Jump to content

Leaderboard


Popular Content

Showing content with the highest reputation since 07/04/2019 in Blog Entries

  1. 7 points
    Op 10 december 1984 werd er op Radio Caroline rond 18:30 uur in het programma van Dave Richards eenmalig een promospot uitgezonden met de tekst 'Zondag om 12:00 uur gaat het gebeuren op 963 kHz', gevolgd door een spot ingesproken door Jay Jackson met de tekst 'Caroline is in the mood on 576 kHz, 24 hours per day and on 963 through the night'. Radio Caroline was sinds 20 augustus 1983 met haar programma's te beluisteren op de 963 kHz, gebruikmakend van een 50 kW zender aan boord van de Ross Revenge. Het zendschip lag in de Thamesmonding in internationale wateren en naast de 50 kW was er ook nog een 10 kW zender aan boord. Om inkomsten te genereren had de Caroline organisatie besloten om in te gaan op het voorstel van Radio Monique om de grote zender aan hen te verhuren. De initiatiefnemers achter dit nieuwe Nederlandse radiostation, die eerder al betrokken waren bij het mislukte Radio Paradijs project, hadden een organisatie opgezet volgens een systeem dat eerder was bedacht voor Radio Hollandia. De cassettebandjes zouden legaal worden opgenomen in Hilversum en waren bestemd voor winkelcentra in Nederland en diverse lokale radiostations in België. In de programma's werd geen naam van het station genoemd, deze zouden pas later op het schip worden toegevoegd. Afbeelding: In de Radio Monique studio op de openingsdag om 12:15 uur van links naar rechts: Frits Koning, Maarten de Jong, Ad Roberts en Fred Bolland (foto Leendert Vingerling) In november 1984 werd in het Algemeen Dagblad en het weekblad Adformatie al de komst van Radio Monique aangekondigd. Het was de bedoeling dat het radiostation op 2 december 1984 van start zou gaan. De deejays Maarten de Jong en Ad Roberts waren al aan boord van de Ross Revenge om de start voor te bereiden. Zo werd de productie studio van Radio Caroline aan bakboordzijde omgebouwd tot de uitzendstudio van Radio Monique. De genoemde startdatum werd niet gehaald. Maar op zaterdag 15 december 1984 was het dan eindelijk zover. Om 06:00 uur startte op de 963 kHz de testuitzending van Radio Monique. Tot 20:00 uur was er nonstop muziek te horen met jingles, tijdmeldingen en af en toe een aankondiging. Ook de promospot van Caroline deejay Jay Jackson kwam regelmatig voorbij: 'Radio Caroline, Europe's first and only albumstation can be heard on 576 kHz, that is 519 meter and all through the night on 319/963 kHz'. De volgende dag, zondagmorgen om 05:00 uur, was Radio Monique weer terug. Tot 12:00 wederom met nonstop muziek aangevuld met jingles, tijdmeldingen en de eerder genoemde promo van Jay Jackson. En om 12:00 uur werd het station live aan boord feestelijk door Ad Roberts geopend met champagne. In het eerste uur vertelde hij wat de luisteraars van Radio Monique kunnen verwachten. Naast gepresenteerde muziekprogramma's op het hele uur het nieuws en op de halve uren de hoogtepunten uit het nieuw. Het nieuws afkomstig van 21 persbureaus welke via RTTY, soort van draadloze telex, aan boord kwam. Tussen 15:00 en 16:00 uur was er voor de luisteraars een rondleiding over de Ross Revenge. Ad Roberts en Maarten de Jong begonnen op de brug waar zich onder ander de radar en radio telefoon bevinden. Naast de brug de nieuwskamer van Radio Caroline, boven de radiostudio's. Hierna ging men buiten de trap af die uitkomt op het achterdek waar de tekst 'LA 319 Caroline' op staat. Vervolgens via een klein trapje naar voren. Boven de letters Caroline aan bakboord is de Radio Monique studio (boven 'Line', boven 'Ca' is de wc). De Engelse studio bevindt zich aan de stuurboord zijde. Tijdens de interviews met Johnny Lewis en Susan Charles krijgen de luisteraars te horen dat de Ross Revenge is 72 meter lang en 12 meter breed is en een diepgang heeft van 5 meter. In het vooronder bevinden zich twee diepvriezers vol met eten. Aan stuurboord ligt een rubberboot met een Mercury buitenboordmotor. De zendmast is 91 meter hoog en gaat door tot de bodem van het schip. Naast de mast zit de uitlaat van het koelmechanisme van de zenders. Men heeft twee soorten water aan boord: gefilterd zeewater voor onder andere de afwas en gewoon drinkwater. Afbeelding: Feestmaal naar aanleiding van de opening van Radio Monique (foto Leendert Vingerling) De zenders aan boord zijn een 50 kW (963 kHz) en 10 kW (576 kHz). Men gebruikt ongeveer 1.000 liter dieselolie per dag en wekt 120-130 kW op om 50 kW output te krijgen. Er staan twee MAN generatoren van 250 KVA elk die dit mogelijk maken. Er staan ook nog enkele generatoren die 2x 100 kW leveren. De scheepsmotoren worden elke 10 dagen getest. De rondleiding was opgenomen voor 28 november 1984. Dit is af te leiden aan het interview met Susan Charles. Zij verliet de Ross Revenge op die datum. Tussen 17:00 en 18:00 uur had Ad Roberts live in de uitzending een gesprek met Ton Lathouwers die op dat moment was te horen op Hilversum 2 bij het VOO programma 'De Grote Verwarring'. Van te voren was afgesproken dat , wanneer Band Aid - Do They Know It's Christmas op beide zenders tegelijk werd gedraaid, er een linkup kon plaatsvinden. Ad Roberts vertelde dat er 7 Nederlanders en 10 Engelsen aan boord zijn. Daarnaast is er ook nog nautisch personeel aanwezig. Radio Monique gaat een licht genre muziek draaien voor het hele gezin. Als afsluiter draaide hij nog enkele Radio Monique jingles. Het gesprek was duidelijk te volgen op Hilversum 2, op Monique was alleen Ad Roberts te horen. Ad Roberts, die eerder die de opening van het nieuwe radiostation deed, sloot even voor 20:00 uur de eerste uitzenddag van deze nieuwe Nederlandse zeezender af. De programmering van 16 december 1984: 05:00-12:00 Test uitzending 12:00-13:00 Ad Roberts 13:00-14:00 Frits Koning 14:00-15:00 Maarten de Jong 15:00-16:00 Rondleiding Ross Revenge 16:00-17:00 Rob Harthold 17:00-18:00 Ad Roberts 18:00-20:00 Frits Koning Overig feiten van die dag Herkenningstune Radio Monique: Richard Harvey - The Theme From Terrahawk Adres: Radio Monique Internationaal, Apartado 146, Playa de Aro, Gerona, Spanje Eerste satellietschijf: Ashford & Simpson - Solid Eerste Elpee van de week: Bolland - Silent Partners Eerste reclame: TROS kompas Afbeelding: Ross Revenge in 1984 (foto Dietmar Flacke / The Offshore Radio Archive)
  2. 7 points
    Het is inmiddels jaarlijkse traditie. Extra Gold knalt het jaar uit met een spectaculair programma in de laatste week van het jaar. Deze keer is het geluid van Radio Noordzee Internationaal gewoon vijf dagen terug in de lucht. Gebaseerd op de noteringen in de RNI Top 50's uit de periode 1971-1974 komt het radiostation in samenwerking met Radiotrefpunt met de Radio Noordzee Super Top 500. Niet alleen zijn vijf dagen lang, van 27 t/m 31 december 2019 de allergrootste hits te horen. Ook de bekende stemmen die toen vanaf de Mebo II half Europa vermaakten met uitermate prettige muziek zijn weer te horen in de speciaal voor deze lijst gemaakte vormgeving. Je hoort zowaar RNI jingles, die heel bekend klinken maar nu met actuele zangtekst speciaal voor de Top 500. Elke dag acht uur lang aftellen van 500 naar nummer 1, alsof het weer begin jaren '70 is bij Extra Gold.
  3. 7 points
    Veertig jaar geleden sprak ik een van de oprichters van Domstad Radio in Utrecht. Ik maakte voor die zender al een tijdje programma's en het was de opvolger van Hof van Holland waarbij ook Ferry Eden betrokken was. We hadden het over de terugkeer van Mi Amigo. Dat was toch wel nieuws in die dagen. Hij vroeg: "Goh, is dat niet iets voor jou?” Ik aarzelde toch wel even want ik had totaal niet de indruk enige kans te hebben.Met dat soort dingen heb ik toch nooit veel geluk. Daar komt bij dat er studieplannen op de rails stonden en ik geholpen moest worden aan een hernia. Verder ging ik er vanuit dat die zender wel in eigen kring mensen zou vinden. Maar ja... veel ex Mi Amigo dj's zaten immers nu wel bij Caroline. We kwamen tot de slotsom dat ik toch een Domstad programma zou opsturen. De spreker aan de andere kant van de lijn zou wel zorgen dat die opname bij ene Patrick terecht kwam. Zo geschiedde. Intussen hoorde ik een inderdaad een nieuw stem opduiken op Mi Amigo. Daniel Bolen: Met in de avond programma's met aandacht voor pop artiesten. Dat deed hij best leuk vond ik. Had meteen zoiets van "het zou toch wel leuk zijn". Maar ja, het bleef nog een aantal dagen stil. Op vrijdagochtend 5 juli rond een uur of elf riep mijn moeder dat er een meneer aan de telefoon was die moeilijk te verstaan leek. Het was telefoon uit België. Of ik inderdaad nog interesse had om aan boord te gaan. Dat kon wel natuurlijk! Aanvankelijk dacht ik dat ik binnen enkele dagen mijn koffers wel te kunnen pakken. Maar dat zag ik toch verkeerd. Of ik 's middags al in Antwerpen wilde zijn! Oei, maar toch. 's Avonds om zeven uur werd ik opgehaald op het station van Antwerpen door een befaamde meubelmaker. De bedoeling was om de volgende ochtend meteen naar het schip te gaan. Maar het verliep toch anders. Zaterdagochtend 6 juli was het erg stormachtig. Dus ging de tocht niet door en bracht ik een hele dag in de omgeving van een hotel door. Wat ik gedaan heb? Ik zou het niet meer weten. De volgende ochtend was de zee nog steeds ruw. Dus weer een dag gewacht. Maar 's-avonds zou het rustiger worden. Na een stevige lunch, wat ik overigens achteraf gezien beter niet had moeten doen, werd er met een motorboot alsnog getracht de haven uit te komen. Dat ging niet soepel. De bestuurders van de motorboot waren een beetje de weg kwijt. Gelukkig was er een portable radio ontvanger aan boord. Door het nulpunt aan te geven van het 272 signaal in combinatie van de kompasgegevens kon de richting worden bepaald waar de boot lag. Net op tijd overigens want pal na de branding deed de eerder ingenomen lunch al een verwoede poging er weer uit te komen. En dat lukte! Daarna volgde nog veel meer maaginhoud de weg naar het ruime sop, zelfs zoveel malen dat ik buiten bewustzijn raakte. Pas toen we langszij de Magdalena lagen werd ik wakker geschud. Of ik even over wilde springen! Mijn dak klim ervaringen zorgde er gelukkig voor dat ik in een keer goed sprong en daarna mijn koffer kon overnemen. Eenmaal aan boord ben ik meteen gestrekt op het middengedeelte van het schip gaan liggen. Toen voelde ik me tenminste een beetje mens en kon met iedereen wat bij praten. Want er moest een hoop gebeuren. Na het verzoek van Kees Borrel om toch een bak koffie te proberen en toch wat te eten zijn we 's avonds aan de slag gegaan met diverse studiowerkzaamheden en hebben onder andere het audio aangepakt. Er zat namelijk totaal geen compressie op het signaal. Maar ook de card-machines gaven steeds problemen. Ik kan me herinneren dat die eerste dag toch nog nachtwerk werd, ook al omdat menig maaginhoud zich eruit bleef werken. De volgende ochtend, 9 juli, was ik rond 10:30 mijn bed uit om mijn eerste programma voor te bereiden. Dat deden we altijd in een hok naast de studio waar alle platenbakken stonden en de dozen met de verplicht te draaien singles. Even voor tweeën loste ik met een heel draaierig gevoel in mijn hoofd Daniel Bolen af. En na de Hitmaker was het zover… de eerste show. Wat trof ik aan? Allereerst de bemanning natuurlijk. Aan boord waren er de dj's Wim de Groot en Daniel Bolen. Maar ook de kapitein Hanna die waarschijnlijk uit Syrië kwam. Een man met twee rechterhanden die in staat was de generatoren en de scheepsmotor aan de praat te houden. Ik had meteen al zoiets: als die man er niet meer is dan hebben we hier een serieus probleem. Hij sprak gebrekkig Engels, maar dat gold ook voor mij dus dat schiep wel een band. Verder waren er echte matrozen aan boord. Nou ja, echte… ze waren meegekomen met de reis uit Griekenland: John en Peter. Wat ze te doen hadden op een schip dat voor anker ligt? Ik zou het niet meer weten. Al die weken eigenlijk niet mee samengewerkt. We hadden ieder zo zijn eigen leefschema. John was de de opvallendste. Al was het alleen maar omdat die grotendeels van de tijd stoned rondliep. Hierover maakte ik in de Middagpauze van 13 juli tussen 14:00 en 15:00 nog een opmerking over. Maar we hadden ook een heuse kok aan boord. Noemde zich ook Daniel. Maar dat was vermoedelijk ook een schuilnaam omdat ook hij uit het midden oosten afkomstig was. Hij verzorgde iedere dag een warme hap, al viel het ons wel op dat het vaak dezelfde brokken vlees betrof met een onbekende rode saus. We begonnen dan ook te vermoeden dat het een uniek soort kattenbrokken betrof. De grote vriezers beneden in het ruim lag vol met dat spul! De dagelijkse consumptie van dit culinair goedje leidde ook tot diverse opmerkingen in enkele programma's later in de week. MV Magdalena (foto Piet Treffers) De Magdalena was een omgebouwd vrachtschip. Met in het ‘vrachtruim’ de generatoren, tanks met brandstof en water, twee grote vrieskisten en natuurlijk de Amerikaanse 10 KW AM zender. Je ging met een stijl laddertje naar beneden vanaf het deck. Het eerste wat je zag als je beneden kwam was de ‘werkplaats’ van Hanna. Pal naast de luid draaiende generatoren. Allerlei motor onderdelen lagen daar verspreid om gerepareerd of in ieder geval gesmeerd te worden. Rechts naast de klimladder hing een bord waarop, door Kees Borrel, met een krijtje werd bijgehouden hoeveel brandstof er ieder dag doorheen ging (dacht zo'n kleine 1000 liter) en vooral wat we nog over hadden. Het bleek al erg hard te zijn gegaan sinds de reis uit Griekenland. Dat was ook een van de redenen dat er niet 24 uur per dag werd uitgezonden. Maar er was ook nog een andere reden. De zender stond namelijk op 1.100 kHz. Dat is 2 kHz scheef in het Europese raster. Al bij mijn reis naar boord had ik aangegeven dat er zo snel mogelijk een kristal moest komen voor 1.098 kKz. Helaas duurde dat nog enige weken voor die aan boord kwam. Die 2 kHz verschil gaf 's avonds een nare piep met ‘onze’ medegebruiker op de 272, namelijk een zender uit Bratislava in het toenmalige Tsjecho-Slowakije, in een groot deel van Europa. Kun je niet maken vond ik. Maar er waren ook andere reden waarom we 's avonds ophielden. De studio bevond zich boven op het deck. Ik spreek hier over de studio omdat er in feite maar ook één was. Er stond in een ruimte ernaast nog wel een studiootje met onder andere een zelfgemaakt mengpaneel, maar daar daar viel niet mee te werken. Kon er ook niks mee beginnen omdat er ook geen elektronica onderdelen aan boord waren (geen kabels, pluggen,weerstanden, condensatoren ect), laat staan ontstoringsmateriaal. Want overal straalt het hf signaal van de zender in. Het hok waarin dit alles stond werd dan ook later de ‘newsroom’. Daar konden we met een portable radio op de FM de BRT en Hilversum horen. Dit betekende wel dat in de uitzendstudio ook het productie werk gedaan moest worden. En dat kon natuurlijk alleen 's avonds en 's nachts. Op donderdagavond 12 juli was er weer een klein bootje langszij geweest met wat proviand en de nieuwe Belgische Nationale Hitparade. Maar er was ook een nieuweling meegekomen: Ben van Praag, onze Vlaamse Benjamin! Geconfronteerd met de veelvoud aan dingen waar je aan boord moest denken besloten we eendrachtig Ben rustig in de avond te laten beginnen. Dat was dus, kan het ook niet helpen, vrijdagavond 13 juli. We waren nu met z'n vieren en dat gaf eindelijk wat minder werkdruk. Want er viel genoeg te sleutelen, vooral in die ene studio. Daar stonden twee direct drive draaitafels, twee Revox B77 recorders, twee cassettedecks, uiteraard een mengpaneel en drie zogenaamde spotmaster 2000 machines voor het afspelen van cards. Met de cardmachines was altijd wel wat mee. Bijna ieder avond moest ik die machines open maken en opnieuw het loopwerk reinigen en weer afstellen. Want gedurende de dag programma's gingen die machines steeds meer haperen. Programma makers duwen namelijk de hele dag cards in de apparaten en trekken die er weer uit als ze weer op que staan. Als, want vaak liepen die cards ook nog door. De deur op de MV Magdalena met deejay namen (foto The Offshore Radio Archive) De ellende begon eigenlijk al met de inhoud van een grote doos die naast de beroemde kastdeur stond met daarop de handtekeningen van de dj's. In die doos zaten allerlei oude cards uit een voormalige radiostudio van Radio Veronica uit 1974. Chips reclames, motorraces in Zandvoort, sigaretten reclames, noem maar op, het zat er allemaal tussen. Blijkbaar ergens vijf jaar op een plank gelegen en verkocht aan Mi Amigo. In een helder ogenblik heb ik een van de weinige C90 cassettes die aan boord waren gebruikt om al die reclames op te nemen. Moest ook wel want we wisten die cards voor hergebruik. Al die verschillende gebruikte cards, rode en grijze door elkaar, deden het loopwerk van de machines natuurlijk ook niet goed. Al heeft het me tot de dag van vandaag verbaasd dat dergelijke, voor die tijd, dure apparaten zo enorm kwetsbaar waren en een slecht geluid gaven. Zeker als je met die machines opnam. Later op land heb ik nog veel gewerkt met FTM-machines. De ‘hapering- en doorloopproblematiek’ kwam daarbij ook voor maar toch wel minder in mijn herinnering. Een hoop gedoe dus om een en ander draaiend te houden. En daar kwam nog bij: ga maar eens met elektronica sleutelen op zee! Als je een apparaat uit elkaar haalt en bijvoorbeeld een schroefje naast je neerlegt rolt het meteen weg, ( die zien we nooit meer ter..rug. De soldeerboot valt ook geregeld op de grond en dat geldt natuurlijk voor al het gereedschap. Steeds alles dus in bakjes en dozen opbergen: heel vermoeiend. We hadden ook de pech dat het een slechte zomer was. Het waaide elke dag flink en de Magdalena was een ‘platbodem’ die door de toen al wat geringe inhoud van de tanks hoog op het water lag. Ik kan me welgeteld één dag herinneren dat we op het deck even in de zon zaten. Maar het is me nog onduidelijk van welke straling we toen het meest hebben genoten! De ligplaats van de Magdalena hielp ook al niet. Het kanaal voor de Belgisch kust is al aardig smal aan het worden, dus is er veel getij werking. Tweemaal daags een enorme stroming, zag je 's morgens zeewier luiers en cola blikjes in rap tempo voorbij komen. ‘s avonds kwamen ze weer voorbij, maar dan de andere kant op. Op de heenreis naar het zendschip kwam de presentatie al te sprake van de ‘Belgische Nationale Hitparade’ zoals de top 50 nu heette. Hoe het muntje precies rolde weet ik niet meer, behalve dan dat ik de eer kreeg toebedeeld om die hitlijst de komende weken te doen. Normaal gesproken bereid je zo'n programma voor door speciale jingles te maken en overzichtsmontages. Daar kwam niet veel van terecht door het gesleutel in de late avond uren. En ik deed ook al ‘Ook goeiemorgen’. Ik had nog wel even ‘Nieuw in de Top 50’ gemaakt. Gelukkig had ik nog wel een cassette van land meegenomen met daarop alle tunes die Radio Mi Amigo ooit gebruikte, onder andere de instrumentale versie van ‘No No Sheriff’ van Emily Star. Die hoor je aan het einde van lunch op zee van 13 juli. Op die cassette stond ook ‘Carmen’ van Herb Alpert, de Top 50 tune dus. Ik kan me herinneren dat ik bij de eerste keer dat ik de Top 50 presenteerde die tune gewoon van cassette draaide. We hadden geen tijd gehad om hem op card te zetten. Platen pakken, gaan zitten en onderwijl uitrekenen dat je goed uitkomt met de nummer een tegen drie uur. En dan eindigen met: “Ik ben moe, heb slaap en ga naar bed"… zo ging dat in 1979. Van die eerste Top 50 van 14 juli 1979 is helaas weinig bewaard gebleven. Alleen het begin en eind. Studio aan boord van de MV Magdalena (foto SMC / archief Rob Olthof) Hoe zag een dag eruit op de Magdalena? Om 06:30 uur werd ik gewekt door de kapitein. Zodra die mij zag komen ging hij de generatoren opstarten in het ruim. Daarbij wachtte ik af totdat de generatoren het benodigde toerental hadden gehaald en de juiste spanning afgaven. Vervolgens liep ik door naar de zender en begon daar de opstart procedure. Het was voornamelijk een buizenzender waarbij de eindtrap pas als laatste werd aangezet. Dus dat duurde even. Tenslotte alle stromen en spanningen controleren en dan snel naar boven hollen, over het dek naar de studio, de tune op de draaitafel leggen en in starten, het was meestal dan al een paar minuten voor zeven. Vervolgens een paar keer melden dat zo direct de uitzendingen beginnen en dan ‘Mi Amigo tijd de juiste altijd’ draaien en beginnen met de show. ‘Ook goeiemorgen’ duurde tot 09:00 uur. Daarna nam Wim de Groot het over met het beroemde ‘Schijven voor bedrijven’ met vooralsnog verzonnen verzoeken. Maar Wim sliep nog! Edoch dankzij de nieuwe hitsingle van ABBA, ‘Voulez Vous’ en ‘Angel Eyes’ op de B-kant, kon ik hem dagelijks wekken rond 08:30 uur. Beide nummers zijn namelijk rond de vijf minuten. Daarom koos ik bijna dagelijks een van die twee nummers. In die tijd redde ik het net om de titel aan te kondigen, over het deck te lopen, Naar beneden te gaan naar de slaaphutten, vervolgens op de deur van het verblijf van Wim te bonzen, wachten totdat er een redelijk wakker antwoord kwam, terug rennen naar boven en nog even snel een ander plaat klaar zetten en gewoon weer doorgaan. Elke dag weer spannend of dit zou lukken! Zodra Wim begon nam ik een snelle hap en ging weer verder slapen. Tot tegen de middag. Dan was het tijd voor de eerder beschreven spannende culinaire hap opgediend door onze kok Daniel. Ja, natuurlijk weer met die geheimzinnige maar inmiddels overbekende rode saus. En dan naar boven. Terwijl Daniel Bolen nog bezig was met de ‘Lunch Op Zee’ zocht ik alvast in de ruimte naast de studio de ‘verplichte platen’ uit. Dat waren voornamelijk Vlaamse producties die verplicht een aantal keren per dag gedraaid moesten worden. Vervolgens op zoek naar de leuke oldies. Dat viel niet altijd mee, er was maar een geringe voorraad verzamel lp's aan boord. En Wim verzuchte al eens eerder op de zender: “We hebben niet eens CCR aan boord". Om 14:00 uur was het dan weer mijn beurt tot 16:00 uur met de ‘Middagpauze’. Daarna even rust tot 18:00 uur., want dan was het weer tijd voor de ‘De muziekdoos’. Pas in de avond kon ik wat aandacht besteden aan de andere voornamelijk technische klussen. En na 22:00 uur tijd voor wat productie werk, waaronder bijvoorbeeld het maken van de ‘Monopole Music’ spot. Let wel: Dit was een normale dag! Daarbuiten gebeurde er nog tal van andere dingen die erbij kwamen, want er was bijna ieder dag wel wat aan de hand. Op de achtergrond van al dit zee gebeuren rommelde het ook nog met de organisatie aan land. Radio Mi Amigo kwam steeds meer in Vlaamse handen ten koste van de overgebleven leden in Spanje. Achteraf hoorde ik dat zelfs Adriaan van landschoot de boel in lucht hield. Al die verwikkelingen leidde er toe dat we in het begin alleen maar zeiden dat de luisteraar kon schrijven ‘naar het bekende adres’. Later mochten we het bekende Spaanse postadres in Playa De Aro gewoon noemen. Maar op dinsdag 17 juli werd dit ineens een postadres in Mauritius. Eenmaal per maand vloog er namelijk iemand van de ambassade heen en weer tussen dat eiland en Brussel. Daar werd dan de post, via slinkse wegen, blijkbaar overhandigd. Zo was er een nieuwe constructie ontworpen en was Spanje afgedaan. Overigens heb ik in juli nooit post gezien! We moesten dagenlang een verzoekplaten programma's doen zonder verzoeken. Zoals eerder verteld was de Magdalena in feite een vrachtschip. daar waren ook twee masten op van zo'n 15 meter hoog. Daartussen waren 5 draden gespannen van het antenne systeem. Daar was regelmatig wat mee. Al op mijn eerste dag aan boord brak 's morgens een van de antenne draden rond half negen. Aangezien ik nog zeeziek was van de heenreis lieten ze me die ochtend liggen. Zover ik weet heeft Kees Borrel die ochtend alleen de reparatie uitgevoerd. Maar een week later ging het weer een aantal keren flink mis. Dat kwam doordat we een aantal dagen ruw weer hadden. Ik had al eerder beschreven dat we op een rot plek lagen met veel stroming. Voeg daar een beetje wind bij, windkracht 6 à 7, en je ligt dan vaak tweemaal per dag dwars op de golven. Een hoop gewiebel dus. Daardoor deed ik 's morgens soms met één hand programma: gewoon met de linkerhand me vasthouden aan de onderkant van het mengpaneel en met de rechterhand de meeste handelingen doen. Als je dat niet deed reed je zo met je stoel zo weg. En steeds de cards en de platen vastleggen natuurlijk want anders ligt e.a. meteen op de grond. De horizontale antenne draden zwiepten dan ook. En braken dan soms af. Ik kan me herinneren dat ik een nacht met Kees bezig was en na veel moeite eindelijk weer een en ander vastgeknoopt hadden. Na een zeer korte nachtrust viel het me op dat Kees nogal erg laat in de wereld der wakkeren aankwam. Dat was niet zonder reden. Een half uur nadat we die nacht klaar waren brak er weer een andere draad. "Ik durfde je niet weer wakker te maken" zei Kees me de volgende ochtend en had de klus zoveel mogelijk zelf geklaard. Zo ging dat door op die boot. Maar er gebeurde ook leuke dingen. Zo kwam op woensdag 18 juli een grote boot uit Scheveningen langszij met aan boord een complete TV ploeg van de Veronica Omroep Organisatie. Ze maakten een opname van de zeezenders Mi Amigo en Delmare. Aanvankelijk deed kapitein Hanna er moeilijk over. Hij was geïnstrueerd om geen vreemdelingen toe te laten. Op zich begrijpelijk natuurlijk. Er was enige overtuigingskracht nodig om hem ‘om te krijgen’. Met die reis kwam ook Leo van der Goot mee om te bespreken wat we zouden doen. Dat was knap lastig. We konden uiteindelijk in beeld niets zeggen wat de organisatie in problemen kon brengen. Ik haakte dan ook af, maar Daniel Bolen vond het wel spannend om wat in beeld te zeggen. Kwam ook mooi uit want hij had een hele grote stoere zonnebril mee waardoor de TV-crew hem aardig onherkenbaar kon maken. Het werd een kort en weinig zeggend interview. Even later stond ik met Leo bij de ingang van de studio: "Mijn handen jeuken vreselijk als ik jullie zo bezig zie". “Nou wat mij betreft mag je stuurboord doen hoor" zei ik nog met een grote glimlach. Dat heeft hij toch maar niet gedaan. Studio aan boord van de MV Magdalena (foto SMC / archief Rob Olthof) Rond de die tijd kwam er ook een tender met onder andere nieuwe jingles en de nieuwe Belgische Nationale Hitparade voor zaterdag 21 juli. Die nieuwe jingles waren onder meer van de Belgische groep LBS die ook de Hitmaker hadden. Dat de communicatie tussen schip en land niet ideaal was bleek ook wel uit het feit dat de jingles werden aangeleverd op een grote studio tape waarop alles opgenomen was op 38 cm/sec. Niet handig aangezien we aan boord alleen een paar Revox B77 hadden staan van het type 9,5 en 19 cm/sec. We moest dus op één Revox op 19 afspelen en de andere op 9,5 opnemen. Daarna de 9,5 opname op 19 afspelen. Het zijn zo de trucjes uit het analoge tijdperk. Het werkte wel maar deed wel afbreuk aan de kwaliteit. De bekendste jingle was wel natuurlijk ‘Mi Amigo it’s a loving thing… everybody sing’, opgenomen op het intro van het nummer LBS (van de groep LBS). Maar er werden natuurlijk meer opvallende jingles gebruikt. Zo ook de naam jingles van Donna Summer. Hoe kwamen we daar aan? In 1977 leerde ik Ruud Hendriks kennen. Hij benaderde me toen ik bezig was met middengolf uitzendingen. We wilden nu iedere week uitzendingen doen in Amsterdam onder de naam Radio Mercurius. Ook Ad Roberts en Graham Gill deden daarbij programma's. Maar ook Ruud die de naam Rob Hudson voor zichzelf bedacht, vernoemd naar de straat waar hij vroeger woonde. Voor mij werd toen de naam Johan Vermeer door hem bedacht. In deze Mercurius periode kreeg Rob er lucht van dat Donna Summer weer naar Nederland kwam. Samen met Ronald Bakker gingen ze naar de TV-studio's in Hilversum en stapten ze op Donna af met de vraag of ze een paar naam jingles wilde inspreken. Dat kon toen blijkbaar gewoon want op een gegeven moment belde Hudson mij op en ik hoorde "Hello, this is Donna Summer on the Johan Vermeer show". Dat had ie toch mooi voor elkaar gekregen. Uiteraard heeft Donna ook voor andere dj's naam jingles ingesproken waaronder Rob Hudson zelf natuurlijk. Deze werd veelvuldig door hem gebruikt aan boord van de MV Mi Amigo. Deze naam jingle had ik natuurlijk meegenomen naar boord. Dat kwam mooi uit want Donna Summer had net in die periode een aantal grote hits zoals “Hot Stuff en Bad Girls. Veel gebruikt dus in de Vermeer programma's vanaf zee! Donna is er niet meer. Maar tot op de dag van vandaag gebruik ik bij Radio Mi Amigo Internationaal ieder zaterdag van 09:00 en 10:00 uur en zondag van 16:00 tot 17:00 uur een verknipte versie met alleen mijn naam nog. Eigenlijk als een soort eerbetoon. Geldt ook voor Hanna de kapitein. Naar analogie van de kapitein jingles bij Don Allen op RNI liet ik Hanna ook naam jingles inspreken. Ook die gebruik ik nog steeds in een verknipte versie. Rond de 18e maakten we ook aan boord het z.g strijdlied op ‘Love Me Tender’. Ik ga daar verder niet meer op in want ik wil daar eigenlijk niet meer aan herinnerd worden! Zaterdag 21 juli was het weer tijd voor de Belgische Nationale Hitparade en Tipparade. Alweer de derde op Radio Mi Amigo. Het zou de laatste hitlijst worden die ik tot nu toe in mijn leven gepresenteerd heb, want die van zaterdag 28 juli werd pas op 29 juli uitgezonden en werd gepresenteerd door Ferry Eden. Rond 22 juli kregen we hoog bezoek. Er kwam weer een tender met daarop niet alleen een nieuwe deejay, Tom de Bree, maar ook mister Patrick Valain himself. Gewaagd maar toch. Hij kwam niet alleen zomaar kijken. Aan land vond men blijkbaar de zender wel aardig klinken en men begon zich af te vragen of er met vier man aan boord niet zo langzamerhand tijd was om te beginnen met nieuwsuitzendingen. Op zich begrijpelijk, maar nieuws lezen is toch een ander tak van sport. Dus we stonden niet te popelen om het zomaar te zeggen. En we hadden er de faciliteiten ook niet voor aan boord. In het hok waar nog de zelfbouw studio bevond moesten we met een radio-cassette recorder, de enige aan boord, nieuwsuitzendingen van de BRT en NOS opnemen en berichten met de hand herschrijven en op ieder uur voorlezen. Desondanks begonnen we er mee op maandag 23 juli. Op die dag begon 's morgens vroeg ook onze nieuwe aanwinst Tom de Bree. Na een slechte en korte nacht mocht hij aftrappen tussen 05:00 en 07:00 uur met ‘Welkom in de wereld der wakkeren’. Van dit enige programma van hem is gelukkig het laatste uur bewaard gebleven. Hoe het verder precies gegaan is met Tom weet ik niet meer. Ik ben hem verder nooit meer tegengekomen. Wat ik nog wel weet is dat hij jong was, rond de 17, en dat hij toch wel schrok van wat er allemaal op je afkomt als je op zo'n schip werkt. Hij trok dan ook de conclusie er niet mee door te gaan. Gelukkig voor hem kwam er snel weer een tender waarmee ook twee Belgische zendamateurs meekwamen die een nieuwe coax kabel meebrachten voor de zender. Want met die zender… daar was ook geregeld wat mee. De tweede helft van juli. Er waren eindelijk wat dagen dat het even rustig was na een paar dagen ruw weer. Je werd er af en toe gek van. Door die enorme stroming aldaar lagen we vaak tweemaal daags dwars op de golven. Dan viel alles om je heen omver en moest je dus alles vasthouden. Maar het kon nog gekker. Ik kan me herinneren dat ik tijdens een middagprogramma ook nog een enorme trilling door het schip voelde met daarbij een onheilspellend knarsend geluid. Op zender sprak ik daar niet over en startte 'gewoon’ een plaat in. Maar ik liep daarna toch meteen naar buiten om te kijken wat dit nu weer was. De kapitein (Hanna) kwam me al tegemoet: "Don't worry, nothing wrong" zei hij geruststellend. Wat bleek: het anker lag te ‘krabben’. Dit wordt veroorzaakt door de enorme krachten die op de ketting werken als je ook nog eens dwars ligt. Dan begint het anker namelijk te slepen c.q. wat te stuiteren. En dat laatste veroorzaakt het kabaal en de trillingen. Hanna zou in de loop van die middag het anker even op illen, want we schoven al aardig een stukje weg, en gaan varen. Of dat allemaal gelukt is weet ik niet meer want de motor was regelmatig ‘in reparatie’ door Hanna. Het was wel een moment dat ik weer dacht: hoe moet dat in het najaar als we nu al midden in de zomer zo liggen te tollen en het anker het niet houdt. Afijn, rond de 22ste kwamen dus Patrick en Tom de Bree aan boord en we begonnen dus met nieuwsuitzendingen. En het was ook de dag van het eerste en laatste programma van Tom. Ik heb inmiddels begrepen dat hij vandaag de dag nog steeds radioactief is op zenders in Zeeland en West Vlaanderen. Hoe dan ook: De boot was nu wel een beetje vol aan het worden! Er was niet voldoende slaapruimte meer voor iedereen en dus moesten de slaapvertrekken gedeeld worden. Deze situatie zou nog ruim een dag duren. Daarna gingen Patrick, Tom de Bree, Daniel Bolen en ik dacht ook Kees Borrel van boord. Vanaf dat moment moesten we dus met z'n drieën, Wim de Groot, Ben van Praag en ik dus, de programmering vullen met het nieuws erbij. Maar we waren ook weer eens een dag uit de lucht. Wederom technische problemen. Het was het begin van mijn laatste week aan boord van de Magdalena. Woensdag 25 juli, de dag nadat we een dag uit de lucht waren door een zenderstoring. Het is mijn eerste ‘Lunch op zee’. Die heb ik opgenomen op een C90 cassette en is dus een van de weinige studio opnames van de Magdalena. Veel meer konden we ook niet opnemen want er waren maar een paar audio cassettes aan boord en ook geen tape 's. Non-stop uren opnemen voor 24 uur uitzendingen was dus ook helemaal al onmogelijk. Zoals ik al eerder schreef was er met de zender ook regelmatig wat aan de hand. Het begon eigenlijk al een dag nadat ik aan boord was, ik meen de dinsdag 10 juli. Het moet tijdens ‘Stuurboord’ van Wim de Groot zijn geweest toen we merkten dat het ineens stil was. Dat wil zeggen: de zender stond wel aan maar bleef ongemoduleerd. Dat was vreemd. Ik ging meteen naar het vertrek tussen de twee studioruimte in. Daar stonden de platen en de audioprocessor. Ik zag dat de meters in de studio aangaven dat er audio was en de ledjes op de uitgang van de audio processor stonden ook vrolijk te knipperen. Toch je weet het maar nooit waar, figuurlijk en soms letterlijk, de kink in de kabel zit. Probleem was ook dat ik geen enkel materiaal had om dingen te meten. Geen audio versterkers, geen spanningszoekers ect. Alleen één multimeter en wat gereedschap. Ook het afluisteren van de zender moest ik doen met een overstuurde transistor radio. Nadat ik ook de leiding naar beneden had geïnspecteerd moest de conclusie toch wel zijn dat het probleem lag bij het modulatie gedeelte van de zender. Dat was lastig zoeken. Wie de beelden van ‘Veronica Nieuwslijn’ bekijkt ziet dat de zender twee deuren had. Links zat o.a. de oscillator en bij de rechter deur de eindtrap en het modulatie gedeelte. Die deur kon je niet zomaar openen als de zender in bedrijf was in verband met een beveiliging. Terecht ook want je komt dan ook in het hoogspanningsgedeelte van de eindtrap. En daar stond best wel wat spanning op! Maar ja, als ik er niet bij kom kan ik ook niet uitzoeken waarom het audio niet verder komt. Dus de volgende dag toch maar klemmetjes tussen de deur gezet en open gedaan. Hup, de zender aan en de kast in en vooral geen domme dingen doen! Na wat gepuzzel zag ik dat het audio van de studio na wat versterking een vreemd printplaatje in ging met een relais er op. Ik vroeg me af “wat wordt daar nu geschakeld?” Omdat dat te achterhalen duwden ik de relais uiteinden even tegen elkaar. En warempel, we moduleerden weer! Het was dus blijkbaar een schakeling die de zender beveiligde tegen over moduleren. Dat is op zich nog wel begrijpen. Maar wat er nu precies stuk is gegaan heb ik toch niet kunnen achterhalen. Ook niet na lang gepuzzel in het dikke bruine naslagwerk van die zender. Had toch liever gewoon een meter gehad met een rood vlak dat aangaf hoe hard de modulatie was. Afijn we konden weer uitzenden. Ik nam het risico van een eventueel effect van het doorverbinden en bond een elastiekje om het relais heen. De volgende dag rond 16:30 uur gingen we weer verder met de uitzendingen. Ik heb begrepen dat het elastiekje tot het eind toe is blijven zitten. Gang beneden aan boord van de MV Magdalena (foto SMC / archief Rob Olthof) De tweede keer, rond de 24 juli, ging het fout met de aansturing naar de antenne. Maar dat wist ik toen nog niet. Voor de duidelijkheid eerst iets over de opbouw van het hele systeem voor de techneuten onder ons. De zender was een 10 kw RCA zender die in Griekenland aan boord was geplaatst en dus ‘scheef’ op 1.100 kHz stond. De installatie stond in het midden van het schip beneden in het vrachtruim. Even voorbij de werkplaats van Hanna en de generatoren. De opbouw was zeer efficiënt. Allereerst werd er met transistoren en een kristal de frequentie opgewekt. Daarna werd het signaal versterkt tot ongeveer 10 watt. Dit gedeelte zat allemaal keurig verpakt in een klein blikje en zat in het linker gedeelte. Vervolgens ging het signaal naar een buffertrap met een buis die het opzweepte naar een zo’n honderd watt. Daarna ging het hf-signaal de eindbuis in. En van daaruit kon, onder goede omstandigheden, ruim 10 kW uit komen. Daarna werd het signaal via een gefixeerde afstemcircuit getransporteerd via een 50 ohm coax kabel naar de boeg van het schip. Daar stond een zogenaamde copler die ook weer met wat spoelen en condensatoren het signaal aanpaste aan het antenne systeem. Dat bestond uit een paar draden die eerst verticaal omhoog gingen en vervolgens, over het deck de periode ( 1/4 periode) zoveel mogelijk af maakte, daarbij handig gebruik maakte van de lengte van het schip. De Magdalena had dus geen gezeur van hoge afbrekende masten bij stormen. Op zich best leuk bedacht natuurlijk. Maar helaas wel last van afbrekende draden. De tweede keer dat er iets mis ging, rond 24 juli, merkte ik dat er veel minder stroom door de eindtrap liep. En waar geen stroom is, is ook geen vermogen! Wederom een vreemde klacht. Toch vermoedde ik al iets met het antenne systeem. Ik ging toen met dat ene simpele multimetertje controleren of toch niet ergens sluiting was naar massa of een onderbreking. Was niet te vinden, gek wordt je daarvan! Gelukkig kwam er snel ‘redding’ van land. We zaten net met een grote ploeg aan boord en er moesten toen ook mensen er van af: Patrick Valain, Tom de Bree, Kees Borrel en Daniel Bolen. En het was eindelijk een paar dagen rustig op zee! Er kwam toen 's avonds een tender met twee collega zendamateurs aan boord die een grote bos dikke coax meenamen. Ze hadden aan land begrepen, door de manier van het in elkaar zakken van het signaal, dat het probleem een aanpassingskwestie moest zijn en een donkerbruin vermoeden dat de gekozen coax dikte van de kabel aan boord waarschijnlijk wel aan de mager kant was. Op de avond van de 24e rolden we als de bliksem de nieuwe coax uit. Zender aan en.. warempel, de anode stroom liep weer op tot de bekende waarde. Wat bleek dus: ergens halverwege was door de enorme antenne stroom de coax een beetje gesmolten en veroorzaakte een misaanpassing. Maar net nog geen sluiting. Dus niet te vinden met dat multimetertje. Ik stond daarna nog met de Vlaamse techneuten in een heerlijk avondzonnetje en spiegelgladde Noordzee na te praten. “Waarom was je niet gewoon doorgegaan op gering vermogen” vroegen zij nog. Ik antwoordde dat ik geen gekke risico's kan nemen zolang ik niet weet wat er echt stuk is. Dat begrepen ze wel. Geeft maar weer aan hoe je soms voor dilemma's komt te staan als je niet alle middelen hebt om technische problemen kordaat op te lossen. Het begon steeds meer te knijpen. De tender op 24 juli had diverse mensen van boord gehaald maar geen nieuwe er gebracht. En we hadden de afspraak gemaakt dat ze me in het laatste weekend van juli zouden ophalen. Ik had namelijk begin augustus een ziekenhuis opname gepland staan voor een hernia behandeling in het inmiddels ter ziele gegane Slotervaart ziekenhuis in Amsterdam. Ook Wim de Groot wilde er wel eens even af. Hij zat er al bijna twee maanden op. Tijdens de heenreis had ik al begrepen dat je een en ander niet strak kunt plannen want de zee is voor Zeebrugge altijd volop in beweging. We verwachtten echter toch spoedig op z'n minst een klein bootje want ook de nieuwe Top 50 was ook nog niet aangekomen. En die stond toch echt voor zaterdagmiddag gepland. Dus dat gaf toch wel hoop. Inmiddels begon ik tijdens de programma's toch al opmerkingen te maken over “ik kan de Top 50 niet vinden... en wij maar zoeken". Meer aanwijzingen konden we toch echt niet geven. En zo passeerde de donderdag en de vrijdag. Aangezien ik er toch vanuit ging dat ik snel van boord zou gaan besloot ik in ieder geval een van de weinige cassettes aan boord te gebruiken om mijn ochtend programma op te nemen van 27 juli. Dat allemaal in de veronderstelling en hoop dat het mijn laatste ochtendshow zou zijn. In werkelijkheid deed ik ook nog gewoon zaterdagochtend 28 juli. Vrijdagavond was dus duidelijk dat we de Top 50 niet hadden. En om nou die van de week er voor te herhalen zou de geloofwaardigheid van ‘De Belgische Nationale Hitparade’ geen goed doen. We besloten dan ook voor de volgende dag de normale weekprogrammering aan te houden. Toch zou er ongetwijfeld een deze dagen wat moeten gebeuren. En wanneer zou ik dan mijn laatste programma doen? Ik besloot er vanuit te gaan dat ik toch in het weekend opgepikt zou worden. Zodoende nam ik vrijdagavond 27 juli , na sluitingstijd, mijn allerlaatste programma op dat ooit uitgezonden zou worden vanaf de Magdalena. Het betreft Soul Party voor de zondagmiddag van 15:00 tot 17:00 uur. Maar wanneer kwam die tender nou? Zaterdagmiddag 28 juli deden we dus de normale programma's die we ook door de week deden. Dat zag er dus ernstig uit. Want als de organisatie er zelfs niet voor kan zorgen dat de Top 50 er op tijd is, dat moet er toch wat aan de hand zijn. Wat er gespeeld heeft weet ik nog steeds niet maar we waren opgelucht toen er op zaterdagavond laat alsnog een bootje verscheen met verse programmamakers waaronder oude bekenden: Jerry Hoogland en Ferry Eden. Voor ons de geruststelling dat we van boord konden. Al had ik een vreemd gevoel over de toekomst. Ik verliet het schip terwijl ik wist dat de motor het niet meer deed en dat anker niet veel kon hebben. Eenmaal weer in het klein bootje werd ik gelukkig niet meer zo zeeziek zoals op de heenreis. Blijkbaar had ik voldoende zeebenen gekregen. Want dat is ook iets opmerkelijks van het leven op zee. Toen ik op de Magdalena aankwam moest ik me de eerste dagen overal aan vast houden. Vooral bij het lopen over het deck. Maar op het eind merkte ik bij mezelf ineens dat ik zomaar recht door kon lopen terwijl we toch echt soms flink lagen te rollen. Het menselijk brein weet dat toch maar aan te passen. Hoe dan ook: eenmaal weer aan land hebben Wim en ik overnacht bij Patrick Valain en de volgende dag de Benelux trein genomen naar het noorden. Op zondag 29 juli deed Ferry Eden alsnog de Belgische Nationale Hitparade. Daarna werd mijn laatste programma uitgezonden tussen 15:00 en 17:00 uur. Het betreft Soul party opgenomen op vrijdagavond laat. Dat deed ik met twee C90 cassettes. We hadden namelijk geen C120 meer aan boord. Ik had er eentje gevonden die een kleine 50 minuten was (a- en b-kant ). En eentje voor mezelf die iets korter was. We hadden gelukkig twee cassette decks die simultaan konden opnemen. De nieuwe boord dj's moesten dus met extra platen en natuurlijk de hitmaker de uren live opvullen. Duidelijk hoorbaar. Ik had besloten er geen afscheidsprogramma van te maken en pas in de laatste minuten te vermelden dat ik al van boord was en mogelijk niet meer zou kunnen terugkeren. Gewoon dus nog voor de laatste keer mijn favoriete soul plaatjes pakken met wat hits en programma doen. Al zou een oplettende luisteraar misschien al iets gemerkt kunnen hebben bij het draaien van ‘Way Back Home’ van Jr Walker and the All Stars, de instrumentale versie die altijd door Graham Gill werd gebruikt. Vlak voor het einde van het laatste uur kwam Wim de Groot even om de hoek kijken. Hij wilde wel even weten hoe ik dat zou doen met die laatste minuten. Hij zou immers ook Club 33 voor de zondag opnemen. Het maakte alles bij elkaar er een apart moment van waarbij ik niet aldoor lekker uit mijn laatste woorden kwam. En dan vervolgens echt voor de laatste keer "Dag Johan Vermeer" in starten . Dat was het dan, een rare ervaring. De thuiskomst was minstens net zo vreemd. Ik kwam rond 16:30 uur thuis en hoorde nog net mijn laatste half uur op Mi Amigo. Dat was toch wel even slikken, zou ik ooit nog teruggekomen? In het laatste programma vermelde ik al dat er een en ander ging veranderen in mijn leven waardoor terugkomst bij Radio Mi Amigo onzeker was. Maar ik hield wel ‘de lijnen open’, zoals dat zo mooi heet. Eerder schreef ik al dat mijn studieplannen op de rails had gezet. Die kon ik niet zomaar afbreken. Wel bleek later dat een modulaire aanpak mogelijk was om die studie af te ronden. Maar de grootste hobbel was toch die hernia behandeling. Daar nam men vroeger echt alle tijd voor. Uiteindelijk was het een behoorlijke operatie en moest ik daarna weer leren lopen. Dat ging pas weer een beetje in de derde week van september. Augustus 1979 kwam Wim de Groot zelfs nog op ziekenbezoek. Hij vroeg me of nog ik de instellingen van de audio compressor uit mijn hoofd wist want hij ging weer terug naar boord. Tja...dat was na een operatie met narcose natuurlijk niet helemaal helder meer natuurlijk. Wel jammer dat ze aan boord blijkbaar die instellingen hadden gewijzigd. De Magdalena 23 september 1979 (foto The Offshore Radio Archive) Ik was, geloof ik, nog geen dag thuis of de Magdalena werd binnengesleept in Terneuzen. De vraag of ik nog zou teruggaan hoefde ik dus niet meer te beantwoorden: het was voorbij. Maar ik had zeker naar een formule gezocht om door te gaan als de zender was gebleven. Intussen was het Nederlandstalige Caroline nog wel in de lucht. Het duurde dan ook niet lang voordat ik benaderd werd door Rob Hudson en Paul De Wit om naar de MV Mi Amigo te gaan. Na een dag overdenken besloot ik daar toch maar niet op in te gaan. Had al veel slechte verhalen gehoord over die organisatie. Zo waren er deejays die nog veel tegoed hadden. En was de slechte staat van het schip natuurlijk geen aanrader. Het zeezender gebeuren was voor mij nu voorgoed voorbij. Maar na 40 jaar kijk ik nog steeds terug op een periode waarin heel veel gebeurde in korte tijd. En waarin we probeerden toch met heel weinig middelen er een leuk station van te maken. Daarbij had ik ook het geluk om met mensen aan boord te werken die tegen een stootje konden en een groot relativeringsvermogen hadden. Daardoor werd er ook veel gelachen. En ja, dit betekent nu ook het einde van het Vermeer verhaal. Misschien pakken andere ex zeejocks nog een en ander op. Hopelijk heb ik hiermee wat inzicht kunnen geven hoe het er aan toe ging in die tijd op zee. Dat het niet alleen maar vrolijk plaatjes draaien was. Ik stond in 2019 op de Castor bij Mi Amigo 45 nog na te praten met Wim de Groot over onze periode aan boord. We stonden in de avondzon met uitzicht op zee verhalen op te halen. Ik vertelde hem dat ik tijdens het digitaliseren van oude programma's hoorde dat we best soms moe waren. “Kun je nagaan hoe blij ik was toen jullie kwamen want ik deed in het begin alle programma's in mijn eentje!" zei Wim. Het was zeker soms aanpakken. Na 40 jaar wil je dit soort dingen nog wel eens vergeten. Want het geheugen is nu eenmaal selectief. Maar we spraken natuurlijk ook over hoe het allemaal zo fout heeft kunnen gaan in die paar maanden. Hoe jammer dat was. Ferry Eden zal in zijn boek daar zeker nog nader op in gaan. Maar het was voor mij hoe dan een spannend jongensboek. En vandaag de dag is er gelukkig weer een Radio Mi Amigo: www.radiomiamigo.international. 40 jaar later doe ik weer ieder weekend een programma in de zeezender stijl compleet met een oude Lieveling of oude deejay hittips. Zo houden we toch een beetje de herinneringen levend!
  4. 7 points
    Sinds de introductie van Low Power AM in Nederland zijn er veel nieuwe radiostations bijgekomen. Dankzij liefde voor techniek en muziek gecombineerd met gepassioneerde radiomakers is Radio Tpot uit Gasselternijveen dagelijks te beluisteren in het noordoosten van Nederland op de 1224 AM. Samen met een aantal zendamateurs vond Theo Postma aan het begin van deze eeuw dat het tijd werd voor wat anders. Na jaren van experimenten op de hogere frequentiebanden werd het tijd om eens 'iets simpels' te maken: een middengolfzender. In stereo, klasse A en ook nog een beetje power. Al vrij snel kwamen ze erachter dat als je echt goede zender wil maken het allemaal niet zo simpel is. Een zender kan wel goed klinken, maar als je dan gaat meten kom je er achter dat het niet goed is. Dan moet je gaan knutselen en wordt er zelfs gebruik van boeken uit de jaren 20 van de vorige eeuw waarin de technici van Philips uitleggen hoe je 100% kan moduleren met Amplitudemodulatie. Nu is dat met de techniek van toen, een buizenzender, niet mogelijk maar dankzij de moderne mosfets kan je inmiddels tot ver over de 100% moduleren. Dan klinkt het wel hard, maar de luidheid is belangrijker. Hoe krijg je het dan zo dat het luider wordt en dat het gemeten recht blijft? (Dus geen vervorming krijgt) De andere uitdaging was stereo uitzenden op de middengolf, een in Amerika gebruikte techniek die in Europa bijna niet tegenkomt. Alleen een Franse zender heeft in hier verleden gebruik van gemaakt. Daardoor zijn er hier ook geen ontvangers te koop maar Ebay biedt uitkomst. Meerdere type radio's met AM stereo vonden zo hun weg naar Drenthe. “Dan gaat het stereolampje branden, stereo werkt en klinkt goed. Vervolgens ga je meten of het ook echt goed is. Dan zitten er een paar schoonheidsfoutjes in maar hoe weet je nou of jou zelfbouw stereozender goed is want je hebt geen vergelijkmateriaal waaraan je kan toetsen. Dus op zoek naar een referentiezender. Die blijken weer zeer schaars te zijn en de vier die er te koop waren in de wereld worden worden dan ook maar gekocht.“ De eerste zender was nog zelfbouw, maar hoe verder ze kwamen hoe hoger de eisen werden. Inmiddels is de voorzet een meetzender van Panasonic, de versterker trappen en HF filters zijn zelfbouw. En daarmee is Radio Tpot nu dagelijks te beluisteren op de middengolf, in stereo. De eerste insteek is de techniek, de tweede de muziek. Radio Tpot draait de muziek waar Theo Postma graag naar luistert. Maar de presentatie van een deel van de programma's wordt verzorgd door een wel heel bijzondere dj-ploeg. Postma is werkzaam in de gehandicaptenzorg en heeft als standpunt dat je de hobby niet moet meenemen naar het werk. Zijn collega's dachten daar echter anders over. Er werd een inzamelactie op touw gezet voor apparatuur en zo kwam er in de instelling een radiostudio. Nu wordt er onder de vlag van zijn werkgever radio gemaakt door cliënten van de instelling. Er is geen bemoeienis met muziekkeus en programma inhoud. De presentatoren zijn vrij in wat ze doen en je ziet dat ze in de afgelopen drie jaar zijn gegroeid. Luisteraars merken op: "die discjockey’s die je hebt doen het beter dan die van 538, ze zeuren tenminste niet zo". Radio Tpot is te beluisteren in het noordoosten van Nederland op de 1224 AM op maandag tot en met donderdag van 08:00 tot 20:00 uur en op de vrijdag van 08:00 tot zondag 20:00 uur. Afbeeldingen: Theo Postma en Vincent Schriel.
