Klassement
-
de redactie
Leden248Punten15.615Aantal bijdragen -
hans knot
Leden60Punten2.854Aantal bijdragen -
Vincent
Administratoren17Punten28.857Aantal bijdragen -
rauhfaser
Leden8Punten2.592Aantal bijdragen
Populaire bijdragen
Inhoud met de hoogste waardering sinds 04-08-25 in Blogartikelen tonen
-
De stille maanden van de Muziekboot: De Nederlanders keren terug
We gaan even terug naar de zomer van 1978. Het beoogde zendschip van Radio Delmare, de MV Aegir, lag inmiddels voor de kust van Goeree en kon geen haven meer binnenvaren voor bevoorrading of voor het plaatsen van zendapparatuur. Deels omdat de motor van het zendschip niet meer werkte, maar vooral ook omdat de MV Aegir direct in beslag zou worden genomen door de Nederlandse autoriteiten. Het schip had halsoverkop een Nederlandse haven moeten verlaten en alle spullen voor de ombouw moesten aan boord worden gebracht en de verbouwing moest plaatsvinden op volle zee. De Nederlander Ben Bode en de Belg Danny Vuylsteke meldden zich op dat moment bij Gerard van Dam om mee te helpen met het in de lucht brengen van Radio Delmare. Dat was op het juiste moment, want na alle tegenslagen was daar het geld op. Bode en Vuylsteke leverden en financierden de benodigde apparatuur om het schip zendklaar te maken, waaronder twee Marconi zenders en de apparatuur voor de inrichting van een radiostudio. Het grootste deel van deze spullen werd op zaterdag 5 augustus 1978 vanuit de haven van Breskens aan boord gebracht, zoals een paar dagen later op de Nederlandse Televisie was te zien. Tijdens deze bevoorrading was er namelijk ook een filmploeg van het nieuwsprogramma ‘Veronica Info’ mee aan boord voor een reportage over het zendschip van Radio Delmare. Lang duurde dit Delmare avontuur niet. Het lukte wel om de zender in de lucht te krijgen, op 25 augustus 1978 werd er voor het eerst vanaf de MV Aegir uitgezonden, maar op 11 september 1978 ging het mis. Het schip sloeg los van zijn anker en dreef richting de kust. Niet veel later werd het schip naar Rotterdam gesleept en in beslag genomen. Bode en Vuylsteke hielden het vervolgens bij Delmare voor gezien, zij hadden geen trek meer in het voortzetten van de samenwerking met Gerard van Dam. En Van Dam was inmiddels in contact gekomen met Fred Bolland en begon met zijn hulp aan het Scheveningen 54 project, zoals je al eerder hebt kunnen lezen. Maar het zeezender avontuur van beide heren hield hier niet op. Rond de tijd dat Gerard van Dam de Cummings generator afleverde bij de MV Mi Amigo en dacht een deal te hebben met Ronan O’Rahilly voor het uitzenden vanaf dit zendschip, namen Bode en Vuylsteke contact op met de Caroline organisatie voor het huren van zendtijd. Fred Bolland, die min of meer de plaats had ingenomen van Ben Bode en Danny Vuylsteke, besloot na de in beslaglegging van de Scheveningen 54 ook afscheid te nemen van Radio Delmare. Hij wilde uit het zicht van justitie blijven. Bolland had zoals hij dat zelf zei veel te verliezen, waaronder zijn winkel Disco Bolland in Den Haag en zijn woonhuis. Ook hij nam contact op met Ronan O’Rahilly om te kijken of hij zendtijd kon huren op de MV Mi Amigo. Voor O’Rahilly kwam dit goed uit. Twee partijen die wilden gaan uitzenden vanaf zijn zendschip. Alleen zat hij nog met de Delmare mensen aan boord van de MV Mi Amigo en de deal met Gerard van Dam. Maar Van Dam kon geen diesel leveren. Door gebrek aan brandstof werkten de pompen niet meer en dreigde het zendschip op 19 januari 1979 te zinken. Uit voorzorg werden de bemanningsleden van boord gehaald, inclusief de Delmare mensen. Zij zouden niet meer terugkeren en daarmee was de weg vrij voor Ronan O'Rahilly om zaken te doen met zowel Danny Vuylsteke, Ben Bode en Fred Bolland. Er werd een deal gesloten dat er overdag van 07:00 tot 18:00 uur onder de naam Radio Caroline een Nederlandstalige service zou komen. De overige uren werden gevuld door de Engelsen. Maar ook werd er overeengekomen dat er pas betaald zou worden voor de huur van de zender als het radiostation vanaf de MV Mi Amigo in de lucht was. Fred Bolland benaderde vervolgens oud Radio Mi Amigo diskjockey Herman de Graaf met de vraag of hij een diskjockey ploeg kon samenstellen en programmaleider wilde worden. De Graaf ging hier mee aan de slag en de eerste die hij vroeg was Ad Roberts, bij wie hij toentertijd tijdelijk verbleef in Friesland. Daarna nam hij contact op met Rob Hudson en al snel werd duidelijk dat een deel van de medewerkers van de Amsterdamse landpiraat Unique, waar Hudson toen programma’s voor maakte, mee zou verhuizen naar zee. Dat waren Paul de Wit en René van Elst. Ook het format van Radio Unique zou worden overgenomen, wat neerkomt op om en om een oude en een nieuwe plaat. En het mocht onder geen beding klinken als Radio Mi Amigo en de uitzendingen waren voornamelijk bestemd voor de Nederlandse markt en niet gericht op België. Op de Eerste Paasdag van 1979 klonk er, na bijna zes maanden stilte, weer muziek vanaf de Muziekboot. Tekst: Vincent Schriel Foto's: Hans Joachim Backhus Deel 1: Het einde van Radio Mi Amigo Deel 2: Het blijft stil op de Noordzee Deel 3: Neemt Delmare de plaats in van Mi Amigo? Deel 4: Op het nippertje Deel 5: De Nederlanders keren terug9 punten
-
Waarom de middengolf nog niet verdwenen is
De middengolf is in Europa al jaren bezig aan een stille terugtocht. Waar de band ooit het kloppend hart was van nationale omroepen, regionale stemmen en grensoverschrijdende ontvangst, resteert vandaag vooral een landschap van lege frequenties, uitgeschakelde zenders en een handvol liefhebbers die proberen vast te houden aan een medium dat door velen al is afgeschreven. Toch is het verhaal van de middengolf niet zo eenvoudig als de optelsom van gesloten zendlocaties en verdwenen stations doet vermoeden. De neergang van de middengolf begon niet gisteren. In heel Europa werd het bereik van FM vanaf de jaren zestig steeds beter, terwijl de geluidskwaliteit duidelijk aantrekkelijker was voor luisteraars. De middengolf bleef nog lang relevant door zijn grote bereik, zeker in de avonduren wanneer signalen honderden kilometers konden overbruggen, maar verloor stap voor stap terrein. Wat ooit een vanzelfsprekend onderdeel was van het dagelijks luisteren, werd langzaam een techniek uit een ander tijdperk. Dat proces werd versneld door de hoge kosten van het in de lucht houden van middengolfzenders. Grote zendinstallaties vragen veel energie, veel onderhoud en veel ruimte. Vooral voor publieke omroepen werd het steeds moeilijker om die kosten te verantwoorden in een tijd waarin luistergedrag verschoof naar FM, DAB+ en online distributie. Vanuit economisch oogpunt was de conclusie voor veel omroepen helder: waarom een dure infrastructuur in stand houden voor een steeds kleiner publiek. In Nederland werd dat scenario pijnlijk zichtbaar. De grote landelijke middengolfzenders verdwenen één voor één. Frequenties die decennialang een vaste plek hadden in het luistergedrag verloren hun functie. Zendlocaties werden afgebroken, masten verdwenen uit het landschap en de middengolf werd teruggebracht tot een marginaal platform. Wat resteerde was niet langer een volwaardige distributievorm voor grote omroepen, maar een niche voor kleine spelers, experimenten en liefhebbers. Die ontwikkeling staat niet op zichzelf. In veel Europese landen werd dezelfde afweging gemaakt. Frankrijk, Duitsland, Zwitserland en grote delen van Scandinavië namen afscheid van de middengolf omdat het simpelweg te duur werd om een verouderd systeem te blijven voeden. De publieke taak verschoof naar digitale verspreiding en commerciële partijen zagen geen aantrekkelijk verdienmodel meer in een band die vooral met ruis, storingen en afnemend bereik werd geassocieerd. Toch is het opvallend dat de middengolf niet volledig is verdwenen. Juist nu de grote spelers vertrokken zijn, ontstaat ruimte voor kleinschalige initiatieven. In Nederland is dat vooral zichtbaar in de opkomst van LPAM, de laagvermogenvergunningen op de middengolf. Die kleine vergunningen bieden lokale en thematische aanbieders de mogelijkheid om met relatief beperkt vermogen uit te zenden. Daarmee krijgt de middengolf een andere functie dan vroeger. Niet langer als massamedium voor miljoenen luisteraars, maar als kleinschalig platform voor initiatiefnemers die bewust kiezen voor etherdistributie. Dat maakt LPAM interessant, juist omdat het geen poging is om het verleden terug te halen. De kracht van deze kleine vergunningen zit niet in schaal, maar in karakter. Ze bieden ruimte aan partijen die niet afhankelijk zijn van grote budgetten en die de middengolf gebruiken als aanvulling op online distributie. Voor sommigen is het een technisch experiment, voor anderen een manier om een specifiek publiek te bereiken. De band krijgt daarmee een rol die kleiner is dan vroeger, maar ook vrijer en persoonlijker. De vraag is wel hoe duurzaam dat model uiteindelijk is. Ook een kleine middengolfzender kost geld, vraagt technische kennis en heeft te maken met storingsgevoelige ontvangst. Bovendien is de gemiddelde luisteraar niet meer gewend om actief op de middengolf af te stemmen. Wie vandaag radio ontdekt, doet dat meestal via een app, slimme speaker of DAB+-radio. De vanzelfsprekendheid van de AM-band is verdwenen en daarmee ook een groot deel van het potentiële bereik. Toch hoeft dat niet automatisch het einde te betekenen. De toekomst van de middengolf ligt niet meer in bereik alleen, maar in betekenis. De band hoeft niet terug naar zijn vroegere positie om relevant te blijven. Juist als kleinschalig medium kan de middengolf een plek behouden voor experiment, cultureel behoud en technische zelfstandigheid. In een tijd waarin distributie steeds afhankelijker wordt van grote platformen en gesloten ecosystemen, heeft een vrij toegankelijke etherfrequentie nog altijd waarde. Daarmee is de middengolf in Nederland geen massamedium meer, maar ook geen relikwie. Wat verdwenen is, is het tijdperk van grote vermogens en nationale dekking. Wat overblijft, is een kleinere wereld waarin ruimte is voor nieuwe toepassingen, nichegebruik en technische eigenzinnigheid. Dat is geen terugkeer naar vroeger, maar een andere toekomst dan lang werd verwacht. Vincent Schriel, 10 mei 20268 punten
-
Column Edwin Wendt: 'Een Feestje In Je Radio!'
Frits Spits stopt per 1 januari 2026 als radiomaker. In mijn jeugd en pre-puberjaren was Frits medeverantwoordelijk voor mijn soundtrack, die voor 80% uit radio (Hilversum III) en 20% uit platen bestond. Dinsdagmiddag in 1977. Ik ben 10 en de Eppo ligt in de brievenbus. Lekker lezen en de radio op Hilversum III. De VARA. Straks Beton en de Popkrant, nu Spitsbeeld. Rustige muziek en kalme presentatie, veel LP's. Onder het avondeten, na de Vacaturebank, is Frits er weer. Alleen op dinsdag en donderdag. Het NOS-Maal. Op de andere weekdagen doet Joost den Draaijer dat en op zaterdag is er onder het eten de Rock & Roll Methode. Met Felix Meurders, diezelfde die op vrijdagmiddag alle hits helemaal draait... In 1978 moet Joost stoppen - iets met zakelijke belangen, ik snap er als 11-jarige het fijne nog niet van. Wel merk ik dat Frits er nu dagelijks is. We eten elke dag op vrijwel dezelfde tijd en het toetje, een schaaltje chocoladevla, komt op tafel als na de Vacaturebank Frits zijn eerste plaat draait, altijd een gouwe ouwe. Na de vla snel naar mijn kamer en verder luisteren. Met na Frits bijna elke avond oude platen, op maandag van Jan Steeman, op dinsdag van Willem van Beusekom en op donderdag van Klaas Vaak in Poster. De Avondspits wordt beter als in 1979 Tom Blomberg - winnaar van een popkwis - zich ermee gaat bemoeien. Frits was al poëtisch in zijn presentatie, maar wordt strakker en feitelijker. Zeg maar: minder fouten in de info over de muziek. Er ontstaat ook een verschil in de presentatie van zijn VARA-programma, rustig, en de energieke Frits in de Avondspits: 'Een feestje in je radio'. Frits voelt zich op dat uur gestuurd door de denkbeeldige luisteraar, die tussen 6 en 7 gehaast is: nog in de file op weg naar huis, nog aan het eten of al aan de vaat of aan het huiswerk. Spitsuur. Letterlijk. Daar hoort een snelle en energieke presentatie bij. Én enthousiasme: 'Wil je ze beter? We hebben ze niet beter!" Dankzij Tom Blomberg wordt De Avondspits een primeurtjesprogramma. Hoe vaak ik niet hoor 'Voor het eerst op de Nederlandse radio'. Feit is dat Tom Blomberg bovenop het popnieuws zit. Hij spelt de Engelse muziekbladen en helpt Frits aan platen uit de (vooral Engelse) import: Spandau Ballet, Duran Duran, je hoort ze voor het eerst van 6 tot 7. Rond 1982, 83 verflauwt mijn interesse in de Avondspits. Dat ligt niet aan Frits, maar mijn eigen muzieksmaak schuift weg van de hits naar de VARA-dinsdag en de dan nog behoorlijk progressieve KRO-woensdag. Felix Meurders, Vincent van Engelen, Peter Holland, Peter van Dam, Jeroen Soer, Hans Wijnants, Peter van Bruggen. Niet zozeer betere deejays dan Frits, ik vind dat ze wel betere muziek draaien. Dat de Avondspits diezelfde platen ook draait, maar afgewisseld met Anita Meyer en Wim Kersten & de Viltjes, kan mijn rechtlijnige puberbrein steeds minder hebben. Wel luister ik met plezier naar zijn versie van de Nationale Hitparade - op zondagavond met tussen de hits door de ZIP - de Zéér Interessante Persoonlijkheid - een gast die wordt geïnterviewd. Van minister Brinkman tot Lex Harding, van Gerard Cox tot Sjors & Nicole van NCRV's jongerenprogramma Tussenuur. Ik werk zelf ook jaren bij de radio en kom Frits een paar keer tegen. In 1985 zit ik als broekie een avondje op de 'publieke tribune' (één stoel) en zie live hoe Frits en Tom de Avondspits maken. Ik solliciteer, vers van de School voor de Journalistiek - voor de redactie van het programma dat Frits in 1989 zal gaan maken voor TV Tien van Joop vd Ende. Frits kent me dan al uit de wandelgangen bij Radio 3. Ik werk dan als redacteur voor de VARA op Radio 3: de Popkrant, Vuurwerk en soms de Steen en Been Show. 'Het verbaast me dat iemand die bij VARA's Popkrant werkt óók bij mij wil werken'. Ik ben al niet meer die rechtlijnige puber uit 1983 en wil vooral leren van vakmensen. Het komt er niet van: heel TV Tien gaat niet door. Rond 2010 werk ik bij de KRO - Radio 1, Radio 4 en Radio 2 - en bivakkeer vaak op dezelfde afdeling als waar Frits dan Tijd voor Twee maakt. Spreken doe ik hem niet. Verlegenheid, mede gevoed door bewondering, zorgen voor blijvende afstand. Prima, ik hoor van collega's dat Frits zichzelf soms ook wel érg serieus neemt. . Ik laat het maar zo. Een idool uit je jeugd moet dat misschien ook maar blijven. Edwin Wendt Afbeelding: Frits Spits (foto KRO-NCRV - Wessel de Groot)8 punten
-
Eerste deel Veronica-archief digitaal beschikbaar via Beeld & Geluid
Beeld & Geluid heeft de eerste duizenden onderdelen uit de collectie van zeezender Radio Veronica digitaal beschikbaar gemaakt voor publiek en onderzoekers. Een groot deel van het materiaal dat in 2020 door Stichting Norderney werd geschonken, is inmiddels verwerkt en via de online catalogus raadpleegbaar. Daarmee is een belangrijk deel van de Nederlandse mediageschiedenis breder toegankelijk geworden. De eerste fase van het project richtte zich op de ontsluiting van reclamemateriaal en beeldarchief uit de jaren van Radio Veronica op zee. In de catalogus van Beeld & Geluid zijn nu 341 reclamefragmenten direct te beluisteren. Daarnaast is de metadata van ruim 3600 andere reclames doorzoekbaar gemaakt. Ook het fotoarchief is uitgebreid met meer dan 1500 beelden die een indruk geven van het leven en werk aan boord van het zendschip Norderney. Naast audio en beeld is ook aandacht besteed aan de digitale nalatenschap rond Radio Veronica. In samenwerking met Stichting Norderney worden de websites norderney.nl en 192radio.nl structureel gearchiveerd. De inhoud van deze websites is vanwege rechten alleen in het gebouw van Beeld & Geluid in Hilversum te bekijken, maar de bijbehorende metadata is wel online beschikbaar. Ook de digitalisering van het audiomateriaal is in volle gang. Inmiddels is de metadata van ruim 5000 programma’s en programmaonderdelen verwerkt en online opgenomen. Daarmee ontstaat een gedetailleerd overzicht van de programmering van Radio Veronica in de periode van 1960 tot 1974. In een volgende fase wordt de papieren collectie aangepakt, waaronder programmaschema’s uit de jaren 1963 tot 1968. Volgens Beeld & Geluid laat de collectie zien hoe groot de invloed van Radio Veronica is geweest op de ontwikkeling van radio in Nederland. Het station speelde een belangrijke rol in de opkomst van commerciële radio en sloot aan bij de opkomende jeugdcultuur van die periode. Ook de eigen vorm van radioreclame, waarmee het station zichzelf financierde, neemt binnen het archief een belangrijke plaats in. Onderzoekers die de collectie in de Mediatheek van Beeld & Geluid willen bekijken, kunnen daarvoor een afspraak maken via de klantenservice van het instituut. Afbeelding: Directeur Eppo van Nispen tot Sevenaer van Beeld & Geluid met Ad Bouman, Niels Zack en Juul (foto Beeld & Geluid)7 punten
-
🎄 Fijne feestdagen namens het team van Radiotrefpunt!
🎄 Fijne feestdagen Wij, de vrijwilligers en medewerkers van Radiotrefpunt, wensen alle bezoekers een warme en sfeervolle Kerst toe. Bedankt voor jullie steun en enthousiasme in het afgelopen jaar! 🎙✨ ⭐ Gelukkig nieuwjaar! Mogen 2026 gevuld zijn met mooie radiomomenten, nostalgie en inspiratie. We kijken ernaar uit om jullie ook in het nieuwe jaar weer te verwelkomen!7 punten
-
De nostalgische column van Hans Knot 25 oktober 2025: Terug naar mei en juni 1973
Ook in deze aflevering van de nostalgische column blijf ik in het jaar 1973 en wel in de maanden mei en juni. In een artikel in het Nieuwsblad van het Noorden stond een interview met een aantal medewerkers van de RONO, dat stond voor Regionale Omroep Noord en Oost met als hoofdzetel de studio aan het Martini Kerkhof in Groningen. In het verhaal bleek dat de medewerkers heel blij waren met de resultaten van een onderzoek uitgevoerd door de Dienst Luister- en Kijkonderzoek van de NOS. Klaarblijkelijk waren enkele resultaten van het onderzoek uitgelekt en ging men met deze aan de haal door in voornoemde krant zich positief te uiten over de luisterschare die men dacht te hebben bereikt. Op 6 mei 1973 kwam er echter een persbericht vanuit Hilversum, afkomstig van de NOS, waarin werd gemeld dat de medewerkers van de RONO te voorbarig waren geweest over de resultaten van de enquête. De opmerking, dat men er goed bij stond bij de luisteraars, was gebaseerd op de ervaring van de enquêteurs die gewerkt hadden aan een landelijk onderzoek van de NOS waar voor het eerst de RONO en de ROZ In Limburg uitgebreid werden betrokken. In totaal zijn destijds zo'n 2700 mensen ondervraagd; daarvan woonden er 750 in de provincie Groningen. ‘De enquêteurs kunnen hoogstens een paar indrukken hebben opgedaan, maar dat zegt helemaal niets," aldus drs. A. Overste, wetenschappelijk medewerker van de Dienst Luister- en Kijkonderzoek van de NOS destijds. De enquêteurs hadden tegen de RONO-medewerkers gezegd dat veel mensen bereid waren extra luistergeld te betalen, als dat nodig was, om de RONO te behouden. Ook werd vanuit de NOS duidelijk gemaakt dat pas in 1974 de echte resultaten van het onderzoek bekend zouden worden. In begin mei 1973 was er ook het nodige ongenoegen vanuit de politiek inzake grof taalgebruik in bepaalde programma’s op de radio alsook op de televisie bij de VPRO. Daarover waren vragen gesteld in de Tweede Kamer waarop de toenmalige minister van Justitie, Minister van Agt, reageerde dat het niet zijn taak was om aan de leiding van deze omroep te vragen bepaalde grenzen van behoorlijke omgangsvormen in acht te nemen. Ook stelde de minister dat hij niet van plan was aan te dringen op mindere verruwing van taalgebruik via radio- en televisie-uitzendingen. Het was GPV kamerlid Jongeling die vragen had gesteld omdat hij ‘onbehoorlijke vuilbekkerij’ had gehoord in een uitzending van VPRO maandag. Volgens de heer Jongeling leverde de toenemende verruwing in het gesproken woord in uitzendingen een gevaar op voor de goede zeden onder ons volk. De minister stelde dat de bemoeienis van de regering met de inhoud van programma's zich diende te voltrekken langs de in de Omroepwet getrokken lijnen. Dit bracht mee dat bemoeienis slechts aan de orde kon komen als de inhoud van een programma aanleiding gaf tot wettelijk ingrijpen. Als we het over de jaren zeventig hebben in verband met radio in ons land dan was het naast de toen drie bestaande Hilversumse netten mogelijk naar een paar uitzendingen van regionale omroepen te luisteren en wel rond de klok van 18 uur. Daar werd in noord Nederland op 7 juni 1973 een uitzondering op gemaakt aangezien de Regionale Omroep Noord en Oost die dag ook overdag was te beluisteren en daar was een reden voor. Het team van het Groninger programma besteedde tussen twaalf en vijf in de middag gedurende in totaal 120 minuten aandacht aan de opening van de Eemshaven. Onder meer werd de officiële opening door Koningin Juliana integraal uitgezonden. Met alle gebruikelijke toestanden daar omheen duurde dat ongeveer een uur. Het andere uur werd verdeeld over de rest van de middag. Het betekende wel dat de uitzendingen van Hilversum 3 in het noorden, die destijds nog steeds via de ook door de RONO gebruikte zenders van Irnsum en Hoogezand, werden onderbroken. Door de NOS leiding werd wel gesteld dat het een eenmalige uitzending was en zeker geen gevolg op korte termijn zou krijgen. Wel had de leiding van de RONO al, bij herhaling, laten horen er klaar voor te zijn om ook overdag programma’s te kunnen verzorgen. En begin juni was er in het Nieuwsblad van het Noorden als ook in tal van andere kranten aandacht voor een speciale dubbel lp die via de firma Basart op het Park label was uitgekomen en derhalve werd besproken. Onder noemer: ‘Het wel en wee van piratenzender Radio Nordsee International’ meldde voornoemde krant: ‘RNI waarvan regelmatig verslag wordt gedaan door de internationale pers, is vastgelegd op een langspeelplaat. Of om precies te zijn: twee langspeelplaten, want de samenstellers de Groningers Hans Knot en Jacob van Kokswijk hebben aan de tweehonderd uur die ze aan de platen hebben besteed, 118 minuten aan originele opnamen overgehouden. Een avondvullend programma dus, waarin nogal wat uit de bewogen geschiedenis van het zendschip MEBO II uit de doeken wordt gedaan. Het begint bij de allereerste testuitzending in januari 1970 en eindigt met het losslaan van het schip op 24 februari j.l. Noordzee staakte in 1970 trouwens op 24 september de uitzendingen, waarbij men bij de leiding wenste te voorkomen dat de Nederlandse regering maatregelen zou nemen tegen Radio Veronica. De hervatting van de uitzendingen in februari 1971 treffen we aan op de tweede langspeelplaat, zo ook de bomaanslag door de kikvorsmannen van Veronicabaas Verweij en de benarde momenten waarop de MEBO II twee keer van het anker werd geslagen. Op de eerste lp staan zowel het begin van de uitzendingen op 23 januari 1970 op de FM-golf, als dat van de eerste uitzendingen op de korte en middengolf. Echt piraterig wordt het als we de verrichtingen van de MEBO II voor de Engelse kust aanhoren: de illegale uitzendingen prikkelen de Engelse regering tot een blokkade en bij de verkiezingen laten de Engelse Conservatieven zich bedienen van de piratenzender, dan opererend onder de naam Radio Caroline. Tot zover de Engelse periode. Dit is allemaal nog maar een greep van de inhoud, waarvan de onderdelen door Noordzee's eigen diskjockeys Mike Ross en Nico Steenbergen aan elkaar worden gepraat. Hans Knot is, evenals Jacob van Kokswijk, redacteur van Pirate Radio News. Het blad dat informatie geeft over de illegale en commerciële buitengaatse zenders en in 14 landen verschijnt. Hij is ervan overtuigd dat hij zijn fans een groot plezier doet met deze dubbel-lp, die drie tientjes kost en voor zover ik weet op de legale platenmarkt verschenen is. Aan de Nederlandse kust speelt zich vervolgens ook heel wat af. We herinneren ons nog wel de kaping door de belanghebbenden, ir. Heerema en Kees Manders, hoewel dat ook al weer bijna 3 jaar (29 augustus 1970) is geleden.’ Een recensie die aardig informatief was maar ook de nodige irritante fouten bevatte. Voorbeeld: Een piraat is Radio Nordsee International nooit geweest, daar men voor de invoering van de anti-zeezender wetswijzigingen, die medio september 1974 werd gepubliceerd in de Staatscourant, al uit de ether was verdwenen. Al met al brachten de diverse recensies volop bestellingen op die Pirate Radio News. Verzending die men zelf voor rekening nam. Dat betekende destijds een drukte in Huize Knot want de dubbellp’s dienden allen zeer goed verpakt voor verzending gereed te worden gemaakt. Ook op zowel de internationale service van RNI als de Nederlandse service werd reclame gemaakt. In de laatste week van augustus 1974, dus de week dat RNI officieel uit de ether verdween, hadden we de eer dat het werd verkozen tot LP van de week op Radio Noordzee en dat zelfs via Radio Veronica fragmenten waren te horen. Exemplaren gingen de wereld rond tot in Rusland, Japan en Australië waren er radiofans die een exemplaar bestelden. En Jacob van Kokswijk was destijds niet een Groninger maar woonachtig in Leiden. Hans Knot, 25 oktober 20256 punten
-
De nostalgische column van Hans Knot 28 februari 2026: Radio Noordzee Hou em in de lucht
Wie herinnert zich nog de actie ‘Radio Noordzee Hou em in de lucht’? Het begon in juni 1973 toen het duidelijk werd dat de Nederlandse Parlementsvertegenwoordigers, de positieven uitgezonderd, het besluit wensten te nemen tot invoering van maatregelen tegen de zeezenders. Dit diende te gebeuren via een aanpassing van bestaande wetgeving en bekrachtiging van het Verdrag van Straatsburg uit 1965. Dit laatste verdrag was door een groot aantal naties bekrachtigd maar diende altijd via aanpassing van bestaande wetgeving in diverse landen worden bekrachtigd, waar tot op dat moment in Nederland geen sprake van was. En dus werd er door Radio Noordzee, de Nederlandstalige tak van RNI, vanuit de studio in Naarden een actie gecoördineerd om Nederland op te roepen lid te worden van Radio Noordzee met als doel in de toenmalige toekomst een plekje te vergaren in het publieke omroepsysteem. Kosten nog moeite werden gespaard om het luisterpubliek breed te interesseren een lidmaatschap te nemen. Dit kon door de weids verspreide stickers in te vullen en op te sturen naar het adres van Radio Noordzee. Voor vijf gulden kon je in die tijd jouw steun voor het favoriete steun betuigen, hetgeen zowel voor Radio Veronica als voor de luisteraars van Radio Noordzee mogelijk was. Er waren dagenlang live uitzendingen vanaf het zendschip MEBO II met deejays van Radio Noordzee en er was de Radio Noordzee karavaan met tientallen auto’s, die op diverse plekken in het land opdoken om, vergezeld van een promotieteam, leden proberen te winnen voor Radio Noordzee. Het was het Seven Club team uit Rotterdam Schiedam met onder meer Rob van der Palm en Rob Slotemaker, die in diverse winkelcentra hun karavaan tijdelijk stopten. Op de 220 meter werd regelmatig melding gemaakt waar het Seven Club Team was te zien. Uiteraard was men er, vergezeld door een promotieteam om stickers uit te delen die de ontvangers warm dienden te maken toch ook maar een lidmaatschap van Radio Noordzee aan te gaan. Een bedrag van 5 gulden storten bleek op dat moment voldoende. Ook in de noordelijke provincies was een aantal mensen actief. Zo waren de beide mannen, verantwoordelijk voor de productie van de RNI dubbel-lp – die in mei 1973 uitkwam – actief in de provincie Groningen. Het waren Jacob Kokje en Hans Knot die eerst een avond het uitgaansleven van Groningen ingingen. In die tijd begon dat om 20 uur tot een uur of 1 in de nacht. Discotheken als Jolly Joker, Blow Up en Time Out werden bezocht om de rode stickers uit te delen. De volgende avond werd een bezoek gebracht aan Royal York en discotheek Just Fancy in Winschoten. Wat het bezoeken aan nieuwe leden heeft opgeleverd zal altijd een vraagteken blijven. Terwijl ik dit verhaal schrijf komen in gedachten de prachtige jingles in mijn gehoor terug, die er destijds zijn gemaakt ter ondersteuning van de actie ‘Hou em in de lucht’ op Radio Noordzee, waarvoor we vooral dankbaarheid dienen te geven aan Ferry Maat. Hij zou later nog vele mooie jingles produceren in Nederland en daarbuiten. Het zijn gedachten die na een periode van 53 jaar weer naar boven komen en wel doordat, bij het scannen van een groot aantal artikelen ten bate van het archief een volgend bericht eruit sprong. Het was gedateerd op 4 januari 1975 waaruit duidelijk werd dat de toenmalige minister voor Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, Harry van Doorn, duidelijk had gemaakt dat er voor Radio Noordzee in de toenmalige toekomst geen ruimte was een publieke omroepstatus te verkrijgen. ‘Minister Van Doorn heeft de aanvraag afgewezen, omdat de stichting RTV Noordzee niet zou voldoen aan drie van de acht eisen die de omroepwet stelt.’ Volgens een ministerieel onderzoek had Noordzee bij lang na niet de 15.000 leden, die een adspirant omroep destijds diende te hebben. Van de ruim 26.000 namen op de lijst van ‘leden’ bleek 65% niet ingeschreven bij de Dienst Omroepbijdrage. Het waren vooral jeugdige in huiswonenden, waarvan alleen het hoofd van het gezin telde bij een eventueel lidmaatschap. Van Doorn, die een KRO verleden had, bracht nog meer redenen naar voren RTV Noordzee geen toegang te verlenen tot het Omroepbestel want een steekproef had uitgewezen dat er bij lange na niet genoeg echte leden konden worden geteld. Bovendien stelde hij dat de stichting RTV Noordzee uit een oogpunt van cultuurbeleid onvoldoende gekwalificeerd bevonden werd en tenslotte was hij er niet van overtuigd, dat RTV Noordzee niet uit was op het maken van winst. Uiteraard was er diepe teleurstelling. John de Mol, toenmalig directeur van Radio Noordzee, stelde die dag nog niet of er beroep zou worden aangetekend tegen het besluit van de minister. “Ik kan ook nog nauwelijks reageren op de argumentatie, want ik heb zijn antwoord nog maar net in handen. Ik weet bijvoorbeeld nog niet op welke 9500 leden in de zin der wet de steekproef uit ons ledenbestand is gedaan. We hadden er zelf op gegokt, dat meer dan de helft zou kunnen meetelden. We waren van tevoren al erg selectief geweest bij het accepteren van leden. We hebben ons gedistantieerd van de al te tomeloze ledenwerving van anderen. Ik dacht trouwens dat we duidelijk genoeg tegen de minister hebben gezegd, dat de stichting volkomen los staat van het Strengholt-concern." Helaas was er van ‘Hou em in de lucht’, wat betreft de originele Radio Noordzee, niets terecht gekomen en werden alleen pogingen gedaan radio onder dezelfde naam te produceren, wat voor de echte fans uit de periode 1971-1974 niet alleen als kwalijk werd gezien maar bovendien als een slechte kopie van destijds. Hans Knot, 28 februari 20265 punten
