Klassement
-
de redactie
Leden22Punten16.038Aantal bijdragen -
Vincent
Administratoren10Punten29.062Aantal bijdragen -
Harmen
Administratoren6Punten1.239Aantal bijdragen -
hans knot
Leden6Punten2.867Aantal bijdragen
Populaire bijdragen
Inhoud met de hoogste waardering sinds 03-10-26 in Blogartikelen tonen
-
1976: Veronica gaat door op Hilversum 3
In 1976, inmiddels vijftig jaar geleden, begon een nieuw hoofdstuk voor Veronica. De zeezender was op 31 augustus 1974 gestopt met uitzenden vanaf zee, maar daarmee kwam er geen definitief einde aan Veronica. Een nieuw opgerichte vereniging, de Veronica Omroep Organisatie, ging verder en kreeg in 1976 een plaats binnen het Nederlandse publieke bestel. De VOO bouwde daarbij voort op de geschiedenis van Radio Veronica. Bekende medewerkers keerden terug op de radio en ook programma’s en onderdelen uit de tijd van de zeezender kregen opnieuw een plaats. Toch was de situatie behoorlijk veranderd. Veronica moest het nu doen met de beperkte zendtijd die het binnen het publieke bestel kreeg en uitzenden via Hilversum 3 in plaats van vanaf een zendschip op de Noordzee. Op vrijdag 2 januari 1976 was tussen 19:00 en 20:00 uur de eerste uitzending van de VOO op Hilversum 3 te horen. Het was voorlopig slechts één uur per week, ingeklemd tussen de NOS en de VPRO. Dat uur werd gebruikt om Veronica opnieuw herkenbaar te maken voor de luisteraar. Tegelijkertijd was er een ander doel dat in iedere uitzending nadrukkelijk terugkwam: de luisteraars werden opgeroepen om lid te worden van de Veronica Omroep Organisatie. Het ledenaantal was immers bepalend voor de verdere positie van de jonge omroep binnen het publieke bestel. De eerste uitzending kreeg de naam Veronica op 3. Juist rond die titel bestaat achteraf nogal wat verwarring. Het programma wordt regelmatig aangeduid als De Popinformatie Show of De Actuele Popinformatie Show, maar dat waren geen officiële programmatitels. In de omroepgidsen stond Veronica op 3 en ook Lex Harding gebruikte die naam tijdens de uitzendingen. De Actuele Popinformatie Show was de subtitel van het programma. Ook dat doet denken aan de eerdere verwarring rond Veronica op 1 en 3600 Seconden Veronica, waarover al eerder is geschreven. Bij Veronica op 3 is aan de hand van de omroepgidsen en de bewaard gebleven uitzendingen goed vast te stellen welke naam daadwerkelijk werd gebruikt. Lex Harding was de vaste stem van Veronica op 3 en presenteerde alle twintig afleveringen. Het programma liep tot en met 21 mei 1976 en vormde in die eerste maanden de belangrijkste verbinding tussen de nieuwe publieke Veronica-organisatie en de luisteraars. In het uur was volop ruimte voor actuele popinformatie, met onder meer een samenvatting van de Top 10, de Alarmschijf, de Radiorebus en het Popjournaal. Ook de Discotheken Tip, de Langspeelplaat van de Week en de nummer 1-hits uit Amerika, Frankrijk en Engeland kwamen voorbij. Het laatste deel van de uitzending was gereserveerd voor het Adje Boumangebeuren, met daarin de ABTT en reacties vanuit de fanclub. Tussen al die vertrouwde onderdelen door werd de luisteraar ook steeds herinnerd aan het belang van het lidmaatschap van de VOO. Op 19 maart kreeg Veronica op 3 een onderbreking. Rob Out presenteerde die avond voor het eerst Goud van Out, een programma dat duidelijk aansloot bij de Veronica-traditie. Eigenlijk had het programma al eerder op Hilversum 3 moeten klinken. In de weken voorafgaand aan 12 maart werd in Veronica op 3 al een promo voor Goud van Out uitgezonden. Op 12 maart kwam het programma inderdaad op de radio, maar na zeven minuten werd de uitzending afgebroken. Lex Harding nam de presentatie over en de rest van het uur verliep vervolgens als Veronica op 3. De eerste volledige uitzending van Goud van Out volgde op 19 maart. Aan het einde van mei veranderde er meer. De TROS maakte op 27 mei bekend te stoppen met de Alarmschijf, de Tipparade en De Nederlandse Top 40, onderdelen die de omroep sinds 3 oktober 1974 op Hilversum 3 had uitgezonden. Voor Veronica betekende dit de mogelijkheid om een aantal zeer bekende onderdelen uit de periode van de zeezender opnieuw op te pakken. Al op vrijdag 28 mei was De Nederlandse Top 40 voor het eerst bij de VOO te horen. Met slechts één uur zendtijd kon de volledige lijst niet worden behandeld, waardoor de uitzending zich beperkte tot de Top 20. Lex Harding werd de vaste presentator en Leo van der Goot zijn vaste vervanger. Ook bij deze uitzendingen bleef de ledenwerving een belangrijk onderdeel van het uur: wie wilde dat Veronica binnen het publieke bestel verder kon groeien, werd aangespoord om lid te worden van de VOO. Toen Leo van der Goot op 4 juni drie weken lang de presentatie van Lex Harding overnam, ontstond bovendien een opmerkelijke situatie rond de hitlijst. Tijdens de uitzending van 4 juni werd de Top 20 van 12 juni 1976 gedraaid. De lijst was op dat moment officieel nog niet gepubliceerd. Een week later, op 11 juni, verwees Van der Goot naar een herhaling en werd de opzet van het programma aangepast. De uitzending begon met de nieuwe binnenkomers in de Top 40, gevolgd door de Klapper van de Week en het Popjournaal. In het tweede halfuur kwam de Top 10 aan bod. Daarbij valt op dat de Top 10 van 12 juni werd behandeld als een herhaling van de week ervoor, terwijl de officiële lijst van 5 juni op de website van de Nederlandse Top 40 een andere samenstelling laat zien. Het is een van die merkwaardige details uit de eerste periode van de Top 40 bij de VOO die pas echt opvallen wanneer oude uitzendingen naast de beschikbare lijsten worden gelegd. Op 18 juni keerde de Langspeelplaat van de Week terug als vast onderdeel van het programma. Twee weken later, op 2 juli, was er opnieuw aandacht voor de geschiedenis van de Top 40. De 600ste uitzending van de lijst werd aangegrepen om I Feel Fine van The Beatles te draaien, de eerste nummer 1 uit de geschiedenis van de Nederlandse Top 40. Vanaf dat moment werd het een vast onderdeel om iedere week een oude nummer 1-hit uit de geschiedenis van de lijst te laten horen. De Olympische Spelen in Montréal zorgden ervoor dat De Nederlandse Top 40 op 23 en 30 juli niet op Hilversum 3 kon worden uitgezonden. De VOO kreeg daarvoor twee extra uren terug op woensdag 11 en 18 augustus. Daarmee ontstond opnieuw ruimte voor programma’s die aansloten bij de vertrouwde Veronica-programmering. Op 11 augustus presenteerde Rob Out voor de tweede keer Goud van Out. Een week later keerde de Adje Bouman Top 10 terug, live vanuit Wateringen. Het jaar kreeg op Tweede Kerstdag een extra uitzending. Op 26 december kreeg de VOO van 14:00 tot 18:00 uur de gelegenheid om de Top 100 van 1976 uit te zenden. Tom Collins, Tineke de Nooij, Rob Out en Lex Harding namen samen de presentatie voor hun rekening. Het was echter niet de laatste uitzending van de VOO in 1976. Op 31 december was Lex Harding te horen met Lexjo, dat in plaats van De Nederlandse Top 40 werd uitgezonden. Het programma bestond uit lekkere platen die in de loop van het jaar niet gedraaid konden worden. Ad Bouman verzorgde, net als bij alle andere VOO-programma’s op Hilversum 3 dat jaar, de productie. Wie naar de programmering van 1976 kijkt, ziet daarmee vooral een poging om Veronica na het einde van de zeezender opnieuw op de radio vorm te geven. De VOO was een nieuwe vereniging, maar kon voortbouwen op een naam, medewerkers, programma’s en een grote groep luisteraars die al bestond. De beperkte zendtijd betekende dat zorgvuldig moest worden gekozen welke vertrouwde onderdelen opnieuw konden worden gebracht. Tegelijkertijd stond er iedere week een ander belangrijk element centraal: ervoor zorgen dat genoeg luisteraars zich aan de nieuwe vereniging zouden verbinden door lid te worden van de Veronica Omroep Organisatie. Van Veronica op 3 tot Goud van Out, van de Nederlandse Top 40 tot de Adje Bouman Top 10, de Top 100 van 1976 en uiteindelijk een Lexjo: het waren allemaal pogingen om herkenbare elementen van het oude Veronica opnieuw een plek te geven op Hilversum 3. De bewaard gebleven uitzendingen maken daarbij niet alleen hoorbaar hoe de programma’s in dat eerste jaar klonken, maar laten ook zien hoe de VOO bezig was om met slechts een uur zendtijd per week een nieuwe basis op te bouwen binnen de publieke omroep. Vincent Schriel, 11 oktober 2026 Bronnen: https://www.radiopedia.nl/wiki/Programmaoverzicht_Veronica_Omroep_Organisatie_op_Hilversum_3_in_1976 https://www.radiopedia.nl/wiki/Veronica_op_3_(VOO) https://www.radiopedia.nl/wiki/De_Nederlandse_Top_40_(VOO) https://www.radiopedia.nl/wiki/Goud_van_Out_(VOO) https://www.radiopedia.nl/wiki/ABTT_(VOO) https://www.radiopedia.nl/wiki/Top_100_van_het_jaar_1976_(VOO) https://www.radiopedia.nl/wiki/Lexjo_(VOO) Afbeelding: foto Douwe Dijkstra.9 punten
-
Douwe Dijkstra: De Mi Amigo Kronieken – Deel 2
Begin augustus 1975 was ik voor het eerst in Playa de Aro. Met (nog steeds) vriend Robbert was ik op 19-jarige leeftijd een maand op Interrail door Europa, een vakantie die eindigde met voor mij een hoogtepunt zijnde een bezoek aan Radio Mi Amigo waar ik thuis dagelijks naar luisterde sinds Radio Veronica, Noordzee en Atlantis zwegen. Op vrijdagmiddag 1 augustus konden we nog juist even naar de Mi Amigo shop bemand door Jacqueline Hendrickx, de partner van Sylvain Tack. Omdat studiobezoek alleen mogelijk was van maandag tot vrijdag moest ik een weekend mijn geduld bewaren. Daarom namen we op zondag maar eens een kijkje waar Discotheque Pacha was gevestigd. Rond 1975 waren er vier grote namen op discotheque gebied in de omgeving van Playa de Aro aan de Costa Brava. Paladium, al geopend in 1966 in de oude masia Casa Vella. Maddox waar onder anderen Johhny Hallyday optrad, dan Tiffany’s, misschien wel de meest legendarische met een tropische tuin en een zwembad en tenslotte de pas in 1974 geopende Pacha, een splinternieuwe discotheque waar Mi Amigo was neergestreken om een aantal van haar programma’s op te nemen. Omdat de programma’s van Mi Amigo twee weken op voorhand werden opgenomen werd rond ons bezoek de Peter van Dam show voor maandag 18 augustus van 16-18 uur (2 uur) in de Pacha opgenomen. Een kopie van die cassette kocht ik na het weekend in de shop bij Jacqueline en kun je hier horen. Inmiddels is het terrein van de Pacha een ruïne waar ik nog wel eens langsloop als ik in Playa ben. Bijgaand een foto van de Pacha op 3 augustus 1975 en daarnaast een recente foto uit 2025. Tot genoegen: Douwe Dijkstra. Minder weergeven Afbeeldingen: Douwe Dijkstra6 punten
-
Radiotrefpunt is weer online
6 puntenMisschien heb je het gemerkt: Radiotrefpunt was op woensdag 21 oktober een tijdje niet bereikbaar. Er waren twee ernstige beveiligingslekken ontdekt in PHP, de software waarop Radiotrefpunt en een groot deel van het internet draaien. Het PHP-team riep alle websitebeheerders op om direct te updaten zodra er een oplossing was. Tot die tijd hebben we de site uit voorzorg offline gehaald, zodat niemand misbruik kon maken van het lek. De updates zijn inmiddels geïnstalleerd en we hebben de site gecontroleerd. We hebben geen aanwijzingen gevonden voor misbruik. Je hoeft zelf niets te doen: je account, berichten en wachtwoord zijn gewoon zoals ze waren. Bedankt voor je geduld! Merk je toch iets vreemds op, laat het ons dan weten.6 punten
-
De nostalgische column van Hans Knot 3 oktober 2026
