Klassement
-
de redactie
Leden15Punten15.274Aantal bijdragen -
hans knot
Leden5Punten2.854Aantal bijdragen -
Vincent
Administratoren2Punten28.820Aantal bijdragen
Populaire bijdragen
Inhoud met de hoogste waardering sinds 16-05-26 in Blogartikelen tonen
-
De nostalgische column van Hans Knot 6 juni 2026: Storingen of geen storingen, een reconstructie
3 puntenIk neem je 56 jaar mee terug in de tijd met herinneringen die me nog goed in het geheugen liggen. Het liep tegen het einde van de maand juli 1970 en het zendschip van Radio Nordsee International was sinds een week vertrokken van de Britse kust om vervolgens het anker weer te laten vallen in internationale wateren voor de Nederlandse kust ter hoogte van Scheveningen. Het was de krant ‘Het Parool’ die op 28 juli in de avondkrant als eerste wist te melden dat niet alleen de uitzendingen voor de Nederlandse kust waren hervat maar er tevens sprake was van storingen veroorzaakt door de uitzendingen. RNI was op dat moment te beluisteren via de 244 meter, 1230kHz, en via de 102 MHz FM. Spoedig bleek dat er sprake was van storingen in de westelijke kustgebieden op de programma’s van Hilversum III, die via de 240 meter destijds de ether ingingen. In de voornoemde krant werd gemeld dat het vooral kwam door het hoge vermogen dat RNI uitstraalde. ‘Hilversum III heeft, als gevolg van internationale afspraken, een gering uitzendvermogen’. Ook werd gemeld dat RNI van een frequentie gebruik maakte die officieel was toegewezen aan een radiostation in Hongarije. Ook meldde de krant dat de afdeling radio en televisie van de P.T.T. de storing inmiddels ook had ontdekt en deze zo spoedig mogelijk een verslag zou uitbrengen van de bevindingen aan de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat. Immers diende een eventuele maatregel tegen RNI worden genomen van regeringszijde. Een andere opmerking van een woordvoerder van de P.T.T. werd toegevoegd: ‘Het zou een mooie mogelijkheid zijn om het Verdrag van Straatsburg tegen de zeezenders door de regering te ratificeren.’ Ook maakte men in het Parool bekend dat de Centrale Directie van de P.T.T. de eigenaren van Radio Nordsee International, het station dat vanaf het zendschip MEBO II actief was, gevraagd had de storing op te heffen die veroorzaakt werd op de uitzendingen van Hilversum III. Dit verzoek werd gedaan richting de eigenaren, die kantoor hielden in het Zwitserse Zürich. Een van de journalisten van het Parool nam zelf op 28 juli 1970 ook contact met de eigenaren van RNI die stelden niets te weten van de vermeende storingen: ‘de piratenleiders Erwin Meister (31) en Edwin Bollier (32) verblijven momenteel in Nederland. Erwin Meister: “Voor de Britse kust werden wij moedwillig gestoord. Nu liggen wij voor de Nederlandse kust om deze storing te ontlopen en het is helemaal niet onze bedoeling om een ander te storen. Dat we een van uw stations storen is ons niet bekend. Als we een klacht hierover ontvangen zullen we naar een andere golflengte moeten overgaan. De 217, 259 en 270 zijn eventueel ook mogelijk, maar zolang we niets officieel weten veranderen we niets.” De daarop volgende periode werd er in de diverse kranten het nodige geschreven over dit onderwerp. Zo was in het ‘Radio & TV Journaal’ in de Telegraaf op 30 juli 1970 te lezen dat de P.T.T. contact zocht met piratenzender’. Als opening werd het artikel begonnen met: ‘Wat in Hilversumse omroepkringen wordt beschouwd als een novum’, daarbij doelend wat niet mogelijk was vanuit deze kringen maar wel gebeurde door een ambtenaar van de P.T.T., die – vallend onder het ministerie van Verkeer en Waterstaat – een telegram had verstuurd aan de eigenaren van RNI. Er werd aan toegevoegd dat RNI, gestoord door een Britse stoorzender, genoodzaakt was haar zendschip te verkassen naar de internationale wateren voor de Nederlandse kust om op die manier de invloed van deze Britse stoorzender te ontlopen. En vervolgens schreef Henk E Janszen, destijds verantwoordelijk voor de voornoemde rubriek, dat het station wel genoodzaakt was geweest om voor de Nederlandse stranden op te duiken, maar vervolgens de uitzendingen van Hilversum III stoorde. Grote fans van RNI en Veronica hebben waarschijnlijk, al dan niet in gedachten, boos gereageerd op het vervolg van het artikel waarin werd gemeld: ‘Hilversum III is de tegenhanger van Veronica, Een ongestoord luistergenot van lichte muziek, annex reclameboodschappen, is het minste dat van de Nederlandse autoriteiten mag worden verwacht’ Redelijk opmerkelijk daar in de volgende jaren de redactie van de Telegraaf voornamelijk pro Radio Veronica was en niet voor Hilversum III. Bovendien werd de term ‘piratenzender’ weer gebruikt als het ging om de programma’s van RNI. ‘Als Radio Nordsee voor een kink in de kabel zorgt, lijkt het logisch dat de vaderlandse instanties hieraan iets gaan doen. In analogie met de Britse autoriteiten ook een stoorzender instellen?’ Janszen concludeerde wel dat Veronica, bij het inzetten van een stoorzender, in gedrang zou komen, een troetelkind van ontelbare schare radiofans in Nederland. Maar hij concludeerde ook dat een ambtenaar van de P.T.T. – in overleg met collega’s bij Verkeer en Waterstaat, een meer vriendelijke weg bewandelde middels het sturen van een telegram richting de eigenaren van RNI in Zürich, waarin melding werd gemaakt dat men storing veroorzaakte op een zender van de Hilversumse omroepen. Er werd daadwerkelijk geen verzoek gedaan om deze storing op te heffen, maar duidelijk diende het wel te zijn. En vervolgens waren de rapen gaar want vanuit het omroepwereldje in Hilversum ging men verbolgen een mening geven waaruit naar voren kwam dat men ‘een dergelijke hoffelijke benadering’ op zijn zachts gezegd maar te ver gaand vond. Een woordvoerder van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat reageerde laconiek op deze reactie; “Als er wordt gestoord dan bewandelen we altijd deze weg. Misschien dat de twee voor de kust opererende illegale zenders nu aanleiding kunnen zijn om bij wetsontwerp, op basis van het Verdrag van de Raad van Europa dat het optreden van piratenzenders onmogelijk wil maken, te gaan ondernemen.” Op 30 juli 1970 bracht het Parool het verontrustende bericht dat de uitzendingen van Radio Nordsee International nog meer storingen veroorzaakte. Zo werd er gestoord op het mobilofoonverkeer van de busonderneming West-Nederland N.V. te Boskoop. De directie van de onderneming had inmiddels een klacht ingediend bij mobilofoondienst van de PTT. In dit geval werd de storing veroorzaakt door interferentie met