Spring naar bijdragen
Bekijk in de app

Een betere manier om te browsen. Ontdek meer.

Radiotrefpunt

Een app op volledig scherm op je startscherm, met pushmeldingen, badges en meer.

Zo installeer je deze app op iOS en iPadOS
  1. Tik op het deelpictogram in Safari
  2. Scroll door het menu en tik op Toevoegen aan beginscherm.
  3. Tik rechtsboven op Toevoegen.
Zo installeer je deze app op Android
  1. Tik op het menu met drie puntjes (⋮) in de rechterbovenhoek van de browser.
  2. Tik op Toevoegen aan startscherm of App installeren.
  3. Bevestig door op Installeren te tikken.

Klassement

Populaire bijdragen

Inhoud met de hoogste waardering sinds 30-04-25 in Blogartikelen tonen

  1. De Nederlandse ploeg aan boord van de MV Mi Amigo bestond in oktober 1978 uit Ferry Eden, Johan Visser, Kees Borrell en Marc Jacobs. De uitzendingen van Radio Mi Amigo en Radio Caroline, de twee radiostations aan boord van het zendschip, waren in die periode inmiddels sterk ingekort om de enige nog goed werkende generator 's nachts rust te gunnen. De ochtend van de 20e oktober 1978 had Ferry Eden om 10:00 uur het nieuws gelezen en was via het dek op weg naar zijn cabine in de achterzijde van het schip toen hij opeens zwarte rook zag. Deze bleek afkomstig te zijn van de generator, waarvan de filters ondertussen flink vervuild waren. Hij haalde Peter Chicago, die net als de meeste Caroline-medewerkers in de nacht werkte, direct uit bed. Na een stevige inspectie was het duidelijk dat de generator uit moest en dat de uitzendingen dus gestaakt moesten worden. Marc Jacobs, die volop met de voorbereidingen van zijn lunchprogramma Baken 16 bezig was, kreeg dit rond 11:55 uur van Peter Chicago te horen. Het laatste programma Keukenpret van Ton Schipper, die in militaire dienst moest, was zojuist afgelopen en zijn eindtune ‘Wing and a Prayer Fife and Drum Corps’ met ‘Baby Face’ liep. Marc aarzelde geen moment, deed de microfoon schuif open en sprak "Luisteraars, goedemiddag, dit is Marc Jacobs voor Radio Mi Amigo. Wegens onvoorziene omstandigheden gaan wij nu uit de lucht" gevolgd door één van de bekende three-one-nine jingles. En toen was het stil vanaf de muziekboot. Sinds eind 1973 waren er twee eigenaren van de MV Mi Amigo: de Ier Ronan O’Rahilly (Radio Caroline) en de Belg Sylvain Tack (Radio Mi Amigo). Ronan leidt de Engelse Caroline organisatie, Sylvain het Vlaamse Radio Mi Amigo. De Radio Mi Amigo organisatie bestond uit twee onderdelen. In Spanje waren sinds 1975 het hoofdkantoor en de opnamestudio’s. Vanuit hier werden de zaken gedaan en werden de bandprogramma's opgenomen. Een legale constructie omdat Spanje het Verdrag van Straatsburg, dat medewerking aan de zeezenders verbood, nog niet had geratificeerd. De bevoorrading van de MV Mi Amigo werd uitgevoerd door de Mi Amigo organisatie in Vlaanderen. Vanuit diverse kustplaatsen in België en soms ook Nederland en Engeland werd het zendschip illegaal voorzien van voedsel, olie, bandprogramma's en de aflossing van de boord deejay’s. In de uitzendingen en publicaties werd altijd vermeld dat dit gebeurde vanuit de Spaanse havenstad Bilbao. Vanuit Spanje leidde Sylvain Tack het station, in Vlaanderen waren Patrick Valain en Germain Boi de verantwoordelijke mensen. In de begintijd was Sylvain Tack degene die, als eigenaar, alle beslissingen nam. Maar in 1975, na acties van de Belgische justitie, was hij uitgeweken naar Spanje. Hierdoor begon langzaamaan zijn invloed op het radiostation af te nemen. De grote afstand en het feit dat Sylvain niet naar zijn vaderland kon omdat hij door de Belgische autoriteiten gezocht werd, waren hiervoor de voornaamste redenen. Begin 1978 werd door de Radio Mi Amigo organisatie besloten om een nieuw zendschip aan te schaffen. De MV Mi Amigo lag toen alweer zes jaar op zee en verkeerde in een niet al te beste staat. Daarnaast was de samenwerking met Ronan O’Rahilly verre van optimaal. Op 29 maart van dat jaar werd daarom in het geheim door Patrick Valain en German Boi namens Radio Mi Amigo het schip Remi gekocht. Een kleine week later kreeg het schip de naam MV Magdalena, net als de echtgenote van Valain, en werd het overgebracht naar Griekse havenstad Piraeus voor de ombouw tot zendschip. Volgens planning moest deze in november 1978 voor de Belgische kust liggen en de programma’s van Radio Mi Amigo overnemen. Aan land was men druk bezig met de voorbereidingen voor de overgang naar de MS Magdalena. De aflossing werd in die periode uitgesteld. Begin september hadden de boordmedewerkers via een gesproken brief aan de organisatie aan land laten weten dat de aflossing geen prioriteit had. Daardoor kon Marc Jacobs op 13 oktober 1978 tijdens zijn middagprogramma Baken 16 melden dat hij het record van Tony Allan als langstzittende deejay op een zendschip, 108 dagen, had verbroken. Ferry Eden, Johan Visser en Kees Borrell zaten toen ook al meer dan twee maanden aan boord. Ook het optreden van de Belgische overheid was debet aan het uitstellen van de aflossing. Op 12 september 1978 werden op 47 plaatsen in Vlaanderen bij medewerkers, adverteerders en de Mi Amigo fanclub een inval gedaan door de Vlaamse BOB, de Bijzondere Opsporingsbrigade. Patrick Valain en Germain Boi, die net terug waren uit Griekenland na een bezoek aan de MS Magdalena, werden gearresteerd. Aan boord liep alles gewoon door. Er waren in die laatste weken wel minder adverteerders te horen, nog maar 15 reclames waaronder de eigen drive-in show, maar er was genoeg olie, water en eten en de samenwerking aan boord was in die periode uitstekend. Wel werd er in de programma’s een oproep aan de leden van de Mi Amigo fanclub gedaan om een kopie van hun lidmaatschapskaart op te sturen omdat de administratie door de BOB in beslag was genomen tijdens de inval op 12 september 1978. Voor Ton Schipper, die zijn programma’s opnam in Spanje, werd geen vervanger aangetrokken. Ton moest in militaire dienst en zou op 20 oktober 1978 zijn laatste Keukenpret en Persoonlijke Top 10 presenteren. In het programma Baken 16 van 19 oktober 1978 vertelde Marc Jacobs dat vanaf komende maandag de programma uren van Ton live aan boord zouden worden gepresenteerd door een van de aanwezige deejays.Alleen de programma’s van Haike Debois zouden nog in Spanje worden opgenomen, maar ook dat zou niet lang meer duren. De Spaanse overheid, die de vestiging in Playa de Aro tot dan toe tolereerde, had Sylvain Tack inmiddels per brief duidelijk gemaakt dat de activiteiten van Radio Mi Amigo in Spanje voor het einde van het jaar moesten stoppen. En daarmee kwam er een eind aan zijn directe betrokkenheid bij het station waarmee hij in 1973 begon. Maar er speelde meer in die periode. In de vroege ochtend van 8 oktober 1978 kwam er een Brits bevoorradingsboot langszij de MV Mi Amigo. Aan boord was Robb Eden van de Radio Caroline organisatie die eten en drinken mee had en de aanwezige bemanning vertelde dat Radio Mi Amigo vanaf 20 oktober 1978 plaats zou maken voor de tape service die Willem van Kooten samen met Jan van Veen had opgezet: Radio Hollandia. Daags nadien riep Peter Chicago de aanwezige Nederlanders, Marc Jacobs, Johan Visser en Ferry Eden, naar de studio en vertelde van hen te verwachten dat zij niet zouden gaan muiten en de overgang naar Radio Hollandia niet tegen te werken. Hij deed de vage mededeling dat zij mogelijk ingezet konden worden voor de nieuwsuitzendingen. Waarschijnlijk was Ronan O'Rahilly op de hoogte van de plannen van de Mi Amigo organisatie om afscheid te nemen van het zendschip dat zij samen deelde met Radio Caroline. In het geheim was hij in onderhandeling met Willem van Kooten en Jan van Veen, de twee mannen achter het nieuwe 'cassette service' project Radio Hollandia. Middels een abonnementssysteem verkochten zij cassettebandjes aan bedrijven, winkels en horeca in Nederland. Als men deze achter elkaar afspeelt, kreeg je het idee van een radio-uitzending. Peter Holland, Jan van Veen, Willem van Kooten, Tony Berk, Marc van Amstel, Dick de Graaf en Ron Brandsteder zouden de programma’s presenteren. Deze constructie werd opgezet om het project een legale status te geven. Als de cassettes dan per ongeluk op een zendschip buiten de territoriale wateren terechtkomen en ook nog worden uitgezonden, is dat ‘buiten hun medeweten en toestemming’. Daarom meldde Willem van Kooten in de Hitkrant van 5 oktober 1978: “Als ik die bandjes bij Tack hoor, dan sleep ik hem voor het gerecht, dan worden we vreselijk boos!” Maar dat was voor de bühne. De Belgische Radio Mi Amigo organisatie had ondertussen met een bevoorradingsschip de boord deejays een geruststellende gesproken brief gestuurd dat er van Radio Hollandia geen sprake zou zijn. Dat kon, want Sylvain Tack had namelijk rond 15 oktober 1978 in Parijs een indringend overleg gehad met Ronan O'Rahilly. Tack had in niet mis te verstane woorden uitgelegd dat hij het zendschip zou laten binnenslepen als O'Rahilly zijn plannen om Radio Mi Amigo eruit te zetten zou doorzetten. Met de herinnering aan 1968 nam de Caroline baas het dreigement kennelijk serieus, want die bewuste 20 oktober 1978 startte Ferry Eden om 08:00 uur, na Johan Maasbach, de dagelijkse uitzendingen op 319 meter middengolf, te beginnen met een ingekorte 'Ook goeiemorgen'. Maar om 11:55 uur moest Radio Mi Amigo alsnog noodgedwongen stoppen met haar uitzendingen. Diezelfde avond om 20:57 uur was Radio Caroline nog een aantal minuten te horen. Na ‘Caroline’ van de The Fortunes te hebben gedraaid gaf Mike Stevens een aantal maal een drietal nummers door voor de Engelse organisatie aan land: “This is Caroline and tonight's numbers are as follows: number 19, number 40 times 2 and number 41 to lead the first two words”. De rest van oktober bleef het stil op de 3-1-9. Na het uitvallen van de grote MAN generator bleven Ferry Eden en Marc Jacobs tot 31 oktober 1978 aan boord van de MV Mi Amigo in de veronderstelling dat bij de eerstvolgende tender nieuwe onderdelen voor de generator zouden komen. In de nacht van 31 oktober en 1 november 1978 kwam uiteindelijk een tender vanuit België en verlieten Ferry Eden en Marc Jacobs de MV Mi Amigo. Dick Verheul kwam aan boord, maar zonder de gewenste nieuwe onderdelen. Johan Visser en Kees Borrell waren op 21 oktober 1978 al vertrokken met een tender richting België. Ferry en Marc gingen in Blankenberge aan land. Dick zou nog een paar weken aan boord doorbrengen. Saaie weken want er was voor hem niets te doen en met zijn vertrek op 21 november 1978 kwam er een einde aan bijna vijf jaar Radio Mi Amigo vanaf de boot waar het station haar naam aan ontleende. Tekst: Vincent Schriel Foto's: Hans Joachim Backhus Deel 1: Het einde van Radio Mi Amigo Deel 2: Het blijft stil op de Noordzee Deel 3: Neemt Delmare de plaats in van Mi Amigo? Deel 4: Op het nippertje Deel 5: De Nederlanders keren terug
  2. “Ik krijg zojuist een bericht door van de Marine in Den Helder dat het zendschip Mi Amigo zinkende is. Er schijnen nog vijf mensen aan boord te zijn. Misschien dat ze luisteren, sterkte toegewenst in ieder geval.” Dit was de mededeling van Lex Harding op vrijdagmiddag 19 januari 1979 om 17:27 uur tijdens een uitzending van de Nederlandse Top 40. Naar aanleiding van deze melding op Hilversum 3 werd er een telefoontje vanuit Nederland gepleegd met Stuart Russell in Engeland. Aan land was de Caroline organisatie tot dat moment nog niet op de hoogte van wat zich op zee afspeelde. Stuart nam gelijk contact op met Albert Hood en beide besloten om samen met de vrouw van Albert en twee auto’s naar Harwich te rijden om de opvarenden op te vangen. Het was namelijk de reddingsboot uit Harwich die was uitgevaren richting de MV Mi Amigo omdat die van Walton-on-the-Naze al onderweg was naar een andere noodoproep. Toen ze bij de kustwacht in Harwich aankwamen was de reddingboot al terug en waren de opvarenden overgebracht naar het plaatselijk politiebureau. Terwijl Georgina Hood naar het politiebureau belde om te informeren wanneer de vier konden worden opgehaald, ging Albert Hood een gesprek aan met een van de medewerkers van de reddingsboot. Die wist hem te vertellen dat de MV Mi Amigo het nog wel een kleine 48 uur zou uithouden. Hij vond dat ze er nog niet zo slecht bij lag omdat het schip wel dieper in het water heeft gelegen met volle olie- en water tanks. En deze man kon dat weten omdat hij in het verleden betrokken was geweest bij de tendering van het zendschip. Intussen werd het duidelijk dat de opvarenden opgehaald konden worden. Voor de deur van het politiebureau stonden inmiddels al een aantal journalisten te wachten. Zodra de vier mochten vertrekken werden ze direct naar de auto’s gebracht en vertrokken ze zo snel mogelijk om onderweg te stoppen bij een café. Hier konden ze bijkomen van hun avontuur op zee en moesten ze vertellen wat nu precies de situatie aan boord was. Alle vier hadden hun twijfels over de bevinding van de reddingsbootmedewerker over de status van MV Mi Amigo. Men wist te vertellen dat het water halverwege de wand in de beneden studio stond. Toch werd besloten om contact op te nemen met Robb Eden om het verhaal van de reddingsbootmedewerkers door te geven. Rob was op dat moment bezig met een drive-in show en er werd afgesproken dat ze met z’n allen zijn kant op zouden komen. Daar arriveerde ze net toen de drive-in show was afgelopen. Stuart Russell ontfermde zich over René de Leeuw en Peter van der Holst. Albert Hood, Tony Allan en Roger Mathews gingen met Robb Eden in gesprek over de stand van zaken met betrekking tot het zendschip. Besloten werd om tot de volgende ochtend te wachten, mede door het slechte weer en omdat Peter Chicago al had aangegeven een reddingspoging te willen organiseren. De volgende ochtend, 20 januari 1979, was de weerssituatie verbeterd en de harde wind was afgezwakt tot een windkracht 4 à 5. Daarop besloot Peter Chicago samen met onder anderen Richard Thompson en Marie-Louise vanuit Sheerness richting de MV Mi Amigo te vertrekken. Volgens de informatie van de kustwacht in Walton-on-the-Naze was deze nog steeds drijvende maar maakte zij inmiddels wel zwaar slagzij. Aan het einde van de middag kwam de tender aan bij het zendschip. Omdat de tender niet te dicht bij kon komen maakt Peter Chicago peddelend met een rubberboot de oversteek. Hij had een lijn vastgebonden aan de boot en met behulp van deze lijn werd de rubberboot bijna tien keer op en neer getrokken tussen de tender en de MV Mi Amigo met daarin onderdelen en brandstof. Een keer ging het goed mis en verdween het grootste deel van de brandstof die was meegenomen in de Noordzee. Twee kleine blikjes met brandstof haalde de MV wel maar dat was veel te weinig. Daarom besloot Peter om met de rubberboot een leeg olievat terug te sturen en deze te laten vullen met diesel uit de tanks van de tender. Nadat alles op deze manier was overgezet, vertrok men zonder Peter Chicago terug naar de haven. Hij bleef alleen achter op het langzaam zinkende zendschip. Chicago kon de Henschel generator niet meer starten omdat deze te diep in het water stond. Wel lukte het hem om een van de pompen, die was voorzien van een dieselmotor, met de meegenomen brandstof aan de praat te krijgen. Daarmee werd het mogelijk om toch nog water uit het schip te pompen, zei het dat dit heel traag ging en niet voldoende was om het schip hiermee te redden. De volgende dag, het is dan 21 januari 1979, was er bij de Caroline organisatie aan land nog niets bekend over de situatie met betrekking tot de MV Mi Amigo en Peter Chicago. Vanuit Ramsgate vertrok er een nieuwe tender richting de MV met namens de Caroline organisatie aan boord onder anderen Roger Mathews, Tony Allan, John Moss, Albert Hood en Stewart Payne, een journalist van de krant Evening News. Aan onderdelen hadden zij twee pompen en een Honda generator meegenomen, inclusief benzine voor deze nieuwe generator en 200 gallons diesel voor de grotere generatoren aan boord. De weersomstandigheden waren slecht en de tender was met vertraging vertrokken. Het was koud op zee met aanzwellende noordoostenwind en een opkomende mist. De tender was berekend op maximaal acht personen en met dertien man en goederen lag zij behoorlijk diep in het water. Onderweg maakte de tender water en bleken de pompen niet meer te werken. Deze moesten op zee gerepareerd worden, wat een half uur extra tijd kostte. Na bijna vijf uur onderweg te zijn geweest bereikte men de ligplaats van de MV Mi Amigo waar Peter Chicago buiten op het dek van de stuurhut stond te zwaaien. Het viel Roger Mathews op dat het zendschip nog net zo erbij lag als 36 uur geleden toen ze hem verlieten. De situatie was gelukkig niet verslechterd. De Caroline medewerkers stapten allemaal aan boord van het zendschip en de meegenomen pompen, generator en brandstof volgde snel. Na een korte inspectie was het duidelijk dat er veel werk verzet moest worden voordat er weer kon worden uitgezonden vanaf de muziekboot. Vooral de Caroline studio en de Record Library, waar de eerste twee rijen met elpees onder het zoute zeewater stonden, waren flink aangetast. Nadat de twee aan boord gebrachte pompen aan het werk waren gezet, werd begonnen met het aansluiten van de Honda generator op een droge en veilige plaats. Deze generator, die op benzine draaide, was nodig om het schip van stroom te voorzien zodat de verlichting en de verwarming weer aan kon. Gelukkig was het elektriciteitsnetwerk niet aangetast door het zeewater en voordat het donker werd was er weer stroom aan boord van de MV Mi Amigo. Peter Chicago had ondertussen een lijst opgesteld met spullen die hij nodig had voor het uitvoeren van de nodige reparaties aan boord. Hij gaf deze mee en besloot zelf tot de volgende tender aan boord te blijven. Tegen de avond vertrok de tender met aan boord Albert Hood en de journalist Stewart Payne. De rest van de Caroline medewerkers bleef achter om de noodzakelijke werkzaamheden uit te voeren. Bij vertrek van de tender was het resultaat van de reddingsoperatie al zichtbaar: er branden weer lampen aan boord en het schip lag inmiddels recht en hoger in het water. De terugreis van de tender verliep niet zonder problemen. Om zo veel mogelijk diesel op de MV Mi Amigo achter te laten was besloten om ook de inhoud van de tanks van de tender aan te spreken. Met net genoeg diesel aan boord vertrok men voor de terugweg naar Ramsgate. Alleen raakten de filters door de troebele diesel op de bodem van de tanks vervuild en viel de motor tot twee keer toe uit. De filters schoonmaken zorgde weer voor de nodige vertraging. Eenmaal terug in Margate werden de opvarenden van de tenders opgewacht door de autoriteiten en meegenomen naar het bureau. Er werd duidelijk gemaakt dat ze aangeklaagd zouden worden in het kader van de Marine Broadcasting Act (1967). Iedereen verklaarde zich onschuldig omdat ze een schip in nood hadden geholpen. Nadat de meegereisde reporter, Stewart Payne, verklaarde dat de MV Mi Amigo niet meer zou kunnen uitzenden omdat onder andere de generatoren onder water stonden, werden ze zonder aanklacht heengezonden. Het zinken van de MV Mi Amigo was dan wel voorkomen, de problemen voor de Caroline organisatie in Engeland waren nog niet voorbij. Het slechte weer bleef in de dagen na de redding aanhouden. Een bevoorrading uitvoeren met de eigen tender was hierdoor niet mogelijk, voornamelijk omdat deze niet bestand was tegen het slechte weer op de Noordzee. Maar het was wel dringend om zo snel mogelijk eten, drinken en brandstof naar het zendschip te brengen omdat er maar voor een paar dagen aan boord was achtergebleven. Om die reden werd er daarom gezocht naar een ander schip dat onder deze weersomstandigheden het wel aankon om de benodigde spullen naar het zendschip te brengen. Uiteindelijk vond men een schipper bereid om tegen een forse betaling de MV Mi Amigo te bevoorraden, maar op het laatste moment haakte deze alsnog af omdat hij het risico te groot vond om gepakt te worden en als gevolg daarvan zijn schip kwijt te raken. Het lukte uiteindelijk pas in de tweede week van februari 1979 om weer naar de MV Mi Amigo te varen. Op het zendschip was het verse drinkwater inmiddels op en was er nog een minimale hoeveelheid brandstof over om de pompen en de generator aan boord te laten draaien. De laatste dagen voorafgaand aan de bevoorrading moest er zelfs gegeten worden uit de oude voedselblikken die nog over waren uit de tijd dat Radio Mi Amigo nog uitzond van het schip. Naast eten, drinken en brandstof werden er ook nieuwe onderdelen aan boord gebracht om de benodigde reparaties te kunnen uitvoeren. En omdat de verwarming aan boord niet meer werkte, werd er ook een gaskachel aan boord gebracht. Half maart kwamen er een aantal vrijwilligers meehelpen op de MV Mi Amigo. Hun taak was om het schip op te ruimen, schoon te maken en daar waar nodig weer een verfje te geven. Ondertussen begon Tony Allan, die inmiddels weer aan boord was teruggekeerd, met het reinigen van de elpees die een paar weken eerder onder het zeewater waren komen te staan. Deze moesten weer bruikbaar zijn op 15 april, want met Pasen wilde men de uitzendingen hervatten. In dezelfde periode werd er via een aparte tender ruim 8.000 liter diesel afgeleverd voor de Cummings generator. Deze stond nog steeds op het achterdek en was inmiddels aangesloten op de zender. Hierdoor werd het mogelijk om met de zender te testen en daarmee aan te tonen dat alles aan boord weer werkte. Vooral dit laatste was belangrijk omdat men in onderhandeling was met een partij die zendtijd wilde huren op het zendschip. Het ging hierbij om een Nederlandstalige service die overdag zou gaan uitzenden met een Top 40 format. De avond en nacht bleef dan over voor de Engelse service, net als in de tijd toen het zendschip werd gedeeld met Radio Mi Amigo. Maar deze partij wilde alleen zaken doen en pas betalen voor de huur van de zender als het station daadwerkelijk in de lucht was. Op 29 maart 1979 maart was het dan zover. Het schip was weer aardig op orde en de noodzakelijke reparaties aan boord hadden plaatsgevonden. Tony Allan had inmiddels een deel van de ondergelopen elpees en singles schoongemaakt, in ieder geval genoeg om de uitzendingen mee te kunnen starten. Vroeg in de ochtend werd de Cummings generator gestart en de 50 kW-zender werd aangezet. Eerst met alleen een draaggolf op de 962 kHz, maar vanaf 08:00 uur werd er na vijf maanden stilte weer muziek uitgezonden vanaf de MV Mi Amigo. De test werd uitgevoerd op de 962 kHz, de frequentie die in gebruik was toen men in oktober 1978 gedwongen werd de uitzendingen te staken. Echter in november 1978 schoven alle middengolfzenders 1 kHz op. Inmiddels was men wel in het bezit van een zendkristal voor de 963 kHz, alleen was deze op het moment dat men de testuitzending deed nog niet aan boord. Tekst: Vincent Schriel Foto's: Hans Joachim Backhus Deel 1: Het einde van Radio Mi Amigo Deel 2: Het blijft stil op de Noordzee Deel 3: Neemt Delmare de plaats in van Mi Amigo? Deel 4: Op het nippertje Deel 5: De Nederlanders keren terug
  3. In de zomer van 1978 kreeg Nederland er voor het eerst sinds jaren weer een tweede zeezender bij: Radio Delmare. Na veel tegenslagen was het de Hagenees Gerard van Dam uiteindelijk gelukt om de MV Aegir buitengaats te krijgen en op volle zee te laten ombouwen tot een zendschip. Daarbij werd hij geholpen door onder anderen Ben Bode en Danny Vuylsteke, die een deel van de studio- en zendapparatuur verzorgde. Twee namen die we later in het verhaal van De Muziekboot opnieuw zullen tegenkomen. Op 11 september 1978 ging het op de Noordzee mis met het zendschip. Die dag woedde er een storm voor de Nederlandse kust en met windkracht 10 hield het anker het niet meer. De MV Aegir schip raakte op drift en werd door sleepboot Smitbank opgepikt en de haven van Maassluis binnengesleept. Niet veel later werd het schip overgebracht naar Rotterdam waar het in het entrepotdok aan de ketting werd gelegd. Vrij snel na het verlies van de MV Aegir hadden de mensen achter Radio Delmare weer een nieuw schip weten te bemachtigen: de Scheveningen '54. Maar er was geen geld meer om het uit te rusten als zendschip. Toen bedacht Gerard van Dam dat er op de Noordzee voor de Engelse kust nog de MV Mi Amigo lag die in een slechte staat verkeerde en geen werkende generator meer had voor beide zenders aan boord. Samen met Fred Bolland ging hij in gesprek met Ronan O’Rahilly en zij kwamen overeen dat de Scheveningen ‘54 de MV Mi Amigo moest vervangen en daarmee het nieuwe zendschip zou worden van zowel Radio Delmare als Radio Caroline. De ombouw tot zendschip zou op zee plaatsvinden. Tot die tijd mocht Radio Delmare gebruikmaken van de 10 kW-zender aan boord van de MV Mi Amigo. Om dat laatste mogelijk te maken moest er wel door de Delmare organisatie een nieuwe generator en dieselolie worden geleverd. Op 14 december 1978 werd er een huurovereenkomst voor drie maanden afgesloten tussen de firma Amako B.V. uit 's Gravendeel en Fred Bolland namens Prodihaag uit Den Haag voor een 160 kVa Cummins generator. De afgesproken huurprijs bedroeg fl 3.200,00 per maand. Prodihaag was het productiebedrijf van Gerard van Dam en zijn vriendin Astrid de Jager. Het stond op haar naam en was gevestigd in de Daquerrestraat in Den Haag, het woonadres van Van Dam. De onderneming was opgericht na de inbeslagname van de MV Aegir en had als doel om zich bezig te houden met de promotie van muziek en Delmare merchandising zoals T-shirts, stickers, wandtegeltjes, fotopakketten van het zendschip, posters van de MV Aegir en programma's van de Delmare deejays. Op zaterdag 16 december 1978, twee dagen na bestelling, werd de generator afgeleverd bij de Scheveningse sleephelling en met behulp van de aanwezige Delmare medewerkers aan boord van de Scheveningen ’54 gehesen. Ook werd er die dag een tweede nieuwe 15 kVa generator geleverd die voor de energievoorziening aan boord van de Scheveningen ‘54 moest zorgen. In de week voorafgaand aan de levering van de generator ging al het gerucht rond dat Gerard van Dam weer met een compleet zendschip de haven van Scheveningen zou uitvaren. Op de dag dat de generatoren werden afgeleverd deed de Radio Controle Dienst invallen in Den Haag bij diverse FM-piraten. Toen er een tip kwam dat de Radio Controle Dienst, in gezelschap van de politie, onderweg was naar de haven, moest er snel gehandeld worden. Met de smoes dat men wilde proefdraaien en het kompas afgesteld moest worden mocht de Scheveningen 54 vanuit de Tweede Haven via ‘De Pijp’ naar de Voorhaven varen. Rond 17:00 uur maakte het schip zich los van de kade en met behulp van de sleepboot Eurotrip vaarde men naar de havenkom. In plaats van de Voorhaven in te varen draaide de Scheveningen ‘54 en vaarde het, nadat de sleper zich had losgemaakt, op volle kracht de haven uit, op weg naar volle zee met een niet geijkt kompas en Leo Vreugdenhil aan het roer. Aan boord van de Scheveningen 54 waren Gerard van Dam, Leo Vreugdenhil, Marcel Stevens, Kees 'Kaas' Mulder, Fred van Dijk, Ronald Bakker, Peter van der Holst, René de Leeuw en zijn vriendin Marie Louise. De oversteek richting de Engelse kust was niet gemakkelijk. Gerard van Dam lag zeeziek op bed en met een niet geijkt kompas moest Leo Vreugdenhil bijna alleen de reis maken. Zondagavond laat kwamen zij uiteindelijk aan op hun bestemming en gingen een kleine 100 meter van de MV Mi Amigo voor anker. Zodra het daglicht was, voeren zij naar de MV Mi Amigo om de Cummins generator over te zetten. De Scheveningen 54 beschikte over een kraan die het mogelijk maakte om hem op het achterdek van de MV Mi Amigo te plaatsen. Dit bleek geen makkelijke klus te zijn, ondanks een rustige Noordzee. Het achterdek van de MV Mi Amigo, waar de vier ton wegende generator moest komen, lag namelijk 3,5 meter hoger dan het dek niveau van de Scheveningen 54. Uiteindelijk lukte het Gerard van Dam, met hulp van Peter Chicago, Richard Thompson en Stephen Bishop aan boord van de MV Mi Amigo, om hem over te zetten. Daarbij beschadigde hij wel het stuurhuis van het oude zendschip. Na het plaatsen van de generator stapten Peter van der Holst, René de Leeuw en Marie Louise over naar de MV Mi Amigo. Zij zouden de voorbereidende werkzaamheden doen om het mogelijk te maken dat Radio Delmare zou gaan uitzenden vanaf De Muziekboot. Omdat de Scheveningen 54 overhaast was vertrokken uit Nederland waren zij niet in de gelegenheid geweest om dieselolie in te nemen voor de bevoorrading van de MV Mi Amigo. Daarom vertrokken Gerard van Dam, Leo Vreugdenhil en Marcel Stevens nog dezelfde dag richting de Nederlandse kust. Omdat de autoriteiten op de hoogte waren waarvoor de Scheveningen 54 gebruikt zou worden was het niet meer mogelijk om een haven binnen te lopen. Daarom ging het schip bij de Nederlandse kust voor anker. Aan land werden diverse schippers benaderd om de Scheveningen 54 van dieselolie te voorzien zodat deze naar de MV Mi Amigo gebracht kon worden. Maar niemand was bereid hier aan mee te werken. Er was nu wel een generator op De Muziekboot om de zenders te laten draaien, het ontbrak echter aan dieselolie om hem te laten draaien. Na het vertrek van de Scheveningen 54 begon op de MV Mi Amigo het lange wachten op de levering van de benodigde brandstof om de zenders weer op te kunnen starten. Totdat de tanks weer gevuld zouden worden, moest men aan boord zuinig zijn met de dieselolie die er was. Tot begin januari kon men de Farymann draaiende houden en was er genoeg eten aan boord, maar omdat de bevoorrading door de Delmare organisatie uitbleef begon de dieselolie op te raken. Met emmertjes moesten de laatste restjes uit de tanks geschraapt worden om de kleine generator aan de praat te houden. Om brandstof te besparen werd hij alleen nog opgestart in de avonduren en al vrij snel werd dit weer teruggebracht tot drie uur om het avondeten klaar te kunnen maken. Toen het bij de Engelse organisatie duidelijk werd hoe precair de situatie was, werd er een set stormlampen bezorgd om ervoor te zorgen dat het schip in ieder geval zichtbaar was in het donker voor het andere scheepvaartverkeer. Aan het begin van de tweede week van januari 1979 viel de Farymann definitief uit. Deze was van binnen vastgelopen door het vuil dat in de laatste restjes diesel zat. Het betekende dat de Henschel, de enige nog werkende generator aan boord, het moest overnemen. De consequentie was wel dat hierdoor het brandstofverbruik drie keer zo hoog kwam te liggen. Op 10 januari 1979 verlieten Peter Chicago en Stephen Bishop het schip. Zes dagen later, op de 16e januari, gingen Richard Thompson en Marie Louise van boord. De laatste noodgedwongen omdat zij heel ziek was geworden aan boord en men bang was dat er anders een reddingsboot opgeroepen moest worden. Voor hen in de plaats kwam Roger Mathews aan boord. Intussen was het heel koud en stil op de MV Mi Amigo. Door het gebrek aan brandstof was er geen verwarming, radio en tv. Op 18 januari waren de accu's leeg en kreeg men de Henschel niet meer opgestart omdat deze inmiddels ook verstopt zat door de vuile dieselolie. Vrij snel begon het waterpeil aan boord te stijgen omdat de pompen niet meer hun werk konden doen. Na spoedoverleg tussen de bemanningsleden werd besloten te wachten tot de volgende dag 15:00 uur alvorens hulp in te roepen. De volgende dag stond er meer dan een halve meter water in het ruim en was buiten de wind aangewakkerd tot een storm met windkracht 8 à 9. Tony Allan deed om 15:10 uur een S.O.S. melding en later die avond werd hij samen met Roger Mathews, René de Leeuw en Peter van der Holst door een reddingsboot van boord gehaald. Parkiet Wilson bleef achter op het zinkende schip. Tekst: Vincent Schriel Foto's: Leendert Vingerling Deel 1: Het einde van Radio Mi Amigo Deel 2: Het blijft stil op de Noordzee Deel 3: Neemt Delmare de plaats in van Mi Amigo? Deel 4: Op het nippertje Deel 5: De Nederlanders keren terug