-
Extra nostalgische column van Hans Knot: World Radio Day
World Radio Day wordt deze vrijdag 13 februari 2026 voor de 15de keer gehouden. Telkens op dezelfde datum vindt dit evenement in februari plaats. Het leek mij leuk om dieper in de geschiedenis te duiken dan de eerste datum van World Radio Day, dus voor 2012, zelf ver voor dat jaar. 13 februari 1960 bracht Vrij Nederland een kort bericht: ‘De VRON nog niet aan bod. Dure heren, die directeuren van de 'vrije radio-omroep', die vanaf de zee voor Katwijk uit zal gaan zenden. Want voor de tweede keer is een deel van hun zendermateriaal in beslag genomen. Ditmaal terwijl het op weg was naar Emden. Zo gaat dat, als men zich boven de Nederlandse wetten verheven voelt en met een 'wie doet je wat?' zijn gang gaat. Dan zegt 'de wet' van tijd tot tijd: 'nee heren!' en als de wet iets zegt, kost dat tijd, een proces en geld. Daarom zendt de VRON nog steeds niet en zal ze voorlopig nog niet aan bod zijn ook.’ Vervolgens naar een berichtje uit mijn archief dat voor het eerst naar buiten kwam op 13 februari 1961. Het werd bekend gemaakt in de kranten van de GPD, dat stond voor de Gemeenschappelijke Pers Dienst, waarbij ook de door ons gelezen Nieuwsblad van het Noorden behoorde. ‘Donderdag 16 februari begint Radio Veronica met het uitzenden van Engelstalige programma's. Als gevolg daarvan zullen de Nederlandse uitzendingen met ingang van die datum in de ether zijn van één uur 's middags tot acht uur ‘s avonds. Het ligt in de bedoeling dit programma in de maanden maart en april te verlengen tot middernacht. De Engelstalige uitzendingen, waarover in Engeland al enige protesten zijn gerezen, zullen plaatsvinden van acht uur 's morgens tot 's middags één uur en van middernacht tot twee uur in de ochtend. Voor de Nederlandstalige uitzendingen is een nieuwe programmering vastgesteld.’ Het ging hier om de uitzendingen van CNBC, dat slechts een kort bestaan heeft gehad. Het signaal, waarmee men hoopte luisteraars in Londen te bereiken, was dermate slecht dat op een bepaald moment de uitzendingen werden stopgezet en die uren weer werden ingenomen door Radio Veronica, dat met de in de tijd vele kwartiertjes aan gesponsorde programma’s. Een aantal kranten kwam op 13 februari 1962 met een bericht over Radio Mercur: ‘Radio-Mercur voorlopig niet in de lucht. De Cheeta I, het schip met het Deense commerciële radiostation Mercur aan boord, zal voorlopig de haven van Kopenhagen niet mogen verlaten. Het vaartuig, dat maandagnacht na in de storm in moeilijkheden te zijn geraakt en naar Kopenhagen werd gesleept, staat onder politiebewaking. De Deense PTT, die het recht had de zendapparatuur in beslag te laten nemen, wil van het feit dat de Cheeta I in een noodsituatie is komen te verkeren geen gebruik maken. De scheepvaartinspectie wilde het schip echter niet laten gaan voordat de bemanning een kapitein had gekregen die over de nodige erkende bevoegdheden beschikte en de scheepspapieren werden getoond. Voor een kapitein werd ijlings gezorgd De papieren waarmee men kwam aandragen waren echter in het Spaans opgesteld en de daarin genoteerde maten stemden niet met die van de Cheeta I overeen. Het schip, dat zoals bekend in de Sont buiten de territoriale wateren opereert, zou in Honduras zijn geregistreerd. De vlag ontbrak echter. Wel was er materiaal aanwezig om zo nodig het dundoek van Honduras te fabriceren.’ Geknoei met scheepspapieren en vlaggen kwam dus vaker voor binnen de zeezender-wereld. Op 13 februari 1963 ging het om geld dat vrij diende te komen voor de RONO, de Regionale Omroep Noord en Oost. ‘De gemeenteraad van de gemeente Leeuwarden zal vanavond beslissen of er in Leeuwarden een hulpstudio voor de RONO zal worden gebouwd. B. en W. van Leeuwarden hebben de raadsleden geadviseerd deze hulpstudio in te richten in de voormalige Prinsentuinschool, dicht bij het Kunstcentrum de Prinsentuin. Volgens het preadvies van het college van B. en W. zal er in de school een controlekamer, een spreekstudio en een muziekstudio moeten worden ingericht. Voor dit werk willen de B. en W. van Leeuwarden een krediet verstrekken van f 87.000. Na het gereedkomen van het werk, zal de studio aan de Nederlandse Radio Unie verhuurd worden.’ Op 13 februari 1964 werd stil gestaan in de GPD kranten dat het 25 jaar geleden was dat de eerste aflevering van Francis Durbridges detectivespel ‘Paul Vlaanderen’ op de Nederlandse radio was te beluisteren: ‘De handeling van dit eerste stuk voltrok zich voor een belangrijk deel in het te Ouderkerk gesitueerde café ‘De Kleine Korporaal’. Paul Vlaanderen was in Nederland geïntroduceerd door Kommer Kleyn, jarenlang hoorspelregisseur van de AVRO. Het spel dankte echter zijn naam aan de toenmalige directeur van de AVRO, Willem Vogt. Toen deze het manuscript van ‘Send for Paul Temple’ onder ogen kreeg, vond hij dat het in Nederland moest spelen. Op het hoofdkantoor van de AVRO in Amsterdam werkte in die tijd een bediende, die Vlaanderen heette en een ongeëvenaarde reputatie genoot als toeverlaat in de meest uiteenlopende situaties. “Spreek met Vlaanderen en het komt in orde", stelde de heer Vogt voor als vertaling van de titel van het eerste spel, daarmee tevens de hoofdpersoon aan zijn Nederlandse naam helpend. Theo Frenkel en Lily Bouwmeester vertolkten de eerste jaren de hoofdrollen: Paul en Ina. In 1959, toen Kommer Kleyn de AVRO met pensioen verliet ging de spelleiding over in handen van Dick van Putten, die als geluidsinspeciënt aan de realisering van alle Paul Vlaanderens had meegewerkt. Jan van Ees, die in het eerste spel als Gare Toontje de detective tegenover zich had gevonden, was toen allang in de huid van Vlaanderen gekropen en ‘gehuwd’ met Eva Janssen (Ina). Verder meldde de GPD dat in niet geringe mate tot het succes van de volgens een vast recept geschreven spelen, de volstrekt onlogische ontknoping bijdroeg, waardoor de spanning tot het laatst toe gehandhaafd bleef voor de luisteraars, maar ook voor de spelers, die pas op de laatste repetitie inzage kregen van het slot. 13 februari 1965 bracht nieuws rond een activiteit van Stan Haag, die een televisieprogramma met vakantietips ging presenteren. De eerste opname was gepland voor 31 maart 1965, die gemaakt zou worden in het tot NTS-studio herbouwde Bellevue in Amsterdam en wel in opdracht van de KRO. Het luidde meteen een nieuwe serie in. De serie kreeg de naam ‘Vakantie op zicht’, een aantal amusementsprogramma's, waarin diverse vakantielanden zoals Spanje, Italië, Joegoslavië en Oostenrijk belicht werden. Stan Haag gaf onder andere tips, hoe overal te komen met de verschillende ons ter beschikking staande vervoersmiddelen. Eigenlijk een totaal onbekende activiteit van Jacob Pieter Constantijn Haag, zoals Stan voluit heette. De teksten waren van Stan Haag en Casper de Groot. De laatste was tevens de samensteller van het televisieprogramma. Een jaar later was er bezoek in Nederland voor promotie van zijn muziek en wel door de Amerikaanse zanger Gene Pitney. Sommige mensen konden in die tijd weg zwijmelen met zijn muziek, wat Jana en Hans Knot nog soms weer doen bij het draaien van zijn muziek. Dus voor mij persoonlijk heeft 13 februari 1966 een duidelijke herinnering. De GPD kranten schreven: ‘De Amerikaanse popzanger Gene Pitney komt een bezoek aan Nederland brengen. Pitney, die op het San Remo-festival 1966 een bijzonder groot succes heeft geboekt, is op het ogenblik bezig door Engeland een tournee te maken. Begin maart zal hij naar Nederland komen om er enkele televisieopnamen te maken.’ 13 februari 1967 werd bekend dat de Stichting RTN, dat stond voor Radio en Televisie Nederland en onder meer uitgever was van Televzier, dat jaar nog op zou gaan in de AVRO. Wel bleef vanaf dat moment de AVRO-Bode in de toenmalige vorm bestaan en zou, op een nader te benoemen datum, de AVRO ook de uitgever worden van de Televizier, waarin de AVRO-Bode integraal werd opgenomen. Op die manier kon de Televizier de volledige programma’s van radio en televisie publiceren en kreeg de AVRO, door overname van de Televizier, ontelbare leden erbij. Van de meer dan 260.000 leden hadden, in de week na het bekend worden van de fusieplannen, slechts 27 leden zich kritisch uitgelaten over het samengaan met de AVRO. 13 februari 1968 was het item ‘radio’ ook terug te vinden en wel met een kort berichtje over het land waar een woeste oorlog en enorme hongersnood heerste en welke ontwikkelingen ik destijds als 19-jarige intens volgde: ‘Radio Biafra, dat beweert nog steeds uit te zenden uit de gevallen hoofdstad Enoegoe, heeft gisteren omgeroepen dat Biafraanse troepen de universiteitsstad Nsoekka, 65 km ten noorden van Enoegoe, hebben heroverd. Nsoekka werd door de federale troepen bezet en wel ongeveer 10 dagen nadat de burgeroorlog op 6 juli was uitgebroken.’ 13 februari 1969: Tussen de omroeporganisaties was destijds al geruime tijd overleg gaande over een andere opzet van de radiostation Hilversum III. De plannen hiervoor werden door een commissie verdeeld over twee fasen. De eerste fase, namelijk die van het verstrooiend karakter met zo weinig mogelijk gesproken woord, was eerst gestart. De VPRO deelde via een persbericht op 13 februari mede, dat ze zich steeds op het standpunt heeft gesteld dat slechts een vrij rigoureuze herstructurering van het derde net zin zou hebben. De GPD meldde vervolgens dat de VPRO daarom aan haar bereidheid tot medewerking aan de eerste fase de voorwaarde verbonden had van een voldoende zich te kunnen richten op de tweede fase, die onder meer het doorlopen van het lichte programma tot in elk geval middernacht zou moeten behelzen. ‘Het zicht op die tweede fase wordt, volgens de VPRO, enigszins verduisterd door een onderhoud dat op 16 januari plaats had tussen de minister van CRM en het dagelijks bestuur van de NRU en raad van beheer van de NTS. Tijdens dit onderhoud is de mogelijkheid ter sprake gekomen van wat wordt genoemd een gematigd derde programma in de avonduren op het derde net.’ Deze ontwikkeling was destijds voor de VPRO aanleiding een afwachtende houding aan te nemen, hetgeen betekende dat de VPRO-programma's op het derde net ook destijds voorlopig niet werden aangepast of vervangen. Op 13 februari 1970 was in de kranten het bericht te vinden dat Radio Nordsee International, de Zwitserse zeezender, ook op de 186 meter was te ontvangen. Het zenschip MEBO II lag sinds eind januari dat jaar vijf mijl ten westen van de kust bij Noordwijk ten anker. ‘De proefuitzending - in de ochtend - duurde maar enkele minuten en werd daarna afgebroken met de mededeling, dat men aan boord van het zendschip nadere technische voorzieningen wilde treffen om de reikwijdte van het signaal te vergroten. Het is de bedoeling, dat deze 105 Kilo watt zender bijna overal in Europa te horen is.’ En wat hebben we vervolgens met veel plezier naar de verschillende uitzendingen geluisterd, die uiteindelijk op 31 augustus 1974 ten einde kwamen. In 1971 heb ik op 13 februari een knipsel bewaard inzake Lex Harding onder de noemer ‘Blinddoek tekst’. ‘Zijn werkelijke naam is Lodewijk den Hengst, 25 jaar oud. Hij is één van Radio Veronica's top-DJ's. Hij werd dit jaar nummer één in de populariteitspoll van Muziek Expres, Nederlands grootste muziekblad. Lex Harding studeerde eens economie te Rotterdam, werkte bij Radio Dolfijn en Radio 227 en werd vervolgens nieuwslezer bij Radio Veronica. Hij werkt er nu zo'n drieënhalf jaar. Zijn populairste programma is de Top 40 op zaterdagmiddag. Hij woont in Gouda, waar hij een platenzaak drijft.’ 13 februari 1972 viel op een zondag, en dat in de tijd dat er in Nederland geen zondagkranten waren laat staan dat we onze informatie online konden verkrijgen. Gelukkig was de volgende dag een bericht terug te vinden van de politie in Los Angeles. Men kreeg tientallen telefoontjes van mensen die zeiden gehoord te hebben dat Canada en een stuk van het westen van de VS in zee waren gezonken. De GPD: ‘De oorzaak zou een grote aardschok zijn geweest die zou zijn ontstaan na de destijds gehouden kernproef op het in de Stille Oceaan gelegen Amerikaanse eiland Amchatka. De meeste opbellers zeiden: “De aardschok heeft niet alleen Alaska verwoest, maar ook de westkust van de Verenigde Staten en de stad Tokio. Men noemde het radiostation, dat het nieuws had verspreid, (KPPC-FM) erbij. “Asjemenou", was het commentaar van de politieagent die al dit nieuws kreeg te verwerken, “daar moeten we snel wat aan doen". Hij belde het station KPPC-FM op en hoorde dat men daar een uitzending had verzorgd over de gevolgen die de proefneming op Amchatka gehad zou kunnen hebben. In het begin van de uitzending was al gezegd dat alle mededelingen over de ramp op fantasie berustten.’ De mededeling werd aan het eind van het item nog eens herhaald. Maar velen hadden blijkbaar niet goed geluisterd of hadden later pas ingeschakeld en het einde van de uitzending niet afgewacht. 13 februari 1973 kwam het nieuws naar buiten dat de RONO, de regionale omroep voor Noord en Oost er 10 zenduren bij zou krijgen, boven de 2 uren die men per dag had. Mensen, die het bericht niet geheel of goed lazen, dachten dat die uitbreiding geweldig was te noemen. De 10 extra uren waren echter bestemd verdeeld over een geheel jaar. Dat betekende dus gemiddeld 12 minuten per week extra. De toenmalige minister voor CRM, Engels, had die uitbreiding toegewezen in overleg met de Omroepraad en de NOS en waren bestemd om schoolradioprogramma’s in het Fries te gaan produceren. Tenslotte 13 februari 1974. Afsluitend een bericht over een ludieke actie die vanuit Hoogezand werd opgezet richting radio-en televisiepresentator Hans van Willigenburg. Het bleek dat hij het had verbruid bij de aanhang van het orkest Ellen en de Moodmakers uit Hoogezand. Het bleek dat tijdens een programma ‘Van Twaalf tot Twee’ bij de KRO met opzet een andere plaat had gedraaid dan door ettelijke fans van de groep was aangevraagd. Onmiddellijk na de uitzending kreeg Van Willigenburg een kaartje van de heer F. H. Luuterop uit Havelte, die opperde:’ Uit het oog’ (het Noorden), ‘Uit het hart’ (Moodmakers). Het erelidmaatschap voor het leven, zoals toegewezen door de fanclub, diende Hans dus te bekeren. De vraag is of dit uiteindelijk is gelukt. Volgend jaar is het weer World Radio Day op 13 februari en zal ik, ijs en weder dienende, nog een aantal jaren belichten. Hans Knot, 13 februari 20265 punten
-
Voorbereidingen voor onderhoud Ross Revenge in volle gang
De Ross Revenge, het zenschip van Radio Caroline, staat aan de vooravond van een grote onderhoudsoperatie. Het schip heeft dringend een droogdok beurt nodig. De fondsenwervingsactie voor dit project heeft inmiddels een tussenstand van 430.000 Britse pond bereikt. Een aanzienlijk deel van de opbrengst van het recente fundraisingweekend, de helft van het totaal, is overgemaakt naar het officiële Dry Dock Appeal. De komende week staan belangrijke overleggen gepland op de scheepswerf SMS Lowestoft. Maritiem adviseur Stuart Belbin en voormalig kapitein Peter Smith zullen met de werf in gesprek gaan over de concrete planning, logistiek en kosten van de droogdokoperatie. Deze gegevens zijn essentieel voor de lopende subsidieaanvraag bij de British Lottery, waarvoor een gedetailleerde begroting nodig zijn. Bij de werkzaamheden krijgt het roer en de buitenzijde van de romp prioriteit. Daarnaast worden andere kritieke onderdelen van het schip geïnspecteerd en vergeleken met eerdere bevindingen uit vorige onderhoudsbeurten. Het doel is een volledig overzicht te verkrijgen van alle noodzakelijke reparaties en vervangingen, zodat het schip veilig en operationeel kan blijven. Donaties blijven van groot belang en kunnen worden gedaan via de website van de Ross Revenge. Afbeelding: Ross Revenge in Blackwater River in september 2023 (foto Vincent Schriel)5 punten
-
De stille maanden van de Muziekboot: Op het nippertje
“Ik krijg zojuist een bericht door van de Marine in Den Helder dat het zendschip Mi Amigo zinkende is. Er schijnen nog vijf mensen aan boord te zijn. Misschien dat ze luisteren, sterkte toegewenst in ieder geval.” Dit was de mededeling van Lex Harding op vrijdagmiddag 19 januari 1979 om 17:27 uur tijdens een uitzending van de Nederlandse Top 40. Naar aanleiding van deze melding op Hilversum 3 werd er een telefoontje vanuit Nederland gepleegd met Stuart Russell in Engeland. Aan land was de Caroline organisatie tot dat moment nog niet op de hoogte van wat zich op zee afspeelde. Stuart nam gelijk contact op met Albert Hood en beide besloten om samen met de vrouw van Albert en twee auto’s naar Harwich te rijden om de opvarenden op te vangen. Het was namelijk de reddingsboot uit Harwich die was uitgevaren richting de MV Mi Amigo omdat die van Walton-on-the-Naze al onderweg was naar een andere noodoproep. Toen ze bij de kustwacht in Harwich aankwamen was de reddingboot al terug en waren de opvarenden overgebracht naar het plaatselijk politiebureau. Terwijl Georgina Hood naar het politiebureau belde om te informeren wanneer de vier konden worden opgehaald, ging Albert Hood een gesprek aan met een van de medewerkers van de reddingsboot. Die wist hem te vertellen dat de MV Mi Amigo het nog wel een kleine 48 uur zou uithouden. Hij vond dat ze er nog niet zo slecht bij lag omdat het schip wel dieper in het water heeft gelegen met volle olie- en water tanks. En deze man kon dat weten omdat hij in het verleden betrokken was geweest bij de tendering van het zendschip. Intussen werd het duidelijk dat de opvarenden opgehaald konden worden. Voor de deur van het politiebureau stonden inmiddels al een aantal journalisten te wachten. Zodra de vier mochten vertrekken werden ze direct naar de auto’s gebracht en vertrokken ze zo snel mogelijk om onderweg te stoppen bij een café. Hier konden ze bijkomen van hun avontuur op zee en moesten ze vertellen wat nu precies de situatie aan boord was. Alle vier hadden hun twijfels over de bevinding van de reddingsbootmedewerker over de status van MV Mi Amigo. Men wist te vertellen dat het water halverwege de wand in de beneden studio stond. Toch werd besloten om contact op te nemen met Robb Eden om het verhaal van de reddingsbootmedewerkers door te geven. Rob was op dat moment bezig met een drive-in show en er werd afgesproken dat ze met z’n allen zijn kant op zouden komen. Daar arriveerde ze net toen de drive-in show was afgelopen. Stuart Russell ontfermde zich over René de Leeuw en Peter van der Holst. Albert Hood, Tony Allan en Roger Mathews gingen met Robb Eden in gesprek over de stand van zaken met betrekking tot het zendschip. Besloten werd om tot de volgende ochtend te wachten, mede door het slechte weer en omdat Peter Chicago al had aangegeven een reddingspoging te willen organiseren. De volgende ochtend, 20 januari 1979, was de weerssituatie verbeterd en de harde wind was afgezwakt tot een windkracht 4 à 5. Daarop besloot Peter Chicago samen met onder anderen Richard Thompson en Marie-Louise vanuit Sheerness richting de MV Mi Amigo te vertrekken. Volgens de informatie van de kustwacht in Walton-on-the-Naze was deze nog steeds drijvende maar maakte zij inmiddels wel zwaar slagzij. Aan het einde van de middag kwam de tender aan bij het zendschip. Omdat de tender niet te dicht bij kon komen maakt Peter Chicago peddelend met een rubberboot de oversteek. Hij had een lijn vastgebonden aan de boot en met behulp van deze lijn werd de rubberboot bijna tien keer op en neer getrokken tussen de tender en de MV Mi Amigo met daarin onderdelen en brandstof. Een keer ging het goed mis en verdween het grootste deel van de brandstof die was meegenomen in de Noordzee. Twee kleine blikjes met brandstof haalde de MV wel maar dat was veel te weinig. Daarom besloot Peter om met de rubberboot een leeg olievat terug te sturen en deze te laten vullen met diesel uit de tanks van de tender. Nadat alles op deze manier was overgezet, vertrok men zonder Peter Chicago terug naar de haven. Hij bleef alleen achter op het langzaam zinkende zendschip. Chicago kon de Henschel generator niet meer starten omdat deze te diep in het water stond. Wel lukte het hem om een van de pompen, die was voorzien van een dieselmotor, met de meegenomen brandstof aan de praat te krijgen. Daarmee werd het mogelijk om toch nog water uit het schip te pompen, zei het dat dit heel traag ging en niet voldoende was om het schip hiermee te redden. De volgende dag, het is dan 21 januari 1979, was er bij de Caroline organisatie aan land nog niets bekend over de situatie met betrekking tot de MV Mi Amigo en Peter Chicago. Vanuit Ramsgate vertrok er een nieuwe tender richting de MV met namens de Caroline organisatie aan boord onder anderen Roger Mathews, Tony Allan, John Moss, Albert Hood en Stewart Payne, een journalist van de krant Evening News. Aan onderdelen hadden zij twee pompen en een Honda generator meegenomen, inclusief benzine voor deze nieuwe generator en 200 gallons diesel voor de grotere generatoren aan boord. De weersomstandigheden waren slecht en de tender was met vertraging vertrokken. Het was koud op zee met aanzwellende noordoostenwind en een opkomende mist. De tender was berekend op maximaal acht personen en met dertien man en goederen lag zij behoorlijk diep in het water. Onderweg maakte de tender water en bleken de pompen niet meer te werken. Deze moesten op zee gerepareerd worden, wat een half uur extra tijd kostte. Na bijna vijf uur onderweg te zijn geweest bereikte men de ligplaats van de MV Mi Amigo waar Peter Chicago buiten op het dek van de stuurhut stond te zwaaien. Het viel Roger Mathews op dat het zendschip nog net zo erbij lag als 36 uur geleden toen ze hem verlieten. De situatie was gelukkig niet verslechterd. De Caroline medewerkers stapten allemaal aan boord van het zendschip en de meegenomen pompen, generator en brandstof volgde snel. Na een korte inspectie was het duidelijk dat er veel werk verzet moest worden voordat er weer kon worden uitgezonden vanaf de muziekboot. Vooral de Caroline studio en de Record Library, waar de eerste twee rijen met elpees onder het zoute zeewater stonden, waren flink aangetast. Nadat de twee aan boord gebrachte pompen aan het werk waren gezet, werd begonnen met het aansluiten van de Honda generator op een droge en veilige plaats. Deze generator, die op benzine draaide, was nodig om het schip van stroom te voorzien zodat de verlichting en de verwarming weer aan kon. Gelukkig was het elektriciteitsnetwerk niet aangetast door het zeewater en voordat het donker werd was er weer stroom aan boord van de MV Mi Amigo. Peter Chicago had ondertussen een lijst opgesteld met spullen die hij nodig had voor het uitvoeren van de nodige reparaties aan boord. Hij gaf deze mee en besloot zelf tot de volgende tender aan boord te blijven. Tegen de avond vertrok de tender met aan boord Albert Hood en de journalist Stewart Payne. De rest van de Caroline medewerkers bleef achter om de noodzakelijke werkzaamheden uit te voeren. Bij vertrek van de tender was het resultaat van de reddingsoperatie al zichtbaar: er branden weer lampen aan boord en het schip lag inmiddels recht en hoger in het water. De terugreis van de tender verliep niet zonder problemen. Om zo veel mogelijk diesel op de MV Mi Amigo achter te laten was besloten om ook de inhoud van de tanks van de tender aan te spreken. Met net genoeg diesel aan boord vertrok men voor de terugweg naar Ramsgate. Alleen raakten de filters door de troebele diesel op de bodem van de tanks vervuild en viel de motor tot twee keer toe uit. De filters schoonmaken zorgde weer voor de nodige vertraging. Eenmaal terug in Margate werden de opvarenden van de tenders opgewacht door de autoriteiten en meegenomen naar het bureau. Er werd duidelijk gemaakt dat ze aangeklaagd zouden worden in het kader van de Marine Broadcasting Act (1967). Iedereen verklaarde zich onschuldig omdat ze een schip in nood hadden geholpen. Nadat de meegereisde reporter, Stewart Payne, verklaarde dat de MV Mi Amigo niet meer zou kunnen uitzenden omdat onder andere de generatoren onder water stonden, werden ze zonder aanklacht heengezonden. Het zinken van de MV Mi Amigo was dan wel voorkomen, de problemen voor de Caroline organisatie in Engeland waren nog niet voorbij. Het slechte weer bleef in de dagen na de redding aanhouden. Een bevoorrading uitvoeren met de eigen tender was hierdoor niet mogelijk, voornamelijk omdat deze niet bestand was tegen het slechte weer op de Noordzee. Maar het was wel dringend om zo snel mogelijk eten, drinken en brandstof naar het zendschip te brengen omdat er maar voor een paar dagen aan boord was achtergebleven. Om die reden werd er daarom gezocht naar een ander schip dat onder deze weersomstandigheden het wel aankon om de benodigde spullen naar het zendschip te brengen. Uiteindelijk vond men een schipper bereid om tegen een forse betaling de MV Mi Amigo te bevoorraden, maar op het laatste moment haakte deze alsnog af omdat hij het risico te groot vond om gepakt te worden en als gevolg daarvan zijn schip kwijt te raken. Het lukte uiteindelijk pas in de tweede week van februari 1979 om weer naar de MV Mi Amigo te varen. Op het zendschip was het verse drinkwater inmiddels op en was er nog een minimale hoeveelheid brandstof over om de pompen en de generator aan boord te laten draaien. De laatste dagen voorafgaand aan de bevoorrading moest er zelfs gegeten worden uit de oude voedselblikken die nog over waren uit de tijd dat Radio Mi Amigo nog uitzond van het schip. Naast eten, drinken en brandstof werden er ook nieuwe onderdelen aan boord gebracht om de benodigde reparaties te kunnen uitvoeren. En omdat de verwarming aan boord niet meer werkte, werd er ook een gaskachel aan boord gebracht. Half maart kwamen er een aantal vrijwilligers meehelpen op de MV Mi Amigo. Hun taak was om het schip op te ruimen, schoon te maken en daar waar nodig weer een verfje te geven. Ondertussen begon Tony Allan, die inmiddels weer aan boord was teruggekeerd, met het reinigen van de elpees die een paar weken eerder onder het zeewater waren komen te staan. Deze moesten weer bruikbaar zijn op 15 april, want met Pasen wilde men de uitzendingen hervatten. In dezelfde periode werd er via een aparte tender ruim 8.000 liter diesel afgeleverd voor de Cummings generator. Deze stond nog steeds op het achterdek en was inmiddels aangesloten op de zender. Hierdoor werd het mogelijk om met de zender te testen en daarmee aan te tonen dat alles aan boord weer werkte. Vooral dit laatste was belangrijk omdat men in onderhandeling was met een partij die zendtijd wilde huren op het zendschip. Het ging hierbij om een Nederlandstalige service die overdag zou gaan uitzenden met een Top 40 format. De avond en nacht bleef dan over voor de Engelse service, net als in de tijd toen het zendschip werd gedeeld met Radio Mi Amigo. Maar deze partij wilde alleen zaken doen en pas betalen voor de huur van de zender als het station daadwerkelijk in de lucht was. Op 29 maart 1979 maart was het dan zover. Het schip was weer aardig op orde en de noodzakelijke reparaties aan boord hadden plaatsgevonden. Tony Allan had inmiddels een deel van de ondergelopen elpees en singles schoongemaakt, in ieder geval genoeg om de uitzendingen mee te kunnen starten. Vroeg in de ochtend werd de Cummings generator gestart en de 50 kW-zender werd aangezet. Eerst met alleen een draaggolf op de 962 kHz, maar vanaf 08:00 uur werd er na vijf maanden stilte weer muziek uitgezonden vanaf de MV Mi Amigo. De test werd uitgevoerd op de 962 kHz, de frequentie die in gebruik was toen men in oktober 1978 gedwongen werd de uitzendingen te staken. Echter in november 1978 schoven alle middengolfzenders 1 kHz op. Inmiddels was men wel in het bezit van een zendkristal voor de 963 kHz, alleen was deze op het moment dat men de testuitzending deed nog niet aan boord. Tekst: Vincent Schriel Foto's: Hans Joachim Backhus Deel 1: Het einde van Radio Mi Amigo Deel 2: Het blijft stil op de Noordzee Deel 3: Neemt Delmare de plaats in van Mi Amigo? Deel 4: Op het nippertje Deel 5: De Nederlanders keren terug5 punten