  5. 5 points
    Het heeft toch altijd voor mij en vele leeftijdsgenoten een nostalgisch genot terug te denken aan het gebruik van de Draadomroep. Het kastje op een plankje bij ons in de kapsalon met daaronder een bakelieten knop. Vier lijnen waren er op te ontvangen waarbij Hilversum 1 en Hilversum 2 via de eerste lijnen waren te horen en de andere twee onder meer werden gebruikt voor een variabel aanbod aan regionale radio, in ons geval destijds van de RONO, en programma’s uit België, Duitsland en Engeland. Zondagmiddag verbleef ik vaak in de salon, die gelegen was aan de voorkant van de woonkamer aan de Korreweg 105 in Groningen. Wel waren er voorwaarden gesteld door de ouders. “Op zondag luister je, als we thuisverblijven, naar het Belcanto concert van de BRT. Pas als je dat hebt gedaan mag je laat in de middag luisteren naar Alan Freeman en zijn programma ‘Pick of the Pops’. Tussendoor werd dan nog even afgestemd op Hilversum om de voetbaluitslagen van Frits van Turenhout aan te horen. Het voordeel van de Draadomroep, boven het geluid van de in de woonkamer aanwezig radio, was dat je praktisch verzekerd was van storingvrije geluiden. Signalen die werden verspreid via dunne kabels, misschien is het woord ‘draad’ beter te gebruiken. Maar zoals zo vaak kwam aan iets moois een einde. Het was in januari 1973 dat in de media werd aangekondigd dat de draadomroep een aflopende zaak zou zijn. Er werd aan gememoreerd dat de toenmalige regering enkele jaren eerder, na een langdurig politiek touwtrekken, het voorstel door de Tweede Kamer kreeg om op termijn deze vorm van radiosignaalverspreiding af te schaffen. Er kan rustig worden gesteld dat in januari 1973 al in heel veel plaatsen in Nederland de luidsprekers, afstelknoppen en kabels in de huizen en winkels inmiddels waren weggehaald. Nog tot 31 december 1974 werd het mogelijk, daar waar nog apparatuur aanwezig was, de signalen van de draadomroep te ontvangen. Ook in de stad Groningen, waar op dat moment nog draadomroep functioneerde, was het eind van 1973 ook stilte via dit systeem. Toenmalig technisch adjunct-directeur F. H. Robertus van het Telefoondistrict Groningen vond het, desgevraagd, jammer dat de draadomroep ging verdwijnen omdat de kwaliteit van het geluid uitstekend was, zeker sinds de toepassing van het systeem ‘Stappen 58’. Deze benaming stond voor de aanduiding ‘standaardaansluitpunten '58’, een systeem dat bestond uit de aansluiting via telefoonkabels. In het kort kwam het hier op neer, dat vóór 1958 het blokkabel- of ringkabel-systeem werd gebruikt: via kabels langs de muur. Dit systeem was vooral in gebruik in de oudere wijken van Groningen. Het toenmalige nieuwe systeem werd tussen 1958 en 1968 in de nieuwere wijken aangebracht, terwijl in de Martinistad na 1968 totaal geen nieuwe aansluitingen meer werden gerealiseerd. Hierdoor kan worden gesteld dat in de wijk Vinkhuizen nooit aansluitingsmogelijkheden zijn geweest, terwijl dit in de wijken De Wijert en Corpus den Hoorn wel het geval was. In de laatste twee genoemde wijken bleef de Draadomroep dan ook tot het bittere einde te beluisteren. In een aantal andere buurten en straten werd geleidelijk tot liquidatie overgegaan. Zo werden in het voorjaar van 1973 een kleine duizend aansluiting afgestoten. Bewoners van de Verlengde Hereweg, Merwedestraat, Sumatralaan, Celebesstraat. Violenstraat, Witte de Withstraat, Prinsenstraat, Nieuwe Kijk in ’t Jatstraat en Korreweg raakten hun aansluiting kwijt. Er bleven in de stad Groningen daarna nog een 2700 hoofdaansluitingen met ongeveer duizend nevenaansluitingen over. Robertus meldde tevens dat het blokkabelsysteem op dat moment al helemaal was afgebroken. Deze aansluitingen waren vaak al van slechte kwaliteit. Voor een deel dateerden ze zelfs al van voor de oorlog, toen de draadomroep nog een zaak van de gemeenten (in Groningen zat de centrale in het gebouw van Openbare Werken aan het Zuiderdiep) en van particulieren was. Verhoudingsgewijs waren er in het noorden van Nederland altijd meer aansluitingen dan elders, mede door de slechte ontvangst van signalen die via steunzenders werden ontvangen op de normale radiotoestellen. De draadomroep, zoals in een ander artikel al eens beschreven, begon in de jaren twintig van de vorige eeuw in de Zaanstreek, waarna voor in de vooroorlogse jaren er een explosieve groei was waar te nemen. Het derde kanaal van de draadomroep in de jaren zestig en begin jaren zeventig van de 20ste eeuw, merendeels gevuld met klassieke muziek, was eigenlijk een voortzetting van de programma’s die werden verzorgd door particuliere soortgelijke omroepsystemen, die in handen waren van voornamelijk plaatselijke zakenlieden in de elektriciteits- en loodgietersbranche. Er waren in 1973 een hoop mensen die het speet dat de draadomroep verdween. Maar voor het merendeel bleek de oplossing te vinden bij de transistorradio, die je mee kon nemen naar buiten, in het park en het strand en naar andere locaties. Dit alles met een licht verlies aan kwaliteit maar om de draagbaarheid dus toch veel aantrekkelijker. En daarmee werd, bij het verdwijnen van de Draadomroep, deze vorm van radiosignaaloverdracht, een stuk jeugdsentiment waar bijna 50 jaar later toch nog bij kan worden stilgestaan. Zie ook: http://www.icce.rug.nl/~soundscapes/VOLUME01/Curves_van_de_draadomroep.shtml http://www.icce.rug.nl/~soundscapes/VOLUME03/Radio_door_een_draadje.shtml Hans Knot, 25 april 2020
  6. 5 points
    Het was in de maand maart 1967 dat een flink aantal luisteraars van Swinging Radio England en Radio Dolfijn toch wel nieuwsgierig waren in hoeverre de werkzaamheden voortgang hadden aan het zendschip van beide radiostations, de Laissez Faire. Het was in een zware storm in de problemen geraakt waarbij onder meer de zendmast was afgebroken. Op Radio Dolfijn was op dat moment het programma van Lodewijk den Hengst bezig, die niets van de problemen merkte en gewoon een programma aan het presenteren was. Het signaal kwam echter niet verder dan het zendschip gezien de gebroken mast. Reparatie was noodzakelijk in een haven en zo werd er gekozen voor die van Zaandam. Een van de nieuwsgierigen was destijds Ehard Goddijn, die op 12 maart 1967 een bezoek bracht aan het zendschip en daarvan verslag deed in onder meer het Benelux DX-Club blad van de maand april dat jaar. Laten we eens zien wat hij destijds had te melden. ‘Ik was in de gelegenheid een bezoek aan de Laissez Faire te brengen omdat het voor een reparatie aan de mast in Zaandam lag. Echter, toen ik er aan kwam bleek de mast al gerepareerd te zijn. Alleen de tuidraden dienden nog gespannen te worden. Ik had een lang gesprek met de Engelse radiotechnicus Bob Gittus. Wel dient vermeld te worden dat ik eerst, vanwege de douane, niet aan boord mocht. Tijdens het gesprek met Gittus kwam er een deejay van Britain Radio (nu dus Radio 355) langs en hij vroeg of ik de studio van Radio Dolfijn (nu Radio 227) wenste te zien. Nadat de voornoemde technicus nog wat zinnen met de deejay wisselde kreeg ik permissie om aan boord te gaan. En zodoende kreeg ik interessante dingen aan de weet. De twee Continental zenders met een E.R.P. van 55 kW worden gevoed door twee generatoren van respectievelijk 180 kVa en 250 kVa. Beide zenders zijn door middel van een scheidingsfilter aan één antenne gekoppeld. Dit systeem is uniek te noemen voor middengolf gebruik. Het uitgestraalde vermogen van elke zender is ’s winters slechts 27 kW, omdat de impedantie van de zendantenne door de grote zoutafzetting en de sterkere wind veranderd is. Wanneer men ’s winters toch met een E.R.P. van 55 kW zou werken zou er vonkoverslag optreden. Binnenkort gaat men weer met 55 kW aan vermogen werken. De zenders zijn gebouwd volgens het systeem van schermroostermodulatie. Om de juiste modulatie-diepte te krijgen wordt een laagfrequent vermogen van maar liefst 6 kW door de l.f. versterker aan de eindbuis van de zender toegevoegd. Het inwendige van beide Continental zenders kon ik helaas niet te zien krijgen, omdat de zenderkasten door de douane verzegeld waren. Er is op het radioschip Laissez Faire een speciale studio ingericht voor de nieuwsuitzendingen en het opnemen van de advertentiespots. 75% van deze spots worden namelijk aan boord opgenomen. In de studio van Radio Dolfijn (227) beschikt men over verscheidene draaitafels, vele banden die in een soort carrousels zijn opgeborgen; twee taperecorders en de carrousels zijn zo geconstrueerd, dat met een druk op de knop elk gewenst bandje uit een groep van 15 bandjes tevoorschijn komt. Alle apparatuur is van het merk Collard. De belangrijkste sponsor van Radio 355 (ex Britain Radio) is Ted Amstrong. Elke dag betaalt hij 250 Pond voor zijn dertig minuten durende godsdienstige uitzendingen. Daarmee zal het nog wel even duren, voordat de Radio Europa gedachte door Radio 355 gerealiseerd zal worden. Uitzendingen in het Frans waren namelijk gepland voor de inwoners van Franstalig België’, aldus Ehard Goddijn destijds onder meer in het Benelux DX blad van de maand mei 1967. Met de laatste opmerking kan worden opgemerkt dat ikzelf inzake deze zogenaamde ‘Radio Europa’ planning slechts éénmaal iets heb vernomen en dat was in voornoemd artikel. Hans Knot, 9 november 2019
  7. 5 points
    We hebben het niet over de vele ziekenomroepen, online stations en meer, zoals die anno 2019 in Nederland en Vlaanderen bekend zijn, maar de naam van een aantal radioprogramma’s dat meer dan een halve eeuw geleden al was te beluisteren via Radio Veronica. De zeezender die in de jaren zestig volop kans gaf aan de vele gastarbeiders en hun gezinnen alsook aan de Nederlanders uit overzeese gebieden een gevoel met het thuisland te hebben. Radio Sinar Sang Surya was de officiële naam van het programma, dat in 1964 al een plekje in de programmering had gevonden. Zo was de invulling van het programma van 2 april dat jaar, tussen acht in de avond en vijf minuten na negen uur, onder meer als volgt gevuld: Zonnestraal radio. Een programma voor iedereen die zijn hart aan de tropen verpand heeft: 2000 Pembukaan-opening. 2002 Orkes Mingau Ini atau reportase orkest (of artiest) van de week of reportage. 2020 Kantong surat-De brievenbus. 2035 Mana suka-Platen op verzoek. 2103 Penutup-Sluiting. Bron: Stichting Norderney. Luisterend naar dit programma was alleen weggelegd voor die personen woonachtig in het westen van Nederland daar ontvangst in de avonduren via de 192 meter zeer beperkt was. Het programma had als centrale presentator Suhandi, ofwel Hans Oosterhof, die sinds 1945 actief is geweest bij diverse radiostations, waaronder bij Veronica. In het programma werden voornamelijk verzoekplaten gedraaid die meertalig werden aangekondigd zodat alle landgenoten, gekomen van overzee, ook hun originele taal konden horen. De muziek, die gedraaid werd, kwam niet alleen uit de discotheek van Radio Veronica maar werd ook speciaal door de luisteraars beschikbaar gesteld aan Suhandi voor zijn programma, waarbij naamsvermelding steeds werd gedaan. Maar eind 1969 ging het mes in het programma en werd er drastisch gesneden in de zendtijd van Radio Zonnestraal, wat weer de nodige ontevredenheid opriep bij een aantal van de personen die Suhandi ondersteunden bij het tot stand komen van zijn programma’s. Eén van hen was Toelsipersed Khargi uit Rotterdam, die in de Veronica analen alleen bekend was als Badhrun Khargi. Verwarrend beide namen maar nadat ik een kopie van een foto had gestuurd bevestigde Juul Geleick mij dat Toelsipersed inderdaad dezelfde persoon was als Badhrun Khargi. Juul heeft in het einde van de jaren zestig enige keren een programmaonderdeel met hem opgenomen. Toen bekend werd dat er drastisch werd gesneden in de uren dat Radio Sinar Sang Surya was te beluisteren, zocht Khargi de publiciteit bij de redactie van het Algemeen Dagblad, die gevestigd was in zijn woonplaats Rotterdam. Het lukte hem mediaredacteur Hans van Reysen over te halen over het ongenoegen te publiceren. Onder de kop ‘Beat jaagt Veronica’s muziek uit de West’ meldde deze dat de Surinamers en Antilianen in Nederland een koude winter tegemoet zouden gaan omdat ze de verwarmende klanken van de West-Indische muziek via Radio Veronica gingen missen. Nadat Hendrik Verweij, één van de Veronica directeuren, de programmamakers op de hoogte had gesteld van de wijzigingen in de programmering bleef er volgens de journalist nog slechts een half uurtje over, namelijk voor het Indonesisch bevolkingsdeel. De directie van Veronica was tot de beslissing gekomen daar men vond dat de luisterdichtheid in de avondprogrammering diende te worden opgevoerd en er dus aandacht diende te worden besteed aan programma’s voor een breed publiek. Tot half september 1969 was er in het voornoemde programma onder meer ruimte voor Surinaams/Creoolse muziek en klanken afkomstig uit Pakistan en India. Maar daarna was er totaal andere muziek te horen en wel van een goed klinkende beat! Uiteraard was de toen 28-jarige Khargi ontevreden over het verdwijnen van het programma, immers had hij meer dan drie jaar lang de tijd gehad zijn landgenoten uit Zuid- en Midden Amerika te verblijden met warme klanken. Khargi, die in dienst was van de Nederlandse overheid als maatschappelijk werker gebruikte het programma, volgens eigen zeggen, als een verlengstuk van zijn werk en beschouwde het als een sociaal-cultureel programma. Volgens Khargi kwamen er duizenden brieven op de programma’s binnen die hij zoveel mogelijk had beantwoord en in dezelfde programma’s werden de gewenste grammofoonplaten afgewisseld met agendatips en werd de nadruk gevoerd op de eenzame mensen in ons land, afkomstig uit overzeese gebieden. Khargi woonde op het moment van het interview ruim zes jaren in Nederland en was in dienst van de overheidsinstelling Stichting Sociale Belangen voor Surinamers en Antillianen, met als basis Rotterdam. Heel vreemd is terug te lezen dat Khargi heel blij was dat hij van de directie van Radio Veronica de kans had gekregen dat hij de programma’s van Radio Zonnestraal mocht gaan maken en dus samenstellen. Met geen woord werd over Suhandi of andere betrokkenen gesproken, zoals bijvoorbeeld technicus Kees Mols, die hij nog meegemaakt dient te hebben en waarvan de redactie van ‘Turkse Koffie’, het fanclub blad van Joost den Draaijer, destijds meldde dat Kees Mols had gesteld dat hij Veronica verruilde voor een baan bij de CBC, The Canadian Broadcast Corporation. In werkelijkheid koos Kees Mols voor een baan binnen de gehoorapparatenindustrie, zo bleek later in 1999 tijdens een interview met Tineke. Wel gaf Khargi aan dat, voordat Veronica de mogelijkheid gaf, er door hem soortgelijke programmavoorstellen waren gedaan bij de Nederlandse Radio Unie, echter zonder succes. Het programma van Radio Zonnestraal diende echter volgens hem elders ondergebracht te worden en dus was hij in het najaar van 1969 voor een gesprek naar de NOS (Nederlandse Omroep Stichting) gegaan. Deze overkoepelende organisatie was in mei 1969 opgericht als opvolger van de Nederlandse Radio Unie en de Nederlandse Televisie Stichting. Khargi informeerde naar de mogelijkheden voor zendtijd maar kreeg te horen dat hij in het winterseizoen niet in aanmerking zou komen aangezien de programmering geheel gevuld was. Een halve eeuw geleden waren er de nodige kwartiertjes in de NOS zendtijd opgenomen voor de in ons land wonende Turken, Marokkanen, Grieken, Italianen, Spanjaarden en Joegoslaven. Duidelijk uit het interview werd dat Khargi het onbegrijpelijk vond dat de leiding van de NOS niet eerst aan de eigen landgenoten van overzee had gedacht bij het toekennen van zendtijd. In de winterprogrammering van Radio Veronican van 1969 naar 1970 was er slechts nog een uur over aan zendtijd van wat voorheen Zonnestraal Radio ofwel Sinar Sang Surya heette. Het werd uitgezonden op donderdagavonden tussen 8 en 9 uur en tevens onder een nieuwe naam ‘Binnen zonder kloppen’ met presentator Suhandi. Over het leven van Hans Oosterhof heeft Freewave Nostalgie medewerker André van Os bij zijn overlijden in 2013 een uitgebreid verhaal geschreven: http://www.hansknot.com/features/Suhandi.pdf Hans Knot, 2 november 2019
  8. 5 points
    Het gegeven dat ik al een halve eeuw publiceer over radio en aanverwante zaken betekent ook dat ik een gigantisch archief heb opgebouwd waaruit kan worden geput en is er ook een bepaalde drift om zoveel mogelijk met een ieder te delen. Natuurlijk zijn de tijden van toen indirect wel met die van nu te vergelijken maar aan de andere kan heeft die tijd qua ontwikkeling verre van stilgestaan. Ik wil graag weer een aantal onderwerpen van meer dan vijftig jaren geleden met U delen. Want ook in 1960 was de schaar en het flesje gluton al in aanslag om weer iets voor later vast te leggen. De geur van het plakmiddel komt zo weer naar boven. Zo bijvoorbeeld bij een oud recept, waarin het woord ‘Planta’ als een van de bereidingsmiddelen voorkwam, bracht mij tot de gedachte dat de in het recept gemaakte lekkernij voor of in 1960 werd gemaakt. Als je anno 2019 een grote Jumbo in gaat om boodschappen te doen, kom je ettelijke tientallen meters met glazen koelkasten tegen waarin vele soorten en merken boter, margarine, halvarine en andere smeerbare producten liggen uitgestald. Voor elk wat wils. In de jaren vijftig van de vorige eeuw was het aanbod veel minder in variatie en soorten. Roomboter werd in de kruidenierswinkel hoofdzakelijk nog uit de kuip verkocht. Verder was er een aantal merken margarine, en daar was de huismoeder mee tevreden. Ook toen al werd een groot deel van deze verbruiksmiddelen voor de keukenprinses al gemaakt bij Unilever. Vlak voor een nieuw decennium werd er besloten te proberen een nieuw product in de markt te zetten, waarbij Planta, dat al als margarine bekend stond, ook een vernieuwde versie zou krijgen zodat men er ook mee kon bakken en braden. Wel diende aan het product een zogenaamde Emulgator ME 18 te worden toegevoegd, en zo geschiedde. Planta was een product, de naam zei het al, dat geheel werd gemaakt op basis van plantaardige vetten. Maar de toevoeging van de Emulgator bleek toch niet zo’n succes als werd verwacht. Men had de toepassing van het middel, zoals toen al gebruikelijk was, op diverse dieren uitgetest, hetgeen geen negatieve effecten opleverde en dus kon het product in de markt worden gezet. Een reclamecampagne werd ingezet en vele huismoeders probeerden het product in de regio Rotterdam, waar het eerst te koop was, uit. Als vrij snel stonden de kranten vol over het schandaal uit de levensmiddelenindustrie. Diverse mensen, die inderdaad in aanraking waren geweest met het nieuwe Planta product, kregen plotseling rode bultjes en koorts, waarbij in eerste instantie werd gedacht aan een grootschalige uitbarsting van de mazelen. Al vrij snel werd bekend dat de uitslag vooral voorkwam binnen gezinnen die het nieuwe product hadden uitgeprobeerd. Het liep geheel uit de hand want meer dan 100.000 mensen werden ziek, vier personen kwamen te overlijden. Wel ging Unilever over tot compensatie en werd aan 8000 personen in totaal een bedrag van 1,25 miljoen gulden aan schadevergoeding uitgekeerd. Als gevolg van deze problemen werd het merk ‘Planta’ geheel uit de handel genomen, terwijl in bepaalde andere landen het product nog steeds – uiteraard in sterk verbeterde vorm, te koop is. Unilever was zo slim een soortgelijk product zonder problemen in de markt te zetten en zo wordt in een deel van de Nederlandse huishoudens al weer decennia lang in Brio het vlees gebakken. Het programma ‘Andere Tijden’ besteedde jaren geleden aandacht aan de epidemie. Het programma is helaas niet meer te zien maar wel heel veel achtergrond informatie te vinden via de volgende link: https://anderetijden.nl/aflevering/124/De-Planta-affaire In Zweden was een zevenkoppige commissie, aangesteld door de regering, diverse malen bijeen geweest en kwam in de maand juni 1961 met een voorstel bij de directie van de Zweedse staatstelevisie om in de toekomst geen buitenlandse televisieseries meer op de buis te brengen, waarin wreedheid een onderdeel van de inhoud bevatte. Dit om nadelige invloed op de jeugdigen te voorkomen. En als gevolg van dit verzoek werd de televisieserie Bonanza uit het programmaschema geschrapt. Ondertussen meldden de producers van de serie in de VS dat in de serie, in vergelijking met andere soortgelijke programma’s, juist weinig geweld voorkwam. In dezelfde periode begon men binnen de BBC zich op een andere manier te bemoeien met de toenmalige jeugd. Men was begonnen met een televisieserie waarin de kijkers seksueel werden voorgelicht, daarbij zich richtend op de doelgroep tussen 12 en 20 jaar. In Engeland was men al veel verder met de ontwikkeling van de televisie en werd er overdag al uitzendtijd voor dergelijke programma’s ingezet. Zo werden ten bate van het voorlichtende programma brieven gestuurd naar alle hoofden van de scholen met het verzoek op de uitzendingen af te stemmen en na afloop van iedere aflevering de gestelde vragen door deskundigen te laten beantwoorden. In het West Duitse Kiel werd rond die tijd een congres gehouden voor oogartsen en ook daar kwam het onderwerp ‘televisie’ ter sprake. Een van de adviezen, die werden geopperd, was dat bejaarde mensen, die televisie kijken, een speciale bril dienden aan te schaffen en dat voor andere leeftijdsgroepen het zeker ook aan te raden was. De speciale brillen zouden de kwaliteit van het beeld zwakker maken, doch verlichten tevens de omtrek. Bij het niet dragen van deze bril was er bij langdurige inspanning tijdens het televisiekijken sprake van kijken naar een klein beeldoppervlak, waardoor aanhoudende oogproblemen zouden kunnen ontstaan. Ook werd door deskundigen aangevoerd dat het heel onverstandig was de televisie tevens als verlichting van de donkere kamer te laten fungeren en het zeker te adviseren was genoeg andere verlichting te laten schijnen tijdens het televisiekijken. Door extra verlichting van de kamer was het op die manier ook niet nodig dicht bij het televisietoestel te kruipen, wat ook van slechte invloed was op de ontwikkeling van de ogen. Tenslotte viel er te melden dat vlak voor de zomer van 1961 Tom Manders met de leiding van de VARA een contract had ondertekend voor liefst 24 televisieshows, met elk een duur van een uur. De shows zouden over drie winterseizoenen worden verdeeld en op zaterdagavonden worden geprogrammeerd. In november dat jaar werd de eerste uitgezonden en werd de show telkens opgenomen in een zaal met publiek. ‘In elk programma zullen een vast team aan begeleiding, een vaste balletgroep en afwisselende gastartiesten Tom Manders, ofwel Dorus, begeleiden’, meldde het persbericht van de VARA. Hans Knot, 19 oktober 2019
  9. 5 points
    Recentelijk verscheen het boek over Rob Out, een biografie geschreven door Bert van der Veer. Een boek dat in mijn gedachten te fragmentarisch is geschreven en ontbreekt aan verbindende teksten tussen de diverse items die voorbijkomen, waardoor het onprettig lezen is. Wel wordt het geheugen inzake de tal van activiteiten waarbij Rob Out was betrokken, flink opgefrist. Al lezende dacht ik toch een aspect niet terug te vinden in het boek, dat ik graag in deze historische column met jullie wens te delen. Van zondag 14 tot zaterdag 20 maart 1965, namen de Beatles in het Oostenrijkse plaatsje Obertauern een aantal scenes op voor hun tweede speelfilm, die de titel Help! meekreeg. Van die locatie stammen onder meer de bekende ski-sessies. De zondag daarop werd er nog gefilmd in Radstadt en Salzburg. Bij een deel van die Oostenrijkse sessies was een bijzondere gast aanwezig: de Nederlandse deejay, de latere programmadirecteur en meer, Rob Out. Maar hoe belandde Out bij de opnamesessie? Een dag lang non-stop Beatles-muziek. Op 29 februari 1972 maakten de deejays van Radio Veronica op de 192 meter wereldnieuws door een dag lang non-stop Beatles-platen te draaien. Wie zich die schrikkeldag nog kan herinneren, weet dat Rob Out een echte Beatles-fan was. En, het was vooral deze deejay, die vol enthousiasme de hitsingles en LP-tracks presenteerde, afgewisseld met interviews en herinneringen. Rob Out was in die tijd al programmaleider bij Radio Veronica, de populaire zeezender voor de Nederlandse kust, en mede dankzij zijn inzet werd de Veronica Omroep Organisatie later de grootste omroep van Nederland. Afbeelding: "Paul McCartney zette Robert ook weer op de trein naar Nederland," aldus het bijschrift bij deze foto in de Wereldkroniek van 1965. De opnames van Help! Eén herinnering vertelde Rob Out, tenminste zover ik me herinner, echter niet tijdens die bewuste marathonuitzending in 1972. Tijdens de opnamen van een deel van Richard Lester's tweede speelfilm rond de Beatles, die de titel Help! meekreeg, in Oostenrijk, maakte hij een aantal dagen de Beatles van dichtbij mee. Daar kregen we toen dus niets over te horen. In mijn archief heb ik echter, mede dankzij de inbreng van Bert Bossink, een groot aantal knipsels dat betrekking heeft op het leven van de Fab Four, en recentelijk ontdekte ik daartussen een stukje uit de rubriek ‘Alleen voor Tieners’ van de pen van Skip Voogd. Daarin legde hij de connectie tussen John, Paul, George en Ringo aan de ene en Rob Out aan de andere kant bloot. Skip Voogd sprak destijds met Rob Out, zo'n week na diens terugkeer van een verblijf in Oostenrijk, waar hij vijf dagen met de Beatles doorbracht. Op dat moment waren de vier uit Liverpool druk bezig met de opnamen van de film Help!, die in augustus 1965 in de bioscopen zou komen. Robert Out, zoals Voogd hem volhardend bleef noemen, was een van de weinigen die achter de schermen mocht meegluren. Voogd vroeg dan ook hoe Robert in contact was gekomen met de Beatles, waarop Out met het volgende antwoord op de proppen kwam: "Ik weet het echt niet. Wel ben ik altijd een enorme Beatles-fan geweest en mijn vriendschap met John Lennon dateert uit de tijd waarin The Beatles nog volledig onbekend waren en speelden in ‘The Star Club’ in Hamburg. Ik was daar met vakantie en mijn vriendinnetje vertelde me dat er Engelse jongens waren, die zo enorm goed speelden en zongen." De eerste contacten van Out met de Beatles stammen kortom uit de vroege jaren zestig, de tijd dat de Beatles optraden in Hamburg onder de namen als ‘The Moondogs’ of de ‘Silver Beatles’. Er bestaan zelfs nog opnames uit die tijd, waaronder de single die in 1961 werd geproduceerd door Bert Kaempfert: "My Bonnie" / "The Saints" (Polydor NH 24-673). Daarop is de groep te horen als ‘The Beat Brothers’, die de begeleiding verzorgden van zanger Tony Sheridan. Op 5 januari 1962 werd de single ook in Engeland uitgebracht, ditmaal met de correcte vermelding van de groepsnaam (Polydor NH 66-833). Van die sessies werden in 1964 nog enkele andere singles alsmede een album uitgebracht en nog steeds zijn er tegenwoordig CD's en LP's in omloop met dit materiaal, die ten onrechte verkocht worden onder de naam ‘Beatles’ want er staan doorgaans maar een paar songs van de groep zelf op. De Beatles speelden overigens — en onder hun eigen groepsnaam — in de ‘Star Club’ van 13 april tot 31 mei 1962, en ook nog voor enkele weken in november en december van hetzelfde jaar. Dat plaatst de eerste ontmoeting van Out met de Beatles dus in 1962, en waarschijnlijk in het betreffende voorjaar. Het was John Lennon zelf, die toen na het optreden op Out afstapte en een gesprek aanknoopte. Lennon gaf grif toe, dat hij het enorm leuk vond ook iemand van een andere nationaliteit tegen te komen dan alleen maar dié Duitsers. Een van de opmerkingen die Lennon plaatste, wist Out zich achteraf goed te herinneren. Lennon merkte op: "Robert, geld om je iets aan te bieden heb ik niet, want we werken hier bijna voor niets. Maar als ik ooit nog eens beroemd wordt, dan klop je maar bij ons aan!" Wel, dat bleek niet nodig. Niet alleen Lennon, maar ook Out zelf boerde bijzonder goed. Rob Out's eerste contacten met de Beatles vonden dus al plaats in het prille begin van de jaren zestig. De groep maakte vanaf die tijd langzaam maar zeker furore in Engeland, maar het zou nog bijna twee jaar duren voordat met de rest van de wereld ook Nederland werd wakker geschud door het geluid uit Liverpool. Het beeld is bekend: jankende, hysterische meiden en ouders die verboden dat je net zo gekapt ging als de vier die alle kranten veroverden en niet weg waren te slaan uit de hitlijsten. Iedereen had het over John, Paul, George en Ringo en de Britse zeezenders hielpen daar driftig aan mee door hun platen veelvuldig te draaien. En toen ze eenmaal niet meer van de radio waren weg te slaan, had Rob Out inmiddels Radio Noordzee — REM-eiland — verwisseld om terug te keren voor een plaats achter de microfoon van Radio Veronica, waar hij onder meer het programma ‘Muziek Express’ presenteerde en dus ook de Beatles voorbij liet komen. Mede door het succes van de Beatles kwamen de herinneringen bij Rob Out weer boven en hij besloot — wie weet op briefpapier van Radio Veronica — een brief te schrijven naar de Beatles. Dit met de gedachte waarschijnlijk nooit meer antwoord te krijgen. Maar het viel anders uit. Spoedig had hij een brief van John Lennon terug, waarin deze Rob Out uitnodigde om eens langs te komen in Liverpool. Vrij snel constateerde Out daar dat de vier doodgewone jongens waren gebleven en dat de roem hen niet boven het hoofd was gestegen. Out later over de periode na die ontmoeting in Liverpool: "Ik ben ze na die ontmoeting in Engeland blijven schrijven en de antwoorden bleven komen, hoewel het soms wel heel lang duurde voordat er een brief terugkwam." Niet alleen John Lennon bleef overigens contact houden met Rob Out. Ook Paul McCartney wist hem te vinden. Het eerder gememoreerde bezoek aan Oostenrijk dankte Rob Out aan een uitnodiging van zijn kant. Andermaal Rob Out: "Hij haalde me van het station en loodste met door de enorme haag van schreeuwende teenagers en Paul vertelde me ook dat hij me niet was vergeten van de ontmoetingen in Hamburg en Liverpool. Over de film vertelde Paul me ook dat ze in het begin van de opnamen niet wisten waar ze aan toe waren. Ze wisten niets van skiën, maar moesten het van de regisseur leren om de film zo echt mogelijk te laten overkomen. Inmiddels skiën ze alsof ze het hun hele leven niet anders hebben gedaan." Rob Out, die na zijn bezoek aan Oostenrijk weer rustig aan de slag ging als part-time-presentator bij Radio Veronica en tevens zijn platenproductiemaatschappij ‘Stibbe-Basart’, runde in Amsterdam, vertelde in het interview met Skip Voogd, dat hij aan John Lennon had beloofd aan niemand iets te vertellen over de inhoud van de film, waarvan hij een gedeelte van de opnamen van zo dichtbij meemaakte. Wel had Lennon hem verteld dat de titelsong van de film nog pakkender zou zijn dan ‘Ticket To Ride’, de song die ten tijde van de opnamen wereldwijd overal hoog in de hitlijsten stond genoteerd. Wel had John Lennon, als cadeau voor de geheimhouding, aan Rob Out beloofd een proefpersing van Help! naar Hilversum te sturen, zodat alleen hij hem als een wereldprimeur zou kunnen draaien op Radio Veronica. Met hoeveel andere deejays John Lennon eenzelfde afspraak heeft gemaakt, is nooit duidelijk geworden. Rob Out lijkt zijn afspraak wel heel letterlijk te hebben genomen. Afgezien van zijn gesprek met Skip Voogd, heeft hij verder nooit in het openbaar iets over zijn Oostenrijkse bezoek aan de Beatles in 1965 verteld. Hans Knot, 28 september 2019
  10. 4 points
    Terugdenkend aan elk willekeurig jaar doet ook direct weer een eerste herinnering oproepen aan een bepaalde gebeurtenis, die je het meeste heeft geschokt dan wel verheugd. In dit geval is het een schokkende gebeurtenis geweest. Zoals gebruikelijk werd op de zaterdagavond, die bewuste keer op 15 mei 1971, geluisterd naar het programma van de KRO, ‘Goal’. Een programma over de voetbalwedstrijden van de zaterdag en de prognoses voor de daarop volgende dag. Presentatoren waren Felix Meurders en Theo Koomen en de productie was in handen van George Thor. Het zijn dan van die kleine, minder belangrijke dingen, die naar boven komen. Ik luisterde vaak op mijn slaapkamer op de tweede verdieping van een flat aan de uiterste westelijke rand van Groningen. We waren net terug gekomen van de verjaardagspartij van mijn oudste zus Rika en als fervent voetballiefhebber zat ik gekluisterd te luisteren via mijn Blaupunkt wereldontvanger naar de uitzending van de KRO. Plotseling werd door Felix Meurders het programma o­nderbroken. Dit om live over te schakelen (met gebruik van een transistorradio op het mengpaneel van de KRO) op het programma van RNI. Het bleek dat een felle brand aan boord van het zendschip woedde die was veroorzaakt, zo bleek later, door het plaatsen van wat men zei dat het een bom kon zijn. Een verhaal dat elders al is beschreven en het een brand was veroorzaakt door in brand gestoken in olie gedrenkte doeken. U begrijpt het al ik neem u andermaal mee in zijn herinneringen Het jaar 1971, waarin gelukkig ook positieve dingen gebeurden. Het was het jaar dat de Europa Cup voor Landskampioenen andermaal werd gewonnen door een Nederlandse club, het jaar daarvoor nog in handen gekomen van het Rotterdamse Feyenoord. Maar in 1971 kwam de eer toe aan het team van Ajax, dat o­nder leiding van Rinus Michaels en zijn assistent Grijzenhout, de titel binnenhaalde. Namen als Piet Keizer, Gerry Mühren, Nico Rijnders, Ruud Krol, Arie Haan, Johan Cruijff, Wim Suurbier en Dick van Dijk waren gemeengoed als er werd gepraat over voetbal. Maar wat is er eigenlijk gebeurd met andere spelers als Wever, Kalderon, Sondergaard en Suurendonk? Natuurlijk hebben zij het geluk gehad te mogen spelen in een gouden team, maar doorgebroken zijn ze echter niet zoals hun voornoemde collega’s. Ajax had in 1969 ook al in de finale gestaan maar verloor toen van AC Milan. In 1971 werd de finale gespeeld in het Wembley station in Londen tegen het Griekse Panathinaikos. Deze ploeg had de finale bereikt o­nder leiding van de vermaarde Hongaar Puskas. Met 2-0 ging Ajax als winnaar naar huis. Na 5 minuten in de eerste helft scoorde Dick van Dijk terwijl vlak voor het einde van de wedstrijd het Arie Haan was die voor de 2-0 zorgde. Het zou tevens Michels zijn afscheid worden van Ajax, daar hij een superaanbod kreeg van de FC Barcelona om daar als trainer aan de slag te gaan. De eerste in een lange rij van Nederlandse trainers voor deze ploeg. Ajax had zich, door de overwinning, automatisch geplaatst voor de finale van de Wereldbeker maar de leiding van Ajax besloot de ploeg, om medische redenen, terug te trekken. In Afrika was het rumoerig met name in Uganda alwaar de in 1925 in Koboko geboren Idi Amin via een staatsgreep aan de macht kwam. Een gedegen schoolopleiding had de man niet gevolgd en op 19-jarige leeftijd trad hij toe tot The British King’s African Riffles. In dienst leerde hij wat strijd is, o­nder meer in Burma. Hij vocht daar in Britse Dienst tegen de Japanse bezetters. Vanaf 1961 trad hij in dienst van het Ugandese leger om trapsgewijs omhoog te stijgen tot bevelhebber. Daarmee begon ook zijn machtswellust. Hij wist bevriende officieren zo ver te krijgen mee te doen aan een staatsgreep en benoemde zichzelf tot het nieuwe staatshoofd. Wat daarop volgde was een burgeroorlog waarbij vele landgenoten o­nder het bloedige regime van Idi Amin zouden sterven. Op 17 maart 1971 verscheen in de dagbladpers de mededeling dat Joost de Draaier de VPRO, waar hij onder meer werkzaam was, ging verlaten. Reden was dat hij teruggekeerd binnen de commerciële radiowereld, actief vanaf internationale wateren en wel als programmaleider bij het toenmalige nieuwe Radio Noordzee, een project waar het Strengholt concern achter schuil ging. Met ingang van 1 april 1971 stopte derhalve het programma van Joost, dat iedere donderdagmiddag tussen 12 en 13 uur was geprogrammeerd. Het uur werd daarna overgenomen door Felix Meurders. Tussen 13 en 14 uur werd een nieuw programma ingevoerd, de Joe Blow Show met als presentatoren Wim Noordhoek en Jan Donkers. In dat programma werd veel aandacht besteed aan de minder hitgevoelige muziek dat wekelijks op de platenmarkt verscheen. Tevens was er vaak aandacht voor de zogenaamde ‘witte platen’, producties die niet via de reguliere platenmaatschappijen verschenen en feitelijk illegaal in de winkel – vaak van onder te toonbank – werden verkocht. Herinneringen aan Hilversum III in 1971, waarover volgende week meer. Hans Knot, 29 februari 2020 Afbeelding: Felix Meurders (foto Menno Dekker)
  11. 4 points
    Onlangs zaten we te kijken naar een verslag van de Nederlandse Kampioenschappen Afstanden voor Schaatsen, dat dat weekend werd verreden in Heerenveen. Pas als je ouder wordt begin je te begrijpen dat er in een mensenleven heel veel kan veranderen. Niet alleen met jezelf en de personen in je directe omgeving, maar ook met bijvoorbeeld de beleving van de sport, het vaker denken aan mensen die er vroeger nog wel waren in het leven. Met betrekking tot het schaatsen en Nederlandse successen denk ik vaak terug aan de tijd van Ard en Keessie in de jaren zestig. Beperkte verslaggeving in zwart/wit en Bob Spaak als commentator. Broer Jelle en ik waren geheel verslaafd aan het volgen van de wedstrijden schaatsen en wensten zoveel mogelijk informatie in te winnen om een mooi geheel te krijgen met onze eerder verkregen tabellen van EK en WK wedstrijden, die we via radio en televisie hadden gevolgd. We regelden via Harry Hesselink, die zowel bij het Dental Depot Groningen als het Nieuwsblad van het Noorden actief was, toegang tot de archieven van de voornoemde krant, die waren gevestigd aan het Gedempte Zuiderdiep in Groningen. Nee, het was niet zo gemakkelijk als heden ten dage om via het digitale krantenarchief iets op te zoeken. Je diende in grote leggers, per maand samengevat, op zoek te gaan naar uitslagen. Vele zaterdagen zaten we tussen de stoffen leggers om alles uit te zoeken en met een kladblok naast ons alles wat er werd gevonden op te schrijven. En dan ging je via Jaap Eden, via Broekman naar Ard en Keesie. Uiteraard met vele andere grote en vooral kleinere successen er tussen in voor de Nederlandse afvaardigingen naar de diverse kampioenschappen, die alleen werden gehouden op natuurijs in die decennia waarin we zochten naar uitslagen. Soms waren er momenten dat we niets vonden en des te heerlijk was het als er toch weer een aardig aantal tijden, die waren gereden, werden teruggevonden. Tijden die uiteraard niet waren te vergelijken met de tijden die heden ten dage op de snelle indoor ijsbanen worden verreden. Tijden waren destijds vooral afhankelijk van de weersomstandigheden en bovendien kwam het een groot aantal malen voor dat een geplande kampioenschap niet doorging, dan wel werd verplaatst, vanwege de weersomstandigheden. Het kwam zelfs voor dat de wedstrijden, verreden op buitenbanen, na een beperkt aantal deelnemers, werd stil gelegd om de overtallige hoeveelheid water van de baan te verwijderen. De jeugd van nu is dit totaal niet te verklaren dat dergelijke maatregelen destijds waren te nemen. Uiteraard wordt de drang naar nostalgie, al dan niet bewust aangedreven, groter en ook in het geval van nostalgie denk je soms met verdriet, maar vooral met een grote knipoog, terug aan de tijden van ‘toen’. Inderdaad ‘toen’ want de tijdperk omschrijving is niet exact te geven daar bij elke andere gedachte naar nostalgie je nooit direct in dezelfde periode terecht zal komen. Laten we maar eens kijken hoe ons kijkgedrag was naar de televisie in 1972. In het begin van het jaar dreigde er trouwens een, in die tijd, zeer populaire serie, te gaan verdwijnen. Het werd door miljoenen kijkers in dertien landen altijd met veel vreugde bekeken en dan hebben we het over de Britse televisieserie voor het hele gezin genaamd: ‘Please Sir’. Het ging over de belevenissen op een gemiddelde school, waar zoal het een en ander gebeurde en na jaren van succes hadden bepaalde vaste spelers geen zin meer om hun rol nog langer te vertolken en wilden de tekstschrijvers ook wel eens wat anders. Zo was het er het probleem van ‘Duffy’, die in de serie een 15-jarig jongentje was, maar in het dagelijkse leven een vader uit een huisgezin met twee kinderen. Na lang overleg kwam veel later in 1972 het goede bericht dat de serie als nog was gered. Men had twee nieuwe tekstschrijvers gevonden in de personen van John Esmond en Bob Larbey en bovendien kreeg de serie een nieuw jasje. Men ging werken vanuit twee verhaallijnen. De eerste volgde nieuwe leerlingen in de oude klas terwijl de tweede verhaallijn de oude leerlingen ging volgen in de maatschappij. Deze laatste ging ‘Fenn Street Gang’ heten en alle voormalige leerlingen keerden wekelijks terug in hun favoriete koffieshop en werd er verhaald over hun nieuwe leven. Duffy ging in het leven verder als schilders knecht. De actrice Penny Spencer, die in de eerdere serie de rol van seksbom van de klas, genaamd Penny, speelde, keerde niet terug omdat ze elders een vervolg op haar loopbaan zocht. Wel kwam de rol van Penny in handen van Carol Hawkins en als Penny werd ze boetiekhoudster. En zo had een groot aantal spelers een nieuwe rol en anderen keerden niet terug. Ach, en dan waren de rollen voor de sullige conciërge en de geduld loze leraren in de nieuwe serie bij lange na niet zo leuk als eerder. Ik ben na een aantal afleveringen, na het begin van de nieuwe opzet, afgehaakt hoewel terwijl ik dit schrijf de herkenningsmelodie van het London Weekend Orchestra direct door mijn hoofd gaat. Maar we keken destijds ook vol genot naar andere televisieprogramma’s. Het aanbod was aanzienlijk minder als wat er nu over ons wordt verspreid maar op de één of andere manier keek je met veel meer fascinatie naar de programma’s. Hadimassa werd op vrijdagavonden geprogrammeerd door de VARA op Nederland 1. Het was een satirisch programma dat werd gemaakt met als hoofdrolspelers Wim de Bie en Kees van Kooten. Ze werden uitstekend bijgestaan door Ton van Duinhoven, ook bekend als het typetje in de reclame destijds van het snoepketen ‘Jamin’. Kooten en de Bie waren in 1970 benaderd door Dimitri Fränkel Frank om slechts één scène te schrijven voor het nieuwe programma maar deze éénmalige medewerking liep uit de hand hetgeen tot gevolg had dat men drie seizoenen lang een groot succes was. Ook Annemarie Oster en Ton Lensink waren van de partij. Eigenlijk kon je spreken van ‘welvaart satire’ dat werd gebracht. In het programma, dat in 1972 haar einde bereikte, werd ook volop gezongen hetgeen destijds leidde tot het uitbrengen van de LP Hadimassa. Een aflevering van het programma uit 1970 werd destijds ingestuurd naar het Televisie Festival van Montreux. Nadat het programma in 1972 was stopgezet besloten Kooten en de Bie de overstap te maken naar de VPRO waar ze tal van successen hadden in de daarop volgende decennia. Volgende week meer herinneringen aan 1972. Hans Knot, 11 januari 2020. Afbeelding: Wim de Bie en Kees van Kooten in Hadimassa (1970) (foto Beeld en Geluidwiki)
  12. 4 points
    Het verhaal van Radio Nord via de MV Mi Amigo van Paul Jan de Haan werd eerder in twee delen gepubliceerd in het radio magazine Freewave (16 juli en 6 augustus 1979). Als ik voor het eerst de pen op papier zet voor dit verhaal is het eerste Paasdag 1979. Op de radio het nog zeer zwakke signaal van Radio Caroline. Neptunes moet een zwak hebben voor de Mi Amigo. Nadat het schip enkele maanden geleden net niet zonk is het voor de zoveelste maal gelukt Caroline in de ether te krijgen. En dan te bedenken dat het op deze dag bijna 20 jaar geleden is dat de MV Mi Amigo werd uitgerust als zendschip. Toen de Magda Maria of ook wel de Bon Jour geheten. In ieder geval de bases van Radio Nord, voor de Zweedse kust. Het verhaal van Radio Nord, kunt u, voorzien van vele exclusieve foto's en stickers, in de komende edities van Freewave lezen. Als bronvermelding wil ik vermelden: Radio Nord kommer Tillbaka, geschreven door Jack Kotschak in 1963. November 1959. Een ontmoeting tussen Gordon McLendon en Jack Kotschack op het vliegveld van Stockholm in Zweden. Bij een bespreking thuis bij Kotschack valt het McLendon op dat de Zweedse radio nagenoeg alleen praatprogramma's uitzendt. Na veel heen en weer gepraat over het wel en wee van de radio in Zweden en de betrokkenheid van McLendon met de Amerikaanse radio scene durft Kotschack de volgende zin te lanceren: "Laten we voor Zweden een radiostation beginnen". Hier wordt het de lezer duidelijk dat het een zeezender zou gaan worden: Radio Nord. McLendon ging als snelle beslisser akkoord, maar er was één groot bezwaar. Volgens de Amerikaanse wetgeving is het niet toegestaan meer dan 7 radiostations te bezitten. En dat maximum had McLendon al bereikt. Een ervan was de bekende top 40 zender KLIF radio in Dallas, Texas. Op dat punt werd er een derde persoon in betrokken, namelijk Robert Thompson. Nadat de Amerikaanse investeerders overtuigd waren van de noodzaak om een schip te kopen als bases voor de uitzendingen kon men op zoek gaan. Dit leidde de Radio Nord ploeg naar Kiel in Duitsland waar hun droomboot lag. De Olga, klein, roestig, uitgeleefd en ze stonk naar vis. Wat een schip. Het beste schip in Duitsland volgens de verkopers. Of dat zo was zou de toekomst leren. Nu anno 1979 weten u en ik het. Ter verduidelijking: de Olga werd de Bon Jour en later de… MV Mi Amigo. Tussen door een klein stukje geschiedenis over de Olga. Afbeelding: De drie heren van Radio Nord v.l.n.r. Robert Thompson, Jack Kotschack en Gordon McLendon Voorheen geheten de SS Margarethe werd ze in 1921 afgebouwd. In eerste instantie een stalen driemaster, 30 meter lang, 156 ton groot. In 1927 werd het een motorschip en het geheel werd verlengd tot 44 meter en 250 ton groot. Na inspectie van scheepsexperts bleek het schip in een goede conditie te verkeren. Een pak van het hart van Kotschack en de zijnen. Het schip werd gekocht en versleept naar de werf van Norder in Hamburg om het geschikt te maken als zendschip. Vergelijk de foto's van de Olga en de Bon Jour en je ziet duidelijk de metamorfose. Er werd een nieuwe brug opgebouwd alsmede een zogenaamd dekhuis voor de studio's, kombuis, messroom e.d. Benedendeks verrezen nieuwe hutten voor de radiobemanning. Het verblijf in Hamburg gaf op den duur problemen. Uit de Tweede Wereldoorlog was nog een wetgeving overgebleven welke het verbiedt masten voor schepen hoger dan 20 meter te construeren. In eerste instantie zou de Bon Jour 2 masten van 43 meter hoogte krijgen. Later bleek het technisch gezien mogelijk om via één mast te gaan uitzenden. Intussen was het de Duitse PTT niet onopgemerkt gebleven dat de Bon Jour een zendschip zou gaan worden. De werf werd in kennis gesteld van dit strafbare feit en op haar beurt gelaste deze het vertrek van het nog incomplete zendschip. De volgende bestemming was de vrijhaven van Kopenhagen, waar de zender ingebouwd moest worden. Om uit 6.000 losse onderdelen een zender te maken moest de hoofd technicus van KLIF, Glen Callison, eraan te pas komen. Tevens werd in Kopenhagen de zendmast opgericht. Op 20 december 1960 was alles gereed voor de proefuitzendingen en het schip ging voor anker 6 mijl uit de kust van Stockholm. Het gehele avontuur kon gaan beginnen. Althans dat dacht men. Voor Jack Kotschack zou Kerstmis 1960 één grote nachtmerrie worden. Wat er tussen 20 december 1960 en de kerstdagen allemaal misliep onthullen we verderop in ons verhaal. Eerst gaan we even bekijken welk idee Jack Kotschack had omtrent de programmering van zijn Radio Nord op 495 meter in de middengolf. Afbeelding: De Bon Jour op zee voor de kust van Stockholm Op één van zijn zakenreizen naar de VS kwam hij uiteraard ook in Dallas terecht bij zijn mede firmanten McLendon en Thompson. Daar luisterde Kotschack uitgebreid naar KLIF. Bij de bezoeken aan de studio's van KLIF viel hem op dat de deejay hier tevens technicus was en dat dit systeem een goed en snel programma opleverde zonder de problemen van onbegrip tussen de technicus en de deejay. Als je volgens dit systeem werkt kan er niet veel misgaan. Als primeur had Radio Nord de zogenaamde spotmaster, ofwel de jingle machine Een apparaat dat in de begin 60er jaren alleen door AFN in Europa werd gebruikt. Het Top 40 formaat was volgens Kotschack niet geschikt voor Radio Nord. De muziek politiek zou lichte muziek worden. Lichte muziek waaronder natuurlijk ook pop uit de begin 60er jaren. Verder tijdens de avonduren veel country en jazz. Ook is er nog klassieke muziek geweest maar dit bleek op den duur toch niet bij het imago van Radio Nord te passen. We pakken de draad van Kerstmis 1960 weer even op. De pers werd voorgelicht omtrent het kerstcadeau Radio Nord. Er werden speciale kerstprogramma's gemaakt en iedereen was erg optimistisch. Nadat de Bon Jour op 20 december 1960 Kopenhagen had verlaten liet Kotschack telegrammen verzenden aan alle potentiële adverteerders. De telegrammen moesten op eerste Kerstdag bezorgd worden met de tekst: 'Stem af op de 495 meter in de middengolf en luister naar het modernste radiostation van Europa.' Dinsdags dus was de Bon Jour uitgevaren. Twee dagen zou de reis duren. Donderdags was iedereen op het Nord kantoor en luisterde op 495 meter. Niets was er te horen. De klap kwam na vrijdag 22 december. De vissersboot Dannette met radiotelefoon aan boord melde dat op de officiële ankerplaats van de Bon Jour niets te zien was behalve water en nog eens water. Waar is de boot, waar is de boot? De meest moderne radiozender van Europa was sinds 20 december verdwenen. Radio Nord, de modernste? De Bon Jour een modern radioschip? Nee. Aan boord geen radiotelefoon, alleen kaart en kompas. En niet te vergeten een derderangs kapitein. Wat was er allemaal misgegaan. De Bon Jour had Kopenhagen 's avonds om 06:00 uur verlaten en omdat er mist ontstond liet de kapitein om 08:30 uur het anker vallen. De volgende dag, 21 december, werd de reis voortgezet terwijl de wind toenam tot 12 meter per seconde. Bij dit stormpje bleek al dat de werf in Kopenhagen slecht werk had afgeleverd. De bevestiging van de mast op het schip begon los te laten. Afbeelding: Radio Nord ontvangstgebied Wederom ging de Bon Jour voor anker om het euvel te verhelpen. Vrijdag 23 december werd de reis voortgezet. Deze reis eindigde op de zogenaamde ankerplaats. Ook hier bleek weer dat de kapitein in feite een scheepsjongen was. De ankerplaats was volkomen fout. Wederom voer de Danette uit om te zoeken en na vele uren kwam bij Kotschack het nog enigszins geruststellende bericht binnen dat de Bon Jour nog boven de zeespiegel verkeerde en niet eronder zoals men vreesde. Alle mankementen zouden binnen enkele uren verholpen zijn en dan kon het dan toch beginnen. Wederom ging er weer een dag voorbij en Kotschack kreeg de kriebels wanneer hij aan die 2.000 telegrammen dacht. Radio Nord in de lucht op de 495 meter. Was het maar waar. Een telefoontje van technicus Bob Reitzel bracht Kotschack tot de grootste wanhoop. Bob: 'Het schip is verlaten, de bemanning is in veiligheid.' Hoe was dit alles nu eigenlijk mogelijk? Wel, onze kapitein constateerde dat de zendmast rammelde en ongetwijfeld binnenkort naar beneden zou vallen. Daar kwam nog bij dat onze stoere zeeheld kiespijn had en zo snel mogelijk naar een tandarts wilde. Dit alles bij elkaar opgeteld leidde tot één conclusie: de bemanning moest het schip verlaten. De kapitein gaf het goede voorbeeld. Hij ging eerst. De moeilijkheden vielen wel mee. In feite waren alleen twee metalen delen van de zendmast onophoudelijk tegen elkaar geschoven en dat vreemde geluid beangstigde iedereen. Daar kwam nog bij dat de kapitein verhalen vertelde over de afschuwelijke verdrinkingsdood en aangezien het merendeel van de bemanning bestond uit radiomensen was iedereen al snel bereid de Bon Jour die toch zinkende was te verruilen voor een reddingsboot. Op Tweede Kerstdag werden de motoren van de Bon Jour gestart, het anker opgehaald en koers gezet naar Abo in Finland, waar alle noodzakelijke werkzaamheden werden verricht. Na al deze problemen lukte het om op 21 februari 1961 de eerste testuitzendingen te beginnen. Deze gaven geen verdere problemen en zodoende begonnen de officiële uitzendingen op 8 maart van dit zelfde jaar. Naast veel muziek werd er ook veel aandacht besteed aan nieuwsuitzendingen. Hoe dit in zijn werking ging blijkt uit het volgende: Allereerst werden in Stockholm de ochtendkranten gekocht en de belangrijkste items werden via de radio-telefoon doorgegeven aan de Bon Jour. Verder stonden aan boord wereldontvangers welke afgestemd stonden op de BBC en de Voice of America. Daarnaast luisterde men de nieuwsuitzendingen af welke op het hele uur door de Zweedse radio werden uitgezonden. Het Radio Nord nieuws was 15 minuten na het hele uur te beluisteren. Om twee redenen bracht men hier verandering in. Allereerst kwamen in de dagbladpers de gebruikelijke grappen dat Radio Nord het nieuws van het hele uur om 15 minuten na het hele uur uitzond. Ten tweede liepen de kosten van de radiotelefoon te hoog op. Afbeelding: Nieuwslezer-dj Louis Chrysander aan boord van de Bon Jour Maar het nieuws moest blijven komen. Dat dit lukte lag aan het feit dat men overging tot de aanschaf van een radio telex Uit dit vernuftige apparaat rolde het nieuws van de diverse persbureaus. Ook konden de nieuwsuitzendingen op het hele uur door Radio Nord worden gebracht. Aan boord was het hard werken voor de diverse nieuwslezers, hun dagtaak begon al om 06:00 uur en de laatste nieuwsuitzending was 's nachts om 02:00 uur. Naast 16 nieuwsuitzendingen verzorgden onze zeehelden tevens 5 live uitzendingen per dag. Hoe de dagindeling van de bootmensen eruit zag blijkt uit het volgende overzicht: 05:00 uur opstaan, nieuws uitzoeken en eventueel herschrijven 06:00 uur eerste nieuwsuitzending lezen en het begin van het ochtendprogramma "Nordmorgon" tot 09:00 uur. Tijdens dit programma verzamelde de deejay en tevens nieuwslezer aanvullingen op het nieuws van 07:00 uur. Een ware duizendpoot dus. 09:00 uur ontbijt en meer nieuws verzamelen voor de uitzendingen van 10:00 tot 12:00 uur. 12:00 uur bevoorrading per vliegtuig welke een waterdichte ton afwierp en dropte in de omgeving van het schip of erop. In de ton de ochtendbladen met lokaal nieuws welke herschreven diende te worden voor de nieuwsuitzending van 13:00 uur. 13:00 uur liveprogramma "Siësta an Board" verzorgd door de nieuwslezers aan boord. 14:00 uur nieuws verzamelen en instructies uitwerken welke door het kantoor met de ton waren mee gegeven. Die instructies bestonden veelal uit het inpassen van nieuwe reclames in de speciale tijdblokken en daarnaast ook productie-werk voor deze reclames. Deze werden eerst op tekst ingesproken, daarna van muziek voorzien en tenslotte op een spotmaster-cassette overgespeeld. 15:00-17:00 uur teksten schrijven voor het actualiteitenprogramma "Around the World with Radio Nord". Als bron voor dit programma werden Magazines als Newsweek, Time en der Spiegel gebruikt. 17:00-19:00 uur nieuws lezen eventueel aangevuld met beursberichten. Een vaste tijd voor de warme maaltijden was er niet voor de nieuwslezers, dit werd meestal tussen de p1atendraaierij genuttigd. 20:00-21:00 uur live programma. Daarna tot 02:00 uur nieuws lezen. Slaappillen zijn aan boord van de Bon Jour nooit gebruikt. Deze genoemde werkzaamheden werden verdeeld over twee mensen en daarbij komt ook nog dat dit vaak onder zeer moeilijke omstandigheden gebeurde. In de gehele geschiedenis van Radio Nord is het slechts twee keer voorgekomen dat er geen nieuwsuitzendingen werden gebracht, t.w. tijdens een zware storm in december 1961 toen het schip haar ankers verspeelde en de nieuwslezer genoodzaakt was aan het roer te staan en tijdens de maand januari 1962 toen pakijs weg moest worden gekapt door de bemanning. Afbeelding: Technicus Roland Englunad bij de Radio Nord zender aan boord van de Bon Jour Nu maar eens een kijkje op het zendschip de Bon Jour. De brug met scheepsbesturing en navigatieapparatuur bevond zich op het achterschip en benedendeks waren aan de achterkant de hutten van de bemanning en de kapitein. Naar voren was het dekhuis met daarin de kombuis, de messroom en de studio's. Bij de verbouwing van Olga naar Bon Jour zijn er wel enkele fouten gemaakt waarvan de volgende wel een erg grove is. Wat was het geval, als je van de messroom naar de studio wilde moest je buiten langs lopen. Men was in 1960 heel eenvoudig vergeten een doorloop te bouwen. Zolang het rustig weer was bracht dit geen problemen met zich mee, maar wat gebeurde er bij windkracht 8? Dan moest je badend door het water een weg banen naar de studio hetgeen vele malen per uur diende te geschieden. Wat was namelijk het geval? Alle van te voren opgenomen uitzendingen bevatten géén tijdmeldingen maar een speciaal muziekje. De mensen aan boord hadden dan nog precies 10 seconden de tijd om de juiste tijd door te geven. En dat gaf natuurlijk bij slecht weer de nodige moeilijkheden. Later is er een doorgang gemaakt zodat de mensen van Caroline hier anno 1979 geen problemen meer mee hebben. De studio's aan boord van de Bon Jour waren in eerste instantie slecht berekend op live-uitzendingen. Er werd gewerkt volgens het principe omroeper/technicus. In de omroep cabine stond een veredelde keuken tafel met daarop een microfoon, een gong en een morsesleutel welke tussen de verschillende nieuwsitems werd gebruikt. De tafel microfoon had de nare eigenschap om bij ruw weer van de tafel af te vallen. Dit werd later opgelost door een microfoon stang in het plafond te bevestigen. In een metalen kast stonden de diverse ontvangers opgesteld, uiteraard voor de nieuwsvoorziening, gekoppeld aan kleine recorders. Afbeelding: Jack Kotschack begroet de bemanning van de Bon Jour Het gebeurde wel eens dat men tijdens een live-uitzending vergat de volumeknop van de ontvangers dicht te draaien en dan ontstond de volgende komische situatie: de deejay aan boord kondigde een plaat aan en op de achtergrond hoorde je dan Melodi-radio, een soort Zweedse Hilversum 3 of Cité. In de techniekkamer bevonden zich 4 Ampex taperecorders voor het afdraaien van de programmabanden. Voor het dubbele raam van de techniekkamer stond een eenvoudige mixer, 1 of 2 spotmasters en een platenspeler. Ziehier het probleem met de live-uitzendingen. Een draaitafel werkt nu eenmaal moeilijk. Vermeldenswaard is wel het volgende: in de Zweedse studio's gebruikte men Gates Mixers. Deze zijn nog steeds aanwezig aan boord van de MV. Mi Amigo. De Radio Caroline studio welke anno 1979 voor de Engelse service wordt gebruikt is nog met een dergelijke mixer uitgerust. Ondanks deze voor heden ten dage primitieve voorzieningen klonk Radio Nord als geheel veel beter dan bijvoorbeeld Mercur en Veronica in 1961. Men gebruikte uitstekende jingles en de programma's hadden toen al wat je zou kunnen zeggen een non-stop-sound. Veronica bijvoorbeeld kwam nog niet verder dan programma's van een kwartier met steeds weer een ander muziekformat. Men moet echter wel bedenken dat de ‘sound’ van Radio Nord sterk werd beïnvloed door de Amerikaanse investeerders, waarvan de meeste in de States ook iets met de radio te maken hadden. Jack Kotschack schreef zelfs dat KLIF in Dallas het grote voorbeeld was geweest voor Radio Nord. In de herfst van 1961 begon de Zweedse regering te werken aan een wetgeving welke de uitzendingen vanaf schepen onmogelijk zou maken. Ook voor Radio Nord was er geen ontkomen aan. Op 31 juli 1962 werd voor de laatste keer de zender van het station stilgezet. Voor de sluiting in juli 1962 stonden er echter nog twee opmerkelijke projecten op stapel. Als eerste waren er plannen om een fusie aan te gaan met Radio Mercur. Uit deze fusie zou dan onder meer het oprichten van een te televisiezender moeten voortgekomen zijn. Als tweede was er een plan om vanaf de Bon Jour een zogenaamde easy listening service te beginnen via de FM band. Drie weken voordat Radio Nord uit de ether verdween was alles gereed, maar in verband met de nieuwe wetgeving besloot men dit tweede programma niet te starten. De laatste uitzending van Radio Nord was, zoals eerder vermeld, op 31 juli 1962. Het zendschip werd later verkocht aan de Radio Atlanta organisatie. Paul Jan de Haan.