het FM-signaal van RNI. Een woordvoerder van de PTT deelde diezelfde ochtend mee dat de storing, veroorzaakt op de programma’s van Hilversum III, inmiddels was opgeheven. Van 1232 naar 1228 kilohertz was de zender aan boord van de MEBO II gewijzigd maar het betekende geen einde aan de storing op voornoemd mobilofoonverkeer. Een woordvoerder van de P.T.T. had gemeld dat men zou kijken welke maatregelen waren te nemen om de storingen op te heffen. De journalist van het Parool liet ook een woordvoerder van de busonderneming aan het woord waaruit bleek dat de storingen ernstige gevolg voor veiligheid konden veroorzaken: Zo was het niet mogelijk de binnenkomende gesprekken van buschauffeurs, die zich op meer dan 6 kilometer van de remise bevonden, goed te verstaan. Hierdoor had men al een hele week met vertragingen te maken en ontstond een onhoudbare zaak in vakantietijd. De busonderneming verzorgde busverkeer op verschillende lijnen in een groot stuk van het westen in de regio’s Den Haag tot en met Utrecht. Volgens een woordvoerder van de busmaatschappij, die 30 juli 1970 in de Volkskrant aan het woord kwam, werden door de storingen aansluitingen gemist en was de terugkoppeling van signalen vanuit de bussen op een bepaald moment geheel onmogelijk. Niet alleen werd door de eigenaren aanpassing van frequentie beloofd en uitgevoerd maar maakte men ook bekend dat RNI voorlopig alleen in het Engels en het Duits programma’s zouden uitzenden en de komst van Nederlandstalige programma’s, waarover diverse kranten een week eerder publiceerden, niet zouden worden opgestart. Dezelfde 30ste juli verdween RNI uit de ether. Op 3 augustus, nadat aan boord van de MEBO II de nodige technische aanpassingen waren verricht, was RNI weer te beluisteren en wel via de 1385 kHz dan wel de 217 meter middengolf. Ook kwam de kortegolfzender via de 6205 kHz in de 49 meter band die dag weer in de ether. In de donkere uren waren de middengolfuitzendingen minder goed te beluisteren door een interferentie met een Russisch radio station. Een dag later, op 4 augustus, kwam de FM zender van RNI ook weer in de ether en wel via de 96 MHz. Op 5 augustus 1970 tenslotte kwam de tweede kortegolfzender ook in de lucht en was te ontvangen via de 31 meter, 9940 kHz. Op 23 augustus verdween RNI van de 217 meter om vervolgens een dag later terug in de ether te komen via de 220 meter dan wel de 1367 kHz. De beslissing via de 220 meter uit te gaan zenden bleek een succesvolle zonder grote problemen met interferentie storingen. Meer nog grotere problemen zouden er volgen maar dat is voor een andere keer. Hans Knot 2026 Afbeelding: foto Noordhollandarchief Fotobureau De Boer3 punten
-
Column: Het einde van de langegolf in Europa nadert zijn voltooiing
De beslissing van BBC Radio 4 om later deze maand de uitzendingen op 198 kHz te beëindigen past in een ontwikkeling die al jaren gaande is in Europa: het geleidelijk verdwijnen van de langegolf als omroepmedium. Waar deze frequentie ooit gold als een robuuste en grensoverschrijdende manier om radio-uitzendingen ver landinwaarts te brengen, heeft er inmiddels een duidelijke verschuiving plaatsgevonden naar FM, DAB+ en internet. De langegolf had lange tijd een bijzondere positie binnen het Europese omroepstelsel. Door het sterke bereik over grote afstanden en de relatief stabiele ontvangst, speelde deze band vooral een rol in de nationale publieke radio. Toch veranderde die functie langzaam maar zeker, naarmate de kosten voor exploitatie hoog bleven en het luistergedrag van het publiek verschoven is naar andere platforms. De aankondiging dat BBC Radio 4 de uitzending op 198 kHz beëindigt, onderstreept dat deze ontwikkeling nu een beslissende fase bereikt. In verschillende Europese landen is het gebruik van de langegolf al eerder teruggedrongen of volledig beëindigd. In Frankrijk werd de uitzending via 162 kHz van France Inter al jaren geleden stopgezet, terwijl ook andere omroepen zoals RTL en Europe 1 hun langegolfzenders hebben uitgefaseerd. De argumentatie komt vaak op hetzelfde neer: het onderhoud van de infrastructuur staat niet langer in verhouding tot het aantal luisteraars dat nog via deze weg afstemt, zeker nu alternatieve distributiekanalen vrijwel overal beschikbaar zijn. De situatie rond BBC Radio 4 is in dat opzicht symbolisch, omdat de zender lang werd gezien als een van de laatste grote gebruikers van de langegolf in West-Europa. De keuze om de 198 kHz te verlaten betekent dat een belangrijk deel van de traditionele distributiestructuur van de publieke omroep verdwijnt, al blijft de programmering uiteraard beschikbaar via FM, DAB+ en online streaming. Voor luisteraars die decennialang vertrouwd waren met de langegolf, kan dit aanvoelen als een ingrijpende verandering, maar in praktische zin is de overgang al jaren in voorbereiding. De meeste huishoudens maken inmiddels gebruik van FM, digitale radio of internetverbinding om dezelfde programma’s te volgen, vaak met een betere geluidskwaliteit en extra functionaliteit. Wat resteert is vooral een technologische verschuiving die de geschiedenis van de radio weerspiegelt. De langegolf was ooit een essentieel onderdeel van internationale communicatie en nationale dekking, maar heeft in de loop der tijd plaatsgemaakt voor flexibele en efficiëntere systemen. De stap van BBC Radio 4 past in die logische evolutie, waarbij het zwaartepunt van uitzendingen definitief verschuift naar digitale platforms. Daarmee komt er in Europa een periode ten einde waarin de langegolf een vaste waarde was in het dagelijks luisteren naar radio. Vincent Schriel, 6 juni 20262 punten
-
De nostalgische column van Hans Knot 23 mei 2026: ‘De week van’
