Spring naar bijdragen

Doorzoek de gemeenschap

Toont resultaten voor tags 'hans knot'.



Meer zoekopties

  • Zoeken op tags

    Voer tags gescheiden door een komma in.
  • Zoek op auteur

Soort bijdrage


Forums

  • Radio
    • Nederland
    • België
    • Verenigd Koninkrijk
    • Overige landen
    • Internet Radio
    • LPAM (kleinvermogen AM)
    • Zeezenders
    • Radio Veronica
    • Radiovormgeving
    • Radiotechniek
  • Overig
    • MediaPages
    • Tweedehands
    • Stamtafel
    • Niet geregistreerde gebruikers
  • Discussies van Club 208
  • Discussies van Top 40
  • Discussie van Rob Stenders
  • Gezocht van Rob Stenders
  • Overzicht van Rob Stenders
  • Discussies van Top 2000
  • Projecten van KX Radio Archief
  • Gezocht van KX Radio Archief
  • Shows van KX Radio Archief
  • Discussies van Audio digitaliseren
  • Discussies van De erfgenamen
  • Discussies van Uitzoekopnames
  • Discussies van Curry & van Inkel
  • Discussies van 3FM archief
  • Discussies van Gerard Ekdom
  • Discussies van Evergreen Top 1000
  • Evers staat op Radio 538 van Edwin Evers
  • Evers Staat Op 3FM van Edwin Evers
  • Discussies van XXL Bonanza

Nieuws

Er zijn geen resultaten.

Er zijn geen resultaten.

Categorieën

  • Nederland
    • 100% NL
    • Arrow Classic Rock
    • Arrow Jazz
    • AVRO
    • Classic FM
    • Groot Nieuws Radio
    • Hilversum 3
    • Hitnoteringen
    • Kink FM
    • KX Radio
    • NCRV
    • Noordzee FM
    • NOS
    • NPO Radio 2
    • NPO 3FM
    • NPO Radio 4
    • NPO Radio 5
    • NPO Radio 6
    • NPO FunX
    • NPO SterrenNL Radio
    • Qmusic (NL)
    • Radio 10
    • Radio 538
    • Radio Luxemburg
    • Radio Veronica
    • Sky Radio
    • SLAM!
    • Sublime FM
    • Transatlantic Radio
    • VARA
    • VOO
    • Yorin FM
  • Nederland Regionaal
    • Fresh FM
    • L1 Radio
    • NH Radio
    • Omroep Brabant
    • Omroep Gelderland
    • Omroep West
    • Omroep Zeeland
    • Radio Decibel
    • Radio Drenthe
    • Radio M Utrecht
    • Radio Noord
    • RADIONL
    • Simone FM
    • Wild FM Hits
  • Nederland Lokaal
    • Den Haag FM
    • Foute Muziek Radio
    • Lokaal 7
    • Lokale Omroep Echt Susteren
    • Omroep Baarle
    • Omroep Tilburg
    • Radio Hengelo
    • Twente FM
    • Twickelstad FM
    • Radio T-Pot
  • België
    • Jouwradio
    • 4FM
    • Antwerpen FM
    • BRT
    • Donna
    • Joe
    • MNM
    • Nostalgie
    • Qmusic (B)
    • Radio 1
    • Radio 2
    • Radio Mango
    • Radio Minerva
    • Studio Brussel
    • Topradio
  • Verenigd Koninkrijk en Ierland
    • BBC Radio 2
    • Capital Radio
    • Radio Luxembourg
    • Smooth Radio
    • Classic Hits 4FM
  • Internetradio
    • 192 Radio
    • BigB21.nl
    • Dance Radio
    • Iceradio
    • Pinguin Radio
    • Radio Extra Gold
    • Surf Radio
    • Traffic Radio
  • Zeezenders
    • Laser 558
    • Radio 558
    • Radio 819
    • Radio Atlantis
    • Radio City
    • Radio Caroline
    • Radio London
    • Radio Mi Amigo
    • Radio Monique
    • Radio Noordzee Internationaal
    • Radio Northsea International
    • Radio Nord
    • Radio Seagull
    • Radio Veronica (zeezender)
  • Kranten en tijdschriften
    • Fonogram
    • Het Parool
    • Het Vrije Volk
    • Hitkrant
    • Hitweek
    • Hitwezen
    • Muziek Expres
    • Muziek Parade
    • Platennieuws
    • Top 10 Popmagazine
    • Tuney Tunes
  • Hittips
    • AVRO
    • Hilversum 3
    • KRO
    • NCRV
    • NOS
    • Radio 558
    • Radio 819
    • Radio Atlantis
    • Radio Caroline
    • Radio Delmare
    • Radio Luxemburg
    • Radio Mi Amigo
    • Radio Monique
    • Radio Noordzee Internationaal
    • Radio Northsea International
    • TROS
    • VARA
  • Overige
    • LM Radio

Vind resultaten in...

Vind resultaten die...


Datum aangemaakt

  • Start

    Einde


Laatst bijgewerkt

  • Start

    Einde


Filter op aantal...

Geregistreerd

  • Start

    Einde


Groep


Website


Facebook


Twitter


Skype


Woonplaats


Interesses

156 resultaten gevonden

  1. Er is echter in die jaren een serieuze breuk geweest in de geschiedenis van OOG Radio, dat eens de naam van Radio Stad naar het verleden verwees. Omroep Organisatie Groningen, daar staat de naam voor. Het was in 1993 dat de financiële situatie dermate slecht was dat er een einde in zicht was voor de lokale radio maar daar was de oplossing via de ‘reddende’ engel, die echter via de achterdeur heel snel de Akkerstraat, waar inmiddels de lokale radio de studio had, stilletjes verdween. In dat jaar schreef ik er het nodige over in het mediablad Freewave Magazine, wat ik graag nog eens terughaal. ‘Ontstaan was het idee bij een lokale piraat, waar een groot aantal visueel-gehandicapten werkzaam was. Het doel was te komen tot een eigen lokaal radiostation voor eigen doelgroep. Helaas was dit niet te realiseren gezien de piraat een aantal malen uit de ether was geplukt.’ Ik ging er vanuit dat in september 1993 een unieke samenwerking tot stand was gekomen tussen de initiatiefnemers, verenigd binnen VISION de Stichting tot Integratie en Opleiding in Nederland Van visueel gehandicapten aan de ene kant en de lokale omroep organisatie 00G uit Groningen aan de andere kant. Op deze manier zouden de visueel gehandicapten, waarvan een groot deel afhankelijk was van het medium radio, de kans krijgen zelf radioprogramma's te gaan maken via de lokale omroep, waarbij ze tevens vanuit de omroep de gelegenheid zouden krijgen een gedegen opleiding te volgen op presentatie dan wel technisch gebied. De plannen waren nog nauwelijks in de pers gebracht of ze waren al uitgewerkt. Op 1 oktober 1993 werd de naam van OOG Radio veranderd in VISION FM en vooral geldgebrek bij OOG leidde tot samenwerking met de Stichting VISION, die stelde garant te kunnen staan voor meer inkomsten voor reclame. Doel van de stichting was namelijk na Groningen meerdere steden te betrekken bij het lokale gebeuren voor visueel gehandicapten, waarbij aan een soort van keten vorming, dan wel raamprogrammering werd gedacht. De lokale omroep in Groningen bracht overdag al geruime tijd muziek vanuit een CD-computer, aangevuld met nieuws op het hele uur. Vanaf 4 oktober 1993 was dat veranderd gezien men gepresenteerde muziekprogramma's bracht die op een hoger niveau stonden dan voorheen. Tenminste dat was de doelstelling, dit alles onder de bezielende leiding van de nieuw benoemde directeur, Peter Teekamp, die zijn roots onder meer had liggen bij Radio Caroline en de TROS. Teekamp hoopte op een voorspoedige toekomst waarbij niet alleen meerdere lokale omroepen betrokken dienden te worden maar tevens een aanvraag was ingediend voor een etherfrequentie bij het ministerie voor WVC . Tenslotte stelde Teekamp in een interview in onderhandeling te zijn geweest voor het huren van een satellietgeluidskanaal op één van de ASTRA-satellieten. Even terug naar mijn artikel uit oktober 1993 waarin ik ook het volgende meldde: ‘Ook heeft OOG, de overkoepelende organisatie achter OOG TV en VISION FM, een paar weken geleden een prachtig nieuw onderkomen in gebruik genomen in de voormalige drukkerij van de uitgeverij Wolters Noordhoff aan de Groninger Akkerstraat. In de vroege ochtenduren draaide bij de start van Vision FM inderdaad al een visueel gehandicapte de muziek 'drie om drie'. Teekamp was op de doordeweekse dagen zelf te beluisteren tussen 11 en 13 uur terwijl tot de andere presentatoren onder meer Luc Sijbring, Eddie, Pauta Mens en Ingrid Knijnenburg behoorden. In de ontbijtshow (tussen 7 en 9) en tussen 16 en 18 uur werden er korte actualiteiten gebracht terwijl op elk heel uur het ANP en elk half uur het lokale nieuws kon worden beluisterd. Tevens was er ieder uur om kwart over en kwart voor het uur ruimte voor informatie. Niet erg origineel was het programma met de naam Jukebox, dat elke doordeweekse dag tussen 18 en 19 uur werd uitgezonden. Tenslotte dient vermeld te worden dat de lokale omroep ook nog de uren in de nacht geautomatiseerd liet lopen, met als voorbeeld de satellietstations Sky Radio en Radio 10. Duidelijk hoorbaar was dat men nog met een CD-wisselaar werkte, waarbij de nodige witjes ontstonden in de uitzending. Nadat op vrijdag 1 oktober 1993 de lokale radio, OOG Radio, in Groningen uit de ether verdween om ‘voorgoed’ haar plaats te laten innemen door VISION FM, bleef het enkele dagen een kwestie van non stop muziek beluisteren Op woensdag 6 oktober werd dit gevolgd door testuitzendingen van het nieuwe station met directeur Teekamp. De medewerkers van het station werden echter enkele dagen voor de officiële uitzendingen verrast met een memo van Teekamp ·waarin hij meldde dat hij zich terugtrok uit het lokale project in Groningen om zich meer bezig te kunnen houden met het oprichten van een landelijk gelijknamig project. In interviews in de noordelijke pers bleek trouwens bij herhaling dat Teekamp slecht was geïnformeerd want medio oktober 1993 ging hij er nog steeds vanuit dat 15 verschillende organisaties een vergunning zouden krijgen van een grotere dan lokale bedekking, terwijl het slechts een zeer gering aantal in januari 1994 zou gelukken de papieren van de minister in ontvangst te nemen. Hierover meldde ik in november 1993: ‘Dat Teekamp beslist, ten eigen glorie, blufte mag blijken uit de opmerkingen in de kranten dat hij tevens opteerde op één van de geluidstransponders van de ASTRA. Wel het verkrijgen van een licentie voor landelijk commercieel bereik houdt onder meer in dat een tonnen kostende zender gehuurd dient te worden van de NOZEMA. Ten tweede kost het huren van een satellietgeluidskanaal enorm veel geld . Daarbij gevoegd het gegeven dat Teekamp in de artikelen stelde dat de financiering van de stichting achter VISION FM nog niet rond was maakt dit een zeer smakelijk papje waarin de bitterheid vooral voor Teekamp hard moet zijn geweest . Want waar haal je in vredesnaam dergelijke brokken fantasie tot een dermate loshangend verhaal bijeen?’ In de lokale kranten verscheen het bericht dat hij zich dus ook niet meer bezig mocht houden met het presenteren van zijn eigen programma en ook niet met het opstarten van het landelijke project. ‘Dat men bij VISION FM in Groningen misschien wakker is geworden van de ongepaste blufpoker van Teekamp is niet duidelijk maar het zou onder meer gaan om een 'niet passende karakters binnen de organisatie.’ Susanne Lemstra, één van de initiatief nemers van VISION FM, heeft daarna de functie van Teekamp overgenomen hetgeen volgens haar probleemloos was verlopen gezien de directeursfunctie niet veel inhield. Bovendien, zo stelde zij destijds, was het de bedoeling dat Teekamp slechts tijdelijk bij het station zou werken waarna hij zich zou gaan storten op het eventueel landelijk te starten station voor visueel gehandicapten. Reeds in de ochtenduren na het ontslag van Teekamp wisten medewerkers van VISION al te melden dat hij enkele dagen later een gesprek zou hebben met Ton Lathouwers van Sky Radio voor eventuele werkzaam heden binnen de Sky- organisatie. Op 15 oktober 1993 memoreerde ik: ‘Terugkijkend op de eerste weken van VISION FM moet gesteld worden dat een deel van de programmamakers, die eerder stelde te vertrekken, toch bij de nieuwe opzet van de lokale radio in Groningen betrokken is gebleven. Anderen zijn dan wel heengegaan maar houden van de zijlijn de boel goed in de gaten. Over Teekamp wordt alleen nog lacherig gedaan en men probeert de ingeslagen weg met succes te gaan bewandelen. Alleen zou er wat harder gewerkt moeten worden aan de inrichting van het nieuwe studiocomplex aan de Akkerstraat in Groningen. ‘Een studiotafel, die alleen al f 12.000 - - heeft gekost zonder daarbij de kosten van apparatuur te tellen, heeft trouwens slechts twee gaten voor de drie benodigde Revoxen!’, was het eerste dat ik hoorde toen ik een bezoekje bracht. En wat te denken van de beloofde 8000 Cd’s waarmee men zou starten om een zo'n breed mogelijk muziekaanbod te hebben. De eerste twee weken heb ik praktisch alleen maar lawaai op de lokale frequentie gehoord en wat bleek ..... . er was slechts een heel kleine voorraad, van zo'n 50 cd’s.’ https://www.facebook.com/ometheo/videos/1965085306941475/ Zo maar een terugblik uit een korte, heftige periode, van de lokale omroep in Groningen, al meer dan 25 jaar geleden. Hans Knot, 16 februari 2019. Illustratie materiaal Theo van Halsema OOG Archief
  2. Het leek allemaal zo mooi, lokale radio in Groningen, toen Radio Stad op 12 november 1984 officieel van start ging, hetzij eerst alleen via een signaal dat via een televisiekanaal op het lokale kabelnet was te ontvangen. Het was gesegmenteerde radio, waarbij diverse groeperingen een kans kregen. Het ochtendprogramma tot 9 uur was toebedeeld aan een groep die zich voornamelijk als Radio Groningen illegaal in de picture had gezet. Laat maar zien wat je kunt. Dat zou geen probleem zijn geweest als de faciliteiten optimaal waren geweest maar het plegen van een telefoontje in de uitzending kon je de eerste periode vergeten en dus werden nieuwsitems thuis de dag ervoor al opgenomen en gemonteerd. Nieuws was dus geen nieuws meer bij uitzending. Ikzelf mocht het lokale radiostation officieel openen en om zeven uur in de ochtend ging ik van start met het programma en 12 minuten later bleek dat de conciërge van oude schoolgebouw aan de Donderslaan in Groningen vergeten had het signaal van de studio door te schakelen op het kabelnet van de stad Groningen. Gelukkig had ik een bandopname gemaakt zodat de officiële opening wel bewaard bleef. Het bleek het begin van een zeer moeilijke periode waarbij wel gezegd dient te worden dat allerlei groeperingen zich volop inzetten tot het mogelijk slagen van Stadse radio. Er waren verzoekplaten programma’s maar ook praatprogramma’s onder meer voor de studenten in Groningen. Velen draaiden de knop van de radio maar weer op een ander kanaal op de kabel wanneer volgens hen de linkse rakkers weer een programma hadden. In de periode dat ik voor de Stad Radio actief ben geweest zijn er alleen vergaderingen van het ochtendteam geweest ten huize van mijzelf om de muziek voor de komende week te bepalen en andere zaken door te spreken. Nooit is er een algemene vergadering geweest van de diverse secties binnen de lokale omroep in Groningen. De winter van 1984-1985 bracht wel bijzondere momenten. Op een vroege ochtend bleek de Koning Winter plotsklaps zo te hebben toegeslagen dat het niet mogelijk was binnen een half uur, dat ik normaal nodig had, van de wijk Selwerd naar de Donderslaan in het zuiden van de stad Groningen te gaan. Dus besloot ik een uur eerder op pad te gaan na eerst een stevig ontbijt te hebben verorberd met in gedachte dat er aan de Donderslaan alleen slappe koffie of thee eventueel aanwezig was. Aangekomen in de Donderslaan, waar inmiddels de technische faciliteiten enigszins waren verbeterd, nam ik eerst contact met de meteo van het vliegveld Eelde om de verwachtingen voor de toen komende dag op te nemen om later in het programma aan de luisteraars te laten horen. Een tweede telefoongesprek liep minder voorspoedig dan verwacht. Ik belde, voor de uitzending, met de wachtpost van de Rijkspolitie met de vraag wat er zoal was te verwachten voor de weggebruikers in de omgeving van Groningen. Een juffrouw op de desbetreffende centrale vroeg aan de dienstdoende commandant mij te woord te staan en noemde de naam van ‘Radio Stad’. Hij stelde duidelijk hoorbaar niet te willen praten met een medewerker van een piratenstation. Ik deelde mede dat het ging om een van de eerste legale lokale radioprojecten, toegewezen vanuit het ministerie van WVC, maar de man bleef volharden. Ik liet de Uher recorder meelopen en zo is deze opmerking niet alleen destijds in de uitzending van Radio Stad geweest maar verscheen het nodige aan commentaar in de lokale krant en is het commentaar bewaard gebleven als historisch moment. Het werd tijd voor mij andere dingen op radiogebied te gaan doen. OOG Radio vertrok naar de binnenstad van Groningen ik hoorde nog wel de nodige strubbelingen via radiovrienden die er nog wel werkzaam waren, zoals Theo van Halsema en Jan Fré Vos. Ook in de media verschenen met bepaalde regelmaat door de jaren heen de nodige berichten over de slechte situatie binnen de lokale omroep, mede door financiële tekorten en het terugtrekken van de subsidie door de gemeente Haren, die mee profiteerde door speciale programma’s gericht op de eigen gemeente. Zowel bij de verhuizing vanuit het centrum (Oude Boteringestraat) als ook het 25-jarig bestaan werd ik nogmaals uitgenodigd om over het prille begin van de lokale radio herinneringen op te halen. Wordt vervolgd. Hans Knot, 9 februari 2019
  3. hans knot

