was de tweetaligheid wel oorzaak dat de kosten hoger werden dan bij een televisiestation dat slechts in één taal de programma’s uitstraalde. Onder meer dienden veel programma’s ondertiteld te worden. Enkele weken na de start werd al gesproken over de eventuele invoering van reclame via het programma om op die manier de financiering enigszins sluitend te kunnen krijgen. In de beginperiode werd er 310 miljoen gulden geïnvesteerd en waren er 34 zender geïnstalleerd, waarbij gebruik werd gemaakt van het PAL-systeem. Het grote aantal zenders was natuurlijk nodig om zoveel mogelijk de bewoonde gebieden van het immense land te kunnen bereiken. En dan te bedenken dat er slechts in het begin 220.000 bezitters van een toestel waren. Vanuit de SABC werd gemeld dat men maximaal 1 miljoen kijkers op die manier kon bereiken. Als het om de programmering ging kan worden gesteld dat ongeveer de helft in Zuid-Afrika werd geproduceerd terwijl veel werd geïmporteerd uit landen als Engeland, West Duitsland en de VS. De SABC maakte zich niet schuldig aan de toenmalige rassenscheiding. Het aandeel van niet-blanke acteurs bleef niet beperkt tot een huisknecht of kindermeisjes. Uiteraard waren er voor die tijd wel scherpe regels en zo mochten beslist geen erotische scenes worden uitgezonden en dus ging de schaar er af en toe flink in. Wordt vervolgd Hans Knot, 6 juni 2021
  7. Het was wat in de nacht van 1 op 2 januari 1976 toen er in Zeeland noodsignalen werden opgevangen vanaf een sleepboot met de naam ‘Brittanic’. Direct werden de diverse mensen, betrokken bij de Reddingsmaatschappijen en de Rijkspolitie ter Water, opgetrommeld om bijstand te verlenen. Zoekacties duurden heel lang maar om drie uur in de nacht werden deze stilgelegd. Aan wal was namelijk de nodige moeite gedaan om meer te komen te weten over de betreffende sleepboot. Via het ANP werd bijvoorbeeld vernomen dat bij de zeesluizen van IJmuiden het schip totaal onbekend was en in het internationale scheepsregister van Lloyds stond de sleepboot ook niet vermeld. Eerder waren de reddingsboot Javazee uit Breskens en enkele andere schepen uitgevaren naar de sleepboot, die in nood zou verkeren bij ’t Oostgat op de Westerschelde. Volgens de ontvangen noodsignalen zou zich aan boord van de ‘Brittanic’ ook een dode persoon bevinden. De overige vijf bemanningsleden, aldus de noodsignalen, zouden van boord zijn gegaan en zich in een sloep, bij windkracht acht, veiliger bevinden. Het bleek dat er ook twee boten van de Rijkspolitie ter Water waren uitgevaren en achteraf werd bekend gemaakt dat alle inzet voor niets was geweest. Vanuit de burelen van de Rijkspolitie werd in de middag van 2 januari 1976 meegedeeld dat voornoemde sleepboot onder Amerikaanse vlag zou varen en onderweg was van Amsterdam naar de haven van Oostende. Al vrij snel, die middag, werd bekend gemaakt dat men was geïnformeerd door een niet bij name te noemen persoon dat het ging om een grap, de ether ingebracht door een destijds actieve etherpiraat. En dan was er op 5 januari 1976 een nieuwe programma te beluisteren waarvan maar was af te wachten of het zou aanslaan bij de luisteraars. Het werd gepland in het late uur van de dag, na het nieuws van 11 uur op het toenmalige Hilversum 2 en kreeg als titel mee ‘Met het Oog op Morgen’. De NOS had voor het nieuw te beginnen radioprogramma vijf freelance presentatoren aangetrokken en werd geprogrammeerd van maandag tot en met vrijdag tussen 23 en 24 uur. Er werd een aantal vaste rubrieken geïntroduceerd, zoals ‘Den Haag Vandaag’ en ‘Overzicht van belangwekkende gedeelten uit radio actualiteitenrubrieken van de desbetreffende dag’. Herinner je nog de vijf presentatoren van het eerste uur van ‘Met het Oog op Morgen’? Ze kregen elk een vaste avond toegewezen. Van maandag tot vrijdag waren dat destijds in 1976 achtereenvolgens: Han Mulder, Nico van Vliet, Piet van der Ende, Alice Oppenheim en Klaas Samplonius. Zij mochten destijds naar eigen smaak de muziek voor hun uitzending kiezen. Eindredacteuren van het programma waren: Kees Buurman en Henk Enkelaar. Kees was trouwens de initiator van ‘Met ’t Oog op Morgen’ en vele andere programma’s uit die tijd. Zelf heb ik, vooral de eerste 25 jaren uit het bestaan van het prachtige programma, zeer intens geluisterd. Ook in die tijd vond ik het belangrijker om berichtgeving die tot mij kwam, mijzelf visueel te maken in plaats van naar de televisie te kijken. Bovendien was het mij een eer diverse bijdragen te mogen leveren vanuit Groningen over onderwerpen die betrekking hadden op radiogebied. Of via een lijn vanuit de toenmalige studio van de RONO aan het Prinsenhof in het centrum van Groningen of via een signaallijn van de toenmalige P.T.T. aan de Reitemakersrijge in de Martinistad. Ook de toenmalige zeezenders bleven mij bezig houden, getuige de aantekeningen die ik decennia lang maakte. In januari 1976 waren de Voice of Peace, Radio Caroline en Radio Mi Amigo nog actief vanaf internationale wateren. Op 13 januari werd bijvoorbeeld bekend dat de toenmalige programmaleider van Mi Amigo, Joop Verhoof, in de week ervoor in alle stilte voor de tweede keer in het huwelijk was getreden. De officieel uit Enschede afkomstige Verhoof dook in de tweede helft van 1974 onder voor de politie, aangezien hij officieel de anti-zeezenderwet overtrad en arrestatie mogelijk was. Er werd volop in de media gesuggereerd nadat hij gescheiden was van zijn eerste vrouw. Zo zou hij vier maanden in Antwerpen hebben gewoond, waar hij een verhouding zou hebben gehad met een mannequin. Zoals bij de volgers van Radio Mi Amigo in Nederland en België destijds bekend was het 13 februari 1975 het moment dat men definitief op de vlucht diende te gaan, wenste men nog actief te zijn voor het station. Samen met collega’s vluchtte hij naar het Spaanse Playa de Aro en kwam, volgens de niet bij name genoemde dame, er ook een einde aan de verhouding met Verhoof. In de Vlaamse gossip media wilde ze nog het een en ander kwijt en zei onder meer: “Het was enorm moeilijk om te leven met een man die gebukt ging onder de voortdurende bedreiging om door de politie te worden opgepakt". Ze hoopte op een hereniging en ging met vriendin en zangeres Micha Marah op bezoek in Playa de Aro: “Ik hoopte dat, op veilige afstand van de politie, Joop zou zijn veranderd en aangekomen heeft Micha geprobeerd de stukgelopen verhouding nog te lijmen, maar helaas.” Ze ontdekte dat Joop Verhoof reeds een nieuwe verhouding was aangegaan, met een Spaanse, Cooky genaamd. En om het stukje informatie rond te maken huwde Joop Verhoof begin januari 1976 met zijn Spaanse vriendin. Uit een studie, waarvan de resultaten bekend werden in januari 1976, bleek dat in onze westelijke wereld het gemiddelde gezin zesmaal zoveel elektriciteit gebruikte als in 1946. De voornaamste reden hiervan zat natuurlijk in de sterke toename van het aantal elektrische apparaten in huis. Het laatste van die apparaten was destijds de Espresso-machine van Moulinex. Het fel roodgekleurde toestel, met twee bijgeleverde kopjes, werd eind 1975 al in Frankrijk gelanceerd, en kwam voor een prijs van nog geen f 200,- op de Nederlandse markt worden gebracht. Hans Knot, 29 mei 2021 Afbeelding: Joop Verhoof (foto Menno Dekker)
  8. Terug naar 1969. Het schijnt dat de lp’s van het ‘World Star Festival’, die tegen het einde van de zestiger jaren in ons land uitkwamen, als warme broodjes over de toonbank van de toen nog volop aanwezige platenzaken gingen. Er zijn verschillende Kringloopwinkels, met het goede doel in gedachten, die naast vele andere zaken ook platen verkopen, uitgekomen in lang vervlogen tijden. En daar is altijd wel een lp te vinden dat mooi genoeg is om aan te schaffen. En het valt dan op hoeveel van voornoemde lp in de bakken aldaar staan. Bij het zien van de oranje getinte hoes van het ‘World Star Festival’ herinnerde ik mij dat er na het uitkomen van de lp, waarop internationale sterren belangeloos een nummer hadden geleverd ten bate van Vluchtelingenhulp, er ook een speciaal televisieprogramma was geweest en wel op 16 oktober 1969. Het was in de uitzendtijd van de TROS dat op de Nederlandse televisie op de betreffende donderdagavond zes Nederlandse artiesten er nog een schepje bovenop deden en zich op die manier ook inzetten voor de Vluchtelingenhulp. Onder de titel ‘National Star Festival’, met een knipoog naar de titel van voornoemde lp, waren het die avond Liesbeth List, Rita Reys, Henk Elsink, Seth Gaaikema, Connie Vandenbos en Louis van Dijk die aandacht voor de hulp aan Vluchtelingen vroegen. In het programma werden ze voorgesteld aan het kijkend publiek door Pim Jacobs, de toenmalige echtgenoot van Rita Reys. Opmerkelijk alle artiesten van dat programma zijn inmiddels heengegaan. De lp van het World Star Festival werd trouwens in de maand maart 1969 uitgebracht, waaraan topartiesten uit de gehele wereld deelnamen en waarvan het vinyl dan ook wereldwijd te koop was. Dit betekende dat er in de eerste zes maanden al een paar miljoen exemplaren waren verkocht en de opbrengst naar de rekening van de Verenigde Naties werd gestort. In Nederland ging het op dat moment om ruim 160.000 exemplaren. Nederland stond daarbij op de tweede plaats als het ging om het aantal verkochte exemplaren. Voor degene die zich niet meer herinneren welke artiesten op de betreffende lp voorkwamen is hier een overzicht: Diana Ross and The Supremes, Dionne Warwick, Ray Charles, Herb Alpert and The Tijuana Brass, Simon and Garfunkel, Tom Jones, Sonny and Cher, Bee Gees, Shirley Bassey, Andy Williams, Julie Andrews, Paul Mauriat and his Orchestra, Sammy Davies jr., Dusty Springfield, Frank Sinatra en Barbra Streisand. Het neusje van de zalm uit die tijd. Eerder schreef ik over het zogenaamde ‘zwartkijken’, ofwel mensen die een televisietoestel in huis hadden maar daarvoor niet de verplichte kijkgelden betaalden. Dat ging vooral over de periode, tegen het einde van die verplichting en wel de tweede helft van de jaren negentig van de vorige eeuw. Een van de reacties op dat item was de vraag hoe het eigenlijk was in de tweede helft van de jaren zestig, toen het voor steeds meer mensen het financieel mogelijk werd, mede door de sneller stijgende lonen, over te gaan tot aanschaf van een televisietoestel, al dan niet met mogelijke kleurenontvangst. Het werd een kwestie van behoorlijk spitten om daar informatie over te verkrijgen en uiteindelijk vond ik gegevens die eind 1969 werden gepubliceerd over niet alleen de weigering tot betalen van het kijkgeld maar ook met de daaraan gekoppelde luistergelden. Er werd op dat moment gerekend op een aantal van niet betalers dat lag rond de 120.000 per jaar. In 1963 waren dat er rond de 80.000. De toenmalige directeur van de Dienst Omroepbijdragen, E.W. Wayenberg, kwam met die cijfers naar buiten en maakte tevens bekend dat met het achtervolgen van de wanbetalers jaarlijks een bedrag van rond de f 360.000,-- nodig was, hetgeen neerkwam op 60% van de totale kosten die de dienst maakte. Het aantal gezinnen dat in 1969 of ‘zwart’ naar de televisie keek of niet betalend naar de radio luisterde, schommelde op dat moment tussen de 8 en 10% van de Nederlandse gezinnen. Wayenberg schatte het aantal gezinnen met een of meerdere toestellen rond de 3 miljoen. Hij meldde dat een niet betaler werd aangezien voor een wanbetaler als deze minimaal zes maanden niet aan de verplichting tot betaling van de omroepbijdrage had voldaan. In de berichtgeving werd ook melding gemaakt over een toen recente controle actie, die had plaatsgevonden in Amsterdam. Gedurende drie weken hadden opsporingsambtenaren van de dienst liefst meer dan 10.000 adressen bezocht, waarbij ruim tweeduizend niet geregistreerde televisietoestellen en een kleine vijfhonderd radiotoestellen waren opgespoord. Natuurlijk waren mensen door vrienden en/of familieleden gewaarschuwd dat de actie gaande was en waren er in de controle periode meer dan 500 aangiftes gedaan in verschillende postkantoren in de hoofdstad. Tenslotte werd gemeld dat sinds 1965 in het gehele land ruim 62.500 niet geregistreerde televisietoestellen waren opgespoord. Bij radiotoestellen lag dit aantal even boven de 42.000 toestellen. En de proces-verbalen, die in die periode waren opgemaakt, oversteeg het aantal van 50.000. Er zijn van die momenten dat herinneringen plots terugkeren. Onze ouders hadden een kapperszaak en daar was in een boven plint aan de rechterkant van de salon een dikke spijker. Op die spijker hing een groot aantal spreuken, dat regelmatig werd uitgebreid. Een nieuwe spreuk kwam dan over de voorgaande heen te hangen. Klanten, die op de bank zaten te wachten op een knip- of scheerbeurt, konden die spreuken duidelijk lezen en uiteraard overdenken. Ze waren afkomstig van de Bond Zonder Naam. Mijn ouders hadden een abonnement op de spreuken, die anno 2021 nog steeds vanuit het Vlaamse Deurne over de lage landen worden verspreid. Het zijn gratis maandspreuken, die uitnodigen tot reflectie, verdieping en verandering. Uiterlijk, interesses, gewoonten, leeftijden, culturen of nationaliteiten: het zijn stuk voor stuk verschillen tussen mensen die we soms als grenzen ervaren. Bond zonder Naam wil deze grenzen overbruggen en ook het omgaan met diversiteit stimuleren opdat samen leven echt samenleven wordt, met respect voor diversiteit en ieders kwaliteit. Na oprichting in 1947 werd in 1958 besloten om maandelijks een spreuk te publiceren. Er zijn er nu een ruim 860 spreuken die onder meer aan 200.000 gezinnen, scholen, verenigingen en instellingen in Vlaanderen en Nederland worden verspreid. Zo'n spreuk telt maximaal acht woorden en dient ofwel een zinvol inzicht te geven of een vraag te stellen die doet stilstaan, zoals: ‘Kijk minder naar je scherm. Meer naar elkaar’. Deze spreuken worden op beperkte schaal gratis thuis toegestuurd, maar ook naar een tiental landen in het buitenland via e-mail en in heel veel talen, ook in het Esperanto via een website. Hans Knot, 22 mei 2021