Ik neem je mee naar begin januari 1987. We waren er jaren aan gewend dat in de tweede week van het nieuwe jaar een overzicht werd gegeven van de groei of verlies in leden van de verschillende omroeporganisaties. Het was dan ook de tijd dat er volop, hoewel gelimiteerd aan een maximaal aantal minuten per jaar, reclame werd gemaakt om vooral lid te worden van een omroepvereniging. Soms kwam het voor dat een omroep een paar duizend leden per jaar winst maakte of opeens een aantal leden verloor. Dat was ook in januari 1987 duidelijk te zien als het ging om de cijfers berekend over het jaar 1986. Maar er was één omroepvereniging die met hele grote stappen vooruit ging als het om het ledenaantal ging. De VOO, de Veronica Omroep Organisatie, zag in 1986 het aantal leden stijgen met meer dan 76.000, waardoor het aantal ingeschreven personen op 726.000 kwam. Men bereikte bij de VOO daarmee de tweede plaats, die het jaar daarvoor nog in handen was van de TROS. En het was algemeen directeur Rob Out die in de geschreven pers reageerde door te stellen: “Ons potentieel is zo groot dat we het miljoen in aantal wel kunnen halen.” Toch was de grote aanwinst voor Out een tegenvaller want in 1985 werden er meer dan 90.000 nieuwe leden geregistreerd en in 1984 meer dan 100.000. Out destijds over de terugloop: “Ik ontken niet dat in het begin het ons wat gemakkelijker afging want iedereen diende destijds over de streep te worden gehaald en gingen we van de aspirant-status naar de C-status en de B-status om tenslotte de A-status te verkrijgen. Ik denk dat de drive om in een nog hogere status te komen meetelde om lid te worden. Wij hebben het geluk dat we de jongeren aantrekken en gelukkig blijven er ook nog steeds kindertjes geboren worden. Het is beslist niet zo dat we onze groei van de andere omroepen weg halen. Veronica zal zich blijven richten op de leeftijdsgroep tussen 15 en 40 jaar. Programma’s gericht op de ouderen passen dan ook niet in ons beleid. We brengen dit soort programma’s dan ook heel zelden. We zijn er dus in principe niet voor iedereen. Wij hebben speciaal gekozen voor een jongere omroep met wat experimentele mogelijkheden en durf.” En uiteraard werd Rob Out gevraagd omtrent de toekomst van Veronica en hoe lang Veronica nog deel zou uitmaken van het bestel. Duidelijk werd dat iedere mogelijkheid een commerciële radio- en televisieorganisatie te worden benut zou gaan worden. Out: “Ik wil morgen al beginnen, maar beslist niet onder de voorwaarden die door het Ministerie van WVC zijn gesteld. Laten we hopen dat een volgende regering er realistischer over gaat denken en we eindelijk in Nederland commerciële radio en televisie gaan beleven.” De maand januari 1987 was trouwens verdrietig begonnen door het overlijden van Herman de Graaf. Het was Ton van Draanen die destijds stil stond bij dit verlies. In Freewave schreef hij onder meer: ‘Herman de Graaf is vrijdag 2 januari overleden. Begin december 1986 was hij met hoge koorts in het Amsterdamse Lucas Ziekenhuis opgenomen. Doktoren onderzochten hem, maar konden niets vinden. Afbeelding: Herman de Graaf Vlak voor Kerstmis was de koorts minder en mocht hij, op eigen verzoek, naar huis. Maar op de avond van 1 januari 1987 kreeg hij het ontzettend benauwd en werd in allerijl naar het Slotervaart Ziekenhuls gebracht. Vier uur nadat hij was binnengebracht overleed hij. Herman de Graaf werd als Wim J. Beckers op 10 mei 1948 in Amsterdam geboren. Zijn disc-jockey carrière begon hij als ‘Count Herman II’, in de discotheek van het Amsterdamse Café Restaurant Dubois op de Ceintuurbaan. Al snel wilde hij meer dan club-dj zijn en stuurde een sollicitatiebandje naar Sylvain Tack van Radio Mi Amigo in Playa de Aro. Maandag 16 mei 1977 stapte Wim Beckers als Herman de Graaf (afgeleid van Count Herman) aan boord van de MV Mi Amigo en was een dag later tussen 16 en 18 uur voor het eerst op Radio Mi Amigo te horen als presentator van Stuurboord. De weken daarna werd Herman meteen voor de leeuwen gegooid. Programmabanden uit Spanje konden, door zwaar weer op de Noordzee, niet aan boord worden gebracht en samen met Marc Jacobs presenteerde hij bijna alle programma's live vanaf het zendschip. Veel avonturen heeft Herman de Graaf meegemaakt aan boord: stormen, zeeziekte, honger enz.. Avonturen waarover hij regelmatig in Freewave schreef. Maar eind 1978 was het afgelopen met Radio Mi Amigo. Samen met onder meer Ruud Hendriks en Erik de Zwart was hij in april 1979 verantwoordelijk voor de terugkeer van Radio Caroline, Lang heeft Herman niet voor Radio Caroline gewerkt. Op zaterdag 19 mei 1979 stapte hij van boord om nooit meer terug te keren. Reden was dat achterstallig salaris niet werd uitbetaald.’ Maar het bloed, kroop waar het niet gaan kan. Herman begon een piratenzender in Amsterdam, Radio Nova, dat snel tot één van de populairste van de stad werd. Daarna was hij nog verbonden aan Radio Kontakt in Amsterdam, dat op een bepaald moment – nadat de RCD bij herhaling stations uit de ether haalde - haar activiteiten staakte. Australische regering deed eerder dit jaar de sociale media voor jongeren deels in de ban. Verslaving lag op de loer en andere landen kwamen met soortgelijke ideeën. In 1987 waren bij onze zuiderburen ook maatregelen te verwachten. Er lag namelijk in januari van dat jaar bij de Belgische regering een voorstel tot wetswijziging waarbij de minimale leeftijd tot bediening van de CB, dan wel de 27MC apparatuur, omlaag zou worden gebracht tot 13 jaar. De grens lag op dat moment op 16 jaar maar er was een duidelijke tendens die vorm van geluidsoverdracht populair te noemen. Het wetvoorstel werd aangenomen met daarbij de toevoeging dat het bedienen van een dergelijke zender wel gekoppeld diende te zijn aan het in het bezit hebben van een vergunning. Een jaarlijkse financiële bijdrage aan de Belgische staatskas was daaraan ook gekoppeld. Hans Knot, 3 oktober 20264 punten
-
NPO ziet af van deelname aan Eurovisie Songfestival 2027
De NPO heeft na overleg met het College van Omroepen besloten dat Nederland in 2027 niet deelneemt aan het Eurovisie Songfestival. Volgens de publieke omroep is er op dit moment onvoldoende draagvlak onder de omroepen om een Nederlandse artiest naar het evenement te sturen. Het Songfestival blijft wel te volgen op de Nederlandse televisie, want de NOS zendt de halve finales en de finale net als dit jaar uit, met Nederlands commentaar en voorbeschouwing. Volgens NPO-bestuursvoorzitter Jet de Ranitz heeft de NPO vanuit haar coördinerende taak gesprekken gevoerd met de omroepen om na te gaan of een of meer van hen deelname van een Nederlandse artiest mogelijk wilden maken. In die gesprekken was er aanvankelijk voldoende draagvlak om terug te keren, maar uiteindelijk is er geen geschikte vorm gevonden. De Ranitz stelt dat het door de gevoeligheden rond de thema’s die nu spelen te vroeg is om in 2027 mee te doen en dat de NPO daarom een pas op de plaats maakt. Ze begrijpt dat dit teleurstellend is voor mensen die uitkijken naar een Nederlandse inzending, en benadrukt dat de NPO ook deze groep wil bedienen, omdat het Songfestival volgens haar bij de publieke omroep hoort als een van de grootste internationale culturele evenementen rond muziek, verbinding en diversiteit. Jurre Bosman, directeur Media bij de NPO, wijst op de deelname van Israël, die al langer uiteenlopende reacties in de samenleving oproept en tot discussie en verdeeldheid leidt, ook onder omroepen en medewerkers. De NPO wil alleen een artiest of artiesten en medewerkers naar het festival sturen wanneer zij kunnen rekenen op de volledige steun van een of meer omroepen, omdat zij volgens Bosman alleen dan het belang van muziek, cultuur, diversiteit en verbinding op de juiste manier kunnen uitdragen. Die verantwoordelijkheid ligt volgens hem bij de omroepen gezamenlijk, en het besluit om in 2027 af te zien van deelname is daarop gebaseerd. De NTR heeft binnen de huidige mediawet de wettelijke taak om hiaten in de programmering op te vangen, waardoor de NPO de mogelijkheid had gehad de NTR aan te wijzen voor de organisatie van de Nederlandse deelname. De NPO heeft daar bewust van afgezien. Volgens De Ranitz is het onverantwoord om een omroep te verplichten de organisatie van 2027 op zich te nemen wanneer het onderwerp zo gevoelig ligt dat het tot zulke verdeelde reacties leidt. De NPO blijft met de EBU, de organisatie achter het Songfestival, in gesprek over de toekomst van het evenement. Bosman zegt ervan overtuigd te zijn dat het Songfestival weer een plek van muziek en verbinding kan worden, waar ruimte is om maatschappelijke thema’s bespreekbaar te maken, en dat de EBU bereid is daarvoor stappen te zetten. De NPO wil hieraan blijven bijdragen. Afbeelding: NPO kantoor (foto NPO-Willem van Hofwegen)2 punten
-
De nostalgische column van Hans Knot 17 oktober 2026
Het was natuurlijk in 1982 totaal anders dan anno 2026. Zo werd er in januari aangekondigd dat later dat jaar er een experimenteel programma zou worden verzorgd dat tegelijk op de Amsterdamse kabel (KTA) en het New Yorkse kabelnet in Manhattan zou worden uitgezonden. Het betrof een éénmalige uitvoering van ‘The link’ van de in Amsterdam wonende Amerikaanse kunstenaar Raoul Moroquin. Het programma werd uitgestraald via de communicatiesatelliet Intelsat V. Het Ministerie van CRM, dat het programma mede financierde, had toestemming gegeven voor het uitzenden via het Amsterdamse kabelnet. Aanvankelijk werd de toestemming geweigerd maar veranderde men van mening toen Stad Radio Amsterdam zich achter het experiment schaarde. Op 22 januari 1982 was er een kort geding aangespannen door de NOS en de omroeporganisaties tegen het Nieuwsblad van het Noorden om te voorkomen dat de redactie van deze krant zou doorgaan met het publiceren van uitvoerige gegevens van de televisieprogramma’s. Volgens de dagers maakte de redactie van de krant inbreuk op het bestaande contract tussen NOS en de Nederlandse Dagblad Pers, waarin het publiceren van gegevens was vastgelegd. Ook werd het Nieuwsblad van het Noorden verweten de auteursrechten van de zendgemachtigden te schenden. Volgens een woordvoerder van de NOS tijdens de zitting was het duidelijk dat de gegevens werden overgenomen uit de omroepbladen. Men eiste bij de rechtbankpresident van Groningen een dwangsom van 100.000 gulden per overtreding vast te leggen. Volgens de hoofdredacteur van het Nieuwsblad van het Noorden, Eef Brouwers, bracht de krant de gegevens zo uitgebreid omdat dit de wens was van de gemiddelde lezer. Ook meldde hij, aldus zijn eigen krant, dat deze gegevens waren verkregen via vrije nieuwsgaring. In de rechtszaal in Groningen was het topje van de Nederlandse Omroepen aanwezig om de uitspraak in het kort geding te volgen. Men ging beteuterd terug naar Hilversum daar de toenmalige vice president van de rechtbank, mr. J.A. van Riessen, de eisen van de NOS en de omroepen geheel verwierp. Hij vond namelijk dat er geen sprake kon zijn van contractbeuk door de redactie daar de door het Nieuwsblad van het Noorden gepubliceerde gegevens afkomstig waren van een leverancier uit Vlaanderen. Op gronden van een EEG akkoord waren gegevens afkomstig uit België niet strafbaar vanwege de auteurswet. De Nieuwsblad hoofdredacteurs Eef Brouwers zijn eerste reactie aan een journalist van zijn krant was dat het een zogenaamde knock out zege betekende voor de kranten. Hij voegde eraan toe dat het niet de bedoeling was van de redactie het bestaande omroepsysteem op te blazen in Nederland. Het ging volgens Brouwers, ooit nieuwslezer bij het Journaal, alleen om een uitspraak inzake het recht van vrije nieuwsgaring voor het mogen publiceren van omroepgegevens door de diverse kranten in ons land. Brouwers: “De rechter heeft ons gelijk gegeven tegen het knevelend contract dat in 1974 is gesloten en niet meer in overeenstemming is met de ruimte die de kranten moeten hebben.” Media deskundige Aad Kosto van de PvdA noemde de uitspraak 'catastrofaal' voor de positie van de omroeporganisaties. Hij wees erop dat het effect ervan kon zijn dat de inkomsten van de omroepen sterk konden afnemen wat tot grote verschraling van het programma-aanbod kon gaan leiden. Kosto was niet bevreesd dat alle dagbladen zouden overgaan tot het publiceren van de gegevens. Maar er werd in die tijd ook vanuit verschillende hoeken geklaagd over de inhoud van de diverse omroepbladen, waarbij er werd gesteld dat er te veel niet omroep gebonden informatie werd gepubliceerd, hetgeen destijds wettelijk officieel niet mogelijk was. Uit een onderzoek gedaan in opdracht van het reclamevakblad Adformatie bleek eind 1980 bijvoorbeeld dat de omroepbladen van de AVRO, de KRO en de VOO (Veronica) regelmatig in de fout gingen. Er werd gevreesd dat de omroepgidsen zich min of meer gingen ontwikkelen als familiebladen. De toenmalige minister van CRM, André van der Louw, kreeg dan ook het verzoek onderzoek naar deze overtredingen in te stellen. En kijk eens naar de omroepbladen anno 2026 die inhoudelijk veel breder georiënteerd zijn dan in 1982. Tenslotte in deze nostalgische terugblik naar januari 1981 de mededeling dat er voor de eerste keer in ons land een persoon in een rechtbank verscheen wegens het illegaal uitzenden van televisiesignalen. De 31-jarige TV-piraat L.A. van K uit Zoetermeer zou verantwoordelijk zijn voor de uitzendingen van Piraten Televisie Leiden. Tijdens de zitting van de Haagsche Rechtbank bleek er echter geen volledig technisch bewijs te zijn. Het bleek dat K in mei 1981 door de PTT en RCD in een weiland betrapt te zijn bij het uitzenden van pornofilms. Hans Knot 17 oktober 2026.2 punten
