Spring naar bijdragen

Column

  • artikelen
    236
  • opmerkingen
    269
  • weergaven
    19408

Auteurs van dit blog

Voer dit blog

Berichten in deze blog

Hans Knot: De eerste vijftien jaren Eurovisie (deel 1)

In de jaren vijftig en zestig bracht de televisie voor veel Nederlanders de wereld in hun huiskamer. Het medium maakte hun belevingswereld groter en de echte buitenwereld kleiner. De televisie werd een venster op de wereld en de wereld werd, zoals vaak wordt gezegd, een ‘global village’. De uitzendingen van de Eurovisie — denk aan het songfestival — speelden daarbij een belangrijke rol. Tegen die achtergrond bespreek ik hier de eerste vijftien jaar van de Eurovisie. Dit zal gebeuren in drie nostalgische columns, waarvan deel 1 vandaag.

Na de Tweede Wereldoorlog maakte een groeiend aantal Nederlanders op prettige wijze kennis met het omringende buitenland. Een kleine avant-garde van schrijvers, journalisten en acteurs had Ibiza al snel ontdekt. Maar ook de gewone man en vrouw konden — zij het meer indirect — kennismaken met het leven in andere delen van Europa als Zuid-Frankrijk en Spanje. In populaire liedjes werden latere vakantiebestemmingen als Mallorca al vroeg bezongen. In de Bruna-pockets van Havank konden de lezers via de avonturen van de Schaduw kennismaken met de aantrekkelijke kanten van het leven in Parijs en Cannes. Maar, tot de invoering van de vakantie met behoud van loon — officieel pas in 1966 — en de opkomst van het autobezit — in 1963 beschikte nog slechts 15% van de arbeiders over dat vervoermiddel — moesten veel Nederlanders het daarmee doen.

Totdat het jonge medium van de televisie het buitenland ontdekte en met bewegende beelden binnenskamers bracht. Vooral de uitzendingen van de Eurovisie wekten bij de kijkers een nieuw gevoel voor de bredere geografische en culturele context van omringende landen en plaats van hun eigen land in Europa en van Europa in de wereld. In documentaires over de geschiedenis van de televisie in Europa wordt geregeld teruggegrepen op de eerste officiële internationale Eurovisie-uitzending die ooit heeft plaatsgevonden. Vreemd is dat niet. Opmerkelijk is wel dat in dat verband steevast de beelden worden getoond van de kroning van Koningin Elisabeth II van Engeland op 2 juni 1953. In werkelijkheid ging het hier helemaal niet om een officiële uitzending. De rapportage over de kroning van de Britse vorstin was slechts een eerste aanzet tot de definitieve Eurovisie-uitzendingen, waarvan de officiële start plaatsvond in 1954; dat is dit jaar dus 64 jaar geleden. De ceremonie in Londen werd destijds overigens slechts bekeken door de inwoners van Engeland, Frankrijk, Nederland en West-Duitsland, tenminste voor zover men daar al in het bezit was van een televisietoestel. Want een televisietoestel was in die tijd iets wat nog slechts weinigen tot hun huisraad konden rekenen.

Maar, het was toch wel een hoogtepunt te noemen, die gedenkwaardige tweede dag van juni 1953. Gedurende 6,5 uur werden er liefst 21 camera's ingezet om een zo'n mooi mogelijk plaatje de huiskamers in te brengen. Exacte cijfers zijn niet bekend, maar gissingen uit die tijd spreken over rond de 100.000 gezinnen die in Frankrijk, Nederland en Duitsland naar de plechtigheid zouden hebben gekeken. De vraag ligt voor de hand waarom er wel in die landen werd gekeken en niet in het tussenliggende België. Een antwoord op die vraag is snel gegeven, want België was technisch nog helemaal niet klaar voor het uitzenden dan wel ontvangen van televisiesignalen. De introductie van de televisie als medium had daar namelijk nog niet plaats gevonden. Maar, zoals al gesteld, er was geen sprake van een officiële Eurovisie uitzending. Zelfs de term "Eurovisie", die later door de Britse journalist en latere perschef van de BBC, George Campey, werd geïntroduceerd, was nog nooit gevallen.