    Column Hans Knot: Herinneringen Mi Amigo 1976 deel 3

    Eerder beschreef ik in een column de illegale doorstart van Radio Mi Amigo. Ook in dit essay gaat ik weer precies drieenveertig jaar terug in de historie van deze zeezender. Hier vertel ik wat er om en rond Radio Mi Amigo plaatsvond in de dagen tussen 1 december 1975 en 31 januari 1976: van de plannen van eigenaar Sylvain Tack in het Spaanse Playa de Aro tot en met de lotgevallen van de deejays aan boord van de MV Mi Amigo. Vandaag deel 3 Op diezelfde dag van 18 januari 1976 verliet Bert Bennett het station om terug te keren naar Nederland. Hij zei, desgevraagd, dat de reden van zijn vertrek lag in het feit, dat zijn vrouw Geja niet in Spanje kon aarden. Met de presentatie die middag van de Amerikaanse Hot 100 kwam een einde aan zijn dienstverband met Radio Mi Amigo. Even voor half vijf in de middag nam hij afscheid van de luisteraars. Met Bennett's vertrek van het station kwam er tevens een einde aan een programma dat via drie verschillende zeezenders te beluisteren was. "Welkom in de wereld der wakkeren" was achtereenvolgens te horen op de Nederlandse service van Radio Caroline, daarna via Radio Atlantis en tenslotte op Radio Mi Amigo. De opengevallen programma-uren werden vervolgens door de andere medewerkers in Spanje overgenomen. Vanaf 19 januari was er voor het eerst op het hele uur een nieuwsvoorziening te beluisteren op Radio Mi Amigo, die beurtelings werd gepresenteerd door Jan van der Meer en Tim Ridder. Deze laatste had zich een nieuwe naam aangemeten om niet met de autoriteiten in de problemen te komen. Maar de geharde luisteraar ontdekte al vrij snel dat het om Bart van Leeuwen ging, die eerder bij Radio Veronica had gewerkt. Dezelfde dag begonnen Joris Spring in 't Veldt, een nieuwe technicus in Playa de Aro, en Maurice Bokkebroek aan de inrichting van een studio in de Mi-Amigo-winkel in Playa de Aro, zodat de programma's vanaf het daarop volgende voorjaar met publiek zouden kunnen worden opgenomen. Laatstgenoemde technicus kreeg in dezelfde maand een eigen fanclub terwijl ook de ‘Bokkebroek Hit Tip Speciaal’ werd ingevoerd in de programmering. Medewerkers achter de schermen, die nog in België verbleven, bleken nog lang niet veilig te zijn voor de opsporingsambtenaren van de B.O.B. Op 20 januari werd Patrick Valain, die zich nog steeds bezig hield met de organisatie van de Mi-Amigo-Drive-In-Show, opgepakt voor verhoor. Enkele dagen later liet de bevoorrading het afweten, waardoor Tim Ridder vanaf 26 januari enkele programma's live ging presenteren vanwege het ontbreken van programmatapes. Op de zondagmiddagen kwam vanaf dat moment iedere keer tussen vijf uur en kwart over vijf sportnieuws vanaf boord, gevolgd door drie kwartier Joop Verhoof met LP-muziek. Opmerkelijk was dat tegen het einde van de maand januari andermaal een single uitkwam, ingezongen door de deejays van Radio Mi Amigo. Ze wensten een graantje mee te pikken van de jaarlijkse vloed aan carnavalsmuziek, die massaal door Belgen en Nederlanders werd gekocht. In ieder geval was dit niet met deze plaat het geval, daar het nummer "Amalia" geen hitnotering haalde. Het nummer werd trouwens geschreven door Stan Haag. Naar aanleiding van het uitkomen van de single vertelde Joop Verhoof in een van zijn programma's dat een ieder, die een eigen piratenstation aan land had, kon reageren waarna men een kopie van de single zou krijgen opgestuurd. De plaat zou in de week die viel in de periode eind januari begin februari 1976 trouwens worden uitgeroepen tot ‘Mi Amigo’s Lieveling’. Enkele jaren nadat hij Radio Mi Amigo had verlaten, stond er in het Freewave Media Magazine een interview met Bart van Leeuwen te lezen. Ton van Draanen sprak destijds met hem over zijn jeugd, zijn loopbaan en natuurlijk Radio Mi Amigo. De op 2 juli 1954 geboren Ton Egas, zoals Van Leeuwen officieel heet, kreeg op zijn zevende verjaardag een kleine draaitafel, waardoor de liefde voor het platendraaien ontstond: "Als ik dan die platen op mijn kamertje aan het draaien was, vond ik het stil en besloot ik tussen de te draaien platen maar wat tegen mezelf te zeggen. Echte interesse kreeg ik toen ik twaalf jaar was en Radio Veronica begon te ontdekken, die toen op de 192 meter haar programma's uitstraalde. Op een bepaald moment gingen we verhuizen naar Utrecht en ben ik eens een kijkje gaan nemen bij de ziekenomroep RANO. Dit was in de begin jaren zeventig. Ik kreeg dan ook de kans er te komen werken, maar na twee weken werd ik er al weer uitgegooid. De reden was dat ik te slecht en bovendien zeer eigenwijs was. In september 1972 veranderde Radio Veronica van frequentie en werd er een nieuw programma geïntroduceerd waarin gast-deejays mochten optreden. Mijn programma is blijkbaar goed overgekomen want men schreef mij nadien een brief, die nooit is aangekomen. Een paar maanden later ging ik uit mezelf nog eens op bezoek in Hilversum en toen kreeg ik te horen waarom ik niet op de brief had gereageerd. Uiteraard was ik heel verbaasd, want ik wist niets van die brief af. Nadat het misverstand was uitgepraat, ben ik aangenomen als presentator van het programma 'Nachtklup'." Het vertrek van Tom Mulder van Radio Veronica naar de TROS in 1973 bleek de start van een mooie loopbaan voor Van Leeuwen, die tot en met de close-down van het station op 31 augustus 1974, programma's bleef presenteren. In de daarop volgende zes maanden kwam hij in de WW terecht en deed alleen nog incidentele drive-in-shows voor Veronica. Maar het zeezenderbloed begon toch weer te kriebelen. Bart van Leeuwen: “Lex Harding, Ad Bouman, Karel van der Woerd en ik waren het zat om niets meer te doen en zijn in maart 1975 naar Spanje gegaan om eens met Sylvain Tack te gaan praten. Al vrij snel bleek dat de mensen van Radio Mi Amigo zich gepasseerd zouden voelen als hun naam zou verdwijnen ten voordele van die van Radio Veronica. Er ontstonden allerlei vreemde situaties en toen bovendien de pers zich erop stortte en een televisieploeg van TROS Aktua ons op de hielen zat, zijn we maar weer naar Nederland vertrokken. Daarna heb ik een hele tijd niets meer gehoord totdat men zich bij Radio Mi Amigo mij opeens weer herinnerde en ze me vroegen of ik zin had om aan boord van de MV Mi Amigo te gaan om daar nieuwsuitzendingen voor te bereiden en te lezen." Bart van Leeuwen ondervond de nodige tegenstand van de Caroline-deejays. "Ik kwam dus aan boord met de mededeling dat ik de nieuwsprogramma's zou gaan verzorgen voor Radio Mi Amigo en ik merkte vrijwel meteen dat die Caroline-jongens dat niet zo zagen zitten. Ik heb dan ook veel ruzie met ze gehad. Soms ook wel terecht en soms was ik zelf wel te lastig. Ik had van Sylvain opdracht gekregen er iets goeds van te maken, ongeacht hoe het ook ertoe zou moeten leiden. Ik was dus heel eerlijk en zei tegen die Caroline-jongens dat ik het 'verdomme' in orde wilde hebben. Die Engelsen zagen de MV Mi Amigo als hun schip en dat was natuurlijk ook wel zo, immers Tack had het alleen maar gehuurd. Radio Caroline bestond, volgens mij, echter alleen bij de gratie van Radio Mi Amigo. Zonder Radio Mi Amigo zou Radio Caroline in die tijd nooit hebben kunnen uitzenden. Tack betaalde de hele handel. Maar in ieder geval wilden ze niet zo snel meewerken aan het tot stand komen van de technische zaken om de uitzendingen te kunnen opstarten. Op de ochtend dat de eerste nieuwsuitzending zou moeten plaatsvinden werd er pas een spot-master neergezet en een microfoonaansluiting gemaakt. Het klonk erg hol in het begin en dat kwam omdat ik eerst het nieuws voorlas in een ruimte waar geen isolatie was aangebracht. Later werd het stukje bij stukje technisch beter en ook redactioneel kwam het nieuws op het niveau dat we wilden hebben. Ook met de komst van Jan van der Meer, en later Marc Jacobs, ging de nieuwsvoorziening vooruit." Voor de opening en de sluiting van het nieuws hadden de heren overigens weer eens ouderwets ‘piraatje’ gespeeld. In de beginjaren zeventig had de jingle-maatschappij "WB Tanner" uit Memphis een nieuw jinglepakket op de markt gebracht onder de noemer "Feel the spirit." Als er binnen de jingle-industrie een nieuw pakket uitkomt wordt dit altijd begeleid door een demo die naar tientallen geïnteresseerde stations uitgaat. Dergelijke demo's zijn ook zeer intrek bij hobbyisten die jingles verzamelen. Door één van die verzamelaars kwam de demo van "Feel the spirit" — later overigens nog eens uitgebracht onder de noemer "The spirit of ..." — aan boord van de MV Mi Amigo. Tijdens de voorbereidingen van de nieuwsuitzendingen werd de demo professioneel aangepakt, waardoor de nieuwsopener en de nieuwssluiter voor Radio Mi Amigo het levenslicht aanschouwden. Het pakket werd destijds in Amerika onder meer gebruikt door WMEX in Boston, WNBC in New York en WKSD in St. Louis. Hans Knot, 2 februari 2019
  4. hans knot

    Column Hans Knot: Herinneringen Mi Amigo 1976 deel 2

    Eerder beschreef ik in een column de illegale doorstart van Radio Mi Amigo. Ook in dit essay gaat ik weer precies drieenveertig jaar terug in de historie van deze zeezender. Hier vertel ik wat er om en rond Radio Mi Amigo plaatsvond in de dagen tussen 1 december 1975 en 31 januari 1976: van de plannen van eigenaar Sylvain Tack in het Spaanse Playa de Aro tot en met de lotgevallen van de deejays aan boord van de MV Mi Amigo. Vandaag deel 2 Ook Stan Haag kwam in het verhaal nog aan het woord: "Ik denk bij mezelf, iedere dag is meegenomen. Zo is het mijn hele leven al geweest. Het is toch een heerlijk avontuur. En trouwens, wat moest ik? Toen Radio Veronica uit de ether verdween, viel er voor mij ook een financiële basis weg. Dus die stap naar Radio Mi Amigo is niet zo verschrikkelijk groot geweest." En zijn vrouw Nicki: "Als het hier ooit ophoudt, dan heb ik geleerd te incasseren en verdraagzaam te zijn, want je kunt je hier met zo'n intiem clubje gewoon geen ruzie permitteren." Peter van Dam: "Heimwee komt nu het in de wintermaanden stiller wordt, maar het zou, geloof ik, erger zijn in een ander beroep. We hebben via de post nog veel contact met de luisteraars." Bert Bennett: "Als ik tijd had zou ik gewoon een keer terug gaan om te zien wat er gebeurt. Laat ze maar iets tegen mij bewijzen. Ach, en van de politiek hier in Spanje heb ik nooit iets gemerkt en bovendien zit ik hier nog te kort om er een oordeel over te kunnen vellen." Toch had Tack al enige ervaring met de politieke situatie in Spanje. Enkele weken eerder was hij namelijk benaderd door de ETA, de Baskische bevrijdingsbeweging met het verzoek zijn bedrijf te verplaatsen naar Bilbao. Tack hierover: "Er is over mijn lippen nooit één woord politiek gekomen. Ik kende in België de burgemeester van mijn eigen dorp niet eens, het enige dat we hier doen is het toerisme enigszins promoten." Na het interview ging de gehele ploeg samen met Langerak naar een restaurant en daar probeerde Tack een grap uit op een ober: "Weet U het verschil tussen Franco en Radio Mi Amigo? Franco is dood, Radio Mi Amigo springlevend!" Ook de rechter in Southend On Sea bleef zich bezig houden met overtredingen van de Marine Offences Act (MOA). Op 11 december deed zij, Mrs. Joan Bridge, uitspraak tegen een aantal personen dat door de Essex Police eerder was opgebracht, waaronder de Nederlander Werner de Zwart. Naast hem waren het Simon Barrett en Michael Lloyd — beiden Caroline-deejays — en zendertechnicus Peter Murpha — Chicago — die verschenen. Allen, uitgezonderd Murpha, gaven een overtreding van de wet toe en Peter's zaak werd verdaagd tot 23 februari 1976. Simon kreeg een boete van 200 Pond en tevens diende hij 50 Pond gerechtskosten te betalen. Een zelfde bedrag kreeg Werner toegewezen. Hij was als kok en kapitein werkzaam op de MV Mi Amigo en zou later uitgebreid de pers halen in Nederland. Michael kreeg een lagere straf, 50 Pond boete en 25 Pond gerechtskosten. In de zaal waren andermaal vele fans aanwezig en na afloop stond Simon de pers ter woord, waarbij hij verklaarde dat de rechter de politie van Essex had aangeraden bij een volgende overtreding van de MOA het zendschip te enteren en binnen te slepen in een Britse haven. Zowel Michael Lloyd als Simon Barrett besloten om niet meer naar het zendschip terug te gaan, hoewel de laatste in 1983 — toen de MV Ross Revenge als nieuw zendschip voor Radio Caroline werd ingezet — gedurende enkele maanden andermaal als deejay actief was. Inmiddels ging een vrouw uit Gent wel heel ver met haar adoratie voor Maurice Bokkebroek door regelmatig te schrijven en te telefoneren naar Spanje met het verzoek of hij zijn haar wilde laten knippen. Voor een lok had zij vijfduizend Belgische Francs over. Op 21 december 1975 kon andermaal weer The American Hot 100 beluisterd worden op Radio Mi Amigo, echter zonder de sponsoring door de Coca Cola Company. In de presentatie van Bert Bennett werd het iedere zondagmiddag geprogrammeerd tussen twee uur en half vijf. Vanaf die dag viel tevens Ds. Toornvliet met zijn programma op de zondagochtend te beluisteren, van negen uur tot half tien. Enkele dagen voor Kerstmis 1975 kwam er een officieel document binnen op het adres van Radio Mi Amigo in Spanje. Het was afkomstig van de Spaanse Minister voor Informatie, die de directie meedeelde dat er niet langer programma's mochten worden verzorgd op Radio Gerona. De medewerkers van Radio Mi Amigo waren eerder dat jaar begonnen met het vullen van twee uur aan zendtijd per dag. Op die manier dacht men meer de adverteerders te kunnen trekken door contracten aan te gaan waarbij men zogenaamd adverteerde op Radio Gerona. De reclamespots werden dan tegelijkertijd "gratis" op Radio Mi Amigo gedraaid, terwijl op de rekening alleen de naam van Radio Gerona voorkwam. In het document van de Spaanse minister werd als reden aangevoerd dat de directeur van Radio Gerona had nagelaten de Nederlandse teksten aan het Ministerie voor Informatie voor te leggen. Niet-Spaanstalige teksten dienden in die tijd altijd vooraf te worden voorgelegd in verband met eventuele censuurpleging van de zijde van de overheid. Tack meldde echter dat hij ervan overtuigd was dat een klacht van de Nederlandse Minister van Doorn van CRM in de richting van de Spaanse regering zou hebben bijgedragen aan het besluit van de Spaanse Minister voor Informatie. Afbeelding: Mi Amigo Waffels Spanje (foto Theo Dencker) Kerstmis werd er gevierd met onder meer veel aandacht aan de voormalige zeezenders en hun medewerkers. Volop kerstgroeten werden er gedaan aan vele personen uit de radiowereld. Bovenal dient er melding te worden gemaakt van het prachtige, eigen geschreven, Kerstverhaal dat Stan Haag op Eerste Kerstdag in zijn programma voorlas. Verder waren er in de Kerstprogramma's speciaal voor Radio Mi Amigo ingezongen kerstjingles te beluisteren, jingles gemaakt door de Belgische formatie The Garnets. Ook liet ik Peter van Dam aan het woord over zijn herinneringen uit de tijd van Radio Mi Amigo. Allereerst over de band met de collega's: "Sylvain deed alle mogelijke moeite om eendracht te houden, maar toch op de een of andere manier was er een 'België tégen Nederland' houding, of misschien andersom. In de zomers maakte dat niet veel uit, je had dan genoeg aanloop, maar in de winters kon dit zeer irritant zijn. Je zag dan alleen elkaar en dat kon dan vaak tot de nodige fricties leiden. Ik zocht dan afleiding en ik ging dan maar met mijn auto de nodige kilometers maken. Daar heb ik echt geleerd wat rijden is.” "Verder heb ik me grenzeloos geërgerd aan de hebzucht van de Nederlanders. Wanneer Stan Haag door toeristen andermaal een drankje kreeg aangeboden, en hij had er al een stuk of vijf gehad, dan was hij zo brutaal om de mensen om geld te vragen, zodat hij de volgende dag nog gratis drinken kon. Op een bepaald moment promoveerde Tack me tot programmaleider en Joop Verhoof, die dat al een tijdje was geweest, was ontzettend boos. Hij probeerde me dan ook te overheersen door te stellen dat hij direct een baan in Hilversum kon krijgen. Hij zei dan gewoon dat hij al aanbiedingen van zes omroepen had gehad en de zevende er al aan zat te komen. En je weet dat hij er nooit aan de bak is gekomen en ik gelukkig wel." "En dan waren er de bezoeken, begin 1975 van de Veronica-medewerkers. Ik kan je wel vertellen dat Rob Out, waarvan altijd ontkend werd dat hij er ooit is geweest, wel in Playa de Aro was. Ik heb hem op handen en voeten de kroeg uit zien komen. Ze kwamen voor besprekingen tot eventuele overname van de organisatie. Erg aardige mensen waren het, Karel van der Woerd, Ad Bouman, Lex Harding en Tom Collins, maar ze kwamen hoofdzakelijk voor Stan Haag en zijn vrouw en wel omdat ze elkaar al jaren kenden. En dan de toeristen, werd je soms ook niet goed van. Ze hadden totaal geen besef ervan waar je mee bezig was. Zo nam ik in de ochtenduren soms het programma voor een middaguitzending op en noemde dan de tijd, waarna direct je op je schouders werd getikt met de mededeling dat je een verkeerde tijdmelding had gemaakt. Toen we nog op de berg de programma's in één van de villa's van Tack opnamen was er op het dak een simpele televisieantenne en ik herinner me dat op een dag iemand geloofde dat via de antenne de uitzendingen richting het schip werden uitgestraald. Simpeler kun je het niet voorstellen." Het jaar 1976 begon allereerst met het vieren van de tweede verjaardag van Radio Mi Amigo, waarbij zowel in het programma van Michelle als Joop Verhoof via verhalen en fragmenten werd stil gestaan bij de stranding van de Mi Amigo, twee maanden eerder. In de nacht van 2 op 3 januari heerste er in West-Europa een storm die orkaanachtige trekjes had. De kranten vermeldden dat een dergelijke storm zich in tientallen jaren niet had voorgedaan in ons deel van de wereld. Gevolg was dan ook dat praktisch iedere zeezenderfan aan de radio gekluisterd zat, met in gedachten de eventuele gevolgen die zouden kunnen ontstaan voor de MV Mi Amigo en haar bemanning. Met een snelheid van meer dan 170 kilometer per uur, zo meldde het KNMI, lag het hoogtepunt van de storm rond half één in de nacht. Metershoge golven sloegen over het zendschip heen, hetgeen regelmatig kortsluiting tussen zender en zendmast tot gevolg had. Gedurende enkele seconden viel het signaal telkens uit, maar tot goed half twee die nacht waren de deejays van Radio Caroline in staat de programma's live te presenteren. Daarna lukte dat niet meer. Maar gelukkig voor hen aan boord bleef het bij de storingen en kwam men de volgende dag, nadat men gedurende enkele uren non-stop muziek had gedraaid, weer terug met de normale programmering. Volgende week deel 3. Hans Knot, 26 januari 2019
  5. hans knot