De speciale weken op de diverse radiostations, zoals bijvoorbeeld ‘de jaren zestig’ of ‘crooners’ dan wel ‘de negentiger jaren’, worden vaak vooraf via een persbericht door de omroepen of het radiostation aangekondigd, dat ook verschijnt via de fb pagina van de betreffende organisatie. Dit vooral met als doel dat het bericht wordt opgepikt en wordt gedeeld. Op die manier hoopt men in de betreffende week hogere kijkcijfers te halen dan men normaal gewend is. Natuurlijk behoeft een programma als ‘de top 2000’ van Radio 2, dat inmiddels al een ruime kwart eeuw door de publieke omroep wordt gebracht, geen dergelijke promotie. Men krijgt het meer dan genoeg via alle bekende kanalen en de dagbladpers te lezen. Maar de grote vraag is natuurlijk of ‘de week van’ iets is van de laatste pakweg 25 jaar, dat internet op deze speciale weken van invloed kan zijn. Het antwoord is nee, want in mijn archief vond ik recentelijk aantekeningen terug die ik heb bewaard uit de tijd dat de radio voor mij een belangrijk onderdeel van mijn leven werd. Wel hadden we, in zwart wit van het merk Erres, een televisietoestel in huis maar ik vond het veel interessanter te luisteren naar de radio. Dit gebeurde niet alleen gezamenlijk in de huiskamer maar ook in de begin jaren zestig van de vorige eeuw deels in de avonduren via de draadomroep, waarover ik al eerder uitgebreid berichtte. In april 1963 kwam de afdeling Propaganda en Organisatie van de NCRV, gevestigd te Ede, met een bericht dat in de week volgend op 20 april mede in het daglicht zou staan als ‘de week van de lichte muziek’. Naast de vele praatprogramma’s en religieuze uitingen en kerkelijke muziekklanken en klassieke muziek was er natuurlijk voor een groot deel alleen maar lichte muziek te beluisteren via de toenmalige Hilversum 1 en 2. Maar toch gingen de schijnwerpers flink aan om deze vorm van muziek te ondersteunen. Het ging daarbij niet alleen om de muziek vanuit de studio naar de luisteraars te brengen via plaat. Nee men ging ook op locatie om de artiesten naar de luisteraars toe te brengen. Zo was er op donderdag 25 april dat jaar een ‘solistisch optreden’ van een aantal in die tijd befaamde trompettisten dat tevens gezamenlijk een optreden zou verzorgen. Het ging om de in Nederland destijds bekende Willy Schobben, Theo Mertens uit Vlaanderen en de Duitser Horst Fischer. Het werd een ruim uur vullend programma dat die avond in de plaats kwam van het reguliere ‘Sterrenavond’ en een samenwerking was tussen NCRV, AVRO, VARA en de KRO. Het optreden van voornoemde drie mannen in één programma was voor die tijd in 1963 uniek te noemen, evenals de samenwerking tussen voornoemde omroepverenigingen. Ter gelegenheid van dit optreden was het Bert Paige die besloot een speciale compositie te creëren wat leidde tot leidde tot ‘Trompetter Paraphrasa’. En er was sprake van vreugde want Schobben, die zijn veertig jarig jubileum had gevierd, had zijn Vlaamse collega, die slechts 41 jaar was, nog nooit gesproken. Echter dient de lezer van deze tijd niet te denken dat Willy Schobben in april 1963 al een respectabele leeftijd had bereikt want hij was destijds slechts 47 jaar. Al heel vroeg in zijn jeugd in Limburg had hij de trompet als instrument tot zich genomen en als 14-jarige werd hij al aangenomen als eerste trompettist bij het Stedelijk Orkest van Maastricht. Het was in 1946 dat hij binnen de omroepwereld voor het eerst met een eigen ballroomorkest optrad en tevens door een platenmaatschappij werd ontdekt. En ik herinner mij dat veelvuldig via de Draadomroep de ‘Trompet Tango’ tot ons schalde maar ook niet veel later zijn absoluut kassucces ‘Mexico’. Van de single ‘Mexico’ werden er in 1963 in no time meer dan 150.000 exemplaren verkocht en de opvolger ‘Benfica’ scoorde andermaal gigantisch hoog voor een plaat met een instrumentaal nummer. Willy Schobben zijn platen werden ook in andere landen uitgebracht en zo werd hij bijvoorbeeld ook populair in Japan. Schobben had niet alleen Gouden platen voor de vele verkochte platen in Nederland maar kwam ook in het bezit van een gouden trompet voorzien van liefst vier sterretjes voor verkochte platen in de Verenigde Staten. In een interview stelde hij omtrent de populariteit van trompetmuziek dat dit vooral kwam door de naoorlogse successen van de Amerikaan Harry James, maar stelde tevens over zijn eigen succes dat dit ook te maken had met zijn unieke vakmanschap als musicus. Tijdens een optreden was er variatie genoeg en speelde hij na een compositie van Bach smetteloos ‘Daar bij die molen’. En in de tijd kregen populaire musici brieven van fans, waarbij Schobben stelde wel 3500 te hebben gekregen in het laatste halfjaar en die ook nog eens door hem werden beantwoord, meestal met daarbij gevoegd een foto. Opmerkelijk was dat de populariteit van Schobben het hoogste was in de provincies Groningen en Friesland en dat ook zijn fanclub in het hoge noorden was gevestigd. In 2009 kwam, na een kort ziekbed, Schobben op 93-jarige leeftijd te overlijden in zijn woonplaats Kerkrade. Hij heeft dus nog lang kunnen genieten van zijn successen. Maar hoe ging het verder in april 1963 na de officiële aankondiging van ‘de week van de lichte muziek’? Het genoemde programma werd op donderdagavond 25 april uitgezonden via Hilversum 2 en wel vanaf half 9 gedurende 65 minuten. Naast de genoemde trompettisten trad het koor Pro Musica uit Bussum, dat onder leiding van Lex Karsemeyer stond, op. Ook was er een optreden van de Kapel van de Koninklijke Luchtmacht te horen. Maar verwijzingen verder naar ‘de week van de lichte muziek’ heb ik niet kunnen vinden bij het doorspitten van de ‘Omroepgids voor Radio en Televisie’ van de NCRV die op 20 april 1963 verscheen. Hans Knot 23 mei 20262 punten
-
Motala langegolf-zendstation in Zweden: van pionier naar museum
Het Motala langegolf-zendstation in Zweden was één van de eerste nationale zendlocaties van het land en speelde een centrale rol in de verspreiding van radioprogramma’s gedurende de eerste helft van de twintigste eeuw. Dit zendstation, gelegen in Motala in de provincie Östergötland, werd in 1927 gebouwd om langegolf uitzendingen te verzorgen en diende vele jaren totdat modernere faciliteiten werden gebouwd. De keuze voor Motala als locatie was strategisch. De stad ligt ongeveer halverwege tussen Stockholm en Göteborg, waardoor radiogolven vanaf dit centrale punt een breed bereik over Zweden konden verkrijgen. Het zendstation was een Marconi-longwave-installatie met een vermogen van 30 kW en een T-antenne bevestigd tussen twee stalen vakwerkmasten. De masten hadden een aanzienlijke hoogte en konden zo radiogolven effectief verspreiden over het land en daarbuiten. De bouw van dit station begon in een periode waarin radio nog een relatief nieuwe technologie was en men streefde naar een nationaal dekkend netwerk. Vanaf het begin werd de zendlocatie gebruikt om langeafstandsradio-uitzendingen op circa 191 kHz te verzorgen. Gedurende de vroege jaren zorgde dit voor een duidelijk en betrouwbaar signaal voor luisteraars binnen honderden kilometers rondom Motala, waardoor radiocommunicatie toegankelijker werd voor de Zweedse bevolking. In de loop van de jaren groeide het zendvermogen en de technische mogelijkheden van de installatie. Rond 1934 werd het station voorzien van een zender met een vermogen van 150 kW en richtantenne-systemen die het signaal verder konden versterken en stabiliseren. Hierdoor kon niet