Uiteraard was er aan de "experimentele" uitzending van de kroning een tijd van voorbereiding voorafgegaan. Dat waren merendeels kleinschalige technische experimenten. Op 27 augustus 1950, bijna drie jaar eerder, zorgden Britse technici ervoor, dat de viering van het eeuwfeest van de onderzeese telefoonverbinding tussen Frankrijk en Calais ook rechtstreeks was te volgen via de beeldschermen in ongeveer 500.000 Britse gezinnen. Het initiatief om een verbinding met het vaste land van Europa te maken, kwam van Britse zijde en dat lijkt op zich verwonderlijk. Maar, in de tijd dat het Europese vasteland op het punt van de televisie nog in haar kinderschoenen stond, was in Engeland het derde lustrum van het nieuwe medium al in zicht. In 1936 was er in Engeland immers al sprake van reguliere televisie-uitzendingen.

Het succes van deze verbinding was zowel voor de Fransen, waar ontvangst van televisiesignalen tot dan toe alleen voorbehouden was aan de bewoners van Parijs en omgeving, als de Engelsen een grote stimulans om door te gaan met experimenten op het gebied van de internationale televisie. Die experimenten waren ook nodig, want er waren genoeg problemen die om een oplossing vroegen.

Een ingewikkeld technisch probleem was bijvoorbeeld dat er in de diverse landen verschillende beeldlijnsystemen werden gehanteerd. In Engeland hanteerde de BBC als vanouds het zogenaamde 405-lijnen systeem, terwijl in Frankrijk het 819-lijnensysteem werd gebruikt. Nederland en een aantal andere belangrijke Europese landen hanteerden het 625-beeldlijnensysteem. De technici kwamen op een bepaald moment met de oplossing via de constructie en de introductie van de zogenaamde "lijnenvertalers". In het begin een zeer ingewikkeld apparaat dat het mogelijk maakte de beelden over en weer zichtbaar te maken tot in de huiskamer.

Daarbij kwam nog een tweede probleem en wel het overbrengen van twee geluidssignalen. Allereerst diende natuurlijk het signaal te worden overgezonden van het "live-gebeuren", ofwel het signaal dat op de plek van opname werd geproduceerd. Maar daarbij, en dat had men voorheen nog niet uitgeprobeerd, diende ook het commentaarsignaal (vaak vanuit het ontvangende land zelf in de moerstaal ingesproken) te worden ingevoegd voordat het signaal via de uiteindelijke zender voor transmissie naar de kijkers ging. Maar ook dit probleem werd door de technici op betrekkelijk korte termijn kundig opgelost.

Een televisieverbinding tussen Parijs, Lille, Dover en Londen was de volgende uitzending die plaatsvond. Ook die keer was er een gelegenheid om experimenten uit te proberen. Een commissie bestaande uit vertegenwoordigers uit Engeland en Frankrijk was in het leven geroepen voor de organisatie van een Frans-Britse week in de maand juli 1952. Na afloop van de festiviteiten werd de commissie echter niet opgeheven en bedankt voor de gedane activiteiten. Uit de commissie ontstond namelijk een permanente werkgroep, waarin niet veel later ook vertegenwoordigers uit Nederland, Duitsland en zelfs België werden opgenomen. De Europese Radio Unie, opgericht in 1950 door omroepen uit enkele Europese landen, ondersteunde deze werkgroep en zag het als dé mogelijkheid voor goede samenwerking op het gebied van de ontwikkeling van de televisie in West-Europa.

Begin 1954 vond de eerste vergadering plaats van een programmacommissie bestaande uit vertegenwoordigers van enkele landen, waarbij namens de EBU (European Broadcasting Union, zoals de nieuwe naam van de overkoepelende organisatie inmiddels luidde) actief gewerkt diende te worden aan de administratieve en juridische ontwikkeling van de Europese televisie. De commissie stond onder leiding van de Zwitserse voorzitter Marcel Bezençon. De Zwitser was tevens directeur-generaal van de Zwitserse omroep. Eén van de eerste beslissingen was het invoeren van een "televisieweek", waaraan alle zitting hebbende landen zouden deelnemen.