  4. In 1978 bevonden zich vier generatoren aan boord van de MV Mi Amigo. De twee MAN Turbo V8 generatoren (215 KVA) waren nodig om de 50 kW-zender van stroom te voorzien. Op 17 september 1978 was de eerste MAN kapot gegaan, op 20 oktober 1978 raakte ook het tweede buiten bedrijf. Verder was er nog de Henschel (50 kV). Deze generator werd in de periode van 15 mei 1976 tot 1 december 1977 gebruikt om de 10 kW-zender te laten draaien. Deze combinatie werd toen gebruikt voor de 24 uurs service van Radio Caroline. Begin 1978 was de Henschel buiten bedrijf geraakt, hij wilde niet meer opstarten. Dan was er nog een kleine Farymann generator die als nood gebruikt kon worden voor de verlichting en verwarming aan boord. Op het moment dat de tweede MAN buiten gebruik raakte viel men hier op terug. Tegen het einde van de zomer van 1978 vroeg men zich al af hoe lang de laatste nog werkende MAN het zou uithouden. Albert Hood, die in het dagelijks leven werkzaam was als dieselmonteur, had tijdens een bezoek aan zendschip in die periode hier al een gesprek over gehad met de Belgische monteur Otto die namens de Radio Mi Amigo organisatie aan boord werkte. Beide waren van mening dat hij in de huidige staat niet lang meer zou meegaan en Otto had al bij de organisatie aan land de vraag uitgezet voor nieuwe onderdelen. Naar aanleiding van deze vraag was er begin oktober namens de Mi Amigo organisatie in België ook al een generator technicus voor inspectie aan boord geweest. Otto vertelde Albert dat, als ze niet met de eerstvolgende tender de onderdelen kwamen, hij terug zou gaan naar België om uit te zoeken waarom ze niet geleverd worden. Albert vroeg Otto tijdens dat bezoek ook van wat er waar was van de geruchten dat Radio Mi Amigo bezig was met een eigen boot. Otto gaf aan daar niets van te weten en sprak met Albert af dat hij dit, zodra hij aan land was, voor hem zou uitzoeken. Binnen de Caroline organisatie was men blijkbaar op dat moment al op de hoogte dat er wat stond te gebeuren met hun partner op het zendschip. Toen begin oktober bleek dat er weer geen onderdelen waren meegekomen met de tender besloot Otto met deze boot terug te gaan naar België. Hij zou niet meer terugkeren op de muziekboot. Op 21 oktober 1978, een dag nadat het stil werd op de 319, vertrok er een boot vanuit de Engelse havenplaats Brightlingsea om uit te zoeken wat er aan de hand was op de MV Mi Amigo. Albert Hood was mee en hij zou gaan uitzoeken wat de status van de MAN generator was. Ook had hij van Robb Eden namens de Caroline organisatie een aantal vragen meegekregen om uit te zoeken hoe de situatie aan boord was. Terug aan land kon Albert melden dat beide MAN generatoren buiten bedrijf waren. Omdat de Henschel al een half jaar niet meer wilde opstarten, werd er gevraagd om een nieuwe aandrijfkoppeling voor deze generator. Ook was er nog maar vijf ton brandstof aan boord, goed voor zes weken stroom. Verder was er ook een gebrek aan vers drinkwater en eten. Nog dezelfde middag startte Georgina Hood, de vrouw van Albert, een inzamelingsactie voor eten voor de bemanning op zee. De Schipper van de El Chipiron, de boot waar de Engelse organisatie de tendering op dat moment mee verzorgde, regelde een kleine 200 liter drinkwater en de volgende ochtend vaarde hij terug naar de MV Mi Amigo om dit alles te bezorgen. In de eerste week van november ging Tony Allan aan boord met onderdelen voor de Henschel. De deejays van Radio Mi Amigo, Ferry Eden en Marc Jacobs, hadden het zendschip inmiddels verlaten en waren afgelost door Dick Verheul. In diezelfde periode vroeg Robb Eden aan Albert Hood om een trip naar de MV Mi Amigo te organiseren. Albert moest gaan uitzoeken wat de staat van de de beide MAN generatoren was en kijken wat er nodig was om deze te repareren. Eenmaal aangekomen bij het zendschip bleek dat er geen geschikte moersleutel aan boord was om de kop van de cilinder te verwijderen. De enige geschikte moersleutel was van Otto en die had hem enkele weken geleden meegenomen toen hij het zendschip verliet. Terug aan land maakte Albert Hood een plan voor de reparatie van een van de MAN generatoren. Hij stelde een lijst met onderdelen samen waarvan hij dacht dat die nodig waren voor de reparatie. Het was zijn bedoeling dat hij na deze revisie weer een aantal jaar zijn werk zou blijven doen. Vanuit de Caroline organisatie werd voorgesteld om de generator aan land te brengen om de werkzaamheden daar uit te voeren. Albert was het hier niet mee eens, de kans dat hij dan door de autoriteiten in beslag werd genomen was te groot. Ook was het hem duidelijk geworden uit een eerder gesprek met Peter Chicago dat deze niet bereid was hier aan mee te werken. Al eerder was er een machine naar land vertrokken voor reparatie waar nooit meer iets van was gehoord. Albert stelde daarom voor dat hij een week vakantie zou opnemen om aan boord de werkzaamheden uit te voeren. Ook had een collega hem aangeboden daarbij te helpen. Op maandag 20 november 1978 vertrok Albert vroeg in de ochtend vanuit Brightlingsea naar de MV Mi Amigo zonder onderdelen. Deze waren nog steeds niet aangekomen maar hij kon zijn week vakantie niet meer verzetten en besloot toch te gaan. Zijn plan was om dan maar beide MAN generatoren uit elkaar te halen en te kijken of hij er één goed werkend kon achterlaten. Zijn collega, die in eerste instantie had aangeboden mee te gaan, zag af van de trip. Hij was van mening dat dit geen oplossing was en je er op kon wachten dat deze ook snel weer kapot zou gaan. Op dat moment waren aan boord van de MV Mi Amigo Peter Chicago, Tony Allan, Roger Mathews en Dick Verheul. Chicago wilde van de Nederlander af en vroeg of hij met de tender terug naar Brightlingsea kon. Dat was geen probleem en Dick kreeg £ 25 mee om de ferry terug naar Nederland te kunnen bekostigen. Op die bewuste ochtend verliet de laatste vertegenwoordiger van Radio Mi Amigo organisatie de muziekboot. Nog dezelfde dag verwijderde Albert Hood de cilinderkop van de generator. Al snel kwam hij tot de conclusie dat hij niet meer te repareren was. Na het avondeten, verzorgd door Tony Allan die in de periode als kok fungeerde, ging hij in overleg met Peter Chicago. Hij vertelde wat hij had geconcludeerd en stelde voor om de andere MAN generator open te maken om te kijken of er bruikbare onderdelen uitgehaald konden worden. Peter gaf aan dat hij dit niet toestond omdat hij al had gezien dat aan de binnenkant alles kapot was. Wel stelde hij voor om naar de Henschel generator te kijken. Deze stond al een half jaar stil. Men kreeg hem niet meer opgestart en de nieuwe onderdelen daarvoor waren al eerder aan boord gekomen. De volgende ochtend nam Albert de Henschel onderhanden en nog dezelfde dag werkte hij weer. Na het avondeten werd er overgeschakeld op de gerepareerde Henschel voor de stroomvoorziening aan boord. Daardoor was het mogelijk om de Farymann generator, die vanaf 20 oktober nonstop had gedraaid, een onderhoudsbeurt te geven. Zodra deze klus was geklaard schakelde men gelijk weer terug naar deze kleine generator omdat die maar een derde van de brandstof verbruikte ten opzichte van de Henschel. Met de aanwezige voorraad diesel aan boord, bijna 4,5 ton, was dit genoeg voor zes weken stroom op de muziekboot. Tekst: Vincent Schriel Foto's: Hans Joachim Backhus Deel 1: Het einde van Radio Mi Amigo Deel 2: Het blijft stil op de Noordzee Deel 3: Neemt Delmare de plaats in van Mi Amigo? Deel 4: Op het nippertje Deel 5: De Nederlanders keren terug
  5. We gaan even terug naar de zomer van 1978. Het beoogde zendschip van Radio Delmare, de MV Aegir, lag inmiddels voor de kust van Goeree en kon geen haven meer binnenvaren voor bevoorrading of voor het plaatsen van zendapparatuur. Deels omdat de motor van het zendschip niet meer werkte, maar vooral ook omdat de MV Aegir direct in beslag zou worden genomen door de Nederlandse autoriteiten. Het schip had halsoverkop een Nederlandse haven moeten verlaten en alle spullen voor de ombouw moesten aan boord worden gebracht en de verbouwing moest plaatsvinden op volle zee. De Nederlander Ben Bode en de Belg Danny Vuylsteke meldden zich op dat moment bij Gerard van Dam om mee te helpen met het in de lucht brengen van Radio Delmare. Dat was op het juiste moment, want na alle tegenslagen was daar het geld op. Bode en Vuylsteke leverden en financierden de benodigde apparatuur om het schip zendklaar te maken, waaronder twee Marconi zenders en de apparatuur voor de inrichting van een radiostudio. Het grootste deel van deze spullen werd op zaterdag 5 augustus 1978 vanuit de haven van Breskens aan boord gebracht, zoals een paar dagen later op de Nederlandse Televisie was te zien. Tijdens deze bevoorrading was er namelijk ook een filmploeg van het nieuwsprogramma ‘Veronica Info’ mee aan boord voor een reportage over het zendschip van Radio Delmare. Lang duurde dit Delmare avontuur niet. Het lukte wel om de zender in de lucht te krijgen, op 25 augustus 1978 werd er voor het eerst vanaf de MV Aegir uitgezonden, maar op 11 september 1978 ging het mis. Het schip sloeg los van zijn anker en dreef richting de kust. Niet veel later werd het schip naar Rotterdam gesleept en in beslag genomen. Bode en Vuylsteke hielden het vervolgens bij Delmare voor gezien, zij hadden geen trek meer in het voortzetten van de samenwerking met Gerard van Dam. En Van Dam was inmiddels in contact gekomen met Fred Bolland en begon met zijn hulp aan het Scheveningen 54 project, zoals je al eerder hebt kunnen lezen. Maar het zeezender avontuur van beide heren hield hier niet op. Rond de tijd dat Gerard van Dam de Cummings generator afleverde bij de MV Mi Amigo en dacht een deal te hebben met Ronan O’Rahilly voor het uitzenden vanaf dit zendschip, namen Bode en Vuylsteke contact op met de Caroline organisatie voor het huren van zendtijd. Fred Bolland, die min of meer de plaats had ingenomen van Ben Bode en Danny Vuylsteke, besloot na de in beslaglegging van de Scheveningen 54 ook afscheid te nemen van Radio Delmare. Hij wilde uit het zicht van justitie blijven. Bolland had zoals hij dat zelf zei veel te verliezen, waaronder zijn winkel Disco Bolland in Den Haag en zijn woonhuis. Ook hij nam contact op met Ronan O’Rahilly om te kijken of hij zendtijd kon huren op de MV Mi Amigo. Voor O’Rahilly kwam dit goed uit. Twee partijen die wilden gaan uitzenden vanaf zijn zendschip. Alleen zat hij nog met de Delmare mensen aan boord van de MV Mi Amigo en de deal met Gerard van Dam. Maar Van Dam kon geen diesel leveren. Door gebrek aan brandstof werkten de pompen niet meer en dreigde het zendschip op 19 januari 1979 te zinken. Uit voorzorg werden de bemanningsleden van boord gehaald, inclusief de Delmare mensen. Zij zouden niet meer terugkeren en daarmee was de weg vrij voor Ronan O'Rahilly om zaken te doen met zowel Danny Vuylsteke, Ben Bode en Fred Bolland. Er werd een deal gesloten dat er overdag van 07:00 tot 18:00 uur onder de naam Radio Caroline een Nederlandstalige service zou komen. De overige uren werden gevuld door de Engelsen. Maar ook werd er overeengekomen dat er pas betaald zou worden voor de huur van de zender als het radiostation vanaf de MV Mi Amigo in de lucht was. Fred Bolland benaderde vervolgens oud Radio Mi Amigo diskjockey Herman de Graaf met de vraag of hij een diskjockey ploeg kon samenstellen en programmaleider wilde worden. De Graaf ging hier mee aan de slag en de eerste die hij vroeg was Ad Roberts, bij wie hij toentertijd tijdelijk verbleef in Friesland. Daarna nam hij contact op met Rob Hudson en al snel werd duidelijk dat een deel van de medewerkers van de Amsterdamse landpiraat Unique, waar Hudson toen programma’s voor maakte, mee zou verhuizen naar zee. Dat waren Paul de Wit en René van Elst. Ook het format van Radio Unique zou worden overgenomen, wat neerkomt op om en om een oude en een nieuwe plaat. En het mocht onder geen beding klinken als Radio Mi Amigo en de uitzendingen waren voornamelijk bestemd voor de Nederlandse markt en niet gericht op België. Op de Eerste Paasdag van 1979 klonk er, na bijna zes maanden stilte, weer muziek vanaf de Muziekboot. Tekst: Vincent Schriel Foto's: Hans Joachim Backhus Deel 1: Het einde van Radio Mi Amigo Deel 2: Het blijft stil op de Noordzee Deel 3: Neemt Delmare de plaats in van Mi Amigo? Deel 4: Op het nippertje Deel 5: De Nederlanders keren terug
  6. Frits Spits stopt per 1 januari 2026 als radiomaker. In mijn jeugd en pre-puberjaren was Frits medeverantwoordelijk voor mijn soundtrack, die voor 80% uit radio (Hilversum III) en 20% uit platen bestond. Dinsdagmiddag in 1977. Ik ben 10 en de Eppo ligt in de brievenbus. Lekker lezen en de radio op Hilversum III. De VARA. Straks Beton en de Popkrant, nu Spitsbeeld. Rustige muziek en kalme presentatie, veel LP's. Onder het avondeten, na de Vacaturebank, is Frits er weer. Alleen op dinsdag en donderdag. Het NOS-Maal. Op de andere weekdagen doet Joost den Draaijer dat en op zaterdag is er onder het eten de Rock & Roll Methode. Met Felix Meurders, diezelfde die op vrijdagmiddag alle hits helemaal draait... In 1978 moet Joost stoppen - iets met zakelijke belangen, ik snap er als 11-jarige het fijne nog niet van. Wel merk ik dat Frits er nu dagelijks is. We eten elke dag op vrijwel dezelfde tijd en het toetje, een schaaltje chocoladevla, komt op tafel als na de Vacaturebank Frits zijn eerste plaat draait, altijd een gouwe ouwe. Na de vla snel naar mijn kamer en verder luisteren. Met na Frits bijna elke avond oude platen, op maandag van Jan Steeman, op dinsdag van Willem van Beusekom en op donderdag van Klaas Vaak in Poster. De Avondspits wordt beter als in 1979 Tom Blomberg - winnaar van een popkwis - zich ermee gaat bemoeien. Frits was al poëtisch in zijn presentatie, maar wordt strakker en feitelijker. Zeg maar: minder fouten in de info over de muziek. Er ontstaat ook een verschil in de presentatie van zijn VARA-programma, rustig, en de energieke Frits in de Avondspits: 'Een feestje in je radio'. Frits voelt zich op dat uur gestuurd door de denkbeeldige luisteraar, die tussen 6 en 7 gehaast is: nog in de file op weg naar huis, nog aan het eten of al aan de vaat of aan het huiswerk. Spitsuur. Letterlijk. Daar hoort een snelle en energieke presentatie bij. Én enthousiasme: 'Wil je ze beter? We hebben ze niet beter!" Dankzij Tom Blomberg wordt De Avondspits een primeurtjesprogramma. Hoe vaak ik niet hoor 'Voor het eerst op de Nederlandse radio'. Feit is dat Tom Blomberg bovenop het popnieuws zit. Hij spelt de Engelse muziekbladen en helpt Frits aan platen uit de (vooral Engelse) import: Spandau Ballet, Duran Duran, je hoort ze voor het eerst van 6 tot 7. Rond 1982, 83 verflauwt mijn interesse in de Avondspits. Dat ligt niet aan Frits, maar mijn eigen muzieksmaak schuift weg van de hits naar de VARA-dinsdag en de dan nog behoorlijk progressieve KRO-woensdag. Felix Meurders, Vincent van Engelen, Peter Holland, Peter van Dam, Jeroen Soer, Hans Wijnants, Peter van Bruggen. Niet zozeer betere deejays dan Frits, ik vind dat ze wel betere muziek draaien. Dat de Avondspits diezelfde platen ook draait, maar afgewisseld met Anita Meyer en Wim Kersten & de Viltjes, kan mijn rechtlijnige puberbrein steeds minder hebben. Wel luister ik met plezier naar zijn versie van de Nationale Hitparade - op zondagavond met tussen de hits door de ZIP - de Zéér Interessante Persoonlijkheid - een gast die wordt geïnterviewd. Van minister Brinkman tot Lex Harding, van Gerard Cox tot Sjors & Nicole van NCRV's jongerenprogramma Tussenuur. Ik werk zelf ook jaren bij de radio en kom Frits een paar keer tegen. In 1985 zit ik als broekie een avondje op de 'publieke tribune' (één stoel) en zie live hoe Frits en Tom de Avondspits maken. Ik solliciteer, vers van de School voor de Journalistiek - voor de redactie van het programma dat Frits in 1989 zal gaan maken voor TV Tien van Joop vd Ende. Frits kent me dan al uit de wandelgangen bij Radio 3. Ik werk dan als redacteur voor de VARA op Radio 3: de Popkrant, Vuurwerk en soms de Steen en Been Show. 'Het verbaast me dat iemand die bij VARA's Popkrant werkt óók bij mij wil werken'. Ik ben al niet meer die rechtlijnige puber uit 1983 en wil vooral leren van vakmensen. Het komt er niet van: heel TV Tien gaat niet door. Rond 2010 werk ik bij de KRO - Radio 1, Radio 4 en Radio 2 - en bivakkeer vaak op dezelfde afdeling als waar Frits dan Tijd voor Twee maakt. Spreken doe ik hem niet. Verlegenheid, mede gevoed door bewondering, zorgen voor blijvende afstand. Prima, ik hoor van collega's dat Frits zichzelf soms ook wel érg serieus neemt. . Ik laat het maar zo. Een idool uit je jeugd moet dat misschien ook maar blijven. Edwin Wendt Afbeelding: Frits Spits (foto KRO-NCRV - Wessel de Groot)
  7. 🎄 Fijne feestdagen Wij, de vrijwilligers en medewerkers van Radiotrefpunt, wensen alle bezoekers een warme en sfeervolle Kerst toe. Bedankt voor jullie steun en enthousiasme in het afgelopen jaar! 🎙✨ ⭐ Gelukkig nieuwjaar! Mogen 2026 gevuld zijn met mooie radiomomenten, nostalgie en inspiratie. We kijken ernaar uit om jullie ook in het nieuwe jaar weer te verwelkomen!
  8. Ook in deze aflevering van de nostalgische column blijf ik in het jaar 1973 en wel in de maanden mei en juni. In een artikel in het Nieuwsblad van het Noorden stond een interview met een aantal medewerkers van de RONO, dat stond voor Regionale Omroep Noord en Oost met als hoofdzetel de studio aan het Martini Kerkhof in Groningen. In het verhaal bleek dat de medewerkers heel blij waren met de resultaten van een onderzoek uitgevoerd door de Dienst Luister- en Kijkonderzoek van de NOS. Klaarblijkelijk waren enkele resultaten van het onderzoek uitgelekt en ging men met deze aan de haal door in voornoemde krant zich positief te uiten over de luisterschare die men dacht te hebben bereikt. Op 6 mei 1973 kwam er echter een persbericht vanuit Hilversum, afkomstig van de NOS, waarin werd gemeld dat de medewerkers van de RONO te voorbarig waren geweest over de resultaten van de enquête. De opmerking, dat men er goed bij stond bij de luisteraars, was gebaseerd op de ervaring van de enquêteurs die gewerkt hadden aan een landelijk onderzoek van de NOS waar voor het eerst de RONO en de ROZ In Limburg uitgebreid werden betrokken. In totaal zijn destijds zo'n 2700 mensen ondervraagd; daarvan woonden er 750 in de provincie Groningen. ‘De enquêteurs kunnen hoogstens een paar indrukken hebben opgedaan, maar dat zegt helemaal niets," aldus drs. A. Overste, wetenschappelijk medewerker van de Dienst Luister- en Kijkonderzoek van de NOS destijds. De enquêteurs hadden tegen de RONO-medewerkers gezegd dat veel mensen bereid waren extra luistergeld te betalen, als dat nodig was, om de RONO te behouden. Ook werd vanuit de NOS duidelijk gemaakt dat pas in 1974 de echte resultaten van het onderzoek bekend zouden worden. In begin mei 1973 was er ook het nodige ongenoegen vanuit de politiek inzake grof taalgebruik in bepaalde programma’s op de radio alsook op de televisie bij de VPRO. Daarover waren vragen gesteld in de Tweede Kamer waarop de toenmalige minister van Justitie, Minister van Agt, reageerde dat het niet zijn taak was om aan de leiding van deze omroep te vragen bepaalde grenzen van behoorlijke omgangsvormen in acht te nemen. Ook stelde de minister dat hij niet van plan was aan te dringen op mindere verruwing van taalgebruik via radio- en televisie-uitzendingen. Het was GPV kamerlid Jongeling die vragen had gesteld omdat hij ‘onbehoorlijke vuilbekkerij’ had gehoord in een uitzending van VPRO maandag. Volgens de heer Jongeling leverde de toenemende verruwing in het gesproken woord in uitzendingen een gevaar op voor de goede zeden onder ons volk. De minister stelde dat de bemoeienis van de regering met de inhoud van programma's zich diende te voltrekken langs de in de Omroepwet getrokken lijnen. Dit bracht mee dat bemoeienis slechts aan de orde kon komen als de inhoud van een programma aanleiding gaf tot wettelijk ingrijpen. Als we het over de jaren zeventig hebben in verband met radio in ons land dan was het naast de toen drie bestaande Hilversumse netten mogelijk naar een paar uitzendingen van regionale omroepen te luisteren en wel rond de klok van 18 uur. Daar werd in noord Nederland op 7 juni 1973 een uitzondering op gemaakt aangezien de Regionale Omroep Noord en Oost die dag ook overdag was te beluisteren en daar was een reden voor. Het team van het Groninger programma besteedde tussen twaalf en vijf in de middag gedurende in totaal 120 minuten aandacht aan de opening van de Eemshaven. Onder meer werd de officiële opening door Koningin Juliana integraal uitgezonden. Met alle gebruikelijke toestanden daar omheen duurde dat ongeveer een uur. Het andere uur werd verdeeld over de rest van de middag. Het betekende wel dat de uitzendingen van Hilversum 3 in het noorden, die destijds nog steeds via de ook door de RONO gebruikte zenders van Irnsum en Hoogezand, werden onderbroken. Door de NOS leiding werd wel gesteld dat het een eenmalige uitzending was en zeker geen gevolg op korte termijn zou krijgen. Wel had de leiding van de RONO al, bij herhaling, laten horen er klaar voor te zijn om ook overdag programma’s te kunnen verzorgen. En begin juni was er in het Nieuwsblad van het Noorden als ook in tal van andere kranten aandacht voor een speciale dubbel lp die via de firma Basart op het Park label was uitgekomen en derhalve werd besproken. Onder noemer: ‘Het wel en wee van piratenzender Radio Nordsee International’ meldde voornoemde krant: ‘RNI waarvan regelmatig verslag wordt gedaan door de internationale pers, is vastgelegd op een langspeelplaat. Of om precies te zijn: twee langspeelplaten, want de samenstellers de Groningers Hans Knot en Jacob van Kokswijk hebben aan de tweehonderd uur die ze aan de platen hebben besteed, 118 minuten aan originele opnamen overgehouden. Een avondvullend programma dus, waarin nogal wat uit de bewogen geschiedenis van het zendschip MEBO II uit de doeken wordt gedaan. Het begint bij de allereerste testuitzending in januari 1970 en eindigt met het losslaan van het schip op 24 februari j.l. Noordzee staakte in 1970 trouwens op 24 september de uitzendingen, waarbij men bij de leiding wenste te voorkomen dat de Nederlandse regering maatregelen zou nemen tegen Radio Veronica. De hervatting van de uitzendingen in februari 1971 treffen we aan op de tweede langspeelplaat, zo ook de bomaanslag door de kikvorsmannen van Veronicabaas Verweij en de benarde momenten waarop de MEBO II twee keer van het anker werd geslagen. Op de eerste lp staan zowel het begin van de uitzendingen op 23 januari 1970 op de FM-golf, als dat van de eerste uitzendingen op de korte en middengolf. Echt piraterig wordt het als we de verrichtingen van de MEBO II voor de Engelse kust aanhoren: de illegale uitzendingen prikkelen de Engelse regering tot een blokkade en bij de verkiezingen laten de Engelse Conservatieven zich bedienen van de piratenzender, dan opererend onder de naam Radio Caroline. Tot zover de Engelse periode. Dit is allemaal nog maar een greep van de inhoud, waarvan de onderdelen door Noordzee's eigen diskjockeys Mike Ross en Nico Steenbergen aan elkaar worden gepraat. Hans Knot is, evenals Jacob van Kokswijk, redacteur van Pirate Radio News. Het blad dat informatie geeft over de illegale en commerciële buitengaatse zenders en in 14 landen verschijnt. Hij is ervan overtuigd dat hij zijn fans een groot plezier doet met deze dubbel-lp, die drie tientjes kost en voor zover ik weet op de legale platenmarkt verschenen is. Aan de Nederlandse kust speelt zich vervolgens ook heel wat af. We herinneren ons nog wel de kaping door de belanghebbenden, ir. Heerema en Kees Manders, hoewel dat ook al weer bijna 3 jaar (29 augustus 1970) is geleden.’ Een recensie die aardig informatief was maar ook de nodige irritante fouten bevatte. Voorbeeld: Een piraat is Radio Nordsee International nooit geweest, daar men voor de invoering van de anti-zeezender wetswijzigingen, die medio september 1974 werd gepubliceerd in de Staatscourant, al uit de ether was verdwenen. Al met al brachten de diverse recensies volop bestellingen op die Pirate Radio News. Verzending die men zelf voor rekening nam. Dat betekende destijds een drukte in Huize Knot want de dubbellp’s dienden allen zeer goed verpakt voor verzending gereed te worden gemaakt. Ook op zowel de internationale service van RNI als de Nederlandse service werd reclame gemaakt. In de laatste week van augustus 1974, dus de week dat RNI officieel uit de ether verdween, hadden we de eer dat het werd verkozen tot LP van de week op Radio Noordzee en dat zelfs via Radio Veronica fragmenten waren te horen. Exemplaren gingen de wereld rond tot in Rusland, Japan en Australië waren er radiofans die een exemplaar bestelden. En Jacob van Kokswijk was destijds niet een Groninger maar woonachtig in Leiden. Hans Knot, 25 oktober 2025
  9. Wie herinnert zich nog de actie ‘Radio Noordzee Hou em in de lucht’? Het begon in juni 1973 toen het duidelijk werd dat de Nederlandse Parlementsvertegenwoordigers, de positieven uitgezonderd, het besluit wensten te nemen tot invoering van maatregelen tegen de zeezenders. Dit diende te gebeuren via een aanpassing van bestaande wetgeving en bekrachtiging van het Verdrag van Straatsburg uit 1965. Dit laatste verdrag was door een groot aantal naties bekrachtigd maar diende altijd via aanpassing van bestaande wetgeving in diverse landen worden bekrachtigd, waar tot op dat moment in Nederland geen sprake van was. En dus werd er door Radio Noordzee, de Nederlandstalige tak van RNI, vanuit de studio in Naarden een actie gecoördineerd om Nederland op te roepen lid te worden van Radio Noordzee met als doel in de toenmalige toekomst een plekje te vergaren in het publieke omroepsysteem. Kosten nog moeite werden gespaard om het luisterpubliek breed te interesseren een lidmaatschap te nemen. Dit kon door de weids verspreide stickers in te vullen en op te sturen naar het adres van Radio Noordzee. Voor vijf gulden kon je in die tijd jouw steun voor het favoriete steun betuigen, hetgeen zowel voor Radio Veronica als voor de luisteraars van Radio Noordzee mogelijk was. Er waren dagenlang live uitzendingen vanaf het zendschip MEBO II met deejays van Radio Noordzee en er was de Radio Noordzee karavaan met tientallen auto’s, die op diverse plekken in het land opdoken om, vergezeld van een promotieteam, leden proberen te winnen voor Radio Noordzee. Het was het Seven Club team uit Rotterdam Schiedam met onder meer Rob van der Palm en Rob Slotemaker, die in diverse winkelcentra hun karavaan tijdelijk stopten. Op de 220 meter werd regelmatig melding gemaakt waar het Seven Club Team was te zien. Uiteraard was men er, vergezeld door een promotieteam om stickers uit te delen die de ontvangers warm dienden te maken toch ook maar een lidmaatschap van Radio Noordzee aan te gaan. Een bedrag van 5 gulden storten bleek op dat moment voldoende. Ook in de noordelijke provincies was een aantal mensen actief. Zo waren de beide mannen, verantwoordelijk voor de productie van de RNI dubbel-lp – die in mei 1973 uitkwam – actief in de provincie Groningen. Het waren Jacob Kokje en Hans Knot die eerst een avond het uitgaansleven van Groningen ingingen. In die tijd begon dat om 20 uur tot een uur of 1 in de nacht. Discotheken als Jolly Joker, Blow Up en Time Out werden bezocht om de rode stickers uit te delen. De volgende avond werd een bezoek gebracht aan Royal York en discotheek Just Fancy in Winschoten. Wat het bezoeken aan nieuwe leden heeft opgeleverd zal altijd een vraagteken blijven. Terwijl ik dit verhaal schrijf komen in gedachten de prachtige jingles in mijn gehoor terug, die er destijds zijn gemaakt ter ondersteuning van de actie ‘Hou em in de lucht’ op Radio Noordzee, waarvoor we vooral dankbaarheid dienen te geven aan Ferry Maat. Hij zou later nog vele mooie jingles produceren in Nederland en daarbuiten. Het zijn gedachten die na een periode van 53 jaar weer naar boven komen en wel doordat, bij het scannen van een groot aantal artikelen ten bate van het archief een volgend bericht eruit sprong. Het was gedateerd op 4 januari 1975 waaruit duidelijk werd dat de toenmalige minister voor Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, Harry van Doorn, duidelijk had gemaakt dat er voor Radio Noordzee in de toenmalige toekomst geen ruimte was een publieke omroepstatus te verkrijgen. ‘Minister Van Doorn heeft de aanvraag afgewezen, omdat de stichting RTV Noordzee niet zou voldoen aan drie van de acht eisen die de omroepwet stelt.’ Volgens een ministerieel onderzoek had Noordzee bij lang na niet de 15.000 leden, die een adspirant omroep destijds diende te hebben. Van de ruim 26.000 namen op de lijst van ‘leden’ bleek 65% niet ingeschreven bij de Dienst Omroepbijdrage. Het waren vooral jeugdige in huiswonenden, waarvan alleen het hoofd van het gezin telde bij een eventueel lidmaatschap. Van Doorn, die een KRO verleden had, bracht nog meer redenen naar voren RTV Noordzee geen toegang te verlenen tot het Omroepbestel want een steekproef had uitgewezen dat er bij lange na niet genoeg echte leden konden worden geteld. Bovendien stelde hij dat de stichting RTV Noordzee uit een oogpunt van cultuurbeleid onvoldoende gekwalificeerd bevonden werd en tenslotte was hij er niet van overtuigd, dat RTV Noordzee niet uit was op het maken van winst. Uiteraard was er diepe teleurstelling. John de Mol, toenmalig directeur van Radio Noordzee, stelde die dag nog niet of er beroep zou worden aangetekend tegen het besluit van de minister. “Ik kan ook nog nauwelijks reageren op de argumentatie, want ik heb zijn antwoord nog maar net in handen. Ik weet bijvoorbeeld nog niet op welke 9500 leden in de zin der wet de steekproef uit ons ledenbestand is gedaan. We hadden er zelf op gegokt, dat meer dan de helft zou kunnen meetelden. We waren van tevoren al erg selectief geweest bij het accepteren van leden. We hebben ons gedistantieerd van de al te tomeloze ledenwerving van anderen. Ik dacht trouwens dat we duidelijk genoeg tegen de minister hebben gezegd, dat de stichting volkomen los staat van het Strengholt-concern." Helaas was er van ‘Hou em in de lucht’, wat betreft de originele Radio Noordzee, niets terecht gekomen en werden alleen pogingen gedaan radio onder dezelfde naam te produceren, wat voor de echte fans uit de periode 1971-1974 niet alleen als kwalijk werd gezien maar bovendien als een slechte kopie van destijds. Hans Knot, 28 februari 2026