alleen een betere ontvangst over Zweden worden bereikt, maar ook werd er experimenteel kortegolf-uitzending gedaan naar gebieden buiten het land, zoals naar Noord- en Zuid-Amerika. Naast de hoofdtaak als radiotransmissienetwerk voor nationale programma’s, breidde de faciliteit in de jaren 50 zijn diensten uit met FM en middengolf zenders. Deze aanpassingen waren onderdeel van de technologische modernisering van radiocommunicatie in Zweden, waarbij nieuwe frequentiebanden en zendtechnieken werden geïntegreerd om luisteraars betere kwaliteit en meer programma-opties te bieden. De originele langegolf-zender in Motala bleef operationeel tot 1962, toen de nieuwere en technisch geavanceerdere langegolf-installatie in Orlunda ten oosten van Vadstena werd geopend. Deze verving de oudere infrastructuur en bood betere signaalkwaliteit en een groter bereik, mede doordat het moderne antennesysteem met meerdere masten rondom een centrale toren was ontworpen om interferentie te beheersen en de dekking te versterken. Na de sluiting van de zendactiviteiten werd het Motala-complex niet verlaten. Vanaf 1977 is het gebouw van het zendstation verbonden met het Swedish Broadcasting Museum, waarin een collectie van radiotechnische apparatuur wordt onderhouden en tentoongesteld. Dit museumhuis bevat machines uit de beginperiode van de radio-uitzendingen, waaronder de oorspronkelijke zenders uit de jaren 30 en 50, evenals voorbeelden van oude radio’s die in Zweden werden gebruikt. Naast het behoud van historische apparatuur, vinden er binnen het museum af en toe nog uitzendingen plaats op de langegolf. Dit gebeurt met kleinere vermogens dan oorspronkelijk gebruikt, en deze signalen zijn doorgaans lastig te ontvangen buiten de directe regio vanwege het beperkte vermogen en antennestructuur van de museumuitzendingen. Afbeelding: Langegolf radiostation in Motala, Zweden (foto Wikimedia Commons)2 punten
-
Wim van de Water bedankt donateurs na succesvolle inzamelingsactie voor MediaPages
MediaPages.nl heeft dankzij een succesvolle crowdfundingactie voldoende geld opgehaald om een opgelegde boete van ruim € 3.000 te betalen. Initiatiefnemers Ferry Eden en Vincent Schriel begonnen de inzamelingsactie nadat Wim van de Water bekendmaakte onverwacht met de hoge kosten te zijn geconfronteerd. Van de Water schrijft dat de ontvangst van de aanslag van het ANP als een grote klap voelde. Hij benadrukt dat MediaPages.nl al meer dan 25 jaar een hobby en passie is, zonder daar financieel voordeel uit te halen. De website leverde hem volgens eigen zeggen vooral veel contacten, herinneringen en plezier op. Na de start van de crowdfundingactie kwamen vanuit verschillende hoeken steunbetuigingen binnen. Donateurs deelden herinneringen aan zeezenders, radio en de rol die MediaPages.nl door de jaren heen heeft gespeeld voor liefhebbers van radiohistorie en media. In een dankbericht laat Van de Water weten diep onder de indruk te zijn van de reacties en financiële bijdragen. “Iedereen die een donatie heeft gedaan — groot of klein — wil ik vanuit de grond van mijn hart bedanken,” schrijft hij. Ook noemt hij de persoonlijke berichten en herinneringen minstens zo waardevol als de financiële steun zelf. Door de opbrengst van de actie is het volledige bedrag inmiddels bijeen gebracht en wordt de crowdfunding beëindigd. Van de Water geeft aan opgelucht te zijn en hoopt MediaPages.nl nog lange tijd voort te kunnen zetten. Reactie van Wim van de Water op de uccesvolle crowdfundingactie Beste allemaal, Ik weet eigenlijk niet goed waar ik moet beginnen. Toen ik de aanslag van het ANP ontving en ik zag dat ik ruim € 3.000 moest betalen, voelde dat als een enorme klap. MediaPages.nl is al ruim 25 jaar mijn grote hobby en passie, maar het heeft me nooit iets opgeleverd — behalve ontzettend veel mooie contacten, herinneringen en plezier. Daarom vond ik het eerlijk gezegd heel moeilijk om ineens in zo’n situatie terecht te komen. En toen gebeurde er iets wat ik nooit zal vergeten. Op initiatief van Ferry Eden en Vincent Schriel (waarvoor mijn eindeloze dank!) werd een crowdfundingactie gestart en vervolgens leefden zóveel mensen mee. Zóveel lieve berichten, reacties en herinneringen kwamen voorbij. En dankzij jullie hulp is nu zelfs het volledige bedrag bij elkaar gebracht. Ik ben daar diep van onder de indruk. Iedereen die een donatie heeft gedaan — groot of klein — wil ik vanuit de grond van mijn hart bedanken. Echt waar. Het doet me ongelooflijk veel dat zoveel mensen MediaPages.nl een warm hart toedragen. Soms besef je pas hoeveel iets voor mensen betekent wanneer je zo’n golf van steun ontvangt. Dat heeft me enorm geraakt. Ik wil jullie ook bedanken voor alle persoonlijke berichten, de mooie woorden en de herinneringen die jullie deelden over de zeezenders, de radio en de website. Dat betekent minstens zoveel als de financiële hulp zelf. Dankzij jullie steun is het gehele bedrag van de boete bijeen en zal de crowdfunding worden beëindigd. Ik kan weer opgelucht ademhalen en hoop ik nog lang door te kunnen gaan met MediaPages.nl. Nogmaals ontzettend bedankt allemaal. Jullie zijn geweldig! Hartelijke groet, Wim van de Water2 punten
-
Jaarlijkse Zeezender Dag opnieuw in Museum RockArt
Museum RockArt in Hoek van Holland opent ook dit jaar de deuren op 31 augustus voor liefhebbers van de Nederlandse zeezenders. De datum heeft een bijzondere betekenis binnen de radiohistorie, omdat op 31 augustus 1974 een einde kwam aan de uitzendingen van Radio Veronica en Radio Noordzee vanaf zee. Volgens Museum RockArt-directeur Jaap Schut blijft het museum daarom jaarlijks geopend op deze dag, zodat bezoekers gezamenlijk kunnen stilstaan bij deze gebeurtenis en elkaar kunnen ontmoeten. De jaarlijkse Zeezender Dag is uitgegroeid tot een vast moment waarop oud-luisteraars, verzamelaars en andere geïnteresseerden samenkomen. Het museum verwacht ook dit jaar weer veel bezoekers die herinneringen willen ophalen aan de periode waarin de zeezenders een belangrijke rol speelden voor een groot deel van het Nederlandse publiek. In Museum RockArt is een uitgebreide collectie te zien die de geschiedenis van de Nederlandse radio en popcultuur belicht. Tot de blikvangers behoren de gerestaureerde boordstudio van Radio Veronica en de voormalige landstudio van Veronica aan de Zeedijk in Hilversum. Daarnaast beschikt het museum over diverse schaalmodellen van zendschepen, waaronder de Norderney van Radio Veronica, evenals de mengtafel uit de Soundpush Studio en tal van andere historische objecten. Bezoekers kunnen ook terecht in de museumwinkel, waar uiteenlopende herinneringen aan de zeezenders verkrijgbaar zijn. Het aanbod bestaat onder meer uit Veronica-merchandise zoals mokken, puzzels, blikken en muismatten. Ook zijn er verschillende boeken te koop, waaronder uitgaven van Tineke, Leo Weijers, Ferry Eden, Look Boden en Marianne van den Dorpe. Verder biedt de winkel een ruime keuze aan muziekgerelateerde verzamelobjecten op vinyl, cd en in boekvorm. Meer informatie over het programma van de Zeezender Dag op 31 augustus wordt op een later moment bekendgemaakt. Museum RockArt is gevestigd aan de Zekkenstraat 42 in Hoek van Holland. Op maandag 31 augustus 2026 is het museum geopend van 11:00 tot 17:00 uur. De entree bedraagt € 11,50 per persoon. Donateurs en houders van een Rotterdampas hebben gratis toegang. Afbeelding: Jaap Schut & Wim van de Water in Veronica’s boordstudio in Museum RockArt tijdens de Zeezender Dag op 31 augustus 2025 (foto MediaPages)1 punt