De planning was dit te doen in de week van 6 juni 1954. Op die bewuste dag vond de eerste officiële Eurovisie-uitzending plaats: een verslag van het bloemencorso in Montreux. Dezelfde dag was er zelfs nog een tweede uitzending vanuit Rome die in Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, België en Zwitserland, volgens de archieven van de EBU, in rond de miljoenen huiskamers werd bekeken, waarbij een totaal van 50 miljoen kijkers zou zijn geteld. Voor die tijd wel een heel hoog aantal.

Deze eerste officiële uitzenddag van de Eurovisie was mede mogelijk geworden door het gebruik van een netwerk aan verbindingen, bestaande uit bijna 6.000 kilometer aan verbindingskabels en uiteraard door de inzet van straalverbindingen, die een rechtstreeks contact mogelijk maakten tussen 46 verschillende tv-zenders en 80 relais-stations, zowel in Groot-Brittannië als op het vaste land van Europa. Naar het noorden toe was vanuit Londen een verbinding gelegd met Glasgow, terwijl Rome het zuidelijkste punt van ontvangst was van deze Eurovisie-uitzending. Verbindingen waren er ook via Londen en het Kanaal naar Rijssel (Lille) in Frankrijk. Hier was voor die dag het technisch centrum ingericht vanwaar het signaal naar het zuiden, Parijs en Rome ging en richting het noorden waren er onder meer verbindingen met Brussel en Lopik.

Via de zender in Lopik werd het voor 8.500 Nederlandse gezinnen mogelijk deze eerste Eurovisie-uitzending te zien. Dit getal is gebaseerd op het aantal tot op dat moment in ons land verkochte ontvangsttoestellen. Het was het begin van een groot aantal Eurovisie-uitzendingen. In juni 1954 volgden nog uitzendingen van onder andere internationale kampioenschappen atletiek in Glasgow, het optreden van Circus Elleboog in Amsterdam en op de legendarische 16de juni 1954 de openingswedstrijd van het Wereldkampioenschap Voetbal, dat in dat jaar werd gehouden in Zwitserland.

Uiteraard waren de vele kijkers in Europa verbaasd dat het mogelijk was om televisiesignalen over dergelijke afstanden rechtstreeks te ontvangen. De grootste blijdschap was er echter bij de betrokken technici. Hun experimenten hadden vruchten afgeworpen en de eerste Europese uitzending was een succes geworden. Tal van ingewikkelde problemen waren vooraf opgelost. Daar komt bij dat er ook een uitgebreide infrastructuur nodig was van relaiszenders. Immers, door het gebruik van het UHF-signaal of het VHF-signaal, kon het televisiesignaal niet verder komen dan de optische zon. Door de kromming van de aarde bereikten de signalen achter de horizon niet langer het aardoppervlak. Aan een internationale uitzending kon men dus pas gaan denken na het bouwen van een keten van straalzenders. Pas dan was het mogelijk het signaal van plek naar plek over te brengen. Op afstand van vijftig kilometer van elkaar werd een keten van relaiszenders geplaatst, waarlangs het signaal werd doorgegeven. Het liefst op zo hoog mogelijke plekken gesitueerd, bleken deze relaiszenders de oplossing van het transmissieprobleem.

In de daarop volgende twee jaren waren er andermaal diverse uitzendingen, waarvan een aantal met name genoemd mag worden. Een daarvan betreft bijvoorbeeld de Olympische Winterspelen in het Italiaanse Cortina D'Ampezzo in 1956, waar het Russische ijshockeyteam met een gouden medaille verrassend de fakkel in die tak van sport van Canada overnam. Vermeldenswaard is ook het sprookjeshuwelijk van Prins Reinier en Prinses Gracia van Monaco, in die dagen een romantisch gebeuren van de eerste orde.

