Klassement
-
de redactie
Leden220Punten16.038Aantal bijdragen -
hans knot
Leden55Punten2.867Aantal bijdragen -
Vincent
Administratoren34Punten29.062Aantal bijdragen -
Harmen
Administratoren6Punten1.239Aantal bijdragen
Populaire bijdragen
Inhoud met de hoogste waardering sinds 03-11-25 in Blogartikelen tonen
-
Douwe Dijkstra: De Mi Amigo Kronieken – Deel 1
Enige tijd geleden werd ik door oud Mi Amigo-technicus Maurice Bokkebroek, die ik al sinds 1975 ken, gevraagd om voor de Facebook-pagina van Mi Amigo La Auténtica periodiek iets te schrijven over mijn herinneringen aan deze Vlaams/Nederlandse zeezender. Nu ik onlangs met pensioen ben gegaan wil ik dat graag doen. De geschiedenis van dit station is op verschillende websites te vinden en in diverse boeken beschreven en gaat dus niet door mij herhaald worden. Mijn plan is om steeds kort een onderwerp uit mijn herinnering te belichten en te illustreren met materiaal uit mijn archief. Ondanks het feit dat ik geen chronologisch pad wil volgen beginnen we toch met het ontstaan van de zender. Nadat het Radio Atlantis-contract tussen Ronan O’Rahilly en Adriaan van Landschoot in oktober 1973 afliep, sloot O’Rahilly een nieuwe overeenkomst met Sylvain Tack. Startend op 29 en 30 september 1973 waren als voorloper van Radio Mi Amigo reeds Joepie-programma’s met Bart van der Laar te horen. Vervolgens werd op vrijdag 5 oktober 1973 het allereerste Mi Amigo-jinglepakket opgenomen, in Studio B van Studio START in Buizingen door producer Eddy Govert en engineer Michel Barez. Nadat ik in 2021 hetgeen was overgebleven van de Mi Amigo-studio in Playa de Aro kocht (waarover later meer) werd ik door een vriendelijke Belg benaderd die al vele jaren de originele 8-sporen tape van de opname van dit eerste jingle pakket in zijn bezit had en het mij wilde schenken. Van Maurice Bokkebroek begreep ik dat deze tape jarenlang bij zijn schoonmoeder op zolder verstopt was geweest toen de Belgische Bewakings & Opsporings Brigade (BOB) achter Mi Amigo aan zat. Nadat de 8-sporen tape bij de Nederlandse Publieke Omroep (NOS) was gedigitaliseerd, werd het resultaat door jingle-koning Bart van Gogh van Top Format, nog wat opgefrist. Het resultaat laat ik hier onder graag horen. Tot genoegen, Douwe Dijkstra13 punten
-
1976: Veronica gaat door op Hilversum 3
In 1976, inmiddels vijftig jaar geleden, begon een nieuw hoofdstuk voor Veronica. De zeezender was op 31 augustus 1974 gestopt met uitzenden vanaf zee, maar daarmee kwam er geen definitief einde aan Veronica. Een nieuw opgerichte vereniging, de Veronica Omroep Organisatie, ging verder en kreeg in 1976 een plaats binnen het Nederlandse publieke bestel. De VOO bouwde daarbij voort op de geschiedenis van Radio Veronica. Bekende medewerkers keerden terug op de radio en ook programma’s en onderdelen uit de tijd van de zeezender kregen opnieuw een plaats. Toch was de situatie behoorlijk veranderd. Veronica moest het nu doen met de beperkte zendtijd die het binnen het publieke bestel kreeg en uitzenden via Hilversum 3 in plaats van vanaf een zendschip op de Noordzee. Op vrijdag 2 januari 1976 was tussen 19:00 en 20:00 uur de eerste uitzending van de VOO op Hilversum 3 te horen. Het was voorlopig slechts één uur per week, ingeklemd tussen de NOS en de VPRO. Dat uur werd gebruikt om Veronica opnieuw herkenbaar te maken voor de luisteraar. Tegelijkertijd was er een ander doel dat in iedere uitzending nadrukkelijk terugkwam: de luisteraars werden opgeroepen om lid te worden van de Veronica Omroep Organisatie. Het ledenaantal was immers bepalend voor de verdere positie van de jonge omroep binnen het publieke bestel. De eerste uitzending kreeg de naam Veronica op 3. Juist rond die titel bestaat achteraf nogal wat verwarring. Het programma wordt regelmatig aangeduid als De Popinformatie Show of De Actuele Popinformatie Show, maar dat waren geen officiële programmatitels. In de omroepgidsen stond Veronica op 3 en ook Lex Harding gebruikte die naam tijdens de uitzendingen. De Actuele Popinformatie Show was de subtitel van het programma. Ook dat doet denken aan de eerdere verwarring rond Veronica op 1 en 3600 Seconden Veronica, waarover al eerder is geschreven. Bij Veronica op 3 is aan de hand van de omroepgidsen en de bewaard gebleven uitzendingen goed vast te stellen welke naam daadwerkelijk werd gebruikt. Lex Harding was de vaste stem van Veronica op 3 en presenteerde alle twintig afleveringen. Het programma liep tot en met 21 mei 1976 en vormde in die eerste maanden de belangrijkste verbinding tussen de nieuwe publieke Veronica-organisatie en de luisteraars. In het uur was volop ruimte voor actuele popinformatie, met onder meer een samenvatting van de Top 10, de Alarmschijf, de Radiorebus en het Popjournaal. Ook de Discotheken Tip, de Langspeelplaat van de Week en de nummer 1-hits uit Amerika, Frankrijk en Engeland kwamen voorbij. Het laatste deel van de uitzending was gereserveerd voor het Adje Boumangebeuren, met daarin de ABTT en reacties vanuit de fanclub. Tussen al die vertrouwde onderdelen door werd de luisteraar ook steeds herinnerd aan het belang van het lidmaatschap van de VOO. Op 19 maart kreeg Veronica op 3 een onderbreking. Rob Out presenteerde die avond voor het eerst Goud van Out, een programma dat duidelijk aansloot bij de Veronica-traditie. Eigenlijk had het programma al eerder op Hilversum 3 moeten klinken. In de weken voorafgaand aan 12 maart werd in Veronica op 3 al een promo voor Goud van Out uitgezonden. Op 12 maart kwam het programma inderdaad op de radio, maar na zeven minuten werd de uitzending afgebroken. Lex Harding nam de presentatie over en de rest van het uur verliep vervolgens als Veronica op 3. De eerste volledige uitzending van Goud van Out volgde op 19 maart. Aan het einde van mei veranderde er meer. De TROS maakte op 27 mei bekend te stoppen met de Alarmschijf, de Tipparade en De Nederlandse Top 40, onderdelen die de omroep sinds 3 oktober 1974 op Hilversum 3 had uitgezonden. Voor Veronica betekende dit de mogelijkheid om een aantal zeer bekende onderdelen uit de periode van de zeezender opnieuw op te pakken. Al op vrijdag 28 mei was De Nederlandse Top 40 voor het eerst bij de VOO te horen. Met slechts één uur zendtijd kon de volledige lijst niet worden behandeld, waardoor de uitzending zich beperkte tot de Top 20. Lex Harding werd de vaste presentator en Leo van der Goot zijn vaste vervanger. Ook bij deze uitzendingen bleef de ledenwerving een belangrijk onderdeel van het uur: wie wilde dat Veronica binnen het publieke bestel verder kon groeien, werd aangespoord om lid te worden van de VOO. Toen Leo van der Goot op 4 juni drie weken lang de presentatie van Lex Harding overnam, ontstond bovendien een opmerkelijke situatie rond de hitlijst. Tijdens de uitzending van 4 juni werd de Top 20 van 12 juni 1976 gedraaid. De lijst was op dat moment officieel nog niet gepubliceerd. Een week later, op 11 juni, verwees Van der Goot naar een herhaling en werd de opzet van het programma aangepast. De uitzending begon met de nieuwe binnenkomers in de Top 40, gevolgd door de Klapper van de Week en het Popjournaal. In het tweede halfuur kwam de Top 10 aan bod. Daarbij valt op dat de Top 10 van 12 juni werd behandeld als een herhaling van de week ervoor, terwijl de officiële lijst van 5 juni op de website van de Nederlandse Top 40 een andere samenstelling laat zien. Het is een van die merkwaardige details uit de eerste periode van de Top 40 bij de VOO die pas echt opvallen wanneer oude uitzendingen naast de beschikbare lijsten worden gelegd. Op 18 juni keerde de Langspeelplaat van de Week terug als vast onderdeel van het programma. Twee weken later, op 2 juli, was er opnieuw aandacht voor de geschiedenis van de Top 40. De 600ste uitzending van de lijst werd aangegrepen om I Feel Fine van The Beatles te draaien, de eerste nummer 1 uit de geschiedenis van de Nederlandse Top 40. Vanaf dat moment werd het een vast onderdeel om iedere week een oude nummer 1-hit uit de geschiedenis van de lijst te laten horen. De Olympische Spelen in Montréal zorgden ervoor dat De Nederlandse Top 40 op 23 en 30 juli niet op Hilversum 3 kon worden uitgezonden. De VOO kreeg daarvoor twee extra uren terug op woensdag 11 en 18 augustus. Daarmee ontstond opnieuw ruimte voor programma’s die aansloten bij de vertrouwde Veronica-programmering. Op 11 augustus presenteerde Rob Out voor de tweede keer Goud van Out. Een week later keerde de Adje Bouman Top 10 terug, live vanuit Wateringen. Het jaar kreeg op Tweede Kerstdag een extra uitzending. Op 26 december kreeg de VOO van 14:00 tot 18:00 uur de gelegenheid om de Top 100 van 1976 uit te zenden. Tom Collins, Tineke de Nooij, Rob Out en Lex Harding namen samen de presentatie voor hun rekening. Het was echter niet de laatste uitzending van de VOO in 1976. Op 31 december was Lex Harding te horen met Lexjo, dat in plaats van De Nederlandse Top 40 werd uitgezonden. Het programma bestond uit lekkere platen die in de loop van het jaar niet gedraaid konden worden. Ad Bouman verzorgde, net als bij alle andere VOO-programma’s op Hilversum 3 dat jaar, de productie. Wie naar de programmering van 1976 kijkt, ziet daarmee vooral een poging om Veronica na het einde van de zeezender opnieuw op de radio vorm te geven. De VOO was een nieuwe vereniging, maar kon voortbouwen op een naam, medewerkers, programma’s en een grote groep luisteraars die al bestond. De beperkte zendtijd betekende dat zorgvuldig moest worden gekozen welke vertrouwde onderdelen opnieuw konden worden gebracht. Tegelijkertijd stond er iedere week een ander belangrijk element centraal: ervoor zorgen dat genoeg luisteraars zich aan de nieuwe vereniging zouden verbinden door lid te worden van de Veronica Omroep Organisatie. Van Veronica op 3 tot Goud van Out, van de Nederlandse Top 40 tot de Adje Bouman Top 10, de Top 100 van 1976 en uiteindelijk een Lexjo: het waren allemaal pogingen om herkenbare elementen van het oude Veronica opnieuw een plek te geven op Hilversum 3. De bewaard gebleven uitzendingen maken daarbij niet alleen hoorbaar hoe de programma’s in dat eerste jaar klonken, maar laten ook zien hoe de VOO bezig was om met slechts een uur zendtijd per week een nieuwe basis op te bouwen binnen de publieke omroep. Vincent Schriel, 11 oktober 2026 Bronnen: https://www.radiopedia.nl/wiki/Programmaoverzicht_Veronica_Omroep_Organisatie_op_Hilversum_3_in_1976 https://www.radiopedia.nl/wiki/Veronica_op_3_(VOO) https://www.radiopedia.nl/wiki/De_Nederlandse_Top_40_(VOO) https://www.radiopedia.nl/wiki/Goud_van_Out_(VOO) https://www.radiopedia.nl/wiki/ABTT_(VOO) https://www.radiopedia.nl/wiki/Top_100_van_het_jaar_1976_(VOO) https://www.radiopedia.nl/wiki/Lexjo_(VOO) Afbeelding: foto Douwe Dijkstra.9 punten
-
Waarom de middengolf nog niet verdwenen is
De middengolf is in Europa al jaren bezig aan een stille terugtocht. Waar de band ooit het kloppend hart was van nationale omroepen, regionale stemmen en grensoverschrijdende ontvangst, resteert vandaag vooral een landschap van lege frequenties, uitgeschakelde zenders en een handvol liefhebbers die proberen vast te houden aan een medium dat door velen al is afgeschreven. Toch is het verhaal van de middengolf niet zo eenvoudig als de optelsom van gesloten zendlocaties en verdwenen stations doet vermoeden. De neergang van de middengolf begon niet gisteren. In heel Europa werd het bereik van FM vanaf de jaren zestig steeds beter, terwijl de geluidskwaliteit duidelijk aantrekkelijker was voor luisteraars. De middengolf bleef nog lang relevant door zijn grote bereik, zeker in de avonduren wanneer signalen honderden kilometers konden overbruggen, maar verloor stap voor stap terrein. Wat ooit een vanzelfsprekend onderdeel was van het dagelijks luisteren, werd langzaam een techniek uit een ander tijdperk. Dat proces werd versneld door de hoge kosten van het in de lucht houden van middengolfzenders. Grote zendinstallaties vragen veel energie, veel onderhoud en veel ruimte. Vooral voor publieke omroepen werd het steeds moeilijker om die kosten te verantwoorden in een tijd waarin luistergedrag verschoof naar FM, DAB+ en online distributie. Vanuit economisch oogpunt was de conclusie voor veel omroepen helder: waarom een dure infrastructuur in stand houden voor een steeds kleiner publiek. In Nederland werd dat scenario pijnlijk zichtbaar. De grote landelijke middengolfzenders verdwenen één voor één. Frequenties die decennialang een vaste plek hadden in het luistergedrag verloren hun functie. Zendlocaties werden afgebroken, masten verdwenen uit het landschap en de middengolf werd teruggebracht tot een marginaal platform. Wat resteerde was niet langer een volwaardige distributievorm voor grote omroepen, maar een niche voor kleine spelers, experimenten en liefhebbers. Die ontwikkeling staat niet op zichzelf. In veel Europese landen werd dezelfde afweging gemaakt. Frankrijk, Duitsland, Zwitserland en grote delen van Scandinavië namen afscheid van de middengolf omdat het simpelweg te duur werd om een verouderd systeem te blijven voeden. De publieke taak verschoof naar digitale verspreiding en commerciële partijen zagen geen aantrekkelijk verdienmodel meer in een band die vooral met ruis, storingen en afnemend bereik werd geassocieerd. Toch is het opvallend dat de middengolf niet volledig is verdwenen. Juist nu de grote spelers vertrokken zijn, ontstaat ruimte voor kleinschalige initiatieven. In Nederland is dat vooral zichtbaar in de opkomst van LPAM, de laagvermogenvergunningen op de middengolf. Die kleine vergunningen bieden lokale en thematische aanbieders de mogelijkheid om met relatief beperkt vermogen uit te zenden. Daarmee krijgt de middengolf een andere functie dan vroeger. Niet langer als massamedium voor miljoenen luisteraars, maar als kleinschalig platform voor initiatiefnemers die bewust kiezen voor etherdistributie. Dat maakt LPAM interessant, juist omdat het geen poging is om het verleden terug te halen. De kracht van deze kleine vergunningen zit niet in schaal, maar in karakter. Ze bieden ruimte aan partijen die niet afhankelijk zijn van grote budgetten en die de middengolf gebruiken als aanvulling op online distributie. Voor sommigen is het een technisch experiment, voor anderen een manier om een specifiek publiek te bereiken. De band krijgt daarmee een rol die kleiner is dan vroeger, maar ook vrijer en persoonlijker. De vraag is wel hoe duurzaam dat model uiteindelijk is. Ook een kleine middengolfzender kost geld, vraagt technische kennis en heeft te maken met storingsgevoelige ontvangst. Bovendien is de gemiddelde luisteraar niet meer gewend om actief op de middengolf af te stemmen. Wie vandaag radio ontdekt, doet dat meestal via een app, slimme speaker of DAB+-radio. De vanzelfsprekendheid van de AM-band is verdwenen en daarmee ook een groot deel van het potentiële bereik. Toch hoeft dat niet automatisch het einde te betekenen. De toekomst van de middengolf ligt niet meer in bereik alleen, maar in betekenis. De band hoeft niet terug naar zijn vroegere positie om relevant te blijven. Juist als kleinschalig medium kan de middengolf een plek behouden voor experiment, cultureel behoud en technische zelfstandigheid. In een tijd waarin distributie steeds afhankelijker wordt van grote platformen en gesloten ecosystemen, heeft een vrij toegankelijke etherfrequentie nog altijd waarde. Daarmee is de middengolf in Nederland geen massamedium meer, maar ook geen relikwie. Wat verdwenen is, is het tijdperk van grote vermogens en nationale dekking. Wat overblijft, is een kleinere wereld waarin ruimte is voor nieuwe toepassingen, nichegebruik en technische eigenzinnigheid. Dat is geen terugkeer naar vroeger, maar een andere toekomst dan lang werd verwacht. Vincent Schriel, 10 mei 20268 punten
-
Toen televisie in Nederland nog een experiment was
De eerste televisiebeelden in Nederland verschenen in een tijd waarin radio nog het dominante massamedium was. Eind jaren 20 stond televisie vooral bekend als een technische nieuwsgierigheid waarover in vakbladen en kranten met belangstelling werd geschreven, maar waarvan maar weinig mensen zich konden voorstellen dat het ooit een vaste plek in de huiskamer zou krijgen. Toch werd er in Nederland al vroeg rekening gehouden met deze nieuwe vorm van communicatie. Bij de totstandkoming van de Radiowet van 1928 was televisie namelijk al opgenomen in de regelgeving. In de toelichting op de wet werd gesproken over toepassingen waarbij niet alleen geluid, maar ook beelden draadloos konden worden verzonden. Daarmee viel televisie in die periode nog onder het brede begrip radio. Dat klinkt tegenwoordig misschien vreemd, maar in de jaren 20 werd draadloze communicatie vooral gezien als één technisch domein waarin geluid en beeld zich naast elkaar ontwikkelden. Die aandacht voor televisie kwam niet uit de lucht vallen. In verschillende landen werd al geëxperimenteerd met mechanische televisiesystemen, vaak gebaseerd op de ronddraaiende Nipkowschijf. Vooral in Groot-Brittannië, Duitsland en de Verenigde Staten trokken deze proeven de aandacht van technici en elektronicabedrijven. Ook in Nederland groeide de belangstelling snel, mede door de activiteiten van Philips in Eindhoven. Het bedrijf begon bijna 100 jaar geleden al met experimenten rond televisie en demonstreerde in 1928 de eerste resultaten aan pers en publiek. In 1929 vonden vervolgens de eerste Nederlandse televisieproeven plaats. Die uitzendingen waren technisch nog uiterst primitief. Het beeld bestond uit weinig beeldlijnen, had een lage resolutie en werd weergegeven op kleine schermen die vaak niet groter waren dan een ansichtkaart. Toch maakte het diepe indruk dat bewegende beelden draadloos konden worden overgebracht. Het idee dat mensen thuis niet alleen konden luisteren naar nieuws en amusement, maar het ook konden zien, sprak sterk tot de verbeelding. Dat televisie in Nederland serieus werd genomen, bleek ook uit de aanpassing van de definitie van omroep. Waar eerder alleen werd gesproken over mededelingen van woord- en tooninhoud, werd dat uitgebreid met beeldinhoud. Daarmee ontstond juridisch ruimte voor toekomstige televisie-uitzendingen. Toen de Nederlandse omroepen in 1936 hun definitieve vergunningen ontvingen, stond daarin expliciet vermeld dat uitzendingen met woord, toon én beeld waren toegestaan. Ondanks die wettelijke basis bleef televisie in de praktijk voorlopig beperkt tot experimenten en demonstraties. De techniek was kostbaar, ingewikkeld en nog volop in ontwikkeling. Vooral de ontvangstkwaliteit liet vaak te wensen over. Daarnaast waren televisietoestellen duur en voor de meeste huishoudens onbereikbaar. In de jaren 30 werd televisie daardoor vooral gezien als een technische mogelijkheid voor de toekomst en nog niet als een medium voor dagelijks gebruik. Philips speelde in die periode een belangrijke rol bij de verdere ontwikkeling. In Eindhoven werden experimentele zenders gebouwd en vonden praktijkproeven plaats waarbij de beeldkwaliteit geleidelijk werd verbeterd. Rond 1935 startte het bedrijf met regelmatige proefuitzendingen vanuit Eindhoven. Tegelijkertijd keek de overheid voorzichtig vooruit. In 1935 werd een speciale televisiecommissie ingesteld die moest onderzoeken welke kansen televisie in Nederland had. Die commissie zag zeker mogelijkheden, maar wees ook op de hoge kosten, de beperkte techniek en de vraag wie verantwoordelijk moest worden voor de programma’s. De Tweede Wereldoorlog zorgde vervolgens voor een abrupte onderbreking van de verdere ontwikkeling. Pas na 1945 kwam televisie weer nadrukkelijk op de agenda te staan. In eerste instantie gebeurde dat opnieuw vanuit Eindhoven, waar Philips experimentele uitzendingen verzorgde voor een klein publiek. Uiteindelijk leidde dat in 1951 tot de eerste officiële landelijke televisie-uitzending vanuit Bussum. Terugkijkend is het opvallend hoe vroeg Nederland al bezig was met televisie. Terwijl de meeste huishoudens in de jaren 20 nog rond de radio zaten, werd achter de schermen al gewerkt aan een medium dat het dagelijks leven ingrijpend zou veranderen. Wat begon met wazige proefbeelden en experimentele installaties groeide enkele decennia later uit tot een vanzelfsprekend onderdeel van vrijwel ieder huishouden. Vincent Schriel, 6 september 20267 punten
-
Hans Knot: Veronica blijft als U dat wilt met de nodige randverschijnselen
Op 15 mei 1971 werd er een aanslag gepleegd op het zendschip MEBO II van RNI, en dat – zoals enkele dagen later bleek – in opdracht van een directielid van Radio Veronica. Medewerkers van Veronica bleven ook na arrestatie van directeur Hendrik Verweij en een van zijn getrouwen pal achter de toekomst van Radio Veronica staan en startten een actie onder de noemer ‘Veronica blijft als U dat wilt.’ Het verhaal van die moeilijke periode is van Veronica zijde uitgebreid beschreven door Rob Out in het boek ‘Veronica 1 jaar later’. Maar er gebeurde meer aan de zijlijn in die periode. Algemeen bekend werd dat, gezien Hendrik Verweij in de gevangenis was gekomen, een paar dagen later de aandeelhouders van CV Radio Veronica hadden besloten broer Dirk Verweij weer tot directeur te benoemen. Dirk had zich jarenlang niet getoond in de directiekamer, ondanks dat hij de belangrijkste figuur was in de beginjaren van het station en tevens op dat moment veruit de grootste aandeelhouder was. Vanaf dat moment was Dirk mededirecteur naast zijn broer Jaap en waren conflicten uit het verleden deels bijgelegd of waren in de koelkast beland. Doel van de door de medewerkers bedachte actie, die op 31 juli 1971 werd opgestart, was het niet alleen afstand te nemen van datgene wat was gebeurd door de aanslag, maar vooral om de luisteraars te gaan aansporen achter het initiatief te staan en een ondersteuningskaart voor deze actie in te vullen en in te sturen. Vervolgens was het de bedoeling de massaal ingediende kaarten te bezorgen bij de toenmalige regering in Den Haag. Een in de SMC FB door mij gestelde vraag aan een aantal radiovrienden was: ‘Momenteel ben ik een lang artikel aan het schrijven inzake vele dingen die speelden rond de actie. Derhalve de vraag ‘wat je zoal herinnert aan de actie, of jezelf bewust hebt meegedaan kaarten te verzamelen, op de een of andere manier het geheel hebt ondersteund, en of er meer herinneringen naar boven komen?’. Het was Kay Coax die reageerde met: ‘Ik weet nog van de aanslag zelf, mijn ouders vonden dat het langharig tuig verzopen had moeten worden in de zee. Voor mijzelf was dit de druppel om niet meer naar Radio Veronica te luisteren. Want zo bijzonder vond ik ze toen ook niet echt ten opzichte van RNI, waar het er niet zo stijf aan toe ging en dat veel meer een hitradio station was. De kaarten actie vond ik zeer ongepast voor ‘bomleggers’. Wel dient eraan toegevoegd worden dat de programmamakers, die de kaartenactie hadden opgezet, helemaal niet op de hoogte waren dat door Hendrik Verweij en Nobert Jurgens opdracht was gegeven tot een aanslag op het zendschip van RNI. Bovendien was met de aanslagplegers niet afgesproken dat dit met een bom zou gebeuren, en achteraf bleek het tevens niet om een bom te zijn gegaan. Mede door de in paniek geraakte deejays van RNI, die noodsignalen de ether in stuurden waarin werd gemeld dat er een bom aan boord was gegooid, is die aanslag onterecht als een ‘bomaanslag’ de geschiedenis ingegaan. En dan was er ook een aantal reacties van personen die toen al fervent luisteraar van RNI waren. Eén van de reacties was van Hans van Dijk die reageerde met: ‘Ha Ha ja ik weet het nog goed maar ik heb zeker niet zo’n kaart ingestuurd.’ Duidelijk na meer dan een halve eeuw nog steeds dezelfde mening. In een aantal kranten verscheen op 19 mei 1971 de berichtgeving dat de deejays van Radio Veronica als het ware de directieleden op de knieën hadden gedwongen en ze te laten bekennen, betrokken te zijn geweest bij het voorbereiden van de actie tegen de concurrent. Eén van de koppen destijds gaf het al aan: ‘Directeur Bull Verweij gaf het zelfs toe in een interview in AVRO’s Televizier Magazine aan de jonge journaliste Ria Bremer: “Ik gaf 10 duizend gulden voor de aanslag.” Bovendien werd er nog meer geld toegezegd als de actie succesvol zou zijn. Van het gekregen geld kochten de aanslagplegers de nodige materialen om de aanval te kunnen uitvoeren. Zelfs in Groningen, in de burelen van het Nieuwsblad van het Noorden aan het Zuiderdiep, was het trieste nieuws doorgedrongen van het gebeuren in Hilversum. Een correspondent meldde dat er een fikse ruzie had plaatsgevonden in het Veronicapand aan de Utrechtseweg in Hilversum, waarbij de programmamakers het niet eens bleken te zijn met de opdracht vanuit de directie. Ze moesten namelijk een bericht uit sturen via het ANP, waarin de directie zich distantieerde van de aanslag op de MEBO II van RNI. De deejays en andere medewerkers waren die avond bijeen voor de wekelijkse bijeenkomst om onder meer een nieuwe Alarmschijf te kiezen en die betreffende keer eisten ze geheel open kaart van de directie van Radio Veronica. Hierbij wenste een groot deel van de deejays als ook technici met ontslag te gaan als er geen eerlijk antwoord werd gegeven. Rond negen uur in de avond verschenen de directieleden op de vergadering, vergezeld van twee advocaten. De medewerkers vonden het een schandalige zaak dat ze werden opgezadeld met de opdracht naar de buitenwereld de niet betrokkenheid van Veronica te brengen, iets wat totaal niet te verdedigen was. Na de aankomst van de directiedelegatie was het Jaap Verweij die toegaf op de hoogte te zijn geweest, maar dat de directie niet had voorzien dat een geplande kaping en binnenslepen van het zendschip van Radio Noordzee zo uit de hand zou lopen. En de tienduizend gulden, eerder genoemd, werden beschikbaar gesteld aan medewerker Norbert Jurgens die vervolgens het geld had gegeven aan de drie uit Scheveningen afkomstige duikers, waarbij een van hen heel goed op de hoogte was van de situatie aan boord van de MEBO II, gezien het gegeven dat hij in 1970 een tijdje als Captain Tom gezagvoerder was geweest van dit zendschip. Op diezelfde 19de mei 1971 was er nog een ander opmerkelijk bericht terug te vinden in het Nieuwsblad van het Noorden waarin werd vermeld dat de directie van Radio Noordzee van plan was de krachten te bundelen met de directie van Radio Veronica met als doel de zeezenders gericht op Nederland te laten voortbestaan. Een woordvoerder van RNI meldde dat er een dag eerder een poging tot een gesprek was gedaan maar dat de directie van Veronica onder geen beding bereid was tot een gesprek. De RNI-woordvoerder stelde onder meer: “We zijn het niet eens met de mensen die de mislukte aanslag een overwinning voor ons noemen in de concurrentiestrijd met Veronica. Dat zou een pyrrusoverwinning zijn omdat deze zaak een politieke ontwikkeling tot stand kan brengen, die ook voor ons het einde kan betekenen. Nogmaals, wijzelf en de eigenaren van het zendschip, Meister en Bollier, zijn bereid vrede te sluiten met Veronica, al was het morgen al.” Ook werd door RNI-directie vanuit Zürich bekend gemaakt dat de totale schade aan het zendschip, als gevolg van de aanslag, in de buurt van de 1 miljoen gulden was geschat. MEBO Ltd. uit Zürich was niet tegen een aanslag verzekerd. De Amsterdamse officier van Justitie, mr. J.F. Hartsuiker, had inmiddels overleg gepleegd met zijn Haagse ambtsgenoot, plaatsvervangend hoofd van het Parket, mr. J. van ’t Veer. Ze waren tot de conclusie gekomen dat de aanslag door de Haagsche Officier van Justitie diende te worden behandeld. Vreemd vond ik deze beslissing destijds omdat een eerdere rechtszaak omtrent problemen tussen Veronica en RNI werd stopgezet. Het ging om het onder dwang verwijderen van een kapitein van de MEBO II waarbij de toenmalige officier van Justitie aangaf dat deze activiteit had plaatsgevonden in internationale wateren en dus niet kon worden behandeld in een Nederlandse rechtbank. Tijdens de aanslag was de MEBO II immers ook verankerd in internationale wateren. In de loop der weken na de aanslag op het zendschip van RNI en ver voor de start van de actie ‘Veronica blijft als U dat wilt’ verschenen in diverse kranten al dan niet positieve berichten aangaande Radio Veronica. Zo vroeg journalist Dick van Reeuwijk op 22 mei 1971 zich af hoelang er nog muziek zou zitten in Radio Veronica. Hij had daarvoor onder meer Jaap Stamer gesproken, destijds al acht jaar verantwoordelijk als ‘Artists Relation’ bij de platenmaatschappij Philips-Phonogram, die stelde dat Veronica in de daaraan voorafgaande elf jaren baanbrekend werk had verricht, dat de ontwikkeling van de Nederlandse platenmaatschappijen ongetwijfeld had bevorderd. “Het zou bijzonder jammer zijn als ze dienen te verdwijnen, na deze domme naïeve streek. Misschien dat hun goodwill, hun vele charitatieve goede werk hen kan redden”. Het onderzoeksbureau Prad kwam rond die tijd naar buiten met cijfers rond de reclameomzet, waarbij werd gemeld dat die van Radio Veronica vijf keer zo groot was als die van Hilversum III. Bij Veronica ging het om rond de 20 miljoen gulden per jaar terwijl in Hilversum voor het zogenaamde popstation op III nauwelijks 4 miljoen gulden aan reclameomzet werd gegenereerd. Ook Paul Mertz, een van de bekendste mensen actief binnen de reclamebureaus in Nederland, werd gememoreerd in het artikel van Dick van Reeuwijk in het Parool. Hij stelde: “Wij reclamemensen hebben het werken met Veronica altijd een leuke bezigheid gevonden, omdat dit station een extra dimensie aan het vak heeft gegeven. Ik zou het wel betreuren als Veronica verdween, hoewel ik het wel begrijp als men de gebeurtenissen met RNI aangrijpt.” Mertz begon zijn loopbaan in de reclamewereld in 1967 en ook toen al, in de tijd dat reclame-uitingen via radio en televisie mogelijk werden, bleek Radio Veronica zijn kracht te behouden: “Dit had zeker betrekking op de jeugd. Hilversum III heeft het nooit tot de hoogte van Veronica gehaald zeker niet als het gaat om de groep jeugdigen tussen 15 en 20 jaar.” Er was in de tijd een duidelijk verschil rond de mogelijkheden tot adverteren tussen Hilversum III en Radio Veronica. Bij eerstgenoemde was adverteren alleen mogelijk rond de nieuwsuitzendingen van het ANP, terwijl het ook nog eens in een keurslijf werd gebracht. Bij Radio Veronica waren de reclamespots onderdeel van de diverse programma’s waarbij het mogelijk was veel vaker per etmaal een product onder de aandacht te brengen dan via de STER en Hilversum III. Uiteraard werden er in die tijd bij herhaling bepaalde platen gedraaid die succesvol werden. Zowel bij Radio Noordzee als Radio Veronica was dat het geval waarbij menigeen zich afvroeg of het ging om wat men in de VS destijds payola noemde, ofwel dat een of meerdere deejays betaald werden vanuit een platenmaatschappij. In het interview met Jaap Stamer in het Parool werd hem dan ook de stelling voorgelegd dat men bij Radio Veronica mede bepaalde wat de mensen voor platen gingen kopen. Jaap: ‘Zo is het niet helemaal want met alleen pluggen kom je er niet. Je kunt draaien wat je wilt, als een plaat niet aanslaat bij het publiek gebeurt er helemaal niets. De betekenis ligt vooral in de mogelijkheid het publiek kennis te laten maken met een bepaalde plaat en die mogelijkheden zijn door Radio Veronica behoorlijk uitgebreid. Als het gaat om de uitgebreide aandacht die aan de Alarmschijf wekelijks wordt gegeven kan dat zomaar een omzet van tienduizenden platen betekenen.’ En met de vraag of er geld bij betrokken was als pluggers voorbij kwamen bij de toenmalige radiostation, inclusief Hilversum III, stelde Jaap Stamer: “Ondanks alle verhalen weet ik voor honderd procent zeker dat daar geen geld aan te pas komt. Er wordt in Nederland niemand omgekocht om een bepaalde plaat te draaien. Een directeur van een kleine maatschappij heeft dit eens een keer geprobeerd maar werd er bij Veronica direct uitgegooid.” Het is natuurlijk voor de lezer en mijzelf de vraag of de opmerkingen van Jaap destijds als geloofwaardig dienen te worden aangenomen. Stamer verdedigde zich namens zijn branchegenoten ook nog eens met de opmerking: “Ach die goede deejays bij Veronica verdienen toch minimaal 25.000 gulden per jaar (1971) en werken ook nog eens voor de drive in show, dat hen ook nog eens 15.000 gulden per jaar per persoon oplevert. Wat heeft zo’n man er dan aan als hij honderd gulden krijgt toegeschoven en daarbij het zijn baan kan kosten.” Afsluitend over vermeende financiële vergoedingen aan de radiostations stelde hij destijds dat er af en toe wel eens in een vriendschappelijke sfeer werd gedineerd en een borreltje werd gedronken maar dat daarmee de kous af was. Dan bleef de vraag over wat het kon betekenen voor de platenindustrie als Radio Veronica en Radio Noordzee door verandering in de Nederlandse wetgeving dreigden te verdwijnen. Jaap Stamer: “Dan is wel te verwachten dat er een teruggang in verkoopcijfers zal komen. Toen Radio Caroline destijds voor de Britse kust verdween betekende dat een terugval in tientallen procenten als het om de omzet binnen de platenindustrie ging. Als Veronica en Noordzee gaan verdwijnen zal het minder omzet worden maar niet zoals in Engeland omdat Hilversum III het gemis beter zal opvangen als de BBC destijds met de op Engeland gerichte zeezenders.” Paul Mertz ging destijds nog in over hoe eventuele budgetten gericht op radio reclame zouden veranderen als er een einde zou komen aan de zeezenders. Hij was van mening dat er weinig van de gereserveerde budgetten uitgegeven zouden worden. Reden was onder meer dat zowel Hilversum I, II en III, geheel vol zaten omdat er geen ruimte meer was voor reclamezendtijd in de daarvoor bestemde blokken. Ook voor reclame via de televisie was er geen mogelijkheid meer omdat er dan overboeking zou ontstaan. Plannen voor een zwevende versie van reclameblokken gingen ook niet door om het de dagbladpers niet nog moeilijker te maken en toch nog genoeg gelden te genereren via de adverteerders. Uiteraard waren de medewerkers van Radio Veronica, die voor die tijd niet op de hoogte waren gesteld van de pogingen Radio Noordzee dwars te gaan zitten, behoorlijk gefrustreerd over het gegeven dat de aanslag wel eens het einde kon betekenen van hun radiostation waar men met hart en ziel voor werkte. Liefst 90 medewerkers waren er in Hilversum als ook aan boord van het zendschip Norderney actief en eind mei 1971 kwam een aantal van hen in verschillende kranten, waaronder de Telegraaf en Het Parool, aan het woord. Een hoofddoel werd uit de verhalen heel duidelijk, namelijk dat men door wilde gaan als vanouds. “Zoiets kan zo maar niet worden weggevaagd” was de gezamenlijke mening destijds van de toen 29-jarige Tineke de Nooij en een jaar jongere Rob Out, die programmaleider was van het station. Hun reactie was gericht tegen de plannen van de regering van Nederland die in overweging had genomen een einde te maken aan het ‘piratentijdperk’. Beide populaire presentatoren hadden, samen met andere collega’s, een bezorgde open brief geschreven omtrent de ontwikkelingen rond het bestaan van Radio Veronica. Tineke werd omschreven als diegene die het meeste haar emoties toonde en stelde: “Wij hebben hier allen zo’n beetje de zenuwen. Elke morgen sta je op met de gedachte dat we vandaag eens een keer iets positiefs horen in plaats van al die slechte dingen. Het kan toch niet ineens zo maar voorbij zijn voor ons.” Out liet een ander perspectief zien gericht op de lezers van de Telegraaf, waarin hij stelde: “Afgezien dat wij de Nederlanders eindelijk gaven waarop zij recht hebben: muziek, hebben wij in de afgelopen 11 jaren wel getoond meer voor de medemens te hebben gedaan dan welke Nederlandse omroep dan ook. Wij hebben in die jaren zeker voor 5 miljoen gulden daarvoor beschikbaar gesteld. ” Hij duidde daarbij op de vele charitatieve financiële doelen die men bij Veronica had ondersteund. Een aantal voorbeelden: Het Koningin Wilhelmina Fonds, Stichting Open het Dorp en de Nierstichting. Allen hadden een fikse financiële ondersteuning genoten van Radio Veronica. Ook memoreerde Out aan het gegeven dat wekelijks de Top 40 werd samengesteld in nauwe samenwerking met rond de 250 platenzaken, verspreid over geheel Nederland. Een dure actie die per jaar rond de 400.000 gulden kostte. Volgens Out zou geen enkele andere omroep dit Veronica na doen. Een dag later stelde Tineke in een interview dat niemand binnen het Veronica team in de voorafgaande dagen nog de mogelijk had om reëel te denken. “We hebben in de afgelopen elf jaar vaker in een panieksituatie gezeten met Radio Veronica, waarbij het tevens het er naar uitzag dat het mis zou gaan. Nu lijkt het dan definitief. Maar we zijn vastbesloten, we gaan door tot het bittere einde. Wij hebben allemaal wel eens een aanbieding gehad om elders aan het werk te gaan, naar van diegenen die er nu nog zijn, is niemand van plan weg te gaan voor dat het station gesloten is. We gaan door.” De opnieuw tot directeur benoemde Dirk Verweij was van mening dat Veronica echt niet op korte termijn diende te verdwijnen: “Er zijn veel economische belangen. Niet alleen voor het personeel maar ook voor de adverteerders van wie de radioreclame samenloopt met hun advertentiecampagnes in de kranten. Iets wat je zo maar niet kan afbreken.” Uiteraard werd Dirk Verweij ook gevraagd naar de enorme problemen die door de aanslag waren ontstaan maar hij legde de schuld duidelijk bij de komst van RNI in 1970: “Toen ze vorig jaar kwamen dachten we meteen al dat ze alles zouden gaan verpesten. Ze hebben een veel sterkere zender en één schip kon onze regering nog wel laten liggen, terwijl als er twee kwamen er evengoed nog vijf bij zouden komen. En dat laatste is nou eenmaal ontoelaatbaar. Dat storen op het zuidelijk halfrond (Australië), waar de regering over spreekt, is ook door Radio Noordzee. Wij hebben met Veronica altijd goed in de pas gelopen.” Ik vond destijds en nu eigenlijk nog steeds de opmerkingen inzake de komst van RNI als oorzaak van alle problemen nogal hard gesteld door Dirk Verweij. In de weken na de aanslag op het zendschip van Radio Noordzee kreeg men bij Radio Veronica toch per dag enkele duizenden brieven van verontruste en meelevende luisteraars binnen, waarbij duidelijk werd dat het merendeel van de schrijvers zich positief en ondersteunend had geuit. Uit de inhoud bleek vooral dat men de wens had dat de programmamakers gewoon zouden doorgaan en wilden dat Veronica zou blijven bestaan. Duidelijk een wens die later werd gebruikt bij de op te starten actie voor lijfsbehoud. En in het land werd het duidelijk dat het luistervolk belangrijk kon zijn ter ondersteuning van voornoemde wens. Uiteraard dient vooral de steun worden genoemd, die vanuit Volendam in die tijd ontstond. Het waren Jan en Jaap Buijs, die onder meer managers waren van The Cats, die van mening waren dat ondersteuning via onder meer een handtekeningenactie van groot belang kon zijn. Jaap Buijs stelde eind mei 1971 dat, als de actie zou worden gehouden, er voor beide stations zou worden gestreden: “Als we alleen in een actie voor Veronica gaan strijden, mag Noordzee bij een goed resultaat toch ook blijven voortbestaan. Dus hoeven we geen partij te kiezen en kunnen mogelijk beide stations in de toekomst blijven bestaan en kunnen we dus voor beide stations een actie gaan voeren.” Weer elders meldde Out dat hij hoopte dat gebaseerd op het verleden voor Radio Veronica een vorm kon worden gevonden waarin het radiostation naar een eventuele wetsinvoering tegen de zeezenders kon blijven bestaan. In Luxemburg was dit volgens hem ook mogelijk doordat Radio Luxembourg daar al jarenlang werd gedoogd en niet door de regering van het land in moeilijkheden werd gebracht. Zo knipte ik op 25 augustus 1971 een berichtje uit de Telegraaf, waarin dieper werd ingegaan op datgene de luisteraar het liefste op Radio Veronica wenste te horen als ‘ideaal programma’. Het werd mij niet duidelijk of de vraagstelling vanuit de Telegraaf was gedaan of vanuit de Veronica organisatie. Wel werd er door een journalist van de Telegraaf in het knipsel gemeld dat liefst 27.253 enthousiaste luisteraars hadden gereageerd wat leidde tot een gemiddeld favoriete overdagindeling van Radio Veronica, dat toen nog via de 192 meter vanaf het zendschip de Norderney werd uitgezonden. Zo wenste men op doordeweekse dagen tussen 7 en 9 uur te blijven luisteren naar ‘Ook Goeiemorgen’ in de presentatie van Tom Mulder. Daarna een uurtje ‘Muziek terwijl U werkt’, in presentatie van Tineke. Ook gaf men aan dat tussen 10 en 12 uur het liefste werd geluisterd naar een aflevering van de ‘Tom Collinsshow’. Tussen de middag vervolgens het liefste twee uur lang de ‘Chiel Montagne Show’. Lex Harding wenste men tussen twee en vier uur, terwijl men de uren tussen 4 en 6 uur had toebedacht aan Rob Out. Over de uren in de avond werden er geen gegevens naar buiten gebracht. Wel werd bekend dat door de nieuwe indeling de ‘Zaterdagmiddaggebeurtenis’ werd vervroegd. Zoals bekend zat daar niet alleen de ‘Veronica Top 40’ presentatie in maar ook die van de ‘Tipparade’. Vanaf dat moment begon dit gebeuren om 13 uur en duurde vervolgens tot 18 uur iedere zaterdagmiddag. Voor velen een ijkpunt om naar uit te kijken, voor anderen afzien om weer de hitparade te dienen aan te horen. Een programma dat voorheen op de zaterdag werd gebracht verhuisde naar de zondagochtend tussen 11 en 12 uur en wel ‘Sportief zijn, beter worden’. Daarna was in de zondagmiddag een herhaling van de ‘Veronica Top 40’ te beluisteren. Het was natuurlijk niet verplicht om te luisteren, want er waren genoeg andere mogelijkheden om te ontspannen, zoals de programma’s van Radio Noordzee, die onder meer werden uitgezonden via de 220 meter. Tenslotte was het voor velen een verademing dat het zondagmiddag programma ‘Sangria’, dat voorheen alleen in de zomer werd geprogrammeerd, een vaste plek bleef behouden tijdens de ‘winterprogrammering’. Het was trouwens een paar dagen eerder, op vrijdag 20 augustus 1971, dat ik destijds in mijn knipselwoede uit de Volkskrant een artikel haalde waarbij ik een aantekening maakte met grote uitroeptekens: ‘1 miljoen en meer Nederlanders?’ Het was een klein half jaar nadat Radio Noordzee, het Nederlandstalige deel van RNI, in de ether was gekomen. Zelf was ik direct na de start een fervente luisteraar geworden. Mede gezien de eerdere ervaringen met Radio Nordsee International, verkoos ik Radio Noordzee boven de destijds in mijn oren behoorlijk ‘gemaakte’ programma’s van Radio Veronica. Met andere woorden ‘het was voor mij meer een stukje fabriekswerk zonder enige vorm van belevenissen op de boot’, zoals we wel gewend waren via RNI. Zie deze kritiek niet als het neerhalen van Radio Veronica, maar meer het gevoel dat ik destijds had bij mijn radiobeluistering. We hadden voor die 20steaugustus 1971 natuurlijk al behoorlijk veel informatie tot ons laten komen en ikzelf had af en toe ook geluisterd naar de programma’s van Veronica, waarin de actie ‘Veronica blijft als u dat wilt’. Wel in betreffende knipsel kwam naar voren dat de populariteit en bestaansrecht van Radio Veronica voldoende was aangetoond door voornoemde actie. Het was Rob Out die, namens het station, de media had opgezocht en onder meer meldde: “Eind augustus wordt de actie gesloten en krijgen wij ook de uitslagen van een waarderingsenquête.” Het was de Stichting voor de Statistiek die in het onderzoek een fiks aantal vragen had gesteld als het ging om het eventuele voorbestaan van de zeezender Radio Veronica. Het was Out die ook stelde dat de cijfers, voortgekomen uit het onderzoek, reden genoeg waren om vertegenwoordigers van de regering uit te nodigen voor een gesprek in de burelen van Radio Veronica aan de Utrechtseweg in Hilversum. Hij gaf echter niet aan welke specifieke personen eventueel werden uitgenodigd. Rob Out: “Houd het maar op Kamerleden en de Regering. Welke argumenten we zullen aanvoeren en welke alternatieven we daar zullen geven daar hebben we nog totaal geen flauw idee van.” Er waren mogelijkheden genoeg. Allereerst het voorbestaan als zeezender, inpassing in het omroepbestel dan wel een organisatie verantwoordelijk voor het op te starten en in te vullen vierde radionet, waarvan voorzichtig sprake was. Uiteindelijk werd het de aspirant status in 1975 waarop in de laatste dagen van het jaar wel het eerste openingsprogramma op het nieuwe klassiek getinte Hilversum 4 mocht worden gevuld. Vreemd genoeg had Out wel een eigen mening over de mogelijkheden van het eventueel toelaten van concurrent Radio Noordzee tot het omroepbestel: “Het is een buitenlands station voor de Nederlandse kust. Radio Veronica is in de eerste plaats een Nederlands station dat al elf jaar bestaat en populair is bij de bevolking.” Waarschijnlijk was hij even vergeten dat een deel van de luisterschare na de aanslag op het zendschip van RNI, in opdracht van Radio Veronica, van luisterfrequentie was veranderd. Ook vond Out dat de aanslag op het zendschip van RNI niet dient te worden aangehaald bij de informatie over het onderzoek. Het diende maar eerst te worden bewezen dat Hendrik Verweij, een van de drie directeuren van Radio Veronica, daadwerkelijk was betrokken bij de aanslag. Ook meldde hij dat de reclamewereld het een uitstekend idee zou vinden als het station als zeezender zou blijven bestaan. Out meldde tevens dat de daaropvolgende maand september speciaal zou gaan worden met een regelmatig uitgave van ‘Veronica 1-9-2’ dat in enkele honderdduizenden exemplaren met een omvang van rond de 50 pagina’s zou verschijnen. Hij beloofde dat het tijdschrift niet meer dan 50 cent ging kosten. Er gingen destijds meteen verhalen rond dat men zich bij Radio Veronica op deze manier voorbereidde op een eigen omroepblad. Rob Out vond de conclusie maar een slag in de lucht: “Het gaat er gewoon omdat we het nodig vinden een dikker blad uit te geven dan het vierpagina top veertigblaadje, dat we tot nu toe uitgeven.” Terwijl ik aan het schrijven ben, komt in gedachten weer de foto naar voren die destijds in 1971, bij herhaling, in diverse publicaties heeft gestaan. Rob Out zittende achter een tafel vol met adhesiebetuigingen, die op voorgedrukte kaarten in het land door vooral jongeren werden verspreid. Met een arm steunde hij op een enorme stapel en toonde zich meer dan verheugd op het succes van de actie ‘Veronica blijft als U dat wil’, door zich op zijn hoofd van verbazing te krabben. En inderdaad, het waren vooral de jongeren die de adhesiekaarten landelijk verspreidden. De familie Knot was in Groningen een jaar eerder verhuisd van de Korreweg naar een splinternieuw hoog flatgebouw in de nieuwe wijk Vinkhuizen. We woonden daar op de tweede verdieping en op een bepaald moment ging de voordeurbel. Het was in het begin van de avond en moeder Rie Knot deed de deur open en zag een enigszins verlegen jongen van een jaar of 13 die haar vroeg of er interesse was een dergelijke kaart in te vullen om het voortbestaan van Radio Veronica te ondersteunen. De voordeur ging meteen wijd open, want mijn moeder was een zeer gastvrije vrouw en liet de jongen binnen met de opmerking dat hij maar eens binnen diende te komen om te zien hoe de zeezenders leefden in ons gezin. Rie wees hem op de kamer meest links in de gang, die hij vervolgens betrad en zijn ogen redelijk uitkeek van verbazing. De muren waren gevuld met uitingen over de zeezenders, variërend van stickers en posters tot zelfgemaakte tekeningen. Het was de basis sinds enkele maanden van de nieuwe hoofdredacteur van Pirate Radio News en de 13-jarige jongeling werd later de man die vooral Ome Frans Nienhuis van Radio Veronica eerde met een eigen internetpagina, ofwel Bert Alting. Terugkomend op die jongeren, zoals aangehaald door Rob Out, dient vermeld te worden dat uit een steekproef, genomen uit die honderdduizenden inzendingen, was gebleken dat veel van de adhesiekaarten waren ingevuld door 15 tot 20-jarigen. Het ging daarbij om een percentage van bijna 25%. Commentaar van Out in een van de publicaties was dat het daarbij vooral ging om jongeren die helemaal gek waren van de wekelijkse top veertig en deels deden aan deejayverering. Maar het was onjuist om te concluderen dat het voornamelijk kinderen waren die wensten dat Veronica kon blijven. Immers was 60 procent van de ingezonden kaarten afkomstig van ‘jongeren’ in de leeftijdscategorie tussen twintig en zeventig jaar. Gelijk aan voornoemde actie liep er een tweede onder de noemer: ‘Veronica Rot Op Nu’, waarvan de initiatiefnemers landgenoten opriepen de kaarten van ‘Veronica Blijft Als U dat wilt’ ongefrankeerd op te sturen naar de burelen van Radio Veronica, zodat er een enorme financiële schadepost kon ontstaan doordat men de vele strafporten diende te betalen. Maar gelukkig werden dergelijke kaarten nauwelijks ingestuurd. Meer als 55 jaar later beken ik andermaal, dat ik in die tijd geheel geen fan was van datgene Radio Veronica ons via de 192 meter bracht en mijn tevredenheid meer was te vinden bij de programmering van het dat jaar opnieuw opgestarte RNI, met Nederlandstalige uitzendingen onder de naam Radio Noordzee. Maar toch bleef ik, na de aanslag en brand op het zendschip MEBO II van RNI de publiciteit volgen en knipte vrijwel dagelijks meerdere artikelen uit de diverse kranten die via allerlei wegen tot mij kwamen. Zo werd mij door een bekende vrijwel wekelijks ‘Vrije Geluiden’ toegestopt en wel in de week nadat het was verschenen en dus niet meer van pas kwam om de programmering van radio en televisie van de publieke omroepen daarin te volgen. Maar ook in ‘Vrije Geluiden’ vond ik af en toe, al dan niet positief, een bijdrage omtrent het gebeuren rond Radio Veronica en RNI. Het was in de editie van 14 augustus 1971 dat er een nogal zuur stuk was te lezen onder de titel ‘Eindelijk Gerechtigheid’ van de pen van Hans Keller. Hij had een lange loopbaan al achter de rug in zowel de geschreven media als de televisiewereld en was in 1961 een van de initiatiefnemers voor de introductie van de Nipkowschijf. In 1969 ging hij werken voor de VPRO, waar hij elf jaar lang gezichtsbepalende informatieve en kunstprogramma's voor de televisie maakte, waaronder het in Nederland bekende ‘Het gat van Nederland’. Hij kreeg trouwens voor dit in die tijd populaire voornoemde programma zelf de Nipkowschijf uitgereikt. Maar hij schreef dus ook met regelmaat een column in het omroepblad van de VPRO, zoals op 14 augustus 1971 en wel met een zure aanval op de Veronica actie waarin eenieder werd gevraagd de actie ‘Veronica Blijft al U dat Wilt’ te ondersteunen. Keller haakte aan door onder meer te stellen ‘dat Veronica op zee was gestart met de actie Veronica moet blijven. Met handtekeningenactie, sticker campagne, luisteronderzoeken vol met vele cijfers die trillen van auditieve gulzigheid. Speciaal voor die gelegenheid tot klinken gebrachte zielige jingles, waarin een stem zegt dat Veronica zal verdwijnen als we niet met z’n allen helpen, terwijl je op de achtergrond de prachtige gil hoort van een dame die tot zinken wordt gebracht en om hulp roept omdat iedereen haar te mooi vond om te verdrinken.’ Natuurlijk is het geheel, dat straks nog verder wordt aangehaald, in een cynische bui destijds door Keller geschreven mede uit een vermeende angst dat de VPRO misschien wel de nodige leden als omroepvereniging zou gaan verliezen als Veronica eenmaal het recht zou krijgen om te opteren voor een officiële licentie aan land. Vervolgens memoreerde hij wat zowel hij had gehoord in de programma’s van Radio Veronica als ooggetuigenverslagen betreffende voornoemde acties. Bijvoorbeeld dat er door de postkamer van de NOS 1500 kaarten ter ondersteuning waren aangevraagd voor de medewerkers van deze overkoepelende publieke omroeporganisatie, 400 kaarten waren verstuurd naar de politie in Vlaardingen maar ook dat drie jongens vanuit Dordrecht op hun brommertjes helemaal naar ’t Gooi waren gekomen om een stapel kaartjes te halen. Vervolgens vond de schrijver van de cynische column het nodig een snerende opmerking te maken richting diverse dagbladen die, volgens hem, te veel positieve aandacht besteedden aan de door Veronica opgestarte en misschien voor hem te succesvolle actie. ‘Zelfs enkele dagbladen, die sinds enkele jaren een naam hadden te verliezen als gezagsgetrouwe steunpilaren van een dames-en-heren-maatschappij, die met toegeknepen neus en hoofdschuddend gadeslaat wat er tegenwoordig allemaal maar schijnt te kunnen, hebben het voor Veronica opgenomen.’ Keller vergat toch echt dat de VPRO al tijden in verdrinkingsnood zat en via de zogenaamde tientjes actie (wel lid geen blad) de nodige leden diende binnen te halen om het hoofd boven het water te kunnen houden. Als ik zo zijn ongenoegen van destijds andermaal lees, lijkt het erop of hij stilletjes verlangen had naar zijn prille jeugd want hij begon Veronica te vergelijken met Paddeltje, de scheepsjongen van Michiel de Ruyter, een ondeugende maar schat van een jongen. Daarbij voegde hij eraan toen dat de radio-fetisjisten voortdurend door Veronica in hun sentimentele herinneringen aan Radio London en Radio Caroline werden gekieteld, de twee ‘piraten’ die de Veronica stijl van radiomaken en jaren eerder een niet geringe duw hadden gegeven aan de opmars van de Europese popcultuur. Keller vergat te melden dat ook de programmakers en hun collega’s bij Veronica met het vervolg op deze vorm van radiomaken ervoor hadden gezorgd dat de zon meer ging schijnen in ons Nederlands radiovenster. Het was of die 14de augustus 1971, vier jaren nadat de Britse versie van de anti-zeezender wijzigingen in de Nederlandse wetgeving werd aangepast, de juiste datum was om de voornoemde actie van Radio Veronica eens goed aan te pakken. Destijds kreeg ik vanuit het westen van ons land van een bevriende zeezenderfan een epistel toegestuurd op die datum gepubliceerd van de pen van Rolf Boost in de Haagse Post. Hij meende dat de door Veronica gebruikte reclameslogan een aardige was maar inhoudelijk wel een leugen was. Want zolang Nederland geen Volksrepubliek zou zijn, maar een parlementaire democratie, besliste niet het volk, maar de leden van de beide Parlementaire Kamers in Den Haag. Het was derhalve Boost die van mening was dat de actie een loze poging was om officieel te worden erkend, want volgens hem zouden de leden van de beide Kamers even gemakkelijk de zeezenders om zeep helpen als de studiekosten aanzienlijk verhogen. Tevens meldde hij in zijn betoog dat de actie van Veronica, in de plaats gekomen voor een reclame advertentie actie opgezet door directeur Dirk Verweij, een bedrag van minimaal een kwart miljoen gulden ging kosten. Vliegtuigen met reclamesleep, dames in Veronica T-shirts, enorme hoeveelheden bedrukte adhesiebetuigingen, artiesten die gingen meewerken en een boodschap inspraken, zoals het jonge zangeresje Wilma, die stelde dat ze altijd misselijk werd in een auto en dan naar Radio Veronica luisterde om weer zich enigszins senang te voelen en Mieke Telkamp, die met volle overtuiging stelde dat ze het erg ging vinden als Veronica dreigde te verdwijnen. En de fanatieke Veronica luisteraar herinnert zich tal van muzikale steunbetuigingen die in die periode, gevolgd door de frequentiewisseling in september 1972, in veelvoud voorbij kwamen in de uitzendingen. En bij de buren, Radio Noordzee, was nog geen enkel teken van actie te vernemen via de uitzendingen. Wel bleek de juridisch adviseur namens de firma Strengholt – de heer Geleijnse -, opdracht te hebben gekregen uit te zoeken op welke manier de organisatie een actie tegen de Nederlandse Staat kon beginnen. Het enige dat vanuit de burelen van Radio Noordzee naar buiten kwam was dat men van mening was dat de door Radio Veronica gevoerde actie op een te vroeg tijdstip een aanvang had genomen. Ondertussen bleek alle – al dan niet negatieve – publicatie rond beide stations wel zeker van invloed te zijn geweest op de aandacht vanuit de reclamewereld. Rob Out meldde dat in plaats van 16 spots men had besloten er maximaal 20 per uitzenduur te programmeren. Ook meldde hij dat er een brief was uitgegaan naar de reclamewereld waarin stond vermeld dat men sterk rekening diende te houden met het gegeven dat Radio Veronica het daarop volgende jaar nog zeker in de ether zou zijn. Dit kon overtuigend worden gemeld daar de toenmalige minister-president De Jong had gezegd dat de radiostations, actief vanaf internationale wateren, nog tijd genoeg kregen om, bij een beslissing tot invoering van een speciale wet, de lopende contracten met de reclamewereld na te komen. John de Mol sr. van Radio Noordzee meldde aan de media dat het razend druk was, mede door de toenemende stroom van potentiële adverteerders. Het was ook logisch dat adverteerders het liefste bij de twee stations gingen of bleven adverteren aangezien het daar aanzienlijk goedkoper bleek te zijn dan bij de STER, de Stichting Ether Reclame. Dit ondanks dat de toenmalige directeur van de STER – waarschijnlijk uit lijfsbehoud – stelde dat meer en meer adverteerders belangstelling toonden via de mogelijkheden van de STER (radio en televisie) hun waren aan te prijzen. Mede door de aanslag op het zendschip van Radio Noordzee, gepleegd in opdracht van twee personen binnen de Veronica organisatie, bleek in de zomer van 1971 dat Radio Noordzee steeds dichter naar Radio Veronica toekroop als het ging om de bestedingen voor radioreclame. Het Nederlands Centrum voor Marketing en Analyses bracht rond die tijd een verslag uit waaruit naar voren kwam dat de luisterverhouding tussen beide stations op dat moment 45% voor Radio Veronica en 41% voor Radio Noordzee was. Twee maanden eerder was de verhouding duidelijker in het voordeel van Veronica met 48% en Radio Noordzee met 36%. Het meest opmerkelijke was dat in vier maanden tijd het aantal Nederlanders, dat soms luisterde naar Radio Noordzee, van 2 miljoen naar 4 miljoen was opgelopen. Er ontstond rond augustus een soort van samenhorigheid onder de twintigers van die tijd, die aantekeningen begonnen te maken dan wel krantenartikelen te verzamelen waarin opmerkingen waren terug te vinden over de door Radio Veronica medewerkers opgestarte actie. Halverwege de maand augustus 1971 meldde Rob Out in de Telegraaf behoorlijk aangedaan te zijn vanwege het gegeven dat er een behoorlijke populariteit was bij de ouden van dagen. Hij liet de journalist van de voornoemde krant een ingezonden kaart zien van een 98-jarige oude mevrouw uit een rusthuis, die namens alle inwoners een kaart ter ondersteuning had ingestuurd. Out zijn reactie daarop: “Weet je wat het is? Voor het eerst zijn de mensen eigenlijk echt geconfronteerd met het verdwijnen van Radio Veronica. Daar werd vroeger ook wel op gezette tijden over gepraat, maar zo dicht bij als nu heeft het moment nooit gelegen. Wij hebben de mensen duidelijk met hun neus op de realiteit gewezen.” Volgens Out waren speciale momenten van doorslaggevende waarde zoals een onderbreking van de programma’s gedurende een halve minuut zodat men kon beseffen wat een gemis het zou zijn zonder de populaire geluiden via de 192 meter. Ondertussen verbleef Veronica mededirecteur Hendrik (Bul) Verweij in zijn cel in het Huis van Bewaring te Utrecht als vermeende medeschuldige aan de aanslag op het zendschip van RNI. Desondanks had hij tijd om een bemoedigende brief te schrijven en te sturen naar de Veronica burelen in Hilversum: ‘Nog mijn complimenten voor de fantastische echte oude stijl. In no time 1 miljoen kaarten de deur uit. Dit is het werk en ik wou dat ik ook wat kon doen.’ En alle medewerkers kwamen zijn uiting met regelmaat tegen als men door de gang in het complex liep en het mededelingenbord passeerde. Ondertussen was in tal van kranten in die maand augustus te lezen dat meer dan een kwart miljoen adhesiebetuigingen waren ingevuld en opgestuurd naar de Veronicaburelen aan de Utrechtseweg in Hilversum. Ook werd er bericht dat er een grote stickeractie was opgestart waarmee de fanatieke aanhang van het radiostation de liefde voor het radiostation kon betuigen. Niet alleen de dagbladen brachten informatie maar ook de zogenaamde huis aan huisbladen. Op 19 augustus werd bijvoorbeeld in ‘Echo’ een bericht geplaatst dat Amsterdam, waar mogelijk, spoedig zou worden volgeplakt met stickers onder het motto: ‘Veronica blijft als U dat wilt’. En over fanatieke luisteraars gesproken, zowel op het Centraal station in Amsterdam als die van Utrecht stonden groepjes jongeren dagenlang de adhesiekaarten uit te delen. Grote vraag is nog steeds of ze destijds vielen onder de generatie onnodige schoolverzuimers. Rob Out gevraagd naar de bestickering van gebouwen, bushaltes en meer stelde hij dat het niets te maken had met demonstreren of protesteren. Nee er werd slechts een geweldloze actie gevoerd met als doel het Nederlandse volk te vragen Veronica te ondersteunen in de strijd tot behoud van het station. De volhouders hebben overwonnen, hoewel andermaal met veel tegenwerking vanuit Den Haag. Eind 1975 was de allereerste uitzending van de tot het bestel toegelaten omroep VOO. Dit gebeurde via het tevens geopende klassieke vierde radionet, waarbij de opening was toegewezen aan het jonge gezelschap, voortgekomen uit de zeezender Radio Veronica. Afsluitend een verwijzing naar de speciale pagina over het jaar 1971 van de Stichting Norderney, samengesteld door archivaris Juul Geleick https://www.norderney192.nl/historie/h-1971.html? Hans Knot, 30 augustus 2026.7 punten
-
Eerste deel Veronica-archief digitaal beschikbaar via Beeld & Geluid
Beeld & Geluid heeft de eerste duizenden onderdelen uit de collectie van zeezender Radio Veronica digitaal beschikbaar gemaakt voor publiek en onderzoekers. Een groot deel van het materiaal dat in 2020 door Stichting Norderney werd geschonken, is inmiddels verwerkt en via de online catalogus raadpleegbaar. Daarmee is een belangrijk deel van de Nederlandse mediageschiedenis breder toegankelijk geworden. De eerste fase van het project richtte zich op de ontsluiting van reclamemateriaal en beeldarchief uit de jaren van Radio Veronica op zee. In de catalogus van Beeld & Geluid zijn nu 341 reclamefragmenten direct te beluisteren. Daarnaast is de metadata van ruim 3600 andere reclames doorzoekbaar gemaakt. Ook het fotoarchief is uitgebreid met meer dan 1500 beelden die een indruk geven van het leven en werk aan boord van het zendschip Norderney. Naast audio en beeld is ook aandacht besteed aan de digitale nalatenschap rond Radio Veronica. In samenwerking met Stichting Norderney worden de websites norderney.nl en 192radio.nl structureel gearchiveerd. De inhoud van deze websites is vanwege rechten alleen in het gebouw van Beeld & Geluid in Hilversum te bekijken, maar de bijbehorende metadata is wel online beschikbaar. Ook de digitalisering van het audiomateriaal is in volle gang. Inmiddels is de metadata van ruim 5000 programma’s en programmaonderdelen verwerkt en online opgenomen. Daarmee ontstaat een gedetailleerd overzicht van de programmering van Radio Veronica in de periode van 1960 tot 1974. In een volgende fase wordt de papieren collectie aangepakt, waaronder programmaschema’s uit de jaren 1963 tot 1968. Volgens Beeld & Geluid laat de collectie zien hoe groot de invloed van Radio Veronica is geweest op de ontwikkeling van radio in Nederland. Het station speelde een belangrijke rol in de opkomst van commerciële radio en sloot aan bij de opkomende jeugdcultuur van die periode. Ook de eigen vorm van radioreclame, waarmee het station zichzelf financierde, neemt binnen het archief een belangrijke plaats in. Onderzoekers die de collectie in de Mediatheek van Beeld & Geluid willen bekijken, kunnen daarvoor een afspraak maken via de klantenservice van het instituut. Afbeelding: Directeur Eppo van Nispen tot Sevenaer van Beeld & Geluid met Ad Bouman, Niels Zack en Juul (foto Beeld & Geluid)7 punten
-
🎄 Fijne feestdagen namens het team van Radiotrefpunt!