-
Radio De Wasrol laat zien hoe eenvoudig internetradio is geworden
Toen Willem van Kooten in 1992 bij de start van Radio 538 sprak over een toekomst waarin iedereen zijn eigen radiostation zou hebben, klonk dat voor veel mensen nog als een verre gedachte. Radio maken betekende destijds dure studioapparatuur, vergunningen, zendmasten en flinke technische kennis. Wie een station wilde beginnen, had meer nodig dan alleen enthousiasme en een stapel platen. Ruim dertig jaar later blijkt die gedachte ineens verrassend dichtbij te zijn gekomen. Niet via grote investeringen of ingewikkelde studio’s, maar met een afgeschreven computer, gratis software en een internetaansluiting. Het opzetten van een eigen radiozender is inmiddels eerder een hobbyproject voor een regenachtige middag dan een technisch avontuur waar maanden voorbereiding voor nodig zijn. Dat bleek toen een oude minicomputer opnieuw in gebruik werd genomen. Het systeem kreeg Ubuntu Server 26.04 als basis, waarna AzuraCast werd geïnstalleerd. Dat pakket maakt het mogelijk om relatief eenvoudig een online radiozender op te zetten, inclusief muziekbeheer, automatische programmering en streaming. Waar dergelijke installaties vroeger alleen bereikbaar waren voor technici met uitgebreide kennis van Linux en audiostreaming, zijn tegenwoordig stap-voor-stap handleidingen beschikbaar die zelfs voor beginners goed te volgen zijn. En mocht een installatie toch ergens blijven hangen, dan staan hulpmiddelen als ChatGPT of Co-Pilot klaar om foutmeldingen te verklaren, configuraties aan te passen of complete scripts voor te stellen. Daarmee is de drempel opnieuw lager geworden. Waar vroeger een bevriende systeembeheerder nodig was, volstaat nu vaak een slimme vraag aan een AI-assistent. Voor de muziekkeuze werd bewust gekozen voor opnames uit de jaren 20, 30 en 40 van de vorige eeuw. Veel van die muziek is inmiddels rechtenvrij binnen Nederland en de Europese Unie, waardoor het mogelijk is om zonder ingewikkelde licentieconstructies een gevarieerde playlist samen te stellen. Na het toevoegen van de muziek en het afregelen van de audiostream draaide het station vrijwel direct stabiel. Toen het project eenmaal draaide en het idee ter sprake kwam tijdens een gesprek met vrienden, volgde al snel een spontane naam: Radio De Wasrol. Een naam die ergens precies past bij muziek uit het begin van de vorige eeuw, oude techniek en een vleugje nostalgie. De naam bleef hangen en werd uiteindelijk ook daadwerkelijk gebruikt voor het station. Daar bleef het niet bij. Een andere vriend vond het project dermate vermakelijk dat hij met behulp van Co-Pilot een complete website liet schrijven. Zonder uitgebreide kennis van webontwikkeling verscheen in korte tijd een werkende site waarop het station online bereikbaar werd gemaakt. Daarmee kreeg Radio De Wasrol ineens een volwaardige plek op internet. Het bijzondere aan dergelijke projecten is niet alleen dat ze technisch mogelijk zijn geworden, maar vooral hoe toegankelijk alles inmiddels is. Wat begin jaren 90 nog een toekomstvisie leek van een radiopionier, is tegenwoordig iets dat vanuit een hobbykamer kan ontstaan. Niet met enorme investeringen, maar met bestaande hardware, open-source software en een beetje nieuwsgierigheid. Juist daardoor krijgt de oude uitspraak van Willem van Kooten achteraf een andere betekenis. Niet voor iedereen is er tegenwoordig een FM-zender of een plek op DAB+, maar vrijwel iedereen kan zonder grote obstakels een eigen online radiostation beginnen. Soms zelfs met muziek uit een tijd waarin radio nog volledig draaide om grote houten toestellen, gloeiende buizen en een gezamenlijke luisteravond rond de huiskamerradio. Meer informatie over het project is te vinden via de website van Radio De Wasrol. Vincent Schriel, 2 augustus 20264 punten
-
Historische zendmast Junglinster: Een eeuw aan radiouitzendingen in Luxemburg
De zendlocatie Junglinster in Luxemburg heeft een rijke geschiedenis die teruggaat tot het begin van de jaren dertig van de vorige eeuw. In 1932, een jaar na de oprichting van de Compagnie Luxembourgeoise de Radiodiffusion (CLR), werd deze locatie ontwikkeld om uitzendfaciliteiten te bieden voor Radio Luxembourg. Het oorspronkelijke ontwerp bestond uit drie vrijstaande stalen vakwerktorens, elk met een hoogte van 180 meter. Op 15 maart 1933 begon de zender met het uitzenden van Engelstalige, Duitstalige en Franstalige programma’s, en werd al snel erkend als de krachtigste langegolfzender in Europa. De uitbreiding van de zendcapaciteiten volgde op 7 juli 1939 met de introductie van kortegolfuitzendingen, aanvankelijk op de 15.730 kHz frequentie in de 19-meterband. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de zender bezet door Duitse troepen en geïntegreerd in de Großdeutscher Rundfunk. Na de bevrijding van Luxemburg in april 1945 namen Amerikaanse troepen de controle over en gebruikten de faciliteit voor propagandadoeleinden gericht op Duitsland. Later dat jaar werd de controle teruggegeven aan de CLR, die de reguliere uitzendingen hervatte. In de periode van 25 januari 1951 tot december 1955 fungeerde de Junglinster-zender ook als middengolfzender op de frequentie 1439 kHz (later 1440 kHz volgens het Geneefse frequentieplan), waarop het programma van Radio Luxembourg werd uitgezonden. Deze middengolfuitzendingen werden in december 1955 verplaatst naar de zender in Marnach. Daarnaast werden vanaf 1959 FM-uitzendingen gestart op de frequentie 92,5 MHz met een vermogen van 12 kW, totdat deze in 1970 werden overgeheveld naar de zender in Hosingen. Om de dekking te verbeteren, werden in 1954 twee nieuwe, tegen de aarde geïsoleerde stalen vakwerktorens van elk 250 meter hoog gebouwd, gericht op betere uitzending naar de Franse Middellandse Zeekust. De oorspronkelijke torens uit 1932 werden toen ontmanteld. In 1959 werd een derde toren van gelijke hoogte toegevoegd. De krachtige uitzendingen vanuit Junglinster leidden tot het zogenaamde “Luxemburg-effect”, een fenomeen waarbij signalen interfereren door ionosferische kruismodulatie. In 1972 werd de langegolfzendfunctie verplaatst naar een nieuwe locatie in het nabijgelegen Beidweiler, waardoor Junglinster vanaf 1974 voornamelijk als reserve diende. Op 2 januari 2023 werd de langegolfzender definitief uitgeschakeld. Vanwege overmatige trillingen werden de drie torens in 1983 ingekort tot 215 meter. Na de beëindiging van Radio Luxembourg werden de faciliteiten beheerd door Broadcasting Center Europe (BCE), een dochteronderneming van RTL. Hoewel de kortegolfuitzendingen in 1994 werden stopgezet, werden ze in 2002 hervat met moderne Digital Radio Mondiale (DRM) technologie. In 2020 installeerde de RTL Group, in samenwerking met energiebedrijf Enovos, een zonnepark rondom de zendlocatie om duurzame energie op te wekken via zonnepanelen. Tegenwoordig wordt de site nog steeds gebruikt voor FM-uitzendingen op 95,0 MHz, waarop het programma van Eldoradio wordt uitgezonden. Afbeeldingen: Junglinster (foto's Wiki Commons)4 punten
-
Aspidistra: krachtige middengolfzender voor oorlogsvoering en internationale uitzendingen
De Aspidistra zender was een uitzonderlijk krachtige zendinstallatie die tijdens de Tweede Wereldoorlog werd gebouwd in het zuiden van Engeland, nabij Crowborough in East Sussex. De zender kwam in 1942 in gebruik en werd aanvankelijk ingezet voor radiotechnische operaties gericht op nazi-Duitsland. In de decennia daarna kreeg de installatie een rol binnen internationale radio-uitzendingen, voordat zij begin jaren tachtig definitief werd uitgeschakeld. Bouw en technische configuratie De installatie werd gerealiseerd op Ashdown Forest, een locatie die door de relatief hoge ligging gunstig was voor uitzendingen richting het Europese vasteland. De zender zelf had een vermogen dat opliep tot circa 600 kW en was daarmee een van de krachtigste middengolfzenders van zijn tijd. Aspidistra was oorspronkelijk gebouwd door de Amerikaanse fabrikant RCA, maar werd nooit in de Verenigde Staten ingezet vanwege beperkingen op zendvermogen. De installatie werd vervolgens naar het Verenigd Koninkrijk verscheept en aangepast voor militair gebruik. De antenne-opstelling bestond uit drie tuimasten van ongeveer 110 meter hoog. Deze waren zodanig geplaatst dat het uitgestraalde signaal vooral richting het Europese continent werd gebundeld. De zendinstallatie zelf bevond zich grotendeels in een zwaar uitgevoerde bunker, terwijl de energievoorziening werd verzorgd door krachtige dieselgeneratoren, omdat aansluiting op het reguliere elektriciteitsnet niet voldeed. Inzet tijdens de Tweede Wereldoorlog Vanaf de ingebruikname op 8 november 1942 stond de zender onder controle van de Political Warfare Executive. De installatie werd gebruikt voor uiteenlopende vormen van radiotechnische beïnvloeding. Een belangrijk onderdeel hiervan was het verstoren en manipuleren van Duitse militaire communicatie. Duitstalige operators deden zich voor als Duitse verkeersleiders en gaven via de zender valse aanwijzingen aan nachtjagers van de Luftwaffe, waardoor deze naar verkeerde locaties werden geleid. Daarnaast werd de zender ingezet voor zogenaamde zwarte propaganda. Uitzendingen als Soldatensender Calais en Atlantiksender wekten de indruk afkomstig te zijn van Duitse bronnen, maar werden in werkelijkheid geproduceerd door de geallieerden. Een andere toegepaste techniek was het tijdelijk overnemen van frequenties van Duitse zenders. Wanneer een zender door bombardementen uitviel, kon Aspidistra deze frequentie overnemen en aanvankelijk het originele programma doorgeven. Vervolgens werden aangepaste berichten ingevoegd, wat leidde tot verwarring bij luisteraars. Technische eigenschappen en flexibiliteit De installatie had een aantal kenmerken die voor die tijd ongebruikelijk waren. Zo kon relatief snel van frequentie worden gewisseld, wat essentieel was voor de verschillende operationele toepassingen. De eindtrap bestond uit meerdere parallel geschakelde versterkers met grote zendbuizen, die zowel lucht- als watergekoeld waren. Hierdoor kon het hoge zendvermogen langdurig worden gehandhaafd zonder onderbrekingen. Gebruik na 1945 en uitzendingen Na de oorlog werd de zender overgedragen aan de BBC External Service, de internationale tak van de Britse omroep. Aspidistra bleef daarbij actief als krachtige middengolfzender voor uitzendingen richting Europa. In de eerste naoorlogse jaren werden verschillende frequenties gebruikt, afhankelijk van internationale afspraken en doelgebieden. Bekende frequenties waarop werd uitgezonden waren onder meer rond 648 kHz, 1214 kHz en 1295 kHz. Deze frequenties werden ingezet voor verschillende diensten en talen, waarbij de zender vaak werd gebruikt om grote delen van Europa te bereiken. Vanaf de jaren zestig en zeventig werd het gebruik geleidelijk teruggebracht. Uiteindelijk bleef één frequentie over, namelijk 648 kHz, waarop programma’s van de BBC World Service werden uitgezonden. Deze frequentie bleef in gebruik tot het einde van de operationele periode. De laatste uitzending via Aspidistra vond plaats op 28 september 1982, waarmee een einde kwam aan veertig jaar gebruik van de installatie. Latere bestemming van het terrein Na de buitengebruikstelling werd de zendinstallatie ontmanteld. De masten verdwenen, maar delen van de infrastructuur bleven behouden. De ondergrondse bunker kreeg een nieuwe functie binnen civiele beschermingssystemen en werd later gebruikt als trainingslocatie voor hulpdiensten. Een aantal gebouwen op het terrein heeft een beschermde status gekregen vanwege de historische en technische betekenis van de installatie, die zowel in oorlogstijd als in de periode daarna een bijzondere rol heeft gespeeld binnen de radio-ontwikkeling. Afbeelding: foto Wikimedia Commons4 punten
-
De nostalgische column van Hans Knot 28 maart 2026
Teleac, een soort van afkoring voor Televisie Academie, werd in 1963 opgericht om educatieve programma’s tot het kijkerspubliek te brengen. Tussen 1966 en 1970 werd er door de Stichting Teleac een kleine serie programma’s gewijd waarin voorlichting aan toekomstige studenten bij de Nederlandse universiteiten en hogescholen telkens centraal stond. Deze series, die tot stand kwamen op verzoek van de Landelijke Commissie voor Academische Studie Voorlichting, werden in 1971 voor het laatst verzorgd omdat men vanuit het Stichtingsbestuur van mening was dat haar doelstellingen het niet zouden toestaan dat blijvend tijd voor een speciale categorie zou worden gereserveerd. Maar dit werd niet breed ondersteund want zowel de ACRO als de Raad van Voorlichtingsambtenaren waren namelijk van menig dat de academische studievoorlichting ononderbroken diende te worden voortgezet en wel op een andere manier. Hiertoe kwam het dat de Stichting Academische Radio Omroep, de ACRO, de toenmalige minister van Onderwijs en Wetenschappen, dhr. Veringa, verzocht stappen te ondernemen om aan de ACRO speciale radio- en televisiezendtijd ter beschikking te stellen voor academische studievoorlichting. De Raad van Voorlichtingsambtenaren bij het wetenschappelijk onderwijs stelde zich achter dit verzoek van de ACRO op een zo doeltreffend mogelijke wijze. De ACRO, die vanaf haar oprichting in 1965 studievoorlichting als een van haar belangrijkste taken beschouwde, wenste vervolgens in samenwerking met de raad van voorlichtingsambtenaren, de landelijke commissie voor de academische studievoorlichting en de vertegenwoordigers van de schooldecanen, te komen tot een aanpak van de studievoorlichting die systematischer en regelmatiger diende te zijn dan tot 1971 het geval was. In eerste instantie dacht men daartoe te komen door de realisering van een soort basis-serie, die elk jaar (eventueel in aangepaste vorm) via radio en/of televisie uitgezonden kon worden. Daarnaast wenste de ACRO over te gaan tot de productie van aanvullende programma's, die ofwel eveneens via het open net uitgezonden konden worden, ofwel lokaal en regionaal op studievoorlichtingsbijeenkomsten zouden worden gebruikt. Aangekomen in maart 2026 en zoekende naar meer informatie op wat eens een prachtig initiatief leek kom je terecht bij: https://nl.wikipedia.org/wiki/RVU Er waren ook technische ontwikkelingen in 1971 die het vermelden waard zijn. Zo had de Technische Dienst Radio van de NOS de eerste van een nieuwe serie reportagewagens in gebruik genomen, die geschikt waren voor stereofonische reportages en andere uitzendingen in stereo. De wagen bevatte een regeltafel met twaalf microfooningangen, drie magneetofoons voor registratie- en montagedoeleinden, een televisiecircuit voor visueel contact met de plaats van de reportage en een verwarmings- en klimaat-installatie. De uitrusting van de wagen werd ook niet veel later aangevuld met een zend- en ontvanginstallatie, die een draadloze verbinding van de reporter met de wagen en omgekeerd mogelijk maakte. Daartoe was een uitschuifbare, hydraulisch werkende antennemast ingebouwd. De toen nieuwe wagen- het standaardtype Mercedes-bestelwagen — was als stereoreportagewagen ingericht door de Technische Dienst Radio van de NOS. In de eerste helft van 1971 kwamen nog drie van deze wagens in bedrijf. Begin 1970 werd door de NOS de eerste stereo productiewagen, eveneens een standaardtype Mercedesbestelwagen, in gebruik genomen. Deze wagen, die 32 microfooningangen had, was speciaal bestemd voor het opnemen van grote sterproducties, zoals concerten en dergelijke De wagen bezat evenwel geen zend- en ontvangapparatuur, zoals de later in bedrijf gestelde stereoreportagewagen kreeg. Voor montagedoeleinden was de stereo productiewagen evenmin geschikt. In 1970 werd bovendien een zogenoemde evenementenwagen ingericht. Een en ander had tot gevolg dat in de loop van de eerste helft van 1971 de acht lijnwagens (voor mono-uitzendingen), waarvan de radio-omroep sinds 1964 gebruik maakte, allen werden vervangen. En dan was er begin januari 1971 nog een hardnekkige binnenbrand die grote schade aanrichtte aan de studio van de VPRO, gevestigd aan de ’s Gravelandseweg in Hilversum. De eigenlijke studioruimte en het archief van VPRO-Vrijdag werden vrijwel geheel vernield, terwijl verscheidene kantoren aanzienlijke rook- en waterschade opliepen. De kostbare apparatuur in de controlekamer heeft men kunnen redden. Vele tientallen geluidsbanden en platen konden eveneens nog tijdig in veiligheid worden gebracht. In de kranten van de Gemeenschappelijke Pers Dienst was verder te lezen: ‘Aan de omstandigheid dat bij het uitbreken van de brand zich in het gebouw nog twee reporters en een technicus bevonden, is het te danken, dat de villa niet geheel is afgebrand. In de studio werd juist de laatste hand gelegd aan de montage van het radioprogramma VPRO-Vrijdag toen men om kwart voor één een harde klap hoorde. In de studioruimte bleek de kap van een tl-verlichting naar beneden te zijn gekomen. Hoewel onmiddellijk een brandblusapparaat op de vlammen rondom de TL-buis werd leeggespoten, kon niet worden verhinderd, dat het vuur zich tussen het plafond en de vloer van de eerste etage via verschillende lagen geluiddempend materiaal snel uitbreidde. Ondanks de brand werd het programma VPRO-Vrijdag die middag van 4 uur af normaal uitgezonden, zij het wel vanuit een andere studio.’ In 1971 vond trouwens een opmerkelijk incident plaats waarbij een voor die tijd moderne stereo-reportagebus van de NOS door een brand verloren ging. De bus stond op 12 maart 1971 geparkeerd bij een van de VPRO villa’s voor het opnemen van het programma ‘VPRO-Vrijdag’. De brand werd veroorzaakt door een kortsluiting in de complexe elektronische apparatuur aanwezig in de reportage bus. Deze bus brandde volledig uit. Dit was een aanzienlijke technische en financiële klap voor de NOS, aangezien het een van de eerste bussen was die volledig was ingericht voor de toen hoogwaardige FTO (Frequentieregeling/Stereo) techniek. Het is mij niet bekend of het om de eerder in deze column beschreven bus ging. Hans Knot, 28 maart 20264 punten
-
De nostalgische column van Hans Knot 14 februari 2026
Heen en weer in het jaar, in dit geval 1965, gaan altijd de verhalen in deze serie. Zo kom ik nu terecht bij een vermelding die betrekking heeft op Hemelvaartsdag van dat jaar, dat op 27 mei viel. In Blokker werd, in samenwerking met Muziek Parade, het Blokker Festival georganiseerd, waarvoor de toen befaamde organisator Ben Essing verantwoordelijk was. Al vanaf 1956 had hij de nodige artiesten naar het kleine dorp in Noord Holland gehaald en voor Hemelvaartsdag stond Louis Amstrong geprogrammeerd, die ook al in 1959 de nodige publiciteit had opgeëist. Maar enkele weken eerder in 1965 waren er ook al de nodige activiteiten georganiseerd door Essing. Laten we eens kijken wat Peter Smit in 1975 hierover meldde:’ Zo begon het voorlaatste Blokker Festival in 1965 op Tweede Paasdag, 19 april met een spektakel onder de naam ‘Beat, beat in Blokker’. Het speelde zich af in het kader van de AVRO jeugddag en in samenwerking met de AVRO radio en televisie. De langharige Pretty Things uit Engeland brachten de met drieduizend tieners bezette veilinghal tot een woest enthousiasme, na een voorprogramma met ondermeer Edwin Rutten, de Noord-Hollandse groep The Marks en de Duitse Geschwister Jacob. Een echte bende werd het niet. Ben Essing hield de gemoederen weer in bedwang, maar het lawaai was haast niet te harden. Jongelui dansten boven op van fruitkisten gebouwde torens, krijsten en gilden voor de televisiecamera’s en klommen tot in de nokken van de veilinghal. Maar hoe de jeugd ook genoot, het geboden programma werd er niet beter door. In vele opzichten had het tweede bezoek op Hemelvaartsdag 27 mei 1965 van Louis Armstrong aan Blokker een revanche voor het lawaaiige beatgebeuren moeten worden. Dit lukte slechts gedeeltelijk. Een bijna onopvallende intocht viel de grote jazzmeester te beurt; schril, vergeleken bij een dorp - en niet het dorp alleen - dat zes jaar eerder bijna op zijn kop stond toen diezelfde man zijn intocht maakte. En er waren maar drieduizend mensen, die zich in de halflege veilinghal - verdeelt over twee concerten - de handen warm klapten voor de duidelijke ouder geworden Louis Amstrong. Uiteraard was de geestdrift van het publiek groot, niet alleen voor de beroemde trompettist, maar ook voor zangeres Jo Brown, die voor een hoogtepunt in zijn concert zorgde. Ondanks de voetbal cupwedstrijd tussen Inter Milaan-Benfica op de televisie, waren er ’s avonds toch meer mensen dan ’s middags. De voetbalwedstrijd mocht dus niet het excuus zijn voor de tanende belangstelling. De enige verklaring lag in de verandering van de tijd, in de snel opkomende tienermuziek. Het tijdperk van Louis Amstrong bleek te zijn afgesloten. De festivalorganisatie zag dit einde gerealiseerd in koele cijfers: een nadelig saldo van twintigduizend gulden. Dit verlies werd tenslotte nog voor een deel goedgemaakt op de allerlaatste festivalavond. Een Beierse avond op 29 mei 1965, die uitstekend werd bezocht en waar de Oberbayerische Trachtenkapelle ‘Feldwies’ de stemming voortreffelijk op peil wist te houden. En daarmee kwam een einde van een serie van tien Blokker Festivals. Ben Essing, de organisator, ging door en zou nog vaak van zich laten horen. Maar de veiling ‘Op Hoop van Zegen’ zonk weer terug in toch wel wat rustgevender, hoewel dat ook maar betrekkelijk in wereld van de handel in Westfriese groenten en fruit.’ De voornoemde concerten van Louis Amstrong werden respectievelijk om drie uur in de middag en acht uur in de avond gegeven, en duurden anderhalf uur. Amstrong werd begeleid door zijn All Stars, destijds bestaande uit Quentin Jenckson op trombone, Eddie Shu op tenor sax en klarinet, Billy Kyle op piano, Danny Barcelona op drums en Arvell Shaw op bass. In de avondprogrammering was er tevens een groot bal aan vast gelast waar The Dixieland Disiples en het Trio Gert Timmerman optraden. Dezelfde avond kreeg de inmiddels al jaren verguisde Gert een Gouden Plaat voor zijn hit ‘Schommelstoel’. In de middag kosten de kaarten voor het concert destijds f 7,50 terwijl ’s avonds een tientje moest worden betaald aan de kassa van Stichting Festival Blokker. Geen dag kun je eromheen, al decennia lang, als de verkeersinformatie ons, gewild of ongewild, via de radio wordt verkondigd. Bij de ‘Van Brienenoordbrug’ een file van 4 kilometer. We zijn er al lang aan gewend, maar toch valt het telkens weer op als bij herhaling bepaalde knooppunten weer terugkeren in voornoemde berichtgeving. Zoals eerder vermeld was het gebruik van Nederlandse wegen nog veel beperkter dan heden. Dezelfde Van Brienenoordbrug werd trouwens op 1 februari 1965 in gebruik genomen met een officiële plichtpleging door onze toenmalige koningin Juliana. Een verbinding die gemaakt was tussen de noord en zuidoever in Rotterdam Oost en de staat een slordige 100 miljoen gulden had gekost om aan te leggen. Nog lang niet alle verbindingswegen waren dat jaar klaar waardoor vaak de brug gesloten was en inderdaad lange files konden ontstaan. Ook zou dat jaar, in december en andermaal door de Koningin, de Oosterscheldebrug in gebruik worden genomen. In de categorie ‘Absolute wereldleiders’ was er in 1965 het verlies te melden van Winston, Leonard Spencer Churchill, die op 24 januari 1965 kwam te overlijden. Hij was op 30 november 1874 geboren in Blenheim Palace als derde zoon van Lord Churchill. De man niet alleen wereldberoemd om het door hem ingevoerde ‘V teken’ maar een briljant regeringsleider was tevens historicus en letterkundige. In de Tweede Wereldoorlog, die hij als minister voor Marinezaken begon, was hij van doorslaggevende waarde. Hij had veruit veel meer kennis van politieke zaken dan bijvoorbeeld andere wereldleiders als Stalin en Roosevelt en is hij alom geroemd voor zijn inzet tot bereik van de wereldvrede. Maar na mei 1945 zou het niet zo lang duren alvorens – in 1946 – het Churchill was die zeer vroegtijdig de wereld waarschuwde voor het opkomende communisme in de toenmalige Sovjet Unie. Hij raadde de Britse regering aan – hijzelf was na een verkiezingsnederlaag van de Conservatieve Partij de oppositie in gegaan – nadere samenwerking te zoeken met bondgenoten. Hij zou in 1951 andermaal aan de macht komen als eerste premier en die zetel tot en met 1955 behouden. In het najaar van 1963 werd hij geëerd met de Nobelprijs voor de Letterkunde mede vanwege zijn zesdelige serie ‘The Second World War’ en de in het Nederlands vertaalde ‘De geschiedenis van de Engelssprekende volkeren’. Op 30 januari 1965 werd Sir Churchill met een staatsbegrafenis ten grave gedragen, een plechtigheid die door liefst 350 miljoen kijkers over de gehele wereld op de televisie werd bekeken. Opmerkelijk feit was dat de klokken van The Big Benn bij The House of Lords en The House of Parliament, die dag na het vertrek van de rouwstoet uit Westminsterhall, de gehele dag niet meer werden geluid. Onvergetelijke herinnering voor mezelf was een prachtige documentaire die door Radio Caroline over het leven van Churchill, direct na zijn overlijden, werd uitgezonden. Jarenlang heb ik die opname gekoesterd en pas recentelijk aan anderen doorgestuurd. Afsluitend voor deze aflevering heb ik maar een duik genomen in ‘Wereldkroniek’ en wel de aflevering van 17 april 1965 waarin Skip Voogd, toch niet zo maar een naam, zich waagde de nieuwe toenmalige LP van de Rolling Stones te moeten bekritiseren. ‘We draaien dit keer uitsluitend op lichte toeren en beperken ons naar hitparade paardjes. The Rolling Stones ‘nog helemaal in’ bij de beatfans, zongen en speelden een 30cm langspeler vol. Het was echt niet nodig geweest, want na twee of drie nummers weet iedereen gedetailleerd waar hij aan toe is en kunnen de Stones onmogelijk langer boeien. ’t Is dat ‘Time is on my side’ op deze LP is te vinden, maar voor het overige ‘What a shame’ om maar met één van de titels op deze DECCA LP te spreken.’ Wel is dezelfde Skip Voogd in voor een, zoals hij dat zelf omschrijft ‘Folklore LP’, destijds gevuld door Pete Seeger. Hij had een ‘In Concert’ LP opgenomen waarbij deze LP een aantal songs herbergde dat het volgens hem het best voldeed met een Publiek Decor, ofwel ‘live opgenomen’. De songs bleven hem, na één keer beluisteren, meteen in het geheugen hangen. Skip schreef: ‘Het zal iedereen onherroepelijk meeslepen en de songs op de LP zijn meer dan alleen aandacht waard.’ Maar hij besefte ook dat er meer zangers vanuit Amerika de wereld op hun manier aan het veroveren waren. En wel ondermeer een zanger die decennia later nog steeds op zijn manier scoorden. Skip andermaal: ‘Hij heeft geducht te maken met de concurrentie van ene Bob Dylan te maken, die de laatste weken namelijk geducht naar voren is gekomen. En deze – er vaak als middeleeuwse roofridder uitziende –jongeman lijkt nog mét meer pep, met nog méér flair te zingen als Pete Seeger. Dylan is bovendien primitiever en staat dus dichter bij de luisteraar van zijn repertoire.’ Hans Knot, 14 februari 20264 punten