-
Jülich: de geschiedenis van een zendinstallatie in Duitsland
Jülich was een belangrijke zendlocatie in Duitsland en lag nabij de stad Jülich in de deelstaat Noord-Rijn-Westfalen. De faciliteit, die begon als een kortegolf zendstation, ontwikkelde zich in de loop van decennia tot een complex met meerdere zenders en antennesystemen die radioprogramma’s voor binnen- en buitenlandse luisteraars verspreidden. De eerste zendinstallatie op het terrein werd gebouwd in 1956 door de Westdeutsche Rundfunk (WDR). Deze eerste zender maakte deel uit van een groeiend complex dat vanaf het begin was bedoeld om kortegolfuitzendingen mogelijk te maken. In de vroege jaren van de ontwikkeling nam het aantal zenders en antennes geleidelijk toe, zodat het complex uiteindelijk bestond uit meerdere zenders en grote antenneparken. Op 1 september 1961 werd de site overgedragen aan de Duitse Bundespost om dienst te doen voor Deutsche Welle, de Duitse buitenlandse omroep. Deutsche Welle gebruikte het complex om radioprogramma’s uit te zenden voor internationale luisteraars. In de loop van de jaren werden tien zenders van elk 100 kilowatt geïnstalleerd, samen met uitgebreide dipool-antennearrays die tussen stalen vakwerkmasten waren geplaatst om de uitzendingen over grote afstanden te kunnen verspreiden. Het antennepark bestond uit tientallen masten en richtantennes, waarvan sommige bijna honderd meter hoog waren. De layout van deze antennes omvatte meerdere rijen en arrays die gericht waren op uiteenlopende regio’s over de wereld, waardoor uitzendingen naar verschillende continenten mogelijk werden. Vanaf de jaren 80 en 90 vond er verdere modernisering van de antennes plaats, inclusief de bouw van nieuwe antenne types voor betere dekking en flexibiliteit. In de jaren 90 werd het complex uitgebreid met een middengolfzender die uitzond op 702 kHz. Hiervoor werd een lange draadantenne gebruikt die aan een van de masten van het zendstation was bevestigd. Deze zender was oorspronkelijk bestemd voor de uitzendingen van een Duitse radio-omroep. Vanaf 6 december 2004 werd de middengolfzender gebruikt om het programma van een commercieel radiostation uit te zenden op dezelfde frequentie. Gedurende de decennia breidde het gebruik van het Jülich-zendstation zich uit. Naast Deutsche Welle maakten in de loop der tijd ook andere radiostations gebruik van de zenders op het terrein. In de periode na de Duitse eenwording bleef het complex in dienst als een relevante zendlocatie, waarbij de apparatuur ook werd verhuurd aan niet-Duitse omroepen. In 2006 werd de locatie overgenomen door een Britse ondernemer, die het complex kocht en vervolgens in januari 2008 doorverkocht aan een religieuze omroeporganisatie. In de jaren daarna nam het gebruik van de zenders geleidelijk af, hoewel plannen zijn gemaakt voor alternatieve ontwikkeling van het terrein met onder meer recreatieve functies, zoals een gebied met campingplaatsen en hotels. De zendactiviteiten op het terrein werden op 24 oktober 2009 beëindigd en de antennes en zendapparatuur in de daaropvolgende jaren verwijderd. Naast de radio uitzendingen zorgde het terrein rond de zendinstallatie voor lokale werkgelegenheid en was het een herkenbare technische structuur in het landschap rond Jülich. Nadat de zendactiviteiten stopten en de fysieke installaties grotendeels verdwenen waren, ontstonden er plannen voor nieuwe invulling van het complex. Besprekingen richtten zich op de ontwikkeling van een bedrijventerrein en innovatiecampus, inclusief een energieregio-project dat in de jaren 2020 begon vorm te krijgen. Investeringen vanuit de deelstaat en interesse van onderzoeksinstellingen hebben sindsdien geleid tot plannen voor de bouw van een Brainergy Park op het voormalige zenderterrein. Afbeelding: De Jülich zendlocatie, zomer 2005 (foto WIkimedia Commons)1 punt
-
AM-radio in de VS centraal in overleg tussen NAB en FCC
De National Association of Broadcasters (NAB) blijft zich inzetten voor de versterking en modernisering van de AM-radio. Dat blijkt uit een recente toelichting op een overleg tussen vertegenwoordigers van de Federal Communications Commission (FCC) en de NAB, dat op 5 juni plaatsvond met medewerkers van de Media Bureau Audio Division en NAB-vicepresident Advanced Engineering David Layer. Tijdens de bijeenkomst stond de toekomst van de AM-band centraal, naast de bredere politieke inzet voor goedkeuring van de zogenoemde “AM Radio for Every Vehicle Act”. De belangenorganisatie benadrukte daarbij dat niet alleen wetgeving, maar ook aanpassingen in regelgeving en technologische ruimte nodig zijn om de sector vooruit te helpen. Een belangrijk onderdeel van de inbreng van de NAB richt zich op het schrappen van bepaalde minimale efficiëntienormen voor AM-zenders. Volgens de organisatie beperken deze eisen de keuzevrijheid bij antenne-opstellingen, waardoor zenders minder mogelijkheden hebben om hun bereik te vergroten of om installaties dichter bij hun luisterpubliek te plaatsen op kleinere en goedkopere locaties. Daarnaast werd gevraagd om regels rond de zogenoemde expanded band, tussen 1605 en 1705 kHz, te versoepelen. De NAB pleit ervoor om de toegang tot deze frequentieband eenvoudiger te maken en om een nieuw aanvraagvenster te openen voor stations die daar gebruik van willen maken. De AM-revitaliseringsprocedure, die in 2013 werd gestart, blijft daarmee een lopend dossier binnen de FCC. In 2025 besloot de commissie het onderwerp niet te sluiten, ondanks het schrappen van duizenden andere dossiers. Volgens de FCC is de vernieuwing van AM-radio geen onderwerp dat op korte termijn kan worden beëindigd, waardoor verdere beleidswijzigingen mogelijk blijven. Eerdere aanpassingen binnen dit traject maakten onder meer digitale AM-uitzendingen mogelijk en versoepelden bepaalde technische en dekkingseisen voor stations. In het recente overleg kwamen ook bredere technologische mogelijkheden ter sprake die volgens de NAB in de toekomst kunnen bijdragen aan een betere signaalkwaliteit en een sterkere positie van AM-zenders binnen een concurrerende mediamarkt, al werden hierover geen concrete voorstellen gedeeld. De NAB benadrukte in de toelichting ook de rol van AM-radio binnen publieke veiligheid en nationale infrastructuur, waarbij het belang van het platform als informatiemiddel in noodsituaties werd onderstreept richting de FCC.1 punt