🎄 Fijne feestdagen Wij, de vrijwilligers en medewerkers van Radiotrefpunt, wensen alle bezoekers een warme en sfeervolle Kerst toe. Bedankt voor jullie steun en enthousiasme in het afgelopen jaar! 🎙✨ ⭐ Gelukkig nieuwjaar! Mogen 2026 gevuld zijn met mooie radiomomenten, nostalgie en inspiratie. We kijken ernaar uit om jullie ook in het nieuwe jaar weer te verwelkomen!7 punten
-
Douwe Dijkstra: De Mi Amigo Kronieken – Deel 2
Begin augustus 1975 was ik voor het eerst in Playa de Aro. Met (nog steeds) vriend Robbert was ik op 19-jarige leeftijd een maand op Interrail door Europa, een vakantie die eindigde met voor mij een hoogtepunt zijnde een bezoek aan Radio Mi Amigo waar ik thuis dagelijks naar luisterde sinds Radio Veronica, Noordzee en Atlantis zwegen. Op vrijdagmiddag 1 augustus konden we nog juist even naar de Mi Amigo shop bemand door Jacqueline Hendrickx, de partner van Sylvain Tack. Omdat studiobezoek alleen mogelijk was van maandag tot vrijdag moest ik een weekend mijn geduld bewaren. Daarom namen we op zondag maar eens een kijkje waar Discotheque Pacha was gevestigd. Rond 1975 waren er vier grote namen op discotheque gebied in de omgeving van Playa de Aro aan de Costa Brava. Paladium, al geopend in 1966 in de oude masia Casa Vella. Maddox waar onder anderen Johhny Hallyday optrad, dan Tiffany’s, misschien wel de meest legendarische met een tropische tuin en een zwembad en tenslotte de pas in 1974 geopende Pacha, een splinternieuwe discotheque waar Mi Amigo was neergestreken om een aantal van haar programma’s op te nemen. Omdat de programma’s van Mi Amigo twee weken op voorhand werden opgenomen werd rond ons bezoek de Peter van Dam show voor maandag 18 augustus van 16-18 uur (2 uur) in de Pacha opgenomen. Een kopie van die cassette kocht ik na het weekend in de shop bij Jacqueline en kun je hier horen. Inmiddels is het terrein van de Pacha een ruïne waar ik nog wel eens langsloop als ik in Playa ben. Bijgaand een foto van de Pacha op 3 augustus 1975 en daarnaast een recente foto uit 2025. Tot genoegen: Douwe Dijkstra. Minder weergeven Afbeeldingen: Douwe Dijkstra6 punten
-
Radiotrefpunt is weer online
6 puntenMisschien heb je het gemerkt: Radiotrefpunt was op woensdag 21 oktober een tijdje niet bereikbaar. Er waren twee ernstige beveiligingslekken ontdekt in PHP, de software waarop Radiotrefpunt en een groot deel van het internet draaien. Het PHP-team riep alle websitebeheerders op om direct te updaten zodra er een oplossing was. Tot die tijd hebben we de site uit voorzorg offline gehaald, zodat niemand misbruik kon maken van het lek. De updates zijn inmiddels geïnstalleerd en we hebben de site gecontroleerd. We hebben geen aanwijzingen gevonden voor misbruik. Je hoeft zelf niets te doen: je account, berichten en wachtwoord zijn gewoon zoals ze waren. Bedankt voor je geduld! Merk je toch iets vreemds op, laat het ons dan weten.6 punten
-
De nostalgische column van Hans Knot 28 februari 2026: Radio Noordzee Hou em in de lucht
Wie herinnert zich nog de actie ‘Radio Noordzee Hou em in de lucht’? Het begon in juni 1973 toen het duidelijk werd dat de Nederlandse Parlementsvertegenwoordigers, de positieven uitgezonderd, het besluit wensten te nemen tot invoering van maatregelen tegen de zeezenders. Dit diende te gebeuren via een aanpassing van bestaande wetgeving en bekrachtiging van het Verdrag van Straatsburg uit 1965. Dit laatste verdrag was door een groot aantal naties bekrachtigd maar diende altijd via aanpassing van bestaande wetgeving in diverse landen worden bekrachtigd, waar tot op dat moment in Nederland geen sprake van was. En dus werd er door Radio Noordzee, de Nederlandstalige tak van RNI, vanuit de studio in Naarden een actie gecoördineerd om Nederland op te roepen lid te worden van Radio Noordzee met als doel in de toenmalige toekomst een plekje te vergaren in het publieke omroepsysteem. Kosten nog moeite werden gespaard om het luisterpubliek breed te interesseren een lidmaatschap te nemen. Dit kon door de weids verspreide stickers in te vullen en op te sturen naar het adres van Radio Noordzee. Voor vijf gulden kon je in die tijd jouw steun voor het favoriete steun betuigen, hetgeen zowel voor Radio Veronica als voor de luisteraars van Radio Noordzee mogelijk was. Er waren dagenlang live uitzendingen vanaf het zendschip MEBO II met deejays van Radio Noordzee en er was de Radio Noordzee karavaan met tientallen auto’s, die op diverse plekken in het land opdoken om, vergezeld van een promotieteam, leden proberen te winnen voor Radio Noordzee. Het was het Seven Club team uit Rotterdam Schiedam met onder meer Rob van der Palm en Rob Slotemaker, die in diverse winkelcentra hun karavaan tijdelijk stopten. Op de 220 meter werd regelmatig melding gemaakt waar het Seven Club Team was te zien. Uiteraard was men er, vergezeld door een promotieteam om stickers uit te delen die de ontvangers warm dienden te maken toch ook maar een lidmaatschap van Radio Noordzee aan te gaan. Een bedrag van 5 gulden storten bleek op dat moment voldoende. Ook in de noordelijke provincies was een aantal mensen actief. Zo waren de beide mannen, verantwoordelijk voor de productie van de RNI dubbel-lp – die in mei 1973 uitkwam – actief in de provincie Groningen. Het waren Jacob Kokje en Hans Knot die eerst een avond het uitgaansleven van Groningen ingingen. In die tijd begon dat om 20 uur tot een uur of 1 in de nacht. Discotheken als Jolly Joker, Blow Up en Time Out werden bezocht om de rode stickers uit te delen. De volgende avond werd een bezoek gebracht aan Royal York en discotheek Just Fancy in Winschoten. Wat het bezoeken aan nieuwe leden heeft opgeleverd zal altijd een vraagteken blijven. Terwijl ik dit verhaal schrijf komen in gedachten de prachtige jingles in mijn gehoor terug, die er destijds zijn gemaakt ter ondersteuning van de actie ‘Hou em in de lucht’ op Radio Noordzee, waarvoor we vooral dankbaarheid dienen te geven aan Ferry Maat. Hij zou later nog vele mooie jingles produceren in Nederland en daarbuiten. Het zijn gedachten die na een periode van 53 jaar weer naar boven komen en wel doordat, bij het scannen van een groot aantal artikelen ten bate van het archief een volgend bericht eruit sprong. Het was gedateerd op 4 januari 1975 waaruit duidelijk werd dat de toenmalige minister voor Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, Harry van Doorn, duidelijk had gemaakt dat er voor Radio Noordzee in de toenmalige toekomst geen ruimte was een publieke omroepstatus te verkrijgen. ‘Minister Van Doorn heeft de aanvraag afgewezen, omdat de stichting RTV Noordzee niet zou voldoen aan drie van de acht eisen die de omroepwet stelt.’ Volgens een ministerieel onderzoek had Noordzee bij lang na niet de 15.000 leden, die een adspirant omroep destijds diende te hebben. Van de ruim 26.000 namen op de lijst van ‘leden’ bleek 65% niet ingeschreven bij de Dienst Omroepbijdrage. Het waren vooral jeugdige in huiswonenden, waarvan alleen het hoofd van het gezin telde bij een eventueel lidmaatschap. Van Doorn, die een KRO verleden had, bracht nog meer redenen naar voren RTV Noordzee geen toegang te verlenen tot het Omroepbestel want een steekproef had uitgewezen dat er bij lange na niet genoeg echte leden konden worden geteld. Bovendien stelde hij dat de stichting RTV Noordzee uit een oogpunt van cultuurbeleid onvoldoende gekwalificeerd bevonden werd en tenslotte was hij er niet van overtuigd, dat RTV Noordzee niet uit was op het maken van winst. Uiteraard was er diepe teleurstelling. John de Mol, toenmalig directeur van Radio Noordzee, stelde die dag nog niet of er beroep zou worden aangetekend tegen het besluit van de minister. “Ik kan ook nog nauwelijks reageren op de argumentatie, want ik heb zijn antwoord nog maar net in handen. Ik weet bijvoorbeeld nog niet op welke 9500 leden in de zin der wet de steekproef uit ons ledenbestand is gedaan. We hadden er zelf op gegokt, dat meer dan de helft zou kunnen meetelden. We waren van tevoren al erg selectief geweest bij het accepteren van leden. We hebben ons gedistantieerd van de al te tomeloze ledenwerving van anderen. Ik dacht trouwens dat we duidelijk genoeg tegen de minister hebben gezegd, dat de stichting volkomen los staat van het Strengholt-concern." Helaas was er van ‘Hou em in de lucht’, wat betreft de originele Radio Noordzee, niets terecht gekomen en werden alleen pogingen gedaan radio onder dezelfde naam te produceren, wat voor de echte fans uit de periode 1971-1974 niet alleen als kwalijk werd gezien maar bovendien als een slechte kopie van destijds. Hans Knot, 28 februari 20265 punten
-
Extra nostalgische column van Hans Knot: World Radio Day
World Radio Day wordt deze vrijdag 13 februari 2026 voor de 15de keer gehouden. Telkens op dezelfde datum vindt dit evenement in februari plaats. Het leek mij leuk om dieper in de geschiedenis te duiken dan de eerste datum van World Radio Day, dus voor 2012, zelf ver voor dat jaar. 13 februari 1960 bracht Vrij Nederland een kort bericht: ‘De VRON nog niet aan bod. Dure heren, die directeuren van de 'vrije radio-omroep', die vanaf de zee voor Katwijk uit zal gaan zenden. Want voor de tweede keer is een deel van hun zendermateriaal in beslag genomen. Ditmaal terwijl het op weg was naar Emden. Zo gaat dat, als men zich boven de Nederlandse wetten verheven voelt en met een 'wie doet je wat?' zijn gang gaat. Dan zegt 'de wet' van tijd tot tijd: 'nee heren!' en als de wet iets zegt, kost dat tijd, een proces en geld. Daarom zendt de VRON nog steeds niet en zal ze voorlopig nog niet aan bod zijn ook.’ Vervolgens naar een berichtje uit mijn archief dat voor het eerst naar buiten kwam op 13 februari 1961. Het werd bekend gemaakt in de kranten van de GPD, dat stond voor de Gemeenschappelijke Pers Dienst, waarbij ook de door ons gelezen Nieuwsblad van het Noorden behoorde. ‘Donderdag 16 februari begint Radio Veronica met het uitzenden van Engelstalige programma's. Als gevolg daarvan zullen de Nederlandse uitzendingen met ingang van die datum in de ether zijn van één uur 's middags tot acht uur ‘s avonds. Het ligt in de bedoeling dit programma in de maanden maart en april te verlengen tot middernacht. De Engelstalige uitzendingen, waarover in Engeland al enige protesten zijn gerezen, zullen plaatsvinden van acht uur 's morgens tot 's middags één uur en van middernacht tot twee uur in de ochtend. Voor de Nederlandstalige uitzendingen is een nieuwe programmering vastgesteld.’ Het ging hier om de uitzendingen van CNBC, dat slechts een kort bestaan heeft gehad. Het signaal, waarmee men hoopte luisteraars in Londen te bereiken, was dermate slecht dat op een bepaald moment de uitzendingen werden stopgezet en die uren weer werden ingenomen door Radio Veronica, dat met de in de tijd vele kwartiertjes aan gesponsorde programma’s. Een aantal kranten kwam op 13 februari 1962 met een bericht over Radio Mercur: ‘Radio-Mercur voorlopig niet in de lucht. De Cheeta I, het schip met het Deense commerciële radiostation Mercur aan boord, zal voorlopig de haven van Kopenhagen niet mogen verlaten. Het vaartuig, dat maandagnacht na in de storm in moeilijkheden te zijn geraakt en naar Kopenhagen werd gesleept, staat onder politiebewaking. De Deense PTT, die het recht had de zendapparatuur in beslag te laten nemen, wil van het feit dat de Cheeta I in een noodsituatie is komen te verkeren geen gebruik maken. De scheepvaartinspectie wilde het schip echter niet laten gaan voordat de bemanning een kapitein had gekregen die over de nodige erkende bevoegdheden beschikte en de scheepspapieren werden getoond. Voor een kapitein werd ijlings gezorgd De papieren waarmee men kwam aandragen waren echter in het Spaans opgesteld en de daarin genoteerde maten stemden niet met die van de Cheeta I overeen. Het schip, dat zoals bekend in de Sont buiten de territoriale wateren opereert, zou in Honduras zijn geregistreerd. De vlag ontbrak echter. Wel was er materiaal aanwezig om zo nodig het dundoek van Honduras te fabriceren.’ Geknoei met scheepspapieren en vlaggen kwam dus vaker voor binnen de zeezender-wereld. Op 13 februari 1963 ging het om geld dat vrij diende te komen voor de RONO, de Regionale Omroep Noord en Oost. ‘De gemeenteraad van de gemeente Leeuwarden zal vanavond beslissen of er in Leeuwarden een hulpstudio voor de RONO zal worden gebouwd. B. en W. van Leeuwarden hebben de raadsleden geadviseerd deze hulpstudio in te richten in de voormalige Prinsentuinschool, dicht bij het Kunstcentrum de Prinsentuin. Volgens het preadvies van het college van B. en W. zal er in de school een controlekamer, een spreekstudio en een muziekstudio moeten worden ingericht. Voor dit werk willen de B. en W. van Leeuwarden een krediet verstrekken van f 87.000. Na het gereedkomen van het werk, zal de studio aan de Nederlandse Radio Unie verhuurd worden.’ Op 13 februari 1964 werd stil gestaan in de GPD kranten dat het 25 jaar geleden was dat de eerste aflevering van Francis Durbridges detectivespel ‘Paul Vlaanderen’ op de Nederlandse radio was te beluisteren: ‘De handeling van dit eerste stuk voltrok zich voor een belangrijk deel in het te Ouderkerk gesitueerde café ‘De Kleine Korporaal’. Paul Vlaanderen was in Nederland geïntroduceerd door Kommer Kleyn, jarenlang hoorspelregisseur van de AVRO. Het spel dankte echter zijn naam aan de toenmalige directeur van de AVRO, Willem Vogt. Toen deze het manuscript van ‘Send for Paul Temple’ onder ogen kreeg, vond hij dat het in Nederland moest spelen. Op het hoofdkantoor van de AVRO in Amsterdam werkte in die tijd een bediende, die Vlaanderen heette en een ongeëvenaarde reputatie genoot als toeverlaat in de meest uiteenlopende situaties. “Spreek met Vlaanderen en het komt in orde", stelde de heer Vogt voor als vertaling van de titel van het eerste spel, daarmee tevens de hoofdpersoon aan zijn Nederlandse naam helpend. Theo Frenkel en Lily Bouwmeester vertolkten de eerste jaren de hoofdrollen: Paul en Ina. In 1959, toen Kommer Kleyn de AVRO met pensioen verliet ging de spelleiding over in handen van Dick van Putten, die als geluidsinspeciënt aan de realisering van alle Paul Vlaanderens had meegewerkt. Jan van Ees, die in het eerste spel als Gare Toontje de detective tegenover zich had gevonden, was toen allang in de huid van Vlaanderen gekropen en ‘gehuwd’ met Eva Janssen (Ina). Verder meldde de GPD dat in niet geringe mate tot het succes van de volgens een vast recept geschreven spelen, de volstrekt onlogische ontknoping bijdroeg, waardoor de spanning tot het laatst toe gehandhaafd bleef voor de luisteraars, maar ook voor de spelers, die pas op de laatste repetitie inzage kregen van het slot. 13 februari 1965 bracht nieuws rond een activiteit van Stan Haag, die een televisieprogramma met vakantietips ging presenteren. De eerste opname was gepland voor 31 maart 1965, die gemaakt zou worden in het tot NTS-studio herbouwde Bellevue in Amsterdam en wel in opdracht van de KRO. Het luidde meteen een nieuwe serie in. De serie kreeg de naam ‘Vakantie op zicht’, een aantal amusementsprogramma's, waarin diverse vakantielanden zoals Spanje, Italië, Joegoslavië en Oostenrijk belicht werden. Stan Haag gaf onder andere tips, hoe overal te komen met de verschillende ons ter beschikking staande vervoersmiddelen. Eigenlijk een totaal onbekende activiteit van Jacob Pieter Constantijn Haag, zoals Stan voluit heette. De teksten waren van Stan Haag en Casper de Groot. De laatste was tevens de samensteller van het televisieprogramma. Een jaar later was er bezoek in Nederland voor promotie van zijn muziek en wel door de Amerikaanse zanger Gene Pitney. Sommige mensen konden in die tijd weg zwijmelen met zijn muziek, wat Jana en Hans Knot nog soms weer doen bij het draaien van zijn muziek. Dus voor mij persoonlijk heeft 13 februari 1966 een duidelijke herinnering. De GPD kranten schreven: ‘De Amerikaanse popzanger Gene Pitney komt een bezoek aan Nederland brengen. Pitney, die op het San Remo-festival 1966 een bijzonder groot succes heeft geboekt, is op het ogenblik bezig door Engeland een tournee te maken. Begin maart zal hij naar Nederland komen om er enkele televisieopnamen te maken.’ 13 februari 1967 werd bekend dat de Stichting RTN, dat stond voor Radio en Televisie Nederland en onder meer uitgever was van Televzier, dat jaar nog op zou gaan in de AVRO. Wel bleef vanaf dat moment de AVRO-Bode in de toenmalige vorm bestaan en zou, op een nader te benoemen datum, de AVRO ook de uitgever worden van de Televizier, waarin de AVRO-Bode integraal werd opgenomen. Op die manier kon de Televizier de volledige programma’s van radio en televisie publiceren en kreeg de AVRO, door overname van de Televizier, ontelbare leden erbij. Van de meer dan 260.000 leden hadden, in de week na het bekend worden van de fusieplannen, slechts 27 leden zich kritisch uitgelaten over het samengaan met de AVRO. 13 februari 1968 was het item ‘radio’ ook terug te vinden en wel met een kort berichtje over het land waar een woeste oorlog en enorme hongersnood heerste en welke ontwikkelingen ik destijds als 19-jarige intens volgde: ‘Radio Biafra, dat beweert nog steeds uit te zenden uit de gevallen hoofdstad Enoegoe, heeft gisteren omgeroepen dat Biafraanse troepen de universiteitsstad Nsoekka, 65 km ten noorden van Enoegoe, hebben heroverd. Nsoekka werd door de federale troepen bezet en wel ongeveer 10 dagen nadat de burgeroorlog op 6 juli was uitgebroken.’ 13 februari 1969: Tussen de omroeporganisaties was destijds al geruime tijd overleg gaande over een andere opzet van de radiostation Hilversum III. De plannen hiervoor werden door een commissie verdeeld over twee fasen. De eerste fase, namelijk die van het verstrooiend karakter met zo weinig mogelijk gesproken woord, was eerst gestart. De VPRO deelde via een persbericht op 13 februari mede, dat ze zich steeds op het standpunt heeft gesteld dat slechts een vrij rigoureuze herstructurering van het derde net zin zou hebben. De GPD meldde vervolgens dat de VPRO daarom aan haar bereidheid tot medewerking aan de eerste fase de voorwaarde verbonden had van een voldoende zich te kunnen richten op de tweede fase, die onder meer het doorlopen van het lichte programma tot in elk geval middernacht zou moeten behelzen. ‘Het zicht op die tweede fase wordt, volgens de VPRO, enigszins verduisterd door een onderhoud dat op 16 januari plaats had tussen de minister van CRM en het dagelijks bestuur van de NRU en raad van beheer van de NTS. Tijdens dit onderhoud is de mogelijkheid ter sprake gekomen van wat wordt genoemd een gematigd derde programma in de avonduren op het derde net.’ Deze ontwikkeling was destijds voor de VPRO aanleiding een afwachtende houding aan te nemen, hetgeen betekende dat de VPRO-programma's op het derde net ook destijds voorlopig niet werden aangepast of vervangen. Op 13 februari 1970 was in de kranten het bericht te vinden dat Radio Nordsee International, de Zwitserse zeezender, ook op de 186 meter was te ontvangen. Het zenschip MEBO II lag sinds eind januari dat jaar vijf mijl ten westen van de kust bij Noordwijk ten anker. ‘De proefuitzending - in de ochtend - duurde maar enkele minuten en werd daarna afgebroken met de mededeling, dat men aan boord van het zendschip nadere technische voorzieningen wilde treffen om de reikwijdte van het signaal te vergroten. Het is de bedoeling, dat deze 105 Kilo watt zender bijna overal in Europa te horen is.’ En wat hebben we vervolgens met veel plezier naar de verschillende uitzendingen geluisterd, die uiteindelijk op 31 augustus 1974 ten einde kwamen. In 1971 heb ik op 13 februari een knipsel bewaard inzake Lex Harding onder de noemer ‘Blinddoek tekst’. ‘Zijn werkelijke naam is Lodewijk den Hengst, 25 jaar oud. Hij is één van Radio Veronica's top-DJ's. Hij werd dit jaar nummer één in de populariteitspoll van Muziek Expres, Nederlands grootste muziekblad. Lex Harding studeerde eens economie te Rotterdam, werkte bij Radio Dolfijn en Radio 227 en werd vervolgens nieuwslezer bij Radio Veronica. Hij werkt er nu zo'n drieënhalf jaar. Zijn populairste programma is de Top 40 op zaterdagmiddag. Hij woont in Gouda, waar hij een platenzaak drijft.’ 13 februari 1972 viel op een zondag, en dat in de tijd dat er in Nederland geen zondagkranten waren laat staan dat we onze informatie online konden verkrijgen. Gelukkig was de volgende dag een bericht terug te vinden van de politie in Los Angeles. Men kreeg tientallen telefoontjes van mensen die zeiden gehoord te hebben dat Canada en een stuk van het westen van de VS in zee waren gezonken. De GPD: ‘De oorzaak zou een grote aardschok zijn geweest die zou zijn ontstaan na de destijds gehouden kernproef op het in de Stille Oceaan gelegen Amerikaanse eiland Amchatka. De meeste opbellers zeiden: “De aardschok heeft niet alleen Alaska verwoest, maar ook de westkust van de Verenigde Staten en de stad Tokio. Men noemde het radiostation, dat het nieuws had verspreid, (KPPC-FM) erbij. “Asjemenou", was het commentaar van de politieagent die al dit nieuws kreeg te verwerken, “daar moeten we snel wat aan doen". Hij belde het station KPPC-FM op en hoorde dat men daar een uitzending had verzorgd over de gevolgen die de proefneming op Amchatka gehad zou kunnen hebben. In het begin van de uitzending was al gezegd dat alle mededelingen over de ramp op fantasie berustten.’ De mededeling werd aan het eind van het item nog eens herhaald. Maar velen hadden blijkbaar niet goed geluisterd of hadden later pas ingeschakeld en het einde van de uitzending niet afgewacht. 13 februari 1973 kwam het nieuws naar buiten dat de RONO, de regionale omroep voor Noord en Oost er 10 zenduren bij zou krijgen, boven de 2 uren die men per dag had. Mensen, die het bericht niet geheel of goed lazen, dachten dat die uitbreiding geweldig was te noemen. De 10 extra uren waren echter bestemd verdeeld over een geheel jaar. Dat betekende dus gemiddeld 12 minuten per week extra. De toenmalige minister voor CRM, Engels, had die uitbreiding toegewezen in overleg met de Omroepraad en de NOS en waren bestemd om schoolradioprogramma’s in het Fries te gaan produceren. Tenslotte 13 februari 1974. Afsluitend een bericht over een ludieke actie die vanuit Hoogezand werd opgezet richting radio-en televisiepresentator Hans van Willigenburg. Het bleek dat hij het had verbruid bij de aanhang van het orkest Ellen en de Moodmakers uit Hoogezand. Het bleek dat tijdens een programma ‘Van Twaalf tot Twee’ bij de KRO met opzet een andere plaat had gedraaid dan door ettelijke fans van de groep was aangevraagd. Onmiddellijk na de uitzending kreeg Van Willigenburg een kaartje van de heer F. H. Luuterop uit Havelte, die opperde:’ Uit het oog’ (het Noorden), ‘Uit het hart’ (Moodmakers). Het erelidmaatschap voor het leven, zoals toegewezen door de fanclub, diende Hans dus te bekeren. De vraag is of dit uiteindelijk is gelukt. Volgend jaar is het weer World Radio Day op 13 februari en zal ik, ijs en weder dienende, nog een aantal jaren belichten. Hans Knot, 13 februari 20265 punten
-
De nostalgische column van Hans Knot 3 oktober 2026
Ik neem je mee naar begin januari 1987. We waren er jaren aan gewend dat in de tweede week van het nieuwe jaar een overzicht werd gegeven van de groei of verlies in leden van de verschillende omroeporganisaties. Het was dan ook de tijd dat er volop, hoewel gelimiteerd aan een maximaal aantal minuten per jaar, reclame werd gemaakt om vooral lid te worden van een omroepvereniging. Soms kwam het voor dat een omroep een paar duizend leden per jaar winst maakte of opeens een aantal leden verloor. Dat was ook in januari 1987 duidelijk te zien als het ging om de cijfers berekend over het jaar 1986. Maar er was één omroepvereniging die met hele grote stappen vooruit ging als het om het ledenaantal ging. De VOO, de Veronica Omroep Organisatie, zag in 1986 het aantal leden stijgen met meer dan 76.000, waardoor het aantal ingeschreven personen op 726.000 kwam. Men bereikte bij de VOO daarmee de tweede plaats, die het jaar daarvoor nog in handen was van de TROS. En het was algemeen directeur Rob Out die in de geschreven pers reageerde door te stellen: “Ons potentieel is zo groot dat we het miljoen in aantal wel kunnen halen.” Toch was de grote aanwinst voor Out een tegenvaller want in 1985 werden er meer dan 90.000 nieuwe leden geregistreerd en in 1984 meer dan 100.000. Out destijds over de terugloop: “Ik ontken niet dat in het begin het ons wat gemakkelijker afging want iedereen diende destijds over de streep te worden gehaald en gingen we van de aspirant-status naar de C-status en de B-status om tenslotte de A-status te verkrijgen. Ik denk dat de drive om in een nog hogere status te komen meetelde om lid te worden. Wij hebben het geluk dat we de jongeren aantrekken en gelukkig blijven er ook nog steeds kindertjes geboren worden. Het is beslist niet zo dat we onze groei van de andere omroepen weg halen. Veronica zal zich blijven richten op de leeftijdsgroep tussen 15 en 40 jaar. Programma’s gericht op de ouderen passen dan ook niet in ons beleid. We brengen dit soort programma’s dan ook heel zelden. We zijn er dus in principe niet voor iedereen. Wij hebben speciaal gekozen voor een jongere omroep met wat experimentele mogelijkheden en durf.” En uiteraard werd Rob Out gevraagd omtrent de toekomst van Veronica en hoe lang Veronica nog deel zou uitmaken van het bestel. Duidelijk werd dat iedere mogelijkheid een commerciële radio- en televisieorganisatie te worden benut zou gaan worden. Out: “Ik wil morgen al beginnen, maar beslist niet onder de voorwaarden die door het Ministerie van WVC zijn gesteld. Laten we hopen dat een volgende regering er realistischer over gaat denken en we eindelijk in Nederland commerciële radio en televisie gaan beleven.” De maand januari 1987 was trouwens verdrietig begonnen door het overlijden van Herman de Graaf. Het was Ton van Draanen die destijds stil stond bij dit verlies. In Freewave schreef hij onder meer: ‘Herman de Graaf is vrijdag 2 januari overleden. Begin december 1986 was hij met hoge koorts in het Amsterdamse Lucas Ziekenhuis opgenomen. Doktoren onderzochten hem, maar konden niets vinden. Afbeelding: Herman de Graaf Vlak voor Kerstmis was de koorts minder en mocht hij, op eigen verzoek, naar huis. Maar op de avond van 1 januari 1987 kreeg hij het ontzettend benauwd en werd in allerijl naar het Slotervaart Ziekenhuls gebracht. Vier uur nadat hij was binnengebracht overleed hij. Herman de Graaf werd als Wim J. Beckers op 10 mei 1948 in Amsterdam geboren. Zijn disc-jockey carrière begon hij als ‘Count Herman II’, in de discotheek van het Amsterdamse Café Restaurant Dubois op de Ceintuurbaan. Al snel wilde hij meer dan club-dj zijn en stuurde een sollicitatiebandje naar Sylvain Tack van Radio Mi Amigo in Playa de Aro. Maandag 16 mei 1977 stapte Wim Beckers als Herman de Graaf (afgeleid van Count Herman) aan boord van de MV Mi Amigo en was een dag later tussen 16 en 18 uur voor het eerst op Radio Mi Amigo te horen als presentator van Stuurboord. De weken daarna werd Herman meteen voor de leeuwen gegooid. Programmabanden uit Spanje konden, door zwaar weer op de Noordzee, niet aan boord worden gebracht en samen met Marc Jacobs presenteerde hij bijna alle programma's live vanaf het zendschip. Veel avonturen heeft Herman de Graaf meegemaakt aan boord: stormen, zeeziekte, honger enz.. Avonturen waarover hij regelmatig in Freewave schreef. Maar eind 1978 was het afgelopen met Radio Mi Amigo. Samen met onder meer Ruud Hendriks en Erik de Zwart was hij in april 1979 verantwoordelijk voor de terugkeer van Radio Caroline, Lang heeft Herman niet voor Radio Caroline gewerkt. Op zaterdag 19 mei 1979 stapte hij van boord om nooit meer terug te keren. Reden was dat achterstallig salaris niet werd uitbetaald.’ Maar het bloed, kroop waar het niet gaan kan. Herman begon een piratenzender in Amsterdam, Radio Nova, dat snel tot één van de populairste van de stad werd. Daarna was hij nog verbonden aan Radio Kontakt in Amsterdam, dat op een bepaald moment – nadat de RCD bij herhaling stations uit de ether haalde - haar activiteiten staakte. Australische regering deed eerder dit jaar de sociale media voor jongeren deels in de ban. Verslaving lag op de loer en andere landen kwamen met soortgelijke ideeën. In 1987 waren bij onze zuiderburen ook maatregelen te verwachten. Er lag namelijk in januari van dat jaar bij de Belgische regering een voorstel tot wetswijziging waarbij de minimale leeftijd tot bediening van de CB, dan wel de 27MC apparatuur, omlaag zou worden gebracht tot 13 jaar. De grens lag op dat moment op 16 jaar maar er was een duidelijke tendens die vorm van geluidsoverdracht populair te noemen. Het wetvoorstel werd aangenomen met daarbij de toevoeging dat het bedienen van een dergelijke zender wel gekoppeld diende te zijn aan het in het bezit hebben van een vergunning. Een jaarlijkse financiële bijdrage aan de Belgische staatskas was daaraan ook gekoppeld. Hans Knot, 3 oktober 20264 punten
-
Radio Monique-boek verschijnt in september na bijna twee jaar werk