    Column Hans Knot: Herinneringen Mi Amigo 1976 deel 1

    Eerder beschreef ik in een column de illegale doorstart van Radio Mi Amigo. Ook in dit essay gaat ik weer precies drieenveertig jaar terug in de historie van deze zeezender. Hier vertel ik wat er om en rond Radio Mi Amigo plaatsvond in de dagen tussen 1 december 1975 en 31 januari 1976: van de plannen van eigenaar Sylvain Tack in het Spaanse Playa de Aro tot en met de lotgevallen van de deejays aan boord van de MV Mi Amigo. Vandaag deel 1 Het jaar 1975 liep ten einde. Na alle problemen in de maand november dacht ik op 1 december toch weer eens zonder problemen en met veel plezier naar de programma's van zowel Radio Mi Amigo als die van Radio Caroline te kunnen luisteren. In mijn dagboek werd namelijk op die dag melding gemaakt van het gegeven dat de zender aan boord, sinds lange tijd, weer eens met het maximale vermogen van 50 kW in de ether was. Zowel overdag als in de avond zat ik met plezier te luisteren naar de programma's. Met grote letters zette ik erbij: "Voor hoe lang?" Ik had het misschien beter niet kunnen doen, want rond half twaalf die avond verdween de zender plotseling uit de ether. Kijkend op de pagina van het dagboek bij de datum van 2 december, lees ik terug dat de zender in de ochtenduren weer in de ether was — maar wel op een lager vermogen, naar schatting zo'n 10 kW. De reden van het lagere vermogen werd in de middaguren duidelijk. De nodige informatie kwam van Caroline-deejay James Ross die om vier uur het Mi-Amigo-programma onderbrak met een mededeling voor het kantoor: "Hier een bericht voor onze mensen op het kantoor. Gisteravond is de top van onze zendmast afgebroken. Kunnen jullie, indien mogelijk, de heer T. Pinockio naar het schip toesturen?" Twee uur later werd het bericht, zowel in het Nederlands als in het Engels herhaald. Daarna leek alles normaal, tot in de middag van 3 december. In plaats van programma's van Radio Mi Amigo waren er een tweetal uren lang programma's te horen van Manx Radio, een officieel commercieel station op het eiland Man, die op de één of andere manier door iemand aan boord waren gebracht. Bij gebrek aan programmatapes van Radio Mi Amigo — er was weer eens niet op tijd bevoorraad — werden deze tapes afgedraaid. Harry van Doorn, de man die in 1974 uiteindelijk verantwoordelijk was geweest voor de invoering van de anti-zeezenderwet, waardoor onder meer Radio Atlantis, Radio Veronica en RNI besloten hadden met hun uitzendingen vanaf zee te stoppen, bleef ook daarna actief als minister voor CRM (Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk). Foto: Frank van der Mast (Freewave Archief) Op 7 december 1975 maakte hij bekend dat hij van plan was om spoedig een eind te maken aan de illegale activiteiten vanaf de Noordzee, daarbij uiteraard doelend op Radio Caroline en Radio Mi Amigo. Hij had daarbij natuurlijk vooral het laatste station op het oog, daar de zender haar programma's deels in het Nederlands en deels in het Vlaams verzorgde, er Nederlanders actief waren en er door Nederlandse bedrijven werd geadverteerd. Hij maakte aan de pers bekend, dat hij contact had opgenomen met zijn Spaanse collega met het verzoek bij de regering in Madrid er op aan te dringen de legalisatie van Radio Mi Amigo ongedaan te maken. Sylvain Tack, slim als altijd, wenste direct te reageren op de uitlatingen van minister Van Doorn. De zeezenderspecialist van destijds bij het Algemeen Dagblad, Henk Langerak, kreeg de gelegenheid het winterse Nederland te verlaten voor een kort verblijf in het milde Spanje. Hij ontlokte Tack enkele krachtige uitspraken: "Het is een gruwelijk avontuur waar we mee bezig zijn. Ik vraag me af waarom ik dit nog doe. Maar je komt in een situatie terecht waarbij je niet meer kunt stoppen. Het wordt dan een prestigestrijd. Moest ik herbeginnen, ik zou het niet meer doen." Tack, die aan Langerak een auto en slaapkamer beschikbaar stelde, wilde destijds best nog opening van zaken geven — tenminste zover dat nog in zijn vermogen lag. Uiteindelijk ging de deur, van wat hij zijn innerlijk keuken noemde, slechts op een kier open. Zijn jongens verdienden, zo zei Tack, allemaal even veel. De meeste reclamespots op Radio Mi Amigo werden, volgens zijn zeggen, helemaal niet betaald, waarbij sommige spots voor vrienden en zakenrelaties gewoon werden verzonnen. Weer andere adverteerders zouden volgens hem profiteren van het gegeven dat Radio Mi Amigo deels illegaal haar activiteiten verzorgde, en zouden de rekeningen gewoon niet betalen. Ook wenste hij nog even te zeggen door het draaien van veel regionale reclame te willen bewijzen dat er wel degelijk belangstelling was voor zijn station. Met enkele grote internationale adverteerders zou hij op basis van vertrouwen werken, waarbij er geen daadwerkelijke contracten waren. De transacties waren gebaseerd op wederzijds respect. Met andere woorden: Radio Mi Amigo zorgde voor commercials, de grote jongens zouden het geld daarvoor op tafel leggen. Volgens Tack werden de afgesproken "tien gulden per seconde" zondermeer betaald. Zoals zo vaak met de zeezenders werkte Radio Mi Amigo ook nauw samen met de platenmaatschappijen. Dit gebeurde door in ieder geval alle nieuwe singles per post op te sturen naar Playa de Aro, zodat het voor de programmaleiding en de deejays mogelijk werd zelf een keuze te maken welke van de nieuwe schijven in de programma's te horen zouden zijn. Maar, de platenmaatschappijen hadden tevens de mogelijkheid om een plaat intens te laten pluggen en wel tegen betaling. Voor een bedrag van f 1.200,00 was het mogelijk een plaat, gedurende een week, tenminste vijf keer per dag te laten draaien. Op het kantoor van Joop Verhoof hing dan ook altijd een lijst met ongeveer vijftien titels van platen die op dat moment in de rotatie waren opgenomen. Tack maakte intussen ook bekend in de toekomst naar België te zullen terugkeren als een volgende rechtszaak tegen hem diende: ”Er ligt een lijst met zeven punten klaar waarop men denkt mij te kunnen veroordelen, waaronder het in het bezit hebben van zendapparatuur, het meewerken aan een illegale zender, verduistering van fondsen naar het buitenland en het schuldig zijn aan een vluchtmisdrijf. Ik wil me zelf kunnen verdedigen." Ook zag Tack nieuwe bronnen van inkomsten. Zo vertelde hij aan Langerak dat hij een bedrijf zou oprichten voor het op de markt brengen van achtergrondmuziek op cassettebanden, met als voorbeeld de firma Reditune. Deze onderneming was een dochterbedrijf van het Strengholt-concern dat in 1974 met hetzelfde doel was opgericht en tevens de mogelijkheid gaf aan een aantal voormalige medewerkers van Radio Noordzee een plek te blijven behouden binnen de muziekindustrie, nadat het station uit de ether was verdwenen. Ook had hij eind 1975 al alle machines besteld voor een te openen filiaal van de Suzy-Wafel-fabriek in Spanje, die zou gaan opereren onder de naam Mi-Amigo-Wafel-fabriek. Maar zorgen waren er ook, aldus Langerak: "In Nederland, België en Engeland zijn de afgelopen maanden in totaal 23 mensen van de Mi-Amigo-organisatie door de justitie aangehouden. Een ander probleem is dat Tack vindt dat het station nog te veel persoonlijkheid mist en technisch en organisatorisch nog lang niet perfect draait. Daarnaast heeft hij de zorgen van de vele werkvergunningen, die na veel moeite weer met een jaar zijn verlengd. Hij heeft garant moeten staan voor de huisvesting van de deejays en hun vrouwen en heeft persoonlijke problemen omdat het 12-jarige dochtertje van zijn tweede vrouw, Jacqueline, eigenlijk naar haar vader in België moet. Interpol is al bij Tack aan de deur geweest, maar het dochtertje wil bij haar moeder blijven. Voor iedereen komt daar nog wel een last bij. Terwijl de één verzucht wel eens een biertje te willen pakken in zijn stamcafé, wil de ander wel eens voetballen met zijn vrienden. Maar, heimwee wordt met hard werken verdreven." Hans Knot, 19 januari 2019
  6. hans knot

    Column Hans Knot: Nostalgisch gezien

    Beste lezers van deze wekelijkse nostalgische column. In 2014 is Freewave Magazine, welke sinds 1978 wordt uitgegeven, overgestapt van een gedrukt tijdschrift naar een digitale uitgave. Alle medewerkers werken geheel belangeloos mee aan de totstandkoming van minimaal vijf edities per jaar die in dikte twee keer het volume hebben van voorheen het gedrukte tijdschrift. Bovendien is het aanbod aan onderwerpen veel breder geworden. Ook deze nostalgische column verschijnt ieder weekend op de website van Freewave Nostalgie. Het onderhouden van deze site kost echter wel de nodige onderhoud die door derden wordt verzorgd terwijl ook jaarlijks voor de ruimte bij een provider dient te worden betaald. Daarbij komt ook dat voor het gebruik van sommige foto’s een dikke rekening volgt. We willen u vragen een eenmalige donatie te doen zodat de samenstellers van Freewave Nostalgie, die u al het leesplezier brengen, deze kosten niet langer uit eigen gelden dienen te betalen. U kunt een eigen te kiezen bedrag overmaken op de rekening van de uitgever, de Stichting Media Communicatie, onder vermelding donatie Freewave Nostalgie. Alle gegevens staan hier: http://freewave-media-magazine.nl/?page_id=2869 Door uw donatie werkt u mee aan de voortzetting van ons mooie project. Met hartelijke dank mede namens SMC, Hans Knot hoofdredacteur.
  7. hans knot

    Column Hans Knot: December 1965

    Terug in de tijd en herinneringen ophalen aan het jaar 1965. Nederland kende toen sinds enkele maanden een derde radiostation – Hilversum 3 - dat gevuld werd met programma’s verzorgd door de publieke omroeporganisaties, destijds ook wel vaak ‘de zuilen’ genoemd. Nog lang niet 24 uur per etmaal en alleen met uitzendingen via de FM. Het station diende nog goed in de markt te worden gezet. Tegelijkertijd was daar een aantal zeezenders dat veelvuldig door de Nederlanders, vooral de jongeren, werd beluisterd. Te denken valt aan Radio Veronica, Radio Caroline en Radio London. Op 15 december 1965 werden de namen bekend gemaakt van de beste Nederlandse en buitenlandse deejays. Voor Nederland stond op nummer 1 Joost de Draaijer van Radio Veronica met op plaats 2 Herman Stok van de VARA en op plaats 3 Jos Brink, die voor de NCRV programma’s maakte. De beste buitenlandse deejays waren te vinden in Duitsland en op zee met op nummer 1 Chris Howland en met Dave Dennis (Radio London) op 2 gevolgd door Tony Blackburn (Radio Caroline). De hitlijst van de deejays had tot gevolg dat in de kranten van de Gemeenschappelijke Persdienst er zo het een en ander werd geschreven hoe radio in 1965 gemaakt kon worden. Men stelde direct dat er eigenlijk geen vergelijking mocht worden gemaakt tussen de Nederlandse deejays met hun collega’s in het buitenland. Men haalde aan dat er een verschil was tussen samenstellers van radioprogramma’s die hun teksten lieten voorlezen door omroepers terwijl er ook presentatoren waren die hun eigen teksten schreven en via de microfoon brachten. De ouderwetse manier van radio maken. De schrijver van het artikel vond dat de laatste categorie behoorde tot de echte deejays. Hij voegde eraan toe dat in het buitenland, lees op de zendschepen, de deejays zelf in de studio achter de knoppen zaten, terwijl in Hilversum – het metropool van de Nederlandse zuilenradio – de deejays afhankelijk waren van de technici. De schrijver van het GPD-artikel vervolgde met de conclusie: ‘het beroep platendraaier en -bespreker lijkt velen aanlokkelijk, al is het dan alleen maar om de onafzienbare discotheek, die zo denkt men tenminste, deze mensen tot hun beschikking hebben. Beatles te kust en te keur, country and western, Dave Berry's, Trea's, Shirley's en Willekes voor de zoete uurtjes en muziekjes van Eartha Kitt voor het late uur — voor velen lijkt zoiets het toppunt van verrukking.’ Volgens de journalist was het een eis dat iedere goede deejay een enorme platencollectie had naast een fabelachtige repertoirekennis. Maar toch kwam het merendeel van de gedraaide muziek bij de omroepen uit de discotheek van de Nederlandse Radio Unie (NRU), zoals het overkoepelende orgaan destijds heette. Door deze dienst werd heel goed in de gaten gehouden wat er zoal op de toenmalige platenmarkt leverbaar was en werd praktisch alles aangeschaft. Op Hilversum 1 en 2 werd er dagelijks rond de 10 uur aan muziek uitgezonden. Bij Hilversum 3 lag het aantal eind 1965 op rond de 8 uur. Radio Veronica, uitzendend vanaf zee, had al danig de muziekkeuze verlegd richting de jeugd en het onderzoek stelde dat bij Veronica op de 192 gemiddeld 7 uur per dag werd besteed aan de popmuziek. De betreffende journalist had zo ook zijn contacten bij de platenmaatschappijen aangewend om van die zijde enig commentaar te krijgen. Het hoofd van de afdeling artists relations – ja het gebruik van Engelstalige woorden sloop toen ook al de Nederlandse kranten binnen - stelde desgevraagd: “Wij attenderen de deejays regelmatig op het nieuwe materiaal van eigen bodem en op wat er in het buitenland interessant is. De deejays op hun beurt zoeken ook vaak contact met ons. Zij informeren bij ons vaak wanneer een buitenlandse hit nu ook in ons land uitgebracht gaat worden. Ze halen je haast je nieuwe plaatjes onder je vingers vandaan: hebben we vrijdags iets nieuws, dan willen zij het zaterdags al hebben — iets dat wij niet stimuleren: je creëert dan een bepaalde vraag waaraan wij nog niet meteen kunnen voldoen.” Vijf belangrijke punten waren er destijds die de verkoop van een plaat mogelijk konden bevorderen: de stimulerende verkoop via vertegenwoordigers, het plaatsen van advertenties, vrije publiciteit, een optreden op de tv en de zogenaamde radio plugging. Onder dit laatste verstond men het erin stampen van een bepaalde song, zoals vooral bij Radio Veronica gebeurde. Hierbij was het natuurlijk van groot belang dat deejays onder indruk kwamen van een bepaald nieuw product. Overigens ging het hier in Nederland volgens de journalist van de GPD er keurig aan toe. Omkoping van deejays kwam in het buitenland regelmatig voor, maar dat behoorde hier tot de onmogelijkheden. Het was volgens hem in Nederland trouwens ook niet gebruikelijk dat, zoals buiten de grenzen nog wel eens het geval was (bijvoorbeeld bij Don Camillo in Luxemburg), deejays tevens geïnteresseerd waren in het zelf oprichten van muziekuitgeverijen. Dat zou namelijk in de hand kunnen werken, dat er dan voornamelijk nummers uit de eigen uitgeverij gedraaid zouden worden. Alleen Joost de Draaijer had destijds een eigen muziekuitgeverij. Maar het zou nog enkele jaren duren dat dit problemen voor hem zou geven. Wel waren er voor deejays en programmasamenstellers soms merkwaardige moeilijkheden. Zo werd een tekst als ‘aan jou heb ik alles te danken’ verboden te draaien bij de NCRV op de radio daar de directie van mening was dat dit niet het geval kon zijn daar de luisteraar alles te danken had aan God. Uiteraard waren dubieuze woorden taboe. Luister maar eens naar de tekst van ‘Shame and Scandell in the family’ en je begrijpt dat een dergelijke song ook niet paste in de programmering van deze omroeporganisatie. Op een bekrompen manier, en niet alleen bij de NCRV, werd erop gelet dat vooral geen bespottende songs de radio zouden halen. De tijd stond even stil in december 1965.
  8. In Groningen werden eind januari 1979 geheime notulen van een vergadering binnen Radio Noord, de regionale omroep waar het weer eens crisistijd was, openbaar gemaakt en behandeld in een artikel van het Nieuwsblad van het Noorden. Men meldde dat als gevolg van botsende persoonlijkheden en karakters er een definitieve contactstoornis was ontstaan tussen het toenmalige hoofd van Radio Noord, Willem de Jong, en enkele medewerkers. Dit bleek uit de notulen van een programmastaf vergadering, die waren opgesteld door Guy van Zutphen van het NOS bureau Arbeidszaken en Sociale Begeleiding. Hij was door de leiding van de NOS gedetacheerd als bemiddelaar met als doel de problemen bij de regionale omroep in Groningen op te lossen. Het was de tijd dat de regionale omroepen nog onder bewind van de NOS actief waren. Het bleek dat enkele maanden eerder een conflict was ontstaan tussen Willem de Jong en het adjunct hoofd van Radio Noord, Joris Stam, waarbij verdere samenwerking geheel onmogelijk bleek. De voornoemde notulen bleken afkomstig van een op 12 februari 1979 gehouden vergadering. Verder waren enkele vergaderingen gewijd aan onder meer een intern rapport van Radio Noord medewerker Henk Binnendijk, waarbij een van de conclusies was dat het beter was dat De Jong zou vertrekken. De Jong wenste echter niet over dit rapport te praten. In vergadering werd besloten het rapport ter zijde te leggen en andermaal bijeen te komen voor het maken van een inventarisatie van de problemen. Andermaal liet De Jong weten bij deze besprekingen niet aanwezig te zijn omdat een inventarisatie van de problemen ook wel zonder hem zou kunnen worden gemaakt. Wel voegde hij eraan toe dat, wanneer de inventarisatie zou zijn gemaakt hij er op een daarop volgende vergadering weer aanwezig zou zijn. Uit de gememoreerde notulen bleek dat de opstelling van De Jong hem door de rest van de programmastaf kwalijk werd genomen. Zelfs een telefoontje, dat tijdens de betreffende vergadering met hem werd gepleegd, leverde niets op. Op de vraag alsnog aan te sluiten in de vergadering weigerde hij. Vreemd genoeg was er geen verder commentaar destijds te verkrijgen daar er vanuit Hilversum aan alle medewerkers van Radio Noord een spreekverbod was opgelegd. Wel vroeg men om commentaar bij de toenmalige commissaris regionale zaken van de NOS, drs. Dijkstra, die stelde niet op de hoogte te zijn van de recente ontwikkelingen. Wel voegde hij eraan toe op de hoogte te zijn van de zeer onprettige situatie die er in Groningen heerste. Maar de radioactiviteiten gingen inmiddels door in de studio van Radio Noord aan het Martinikerkhof in Groningen, want op woensdag 14 februari 1979 was het merendeel van de wegen in Groningen al heel vroeg in de ochtend onbegaanbaar als gevolg van hevige sneeuwstormen. Het was zo dat Radio Noord – via de steunzender op de 97.5 MHz - in de avonduren voor een korte periode dagelijkse uitzendingen had. Dit gebeurde via een steunzender die normaal werd gebruikt voor de ontvangst van Hilversum 3 op de FM. In noodsituaties, wat zelden voorkwam, was er voor de regionale omroep de mogelijkheid in te breken op de uitzendingen van Hilversum 3 via deze steunzender. En voorbereid op een dergelijk noodprogramma was men zeker want er was een bepaalde flow merkbaar en luisterend bleek dat de uitzending vlekkeloos verliep. Scholen, bedrijven en verenigingen konden meldden of bepaalde activiteiten vanwege de weersomstandigheden niet konden doorgaan. Ook werden mensen, die niet naar hun werk konden, waar mogelijk gevraagd zich in te zetten om op bepaalde plekken sneeuw te ruimen. De universiteit sloot haar deuren waardoor ikzelf aan een oproep voldeed sneeuw te gaan ruimen op het terrein van het Academisch Ziekenhuis aan de Oostersingel, het latere UMCG. Verkeersinformatie was in die dagen nog niet in die mate als tegenwoordig aanwezig op de radio, maar in de noodprogramma’s van Radio Noord veranderde dit al snel. Automobilisten werden op de hoogte gehouden van de afsluitingen in het wegennet. Andere oproepen volgden en de dagen erna was de situatie dermate slecht dat bepaalde dorpen in de provincie Groningen helemaal niet meer via het gebruik van auto’s bereikbaar waren. Militairen werden ingezet en directe benodigdheden zoals brood werden met gebruik van tanks, voorzien van sneeuwschuivers, naar de betreffende dorpen gebracht. En via Radio Noord werd het luisterpubliek op de hoogte gehouden, waarvoor alsnog grote hulde. https://www.rtvnoord.nl/media/24883/Terugblik-op-barre-winter-van-1979 Hans Knot, 15 december 2018
  9. hans knot