  13. 4 points
    We geven hieronder enkele voorbeelden van emotelevisieprogramma’s uit de begintijd van de televisie. In een van de vele afleveringen van de oorspronkelijke, Amerikaanse versie van "Dit is uw leven" werd iemand in de schijnwerpers gezet die eerder zijn geld had verdiend als medewerker van de CIA. Deze hoofdrolspeler in het programma en het lijdend voorwerp van de biografische terugblik werd als volgt in de pers beschreven: "De te vaak gestoomde gleufhoed en de keurige, afgedragen regenjas waren de onmiskenbare bewijzen van zijn waardigheid. En zo de generaal al getwijfeld moge hebben, de onverschillige onderdanigheid, waarmee de man hem voorging naar de auto was voldoende om elk wantrouwen weg te nemen. Slechts leden van Eisenhower's lijfwacht waren in staat om zo opvallend te demonstreren dat zij onopvallend waren." Het klinkt als de aanhef van een hard-boiled detectiveroman uit de jaren vijftig. En dat is ook precies de tijd waarin deze aflevering werd uitgezonden. De man in kwestie heette Mark Clark. In de loop van de tijd was hij zelf van CIA-agent en presidentiële lijfwacht opgeklommen tot generaal. Met een list was hij naar de studio gebracht. Hem was verteld, dat de president hem dringend wenste te spreken en dat er al een auto voor zijn huis klaar stond om hem naar het Witte Huis te brengen. Er kon natuurlijk van alles mogelijk zijn in die woelige tijd van de Koude Oorlog en daarom stelde Clark op dat moment geen verdere vragen. De auto bracht hem vervolgens echter naar de televisiestudio. Het verhaal gaat dat Clark, toen de auto bij de deur van de studio stopte, nog geen enkele argwaan voelde. Hij had in het verleden nog wel op vreemdere plaatsen besprekingen gevoerd met zijn superieuren. De organisatie van "This is your life" had nog wat bonkige types die op rechercheurs leken in de ontvangsthal van het complex geïnstalleerd om Clark het idee te geven dat alles wel goed zat. Het werkte, want zonder na te denken liep de man de deur door die voor hem open werd gehouden. Daar wachtte hem een verrassing. Scherpe lampen bleken opeens hem in de spotlight te zetten van het programma van Ralph Edwards. Terwijl de camera's het gebeuren nauwgezet registreerden, stelde Edwards aan Clark de standaardvraag waarmee het programma opende: "Kijk, daar zit uw familie. Nu wilt u natuurlijk weten wat dit betekent? Laat ik U vooraf waarschuwen, dit is een directe televisie-uitzending. Heel Amerika slaat u op dit moment gade en men wacht in spanning op uw beslissing of u bij ons blijft of weer weg gaat?" Natuurlijk kon Clark de uitnodiging niet afslaan, ook al had hij dat gewild. Dat had een afgang betekend voor het oog van een groot kijkerspubliek. Edwards' programma was immers een van de meest bekende televisieprogramma's. Er waren dan ook maar weinig weigeraars onder de kandidaten. Bovendien wist Ralph Edwards altijd handig in te spelen op het gevoel van zijn gasten. Edwards was een goede prater, die precies aanvoelde hoe hij zijn publiek moest bespelen om ontroering, emoties en tranen los te maken. Hij wist dat zijn publiek pas tevreden was wanneer die prop uit de keel was. In het verdere verloop van het programma kwam die vaardigheid Edwards goed van pas. Daarmee stuurde hij de gesprekken en ontmoetingen. Hoewel het programma een grote spontaniteit uitstraalde, werd er weinig aan het toeval overgelaten. Het hele programma diende immers gevuld te worden met verhalen en anekdotes. Tragische en ontroerende momenten dienden de vrolijke af te wisselen. Alles werd van te voren doorgesproken met bekenden en familie van het toekomstige "slachtoffer." Zij vertelden wat ze van het leven van de hoofdpersoon wisten. Uit die besprekingen werden de personen geselecteerd waarmee de hoofdpersoon in de uitzending zou worden geconfronteerd. Met hen werd alles vervolgens in de studio vooraf zo goed als mogelijk nagespeeld. Niets werd aan het toeval overgelaten, alles werd nauwkeurig getimed. Afbeelding: This is your life Zo ging het ook in het geval van Mark Clark. Zo stond daar opeens zijn vroegere commandant voor hem, nog van zijn tijd bij de geheime dienst. Vijftien jaar eerder had de man hem een belangrijke opdracht gegeven. Nog voordat Clark de kans had hem de hand te schudden, kreeg hij op dezelfde toon als vijftien jaar daarvoor dezelfde opdracht nog eens te horen. Een deel van het leven ging in herhaling. Wat Clark niet wist was dat deze man net als alle andere gasten in "This is your life" al uitgebreid hadden geoefend om het allemaal zo echt mogelijk te laten lijken, zowel voor hem als voor geheel televisiekijkend Amerika. Er werden nog meer intieme momenten uit het leven van Clark opgeroepen. Emoties kregen alle kans om naar buiten de komen. Toen een van zijn trouwste frontsoldaten uit de oorlog plotseling voor zijn neus stond, huilde de stevige Mark Clark als een klein kind. Uiteraard werd dit gevolgd door een golf van emoties en tranen in de studio, maar vooral ook in vele Amerikaanse huiskamers. Elk gebaar, elke gezichtsuitdrukking van de hoofdrolspeler werd door de camera's feilloos geregistreerd. Clark's tranen werden als het ware in de camera gezogen om het emotionele effect bij de kijkers te vergroten. En, Ralph Edwards was een gelukkig man want weer bereikten de kijkcijfers grote hoogten. Het programma leek bedrieglijk eenvoudig maar in werkelijkheid had Edwards een enorme staf in dienst om het verleden van de hoofdpersoon uit te zoeken en op correctheid te controleren. Daartoe moesten jeugdvrienden worden opgespoord, soms verre reizen worden gemaakt om een oma of oude onderwijzer in een ander werelddeel op te sporen. Let wel, we hebben het over een kleine zeventig jaar geleden toen de mogelijkheden voor dat soort zaken een stuk kleiner waren dan nu. En, gedurende al die tijd mochten de hoofdpersoon en zijn directe omgeving beslist niets te weten komen. Op dat punt heerste een totale geheimhouding, die pas op het laatste moment mocht worden doorbroken. Elke brokje informatie moest op een correcte en slimme wijze worden ingewonnen want ook de naaste familie van de hoofdgast mocht niet geïnformeerd worden over de plannen van de betreffende aflevering. Pas enkele uren voor uitzending werd de naaste familie geïnformeerd, en dan was alles vaak weer tot in de puntjes geregeld. Natuurlijk ging het niet altijd goed. Zo bleek een aantal mensen, ondanks alle geheimhouding, toch van te voren op de hoogte dat ze de gast van de avond zouden worden. Maar als dat gebeurde, ging er onverbiddelijk een streep door de plannen. Een voorbeeld is de destijds redelijk bekende Amerikaanse actrice Anne Sheridan. Ze speelde in een reeks films het type "bad/good girl" met als tegenspelers onder meer Errol Flynn, James Cagney, Cary Grant en Ronald Reagan. In de jaren vijftig zat haar filmcarrière in een diep dal. In het seizoen 1956 zou zij een van de gasten zijn van "This is your life", maar door een foutje lekte dat voortijdig uit. Sheridan begreep dat haar aanwezigheid als hoofdgast onbetaalbare publiciteit kon opleveren. Ze wist dat op die manier eerder al twee vergeten sterren een nieuwe kans hadden gekregen en ze smeekte presentator Edwards toch te mogen verschijnen. Het antwoord was een simpel "nee." De kijkers zouden immers al snel doorhebben dat het doorgestoken kaart was en dat zou de reputatie van het programma kunnen vernietigen. Authenticiteit was immers de kurk waar het programma op dreef. Vier maanden voor een uitzending waren de redactieleden altijd al bezig met de betreffende uitzending. Altijd maar weer op zoek naar verloren gegane familieleden, vrienden of kennissen. In die tijd beschikte men uiteraard nog niet over de technische mogelijkheden van nu. De registratietechnieken in de studio vergden kostbare apparatuur en videorecorders voor huiskamergebruik bestonden ook nog niet. Het had dus geen zin om de hoofdrolspeler na afloop een videotape van het programma te schenken. De redactie had standaard een andere verrassing in petto. Iedere week voor de uitzending kreeg de juwelier Sheila Tucker uit New York per telegram een aantal steekwoorden over de volgende gast en daarmee kon zij aan de slag met het maken van een bedelarmbandje. Bij die bedeltjes zat altijd een gouden kalendertje met daarop in diamant uitgevoerd de datum van uitzending. Verder was er een landkaartje van goud, waarop telkens een robijn de geboorteplaats voorstelde. Aan het einde van de uitzending werd het object uitgereikt. Als de hoofdpersoon een man was ging de armband altijd naar zijn vrouw van de hoofdpersoon. Was de man niet getrouwd, dan ging het kleinood naar zijn moeder. Ook dat tafereel was weer goed voor menig traantje. Wordt vervolgd. Hans Knot, 30 november 2019
  14. 4 points
    Terwijl ik deze herinnering schrijf, luister ik naar een live programma van zondag 8 augustus 1971, Sangria, vanaf een schommelende Norderney, het toenmalige zendschip van Radio Veronica. Met in vrolijke presentatie van Rob Out en geboren Groninger Will Luikinga. Een herinnering aan een mooi muziek jaar waarin Nederland was geschokt door de aanslag op de MEBO II van RNI en de schuldigen werden gevonden bij mensen die in opdracht van de directie van Veronica hadden gehandeld. Ook de personeelsleden van Radio Veronica waren helemaal niet blij met de negatieve publiciteit en besloten een actie op gang te zetten om het luisterpubliek achter hun te krijgen onder het motto: ‘Veronica blijft als U dat wilt…’ Kaarten en speciale stickers konden overal in Nederland worden opgehaald en ingevuld en met duizenden kwamen ze dagelijks binnen op de burelen van het station aan de Utrechtseweg in Hilversum. Een speciale song, met een Nederlandse tekst van Peter Koelewijn, werd door de medewerkers opgenomen, een plaat die dagelijks meerdere malen door de ether via de 192 meter schalde. Het originele nummer was trouwens van Uli Martin getiteld ‘Monika’. Maar er was tegelijkertijd ook het nodige aan negatieve te lezen in de dagbladpers. Zo was in het Nieuwsblad van het Noorden een bericht te vinden van Kees Wiese, een columnist van die krant. Hij schreef onder meer: ‘Het einde van de clandestiene zender Veronica lijkt nabij. Nog het huidige, demissionaire kabinet zal de ondertekening van het Verdrag van Straatsburg — aan de tot stand koming waarvan Nederland in het begin van de jaren '60 ijverig meewerkte — voorbereiden. Als het volgende kabinet het aandurft de daarbij behorende wetsontwerpen bij de Tweede Kamer in te dienen kan de zaak in een klein jaar beklonken zijn.’ Als met een giftige pen geschreven zonder de juiste feiten neer te zetten. Immers het Verdrag van Straatsburg was in de eerste helft van de jaren zestig van de vorige eeuw door een aantal landen, waaronder Nederland, al ondertekend. Alleen werd het Verdrag nooit door de Nederlandse regering geratificeerd; tenminste niet tot het moment van het artikel in het Nieuwsblad van het Noorden. Bovendien had Wiese direct al aan het begin van zijn artikel zichzelf laten struikelen door te stellen dat het om een clandestiene zender ging. Pas nadat de toegevoegde artikelen, de geschiedenis ingegaan als de anti-zeezenderwet, in september 1974 in de Staatscourant waren gepubliceerd, zou het uitzenden illegaal zijn geweest, dan wel Veronica een clandestien station genoemd kunnen worden. Echter toen was Radio Veronica al niet meer vanaf internationale wateren te horen. Maar de columnist was nog niet uitgeraasd want hij schreef verder onder meer: ‘Als dat gebeurt (de ratificatie HK) — en ik hoop, dat dat zal gebeuren — komt tevens een einde aan een typerend stukje rechtsongelijkheid in onze rechtsstraat. Wat is immers het geval? Toen het zendschip van Veronica in april 1960 de haven van Emden verliet, voor Noordwijk buiten de territoriale wateren voor anker ging en zich de 183 meterband toe-eigende, verschilde zij slechts in één enkel opzicht van alle andere piratenzenders. Ook van die, welke sindsdien snel en meedogenloos door PTT werden opgespoord en waarvan de eigenaren hun apparatuur in beslag genomen en zichzelf strafrechtelijk veroordeeld zagen. En dat enige verschil was geld.’ Omdat de piraat – hij doelde op Radio Veronica - over enig kapitaal beschikte kon het station buiten de territoriale wateren worden gebracht en daarmee buiten de toen geldende wet worden geplaatst. De kleine radiopiraatjes, de mannen die beboet werden en van wie de moeizaam bijeen gespaarde zender verloren ging, beschikten volgens Wiese nog niet over voldoende geld om een zeewaardige kano te huren — anders waren ook zij ongestraft gebleven. Maar het gif was daarmee nog niet volledig op want hij vervolgde met ‘Daarom is Radio Veronica een typerend voorbeeld van witte-boordenmisdaad’. Zoals vele journalisten in de daaraan voorafgaande 11 jaren al hadden gepleit vond hij ook dat de Nederlandse overheid de wet al lang had dienen aan te passen. Daarmee verwees hij op de kabinetten De Quay, Marijnen, Zijlstra, Cals en De Jong, die het niet meer durfden de wet te wijzigen en dat altijd uit politieke overwegingen. Immers was Radio Veronica zo populair geworden dat de sympathie bij de bevolking voor de regering zou inboeten. Volgens Wiese was dat altijd een zwakke overweging geweest: ‘In eerste plaats kon Radio Veronica alleen maar populair worden door geld, dat verdiend werd op een wijze waarvoor anderen werden en worden gestraft. In de tweede plaats was volgens Wiese die zogeheten populariteit van Radio Veronica een even wassen neus als de mogelijkheden tot concurrentie, die aan Hilversum 3 werden gegeven.’ In de derde plaats vond Wiese het natuurlijk te fout wanneer de overheid witte boorden-misdrijven of andere misdrijven toeliet uit angst impopulair te worden. Ik neem aan dat hijzelf geen Veronica-luisteraar is geweest want hij vroeg zich openlijk af of het niet eerder mogelijk was geweest via een noodwetje, vooruitlopen op de ratificatie van het Verdrag van Straatsburg, in het eerste jaar van Veronica in te grijpen. Ook hier sloeg hij de plank volledig mis want in het eerste jaar was er helemaal nog geen sprake van een Verdrag van Straatsburg. Ik ken een aantal mensen dat zich in de door mij beschreven periode ernstig heeft opgewonden over de manier waarop het station door de geschreven pers en later door de overheid is aangepakt en dat men anno nu nog steeds geen enkel programma van Radio 3, en ook niet van de voorganger Hilversum 3, heeft beluisterd. Enigszins kan ik dit wel begrijpen als je voornoemde vorm van afkraken leest, waar er trouwens nog veel meer voorbeelden van zijn. Hans Knot, 16 november 2019
  15. 4 points
    In de nostalgische column van dit weekend ga ik terug naar 2001. Zowel in de negentiger jaren van de vorige eeuw, toen vooral in Engeland de zogenaamde RSL uitzendingen plaatsvonden, ofwel kortstondige, als in Nederland en België, waren dit vooral radioprogramma’s die één en hetzelfde station in herinnering brachten naar de eventuele luisteraars. In 2001 was er echter een station dat slechts enkele dagen programma’s uitzond die vooral waren gericht op meer dan één station. Herinneringen ophalen aan de tijd dat radio nog echte radio was. Het gebeurde met ‘Muziek uit Zee’ vanaf een schip dat verankerd was voor de kust van IJmuiden en vooral in nationale wateren. Dit ter vermelding dat de herinneringen er vooral waren aan stations die vroeger in internationale wateren de radiogolven tot ons lieten komen. Ik was erbij in de zomer van 2001 en neem je mee terug aan het verslag dat ik destijds met anderen deelde. Op zaterdag 11 en zondag 12 augustus 2001 was het dan weer zover en hadden de medewerkers van Radio Monique, een regionaal commercieel station in Noord-Holland, zijdelings bijgestaan door hun collega's van Radio 192, een regionaal commercieel station in Hilversum, het project "Muziek uit Zee" voor de vierde keer georganiseerd. Op zoek naar hun "roots" trok een groot aantal voormalige medewerkers van de zeezenders uit de jaren zestig, zeventig en tachtig erop uit om weer eens een keer radio te maken vanaf de woelige baren, hoewel deze keer wel legaal.. Op negen augustus was het onguur weer met hevige stormen aan de kust van IJmuiden. Toch werd er die dag — net als eerder in 1994, 1999 en 2000 — een tijdelijke zendschip voor de kust verankerd. Aanleiding was ditmaal de festiviteiten rond het 125-jarig bestaan van het Noordzeekanaal, dat IJmuiden met Amsterdam verbindt. Op de elfde en twaalfde augustus gingen de uitzendingen de lucht in op FM en AM, alsook via het Internet onder de naam "Muziek uit Zee". Daarnaast werden de programma's gerelayeerd op de middengolf door Radio 192. Elk half uur vertrok er een tender vanuit de haven om belangstellende luisteraars naar het schip te brengen. Het werd een feestje voor oud-medewerkers bij de zeezenders. En ze hadden het de eerste dag het weer mee, dat prachtig was te noemen. Zelf voel ik de zon nog in mijn nek. Om 10.00 uur werd de bal afgetrapt door de helaas te vroeg overleden Eric Beekman (voormalig Radio Monique), die het vak niet verleerd bleek te zijn. En ook Marc Jacobs (voormalig Radio Mi Amigo en Radio Caroline) bleek binnen een paar minuten de "swing" nog steeds te hebben en eindelijk weer eens zelf te mogen schuiven. En dan klonk hij totaal anders dan destijds bij de regionale omroep RTV Noord. Er zaten behalve Marc Jacobs nog meer Groningers achter de microfoon. Krijn Torringa (voormalig Radio Veronica) bijvoorbeeld, die een zeer relaxed programma presenteerde vol met leuke anekdotes. Hij werd gevolgd door Will Luikinga (voormalig Radio Veronica en Radio Caroline), die zijn wortels ook in Groningen heeft liggen. Daarna was het leuk Hugo Meulenhoff (voormalig Radio Mi Amigo) weer te horen. Hem zag ik voor het laatst in 1978 en ik moet zeggen het was alsof het gisteren was. Na hem was de onvolprezen Look Boden (voormalig Radio Dolfijn en Radio 227) aan de beurt, die het naar mijn gevoel veel beter deed dan destijds in de jaren zestig op Radio Dolfijn en Radio 227. Ja en dan was ikzelf, andermaal Groninger, aan boord. Ik had 's avonds andere zaken te doen en kon er daarom niet bijblijven. Daarom had ik mijn eigen programma's vooraf opgenomen. Afbeelding: Marc Jacobs. Eenmaal thuis wachtte er al een stapel e-mails op de computer en de telefoon rinkelde herhaaldelijk. Alle reacties deden me goed. De mooiste reactie kwam wel van Theo van Halsema uit Groningen. Hij zat de hele dag gekluisterd aan de radio. Door zijn radio op het balkon te zetten en te verbinden met een draad aan de waterleiding van de ontvangst tot acht uur in de avond mogelijk geweest en had hij steeds geluisterd. Na negen uur in de avond ging het team van "overnachters" door. Johan Visser, René van Elst en Walter Zwart waren enkele van de achterblijvers, die in de avonduren vele herinneringen terugbrachten. Ook werd er voorgelezen uit het logboek, dat René van Elst ooit meenam van de Ross Revenge. Het schip, dat gebruikt werd, was andermaal de Willem Beukelszoon. Deze werd in 2001 voor de laatste keer ingezet, gezien het schip uit de vaart werd genomen. Ook een compliment is het waard voor de organisatie voor de uitstekende kwaliteit van het internetsignaal. Jammer valt het besluit van Radio 192 te noemen om na acht uur in de avond een eigen programma te gaan draaien. Want ook daar kwamen de nodige reacties op vanuit de provincie Utrecht en enkele mensen in Noord-Holland. Opmerkelijk veel oud-medewerkers van zeezenders uit het verleden waren komen opdagen. Om te zien en gezien worden maar ook om lekker bij te praten. Er heerste een heerlijke ongedwongen sfeer waarbij het prettig bijpraten was. Even een opsomming van diegene die de eerste dag langs kwamen en echt iets met de zeezenders te maken hadden (sorry, als we je over het hoofd hebben gezien): Marc Jacobs, Will Luikinga, Look Boden, Krijn Torringa, Arie Swets, Ellie van Amstel, Peter Chicago, Erik Beekman, Walter Simons, de technicus van Capital Radio (even de naam kwijt), René van Elst, Jurg van Beem, Hugo Meulenhoff, Johan Visser, Kees Borrell, Edo Peters, Fred Bolland en Herbert Visser. Tja aangenaam was het aanwezig zijn van Peter Chicago. Rob Olthof stond op een bepaald moment achter hem, zonder dat Peter hem eerder had gezien, en zei: "The man behind you put your transmitter off air," waarop Peter antwoordde: "Oh it can only be Rob." In 1985 moet het geweest zijn dat Rob aan boord van de Ross Revenge één van de zenderkasten opentrok om er even in te kijken, zonder dat hij door had dat bij ontsluiting de zender van Radio Caroline automatisch uit de ether ging Ook de pers was behoorlijk aanwezig om deze speciale, twee dagen durende, uitzendingen te verslaan. Een aantal journalisten van kranten was aanwezig, waaronder de Volkskrant en het NRC en een verslaggever van Radio 1 als wel een onbekende televisieploeg. De beelden zullen we weer eens opduiken, denken we. Trouwens erg leuk dat de generator goed te horen was in de programma's. Afbeelding: Look Boden en Hans Knot. Een leuke samenloop van omstandigheden leverde een oude foto van Krijn Torringa. Die foto, genomen op de dag af 28 jaar geleden, lag in de studio aan boord. Torringa was destijds de officiële gast tijdens de opening van de nieuwe studio van de ziekenomroep Studio 73. Ik was daar destijds programmaleider en die dag, 11 augustus 1973, was tevens de dag dat Marc Jacobs daar zijn eerste radioprogramma deed. En juist die drie waren in 2001 voor het eerst weer op één en hetzelfde radiostation te beluisteren. Krijn stak de foto in zijn zak en na zijn programma liet hij iedereen, die hij sprak, de foto zien. Stardom of nostalgie? Ik denk het laatste. Op de volgende dag zat het weer niet echt mee maar de tweede "Muziek uit Zee" dag was er beslist niet minder geslaagd om. In verband met de weersomstandigheden moest het tijdelijke zendschip de Willem Beukelszoon echter wel aan de kade blijven liggen. De zondagmorgen begon daarna met wat problemen met de generator, maar ook dat hoort bij de zeezendernostalgie. Tegen tien uur waren die problemen alweer opgelost en konden de uitzendingen worden vervolgd. Bert Bennett was helaas verhinderd door andere verplichtingen. Zijn programma werd overgenomen door Edo Peters (Radio 558 en Radio 819) samen met Ad Roland (bekend op Radio Mi Amigo als Ad Petersen). In dat programma zat onder andere een indrukwekkend verhaal van Wim de Valk (in gesprek met Walter Simons — beiden voormalig Radio Monique) over het naar beneden komen van de grote zendmast van de Ross Revenge. Vanaf vier uur was er wel een hele leuke combinatie: Marc van Amstel (voormalig Radio Noordzee) tezamen met oud Veronica medewerker Jurg van Beem. Belangstelling van de pers was er die zondag ook weer genoeg voor het "Muziek uit Zee" project. Vertegenwoordigers van diverse kranten waren aanwezig en RTL 5 heeft opnamen gemaakt voor het programma "5 in het land." De programmamakers waren die zondag: René van Elst, Johan Visser, Nico Stevens, Ted Bouwens, Edo Peters en Ad Roland en Marc van Amstel en Jurg van Beem. Walter Simons presenteerde het laatste uur van Muziek uit Zee. Als laatste plaat draaide hij "Peace" van Peter. En dan te bedenken dat dit al weer een herinnering is aan een prachtig weekend van ruim 18 jaar geleden. Hans Knot: 21 september 2019
  16. 4 points
    Het onderwerp komt regelmatig ter sprake, FM moet uit de lucht. Dat is geen nieuws. Men had vorige eeuw al besloten dat FM uiterlijk in 2015 zou moeten stoppen. Maar toen men ontdekte dat de geplande vervanger DAB om verschillende redenen nog niet in staat bleek FM te vervangen werd het even stil. Ik maakte in 1988 tijdens de eerste testuitzendingen in Duitsland kennis met Digital Audio Broadcasting. Het project DAB stond toen nog in de kinderschoenen en wat er mis kon gaan, ging jarenlang mis. De club Eureka, die het onderzoeksproject destijds begeleide, zag toch DAB vanaf het begin als Europese uitdaging. En ze lieten zich niet uit het veld slaan. Nadat de ontwikkelaars, het Fraunhofer instituut, een technisch plusje aan de naam toevoegde waren vrijwel alle problemen opgelost. Die plus lijkt weinig maar was een flinke klus. Daardoor draagt nu in verschillende Europese landen digitale radio de naam DAB+ en wordt het t.z.t. ook in ons land de vervanger van FM. Wanneer precies kan niemand me exact zeggen. Het is hopelijk pas aan de orde, als radio luisterend Nederland er klaar voor is. Dat mag wat mij betreft nog even duren. Het Noorse DAB+ debacle Men heeft onlangs in Noorwegen mogen ervaren dat de overstap naar DAB+ geen gemakkelijke operatie was. Daar schakelde in 2017 de landelijke (publieke NRK) omroep klakkeloos van FM over naar DAB+. Dat had tot gevolg, dat veel vaste luisteraars van NRK zonder DAB+ geen ontvangst van hun geliefde programma’s meer hadden. Het zorgde voor veel klachten van de luisteraars en voor heftige discussies binnen de politiek. Politicus Jacobsen van de Senterpartiet wilde zelfs dat de FM zenders weer zouden worden ingeschakeld. Dat lukte niet, maar als men nog geen DAB+ had, kon men altijd nog naar de Zweedse radio luisteren. Die was bij 60% van de Noren nog wel op FM te ontvangen. Weg met FM? Waarom de FM frequenties moeten verdwijnen kon men mij tot heden ook niet precies vertellen. Ja, men roept dat dit goed is omdat FM ouderwets analoog is en het tijd wordt om radio te digitaliseren. Men beweert zelfs dat de geluidskwaliteit van DAB+ beter is dan die van FM. Nu dat waag ik bij het huidige DAB+ met volgepropte radiokanalen te betwijfelen. Laat ik de vraag eens anders stellen. Waarom is DAB+ de vervanger van FM?Omdat DAB+ aanvullende diensten beschikbaar stelt? Die kunnen we beter maar vergeten. Volgens mij hebben bijvoorbeeld Amber Alert, de omroepen, Spotify, de ANWB etc. reeds betere wegen gevonden om dienstbaar te zijn. Dan blijft alleen de mogelijkheid over om volgens de gebruikelijke ouderwetse methode radioprogramma’s uit te zenden, net als bij FM maar dan digitaal. Daar is ook niets mis mee. Laten we echter één ding niet vergeten; wanneer men naar het functioneren van radio binnen onze gemeenschap kijkt, stelt men steeds weer vast, dat het succes van radio altijd afhankelijk was van de technische ontwikkelingen en de mogelijkheden die nieuwe technieken ons bieden. Dat is nog steeds het geval. Social Media is belangrijk, maar het is een denkfout dat alleen dat voldoende stuwend effect op de luisterdichtheid heeft. De interactiviteit die grotendeels de toekomst van radio zal bepalen, moet volgens mij op technische vernieuwingen gebaseerd zijn. Net als bij Spotify, maar dan ietsje anders. Genoemde vernieuwingen zijn allemaal via de digitale snelweg te realiseren. Het is een must voor ieder radiostation om zich voor het samenstellen van toekomstige programmaconcepten, te oriënteren op nieuwe technische mogelijkheden. Want stilstand is achteruitgang, toch? Een klein (één is genoeg) voorbeeld van Spotify, Deezer etc. spreekt voor zich. Sinds de eerste transitie (1963-1969) van het luistergedrag der luisteraar, is muziek voor meer dan 70% de grootste inschakelfactor van bijna ieder radiostation. Muziek bepaald zelfs in veel gevallen welk type luisteraar ‘zijn of haar’ radiostation kiest. Het is niet in alles bepalend, maar als er geen muziek meer op de radio speelt, zouden nog maar weinig stations wat te vertellen hebben. Spotify,…nou en? Het is triest, maar er is in ons land maar één radio-groep die daar een antwoord op heeft, Talpa. Alle andere muziekstations lopen het risico t.z.t. om eenvoudige redenen, een deel van hun luisteraars te verliezen, zonder de mogelijkheid dat verlies te kunnen compenseren. Dat begint bij de jongste generatie en daarna volgen de jong volwassenen enzovoort. Net als toen bij internet en nu bij 3FM, een station met veel getalenteerde medewerkers (en dat meen ik) die inmiddels allemaal moesten vaststellen, dat social-media erg belangrijk is maar langzaam ontdekken dat het zo bitter weinig voor de aanwas van nieuwe luisteraars zorgt. Het positieve voorbeeld naast dat van Talpa is BNR met hun Smart Radio project dat steeds weer vernieuwingen uit de hoge hoed tovert. Digitaal USA Een Amerikaans digitaal initiatief waar ik ooit in 2000 (kun je nagaan) over schreef toen het als tegenpool werd gepresenteerd van het toenmalige DAB, heet HD-RADIO. Een digitaal alternatief voor de analoge FM en MG stations met iets meer programmatische mogelijkheden dan DAB+ lijkt het na een lange maar succesvolle start te hebben waargemaakt. HD-Radio werd in ons land ook getest, maar er werd om politieke en technische redenen niet voor gekozen. Men heeft bij Uncle Sam HD Radio verder ontwikkeld voor de Noord Amerikaanse analoge radiostations. HD-Radio werkt zowel voor middengolf zenders als voor FM stations. En de stations kunnen digitaal uitzenden zonder hun eigen frequentie op te moeten geven. Veel radio stations zijn enthousiast omdat ze op hun eigen FM of MG frequentie naast hun analoge programma, digitaal zelfs twee of drie verschillende programma’s kunnen uitzenden. In de USA en Canada hebben vrijwel alle automerken (met wel 253 verschillende modellen) standaard HD-Radio ontvangers ingebouwd. Er rijden inmiddels zo´n 50 miljoen auto´s in de USA met HD/Radio. De videoclip van BMW: Eind vorig jaar waren er – volgens zeggen - in de USA iets meer dan 4.200 verschillende digitaal uitgezonden programma’s te beluisteren. Maar als ik nu de digitale cijfers bekijk, zijn er na al die jaren toch nog veel radiostations en luisteraars (70% ?) zeer tevreden met FM. HD-Radio is prachtig maar, net als bij DAB+, is alles gebaseerd op de oude vertrouwde manier van programmeren. Deze manier van radiomaken zal zeker nog wel een paar decennia een noemenswaardig aantal luisteraars behouden maar, zoals gezegd, zullen ook hier steeds meer luisteraars van andere digitale mogelijkheden gebruik gaan maken. De jonge generatie first dus. Nieuw, Nieuw, Nieuw! De ene nieuwe ontwikkeling volgt in razend tempo de andere op. Het Fraunhofer instituut is niet alleen de ontwikkelaar van DAB+. Ze zijn ook zeer actief in de Automotive Audio sector. Een paar maanden geleden presenteerden ze in Las Vegas tijdens de CES-beurs o.a. een nieuwe technologie voor de toekomstige autoradio bezitters. De nieuwste technologie maakt het mogelijk het radiostation waar men in de auto naar luistert, live te kunnen blijven beluisteren, zelfs als men buiten het ontvangstbereik van de zender(s) komt. Met dit stukje techniek synchroniseert de autoradio het audio signaal dat het radiostation uitzendt met de webstream van het station. Daarna schakelt de autoradio bij slechte ontvangst van het station, automatisch over op de webstream die men dan bij wijze van spreken tot in zuid Spanje live zou kunnen blijven beluisteren. Een internet verbinding is dan wel van belang, maar dat is straks met 5G een fluitje van een cent. Over 5G gesproken, de competitie om ‘first to 5G’ te worden is in verschillende landen los gebarsten en America streeft ernaar als eerste met 5G on air te zijn. De z.g. 5G-NR standaard (NR staat voor New Radio) is de meest variabele 5G standaard die op verschillende frequenties kan werken. 5G biedt straks ongekende mogelijkheden, is 10 keer sneller dan 4G (meer dan 1 Gbps) en vermenigvuldigd de verbindingsdichtheid met de factor 100. Heel simpel niet technisch gezegd zou dat betekenen dat wanneer bij 4G 1.000 gesprekken per moment zouden kunnen plaatsvinden, het er bij 5G 100.000 zouden kunnen zijn. Ongelofelijk! FCC 5G veiling De Amerikaanse Federal Communications Commission (FCC) reguleert alles wat met radio, TV, kabel, satelliet en draadloze netwerken te maken heeft. Begin dit jaar bereikte de FCC een mijlpaal met de sluiting van Auction 101, de eerste veiling voor het gebruik van de nieuwe draadloze 5G-services en FCC voorzitter Ajit Pai vroeg bij de Amerikaanse Media ondernemers uitdrukkelijk om aandacht toen hij zei: “Dat de omroeporganisaties in het verleden regelmatig opmerkelijke behendigheid hebben getoond met aanpassingen van technologische veranderingen en ze er nu verstandig aan zouden doen zichzelf te informeren over wat 5G is en hoe dit de uitzendsector in de toekomst zou kunnen beïnvloeden”. 5G, ook voor TV en radio(=audio) met een toekomst? Goed idee! Ad Roland, 13 juli 2019 Dit artikel is eerder gepubliceerd op Spreekbuis.nl
  17. 3 points
    Op zaterdag 10 augustus 2002 vond er een zogenaamde 35ste Anniversary Offshore Reunion plaats voor zeezender personeel, dat actief was in de jaren zestig van de vorige eeuw, ook wel genaamd 'The Wet Club’. Men kwam bijeen om 14 augustus 1967 te herdenken, de datum dat het merendeel van de Britse zeezenders door de wetgeving uit de ether verdween. Mary en Chris Payne, van de website van Radio London, hadden samen met enkele toegewijde offshore-radiovrienden een fantastisch evenement georganiseerd. Veel voormalige offshore persoonlijkheden woonden de reünie bij in The Doggett's Coat and Badge, Blackfriar's Bridge, Londen. Een van de aanwezigen was het aan zijn intense radiovrienden te danken dat hij de reünie kon bezoeken, omdat hij zelf geen geld had om erheen te reizen. We hebben hem dan ook flink verwend met als gevolg een aantal bijzondere of merkwaardige eigenschappen van hem, die tijdens dat lange weekend andermaal naar voren kwamen. De kick-off van de reis was in Amsterdam, vanwaar Rob Olthof, Graham Gill en Jana en Hans Knot vertrokken naar Hanwell, gelegen in West-Londen. We gingen regelmatig naar het mooie Engeland en het verblijven in Londen betekende dat vaak dezelfde bed and breakfast werd bezocht, die werd gerund door een ouder echtpaar in Hanwell. Er waren echter maar drie extra bedden en dus moesten we een oplossing vinden om Graham Gill, waarover ik het heb, voor twee nachten onder te brengen. Mijn vrouw Jana ging via het internet, dat eigenlijk nog een beetje in de kinderschoenen stond, op zoek naar een plek waar Graham de nachten kon doorbrengen, niet te ver van onze pleisterplek. We vonden het op Boston Road in Hanwell waar hij de nacht doorbracht in een kamer boven een klein Indiaas restaurantje. De reünie vond plaats aan de zuidkant van Londen en dus spraken we af om vroeg naar Black Friar's Bridge te gaan waar, in een restaurant, het dakterras en de binnenruimte waren gehuurd door Chris en Mary Payne. Vermeldenswaard is dat we op vrijdagavond een gezellig samenzijn hadden in een biertuin bij de Harvester in Hanwell, waar Martin en Ulrike van der Ven, Gerhard Foilka en zijn vrouw en Chris Edwards en zijn vrouw Stephanie ook een toast uitbrachten op onze radiovriendschap. Zaterdagmorgen om half elf verschenen we voor het Indiase restaurant en Graham stond daar trots op het trottoir, gekleed in een driedelig pak. Een echte heer uit Australië. In 2002 bleek dat hij zich in 2002 in hetzelfde pak had gekleed als waarin hij in 1966 zijn sollicitatiebezoek had gebracht aan het kantoor van Radio London in Curzon Street, gelegen in de Londense wijk Mayfair. Jana merkte meteen dat het pak niet meer de juiste maat was voor Graham Gill. Onmiddellijk besloot ze, aan de straatkant, Graham toonbaarder te maken, zodat het niet allemaal te strak leek. Graham kon op zijn tijd ontzettend mopperen, en dat kon soms dagen duren. Dat weekend in augustus 2002 was zo'n weekend, want 'niets was goed' voor hem. Aangekomen bij het restaurant was er een uitgebreide briefing over hoe de dag was geregeld en werd er niet alleen verteld over de reünie, maar ook over het buffet. Mary en Chris Payne, de organisatoren, zijn vegetariërs en daarom was het buffet daarop gericht. Onmiddellijk begon Graham er ontevreden over te worden en bleef lange tijd mopperen, zelfs tijdens het diner, waarvoor slecht 10 Pond per persoon diende te worden betaald. Ik heb Graham zelf in de loop van de decennia meerdere malen bezocht en bij de lunch waren er twee geroosterde broodjes, die in een oude oven waren aangebrand en met sardientjes waren overgoten. Dat was alles. Het gerucht ging dat Graham, toen hij bij RNI werkte, soms met een sloep naar de Mi Amigo ging om sardientjes te halen of andersom. Er waren van die momenten tijdens de reünie dat Graham zich de echte ster vond en Jana daar gebruik van maakte en hem voor eeuwig vastlegde in het trappenhuis van het restaurant, dat gevuld was met spiegels. Zaterdag werd gevolgd door weer een gezellige zondag, die we met z'n achten doorbrachten door een mooie stadswandeling door Londen te maken. Het bracht ons onder meer naar St. Katherines Docks, waar een foto werd genomen in The Pirate Alley. Er was ook een warme maaltijd te genieten, die we besloten tot ons te nemen in een restaurant in Nothing Hill. Direct bij binnenkomst besloot Graham op luide toon zijn ongenoegen te uiten over het feit dat we daar te maken hadden met een fastfoodketen, waar hij zeker niets van wilde eten. Niet alleen wij werden gebombardeerd met zijn ongenoegen, maar ook andere gasten. De manager kwam naar ons toe en informeerde zichzelf over de problemen en merkte, zakelijk als hij was opgezet, dat hij bereid was om bij te dragen aan versoepeling van het ongenoegen en dus een aparte verse maaltijd wilde maken voor Graham Gill. Je zag hem helemaal opfleuren omdat Griselda, zoals zijn bijnaam was, dacht dat hij zijn zin kreeg. Het duurde echter even voordat de maaltijd werd opgediend, pas nadat de andere zeven mensen in het gezelschap volledig gegeten hadden. En je kunt begrijpen dat Graham ondertussen zijn ongenoegen heeft geuit. Toen hij eindelijk uitgegeten was vertrokken we voor een afscheidsdrankje naar een nabijgelegen café. Onderweg naar de pub vroeg Graham mij of het mogelijk was om 20 Pond van mij te lenen, omdat hij het hele weekend had genoten van drankjes van anderen en ook een rondje wenste te geven. We zijn 18 jaar verder en de 20 Pond moet ik nog terugkrijgen. En daarmee zijn we weer helemaal ‘Way back home’. Hans Knot, 27 juni 2020 https://www.offshore-radio.de/reunion/index.html
  18. 3 points
    1973 is het jaar waar deze column op wordt gefocusseerd. Een jaar, zo weet vast iedereen, waarin een grote demonstratie werd gehouden onder het motto ’18 april, we kunnen het toch proberen’. Het staat bij alle 60 plussers heel goed in het geheugen. Ze waren deels aanwezig bij de demonstratie die onder meer plaats vond op het Malieveld in Den Haag en deels tijdens een tocht naar het complex van de Tweede Kamer. Vaak wordt deze demonstratie, tot het eventuele behoud van de zeezenders, als zeer vreedzaam omschreven. Uiteraard had die dag belangstelling van zowat elke krant die er in Nederland destijds verscheen, terwijl ook radio- en televisieverslaggeving het geval was. Uiteindelijk was de hoorzitting, die in Den Haag plaats vond, niet voldoende en besloot regerend Nederland en de leden van de Eerste en Tweede Kamer dat er een einde diende te komen aan de zeezenders. Paul Dubois (foto Lion Keezer) Radio Caroline had meerdere levens in 1973. Een mooie periode was er toen men gedurende een aantal weken de programma’s van Radio Veronica via de 259 meter uitstraalde, dit ter vervanging van de Norderney, welke was vastgelopen op het strand van Scheveningen. Radio Caroline, die haar programma’s na de jaarwisseling had hervat na grote problemen tussen bemanning en leden van de organisatie – onder meer door het uitblijven van salarisbetalingen, klonk niet altijd even goed als het in de jaren zestig van de vorige eeuw was overgekomen bij het luisterend publiek. Dit kwam onder meer doordat er enkele deejays werden ingehuurd, die van mindere kwaliteit waren dan anderen. Eén van die voorbeelden was, naar mijn mening, Paul Dubois. Hij was clubdeejay geweest en zover bekend was Las Vegas aan de Carolieweg in Groningen korte tijd zijn domein om plaatjes voor het dansende publiek te draaien. Weer andere collega’s had hij verteld clubdeejay in Amsterdam en Den Haag te zijn geweest. Op de vraag aan Andy Archer, bijna 50 jaar later, hoe destijds hij en bepaalde anderen werden aangenomen, meldde hij mij: ‘Als mijn herinnering goed is dan was het Gerard van Dam die vaak lokale deejays uitnodigde om programma’s voor Radio Caroline te maken. Misschien was Paul ook wel een vriend van Mike Storm of Ronnie Dolman. Er liepen in die tijd heel wat vreemde personen rond binnen de Caroline-organisatie, maar dat weet je denk ik zelf ook wel. Bovendien denk ik dat ‘Dubois’ zijn ‘professionele naam’ is geweest.’ In ieder geval meldde Dubois zich op een bepaald moment bij Hotel Zeezicht aan de Zeekant 105a in Scheveningen en was een korte periode aan boord. Het schijnt dat hij op een bepaald moment een plaat heeft gedraaid voor Hilversum 3 presentator Theo Stokkink, die dit zo leuk vond dat hij – aldus Paul Dubois in een interview in de Telegraaf begin 1973 – de laatste had uitgenodigd een programma op de donderdag van Stokkink in Hilversum bij te wonen en te vertellen over zijn werk bij Caroline. In het interview in voornoemde krant was hij in gesprek met journalist Co Berkenbosch en stelde onder meer: “Ik zie het als een soort van collegialiteit. De mensen hebben geen idee hoe goed de verstandhouding is tussen de deejays van de legale en illegale zenders. Beter dan tussen Caroline en Noordzee. Dat laatste bleek vorige week toen het zendschip van Noordzee van haar ankers sloeg en angstig dicht bij ons kwam. Ik heb ze via de radio erop attent gemaakt en zelfs om sleepboothulp gevraagd maar ze hebben niet eens gereageerd. En dat terwijl wij de MEBO II, die normaal 300 meter van ons verwijderd ligt, steeds dichterbij kwam.” Dubois meende zo nog het een en ander vanuit de organisatie in het kranteninterview te mogen zeggen, volgens hem met medeweten van de Nederlandse zaken gelaste van Radio Caroline, meneer Koning (Dennis King). Over twee adverteerders die binnen waren gekomen – Aktie ’68 en Marlboro – stelde hij “Van die twee nieuwe sponsors kunnen we ons hele bedrijf runnen,” En hij haalde nog een keer een oud fantasieverhaal op om onder aandacht te brengen: ‘En mocht Caroline ooit legaal worden dan staat Caroline niets in de weg om ook televisieprogramma’s te maken.” Daarmee relaterend aan de gedachte dat Caroline in 1970 nog vanuit een vliegtuig volgens hem uitzendingen had gemaakt en dat de gebruikte apparatuur nog altijd stond opgeslagen ergens op Schiphol. En een deel van de informatie, door hem gegeven, bestond denk ik uit fantasie. Dennis King confronterend met hem bracht geen enkele herinnering naar boven aan Paul Dubois, die onder programmaleider Chris Cary kortelings werkzaam was op de Mi Amigo. Nadien hebben we nooit meer iets van hem gehoord. Grote vraag is of de informatie inzake het mogen mee presenteren bij het KRO programma van Stokkink wel juist is. Duizenden radioprogramma’s gerelateerd aan de zeezenders zijn in de loop der jaren voorbij gekomen, maar dit donderdagmiddag programma met Paul Dubois heb ik nog nooit gehoord. Trouwens het Carolineprogramma, dat hij kortelings presenteerde, heette ‘Paul Dubois zonder Boe of Ba’. Bij de Nederlandse Spoorwegen ging in februari 1973 trouwens een proef van start met de verkoop van de zogenaamde ‘zaterdagretour’. Op dertien zaterdagen in de maanden februari, maart en april kostte een retour eerste of tweede klas maar een gulden meer dan een enkele reis. Voor kinderen van vier tot negen jaar was er een tarief van de halve prijs plus een gulden voor een retourtje. Kinderen onder de vier jaar reisden gratis. Het was vooral voor mensen die een lange afstand dienden te reizen voordelig. Wel was de persdienst van de Nederlandse Spoorwegen, toen men met de nieuwe regeling naar buiten kwam, zo verstandig reizigers aan te sporen om op te letten. Als men slechts 17 kilometer diende te overbruggen was het goedkoper een normaal retourkaartje tweede klas te kopen. Voor de eerste klas had dit betrekking op de afstand van 11 kilometer. Na de proefperiode werd de kortingsactie gehandhaafd en was het begin van vele acties van de Nederlandse Spoorwegen. Acties die in de loop der jaren gemeengoed zijn geworden om vooral de Nederlanders op een goedkope wijze in de trein te krijgen. En dan was er nog een rel binnen de publieke omroepen toen de VARA in een ochtendprogramma zonder enige vorm van overleg twintig minuten extra zendtijd had genomen, dat officieel voorbestemd was voor de NOS. De reden was dat de VARA in de extra uitzending aandacht wilde besteden aan de meest recente ontwikkelingen in het op gang komende vredesproces ten opzichte van de Vietnamoorlog. En derhalve klonk plots ‘Dingen van de dag’ op Hilversum 1, terwijl de geprogrammeerde ‘Ochtendgymnastiek’ niet werd uitgezonden. Op geen enkele manier werd via de VARA microfoon een reden van het niet uitzenden van dit NOS programma gemeld. Uiteraard vond men dit bij de leiding van de NOS een vreemde gang van zaken en werd er onmiddellijk bij de VARA om uitleg gevraagd. De volgende dag werd in de media bekend gemaakt dat een woordvoerder van de VARA had gesteld dat de leiding van de NOS waarschijnlijk het grootste gelijk van de wereld had en men zich kon voorstellen dat men bij de NOS ontstelt en nijdig was die uitzending kwam te vervallen voor de extra VARA uitzending. De beslissing was genomen in emotie gezien de toen meest recente ontwikkelingen in het vredesproces dat vermelding diende te krijgen via de radio. Uiteindelijk werd een excuus van de VARA bij de NOS leiding ingediend en geaccepteerd. Wel, wie weet dat we een andere keer terugkeren naar de eerste maanden van 1973. Hans Knot, 2 mei 2020
  19. 3 points
    Zijn naam ontbrak in een nota bene door de VARA zelf verspreide 'Top 40 aller tijden' met belangrijke radiomakers die vorig jaar verscheen vanwege honderd jaar radio. Namen als Gerard Ekdom, Jack Spijkerman en Sjors Fröhlich spraken kennelijk meer tot de verbeelding. Blijkbaar is vergeten dat de afgelopen week op 88-jarige leeftijd overleden Aad Bos behoorde tot de écht groten van de naoorlogse radio. Vanaf de late jaren vijftig was hij medebepalend voor de vooruitstrevende manier waarop de VARA omging met muziek: eigen opnamen in de VARA-studio's, opnamen van concerten in het land. In de programma's ging het niet om singletjes en hitjes, maar om een bewuste keuze uit het beste nieuwe materiaal dat die week was uitgekomen. Aad Bos had zelf een persoonlijke voorkeur voor jazz, maar hij vond dat een maker van een muziekprogramma een brede kennis van alle genres moest hebben. Wat de VARA al deed voor de jazz, eigen opnamen in de VARA-studio maken en concerten in het land opnemen voor uitzending, gebeurde vanaf de tweede helft van de jaren zestig ook met de popmuziek: beat, progressieve pop, later met punk en new wave. Het is zelfs de vraag of de hausse aan Nederlandstalige pop (Doe Maar, Klein Orkest, The Scene) er zonder de VARA en zonder initiator Aad Bos was geweest: het was de VARA die in 1978 besloot voortaan elke week een nieuw bandje zonder platencontract twee dagen studiotijd te geven. Bovengenoemde bands behoren tot de honderden die zo hun eerste professionele opnamen ('Een klank...van de VARA-plank') maakten en zonder plaat toch veelvuldig op de radio werden gedraaid. Onder leiding van Aad Bos groeide de VARA-muziekradio, de dinsdag op Hilversum III, uit tot een plek waar popmuziek volwassen werd benaderd. De makers waren zoals gemeld niet alleen gekozen om hun vlotte babbel, maar ook om hun muziekkennis. De voorkeuren van deze makers en samenstellers waren voor de VARA belangrijker waren dan populariteit in de hitparade. Waar andere omroepen zich richtten op singletjes en hitjes, zag de VARA dat de LP, het 'album', vanaf circa 1970 het belangrijkste medium voor díe muziek en de VARA werd en draaide van nieuwe albums de nummers die zij het beste vond. Soms waren dat de singles, soms niet. Hoewel Aad Bos al 33 was toen in 1965 Hilversum III begon, is het is niet overdreven hem de 'architect' te noemen van de VARA-dinsdag. Hij haalde Felix Meurders, Leo van der Goot, Frits Spits, Alfred Lagarde en Peter Holland naar de VARA. Als je grote radiomakers zoekt: dit zijn ze. Bos was een baken binnen het dolende clubje dat de VARA- Radio 3 was toen ik er eind 80s/ begin 90s een paar jaar mocht werken. Helaas had hij toen al een rol op de achtergrond. Van zijn eigen programma's vond ikzelf met name Het Zondagse Gezicht van de VARA op 3 een genot om naar te luisteren. Toen het in april 1979 begon, was ik 11 en zat ik de hele week met mijn cassettedeck bij Hilversum III. Bos behoorde tot de school van 'een plaat draai je helemaal', interessant voor een thuistaper als ik, die naast de Nationale Hitparade van Felix al snel méér muziek en andere muziek wilde. Aad bood dat. Op zondag van 11.00 tot 14.00 uur hoorde ik mooie nieuwe albumtracks, voorzien van interessante achtergrondinfo, elke week rond 12.30 uur een klein halfuurtje actuele live-muziek ('het Rondje Live') en om 11.40 en 13.40 de Zilveren Plaat en de Koperen Plaat: aandacht voor platen die – je raadt het al – die week precies 25 en 12,5 jaar oud waren. Aad Bos draaide niet alleen dat ene nummer, maar liet ook andere versies in totaal andere genres horen, zodat het vaak een kwartier lang over één nummer ging. Helaas werd het programma later bekort tot tweeënhalf uur, twee uur en uiteindelijk een uurtje en verdween het na vijfenhalf jaar helemaal. Bos ging nog wel een paar jaar verder in de dinsdagnacht, tot 1986. Mensen die het in 2020 bij de radio voor het zeggen hebben, vinden dat dit alle radiowetten tart: op zondagochtend en -middag drie uur lang actuele albumtracks, livemuziek en een afwisseling van pop, rock, Nederlandstalig luisterlied, jazz en blues en een écht diepe duik in een moment uit de pophistorie. Ik leerde het programma als piepjonge, leergierige luisteraar kennen voordat ik de Hilversumse mores (en die bij de VARA zelf) van binnenuit leerde kennen, tien jaar later, in een tijd dat angst en voorzichtigheid het helaas ook bij die omroep hadden overgenomen. Aad Bos is een monument van een manier van radiomaken waarin liefde en passie voor en kennis van de muziek vooropstonden en die in ieder geval mij onnoemelijk veel mooie luisteruren heeft opgeleverd. En een onuitroeibare liefde voor een prachtig medium. Van de hierboven genoemde mensen zijn alleen Felix en Frits nog actief op de landelijke radio. Aan hen zal het niet liggen. Hopelijk heeft Aad Bos bij meer mensen het vlammetje ontstoken. Edwin Wendt, 2 maart 2020. Afbeelding: Aad Bos (foto collectie Beeld en Geluid)
  20. 3 points