Het boek Radio Monique, de stem van de Noordzee verschijnt in september 2026. Schrijver, samensteller en oud-medewerker Ferry Eden werkte er bijna twee jaar aan. Het boek is inmiddels gedrukt en bevindt zich bij de boekbinder. De eerste presentatie en verkoopgelegenheid van de nieuwe uitgave vindt plaats tijdens de Radiotag op zaterdag 5 september 2026 in Hilden, nabij Düsseldorf. Eerste presentatie tijdens Radiotag in Hilden De Radiotag wordt gehouden van 13:00 tot 17:30 uur in het Technisch Museum QQTec aan de Forststrasse 73 in Hilden. De toegang bedraagt €12. Mogelijk volgt later nog een officiële presentatie in Nederland. Als die doorgaat, wordt dat afzonderlijk bekendgemaakt. Voorinschrijvingen en nieuwe bestellingen van Radio Monique, de stem van de Noordzee worden in de weken na 5 september zo snel mogelijk verwerkt. Online is het boek uitsluitend te bestellen via www.miamigoboek.eu. Geschiedenis van de zeezenders Het boek bestaat uit negen hoofdstukken en begint met de geschiedenis van de eerdere zeezenders in de jaren 60 en 70. Daarbij ligt de nadruk op de personen en gebeurtenissen die later opnieuw een rol spelen in de geschiedenis van Radio Monique en andere zeezenders. Via Radio Caroline, Mi Amigo en Delmare komt het verhaal bij het Radio Paradijs-project terecht. Radio Monique zou vanaf de zomer van 1981 vanaf zee actief worden, maar door het mislukken van dat project bleef het station aanvankelijk als regionale piraat actief in de omgeving van Sliedrecht en rond het Belgische Oudenaarde. Het tweede hoofdstuk behandelt vervolgens de ontwikkelingen aan Britse zijde. De terugkeer van Radio Caroline met de Ross Revenge en de komst van concurrent Laser 558 met de Communicator in de Theemsmonding vormen belangrijke onderdelen van dit deel van het verhaal. Radio Monique vanaf de Noordzee In de daaropvolgende vier hoofdstukken staan de ontwikkelingen rond de Ross Revenge en de Communicator centraal. Radio Monique krijgt daarin een belangrijke plaats, evenals de MMI-cassetteservice die achter de Nederlandstalige uitzendingen zat. Een belangrijk moment volgt in het najaar van 1987, wanneer de ruim 90 meter hoge zendmast van de Ross Revenge naar beneden komt. De gebeurtenissen die daarop volgen zorgen voor nieuwe technische en organisatorische problemen bij de betrokken zeezenders. Het zevende hoofdstuk gaat onder meer over de verschillende pogingen om de zendmogelijkheden vanaf zee te herstellen. Ook de terugkeer van de Nederlandstalige uitzendingen komt aan bod. Eerst gebeurde dat als Radio 558 in samenwerking met Radio Caroline, waarna Radio Monique later op een eigen frequentie verderging als Radio 819. Financiële problemen vormen gedurende deze periode een terugkerend onderwerp. Bij de zeezenders bleken de kosten van de activiteiten regelmatig hoger dan de inkomsten, waardoor de organisaties voortdurend naar oplossingen moesten zoeken. De raid van 19 augustus 1989 Het achtste hoofdstuk behandelt de verdere organisatorische problemen bij de zeezenders en de veranderingen binnen de radiotechniek. Door nieuwe mogelijkheden voor radio-uitzendingen werd het gebruik van zendschepen steeds minder noodzakelijk. Tegelijkertijd nam de druk vanuit verschillende landen rond de Noordzee toe om de zendschepen te laten verdwijnen. Het negende en laatste hoofdstuk behandelt de latere pogingen van Radio Caroline om vanaf zee actief te blijven en de ontwikkelingen rond het station in de jaren daarna. Daarbij is onder meer aandacht voor de weg naar legalisering van Radio Caroline en de verdere geschiedenis van de Ross Revenge. Ook andere projecten komen aan bod, waaronder Holland FM vanaf de Communicator, de Nederlandse Radio Caroline in Harlingen met Radio Seagull en Waddenzee vanaf de Jenni Baynton. Daarnaast wordt de geschiedenis van het voormalige Veronica-zendschip Norderney gevolgd tot aan de huidige tijd. 232 pagina’s en honderden foto’s Radio Monique, de stem van de Noordzee telt 232 pagina’s en bevat ongeveer 775 foto’s met bijschriften. Daarnaast zijn er meer dan 125 andere illustraties en ruim 85 afbeeldingen van grammofoonplatenhoezen, waarbij ook de verhalen achter deze platen worden beschreven. Samen met Mi Amigo, de Vlaamse Tak van de zeezenders vormt het boek een uitgebreid overzicht van de zeezenderperiode tussen 1958 en 1991 en de ontwikkelingen die daaruit zijn voortgekomen. Naast het nieuwe boek zijn via www.miamigoboek.eu ook het eerdere Mi Amigo-boek en de oranje Mi Amigo- en rode Monique-USB-sticks verkrijgbaar. Tijdens evenementen zoals de Radiotag in Hilden kunnen de uitgaven zonder verzendkosten worden aangeschaft.4 punten
-
Aspidistra: krachtige middengolfzender voor oorlogsvoering en internationale uitzendingen
De Aspidistra zender was een uitzonderlijk krachtige zendinstallatie die tijdens de Tweede Wereldoorlog werd gebouwd in het zuiden van Engeland, nabij Crowborough in East Sussex. De zender kwam in 1942 in gebruik en werd aanvankelijk ingezet voor radiotechnische operaties gericht op nazi-Duitsland. In de decennia daarna kreeg de installatie een rol binnen internationale radio-uitzendingen, voordat zij begin jaren tachtig definitief werd uitgeschakeld. Bouw en technische configuratie De installatie werd gerealiseerd op Ashdown Forest, een locatie die door de relatief hoge ligging gunstig was voor uitzendingen richting het Europese vasteland. De zender zelf had een vermogen dat opliep tot circa 600 kW en was daarmee een van de krachtigste middengolfzenders van zijn tijd. Aspidistra was oorspronkelijk gebouwd door de Amerikaanse fabrikant RCA, maar werd nooit in de Verenigde Staten ingezet vanwege beperkingen op zendvermogen. De installatie werd vervolgens naar het Verenigd Koninkrijk verscheept en aangepast voor militair gebruik. De antenne-opstelling bestond uit drie tuimasten van ongeveer 110 meter hoog. Deze waren zodanig geplaatst dat het uitgestraalde signaal vooral richting het Europese continent werd gebundeld. De zendinstallatie zelf bevond zich grotendeels in een zwaar uitgevoerde bunker, terwijl de energievoorziening werd verzorgd door krachtige dieselgeneratoren, omdat aansluiting op het reguliere elektriciteitsnet niet voldeed. Inzet tijdens de Tweede Wereldoorlog Vanaf de ingebruikname op 8 november 1942 stond de zender onder controle van de Political Warfare Executive. De installatie werd gebruikt voor uiteenlopende vormen van radiotechnische beïnvloeding. Een belangrijk onderdeel hiervan was het verstoren en manipuleren van Duitse militaire communicatie. Duitstalige operators deden zich voor als Duitse verkeersleiders en gaven via de zender valse aanwijzingen aan nachtjagers van de Luftwaffe, waardoor deze naar verkeerde locaties werden geleid. Daarnaast werd de zender ingezet voor zogenaamde zwarte propaganda. Uitzendingen als Soldatensender Calais en Atlantiksender wekten de indruk afkomstig te zijn van Duitse bronnen, maar werden in werkelijkheid geproduceerd door de geallieerden. Een andere toegepaste techniek was het tijdelijk overnemen van frequenties van Duitse zenders. Wanneer een zender door bombardementen uitviel, kon Aspidistra deze frequentie overnemen en aanvankelijk het originele programma doorgeven. Vervolgens werden aangepaste berichten ingevoegd, wat leidde tot verwarring bij luisteraars. Technische eigenschappen en flexibiliteit De installatie had een aantal kenmerken die voor die tijd ongebruikelijk waren. Zo kon relatief snel van frequentie worden gewisseld, wat essentieel was voor de verschillende operationele toepassingen. De eindtrap bestond uit meerdere parallel geschakelde versterkers met grote zendbuizen, die zowel lucht- als watergekoeld waren. Hierdoor kon het hoge zendvermogen langdurig worden gehandhaafd zonder onderbrekingen. Gebruik na 1945 en uitzendingen Na de oorlog werd de zender overgedragen aan de BBC External Service, de internationale tak van de Britse omroep. Aspidistra bleef daarbij actief als krachtige middengolfzender voor uitzendingen richting Europa. In de eerste naoorlogse jaren werden verschillende frequenties gebruikt, afhankelijk van internationale afspraken en doelgebieden. Bekende frequenties waarop werd uitgezonden waren onder meer rond 648 kHz, 1214 kHz en 1295 kHz. Deze frequenties werden ingezet voor verschillende diensten en talen, waarbij de zender vaak werd gebruikt om grote delen van Europa te bereiken. Vanaf de jaren zestig en zeventig werd het gebruik geleidelijk teruggebracht. Uiteindelijk bleef één frequentie over, namelijk 648 kHz, waarop programma’s van de BBC World Service werden uitgezonden. Deze frequentie bleef in gebruik tot het einde van de operationele periode. De laatste uitzending via Aspidistra vond plaats op 28 september 1982, waarmee een einde kwam aan veertig jaar gebruik van de installatie. Latere bestemming van het terrein Na de buitengebruikstelling werd de zendinstallatie ontmanteld. De masten verdwenen, maar delen van de infrastructuur bleven behouden. De ondergrondse bunker kreeg een nieuwe functie binnen civiele beschermingssystemen en werd later gebruikt als trainingslocatie voor hulpdiensten. Een aantal gebouwen op het terrein heeft een beschermde status gekregen vanwege de historische en technische betekenis van de installatie, die zowel in oorlogstijd als in de periode daarna een bijzondere rol heeft gespeeld binnen de radio-ontwikkeling. Afbeelding: foto Wikimedia Commons4 punten
-
De nostalgische column van Hans Knot 28 maart 2026
Teleac, een soort van afkoring voor Televisie Academie, werd in 1963 opgericht om educatieve programma’s tot het kijkerspubliek te brengen. Tussen 1966 en 1970 werd er door de Stichting Teleac een kleine serie programma’s gewijd waarin voorlichting aan toekomstige studenten bij de Nederlandse universiteiten en hogescholen telkens centraal stond. Deze series, die tot stand kwamen op verzoek van de Landelijke Commissie voor Academische Studie Voorlichting, werden in 1971 voor het laatst verzorgd omdat men vanuit het Stichtingsbestuur van mening was dat haar doelstellingen het niet zouden toestaan dat blijvend tijd voor een speciale categorie zou worden gereserveerd. Maar dit werd niet breed ondersteund want zowel de ACRO als de Raad van Voorlichtingsambtenaren waren namelijk van menig dat de academische studievoorlichting ononderbroken diende te worden voortgezet en wel op een andere manier. Hiertoe kwam het dat de Stichting Academische Radio Omroep, de ACRO, de toenmalige minister van Onderwijs en Wetenschappen, dhr. Veringa, verzocht stappen te ondernemen om aan de ACRO speciale radio- en televisiezendtijd ter beschikking te stellen voor academische studievoorlichting. De Raad van Voorlichtingsambtenaren bij het wetenschappelijk onderwijs stelde zich achter dit verzoek van de ACRO op een zo doeltreffend mogelijke wijze. De ACRO, die vanaf haar oprichting in 1965 studievoorlichting als een van haar belangrijkste taken beschouwde, wenste vervolgens in samenwerking met de raad van voorlichtingsambtenaren, de landelijke commissie voor de academische studievoorlichting en de vertegenwoordigers van de schooldecanen, te komen tot een aanpak van de studievoorlichting die systematischer en regelmatiger diende te zijn dan tot 1971 het geval was. In eerste instantie dacht men daartoe te komen door de realisering van een soort basis-serie, die elk jaar (eventueel in aangepaste vorm) via radio en/of televisie uitgezonden kon worden. Daarnaast wenste de ACRO over te gaan tot de productie van aanvullende programma's, die ofwel eveneens via het open net uitgezonden konden worden, ofwel lokaal en regionaal op studievoorlichtingsbijeenkomsten zouden worden gebruikt. Aangekomen in maart 2026 en zoekende naar meer informatie op wat eens een prachtig initiatief leek kom je terecht bij: https://nl.wikipedia.org/wiki/RVU Er waren ook technische ontwikkelingen in 1971 die het vermelden waard zijn. Zo had de Technische Dienst Radio van de NOS de eerste van een nieuwe serie reportagewagens in gebruik genomen, die geschikt waren voor stereofonische reportages en andere uitzendingen in stereo. De wagen bevatte een regeltafel met twaalf microfooningangen, drie magneetofoons voor registratie- en montagedoeleinden, een televisiecircuit voor visueel contact met de plaats van de reportage en een verwarmings- en klimaat-installatie. De uitrusting van de wagen werd ook niet veel later aangevuld met een zend- en ontvanginstallatie, die een draadloze verbinding van de reporter met de wagen en omgekeerd mogelijk maakte. Daartoe was een uitschuifbare, hydraulisch werkende antennemast ingebouwd. De toen nieuwe wagen- het standaardtype Mercedes-bestelwagen — was als stereoreportagewagen ingericht door de Technische Dienst Radio van de NOS. In de eerste helft van 1971 kwamen nog drie van deze wagens in bedrijf. Begin 1970 werd door de NOS de eerste stereo productiewagen, eveneens een standaardtype Mercedesbestelwagen, in gebruik genomen. Deze wagen, die 32 microfooningangen had, was speciaal bestemd voor het opnemen van grote sterproducties, zoals concerten en dergelijke De wagen bezat evenwel geen zend- en ontvangapparatuur, zoals de later in bedrijf gestelde stereoreportagewagen kreeg. Voor montagedoeleinden was de stereo productiewagen evenmin geschikt. In 1970 werd bovendien een zogenoemde evenementenwagen ingericht. Een en ander had tot gevolg dat in de loop van de eerste helft van 1971 de acht lijnwagens (voor mono-uitzendingen), waarvan de radio-omroep sinds 1964 gebruik maakte, allen werden vervangen. En dan was er begin januari 1971 nog een hardnekkige binnenbrand die grote schade aanrichtte aan de studio van de VPRO, gevestigd aan de ’s Gravelandseweg in Hilversum. De eigenlijke studioruimte en het archief van VPRO-Vrijdag werden vrijwel geheel vernield, terwijl verscheidene kantoren aanzienlijke rook- en waterschade opliepen. De kostbare apparatuur in de controlekamer heeft men kunnen redden. Vele tientallen geluidsbanden en platen konden eveneens nog tijdig in veiligheid worden gebracht. In de kranten van de Gemeenschappelijke Pers Dienst was verder te lezen: ‘Aan de omstandigheid dat bij het uitbreken van de brand zich in het gebouw nog twee reporters en een technicus bevonden, is het te danken, dat de villa niet geheel is afgebrand. In de studio werd juist de laatste hand gelegd aan de montage van het radioprogramma VPRO-Vrijdag toen men om kwart voor één een harde klap hoorde. In de studioruimte bleek de kap van een tl-verlichting naar beneden te zijn gekomen. Hoewel onmiddellijk een brandblusapparaat op de vlammen rondom de TL-buis werd leeggespoten, kon niet worden verhinderd, dat het vuur zich tussen het plafond en de vloer van de eerste etage via verschillende lagen geluiddempend materiaal snel uitbreidde. Ondanks de brand werd het programma VPRO-Vrijdag die middag van 4 uur af normaal uitgezonden, zij het wel vanuit een andere studio.’ In 1971 vond trouwens een opmerkelijk incident plaats waarbij een voor die tijd moderne stereo-reportagebus van de NOS door een brand verloren ging. De bus stond op 12 maart 1971 geparkeerd bij een van de VPRO villa’s voor het opnemen van het programma ‘VPRO-Vrijdag’. De brand werd veroorzaakt door een kortsluiting in de complexe elektronische apparatuur aanwezig in de reportage bus. Deze bus brandde volledig uit. Dit was een aanzienlijke technische en financiële klap voor de NOS, aangezien het een van de eerste bussen was die volledig was ingericht voor de toen hoogwaardige FTO (Frequentieregeling/Stereo) techniek. Het is mij niet bekend of het om de eerder in deze column beschreven bus ging. Hans Knot, 28 maart 20264 punten
-
De nostalgische column van Hans Knot 14 februari 2026
Heen en weer in het jaar, in dit geval 1965, gaan altijd de verhalen in deze serie. Zo kom ik nu terecht bij een vermelding die betrekking heeft op Hemelvaartsdag van dat jaar, dat op 27 mei viel. In Blokker werd, in samenwerking met Muziek Parade, het Blokker Festival georganiseerd, waarvoor de toen befaamde organisator Ben Essing verantwoordelijk was. Al vanaf 1956 had hij de nodige artiesten naar het kleine dorp in Noord Holland gehaald en voor Hemelvaartsdag stond Louis Amstrong geprogrammeerd, die ook al in 1959 de nodige publiciteit had opgeëist. Maar enkele weken eerder in 1965 waren er ook al de nodige activiteiten georganiseerd door Essing. Laten we eens kijken wat Peter Smit in 1975 hierover meldde:’ Zo begon het voorlaatste Blokker Festival in 1965 op Tweede Paasdag, 19 april met een spektakel onder de naam ‘Beat, beat in Blokker’. Het speelde zich af in het kader van de AVRO jeugddag en in samenwerking met de AVRO radio en televisie. De langharige Pretty Things uit Engeland brachten de met drieduizend tieners bezette veilinghal tot een woest enthousiasme, na een voorprogramma met ondermeer Edwin Rutten, de Noord-Hollandse groep The Marks en de Duitse Geschwister Jacob. Een echte bende werd het niet. Ben Essing hield de gemoederen weer in bedwang, maar het lawaai was haast niet te harden. Jongelui dansten boven op van fruitkisten gebouwde torens, krijsten en gilden voor de televisiecamera’s en klommen tot in de nokken van de veilinghal. Maar hoe de jeugd ook genoot, het geboden programma werd er niet beter door. In vele opzichten had het tweede bezoek op Hemelvaartsdag 27 mei 1965 van Louis Armstrong aan Blokker een revanche voor het lawaaiige beatgebeuren moeten worden. Dit lukte slechts gedeeltelijk. Een bijna onopvallende intocht viel de grote jazzmeester te beurt; schril, vergeleken bij een dorp - en niet het dorp alleen - dat zes jaar eerder bijna op zijn kop stond toen diezelfde man zijn intocht maakte. En er waren maar drieduizend mensen, die zich in de halflege veilinghal - verdeelt over twee concerten - de handen warm klapten voor de duidelijke ouder geworden Louis Amstrong. Uiteraard was de geestdrift van het publiek groot, niet alleen voor de beroemde trompettist, maar ook voor zangeres Jo Brown, die voor een hoogtepunt in zijn concert zorgde. Ondanks de voetbal cupwedstrijd tussen Inter Milaan-Benfica op de televisie, waren er ’s avonds toch meer mensen dan ’s middags. De voetbalwedstrijd mocht dus niet het excuus zijn voor de tanende belangstelling. De enige verklaring lag in de verandering van de tijd, in de snel opkomende tienermuziek. Het tijdperk van Louis Amstrong bleek te zijn afgesloten. De festivalorganisatie zag dit einde gerealiseerd in koele cijfers: een nadelig saldo van twintigduizend gulden. Dit verlies werd tenslotte nog voor een deel goedgemaakt op de allerlaatste festivalavond. Een Beierse avond op 29 mei 1965, die uitstekend werd bezocht en waar de Oberbayerische Trachtenkapelle ‘Feldwies’ de stemming voortreffelijk op peil wist te houden. En daarmee kwam een einde van een serie van tien Blokker Festivals. Ben Essing, de organisator, ging door en zou nog vaak van zich laten horen. Maar de veiling ‘Op Hoop van Zegen’ zonk weer terug in toch wel wat rustgevender, hoewel dat ook maar betrekkelijk in wereld van de handel in Westfriese groenten en fruit.’ De voornoemde concerten van Louis Amstrong werden respectievelijk om drie uur in de middag en acht uur in de avond gegeven, en duurden anderhalf uur. Amstrong werd begeleid door zijn All Stars, destijds bestaande uit Quentin Jenckson op trombone, Eddie Shu op tenor sax en klarinet, Billy Kyle op piano, Danny Barcelona op drums en Arvell Shaw op bass. In de avondprogrammering was er tevens een groot bal aan vast gelast waar The Dixieland Disiples en het Trio Gert Timmerman optraden. Dezelfde avond kreeg de inmiddels al jaren verguisde Gert een Gouden Plaat voor zijn hit ‘Schommelstoel’. In de middag kosten de kaarten voor het concert destijds f 7,50 terwijl ’s avonds een tientje moest worden betaald aan de kassa van Stichting Festival Blokker. Geen dag kun je eromheen, al decennia lang, als de verkeersinformatie ons, gewild of ongewild, via de radio wordt verkondigd. Bij de ‘Van Brienenoordbrug’ een file van 4 kilometer. We zijn er al lang aan gewend, maar toch valt het telkens weer op als bij herhaling bepaalde knooppunten weer terugkeren in voornoemde berichtgeving. Zoals eerder vermeld was het gebruik van Nederlandse wegen nog veel beperkter dan heden. Dezelfde Van Brienenoordbrug werd trouwens op 1 februari 1965 in gebruik genomen met een officiële plichtpleging door onze toenmalige koningin Juliana. Een verbinding die gemaakt was tussen de noord en zuidoever in Rotterdam Oost en de staat een slordige 100 miljoen gulden had gekost om aan te leggen. Nog lang niet alle verbindingswegen waren dat jaar klaar waardoor vaak de brug gesloten was en inderdaad lange files konden ontstaan. Ook zou dat jaar, in december en andermaal door de Koningin, de Oosterscheldebrug in gebruik worden genomen. In de categorie ‘Absolute wereldleiders’ was er in 1965 het verlies te melden van Winston, Leonard Spencer Churchill, die op 24 januari 1965 kwam te overlijden. Hij was op 30 november 1874 geboren in Blenheim Palace als derde zoon van Lord Churchill. De man niet alleen wereldberoemd om het door hem ingevoerde ‘V teken’ maar een briljant regeringsleider was tevens historicus en letterkundige. In de Tweede Wereldoorlog, die hij als minister voor Marinezaken begon, was hij van doorslaggevende waarde. Hij had veruit veel meer kennis van politieke zaken dan bijvoorbeeld andere wereldleiders als Stalin en Roosevelt en is hij alom geroemd voor zijn inzet tot bereik van de wereldvrede. Maar na mei 1945 zou het niet zo lang duren alvorens – in 1946 – het Churchill was die zeer vroegtijdig de wereld waarschuwde voor het opkomende communisme in de toenmalige Sovjet Unie. Hij raadde de Britse regering aan – hijzelf was na een verkiezingsnederlaag van de Conservatieve Partij de oppositie in gegaan – nadere samenwerking te zoeken met bondgenoten. Hij zou in 1951 andermaal aan de macht komen als eerste premier en die zetel tot en met 1955 behouden. In het najaar van 1963 werd hij geëerd met de Nobelprijs voor de Letterkunde mede vanwege zijn zesdelige serie ‘The Second World War’ en de in het Nederlands vertaalde ‘De geschiedenis van de Engelssprekende volkeren’. Op 30 januari 1965 werd Sir Churchill met een staatsbegrafenis ten grave gedragen, een plechtigheid die door liefst 350 miljoen kijkers over de gehele wereld op de televisie werd bekeken. Opmerkelijk feit was dat de klokken van The Big Benn bij The House of Lords en The House of Parliament, die dag na het vertrek van de rouwstoet uit Westminsterhall, de gehele dag niet meer werden geluid. Onvergetelijke herinnering voor mezelf was een prachtige documentaire die door Radio Caroline over het leven van Churchill, direct na zijn overlijden, werd uitgezonden. Jarenlang heb ik die opname gekoesterd en pas recentelijk aan anderen doorgestuurd. Afsluitend voor deze aflevering heb ik maar een duik genomen in ‘Wereldkroniek’ en wel de aflevering van 17 april 1965 waarin Skip Voogd, toch niet zo maar een naam, zich waagde de nieuwe toenmalige LP van de Rolling Stones te moeten bekritiseren. ‘We draaien dit keer uitsluitend op lichte toeren en beperken ons naar hitparade paardjes. The Rolling Stones ‘nog helemaal in’ bij de beatfans, zongen en speelden een 30cm langspeler vol. Het was echt niet nodig geweest, want na twee of drie nummers weet iedereen gedetailleerd waar hij aan toe is en kunnen de Stones onmogelijk langer boeien. ’t Is dat ‘Time is on my side’ op deze LP is te vinden, maar voor het overige ‘What a shame’ om maar met één van de titels op deze DECCA LP te spreken.’ Wel is dezelfde Skip Voogd in voor een, zoals hij dat zelf omschrijft ‘Folklore LP’, destijds gevuld door Pete Seeger. Hij had een ‘In Concert’ LP opgenomen waarbij deze LP een aantal songs herbergde dat het volgens hem het best voldeed met een Publiek Decor, ofwel ‘live opgenomen’. De songs bleven hem, na één keer beluisteren, meteen in het geheugen hangen. Skip schreef: ‘Het zal iedereen onherroepelijk meeslepen en de songs op de LP zijn meer dan alleen aandacht waard.’ Maar hij besefte ook dat er meer zangers vanuit Amerika de wereld op hun manier aan het veroveren waren. En wel ondermeer een zanger die decennia later nog steeds op zijn manier scoorden. Skip andermaal: ‘Hij heeft geducht te maken met de concurrentie van ene Bob Dylan te maken, die de laatste weken namelijk geducht naar voren is gekomen. En deze – er vaak als middeleeuwse roofridder uitziende –jongeman lijkt nog mét meer pep, met nog méér flair te zingen als Pete Seeger. Dylan is bovendien primitiever en staat dus dichter bij de luisteraar van zijn repertoire.’ Hans Knot, 14 februari 20264 punten
-
Zendlocatie Westerglen in Falkirk al bijna een eeuw radioactief
Westerglen bij Falkirk in Stirlingshire, Schotland, is een zendlocatie dat al sinds de vroege jaren 30 van de vorige eeuw in gebruik is en sindsdien een belangrijke rol speelt in de radiodistributie van het Verenigd Koninkrijk. Het station ligt circa drie kilometer ten zuidwesten van de stad Falkirk op Westerglen Farm en werd tussen december 1930 en mei 1932 gebouwd om oudere zenders in Glasgow, Edinburgh en Dundee te vervangen en de uitzendcapaciteit van de British Broadcasting Corporation uit te breiden. Het complex werd in mei 1932 officieel geopend en begon met testuitzendingen op meerdere golflengten. De eerste regionale radio‑service ging in juni 1932 de lucht in, gevolgd door de nationale dienst in september van datzelfde jaar. Het zendstation bestaat uit meerdere stalen masten die verschillende radiodiensten dragen. Op het terrein staan drie geïsoleerde stalen vakwerkmasten die combinaties van middengolfuitzendingen verzorgen op frequenties van 810 kHz, 909 kHz en 1089 kHz. Daarnaast is er een vierde, kortere mast die wordt gebruikt voor niet‑uitzendingstoepassingen, en een extra mast voor de langegolf. Die langegolf uitzending maakt deel uit van een synchroon netwerk met de zendstations bij Droitwich en Burghead op 198 kHz. Door meerdere frequenties tegelijk te gebruiken, kan het station een reeks radioprogramma’s verspreiden die zich richten op verschillende doelgroepen en regio’s in het Verenigd Koninkrijk. De middengolfuitzendingen reiken onder gunstige omstandigheden zo ver dat zij ’s avonds tot in zuid‑west‑Duitsland te ontvangen zijn, en overdag zelfs zo ver zuid als Cornwall. Onder de diensten die thans vanaf Westerglen worden verspreid vallen BBC Radio Scotland, BBC Radio 5 Live en de commerciële zender Talksport. De langegolfzender verzorgde tot nu toe de uitzending van BBC Radio 4, maar die uitzendingen stoppen dit weekend. Het ontwerp van de site weerspiegelt de technische inzichten van het begin van de radiogeschiedenis. Een van de masten voor langegolf is uitgevoerd met een zogenoemde ‘capacity hat’ bovenop de mast om de efficiëntie te verhogen, en de structuur zelf maakt gebruik van een gestroomlijnde stalen vakwerkconstructie om de antenne op hoogte te houden. Het gehele complex wordt beheerd en geëxploiteerd door Arqiva, een bedrijf dat eigenaar is van veel zendinfrastructuur in het Verenigd Koninkrijk. Gedurende zijn bijna eeuwlange bestaan heeft het Westerglen zendstation talloze veranderingen in de radiolandenschap doorgemaakt. Waar vroeger personeel het station permanent bemande, wordt het tegenwoordig op afstand beheerd, maar blijft het een sleutelrol spelen in de verspreiding van radio in Schotland en daarbuiten. Afbeelding: Westerglen zendstation, Falkirk, Stirlingshire, Scotland (foto John Barrett/Wikimedia Commons)3 punten
-
De nostalgische column van Hans Knot 6 juni 2026: Storingen of geen storingen, een reconstructie
3 puntenIk neem je 56 jaar mee terug in de tijd met herinneringen die me nog goed in het geheugen liggen. Het liep tegen het einde van de maand juli 1970 en het zendschip van Radio Nordsee International was sinds een week vertrokken van de Britse kust om vervolgens het anker weer te laten vallen in internationale wateren voor de Nederlandse kust ter hoogte van Scheveningen. Het was de krant ‘Het Parool’ die op 28 juli in de avondkrant als eerste wist te melden dat niet alleen de uitzendingen voor de Nederlandse kust waren hervat maar er tevens sprake was van storingen veroorzaakt door de uitzendingen. RNI was op dat moment te beluisteren via de 244 meter, 1230kHz, en via de 102 MHz FM. Spoedig bleek dat er sprake was van storingen in de westelijke kustgebieden op de programma’s van Hilversum III, die via de 240 meter destijds de ether ingingen. In de voornoemde krant werd gemeld dat het vooral kwam door het hoge vermogen dat RNI uitstraalde. ‘Hilversum III heeft, als gevolg van internationale afspraken, een gering uitzendvermogen’. Ook werd gemeld dat RNI van een frequentie gebruik maakte die officieel was toegewezen aan een radiostation in Hongarije. Ook meldde de krant dat de afdeling radio en televisie van de P.T.T. de storing inmiddels ook had ontdekt en deze zo spoedig mogelijk een verslag zou uitbrengen van de bevindingen aan de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat. Immers diende een eventuele maatregel tegen RNI worden genomen van regeringszijde. Een andere opmerking van een woordvoerder van de P.T.T. werd toegevoegd: ‘Het zou een mooie mogelijkheid zijn om het Verdrag van Straatsburg tegen de zeezenders door de regering te ratificeren.’ Ook maakte men in het Parool bekend dat de Centrale Directie van de P.T.T. de eigenaren van Radio Nordsee International, het station dat vanaf het zendschip MEBO II actief was, gevraagd had de storing op te heffen die veroorzaakt werd op de uitzendingen van Hilversum III. Dit verzoek werd gedaan richting de eigenaren, die kantoor hielden in het Zwitserse Zürich. Een van de journalisten van het Parool nam zelf op 28 juli 1970 ook contact met de eigenaren van RNI die stelden niets te weten van de vermeende storingen: ‘de piratenleiders Erwin Meister (31) en Edwin Bollier (32) verblijven momenteel in Nederland. Erwin Meister: “Voor de Britse kust werden wij moedwillig gestoord. Nu liggen wij voor de Nederlandse kust om deze storing te ontlopen en het is helemaal niet onze bedoeling om een ander te storen. Dat we een van uw stations storen is ons niet bekend. Als we een klacht hierover ontvangen zullen we naar een andere golflengte moeten overgaan. De 217, 259 en 270 zijn eventueel ook mogelijk, maar zolang we niets officieel weten veranderen we niets.” De daarop volgende periode werd er in de diverse kranten het nodige geschreven over dit onderwerp. Zo was in het ‘Radio & TV Journaal’ in de Telegraaf op 30 juli 1970 te lezen dat de P.T.T. contact zocht met piratenzender’. Als opening werd het artikel begonnen met: ‘Wat in Hilversumse omroepkringen wordt beschouwd als een novum’, daarbij doelend wat niet mogelijk was vanuit deze kringen maar wel gebeurde door een ambtenaar van de P.T.T., die – vallend onder het ministerie van Verkeer en Waterstaat – een telegram had verstuurd aan de eigenaren van RNI. Er werd aan toegevoegd dat RNI, gestoord door een Britse stoorzender, genoodzaakt was haar zendschip te verkassen naar de internationale wateren voor de Nederlandse kust om op die manier de invloed van deze Britse stoorzender te ontlopen. En vervolgens schreef Henk E Janszen, destijds verantwoordelijk voor de voornoemde rubriek, dat het station wel genoodzaakt was geweest om voor de Nederlandse stranden op te duiken, maar vervolgens de uitzendingen van Hilversum III stoorde. Grote fans van RNI en Veronica hebben waarschijnlijk, al dan niet in gedachten, boos gereageerd op het vervolg van het artikel waarin werd gemeld: ‘Hilversum III is de tegenhanger van Veronica, Een ongestoord luistergenot van lichte muziek, annex reclameboodschappen, is het minste dat van de Nederlandse autoriteiten mag worden verwacht’ Redelijk opmerkelijk daar in de volgende jaren de redactie van de Telegraaf voornamelijk pro Radio Veronica was en niet voor Hilversum III. Bovendien werd de term ‘piratenzender’ weer gebruikt als het ging om de programma’s van RNI. ‘Als Radio Nordsee voor een kink in de kabel zorgt, lijkt het logisch dat de vaderlandse instanties hieraan iets gaan doen. In analogie met de Britse autoriteiten ook een stoorzender instellen?’ Janszen concludeerde wel dat Veronica, bij het inzetten van een stoorzender, in gedrang zou komen, een troetelkind van ontelbare schare radiofans in Nederland. Maar hij concludeerde ook dat een ambtenaar van de P.T.T. – in overleg met collega’s bij Verkeer en Waterstaat, een meer vriendelijke weg bewandelde middels het sturen van een telegram richting de eigenaren van RNI in Zürich, waarin melding werd gemaakt dat men storing veroorzaakte op een zender van de Hilversumse omroepen. Er werd daadwerkelijk geen verzoek gedaan om deze storing op te heffen, maar duidelijk diende het wel te zijn. En vervolgens waren de rapen gaar want vanuit het omroepwereldje in Hilversum ging men verbolgen een mening geven waaruit naar voren kwam dat men ‘een dergelijke hoffelijke benadering’ op zijn zachts gezegd maar te ver gaand vond. Een woordvoerder van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat reageerde laconiek op deze reactie; “Als er wordt gestoord dan bewandelen we altijd deze weg. Misschien dat de twee voor de kust opererende illegale zenders nu aanleiding kunnen zijn om bij wetsontwerp, op basis van het Verdrag van de Raad van Europa dat het optreden van piratenzenders onmogelijk wil maken, te gaan ondernemen.” Op 30 juli 1970 bracht het Parool het verontrustende bericht dat de uitzendingen van Radio Nordsee International nog meer storingen veroorzaakte. Zo werd er gestoord op het mobilofoonverkeer van de busonderneming West-Nederland N.V. te Boskoop. De directie van de onderneming had inmiddels een klacht ingediend bij mobilofoondienst van de PTT. In dit geval werd de storing veroorzaakt door interferentie met het FM-signaal van RNI. Een woordvoerder van de PTT deelde diezelfde ochtend mee dat de storing, veroorzaakt op de programma’s van Hilversum III, inmiddels was opgeheven. Van 1232 naar 1228 kilohertz was de zender aan boord van de MEBO II gewijzigd maar het betekende geen einde aan de storing op voornoemd mobilofoonverkeer. Een woordvoerder van de P.T.T. had gemeld dat men zou kijken welke maatregelen waren te nemen om de storingen op te heffen. De journalist van het Parool liet ook een woordvoerder van de busonderneming aan het woord waaruit bleek dat de storingen ernstige gevolg voor veiligheid konden veroorzaken: Zo was het niet mogelijk de binnenkomende gesprekken van buschauffeurs, die zich op meer dan 6 kilometer van de remise bevonden, goed te verstaan. Hierdoor had men al een hele week met vertragingen te maken en ontstond een onhoudbare zaak in vakantietijd. De busonderneming verzorgde busverkeer op verschillende lijnen in een groot stuk van het westen in de regio’s Den Haag tot en met Utrecht. Volgens een woordvoerder van de busmaatschappij, die 30 juli 1970 in de Volkskrant aan het woord kwam, werden door de storingen aansluitingen gemist en was de terugkoppeling van signalen vanuit de bussen op een bepaald moment geheel onmogelijk. Niet alleen werd door de eigenaren aanpassing van frequentie beloofd en uitgevoerd maar maakte men ook bekend dat RNI voorlopig alleen in het Engels en het Duits programma’s zouden uitzenden en de komst van Nederlandstalige programma’s, waarover diverse kranten een week eerder publiceerden, niet zouden worden opgestart. Dezelfde 30ste juli verdween RNI uit de ether. Op 3 augustus, nadat aan boord van de MEBO II de nodige technische aanpassingen waren verricht, was RNI weer te beluisteren en wel via de 1385 kHz dan wel de 217 meter middengolf. Ook kwam de kortegolfzender via de 6205 kHz in de 49 meter band die dag weer in de ether. In de donkere uren waren de middengolfuitzendingen minder goed te beluisteren door een interferentie met een Russisch radio station. Een dag later, op 4 augustus, kwam de FM zender van RNI ook weer in de ether en wel via de 96 MHz. Op 5 augustus 1970 tenslotte kwam de tweede kortegolfzender ook in de lucht en was te ontvangen via de 31 meter, 9940 kHz. Op 23 augustus verdween RNI van de 217 meter om vervolgens een dag later terug in de ether te komen via de 220 meter dan wel de 1367 kHz. De beslissing via de 220 meter uit te gaan zenden bleek een succesvolle zonder grote problemen met interferentie storingen. Meer nog grotere problemen zouden er volgen maar dat is voor een andere keer. Hans Knot 2026 Afbeelding: foto Noordhollandarchief Fotobureau De Boer3 punten