In de categorie "dramatiek" valt de uitgebreide verslaggeving van een mijnramp in Marcinello in augustus 1956. Het was het soort onderwerpen dat in die tijd bij grote delen van de bevolking sterk aansloeg. Ze werden ook verslagen op een manier die daarbij paste. Het model was het bioscoopjournaal, waarin een keurige verslaggever in welgekozen bewoordingen het publiek deelachtig maakte van de gebeurtenissen. Hoogdravende intellectualiteit en overdreven sentiment werden vermeden. Romantiek en inlevingsgevoel stonden voorop. Filmsterren, royalty, folklore en rampen en niet te vergeten sport vormden de belangrijkste ingrediënten van de uitzendingen. Tot ver voorbij de culturele revolutie van de jaren zestig zou dit het model blijven van de Eurovisie-uitzendingen.

De komende twee weken meer over de eerste 15 jaren in de geschiedenis van de Eurovisie.  

Foto's archief Soundscapes

Hans Knot, 10 maart 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: 1970 bijzondere mensen

We gaan naar een opmerkelijke aanklacht die op 14 maart 1967 door een 44-jarige scheepselektricien, De Jager afkomstig uit Rotterdam, werd ingediend tegen de toenmalige minister van Cultuur, Mevr. Marga Klompé. Wat was namelijk het geval? De Nederlandse regering had niet lang daarvoor de weg vrijgegeven voor het invoeren van reclame via de televisie, toen nog in zwart/wit. Volgens De Jager was er duidelijk sprake van huisvredebreuk doordat de reclame ongevraagd bij zijn gezin de huiskamer binnenkwam.   Dat was dan ook de reden dat hij had besloten een klacht in te dienen bij de verantwoordelijke mensen, met als hoofddader de minister van Cultuur. Hij was van mening dat hij als televisiebezitter gekend had moeten worden in de beslissing reclame op zijn beeldbuis te brengen. Het argument van het omdraaien van de knoppen, zodat niets meer te zien zou zijn, ging voor hem niet op.  Hij beriep zich op het gegeven dat het telkens in en uitschakelen van de televisie, als er weer een blok reclame de kamer werd in geslingerd, de slijtage van het televisietoestel zou bevorderen.   Uiteraard sprongen diverse journalisten op dit onderwerp want het was – zeker voor die tijd – opmerkelijk dat men op deze manier de publiciteit zocht. De Jager stelde verder dat niemand van de bezitter kon eisen tijdelijk de televisie uit te zetten als de STER weer voorbijkwam. Wel had hij een idee dat hij graag wenste te delen. Hij was namelijk van mening dat vanuit de organisatie, die de reclameblokken beheerde en uitzond, de televisiebezitters die verschoond wensten te blijven van de reclame financieel in staat gesteld dienden te worden een apparaatje te kopen. Dit zou aan hun toestel kunnen worden gekoppeld waarbij het toestel automatisch zou worden uitgeschakeld als de reclameblokken zouden worden geprogrammeerd. De reden van de aanklacht was volgens de scheepselektricien nodig om via de rechtelijke macht een uitspraak af te dwingen, die hem erkende als bezitter van een televisietoestel. Het in het bezit hebben van een dergelijk toestel gaf, volgens hem, ook het recht mee te bepalen wat hij voorgeschoteld zou krijgen.   