    Hans Knot: Veronica en de zomer van 1963

    Het is leuk om af en toe wat herinneringen bij elkaar te sprokkelen voor een nostalgische column. Daarvoor neem ik je deze keer mee terug naar het jaar 1963. In juni werd bekend dat Fred van Amstel, wiens echte naam Dan Campagne was, besloten had Radio Veronica te gaan verlaten. Hij had een prachtige vakantie doorgebracht op Mallorca en daar zo genoten dat hij besloot er te definitief te gaan wonen. Waarschijnlijk was de tweede reden van zijn besluit dat hij een pracht aanbod had gekregen om op het eiland een radioprogramma in liefst drie talen te gaan presenteren voor een plaatselijk radiostation. De zomer van 1963 was ondermeer ingeruimd voor promotie voor Radio Veronica in kranten en tijdschriften. Niet alleen werd het station door de leiding zelf onder de aandacht gebracht maar ook door derden. Zo was begin juli een artikeltje te vinden in ‘de Televizier’, een radio- en televisiebode, waarin melding werd gemaakt van ongenoegen door een groep mariniers op uitlatingen van Tineke: ‘Je moet als omroepster bijzonder goed op je woorden letten – dat heeft Veronica’s Tineke ondervonden toen ze enkele weken geleden haar hart luchtte over de moderne tijd waarin voor romantiek geen plaats meer schijnt te zijn. Want deze hartenkreet werd gehoord door de bemanning van H.M. A 922 te Den Helder, die 26 man sterk in de pen klom om te vertellen dat ze het met Tineke niet helemaal eens waren en er toch écht wel nog wel romantiek is te vinden. En kwam er ook de opmerking of Tineke niet eens van Radio Veronica wilde overstappen naar de H.M. 922, onderdeel van de Koninklijke Marine.’ In ieder geval ging een grote foto van Tineke richting Den Helder, die enige dagen later een wand van de radiohut van het marineschip sierde. Ondertussen was via de diverse programma’s op Radio Veronica bij herhaling een oproep gedaan aan de jonge luisteraars eens uit te beelden welke voorstelling ze van Veronica hadden. Kleurplaten, tekeningen en ander werkjes van het ‘goede schip Veronica’ werden vervolgens door Tineke persoonlijk op de daarvoor bestemde ‘Veronica Gallery of Arts’ opgeprikt. Op 6 juli werd bekend gemaakt dat de luisteraars van Radio Veronica blij konden zijn met de zendtijduitbreiding van het station. Vanaf dat moment zou het station niet alleen op vrijdag en zaterdag tot een uur in de nacht te beluisteren zijn, maar tevens alle andere avonden. In totaal betekende dat 25 uur meer aan zendtijd per week op de 192 meter. Een tijd geleden vielen al even twee namen van opnamestudio’s waar de gesponsorde programma’s van Radio Veronica destijds werden opgenomen, maar door een berichtje in ‘de Televizier’ van 13 juli 1963 leren we dat er ook werd opgenomen in de opnamestudio van Eli van Tijn, waar ondermeer het programma ‘Prietepraat’ op recordertape werd vastgelegd. Het werd een tijdje op de vrijdagochtend uitgezonden en kon worden gezien als een ‘programma met plezierige onzin’. Het presentatieteam bestond uit vijf dames: Marjan Berk, Janine van Wely, Jasparina de Jong, Enny Mols de Leeuw en Adele Bloemendaal. Enig speurwerk naar de enige jaren geleden overleden Eli Tijn leerde dat hij werkte voor ArtiSounds, de opnamestudio waar ondermeer programma’s werden opgenomen voor Radio Luxembourg. Denk daarbij ondermeer aan het muzikale verhaal van ‘Ibbeltje’, geschreven door Annie M.G. Schmidt en van muziek voorzien door Cor Lemaire. De productie van deze programma’s was in handen van Wim Ibo. Ze werden uitgezonden op Radio Luxemburg, waarna een kopie van de band tevens naar Radio Veronica ging, alwaar het enige dagen later werd geprogrammeerd. In de maand juli werd tevens in Den Haag de Stichting Geestelijk en Lichamelijk Gehandicapten, de G.L.G. geregistreerd. Doel van deze Stichting was bij te dragen tot de verwezenlijking van een aantal projecten op bovengenoemd terrein. De Stichting had een grootscheepse lucifersactie op touw gezet, waarvan de baten ten goede kwamen van die objecten die op dat moment allereerst steun nodig hadden. De directie van Radio Veronica had een aanzienlijk bedrag (honderdduizend gulden) ter beschikking gesteld. De lucifers waren vervolgens in de handel verkrijgbaar voor 35 cent per pak van 10 doosjes. De Stichting G.L.G. ontving voor elk verkocht pak 10 cent. Ondersteuning van de Gezondheidszorg betekende dit. Of de lucifers werden gebruikt ter aansteking van rokertjes vond men klaarblijkelijk in die tijd niet belangrijk. Hans Knot, 8 december 2018
  10. hans knot

    Hans Knot: Nederlands leren via Duitse radio

    Ter voorbereiding van deze nostalgische terugblik waande ik mij weer even in de schoolbanken van de Cort van der Lindenschool in Groningen, waar ik mijn eerste schreden zette op weg naar het leren van de Duitse taal. Het was meneer Woudstra die mij vormde met deze taal om te gaan en vooral om de rijtjes er in te stampen en dezen nooit meer te vergeten. Dat ik ooit later met een Duitse lieve vrouw zou trouwen speelde helemaal niet mee maar kwam dus vele jaren later mooi uit. Ook kwamen in gedachten de advertenties voorbij die in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw in tijdschriften werden afgedrukt, waarin werd aangekondigd dat diverse talen, waaronder de Duitse, via lessen en gebruik van grammofoonplaten kon worden aangeleerd. Maar hoe zat het met het leren van de Nederlandse taal aan de oostelijke kant van de Nederlandse grens in bijvoorbeeld 1970. Het zal menigeen verbazen dat de belangstelling voor onze taal verrassend groot was bij de West Duitse radioluisteraars. Ruim een jaar eerder begon de Westdeutsche Rundfunk (WDR) van de studio in Keulen een radiocursus Nederlands, waarvoor zich ruim 12.000 cursisten hadden aangemeld. Het was zo succesvol dat in november 1970 een vervolgcursus voor gevorderden werd aangekondigd, waarvoor binnen een week 2100 WDR-luisteraars zich hadden aangemeld. Na het succes van de WDR kregen ook de inwoners van Noord Duitsland de kans zich te verdiepen in de Nederlandse taal want door het Keulse succes gestimuleerd nam de programmaleiding van Radio Bremen het besluit de begincursus van de WDR over te nemen en deze ook te gaan uitzenden. Het werd zelfs in de Nederlandse kranten aangekondigd waarbij de toenmalige programmaleider van Radio Bremen, W.A. Kreije, wist te melden dat de aanvragen voor de leerboekjes, die bij de cursus behoorden, afkomstig waren uit het gehele gebied dat Radio Bremen met haar programma’s bereikte. Dus bijvoorbeeld ook uit Sleewsijk-Holstein in het hoge noorden. Hij wist ook te melden dat deelnemers afkomstig waren uit praktisch alle beroepsgroepen en bovendien een groot aantal leraren van schoolklassen zich had aangemeld om klassikaal deel te nemen. Trouwens was dit laatste ook het geval in het ontvangstgebied van de WDR. Vooral in de grensgebieden werd aan middelbare scholen van de lessen Nederlands geprofiteerd. Het idee was destijds afkomstig van mevrouw dr. M. Nestel- Begiebing, die vond dat het voor de vakantiegangers, die Nederland in het vizier hadden, belangrijk was enige kennis van onze taal tot zich te nemen. Zij was destijds leider van de schoolradio van de WDR. Graag vertelde ze over allerlei reacties die er op de cursus waren binnengekomen. Zo bleek er een aardige brief binnen te zijn gekomen van een Ober Studienrat uit Aken waaruit bleek dat de radiolessen zeer goed aansloten bij het onderwijs in Aken en omgeving. De interesse voor de Nederlandse taal was volgens de brief naar aanleiding van de radiocursus aanzienlijk gestegen. Niet zo verrassend wellicht was het feit dat een aantal leerboekjes voor onderwijs aan douaniers werd geleverd. De populariteit van de begincursus leidde er toe dat de programmaleiding van de WDR in 1972 nog eens tot herhaling besloot, wat later ook zou geschieden met de vervolgcursus. Bij Radio Bremen werd tevens dat jaar de vervolgcursus in de radioprogrammering opgenomen. De belangstelling voor radiocursussen Frans en Engels, door de WDR, destijds evenals de Nederlandse, vroeg in de avond en in hetzelfde programma uitgezonden, bleken aanzienlijk minder belangstelling te trekken van onze Oosterburen. Was het echt zo dat dit betekende dat de Franse taal beter lag bij de Duitsers dan de Nederlandse taal? Dit laatste paste wel bij de opvatting van de voornaamste propagandist aan Nederlandse kant, de heer M. Mourik, van de Nederlandse ambassade in Bonn. Hij stelde in november 1970: “De positie van de Nederlandse taal in de Bondsrepubliek is hoogst bevredigend. Alleen in Noord Rheinland Westfalen word het Nederlands facultatief in scholen onderwezen. Waarbij in een tiental scholen de mogelijkheid tot het leren van de Nederlandse taal inderdaad bestaat." Aan slechts twee West-Duitse Universiteiten was destijds een leerstoel Neerlandistiek en Nederlandse Cultuur (Munster en Keulen). Er was een twintigtal lectoraten, maar die hadden destijds minder te betekenen dan aan Nederlandse Universiteiten. Een Duitse lector was destijds bijvoorbeeld niet bevoegd examens af te nemen. Veel waarde werd in 1971 gehecht aan het verkrijgen van een leerstoel aan de toen nieuwe Universiteit van het noordelijke Oldenburg in Neder-Saksen. De regeringen van Nederland en België hadden in principe besloten zich daar gezamenlijk voor in te zetten, hetgeen ook werd gerealiseerd. Tegenwoordig is het voor onze oosterburen mogelijk zelfs via een blog en podcast onze taal deels kundig te worden. https://www.buurtaal.de/blog/buurtaal-podcast-pilotfolge Hans Knot, 17-11-2018 Foto: Marga Nestel (Begiebing NDR Archief)
  11. hans knot

    Hans Knot: Dienst Omroepbijdragen in actie in Arnhem

    Omroepbijdragen verplicht, ik schreef er al eerder over een column en zie deze als een vervolg. Een grote actie, dat kun je zeker stellen van datgene in februari 1969 plaats vond. Een kwart miljoen gulden was het eerst genoemde bedrag en met de opgelegde navorderingen meegerekend zelfs meer dan 3 ton. Dat was het enorme bedrag dat een opsporingsactie naar zwartkijkers – en luisteraars in Arnhem gedurende drie weken door de Dienst Omroepbijdragen opleverde. Bij de bekendmaking van dit bedrag werd er ook de verwachting uitgesproken dat er in totaal zeker officiële aangifte te verwachten was van rond de 4000 radio – en/of televisietoestellen die toen tot op dat moment niet geregistreerd waren. Aangiften gingen destijds nog via het loket van de postkantoren. Een halve eeuw later zijn de bijdragen al lang vervallen en zijn er ook bijna geen officiële postkantoren meer. De genoemde 4000 verwachte aangiften was iets meer dan 10% van het aantal van 35.000 inwoners van Arnhem, die bezocht waren door de ambtenaren van voornoemde Dienst. Dat kwam trouwens overeen met de ervaringscijfers, die destijds aangaven dat in Nederland tussen de 10 en 15% van de huisgezinnen tot de categorie ‘niet nakomen van de wettelijke regeling’ behoorden. Daarbij behoorde ook een percentage dat hun toestellen wel aangaf maar domweg de regelmatige verplichting tot betaling niet nakwam. Arnhem was de eerste grote gemeente in Nederland, waar door de toen kersverse Dienst Omroepbijdragen een grootscheepse opsporingsactie werd gevoerd. Daarvoor heette de organisatie de Dienst Luister- en Kijkgelden. Liefst vijfentwintig ambtenaren, ook uit andere districten, werden er voor de huis aan huis actie ingezet. Ook nieuw voor die tijd was dat ze beschikten over door een computer opgestelde lijsten waarop de zogenaamde wetkijkers stonden vermeld, dus zij die aan de wettelijke verplichtingen tot betaling voldeden. Op huisnummer liep met een straat af om aan te bellen bij diegene die stonden vermeld als niet betaler. Toen de resultaten openbaar werden gemaakt kwam onder meer naar voren dat tijdens de actie 1090 nieuw aangiften waren gedaan bij de postloketten in Arnhem terwijl er normaal in een zelfde periode zo’n 150 aangiften plaatsvonden. Er was dus duidelijk sprake van het gegeven dat het zich rond sprak dat de ambtenaren aan de deur te verwachten waren. Het aantal opgemaakte processen verbaal, zo werd naar buiten gebracht, bedroeg tot op dat moment 1100. Wel was men redelijk tegenover alle lieden die tijdens de actie snel naar het loket waren gegaan om te betalen. Ze werden niet alsnog beboet. De heer Wayenberg, directeur van de DOB vond het resultaat fantastisch maar stelde tevens dat hij er vanuit ging dat er altijd sprake zou blijven van mensen die hun wettelijke verplichting tot aangifte en betaling niet zouden nakomen. Volgens Wayenberg was het onmogelijk alle wetsovertreders aan te pakken want dan had de DOB zeker 10.000 ambtenaren in dienst dienen te nemen om alle overtreders te overlopen en te beboeten. In werkelijk werkte men met 180 opsporingsambtenaren voor geheel Nederland. Eerder werd bekend gemaakt dat een tweede actie waarschijnlijk nog voor het eind van het jaar 1969 gepland zou worden voor Nijmegen. Die bekendmaking had succes want het aantal aangiften aan de loketten van de lokale postkantoren was in een week tijd na de aankondiging zesmaal verveelvoudigd. Voordat het jaar 1969 begon en de bovengenoemde actie in Arnhem plaats vond, vormden het kijkgeld en het luistergeld twee afzonderlijke heffingen. Op 1 januari van dat jaar vond de invoering van de nieuwe wet op de Omroepbijdragen plaats en verving de wet op het Kijkgeld en de bepaling over het luistergeld dat was opgenomen in het zogenaamde ‘Tijdelijk Telegraaf- Telefoon- en Radiobesluit’. De wijzigingen die deze wet brachten waren: Er kwam een gecombineerde heffing voor radio en televisie. Omroepbijdrage A was het tarief dat de bezitters van een televisietoestel dienden te betalen. Omroepbijdrage B was het tarief dat degenen die alleen een radiotoestel hadden dienden te betalen. Binnen één huishouden hoefde vanaf 1969 niet meer per toestel betaald te worden. Hans Knot, 10 november 2018
  12. hans knot

    Hans Knot: Piratenzender op Oostendes grondgebied?

    Zie daar een vragende kop, destijds afgedrukt in rode letters in een Vlaamse krant, waarvan helaas de bron niet meer is te achterhalen, maar waarvan wel de datum bekend is, namelijk 3 april 1964. Tijd dus voor een nostalgische terugblik, waarbij ook het Vlaamse taalgebruik naar voren komt. Waarom, na bijna 55 jaren, uitgerekend dit artikel in het voetlicht zetten? Alleen al om het gegeven dat er zoveel foute informatie instond, wat destijds voor de lezers waarschijnlijk niet opviel maar de lezer van nu, met zijn opgedane kennis van de afgelopen decennia, een dikke glimlach op het gezicht brengt. Aangenomen mag worden dat er in eerste instantie een landpiraat actief is geweest in de omgeving van dan wel in Brussel, want de journalist ‘Ed. L’ begon zijn artikel met ‘Enkele tijd geleden kwam heel onverwacht een nieuwe zendpost in het luchtruim, zij kondigde zich aan als Radio Pegarie. Op 27 maart werd aangekondigd dat de uitzendingen op de 200 meter band stop zouden worden gezet tot 18 april 1964.’ De journalist in kwestie koppelde daaraan de mening dat ‘de programmamakers waarschijnlijk met vakantie gingen, en vandaar uit kon men het logisch gevolg trekken dat het om een studentenzender ging’. Een prachtig Vlaams woord voor opsporingsdienst vervolgde het artikel: ‘De opzoekingsdiensten uit Brussel zijn onmiddellijk in actie getreden maar wij menen te weten dat er nog niets gevonden werd en dat gewacht zal moeten worden op de herneming van de uitzendingen om de opzoekingen voort te zetten.’ ‘Ed. L.’ had nog wel enige informatie, waarschijnlijk bij zendamateurs, ingewonnen want hij wist te melden dat deskundigen hadden geconcludeerd dat de zender ergens in de omgeving van het Leopoldpark, in het Brusselse, stond opgesteld. De journalist bleef proberen het station te beluisteren en kwam dan plotseling een ander station tegen op de 199 meter, dat hij nog nooit eerder had gehoord, Radio Caroline. Begin april 1964 werd het hem duidelijk dat de ontvangst van het ene signaal niets te maken had met het eerdere ontvangen signaal van Radio Pegarie: ‘Het is thans uitgemaakt dat deze uitzendingen plaats hebben vanop een vaartuig, dat op 6 mijl ter hoogte van Felixstowe, aan de zuidkust van Engeland, voor anker ligt.’ Uiteraard ligt Felixstowe nog steeds aan de oostkust van Engeland, maar de journalist had al wel het nodige, rond dit nieuwe station vanaf zee vernomen: ‘Deze uitzendingen hebben protest uitgelokt vanwege de kust- en vuurtorenwacht, die nu nog slechts hun instructies kunnen vernemen tegen een doordringende muzikale achtergrond en dat is een gevaar voor de scheepvaart.’ Maar niet direct werd er gedacht aan de mogelijkheid dat het met Radio Caroline om een zeezender ging. ‘Vooraleer men Caroline definitief kon lokaliseren en gezien de kracht van deze zendpost, dacht men dat ze insgelijks gevestigd was op Oostends grondgebied of in zee, dichtbij de Vlaamse kust. Nu is het gebleken dat zulks niet het geval was. Het schip ligt buiten territoriale wateren en de overheid kan er niets tegen ondernemen. Momenteel wordt er slechts muziek uitgezonden wellicht in afwachting dat de publiciteitscontracten opdagen.’ Eerder had de MV Magda Maria, nadat de uitzendingen voor de Zweedse kust van Radio Nord waren stopgezet, zowel voor de Nederlandse kust als in de haven van Oostende gelegen, wat de journalist een vergelijking opriep: ‘In verband hiermede vraagt men zich af of ‘Caroline’ soms de verbouwde Magda Maria zou zijn die lange tijd gemeerd lag in de haven van Oostende en waarvan gezegd werd dat het vaartuig zou dienst doen als piraatzender buiten de territoriale wateren van België. Er werd in ieder geval onderhandeld met ‘would be’ kopers maar uiteindelijk verliet het schip de haven van Oostende en men hoorde er niet meer van spreken.’ Dat de betreffende journalist en zijn directe collega’s de daaraan voorafgaande dagen niet de internationale berichtgeving over het uitvaren van de MV Fredericia hadden gevolgd, laat staan het nieuws over de testuitzendingen en de officiële start van Radio Caroline, mag blijken uit de slotconclusie van het artikel: ‘Van Caroline wordt gezegd dat het een op eigen kracht bewegend vaartuig is met een motor van 300 PK, de zender werkt op 10 kW. Stemmen deze gegevens overeen met deze van de Magda Maria? Meteen zou dan bewezen worden, dat de reden die opgegeven werd toen dit vaartuig de haven van Oostende verliet, namelijk dat het naar Mexico zou vertrekken en er gesloopt zou worden, uit de lucht werden gegrepen. Wat er ook van zijn de luisteraars hebben thans een post temeer en hebben geen moeite Caroline op de 199-band op te vangen.’ Hans Knot, 27 oktober 2018
  13. hans knot