    Mijn naam is Lion (Lonnie) David Kleerekoper, maar er waren meer namen. Het was in het Franse Perpignan, een rond de 100.000 inwoners tellende stad in Zuidwest Frankrijk, bijna aan de grens met Spanje. Ook deze plaats heeft mooie theaters waar niet alleen toneel werd opgevoerd, maar ook bekende zangers en zangeressen in de loop der decennia hebben opgetreden, vaak voor een laaiend enthousiast publiek. Dat geldt zeker voor artiesten die landelijk enorm populair waren geworden en van theater naar theater trokken door het enorm grote land om zoveel mogelijk fans te kunnen toezingen. Het volgende gebeurde met een Nederlandse zanger in augustus 1969 toen hij optrad in Perpignan, waar hij zijn succesvolste songs gedurende ruim een uur zou gaan zingen. Hij had dit al in de daaraan vooraf gaande maanden non-stop gedaan in zalen van her naar der in Frankrijk. Zijn eerste succes was dermate groot dat binnen zeven maanden liefst meer dan 1 miljoen singles over de toonbanken waren gegaan. Ook stond de zanger veel in de publiciteit omdat hij een verhouding was aangegaan met Anne Marie Peysson, een populaire televisieomroepster in die tijd. Die verhouding leidde tot achtervolging door Paparazzi en het paar werd volop gezien in de bladen. Het was in het theater Dure in Perpignan dat het noodlot toesloeg voor de zanger. Nadat hij een kwartier had gezongen viel hij op het toneel flauw en werd door aanwezige brandweerlieden in de coulissen neergelegd om bij te komen. Desondanks besloot hij het publiek niet teleur te stellen en toch weer te gaan zingen. Nobert Lallemand, zijn manager, had hem wel geadviseerd te stoppen maar vervolgens werd er weer 20 minuten lang voor een zeer enthousiast publiek gezongen, waarna de zanger andermaal op het toneel neerviel. Uiteraard werd de zanger naar het ziekenhuis gebracht waar onder meer een cardiogram werd afgenomen. Het bleek uit een artikel in de Telegraaf dat mede door de oververmoeidheid een zwak plekje onder zijn hart was geconstateerd. Enkele dagen later was hij weer aanwezig in een zaal in Arles in Zuidoost Frankrijk om zijn fans toe te zingen. We hebben het over Lonnie David Kleerekoper afkomstig uit Amsterdam, die een jaar eerder met weinig geld Nederland had verlaten om te proberen een zangcarrière in Frankrijk op te zetten, hetgeen enorm goed was gelukt. Echter niet onder de naam Kleerekoper, maar die van David Alexandre Winter. Optreden was voor hem van groot belang om contracten na te komen. Hij had wel besloten een maand later tijdelijk een rustperiode in te lassen ter voorbereiding van een prestigieus optreden in de maand november 1969 in Olympia in Parijs, een theater waar elke zanger een keer wenst te hebben gestaan voor een volle zaal. In een interview destijds in de Telegraaf vertelde Winter dat zijn lp al weken lang op de nummer 1 plaats in de verkooplijsten stond en dat hij zoveel geld verdiende zoals hij nooit eerder in zijn leven bij elkaar had gezien. Blijdschap was er ook omdat hij in Nederland nooit de kansen had gekregen die er in Frankrijk wel waren. De reden was volgens hem onder meer dat in ons land binnen de artiestenwereld iedereen op elkaar jaloers was bij grote successen en je altijd maar met iedereen mee diende te praten en eigenlijk nooit je echte eigen mening kon geven. Kleerekoper was niet altijd actief geweest in de zangwereld want zo was hij onder meer werkzaam als vertegenwoordiger in textiel en als steward op de Holland-Amerika lijn. Maar toch lag zijn interesse duidelijk in de muziekwereld. Wel dient vermeld te worden dat hij op 14-jarige leeftijd al een platendeal kreeg bij Philips. De leidinggevenden van Philips vonden Lion (Lonnie) Kleerekoper geen geschikte artiestennaam en kwamen met de naam John van Doren op de proppen. Onder deze naam bracht hij zijn eerste single Marian [Philips JF 333698 jaren later op de markt. Omdat Johnny minderjarig was moesten beide ouders hun handtekening onder het platencontract zetten, maar ze weigerden te tekenen, op dat moment einde oefening voor hem. David (Johnny) werd op zijn zestiende verjaardag de leadzanger van Daddy’s Act, een beatband met leden uit Amsterdam en Den Haag. ‘Eight Days a Week’ was zijn eerste hit in Nederland, Duitsland en zelfs in Engeland. In 1967 werkte hij kort bij Radio Veronica, waar hij programma’s presenteerde onder de naam Johnny van Doorn. Hij kreeg er volgens eigen zeggen destijds ruzie met Jan van Veen en werd onder meer beticht van het hebben van een te grote bek en dus kon hij vertrekken. Een zoektocht door Juul Geleick in het archief van de Stichting Norderney, dat hij beheert leverde geen resultaten op wat betreft de programma’s gemaakt door John van Doorn. Zijn volgende plek was aan boord van de Laissez Faire waar hij ging werken onder dezelfde naam voor Radio 227. Echter andermaal van korte duur daar Radio 227 vroegtijdig, voor de invoering van de Marine Offences Act, uit de ether verdween. Vervolgens zocht hij zijn geluk in Londen en bezocht hij diverse platenmaatschappijen, maar geen van de directies zagen het echt zitten met de uit Amsterdam afkomstige zanger. Ik noemde al even zijn manager Lallemand. Het was deze man die David zag optreden en winnen in een veld van 41 deelnemers tijdens een songfestival dat in het Oostenrijkse Innsbruck werd gehouden en het was Nobert Lallemand die aan Winter vertelde dat er voor hem zeker goed brood was te verdienen in Frankrijk. En zo gebeurde want hij ging met Lallemand, die hem de eerste twee maanden onderdak verleende, mee naar Parijs. Deze voedde en kleedde hem in die tijd en ging vervolgens langs allerlei televisieprogramma’s en radiostations om David Alexandre Winter in de spotlights te brengen, hetgeen zonder meer lukte. In de periode dat Van Doren in Londen verbleef had hij een proefplaat bemachtigd waarop geen naamgegevens stonden maar waar wel de stem van ene Tom Jones op was te beluisteren. Hoe kwam hij eigenlijk aan de demo? Dit heeft hij jaren geleden nog eens verteld aan zijn voormalige 227 collega-deejay Look Boden. “Ik ging voor ongeveer zes maanden demo’s inzingen voor Gordon Mills, de manager van Tom Jones en Engelbert Humperdinck. Op een zekere dag reserveerde Mills drie liedjes voor mij welke bestemd waren voor het nieuwe album van Tom Jones. Toen ik die moest inzingen was ik snipverkouden en schor, maar helaas kon ik ze niet zingen, dus deed Tom het zelf. Na de sessie heb ik de acetaat van mijn liedje, welke ingezongen was door Tom Jones, gestolen.” Een acetaat is een direct gesneden plaat ook wel ‘direct cut’ genoemd en bedoeld om het uiteindelijke resultaat te laten horen aan de artiest. Na de goedkeuring van de acetaat gaat men gewoonlijk over tot het maken van de matrijs. Johnny: “Het Britse songfestival comité vroeg of ik wel Engeland wilde vertegenwoordigen in Innsbruck en dus heb ik dat vlug aangenomen. In Innsbruck heb ik de prijs van de Press gewonnen en werd benaderd door een Franse producer die mij beloofde dat ik een ster zou worden in Frankrijk. Dus, ik in het vliegtuig van Londen naar Parijs gestapt, met de Tom Jones demo onder mijn arm.” Op een bepaald moment was er een afspraak met Eddy Barclay, eigenlijk de belangrijkste platenman in Frankrijk destijds. Op auditie gaf David hem de proefopname van Tom Jones als ware het zijn eigen zang op de demo. Barclay reageerde volgens Winter’s eigen woorden met de opmerking dat wat hij hoorde zeker niet goed genoeg was. Jones had toen al prachtige nummer 1 hits in diverse landen gehad. Leo Missir was de tweede directeur van Barclay en die zag het helemaal zitten in de stem die hij op de proefopname hoorde. Winter kreeg een contract maar diende vervolgens de kwaliteit van de gehoorde stem wel waar te maken. Uiteindelijk heeft hij beloofd het niveau te halen maar heeft wel over het bedrog verteld, waarna van beide kanten hartelijk werd gelachen. In februari 1969 kwam ‘O Lady Mary’ in de platenwinkels in Frankrijk en in augustus dat jaar waren er al meer dan 1 miljoen singles van verkocht. De rest van zijn succesvolle jaren kon beginnen. Uiteindelijk werden er 2.600.000. platen van Oh Lady Mary verkocht. Het was trouwens een bewerking van het Turks liedje ‘Samanyolu’ van Berkant uit 1967. Vertaald in het Spaans, Italiaans, Portugees, Duits, en Nederlands, verkocht het nummer nog eens een extra 1.500.000 exemplaren. Maar er was nog iets in het leven van Johnny van Doren (Dooren) met een platenmaatschappij en wel in de tijd dat hij kortelings bij Radio Veronica werkte. Er werd op 14 maart 1967 namens de Muziekuitgeverij Altona in Amsterdam een contract opgemaakt waarin werd gemeld dat de heer J. van Dooren in zijn functie van deejay bij Radio Veronica gedurende vier weken elke week 25 platen zou pluggen in zijn radioprogramma’s. De firma Altona zou daartoe elke week op maandag een lijst met te draaien platen leveren en die aan van Dooren ter hand stellen. Bovendien zou de firma Altona ervoor zorgen dat alle niet in Van Dooren bezit zijnde platen aan hem werden geleverd. Altona, aldus een document dat jaren later werd gepubliceerd in een artikel inzake payola binnen de radiowereld door de redactie van de Nieuwe Revue, diende er wel iets tegenover te zetten. Van Dooren kreeg voor zijn plugging een bedrag van 50 gulden per week. Op 13 maart 1967 werd door Altona 200 gulden overgemaakt aan hem als vooruitbetaling en in het contract stond duidelijk vermeld de pluggingsdatum inging op 20 maart 1967 en eindigde op zondag 16 april van datzelfde jaar. Het artikel over payola en meer verscheen in de Nieuwe Revue van 27 september 1974 en het onderzoek was gedaan door Hans Wilbrink en Ton van Dijk. Ingesloten ook het programmaoverzicht van Radio Veronica van de maandagen in de maand maart 1967, waarbij kan worden gesteld dat de naam van John van Doren (Doorn) niet voorkomt in de programmering. Ikzelf vergelijk deze vorm van plugging met soortgelijke programma’s voor DECCA, EMI en andere platenmaatschappijen op Radio Luxembourg in die tijd. Oh ja, het contract was niet alleen door J. van Dooren ondertekend maar ook namens Editions Altona door ene P. Koelewijn! Met dank aan Juul Geleick en Look Boden. Hans Knot, 18 april 2020
  21. 3 points
    Vandaag deel 3 aan herinneringen in het jaar 1971, een column langer dan normaal en die in het teken staat van Tom Collins. Op de radio had iedereen in 1971 zo zijn eigen favoriete station, waarbij Radio Luxembourg het in de avond won bij velen en verder Radio Noordzee en Veronica overdag nog steeds meer luisteraars haalden als het door de regering in de strijd geworpen Hilversum 3. Vele nieuwe deejays waren er bij gekomen dat jaar met de start van de Nederlandstalige afdeling van Radio Noordzee. Anderen zouden zich blijven hechten aan hun favoriete deejays op Radio Veronica. De lange aan een kant stille en aan de andere kant drukke deejay Tom Collins, was bij velen geliefd en anno 2020 hebben we het met andere radiovrienden nog vaak over zijn goede programma’s. Iedere doordeweekse morgen was hij te beluisteren op de 192 meter. Tom, die officieel Ton Droog heet, leeft de laatste jaren een teruggetrokken leven en wilde in 1999, op de grote Veronica reünie, slechts betrokken zijn bij de productie van enkele promotiespots mits daar verder niemand anders bij was dan technicus Ad Bouman. Op de vele feestelijke avonden verscheen hij echter niet. In de loop der jaren was hij ook moeilijk te interviewen. Ik heb diverse malen gepoogd hem te strikken maar, o­ndanks dat hij zich altijd weer vriendelijk opstelde, was het antwoord iedere keer weer ‘nee, geen behoefte’. In mijn behoorlijk groot archief over de afgelopen 60 jaar aan muziek en radiohistorie, zijn duizenden interviews terug te vinden met o­ngelofelijk veel mensen. Het blijkt dat ik niet alleen was met de mislukte pogingen. Slechts twee interviews met Collins zijn terug te vinden, waarvan enkele hoogtepunten. Beiden zijn meer ‘een gesprek tussen collega’s van Veronica’, waarbij – o­ndanks dat hij eigenlijk helemaal niet over zichzelf wenste te praten – Tom het één en ander over zichzelf vertelde. ‘Ja voor Veronica heb ik ook als deejay gewerkt bij Radio 227. Veronica is té gek’. Tja reclame voor eigen huis kan niet beter. De gesprekken werden met Tom gevoerd door Lex Harding en Will Luikinga, soms bijgestaan door commentaar van Juul Geleick’. Tezamen met onder meer Lex Harding en Jos van Vliet had Collins bij Radio 227 gewerkt op de MV Laissez Faire. Een station gericht op Nederland, dat verankerd lag voor de Britse kust. Reden was de aanwezigheid van een zusterstation, Radio 355, dat commercieel het gewin uit Engeland diende te halen. Toen de Britse overheid inzag dat er een wet tegen de zeezenders diende te komen, besloten de Amerikaanse eigenaren van Radio 227 de knop om te draaien. De huur op het zendschip, dat ze gebruikten, was op 6 augustus verlopen en men had geen zin om het nog eens te verlengen en dus werden de uitzendingen beëindigd, ver voor de andere op Engeland gerichte zeezenders hun activiteiten staakten . Zowel Van Vliet als Harding vonden vrijwel direct een baan bij Radio Veronica. Op een dag besloot Jos van Vliet de Veronica organisatie te verlaten en meldde dat hij wel een vervanger voor hem wist in de persoon van Tom Collins. Lex kreeg de opdracht Tom te bellen maar bereikte hem niet. Twee maanden later kwam er weer een probleem met een van de personeelsleden, waaruit de aanstelling van Collins alsnog volgde. Het probleem bestond uit de zeeziekte die één van de nieuwslezers constant overkwam en dus diende er voor vervanging te worden gezorgd. Het bleek om Hans Mondt te gaan, die een aanstelling als presentator aan land zou krijgen. Collins had zoal de nodige ervaring op het andere zendschip, gelegen voor de Britse oostkust. Daar had je eigenlijk alleen problemen als er stevige oostenwind was, maar ook dat had hem niet van slag gebracht. En voor de kust van Nederland, zo bleek later, was het ook geen probleem: ‘Ik dacht dat ik wel tegen de storm kon en het baantje leek me ook best aardig. Inderdaad kon ik goed tegen de storm, want zelfs bij windkracht twaalf had ik geen centje pijn’. Er waren meer van de bemanningsleden die tegen het slechte weer konden. Zo is het verhaal van zendertechnicus José van Groningen legendarisch dat hij, bij windkracht 11, rustig aan dek ging staan – zijn collega’s o­ndertussen aanschouwend hoe zij hun maaginhoud leegden – om o­ndertussen een kop met heerlijke vette soep te nuttigen. Over zijn tijd op zee herinnerde Collins zich dat hij eigenlijk een vreemde eend in de bijt was. Zo ruimde hij steeds de boel, door hem en anderen gemaakt op, hetgeen men aan boord van de Norderney nogal vreemd vond. Hij kreeg er de nodige opmerkingen over maar is er nooit ‘onder de mand vandaan gezongen’. Een speciaal ritueel die men aan boord als een soort van inwijdingsplechtigheid soms diende te o­ndergaan. Collins: ‘Ze hadden dan een heel verhaal over een matroos die zo vals zong, dat je binnen een minuut o­nder de mand vandaan moest kruipen, waar je daarvoor eerst eronder moest kruipen aan dek. Praktisch iedereen die nieuw aan boord van de Norderney was, moest dit o­ndergaan. Zodra de betreffende persoon o­nder de mand zat stond de gehele bemanning erom heen en ging een paar putsen met water over de mand en haar inhoud. Kleddernat kwam de persoon eronder vandaan en dan heette het dat hij er o­nder vandaan was gezongen.’ Was de studio aan boord van de Norderney in de jaren zeventig van de vorige eeuw goed geoutilleerd zo was het in de jaren zestig behelpen geblazen volgens Collins: ‘Er waren wel een paar van die recorders, maar die hadden ze op een paar houten kastjes gezet en die stonden midden in het vertrek. Er stond een losse meter met koperdraad vastgebonden. Echt behelpen. Alles was geschilderd in een sombere grijze kleur en het geheel was eigenlijk een beetje sfeerloos. We hebben er later wel voor gezorgd dat het allemaal een beetje gezelliger werd. Wekenlang hebben we staan te schilderen en is het eigenlijk wel een gezellig hok geworden.’ Collins gaf grof toe dat bij het harde werken zichzelf van de positieve kant was tegengekomen. Als een man met twee linker handen, zo stelde hij, had hij leren aanpakken, waarbij hij het voor zichzelf niet voor mogelijk had gehouden wat hij zoal bij elkaar had geknutseld. Zelfs het bouwen van een complete versterker hoorde, volgens hem, tot zijn werkzaamheden……….en ‘hij deed het ook nog’. Hij liet nog het één en ander los over de studio aan boord van de Norderney: ‘In die tijd waren er geen pick-ups. Alles ging op de recorders en als je een programma life moest maken, wat wel eens voorkwam, zat je daar voor het blok. Uit oude programmabanden zat je platen te knippen die niet waren ingesproken, zodat ze konden worden hergebruikt. Ook werd een instrumentaaltje op die manier opgezocht, voor gebruik als tune. Al die dingen werden op aparte bandjes gezet en op volgorde gelegd. De technicus wist dan precies de volgorde van het opleggen en afspelen van de bandjes op de twee aanwezige AKAI recorders.’ En er dient natuurlijk wel aan toegevoegd te worden dat noodprogramma’s vaak voorkwamen bij slecht weer, als er dus geen nieuwe programmabanden door de tender, Ger Anne, aan boord gebracht konden worden. Collins over die omstandigheden: ‘Je maakte je programma o­nder in de slingerende studio, waar iedereen zich constant moest vasthouden en bandjes moest opleggen. Het is altijd gelukt, maar vraag niet hoe. Als zo’n programma van een uur klaar was, had je gelijk voor de gehele dag genoeg. Gelukkig waren er een paar technici die, als Radio Veronica ’s nachts na één uur uit de lucht was, af en toe platen uit de banden knipten, omdat ze geen zin hadden om naar bed te gaan. Anders was het helemaal een puinhoop geworden.’ Later kregen men complete banden aangeleverd vanuit de studio in Hilversum met daarop de nieuwste platen. Deze werden vooral gebruikt voor in het zondagmiddag programma ‘Sport uit Zee’, dat tussen half vijf en vijf uur eruit ging op de 192 meter. Collins: ‘Tegenwoordig (1971) hebben ze twee pick-ups staan, recorders en cartridges machines. En als er iets aan de hand is met de banden kun je een uitstekend programma maken aan boord. Er is een prachtig mengpaneel en zelfs een heerlijk compleet bankstel. En bovendien is er beneden ook een ijskast en televisie, die er eerder ook niet waren.’ Over zijn tijd aan boord vertelde Tom dat voornamelijk er perioden waren van een week aan boord en een week verlof aan land. De langste periode aan boord was elf dagen lang. En met hard werken was een dergelijke periode zo weer om. In totaal heeft Tom over een periode van elf maanden aan boord gewerkt en eigenlijk elke dag plezier en pret gehad: ‘Ze zeggen dat de Scheveningers o­ntzettend stugge mensen zijn, maar ’s avonds, als we een borreltje namen, kwamen de verhalen los en bleken het gewoon eindeloze kerels te zijn, die al vanaf het begin (1960) op de Noordzee zaten voor het station. Zij zijn niet zo vaak in de belangstelling als o­ns maar hebben wel alle rottigheid aan boord van het zendschip meegemaakt. Dingen, waar wij vaak helemaal niets van weten omdat ze het gewoon voor zichzelf houden.’ Dat er voor elkaar gezorgd werd aan boord bleek iedere maandag weer, voorafgaand aan de dinsdag, de aflos dag van het personeel. Vaste prik was het dat op de maandag aan boord van de Norderney alles overhoop werd gehaald en grondig geboend, zodat de nieuwe ploeg in een schoon nest terecht kwam. De grappen en grollen, die we kennen uit de vele verhalen van deejays van de diverse stations zijn overbekend, maar Tom heeft wel een heel speciale als herinnering. Op een dag was hij van plan te gaan slapen en ging dus naar zijn hut toe. Het bleek dat deze geheel leeg was gemaakt. Kussen, dekens en matras waren nergens te vinden. Het enige dat er lag was een brandbijl in zijn kooi. En dus werd het zoeken door het gehele schip alvorens echt naar bed gegaan kon worden. Tom vertelde dat hij, na zijn tijd als nieuwslezer op de Norderney, eerst het programma ‘Ook Goeiemorgen’ had gepresenteerd, een plek die was vrij gekomen nadat Eddie Becker in 1969 had besloten zijn werk bij de zeezender op te zeggen om het geluk achtereenvolgens te zoeken bij de publieke omroepen VARA en de NCRV. Op het moment van het betreffende interview uit 1971 presenteerde Tom Collins een programma ter vervanging van 'Sliep uit'. Tom zelf over dit programma: ‘Het is goed werk. Je krijgt veel reacties … fanmail als je het zo wilt noemen. Ik lees altijd alles, maar ik ben wel eens nonchalant in het beantwoorden van verzoekjes. Dat komt door het enthousiasme. Je bent lekker bezig met het programma; de technicus ziet het ook lekker zitten en het komt er allemaal fijn op (op de band) en dan vergeet je wel eens dat ‘die en die’ dat plaatje willen horen.’ Tom Collins had zo zijn voorkeuren van te draaien muziek. Het liefste ging hij het werk, dat genoteerd stond in de Veronica Top 40 uit de weg, daar dit in vele andere programma’s op het station veelvuldig voorbij kwam. Wel stonden zijn oren open voor nieuw werk en datgene wat over kwam uit Amerika. Ook het betere Nederlandstalige werk, zoals Liesbeth List, viel voor hem te pruimen om in zijn programma op te nemen. Toch viel er wel eens van af te wijken. Tom: ‘Ach de Zangeres Zonder Naam, dat draai ik wel. Ik vind het aardig en ik weet dat ze erin gelooft en soms ook wel Corrie en de Rekels, maar het heeft niet mijn voorkeur.’ Als er echter een plaat was, die hij minder goed vond, dan durfde hij deze wel te draaien maar zei het ook gewoon in het programma. Rustig en warm, zo kwam hij bij velen over. Bij lange na niet de over enthousiaste deejay, zoals sommige van zijn collega’s konden zijn. Ook daar had hij, denk ik, zo zijn reden voor: ‘Een deejay is geen platen aan elkaar kletsende robot. De mensen weten donders goed wat wel en niet lekker is. Wat schiet ik er mee op als ik tegen beter weten in voor de microfoon sta te krijsen… dit is een geweldig plaatje en ik meen er o­ndertussen geen donder van.’ Met andere woorden had Tom duidelijk geen zin om de luisteraars te bedonderen en kreeg hij, zoals algemeen bekend, bij Radio Veronica, de kans om zijn eigen mening op een rustige manier uit te dragen. Erg opmerkelijk is de verklaring van Collins in dit interview uit 1971 dat hij nog een ‘blauwe maandag’ bij Radio Luxemburg heeft gewerkt. Daar moest hij alle teksten, voorheen geschreven en gecontroleerd, vanaf papier voorlezen. Het was hem te vervelend, waarna hij maar snel besloot om zijn geluk bij Radio Veronica te zoeken. Wat voor een opleiding had Tom eigenlijk gedaan om bij het toen populairste station van Nederland in dienst te treden? Wat denk je van een horecadiploma en een kappersdiploma gericht op de dames? Het is niet bekend of hij beide diploma’s dan ook heeft uitgeprobeerd bij zijn vrouwelijke collega’s aan de Utrechtseweg in Hilversum, waar destijds de studiogebouw van Veronica was gevestigd. Het zou natuurlijk kunnen dat hij bij Tante Erna, de koffie en snack mevrouw, zijn diensten heeft aangeboden. Tom werkte in het programma ‘Sliep uit’ voornamelijk samen met Juul Geleick waarmee hij, volgens eigen zeggen, een zeer goede band had en er tijdens het programma altijd een goede wisselwerking was. Heel belangrijk om tot een goed totaal programma te komen. Tom Collins werd ook om zijn favorieten gevraagd als het ging om de presentatoren die Nederland rijk was in die tijd. Ook op die vraag ging hij niet zijn eigen mening in de weg staan: ‘Duys moet ik niet zo, Pim Jacobs ook niet. Ik vind die mensen niet echt. Mies Bouwman wel, dat is een tof wijf. Het kan me niet schelen of ze een paar duizend piek voor een televisie-uitzending krijgt. Ze doet haar werk goed en ze is het waard.’. En op de vraag of hij voor speciale programma’s op de Nederlandse publieke radio thuis zou blijven was het antwoord ‘géén één’, terwijl er op het gebied van televisieprogramma’s slechts één overbleef en wel ‘Hadimassa’ van de VPRO. Lex Harding kwam terloops ook nog even aan het woord in het eerste interview en meldde over zijn collega: ‘Het is een aardige jongen, die Tom, maar hij moet af en toe wel wat zeggen. Soms heeft hij de gewoonte op de vergaderingen drie weken lang zijn kop dicht te houden. En soms ziet hij ook drie weken lang te zwetsen over waarom ‘dit en dat’ hem niet zint.’ In het algemeen was Collins in die dagen nog lang niet tevreden over zijn vak als deejay. Hij vond dat deejays kritischer aan het werk moesten gaan en scherper in woord moesten worden, daar dit de eerlijkheid zou bevorderen. Het moest echter niet te ver worden doorgevoerd anders zou het ‘een maniertje’ worden. Gek genoeg voegde hij er meteen aan toe ‘Je moet natuurlijk wel beleefd worden, dat doe ik ook altijd!’. En met die opmerking sloeg hij de spijker precies op zijn kop. Hans Knot, 4 maart 2020
  22. 3 points
    In de afgelopen decennia ben ik ze bewust dan wel onbewust tegengekomen en dan doel ik op de instant gehouden huisjes en winkeltjes die de 60 plusser onder ons een heerlijk gevoel geven van nostalgie. Of het komt omdat ikzelf afkomstig ben uit een gezin waar het ging om kleine middenstand, maar ook de immer voortgang in nostalgische gevoelens naar boven te halen kan dit goede gevoel geven. Mijn ouders waren kappers en ondanks dat de kapperszaak meer dan vijftig jaar geleden, wegens gezondheidsredenen, werd gesloten, komen de herinneringen uit die tijd met regelmaat boven. Dat komt misschien ook wel dat ik met regelmaat nog per fiets het oude pand voorbij ga. Een kapsalon in het straatkantdeel van een woonhuis op een stoep waarbij ieder pand wel een middenstandsbestemming had. Een slager, bakker, drogist, kapper, horlogemaker, pennenwinkel en kruidenier. Niets is er vijf decennia later meer van over. Maar toch zie ik in gedachten de winkels zo weer voor me met de daarbij behorende reclame-uitingen. Mijn vrouw Jana begeleidde mij al weer twintig jaar geleden naar Den Bosch waar een tentoonstelling werd gehouden als herinnering aan een katholiek familiebedrijf dat actief was onder de naam ‘De Gruyter’, U weet wel van het snoepje van de week en andere voordelen. Op de tentoonstelling kwam ik in gesprek met een persoon die mij, na ruim 30 jaar, herkende als de zoon van zijn toenmalige kapper. Het was de voormalige bedrijfsleider van De Gruyter aan het Floresplein in Groningen. Vrij uitgebreid hebben we toen gesproken over de vele groenteboeren, kruidenierswinkels, kappers en meer in de wijk. Velen gericht op hun eigen geloofsgenoten in de tijd dat kerkgang nog bloeiend was. De bedrijfsleider roemde mijn ouders omdat mensen vanuit allerlei geloofsrichtingen op een gelijkwaardige manier werden behandeld, iets dat klaarblijkelijk niet overal in de buurtwinkeltjes werd gedaan. Het reizen naar Den Bosch had als bedoeling de historie te beschouwen van een familiebedrijf dat landelijk bekend was geweest maar helaas ten onder was gegaan. Over de filialen in Groningen schreef ik eerder een ander artikel: https://www.focusgroningen.nl/groningen-van-toen-deel-23/ Winkeltjes van toen kun je overal in Nederland gelukkig nog vinden en zoals al gesteld zijn wij ze, tijdens onze korte tripjes door Nederland, vaak tegengekomen. Ik wil er een paar noemen. Tijdens een wandeling met vrienden in Oud Blaricum stonden we een paar jaar geleden plotseling voor een prachtig mooi oud huisje wat een soort van tabaks- en snoepwinkel was geweest en gebleven als museumobject. Ook op Terschelling heb je - halverwege het eiland – een winkeltje dat ik altijd als gesloten heb aangetroffen maar dat gevuld is met huishoudelijke zaken uit grootmoeders tijd. In 2016 hadden we een weekend Nijkerk gepland in het prille voorjaar. Zondag met diepe stilte voor de kerkgang. Om 12 uur, dan wel midden op de dag, stroomde de kerk in Barneveld, waar we probeerden een kop koffie te drinken tijdens onze fietstocht, leeg maar ook de koffiekopjes bleven leeg. We besloten door te fietsen en gingen richting het gehucht Terschuur waar een prachtige oldtimer mij lokte. Het bleek een Mercedes te zijn die als laatste eigenaar Alfred Heineken had gehad en in handen was gekomen van ‘The Old Crafts and Toy Museum’ in Terschuur. Zoek het maar eens op via google en ga eens op bezoek want een wereld gaat er voor je open. En dan recentelijk waren we een paar dagen in Leeuwarden met als doel ‘ontspannen, van elkaar genieten, Fries Museum bezoeken en meer ontdekken. Wandelend door de binnenstad kwamen we ook voorbij ‘Museum de Grutterswinkel’. In dit pand, dat voornamelijk origineel – inclusief woongedeelte – bewaard is gebleven, tal van uitingen op het gebied van kruidenierswaren. Maar ook aandacht aan de opkomst van de zelfbedieningen. Een perfecte uitstalling van kruidenierswaren uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Verdwenen producten maar ook die al weer jaren in een ander jasje zijn gestoken. Vrijwilligers vertellen vol liefde over de tijd van toen maar stellen zich ook open voor de verhalen van de bezoekers,. Naast het winkelgedeelte is er ook ruimte voor het woongedeelte. Een trap naar beneden leidde ons naar de kelder, waarbij mijn vrouw zich meteen thuis voelde in de kelder van haar oma, decennia geleden en ikzelf in onze eigen kelder aan de Korreweg in Groningen in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw, toen er geen koelkast was maar groenten en fruit werden gewekt in de glazen potten. Alle hulpmiddelen in die kelder brachten mij geheel terug in de tijd. Verder is in het pand een woongedeelte op de bovenverdieping ingericht. Het is een soort van achterhuis waarbij het duidelijk wordt hoe klein een jong gezin destijds leefde met de baby in een wiegje aan het voeteneinde van de ouders in de bedstee. En ook het ‘huske’ is in de oude toestand in het pand gehandhaafd gebleven. Als je in de buurt bent in de omgeving van Leeuwarden de moeite waard van een bezoekje Aan de Nieuwesteeg: https://grutterswinkel-leeuwarden.nl/ Trouwens 100 meter links om de hoek is de Sonnema historische winkel, je weet wel van de echte Berenburg. Een leuke wandeling naar de Oostersingel is aan te raden om ook nog ’t Andere Museum’ te bezoeken waar tal van items worden belicht. Het is gevestigd in een 19de - -eeuws pakhuis en een woonhuis, dat ooit werd gebouwd naar idee en in opdracht van de koopman Hajonides van der Meulen. Vele jaren later kwam het in particuliere handen waarbij tal van verzamelingen, deels samengebracht in een stichting, worden tentoongesteld. Naast vele oldtimers, dinky toys, een mini trein circuit, herinneringen aan de Vrij Metselaars, kantklossen en is er ook een prachtige verzameling oude radio’s te zien. Leeuwarden doen ook dit andere museum bezoeken. https://museumpakhuiskoophandel.nl/het-andere-museum/ Hans Knot, 28 maart 2020
  23. 3 points
    Het is even geleden dat ik een column schreef. Simpelweg omdat een combinatie van een lijf dat niet wil, het werken als zelfstandige en een huishouden niet te combineren was. Laat staan iets met radio doen. Maar goed, juist nu, in een virus-tijd ben ik weer zo opgeknapt dat ik me weer lekker kan ergeren. En ditmaal vooral aan QRadio. Even een korte uitleg: in Nederland zijn er landelijke en regionale radiofrequenties voor commerciële omroepen. En op dit moment worden in Brabant (Radio 10), in Limburg (QRadio) en nu ook in de Randstad (opnieuw QRadio, kavel B05) regionale kavels gebruikt voor het uitzenden van programma's die als enkel doel hebben het verstevigen van de marktpositie van de landelijke radiostations. En die ook als zodanig worden gepresenteerd. Sterker nog: Dave Minneboo van QRadio geeft in het persbericht over het winnen van kavel B05 volmondig toe betrokken te zijn bij QMusic Non-stop maximum hits. Het idee is dat hiermee de luistercijfers kunnen worden verhoogd uiteraard ten koste van andere radiostations. Die zijn daar dan ook niet blij mee. Denk daarbij aan RadioCorp (100% NL en SLAM!) en Sublime maar ook de Publieke Omroepen niet, landelijk en regionaal. Deze regionale frequenties waren nooit bedoeld voor landelijke inzet. Bovendien zijn bij de laatste veiling van kavel B05 dusdanige bedragen geboden dat er geen normaal regionaal station aan te pas komt. Heeft Agentschap Telecom hier juridisch iets gemist door de uitgifte van bijvoorbeeld kavel B05 toe te kennen aan QMusic Limburg? Handhaaft Agentschap Telecom eigenlijk wel in Brabant en Limburg? En wat vindt de ACM hier eigenlijk van? Ik ging in elk geval uit mijn panty. Want Talpa en QMusic maken er zo een markt van waar zij het alleen voor het zeggen hebben. En daar hebben ze meer dan één grens mee overschreden. 21 maart 2020, Paul Winnubst Voorzitter Vereniging Verkrijging Radiofrequenties VVR
  24. 3 points
    Ondanks het gegeven dat ikzelf pas een jaar of 6 was zit er in het archief toch het nodige uit het jaar 1955. Dat komt natuurlijk door het jarenlang verzamelen van historische gegevens, het publiceren van artikelen en meer. Aangezien ik veel en breed publiceer komen er soms verrassende vondsten – of dien ik te zeggen giften – tevoorschijn. Uit 1955 heb ik bijvoorbeeld informatie binnen gekregen inzake de zogenaamde ‘flutter fading veroorzaakt door auto’s’. In de ‘Technische Mededelingen van de Technische Dienst van de NRU’, uit december 1955, vond ik het volgende bericht hierover. ‘Het is natuurlijk wel bekend dat snelle schommelingen van het beeld of het geluid van televisietransmissie dikwijls veroorzaakt wordt door een vliegtuig, dat in de nabijheid van de voortplantingsbaan vliegt van een televisie- of FM uitzending. In een dergelijk geval regeert de ontvanger op twee signalen, namelijk het directe en het door het vliegtuig teruggekaatste signaal. Onlangs werd een dergelijk geval gesignaleerd, dat door auto’s werd veroorzaakt. Onder bepaalde omstandigheden kan een stoorsignaal, dat meestal teruggekaatst wordt door het dak van een auto, de ontvangstantenne bereiken en fluter fading veroorzaken en is helemaal analoog aan het geval van het vliegtuig. Een dergelijke fading werd in Brussel geconstateerd, waarbij de oorzaak werd genoemd: een passerende tram’. Vele decennia later zijn dergelijke storingen onbegrijpelijk te noemen met dank aan de steeds maar meer voortschrijdende technische ontwikkelingen. Aan de andere kant is het een heel goede zaak dat documenten, als voornoemd, zijn bewaard gebleven zodat uit historisch oogpunt we kunnen beleven dat er destijds, vele decennia geleden, technische problemen waren die in deze tijd niet zich meer voordoen. (Archief Freewave Nostalgie, collectie Mans). Het volgende bericht vond ik ook nogal overweldigend overkomen als je bedenkt dat het om 1955 ging. De persafdeling van de NDWR uit Hamburg maakte cijfers bekend inzake de archiefbestanden van de omroep. Men had toen al meer dan 50.000 bandopnamen en 10.000 grammofoonplaten in het archief, ondergebracht in drie kelderverdiepingen met een totale oppervlakte van ongeveer 1000m2. 5000 documentaires, die sinds 1923 door de BBC werden geproduceerd, werden vervolgens voor uitzending op de Duitse radio geschikt gemaakt, gekopieerd en in de archieven van de NDWR opgeslagen. Ook beschikte men toen al over 7000 bandopnamen die onder de koepel ‘schoolradio’ de ether in waren geslingerd. Verder was terug te lezen dat meer dan 4500 geluiden waren opgenomen die te waren gebruiken bij het opnemen van hoorspelen. De niet te vervangen opnamen uit het toenmalige verleden, in het bijzonder van stemmen en toespraken van belangrijke personages, werden in grote kluizen opgeslagen. En men was in Hamburg in 1955 de tijd ver vooruit want als iemand dacht een sigaret in het archief op te kunnen steken dan ging er direct een alarm af. In hoeverre dit archief, dat natuurlijk enorm is gegroeid, is gedigitaliseerd, is onbekend. Omroepen waren nauw verbonden met doelgroepen en dus zocht de directie van de KRO, destijds alleen bestuurlijke mannen in strakke zwarte pakken, contact met allerlei organisaties in den lande die ook gelieerd waren aan de Katholieke Kerk. In januari 1955 werd aldus bekend gemaakt dat op verzoek van de KRO het hoofdbestuur van ‘de Jonge Boeren’ een actie had gevoerd voor het aanwerven van nieuwe KRO-leden. En het had succes want diverse afdelingen van ‘de Jonge Boeren’ bezorgden de KRO een groot aantal nieuwe leden. In het voornamelijk katholieke Limburg had dit al 3000 leden in de beginperiode van de actie opgeleverd. De directie van de KRO was daar heel blij mee en wenste iets terug te doen. Wetende dat slechts weinigen de beschikking hadden over een kijkkastje besloot men een film ter beschikking te stellen die binnen alle afdelingen van Limburg aan ‘de Jonge Boeren’ kon worden getoond, te beginnen in een zaal in het mooie Reymerstok, gevolgd in tal van andere Zuid Limburgse plaatsen gedurende de maand januari 1955. Op zondag 16 januari 1955 ging er via de KRO radio een nieuw programma van start met als titel ‘KRO-otje half om half’. Het was een idee van Jan de Cler en Alexander Pola. In eerste instantie werd door de programmaleiding het idee als niet bepaald geslaagd te vinden maar toch ging men overstag het in de programmering op te nemen. Men veronderstelde dat slechts de luisteraars in de grote steden de woordspeling ‘KRO-otje half om’ begrepen zou worden. De titel werd blijkbaar toch algemeen begrijpelijk geacht, waardoor het programma alsnog werd gerealiseerd. In het eerste editie traden op: Jan de Cler, Alexander Pola, Anne Marie Dupon van Ees, het piano-duo André de Raaff en Jacques Schutte en het Ballroomorkest onder leiding van Rudolf Karsemeyer. Hans Knot, 8 februari 2020 Afbeelding: Jan de Cles en Alexander Pola (foto Beeld en Geluiswiki / Wikipedia)
  25. 3 points
    De website listenbedrog.nl publiceerde vanaf vrijdag 20 februari 2004 de herinneringen van voormalig Radio Mi Amigo technicus Hans Alards alias Jaap van Velzen, opgetekend door Martin van Kampen. Alards was in de zomer van 1979 (zender-)technicus aan boord van het zendschip Magdalena van de Vlaams/Nederlandse Noordzeepiraat. “Ik ben bijna vijftig en kijk met veel plezier op die tijd terug”, aldus Alards. Hij geeft de geïnteresseerden een indrukwekkend kijkje in de keuken van het radiostation dat van 1 januari 1974 tot medio september 1979 uitzond, eerst vanaf het zendschip MV Mi Amigo voor de Britse zuidoostkust en vanaf 1 juli 1979 vanaf de MV Magdalena voor de kust van Zeebrugge. Alards reageerde op het dossier ‘De affaire Mi Amigo’ van listenbedrog.nl, dat handelt over de strijd van voormalig scheepsberger Geert Theunisse tegen de Staat der Nederlanden. Theunisse borg de Magdalena in 1979, nadat zij op een zandplaat voor de kust van Goeree was gelopen, maar wacht nog altijd op zijn geld. Dat de Mi Amigo-organisatie niet veel professioneler was dan de Nederlandse overheid, blijkt uit het relaas van Alards, die op de Magdalena samenwerkte met o.a. de DJ’s Ferry Eden en Ben van Praag. Het telefoontje Met deze wekelijks ingezonden artikelen probeer ik, Jaap van Velzen voormalig zendertechnicus aan boord van de Magdalena, het laatste zendschip van Radio Mi Amigo, u een indruk te geven hoe het er bij ons aan boord de laatste maanden aan toe ging. Niet omdat ik perse in de openbaarheid wil treden, maar omdat nooit gepubliceerd is hoe het werkelijk is gegaan die laatste maanden aan boord en waarom de zender plots verdween en in de grijpgrage vingertjes van de Nederlandse RCD terechtkwam. Verder laat ik aan de lezer van dit artikel over hoe het toen bij Radio Mi Amigo gevoerde beleid gezien mag worden. Mijns inziens stonden er geen idealisten met vrije radio als drijfveer aan het roer. Het begon voor mij allemaal met het piratenwereldje in de regio Nijmegen. Een nogal groot aantal radiofanaten in deze regio wilde eigenlijk maar één ding; een zo groot mogelijke zender de ether in brengen. Kosten noch moeite werden gespaard om één en ander te realiseren. Zo kwamen wij in aanraking met de piraten in Utrecht en omgeving, waaronder ook de latere Mi Amigo DJ Ferry Eden zich bevond. Ik, als technicus van dergelijke zenders, bemoeide me nooit veel met programma’s en wat daar zoal omheen hing. Wel was Ferry Eden toen al in een ver gevorderd stadium (naar later bleek) om voor anderen op zee een zender te gaan runnen. Dat soort praatjes had ik al meer gehoord en ik reageerde er op van; als het zover is dan hoor ik het wel een keer, ik heb wel zin in zo’n zeezenderavontuur. Afbeelding: Voor ze Radio Mi Amigo's tweede zendschip werd, was de Magdalena een vrachtvaarder. Maar na enkele maanden bleek dit eerder gevoerde gesprek niet geheel zonder gevolgen te blijven, want op een ochtend rond een uur of acht ging de telefoon. Ik kon in het begin niet goed verstaan wie er aan de andere kant van de lijn was, maar naar mate ik wakkerder werd, drong het tot mij door dat het een Belg was. Aanvankelijk dacht ik aan een beschonken etherpiraat. Hij vroeg mij of ik de man was van de zenders, waarop ik ‘ja’ antwoordde. Of ik dan ook tijd en zin had om een zender te repareren in België. Ik had al meteen door waarover het ging en begreep ook dat deze man niet vrijuit kon spreken vanwege het nogal beladen onderwerp in die tijd; de zeezenders. Toen deze Belg (wie het was weet ik niet meer) begreep dat ik wel zin had om dit klusje te klaren, vroeg hij mij wanneer ik dan kon komen, omdat ze al twee á drie weken uit de ether waren en zo snel mogelijk terug wilden keren. Na het één en ander te hebben doorgenomen, spraken we af dat ik de volgende ochtend in Zeebrugge in de stationsrestauratie zou zitten met een koffer bij me met een grote M er op geplakt, zodat hij kon zien dat ik degene was waarmee hij had getelefoneerd. Maar voor het zover was heb ik natuurlijk eerst mijn achterban ingelicht over dit wel heel onverwachte telefoontje. Dat leverde verontwaardigde reacties op, maar tegelijk een hoop vreugde onder de piratenvrienden. De één na de ander bood aan om mij die volgende ochtend naar Zeebrugge te brengen. Niks was hun te veel; alles hadden ze over voor dit avontuur van hun vriend en hoopten dan ook dat ik deze klus aan zou nemen. Het was inmiddels twaalf uur geworden en mijn appartement was reeds goed gevuld met bezoek. In een supermarkt werd snel bier en dergelijke gehaald, zodat er gefeest kon worden op ‘onze Jaap de technieker die het zou gaan maken…’ Na een nacht van betrekkelijk weinig slaap brak de ochtend aan waarop ik zou vertrekken. Een aantal bekenden was uiteraard weer ter plaatse om mij uit te zwaaien. Zo vertrok ik dan om aan mijn Mi Amigo avontuur te beginnen. Met een bekende ben ik naar Zeebrugge gereden. Bij de stationsrestauratie aangekomen ging ik daar zitten. De vriend die me had gebracht stond natuurlijk op een hoek te kijken wat er zou gebeuren. Maar al na een paar minuten stopte er een grote Mercedes. Ik werd geacht heel snel in te stappen, waarna ik van een rondleiding in vogelvlucht genoot in Zeebrugge. Na een kwartier te hebben rondgescheurd dook de Mercedes ineens de haven in en werd ik bij een klein vissersbootje afgezet. De kapitein gebood mij aan boord te komen en vroeg of ik zin had in een pintje, want er moest nog iemand komen. Pakweg tien minuten later verscheen er een man; een DJ uit Amsterdam, Eric geheten. Ook hij was via Ferry Eden aangemonsterd, zo bleek. Toen we buitengaats waren merkte ik al snel dat deze Eric nog nooit verder was geweest dan de Amsterdamse wallen, want hij begon al lekker ziek te worden terwijl de kapitein en ik genoten van een pintje op het vroege uur van de dag. Het was immers pas een uur of tien en de boot begon al lekker op de golven te dansen. Voor mij was dit niet de eerste keer op zee; ik had al menig zeereis naar Schotland gemaakt. Daarom kon ik er goed tegen en bleven braakneigingen bij mij uit… De Magdalena komt in zicht We waren al enige tijd op volle zee, maar nog steeds geen zendschip te bekennen. Ik wist dat zij niet zo ver uit de kust lag. Ook had ik zelf ingeschat dat de oversteek met een beetje tegenstroom zo’n twee uur zou gaan duren. Na overleg met de kapitein werd mij duidelijk dat deze tender niet rechtstreeks naar het schip ging, maar eerst richting Engeland zou varen om uit het zicht van de kustradar te komen. Voorkomen moest worden dat men kon zien dat er een boot vanuit België naar de Magdalena voer, want die lag op zo’n 19 mijl uit de kust ruim binnen het bereik van de kustradar. Ik denk dat de reikwijdte van die radar 30 mijl bedroeg, afhankelijk van de hoogte waarop dit instrument aan de wal geplaatst was. Eenmaal buiten het bereik van de Belgische kustradar kon men omdraaien om zo de indruk te wekken dat deze boot vanuit Engeland was vertrokken en men er niet achter kon komen wat voor een boot dat was die daar bij het zendschip aanlegde. Afbeelding: De Magdalena, bij de ombouw in vredig wit geschilderd, klaar voor vertrek naar de woelige Noordzee. Na een uur of drie op het ruime sop te hebben doorgebracht zagen we in de verte de Magdalena. Onze Amsterdamse DJ Eric had inmiddels niets meer in z’n maag om aan de vissen te voeren en zat een beetje stil voor zich uit te kijken. Na binnen zichtbereik te zijn gekomen zag ik dat we al opgemerkt waren, want een aantal opvarenden stond ons al op te wachten langs de reling van het schip. De eerste indruk die ik kreeg van de Magdalena stelde me teleur, want de roest was duidelijk te zien aan de voorsteven. Het aanleggen vergde enige stuurmanskunst en omdat door het schommelen telkens een hoogteverschil ontstond moesten we snel beslissen wanneer de sprong te wagen. Eenmaal aan boord gekomen werd ik eerst aan iedereen voorgesteld, waaronder aan de kapitein van het schip. Hij bleek uit Griekenland afkomstig te zijn. Ook waren er drie koks uit Ghana aan boord. Zij bleken al lang op dit schip te werken en waren bij de verkoop ervan aan boord gebleven en bij de nieuwe eigenaar in dienst gekomen. Al snel werd ik naar de voorpunt gebracht waar de zender zich bevond, want daar was de meeste aandacht voor omdat deze al enige weken uit de lucht was. In het ruim aangekomen trof ik daar een nieuwe zender aan van de Amerikaanse firma Harris (onderdeel van RCA), type BC 10 H. Ik wist dat het hier om een 10 kilowatt installatie ging, maar had nog nooit eerder zo’n zender gezien. Allereerst vroeg ik om de servicedocumentatie van het apparaat, zodat ik kon nagaan waar ik mee te maken had. Een dik boekwerk, uiteraard in het Engels, werd mij overhandigd door Ferry Eden. Hij vroeg of ik na het bekijken kon zeggen hoeveel tijd het in beslag zou nemen om Radio Mi Amigo terug in de ether te brengen. Na eerst de zender te hebben bekeken ben ik aan dek gegaan om de antenne te bekijken. Ook de koppelkast die er voor zorgde dat de antenne aan de zender werd aangepast bekeek ik goed, waarna bij mij het vermoeden rees dat de aanpassing (koppeling) niet in orde was en dat daardoor de zender niet meer werkte. Een zender van dergelijk formaat heeft een beveiliging die er voor zorgt dat bij een te slechte staande golf verhouding (SWR) de zender uitschakelt zodat deze niet beschadigt. De antenne bestond uit een ¼ golflengte, zoals die op de meeste zendschepen i.v.m. de lengte/ ruimte gebruikt werd. Alleen hadden onze Belgische vrienden vijf lijnen langs elkaar aangebracht, waar ik het niet mee eens was. Wanneer men 5 x ¼ golf langs elkaar aanbrengt wordt de impedantie aan het voedingspunt erg laag en heeft de koppeleenheid er moeite mee om een goede match tot stand te brengen. De met hars gevulde condensatoren waren door de misaanpassing gaan lekken, maar nog niet stuk. Ik heb de aanpassing zo ingesteld dat de zender met half vermogen zou kunnen draaien. Later zou ik de antenne onder handen nemen, maar eerst moest Radio Mi Amigo weer in de lucht, zodat iedereen weer aan het werk kon. De zender werkt weer Nadat ik de documentatie van de Harris BC 10 H middengolfzender voor het grootste deel had doorgenomen, begon ik het elektrische gedeelte te bekijken zoals aggregaten en het verdere voedingsgedeelte van het zendschip. Voor in de punt trof ik twee Deutz acht cylinder dieselmotoren aan met elk een aggregaat. Daarnaast stond ook nog een kleinere uitvoering, maar die diende voor de scheepselektriciteit, want alles aan boord werkte op stroom. Zo was de kombuis op dit aggregaat aangesloten, dat hoofdzakelijk in de nachtelijke uren draaide wanneer de zender uit was en daarmee ook de grotere aggregaten. Bij nadere inspectie bleken de twee grote aggregaten erg oud en van Engelse makelij te zijn. Er kwam niet gewoon 380, 220 of 110 volt uit, maar een spanning die in Europa al tientallen jaren niet meer werd toegepast. Om de zender daar toch op te kunnen laten werken werd de 110 volt wisselspanning in een daarvoor ontworpen oliegevulde transformator gestopt, om er vervolgens aan de andere kant netjes 380 volt in drie fasen uit te halen. Na met hulp van de Grieks sprekende kapitein één van de aggregaten te hebben opgestart, ben ik naar de zender gelopen om kijken of die kon worden ingeschakeld. De spanning bleek niet stabiel te zijn omdat deze antieke aggregaten nog niet waren voorzien van automatische toerentalregeling, zodat de spanning nogal wat heen en weer schommelde bij het inschakelen van de gloeispanning. Nadat ik de oscillator had gecontroleerd en wist dat er sturing op de juiste frequentie uitkwam, heb ik voorzichtig het geheel in de drive/tune positie ingeschakeld. Zo kon ik zien of alle versterker trappen in te regelen waren. De hele zender bestond uit drie trappen. Eerst het oscillatorboard met daarop een kristaloscillator met temperatuurcompensatie. Daarachter een breedbandversterker opgebouwd uit transistors. Dit board leverde 10 watt; toereikend voor de eerstvolgende buis, een penthode, goed voor zo’n 300 watt. Daarachter stonden 2 x 3 CX 2500 buizen parallel, goed voor 10.000 watt. Het modulatorgedeelte bestond uiteraard ook uit dezelfde eindbuizen, zodat 95% modulatiediepte gerealiseerd kon worden. Afbeelding: Op de brug van de Magdalena bevond zich de studio van Radio Mi Amigo 272 Tijdens de inregelfase merkte ik al snel dat de SWR (antenne aanpassing) niet deugde. De eindtrap was niet in te regelen en de fout was wellicht op het dek te vinden, in of bij de koppelkast. Na deze te hebben geopend werd duidelijk dat een paar harsgevulde condensatoren het erg warm hadden gehad door een te slechte SWR en de vele opstartpogingen van onze DJ Ferry Eden. Door het één en ander aan te passen slaagde ik er in deze condensatoren een minder belastende rol te laten spelen, zodat ze nog een tijdje mee zouden gaan zonder al te veel problemen. Ik kon inmiddels de zender op laag vermogen, zo’n 4 á 5 KW, laten draaien. Het opstarten was uiteraard niet aan de overige bemanningsleden voorbijgegaan. Er ontstond blijdschap omdat Radio Mi Amigo na drie weken stilte weer kon draaien. Op een krat heb ik plaatsgenomen voor de zender, zodat ik alles goed kon overzien wat spanning, modulatie en SWR betrof. Wel moest ik de afstemming regelmatig corrigeren omdat hier veelvuldig aan was gedraaid door een DJ. Het was reeds later in de middag geworden en de zender draaide nog steeds op half vermogen. Zelf vond ik het tijd worden om het studiogedeelte eens te bezoeken zodat ik kon zien waarmee er werd gewerkt. De studio bevond zich in een omgebouwde stuurhut en zag er knus uit. Daarnaast was het nieuwshokje, waar men andere radiostations beluisterde om aan actueel nieuws en weer te komen. De studio was -midden op het dek- erg gevoelig voor instraling van de daarboven hangende zendantenne, zodat er regelmatig brom en rateltjes te horen waren. Ook hieraan kon ik zien dat deze boot (zend-)klaar was gemaakt door lieden die hier geen kaas van hadden gegeten, maar die toch Veronica en Noordzee als goed voorbeeld hadden kunnen gebruiken. Bij die zenders was de studio onder het dek in de stalen romp gevestigd, ver weg van alle hoogfrequentstraling. Omdat Radio Mi Amigo vanwege dieseloliebesparende maatregelen ‘s avonds uit de lucht ging, was ik in de gelegenheid de antenne zo te construeren dat er een goede SWR kon worden gemaakt zodat de zender de volgende dag op vol vermogen zou kunnen draaien. Daarvoor moest ik hoog de antenne in, iets dat ik op volle zee nog nooit had gedaan, maar ik bond zonder verder na te denken (over levensverzekeringen en zo) de koppel met haak om mijn middel. Zo kon ik eenmaal boven aangekomen mezelf vastmaken aan de ijzeren trap waarlangs ik naar de top was geklommen. Een dergelijke antenne is uiteraard bevestigd vrij van metaal en andere geleidende materialen, maar onze Belgen hadden een soort van nylon touw gebruikt om dit isolerende effect te bereiken. Alleen was dit geen zeewaterbestendig materiaal. Dat bleek al snel toen ik een isolator in mijn hand hield, na er even aan getrokken te hebben. Levensgevaarlijk dus, want stel je voor dat er een antennedraad naar beneden was gekomen met de zender in bedrijf. De