Wel voegde hij eraan toe dat het afdwingen van een gerechtelijke uitspraak hij zo lang mogelijk zou uitstellen, zodat er ruimte zou zijn voor de STER en de overheid om serieus op zijn voorstel in te gaan. Het bleek dat De Jager in 1963 al was begonnen met het benaderen van de regering en het Parlement, maar dat deze pogingen hem niets hadden opgeleverd, zo gaf hij in 1967 grif toe. Ook stelde hij dat de aangifte en de eventuele gevolgen daarvan het laatste was wat hij zou ondernemen als het om de reclame op de televisie zou gaan.   Als reden dat hij al vier jaar met de actie bezig was, en de enige in zijn soort bleek te zijn, deed hij af door te stellen dat hij eenmaal was begonnen met het initiatief en dat het laf zou zijn om er niet mee door te gaan. Hij stelde tevens dat hij de enige televisiebezitter in Nederland was die vocht voor de rechten die zijn bezit, het televisietoestel, hem bood. In 1963 had hij daadwerkelijk al een paar keer de kranten gehaald middels de oprichting van een coöperatieve vereniging van televisiebezitters, waarbij hij wilde dat de televisiebezitter inspraak kon krijgen op de programma’s die hij wenste te zien.   Omdat we het toch nostalgisch over de televisie hebben ook maar even een kijkje nemen in de maand mei 1968, dus een jaar nadat De Jager voor het laatst zijn kritiek in diverse kranten liet optekenen. We dienen ons in gedachten wel even te verplaatsen naar dat jaar. Natuurlijk is de hedendaagse jeugd tot en met verwend door allerlei speeltjes waarmee ze beeld en geluid op welke plek dan ook kan horen en zien.   In 1967 was er slechts de mogelijkheid om Nederland 1 en Nederland 2 te bekijken, waarbij het aantal uitzenduren zeer gelimiteerd was en zeker alles nog in zwart/wit werd uitgezonden. Kleurentelevisie op experimentele basis, dus zo nu en dan, werd pas eind augustus 1967 realiteit toen op de Firato in Amsterdam deze mogelijkheid voor het eerst voor ons in Nederland werkelijkheid werd. Wel dient er aan te worden toegevoegd dat inwoners in grensstreken gelegen in de buurt van Duitsland en België de mogelijkheid hadden iets meer aan televisiesignalen te kunnen ontvangen, mits men in het bezit was van een gedegen ontvangstantenne voor betreffende televisiestations.   De ontwikkelingen op televisiegebied boden echter veel meer mogelijkheden. In de VS was men veel verder met het verspreiden van televisiesignalen en in ons land werd bijvoorbeeld wel gesproken over eventuele bekabeling of gezamenlijke ontvangst via Centrale Antenne Systemen (CAS), maar de officiële wetgeving belemmerde daadwerkelijk een gezonde ontwikkeling. En dus kwam in mei 1968 de oplossing van betere televisieontvangst en de keuzemogelijkheden voor ontvangst van buitenlandse stations ter discussie. Ook in de Tweede Kamer waren er voorstellen ingebracht waarin versoepeling van de wetgeving ter sprake kwamen. Het diende echter ter discussie worden gebracht om te kunnen overgaan tot een eventuele wetswijziging. Het kwam er echter niet van omdat de speciale Kamercommissie, die zich met omroepzaken bezighield, uitstel van discussie had gevraagd om op die manier met de Minister van Cultuur uitgebreid te kunnen praten over de laatste technische ontwikkelingen op ontvangstgebied.   