  10. World Radio Day wordt deze vrijdag 13 februari 2026 voor de 15de keer gehouden. Telkens op dezelfde datum vindt dit evenement in februari plaats. Het leek mij leuk om dieper in de geschiedenis te duiken dan de eerste datum van World Radio Day, dus voor 2012, zelf ver voor dat jaar. 13 februari 1960 bracht Vrij Nederland een kort bericht: ‘De VRON nog niet aan bod. Dure heren, die directeuren van de 'vrije radio-omroep', die vanaf de zee voor Katwijk uit zal gaan zenden. Want voor de tweede keer is een deel van hun zendermateriaal in beslag genomen. Ditmaal terwijl het op weg was naar Emden. Zo gaat dat, als men zich boven de Nederlandse wetten verheven voelt en met een 'wie doet je wat?' zijn gang gaat. Dan zegt 'de wet' van tijd tot tijd: 'nee heren!' en als de wet iets zegt, kost dat tijd, een proces en geld. Daarom zendt de VRON nog steeds niet en zal ze voorlopig nog niet aan bod zijn ook.’ Vervolgens naar een berichtje uit mijn archief dat voor het eerst naar buiten kwam op 13 februari 1961. Het werd bekend gemaakt in de kranten van de GPD, dat stond voor de Gemeenschappelijke Pers Dienst, waarbij ook de door ons gelezen Nieuwsblad van het Noorden behoorde. ‘Donderdag 16 februari begint Radio Veronica met het uitzenden van Engelstalige programma's. Als gevolg daarvan zullen de Nederlandse uitzendingen met ingang van die datum in de ether zijn van één uur 's middags tot acht uur ‘s avonds. Het ligt in de bedoeling dit programma in de maanden maart en april te verlengen tot middernacht. De Engelstalige uitzendingen, waarover in Engeland al enige protesten zijn gerezen, zullen plaatsvinden van acht uur 's morgens tot 's middags één uur en van middernacht tot twee uur in de ochtend. Voor de Nederlandstalige uitzendingen is een nieuwe programmering vastgesteld.’ Het ging hier om de uitzendingen van CNBC, dat slechts een kort bestaan heeft gehad. Het signaal, waarmee men hoopte luisteraars in Londen te bereiken, was dermate slecht dat op een bepaald moment de uitzendingen werden stopgezet en die uren weer werden ingenomen door Radio Veronica, dat met de in de tijd vele kwartiertjes aan gesponsorde programma’s. Een aantal kranten kwam op 13 februari 1962 met een bericht over Radio Mercur: ‘Radio-Mercur voorlopig niet in de lucht. De Cheeta I, het schip met het Deense commerciële radiostation Mercur aan boord, zal voorlopig de haven van Kopenhagen niet mogen verlaten. Het vaartuig, dat maandagnacht na in de storm in moeilijkheden te zijn geraakt en naar Kopenhagen werd gesleept, staat onder politiebewaking. De Deense PTT, die het recht had de zendapparatuur in beslag te laten nemen, wil van het feit dat de Cheeta I in een noodsituatie is komen te verkeren geen gebruik maken. De scheepvaartinspectie wilde het schip echter niet laten gaan voordat de bemanning een kapitein had gekregen die over de nodige erkende bevoegdheden beschikte en de scheepspapieren werden getoond. Voor een kapitein werd ijlings gezorgd De papieren waarmee men kwam aandragen waren echter in het Spaans opgesteld en de daarin genoteerde maten stemden niet met die van de Cheeta I overeen. Het schip, dat zoals bekend in de Sont buiten de territoriale wateren opereert, zou in Honduras zijn geregistreerd. De vlag ontbrak echter. Wel was er materiaal aanwezig om zo nodig het dundoek van Honduras te fabriceren.’ Geknoei met scheepspapieren en vlaggen kwam dus vaker voor binnen de zeezender-wereld. Op 13 februari 1963 ging het om geld dat vrij diende te komen voor de RONO, de Regionale Omroep Noord en Oost. ‘De gemeenteraad van de gemeente Leeuwarden zal vanavond beslissen of er in Leeuwarden een hulpstudio voor de RONO zal worden gebouwd. B. en W. van Leeuwarden hebben de raadsleden geadviseerd deze hulpstudio in te richten in de voormalige Prinsentuinschool, dicht bij het Kunstcentrum de Prinsentuin. Volgens het preadvies van het college van B. en W. zal er in de school een controlekamer, een spreekstudio en een muziekstudio moeten worden ingericht. Voor dit werk willen de B. en W. van Leeuwarden een krediet verstrekken van f 87.000. Na het gereedkomen van het werk, zal de studio aan de Nederlandse Radio Unie verhuurd worden.’ Op 13 februari 1964 werd stil gestaan in de GPD kranten dat het 25 jaar geleden was dat de eerste aflevering van Francis Durbridges detectivespel ‘Paul Vlaanderen’ op de Nederlandse radio was te beluisteren: ‘De handeling van dit eerste stuk voltrok zich voor een belangrijk deel in het te Ouderkerk gesitueerde café ‘De Kleine Korporaal’. Paul Vlaanderen was in Nederland geïntroduceerd door Kommer Kleyn, jarenlang hoorspelregisseur van de AVRO. Het spel dankte echter zijn naam aan de toenmalige directeur van de AVRO, Willem Vogt. Toen deze het manuscript van ‘Send for Paul Temple’ onder ogen kreeg, vond hij dat het in Nederland moest spelen. Op het hoofdkantoor van de AVRO in Amsterdam werkte in die tijd een bediende, die Vlaanderen heette en een ongeëvenaarde reputatie genoot als toeverlaat in de meest uiteenlopende situaties. “Spreek met Vlaanderen en het komt in orde", stelde de heer Vogt voor als vertaling van de titel van het eerste spel, daarmee tevens de hoofdpersoon aan zijn Nederlandse naam helpend. Theo Frenkel en Lily Bouwmeester vertolkten de eerste jaren de hoofdrollen: Paul en Ina. In 1959, toen Kommer Kleyn de AVRO met pensioen verliet ging de spelleiding over in handen van Dick van Putten, die als geluidsinspeciënt aan de realisering van alle Paul Vlaanderens had meegewerkt. Jan van Ees, die in het eerste spel als Gare Toontje de detective tegenover zich had gevonden, was toen allang in de huid van Vlaanderen gekropen en ‘gehuwd’ met Eva Janssen (Ina). Verder meldde de GPD dat in niet geringe mate tot het succes van de volgens een vast recept geschreven spelen, de volstrekt onlogische ontknoping bijdroeg, waardoor de spanning tot het laatst toe gehandhaafd bleef voor de luisteraars, maar ook voor de spelers, die pas op de laatste repetitie inzage kregen van het slot. 13 februari 1965 bracht nieuws rond een activiteit van Stan Haag, die een televisieprogramma met vakantietips ging presenteren. De eerste opname was gepland voor 31 maart 1965, die gemaakt zou worden in het tot NTS-studio herbouwde Bellevue in Amsterdam en wel in opdracht van de KRO. Het luidde meteen een nieuwe serie in. De serie kreeg de naam ‘Vakantie op zicht’, een aantal amusementsprogramma's, waarin diverse vakantielanden zoals Spanje, Italië, Joegoslavië en Oostenrijk belicht werden. Stan Haag gaf onder andere tips, hoe overal te komen met de verschillende ons ter beschikking staande vervoersmiddelen. Eigenlijk een totaal onbekende activiteit van Jacob Pieter Constantijn Haag, zoals Stan voluit heette. De teksten waren van Stan Haag en Casper de Groot. De laatste was tevens de samensteller van het televisieprogramma. Een jaar later was er bezoek in Nederland voor promotie van zijn muziek en wel door de Amerikaanse zanger Gene Pitney. Sommige mensen konden in die tijd weg zwijmelen met zijn muziek, wat Jana en Hans Knot nog soms weer doen bij het draaien van zijn muziek. Dus voor mij persoonlijk heeft 13 februari 1966 een duidelijke herinnering. De GPD kranten schreven: ‘De Amerikaanse popzanger Gene Pitney komt een bezoek aan Nederland brengen. Pitney, die op het San Remo-festival 1966 een bijzonder groot succes heeft geboekt, is op het ogenblik bezig door Engeland een tournee te maken. Begin maart zal hij naar Nederland komen om er enkele televisieopnamen te maken.’ 13 februari 1967 werd bekend dat de Stichting RTN, dat stond voor Radio en Televisie Nederland en onder meer uitgever was van Televzier, dat jaar nog op zou gaan in de AVRO. Wel bleef vanaf dat moment de AVRO-Bode in de toenmalige vorm bestaan en zou, op een nader te benoemen datum, de AVRO ook de uitgever worden van de Televizier, waarin de AVRO-Bode integraal werd opgenomen. Op die manier kon de Televizier de volledige programma’s van radio en televisie publiceren en kreeg de AVRO, door overname van de Televizier, ontelbare leden erbij. Van de meer dan 260.000 leden hadden, in de week na het bekend worden van de fusieplannen, slechts 27 leden zich kritisch uitgelaten over het samengaan met de AVRO. 13 februari 1968 was het item ‘radio’ ook terug te vinden en wel met een kort berichtje over het land waar een woeste oorlog en enorme hongersnood heerste en welke ontwikkelingen ik destijds als 19-jarige intens volgde: ‘Radio Biafra, dat beweert nog steeds uit te zenden uit de gevallen hoofdstad Enoegoe, heeft gisteren omgeroepen dat Biafraanse troepen de universiteitsstad Nsoekka, 65 km ten noorden van Enoegoe, hebben heroverd. Nsoekka werd door de federale troepen bezet en wel ongeveer 10 dagen nadat de burgeroorlog op 6 juli was uitgebroken.’ 13 februari 1969: Tussen de omroeporganisaties was destijds al geruime tijd overleg gaande over een andere opzet van de radiostation Hilversum III. De plannen hiervoor werden door een commissie verdeeld over twee fasen. De eerste fase, namelijk die van het verstrooiend karakter met zo weinig mogelijk gesproken woord, was eerst gestart. De VPRO deelde via een persbericht op 13 februari mede, dat ze zich steeds op het standpunt heeft gesteld dat slechts een vrij rigoureuze herstructurering van het derde net zin zou hebben. De GPD meldde vervolgens dat de VPRO daarom aan haar bereidheid tot medewerking aan de eerste fase de voorwaarde verbonden had van een voldoende zich te kunnen richten op de tweede fase, die onder meer het doorlopen van het lichte programma tot in elk geval middernacht zou moeten behelzen. ‘Het zicht op die tweede fase wordt, volgens de VPRO, enigszins verduisterd door een onderhoud dat op 16 januari plaats had tussen de minister van CRM en het dagelijks bestuur van de NRU en raad van beheer van de NTS. Tijdens dit onderhoud is de mogelijkheid ter sprake gekomen van wat wordt genoemd een gematigd derde programma in de avonduren op het derde net.’ Deze ontwikkeling was destijds voor de VPRO aanleiding een afwachtende houding aan te nemen, hetgeen betekende dat de VPRO-programma's op het derde net ook destijds voorlopig niet werden aangepast of vervangen. Op 13 februari 1970 was in de kranten het bericht te vinden dat Radio Nordsee International, de Zwitserse zeezender, ook op de 186 meter was te ontvangen. Het zenschip MEBO II lag sinds eind januari dat jaar vijf mijl ten westen van de kust bij Noordwijk ten anker. ‘De proefuitzending - in de ochtend - duurde maar enkele minuten en werd daarna afgebroken met de mededeling, dat men aan boord van het zendschip nadere technische voorzieningen wilde treffen om de reikwijdte van het signaal te vergroten. Het is de bedoeling, dat deze 105 Kilo watt zender bijna overal in Europa te horen is.’ En wat hebben we vervolgens met veel plezier naar de verschillende uitzendingen geluisterd, die uiteindelijk op 31 augustus 1974 ten einde kwamen. In 1971 heb ik op 13 februari een knipsel bewaard inzake Lex Harding onder de noemer ‘Blinddoek tekst’. ‘Zijn werkelijke naam is Lodewijk den Hengst, 25 jaar oud. Hij is één van Radio Veronica's top-DJ's. Hij werd dit jaar nummer één in de populariteitspoll van Muziek Expres, Nederlands grootste muziekblad. Lex Harding studeerde eens economie te Rotterdam, werkte bij Radio Dolfijn en Radio 227 en werd vervolgens nieuwslezer bij Radio Veronica. Hij werkt er nu zo'n drieënhalf jaar. Zijn populairste programma is de Top 40 op zaterdagmiddag. Hij woont in Gouda, waar hij een platenzaak drijft.’ 13 februari 1972 viel op een zondag, en dat in de tijd dat er in Nederland geen zondagkranten waren laat staan dat we onze informatie online konden verkrijgen. Gelukkig was de volgende dag een bericht terug te vinden van de politie in Los Angeles. Men kreeg tientallen telefoontjes van mensen die zeiden gehoord te hebben dat Canada en een stuk van het westen van de VS in zee waren gezonken. De GPD: ‘De oorzaak zou een grote aardschok zijn geweest die zou zijn ontstaan na de destijds gehouden kernproef op het in de Stille Oceaan gelegen Amerikaanse eiland Amchatka. De meeste opbellers zeiden: “De aardschok heeft niet alleen Alaska verwoest, maar ook de westkust van de Verenigde Staten en de stad Tokio. Men noemde het radiostation, dat het nieuws had verspreid, (KPPC-FM) erbij. “Asjemenou", was het commentaar van de politieagent die al dit nieuws kreeg te verwerken, “daar moeten we snel wat aan doen". Hij belde het station KPPC-FM op en hoorde dat men daar een uitzending had verzorgd over de gevolgen die de proefneming op Amchatka gehad zou kunnen hebben. In het begin van de uitzending was al gezegd dat alle mededelingen over de ramp op fantasie berustten.’ De mededeling werd aan het eind van het item nog eens herhaald. Maar velen hadden blijkbaar niet goed geluisterd of hadden later pas ingeschakeld en het einde van de uitzending niet afgewacht. 13 februari 1973 kwam het nieuws naar buiten dat de RONO, de regionale omroep voor Noord en Oost er 10 zenduren bij zou krijgen, boven de 2 uren die men per dag had. Mensen, die het bericht niet geheel of goed lazen, dachten dat die uitbreiding geweldig was te noemen. De 10 extra uren waren echter bestemd verdeeld over een geheel jaar. Dat betekende dus gemiddeld 12 minuten per week extra. De toenmalige minister voor CRM, Engels, had die uitbreiding toegewezen in overleg met de Omroepraad en de NOS en waren bestemd om schoolradioprogramma’s in het Fries te gaan produceren. Tenslotte 13 februari 1974. Afsluitend een bericht over een ludieke actie die vanuit Hoogezand werd opgezet richting radio-en televisiepresentator Hans van Willigenburg. Het bleek dat hij het had verbruid bij de aanhang van het orkest Ellen en de Moodmakers uit Hoogezand. Het bleek dat tijdens een programma ‘Van Twaalf tot Twee’ bij de KRO met opzet een andere plaat had gedraaid dan door ettelijke fans van de groep was aangevraagd. Onmiddellijk na de uitzending kreeg Van Willigenburg een kaartje van de heer F. H. Luuterop uit Havelte, die opperde:’ Uit het oog’ (het Noorden), ‘Uit het hart’ (Moodmakers). Het erelidmaatschap voor het leven, zoals toegewezen door de fanclub, diende Hans dus te bekeren. De vraag is of dit uiteindelijk is gelukt. Volgend jaar is het weer World Radio Day op 13 februari en zal ik, ijs en weder dienende, nog een aantal jaren belichten. Hans Knot, 13 februari 2026
  11. De Ross Revenge, het zenschip van Radio Caroline, staat aan de vooravond van een grote onderhoudsoperatie. Het schip heeft dringend een droogdok beurt nodig. De fondsenwervingsactie voor dit project heeft inmiddels een tussenstand van 430.000 Britse pond bereikt. Een aanzienlijk deel van de opbrengst van het recente fundraisingweekend, de helft van het totaal, is overgemaakt naar het officiële Dry Dock Appeal. De komende week staan belangrijke overleggen gepland op de scheepswerf SMS Lowestoft. Maritiem adviseur Stuart Belbin en voormalig kapitein Peter Smith zullen met de werf in gesprek gaan over de concrete planning, logistiek en kosten van de droogdokoperatie. Deze gegevens zijn essentieel voor de lopende subsidieaanvraag bij de British Lottery, waarvoor een gedetailleerde begroting nodig zijn. Bij de werkzaamheden krijgt het roer en de buitenzijde van de romp prioriteit. Daarnaast worden andere kritieke onderdelen van het schip geïnspecteerd en vergeleken met eerdere bevindingen uit vorige onderhoudsbeurten. Het doel is een volledig overzicht te verkrijgen van alle noodzakelijke reparaties en vervangingen, zodat het schip veilig en operationeel kan blijven. Donaties blijven van groot belang en kunnen worden gedaan via de website van de Ross Revenge. Afbeelding: Ross Revenge in Blackwater River in september 2023 (foto Vincent Schriel)
  12. Aan de westkust van het Deense eiland Seeland, bij de stad Kalundborg, bevindt zich een van de belangrijkste en meest iconische zendlocaties van Denemarken. Al bijna een eeuw lang speelt de Kalundborg-zender een cruciale rol in de verspreiding van radiosignalen in Denemarken en ver daarbuiten. Van de vroege jaren van middengolfuitzendingen tot de recente overschakeling naar digitale radio en moderne communicatie, deze locatie heeft talloze technologische veranderingen doorstaan en blijft een belangrijk knooppunt in de Deense omroepgeschiedenis. De oprichting en vroege jaren van de zender De Kalundborg-zendlocatie werd in 1927 opgericht als onderdeel van de uitbreiding van de nationale radio-uitzendingen in Denemarken. In die tijd was radio een van de meest innovatieve en invloedrijke communicatiemiddelen, en Denemarken wilde een krachtig netwerk opbouwen om het hele land van uitzendingen te voorzien. Kalundborg werd strategisch gekozen als locatie vanwege de geografische voordelen. De stad ligt aan de westkust van Seeland, waardoor het radiosignaal gemakkelijk over grote delen van Denemarken en de omliggende landen kon worden verspreid. De zendmast werd gebouwd op een open terrein nabij de kust, waardoor de radiosignalen optimaal konden worden uitgezonden zonder verstoring door stedelijke bebouwing. De groei en technologische ontwikkelingen In de beginjaren werd Kalundborg gebruikt voor middengolfuitzendingen (AM), die een groot bereik hadden en eenvoudig te ontvangen waren op de vroege radioapparaten. Gedurende de 20e eeuw werd de zender verschillende keren gemoderniseerd en uitgebreid om de dekking en signaalkwaliteit te verbeteren. Een van de belangrijkste uitbreidingen vond plaats in 1951, toen een nieuwe middenfrequentie-zender in gebruik werd genomen. Dit verhoogde het zendvermogen aanzienlijk, waardoor de uitzendingen verder reikten dan Denemarken en ook delen van Zweden, Noorwegen, Duitsland en zelfs Nederland konden bereiken, vooral ’s nachts wanneer de radiogolven verder reizen door de atmosfeer. Daarnaast kreeg Kalundborg een langegolfzender die werd gebruikt om nog grotere afstanden te overbruggen. Op 243 kHz kon deze zender Denemarken en de omliggende landen voorzien van duidelijke en storingsvrije radio-uitzendingen. Gebruikers van de Kalundborg-zender De belangrijkste gebruiker van de Kalundborg-zender was de Deense publieke omroep (DR – Danmarks Radio), die vanaf de oprichting tot op de dag van vandaag verantwoordelijk is voor nationale radio-uitzendingen. DR P1: Dit is het oudste radiokanaal van Denemarken en richt zich op nieuws, actualiteiten, cultuur en debat. Het was jarenlang een van de voornaamste programma’s die via Kalundborg werden uitgezonden. DR P3: Dit station, dat zich meer richt op muziek en entertainment, maakte in sommige periodes gebruik van de zender. Nieuws- en nooduitzendingen: De Kalundborg-zender speelde ook een belangrijke rol bij noodcommunicatie, vooral tijdens de Koude Oorlog en latere crisissituaties, waarbij het diende als een betrouwbare bron voor overheidsmededelingen. Naast DR waren er in de loop der tijd ook andere organisaties die gebruik maakten van de krachtige zender, waaronder internationale radio-uitzendingen die via Kalundborg een groter publiek in Scandinavië en Noord-Europa bereikten. Het bereik van de Kalundborg-zender De zender op 243 kHz had een vermogen van 250 kW, waarmee het heel Denemarken en grote delen van Zuid-Zweden, Noord-Duitsland en delen van Polen kon bereiken. Bij gunstige weersomstandigheden en tijdens de nacht kon het signaal zelfs in delen van Noorwegen, Finland en de Baltische staten worden opgevangen. In de tijd dat middengolf en langegolf nog veel werden gebruikt, was Kalundborg een van de meest invloedrijke zendstations van Scandinavië. Dit was vooral belangrijk voor Denen die in het buitenland woonden of werkten, omdat zij via deze zender gemakkelijk op de hoogte konden blijven van nieuws en ontwikkelingen in hun thuisland. De veranderingen in de radio-industrie In de late 20e en vroege 21e eeuw veranderde het radiolandschap drastisch. De opkomst van FM-radio, digitale uitzendingen (DAB) en internetradio zorgde ervoor dat de vraag naar langegolf en middengolf sterk afnam. Dit leidde tot een afbouw van traditionele AM-uitzendingen in veel Europese landen. In 2007 werd de middengolfzender van Kalundborg uitgeschakeld, waardoor een tijdperk van bijna 80 jaar aan AM-uitzendingen werd afgesloten. De langegolfzender op 243 kHz bleef echter actief tot 31 december 2019, toen ook deze frequentie definitief werd uitgeschakeld. Dit betekende dat Kalundborg niet langer functioneerde als een traditionele radiozender, maar nog wel operationeel bleef voor andere toepassingen. De huidige functie van de zendlocatie Hoewel de traditionele radio-uitzendingen vanuit Kalundborg zijn gestopt, wordt de infrastructuur nog steeds gebruikt voor verschillende communicatietoepassingen. De zendlocatie wordt tegenwoordig ingezet voor maritieme communicatie, wetenschappelijke projecten en nooduitzendingen. Daarnaast wordt de plek beschouwd als een belangrijk erfgoed van de Deense omroepgeschiedenis. De zendmast en de bijbehorende gebouwen blijven behouden als een herinnering aan de tijd waarin radio de primaire bron van informatie en entertainment was voor miljoenen luisteraars. Afbeelding: De Kalundborg-zender (foto's Wiki Commons)
  13. Teleac, een soort van afkoring voor Televisie Academie, werd in 1963 opgericht om educatieve programma’s tot het kijkerspubliek te brengen. Tussen 1966 en 1970 werd er door de Stichting Teleac een kleine serie programma’s gewijd waarin voorlichting aan toekomstige studenten bij de Nederlandse universiteiten en hogescholen telkens centraal stond. Deze series, die tot stand kwamen op verzoek van de Landelijke Commissie voor Academische Studie Voorlichting, werden in 1971 voor het laatst verzorgd omdat men vanuit het Stichtingsbestuur van mening was dat haar doelstellingen het niet zouden toestaan dat blijvend tijd voor een speciale categorie zou worden gereserveerd. Maar dit werd niet breed ondersteund want zowel de ACRO als de Raad van Voorlichtingsambtenaren waren namelijk van menig dat de academische studievoorlichting ononderbroken diende te worden voortgezet en wel op een andere manier. Hiertoe kwam het dat de Stichting Academische Radio Omroep, de ACRO, de toenmalige minister van Onderwijs en Wetenschappen, dhr. Veringa, verzocht stappen te ondernemen om aan de ACRO speciale radio- en televisiezendtijd ter beschikking te stellen voor academische studievoorlichting. De Raad van Voorlichtingsambtenaren bij het wetenschappelijk onderwijs stelde zich achter dit verzoek van de ACRO op een zo doeltreffend mogelijke wijze. De ACRO, die vanaf haar oprichting in 1965 studievoorlichting als een van haar belangrijkste taken beschouwde, wenste vervolgens in samenwerking met de raad van voorlichtingsambtenaren, de landelijke commissie voor de academische studievoorlichting en de vertegenwoordigers van de schooldecanen, te komen tot een aanpak van de studievoorlichting die systematischer en regelmatiger diende te zijn dan tot 1971 het geval was. In eerste instantie dacht men daartoe te komen door de realisering van een soort basis-serie, die elk jaar (eventueel in aangepaste vorm) via radio en/of televisie uitgezonden kon worden. Daarnaast wenste de ACRO over te gaan tot de productie van aanvullende programma's, die ofwel eveneens via het open net uitgezonden konden worden, ofwel lokaal en regionaal op studievoorlichtingsbijeenkomsten zouden worden gebruikt. Aangekomen in maart 2026 en zoekende naar meer informatie op wat eens een prachtig initiatief leek kom je terecht bij: https://nl.wikipedia.org/wiki/RVU Er waren ook technische ontwikkelingen in 1971 die het vermelden waard zijn. Zo had de Technische Dienst Radio van de NOS de eerste van een nieuwe serie reportagewagens in gebruik genomen, die geschikt waren voor stereofonische reportages en andere uitzendingen in stereo. De wagen bevatte een regeltafel met twaalf microfooningangen, drie magneetofoons voor registratie- en montagedoeleinden, een televisiecircuit voor visueel contact met de plaats van de reportage en een verwarmings- en klimaat-installatie. De uitrusting van de wagen werd ook niet veel later aangevuld met een zend- en ontvanginstallatie, die een draadloze verbinding van de reporter met de wagen en omgekeerd mogelijk maakte. Daartoe was een uitschuifbare, hydraulisch werkende antennemast ingebouwd. De toen nieuwe wagen- het standaardtype Mercedes-bestelwagen — was als stereoreportagewagen ingericht door de Technische Dienst Radio van de NOS. In de eerste helft van 1971 kwamen nog drie van deze wagens in bedrijf. Begin 1970 werd door de NOS de eerste stereo productiewagen, eveneens een standaardtype Mercedesbestelwagen, in gebruik genomen. Deze wagen, die 32 microfooningangen had, was speciaal bestemd voor het opnemen van grote sterproducties, zoals concerten en dergelijke De wagen bezat evenwel geen zend- en ontvangapparatuur, zoals de later in bedrijf gestelde stereoreportagewagen kreeg. Voor montagedoeleinden was de stereo productiewagen evenmin geschikt. In 1970 werd bovendien een zogenoemde evenementenwagen ingericht. Een en ander had tot gevolg dat in de loop van de eerste helft van 1971 de acht lijnwagens (voor mono-uitzendingen), waarvan de radio-omroep sinds 1964 gebruik maakte, allen werden vervangen. En dan was er begin januari 1971 nog een hardnekkige binnenbrand die grote schade aanrichtte aan de studio van de VPRO, gevestigd aan de ’s Gravelandseweg in Hilversum. De eigenlijke studioruimte en het archief van VPRO-Vrijdag werden vrijwel geheel vernield, terwijl verscheidene kantoren aanzienlijke rook- en waterschade opliepen. De kostbare apparatuur in de controlekamer heeft men kunnen redden. Vele tientallen geluidsbanden en platen konden eveneens nog tijdig in veiligheid worden gebracht. In de kranten van de Gemeenschappelijke Pers Dienst was verder te lezen: ‘Aan de omstandigheid dat bij het uitbreken van de brand zich in het gebouw nog twee reporters en een technicus bevonden, is het te danken, dat de villa niet geheel is afgebrand. In de studio werd juist de laatste hand gelegd aan de montage van het radioprogramma VPRO-Vrijdag toen men om kwart voor één een harde klap hoorde. In de studioruimte bleek de kap van een tl-verlichting naar beneden te zijn gekomen. Hoewel onmiddellijk een brandblusapparaat op de vlammen rondom de TL-buis werd leeggespoten, kon niet worden verhinderd, dat het vuur zich tussen het plafond en de vloer van de eerste etage via verschillende lagen geluiddempend materiaal snel uitbreidde. Ondanks de brand werd het programma VPRO-Vrijdag die middag van 4 uur af normaal uitgezonden, zij het wel vanuit een andere studio.’ In 1971 vond trouwens een opmerkelijk incident plaats waarbij een voor die tijd moderne stereo-reportagebus van de NOS door een brand verloren ging. De bus stond op 12 maart 1971 geparkeerd bij een van de VPRO villa’s voor het opnemen van het programma ‘VPRO-Vrijdag’. De brand werd veroorzaakt door een kortsluiting in de complexe elektronische apparatuur aanwezig in de reportage bus. Deze bus brandde volledig uit. Dit was een aanzienlijke technische en financiële klap voor de NOS, aangezien het een van de eerste bussen was die volledig was ingericht voor de toen hoogwaardige FTO (Frequentieregeling/Stereo) techniek. Het is mij niet bekend of het om de eerder in deze column beschreven bus ging. Hans Knot, 28 maart 2026