    Hans Knot: Herstart vanaf de MV Galaxy ging niet door

    Op 15 augustus 1967 werd in Engeland de wet van kracht, die de geschiedenis is ingegaan als de Marine Offences Act. Die wet schiep voor Britten een officieel verbod om op wat voor manier dan ook mee te werken aan de programma's van de zeezenders. Het verbod gold ook het bevoorraden van de zendschepen en het adverteren op de zeezenders. Radio Caroline ging, met haar beide schepen, het gevecht tegen de wetgever aan en bleef doorgaan met haar uitzendingen tot 3 maart 1968. Op die dag liet een ontevreden onderneming — de firma Wijsmuller — die onder meer verantwoordelijk was voor het bevoorraden van de beide schepen, zowel als het leveren van het nautisch personeel, beide schepen van hun ankerpositie verslepen naar de haven van Amsterdam, waar ze werden opgelegd. Even een van de vele opfrissers. Herinner je de bekende lange RNI-jingle "Radio is king of the media"? Een idee van Jason Wolfe, afkomstig van een promoplaatje uit de jaren zestig dat destijds werd uitgedeeld aan de deelnemers van het jaarlijkse congres van "The National Association of Broadcasters". Een van de RNI-jocks nam dit plaatje mee naar de MEBO II en daar moet Wolfe het hebben gevonden. Er bestaan lange en korte versies van de betreffende jingle. Van de langere versies werden weer verschillende korte gemaakt en delen van de jingles werden op hun beurt weer verwerkt in andere jingles. In de periode na begin maart 1968, had de jeugd nog slechts drie stations waar ze echt met plezier naar kon luisteren, tenminste als het ging om goede popmuziek. Radio Veronica was er nog steeds vanaf haar zendschip, de MV Norderney, terwijl vanuit Luxemburg het gelijknamige radiostation haar publiek bleef verrassen met uitzendingen in het Nederlands, Duits, Frans en Engels. En dan was er natuurlijk nog Hilversum III, de voorganger van het huidige 3FM. Dat station was echter bij lange na nog niet horizontaal geprogrammeerd en zeker niet in staat om de belofte van de overheid waar te maken van een reële vervanging van de zeezenders, waar de hele dag lang programma's van een goed niveau te beluisteren waren. Het einde van de Britse zeezenders had een duidelijke lacune achtergelaten. Dat was ook merkbaar, want vrijwel maandelijks vielen er in de kranten geruchten te lezen als zou er weer een nieuw project vanaf zee worden opgezet om de strijd tegen de nationale popstations van Nederland en Engeland — Hilversum III en BBC Radio One — aan te gaan. Slechts één van die geruchten zou later bewaarheid worden. Vanaf internationale wateren zou een nieuw en kleurrijk popstation zich laten horen. Maar voordat het zover was moesten de initiatiefnemers nog wel de nodige problemen overwinnen. Een nieuw verfje voor de MV Galaxy. Van de zeezenders uit de jaren zestig was Wonderful Radio London een van de meest populaire radiostations. Het station had sinds december 1964 via de 266 meter uitgezonden en er bovendien voor gezorgd dat het zogenaamde Top-40-formaat in Europa werd geïntroduceerd. In augustus 1967 kwam er een einde aan de uitzendingen. De eigenaren besloten niet tegen de eerder genoemde Britse wet in te gaan en dus op maandag 14 augustus 1967 uit de ether te verdwijnen. Vrijwel direct na de close-down van het station werd het zendschip — de MV Galaxy, een voormalige mijnenveger (de MV Density) uit de Verenigde Staten — op 19 augustus 1967 naar de haven van Hamburg gevaren, waar het op 21 augustus arriveerde. Hier kreeg het schip een voorlopige ligplaats in de Elbe om later naar dok 20 te worden gesleept en te worden verkocht aan een Griek voor een bedrag van tienduizend Engelse Ponden, een bedrag dat omgerekend naar de toenmalige koersen neerkomt op zeker 45 duizend Euro. Niemand wist wat de eventuele toekomst van het schip zou worden, totdat in april 1968 de eerste geruchten naar buiten kwamen. Door het DPA, het Deutsche Presse Agentur, werd een bericht verspreid dat ook in een aantal Nederlandse kranten verscheen. Onder de kop "Nieuwe piratenzender op komst" werd gemeld dat de MV Galaxy was aangekocht door een reclamebureau uit het Zwitserse Sankt-Gallen en als zendschip zou worden uitgerust om daarna in internationale wateren te worden verankerd op een positie tussen Helgoland en Scheveningen. De definitieve positie, aldus het bericht, zou pas worden bekend gemaakt na een periode van proefuitzendingen. In de maand augustus 1968 kwam het volgende bericht en wel uit de mond van Klaus Quirini, de oprichter en voorzitter van de Deutsche Deejay Verbund, uit het Duitse Aken. Quirini werkte op dat moment als disk-jockey in Zürich. Op grond van een bericht in de ‘Neuen Züricher Zeitung’ was hij door de eigenaren van het betreffende reclamebureau, Gloria International geheten, aangezocht als deejay en programmaleider van het toekomstige station. Hij wist te melden dat het door Zwitsers gefinancierde project, dat overigens toen al het ‘Project Radio Nordsee’ werd genoemd, wellicht op 1 december 1968 van start zou gaan. Na ruim twee maanden van stilte was het op 28 oktober van hetzelfde jaar het Algemeen Dagblad dat meldde dat spoedig het eerste Duitse zeezenderproject van start zou gaan onder de naam Radio Nordsee International en dat het toekomstige zendschip een positie zou krijgen tussen Helgoland en de Duitse kust: ‘Men zal 20 uur per etmaal programma's gaan verzorgen. De uitzendingen beginnen waarschijnlijk al op 1 december op de golflengte van 266 meter. Achter dit zo geheimzinnige project staat een in Liechtenstein gevestigde zakenman. Het zendschip zou de vroegere MV Mi Amigo zijn, die de activiteiten moest staken daar de piratenzenders verboden werden. Het schip wordt in een Nederlandse haven uitgerust en krijgt een bemanning van 28 personen. Het zendschip zal geregistreerd worden in Jamaica. Via een impresariaat in Aken zijn al zes deejays aangeworven. De Duitse regering zal weinig kunnen ondernemen, omdat de apparatuur uit Duitsland afkomstig is.’ Een duidelijk verward verhaal, waarbij de betreffende journalist wel iets had gehoord maar niet had gecheckt wat in werkelijkheid het zendschip was, dat men probeerde uit te rusten. In de Duitse kranten, waaronder de Frankfurter Rundschau en het tijdschrift Crash, stonden berichten over ‘Die Musikpiraten’. Intussen werd in de haven van Hamburg driftig de verfkwast gehanteerd, want toen ik in de maand december 1968 een kijkje nam in Hamburg bleek het schip prachtig in het wit geschilderd te zijn. Ook binnenin het schip was er het nodige aan verfwerk gedaan, maar aan de uitrusting van de studio's zelf, zo kon worden geconstateerd, was niets gedaan. Wel werd in de Duitse pers inmiddels een nieuwe startdatum genoemd en wel die van 12 december 1968. Onderzoek wees uit dat achter het Zwitserse reclamebureau, dat in een artikel werd genoemd, de heren Norbert Gschwendt en Emile Lüthi zaten. Een dag later viel in een krant een interview te lezen was, waarin de beide heren vertelden dat al het werk aan studio's en zenders klaar was en dat de uitzendingen binnen een week konden beginnen. Diegene die, net als ik, in Dok 20 van de firma Finkenwerder, onderdeel van Howaldts Werke-Deutsche Werf AG, was geweest, had zelf kunnen constateren dat de beweringen van beide heren verre van juist waren. Op 25 januari 1969 werd bekend dat Lüthi zich had teruggetrokken uit het zeezender-project omdat hij, gezien uitlatingen van Duitse regeringsfunctionarissen, geen uitweg meer zag voor een financieel gezond project. De regering van West-Duitsland overwoog namelijk een anti-zeezenderwet in te voeren naar het voorbeeld van de Britse Marine Offences Act. In een verklaring maakte Lüthi nog wel bekend dat er nog geen enkel contract met een potentiële adverteerder was getekend, daar iedereen eerst wilde afwachten of het project daadwerkelijk zou doorgaan en of er een goed signaal in de ether zou worden gebracht. De andere financier, Gschwendt, organiseerde direct na het vertrek van zijn partner, een dure champagneparty en huurde een aantal kleine vliegtuigjes om de vertegenwoordigers van de pers over ‘zijn zendschip’ in de haven van Hamburg te kunnen laten vliegen. Inmiddels waren de plannen van de West-Duitse regering om maatregelen te nemen tegen eventuele zeezenders, die vanuit West-Duitsland zouden gaan opereren, knap serieus geworden. Op 2 juli 1969 werd de wet, die een jaar eerder al onder voorwaarden was geratificeerd, daadwerkelijk van kracht in het land, waardoor het onmogelijk werd vanaf Duits grondgebied activiteiten te ontwikkelen ten bate van een zeezender. Maar op die bewuste tweede juli 1969 lag de MV Galaxy nog immer rustig afgemeerd in de haven van Hamburg. Het eventuele toekomstige project had in de diverse kranten en bladen ook al zoveel publiciteit gekregen dat de autoriteiten niets anders zouden kunnen doen dan elke poging om de MV Galaxy buiten nationale wateren te krijgen, te ondermijnen. Uitgebreid werd in de geschreven pers duidelijk gemaakt, dat mocht er een poging worden ondernomen. dit onmiddellijk zou leiden tot het verwijderen van alle studio- en zendapparatuur. Ook de tweede zakenman uit Sankt-Gallen, Gschwendt, vond het toen maar beter om met het project te stoppen. Uiteindelijk zou op 28 september 1970 duidelijk worden dat de MV Galaxy op 2 december 1970 gerechtelijk zou worden verkocht namens diverse schuldeisers — een verkoop die uiteindelijk niets zou opleveren, waardoor het schip nog jaren in Hamburg en Kiel zou liggen afgemeerd om daar uiteindelijk deels te zinken. Eind jaren tachtig van de vorige eeuw werd het schip gelicht en gesloopt. Lüthi en Gschwendt hadden het dus opgegeven. Maar, daarmee was het verhaal nog niet afgelopen. In de tijd dat de plannen met de MV Galaxy nog volop leefden, had het duo twee landgenoten ingehuurd die de technische faciliteiten aan boord van het schip voor het runnen van een radiostation zouden onderhouden en daarnaast een plan zouden opstellen voor eventuele vervanging van apparatuur. Met hen als hoofdrolspelers gaat deze geschiedenis verder. Deze beide Zwitsers, Erwin Meister en Edwin Bollier, hadden, na het besluit van Gschwendt om ook te stoppen, al vrij snel het idee om zelf dan maar een soortgelijk project te beginnen. Het eerste benodigde geld kwam uit eigen bronnen via de bankrekening van MEBO Ltd, dat kantoor hield in Zürich. Deze onderneming was eigendom van beide heren en de naam is een samenstelling van de eerste twee letters van beider namen. Gezien het mislukken van het uitrusten van de MV Galaxy in Duitsland besloten ze, wanneer er een schip zou worden aangekocht, dit uit te rusten in een land dat geen wet tegen zeezenders had. Dat zou Nederland worden. Maar dat is iets voor een andere keer. Hans Knot, 20 oktober 2018
  14. hans knot

    Hans Knot: De man die Man of Action introduceerde

    Ik neem je mee naar Klaus Quirini, wiens naam zeker kan worden geassocieerd met de tune van RNI, ‘Man Of Action’ van Les Reed and his Orchestra. Het was Ad Roland, die in 1969 betrokken was bij de voorbereidingen van RNI, die mij jaren geleden vertelde dat Meister en Bollier, de Zwitserse eigenaren van het radiostation, een exemplaar van The Man of Action hadden gekregen van Quirini met de mededeling die maar eens te beluisteren daar het een prachtige tune voor een radiostation zou zijn. Toegegeven, de man had geen betere keuze kunnen maken. Maar wie was nu die Quirini? Wel, hij werd in 1941 in Duitsland geboren en liep, na zijn schoolopleiding, stage bij een tijdschriftenuitgeverij. Hij profileerde zich daarnaast als deejay en claimde zelfs dat hij de eerste vrij improviserende deejay was in Duitsland die in een club/dans-bar optrad en daarmee, nog voordat de naam discotheek algemeen ingang vond, de eerste ‘Discotheken-Disk-Jockey’ was. Dat was in 1959 — de man was toen dus negentien jaar oud — in de Scotch Club in Aken, die toen nog niet als een discotheek maar als een ‘Jockey-Tanz-Bar’ bekend stond. Als scholier was hij in 1955 al hoofdredacteur van het scholierentijdschrift ‘Welt der Jugend’ en later werd hij uitgever van onder meer het boulevard-tijdschrift ‘Die Schnauze’. In 1963 stond Quirini, die later nog veel voor de muziekindustrie betekende, aan de wieg van de DDO, de organisatie van Duitse deejays (Deutsche Disk-Jockey Organisation). Vanuit die functie gaf hij weer bladen uit als ‘DDO Nachrichten’ en ‘Discotheken Rundschau’. In 1967 kwam er een LP uit op het Vogue label, waarop hij de nummers aaneen praatte. Volgens Quirini zelf was ook dit weer de eerste keer dat dit in de geschiedenis van de platenindustrie gebeurde. In 1968 kwam hij in aanraking met Lüthi en Gschwendt doordat hij op dat moment voor een drietal maanden als deejay werkzaam was in de — alweer — eerste discotheek op Zwitserse bodem, de ‘Playground’ die gevestigd was in Zürich. Quirini's bezigheden haalden de plaatselijke krant en dat wekte de aandacht van Lüthi en Gschwendt. De beide heren benaderden Quirini en wisten hem bij hun zeezender-project te betrekken. Men probeerde de MV Galaxy opnieuw in internationale wateren te brengen met een radiostation gericht op de Duitse jeugd, waarover binnenkort meer in een andere nostalgische terugblik. Derhalve staat dan ook op Quirini’s zijn persoonlijke staat van dienst vermeld: ‘1968: Programmaleider aan boord van het zendschip van Radio Nordsee International.’ Welnu, dat mag misschien op papier waar zijn geweest, maar in werkelijkheid echt niet: het schip was er toen gewoon nog niet, en toen het eenmaal in 1970 op zee lag, was Quirini al lang niet meer bij het project betrokken. Toen het project namelijk door Lüthi en Gschwendt werd stopgezet, betekende dat ook het einde van Quirini's betrokkenheid. De regels van Klaus Quirini. Wat Quirini in ieder geval heeft opgesteld, zijn de voorwaarden voor de beoogde Duitse deejays aan boord van het zendschip de Galaxy. Het was de bedoeling dat de deejays, die zouden ondertekenen bij hun aanstelling met de belofte om zich er onvoorwaardelijk aan te houden. Ze luidden als volgt: Men dient zich te alle tijde aan het programmaoverzicht te houden. Te laat binnenkomen in de studio voor het presenteren van een programma en het niet opruimen van de studio na het programma kan leiden tot ontslag. Dubbelzinnige opmerkingen zijn tijdens de presentatie niet toegestaan. De uitzendingen dienen qua tekst altijd in aantekeningvorm voorbereid te worden, die op verzoek aan de programmaleider dient te worden voorgelegd. De voor de uitzending uit het archief gehaalde platen dienen na het programma weer op dezelfde plek worden teruggezet. De deejay mag geen eigen platen dan wel bandmateriaal gebruiken zonder toestemming van de programmaleider. In de dagverblijven en de hutten van het schip dient steeds op uiterste schoonheid te worden gelet. Gevonden voorwerpen aan boord van het schip dienen altijd ingeleverd te worden bij de dienstdoende kapitein. Eigen politieke opmerkingen dan wel opmerkingen over de in de reclame gebrachte producten zijn in spraakvorm, dan wel via teksten in de daaropvolgende plaat, verboden. Goederen op het schip aanwezig mogen niet zonder toestemming worden verplaatst en zeker niet van het schip mee aan land worden genomen. Al het bandmateriaal aan boord, dat is gekenmerkt met de sticker ‘Radio Nordsee’ is eigendom van de eigenaren van het zendschip. Op te houden persconferenties behoren de uitgenodigde deejays netjes gekleed te zijn, inclusief het dragen van een strik. Aan boord is het geoorloofd in sporthemd of trui te werken. Groeten aan de discotheek, waar je voorheen werkte, zijn op beperkte wijze mogelijk. Het noemen van namen van andere discotheken is alleen met toestemming van de programmaleider mogelijk. Alcoholgebruik is voor het begin van het programma verboden en nadien slechts in beperkte mate mogelijk. Dit om de orde aan boord te bewaren. De kapitein is de baas op het schip, voorzover het niet om programmatische inhoud gaat. Zijn wil is dus verder wet. In de verhouding tot de bemanning van het schip dient altijd de aanspreekvorm "U" te worden gebruikt. Slechts als het om popprogramma's gaat mogen de luisteraars met "lieve vrienden" en met "je" of "jullie" worden aangesproken. In alle andere gevallen is het "lieve luisteraar(s)" en "Dames en Heren". Iedere deejay moet voor zijn eerste vertrek aan boord een foto ter beschikking stellen aan de directie, eventueel voorzien van een handtekening. Dit voor de nodig te verzorgen publiciteit. Over de honorering mag niet gepraat worden omdat anders de vertrouwelijkheid in deze beschadigd wordt. Diegene die bij de aanstelling met opzet persoonlijke gegevens vervalst en wie de scheepsregels overtreedt, komt in aanmerking voor onmiddellijk ontslag. Of dit reglement daadwerkelijk in deze opzet is ingevoerd is niet duidelijk geworden daar het lijstje slechts boven water is gekomen met daarboven de tekst: ‘Vorläufige Bordordnung für Disk-Jockeys bei Radio Nordsee.’ Wel bestaat er een opmerkelijke overeenkomst met de lijst van gedragsregels die elke nieuwe deejay in de periode tussen februari 1971 tot augustus 1974 naast zijn contract moest ondertekenen bij in dienst komen van RNI, dan wel Radio Noordzee. Zoals gezegd kom ik nog terug op het mislukte project waarop bovenstaande regels geldig voor hadden kunnen zijn. Hans Knot, 13 oktober 2018 Foto's archief Klaus Quirini.
  15. hans knot