  9. We blijven hangen in het jaar waar we vorige week ook al aandacht aan hebben besteed, namelijk 1965. In tijden van Corona kwam en komt de naam van het Vondelpark in Amsterdam vaak voorbij. Te grote mensenmassa, verboden alcoholgebruik en afsluiten door de autoriteiten waren veel gelezen en gehoorde termen. Het Vondelpark is natuurlijk ook zeer aantrekkelijk om – al dan niet in een groepje – te verpozen als de temperaturen daartoe de gelegenheid geven. In 1965 diende er feest te worden gevierd. Twee belangrijke trekpleisters waren en zijn nog steeds het Amsterdamse Bos voor recreanten en het Vondelpark een soort van ontspanningsplaats voor omwonenden en inwoners van de binnenstad van Amsterdam. Omdat het Vondelpark in 1965 100 jaar bestond werd er door het gemeentebestuur een speciale feestcommissie benoemd en kwam er f100.000,--, een enorm hoog bedrag voor die tijd, beschikbaar. In het voorjaar was het al heel duidelijk dat er iets te vieren was daar honderdduizenden bloembollen in vele verschillende schakeringen voor een kleurrijk bloemenfestijn zorgden. Er werd tevens geïnvesteerd in de aanleg van een aantal nieuwe fonteinen, terwijl er in de periode van april tot oktober er een internationale openluchttentoonstelling werd gehouden. Daarbij waren werken te zien van de toenmalige grootste en nog levende beeldhouwers. Gelijk aan de toen voorafgaande vele jaren was er in de zomer ook ruimte voor de jaarlijkse Vondelparkfeesten waarbij ruimte was voor onder meer zang, variété, toneel, operette en ballet. En er was voor gezorgd dat een eeuw na de opening het Vondelpark nog steeds het fraaiste Stadspark van ons land was; tenminste zo dacht men er in Amsterdam over. In andere steden werd daar misschien anders over gesproken. In het Vondelpark waren en zijn altijd tientallen verschillende vogelsoorten te zien, die ook hun broedplaatsen daar hebben. Bovendien was het aantal soorten paddenstoelen, dat in het park groeide in het feestjaar, rond de vijftig. Het Vondelpark was in 1865 een idee geweest van de toenmalige president van de Nederlandse Bank, de heer C.P. van Eeghen. Naar hem is in de nabijheid van het Vondelpark later een statige straat vernoemd. In de jaren na de ontplooiing van de plannen werd het park aan de rand van de stad Amsterdam geprojecteerd en groeide stukje bij beetje tot dat het totale terrein rond de 50 hectare groot was; een grootte die in 1965 was bereikt. Zoals alle grote parken heeft het Vondelpark een speciale landschapsstijl. Deze was deels gebaseerd op de Engelse stijl maar kreeg, omdat het grotendeels in een polderlandschap werd gesitueerd, ook duidelijk Nederlandse invloeden. En ook toen al trok het park in de zomermaanden niet alleen omwonenden en stadsgenoten maar ook tienduizenden buitenlanders die naast museumbezoek een tocht door het Vondelpark niet wensten te missen. In december 1964 waren er vele inwoners in het westen van Nederland ontstemd door de actie van de Rijkspolitie ter Water en andere autoriteiten op het REM-eiland voor de kust in internationale wateren ter hoogte van Noordwijk. Met die actie, die zelfs door menigeen werd gezien als een geautoriseerde overval, verdwenen niet alleen de uitzendingen van Radio Noordzee uit de ether maar waren de televisieprogramma’s van TV Noordzee ook niet meer te ontvangen. En vooral het uit de ether halen van TV Noordzee viel bij de kijkers slecht, immers was het een totaal ander aanbod dan via de publieke omroep werd gebracht. Het waren wel niet veel uitzenduren per dag, men was een paar uur voor de opening van de publieke omroep te zien en als laatstgenoemde in de loop der avond weer van het beeldscherm was verdwenen, kwam TV Noordzee nog met een paar programma’s. Het was voornamelijk pure amusement dat TV Noordzee bracht met aangekochte televisieseries, die in de VS al tijden zeer populair waren. Gelukkig kwam begin januari 1965 het goede nieuws dat de AVRO-leiding had besloten enkele van die series, die bij het staken van de uitzendingen van de TV Noordzee nog niet waren beëindigd, op te nemen in de programmering als de AVRO zendtijd had. Het betrof daarbij onder meer ‘Mr. Magoo’ en ‘Robin Hood’, die als eerste twee op een zaterdagavond te zien waren bij de AVRO. Ook werden afleveringen van de ‘Dick van Dyke Show’ en de ‘Danny Kaye Show’ opgenomen in de AVRO programmering en uitgezonden via Nederland 1. In januari 1965 werd er ook het een en ander bekend via een aankondiging van de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat, Van Aartsen. Hij stelde op korte termijn een algemene maatregel van bestuur af te kondigen, die de weggebruikers de verplichting zou gaan opleggen een document bij zich te dragen, waaruit kon blijken dat men zich verzekerd had tegen wettelijke aansprakelijkheid. Deze verzekering, ook vaak WA genoemd, was officieel met ingang van 1 januari 1965 verplicht. Zolang voornoemde maatregel van bestuur niet was afgekondigd was de controle op de verplichte WA verzekering moeilijk uit te voeren. Men hoefde op dat moment nog geen officieel bewijs in vorm van een verzekeringspolis of een betalingsbewijs bij zich te dragen. Echter was er een adder onder het gras want raakte men betrokken bij een ongeluk en bleek men niet WA verzekerd te zijn, dan wachtte men een boete van f1000,-- , dat een zeer hoog bedrag voor die tijd was. Kon men dit bedrag echter niet ophoesten dan stond daar tegenover dat men liefst 3 maanden diende te brommen in een gevangenis. Er kwam ook een verplichting om een verzekeringsplaatje achter op de bromfiets te hebben. Aangezien die nog lang niet waren aangemaakt bestond in januari 1965 het vermoeden dat niet voor 1 maart 1966 deze plaatjes door de verzekeringsmaatschappijen ter beschikking konden worden gesteld. Toen het eenmaal zo ver was werd er ieder jaar een nieuw plaatje opgestuurd ter vervanging van het plaatje van het voorafgaande verzekeringsjaar. In januari 1965 waren er inmiddels 1,5 miljoen eigenaren van brommers WA verzekerd. Er was trouwens ook gedacht aan buitenlandse toeristen, die ons land per bromfiets wensten aan te doen. De ANWB had bij belangrijke grensposten als ook de Grenswisselkantoren de nodige polissen gedeponeerd. Zo werd het mogelijk voor bezoekers, die in eigen land geen verzekeringsplicht hadden, gemakkelijk zich konden verzekeren en derhalve niet terug hoefden te worden gestuurd naar land van afkomst. Hans Knot, 15 mei 2021
  10. Vandaag in de nostalgische column, met zowel een media gericht als andere herinnering, neem ik je mee terug naar de eerste week van januari 1965. Zoals ik mij herinner waren er destijds twee bekende scheidsrechters, die internationaal ook op de velden actief waren. Allereerst de in Groningen woonachtige Klaas Schipper, die in de Nieuwe Ebbingestraat in een prachtig oud pand een ouderwetse sigarenwinkel runde. Veel meer landelijk en internationaal bekend was Leo Horn en dit kwam mede door zijn extraverte persoonlijkheid en uitgesproken houding en hij veel meer in de publiciteit kwam door de meer belangrijke internationale wedstrijden die hij floot. De zogenaamde Fifa badge, dat recht gaf tot het fluiten van wedstrijden op internationaal niveau, werd hem in 1951 al uitgereikt. Hij kwam ook, bij herhaling, slecht in het nieuws wat begin januari 1965 leidde tot een schorsing door de hoofdbestuur van de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond. Hem werd bekend gemaakt dat hij tot 1 mei van dat jaar geen enkele wedstrijd zou worden toegewezen om daar de leiding te geven. Reden waren de nodige problemen die hij in 1963 in de Noord Oostpolder, in de omgeving van Emmeloord, had veroorzaakt. Hij was in conflict geraakt met een werkman tijdens een jachtpartij. Hij diende in februari 1965 voor de politierechter te verschijnen wegens een enkelvoudige mishandeling van wat een plantsoenarbeider bleek te zijn. Het bestuur van de KNVB, met in gedachten slechte publiciteit, vond het beter Leo Horn tijdelijk op een zijspoor te rangeren. Na een langdurige vergadering op de eerste zaterdag van het jaar was het die avond de secretaris-penningmeester van de KNVB, Brunt, die hem de opgelegde uitsluiting telefonisch meedeelde. In de media kwamen uiteraard op de maandag de nodige berichten naar buiten. Zo was het Leo Horn zelf die zijn bevreemding uitsprak over het feit, dat hij niet gehoord was en dus zich ook niet had kunnen verdedigen. Maar volgens de eerder genoemde Brunt was er geen sprake van straf. Horn kon er wel mee omgaan en stelde rustig af te wachten wat er zou gaan gebeuren. Hij ging dus ook niet in beroep tegen de uitspraak. Volgens een van de publicaties op de maandag zou de telefoon in de Parnassialaan nummer 1 in Aerdenhout op zondag roodgloeiend hebben gestaan. Vooral bestuurders van voetbalverenigingen uit het betaalde voetbal (destijds nog semi-prof voetbal genoemd) belden Horn op om hem te ondersteunen. Eén van hen had zelfs gesteld dat een wedstrijd zonder fluitist Horn minstens duizend toeschouwers minder zou opleveren. Van zijn collega scheidsrechters had hij echter niets gehoord. Niet zo opmerkelijk want die waren op zondag aan het fluiten op de velden. Het incident had plaats gevonden met de werkman nadat Horn een kat had doodgeschoten tijdens de jacht. Volgens hem een kat die in het wild leefde en plotseling in de baan van een schot kwam. Anderen wisten wel beter, aangezien het een kat van een der omwonenden zou zijn en omdat deze in de weg liep had Horn het dier gedood. Gevolg de uitsluiting en nadien terugkeer op het veld, waarbij hij vaak als kattenmepper werd toegeroepen. Een jaar later, 1966, verliet hij de voetbalvelden voorgoed door op 50-jarige leeftijd te stoppen als scheidsrechter. In die tijd was het jarenlang vaste prik dat in de kranten van de eerste week van een nieuw jaar gewag werd gemaakt van de zogenaamde ‘Nieuwjaarsrecepties’. Ook binnen de omroepen vonden dergelijke bijeenkomsten, met heren in deftige pakken – een borrelglas in de ene hand en een bolknak ik de andere – luisterend wat er zoal te melden viel op het gebied van radio- en televisie. Het was voorzitter Schuttenhelm van de NTS, in de wandelgangen Ome Emiel genoemd, die de vele aanwezigen, waaronder ook diverse journalisten, mocht toespreken. De receptie vond destijds plaats in Studio A van de NTS (Nederlandse Televisie Stichting). Schuttenhelm meldde onder meer dat onder zijn voorzitterschap van zeven jaar het NTS-personeel in aantal was gegroeid van 350 tot 506 personen. Ook ging hij in op de loonontwikkeling, waarin een duidelijke groei zou zitten maar hij kon niet duidelijk maken in hoeverre. De aanwezigen dienden te wachten tot de invoering van een nieuwe CAO, waarvan gegevens rond 1 maart bekend zouden worden gemaakt. In 1964 was het volgens hem vooral een probleem geweest de vulling van de programmering via het tweede televisienet (meer waren er niet) rond te krijgen. Het was mede gelukt door het gegeven dat alle technici telkens drie keer per week hadden overgewerkt om het aanbod geheel technisch rond te krijgen. Ook meldde hij dat de NTS was overgegaan tot de aanschaf van een vijfde reportage trein. In die wagen zat onder meer een filmaftaster, wat geheel nieuw voor ons land was. Met het apparaat werd het mogelijk filmstroken in een gemaakte reportage in te passen. Omtrent bouwontwikkelingen vertelde de voorzitter dat op de 31ste maart 1965 de eerste uitzending vanuit de in aanbouw zijnde studio bij de Bussumer Grintweg zou gaan plaats vinden en dat er in De Bilt bij het KNMI een permanente straalzender zou komen te staan. Het tot opleidingsschool voor NTS en NRU (Nederlandse Radio Unie) verbouwde hotel Santbergen te Hilversum had trouwens definitief zijn eerste verbouwingsfase achter de rug. De nieuwe cursussen voor de opleiding van omroeppersoneel waren inmiddels begonnen. Verder wist de voorzitter van de NTS te melden dat rond oktober 1966 de grote toneelzaal van gebouw Santbergen gereed zou zijn en ingezet zou worden als oefenstudio voor het nieuwe personeel. Ook zou het NTS-Journaal er een presentatiestudio krijgen. Hiervoor was al een offerte aangevraagd voor de aanschaf van een complete studio-inrichting. De bedoeling was vanaf het moment van opening dat de reeds bestudeerde mogelijkheden tot verbetering van het Journaal zouden worden toegepast. De opleiding van de NTS en de NRU was reeds door 189 cursisten gevolgd. Van hen waren er slechts 6 personen afgevallen. Ook werd bekend gemaakt dat er meer aanmeldingen voor 1965 waren binnen gekomen dan dat er opleidingsplekken waren. De potentiële cursisten werden onder meer aan een psychotechnische test onderworpen om te bezien of men geschikt was de opleiding te volgen. Hans Knot, 8 mei 2021