Was er andermaal sprake van een remmende factor waarbij de toenmalige politieke partijen de weg wilden afsnijden voor de invoering van het CAS-systeem? Men kon zich zelfs al gaan afvragen of op langere termijn het Centrale Antenne Systeem niet achterhaald zou zijn. Er waren voor die tijd al de nodige technische proeven geweest waarover in twee PTT-rapporten, destijds de verantwoordelijke organisatie voor eventuele verspreiding van kabelsignalen, optimistisch was gerapporteerd. In een van beide rapporten schatte men de landelijke invoering van het CAS, in 1964 door koningin Juliana in haar troonrede reeds aangekondigd, toen op vijf tot tien jaar. De kosten raamde men in 1964 op 100 miljoen gulden. In het rapport van 1967 zou realisering vijfmaal zo veel aan financiering vergen. Wel stelde men tevens dat de CAS landelijk geregeld binnen 10 jaar even noodlijdend zou zijn als de radiodistributie (draadomroep) in 1967 al was.   En dan was er al de nodige publiciteit over de eventuele toekomst van de satelliettelevisie. Met vele satellieten in de ruimte wordt heden ten dage niet nagedacht hoe het allemaal mogelijk was maar als we de tijdklok terugdraaien naar bijvoorbeeld het jaar 1963 dan was het slechts mogelijk gedurende 20 minuten per etmaal via de enige televisiesatelliet (Telstar) ontvangstmogelijkheden te creëren, mede omdat deze in een baan om de aarde draaide. In 1967 was de ontvangstmogelijkheden al veel verder ontwikkeld en was het mogelijk 24 uur per etmaal eventueel televisie via een satelliet de huiskamer in te brengen. Dit was mogelijk geworden doordat de satellieten op een bepaalde hoogte ten opzichte van de aarde werden neergezet, een positie waarbij ze ‘vast stonden’.   Maar daarmee was nog lang niet de mogelijkheid voor regelmatige ontvangst mogelijk. De uitzendingen, die er werden uitgestraald via de satellieten in 1967 konden alleen door de grote ontvangstations in Engeland en Frankrijk worden opgepikt, die de beelden eventueel relayeerden tegen forste betalingen. Wel werd er al gewerkt aan de ontwikkeling waarbij het in de toekomst mogelijk zou kunnen worden directe ontvangst te krijgen via een eigen antenne, waarbij de gedachte was dat slechts een extra versterker nodig zou zijn voor het binnenbrengen van goede signalen in de huiskamers.   Maar was Nederland wel tevreden met de eventuele toewijzing van de exploitatie van de CAS aan de Casema, zoals de plannen vanuit de regering duidelijk maakten?  Deze onderneming was een dochteronderneming van de Nozema (Nederlandse Omroep Zender Maatschappij), die weer voor 60% in handen was van het staatsbedrijf PTT en voor het overblijvende percentage in handen van de toenmalige omroepverenigingen. Uiteraard rees daarbij de vraag wie de meeste touwtjes in handen zou krijgen en wie ging uitmaken welke programma’s al dan niet zouden worden doorgegeven via de CAS.   En natuurlijk was het voor vele Nederlanders, die de druk van de toenmalige regeringen meer dan zat waren en liever een democratische vorm van bestuurders zouden zien, de vraag of er geen sprake zou zijn van censuur. Uiteindelijk zou het nog een aantal jaren duren voordat uiteindelijk in de begin jaren zeventig van de vorige eeuw werd overgegaan tot het voornoemde kabelsysteem en druppelsgewijs televisiesignalen vanuit het buitenland konden worden ontvangen. Tot diep in de jaren tachtig duurde het totdat we uiteindelijk konden gaan spreken van echte ontvangst van satelliettelevisie, hoewel daar ook de nodige discussie, verboden en wetgeving aan voorafgingen.   Hans Knot, 3 maart 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Een groot radioman: Guus Weitzel