-
De stille maanden van de Muziekboot: De Nederlanders keren terug
We gaan even terug naar de zomer van 1978. Het beoogde zendschip van Radio Delmare, de MV Aegir, lag inmiddels voor de kust van Goeree en kon geen haven meer binnenvaren voor bevoorrading of voor het plaatsen van zendapparatuur. Deels omdat de motor van het zendschip niet meer werkte, maar vooral ook omdat de MV Aegir direct in beslag zou worden genomen door de Nederlandse autoriteiten. Het schip had halsoverkop een Nederlandse haven moeten verlaten en alle spullen voor de ombouw moesten aan boord worden gebracht en de verbouwing moest plaatsvinden op volle zee. De Nederlander Ben Bode en de Belg Danny Vuylsteke meldden zich op dat moment bij Gerard van Dam om mee te helpen met het in de lucht brengen van Radio Delmare. Dat was op het juiste moment, want na alle tegenslagen was daar het geld op. Bode en Vuylsteke leverden en financierden de benodigde apparatuur om het schip zendklaar te maken, waaronder twee Marconi zenders en de apparatuur voor de inrichting van een radiostudio. Het grootste deel van deze spullen werd op zaterdag 5 augustus 1978 vanuit de haven van Breskens aan boord gebracht, zoals een paar dagen later op de Nederlandse Televisie was te zien. Tijdens deze bevoorrading was er namelijk ook een filmploeg van het nieuwsprogramma ‘Veronica Info’ mee aan boord voor een reportage over het zendschip van Radio Delmare. Lang duurde dit Delmare avontuur niet. Het lukte wel om de zender in de lucht te krijgen, op 25 augustus 1978 werd er voor het eerst vanaf de MV Aegir uitgezonden, maar op 11 september 1978 ging het mis. Het schip sloeg los van zijn anker en dreef richting de kust. Niet veel later werd het schip naar Rotterdam gesleept en in beslag genomen. Bode en Vuylsteke hielden het vervolgens bij Delmare voor gezien, zij hadden geen trek meer in het voortzetten van de samenwerking met Gerard van Dam. En Van Dam was inmiddels in contact gekomen met Fred Bolland en begon met zijn hulp aan het Scheveningen 54 project, zoals je al eerder hebt kunnen lezen. Maar het zeezender avontuur van beide heren hield hier niet op. Rond de tijd dat Gerard van Dam de Cummings generator afleverde bij de MV Mi Amigo en dacht een deal te hebben met Ronan O’Rahilly voor het uitzenden vanaf dit zendschip, namen Bode en Vuylsteke contact op met de Caroline organisatie voor het huren van zendtijd. Fred Bolland, die min of meer de plaats had ingenomen van Ben Bode en Danny Vuylsteke, besloot na de in beslaglegging van de Scheveningen 54 ook afscheid te nemen van Radio Delmare. Hij wilde uit het zicht van justitie blijven. Bolland had zoals hij dat zelf zei veel te verliezen, waaronder zijn winkel Disco Bolland in Den Haag en zijn woonhuis. Ook hij nam contact op met Ronan O’Rahilly om te kijken of hij zendtijd kon huren op de MV Mi Amigo. Voor O’Rahilly kwam dit goed uit. Twee partijen die wilden gaan uitzenden vanaf zijn zendschip. Alleen zat hij nog met de Delmare mensen aan boord van de MV Mi Amigo en de deal met Gerard van Dam. Maar Van Dam kon geen diesel leveren. Door gebrek aan brandstof werkten de pompen niet meer en dreigde het zendschip op 19 januari 1979 te zinken. Uit voorzorg werden de bemanningsleden van boord gehaald, inclusief de Delmare mensen. Zij zouden niet meer terugkeren en daarmee was de weg vrij voor Ronan O'Rahilly om zaken te doen met zowel Danny Vuylsteke, Ben Bode en Fred Bolland. Er werd een deal gesloten dat er overdag van 07:00 tot 18:00 uur onder de naam Radio Caroline een Nederlandstalige service zou komen. De overige uren werden gevuld door de Engelsen. Maar ook werd er overeengekomen dat er pas betaald zou worden voor de huur van de zender als het radiostation vanaf de MV Mi Amigo in de lucht was. Fred Bolland benaderde vervolgens oud Radio Mi Amigo diskjockey Herman de Graaf met de vraag of hij een diskjockey ploeg kon samenstellen en programmaleider wilde worden. De Graaf ging hier mee aan de slag en de eerste die hij vroeg was Ad Roberts, bij wie hij toentertijd tijdelijk verbleef in Friesland. Daarna nam hij contact op met Rob Hudson en al snel werd duidelijk dat een deel van de medewerkers van de Amsterdamse landpiraat Unique, waar Hudson toen programma’s voor maakte, mee zou verhuizen naar zee. Dat waren Paul de Wit en René van Elst. Ook het format van Radio Unique zou worden overgenomen, wat neerkomt op om en om een oude en een nieuwe plaat. En het mocht onder geen beding klinken als Radio Mi Amigo en de uitzendingen waren voornamelijk bestemd voor de Nederlandse markt en niet gericht op België. Op de Eerste Paasdag van 1979 klonk er, na bijna zes maanden stilte, weer muziek vanaf de Muziekboot. Tekst: Vincent Schriel Foto's: Hans Joachim Backhus Deel 1: Het einde van Radio Mi Amigo Deel 2: Het blijft stil op de Noordzee Deel 3: Neemt Delmare de plaats in van Mi Amigo? Deel 4: Op het nippertje Deel 5: De Nederlanders keren terug2 punten
-
NMO Streaming Audio Standaard: online luistergedrag september 2026
De NMO Streaming Audio Standaard cijfers over september 2026 zijn bekendgemaakt. De cijfers zijn gebaseerd op het weekgemiddelde van maandag 00:00 uur tot zondag 24:00 uur. Ongeldige sessies en sessies beluisterd buiten Nederland zijn eruit gefilterd. Deze cijfers hebben betrekking op het online luistergedrag op connected devices. Andere platformen voor het beluisteren van radio (zoals via FM of DAB+), maken geen onderdeel uit van de rapportage. Voor de totale beluistering, ongeacht het platform, is er het NMO Luisteronderzoek. Toelichting op de belangrijkste begrippen: GAAS - Het gemiddelde aantal actieve streams dat op een willekeurig moment actief was. Dit wordt berekend door het totaal aantal afgespeelde minuten van een audiostream te delen door de lengte van het tijdvak waarover wordt gerapporteerd (week). GS - Gestarte sessies (GS), ook wel streamstarts genoemd, worden gedefinieerd als het aantal sessies met een minimumduur van een minuut die zijn gestart binnen de gerapporteerde tijdsperiode (week). GA - De gemiddelde afspeelduur van een sessie. Het totaal aantal minuten dat een zender is gestreamd gedeeld door het aantal streamstarts van de zender. Bron: NMO/Ipsos-Kantar1 punt
-
Nieuwe landelijke radioprijzen: Kristallen worden uitgereikt tijdens De Nederlandse Radio Awards
1 puntNederland krijgt nieuwe landelijke radioprijzen. DPG Media, Talpa Audio en Mediahuis Radio organiseren samen De Nederlandse Radio Awards, een awardshow die op dinsdag 2 februari 2027 plaatsvindt in het Amsterdamse theater DeLaMar. Tijdens de avondvullende show reikt AVROTROS voor het eerst de nieuwe Kristallen uit in verschillende categorieën. De Kristallen komen in de plaats van de Gouden RadioRing, die is gestopt. Volgens de betrokken partijen zijn de commerciële mediabedrijven en de NPO al voor het stoppen van die prijs bij elkaar gekomen met het idee dat radio het verdient om geëerd te worden en dat er een jaarlijks moment moet zijn waarop radiomakers elkaar ontmoeten. Ze verwachten dat de nieuwe avond groter wordt dan ooit, nu de radiohuizen zelf aan boord zijn. Aan het initiatief doen de mediabedrijven achter Qmusic en JOE (DPG Media), Radio 538, Radio 10, Sky Radio en Radio Noordzee (Talpa Audio) en Radio Veronica, 100% NL, SLAM! en Sublime (Mediahuis Radio) mee. Zij willen op 2 februari een show neerzetten waarin alles aan bod komt wat radio volgens hen bijzonder maakt, van muziek en vermaak tot nieuws, persoonlijke verhalen en het contact met luisteraars. AVROTROS neemt namens de publieke omroep de uitreiking van de prijzen op zich. De Kristallen zijn vernoemd naar het zendkristal, een verwijzing naar de techniek achter radio, en zetten bijzondere prestaties van radiomakers en radiostations in de schijnwerpers. Een deel van de prijzen wordt toegekend door een vakjury, terwijl de luisteraars in andere categorieën de uiteindelijke winnaar kiezen. Ook landelijke radiozenders die niet onder de betrokken mediagroepen vallen, kunnen meedingen naar de prijzen. Welke categorieën er precies komen, wordt later bekendgemaakt.1 punt
-
BNR reconstrueert na twee jaar onderzoek het verhaal achter ASML
BNR heeft na twee jaar onderzoek de podcast Ons ASML gemaakt, waarin het verhaal wordt verteld van de groep uitvinders uit Veldhoven die uitgroeide tot een van de belangrijkste technologiebedrijven ter wereld. De techjournalisten Maxim van Mil en Daniël Mol spraken voor de serie met de mensen die het bedrijf groot maakten, kregen toegang tot bijzondere plekken op het terrein in Veldhoven en reconstrueerden de beslissingen die bepalend waren voor de opkomst van ASML. Voor Van Mil begon de fascinatie met een bezoek aan de cleanroom van het bedrijf, waar hij oog in oog stond met een buitengewoon grote en complexe machine. Hij bedacht meteen hoe bijzonder het zou zijn om anderen daarin mee te nemen, maar ontdekte gaandeweg dat de mensen achter de machines minstens zo fascinerend zijn. Hun keuzes maakten ASML tot het bedrijf dat het nu is, en dat verhaal wilde hij vertellen. ASML speelt een sleutelrol in de wereldwijde chipindustrie, omdat de machines uit Veldhoven onmisbaar zijn voor de productie van de meest geavanceerde chips. Daardoor is het bedrijf ook terechtgekomen te midden van de geopolitieke spanningen tussen de Verenigde Staten en China. De makers onderzoeken hoe ASML deze positie wist te bereiken, welke technologische doorbraken en zakelijke beslissingen het verschil maakten en hoe het bedrijf omgaat met de politieke druk die zijn wereldwijde positie met zich meebrengt. Daarvoor spraken ze met betrokkenen uit verschillende periodes van de geschiedenis van ASML, van de pioniers die het bedrijf in de beginjaren vormgaven tot de bestuurders die te maken kregen met internationale politieke druk. De serie gaat over ondernemerschap, technologische doorbraken en macht, maar vooral over de mensen achter een van de belangrijkste bedrijven van Nederland. Van Mil omschrijft het als het verhaal van een stel eigenwijze vrijbuiters uit Veldhoven die een bedrijf bouwden waar inmiddels de hele wereldeconomie op leunt. Volgens Mol reikt het verhaal verder dan technologie alleen. Zonder ASML zouden er geen smartphones, geen AI en geen moderne auto’s zijn, maar toch is er weinig bekend over wat er in Veldhoven gebeurt. Hij vindt dat opmerkelijk, omdat de beslissingen die daar worden genomen mede bepalen hoe de toekomst eruitziet, en hij vindt het hoog tijd dat ASML echt beter wordt leren kennen. Ons ASML is een onafhankelijke journalistieke podcast van BNR Nieuwsradio en is te beluisteren via de BNR-app en de bekende podcast-apps. Afbeelding: BNR1 punt
-
Radio Caroline heeft datum voor droogdok Ross Revenge bevestigd
De Ross Revenge, het schip van Radio Caroline, gaat op maandag 8 maart naar het droogdok van MMS Ship Repair and Dry Dock in Hull voor structurele reparaties. Het schip moet twee weken voor de startdatum op de werf aankomen en vertrekt daarom, afhankelijk van het weer, half februari uit het Blackwater Estuary. De reis per sleepboot duurt ongeveer twee dagen. Men had gehoopt de Ross Revenge eerder in het droogdok te krijgen, maar de werf kreeg de opdracht voor omvangrijke werkzaamheden aan een schip dat vanuit Canada de Atlantische Oceaan was overgestoken. MMS Shipyard is volgens de organisatie gekozen vanwege de reputatie, de vaardigheden en de ervaring van het bedrijf. De vertraging geeft tijd om uitgebreide voorbereidingen aan boord af te ronden en om verder geld in te zamelen, zodat tijdens het verblijf in het droogdok zo veel mogelijk werk kan worden uitgevoerd. Naar verwachting blijft het schip minimaal zes weken in het droogdok. Wie de Ross Revenge Charity Dry Dock Appeal wil steunen, kan een donatie doen via rossrevengeofficial.com. De organisatie laat weten de blijvende steun van luisteraars bijzonder te waarderen. Afbeelding: Ross Revenge in Blackwater River (foto Vincent Schriel)o1 punt