    Hans Knot: NCRV Voorman over zeezenders en Hilversum 3

    Andermaal zaterdag en dus een nostalgische terugblik en wel naar 1970. Het beluisteren van de radio was in 1970 aanleiding voor een onderzoek in Nederland. Vier radiostations werden betrokken, namelijk de toenmalige Hilversum 1,2,3 en Radio Veronica. De luisterdichtheid van voornoemde stations bleek omgekeerd evenredig te zijn met de opleiding en de leeftijd van de luisteraars. De luisterdichtheid werd destijds hoger naarmate de opleiding lager was en lager, naarmate de leeftijd hoger was. Zie daar een van de conclusies destijds in een rapport uitgegeven door de afdeling Studie en Onderzoek van de NOS. Ook werd er door de onderzoekers geconstateerd dat 75% van het radiopubliek alleen lager onderwijs had genoten en dat verder 8% van het luisterpubliek van Hilversum 1 en 2 ook nog eens middelbaar onderwijs had genoten. De onderzoekers gaven aan dat het voor de omroepen misschien nuttig kon zijn te onderzoeken of het aanbod in programmering wel evenredig was aan het niveau van de gemiddelde luisteraar. De voorkeur van het toen jeugdige publiek ging naar Radio Veronica. In de leeftijdsgroep van 15 tot 19 jaar besteedde men de luistertijd voor 57% aan Radio Veronica en voor 27% aan Hilversum 3. De 65-jarigen en ouderen besteedden evenwel 76% van hun luistertijd aan programma’s die werden uitgezonden door Hilversum 1 en 2. Het jonge publiek was sterk ondervertegenwoordigd op Hilversum 1 en 2 en oververtegenwoordigd op de muziekstations, vooral op Radio Veronica. Het publiek voor Veronica bestond voor 61% uit luisteraars beneden de 35 jaar. Voor Hilversum 3 was dit 52%. De totale radiobeluistering was tussen 8 uur in de ochtend en 2 uur in de middag het grootst. Meestal werden luisterdichtheid gemeten van tussen de 25 en 30%. Na twee uur daalden deze percentages tussen 16 en 20%. Na de klok van 7 uur in de avond nam de luisterdichtheid van de radio – als invloed werd de televisie gezien – verder af naar een maximum van slechts 7%. Een uur later daalde men naar een luisterdichtheid van slechts 3 a 4 %. Een luisterdichtheid van 1% kwam destijds overeen met een aantal van 90.000 luisteraars. De voor- en tegenstanders van de toenmalige zeezender Veronica lieten zich ook in 1970 weer horen. Meest opmerkelijk was de verklaring van de minister dr. M.Klompé, verantwoordelijk voor het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappij, kortweg CRM genoemd. In de Senaat meldde ze op 25 februari dat er overwogen diende te worden zo snel mogelijk maatregelen te nemen tegen de zeezenders Veronica en Radio Nordsee (een station dat op dat moment nog maar net in de ether was gekomen). Wel voegde ze aan de opmerking toe dat het nog niet een kabinet beslissing was. In het ‘Algemeen Dagblad’ was de daarop volgende dag een bericht terug te vinden waarin ondermeer stond vermeld: ‘De socialistische senator (Eerste Kamerlid) Broeksz – tevens voorzitter van de VARA – herinnerde de bewindsvrouw er fijntjes aan dat deze kwestie enkele jaren geleden heeft geleid tot de val van het confessioneel kabinet Marijnen. De liberale leden van het kabinet, die door hun tegenstand tegen de plannen Radio Veronica uit de ether te doen verdwijnen destijds de bom legden die het kabinet Marijnen deed ontploffen, zonder dat de Kamer daar aan te pas kwam, hebben waarschijnlijk ook hun bedenkingen.’ Het bleek namelijk dat het toenmalige Kamerlid, Y van der Werff dat aan de ene kant het juist is dat de regering zich aan internationale afspraken zal dienen te houden maar dat ook goed in ogenschouw diende te worden genomen dat Radio Veronica in een behoefte voorzag van zowel de consument als adverteerder en dat Hilversum III er tot toen toe niet in was geslaagd. Later in het jaar 1970, nadat er al veel publiciteit rond de uitzendingen van Radio Nordsee was geweest en de Britse regering stoorzenders had ingezet op de frequenties van het radiostation, kwamen er andermaal Kamervragen. En toen het nieuwe station de politiek ook nog eens had beïnvloed door de jongeren in Engeland – die voor het eerst als 18-jarigen mochten stemmen – te vragen vooral op de Conservatieve Partij te stemmen, kwamen er andermaal vragen in de Tweede Kamer. Dit omdat, volgens een rapport aan de regering gezonden – door Radio Nordsee haar uitzendingen noodfrequenties van bevriende naties zouden worden gestoord. Dreigingen tot het sluiten van Radio Veronica, dat 10 jaar eerder met haar uitzendingen was begonnen, werden elk jaar weer uit de kast gehaald. Een bom onder het kabinet zou dus in 1970 niet geplaatst worden, een jaar later was het wel raak met een zogenaamde 'bomaanslag' op een van beide zendschepen. Maar ook Hilversum 3, het jongerenstation uit die tijd binnen de publieke omroep, werd als het ware getorpedeerd door de voorzitter van de NCRV. In september 1970 vond, zoals destijds gebruikelijk per omroep, de presentatie plaats van het winterprogramma. Drs. Geerink Bakker meldde tijdens de bijeenkomst dat Hilversum 3 een doodgeboren kindje was die niemand ten grave durfde te dragen: ‘Ik ben nooit gelukkig geweest met het verschijnsel Hilversum 3. Het derde net is een bastaard, een onecht kind, dat niet ontstaan is uit een wettelijk huwelijk, maar verwekt werd tijdens een onderonsje tussen de minister en de programmaleiders. Hilversum 3 heeft een twijfelachtige politieke herkomst en is een instrument in de strijd tegen Radio Veronica. Het is niet uit zuivere voorwendsels opgezet. Het programma van de derde radionet staat niet voorgeschreven in de omroepwet, komt niet voor in de statuten van de NOS en ook niet uit de doelstellingen van de omroepverenigingen.’ Waarachtige krachtige woorden van de NCRV voorzitter, die nog lang niet was uitgesproken want hij ging destijds verder met: “Het belangrijkste van alles is dat je met kritiek, zoals ik die nu spui, de programmamakers een schot in de rug geeft. De programmamakers zijn ook maar mensen die er niets aan kunnen doen dat het met Hilversum zo scheef zit. Scheef in vier opzichten: Hilversum 3 zit scheef in het bestel, scheef ten opzichte van de concurrentie, scheef ten opzichte van de luisteraars en scheef ten opzichte van de programmamakers, welke laatsten tegen de bierkaai vechten. Binnenkort is het met het uitvoeren van de tweede zogenaamde fase in het Hilversum 3-plan, het eindpunt wel bereikt. Kun je mensen voor zoiets inzetten? Het is gewoon een conflict op ethisch vlak. Waarom legaliseert de regering Veronica niet? Een andere oplossing? Waarom wordt er geen Hilversum 4 gecreëerd, waarop de STER met haar hele reclamewinkel kan gaan zitten en een mooi programma maken?’ Ontwerp: Lex van Voorst Het dient duidelijk te zijn dat de uitspraken ruim de kranten haalden, er andermaal over het onderwerp werd gesproken in de Tweede Kamer en binnen NCRV kringen het nodige commentaar op de uitspraken werd geuit. Geerink Bakker wist zich alle kritiek weg te wuiven met de woorden dat hij slechts een eigen mening had verkondigd en niet namens de NCRV had gesproken. Recentelijk kwam bovenstaand onderwerp weer boven water toen ik een aantal fotokopieën kreeg toegestuurd van een oud collega, die in de tweede helft van de jaren zestig en begin jaren zeventig van de vorige eeuw ook werkzaam was bij het EGD. In december van het jaar 2007 was ik in een programma van Radio Noord te gast en sprak met Rob van Dam ondermeer over de huidige huisvesting van de studio’s van RTV Noord, die op het voormalige terrein van het EGD in Helpman zijn gehuisvest. Er werd toen ook een aantal herinneringen over mijn tijd bij het EGD opgehaald en later, na de uitzending werd mij een mailtje doorgestuurd. De mail was afkomstig van een vrouw die zich afvroeg of ik destijds op het archief werkzaam was geweest. Het bleek Marian Koper te zijn van de afdeling correspondentie. Sinds eind 2007 wisselen we, met bepaalde regelmaat, herinneringen uit. Eind oktober 2010 vond ze oude Opwekkers, die ze in een opslag had gevonden. Leuke herinneringen maar ook een totale verrassing zat erbij. Er zat namelijk een artikel van mijn pen bij, die ik me niet meer kon herinneren. Tegen het einde van de jaren zestig van de vorige eeuw ging ik niet alleen voor het eerst bij een ziekenomroep werken en ook in beperkte vorm schrijven over het onderwerp ‘radio’ maar ik richtte ook de ‘UDK’ op. Deze afkorting stond voor Uitleen Discotheek Knot. Tegen een kleine vergoeding konden collega’s en vrienden een week lang een LP van me lenen. Van de opbrengsten kocht ik telkens nieuwe LP’s, waardoor de collectie voor mij en de ziekenomroep behoorlijk uitgebreid werd. Na een aantal maanden besloot ik, daar er al behoorlijk veel collega’s meegenoten, een gestencild blaadje uit te geven waarin allerlei nieuwtjes over de te lenen muziek. Maar zoals gesteld, bij de ontvangen fotokopieën zat dus een artikel door mij geschreven voor ‘de Opwekker’, waar ik totaal geen weet meer van had. Ik laat U elders binnenkort meegenieten bij de herpublicatie van ‘Wedergeboorte van de Blues’. Let wel geschreven in de stijl van 1970, want het verhaal is destijds in de zomer geschreven en dus vlak voor de dood van zowel Jimi Hendrix en Janis Joplin. Hans Knot, 29 september 2018
  16. hans knot

    Hans Knot: Herinneringen aan Rob Olthof

    In deze column wil ik stilstaan bij het feit dat vijf jaar geleden een zeer grote vriend, niet alleen op het gebied van radio, kwam te overlijden op veel te vroege leeftijd. Bij de afscheidsbijeenkomst hield ik de volgende toespraak: “Maandagmorgen 23 september 2013 om half 12 kwam er een einde aan een uitzonderlijke vriendschap die Rob Olthof en ik 48 jaar lang hebben gedeeld. De vriendschap is ontstaan dankzij het weekblad dat de jonge babyboomers van destijds, vanaf 1965 konden kopen in de sigarenwinkel en meer: ‘Hitweek’. Het was een strijd als in de jaren zestig van de vorige eeuw gevoerd door de fans van The Beatles en die van de Rolling Stones. Je was voor of tegenstander en dan doel ik op het verschil tussen Radio London en Radio Caroline, de zeezenders die de babyboomers nog meer vrijheid gaven dan ze zelf al hadden genomen. Een paar kritische opmerkingen van Rob en mij heen en weer in Hitweek werd gevolgd door telefoongesprekken tussen Amsterdam en Groningen, waarna mijn ouders op een bepaald moment vroegen: Olthof, Amsterdam, Willemsparkweg vlak bij de familie Zwaving? Ik beaamde dat en mijn vader zei meteen: “Oh Arie Olthof, die ken ik van de Kappersvakbond. Beiden ontmoetten elkaar eens per jaar tijdens de landelijke bestuursdag. Het begin van een lange vriendschap tussen Rob Olthof en mij, die vooral gebouwd werd op gezamenlijke interesses als radio, muziek, bier, trams en treintjes maar ook kleine handeltjes. Rob zijn eerste handelsactiviteit, las ik terug in een editie van Hitweek van 1968, waarin hij foto’s van beide Carolineschepen, genomen in de haven van Amsterdam, te koop aanbood. Dit voor de prijs van 40 cent per stuk exclusief 25 cent porti. Te betalen via de Gemeente Giro in Amsterdam. Uiteraard zonder destijds de Belastingdienst te informeren. De eerste stenen, van wat later de Stichting Media Communicatie werd, waren gelegd. In het begin waren het redelijk kleine steentjes, die werden gebakken naar de opbouw. Ik memoreer de beruchte Neil Diamond Poster die Rob adverteerde. Hij was naar het theater gegaan, waar Neil in Amsterdam optrad. Hij gaf een bezoeker 25 gulden inclusief zijn fototoestel en vroeg hem een foto van Neil Diamond te nemen. Na afloop van het concert nam Rob, inmiddels teruggekeerd bij het theater, zijn fototoestel weer in ontvangst en liet de foto op posterformaat uitprinten. In kleine annonces in muziekbladen en de Telegraaf werden ze te koop aangeboden, en neemt U maar van mij aan dat het warme broodjes waren die hij in die periode verkocht. Hoewel vele ontvangers van de Neil Diamond poster zich hebben afgevraagd wie er nu op die poster stond. Vrij snel werd Rob ook oprichter, voorzitter, secretaris, en vooral ook penningmeester van de Olivia Newton John Fanclub. Ikzelf was inmiddels al enige tijd hoofdredacteur van Pirate Radio News. Vanaf 1972 kwamen we regelmatig bij elkaar over de vloer en werden allerlei dingen op het gebied van radio gezamenlijk georganiseerd. 18 april 1973 de grote demonstratie in Den Haag voor het behoud van Radio Veronica. In de ochtend, ver voor achten, stond ik aan de Willemsparkweg met een busje vol vrienden met als doel Den Haag. We waren in Amsterdam om posters, geproduceerd door Rob Olthof, met een afbeelding van het zendschip van Radio Veronica op het strand van Scheveningen, mee te nemen voor verkoop op het Malieveld in Den Haag. Zeer teleurgesteld was Rob omdat hij niet mee mocht, want moeder Anneke, hoewel Rob haar altijd Kootje noemde, had het hem verboden want anders kon hij zijn nieuwe baan wel kwijt raken. Verzorgend als altijd was het ‘Kootje’ die hem voor de huisdeur de haren nog eens kamde en hem ras wegstuurde naar zijn werkgever, zodat hij niet te laat kwam. 4 mei 1973 Tweede Binnenhaven Scheveningen; meer dan 350 mensen uit negen landen. We hadden schepen gehuurd bij ondermeer de firma Vrolijk met als doel de muziekboten op de Noordzee met fans te bezoeken. Het feest ging niet door vanwege te slecht weer. Ik heb Rob nooit meer zo boos gezien als die betreffende dag. Een week later gingen we alsnog met 4 boten vol fans. In 1978 richtte Rob, met een paar andere mensen, de Stichting Media Communicatie op, terwijl ik samen met weer anderen het Freewave Media Magazine oprichtte. Het was ook het jaar dat samen met de mensen van Music Radio Promotions ik de eerste Radiodag organiseerde in Noordwijkerhout. Reeds het volgende jaar gingen we deels, en niet veel later, geheel samen en werd tot op de dag van vandaag op deze manier de zeezenders en andere vormen van radio door geschiedschrijving en merchandise in stand gehouden. Vanaf 1978 zijn er vervolgens ook jaarlijkse zeezenderdagen georganiseerd waarbij het westen van Nederland als locatie werd aangedaan en de laatste 15 jaar Amsterdam als centrale punt voor de, inmiddels meer dan 10 jaar geleden omgedoopte Radio Days werd gekozen. Bijeenkomsten die samen met onze gezamenlijke zeer goede vriend Martin van der Ven uit het Duitse Meppen tot stand kwamen. Jaarlijks waren er meer dan 350 mensen aanwezig om de verhalen door de medewerkers van de toenmalige zeezenders aan te horen, waarbij zowel de bezoekers als genodigde gasten vaak uit meer dan 10 landen afkomstig waren. Ook dan was Rob in de zaal – zoals ook met de merchandising – vooral met geld bezig, immers alle activiteiten dienden te worden gefinancierd – wat hij al die jaren met volle inzet heeft gedaan. Niet voor niets werd hij door velen schertsend ‘de man met de geldtas’ genoemd. Maar het was niet alleen radio dat ons samen hield. Poezen waren zowel in Huize Olthof als Huize Knot een belangrijk element waar telkens weer informatie over werd uitgewisseld. Rob zijn meest recente kat, Jeroentje, heeft inmiddels de warmte in Huize Knot tot zich genomen. Onze liefde voor Engeland leverde tientallen reizen naar tal van locaties op, waarbij vrienden, gemaakt door de radiohobby, werden bezocht, maar ook vele musea, kerken, restaurants, concerten en een grote variatie aan pubs in diverse plaatsen werden aangedaan. En reken er maar op dat met Rob Olthof op stap gaan de meest vreemde avonturen kon opleveren. Ik zal deze jaarlijkse reizen met Rob zeker gaan missen, evenals de ontelbare gesprekken over de telefoon en de wederzijdse bezoeken aan Amsterdam, later Amstelveen en Groningen. Zowel de PTT, KPN en andere telefoonmaatschappijen hebben aan ons veel geld verdiend en de huidige provider zal het zonder deze bron van inkomen moeilijker krijgen. Rob, ik zal nooit de enorme lange en warme vriendschap, die we hebben gedeeld, vergeten. Je zult altijd in onze gedachten blijven. Rust in vrede en dank namens alle radiovrienden in binnen- en het buitenland voor je intense, nooit te stuiten, inzet om de herinneringen aan het verleden op radiogebied staande te houden.” Aldus destijds mijn toespraak bij het afscheid van Rob Olthof. Tijdens een speciale ceremonie in Scheveningen in december 2014 werd Rob Olthof zijn as verspreid bij het havenhoofd bij de Eerste Scheveningse Binnenhaven in het bijzijn van vele vrienden van Rob. Het stormachtige weer had ons gehinderd de tocht op zee te maken om daar het as te verspreiden op de positie van de zendschepen van weleer. Nog immer wordt de naam van Rob Olthof en de herinneringen aan hem veelvuldig in Huize Knot en daarbuiten genoemd. Ook anderen noemen de vele herinneringen die men aan hem heeft nog vaak in gesprekken. Baanbrekend werk op het gebied van radio betekende tevens dat in 2017 tijdens de RadioDay gehouden in Harlingen Rob Olthof postuum werd geëerd met een RadioDay Award, een onderscheiding die hij al jaren eerder had verdiend. Hans Knot, 22 september 2018
  17. Van de Golden Radio NL server en door mijzelf omgezet van tape - mogelijk hieronder nog wat herhaling van het vorige deel en sommigen waren dubbel op de band FreewaveRadioShow-1april1979-1 https://pixeldra.in/u/04wR5N FreewaveRadioShow-3-meil1979 https://pixeldra.in/u/hd_jL1 FreewaveRadioShow-3-juni l1979-1 https://pixeldra.in/u/a88sRm FreewaveRadioShowaug1979-deel5 https://pixeldra.in/u/ineYrQ FreewaveRadioShowaug1979-deel5-1 https://pixeldra.in/u/aqnPqR FreewaveRadioShowjuli1979-deel3-2 https://pixeldra.in/u/gbzUE3 FreewaveRadioShowjuli1979-deel4 https://pixeldra.in/u/q-0YGJ FreewaveRadioShowjuli1979-deel4-2 https://pixeldra.in/u/ucX1pq FreewaveRadioShowjuli1979-deel4B https://pixeldra.in/u/jK7Ii6
  18. Van de Golden Radio NL server - zelf van band afgeplukt en omgezet in mp3 FreewaveRadioShow-1april1979 https://pixeldra.in/u/bxCA-o FreewaveRadioShow-2-meil1979-1 https://pixeldra.in/u/q-lQP- FreewaveRadioShow-2-meil1979 https://pixeldra.in/u/3iwBrQ
  19. hans knot

    Hans Knot: Herinneringen aan april en mei 1965

    Goede Vrijdag viel in 1965 op 16 april. Het was voor de RONO, de Regionale Omroep Noord en Oost, dat destijds slechts beperkt zendtijd had, bijzonder dat er voor de Goede Vrijdag een speciaal samengesteld programma tussen kwart voor 7 en kwart voor acht in de avond werd uitgezonden. Het bijzondere was het interregionale karakter dat ontwerper en producer van het programma, Jan Peters, in deze uitzending had gelegd. In nauw overleg en in samen werking met de Friese, Groningse en Drentse redacties was het hem gelukt verschillende dialecten van de vier RONO-streektalen tot één geheel te componeren. Er was voor acht onderwerpen gekozen die handelden rond algemeen menselijke lijdensbeelden, samenhangend en in verband gebracht met Goede Vrijdag. Het gebruikelijke Oost programma, dat normaal op de vrijdag werd uitgezonden, kwam te vervallen. In plaats daarvan leverde de redactie Oost onderwerpen aan voor het interregionale dialecten programma. Op Goede Vrijdag werd ook bekend gemaakt dat in het Zuid-Vietnamese Da Nang agent La Daoe was terecht gesteld. Enkele weken daarvoor was hij aangehouden omdat hij in een draagbare radio explosieven vervoerde. Bij verhoor bekende hij lid te zijn van de communistische Vietcong en tevens dat hij opdracht had gekregen een Amerikaans hotel in Da Nang op te blazen. De executie van La Daoe vond plaats door een vuurpeloton van Zuid Vietnamese militairen in het voetbalstadion van Da Nang, dat voor het publiek trouwens was gesloten. Wel werd de terechtstelling bijgewoond door vertegenwoordigers van de pers. Ook was er onrust in Hilversum, en wel naar aanleiding van een aankondiging dat er spoedig verspreiding zou plaats gaan vinden van een nieuw omroepblad, gratis uit te delen, in de grotere steden van Nederland. Op een bijeenkomst van vertegenwoordigers van de destijds bestaande omroepverenigingen, die binnen een gezamenlijke federatie actief waren, werd bekend gemaakt dat wanneer derden onrechtmatig omroepgegevens zich toeëigenden en publiceerden, maatregelen zouden worden genomen om verdere publicatie te voorkomen. De auteursrechten van de omroepgegevens lagen bij de omroeporganisaties, wat zowel betrekking had op de uitgebreide gegevens die in Nederland werden gepubliceerd in de omroepgidsen als wel de korte gegevens die beschikbaar werden gesteld voor publicatie in het buitenland. Vele malen in de daarop volgende decennia zou het onderwerp telkens terugkeren wanneer weer een uitgeverij of krantenredactie met het idee kwam alle gegevens zondermeer te publiceren. Dan was er nogal wat onrust in de kringen van de VARA. In mei 1965 kwam naar buiten dat er besloten was een aantal programma’s geen doorgang te laten gaan op de televisieavonden van deze omroep. Zo bleek een gepland programma ‘Te Gast bij Yoka’ door de leiding van de omroep niet goed genoeg bevonden was voor uitzending en dus geschrapt werd uit de planning. Presentatrice van het programma was Yoka Berretty, een van het presentatieteam van het roemruchtige ‘Zo is het toevallig ook nog een keer’. Te gast was de cineast Jan Vrijman die in het programma enkele vrienden ontmoette en zijn favoriete artiesten liet optreden. Het programma, onder regie van Nico Knapper, werd door de leiding van de VARA niet goed genoeg bevonden. Het lag afhankelijk in de bedoeling dat een serie van deze programma’s zou worden gebracht waarin telkens een bekende Nederlander te gast was en tevens zijn medegasten mocht uitnodigen. Maar de leiding stelde dat het idee van deze programma’s goed was maar beslist niet goed was uitgewerkt. Joop Simons was destijds hoofd gevarieerde programma’s van de VARA en stelde destijds gevraagd zeer teleurgesteld te zijn en dat het niet uitzenden van het programma en grote klap was voor Vrijman en Berretty. Wel voegde hij er aan toe dat het heel duidelijk was afgesproken dat het om een proefprogramma zou gaan. Ook een ander programma, waarvoor een proefaflevering was gemaakt, bleek niet door te gaan. Het was een showprogramma rond Tobby, de toeteraar, Rix en zijn zoon Jerry. Daar was echter een andere reden voor het niet uitzenden, namelijk dat beide heren teveel geld vroegen. Als klap op de vuurpijl maakte de VARA leiding bekend dat een voor zondag 23 mei geplande uitzending van ‘Anders dan Anderen’, waarin Mies Bouman bekende Nederlanders op slinkse wijze naar de studio leidde en confronteerde met voor haar of hem bekende personen, niet doorging. Reden was dat de redactie van het programma erachter was gekomen dat de betreffende persoon voor die zondag geen zin had plaats te nemen in het programma van Mies Bouman. Het is niet bekend geworden om welke persoon dit ging. Hoeveel leden de VARA die week door de negatieve publiciteit heeft verloren is niet te achterhalen. Hans Knot, 8 september 20018 Foto: Yoka Berretty (Wikipedia)
  20. hans knot