Voor vele 65-plussers zal zijn stem zeker nog in het geheugen liggen, voor anderen zal zijn naam misschien iets zeggen maar voor velen is hij totaal onbekend maar toch kan hij gezien worden als een van de groten in de eerste decennia van de radiogeschiedenis van de Nederlandse radio. Bijna een halve eeuw geleden nam hij afscheid van de Wereldomroep, alwaar hij werkzaam was.   Het was 13 juni 1969 en hij besloot daarmee een loopbaan binnen de Nederlandse omroep, die 42 jaar besloeg. En je zou kunnen zeggen dat daarmee Weitzel, die op 12 mei van dat jaar 65 was geworden, een van de laatste der Mohikanen van het eerste uur van de radio was geweest, want hij was echt nog de enige man die vanaf het eerste uur binnen de Nederlandse radio nog actief was. Hij was in zijn jeugd onrustig en wist eigenlijk niet wat hij eventueel na zijn middelbare school, de HBS-tijd, wilde gaan doen. Volgens eigen zeggen lummelde hij wat rond en was van mening dat er wel helemaal niets van hem terecht zou komen. Een baantje als omroeper had hij tijdens de middelbareschooltijd niet in gedachten, sterker nog een dergelijke baan bestond nog niet.   In een interview met een journalist van de Gemeenschappelijke Persdienst aan het einde van zijn prachtige loopbaan stelde Guus Weitzel: “Er is een analogie tussen radio en jazz, mijn grote hobby’s in mijn jeugdjaren. Radio-enthousiastelingen werden later professionals (zoals ik) en vele latere beroepsjazzmusici speelden in amateurbands. Dat was ook met het bouwen van radiotoestellen het geval — amateurs bouwden de eerste van deze apparaten en later maakte de handel er zich meester van.”   Vervolgens nam hij de allereerste pionier op transmissie van radiosignalen in Nederland als voorbeeld: “Neem de legendarische Idzerda, de man die de allereerste radio-uitzendingen ter wereld verzorgde. Ik kende hem goed en kwam via de vereniging voor radiotelefonie, waarvan we beiden lid waren, met hem in contact. Die radioconcerten van hem, daar was ik vaak bij. Dan werd er soms muziek afgedraaid van een beroemde amateurjazzband uit die dagen, de Queens Melodists, een studentenband uit Den Haag,  waarin Theo Uden Masman en Melle Weersma zijn begonnen. In die tijd moest je na een poosje uitzenden een kwartiertje stoppen om de zender te laten afkoelen.   In een van die afkoelingsperiodes stonden Idzerda en ik op het balkon van de mooie zomeravond te genieten. Toen zei Idzerda ineens tegen mij dat dit soort uitzendingen leiden en verzorgen echt iets voor mij zou zijn. Later, toen ik omroeper was, heb ik vaak aan zijn profetische woorden teruggedacht!”   In 1927 werd de Nederlandse Omroepvereniging opgericht, dat was in dezelfde tijd dat de HDO van Idzerda van naam veranderde in ANRO. De NOV maakte zich per advertentie bekend en in die annonce las Guus Weitzel dat mr. Cohen de Boer secretaris van het bestuur was en hij kende deze persoon. De telefoon was snel het volgende object van belang: Weitzel andermaal: “Ik vertelde hem, dat ik wel iets van radio afwist en vroeg of hij mij kon gebruiken.”   Wel voegde Weitzel eraan toe dat salaris hem niet direct iets interesseerde maar dat hij gewoon lekker bezig wenste te zijn: “Ik mocht bij hem langs komen en bij dat bezoek zag ik in een hoek van de kamer een enorme stapel post liggen. Allemaal brieven als reactie op de advertentie.” Het gesprek dat volgde was kort maar met resultaat want Weitzel hoorde van De Boer dat hij geen tijd had gehad al die sollicitaties uit te zoeken en vervolgens bood hij aan het voor De Boer te gaan doen. Gevolg was de start van een lange loopbaan bij de radio.   Hij werkte in die eerste week zo hard, dat het afgesproken maandsalaris van 50 naar 75 gulden werd gebracht, een voor die tijd geweldig bedrag. Ook de eerste keer dat Weitzel echt ging omroepen herinnerde hij zich nog goed op het einde van de loopbaan: “We zonden rechtstreeks uit vanuit een cabaret, waar een Roemeens strijkje stond te spelen. Erg boeiend was het niet en daarom werd mij gevraagd of ik de nummers maar wilde aankondigen, dan ging de rest van het opname personeel maar een boulevardje pikken.”   Na de uitzending belde mr. Cohen hem op en kreeg hij te horen, dat het omroepen voortaan zijn vaste werk zou worden. Een korte periode later was er een fusie tussen de NOV en de ANRO. Het was het jaar 1928 dat op die manier de AVRO ontstond. En dus trad Guus Weitzel bij deze nieuwe omroep in dienst en ging hij voor het eerst op kamers wonen in Hilversum.  Overdag zat hij op het AVROkantoor, dat in Amsterdam destijds was gevestigd en ’s avonds reisde hij samen met Willem Vogt waar hij hielp bij het aankondigen van de uitzendingen.   