-
Brookmans Park transmitting station: vroege BBC-zender in Hertfordshire
Het Brookmans Park transmitting station is een grote middengolfzendinstallatie in Hertfordshire, ten noorden van Londen. De locatie werd eind jaren twintig gebouwd door de BBC en geldt als een van de eerste speciaal ontworpen zendercomplexen voor regionale radio-uitzendingen in het Verenigd Koninkrijk. De installatie ligt nabij het dorp Brookmans Park en werd ontwikkeld om de groeiende behoefte aan landelijke radiodekking te ondersteunen, in een periode waarin uitzendingen nog sterk vanuit stedelijke studio’s werden verzorgd. Ontstaan en vroege ontwikkeling De bouw van het zendstation begon in de tweede helft van de jaren twintig, waarna de eerste zender in oktober 1929 in gebruik werd genomen. Kort daarna volgde een tweede zender in 1930, waardoor het station vanaf dat moment twee afzonderlijke radiodiensten kon verspreiden. Dit was een belangrijke stap in de ontwikkeling van de Britse omroep, omdat het systeem het mogelijk maakte om tegelijkertijd verschillende programma’s uit te zenden: een nationale dienst en een regionale variant voor Londen en omgeving. De oorspronkelijke antenneopstelling bestond uit twee T-antennes die werden gedragen door vier stalen masten van ongeveer 60 meter hoogte. Deze constructie was typisch voor de vroege AM-techniek, waarbij lange draden werden gebruikt om krachtige middengolfsignalen te genereren en te verspreiden. Technische infrastructuur en uitbreiding De zenderinstallatie werd in de beginfase uitgerust met apparatuur van de Marconi Company, destijds een toonaangevende leverancier van radiotechniek. Omdat er nog geen stabiele openbare elektriciteitsvoorziening beschikbaar was op de locatie, werden eigen generatoren geplaatst om het hoge energieverbruik van de zenders te ondersteunen. In de jaren dertig en veertig groeide Brookmans Park uit tot een technisch belangrijk knooppunt binnen het BBC-netwerk. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de installatie verder uitgebreid met extra zendcapaciteit en aangepaste antenneconfiguraties, waarmee ook de dekking richting Londen werd versterkt. Een opvallende ontwikkeling in die periode was het experimenteren met vroege televisiesignalen. Tussen 1930 en 1932 werden er tests uitgevoerd met mechanische televisie volgens het 30-lijnen systeem van John Logie Baird, waarbij beeld en geluid via afzonderlijke kanalen werden uitgezonden. Veranderingen in antennestructuur In de loop van de tijd werd het antennepark meerdere keren aangepast om beter aan te sluiten op veranderende zendvereisten. In 1939 werd onder meer een hoge mast geplaatst die samen met bestaande antennes een richtbundel richting Londen vormde. Later, in de jaren vijftig, werd een nieuwe mast van ruim 150 meter gebouwd die onder andere werd gebruikt voor de BBC Home Service. Deze uitbreiding zorgde ervoor dat Brookmans Park een van de krachtigste middengolfstations in de regio werd. In de decennia daarna bleef het station in gebruik voor verschillende BBC-kanalen en later ook commerciële radiozenders. De configuratie van de antennes werd regelmatig aangepast aan nieuwe zenderindelingen en frequentiewijzigingen. Huidige situatie en actieve zenders Hoewel het gebruik van middengolf in het Verenigd Koninkrijk sterk is afgenomen, is Brookmans Park nog steeds operationeel voor een beperkt aantal radio-uitzendingen. De functie is in de loop der tijd verschoven van publieke omroep naar commerciële exploitatie. Op dit moment worden onder meer de volgende middengolfzenders via (of deels via) het Brookmans Park-systeem uitgezonden: BBC Radio 5 Live - 909 kHz, nieuws- en sportzender talkSPORT - 1089 kHz, nationale sport- en praatzender Lyca Radio - 1458 kHz, gericht op een multicultureel publiek in Londen en omgeving Daarnaast zijn er frequenties die in het verleden via Brookmans Park werden uitgezonden maar inmiddels zijn beëindigd of verplaatst, zoals 1548 kHz waar eerder Gold (voorheen Capital Gold) actief was. Door de jaren heen zijn frequenties en netwerken regelmatig herverdeeld binnen het Britse AM-landschap. Het zendstation wordt tegenwoordig beheerd door Arqiva, dat verantwoordelijk is voor een groot deel van de Britse omroepinfrastructuur en meerdere zendlocaties in het land exploiteert. Betekenis binnen de Britse omroepgeschiedenis Brookmans Park wordt vaak genoemd als een van de eerste speciaal ontworpen “twin-wave” zendstations, waarbij twee afzonderlijke programma’s gelijktijdig via dezelfde locatie werden uitgezonden. Dit concept vormde een belangrijke stap in de structurering van landelijke radio in het Verenigd Koninkrijk. Ook de combinatie van vroege televisie-experimenten en grootschalige AM-uitzendingen maakt de locatie technisch en historisch relevant binnen de ontwikkeling van Britse omroepinfrastructuur. Afbeelding: Brookmans Park transmitting station (foto Wikimedia Commons)1 punt
-
Douwe Dijkstra: De Mi Amigo Kronieken – Deel 1
Enige tijd geleden werd ik door oud Mi Amigo-technicus Maurice Bokkebroek, die ik al sinds 1975 ken, gevraagd om voor de Facebook-pagina van Mi Amigo La Auténtica periodiek iets te schrijven over mijn herinneringen aan deze Vlaams/Nederlandse zeezender. Nu ik onlangs met pensioen ben gegaan wil ik dat graag doen. De geschiedenis van dit station is op verschillende websites te vinden en in diverse boeken beschreven en gaat dus niet door mij herhaald worden. Mijn plan is om steeds kort een onderwerp uit mijn herinnering te belichten en te illustreren met materiaal uit mijn archief. Ondanks het feit dat ik geen chronologisch pad wil volgen beginnen we toch met het ontstaan van de zender. Nadat het Radio Atlantis-contract tussen Ronan O’Rahilly en Adriaan van Landschoot in oktober 1973 afliep, sloot O’Rahilly een nieuwe overeenkomst met Sylvain Tack. Startend op 29 en 30 september 1973 waren als voorloper van Radio Mi Amigo reeds Joepie-programma’s met Bart van der Laar te horen. Vervolgens werd op vrijdag 5 oktober 1973 het allereerste Mi Amigo-jinglepakket opgenomen, in Studio B van Studio START in Buizingen door producer Eddy Govert en engineer Michel Barez. Nadat ik in 2021 hetgeen was overgebleven van de Mi Amigo-studio in Playa de Aro kocht (waarover later meer) werd ik door een vriendelijke Belg benaderd die al vele jaren de originele 8-sporen tape van de opname van dit eerste jingle pakket in zijn bezit had en het mij wilde schenken. Van Maurice Bokkebroek begreep ik dat deze tape jarenlang bij zijn schoonmoeder op zolder verstopt was geweest toen de Belgische Bewakings & Opsporings Brigade (BOB) achter Mi Amigo aan zat. Nadat de 8-sporen tape bij de Nederlandse Publieke Omroep (NOS) was gedigitaliseerd, werd het resultaat door jingle-koning Bart van Gogh van Top Format, nog wat opgefrist. Het resultaat laat ik hier onder graag horen. Tot genoegen, Douwe Dijkstra1 punt
-
Toen televisie in Nederland nog een experiment was
De eerste televisiebeelden in Nederland verschenen in een tijd waarin radio nog het dominante massamedium was. Eind jaren 20 stond televisie vooral bekend als een technische nieuwsgierigheid waarover in vakbladen en kranten met belangstelling werd geschreven, maar waarvan maar weinig mensen zich konden voorstellen dat het ooit een vaste plek in de huiskamer zou krijgen. Toch werd er in Nederland al vroeg rekening gehouden met deze nieuwe vorm van communicatie. Bij de totstandkoming van de Radiowet van 1928 was televisie namelijk al opgenomen in de regelgeving. In de toelichting op de wet werd gesproken over toepassingen waarbij niet alleen geluid, maar ook beelden draadloos konden worden verzonden. Daarmee viel televisie in die periode nog onder het brede begrip radio. Dat klinkt tegenwoordig misschien vreemd, maar in de jaren 20 werd draadloze communicatie vooral gezien als één technisch domein waarin geluid en beeld zich naast elkaar ontwikkelden. Die aandacht voor televisie kwam niet uit de lucht vallen. In verschillende landen werd al geëxperimenteerd met mechanische televisiesystemen, vaak gebaseerd op de ronddraaiende Nipkowschijf. Vooral in Groot-Brittannië, Duitsland en de Verenigde Staten trokken deze proeven de aandacht van technici en elektronicabedrijven. Ook in Nederland groeide de belangstelling snel, mede door de activiteiten van Philips in Eindhoven. Het bedrijf begon bijna 100 jaar geleden al met experimenten rond televisie en demonstreerde in 1928 de eerste resultaten aan pers en publiek. In 1929 vonden vervolgens de eerste Nederlandse televisieproeven plaats. Die uitzendingen waren technisch nog uiterst primitief. Het beeld bestond uit weinig beeldlijnen, had een lage resolutie en werd weergegeven op kleine schermen die vaak niet groter waren dan een ansichtkaart. Toch maakte het diepe indruk dat bewegende beelden draadloos konden worden overgebracht. Het idee dat mensen thuis niet alleen konden luisteren naar nieuws en amusement, maar het ook konden zien, sprak sterk tot de verbeelding. Dat televisie in Nederland serieus werd genomen, bleek ook uit de aanpassing van de definitie van omroep. Waar eerder alleen werd gesproken over mededelingen van woord- en tooninhoud, werd dat uitgebreid met beeldinhoud. Daarmee ontstond juridisch ruimte voor toekomstige televisie-uitzendingen. Toen de Nederlandse omroepen in 1936 hun definitieve vergunningen ontvingen, stond daarin expliciet vermeld dat uitzendingen met woord, toon én beeld waren toegestaan. Ondanks die wettelijke basis bleef televisie in de praktijk voorlopig beperkt tot experimenten en demonstraties. De techniek was kostbaar, ingewikkeld en nog volop in ontwikkeling. Vooral de ontvangstkwaliteit liet vaak te wensen over. Daarnaast waren televisietoestellen duur en voor de meeste huishoudens onbereikbaar. In de jaren 30 werd televisie daardoor vooral gezien als een technische mogelijkheid voor de toekomst en nog niet als een medium voor dagelijks gebruik. Philips speelde in die periode een belangrijke rol bij de verdere ontwikkeling. In Eindhoven werden experimentele zenders gebouwd en vonden praktijkproeven plaats waarbij de beeldkwaliteit geleidelijk werd verbeterd. Rond 1935 startte het bedrijf met regelmatige proefuitzendingen vanuit Eindhoven. Tegelijkertijd keek de overheid voorzichtig vooruit. In 1935 werd een speciale televisiecommissie ingesteld die moest onderzoeken welke kansen televisie in Nederland had. Die commissie zag zeker mogelijkheden, maar wees ook op de hoge kosten, de beperkte techniek en de vraag wie verantwoordelijk moest worden voor de programma’s. De Tweede Wereldoorlog zorgde vervolgens voor een abrupte onderbreking van de verdere ontwikkeling. Pas na 1945 kwam televisie weer nadrukkelijk op de agenda te staan. In eerste instantie gebeurde dat opnieuw vanuit Eindhoven, waar Philips experimentele uitzendingen verzorgde voor een klein publiek. Uiteindelijk leidde dat in 1951 tot de eerste officiële landelijke televisie-uitzending vanuit Bussum. Terugkijkend is het opvallend hoe vroeg Nederland al bezig was met televisie. Terwijl de meeste huishoudens in de jaren 20 nog rond de radio zaten, werd achter de schermen al gewerkt aan een medium dat het dagelijks leven ingrijpend zou veranderen. Wat begon met wazige proefbeelden en experimentele installaties groeide enkele decennia later uit tot een vanzelfsprekend onderdeel van vrijwel ieder huishouden. Vincent Schriel, 6 september 20261 punt
-
De stille maanden van de Muziekboot: Op het nippertje