  14. Heen en weer in het jaar, in dit geval 1965, gaan altijd de verhalen in deze serie. Zo kom ik nu terecht bij een vermelding die betrekking heeft op Hemelvaartsdag van dat jaar, dat op 27 mei viel. In Blokker werd, in samenwerking met Muziek Parade, het Blokker Festival georganiseerd, waarvoor de toen befaamde organisator Ben Essing verantwoordelijk was. Al vanaf 1956 had hij de nodige artiesten naar het kleine dorp in Noord Holland gehaald en voor Hemelvaartsdag stond Louis Amstrong geprogrammeerd, die ook al in 1959 de nodige publiciteit had opgeëist. Maar enkele weken eerder in 1965 waren er ook al de nodige activiteiten georganiseerd door Essing. Laten we eens kijken wat Peter Smit in 1975 hierover meldde:’ Zo begon het voorlaatste Blokker Festival in 1965 op Tweede Paasdag, 19 april met een spektakel onder de naam ‘Beat, beat in Blokker’. Het speelde zich af in het kader van de AVRO jeugddag en in samenwerking met de AVRO radio en televisie. De langharige Pretty Things uit Engeland brachten de met drieduizend tieners bezette veilinghal tot een woest enthousiasme, na een voorprogramma met ondermeer Edwin Rutten, de Noord-Hollandse groep The Marks en de Duitse Geschwister Jacob. Een echte bende werd het niet. Ben Essing hield de gemoederen weer in bedwang, maar het lawaai was haast niet te harden. Jongelui dansten boven op van fruitkisten gebouwde torens, krijsten en gilden voor de televisiecamera’s en klommen tot in de nokken van de veilinghal. Maar hoe de jeugd ook genoot, het geboden programma werd er niet beter door. In vele opzichten had het tweede bezoek op Hemelvaartsdag 27 mei 1965 van Louis Armstrong aan Blokker een revanche voor het lawaaiige beatgebeuren moeten worden. Dit lukte slechts gedeeltelijk. Een bijna onopvallende intocht viel de grote jazzmeester te beurt; schril, vergeleken bij een dorp - en niet het dorp alleen - dat zes jaar eerder bijna op zijn kop stond toen diezelfde man zijn intocht maakte. En er waren maar drieduizend mensen, die zich in de halflege veilinghal - verdeelt over twee concerten - de handen warm klapten voor de duidelijke ouder geworden Louis Amstrong. Uiteraard was de geestdrift van het publiek groot, niet alleen voor de beroemde trompettist, maar ook voor zangeres Jo Brown, die voor een hoogtepunt in zijn concert zorgde. Ondanks de voetbal cupwedstrijd tussen Inter Milaan-Benfica op de televisie, waren er ’s avonds toch meer mensen dan ’s middags. De voetbalwedstrijd mocht dus niet het excuus zijn voor de tanende belangstelling. De enige verklaring lag in de verandering van de tijd, in de snel opkomende tienermuziek. Het tijdperk van Louis Amstrong bleek te zijn afgesloten. De festivalorganisatie zag dit einde gerealiseerd in koele cijfers: een nadelig saldo van twintigduizend gulden. Dit verlies werd tenslotte nog voor een deel goedgemaakt op de allerlaatste festivalavond. Een Beierse avond op 29 mei 1965, die uitstekend werd bezocht en waar de Oberbayerische Trachtenkapelle ‘Feldwies’ de stemming voortreffelijk op peil wist te houden. En daarmee kwam een einde van een serie van tien Blokker Festivals. Ben Essing, de organisator, ging door en zou nog vaak van zich laten horen. Maar de veiling ‘Op Hoop van Zegen’ zonk weer terug in toch wel wat rustgevender, hoewel dat ook maar betrekkelijk in wereld van de handel in Westfriese groenten en fruit.’ De voornoemde concerten van Louis Amstrong werden respectievelijk om drie uur in de middag en acht uur in de avond gegeven, en duurden anderhalf uur. Amstrong werd begeleid door zijn All Stars, destijds bestaande uit Quentin Jenckson op trombone, Eddie Shu op tenor sax en klarinet, Billy Kyle op piano, Danny Barcelona op drums en Arvell Shaw op bass. In de avondprogrammering was er tevens een groot bal aan vast gelast waar The Dixieland Disiples en het Trio Gert Timmerman optraden. Dezelfde avond kreeg de inmiddels al jaren verguisde Gert een Gouden Plaat voor zijn hit ‘Schommelstoel’. In de middag kosten de kaarten voor het concert destijds f 7,50 terwijl ’s avonds een tientje moest worden betaald aan de kassa van Stichting Festival Blokker. Geen dag kun je eromheen, al decennia lang, als de verkeersinformatie ons, gewild of ongewild, via de radio wordt verkondigd. Bij de ‘Van Brienenoordbrug’ een file van 4 kilometer. We zijn er al lang aan gewend, maar toch valt het telkens weer op als bij herhaling bepaalde knooppunten weer terugkeren in voornoemde berichtgeving. Zoals eerder vermeld was het gebruik van Nederlandse wegen nog veel beperkter dan heden. Dezelfde Van Brienenoordbrug werd trouwens op 1 februari 1965 in gebruik genomen met een officiële plichtpleging door onze toenmalige koningin Juliana. Een verbinding die gemaakt was tussen de noord en zuidoever in Rotterdam Oost en de staat een slordige 100 miljoen gulden had gekost om aan te leggen. Nog lang niet alle verbindingswegen waren dat jaar klaar waardoor vaak de brug gesloten was en inderdaad lange files konden ontstaan. Ook zou dat jaar, in december en andermaal door de Koningin, de Oosterscheldebrug in gebruik worden genomen. In de categorie ‘Absolute wereldleiders’ was er in 1965 het verlies te melden van Winston, Leonard Spencer Churchill, die op 24 januari 1965 kwam te overlijden. Hij was op 30 november 1874 geboren in Blenheim Palace als derde zoon van Lord Churchill. De man niet alleen wereldberoemd om het door hem ingevoerde ‘V teken’ maar een briljant regeringsleider was tevens historicus en letterkundige. In de Tweede Wereldoorlog, die hij als minister voor Marinezaken begon, was hij van doorslaggevende waarde. Hij had veruit veel meer kennis van politieke zaken dan bijvoorbeeld andere wereldleiders als Stalin en Roosevelt en is hij alom geroemd voor zijn inzet tot bereik van de wereldvrede. Maar na mei 1945 zou het niet zo lang duren alvorens – in 1946 – het Churchill was die zeer vroegtijdig de wereld waarschuwde voor het opkomende communisme in de toenmalige Sovjet Unie. Hij raadde de Britse regering aan – hijzelf was na een verkiezingsnederlaag van de Conservatieve Partij de oppositie in gegaan – nadere samenwerking te zoeken met bondgenoten. Hij zou in 1951 andermaal aan de macht komen als eerste premier en die zetel tot en met 1955 behouden. In het najaar van 1963 werd hij geëerd met de Nobelprijs voor de Letterkunde mede vanwege zijn zesdelige serie ‘The Second World War’ en de in het Nederlands vertaalde ‘De geschiedenis van de Engelssprekende volkeren’. Op 30 januari 1965 werd Sir Churchill met een staatsbegrafenis ten grave gedragen, een plechtigheid die door liefst 350 miljoen kijkers over de gehele wereld op de televisie werd bekeken. Opmerkelijk feit was dat de klokken van The Big Benn bij The House of Lords en The House of Parliament, die dag na het vertrek van de rouwstoet uit Westminsterhall, de gehele dag niet meer werden geluid. Onvergetelijke herinnering voor mezelf was een prachtige documentaire die door Radio Caroline over het leven van Churchill, direct na zijn overlijden, werd uitgezonden. Jarenlang heb ik die opname gekoesterd en pas recentelijk aan anderen doorgestuurd. Afsluitend voor deze aflevering heb ik maar een duik genomen in ‘Wereldkroniek’ en wel de aflevering van 17 april 1965 waarin Skip Voogd, toch niet zo maar een naam, zich waagde de nieuwe toenmalige LP van de Rolling Stones te moeten bekritiseren. ‘We draaien dit keer uitsluitend op lichte toeren en beperken ons naar hitparade paardjes. The Rolling Stones ‘nog helemaal in’ bij de beatfans, zongen en speelden een 30cm langspeler vol. Het was echt niet nodig geweest, want na twee of drie nummers weet iedereen gedetailleerd waar hij aan toe is en kunnen de Stones onmogelijk langer boeien. ’t Is dat ‘Time is on my side’ op deze LP is te vinden, maar voor het overige ‘What a shame’ om maar met één van de titels op deze DECCA LP te spreken.’ Wel is dezelfde Skip Voogd in voor een, zoals hij dat zelf omschrijft ‘Folklore LP’, destijds gevuld door Pete Seeger. Hij had een ‘In Concert’ LP opgenomen waarbij deze LP een aantal songs herbergde dat het volgens hem het best voldeed met een Publiek Decor, ofwel ‘live opgenomen’. De songs bleven hem, na één keer beluisteren, meteen in het geheugen hangen. Skip schreef: ‘Het zal iedereen onherroepelijk meeslepen en de songs op de LP zijn meer dan alleen aandacht waard.’ Maar hij besefte ook dat er meer zangers vanuit Amerika de wereld op hun manier aan het veroveren waren. En wel ondermeer een zanger die decennia later nog steeds op zijn manier scoorden. Skip andermaal: ‘Hij heeft geducht te maken met de concurrentie van ene Bob Dylan te maken, die de laatste weken namelijk geducht naar voren is gekomen. En deze – er vaak als middeleeuwse roofridder uitziende –jongeman lijkt nog mét meer pep, met nog méér flair te zingen als Pete Seeger. Dylan is bovendien primitiever en staat dus dichter bij de luisteraar van zijn repertoire.’ Hans Knot, 14 februari 2026
  15. Rob Jetten (D66) is door luisteraars van JOE en een vakjury uitgeroepen tot ‘De Betrouwbaarste Stem’ van de Tweede Kamerverkiezing. In de middagshow van Kai Merckx draaide het deze week niet om partijprogramma’s of politieke standpunten, maar om hoe overtuigend en betrouwbaar de lijsttrekkers klinken. De verkiezing combineerde een publieksstem met een beoordeling door een deskundige jury. Jetten kwam uiteindelijk als winnaar uit de bus, met Joost Eerdmans (JA21) op de tweede plaats en Jimmy Dijk (SP) als derde. De D66-leider kreeg de prijs persoonlijk overhandigd door JOE-dj Kai Merckx, die hem in de Tweede Kamer verraste met de titel. Voor de beoordeling werkte Merckx samen met de Vlaamse stemcoach prof. dr. Bernadette Timmermans. Zij benadrukte dat de perceptie van betrouwbaarheid grotendeels samenhangt met de klank van de stem. Factoren als luidheid, toonhoogte, tempo en resonantie bepalen in hoeverre een stem rust en controle uitstraalt. Volgens haar komt een lage, warme stem met een rustig spreektempo doorgaans het meest overtuigend over. Timmermans wees erop dat Nederlandse politici over het algemeen een meer opgewonden en defensieve toon hanteren dan hun Belgische collega’s. Ook merkte zij op dat vrouwen historisch gezien door hun hogere stem in het nadeel waren, al is dat verschil de laatste jaren kleiner geworden. Hoewel Jetten bij het luisteraarsonderzoek nipt op de tweede plaats eindigde, gaf de vakjury uiteindelijk de doorslag. Zij prees zijn stemgeluid als warm en beheerst, wat volgens hen bijdraagt aan een overtuigende uitstraling. Internationale radio-experts, die eveneens deelnamen aan de beoordeling, ondersteunden unaniem deze keuze. De verkiezing ‘De Betrouwbaarste Stem’ kwam voort uit het dalende vertrouwen in de politiek. Onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) laat zien dat 43% van de Nederlanders vindt dat de overheid onvoldoende luistert naar burgers, terwijl bijna 60% vindt dat politici te weinig opkomen voor mensen zoals zij. Met het project wilde JOE laten zien dat niet alleen inhoud, maar ook stemgebruik van invloed is op hoe betrouwbaar politici worden ervaren. Luisteraars konden via JOE.nl en de JOE-app hun stem uitbrengen. In het digitale stemlokaal werden enkel de stemmen van de lijsttrekkers afgespeeld, zonder vermelding van naam, partij of politieke achtergrond.
  16. We gaan deze keer terug naar de beginjaren van Radio Veronica. Op 10 januari 1963 werd uiteindelijk bekend gemaakt dat er, bijna drie jaar na zijn arrestatie, er daadwerkelijk een rechtszaak zou komen tegen de voormalige technische directeur van de VRON, de heer Oswald uit Amsterdam. De datum van de zitting werd vastgesteld op 6 februari met een zitting te houden in het arrondissement Amsterdam. Niet alleen Oswald diende te verschijnen, maar ook de voormalige hoofdtechnicus Arie Derksen uit Groningen en wel wegens het illegaal in zijn bezit hebben van zendmaterialen en dus strafbaar was onder artikel 20 van de telegraaf- en telefoonwet uit 1904. Beide zaken waren eerder gepland voor een zitting op 8 december 1961, maar de rechtbank verwees ze toen terug naar de ‘instructie’. Reden hiervan was dat de rechtbank meer bijzonderheden wenste te verkrijgen van deskundigen over de in beslag genomen apparatuur en mogelijkheden tot gebruik. ‘Het Algemeen Handelsblad’ meldde op 11 januari 1962: ‘Van een veroordeling van deze twee personen zal het afhangen of 23 andere personen, onder wie de tegenwoordige directie van Radio Veronica en andere aandeelhouders, die medeplichtig zouden zijn door het verschaffen van middelen en gelegenheid voor de bouw van de zender, ook vervolg zullen worden, zo werd door de Officier van Justitie medegedeeld.’ Toen eenmaal de rechtszaak was gehouden wist de verslaggever, die de zitting had bijgewoond, dezelfde avond in ‘het Algemeen Handelsblad’ te melden dat er slechts voorwaardelijke gevangenisstraffen en boetes waren geëist. In totaal zes maanden voorwaardelijk werd het voor Oswald en f 150,00 boete, terwijl tegen Derksen een straf van drie maanden voorwaardelijk met een boete van f 250,00 was geëist door mr. R.L. Heukels. Oswald was trouwens niet aanwezig tijdens de zitting omdat hij ziek was. Beide verdachten werden tijdens de zitting verdedigd door advocaat J.G. Petersen uit Amsterdam. Tijdens de zitting gaf Derksen toe dat het om onderdelen van een te bouwen zender was gegaan, de zogenaamde stuurtrappen, die op zichzelf slechts een geringe zendcapaciteit zouden hebben gehad en dus niet als zender konden worden beschouwd. Hij gaf tevens toen dat hij de onderdelen had gebouwd in opdracht van de mensen achter de VRON, waarvoor hij destijds had gewerkt. Hij had er echter niets tegen gezien omdat hij wel vaker zenders voor amateurs bouwde en derhalve zich zelf niet bewust was dat hij daarmee in overtreding was. Hij stelde ook te denken dat een vergunning, die hij had op een ander adres, om te kunnen experimenteren en proeven te nemen met zendapparatuur, ook op de activiteiten van toepassing waren, die door de rechtbank werden besproken. Uiteraard was er ook een getuige opgeroepen die tijdens de inbeslagname van de apparatuur aanwezig was geweest. Het ging daarbij om dhr. D. Neuteboom van de Bijzondere Radio Dienst uit Den Haag, die onder meer stelde dat de besproken inrichting voor gelicenceerde zendamateurs hoogst ongebruikelijk was en bovendien niet voor die doeleinden geschikt was. Hij stelde tevens dat hij, begeleid door ambtenaren van politie, eerst in de winkel en daarna in de werkplaats van de verdachte apparatuur in beslag had genomen. Bij nader onderzoek was gebleken dat het om onderdelen van een te bouwen zender aan boord van de Borkum Riff, gelegen in de haven van Emden, ging. Een rechtbankverslaggever van het Algemeen Handelsblad van 6 maart 1963 omschreef het bewijs van de Officier van Justitie als volgt: ‘Hij achtte de zaak duidelijk flagrant in overtreding met de Telegraaf- en Telefoonwet van 1904 – aangepast in 1938 en het radioreglement van 1930, artikel 2, dat het ter beschikking stellen aan onbevoegden van radiozendapparatuur verbiedt.’ De Officier van Justitie stelde dat hij geen onvoorwaardelijke straffen wilde eisen, daar het delict al een aantal jaren daarvoor had plaatsgevonden. Wel gaf hij aan bij een eventueel volgende overtreding harder op te treden en niet te volstaan met voorwaardelijke straffen. Ook kwam de advocaat van de verdachten, mr. Petersen, aan het woord en in zijn pleidooi gaf hij ook aan dat het om onderdelen van zendapparatuur was gegaan, maar bestreed dat het om een complete zender ging en dat tot op dat moment er nimmer een strobreed tegen iemand in de weg was gelegd aan het bouwen en aanwezig hebben van onderdelen van zendapparatuur; dat alleen pas bij gebruik van dergelijke zendapparatuur overtreding was vastgesteld. Mr. Petersen noemde vervolgens een aardig rijtje namen van dumpzaken in Nederland waar, zonder justitiële inmenging, geregeld zenderonderdelen en apparatuur werden verhandeld. Petersen noemde de vervolging dan ook pure willekeur die slechts tot doel had Radio Veronica te treffen, welk station op dat moment nog steeds volkomen legaal in internationale wateren uitzond, maar waartegen men op allerlei wijzen actie meende te moeten voeren. Mr. Petersen stelde tevens als voorbeeld dat de Dienst der Domeinen van de Nederlandse Staat de afgedankte zendapparatuur van de Marine vaak, via openbare inschrijving, zelf aan deze dumphandelaren verkocht. Bovendien vertelde hij dat de bij verdachte Oswald in beslag genomen walkietalkies bij een van deze dumphandelaren was gekocht en hij vroeg daarom om vrijspraak. De rechter stelde dat de uitspraak enige weken later, op 19 februari 1963, zou gaan plaats vinden. In de ochtend van dinsdag 19 februari vond de uitspraak plaats waarover diverse kranten de volgende dag berichtten, zoals ‘de Volkskrant’. ‘De Amsterdamse rechtbank veroordeelde de 39-jarige vroegere technische directeur van de toenmalige VRON, waaruit Radio Veronica is ontstaan, H.O. uit Amsterdam tot een boete van 100 gulden subsidiair tien dagen hechtenis plus twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar wegens overtreding van artikel 20 van de Telegraaf- en Telefoonwet van 1904. Dit betreft het zonder vergunning van de minister van Verkeer en Waterstaat aanwezig hebben, aanleggen, of gebruiken van radio elektrische zendinrichtingen.’ Zoals eerder gemeld was er zes maanden voorwaardelijk plus een boete van f 150,-- tegen hem in januari 1963 geëist. Uiteraard ging men in ‘de Volkskrant’ ook in op de veroordeling van de 46-jarige ex zendertechnicus Arie Derksen, die inmiddels was verhuisd naar Groningen: ‘Deze werd veroordeeld tot het betalen van een boete van f 100,-- plus een maand voorwaardelijke gevangenisstraf. Er was tegen hem drie maanden gevangenisstraf geëist plus een boete van f 250,--.’ In alle kranten werd de verslaggeving inzake deze voortslepende rechtsprocedure beëindig met ‘De verdediger heeft hoger beroep aangetekend’, en dus zal zeker nog op deze zaak terug worden gekomen. Dreiging door wetsontwerp? Terwijl via een advertentie in de kolommen van ‘de Telegraaf’ een programma speciaal voor de liefhebbers van klassieke of populaire huisorgelmuziek op Radio Veronica werd aangeprezen, bracht deze zelfde krant op 10 oktober 1963 het bericht dat tot elk moment een wetsontwerp tegen de piratenzenders, zoals deze krant bleef volhouden Veronica en eventuele toekomstige stations te omschrijven, door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, in overleg met collega’s van het ministerie van Justitie, kon worden ingebracht in de Tweede Kamer. Een ontwerp tot wijziging van de Telegraaf en Telefoonwet, zo werd in Haagsche kringen verwacht, kon optreden tegen deze stations mogelijk maken. ‘Kort voor de kabinetsformatie heeft het Ministerie van Justitie aan het Ministerie voor Verkeer en Waterstaat zijn visie kenbaar gemaakt op de ideeën van de PTT over een zo waterdicht mogelijke wetsformule. Vooral van PTT-zijde wordt aangedrongen op zeer strikte bepalingen. Bij het Ministerie van Justitie zijn volkenrechtelijke overwegingen in het geding, die ingrijpen niet zo eenvoudig maken. De aankondigingen van de plannen voor een commercieel televisiestation buiten de kust zullen de voorbereidingen voor een wetswijziging aanzienlijk versnellen.’ In het ‘Algemeen Handelsblad’ werd inmiddels geschreven over een Europese samenwerking: ‘Naar aanleiding van vragen van Mr. Beernink (CHU) over Radio Veronica, antwoordde mr. Marijnen dat een Europese Conventie omtrent buiten territoriale zenders in Straatsburg in voorbereiding is. Deze moet te zijner tijd in de Raad van Ministers worden behandeld. Op deze grond neemt de regering ten aanzien van de positie van Radio Veronica nog een afwachtende houding aan.’ Op dezelfde 10de oktober 1963 was er in de rubriek ‘Van Dag tot Dag’ in: ‘Vrije Volk’ een commentaar te lezen: ‘Het meten met twee maten heeft ons in de houding van de regering ten opzichte van Radio Veronica altijd bijzonder dwars gezeten. Onverantwoordelijke jongelui worden in de kraag gegrepen als ze aan etherpiraterij doen. Eenvoudig om het feit dat ze binnen de landsgrenzen opereren. Veronica is blijkbaar te groot geworden om aan te pakken. Dat de regering niet uit de juridische puzzel kan komen omdat deze zender buiten de territoriale wateren ligt, is een uitvlucht. In Europees verband is de oplossing al lang gevonden. Dit niet optreden van de regering is kennelijk door een nog onduidelijke groep zakenlui beschouwd als een uitnodiging om het nu ook eens met televisie te proberen. Waarom niet, als de regering toch een oogje dicht doet?’ Klaarblijkelijk had er ook, in een niet te traceren artikel, het nodige gestaan in een editie van het ‘Christelijk Historisch Weekblad’, waarop weer een reactie was te lezen in ‘Vrije Volk’ van 26 oktober 1963, waaruit duidelijk werd dat Radio Veronica de regering eigenlijk voor schut had gezet: Men citeerde eerst uit voornoemd weekblad: ‘Niet de zakenlieden mogen ons een bepaalde wetgeving opleggen, de overheid heeft een eigen taak en verantwoordelijkheid. We hebben reden om aan te nemen dat men zich thans beraadt hoe men in een verleden gemaakt verzuim kan herstellen. Het is nog niet te laat, maar de tijd dringt wel’ En men vervolgde met: ‘Wie zoiets leest in het Christelijk Historisch Weekblad wrijft zich even de ogen uit. Is niet de vorige minister van Justitie, Beerman, lid van de CHU? Is niet zijn opvolger in het tegenwoordige kabinet lid van de CHU? Ze staan samen al vijf jaar voor schut en nog nooit hebben ze laten merken met hun figuur geen raad te weten.’ En ondertussen werd in de kranten via advertenties van ‘Heinz’ erop gewezen dat op de plechtige tijd van 10 uur in de zondagochtend het een plezier was om te luisteren naar een programma van Cor Lemaire en Eli Asser op Radio Veronica, waarin Cor met Eli over zijn cabaretsuccessen vertelde en piano speelde als ‘veteraan van de lichte muziek.’ En dat alles onder het motto: ‘Een echt Zondagmorgen programma U aangeboden door Heinz.’ Hans Knot, 13 september 2025
  17. De zendlocatie Junglinster in Luxemburg heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot het begin van de jaren dertig van de vorige eeuw. In 1932, een jaar na de oprichting van de Compagnie Luxembourgeoise de Radiodiffusion (CLR), werd deze locatie ontwikkeld om uitzendfaciliteiten te bieden voor Radio Luxembourg. Het oorspronkelijke ontwerp bestond uit drie vrijstaande stalen vakwerktorens, elk met een hoogte van 180 meter. Op 15 maart 1933 begon de zender met het uitzenden van Engelstalige, Duitstalige en Franstalige programma’s, en werd al snel erkend als de krachtigste langegolfzender in Europa. De uitbreiding van de zendcapaciteiten volgde op 7 juli 1939 met de introductie van kortegolfuitzendingen, aanvankelijk op de 15.730 kHz frequentie in de 19-meterband. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de zender bezet door Duitse troepen en geïntegreerd in de Großdeutscher Rundfunk. Na de bevrijding van Luxemburg in april 1945 namen Amerikaanse troepen de controle over en gebruikten de faciliteit voor propagandadoeleinden gericht op Duitsland. Later dat jaar werd de controle teruggegeven aan de CLR, die de reguliere uitzendingen hervatte. In de periode van 25 januari 1951 tot december 1955 fungeerde de Junglinster-zender ook als middengolfzender op de frequentie 1439 kHz (later 1440 kHz volgens het Geneefse frequentieplan), waarop het programma van Radio Luxembourg werd uitgezonden. Deze middengolfuitzendingen werden in december 1955 verplaatst naar de zender in Marnach. Daarnaast werden vanaf 1959 FM-uitzendingen gestart op de frequentie 92,5 MHz met een vermogen van 12 kW, totdat deze in 1970 werden overgeheveld naar de zender in Hosingen. Om de dekking te verbeteren, werden in 1954 twee nieuwe, tegen de aarde geïsoleerde stalen vakwerktorens van elk 250 meter hoog gebouwd, gericht op betere uitzending naar de Franse Middellandse Zeekust. De oorspronkelijke torens uit 1932 werden toen ontmanteld. In 1959 werd een derde toren van gelijke hoogte toegevoegd. De krachtige uitzendingen vanuit Junglinster leidden tot het zogenaamde “Luxemburg-effect”, een fenomeen waarbij signalen interfereren door ionosferische kruismodulatie. In 1972 werd de langegolfzendfunctie verplaatst naar een nieuwe locatie in het nabijgelegen Beidweiler, waardoor Junglinster vanaf 1974 voornamelijk als reserve diende. Op 2 januari 2023 werd de langegolfzender definitief uitgeschakeld. Vanwege overmatige trillingen werden de drie torens in 1983 ingekort tot 215 meter. Na de beëindiging van Radio Luxembourg werden de faciliteiten beheerd door Broadcasting Center Europe (BCE), een dochteronderneming van RTL. Hoewel de kortegolfuitzendingen in 1994 werden stopgezet, werden ze in 2002 hervat met moderne Digital Radio Mondiale (DRM) technologie. In 2020 installeerde de RTL Group, in samenwerking met energiebedrijf Enovos, een zonnepark rondom de zendlocatie om duurzame energie op te wekken via zonnepanelen. Tegenwoordig wordt de site nog steeds gebruikt voor FM-uitzendingen op 95,0 MHz, waarop het programma van Eldoradio wordt uitgezonden. Afbeeldingen: Junglinster (foto's Wiki Commons)
  18. De Erching zendlocatie was een omvangrijke langegolf-zendinstallatie in de directe omgeving van Erching, een plaats in de gemeente Hallbergmoos in de Duitse deelstaat Beieren. De zender kwam tot stand in de vroege jaren 50 als een onderdeel van de uitzendactiviteiten van de Amerikaanse omroep Voice of America (VOA), waarmee programma’s over grote afstanden naar diverse delen van Europa werden verspreid. De installatie bleef operationeel gedurende meerdere decennia en kende uiteenlopende toepassingen en exploitanten. De bouw van de zender vond plaats tussen 1952 en 1953. De centrale antennestructuur bestond uit een 256 meter hoge stalen mast met een gevelde, tegen de aarde geïsoleerde constructie en twaalf kapvoet-spankabels. Op het moment van de inbedrijfstelling in 1953 beschikte deze faciliteit over een zendvermogen van 1000 kilowatt op een langegolffrequentie rond 173 kHz, waardoor het tot een van de krachtigste radiostations ter wereld behoorde. In de beginfase was de zendinstallatie primair bedoeld om radioprogramma’s van de Voice of America uit te zenden. Deze uitzendingen bereikten een breed publiek en hadden onder meer tot doel nieuws, informatie en programma’s in meerdere talen te verspreiden. Tijdens de periode van de Koude Oorlog speelde de zender een rol in de internationale mediacommunicatie, waarbij signalen gericht waren op gebieden binnen het bereik van de langegolf. Naast de Amerikaanse omroepactiviteiten werd vanaf 25 januari 1954 tot en met 31 januari 1964 een deel van de zendtijd gebruikt door RIAS 1, een radiostation dat eveneens via deze installatie programma’s verzorgde gedurende een vastgesteld aantal uren per dag. De installatie werkte met eigen dieselgeneratoren omdat de gebruikte frequenties en de bijbehorende netfrequentie van 60 Hz niet direct vanuit het openbare elektriciteitsnet konden worden gevoed. In 1973 werd de oorspronkelijke exploitatie van de zender beëindigd. Deze beslissing viel samen met een ontspannen geopolitieke situatie die de noodzaak voor grootschalige Amerikaanse uitzendingen vanuit deze locatie deed verminderen. Enkele jaren later werd de installatie in 1979 opnieuw ingezet voor tests van het navigatiesysteem LORAN-D, een radio-navigatiesysteem dat destijds werd onderzocht en getest. Kort daarna werd de zender opgenomen in de frequentie-toewijzing van de Duitse Bundespost, die de langegolffaciliteit gebruikte om het programma van de publieke omroep Deutschlandfunk uit te zenden. In het kader van deze activiteiten werd een nieuwe frequentie toegewezen, aanvankelijk 209 kHz en later 207 kHz na een aanpassing. De uitzendingen vonden gedurende de dag plaats binnen vaste tijdsblokken, maar nachtelijk gebruik was vanwege internationale afspraken en technische beperkingen niet mogelijk. Een technische uitdaging voor continu gebruik was de behoefte aan een richtstraalfrequentiekarakteristiek, wat een tweede antennemast vereiste. De benodigde uitbreiding kon echter niet worden gerealiseerd omdat op dat moment de bouw van de nieuwe luchthaven München-Franz-Josef-Strauss was gepland. Deze ontwikkeling verhinderde de plaatsing van extra antennes en maakte nachtelijke uitzendingen op de toegewezen frequentie onhaalbaar. Door de groeiende focus op andere zendlocaties en de komst van moderne technologieën werd in 1985 op een andere locatie, Aholming in de buurt van Deggendorf, een nieuwe langegolf-zendinstallatie gebouwd. Nadat deze site gereed was, werd de Erching-zender buiten gebruik gesteld en uiteindelijk ontmanteld. Sinds het einde van de radiodienstverlening bleef het terrein lange tijd ongebruikt liggen. In de loop der jaren werd het complex herhaaldelijk blootgesteld aan vandalisme, maar na een wijziging van eigendom zijn er regelmatig controles en beveiligingsmaatregelen getroffen om het terrein te beschermen. Tegenwoordig wordt de voormalige zendlocatie particulier beheerd en verhuurd voor film- en fotografieprojecten, waardoor de plaats nog een zichtbare herinnering vormt aan de geschiedenis van radio uitzendingen in de regio. Afbeelding: Erching zendlocatie (foto Wikimedia Commons)
  19. Baken 16 staat op zondag 1 maart tussen 12:00 en 14:00 uur in het teken van De Mi Amigo Tour, Deel 2. Op Mi Amigo Radio verzorgen Marc Jacobs, Bart van Leeuwen en Johan Visser een nieuwe virtuele rondleiding over de MV Mi Amigo, het voormalige zendschip dat een vaste plek heeft in de geschiedenis van de zeezenders. De eerste editie van de tour, die plaatsvond op 28 september 2025, trok veel belangstelling. Met het tweede deel krijgen luisteraars opnieuw de mogelijkheid om digitaal mee te lopen door de studio, de zenderruimte en de machinekamer van het schip. Daarbij wordt niet alleen stilgestaan bij de technische voorzieningen, maar ook bij het dagelijkse leven aan boord, waar dj’s en bemanningsleden onder bijzondere omstandigheden samenwerkten. Centraal in de uitzending staan acht foto’s die Marc Jacobs destijds aan boord maakte. Aan de hand van deze beelden vertellen de drie presentatoren verhalen over specifieke plekken op het schip en gebeurtenissen die zich daar hebben afgespeeld. Iedere foto vormt het vertrekpunt voor een afzonderlijk onderdeel van het programma, waarin herinneringen en achtergrondinformatie samenkomen. De acht genummerde foto’s zijn vooraf te bekijken via de Facebookpagina van Mi Amigo Radio. Tijdens de uitzending kunnen luisteraars de beelden erbij houden, zodat beeld en verhaal elkaar aanvullen en de rondleiding stap voor stap gevolgd kan worden. Daarmee krijgt het programma een interactieve invulling, waarbij het publiek actief kan meekijken terwijl de verhalen zich ontvouwen.