-
JOE-luisteraars en vakjury kiezen Rob Jetten als betrouwbaarste stem
Rob Jetten (D66) is door luisteraars van JOE en een vakjury uitgeroepen tot ‘De Betrouwbaarste Stem’ van de Tweede Kamerverkiezing. In de middagshow van Kai Merckx draaide het deze week niet om partijprogramma’s of politieke standpunten, maar om hoe overtuigend en betrouwbaar de lijsttrekkers klinken. De verkiezing combineerde een publieksstem met een beoordeling door een deskundige jury. Jetten kwam uiteindelijk als winnaar uit de bus, met Joost Eerdmans (JA21) op de tweede plaats en Jimmy Dijk (SP) als derde. De D66-leider kreeg de prijs persoonlijk overhandigd door JOE-dj Kai Merckx, die hem in de Tweede Kamer verraste met de titel. Voor de beoordeling werkte Merckx samen met de Vlaamse stemcoach prof. dr. Bernadette Timmermans. Zij benadrukte dat de perceptie van betrouwbaarheid grotendeels samenhangt met de klank van de stem. Factoren als luidheid, toonhoogte, tempo en resonantie bepalen in hoeverre een stem rust en controle uitstraalt. Volgens haar komt een lage, warme stem met een rustig spreektempo doorgaans het meest overtuigend over. Timmermans wees erop dat Nederlandse politici over het algemeen een meer opgewonden en defensieve toon hanteren dan hun Belgische collega’s. Ook merkte zij op dat vrouwen historisch gezien door hun hogere stem in het nadeel waren, al is dat verschil de laatste jaren kleiner geworden. Hoewel Jetten bij het luisteraarsonderzoek nipt op de tweede plaats eindigde, gaf de vakjury uiteindelijk de doorslag. Zij prees zijn stemgeluid als warm en beheerst, wat volgens hen bijdraagt aan een overtuigende uitstraling. Internationale radio-experts, die eveneens deelnamen aan de beoordeling, ondersteunden unaniem deze keuze. De verkiezing ‘De Betrouwbaarste Stem’ kwam voort uit het dalende vertrouwen in de politiek. Onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) laat zien dat 43% van de Nederlanders vindt dat de overheid onvoldoende luistert naar burgers, terwijl bijna 60% vindt dat politici te weinig opkomen voor mensen zoals zij. Met het project wilde JOE laten zien dat niet alleen inhoud, maar ook stemgebruik van invloed is op hoe betrouwbaar politici worden ervaren. Luisteraars konden via JOE.nl en de JOE-app hun stem uitbrengen. In het digitale stemlokaal werden enkel de stemmen van de lijsttrekkers afgespeeld, zonder vermelding van naam, partij of politieke achtergrond.4 punten
-
De nostalgische column van Hans Knot 13 september 2025: De rechtszaak tegen Oswald
We gaan deze keer terug naar de beginjaren van Radio Veronica. Op 10 januari 1963 werd uiteindelijk bekend gemaakt dat er, bijna drie jaar na zijn arrestatie, er daadwerkelijk een rechtszaak zou komen tegen de voormalige technische directeur van de VRON, de heer Oswald uit Amsterdam. De datum van de zitting werd vastgesteld op 6 februari met een zitting te houden in het arrondissement Amsterdam. Niet alleen Oswald diende te verschijnen, maar ook de voormalige hoofdtechnicus Arie Derksen uit Groningen en wel wegens het illegaal in zijn bezit hebben van zendmaterialen en dus strafbaar was onder artikel 20 van de telegraaf- en telefoonwet uit 1904. Beide zaken waren eerder gepland voor een zitting op 8 december 1961, maar de rechtbank verwees ze toen terug naar de ‘instructie’. Reden hiervan was dat de rechtbank meer bijzonderheden wenste te verkrijgen van deskundigen over de in beslag genomen apparatuur en mogelijkheden tot gebruik. ‘Het Algemeen Handelsblad’ meldde op 11 januari 1962: ‘Van een veroordeling van deze twee personen zal het afhangen of 23 andere personen, onder wie de tegenwoordige directie van Radio Veronica en andere aandeelhouders, die medeplichtig zouden zijn door het verschaffen van middelen en gelegenheid voor de bouw van de zender, ook vervolg zullen worden, zo werd door de Officier van Justitie medegedeeld.’ Toen eenmaal de rechtszaak was gehouden wist de verslaggever, die de zitting had bijgewoond, dezelfde avond in ‘het Algemeen Handelsblad’ te melden dat er slechts voorwaardelijke gevangenisstraffen en boetes waren geëist. In totaal zes maanden voorwaardelijk werd het voor Oswald en f 150,00 boete, terwijl tegen Derksen een straf van drie maanden voorwaardelijk met een boete van f 250,00 was geëist door mr. R.L. Heukels. Oswald was trouwens niet aanwezig tijdens de zitting omdat hij ziek was. Beide verdachten werden tijdens de zitting verdedigd door advocaat J.G. Petersen uit Amsterdam. Tijdens de zitting gaf Derksen toe dat het om onderdelen van een te bouwen zender was gegaan, de zogenaamde stuurtrappen, die op zichzelf slechts een geringe zendcapaciteit zouden hebben gehad en dus niet als zender konden worden beschouwd. Hij gaf tevens toen dat hij de onderdelen had gebouwd in opdracht van de mensen achter de VRON, waarvoor hij destijds had gewerkt. Hij had er echter niets tegen gezien omdat hij wel vaker zenders voor amateurs bouwde en derhalve zich zelf niet bewust was dat hij daarmee in overtreding was. Hij stelde ook te denken dat een vergunning, die hij had op een ander adres, om te kunnen experimenteren en proeven te nemen met zendapparatuur, ook op de activiteiten van toepassing waren, die door de rechtbank werden besproken. Uiteraard was er ook een getuige opgeroepen die tijdens de inbeslagname van de apparatuur aanwezig was geweest. Het ging daarbij om dhr. D. Neuteboom van de Bijzondere Radio Dienst uit Den Haag, die onder meer stelde dat de besproken inrichting voor gelicenceerde zendamateurs hoogst ongebruikelijk was en bovendien niet voor die doeleinden geschikt was. Hij stelde tevens dat hij, begeleid door ambtenaren van politie, eerst in de winkel en daarna in de werkplaats van de verdachte apparatuur in beslag had genomen. Bij nader onderzoek was gebleken dat het om onderdelen van een te bouwen zender aan boord van de Borkum Riff, gelegen in de haven van Emden, ging. Een rechtbankverslaggever van het Algemeen Handelsblad van 6 maart 1963 omschreef het bewijs van de Officier van Justitie als volgt: ‘Hij achtte de zaak duidelijk flagrant in overtreding met de Telegraaf- en Telefoonwet van 1904 – aangepast in 1938 en het radioreglement van 1930, artikel 2, dat het ter beschikking stellen aan onbevoegden van radiozendapparatuur verbiedt.’ De Officier van Justitie stelde dat hij geen onvoorwaardelijke straffen wilde eisen, daar het delict al een aantal jaren daarvoor had plaatsgevonden. Wel gaf hij aan bij een eventueel volgende overtreding harder op te treden en niet te volstaan met voorwaardelijke straffen. Ook kwam de advocaat van de verdachten, mr. Petersen, aan het woord en in zijn pleidooi gaf hij ook aan dat het om onderdelen van zendapparatuur was gegaan, maar bestreed dat het om een complete zender ging en dat tot op dat moment er nimmer een strobreed tegen iemand in de weg was gelegd aan het bouwen en aanwezig hebben van onderdelen van zendapparatuur; dat alleen pas bij gebruik van dergelijke zendapparatuur overtreding was vastgesteld. Mr. Petersen noemde vervolgens een aardig rijtje namen van dumpzaken in Nederland waar, zonder justitiële inmenging, geregeld zenderonderdelen en apparatuur werden verhandeld. Petersen noemde de vervolging dan ook pure willekeur die slechts tot doel had Radio Veronica te treffen, welk station op dat moment nog steeds volkomen legaal in internationale wateren uitzond, maar waartegen men op allerlei wijzen actie meende te moeten voeren. Mr. Petersen stelde tevens als voorbeeld dat de Dienst der Domeinen van de Nederlandse Staat de afgedankte zendapparatuur van de Marine vaak, via openbare inschrijving, zelf aan deze dumphandelaren verkocht. Bovendien vertelde hij dat de bij verdachte Oswald in beslag genomen walkietalkies bij een van deze dumphandelaren was gekocht en hij vroeg daarom om vrijspraak. De rechter stelde dat de uitspraak enige weken later, op 19 februari 1963, zou gaan plaats vinden. In de ochtend van dinsdag 19 februari vond de uitspraak plaats waarover diverse kranten de volgende dag berichtten, zoals ‘de Volkskrant’. ‘De Amsterdamse rechtbank veroordeelde de 39-jarige vroegere technische directeur van de toenmalige VRON, waaruit Radio Veronica is ontstaan, H.O. uit Amsterdam tot een boete van 100 gulden subsidiair tien dagen hechtenis plus twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar wegens overtreding van artikel 20 van de Telegraaf- en Telefoonwet van 1904. Dit betreft het zonder vergunning van de minister van Verkeer en Waterstaat aanwezig hebben, aanleggen, of gebruiken van radio elektrische zendinrichtingen.’ Zoals eerder gemeld was er zes maanden voorwaardelijk plus een boete van f 150,-- tegen hem in januari 1963 geëist. Uiteraard ging men in ‘de Volkskrant’ ook in op de veroordeling van de 46-jarige ex zendertechnicus Arie Derksen, die inmiddels was verhuisd naar Groningen: ‘Deze werd veroordeeld tot het betalen van een boete van f 100,-- plus een maand voorwaardelijke gevangenisstraf. Er was tegen hem drie maanden gevangenisstraf geëist plus een boete van f 250,--.’ In alle kranten werd de verslaggeving inzake deze voortslepende rechtsprocedure beëindig met ‘De verdediger heeft hoger beroep aangetekend’, en dus zal zeker nog op deze zaak terug worden gekomen. Dreiging door wetsontwerp? Terwijl via een advertentie in de kolommen van ‘de Telegraaf’ een programma speciaal voor de liefhebbers van klassieke of populaire huisorgelmuziek op Radio Veronica werd aangeprezen, bracht deze zelfde krant op 10 oktober 1963 het bericht dat tot elk moment een wetsontwerp tegen de piratenzenders, zoals deze krant bleef volhouden Veronica en eventuele toekomstige stations te omschrijven, door het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, in overleg met collega’s van het ministerie van Justitie, kon worden ingebracht in de Tweede Kamer. Een ontwerp tot wijziging van de Telegraaf en Telefoonwet, zo werd in Haagsche kringen verwacht, kon optreden tegen deze stations mogelijk maken. ‘Kort voor de kabinetsformatie heeft het Ministerie van Justitie aan het Ministerie voor Verkeer en Waterstaat zijn visie kenbaar gemaakt op de ideeën van de PTT over een zo waterdicht mogelijke wetsformule. Vooral van PTT-zijde wordt aangedrongen op zeer strikte bepalingen. Bij het Ministerie van Justitie zijn volkenrechtelijke overwegingen in het geding, die ingrijpen niet zo eenvoudig maken. De aankondigingen van de plannen voor een commercieel televisiestation buiten de kust zullen de voorbereidingen voor een wetswijziging aanzienlijk versnellen.’ In het ‘Algemeen Handelsblad’ werd inmiddels geschreven over een Europese samenwerking: ‘Naar aanleiding van vragen van Mr. Beernink (CHU) over Radio Veronica, antwoordde mr. Marijnen dat een Europese Conventie omtrent buiten territoriale zenders in Straatsburg in voorbereiding is. Deze moet te zijner tijd in de Raad van Ministers worden behandeld. Op deze grond neemt de regering ten aanzien van de positie van Radio Veronica nog een afwachtende houding aan.’ Op dezelfde 10de oktober 1963 was er in de rubriek ‘Van Dag tot Dag’ in: ‘Vrije Volk’ een commentaar te lezen: ‘Het meten met twee maten heeft ons in de houding van de regering ten opzichte van Radio Veronica altijd bijzonder dwars gezeten. Onverantwoordelijke jongelui worden in de kraag gegrepen als ze aan etherpiraterij doen. Eenvoudig om het feit dat ze binnen de landsgrenzen opereren. Veronica is blijkbaar te groot geworden om aan te pakken. Dat de regering niet uit de juridische puzzel kan komen omdat deze zender buiten de territoriale wateren ligt, is een uitvlucht. In Europees verband is de oplossing al lang gevonden. Dit niet optreden van de regering is kennelijk door een nog onduidelijke groep zakenlui beschouwd als een uitnodiging om het nu ook eens met televisie te proberen. Waarom niet, als de regering toch een oogje dicht doet?’ Klaarblijkelijk had er ook, in een niet te traceren artikel, het nodige gestaan in een editie van het ‘Christelijk Historisch Weekblad’, waarop weer een reactie was te lezen in ‘Vrije Volk’ van 26 oktober 1963, waaruit duidelijk werd dat Radio Veronica de regering eigenlijk voor schut had gezet: Men citeerde eerst uit voornoemd weekblad: ‘Niet de zakenlieden mogen ons een bepaalde wetgeving opleggen, de overheid heeft een eigen taak en verantwoordelijkheid. We hebben reden om aan te nemen dat men zich thans beraadt hoe men in een verleden gemaakt verzuim kan herstellen. Het is nog niet te laat, maar de tijd dringt wel’ En men vervolgde met: ‘Wie zoiets leest in het Christelijk Historisch Weekblad wrijft zich even de ogen uit. Is niet de vorige minister van Justitie, Beerman, lid van de CHU? Is niet zijn opvolger in het tegenwoordige kabinet lid van de CHU? Ze staan samen al vijf jaar voor schut en nog nooit hebben ze laten merken met hun figuur geen raad te weten.’ En ondertussen werd in de kranten via advertenties van ‘Heinz’ erop gewezen dat op de plechtige tijd van 10 uur in de zondagochtend het een plezier was om te luisteren naar een programma van Cor Lemaire en Eli Asser op Radio Veronica, waarin Cor met Eli over zijn cabaretsuccessen vertelde en piano speelde als ‘veteraan van de lichte muziek.’ En dat alles onder het motto: ‘Een echt Zondagmorgen programma U aangeboden door Heinz.’ Hans Knot, 13 september 20254 punten
-
Zendlocatie Westerglen in Falkirk al bijna een eeuw radioactief
Westerglen bij Falkirk in Stirlingshire, Schotland, is een zendlocatie dat al sinds de vroege jaren 30 van de vorige eeuw in gebruik is en sindsdien een belangrijke rol speelt in de radiodistributie van het Verenigd Koninkrijk. Het station ligt circa drie kilometer ten zuidwesten van de stad Falkirk op Westerglen Farm en werd tussen december 1930 en mei 1932 gebouwd om oudere zenders in Glasgow, Edinburgh en Dundee te vervangen en de uitzendcapaciteit van de British Broadcasting Corporation uit te breiden. Het complex werd in mei 1932 officieel geopend en begon met testuitzendingen op meerdere golflengten. De eerste regionale radio‑service ging in juni 1932 de lucht in, gevolgd door de nationale dienst in september van datzelfde jaar. Het zendstation bestaat uit meerdere stalen masten die verschillende radiodiensten dragen. Op het terrein staan drie geïsoleerde stalen vakwerkmasten die combinaties van middengolfuitzendingen verzorgen op frequenties van 810 kHz, 909 kHz en 1089 kHz. Daarnaast is er een vierde, kortere mast die wordt gebruikt voor niet‑uitzendingstoepassingen, en een extra mast voor de langegolf. Die langegolf uitzending maakt deel uit van een synchroon netwerk met de zendstations bij Droitwich en Burghead op 198 kHz. Door meerdere frequenties tegelijk te gebruiken, kan het station een reeks radioprogramma’s verspreiden die zich richten op verschillende doelgroepen en regio’s in het Verenigd Koninkrijk. De middengolfuitzendingen reiken onder gunstige omstandigheden zo ver dat zij ’s avonds tot in zuid‑west‑Duitsland te ontvangen zijn, en overdag zelfs zo ver zuid als Cornwall. Onder de diensten die thans vanaf Westerglen worden verspreid vallen BBC Radio Scotland, BBC Radio 5 Live en de commerciële zender Talksport. De langegolfzender verzorgde tot nu toe de uitzending van BBC Radio 4, maar die uitzendingen stoppen dit weekend. Het ontwerp van de site weerspiegelt de technische inzichten van het begin van de radiogeschiedenis. Een van de masten voor langegolf is uitgevoerd met een zogenoemde ‘capacity hat’ bovenop de mast om de efficiëntie te verhogen, en de structuur zelf maakt gebruik van een gestroomlijnde stalen vakwerkconstructie om de antenne op hoogte te houden. Het gehele complex wordt beheerd en geëxploiteerd door Arqiva, een bedrijf dat eigenaar is van veel zendinfrastructuur in het Verenigd Koninkrijk. Gedurende zijn bijna eeuwlange bestaan heeft het Westerglen zendstation talloze veranderingen in de radiolandenschap doorgemaakt. Waar vroeger personeel het station permanent bemande, wordt het tegenwoordig op afstand beheerd, maar blijft het een sleutelrol spelen in de verspreiding van radio in Schotland en daarbuiten. Afbeelding: Westerglen zendstation, Falkirk, Stirlingshire, Scotland (foto John Barrett/Wikimedia Commons)3 punten
-
De nostalgische column van Hans Knot 6 juni 2026: Storingen of geen storingen, een reconstructie
3 puntenIk neem je 56 jaar mee terug in de tijd met herinneringen die me nog goed in het geheugen liggen. Het liep tegen het einde van de maand juli 1970 en het zendschip van Radio Nordsee International was sinds een week vertrokken van de Britse kust om vervolgens het anker weer te laten vallen in internationale wateren voor de Nederlandse kust ter hoogte van Scheveningen. Het was de krant ‘Het Parool’ die op 28 juli in de avondkrant als eerste wist te melden dat niet alleen de uitzendingen voor de Nederlandse kust waren hervat maar er tevens sprake was van storingen veroorzaakt door de uitzendingen. RNI was op dat moment te beluisteren via de 244 meter, 1230kHz, en via de 102 MHz FM. Spoedig bleek dat er sprake was van storingen in de westelijke kustgebieden op de programma’s van Hilversum III, die via de 240 meter destijds de ether ingingen. In de voornoemde krant werd gemeld dat het vooral kwam door het hoge vermogen dat RNI uitstraalde. ‘Hilversum III heeft, als gevolg van internationale afspraken, een gering uitzendvermogen’. Ook werd gemeld dat RNI van een frequentie gebruik maakte die officieel was toegewezen aan een radiostation in Hongarije. Ook meldde de krant dat de afdeling radio en televisie van de P.T.T. de storing inmiddels ook had ontdekt en deze zo spoedig mogelijk een verslag zou uitbrengen van de bevindingen aan de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat. Immers diende een eventuele maatregel tegen RNI worden genomen van regeringszijde. Een andere opmerking van een woordvoerder van de P.T.T. werd toegevoegd: ‘Het zou een mooie mogelijkheid zijn om het Verdrag van Straatsburg tegen de zeezenders door de regering te ratificeren.’ Ook maakte men in het Parool bekend dat de Centrale Directie van de P.T.T. de eigenaren van Radio Nordsee International, het station dat vanaf het zendschip MEBO II actief was, gevraagd had de storing op te heffen die veroorzaakt werd op de uitzendingen van Hilversum III. Dit verzoek werd gedaan richting de eigenaren, die kantoor hielden in het Zwitserse Zürich. Een van de journalisten van het Parool nam zelf op 28 juli 1970 ook contact met de eigenaren van RNI die stelden niets te weten van de vermeende storingen: ‘de piratenleiders Erwin Meister (31) en Edwin Bollier (32) verblijven momenteel in Nederland. Erwin Meister: “Voor de Britse kust werden wij moedwillig gestoord. Nu liggen wij voor de Nederlandse kust om deze storing te ontlopen en het is helemaal niet onze bedoeling om een ander te storen. Dat we een van uw stations storen is ons niet bekend. Als we een klacht hierover ontvangen zullen we naar een andere golflengte moeten overgaan. De 217, 259 en 270 zijn eventueel ook mogelijk, maar zolang we niets officieel weten veranderen we niets.” De daarop volgende periode werd er in de diverse kranten het nodige geschreven over dit onderwerp. Zo was in het ‘Radio & TV Journaal’ in de Telegraaf op 30 juli 1970 te lezen dat de P.T.T. contact zocht met piratenzender’. Als opening werd het artikel begonnen met: ‘Wat in Hilversumse omroepkringen wordt beschouwd als een novum’, daarbij doelend wat niet mogelijk was vanuit deze kringen maar wel gebeurde door een ambtenaar van de P.T.T., die – vallend onder het ministerie van Verkeer en Waterstaat – een telegram had verstuurd aan de eigenaren van RNI. Er werd aan toegevoegd dat RNI, gestoord door een Britse stoorzender, genoodzaakt was haar zendschip te verkassen naar de internationale wateren voor de Nederlandse kust om op die manier de invloed van deze Britse stoorzender te ontlopen. En vervolgens schreef Henk E Janszen, destijds verantwoordelijk voor de voornoemde rubriek, dat het station wel genoodzaakt was geweest om voor de Nederlandse stranden op te duiken, maar vervolgens de uitzendingen van Hilversum III stoorde. Grote fans van RNI en Veronica hebben waarschijnlijk, al dan niet in gedachten, boos gereageerd op het vervolg van het artikel waarin werd gemeld: ‘Hilversum III is de tegenhanger van Veronica, Een ongestoord luistergenot van lichte muziek, annex reclameboodschappen, is het minste dat van de Nederlandse autoriteiten mag worden verwacht’ Redelijk opmerkelijk daar in de volgende jaren de redactie van de Telegraaf voornamelijk pro Radio Veronica was en niet voor Hilversum III. Bovendien werd de term ‘piratenzender’ weer gebruikt als het ging om de programma’s van RNI. ‘Als Radio Nordsee voor een kink in de kabel zorgt, lijkt het logisch dat de vaderlandse instanties hieraan iets gaan doen. In analogie met de Britse autoriteiten ook een stoorzender instellen?’ Janszen concludeerde wel dat Veronica, bij het inzetten van een stoorzender, in gedrang zou komen, een troetelkind van ontelbare schare radiofans in Nederland. Maar hij concludeerde ook dat een ambtenaar van de P.T.T. – in overleg met collega’s bij Verkeer en Waterstaat, een meer vriendelijke weg bewandelde middels het sturen van een telegram richting de eigenaren van RNI in Zürich, waarin melding werd gemaakt dat men storing veroorzaakte op een zender van de Hilversumse omroepen. Er werd daadwerkelijk geen verzoek gedaan om deze storing op te heffen, maar duidelijk diende het wel te zijn. En vervolgens waren de rapen gaar want vanuit het omroepwereldje in Hilversum ging men verbolgen een mening geven waaruit naar voren kwam dat men ‘een dergelijke hoffelijke benadering’ op zijn zachts gezegd maar te ver gaand vond. Een woordvoerder van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat reageerde laconiek op deze reactie; “Als er wordt gestoord dan bewandelen we altijd deze weg. Misschien dat de twee voor de kust opererende illegale zenders nu aanleiding kunnen zijn om bij wetsontwerp, op basis van het Verdrag van de Raad van Europa dat het optreden van piratenzenders onmogelijk wil maken, te gaan ondernemen.” Op 30 juli 1970 bracht het Parool het verontrustende bericht dat de uitzendingen van Radio Nordsee International nog meer storingen veroorzaakte. Zo werd er gestoord op het mobilofoonverkeer van de busonderneming West-Nederland N.V. te Boskoop. De directie van de onderneming had inmiddels een klacht ingediend bij mobilofoondienst van de PTT. In dit geval werd de storing veroorzaakt door interferentie met het FM-signaal van RNI. Een woordvoerder van de PTT deelde diezelfde ochtend mee dat de storing, veroorzaakt op de programma’s van Hilversum III, inmiddels was opgeheven. Van 1232 naar 1228 kilohertz was de zender aan boord van de MEBO II gewijzigd maar het betekende geen einde aan de storing op voornoemd mobilofoonverkeer. Een woordvoerder van de P.T.T. had gemeld dat men zou kijken welke maatregelen waren te nemen om de storingen op te heffen. De journalist van het Parool liet ook een woordvoerder van de busonderneming aan het woord waaruit bleek dat de storingen ernstige gevolg voor veiligheid konden veroorzaken: Zo was het niet mogelijk de binnenkomende gesprekken van buschauffeurs, die zich op meer dan 6 kilometer van de remise bevonden, goed te verstaan. Hierdoor had men al een hele week met vertragingen te maken en ontstond een onhoudbare zaak in vakantietijd. De busonderneming verzorgde busverkeer op verschillende lijnen in een groot stuk van het westen in de regio’s Den Haag tot en met Utrecht. Volgens een woordvoerder van de busmaatschappij, die 30 juli 1970 in de Volkskrant aan het woord kwam, werden door de storingen aansluitingen gemist en was de terugkoppeling van signalen vanuit de bussen op een bepaald moment geheel onmogelijk. Niet alleen werd door de eigenaren aanpassing van frequentie beloofd en uitgevoerd maar maakte men ook bekend dat RNI voorlopig alleen in het Engels en het Duits programma’s zouden uitzenden en de komst van Nederlandstalige programma’s, waarover diverse kranten een week eerder publiceerden, niet zouden worden opgestart. Dezelfde 30ste juli verdween RNI uit de ether. Op 3 augustus, nadat aan boord van de MEBO II de nodige technische aanpassingen waren verricht, was RNI weer te beluisteren en wel via de 1385 kHz dan wel de 217 meter middengolf. Ook kwam de kortegolfzender via de 6205 kHz in de 49 meter band die dag weer in de ether. In de donkere uren waren de middengolfuitzendingen minder goed te beluisteren door een interferentie met een Russisch radio station. Een dag later, op 4 augustus, kwam de FM zender van RNI ook weer in de ether en wel via de 96 MHz. Op 5 augustus 1970 tenslotte kwam de tweede kortegolfzender ook in de lucht en was te ontvangen via de 31 meter, 9940 kHz. Op 23 augustus verdween RNI van de 217 meter om vervolgens een dag later terug in de ether te komen via de 220 meter dan wel de 1367 kHz. De beslissing via de 220 meter uit te gaan zenden bleek een succesvolle zonder grote problemen met interferentie storingen. Meer nog grotere problemen zouden er volgen maar dat is voor een andere keer. Hans Knot 2026 Afbeelding: foto Noordhollandarchief Fotobureau De Boer3 punten
-
Donatieactie gestart voor MediaPages na claim rond beeldmateriaal
Voor MediaPages is een donatieactie gestart om webmaster Wim van de Water te ondersteunen na een onverwachte financiële tegenvaller. Het initiatief komt van Ferry Eden, die oproept om de website en haar beheerder een steuntje in de rug te geven. Wim van de Water is al ruim 25 jaar actief als beheerder van MediaPages, een website die zich richt op de geschiedenis van zeezenders, FM-piraten en regionale radio. In die periode heeft hij een groot archief opgebouwd met nieuws, verhalen en beeldmateriaal rond deze specifieke radiowereld. Zijn betrokkenheid bij het onderwerp gaat verder terug, onder meer als luisteraar in het zeezendertijdperk en later als actief deelnemer binnen diverse lokale en regionale radioprojecten. Na de Veronica-reünie in 1999 op 1224 AM in Lapershoek raakte hij opnieuw intensief betrokken bij het onderwerp, wat uiteindelijk leidde tot de verdere groei van MediaPages. Met hulp van oud-medewerkers uit de zeezenderperiode ontwikkelde de site zich in de afgelopen decennia tot een veel geraadpleegde bron binnen de liefhebbersgemeenschap. De huidige situatie ontstond nadat Wim een bericht ontving van het ANP over het gebruik van negen foto’s waarvoor auteursrechten gelden. Deze afbeeldingen zijn inmiddels verwijderd, maar desondanks volgt er een financiële claim van ruim 3.000 euro. Eerder had Wim na controles al beeldmateriaal waarvan de rechten onduidelijk waren verwijderd uit zijn archief. Voor Wim komt deze situatie onverwacht en zwaar uit, mede omdat de website geen inkomsten genereert en hij leeft van een bescheiden pensioen. De kosten komen volledig voor eigen rekening en vormen een grote last. Om die reden heeft Ferry Eden een donatieactie opgezet om ondersteuning te bieden. De oproep richt zich op iedereen die MediaPages en de inzet van Wim voor de zeezendergeschiedenis waardeert. Via donaties kan worden bijgedragen aan het dekken van de kosten en het voortbestaan van de website. Donaties kunnen worden gedaan via: https://www.mediapages.nl/donatie Afbeelding: Wim van de Water en Ferry Eden (foto Mediapages)3 punten