  11. Nostalgisch terugblikken is vaak op het gebied van radio, amusement en soms ook op het gebied van de televisie. Als we heden ten dage het grote televisiescherm aanzetten en de afstandsbediening pakken dan is er een enorm scala aan aanbod waarbij het voor velen verslavend kan zijn. In mijn geval is het tegenovergestelde het geval want verder dan eenmaal per dag het Journaal en eenmaal per week een sportprogramma, om mijn eigen favoriete voetbalploeg te kunnen zien, kom ik niet. Nee dan was het in 1959 wel heel anders. Een televisie was een klein met hout omsloten beeldscherm waarbij je het vaak rollende beeld met regelmaat met een knopje, dat zich aan de achterkant van het toestel bevond, diende bij te stellen. Het aanbod aan programma’s was gering wat ook voor het aantal uitzenduren gold. Probeer het maar eens uit te leggen aan de jeugdigen van nu. Die hebben vooral aandacht voor alles wat hun private telefoonschermpje brengt; een geval van superbe overdaad. Zin in nog meer gegevens hoe het in 1959, let wel zestig jaar geleden, in televisieland was? De NTS, Nederlandse Televisie Stichting, was eindverantwoordelijke voor wat er op de Nederlandse televisie werd gebracht en dat via slechts één televisienet. In een jaarverslag werd het wel duidelijk dat men binnen de NTS tevreden was over de snelle ontwikkeling van het medium. Het aantal televisietoestellen dat in 1959 was aangeschaft was ruim 200.000, waarmee er op dat moment in Nederland 584.760 gezinnen een toestel hadden. Er was totaal geen sprake van meer dan één toestel in een gezin. Het was een kwestie van een televisietoestel op een tafeltje of kast in de hoek van de kamer, gordijnen dicht en een klein lampje aan en kijken maar naar de zwart wit beelden die de huiskamer binnen kwamen. Waarschuwingen dat die manier van kijken slecht voor de ogen waren werden in de wind geslagen. Het verzorgen van de televisieprogramma’s, met inbegrip van personeelskosten van de NTS en de omroepen, de investeringen aan apparatuur en uitzendkosten lagen dat jaar rond de 15 miljoen gulden. Per week was het mogelijk in Nederland gemiddeld 18 uur naar de televisie te kijken, meer programma-uren waren er gewoon niet. Een rekensommetje leverde het gegeven dat een gemiddeld programma-uur rond de 16.000 gulden kostte. Uiteraard was het ene programma veel goedkoper dan de andere. In het jaar 1959 breidde het personeel van de NTS uit van 240 naar 313 personen. Van de totale zendtijd werd 42,5% door de NTS verzorgd, de omroepverenigingen brachten tezamen 55,5% en de kerkgenootschappen brachten 1,5% aan programma’s. Trouwens werd er in dat jaar ook goed gebruik gemaakt van de mogelijke Eurovisie-uitwisselingen. 22% van de NTS zendtijd behoorde tot de categorie van Eurovisie uitwisselingen. De directie van de NTS zag ook al in de toekomst want men kondigde aan er naar te streven in 1963 een aanbod van 30 programma-uren per week te kunnen brengen. Ook wilde men op korte termijn bouwplannen maken voor een modern studiocomplex in Hilversum zodat de noodvoorzieningen in Bussum konden worden verlaten. Inmiddels was al een oud fabrieksgebouw in Hilversum als eerste omroepgebouw in gebruik genomen. Speciaal voor decorbouw en rekwisietenopslag was het heringericht en stonden er onder meer 14 grote houtbewerkingsmachines. En toch stond de radio aan in vele gezinnen op Oudejaarsavond en werd de programmering van die avond via Hilversum 1 en Hilversum 2 beluisterd dat werd aangeleverd door de AVRO, KRO, NCRV en de VARA. En omdat het Oudejaarsavond was en Nieuwjaarsnacht volgde werd er zelfs tot 2 uur in de nacht uitgezonden, iets wat uniek was voor die tijd. Maar ik kan mijzelf niet herinneren of ik, tien jaar destijds, de betreffende jaarwisseling bewust heb meegemaakt. Hans Knot, 1 juni 2019
  12. Je kunt het je niet meer voorstellen dat de regelgeving inzake het binnenkomen in Nederland of het verlaten van ons land decennia geleden anders was geregeld. De kleinere grensovergangen hadden nog wel grensbewaking en na een bepaalde tijd gingen die overgangen gewoon op slot en diende men een andere plek te vinden om de grens te overschrijden. Soms werd daar een uitzondering op gemaakt, waarbij die vaak in een weekend werd toegepast. Zo werd op 9 februari 1973 in de regionale pers bekend gemaakt dat in de nacht van de daarop volgende zaterdag op zondag de grensovergang bij het Groningse Bourtange extra geopend zou worden tussen half 1 en 1 uur in de nacht. Hiertoe was besloten omdat de immens populaire Volendamse formatie The Cats op de zaterdagavond een optreden verzorgde in een van de veel bezochte uitgaanscentra van de provincie Groningen, Hotel Beijering in Vlagtwedde. Je vraagt je dan af wat dat dan te maken had met het extra openen van die grensovergang als ging om een formatie uit Volendam die in het Nederlandse Vlagtwedde optrad. Wel er werden, naast de nodige landgenoten, die avond rond de 300 Duitse fans van The Cats verwacht en de grenswachten aan beide kanten van de grens hadden, toen het verzoek tot extra opening werd gedaan, enthousiast gereageerd en hun medewerking toegezegd. Het is niet bekend of er ook een paar bosjes paling bij de posten werden afgeleverd. Er was in die oostelijke hoek van de provincie Groningen meer aan muzikale klanken te genieten, hoewel daar een heel ander soort publiek aanwezig was in het Geert Teis Centrum in Stadskanaal. Daar vond die avond een bijeenkomst plaats van de Carnavalsvereniging De Scheepsjoagers, die er onder meer Vico Torianni lieten optreden en tot erelid van de vereniging benoemden. Vico was in het oostelijk deel van ons land behoorlijk populair in de jaren zestig van de vorige eeuw, waarbij hij veelvuldig met een eigen televisieshow, compleet met het bereiden van maaltijden in zijn eigen restaurant, was te bewonderen via de Duitse televisie. Vooral bij de jonge, vrouwelijke generatie viel hij goed en zijn platen werden door voornoemde groep dan ook volop gekocht. In de regionale krant werd hij trouwens aangekondigd als operette-ster terwijl hij vooral vrolijke schlagers aan het vinyl toevertrouwde. Hij kreeg de versierselen uitgereikt door Prins Cor de Eerste en direct nadien stal hij de show door een van de obers in de zaal een blad vol met glazen wijn uit de handen te nemen en deze toe te voegen dat hijzelf een veel betere ober was dan de verblufte medewerker van Geert Teis Centrum. Nog even terug wat er destijds in 1973 zoal over de grenzen met de buurlanden kwam, want een woordvoerder van de Duitse douane maakte in februari van dat jaar bekend dat men de indruk had dat de illegale handel in sexblaadjes tussen Nederlandse en West Duitse pornohandelaren een enorme opleving meemaakte. Het zou daarbij voornamelijk zijn gegaan om uit Denemarken afkomstige zogenaamde harde pornografie. Aangezien in ons land het betreffende materiaal goedkoper was dan in West Duitsland vond er meer smokkel richting het oosten plaats. Zo werden in de week, voordat de woordvoerder naar buiten trad, drie mannen aangehouden bij de grenspost Etten-Leur die in hun auto liefst tweeduizend tijdschriften naar West Duitsland wilden smokkelen. Het drietal was al een tijdje op de korrel van de grenswachten en de partij, ter waarde van 12.000 gulden, werd in beslag genomen terwijl het drietal naar het politiebureau van Kleef werd overgebracht. Het bericht in februari 1973 inzake de Regionale Omroep Noord en Oost kwam bij mij over als het aanbieden van een broze beschuit aan een kind, die het in zijn handen nam en tot vele korreltjes kneep. Het werd namelijk bekend dat de RONO er 10 uur aan radiozendtijd bij zou krijgen. Op dat moment had men twee uur per dag zendtijd maar die tien extra uren waren niet voor een dag en niet voor een week en zelfs niet voor een maand bedoeld. Nee men kreeg die 10 uren erbij om verdeeld over het gehele jaar te gebruiken, wat neerkwam op liefst 12 minuten aan extra zendtijd per week. Vervolgens werd besloten de extra minuten specifiek te gebruiken voor schoolprogramma’s in de Friese taal, die via de FM-zender in Irnsum werden uitgezonden. De toenmalige minister voor Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk, Engels, had besloten tot de uitbreiding na overleg met de NOS en de Omroepraad. In de tijd dat het speciale programma er via de zender Irnsum werd uitgezonden werden vervolgens de programma’s van Hilversum III daarvoor onderbroken. In de maand februari 1973 werd er ook een voorname stap vooruit genomen door de gezagvoerders binnen de BBC. Via een brief aan alle televisie-producers, al dan niet in dienst van de staatsomroep in Groot Brittannië, werd bekend gemaakt dat in bijzondere omstandigheden in de toekomst naaktbeelden via de televisie mochten worden uitgezonden, hoewel expliciete seks-scenes verboden bleven. Het rondschrijven verscheen naar aanleiding van een televisieserie, ‘Elisabeth R’, die een grote kijkdichtheid had gekregen nadat er een scène in voor kwam waarin te zien was dat een naakt meisje het bed van de koning van Frankrijk verliet. Let wel, we hebben het over 1973. Een vraag kwam bij mij binnen per e mail: Moet Etten-Leur misschien een andere grensovergang zijn? Want Etten-Leur ligt in noord Brabant nabij de grens met België. Denk daarbij aan een doorgaande route. Dus ik denk dat ze bij die post zijn aangehouden op doorroute naar Duitsland en bij een controle zijn ze gepakt. Dus of ze wilden vanuit België via Nederland naar Duitsland maar eerder, denk ik via België naar Duitsland. Destijds is niet precies aangegeven welke richting ze gingen of wilden gaan. Wordt vervolgd. Hans Knot, 1 mei 2021
  13. In september 1967 was de introductie van de kleurentelevisie in Nederland en nog lang niet ieder huisgezin had de financiële mogelijkheid om een zwart wit televisie aan te schaffen. Prijzen van een KTV, zoals de kleurentelevisie vaak kortweg werd aangeduid, stegen de pan uit en de maandsalarissen waren dermate laag dat men vele maanden diende te sparen alvorens gedacht kon worden aan een eventuele aanschaf. Zelf herinner ik mij dat er op het Floresplein in Groningen een huiskamer was, die tevens werd gebruikt als showroom ter introductie van de kleuren televisie. Een object dat voor vele gezinnen nog veel verder weg was gezien de exorbitante aanschafprijzen. Tientallen mensen stonden in het donker gebogen over de heg voor het pand om vooral iets te kunnen opvangen van het nieuwe wereldwonder genaamd de kleurentelevisie, waarvan twee exemplaren stonden opgesteld in de voorkamer van de familie, waarvan de vader eerst handelde in een ander product dat als nieuw kon worden gezien: chips en kaaschips. In de omroepbladen van de diverse omroepen van destijds werd al dan niet stil gestaan bij de veranderingen in de televisiewereld. Dit betekende dat in niet bij name genoemde alle bladen wel werd aangegeven dat een bepaald programma in kleur zou worden uitgezonden. Andere redacties vonden het niet nodig dat dit specifiek werd gemeld. Een tweetal jaren later was men al een stukje verder met als voorbeeld de aankondigingen in de dagbladpers dat bepaalde programma’s of onderdelen daarvan, in kleur werden geprogrammeerd. Dit betekende vooral dat de items in kleur vaak vooraf werden opgenomen om ingepast te worden in de zogenaamd live uitgezonden programma’s. Ik kan me eigenlijk niet goed herinneren wanneer de kleuren televisie Huize Knot binnenkwam maar zeker dat het rond 1969 is geweest. Grote vraag was hoeveel inwoners van een stad als Groningen, destijds in 1968 goed voor rond de 150.000 inwoners, de benodigde financiën hadden om tot aanschaf van een KTV over konden gaan. Uiteraard is de volgende vraag niet van deze tijd omdat praktisch in elk huisgezin er een of meerdere televisieontvangers zijn geplaatst, maar in hoeveel gezinnen was er destijds in het jaar 1968 in Groningen ruimte voor een kleurentelevisie? In het Nieuwsblad van het Noorden werd in de voorzomer van 1968 een schatting gedaan waarbij men uitkwam op ongeveer 150 toestellen voor de stad Groningen terwijl men ook met een getal voor zwart/wit toestellen kwam, namelijk rond de 40.000. Men had bij de krant de verschillende handelaren, die adverteerden met de KTV, gebeld en om verkoopinformatie gevraagd, waardoor men aan de schattingen was gekomen. Daarbij was ook duidelijk geworden dat men vond dat het nog niet storm liep met de verkoop van de kleurentelevisie in Groningen. Uiteraard had dit deels te maken met de extra hoge verkoopprijzen maar ook aan het nog geringe aantal programma’s dat in kleur werd uitgezonden via Nederland 1 en 2. De heren handelaren beklaagden zich er wel over dat veel bekeken programma’s nog steeds niet in kleur waren te ontvangen, waarbij als voorbeeld was aangegeven dat het eigenlijk belachelijk was dat tijdens de uitzending van een voetbalwedstrijd destijds nog steeds men naar grijs-zwart gras bleek te kijken. En zoals al gesteld waren er nog maar weinig toestellen verkocht in een middelgrote stad als Groningen, wat ook wel logisch was want de prijzen lagen destijds nog rond de 2900 harde guldens voor de betere toestellen. Ze werden trouwens minimaal in een zestal zaken in de Martinistad verkocht. In het Nieuwsblad van het Noorden werd destijds de mening van een aantal van de eigenaren van deze zaken naar hun mening gevraagd. De eigenaar van Radio Jonkman, destijds gevestigd aan de Rademarkt, was eerlijk als het om zijn toenmalige omzet van kleurentelevisie ging. Hij stelde gewoon dat het een kwestie van één op tien ging, met de zwart-wit televisie duidelijk als winnaar. Reden was volgens hem vooral het zeer beperkte aanbod aan programma’s die in kleur werden uitgezonden en de immens hoge aanschafprijs van een KTV. En wat betreft de hoge prijs wist Jonkman er destijds aan toe te voegen dat inbegrepen was een bedrag van 700 gulden aan de zogenaamde weeldebelasting die aan moedertje Staat diende te worden afgestaan. Vervolgens werd ook de eigenaar van Radio Schut, gevestigd destijds aan het A-Kerkhof en tevens verkoper van televisies, benaderd om een reactie. Men stelde niet ontevreden te zijn, mede door een uitleenactie, waarmee klanten tijdelijk een kleurentelevisie thuis konden krijgen om te kijken of men toe was tot omschakeling van zwart-wit naar kleurentelevisie. Het bleek dat 15% van de leners tot aanschaf was overgegaan. In de Oude Ebbingestraat was destijds een aantal zaken gevestigd voor aanschaf van radio en televisietoestellen en een daarvan was de firma Thie. De directeur vertelde destijds in 1968 dat hij 65 toestellen had verkocht in het toen lopende jaar, maar hij voegde eraan toe dat er per jaar er wel duizend zwart/wit toestellen tegenover stonden. Hij voerde met zijn medewerkers wel een actie waarbij het mogelijk werd 250 gulden korting op de KTV te krijgen indien een zwart-wit toestel werd ingeleverd. Heel opmerkelijk als tijdsbeeld was dat er vooral kleurentelevisies door bejaarde mensen werden gekocht en het een typisch geschenk was voor een directeur die afscheid nam. En natuurlijk werden die ingenomen toestellen wel weer aan de man gebracht via een opkoopzaakje in de Haddingestraat. Dan was er destijds ook nog Radio Noord, nee niet de regionale omroep want die heette toen nog de RONO, maar een aan de Korreweg gevestigde winkel. Daar hadden ze, zoals destijds was te lezen in het Nieuwsblad van het Noorden, in de eerste periode dat KTV’s leverbaar waren, 31 exemplaren verkocht. En daar was de trend dat ze niet alleen aan de meer rijkere mensen een kleurentelevisie hadden verkocht want het tweede toestel dat men bij iemand thuis had geplaatst gebeurde bij iemand die op een patatauto reed. En de eigenaar van Radio Noord riep vooral de mensen die dachten dat de toestellen wel goedkoper zouden worden, toch naar de winkel te gaan om een toestel aan te schaffen, want de prijs zou volgens hem niet gaan zakken. Inmiddels weten we weel veel beter. Hans Knot, 3 april 2021