-
Donatieactie gestart voor MediaPages na claim rond beeldmateriaal
Voor MediaPages is een donatieactie gestart om webmaster Wim van de Water te ondersteunen na een onverwachte financiële tegenvaller. Het initiatief komt van Ferry Eden, die oproept om de website en haar beheerder een steuntje in de rug te geven. Wim van de Water is al ruim 25 jaar actief als beheerder van MediaPages, een website die zich richt op de geschiedenis van zeezenders, FM-piraten en regionale radio. In die periode heeft hij een groot archief opgebouwd met nieuws, verhalen en beeldmateriaal rond deze specifieke radiowereld. Zijn betrokkenheid bij het onderwerp gaat verder terug, onder meer als luisteraar in het zeezendertijdperk en later als actief deelnemer binnen diverse lokale en regionale radioprojecten. Na de Veronica-reünie in 1999 op 1224 AM in Lapershoek raakte hij opnieuw intensief betrokken bij het onderwerp, wat uiteindelijk leidde tot de verdere groei van MediaPages. Met hulp van oud-medewerkers uit de zeezenderperiode ontwikkelde de site zich in de afgelopen decennia tot een veel geraadpleegde bron binnen de liefhebbersgemeenschap. De huidige situatie ontstond nadat Wim een bericht ontving van het ANP over het gebruik van negen foto’s waarvoor auteursrechten gelden. Deze afbeeldingen zijn inmiddels verwijderd, maar desondanks volgt er een financiële claim van ruim 3.000 euro. Eerder had Wim na controles al beeldmateriaal waarvan de rechten onduidelijk waren verwijderd uit zijn archief. Voor Wim komt deze situatie onverwacht en zwaar uit, mede omdat de website geen inkomsten genereert en hij leeft van een bescheiden pensioen. De kosten komen volledig voor eigen rekening en vormen een grote last. Om die reden heeft Ferry Eden een donatieactie opgezet om ondersteuning te bieden. De oproep richt zich op iedereen die MediaPages en de inzet van Wim voor de zeezendergeschiedenis waardeert. Via donaties kan worden bijgedragen aan het dekken van de kosten en het voortbestaan van de website. Donaties kunnen worden gedaan via: https://www.mediapages.nl/donatie Afbeelding: Wim van de Water en Ferry Eden (foto Mediapages)3 punten
-
De nostalgische column van Hans Knot 9 mei 2026: DSC en North State Show
Een fervente volger van de programmering van Radio Veronica in de jaren zestig van de vorige eeuw is bekend met het gegeven dat er in de eerste jaren vooral korte programma’s, variërend in lengte van 15 tot 30 minuten, voorbij kwamen. En het merendeel van die programma’s werden echt niet opgenomen in het studiogebouw van Radio Veronica aan de Zeedijk – hoe mooi dat ze die locatie kozen – maar in de studio’s van een aantal reclamebureaus. In de eerste vijf jaren van uitzendingen van Radio Veronica is er door historici altijd gezegd dat er slechts twee vrouwen voor het station echt actief waren en wel de omroepster en eerste vrouwelijke stem via het station Ellen van Eck en de eerste deejay/presentatrice Tineke. In de afgelopen decennia heb ik vele lijstjes aangelegd, waaronder die van de vrouwen die op de een of andere manier betrokken waren bij de programma’s van de zeezenders, waaronder Radio Veronica. Daar zitten vele namen bij van dames die via een reclamebureau waren betrokken bij de gesponsorde programma’s, waarvan de directie van Radio Veronica in 1968 stelde dat dezen zouden worden stopgezet. Tot realisatie daarvan kwam het nooit helemaal want tot in de laatste week van uitzendingen van de zeezender Veronica noteerde ik destijds nog het door Fant gesponsorde en door Tineke gepresenteerde kwartiertje op de zondagmiddag. Nieuwsgierig naar het lijstje van presentatrices, die zeker niet compleet is? Radio Veronica: Ellen van Eck, Mies Bouwman, Brenda, Ellen, Anuschka, Tineke, Ger Ann Verweij, Ageeth Scherphuis, Annie M.G. Schmidt, Jasperina de Jong, Netty Rosenfeld, Hetty Blok, Karin Kraaykamp, Ida de Leeuw van Rees, Pia Beck, Jacqueline Hoes, Isabelle, Joekine van der Valk ook wel aangekondigd als Joekie, Tony Bouwman, Anita, Margot, Dimitra, Erny Köhlers, Madelon Heyen, Linda Goedhart, Annette, Calvo Roderiquez, Yoka Berretti, Adele Bloemendaal, Sylvia de Leur, Marijke van der Zon, Hanna Berk, Marjan Berk, Nienke, Mieke Verstraete, Hansje van Twist, Mieke Bos, Trees Gerards, Maria Ballings, Conny Stuart, Corinne Mude, Lies, Elisabeth Mooy, Enny Mols – de Leeuwe, Doctor Fantastica, Yvonne, Silvia, Laura, Edith Pels, Stella Priest, Loes en Marga, Maria Casella, Eydie Gormé, Anneke van Hooff, Miep Koopman, Denise Maes, Louise Reeder, Mieke van Veen, Ria Valk, Marlies van Alcmoer, Jerry Bey, Willeke Alberti, Rosita, Janinde van Wely en Ria Vrolijk. Je ziet ook een aanzienlijk aantal artiesten dat eens te gast was en verzocht werd een uurtje te presenteren of mede te presenteren. In ieder geval waren hun stemmen gehoord. En van die gesponsorde programma’s waren er voor de vaste luisterschare in die begin jaren van Radio Veronica een aantal programma’s dat vaak langs kwam. Men hield bij het station bij hoe vaak een programma was uitgezonden en in mei 1966 was in de kranten te lezen dat op de 21ste van die maand voor de 500ste keer een programma van DSC zou worden uitgezonden. DSC stond voor the Dutch Swing College Band en het programma werd betaald door de fabrikant van het sigarettenmerk North State. Het was uiteraard een commercieel getint programma waarin DSC Jazzmuziek promootte. Op die bewuste 21ste mei werd dus het 500ste programma uitgestraald via de 192 meter. De vraag is echter hoe de telling destijds is verlopen want op die zaterdag ging het programma liefst twee keer de ether in. Om kwart na 11 in de ochtend en om kwart voor 7 in de avond was het kwartiertje van North State te horen. En dus was het misschien het 250ste programma, als telkens ieder North State programma twee keer werd uitgezonden. In ieder geval was in dit jubileum programma de DSC te beluisteren waarbij zij de begeleiding verzorgden van The Sheperds, die ook enige nummers ten gehore brachten. En dit trio was niet alleen want in de daaraan voorafgaande North State show was een tal van artiesten hun vooraf gegaan. Wat de denken van Corry Brokken, Conny van den Bos (toen nog oude stijl), Ria Valk, Milly Scott, Rita Reys, Ilonka Biluska, Shirley, Trea van der Schoot (Dobbs), Edwin Rutten, Jerry Rix, Ronnie Tober en Tony Vos. En in die jaren werd er zelfs een plaatje in de markt gezet. In 1963 werd er met Rita Reys een single uitgebracht waarbij North State voornaam op de hoes aanwezig was en op de plaat tevens een North State promo was te beluisteren. Een object voor verzamelaars van reclameplaatjes. Hans Knot mei 20263 punten
-
Radio Caroline tweede in Britse merkverkiezing
Radio Caroline is in het Verenigd Koninkrijk op de tweede plaats geëindigd in een onderzoek naar de meest gewaardeerde handelsmerken. De poll werd uitgevoerd door het Intellectual Property Office (IPO) ter gelegenheid van 150 jaar merkregistratie en bracht in kaart welke merken door het publiek als bepalend voor de Britse identiteit worden gezien. Volgens de resultaten eindigde alleen Rolls-Royce boven Radio Caroline. De lijst laat zien hoe uiteenlopende merken, variërend van industrie tot cultuur en publieke diensten, stevig verankerd zijn in het collectieve geheugen. Het IPO benadrukte bij de bekendmaking dat Radio Caroline, dat in 1964 begon met uitzendingen vanaf de Noordzee, voor veel mensen symbool staat voor een periode waarin jongerencultuur in het Verenigd Koninkrijk een eigen stem kreeg. De zender wordt in de toelichting omschreven als een pionier die een generatie van muziek en een gevoel van onafhankelijkheid voorzag. Stationmanager Peter Moore gaf aan dat de hoge notering wordt gezien als erkenning voor de lange geschiedenis van het station en de band met luisteraars. Volgens hem is de trouw van het publiek, dat deels al sinds de tijd van de zeezenders betrokken is, een belangrijke basis geweest voor de ontwikkeling van het merk. Hij voegde daaraan toe dat Radio Caroline in de loop der jaren nieuwe luisteraars heeft bereikt en zich blijft aanpassen aan veranderende technologie, zonder de oorspronkelijke identiteit uit het oog te verliezen. De IPO-top 10 van meest gewaardeerde Britse handelsmerken is als volgt samengesteld: Rolls-Royce Radio Caroline Twinings Cadbury Bass Burberry Transport for London (TfL) roundel Calpol Mini BBC3 punten
-
Zendstation Erching in Beieren: omvangrijke langegolfinstallatie en veranderende functie
De Erching zendlocatie was een omvangrijke langegolf-zendinstallatie in de directe omgeving van Erching, een plaats in de gemeente Hallbergmoos in de Duitse deelstaat Beieren. De zender kwam tot stand in de vroege jaren 50 als een onderdeel van de uitzendactiviteiten van de Amerikaanse omroep Voice of America (VOA), waarmee programma’s over grote afstanden naar diverse delen van Europa werden verspreid. De installatie bleef operationeel gedurende meerdere decennia en kende uiteenlopende toepassingen en exploitanten. De bouw van de zender vond plaats tussen 1952 en 1953. De centrale antennestructuur bestond uit een 256 meter hoge stalen mast met een gevelde, tegen de aarde geïsoleerde constructie en twaalf kapvoet-spankabels. Op het moment van de inbedrijfstelling in 1953 beschikte deze faciliteit over een zendvermogen van 1000 kilowatt op een langegolffrequentie rond 173 kHz, waardoor het tot een van de krachtigste radiostations ter wereld behoorde. In de beginfase was de zendinstallatie primair bedoeld om radioprogramma’s van de Voice of America uit te zenden. Deze uitzendingen bereikten een breed publiek en hadden onder meer tot doel nieuws, informatie en programma’s in meerdere talen te verspreiden. Tijdens de periode van de Koude Oorlog speelde de zender een rol in de internationale mediacommunicatie, waarbij signalen gericht waren op gebieden binnen het bereik van de langegolf. Naast de Amerikaanse omroepactiviteiten werd vanaf 25 januari 1954 tot en met 31 januari 1964 een deel van de zendtijd gebruikt door RIAS 1, een radiostation dat eveneens via deze installatie programma’s verzorgde gedurende een vastgesteld aantal uren per dag. De installatie werkte met eigen dieselgeneratoren omdat de gebruikte frequenties en de bijbehorende netfrequentie van 60 Hz niet direct vanuit het openbare elektriciteitsnet konden worden gevoed. In 1973 werd de oorspronkelijke exploitatie van de zender beëindigd. Deze beslissing viel samen met een ontspannen geopolitieke situatie die de noodzaak voor grootschalige Amerikaanse uitzendingen vanuit deze locatie deed verminderen. Enkele jaren later werd de installatie in 1979 opnieuw ingezet voor tests van het navigatiesysteem LORAN-D, een radio-navigatiesysteem dat destijds werd onderzocht en getest. Kort daarna werd de zender opgenomen in de frequentie-toewijzing van de Duitse Bundespost, die de langegolffaciliteit gebruikte om het programma van de publieke omroep Deutschlandfunk uit te zenden. In het kader van deze activiteiten werd een nieuwe frequentie toegewezen, aanvankelijk 209 kHz en later 207 kHz na een aanpassing. De uitzendingen vonden gedurende de dag plaats binnen vaste tijdsblokken, maar nachtelijk gebruik was vanwege internationale afspraken en technische beperkingen niet mogelijk. Een technische uitdaging voor continu gebruik was de behoefte aan een richtstraalfrequentiekarakteristiek, wat een tweede antennemast vereiste. De benodigde uitbreiding kon echter niet worden gerealiseerd omdat op dat moment de bouw van de nieuwe luchthaven München-Franz-Josef-Strauss was gepland. Deze ontwikkeling verhinderde de plaatsing van extra antennes en maakte nachtelijke uitzendingen op de toegewezen frequentie onhaalbaar. Door de groeiende focus op andere zendlocaties en de komst van moderne technologieën werd in 1985 op een andere locatie, Aholming in de buurt van Deggendorf, een nieuwe langegolf-zendinstallatie gebouwd. Nadat deze site gereed was, werd de Erching-zender buiten gebruik gesteld en uiteindelijk ontmanteld. Sinds het einde van de radiodienstverlening bleef het terrein lange tijd ongebruikt liggen. In de loop der jaren werd het complex herhaaldelijk blootgesteld aan vandalisme, maar na een wijziging van eigendom zijn er regelmatig controles en beveiligingsmaatregelen getroffen om het terrein te beschermen. Tegenwoordig wordt de voormalige zendlocatie particulier beheerd en verhuurd voor film- en fotografieprojecten, waardoor de plaats nog een zichtbare herinnering vormt aan de geschiedenis van radio uitzendingen in de regio. Afbeelding: Erching zendlocatie (foto Wikimedia Commons)3 punten
-
Baken 16 neemt luisteraars opnieuw mee aan boord van de MV Mi Amigo
Baken 16 staat op zondag 1 maart tussen 12:00 en 14:00 uur in het teken van De Mi Amigo Tour, Deel 2. Op Mi Amigo Radio verzorgen Marc Jacobs, Bart van Leeuwen en Johan Visser een nieuwe virtuele rondleiding over de MV Mi Amigo, het voormalige zendschip dat een vaste plek heeft in de geschiedenis van de zeezenders. De eerste editie van de tour, die plaatsvond op 28 september 2025, trok veel belangstelling. Met het tweede deel krijgen luisteraars opnieuw de mogelijkheid om digitaal mee te lopen door de studio, de zenderruimte en de machinekamer van het schip. Daarbij wordt niet alleen stilgestaan bij de technische voorzieningen, maar ook bij het dagelijkse leven aan boord, waar dj’s en bemanningsleden onder bijzondere omstandigheden samenwerkten. Centraal in de uitzending staan acht foto’s die Marc Jacobs destijds aan boord maakte. Aan de hand van deze beelden vertellen de drie presentatoren verhalen over specifieke plekken op het schip en gebeurtenissen die zich daar hebben afgespeeld. Iedere foto vormt het vertrekpunt voor een afzonderlijk onderdeel van het programma, waarin herinneringen en achtergrondinformatie samenkomen. De acht genummerde foto’s zijn vooraf te bekijken via de Facebookpagina van Mi Amigo Radio. Tijdens de uitzending kunnen luisteraars de beelden erbij houden, zodat beeld en verhaal elkaar aanvullen en de rondleiding stap voor stap gevolgd kan worden. Daarmee krijgt het programma een interactieve invulling, waarbij het publiek actief kan meekijken terwijl de verhalen zich ontvouwen.3 punten
-
Historisch zendstation van Caltanissetta na meer dan 70 jaar gesloopt
Het Caltanissetta zendstation op de heuvel Sant’Anna bij Caltanissetta in Sicilië, Italië, was decennialang een belangrijke zendlocatie voor de langegolf, middengolf en kortegolf uitzendingen. Het station werd gebouwd in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog met de start van de constructie in 1949 en voltooid in 1951. Het hoofdonderdeel van de infrastructuur was een omnidirectionele antennemast van 286 meter hoog die, toen deze werd opgetrokken, de hoogste constructie van Italië was en tot 1965 ook de hoogste structuur van Europa. Door de ligging van de mast op een heuvel van 689 meter boven zeeniveau reikte de top zelfs tot ongeveer 975 meter boven zeeniveau, wat een uitstekend bereik bood voor radiotransmissie over grote afstanden. De mast en bijbehorende installaties werden ontworpen door een team ingenieurs en gerealiseerd door de Italiaanse constructiemaatschappij CIFA (Compagnia Italiana Forme e Acciaio). Vanaf de opening op 18 november 1951 functioneerde de faciliteit als zendstation voor de openbare omroep RAI, en speelde het een nationale rol in de verspreiding van radioprogramma's over Sicilië, het Italiaanse vasteland en het gebied rond de Middellandse Zee. De locatie omvatte antennes voor uitzendingen op verschillende golflengten, wat toen moderne communicatietechnologie vertegenwoordigde en een belangrijk communicatieknooppunt vormde. Gedurende de tweede helft van de twintigste eeuw nam het gebruik van de faciliteit geleidelijk af. Dit hing samen met de afname van luisteraars op de langegolf, middengolf en kortegolf en de hoge kosten voor onderhoud en exploitatie van de apparatuur. Vanaf het einde van de 20e eeuw gingen de diensten teruglopen; de kortegolf-uitzendingen werden rond 2003 beëindigd, de langegolfdienst volgde in augustus 2004 en het middengolf-signaal bleef in gebruik tot ongeveer september 2012, maar met zodanig verminderd vermogen dat de ontvangst vooral lokaal was. De afbouw van de exploitatie weerspiegelde de bredere trend waarbij traditionele amplitude-modulatietechnologieën plaatsmaakten voor moderne digitale en internetgebaseerde platforms. Door de jaren heen ontstond onder inwoners en lokale organisaties waardering voor de zendmast als een herkenbaar element in het landschap van Caltanissetta en als herinnering aan de rol van de locatie in de ontwikkeling van radiocommunicatie in Italië. Op 22 september 2012 werd de site formeel aangemerkt als cultureel erfgoed door de regionale autoriteiten en kort daarna verwierf de gemeente Caltanissetta de mast, de omliggende grond en de gebouwen in een poging te voorkomen dat de antenne zou worden gesloopt. Met de aankoop in november 2013 wilde de stad niet alleen het behoud van de structuur veiligstellen, maar ook mogelijkheden onderzoeken om het gebied open te stellen voor publiek gebruik als park en potentieel museum rond het thema radiogeschiedenis. Toch werd de stalen mast op 23 juli 2025 volledig gesloopt na langdurige discussies over de toestand van de constructie en de kosten van onderhoud. De beslissing tot verwijdering volgde mede omdat de mast inmiddels in onbruik was geraakt en door veroudering als onveilig werd beschouwd. De sloop maakte een einde aan een radiotechnische erfenis die meer dan zeven decennia had geduurd, met een bouwwerk dat decennialang boven de Siciliaanse heuvels uittorende en fungeerde als signaalpunt voor luisteraars van verschillende generaties. Afbeedling: Caltanissetta (foto Wikimedia Commons)3 punten
-
De nostalgische column van Hans Knot: 20 december 2025
We zijn al weer aangeland bij de laatste nostalgische column van 2025. Laten we maar eens kijken wat ons veertig jaar geleden zo bezighield op media, muziek en andere gebieden. Het begon allemaal op dinsdag 1 januari in het Paleis op de Dam in Amsterdam waar Prins Claus voor Nederland ‘Het Europees Jaar van de Muziek’ opende. Hij deed dat door een noot aan te slaan op het carillon van de beiaard in de toren van het paleis. In een zestigtal Nederlandse steden gaven beiaards op de carillons vervolgens van 12.00 tot 13.00 concerten met composities van Scarlatti, Händel en Bach. De muziek van deze drie componisten was gekozen daar alle drie 300 jaar eerder waren geboren in 1685. De plechtigheid vormde de inleiding tot de jaarlijkse televisie-uitzending van het traditionele Nieuwjaarsconcert in Wenen, dat door de Eurovisie in de aangesloten landen werd uitgezonden. Het jaar 1985 was door de Raad van Europa en het Europees Parlement uitgroepen tot het jaar van de Muziek. Prins Claus was gevraagd de opening voor Nederland te verrichten gezien zijn voorzitterschap van het Nationaal Comité Europees Jaar van de Muziek. Hij stelde dat de herdenking van deze drie componisten een waardig onderwerp kon zijn tot het bevorderen van meer eenheid in Europa. Trouwens was Prins Gemaal Claus niet op dat tijdstip aanwezig in het Paleis op de Dam maar werd een beeldregistratie uitgezonden; hij verbleef namelijk met de jaarwisseling met de Koninklijke familie in het gebruikelijke wintersport stadje Lech, in Oostenrijk. Op 1 januari kwam er ook een verandering tot stand in de programma’s van Radio Noord en zes andere regionale radiostations. Er was namelijk besloten door de NOS leiding, verantwoordelijk voor de regioradio’s, dat men de landelijke STER-reclameblokken diende op te nemen in de programmering. Dergelijke blokjes varieerden in lengte tussen 1 en 2 minuten. De ingeleverde zendtijd werd echter wel op een ander tijdstip teruggeven. Het was trouwens een gevolg van de wijziging van zendtijdbeschikking die de toenmalige minister van WVC, Brinkman, had doorgevoerd. Er dient wel vermeld te worden dat de regionale radiostations mede gefinancierd werden uit de opbrengsten van de STER-reclame. Minister Brinkman meldde tevens begin januari 1985 niet van plan te zijn tot het laten bouwen van nieuwe FM-zenders, waardoor het mogelijk kon worden dat de landelijke en regionale radio konden gaan samenwerken via Radio 1 en er een landelijke dekking kon worden gecreëerd. De planning was dat die mogelijkheid per 1 oktober dat jaar zou worden ingevoerd. Op het Ministerie van WVC had men bedacht dat voor een dergelijke opzet er minstens 23 zenders nodig waren, terwijl er op dat moment maar 12 actief waren. Brinkman stelde dat, zo lang er niet in alle provincies gedegen regioradio zou worden verzorgd, de kosten voor de bouw op de begroting van de landelijke omroepen zou drukken, De kosten van de bouw van de zenders werd destijds op 8 miljoen gulden begroot. Daar kwamen nog de eventuele exploitatiekosten bij. Alles bij elkaar verdween het plan in de ijskast van WVC. In januari 1985 werden ook de resultaten bekend van een enquête omtrent de door VOO ontvangen boetes inzake de overtreding van de geldende reclameregelgeving voor publieke omroepen. Er werden 500 Nederlanders voor deze enquête met een vragenlijst benaderd. De helft van deze personen, allen 16 jaar en ouder, gaf aan het oneens te zijn met het gevoerde reclamebeleid op de televisie, zoals door de toenmalige minister van WVC werd toegepast. Dit bleek uit een steekproef van het bureau Interview, uitgevoerd in opdracht van de Veronica Omroep Organisatie. Van de ondervraagden vond 50% het onjuist dat de minister de omroepen kan bestraffen omdat zij de reclameregels hadden overtreden. 46% was van mening dat de minister dit wel kon doen en 4% had geen duidelijke mening. Liefst 84% was van mening dat de boetes, zoals gegeven, veel te hoog waren. Slechts 7% van de ondervraagden vond het terecht dat de boetes waren uitgedeeld en de andere 9% had geen mening. Opmerkelijk in januari 1985 was ook het verzoek vanuit de directie van de TROS gericht aan minister Brinkman om een meer soepel beleid te gaan voeren tegen de destijds actieve landpiraten in Nederland. Schrik niet want een toenmalige peiling had uitgewezen dat er zo’n 50.000 piraten actief waren in Nederland. Uiteraard niet allen tegelijk en ging het vooral om stations die in verloren uurtjes de zender opwarmden voor een kort verblijf in de ether. In de brief van de TROS stelde men dat de piraten duidelijk in een behoefte aan reclame van het lokale bedrijfsleven voorzagen. Men bestreed tevens dat de piraten een vrees waren voor de inkomsten van de STER-reclame. Men voegde er aan toe dat men bij de STER alleen hoefde te vrezen voor minder inkomsten uit reclame door de komst van satelliet televisiestations als bijvoorbeeld Sky Radio. Statistische gegevens inzake radio hebben mij altijd geïnteresseerd, zo ook in 1985. Van de 1,07 miljard Chinezen kon 65% destijds luisteren naar een radioprogramma verzorgd door een van de 122 radiostations die in het immense land actief waren. Diverse programma’s werden destijds via 184 frequenties uitgezonden met een opbrengst van totaal 2165 uur aan programma’s per etmaal. In 2618 plaatsen had men al beschikking over kabelradio. Anno 2025 zijn er liefst meer dan 3000 radiostations in China, waarbij het aantal inwoners is gestegen tot ruim 1,4 miljard. Tot slot van de nostalgische column even terug naar een overzicht van alle TROS Paradeplaten in het jaar 1984, dat destijds werd samengesteld door Ton van Draanen en gepubliceerd werd in het Freewave Media Magazine. Ik wens U een Zalig Kerstfeest en een prachtig 2026. Hans Knot, 20 december 2025.3 punten
-
Steun Radio Tpot: samen houden we de zender in de lucht
Radio Tpot vraagt zijn luisteraars om steun om het station in de lucht te houden. Het radiostation geeft aan dat de kans klein is dat een grote suikeroom of tante zich meldt om het geheel te financieren. Daarom wordt er een beroep gedaan op veel kleine bijdragen: “Vele kleintjes maken één grote.” Luisteraars kunnen op verschillende manieren bijdragen. Zo is het mogelijk om een kleine donatie persoonlijk langs te brengen, waarbij een rondleiding door het radiostation als dank wordt aangeboden. Voor wie dat niet mogelijk is, biedt Radio Tpot de optie van een overschrijving. Alle ontvangen donaties worden volledig besteed aan het onderhoud en de exploitatie van het radiostation. Er blijft niets aan de strijkstok kleven. Radio Tpot benadrukt dat iedere bijdrage helpt om het station draaiende te houden en de programma’s voor de luisteraars te kunnen blijven uitzenden. Het radiostation heeft een trouwe schare luisteraars die op deze manier actief kunnen bijdragen aan het voortbestaan van hun favoriete zender. Donaties kunnen worden gedaan via de website van Radio Tpot.3 punten
-
Archiveringsproject rond Radio Veronica afgerond bij Beeld & Geluid
Het historische archief van Radio Veronica uit de periode als zeezender is na een langdurig traject afgerond en definitief ondergebracht bij Beeld & Geluid. Honderden documenten en foto’s zijn na jaren van inventariseren, beoordelen en beschrijven opgenomen in het nationale media-archief. Daarmee is een belangrijk deel van de Nederlandse mediageschiedenis duurzaam toegankelijk gemaakt voor onderzoekers, journalisten en andere geïnteresseerden. Het archiveringsproject kent een lange voorgeschiedenis en vindt zijn oorsprong in 1999. In de daaropvolgende jaren is stap voor stap gewerkt aan het bijeenbrengen en ordenen van materiaal dat een breed beeld geeft van de ontwikkeling en het functioneren van Radio Veronica als zeezender. Het archief bestrijkt zowel de beginjaren als de periode waarin de activiteiten op zee werden beëindigd. De verzameling bestaat uit een grote verscheidenheid aan documenten. Het gaat onder meer om financiële stukken, interne memo’s en correspondentie met instanties zoals de NOS en het ministerie van CRM. Ook dossiers rondom de oprichting van de Stichting Nederlandse Top 40 in 1974 maken deel uit van het archief, evenals documenten die betrekking hebben op de liquidatie van de Veronica cv in 1976. Daarnaast zijn er persoonlijke aantekeningen opgenomen waarin onderhandelingen en organisatorische besluitvorming worden toegelicht. Volgens de betrokkenen was het project niet alleen van historisch belang, maar had het ook een persoonlijke lading. Het opnieuw doornemen van stukken uit een bepalende periode in de eigen loopbaan riep herinneringen op en bleek soms confronterend. Tegelijkertijd werd duidelijk dat archiveren meer omvat dan het bewaren van alles wat beschikbaar is. Het proces draaide ook om het maken van keuzes, het duiden van context en het blijvend toegankelijk maken van relevante informatie, waarbij niet elk document automatisch behouden bleef. Het samenstellen van het archief was alleen mogelijk door de medewerking van oud-collega’s die hun eigen archieven en herinneringen beschikbaar stelden. Daarbij speelden onder anderen Ad Bouman, Juul Geleick en Niels Zack een belangrijke rol. Hun bijdragen hielpen om lacunes te vullen en om gebeurtenissen beter te plaatsen binnen de bredere geschiedenis van Veronica. Met de afronding van het archiveringsproject is ook een eerder gedane toezegging aan Willem van Kooten ingelost. Naast de fysieke en digitale overdracht aan Beeld & Geluid blijft ook de website www.norderney192.nl bestaan. Deze site fungeert als aanvullend digitaal naslagwerk en biedt achtergrondinformatie bij de zeezenderperiode van Radio Veronica, waarmee het verhaal voor een breed publiek toegankelijk blijft. Afbeelding: Zendschip Norderney (foto Nationaal Archief-Wiki Commons)3 punten