  20. Het Caltanissetta zendstation op de heuvel Sant’Anna bij Caltanissetta in Sicilië, Italië, was decennialang een belangrijke zendlocatie voor de langegolf, middengolf en kortegolf uitzendingen. Het station werd gebouwd in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog met de start van de constructie in 1949 en voltooid in 1951. Het hoofdonderdeel van de infrastructuur was een omnidirectionele antennemast van 286 meter hoog die, toen deze werd opgetrokken, de hoogste constructie van Italië was en tot 1965 ook de hoogste structuur van Europa. Door de ligging van de mast op een heuvel van 689 meter boven zeeniveau reikte de top zelfs tot ongeveer 975 meter boven zeeniveau, wat een uitstekend bereik bood voor radiotransmissie over grote afstanden. De mast en bijbehorende installaties werden ontworpen door een team ingenieurs en gerealiseerd door de Italiaanse constructiemaatschappij CIFA (Compagnia Italiana Forme e Acciaio). Vanaf de opening op 18 november 1951 functioneerde de faciliteit als zendstation voor de openbare omroep RAI, en speelde het een nationale rol in de verspreiding van radioprogramma's over Sicilië, het Italiaanse vasteland en het gebied rond de Middellandse Zee. De locatie omvatte antennes voor uitzendingen op verschillende golflengten, wat toen moderne communicatietechnologie vertegenwoordigde en een belangrijk communicatieknooppunt vormde. Gedurende de tweede helft van de twintigste eeuw nam het gebruik van de faciliteit geleidelijk af. Dit hing samen met de afname van luisteraars op de langegolf, middengolf en kortegolf en de hoge kosten voor onderhoud en exploitatie van de apparatuur. Vanaf het einde van de 20e eeuw gingen de diensten teruglopen; de kortegolf-uitzendingen werden rond 2003 beëindigd, de langegolfdienst volgde in augustus 2004 en het middengolf-signaal bleef in gebruik tot ongeveer september 2012, maar met zodanig verminderd vermogen dat de ontvangst vooral lokaal was. De afbouw van de exploitatie weerspiegelde de bredere trend waarbij traditionele amplitude-modulatietechnologieën plaatsmaakten voor moderne digitale en internetgebaseerde platforms. Door de jaren heen ontstond onder inwoners en lokale organisaties waardering voor de zendmast als een herkenbaar element in het landschap van Caltanissetta en als herinnering aan de rol van de locatie in de ontwikkeling van radiocommunicatie in Italië. Op 22 september 2012 werd de site formeel aangemerkt als cultureel erfgoed door de regionale autoriteiten en kort daarna verwierf de gemeente Caltanissetta de mast, de omliggende grond en de gebouwen in een poging te voorkomen dat de antenne zou worden gesloopt. Met de aankoop in november 2013 wilde de stad niet alleen het behoud van de structuur veiligstellen, maar ook mogelijkheden onderzoeken om het gebied open te stellen voor publiek gebruik als park en potentieel museum rond het thema radiogeschiedenis. Toch werd de stalen mast op 23 juli 2025 volledig gesloopt na langdurige discussies over de toestand van de constructie en de kosten van onderhoud. De beslissing tot verwijdering volgde mede omdat de mast inmiddels in onbruik was geraakt en door veroudering als onveilig werd beschouwd. De sloop maakte een einde aan een radiotechnische erfenis die meer dan zeven decennia had geduurd, met een bouwwerk dat decennialang boven de Siciliaanse heuvels uittorende en fungeerde als signaalpunt voor luisteraars van verschillende generaties. Afbeedling: Caltanissetta (foto Wikimedia Commons)
  21. We zijn al weer aangeland bij de laatste nostalgische column van 2025. Laten we maar eens kijken wat ons veertig jaar geleden zo bezighield op media, muziek en andere gebieden. Het begon allemaal op dinsdag 1 januari in het Paleis op de Dam in Amsterdam waar Prins Claus voor Nederland ‘Het Europees Jaar van de Muziek’ opende. Hij deed dat door een noot aan te slaan op het carillon van de beiaard in de toren van het paleis. In een zestigtal Nederlandse steden gaven beiaards op de carillons vervolgens van 12.00 tot 13.00 concerten met composities van Scarlatti, Händel en Bach. De muziek van deze drie componisten was gekozen daar alle drie 300 jaar eerder waren geboren in 1685. De plechtigheid vormde de inleiding tot de jaarlijkse televisie-uitzending van het traditionele Nieuwjaarsconcert in Wenen, dat door de Eurovisie in de aangesloten landen werd uitgezonden. Het jaar 1985 was door de Raad van Europa en het Europees Parlement uitgroepen tot het jaar van de Muziek. Prins Claus was gevraagd de opening voor Nederland te verrichten gezien zijn voorzitterschap van het Nationaal Comité Europees Jaar van de Muziek. Hij stelde dat de herdenking van deze drie componisten een waardig onderwerp kon zijn tot het bevorderen van meer eenheid in Europa. Trouwens was Prins Gemaal Claus niet op dat tijdstip aanwezig in het Paleis op de Dam maar werd een beeldregistratie uitgezonden; hij verbleef namelijk met de jaarwisseling met de Koninklijke familie in het gebruikelijke wintersport stadje Lech, in Oostenrijk. Op 1 januari kwam er ook een verandering tot stand in de programma’s van Radio Noord en zes andere regionale radiostations. Er was namelijk besloten door de NOS leiding, verantwoordelijk voor de regioradio’s, dat men de landelijke STER-reclameblokken diende op te nemen in de programmering. Dergelijke blokjes varieerden in lengte tussen 1 en 2 minuten. De ingeleverde zendtijd werd echter wel op een ander tijdstip teruggeven. Het was trouwens een gevolg van de wijziging van zendtijdbeschikking die de toenmalige minister van WVC, Brinkman, had doorgevoerd. Er dient wel vermeld te worden dat de regionale radiostations mede gefinancierd werden uit de opbrengsten van de STER-reclame. Minister Brinkman meldde tevens begin januari 1985 niet van plan te zijn tot het laten bouwen van nieuwe FM-zenders, waardoor het mogelijk kon worden dat de landelijke en regionale radio konden gaan samenwerken via Radio 1 en er een landelijke dekking kon worden gecreëerd. De planning was dat die mogelijkheid per 1 oktober dat jaar zou worden ingevoerd. Op het Ministerie van WVC had men bedacht dat voor een dergelijke opzet er minstens 23 zenders nodig waren, terwijl er op dat moment maar 12 actief waren. Brinkman stelde dat, zo lang er niet in alle provincies gedegen regioradio zou worden verzorgd, de kosten voor de bouw op de begroting van de landelijke omroepen zou drukken, De kosten van de bouw van de zenders werd destijds op 8 miljoen gulden begroot. Daar kwamen nog de eventuele exploitatiekosten bij. Alles bij elkaar verdween het plan in de ijskast van WVC. In januari 1985 werden ook de resultaten bekend van een enquête omtrent de door VOO ontvangen boetes inzake de overtreding van de geldende reclameregelgeving voor publieke omroepen. Er werden 500 Nederlanders voor deze enquête met een vragenlijst benaderd. De helft van deze personen, allen 16 jaar en ouder, gaf aan het oneens te zijn met het gevoerde reclamebeleid op de televisie, zoals door de toenmalige minister van WVC werd toegepast. Dit bleek uit een steekproef van het bureau Interview, uitgevoerd in opdracht van de Veronica Omroep Organisatie. Van de ondervraagden vond 50% het onjuist dat de minister de omroepen kan bestraffen omdat zij de reclameregels hadden overtreden. 46% was van mening dat de minister dit wel kon doen en 4% had geen duidelijke mening. Liefst 84% was van mening dat de boetes, zoals gegeven, veel te hoog waren. Slechts 7% van de ondervraagden vond het terecht dat de boetes waren uitgedeeld en de andere 9% had geen mening. Opmerkelijk in januari 1985 was ook het verzoek vanuit de directie van de TROS gericht aan minister Brinkman om een meer soepel beleid te gaan voeren tegen de destijds actieve landpiraten in Nederland. Schrik niet want een toenmalige peiling had uitgewezen dat er zo’n 50.000 piraten actief waren in Nederland. Uiteraard niet allen tegelijk en ging het vooral om stations die in verloren uurtjes de zender opwarmden voor een kort verblijf in de ether. In de brief van de TROS stelde men dat de piraten duidelijk in een behoefte aan reclame van het lokale bedrijfsleven voorzagen. Men bestreed tevens dat de piraten een vrees waren voor de inkomsten van de STER-reclame. Men voegde er aan toe dat men bij de STER alleen hoefde te vrezen voor minder inkomsten uit reclame door de komst van satelliet televisiestations als bijvoorbeeld Sky Radio. Statistische gegevens inzake radio hebben mij altijd geïnteresseerd, zo ook in 1985. Van de 1,07 miljard Chinezen kon 65% destijds luisteren naar een radioprogramma verzorgd door een van de 122 radiostations die in het immense land actief waren. Diverse programma’s werden destijds via 184 frequenties uitgezonden met een opbrengst van totaal 2165 uur aan programma’s per etmaal. In 2618 plaatsen had men al beschikking over kabelradio. Anno 2025 zijn er liefst meer dan 3000 radiostations in China, waarbij het aantal inwoners is gestegen tot ruim 1,4 miljard. Tot slot van de nostalgische column even terug naar een overzicht van alle TROS Paradeplaten in het jaar 1984, dat destijds werd samengesteld door Ton van Draanen en gepubliceerd werd in het Freewave Media Magazine. Ik wens U een Zalig Kerstfeest en een prachtig 2026. Hans Knot, 20 december 2025.
  22. Radio Tpot vraagt zijn luisteraars om steun om het station in de lucht te houden. Het radiostation geeft aan dat de kans klein is dat een grote suikeroom of tante zich meldt om het geheel te financieren. Daarom wordt er een beroep gedaan op veel kleine bijdragen: “Vele kleintjes maken één grote.” Luisteraars kunnen op verschillende manieren bijdragen. Zo is het mogelijk om een kleine donatie persoonlijk langs te brengen, waarbij een rondleiding door het radiostation als dank wordt aangeboden. Voor wie dat niet mogelijk is, biedt Radio Tpot de optie van een overschrijving. Alle ontvangen donaties worden volledig besteed aan het onderhoud en de exploitatie van het radiostation. Er blijft niets aan de strijkstok kleven. Radio Tpot benadrukt dat iedere bijdrage helpt om het station draaiende te houden en de programma’s voor de luisteraars te kunnen blijven uitzenden. Het radiostation heeft een trouwe schare luisteraars die op deze manier actief kunnen bijdragen aan het voortbestaan van hun favoriete zender. Donaties kunnen worden gedaan via de website van Radio Tpot.
  23. Het historische archief van Radio Veronica uit de periode als zeezender is na een langdurig traject afgerond en definitief ondergebracht bij Beeld & Geluid. Honderden documenten en foto’s zijn na jaren van inventariseren, beoordelen en beschrijven opgenomen in het nationale media-archief. Daarmee is een belangrijk deel van de Nederlandse mediageschiedenis duurzaam toegankelijk gemaakt voor onderzoekers, journalisten en andere geïnteresseerden. Het archiveringsproject kent een lange voorgeschiedenis en vindt zijn oorsprong in 1999. In de daaropvolgende jaren is stap voor stap gewerkt aan het bijeenbrengen en ordenen van materiaal dat een breed beeld geeft van de ontwikkeling en het functioneren van Radio Veronica als zeezender. Het archief bestrijkt zowel de beginjaren als de periode waarin de activiteiten op zee werden beëindigd. De verzameling bestaat uit een grote verscheidenheid aan documenten. Het gaat onder meer om financiële stukken, interne memo’s en correspondentie met instanties zoals de NOS en het ministerie van CRM. Ook dossiers rondom de oprichting van de Stichting Nederlandse Top 40 in 1974 maken deel uit van het archief, evenals documenten die betrekking hebben op de liquidatie van de Veronica cv in 1976. Daarnaast zijn er persoonlijke aantekeningen opgenomen waarin onderhandelingen en organisatorische besluitvorming worden toegelicht. Volgens de betrokkenen was het project niet alleen van historisch belang, maar had het ook een persoonlijke lading. Het opnieuw doornemen van stukken uit een bepalende periode in de eigen loopbaan riep herinneringen op en bleek soms confronterend. Tegelijkertijd werd duidelijk dat archiveren meer omvat dan het bewaren van alles wat beschikbaar is. Het proces draaide ook om het maken van keuzes, het duiden van context en het blijvend toegankelijk maken van relevante informatie, waarbij niet elk document automatisch behouden bleef. Het samenstellen van het archief was alleen mogelijk door de medewerking van oud-collega’s die hun eigen archieven en herinneringen beschikbaar stelden. Daarbij speelden onder anderen Ad Bouman, Juul Geleick en Niels Zack een belangrijke rol. Hun bijdragen hielpen om lacunes te vullen en om gebeurtenissen beter te plaatsen binnen de bredere geschiedenis van Veronica. Met de afronding van het archiveringsproject is ook een eerder gedane toezegging aan Willem van Kooten ingelost. Naast de fysieke en digitale overdracht aan Beeld & Geluid blijft ook de website www.norderney192.nl bestaan. Deze site fungeert als aanvullend digitaal naslagwerk en biedt achtergrondinformatie bij de zeezenderperiode van Radio Veronica, waarmee het verhaal voor een breed publiek toegankelijk blijft. Afbeelding: Zendschip Norderney (foto Nationaal Archief-Wiki Commons)
  24. Soms komt er een berichtje tevoorschijn die je, ondanks intense research, nooit eerder is opgevallen en je meteen prikkelt. Ik denk even terug aan de uitgebreide artikelen die in 1971 verschenen in de Telegraaf ter promotie van een boek van Paul Harris, schrijver en auteur van de Impulse Uitgeverij in Schotland. Allerlei verhalen, al dan niet met goed research geschreven maar ook de nodige uitglijders die eindigden ver naast de waarheid. Zo verhaalde hij over de slechte start van RNI in 1970 en de financiële ontwikkelingen. Maar ook zijn verhalen omtrent de vermeende banden die de eigenaren van RNI, de Zwitsers Meister en Bollier, zouden hebben met het communistische regime in de DDR. Maar hij betrok tevens in zijn verhalen, onder de titel ‘Mysteries rond Radio Nordsee’ de ontwikkelingen die een jaar eerder hadden plaats gevonden rondom Capital Radio. De serie betrof een voorpublicatie voor het boek ‘To be a Pirate King’, dat door zijn uitgeverij in 1971 op de markt werd gebracht. Het waren pagina grote artikelen die niet alleen de zeezenderfans boeiden maar ook door andere lezer gretig tot zich werden genomen. Als je nu het boek zou herlezen en de artikelen nog een keer zou beschouwen dan zal dat met een knipoog gebeuren en bij herhaling de vraag naar boven komen waar Paul Harris mee bezig was en wat het doel was van het brengen van gedeeltelijke misinformatie. In ieder geval kwam het erop neer dat het radiogebeuren vanaf internationale wateren in een slecht daglicht kwam bij bepaalde mensen. De serie artikelen leidde zelfs tot vragen in de Tweede Kamer door de heer A Te Pas, vertegenwoordiger namens de Nederlandse Middenstands Partij, waarin hij in schriftelijke vragen zelfs gewag maakte van de woorden: ‘Is de bewindsman bereid een onderzoek te doen instellen naar de financiële manipulaties van de Zwitsers Meister en Bollier…..?’ Vragen die gesteld werden aan de toenmalige ministers van Financiën en Verkeer en Waterstaat. Echter werd de brief gedurende lange tijd terzijde gelegd door het Kamerpresidium dat de gebruikte taal niet Parlement waardig vond. Later zou Te Pas nogmaals de vraag inbrengen met een andere intro: ‘financiële manipulaties’ werd vervangen door ‘financiële praktijken’. De artikelen serie bracht ook de nodige consternatie in de legerplaats Seedorf in West-Duitsland. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw was er nog sprake van Dienstplicht en veel van de soldaten gingen, na een periode van opleiding in kazernes in Nederland, voor een langere periode naar Frankrijk (La Courtine) of West Duitsland (Seedorf). Uiteraard waren in voornoemde legerplaatsen ook mogelijkheden tot ontspanning in de weekenden. In Seedorf had je bijvoorbeeld het Holland House waar activiteiten werden georganiseerd. Zo was het organiserend comité op het idee gekomen een avond te organiseren in oktober 1971 waarbij er een optreden zou zijn van de Radio Noordzee drive in show. Plaatsvervangende commandant Overste Walboom, verantwoordelijk voor ook het ontspannende deel binnen de legerplaats Seedorf—Hohne, was echter een trouwe lezer van de Telegraaf en mede de eerder vermelde artikelen van Paul Harris vond hij het nodig in te grijpen. Zo viel hij vooral op het gegeven dat de eigenaren van RNI in het geniep zich ook bezig hielden met de Oost-Duitse regering. Dit had tot gevolg dat geen enkele soldaat, gelegen in de West-Duitse kazerne, naar het Holland Huis mocht voor het bijwonen van de Radio Noordzee drive in show. In de Haagsche Post van 27 oktober 1971 werd gemeld: ‘De beroepshalve vaak door spionage paranoia aangevreten inlichtingendienst C.I.D. had dom genoeg geen gevaar gezien in het vermaak van de piratenzender. De overste besliste eigenzinnig anders en dat was de bewuste zaterdag in ieders harten toen het eerste plaatje ‘Ik heb eerbied voor jouw grijze haren’ aan hem werd opgedragen.’ Bij Radio Veronica had men in oktober 1971 een goede blik op te toekomst want in de Telegraaf was een artikel terug te vinden waarin de directie het recht op legalisering claimde van directeur Dirk Verweij. “Een positie waarbij de Veronica-formule via een legale weg kan worden voortgezet. Dit mede op basis van het feit dat er kan worden terug gezien op een elfjarig bestaan.” De directie verbond dit commentaar aan de uitslag van een enquête van de Nederlandse Stichting voor Statistiek, die in augustus dat jaar was gehouden. Volgens het onderzoek genoot Hilversum 3 landelijk een voorkeur bij het luisterpubliek in vergelijking met Radio Veronica en Radio Noordzee, maar was Veronica zonder meer de favoriet in de gebieden waar het station goed was te ontvangen. In die streken bleek dat 75% van de ondervraagden een voorkeur gaf aan de uitzendingen van Veronica. Ook wenste een behoorlijk aantal mensen, indien het zou komen te legalisering, een lidmaatschap nemen van de omroepvereniging Veronica. Het zou zelfs kunnen leiden tot een officiële A-status. En uiteindelijk werd Veronica op een bepaald moment ook veruit de grootste omroep van ons land onder de naam V.O.O. Hans Knot, 22 november 2025.
  25. Diep in het landelijke graafschap County Meath, Ierland, stond jarenlang het Clarkstown Radio Transmitter Station. Dit zendstation, dat werd gebouwd en gebruikt door RTÉ Radio 1, speelde een grootte rol in het verspreiden van Ierse radioprogramma’s naar een breed publiek, zowel binnen Ierland als ver daarbuiten. Met zijn imposante mast en krachtige zendvermogen zorgde Clarkstown ervoor dat luisteraars in afgelegen gebieden en zelfs op het Europese vasteland toegang hadden tot Ierse radio-uitzendingen. De oprichting van de zendlocatie De geschiedenis van het Clarkstown-zendstation begint in de jaren ‘80, toen de Ierse publieke omroep RTÉ (Raidió Teilifís Éireann) op zoek was naar een moderne zendlocatie om langegolfuitzendingen te faciliteren. Voorheen werden radiosignalen uitgezonden vanaf oudere installaties, maar de behoefte aan een krachtiger en stabieler signaal leidde tot de bouw van een nieuwe zendmast in Clarkstown, nabij Summerhill in County Meath. De locatie werd gekozen vanwege de gunstige geografische ligging en het vlakke terrein, wat essentieel was voor een efficiënte verspreiding van langegolfsignalen. Langegolf (LW) had destijds een groot voordeel: de signalen konden enorme afstanden afleggen en waren minder gevoelig voor atmosferische storingen dan kortegolf- of middengolfsignalen. Hierdoor was Clarkstown ideaal voor het bedienen van zowel Ierse luisteraars als de Ierse diaspora in het Verenigd Koninkrijk en andere delen van Europa. Het gebruik van de langegolfzender De belangrijkste gebruiker van de Clarkstown-zender was RTÉ Radio 1, de nationale radiozender van Ierland. De uitzendingen op 252 kHz begonnen in 1989, waarmee een nieuw tijdperk van langegolfuitzendingen werd ingeluid. De zender had een vermogen van 500 kW, waarmee het niet alleen heel Ierland bestreek, maar ook grote delen van het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en zelfs verder gelegen gebieden in Europa. Voor veel Ieren die in het Verenigd Koninkrijk woonden, was de langegolfuitzending van RTÉ Radio 1 een essentiële verbinding met hun thuisland. In die tijd was FM-radio nog niet overal beschikbaar en internetstreams bestonden nog niet, waardoor langegolf de enige betrouwbare manier was om Ierse radio buiten de landsgrenzen te beluisteren. Naast reguliere programmering, zoals nieuws, sport en entertainment, had de zender ook een belangrijke functie als noodcommunicatiekanaal. Bij nationale crises kon RTÉ via Clarkstown belangrijke berichten verspreiden die een groot deel van de bevolking konden bereiken. Internationale samenwerking: Teamwork met Atlantic 252 Hoewel de Clarkstown-zender voornamelijk werd gebruikt voor RTÉ Radio 1, kreeg het internationale bekendheid dankzij een andere invloedrijke gebruiker: Atlantic 252. Dit commerciële radiostation werd in 1989 opgericht als een joint venture tussen RTÉ en CLT (Compagnie Luxembourgeoise de Télédiffusion, nu RTL Group). Atlantic 252 was een pop- en hitradiostation dat zich richtte op een jong publiek in het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Omdat FM-frequenties beperkt waren en middengolf vaak als ouderwets werd beschouwd, bood de krachtige langegolfzender van Clarkstown op 252 kHz een unieke mogelijkheid om een breed publiek te bereiken. Het station werd enorm populair in de jaren ‘90, vooral omdat het een non-stop muziekformule bood die vergelijkbaar was met wat commerciële FM-stations deden, maar dan met een veel groter bereik. Atlantic 252 werd in heel het Verenigd Koninkrijk en Ierland beluisterd en had zelfs luisteraars op het Europese vasteland. In 2001 stopte Atlantic 252 met uitzenden en werd de frequentie teruggegeven aan RTÉ, dat de zender vanaf dat moment uitsluitend gebruikte voor RTÉ Radio 1. Het bereik van de Clarkstown-zender Dankzij het hoge zendvermogen van 500 kW was Clarkstown een van de sterke langegolfstations in Europa. Het signaal van 252 kHz kon zonder problemen heel Ierland en het Verenigd Koninkrijk bestrijken. Maar de invloed reikte nog verder: Overdag was de zender goed te ontvangen in Frankrijk, België, Nederland en delen van Duitsland. ‘s Nachts, wanneer radiosignalen via de ionosfeer verder reizen, kon RTÉ Radio 1 via Clarkstown worden gehoord in Noord-Spanje, Scandinavië en Oost-Europa. Er zijn zelfs meldingen van ontvangst in Canada en de oostkust van de Verenigde Staten, al was dit afhankelijk van atmosferische omstandigheden en de gebruikte radioapparatuur. Dit maakte de zender van grote waarde voor de Ierse gemeenschap in het buitenland, die zo een direct contact met het moederland kon behouden. De afbouw van langegolfuitzendingen In de loop van de 21e eeuw veranderde het radiolandschap drastisch. De opkomst van digitale radio (DAB), internetradio en satellietuitzendingen verminderde de noodzaak van langegolfuitzendingen. Hoewel RTÉ Radio 1 nog steeds een trouw publiek had via 252 kHz, werd het onderhoud van de krachtige zender steeds duurder. RTÉ kondigde meerdere keren plannen aan om de langegolfzender te sluiten, maar vanwege protesten van Ieren in het buitenland werd dit telkens uitgesteld. Toch werd de druk om kosten te besparen groter, en op 14 april 2023 werd de Clarkstown-zender definitief uitgeschakeld. Dit betekende het einde van een tijdperk waarin langegolf een belangrijke rol speelde in de Ierse radiocultuur. Afbeelding: De Clarkstown zendlocatie (foto's Wiki Commons)
  26. Het radioproject Arctic 252 is tijdelijk stilgelegd. De beslissing volgt na de ontmanteling van de oude antenne op de oorspronkelijke locatie, die door de omvang en het gewicht lastig te verplaatsen bleek. De werkzaamheden om de installatie te verplaatsen en opnieuw op te bouwen liepen hierdoor aanzienlijke vertraging op. Met het aanbreken van de winter is besloten om de verdere werkzaamheden pas volgend jaar te hervatten. De antenne is inmiddels volledig verwijderd en ligt in onderdelen opgeslagen. De heropbouw zal pas in de zomer plaatsvinden, wanneer de weersomstandigheden gunstiger zijn en voldoende technische ondersteuning beschikbaar is. Naast de antenne moeten er nog extra onderdelen worden aangeschaft, waaronder een nieuwe audioprocessor die essentieel is voor de toekomstige uitzendingen. Tijdens deze periode van stilte heeft het team van Arctic 252 gebruikgemaakt van de gelegenheid om een nieuwe langegolf (LW) frequentie aan te vragen. De aanvraag is goedgekeurd en inmiddels doorgestuurd naar de Internationale Telecommunicatie-unie (ITU) voor verdere verwerking. Hoewel de procedure tijd in beslag zal nemen, is de verwachting dat het station komend jaar over een storingsvrije frequentie kan beschikken. De keuze om te wachten met herstarten hangt samen met de wens om het project op gezonde basis voort te zetten. De huidige tijdelijke antenne bood onvoldoende bereik, mede doordat op de gebruikte frequentie al een krachtige zender actief is die zelfs in het uitzendgebied van Arctic te horen is. Het team blijft vastberaden om de werkzaamheden volgend jaar voort te zetten. Zodra de antenne is opgebouwd en de nieuwe frequentie is bevestigd, hoopt Arctic 252 opnieuw van zich te laten horen.
  27. In het hart van Zweden, nabij de stad Vadstena, ligt de historische zendlocatie Orlunda. Deze faciliteit speelde een grote rol in de Zweedse radio-uitzendingen gedurende de 20e eeuw. De plannen voor een geavanceerde langegolfzender ontstonden al in de jaren 40. De bestaande zender in Motala voldeed niet meer aan de eisen; hij was verouderd en inefficiënt, en het signaal vervaagde al op 80 kilometer afstand. Na uitgebreid onderzoek werd een locatie ten oosten van Vadstena geselecteerd voor de nieuwe zender. De bouw begon in 1958 onder leiding van ingenieur Folke Strandén. Hij ontwierp een ringantennesysteem met een centrale mast omringd door vijf antennes, verbonden met twee 300 kW zenders van Compagnie Français Thomson-Houston (CFTH). De zender zelf werd ondergronds geplaatst in een betonnen bunker met muren van 1,5 meter dik, ontworpen om een mogelijke Sovjet-luchtaanval te weerstaan. Alle kabels naar en van de faciliteit werden eveneens ondergronds gelegd. De twee zenders konden zowel onafhankelijk als gezamenlijk worden gebruikt en maakten gebruik van CFTH’s kenmerkende “Vapotron” stoomgekoelde buizen. Het antennesysteem was ontworpen om een grondgolf te produceren, bedoeld om interferentie met verre zenders op dezelfde frequentie te voorkomen. De centrale antenne, met een hoogte van 250 meter, werd omringd door secundaire antennes van elk 200 meter hoog, geplaatst in een ring op 630 meter afstand van de centrale mast en van elkaar. In mei 1961 werd de bouw voltooid en de zender officieel ingehuldigd door Prins Bertil. Het jaar daarop begon de zender met het uitzenden van Sveriges Radio’s Programma 1 op 191 kHz. Dankzij het verbeterde bereik en het hogere vermogen konden honderdduizenden luisteraars in centraal Zweden genieten van een helder radiosignaal. Zelfs in het noorden van Zweden was de zender ’s nachts te ontvangen. Ondanks zijn technologische vooruitgang kende de Orlunda-zender ook uitdagingen. Sommige inwoners klaagden over interferentie met elektrische apparaten, zoals telefoons en muziekinstrumenten. Bovendien veroorzaakte de nabijgelegen spoorlijn trillingen die de gevoelige apparatuur konden verstoren. Om deze problemen aan te pakken, werden diverse technische aanpassingen doorgevoerd. In de loop der jaren nam het belang van langegolfuitzendingen af door de opkomst van FM-radio en andere technologieën. Dit leidde uiteindelijk tot de sluiting van de Orlunda-zender in 1991. In 2000 werd de faciliteit overgenomen door een voormalige medewerker, Ragnar Gustafsson, die zijn voormalige werkplek koesterde. Tegenwoordig doet de locatie dienst als museum, waar bezoekers een kijkje kunnen nemen in de rijke geschiedenis van de Zweedse radio-uitzendingen en de technologische innovaties die de Orlunda-zender ooit tot een baken in de ether maakten. Afbeelding: Orlunda (foto's Wiki Commons)