aanraking met 10.000 volt overleef je niet en dat had ook het einde kunnen betekenen van Radio Mi Amigo. Bij dergelijke ongevallen heeft de overheid immers het recht in te grijpen, maar daar hadden onze snuggere Belgen blijkbaar geen rekening mee gehouden. De renovatie van de antenne ging tot in de duisternis voort, maar ik had me voorgenomen om de klus nu te klaren zodat ik niet de volgende avond weer naar boven zou moeten om die af te maken. Bij een testuitzending bleek dat de zender het met de verandering eens was, want ik kon het volle vermogen maken met een zeer goede SWR-verhouding. De volgende dag had ik 13.000 watt met maar 100 watt retour. Een uitstekende staande golf verhouding met als gevolg ook een puike modulatiediepte en een rendement van ruim 95% zoals de specificaties voorschreven. De resterende tijd ‘s avonds aan boord werd gebruikt om mij aan de overige bemanningsleden voor te stellen. Een drietal koks afkomstig uit Ghana, die met de verkoop van het schip aan boord waren gebleven en zodoende ook bij het zeezenderavontuur betrokken raakten, schudde mij de hand, in gebrekkig Engels hun naam uitsprekend. De overige scheepsbewoners/DJ’s kwamen uit België en Nederland, van wie Ferry Eden de spil van het geheel was met af en toe ook kwaliteiten als programmaleider. Als de generator afsloeg… De volgende ochtend was ik al om zes uur op om de generator voor in het ruim op te starten. De Griekse kapitein was er ook bij omdat hij dat normaal elke dag deed en zodoende ook dit gedeelte van de Magdalena goed kende. Na het opstarten was er even tijd om rond te kijken totdat het zaakje een beetje warm gelopen was. Drie grote tanks stonden op een rij. Deze waren voor de diesel bestemd; het schip was zo ingericht dat er lang kon worden gedraaid zonder dat er hulp van buitenaf nodig was. Ook drie grote vrieskisten stonden voor in het ruim, die voor een deel met vlees waren gevuld zodat Radio Mi Amigo zonder regelmatige bevoorrading kon voortgaan. De kapitein vertelde mij in gebrekkig Engels dat twee van de drie tanks leeg waren. Wat er nog aan brandstof in tank nummer drie zat, was te weinig voor een maand. De generator sloeg regelmatig af omdat er rommel en water in het bodempje diesel zat. Inmiddels had ik de zender opgestart en deze draaide naar behoren. Zo’n 10 kilowatt ging op 1098 kHz de ether in en de DJ’s waren intussen in de studio om de zender te voorzien van modulatie. In de studio aangekomen zag ik dat daar verschillende Revox taperecorders stonden opgesteld die voor de non-stop uren waren. Vanaf de wal was ook een tape met een aantal plugplaten gestuurd, die gedraaid moesten worden omdat daarvoor betaald werd. Deze tape was echter opgenomen op de snelheid 38 cm, terwijl er aan boord alleen 9,5 en 19 cm voorhanden was. Ook hieruit blijkt weer dat de organisatie er maar met de pet naar gooide. Om de plugplaten toch te kunnen draaien moest deze tape eerst van 19 cm (halve snelheid van de opname) naar 9,5 cm worden gekopieerd, waarna de knop om werd gezet en de platen twee keer zo snel -dus op normale snelheid- draaiden. Een hele klus, maar het werkte. Afbeelding: Het tweede zendschip van Radio Mi Amigo was roestig, maar minder dan haar voorganger; de MV Mi Amigo. Met de Belgische DJ Ben van Praag kon ik het goed vinden. Hij was geen DJ, zo vertelde hij, maar leraar in topografie. Door hem kwam ik het één en ander aan de weet, zodat ik na twee dagen al goed op de hoogte was van het leven aan boord en de gewoontes van onze Nederlandse collega’s. Zelf ontdekte ik dat drie van deze heren, w.o. Ferry Eden, altijd bij elkaar waren en ook een kajuit deelden. Dit drietal smachtte op de eenzame Noordzee volgens mij niet naar vrouwelijk schoon, maar kon met hun voorkeur buitengaats juist goed uit de voeten. Op een dag dat de generator het liet afweten verdwenen de drie al snel in één van de kajuiten en waren zo druk met elkaar dat ze niet in de gaten hadden dat ik de zender weer aan de praat had gekregen. Samen met Ben van Praag ben ik toen maar muziek gaan draaien, omdat er verder niemand te bekennen was. Na een half uur besloot ik het drietal te gaan zoeken. Na veel geroep kwamen de heren één voor één uit de kajuit gelopen en verbaasden zich er hardop over dat de zender al weer werkte. Ferry Eden moest het nieuws nog samenstellen en begon daarvoor druk naar andere radiostations te luisteren. Toen ik een week aan boord was begon ik een beetje de weg te kennen en wist één en ander aan de zender te verbeteren, zoals de beveiliging van het hoogspanningsgedeelte. Achteraf bleek dat de Belgen voor deze zender geen cent hadden betaald omdat die ‘kwijt’ was. Tijdens het verschepen van de zender vanuit Amerika naar Nederland werden vrachtbrieven vervalst/achtergehouden, waardoor de verzender nog steeds niet wist waar het apparaat was gebleven terwijl hij in Griekenland was ingebouwd en de Magdalena al lang en breed buitengaats was. De zender vertegenwoordigde een waarde van zo’n 130.000 gulden. Toch de moeite waard zou ik zeggen. Dit vertelde Ferry Eden me tijdens zijn programma tussen twee aankondigingen door, als zijnde de gewoonste zaak van de wereld. Op de radar kwamen twee stipjes op ons af Dat Radio Mi Amigo weer in de lucht was, was bij mijn vrienden natuurlijk niet onopgemerkt gebleven, want daar werd vanaf het moment dat ik aan boord ging natuurlijk de 1098 kHz (272 meter) dag en nacht in de gaten gehouden. Maar dat de drang om de Magdalena te bezoeken bij deze goede bekenden zo groot was dat ze op avontuur gingen, had ik niet durven dromen. Afbeelding: Na twee dagen te hebben rondgedobberd, kregen de radiofreaks de Magdalena in het vizier. Dit ondervond ik toen ik op een zondag na zojuist bezoek te hebben gehad van twee Belgische boten vol met Mi Amigo fans die tien rondjes om ons heen hadden gedraaid op de radar twee stipjes op ons af zag komen. Met de verrekijker was er nog niets te zien op de spiegelgladde Noordzee, maar toch bleef ik op de brug om dit in de gaten te houden. Na een uur zag ik dat één stip van koers veranderde, maar dat de andere recht op ons af kwam. Nadat het stipje groter was geworden, kon ik hem ook met de verrekijker waarnemen. Het was een klein polyester bootje, zo leek het. Ik kon op een gegeven moment iemand waarnemen die uit het kajuitje was komen kruipen, maar kon nog niet zien wie dat was. Dat veranderde al snel, toen ik het donkere haar van Ignas Kuppens uit Nijmegen herkende (nu de baas van de legale Radio Keizerstad) met nog een bekende van mij uit het piratenwereldje. Toen het bootje eenmaal langszij lag kwamen ook alle anderen, waaronder Ferry Eden en de Griekse kapitein, het bekijken. De jongens op het schuitje vroegen om aan boord te mogen komen, maar de kapitein had hier geen zin in omdat hij bang was voor ongeregeldheden. Nadat Ferry Eden de twee ook had herkend van een bezoek in Utrecht mochten ze toch aan boord. Afbeelding: Na enig aandringen mochten de dappere Magdalena-vaarders aan boord Verwilderd en uitgehongerd zagen ze er uit, want ze hadden twee dagen over hun tocht gedaan, met een draagbare radio als pijlinstrument. Het voor de eerste keer varen op zee met een ergens in Zeeland gehuurd bootje dat alleen bestemd was voor de binnenwateren en waar een ééncilinder dieseltje in lag van 5 pk weerhield deze radiofanaten er niet van hun leven te wagen om een zendschip te bezoeken. Tijdens het eten dat de kok had gemaakt, vertelden de twee hun spannende verhaal. Ze hadden geen rekening gehouden met een oversteek van twee dagen, vandaar dat er alleen een paar gevulde koeken bij een tankstation waren ingeslagen waarmee ze hun honger uiteindelijk niet konden stillen. Nadat ze flink hadden gegeten heb ik ze natuurlijk alles laten zien waarvoor ze uiteindelijk waren gekomen. Tegen de avond moest dit tweetal ook weer terug. Hun grote geluk was dat de zee zo glad als een spiegel was, zodat de terugreis spoedig zou kunnen verlopen. Op de radar liet ik zien welke kant ze op moesten varen om zo snel mogelijk bij de kust te komen voordat het weer zou veranderen. Ook werd door een kok eten voor de terugreis bereid, zodat ze niet uitgehongerd aan land kwamen. Nadat ze weer vertrokken waren heb ik ze nog lang op de radar gevolgd om er zeker van te zijn dat ze de juiste kant uit gingen. Lang hebben Ferry Eden en ik nog gesproken over het avontuur van deze radiofanaten. Zonder anker op volle zee Nadat het bezoek was vertrokken, keerde het gewone leventje weer terug aan boord van de Magdalena. Ik geloof dat er nog een tender is geweest met bier, sigaretten en andere benodigdheden. Diesel voor de generatoren, waar al verschillende keren om was gevraagd, zou met een andere boot komen en werd dus voor de zoveelste keer uitgesteld. Zo werden we aan het lijntje gehouden, totdat er niet veel diesel meer was en de generatoren regelmatig afsloegen doordat er water en andere rotzooi in de brandstofleidingen terecht was gekomen. Ook schommelde de spanning tijdens de uitzendingen regelmatig, zodat recorders en andere apparatuur niet meer op het juiste toerental draaiden. Verschillende DJ’s namen met de balen achter de mengtafel plaats om hun programma te doen. Na enkele weken werd ik midden in de nacht wakker van een hevige bonk, die zo hard was dat ik rechtop in mijn bed zat. Het was rond 03.00 uur en ik ben naar buiten gelopen, maar omdat er in de duisternis niets was te zien ben ik maar weer mijn bed in gedoken. De andere boordbewoners en de kapitein hadden schijnbaar niets gehoord, omdat ik verder niemand op het dek had gezien. Een paar uur later, om 06.30 uur, ging mijn wekkertje af en ik maakte me klaar om koffie te gaan zetten. Eenmaal aangekomen op het dek, zag ik tot mijn grote verbazing op niet al te grote afstand de duinen van Nederland of België liggen en realiseerde me dat de bonk van afgelopen nacht het breken van de ankerketting moest zijn geweest. Er hing nog slechts een stuk ketting aan de punt van ons schip. In koffie had ik allang geen zin meer en ik haastte me naar het verblijf waar de kapitein en de rest sliepen om hen wakker te maken. Schreeuwend heb ik op alle deuren gebonsd om ze de kooi uit te krijgen. Ferry Eden, die dacht dat dit de duinen van Nederland waren, vroeg de kapitein de compressor op te starten, die dan weer op zijn beurt perslucht voor de hoofdmotor aanleverde om deze op gang te brengen. De hoofdmotor had al lang niet meer gelopen en was bij de eerste pogingen ook niet van plan aan te slaan. De tijd ging inmiddels echt dringen omdat de duinen al lekker dichtbij kwamen en we zo door de politie opgepakt konden worden, want we lagen al ruim binnen de twaalf mijl. Met een man of zes stonden we met ieder twee spuitbussen startpiloot in de handen bij het reusachtige luchtfilter om de motor van deze snel ontvlambare ether te voorzien, zodat hij wat sneller zou opstarten. Precies op het moment dat ik er van uit ging dat we al lang door de kustwacht waren opgemerkt, kwamen de eerste kuchjes uit de motor. Een damp van diesel en ether vulde snel de machinekamer nadat de motor aansloeg, maar dat maakte op dat moment niets uit want het ding liep immers weer zodat we niet op één of andere zandbank zouden belanden. De Griekse kapitein liet zich niet zien. Later bleek dat hij het niet meer zag zitten en was ‘ondergedoken’, zodat wij alleen in de stuurhut zaten met een zeekaart voor ons waar alle boeien en zandbanken op stonden. Aangekomen bij de eerste boei werd deze goed bekeken en beluisterd, om vast te kunnen stellen waar we nu precies terecht waren gekomen. Vervolgens moesten we de terugweg uitstippelen naar de Thorstonbank, negentien mijl uit de kust van Zeebrugge, waar we vandaan waren gekomen. De boei die we herkenden aan zijn geluid en nummer lag nabij Zoutelande op Walcheren. Eenmaal gedraaid en op koers, nam ik het besluit om de zender op te starten, ondanks het feit dat we nog binnen de twaalf mijl lagen, om de schijn te wekken dat er niets aan de hand was. Zo zou de kustwacht geen argwaan krijgen. Of dit er toe bijgedragen heeft weet ik niet, maar we kregen geen ongewenst bezoek en na een paar uur lagen we ver buiten de twaalf mijl. Een waar piratenavontuur was ten einde. Met een oude dieselmotor als anker Het leven aan boord was compleet veranderd, nu we weer op ons oude stekkie lagen maar zonder anker. Het ene na het andere idee kwam naar boven als oplossing om maar niet opnieuw af te drijven. De kapitein, die ook verantwoordelijk was voor het onderhoud van de machinekamer, opperde het idee om een oude dieselmotor aan een staalkabel naar beneden te laten en zo tot anker om te dopen. Het was geen probleem om dit zware geval overboord te zetten omdat de Magdalena in een vorig (beter geregeld) leven als vrachtschip dienst had gedaan en de kranen om vracht mee te laden of te lossen nog aan boord waren. Ook het feit dat we boven de Thorstonbank lagen, waar maar negen meter water stond, werkte mee. Afbeelding: Afbeelding: In de weken voor ze uiteindelijk zou stranden lag de Magdalena zonder anker op volle zee. Na een uur was de klus geklaard en kon een ieder opgelucht adem halen. Vanaf die dag werden er verschillende malen codes uitgezonden die met het anker te maken hadden. De organisatie in België hoorde aan het nummer dat we riepen wat we nodig hadden en we gingen er van uit dat er snel zou worden gehandeld, maar niets was minder waar. Ook via de scheepsradio, die in de 180 meter band werkte, werden er noodsignalen in een code uitgezonden, maar geen reactie van het Belgische thuisfront. Als laatste middel werd de marifoon gebruikt, waar geen vergunning voor was verleend. De Belgen hadden dit domweg nooit geregeld. Om er toch gebruik van te kunnen maken werd een naam van een toevallig voorbijvarend schip geleend, zodat de kustradio geen argwaan kreeg. Nu kregen we eindelijk wel de verantwoordelijke Belgen aan de lijn, omdat dit een simplex telefoonverbinding was. De ene na de andere smoes werd verzonnen om het maar uit te stellen; keer op keer werd er gezegd dat er geen anker op voorraad was voor dit type schip. Uiteindelijk werd er na twee weken via de scheepsradio gebeld dat er iets aankwam; een tender zou het vroeg in de avond afleveren. Na het avondeten hielden we trouw de wacht aan dek en rond een uur of acht kwam er iets in zicht. Ondergetekende zou gelijk voor twee weken van boord gaan, omdat ik last had van een oor en hiermee naar de dokter zou gaan. Nadat de tender had vastgemaakt, werd er gemeld dat er in ieder geval een ankerketting zou worden overgeladen en dus nog steeds geen nieuw anker. ‘Wat moeten we in godsnaam met alleen een ankerketting?’, werd er geschreeuwd vanaf de Magdalena, de ene na de andere vloek verliet de mond van Ferry Eden. Ikzelf was al van boord gegaan en stond al op het andere schip. Nu moest de ketting nog worden overgeladen naar het zendschip. Hoe men dat zou doen wist men nog niet, tot de schipper met een nylon touwtje aankwam. Eerst werd het één centimeter dikke touwtje overgegooid, daarna werd de ketting er aan vastgeknoopt en zo dacht men de vele honderden kilo’s wegende ankerketting over te kunnen zetten. De eerste meters ging het wel, maar toen de ketting gewicht uitoefende op het touwtje knapte het als een rietje, met als gevolg dat de hele ketting in het ruime sop verdween. De uitspraken die daar op volgden bespaar ik u liever, maar ik weet sindsdien dat de Belgen een eigen variant op het overbekende G.V.D hebben. Na aankomst in België werd ik naar een hotel gebracht om de nacht door te brengen. De volgende morgen werd ik door dezelfde man die me ook in het begin had afgehaald naar het station gereden. In de auto zat ook de grote baas. De één na de ander bekende dat het niet goed was gegaan met de bevoorrading, maar dat zou snel veranderen beloofden ze me. Ik herinner me ook nog dat ik ze een lijst met onderdelen heb gegeven die aan boord nodig waren. Tijdens het afrekenen werd me gevraagd wanneer ik weer terug aan boord zou gaan, waarop ik aangaf een week of twee thuis te willen zijn om ook nog wat zaken te regelen die je als alleenstaande toch wel hebt. De derde dag thuis, lekker bij de tv… Na een paar uur treinen kwam Nijmegen weer in zicht. Op het station werd ik opgewacht door goede bekenden uit ons piratenwereldje. Na aankomst werd er thuis natuurlijk van alles uitgepakt; ook de Mi Amigo-tune had ik op de Magdalena op tape gezet om die thuis te gebruiken bij ons eigen kleine FM-zendertje. Onder het genot van een biertje van Hollandse makelij moest ik natuurlijk tot in detail mijn verhaal vertellen. Er werden geloof ik dezelfde dag nog bandopnames gemaakt voor ons eigen radiostation dat met 40 watt uitzond, waarbij natuurlijk de Mi Amigo-tune veelvuldig werd gebruikt. De eerste twee dagen thuis gingen snel voorbij, tot ik de derde dag -op 19 september 1979- ’s avonds naar het journaal keek. De schrik was groot, toen ik ons schip daar op een zandbank zag liggen, half naar bakboord hellend. De boot bleek voor de kust van Goeree te zijn gestrand. Door hun grove nalatigheid hadden de Belgen de Magdalena in de grijpgrage handjes van de Nederlandse RCD gespeeld. Het motorblok dat als anker werd gebruikt had het zendschip niet in positie kunnen houden. De Magdalena was van de ondiepe Thorstonbank afgedreven naar dieper water, waardoor de oude diesel als het ware in het vrije water onder haar bengelde. De volgende dag ben ik direct naar Goeree gereden om poolshoogte te nemen. Aangekomen probeerde ik een bootje te huren om naar het schip te varen omdat daar waarschijnlijk nog apparatuur op stond. Ook wilde ik de zender gedeeltelijk slopen, zodat die voor eventuele opkopers niets meer waard zou zijn. Maar zover kwam het niet, omdat ik nergens een bootje kon huren om er heen te varen. Ook werd mij verteld dat de Magdalena voortdurend in de gaten werd gehouden door de kustwacht. De hele dag bleef ik daar om het verloop te volgen maar er gebeurde niets, tot ik twee dagen later hoorde dat het zendschip naar Stellendam zou worden gesleept om te worden ontmanteld. Het werd Willemstad en ook daar ben ik naartoe gereden om poolshoogte te nemen. Ik zag dat het laadruim boven de zender open werd gemaakt om het apparaat er uit te kunnen takelen. Een droevig gezicht was het. Ik moest alles van veilige afstand gadeslaan, om niet te laten doorschemeren dat ik er ook maar iets mee te maken had. De anderen, die door de politie van boord waren gehaald hadden immers de nacht doorgebracht in de cel, na natuurlijk eerst uitgebreid te zijn verhoord. Epiloog Hierbij sluit ik mijn verhaal over Radio Mi Amigo, dat op 19 september 1979 aan haar einde kwam door de nalatigheid van een paar Belgische idealisten waarvan achteraf bleek dat zakkenvullen hun grootste ideaal was, af. Mijn dank voor deze voor mij toch mooie tijd gaat uit naar Ben van Praag, die ik in die tijd aan boord heb leren kennen als een radio-idealist in hart en nieren. Hij was het die ver voor het einde al voorspelde dat deze Belgische zakkenvullers het zouden laten stuklopen. Natuurlijk gaat mijn dank ook uit naar de redactie van listenbedrog.nl, die interesse toonde in mijn belevenissen en me de gelegenheid gaf om openheid van zaken te geven over dingen waar menigeen jaren naar heeft gegist. Hans Alards, 4 juni 2004
  26. 3 points
    Deze keer heb ik nog eens wat herinneringen uit februari 1957 opgedoken. Een deel van Nederland had nog geen of slechte televisieontvangst en dus werd er gezocht naar een geschikte plek om een televisietoren te plaatsen in een van de noordelijke provincies. Op 1 februari werd bekend dat het in ieder geval niet in Appelscha zou worden gebouwd, zoals in diverse berichten was gemeld. De Leeuwarder Courant bracht uiteindelijk het niet doorgaan: ‘De geprojecteerde televisietoren voor het noorden — vurige hoop voor bezitters van televisietoestellen in onze contreien — zal niet in Appelscha verrijzen, maar gebouwd worden op een meer oostelijk gelegen plaats, even over de Friese grens. Zeer waarschijnlijk zal de gemeente Smilde de toren krijgen.’ Oorspronkelijk zou de te Appelscha geprojecteerde televisietoren een hoogte van 200 meter krijgen. Hoger kon men daar niet bouwen, omdat Appelscha in de aanvliegroute van het vliegveld Eelde ligt. Een dergelijke hoogte zou echter niet voldoende zijn optimaal bereik van televisiesignalen te realiseren. De Rijksluchtvaardienst had wel geadviseerd de toren 5 tot 6 kilometer oostelijker van Appelscha te laten bouwen, waarbij men een hoogte van 300 meter kon toestaan. Hoewel het Friese college van Gedeputeerden en het gemeentebestuur van Weststellingwerf zich vol enthousiasme op de plannen hadden geworpen, mede met het oog op de recreatief aantrekkelijke uitzichttoren, en hoewel de PTT zijn toezegging gestand wilde doen, de toren in Appelscha te bouwen, indien men daarop stond — hadden beide colleges zich vervolgens spontaan met het plan van de PTT verenigd. Zij stelden zich op het standpunt, dat de toren allereerst ten volle moest voldoen aan de televisievoorziening in het noorden van Nederland. Wel werd besloten dat de FM-zender, die in Irnsum stond, tijdelijk zou worden ingericht als provisorische televisiezendstation. Op 2 februari, dus een dag later, werd in de dagbladpers melding gemaakt dat het nog wel twee jaren kon duren alvorens een televisietoren in het noorden van Nederland actief kon worden ingezet om te komen tot een breder en betere ontvangst in de noordelijke provincies: ‘Het voor Friesland zo pijnlijke besluit, de televisietoren voor het Noorden niet in Appelscha, maar waarschijnlijk in Smilde, te doen bouwen is, naar wij nader vernemen, uitsluitend genomen uit zuiver technische en wetenschappelijke overwegingen. Een toren in Appelscha zou namelijk ook met het oog op de toekomstige uitbreiding met kleurentelevisie, telefonie door middel van een straalzender, voor het gebruik van mobilofoons en dergelijke niet geschikt zijn geweest.’ De Drentse toren — een betonnen onderbouw met daarop een zogenaamde getuide stalen mast, die zich vrij kan bewegen — werd vervolgens op dat moment de hoogste in het land, daar de andere torens en masten een hoogte van tussen de 150 en 200 meter hadden, uitgezonderd later die van Lopik die boven alles uitstak. Deze werd in 1961 geopend en kreeg een lengte van 372 meter. Dan een herinnering aan een feestelijke ontvangst van Bill Haley op 5 februari 1957 waar het Londense Waterloostation het toneel was van een uitzinnige betoging van rock and rollers, ter ere van de aankomst van de Amerikaanse bandleider Bill Haley en zijn begeleidingsband de Comets. De plaatselijke autoriteiten hadden ongeregeldheden verwacht en had de jeugd, via radio en de dagbladpers, opgeroepen ‘de kerk ietwat in het dorp te laten’. Toch was desondanks de ontvangst ontaard in een ware veldslag van duizenden opgeschoten jongens en meisjes, die tenslotte een vrouwelijke politieagent in ernstige toestand in het ziekenhuis deed belanden en Bill Haley bijna in Adamskostuum deed verschijnen. Het bleek dat Haley en zijn gevolg gekozen hadden voor een overtocht met een van de grootste cruiseschepen uit die tijd want in het Algemeen Dagblad was te lezen: ‘Reeds bij de aankomst van de Queen Elizabeth in Southampton was het een gedrang van ongekende heftigheid geweest, maar daar hadden twaalf stoere politiemannen Haley in hun midden genomen en in zijn auto gestopt. Bij het Waterloostation had de toch niet zo ondermaatse Londense politie zogenaamde dichte arm-in-arm kordons gevormd. Men had bij de aankomst van de Amerikaanse pianist Liberace reeds een voorproefje gehad. Nochtans bleken de ordemaatregelen niet voldoende om de tierende menigte halfwassen in bedwang te houden. Mannelijke rock and rollers droegen geelrode linten in het knoopsgat, vrouwelijke dito’s hadden er hun jurken mee versierd, er waren spandoeken met welkomstleuzen en toen Haley met moeite in zijn auto was gestapt en kushanden wierp, keerde menige jeugdige bewonderaarster zich om en toonde, geborduurd over het zitvlak van haar spijkerbroek, het opschrift ‘I love Bill’. Het gedrang van de menigte was zo groot dat de politie ruim twintig minuten nodig had om een doortocht voor Haley te banen. Aanhangers van de zanger beklommen de auto, waarin hij zou worden gereden, waarbij ze rock and roll thema’s op het dak roffelden. Dan was er nog iets met een groot schip een dag later op 7 februari 1957. Het ging om de eerste reis van wat toen tot de nieuwe ‘Statendam’ was gedoopt. Duizenden mensen deden het schip, de bemanning en passagiers uitgeleide voor de eerste reis van de Statendam, eigendom van de Holland-Amerika-Lijn. De menigte was samengeschoold op de Wilhelminakade en omgeving in Rotterdam om, wat in de volksmond al het zeekasteel werd genoemd, het vertrek van de Statendam naar New York meer dan een feestelijk tintje te geven. De tocht met het schip was geheel volgeboekt In feite onderscheidde de inscheping der passagiers zich in niets van andere inschepingen uit die tijd. Onder de passagiers bevonden zich onder meer de hoofddirecteuren van de Holland-Amerika Lijn en van de werf Wilton Feyenoord, alsmede tal van zakenlieden. Een speciale gast was Jan Fekkes uit Rotterdam, jarenlang kampioen op de 5000 meter en was genodigd deze maiden trip mee te maken aangezien hij ook aanwezig was bij maiden trip van de originele Statendam in april 1929 en wel als twintig maanden jonge baby. Vijf jaar was Fekkes destijds in Amerika gebleven, maar in 1957 ging hij voorgoed met zijn vrouw en 28 maanden oude zoontje naar Amerika, wat toen de nieuwe wereld werd genoemd. Hij zou er gaan werken in de tuinbouw in Indianapolis. Aan boord was er muziek van het Trio van Pia Beck, die regelmatig tijdens de overtocht een optreden verzorgde. Na aankomst in Amerika zou het trio 5 weken lang in diverse plaatsen optreden. Op 25 april 1957 kwam ze terug in Nederland om vervolgens zowel op de Belgische als Britse televisie te verschijnen, waarna ze weer naar Scheveningen ging waar ze thuiswedstrijden ging spelen met haar Trio. Hans Knot, 17 augustus 2019. Afbeelding: Statendam (foto Vereniging de Lijn)
  27. 2 points
    In januari 1975 keek ik natuurlijk anders tegen de wereld aan als in 2020. Er is in de tussenliggende periode enorm veel gebeurd. Niet alleen als het gaat om de wereldgeschiedenis met de nodige oorlogen; de diverse ernstige ziektes, die al dan niet waren tegen te houden, maar ook het besef dat in leeftijd veranderd je anders naar allerlei gebeurtenissen kijkt. Andermaal heb ik weer een aantal onderwerpen uit mijn archief gehaald dat ik, al dan niet bewust, destijds heb bewaard. Dit keer gaat het om zaken die in de maand 1975 werden geknipt en bewaard. Het was het jaar dat ikzelf naar drie radiostations intens luisterde en daarnaast incidenteel naar andere stations. Radio Mi Amigo vierde haar 1-jarig bestaan op 1 januari en had een rijke luisterschare opgebouwd. Seagull, later hernoemd tot Caroline, was er ook om mijn luisterdrift te gerieven terwijl in de avonduren ook nog wel eens werd afgestemd op Radio Luxembourg, je weet wel het station dat zo lekker in de fading kon worden beluisterd. Waarbij je jezelf afvroeg welke presentator aan de beurt was, maar je vooral afstemde op de 208 meter middengolf om de nieuwste Britse producties en meer aan te horen. Maar er was natuurlijk veel meer, zoals de invoering van het zogenaamde blaaspijpje waarmee automobilisten met ingang van 1 november 1974 in aanraking konden komen bij regelmatige alcoholcontroles langs de snelwegen, maar ook bij invalswegen in de diverse gemeenten. Blazen kon je niet onderuit komen als het je werd opgedragen, zo was in de wet vastgelegd en in de tweede week van januari 1975 was het zover dat voor het eerst een wetsovertreder inzake het blaasconcept voor de rechter diende te verschijnen. Het gebeurde op 10 januari 1975 toen voor de Utrechtse politierechter, Mr. C. van der Laan, de toen 26-jarige koopman ‘M.N’, afkomstig uit Woerden, diende te verschijnen wegens een overtreding van de nieuwe regelgeving en dus was betrapt bij het rijden onder invloed van alcohol. En het was meteen raak, want hij kreeg een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie weken en tevens een rijontzegging van liefst twee jaar, waarvan één een voorwaardelijke ontzegging was. Hij was daarmee de eerste Nederlander die, na de invoering van het blaaspijpje, de klos was en diende te boeten voor het teveel aan alcohol in zijn bloedsomloop. De mogelijkheid tot controle via het blaaspijpje was rond middernacht op voornoemde eerste november 1974 ingegaan en het was meteen raak want om 5 minuten na half 1 werd M.N. door de politie in Woerden aangehouden en meegenomen naar het plaatselijke politiebureau voor de eerste blaastest en meteen met groot succes want de automobilist scoorde liefst een alcoholpromillage van 3,7. Het was de officier van justitie met de mooie naam ‘Herstel’ die hoopte dat de veroordeelde niet een voorbeeld voor de Nederlandse bevolking zou worden, want dat zou de nieuwe wet alle recht van bestaan hebben. Het was dan ook een van de beste wetswijzigingen uit die tijd omdat iedereen wist hoe het ervoor stond en wat de straffen zouden kunnen zijn. Hij voegde eraan toe dat de toen nieuwe alcoholwetgeving een van de best voorbereide wetwijziging van de toenmalige jaren was geweest, het was goed in de media gezet en in principe wist iedereen door de grote voorlichtingscampagne hoe het in de toekomst er voor zou staan. Ondertussen was het voor de automobilisten dus moeilijker geworden even flink door te halen en vervolgens achter het stuur te kruipen maar in januari 1975 kwam ook Nieuw Beijerland uitgebreid in het nieuws daar er een banvloek voor gelovigen werd uitgesproken voor hen die naar de televisie keken. Het was namelijk zo dat tegen de regels van de synode van de Oud-Gereformeerde Gemeente liefst 22 leden een televisietoestel in huis hadden. Er bleek maar een harde actie mogelijk namelijk totale uitstoting uit de Kerkelijke Gemeente. Hoe ga je op een menselijke manier met je medegeloofsgenoten om? Het bleek dat de Kerkenraad van de Oud-Gerefomeerden gedurende de daaraan voorafgaande jaren de betreffende leden al meerdere malen had gewaarschuwd. Een aantal van hen had geprotesteerd tegen de waarschuwingen mede getoetst op het feit dat de Evangelische Omroep ook gebruik maakte van de televisie als medium. Een woordvoerder van de Kerkenraad deed er nog een schepje bovenop door tegen een journalist aan te geven dat de uitgestotenen niet de trouwste kerkleden waren. Wel sprak hij de hoop uit dat alsnog de toestellen de huizen zouden worden uitgedaan en het leden toestemming tot herintreding zouden vragen. Ik krijg de kriebels als ik dergelijke herinneringen naar boven haal. Tussen zieltjes afstoten en zieltjes winnen was in januari 1975 maar een kleine stap. Op het gebied van zieltjes winnen voor de diverse omroepen bleek dat vooral de TROS, de KRO en de AVRO elkaar in 1974 daarmee behoorlijk hadden beconcurreerd. Het accent van deze vorm van zieltjeswinnen had zich in die periode voornamelijk in het zuiden van ons land plaatsgevonden. Zoals destijds gebruikelijk was werden medio januari de nieuwe cijfers van aangroei in aantal leden door de diverse omroepen bekend gemaakt, met daarbij een onderbouwing. Limburg en Brabant waren vooral de gebieden waar de strijd om het binnenhalen van nieuwe leden was gestreden. De TROS had het voortouw genomen door het publiek in de zuidelijke provincies meer bij haar programma’s te betrekken en de sterkste aanwas aan leden uit die regio te halen. 1974 bleek voor de TROS helemaal geen slecht jaar te zijn geweest want er was een aanwas van 108.000 nieuwe leden. Onder meer besloot de leiding van deze omroep diverse uitzendingen te gaan verzorgen vanuit de Orangerie in het Limburgse Roermond, waar het programma ‘Ons kent ons’, met presentator Rob Out, werd opgenomen. Een prachtige accommodatie die uitstekend, voor die tijd, geoutilleerd was. Bovendien was men van de strategie afgestapt dat de activiteiten met publiek in principe om de hoek dienden plaats te vinden, dus in de westelijke provincies. Bij de AVRO en de KRO had men redelijk snel de strategie van de TROS door en zocht men ook naar locaties in de zuidelijke provincies waar het goed vertoeven was en zeker ook mogelijk het publiek dichter bij de omroep te betrekken. Bij de TROS had men ook wel door dat de AVRO en KRO de voorbeelden volgde maar daar zat men niet zo mee omdat men in de meeste gevallen de andere omroepen wel een stapje kon voorblijven. In een persverklaring stelde men vanuit de AVRO dat het geen zaak van pure ledenwerving was dat men meer programma’s ging opnemen in het zuiden. Het had vooral te maken met het soort programma’s, bijvoorbeeld gericht op het Carnaval en een Schlagerfestival, verdeeld over meerdere uitzendavonden. En de KRO, die toch wel de nodige leden had verloren in de daaraan voorafgaande jaren in het voornamelijk katholieke zuiden, kwam ook met een persmededeling naar buiten waarin gesteld werd dat het geen kwestie van ledenwerving of concurrentie met de andere omroepen was, maar dat het ging om slechts toevallige omstandigheden om een gezonde spreiding van opnamelocaties te creëren en niet om het voortrekken van bepaalde provincies. Hans Knot, 20 juni 2020 Afbeedling: Roermond theaterzaal Oranjerie Van der Valk
  28. 2 points
    Vanaf 20 juni draait Extra AM de komende maanden alleen maar zomerplaatjes om de stemming er in te houden. Weer of geen weer, de playlist bestaat de komende twee maanden uit de vrolijkste oldies uit de jaren 60, 70, 80 en 90. De avondprogrammering, die bestaat uit LP tracks en minder bekende oldies, wordt opgeschoven naar 22:00 uur. ‘s Nachts hoor je zoals gebruikelijk tussen middernacht en 06:00 uur ‘s ochtends non-stop easy listening. Augustus zeezender maand Net als voorgaande jaren staat de vormgeving de hele maand augustus weer in het teken van de zeezenders. Ook dit jaar wisselt elke week de vormgeving tussen Radio Mi-Amigo en Veronica. Daarnaast zal de muziek per zender worden aangepast. Nieuwe zender en antenne De afgelopen maand is er met wisselend succes proef gedraaid met een nieuwe zender. Hoewel de ontvangst condities aanmerkelijk verbeterd zijn wachten men nog op een aanpassing van de antenne. Het zal daarom nog enkele weken duren voor alles weer optimaal werkt. Tot die tijd zend Extra AM 1332 met een lager vermogen uit dan je gewend bent, 30 Watt om precies te zijn. Extra AM zendt uit op 1332 kHz vanuit Amsterdam en is ook te vinden op diverse radio portals.
  29. 2 points
    Zelf ben ik niet iemand die veel telefoneert de laatste jaren, mede door gehoorproblemen. Daar tegenover staat dat ik heel veel mensen op de meest mogelijke momenten bezig zie met hun mobiele telefoon, waarop je tal van mogelijkheden hebt om te kunnen communiceren tegen vaak een redelijk laag bedrag. De providers zijn alom aanwezig met reclame op radio en televisie, langs de weg op de speciale reclameborden en in de kranten en tijdschriften, terwijl ze ook met grote regelmaat via de sociale media voorbijkomen om hun producten te promoten. Dat was wel andere koek een halve eeuw geleden toen er slechts de P.T.T. garant stond voor een telefoonverbinding via een zogenaamde vaste aansluiting. Een bakelieten telefoon voorzien van een draaischijf, vaak gehangen aan de muur in een gang of aangesloten op een plek vlakbij een bureau. Het was nog niet de tijd van digitale doorverbinding, die was nog ver weg. Bij mijn toenmalige werkgever in de jaren zestig van de vorige eeuw had je nog een telefoniste die de verbindingen legde met de toestellen binnen het E.G.D., dat stond voor Elektriciteitsbedrijf voor Groningen en Drenthe. Dit gebeurde echt nog via het inpluggen van een stekker in een gat in haar schakelpaneel, waarmee het toestel van bijvoorbeeld de algemeen hoofddirecteur De Vries begon te rinkelen. Pas jaren later zou een mooie installatie worden geplaatst in een ander gebouw waarbij de mogelijkheden van doorverbinden op een veel simpeler manier kon worden gedaan door de telefonistes Marianne Koper en Henny van Lothum. Het telefoneren was in die tijd ook niet goedkoop. Had je bijvoorbeeld contact nodig met iemand in Engeland dat diende je het gesprek zo zakelijk en kort mogelijk te houden want voordat je het wist was het budget voor je wekelijkse aanschaf van vleesproducten er door. Vier gulden voor een minuut interlokaal buitenland was heel normaal. Vergelijk het maar eens met de huidige prijzen. Maar er was ook goed nieuws, want in 1970 werd in de maand september bekend gemaakt dat het lokale tarief voor telefoneren in je regio in januari 1971 naar 10 cent per belletje werd gebracht. Maar wat was lokaal? Dat varieerde per district. Was je woonachtig in de stad Groningen dan kon je (zie kaartje) behoorlijk ver ongeremd voor 10 cent bellen, bijvoorbeeld ook naar Smilde. Daar tegenover stond als je in het district Assen woonde dat je niet voor hetzelfde bedrag met familieleden in bijvoorbeeld Delfzijl kon telefoneren. De grenzen voor het zogenaamde lokaal bellen lag voor elke gemeente weer anders. Het kaartje was dan ook alleen geldig voor de inwoners van de stad Groningen. Telefoneren is een gemeengoed geworden terwijl het niet alleen veel vaker wordt gedaan maar ook nog eens stukken goedkoper is geworden. En nee, je hoeft mij niet te bellen. In september 1970 werd er trouwens ook de verwachting uitgesproken dat de ontwikkelingen op video technisch gebied dermate groot waren dat op toen korte termijn de introductie kon gaan plaats vinden van een cassette videorecorder voor huiselijk gebruik. Sony was in Japan al ver met de ontwikkeling van de U-Matic recorder voor professioneel gebruik, die in 1971 op de markt kwam. De video cassetterecorder, zo werd bekend gemaakt, zou geschikt gaan worden voor het opnemen en weergeven van zowel kleuren- als zwart-wit programma’s en konden op elke willekeurige televisie worden aangesloten. Technici van de Philipsfabrieken uit Eindhoven hadden gemeld dat de experimenten een hele mooie beeld- en geluidskwaliteit hadden gegeven, dat hoop gaf voor een spoedige entree op de consumentenmarkt. Men streefde er naar de cassette klein te houden, ter grootte van een pocketboek. Het was het plan dit als standaard te aanvaarden en verder te ontwikkelen. Net als bij bandopnameapparaten was het de bedoeling dat een opname gewist kon worden, waarna de banden opnieuw gebruikt konden worden. Als speelduur van een band gokte men in eerste instantie op een tijdslengte van 60 minuten. Ook streefde men er naar een afstemeenheid in te bouwen in de recorder zodat men het programma van het ene televisiestation kon opnemen, terwijl men naar een ander programma zat te kijken. En inderdaad kwam eind 1971 de eerste video cassetterecorder van de lopende band en was de productie van de Philips N 1500 gestart. Compleet met afstemeenheid en weergavemogelijkheid voor een 1972 prijs van rond de f 2200,--. Daar diende dan wel maanden lang voor gespaard te worden alvorens tot aanschaf kon worden overgegaan. Resultaten bleken bij lange na niet optimaal en het zou tot in de tweede helft van de jaren zeventig van de vorige eeuw duren alvorens de betere machines in de verkoop gingen. Het was op dinsdag 15 september 1970 dat ik aantekeningen maakte over het snel inluisteren naar Hilversum 3 en de regionale omroepen. Dat laatste was natuurlijk veel beperkter dan wat anno 2020 wordt geboden via de regionale omroepen. Dat kwam omdat er veel minder actief waren en bovendien er een zeer beperkte zendtijd was. Maar eerst even de VARA dinsdag, waar ik enige tijd, hoewel beperkt, die dag naar luisterde. Tussen de middag op Hilversum 3 was het Kees van Maasdam met ‘Een opvallend vrolijk gevarieerde visite’. Een programma dat het in mijn oren niet verdiende langer dan 20 minuten naar te luisteren. Rond 3 minuten na 2 in de middag keerde ik dan terug op Hilversum 3 en de VARA Dinsdag om vervolgens bijna een uur te genieten van Eddy Becker, die van Veronica weer naar de publieke omroepen was overgestapt. Om goed vier uur was het tijd voor Herman Stok. Altijd goed voor vermaak in ‘Mix’, 120 minuten rijp en groen op alle toeren. Daarna schakelde ik kort over naar de RONO, de regionale omroep voor Noord en Oost. Met informatie uit Stad, Streek en Gewest via een half uur durende uitzending. Daarna was er ruimte voor het Gelders en Overijssels programma. Was wat het toch een vreemde tijd met zuinigheid alom als het ging om het verlenen van zendtijd en een schaarste aan informatie dat verstrekt kon worden via de regionale omroepen. Hans Knot, 30 mei 2020
  30. 2 points
    Vandaag, zaterdag 25 april, kon iedereen van 10:00 tot 12:00 afstemmen op het gloednieuwe radioprogramma Is Dit Nu Later? met Evi Hanssen bij Joe. Vier weken lang gaat Evi elke zaterdag op zoek naar de positieve dingen die de Joe-luisteraars én bekende Vlamingen ontdekt en geleerd hebben terwijl ze in hun ‘kot’ blijven en of ze die ook willen volhouden na de coronacrisis. De Joe-luisteraars stuurden massaal in dat ze ook na deze quarantaineperiode meer van thuis uit willen werken, dus belde Evi in Is Dit Nu Later? met Vlaams minister van werk en economie Hilde Crevits. Ook voormalig VDAB-topman Fons Leroy kwam aan het woord over welke knelpunten werkgevers en -nemers moeten oplossen om thuiswerken mogelijk te maken. Evi praatte ook met geluksonderzoeker Leo Bormans over hoe alle uitingen van positiviteit ook écht iets in gang kunnen zetten en singer-songwriter Stef Bos vertelde onder andere over zijn verplichte repatriëring van Zuid-Afrika naar België. VIDEO: Vlaams minister Hilde Crevits: “vanuit Vlaanderen gaan we de digitale revolutie zeker nog met veel meer schwung proberen gerealiseerd te krijgen” Evi praatte met Vlaams minister van werk en economie Hilde Crevits over thuiswerken in Is Dit Nu Later?: “Ik zal zeker met de sectoren in overleg gaan om te kijken op welke manier ze hun arbeidsorganisatie beter kunnen maken door mensen thuis te laten werken”, vertelde minister Crevits. “We zullen vanuit Vlaanderen die digitale revolutie zeker nog met veel meer schwung gerealiseerd proberen te krijgen. Dat wil vooral zeggen: zorgen dat elk huishouden in Vlaanderen een digitale aansluiting heeft. We moeten dat in de komende periode zeker gerealiseerd krijgen.” VIDEO: Geluksonderzoeker Fons Leroy: “de wereld van werk ziet er na de coronacrisis veel mooier uit” “Ik had nooit gedacht dat die digitale versnelling zich zo snel zou voordoen”, vertelde geluksonderzoeker Fons Leroy aan Evi in Is Dit Nu Later?. “Hoe digitaler we gaan, hoe meer de hunkering naar fysiek contact. De coronacrisis is een opportuniteit om dat nieuwe evenwicht te vinden tussen beiden. We moeten onthouden dat we het digitale kunnen gebruiken om vrijer en autonomer te gaan werken, maar tegelijkertijd combineren met momenten waarop we elkaar fysiek kunnen ontmoeten.” Leroy ziet de arbeidsmarkt ook heel positief in: “het biedt ons opportuniteiten om een aantal negatieve evoluties die we gekend hebben te counteren. En dan denk ik dat de wereld van werk er morgen veel mooier uitziet dan voor de coronacrisis.” De volledige uitzending van Is Dit Nu Later? is hier te beluisteren. https://joe.be/nieuws/herbeluister-is-dit-nu-later-voor-een-brok-positiviteit Afbeelding: Evi Hanssen (foto Joe)
  31. 2 points
    Ook in 2020 andermaal een Boekenweek, een achtdaagse periode waarin het boek centraal staat. Een Boekenweek werd trouwens voor het eerst in 1932 georganiseerd. Mijn vrouw en ik verheugen ons altijd op die eerste dag om uitgebreid de tijd te nemen om bij onze favoriete boekhandel in Groningen een blik te werpen op het aanbod dat nieuw op de markt is en tevens hier en daar nog een boek in onze boodschappenmandjes te laten glijden dat al eerder is uitgekomen. Van der Velde aan het A-Kerkhof in Groningen is voor ons de ultieme boekwinkel met kundig personeel, dat warmte uitstraalt voor het boek maar zeker ook voor de klant. Als zogenaamde veellezers komen wij er vaak en gaan er nooit met lege handen weg. Zo ook niet aan het begin van de Boekenweek 2020, waarbij we beiden een diversiteit aan boeken uitzochten. De bovenverdieping bij boekhandel van der Velde is deels ingericht voor reisboeken, wetenschappelijke literatuur, anderstalige boeken maar ook een aparte hoek voor geschiedenisboeken. Eén van de boeken waar mijn ogen op vielen was ‘Meer Nostalgie’, geschreven door mevrouw G.T. Rovers. Op de voorkant van het boek wordt vermeld dat het een uitgave is van ‘Historisch Karakter’. Prachtig mooi uitgevoerd met vele niet eerder geziene foto’s dacht ik dat het een perfecte aanvulling kon zijn op mijn collectie boeken over de periode 1950-1990 en dus besloot ik een exemplaar mee te nemen. Enthousiast begon ik op zondag aan dit 148 pagina’s dikke boekwerk, gedrukt op mooi stevig papier. Iedere column is niet langer dan 1 pagina en telkens voorzien van een naastliggende fotopagina. De niet genummerde pagina 148 is tenslotte door G.T. Rovers gevuld met een dankwoord. Ze heeft het over geweldige samenwerking en dat iedere column, die ze geschreven had, gelezen werd en waar nodig gecorrigeerd werd door de hoofdredacteur van TROS Kompas, Edger Hamer. Verderop in het dankwoord bedankt ze Rob van Rossum, die alle teksten vakkundig door heeft geplozen. Je denkt dan dat dit historische boekwerk staat als een huis. Maar wat een teleurstelling. Ik wil dit graag illustratief belichten via de inhoud van drie columns, die ik in het boek aantrof. Op pagina 79 gaat het over de opkomst van de videorecorder, die inmiddels ook al weer lang uit de winkels is verdwenen en dus duidelijk nostalgisch is geworden. Ze vermeldt de opkomst van de Sony U-Matic in 1971 (De VO 1600) en stelt dat door de torenhoge prijs deze machine vooral door de semiprofessionele markt werd gebruikt. De U-Matic was echter totaal niet voor huiselijk gebruikt gefabriceerd maar voor de professionele markt. Daarna stelt Govers dat in de decennia erna er een ware videorecorder oorlog uitbrak. Decennia zijn nog altijd meerdere tientallen jaren. Echter kwamen de door haar bedoelde merken en types allemaal in de jaren zeventig van de vorige eeuw op de markt. De Betamax in 1975, de JVC VHS in 1976 en de Philips V2000 in 1979. Pagina 85 dan maar, de eerste Nederlandse Hitparade. Als het tot Veronica komt dan heeft de schrijfster het over 1965 en de Nederlandse Hitparade, die volgens haar in 1966 werd omgedoopt tot de Top 40. Vanaf de eerste week van 1965 is er al sprake van een Top 40 als ondertitel. In een eerdere periode had Joost de Draaijer wel een eigen hitlijstje onder de noemer ‘Voorlopig Nederlands Platen Elftal’. Ook stelt de auteur dat het ging om de piratenzender Veronica. Duidelijk dient te zijn dat Veronica als zeezender geen enkele wetgeving heeft overtreden en er dus ook geen sprake van het woord ‘piratenzender’ kan zijn. Tevens stelt ze dat in 1966 de Alarmschijf werd toegevoegd evenals de Tipparade. Andermaal een misser want de eerste Alarmschijf werd uitgezonden op 1 november 1969 terwijl de allereerste Tipparade van dezelfde datum was in de presentatie van Rob Out. Tenslotte heb ik de column ‘Anti-Veronica wet’ gekozen om deels te belichten. Het gaat over de opkomst en neergang van de Nederlandse zeezenders. Ten eerste was het geen anti-Veronica wet. Maar een wijziging in de Nederlandse wetgeving, die de geschiedenis is ingegaan als de anti-zeezenderwet. Volgens de auteur werd de Borkum Riff van Veronica vanaf 1964 door de Norderney vervangen, omdat het eerste schip te klein werd bevonden. Klaarblijkelijk is er te snel gesurft op internet bij het schrijven van het boekwerk want het was vanaf november 1964. Rovers meldt verder dat in 1965 met het Verdrag van Straatsburg een wet werd aangenomen die het illegaal uitzenden vanaf zee verbood. Totdat in september 1974 de wetswijziging via aankondiging in de Staatscourant was afgekondigd was er sprake van eventueel illegaal uitzenden. Het Verdrag van Straatsburg was geen wet, daarvoor dienden alle regeringen van landen, die het Verdrag hadden ondertekend, hun eigen wetgeving aan te passen. Volgens de auteur ontsprongen in 1965 Radio Veronica en Radio Noordzee de dans omdat er binnen de politiek in Nederland verdeeldheid was over het eventueel invoeren van een wetswijziging. Wel Radio Noordzee begon in februari 1970 onder de naam RNI pas haar uitzendingen. Zoals al door mij gesteld een prachtig uitgevoerd boekwerk met vele niet eerder vertoonde foto’s, maar betreffende de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van de teksten dienen grote vraagtekens te worden gezet. Hans Knot, 14 maart 2020
  32. 2 points
    De radiozender die ooit in populariteit het vlaggenschip van de publieke omroep was, 3FM – heeft een absoluut dieptepunt in populariteit bereikt. Dit leidt tot veel leedvermaak op de sociale media. Helaas wekt het merendeel van de ‘reaguurders’ niet de indruk de zender in de afgelopen jaren nog wel eens beluisterd te hebben. Inderdaad, 3FM heeft een stevig (imago-) probleem, omdat kennelijk niemand de zender weet te vinden. De radiobaas van de NPO, Jurre Bosman, heeft aangekondigd dat hij dit jaar gaat ingrijpen. Daadkracht, staat altijd goed op je cv. Daarbij wordt eraan voorbijgegaan dat 3FM een duidelijk alternatief biedt voor de hitjes op de commerciële zenders, met uitzondering van het vorig jaar herrezen KINK FM. Wat 3FM doet, is verwant aan wat KINK laat horen, al moet worden gezegd dat het profiel van KINK ('festivalmuziek') duidelijker is. Dat station heeft dan ook geen erfenis mee te torsen dat ‘vroeger alles beter was’. Op KINK gidsen Michiel Veenstra (ex 3FM), Tim op ’t Broek en Femke van der Veen hun luisteraars door het alternatieve muziekaanbod. Op 3FM bieden met name Eva Koreman, Vera Siemons en Sagid Carter in de avonduren zeven dagen per week een prachtige staalkaart van relevante nieuwe pop, rock en dance, van plaat en live in de studio. Met passie en verstand van zaken. Daarnaast heeft de zender een recente pedorel van een daarna direct ontslagen jock in haar voordeel omgedraaid door te komen met - in zijn voormalige zendtijd - een reeks themaprogramma 's over jongerenonderwerpen (seks, relaties, onzekerheid). Heel triest als deze zender wordt afgerekend op de luistercijfers en de onwetendheid van teveel kennelijk onverschillige mensen. De ‘architect’ van dit nieuwe 3FM Sharid Alles heeft de cijfers tegen en zal vroeg of laat wel moeten opstappen of de eer aan zichzelf houden. Dat zou heel zonde zijn. Het is – om maar iets te noemen – aan haar te danken dat de drie jaar geleden door toenmalig 3FM-jock Roosmarijn Reijmer geuite hartekreet dat er ook eens ruimte moest komen voor vrouwelijke jocks niet meer van toepassing is. Anno 2020 is de helft van de totale 3FM-zendtijd door vrouwen ingevuld. Inderdaad, voer voor de zuurpruimen, die roepen dat deejay geen vrouwenberoep is. Zoals burgemeester, Kamerlid (of zelfs stemgerechtigde) dat eerst ook niet waren? Want Eva, Sagid, Vera, Jorien en Angelique zijn géén excuus-Truusjes, maar vrouwen met verstand van zaken en liefde voor de muziek, waarbij de een (Sagid, Eva) wat beter dan de ander in staat is die liefde op de luisteraar over te brengen. Werkvolk en talenten door en naast elkaar. ’t Zijn net mannen, zou je zeggen. Als baas Sharid Alles inderdaad weg gaat of weg moet, is te hopen dat een opvolger in ieder geval die avonden intact laat. De pogingen van Alles om die muziek te laten doorstromen naar de daguren (wat wel degelijk gebeurt) worden kennelijk onvoldoende op waarde geschat. Omdat radio nu eenmaal slow business is. Edwin Wendt, 22 februari 2020.