    Hans Knot: Dreigbrief aan ondermeer minister Van Doorn

    Herinneringen kunnen van nostalgische waarde zijn of kunnen een slechte smaak in de mond achterlaten. Het ligt geheel aan de persoon die de herinnering betreft. Bij mijn vele herinneringen aan radio zijn het vooral de positieve herinneringen die zijn blijven hangen, vooral omdat ik al meer dan een halve eeuw zeer nauwkeurig aan het archiveren en beschrijven ben. Van de meeste herinneringen is het voor mij mogelijk minimaal een artikel van minimaal 3 pagina’s te schrijven. Echter zijn er ook vele kleine deel onderwerpen waarbij dit echt onmogelijk is. Ik koester ook deze onderwerpen en probeer ze met je, als lezer van de nostalgische columns, te delen. Het is meer dan 43 jaar geleden dat de actie groep ‘Aktief Veronica’ één of meerdere brieven stuurde naar diverse geadresseerden met als doel onrust en schade te veroorzaken, daar men ontevreden was met het leed dat de toenmalige Nederlandse regering had aangedaan door de anti-zeezenderwet van kracht te laten worden in de zomer van 1974. Eveneens was men niet tevreden met de procedures die de VOS, de Veronica Omroep Stichting, diende te doorlopen om eventueel in aanmerking te komen voor een aspirant licentie als omroeporganisatie. Zoals bekend zou later uit de VOS, via een andere structuur, de naam ook veranderen, en wel in de VOO, de Veronica Omroep Organisatie. Wie er achter de actiegroep zat is totaal onbekend, slechts een document werd teruggevonden in een grote doos met documenten die Robert Briel, eens zeer betrokken bij de VOO en het Veronicablad, mij toestuurde. Ook is niet duidelijk aan wie allemaal de dreigbrief, want daar ging het om, is verzonden. Wel stond vermeld dat het ook naar ‘de Telegraaf’ was gestuurd, met verplichting tot publicatie, evenals naar het Ministerie voor CRM en de diverse omroepen. Het document heeft slechts als kop: ‘Belangrijke mededeling’. De dreiging betreft een melding dat een aantal fanatieke Veronicafans twee maanden voordat de, niet gedateerde, brief is verstuurd, zogenaamd hevige explosieven hadden geplaats in, naar wordt aangenomen, het toenmalige complex op het NOS terrein in Hilversum, waarin ook de studio van Hilversum 3 was gevestigd. Omdat het de fanatieke aanhang van Radio Veronica het allemaal veel te lang duurde, totdat hun geliefde programmamakers weer te beluisteren waren, vond men dat men met de explosieven kon gaan dreigen indien minister van Doorn, destijds verantwoordelijk voor het Ministerie van CRM waaronder ook de omroepzaken vielen, niet een gewenste verklaring voor de televisie op zaterdag 5 april 1975 zou geven. Hans Knot, 1 september 2018
  21. hans knot

    Hans Knot: Genodigde kwam niet op 18 april 1973

    Welke 60-plusser herinnert zich niet de voor die tijd allergrootste demonstratie die ooit had plaatsgevonden in Den Haag, gehouden op 18 april 1973. In de jaren tachtig is het aantal demonstranten daarna slechts een keer verbeterd tijdens één van de anti-kernenergie demonstraties. Op 18 april 1973 gingen we naar Den Haag omdat ‘we kunnen het toch proberen’ te demonstreren tegen eventuele maatregelen betreffende de toenmalige zeezenders waaronder Veronica, Radio Noordzee en Radio Caroline. De grote demonstratie, die vanaf het Malieveld richting de Tweede Kamer werd gehouden, was massaal ondersteund door spotjes die vele malen per dag weken lang werden gedraaid op de 538 meter, destijds in gebruik door Radio Veronica. De hoorzitting was bedoeld voor bekende Nederlanders en andere betrokkenen bij Radio Veronica om op hun eigen wijze een positieve rede te houden voor het behoud van dit station en andere zeezenders. Ruim een maand eerder, op 7 maart 1973, was een oproep voor de openbare hoorzitting gedaan aan deze personen door de Griffier van de bijzondere Commissie voor de wetsontwerpen 11 373 en 11 374, drs. A.J.B. Hubert. In deze oproep stond vermeld dat men welkom was om het woord te voeren waarbij tevens de lengte van de spreektijd werd vermeld en het verzoek te reageren op het al dan niet aanwezig zijn tijdens deze hoorzitting. Eén van de betrokken personen, die genodigd was, kon niet komen daar hij op vakantie in het buitenland zou zijn. Op 3 april, een dag nadat het zendschip van Radio Veronica, de Norderney, was gestrand bij Scheveningen, liet Paul Acket weten niet te kunnen komen. Hij was op dat moment niet alleen directeur van het wel overbekende ‘Organisatiebureau Paul Acket’ maar ook directeur van Muziek Expres N.V., uitgever van de maandbladen ‘Muziek Expres’ en ‘Popfoto’. In zijn brief aan de Griffier meldde Acket dat eventueel namens zijn organisatie Ruud van Dulkenraad, toenmalig hoofdredacteur van ‘Muziek Expres’ het woord kon gaan voeren. Omdat hij er niet van overtuigd was dat in zou worden gegaan op zijn verzoek Van Dulkenraad het woord te laten voeren, besloot Paul Acket in de brief goed te onderbouwen wat de reden was van zijn bureau te streven tot behoud van Radio Veronica en andere zeezenders. De standpuntbepaling kwam er op neer dat de Telegraaf- en Telefoniewet van 1904 zodanig gewijzigd diende te worden dat de uitzendingen van Radio Veronica, al dan niet vanaf zee, voortgezet konden worden. Dit niet alleen op grond van het gewoonterecht, dat volgens Paul Acket op dat moment zo langzamerhand toch wel van toepassing was, maar ook gezien de steeds meer nieuwe impulsen die het radiostation gaf aan een bepaalde tak van de amusements- en recreatie-industrie. In zijn brief vervolgde Acket met de mededeling dat zijn bedrijf zich innig verbonden voelde met de activiteiten van Radio Veronica en dat men er trots op was dat de samenwerking met Veronica al dateerde vanaf ongeveer zes maanden nadat het radiostation in 1960 in de ether kwam. Acket: ‘In feite waren wij het eerste Nederlandse bedrijf met landelijke bekendheid dat destijds op permanente basis met Radio Veronica ‘in zee’ ging.’ Het was in de tijd dus dat Radio Veronica zelfs in Den Haag en omgeving nog moeilijk te ontvangen was. Men was in zee gegaan met Radio Veronica omdat men van mening was dat binnen afzienbare tijd de populariteit van Radio Veronica gigantische vormen zou gaan aannemen, hetgeen gunstige resultaten teweeg zou kunnen brengen voor vele bedrijven en instellingen. Acket stelde verder dat mede door Radio Veronica de maandbladen ‘Muziek Expres’ en ‘Popfoto’ een grote lezerskring hadden verworven, wat bovendien had betekend dat het bedrijf groter was geworden en dat men op dat moment ruim 40 personeelsleden in dienst had. Hij stelde tevens dat dit voor de werknemers een plezierige werkplek betekende. En ook vermeldde hij dat de publiciteit die Radio Veronica gaf aan de door het Organisatiebureau ‘Paul Acket’ georganiseerde zalen als bijvoorbeeld het Concertgebouw, de Doelen in Rotterdam en het Congresgebouw in Den Haag’ eveneens niet te onderschatten was. Ook was hij ervan overtuigd, aldus de brief aan de Griffier Hubert, dat het wegvallen van deze ‘free publicity’ bij het verdwijnen van Radio Veronica vermoedelijk een teruggang in het aantal te organiseren concerten zou betekenen. Acket: ‘Het kan niet alleen voor ons maar ook voor tal van bedrijven nadelige gevolgen opleveren, waarbij we slechts denken aan ondermeer theaters en schouwburgzalen, drukkerijen van affiches en programma’s, hotels, transportbedrijven, luchtvaartmaatschappijen en meer.’ Tenslotte wees Paul Acket er op dat de uitslag van de ‘Muziek Expres Populariteitsverkiezingen’ over 1972 in de categorie ‘favoriete radiostation’ Radio Veronica de eerste plaats bezette met 51,8%; de tweede plaats voor Radio Noordzee was met 29,9% en dat Hilversum 3 met 18% slechts de derde plaats behaalde. Volgens de poll was het populairste radioprogramma de ‘Radio Veronica Top 40’ met 31,0% gevolgd door de Lexjo van Veronica met 18%. Als populairste deejay kwam, aldus Acket, Lex Harding uit de bus met 23,6%. Tot slot maakte Acket er geen bezwaar tegen dat de ingezonden brief voor de hoorzitting ter inzage van de pers verstrekt werd. Op 2 dagen na is het 42 jaar na dato dat het schrijven van Acket naar de Griffier werd verstuurd en mij op 31 maart 2015 werd toegezonden voor het archief. Hans Knot, 18 augustus 2018
  22. hans knot

    Hans Knot: Het najaar van 1963

    De nostalgische terugblik brengt ons terug naar 1963 waarbij ik focus op onder meer de zeezender Radio Veronica en de plannen voor een televisieplatform. In de kranten werd in de maand augustus 1962 verslag gedaan van een nieuwe vinding, waardoor het mogelijk werd schepen een schoonmaakbeurt tot onder de waterlijn te geven en op te knappen. Het bedrijf N.V. Magneto-Chemie uit Schiedam was van plan het drijvende radiostation Veronica voor de Scheveningse kust dankzij de nieuwe vinding in volle zee een schoonmaakbeurt te geven: ‘de beurt zal waarschijnlijk – als het weer meewerkt – volgende week plaats hebben. Aan boord van de kotter die Veronica regelmatig van proviand en programma’s op de band voorziet, zullen enkele kikvorsmannen uit de Scheveningse haven vertrekken om het schip onder de waterlijn op te knappen.’ Doel van de beurt was de roest laag, die zich in de loop der jaren op de huid van de Borkum Riff had vastgezet, te verwijderen. Normaal geschiedde dit vrijmaken van corrosie op de werf, maar aangezien het radiozendschip geen enkele haven binnen kon worden binnengesleept zonder gevaar in beslag te worden genomen, had de directie van Veronica zich gewend tot de Schiedamse ondernemer, H. B. Beer, directeur van Magnete-Chemie. De toen nieuwe vinding was al patent verleend in verschillende landen en de directeur had wel een verklaring waarom op zee gewerkt kon worden: “Gewoonlijk bestaat de bescherming tegen roest op de scheepshuid uit zinken blokken, die tegen de platen van het schip worden gelast. Deze blokken dienen te voorkomen dat roest ontstaat. De werkingssfeer van de zinkblokken bedraagt enkele meters, zodat elk schip – afhankelijk van de grootte, enkele tientallen van deze blokken nodig heeft.” Tot begin 1963 was het aanbrengen van de blokken echter steeds noodzakelijk geweest een schip op de werf of in een dok te zetten omdat laswerk heel moeilijk onder water kon worden uitgevoerd. De heer de Beer ontdekte echter een nieuwe mogelijkheid. In de blokken bracht hij sterke magneten aan met een trekkracht van niet minder dan 1800 kilo. Daardoor hechtten de blokken zich onwrikbaar vast op de scheepshuid. Op deze manier kon een schip binnen enkele uren een anti-roestbeurt ondergaan. De Beer destijds over het systeem: “Het systeem biedt grote voordelen voor de scheepvaart. Immers, de vinding betekent kosten- en tijdsbesparing. Normaal dient een schip voor een dergelijke behandeling ongeveer 36 uur uit het water worden gehaald, terwijl werken volgens de nieuwe methode slechts enkele uren vergt. Bovendien kan het schip gewoon in het water blijven liggen. Daarnaast biedt het systeem mogelijkheden voor de bestrijding van roest op damwanden of pijpleidingen. “ De Borkum Riff was het eerste schip waarop de vinding definitief werd toegepast en zou volgens de ondernemer voor twee jaar van roest gevrijwaard zijn. In het najaar van 1963 verschenen de nodige berichten in de dagbladpers betreffende een nieuw plan te komen tot een kunstmatig eiland voor de kust van Noordwijk voor het brengen van zowel radio- en televisieprogramma’s, een project dat de geschiedenis is ingegaan als het REM eiland. Nadat de nodige feiten waren gepubliceerd was het de KRO die, via het toen al populaire journalistieke programma ‘Brandpunt’ meer wilden brengen dan de kranten. Zo liet men een gefilmde reportage zien van het ronddobberende zendschip Borkum Riff van Radio Veronica, beelden die opvallend genoeg waren geschoten door de VPRO-regisseur Almar Tjepkema. Klaarblijkelijk mochten destijds omroepmedewerkers van andere omroepen wel voor andere omroepen werken, terwijl medewerkers van omroepen, die voor Radio Veronica tevens actief waren, de wacht werd aangezegd. Almar Tjepkema zou trouwens in 1964 een opmerkelijk zijpad betreden door te gaan werken voor het REM-eiland project. Maar de redactie van de KRO wilden meer want ze benaderden op zaterdag 19 oktober zowel de ministers Scholten en Van Aartsen om commentaar te geven over het gegeven dat Radio Veronica nog steeds ongemoeid buiten de territoriale wateren haar uitzendingen kon blijven verzorgen. De redactie van Brandpunt had beide bewindsvoerders gevraagd naar de studio te komen, maar ze lieten weten dat het stadium waarin Veronica en het toekomstige REM-project verkeerden, ze helemaal niet inzagen, waarom er commentaar geleverd diende te worden. Nadat de mededeling was gedaan dat er geen commentaar was te verwachten, stelde men het onredelijk te vinden dat een eenvoudige arbeider uit Twente, die een illegaal zendertje gebruikte, door de rechter werd veroordeeld, terwijl tezelfdertijd Radio Veronica vrij bleef uitzenden. Men had trouwens binnen de redactie van Brandpunt niet veel vertrouwen in het aangekondigde REM-eiland project want op 21 oktober 1963 stond in ‘Vrije Volk’ te lezen: ‘De KRO liet een specialist duidelijk maken, dat dit alles wel niet zo snel zal gebeuren, omdat dit veel te hoge kosten met zich mee zou brengen.’ Ook had men de VVD- gedelegeerde in de Tweede Kamer, mevrouw van Someren-Downer, nog om commentaar gevraagd. Ze bleek de hele situatie niet toe te juichen maar het toch te tolereren, omdat er in Nederland op dat moment nog geen meerderheid was gevonden om commerciële etheruitzendingen toe te staan. Uiteindelijk was er toch een afsluitende positieve conclusie waar te nemen toen de presentator van Brandpunt concludeerde: ‘Maar, het kan. Men zou zelfs een keten van speelholen en verboden gelegenheden buiten de territoriale wateren kunnen aanleggen, zonder dat juridisch kan worden ingegrepen. Natuurlijk werden er tal van reacties in de diverse kranten gepubliceerd gericht op de eventuele komst van een commercieel televisiestation, even buiten de nationale wateren van ons land, maar werd ook de zittende regering gewezen op het gegeven dat men niet vroegtijdig had ingegrepen tegen Radio Veronica en daardoor andermaal er plannen waren om buiten de wetgeving om het publiek te bereiken, dit maal met televisie-uitzendingen. In ‘de Volkskrant’ van 12 oktober 1963 was de rubriek ‘Ten Geleide’ bestemd voor het leveren van kritiek, dit maal onder het kopje: ‘Te lang gewacht’. Volgens de niet bij name genoemde redacteur was de Nederlandse regering te laat met een regeling van de reclametelevisie en drong de conclusie zich weer op gezien de plannen waren aangekondigd voor de reclame televisie-uitzendingen, verzorgd vanuit zee. En een vergelijking met Veronica leerde ook dat met van reclame maken via de radio ook niets wilde weten binnen de regering. ‘Desondanks werd de behoefte er aan zo groot dat een gat in de wet werd gevonden, dat zelfs groot genoeg was om er met een complete zendinstallatie door te varen. De overheid is zich al jaren aan het bezinnen òf en hoe aan deze illegale uitzendingen een eind kan worden gemaakt. Maar onderwijl heeft Radio Veronica in feite volledig burgerrecht verkregen bij de Nederlandse luisteraars en bij het Nederlandse bedrijfsleven. Moet het nu weer net zo gaan met de toekomstige reclame-televisie?’ Men wist ook wel dat de komst van reclametelevisie in eerste instantie volledig was afgehouden door de bestaande omroepverenigingen, wat het vinden van een oplossing volledig had geblokkeerd. Wel had het voorgaande kabinet de kwestie eindelijk eens goed aangepakt en besloten te komen tot een tweede Nederlands televisienet, dat mede gefinancierd zou kunnen worden uit de opbrengsten van reclamespots. Maar eenmaal ter behandeling in de Tweede Kamer werd het wetsvoorstel, waarin de wijzigingen van het uitzenden van televisie was vastgelegd, in meerderheid van stemmen afgewezen, zonder er echter iets tegenover te stellen, dat wel voldoende instemming zou kunnen krijgen. Bij de besprekingen te komen tot een nieuwe regering konden de partijen destijds in 1963 het enkel eens worden op de instelling van een zogenaamde pacificatiecommissie, waarin lieden, die alle sterk uiteenlopende meningen hadden, waren vertegenwoordigd. De bedoeling was dat uit dat overleg een voor iedereen bevredigend compromis zou komen. Maar de redactie van de Volkskrant constateerde in oktober 1963 dat tot op dat moment het nog steeds bij plannen was gebleven: ‘Voorlopig is men nog niet eens aan de samenstelling van deze commissie toegekomen. Daarna moet er nog lang een breed gestudeerd worden en als de leden van deze commissie het niet eens worden dan dient het huidige kabinet zelf weer te proberen knopen door te hakken.’ Dit uiteraard met in het achterhoofd de gedachte of er ook voor die plannen weer een minderheid zal zijn in de Tweede Kamer. Voor de schrijver van het commentaar was het dan ook zeer begrijpelijk dat grote Nederlandse zakenlieden, die het wel in de toekomst van reclame-uitzendingen zagen zitten, de oplossing hadden gevonden door met een plan te komen tot uitzendingen vanuit internationale wateren. ‘De mazen in de wet, die wijd genoeg waren om Radio Veronica doorgang te verschaffen, zullen nu ook moeten dienen om er met een op een booreiland gemonteerde televisie apparatuur door te komen.’ Men verwachtte wel dat de regering spoedig zou komen met maatregelen waardoor een eventuele start van een televisiestation in internationale wateren voorkomen zou kunnen worden. En aldus de berichtgeving in diverse kranten, zou het best zo kunnen zijn dat ook Radio Veronica daar dan de dupe zou worden. De kritische rubriek werd vervolgd met: ’Als Radio Veronica toch, hoe dan ook, aan een behoefte voldoet, is het dan billijk dat de overheid nu nog, na jaren, gaat proberen om de klok terug te draaien? En al kan men er begrip voor hebben, dat de overheid zou willen voorkomen, dat er ook nog illegale reclame-televisie ontstaat – haar taak zou – evenals bij de reclame in de radio – toch moeten zijn, tijdig legale ruimte te scheppen voor een nieuwe behoefte. Wordt een dergelijke behoefte te laat onderkend, dan zoekt zij toch op de een of andere manier een uitweg en dat zien we ook weer bij de reclame-televisie. Er is te lang gewacht en daar ligt de fout!’ En we weten dat Veronica nog ruim 10 jaar langer haar gang kon gaan vanaf internationale wateren maar dat eind 1964 de REM de nek werd omgedraaid. Hans Knot, 4 augustus 2018
  23. hans knot