  28. Terwijl er nog lang geen enkele beweging was te zien voor de kust van Noordwijk, waren er in februari 1964 al tal van wijzende vingers terug te vinden in de Dagbladpers en werd er ook volop vanuit Den Haag gewezen op komende maatregelen tegen de exploitanten van een platform dat radio en televisie-uitzendingen zou gaan verzorgen voor de Nederlandse westkust. Zo meldde een journalist van het Parool reeds op 6 februari dat de regering plannen had om maatregelen te nemen tegen het televisie-eiland. Overleg was er inmiddels op grootte schaal tussen deskundigen en vertegenwoordigers van diverse ministeries om te kijken welke wettelijke mogelijkheden er waren om op te kunnen treden, waardoor het uitzenden van radio en televisieprogramma’s vanaf een kunstmatig eiland onmogelijk zou kunnen worden gemaakt. Vast stond op dat moment wel dat op grond van de toenmalige wetgeving het nemen van maatregelen niet mogelijk was. ’In Den Haag bestaat echter de indruk dat de regering Marijnen het toch zoekt in de internationale wetgeving of wellicht overweegt eigen maatregelen te nemen. De moeilijkheid is dat wanneer de regering werkelijk beslist maatregelen te nemen tegen de plannen van de Radio Exploitatie Maatschappij N.V. zij ook Radio Veronica zal moeten aanpakken.’ Tot op dat moment was de regering Marijnen, als wel die van zijn voorganger De Quay, steeds huiverig geweest om maatregelen tegen de exploitanten van Radio Veronica te nemen. Men had dit natuurlijk gemakkelijk kunnen doen door de Scandinavische landen en België te volgen, die een aanpassing in hun wetgeving hadden gemaakt, waardoor actie kon worden ondernomen en uitzendingen waren gestaakt in internationale wateren. Deze landen gingen echter verder dan het ontwerp akkoord van het latere Verdrag van Straatsburg te ondertekenen, waarin alleen gesproken werd van zenders aan boord van schepen of luchtvaartuigen, die het radioverkeer stoorden. De Nederlandse deskundigen waren er al wel achter gekomen dat de ontwerpakkoord in de toekomst geen uitkomst bood, aangezien daarin niet werd gesproken van een kunstmatig eiland. De redactie van de journalist van het Parool verwachtte dat er derhalve een aanvulling op het akkoord diende te worden voorgesteld in Straatsburg. Een journalist van dezelfde krant wist op 15 februari 1964 te melden hoe de situatie in Den Haag ervoor stond: ‘Op het ogenblik is de stand van zaken zo, dat men nog voornamelijk op het departement van Justitie bezig is met de formulering. Daarna moeten de juridische experts van het ministerie van Onderwijs Kunsten en Wetenschappen zich er ook nog eens over buigen, alvorens het ontwerp rijp is voor behandeling in de ministerraad. Zelfs al zouden de leden van de Tweede Kamer bereid zijn op korte termijn tot openbare behandeling over te gaan, dan blijft nog de senaat, die zich niet snel laat pressen, een tijdrovend tussenstation voordat het ontwerp tot wet zal zijn verheven. Inmiddels zal men bij de REM niet stil hebben gezeten en wellicht spoed achter de verdere bouw van eiland en zendmast hebben betracht.’ Opmerkelijk was een uitspraak die half februari 1964 werd gedaan door de voorzitter van de Tweede Kamer, drs. W.K.N. Schmelzer. Tijdens het KVP Appèl, een bijeenkomst van elite leden van de toen grootste partij van Nederland, verklaarde hij dat Radio Veronica in een behoefte voorzag, niet alleen als een reclamemogelijkheid voor het bedrijfsleven, maar ook omdat de luisteraars ontspanningsmuziek wilden. Bij het overwegen van een eventuele maatregelen en bij het gebruik van eventuele radionetten kon men zijn inziens niet aan deze nuchtere feiten voorbijgaan. Het was een wonderbaarlijk verfrissend geluid van de fractieleider van de Katholieke Volks Partij, die destijds ook nauw verbonden was aan het zuilenstelsel. Er was dan ook reden om zich af te vragen of de gedane meningsuiting van drs. Schmelzer namens het grootste gedeelte van zijn fractie gedaan was. Aangenomen mag worden dat dit niet het geval was. Even eerder had er een televisiedebat plaatsgevonden waarin politici zich uitspraken over de door het vorige kabinet, de Quay, ingediende televisienota en bleek dat de KVP leden duidelijk waren beïnvloed door een lobby vanuit de Katholieke Radio Omroep, KRO. Wel concludeerde een journalist van de Telegraaf op 15 februari dat gezien de verklaring van drs. Schmelzer men zou kunnen verwachten dat er eindelijk eens meer beweging zou kunnen komen in de verstarde omroepproblematiek. Eind februari 1964, toen de tussenbehandeling van de Rijksbegroting ter sprake kwam in de Eerste Kamer, heeft minister Scholtens – tussen neus en lippen door - laten weten dat de regering met een wetsontwerp bezig was tegen de plannen van de REM. In een kort na het debat verschenen artikel van de pen van de Volkenrechtsgeleerde prof. dr. J.P.A. François, in de International Spectator van 28 februari 1964, gaf deze te kennen het optimisme van de kandidaat exploitanten, dat hun van overheidswege niets in de weg zou kunnen worden gelegd, niet te delen. De schrijver achtte het mogelijk dat dit optimisme, mede in de hand gewerkt door de vooral zwijgzame houding van de Nederlandse regering, niet het zijne was en hij de regering adviseerde dat ‘grotere mededeelzaamheid inzake nuttig zou zijn.’ Professor François achtte het tevens duidelijk dat met een kunstmatig eiland in zee een volkomen onaanvaardbare rechtsvacua zou worden geschapen, wanneer zij zouden worden beschouwd als ‘niemandsland’. Hij wees er in zijn artikel tevens op, dat wanneer dergelijke eilanden – doordat ze zich buiten de territoriale wateren bevonden – onttrokken zouden zijn aan iedere rechtsgezag, deze broedplaatsen voor wandaden en een asiel voor internationaal gespuis zouden kunnen worden. Wel wees hij erop dat overal op de wereld kunstmatige platforms waren geplaatst, onder meer voor oceanografische doeleinden of voor het plaatsen van radarinstallaties, maar dat deze installaties in volle open zee waren geplaatst met toestemming en dus onder rechtsgezag van de betreffende staat waren geplaatst. Het stond volgens de Volksrechtsgeleerde niets in de weg aan de staat, die benadeling van zijn plannen door een kunstmatig eiland wil voorkomen, maatregelen te nemen. ‘Dergelijke eilanden voeren geen vlag en er is geen staat, die hen krachtens het volkenrecht in bescherming neemt.’ Zou de kuststaat niets doen, dan zouden andere staten kunnen ingrijpen op grond van het feit, dat schepping van dergelijke rechtsvacua in de toenmalige statenwereld een bedreiging van hun belangen vormde en derhalve niet meer kon worden geduld. Professor François sloot dit deel van zijn artikel af met: ‘Het beginsel van de vrijheid van de zee eist het tolereren van dergelijke eilanden allerminst.’ In het interview met ‘Het Parool’ kwam de waarschuwende vinger richting de plannenmakers achter de REM: “Zoals er het er thans uitziet lopen de energieke plannenmakers groot gevaar hun geld in het zeewater te gooien. Constructies, gelijk zij beogen, zijn voor de internationale statengemeenschap in het algemeen, en voor de kuststaten in het bijzonder, eenmaal onaanvaardbaar.” Maar Radio Veronica kwam ook op een andere manier naar buiten en wel met een berichtje dat men liet plaatsen in ‘Televizier’ van 22 februari 1964, waarin men de luisteraars en lezers waarschuwde voor bepaalde personen die zich voor een medewerker van Radio Veronica per telefoon voordeden. Ze stelden dan een vraag aan de getelefoneerde persoon en bij een goed antwoord werd een prijs, variërend van een grammofoonplaatje tot een bedrag van f 1000,-- in het vooruitzicht gesteld. In het persbericht stelde de leiding van Radio Veronica: ‘Wij vestigen echter de aandacht op, dat Radio Veronica nooit zulke quizprogramma’s heeft gehad of zal hebben, zodat wij U aanraden niet op deze telefonische grappen in te gaan.’ Dezelfde maand werd ook bekend dat Tony Vos, programmaleider bij Radio Veronica, dit stokje ging overdragen aan Hans Oosterhof. Tony Vos, die voor zijn tijd bij Radio Veronica al in dienst was van Philips, had een uitnodiging gekregen om bij de dochteronderneming NV Phonogram in dienst te treden als producer van Nederlandse artiesten en muzikanten voor de door de NV uitgebrachte platen op het Philips, Decca en Fontana label. Precies halverwege de maand februari verliet hij, na bijna vier jaar, ‘het station waar muziek in zit’. In de periode rond het vertrek waren in diverse kranten en tijdschriften her en der korte en langere interviews met Tony Vos te lezen, waarbij hij over zijn tijd bij Veronica zei: “Het was toch een tijd waarin je alles kon, mocht en moest doen. Het was de tijd van de echte pioniersgeest en bijzonder leuk om mee te hebben gemaakt. Ik neem daarom ook met weemoed afscheid van Radio Veronica en vergeet niet dat ik er zesenveertig maanden lief en leed van mensen in Hilversum, aan die van boord als wel de luisteraars heb gedeeld.” En over de overstap naar Phonogram: “Vroeger werkte ik voor de reclameafdeling van Philips en heb altijd producer annex programma opnameleider willen worden en kreeg nu de kans. En als je altijd iets gewild hebt ben je natuurlijk wel heel erg tegen jezelf als je dan toch ‘nee’ zegt. En dat laatste heb ik dan ook niet gedaan en stap dus van boord.” In sommige kranten werd zijn vertrek gerelateerd aan de eventuele komst van commerciële televisie vanaf zee. Daarop reageerde Tony Vos met: “Ik denk zeker niet dat het, bij de komst van commerciële televisie, met Radio Veronica gedaan zal zijn. Dat is beslist niet waar. Als ik het geloofde, zou ik net als een kapitein gewoon op mijn post gebleven zijn, waar ik al die tijd met zoveel plezier heb gewerkt. Ik geloof dat er voor commerciële radio altijd zal blijven bestaan. Kijk maar naar de Engelstalige uitzendingen van Radio Luxembourg dat nog steeds veel reclame heeft ondanks de opkomst van diverse commerciële televisiestations in Groot Brittannië.’ Hans Knot, 27 september 2025 Afbeelding: Rem Eiland 16 december 1964 (foto Noord-Hollands Archief, collectie Fotopersbureau De Boer)
  29. Bart van Gogh (1959) heeft na ruim veertig jaar zijn werkzaamheden bij jingleproducent Top Format in Haarlem beëindigd. Hij groeide in die periode uit tot een bepalende naam binnen de internationale jingle-industrie en leverde een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van het vak. Toen Van Gogh begin jaren 80 bij het bedrijf begon, hield Top Format zich voornamelijk bezig met resings van pakketten uit Memphis. Die producties vonden al snel hun weg naar verschillende radiostations, waaronder onder andere de populaire piratenzenders Decibel, Keizerstad en Atlantis. Ook zij maakten gebruik van de opvallende jingles om hun programma’s meer uitstraling te geven. In 1987 wist Van Gogh JAM, destijds de wereldwijde marktleider op het gebied van jingles, aan Top Format te verbinden. Daarmee werd de basis gelegd voor een periode van sterke groei. Nederlandse omroepen als Veronica, TROS, Sky Radio en Radio 10 maakten in die tijd gebruik van pakketten die vanuit Dallas naar Haarlem kwamen. De formule bleek ook buiten Nederland succesvol: in de jaren die volgden kozen zenders in België, Duitsland en later ook in Scandinavië, de Balkan, IJsland en Griekenland voor deze producties. Tot de Duitse klanten behoorde onder andere Deutsche Welle, evenals een groot aantal commerciële nieuwkomers. Toen de vraag naar pakketten van JAM begon af te nemen, zette Van Gogh een nieuwe koers uit. Top Format startte met de ontwikkeling van eigen jingles, waarbij hij de rol van initiator en coördinator vervulde. Hij werkte samen met componisten en leverde daarnaast zelf honderden producties af. Zijn bijdrage beperkte zich niet alleen tot jingles. In de periode van de zeezenders en latere commerciële radio was zijn stem te horen in talloze commercials. Ook werd hij de herkenbare stationsstem van Sky Radio, een rol die zijn naam nog verder aan de radiogeschiedenis verbond. In de latere jaren van zijn carrière legde Van Gogh zich steeds meer toe op het programmeren van radiozenders en het schrijven van muziek- en jingletracks voor de bibliotheek TRX. Daarmee breidde hij zijn invloed uit naar andere facetten van de radioproductie. Zijn loopbaan toont een ontwikkeling van jingleproducent tot veelzijdig radiomaker, waarin hij een constante rol speelde in het vernieuwen en verfijnen van het vakgebied. Afbeelding: Bart van Gogh (foto MediaPages)
  30. Het draagvlak in het Amerikaanse Congres voor de AM Radio for Every Vehicle Act is in augustus aanzienlijk gegroeid. Tijdens de zomerreces sloten zich nog eens 20 volksvertegenwoordigers bij de initiatiefnemers aan, waardoor het aantal steunbetuigingen in het Huis van Afgevaardigden nu op 280 ligt. In de Senaat steunen inmiddels 61 senatoren de wet. De toename kwam tot stand terwijl parlementariërs niet in Washington aanwezig waren. In hun eigen districten kregen zij signalen van burgers en belangenorganisaties die het belang van de middengolf benadrukten. Volgens de National Association of Broadcasters (NAB) speelt de middengolf voor miljoenen Amerikanen nog altijd een cruciale rol. Het medium bereikt naar schatting 82 miljoen luisteraars die vertrouwen op het aanbod van noodwaarschuwingen, lokale nieuwsvoorziening en culturele programma’s die gemeenschappen met elkaar verbinden. De lobby voor de wet is intensief. Zo zijn er sinds vorig jaar bijna 800.000 e-mails en berichten via sociale media naar congresleden gestuurd om steun voor het wetsvoorstel te vragen. Lokale radiostations verspreidden radiospots en gebruikten speciale actietools om luisteraars aan te moedigen contact op te nemen met hun vertegenwoordigers. Deze inspanningen zorgden voor een zichtbare impact in de afgelopen periode. De NAB benadrukt dat de brede steun in beide partijen het gevolg is van de directe betrokkenheid van burgers. De organisatie wijst erop dat de middengolf niet alleen een bron van betrouwbare informatie is, maar ook een essentieel middel om mensen in crisissituaties tijdig te waarschuwen. Bovendien wordt het gezien als een verbindende factor in de Amerikaanse samenleving, vooral in landelijke gebieden waar andere communicatiemiddelen minder toegankelijk zijn. Met de huidige steun in zowel het Huis van Afgevaardigden als de Senaat komt een stemming over de wet dichterbij. Voorstanders dringen erop aan dat het wetsvoorstel snel in behandeling wordt genomen, zodat de middengolf ook in de toekomst beschikbaar blijft in voertuigen die in de Verenigde Staten op de markt komen.
  31. Hofstad Radio vergroot zijn bereik vanaf 1 september aanzienlijk. Aanvullend op de DAB+-uitzending via kanaal 5B voor Zuid-Holland en Zeeland, is het station ook via FM te beluisteren op 93,7 FM vanuit Oegstgeest. Deze frequentie maakt deel uit van pakket NLCO08, dat eerder dit jaar via veiling door Amor FM werd verkregen, maar waarvan niet alle capaciteit werd benut voor het Surinaams-Hindoestaanse aanbod. Dankzij die vrijgekomen ruimte kan Hofstad Radio opnieuw een groot deel van Zuid-Holland via FM bereiken. Hofstad Radio heeft een geschiedenis die teruggaat tot de jaren 80, toen het station actief was als radiopiraat. In 2003 maakte het kortstondig een terugkeer als regionaal commercieel radiostation. Enkele jaren geleden werd het station opnieuw opgezet, ditmaal via internet en DAB+. De programmering bestaat uit een mix van zogenoemde Hofstad-classics en meer recente hits. Daarmee richt het station zich op luisteraars die zowel nostalgische muziek als hedendaagse pop waarderen.
  32. Donderdag 24 juli 2025 werd door zijn familie bekend gemaakt dat Bert van Rheenen op 80-jarige leeftijd is heengegaan als gevolg van de slopende ziekte COPD. Bert was vooral bekend onder zijn pseudoniem Chiel Montagne. De in augustus 1944 in Uitgeest geboren Bert van Rheenen had al een vroege radioloopbaan toen hij op 8-jarige leeftijd teksten mocht inspreken voor de KRO-radio. Later zou hij enkele jaren de toneelschool in Arnhem volgen. Echte bekendheid kreeg Bert als deejay op Radio Veronica. Daar ging hij onder de naam Chiel Montagne tal van programma’s presenteren. Hij werd bij een deel van de Nederlandse luisteraars bekend met de presentatie van programma’s, waaronder ‘Weekend Surprises’, ‘Nederlands allerlei’, ‘Verleden tijd’, ‘Donderdagmiddag Parade’, ‘ ‘Hondewacht’ en ‘Muziek bij de lunch’. In 1971 stond hij aan de wieg van het TROS TV programma ‘Op losse Groeven’ dat later ‘Op Volle Toeren’ heette en volop aandacht besteedde aan de Nederlandstalige muziekscene. Vanaf 2 januari 1976 presenteerde hij op donderdagvond van 22.00 tot 23.00 uur op Hilversum 3 enige tijd ‘Als dat zou kunnen’. Op een later moment hield Chiel zich ook bezig met de productie en regie van muziekspecials. Daarnaast richtte hij in 1974 te Baarn zijn eigen geluidsstudio op, Dutch Music Center (DMC), waar vele Nederlandse artiesten en internationale artiesten hun platen hebben opgenomen. In de jaren negentig van de vorige eeuw was hij een van de initiators achter Holland FM, een radiostation dat vrij snel werd opgekocht door Veronica. Voor Radio 10 en Radio 192 was Montagne vervolgens ook te beluisteren. Maar ook was hij voor MAX TV en Oranje TV enige tijd actief. Daar er een gebrek was aan Nederlandstalig lied op de Hilversumse radiostation besloot Chiel te gaan voor een eigen omroep om die muziek te kunnen promoten. In 2003 richtte hij daartoe de MON op, dat stond voor Montagne Omroep Nederland. Bij lange na werd het vereiste aantal leden niet gehaald en dus kwam de MON nooit in de ether. Muzikaal was Chiel zelf ook actief. Chiel Montagne: Kaartenspel. Nog voor Gerard de Vries van dit nummer ("Deck Of Cards") een hitsingle wist te maken, vertolkte Chiel Montagne zijn versie in 1965 – Veronica bestond toen vijf jaar – voor de radio. Deze uitvoering verscheen nooit op plaat, maar werd wel opnieuw uitgezonden tijdens de Veronica-revival van 1999. Eind jaren zestig was er de lp 28 Non Stop Party Hits (Discofoon). Dit album van Chiel Montagne en Eddie Becker werd door Vroom en Dreesmann uitgebracht op het eigen label. In 1972 waagde de Veronica-deejay een echte poging om de hitlijsten te beklimmen met het lied "Marja" op het Philips-label. In 1974 kwam er ook nog een elpee uit met verschillende zelfgeschreven songs, onder de titel "Chiel Montagne". Ook op de televisie liet Montagne van zich horen. Eddie Becker had een gigantische hit met het nummer "La Felicidad," maar het was Chiel Montagne die in de jaren zestig met hetzelfde nummer het veelbekeken programma ‘Voor de Vuist Weg’ wist te halen, dat Willem O' Duijs vanaf 1963 presenteerde voor de AVRO-televisie. Montagne's uitvoering verscheen overigens nimmer op plaat. Maar Chiel Montagne werd zelf ook in 1971 bezongen door een zangeresje met de naam ‘Anja’. In 1971 verscheen de LP ‘Veronica Blijft Als U Dat Wilt.’ (Elf Provinciën). Op deze elpee staat werk van een groot aantal artiesten uit de stal van Vader Abraham, waarin op de van Kartner bekende wijze Veronica dan wel haar medewerkers werden bezongen. De elpee kreeg geen hitnotering. Op de elpee stonden de volgende songs en artiesten: Wat moet ik doen zonder jouw Veronica - De 192 jongens en de Makkers Goeie Morgen Tom (Collins) - Nico Mark Rob Out - De Butlers Beste Lex (Harding) – Willemien Klaas Vaak altijd raak - Nol en Marie Henk van Dorp met een inworp - Een Sportliefhebber Juxe Box - Corry en de Rekels Ode aan Radio Veronica - Vader Abraham Veronica - de Rekels Hans Mondt houdt je gezond - De 7 Zonen Chiel Montagne zonder franje - Anja Tineke van Sliep uit - Johnny 'n Pint voor Gaston (Huysmans) - Duo X Jupie ajee op één negen twee - Vader Abraham en zijn 7 Zonen 10 jaar Veronica - Jan Pijn Met het overlijden van Bert van Rheenen is het aantal nog levende oud medewerkers weer kleiner geworden. Bronnen: Archief Freewave Nostalgie Veronica programma database Juul Geleick Soundscapes Zeezenderdiscografie. Hans Knot, 24 juli 2025. Afbeelding: Chiel Montagne (foto Jan van Heeren)
  33. Op zaterdag 5 september vindt de 24e editie van de Erkrather Radiodag plaats in het Technisch Museum QQTec in Hilden. Daarmee keert het evenement terug naar de vaste locatie aan de Forststr. 73 in D-40721 Hilden, waar ook eerdere edities werden gehouden. De bijeenkomst duurt van 13:00 tot 19:00 uur en richt zich opnieuw op liefhebbers van radiohistorie, media en zeezenders. Het programma opent met een welkomstwoord van Jan Sundermann, waarna Thomas Kircher een presentatie verzorgt over het mediaportaal FM Kompakt. Vervolgens staat een lezing van Jürgen von Wedel op het programma, waarin hij ingaat op Radio Bavaria International en de ontwikkeling van deze zender van Zuid-Tirol tot Beieren. Ook Radio Monique krijgt dit jaar een plaats in het programma. Ferry Eden spreekt over zijn nieuwe boek over het voormalige zeezenderstation, dat binnenkort verschijnt. Voor deze sessie worden ook gasten uit Nederland verwacht. Een ander onderdeel is een interview met Helmer Litzke, die terugblikt op zijn loopbaan in de radio. Daarbij komt zijn werk aan bod bij onder meer RTL Radio Luxemburg en Schwarzwald Radio. Herbert Visser sluit het inhoudelijke programma af met een bijdrage over de actuele mediasituatie in Nederland en België. De Erkrather Radiodag geldt al jaren als een vaste ontmoetingsdag voor bezoekers met belangstelling voor radioverleden en mediaontwikkeling. De toegang bedraagt €12. Afbeelding: foto Erkrather Radiodag
  34. Radio Caroline is in het Verenigd Koninkrijk op de tweede plaats geëindigd in een onderzoek naar de meest gewaardeerde handelsmerken. De poll werd uitgevoerd door het Intellectual Property Office (IPO) ter gelegenheid van 150 jaar merkregistratie en bracht in kaart welke merken door het publiek als bepalend voor de Britse identiteit worden gezien. Volgens de resultaten eindigde alleen Rolls-Royce boven Radio Caroline. De lijst laat zien hoe uiteenlopende merken, variërend van industrie tot cultuur en publieke diensten, stevig verankerd zijn in het collectieve geheugen. Het IPO benadrukte bij de bekendmaking dat Radio Caroline, dat in 1964 begon met uitzendingen vanaf de Noordzee, voor veel mensen symbool staat voor een periode waarin jongerencultuur in het Verenigd Koninkrijk een eigen stem kreeg. De zender wordt in de toelichting omschreven als een pionier die een generatie van muziek en een gevoel van onafhankelijkheid voorzag. Stationmanager Peter Moore gaf aan dat de hoge notering wordt gezien als erkenning voor de lange geschiedenis van het station en de band met luisteraars. Volgens hem is de trouw van het publiek, dat deels al sinds de tijd van de zeezenders betrokken is, een belangrijke basis geweest voor de ontwikkeling van het merk. Hij voegde daaraan toe dat Radio Caroline in de loop der jaren nieuwe luisteraars heeft bereikt en zich blijft aanpassen aan veranderende technologie, zonder de oorspronkelijke identiteit uit het oog te verliezen. De IPO-top 10 van meest gewaardeerde Britse handelsmerken is als volgt samengesteld: Rolls-Royce Radio Caroline Twinings Cadbury Bass Burberry Transport for London (TfL) roundel Calpol Mini BBC
  35. Laten we maar eens kijken wat er zoal nog meer speelde in de maand april 1980. De toenmalige voorzitter mr. Jurgens van de NOS, de Nederlandse Omroep Stichting, kwam met het idee om een soort van abonnee televisie toegang te laten binnen het Nederlandse omroepbestel, als eventueel tegenwicht van de toekomstige dreiging van commerciële televisie, uitgestraald via satellieten. Die vorm van transitie zou nog jaren op zich laten wachten maar daarmee was wel het begrip abonnee televisie voor Nederland geboren. Jurgens bracht zijn plan ter sprake tijdens een symposium over de toekomst van omroepsatellieten, dat in Utrecht werd gehouden. Hij stelde dat elke vorm van abonnee televisie een financieel voordeel kon gaan opleveren voor de bestaande publieke omroepen. Hij maakte daarbij een vergelijking met de financiële resultaten van soortgelijke uitzendingen in de VS, die werden uitgezonden onder de paraplu ‘Pay TV’. Volgens Jurgens zouden de deelnemers aan abonnee-tv zich kunnen abonneren op een extra aanbod aan zendtijd op één of meerdere televisiekanalen, vooral bestaande uit aantrekkelijke programma's als films, sport en amusement. Een dergelijk programma zou kunnen worden gedistribueerd per straalverbinding naar de al bestaande kabelsystemen, of op een later moment via de satelliet voor directe ontvangst. Jurgens voegde er aan toe dat onderzoek had uitgewezen dat er de mogelijkheid kon bestaan dat toekomstige niet-abonnees uit te sluiten waren voor ontvangst van signalen door deze vorm van abonnee televisie. Hij pleitte er voor, mocht het worden ingevoerd, via deze nieuwe vorm van transmissie, vooral programma’s te laten verspreiden die via de omroepen nauwelijks of geheel niet aan bod kwamen. En kijk eens waar we in 2026 al jaren lang uitgebreid mee bezig zijn. Jurgens had een goed oog voor de toekomst, hoewel de gewenste uitwerking totaal anders werd. Op zaterdag 11 april 2026 wordt in Amsterdam ‘Eurovision in Concert’ weer gehouden. In 2026 geen ruimte voor Nederland in het grote Eurovisie Songfestival omdat de AVROTROS leiding besloot af te zien van deelname vanwege het maanden lange wrede optreden van het Israëlische leger in de Gaza. 46 jaar eerder was er vanuit Nederland een totaal andere reactie. De maand april 1980 was voor activiteiten in Den Haag vooral gericht op het laten slagen van het Eurovisie Songfestival, dat in het Congresgebouw werd gehouden. De volger van het jaarlijkse festival, dat onder auspiciën van de EBU, de European Broadcasting Union, voor de 25ste keer werd georganiseerd, had al niet meer verbaasd opgekeken toen de berichtgeving in de kranten verscheen. Anderen hebben misschien verbaasd gereageerd. Een Nederlandse afvaardiging had toch voor de laatste keer, via Teach Inn, in 1975 gewonnen. Maar het was toch realiteit dat op donderdag 17 april 1980 de eerste repetities plaats vonden in Den Haag voor het Eurovisie Songfestival, waarvan de finale de daarop volgende zaterdag werd gehouden. In 1979 was de formatie Milk en Honey de winnaar geweest en wel uitkomend voor Israël. In principe was het dus aan dat land de finale van 1980 te organiseren maar in november 1979 bleek dat men in Jeruzalem had besloten af te zien van de organisatie daar niet voldoende financiën voor handen was en bovendien de veiligheid van artiesten en hun volgers niet gewaarborgd kon worden. Binnen de EBU werd met vertegenwoordigers van de deelnemende landen een spoedberaad gehouden waar zelfs het idee op tafel kwam maar een eind te maken aan het jaarlijkse gebeuren. Gelukkig was de reddende persoon ook aanwezig in de persoon van Carel Enkelaar, die de NOS uit Nederland vertegenwoordigde. En men ging akkoord met zijn aanbod op in Den Haag het jaarlijkse Eurovisie Song Festival te laten plaats vinden. Enkelaar bleek al vaker het zoeklicht te hebben opgezocht bij internationale projecten van de EBU en was maar wat blij met de internationale steun het Festival te redden. De donderdag voor de finale was dus ingericht voor de eerste repetities en wat ik uit mijn aantekeningen van destijds kan terughalen was het dat die dag niet allemaal voorspoedig verliep. Zo waren telefoonlijnen met diverse aangesloten omroepen verkeerd aangesloten en was het niet gelukt het gewenste decor, ontworpen door Roeland de Groot, op tijd op het podium te krijgen. De eerste repetitie was weggelegd voor Adja Pekkan, namens Turkije. Maar ook dat ging niet goed want de leden van het deelnemende orkest kregen voor het eerst de partituur van het lied onder ogen. Natuurlijk waren er in die week de nodige bijeenkomsten waarbij de persvertegenwoordigers de nodige opmerkingen konden noteren. En Enkelaar was altijd scherp de aandacht te trekken. Zo stelde hij dat er een ‘Songfestival ’80 Handboek’ was gemaakt maar ook dat het Eurovisie Songfestival jaarlijks niet de belangrijkste culturele manifestatie was in Europa maar zondermeer niet diende te worden genegeerd daar er jaarlijks rond de 400 miljoen kijkers aandachtig de uitzending van de finale van het Eurovisie Festival bekeken. Het festival werd niet alleen door Israël doorverwezen voor organisatie aan Nederland, want in Den Haag bleek tevens dat er geen vertegenwoordiging was uit het land. Reden was dat op 20 april men in Israël treurde om gevallen soldaten in de diverse oorlogen en de activiteiten daarvoor namen om 9 uur in de avond van de 19de al een aanvang. Uiteraard was deze activiteit een reden niet een vrolijk liedje te laten zingen door een vertegenwoordiging in Den Haag. Gelukkig bleken de bezitters van een televisietoestel in Israël niet verstoken van de uitzending. Er was een enorme belangstelling van de zijde van de journalisten. Liefst meer dan 300 journalisten uit binnen- en buitenland hadden accreditatie gekregen om verslag te doen en de verrichtingen van de zangers en zangeressen te kunnen volgen. Er waren deelnemende vertegenwoordigers uit 19 landen met een totaal van rond de 900 personen. Maar ook vanuit de NOS waren er liefst meer dan 250 deelnemers en dat was inclusief de leden van het Metropole Orkest. En ook al in 1980 werd er uitgebreid voor beveiliging gezorgd van het Congresgebouw in Den Haag. Het leek op een onneembare vestiging want honderden meters dranghekken stonden rond het gebouw, terwijl tientallen agenten – al dan niet met honden – voor verdere bewaking zorgden. Eén van de lastige beslissingen was dat de ondergrondse garage op die locatie werd gesloten, waardoor 600 parkeerplekken werden geblokkeerd. Het was vooral lastig voor betrokken technici, artiesten, managers, journalisten en meer. Vier jaar eerder was de locatie van de finale van het Eurovisiesongfestival dezelfde en maakte men in 1980 dankbaar gebruik van het toen samengestelde draaiboek, dat op enkele punten was aangepast. De beveiliging was daarmee drastischer dan in 1976. De bewaking was deels in handen van de Haagsche politie, die 60 man beschikbaar stelde. Tevens was er een groot aantal leden van particuliere bewaking diensten aanwezig voor de bewaking van de omliggende gebouwen. Zo was ook de regeling getroffen dat alle bezoekers zich dienden te legitimeren met een speciaal pasje en tevens met een metaaldetector werden gecontroleerd op onder meer wapenbezit. Al met al voor die tijd ongebruikelijk. Deelnemers werden ondergebracht in drie hotels in Den Haag en ook daar werd de bewaking ingezet. Natuurlijk even de uitslag van deze 25ste aflevering van het Eurovisie Songfestival. Het werd gewonnen door Johnny Logan uit Ierland met een lied geschreven door Shay Healy. Hij vertegenwoordigde Ierland met ‘What’s another year’, een lied dat heerlijk in het gehoor lag en vele decennia later zo weer meegezongen kan worden. Maar ook de Nederlandse deelname lag heerlijk in het gehoor, Amsterdam gezongen door Sjoukje Smit, die eerder als Mc Neal met Mouth op het Europese platvorm actief was met ‘Ik zie een ster’. Ze werd in 1980 vijfde en het dirigeerstokje was bij haar optreden in handen van Rogier van Otterloo. De presentatie van de finale was in handen van Marlous Fluitsma en Hans van Willigenburg. Hans Knot, 11 april 2026