  33. 2 points
    Voor velen was het in 1966 een verrassing dat de toen 21-jarige Margriet Piening, typiste van beroep en afkomstig uit het Groningse Wildervank, werd uitverkoren deel te nemen aan het Nederlandse team voor het jaarlijkse muziekfestival dat destijds in het Belgische Knokke werd gehouden. En zelf bleek ze een aantal weken naar de uitverkiezing behoorlijk onzeker getuige een interview eind mei dat jaar in de regionale dagbladpers: “Ik heb niemand, die met me meegaat naar het festival in Knokke en zoals het nu is heb ik de hoop een beetje verloren.” Piening voorzien van een nature donkere en zelfs een beetje hese stem kon in die tijd ingedeeld worden in de categorie ‘beatzangeres’. In Noord Nederland was zij geen onbekende in de diverse danszalen en was vrijwel wekelijks aanwezig in de advertenties op de speciale ‘Uitgaan pagina’. Tijdens het interview met de journalist van de Gemeenschappelijke Persdienst kwam de zangeres bescheiden en zenuwachtig over en klemde jaar handen tussen de knieën. Ze strengelde de vingers ineen en was gekleed in een zwart-wit geblokt jurkje, duidelijk een vroege vorm van popart. Begrijpelijk dat de keuze voor een plek in de Knokke ploeg een zware last voor haar was geweest want op 31 januari 1966 verloor zij haar vader terwijl op de laatste dag van 1965 ze door talentenjager Lou van Rees werd benaderd met de vraag of ze wenste deel te nemen aan het festival voor Nederland. Het blijkt dat ze destijds de vraag zowel bevestigend als ontkennend heeft beantwoord en gaf in het interview zelfs aan dat ze van plan was in het jaar 1967 helemaal te gaan stoppen met het zingen. Margriet was echter niet de enige zangeres uit het noorden die was uitverkoren eventueel mee te gaan naar Knokke, ook de destijds 15-jarige Janneke Peper uit Winschoten werd door Lou van Rees benaderd. Zij was vooral bekend door haar schelle stem en haar voornamelijk repertoire bestaande uit Duitse schlagers. Ze had dan ook een goede coach, de orkestleider Werner Müller, die haar de kneepjes van het vak leerde met de daarbij behorende geroutineerde gebaren en ‘er te staan’ als het nodig was. Janneke werd dan ook volop gesteund door haar ouders. Margriet Piening had die steun dus niet en trad in de weekenden voornamelijk regionaal op, waarbij ze begeleid werd door de beat groep The Relays en dat betekende dat er gedanst diende te worden in de zalen. Piening had dit zelf ook liever want ze stelde destijds: “Ik ben helemaal ingesteld op dansmuziek; dat is heel iets anders dan wanneer de mensen speciaal komen om naar je te luisteren en te kijken. De stem is voor mij het belangrijkst, de presentatie komt op de tweede plaats. Ik durf eigenlijk wel, maar ik vind het niet nodig om meer show te geven.” Grote vraag was dus of ze wel diende ‘ja te zeggen’ tegen het verzoek om deel te nemen aan het festival in Knokke. Ondanks haar ook nog jeugdige leeftijd antwoordde ze op de vraag: “Janneke heeft het voordeel, dat ze zo jong is en dan kun je lekker gek doen. Maar ik ben wat ouder en zou me belachelijk voelen als ik zo deed. Ik heb ontzettend veel tijd nodig om me ergens thuis te voelen. Als ik ergens zing, waar ik me niet helemaal goed voel, gaat het erg slecht.” Duidelijk was dat Margriet zeker niet zelfverzekerd was in die tijd en was het van regionale zangeres naar Knokke kandidate veel te snel gegaan. Enkele dagen voordat ze trouwens door Van Rees was gevraagd toe te treden tot de Knokke ploeg had ze een ander verzoek afgewezen. De Duitse formatie The Rattles hadden haar namelijk gevraagd als zangeres binnen de succesformatie te gaan optreden. Hoewel ze dus onzeker was besloot ze toch een contract te tekenen met Lou van Rees, echter onder voorwaarde dat ze nog op haar besluit kon terugkomen. Uiteraard was er vooraf de nodige promotie van het team en zo was Margriet Piening bijvoorbeeld te zien in een samenvatting op de televisie van de AVRO Jeugddag, die op 11 april 1966 werd gehouden. En ook verscheen ze, samen met andere teamleden, in een aflevering van het destijds zeer populaire televisie programma ‘Mies en Scène’. Ook toen kwam ze andermaal onzeker over inzake de eventuele deelname en de daarop volgende maandag wisten de journalisten van de diverse kranten niet meer wat ze met de eventuele deelname van Piening aan moesten. De ene schreef dat ze niet zou gaan terwijl een ander er van overtuigd was dat ze wel zou deelnemen aan het festival. Het bleek echter dat ze tegen Van Rees een definitief ‘nee’ had gezegd en wat waarschijnlijk zij en Van Rees alleen nog maar wisten. De reden, zo kwam naar buiten, was niet alleen het overlijden van haar vader maar ook het gehele voorspel richting het festival, dat haar nerveus en onzeker maakte. Bovendien was ze verliefd geworden en haar vriendje had haar duidelijk gemaakt helemaal niets met de muziekwereld te hebben. En dus besloot ze op dat moment geen carrière als beroepszangeres na te streven. Wel kwam naar buiten dat ze de lopende contracten zou nakomen met de begeleidingsgroep The Relays en haar platenmaatschappij Phonogram, waar het vast lag dat ze dat jaar nog vier singles diende uit te brengen. Maar daarna zou het gedaan zijn met Margriet Piening als zangeres. En dus vond het Songfestival te Knokke in 1966 plaats met de Nederlandse ploeg die bestond uit Ronnie Tober, Martine Bijl, Margie Ball, Janneke Peper en Karin Kent. Ze kwamen er niet als de winnende ploeg uit tevoorschijn, dat was weggelegd voor Engeland dat vertegenwoordigd was met Truly Smith, Chloe Waters, Jimmy Wilson, Eden Kane en Engelbert Humperdinck. Het songfestival van Knokke heette officieel de Europabeker voor zangvoordracht en was een zangcompetitie voor Europese landen die van 1963 tot 1973 jaarlijks werd gehouden in het casino van het Belgische Knokke. Grote vraag was hoe het verder ging met Janneke Peper. Ze besloot in 1967 de pijp aan Maarten te geven daar ze de druk niet langer aan kon. En hoe verging het Margriet Piening? Inderdaad stopte ze ook waarbij het vriendje. hoewel tijdelijk, voorrang kreeg. Een paar jaren later, in 1971, was ze plotseling weer terug en zagen we in de noordelijke regionale pers regelmatig op zaterdagen op de ‘uit pagina’ aankondigingen van de in Groningen populaire groep ‘The Scarlet Pimpernels’, waarbij Margriet een viertal jaren de graag geziene zangeres bleek te zijn. Vervolgens trad ze twee jaar lang op met ‘The Nightriders’, ook afkomstig uit Groningen en werd er ook weer eens een lp opgenomen. In 1977 verscheen ze op het toneel met de formatie ‘The Rock Explosion and the Shaking Hearts’, een groep van Andy de Jong. Daar hield ze het drie jaar lang vol en werd er andermaal een bezoek aan de platenstudio gemaakt. Ook daarna bleef ze actief en werd, vooral onder de naam Sandy Holland, sessie muzikant. Uitschieter was een optreden met The Woodie Brothers in de Oosterpoort in Groningen waar meer dan 30 bands optraden in het kader van het reüniefestival ‘My generation’. Ze zong die dag onder meer als vanouds ‘Queen for tonight’, de klassieker origineel van Helen Shapiro. Daarna werd het stil en blijven ons de herinneringen. Hans Knot, 22 februari 2020 Afbeelding: Promotiefoto The Relays met Margriet Piening
  34. 2 points
    Het was in 1964 dat het idee ontstond bij de Canadese tak van Coca Cola Ltd., in samenwerking met het reclamebureau McCann-Erickson, om gebruik te gaan maken van popartiesten om hun product onder de aandacht te brengen van de jonge radioluisteraars. Als eerste artiest werd gekozen voor de jonge Canadese zanger Bobby Curtola die ‘Things go better with Coca Cola’ inzong. Ondanks dat vele Canadese radiostations het weigerden te draaien op de radio werd het toch een succes. Curtola werd een soort van reclamepaal voor de bottelmaatschappij en verscheen door het hele land voor promotieactiviteiten. Het succes van de acties met Bobby Curtola was reden genoeg voor de moedermaatschappij om het groots te gaan aanpakken. Vele zeer bekende artiesten werden bereid gevonden op hetzelfde thema een commercial in te zingen van ongeveer 90 seconden, die wereldwijd werden verspreid. Ook kregen radiostations de zogenaamde musical beds ter beschikking die te gebruiken waren bij de al overbekende spelletjes op de radio. Radio Veronica had bijvoorbeeld in 1971 in de zomer de zogenaamde ‘Hittip Toto’ lopen waarbij de versie van The Fortunes als ‘musical bed’ werd gebruikt door Lex Harding. Terugkerend naar het eerste idee om de soft drink via ingezongen commercials door een artiest als promotiemateriaal te gebruiken was Curtola niet de enige afkomstig uit Canada want in de volgende 12 maanden werden andere popartiesten uit dat land bereid gevonden ook mee te doen. Voor ons in West Europa totaal onbekende namen als ‘J.B. and the Playboys’, ‘Jack London’, ‘David Clayton’ en ‘Thomas and the Shays’ werden ook bereid gevonden de ultieme smaak via hun zang te promoten. Zoals al gemeld waren er veel artiesten die in de VS en later wereldwijd aan dit project meededen, met als eersten Roy Orbinson, The Four Seasons en The Surpremes. Bijna geen grotere namen waren toen mogelijk om de reclamecampagne op superscherp te zetten. En het succes van de eerste Canadese artiest in deze campagne leidde destijds tot meer. Zoals bekend heeft Canada een Engelstalig deel als ook een Franstalig deel, wat automatisch betekende dat er ook Franstalige commercials dienden te komen om de softdrink te promoten. Hiervoor werden onder meer ‘Cesar and the Romains’, ‘Les Baronets’ en ‘Les Cailloux’ ingehuurd. De grootste naam in de Franstalige campagne was echter die van Petula Clark. Ontzettend veel versies van het thema werden ingezongen en als er weer een nieuwe hit formatie aan het firmament verscheen van enige potentie dan waren de mensen van het reclame bureau er als de kippen bij om andermaal een nieuwe versie op te nemen. Vaak kwam het voor dat er met een bepaalde groep meerdere versies werden vastgelegd, zoals bij die van de Britse groep The Fortunes. Op You Tube zijn er volop ‘Coca Cola it’s the real thing’ spots te scoren. En dan is er nog het verhaal van Bill Backer, creatief directeur voor de Coca-Cola account van het voornoemde McCann Erickson reclamebureau. In januari 1971 vloog Backer naar Londen om Billy Davis, de muziekdirecteur van de Coca-Cola account, te ontmoeten en radiocommercials te schrijven met twee succesvolle Britse songwriters, Roger Cook en Roger Greenaway. Het was de bedoeling dat Britse artiesten de nieuwe commercials zouden gaan inzingen en er zelfs een single versie werd gepland met The New Seekers. De zware mist in Londen dwong het vliegtuig te landen op het vliegveld bij het Ierse Shannon. Voor het uitstappen werden de passagiers geadviseerd in de buurt van het vliegveld te blijven voor het geval de mist optrok. Sommigen van hen waren woedend over hun accommodatie. De volgende dag zag Backer enkele van de meest woedende passagiers in het luchthavencafé. Samengebracht door een gemeenschappelijke ervaring, waren velen op dat moment aan het lachen en het delen van verhalen over snacks en flessen Coca-Cola. Op dat moment zag Bill Backer een fles cola in een heel nieuw licht en begon hij een fles Coca-Cola te zien als meer dan een drankje dat honderd miljoen mensen per dag opfrist in bijna elke uithoek van de wereld. Dus begon hij de bekende woorden, 'Laten we een cola nemen', te zien als meer dan een uitnodiging om te pauzeren voor een verfrissing. Ze waren eigenlijk een subtiele manier om te zeggen: 'Laten we elkaar even gezelschap houden'. En Backer wist dat ze over de hele wereld werden gezegd zoals hij daar in Ierland zat. Dus dat was het basisidee: om Coke niet te zien zoals het oorspronkelijk was ontworpen - een vloeibare verfrisser - maar als een klein beetje gemeenschappelijkheid tussen alle volkeren, een universeel geliefde formule die zou helpen om ze gezelschap te houden voor een paar minuten. Toen hij eindelijk in Londen aankwam, vertelde Backer aan Billy Davis en Roger Cook wat hij had gezien in het café op de luchthaven. Nadat hij zijn gedachten had geuit over het kopen van een cola voor iedereen in de wereld, merkte Backer dat Davis's eerste reactie helemaal niet was wat hij had verwacht en vroeg hem: "Billy, heb je een probleem met dit idee?" Davis onthulde langzaam zijn probleem. "Nou, als ik iets kon doen voor iedereen in de wereld, zou het niet zijn om ze een cola te kopen." Uiteindelijk werd het toeval op het vliegveld van Shannon volgens overlevering de bron voor de compositie van ‘I’d like to buy the world a coke’ en werd er een speciale versie voor The New Seekers gecomponeerd, maar hun manager stelde dat de groep geen tijd had om de song op te nemen. Davis liet een groep studiozangers het nieuwe liedje ‘I'd Like to Buy the World a Coke’ opnemen. Ze noemden zichzelf The Hillside Singers en wel om zich te identificeren met het beeld dat werd vertoond tijdens de promotiefilm. Binnen twee weken na de release van de Hillside Singers opname stond het in de nationale hitlijsten. Twee weken daarna kon Davis alsnog de New Seekers overtuigen om de tijd te vinden en hun versie van ‘I'd Like to Teach the World to Sing (in Perfect Harmony)’ op te nemen, de nieuwe titel voor de liedversie van ‘I'd Like to Buy the World a Coke’. Hij nam ze mee naar de studio op een zondag en produceerde de plaat die een Top 10 hit werd, gevolgd door de Hillside Singers' versie als nr. 13 in de pop hitlijst van Engeland. Het nummer werd opgenomen in een breed scala van talen en verkocht meer bladmuziek dan enig ander nummer in de toen voorgaande 10 jaren. De Coca-Cola Company schonk de eerste 80.000 dollar aan royalty's, die schrijvers en uitgevers van het lied hadden verdiend, aan UNICEF in het kader van een overeenkomst met de schrijvers. Het betekende een eeuwige bekendheid van de song waar, bij het aanhoren van de eerste tonen, vrijwel iedereen mee begint te zingen dan wel te neuriën. Zo, tijd voor een Zero Coke voor mij! Bill Backer over de commercial Met dank aan The CocaCola Company Archive. Hans Knot, 1 februari 2020
  35. 2 points
    Mag ik U uitnodigen de knop anno 2020 om te draaien en in een tijdscapsule plaats te nemen. Ik ben namelijk van plan u mee terug te nemen naar een jaar, dat we liefst 54 jaar geleden beleefd hebben. Hoe jong waren we toen, waar hielden we ons mee bezig en waar woonden we? Wat weten we nog uit die tijd en hoe hebben we het een en ander beleefd. Ik ga proberen in het verhaal uw geheugen op te frissen naar de tijd van toen, 1965. Zoals u van mij gewend bent geef ik geen chronologische opsomming van het nieuws maar ga heen en weer het jaar door en zo begin ik deze nostalgische terugblik over het jaar 1965 in het prille begin van de maand september toen er danig veel consternatie ontstond betreffende het niet goed functioneren van een bepaald aangeboden middel in het Rutgers Huis in Amsterdam. Velen in ons land en in het buurland België lagen de herinneringen aan het Softenondrama, waarbij vrouwen die zwanger waren een atoxisch slaapmiddel was uitgereikt wat leidde tot misvormde baby’s, nog fris in het geheugen. Duidelijke missers vanuit de farmaceutische industrie, waarbij waarschijnlijk de fout was gemaakt het toen nieuwe middel niet uitputtend lang te testen op bruikbaarheid in de daarvoor geschikte laboratoria. Het té snel op de markt brengen van het middel leidde tot alle bekende rampzalige gevolgen. In september 1965 kregen verscheidene vrouwen, die in het Rutgers-Huis in Den Haag waren geweest en een anticonceptie pil hadden gevraagd, er een uitgereikt in de vorm van een in Italië vervaardigde ciclo farlutal pil. In plaats van niet in verwachting te raken, na inname van de pil waren diverse vrouwen, na inname, toch in verwachting geraakt. Uit een brief aan getroffene vrouwen blijkt hoe de betrokken personen werden benaderd. In een korte persverklaring werd vanuit het Dr. J. Rutgershuis, zoals de instelling volledig heette, meegedeeld dat ‘de pillen zo volledig mogelijk waren teruggenomen en aan de fabriek werden teruggestuurd.’ Vreemd genoeg was het niet de dagbladpers – die er met nog geen woord over had gerept – maar het toenmalige weekblad ‘Wereld Kroniek’, die op de problemen inging op de pagina ‘Wekelijks Kontakt’ waarin de lezer onderwerpen kon inbrengen, waarna onderzoek werd gedaan en tot publicatie werd overgegaan. Aangenomen mag dan ook worden dat één van de lezers voornoemde mededeling – die ze per post had ontvangen – had doorgestuurd aan de redactie van deze rubriek. De redacteur, Victor Land, nam destijds telefonisch contact op met de in de brief genoemde personen, maar dezen waren niet bereid meer gedetailleerde gegevens te verstrekken. De toenmalige Amsterdamse vrouwenarts, dr. L.I. Swaab, destijds vaak als woordvoerder van de N.V.S.H. op de voorgrond, zei wel het een en ander over de kwestie te hebben gehoord, maar vertelde tevens dat – zo ver het hem bekend was – het middel door de N.V.S.H. niet verstrekt was aan vrouwen in Nederland. Ook werd de Amsterdamse vrouwenarts Kroning door Victor Land benaderd. Kroning had zich in diverse publicaties bij herhaling afgezet tegen het verstrekken van bepaalde anticonceptiemiddelen, wegens tal van min of meer ernstige bijverschijnselen. Kroning vertelde dat er uit zijn praktijk enkele gevallen bekend waren van vrouwen die het middel ciclo farlutal als oraal anticonceptiemiddel was verstrekt en desondanks toch zwanger waren geworden. De pil, zo was inmiddels ook duidelijk geworden, zou niet voldoende de ei-barsting tegen gaan en menstruatiestoornissen veroorzaken. Het was trouwens niet de eerste ‘pil’ die niet goed werkte; een Belgisch farmaceutisch product was het Italiaanse middel voorgegaan en ook uit de distributie gehaald. En dan te bedenken dat in sommige publicaties, die nu nog via internet openbaar zijn, het middel ciclo farlutal als perfect ovulatieremmer wordt aangeprezen. In oktober 1965 werd in Rotterdam voor de 18de keer ‘de Femina’ georganiseerd, een manifestatie gericht op de consument. Uit geheel Nederland, en ook uit het buitenland, stroomden de bezoekers het Ahoy complex weer binnen om zich te verlekkeren aan een groot aanbod dat de producenten te bieden hadden. Aan van alles was gedacht, waaronder ‘speelgoed stad’, ‘demonstratie apotheek’, de deeltentoonstelling ‘Comfortabel Wonen ‘65’, een doe het zelfcentrum, een schoenherstellers werkplaats en tenslotte een bijna doorlopende modeshow, die was ingesteld op het wolwinterseizoen. Voor de vrouw een prachtig rustgevende en tevens opwindende dag. Even uit het gezin een dagje voor zichzelf om de jongste ontwikkeling van het dagelijkse leven te kunnen zien en proeven. De recensies van de dag - en weekbladpers waren andermaal lovend. Al eerdere afleveringen van Femina waren grote successen gebleken. Bij de 18de editie werd vooral de ‘Speelgoedstad’, die de gehele glazenzaal van Ahoy vulde, geprezen. De samenstellers van dit onderdeel waren er in geslaagd een droomwereld neer te zetten die tegelijkertijd ook een miniatuur van de werkelijkheid was. Bovendien was de Speelgoedstad alles anders dan statisch; vol mechaniek en beweging. Naast de vele vrouwen waren ook anderen, waaronder kinderen en ouderen onder de vele bezoekers, die niet uitgekeken raakten op al het speelse goed. Een novum voor de Femina in 1965 was ongetwijfeld de ‘demonstratie apotheek’, waarin men de nijvere assistenten op de vingers mocht kijken bij het met de hand bereiden van diverse medicijnen, iets wat in die tijd deels gebruikelijk was. Kunnen we ons bijna niet meer voorstellen nu een groot deel van de medicatie aangeleverd wordt vanuit een centraal verdeelcentrum in het land aan onze persoonlijke apotheek, waarbij het zelfs persoonsgebonden en gesealed, een totaal pakket bij de apothekersbalie kan worden afgehaald. Bij de ‘schoenmakerswerkplaats’ werd duidelijk getoond dat men op weg was naar de totale omwenteling van een oud ambacht, door middel van de invoering van de voor die tijd moderne machines. Bij de inrichting van de afdeling ‘Comfortabel Wonen ‘65’ was geen detail over het hoofd gezien, wat inhield dat men voor alle vragen, wensen en problemen bij de voorlichters terecht kon. Van de gebrachte informatie, die op een begrijpelijke manier werd overgebracht, straalde de professionaliteit en tevens openheid uit. Een ieder kon, van het gebrachte, duidelijk wat opsteken. En over ‘Doe het zelf’ gesproken was het duidelijk dat, bij een tekort aan gediplomeerde vaklieden, er naar gestreefd werd de consument zoveel mogelijk zelf, op een gemakkelijke manier aan de hamer en zaag te krijgen. En uiteraard lag een exemplaar van het tijdschrift ‘Doe het zelf’ voor de bezoeker klaar, met de belofte bij het nemen van een abonnement, een stuk gratis gereedschap te kunnen bemachtigen. Hans Knot, 25 januari 2020
  36. 2 points
    In de nostalgische column van vorige week haalde ik al de nodige herinneringen op aan het jaar 1972, waarbij in het laatste deel van de column onder meer aandacht voor een van de satirische programma’s uit die tijd, Hadimassa van de VPRO. Maar het was niet het enige programma dat aandacht trok in dat genre, want ook was er bij een andere omroep een dergelijk programma waar een halve eeuw later nog met veel plezier door velen aan wordt teruggedacht. Want wees nu eerlijk bij de vraag wat er naar boven komt als ik de woorden: ‘het is uit het leven gegrepen’ je voorschotel? De NCRV had in die tijd op Nederland 2 het programma ‘Farce Majeur’, waarin met de nodige kwinkslagen de politieke en maatschappelijke zaken aan de tand werden gevoeld. In een vroeg interview, nadat de serie voor het eerst werd uitgezonden, stelde tekstschrijver Alexander Pola: ‘het programma is niet links en niet rechts. Het is modern, kun je beter zeggen. Maar het is beslist niet een beperkt programma, zoals gesuggereerd werd omdat er geen vrouwen in meedoen.’ En wees nu eerlijk, kijk je ook niet eens een oud fragment terug op het internet? Vreugde was het ook om weer een aflevering te kunnen zien van ‘De Versierders’, met Roger Moore en Tony Curtis in de hoofdrollen. Als ik heden ten dage een aflevering van de serie – die nog wel eens langs komt op de diverse satellietkanalen – zie, begrijp ik niet dat ik er ooit wat aan heb gevonden. Gemaakte Britse humor met quasi stuntelig acteerwerk. Absolute topper voor de Nederlandse producties was in 1972 ‘De Kleine Waarheid’, waarin Willeke Alberti de hoofdrol speelde. Op 26 december 1971 ging de eerste aflevering er uit en liefst 26 weken lang zat een groot deel van het Nederlands volk gekluisterd aan, wat nog steeds wordt gezegd, de mooiste dramaserie die er ooit voor de Nederlandse televisie is geprogrammeerd. Het script verhaalde het leven van Marleen Spaargaren, een meisje dat in Amsterdam werd geboren en opgroeide in een burgerman gezin. Al vanaf haar jeugd probeerde ze het burgerlijke te ontvluchten, en kwam daardoor regelmatig in conflict met (met name) haar vader. Jacobus Spaargaren was ambtenaar bij de Stadsbank van Lening, en was als de dood dat hij niet voor vol werd aangezien door de buurt. Marleen ontvluchtte haar ouderlijk huis al op jonge leeftijd, en toen haar vader kwam te overlijden nam ze de zorg op zich voor haar broer Eppo, die meer aandacht nodig had als een gemiddeld kind van zijn leeftijd. Het verhaal gaf een goed beeld van het leven van de 'gewone' Amsterdammer aan het einde van de 19de eeuw. De serie werd een gespeelde versie van het gelijknamige boek geschreven door Jan Mens. En midden in de week in 1972 keken horden kijkers naar het programma ‘Mik’ op de KRO televisie. Dorpse amusement waarin de hoofdrollen waren weggelegd voor Gait Jan Kruutmoes en Drika. Humor en zang gebracht in een ‘Veluwe’ accent, in een programma dat eerst een radioversie kende als ‘De Boertjes van Buuten’. ‘Gait Jan Kruutmoes’ was Kees Schilperoort, terwijl Annie Palmen de rol van ‘Drika’ voor haar rekening nam. Een andere hoofdrolspeler van ‘Lubbert van Gortel’, die neergezet werd door Henk Jansen van Galen. Daarnaast kunnen nog André Carell, Piet Ekel en Pierre van Ostade genoemd worden. Liefst 125 afleveringen van ‘Mik’ werden er uitgezonden. Uiteraard kennen we Kees Schilperoort ook van het KRO en later Veronica programma ‘Raden maar’, dat tevens immens populair was in die tijd. Afbeelding: Noorderstation Groningen 1960 (foto archief familie Knot) Dan, zoals beloofd, weer een verdwenen stukje Groningen, waarmee ik U naar terug wil nemen. Op zondagen, in de tweede helft van de jaren vijftig en de eerste periode van de jaren zestig van de vorige eeuw, was het altijd met het hele gezin Knot even bij ‘Opoe en Opa Knot’ langs gingen. Dit gebeurde op de zondagen en vaste prik was dan het koffiedrinken in hun bejaardenflatje. De koffie, die werd geschonken, was een mengelmoes van pruttelkoffie die de hele week als ‘restjes’ was opgespaard en op zondag werd opgekookt met melk. De grootouders woonden in de noordelijke stadswijk, die toen geen bepaalde naam had, aan de Johan de Witstraat. Slechts twee woonblokken verder had je de spoorbaan die leidde naar onder meer Delfzijl met daarachter het wijdde veld. Op dergelijke dagen hadden we als kleinkinderen soms, als het mooi weer was of wanneer we goed op elkaar pasten, de mogelijkheid een half uurtje buiten te spelen in de omgeving van de Johan de Witstraat. Wel daar was nogal wat te zien voor de opgroeiende jeugd. Naast de remise van het Openbaar Vervoer (de trolleys en de bussen) was er een station, het zogenaamde ‘Noorderstation’, een naam die tot en met 1972 in gebruik is geweest en in 1973 werd veranderd in Station Noord middels een nieuw gebouw. In 1879 werd door de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat besloten dat er een verbinding zou komen tussen de stad Groningen en Delfzijl, echter niet middels een rechtstreekse verbinding maar via een omweg met stopplaatsen als Sauwerd, Bedum, Stedum, Loppersum en Appingedam. Er diende daarvoor ook een station worden gebouwd, dat in eerste instantie gepland werd bij de doorsteek van de Moesstraat naar de toenmalige weilanden. Later werd op dit besluit teruggekomen en werd het station gepland aan het toenmalige Studentenpad. Het zou enige jaren duren alvorens de spoorbaan richting Delfzijl was voltooid en in juni 1884 werd er een noodstation neergezet in de vorm van een houten loods. Enkele maanden later werd het latere ‘Noorderstation’ opgeleverd. Twee dingen die ik even wil benadrukken. De treinen die destijds daar reden waren voornamelijk blauw van kleur en heetten de Blauwe Engel. In 1972 werd een groot deel van het zogenaamde rijdend materiaal in Nederland vervangen door de overbekende gele treinstellen. Voor het station zie ik in gedachten meteen weer een telefoonhokje. In die tijd waren de cellen grijs van kleur en bovenin was in het glas het woord ‘telefooncel’ in blauw aangebracht. De treinen reden als het ware op de rails voorbij langs de toen nog ‘nieuwbouwhuizen’ van de Van Oldebarneveldlaan. Overgangen voor het spoor waren er genoeg. Ouderwetse overgangen, waarvan deels de spoorbomen met de hand werden bediend. Je vond ze bij de Kerklaan, de Moesstraat en de Asingastraat. En dan heb ik het slechts over de overgangen in het noordelijke stadsdeel van de Martinistad Groningen. Om tussen Moesstraat en het station nog een overgang te creëren voor de vele wandelaars, die naar de nieuwbouw achter het Noorderstation wilden, de zogenaamde ‘Studentenbuurt’ dan wel de ‘Driehoekbuurt’, werd door de leiding van de NS besloten dat er een voetbrug moest worden geplaatst. De brug kwam direct naast het station, een brug die in 1926 werd gebouwd in Duitsland. Als je deze overging kwam je terecht bij enkele nieuwbouwstraten maar ook bij het gebied van ‘Het Noorden’ een plek waar ’s winters, mits het goed had gevroren, een natuurijsbaan werd aangelegd. Leuk was het altijd weer met een hand vol steentjes de loopbrug te bewandelen en ze één voor één naar beneden te gooien. Volgende keer meer rond deze opmerkelijke buurt in Groningen. Hans Knot, 18 januari 2020 Afbeelding: Farce Majeur (foto Jack de Nijs / Anefo / Wikipedia)
  37. 2 points
    Het lijkt nog redelijk dichtbij, 1977, maar in werkelijkheid ligt het een half leven achter ons. Het was voor mezelf een soort van overgangsjaar van het ene tijdschrift naar het andere. Freeway was een door Ton Plekkenpol uit Hilversum gepubliceerd tijdschriftje dat veel over ziekenomroepen en andere vormen van radio berichtte maar niet geheel professioneel was opgezet. Ton van Draanen, waarmee ik vanaf 1973 veel audio uitwisselde en aan de zijkant met hem meewerkte aan een lange, zes uur durende, documentaire, meldde mij op een dag dat hij al enige tijd betrokken was bij deze publicatie en vroeg mij of ik bereid was mij zo nu en dan achter de typemachine te zetten om verhalen over de radiogeschiedenis te schrijven voor Freeway. De typmachine was destijds de enige manier om snel teksten toe te vertrouwen aan het papier, daarbij gebruik makend van een IBM machine die je kon voorzien van wisselende bolletjes, waardoor het te gebruiken lettertype kon worden beïnvloed. De verhalen kwamen – al dan niet gebruik makend van dat prachtige correctielint dat de machine bevatte – en Freeway werd enkele stappen vooruit gebracht. Maar na enkele maanden bleek Plekkenpol niet tevreden te zijn met de inbreng van Ton van Draanen en mij en dus stopten we deze activiteit om in het daarop volgende jaar zelf te komen met een eigen publicatie, het driewekelijke mediamagazine Freewave. Een tijdschrift dat 42 jaar later nog steeds, maar nu als Freewave Nostalgie en gedigitaliseerd, wordt gepubliceerd vanuit de Stichting Media Communicatie. Al decennia lang wordt daarvoor de computer gebruikt maar toch wil ik even het verder hebben over de oeroude typemachine. In de ochtendkrant van maandag 6 mei 1977 werden we namelijk geconfronteerd met het bericht dat een unieke verzameling van 160 typemachines, afkomstig uit het Scryption Museum in Tilburg, noodgedwongen verkocht diende te worden, waarbij de collectie minimaal 7500 Euro diende op te brengen. Naast de typemachines was onder meer een asbak, een bureau en schemerlamp onderdeel van de te verkopen collectie. Het ging de verkoop in omdat het museum in financiële nood verkeerde. Alle machines zijn ooit door dezelfde persoon verzameld, waarbij vele lezers van de ochtendkrant verbaasd zullen hebben gelezen dat de verzameling, waaronder het pronkstuk ‘de rode IBM machine’, ooit bijeen waren vergaard door schrijver W.F. Hermans. Na zijn overlijden kwam de collectie in het voornoemde museum terecht. Met regelmaat kom ik tijdens mijn Stadse wandelingen langs een hoekpand aan de Ossenmarkt en de Spilsluizen in Groningen, alwaar een herdenkingsbord duidelijk maakt dat de veel in opspraak geraakte W.F.Hermans een deel van zijn leven als professor aldaar heeft gewoond en gewerkt zittend achter een bureau voorzien van typemachine. Bij het lezen van dit nieuwsbericht dacht ik persoonlijk direct terug aan een van de vele mooie – bijna dagelijkse ‘Trijfels’, die Nico Scheepmaker, journalist bij ondermeer de Gemeenschappelijke Persdienst, schreef in tal van kranten. Het was namelijk zo dat in de voornoemde collectie ook een machine was die voorheen eigendom was van Simon Vestdijk. Scheepmaker bezocht in 1977 een tentoonstelling, die tot stand was gekomen met medewerking van het Nederlands Letterkundig Museum en schreef ondermeer: ‘Ik heb een blaadje uit mijn notitieboekje gescheurd, het in de schrijfmachine gedraaid en heb er op getikt: ‘Dit is de schrijfmachine van Simon Vestdijk, betikt door Nico Scheepmaker’. ‘ Nadien heeft hij het document als een kleinood bewaard en hij deed dit ondermeer om later een anekdote te kunnen controleren. Jarenlang zou de letter ‘e’ op de machine van Vestdijk geweigerd hebben omdat een onderdeel van de schrijfmachine was afgebroken en alle manuscripten derhalve minutieus door Vestdijk met de hand dienden te worden bijgewerkt. Op voornoemde tentoonstelling was ook in een vitrine een manuscript te vinden van Vestdijk, waaruit bleek dat niet de ‘e’ maar letter ‘g’ intens was bijgewerkt. Tijdens een ontmoeting op de tentoonstelling met de weduwe, Mieke Vestdijk van der Hoeven, vroeg Nico Scheepmaker haar over de waarheid van de anekdote waarbij zij er vanuit ging dat het om de letter ‘t’ ging; hij bleek van zijn armpje te zijn afgebroken. Een controle bij één van de aanwezige typemachines leerde Scheepmaker dat het echt om de ‘t’ ging. Klaarblijkelijk had Vestdijk ook meerdere machines in gebruik voor de uitwerking van zijn manuscripten. Op de een of andere manier is er in 1977 toch geld beschikbaar gekomen om de collectie compleet te behouden en werd er in 1988 aan de Spoorlaan in Tilburg een nieuw museum geopend onder de naam ‘Museum Scryption in Tilburg, het museum voor schriftelijke communicatie en sociale media’. De oorsprong van het museum ligt bij Frater Ferrerius van den Berg. Hij was een van de Fraters van Tilburg. In 2011 kwam alsnog het bericht dat het museum werd gesloten omdat de gemeente Tilburg de jaarlijkse subsidie van 200.000 Euro had stopgezet. Een museum dat trouwens gratis toegankelijk was voor bezoekers. Hans Knot, 4 januari 2020.
  38. 2 points
    Uiteraard was lang niet iedereen in Amerika even gelukkig met de successen van Ralph Edwards en de manier waarop hij bezig was. Kritiek was er volop, met name op de "ongezonde" manier waarop het programma bezig was emoties los te weken. Sommige critici gingen zo ver dat zij zelfs een verbod op de uitzending eisten, maar zover is het nooit gekomen. Daarvoor had "This is your life" teveel succes bij de kijkers. Materieel leverde het programma Edwards ook het nodige op. Op de top van zijn succes beurde hij een miljoen dollar op jaarbasis — en dat in de jaren vijftig. De financiers van het programma kwamen uit de hoek van de wasmiddelenindustrie, die tijdens de uitzending uiteraard hun reclamefilmpjes voorbij lieten komen. Het waren dezelfde firma's die ook de bekende sentimentele soap-opera's financierden, die daaraan ook hun naam ontleenden. Voor een groot deel ging het hier om dezelfde doelgroep: het kijk- en koperspubliek van huisvrouwen. Opmerkelijk zijn ook de vele anekdotes die de ronde deden over het succes van het programma "This is your life", die soms grenzen aan het wonderbaarlijke. Zo gaat het verhaal dat de huisarts van Edwards een patiënte had, een boerin, die bij een verschrikkelijk ongeluk haar man had verloren. Van de schrik had zij nooit meer had gepraat. Ze had het werk op de boerderij keihard voortgezet en er een succesvol bedrijf van gemaakt. De dokter vertelde tot op dat moment geen enkele oplossing voor het psychische probleem van de vrouw te hebben gevonden. Hij had echter een heilig geloof in de kracht van Edwards. Daarom vroeg hij hem om via het programma de emoties van de vrouw los te weken. Op zijn gevoel ging Edwards met zijn medewerkers aan de slag om het verschrikkelijke ongeluk op papier te reconstrueren. Op een goede dag werd de boerin door een vriendin, die verder van niets wist, meegelokt naar de televisiestudio onder het motto dat het bijwonen van een dergelijke uitzending haar wel goed zou doen. Maar, ze was de studio nog niet binnen of Edwards haalde haar uit de zaal als hoofdrolspeler. De gebeurtenissen rond het dramatische ongeluk werden in de aflevering van "This is your life" opnieuw opgehaald. Edwards speelde uiteraard hoog spel, maar gaandeweg kwamen de emoties los. De vrouw begon luidkeels te huilen en vervolgens plotseling weer te praten. "This is your life" was overigens niet het eerste succes van Ralph Edwards, die op 13 juni 1913 in het plaatsje Mereno in de staat Colorado werd geboren. De man begon zijn radioloopbaan op zijn vijftiende en werkte als tekstschrijver, acteur en presentator bij het station KROW in Oakland. Hij ging vervolgens studeren aan de universiteit van Berkeley en verdiende daar in zijn vrije uren zijn geld als acteur, presentator, producer en als verantwoordelijke man voor de geluidseffecten bij KTAB in Oakland. Nadat hij was afgestudeerd, besloot Edwards zijn geluk te beproeven in New York. Liftend bereikte hij de grote stad om vervolgens bij NBC te solliciteren. In 1940 kwam hij op de proppen met een voorstel voor het radioprogramma "Truth or consequences" naar een idee van een soortgelijk spel dat hij in zijn jeugd vaak had gespeeld. "Truth or consequences" was een spelprogramma, waarin de deelnemers een vraag moesten beantwoorden. En, als de speler het juiste antwoord niet kon geven, moest hij of zij daarvoor de consequentie dragen en een opdracht uitvoeren. Dat kon vaak extreme vormen aannemen, zeker voor die tijd. Zo liet Edwards zijn deelnemers een keer op straat rondlopen in babyluiers. Een andere keer werd een olifant de studio ingeleid, die door de spelers moest worden gewassen. Op die manier — en dat zei hij er ook hardop bij — liet hij zijn publiek in de studio en de huiskamers weten dat we eigenlijk allemaal sadistische trekjes hebben. De show werd vrijwel direct een topper op de radio en liep tot 1956 aan één stuk door. In 1950 kwam er, als gevolg van het succes, ook een televisieversie van het programma en wel bij CBS. In het jaar 1951 kreeg het programma een Emmy Award toegewezen. Afbeelding: Ralph Edwards. Ook in geografisch opzicht heeft "Truth or consequences" zijn sporen achtergelaten. Ergens in de staat New Mexico, tussen El Paso en Albequerque, ligt namelijk een klein plaatsje met die naam. Oorspronkelijk heette het gehucht, dat slechts enkele duizenden inwoners telde, Hot Springs. Het was een doorsnee Amerikaans stadje, dat het vooral moest hebben van het toerisme rond de thermische bronnen ter plekke. In 1950 vond Ralph Edwards dat er iets speciaals moest worden gedaan ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van "Truth or consequences". In het feestprogramma liet hij zich ontvallen dat het best leuk zou zijn als er een plaats in de VS naar het programma zou worden genoemd. De voorzitter van het bureau voor toerisme in New Mexico hoorde die opmerking en belde meteen met de Kamer van Koophandel in Hotsprings. Daar was men wel in voor een stunt. Zo'n nieuwe, bekende naam zou de stad een stroom aan toeristen en gratis reclame kunnen opleveren. Bovendien was men dan voor eens en altijd af van het probleem dat er in de VS wel meer plaatsen met de naam Hot Springs zijn. In Californië alleen al komt die plaatsnaam wel dertig keer voor. In een speciale volksraadpleging kon het kiesgerechtigde deel van de bevolking zich uitspreken over de naamswijziging. Er waren 295 mensen die tegen stemden en 1.294 die voorstander van de nieuwe naam waren. Een overweldigende meerderheid was dus voor, maar toch was een herstemming nodig omdat er onenigheid was over de verloop van de eerste stemming. In de tweede ronde kreeg het voorstel nog meer voorstemmers, waardoor de inwoners, en ook Edwards, hun zin kregen. Het gewenste gevolg bleef niet uit. Geen enkele andere plaats van die grootte in Amerika kreeg zoveel aandacht via radio en televisie. In 1950 trok Edwards met zijn hele team naar de plaats die vanaf dat moment "Truth or Consequences" heette. Daar werd de allereerste live-uitzending van het programma van kust tot kust in Amerika vanaf locatie verzorgd. Uiteraard met de nodige reclame voor de toeristenindustrie in het stadje. Ook in 1964 en 1967 kwam het nog tot herstemmingen binnen de gemeente, maar het is altijd bij de nieuwe naam Truth or Consequences gebleven. Als gevolg van zijn radiosuccessen in de beginjaren veertig was Ralph Edwards in 1945 te zien in de film van RKO met de titel "Radio Stars on Parade", waarin hij zijn eigen "ik" speelde. Later zou hij ook nog te zien zijn in "Bamboo Blonde" (1946) en "Beat the Band" (1947), beide geproduceerd door Frances Langford. In 1939 trouwde hij met Barbara Jean Sheldon, een huwelijk waaruit drie kinderen werden geboren. Zijn naam werd in 1995 toegevoegd aan "The Radio Hall of Fame", een galerij met plaquettes waarop mensen worden geëerd vanwege hun verdiensten voor de Amerikaanse radio-industrie. "This is your life" ging in Amerika minder lang mee dan Edwards zelf. Vanaf de start van het televisieprogramma in 1952 zou het negen succesvolle seizoenen meegaan. Toch geen geringe prestatie. Het programma verdiende in 1954 en 1955 een Emmy Award. In 1957 kwam daar nog een andere prestigieuze onderscheiding bij in de vorm van de Golden Globe Award. In verschillende vormen keerde het programma nog terug. In de jaren zeventig en tachtig was er een hernieuwde kennismaking in de vorm van een zogeheten "syndicated" versie, die door allerlei stations in Amerika kon worden aangekocht. De eerste serie werd door Edwards zelf gepresenteerd. De versie van de jaren tachtig had Joseph Campanella als presentator. In deze serie fungeerden allerlei Hollywood-prominenten als eregast. Het programma werd verspreid via het American Movie Classics Cable Network. Edwards kwam in 2005 op zeer hoge leeftijd te overlijden. Bert Garthoff's Nederlandse variant van het programma was een korter leven beschoren. Aanvankelijk trok het even veel aandacht als het Amerikaanse origineel. De journalist Henk van Gelder (2000) zei hierover: "De eerste uitzending baarde veel opzien. De kranten reageerden argwanend, want maakte de VARA hier niet, ter wille van de sensatie, een inbreuk op het privéleven van de gast? Eerlijk gezegd viel het met de sensatie nog wel mee, moest het Algemeen Handelsblad na de eerste uitzending toegeven: 'Slechts de climax, toen een moeder haar zoon, die zij nog in Canada waande en die zij in de studio onvoorbereid ontmoette, in de armen sloot, waarbij haar de ontroering begrijpelijk te machtig werd, ging ons inziens over de schreef en leende zich stellig niet voor de openbaarheid.' " Na een jaar of vier was het afgelopen, zo constateerde Van Gelder: "'Iedereen verwachtte voortdurend dat er een witgekuifde 97-jarige schoolmeester te voorschijn zou komen, of een doodgewaand kind uit Australië,' zei Garthoff tegen de Radio TV Gids. Bovendien stuitte het hem steeds meer tegen de borst dat het programma in het geniep, zonder voorkennis van de gast, werd voorbereid." De volgende reeks begon in 1973 onder de titel "Een leven in beeld" maar was ook geen lang leven beschoren. De AVRO stopte ermee na twee seizoenen. Mies Bouwman hield het een stuk langer vol. Haar variant, "In de hoofdrol", liep van 1984 tot en met 1993. Maar al die tijd bleef "This is your life" in Engeland grotendeels doordraaien, zij het met enige zenderwisselingen. Daar ging het programma voor het eerst in 1955 de lucht in. Het werd gepresenteerd door Eamonn Andrews. In 1964 trok de BBC de stekker uit het stopcontact, maar Andrews verhuisde in 1969 met het programma naar ITV. Daar bleef het bijna vijfentwintig bijna onafgebroken doordraaien. In 1988, een jaar na het overlijden van Andrews, nam Michael Aspel de presentatie over. In 1993 nam de BBC het programma weer over en in 2000 werd de duizendste aflevering bereikt — een wapenfeit dat destijds op zaterdag 23 september op BBC 1 uitgebreid werd gevierd met een twee uur durende "Night of a thousand lives". Toch was het verzadigingspunt toen al lang overschreden. De laatste uitzending trok nog slechts 3,5 miljoen kijkers. Op het hoogtepunt, met gasten als Mohammed Ali, Joan Collins en Shirley Bassey, kwamen de kijkcijfers uit op wel 20 miljoen. Op vrijdag, 24 oktober 2003, bijna vijftig jaar na de eerste uitzending in Engeland, heeft de BBC daarom te kennen gegeven met het programma te stoppen. Daarmee lijkt het doek definitief gevallen voor deze vorm van emotietelevisie uit de jaren vijftig. Hans Knot, 7 december 2019 Literatuur Gelder, Henk van (2000), "Verraste prominenten." In: NRC-Handelsblad, 23 September 2000. Tweede-Kamerfractie SP (2001), "Ook belazerd?" Een consumentenonderzoek naar tv-inbelspelletjes. Rotterdam: Socialistische Partij.
  39. 2 points
    Met de hele familie geschaard rond de Erres-televisie, een glaasje ranja in de hand en een paar froufroutjes op schoot, zo zag ik in de jaren vijftig de eerste spelletjes en verrassingsprogramma's op de Nederlandse televisie. Een van die programma's was "Dit is uw leven". Het was een Nederlandse bewerking van het Amerikaanse "This is your life", dat ook in een Engelse variant uiterst populair was. Na meer dan duizend afleveringen berichtte de BBC op vrijdag, 24 oktober 2003 definitief met het programma te stoppen. Spelletjes, spelletjes en nog eens spelletjes. Je hoeft de televisie maar aan te zetten en je zit er middenin. Spelletjes zijn blijkbaar populair, bij de kijker net als bij de televisiemakers. De kijkers kunnen producten of geld winnen en verdienen is ook een belangrijk motief voor veel van de producenten. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het inzetten van zogenaamde bel-nummers. Hoe meer mensen zo'n nummer bellen, hoe meer het betreffende televisiestation of de producer van het spelletje verdient aan de belminuten. Niet iedereen is even gelukkig met deze vulling van de televisiezendtijd. De Tweede Kamerfractie van de Socialistische Partij publiceerde in 2001 een kritisch consumentenonderzoek. Daaruit bleek dat niet iedereen altijd zijn prijs ontvangt. En, van een aantal spelletjes wordt gezegd dat ze vallen onder de wet op de kansspelen en dus officieel door de Nederlandse overheid zullen worden aangepakt. Het lijken moderne problemen, maar de relatie tussen spelletjes en televisie is niet nieuw. Het eerste inbelspelletje van Nederland kan worden herleid tot het radioprogramma "Vijftig pop of een envelop" dat Tom Mulder vanaf 1983 verzorgde voor de TROS. In dat programma werd een vraag gesteld, die luisteraars telefonisch konden beantwoorden. De winnaar kreeg vervolgens de keuze tussen een geldbedrag van vijftig gulden of een envelop met een verrassing. Daarmee was het begin gemaakt. Technische ontwikkelingen maakten in de loop van de tijd meer directe interactie tussen luisteraars en programmamakers mogelijk. Vanaf ongeveer 1995 maakte het inbelspel ook zijn entree op de televisie. Toch, als ik zo'n spelletje op de televisie zie, herken ik wel iets van nog langer geleden, van de jaren vijftig. Toegegeven, in veel opzichten was de wereld van de televisie toen compleet anders. Aan meer dan een tiental uren kijktijd per week kwamen we niet. Het aanbod was daarvoor gewoonweg nog te klein. Alles ging in zwart-wit en was bovendien zo gekunsteld als het maar even kon. Toch waren ze er toen ook al, de spelletjes. Op de radio waren ze er natuurlijk al eerder, maar vanaf het prille begin konden we ook op de televisie van genieten. Met name vanaf 1957 was er een vloed aan nieuwe spelprogramma's te zien. Sommige bleken minder geslaagd, zoals de quiz "Plus of min", die voor de NCRV werd gepresenteerd door Johan Bodegraven. Andere deden het een stuk beter, zoals VARA's televisiequiz "Weet wel wat je waagt", ook uit 1957, met Theo Eerdmans en diens onafscheidelijke assistente Maud. De laatste werd enkel bij haar voornaam genoemd, maar voluit heette zij Maud van Praag. In dit programma kon de speler een oplopend aantal zilveren guldens verdienen, die bij een goed antwoord rinkelend in een schaal vielen. Voor Eerdmans en Van Praag betekende dit programma het begin van een hele reeks variaties. Zo brachten zij voor VARA nog succesvolle en minder succesvolle quizzen als "Je neemt er wat van mee" (1958), "TV-Toto" (1959), "Willens en Wetens" (1961), "Wereldwijs" en "Tel uit je winst" (1964-67). Dat laatste programma leverde de Nederlandse taal de staande uitdrukking op: "U gaat door voor de duizend gulden." De prijzen waren destijds overigens nog redelijk bescheiden. "Je neemt er wat van mee" had een hoofdprijs van duizend min een gulden. Die ene gulden ging er vanaf vanwege de belastingen. Bij de televisiequiz "Tele-dubbel" van de KRO uit 1958 liep de maximaal haalbare winst op tot zesduizend gulden. Dergelijke bedragen gingen ook om in de razend populaire spelshow van de AVRO "Een kwartje per seconde" waar Louis van Weerdenburg, beter bekend als Lou van Burg op 7 mei 1961 de voorlopig laatste aflevering van presenteerde. Eerder had Van den Burg overigens voor de KRO de publiekstrekker "Het Gulden Schot", een complete showquiz, op de buis gebracht. Het was het populairste televisieprogramma van 1959 en 1960. Eind 1964 zou de gevierde Van Burg dit spelprogramma, onder de naam "Der goldene Schuß" voor het Duitse ZDF presenteren. Spelletjes waren er genoeg, kortom, ook al in de beginjaren van de Nederlandse televisie. Naast spelletjes is er nog een categorie die doorgaans met het laatste decennium wordt geassocieerd: emotietelevisie. Denk maar aan programma's als het succesvolle "All you need is love" (1993) dat Robert ten Brink voor Veronica presenteerde en het KRO-programma "Memories" (1997) dat aan de man werd gebracht door Anita Witzier. Exemplarisch voor deze categorie televisieprogramma's is natuurlijk het KRO-programma "Spoorloos", dat in februari 1990 voor het eerst op het scherm verscheen en door Han van der Meer werd gepresenteerd. In de loop van de tijd evolueerde het tot een programma voor adoptiekinderen die op zoek zijn naar hun biologische ouders. Tegenover het recht van de volwassene op een kind, plaatst het programma doelbewust het recht van het kind om te weten wie je vader en moeder is. Geadopteerde kinderen worden geholpen om hun biologische vader, moeder, broertjes en zusjes terug te vinden. De speurtocht wordt gedurende het programma gevolgd en op het eind van het programma volgt, als alles goed gaat, een emotionele hereniging in de studio. Ook dit soort programma's wordt vaak kenmerkend geacht voor de hedendaagse televisie. Toch zijn er ook op dit gebied vroege voorlopers aan te wijzen. De meest voor de hand liggende is ongetwijfeld het programma van Bert Garthoff "Anders dan anderen", dat in het najaar van 1957 voor het eerst op de beeldbuis te zien was. Het was een televisiebewerking van het succesvolle programma "Dit is uw leven", dat vanaf januari 1957 op de VARA-radio was gestart. Garthoff ging door op de televisie, terwijl Letty Kosterman de presentatie van het oorspronkelijke radioprogramma overnam. Vier jaar lang waren beide programma's te zien, respectievelijk te horen. Daarna stopte het, om in 1973 evenwel terug te keren, toen bij de AVRO en onder de titel "Een leven in beeld". Deze versie werd gepresenteerd door Sonja Barend, die na twee seizoenen de kap aan de wilgen hing. In 1984 verscheen, weer bij de AVRO, een volgende variant: "In de hoofdrol", dat tot 1993 door Mies Bouwman werd gepresenteerd. Oorspronkelijk was het programma allerminst. Het was afgekeken van het programma "This is your life" van de Britse BBC, die op haar beurt weer leentjebuur had gespeeld bij het Amerikaanse NBC. "This is your life" was oorspronkelijk een Amerikaanse radioprogramma dat in 1948 voor het eerst werd uitgezonden. Twee jaar eerder had Ralph Edwards, de presentator van het destijds populaire radioprogramma "Truth or consequences" een uitzending verzorgd met een terugblik op het leven van een veteraan van de Tweede Wereldoorlog, die invalide was geworden en zware aanpassingsproblemen had. Op de uitzending volgden zoveel positieve reacties, dat Edwards besloot om de formule te ontwikkelen tot een afzonderlijk radioprogramma. Het werd een succes en het programma werd in 1952 omgezet in een live uitgezonden televisieprogramma. Tot 1961 zou het door NBC worden uitgezonden. Het programma draaide om het idee om een min of meer prominente landgenoot bij verrassing te confronteren met uit het oog verloren vrienden, kennissen en familieleden en op die manier met het verleden. De persoon in kwestie kon bekend zijn of totaal onbekend. Voorwaarde was wel dat hij of zij een bewogen leven achter de rug moest hebben, waaruit kon worden geput voor de confrontaties. Het programma was een echte "tear-jerker" en daarmee emotietelevisie avant la lettre. Volgende week geven we in de column wat voorbeelden van klassieke emotelevisie. Hans Knot, 22 november 2019
  40. 2 points
    Het woord ‘boetiek’ werd veelvuldig in de tweede helft van de jaren zestig van de vorige eeuw op winkelpuien in Nederland geplaatst. De mode voor de toenmalige jeugd was zo verschillend en variabel dat vele ondernemers daar graag een graantje van wensten mee te pikken. De populariteit van Carnaby, Pop Art en veel meer was overgeslagen naar Nederland. Ook in de diverse popbladen waren, naast de vele posters van de toen populaire artiesten, steeds meer modegerichte plaatjes te zien. En dat bracht de eigenaren van de firma INMODE uit Haarlem in 1968 op het idee een viertal voormalige ‘Caroline medewerkers’ te gaan inhuren. Tenminste dat las ik terug in een brief die ik begin deze eeuw vond in het nalatenschap van Carl Mitchell, dat aan ons archief werd overgedragen. De brief was geschreven door P.D. Warren, een in Nederland wonende Engelsman. Hij runde het bedrijf tezamen met zijn landgenoot A. Maclagen aan de Bos en Vaartstraat 16 in Haarlem. De brief was aan Carl Mitchell gestuurd via een andere ex Caroline-deejay, namelijk Ross Brown in Londen met als datering 9 april 1968. Het bleek een bevestiging van een telefoongesprek, die de afzender met Mitchell eerder die dag had gevoerd. De twee belangrijkste punten in de brief waren: - Je hebt contact met in totaal vier ex-Caroline disc-jockeys die bereid zijn naar Nederland te reizen en aan het bus project te werken zoals beschreven op het ingesloten informatieblad. - Alle disc-jockeys hebben een geldig rijbewijs voor voertuigen van groep 1. Het is van essentieel belang dat ze ten minste 21 jaar oud zijn, en wel vanaf het moment dat ze een rijbewijs hebben. Echter het aangegeven informatieblad was niet ingesloten, waardoor niet veel meer direct duidelijk werd. Maar grasduinend door de doos met veel private correspondentie ontdekte ik een document dat een dag later naar het adres in Londen ter attentie van Karl (consequent fout gebruikt) was verstuurd. Er stond in dat de inhoud van de brief alleen voor zijn ogen was. Dit omdat de brief informatie bevatte die de afzender beetje bij beetje aan de anderen (deejays) wilde vrijgeven om hun interesse tijdens de wachttijd hoog te houden. De heer Warren ging verder met de volgende paragraaf: ‘Een moeilijk punt hier Karl. Ik denk dat ik gisteravond heb gezegd dat ik u deze week definitieve Go/No Go informatie kan geven, wat te optimistisch is. a. We hebben nog niet het contract dat alles mogelijk maakt. b. Maar al het andere valt netjes op z’n plaats. c. Dit contract kan volgende week kunnen ingaan en het kan ook pas eind april van kracht worden. Vandaar de flexibiliteit van de startdatum. d. De laatste beslissingsdatum is 30 april, en dat kan elk moment gebeuren. Over aan u, Karl!’ Op dat moment nog steeds erg mistig voor mij wat er zou gebeuren. In dezelfde brief was er ook een zekere kwelling zoals P.D. Warren schreef: ‘Ik heb geruchten gehoord over dope in verband met deejays. Ik kijk naar u om te voorkomen dat er een drugsverslaafde binnenkomt, want als dat ontdekt zal worden betekent het dat de negatieve publiciteit rampzalig kan zijn.’ Verderop in de brief werd duidelijk dat Carl binnen het project de dj-baas zou worden en dat hij alleen maar mensen voor het project zou dienen te kiezen, hij zou er zeker van zijn dat hij de controle over het project zou krijgen. Ook was P.D. Warren van plan om het volledige nieuwe personeel vlak voor de start van het project een paar dagen lang een opleiding te geven: ‘Dit zal het personeel trainen in het omgaan met normaal hardlopen en met allerlei noodgevallen. Omdat ik wil dat je deze cursus graag ook volgt, is het noodzakelijk dat je minstens drie weken voor de start van het project langskomt, zodat je a) het zelf kunt leren en b) je advies kunt geven over een discobar installatie.’ En er was nog een punt dat de aandacht verdiende: Disco Bar installatie, zou het iets te maken hebben met een Mobile Drive In Show? De twee pagina's lange brief eindigde met: ‘Ik denk dat ik voorlopig al genoeg geschreven heb. Wanneer ik een punt voor punt antwoord op deze brief van u heb ontvangen, zal ik u schrijven over Radio Veronica en grote bus-ins’. Ja: een mobiele drive in show was het idee! Een vreemde zin beëindigde de brief: ‘Bedankt voor het enthousiasme, het doet ons goed. Houd de jongens nu tevreden en vergeet Scientology niet, het werkt!’ Beide mensen van INMODE in Haarlem hebben niet gewacht tot ze op 9 april een antwoord kregen, want slechts twee dagen later maakten ze een conceptbrief aan de deejays, die waarschijnlijk mee zouden doen. En daar vond ik, naast het concept, ook het volledige plan dat ze hadden, dat al in februari 1968 in hun hoofd zat. De infoblad was van die maand en dus was het idee er al voordat de beide Carolineschepen in opdracht van schuldeiser Wijsmuller waren binnen gesleept. De Haarlemmers dachten veel geld te verdienen met het Nederlands Bus Project 1968. En zo werd het in de folder gebracht: ‘Het project is bedoeld om de producten van een of meer van de volgende bedrijven bekend te maken en te verkopen a) Een gevestigde Nederlandse organisatie voor kleding voor de detailhandel. b) Een grote platenmaatschappij c) Een internationale frisdrankfabrikant. e) Een vooraanstaand Nederlands blad voor populaire muziek De goederen zullen worden tentoongesteld op Engelse dubbeldeksbussen afkomstig uit Londen, waarvan het interieur is omgebouwd tot kleine moderne winkels. Elk van deze bussen zal zelfstandig door Nederland rijden en op een aantal plaatsen voor een korte periode stoppen. De goederen die op deze manier bekend worden gemaakt, zullen ook te koop zijn voor het publiek en de handelaren in de buurt die dezelfde goederen verkopen, zullen tijdens het bezoek aan de bus aantrekkelijke publiciteit aangeboden krijgen, De bus is dan een van de belangrijkste attracties van de stad, die wordt bezocht. INMODE kondigde ook meer aan in de folder over het interieur van de dubbeldeksbussen: In het interieur zullen op beide verdiepingen showrooms met vloerbedekking te vinden zijn en de bus zal bemand worden door twee personen, een man en een meisje. De hoofdruimte waar de kleding van het meisje wordt verkocht, zal boven zijn, waar een kleedkamer zal zijn en waar het verkoopmeisje voornamelijk aanwezig zal zijn. Beneden bij de uitgang bevindt zich de cash & wrap ruimte en op de begane grond zijn ook ruimtes waar mannen en meisjes hun kleding en accessoires te koop zullen hebben. Hier zal er ook een discobar zijn waar u platen kunt kopen. Daarnaast zullen frisdranken en souveniers beschikbaar zijn op de begane grond, waar het mannelijke bemanningslid gestationeerd is. Een goed afgewerkte, aantrekkelijke uitstraling blijft overal behouden.’ In de bijlage werd ook informatie gegeven speciaal voor het mannelijke bemanningslid, die ook de technicus/aankondiger in het plan was: ‘Uw ruimte bevindt zich achteraan op het beneden dek van de bus en zal bestaan uit: a. twee hoogwaardige platenspelers met optionele automatische wisselaars. b. een mengpaneel. c. een microfoon. d, een platenbak met snelle referentie-index. e. een kassalade en f. een stoel. De werkruimte zal zeer beperkt zijn, maar Karl zal persoonlijk toezicht houden op de bouw van uw werkgebied en op de keuze van de apparatuur.’ Ook werd informatie gegeven over de duur van het project: ‘Tijdens de vier of vijf maanden van het project blijft elke bus een week lang in bijvoorbeeld één stad. Zes dagen per week, met uitzondering van de zondagen en andere feestdagen waarop de bus gesloten moet zijn, zijn de bussen open voor verkoop van 10.00 tot 18.00 uur’. En wat was het plan voor de mannelijke bemanning om in de bussen te doen? Om te beginnen met het belangrijkste: a. neem het geld van de kopers die de bus verlaten. b. continu muziek afspelen. c. klanten de bus in trekken met alle middelen die je maar wilt. d. Eenmaal per week of zo, is het jouw taak om de bus naar het volgende station te rijden f. jij bent de persoon die de orde handhaaft.’ In het allerlaatste document, dat ik heb over dit project, staat dat het project op 28 juni 1968 van start ging op het Museumplein in Amsterdam na een vooropening voor de pers op 26 juni. Mensen van Muziek Expres zouden het optreden van een Nederlandse beatgroep regelen en daarnaast zou er een modeshow van de in de bus te verkopen kleding worden geregeld. Ook werd vermeld dat men Lex de Rooi (de televisieproducent) de Luxemburgse deejay Emperor Rosko liet uitnodigen. Vaag herinner ik mij dat de bus met Carl Mitchell op een bepaalde dag op de Grote Markt in Groningen stond. Na afloop van het project is Carl trouwens enige tijd in Groningen komen wonen en werken en wel in de Berenkuil op de Grote Markt. En de foto van de bus kwam pas in het voorjaar van 2019 boven water uit een bananendoos die mij ter beschikking werd gesteld. Het was gevuld met knipsels en meer uit de periode 1964-1978 en was afkomstig van Ate Harsta. Hans Knot, 26 oktober 2019
  41. 2 points
    Recentelijk luisterde is weer eens naar een van de prachtige programma’s uit New York van de ochtendburgermeester, Harry Harrison. Reden om nog eens een eerdere ode aan hem via de nostalgische column onder de aandacht te brengen. Op 19 maart 2003 nam Harry Harrison, na een periode van liefst 44 jaar radio-maken in de "Big Apple", afscheid van zijn omvangrijke luisterpubliek in New York en omgeving. Een deel van zijn laatste programma werd uitgezonden vanuit het Museum of Television and Radio in New York, en terecht. Harrison, die bij alle grote stations heeft gewerkt is een van de weinige toppers binnen de New Yorkse radiowereld die blijvend in de miljoenenstad heeft gewerkt. WMCA, WABC en WCBS — om maar drie stations te noemen — maakten van zijn talent gebruik. Na een periode van maar liefst 44 jaar radio-maken in de "Big Apple" nam Harry Harrison, die bij zijn radio-aanhang ook bekend stond als de "Morning Mayor", afscheid van zijn trouwe publiek. Harrison is altijd nauw met die stad verbonden geweest, al begon hij zijn radioloopbaan eigenlijk in zijn geboortestad Chicago, in de staat Illinois. Op 14-jarige leeftijd was hij gekluisterd aan bed als gevolg van een reumatische ziekte. Uur in, uur uit lag hij naar de radio te luisteren hetgeen het begin werd van zijn grote liefde voor deze vorm van amusement. Hij at als het ware alle teksten, die hij via zijn ontvanger hoorde, op. Toen hij eenmaal was opgeknapt, was hij verknocht aan de radio en benaderde hij de leiding van het station WJJD. Daar adviseerden ze hem om te solliciteren bij een educatief radiostation WBEZ, waarbij de contacten werden gelegd door de directeur van WJJD. Als we het over hebben over het Chicago van de jaren vijftig, zestig en zeventig van de vorige eeuw en het onderwerp radio, dan valt meteen de naam van WCFL. Een topstation waar Harry vervolgens aan het werk kon om nu en dan tijdens de zomervakantie als invaller programma's te presenteren. Die zomer duurde wel erg lang, want liefst acht maanden was Harry Harrison via WCFL bijna iedere dag wel te beluisteren. Daarna deed hij ook meteen televisiewerk en was hij programmadirecteur van een radiostation in Peoria (WPEO). Tevens was hij presentator van het ochtendprogramma, dat nummer één in de regionale luisterlijst was. Maar dan hebben we het al over het jaar 1958 en daar noemde hij zich al de ochtendburgemeester op de radio. Binnen zes maanden na zijn komst was het station al gestegen naar de eerste positie op de lijst van luistercijfers. Zijn grote, eerste stap maakte Harrison eind 1959 toen hij naar WMCA in New York vertrok. Hij was daarvoor door de leiding van dat station benaderd, aangezien ze nogal onder de indruk waren van zijn enorme successen bij WPEO. Bij WMCA presenteerde Harrison eerst een middagprogramma met daarin onder meer het item ‘Housewife Hall of Fame’. Op een slimme wijze werd iedere dag een vrouw, die op de een of andere manier iets bijzonders had gedaan, bijgeschreven in de Hall of Fame. Dat was natuurlijk een prachtige manier om de vrouwelijke luisteraars van New York naar WMCA te trekken, want er werd breeduit gepraat over de "onderscheiding". Niet de man, maar de vrouw kreeg de nodige aandacht in de beginjaren zestig van de vorige eeuw. Daarna werd Harrison natuurlijk onderdeel van The Good Guys, zoals WMCA het team van presentatoren op een bepaald moment ging noemen, hetgeen ook veelvuldig via jingles in de programma's was terug te horen op het station. In 1965 en 1966 verzorgde Harry Harrison twee keer een live-verslag vanaf het podium van de stadions, waar de Beatles in Amerika optraden. Net zoals een aantal andere deejays, die de erenaam van "Vijfde Beatle" claimde, kreeg ook Harry Harrison deze omschrijving toebemeten in de promospots. Over zijn tijd bij WMCA heeft Harrison zo zijn eigen herinneringen: "We hadden prachtige promoties op het station. We lieten allerlei plannetjes los op de luisteraars om ze zo veel mogelijk bij het station te betrekken. Maar ze moesten er wel wat voor doen. Verplaats je dan maar even naar het midden van de jaren zestig. We nodigden de luisteraars bijvoorbeeld gewoon uit voor een picknick, maar ze moesten er zelf achter komen waar we die zouden houden. In de programma's gaven we ze allerlei hints, waardoor ze er wel achter kwamen. Gevolg was dat er duizenden mensen op die happening afkwamen en er politie moest worden ingezet om de orde te handhaven. Bij WMCA werkte Harrison samen met andere toppers als B. Mitchell Reed, Johnny Dark, Dan Ingram en Jack Spector. En dat allemaal via een krachtige 50.000 Watts of Music Power en onder de bezielende leiding van programmadirecteur Joe O'Brien. Harrison zou het tot 1968 bij WMCA uithouden om vervolgens deel uit te gaan maken van een ander zeer prestigieus samengesteld deejayteam. WABC werd zijn werkgever, waarbij hij de ontbijtshow kreeg toegewezen. Het was programmaleider Rick Slar die met een probleem zat toen zijn ochtend-jock Herb Oscar Anderson — andermaal een grote naam in de Amerikaanse deejay-wereld — besloot op te stappen om elders emplooi te vinden. Daarop werd Harry Harrison ingehuurd om de lege plek in te nemen. Andermaal waren het de vrouwelijke luisteraars die vol bewondering zijn grappen en grollen aanhoorden en veelvuldig het station belden om toch maar even persoonlijk de stem van hun Harry te kunnen horen, zonder dat ze door hem via de radio tegelijk met al die andere vrouwen werden aangesproken. Een vast item in het programma was op de doordeweekse dagen Zipper Routine. Rond die tijd stemden liefst vier miljoen luisteraars dagelijks op zijn programma af. Tot eind 1979 bleef Harrison bij WABC. Het waren vooral de eindjaren zestig en de beginjaren zeventig van de vorige eeuw waarin WABC het topstation van New York was. Als je in die tijd in Nederland sprak over Top 40 Radio, vielen er doorgaans maar een paar namen van Amerikaanse radiostations, te weten KFRC, KLIF en WABC. In dat rijtje was WABC niet de minste en daar was Harrison deels verantwoordelijk voor. Hij wist in zijn programma de juiste balans te brengen, waarbij de jeugd aan het station werd gebonden als hét Top 40 station uit de regio. Tegelijkertijd werd niet alleen de jeugd maar vervolgens ook de ouders door zijn krachtige presentatie getrokken om vrijwel dagelijks af te stemmen op zijn show. Maar in de eindjaren zeventig veranderden de tijden en waren het vooral moeilijke jaren voor de stations die hun uitzendingen via de middengolf verzorgden. Tot verdriet van zijn luisteraars was in november 1979 zijn laatste show via WABC te horen. Vier maanden bleef het vervolgens stil rond de radioburgemeester van New York. One-liners. "Iedere dag zal als een dierbaar cadeau moeten worden uitgepakt," was de mening van Harry Harrison en derhalve was het vanaf maart 1980 vijf dagen per week plezier op WCBS-FM, waar hij een nieuwe werkgever vond. Samen met zijn speciaal samengesteld team was hij op maandagmorgen al om vijf uur te beluisteren en de andere dagen, tot en met vrijdag, vanaf half zes. In de show, die duurde tot negen uur in de ochtend, was er alleen maar aandacht voor oude muziek, aangevuld met nieuws, sport, het weerbericht en verkeersinformatie en bovenal ochtendglorie. Voor vele gezinnen maakte hij gewoon onderdeel uit van het ochtendritueel en zat hij als het ware aan bij de ontbijttafel. Ik noemde al even de slogan van "de dag uitpakken," maar Harrison had, zoals meerdere van zijn collega's uit die tijd, vaste one-liners die regelmatig in zijn programma's terugkeerden en die gezien moeten worden als een onderdeel van zijn persoonlijkheid. Bij een klein aantal deejays is dit hoogst irritant, bij de meeste is het niet storend en bij sommigen is het gewoon leuk. Harrison viel duidelijk in die laatste categorie. Andere slogans die hij gebruikte, waren bijvoorbeeld: "Stay well, stay happy, stay right here," dat bijna klonk als een verplichting om maar te blijven luisteren. Verder verleidde hij zijn luisteraars regelmatig met de zinsnede: "Harry Harrison wishing you the best... that's exactly what you deserve." Een gemiddelde inwoner van New York. Maar, wat is nu eigenlijk de reden dat de luisteraars al die decennia zo intens naar Harry Harrison hebben geluisterd? Zelf zei hij daar jaren geleden iets over in een interview: "Ik ben waarschijnlijk gewoon mezelf gebleven en ben gelijk aan de luisteraars gewoon een gemiddelde inwoner van New York. Ik breng een deel van mijn tijd door met mijn lieve familie. Ik ga naar de bioscoop, lees boeken en doe alles wat de gemiddelde mens ook doet. Bovendien praat ik daar ook vrijuit over in mijn programma's." Dat klopt waarschijnlijk wel: zijn gerichtheid op het doorsnee gezin was Harrison's grote kracht. Hij kon daarbij putten uit zijn eigen ervaringen. Morning Mayor Harrison heeft namelijk ook een eigen gezin, bestaande uit vrouw Pretty Patti en vier kinderen. Zijn grote hobby is het houden van honden, waarvan hij vele exemplaren bezit. Zo "gemiddeld" was Harrison echter ook niet, dat zijn bijdrage aan de wereld van de radio door de autoriteiten werd genegeerd. In 1997 besloot Rudolph Guilani, toen de echte burgemeester van New York, hem uit te nodigen en op 25 april kreeg Harrison, die in zijn loopbaan tal van onderscheidingen heeft ontvangen en bovendien duizenden artiesten voorbij heeft zien komen en persoonlijk heeft ontmoet, tot zijn grote genoegen de mooiste onderscheiding die hij ooit had kunnen ontvangen. De burgemeester riep namelijk vanaf dat moment de legendarische dag 25 april uit tot een jaarlijkse happening: The Harry Harrison Day. Harry Harrison is kortom wel gestopt, maar miljoenen luisteraars zullen een zeer goede herinnering overhouden aan deze uitstekende "Good Guy". Hans Knot, 14 september 2019
  42. 2 points
    Zo maar een paar korte verslagen uit februari 1957 uit Groningen. Twee clandestiene radiostations werden er op zondagavond de 10de februari opgespoord door de Groninger Politie, in samenwerking met ambtenaren van de P.T.T. De daders werden op heterdaad betrapt tijdens de uitzending. Volgens het Nieuwsblad van het Noorden, waarin destijds de berichtgeving was terug te vinden, was er eerst een pand aan de Bilitonstraat betreden. ‘Onder allerlei opvallende en soms zelfs lieflijke roepnamen, zoals ‘Madeliefje’, ‘De Smokkelaar’, ‘De Dankbaarheid’ en ‘De Molenwiek’, had de eigenaar al geruime tijd zijn ether-activiteiten ontplooid. Het Madeliefje werd echter realistisch als een lastige smokkelaar behandeld en zal — overigens tot veler dankbaarheid — zijn geestigheden voortaan op andere wijze moeten lanceren.’ De tweede ‘geheime zender’ werd ontdekt in de Nieuwe Ebbingestraat, op loopafstand van Madeliefje en deze kondigde zich nog geestiger aan als ‘Baron van Münchhausen’, en vroeger werd de naam Peter Pech’ gebruikt. Ook deze baron had de nodige pech, want ook hij zag zijn dure zendinstallatie in beslag genomen door de ambtenaren van de Opsporingsdienst van de P.T.T. In totaal werd er die zondagavond tegen drie personen van respectievelijk 32, 27 en 20 jaar, proces-verbaal opgemaakt en werd later de apparatuur verbeurd verklaard. In het Stadsparkpaviljoen in Groningen was er zaterdagavond 9 februari 1957 een door de Groninger Jazz Sociëteit georganiseerde jazz-avond, die natuurlijk meer door dans- dan door jazz-liefhebbers werd bijgewoond. ‘Na een kort inleidend woord door de voorzitter, de heer H. van Delden, werden al dadelijk alle registers opengetrokken, zowel door de musici als door de teenagers, die al van het eerste nummer af — en masse — hun hang naar een dansvloer demonstreerden en dezen dan ook tot op de vierkante decimeter verwoed schuifelden. Zij deden dit met het zelfbewustheid der prille jeugd, de dames compleet met vlechten en paardenstaarten (wij hebben vergeefs uitgekeken naar de vurige rock-and roll- kousen), de heren met een toepasselijk gemis aan hoofdhaar, een teveel aan kinbaard en kromme pijpjes’, aldus een verslag in de regionale krant. Afbeelding: Jenne Meinema en Cees Koorenhof (foto Groninger Poparchief) Overigens ging het er gezellig en ongedwongen toe en de uitvoerende musici kregen de bijval, die zij ongetwijfeld verdienden. Het waren allereerst Jenne Meinema (altsax). Jan Groenendal (trompet), Joop Verbeke (piano), Ludwig Eschweiler (bas) en Martin Vijver (drums), die in een hoog tempo new en old favourites aan het oor toevertrouwden. Het Nieuwsblad van het Noorden meldde dat vooral uitblinker Jenne Meinema zich in zijn vaak virtuoze improvisaties een uitstekend musicus vertoonde, die jazz aanvoelde. Ook in het samenspel tussen hem en trompettist Groenendal (‘Strike up the band’) waren dikwijls opvallend goede dingen te constateren. Verder speelde er nog een jeugdcombo met de jonge (en zeker wel iets belovende) Roel Hemmes op tenorsax, André van Dam (piano), Chris Peters (bas) en Piet Leeuw (drums). Roel Hemmes werd platenhandelaar maar speelde jaren lang ook op tenorsax en deed mee op een van de lp’s van Cuby and the Blizzards in de jaren zestig van de vorige eeuw. Maar er werd dat weekend ook gehandeld gericht op de toekomst, namelijk de Meikermis. In het Concerthuis aan de Poelestraat te Groningen werd de openbare inschrijving gehouden voor de Groninger Meikermis. Het was niet een snelle afhandeling want het duurde niet minder dan vier en een half uur voordat alle plekken waren toegewezen. De toenmalige Groninger wethouder Streuper opende om tien uur die zaterdagochtend met het voorlezen van de eerste inschrijving. De bijeenkomt duurde vervolgens tot half drie in de middag toen de laatste bieding werd behandeld. Het was inschrijving nummer 262 van een kermisexploitant die graag een plekje wenste op een van de pleinen waar de jaarlijkse Meikermis in Groningen plaats ging vinden. Een paar honderd exploitanten waren aanwezig en dat was veel meer dan in 1956. De Meikermis was in 1957 trouwens gepland voor de periode van 11 tot en met 19 mei. Verwacht werd dan ook dat te innen pachtgelden minstens 20.000 gulden hoger zouden zijn als in het voorgaande jaar. Dit hield tevens in, dat ook de samenstelling van de kermis die van het jaar 1956 ging overtreffen. Zo was er een exploitant van een achtbaan, die voor een plekje op de Vismarkt liefst 8000 harde guldens neertelde. Een eigenaar van een Balcospel, je weet wel met de grijpers proberen een object te scoren, betaalde 5379,-- gulden, ervan overtuigd dat dit bedrag zeer zeker fors zou worden overschreden tijdens de Kermisdagen. Hij had dan ook als enige dat jaar een dergelijk spel op de Kermis en hoefde niet te vrezen dat goklustige Groningers naar de concurrent zouden gaan. Voor de eetlustige bezoekers was er een keuze uit liefst 13 gebakkramen verspreid over de Vismarkt, Ossenmarkt en Grote Markt, terwijl bij vier kramen de destijds nog redelijk betaalbare palingen konden worden gekocht. Naast de gebruikelijke schiettenten en autoscooters mochten de kermisbezoekers in 1957 ook hun hart ophalen in een zogenaamde emotiebaan, waarin een reis ‘naar Mars’ gemaakt kon worden. Of het om een enkele reis ging of een retourtje werd niet bekend gemaakt. Hans Knot, 10 augustus 2019
  43. 2 points
    Vandaag deel twee van de tweeluik Prioriteiten rond een van de bekendere naoorlogse radiomensen, Karel Prior. We waren gebleven bij terugzetting in functie en daling van inkomen van Prior door de AVRO. Dit nadat er een rel met andere omroepen was ontstaan rond een herdenkingsprogramma dat op 5 mei 1960 zou worden uitgezonden onder regie van Prior. Lang bleven de commentaren nadien in de kranten verschijnen. Bijvoorbeeld bij Henk Hoving, die in 1960 onder de titel ‘Luister Mee Met TV’ een wekelijkse rubriek voerde in een van de landelijke dagbladen. Op 15 juni van dat jaar ging hij daar dieper in op de zaak van de AVRO en Prior: ‘Hoewel iedereen bij de AVRO zo langzamerhand op de hoogte is van de zaken, heeft de directie van de AVRO verzuimd haar beslissing mee te delen. Niet alleen aan de buitenwacht maar ook aan het personeel. Het is een absurde stelling te beweren dat de buitenwacht hier niets mee te maken heeft. De zaak Prior is nu eenmaal een publieke zaak geworden, waarover in alle kranten is geschreven. Wil de AVRO het toch al dikwijls gehoorde verwijt weerleggen, dat deze omroep is gebouwd op een schijndemocratie, dan dient zij onverwijld althans de leden in te lichten over haar beslissing en de motieven, die daartoe hebben geleid.’ Verwarring heerste er alom, ook binnen de kring van medewerkers. Prior kon, ondanks dat hij in rang was teruggezet, nog steeds door medewerkers worden benaderd als hoofd van de afdeling gevarieerde programma's van de AVRO. De vraag werd dan ook in de pers opgeworpen wie hem zou gaan opvolgen. Insiders waren van mening dat er een aantal kandidaten was, waaronder Flip van de Schalie en Roel Balten. Een paar dagen later werd tegengesproken dat een van beide personen in aanmerking zou komen, daar de taken beter overgenomen zouden kunnen worden door algemeen programmadirecteur Henk de Wolf. Deze zou in eigen kring heel duidelijk hebben gemaakt, dat Prior met zijn beslissing de naam van de AVRO veel afbreuk had gedaan. Prior zelf, zo bleek achteraf, had van de AVRO zwijgplicht opgelegd gekregen. Andermaal Henk Hoving: ‘Vreest de AVRO openbare kritiek? Durft zij de consequenties van haar eigen beslissingen niet aan uit angst, dat het toch al zwaar geschokte vertrouwen in de omroepbestuurders nog meer afbreuk zal worden gedaan? Hoe kortzichtig! Want door deze wijze van handelen bereikt men alleen wat men had willen voorkomen. Wie zijn gezicht niet wenst te laten zien, verliest zijn gezicht. Het schuwen van de operatie is typisch de reactie van de kleine man in moeilijkheden. En dat het hier bepaald niet gaat om grote figuren met dominerende persoonlijkheden is een ieder duidelijk die deze zoveelste omroep-rel heeft gevolgd. Dat moet ook duidelijk zijn voor iedere weldenkende abonnee van de AVRO-bode, die wekelijks van de AVRO-directeur Repko hoofdartikelen krijgt te slikken waarvoor iedere leerling journalist zich zou schamen.’ Maar al vrij snel waren alle sprekers uitgesproken en alle schrijvers uitgeschreven. De verontwaardiging ebde weg en de rust keerde weer terug binnen omroepland. Stilletjes aan werd Prior gewoon weer geaccepteerd op de plek waar hij thuishoorde. En aangenomen mag worden, dat hij in die functie ook weer gewoon zijn normale salaris in zijn maandelijks loonzakje vond. Prior zorgde echter vaker voor de nodige publiciteit en niet altijd in negatieve zin. We halen er nog een voorbeeld van aan en wel, zo'n tien jaar later, uit maart 1971. In 1971 viel de stem van Prior op de laatste dag van de maand maart te horen op twee stations tegelijk. Dat gebeurde via een zogenaamde link-up, waarbij — tussen elf en twaalf uur in de avond — twee radiostations een uur lang deels gezamenlijk een uitzending verzorgden. Het ene station was de NOS op Hilversum 1, waar Prior op dat moment op freelance-basis werkte voor het programma ‘Cosa Nostra’. Het andere station was Radio Northsea International, dat haar uitzendingen verzorgde via de 220 meter middengolf en verder via FM en korte golf frequenties vanaf het zendschip MEBO II. Zoals gezegd, werkte Prior in die tijd ook voor dat station als freelancer met zijn programma ‘Prioriteiten’, dat iedere zondagochtend de lucht in ging. Het knooppunt van de gebeurtenissen was Scheveningen. De MEBO II lag op 4,5 mijl uit de kust ter hoogte van die badplaats verankerd. Aan boord van het schip zat Jan van Veen (die normaal alleen vooraf aan land opgenomen programma's presenteerde), bijgestaan door de Engelse deejay Dave Rodgers en nieuwslezer Crispian St. John. ‘Cosa Nostra’ was met een reportageploeg in datzelfde Scheveningen aanwezig. Naast Prior bestond dit team uit Peter Knegtjes en Hans Zoet. In beide programma's werd het bericht verspreid dat er zich bij de Scheveningse Pier steeds meer mensen verzamelden die nieuwsgierig waren hoe de reddingsoperatie ‘Red de Pier van Scheveningen’ verliep. Wat was er aan de hand? Afbeelding: Crispian St. John. Tien minuten na het begin van het programma Cosa Nostra, nadat eerdere pogingen waren mislukt, werd er verbinding gelegd tussen beide radiostations. Voordat Jan van Veen uitgebreid ging praten met Prior, gaf hij eerst het woord aan Crispian St. John, die de internationale luisteraars van Radio Northsea International op de hoogte mocht brengen van datgene wat er in Scheveningen gebeurde. "It looks like the pier will collapse," aldus Crispian St. John op Radio Northsea International St. John kwam met een onheilspellende mededeling: "This is Crispian St. John interrupting the Steve Merike programme and informing our listeners (...) Scheveningen Pier has, over the last few hours, become extremely unsafe due to corrosion. Jan van Veen of our Dutch disk-jockey staff will observe the situation from the deck of the MEBO II ship of Radio Northsea International. And Radio Northsea International will keep you informed from minute to minute." Vervolgens meldde Prior op verzoek van Jan van Veen aan de Scheveningse bemanning van de MEBO II: "Er is iets met die pier aan de hand, enne (...) ik ben een leek (...) maar er schijnt toch wel een betrekkelijk catastrofale wending hier te komen ..." Van Veen deed er, na het draaien van een plaat, nog een schepje bovenop op door te stellen dat de pier waarschijnlijk in elkaar zou storten, waarna de Britse deejay's vervolgens bij herhaling met soortelijke berichten kwamen. Ook de medewerkers van Cosa Nostra, die dichter bij het vuur zaten, wisten de nodige details te melden. Zo kwam Peter Knegtjes in de loop van het uur met de mededeling, dat inmiddels ook een aantal olifanten op het strand was gearriveerd om te helpen bij de werkzaamheden. Met behulp van stevige kabels vastgebonden aan een aantal pijlers, zouden de sterke dieren hun kracht inzetten om de pier overeind te houden. De olifanten waren afkomstig van Circus Boltini, dat toevallig net haar tenten in Scheveningen had opgeslagen. De berichtgeving werd overgenomen door het ANP, die in haar middernachtelijk bulletin wist te melden: "Enige honderden mensen hebben vanavond in Scheveningen de verrichtingen gevolgd van een aantal duikers, dat in actie was bij het vierde eiland op de pier. Op het strand waren grote kranen verschenen. Volgens ingewijden in verband met een onderzoek naar vermeende constructiefouten aan de pijlers. Kort na middernacht wordt de uitslag van het onderzoek verwacht." Normaal werd er na de laatste nieuwsuitzending om 24.00 uur een afsluitend woord gesproken door de omroeper van dienst, gevolgd door enige strofen van het Wilhelmus, waarna Hilversum 1 uit de ether verdween. Die keer echter werd er andermaal verbinding gemaakt met Scheveningen, waar Karel Prior andermaal het woord nam: "Wat de radionieuwsdienst heeft gezegd, of wij de oplossing kunnen brengen over het drama van de pier, wel, ja (...) ik zou eerst nog even willen gaan naar onze verslaggever op de wal, op de boulevard, Hans Zoet ..." Deze vertelde dat het er in dat de pier steeds verder leek te verzakken en dat de pijlers dreigden te bezwijken. Prior draaide vervolgens een eind aan het programma met de mededeling dat eigenaar Zwolsman de pier de volgende ochtend naar de Europoort zou laten verslepen, waar het om 6.00 uur in de ochtend aan zou komen. Om vijf minuten na middernacht liet Prior de luisteraars weten dat het inmiddels de eerste dag van april 1971 was. Hans Knot, 3 augustus 2019.