    Hans Knot: Een vroege vorm van jongeren omroep

    Het archief van het omroepmuseum, al jaren onderdeel van het Nederlands Audiovisueel Archief, herbergt talloze plakboeken. Ze zijn ooit als geschenk, vaak uit de nalatenschap van een voormalige omroepmedewerker, aan het museum afgestaan. In die plakboeken komen de meest merkwaardige onderwerpen naar voren, zoals telexberichten die zijn ingeplakt, interne mededelingen vanuit de omroep, maar ook uit de krant geknipte berichten die gerelateerd zijn aan radio dan wel televisie. Ik vond een dergelijk bericht dat handelde over de JARO, de Jeugd Amateurs Radio Omroep, en de beide voortrekkers daarvan — Kees van Maasdam en Herman Stok. Samen met Arno Weltens schreef ik er in 2000 het volgende artikel over. Soms vind je bij het doorzoeken van een archief bij toeval iets bijzonders. Iets waar je niet speciaal naar op zoek bent, maar waar je zomaar tegenaan loopt. Dat overkwam Hans Knot tijdens zijn jaarlijkse zoektocht door de vele plakboeken in het omroepmuseum. Onder de kop "Klankbord der jongeren" vond hij een verrassend artikel dat direct zijn belangstelling opeiste. Het handelde over een inmiddels vergeten episode uit de geschiedenis van de Nederlandse omroep: een initiatief om te komen tot een jeugdomroep. We schrijven april 1950. De betreffende verslaggever, Auke Ruben, was op weg gegaan naar een huis, gelegen in een stil straatje in Haarlem, alwaar de JARO was gevestigd. Die afkorting stond voor Jeugd Amateurs Radio Omroep. We volgen een deel van het verhaal van Ruben dat op 28 april 1950 in het Algemeen Handelsblad verscheen: Zou hij, zo vroeg Ruben zich verbaasd af, in dit huis een studio, een omroepcel of een technische dienst vinden? Toen werd, zo schreef hij, de deur geopend door een jongen met donkerblond krullend haar die me zei binnen te komen. "Hij ging ons voor naar de kamer, waar het kantoor van de JARO was gevestigd. Het was duidelijk te zien, dat de dagelijkse bestuursleden van de JARO, Kees van Maasdam en Herman Stok, deze kamer hadden 'gevorderd' als kantoor. Een schrijfbureau stond tussen de muur en de divan gekneld. Divan en stoelen waren bedolven onder stapels papieren. 'Wij zijn wat klein behuisd,' zei Kees van Maasdam en lachte verontschuldigend. 'Maar ik ben al erg blij dat mijn moeder deze kamer aan ons heeft afgestaan. Hier kunnen Herman en ik tenminste de hele dag werken.' 'Maar die studio?' begon ik aarzelend. Kees maakte een gebaar. 'Op zolder,' zei hij. 'Daar gaan we straks kijken.' Voordat het zover was vertelden Kees en Herman aan de verslaggever dat hun idee was geboren ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Het eerste plan was ontsproten aan het brein van de toen nog jonge Kees van Maasdam die het idee maar graag wilde delen met zijn vriend Herman Stok. Maar waar bestond dat idee uit? Van Maasdam vertelt: "In de oorlog waren alle Nederlanders één [...] Ik heb er vaak aan gedacht, dat dat zo moest blijven. Vooral met jonge mensen moest dat mogelijk zijn. Ik had altijd grote belangstelling voor radio en waarschijnlijk dat ik daarom altijd gedacht heb aan een contact tussen jonge mensen via de radio." Toen Van Maasdam na de oorlog een tijdje bij een omroepvereniging werkte, groeide het verlangen te komen tot een omroepvereniging voor jongeren en velen van zijn vrienden voelden ook wel voor het idee: een jeugdomroepvereniging stichten, dan zendtijd aanvragen en het programma, dat door en voor jongere mensen was samengesteld, over de gehele wereld te verstrooien. Op 12 januari 1949 werd er een vereniging opgericht, de JARO. In het hoofdbestuur hadden Hervormde, Gereformeerde, Rooms-Katholieke en Humanistische Jongeren zitting. In de folder van de stichting stond vermeld zoveel mogelijk jongeren tussen 16 en 30 jaar, via radioprogramma's bij elkaar te brengen, van welke godsdienstige of politieke stroming dan ook. De vereniging was daarmee duidelijk gebaseerd op de naoorlogse doorbraakgedachte. Al snel had de vereniging zestig leden, waarvan vijftig in Haarlem en tien in Amsterdam. Ze betaalden ieder 10 cent per week contributie. Geld was echter een bijna onoverkomelijk probleem. Bijna, want men kon geld lenen en de studio kon worden ingericht in het huis aan de Oranjestraat in Haarlem. Op de zolder, dus. Andermaal terug naar de tekst van Auke Ruben: "Als wij twee trappen zijn opgeklommen staan we op een overloop. Op een deur lezen wij Studio A. Herman Stok vertelde: 'In die afdeling wordt vastgelegd wat hier wordt gesproken of gespeeld. De regisseur en de leider van de Technische Dienst zitten daar. Via die lichtjes kunnen wij met elkaar 'praten.' Als het groene licht brandt, betekent dat, dat de T.D. klaar is, dan antwoordt de studio met wit licht en rood betekent ten slotte: 'We gaan draaien.' Tijdens de opname kunnen wij ook met elkaar 'praten.'' Herman wijst op andere lichtjes en legt uit: 'Als die brandt betekent het 'voeten stil,' deze 'Denk om de tijd' en de laatste 'Slot maken.' De JARO was duidelijk meer dan een bevlieging. Er werkten liefst een kleine 20 medewerkers aan de totstandkoming van de programma's, waaronder naast Van Maasdam en Stok, ook Dick Verkijk en Joop van Zijl. In de eerste periode werden de programma's op lakplaten opgenomen. Het waren voornamelijk proefopnamen met een duur van rond de tien minuten. Voordat de magneetband zijn intrede deed, nam men ook met zogenaamde draadrecorders op. In 1949 maakten de mensen van de JARO hun eerste officiële debuut op de radio. Men had een proefprogramma opgenomen en toegestuurd aan de diverse omroepen. Dat resulteerde in het verzoek van één van die omroepen, de VPRO, het programma te mogen uitzenden. Het was een programma over sociale woningbouw dat geheel was gerealiseerd in de studio op zolder. Vervolgens ging men internationaal want over de grens was de unieke uitzending van de JARO ter kennis gekomen van de programmaleiding van Radio Bremen wat andermaal leidde tot een speciaal programma. Hierna volgden nog een paar medewerkers van Duitse stations die hetzelfde wilden doen met de programma's van de JARO. Niet veel later waren er uitzendingen via stations in Brussel en Stockholm. Maar de heren hadden nog grotere idealen. We citeren Van Maasdam andermaal uit het interview: "Wij zouden over een eigen golflengte willen beschikken. Internationaal zou een jeugd radio-omroep moeten worden gesticht. Over een eigen zender zou de jeugd uit de hele wereld om beurten in eigen taal of in de taal, die andere jonge mensen kunnen verstaan, uitzendingen moeten verzorgen. In ons land zouden wij om te beginnen graag willen samenwerken met de jeugdverenigingen van alle gezindten. Het zou hùn taak zijn om in de beschikbare zendtijd, de programma's te vullen. Zo zouden wij van elkaar horen wat wij willen en wat wij doen." De eerste schreden naar internationaal contact waren dus al gezet. Kees van Maasdam en Herman Stok stichtten een afdeling van de JARO in Genève en wel binnen de UNESCO. Men had daar toevallig van het initiatief gehoord bij deze onderafdeling van de Verenigde Naties, dat hun steun toezegde. Het verslag van Auke Ruben vervolgt: "Hoewel de JARO nog lang niet het gestelde doel heeft bereikt, moeten jullie vooral niet denken, dat zij nu met de handen over elkaar zitten te wachten, totdat het ogenblik is gekomen. 'Als het eenmaal zover is, dat we kunnen uitzenden, moeten wij over een staf beschikken, die technisch en organisatorisch is getraind,' vertelt Kees van Maasdam. 'Een vaste kern wordt nu opgeleid, want het in elkaar zetten en het leiden van een programma — al is het nog zo klein — is geen peulenschilletje.'" Naast het maken van proefprogramma's deden de heren nog meer. Ze gaven een maandblad uit over hun activiteiten. Ze moesten daartoe niet alleen de kopij verzorgen maar ook het blad stencilen. Met al dat werk kwamen ze de dag wel door. Stok daarover: "Wij beginnen 's morgens om negen uur en vaak werken wij tot 's avonds laat door [...] Een ding vinden wij erg jammer: wij verdienen natuurlijk niets, want de JARO kan ons geen salaris betalen. Nu moeten wij op de zak van onze ouders leven en dat is heel erg naar. We hebben echter subsidie aangevraagd en wie weet ..." Het idee te komen tot een internationale jeugdomroep is uiteindelijk niet geheel gerealiseerd en wel om de eenvoudige reden dat slechts 1.000 gulden subsidie werd verkregen van het Prins Bernard Fonds (1951), de UNESCO geen toestemming verleende een frequentie op de korte golf vrij te maken voor de uitzendingen en er geld verdiend moest worden. Uiteindelijk zouden beide heren in dienst treden van de VARA en daar grote naam maken. Ook daar werd het idee van de jongerenomroep op tafel gelegd, maar voorzitter Broeksz zag niets in de plannen. De JARO ging in 1952 ter ziele. Van Maasdam presenteerde vele programma's en werd vooral bekend door zijn programma's die vanuit het land werden uitgezonden. Stok stond voor 'Top of Flop' op de televisie, terwijl 'Tijd voor Teenagers' en 'Mix' slechts twéé van zijn vele radio programma's bij de VARA waren. Het idee van de JARO werd trouwens overgenomen door de AVRO, die naar aanleiding van de jongerenomroep, op initiatief van Herman Broekhuizen, de jeugdomroep Minjon oprichtte. Ook dat initiatief leverde tot aan het begin van de jaren zestig vele nieuwe radiotalenten op. Maar, dat is weer een ander verhaal. De foto bij dit verhaal: Enkele medewerkers van de JARO in actie. Van links naar rechts: Herman Broekhuizen, Donald de Marcas, Joop van Zijl, Tony van Verre, Peter Kok en Greetje Kauffeld, die allemaal op de een op andere manier later via de radio bekendheid verwierven (Foto: Archief NAA). Hans Knot, 11 augustus 2018
  24. hans knot

    Hans Knot: Herinneringen aan de eerste film en meer

    In de zomer van 1965 waren er twee films die bij het bioscooppubliek aansloegen. De veelal geroemde en beschreven: ‘Fanfare’ van Bert Haanstra was de eerste. Deze werd in Groningen destijds vertoond in het Grand Theater aan de Grote Markt, terwijl de kopers van een kaartje nog eens aangenaam werden verrast omdat gratis ook nog eens de door Haanstra geproduceerde documentaire ‘Glas’ werd vertoond. Deze in 1958 in kleur gemaakte film was de eerste Nederlandse productie ooit die een Oscar heeft gewonnen. Inspiratie voor deze 11 minuten durende film kreeg Haanstra toen hij in opdracht van een glasfabriek een voorlichtingsfilm: ‘Over glas gesproken’ draaide. Hij raakte zo onder indruk van het productieproces dat hij tot een verkorte versie voor een breed publiek besloot. Hij vroeg Pim Jacobs speciaal voor de documentaire de muziek te componeren, wat het totaal compleet maakte. In een andere bioscoop aan het Hereplein in Groningen, Camera, was op hetzelfde moment een showfilm te zien, die vooral door jonge vrouwen werd bezocht en alom geroemd werd als een fonkelend dansfeest. De hoofdrollen in de film: ‘Rozen voor Marika’ waren weggelegd voor Marika Kilius en Hans Jürgen Bäumler. Maar ook de destijds in Duitsland immens populaire Peter Kraus speelde een belangrijke rol. In de jaren voorafgaand waren Marika en Hans Jürgen vooral bekend geworden als ijsschaatspaar, dat tussen 1958 en 1964 liefst vier keer nationaal kampioen van West Duitsland werd. Groter was het succes in Europa, waar ze zes keer de titel pakten en tevens pakten ze, met als trainer Erich Zehler, twee keer de wereldtitel ‘kunstrijden op de schaats voor paren’. De eerste wereldtitel was in 1963, maar had eerder gewonnen kunnen worden als de titelstrijd in 1961 niet was afgelast. Tijdens een vlucht van Sabena stortte een vliegtuig, met aan boord de Amerikaanse ploeg, neer hetgeen leidde tot afgelasting van de wereldkampioenschappen dat jaar. Ook op de Olympische Spelen, waaraan ze twee keer deelnamen, wonnen Marika Kilius en Hans Jürgen Bäumler, even zo vaak een zilveren medaille. Zowel in 1960 als 1964 was dit het geval, alleen werd de laatste medaille in 1966 door het Internationale Olympische Comité weer ingenomen. Het was namelijk bekend geworden dat het paar al voor de Olympische Winterspelen van 1964 een contract had getekend om na de spelen commercieel te gaan optreden in de Weense IJsrevue. Vele jaren later, in 1987, werden ze gerehabiliteerd door het IOC en kregen ze elk hun medaille terug. Tijdens de betreffende kampioenschappen werd er met regelmaat, nog in zwart wit, verslag gedaan op de televisie en werd er, waar men al de beschikking had over een televisietoestel, intens naar de Nederlandse televisie, die via Eurovisienetwerk, verslag deed. Dit kwam niet alleen om eerder genoemd paar maar vooral door de successen van de Nederlandse Sjoukje Dijkstra en Joan Haanappel. Terugkomend op de film ‘Rozen voor Marika’ kan gesteld worden dat ook het ballet van de Weense Staatsopera erin optrad, evenals de toen bekende Flamengo danser Pedro Di Cordoba. Aangezien er bij ons thuis vaak naar de radioprogramma’s van Chris Howland werd geluisterd kenden we ook de muzikale successen van Marika Kilius en Hans Jürgen Bäumler, waarvan een aantal in de showfilm voorkwam. ‘Wenn die Cowboys träumen’, een duet met Marika Kilius) ‘Honeymoon in St. Tropez’ andermaal een duet met Marika Kilius en ‘Wunderschönes fremdes Mädchen’ en ‘Sorry little Baby’ uit 1964, waren allen successen voor Hans Jürgen Bäumler. Een jaar later werd hij daarvoor onderscheiden met de bronzen leeuw, uitgereikt door de leiding van de Duitse service van Radio Luxembourg. Groningen had nog meer bioscopen, zoals Luxor in de Heerestraat en de Beurs in de A-Kerkstraat. In deze laatste werden meer de derde rangs films gedraaid terwijl seks wellustelingen er ook hun genre af en toe konden zien. Wat was trouwens mijn eerste film in de Groninger bioscopen? Ik denk dat het in 1958 is geweest dat moeder met mijn oudste broer Jelle een weekend naar onder meer de Heilige Landstichting in Nijmegen ging en vader de ‘opdracht’ kreeg de andere vier kinderen te vermaken. 8 jaar en dus op naar een familiefilm in de bioscoop om ‘Der Lachende Vagabund’ te zien met onder meer zanger Fred Bertelmann, die ook vaak werd gedraaid in de programma’s van Radio Luxembourg. Ik probeerde vervolgens dat station maar eens op te zoeken toen ik stiekem aan de knoppen van de radio zat. Was dat misschien het begin van mijn grote liefde voor de radiobeleving? Deels want broer Jelle wist avonds laat ons, omdat we dezelfde slaapkamer deelden ondanks een leeftijdsverschil van tien jaren, ons – mijzelf en mijn tweelingbroer Egbert – warm te maken voor de uitzendingen van The American Forces Radio Network (AFN) dat voor ons Groningers vooral goed was te ontvangen via de zender actief vanuit Bremerhavn. Hans Knot, 28 juli 2018
  25. hans knot

    Hans Knot: Eurovisie songfestival 1970

    Zaterdag 21 maart 1970 vond het Eurovisie Songfestival plaats in het RAI Congrescentrum, omdat onze eigen Lenny Kuhr het jaar daarvoor een van de winnaars was geweest met ‘De troubadour’. Zowel via radio als de televisie waren vele Nederlanders, Vlamingen maar ook buiten onze landen gekluisterd om niet alleen alle liedjes aan te horen maar vooral om de meningen van de jury’s uit de deelnemende landen te horen, voor welk lied men de voorkeur had gekregen. In ieder geval was het voor de latere winnares tijdens de bekendmaking van de punten, die vanuit alle landen werden gegeven, het op een bepaald moment allemaal iets te veel. Het was nog niet de tijd dat er een megavoorstelling van het Eurovisie Songfestival werd gebracht en werd meer op de individu dan groepen artiesten, omringd door allerlei managers, tekstschrijvers, componisten en verdere aanhang ingezoemd. De nog maar 17-jarige Ierse zangeres was zichtbaar hangend tussen een paar stevige landgenoten, omstuwd door fotografen en met een bezorgde moeder, grootmoeder en overgrootmoeder achter haar aandribbelend, moest ze kort na het winnen van het 15de Eurovisie-songfestival weggedragen worden naar haar kleedkamer, omdat ze dreigde flauw te vallen. De spanning was haar duidelijk te veel geworden. Vooral toen de jury in Brussel haar liefst 9 punten gaf en dus ook de overwinning, want ze kwam op een totaal dat niet meer was in te halen door directe concurrent Engeland. Ierland eindigde als eerste met 32 punten, gevolgd door Engeland met 26 punten en West Duitsland haalde de derde plek met 12 punten. Het programma werd gepresenteerd door Willy Dobbe, destijds omroepster bij de TROS. Er deden nog weinig landen mee mede doordat Portugal, Zweden, Noorwegen en Finland zich hadden terug getrokken omdat in 1969 er liefst vier winnaars waren. Katja Epstein was deelneemster namens West Duitsland. Tijdens de uitzending waren er geen noemenswaardige incidenten waar te nemen. Tijdens de generale repetitie stortte trouwens een deel van het podium in. Op de radio waren enkele aanwezigen te horen en zo noteerde ik destijds dat onder meer Mary Hopkin zich uitliet over de jonge winnares. Ze zei: “Toen ik donderdag het lerse liedje voor de eerste keer hoorde, wist ik bijna zeker dat het zou winnen. Het is lief, het is niet zo commercieel en Dana zingt het schattig.” Voordat ik het vergeet, Nederland werd met 7 punten vijfde terwijl België, waar in 1970 eigenlijk de Walen de Belgen vertegenwoordigden, met 5 punten zesde werd. Helemaal onderaan met nul punten eindigde Luxemburg dat werd vertegenwoordigd door Leon Kleerekoper, die wij als radioliefhebbers nog kennen uit de tijd van Radio 227. Als David Alexander Winter trad hij op voor Luxemburg en nadat de uitslag bekend was geworden had hij geen goed woord over op de uitslag. Op de radio noemde hij het ‘waardeloos, onmogelijk en volstrekt onbegrijpelijk’. Het voelde aan als een miskend talent te zijn. Gelukkig is het allemaal goed met hem gekomen. Het songfestival werd in de Eurovisielanden in 1970 bekeken door liefst 400 miljoen mensen, over radiobeluistering werden destijds geen cijfers bekend gemaakt maar één van hen was uw columnist. Het Metropole Orkest zorgde die dag voor de muzikale begeleiding van het geheel, kom daar anno nu maar eens mee. Dolf van der Linden was de dirigent en orkestleider. Hans Knot, 14 juli 2018
×

Belangrijke informatie

Door gebruik te maken van deze site ga je akkoord met onze Gebruiksvoorwaarden, Privacybeleid, en We hebben cookies op je apparaat geplaatst om de werking van deze website te verbeteren. Je kunt je cookie-instellingen aanpassen. Anders nemen we aan dat je akkoord gaat.