  14. Het hebben van een goede radio en televisie was natuurlijk in het midden van de jaren zestig gewild bij een groot deel van de Nederlandse bevolking, hoewel het andere deel geen geld genoeg had een goed functionerend toestel aan te schaffen of behoorde tot die bevolkingsgroepen waar bijvoorbeeld het in bezit hebben van een televisietoestel streng verboden was. Andermaal neem ik je in mijn nostalgische column mee terug naar de maand juni 1966. Sommige lieden dachten op een wel heel goedkope manier in het bezit te komen van een of meerdere toestellen, hetgeen gebeurde door in te breken. In Groningen was dit het geval in het begin van de maand juni tijdens de nachtelijke uren van zondag op maandag. Er werden uit een pand van een groothandel in de Gelkingestraat diverse toestellen gestolen. Enkele dagen later was er in de avondkrant te lezen dat de inbraak bij de groothandel was opgelost door de recherche van de Groninger gemeente politie en dat liefst vijf personen waren gearresteerd. Ook meldde men dat men nog op zoek was naar een zesde verdachte. De inbraak werd gepleegd door drie 19-jarige knapen uit de stad Groningen. Van een van de personen werd het beroep -zeeman- genoemd en er aan toegevoegd dat het geen onbekende was binnen het politiekorps. Anno nu zal er gesproken worden over een veelpleger. Officieel kwam in het proces-verbaal te staan dat de drie jeugdige Groningers verdacht werden van de diefstal van 2 televisietoestellen en 11 transistorradio’s. De heren hadden snel gehandeld en ook een heler ingeschakeld, die trouwens ook snel werd opgepakt. Het bleek een 39-jarige Stadjer te zijn zonder beroep, immers was heler niet als beroep erkend. Ook een 26-jarige portier werd wegens heling in de kraag gevat. In de nacht van de diefstal waren de drie dieven eerst gezamenlijk in het pand actief, daarna werd door één van hen nogmaals twee keer naar het gebouw in de Gelkingestraat gegaan. Op 6 juni verrichtte de politie nog een arrestatie en wel van de 52-jarige monteur uit Den Haag, die werd verdacht van opzettelijke heling. Het uithangbord op het gebouw was trouwens ook opmerkelijk: Groothandel D’Ancona, juist de vader van de welbekende Jacques D’Ancona. Het was begin juni 1966 ook een onplezierige boel in het televisiewereldje in Hilversum. Zo werden er twee omroepsters van de VARA ontslagen en wel Jetta van Leeuwen en Elles Berger. Ze hadden nog een paar maanden te gaan want het ontslag ging in op 1 oktober 1966, de start van wat toen het wintertelevisieseizoen werd genoemd. Als reden van de ontslagen werd aangegeven omdat hun werk in de toekomst kwam te vervallen. De VARA leiding had namelijk besloten het voorbeeld van de Britse ITV, het commerciële net, te volgen waarbij de diverse programma’s zich gingen opvolgen zonder dat er aankondigingen tussen zouden zitten. De van origine Groninger Joop Smits, die ook incidenteel programma’s aankondigde naast ander werk voor de arbeidersomroep, bleef wel in dienst en kondigde, buiten beeld, af en toe een programma aan. De andere, toen actieve omroepen, meldden niet van plan te zijn het idee van de VARA te volgen. Wel was er een verandering bij de KRO want Hannie Lips, bij de toen jeugdigen beter bekend als tante Hannie, besloot na een loopbaan van 12 jaar, haar ontslag te nemen. Op zaterdag 2 juli 1966 nam ze inderdaad afscheid van de kijkers in het programma ‘Het gulden schot’. Hannie heette inmiddels Scholten-Lips en stelde dat haar besluit niets te maken had met de veranderingen bij de VARA maar dat haar beslissing te stoppen bij de omroep al lange tijd bekend was. Na 12 jaar voor de camera werd het voor haar meer tijd om zich terug te trekken. Er was nog een reden om te stoppen met het omroepwerk namelijk dat ze haar echtgenoot, die een groothandel in kunstnijverheidsartikelen had, ging helpen met het vele werk. Wel stelde ze dat het niet een definitief einde bij de KRO hoefde te betekenen daar de leiding van de omroep had aangegeven dat er voor haar een mogelijkheid bleef bestaan om ander werk voor radio en televisie te doen. In huize Knot staat heel vaak muziek aan. Een grote variatie aan muziek is er in de loop van de afgelopen 57 jaar verzameld en gekoppeld aan de muziek komt er dan soms weer wat bovendrijven. We hadden de cd ‘Come swing with me’ van Frank Sinatra aan toen de herinnering terug kwam dat in de jaren zestig van de vorige eeuw hij nogal eens negatief in het nieuws kwam. Zo was in de kranten op 10 juni 1966 terug te vinden dat er een vuistgevecht zou zijn geweest, waarbij Sinatra ook betrokken was. Dit zou zijn gebeurd in een luxueus restaurant in Beverly Hills. De zanger had zelf een blauw oog opgelopen maar de persoon, waarmee hij op de vuist zou zijn gegaan, kwam er slechter van af. Niet alleen werd deze buiten bewustzijn maar ook met een schedelbreuk naar een ziekenhuis gebracht. De politie maakte bekend dat nog niets duidelijk was en dat er uitgezocht diende te worden wie met het vechten was begonnen. De tegenstander was naar de tafel, waar onder meer Sinatra en Dean Martin aanzaten, gegaan omdat hij vond dat er veel te veel lawaai werd gemaakt. Aangezien Sinatra vaker betrokken was bij vechtpartijen kwam het al weer snel in de dagbladpers. Zijn tegenstander was de toen 54-jarige Fred Weisman en volgens andere aanwezigen had hij Sinatra in het gezicht geslagen, waarna de vlam in de pan sloeg en anderen mee begonnen te vechten. Pas bij binnenkomst van de politie werd het gevecht gestaakt. Uiteraard werd in de daarop volgende dagen volop gesuggereerd over het voorval waarbij een woordvoerder van Sinatra beweerde dat de zanger niet de aanvallende partij was geweest. Opmerkelijk feit was wel dat Frankie Boy spoorloos was en dat dagen lang zou blijven. Hans Knot, 27 februari 2021
  15. Etherpiraten zijn er eigenlijk al sinds de beginjaren van de radio, het uitzenden van radiosignalen zonder het in het bezit hebben van een vergunning. In de jaren vijftig tot en met het midden van de jaren tachtig van de vorige eeuw waren ze overal in Nederland volop actief, daarna waren deze illegale stations minder in getale aanwezig. Het laatste decennium, met de komst van de mogelijkheid tot het starten van een eigen internetstation, waardoor men niet in problemen kan komen met de autoriteiten zoals voorheen het geval was, zijn er nog maar weinigen over. In de loop van de verschillende decennia hebben tal van journalisten zich gebogen over de reden waarom vele mensen zich gingen bezig houden met etherpiraterij door een eigen zender aan te schaffen, dan wel te bouwen, en tussen enkele uren en hele dagen de zender te laten draaien. In de maand februari 1973 kwam er andermaal een aantal gegevens naar buiten waarbij de vraag naar voren kwam of de steeds maar toenemende aantal geheime zenders een gevolg was van de toenemende werkloosheid in die periode, met name in de drie noordelijke provincies. Gegevens van Het Loodswezen in Delfzijl telde aan de hand van politierapporten in de maand januari van dat jaar reeds 49 verschillende zenders in de provincie Groningen. Soms waren er zelfs vier tegelijk in de ether, waarbij mag worden aangenomen dat op een dergelijk moment niet alle actieve stations werden opgemerkt. Zestien maal klaagden medewerkers van het loodswezen in januari 1973 bij de politie. Men stond niet alleen want recherchegroepen van de Rijkspolitie en de radiodienst van de PTT peilden steeds meer ethervervuilers, die met hun uitzendingen niet alleen het loods- en reddingswezen stoorden, maar ook het televisiekijkend publiek. In sommige dorpen zaten, volgens de toenmalige adjudant Hofman van de Rijkspolitie, wel tien verschillende zenders. Afbeelding: één van de studio's die gebruikt werden voor opname programma's Radio Nolan en Radio Groningen in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw (foto Paul de Haan) Uit het onderzoek kwam verder naar voren dat de etherpiraten met de toekomst mee gingen daar een aantal al de middengolfbuizenzender aan de kant had gezet en vervangen door FM-zenders, die met hun vermogen toch een afstand konden overbruggen van rond de 50 kilometer. Aangaande de storing op televisietoestellen waren het vooral bewoners van aanpalende huizen, waar de antennemast van de etherpiraat was opgesteld. Zodra de zender aanging verschenen er dikke strepen op het beeldscherm van hun televisietoestel. Uiteraard betekende dit direct verlies aan kijkgenot. Als het ging om de drie noordelijke provincies waren het vooral het Groninger Westerkwartier en zuidwest Drenthe waar vele etherpiraten actief waren in het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw. Het was niet alleen het Loodwezen dat last had van de illegale radiostations, ook andere stations, die bijvoorbeeld contacten onderhielden met de scheepvaart, werden op hun toegewezen werkgolven gestoord, dat stagnatie in verbindingen betekende. De conclusie was trouwens dat de werkloosheid niets te maken had met het grote aantal etherpiraten. Mensen, die actief werden als etherpiraat, konden rond die tijd heel goedkoop aan de nodige apparatuur komen. In de jaren zestig van de vorige eeuw was er trouwens meerdere malen op grootse wijze actie ondernomen door de autoriteiten en wel met duidelijk resultaat. Er werd door de autoriteiten zelfs gesproken over een slachting die was uitgevoerd. In de provincie Groningen waren eind jaren zestig bijna geen middengolfzenders meer te beluisteren. Daar tegenover stond dat het aantal beoefenaars van illegale zenders in Friesland enorm was toegenomen. Een woordvoerder van de Rijkspolitie schatte op dat moment dat er in Friesland minimaal 30 krachtige middengolfzenders actief waren. En men bleef actief met het opsporingsbeleid want betreffende het jaar 1972 kan worden vermeld dat alleen al in de provincie Groningen meer dan dertig succesvolle invallen waren gedaan waarbij zenders het zwijgen werd opgelegd en in alle gevallen de zendapparatuur in beslag was genomen. De woordvoerder van de Rijkspolitie meldde dat aan vele van deze illegale piraten het advies was gegeven een eenvoudig examen te doen, waardoor – bij het verkrijgen van een licentie - legale uitzendingen konden worden verzorgd. Uiteraard hadden de etherpiraten een totaal ander idee over radiotransmissie. Hans Knot, 20 februari 2021
  16. We gaan verder waar we de vorige keer zijn geëindigd, namelijk in de eerste week van de maand juni 1966. Het zijn van die kleine, maar toch vermakelijke berichtjes die uit het archief tevoorschijn komen bij de voorbereidingen van deze rubriek. Zo werd in het Nieuwsblad van het Noorden, dat 6 dagen per week destijds in de avonduren werd bezorgd, aangekondigd dat medewerker K.J. Marsyla uit Delfzijl de laatste nieuwtjes had doorgespeeld van het ‘piratenfront’. Zo deelde hij mede dat een nieuw station, Britain Radio, met rustige muziek was te beluisteren, terwijl het zusterstation Swinging Radio England popmuziek verspreidde. Daarbij vermeldde hij dat Britain Radio haar signaal uitzond via de 227 meter (1320 kHz) , in de buurt van de signalen van Radio Bremen en Hilversum III. Swinging Radio England had hij gehoord op de 355 meter (845 kHz). Hij noemde het Engelse radiostations, maar in werkelijkheid waren het door ondernemende Amerikanen gerunde stations. Ook zou enkele weken later beide stations van frequentie ruilen. Marsyla had ook gemeld dat volgens een aankondiging van één van de deejays er met een gezamenlijk vermogen van 110 kW werd uitgezonden. Dit gezamenlijke vermogen is door technische problemen echter nooit gebruikt. In de avonduren werd op laag vermogen door beide stations uitgezonden, dit om interferentie met andere radiostations in Europa te voorkomen. Tenslotte meldde hij in het bericht dat ontvangstrapporten gestuurd konden worden aan Curzon Street 32, Londen-W I-Engeland. In ieder geval was het voor vele jongeren in noord Nederland tijd om op beide radiostations zo nu en dan af te stemmen. Ikzelf heb daar nooit spijt van gehad omdat beide radiostations mij zondermeer konden bekoren. In Brazilië was men er al vroeg bij als het ging om de eerste televisie-uitzending. Op 18 september 1950 werd het televisiestation in Sao Paulo, PRF3 TV Tupi kanaal 3, officieel ingehuldigd. Dit gebeurde door het geven van de zegeningen van de katholieke bisschop van de stad en de uitzending van een amusementsprogramma om 9 uur in de avond. Het was een show van een uur, en toen deze voorbij was verdween het station uit de ether, om de uitzendingen pas de volgende avond te hervatten. Gelijk aan andere landen waar de introductie van televisie plaatsvond, werd in de beginperiode vooral gekeken in de etalages van winkels, waar de peperdure apparaten aan stonden, vooral om beelden te laten zien van de voetbalwedstrijden die op het beeldscherm verschenen. Vele jaren later kwam de televisiewereld van Brazilië in de wereldpers met een groot schandaal. In begin juni 1966 bleek dat het bureau voor de bescherming van minderjarigen in Rio de Janeiro bij een kinderrechter een verzoek had ingediend om deelneming van minderjarigen aan radio- en televisieprogramma's te verbieden. Dit verzoek volgde op de ontdekking van een seksschandaal, waarbij 200 personen uit de showbusiness en ruim 50 minderjarige meisjes waren betrokken. In verband met het schandaal werd in eerste instantie aan negen personen, onder wie enkele bekende presentatoren, een zanger en een discjockey, een verbod opgelegd om op te treden voor minderjarig publiek. Zij werden ervan verdacht minderjarige meisjes tot prostitutie te hebben gebracht. In een latere instantie volgden meer straffen. Het schandaal kwam aan het licht toen in de maand april 1966 vele minderjarige prostituees werden gearresteerd die de politie van Rio de Janeiro meedeelden dat zij via de televisie op het slechte pad waren geraakt. De autoriteiten schatten destijds in dat er veel meer meisjes bij het schandaal waren betrokken dan het vijftigtal, dat tot op dat moment onder voogdijschap van het eerder genoemde bureau voor de bescherming van minderjarigen was geplaatst, dit na op tippelen betrapt te zijn. Onder hen waren zelfs enkele meisjes van nog geen 14 jaar. In alle gevallen werden de eerste contacten met de meisjes in en rond de radio- en televisiestudio’s gelegd. Volgens de directeur van het bureau zochten de presentatoren aantrekkelijke jonge