-
De nostalgische column van Hans Knot 22 november 2025
Soms komt er een berichtje tevoorschijn die je, ondanks intense research, nooit eerder is opgevallen en je meteen prikkelt. Ik denk even terug aan de uitgebreide artikelen die in 1971 verschenen in de Telegraaf ter promotie van een boek van Paul Harris, schrijver en auteur van de Impulse Uitgeverij in Schotland. Allerlei verhalen, al dan niet met goed research geschreven maar ook de nodige uitglijders die eindigden ver naast de waarheid. Zo verhaalde hij over de slechte start van RNI in 1970 en de financiële ontwikkelingen. Maar ook zijn verhalen omtrent de vermeende banden die de eigenaren van RNI, de Zwitsers Meister en Bollier, zouden hebben met het communistische regime in de DDR. Maar hij betrok tevens in zijn verhalen, onder de titel ‘Mysteries rond Radio Nordsee’ de ontwikkelingen die een jaar eerder hadden plaats gevonden rondom Capital Radio. De serie betrof een voorpublicatie voor het boek ‘To be a Pirate King’, dat door zijn uitgeverij in 1971 op de markt werd gebracht. Het waren pagina grote artikelen die niet alleen de zeezenderfans boeiden maar ook door andere lezer gretig tot zich werden genomen. Als je nu het boek zou herlezen en de artikelen nog een keer zou beschouwen dan zal dat met een knipoog gebeuren en bij herhaling de vraag naar boven komen waar Paul Harris mee bezig was en wat het doel was van het brengen van gedeeltelijke misinformatie. In ieder geval kwam het erop neer dat het radiogebeuren vanaf internationale wateren in een slecht daglicht kwam bij bepaalde mensen. De serie artikelen leidde zelfs tot vragen in de Tweede Kamer door de heer A Te Pas, vertegenwoordiger namens de Nederlandse Middenstands Partij, waarin hij in schriftelijke vragen zelfs gewag maakte van de woorden: ‘Is de bewindsman bereid een onderzoek te doen instellen naar de financiële manipulaties van de Zwitsers Meister en Bollier…..?’ Vragen die gesteld werden aan de toenmalige ministers van Financiën en Verkeer en Waterstaat. Echter werd de brief gedurende lange tijd terzijde gelegd door het Kamerpresidium dat de gebruikte taal niet Parlement waardig vond. Later zou Te Pas nogmaals de vraag inbrengen met een andere intro: ‘financiële manipulaties’ werd vervangen door ‘financiële praktijken’. De artikelen serie bracht ook de nodige consternatie in de legerplaats Seedorf in West-Duitsland. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw was er nog sprake van Dienstplicht en veel van de soldaten gingen, na een periode van opleiding in kazernes in Nederland, voor een langere periode naar Frankrijk (La Courtine) of West Duitsland (Seedorf). Uiteraard waren in voornoemde legerplaatsen ook mogelijkheden tot ontspanning in de weekenden. In Seedorf had je bijvoorbeeld het Holland House waar activiteiten werden georganiseerd. Zo was het organiserend comité op het idee gekomen een avond te organiseren in oktober 1971 waarbij er een optreden zou zijn van de Radio Noordzee drive in show. Plaatsvervangende commandant Overste Walboom, verantwoordelijk voor ook het ontspannende deel binnen de legerplaats Seedorf—Hohne, was echter een trouwe lezer van de Telegraaf en mede de eerder vermelde artikelen van Paul Harris vond hij het nodig in te grijpen. Zo viel hij vooral op het gegeven dat de eigenaren van RNI in het geniep zich ook bezig hielden met de Oost-Duitse regering. Dit had tot gevolg dat geen enkele soldaat, gelegen in de West-Duitse kazerne, naar het Holland Huis mocht voor het bijwonen van de Radio Noordzee drive in show. In de Haagsche Post van 27 oktober 1971 werd gemeld: ‘De beroepshalve vaak door spionage paranoia aangevreten inlichtingendienst C.I.D. had dom genoeg geen gevaar gezien in het vermaak van de piratenzender. De overste besliste eigenzinnig anders en dat was de bewuste zaterdag in ieders harten toen het eerste plaatje ‘Ik heb eerbied voor jouw grijze haren’ aan hem werd opgedragen.’ Bij Radio Veronica had men in oktober 1971 een goede blik op te toekomst want in de Telegraaf was een artikel terug te vinden waarin de directie het recht op legalisering claimde van directeur Dirk Verweij. “Een positie waarbij de Veronica-formule via een legale weg kan worden voortgezet. Dit mede op basis van het feit dat er kan worden terug gezien op een elfjarig bestaan.” De directie verbond dit commentaar aan de uitslag van een enquête van de Nederlandse Stichting voor Statistiek, die in augustus dat jaar was gehouden. Volgens het onderzoek genoot Hilversum 3 landelijk een voorkeur bij het luisterpubliek in vergelijking met Radio Veronica en Radio Noordzee, maar was Veronica zonder meer de favoriet in de gebieden waar het station goed was te ontvangen. In die streken bleek dat 75% van de ondervraagden een voorkeur gaf aan de uitzendingen van Veronica. Ook wenste een behoorlijk aantal mensen, indien het zou komen te legalisering, een lidmaatschap nemen van de omroepvereniging Veronica. Het zou zelfs kunnen leiden tot een officiële A-status. En uiteindelijk werd Veronica op een bepaald moment ook veruit de grootste omroep van ons land onder de naam V.O.O. Hans Knot, 22 november 2025.3 punten
-
Van RTÉ Radio 1 tot Atlantic 252: Het verhaal van Clarkstown-zender op 252 kHz
Diep in het landelijke graafschap County Meath, Ierland, stond jarenlang het Clarkstown Radio Transmitter Station. Dit zendstation, dat werd gebouwd en gebruikt door RTÉ Radio 1, speelde een grootte rol in het verspreiden van Ierse radioprogramma’s naar een breed publiek, zowel binnen Ierland als ver daarbuiten. Met zijn imposante mast en krachtige zendvermogen zorgde Clarkstown ervoor dat luisteraars in afgelegen gebieden en zelfs op het Europese vasteland toegang hadden tot Ierse radio-uitzendingen. De oprichting van de zendlocatie De geschiedenis van het Clarkstown-zendstation begint in de jaren ‘80, toen de Ierse publieke omroep RTÉ (Raidió Teilifís Éireann) op zoek was naar een moderne zendlocatie om langegolfuitzendingen te faciliteren. Voorheen werden radiosignalen uitgezonden vanaf oudere installaties, maar de behoefte aan een krachtiger en stabieler signaal leidde tot de bouw van een nieuwe zendmast in Clarkstown, nabij Summerhill in County Meath. De locatie werd gekozen vanwege de gunstige geografische ligging en het vlakke terrein, wat essentieel was voor een efficiënte verspreiding van langegolfsignalen. Langegolf (LW) had destijds een groot voordeel: de signalen konden enorme afstanden afleggen en waren minder gevoelig voor atmosferische storingen dan kortegolf- of middengolfsignalen. Hierdoor was Clarkstown ideaal voor het bedienen van zowel Ierse luisteraars als de Ierse diaspora in het Verenigd Koninkrijk en andere delen van Europa. Het gebruik van de langegolfzender De belangrijkste gebruiker van de Clarkstown-zender was RTÉ Radio 1, de nationale radiozender van Ierland. De uitzendingen op 252 kHz begonnen in 1989, waarmee een nieuw tijdperk van langegolfuitzendingen werd ingeluid. De zender had een vermogen van 500 kW, waarmee het niet alleen heel Ierland bestreek, maar ook grote delen van het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en zelfs verder gelegen gebieden in Europa. Voor veel Ieren die in het Verenigd Koninkrijk woonden, was de langegolfuitzending van RTÉ Radio 1 een essentiële verbinding met hun thuisland. In die tijd was FM-radio nog niet overal beschikbaar en internetstreams bestonden nog niet, waardoor langegolf de enige betrouwbare manier was om Ierse radio buiten de landsgrenzen te beluisteren. Naast reguliere programmering, zoals nieuws, sport en entertainment, had de zender ook een belangrijke functie als noodcommunicatiekanaal. Bij nationale crises kon RTÉ via Clarkstown belangrijke berichten verspreiden die een groot deel van de bevolking konden bereiken. Internationale samenwerking: Teamwork met Atlantic 252 Hoewel de Clarkstown-zender voornamelijk werd gebruikt voor RTÉ Radio 1, kreeg het internationale bekendheid dankzij een andere invloedrijke gebruiker: Atlantic 252. Dit commerciële radiostation werd in 1989 opgericht als een joint venture tussen RTÉ en CLT (Compagnie Luxembourgeoise de Télédiffusion, nu RTL Group). Atlantic 252 was een pop- en hitradiostation dat zich richtte op een jong publiek in het Verenigd Koninkrijk en Ierland. Omdat FM-frequenties beperkt waren en middengolf vaak als ouderwets werd beschouwd, bood de krachtige langegolfzender van Clarkstown op 252 kHz een unieke mogelijkheid om een breed publiek te bereiken. Het station werd enorm populair in de jaren ‘90, vooral omdat het een non-stop muziekformule bood die vergelijkbaar was met wat commerciële FM-stations deden, maar dan met een veel groter bereik. Atlantic 252 werd in heel het Verenigd Koninkrijk en Ierland beluisterd en had zelfs luisteraars op het Europese vasteland. In 2001 stopte Atlantic 252 met uitzenden en werd de frequentie teruggegeven aan RTÉ, dat de zender vanaf dat moment uitsluitend gebruikte voor RTÉ Radio 1. Het bereik van de Clarkstown-zender Dankzij het hoge zendvermogen van 500 kW was Clarkstown een van de sterke langegolfstations in Europa. Het signaal van 252 kHz kon zonder problemen heel Ierland en het Verenigd Koninkrijk bestrijken. Maar de invloed reikte nog verder: Overdag was de zender goed te ontvangen in Frankrijk, België, Nederland en delen van Duitsland. ‘s Nachts, wanneer radiosignalen via de ionosfeer verder reizen, kon RTÉ Radio 1 via Clarkstown worden gehoord in Noord-Spanje, Scandinavië en Oost-Europa. Er zijn zelfs meldingen van ontvangst in Canada en de oostkust van de Verenigde Staten, al was dit afhankelijk van atmosferische omstandigheden en de gebruikte radioapparatuur. Dit maakte de zender van grote waarde voor de Ierse gemeenschap in het buitenland, die zo een direct contact met het moederland kon behouden. De afbouw van langegolfuitzendingen In de loop van de 21e eeuw veranderde het radiolandschap drastisch. De opkomst van digitale radio (DAB), internetradio en satellietuitzendingen verminderde de noodzaak van langegolfuitzendingen. Hoewel RTÉ Radio 1 nog steeds een trouw publiek had via 252 kHz, werd het onderhoud van de krachtige zender steeds duurder. RTÉ kondigde meerdere keren plannen aan om de langegolfzender te sluiten, maar vanwege protesten van Ieren in het buitenland werd dit telkens uitgesteld. Toch werd de druk om kosten te besparen groter, en op 14 april 2023 werd de Clarkstown-zender definitief uitgeschakeld. Dit betekende het einde van een tijdperk waarin langegolf een belangrijke rol speelde in de Ierse radiocultuur. Afbeelding: De Clarkstown zendlocatie (foto's Wiki Commons)3 punten
-
De nostalgische column van Hans Knot 17 oktober 2026
Het was natuurlijk in 1982 totaal anders dan anno 2026. Zo werd er in januari aangekondigd dat later dat jaar er een experimenteel programma zou worden verzorgd dat tegelijk op de Amsterdamse kabel (KTA) en het New Yorkse kabelnet in Manhattan zou worden uitgezonden. Het betrof een éénmalige uitvoering van ‘The link’ van de in Amsterdam wonende Amerikaanse kunstenaar Raoul Moroquin. Het programma werd uitgestraald via de communicatiesatelliet Intelsat V. Het Ministerie van CRM, dat het programma mede financierde, had toestemming gegeven voor het uitzenden via het Amsterdamse kabelnet. Aanvankelijk werd de toestemming geweigerd maar veranderde men van mening toen Stad Radio Amsterdam zich achter het experiment schaarde. Op 22 januari 1982 was er een kort geding aangespannen door de NOS en de omroeporganisaties tegen het Nieuwsblad van het Noorden om te voorkomen dat de redactie van deze krant zou doorgaan met het publiceren van uitvoerige gegevens van de televisieprogramma’s. Volgens de dagers maakte de redactie van de krant inbreuk op het bestaande contract tussen NOS en de Nederlandse Dagblad Pers, waarin het publiceren van gegevens was vastgelegd. Ook werd het Nieuwsblad van het Noorden verweten de auteursrechten van de zendgemachtigden te schenden. Volgens een woordvoerder van de NOS tijdens de zitting was het duidelijk dat de gegevens werden overgenomen uit de omroepbladen. Men eiste bij de rechtbankpresident van Groningen een dwangsom van 100.000 gulden per overtreding vast te leggen. Volgens de hoofdredacteur van het Nieuwsblad van het Noorden, Eef Brouwers, bracht de krant de gegevens zo uitgebreid omdat dit de wens was van de gemiddelde lezer. Ook meldde hij, aldus zijn eigen krant, dat deze gegevens waren verkregen via vrije nieuwsgaring. In de rechtszaal in Groningen was het topje van de Nederlandse Omroepen aanwezig om de uitspraak in het kort geding te volgen. Men ging beteuterd terug naar Hilversum daar de toenmalige vice president van de rechtbank, mr. J.A. van Riessen, de eisen van de NOS en de omroepen geheel verwierp. Hij vond namelijk dat er geen sprake kon zijn van contractbeuk door de redactie daar de door het Nieuwsblad van het Noorden gepubliceerde gegevens afkomstig waren van een leverancier uit Vlaanderen. Op gronden van een EEG akkoord waren gegevens afkomstig uit België niet strafbaar vanwege de auteurswet. De Nieuwsblad hoofdredacteurs Eef Brouwers zijn eerste reactie aan een journalist van zijn krant was dat het een zogenaamde knock out zege betekende voor de kranten. Hij voegde eraan toe dat het niet de bedoeling was van de redactie het bestaande omroepsysteem op te blazen in Nederland. Het ging volgens Brouwers, ooit nieuwslezer bij het Journaal, alleen om een uitspraak inzake het recht van vrije nieuwsgaring voor het mogen publiceren van omroepgegevens door de diverse kranten in ons land. Brouwers: “De rechter heeft ons gelijk gegeven tegen het knevelend contract dat in 1974 is gesloten en niet meer in overeenstemming is met de ruimte die de kranten moeten hebben.” Media deskundige Aad Kosto van de PvdA noemde de uitspraak 'catastrofaal' voor de positie van de omroeporganisaties. Hij wees erop dat het effect ervan kon zijn dat de inkomsten van de omroepen sterk konden afnemen wat tot grote verschraling van het programma-aanbod kon gaan leiden. Kosto was niet bevreesd dat alle dagbladen zouden overgaan tot het publiceren van de gegevens. Maar er werd in die tijd ook vanuit verschillende hoeken geklaagd over de inhoud van de diverse omroepbladen, waarbij er werd gesteld dat er te veel niet omroep gebonden informatie werd gepubliceerd, hetgeen destijds wettelijk officieel niet mogelijk was. Uit een onderzoek gedaan in opdracht van het reclamevakblad Adformatie bleek eind 1980 bijvoorbeeld dat de omroepbladen van de AVRO, de KRO en de VOO (Veronica) regelmatig in de fout gingen. Er werd gevreesd dat de omroepgidsen zich min of meer gingen ontwikkelen als familiebladen. De toenmalige minister van CRM, André van der Louw, kreeg dan ook het verzoek onderzoek naar deze overtredingen in te stellen. En kijk eens naar de omroepbladen anno 2026 die inhoudelijk veel breder georiënteerd zijn dan in 1982. Tenslotte in deze nostalgische terugblik naar januari 1981 de mededeling dat er voor de eerste keer in ons land een persoon in een rechtbank verscheen wegens het illegaal uitzenden van televisiesignalen. De 31-jarige TV-piraat L.A. van K uit Zoetermeer zou verantwoordelijk zijn voor de uitzendingen van Piraten Televisie Leiden. Tijdens de zitting van de Haagsche Rechtbank bleek er echter geen volledig technisch bewijs te zijn. Het bleek dat K in mei 1981 door de PTT en RCD in een weiland betrapt te zijn bij het uitzenden van pornofilms. Hans Knot 17 oktober 2026.2 punten
-
Franse radiosector vraagt om gratis FM en DAB+ in nieuwe auto’s
De Franse radiosector vraagt de regering om de toegang tot radio via FM en DAB+ in auto’s wettelijk te blijven garanderen. Radio France, Alliance de la Radio, Les Locales en Ensemble pour le DAB+ reageren daarmee op autofabrikanten die modellen aanbieden zonder FM- en DAB+-ontvanger of radio als betaalde optie aanbieden. Volgens de organisaties gaat het daarbij niet alleen om de techniek in de auto, maar vooral om de toegang tot radio als medium. Op Europees niveau wordt hierover gesproken in het kader van de Digital Networks Act. Daarbij ligt de vraag op tafel of nieuwe auto’s verplicht moeten worden uitgerust met FM- en DAB+-ontvangers. In Frankrijk sluit artikel 2 van een wetsvoorstel over de modernisering van radio hierbij aan. Radio als onderdeel van crisiscommunicatie De Franse radiosector wijst daarnaast op de rol van etherdistributie tijdens grote stroomstoringen en andere crisissituaties. Radio via FM en DAB+ kan volgens de betrokken organisaties informatie blijven verspreiden wanneer elektriciteitsvoorziening of telecommunicatienetwerken uitvallen. Een autoradio kan daarbij dezelfde functie hebben als een draagbare radio die op batterijen werkt. Ook het Franse Secrétariat général de la Défense et de la Sécurité nationale (SGDSN) heeft aandacht besteed aan deze functie. Tijdens de recente Assises de la Radio van toezichthouder Arcom werd gesproken over de rol van radio bij de verspreiding van informatie tijdens crisissituaties. De sector verwijst daarbij naar twee recente gebeurtenissen. Tijdens de bosbranden in het Franse departement Gironde deze zomer raakten volgens de betrokken organisaties tientallen kilometers glasvezelkabel en ongeveer 1.200 palen beschadigd. Daarmee werd volgens de sector opnieuw duidelijk hoe kwetsbaar telecommunicatie-infrastructuur bij grote klimaatgebeurtenissen kan zijn. Ook de grote stroomstoring in Spanje in april 2025 wordt genoemd. Mobiele zendmasten vielen daar volgens de radiosector grotendeels uit nadat hun noodaccu’s na ongeveer twintig minuten leeg waren. Ook mobiele telefoons konden uiteindelijk niet meer worden opgeladen. De etherdistributie van radio bleef volgens de sector wel functioneren. Verplichte ontvangers in nieuwe voertuigen De Franse radiosector werkt samen met Arcom, het SGDSN en het ministerie van Cultuur aan een gezamenlijk standpunt voor de Europese consultatie over de Digital Networks Act. De organisaties vragen Frankrijk om zich tijdens de Europese onderhandelingen uit te spreken voor een verplichting om nieuwe personenauto’s en bedrijfswagens van FM- en DAB+-ontvangers te voorzien. Daarnaast willen zij dat radio een prominente plaats op het dashboard behoudt. Dat zou volgens de sector moeten gebeuren via een fysieke, directe toegang tot radio of door radio vanaf de eerste pagina van het multimediasysteem beschikbaar te maken. Ook vragen de organisaties de Franse regering om artikel 2 van het wetsvoorstel over de modernisering van radio te steunen zonder de voorgestelde regels af te zwakken. Radio France, commerciële en associatieve radio samen De oproep wordt gezamenlijk ondersteund door publieke, commerciële en associatieve radio. Radio France benadrukt daarbij de functie van radio wanneer andere communicatiemiddelen niet meer beschikbaar zijn. De Alliance de la Radio stelt dat toegang tot radio volgens haar niet afhankelijk moet worden van commerciële afspraken tussen autofabrikanten en streamingplatforms. De organisaties Les Locales, die de Franse associatieve radio vertegenwoordigen, wijzen daarnaast op de lokale functie van deze stations. Volgens hen zorgt associatieve radio voor lokale communicatie en een netwerk dat in veel gebieden een belangrijke rol speelt. Zij vinden daarom dat gratis toegang tot FM en DAB+ in iedere auto gegarandeerd moet blijven. Voor Nederlandse en Belgische automobilisten is de Franse discussie vooral relevant omdat de ontwikkeling van nieuwe auto’s ook in andere Europese landen speelt. De Europese regelgeving kan daarbij gevolgen hebben voor de manier waarop radio in nieuwe voertuigen wordt aangeboden.2 punten
-
Zendstation Vakarel: techniek en ontwikkeling nabij Sofia
Vakarel radio was een groot zendcomplex in de omgeving van het dorp Vakarel, ten oosten van Sofia. Het station speelde gedurende een groot deel van de twintigste eeuw een centrale rol in de Bulgaarse radio-omroep en werd vooral ingezet voor middengolf- en later ook langegolfuitzendingen. Door de combinatie van hoge zendvermogens en een gunstige geografische ligging groeide het uit tot een van de belangrijkste zendlocaties van het land. De ontwikkeling van het zendstation begon in de jaren 30, toen Bulgarije zijn radionetwerk uitbreidde om landelijke dekking mogelijk te maken. In die periode werd radio steeds belangrijker als massamedium, maar de infrastructuur was nog beperkt tot enkele centrale zendpunten. De locatie bij Vakarel werd gekozen vanwege de open ligging en de verhoogde positie in het terrein, wat gunstig was voor de verspreiding over grotere afstanden. De eerste installaties kwamen in de late jaren 30 in gebruik en werden ingezet voor nationale radio-uitzendingen via middengolf, waarbij de focus lag op brede bereikbaarheid met relatief eenvoudige ontvangstapparatuur. Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte de werking van het station verstoord door de politieke en militaire situatie in de regio. De infrastructuur werd in deze periode deels beschadigd en de uitzendingen waren niet altijd stabiel of continu. Na 1944 werd het complex opnieuw opgebouwd binnen de herstructurering van de Bulgaarse omroepsector. In de jaren daarna werd het station stap voor stap hersteld en uitgebreid, waarbij de nadruk lag op het verhogen van zendvermogen en betrouwbaarheid om weer landelijke dekking te garanderen. In de jaren 50 en 60 volgde een periode van verdere modernisering en uitbreiding. Het zendcomplex werd voorzien van krachtigere AM-zenders en een uitgebreid antennepark met meerdere hoge masten. Deze masten werden gebruikt om verschillende zendconfiguraties mogelijk te maken, waaronder richtstraling en variabele dekking afhankelijk van de frequentie en het programma. De technische infrastructuur werd aangevuld met zendergebouwen, koelinstallaties en stroomvoorziening, waardoor het station geschikt werd voor continue nationale uitzendingen. In deze periode kreeg Vakarel een vaste positie binnen het netwerk van de Bulgaarse nationale radio en werd het ingezet voor nieuws, culturele programmering en algemene radiodiensten die in het hele land moesten worden ontvangen. Door de hoge zendvermogens had het station niet alleen nationaal bereik, maar onder bepaalde omstandigheden ook ontvangst in aangrenzende landen. Vooral ’s nachts kon het signaal verder reiken door de eigenschappen van de middengolfpropagatie. Dit maakte het complex ook technisch interessant binnen de regionale radiostructuur van Zuidoost-Europa. Vanaf de jaren 90s veranderde het radiolandschap sterk door de snelle opkomst van FM-radio, die betere geluidskwaliteit bood en minder gevoelig was voor storingen. Hierdoor nam het belang van middengolf geleidelijk af en werd het gebruik van grote zendinstallaties teruggebracht. Uiteindelijk verloor het complex zijn primaire zendfunctie en werd de infrastructuur buiten gebruik gesteld. De Blaw-Knox toren, het meest kenmerkende onderdeel van de locatie, bleef nog jarenlang staan nadat de zendactiviteiten waren afgenomen. Op 16 september 2020 werd de toren uiteindelijk gesloopt. Afbeelding: Blaw-Knox toren van het zendcomplex Vakarel (foto Wikimedia Commons)2 punten
-
Het einde van de langegolf in Europa nadert zijn voltooiing
De beslissing van BBC Radio 4 om later deze maand de uitzendingen op 198 kHz te beëindigen past in een ontwikkeling die al jaren gaande is in Europa: het geleidelijk verdwijnen van de langegolf als omroepmedium. Waar deze frequentie ooit gold als een robuuste en grensoverschrijdende manier om radio-uitzendingen ver landinwaarts te brengen, heeft er inmiddels een duidelijke verschuiving plaatsgevonden naar FM, DAB+ en internet. De langegolf had lange tijd een bijzondere positie binnen het Europese omroepstelsel. Door het sterke bereik over grote afstanden en de relatief stabiele ontvangst, speelde deze band vooral een rol in de nationale publieke radio. Toch veranderde die functie langzaam maar zeker, naarmate de kosten voor exploitatie hoog bleven en het luistergedrag van het publiek verschoven is naar andere platforms. De aankondiging dat BBC Radio 4 de uitzending op 198 kHz beëindigt, onderstreept dat deze ontwikkeling nu een beslissende fase bereikt. In verschillende Europese landen is het gebruik van de langegolf al eerder teruggedrongen of volledig beëindigd. In Frankrijk werd de uitzending via 162 kHz van France Inter al jaren geleden stopgezet, terwijl ook andere omroepen zoals RTL en Europe 1 hun langegolfzenders hebben uitgefaseerd. De argumentatie komt vaak op hetzelfde neer: het onderhoud van de infrastructuur staat niet langer in verhouding tot het aantal luisteraars dat nog via deze weg afstemt, zeker nu alternatieve distributiekanalen vrijwel overal beschikbaar zijn. De situatie rond BBC Radio 4 is in dat opzicht symbolisch, omdat de zender lang werd gezien als een van de laatste grote gebruikers van de langegolf in West-Europa. De keuze om de 198 kHz te verlaten betekent dat een belangrijk deel van de traditionele distributiestructuur van de publieke omroep verdwijnt, al blijft de programmering uiteraard beschikbaar via FM, DAB+ en online streaming. Voor luisteraars die decennialang vertrouwd waren met de langegolf, kan dit aanvoelen als een ingrijpende verandering, maar in praktische zin is de overgang al jaren in voorbereiding. De meeste huishoudens maken inmiddels gebruik van FM, digitale radio of internetverbinding om dezelfde programma’s te volgen, vaak met een betere geluidskwaliteit en extra functionaliteit. Wat resteert is vooral een technologische verschuiving die de geschiedenis van de radio weerspiegelt. De langegolf was ooit een essentieel onderdeel van internationale communicatie en nationale dekking, maar heeft in de loop der tijd plaatsgemaakt voor flexibele en efficiëntere systemen. De stap van BBC Radio 4 past in die logische evolutie, waarbij het zwaartepunt van uitzendingen definitief verschuift naar digitale platforms. Daarmee komt er in Europa een periode ten einde waarin de langegolf een vaste waarde was in het dagelijks luisteren naar radio. Vincent Schriel, 6 juni 20262 punten
-
WEFAX en NAVTEX: betrouwbare radioberichten in het satelliettijdperk
Radiocommunicatie via langegolf, middengolf en kortegolf biedt voor de scheepvaart onvervangbare toegang tot weers- en veiligheidsinformatie. Twee technologieën verdienen hierbij speciale aandacht: WEFAX en NAVTEX. Deze systemen leveren met beperkte bandbreedte en eenvoudige ontvangers essentiële data, en blijven bruikbaar ondanks de komst van satellietcommunicatie. Wat is WEFAX en hoe werkt het WEFAX, ook bekend als weerfax of HF-fax, is een systeem voor het verzenden van zwart-wit weerkaarten via kortegolf. Het systeem maakte oorspronkelijk gebruik van facsimile-technologie, waarbij gedrukte kaarten gescand worden lijn-voor-lijn en omgezet in radiosignalen. Zo’n signaal kan worden ontvangen zonder internet of moderne infrastructuur. Dankzij kortegolfverbindingen blijven weerkaarten voor schepen op zee altijd toegankelijk. Afbeelding: WEFAX bericht van Royal Navy, Northwood (UK) (voor grotere weergave klik op afbeelding) Bij de technische opzet wordt gebruikgemaakt van enkelzijband-modulatie (SSB), waarbij een kleine frequentieverschuiving grijstinten in weerskaarten definieert. Bij USB-ontvangst ligt de afstemming meestal 1,9 kHz onder de draaggolf. Het signaal vertoont zwart bij ongeveer 1500 Hz en wit rond 2300 Hz. Vaak wordt een overdrachtsnelheid van 120 lijnen per minuut gebruikt; andere waarden, zoals 60 tot 240 lijneb per minuut, zijn ook mogelijk. Wat is NAVTEX en hoe functioneert het NAVTEX staat voor Navigational Text Messages, vroeger bekend als Navigational Warnings by Telex. Het is een internationale automatische radiotelexdienst voor de verspreiding van maritieme veiligheidsinformatie (MSI), waaronder navigatie- en weerswaarschuwingen, en zoek-en-reddingsberichten. Uitzending vindt plaats via middengolfzenders vanaf kuststations, zowel in het Engels (op 518 kHz) als in lokale talen (op 490 kHz). NAVTEX maakt deel uit van het WWNWS en GMDSS, waarvoor bepaalde schepen onder SOLAS-verplichtingen zijn uitgerust met ontvangstapparatuur. Een NAVTEX-bericht bevat een zendgebiedindicator en een onderwerpindicator. Hierdoor kan de ontvanger irrelevante berichten negeren. De transmissie gebeurt in FEC-modus en heeft doorgaans een bereik tot ca. 300 zeemijlen. Afbeelding: NAVTEX-ontvanger met bericht (voor grotere weergave klik op afbeelding) Waarom WEFAX en NAVTEX ondanks satelliet nog steeds essentieel zijn Satellietcommunicatie heeft een grote dekking, maar vergt complexe apparatuur en is afhankelijk van infrastructuur. In veel gebieden op zee zijn de satellietkosten hoog of is de ontvangst onbetrouwbaar. WEFAX en NAVTEX draaien op eenvoudige radio-ontvangers die robuust zijn en weinig onderhoud vergen. De frequente uitzendingen en het gebruik van vrije radiofrequenties maken ze gratis toegankelijk voor elk schip binnen ontvangstbereik. Daarnaast zit achter WEFAX een bewezen technologie die beeldinformatie levert in gebieden zonder internet of andere moderne systemen; de kortegolfband is wereldwijd beschikbaar en resistent tegen uitval. NAVTEX daarentegen biedt tekstuele veiligheidsmeldingen automatisch en gestructureerd, ook bij uitval van andere communicatiemiddelen. Samenvattende eigenschappen WEFAX: zendt weerkaarten via kortegolf (3–30 MHz), met SSB-modulatie, typischerwijze 120 lijnen per minuut en variabele IOC-modi. Ideaal voor visuele weersinformatie, ook bij beperkte bandbreedte. NAVTEX: automatische tekstberichten via middengolf (490/518 kHz), gebruikmakend van FEC (SITOR-B), met internationale dekking voor navigatie- en weerswaarschuwingen. Soms ook op hogere frequentie (HF) zoals 4209,5 kHz. Het gebruik via verschillende radio-golflengten (lange-, midden- en kortegolf) verhoogt de kans dat schepen minstens één kanaal bereiken bij verschillende omstandigheden. WEFAX via kortegolf geeft visuele kaarten, NAVTEX biedt belangrijke tekstberichten via middengolf en HF als back-upoptie. Waarom blijft het functioneel Door hun eenvoud, lage kosten voor de eindgebruiker, wereldwijde beschikbaarheid en betrouwbaarheid blijven WEFAX en NAVTEX waardevol. Ze vormen een fundament voor maritieme veiligheid, vooral wanneer satelliet of internet ontoegankelijk is. Verder vormt NAVTEX een verplicht onderdeel van internationale regelgeving (SOLAS, GMDSS), waardoor veel schepen het zelfs wettelijk aan boord moeten hebben. Afbeelding: foto door Bahadir Civan (pexels.com)2 punten