-
Piratenzender actief vanuit kerktoren zonder dat parochie het wist
In de Sint Willibrorduskerk in Mill heeft zich maandenlang een opvallende situatie afgespeeld waarbij een piratenzender illegaal gebruikmaakte van de kerktoren. De zendinstallatie werd in december stiekem geplaatst en pas recent ontdekt, waarna de Rijksdienst Digitale Infrastructuur (RDI) maandag ingreep en de mast heeft verwijderd. De betrokken groep, die zich Piraten Combinatie Brabant noemt, wist via een omweg toegang te krijgen tot de toren. Zij deden zich voor als uitvoerders die werkzaamheden kwamen verrichten aan een bestaande installatie op het kerkgebouw. De koster verleende op basis van dat verhaal toegang tot de toren, zonder te weten dat het om een andere bedoeling ging. Volgens de pastoor werd er gesproken over een inspectie en zou er nog een vergunning volgen, waardoor de situatie geloofwaardig overkwam. Daardoor konden de personen de toren in, al vergde dat de nodige inspanning via honderden traptreden en smalle ladders, inclusief een afgesloten deur die die dag door aanwezigheid van de koster toegankelijk was gemaakt. Eenmaal boven werd een zendmast geplaatst in het hoogste deel van het gebouw. Omdat er al een andere mast aanwezig was en de constructie nauwelijks zichtbaar is vanaf de grond, bleef de installatie lange tijd onopgemerkt. De kerk zelf werd niet gebruikt als uitzendlocatie; het signaal werd vanaf een andere plek geproduceerd en via de mast doorgegeven. Binnen de parochie werd de aanwezigheid van de illegale installatie pas veel later duidelijk. De pastoor gaf aan dat er inmiddels extra voorzichtig wordt omgegaan met toegang tot de toren, omdat duidelijk is geworden dat onbevoegden relatief eenvoudig binnen kunnen komen als er onvoldoende controle is. Hij beschreef dat de betrokkenen de situatie bewust hebben misleid en dat de koster daarbij op het verkeerde been is gezet. Tegelijk werd ook duidelijk dat de locatie door de hoogte en bestaande apparatuur weinig argwaan wekte, waardoor de mast niet direct opviel. De RDI kwam de constructie uiteindelijk op het spoor en heeft deze begin deze week verwijderd. Daarmee kwam er een einde aan de maandenlange illegale uitzending via de kerktoren in Mill. Binnen de kerk wordt nog bekeken of er verdere stappen worden ondernomen. Daarbij wordt onder meer gewacht op de afhandeling door de RDI voordat besloten wordt of er aangifte volgt. Afbeelding: Sint Willibrorduskerk in Mill (foto Wikimedia Commons)1 punt
-
RADIO DARC test gelijktijdige uitzending op 41 en 31 meter
RADIO DARC voert op zondag 7 juni een bijzondere testuitzending uit waarbij het programma gelijktijdig op twee verschillende kortegolffrequenties te horen is. De uitzending komt vanuit Woofferton en is te ontvangen op 9670 kHz en 7380 kHz, waardoor luisteraars de ontvangst op zowel de 41- als 31-meterband met elkaar kunnen vergelijken. Voor deze proef worden twee identieke zenders en antenneopstellingen gebruikt met een vermogen van elk 125 kW. De zenders die normaal gekoppeld worden ingezet, worden voor deze test afzonderlijk aangestuurd. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om de verschillen in signaalsterkte en ontvangstkwaliteit tussen beide frequentiebanden direct te beoordelen. Het experiment speelt in op de veranderde propagatiecondities in de zomerperiode. In deze tijd van het jaar verschuiven de eigenschappen van de ionosfeer, waardoor de zogenoemde dode zone groter kan worden. Vooral in het westen en noorden van Duitsland zijn de afgelopen weken ontvangstproblemen gemeld bij uitzendingen vanuit Woofferton in Engeland. Met de gelijktijdige uitzending wil RADIO DARC beter inzicht krijgen in de praktische gevolgen van deze seizoensgebonden veranderingen voor de kortegolfontvangst.1 punt
-
Radio Waddenzee (tijdelijk) terug vanaf de Jenni Baynton in Harlingen
Radio Waddenzee is van 3 juni tot en met 6 juli weer tijdelijk te horen via 747 AM, 105.6 FM en online. De uitzendingen komen dit keer rechtstreeks vanaf het radiolichtschip ‘Jenni Baynton’, dat in de haven van Harlingen bij de Zuiderpier ligt afgemeerd. Dagelijks wordt er uitgezonden tussen 07:00 en 19:00, met aansluitend in de nachtelijke uren programma’s van Radio Seagull tot 07:00. De programmering is opgebouwd rond vaste blokken gedurende de dag. In de ochtend tussen 07:00 en 10:00 is er ‘De ochtendboot’, waarin onder meer aandacht is voor de actuele waterstanden in de regio. Daarna volgt van 10:00 tot 13:00 het programma ‘Koffie, niet verkeerd’, met op zondagen een Engelstalige presentatie door Bill Everatt, die een selectie van vrolijke muziek brengt. In de middag staat van 13:00 tot 16:00 ‘Muziek van het lichtschip’ centraal, gevolgd door ‘De avondboot’ van 16:00 tot 19:00, waarin naast muziek ook de uit-agenda voor de regio aan bod komt. Elk uur tussen 07:00 en 19:00 wordt bovendien een weerbericht voor de Waddenregio uitgezonden. De avond- en nachtprogrammering wordt ingevuld door Radio Seagull, dat tot en met 30 juni te horen is tussen 19:00 en 07:00. Een belangrijk onderdeel van de uitzendperiode is de aandacht voor de Tall Ships Races, die van 3 tot en met 6 juli in Harlingen plaatsvinden. Tijdens dit maritieme evenement worden grote zeilschepen verwacht en verandert de stad in een drukbezocht festivalgebied. Radio Waddenzee doet hiervan live verslag vanaf het water en de kade. De uitzendingen vinden plaats vanaf de ‘Jenni Baynton’, een voormalig lichtschip dat oorspronkelijk werd ingezet als drijvende vuurtoren in de monding van de Theems. Na een periode als discotheek werd het schip omgebouwd tot zendschip met volledige radiostudio en ruimte voor bemanning en gasten. Het schip heeft Harlingen als vaste ligplaats en ligt meestal aan de Zuiderpier. Tijdens de uitzendperiode is het lichtschip op vrijdag, zaterdag en zondag tussen 13:00 en 17:00 te bezoeken voor publiek. Op andere dagen is een bezoek alleen mogelijk op afspraak, waarbij geïnteresseerden een kijkje kunnen nemen achter de schermen van de radioproductie aan boord.1 punt