  44. 2 points
    In deze aflevering zet ik een presentator van weleer in de spotlight. Karel Prior was een van de bekende gezichten — misschien beter gezegd ‘stemmen’ — uit de naoorlogse jaren van de Nederlandse radio. Daarnaast was hij als producer verantwoordelijk voor tal van succesvolle programma's op de radio en de televisie. In dit artikel een terugblik op een aantal opmerkelijke gebeurtenissen uit het leven van Karel Prior: zomaar enkele van de vele "prioriteiten" uit het rijke leven van een van de voortrekkers uit de Nederlandse radio- en televisiewereld van na de Tweede Wereldoorlog. Veel oudere radioluisteraars zullen zich nog de stem kunnen herinneren die bijna vijftig jaar geleden — om precies te zijn in februari 1971 — de eerste Nederlandstalige woorden uitsprak op Radio Noordzee. Bij herhaling klonk, gedragen door een prachtig stemgeluid, steeds maar weer dezelfde tekst: "Dit is Radio Noordzee met een proefuitzending ... U zult in de toekomst meer van ons horen. U gaat nu luisteren naar een non-stop muziekuitzending van Radio Noordzee." Die woorden werden destijds ingesproken door Karel Prior op een zogenaamde loop-tape. Prior overleed op 24 april 1997 — hij was toen 73 jaar oud — na een leven dat bijna geheel in het teken stond van de radio en televisie. Na de start van de Nederlandstalige service van Radio Northsea International (RNI) kreeg Prior in maart 1971 bij dat station zijn eigen programma. ‘Prioriteiten’, dat zich vooral op het oudere luisterpubliek richtte en dat ging iedere zondagmorgen de ether in. Voor de gemiddelde tiener en twen die in die tijd op het station afstemden, was Prior's mooie stem toen een nieuw geluid. Voor de meeste ouderen was er evenwel sprake van herkenning. Prior had op dat moment namelijk al een lang radioverleden achter de rug. Voordat hij, via zijn productiebedrijf Karel Prior Producties dat overigens net als de RNI-organisatie op de terreinen van het Strengholt-concern in Naarden was gevestigd, betrokken werd bij de uitzendingen van de Nederlandstalige uitzendingen van RNI, had hij al tal van werkgevers versleten. De in 1924 geboren Prior begon na de Tweede Wereldoorlog zijn radioloopbaan in Hilversum. In eerste instantie probeerde hij het als acteur en cabaretier, maar in 1947 stapte hij de omroep binnen als nieuwslezer en omroeper. Vanaf die tijd kent zijn loopbaan tal van successen en bijna even zovele werkgevers, waaronder de VARA, de NRU (de Nederlandse Radio Unie), de AVRO, de TROS en de NOS. Prior werd in 1952 door de leiding van de VARA gevraagd om het grote radio-amusement voor de zaterdagavond te gaan produceren. Hij toonde zich daarbij iemand met een goede neus voor talent. Voordat de televisie werd geïntroduceerd, werd de avonden gevuld met aantrekkelijke radioprogramma's voor het hele gezin. Geliefd waren daarbij de zogeheten ‘volkse typetjes’. Een daarvan was de draaiorgelman ‘Willem Parel’, die oorspronkelijk slechts een keer acte de préséance zou geven in het programma ‘VARA’s Showboat’. Prior was echter zo slim om deze act van Wim Sonneveld een vaste plek te geven in het programma. Terecht zo bleek, want de figuur van Willem Parel werd enorm populair. Prior was daarnaast verantwoordelijk voor nog een ander kassucces voor de VARA. Op 11 februari 1956 bracht hij het duo Tom Manders — in diens vaste rol van de zwerver Dorus — en de organist ‘meneer’ Cor Steijn samen in een aflevering van het programma ‘Showboat’. Gevolg was dat dit duo zowel via radio, als later de televisie, enorme successen zouden boeken. In 1957 maakte Prior de overstap van de VARA naar de AVRO. In die hoogtijdagen van de verzuiling was dat nog hoogst ongebruikelijk. De omroepen profileerden zich met een beroep op hun ‘overtuiging’ en Prior's daad werd bijna ervaren als een vorm van geloofsafval. De overstap maakte dan ook nogal wat publiciteit los. Prior trok zich er weinig van aan en maakte ook voor zijn nieuwe werkgever tal van succesvolle programma's. Hij was bij de AVRO onder meer verantwoordelijk voor het programma ‘Koek en Ei’ met Conny Stuart, Ko van Dijk, Joep Doderer en Johan Kaart. Dat bekende viertal was een andere reden waarom de overstap zoveel publiciteit opriep. Prior had de acteurs gewoon overgehaald om uit het VARA-programma ‘Mimoza’ te stappen om vervolgens bij de AVRO onder een andere programmanaam de successen voort te zetten. Prior verwierf daarnaast bekendheid als televisieproducer. Absolute toppers uit het zwart-wit tijdperk van de Nederlandse televisie zijn ‘De Weekend-Show’ met Rijk de Gooyer en Johnnie Kraaykamp en ‘Hou Je Aan Het Woord’, een taalkundig spelprogramma met onder meer Karel Jonckheere en Godfried Bomans — beide producten van Prior. Jarenlang hield hij het vol bij de AVRO en de TROS, totdat het tijdperk van de grote showprogramma's verleden tijd werd. Zijn liefde ging daarna weer uit naar de radio, waarvoor hij in de late jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw andermaal programma's ging maken voor de AVRO. Graag had hij, na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, dit werk voortgezet. De leiding van, de AVRO was het er echter niet mee eens en daarmee viel vervolgens een van de prachtigste stemmen van de Nederlandse radio niet meer te beluisteren. Prior zat altijd vol ideeën, maar was bij lange na niet bij iedereen geliefd. Sommige bestuurders hadden een uitgesproken hekel aan de man. Zo werd Prior in 1960 — hij werkte toen dus al zo'n drie jaar bij de AVRO — namens de gezamenlijke omroepen gevraagd om het Bevrijdingsprogramma op de televisie te regisseren. In die tijd discussieerden de vertegenwoordigers van de betrokken omroepen altijd uitgebreid vooraf of een bepaald item wel of niet in een programma mocht komen. Ook voor het betreffende Bevrijdingsprogramma, dat op 5 mei 1960 zou worden uitgezonden, zaten de vertegenwoordigers van de omroepen rond de tafel om de invulling van het feestprogramma rond te krijgen. Op dat moment stond de zangeres Corry Brokken hoog in de hitparade met haar versie van ‘Milord’, een Nederlandse bewerking van een chanson dat al eerder bekend werd in de uitvoering van de Franse zangeres Edith Piaf. Prior had het lied, dat overigens liefst zestien weken — nog steeds een nationaal record — de eerste plaats op de hitparade wist te behouden, in de uitzending opgenomen. De wrange tekst, die handelde over een prostituee, werd evenwel — vooral in christelijke kring — als aanstootgevend ervaren. Een kort citaat uit het liedje: "En als je eenzaam wordt, Moe van 't gelukkig zijn, Kom dan bij mij, Milord, Dan sluit ik het gordijn ..." Een vertegenwoordiger van de NCRV gaf te kennen, dat een lied met een dergelijke tekst beslist niet in het programma paste. Prior was woedend en gaf staande de vergadering zijn opdracht terug. Met het schrappen van de titel ‘Milord’, zo zei hij met een beroep op zijn deskundigheid, werd het werken als producer hem onmogelijk werd gemaakt. Prior's beslissing om de opdracht terug te geven, veroorzaakte nogal wat opschudding. Veel artiesten — met als woordvoerder de regisseur en tekstschrijver Wim Ibo — verklaarden zich solidair met Prior. Het was een van de eerste tekenen van de omslag van de jaren vijftig naar de jaren zestig. Voor Prior zelf had het muisje overigens nog een financieel staartje. Eerst waren het nog voornamelijk geruchten die achter de schermen de ronde deden. Maar begin juni 1960 — dus meer dan een maand nadat Prior besloten had zijn taken aan de gezamenlijke omroepen terug te geven — werd duidelijk dat het bestuur van de AVRO consequenties had verbonden aan Prior's weigering. Prior, die tot op dat moment een aanstelling had als hoofd amusement, werd gedegradeerd tot gewoon omroepmedewerker. Dit stond destijds gelijk aan degradatie vanuit schaal 13 tot aan de bodem van schaal 12. Deze gebeurtenis werd uitgebreid in de pers naar voren gehaald. In de kranten viel zelfs te lezen dat het Prior minimaal tweeduizend gulden op jaarbasis zou schelen. Let wel we hebben het over het jaar 1960. De AVRO was echter niet tot het uiterste gegaan. Zowel de NCRV als de VARA, beide eerdere werkgevers van Prior, hadden er bij de directie van de AVRO op gestaan dat de man op staande voet zou worden ontslagen. Dat de NCRV het ontslag van Prior had geëist, had puur te maken met de tekst van het liedje ‘Milord’ dat Prior wenste uit te zenden op de televisie. Bij de VARA speelden ook andere overwegingen een rol. Voor deze omroep vormde de gebeurtenis een prachtige gelegenheid om Prior terug te pakken voor wat ze nog steeds zagen als een geval van overlopen. Een salarisverlaging was een tweede optie. Men vond in VARA-kringen namelijk destijds al dat zijn nieuwe werkgever hem veel te hoog had ingeschaald. Dit probleem werd toen zelfs uitgevochten tot aan de toenmalige omroepcommissaris, professor Beel, toe. Die liet uiteindelijk weten, dat de AVRO goed zat op het punt van Prior's aanstelling in salarisklasse 13. Naar huidige maatstaven gemeten, stond de maatregel van de AVRO in geen enkele verhouding met het principiële standpunt van Prior. De hele gebeurtenis werpt tegelijkertijd een schril licht op de toestanden, die rond die tijd binnen de omroepen heersten. Hoewel de bestuurders er niet tegenop zagen om hun visie op de conflicten openbaar te maken via verklaringen aan journalisten, werd er binnenshuis besmuikter mee omgegaan. Ook dat riep weer de nodige irritatie op. Wordt vervolgd. Hans Knot, 27 juli 2019 Afbeelding: Karel Prior (foto Wikipedia / beeldengeluidwiki.nl)
  45. 2 points
    De maand juli is een zomermaand, een maand om vakantie te kunnen houden maar ook om het even rustig aan te doen. Nostalgisch neem ik je vanaf het laatste weekend in juni in vier delen mee terug in de tijd en ga het hebben over het eens zogeheten ‘heilig kastje’, dat in vele gezinnen een lange tijd centraal stond: de televisie. Vandaag deel 3. Vorige week eindigde ik met het gegeven dat de PTT — dat was wel duidelijk — deze zaak niet alleen zou aankunnen. Bij elkaar genomen ging het immers om een investering van enkele honderden miljoenen guldens — en dat in bedragen van 1965. Men hoopte daarom ook op samenwerking met verzekeringsmaatschappijen, pensioenfondsen en woningbouwverenigingen, waarmee collectieve contracten zouden kunnen worden afgesloten voor de aansluiting van hele woonblokken op het systeem. De toekomstige kosten van een collectief abonnement zouden dan niet al te hoog worden. De PTT-topman verwachtte dan ook dat zo'n abonnement als een meerprijs in de maandelijkse huurafdracht zou kunnen worden doorberekend. Om het publiek warm te maken voor zijn denkbeelden, was de PTT ook niet wars van verre visioenen. Opmerkelijk in dit verband is de vroege vorm van betaaltelevisie, die professor Bast in gedachten had. Hij was van mening dat het mogelijk zou zijn bij elk televisietoestel een soort van muntautomaat te plaatsen, waarbij bepaalde kanalen zouden kunnen worden bekeken. Hier moest dan extra voor worden betaald: "Een mooie manier om de lokale sport te bevoordelen, immers een plaatselijke distributiemaatschappij zou er toe over kunnen gaan wekelijks een voetbalwedstrijd van de plaatselijke vereniging, tegen betaling, te gaan uitzenden. Een soort van wasmunt kan dan het beeld voor de bewoners zichtbaar maken." De optimistische vooruitzichten van de PTT waren echter niet aan de regering besteed. Die had op dat moment ook wel andere zorgen aan het hoofd. De aarzelende houding van de overheid ten aanzien van reclame op beeldbuis, had geleid tot een aantal creatieve, particuliere initiatieven. Daarover was sinds eind 1963 ook al het een en ander in de pers geschreven. Veel hadden de journalisten daarbij besteed aan de plannen van een aantal Nederlanders om voor de kust van Noordwijk een kunstmatig eiland te verankeren. Dit eiland zou worden gebouwd in Ierland (Cork) en op het platform zouden zowel een radio- als een televisiezender worden geïnstalleerd. Het geheel zou worden geëxploiteerd onder de naam REM (voluit: Reclame Exploitatie Maatschappij). De onderneming zou weliswaar pas in september 1964 van start gaan. Maar aangezien de woordvoerder van de REM, Brandel, veelvuldig de publiciteit zocht en ook de diverse kranten de activiteiten van de REM nauwgezet volgden, werden ook de beheerders van de eerder voornoemde CAI's wakker geschud. De meeste van hen zagen de zenderuitbreiding evenwel niet zitten. Begin februari 1964 meldde een woordvoerder van een CAI, in één van de grote steden van de Randstad, al dat zijn onderneming de centrale antenne-installatie in de woningen beslist niet in orde wenste te brengen voor de ontvangst van de toekomstige "reclamezender" uit zee. Dat had overigens ook niet gekund, want het was nog onbekend op welk kanaal de nieuwe zender zou gaan uitzenden. Het was een vraag die Brandel niet wilde beantwoorden. En ook dat leverde weer stof op voor commentaren in de pers: "De chaos op het gebied van de antennes voor de televisie-ontvangst wordt met de dag groter. Niemand weet op welk kanaal de reclamezender in zee in de loop van de zomer zal gaan zenden. Gevolg is dat niemand de antenne thuis, of de centrale antenne-installatie, al gereed kan gaan maken voor ontvangst. Met andere woorden: hoe langer meneer Brandel wacht met het geven van het antwoord op de vraag die velen bezig houdt, des te kleiner maakt hij — zeker in de beginperiode — het aantal kijkers naar zijn betaalde zender." Maar Brandel en de zijnen kozen voor een speciale antenne, die extra moest worden gekocht en aangesloten dienden te worden in de op de antennemast. Via een reclamecampagne in de dagbladpers wist men toch later vele kijkers te trekken. Vrijwel dagelijks waren in die tijd ingezonden brieven, dan wel redactionele opmerkingen, te lezen over de toekomst van de CAI, de reclamezender en een eventueel Tweede Televisienet. Zo kwam er uiteraard commentaar op de weigering van de CAI-woordvoerder om de centrale antenne-installatie aan te passen, wanneer REM TV van start zou gaan. In diverse plaatsen in Oost-Nederland wensten de CAI's in het begin niet het signaal van Duitse stations over te zetten, waarna massaal protest uitbrak en men alsnog overstag ging. Daaruit, zo schreven de kranten, viel een les te leren: ‘Geen exploitant zal zich waarschijnlijk kunnen veroorloven de installatie te laten zoals zij is, en dus niet te zorgen dat zijn abonnees ook naar deze zender zullen kijken. Hij zou, gezien de ervaringen in het oosten van het land, het risico lopen dat de mensen, ondanks het verbod in hun contract zelf antennemasten op hun dak te mogen aanbrengen, dit toch zullen gaan doen. Daarna voor politieagent spelen bleek in het oosten van het land in de praktijk onuitvoerbaar. Gezien het gegeven dat er binnenkort ook beslist zal worden over een eventueel tweede net, zal de technische vakhandelaar het druk gaan krijgen met het aanleveren en plaatsen van twee nieuwe ontvangstantennes bij de verschillende gezinnen.’ En plotseling mengden de Katholieken zich, in maart 1964, andermaal in de discussie. Dit keer waren het de leden van het Katholiek Maatschappelijk Beraad die zich publiekelijk uitlieten over de vraag of "wel of geen reclame op de televisie" moest komen. Binnen het Katholiek Maatschappelijk Beraad waren allerlei andere Katholieke organisaties, zoals de Katholieke Werkgevers, de KNBTH, de Katholieke Middenstandsbond en de Nederlandse Katholieke Vrouwenbond, vertegenwoordigd. Er werd een soort compromis naar voren gebracht. Men achtte de toelating van reclame aanvaardbaar, mits het gebrachte televisieprogramma gevrijwaard bleef van commerciële invloeden. Het Bestuur van het Katholiek Maatschappelijk Beraad was tot deze conclusie gekomen naar aanleiding van een rapport, over de toekomst van de televisie, dat was samengesteld door een commissie binnen het Beraad: ‘.. een gemeenschappelijk standpunt kon worden geconcludeerd na diepgaand overleg, waarbij duidelijk de verschillende wijzen van benadering in de onderscheiden organisaties naar voren kwamen.’ Het KMB onthield zich evenwel van een standpunt over de meest wenselijke vorm van reclametelevisie. Diende er een onafhankelijke commercieel station komen, of diende reclame worden ingevoerd in de programma's van de bestaande omroepen? Op dat punt wrong de schoen natuurlijk het meest. Al in 1961 legden de omroepverenigingen in een geheime nota aan de regering hun ideeën voor over de eventuele invoering van reclame op de Nederlandse televisie vast. De nota werd in februari 1961 bij de Tweede Kamer ingediend. Het rapport was geheim, maar toch werd het in maart 1964 even aangehaald toen bekend werd dat minister Bot de Nederlandse Televisie Stichting (NTS) had gevraagd hem voor 15 juli van dat jaar een plan voor te leggen voor de invoering van de reclame op de televisie. Het verzoek was gekomen naar aanleiding van een oriënterend gesprek, dat op 25 maart van dat jaar plaatsvond met het bestuur van de NTS. De omroepbestuurders ontvouwden toen hun denkbeelden over de reclame in de televisie, maar deze bleken echter allerminst vast omlijnd. De minister gaf daarop zijn voorlopige reacties, zonder daaraan dwingende consequenties te verbinden. Minister Bot wilde vervolgens, dat de NTS met een nauwkeurig voorstel op tafel kwam. Daarin moest concreet worden aangegeven hoe volgens degenen die toen de televisie-uitzendingen verzorgden, reclameboodschappen in de televisieprogramma's konden en moesten worden geïncorporeerd. Het rapport zelf is altijd geheim gebleven. Er mag evenwel worden aangenomen dat het rapport het idee behelsde om een orgaan voor exploitatie van de reclame in het leven te roepen. In dit orgaan zouden, behalve de omroepen ook andere belanghebbenden, met name de tijdschriftuitgevers (NOTU) en de adverteerders (VEA), moeten zijn vertegenwoordigd. Het verzoek van Minister Bot leverde overigens nog een reactie op in de pers. Een woordvoerder van de NTS liet weten dat de organisatie, mede gelet op het feit dat de minister voor 15 juli 1964 antwoord wenste, haast had met de invoering van reclame op de televisie en bovendien snel wilde overgaan tot het oprichten van een tweede televisienet in Nederland. Hoogstwaarschijnlijk dient deze uitlating worden gezien als een gevolg van de angst dat het toekomstige REM-project daadwerkelijk vele kijkers zou kunnen wegtrekken bij de programma's die door de omroepverenigingen werden uitgezonden. Wordt vervolgd. Hans Knot, 13 juli 2019
  46. 2 points
    Na bijna twaalf jaar komt er een nieuwe reeks uitzendingen vanuit hét radiostation voor Bergeijk: Radio Bergeijk. Uiteraard weer gepresenteerd door ankerman Toon Spoorenberg (Pieter Bouwman) en sidekick Peer van Eersel (George van Houts). De satirische radiosoap verkreeg een cultstatus door de absurde en onnavolgbare sketches, vaak geïnspireerd op nieuwsberichten uit de (lokale) media. In de nieuwe afleveringen bespreken Toon en Peer opnieuw het wel en wee van het Brabantse dorp Bergeijk en haar bewoners. Suffe jingles, cabareteske verslaggeving en vreemde interviews passeren wederom de revue. Ook technicus Tedje van Lieshout is weer van de partij. Alleen verslaggeefster Lilian van Heeswijk is er dit nieuwe seizoen niet bij. ‘Lilian heeft een andere weg gekozen. En dat respecteren wij… voor zover je een kuthoer kunt respecteren’ verklaart het presentatieduo. Maar wie oude wijn in nieuwe zakken verwacht komt bedrogen uit. De radiomakers benadrukken met de tijd te zijn meegegaan. ‘De laatste tien jaar hebben wij natuurlijk niet stilgestaan. Wij zijn regelmatig bijgespijkerd met moderne ontwikkelingen, zoals vrouwen, gehandicapten en mensen die “niet van hier” zijn enzo. Voor ons is het ook 2019,’ aldus Toon Spoorenberg. In navolging van deze modernisatieslag kunnen de luisteraars tevens enkele nieuwe rubrieken verwachten zoals ‘Zielenroerselen’ en ‘Komt mama nog?’ In laatstgenoemde rubriek komen alleen kinderen aan het woord. Volgens Spoorenberg een mooi voorbeeld van hoe Radio Bergeijk met de tijd is meegegaan. ‘Kinderen worden tegenwoordig serieus genomen. Toen wij jong waren was dat niet zo. Een kind kon een klap krijgen en een homp brood. En verder moesten ze de goot schoonmaken. Op een wankele ladder.’ Vanaf dinsdag 27 augustus op NPO Radio 1 en beschikbaar als podcast Vanaf 27 augustus tot 27 september, en vanaf 29 oktober tot 29 november is Radio Bergeijk wekelijks te horen in het hoorspelhalfuur en in Nooit Meer Slapen op NPO Radio 1. Tevens is radio Bergeijk te beluisteren als podcast via vpro.nl/radiobergeijk, Apple Podcasts en Stitcher. Bron: VPRO Foto: © VPRO | Jeroen de Leijer
  47. 2 points
    Het verhaal 'Door Omstandigheden' is begin jaren '80 van de vorige eeuw gepubliceerd in Caroline Radio Nieuws. Luk van Braekel (deel 1 t/m 18) en Albrecht de Groeve (vanaf deel 19) vertelden de geschiedenis van 5 jaar Radio Mi Amigo. -1- Maandag 13 augustus 1973, vijf uur 's middags. In de Suzywafel bakkerij aan de Emiel de Rooverlaan te Buizingen (België) worden de ovens afgezet en vallen de transportbanden stil. Vanuit zijn kantoor op de eerste verdieping kijkt directeur Sylvain Tack zwijgend door het raam naar de tientallen werknemers die de fabriek verlaten. Weemoedig denkt hij aan de tijd toen hij met het wafelijzer van zijn vrouw en een recept van zijn moeder z'n eerste Suzywafel bakte. Ai...! Sylvain's gezicht wordt plots een pijnlijke grimas: een schokgolf van pijn gaat door z'n lichaam. Die verrekte maagzweer toch! In de maanden na de geboorte van de eerste Suzywafel werkte Sylvain zich te pletter om uiteindelijk dit solide bedrijf op te bouwen. Maar toen de fabriek goed en wel draaide en alles op rolletjes liep, kreeg hij een maagzweer. "Zo ben ik nu eenmaal", denkt Sylvain terwijl hij de radio aanzet, "een onrustige natuur, die zich pas goed voelt als hij nieuwe projecten kan aanpakken". Zijn dokter had het bevestigd: "Die maagzweer, meneer Tack, dat komt door de stress die u niet kunt afreageren. Zoek een hobby waarin u zich kunt uitleven, meneer Tack, dat is de beste raad die ik u kan geven". Toen hij enkele dagen daarna op het jaarlijkse fabrieksfeest een van zijn bedienden bezig hoorde als zanger, vroeg Sylvain zich af: "Hoe komt het toch dat die jongen geen succes heeft? Talent heeft hij in elk geval". En plots wist hij het: hij zou ervoor zorgen dat Paul Severs succes kreeg en beroemd werd. En meteen zou hij de raad van zijn dokter opvolgen: de muziekbusiness als hobby! Het was daarna allemaal snel gegaan. Er werd een platenfirma opgericht, Paul Severs werd beroemd, er werden eigen opnamestudio's gebouwd en er werd ook een eigen popblad uitgegeven. Momenteel schatten zijn financiële adviseurs de totale waarde van het Tack imperium, bestaande uit de Suzy fabriek, de platenfirma's Start en Gnome, de uitgeverij Ergado en zijn villa's te Buizingen en Playa de Aro op zo'n slordige 400 miljoen frank. Foto: Sylvain Tack Een glas water met 'n bruistablet doet de pijn ophouden. Inmiddels klinkt het op de radio: "Voor jong en oud van 's morgens tot 's avonds, Suzywafels op de tafels!". "Die van Landschoot toch:, glimlacht Sylvain. De laatste weken stonden de kranten vol over die Adegemse zakenman die de Belgische wetten aan zijn laars lapte door Radio Atlantis in de lucht te brengen. Sylvain wilde ook wel beginnen met zo'n zender, om z'n platen en wafels beter aan de man te kunnen brengen. Hij had Bart van de Laar al tienduizenden franken betaald voor opzoekingen in verband met het oprichten van een eigen zeezender, maar deze had niet veel meer kunnen doen dan het huren van reclamespots op Radio Atlantis. Plotseling rinkelt de telefoon. Sylvain neemt op. - "Spreek ik met de heer Sylvain Tack?" - "Wij zijn twee gewezen medewerkers van Radio Atlantis. We vernamen dat u interesse hebt voor het oprichten van een piratenzender. Wellicht kunnen wij u helpen". - "Ah, interessant. Kunt u morgenochtend even langs komen? A propos, wie bent u eigenlijk? - "Ik ben Eddy de Boeck en mijn vriend heet Roger Henderick. Tot morgen dan!" -2- "Dinsdag, 1 januari! Dit is het begin van het jaar 1974, en het begin van Mi Amigo Radio. Een nieuw radiostation, uitzendend op een golflengte van 259 meter, hetgeen gelijk is aan een frequentie van 1187 kilohertz..." De stem van Adje Roland klonk luid en duidelijk. Will van der Steen zette de radio wat zachter en begon zich aan te kleden. Oudejaarsavond was een beetje lang uitgelopen en hij voelde zich nog wat suf. Maar de geluiden uit het radiotoestel gaven hem een gevoel van voldoening. De afgelopen drie maanden hadden de jongens als gekken gewerkt om de zaak op tijd klaar te krijgen. Het was allemaal begonnen toen De Boeck en Henderick Tack in contact brachten met Ronan O'Rahilly, de eigenaar van de M.V. Mi Amigo, het schip dat Van Landschoot huurde voor zijn Radio Atlantis uitzendingen. Tack had toen voor 28 miljoen frank de helft van het schip gekocht. Van Landschoot moest op 15 oktober opkrassen en Tack zou op 1 november van start gegaan zijn. De naam had Tack zelf gekozen: Radio Mi Amigo, want "daar trapt de massa zo in!" Maar in een storm was de zendmast geknakt en de datum van 1 november viel letterlijk in het water. Te gek eigenlijk, hoe ze dan aan een nieuwe mast geraakt waren. Van Landschoot had een mast laten bouwen voor zijn nieuwe zendschip. Eddy de Boeck wist dat en ging naar de fabrikant, gaf zich uit voor een medewerker van Van Landschoot en naam de mast mee. Nota bene met een gehuurde vrachtwagen waar hij niet eens een rijbewijs voor had! Die Belgen hebben toch maar lef, dacht Will. Neem nou die Sylvain Tack. Vlak na de ondertekening van het contract met O'Rahilly had Belgische krantengroep De Standaard een verhaal gepubliceerd over een wafelbakker uit Buizingen die nu voor 50% eigenaar was van het zendschip Mi Amigo. Waarschijnlijk had Van Landschoot de krant een tip gegeven. Sylvain had prompt een recht op antwoord gestuurd dat kort daarna op de voorpagina werd gepubliceerd. Daarin zei Tack dat hij niet weet wat een boor is, laat staan een piratenboot. “Wat wilt ge, ik ben maar tot mijn 12e jaar naar school geweest, wat zou ik dus afweten van dergelijke ondernemingen. Men moet me nu maar eens met rust laten met dergelijke fabeltjes”, zo stond er te lezen. Als je er lang over nadacht was het eigenlijk te gek om los te lopen, vond Will. Hé, wat was er nu weer aan de hand? Geen geluid meer op de radio! Koortsachtig draaide Will het telefoonnummer van Tack....op vakantie! O'Rahilly was wel thuis, maar hij wist van niets. Er zat niets anders op dan zelf naar het schip te gaan. De sloep was eigenlijk veel te klein, dacht Will toen hij weer zo'n golf zoutwater in z'n gezicht kreeg. Het weer was niet zo best en er hing een dichte mist. De enige manier om het zendschip te vinden was met een draagbare radio de Mebo 2 (van Radio Noordzee) of de Norderney (van Radio Veronica) te peilen. De Mi Amigo lag dan in de buurt. Drie uur nadat hij voor 200 gulden de oude schipper bereid had gevonden om te vertrekken, kwamen ze aan bij het zendschip. De boot had een roemrucht verleden. Het in 1921 als zeilschip gebouwde vaartuig werd in 1939 voorzien van een 500 pk motor die zorg droeg voor een snelle gang ten dienste van schatrijke lieden die een plezier trip wilden maken. In 1959 werd het statige gevaarte omgeturnd tot zendschip dat onder meer opereerde voor de Zweedse kust als Radio Nord. Dit radiostation verdween in 1961 uit de ether en het schip verzeilde in Texas (USA) waar het aan de ketting lag maar tegelijk ook nieuwe zenders aan boord kreeg. In totaal zes landen heeft het onder Panamese vlag varende schip aan de beruchte ketting gelegen. De voorlaatste periode als actief zendschip ging de M.V. Mi Amigo in 1964 in als Radio Atlanta en Caroline II. Tot het in maart 1968 naar de oude haven van Zaandam werd gesleept en daar bijna vijf jaar aan de ketting heeft liggen weg te rotten. Het is een zekere Gerard van Dam geweest (thans één der eigenaren van Radio Delmare) die het schip voor zo'n 20.000 gulden kocht om het om te bouwen tot een piratenmuseum, zo had hij althans beweerd. Voor iemand er erg in had lag het schip voor de kust van Scheveningen. Het bleek dat Van Dam in opdracht had gehandeld van Ronan O'Rahilly. Nadat het zendschip voor korte perioden als Radio 199, Station 385 en Radio Seagull had gefungeerd, wat niet zo'n daverend succes bleek te zijn, was het geld opgeraakt, totdat Adriaan van Landschoot op de proppen kwam. Met een dreun maakte de sloep contact met ‘The Old Lady’, zoals de Engelse jongens het schip noemden. Peter Chicago, de zendertechnicus, begeleidde Will naar de machinekamer. De twee indrukwekkende Deutz-generatoren stonden er werkloos bij. "Door overbelasting stilgevallen en we kunnen ze niet meer op gang krijgen", zei Peter met z'n typisch Britse flegma. Tegen de ochtend was de boel weer op gang gebracht. De zender was weer in de lucht. Will rende naar de studio. "Goeiemorgen, dit is Radio Mi Amigo. Door omstandigheden moesten we gisteren na 1 uur uit de lucht, maar nu zijn we weer terug met heel veel muziek". -3- Het was een zonnige junidag. Buiten was het bloedheet maar door de airconditioning was het binnen in de Start-studio's lekker fris. Norbert van Slembrouck dronk zijn glaasje pils leeg. "Zo, m'n stembanden zijn weer geolied', gekscheerde hij tegen de opnametechnicus. De afgelopen twee uur hadden zijn collega-discojockeys het refrein van het Mi Amigo-strijdlied uit volle borst op één van de 24 sporen van de studiorecorder ingezongen. Daarna hadden de Nana's, een driekoppig meisjeskoor, wat "dabradabada"-geluidjes geproduceerd. Nu moest Norbert enkel nog de door Pierre "Vader Abraham" Kartner opgestelde tekst van de strofen zingen. Norbert was zanger, discjockey én feestzaalexploitant. Eigenlijk had hij slechts één grote hit gemaakt, "Pas op voor de verf", en dat was zes jaar geleden. Maar populair was hij wel, dankzij z'n zondagsmiddagprogramma bij BRT 2 dat hij in die tijd gepresenteerd had. Sinds 1 januari werkte hij nu bij Mi Amigo en hij was vooral populair bij de Vlaamse huisvrouwen. "Kunnen we beginnen?" vroeg de technicus. "Okay, begin maar". In z'n koptelefoon klonken de zware mannenstemmen "Mi Amigooo Radiooo, Mi Amigooo here we gooo". De vijf Nederlandse diskjockeys waren speciaal naar Buizingen afgezakt voor de plaatopname. Gewoonlijk werkten ze in Breda waar de studio's van Mi Amigo gevestigd waren. Bert Bennett en Joop Verhoof hadden vroeger bij de Nederlandstalige Caroline en bij Atlantis gewerkt. Ad Petersen kwam van Caroline en Hilversum 3. Frans van der Drift was aan z'n radiodebuut toe en Will van der Steen had ook een tijdje voor Caroline gewerkt. Behalve Norbert werkten bij Mi Amigo nog twee anderen Vlaamse diskjockeys. Peter van Dam en Mike Moorkens kwamen van Radio Atlantis. Peter had onder de naam Peter Brian ook al voor Caroline gewerkt. Norbert zette het refrein in: "Niet ver hier vandaan, ligt te dobberen op de zee...". Honderdvijftig kilometer ver weg, voor de kust van Scheveningen, lag de motor-vessel Mi Amigo te stralen in de schittering van de zon. Met een vermogen van zo'n 25 kilowatt werden de muziekjes en reclameboodschappen de ether in geslingerd. Nou, reclameboodschappen.... eigenlijk was het "informatie" die door de diskjockeys voorgelezen werd uit bladen als Joepie, Het Laatste Nieuws en de Telegraaf. Een truc natuurlijk. België had immers al jaren het verdrag van Straatsburg ondertekend, waardoor onder meer adverteren op zeezenders strafbaar werd gemaakt. Maar de Belgische firma's adverteerden nu in Joepie. Dat de Mi Amigo-discjockeys af en toe iets voorlazen uit Joepie, daar konden de firma's niet aan doen natuurlijk. Sommige andere bedrijven lieten bij de platenfirma van Tack 45-toerenplaatjes met een reclamespot maken. Die singles werden dan gratis aangeboden bij allerlei producten, én toevallig ook nog eens op Radio Mi Amigo gedraaid. Foto MV Mi Amigo (Wikipedia) "Op zeer korte tijd is Radio Mi Amigo gegroeid tot het meest populaire radiostation van de Benelux... it's number one! Voor informatie schrijf naar Postbus 847, Hilversum in Nederland". Deze spot stond aan het begin van elke programmatape die vanaf het zendschip uitgezonden werd. In tegenstelling tot Veronica en Noordzee verzorgde Mi Amigo geen nieuwsuitzendingen. De Caroline diskjockeys die van 's avonds 7 tot 's ochtends 6 hun programma's deden hoefden overdag dus maar de bandjes te starten op het hele uur, voorafgegaan door een K-tel reclame. "En wend je ooit je steven richting volle zee, neem mij dan in je kielzog als herinnering met je mee...". Norbert zuchtte opgelucht, de plaatopname was afgelopen. -4- De M.V. Mi Amigo kraakte en kreunde toen de twee sleepboten zich in beweging zetten, richting volle zee. Het ophalen van het anker was niet makkelijk geweest. Twee jaar lang hadden allerlei schaaldieren en zeewieren zich aan het anker, de ankerketting en de scheepswand vastgehecht. Ook het varen verliep daarom erg moeilijk. Het begon al donker te worden. Vanop het dek keek de bemanning toe hoe de Norderney en de Mebo 2 langzaam uit het zicht verdwenen. Beide zendschepen waren aan hun zwanenzang toe. Morgenavond zouden hun zenders zwijgen. Caroline en Mi Amigo zouden echter doorgaan, dat hadden Ronan O'Rahilly en Sylvain Tack beslist. Wat ze allemaal besproken hadden zou wel voor altijd een raadsel blijven. Feit was dat door het wegvallen van Veronica en Noordzee de concurrentie voor Mi Amigo zou verdwijnen. Minister Van Doorn had als het ware voor Tack en O'Rahilly een monopoliepositie gecreëerd. Officieel zou alles nu via Spanje gebeuren, een land dat het Verdrag van Straatsburg niet ondertekend had. Tack had er trouwens al enige tijd een buitenverblijf, dat zou onbetaalbaar en tijdrovend worden en het hoefde helemaal niet. Er waren zoveel havens in Engeland, Nederland, Frankrijk en België, en de justitie kon niet overal tegelijk zijn. Tack en zijn diskjockeys zouden voorlopig nog in België blijven. Het Belgische gerecht had immers nog niets tegen Tack ondernomen en het zag er naar uit dat ze hem nog een hele tijd met rust zouden laten. Sommigen vonden dat wel vreemd. Het weekblad Humo dacht de oplossing gevonden te hebben: tijdens een verkiezingsmeeting in januari had de Brusselse politicus Paul Vanden Boeynants duizenden Suzy-wafels met zijn foto gratis laten uitdelen aan het publiek. De rest kon je er dan bij fantaseren. Een erg onwaarschijnlijk verhaal, vooral als je wist dat Humo en "Veedeebee", zoals hij vaak genoemd werd, al jaren met elkaar overhoop lagen. Het was al ochtend toen het zendschip het anker liet zakken, 12 mijl uit de kust van Felixstowe, in de monding van de Theems. Het was een ideale ankerplaats voor het niet meer zo sterke schip. De zee was er maar enkele meters diep en door de vele zandbanken was het schip beschermd tegen al te hoge golven. Veel beter dus dan de ligplaats voor Scheveningen, waar de zee soms erg wild te keer ging. De ontvangst in Nederland en Antwerpen zou echter een stuk minder worden. Voor West- en Oost-Vlaanderen zou er weinig verandering zijn. Voor Caroline was het vanzelfsprekend wel een goede zaak. De volgende ochtend was Mi Amigo/Caroline de enige overgebleven zeezender. Er werd een nieuw omgeroepen: Rado, Playa de Aro, Gerona in Spanje. Wel moest Tony Allen heel wat programma's zelf live presenteren in zijn beste Nederlands, omdat door omstandigheden de tapes niet aan boord geraakt waren. De Britse kustwacht had immers op haar radarschermen een niet geïdentificeerd drijvend voorwerp waargenomen en een marineschip lag nu een oogje in 't zeil te houden bij dat vreemde scheepje met die hoge mast. -5- Het was 7 uur 's ochtends toen tegenover de riante villa van Sylvain Tack te Buizingen (België) een onopvallende bestelwagen stilhield. Binnenin zat een filmploeg van de AVRO. Door een kleine opening in de wand van de auto werd de voordeur van de villa nauwlettend in de gaten gehouden met een 16 mm filmcamera. Het wachten was eentonig, maar er zat niets anders op. Enkele dagen voordien hadden ze geprobeerd telefonisch een afspraak te maken met Sylvain Tack. Het telefoongesprek klonk ongeveer als volgt: Avro: "Spreek ik met de heer Sylvain Tack?" Tack: "Ja, waarover gaat het?" Avro: "Wij hadden u graag enkele vraagjes gesteld over Radio Mi Amigo." Tack: "Wat zegt u daar? Mi Amigo? En wie moet u hebben?" Avro: "Wel, wij hebben hier en daar eens geïnformeerd en we zijn tot de conclusie gekomen dat alle draadjes bij u terecht komen." Tack: "Hahaha! Allee meneer, ik kan ook wel tegen een goeie grap maar het moet serieus blijven hé! Ik weet niks van Mi Amigo!" AVRO: "Maar zouden we daarover niet eens kunnen praten?" Tack: "Ik zeg u godv... (Vlaamse vloek) dat ik er niks van weet! Wat moeten wij daarover gaan praten?" Dus zat er niets anders op dan de heer Tack stiekem te gaan filmen en zoveel mogelijk elementen te ontdekken die wezen op bindingen tussen Tack en Mi Amigo. Sylvain Tack (foto Werner Hartwig) Om kwart over acht zwaaide de voordeur open. De camera zoemde terwijl Tack op de garage toeliep, in zijn snelle BMW stapte en wegreed. De bestelauto volgde hem discreet. Jammer voor de AVRO-mensen reed Tack niet naar een geheime Mi Amigo-studio maar naar de Suzy-fabriek. Pas toen de filmploeg binnen de fabriek opnamen begon te maken en een ploegbaas hem hiervan op de hoogte stelde, besefte Tack wat er aan de hand was. Aangezien hij geen toestemming had gegeven voor de opnamen, verzocht hij de filmploeg zijn fabriek te verlaten en de gemaakte opnamen te vernietigen. Toen de AVRO-mensen zich hier niet aan stoorden gaf Tack opdracht aan enkele mensen van de fabriek om de heren dan maar hardhandig te verwijderen. Enkele rake klappen volgden en de filmcamera vloog aan diggelen. Tack kreeg zijn zin: de AVRO-mensen dropen af. Enkele dagen later bracht Televisier Magazine een reportage over de hele zaak, waarin ze probeerden aan te tonen dat Tack de grote man was achter Mi Amigo. Of ze daarin slaagden valt te betwijfelen. De kranten lieten zich ook niet onbetuigd. Woorden als 'knokploeg', 'maffiapraktijken' en 'afpersing' waren schering en inslag. Maar de echt nare gevolgen van deze vreemde story zou Tack pas twee jaar later ondervinden: een veroordeling tot zes maanden gevangenisstraf wegens afpersing met geweld. -6- De AVRO-mensen hadden het mis toen ze dachten in de Suzy-fabriek geheime Mi Amigo-studio's aan te treffen. Na 31 augustus 1974 had Mi Amigo nog de volgende dj's in dienst: Norbert, Frans van der Drift, Patrick Debateau en Will van der Steen. De programma's werden opgenomen in studio's verspreid over de Benelux, onder andere in Enschede, Bruggen en Opbrakel. Sommige dj's, zoals Norbert, vertelden graag in hun programma's over de zachte winters aan de Spaanse Costa Brava, waar de programma's immers 'zogezegd' opgenomen werden. De reclamespots werden nu niet meer 'gelezen' in Joepie, maar 'overgenomen' uit vroegere programma's, programma's van vóór 31 augustus dus. Toch was dit alles maar voorlopig. Tack had plannen om alles werkelijk over te brengen naar Spanje en het een semilegaal kleurtje te geven. De programma's zouden in Spanje opgenomen worden en uitgezonden worden via Radio Gerona, zodat de adverteerders gedekt waren. Hoe de banden dan later op een zendschip geraakte, daar had Tack niets mee te maken. In februari 1975 waren er dan ook regelmatig spotjes op de zender te horen: "Op maandag 10 februari begint de lente op Mi Amigo Internationaal. Terwijl gans België en bijna heel Nederland zich storten in het carnavalsgebeuren verzorgen de disc-jockeys Bert Bennett, Peter van Dam, Joop Verhoof en Stan Haag vanuit Playa de Aro de Benelux van 13 uur muziekplezier per dag". Op 10 februari zaten de dj's echter nog steeds in de Benelux, want de werkelijke overbrenging naar Spanje was pas enkele weken later gepland. Maar die planning zou binnenkort erg in de war gestuurd worden ... -7- Zaterdagochtend, 22 februari 1975. De naald van de Garrard-draaitafel tastte de laatste groeven af van Mi Amigo's lieveling van deze week. Peter van Dam stopte de cartridge met "Scruboard", zijn tune, in spotmaster 1. In spotmaster 2 ging de cartridge met de "Met Peter gaat het beter..."-jingle. De plaat was afgelopen. Peter beukte op de startknop van spotmaster 2, dat paste trouwens helemaal in de stijl van zijn programma. Spotmaster 1 werd al even onzacht gestart en op het mengpaneel werd de microfoonfader opengezet. "Goeiemorgen luisteraars, hier is Van Dam weer. Ja, het is voor mij wel even wennen want we zitten in een andere studio dan gewoonlijk. U raadt het nooit... Ik zit momenteel in een huis, een heel laag huis eigenlijk, helemaal wit geschilderd. En als ik door het raam kijk zie ik dat het buiten heel stil en rustig is. Ik ben er zelfs zeker van dat er kilometers in de omtrek geen levende ziel te bespeuren is. En eigenlijk is dat een geruststellende gedachte, want als je de kranten moet geloven dan zit de justitie ons op de hielen... Heren van de justitie, hebt u al begrepen waar Van Dam nu zit?" Foto: Joop Verhoof, Peter van Dam, Mike Moorkens en Stan Haag Peter bevond zich inderdaad op de Noordzee. Een vrij ongewone gang van zaken eigenlijk, want liveprogramma's waren bij Mi Amigo eerder uitzonderingen. Maar de voorbije dagen waren er dan ook een heleboel ongewone dingen gebeurd. Vorige week was de rijkswacht bij zeven Mi Amigo-medewerkers tegelijk binnengevallen voor een huiszoeking. En tijdens het weekend, net toen Peter en z'n verloofde bezig waren de studio's in Opbrakel (België) af te breken om de apparatuur in veiligheid te brengen, had de rijkswacht hen op heterdaad betrapt. Peter werd gearresteerd en omdat de onderzoeksrechter hem pas op maandag kon ondervragen, moest hij de rest van het weekend in de "amigo" (gevangenis) doorbrengen. Gelukkig werd hij na ondervraging weer vrijgelaten. Twee andere medewerkers achter de schermen bleven aangehouden: Marcel Siron die huurder was van de hoeve waar de studio's waren ondergebracht en Christian Hendrickx, de reclameronselaar en tevens broer van Sylvain Tack's vriendin Jacqueline. Samen met Jacqueline (mevrouw Tack bleef liever thuis...) was Tack trouwens onmiddellijk na de huiszoekingen naar Spanje gevlucht. Peter was nu wel bezorgd over de toekomst. Zou de bevoorrading verzekerd blijven? En hoe zou het publiek reageren nu de naam Mi Amigo definitief in de sfeer van justitie en recherche geraakt was? -8- "Hmm, mooi lenteweertje!" dacht Sylvain Tack terwijl hij de voordeur van zijn luxueuze villa achter zich in het slot hoorde vallen. Het was nog volop winter (eind februari) maar het weer aan de Costa Brava kon een vergelijking met een doorsnee Benelux-lentedag glansrijk doorstaan. Sylvain haalde diep adem. Was dit nu berglucht of zeelucht, zo vroeg hij zich af. In de verte kon hij de zee zien. Vanop de top van de berg Mas Nou had je immers een onvergetelijk uitzicht op de omliggende streek. Sylvain wandelde naar de dertig meter lager gelegen studio's, die waren ondergebracht in de ambtswoning van zijn vriend Alfons Tops (vandaar het telexnummer AlTo in de latere reclameboodschappen), uitbater van Mas-Nou-urbanisatie. Het adelaarsnest boven op de berg had Tack al enkele jaren geleden gekocht. Het had eerst dienst gedaan als buitenverblijf en nu dus als vaste woonplaats. "In elk geval beter dan de bak", dacht Sylvain, "Want als ik naar m'n advocaat geluisterd had, dan zat ik nu daar!" Inderdaad, op maandag 10 februari had Tack een uitnodiging gekregen om op donderdagochtend voor de onderzoeksrechter te verschijnen. En hij was al van plan ook te gaan, toen op woensdagochtend de rijkswacht een inval deed bij zeven Mi Amigo-medewerkers. Toen werd hij bang. Hij belde zijn advocaat en vertelde hem van zijn plan om naar Spanje te vertrekken. De raadsman was het er niet mee eens. "Pas toch op Sylvain! 