“Ik krijg zojuist een bericht door van de Marine in Den Helder dat het zendschip Mi Amigo zinkende is. Er schijnen nog vijf mensen aan boord te zijn. Misschien dat ze luisteren, sterkte toegewenst in ieder geval.” Dit was de mededeling van Lex Harding op vrijdagmiddag 19 januari 1979 om 17:27 uur tijdens een uitzending van de Nederlandse Top 40. Naar aanleiding van deze melding op Hilversum 3 werd er een telefoontje vanuit Nederland gepleegd met Stuart Russell in Engeland. Aan land was de Caroline organisatie tot dat moment nog niet op de hoogte van wat zich op zee afspeelde. Stuart nam gelijk contact op met Albert Hood en beide besloten om samen met de vrouw van Albert en twee auto’s naar Harwich te rijden om de opvarenden op te vangen. Het was namelijk de reddingsboot uit Harwich die was uitgevaren richting de MV Mi Amigo omdat die van Walton-on-the-Naze al onderweg was naar een andere noodoproep. Toen ze bij de kustwacht in Harwich aankwamen was de reddingboot al terug en waren de opvarenden overgebracht naar het plaatselijk politiebureau. Terwijl Georgina Hood naar het politiebureau belde om te informeren wanneer de vier konden worden opgehaald, ging Albert Hood een gesprek aan met een van de medewerkers van de reddingsboot. Die wist hem te vertellen dat de MV Mi Amigo het nog wel een kleine 48 uur zou uithouden. Hij vond dat ze er nog niet zo slecht bij lag omdat het schip wel dieper in het water heeft gelegen met volle olie- en water tanks. En deze man kon dat weten omdat hij in het verleden betrokken was geweest bij de tendering van het zendschip. Intussen werd het duidelijk dat de opvarenden opgehaald konden worden. Voor de deur van het politiebureau stonden inmiddels al een aantal journalisten te wachten. Zodra de vier mochten vertrekken werden ze direct naar de auto’s gebracht en vertrokken ze zo snel mogelijk om onderweg te stoppen bij een café. Hier konden ze bijkomen van hun avontuur op zee en moesten ze vertellen wat nu precies de situatie aan boord was. Alle vier hadden hun twijfels over de bevinding van de reddingsbootmedewerker over de status van MV Mi Amigo. Men wist te vertellen dat het water halverwege de wand in de beneden studio stond. Toch werd besloten om contact op te nemen met Robb Eden om het verhaal van de reddingsbootmedewerkers door te geven. Rob was op dat moment bezig met een drive-in show en er werd afgesproken dat ze met z’n allen zijn kant op zouden komen. Daar arriveerde ze net toen de drive-in show was afgelopen. Stuart Russell ontfermde zich over René de Leeuw en Peter van der Holst. Albert Hood, Tony Allan en Roger Mathews gingen met Robb Eden in gesprek over de stand van zaken met betrekking tot het zendschip. Besloten werd om tot de volgende ochtend te wachten, mede door het slechte weer en omdat Peter Chicago al had aangegeven een reddingspoging te willen organiseren. De volgende ochtend, 20 januari 1979, was de weerssituatie verbeterd en de harde wind was afgezwakt tot een windkracht 4 à 5. Daarop besloot Peter Chicago samen met onder anderen Richard Thompson en Marie-Louise vanuit Sheerness richting de MV Mi Amigo te vertrekken. Volgens de informatie van de kustwacht in Walton-on-the-Naze was deze nog steeds drijvende maar maakte zij inmiddels wel zwaar slagzij. Aan het einde van de middag kwam de tender aan bij het zendschip. Omdat de tender niet te dicht bij kon komen maakt Peter Chicago peddelend met een rubberboot de oversteek. Hij had een lijn vastgebonden aan de boot en met behulp van deze lijn werd de rubberboot bijna tien keer op en neer getrokken tussen de tender en de MV Mi Amigo met daarin onderdelen en brandstof. Een keer ging het goed mis en verdween het grootste deel van de brandstof die was meegenomen in de Noordzee. Twee kleine blikjes met brandstof haalde de MV wel maar dat was veel te weinig. Daarom besloot Peter om met de rubberboot een leeg olievat terug te sturen en deze te laten vullen met diesel uit de tanks van de tender. Nadat alles op deze manier was overgezet, vertrok men zonder Peter Chicago terug naar de haven. Hij bleef alleen achter op het langzaam zinkende zendschip. Chicago kon de Henschel generator niet meer starten omdat deze te diep in het water stond. Wel lukte het hem om een van de pompen, die was voorzien van een dieselmotor, met de meegenomen brandstof aan de praat te krijgen. Daarmee werd het mogelijk om toch nog water uit het schip te pompen, zei het dat dit heel traag ging en niet voldoende was om het schip hiermee te redden. De volgende dag, het is dan 21 januari 1979, was er bij de Caroline organisatie aan land nog niets bekend over de situatie met betrekking tot de MV Mi Amigo en Peter Chicago. Vanuit Ramsgate vertrok er een nieuwe tender richting de MV met namens de Caroline organisatie aan boord onder anderen Roger Mathews, Tony Allan, John Moss, Albert Hood en Stewart Payne, een journalist van de krant Evening News. Aan onderdelen hadden zij twee pompen en een Honda generator meegenomen, inclusief benzine voor deze nieuwe generator en 200 gallons diesel voor de grotere generatoren aan boord. De weersomstandigheden waren slecht en de tender was met vertraging vertrokken. Het was koud op zee met aanzwellende noordoostenwind en een opkomende mist. De tender was berekend op maximaal acht personen en met dertien man en goederen lag zij behoorlijk diep in het water. Onderweg maakte de tender water en bleken de pompen niet meer te werken. Deze moesten op zee gerepareerd worden, wat een half uur extra tijd kostte. Na bijna vijf uur onderweg te zijn geweest bereikte men de ligplaats van de MV Mi Amigo waar Peter Chicago buiten op het dek van de stuurhut stond te zwaaien. Het viel Roger Mathews op dat het zendschip nog net zo erbij lag als 36 uur geleden toen ze hem verlieten. De situatie was gelukkig niet verslechterd. De Caroline medewerkers stapten allemaal aan boord van het zendschip en de meegenomen pompen, generator en brandstof volgde snel. Na een korte inspectie was het duidelijk dat er veel werk verzet moest worden voordat er weer kon worden uitgezonden vanaf de muziekboot. Vooral de Caroline studio en de Record Library, waar de eerste twee rijen met elpees onder het zoute zeewater stonden, waren flink aangetast. Nadat de twee aan boord gebrachte pompen aan het werk waren gezet, werd begonnen met het aansluiten van de Honda generator op een droge en veilige plaats. Deze generator, die op benzine draaide, was nodig om het schip van stroom te voorzien zodat de verlichting en de verwarming weer aan kon. Gelukkig was het elektriciteitsnetwerk niet aangetast door het zeewater en voordat het donker werd was er weer stroom aan boord van de MV Mi Amigo. Peter Chicago had ondertussen een lijst opgesteld met spullen die hij nodig had voor het uitvoeren van de nodige reparaties aan boord. Hij gaf deze mee en besloot zelf tot de volgende tender aan boord te blijven. Tegen de avond vertrok de tender met aan boord Albert Hood en de journalist Stewart Payne. De rest van de Caroline medewerkers bleef achter om de noodzakelijke werkzaamheden uit te voeren. Bij vertrek van de tender was het resultaat van de reddingsoperatie al zichtbaar: er branden weer lampen aan boord en het schip lag inmiddels recht en hoger in het water. De terugreis van de tender verliep niet zonder problemen. Om zo veel mogelijk diesel op de MV Mi Amigo achter te laten was besloten om ook de inhoud van de tanks van de tender aan te spreken. Met net genoeg diesel aan boord vertrok men voor de terugweg naar Ramsgate. Alleen raakten de filters door de troebele diesel op de bodem van de tanks vervuild en viel de motor tot twee keer toe uit. De filters schoonmaken zorgde weer voor de nodige vertraging. Eenmaal terug in Margate werden de opvarenden van de tenders opgewacht door de autoriteiten en meegenomen naar het bureau. Er werd duidelijk gemaakt dat ze aangeklaagd zouden worden in het kader van de Marine Broadcasting Act (1967). Iedereen verklaarde zich onschuldig omdat ze een schip in nood hadden geholpen. Nadat de meegereisde reporter, Stewart Payne, verklaarde dat de MV Mi Amigo niet meer zou kunnen uitzenden omdat onder andere de generatoren onder water stonden, werden ze zonder aanklacht heengezonden. Het zinken van de MV Mi Amigo was dan wel voorkomen, de problemen voor de Caroline organisatie in Engeland waren nog niet voorbij. Het slechte weer bleef in de dagen na de redding aanhouden. Een bevoorrading uitvoeren met de eigen tender was hierdoor niet mogelijk, voornamelijk omdat deze niet bestand was tegen het slechte weer op de Noordzee. Maar het was wel dringend om zo snel mogelijk eten, drinken en brandstof naar het zendschip te brengen omdat er maar voor een paar dagen aan boord was achtergebleven. Om die reden werd er daarom gezocht naar een ander schip dat onder deze weersomstandigheden het wel aankon om de benodigde spullen naar het zendschip te brengen. Uiteindelijk vond men een schipper bereid om tegen een forse betaling de MV Mi Amigo te bevoorraden, maar op het laatste moment haakte deze alsnog af omdat hij het risico te groot vond om gepakt te worden en als gevolg daarvan zijn schip kwijt te raken. Het lukte uiteindelijk pas in de tweede week van februari 1979 om weer naar de MV Mi Amigo te varen. Op het zendschip was het verse drinkwater inmiddels op en was er nog een minimale hoeveelheid brandstof over om de pompen en de generator aan boord te laten draaien. De laatste dagen voorafgaand aan de bevoorrading moest er zelfs gegeten worden uit de oude voedselblikken die nog over waren uit de tijd dat Radio Mi Amigo nog uitzond van het schip. Naast eten, drinken en brandstof werden er ook nieuwe onderdelen aan boord gebracht om de benodigde reparaties te kunnen uitvoeren. En omdat de verwarming aan boord niet meer werkte, werd er ook een gaskachel aan boord gebracht. Half maart kwamen er een aantal vrijwilligers meehelpen op de MV Mi Amigo. Hun taak was om het schip op te ruimen, schoon te maken en daar waar nodig weer een verfje te geven. Ondertussen begon Tony Allan, die inmiddels weer aan boord was teruggekeerd, met het reinigen van de elpees die een paar weken eerder onder het zeewater waren komen te staan. Deze moesten weer bruikbaar zijn op 15 april, want met Pasen wilde men de uitzendingen hervatten. In dezelfde periode werd er via een aparte tender ruim 8.000 liter diesel afgeleverd voor de Cummings generator. Deze stond nog steeds op het achterdek en was inmiddels aangesloten op de zender. Hierdoor werd het mogelijk om met de zender te testen en daarmee aan te tonen dat alles aan boord weer werkte. Vooral dit laatste was belangrijk omdat men in onderhandeling was met een partij die zendtijd wilde huren op het zendschip. Het ging hierbij om een Nederlandstalige service die overdag zou gaan uitzenden met een Top 40 format. De avond en nacht bleef dan over voor de Engelse service, net als in de tijd toen het zendschip werd gedeeld met Radio Mi Amigo. Maar deze partij wilde alleen zaken doen en pas betalen voor de huur van de zender als het station daadwerkelijk in de lucht was. Op 29 maart 1979 maart was het dan zover. Het schip was weer aardig op orde en de noodzakelijke reparaties aan boord hadden plaatsgevonden. Tony Allan had inmiddels een deel van de ondergelopen elpees en singles schoongemaakt, in ieder geval genoeg om de uitzendingen mee te kunnen starten. Vroeg in de ochtend werd de Cummings generator gestart en de 50 kW-zender werd aangezet. Eerst met alleen een draaggolf op de 962 kHz, maar vanaf 08:00 uur werd er na vijf maanden stilte weer muziek uitgezonden vanaf de MV Mi Amigo. De test werd uitgevoerd op de 962 kHz, de frequentie die in gebruik was toen men in oktober 1978 gedwongen werd de uitzendingen te staken. Echter in november 1978 schoven alle middengolfzenders 1 kHz op. Inmiddels was men wel in het bezit van een zendkristal voor de 963 kHz, alleen was deze op het moment dat men de testuitzending deed nog niet aan boord. Tekst: Vincent Schriel Foto's: Hans Joachim Backhus Deel 1: Het einde van Radio Mi Amigo Deel 2: Het blijft stil op de Noordzee Deel 3: Neemt Delmare de plaats in van Mi Amigo? Deel 4: Op het nippertje Deel 5: De Nederlanders keren terug1 punt
-
De stille maanden van de Muziekboot: Neemt Delmare de plaats in van Mi Amigo?