-
De nostalgische column van Hans Knot 9 mei 2026: DSC en North State Show
Een fervente volger van de programmering van Radio Veronica in de jaren zestig van de vorige eeuw is bekend met het gegeven dat er in de eerste jaren vooral korte programma’s, variërend in lengte van 15 tot 30 minuten, voorbij kwamen. En het merendeel van die programma’s werden echt niet opgenomen in het studiogebouw van Radio Veronica aan de Zeedijk – hoe mooi dat ze die locatie kozen – maar in de studio’s van een aantal reclamebureaus. In de eerste vijf jaren van uitzendingen van Radio Veronica is er door historici altijd gezegd dat er slechts twee vrouwen voor het station echt actief waren en wel de omroepster en eerste vrouwelijke stem via het station Ellen van Eck en de eerste deejay/presentatrice Tineke. In de afgelopen decennia heb ik vele lijstjes aangelegd, waaronder die van de vrouwen die op de een of andere manier betrokken waren bij de programma’s van de zeezenders, waaronder Radio Veronica. Daar zitten vele namen bij van dames die via een reclamebureau waren betrokken bij de gesponsorde programma’s, waarvan de directie van Radio Veronica in 1968 stelde dat dezen zouden worden stopgezet. Tot realisatie daarvan kwam het nooit helemaal want tot in de laatste week van uitzendingen van de zeezender Veronica noteerde ik destijds nog het door Fant gesponsorde en door Tineke gepresenteerde kwartiertje op de zondagmiddag. Nieuwsgierig naar het lijstje van presentatrices, die zeker niet compleet is? Radio Veronica: Ellen van Eck, Mies Bouwman, Brenda, Ellen, Anuschka, Tineke, Ger Ann Verweij, Ageeth Scherphuis, Annie M.G. Schmidt, Jasperina de Jong, Netty Rosenfeld, Hetty Blok, Karin Kraaykamp, Ida de Leeuw van Rees, Pia Beck, Jacqueline Hoes, Isabelle, Joekine van der Valk ook wel aangekondigd als Joekie, Tony Bouwman, Anita, Margot, Dimitra, Erny Köhlers, Madelon Heyen, Linda Goedhart, Annette, Calvo Roderiquez, Yoka Berretti, Adele Bloemendaal, Sylvia de Leur, Marijke van der Zon, Hanna Berk, Marjan Berk, Nienke, Mieke Verstraete, Hansje van Twist, Mieke Bos, Trees Gerards, Maria Ballings, Conny Stuart, Corinne Mude, Lies, Elisabeth Mooy, Enny Mols – de Leeuwe, Doctor Fantastica, Yvonne, Silvia, Laura, Edith Pels, Stella Priest, Loes en Marga, Maria Casella, Eydie Gormé, Anneke van Hooff, Miep Koopman, Denise Maes, Louise Reeder, Mieke van Veen, Ria Valk, Marlies van Alcmoer, Jerry Bey, Willeke Alberti, Rosita, Janinde van Wely en Ria Vrolijk. Je ziet ook een aanzienlijk aantal artiesten dat eens te gast was en verzocht werd een uurtje te presenteren of mede te presenteren. In ieder geval waren hun stemmen gehoord. En van die gesponsorde programma’s waren er voor de vaste luisterschare in die begin jaren van Radio Veronica een aantal programma’s dat vaak langs kwam. Men hield bij het station bij hoe vaak een programma was uitgezonden en in mei 1966 was in de kranten te lezen dat op de 21ste van die maand voor de 500ste keer een programma van DSC zou worden uitgezonden. DSC stond voor the Dutch Swing College Band en het programma werd betaald door de fabrikant van het sigarettenmerk North State. Het was uiteraard een commercieel getint programma waarin DSC Jazzmuziek promootte. Op die bewuste 21ste mei werd dus het 500ste programma uitgestraald via de 192 meter. De vraag is echter hoe de telling destijds is verlopen want op die zaterdag ging het programma liefst twee keer de ether in. Om kwart na 11 in de ochtend en om kwart voor 7 in de avond was het kwartiertje van North State te horen. En dus was het misschien het 250ste programma, als telkens ieder North State programma twee keer werd uitgezonden. In ieder geval was in dit jubileum programma de DSC te beluisteren waarbij zij de begeleiding verzorgden van The Sheperds, die ook enige nummers ten gehore brachten. En dit trio was niet alleen want in de daaraan voorafgaande North State show was een tal van artiesten hun vooraf gegaan. Wat de denken van Corry Brokken, Conny van den Bos (toen nog oude stijl), Ria Valk, Milly Scott, Rita Reys, Ilonka Biluska, Shirley, Trea van der Schoot (Dobbs), Edwin Rutten, Jerry Rix, Ronnie Tober en Tony Vos. En in die jaren werd er zelfs een plaatje in de markt gezet. In 1963 werd er met Rita Reys een single uitgebracht waarbij North State voornaam op de hoes aanwezig was en op de plaat tevens een North State promo was te beluisteren. Een object voor verzamelaars van reclameplaatjes. Hans Knot mei 20263 punten
-
Radio Caroline tweede in Britse merkverkiezing
Radio Caroline is in het Verenigd Koninkrijk op de tweede plaats geëindigd in een onderzoek naar de meest gewaardeerde handelsmerken. De poll werd uitgevoerd door het Intellectual Property Office (IPO) ter gelegenheid van 150 jaar merkregistratie en bracht in kaart welke merken door het publiek als bepalend voor de Britse identiteit worden gezien. Volgens de resultaten eindigde alleen Rolls-Royce boven Radio Caroline. De lijst laat zien hoe uiteenlopende merken, variërend van industrie tot cultuur en publieke diensten, stevig verankerd zijn in het collectieve geheugen. Het IPO benadrukte bij de bekendmaking dat Radio Caroline, dat in 1964 begon met uitzendingen vanaf de Noordzee, voor veel mensen symbool staat voor een periode waarin jongerencultuur in het Verenigd Koninkrijk een eigen stem kreeg. De zender wordt in de toelichting omschreven als een pionier die een generatie van muziek en een gevoel van onafhankelijkheid voorzag. Stationmanager Peter Moore gaf aan dat de hoge notering wordt gezien als erkenning voor de lange geschiedenis van het station en de band met luisteraars. Volgens hem is de trouw van het publiek, dat deels al sinds de tijd van de zeezenders betrokken is, een belangrijke basis geweest voor de ontwikkeling van het merk. Hij voegde daaraan toe dat Radio Caroline in de loop der jaren nieuwe luisteraars heeft bereikt en zich blijft aanpassen aan veranderende technologie, zonder de oorspronkelijke identiteit uit het oog te verliezen. De IPO-top 10 van meest gewaardeerde Britse handelsmerken is als volgt samengesteld: Rolls-Royce Radio Caroline Twinings Cadbury Bass Burberry Transport for London (TfL) roundel Calpol Mini BBC3 punten
-
Zendstation Erching in Beieren: omvangrijke langegolfinstallatie en veranderende functie
De Erching zendlocatie was een omvangrijke langegolf-zendinstallatie in de directe omgeving van Erching, een plaats in de gemeente Hallbergmoos in de Duitse deelstaat Beieren. De zender kwam tot stand in de vroege jaren 50 als een onderdeel van de uitzendactiviteiten van de Amerikaanse omroep Voice of America (VOA), waarmee programma’s over grote afstanden naar diverse delen van Europa werden verspreid. De installatie bleef operationeel gedurende meerdere decennia en kende uiteenlopende toepassingen en exploitanten. De bouw van de zender vond plaats tussen 1952 en 1953. De centrale antennestructuur bestond uit een 256 meter hoge stalen mast met een gevelde, tegen de aarde geïsoleerde constructie en twaalf kapvoet-spankabels. Op het moment van de inbedrijfstelling in 1953 beschikte deze faciliteit over een zendvermogen van 1000 kilowatt op een langegolffrequentie rond 173 kHz, waardoor het tot een van de krachtigste radiostations ter wereld behoorde. In de beginfase was de zendinstallatie primair bedoeld om radioprogramma’s van de Voice of America uit te zenden. Deze uitzendingen bereikten een breed publiek en hadden onder meer tot doel nieuws, informatie en programma’s in meerdere talen te verspreiden. Tijdens de periode van de Koude Oorlog speelde de zender een rol in de internationale mediacommunicatie, waarbij signalen gericht waren op gebieden binnen het bereik van de langegolf. Naast de Amerikaanse omroepactiviteiten werd vanaf 25 januari 1954 tot en met 31 januari 1964 een deel van de zendtijd gebruikt door RIAS 1, een radiostation dat eveneens via deze installatie programma’s verzorgde gedurende een vastgesteld aantal uren per dag. De installatie werkte met eigen dieselgeneratoren omdat de gebruikte frequenties en de bijbehorende netfrequentie van 60 Hz niet direct vanuit het openbare elektriciteitsnet konden worden gevoed. In 1973 werd de oorspronkelijke exploitatie van de zender beëindigd. Deze beslissing viel samen met een ontspannen geopolitieke situatie die de noodzaak voor grootschalige Amerikaanse uitzendingen vanuit deze locatie deed verminderen. Enkele jaren later werd de installatie in 1979 opnieuw ingezet voor tests van het navigatiesysteem LORAN-D, een radio-navigatiesysteem dat destijds werd onderzocht en getest. Kort daarna werd de zender opgenomen in de frequentie-toewijzing van de Duitse Bundespost, die de langegolffaciliteit gebruikte om het programma van de publieke omroep Deutschlandfunk uit te zenden. In het kader van deze activiteiten werd een nieuwe frequentie toegewezen, aanvankelijk 209 kHz en later 207 kHz na een aanpassing. De uitzendingen vonden gedurende de dag plaats binnen vaste tijdsblokken, maar nachtelijk gebruik was vanwege internationale afspraken en technische beperkingen niet mogelijk. Een technische uitdaging voor continu gebruik was de behoefte aan een richtstraalfrequentiekarakteristiek, wat een tweede antennemast vereiste. De benodigde uitbreiding kon echter niet worden gerealiseerd omdat op dat moment de bouw van de nieuwe luchthaven München-Franz-Josef-Strauss was gepland. Deze ontwikkeling verhinderde de plaatsing van extra antennes en maakte nachtelijke uitzendingen op de toegewezen frequentie onhaalbaar. Door de groeiende focus op andere zendlocaties en de komst van moderne technologieën werd in 1985 op een andere locatie, Aholming in de buurt van Deggendorf, een nieuwe langegolf-zendinstallatie gebouwd. Nadat deze site gereed was, werd de Erching-zender buiten gebruik gesteld en uiteindelijk ontmanteld. Sinds het einde van de radiodienstverlening bleef het terrein lange tijd ongebruikt liggen. In de loop der jaren werd het complex herhaaldelijk blootgesteld aan vandalisme, maar na een wijziging van eigendom zijn er regelmatig controles en beveiligingsmaatregelen getroffen om het terrein te beschermen. Tegenwoordig wordt de voormalige zendlocatie particulier beheerd en verhuurd voor film- en fotografieprojecten, waardoor de plaats nog een zichtbare herinnering vormt aan de geschiedenis van radio uitzendingen in de regio. Afbeelding: Erching zendlocatie (foto Wikimedia Commons)3 punten
-
Baken 16 neemt luisteraars opnieuw mee aan boord van de MV Mi Amigo
Baken 16 staat op zondag 1 maart tussen 12:00 en 14:00 uur in het teken van De Mi Amigo Tour, Deel 2. Op Mi Amigo Radio verzorgen Marc Jacobs, Bart van Leeuwen en Johan Visser een nieuwe virtuele rondleiding over de MV Mi Amigo, het voormalige zendschip dat een vaste plek heeft in de geschiedenis van de zeezenders. De eerste editie van de tour, die plaatsvond op 28 september 2025, trok veel belangstelling. Met het tweede deel krijgen luisteraars opnieuw de mogelijkheid om digitaal mee te lopen door de studio, de zenderruimte en de machinekamer van het schip. Daarbij wordt niet alleen stilgestaan bij de technische voorzieningen, maar ook bij het dagelijkse leven aan boord, waar dj’s en bemanningsleden onder bijzondere omstandigheden samenwerkten. Centraal in de uitzending staan acht foto’s die Marc Jacobs destijds aan boord maakte. Aan de hand van deze beelden vertellen de drie presentatoren verhalen over specifieke plekken op het schip en gebeurtenissen die zich daar hebben afgespeeld. Iedere foto vormt het vertrekpunt voor een afzonderlijk onderdeel van het programma, waarin herinneringen en achtergrondinformatie samenkomen. De acht genummerde foto’s zijn vooraf te bekijken via de Facebookpagina van Mi Amigo Radio. Tijdens de uitzending kunnen luisteraars de beelden erbij houden, zodat beeld en verhaal elkaar aanvullen en de rondleiding stap voor stap gevolgd kan worden. Daarmee krijgt het programma een interactieve invulling, waarbij het publiek actief kan meekijken terwijl de verhalen zich ontvouwen.3 punten
-
Historisch zendstation van Caltanissetta na meer dan 70 jaar gesloopt
Het Caltanissetta zendstation op de heuvel Sant’Anna bij Caltanissetta in Sicilië, Italië, was decennialang een belangrijke zendlocatie voor de langegolf, middengolf en kortegolf uitzendingen. Het station werd gebouwd in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog met de start van de constructie in 1949 en voltooid in 1951. Het hoofdonderdeel van de infrastructuur was een omnidirectionele antennemast van 286 meter hoog die, toen deze werd opgetrokken, de hoogste constructie van Italië was en tot 1965 ook de hoogste structuur van Europa. Door de ligging van de mast op een heuvel van 689 meter boven zeeniveau reikte de top zelfs tot ongeveer 975 meter boven zeeniveau, wat een uitstekend bereik bood voor radiotransmissie over grote afstanden. De mast en bijbehorende installaties werden ontworpen door een team ingenieurs en gerealiseerd door de Italiaanse constructiemaatschappij CIFA (Compagnia Italiana Forme e Acciaio). Vanaf de opening op 18 november 1951 functioneerde de faciliteit als zendstation voor de openbare omroep RAI, en speelde het een nationale rol in de verspreiding van radioprogramma's over Sicilië, het Italiaanse vasteland en het gebied rond de Middellandse Zee. De locatie omvatte antennes voor uitzendingen op verschillende golflengten, wat toen moderne communicatietechnologie vertegenwoordigde en een belangrijk communicatieknooppunt vormde. Gedurende de tweede helft van de twintigste eeuw nam het gebruik van de faciliteit geleidelijk af. Dit hing samen met de afname van luisteraars op de langegolf, middengolf en kortegolf en de hoge kosten voor onderhoud en exploitatie van de apparatuur. Vanaf het einde van de 20e eeuw gingen de diensten teruglopen; de kortegolf-uitzendingen werden rond 2003 beëindigd, de langegolfdienst volgde in augustus 2004 en het middengolf-signaal bleef in gebruik tot ongeveer september 2012, maar met zodanig verminderd vermogen dat de ontvangst vooral lokaal was. De afbouw van de exploitatie weerspiegelde de bredere trend waarbij traditionele amplitude-modulatietechnologieën plaatsmaakten voor moderne digitale en internetgebaseerde platforms. Door de jaren heen ontstond onder inwoners en lokale organisaties waardering voor de zendmast als een herkenbaar element in het landschap van Caltanissetta en als herinnering aan de rol van de locatie in de ontwikkeling van radiocommunicatie in Italië. Op 22 september 2012 werd de site formeel aangemerkt als cultureel erfgoed door de regionale autoriteiten en kort daarna verwierf de gemeente Caltanissetta de mast, de omliggende grond en de gebouwen in een poging te voorkomen dat de antenne zou worden gesloopt. Met de aankoop in november 2013 wilde de stad niet alleen het behoud van de structuur veiligstellen, maar ook mogelijkheden onderzoeken om het gebied open te stellen voor publiek gebruik als park en potentieel museum rond het thema radiogeschiedenis. Toch werd de stalen mast op 23 juli 2025 volledig gesloopt na langdurige discussies over de toestand van de constructie en de kosten van onderhoud. De beslissing tot verwijdering volgde mede omdat de mast inmiddels in onbruik was geraakt en door veroudering als onveilig werd beschouwd. De sloop maakte een einde aan een radiotechnische erfenis die meer dan zeven decennia had geduurd, met een bouwwerk dat decennialang boven de Siciliaanse heuvels uittorende en fungeerde als signaalpunt voor luisteraars van verschillende generaties. Afbeedling: Caltanissetta (foto Wikimedia Commons)3 punten
-
De nostalgische column van Hans Knot: 20 december 2025
We zijn al weer aangeland bij de laatste nostalgische column van 2025. Laten we maar eens kijken wat ons veertig jaar geleden zo bezighield op media, muziek en andere gebieden. Het begon allemaal op dinsdag 1 januari in het Paleis op de Dam in Amsterdam waar Prins Claus voor Nederland ‘Het Europees Jaar van de Muziek’ opende. Hij deed dat door een noot aan te slaan op het carillon van de beiaard in de toren van het paleis. In een zestigtal Nederlandse steden gaven beiaards op de carillons vervolgens van 12.00 tot 13.00 concerten met composities van Scarlatti, Händel en Bach. De muziek van deze drie componisten was gekozen daar alle drie 300 jaar eerder waren geboren in 1685. De plechtigheid vormde de inleiding tot de jaarlijkse televisie-uitzending van het traditionele Nieuwjaarsconcert in Wenen, dat door de Eurovisie in de aangesloten landen werd uitgezonden. Het jaar 1985 was door de Raad van Europa en het Europees Parlement uitgroepen tot het jaar van de Muziek. Prins Claus was gevraagd de opening voor Nederland te verrichten gezien zijn voorzitterschap van het Nationaal Comité Europees Jaar van de Muziek. Hij stelde dat de herdenking van deze drie componisten een waardig onderwerp kon zijn tot het bevorderen van meer eenheid in Europa. Trouwens was Prins Gemaal Claus niet op dat tijdstip aanwezig in het Paleis op de Dam maar werd een beeldregistratie uitgezonden; hij verbleef namelijk met de jaarwisseling met de Koninklijke familie in het gebruikelijke wintersport stadje Lech, in Oostenrijk. Op 1 januari kwam er ook een verandering tot stand in de programma’s van Radio Noord en zes andere regionale radiostations. Er was namelijk besloten door de NOS leiding, verantwoordelijk voor de regioradio’s, dat men de landelijke STER-reclameblokken diende op te nemen in de programmering. Dergelijke blokjes varieerden in lengte tussen 1 en 2 minuten. De ingeleverde zendtijd werd echter wel op een ander tijdstip teruggeven. Het was trouwens een gevolg van de wijziging van zendtijdbeschikking die de toenmalige minister van WVC, Brinkman, had doorgevoerd. Er dient wel vermeld te worden dat de regionale radiostations mede gefinancierd werden uit de opbrengsten van de STER-reclame. Minister Brinkman meldde tevens begin januari 1985 niet van plan te zijn tot het laten bouwen van nieuwe FM-zenders, waardoor het mogelijk kon worden dat de landelijke en regionale radio konden gaan samenwerken via Radio 1 en er een landelijke dekking kon worden gecreëerd. De planning was dat die mogelijkheid per 1 oktober dat jaar zou worden ingevoerd. Op het Ministerie van WVC had men bedacht dat voor een dergelijke opzet er minstens 23 zenders nodig waren, terwijl er op dat moment maar 12 actief waren. Brinkman stelde dat, zo lang er niet in alle provincies gedegen regioradio zou worden verzorgd, de kosten voor de bouw op de begroting van de landelijke omroepen zou drukken, De kosten van de bouw van de zenders werd destijds op 8 miljoen gulden begroot. Daar kwamen nog de eventuele exploitatiekosten bij. Alles bij elkaar verdween het plan in de ijskast van WVC. In januari 1985 werden ook de resultaten bekend van een enquête omtrent de door VOO ontvangen boetes inzake de overtreding van de geldende reclameregelgeving voor publieke omroepen. Er werden 500 Nederlanders voor deze enquête met een vragenlijst benaderd. De helft van deze personen, allen 16 jaar en ouder, gaf aan het oneens te zijn met het gevoerde reclamebeleid op de televisie, zoals door de toenmalige minister van WVC werd toegepast. Dit bleek uit een steekproef van het bureau Interview, uitgevoerd in opdracht van de Veronica Omroep Organisatie. Van de ondervraagden vond 50% het onjuist dat de minister de omroepen kan bestraffen omdat zij de reclameregels hadden overtreden. 46% was van mening dat de minister dit wel kon doen en 4% had geen duidelijke mening. Liefst 84% was van mening dat de boetes, zoals gegeven, veel te hoog waren. Slechts 7% van de ondervraagden vond het terecht dat de boetes waren uitgedeeld en de andere 9% had geen mening. Opmerkelijk in januari 1985 was ook het verzoek vanuit de directie van de TROS gericht aan minister Brinkman om een meer soepel beleid te gaan voeren tegen de destijds actieve landpiraten in Nederland. Schrik niet want een toenmalige peiling had uitgewezen dat er zo’n 50.000 piraten actief waren in Nederland. Uiteraard niet allen tegelijk en ging het vooral om stations die in verloren uurtjes de zender opwarmden voor een kort verblijf in de ether. In de brief van de TROS stelde men dat de piraten duidelijk in een behoefte aan reclame van het lokale bedrijfsleven voorzagen. Men bestreed tevens dat de piraten een vrees waren voor de inkomsten van de STER-reclame. Men voegde er aan toe dat men bij de STER alleen hoefde te vrezen voor minder inkomsten uit reclame door de komst van satelliet televisiestations als bijvoorbeeld Sky Radio. Statistische gegevens inzake radio hebben mij altijd geïnteresseerd, zo ook in 1985. Van de 1,07 miljard Chinezen kon 65% destijds luisteren naar een radioprogramma verzorgd door een van de 122 radiostations die in het immense land actief waren. Diverse programma’s werden destijds via 184 frequenties uitgezonden met een opbrengst van totaal 2165 uur aan programma’s per etmaal. In 2618 plaatsen had men al beschikking over kabelradio. Anno 2025 zijn er liefst meer dan 3000 radiostations in China, waarbij het aantal inwoners is gestegen tot ruim 1,4 miljard. Tot slot van de nostalgische column even terug naar een overzicht van alle TROS Paradeplaten in het jaar 1984, dat destijds werd samengesteld door Ton van Draanen en gepubliceerd werd in het Freewave Media Magazine. Ik wens U een Zalig Kerstfeest en een prachtig 2026. Hans Knot, 20 december 2025.3 punten
-
Steun Radio Tpot: samen houden we de zender in de lucht
Radio Tpot vraagt zijn luisteraars om steun om het station in de lucht te houden. Het radiostation geeft aan dat de kans klein is dat een grote suikeroom of tante zich meldt om het geheel te financieren. Daarom wordt er een beroep gedaan op veel kleine bijdragen: “Vele kleintjes maken één grote.” Luisteraars kunnen op verschillende manieren bijdragen. Zo is het mogelijk om een kleine donatie persoonlijk langs te brengen, waarbij een rondleiding door het radiostation als dank wordt aangeboden. Voor wie dat niet mogelijk is, biedt Radio Tpot de optie van een overschrijving. Alle ontvangen donaties worden volledig besteed aan het onderhoud en de exploitatie van het radiostation. Er blijft niets aan de strijkstok kleven. Radio Tpot benadrukt dat iedere bijdrage helpt om het station draaiende te houden en de programma’s voor de luisteraars te kunnen blijven uitzenden. Het radiostation heeft een trouwe schare luisteraars die op deze manier actief kunnen bijdragen aan het voortbestaan van hun favoriete zender. Donaties kunnen worden gedaan via de website van Radio Tpot.3 punten
-
Archiveringsproject rond Radio Veronica afgerond bij Beeld & Geluid
Het historische archief van Radio Veronica uit de periode als zeezender is na een langdurig traject afgerond en definitief ondergebracht bij Beeld & Geluid. Honderden documenten en foto’s zijn na jaren van inventariseren, beoordelen en beschrijven opgenomen in het nationale media-archief. Daarmee is een belangrijk deel van de Nederlandse mediageschiedenis duurzaam toegankelijk gemaakt voor onderzoekers, journalisten en andere geïnteresseerden. Het archiveringsproject kent een lange voorgeschiedenis en vindt zijn oorsprong in 1999. In de daaropvolgende jaren is stap voor stap gewerkt aan het bijeenbrengen en ordenen van materiaal dat een breed beeld geeft van de ontwikkeling en het functioneren van Radio Veronica als zeezender. Het archief bestrijkt zowel de beginjaren als de periode waarin de activiteiten op zee werden beëindigd. De verzameling bestaat uit een grote verscheidenheid aan documenten. Het gaat onder meer om financiële stukken, interne memo’s en correspondentie met instanties zoals de NOS en het ministerie van CRM. Ook dossiers rondom de oprichting van de Stichting Nederlandse Top 40 in 1974 maken deel uit van het archief, evenals documenten die betrekking hebben op de liquidatie van de Veronica cv in 1976. Daarnaast zijn er persoonlijke aantekeningen opgenomen waarin onderhandelingen en organisatorische besluitvorming worden toegelicht. Volgens de betrokkenen was het project niet alleen van historisch belang, maar had het ook een persoonlijke lading. Het opnieuw doornemen van stukken uit een bepalende periode in de eigen loopbaan riep herinneringen op en bleek soms confronterend. Tegelijkertijd werd duidelijk dat archiveren meer omvat dan het bewaren van alles wat beschikbaar is. Het proces draaide ook om het maken van keuzes, het duiden van context en het blijvend toegankelijk maken van relevante informatie, waarbij niet elk document automatisch behouden bleef. Het samenstellen van het archief was alleen mogelijk door de medewerking van oud-collega’s die hun eigen archieven en herinneringen beschikbaar stelden. Daarbij speelden onder anderen Ad Bouman, Juul Geleick en Niels Zack een belangrijke rol. Hun bijdragen hielpen om lacunes te vullen en om gebeurtenissen beter te plaatsen binnen de bredere geschiedenis van Veronica. Met de afronding van het archiveringsproject is ook een eerder gedane toezegging aan Willem van Kooten ingelost. Naast de fysieke en digitale overdracht aan Beeld & Geluid blijft ook de website www.norderney192.nl bestaan. Deze site fungeert als aanvullend digitaal naslagwerk en biedt achtergrondinformatie bij de zeezenderperiode van Radio Veronica, waarmee het verhaal voor een breed publiek toegankelijk blijft. Afbeelding: Zendschip Norderney (foto Nationaal Archief-Wiki Commons)3 punten
-
De nostalgische column van Hans Knot 22 november 2025
Soms komt er een berichtje tevoorschijn die je, ondanks intense research, nooit eerder is opgevallen en je meteen prikkelt. Ik denk even terug aan de uitgebreide artikelen die in 1971 verschenen in de Telegraaf ter promotie van een boek van Paul Harris, schrijver en auteur van de Impulse Uitgeverij in Schotland. Allerlei verhalen, al dan niet met goed research geschreven maar ook de nodige uitglijders die eindigden ver naast de waarheid. Zo verhaalde hij over de slechte start van RNI in 1970 en de financiële ontwikkelingen. Maar ook zijn verhalen omtrent de vermeende banden die de eigenaren van RNI, de Zwitsers Meister en Bollier, zouden hebben met het communistische regime in de DDR. Maar hij betrok tevens in zijn verhalen, onder de titel ‘Mysteries rond Radio Nordsee’ de ontwikkelingen die een jaar eerder hadden plaats gevonden rondom Capital Radio. De serie betrof een voorpublicatie voor het boek ‘To be a Pirate King’, dat door zijn uitgeverij in 1971 op de markt werd gebracht. Het waren pagina grote artikelen die niet alleen de zeezenderfans boeiden maar ook door andere lezer gretig tot zich werden genomen. Als je nu het boek zou herlezen en de artikelen nog een keer zou beschouwen dan zal dat met een knipoog gebeuren en bij herhaling de vraag naar boven komen waar Paul Harris mee bezig was en wat het doel was van het brengen van gedeeltelijke misinformatie. In ieder geval kwam het erop neer dat het radiogebeuren vanaf internationale wateren in een slecht daglicht kwam bij bepaalde mensen. De serie artikelen leidde zelfs tot vragen in de Tweede Kamer door de heer A Te Pas, vertegenwoordiger namens de Nederlandse Middenstands Partij, waarin hij in schriftelijke vragen zelfs gewag maakte van de woorden: ‘Is de bewindsman bereid een onderzoek te doen instellen naar de financiële manipulaties van de Zwitsers Meister en Bollier…..?’ Vragen die gesteld werden aan de toenmalige ministers van Financiën en Verkeer en Waterstaat. Echter werd de brief gedurende lange tijd terzijde gelegd door het Kamerpresidium dat de gebruikte taal niet Parlement waardig vond. Later zou Te Pas nogmaals de vraag inbrengen met een andere intro: ‘financiële manipulaties’ werd vervangen door ‘financiële praktijken’. De artikelen serie bracht ook de nodige consternatie in de legerplaats Seedorf in West-Duitsland. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw was er nog sprake van Dienstplicht en veel van de soldaten gingen, na een periode van opleiding in kazernes in Nederland, voor een langere periode naar Frankrijk (La Courtine) of West Duitsland (Seedorf). Uiteraard waren in voornoemde legerplaatsen ook mogelijkheden tot ontspanning in de weekenden. In Seedorf had je bijvoorbeeld het Holland House waar activiteiten werden georganiseerd. Zo was het organiserend comité op het idee gekomen een avond te organiseren in oktober 1971 waarbij er een optreden zou zijn van de Radio Noordzee drive in show. Plaatsvervangende commandant Overste Walboom, verantwoordelijk voor ook het ontspannende deel binnen de legerplaats Seedorf—Hohne, was echter een trouwe lezer van de Telegraaf en mede de eerder vermelde artikelen van Paul Harris vond hij het nodig in te grijpen. Zo viel hij vooral op het gegeven dat de eigenaren van RNI in het geniep zich ook bezig hielden met de Oost-Duitse regering. Dit had tot gevolg dat geen enkele soldaat, gelegen in de West-Duitse kazerne, naar het Holland Huis mocht voor het bijwonen van de Radio Noordzee drive in show. In de Haagsche Post van 27 oktober 1971 werd gemeld: ‘De beroepshalve vaak door spionage paranoia aangevreten inlichtingendienst C.I.D. had dom genoeg geen gevaar gezien in het vermaak van de piratenzender. De overste besliste eigenzinnig anders en dat was de bewuste zaterdag in ieders harten toen het eerste plaatje ‘Ik heb eerbied voor jouw grijze haren’ aan hem werd opgedragen.’ Bij Radio Veronica had men in oktober 1971 een goede blik op te toekomst want in de Telegraaf was een artikel terug te vinden waarin de directie het recht op legalisering claimde van directeur Dirk Verweij. “Een positie waarbij de Veronica-formule via een legale weg kan worden voortgezet. Dit mede op basis van het feit dat er kan worden terug gezien op een elfjarig bestaan.” De directie verbond dit commentaar aan de uitslag van een enquête van de Nederlandse Stichting voor Statistiek, die in augustus dat jaar was gehouden. Volgens het onderzoek genoot Hilversum 3 landelijk een voorkeur bij het luisterpubliek in vergelijking met Radio Veronica en Radio Noordzee, maar was Veronica zonder meer de favoriet in de gebieden waar het station goed was te ontvangen. In die streken bleek dat 75% van de ondervraagden een voorkeur gaf aan de uitzendingen van Veronica. Ook wenste een behoorlijk aantal mensen, indien het zou komen te legalisering, een lidmaatschap nemen van de omroepvereniging Veronica. Het zou zelfs kunnen leiden tot een officiële A-status. En uiteindelijk werd Veronica op een bepaald moment ook veruit de grootste omroep van ons land onder de naam V.O.O. Hans Knot, 22 november 2025.3 punten