-
Campagne gestart voor behoud van zendmasten Droitwich na einde langegolf
Nu de langegolfuitzendingen vanuit Droitwich zijn beëindigd, is een campagne begonnen om de twee karakteristieke zendmasten van Wychbold een beschermde monumentenstatus te geven. De 213 meter hoge masten, die sinds 1934 het Britse langegolfsignaal verzorgden, gelden volgens erfgoedorganisaties als een belangrijk onderdeel van de Britse omroepgeschiedenis en verdienen daarom behoud. De zendinstallatie bij Droitwich werd destijds bewust centraal in Engeland gebouwd, zodat het langegolfsignaal vrijwel het hele Verenigd Koninkrijk kon bereiken. De bouw was voor die tijd een omvangrijk project. De kosten bedroegen ongeveer 200.000 pond, wat tegenwoordig overeenkomt met ongeveer 20 miljoen pond. Slechts tien gespecialiseerde monteurs bouwden de masten, onder wie een medewerker die eerder had meegewerkt aan de bouw van de Sydney Harbour Bridge. Op 6 september 1934 werd de zender officieel in gebruik genomen. Het eerste programma dat via de nieuwe langegolfzender werd uitgezonden was The Merry Makers van componist Eric Coates. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg de installatie een veel grotere functie dan alleen radio-uitzendingen. De masten werden ingezet om Duitse radionavigatie- en radarsystemen te verstoren en speelden daarnaast een rol bij geheime communicatie met het Franse verzet. Ook tijdens de voorbereidingen van D-Day maakte de zendinstallatie deel uit van het communicatienetwerk. Na de oorlog hervatte de zender zijn reguliere uitzendingen. De belangstelling voor de locatie bleek groot toen in 1957 een open dag werd georganiseerd. Ongeveer 13.000 bezoekers kwamen een kijkje nemen, waarna ook andere zendstations vergelijkbare open dagen hielden. In de jaren daarna werd de apparatuur gemoderniseerd en kwamen er aanvullende middengolfzenders op het terrein. De langegolfuitzendingen vanuit Droitwich zijn op zaterdag 27 juni om 01:00 uur definitief beëindigd. Volgens de BBC was vervanging van de sterk verouderde apparatuur economisch niet verantwoord. De omroep wijst erop dat het aantal luisteraars via langegolf de afgelopen jaren sterk is afgenomen, terwijl de meeste luisteraars inmiddels gebruikmaken van FM en digitale distributie via DAB+. Met het uitschakelen van de zender verdwijnt ook een bijzonder verschijnsel. Wie op Parliament Square in Londen stond, kon de slagen van de Big Ben via BBC Radio 4 op langegolf iets eerder horen dan rechtstreeks door de lucht. Het geluid legde via de microfoon, de verbinding naar Droitwich en de radio minder tijd af dan de geluidsgolven door de atmosfeer. Via FM is dit effect nog steeds mogelijk, al is het verschil nauwelijks waarneembaar. Bij DAB en andere digitale distributievormen verdwijnt dit voordeel door de extra verwerkingstijd van het audiosignaal. In het erfgoedcentrum van Droitwich is inmiddels een permanente tentoonstelling ingericht over de geschiedenis van het zendstation. Daar zijn historische foto’s, apparatuur en documenten te zien die zijn verzameld door voormalig BBC-technicus John Phillips, die zijn hele loopbaan op het terrein werkzaam was. Historic England onderzocht in 2025 al of het complete terrein in aanmerking kwam voor een monumentenstatus, maar wees dat verzoek af omdat veel oorspronkelijke gebouwen inmiddels zijn verdwenen. De Twentieth Century Society vindt echter dat de zendmasten afzonderlijk beoordeeld moeten worden vanwege hun historische, technische en architectonische betekenis. Daarnaast klinkt vanuit lokale historici de wens om op het terrein een museum over de Britse omroepgeschiedenis in te richten, zodat de geschiedenis van Droitwich ook na het einde van de langegolfuitzendingen behouden blijft. Afbeelding: Droitwich zendstation (foto Tom Axford/Wikipedia)2 punten
-
ANP herziet copyrightclaim op MediaPages na nieuw onderzoek
MediaPages heeft een groot deel van de betaalde auteursrechtclaim van het ANP teruggekregen nadat een herbeoordeling van het dossier daartoe aanleiding gaf. De website, die al ruim 25 jaar als hobbyproject zonder winstoogmerk wordt beheerd door Wim van de Water, werd eind april geconfronteerd met een claim van bijna 4.000 euro vanwege negen foto’s waarop volgens het ANP auteursrechten rustten. Na een eerste verlaging met 20 procent bleef een bedrag van ongeveer 3.000 euro over, dat uiteindelijk werd betaald. Later besloot het ANP na nieuw onderzoek ruim 2.000 euro terug te storten. Voor Van de Water kwam de claim onverwacht. MediaPages besteedt al sinds de oprichting veel aandacht aan het zorgvuldig omgaan met auteursrechten en wordt volledig bekostigd uit zijn pensioen. De financiële gevolgen en de correspondentie rondom de claim zorgden ervoor dat hij zelfs overwoog om na 25 jaar te stoppen met de website. Toen dit bekend werd, namen Ferry Eden en Vincent Schriel het initiatief voor een donatieactie om MediaPages financieel te ondersteunen. De actie kreeg veel respons vanuit de radio- en zeezendergemeenschap. Binnen twee weken ontving Van de Water talrijke steunbetuigingen via e-mail, telefoon en berichtenapps, terwijl de donaties vrijwel het volledige bedrag van de claim dekten. Vervolgens nam onderzoeksjournalist Marcel van den Berg contact op met Van de Water. Van den Berg doet al geruime tijd onderzoek naar auteursrechtclaims van het ANP en onderzocht ook de negen foto’s waarop de claim betrekking had. Volgens zijn bevindingen was een deel van de claim juridisch discutabel. Op basis daarvan vroeg hij het ANP om de zaak opnieuw te beoordelen. Het persbureau besloot daarop het dossier te herzien en een aanzienlijk deel van het betaalde bedrag terug te betalen. De achtergronden van het onderzoek en de herbeoordeling zijn door Van den Berg uitgebreid beschreven op zijn website. De terugbetaling biedt MediaPages de mogelijkheid om een nieuwe werk-pc aan te schaffen en de jaarlijkse kosten voor het in de lucht houden van de website te bekostigen. Daarnaast heeft Van de Water een deel van het terugontvangen bedrag gebruikt om Marcel van den Berg te bedanken voor zijn inzet. Voor de beheerder van de website betekenden de afgelopen maanden een omslag van grote financiële onzekerheid naar brede steun vanuit de radiowereld. Hij spreekt op MediaPages de waardering uit voor iedereen die met een donatie of een steunbetuiging heeft bijgedragen aan het voortbestaan van Mediapages. Afbeelding: Wim van de Water in Musuem RockArt (foto Vincent Schriel)2 punten
-
De nostalgische column van Hans Knot 23 mei 2026: ‘De week van’
De speciale weken op de diverse radiostations, zoals bijvoorbeeld ‘de jaren zestig’ of ‘crooners’ dan wel ‘de negentiger jaren’, worden vaak vooraf via een persbericht door de omroepen of het radiostation aangekondigd, dat ook verschijnt via de fb pagina van de betreffende organisatie. Dit vooral met als doel dat het bericht wordt opgepikt en wordt gedeeld. Op die manier hoopt men in de betreffende week hogere kijkcijfers te halen dan men normaal gewend is. Natuurlijk behoeft een programma als ‘de top 2000’ van Radio 2, dat inmiddels al een ruime kwart eeuw door de publieke omroep wordt gebracht, geen dergelijke promotie. Men krijgt het meer dan genoeg via alle bekende kanalen en de dagbladpers te lezen. Maar de grote vraag is natuurlijk of ‘de week van’ iets is van de laatste pakweg 25 jaar, dat internet op deze speciale weken van invloed kan zijn. Het antwoord is nee, want in mijn archief vond ik recentelijk aantekeningen terug die ik heb bewaard uit de tijd dat de radio voor mij een belangrijk onderdeel van mijn leven werd. Wel hadden we, in zwart wit van het merk Erres, een televisietoestel in huis maar ik vond het veel interessanter te luisteren naar de radio. Dit gebeurde niet alleen gezamenlijk in de huiskamer maar ook in de begin jaren zestig van de vorige eeuw deels in de avonduren via de draadomroep, waarover ik al eerder uitgebreid berichtte. In april 1963 kwam de afdeling Propaganda en Organisatie van de NCRV, gevestigd te Ede, met een bericht dat in de week volgend op 20 april mede in het daglicht zou staan als ‘de week van de lichte muziek’. Naast de vele praatprogramma’s en religieuze uitingen en kerkelijke muziekklanken en klassieke muziek was er natuurlijk voor een groot deel alleen maar lichte muziek te beluisteren via de toenmalige Hilversum 1 en 2. Maar toch gingen de schijnwerpers flink aan om deze vorm van muziek te ondersteunen. Het ging daarbij niet alleen om de muziek vanuit de studio naar de luisteraars te brengen via plaat. Nee men ging ook op locatie om de artiesten naar de luisteraars toe te brengen. Zo was er op donderdag 25 april dat jaar een ‘solistisch optreden’ van een aantal in die tijd befaamde trompettisten dat tevens gezamenlijk een optreden zou verzorgen. Het ging om de in Nederland destijds bekende Willy Schobben, Theo Mertens uit Vlaanderen en de Duitser Horst Fischer. Het werd een ruim uur vullend programma dat die avond in de plaats kwam van het reguliere ‘Sterrenavond’ en een samenwerking was tussen NCRV, AVRO, VARA en de KRO. Het optreden van voornoemde drie mannen in één programma was voor die tijd in 1963 uniek te noemen, evenals de samenwerking tussen voornoemde omroepverenigingen. Ter gelegenheid van dit optreden was het Bert Paige die besloot een speciale compositie te creëren wat leidde tot leidde tot ‘Trompetter Paraphrasa’. En er was sprake van vreugde want Schobben, die zijn veertig jarig jubileum had gevierd, had zijn Vlaamse collega, die slechts 41 jaar was, nog nooit gesproken. Echter dient de lezer van deze tijd niet te denken dat Willy Schobben in april 1963 al een respectabele leeftijd had bereikt want hij was destijds slechts 47 jaar. Al heel vroeg in zijn jeugd in Limburg had hij de trompet als instrument tot zich genomen en als 14-jarige werd hij al aangenomen als eerste trompettist bij het Stedelijk Orkest van Maastricht. Het was in 1946 dat hij binnen de omroepwereld voor het eerst met een eigen ballroomorkest optrad en tevens door een platenmaatschappij werd ontdekt. En ik herinner mij dat veelvuldig via de Draadomroep de ‘Trompet Tango’ tot ons schalde maar ook niet veel later zijn absoluut kassucces ‘Mexico’. Van de single ‘Mexico’ werden er in 1963 in no time meer dan 150.000 exemplaren verkocht en de opvolger ‘Benfica’ scoorde andermaal gigantisch hoog voor een plaat met een instrumentaal nummer. Willy Schobben zijn platen werden ook in andere landen uitgebracht en zo werd hij bijvoorbeeld ook populair in Japan. Schobben had niet alleen Gouden platen voor de vele verkochte platen in Nederland maar kwam ook in het bezit van een gouden trompet voorzien van liefst vier sterretjes voor verkochte platen in de Verenigde Staten. In een interview stelde hij omtrent de populariteit van trompetmuziek dat dit vooral kwam door de naoorlogse successen van de Amerikaan Harry James, maar stelde tevens over zijn eigen succes dat dit ook te maken had met zijn unieke vakmanschap als musicus. Tijdens een optreden was er variatie genoeg en speelde hij na een compositie van Bach smetteloos ‘Daar bij die molen’. En in de tijd kregen populaire musici brieven van fans, waarbij Schobben stelde wel 3500 te hebben gekregen in het laatste halfjaar en die ook nog eens door hem werden beantwoord, meestal met daarbij gevoegd een foto. Opmerkelijk was dat de populariteit van Schobben het hoogste was in de provincies Groningen en Friesland en dat ook zijn fanclub in het hoge noorden was gevestigd. In 2009 kwam, na een kort ziekbed, Schobben op 93-jarige leeftijd te overlijden in zijn woonplaats Kerkrade. Hij heeft dus nog lang kunnen genieten van zijn successen. Maar hoe ging het verder in april 1963 na de officiële aankondiging van ‘de week van de lichte muziek’? Het genoemde programma werd op donderdagavond 25 april uitgezonden via Hilversum 2 en wel vanaf half 9 gedurende 65 minuten. Naast de genoemde trompettisten trad het koor Pro Musica uit Bussum, dat onder leiding van Lex Karsemeyer stond, op. Ook was er een optreden van de Kapel van de Koninklijke Luchtmacht te horen. Maar verwijzingen verder naar ‘de week van de lichte muziek’ heb ik niet kunnen vinden bij het doorspitten van de ‘Omroepgids voor Radio en Televisie’ van de NCRV die op 20 april 1963 verscheen. Hans Knot 23 mei 20262 punten
-
Motala langegolf-zendstation in Zweden: van pionier naar museum
Het Motala langegolf-zendstation in Zweden was één van de eerste nationale zendlocaties van het land en speelde een centrale rol in de verspreiding van radioprogramma’s gedurende de eerste helft van de twintigste eeuw. Dit zendstation, gelegen in Motala in de provincie Östergötland, werd in 1927 gebouwd om langegolf uitzendingen te verzorgen en diende vele jaren totdat modernere faciliteiten werden gebouwd. De keuze voor Motala als locatie was strategisch. De stad ligt ongeveer halverwege tussen Stockholm en Göteborg, waardoor radiogolven vanaf dit centrale punt een breed bereik over Zweden konden verkrijgen. Het zendstation was een Marconi-longwave-installatie met een vermogen van 30 kW en een T-antenne bevestigd tussen twee stalen vakwerkmasten. De masten hadden een aanzienlijke hoogte en konden zo radiogolven effectief verspreiden over het land en daarbuiten. De bouw van dit station begon in een periode waarin radio nog een relatief nieuwe technologie was en men streefde naar een nationaal dekkend netwerk. Vanaf het begin werd de zendlocatie gebruikt om langeafstandsradio-uitzendingen op circa 191 kHz te verzorgen. Gedurende de vroege jaren zorgde dit voor een duidelijk en betrouwbaar signaal voor luisteraars binnen honderden kilometers rondom Motala, waardoor radiocommunicatie toegankelijker werd voor de Zweedse bevolking. In de loop van de jaren groeide het zendvermogen en de technische mogelijkheden van de installatie. Rond 1934 werd het station voorzien van een zender met een vermogen van 150 kW en richtantenne-systemen die het signaal verder konden versterken en stabiliseren. Hierdoor kon niet alleen een betere ontvangst over Zweden worden bereikt, maar ook werd er experimenteel kortegolf-uitzending gedaan naar gebieden buiten het land, zoals naar Noord- en Zuid-Amerika. Naast de hoofdtaak als radiotransmissienetwerk voor nationale programma’s, breidde de faciliteit in de jaren 50 zijn diensten uit met FM en middengolf zenders. Deze aanpassingen waren onderdeel van de technologische modernisering van radiocommunicatie in Zweden, waarbij nieuwe frequentiebanden en zendtechnieken werden geïntegreerd om luisteraars betere kwaliteit en meer programma-opties te bieden. De originele langegolf-zender in Motala bleef operationeel tot 1962, toen de nieuwere en technisch geavanceerdere langegolf-installatie in Orlunda ten oosten van Vadstena werd geopend. Deze verving de oudere infrastructuur en bood betere signaalkwaliteit en een groter bereik, mede doordat het moderne antennesysteem met meerdere masten rondom een centrale toren was ontworpen om interferentie te beheersen en de dekking te versterken. Na de sluiting van de zendactiviteiten werd het Motala-complex niet verlaten. Vanaf 1977 is het gebouw van het zendstation verbonden met het Swedish Broadcasting Museum, waarin een collectie van radiotechnische apparatuur wordt onderhouden en tentoongesteld. Dit museumhuis bevat machines uit de beginperiode van de radio-uitzendingen, waaronder de oorspronkelijke zenders uit de jaren 30 en 50, evenals voorbeelden van oude radio’s die in Zweden werden gebruikt. Naast het behoud van historische apparatuur, vinden er binnen het museum af en toe nog uitzendingen plaats op de langegolf. Dit gebeurt met kleinere vermogens dan oorspronkelijk gebruikt, en deze signalen zijn doorgaans lastig te ontvangen buiten de directe regio vanwege het beperkte vermogen en antennestructuur van de museumuitzendingen. Afbeelding: Langegolf radiostation in Motala, Zweden (foto Wikimedia Commons)2 punten
-
Mi Amigo Radio haalt Flashback Top 100 van 1978 terug
Mi Amigo Radio staat op zondag 24 mei, 1e Pinksterdag, uitgebreid stil bij de Flashback Top 100 uit 1978. De zender zendt de volledige lijst uit, gebaseerd op de oorspronkelijke editie die destijds tijdens Pinksteren werd uitgezonden op Radio Mi Amigo. De Flashback Top 100 ontstond in 1975 als vervolg op de wekelijkse Flashbackshow. Daarna werd besloten om jaarlijks op 2e Pinksterdag een lijst samen te stellen met favoriete gouwe ouwen van luisteraars. De eerste drie edities werden opgenomen in de studio in Playa de Aro, terwijl de editie van 1978 live vanaf het zendschip werd uitgezonden. De lijst uit 1978 werd samengesteld door Piet de Meer uit Dordrecht, lid van het Genootschap van Hitologie. Daarbij werden 13.835 inzendingen van luisteraars verwerkt. Volgens Radiopedia was dit de vierde en laatste editie van de oorspronkelijke Flashback Top 100. Bij de nieuwe uitzending op Mi Amigo Radio zijn verschillende huidige presentatoren betrokken. Edward Klein opent de lijst om 10:00 uur, waarna Bart Gysbrechts, Bart van Leeuwen, Ulrike, Nico van der Linden, Erik Vincent, Martien Engel en Johan Visser volgen. Visser heeft daarbij een bijzondere rol, aangezien hij tijdens Pinksteren 1978 ook al als dj aan boord van het zendschip te horen was. Rond 18:00 uur presenteert hij opnieuw de nummer 1 van de lijst. De Flashback Top 100 wordt op vrijdag 29 mei nogmaals uitgezonden tussen 10:00 en 18:00 uur. Mi Amigo Radio is te beluisteren via diverse streamingplatforms, waaronder TuneIn, en via de mediaspelers op Mi Amigo Radio. Op Facebook is de zender te vinden via Mi Amigo Radio Facebook-pagina.2 punten
-
Radioliefhebbers verzamelen op 5 september in Hilden voor de 24e Erkrather Radiodag
Op zaterdag 5 september vindt de 24e editie van de Erkrather Radiodag plaats in het Technisch Museum QQTec in Hilden. Daarmee keert het evenement terug naar de vaste locatie aan de Forststr. 73 in D-40721 Hilden, waar ook eerdere edities werden gehouden. De bijeenkomst duurt van 13:00 tot 19:00 uur en richt zich opnieuw op liefhebbers van radiohistorie, media en zeezenders. Het programma opent met een welkomstwoord van Jan Sundermann, waarna Thomas Kircher een presentatie verzorgt over het mediaportaal FM Kompakt. Vervolgens staat een lezing van Jürgen von Wedel op het programma, waarin hij ingaat op Radio Bavaria International en de ontwikkeling van deze zender van Zuid-Tirol tot Beieren. Ook Radio Monique krijgt dit jaar een plaats in het programma. Ferry Eden spreekt over zijn nieuwe boek over het voormalige zeezenderstation, dat binnenkort verschijnt. Voor deze sessie worden ook gasten uit Nederland verwacht. Een ander onderdeel is een interview met Helmer Litzke, die terugblikt op zijn loopbaan in de radio. Daarbij komt zijn werk aan bod bij onder meer RTL Radio Luxemburg en Schwarzwald Radio. Herbert Visser sluit het inhoudelijke programma af met een bijdrage over de actuele mediasituatie in Nederland en België. De Erkrather Radiodag geldt al jaren als een vaste ontmoetingsdag voor bezoekers met belangstelling voor radioverleden en mediaontwikkeling. De toegang bedraagt €12. Afbeelding: foto Erkrather Radiodag2 punten
-
Zwitserland legt regels vast voor FM-frequenties vanaf 2027
In Zwitserland is de toekomst van FM-radio ook na 2026 gewaarborgd. Het parlement besloot in december 2025 dat analoge radio-uitzendingen behouden blijven, waarna de concrete invulling nu is uitgewerkt door het Bundesamt für Kommunikation (BAKOM). Dit gebeurde in opdracht van het Eidgenössisches Departement für Umwelt, Verkehr, Energie und Kommunikation. De nieuwe vergunningen voor FM-frequenties krijgen een looptijd tot 2034 en sluiten daarmee aan op de bestaande concessies. De publieke omroep SRG SSR en 25 commerciële radiostations met een publieke taak kunnen hun huidige frequenties in hun verzorgingsgebied blijven gebruiken, mits zij hiervoor een aanvraag indienen bij het BAKOM. Frequenties die niet voor het einde van 2026 worden verlengd, komen in 2027 opnieuw beschikbaar. Voor frequenties die momenteel worden gebruikt door stations zonder publieke taak geldt een andere aanpak. Deze worden samengevoegd in zogenoemde clusters en vervolgens aangeboden via een open inschrijving. Geïnteresseerde radiostations kunnen zich hierop inschrijven zodra deze pakketten in het voorjaar van 2026 worden gepubliceerd. Aanmeldingen zijn mogelijk tot eind juni, waarna bij meerdere kandidaten in het najaar van 2026 een veiling wordt gehouden. De doorgifte via FM blijft in Zwitserland vrijwillig. Tegelijkertijd blijft een aanzienlijk deel van het frequentiespectrum gereserveerd voor publieke omroepen, zodat hun bereik via analoge uitzendingen behouden blijft. Met deze regeling wordt uitvoering gegeven aan een parlementair besluit dat voortkomt uit een voorstel voor een nieuwe verdeling van FM-vergunningen vanaf 1 januari 2027. Daarmee kiest Zwitserland voor een voortzetting van analoge radio naast digitale distributie, terwijl in andere landen juist vaker wordt ingezet op een snellere afbouw van FM.2 punten
-
314 meter hoge toren in Hongarije: betekenis van de Lakihegy zender
De Lakihegy Tower is een radiomast van aanzienlijke omvang in Hongarije, gelegen in de plaats Szigetszentmiklós‑Lakihegy in de provincie Pest. De toren staat vooral bekend om zijn rol als zendinstallatie voor radio‑uitzendingen en zijn bijzondere constructie. De geschiedenis van radio‑uitzendingen in Hongarije begon al in 1925 met een kleinere zender in het district Csepel van Boedapest. In 1927 werd deze uitgewerkt naar een 3 kW‑installatie en datzelfde jaar werd een nieuwe 20 kW‑zendinstallatie gebouwd in Lakihegy, die in 1928 de uitzendingen van Csepel overnam. In de jaren daarna nam het aantal radioluisteraars snel toe, wat leidde tot de beslissing een grotere zendmast te bouwen. De constructie van de huidige Lakihegy‑mast begon op 1 juli 1933, met als doel een krachtig zendstation te creëren dat een groter bereik over het land kon realiseren. Aan het begin van december van datzelfde jaar werd een 120 kW‑zender in gebruik genomen, waarmee het een van de technisch meest geavanceerde radiozendlocaties van die tijd was. De mast heeft een hoogte van 314 meter, wat het tot een van de hoogste bouwwerken van Hongarije maakt. De constructie volgt het Blaw‑Knox‑ontwerp, dat is ontwikkeld in de Verenigde Staten en een kenmerkende diamant‑ of sigaarvorm heeft. Deze vorm was technisch bedoeld om radiogolven efficiënter uit te zenden met minder signaal‑vervaging over lange afstand. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de installatie op het einde van de oorlog verwoest door terugtrekkende Duitse troepen. Na afloop van de oorlog werd de mast opnieuw opgebouwd in 1946, grotendeels volgens de oorspronkelijke ontwerpen, zodat de radiodiensten konden worden hervat. In 1968 werd de mast aangepast voor gebruik met een zender van 300 kW, waaronder een vervanging van de keramische isolator aan de basis om de hogere spanningen te kunnen weerstaan. In 1977 werd een nieuwe faciliteit bij Solt in gebruik genomen met een zender van 2 MW. Deze locatie nam de primaire rol over als nationale zendinstallatie voor de belangrijkste radioprogramma’s van het land, zoals Kossuth Rádió. Door de verbeterde technische capaciteiten van de Solt‑installatie kon een groter deel van het land en zelfs gebieden daarbuiten worden bereikt. Na de overgang van het belangrijkste zendwerk naar Solt werd de toekomst van de Lakihegy‑toren onzeker. In 1981 waren er plannen om de mast te verwijderen, maar deze werden teruggedraaid na protesten uit de samenleving. In 1985 werd de mast aangewezen als beschermd industrieel monument. In de jaren daarna is de toren aangepast voor andere technische toepassingen. Sinds 2006 wordt de mast gebruikt voor het verzenden van controle‑ en schakelsignalen voor energie‑distributiesystemen op een frequentie van 135.6 kHz, met een vermogen van 100 kW. Deze signalen worden gebruikt voor uiteenlopende technische doeleinden, waaronder het schakelen van apparaten op afstand. Naast de hoofdtoren zijn op het terrein ook kleinere masten aanwezig die dienen voor middengolf‑uitzendingen op frequenties zoals 873 kHz. Deze masten zijn, net als de grote mast, geïsoleerd van de grond maar hebben een eenvoudiger constructie. Afbeelding: Lakihegy Tower (foto Wikimedia Commons)2 punten
-
Nick Richards spreekt vanavond over de Mi Amigo en 70s-uitzending vanaf Ross Revenge
Voormalig Caroline-dj Nick Richards is vanavond, 17 maart, te gast bij Chris Pearson. In het gesprek wordt stilgestaan bij het zinken van de MV Mi Amigo, deze maand 46 jaar geleden. Daarnaast wordt vooruitgekeken naar de Spirit of the 70s-uitzending die dit weekend live te horen zal zijn vanaf het radioschip Ross Revenge. De uitzending begint om 19:00 uur Nederlande tijd. Richards was destijds een van de dj’s van Radio Caroline die aanwezig waren tijdens de laatste momenten van de MVMi Amigo. Toen het schip in zwaar weer in de problemen kwam en uiteindelijk zonk, werd hij samen met andere bemanningsleden gered door een reddingsboot. Deze gebeurtenis vormt een belangrijk onderdeel van de geschiedenis van de zeezenders. Na deze periode keerde Richards begin 1985 terug naar Radio Caroline, waar hij opnieuw aan boord van de Ross Revenge werkte. Gedurende dat jaar bleef hij betrokken bij de uitzendingen vanaf het schip, waarna hij terugging naar Ierland om zijn radiocarrière daar voort te zetten.2 punten
-
Woofferton zendt decennia lang uit over de wereld
Het Woofferton zendstation, gelegen bij Woofferton ten zuiden van Ludlow in de Engelse county Shropshire op de grens met Herefordshire, is een van de meest historische radio zendlocaties van het Verenigd Koninkrijk en blijft een belangrijke rol vervullen in de internationale radio-uitzending. Het station werd gebouwd door de Britse omroeporganisatie BBC tijdens de Tweede Wereldoorlog om extra kortegofzenders te huisvesten. De eerste uitzendingen begonnen op 17 oktober 1943 en via de site werd vanaf dat moment radioprogramma’s naar het vasteland van Europa en daarbuiten gestuurd om luisteraars in oorlogsgebieden te bereiken. Tijdens de Koude Oorlog werd het zendstation verder uitgebreid en uitgerust met krachtige kortegolfzenders van het type Marconi BD272 met een vermogen van 250 kW, die het mogelijk maakten om signalen diep in het Oostblok te laten doordringen. Een groot deel van de capaciteit werd door de BBC verhuurd aan de Voice of America om de dekking van die omroep in het oosten van Europa en verder te verbeteren. Na privatisering van de BBC-zendfaciliteiten in de jaren 90 kwam het Woofferton zendstation in handen van commerciële beheerders. De kortegolf zendlocaties van de BBC werden verkocht aan Merlin Communications, dat later onderdeel werd van VT Group plc en daarna overging naar Babcock International. Eind 2018 is de exploitatie overgenomen door het bedrijf Encompass Digital Media, dat het complex nog steeds beheert en gebruikt om internationale radiodiensten te verzorgen. Het Woofferton zendstation herbergt momenteel meerdere zenders met een totaal van tien zenders variërend van 250 kW tot 500 kW die dagelijks kortegolf programma’s verspreiden voor verschillende internationale omroepen zoals BBC World Service, Deutsche Welle, Voice of America en Voice of Vietnam, en richt zich daarmee op luisteraars in Europa, Rusland, Noord- en Midden-Afrika, het Midden-Oosten en Zuid-Amerika. Tevens is het station uitgerust voor digitale uitzendingen met DRM-capabele zenders. Naast de kortegolf-uitzendingen beschikt het complex ook over zenders voor lokaal radiogebruik. Een middengolfzender van 300 watt werd gebruikt voor BBC Hereford and Worcester, en er stond een FM-zender voor commerciële uitzendingen van Sunshine Radio op 105,9 MHz, hoewel de status van deze diensten in de loop der tijd is veranderd. Het Woofferton zendstation heeft in zijn bijna tachtigjarige geschiedenis continu verandering en modernisering doorgemaakt. Naast zijn primaire rol voor internationale uitzendingen draagt het complex ook bij aan satellietcommunicatie en monitoring. In oktober 2023 werden speciale uitzendingen verzorgd ter gelegenheid van het 80-jarig bestaan. Afbeelding: Woofferton zendstation (foto Wikimedia Commons)2 punten
-
De nostalgische column van Hans Knot 3 januari 2026: Kees Manders