In de zomer van 1978 kreeg Nederland er voor het eerst sinds jaren weer een tweede zeezender bij: Radio Delmare. Na veel tegenslagen was het de Hagenees Gerard van Dam uiteindelijk gelukt om de MV Aegir buitengaats te krijgen en op volle zee te laten ombouwen tot een zendschip. Daarbij werd hij geholpen door onder anderen Ben Bode en Danny Vuylsteke, die een deel van de studio- en zendapparatuur verzorgde. Twee namen die we later in het verhaal van De Muziekboot opnieuw zullen tegenkomen. Op 11 september 1978 ging het op de Noordzee mis met het zendschip. Die dag woedde er een storm voor de Nederlandse kust en met windkracht 10 hield het anker het niet meer. De MV Aegir schip raakte op drift en werd door sleepboot Smitbank opgepikt en de haven van Maassluis binnengesleept. Niet veel later werd het schip overgebracht naar Rotterdam waar het in het entrepotdok aan de ketting werd gelegd. Vrij snel na het verlies van de MV Aegir hadden de mensen achter Radio Delmare weer een nieuw schip weten te bemachtigen: de Scheveningen '54. Maar er was geen geld meer om het uit te rusten als zendschip. Toen bedacht Gerard van Dam dat er op de Noordzee voor de Engelse kust nog de MV Mi Amigo lag die in een slechte staat verkeerde en geen werkende generator meer had voor beide zenders aan boord. Samen met Fred Bolland ging hij in gesprek met Ronan O’Rahilly en zij kwamen overeen dat de Scheveningen ‘54 de MV Mi Amigo moest vervangen en daarmee het nieuwe zendschip zou worden van zowel Radio Delmare als Radio Caroline. De ombouw tot zendschip zou op zee plaatsvinden. Tot die tijd mocht Radio Delmare gebruikmaken van de 10 kW-zender aan boord van de MV Mi Amigo. Om dat laatste mogelijk te maken moest er wel door de Delmare organisatie een nieuwe generator en dieselolie worden geleverd. Op 14 december 1978 werd er een huurovereenkomst voor drie maanden afgesloten tussen de firma Amako B.V. uit 's Gravendeel en Fred Bolland namens Prodihaag uit Den Haag voor een 160 kVa Cummins generator. De afgesproken huurprijs bedroeg fl 3.200,00 per maand. Prodihaag was het productiebedrijf van Gerard van Dam en zijn vriendin Astrid de Jager. Het stond op haar naam en was gevestigd in de Daquerrestraat in Den Haag, het woonadres van Van Dam. De onderneming was opgericht na de inbeslagname van de MV Aegir en had als doel om zich bezig te houden met de promotie van muziek en Delmare merchandising zoals T-shirts, stickers, wandtegeltjes, fotopakketten van het zendschip, posters van de MV Aegir en programma's van de Delmare deejays. Op zaterdag 16 december 1978, twee dagen na bestelling, werd de generator afgeleverd bij de Scheveningse sleephelling en met behulp van de aanwezige Delmare medewerkers aan boord van de Scheveningen ’54 gehesen. Ook werd er die dag een tweede nieuwe 15 kVa generator geleverd die voor de energievoorziening aan boord van de Scheveningen ‘54 moest zorgen. In de week voorafgaand aan de levering van de generator ging al het gerucht rond dat Gerard van Dam weer met een compleet zendschip de haven van Scheveningen zou uitvaren. Op de dag dat de generatoren werden afgeleverd deed de Radio Controle Dienst invallen in Den Haag bij diverse FM-piraten. Toen er een tip kwam dat de Radio Controle Dienst, in gezelschap van de politie, onderweg was naar de haven, moest er snel gehandeld worden. Met de smoes dat men wilde proefdraaien en het kompas afgesteld moest worden mocht de Scheveningen 54 vanuit de Tweede Haven via ‘De Pijp’ naar de Voorhaven varen. Rond 17:00 uur maakte het schip zich los van de kade en met behulp van de sleepboot Eurotrip vaarde men naar de havenkom. In plaats van de Voorhaven in te varen draaide de Scheveningen ‘54 en vaarde het, nadat de sleper zich had losgemaakt, op volle kracht de haven uit, op weg naar volle zee met een niet geijkt kompas en Leo Vreugdenhil aan het roer. Aan boord van de Scheveningen 54 waren Gerard van Dam, Leo Vreugdenhil, Marcel Stevens, Kees 'Kaas' Mulder, Fred van Dijk, Ronald Bakker, Peter van der Holst, René de Leeuw en zijn vriendin Marie Louise. De oversteek richting de Engelse kust was niet gemakkelijk. Gerard van Dam lag zeeziek op bed en met een niet geijkt kompas moest Leo Vreugdenhil bijna alleen de reis maken. Zondagavond laat kwamen zij uiteindelijk aan op hun bestemming en gingen een kleine 100 meter van de MV Mi Amigo voor anker. Zodra het daglicht was, voeren zij naar de MV Mi Amigo om de Cummins generator over te zetten. De Scheveningen 54 beschikte over een kraan die het mogelijk maakte om hem op het achterdek van de MV Mi Amigo te plaatsen. Dit bleek geen makkelijke klus te zijn, ondanks een rustige Noordzee. Het achterdek van de MV Mi Amigo, waar de vier ton wegende generator moest komen, lag namelijk 3,5 meter hoger dan het dek niveau van de Scheveningen 54. Uiteindelijk lukte het Gerard van Dam, met hulp van Peter Chicago, Richard Thompson en Stephen Bishop aan boord van de MV Mi Amigo, om hem over te zetten. Daarbij beschadigde hij wel het stuurhuis van het oude zendschip. Na het plaatsen van de generator stapten Peter van der Holst, René de Leeuw en Marie Louise over naar de MV Mi Amigo. Zij zouden de voorbereidende werkzaamheden doen om het mogelijk te maken dat Radio Delmare zou gaan uitzenden vanaf De Muziekboot. Omdat de Scheveningen 54 overhaast was vertrokken uit Nederland waren zij niet in de gelegenheid geweest om dieselolie in te nemen voor de bevoorrading van de MV Mi Amigo. Daarom vertrokken Gerard van Dam, Leo Vreugdenhil en Marcel Stevens nog dezelfde dag richting de Nederlandse kust. Omdat de autoriteiten op de hoogte waren waarvoor de Scheveningen 54 gebruikt zou worden was het niet meer mogelijk om een haven binnen te lopen. Daarom ging het schip bij de Nederlandse kust voor anker. Aan land werden diverse schippers benaderd om de Scheveningen 54 van dieselolie te voorzien zodat deze naar de MV Mi Amigo gebracht kon worden. Maar niemand was bereid hier aan mee te werken. Er was nu wel een generator op De Muziekboot om de zenders te laten draaien, het ontbrak echter aan dieselolie om hem te laten draaien. Na het vertrek van de Scheveningen 54 begon op de MV Mi Amigo het lange wachten op de levering van de benodigde brandstof om de zenders weer op te kunnen starten. Totdat de tanks weer gevuld zouden worden, moest men aan boord zuinig zijn met de dieselolie die er was. Tot begin januari kon men de Farymann draaiende houden en was er genoeg eten aan boord, maar omdat de bevoorrading door de Delmare organisatie uitbleef begon de dieselolie op te raken. Met emmertjes moesten de laatste restjes uit de tanks geschraapt worden om de kleine generator aan de praat te houden. Om brandstof te besparen werd hij alleen nog opgestart in de avonduren en al vrij snel werd dit weer teruggebracht tot drie uur om het avondeten klaar te kunnen maken. Toen het bij de Engelse organisatie duidelijk werd hoe precair de situatie was, werd er een set stormlampen bezorgd om ervoor te zorgen dat het schip in ieder geval zichtbaar was in het donker voor het andere scheepvaartverkeer. Aan het begin van de tweede week van januari 1979 viel de Farymann definitief uit. Deze was van binnen vastgelopen door het vuil dat in de laatste restjes diesel zat. Het betekende dat de Henschel, de enige nog werkende generator aan boord, het moest overnemen. De consequentie was wel dat hierdoor het brandstofverbruik drie keer zo hoog kwam te liggen. Op 10 januari 1979 verlieten Peter Chicago en Stephen Bishop het schip. Zes dagen later, op de 16e januari, gingen Richard Thompson en Marie Louise van boord. De laatste noodgedwongen omdat zij heel ziek was geworden aan boord en men bang was dat er anders een reddingsboot opgeroepen moest worden. Voor hen in de plaats kwam Roger Mathews aan boord. Intussen was het heel koud en stil op de MV Mi Amigo. Door het gebrek aan brandstof was er geen verwarming, radio en tv. Op 18 januari waren de accu's leeg en kreeg men de Henschel niet meer opgestart omdat deze inmiddels ook verstopt zat door de vuile dieselolie. Vrij snel begon het waterpeil aan boord te stijgen omdat de pompen niet meer hun werk konden doen. Na spoedoverleg tussen de bemanningsleden werd besloten te wachten tot de volgende dag 15:00 uur alvorens hulp in te roepen. De volgende dag stond er meer dan een halve meter water in het ruim en was buiten de wind aangewakkerd tot een storm met windkracht 8 à 9. Tony Allan deed om 15:10 uur een S.O.S. melding en later die avond werd hij samen met Roger Mathews, René de Leeuw en Peter van der Holst door een reddingsboot van boord gehaald. Parkiet Wilson bleef achter op het zinkende schip. Tekst: Vincent Schriel Foto's: Leendert Vingerling Deel 1: Het einde van Radio Mi Amigo Deel 2: Het blijft stil op de Noordzee Deel 3: Neemt Delmare de plaats in van Mi Amigo? Deel 4: Op het nippertje Deel 5: De Nederlanders keren terug1 punt
-
De stille maanden van de Muziekboot: Het blijft stil op de Noordzee
In 1978 bevonden zich vier generatoren aan boord van de MV Mi Amigo. De twee MAN Turbo V8 generatoren (215 KVA) waren nodig om de 50 kW-zender van stroom te voorzien. Op 17 september 1978 was de eerste MAN kapot gegaan, op 20 oktober 1978 raakte ook het tweede buiten bedrijf. Verder was er nog de Henschel (50 kV). Deze generator werd in de periode van 15 mei 1976 tot 1 december 1977 gebruikt om de 10 kW-zender te laten draaien. Deze combinatie werd toen gebruikt voor de 24 uurs service van Radio Caroline. Begin 1978 was de Henschel buiten bedrijf geraakt, hij wilde niet meer opstarten. Dan was er nog een kleine Farymann generator die als nood gebruikt kon worden voor de verlichting en verwarming aan boord. Op het moment dat de tweede MAN buiten gebruik raakte viel men hier op terug. Tegen het einde van de zomer van 1978 vroeg men zich al af hoe lang de laatste nog werkende MAN het zou uithouden. Albert Hood, die in het dagelijks leven werkzaam was als dieselmonteur, had tijdens een bezoek aan zendschip in die periode hier al een gesprek over gehad met de Belgische monteur Otto die namens de Radio Mi Amigo organisatie aan boord werkte. Beide waren van mening dat hij in de huidige staat niet lang meer zou meegaan en Otto had al bij de organisatie aan land de vraag uitgezet voor nieuwe onderdelen. Naar aanleiding van deze vraag was er begin oktober namens de Mi Amigo organisatie in België ook al een generator technicus voor inspectie aan boord geweest. Otto vertelde Albert dat, als ze niet met de eerstvolgende tender de onderdelen kwamen, hij terug zou gaan naar België om uit te zoeken waarom ze niet geleverd worden. Albert vroeg Otto tijdens dat bezoek ook van wat er waar was van de geruchten dat Radio Mi Amigo bezig was met een eigen boot. Otto gaf aan daar niets van te weten en sprak met Albert af dat hij dit, zodra hij aan land was, voor hem zou uitzoeken. Binnen de Caroline organisatie was men blijkbaar op dat moment al op de hoogte dat er wat stond te gebeuren met hun partner op het zendschip. Toen begin oktober bleek dat er weer geen onderdelen waren meegekomen met de tender besloot Otto met deze boot terug te gaan naar België. Hij zou niet meer terugkeren op de muziekboot. Op 21 oktober 1978, een dag nadat het stil werd op de 319, vertrok er een boot vanuit de Engelse havenplaats Brightlingsea om uit te zoeken wat er aan de hand was op de MV Mi Amigo. Albert Hood was mee en hij zou gaan uitzoeken wat de status van de MAN generator was. Ook had hij van Robb Eden namens de Caroline organisatie een aantal vragen meegekregen om uit te zoeken hoe de situatie aan boord was. Terug aan land kon Albert melden dat beide MAN generatoren buiten bedrijf waren. Omdat de Henschel al een half jaar niet meer wilde opstarten, werd er gevraagd om een nieuwe aandrijfkoppeling voor deze generator. Ook was er nog maar vijf ton brandstof aan boord, goed voor zes weken stroom. Verder was er ook een gebrek aan vers drinkwater en eten. Nog dezelfde middag startte Georgina Hood, de vrouw van Albert, een inzamelingsactie voor eten voor de bemanning op zee. De Schipper van de El Chipiron, de boot waar de Engelse organisatie de tendering op dat moment mee verzorgde, regelde een kleine 200 liter drinkwater en de volgende ochtend vaarde hij terug naar de MV Mi Amigo om dit alles te bezorgen. In de eerste week van november ging Tony Allan aan boord met onderdelen voor de Henschel. De deejays van Radio Mi Amigo, Ferry Eden en Marc Jacobs, hadden het zendschip inmiddels verlaten en waren afgelost door Dick Verheul. In diezelfde periode vroeg Robb Eden aan Albert Hood om een trip naar de MV Mi Amigo te organiseren. Albert moest gaan uitzoeken wat de staat van de de beide MAN generatoren was en kijken wat er nodig was om deze te repareren. Eenmaal aangekomen bij het zendschip bleek dat er geen geschikte moersleutel aan boord was om