'Ze' zouden wel eens kwaad kunnen worden!" Maar Tack's besluit stond vast. De volgende dag rolde zijn snelle BMW al over de Franse autowegen, richting Middellandse Zee. Foto Villa Tack (Douwe Dijkstra) De noodstudio's waren ondergebracht in een klein appartementje. In de woonkamer namen Stan Haag en Bert Bennett hun programma's op, terwijl Joop Verhoof zich in het kleine keukentje geïnstalleerd had. Over een paar weken, tegen de tijd dat Peter van Dam terug van boord kwam, zouden de vier volwaardige studio's klaar zijn. Daar was technicus Maurice Bokkebroek al volop mee bezig. Sylvain was wel in zijn schik met zijn huidige Dj-ploeg, het keurkorps dat van zijn station de parel van de Costa Brave én van de Benelux zou maken. Nogal wat anders dan zo'n sukkel als Mike Moorkens, vond Sylvain. Hij was er zeker van dat Mike Moorkens de hele zaak aan de justitie verraden had. Moorkens had zonder toestemming reclame voor z'n eigen drive-in shows uitgezonden. Tack had betaling geëist en na een hoogoplopende ruzie had Moorkens gezegd: "Wij zien mekaar nog wel!" Mike had Tack altijd gesust toen hij hem aanmaande om de studio bij hem thuis weg te doen: "Och, mijn stiefvader is onderzoeksrechter en hij waarschuwt me wel als het gerecht iets gaat ondernemen". Dus na de ruzie ging Mike uithuilen bij zijn stiefpa, met de bekende gevolgen. Om er zeker van te zijn dat Moorkens de verrader was had Tack hem nog opgebeld vanuit Spanje: Tack - "Vuile verrader, wij hebben nog iets te vereffenen he, kom je niet af? Ik ben nu in Brussel". Mike - "Hoezo afrekenen? Ik heb niks verrader!" Tack - "Maar man, het ligt er vingerdik op: iedereen heeft een huiszoeking gehad, behalve jij". Tack had toen de hoorn neergelegd en even later terug gebeld: in gesprek. Mike was natuurlijk weer naar die stiefvader aan het bellen..... en ja hoor, de volgende dat kreeg ook hij zijn huiszoeking. Terwijl Tack de studio's verliet en weer naar boven wandelde, begon Stan Haag aan de opname van een speech die op 2 maart zou uitgezonden worden. Met op de achtergrond de plaat "Need your love so badly" van Fleetwoord Mac legde hij uit waarom Mi Amigo door zou gaan, tegen de wil van de justitie maar tot vreugde van miljoenen luisteraars. -9- Dagelijks luisteren meer dan zes miljoen mensen naar Radio Mi Amigo Internationaal. Ook voor u, internationale bedrijven, is het mogelijk te adverteren. Voor inlichtingen belt u het telefoonnummer in Spanje..". In de maanden juli en augustus 1975 werd deze slogan elk uur de ether in geslingerd via de 252,7 meter van de middengolf. De kranten die in februari het spoedige einde van de enige overgebleven Nederlandstalige zeezender voorspeld hadden, kregen ongelijk. Radio Mi Amigo leefde en hoe! Voor de eerste keer in de geschiedenis opereerde een zeezender vanuit een hoofdkwartier dat meer dan 1000 km van het zendschip verwijderd lag. In Playa de Aro registreerden de diskjockeys hun programma's op BASF C-120 cassettes. Dat gebeurde in drie studio's die ingericht waren door studiotechnicus Maurice Bokkenbroek. Eén studio werd gezamenlijk gebruikt door programmaleider Joop Verhoof, Stan Haag, de vrouwelijk dj Michelle en door Bokkenbroek die allerlei productiewerk deed. Foto: Maurice Bokkenbroek in de studio in Spanje (Douwe Dijkstra) Stan Haag was een echte radio-veteraan: als presentator bij Radio Luxemburg had hij aan de wieg gestaan van het eerste popstation op het Europese continent. Later was hij gaan werken bij Radio Veronica. Daar werd hij ontzettend populair met zijn verzoekplatenprogramma "de Jukebox", dat hij nu ook bij Mi Amigo verder presenteerde. Na het verdwijnen van zeezender Veronica zocht Stan tevergeefs naar een baantje bij de officiële (Hilversumse) omroepen. Toen hij van Sylvain Tack het aanbod kreeg om naar Spanje te komen hoefde hij dan ook niet lang na te denken. Ook Stan's vrouw begon in de zomermaanden onder de naam "Michelle" als dj te werken, dit op aandringen van Sylvain Tack. Bert Bennett en Peter van Dam hadden elk een eigen studio. Hun respectievelijke vrouw Gea en verloofde Lieve waren af en toe ook behulpzaam met administratief werk en het rangschikken van platen. Alle programma's werden in Spanje getapet. Nadat Peter van Dam een week voor Pasen de M.V. Mi Amigo verlaten had en naar Spanje getrokken was, had ex-Atlantis dj Rob Ronder het nog een maand lang van hem overgenomen op het schip, maar nadien bleven alleen de Engelse Caroline-dj's aan boord. De cassettes met de programma's werden per auto of per autocar naar België of Nederland gebracht van waaruit het zendschip bevoorraad werd met voedsel, brandstof en muziek. Dit was eigenlijk in strijd met het Verdrag van Straatsburg, en daarom hield Tack steeds vol dat de bevoorrading per schip vanuit de Spaanse havens Bilbao en Santander gebeurde, iets wat in werkelijkheid zowel financieel als organisatorisch onmogelijk was. -10- Zondag 14 september 1975. De stemming aan boord van het zendschip Mi Amigo is nogal somber. Donkere onweerswolken pakken zich samen boven de woelige Noordzee. Maar ook de Mi Amigo-organisatie aan land, voor wie in de afgelopen zes maanden geen wolkje aan de hemel scheen te staan, ziet zich weer in zijn bestaan bedreigd. Een hele week lang is er door omstandigheden alleen non-stop muziek uitgezonden en pas sinds gisteren is de programmering weer enigszins normaal. Wat was er gebeurd? de zwager van Sylvain Tack, Christian Hendrickx, beter bekend als Patrick Dubateau, was in Brussel op heterdaad betrapt toen hij een koffer met geluidscassettes in ontvangst nam aan de halte van de autocarlijn Playa de Aro - Brussel. Op de geluidscassettes stonden... jawel, programma's voor Radio Mi Amigo. Sylvain Tack had het blijkbaar op een akkoordje gegooid met een reisbureau: gratis reclame in ruil voor wekelijks transport van de programmabanden. De buschauffeur en Christian Hendrickx werden na ondervraging weer vrijgelaten, maar de cassettes bleven in beslag genomen. In ijltempo werden in België en Spanje non-stop programma's gemaakt die het ontstane gat moesten opvullen. Die programma's bevatten onder meer ook reclame voor de Veronica dubbel-lp, te herinnering aan het station dat nu al meer dan een jaar niet meer te horen was. Op 31 augustus was op Mi Amigo trouwens een eerste programma uitgezonden van de Vereniging voor Vrije Radio over allerlei zeezendertoestanden en meer dan een jaar lang zou de ether wekelijks een uur lang bol staan van idealisme en herinneringen aan gouden zeezendertijden. Mede door de steun van Mi Amigo en door de boeiende gebeurtenissen die het komende jaar zouden plaatsvinden, zou de VVVR uitgroeien tot een organisatie met duizenden leden. De vele vrije-radio-freaks die op die septemberzondag hun radio aanzetten (het vorige programma was het wekelijks halfuurtje van radiopredikant dominee Toornvliet) on het VVVR-programma te beluisteren, merkten al gauw dat er een oude tape gedraaid werd: een gevolg van de moeizame bevoorrading van de afgelopen week. Maar een boeiend programma werd het wel, want plotseling was er een stem in gebroken Engels te horen: "Good evening ladies and gentlemen, this is an emercency call....". De kapitein had de normale uitzendingen onderbroken, want in de buurt van het zendschip was een jacht aan het vergaan. Zelf kon de bemanning niets ondernemen want de M.V. Mi Amigo lag voorlopig nog rotsvast aan zijn anker, maar wel konden ze de luisteraars vragen de Britse kustwacht te verwittigen. De volgende uren werd de kustwacht dan ook overstelpt met telefoontjes. Uiteindelijk werden de schipbreukelingen op één na door een helikopter gered. Er kon alvast een element toegevoegd worden aan het lijstje van pro-zeezender argumenten: er was nu tenminste nog een permanente uitkijkpost op de Noordzee, die in staat was mensenlevens te redden. -11- Zaterdag 8 november 1975. Op de Noordzee woedt een zware storm. 's Middags tijdens het programma van Peter van Dam voelt de bemanning van de MV Mi Amigo plotseling een vreemde schok door het schip gaan. Pas als het donker geworden is kan kapitein De Swart aan de positie van diverse boeien in de buurt merken dat het zendschip van zijn anker is geslagen. Inmiddels zijn de programma's van Radio Caroline al gestart en dj Simon Barrett vertelt de luisteraars wat er gaande is. In de machinekamer doet men intussen verwoede pogingen om de scheepsmotor op gang te krijgen. Dat lukt, maar door de jaren heen is de scheepsromp begroeid met een dikke laag wieren en schelpen, zodat het schip moeilijk bestuurbaar is. Omstreeks half negen loopt de Mi Amigo vast op een zandbank, maar de uitzendingen gaan gewoon door. Gelukkig wordt het weer vloed en een half uur later is men alweer los van de zandbank. Het schip blijft echter verder afdrijven en om half elf moeten de uitzendingen stopgezet worden omdat de Mi Amigo in de Britse territoriale wateren vaart. De dj's nemen ondanks alles toch opgewekt afscheid van de luisteraars. Na de plaat "Flying in the sun, Sweet Caroline" wordt het stil op de 259 meter. De volgende dag kan men een klein noodanker uitwerpen. De zee is weer kalm geworden en het schip blijft stil liggen. Het ergste lijkt voorbij. In de ochtend van donderdag 13 november komt een sleepboot met een nieuwe ankerketting aan bij de Mi Amigo. Tijdens het verslepen breekt echter een tros en draait tussen de schroef van de sleepboot. Men besluit dan maar om het anker ter plaatse te laten zakken, want men was toch al 12 mijl uit de kust. Om half elf wordt de zender aangezet en er klinkt weer muziek vanaf de Noordzee! -12- De volgende morgen vertrekt uit de haven van Margate een patrouilleboot van de marine met aan boord inspecteur Hargreaves van de Essex Police. Hij heeft een opsporingsbevel bij zich wegens het overtreden van de Marine Offences Act. het Britse Home Office had immers uitgekiend dat het zendschip nog altijd binnen de territoriale wateren lag, omdat deze pas eindigen op drie mijl vanaf de laatste zandbank die bij laag water zichtbaar is. Bij de Mi Amigo aangekomen stappen de politiemensen aan boord. De kapitein, de twee Engelse badjas en zendertechnicus Peter Chicago worden gearresteerd. Inmiddels heeft iemand ongemerkt de microfoon in de studio aangezet en de luisteraars zijn gedurende enkele ogenblikken getuige van een heftige woordenwisseling, tot de draad van de microfoon doorgeknipt wordt. Tot opluchting en verbazing van velen wordt het schip niet in beslag genomen, dat daarover slechts door een rechtbank beslist kan worden. De vier gearresteerden worden meegenomen naar het gerechtshof in Southend, waar ze de volgende dag worden vrijgelaten na het betalen van een borgsom. Inmiddels is bij het zendschip een tender aangekomen met een nieuwe kapitein en twee nieuwe dj's, die volkomen verrast het nieuws over de raid te horen krijgen. De tender kan het schip niet buiten de territoriale wateren verslepen, omdat de nodige takels en sleeptrossen ontbreken. Twee dagen later is het weer eens stormweer en de kans is groot dat de voorlopig vastgemaakte ankerketting loskomt. Het schip schommelt hevig heen en weer en er wordt besloten de reddingsboot op te roepen. De twee dj''s worden van boord gehaald maar de rest van de bemanning verkiest te blijven. Inmiddels heeft het zendschip heel wat water gemaakt en ook de zender is beschadigd door het zeewater. Pas een week later komt er een sleepboot en de Mi Amigo wordt naar zijn oude ligplaats gebracht. Op 26 november kan er weer uitgezonden worden, zij het met zwak vermogen, omdat de zender doorweekt is en er een stuk van de zendmast is afgeknakt. -13- Eind 1975 staken in de pers weer een hoop negatieve berichten over Radio Mi Amigo de kop op. Twee firma's, John Bolten meubelen uit Nederland en Marty wasprodukten uit België beweerden te worden gechanteerd door Mi Amigo. Hun versie was de volgende: ze hadden een maand reclamespots op de zender gehuurd. Tot hun verbazing bleven de spots ook na die maand doorlopen en kregen ze achteraf de gepeperde rekening toegezonden. Toen ze weigerden te betalen, werd er gedreigd met het uitzenden van anti-reclame, in de zin van: "De laatste tijd bereiken ons berichten over geïrriteerde handen ten gevolge van het gebruik van Marty-producten. Wilt u geen geïrriteerde handen, gebruik dan geen producten van Marty!" De Mi Amigo-versie luidde vanzelfsprekend enigszins anders. Sylvain Tack gaf toe dat hij gedreigd had met anti-reclame, maar benadrukte dat het slecht een pressiemiddel geweest was en dat hij nooit werkelijk anti-reclame zou uitgezonden hebben. Volgens Tack hadden beide firma's alle uitgezonden reclame wel degelijk aangevraagd. Het is nooit uitgemaakt welke versie de juiste was. De justitie zette evenwel een onderzoek in gang dat in januari 1976 aanleiding gaf tot de arrestatie van een zekere Patrick Van Ackoleyen (= Patrick Valain!), die reclame ronselde en de drive-in shows organiseerde. Net vóór zijn arrestatie had hij nog een interview toegestaan aan een grote Belgische krant. Daarin vertelde hij niets te maken te hebben met Mi Amigo. Voor de persfotograaf poseerde hij in een Mi Amigo-T-Shirt, met op de achtergrond een muur vol posters en stickers van het station. Maurice Bokkebroek, Peter van Dam en Bart van Leeuwen in Playa de Aro (foto Werner Hartwig) Op programma-gebied waren er begin 1976 enkele wijzigingen. Op 14 januari werd de laatste Bert Bennett-show uitgezonden. Bert verliet het station en keerde terug naar Nederland. Het eentonige dj-werk zonder direct contact met het publiek was hem blijkbaar gaan vervelen. De volgende dag begon Radio Mi Amigo met nieuwsuitzendingen, rechtstreeks vanaf het zendschip. Hiervoor zorgden Jan van der Meer en Tim Ridder, alias Bart van Leeuwen (vóór 1974 en na 1977 bij Veronica). Enkele weken later gingen deze nieuwslezers ook live muziekprogramma's presenteren, wat bij de luisteraars zeker in goede aarde viel. Omstreeks de jaarwisseling brachten de Playa-dj's hun eerste single op de markt: "Amalia", een carnavalshit geschreven door Stan Haag. -14- Zondagochtend 19 september 1976, elf uur. Aan boord van de MV Mi Amigo startte Marc Jacobs de cassette met het populaire telefoonspel 'Cash Casino', opgenomen in Spanje. Sinds het invoeren van de liveprogramma's was Radio Mi Amigo een heel stuk populairder geworden. Er was het middagprogramma 'Baken 16' met allerlei gekke toestanden en veel informatie over het boordgebeuren. Er was het kassa-spel waarbij de luisteraars konden telefoneren naar Spanje om het mysterieuze geluid te raden. Er waren nieuwe live-diskjockeys Frank van der Mast en Marc Jacobs die zowat de boegbeelden van Mi Amigo geworden waren. Er was een Mi Amigo fanclub opgericht en in het hartje van Playa de Aro waren er gloednieuwe studio's gebouwd waar de toeristen de dj's konden bekijken als vissen in een aquarium. Op het zendschip waren nu twee radiostations actief: Mi Amigo op 253 meter met een 30-tal kilowatt en Caroline op 192 meter met 10 kilowatt. Sinds Pasen zond Caroline 24 uur per dag uit. Een week geleden was het zendschip immers gestrand op een zandbank en er was nogal wat waterschade geleden. De Mi Amigo-studio was voorlopig onbruikbaar en daarom gingen de Nederlandstalige uitzendingen door vanuit de Caroline-studio. Marc Jacobs keek even op zijn horloge. Twintig over elf. Hm, tijd voor een stunt. Hij zette de microfoon open en zei: 'Luisteraars, sorry dat ik het programma onderbreek, maar op dit ogenblik cirkelt er een helikopter boven het zendschip. We weten niet precies wat het te betekenen heeft, maar met het oog op de gebeurtenissen van afgelopen week zijn we op het ergste voorbereid'. Buiten was er natuurlijk geen vuiltje aan de lucht. Maat tien dagen voor de correctionele rechtbank te Brussel 41 medewerkers van Mi Amigo zou aanpakken, deed het station verwoede pogingen om zichzelf in een gunstiger daglicht te plaatsen bij de luisteraars. In de kranten werd immers voortdurend geschreven over geweldpleging (tegenover de AVRO-ploeg, zie deel 5), afpersing (tegenover Marty (zie deel 13) en illegale radio-uitzendingen. Om te beginnen moest iedereen nu maar eens gaan beseffen hoe populair Mi Amigo wel was. Marc zette de microfoon weer open. 'Luisteraars, de helikopter heeft zojuist een pakje laten zakken met daarin een briefje, en op dat briefje staat een bericht van de Nederlandse en Belgische PTT: of u alstublieft de juiste telefoonnummers wilt draaien, want de telefooncentrales in de Benelux raken overbelast doordat te veel mensen willen meedoen aan het kassa-spel en daarbij een verkeerd nummer draaien'. Ach, de kranten verdraaiden dagelijks de waarheid als het om Mi Amigo ging, waarom zou Mi Amigo dan niet enkele leugentjes om bestwil morgen vertellen? Zo was de redenering van de medewerkers. Precies een week later zou directeur Sylvain Tack nog een reuze stunt uithalen door persoonlijk een toespraak (nou ja, voor sommigen klonk het meer als een Belgenmop) te houden op de radio: 'Beste luisteraars, dit is de eerste maal dat u mijn stem hoort op Radio Mi Amigo, waarom? Heel eenvoudig (sic): ik ben het beu te moeten horen dat wij afgeschilderd (sic) worden als misdadigers, uitbater (sic), afpersers en bedriegers....'. Het ging verder nog over een mevrouw uit Gent die een brief geschreven had naar Tack. Ze moest dringend een operatie ondergaan maar ze had financiële problemen. Sylvain, edelmoedig als steeds, zou een deel van de kassa-pot aan haar schenken en hij besloot zijn toespraak als volgt: '...dat krijgt u van mij. Dit is mijn beslissing. Hopelijk brengen wij zo een beetje Spaanse zon in uw leven'. Hoe de operatie afgelopen is hebben we nooit mogen vernemen. De volgende weken ging alle aandacht immers naar wat zich in het Justitiepaleis te Brussel afspeelde. -15- "Sylvain Tack!"... De stem van rechter Anna de Molina galmde door de gerechtszaal toen de namen van de beschuldigden in "de zaak Mi Amigo" werden voorgelezen. Tientallen keren weerklonk het antwoord "aanwezig!" vanop de beschuldigedenbank die voor de gelegenheid extra uitgebreid was. Bij het voorlezen van de naam van de hoofdbeschuldigde echter bleef het enkele seconden ijzig stil. Onbereikbaar voor justitie zat de man immers nog steeds in het zonnige Playa de Aro. Daar was echter ook niet alles koek en ei. Vooreerst waren er ernstige meningsverschillen tussen programmaleider Joop Verhoof en Sylvain Tack over het te voeren programmabeleid. Tack had nogal veel nieuwe ideeën voor het station, die Joop al bij voorbaat onrealiseerbaar achtte. Verder ontstond er hevige ruzie tussen de familie Haag (Stan en Michelle) over het verminderen van het aantal programma-uren van Michelle, hetgeen nadelige financiële gevolgen zou meebrengen voor het dj-paar. Een en ander bracht met zich mee dat Joop Verhoof als programmaleider vervangen werd door Peter van Dam en dat Joop, Stan en Michelle twee weken verplichte "afkoel-vakantie" kregen. Maurice Bokkebroek, Ton Schipper, Haike Debois en Sylvain Tack (foto Werner Hartwig) Op het proces in Brussel waren de verdedigers er niet over te spreken dat ze onvoldoende tijd gekregen hadden om het dossier te bestuderen. Hun pleidooien schenen dan ook zo uit de vrije-radio-tijdschriften te komen. Enkele veel gehoorde argumenten: - "Waarom treedt de justitie wel op tegen Mi Amigo en niet tegen AFN en RTL?" - "Het monopolie van de BRT is niet meer aangepast aan de eisen van de luisteraars" - "Hoe zou mijn cliënt de ongewenste reclame hebben kunnen laten stoppen, als zelfs de justitie Mi Amigo niet kan laten zwijgen?" - "Sylvain Tack kon vluchten naar Spanje door de laksheid van het parket dat oogluikend toezag hoe hij naar de zuiderzon verdween" - Ook Radio Vaticaan heeft officieel geen golflengte toegewezen gekregen... en we moeten toch niet heiliger willen zijn dan de Paus!" Op 5 november 1976 kwam de uitspraak van de rechtbank. Sylvain Tack kreeg 4 miljoen frank boete ( ƒ 270.000,-) en een effectieve gevangenisstraf van 21 maanden. Een jaar wegens radiopiraterij, zes maanden wegens afpersing van een AVRO-camera-ploeg en drie maanden wegens afpersing ten nadele van de firma Marty. De andere beschuldigden kregen voorwaardelijke gevangenisstraffen en geldboetes. Sommige werden vrijgesproken. Die avond was op het BRT-televisiescherm gedurende enkele seconden de kleurrijke foto te zien van een man, die breed glimlachend poseerde vóór een glinsterend privé-zwembad. Op de achtergrond was een riante villa te zien en nog verderop zag men enkele bergtoppen. Het was zo'n formidabele foto dat de meeste kijkers niet eens luisterden naar wat de nieuwslezer vertelde. Was dit nu de booswicht die door de kranten zo verafschuwd werd? -16- Tien december 1976, één minuut over elf. Op Radio Mi Amigo Internationaal wordt voor de laatste keer die week de lieveling gedraaid, "Bombay" van Golden Earring. Om twaalf uur zal het station zijn golflengte 259 definitief verlaten en verhuizen naar de 192 meter. De laatste maanden werd op de 1187 kHz immers toenemende hinder ondervonden van Radio Budapest die met 500 kilowatt uitzendt op dezelfde frequentie. Vooral 's winters na zonsondergang, wanneer door veranderingen in de structuur van de hogere luchtlagen de verre zenders sterker doorkomen en de zwakke zenders gestoord worden, was het station in de hele Benelux nergens storingsvrij te ontvangen, zelfs niet aan de kust. Tezelfdertijd gonsde het in vrije-radio-kringen van de geruchten over de Mebo 2, het vroegere zendschip van Radio Noordzee Internationaal. Begin december had de Nederlandse overheid immers het schip, dat tot dan toe aan de ketting gelegd was wegens juridische procedures, vrijgegeven. Wie een beetje fantasie had en even doordacht, legde gemakkelijk de link: de Mebo 2 zou het nieuwe zendschip van Radio Mi Amigo worden. In vergelijking met de roestige en gammele M.V. Mi Amigo was de Mebo een drijvend radiopaleis. En dank zij de krachtige FM-, middengolf- en kortegolfzenders zouden alle ontvangstproblemen meteen verdwenen zijn. Helaas, niets van dit alles bleek waar te zijn. Op zaterdagmiddag was op de 192 meter een zwak radiosignaal waar te nemen, veel zwakker dan de tien kilowatt waarmee Radio Caroline tot dan toe op die golflengte uitgezonden had. Enkele dagen later zou de zendsterkte geleidelijk opgedreven worden tot zo'n 15 kilowatt. Meer dan zeven maanden lang zou het station met dat lage zendvermogen blijven uitzenden. Peter van Dam opende de zender met de mededeling dat de geruchten over de Mebo 2 vals waren: "..... de M.V. Mi Amigo IS Radio Mi Amigo, en ik kan hier nu wel duidelijk stellen dat alle geruchten als zou Radio Mi Amigo met de Mebo in zee gaan, volkomen foutief zijn". De Mebo 2 zou pas op 15 januari uitvaren, richting Lybië. Tijdens het laatste uur op de 259 meter had dj Joop Verhoof bekendgemaakt dat hij Mi Amigo zou verlaten. De conflicten van de afgelopen maanden zullen daar wel niet vreemd aan geweest zijn. Een maand later, op 16 januari, maakte ook Peter van Dam zijn laatste uur. Dit programma werd echter nooit uitgezonden. Peter had namelijk de plaat 'Ik ben gelukkig zonder jou' van Bonnie St. Clair gedraaid en opgedragen aan 'alle mensen die mij als programmaleider tegengewerkt hadden'. Wie waren deze mensen? Een en ander wordt duidelijk als we enkele markante gebeurtenissen uit die periode op een rijtje zetten: * Op zondagmorgen komt er een nieuw programma, 'Tot elven op de koffie', gepresenteerd door een zekere Lieven Colijn. Dit is niemand anders dan de exploitant van de Mi Amigo drive-in show in België, bekend onder z'n andere schuilnaam Patrick Valain. Duidelijk is ook dat dit programma niet in Spanje opgenomen wordt. * Begin 1977 komen en gaan een hele reeks dj's op proef aan boord van de M.V. Mi Amigo: Hans Brouwers, Erik Beekman, Hans van der Ven, Ron van der Plas en Hugo Meulenhoff. Uiteindelijk zou alleen deze laatste in dienst genomen worden. Enkele maanden later kwam er nog een nieuwe dj, Herman de Graaf. * Sinds eind 1976 waren op Mi Amigo op zaterdagochtend wekelijks Franstalige uitzendingen te horen. Programma's met een bedenkelijk kwaliteit, met schreeuwerige dj's en vooral met veel reclame voor drive-in shows die in Noord-Frankrijk georganiseerd werden. Foto: Patrick Valain Door het verdwijnen van Peter en Joop kregen dus een aantal Belgische achter-de-schermen-medewerkers meer invloed. Het zwaartepunt van de organisatie werd duidelijk verlegd van Spanje naar België. Met het invoeren van meer live-programma's sloegen deze mensen ook twee vliegen in één klap: enerzijds konden ze hun reclamespots nu vlugger op de zender brengen (want de programma's uit Spanje werden twee weken vooraf opgenomen), anderzijds was het nu niet zo erg meer als zij de bevoorrading van het zendschip eens een weekje uitstelden. De jongens aan boord zouden de ontbrekende programma's wel opvullen. Voor de luisteraars hadden deze ontwikkelingen voor- en nadelen: de liveprogramma's waren erg aantrekkelijk, maar anderzijds kwamen er nu een aantal afschuwelijk langdradige reclamespots bij. Op 11 maart 1977 keerde ook Bart van Leeuwen terug naar Nederland. Als personeel in Spanje bleven nu alleen nog Stan Haag, Michelle, technicus Maurice Bokkenbroek en z'n vrouw Haike Dubois achter. Nauwelijks een jaar later zou dit zich nog een keer voordoen. -17- Donderdag 4 augustus 1977. Om zes uur 's ochtends begonnen zoals gewoonlijk weer de uitzendingen van Radio Mi Amigo. Twee weken eerder was de golflengte weer veranderd, deze keer van 192 naar 212 meter. Het zendvermogen was ook iets groter geworden dan de zwakke 14 kilowatt waarmee men sinds december '76 uitzond. Maar sinds de golflengtewisseling was er een storend bromgeluid in de modulatie te horen. Dagelijks werden om elf uur geheime codenummers uitgezonden. Die waren bestemd voor de mensen van de organisatie aan land en hadden vooral betrekking op de bevoorrading en de toestand van het zendschip. Die vierde augustus klonk de stem van Marc Jacobs echter paniekerig: 'Nummer 89 betreffende zeewater en 100...100...100!"In de daaropvolgende uren werden deze nummers regelmatig herhaald en de liveprogramma's werden vervangen door non-stop muziek. Aan boord had men namelijk gemerkt dat het zendschip abnormaal naar bakboord overhevelde. Na een kleine inspectie van het schip bleek dat het ruim vol water stond. Bovendien waren de pompen defect. Alles wees erop dat het schip zinkend was. Terwijl koortsachtig werd gepoogd de pompen te herstellen, werd een reddingsbootje uitgeworpen en de kustwacht opgeroepen. Zowel Caroline als Mi Amigo verdwenen uit de ether. Op het nippertje konden de pompen hersteld worden en in enkele uren tijd werden 60 ton zeewater weggepompt. Toen bleek dat het schip niet lekgeslagen was, maar dat er een gat ontstaan was in een koelwaterleiding, waardoor er letterlijk zeewater in het ruim gepompt werd. Alles kon vrij gemakkelijk hersteld worden en om 8 uur 's avonds kon Radio Caroline alweer uitzenden. De andere dag kwam ook Mi Amigo weer in de ether. Tijdens de zomer van 1977 werden ook aan land inspanningen gedaan om Mi Amigo nog populairder te maken. Aan de Vlaamse kust liep toen de Mi Amigo-kustactie, met onder andere een 'Miss Mi Amigo verkiezing'. Op 17 augustus zond de Veronica Omroep Organisatie een twee en half uur durend tv-programma uit over 20 jaar zeezenders. Daarin werd ook aandacht besteed aan Radio Mi Amigo. Frank van der Mast kondigde aan dat er vanaf 22 augustus ook avonduitzendingen zouden komen, en wel van 7 tot 9 uur. Tijdens deze twee uren werden geen commercials gedraaid. Op 9 september 1977 was het weer eens tijd voor een aflossing van de ploeg aan boord van het zendschip. Herman de Graaf en Marc Jacobs zouden van boord gaan en vervangen worden door Frank van der Mast en Hugo Meulenhoff. Terwijl het bevoorradingsschip, de 'Hosanna' de haven van Zeebrugge uitvoer werd het onderschept door de zeevaartpolitie. Frank, Hugo en schipper Germain Ackx sprongen overboord en probeerden zwemmend te ontsnappen, maar tevergeefs. Het drietal mocht de nacht doorbrengen in de gevangenis te Brugge. Drie dagen later kwamen ze dan toch bij het zendschip aan, maar zonder vers voedsel. Dat was immers in beslag genomen door de Brugse politie. Latere bevoorrading brachten wel bandjes uit Spanje en Marc Jacobs aan boord, maar geen voedsel. Stilaan begon de dagelijkse kost uit rijst en worteltjes te bestaan. Begin oktober besloten Marc en Frank te staken. Er werd alleen non-stop muziek uitgezonden, met de mededeling: 'Door omstandigheden enz....'. Toen een week later een tender aankwam vol lekker eten, werd er op de zender een smoesje verteld over een kortsluiting in het mengpaneel en een bandrecorder in de zenderkamer. Pas maanden later zou de waarheid over de staking aan het licht komen. -18- Toen in oktober 1977 Marc Jacobs en Frank van der Mast afgelost werden na hun ophefmakende staking, gingen ze naar Spanje en deden hun beklag over de belabberde toestand van het zendschip, het ontbreken van reddingsmateriaal en de onregelmatige voedselbevoorrading. Blijkbaar vertrouwde Tack meer op zijn Belgische organisatoren dan op zijn deejays, want hij hechte geen geloof aan de klachten. Meteen boden Marc en Frank hun ontslag aan. Inmiddels was een nieuwe medewerker de dj-ploeg komen versterken: Ferry Eden. Aanvankelijk was hij 's avonds te beluisteren tussen 7 en 9 uur met het vooraf op band opgenomen programma 'De hof van Eden'. Eind november kwam hij aan boord van de MV Mi Amigo. Ook in november waren Mi Amigo en Caroline een tiental dagen uit de lucht wegens generatorproblemen: van 11 tot 22 november bleef het doodstil op de 212 en 319 meter. Omdat de ontvangst op 212 meter veel te wensen overliet, gingen vanaf 1 december 1977 Mi Amigo en Caroline weer samen uitzenden op de 319 meter. Zoals telkens bij een golflengtewisseling ging het ook nu weer fout: drie weken lang bleef de zender op een laag pitje pruttelen, pas tegen Kerstmis waren Mi Amigo en Caroline weer luid en duidelijk te ontvangen in de Benelux. Ondertussen hadden ook Stan Haag en Michelle hun biezen gepakt en waren richting Nederland vertrokken, uit solidariteit met hun collega's Marc en Frank. Hugo Meulenhoff zou later dit voorbeeld volgen. Als vervangers werden nieuweling Ton Schippers en Bokkenbroek-vrouwtje Haike Dubois ingezet. Op 1 januari 1978 kon Radio Mi Amigo zijn vierde verjaardag vieren. Het werd een verjaardag in mineurstemming, zonder de boegbeelden Jacobs en Van der Mast en de vaste waarden Stan Haag en Michelle. Tot overmaat van ramp was het station medio januari weer eens vier dagen stil wegens zware storm. Op 15 januari was er weer een nieuwe stem te horen op de 319 meter meter: Rob Hudson. In de weken die daarop volgden kwamen ook nog Dick Verheul en Johan Visser in dienst bij Mi Amigo. -19- In de tweede helft van januari 1978 zijn Mi Amigo en Caroline geregeld uit de lucht, zowel 's nachts als 's morgens. In de week van 20 tot 29 januari blijken volgens berichten heel wat bandjes gebroken te zijn en is er zelfs geen plakband meer om de bandjes te kunnen plakken. Vanaf 30 januari 1978 zijn nogal wat bandjes van slechte kwaliteit door zoutaanslag. Foto: Rob Hudson in de studio aan boord van de MV Mi Amigo (Wikipedia) Bij Radio Caroline wordt vanaf 20 februari 1978 de Caroline Countdown of Albums Sound nu elke week uitgezonden, bij Radio Mi Amigo is Dominee Toornvliet nu elke dag om half zes namiddag te beluisteren. Midden maart is Johan Maasbach om 7 uur 's morgens met zijn bandprogramma's te horen op 319m. Vanaf 26 maart wordt er een Mi Amigo stuif-in aangekondigd voor de zaterdag erop in Wevelgem in de Vinkestraat 43 om 15 uur. Alle medewerkers kondigen aan op deze zaterdag aanwezig te zijn in Wevelgem en daar bandprogramma's te verzorgen. Vandaar dat Brian Martin van Caroline wordt aangezocht om het weerbericht in gebroken Nederlands te brengen op 319 meter. Om 14 uur neemt Rob Hudson het over om mee te delen dat het een 'april-grap' was. In Baken 16 wordt er in deze periode ook aandacht besteed aan het boordgebeuren. Zo maakt Rob Hudson op 27 maart een wandeling door het schip met een microfoon met 50 meter draad. Begin april wordt via Radio Mi Amigo aangekondigd dat Radio Caroline voortaan 24 uur per dag zal uitzenden op een nieuwe frequentie. (Achteraf wel weinig van gemerkt). Vanaf 31 juli 1978 worden de uren tussen Caroline en Mi Amigo herschikt. In plaats van tot 19:30 uur verzorgt Mi Amigo nu uitzendingen tot 19:00 uur. Zodoende krijg Radio Caroline er een half uur zendtijd per dag bij. -20- Vanaf begin augustus 1978 loopt er op Caroline een spot van de Caroline Continental Roadshow met een telefoonnummer in West-Vlaanderen. De tweede week van augustus worden dezelfde programma's uitgezonden als de week voordien, waarbij dan enkele programma's toch live van boord komen. Op 11 augustus (vrijdag) zijn er weer verse programma's. De Mi Amigo boys aan boord van de MV Mi Amigo zijn op dat ogenblik Ferry Eden, Johan Visser en Marc Jacobs. Zeezenders 20 wordt eind juni gehouden in Nederland. In die tijd gaan er geruchten over het einde van Mi Amigo. Sylvain Tack zou er de brui aan geven. Er zijn veel te veel kosten aan het schip... een kapotte generator wordt niet hersteld, waardoor er geen reserve-generator meer aan boord is. In september gaat de zender op 319 's nachts tussen 02:00 en 07:30 uur uit de ether, met alleen op vrijdag- en zaterdagavond een 24 uur service. Ook in oktober komt de zender slechts om 07:00 of om 07:30 uur in de lucht. Om de generator te sparen is het regelmatig stil gedurende de nacht. Tot op 20 oktober 1978 's morgens om vijf voor twaalf Marc Jacobs de woorden uitspreekt: "Wegens onvoorziene omstandigheden gaan we nu uit de lucht". De generator begint te roken en het wordt stil op 3-1-9. 's Avonds om vijf minuten voor acht uur is Caroline terug voor vijf minuten om een aantal nummers door te geven. Ook begin november is er weer diverse malen een draaggolf op de 319m (om precies te zijn op 311,85 meter). De bedoeling was dat Mi Amigo nog zou terugkeren van de MV Mi Amigo, maar dat gebeurde uiteindelijk niet. Mi Amigo Radio trok zich na 5 jaar terug vanaf de MV Mi Amigo. Het was begonnen op 15 oktober 1973, na 3 maanden Radio Atlantis. De officiële start was op 1 januari 1974. Maar intussen was er al heel wat anders bezig. -21- Op het ogenblik dat de generatoren het begaven aan boord van de MV Mi Amigo, was er al in het grootste geheim een graanschip gekocht in Griekenland. Normaal was voorzien dat tegen november uitzendingen vanaf het nieuwe schip zouden komen. Maar bij de uitrusting van het nieuwe schip, toen nog genaamd 'Casablanca', kwamen er heel wat problemen bij kijken. Wat de nieuwe eigenaars van de boot niet wisten, was dat bijna alle vergunningen voor het schip enkele dagen na de aankoop verliepen. De diverse keuringen om de vergunningen te krijgen duurden maanden en kostten vele miljoenen franken. De Grieken vonden alle mogelijke redenen om niet te hoeven werken, en toch het schip in het dok te laten liggen tegen een hele hoge huurprijs. Ondertussen brengt de Delmare-ploeg met hun nieuwe zendschip de 'Epivan' een nieuwe generator aan boord van de MV Mi Amigo. Echter onderhandelingen tussen Caroline en Delmare lopen spaak. Op 19 januari 1979 zinkt de MV Mi Amigo bijna in de monding van de Theems. Door gebrek aan olie in de pompen kan men zelfs bij een rustige Noordzee het water niet meer overboord zetten. Uiteindelijk slaagt Peter Chicago het schip toch drijvende te krijgen. De Engelstalige Caroline service-studio had wel letterlijk in het water gelegen. En op de 15e verjaardag was er weer muziek op 319, zowel met een Nederlandstalige als een Engelstalige service. op 5 juni is ook Delmare vanaf de 'Aegir 2' op 192m terug... en uiteindelijk is eind juni, met vele maanden vertraging, de inmiddels omgedoopte 'Casablanca' in 'Magdalena' van Radio Mi Amigo gearriveerd op de Noordzee. Op 1 juli wordt er officieel gestart op 272m, 1100 kHz. Het grote probleem op dit ogenblik zijn de diskjockeys. Door de vele problemen en vertragingen zijn de dj's vertrokken naar Caroline. Naast het openingsprogramma van Ton Schipper (op band) is alleen Wim de Groot aanwezig. Na hem volgen Daniël Boolen, Johan Vermeer, Ben van Praag .... Hoewel er aangekondigd wordt 24 uur uit te zenden, is men regelmatig vanaf 22:00-23:00 uur uit de lucht. In het begin wordt 'het bekende adres in Spanje' genoemd, later het adres in Playa de Aro. Echter, wie naar Spanje schrijft, krijgt zijn brief terug met de mededeling dat de zaak aldaar gesloten is. Op dinsdag 17 juli 1979 volgt er een nieuw adres: Postbus 640, Port Louise, Mauritius. Het grote probleem bij de Magdalena blijkt de ankerketting te zijn. Voortdurend vaart de Magdalena rond op de Noordzee. Het gevolg is dat georganiseerde reizen naar de Mi Amigo-boot er op een bepaalde keer gewoon niet in slagen het zendschip te vinden. Het ene moment ligt de boot voor de Britse, dan weer voor de Belgische, dan weer voor de Nederlandse kust. Op 20 september 1979 slaat de Magdalena voor de laatste maal van haar anker. Het radioschip strandt voor de Nederlandse kust en de Nederlandse marine komt aan boord en laat uiteindelijk het schip binnenslepen. Radio Mi Amigo werd stil. Delmare deed nog enkele dagen verder en Caroline zes maanden vooraleer de MV Mi Amigo zonk. Een ding hebben de Mi Amigo-verantwoordelijken geleerd: niet de motor maar een ankerketting is het belangrijkste voor een zendschip. In 1981 kreeg Mi Amigo een opvolger op land: Maeva vanuit Brussel. Nu 3 jaar later en bijna 20 inbeslagnames verder zendt Maeva verder op 105,7 mHz. Of Maeva teruggaat naar zee, zal afhangen van de situatie in de Belgische vrije radio. Op 15 augustus 1984 startte in Duisberg bij Tervuren in Vlaams Brabant Radio Mi Amigo, o.a. met Ferry Eden, Ben van Praag en Stan Haag. Patrick Valain zit nog altijd bij Maeva. Maeva op 17,75 mHz en Mi Amigo op 107,8 mHz. Buiten die enkele dj's en de jingles uit de periode 1975-79 heeft de huidige Mi Amigo weinig te maken met de zeezender. Kwalitatief is het station wel beter dan de meeste andere vrije radio's die zich Mi Amigo noemen. Er zijn ook heel wat stations die zich 'Caroline', 'Noordzee' of 'Veronica' noemen. -22- Als tegenhanger van Maeva op 105,7 mHz was op 15 augustus 1984 Mi Amigo gestart vanuit Duisburg bij Tervuren. Bij Mi Amigo vond je nu mensen als Ferry Eden, Ben van Praag en Stan Haag. Bij Maeva Patrick Valain en Arie de Groot (= Hugo de Groot). Beide stations gebruikten vermogens ver boven het toegestane vermogen. Maeva, die al meer dan 25 inbeslagnames te verduren had gekregen, had na verloop van tijd er iets op gevonden. Zo stond een zender van 100 Watt aangeschakeld, echter verbonden met een in de muren ingemetselde en verstopte veel zwaardere zender. Zo kwam het dat elke keer dat de RTT aanbelde er een schakelaar werd overgehaald, zodat men automatisch terugviel op de 100 Watt zender. Zo kwam het dat de veel zwaardere en veel duurdere versterker bijna nooit werd meegenomen. Na verloop van tijd kwam de RTT er toch achter dat er iets niet klopte. Zo stelde stelde de RTT op een bepaalde dag vast dat hun meters sterk terugvielen, wanneer ze aanbelden. Gevolg.... een grondig onderzoek en na hakwerk in de muren vond men de dure versterker. Echter... ondanks de inbeslagnames bleef Maeva doorgaan. Op een bepaalde keer vloog Patrick Valain ook enkele dagen achter de tralies. De 'spelletje' kon niet doorgaan. Vanaf 1 september 1985 hoorde men dat ook via een 50-tal lokale radio's PPR (= Programma en Promotie Regie)-programma's met de medewerkers van Maeva. Elk station heeft de keuze uit 24 uur programma's per dag. Ze kunnen zich ook beperken tot lukraak 4 uur programma's per dag. PPR is te bereiken via Postbus 550 te 1000 Brussel (net als Maeva). Rond Maeva oftewel PPR weinig nieuws, tenzij dat het Maeva praathuis enige tijd geleden uitbrandde. Wat Mi Amigo op 107.8 mHz betreft, zat men met soortgelijke problemen. Het vermogen moest teruggedraaid worden, zodat Mi Amigo weer een lokaal station werd met weinig inkomsten. Stan Haag, Ferry Eden en anderen verdwenen. Na verloop van tijd staken nu lokale 'Mi Amigo's' de kop op die de programma's uit Duisburg uitzenden. De vraag blijft hoelang dit systeem zal kunnen toegepast worden, daar diverse van die stations onder een totaal andere naam een vergunning hebben aangevraagd, maar door gebrek aan medewerkers Mi Amigo-programma's zijn begonnen uit te zenden. Dergelijk programma's halen het op amateuristische stations, maar halen weinig luisteraars in een streek waar een professioneel station is uitgebouwd met ook liveprogramma's, (lokaal) nieuws, enz. Ondertussen zijn bij de PPR-programma's de PPR-jingles en het adres in Brussel verdwenen. Net als in de andere syndicated programma's kan men schrijven naar 'de bekende postbus van dit station'. Dit wordt gedaan om het probleem van netvorming te omzeilen. Het gebruik van syndicated programma's is bij sommige stations in Vlaanderen een welkome aanvulling bij de lokale programma's, bij anderen heb je bijna uitsluitend nog syndicated programma's. Dit is de trieste werkelijkheid in België. Tot slot kan ik nog melden dat Sylvain Tack terug in België is. Hij is niet meer geïnteresseerd in de show-business maar wil wel beginnen als pasteibakker gecombineerd met de handel in natuurvoedingsmiddelen. Op 22 maart 1986 kwam Sylvain Tack heel uitgebreid aan het woord in het druk beluisterde programma van BRT 2: 'Te Bed of Niet te Bed'.
  48. 1 point
    Roelof Hemmen gaat vanaf juni aan de slag bij Radio 538 als nieuwslezer bij de ‘538 Ochtendshow met Frank Dane’. Hij vervangt Henk Blok, die vanwege gezondheidsredenen met sabbatical gaat. Hemmen heeft jarenlange ervaring als verslaggever en anchor bij onder andere RTL Nieuws, BNR nieuwsradio en de Telegraaf. Roelof Hemmen: "De 538 Ochtendshow met Frank Dane is een heerlijk programma. Energiek, vriendelijk en tegelijk scherp en razendsnel. Ik verheug me erop om straks deel uit te maken van het sprankelende team-Frank, als de man van het nieuws." Menno de Boer, radio director 538: "538 heeft in Roelof Hemmen een geweldige nieuwslezer gevonden die deze belangrijke rol gaat invullen na het vertrek van Henk Blok. Hij zit barstensvol nieuwservaring, is gek op radio én hij heeft een goede klik met het team." Roelof Hemmen Roelof Hemmen (1963) begon zijn journalistieke loopbaan als verslaggever bij de Telegraaf. Na twee jaar stapte hij over naar RTL Nieuws waar hij 23 jaar werkte als verslaggever en nieuwsanchor van het Half Acht Nieuws. Daarnaast werkte hij mee aan RTL Nieuws-documentaires over de aanslag op de koninklijke familie in Apeldoorn, de nasleep van de MH17-ramp en de Nederlandse militaire missie in Afghanistan. Negen jaar geleden startte Roelof bij BNR Nieuwsradio. En in 2016 verliet hij zijn grote liefde - de televisie - definitief voor zijn nieuwe liefde: de radio. Hij presenteert nu BNR’s Big Five, een dagelijks interviewprogramma van een uur, over de grote onderwerpen van onze samenleving met de mensen die daarin een grote rol spelen. Roelof is ook dagvoorzitter en presentatiecoach. Afbeelding: Roelof Hemmen (foto Rado 538)
  49. 1 point
    Precies 40 jaar geleden kwam er een eind aan Radio Mi Amigo. En juist nu wordt het boek over deze legendarische zeezender gedrukt en gebonden om op 27 september te worden afgeleverd. Dat is nog in de geplande verschijningsmaand september, maar toch iets later dan gepland. Dat komt omdat het boek maar liefst 40 pagina’s dikker is dan oorspronkelijk de bedoeling was. Kortom, niet zes maar zeven hoofdstukken, 200 pagina’s 504 foto’s én het hele verhaal over de zendschepen MV Mi Amigo en Magdalena en Radio Mi Amigo Internationaal. In het eerste hoofdstuk lees je over de zeezenders, de MV Mi Amigo (eerder de Magda Maria en de Bon Jour) in de jaren zestig en hoe Radio Caroline in 1968 tijdelijk ten einde kwam. De concurrentie tussen Noordzee en Veronica, de terugkeer op zee van de MV Mi Amigo en Radio Caroline en het Atlantis-verhaal komen in hoofdstuk twee aan bod. Radio Mi Amigo en eigenaar Sylvain Tack zijn vanaf hoofdstuk drie volop in beeld. In hoofdstuk vier zijn de hoofdthema’s de illegaliteit, de inval en de vlucht naar Spanje. In hoofdstuk vijf gaat het over de toenemende liveprogramma’s, de personele problemen in Playa d’Aro. Net als in het eerdere hoofdstuk lees je in hoofdstuk zes over de jacht op Mi Amigo en de juridische problemen, maar ook het hele verhaal over Hollandia en het onverwachte einde van Mi Amigo op de oude schuit en de echte reden. In hoofdstuk zeven vind je voor het eerst het hele verhaal over de Magdalena inclusief de dramatische afloop en nasleep. Als je nog voor € 35 wilt voor inschrijven op dit boek, dan is snelheid geboden. Vanaf 1 oktober is het boek leverbaar en vervalt die voorintekening. Het boek kost dan € 39 euro plus portokosten en die verschillen per land. Alle informatie daarover en het nieuwe rekeningnummer voor de bestelling zijn vanaf 28 september te vinden op www.miamigoboek.eu. Tot die datum kun je daar nog voor snel voor inschrijven voor de oude prijs van € 35 met de porto inbegrepen. Alle voor intekenaars tot nu toe, kunnen het boek spoedig na de uitgifte datum thuis verwachten.
  50. 1 point
    Luisteren naar Radio Noordzee was de naam van een report opgemaakt door het Nederlands Centrum voor Marketing Analyses NV, gevestigd aan het Sarphatipark in Amsterdam. Het werd opgesteld ten behoeve van de N.V. Exploitatie Maatschappij Radio Noordzee Internationaal i.o. te Hilversum. I.O. stond voor In Oprichting. Het rapport kwam uit op 21 juli 1971. Voornoemde organisatie had voorheen al twee keer eerder een onderzoek uitgevoerd naar het luisterbereik in Nederland van Radio Veronica, Radio Luxembourg, Hilversum III en Radio Noordzee. Als maatstaf voor het luisterbereik was gehanteerd het aantal personen van 15 jaar en ouder dat in zeven dagen voorafgaand aan de enquêtedatum naar de betreffende stations hadden geluisterd. De enquêteperiode van het eerste onderzoek liep van 13 t/m 19 maart 1971, dus vlak nadat Radio Noordzee met een Nederlandstalige service in de ether was gekomen. In die periode werden 1000 personen ouder dan 15 jaar ondervraagd. De tweede periode was van 6 tot en met 10 april 1971, waarna het derde onderzoek werd gedaan tussen 19 en 25 juni om de ontwikkeling in het luisterbereik te kunnen volgen. Mede was men benieuwd wat de aanslag op het zendschip van Radio Noordzee in opdracht van medewerkers van Radio Veronica tot gevolg had op de luistercijfers. In het voornoemde rapport, waarbij vermeld dient te worden dat bij de twee laatste onderzoeken telkens 500 personen werden ondervraagd, gaf het rapport destijds een vergelijkend onderzoek. Ik zal niet een uitgebreide analyse uit het rapport naar voren halen maar een korte samenvatting geven van de resultaten. Begin april 1971 lag het percentage van luisteraars boven de 15 jaar op 36%. De cijfers voor de andere radiostations lagen respectievelijk op 48% voor Veronica, 17% voor Radio Luxembourg en 63% voor Hilversum III. Eind juni bleek uit het onderzoek dat luisteren naar Radio Noordzee was gestegen naar 41% en Veronica enigszins terugliep naar 45%. Beide andere stations bleven constant vergeleken met het onderzoek uit april 1971. Het onderzoeksbureau had ook een berekening gemaakt geprojecteerd op de totale bevolking boven de 15 jaar van destijds en kwam tot de conclusie dat eind juni 1971 er een bereik was van 4 miljoen regelmatige luisteraars. Na de aanslag op het zendschip van Radio Noordzee steeg het aantal luisteraars tussen de 25 en 34 jaar extreem van 35% in begin april tot 52% eind juni. In de leeftijdsgroep 15 tot en met 24 jaar werd Radio Veronica in juni voorbijgestreefd met 71% aan Noordzee en Veronica dat in die groep op 64% uitkwam. Men had tevens berekend waar in Nederland de grootste groei aan luisteraars was gehaald getuige de cijfers van eind juni 1971. Grote winnaars waren de regio Oost en Zuid respectievelijk van 33 naar 46% en Zuid van 22 tot 38%. Ook kwam uit het onderzoek naar voren dat van de luisteraars naar Radio Noordzee men gemiddeld 4,9 van de 7 dagen per week wel eens op het station afstemde. Begin april stond dit percentage op 4,6 dagen. Opmerkelijke opkomst van Radio Noordzee in de regio Oost en Zuid. Hoe ging het dan met de ontvangst in de regio Oost destijds? Ik heb Herbert Visser bereid gevonden zijn ervaringen van destijds eens aan het papier toe te vertrouwen en hij kwam met de volgende eigen belevingen van destijds en heden ten dage. ‘Bij daglicht waren zowel Radio Veronica als Radio Noordzee prima te ontvangen in Zevenaar. Wel was Radio Noordzee sterker, maar dat was ook logisch. Radio Noordzee draaide op zo’n 20 kilowatt en bij Radio Veronica kwam er hooguit een halve kilowatt uit de antenne (Veronica stopte zo’n 7 a 8 kilowatt in de antenne maar er kwam nog geen halve kilowatt uit). Zodra het donker werd waren beide stations verdwenen op het kleine simpele Nordmende-transistorradiootje dat ik destijds had. Ik kon op dat simpele transistorradiootje vier jaar later ook naar Radio Delmare luisteren. Wel diende ik destijds allerlei toeren uit te halen zoals mijn ene hand op de radio en de andere op de verwarmingsradiator en dergelijke leggen, maar dan kon ik de uitzendingen van Radio Delmare redelijk hoorbaar volgen. En Radio Caroline op 192 kwam ook overdag goed beluisterbaar door, ondanks dat het zendvermogen van Radio Caroline in de jaren zeventig van de vorige eeuw maar twee kilowatt was (bron: Peter Chicago). De multiplexer aan boord van de Mi Amigo kon meer vermogen niet aan terwijl ook Radio Mi Amigo in de lucht was. Aan boord van de Ross Revenge stond een betere multiplexer; en in de periode dat ik daar aan boord was, stond Radio Monique te draaien op 23 kilowatt op 963 kHz en Radio Caroline met een kilowattje of 8 op de 558. Overigens is, Radio Caroline sinds september 1974 nooit zo goed te ontvangen geweest als nu op de 648 kHz Weliswaar waren de signalen overdag vanaf de Mi Amigo en zeker vanaf de Ross Revenge met de hoge zendmast sterker dan nu. Maar zodra het donker was kwamen de signalen door van de buitenlandse rechtmatige gebruikers van de frequenties en werden op bijvoorbeeld de 259 meter de signalen vanaf zee doorspekt met de signalen van de Hongaarse Staatsradio. Nu echter is het signaal op 648 kHz ook in de avonduren nog goed beluisterbaar. Dus heeft over de hele dag beschouwd Radio Caroline anno nu in de Benelux een betere AM-ontvangst dan toen Radio Caroline nog een zeezender was.’ Hans Knot, 24 augustus 2019 Afbeelding: Mebo II (foto Rob Olthof)
This leaderboard is set to Amsterdam/GMT+02:00


  • Newsletter

    Want to keep up to date with all our latest news and information?
    Sign Up
×
×
  • Create New...

Important Information

By using this site, you agree to our Terms of Use, Privacy Policy and We have placed cookies on your device to help make this website better. You can adjust your cookie settings, otherwise we'll assume you're okay to continue.