meisjes, meestal uit de provincie, uit voor bijwoning van shows. Na de shows werden de meisjes aan de artiesten voorgesteld, waarna de avond werd voortgezet in privéwoningen en bars. De meisjes vervielen van kwaad tot erger en raakten tenslotte op straat. Het heeft mij destijds erg geschokt bij het lezen van de berichtgeving en achteraf gezien beschouw ik dit ernstige voorval het eerste dat ik mij herinner inzake misbruik bij minderjarigen. Van Brazilië keren we terug naar Nederland met meer berichten die ik bewaarde uit de maand juni 1966. Het bestuur van de Unie, een school met den bijbel in Den Haag, maakte bekend in overleg te gaan met de vereniging tot steunverlening aan het vrije christelijk onderwijs buiten Nederland. In het najaar van 1966 werd daarvoor een actie opgezet ten behoeve van dit onderwijs via radio- en televisie onder de noemer ‘De schoolslag’. Gedacht werd aan een collecte waarbij projecten in vijf werelddelen van konden worden gefinancierd. Voor financiële ondersteuning waren daarvoor aanvragen binnen gekomen uit onder meer Indonesië, Pakistan, Ghana, Kenia, Israël, Kongo en Suriname. Ook werd bekend gemaakt dat de actie, waarvan de slogan ‘Als Nederland de Schoolslag wint gaan de deuren open voor het kind’ was, zou worden ondersteund door acties via radio en televisie. De start werd gepland in november waarbij de NCRV bereid was de uitzendingen te verzorgen. In de zomermaanden werd het voorbereidende werk gedaan doordat een cameraploeg de eerder genoemde landen deels zou bezoeken om de situatie in beeld en geluid vast te leggen. Het convent van het christelijk onderwijs, waarin alle organisaties, van kleuteronderwijs tot middelbaar onderwijs, destijds waren vertegenwoordigd, had zich achter deze actie-school-slag geplaatst, terwijl ook een nationaal comité van aanbeveling was gevormd, waarin onder meer. zitting hadden de ministers Smallenbroek en Biesheuvel, leden van de Raad van State, Eerste en TweedeKamer. Maar niet alle christelijke kerkgenootschappen waren blij met plannen voor de actie: https://www.digibron.nl/viewer/collectie/Digibron/id/tag:Wekker,19661118:newsml_5028b47aa98f2ad5b8f164068ed7b633 (Wordt vervolgd) Hans Knot, 13 februari 2021
  17. Goed nieuws was er zeker in de maand januari 1979 voor dames die zich actief wensten bezig te houden binnen de horeca in Groningen. Er kwam een einde aan de discriminatie van vrouwelijk personeel in de Dranken Horecaverordening van de gemeente. Tot op dat moment dienden vrouwen volgens deze verordening toestemming van burgemeester en wethouders te hebben om te mogen werken in horecabedrijven. Veel gemeenten kenden een dergelijke bepaling, die ooit in de verordeningen werd opgenomen om ongewenste animeer-activiteiten eventueel de kop in te kunnen drukken. In antwoord op schriftelijke vragen van raadsleden werd vanuit het college van Burgemeester en Wethouders in de herfst van 1978 al gesteld dat deze verouderde bepaling, wat hen betrof, geschrapt mocht worden. De behandeling van het voorstel had behoorlijk lang geduurd en dat kwam omdat voornoemd college verplicht was om de Kamer van Koophandel en de Provinciale Raad voor de Volksgezondheid om advies diende te vragen. Beide instanties gingen akkoord met de intrekking van de omstreden artikelen. Het ging in het begin stapsgewijs dat er meer vrouwen werden geconstateerd werkzaam binnen de horeca, maar inmiddels hebben zij al lang een ruime meerderheid onder het personeel. In januari 1979 kwamen de toen actieve omroepverenigingen, zoals gebruikelijk aan het begin van het jaar, met cijfers naar buiten aangaande het ledenaantal. Het was een verplichting in de wet vastgelegd. Het bleek dat van de toen actieve, acht, omroepen er alleen in het voorgaande jaar een ledenverlies was te melden bij de VPRO, die uitkwam op 193.647 leden. Er bleek een verlies geleden te zijn van 1080 leden. Er was natuurlijk ook sprake van de zogenaamde ‘tientjesleden’, zijnde die personen die geen aanspraak maakten op het wekelijks ontvangen van het omroepblad. Het bleek dat de Evangelische Omroep 85.000 van dergelijke leden had in 1978. Als het ging om de omroep met de meeste nieuwe leden dan was het de VOO waar men 37.000 nieuwe leden inschreef. De AVRO was in dat jaar de grootste omroep met liefst 785.357 leden. In januari 1979 was het toenmalige Freewave Magazine een half jaar jong. Anno 2020 wordt het nog steeds gepubliceerd als Freewave Nostalgie. Het leek me leuk eens te kijken wat er in januari 1979 bijvoorbeeld in een artikel was te lezen. Ik heb de keuze gemaakt aan een verhaal over stations, die vanuit andere landen, zich voor de Tweede Wereldoorlog richtten op het Britse luisterpubliek. Toen in 1964 Radio Atlanta en Radio Caroline begonnen met hun uitzendingen voor het Engelstalige luisterpubliek leek dit een nieuwe ontwikkeling te zijn in het zo conservatieve Engeland. Ja, CNBC had het dus al eerder geprobeerd in 1961, maar het ontvangen signaal was zeer slecht en in een heel klein deel van de oost-zuid kuststrook te ontvangen. Commerciële radio, naast de monopolypositie van de BBC, was in die tijd gewoon onmogelijk . Geheel waar is dit niet te noemen, commerciële radio was al veel eerder geïntroduceerd in Engeland. Reeds in 1925 werd voor het eerst een commercieel radioprogramma uitgezonden vanuit Parijs. Het werd verzorgd door Radio Paris, een station welke uitzond vanaf de Eifeltoren. Het was een soortement van modepraatje, dat werd gesponsord door het warenhuis Selfridges. Helaas kreeg de show niet genoeg publiciteit in de kranten en slechts drie luisteraars schreven na de uitzending aan Radio Paris een brief waarin stond dat men de uitzending had ontvangen op hun kostbare ontvangsttoestellen. Twee jaar later, in 1927, werd er een uitzending verzorgd vanuit Hilversum, bestemd voor ontvangst op de Britse Eilanden. Het was de eerste van een serie uitzendingen welke werd betaald door Kolster Brandes, een firma die handelde in radiotoestellen. Maar het duurde echter nog een aantal jaren voor het allemaal goed begon te lopen . Captain L. Plugge, die in 1925 het modepraatje via Radio Paris verzorgde, richtte de International Broadcast Company op en enige jaren eerder, in 1929, startte Radio Toulouse haar eerste gesponsorde shows in het Engels, welke betaald werden door enkele platenmaatschappijen. In 1931 startte de lBC haar uitzendingen via Radio Normandie. De programma's bestonden uit een serie van 15 minuten durende shows welke diverse malen per dag werden uit gezonden. Eind 1932 waren er in totaal 21 Engelse ondernemingen die shows via Radio Normandie lieten uitzenden. Dit varieerde van sigarettenfabrikanten tot leveranciers van motoren. In 1935 werd er al meer dan f 400.000,-- aan reclamezendtijd gekocht terwijl dit in het boekjaar 1938 was gegroeid tot een bedrag van f 1.700.000,-- . De IBC experimenteerde met uitzendingen vanuit verschillende zenders in Europa, onder meer vanuit Spanje, Ierland, Nederland en Frankrijk. Maar het meest belangrijke station in die tijd was wel Radio Normandië, alhoewel Radio Luxembourg ook tot de grotere stations behoorde. Eerstgenoemde kreeg haar naam in 1929, nadat het station eerst als Radio Fécamp in de ether was gehoord en was vernoemd naar de locatie vanwaar men de programma’s verzorgde. Om meer luisteraars te trekken besloot men een sterkere zender te laten bouwen in Lowetot. De organisatie groeide zeer snel en men richtte eigen kantoren en studio’s op in Londen, waar de programma’s werden opgenomen. Tegen het einde van de dertiger jaren van de vorige eeuw had men niet alleen 180 mensen in dienst maar beschikte men ook over voor die tijd grote, goed uitgeruste, reportagewagens. Zo werden door geheel Engeland locaties bezocht met de zwart gespoten auto’s, met daarop in grote letters: Radio Normandie. Niet alleen werden concerten vastgelegd maar ook de topsterren van dat moment. Namen als: ‘The Two Lelies’, ‘Eve Becke’, ‘Les Allen’ en ‘Sam Browne’, die luisteraars van nu niets zullen zeggen. Het grote succes achter de IBC was echter de oprichting van de vriendenclub in 1932. Het lidmaatschap was gratis en in 1939 telde men ruim 320.000 leden. Het andere grote station, dat op dat moment op het vaste land van West Europa uitzendingen verzorgde gericht op Groot Brittannië, was Radio Luxembourg, dat in 1933 van start was gegaan. De eerste programma’s, die werden uitgezonden, waren vergelijkbaar met die van de IBC, via Radio Normandië. De overkoepelende organisatie achter Luxembourg was Compagnié Luxembourgeoise de Radiofussion. De zenders stonden opgesteld op een heuvel in Junglinster en waren verbonden door een lijnverbinding met de studio's in het centrum van de stad Luxemburg. De eerste 2 sponsoren waren Zum Buh en Bile Beans, de derde adverteerder was de sponsering van de Irish Hospital Sweepstakes . Een der eerste presentatoren was Charles Maxwell en wel op freelance basis voor een bedrag van 10 Britse Ponden per week. De programma's waren op zondag opgenomen op platen in London, vanwaar ze werden verscheept naar Brussel en vervolgens per trein naar Luxembourg werden vervoerd. Een der meest belangrijke shows in de beginjaren was wel het 30 minuten durende programma gesponsord door Ovaltine, een programma vol muziek van het Ovaltine Symfonie Orkest en de Ovaltineys, die voor de zang zorgden. De reden waarom Radio Luxembourg zoveel populariteit verwierf lag vooral in het feit dat de BBC op zondag praktisch geen lichte muziek uitzond. Natuurlijk ontstond er bij de BBC en de regering in Engeland enige jaloezie en tevens plannen om maatregelen te nemen tegen deze stations. Toen RTL op de lange golf begon uit te zenden was dit de enige golflengte welke niet viel onder het Verdrag van Praag uit 1929. De minister van ‘The Post Office’, verantwoordelijk voor radiotransmissie, ging in protest tegen het feit dat Radio Luxembourg gebruik maakte van een golflengte, waarvoor men geen toestemming had . Dit protest werd gedeponeerd bij The International Telecommunications Union. Dit protest had geen succes evenmin de pogingen van de Britse regering en die van Frankrijk en Luxemburg te bewegen de uitzendingen van zowel Radio Normandie als die van Radio Luxembourg stop te zetten. Het enige middel was om te verhinderen dat bepaalde uitzendingen via telefoonlijnen vanuit Engeland naar de stations werden doorgestuurd. Iets dat ook prompt werd verhinderd. Tenslotte werden de uitzendingen wel stopgezet en wel bij de aanvang van de Tweede Wereldoorlog. De meeste stations en zenders in de diverse landen werden door de Nazi’s vernietigd, uitgezonderd de zender van Luxembourg, welke een pracht middel werd voor Hitler om zijn propaganda over te brengen naar Engeland. Geen van de lBC stations startte na de Tweede Wereldoorlog opnieuw, alhoewel men bij de lBC begon met de oprichting van een productiemaatschappij, gespecialiseerd in het maken van commercials. Ik wens alle lezers, ondanks de opgelegde belemmeringen, een goede Kerstperiode en voorspoed in 2021. Medio januari zal de column terugkeren. Hans Knot, 19 december 2020
  18. Terugdenkend aan januari 1979 komt direct in mij op dat het een van de meest winterse jaarwisselingen was geweest, die ik achter de rug had. Overal in West Europa was er heel veel sneeuw gevallen, waren bussen boordevol en konden sommige plaatsen niet worden bereikt. Ook de Spoorwegen hadden veel meer reizigers in de treinen, hoewel dat een vijftal dagen later werd ontkend. Ook in de nadagen van 1978 was er al veel sneeuw gevallen en bovendien had het stevig gevroren. De schaatsen waren al lang uit het vet gehaald en opgespoten, en dus bevroren, weilanden en grasvelden zorgden al voor veel vertier. Zachtjes aan werd er al gedacht aan de grotere lange afstand schaatswedstrijden. Helaas werd in de begindagen van het nieuwe jaar bekend gemaakt dat een aantal van deze wedstrijden zeker niet doorging. De enorme hoeveelheid sneeuw, die gevallen was, had slechte invloed op de ijsvorming en lieten het niet toe grote hordes schaatsers in wedstrijdverband te laten deelnemen. De jaarwisseling was in vele plaatsen, ondanks het ijskoude weer, reden genoeg om de nodige zaken te verslepen, vuurwerk af te steken en vooral – en dat was iets dat typisch in de jaren zeventig ernstige vormen aannam, rellen te veroorzaken. Maar ook vielen er altijd wel grappige momenten te benoemen. Zo was het de vrijgezellenclub Vesuvius uit het Friese Elsloo die op zaterdag 30 december 1978 de vrije provincie ‘Stellingwarf’ had uitgeroepen. Een klein dorpje destijds met rond de 500 inwoners en niet te verwarren met het dorp in Zuid Limburg met dezelfde naam. Het uitroepen van een eigen provincie, zo vond het bestuur van de vrijgezellenclub, was nodig omdat de Friezen aan de Saksisch sprekende gemeenten Oost- en Weststellingwerf de voor hen vreemde Friese taal wilden opdringen. En er werden dreigingen aan toegevoegd en wel dat zo nodig leden van Vesuvius bereid zouden zijn om te vechten. De officiële aankondiging viel die zaterdagochtend plaats in café Hoogeveen in Elsloo en volgens woordvoerder Henk Schurer mocht het uitroepen van een eigen provincie door de Vesuviusleden niet worden gezien als een onschuldige Nieuwjaars grap. Men zou serieus van plan zijn geweest te voorkomen dat hen een vreemde taal werd aangeleerd. Hij voegde eraan toe dat, waar nodig, vele acties zouden worden georganiseerd om dit te voorkomen. Schurer meldde tijdens de bijeenkomst dat er in de persoon van de heer Kastelijn, voorzitter van Plaatselijk Belang in Elsloo, al een eigen commissaris van de Koningin was benoemd. Daarnaast was een ambassadeur benoemd, die als taak onder meer kreeg zich te infiltreren in het bestuur van de Algemene Friese Onderwijscommissie, die verantwoordelijk was voor het geven van cursussen in de Friese taal. Uiteraard hadden we in 1979 met een Nieuwjaars grap te maken, een gezonde manier een wens onder aandacht te krijgen. Vermakelijk is eens op deze internetpagina een blik te werpen: https://stq.wikipedia.org/wiki/Stellingwerf Een minder grappige gebeurtenis, maar wel een die veel publiek trok, vond nieuwjaarsnacht 1979 in het Zeeuwse Axel plaats. Een man zorgde namelijk voor veel opwinding toen hij, klaarblijkelijk in overspannen