de kop van de cilinder te verwijderen. De enige geschikte moersleutel was van Otto en die had hem enkele weken geleden meegenomen toen hij het zendschip verliet. Terug aan land maakte Albert Hood een plan voor de reparatie van een van de MAN generatoren. Hij stelde een lijst met onderdelen samen waarvan hij dacht dat die nodig waren voor de reparatie. Het was zijn bedoeling dat hij na deze revisie weer een aantal jaar zijn werk zou blijven doen. Vanuit de Caroline organisatie werd voorgesteld om de generator aan land te brengen om de werkzaamheden daar uit te voeren. Albert was het hier niet mee eens, de kans dat hij dan door de autoriteiten in beslag werd genomen was te groot. Ook was het hem duidelijk geworden uit een eerder gesprek met Peter Chicago dat deze niet bereid was hier aan mee te werken. Al eerder was er een machine naar land vertrokken voor reparatie waar nooit meer iets van was gehoord. Albert stelde daarom voor dat hij een week vakantie zou opnemen om aan boord de werkzaamheden uit te voeren. Ook had een collega hem aangeboden daarbij te helpen. Op maandag 20 november 1978 vertrok Albert vroeg in de ochtend vanuit Brightlingsea naar de MV Mi Amigo zonder onderdelen. Deze waren nog steeds niet aangekomen maar hij kon zijn week vakantie niet meer verzetten en besloot toch te gaan. Zijn plan was om dan maar beide MAN generatoren uit elkaar te halen en te kijken of hij er één goed werkend kon achterlaten. Zijn collega, die in eerste instantie had aangeboden mee te gaan, zag af van de trip. Hij was van mening dat dit geen oplossing was en je er op kon wachten dat deze ook snel weer kapot zou gaan. Op dat moment waren aan boord van de MV Mi Amigo Peter Chicago, Tony Allan, Roger Mathews en Dick Verheul. Chicago wilde van de Nederlander af en vroeg of hij met de tender terug naar Brightlingsea kon. Dat was geen probleem en Dick kreeg £ 25 mee om de ferry terug naar Nederland te kunnen bekostigen. Op die bewuste ochtend verliet de laatste vertegenwoordiger van Radio Mi Amigo organisatie de muziekboot. Nog dezelfde dag verwijderde Albert Hood de cilinderkop van de generator. Al snel kwam hij tot de conclusie dat hij niet meer te repareren was. Na het avondeten, verzorgd door Tony Allan die in de periode als kok fungeerde, ging hij in overleg met Peter Chicago. Hij vertelde wat hij had geconcludeerd en stelde voor om de andere MAN generator open te maken om te kijken of er bruikbare onderdelen uitgehaald konden worden. Peter gaf aan dat hij dit niet toestond omdat hij al had gezien dat aan de binnenkant alles kapot was. Wel stelde hij voor om naar de Henschel generator te kijken. Deze stond al een half jaar stil. Men kreeg hem niet meer opgestart en de nieuwe onderdelen daarvoor waren al eerder aan boord gekomen. De volgende ochtend nam Albert de Henschel onderhanden en nog dezelfde dag werkte hij weer. Na het avondeten werd er overgeschakeld op de gerepareerde Henschel voor de stroomvoorziening aan boord. Daardoor was het mogelijk om de Farymann generator, die vanaf 20 oktober nonstop had gedraaid, een onderhoudsbeurt te geven. Zodra deze klus was geklaard schakelde men gelijk weer terug naar deze kleine generator omdat die maar een derde van de brandstof verbruikte ten opzichte van de Henschel. Met de aanwezige voorraad diesel aan boord, bijna 4,5 ton, was dit genoeg voor zes weken stroom op de muziekboot. Tekst: Vincent Schriel Foto's: Hans Joachim Backhus Deel 1: Het einde van Radio Mi Amigo Deel 2: Het blijft stil op de Noordzee Deel 3: Neemt Delmare de plaats in van Mi Amigo? Deel 4: Op het nippertje Deel 5: De Nederlanders keren terug1 punt
-
De stille maanden van de Muziekboot: Het einde van Radio Mi Amigo
De Nederlandse ploeg aan boord van de MV Mi Amigo bestond in oktober 1978 uit Ferry Eden, Johan Visser, Kees Borrell en Marc Jacobs. De uitzendingen van Radio Mi Amigo en Radio Caroline, de twee radiostations aan boord van het zendschip, waren in die periode inmiddels sterk ingekort om de enige nog goed werkende generator 's nachts rust te gunnen. De ochtend van de 20e oktober 1978 had Ferry Eden om 10:00 uur het nieuws gelezen en was via het dek op weg naar zijn cabine in de achterzijde van het schip toen hij opeens zwarte rook zag. Deze bleek afkomstig te zijn van de generator, waarvan de filters ondertussen flink vervuild waren. Hij haalde Peter Chicago, die net als de meeste Caroline-medewerkers in de nacht werkte, direct uit bed. Na een stevige inspectie was het duidelijk dat de generator uit moest en dat de uitzendingen dus gestaakt moesten worden. Marc Jacobs, die volop met de voorbereidingen van zijn lunchprogramma Baken 16 bezig was, kreeg dit rond 11:55 uur van Peter Chicago te horen. Het laatste programma Keukenpret van Ton Schipper, die in militaire dienst moest, was zojuist afgelopen en zijn eindtune ‘Wing and a Prayer Fife and Drum Corps’ met ‘Baby Face’ liep. Marc aarzelde geen moment, deed de microfoon schuif open en sprak "Luisteraars, goedemiddag, dit is Marc Jacobs voor Radio Mi Amigo. Wegens onvoorziene omstandigheden gaan wij nu uit de lucht" gevolgd door één van de bekende three-one-nine jingles. En toen was het stil vanaf de muziekboot. Sinds eind 1973 waren er twee eigenaren van de MV Mi Amigo: de Ier Ronan O’Rahilly (Radio Caroline) en de Belg Sylvain Tack (Radio Mi Amigo). Ronan leidt de Engelse Caroline organisatie, Sylvain het Vlaamse Radio Mi Amigo. De Radio Mi Amigo organisatie bestond uit twee onderdelen. In Spanje waren sinds 1975 het hoofdkantoor en de opnamestudio’s. Vanuit hier werden de zaken gedaan en werden de bandprogramma's opgenomen. Een legale constructie omdat Spanje het Verdrag van Straatsburg, dat medewerking aan de zeezenders verbood, nog niet had geratificeerd. De bevoorrading van de MV Mi Amigo werd uitgevoerd door de Mi Amigo organisatie in Vlaanderen. Vanuit diverse kustplaatsen in België en soms ook Nederland en Engeland werd het zendschip illegaal voorzien van voedsel, olie, bandprogramma's en de aflossing van de boord deejay’s. In de uitzendingen en publicaties werd altijd vermeld dat dit gebeurde vanuit de Spaanse havenstad Bilbao. Vanuit Spanje leidde Sylvain Tack het station, in Vlaanderen waren Patrick Valain en Germain Boi de verantwoordelijke mensen. In de begintijd was Sylvain Tack degene die, als eigenaar, alle beslissingen nam. Maar in 1975, na acties van de Belgische justitie, was hij uitgeweken naar Spanje. Hierdoor begon langzaamaan zijn invloed op het radiostation af te nemen. De grote afstand en het feit dat Sylvain niet naar zijn vaderland kon omdat hij door de Belgische autoriteiten gezocht werd, waren hiervoor de voornaamste redenen. Begin 1978 werd door de Radio Mi Amigo organisatie besloten om een nieuw zendschip aan te schaffen. De MV Mi Amigo lag toen alweer zes jaar op zee en verkeerde in een niet al te beste staat. Daarnaast was de samenwerking met Ronan O’Rahilly verre van optimaal. Op 29 maart van dat jaar werd daarom in het geheim door Patrick Valain en German Boi namens Radio Mi Amigo het schip Remi gekocht. Een kleine week later kreeg het schip de naam MV Magdalena, net als de echtgenote van Valain, en werd het overgebracht naar Griekse havenstad Piraeus voor de ombouw tot zendschip. Volgens planning moest deze in november 1978 voor de Belgische kust liggen en de programma’s van Radio Mi Amigo overnemen. Aan land was men druk bezig met de voorbereidingen voor de overgang naar de MS Magdalena. De aflossing werd in die periode uitgesteld. Begin september hadden de boordmedewerkers via een gesproken brief aan de organisatie aan land laten weten dat de aflossing geen prioriteit had. Daardoor kon Marc Jacobs op 13 oktober 1978 tijdens zijn middagprogramma Baken 16 melden dat hij het record van Tony Allan als langstzittende deejay op een zendschip, 108 dagen, had verbroken. Ferry Eden, Johan Visser en Kees Borrell zaten toen ook al meer dan twee maanden aan boord. Ook het optreden van de Belgische overheid was debet aan het uitstellen van de aflossing. Op 12 september 1978 werden op 47 plaatsen in Vlaanderen bij medewerkers, adverteerders en de Mi Amigo fanclub een inval gedaan door de Vlaamse BOB, de Bijzondere Opsporingsbrigade. Patrick Valain en Germain Boi, die net terug waren uit Griekenland na een bezoek aan de MS Magdalena, werden gearresteerd. Aan boord liep alles gewoon door. Er waren in die laatste weken wel minder adverteerders te horen, nog maar 15 reclames waaronder de eigen drive-in show, maar er was genoeg olie, water en eten en de samenwerking aan boord was in die periode uitstekend. Wel werd er in de programma’s een oproep aan de leden van de Mi Amigo fanclub gedaan om een kopie van hun lidmaatschapskaart op te sturen omdat de administratie door de BOB in beslag was genomen tijdens de inval op 12 september 1978. Voor Ton Schipper, die zijn programma’s opnam in Spanje, werd geen vervanger aangetrokken. Ton moest in militaire dienst en zou op 20 oktober 1978 zijn laatste Keukenpret en Persoonlijke Top 10 presenteren. In het programma Baken 16 van 19 oktober 1978 vertelde Marc Jacobs dat vanaf komende maandag de programma uren van Ton live aan boord zouden worden gepresenteerd door een van de aanwezige deejays.Alleen de programma’s van Haike Debois zouden nog in Spanje worden opgenomen, maar ook dat zou niet lang meer duren. De Spaanse overheid, die de vestiging in Playa de Aro tot dan toe tolereerde, had Sylvain Tack inmiddels per brief duidelijk gemaakt dat de activiteiten van Radio Mi Amigo in Spanje voor het einde van het jaar moesten stoppen. En daarmee kwam er een eind aan zijn directe betrokkenheid bij het station waarmee hij in 1973 begon. Maar er speelde meer in die periode. In de vroege ochtend van 8 oktober 1978 kwam er een Brits bevoorradingsboot langszij de MV Mi Amigo. Aan boord was Robb Eden van de Radio Caroline organisatie die eten en drinken mee had en de aanwezige bemanning vertelde dat Radio Mi Amigo vanaf 20 oktober 1978 plaats zou maken voor de tape service die Willem van Kooten samen met Jan van Veen had opgezet: Radio Hollandia. Daags nadien riep Peter Chicago de aanwezige Nederlanders, Marc Jacobs, Johan Visser en Ferry Eden, naar de studio en vertelde van hen te verwachten dat zij niet zouden gaan muiten en de overgang naar Radio Hollandia niet tegen te werken. Hij deed de vage mededeling dat zij mogelijk ingezet konden worden voor de nieuwsuitzendingen. Waarschijnlijk was Ronan O'Rahilly op de hoogte van de plannen van de Mi Amigo organisatie om afscheid te nemen van het zendschip dat zij samen deelde met Radio Caroline. In het geheim was hij in onderhandeling met Willem van Kooten en Jan van Veen, de twee mannen achter het nieuwe 'cassette service' project Radio Hollandia. Middels een abonnementssysteem verkochten zij cassettebandjes aan bedrijven, winkels en horeca in Nederland. Als men deze achter elkaar afspeelt, kreeg je het idee van een radio-uitzending. Peter Holland, Jan van Veen, Willem van Kooten, Tony Berk, Marc van Amstel, Dick de Graaf en Ron Brandsteder zouden de programma’s presenteren. Deze constructie werd opgezet om het project een legale status te geven. Als de cassettes dan per ongeluk op een zendschip buiten de territoriale wateren terechtkomen en ook nog worden uitgezonden, is dat ‘buiten hun medeweten en toestemming’. Daarom meldde Willem van Kooten in de Hitkrant van 5 oktober 1978: “Als ik die bandjes bij Tack hoor, dan sleep ik hem voor het gerecht, dan worden we vreselijk boos!” Maar dat was voor de bühne. De Belgische Radio Mi Amigo organisatie had ondertussen met een bevoorradingsschip de boord deejays een geruststellende gesproken brief gestuurd dat er van Radio Hollandia geen sprake zou zijn. Dat kon, want Sylvain Tack had namelijk rond 15 oktober 1978 in Parijs een indringend overleg gehad met Ronan O'Rahilly. Tack had in niet mis te verstane woorden uitgelegd dat hij het zendschip zou laten binnenslepen als O'Rahilly zijn plannen om Radio Mi Amigo eruit te zetten zou doorzetten. Met de herinnering aan 1968 nam de Caroline baas het dreigement kennelijk serieus, want die bewuste 20 oktober 1978 startte Ferry Eden om 08:00 uur, na Johan Maasbach, de dagelijkse uitzendingen op 319 meter middengolf, te beginnen met een ingekorte 'Ook goeiemorgen'. Maar om 11:55 uur moest Radio Mi Amigo alsnog noodgedwongen stoppen met haar uitzendingen. Diezelfde avond om 20:57 uur was Radio Caroline nog een aantal minuten te horen. Na ‘Caroline’ van de The Fortunes te hebben gedraaid gaf Mike Stevens een aantal maal een drietal nummers door voor de Engelse organisatie aan land: “This is Caroline and tonight's numbers are as follows: number 19, number 40 times 2 and number 41 to lead the first two words”. De rest van oktober bleef het stil op de 3-1-9. Na het uitvallen van de grote MAN generator bleven Ferry Eden en Marc Jacobs tot 31 oktober 1978 aan boord van de MV Mi Amigo in de veronderstelling dat bij de eerstvolgende tender nieuwe onderdelen voor de generator zouden komen. In de nacht van 31 oktober en 1 november 1978 kwam uiteindelijk een tender vanuit België en verlieten Ferry Eden en Marc Jacobs de MV Mi Amigo. Dick Verheul kwam aan boord, maar zonder de gewenste nieuwe onderdelen. Johan Visser en Kees Borrell waren op 21 oktober 1978 al vertrokken met een tender richting België. Ferry en Marc gingen in Blankenberge aan land. Dick zou nog een paar weken aan boord doorbrengen. Saaie weken want er was voor hem niets te doen en met zijn vertrek op 21 november 1978 kwam er een einde aan bijna vijf jaar Radio Mi Amigo vanaf de boot waar het station haar naam aan ontleende. Tekst: Vincent Schriel Foto's: Hans Joachim Backhus Deel 1: Het einde van Radio Mi Amigo Deel 2: Het blijft stil op de Noordzee Deel 3: Neemt Delmare de plaats in van Mi Amigo? Deel 4: Op het nippertje Deel 5: De Nederlanders keren terug1 punt