-
Van RTÉ Radio 1 tot Atlantic 252: Het verhaal van Clarkstown-zender op 252 kHz
Diep in het landelijke graafschap County Meath, Ierland, stond jarenlang het Clarkstown Radio Transmitter Station. Dit zendstation, dat werd gebouwd en gebruikt door RTÉ Radio 1, speelde een grootte rol in het verspreiden van Ierse radioprogramma’s naar een breed publiek, zowel binnen Ierland als ver daarbuiten. Met zijn imposante mast en krachtige zendvermogen zorgde Clarkstown ervoor dat luisteraars in afgelegen gebieden en zelfs op het Europese vasteland toegang hadden tot Ierse radio-uitzendingen. De oprichting van de zendlocatie De geschiedenis van het Clarkstown-zendstation begint in de jaren ‘80, toen de Ierse publieke omroep RTÉ (Raidió Teilifís Éireann) op zoek was naar een moderne zendlocatie om langegolfuitzendingen te faciliteren. Voorheen werden radiosignalen uitgezonden vanaf oudere installaties, maar de behoefte aan een krachtiger en stabieler signaal leidde tot de bouw van een nieuwe zendmast in Clarkstown, nabij Summerhill in County Meath. De locatie werd gekozen vanwege de gunstige geografische ligging en het vlakke terrein, wat essentieel was voor een efficiënte verspreiding van langegolfsignalen. Langegolf (LW) had destijds een groot voordeel: de signalen konden enorme afstanden afleggen en waren minder gevoelig voor atmosferische storingen dan kortegolf- of middengolfsignalen. Hierdoor was Clarkstown ideaal voor het bedienen van zowel Ierse luisteraars als de Ierse diaspora in het Verenigd Koninkrijk en andere delen van Europa. Het gebruik van de langegolfzender De belangrijkste gebruiker van de Clarkstown-zender was RTÉ Radio 1, de nationale radiozender van Ierland. De uitzendingen op 252 kHz begonnen in 1989, waarmee een nieuw tijdperk van langegolfuitzendingen werd ingeluid. De zender had een vermogen van 500 kW, waarmee het niet alleen heel Ierland bestreek, maar ook grote delen van het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en zelfs verder gelegen gebieden in Europa. Voor veel Ieren die in het Verenigd Koninkrijk woonden, was de langegolfuitzending van RTÉ Radio 1 een essentiële verbinding met hun thuisland. In die tijd was FM-radio nog niet overal beschikbaar en internetstreams bestonden nog niet, waardoor langegolf de enige betrouwbare manier was om Ierse radio buiten de landsgrenzen te beluisteren. Naast reguliere programmering, zoals nieuws, sport en entertainment, had de zender ook een belangrijke functie als noodcommunicatiekanaal. Bij nationale crises kon RTÉ via Clarkstown belangrijke berichten verspreiden die een groot deel van de bevolking konden bereiken. Internationale samenwerking: Teamwork met Atlantic 252 Hoewel de Clarkstown-zender voornamelijk werd gebruikt voor RTÉ Radio 1, kreeg het internationale bekendheid dankzij een andere invloedrijke gebruiker: Atlantic 252. Dit commerciële radiostation werd in 1989 opgericht als een joint venture tussen RTÉ en CLT (Compagnie Luxembourgeoise de Télédiffusion, nu RTL Group). Atlantic 252 was een pop- en hitradiostation dat zich richtte op een jong publiek in het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Omdat FM-frequenties beperkt waren en middengolf vaak als ouderwets werd beschouwd, bood de krachtige langegolfzender van Clarkstown op 252 kHz een unieke mogelijkheid om een breed publiek te bereiken. Het station werd enorm populair in de jaren ‘90, vooral omdat het een non-stop muziekformule bood die vergelijkbaar was met wat commerciële FM-stations deden, maar dan met een veel groter bereik. Atlantic 252 werd in heel het Verenigd Koninkrijk en Ierland beluisterd en had zelfs luisteraars op het Europese vasteland. In 2001 stopte Atlantic 252 met uitzenden en werd de frequentie teruggegeven aan RTÉ, dat de zender vanaf dat moment uitsluitend gebruikte voor RTÉ Radio 1. Het bereik van de Clarkstown-zender Dankzij het hoge zendvermogen van 500 kW was Clarkstown een van de sterke langegolfstations in Europa. Het signaal van 252 kHz kon zonder problemen heel Ierland en het Verenigd Koninkrijk bestrijken. Maar de invloed reikte nog verder: Overdag was de zender goed te ontvangen in Frankrijk, België, Nederland en delen van Duitsland. ‘s Nachts, wanneer radiosignalen via de ionosfeer verder reizen, kon RTÉ Radio 1 via Clarkstown worden gehoord in Noord-Spanje, Scandinavië en Oost-Europa. Er zijn zelfs meldingen van ontvangst in Canada en de oostkust van de Verenigde Staten, al was dit afhankelijk van atmosferische omstandigheden en de gebruikte radioapparatuur. Dit maakte de zender van grote waarde voor de Ierse gemeenschap in het buitenland, die zo een direct contact met het moederland kon behouden. De afbouw van langegolfuitzendingen In de loop van de 21e eeuw veranderde het radiolandschap drastisch. De opkomst van digitale radio (DAB), internetradio en satellietuitzendingen verminderde de noodzaak van langegolfuitzendingen. Hoewel RTÉ Radio 1 nog steeds een trouw publiek had via 252 kHz, werd het onderhoud van de krachtige zender steeds duurder. RTÉ kondigde meerdere keren plannen aan om de langegolfzender te sluiten, maar vanwege protesten van Ieren in het buitenland werd dit telkens uitgesteld. Toch werd de druk om kosten te besparen groter, en op 14 april 2023 werd de Clarkstown-zender definitief uitgeschakeld. Dit betekende het einde van een tijdperk waarin langegolf een belangrijke rol speelde in de Ierse radiocultuur. Afbeelding: De Clarkstown zendlocatie (foto's Wiki Commons)3 punten
-
Radiostation Arctic 252 tijdelijk uit de lucht, nieuwe frequentie aangevraagd
Het radioproject Arctic 252 is tijdelijk stilgelegd. De beslissing volgt na de ontmanteling van de oude antenne op de oorspronkelijke locatie, die door de omvang en het gewicht lastig te verplaatsen bleek. De werkzaamheden om de installatie te verplaatsen en opnieuw op te bouwen liepen hierdoor aanzienlijke vertraging op. Met het aanbreken van de winter is besloten om de verdere werkzaamheden pas volgend jaar te hervatten. De antenne is inmiddels volledig verwijderd en ligt in onderdelen opgeslagen. De heropbouw zal pas in de zomer plaatsvinden, wanneer de weersomstandigheden gunstiger zijn en voldoende technische ondersteuning beschikbaar is. Naast de antenne moeten er nog extra onderdelen worden aangeschaft, waaronder een nieuwe audioprocessor die essentieel is voor de toekomstige uitzendingen. Tijdens deze periode van stilte heeft het team van Arctic 252 gebruikgemaakt van de gelegenheid om een nieuwe langegolf (LW) frequentie aan te vragen. De aanvraag is goedgekeurd en inmiddels doorgestuurd naar de Internationale Telecommunicatie-unie (ITU) voor verdere verwerking. Hoewel de procedure tijd in beslag zal nemen, is de verwachting dat het station komend jaar over een storingsvrije frequentie kan beschikken. De keuze om te wachten met herstarten hangt samen met de wens om het project op gezonde basis voort te zetten. De huidige tijdelijke antenne bood onvoldoende bereik, mede doordat op de gebruikte frequentie al een krachtige zender actief is die zelfs in het uitzendgebied van Arctic te horen is. Het team blijft vastberaden om de werkzaamheden volgend jaar voort te zetten. Zodra de antenne is opgebouwd en de nieuwe frequentie is bevestigd, hoopt Arctic 252 opnieuw van zich te laten horen.3 punten
-
Orlunda’s radiosignaal: Een echo uit het verleden
In het hart van Zweden, nabij de stad Vadstena, ligt de historische zendlocatie Orlunda. Deze faciliteit speelde een grote rol in de Zweedse radio-uitzendingen gedurende de 20e eeuw. De plannen voor een geavanceerde langegolfzender ontstonden al in de jaren 40. De bestaande zender in Motala voldeed niet meer aan de eisen; hij was verouderd en inefficiënt, en het signaal vervaagde al op 80 kilometer afstand. Na uitgebreid onderzoek werd een locatie ten oosten van Vadstena geselecteerd voor de nieuwe zender. De bouw begon in 1958 onder leiding van ingenieur Folke Strandén. Hij ontwierp een ringantennesysteem met een centrale mast omringd door vijf antennes, verbonden met twee 300 kW zenders van Compagnie Français Thomson-Houston (CFTH). De zender zelf werd ondergronds geplaatst in een betonnen bunker met muren van 1,5 meter dik, ontworpen om een mogelijke Sovjet-luchtaanval te weerstaan. Alle kabels naar en van de faciliteit werden eveneens ondergronds gelegd. De twee zenders konden zowel onafhankelijk als gezamenlijk worden gebruikt en maakten gebruik van CFTH’s kenmerkende “Vapotron” stoomgekoelde buizen. Het antennesysteem was ontworpen om een grondgolf te produceren, bedoeld om interferentie met verre zenders op dezelfde frequentie te voorkomen. De centrale antenne, met een hoogte van 250 meter, werd omringd door secundaire antennes van elk 200 meter hoog, geplaatst in een ring op 630 meter afstand van de centrale mast en van elkaar. In mei 1961 werd de bouw voltooid en de zender officieel ingehuldigd door Prins Bertil. Het jaar daarop begon de zender met het uitzenden van Sveriges Radio’s Programma 1 op 191 kHz. Dankzij het verbeterde bereik en het hogere vermogen konden honderdduizenden luisteraars in centraal Zweden genieten van een helder radiosignaal. Zelfs in het noorden van Zweden was de zender ’s nachts te ontvangen. Ondanks zijn technologische vooruitgang kende de Orlunda-zender ook uitdagingen. Sommige inwoners klaagden over interferentie met elektrische apparaten, zoals telefoons en muziekinstrumenten. Bovendien veroorzaakte de nabijgelegen spoorlijn trillingen die de gevoelige apparatuur konden verstoren. Om deze problemen aan te pakken, werden diverse technische aanpassingen doorgevoerd. In de loop der jaren nam het belang van langegolfuitzendingen af door de opkomst van FM-radio en andere technologieën. Dit leidde uiteindelijk tot de sluiting van de Orlunda-zender in 1991. In 2000 werd de faciliteit overgenomen door een voormalige medewerker, Ragnar Gustafsson, die zijn voormalige werkplek koesterde. Tegenwoordig doet de locatie dienst als museum, waar bezoekers een kijkje kunnen nemen in de rijke geschiedenis van de Zweedse radio-uitzendingen en de technologische innovaties die de Orlunda-zender ooit tot een baken in de ether maakten. Afbeelding: Orlunda (foto's Wiki Commons)3 punten
-
De nostalgische column van Hans Knot 27 september 2025: Waarschuwingen volop
Terwijl er nog lang geen enkele beweging was te zien voor de kust van Noordwijk, waren er in februari 1964 al tal van wijzende vingers terug te vinden in de Dagbladpers en werd er ook volop vanuit Den Haag gewezen op komende maatregelen tegen de exploitanten van een platform dat radio en televisie-uitzendingen zou gaan verzorgen voor de Nederlandse westkust. Zo meldde een journalist van het Parool reeds op 6 februari dat de regering plannen had om maatregelen te nemen tegen het televisie-eiland. Overleg was er inmiddels op grootte schaal tussen deskundigen en vertegenwoordigers van diverse ministeries om te kijken welke wettelijke mogelijkheden er waren om op te kunnen treden, waardoor het uitzenden van radio en televisieprogramma’s vanaf een kunstmatig eiland onmogelijk zou kunnen worden gemaakt. Vast stond op dat moment wel dat op grond van de toenmalige wetgeving het nemen van maatregelen niet mogelijk was. ’In Den Haag bestaat echter de indruk dat de regering Marijnen het toch zoekt in de internationale wetgeving of wellicht overweegt eigen maatregelen te nemen. De moeilijkheid is dat wanneer de regering werkelijk beslist maatregelen te nemen tegen de plannen van de Radio Exploitatie Maatschappij N.V. zij ook Radio Veronica zal moeten aanpakken.’ Tot op dat moment was de regering Marijnen, als wel die van zijn voorganger De Quay, steeds huiverig geweest om maatregelen tegen de exploitanten van Radio Veronica te nemen. Men had dit natuurlijk gemakkelijk kunnen doen door de Scandinavische landen en België te volgen, die een aanpassing in hun wetgeving hadden gemaakt, waardoor actie kon worden ondernomen en uitzendingen waren gestaakt in internationale wateren. Deze landen gingen echter verder dan het ontwerp akkoord van het latere Verdrag van Straatsburg te ondertekenen, waarin alleen gesproken werd van zenders aan boord van schepen of luchtvaartuigen, die het radioverkeer stoorden. De Nederlandse deskundigen waren er al wel achter gekomen dat de ontwerpakkoord in de toekomst geen uitkomst bood, aangezien daarin niet werd gesproken van een kunstmatig eiland. De redactie van de journalist van het Parool verwachtte dat er derhalve een aanvulling op het akkoord diende te worden voorgesteld in Straatsburg. Een journalist van dezelfde krant wist op 15 februari 1964 te melden hoe de situatie in Den Haag ervoor stond: ‘Op het ogenblik is de stand van zaken zo, dat men nog voornamelijk op het departement van Justitie bezig is met de formulering. Daarna moeten de juridische experts van het ministerie van Onderwijs Kunsten en Wetenschappen zich er ook nog eens over buigen, alvorens het ontwerp rijp is voor behandeling in de ministerraad. Zelfs al zouden de leden van de Tweede Kamer bereid zijn op korte termijn tot openbare behandeling over te gaan, dan blijft nog de senaat, die zich niet snel laat pressen, een tijdrovend tussenstation voordat het ontwerp tot wet zal zijn verheven. Inmiddels zal men bij de REM niet stil hebben gezeten en wellicht spoed achter de verdere bouw van eiland en zendmast hebben betracht.’ Opmerkelijk was een uitspraak die half februari 1964 werd gedaan door de voorzitter van de Tweede Kamer, drs. W.K.N. Schmelzer. Tijdens het KVP Appèl, een bijeenkomst van elite leden van de toen grootste partij van Nederland, verklaarde hij dat Radio Veronica in een behoefte voorzag, niet alleen als een reclamemogelijkheid voor het bedrijfsleven, maar ook omdat de luisteraars ontspanningsmuziek wilden. Bij het overwegen van een eventuele maatregelen en bij het gebruik van eventuele radionetten kon men zijn inziens niet aan deze nuchtere feiten voorbijgaan. Het was een wonderbaarlijk verfrissend geluid van de fractieleider van de Katholieke Volks Partij, die destijds ook nauw verbonden was aan het zuilenstelsel. Er was dan ook reden om zich af te vragen of de gedane meningsuiting van drs. Schmelzer namens het grootste gedeelte van zijn fractie gedaan was. Aangenomen mag worden dat dit niet het geval was. Even eerder had er een televisiedebat plaatsgevonden waarin politici zich uitspraken over de door het vorige kabinet, de Quay, ingediende televisienota en bleek dat de KVP leden duidelijk waren beïnvloed door een lobby vanuit de Katholieke Radio Omroep, KRO. Wel concludeerde een journalist van de Telegraaf op 15 februari dat gezien de verklaring van drs. Schmelzer men zou kunnen verwachten dat er eindelijk eens meer beweging zou kunnen komen in de verstarde omroepproblematiek. Eind februari 1964, toen de tussenbehandeling van de Rijksbegroting ter sprake kwam in de Eerste Kamer, heeft minister Scholtens – tussen neus en lippen door - laten weten dat de regering met een wetsontwerp bezig was tegen de plannen van de REM. In een kort na het debat verschenen artikel van de pen van de Volkenrechtsgeleerde prof. dr. J.P.A. François, in de International Spectator van 28 februari 1964, gaf deze te kennen het optimisme van de kandidaat exploitanten, dat hun van overheidswege niets in de weg zou kunnen worden gelegd, niet te delen. De schrijver achtte het mogelijk dat dit optimisme, mede in de hand gewerkt door de vooral zwijgzame houding van de Nederlandse regering, niet het zijne was en hij de regering adviseerde dat ‘grotere mededeelzaamheid inzake nuttig zou zijn.’ Professor François achtte het tevens duidelijk dat met een kunstmatig eiland in zee een volkomen onaanvaardbare rechtsvacua zou worden geschapen, wanneer zij zouden worden beschouwd als ‘niemandsland’. Hij wees er in zijn artikel tevens op, dat wanneer dergelijke eilanden – doordat ze zich buiten de territoriale wateren bevonden – onttrokken zouden zijn aan iedere rechtsgezag, deze broedplaatsen voor wandaden en een asiel voor internationaal gespuis zouden kunnen worden. Wel wees hij erop dat overal op de wereld kunstmatige platforms waren geplaatst, onder meer voor oceanografische doeleinden of voor het plaatsen van radarinstallaties, maar dat deze installaties in volle open zee waren geplaatst met toestemming en dus onder rechtsgezag van de betreffende staat waren geplaatst. Het stond volgens de Volksrechtsgeleerde niets in de weg aan de staat, die benadeling van zijn plannen door een kunstmatig eiland wil voorkomen, maatregelen te nemen. ‘Dergelijke eilanden voeren geen vlag en er is geen staat, die hen krachtens het volkenrecht in bescherming neemt.’ Zou de kuststaat niets doen, dan zouden andere staten kunnen ingrijpen op grond van het feit, dat schepping van dergelijke rechtsvacua in de toenmalige statenwereld een bedreiging van hun belangen vormde en derhalve niet meer kon worden geduld. Professor François sloot dit deel van zijn artikel af met: ‘Het beginsel van de vrijheid van de zee eist het tolereren van dergelijke eilanden allerminst.’ In het interview met ‘Het Parool’ kwam de waarschuwende vinger richting de plannenmakers achter de REM: “Zoals er het er thans uitziet lopen de energieke plannenmakers groot gevaar hun geld in het zeewater te gooien. Constructies, gelijk zij beogen, zijn voor de internationale statengemeenschap in het algemeen, en voor de kuststaten in het bijzonder, eenmaal onaanvaardbaar.” Maar Radio Veronica kwam ook op een andere manier naar buiten en wel met een berichtje dat men liet plaatsen in ‘Televizier’ van 22 februari 1964, waarin men de luisteraars en lezers waarschuwde voor bepaalde personen die zich voor een medewerker van Radio Veronica per telefoon voordeden. Ze stelden dan een vraag aan de getelefoneerde persoon en bij een goed antwoord werd een prijs, variërend van een grammofoonplaatje tot een bedrag van f 1000,-- in het vooruitzicht gesteld. In het persbericht stelde de leiding van Radio Veronica: ‘Wij vestigen echter de aandacht op, dat Radio Veronica nooit zulke quizprogramma’s heeft gehad of zal hebben, zodat wij U aanraden niet op deze telefonische grappen in te gaan.’ Dezelfde maand werd ook bekend dat Tony Vos, programmaleider bij Radio Veronica, dit stokje ging overdragen aan Hans Oosterhof. Tony Vos, die voor zijn tijd bij Radio Veronica al in dienst was van Philips, had een uitnodiging gekregen om bij de dochteronderneming NV Phonogram in dienst te treden als producer van Nederlandse artiesten en muzikanten voor de door de NV uitgebrachte platen op het Philips, Decca en Fontana label. Precies halverwege de maand februari verliet hij, na bijna vier jaar, ‘het station waar muziek in zit’. In de periode rond het vertrek waren in diverse kranten en tijdschriften her en der korte en langere interviews met Tony Vos te lezen, waarbij hij over zijn tijd bij Veronica zei: “Het was toch een tijd waarin je alles kon, mocht en moest doen. Het was de tijd van de echte pioniersgeest en bijzonder leuk om mee te hebben gemaakt. Ik neem daarom ook met weemoed afscheid van Radio Veronica en vergeet niet dat ik er zesenveertig maanden lief en leed van mensen in Hilversum, aan die van boord als wel de luisteraars heb gedeeld.” En over de overstap naar Phonogram: “Vroeger werkte ik voor de reclameafdeling van Philips en heb altijd producer annex programma opnameleider willen worden en kreeg nu de kans. En als je altijd iets gewild hebt ben je natuurlijk wel heel erg tegen jezelf als je dan toch ‘nee’ zegt. En dat laatste heb ik dan ook niet gedaan en stap dus van boord.” In sommige kranten werd zijn vertrek gerelateerd aan de eventuele komst van commerciële televisie vanaf zee. Daarop reageerde Tony Vos met: “Ik denk zeker niet dat het, bij de komst van commerciële televisie, met Radio Veronica gedaan zal zijn. Dat is beslist niet waar. Als ik het geloofde, zou ik net als een kapitein gewoon op mijn post gebleven zijn, waar ik al die tijd met zoveel plezier heb gewerkt. Ik geloof dat er voor commerciële radio altijd zal blijven bestaan. Kijk maar naar de Engelstalige uitzendingen van Radio Luxembourg dat nog steeds veel reclame heeft ondanks de opkomst van diverse commerciële televisiestations in Groot Brittannië.’ Hans Knot, 27 september 2025 Afbeelding: Rem Eiland 16 december 1964 (foto Noord-Hollands Archief, collectie Fotopersbureau De Boer)3 punten
-
Bart van Gogh neemt na ruim 40 jaar afscheid van Top Format
Bart van Gogh (1959) heeft na ruim veertig jaar zijn werkzaamheden bij jingleproducent Top Format in Haarlem beëindigd. Hij groeide in die periode uit tot een bepalende naam binnen de internationale jingle-industrie en leverde een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van het vak. Toen Van Gogh begin jaren 80 bij het bedrijf begon, hield Top Format zich voornamelijk bezig met resings van pakketten uit Memphis. Die producties vonden al snel hun weg naar verschillende radiostations, waaronder onder andere de populaire piratenzenders Decibel, Keizerstad en Atlantis. Ook zij maakten gebruik van de opvallende jingles om hun programma’s meer uitstraling te geven. In 1987 wist Van Gogh JAM, destijds de wereldwijde marktleider op het gebied van jingles, aan Top Format te verbinden. Daarmee werd de basis gelegd voor een periode van sterke groei. Nederlandse omroepen als Veronica, TROS, Sky Radio en Radio 10 maakten in die tijd gebruik van pakketten die vanuit Dallas naar Haarlem kwamen. De formule bleek ook buiten Nederland succesvol: in de jaren die volgden kozen zenders in België, Duitsland en later ook in Scandinavië, de Balkan, IJsland en Griekenland voor deze producties. Tot de Duitse klanten behoorde onder andere Deutsche Welle, evenals een groot aantal commerciële nieuwkomers. Toen de vraag naar pakketten van JAM begon af te nemen, zette Van Gogh een nieuwe koers uit. Top Format startte met de ontwikkeling van eigen jingles, waarbij hij de rol van initiator en coördinator vervulde. Hij werkte samen met componisten en leverde daarnaast zelf honderden producties af. Zijn bijdrage beperkte zich niet alleen tot jingles. In de periode van de zeezenders en latere commerciële radio was zijn stem te horen in talloze commercials. Ook werd hij de herkenbare stationsstem van Sky Radio, een rol die zijn naam nog verder aan de radiogeschiedenis verbond. In de latere jaren van zijn carrière legde Van Gogh zich steeds meer toe op het programmeren van radiozenders en het schrijven van muziek- en jingletracks voor de bibliotheek TRX. Daarmee breidde hij zijn invloed uit naar andere facetten van de radioproductie. Zijn loopbaan toont een ontwikkeling van jingleproducent tot veelzijdig radiomaker, waarin hij een constante rol speelde in het vernieuwen en verfijnen van het vakgebied. Afbeelding: Bart van Gogh (foto MediaPages)3 punten
-
Steun voor AM Radio-wet in de VS groeit tijdens zomerreces
Het draagvlak in het Amerikaanse Congres voor de AM Radio for Every Vehicle Act is in augustus aanzienlijk gegroeid. Tijdens de zomerreces sloten zich nog eens 20 volksvertegenwoordigers bij de initiatiefnemers aan, waardoor het aantal steunbetuigingen in het Huis van Afgevaardigden nu op 280 ligt. In de Senaat steunen inmiddels 61 senatoren de wet. De toename kwam tot stand terwijl parlementariërs niet in Washington aanwezig waren. In hun eigen districten kregen zij signalen van burgers en belangenorganisaties die het belang van de middengolf benadrukten. Volgens de National Association of Broadcasters (NAB) speelt de middengolf voor miljoenen Amerikanen nog altijd een cruciale rol. Het medium bereikt naar schatting 82 miljoen luisteraars die vertrouwen op het aanbod van noodwaarschuwingen, lokale nieuwsvoorziening en culturele programma’s die gemeenschappen met elkaar verbinden. De lobby voor de wet is intensief. Zo zijn er sinds vorig jaar bijna 800.000 e-mails en berichten via sociale media naar congresleden gestuurd om steun voor het wetsvoorstel te vragen. Lokale radiostations verspreidden radiospots en gebruikten speciale actietools om luisteraars aan te moedigen contact op te nemen met hun vertegenwoordigers. Deze inspanningen zorgden voor een zichtbare impact in de afgelopen periode. De NAB benadrukt dat de brede steun in beide partijen het gevolg is van de directe betrokkenheid van burgers. De organisatie wijst erop dat de middengolf niet alleen een bron van betrouwbare informatie is, maar ook een essentieel middel om mensen in crisissituaties tijdig te waarschuwen. Bovendien wordt het gezien als een verbindende factor in de Amerikaanse samenleving, vooral in landelijke gebieden waar andere communicatiemiddelen minder toegankelijk zijn. Met de huidige steun in zowel het Huis van Afgevaardigden als de Senaat komt een stemming over de wet dichterbij. Voorstanders dringen erop aan dat het wetsvoorstel snel in behandeling wordt genomen, zodat de middengolf ook in de toekomst beschikbaar blijft in voertuigen die in de Verenigde Staten op de markt komen.3 punten
-
Hofstad Radio terug op FM via 93,7 FM in Zuid-Holland
Hofstad Radio vergroot zijn bereik vanaf 1 september aanzienlijk. Aanvullend op de DAB+-uitzending via kanaal 5B voor Zuid-Holland en Zeeland, is het station ook via FM te beluisteren op 93,7 FM vanuit Oegstgeest. Deze frequentie maakt deel uit van pakket NLCO08, dat eerder dit jaar via veiling door Amor FM werd verkregen, maar waarvan niet alle capaciteit werd benut voor het Surinaams-Hindoestaanse aanbod. Dankzij die vrijgekomen ruimte kan Hofstad Radio opnieuw een groot deel van Zuid-Holland via FM bereiken. Hofstad Radio heeft een geschiedenis die teruggaat tot de jaren 80, toen het station actief was als radiopiraat. In 2003 maakte het kortstondig een terugkeer als regionaal commercieel radiostation. Enkele jaren geleden werd het station opnieuw opgezet, ditmaal via internet en DAB+. De programmering bestaat uit een mix van zogenoemde Hofstad-classics en meer recente hits. Daarmee richt het station zich op luisteraars die zowel nostalgische muziek als hedendaagse pop waarderen.3 punten
-
Heeft landelijke radio op de middengolf nog toekomst?