-
Duitse studie: smart speakers veranderen toegang tot radio ingrijpend
Het gebruik van smart speakers en spraakassistenten heeft zich in Duitsland in korte tijd ontwikkeld tot een belangrijk onderdeel van het audiogebruik. Volgens een nieuwe studie van Goldmedia GmbH, uitgevoerd in opdracht van de Duitse Medienanstalten, beschikt inmiddels bijna 30 procent van de huishoudens over een smart speaker. In 2025 maakten meer dan 20 miljoen mensen regelmatig gebruik van spraakgestuurde apparaten voor het beluisteren van audio. Vooral radio profiteert van deze ontwikkeling als veelgevraagde audiobron via apparaten van onder meer Amazon, Google en Apple. Tegelijkertijd stelt het onderzoek dat radiostations nauwelijks financieel voordeel halen uit deze verschuiving. De grote technologiebedrijven bepalen niet alleen welke zenders of playlists gebruikers te horen krijgen, maar controleren ook een groot deel van de advertentie-inkomsten, gebruikersdata en distributiekanalen. Uit de studie blijkt dat radiostations met hun content verantwoordelijk zijn voor ongeveer 21 procent van de omzet die via smart-speakerplatforms wordt gegenereerd, terwijl slechts 3 procent van die inkomsten terugvloeit naar de radiosector. Volgens een worstcasescenario in het onderzoek kunnen de verliezen voor radioaanbieders tegen 2030 oplopen tot enkele honderden miljoenen euro’s als de huidige machtsverhoudingen onveranderd blijven. De onderzoekers wijzen erop dat platformbedrijven momenteel vrijwel alle gebruikersdata rondom luistergedrag voor eigen doeleinden inzetten. Daardoor missen radiostations belangrijke informatie die nodig is voor advertentieverkoop en publieksanalyse. Vooral lokale en regionale commerciële omroepen zouden hierdoor financieel onder druk kunnen komen te staan. Een ander belangrijk aandachtspunt in het onderzoek is de vindbaarheid van radiozenders via spraakassistenten. Wanneer gebruikers een algemene opdracht geven, zoals het afspelen van rockmuziek, bepalen algoritmen van platformbedrijven of een lokale radiozender of een eigen muziekdienst van het platform wordt afgespeeld. Volgens de studie heeft deze werkwijze grote invloed op de zichtbaarheid van radioaanbieders en daarmee op de diversiteit van het audioaanbod. De Duitse Medienanstalten vrezen dat internationale technologiebedrijven hierdoor steeds meer invloed krijgen op welke audio-inhoud gebruikers bereiken. In het rapport wordt daarom gepleit voor maatregelen die lokale en regionale radiozenders beter zichtbaar maken binnen spraakgestuurde systemen. Ook wordt gekeken naar regelgeving waarmee inhoud met maatschappelijke relevantie voorrang zou kunnen krijgen binnen algoritmische aanbevelingen. De discussie over de positie van radio op smart speakers speelt niet alleen in Duitsland. Ook in het Verenigd Koninkrijk groeit de aandacht voor de invloed van grote technologiebedrijven op de toegang tot radio. De Britse overheid concludeerde al in 2021 dat aanvullende regelgeving nodig is om ervoor te zorgen dat radiozenders eenvoudig beschikbaar blijven via smart speakers. Daarbij werd ook uitgesproken dat radioaanbieders beschermd moeten worden tegen extra kosten of beperkingen die door platformexploitanten kunnen worden opgelegd. In het Verenigd Koninkrijk is het luisteren via smart speakers inmiddels sterk gegroeid. Volgens recente cijfers van brancheorganisatie Radiocentre was in het eerste kwartaal van 2025 ruim 17 procent van alle radioluisteruren afkomstig van smart speakers. Bij commerciële radio lag dat aandeel zelfs boven de 21 procent. De Britse mediawetgeving is inmiddels aangepast om radiozenders beter te beschermen op spraakgestuurde platformen. Onder de nieuwe regels mogen platformbedrijven radio-uitzendingen bijvoorbeeld niet aanpassen met extra advertenties en moeten zenders gratis toegankelijk blijven wanneer luisteraars daar expliciet om vragen. De Britse toezichthouder Ofcom werkt momenteel aan verdere uitwerking van deze regels voor diensten als Alexa, Siri en Google Assistant. Ook in Nederland verschuift het luistergedrag steeds verder richting online distributie en verbonden apparaten. Uit NMO Mediatrends 2025 blijkt dat streaming via apps en websites inmiddels de belangrijkste manier is geworden om radio te beluisteren, nog vóór FM en DAB+. Hoewel specifieke cijfers over smart speakers in Nederland beperkt beschikbaar zijn, laat onderzoek wel zien dat online audio en connected devices snel terrein winnen. Daarmee lijkt ook voor Nederlandse radiozenders een vergelijkbare discussie dichterbij te komen over de afhankelijkheid van internationale platformen, de toegang tot luisterdata en de vindbaarheid van lokale en regionale radiozenders via spraakgestuurde systemen. Afbeelding: Smart Speaker (foto Pexels)1 punt
-
MeshCore-netwerk schakelt over naar nieuwe LoRa-instellingen
MeshCore, het door particulieren beheerde communicatienetwerk dat onafhankelijk functioneert van wifi, mobiele providers en het reguliere elektriciteitsnet, heeft binnen delen van de Nederlandse community nieuwe radio-instellingen ingevoerd. Daarbij wordt overgestapt van de internationaal veelgebruikte SF8-configuratie naar SF7 binnen het LoRa-netwerk. MeshCore is een open-source en decentraal communicatiesysteem waarmee gebruikers tekstberichten kunnen versturen zonder gebruik te maken van internetverbindingen, zendmasten of mobiele netwerken. Het netwerk bestaat uit onderling verbonden nodes die berichten aan elkaar doorgeven, waardoor een fijnmazig communicatiesysteem ontstaat dat ook tijdens stroomstoringen of uitval van reguliere infrastructuur bruikbaar blijft. De techniek achter MeshCore maakt gebruik van LoRa-radiocommunicatie. Daarbij staat SF, oftewel Spreading Factor, voor een instelling die invloed heeft op onder meer het bereik, de gevoeligheid en de capaciteit van het netwerk. LoRa-zenders kunnen met een laag energieverbruik grote afstanden overbruggen en worden zowel door hobbyisten als door organisaties onderzocht voor noodcommunicatie en alternatieve verbindingen tijdens calamiteiten. Met de overstap naar SF7 neemt de zendtijd per bericht af. Daardoor kan het netwerk in theorie een dubbele capaciteit verwerken, wat vooral in stedelijke gebieden voordelen oplevert. Meer gebruikers kunnen hierdoor efficiënter berichten uitwisselen zonder dat het netwerk sneller overbelast raakt. De wijziging heeft echter ook gevolgen voor het bereik van het systeem. SF7 biedt minder gevoeligheid dan SF8, waardoor verbindingen over grotere afstanden of in dunbevolkte gebieden sneller kunnen wegvallen. Volgens vrijwilligersorganisatie DITIS verloopt de overgang technisch grotendeels stabiel, maar ontstaan er in de praktijk tijdelijk communicatieproblemen doordat niet alle deelnemers dezelfde instellingen gebruiken. Omdat MeshCore volledig gedecentraliseerd is, ontbreekt een centrale partij die dergelijke wijzigingen in één keer kan doorvoeren. DITIS ondersteunt de verdere uitrol van het netwerk met repeaters op uiteenlopende locaties in Nederland. Daarbij wordt gewerkt aan autonome solar-repeaters die ook zonder stroomvoorziening operationeel blijven. De De nadruk ligt daarbij op stabiliteit, etherdiscipline, continuïteit en landelijke dekking. Wekelijks komen nieuwe locaties beschikbaar, veelal op strategische hoge punten.1 punt