toestand, een poging ondernam het topje van de toren van de Gereformeerde kerk te bestijgen. De politie schakelde een broer van de man, als ook een maatschappelijk werker, in om de beklimmer te overtuigen weer naar beneden te komen. Zoals eerder gemeld was het een ijskoude tijd maar toch duurde het bijna zes uur voordat uiteindelijk de persoon in kwestie weer naar beneden kwam. Daarna heeft een arts zich over hem ontfermd en werd hij naar een psychiatrische kliniek gebracht. Natuurlijk in deze column, zoals gebruikelijk, aandacht aan radio want er was in de eerste week van januari 1979 in de diverse kranten informatie te vinden over de plannen van de overheid een einde te kunnen maken aan de ‘etherpiraterij’. Via deels onduidelijke informatie was het de toenmalige staatssecretaris, Nelie Smit-Kroes die bekend maakte dat het kabinet werkte aan een nieuwe systeem voor het radio-zendamateurisme, dat een einde zou betekenen voor de etherpiraterij in Nederland. Ik hoor de echter radio-zendamateurs, diegene die een officiële licentie bezitten, al weer zuchten en denken. Immers werd deze groep onterecht naar voren gebracht in verband met etherpiraterij. Zo stelde Smit-Kroes onder meer dat er plannen waren om vanaf het voorjaar 1980 een speciaal daarvoor vrijgemaakte amateurband ter beschikking zou worden gesteld, waarvoor de gebruikers geen vergunning meer nodig zouden hebben. Men hoefde alleen te beschikken over de juiste, goedgekeurde, apparatuur en een machtiging voor gebruik aan te schaffen. In 1979 was het zenden via de 27 Mc, ofwel via het bakkie, nog strafbaar. Straffen konden oplopen tot maximaal 5 duizend gulden boete en zes maanden gevangenisstraf, zo meldden sommige kranten. Ook daar dient de aantekening te worden gemaakt dat dit vooral ging om overtredingen die met hoogvermogen werden uitgevoerd in de FM- en AM-band door muziekpiraten. Tevens werd naar buiten gebracht dat in de periode 1974-1978 door de Radio Controledienst, toen verantwoordelijk voor het opsporingsbeleid, meer dan tienduizend zenders van allerlei soorten in beslag waren genomen. Desondanks was er in bijvoorbeeld 1978 een enorme toename gemeten aan de hoeveelheid aan personen die zich met etherpiraterij bezig hield. Hierbij werd gesteld dat dit vooral kwam omdat het verkrijgen van een licentie voor zend-amateurisme veel leertijd en dus wachttijd kostte. Ook werd er direct een prijs genoemd hoe duur de nieuwe apparatuur ongeveer ging kosten, namelijk rond de 300 gulden. Dan ging het om een goedgekeurd apparaat dat een beperkt vermogen had en waarbij gegarandeerd kon worden dat storingen in het etherverkeer zoveel mogelijk beperkt werden. Ook verscheen Smit-Kroes in Brandpunt, het toenmalige actualiteitenprogramma op de KRO-televisie. Zo wist ze te melden dat met ingang van 1980 het niet alleen voor mensen het in bezit hebben van illegale apparatuur strafbaar zou zijn maar ook het voor de handelaren in bezit hebben van illegale apparatuur strafbaar zou worden gesteld. Wel verwachtte ze dat de invoering van de goedgekeurde apparatuur tot gevolg zou hebben dat Nederlanders massaal een vergunning zouden gaan aanvragen en dat binnen 10 jaar er zeker 1 miljoen mensen in de Nederlandse ether actief zouden zijn. Zelf was ik in de eind jaren zeventig lid van de Whiskey Oscar Group, een grote groep met illegale zenderbeoefenaars, die tot doel had vele landen op grote afstand te bereiken. Op zich een heel feest om iedere zondagochtend rond vijf uur al achter de zender te zitten en bij goede condities zo veel mogelijk amateurs in de Verenigde Staten en het Caribisch gebied te bereiken. Na de legalisering, mede gezien de eventuele hoge strafeisen, was dit deel van de hobby voor mij verleden tijd en zijn het alleen de herinneringen die zijn gebleven. Volgende week, 19 december, is de laatste column van 2020 die wordt gepubliceerd. Tijd voor een korte pauze waarna in januari de column zal terugkeren. Hans Knot, 12 december 2020
  19. Op deze 4de december is het tijd om eens te duiken in de archieven om te zien wat ik zoal verzamelde aan knipsels en aantekeningen in de maand januari 1978. Dat was een half jaar voordat ik hoofdredacteur werd van Freewave Media Magazine, inmiddels al sinds 2014 jaar bekend als Freewave Nostalgie. In de maand januari 1978 stond er op radiogebied een onderwerp wel heel centraal en wel naar aanleiding van een bericht uit de burelen van de auteursorganisatie Buma-Stemra. Daaruit werd duidelijk dat door de directie van deze organisatie bij de diverse publieke omroepen erop aan was gedrongen om medewerkers, speciaal de deejays, te verzoeken de banden met platenfirma’s en muziekuitgeverijen te verbreken. Men vond vanuit bovengenoemde organisaties dat vanuit de omroeporganisaties veel sterker diende te worden toegezien op het niet vermengen van private en gemeenschappelijke belangen, zoals die in de toenmalige Omroepwet waren vastgelegd. De toenmalige directeur Willemsen van de Buma-Stemra sprak van vervalsing en oneigenlijk gebruik van auteursrechten. Volgens hem ontving zijn organisatie regelmatig klachten van auteurs en artiesten, die door bepaalde muziekuitgeverijen en/of platenmaatschappijen geweigerd werden als men er niets tegenover wenste te stellen. Zo merkte hij op dat in landen als de Verenigde Staten, Engeland en West-Duitsland al vele jaren eerder in dat opzicht maatregelen waren genomen. Willemsen stelde destijds in een uitgelekte brief onder meer dat er is in ons land sprake was van een vrije programmasamenstelling. Het diende volgens hem dus onmogelijk gemaakt te worden dat er platen werden geproduceerd en uitgebracht waarbij een commercieel gebonden presentator, of wie dan ook binnen de omroepen, er financieel van beter zou worden. Uiteraard bleven reacties vanuit Hilversum niet uit. Zo werd vanuit de NOS burelen gemeld dat men hoog verbaasd was over de uitspraken mede daar er nooit bewijs was geleverd van commerciële gebondenheid van de omroepmedewerkers. Het bleek verder onder meer dat de toenmalige AVRO-directeur Siebe van der Zee direct in de pen was geklommen en nadere uitleg van de heer Willemsen had gevraagd, dat plaats had te vinden in een gesprek waarbij meer helderheid diende te worden verschaft over wat hij zoal had beweerd. Op zich waren de opmerkingen vanuit de Buma/Stemra niet nieuw te noemen want in meerdere krantenartikelen en andere uitingen werd er vanuit voornoemde organisaties al jaren lang geklaagd over de dwarsverbindingen die zowel radio- als televisiepresentatoren met de platenindustrie zouden hebben. Willemsen baseerde daarbij zijn mening op diverse klachten die waren binnengekomen van artiesten. Zo werd er hen duidelijk kenbaar gemaakt dat ze pas in een programma mochten optreden als ze een volgende plaat lieten opnemen bij de maatschappij waar de deejay commerciële banden mee had en uit welk repertoire deze zoveel mogelijk putte om zijn programma’s te vullen. In een ander interview had Willemsen al eens aangegeven dat hij 5 presentatoren kon noemen die een eigen muziekuitgeverij hadden. Zo stelde hij in een GPD interview: “De insiders weten het, maar het is zo moeilijk om een waterdicht bewijs te leveren. Echter, de klachten van onze leden zijn er wel. De vrije toegang tot de ether wordt belemmerd door makers van programma's die een artiest pas willen opnemen als ze een joint venture met hem afsluiten. En daar maken we ons ernstig zorgen over.” Er zat nog meer dwars in de mening van Willemsen ten opzichte van de omroepen want volgens hem stond er nergens in de standaardcontracten, die presentatoren met de omroeporganisaties destijds hadden, dat het hen verboden was commerciële banden te hebben met de platenindustrie. En daarmee verschilden dergelijke contracten met die in andere landen werden getekend. Daarin was het verbod wel opgenomen. Bij de NCRV gaf men in januari 1978 ook aan dat er geen wantoestanden waren te noemen binnen hun team van presentatoren en dat men van Willemsen meer concrete informatie verwachtte. Vanuit de VARA kwam ook een reactie waarbij er binnen deze omroep ook totaal geen sprake kon zijn van commerciële bindingen en als dat wel het geval zou zijn dan zou een arbeidsovereenkomst direct worden ontbonden. En het was zeker niet de eerste en vooral niet de laatste keer dat het onderwerp ‘commerciële banden radiopresentatoren’ aan bod kwam. Vele malen zou dit, in welke vorm dan ook, de publiciteit halen. De omroepen gingen veel later over stag door elke vorm van eventuele gebondenheid met de commercie te voorkomen door het aanstellen van de zogenaamde muzieksamenstellers, die vooraf aan een aanstelling uitgebreid gescreend werden op een eventuele band met een of meerdere grammofoonplatenmaatschappijen. Interessant onderwerp? Probeer eens het boek ‘Buma/Stemra, sedert 1913. Een geschiedenis’ door Cor Witbraad in handen te krijgen. Het werd in 2007 uitgebracht door de Walburg Pers in Zutphen. Voor een recensie van dit boek: https://www.hansknot.com/buma.htm Over de Buma/Stemra en de zeezenders schreef ik eerder: https://www.mediapages.nl/zeezenders/meer-zeezenders/294-de-zeezenders-en-buma--stemra Hans Knot, 5 december 2020 Dit jaar zal nog een column verschijnen op 12 en een op 19 december, waarna in januari 2021 Hans Knot weer zijn pen zal oppakken.
  20. Laten we eens kijken wat ik zoal aan aantekeningen heb bewaard over de maand juni 1971 en dan niet alleen op het gebied van mijn geliefde radio maar ook over andere onderwerpen. Allereerst komt een korte notitie naar boven van 30 juni waarin staat te lezen dat Amerikaanse Senaat met algemene stemmen, dus met hamerslag, had besloten dat in de toenmalige toekomst de financiering van Radio Liberty en Radio Free Europe zou gaan geschieden via directe overheidsgelden. Voorheen was de financiering geschied door de CIA. Beide stations richtten zich in die tijd vooral op de toenmalige Oostbloklanden en vooral de Sovjet Unie. In ons land werd kortweg gesproken over de stations die als Radio Vrij Europa bekend stonden. Op de laatste dag van juni was de VPRO actief met het programma ‘Pik-Nik’, gelijk aan de zomer van 1970. Via de televisie was er die avond aandacht via een live-uitzending vanuit Noord Holland onder de noemer ‘VPRO Campus’. Zo kregen we onder meer te zien wat de functie van water was voor velen van de inwoners. Tevens was een aflevering te zien van de serie ‘Bettie Boop’ en trad een aantal popgroepen live op in het programma. Eén van die groepen was het al vijf jaar actieve bandje ‘Slade’ uit Engeland dat op dat moment net op punt van doorbreken stond in ons land en vele hits zou gaan scoren. Een paar dagen eerder, op zondag 27 juni, was er via de RONO, de Regionale Omroep Noord en Oost, in het sportprogramma het nodige te horen over de behandeling van de mensen van de pers door de bewaking tijdens de TT wedstrijden in Assen, die voor 130.000 razend enthousiaste toeschouwers werden verreden. Ver voor aanvang van de races waren er voor de journalisten van de schrijvende pers, de radio en de televisie de nodige voorzieningen getroffen en waren ze voorzien van een luxe persmap waarin tal van gegevens over de deelnemers in de diverse categorieën, maar ook de meest recente gegevens inzake de kwalificatie en gereden trainingstijden waren opgenomen. Dit leek op een zeer goed georganiseerde voorbereiding, zoals al vele jaren werd geroemd in journalistieke kringen. Maar voorafgaand aan de wedstrijddag wensten technici van de NOS de nodige voorbereidingen te plegen in de commentaar cellen, zoals het aanleggen van de nodige lijnen en het plaatsen van de microfoons. Overijverige medewerkers van de TT vonden echter dat de heren technici geen toegang mochten krijgen daar ze geen beschikking hadden over een perskaart en slechts een NOS Dienstkaart konden tonen. Weken van tevoren was er door de NOS een lijst van medewerkers ingediend voor het verkrijgen van toegang tot de faciliteiten waarbij de technici ook waren opgenomen. Starre houding van suppoosten leiden er die vrijdag toe dat er grote onrust ontstond onder het technische team of alles wel op tijd gereed zou zijn. In de avond werd er spoedoverleg gepleegd met de organisatie van de TT en kregen de technici alsnog de broodnodige perskaarten, die toegang tot de perstribune en cabines mogelijk maakten. Ook de daarop volgende dag, zo bleek uit het commentaar op de RONO, was er het nodige aan ongeregeldheden waar te nemen omdat suppoosten bepaalde verslaggevers geen toegang wensten te geven. Onder meer de top verslaggever, op het gebied van de TT, Frans Henrichs, kon pas in het rennerskwartier na uitgebreid overleg met de circuitleiding. Assen stond altijd vooral bekend – naast de TT – om de vele ongeregeldheden die in de nacht voorafgaand van de races in het hartje van de Drentse hoofdstad plaats vonden. In de ‘Nacht van Assen’ van 1971 vielen er vijf gewonden en de politieautoriteiten spraken van een rustigere nacht als die van 1970. Naast de gewonden vielen ook de nodige vernielingen te melden, waarbij onder meer grote schade werd aangericht aan een meubelzaak van de firma Zandbergen, een onderneming die het jaar ervoor ook al een schade van 25.000 gulden had geleden. Ook bleek de volgende ochtend een pand van de Algemene Bank Nederland dichtgetimmerd, nadat alle ruiten waren vernield. Op verzoek van de burgemeester van Assen waren ME ploegen uit Den Bosch, Nijmegen en Dordrecht ingehuurd ter ondersteuning van de politie. Na afloop werd vooral gesteld dat de betere radioverbindingen tussen de ME ploegen een voordeel was geweest ten opzichte van 1970. Zijn de kosten van de telefoon zeer laag anno 2020, voorheen kwam met regelmaat het dure kostenaspect in de media voor, zoals ook eind juni 1971. Let wel, we hebben het over bijna een halve eeuw geleden. De P.T.T., totaal verantwoordelijke voor het telefoonverkeer, had van de toenmalige regering toestemming gekregen de prijzen voor abonnementen flink te verhogen, als ook de prijzen voor gesprekken die vanuit de telefooncellen werden gevoerd. Lang niet iedereen was blij met deze toestemming hetgeen onder meer leidde tot het zenden van een protesttelegram vanuit de burelen van de Consumentenbond, die toen ook al volop actief bezig was te strijden voor eerlijkheid als het ging om de consument. In het telegram werd vermeld dat de tariefverhoging dermate hoog was, hetgeen nooit toegelaten zou worden aan welke andere ondernemer dan ook. Per 1 juli 1971 werden de volgende tarieven van kracht: Het telefoonabonnement werd f 19,50 per maand. Het voor het eerst een aansluiting wensen leverde een kostenplaatje van f 200,-- op terwijl bij verhuizing van een aansluiting f 50,00 diende te worden betaald. Maar er was meer onrust in de laatste dagen van juni 1971 die ontstonden doordat de redactie van het NOS Journaal had besloten flitsen te vertonen van de toen nieuwe musical ‘Oh, Calcutta’, waarin onder meer beelden waren te zien van overwegend naakte personen. Direct na uitzending waren er tientallen verontwaardigde telefoontjes gepleegd naar de studio in Hilversum en honderden klachten zouden in de daarop volgende dagen per brief volgen. Het bestuur van de NOS riep vervolgens de staf van de programmadienst op het matje en kwam tot de conclusie dat het op de gebrachte manier van registreren van de musical in een nieuwsbericht ontoelaatbaar en onjuist was. De programmastaf bracht deze conclusie ter kennis aan de Journaalredactie. Het was niet de enige keer dat de redactie van het Journaal op de vingers werd getikt. Zo was het bestuur tot de conclusie gekomen dat in een item over het afscheid in Eindhoven van directeur Philips. te veel reclame zou zijn gemaakt voor een nieuw product dat de onderneming spoedig op de markt wenste te brengen: de videorecorder. Hans Knot, 28 november 2020