De discussie over de toekomst van de middengolf komt hier met enige regelmaat terug. Er leeft nog altijd het idee dat een landelijke AM-zender met een relatief bescheiden vermogen van zeg 20 kW voldoende zou zijn om Nederland te bedienen. Daarbij wordt vaak gesteld dat middengolf goedkoper zou zijn dan een netwerk van FM-zenders of een landelijke verspreiding via DAB+. In theorie klinkt dat aantrekkelijk, maar in de praktijk ligt de situatie aanzienlijk complexer. Een middengolfzender heeft inderdaad het voordeel dat een enkel opstelpunt een groot gebied kan bereiken. Vooral in de avonduren, wanneer radiosignalen verder dragen, kan een AM-zender met beperkt vermogen grote delen van Nederland bestrijken. Toch betekent bereik op papier niet automatisch dat luisteraars ook daadwerkelijk een storingsvrij en bruikbaar signaal ontvangen. Juist daar begint het verschil tussen theorie en dagelijkse praktijk. Voor landelijke dekking op FM zijn meerdere zendinstallaties nodig. Een modern FM-netwerk bestaat uit meerdere zenders om ook binnenshuis en onderweg een stabiel signaal te leveren. De investering in infrastructuur, mastlocaties, energieverbruik en onderhoud ligt daardoor hoog. Daar staat tegenover dat FM nog altijd door een groot deel van de bevolking wordt gebruikt, zowel in auto’s als via traditionele radio’s thuis en op het werk. DAB+ vraagt eveneens om een uitgebreid netwerk van zenders, maar werkt efficiënter doordat meerdere radiozenders gezamenlijk binnen één multiplex kunnen worden verspreid. Daardoor worden de kosten gedeeld tussen verschillende aanbieders. Bovendien ligt het energieverbruik van moderne DAB+-zenders doorgaans lager dan dat van vergelijkbare FM-installaties. Vooral voor commerciële omroepen met een landelijke ambitie biedt dat voordelen op langere termijn. Bij middengolf ligt het kostenplaatje anders dan vaak wordt gedacht. Hoewel er in theorie minder zendlocaties nodig zijn, vraagt een AM-zender veel vermogen om een betrouwbaar signaal te leveren. Een middengolfzender van 20 kW klinkt bescheiden, maar het daadwerkelijke stroomverbruik ligt vaak aanzienlijk hoger door verliezen in de installatie en de benodigde randapparatuur. Daarnaast zijn grote antennesystemen nodig, inclusief uitgebreide aarding en onderhoud van het terrein. Vooral de energiekosten spelen tegenwoordig een grote rol. Daar komt bij dat storingen op de middengolf de afgelopen jaren sterk zijn toegenomen. Elektronische apparatuur, ledverlichting, zonnepanelen en voedingen veroorzaken steeds meer ruis. Hierdoor is een theoretisch goed bereik in de praktijk lang niet altijd bruikbaar. Vooral binnenshuis wordt ontvangst steeds lastiger. Voor luisteraars die gewend zijn geraakt aan storingsvrije digitale audio via DAB+, streaming of FM, vormt dat een belangrijk nadeel. Een extra factor is de opkomst van elektrische auto’s. Juist daarin blijkt AM-ontvangst vaak problematisch. Elektromotoren, accupakketten, omvormers en laadsystemen veroorzaken elektromagnetische storing die vooral de middengolfband sterk beïnvloedt. Zelfs bij goed afgeschermde voertuigen blijft het lastig om een schoon AM-signaal te ontvangen tijdens het rijden. Verschillende autofabrikanten hebben daarom besloten om AM-radio volledig weg te laten uit nieuwe elektrische modellen. FM en DAB+ zijn veel minder gevoelig voor deze storingen en bieden daardoor een stabielere ontvangst onderweg. Voor landelijke radio is dat een belangrijk punt, omdat autoradio nog altijd een groot deel van het luistergedrag bepaalt. Wanneer een groeiend aantal voertuigen geen AM-ontvanger meer bevat of storingsgevoelige ontvangst heeft, neemt het potentiële bereik van middengolf automatisch verder af. Wanneer de kosten worden afgezet tegen het aantal luisteraars ontstaat een nog duidelijker beeld. Een landelijke FM-zender bereikt dagelijks honderdduizenden luisteraars. Grote DAB+-netwerken bedienen eveneens een aanzienlijk publiek en worden steeds vaker standaard ingebouwd in auto’s en draagbare radio’s. De publieke- en commercieel zenders hebben afscheid genomen van de middengolf omdat het aantal luisteraars die er nog gebruik van maakte sterk was afgenomen. Door het sterk afgenomen gebruik worden de kosten per luisteraar op AM relatief hoog. Zelfs wanneer een middengolfzender technisch goedkoper zou zijn dan een volledig FM-netwerk, blijft de vraag hoeveel mensen er daadwerkelijk gebruik van maken. Voor commerciële exploitanten speelt dat aspect een doorslaggevende rol, omdat advertentie-inkomsten direct samenhangen met luistercijfers en bereik. Ook de ontwikkeling van ontvangers speelt mee. Veel moderne radio’s ondersteunen nog wel FM en DAB+, maar laten de middengolfband achterwege. In nieuwe auto’s verdwijnt AM-ontvangst steeds vaker volledig. Daarmee neemt het potentiële luisterpubliek automatisch verder af, ongeacht het bereik van de zender zelf. Dat betekent niet dat middengolf volledig nutteloos is geworden. Dankzij de LPAM zenders blijft de band interessant. Voor een brede landelijke publiekszender lijkt de rol echter steeds kleiner te worden, zeker nu de overstap naar digitale distributie verder doorzet. FM blijft voorlopig dominant door het grote aantal bestaande ontvangers en de stabiele geluidskwaliteit. DAB+ groeit ondertussen verder als digitale opvolger, mede dankzij efficiënter frequentiegebruik en lagere distributiekosten per zender. Tegen die achtergrond wordt het steeds moeilijker om middengolf nog als volwaardig alternatief voor landelijke radio-uitzendingen te zien. Vincent Schriel, 5 juli 20262 punten
-
Het einde van de langegolf in Europa nadert zijn voltooiing
De beslissing van BBC Radio 4 om later deze maand de uitzendingen op 198 kHz te beëindigen past in een ontwikkeling die al jaren gaande is in Europa: het geleidelijk verdwijnen van de langegolf als omroepmedium. Waar deze frequentie ooit gold als een robuuste en grensoverschrijdende manier om radio-uitzendingen ver landinwaarts te brengen, heeft er inmiddels een duidelijke verschuiving plaatsgevonden naar FM, DAB+ en internet. De langegolf had lange tijd een bijzondere positie binnen het Europese omroepstelsel. Door het sterke bereik over grote afstanden en de relatief stabiele ontvangst, speelde deze band vooral een rol in de nationale publieke radio. Toch veranderde die functie langzaam maar zeker, naarmate de kosten voor exploitatie hoog bleven en het luistergedrag van het publiek verschoven is naar andere platforms. De aankondiging dat BBC Radio 4 de uitzending op 198 kHz beëindigt, onderstreept dat deze ontwikkeling nu een beslissende fase bereikt. In verschillende Europese landen is het gebruik van de langegolf al eerder teruggedrongen of volledig beëindigd. In Frankrijk werd de uitzending via 162 kHz van France Inter al jaren geleden stopgezet, terwijl ook andere omroepen zoals RTL en Europe 1 hun langegolfzenders hebben uitgefaseerd. De argumentatie komt vaak op hetzelfde neer: het onderhoud van de infrastructuur staat niet langer in verhouding tot het aantal luisteraars dat nog via deze weg afstemt, zeker nu alternatieve distributiekanalen vrijwel overal beschikbaar zijn. De situatie rond BBC Radio 4 is in dat opzicht symbolisch, omdat de zender lang werd gezien als een van de laatste grote gebruikers van de langegolf in West-Europa. De keuze om de 198 kHz te verlaten betekent dat een belangrijk deel van de traditionele distributiestructuur van de publieke omroep verdwijnt, al blijft de programmering uiteraard beschikbaar via FM, DAB+ en online streaming. Voor luisteraars die decennialang vertrouwd waren met de langegolf, kan dit aanvoelen als een ingrijpende verandering, maar in praktische zin is de overgang al jaren in voorbereiding. De meeste huishoudens maken inmiddels gebruik van FM, digitale radio of internetverbinding om dezelfde programma’s te volgen, vaak met een betere geluidskwaliteit en extra functionaliteit. Wat resteert is vooral een technologische verschuiving die de geschiedenis van de radio weerspiegelt. De langegolf was ooit een essentieel onderdeel van internationale communicatie en nationale dekking, maar heeft in de loop der tijd plaatsgemaakt voor flexibele en efficiëntere systemen. De stap van BBC Radio 4 past in die logische evolutie, waarbij het zwaartepunt van uitzendingen definitief verschuift naar digitale platforms. Daarmee komt er in Europa een periode ten einde waarin de langegolf een vaste waarde was in het dagelijks luisteren naar radio. Vincent Schriel, 6 juni 20262 punten
-
Campagne gestart voor behoud van zendmasten Droitwich na einde langegolf
Nu de langegolfuitzendingen vanuit Droitwich zijn beëindigd, is een campagne begonnen om de twee karakteristieke zendmasten van Wychbold een beschermde monumentenstatus te geven. De 213 meter hoge masten, die sinds 1934 het Britse langegolfsignaal verzorgden, gelden volgens erfgoedorganisaties als een belangrijk onderdeel van de Britse omroepgeschiedenis en verdienen daarom behoud. De zendinstallatie bij Droitwich werd destijds bewust centraal in Engeland gebouwd, zodat het langegolfsignaal vrijwel het hele Verenigd Koninkrijk kon bereiken. De bouw was voor die tijd een omvangrijk project. De kosten bedroegen ongeveer 200.000 pond, wat tegenwoordig overeenkomt met ongeveer 20 miljoen pond. Slechts tien gespecialiseerde monteurs bouwden de masten, onder wie een medewerker die eerder had meegewerkt aan de bouw van de Sydney Harbour Bridge. Op 6 september 1934 werd de zender officieel in gebruik genomen. Het eerste programma dat via de nieuwe langegolfzender werd uitgezonden was The Merry Makers van componist Eric Coates. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg de installatie een veel grotere functie dan alleen radio-uitzendingen. De masten werden ingezet om Duitse radionavigatie- en radarsystemen te verstoren en speelden daarnaast een rol bij geheime communicatie met het Franse verzet. Ook tijdens de voorbereidingen van D-Day maakte de zendinstallatie deel uit van het communicatienetwerk. Na de oorlog hervatte de zender zijn reguliere uitzendingen. De belangstelling voor de locatie bleek groot toen in 1957 een open dag werd georganiseerd. Ongeveer 13.000 bezoekers kwamen een kijkje nemen, waarna ook andere zendstations vergelijkbare open dagen hielden. In de jaren daarna werd de apparatuur gemoderniseerd en kwamen er aanvullende middengolfzenders op het terrein. De langegolfuitzendingen vanuit Droitwich zijn op zaterdag 27 juni om 01:00 uur definitief beëindigd. Volgens de BBC was vervanging van de sterk verouderde apparatuur economisch niet verantwoord. De omroep wijst erop dat het aantal luisteraars via langegolf de afgelopen jaren sterk is afgenomen, terwijl de meeste luisteraars inmiddels gebruikmaken van FM en digitale distributie via DAB+. Met het uitschakelen van de zender verdwijnt ook een bijzonder verschijnsel. Wie op Parliament Square in Londen stond, kon de slagen van de Big Ben via BBC Radio 4 op langegolf iets eerder horen dan rechtstreeks door de lucht. Het geluid legde via de microfoon, de verbinding naar Droitwich en de radio minder tijd af dan de geluidsgolven door de atmosfeer. Via FM is dit effect nog steeds mogelijk, al is het verschil nauwelijks waarneembaar. Bij DAB en andere digitale distributievormen verdwijnt dit voordeel door de extra verwerkingstijd van het audiosignaal. In het erfgoedcentrum van Droitwich is inmiddels een permanente tentoonstelling ingericht over de geschiedenis van het zendstation. Daar zijn historische foto’s, apparatuur en documenten te zien die zijn verzameld door voormalig BBC-technicus John Phillips, die zijn hele loopbaan op het terrein werkzaam was. Historic England onderzocht in 2025 al of het complete terrein in aanmerking kwam voor een monumentenstatus, maar wees dat verzoek af omdat veel oorspronkelijke gebouwen inmiddels zijn verdwenen. De Twentieth Century Society vindt echter dat de zendmasten afzonderlijk beoordeeld moeten worden vanwege hun historische, technische en architectonische betekenis. Daarnaast klinkt vanuit lokale historici de wens om op het terrein een museum over de Britse omroepgeschiedenis in te richten, zodat de geschiedenis van Droitwich ook na het einde van de langegolfuitzendingen behouden blijft. Afbeelding: Droitwich zendstation (foto Tom Axford/Wikipedia)2 punten
-
Wim van de Water bedankt donateurs na succesvolle inzamelingsactie voor MediaPages
MediaPages.nl heeft dankzij een succesvolle crowdfundingactie voldoende geld opgehaald om een opgelegde boete van ruim € 3.000 te betalen. Initiatiefnemers Ferry Eden en Vincent Schriel begonnen de inzamelingsactie nadat Wim van de Water bekendmaakte onverwacht met de hoge kosten te zijn geconfronteerd. Van de Water schrijft dat de ontvangst van de aanslag van het ANP als een grote klap voelde. Hij benadrukt dat MediaPages.nl al meer dan 25 jaar een hobby en passie is, zonder daar financieel voordeel uit te halen. De website leverde hem volgens eigen zeggen vooral veel contacten, herinneringen en plezier op. Na de start van de crowdfundingactie kwamen vanuit verschillende hoeken steunbetuigingen binnen. Donateurs deelden herinneringen aan zeezenders, radio en de rol die MediaPages.nl door de jaren heen heeft gespeeld voor liefhebbers van radiohistorie en media. In een dankbericht laat Van de Water weten diep onder de indruk te zijn van de reacties en financiële bijdragen. “Iedereen die een donatie heeft gedaan — groot of klein — wil ik vanuit de grond van mijn hart bedanken,” schrijft hij. Ook noemt hij de persoonlijke berichten en herinneringen minstens zo waardevol als de financiële steun zelf. Door de opbrengst van de actie is het volledige bedrag inmiddels bijeen gebracht en wordt de crowdfunding beëindigd. Van de Water geeft aan opgelucht te zijn en hoopt MediaPages.nl nog lange tijd voort te kunnen zetten. Reactie van Wim van de Water op de uccesvolle crowdfundingactie Beste allemaal, Ik weet eigenlijk niet goed waar ik moet beginnen. Toen ik de aanslag van het ANP ontving en ik zag dat ik ruim € 3.000 moest betalen, voelde dat als een enorme klap. MediaPages.nl is al ruim 25 jaar mijn grote hobby en passie, maar het heeft me nooit iets opgeleverd — behalve ontzettend veel mooie contacten, herinneringen en plezier. Daarom vond ik het eerlijk gezegd heel moeilijk om ineens in zo’n situatie terecht te komen. En toen gebeurde er iets wat ik nooit zal vergeten. Op initiatief van Ferry Eden en Vincent Schriel (waarvoor mijn eindeloze dank!) werd een crowdfundingactie gestart en vervolgens leefden zóveel mensen mee. Zóveel lieve berichten, reacties en herinneringen kwamen voorbij. En dankzij jullie hulp is nu zelfs het volledige bedrag bij elkaar gebracht. Ik ben daar diep van onder de indruk. Iedereen die een donatie heeft gedaan — groot of klein — wil ik vanuit de grond van mijn hart bedanken. Echt waar. Het doet me ongelooflijk veel dat zoveel mensen MediaPages.nl een warm hart toedragen. Soms besef je pas hoeveel iets voor mensen betekent wanneer je zo’n golf van steun ontvangt. Dat heeft me enorm geraakt. Ik wil jullie ook bedanken voor alle persoonlijke berichten, de mooie woorden en de herinneringen die jullie deelden over de zeezenders, de radio en de website. Dat betekent minstens zoveel als de financiële hulp zelf. Dankzij jullie steun is het gehele bedrag van de boete bijeen en zal de crowdfunding worden beëindigd. Ik kan weer opgelucht ademhalen en hoop ik nog lang door te kunnen gaan met MediaPages.nl. Nogmaals ontzettend bedankt allemaal. Jullie zijn geweldig! Hartelijke groet, Wim van de Water2 punten
-
Mi Amigo Radio haalt Flashback Top 100 van 1978 terug
Mi Amigo Radio staat op zondag 24 mei, 1e Pinksterdag, uitgebreid stil bij de Flashback Top 100 uit 1978. De zender zendt de volledige lijst uit, gebaseerd op de oorspronkelijke editie die destijds tijdens Pinksteren werd uitgezonden op Radio Mi Amigo. De Flashback Top 100 ontstond in 1975 als vervolg op de wekelijkse Flashbackshow. Daarna werd besloten om jaarlijks op 2e Pinksterdag een lijst samen te stellen met favoriete gouwe ouwen van luisteraars. De eerste drie edities werden opgenomen in de studio in Playa de Aro, terwijl de editie van 1978 live vanaf het zendschip werd uitgezonden. De lijst uit 1978 werd samengesteld door Piet de Meer uit Dordrecht, lid van het Genootschap van Hitologie. Daarbij werden 13.835 inzendingen van luisteraars verwerkt. Volgens Radiopedia was dit de vierde en laatste editie van de oorspronkelijke Flashback Top 100. Bij de nieuwe uitzending op Mi Amigo Radio zijn verschillende huidige presentatoren betrokken. Edward Klein opent de lijst om 10:00 uur, waarna Bart Gysbrechts, Bart van Leeuwen, Ulrike, Nico van der Linden, Erik Vincent, Martien Engel en Johan Visser volgen. Visser heeft daarbij een bijzondere rol, aangezien hij tijdens Pinksteren 1978 ook al als dj aan boord van het zendschip te horen was. Rond 18:00 uur presenteert hij opnieuw de nummer 1 van de lijst. De Flashback Top 100 wordt op vrijdag 29 mei nogmaals uitgezonden tussen 10:00 en 18:00 uur. Mi Amigo Radio is te beluisteren via diverse streamingplatforms, waaronder TuneIn, en via de mediaspelers op Mi Amigo Radio. Op Facebook is de zender te vinden via Mi Amigo Radio Facebook-pagina.2 punten
-
Radioliefhebbers verzamelen op 5 september in Hilden voor de 24e Erkrather Radiodag
Op zaterdag 5 september vindt de 24e editie van de Erkrather Radiodag plaats in het Technisch Museum QQTec in Hilden. Daarmee keert het evenement terug naar de vaste locatie aan de Forststr. 73 in D-40721 Hilden, waar ook eerdere edities werden gehouden. De bijeenkomst duurt van 13:00 tot 19:00 uur en richt zich opnieuw op liefhebbers van radiohistorie, media en zeezenders. Het programma opent met een welkomstwoord van Jan Sundermann, waarna Thomas Kircher een presentatie verzorgt over het mediaportaal FM Kompakt. Vervolgens staat een lezing van Jürgen von Wedel op het programma, waarin hij ingaat op Radio Bavaria International en de ontwikkeling van deze zender van Zuid-Tirol tot Beieren. Ook Radio Monique krijgt dit jaar een plaats in het programma. Ferry Eden spreekt over zijn nieuwe boek over het voormalige zeezenderstation, dat binnenkort verschijnt. Voor deze sessie worden ook gasten uit Nederland verwacht. Een ander onderdeel is een interview met Helmer Litzke, die terugblikt op zijn loopbaan in de radio. Daarbij komt zijn werk aan bod bij onder meer RTL Radio Luxemburg en Schwarzwald Radio. Herbert Visser sluit het inhoudelijke programma af met een bijdrage over de actuele mediasituatie in Nederland en België. De Erkrather Radiodag geldt al jaren als een vaste ontmoetingsdag voor bezoekers met belangstelling voor radioverleden en mediaontwikkeling. De toegang bedraagt €12. Afbeelding: foto Erkrather Radiodag2 punten
-
314 meter hoge toren in Hongarije: betekenis van de Lakihegy zender
De Lakihegy Tower is een radiomast van aanzienlijke omvang in Hongarije, gelegen in de plaats Szigetszentmiklós‑Lakihegy in de provincie Pest. De toren staat vooral bekend om zijn rol als zendinstallatie voor radio‑uitzendingen en zijn bijzondere constructie. De geschiedenis van radio‑uitzendingen in Hongarije begon al in 1925 met een kleinere zender in het district Csepel van Boedapest. In 1927 werd deze uitgewerkt naar een 3 kW‑installatie en datzelfde jaar werd een nieuwe 20 kW‑zendinstallatie gebouwd in Lakihegy, die in 1928 de uitzendingen van Csepel overnam. In de jaren daarna nam het aantal radioluisteraars snel toe, wat leidde tot de beslissing een grotere zendmast te bouwen. De constructie van de huidige Lakihegy‑mast begon op 1 juli 1933, met als doel een krachtig zendstation te creëren dat een groter bereik over het land kon realiseren. Aan het begin van december van datzelfde jaar werd een 120 kW‑zender in gebruik genomen, waarmee het een van de technisch meest geavanceerde radiozendlocaties van die tijd was. De mast heeft een hoogte van 314 meter, wat het tot een van de hoogste bouwwerken van Hongarije maakt. De constructie volgt het Blaw‑Knox‑ontwerp, dat is ontwikkeld in de Verenigde Staten en een kenmerkende diamant‑ of sigaarvorm heeft. Deze vorm was technisch bedoeld om radiogolven efficiënter uit te zenden met minder signaal‑vervaging over lange afstand. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de installatie op het einde van de oorlog verwoest door terugtrekkende Duitse troepen. Na afloop van de oorlog werd de mast opnieuw opgebouwd in 1946, grotendeels volgens de oorspronkelijke ontwerpen, zodat de radiodiensten konden worden hervat. In 1968 werd de mast aangepast voor gebruik met een zender van 300 kW, waaronder een vervanging van de keramische isolator aan de basis om de hogere spanningen te kunnen weerstaan. In 1977 werd een nieuwe faciliteit bij Solt in gebruik genomen met een zender van 2 MW. Deze locatie nam de primaire rol over als nationale zendinstallatie voor de belangrijkste radioprogramma’s van het land, zoals Kossuth Rádió. Door de verbeterde technische capaciteiten van de Solt‑installatie kon een groter deel van het land en zelfs gebieden daarbuiten worden bereikt. Na de overgang van het belangrijkste zendwerk naar Solt werd de toekomst van de Lakihegy‑toren onzeker. In 1981 waren er plannen om de mast te verwijderen, maar deze werden teruggedraaid na protesten uit de samenleving. In 1985 werd de mast aangewezen als beschermd industrieel monument. In de jaren daarna is de toren aangepast voor andere technische toepassingen. Sinds 2006 wordt de mast gebruikt voor het verzenden van controle‑ en schakelsignalen voor energie‑distributiesystemen op een frequentie van 135.6 kHz, met een vermogen van 100 kW. Deze signalen worden gebruikt voor uiteenlopende technische doeleinden, waaronder het schakelen van apparaten op afstand. Naast de hoofdtoren zijn op het terrein ook kleinere masten aanwezig die dienen voor middengolf‑uitzendingen op frequenties zoals 873 kHz. Deze masten zijn, net als de grote mast, geïsoleerd van de grond maar hebben een eenvoudiger constructie. Afbeelding: Lakihegy Tower (foto Wikimedia Commons)2 punten
-
Half miljoen pond opgehaald voor herstelwerk Ross Revenge
De inzamelingsactie voor het financieren van noodzakelijke herstelwerkzaamheden aan de Ross Revenge heeft bij de start van 2026 de grens van een half miljoen pond bereikt. Het bedrag is bestemd voor de voorbereiding en uitvoering van groot onderhoud aan het zendschip van Radio Caroline. De opbrengst is volledig tot stand gekomen dankzij donaties aan de Ross Revenge-charity en de bijbehorende Crowdfunder, aangevuld met inkomsten uit de webwinkel. De organisatie achter het schip benadrukt dat de steun afkomstig is van luisteraars en betrokkenen, waardoor het mogelijk wordt om de geplande werkzaamheden voort te zetten. De fondsenwerving blijft doorgaan, aangezien er geen vast maximum is aan het bedrag dat kan worden besteed aan het behoud van de Ross Revenge. Naarmate het beschikbare budget toeneemt, kunnen tijdens de periode in het droogdok meer essentiële werkzaamheden worden uitgevoerd. De bedoeling is om de Ross Revenge in het voorjaar naar het SMS Dry Dock in Lowestoft te brengen. Voor deze verplaatsing is de inzet van een grote sleepboot nodig, terwijl in het dok zelf een tweede sleepboot wordt ingezet om het schip op zijn plaats te manoeuvreren. Omdat de diepgang van het schip te groot is om zonder hulp het droogdok binnen te varen, worden speciale drijfzakken en duikers ingehuurd. Door het aanbrengen en oppompen van deze zakken wordt het achterschip voldoende gelicht om toegang tot het dok mogelijk te maken. Eenmaal in het droogdok ligt de nadruk op het zandstralen, herstellen en schilderen van de circa 67 meter lange romp en constructie. Daarnaast staan onderhoud aan de zeekisten en het vervangen van aangetaste houten benedendekken door een slijtvaste roostermatconstructie op de planning. Afhankelijk van de beschikbare middelen kan ook worden gewerkt aan het vervangen van verroeste metalen dekken aan de voor- en achterzijde van het schip, waarbij de aanduiding Caroline 648 AM opnieuw zichtbaar zal worden aangebracht op het achterdek. De betrokkenen bij de Ross Revenge spreken hun waardering uit voor de voortdurende steun van luisteraars en belangstellenden. Wie meer wil weten over de plannen of een bijdrage wil leveren, kan terecht op de website rossrevengeofficial.com. Afbeelding: Ross Revenge in Blackwater River (foto Vincent Schriel)2 punten
-
De nostalgische column van Hans Knot 3 januari 2026: Kees Manders