-
Nieuwe belangstelling voor middengolfzender 1467 kHz in Roumoules
Zes jaar nadat RMC stopte met uitzendingen op de langegolf, bleef in Roumoules alleen nog een beperkt aantal nachtelijke uitzendingen op middengolf over voor TWR. Inmiddels probeert het zendcentrum opnieuw een rol te spelen voor internationale radiodistributie in Europa en Noord-Afrika. Onder leiding van Jean-Charles Allavena wist het centrum nieuwe klanten aan te trekken. De eerste proefuitzendingen gericht op het Verenigd Koninkrijk leverden positieve resultaten op, waarbij de signalen ook goed ontvangen werden in het noorden van Europa. De zendinstallatie in Roumoules maakt grootschalige middengolfuitzendingen mogelijk richting grote delen van Europa en Noord-Afrika. Met een antennesysteem dat signalen in vijf verschillende richtingen kan sturen, kunnen uitzendingen gericht worden afgestemd op specifieke doelgebieden. Aanvankelijk richtte het centrum zich vooral op internationale omroepen die hun luisteraars een betere ontvangst wilden bieden dan via de kortegolf mogelijk is. Inmiddels bestaat er ook belangstelling vanuit een andere doelgroep, waaronder professionals, verenigingen en particulieren die een programma over een groot gebied willen uitzenden. Volgens de initiatiefnemers biedt het systeem een relatief eenvoudige manier om grote delen van Europa te bereiken, zonder uitgebreide vergunningstrajecten of hoge kosten voor eigen zendinstallaties. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van zendvermogens van 500 of 1000 kW, wat binnen Europa uitzonderlijk is. Op dit moment is het programma Midnight Rendezvous van Tony Currie en Allis Moss te horen op 1467 kHz via Radio Six International. De uitzending start om 23:00 uur Britse tijd, wat overeenkomt met 00:00 uur in de Benelux. Afbeelding: Zendlocatie Roumoules (foto's Wiki Commons)1 punt
-
Boom Radio geeft Sandie Shaw twee uur zendtijd met eigen muziekkeuze
De Britse zangeres Sandie Shaw krijgt op maandag 25 mei een eigen programma op Boom Radio. Tijdens de twee uur durende uitzending, die vanaf 20:00 uur te horen is, stelt zij zelf de muziek samen en vertelt zij verhalen uit verschillende periodes van haar leven en carrière. Shaw werd in de jaren 60 bekend met hits als Puppet on a String, waarmee zij in 1967 het Eurovisie Songfestival won voor het Verenigd Koninkrijk. De zangeres uit het Engelse Dagenham groeide uit tot een van de bekendste Britse popartiesten van haar generatie. Naast haar muzikale loopbaan stond zij ook bekend om haar kenmerkende optredens op blote voeten en haar interesse in mode en cultuur. In het programma op Boom Radio blikt Shaw terug op haar jonge jaren, waaronder avonden in de Ilford Palais-danszaal waar zij naar eigen zeggen urenlang danste. Ook vertelt zij over een ontmoeting met John Lennon, waarvoor zij zich destijds een weg wist te bluffen. Verder komen herinneringen voorbij aan de Franse zangeres Françoise Hardy, van wie Shaw leerde hoe zij stijlvol en zelfverzekerd kon zijn. Ook haar optreden met Frankie Howerd en Scott Walker van The Walker Brothers in een televisieshow komt aan bod. Daarnaast spreekt Shaw over vrouwelijke artiesten die haar inspireerden. Zo noemt zij haar bewondering voor Aretha Franklin en vertelt zij dat Patti Smith haar hielp een natuurlijker uitstraling te omarmen. Volgens Shaw speelde ook Chrissie Hynde van The Pretenders een belangrijke rol bij het accepteren van haar muzikale verleden. De muziekkeuze van Shaw bestaat onder meer uit nummers van ABBA, Bryan Ferry, David Bowie en John Lennon. Afbeelding: Sandie Shaw (foto Bryan Ledgard - CC BY 2.0, Wikimedia Commons)1 punt
-
Genootschap Onze Taal benoemt Frits Spits tot erelid
Het Genootschap Onze Taal benoemt radiomaker Frits Spits vandaag, zaterdag 16 mei, tot erelid. De onderscheiding wordt uitgereikt tijdens de Algemene Ledenvergadering van de vereniging en is bedoeld als waardering voor zijn langdurige inzet voor de Nederlandse taal en de nauwe samenwerking met het genootschap. Spits was tussen 2014 en eind 2025 presentator van het radioprogramma De Taalstaat op NPO Radio 1. In het wekelijkse programma stond taal centraal en kwamen onderwerpen als spelling, grammatica, dialecten en bijzondere uitdrukkingen aan bod. Het programma werd door Spits zelf bedacht en groeide in de loop der jaren uit tot een vaste plek voor luisteraars met interesse in taal. Een belangrijk onderdeel van het programma was Het Taalloket, waarin taaladviseurs van Onze Taal vragen van luisteraars beantwoordden. Daarbij ging het onder meer over woordgebruik, taalregels en de herkomst van woorden. Naast De Taalstaat werkte Spits vaker samen met het genootschap. Zo was hij betrokken bij het Groot Dictee der Nederlandse Taal op de radio en vervulde hij een rol als gasthoofdredacteur van een themanummer van het tijdschrift Onze Taal. Volgens de vereniging heeft Frits Spits in de afgelopen jaren een belangrijke bijdrage geleverd aan de belangstelling voor de Nederlandse taal onder een breed publiek. De radiomaker, die officieel Frits Ritmeester heet, wordt door het genootschap gezien als een belangrijke ambassadeur van taal op de radio. De benoeming tot erelid valt samen met het 95-jarig bestaan van Onze Taal. De vereniging organiseert zaterdag rond de Algemene Ledenvergadering verschillende activiteiten ter gelegenheid van dit jubileum. Eerdere ereleden van Onze Taal zijn onder anderen Marten Toonder, bekend van Tom Poes en Olivier B. Bommel, en Kees van Kooten en Wim de Bie. Afbeelding: Frits Spits (foto KRO-NCRV-Darren Smith)1 punt
Dit klassement is ingesteld op Amsterdam/GMT+02:00