  21. Terug gaan naar 1967 betekent voor de liefhebbers van de radio vanaf internationale wateren, of wel de zeezenders, het ophalen van vaak de trieste momenten van de maand augustus van dat jaar. De Britse regering maakte een wet, The Marine Broadcasting Offences Act, van kracht waardoor het officieel verboden werd betrokken te zijn bij het runnen (in de breedste zin van het woord) bij een zeezender opererend in internationale wateren voor de Britse kusten. Bij deze zinnen wil ik het, wat de Britse wetgeving en het jaar 1967 betreft, laten. Er gebeurde namelijk veel meer en zelfs op de Nederlandse publieke radio werd meer en meer aandacht besteed aan groepen die via de zeezenders al veelvuldig waren geplugd. Een voorbeeld daarvan is de formatie ‘Herb Alpert and his Tijuana Brass’. Op de maandagochtend was in 1967 via Hilversum 3 het programma ‘Pop Station’ tussen 10 en 12 uur te beluisteren. Een NCRV programma in de productie van Skip Voogd. Skip, die ook een bekend tekstschrijver van onder meer LP hoezen was en in muziektijdschriften publiceerde, bereidde de luisteraars in de gids voor de laatste week van oktober 1967 voor op een special van voornoemde formatie. ‘We gaan het in het programma hebben over een sound, die tot stand komt door een nauwe samenwerking tussen artiest, platenproducer en technicus. Want dat de meeste geluiden die de lichte muziek anno 1967 beheersen, een product zijn die zonder de moderne geluidstechniek onmogelijk waren, daarover is iedereen het wel eens.’ Skip Voogd was het ook duidelijk geworden dat het recht toe recht aan opnemen van een nummer, vaak in 1 take, tot het verleden was gekomen en dat de nieuwe pophelden vaak maanden doorbrachten in de opnamestudio’s om de diverse tracks, voor de uit te brengen LP, stukje bij stukje op te nemen. Wel gaf hij aan dat men zich niet te vast moest prikken op de gebrachte sound want dat kon wel eens een foute route zijn: ‘Deze tijd vraagt om specifieke geluiden. Aan de artiest de moeilijke opgave nauwkeurig bij te houden of het publiek op een gegeven moment niet uitgeluisterd is op ‘zijn’ sound’. In het programma ‘Pop Station’ van 30 oktober 1967 dus aandacht aan onder meer de Sound van Herb Alpert. Voogd andermaal: ‘Bij een nauwkeurig onderhouden van de Herb Alpert Sound komen we tot de conclusie dat Herb handig gebruik heeft gemaakt van beat, dixieland en Mexicaanse muziek. Vooral de Amerikaanse trompetten, waarmee Alpert werkt, op een vinnig swingend ritme, hebben iets pakkends. Het is iets ongewoon meeslepend. Deze ‘mariachi’ sound gebruikt Alpert niet alleen voor eigen repertoire maar ook bij bewerkingen van evergreens.’ Het was trouwens niet de enige sound die in de betreffende aflevering van ’Pop Station’ werd behandeld, want ook die van Sergio Mendes and Brasil 66, de Baja Marinda Band, en de Duitse ‘in’ Sounds van James Last en Paul Nero werden door Skip Voogd belicht. Presentatie destijds was in handen van Gert, Antoinette van Brink en Peter Blom. Afbeelding: Sietse Koopmans dirigeert (foto collectie familie Knot) Zoals U wel vaker gewend bent van me, stap ik in deze column ‘van de hak op de tak’. En daar zit een reden achter. Immers de ene lezer vindt muziek mooi, de andere heeft een andere topic, die interessanter is. Dat is anno 2020 zo, maar was ook 53 jaar geleden het geval. Ikzelf, katholiek opgevoed, zag de kerk vaak van binnen. Ik durf zelfs achteraf te stellen dat ik véél te vaak de kerk van binnen zag, waardoor de overvloed uiteindelijk een einde maakte aan de bezoeken en het geloof. Ik herinner me nog echt goed dat rond die tijd steeds minder de Heilige Missen op de vertrouwde Latijnse manier werden voorgedragen en dat er binnen de kerkgemeente van de Sint Franciscus kerk te Groningen er zowel voor – als tegenstanders waren van de invoering van de Nederlandstalige liturgie. Koorleider en organist Sietse Koopmans, afkomstig uit het gehucht Weitgaard, achter Leeuwarden, gebruikte zijn kennis en vertaalde vanuit het Latijn een complete liturgie naar het Nederlands, een product dat later – toen hij het San Salvator koor in de Wijert (Groningen) onder zijn leiding had, nog eens aan het vinyl liet toevertrouwen. Sietse Koopmans, helaas jaren geleden veel te vroeg overleden, was een ultieme levensgenieter die het serieuze van een koorleider en muziekdocent met het minder serieuze kon delen. Zo leende hij, in stilte, een complete kapelaan uitrusting uit de pastorie en toog ermee naar de Korreweg alwaar hij bij de familie Knot inwoonde en er een nieuw straatje, achter het huis, door de tweeling Knot was geplaveid, in te wijden. Mijn broer Egbert en ik noemden het speels de Sietse Koopmans Weg en - met wijwater en al - werd het pakweg acht meter lange straatje ingewijd. Maar even terug naar de voor en tegenstanders van de veranderingen in de liturgie en het introduceren van jeugdkoren, die begeleid werden middels popmuziek in de Katholieke Kerk. In een knipsel uit mijn archief het volgende: ‘Als ik naar de bioscoop ga verwacht ik geen mis of dienst op het doek en ook niet als ik ga dansen. Dus als ik na de kerk ga, ook geen halve show met dansen enzovoort. Ik ben zestien jaar en dus nog jong genoeg om het mooi te vinden. Of ben ik misschien té jong.’ Was getekend door ene R. Noordermeer uit Sassenheim. Het stond trouwens opgetekend in de Katholieke Illustratie, een weekblad waarvan de redactie in die periode ook de meer vrijere vorm van journalistiek was gaan plegen. Hetgeen een lezer opriep de naam ook maar te verkorten gelijk aan de Revue, die tijdelijk de naam in Revu veranderde: ‘Ook de Katholieke Illustratie, die blijk geeft van een steeds moderner inzicht, kán en mág op dit gebied niet achterblijven. Deze naamsverandering zal uiteraard gepaard gaan met het verlies van meer dan één letter, maar het resultaat is de moeite ten volle waard. Wat denkt U van Katholieke Lust?. En de ingezonden brief was verstuurd vanuit het zeer Katholieke Volendam. Een dorp waar men later dikwijls zou bewijzen wat ‘lusten’ letterlijk en figuurlijk betekent. Hans Knot, 14 november 2020
  22. Deze keer neem ik je nostalgisch mee naar de maand februari 1974. Op 9 februari bleek dat de AVRO had besloten te kiezen voor een nieuwe presentator voor het populaire weekend programma ‘Wie-kent-kwis’. Velen zullen het jammer hebben gevonden dat Fred Oster de nieuwe presentator was geworden, daar ze eigenlijk zijn voorganger liever het programma zagen presenteren. Maar het was een beslissing die in een paar minuten was genomen. Fred Oster was namelijk de producer van het programma. De show, die al zeven afleveringen had geteld, werd genoodzaakt overgenomen door Oster. De officiële presentator werd namelijk door de directie van de AVRO op staande voet ontslagen wegens vermeende dronkenschap waardoor deze niet in staat was geweest de presentatie op een waardige manier voor zijn rekening te nemen. Het ging daarbij om Peter Knegjens, van huis uit leraar Nederlands en na de Tweede Wereldoorlog de radiowereld binnengekomen als sportverslaggever. Na zijn ontslag bij de AVRO zouden we nog geruime tijd van hem kunnen genieten, onder meer daar Kees Buurman hem vroeg zich te voegen bij het presentatieteam van ‘Met het Oog op Morgen’. Knegjens, die, als tekstschrijver in de reclamewereld, prachtige uitdrukkingen tot het Nederlandse volk liet komen, was de bedenker van bijvoorbeeld ‘Heerlijk Helder Heineken’. Hij nam in 1974 een single op met als titel op de voorkant: ‘Dat ziet er gezond uit’. Het kwam niet verder dan een notering in de tipparade. https://www.google.com/search?client=firefox-b-d&q=peter+knegjens+dat+ziet+er+gezond+uit In 1989 besteedde de VPRO in het programma ‘De Radiovereniging’ aandacht aan de loopbaan van Knegjens, waarbij ook zijn werk als sportverslaggever goed werd belicht. Zeker de moeite waard dit prachtige radiodocument te beluisteren. https://www.vpro.nl/speel~POMS_VPRO_626463~peter-knegjens-de-radiovereniging~.html Ondertussen was er een golf van ontevredenheid merkbaar binnen de journalistieke wereld omdat binnen het NOS-bestuur meer en meer werd vergaderd zonder toelating van journalisten. Besloten vergaderingen werkten beter volgens het bestuur. Op de zogenaamde vragenuurtjes was al een aantal maal hierover gesproken met de voorzitter Schüttenhelm. En ondanks dat hij daarvoor zijn verontschuldigingen had aangeboden en beterschap had beloofd, werd er bijna niets veranderd. En volgens bepaalde journalisten was de situatie alleen maar erger geworden. Leden van de Ondernemingsraad van de NOS mochten wel aanwezig zijn bij de vergaderingen maar de pers en eventueel publiek dienden geheel weg te blijven. Er was een foefje die het mogelijk maakte dat de vergaderingen een besloten item werden. In het reglement van orde was opgenomen dat wanneer de voorzitter drie andere personen bereid vond dat het een besloten vergadering diende te worden, was dit al genoeg de deuren voor anderen gesloten te houden. Hadden we het net over Knegjens en zijn muzikaal uitstapje, dat weinig hit kansen had, dan kan ook nog gemeld worden dat in dezelfde periode ook weer een stukje zwart vinyl verscheen van Rob Out, voorman van Radio Veronica. Die keer samen met zijn toen 5-jarige dochter Birgit. Het nummer ‘Pappie wat gebeurt er’ was geschreven door Dimitri van Tooren. Helaas, maar ook deze song haalde hitlijsten niet en vertrok na drie weken uit de Tipparade. Zijn dochter vroeg aan vader Out wat er allemaal kon gebeuren als hij bijvoorbeeld zou komen te overlijden. Een liefderijk liedje dat toch wel meer hit potentie had dan ‘Dat ziet er gezond uit’. Het Grand Gala du Disque werd ook weer in het voorjaar van 1974 gehouden. Tal van artiestennamen werden er in de weken vooraf bekend gemaakt. Jurgen Marcus, Tony Orlando and Dawn, Three Degrees, Dobbie Gray, Barry White, Georges Moustaki en Cornelis Vreeswijk. Zo maar een greep uit het programma. De presentatie was in handen van Willem Duys, die in 1974 werd bijgestaan door Willem van Kooten. Er kwam trouwens op 15 februari, de dag dat het festival was te zien en te beluisteren vanuit het RAI complex in Amsterdam, een einde aan een mooie traditie daar een eind kwam aan het Grand Gala du Disque. Dan kwam ik nog een aantekening tegen waarin een in het noorden van ons land destijds populaire groep, een fanclub had waarvan het bestuur het stoom uit de oren kwam. Wat was namelijk het geval? De toen bekende radio- en tv-presentator, en tevens omroeper, Hans van Willigenburg (KRO) had het verbruid bij de fans van het Hoogezandster orkest Ellen and the Moodmakers. Aanhangers hadden bij hem in zijn radioprogramma ‘Van twaalf tot twee’ een speciaal nummer van de groep aangevraagd, waarna hij besloot deze niet te draaien en een ander nummer de ether instuurde. Let wel het gebeurde in 1974! Als straf hebben ze Hans van Willigenburg voor het leven benoemd tot lid van de fanclub en ere- Moodmaker. Men ging er bij de fanclub van uit dat hij met opzet een andere plaat had gedraaid. Onmiddellijk na de uitzending klom een luisteraar en fanclublid uit Havelte, de heer F.H. Luuterop, in de pen en opperde gericht aan de presentator de zin: ‘Uit het oog’ (het noorden van ons land) en ‘Uit het hart’ (The Moodmakers). Volgens de fanclub diende het erelidmaatschap voor Van Willigenburg om hem te laten bekeren. En tenslotte iets rond de in de zomer van 1972 opgenomen serie die in december 1972 en 1973 voor het eerst voor de televisie was te zien. Een serie gemaakt naar het door Anne de Vries in 1936 geschreven boek ‘Bartje’. Alle rollen in de serie werden gespeeld door personen die roots hadden in Drenthe. Bartje was dan ook een streekroman en delen van het gesproken woord in de serie was Drentse streektaal, waardoor ondertiteling van de serie noodzakelijk was. Er was intens in de Nederlandse huishoudens naar de serie gekeken en men ging er in Drenthe vanuit dat de populariteit van de serie van invloed zou zijn op het toerisme. Half februari 1974 werd echter bekend gemaakt dat er geen ‘Bartje-effect’ was geweest inzake het toerisme in Drenthe en dat er geen massa’s mensen naar Drenthe waren gekomen om een vakantie door te brengen of een dagreisje te maken. Er was slechts een uitzondering voor die gebieden, waar de televisieopnamen hadden plaats gevonden en er een kleine groei was waargenomen. In het jaarverslag over 1973 van de VVV van Ruinen was te lezen in haar jaarverslag dat mogelijk velen destijds waren afgeschrikt door de te verwachten massale toeristenstroom en derhalve de anders zo rustige provincie hadden gemeden. Maar een goede zomer en een fraaie herfst hadden er toe geleid dat men van redelijke resultaten kon spreken. In voornoemde gemeente hadden in 1973 335.750 betaalde overnachtingen plaats gevonden. Hans Knot. 31 oktober 2020