Dit keer terug naar onder meer 1968. In die tijd hoorde je als noordeling wel eens anderen praatten over het uitgaansleven in Amsterdam. Zo schreef ik tijden geleden over de opening van Paradiso, het uitgaanscentrum voor de jeugd, dat in 1968 officieel werd geopend. Rob Olthof woonde in 1968 in Amsterdam en nam ons eerder mee terug naar de opening en het eerste jaar van deze poptempel. Rob, die helaas in 2013 veel te vroeg kwam te overlijden, vertelde mij onder meer: “Waar je als Amsterdammer natuurlijk naar toeging was Paradiso, waar de beroemde bands optraden. Zo zag ik daar onder meer Cuby and the Blizzards, een jonge formatie met de naam Pink Floyd, The Moody Blues en Groep 1850. Dan waren daar ook de meer bekendere types die er met grote regelmaat kwamen, deels om te zien en deels om gezien te worden. De illustere Kapper Mario Welman heb ik nog eens in een badkuip zien zitten, midden op het toneel. Phil Bloom, bekend van een eerste naaktoptreden op de VPRO televisie, danste daar bevallig rond en Koos Zwart en Marjolein Kuysten van het toenmalige Hitweek liepen daar veel rond.” Maar het uitgaansleven had veel meer mogelijkheden in Amsterdam waarbij onder meer drie pleinen heel belangrijk waren. Het Leidseplein, het Rembrandtplein en het daaraan grenzende Thorbeckeplein. Andermaal destijds Rob Olthof over het uitgaansleven in dit geval het Thorbeckeplein. “Als je het destijds had over het Thorbeckeplein en deels ook over het Rembrandtplein dan viel al snel de naam van Kees Manders, de oudere broer van Tom Manders alias Dorus. Hij bezat tal van uitgaansgelegenheden waaronder vele clubs zoals ‘Moulin Rouge’, ‘La Dolce Vita’, ‘Playboy’s Oriental Club’, het ‘Rocco Roulette Casino’ en ‘de Phono Bar’. Vaak werd er toen gesproken over het Thorbeckeplein als het hitsige brandpunt van Amsterdam. De meerderheid van deze zaken was in handen van Kees Manders. Manders is bij vele leeftijdsgenoten van mij om meerdere redenen bekend. Ik noem allereerst zijn huwelijk met één van de zangeressen van het ‘levenslied’, Rika Jansen. Onder meer het lied ‘Mijn wiegie was een stijfselkissie’ bracht haar het nodige succes. Niet dat Manders het altijd gemakkelijk had. Het gegeven, dat in een aantal van de clubs de gelegenheid gegeven werd tot het zich terugtrekken met een van de gastdames, was in de jaren zestig van de vorige eeuw veelvuldig reden voor de penoze zich op te dringen. Men dacht als ‘beschermer’ heel gemakkelijk via afpersing geld te kunnen verdienen, maar Kees Manders hield zich staande en breidde zijn imperium uit.” Manders stond bekend als een man die publiciteitsgeil was en dus zag je zijn naam veelvuldig terug in kranten als ‘Nieuws van de Dag’ en de ‘Telegraaf’ en wilde hij maar wat graag zijn succesverhaal vertellen: Kees Manders in een van de interviews: “Ik liep hier eens langs op het Thorbeckeplein in 1958 en liep een volkse kroeg binnen met de naam ‘’t Uiltje’ en die heb ik toen gehuurd van de toenmalige eigenaresse met als doel het volkse te behouden en dus liet ik mijn geliefde, ‘Zwarte Riek’ de op en top smartlappen zingen. In het begin liep het niet al te best want we hadden nogal eens last van penoze. Die eisten ons te beschermen, in ruil voor geld. Gingen we niet akkoord dan dreigden ze bij herhaling de boel kort en klein te slaan. Ik pikte dit niet en het is toen een enorme rel geworden, maar daar is het wel bij gebleven want vanaf dat moment hielden ze zich rustig tegenover mij.” Manders besloot na alle bedreigingen dat hij zijn neus misschien wel had beschadigd maar niet gestoten en besloot ’t Uiltje te kopen en totaal te verbouwen tot wat later bekend werd als ‘Cave Toulouse Lautrec’, zijn eerste onderneming op het Thorbeckeplein. In 1968 was Kees Manders inmiddels 54 jaar en stond weids in het leven. Onder meer was hij bekend geworden als revueartiest, tekstschrijver, zanger, showman, decorontwerper en eigenaar van vele uitgaansgelegenheden. Ik kan me herinneren dat er regelmatig in de krant in het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw melding werd gemaakt van andermaal een nieuwe aankoop van een horecaonderneming op het Rembrandtplein of het Thorbeckeplein door Kees Manders. Zo kocht hij de Phonobar, die hijzelf betitelde als de eerste discobar van Nederland. Deze werd in 1959 geopend en was zeer geliefd bij de jongeren, die hun eigen plaatjes mochten meenemen om gedraaid te krijgen voor een groot publiek van voornamelijk gelijkgezinden. Manders ging er vaak prat op dat hij de eerste gelegenheid in ons land had waar platen werden gedraaid, wat later in de jaren zestig van de vorige eeuw zou leiden tot discotheken en drive in shows. Op een bepaald moment besloot Manders het doel van een andere gelegenheid, ’t Uiltje, te verlegen en meer gelegenheid te geven aan de meer rijkere mannen zich te verpozen met door hem ingehuurde vrouwen. Namen als Chinese Annie en Blonde Dolly werden belangrijk maar zijn inmiddels geliefde vrouw Zwarte Riek werd Rika Jansen. De nieuwe naam van ’t Uiltje werd Moulin Rouge. Het werd eerst een moeilijke start in Moulin Rouge want de striptease, die hij in die tent introduceerde, sloeg niet aan in de hoofdstad van ons land. Men was het niet gewend en bovendien was het ook niet gewenst. Pas toen de buitenlanders erop afkwamen ging het lopen. Het verhaal gaat dan ook dat Manders voor de speciale opening destijds vier van deze danseressen had gecontracteerd maar geen van de vier kwam opdagen. Niet veel later trok hij toch nog een dame aan, die slechts alleen tot haar bikini wilde strippen. Manders had direct iets nieuws bedacht: ‘Miss Bikini’. Op een bepaald moment, zo rond 1967, maakte hij van die club een exclusieve tent door de prijzen drastisch te verhogen. Consumpties waren er vanaf een tientje. Let wel 10 gulden voor een glas pils, waarschijnlijk ook nog lekker aangelengd. In een van de interviews, die Kees Manders ooit gaf, vertelde hij heel smakelijk over een misser in zijn Moulin Rouge. Op een avond was er een goed geklede man binnengekomen die meteen een rondje voor de hele zaak weggaf. Maar daar bleef het niet bij, want twee andere rondjes volgden. Manders schijnt daarna aan de chef-kelner gevraagd te hebben tussentijds te incasseren, maar deze kwam terug met de mededeling geen zorgen te maken daar de man een groen briefje van duizend gulden in zijn portefeuille had. Achteraf bleek het zijn bewijs van opname te zijn in een psychiatrische inrichting. Afsluitend inzake Kees Manders kan nog verteld worden dat hij ook na 1968 de publiciteit zocht. In augustus 1970 beweerde hij in de steek gelaten te zijn door de heren Meister en Bollier, directieleden van het radiostation Radio Nordsee International. Beide uit Zwitserland afkomstige directeuren zouden Manders hebben beloofd directeur te mogen worden van een Nederlandse afdeling van RNI. Toen zij hun afspraken, volgens Kees Manders, niet nakwamen was dat voor hem reden met zijn broer Tom en enkele andere vrienden, waaronder ir. Heerema, een tochtje te maken naar zee met als doel het zendschip van RNI te kapen en binnen te slepen om zo niet alleen een zendschip in handen te krijgen maar ook de nodige publiciteit te verkrijgen. Dat laatste lukte ruimschoots, maar het zendschip bleef in internationale wateren. Deze poging werd in sommige kranten als een ‘operette op zee’ omschreven. Cornelis Petrus Antonius (Kees) was in 1913 in Leiden geboren en kwam in 1979 te overlijden op 65-jarige leeftijd. Hans Knot, 3 januari 2026 Afbeelding: foto collectie André Lieberom / Genootschap Oud Zandvoort2 punten
-
In gesprek met Marjan van den Dorpe over haar boek 'Radio Veronica, anker van mijn jeugd'
Als je met Marjan van den Dorpe praat over Radio Veronica, gebeurt er iets. Haar stem wordt net een fractie warmer, haar ogen lichten op en ineens ben je terug in de tijd: naar transistorradio’s op de vensterbank, zeezenders, jingles die je woord voor woord mee kon zingen en het gevoel dat daar, ergens voor de kust, vrijheid lag te drijven. In haar boek Radio Veronica, anker van mijn jeugd brengt Marjan die tijd opnieuw tot leven. Niet als droge geschiedschrijver, maar als iemand die er middenin zat – als luisteraar, fan, vrijwilliger, insider. Het resultaat is een persoonlijk document dat de geschiedenis van Veronica verweeft met een meisjesleven dat dankzij die stemmen op zee nét anders liep. “Het was alsof die stemmen voor mij alleen uitzonden” Het is mei 1962. Een meisje van acht ligt wekenlang plat op bed in een donkere kamer, na een zware aanrijding met een auto. Buiten gaat het leven door; binnen is er stilte. Dan krijgt ze, als grote uitzondering, het portable radiootje van haar vader op haar nachtkastje. Ze draait aan de knoppen en hoort ineens muziek, stemmen, leven: Radio Veronica. “Vanaf dat moment,” vertelt Marjan van den Dorpe, “heeft dat station mij nooit meer losgelaten.” Die eerste ontmoeting is het begin van een levenslange verbondenheid – en vormt de kern van haar boek Radio Veronica, anker van mijn jeugd. “Je moet je voorstellen,” zegt ze, terugdenkend, “geen internet, geen streaming, twee officiële zenders die nogal braaf waren – en dan ineens Veronica. Vrij, eigenwijs, met muziek waarvan je dacht: waar komt dit vandaan? Het was alsof die stemmen voor mij alleen uitzonden. Ik voelde me gezien, gehoord, zonder dat iemand mijn naam kende.” Die ervaring vormt de basis van het boek: Veronica niet als marketingmerk, maar als levenslijn. Een anker in een kwetsbare jeugd, tegen de achtergrond van een Nederland dat verandert: Provo, Damslapers, de opkomst van popmuziek, internationale spanningen – en steeds dat schip voor de kust. Een jeugd met een zendmast in het hart Marjan groeit op in een tijd zonder internet, zonder mobiele telefoon, met lange schooldagen – ook op zaterdag – en een kwartje op zak voor noodgevallen in de telefooncel. Terwijl zij haar huiswerk maakt, speelt Veronica op de achtergrond. De zeezender wordt haar vaste metgezel, haar houvast. Als ze zestien is, krijgt ze de keuze: brommer of autorijlessen. Ze kiest voor de brommer. Niet om zomaar rond te rijden, maar om naar Utrechtseweg 16 in Hilversum te gaan – de plek waar de studio’s van Radio Veronica zijn. Daar zijn de dj’s. Daar is de magie. “Ik kon zien hoe programma’s werden gemaakt,” zegt ze. Ze zit op het bankje op de tweede verdieping te kletsen met Stan Haag, is aanwezig bij opnames van Jukebox, en overspoelt de redactie met verzoekplaatjes voor vrienden, familie en zichzelf. Veronica is geen abstract merk voor haar; het is een levende gemeenschap. Haar favoriete diskjockey? Rob Out. Marjan: “Zijn heerlijke radiostem … tja als Rob iets vroeg, dan deed ik dat. Zoals tijdens de actie ‘Veronica blijft als U dat wilt.’ Ik hield iedereen die ik maar kende of zag, een kaart onder de neus om te tekenen. Twee miljoen kaarten kwamen er binnen.” Ook de herinnering aan dé grote storm is nog levendig: “Ondanks mijn overtuiging dat ze de storm zou trotseren, bleek het schip van Veronica er niet tegen bestand. Als een speelbal van de golven werd het schip met de bemanning naar de kust gedreven, opgetild en door een grote hand, lieflijk op het strand gezet. Ik ben het daar gaan opzoeken, heb op haar boeg geklopt en gezegd dat ze eens weer op zee zou dobberen. En dat gebeurde. Op de dag van de demonstratie 18 april 1973. De Veronica lag weer op zee, de demonstratie was een groot succes en verliep vlekkeloos. Ik kan het weten want ik was daarbij.” Eén grote familie Wat Veronica uniek maakt, is volgens Marjan het gevoel van familie. De afstand tussen studio en luisteraar is klein. Een dj die op de zender grapt dat hij zin heeft in drop? Enkele dagen later: postzakken vol. Die verbondenheid is geen toeval. In haar boek beschrijft Marjan hoe directeur “oom Bull” Verweij zijn mensen meegeeft: als je luisteraars uitnodigt om te reageren, dan bedank je ze ook. Het resulteert in stapels voorgedrukte kaarten die dj’s eigenhandig ondertekenen – omdat elke luisteraar telt. Dat principe, zegt Marjan, is de basis van haar loyaliteit: “Je voelde je gezien. Je deed ertoe.” Stormen, strijd en standvastigheid Radio Veronica, anker van mijn jeugd is geen nostalgische ansichtkaart, maar een persoonlijke geschiedenis door alle stormen heen: de bomaanslag en de schok wanneer blijkt dat ook aan Veronica-zijde fouten zijn gemaakt; de massale actie “Veronica blijft… als U dat wilt”, waarbij Marjan iedereen in haar omgeving laat tekenen; de demonstratie in Den Haag op 18 april 1973, waar ze zelf bij is; de angstige uren tijdens de storm met windkracht 11, de stranding van het schip, haar bezoek aan het gestrande zendschip, de hoop dat het weer naar zee zou gaan; en uiteindelijk 31 augustus 1974, de dag waarop de zeezender definitief moest zwijgen. Over die dag schrijft en spreekt ze onverhuld: woede, verdriet, het gevoel dat er vuil spel is gespeeld en dat een stuk vrijheid werd dichtgedraaid. “Op 31 augustus 1974 werd mijn lievelingsstation de nek om gedraaid. Ik kan nu nog steeds niet tegen het luid tikken van een wekker. Ik was zo ontzettend kwaad. Belde Van Doorn op en zei hem in woorden die niet mis te verstaan waren wat ik van hem vond. Voor mij hield op die dag ook de democratie in Nederland op en die is nooit meer teruggekomen.” Van fan naar betrokken insider Na het einde van de zeezender blijft Marjan zich inzetten voor Veronica. Ze wordt actief in het rayonbestuur Utrecht van de Veronica Omroep Organisatie en ziet van dichtbij hoe de achterban zich organiseert, hoe tellingen worden betwist, hoe hard er wordt gevochten voor erkenning. Ze beschrijft in haar boek hoe Veronica uiteindelijk uitgroeit van zeezender tot de grootste omroep van Nederland – gedragen door een loyale achterban die nooit is afgehaakt. Later in haar leven volgen nieuwe wendingen: werk, discriminatie op de werkvloer, een periode in Denemarken, opnieuw een zwaar ongeluk, operaties, revalidatie. En telkens weer keert ze terug naar radio. Via de Driebergse ziekenomroep rolt ze de lokale omroep in en presenteert jarenlang samen met haar partner een programma bij Radio 90 FM. Een hoogtepunt is de ontmoeting met Bull Verweij. Wat begint met een telefoontje voor een radioprogramma, groeit uit tot een warme vriendschap. Bezoek over en weer, kaarten, telefoontjes; de “directeur van vroeger” blijkt een charmante, betrokken man. “Hij heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat ik dit boek ben gaan schrijven,” zegt Marjan. Het boek als eerbetoon In Radio Veronica, anker van mijn jeugd komen al deze lijnen samen: de geschiedenis van Veronica, de grote acties, de politieke strijd, maar ook de stille momenten aan een kinderbed met een portable radio, de ritjes naar Hilversum, de kracht van stemmen door de ether, de trouw van luisteraars en makers. Het boek opent met een voorwoord van Bart van Leeuwen, Ad Bouman en Jelle Boonstra (Genootschap voor Radiojingles en -Tunes) – mensen die weten waarover zij schrijft. Voormalig technicus Juul Geleick noemt het “zeer lezenswaardig” en beveelt het van harte aan. Marjan zelf verwoordt het zo: “Radio Veronica was het anker in mijn jeugd en een bron van kracht en inspiratie. Met dit boek wil ik die bijzondere tijd en dat gevoel van verbondenheid opnieuw tot leven brengen – voor oude én nieuwe fans.” Wie het openslaat, hoort tussen de regels door het ruisen van de zee, de stemmen uit de verte en de echo van een tijd waarin een schip voor de kust voor duizenden mensen voelde als thuis. Waar te vinden Radio Veronica, anker van mijn jeugd is onder meer verkrijgbaar via de winkel en de webshop van Museum RockArt. Actie Behoor jij tot de eerste 250 Veronicafans die dit boek kopen/bestellen bij Museum RockArt, dan krijg je er een bijzonder extraatje bij: een práchtige en unieke foto van het zendschip van Veronica, gemaakt door Bull Verweij … gratis! Tekst: Hanneke van de Water Afbeelding: Marjan van den Dorpe en Bull Verweij (foto Marjan van den Dorpe)2 punten
-
Vermogen Allouis-zender in Frankrijk mogelijk definitief omlaag in 2026
De nationale frequentie-autoriteit ANFR in Frankrijk heeft dit jaar meerdere proeven uitgevoerd waarbij het vermogen van de zender in Allouis op 162 kHz tijdelijk werd verlaagd. Deze tests vonden plaats in het kader van energiebesparing en moesten aantonen of een structurele verlaging van het zendvermogen mogelijk is zonder gevolgen voor de ontvangstkwaliteit. Het tweede proeftraject liep tot 18 november en volgens de toezichthouder verliepen de testen probleemloos. Gedurende de gehele periode bleef het signaal stabiel en werd geen enkele verstoring geconstateerd. De vermogensverlaging wordt daarom deze winter voortgezet, zodat ook in een koudere periode kan worden beoordeeld of de ontvangst betrouwbaar blijft. Wanneer opnieuw geen problemen optreden, kan de definitieve overgang in 2026 worden vastgelegd. De zender zou dan niet langer op 800 kW werken, maar permanent zakken naar 675 kW. De locatie Allouis heeft binnen de Franse omroepgeschiedenis een bijzonder lange staat van dienst. Het oorspronkelijke station ging in 1938 in gebruik. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog werd de installatie door de Duitse troepen vernietigd, waarna de Franse autoriteiten het complex enkele jaren later heropbouwden. In de decennia die volgden onderging het terrein meerdere aanpassingen en moderniseringen. De uitzendingen op langegolf van France Inter stopten op 31 december 2016. Hoewel het vroegere omroeplandschap sterk is veranderd, vervult Allouis nog steeds een belangrijke functie. Op het terrein staat de Franse atoomklok die het wettelijk tijdsignaal verspreidt. Via deze zender worden talloze klokken in Frankrijk gesynchroniseerd, waaronder die in stationsgebouwen en ziekenhuizen. Ook particulieren kunnen gebruikmaken van dergelijke tijdgestuurde klokken, die voor een bescheiden bedrag verkrijgbaar zijn. Afbeelding: Afbeeldingen: Zendlocatie Allouis in Frankrijk (foto Wikimeida Commons)2 punten
-
De nostalgische column van Hans Knot: 6 december 2025
Het jaar gaat in gedachten wel heel snel en dit is al weer de een na laatste column voor het jaar 2025. Recentelijk luisterde ik weer naar een aantal programma’s van 50 jaar geleden. Keuze genoeg maar ik besloot toch maar een aantal shows van Radio Mi Amigo uit het archief te pakken. Het was de tijd voordat, naar mijn mening, het station door de vele live programma’s populairder werd. Bij het luisteren viel onder meer weer een commercial op, die eerder door Radio Noordzee werd gedraaid. Ik weet me nog goed te herinneren dat ik destijds in 1975 dacht dat deze commercial werd gedraaid om andere adverteerders in Nederland toch over de streep te trekken. Het was de 25-jarige zakenman John Bolten uit Heiloo die destijds een handel had in bielzen en zendtijd had gekocht op Radio Noordzee. In november 1975, dus nadat de commercial ook te beluisteren was op Radio Mi Amigo, zocht hij de publiciteit op nadat hij een dreigbrief en ingesproken cassette had gekregen verstuurd vanuit het Spaanse Playa de Aro. Het kwam erop neer dat Radio Mi Amigo geld wilde zien voor het een maand lang regelmatig uitzenden van de commercial voor John Bolten zijn bedrijf. Het ging daarbij om een bedrag van f 12.000,--. Als hij niet zou betalen dan zou er een anti-reclamespot worden uitgezonden. Een voorbeeld van de anti-spot was op de cassette te horen. Aangezien Bolten geen opdracht had gegeven tot het draaien van de commercial zocht hij de publiciteit op. Niet veel later was de commercial niet meer te horen op Radio Mi Amigo. Radio Mi Amigo was wel vaker negatief in de publiciteit. Zo was er een incident in de haven van Stellendam want, aldus de dagbladpers, er was een schipper betrapt op hulp aan een ‘piraat’. Het gebeurde op 7 oktober 1975 en ging om een oude visserskotter, Maria Lovika’, die was gebruikt als bevoorradingsschip. Ooit had het schip dienst gedaan als mijnenveger voor de Duitse marine. De inbeslagname geschiedde in een gezamenlijke actie van de Rijkspolitie te water en te land, de postale recherche en de PTT-opsporingsdienst en wel toen het schip de haven van Stellendam binnenkwam. Schipper was destijds de 39-jarige Gijs Boon, die aan boord vergezeld werd door zijn 69-jarige vader, beiden afkomstig uit ’s Gravenzande. Ze werden gearresteerd en vervolgens verhoord, waarna ze weer werden vrijgelaten. Bij onderzoek op het schip bleek er een defecte dieselmotor, een generator en gebruikte programmabanden van Radio Mi Amigo aanwezig te zijn. Bij ondervraging heeft het tweetal destijds toegegeven het zendschip van Radio Mi Amigo in de monding van de Theems te hebben bezocht. Uiteraard werd de destijds actieve Officier van Justitie inzake de zeezenders, mr. J. Pieters, benaderd die meldde dat men het betreffende schip, de Maria Lovika, al enige tijd volgde. ‘We hebben een tijdje dienen te wachten maar met de gevonden kapotte dieselmotor hebben we een ijzersterk bewijs om deze mensen te vervolgen.’ In Playa de Aro kreeg ook Sylvain Tack, de directeur van Radio Mi Amigo, een telefoontje met de vraag wat de inbeslagname van het schip voor de organisatie betekende. In alle onschuld meldde Tack dat het genoemde schip helemaal geen bevoorradingsschip was maar dat deze toevallig langs de Mi Amigo kwam en de Nederlanders werden gevraagd aan boord van het zendschip te komen om te kijken naar de defecte motor. Ook stelde hij dat bevoorrading voor de organisatie totaal geen probleem was: “Overal in Engeland, Frankrijk, België en Nederland zijn er schippers te vinden die willen varen, als je er maar goed voor betaald.” Terloops meldde Sylvain Tack dat men de Spaanse overheid op een positieve manier in het daglicht ging zetten als dank voor het gegeven dat men door de overheid niets in de weg werd gelegd om goed te kunnen functioneren in het land. Dit gebeurde door het promoten op het gebied van toerisme. Tack trad wel vaker vanuit Playa de Aro in de publiciteit, zoals in januar1 1976 toen hij bekend maakte dat Radio Mi Amigo een aanvang zou nemen met nieuwsuitzendingen: ‘’Het nieuws wordt gepresenteerd door beroepsmensen, die nog niet voor ons gewerkt hebben. Ik kan en mag hun namen niet noemen anders kunnen ze in problemen komen met de autoriteiten in Nederland.” Op technisch gebied voegde hij er nog een nieuwtje aan toe door te stellen dat op zee de zendmast nog eens met zes meter was verlengd. “De ontvangst in Nederland en België is nu beter te noemen en we hebben zelfs nu een goede ontvangst in Spanje”. Duidelijk een geval van overdrijven om gratis positieve publiciteit te krijgen. Over de financiële situatie was hij in januari 1976 ook positief gestemd. “We hoeven niet meer met medewerking van Spaanse commerciële stations adverteerders te boeken. Er zijn Spaanse bedrijven die veel meer exporteren naar België en Nederland, zoals Lois. Die bedrijven verkopen we reclamezendtijd rechtstreeks. Dat kan ook gemakkelijk want die grote bedrijven vinden makkelijk wegen om dat te verantwoorden. Het duurt soms echter lang om de bedrijven te overtuigen, dat is een moeizame affaire.” Hans Knot, 6 december 2025 Afbeelding: Sylvain Tack2 punten
-
Frits Spits neemt na 52 jaar afscheid van de radio
Per 1 januari 2026 neemt Frits Spits afscheid van de radio. De 77-jarige presentator sluit dan een radiocarrière van 52 jaar af en gaat met pensioen. Tot die datum blijft hij wekelijks te horen in zijn NPO Radio 1-programma De taalstaat, waarmee hij de afgelopen jaren een vaste plek op de zaterdagochtend heeft veroverd. Frits Spits, geboren als Frits Ritmeester, begon zijn loopbaan in 1973 bij de NOS. Hij werd ontdekt in het programma Proefdraaien en maakte snel naam met zijn karakteristieke radiostijl. Vanaf 1978 presenteerde hij tien jaar lang De avondspits op het toenmalige Hilversum 3, een programma dat voor veel luisteraars een vertrouwd onderdeel van de avond werd. In 1995 maakte hij de overstap naar de KRO, waar hij onder meer het programma Tijd voor twee presenteerde en zijn stempel drukte op de Nederlandse radio. Naast zijn radiowerk was hij ook actief voor televisie, met programma’s als Ontbijt TV, Ook dat nog! en Theater van het sentiment. Sinds januari 2014 is Spits elke zaterdagochtend te horen met De taalstaat op NPO Radio 1. Dit programma staat volledig in het teken van de Nederlandse taal en onderzoekt hoe taal zich ontwikkelt, wat taal vertelt over cultuur en hoe mensen hun taal gebruiken. Een vast onderdeel is Het groot dictee der Nederlandse taal, dat de redactie jaarlijks organiseert in samenwerking met NPO Radio 1, productiemaatschappij Men at work en het Genootschap Onze Taal. In 2025 vindt dit plaats op zaterdag 21 november in de bibliotheek van Deurne. Ook reikt het programma jaarlijks de titel De taalstaatmeester uit, een onderscheiding voor wie zich in het afgelopen jaar bijzonder heeft onderscheiden in taalgebruik. De taalstaat is inmiddels uitgegroeid tot een van de hoogst gewaardeerde programma’s van de zaterdagochtend op NPO Radio 1. De lange loopbaan van Frits Spits werd meerdere keren erkend met onderscheidingen. In 2008 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In 2013 kreeg de Audioweg op het Mediapark in Hilversum de naam Frits Spitsstraat, een eerbetoon aan zijn betekenis voor de radio. In 2019 verkoos een vakjury in de VARAgids hem tot belangrijkste radiomaker van de eeuw, een bekroning op meer dan vijf decennia vakmanschap. Tot het einde van 2025 blijft Spits de vaste presentator van De taalstaat, dat elke zaterdag van 10:00 tot 12:00 uur te horen is. KRO-NCRV voert samen met de NPO gesprekken over de opvolging, zodat het programma ook na zijn vertrek een vaste waarde op de zender kan blijven. Met het aangekondigde afscheid komt een indrukwekkend hoofdstuk in de Nederlandse radio tot een einde, waarin Spits generaties luisteraars wist te inspireren met zijn kennis van muziek en taal. Afbeelding: Frits Spits (foto KRO-NCRV/Darren Smith)2 punten
-
Discussie over middengolfontvangst in auto’s laait op in Italië
In Italië pleit de belangenorganisatie OMItaliane voor een wettelijke verplichting om autoradio’s uit te rusten met ontvangst op de middengolf. Volgens de organisatie verdwijnen steeds meer voertuigen van de productielijn zonder deze functie, terwijl de frequentieband in Italië nog door ruim dertig zenders wordt gebruikt. De aangesloten stations van OMItaliane zijn vaak kleine lokale zenders met vermogens variërend van enkele watt tot in de lage kilowattklasse. Toch kunnen sommige signalen, afhankelijk van de omstandigheden, tot in Oostenrijk en Zuid-Duitsland ontvangen worden. De organisatie benadrukt dat de middengolf vooral van waarde is voor gemeenschappen in bergachtige of landelijke gebieden, en voor regio’s die minder goed worden bediend door grote landelijke omroepen. Italië is niet het enige land waar aandacht is voor behoud van de middengolf in voertuigen. In de Verenigde Staten bestaat de AM Radio for Every Vehicle Act, mede ingevoerd vanwege het veiligheidsbelang: langs snelwegen en in nationale parken worden via middengolf onder andere verkeersinformatie en noodmeldingen uitgezonden. Daar zijn nog meer dan 6.000 AM-stations actief. In Italië blijft het aantal bescheidener, met momenteel 35 zenders. Maar er zijn wel plannen voor uitbreiding, zoals een mogelijke nieuwe middengolfzender in de regio Venetië. De organisatie ziet ook kansen voor digitale technieken op de middengolf, zoals DRM (Digital Radio Mondiale). De Italiaanse toezichthouder AGCOM erkent dat deze technologie geschikt kan zijn voor kleinschalige regionale omroepen. Omdat de wereldwijde automarkt grotendeels gestandaardiseerd is, worden voertuigen vaak voorzien van autoradio's die geschikt zijn voor AM en DRM, maar blijft deze functie in sommige regio’s uitgeschakeld. Zo bevatten ook auto’s van Europese merken deze mogelijkheid, maar zijn deze niet geactiveerd, zoals dat wel gebeurd in India, waar de middengolf nog breed wordt ingezet. Met het voorstel wil OMItaliane voorkomen dat het bereik van lokale stations verder afneemt, en benadrukt dat het om een actueel gebruiksdoel gaat, niet om nostalgie. Het verplicht opnemen van middengolfontvangst in voertuigen zou volgens de organisatie bijdragen aan de diversiteit van het radioaanbod en de beschikbaarheid van informatie voor uiteenlopende gemeenschappen.2 punten
Dit klassement is ingesteld op Amsterdam/GMT+02:00