-
Veronica op 1: 3600 seconden Veronica, gemaakt bij Candlelight, met het oog op morgen
We zijn deze maand begonnen om alle radio uitzendingen van de Veronica Omroep Organisatie (VOO) in kaart te brengen. Wat is er uitgezonden, van welke programma's is er een opname, klopt de datering hiervan en wat is de inhoud. De uitgezochte informatie willen we beschikbaar maken op Radiopedia. Het doel van Radiopedia is het publiceren van objectieve, verifieerbare en vrij te gebruiken informatie over radio, die door iedereen kan worden aangevuld en verbeterd. Dus alle VOO programma informatie die wij erop willen zetten moet controleerbaar zijn. Uitzendtijden, zender, presentatie, inhoud enz. De vraag is of dat in de praktijk wel mogelijk is. Want hoe heette nou het uurtje VOO op Hilversum 1 tijdens de eerste twee maanden van 1976? Omroepbladen We beginnen bij de eerste bron die we hebben: de omroepbladen. Hiervan zijn beschikbaar de Veronica gids, KRO Studio en de VARA gids. Het resultaat staat in de tabel hieronder. Helaas zijn niet alle bladen uit deze periode voorhanden. We zien hier vier verschillende namen voorbij komen: De Paul Meyer show, 3600 seconden Veronica, Veronica op 1 en Kopstoot. Ook in de Veronica gidsen uit februari 1976 zien we deze vier namen terugkomen: Veronica op 1 met de subtitels 3600 seconden Veronica, De Paul Meyer show en Kopstoot (zie afbeelding 1). Vanaf 1 maart 1976 noemen alle beschikbare omroepbladen het programma Veronica op 1. Alleen de AVRO bode gebruikt later in het jaar, net als de Veronica gids, nog de subtitel 3600 seconden Veronica. Maar hoe betrouwbaar is deze gedrukte informatie eigenlijk? We weten uit die tijd dat de informatie die gedrukt moest worden twee à drie weken van te voren werd aangeleverd. En ook dat deze informatie niet altijd klopte met wat er in de praktijk werd uitgezonden. Het wordt tijd om de bovenstaande tabel maar eens te vergelijken met de bewaard gebleven radio uitzendingen. De Paul Meyer show Waar komt nu de naam De Paul Meyer show vandaan? Het wordt begin januari als programma naam vermeld in de Veronica gids en KRO Studio. Maar hoe zit het nu met de radio uitzending? Hoe noemt Henk Terlingen het programma? In de uitzending van 5 januari 1976 roept hij na 5 minuten "Dit is de P....". Na de P volgt er dus niets, hij houdt zich in. En een week later, op 12 januari 1976 zegt hij om 23:00 uur: "Mooie begintune van De Paul Meyer show". Die tune was trouwens Erasmo Carlos met Cachaça Mecânica. Kopstoot In de KRO Studio en de VARA gids wordt het opgevoerd als programma naam, in de Veronica gids als subtitel. Op 19 januari 1976 zegt Henk Terlingen: "Een programma gemaakt bij Candlelight, met het oog op morgen, en het heet Kopstoot". En aan het eind van het programma: "Dit was dan weer 3600 seconden Kopstoot". Op 26 januari 1976 roept Henk Terlingen bij de opening van het programma: "Dit is het programma, programma, programma... Kopstoot". 3600 seconden Veronica Ja, 3600 seconden is 60 minuten is één uur. Dat moet Henk Terlingen in december 1975 ook gedacht hebben, want in de eerste uitzending op Hilversum 1 vermeld hij dat de werktitel van het programma 3600 seconden Veronica is. Dit wordt in de weken erna regelmatig gebruikt aan het eind van het programma: dit waren weer 3600 seconden Veronica. Veronica op 1 Henk Terlingen heeft in de zeven weken dat hij het programma presenteerde de naam Veronica op 1 niet één keer genoemd. Pas op 16 februari 1976, als Lex Harding het van hem overneemt, is de naam voor het eerst te horen. Maar de Veronica gids is twee weken daarvoor al begonnen met het publiceren van deze naam in het programmaoverzicht. Maar wat zegt Lex Harding nu precies? Hij opent het programma met "Dit is Veronica op 1". Niet veel later zegt hij: "Dit is Veronica op 1" met daar gelijk achteraan "3600 seconden Veronica". Het is inmiddels 42 jaar geleden dat dit zich afspeelde op de Nederlandse radio. Wie weet nog hoe het precies zat? Naarmate we ouder worden vervagen de herinneringen. En we willen het wel verifieerbaar hebben om het op Radiopedia te kunnen plaatsen. Hoe gaan we dit oplossen? Om het niet te ingewikkeld te maken plaatsen we de onderstaande tekst op Radiopedia, voorzien van de nodige bronvermeldingen. We kiezen voor Veronica op 1 als programma naam, maar maken ook de pagina's 3600 seconden Veronica, Kopstoot en De Paul Meyer show aan. Deze drie pagina's verwijzen dan naar het artikel Veronica op 1. Veronica op 1 was een actualiteiten- en muziekprogramma van de Veronica Omroep Organisatie. Het werd van 29 december 1975 tot 12 juni 1978 op de maandagavond van 22:55 tot 23:55 uur uitgezonden op Hilversum 1. Het programma werd tot 9 februari 1976 gepresenteerd door Henk Terlingen. Lex Harding presenteerde het programma van 16 februari 1976 tot en met 21 juni 1976. Vanaf 28 juni 1976 tot aan het eind was het Tom Collins die het programma presenteerde. Het werd vervangen door Het zwarte gat. Er is onduidelijkheid over wat de naam was van eerste zeven afleveringen. Het kreeg in de eerste uitzending de werktitel 3600 seconden Veronica mee. De omroepbladen publiceerde De Paul Meyer show en opeens kreeg het ook nog eens de namen 3600 seconden Veronica en Kopstoot, zowel in de omroepbladen als in het programma zelf. De Veronica gids van 9, 16 en 23 februari 1976 meldt als programma naam Veronica op 1 met als subtitels Kopstoot, 3600 seconden Veronica en De Paul Meyer show. De naam Veronica op 1 wordt pas voor de eerste keer in de uitzending genoemd door Lex Harding op 16 februari 1976. 3600 seconden Veronica wordt hier ook gebruikt, maar dan als subtitel. Net zoals het vanaf dat moment in de omroepbladen wordt vermeld. Het resultaat: https://www.radiopedia.nl/wiki/Veronica_op_1_(VOO) Dan blijft alleen nog de vraag over wanneer Tom Collins het in 1976 overnam van Lex Harding. Want volgens de Veronica gids was dit op 28 juni 1976 en de KRO gids op 7 juni 1976. Waarmee gelijk is aangetoond dat de omroepbladen niet altijd een betrouwbare bron zijn Geraadpleegde bronnen AVRO bode: 18-09-1976 KRO Studio: 03-01-1976, 10-01-1976, 17-01-1976, 07-02-1976, 21-02-1976, 28-02-1976, 26 juni 1976 VARA gids: 14-02-1976 Veronica gids: 03-01-1976, 10-01-1976, 17-01-1976, 24-01-1976, 31-01-1976, 07-02-1976, 14-02-1976, 21-02-1976, 28-02-1976, 06-03-1976, 26 juni 1976 Geraadpleegde audio Hilversum 1, 22:55-23:55 uur: 05-01-1976, 12-01-1976, 19-01-1976, 26-01-1976, 23-02-1976, 01-03-19761 punt
-
Vrijdag 6 november om 15:00 uur: einde van het langegolfzendstation in Beidweiler
De drie zendmasten van Beidweiler (Beidler in het Luxemburgs) in de gemeente Junglinster in Luxemburg worden op vrijdag 6 november om 15:00 uur opgeblazen. Het Duitse bedrijf Liesegang uit Hürth plaatst de springladingen, en de voorbereidingen daarvoor zijn volgens de berichtgeving al in volle gang. Voor de masten in Beidweiler staat het tijdstip nu vast, terwijl het al langer bekend was dat ook de zendmasten in Junglinster zelf zullen verdwijnen. De sloop trekt ook buiten de regio belangstelling. Wie het moment niet ter plaatse in Luxemburg kan meemaken, kan de sloop vanuit Nederland online volgen. RTL legt de ontmanteling vast in beeld en geluid en zendt die rechtstreeks uit via een livestream. De drie masten in Beidweiler zijn eigendom van Broadcasting Center Europe (BCE), een dochteronderneming van RTL Group. Van 1972 tot en met 2 januari 2023 om 01:00 uur zonden ze op de lange golf het Franstalige radioprogramma van RTL richting Frankrijk uit. De installatie bestaat uit drie identieke masten van 290 meter hoog, die door tuidraden overeind worden gehouden. De masten in Junglinster staan anders in elkaar: die worden onderaan breder en staan zonder extra ondersteuning overeind, terwijl de masten in Beidweiler zonder tuidraden niet kunnen blijven staan. Wanneer de stalen vakwerkmasten in Junglinster worden gesloopt, is nog niet bekend. Die zijn 215 meter hoog, maar waren bij de bouw in 1954 en 1955 (en de derde in 1959) nog 250 meter hoog. In 1983 werden ze ingekort tot de huidige hoogte. Ze fungeerden lange tijd als reservezender voor Beidweiler. Afbeelding: foto Wikimedia Commons0 punten
-
Eerste Kamer stemt in met wet lokale publieke omroep
De Eerste Kamer heeft vandaag met ruime meerderheid ingestemd met het wetsvoorstel voor de versterking van de lokale publieke omroep, waarmee de parlementaire behandeling is afgerond. Het nieuwe stelsel moet op 1 januari 2028 van start gaan, terwijl de wet zelf naar verwachting op 1 november 2026 in werking treedt. In het nieuwe stelsel wordt per verzorgingsgebied één lokale publieke omroep aangewezen voor een periode van vijf jaar. De verantwoordelijkheid voor de bekostiging verschuift voor een belangrijk deel naar het Rijk, en de NLPO krijgt een wettelijke taak bij de samenwerking en coördinatie binnen de sector. De NLPO noemt het besluit een belangrijke mijlpaal in een traject waaraan lokale omroepen al jaren werken en stelt dat de wet omroepen meer continuïteit moet bieden en beter in staat moet stellen hun journalistieke, maatschappelijke en culturele functie te vervullen. Volgens de NLPO betekent dit voor inwoners een herkenbare publieke omroep dichtbij, die verslag doet van hun omgeving, het lokale bestuur kritisch volgt en aandacht geeft aan wat er leeft in de gemeente, dorpen en wijken. Minister Rianne Letschert van OCW zei bij de presentatie van het wetsvoorstel blij te zijn met deze cruciale stap. Zij wees erop dat lokale omroepen mensen met elkaar verbinden en de lokale democratie versterken, en dat de wet volgens haar zorgt voor betere financiering, meer samenhang en meer professionaliteit. Omroepen en andere geïnteresseerde partijen kunnen hun aanwijzingsaanvraag nu officieel gaan voorbereiden. De aanvraagperiode voor de aanwijzing van lokale omroepen staat gepland van 15 november tot en met 31 december 2026. Bij de voorbereiding hoort onder meer het opstellen van een meerjarenbeleidsplan en een begroting. Meer informatie is te vinden op www.nlpo.nl/route2028. Het concessiebeleidsplan 2028-2032 van de NLPO wordt naar verwachting op 2 november gepubliceerd. Nu de wet is aangenomen, verschuift de aandacht naar de uitvoering. Een belangrijk aandachtspunt blijft de aanvullende gemeentelijke bekostiging. De NLPO zet zich naar eigen zeggen in voor heldere afspraken en een uitvoerbare overgang, zodat de opgebouwde journalistieke en organisatorische capaciteit zoveel mogelijk behouden kan blijven.0 punten
-
Fout bij BBC Radio 2: tribute voor George Benson na bericht over overlijden George Fenton
BBC Radio 2 heeft excuses aangeboden voor een fout in The Good Groove, waarbij na het nieuws over het overlijden van componist George Fenton per ongeluk een tribute aan George Benson werd gebracht. Het ging mis na het nieuws van 23:00 uur op maandag, in een uitzending waarin Melvin Odoom invalt voor dj Spoony. De presentator kondigde Nature Boy in de uitvoering van George Benson aan als eerbetoon, terwijl het nieuwsbericht zojuist had gemeld dat George Fenton was overleden. De vergissing werd ook opgemerkt door componist David Arnold, die de zender op social media bekritiseerde. Hij schreef dat Radio 2 eerst het overlijden van George Fenton had aangekondigd in het nieuws van 23:00 uur en direct daarna Nature Boy van George Benson draaide als eerbetoon aan George Benson. Volgens Arnold was Fenton niet alleen een groots componist, maar ook een bijzonder aardig mens. Hij vond dat Fenton beter had verdiend van een omroep waarvoor hij bij zoveel gelegenheden prachtige muziek had gemaakt. De BBC liet weten dat het om een productiefout ging, waarvoor de omroep zijn excuses aanbiedt. George Fenton componeerde voor de BBC muziek voor zowel televisie als radio.0 punten
Dit klassement is ingesteld op Amsterdam/GMT+01:00