  23. Recentelijk was er nogal wat ophef toen bleek dat ene meneer Willem Engel zogenaamde BN’ers had opgeroepen via hun sociale media bekend te maken dat men niet langer achter de corona voorschriften, opgelegd door de regering, wenste te staan en dus de regelgeving uit de wegging. Zogenaamde BN’ers of lieden die zich zogenaamd Belangrijke Nederlander vinden. Alleen het begrip al. Ik denk dat het aan de persoon, die dit leest, zelf is om te beschouwen of zij/hij een bepaalde persoon een BN’er vind. De personen die zich tot hun volgers richtten hebben via hun fb account, twitter, instagram of welke vorm van sociale media dan ook, vele volgers waarbij ze te pas en onpas hun grootsheid en meer naar buiten kunnen brengen. Sommigen van hen verschenen zelfs in radio- en televisieprogramma’s om hun mening te verdedigen en nogmaals hun redelijk grote aanhang van volgers een nieuwe boodschap te brengen. Ik doe niet meer mee werd binnen een paar dagen gelukkig een flop en kwam een deel van de betreffende personen tot de gedachte dat het toch niet zo’n goed idee was om de boodschap naar buiten te brengen en verwijderde men het bericht van het betreffende account. Ook verscheen weer een aantal op radio en televisie om vooral berouw te betonen. De vaak in mijn gedachten b-generatie van de BN’ers heeft het te gemakkelijk om snel naar buiten te treden om de fans te kunnen bereiken en soms met ongenoegen naar buiten te komen. Een kleine halve eeuw geleden was het wel anders, we dienden het te doen met een paar radiostations, twee televisienetten, gelukkig met meer kranten en een aantal goede muziektijdschriften en weekbladen. De gossipbladen als Privé, Story, Weekend en meer bestonden nog helemaal niet en artiesten mochten blij zijn dat ze in een advertentie van hun platenmaatschappij voorkwamen of af en toe werden genodigd voor een live optreden via de radio en televisie. Ongenoegen kon sporadisch worden geuit. Maar een voorbeeld heb ik gevonden uit juni 1971. Het was de maand dat niet alleen het weekblad Loeloe, waar ik recentelijk over schreef, voor het eerst verscheen, maar ook al een tijdje werd geëxperimenteerd met een bijlage in de Panorama, genaamd: ‘Memo, informatie voor de mens van nu en morgen’. In deze bijlage semiwetenschappelijke onderwerpen, informatie rond bijvoorbeeld beeldende kunst, nieuwe platen en annonces aangeleverd door de lezers. Maar voor in het blad was er ook ruimte voor ingezonden brieven en daar vond ik in de editie van de eerste week van juni 1971 een mooie ingezonden brief waarin een artieste, Marianne Meyer-Vroege, haar dank uitsprak voor het gegeven dat haar nieuwe plaat was uitgeroepen door de redactie van Panorama tot Tip-Top plaat van de maand. Ze stelde trouwens dat ze minder tevreden was over de uitlating dat ze het uiterlijk had van Mamma Cash, een van de dames van destijds de Mamma’s and the Pappa’s. Nee, Marianne was het geheel niet eens met deze uiting want ze stelde slechts 66 kilo te wegen terwijl Mamma Cash tot een veel hogere gewichtscategorie behoorde. Maar, zo schreef Marianne, was vooral het artikeltje van de pen van Frank van Gelder in de bijlage ‘Memo’ beledigend te noemen. Het was destijds in nummer 18 van Panorama afgedrukt: ‘Maar als mevrouw Marianne-Vroege onder de artiestennaam Marianne Noble - Jesus shine your light on me, Jesus won’t you set me free – zingt en dan later verkondigt dat de hele tekst haar geen donder kan schelen en dat zij eigenlijk met al dat vrome gedoe niets te maken wil hebben tenzij zij met een dergelijk lied een platenopname kan forceren, waardoor ze weer wat geld kan verdienen, dan geloof ik dat zij er beter aan had gedaan om met haar stem van dit soort songs af te blijven’. Aldus het citaat uit het artikel van Frank van Gelder. Marianne Meyer-Vroege, destijds woonachtig in Zwijndrecht, greep haar kans zich te verdedigen door te stellen: ‘Ik heb eens gezegd dat ik liever pop dan gospel zing, maar ik vind het vreemd dat de heer van Gelder hieruit de conclusie trekt dat het vrome gedoe mij geen donder kan schelen. Ik heb zeker geen plaatopname geforceerd, maar ben gevraagd dit lied te zingen. En ik ben van mening dat het een goede plaat geworden is, waar ik volkomen achter kan staan. Het was dus een van de weinige mogelijkheden voor een artiest in het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw om van zich af te bijten. Marianne Noble was trouwens in 2018 één van de vier finalisten in The Voice Senior en op dat moment al 71 jaar. Liefst 51 jaar nadat ze in 1967 haar eerste single op het Delta label opnam. Ik vraag me af of men over een halve eeuw nog bij naam zal praten over die zogenaamde BN’ers die in 2020 niet langer mee wensten te doen. Hans Knot, 24 oktober 2020
  24. We nemen een blik op het radiogebeuren in de eerste maanden van het jaar 1969. Rond die tijd was het voor de jeugd wat karig geworden als het ging om hun favoriete radiostations. Nadat in augustus 1967 het merendeel van de Engelstalige zeezenders uit de ether was verdwenen, waren alleen nog Radio Veronica en Radio Caroline actief vanaf internationale wateren. Voor diegene die denkt het niet te weten, ook Caroline verdween in maart 1968 voor een aantal jaren uit de ether en voor de rest waren er de Hilversumse netten, waarbij het de bedoeling was dat de programmering van Hilversum III de concurrent zou zijn van Radio Veronica. Daarnaast luisterden een beperkt aantal jongeren naar de programma’s van AFN en Radio Luxembourg. Intense luisteraars naar Hilversum III hadden al snel door dat we te maken hadden met allerlei soorten programma’s, die door de diverse omroepverenigingen de ether in werden geslingerd. Bovendien was het voor luisteraars van het station onbegrijpelijk dat ontvangst van het signaal via de AM beperkt was. De 240 meter werd vroegtijdig uitgeschakeld om op die manier niet te interfereren met andere stations, die op dezelfde frequentie in Europa actief waren. Op 29 januari 1969 kwam naar buiten dat er was besloten dat Hilversum III vanaf 1 februari dat jaar ruimer gebruik zou gaan maken van de middengolf. Vanaf die dag tot 1 oktober zou de 1250 KHz tussen 9 en 18 uur in gebruik zijn, terwijl in de maanden november t/m januari een uur eerder de 240 meter zou worden verlaten. Na overleg met de Hongaarse en Ierse collega’s van de PTT, die destijds verantwoordelijk was voor de zenders in ons land, was tot een ruimer gebruik gekomen. Zowel in Ierland als Hongarije werd ook gebruik gemaakt van de 240 meter. Maar er waren vanaf 3 februari 1969 meer veranderingen te verwachten. Er gingen namelijk liefst 45 van de 65 programma’s, die tot op dat moment wekelijks werden geprogrammeerd op Hilversum III, verdwijnen. Grote verbazing bij de liefhebbers van het zogenaamde popstation bij het lezen van de berichtgeving, want men maakte bekend dat de meeste pop- soul- en beatprogramma’s gingen verdwijnen. Ook was het plan om het aandeel van ‘gesproken woord’ in de programma’s terug te brengen tot een minimaal tussenzinnetje tussen de te draaien muziek. Dacht men in Hilversum III destijds al aan de zogenaamde one-liners, die we onder meer bij Laser 558 in de jaren tachtig van de vorige eeuw hoorden? Het nieuws werd destijds naar buiten gebracht door Jan de Troye, voorzitter van een speciale commissie Hilversum III. Hij stelde onder meer: “De hele week zal een keur van lichte, gevarieerde muziek via Hilversum III opklinken. Dat wil niet zeggen dat alle soul, pop, beat en hoe het dan ook heten mag, gaat verdwijnen. Welnee, die worden tussen alle andere platen doorgedraaid.” Doel was geen uitzendingen meer te brengen die duidelijk betrekking hadden op kleine minderheidsgroepen. Als voorbeelden werden programma’s gericht op zieken, sportliefhebbers en ook die gericht waren op personen die een speciale muzieksoort voorstonden. Voorbeelden van wijzigingen vertelde Jan de Troye ook. Zo ging de NCRV over tot het overhevelen van zaterdagmiddagprogramma’s als ‘Twien’, ‘Pop-Thinkin’ en ‘Strictly Country Style’ naar Hilversum II. Bij de AVRO betekende de nieuwe opzet dat het woensdagmiddagprogramma ‘Super Clean Dream Machine’ diende te verdwijnen wegens te specialistisch gericht. In de daarop volgende toekomst was het programma op de zondagavond te beluisteren en hield het daar nog vele jaren stand. Op de vrijdagen was het ‘Tussen 10+ en 20- dat verdween. Daarvoor kwam in de plaats een verzoekplatenprogramma voor marktbezoekers met als titel ‘Indekraamtepas’. Dan vraag je toch meteen af of het hier niet om een programma ging dat zich richtte op een specialistische en tevens kleine doelgroep. Ik dien eerlijk te bekennen dat ik voor 85% de programma’s van Hilversum III al die jaren heb vermeden en van sommige programma’s nooit een noot heb beluisterd. Bij de VARA verdwenen ‘Zorro’ en ‘Pow Pow’. Bovendien dienden VARA programma’s als ‘Klinkklaar’, ‘Mix’ en ‘Ekspres’ volledig aangepast te worden bij het algemene nieuwe patroon van Hilversum 3. Bij de NRU, de Nederlandse Radio Unie, verdween geen programmanaam uit het schema, wel dienden de inhoud van de diverse shows te worden aangepast aan de nieuwe regelgeving. Toen destijds de publiciteit rond de wijzigingen naar buiten kwamen werd de verbazing des te groter dat de NCRV op het popstation op de zaterdagmiddagen een licht gevarieerd programma ging brengen met muziek van Malando, Metropole Orkest, Kilima Hawaiians en meer. Muziek die niet tot de toenmalige popmuziek kon worden gerekend. Tevens werd op de zaterdagmiddag het ‘Nee, we noemen geen namen’ geprogrammeerd. De Troye meldde tevens dat, zodra een verbouwing in het VARA onderkomen aan de Heuvellaan in mei 1970 gereed zou zijn, daar ook ruimte zou worden gecreëerd voor een soort van workshop, een studioruimte waarin allerlei (toekomstige) medewerkers van de omroepen volop zouden kunnen oefenen en experimenteren met de nieuwe gedragsregels in gedachten. Er was, volgens hem, duidelijk wens naar een dergelijke ruimte. Tenslotte De Troye nogmaals: “Nu is het zo dat nieuwe discjockeys meteen maar uitzendbare programma’s dienen te maken, met alle gevolgen van dien. Als ze mislukken worden ze eruit gegooid. Een behoorlijke opleiding is er niet. Die gelegenheid willen we ze in de toekomst gaan bieden. Want wat ons vooral nog mankeert: de programma’s moeten zo gepresenteerd worden, dat er met animo geluisterd kan worden.” Vind hier meer info rond de persoon Jan de Troye: https://wiki.beeldengeluid.nl/index.php/Bestand:FTA001079679_001_con.png Hans Knot, 17 oktober 2020
  25. Gedurende de zomerperiode van dit jaar 2020 blikte ik terug op een verschillende luisteronderzoeken, die door de loop der decennia zijn gehouden en kreeg van een van de lezers de vraag of het starten, op 15 oktober 1973, van de nachtuitzendingen van Hilversum 3 ook invloed heeft gehad op het luisterpatroon van de Nederlanders. Ik heb enkele cijfers kunnen opduiken uit het archief. In de eerste week van uitzendingen in oktober 1973 luisterde 0,6% van de Nederlandse bevolking gemiddeld per uur naar de nachtuitzendingen. Erbij dient te worden vermeld dat het ging om de leeftijdsgroep van 12 jaar en ouder, dat destijds omgerekend op ongeveer 60.000 personen neerkwam. Tussen middernacht en 1 uur was de luisterdichtheid gemiddeld wel hoger en kwam uit op 1,5% dat destijds stond voor 150.000 personen. Daarna liep het aantal terug doordat velen de radio afzetten en hun ogen gingen sluiten. Van 1 tot 2 uur liep het percentage terug naar 0.9 procent ofwel 90.000 personen. Van 2 tot 3 uur tot 0.4 procent ofwel 40.000 luisteraars. De uren daarna tot 7 uur lag het percentage op 0.3, dat stond voor 30.000 luisteraars. Voornoemde cijfers zijn afkomstig van de derde luisterdichtheidsmeting 1973 van de afdeling Kijk- en Luisteronderzoek van de NOS, die van 7 tot en met 21 oktober 1973 werd gehouden. Gemiddeld luisterde per nacht tussen 24.00 en 06.00 uur 1.8 procent korter of langer naar Hilversum 111 en naar de andere radiostations, die na middernacht waren te ontvangen, tezamen 1.3 procent. In de loop van de week luisterde tussen 24.00 en 06.00 uur 6 procent korter of langer naar Hilversum 111 en 3.9 procent naar de andere radiostations tezamen. Tussen 24.00 en 02.00 uur waren voor Hilversum 111 deze percentages 5.7 procent en voor de andere radiostations tezamen 3.4 procent en tussen 02.00 en 05.00 uur voor Hilversum 111 1.3 procent en de andere stations tezamen 1 procent. Ook werd gekeken naar samenstelling van het luisterpubliek van de nachtuitzendingen op Hilversum 111. Deze samenstelling vertoonde enkele opmerkelijke afwijkingen ten opzichte van de samenstelling van de bevolking als geheel. Zo bleken aanzienlijk meer mannen tot het nachtelijk Hilversum 111-publiek te behoren dan vrouwen, namelijk ongeveer twee derde van de totale luisteraars. De jongere leeftijdsgroepen waren sterk oververtegenwoordigd. Bijna de helft van de luisteraars was jonger dan 25 jaar. Het nachtelijk Hilversum III-publiek vertoonde, gedurende de periode van onderzoek, gemiddeld een relatief hoog opleidingsniveau. In verband met het feit, dat deze cijfers betrekking hadden op de eerste week van de nachtuitzendingen opHilversum III diende, aldus de afdeling Kijk- en Luisteronderzoek van de NOS, deze gegevens met enig voorbehoud te worden gehanteerd. Ook werd er gekeken naar de verdere beluistering tijdens de overdaguren van Hilversum III. De resultaten gaven aan dat in het tijdvak van 07.00 tot 19.00 uur gemiddeld 22.1 procent van de Nederlandse bevolking van 12 jaar en ouder naar de radio luisterde. Bij een eerdere meting, die plaatsvond, werd een totaalbeluistering van 21.9 procent geconstateerd. In het najaar van 1972 bedroeg de totaalbeluistering 24.1 procent en in het najaar 1971 25.3 procent. Ten opzichte van 1971 was de totaalbeluistering overdag dus gedaald met 3 procent. Hans Knot, 10 oktober 2020
×
×
  • Create New...

Important Information

By using this site, you agree to our Terms of Use, Privacy Policy and We have placed cookies on your device to help make this website better. You can adjust your cookie settings, otherwise we'll assume you're okay to continue.