  36. De inzamelingsactie voor het financieren van noodzakelijke herstelwerkzaamheden aan de Ross Revenge heeft bij de start van 2026 de grens van een half miljoen pond bereikt. Het bedrag is bestemd voor de voorbereiding en uitvoering van groot onderhoud aan het zendschip van Radio Caroline. De opbrengst is volledig tot stand gekomen dankzij donaties aan de Ross Revenge-charity en de bijbehorende Crowdfunder, aangevuld met inkomsten uit de webwinkel. De organisatie achter het schip benadrukt dat de steun afkomstig is van luisteraars en betrokkenen, waardoor het mogelijk wordt om de geplande werkzaamheden voort te zetten. De fondsenwerving blijft doorgaan, aangezien er geen vast maximum is aan het bedrag dat kan worden besteed aan het behoud van de Ross Revenge. Naarmate het beschikbare budget toeneemt, kunnen tijdens de periode in het droogdok meer essentiële werkzaamheden worden uitgevoerd. De bedoeling is om de Ross Revenge in het voorjaar naar het SMS Dry Dock in Lowestoft te brengen. Voor deze verplaatsing is de inzet van een grote sleepboot nodig, terwijl in het dok zelf een tweede sleepboot wordt ingezet om het schip op zijn plaats te manoeuvreren. Omdat de diepgang van het schip te groot is om zonder hulp het droogdok binnen te varen, worden speciale drijfzakken en duikers ingehuurd. Door het aanbrengen en oppompen van deze zakken wordt het achterschip voldoende gelicht om toegang tot het dok mogelijk te maken. Eenmaal in het droogdok ligt de nadruk op het zandstralen, herstellen en schilderen van de circa 67 meter lange romp en constructie. Daarnaast staan onderhoud aan de zeekisten en het vervangen van aangetaste houten benedendekken door een slijtvaste roostermatconstructie op de planning. Afhankelijk van de beschikbare middelen kan ook worden gewerkt aan het vervangen van verroeste metalen dekken aan de voor- en achterzijde van het schip, waarbij de aanduiding Caroline 648 AM opnieuw zichtbaar zal worden aangebracht op het achterdek. De betrokkenen bij de Ross Revenge spreken hun waardering uit voor de voortdurende steun van luisteraars en belangstellenden. Wie meer wil weten over de plannen of een bijdrage wil leveren, kan terecht op de website rossrevengeofficial.com. Afbeelding: Ross Revenge in Blackwater River (foto Vincent Schriel)
  37. Langegolfuitzendingen hebben een lange en indrukwekkende geschiedenis. Ooit waren ze de ruggengraat van nationale en internationale radiocommunicatie, met krachtige zenders die signalen over duizenden kilometers konden verspreiden. De combinatie van hun enorme reikwijdte en hun betrouwbaarheid maakte ze een essentieel onderdeel van de omroepwereld, vooral in landen met uitgestrekte gebieden waar FM-signalen of zelfs middengolf geen volledige dekking konden bieden. Toch is de toekomst van de langegolf verre van zeker. De afgelopen decennia zijn veel langegolfzenders uit de lucht gehaald. Hoge energiekosten, afnemend luisteraarsbereik en de opkomst van digitale alternatieven zoals DAB+ en internetradio hebben ervoor gezorgd dat steeds meer landen hun uitzendingen op deze frequentieband stopzetten. Waar langegolf ooit een symbool was van nationale trots en technologische vooruitgang, wordt het nu vaak gezien als een achterhaald medium. Toch zijn er nog enkele langegolfzenders die dag in dag uit hun signalen blijven uitzenden, vaak als dienst voor trouwe luisteraars in afgelegen gebieden of als cultureel erfgoed. In sommige gevallen is langegolf zelfs nog van strategisch belang, bijvoorbeeld voor maritieme communicatie of als noodkanaal in crisissituaties. De nog actieve langegolfzenders Ondanks de wereldwijde afname van het aantal langegolfzenders zijn er nog enkele stations die standhouden. Deze zenders bevinden zich voornamelijk in Europa en Noord-Afrika en worden vaak gebruikt voor nationale radiodiensten of specifieke doelgroepen. Op 153 kHz is er nog een actieve zender in Roemenië, die wordt gebruikt door Radio România Actualități. Dit is de publieke nieuwszender van het land en bereikt met zijn langegolfuitzendingen ook luisteraars in de buurlanden. De langegolfzender op 164 kHz is een van de belangrijkste in Mongolië en bevindt zich in Ulaanbaatar, de hoofdstad. Deze zender wordt gebruikt door Mongolian National Broadcaster (MNB), de publieke omroep van Mongolië, om een breed scala aan programma’s uit te zenden, waaronder nieuws, cultuur en muziek. Dankzij het sterke signaal kan de uitzending een groot deel van het land bereiken, inclusief afgelegen gebieden waar andere vormen van media minder toegankelijk zijn. Een van de krachtigste langegolfzenders is die op 171 kHz, waar Medi 1 uit Marokko uitzendt. Deze zender heeft een enorm vermogen en bestrijkt niet alleen Marokko, maar ook grote delen van Zuid-Europa en Noord-Afrika. Op 198 kHz is het Britse BBC Radio 4 nog steeds actief, al zijn er plannen om deze langegolfuitzendingen in de nabije toekomst te beëindigen. Op 209 kHz is een langegolfzender actief die vooral gericht is op regionale uitzendingen in Mongolië. De zender voorziet luisteraars van actuele informatie, traditionele Mongoolse muziek en educatieve programma’s. De langegolftechnologie zorgt ervoor dat het signaal over grote afstanden wordt verspreid, wat essentieel is in een uitgestrekt land als Mongolië, waar veel mensen buiten de grote steden wonen. Op 225 kHz is Polskie Radio Jedynka uit Polen nog steeds te horen. Deze zender wordt uitgezonden vanuit Solec Kujawski en is een van de laatste langegolfstations die nog in Midden-Europa actief zijn. De zender is de opvolger van de oude langegolfzender in Konstantynów, die in 1991 instortte. De zender op 227 kHz heeft in Mongolië een vergelijkbare functie als die op 209 kHz en biedt aanvullende regionale dekking. Hier worden nieuwsbulletins, culturele programma’s en andere informatieve content uitgezonden. Ten slotte is er nog Radio Algerienne op 252 kHz. Deze zender, afkomstig uit Algerije, heeft een bereik dat zich uitstrekt over Noord-Afrika en delen van Zuid-Europa. Het station heeft een lange geschiedenis en blijft populair onder luisteraars die waarde hechten aan langegolfuitzendingen. Zenders die inmiddels zijn uitgeschakeld Hoewel er nog enkele langegolfzenders in de lucht zijn, is de lijst met stations die inmiddels zijn verdwenen veel langer. Op 153 kHz zond ooit Deutschlandfunk uit, maar deze langegolfzender werd in 2015 uitgeschakeld toen Duitsland besloot te stoppen met langegolfuitzendingen. Een van de bekendste langegolfzenders op 162 kHz was France Inter, die grote delen van Europa bereikte. De Franse overheid besloot in 2017 echter de langegolfzender af te schakelen om kosten te besparen. Vanuit Duitsland was de Franstalige zender Europe 1 te horen op 183 kHz. De langegolfuitzendingen zijn op 31 december 2019 stopgezet. Ook IJsland heeft een langegolfzender verloren: op 189 kHz zond jarenlang een tweede frequentie van RÚV uit, maar deze werd in 2023 uitgeschakeld. Op 207 kHz had Duitsland een tweede langegolfzender van Deutschlandfunk, die tegelijk met de 153 kHz-zender werd uitgeschakeld. In IJsland zond RÚV Rás 1 uit op 207 kHz. In Frankrijk was Radio Monte Carlo ooit een bekende naam op 216 kHz, maar in 2020 werd de langegolfzender stopgezet. Een van de grootste verliezen voor langegolfliefhebbers was de sluiting van RTL Radio op 234 kHz. Deze Luxemburgse zender had een rijke geschiedenis en was een begrip in de Europese radiowereld, maar in 2022 kwam er een einde aan de uitzendingen. Op 270 kHz zond jarenlang Český rozhlas uit vanuit Tsjechië, maar ook deze zender werd in 2021 stilgelegd. Een andere bekende langegolfzender was die op 279 kHz, waar Belaruskaje Radio uit Wit-Rusland uitzond. Deze zender werd al in 2016 uitgeschakeld. De toekomst van langegolf Hoewel het aantal actieve langegolfzenders blijft afnemen, blijven sommige stations nog steeds operationeel. In landen zoals Polen, het Verenigd Koninkrijk, Marokko en Mongolië wordt langegolf nog steeds gebruikt als een belangrijk medium om landelijke dekking te garanderen. Daarnaast ontstaan er ook nieuwe initiatieven zoals Arctic 252 in Finland. De komende jaren zullen uitwijzen of de resterende langegolfzenders kunnen overleven in een wereld die steeds meer overstapt op digitale radio. Afbeeldingen: De zendlocatie in Felsberg, Duitsland (foto's Vincent Schriel)
  38. Dit keer terug naar onder meer 1968. In die tijd hoorde je als noordeling wel eens anderen praatten over het uitgaansleven in Amsterdam. Zo schreef ik tijden geleden over de opening van Paradiso, het uitgaanscentrum voor de jeugd, dat in 1968 officieel werd geopend. Rob Olthof woonde in 1968 in Amsterdam en nam ons eerder mee terug naar de opening en het eerste jaar van deze poptempel. Rob, die helaas in 2013 veel te vroeg kwam te overlijden, vertelde mij onder meer: “Waar je als Amsterdammer natuurlijk naar toeging was Paradiso, waar de beroemde bands optraden. Zo zag ik daar onder meer Cuby and the Blizzards, een jonge formatie met de naam Pink Floyd, The Moody Blues en Groep 1850. Dan waren daar ook de meer bekendere types die er met grote regelmaat kwamen, deels om te zien en deels om gezien te worden. De illustere Kapper Mario Welman heb ik nog eens in een badkuip zien zitten, midden op het toneel. Phil Bloom, bekend van een eerste naaktoptreden op de VPRO televisie, danste daar bevallig rond en Koos Zwart en Marjolein Kuysten van het toenmalige Hitweek liepen daar veel rond.” Maar het uitgaansleven had veel meer mogelijkheden in Amsterdam waarbij onder meer drie pleinen heel belangrijk waren. Het Leidseplein, het Rembrandtplein en het daaraan grenzende Thorbeckeplein. Andermaal destijds Rob Olthof over het uitgaansleven in dit geval het Thorbeckeplein. “Als je het destijds had over het Thorbeckeplein en deels ook over het Rembrandtplein dan viel al snel de naam van Kees Manders, de oudere broer van Tom Manders alias Dorus. Hij bezat tal van uitgaansgelegenheden waaronder vele clubs zoals ‘Moulin Rouge’, ‘La Dolce Vita’, ‘Playboy’s Oriental Club’, het ‘Rocco Roulette Casino’ en ‘de Phono Bar’. Vaak werd er toen gesproken over het Thorbeckeplein als het hitsige brandpunt van Amsterdam. De meerderheid van deze zaken was in handen van Kees Manders. Manders is bij vele leeftijdsgenoten van mij om meerdere redenen bekend. Ik noem allereerst zijn huwelijk met één van de zangeressen van het ‘levenslied’, Rika Jansen. Onder meer het lied ‘Mijn wiegie was een stijfselkissie’ bracht haar het nodige succes. Niet dat Manders het altijd gemakkelijk had. Het gegeven, dat in een aantal van de clubs de gelegenheid gegeven werd tot het zich terugtrekken met een van de gastdames, was in de jaren zestig van de vorige eeuw veelvuldig reden voor de penoze zich op te dringen. Men dacht als ‘beschermer’ heel gemakkelijk via afpersing geld te kunnen verdienen, maar Kees Manders hield zich staande en breidde zijn imperium uit.” Manders stond bekend als een man die publiciteitsgeil was en dus zag je zijn naam veelvuldig terug in kranten als ‘Nieuws van de Dag’ en de ‘Telegraaf’ en wilde hij maar wat graag zijn succesverhaal vertellen: Kees Manders in een van de interviews: “Ik liep hier eens langs op het Thorbeckeplein in 1958 en liep een volkse kroeg binnen met de naam ‘’t Uiltje’ en die heb ik toen gehuurd van de toenmalige eigenaresse met als doel het volkse te behouden en dus liet ik mijn geliefde, ‘Zwarte Riek’ de op en top smartlappen zingen. In het begin liep het niet al te best want we hadden nogal eens last van penoze. Die eisten ons te beschermen, in ruil voor geld. Gingen we niet akkoord dan dreigden ze bij herhaling de boel kort en klein te slaan. Ik pikte dit niet en het is toen een enorme rel geworden, maar daar is het wel bij gebleven want vanaf dat moment hielden ze zich rustig tegenover mij.” Manders besloot na alle bedreigingen dat hij zijn neus misschien wel had beschadigd maar niet gestoten en besloot ’t Uiltje te kopen en totaal te verbouwen tot wat later bekend werd als ‘Cave Toulouse Lautrec’, zijn eerste onderneming op het Thorbeckeplein. In 1968 was Kees Manders inmiddels 54 jaar en stond weids in het leven. Onder meer was hij bekend geworden als revueartiest, tekstschrijver, zanger, showman, decorontwerper en eigenaar van vele uitgaansgelegenheden. Ik kan me herinneren dat er regelmatig in de krant in het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw melding werd gemaakt van andermaal een nieuwe aankoop van een horecaonderneming op het Rembrandtplein of het Thorbeckeplein door Kees Manders. Zo kocht hij de Phonobar, die hijzelf betitelde als de eerste discobar van Nederland. Deze werd in 1959 geopend en was zeer geliefd bij de jongeren, die hun eigen plaatjes mochten meenemen om gedraaid te krijgen voor een groot publiek van voornamelijk gelijkgezinden. Manders ging er vaak prat op dat hij de eerste gelegenheid in ons land had waar platen werden gedraaid, wat later in de jaren zestig van de vorige eeuw zou leiden tot discotheken en drive in shows. Op een bepaald moment besloot Manders het doel van een andere gelegenheid, ’t Uiltje, te verlegen en meer gelegenheid te geven aan de meer rijkere mannen zich te verpozen met door hem ingehuurde vrouwen. Namen als Chinese Annie en Blonde Dolly werden belangrijk maar zijn inmiddels geliefde vrouw Zwarte Riek werd Rika Jansen. De nieuwe naam van ’t Uiltje werd Moulin Rouge. Het werd eerst een moeilijke start in Moulin Rouge want de striptease, die hij in die tent introduceerde, sloeg niet aan in de hoofdstad van ons land. Men was het niet gewend en bovendien was het ook niet gewenst. Pas toen de buitenlanders erop afkwamen ging het lopen. Het verhaal gaat dan ook dat Manders voor de speciale opening destijds vier van deze danseressen had gecontracteerd maar geen van de vier kwam opdagen. Niet veel later trok hij toch nog een dame aan, die slechts alleen tot haar bikini wilde strippen. Manders had direct iets nieuws bedacht: ‘Miss Bikini’. Op een bepaald moment, zo rond 1967, maakte hij van die club een exclusieve tent door de prijzen drastisch te verhogen. Consumpties waren er vanaf een tientje. Let wel 10 gulden voor een glas pils, waarschijnlijk ook nog lekker aangelengd. In een van de interviews, die Kees Manders ooit gaf, vertelde hij heel smakelijk over een misser in zijn Moulin Rouge. Op een avond was er een goed geklede man binnengekomen die meteen een rondje voor de hele zaak weggaf. Maar daar bleef het niet bij, want twee andere rondjes volgden. Manders schijnt daarna aan de chef-kelner gevraagd te hebben tussentijds te incasseren, maar deze kwam terug met de mededeling geen zorgen te maken daar de man een groen briefje van duizend gulden in zijn portefeuille had. Achteraf bleek het zijn bewijs van opname te zijn in een psychiatrische inrichting. Afsluitend inzake Kees Manders kan nog verteld worden dat hij ook na 1968 de publiciteit zocht. In augustus 1970 beweerde hij in de steek gelaten te zijn door de heren Meister en Bollier, directieleden van het radiostation Radio Nordsee International. Beide uit Zwitserland afkomstige directeuren zouden Manders hebben beloofd directeur te mogen worden van een Nederlandse afdeling van RNI. Toen zij hun afspraken, volgens Kees Manders, niet nakwamen was dat voor hem reden met zijn broer Tom en enkele andere vrienden, waaronder ir. Heerema, een tochtje te maken naar zee met als doel het zendschip van RNI te kapen en binnen te slepen om zo niet alleen een zendschip in handen te krijgen maar ook de nodige publiciteit te verkrijgen. Dat laatste lukte ruimschoots, maar het zendschip bleef in internationale wateren. Deze poging werd in sommige kranten als een ‘operette op zee’ omschreven. Cornelis Petrus Antonius (Kees) was in 1913 in Leiden geboren en kwam in 1979 te overlijden op 65-jarige leeftijd. Hans Knot, 3 januari 2026 Afbeelding: foto collectie André Lieberom / Genootschap Oud Zandvoort
  39. Als je met Marjan van den Dorpe praat over Radio Veronica, gebeurt er iets. Haar stem wordt net een fractie warmer, haar ogen lichten op en ineens ben je terug in de tijd: naar transistorradio’s op de vensterbank, zeezenders, jingles die je woord voor woord mee kon zingen en het gevoel dat daar, ergens voor de kust, vrijheid lag te drijven. In haar boek Radio Veronica, anker van mijn jeugd brengt Marjan die tijd opnieuw tot leven. Niet als droge geschiedschrijver, maar als iemand die er middenin zat – als luisteraar, fan, vrijwilliger, insider. Het resultaat is een persoonlijk document dat de geschiedenis van Veronica verweeft met een meisjesleven dat dankzij die stemmen op zee nét anders liep. “Het was alsof die stemmen voor mij alleen uitzonden” Het is mei 1962. Een meisje van acht ligt wekenlang plat op bed in een donkere kamer, na een zware aanrijding met een auto. Buiten gaat het leven door; binnen is er stilte. Dan krijgt ze, als grote uitzondering, het portable radiootje van haar vader op haar nachtkastje. Ze draait aan de knoppen en hoort ineens muziek, stemmen, leven: Radio Veronica. “Vanaf dat moment,” vertelt Marjan van den Dorpe, “heeft dat station mij nooit meer losgelaten.” Die eerste ontmoeting is het begin van een levenslange verbondenheid – en vormt de kern van haar boek Radio Veronica, anker van mijn jeugd. “Je moet je voorstellen,” zegt ze, terugdenkend, “geen internet, geen streaming, twee officiële zenders die nogal braaf waren – en dan ineens Veronica. Vrij, eigenwijs, met muziek waarvan je dacht: waar komt dit vandaan? Het was alsof die stemmen voor mij alleen uitzonden. Ik voelde me gezien, gehoord, zonder dat iemand mijn naam kende.” Die ervaring vormt de basis van het boek: Veronica niet als marketingmerk, maar als levenslijn. Een anker in een kwetsbare jeugd, tegen de achtergrond van een Nederland dat verandert: Provo, Damslapers, de opkomst van popmuziek, internationale spanningen – en steeds dat schip voor de kust. Een jeugd met een zendmast in het hart Marjan groeit op in een tijd zonder internet, zonder mobiele telefoon, met lange schooldagen – ook op zaterdag – en een kwartje op zak voor noodgevallen in de telefooncel. Terwijl zij haar huiswerk maakt, speelt Veronica op de achtergrond. De zeezender wordt haar vaste metgezel, haar houvast. Als ze zestien is, krijgt ze de keuze: brommer of autorijlessen. Ze kiest voor de brommer. Niet om zomaar rond te rijden, maar om naar Utrechtseweg 16 in Hilversum te gaan – de plek waar de studio’s van Radio Veronica zijn. Daar zijn de dj’s. Daar is de magie. “Ik kon zien hoe programma’s werden gemaakt,” zegt ze. Ze zit op het bankje op de tweede verdieping te kletsen met Stan Haag, is aanwezig bij opnames van Jukebox, en overspoelt de redactie met verzoekplaatjes voor vrienden, familie en zichzelf. Veronica is geen abstract merk voor haar; het is een levende gemeenschap. Haar favoriete diskjockey? Rob Out. Marjan: “Zijn heerlijke radiostem … tja als Rob iets vroeg, dan deed ik dat. Zoals tijdens de actie ‘Veronica blijft als U dat wilt.’ Ik hield iedereen die ik maar kende of zag, een kaart onder de neus om te tekenen. Twee miljoen kaarten kwamen er binnen.” Ook de herinnering aan dé grote storm is nog levendig: “Ondanks mijn overtuiging dat ze de storm zou trotseren, bleek het schip van Veronica er niet tegen bestand. Als een speelbal van de golven werd het schip met de bemanning naar de kust gedreven, opgetild en door een grote hand, lieflijk op het strand gezet. Ik ben het daar gaan opzoeken, heb op haar boeg geklopt en gezegd dat ze eens weer op zee zou dobberen. En dat gebeurde. Op de dag van de demonstratie 18 april 1973. De Veronica lag weer op zee, de demonstratie was een groot succes en verliep vlekkeloos. Ik kan het weten want ik was daarbij.” Eén grote familie Wat Veronica uniek maakt, is volgens Marjan het gevoel van familie. De afstand tussen studio en luisteraar is klein. Een dj die op de zender grapt dat hij zin heeft in drop? Enkele dagen later: postzakken vol. Die verbondenheid is geen toeval. In haar boek beschrijft Marjan hoe directeur “oom Bull” Verweij zijn mensen meegeeft: als je luisteraars uitnodigt om te reageren, dan bedank je ze ook. Het resulteert in stapels voorgedrukte kaarten die dj’s eigenhandig ondertekenen – omdat elke luisteraar telt. Dat principe, zegt Marjan, is de basis van haar loyaliteit: “Je voelde je gezien. Je deed ertoe.” Stormen, strijd en standvastigheid Radio Veronica, anker van mijn jeugd is geen nostalgische ansichtkaart, maar een persoonlijke geschiedenis door alle stormen heen: de bomaanslag en de schok wanneer blijkt dat ook aan Veronica-zijde fouten zijn gemaakt; de massale actie “Veronica blijft… als U dat wilt”, waarbij Marjan iedereen in haar omgeving laat tekenen; de demonstratie in Den Haag op 18 april 1973, waar ze zelf bij is; de angstige uren tijdens de storm met windkracht 11, de stranding van het schip, haar bezoek aan het gestrande zendschip, de hoop dat het weer naar zee zou gaan; en uiteindelijk 31 augustus 1974, de dag waarop de zeezender definitief moest zwijgen. Over die dag schrijft en spreekt ze onverhuld: woede, verdriet, het gevoel dat er vuil spel is gespeeld en dat een stuk vrijheid werd dichtgedraaid. “Op 31 augustus 1974 werd mijn lievelingsstation de nek om gedraaid. Ik kan nu nog steeds niet tegen het luid tikken van een wekker. Ik was zo ontzettend kwaad. Belde Van Doorn op en zei hem in woorden die niet mis te verstaan waren wat ik van hem vond. Voor mij hield op die dag ook de democratie in Nederland op en die is nooit meer teruggekomen.” Van fan naar betrokken insider Na het einde van de zeezender blijft Marjan zich inzetten voor Veronica. Ze wordt actief in het rayonbestuur Utrecht van de Veronica Omroep Organisatie en ziet van dichtbij hoe de achterban zich organiseert, hoe tellingen worden betwist, hoe hard er wordt gevochten voor erkenning. Ze beschrijft in haar boek hoe Veronica uiteindelijk uitgroeit van zeezender tot de grootste omroep van Nederland – gedragen door een loyale achterban die nooit is afgehaakt. Later in haar leven volgen nieuwe wendingen: werk, discriminatie op de werkvloer, een periode in Denemarken, opnieuw een zwaar ongeluk, operaties, revalidatie. En telkens weer keert ze terug naar radio. Via de Driebergse ziekenomroep rolt ze de lokale omroep in en presenteert jarenlang samen met haar partner een programma bij Radio 90 FM. Een hoogtepunt is de ontmoeting met Bull Verweij. Wat begint met een telefoontje voor een radioprogramma, groeit uit tot een warme vriendschap. Bezoek over en weer, kaarten, telefoontjes; de “directeur van vroeger” blijkt een charmante, betrokken man. “Hij heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat ik dit boek ben gaan schrijven,” zegt Marjan. Het boek als eerbetoon In Radio Veronica, anker van mijn jeugd komen al deze lijnen samen: de geschiedenis van Veronica, de grote acties, de politieke strijd, maar ook de stille momenten aan een kinderbed met een portable radio, de ritjes naar Hilversum, de kracht van stemmen door de ether, de trouw van luisteraars en makers. Het boek opent met een voorwoord van Bart van Leeuwen, Ad Bouman en Jelle Boonstra (Genootschap voor Radiojingles en -Tunes) – mensen die weten waarover zij schrijft. Voormalig technicus Juul Geleick noemt het “zeer lezenswaardig” en beveelt het van harte aan. Marjan zelf verwoordt het zo: “Radio Veronica was het anker in mijn jeugd en een bron van kracht en inspiratie. Met dit boek wil ik die bijzondere tijd en dat gevoel van verbondenheid opnieuw tot leven brengen – voor oude én nieuwe fans.” Wie het openslaat, hoort tussen de regels door het ruisen van de zee, de stemmen uit de verte en de echo van een tijd waarin een schip voor de kust voor duizenden mensen voelde als thuis. Waar te vinden Radio Veronica, anker van mijn jeugd is onder meer verkrijgbaar via de winkel en de webshop van Museum RockArt. Actie Behoor jij tot de eerste 250 Veronicafans die dit boek kopen/bestellen bij Museum RockArt, dan krijg je er een bijzonder extraatje bij: een práchtige en unieke foto van het zendschip van Veronica, gemaakt door Bull Verweij … gratis! Tekst: Hanneke van de Water Afbeelding: Marjan van den Dorpe en Bull Verweij (foto Marjan van den Dorpe)
  40. De nationale frequentie-autoriteit ANFR in Frankrijk heeft dit jaar meerdere proeven uitgevoerd waarbij het vermogen van de zender in Allouis op 162 kHz tijdelijk werd verlaagd. Deze tests vonden plaats in het kader van energiebesparing en moesten aantonen of een structurele verlaging van het zendvermogen mogelijk is zonder gevolgen voor de ontvangstkwaliteit. Het tweede proeftraject liep tot 18 november en volgens de toezichthouder verliepen de testen probleemloos. Gedurende de gehele periode bleef het signaal stabiel en werd geen enkele verstoring geconstateerd. De vermogensverlaging wordt daarom deze winter voortgezet, zodat ook in een koudere periode kan worden beoordeeld of de ontvangst betrouwbaar blijft. Wanneer opnieuw geen problemen optreden, kan de definitieve overgang in 2026 worden vastgelegd. De zender zou dan niet langer op 800 kW werken, maar permanent zakken naar 675 kW. De locatie Allouis heeft binnen de Franse omroepgeschiedenis een bijzonder lange staat van dienst. Het oorspronkelijke station ging in 1938 in gebruik. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog werd de installatie door de Duitse troepen vernietigd, waarna de Franse autoriteiten het complex enkele jaren later heropbouwden. In de decennia die volgden onderging het terrein meerdere aanpassingen en moderniseringen. De uitzendingen op langegolf van France Inter stopten op 31 december 2016. Hoewel het vroegere omroeplandschap sterk is veranderd, vervult Allouis nog steeds een belangrijke functie. Op het terrein staat de Franse atoomklok die het wettelijk tijdsignaal verspreidt. Via deze zender worden talloze klokken in Frankrijk gesynchroniseerd, waaronder die in stationsgebouwen en ziekenhuizen. Ook particulieren kunnen gebruikmaken van dergelijke tijdgestuurde klokken, die voor een bescheiden bedrag verkrijgbaar zijn. Afbeelding: Afbeeldingen: Zendlocatie Allouis in Frankrijk (foto Wikimeida Commons)
  41. We focussen ons deze keer op nostalgische herinneringen uit 1984. In januari ging een lang gewenst experiment gedurende vier dagen van start waarbij de toen zes actieve regionale radiostations gedeeltelijk gingen samenwerken met Hilversum I. Het experiment betrof een nieuwszender met een geïntegreerd landelijk en regionaal programma. Op donderdagen 12 en 19 januari waren het bijvoorbeeld Hilversum 1 en Radio Noord gezamenlijk in de ether en wel van kwart over zeven in de ochtend tot elf uur in de avond. De programma’s werden uitgezonden op de normaal in Groningen gebruikte FM frequentie van Hilversum 3. Radio Noord verzorgde op die dagen vanuit de studio aan het Martinikerkhof in Groningen een aantal uren radio. Dat bestond uit zes korte en vier lange nieuwsuitzendingen, gesprekken met Noordelingen, regionale streek-en muziekprogramma's en twee forums. Zo was er onder meer een discussie te horen over de toekomst van het vliegveld Eelde en de tweede donderdag was er ruimte voor een forum van landelijke politici die hun roots in Groningen hadden. Vooraf aan het experiment had het toenmalige hoofd van Radio Noord, Swier Broekema, wel zo zijn bedenkingen. Zo stelde hij in de regionale dagbladpers: “Er zitten gevaren aan dit experiment. Deze nieuwe integratie is eigenlijk wezensvreemd aan onze huidige programmering bij Radio Noord. Derhalve dienen we er voor te zorgen dat we onze eigen identiteit goed bewaren en laten uitkomen.” Als sinds 1982 had de Regionale Omroep Ontwikkeling en Samenwerking, vooral bekend als ROOS, de voorkeur uitgesproken voor de integratie van de regionale omroepen met een van de landelijke Hilversumse netten. Ook de meeste directieleden van de landelijke omroepen steunden datzelfde jaar dit idee. Alleen de directie van Veronica onttrok zich aan de gesprekken omtrent eventuele samenwerking. Wat wel speelde in die tijd was dat de omroepverenigingen de regionale omroepen als een bedreiging zagen vanwege de groeiende luisterdichtheid van de regionale omroepen en dus reden genoeg om aan integratie mee te werken. Naast Radio Noord namen ook Omroep Friesland, Oost, Zuid, Brabant en Stad Amsterdam mee aan het vierdaagse experiment. Even terugkerend naar Swier Broekema had hij afsluitend nog een nieuwtje: “De omschakeling van Hilversum 1 naar Radio Noord en omgekeerd dient vloeiend en op de seconde nauwkeurig te verlopen. We zitten met het probleem dat we nóg niet precies weten hoe lang de STER gaat duren. In Hilversum weten ze dat pas 48 uur van te voren. Daarom hebben we nieuwe klokken laten komen naar onze studio in Groningen: zeven Hopf-klokken, die vanuit Frankfurt tot op de miniséconde nauwkeurig draadloos gestuurd worden.” Het experiment, dat helaas maar over vier dagen verspreid werd uitgevoerd, werd matig ontvangen bij een speciaal daarvoor ingesteld panel. Het merendeel van de deelnemende regioradio’s waren nog in een tijdperk dat men met beperkte mogelijkheden een even beperkt aantal uren radio maakte. Het zou nog jaren duren voordat daarin verandering zou komen laat staan dat er ook kon worden overgegaan tot het tevens maken van televisieprogramma’s. Als voorbeeld Radio Noord, dat pas in april 1995 voor het eerst ook via de televisie actief werd. Op 2 februari was er al het nodige te doen in de Tweede Kamer toen er duidelijk werd gemaakt dat de regering strenger diende te gaan optreden tegen de zogenaamde videopiraten. Het had geen betrekking op piraten die via illegale televisie-uitzendingen videofilms brachten. Nee, het ging om handelaren die illegaal films lieten dupliceren om deze vervolgens op videobanden in de handel te brengen. Dit alles zonder enige vorm van afdroging van auteursrechten aan de officiële producenten van de films. Het onderwerp kwam aan bod tijdens de behandeling van de begroting van Justitie. Het waren zowel de Tweede Kamerleden Tripels (VVD) als Kosto (PvdA). Ze waren van mening dat er meer aandacht diende te worden besteed aan deze nieuwe vorm van criminaliteit. Daar het illegaal dupliceren van films een enorme vlucht had gemaakt werd de jaarlijkse schade op 10 miljoen gulden geschat. Kamerlid Tripels stelde dat ongeveer 60 tot 70 procent van de handel in videobanden illegaal was. Zo meldde hij als voorbeeld dat van de toen recente uitgebrachte film ‘The Day After’ er al illegale duplicaten in de handel waren voordat de film in de bioscopen voor het eerst officieel werd vertoond. Het was volgens de liberaal duidelijk dat de omvangrijkheid van deze vorm van piraterij de economische ontplooiing en cultureel belangrijke branche van legale videoverhuurbedrijven nauwelijks mogelijk kon zijn. Trippels vond dat de toen huidige bestrijdingswijze veel te weinig effect had omdat voor de straffen veel te laag waren om bij de videopiraten werkelijk ontzag in te boezemen. Vervolgens stelde hij aan de toenmalige minister van Justitie, Korthals Altes, voor met een wetwijziging te komen waarin de straffen aangepast dienden te worden evenals de ernst van de delicten dienden te worden aangescherpt. Ook Kamerlid Aad Kosto (PvdA) benadrukte dat Justitie meer aandacht diende te schenken aan deze vorm van video-piraterij, die volgens hem grote schade bracht. Hij stelde: ‘Het mag dan de geur van romantiek met zich meedragen, piraterij is en blijft altijd een vorm van diefstal.’ Hij vroeg tevens of de minister kon zorgen voor een betere rechtsbescherming aan de bonafide handel. Ook stelde Kosto dat de door Tripels voorgestelde maximale geldboetes en celstraffen te simpel waren. Het diende voor hem allemaal veel effectiever te worden in de toekomst. Maar ook de technische ontwikkelingen stonden niet stil want die zelfde 2de februari 1984 was er een ander bericht, dat ik veilig stelde uit historisch oogpunt. Er werd namelijk aangekondigd dat op korte termijn voor het eerst stereo televisieprogramma’s als test zouden worden uitgezonden en wel speciaal voor de kijkers in Noord Nederland. In het najaar van 1984 was het de bedoeling dat dit ging gebeuren via de televisietoren in Smilde, die met de benodigde apparatuur werd uitgerust. Ook werd bekend gemaakt dat in de daarop volgende twee jaren ook andere locaties zouden worden aangepast. Hierbij bedoelde men de uitzendlocaties in Lopik, Wieringermeer en Goes. Het lag in de bedoeling alle werkzaamheden begin 1987 af te ronden. Er was door de PTT en NOS gekozen voor een Duits systeem dat al met succes geruime tijd door de ZDF en ARD was getest. De TROS-radio organiseerde op 17 mei 1984 in het Amsterdamse Concertgebouw een concert met uitsluitend Beatles-composities. Dit concert werd rechtstreeks op de radio uitgezonden. Aan het concert werkten mee: Soesja Citroen, Louis van Dijk, Ernie van Geenen, Wim Hogenkamp, Hans Vermeulen, Daniël Wayenberg, Astrid in 't Veld, de gemengde zangvereniging Zang en Vriendschap, het Ledenlijstkoor Amsterdam en het Promenade Orkest onder leiding van Jan Stulen. Programma-onderdelen waren onder meer de Royal Beatle Wórk Music, Beath Crackersuite en een Beatle-medley voor twee piano's en orkest van Jurre Haanstra. Dan een nieuwtje dat op 11 augustus 1984 verscheen waarin werd vermeld dat het NOS Jeugdjournaal een nieuwe presentator ging krijgen in de persoon van Robert ten Brink. De toen 28-jarige Ten Brink was derhalve vanaf 1 september te zien en was afkomstig uit de toneel- en theaterwereld en presenteerde op de televisie voorheen het KRO programma ‘Cijfers en Letters’. Kenners van de programmering van Hilversum 3 uit die tijd herinneren hem ook als presentator van de Noenshow voor de KRO. Leonie Jansen, die tot dat moment de presentatie van het Jeugdjournaal alleen verzorgde, wenste meer tijd te hebben voor andere dingen waardoor twee keer per week Ten Brink was te zien. In de zomer van 1984 werd ook bekend dat Kas van Iersel van omroep ging wisselen. Hij kwam van de TROS en ging naar de AVRO waar hij vervanger werd van Karel van de Graaf, die zich ging focussen op televisiewerk. Kas kreeg het programma op Hilversum 3 op maandagochtend tussen 7 en 9 uur, terwijl hij ook verantwoordelijk werd voor het middagprogramma tussen 4 en 5 uur. Daarin onder meer een schakeling met de televisiestudio en Ad Visser van Top Pop. We hadden destijds vooral aanbod aan programma’s op de televisie uitgezonden vanuit Hilversum en er werd volop gekeken naar vooral amuserende en ontspannende programma’s. In de zomer van 1984 werd onderzocht hoe het stond met de populariteit en meer van de verschillende presentatoren en presentatrices. Als het ging om de bekendste persoon kwam Sonja Barend veruit naar voren met een score van 97% bij de ondervraagde personen. De resultaten kwamen naar voren uit een onderzoek van het NIPO bij 1000 personen ouder dan 18 jaar. Ook werd gevraagd of de bekendste ook sympathiek overkwam. Hier werd slechts een score gehaald van 35%. Nee dan was het met Ted de Braak beter gesteld want hij scoorde liefst 72% in die categorie. Als het ging om de categorie ‘bekendste’ scoorde Ted een tweede plek. Andere personen die werden genoemd waren Willem Ruis, Simon Carmiggelt en Henk va der Meyden. Die laatste had niet een hoog populariteitsfactor want scoorde slechts met 13%. Hans Knot, 8 november 2025 Afbeelding: Radio Noord studio (foto collectie Paul Snoek)
  42. Radio Caroline heeft een belangrijke stap gezet richting duurzamer uitzenden. Het station, dat zijn middengolf uitzendingen verzorgt vanaf het terrein in Orfordness aan de kust van Suffolk, werkt sinds kort grotendeels op zonne-energie. Het radiostation besloot tot deze verandering nadat de sterk gestegen energiekosten aanleiding gaven tot een herziening van het energiegebruik. Het zendercomplex van Radio Caroline ligt midden in een RSPB-vogelreservaat, waardoor de optie om gebruik te maken van windturbines al vroeg werd uitgesloten. De keuze viel daarom op zonnepanelen. Via het bedrijf Caplor Energy uit Herefordshire werd een investering van £25.000 gedaan in een volledig zonne-energiesysteem, inclusief panelen, bekabeling, omvormer en online monitoring. Via dat systeem kunnen luisteraars ook zien hoe hun donaties bijdragen aan de energieopwekking. Op zonnige dagen levert het systeem tot 20 kW aan vermogen, ruim voldoende om de zender van energie te voorzien. De overtollige elektriciteit gaat naar Cobra Mist Ltd, de eigenaar van het terrein. In ruil daarvoor verviel de eerder berekende toeslag van 10% op het stroomverbruik van de zender. De overstap naar zonne-energie bleek zo succesvol dat Radio Caroline het systeem verder uitbreidde. Inmiddels is er een tweede omvormer geplaatst en zijn extra zonnepanelen toegevoegd, waardoor de totale capaciteit is verhoogd naar ongeveer 30 kW. Nadat Caplor Energy ophield te bestaan, werd de uitbreiding intern uitgevoerd door het eigen technische team van Radio Caroline. De medewerkers gebruikten hun ervaring en kennis om het project zelfstandig te voltooien. Volgens stationmanager Peter Moore heeft de upgrade niet alleen gezorgd voor een zekerdere toekomst van de middengolf uitzendingen, maar toont het ook aan dat duurzame energie binnen de Britse radiosector op eigen kracht haalbaar is. Hoewel het station momenteel geen overtollige energie kan terugleveren aan het openbare net, blijft men zoeken naar mogelijkheden om de operatie verder te verduurzamen.
  43. De oude middengolfzenders van Schlettstadt in Frankrijk zijn op woensdag gecontroleerd gesloopt. De zenders waren al jarenlang buiten gebruik en werkten vroeger op 1161 kHz met een vermogen van 200 kW en op 1278 kHz met 300 kW. Ze dienden onder andere voor de uitzending van het Duitstalige programma van Radio France International en van het regionale programma France Bleu Elsass, dat programma’s in de lokale dialecten verzorgde. De Duitstalige uitzendingen werden in 2009 beëindigd. Het regionale zendernet van France Bleu Elsass is inmiddels omgedoopt tot ici Elsass en is sinds de uitschakeling van de middengolfzender uitsluitend via internet te beluisteren. In voorgaande jaren had de redactie gehoopt om via DAB+ weer uit te zenden, maar dit is tot op heden niet gerealiseerd. Met de sloop van de masten verdwijnt een fysiek symbool van de middengolfuitzendingen in de regio. Afbeelding: van Schlettstadt in Frankrijk (foto Wikimedia Commons)
  44. Op 31 augustus 1974 kwam er een einde aan een bijzonder hoofdstuk in de Nederlandse radiogeschiedenis. Op die dag moesten de bekende zeezenders, waaronder Radio Veronica, hun uitzendingen vanaf zee beëindigen. Voor een groot aantal luisteraars betekende dit het verlies van een vernieuwende en eigenzinnige vorm van radio die een blijvende indruk zou achterlaten. Sinds die dag is 31 augustus voor veel radioliefhebbers uitgegroeid tot een moment van herinnering en terugblik. Ook in 2025 wordt stilgestaan bij dit historische moment. Rivierenland Radio wijdt op zondag 31 augustus een speciale uitzending aan dit thema met een exclusieve editie van AB Story, gepresenteerd door Ad Bouman. Bouman speelde in de 60s en 70s een belangrijke rol achter de schermen bij Radio Veronica en was mede verantwoordelijk voor het karakteristieke geluid van de zender. Ook na het stoppen van de zeezenders bleef hij nauw verbonden met de Nederlandse radio. Zijn kennis en passie maken hem tot een van de belangrijkste chroniqueurs van die periode. De uitzending van AB Story duurt twee uur, van 18:00 tot 20:00 uur. Daarin neemt Bouman de luisteraar mee op een persoonlijke reis langs de hoogtepunten uit zijn carrière. Het programma bevat bijzondere verhalen, historische fragmenten en anekdotes uit de tijd van de zeezenders, ondersteund door muziek die onlosmakelijk verbonden is met die periode. In deze editie van AB Story gaat de aandacht niet alleen uit naar Veronica, maar ook naar stations als Okay FM en 192 Radio, die elk op hun manier bijdroegen aan de creatieve vrijheid die de zeezenders kenmerkte. De blijvende invloed van deze stations op de Nederlandse muziekcultuur komt daarbij nadrukkelijk naar voren. De uitzending is te beluisteren via DAB+ in Brabant, het zuiden van Gelderland, de Betuwe en delen van België. Daarnaast kan iedereen online meeluisteren via de website van Rivierenland Radio. Rivierenland Radio profileert zich met de slogan Alleen de mooiste muziek stroomt uit je speakers en geeft met deze speciale uitzending gehoor aan de behoefte van radioliefhebbers om het verleden te herbeleven en de zeezendertijd levend te houden.
  45. De Griekse publieke omroep EPT heeft een strategisch besluit genomen om het netwerk van middengolfzenders opnieuw in gebruik te nemen en grondig te versterken. Dit netwerk zal een belangrijke rol vervullen bij nationale noodsituaties, zowel bij natuurrampen als bij door de mens veroorzaakte incidenten. Met het herstel van deze AM-zenders wil EPT ervoor zorgen dat belangrijke informatie ook tijdens grootschalige verstoringen van andere communicatiemiddelen de bevolking bereikt. De middengolf biedt volgens EPT nog altijd een brede dekking, ook in gebieden waar mobiele netwerken of internetverbindingen kwetsbaar of afwezig zijn. Griekenland kent een complexe geografie, met talloze eilanden, bergachtige regio’s en verspreide gemeenschappen. In dergelijke omstandigheden blijft middengolfradio een betrouwbaar en toegankelijk medium. Het initiatief is niet alleen gericht op technische herstelwerkzaamheden, maar ook op het opzetten van een nationaal dekkend noodcommunicatiesysteem dat direct inzetbaar is bij calamiteiten. De directie van EPT stemde in met het nationale plan voor middengolfdekking. Daarbij werd een kaart goedgekeurd met negen zendlocaties verspreid over het land: Chania (Souda), Rhodos, Megara, Malgara, Zakynthos, Boyati, Corfu, Tripoli en Komotini. Voor deze locaties is zowel onderhoud als een technische upgrade voorzien om de betrouwbaarheid en beschikbaarheid te waarborgen. De zenders worden geconfigureerd voor gebruik tijdens noodsituaties, waarbij ook het energiesysteem en de transmissieapparatuur worden aangepast aan kritieke omstandigheden. Het besluit sluit aan bij bredere Europese en internationale discussies over crisiscommunicatie, waarin steeds meer aandacht is voor robuuste en onafhankelijk werkende systemen. In Griekenland komt dit initiatief op een moment waarop het land vaker te maken krijgt met bosbranden, aardbevingen en overstromingen, waardoor de behoefte aan effectieve noodsystemen steeds groter wordt.
  46. Te midden van het glooiende landschap van de deelstaat Baden-Württemberg lag jarenlang een van de krachtigste radiozendstations van Duitsland: de zender Donebach. Dit imposante langegolfzendstation speelde decennialang een cruciale rol in de verspreiding van nationale en internationale radio-uitzendingen. De enorme masten van de zender domineerden de horizon en zonden signalen uit die ver voorbij de Duitse landsgrenzen reikten. De opkomst van de zender Donebach De geschiedenis van de zender Donebach begint in de jaren ‘60, een periode waarin radio nog steeds het primaire communicatiemiddel was voor nieuws, entertainment en informatie. West-Duitsland zocht naar manieren om een krachtig nationaal radionetwerk op te zetten, dat niet alleen de eigen bevolking van betrouwbare informatie kon voorzien, maar ook luisteraars in naburige landen kon bereiken. In deze context werd in 1972 gestart met de bouw van een nieuw langegolfzendstation in Donebach, een klein dorp in de gemeente Mudau. De locatie werd gekozen vanwege de strategische ligging en de goede grondgeleidende eigenschappen, wat essentieel was voor een efficiënte langegolfuitzending. In 1973 werd de zender officieel in gebruik genomen. Het station werd uitgerust met een 2000 kW sterke zender, wat Donebach tot een van de krachtigste radiostations in Europa maakte. Het gebruikte een frequentie van 153 kHz, een golflengte die ideaal was voor langeafstandszendingen. De masten en de technologie achter de zender De zender Donebach werd gekenmerkt door twee enorme zendmasten van elk 363 meter hoog, waarmee ze behoorden tot de hoogste structuren in Duitsland. De masten waren van het type t-opgespannen mastantenne, wat betekende dat ze zelf als stralende elementen fungeerden en het signaal optimaal konden verspreiden. Dankzij de hoge zendkracht en de langegolftechnologie kon het signaal van Donebach overdag in heel Duitsland en grote delen van Europa worden ontvangen. In de nachtelijke uren, wanneer de radiogolven verder reikten, konden de uitzendingen zelfs worden opgepikt in Scandinavië, Rusland, het Midden-Oosten en Noord-Afrika. De rol van Donebach in de Duitse radio-uitzendingen Vanaf de ingebruikname in 1973 werd de zender Donebach voornamelijk gebruikt voor de uitzendingen van Deutschlandfunk (DLF), de Duitse publieke omroep die zich richtte op nieuws, achtergronden en cultuur. Deutschlandfunk werd in de Koude Oorlog een belangrijke stem van West-Duitsland en bracht betrouwbare informatie naar zowel de eigen bevolking als naar luisteraars in de DDR en Oost-Europa. Langegolf was bijzonder geschikt voor deze taak, omdat het signaal over grote afstanden kon worden ontvangen zonder dat er dure infrastructuur nodig was aan de kant van de luisteraar. Een eenvoudige radio was voldoende om de uitzendingen te volgen. Door de decennia heen bleef Donebach een vaste waarde in het Duitse medialandschap. Deutschlandfunk bood programma’s aan met nieuws, analyses, cultuur en muziek, en de zender fungeerde als een belangrijk communicatiemiddel voor zowel binnenlandse als buitenlandse luisteraars. De afname van langegolf en het einde van Donebach Hoewel langegolfuitzendingen decennialang een belangrijke rol speelden in de radiowereld, begon hun populariteit te dalen met de opkomst van FM-radio, satellietuitzendingen en later internetradio. Duitsland begon eind jaren ’90 en begin 2000 met de overstap naar digitale radio-uitzendingen via DAB+ en internet, waardoor de noodzaak van energie-intensieve langegolfstations afnam. In 2014 besloot Deutschlandfunk om de uitzendingen via langegolf volledig te beëindigen. Dit betekende het einde voor de zender Donebach, die op 31 december 2014 om 23:59 uur definitief werd uitgeschakeld. De masten en de zendinstallatie, die decennialang dienst hadden gedaan, waren niet langer nodig. Een jaar later, in 2018, werden de imposante zendmasten gesloopt. Hiermee kwam een einde aan een tijdperk waarin langegolfradio een essentieel communicatiemiddel was. Het bereik van de zender Donebach Dankzij het krachtige signaal was de zender Donebach niet alleen in Duitsland te ontvangen, maar ook in grote delen van Europa en daarbuiten. Overdag bereikte het signaal Duitsland, Nederland, België, Frankrijk, Zwitserland, Oostenrijk, Tsjechië en Polen. ’s Nachts werd het bereik nog groter, en kon het station worden ontvangen in Scandinavië, Zuid-Europa, Rusland, Noord-Afrika en zelfs in delen van het Midden-Oosten. Sommige radiofanaten meldden dat ze het signaal van Donebach met speciale apparatuur zelfs in de Verenigde Staten konden oppikken. De erfenis van de zender Donebach Hoewel de zendmasten verdwenen zijn, blijft de herinnering aan de zender Donebach voortleven. De locatie was decennialang een belangrijk knooppunt in de Europese radio-uitzendingen en was van grote invloed op de ontwikkeling van radio in Duitsland. Met de opkomst van digitale radio en internet heeft radio een nieuw tijdperk betreden, maar voor velen blijft de tijd van langegolf een nostalgische herinnering aan een periode waarin een krachtig signaal uit een klein Duits dorp een groot deel van Europa bereikte. Afbeeldingen: Het langegolfstation Donebach in Duitsland (foto Wikimedia Commons)
  47. Tijd om je mee te nemen naar een bericht uit december 1964. Ik was op dat moment 15 jaar en nam alles wat maar op de radio aan interessante onderwerpen was te beluisteren zoveel mogelijk tot mij. Het bericht dat dr. Fop. I. Brouwer op woensdag 23 december 1964 om 18.50 uur voor de duizendste maal met zijn biologische rubriek te beluisteren was op de RONO raakte mij na vele jaren. Tijdens die speciale uitzending werd Brouwer als eerste toegesproken door de programma secretaris van de Nederlandse Radio Unie, J.B. Broeksz. Deze had niet de moeite genomen af te reizen naar het noorden want de toespraak gebeurde via het afspelen van een bandopname. Hij gaf complimenten richting Fop I. Brouwer daar het opmerkelijk was dat het verwende radiopubliek zo vele jaren geboeid bleef door een radiospreker, die het telkens voor elkaar kreeg de aandacht aan flora en fauna te geven, en dat op een hoge en constante kwaliteit. Tijdens de uitzending was het een komen en gaan van loftuitingen en was onder meer de directeur van de regionale omroep Zuid, de heer Chr. Smits, die stelde het te betreuren dat Fop I. Brouwer zijn activiteiten niet in Limburg ontplooide. Niet Noorderlingen op leeftijd kennen Fop I. Brouwer misschien van zijn wekelijkse bijdrage aan het VARA programma ‘Weer of geen weer’ van Bert Garthof. Hij sloot zijn praatjes altijd af met de gevleugelde woorden: ‘al wat leeft en groeit en ons altijd weer boeit’. In 1974 hield hij zijn 2500ste radiopraatje bij de VARA. Trouwens in 1939 maakte hij zijn eerste radio optreden bij voornoemde omroep met een item getiteld: ‘Een wandeling door de herfstnatuur’. Brouwer was destijds tevens verbonden aan de Middelbare Landbouwschool in Groningen als directeur en bij de RONO presenteerde hij al sinds 1945 een rubriek over flora en fauna. Zijn titel had hij verkregen door het verdedigen van een proefschrift in 1958 over het werk van de natuurbeschermer Eli Heimans. Hoewel de lezingen voor de zondagochtend bij de VARA steeds op de band werden opgenomen en vanuit Groningen werden doorgestuurd naar de studio in Hilversum, gingen de RONO-lezingen op de woensdagavond altijd ‘live’ de ether in. Beide programma's mochten zich lange tijd in een grote luisterdichtheid verheugen, zoals bleek uit de vele reacties die wekelijks op beide uitzendingen binnenkwamen. Elke luisteraar, die vragen stelde, kreeg antwoord, hetzij persoonlijk, hetzij in een van de radiotoespraken. Ik herinner me dat wij op de lagere school, zoals het toen nog werd genoemd, werden aangeraden de wekelijkse causerie van dr. Brouwer te beluisteren. Dit was heel eenvoudig door in het begin van de woensdagavond via de toenmalige draadomroep af te stemmen op het signaal van de RONO op een van de vier kanalen, die een draadomroepontvanger had. Jarenlang geleden schreef ik een verhaal over mijn jeugd onder de titel: ‘Bromvliegengezoem en onzelieveheersbeestjes’, waarin ik mijn radiodoop beschreef, die plaats vond in 1959 op 10-jarige leeftijd. Het was in een radioprogramma bij de RONO waarin de natuur en natuurbescherming de rode draad was en waarop ons in de lessen op de lagere school, de St Ludgerusschool, door Juffrouw Remkes op werd gewezen. In het programma op de RONO werden allerlei vragen door de luisteraars gesteld en vervolgens beantwoord en ook vragen van scholieren kwamen aan bod en iedere week werd er één van de vragenstellers beloond door naar het Martinikerkhof te worden uitgenodigd, waar de studio van de regionale omroep was gevestigd, om vervolgens in het programma zijn of haar vraag te stellen aan de bioloog. En daar lag dus mijn eerste radio ervaring toen ik werd uitgenodigd om een dubbele vraag te stellen. Heel veel meer dan de twee vragen weet ik niet meer van deze eerste aanraking met het medium radio aan de andere kant van de microfoon. De eerste vraag ging over het gezoem van bromvliegen en de tweede had betrekking op de stipjes op de rug van een onzelieveheersbeestje. Vermeldenswaard is trouwens dat voor zijn radiowerk Brouwer in 1989 werd onderscheiden met een Zilveren Anjer, die hem werd uitgereikt door Prins Bernhard. In het jaar 1979 stopte Fop I. Brouwer met zijn wekelijkse bijdragen. Brouwer publiceerde tal van boeken. In december 1991 kwam hij in Haren op 79-jarige leeftijd te overlijden maar toch denk ik met regelmaat aan hem terug. We wonen vlakbij een spoorbrug en daar rijden regelmatig de treinen van Arriva overheen. De treinen hebben namen van bekende Noorderlingen en één trein heeft de naam: ‘Foppe Inne Brouwer’. Ook is in Haren een straat naar hem vernoemd. Hans Knot, 24 mei 2025
  48. Er is in Noorwegen een aanvraag ingediend voor het gebruik van de middengolffrequentie 1575 kHz voor uitzendingen in de omgeving van Bergen. De Noorse nationale communicatiedienst Nkom heeft bevestigd dat zij een vergunningaanvraag hebben ontvangen. Dit maakt de weg vrij voor andere partijen om ook een aanvraag te doen voor deze frequentie. Omdat de meeste mensen in Noorwegen tegenwoordig radio luisteren via DAB+ of internet, en sommigen nog via FM, is de belangstelling voor middengolf de laatste jaren afgenomen. Toch lijkt er opnieuw interesse te ontstaan, met een concrete aanvraag als gevolg. De frequentie van 1575 kHz staat geregistreerd bij de Internationale Telecommunicatie-unie (ITU) voor een zender van 1 kilowatt, met een rondstralende antenne voor de locatie Erdal, een wijk in de gemeente Askøy, nabij Bergen. Nkom weten laat weten dat het nog niet zeker is of andere locaties binnen Noorwegen in aanmerking komen. Om daadwerkelijk te mogen uitzenden, is niet alleen een frequentievergunning nodig, maar ook een zogenaamde anleggskonsesjon – een uitzendvergunning voor de benodigde infrastructuur. Deze wordt verstrekt door Medietilsynet, de Noorse media-autoriteit. Geïnteresseerde partijen dienen hun aanvraag voor beide toestemmingen uiterlijk 26 mei 2025 in te dienen. De vergunning voor uitzending via deze middengolffrequentie zal geldig zijn tot en met 31 december 2026. Volgens informatie van radionytt.no is het mediabedrijf Northern Star Services een van de geïnteresseerden. Dit bedrijf heeft in het verleden al toestemming gekregen voor uitzendingen op langegolf, maar die activiteiten bleken financieel niet haalbaar. De organisatie zou nu overwegen om via de middengolf te gaan uitzenden, mede omdat de kosten voor uitzending met laag vermogen betaalbaar zijn. Naar verluidt is het doel van de geplande uitzendingen om religieuze programma's te verspreiden.
  49. De Europese Unie stelt 5,5 miljoen euro beschikbaar aan Radio Free Europe/Radio Liberty (RFE/RL) om de voortzetting van diens activiteiten mogelijk te maken. De noodfinanciering komt er nadat de Amerikaanse regering onder president Trump de subsidies aan de mediaorganisatie had stopgezet. Volgens de Amerikaanse overheid zou RFE/RL een nieuwsagenda uitdragen met een liberale invalshoek. Radio Free Europe/Radio Liberty bestaat al sinds de Koude Oorlog en richt zich op het brengen van onafhankelijke berichtgeving in regio’s waar vrije pers onder druk staat. De organisatie zendt uit in 27 talen in 23 landen, waaronder in Oost-Europa, Centraal-Azië en het Midden-Oosten. De juridische afdeling van RFE/RL spande een rechtszaak aan tegen het besluit van de Amerikaanse regering. Afgelopen maand oordeelde een Amerikaanse federale rechter dat de eerder toegekende 12 miljoen dollar aan subsidies alsnog uitgekeerd moesten worden. De Europese steun is bedoeld om het werk van de organisatie te ondersteunen in landen die sterk afhankelijk zijn van buitenlandse nieuwsbronnen. Volgens de EU-buitenlandchef Kaja Kallas kan de Unie het wereldwijde financieringstekort van RFE/RL niet opvangen, maar wil zij wel een bijdrage leveren aan de continuïteit van de uitzendingen in buurlanden van de EU. Kallas benadrukte het belang van strategische steun in regio’s waar onafhankelijke media kwetsbaar zijn en verwees naar het bredere plaatje van teruglopende buitenlandse hulp vanuit de Verenigde Staten. De juridische zetel van Radio Free Europe/Radio Liberty is gevestigd in Washington, terwijl de redactionele kern zich in Tsjechië bevindt. De Tsjechische overheid speelde een actieve rol in het overtuigen van de EU om met noodhulp over de brug te komen. Zonder aanvullende middelen dreigde RFE/RL zijn activiteiten deze zomer stop te zetten, ondanks een geschiedenis van inmiddels 75 jaar. Met de toegezegde EU-bijdrage krijgt de organisatie voorlopig weer ademruimte.
  50. In het zuiden van Frankrijk, omringd door de heuvels van de Provence, ligt een van de krachtigste en meest invloedrijke zendstations van Europa: de zendlocatie Roumoules. Opgericht in de jaren ’70 als een strategisch langegolf zendstation, heeft Roumoules decennialang dienstgedaan als een van de belangrijkste pijlers van de Franse en Monégaskische radio-uitzendingen. Dankzij de enorme zendcapaciteit heeft het station niet alleen Frankrijk en Monaco bediend, maar reikte het signaal tot ver over de grenzen, waardoor luisteraars in grote delen van Europa en Noord-Afrika konden afstemmen op de uitzendingen. De oprichting en technische kracht van Roumoules De zendlocatie in Roumoules werd gebouwd in 1974 en ging in 1976 officieel in gebruik. Het doel was om een krachtig langegolfsignaal te bieden dat zowel Frankrijk als de buurlanden kon bereiken. De zender werd op een strategische locatie geplaatst, ver van grote stedelijke gebieden, om interferentie te minimaliseren en het bereik te maximaliseren. Roumoules werd uitgerust met een langegolfzender op 216 kHz, die in zijn hoogtijdagen een indrukwekkend 2000 kW aan vermogen kon uitzenden. Dit maakte het station tot een van de krachtigste zenders ter wereld. Het langegolfbereik stelde luisteraars in staat om het signaal tot ver in Noord-Afrika, grote delen van Europa en soms zelfs delen van het Midden-Oosten te ontvangen, vooral ’s nachts wanneer radiosignalen beter door de atmosfeer worden gereflecteerd. De zendlocatie was technisch geavanceerd en werd beheerd door Télédiffusion de France (TDF), het Franse staatsbedrijf voor radio- en televisie-uitzendingen. Later werd het beheer overgedragen aan Monaco Media Diffusion, een bedrijf dat specifiek verantwoordelijk was voor de distributie van radio-uitzendingen vanuit Monaco. Radio Monte Carlo: De stem van Monaco en Zuid-Frankrijk De belangrijkste gebruiker van de zender in Roumoules was Radio Monte Carlo (RMC), een radiostation dat oorspronkelijk werd opgericht in 1943 als een samenwerking tussen de Franse en Monégaskische overheid. RMC was uniek in zijn aanpak en zond programma’s uit die zowel de Franse als de internationale markt aanspraken. Het station richtte zich op actuele nieuwsprogramma’s, sportverslaggeving, politiek en entertainment, waardoor het een breed publiek wist te bereiken. Met behulp van de krachtige zender in Roumoules kon RMC niet alleen luisteraars in Frankrijk en Monaco bereiken, maar ook grote delen van Italië, Zwitserland en Noord-Afrika. In een tijd waarin radio nog de voornaamste bron van informatie was, bood RMC een alternatief geluid naast de Franse staatszenders en wist het een trouwe luisteraarsbasis op te bouwen. De rol van Roumoules in internationale radio-uitzendingen Naast RMC werd de zendlocatie in Roumoules ook gebruikt voor andere uitzendingen. Lange tijd fungeerde het station als een cruciale schakel in de langegolfcommunicatie van Frankrijk, waarbij het ook signalen uitzond die relevant waren voor veiligheidsdiensten, scheepvaart en militaire toepassingen. Door de jaren heen bleef Roumoules operationeel als een van de laatste langegolfzenders van Europa. Terwijl veel andere landen hun langegolfzenders uitschakelden door de opkomst van digitale radio en internetradio, bleef de zender op 216 kHz in de lucht om miljoenen luisteraars van dienst te zijn. Het veranderende landschap van radio-uitzendingen In de loop der jaren veranderde de radio-industrie drastisch. De opkomst van FM-radio, digitale radio (DAB) en streamingdiensten verminderde de afhankelijkheid van langegolfzenders. Hoewel de zender in Roumoules lange tijd operationeel bleef, werd de langegolfuitzending van RMC op 216 kHz in 2020 stopgezet. Daarmee kwam een einde aan een tijdperk waarin Roumoules een belangrijkr rol speelde. De zendlocatie zelf blijft echter bestaan en wordt nog steeds gebruikt voor andere soorten uitzendingen. De masten en infrastructuur blijven een indrukwekkend overblijfsel van een tijd waarin radio de wereld met elkaar verbond, en Roumoules een van de krachtigste stemmen in Europa was. Afbeelding: Zendlocatie Roumoules (foto's Wiki Commons)
Dit klassement is ingesteld op Amsterdam/GMT+02:00

Belangrijke informatie

Door gebruik te maken van deze website ga je akkoord met Gebruiksvoorwaarden, Privacybeleid en Richtlijnen.

Account

Navigation

Zoeken

Zoeken

Browser pushmeldingen configureren

Chrome (Android)
  1. Tap the lock icon next to the address bar.
  2. Tap Permissions → Notifications.
  3. Adjust your preference.
Chrome (Desktop)
  1. Click the padlock icon in the address bar.
  2. Select Site settings.
  3. Find Notifications and adjust your preference.