Dit keer terug naar onder meer 1968. In die tijd hoorde je als noordeling wel eens anderen praatten over het uitgaansleven in Amsterdam. Zo schreef ik tijden geleden over de opening van Paradiso, het uitgaanscentrum voor de jeugd, dat in 1968 officieel werd geopend. Rob Olthof woonde in 1968 in Amsterdam en nam ons eerder mee terug naar de opening en het eerste jaar van deze poptempel. Rob, die helaas in 2013 veel te vroeg kwam te overlijden, vertelde mij onder meer: “Waar je als Amsterdammer natuurlijk naar toeging was Paradiso, waar de beroemde bands optraden. Zo zag ik daar onder meer Cuby and the Blizzards, een jonge formatie met de naam Pink Floyd, The Moody Blues en Groep 1850. Dan waren daar ook de meer bekendere types die er met grote regelmaat kwamen, deels om te zien en deels om gezien te worden. De illustere Kapper Mario Welman heb ik nog eens in een badkuip zien zitten, midden op het toneel. Phil Bloom, bekend van een eerste naaktoptreden op de VPRO televisie, danste daar bevallig rond en Koos Zwart en Marjolein Kuysten van het toenmalige Hitweek liepen daar veel rond.” Maar het uitgaansleven had veel meer mogelijkheden in Amsterdam waarbij onder meer drie pleinen heel belangrijk waren. Het Leidseplein, het Rembrandtplein en het daaraan grenzende Thorbeckeplein. Andermaal destijds Rob Olthof over het uitgaansleven in dit geval het Thorbeckeplein. “Als je het destijds had over het Thorbeckeplein en deels ook over het Rembrandtplein dan viel al snel de naam van Kees Manders, de oudere broer van Tom Manders alias Dorus. Hij bezat tal van uitgaansgelegenheden waaronder vele clubs zoals ‘Moulin Rouge’, ‘La Dolce Vita’, ‘Playboy’s Oriental Club’, het ‘Rocco Roulette Casino’ en ‘de Phono Bar’. Vaak werd er toen gesproken over het Thorbeckeplein als het hitsige brandpunt van Amsterdam. De meerderheid van deze zaken was in handen van Kees Manders. Manders is bij vele leeftijdsgenoten van mij om meerdere redenen bekend. Ik noem allereerst zijn huwelijk met één van de zangeressen van het ‘levenslied’, Rika Jansen. Onder meer het lied ‘Mijn wiegie was een stijfselkissie’ bracht haar het nodige succes. Niet dat Manders het altijd gemakkelijk had. Het gegeven, dat in een aantal van de clubs de gelegenheid gegeven werd tot het zich terugtrekken met een van de gastdames, was in de jaren zestig van de vorige eeuw veelvuldig reden voor de penoze zich op te dringen. Men dacht als ‘beschermer’ heel gemakkelijk via afpersing geld te kunnen verdienen, maar Kees Manders hield zich staande en breidde zijn imperium uit.” Manders stond bekend als een man die publiciteitsgeil was en dus zag je zijn naam veelvuldig terug in kranten als ‘Nieuws van de Dag’ en de ‘Telegraaf’ en wilde hij maar wat graag zijn succesverhaal vertellen: Kees Manders in een van de interviews: “Ik liep hier eens langs op het Thorbeckeplein in 1958 en liep een volkse kroeg binnen met de naam ‘’t Uiltje’ en die heb ik toen gehuurd van de toenmalige eigenaresse met als doel het volkse te behouden en dus liet ik mijn geliefde, ‘Zwarte Riek’ de op en top smartlappen zingen. In het begin liep het niet al te best want we hadden nogal eens last van penoze. Die eisten ons te beschermen, in ruil voor geld. Gingen we niet akkoord dan dreigden ze bij herhaling de boel kort en klein te slaan. Ik pikte dit niet en het is toen een enorme rel geworden, maar daar is het wel bij gebleven want vanaf dat moment hielden ze zich rustig tegenover mij.” Manders besloot na alle bedreigingen dat hij zijn neus misschien wel had beschadigd maar niet gestoten en besloot ’t Uiltje te kopen en totaal te verbouwen tot wat later bekend werd als ‘Cave Toulouse Lautrec’, zijn eerste onderneming op het Thorbeckeplein. In 1968 was Kees Manders inmiddels 54 jaar en stond weids in het leven. Onder meer was hij bekend geworden als revueartiest, tekstschrijver, zanger, showman, decorontwerper en eigenaar van vele uitgaansgelegenheden. Ik kan me herinneren dat er regelmatig in de krant in het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw melding werd gemaakt van andermaal een nieuwe aankoop van een horecaonderneming op het Rembrandtplein of het Thorbeckeplein door Kees Manders. Zo kocht hij de Phonobar, die hijzelf betitelde als de eerste discobar van Nederland. Deze werd in 1959 geopend en was zeer geliefd bij de jongeren, die hun eigen plaatjes mochten meenemen om gedraaid te krijgen voor een groot publiek van voornamelijk gelijkgezinden. Manders ging er vaak prat op dat hij de eerste gelegenheid in ons land had waar platen werden gedraaid, wat later in de jaren zestig van de vorige eeuw zou leiden tot discotheken en drive in shows. Op een bepaald moment besloot Manders het doel van een andere gelegenheid, ’t Uiltje, te verlegen en meer gelegenheid te geven aan de meer rijkere mannen zich te verpozen met door hem ingehuurde vrouwen. Namen als Chinese Annie en Blonde Dolly werden belangrijk maar zijn inmiddels geliefde vrouw Zwarte Riek werd Rika Jansen. De nieuwe naam van ’t Uiltje werd Moulin Rouge. Het werd eerst een moeilijke start in Moulin Rouge want de striptease, die hij in die tent introduceerde, sloeg niet aan in de hoofdstad van ons land. Men was het niet gewend en bovendien was het ook niet gewenst. Pas toen de buitenlanders erop afkwamen ging het lopen. Het verhaal gaat dan ook dat Manders voor de speciale opening destijds vier van deze danseressen had gecontracteerd maar geen van de vier kwam opdagen. Niet veel later trok hij toch nog een dame aan, die slechts alleen tot haar bikini wilde strippen. Manders had direct iets nieuws bedacht: ‘Miss Bikini’. Op een bepaald moment, zo rond 1967, maakte hij van die club een exclusieve tent door de prijzen drastisch te verhogen. Consumpties waren er vanaf een tientje. Let wel 10 gulden voor een glas pils, waarschijnlijk ook nog lekker aangelengd. In een van de interviews, die Kees Manders ooit gaf, vertelde hij heel smakelijk over een misser in zijn Moulin Rouge. Op een avond was er een goed geklede man binnengekomen die meteen een rondje voor de hele zaak weggaf. Maar daar bleef het niet bij, want twee andere rondjes volgden. Manders schijnt daarna aan de chef-kelner gevraagd te hebben tussentijds te incasseren, maar deze kwam terug met de mededeling geen zorgen te maken daar de man een groen briefje van duizend gulden in zijn portefeuille had. Achteraf bleek het zijn bewijs van opname te zijn in een psychiatrische inrichting. Afsluitend inzake Kees Manders kan nog verteld worden dat hij ook na 1968 de publiciteit zocht. In augustus 1970 beweerde hij in de steek gelaten te zijn door de heren Meister en Bollier, directieleden van het radiostation Radio Nordsee International. Beide uit Zwitserland afkomstige directeuren zouden Manders hebben beloofd directeur te mogen worden van een Nederlandse afdeling van RNI. Toen zij hun afspraken, volgens Kees Manders, niet nakwamen was dat voor hem reden met zijn broer Tom en enkele andere vrienden, waaronder ir. Heerema, een tochtje te maken naar zee met als doel het zendschip van RNI te kapen en binnen te slepen om zo niet alleen een zendschip in handen te krijgen maar ook de nodige publiciteit te verkrijgen. Dat laatste lukte ruimschoots, maar het zendschip bleef in internationale wateren. Deze poging werd in sommige kranten als een ‘operette op zee’ omschreven. Cornelis Petrus Antonius (Kees) was in 1913 in Leiden geboren en kwam in 1979 te overlijden op 65-jarige leeftijd. Hans Knot, 3 januari 2026 Afbeelding: foto collectie André Lieberom / Genootschap Oud Zandvoort2 punten
-
In gesprek met Marjan van den Dorpe over haar boek 'Radio Veronica, anker van mijn jeugd'
Als je met Marjan van den Dorpe praat over Radio Veronica, gebeurt er iets. Haar stem wordt net een fractie warmer, haar ogen lichten op en ineens ben je terug in de tijd: naar transistorradio’s op de vensterbank, zeezenders, jingles die je woord voor woord mee kon zingen en het gevoel dat daar, ergens voor de kust, vrijheid lag te drijven. In haar boek Radio Veronica, anker van mijn jeugd brengt Marjan die tijd opnieuw tot leven. Niet als droge geschiedschrijver, maar als iemand die er middenin zat – als luisteraar, fan, vrijwilliger, insider. Het resultaat is een persoonlijk document dat de geschiedenis van Veronica verweeft met een meisjesleven dat dankzij die stemmen op zee nét anders liep. “Het was alsof die stemmen voor mij alleen uitzonden” Het is mei 1962. Een meisje van acht ligt wekenlang plat op bed in een donkere kamer, na een zware aanrijding met een auto. Buiten gaat het leven door; binnen is er stilte. Dan krijgt ze, als grote uitzondering, het portable radiootje van haar vader op haar nachtkastje. Ze draait aan de knoppen en hoort ineens muziek, stemmen, leven: Radio Veronica. “Vanaf dat moment,” vertelt Marjan van den Dorpe, “heeft dat station mij nooit meer losgelaten.” Die eerste ontmoeting is het begin van een levenslange verbondenheid – en vormt de kern van haar boek Radio Veronica, anker van mijn jeugd. “Je moet je voorstellen,” zegt ze, terugdenkend, “geen internet, geen streaming, twee officiële zenders die nogal braaf waren – en dan ineens Veronica. Vrij, eigenwijs, met muziek waarvan je dacht: waar komt dit vandaan? Het was alsof die stemmen voor mij alleen uitzonden. Ik voelde me gezien, gehoord, zonder dat iemand mijn naam kende.” Die ervaring vormt de basis van het boek: Veronica niet als marketingmerk, maar als levenslijn. Een anker in een kwetsbare jeugd, tegen de achtergrond van een Nederland dat verandert: Provo, Damslapers, de opkomst van popmuziek, internationale spanningen – en steeds dat schip voor de kust. Een jeugd met een zendmast in het hart Marjan groeit op in een tijd zonder internet, zonder mobiele telefoon, met lange schooldagen – ook op zaterdag – en een kwartje op zak voor noodgevallen in de telefooncel. Terwijl zij haar huiswerk maakt, speelt Veronica op de achtergrond. De zeezender wordt haar vaste metgezel, haar houvast. Als ze zestien is, krijgt ze de keuze: brommer of autorijlessen. Ze kiest voor de brommer. Niet om zomaar rond te rijden, maar om naar Utrechtseweg 16 in Hilversum te gaan – de plek waar de studio’s van Radio Veronica zijn. Daar zijn de dj’s. Daar is de magie. “Ik kon zien hoe programma’s werden gemaakt,” zegt ze. Ze zit op het bankje op de tweede verdieping te kletsen met Stan Haag, is aanwezig bij opnames van Jukebox, en overspoelt de redactie met verzoekplaatjes voor vrienden, familie en zichzelf. Veronica is geen abstract merk voor haar; het is een levende gemeenschap. Haar favoriete diskjockey? Rob Out. Marjan: “Zijn heerlijke radiostem … tja als Rob iets vroeg, dan deed ik dat. Zoals tijdens de actie ‘Veronica blijft als U dat wilt.’ Ik hield iedereen die ik maar kende of zag, een kaart onder de neus om te tekenen. Twee miljoen kaarten kwamen er binnen.” Ook de herinnering aan dé grote storm is nog levendig: “Ondanks mijn overtuiging dat ze de storm zou trotseren, bleek het schip van Veronica er niet tegen bestand. Als een speelbal van de golven werd het schip met de bemanning naar de kust gedreven, opgetild en door een grote hand, lieflijk op het strand gezet. Ik ben het daar gaan opzoeken, heb op haar boeg geklopt en gezegd dat ze eens weer op zee zou dobberen. En dat gebeurde. Op de dag van de demonstratie 18 april 1973. De Veronica lag weer op zee, de demonstratie was een groot succes en verliep vlekkeloos. Ik kan het weten want ik was daarbij.” Eén grote familie Wat Veronica uniek maakt, is volgens Marjan het gevoel van familie. De afstand tussen studio en luisteraar is klein. Een dj die op de zender grapt dat hij zin heeft in drop? Enkele dagen later: postzakken vol. Die verbondenheid is geen toeval. In haar boek beschrijft Marjan hoe directeur “oom Bull” Verweij zijn mensen meegeeft: als je luisteraars uitnodigt om te reageren, dan bedank je ze ook. Het resulteert in stapels voorgedrukte kaarten die dj’s eigenhandig ondertekenen – omdat elke luisteraar telt. Dat principe, zegt Marjan, is de basis van haar loyaliteit: “Je voelde je gezien. Je deed ertoe.” Stormen, strijd en standvastigheid Radio Veronica, anker van mijn jeugd is geen nostalgische ansichtkaart, maar een persoonlijke geschiedenis door alle stormen heen: de bomaanslag en de schok wanneer blijkt dat ook aan Veronica-zijde fouten zijn gemaakt; de massale actie “Veronica blijft… als U dat wilt”, waarbij Marjan iedereen in haar omgeving laat tekenen; de demonstratie in Den Haag op 18 april 1973, waar ze zelf bij is; de angstige uren tijdens de storm met windkracht 11, de stranding van het schip, haar bezoek aan het gestrande zendschip, de hoop dat het weer naar zee zou gaan; en uiteindelijk 31 augustus 1974, de dag waarop de zeezender definitief moest zwijgen. Over die dag schrijft en spreekt ze onverhuld: woede, verdriet, het gevoel dat er vuil spel is gespeeld en dat een stuk vrijheid werd dichtgedraaid. “Op 31 augustus 1974 werd mijn lievelingsstation de nek om gedraaid. Ik kan nu nog steeds niet tegen het luid tikken van een wekker. Ik was zo ontzettend kwaad. Belde Van Doorn op en zei hem in woorden die niet mis te verstaan waren wat ik van hem vond. Voor mij hield op die dag ook de democratie in Nederland op en die is nooit meer teruggekomen.” Van fan naar betrokken insider Na het einde van de zeezender blijft Marjan zich inzetten voor Veronica. Ze wordt actief in het rayonbestuur Utrecht van de Veronica Omroep Organisatie en ziet van dichtbij hoe de achterban zich organiseert, hoe tellingen worden betwist, hoe hard er wordt gevochten voor erkenning. Ze beschrijft in haar boek hoe Veronica uiteindelijk uitgroeit van zeezender tot de grootste omroep van Nederland – gedragen door een loyale achterban die nooit is afgehaakt. Later in haar leven volgen nieuwe wendingen: werk, discriminatie op de werkvloer, een periode in Denemarken, opnieuw een zwaar ongeluk, operaties, revalidatie. En telkens weer keert ze terug naar radio. Via de Driebergse ziekenomroep rolt ze de lokale omroep in en presenteert jarenlang samen met haar partner een programma bij Radio 90 FM. Een hoogtepunt is de ontmoeting met Bull Verweij. Wat begint met een telefoontje voor een radioprogramma, groeit uit tot een warme vriendschap. Bezoek over en weer, kaarten, telefoontjes; de “directeur van vroeger” blijkt een charmante, betrokken man. “Hij heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat ik dit boek ben gaan schrijven,” zegt Marjan. Het boek als eerbetoon In Radio Veronica, anker van mijn jeugd komen al deze lijnen samen: de geschiedenis van Veronica, de grote acties, de politieke strijd, maar ook de stille momenten aan een kinderbed met een portable radio, de ritjes naar Hilversum, de kracht van stemmen door de ether, de trouw van luisteraars en makers. Het boek opent met een voorwoord van Bart van Leeuwen, Ad Bouman en Jelle Boonstra (Genootschap voor Radiojingles en -Tunes) – mensen die weten waarover zij schrijft. Voormalig technicus Juul Geleick noemt het “zeer lezenswaardig” en beveelt het van harte aan. Marjan zelf verwoordt het zo: “Radio Veronica was het anker in mijn jeugd en een bron van kracht en inspiratie. Met dit boek wil ik die bijzondere tijd en dat gevoel van verbondenheid opnieuw tot leven brengen – voor oude én nieuwe fans.” Wie het openslaat, hoort tussen de regels door het ruisen van de zee, de stemmen uit de verte en de echo van een tijd waarin een schip voor de kust voor duizenden mensen voelde als thuis. Waar te vinden Radio Veronica, anker van mijn jeugd is onder meer verkrijgbaar via de winkel en de webshop van Museum RockArt. Actie Behoor jij tot de eerste 250 Veronicafans die dit boek kopen/bestellen bij Museum RockArt, dan krijg je er een bijzonder extraatje bij: een práchtige en unieke foto van het zendschip van Veronica, gemaakt door Bull Verweij … gratis! Tekst: Hanneke van de Water Afbeelding: Marjan van den Dorpe en Bull Verweij (foto Marjan van den Dorpe)2 punten
-
Vermogen Allouis-zender in Frankrijk mogelijk definitief omlaag in 2026
De nationale frequentie-autoriteit ANFR in Frankrijk heeft dit jaar meerdere proeven uitgevoerd waarbij het vermogen van de zender in Allouis op 162 kHz tijdelijk werd verlaagd. Deze tests vonden plaats in het kader van energiebesparing en moesten aantonen of een structurele verlaging van het zendvermogen mogelijk is zonder gevolgen voor de ontvangstkwaliteit. Het tweede proeftraject liep tot 18 november en volgens de toezichthouder verliepen de testen probleemloos. Gedurende de gehele periode bleef het signaal stabiel en werd geen enkele verstoring geconstateerd. De vermogensverlaging wordt daarom deze winter voortgezet, zodat ook in een koudere periode kan worden beoordeeld of de ontvangst betrouwbaar blijft. Wanneer opnieuw geen problemen optreden, kan de definitieve overgang in 2026 worden vastgelegd. De zender zou dan niet langer op 800 kW werken, maar permanent zakken naar 675 kW. De locatie Allouis heeft binnen de Franse omroepgeschiedenis een bijzonder lange staat van dienst. Het oorspronkelijke station ging in 1938 in gebruik. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog werd de installatie door de Duitse troepen vernietigd, waarna de Franse autoriteiten het complex enkele jaren later heropbouwden. In de decennia die volgden onderging het terrein meerdere aanpassingen en moderniseringen. De uitzendingen op langegolf van France Inter stopten op 31 december 2016. Hoewel het vroegere omroeplandschap sterk is veranderd, vervult Allouis nog steeds een belangrijke functie. Op het terrein staat de Franse atoomklok die het wettelijk tijdsignaal verspreidt. Via deze zender worden talloze klokken in Frankrijk gesynchroniseerd, waaronder die in stationsgebouwen en ziekenhuizen. Ook particulieren kunnen gebruikmaken van dergelijke tijdgestuurde klokken, die voor een bescheiden bedrag verkrijgbaar zijn. Afbeelding: Afbeeldingen: Zendlocatie Allouis in Frankrijk (foto Wikimeida Commons)2 punten
-
De nostalgische column van Hans Knot: 6 december 2025
Het jaar gaat in gedachten wel heel snel en dit is al weer de een na laatste column voor het jaar 2025. Recentelijk luisterde ik weer naar een aantal programma’s van 50 jaar geleden. Keuze genoeg maar ik besloot toch maar een aantal shows van Radio Mi Amigo uit het archief te pakken. Het was de tijd voordat, naar mijn mening, het station door de vele live programma’s populairder werd. Bij het luisteren viel onder meer weer een commercial op, die eerder door Radio Noordzee werd gedraaid. Ik weet me nog goed te herinneren dat ik destijds in 1975 dacht dat deze commercial werd gedraaid om andere adverteerders in Nederland toch over de streep te trekken. Het was de 25-jarige zakenman John Bolten uit Heiloo die destijds een handel had in bielzen en zendtijd had gekocht op Radio Noordzee. In november 1975, dus nadat de commercial ook te beluisteren was op Radio Mi Amigo, zocht hij de publiciteit op nadat hij een dreigbrief en ingesproken cassette had gekregen verstuurd vanuit het Spaanse Playa de Aro. Het kwam erop neer dat Radio Mi Amigo geld wilde zien voor het een maand lang regelmatig uitzenden van de commercial voor John Bolten zijn bedrijf. Het ging daarbij om een bedrag van f 12.000,--. Als hij niet zou betalen dan zou er een anti-reclamespot worden uitgezonden. Een voorbeeld van de anti-spot was op de cassette te horen. Aangezien Bolten geen opdracht had gegeven tot het draaien van de commercial zocht hij de publiciteit op. Niet veel later was de commercial niet meer te horen op Radio Mi Amigo. Radio Mi Amigo was wel vaker negatief in de publiciteit. Zo was er een incident in de haven van Stellendam want, aldus de dagbladpers, er was een schipper betrapt op hulp aan een ‘piraat’. Het gebeurde op 7 oktober 1975 en ging om een oude visserskotter, Maria Lovika’, die was gebruikt als bevoorradingsschip. Ooit had het schip dienst gedaan als mijnenveger voor de Duitse marine. De inbeslagname geschiedde in een gezamenlijke actie van de Rijkspolitie te water en te land, de postale recherche en de PTT-opsporingsdienst en wel toen het schip de haven van Stellendam binnenkwam. Schipper was destijds de 39-jarige Gijs Boon, die aan boord vergezeld werd door zijn 69-jarige vader, beiden afkomstig uit ’s Gravenzande. Ze werden gearresteerd en vervolgens verhoord, waarna ze weer werden vrijgelaten. Bij onderzoek op het schip bleek er een defecte dieselmotor, een generator en gebruikte programmabanden van Radio Mi Amigo aanwezig te zijn. Bij ondervraging heeft het tweetal destijds toegegeven het zendschip van Radio Mi Amigo in de monding van de Theems te hebben bezocht. Uiteraard werd de destijds actieve Officier van Justitie inzake de zeezenders, mr. J. Pieters, benaderd die meldde dat men het betreffende schip, de Maria Lovika, al enige tijd volgde. ‘We hebben een tijdje dienen te wachten maar met de gevonden kapotte dieselmotor hebben we een ijzersterk bewijs om deze mensen te vervolgen.’ In Playa de Aro kreeg ook Sylvain Tack, de directeur van Radio Mi Amigo, een telefoontje met de vraag wat de inbeslagname van het schip voor de organisatie betekende. In alle onschuld meldde Tack dat het genoemde schip helemaal geen bevoorradingsschip was maar dat deze toevallig langs de Mi Amigo kwam en de Nederlanders werden gevraagd aan boord van het zendschip te komen om te kijken naar de defecte motor. Ook stelde hij dat bevoorrading voor de organisatie totaal geen probleem was: “Overal in Engeland, Frankrijk, België en Nederland zijn er schippers te vinden die willen varen, als je er maar goed voor betaald.” Terloops meldde Sylvain Tack dat men de Spaanse overheid op een positieve manier in het daglicht ging zetten als dank voor het gegeven dat men door de overheid niets in de weg werd gelegd om goed te kunnen functioneren in het land. Dit gebeurde door het promoten op het gebied van toerisme. Tack trad wel vaker vanuit Playa de Aro in de publiciteit, zoals in januar1 1976 toen hij bekend maakte dat Radio Mi Amigo een aanvang zou nemen met nieuwsuitzendingen: ‘’Het nieuws wordt gepresenteerd door beroepsmensen, die nog niet voor ons gewerkt hebben. Ik kan en mag hun namen niet noemen anders kunnen ze in problemen komen met de autoriteiten in Nederland.” Op technisch gebied voegde hij er nog een nieuwtje aan toe door te stellen dat op zee de zendmast nog eens met zes meter was verlengd. “De ontvangst in Nederland en België is nu beter te noemen en we hebben zelfs nu een goede ontvangst in Spanje”. Duidelijk een geval van overdrijven om gratis positieve publiciteit te krijgen. Over de financiële situatie was hij in januari 1976 ook positief gestemd. “We hoeven niet meer met medewerking van Spaanse commerciële stations adverteerders te boeken. Er zijn Spaanse bedrijven die veel meer exporteren naar België en Nederland, zoals Lois. Die bedrijven verkopen we reclamezendtijd rechtstreeks. Dat kan ook gemakkelijk want die grote bedrijven vinden makkelijk wegen om dat te verantwoorden. Het duurt soms echter lang om de bedrijven te overtuigen, dat is een moeizame affaire.” Hans Knot, 6 december 2025 Afbeelding: Sylvain Tack2 punten
-
De nostalgische column van Hans Knot 8 november 2025: herinneringen uit 1984
We focussen ons deze keer op nostalgische herinneringen uit 1984. In januari ging een lang gewenst experiment gedurende vier dagen van start waarbij de toen zes actieve regionale radiostations gedeeltelijk gingen samenwerken met Hilversum I. Het experiment betrof een nieuwszender met een geïntegreerd landelijk en regionaal programma. Op donderdagen 12 en 19 januari waren het bijvoorbeeld Hilversum 1 en Radio Noord gezamenlijk in de ether en wel van kwart over zeven in de ochtend tot elf uur in de avond. De programma’s werden uitgezonden op de normaal in Groningen gebruikte FM frequentie van Hilversum 3. Radio Noord verzorgde op die dagen vanuit de studio aan het Martinikerkhof in Groningen een aantal uren radio. Dat bestond uit zes korte en vier lange nieuwsuitzendingen, gesprekken met Noordelingen, regionale streek-en muziekprogramma's en twee forums. Zo was er onder meer een discussie te horen over de toekomst van het vliegveld Eelde en de tweede donderdag was er ruimte voor een forum van landelijke politici die hun roots in Groningen hadden. Vooraf aan het experiment had het toenmalige hoofd van Radio Noord, Swier Broekema, wel zo zijn bedenkingen. Zo stelde hij in de regionale dagbladpers: “Er zitten gevaren aan dit experiment. Deze nieuwe integratie is eigenlijk wezensvreemd aan onze huidige programmering bij Radio Noord. Derhalve dienen we er voor te zorgen dat we onze eigen identiteit goed bewaren en laten uitkomen.” Als sinds 1982 had de Regionale Omroep Ontwikkeling en Samenwerking, vooral bekend als ROOS, de voorkeur uitgesproken voor de integratie van de regionale omroepen met een van de landelijke Hilversumse netten. Ook de meeste directieleden van de landelijke omroepen steunden datzelfde jaar dit idee. Alleen de directie van Veronica onttrok zich aan de gesprekken omtrent eventuele samenwerking. Wat wel speelde in die tijd was dat de omroepverenigingen de regionale omroepen als een bedreiging zagen vanwege de groeiende luisterdichtheid van de regionale omroepen en dus reden genoeg om aan integratie mee te werken. Naast Radio Noord namen ook Omroep Friesland, Oost, Zuid, Brabant en Stad Amsterdam mee aan het vierdaagse experiment. Even terugkerend naar Swier Broekema had hij afsluitend nog een nieuwtje: “De omschakeling van Hilversum 1 naar Radio Noord en omgekeerd dient vloeiend en op de seconde nauwkeurig te verlopen. We zitten met het probleem dat we nóg niet precies weten hoe lang de STER gaat duren. In Hilversum weten ze dat pas 48 uur van te voren. Daarom hebben we nieuwe klokken laten komen naar onze studio in Groningen: zeven Hopf-klokken, die vanuit Frankfurt tot op de miniséconde nauwkeurig draadloos gestuurd worden.” Het experiment, dat helaas maar over vier dagen verspreid werd uitgevoerd, werd matig ontvangen bij een speciaal daarvoor ingesteld panel. Het merendeel van de deelnemende regioradio’s waren nog in een tijdperk dat men met beperkte mogelijkheden een even beperkt aantal uren radio maakte. Het zou nog jaren duren voordat daarin verandering zou komen laat staan dat er ook kon worden overgegaan tot het tevens maken van televisieprogramma’s. Als voorbeeld Radio Noord, dat pas in april 1995 voor het eerst ook via de televisie actief werd. Op 2 februari was er al het nodige te doen in de Tweede Kamer toen er duidelijk werd gemaakt dat de regering strenger diende te gaan optreden tegen de zogenaamde videopiraten. Het had geen betrekking op piraten die via illegale televisie-uitzendingen videofilms brachten. Nee, het ging om handelaren die illegaal films lieten dupliceren om deze vervolgens op videobanden in de handel te brengen. Dit alles zonder enige vorm van afdroging van auteursrechten aan de officiële producenten van de films. Het onderwerp kwam aan bod tijdens de behandeling van de begroting van Justitie. Het waren zowel de Tweede Kamerleden Tripels (VVD) als Kosto (PvdA). Ze waren van mening dat er meer aandacht diende te worden besteed aan deze nieuwe vorm van criminaliteit. Daar het illegaal dupliceren van films een enorme vlucht had gemaakt werd de jaarlijkse schade op 10 miljoen gulden geschat. Kamerlid Tripels stelde dat ongeveer 60 tot 70 procent van de handel in videobanden illegaal was. Zo meldde hij als voorbeeld dat van de toen recente uitgebrachte film ‘The Day After’ er al illegale duplicaten in de handel waren voordat de film in de bioscopen voor het eerst officieel werd vertoond. Het was volgens de liberaal duidelijk dat de omvangrijkheid van deze vorm van piraterij de economische ontplooiing en cultureel belangrijke branche van legale videoverhuurbedrijven nauwelijks mogelijk kon zijn. Trippels vond dat de toen huidige bestrijdingswijze veel te weinig effect had omdat voor de straffen veel te laag waren om bij de videopiraten werkelijk ontzag in te boezemen. Vervolgens stelde hij aan de toenmalige minister van Justitie, Korthals Altes, voor met een wetwijziging te komen waarin de straffen aangepast dienden te worden evenals de ernst van de delicten dienden te worden aangescherpt. Ook Kamerlid Aad Kosto (PvdA) benadrukte dat Justitie meer aandacht diende te schenken aan deze vorm van video-piraterij, die volgens hem grote schade bracht. Hij stelde: ‘Het mag dan de geur van romantiek met zich meedragen, piraterij is en blijft altijd een vorm van diefstal.’ Hij vroeg tevens of de minister kon zorgen voor een betere rechtsbescherming aan de bonafide handel. Ook stelde Kosto dat de door Tripels voorgestelde maximale geldboetes en celstraffen te simpel waren. Het diende voor hem allemaal veel effectiever te worden in de toekomst. Maar ook de technische ontwikkelingen stonden niet stil want die zelfde 2de februari 1984 was er een ander bericht, dat ik veilig stelde uit historisch oogpunt. Er werd namelijk aangekondigd dat op korte termijn voor het eerst stereo televisieprogramma’s als test zouden worden uitgezonden en wel speciaal voor de kijkers in Noord Nederland. In het najaar van 1984 was het de bedoeling dat dit ging gebeuren via de televisietoren in Smilde, die met de benodigde apparatuur werd uitgerust. Ook werd bekend gemaakt dat in de daarop volgende twee jaren ook andere locaties zouden worden aangepast. Hierbij bedoelde men de uitzendlocaties in Lopik, Wieringermeer en Goes. Het lag in de bedoeling alle werkzaamheden begin 1987 af te ronden. Er was door de PTT en NOS gekozen voor een Duits systeem dat al met succes geruime tijd door de ZDF en ARD was getest. De TROS-radio organiseerde op 17 mei 1984 in het Amsterdamse Concertgebouw een concert met uitsluitend Beatles-composities. Dit concert werd rechtstreeks op de radio uitgezonden. Aan het concert werkten mee: Soesja Citroen, Louis van Dijk, Ernie van Geenen, Wim Hogenkamp, Hans Vermeulen, Daniël Wayenberg, Astrid in 't Veld, de gemengde zangvereniging Zang en Vriendschap, het Ledenlijstkoor Amsterdam en het Promenade Orkest onder leiding van Jan Stulen. Programma-onderdelen waren onder meer de Royal Beatle Wórk Music, Beath Crackersuite en een Beatle-medley voor twee piano's en orkest van Jurre Haanstra. Dan een nieuwtje dat op 11 augustus 1984 verscheen waarin werd vermeld dat het NOS Jeugdjournaal een nieuwe presentator ging krijgen in de persoon van Robert ten Brink. De toen 28-jarige Ten Brink was derhalve vanaf 1 september te zien en was afkomstig uit de toneel- en theaterwereld en presenteerde op de televisie voorheen het KRO programma ‘Cijfers en Letters’. Kenners van de programmering van Hilversum 3 uit die tijd herinneren hem ook als presentator van de Noenshow voor de KRO. Leonie Jansen, die tot dat moment de presentatie van het Jeugdjournaal alleen verzorgde, wenste meer tijd te hebben voor andere dingen waardoor twee keer per week Ten Brink was te zien. In de zomer van 1984 werd ook bekend dat Kas van Iersel van omroep ging wisselen. Hij kwam van de TROS en ging naar de AVRO waar hij vervanger werd van Karel van de Graaf, die zich ging focussen op televisiewerk. Kas kreeg het programma op Hilversum 3 op maandagochtend tussen 7 en 9 uur, terwijl hij ook verantwoordelijk werd voor het middagprogramma tussen 4 en 5 uur. Daarin onder meer een schakeling met de televisiestudio en Ad Visser van Top Pop. We hadden destijds vooral aanbod aan programma’s op de televisie uitgezonden vanuit Hilversum en er werd volop gekeken naar vooral amuserende en ontspannende programma’s. In de zomer van 1984 werd onderzocht hoe het stond met de populariteit en meer van de verschillende presentatoren en presentatrices. Als het ging om de bekendste persoon kwam Sonja Barend veruit naar voren met een score van 97% bij de ondervraagde personen. De resultaten kwamen naar voren uit een onderzoek van het NIPO bij 1000 personen ouder dan 18 jaar. Ook werd gevraagd of de bekendste ook sympathiek overkwam. Hier werd slechts een score gehaald van 35%. Nee dan was het met Ted de Braak beter gesteld want hij scoorde liefst 72% in die categorie. Als het ging om de categorie ‘bekendste’ scoorde Ted een tweede plek. Andere personen die werden genoemd waren Willem Ruis, Simon Carmiggelt en Henk va der Meyden. Die laatste had niet een hoog populariteitsfactor want scoorde slechts met 13%. Hans Knot, 8 november 2025 Afbeelding: Radio Noord studio (foto collectie Paul Snoek)2 punten
Dit klassement is ingesteld op Amsterdam/GMT+01:00