Weitzel: “Geleidelijk aan ging ik dat omroepen steeds meer doen, tot het in 1930, toen het zendtijdbesluit werd afgekondigd, mijn dagtaak werd. Vaak stond ik in die tijd de volle 16 uur achter de microfoon. Tussen 1935 en 1940 was het een grote periode voor de AVRO. We begonnen toen ondermeer met ‘De Bonte Dinsdagavondtrein’, en die kondigde ik met een hele rist andere programma’s, die topics van de dag waren, aan. Ik was destijds even beroemd als Colijn en Mengelberg.”     In de oorlogsjaren waren er geen uitzendingen van de bestaande omroepen en werd de sfeer met de collega’s ook anders. Voorheen was er een zeer scherpe verhouding want als AVRO-medewerker mocht je niet al te veel VARA-vrienden hebben want dat was niet goed voor het imago van de AVRO en de medewerker zelf. Andermaal Weitzel: “Toen pas leerde je als man van de AVRO je collega's van de VARA en de NCRV kennen. Gedurende de oorlogstijd dachten we naar een eenheid te werken. We dachten aan een nationale omroep. Ik had daarover ook de mond vol en daardoor raakte ik met de AVRO, die net als de andere zuilen vocht om na de bevrijding terug te komen, gebrouilleerd. Anno 1969 bekijk je die zaak natuurlijk anders. Ik voor mij vind het een zeer goed ding, dat de zuilen terug zijn gekomen. Zeg nu zelf, waar ter wereld vind je een voorlichting via de omroep, variërend van uiterst rechts tot uiterst links, als in ons zuilensysteem?”   In andere landen werd destijds met jaloersheid naar ons omroepsysteem gekeken want waar was een dergelijke verdeling nog meer. Vaak waren in andere landen nationale omroepen, zoals in Engeland met de BBC, die alleen macht had en van bovenaf werd gedirigeerd. Een systeem dat totaal ondenkbaar was in Nederland met politieke partijen die alle richtingen uit gingen. Maar in het jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog trok Weitzel, samen met een aantal andere collega’s naar de Wereldomroep om daar zijn kunnen te tonen.   Weitzel destijds tegen de journalist van de GPD: “Aanvankelijk bestond er tussen mij en de AVRO een scherpe verhouding. Maar de tijd heeft alle wonden genezen en strijkt alle plooien strak. Ik verkeer met de AVRO en alle andere omroepen in een beste verstandhouding. We zijn nu allemaal collega’s van elkaar. Bij de Wereldomroep kwam ik, na wat administratief werk te hebben gedaan, geleidelijk aan ook wat meer voor de microfoon. In 1948 vroeg Herman Felderhof of ik een verslag wilde maken van de opening van het hengelsportseizoen.”   Reportagewerk bleek volkomen nieuw voor Weitzel maar al vrij snel vielen zijn bijdragen goed in de smaak en kreeg hij een prachtige opdracht. “Vrijwel direct daarna voer ik mee met de vloot van Urk en daarna volgde een grote opdracht, het verslaan van de inhuldiging van koningin Juliana. Sinds die tijd heb ik zo'n 2500 radioreportages gemaakt.”   Op een dag diende Guus Weitzel in te vallen in het koopvaardijprogramma van de Radio Nederland Wereldomroep: “Vanaf die eerste keer boeide mij die hele materie enorm. Het werd een ware hartstocht voor me. En dat sloeg aan. De luisteraars voelden in mij een oprechte interesse. Het ‘schip van de week’, heb ik tot op de dag van vandaag onder mijn hoede gehouden”, aldus Weitzel in zijn afscheidsinterview destijds in 1969. August Wilhelm Philip Weitzel, zoals de officiële naam van Guus was, kwam in november 1989 op 85-jarige leeftijd te overlijden.    Toegevoegd nog enkele opmerkingen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog had hij een leidende functie bij de genazificeerde Nederlandsche Omroep. Dat kwam hem na de bevrijding aanvankelijk op een straf te staan, maar in hoger beroep werd hij gerehabiliteerd toen hij kon aantonen het nodige verzetswerk te hebben gedaan. Hij werkte vervolgens bij Radio Herrijzend Nederland alvorens weer bij de AVRO aan de slag te gaan.   Over de reportage met de Urkse vloot op het IJsselmeer kan vermeld worden dat dit gebeurde aan boord van de M.S. Juliana en daar dus ook de zenderapparatuur was opgesteld. In Urk was er ondermeer een optreden van een zangkoor. De foto’s betrekking hebbende op de uitzending zijn uit de collectie ‘Paul Snoek’, ondermeer werkzaam geweest als Hoofd Technische Dienst Nederlandse Radio Unie. Een collectie nu in bezit van de auteur van dit artikel.   Hans Knot, 24 februari 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Rocking Tigers en de politie

Op 17 december 1965 stond op pagina 7 van het Nieuwsblad van het Noorden een advertentie, die zogenaamd was geplaatst in opdracht – zo bleek veel later - van het Groninger Studentencorps. In dit corps waren diverse studentenverenigingen vertegenwoordigd. Op tal van manieren manifesteerde dit corps zich. Die keer riep men in de advertentie de jongeren van Groningen op om gezamenlijk te vieren dat de stad Groninger formatie ‘The Tigers’, in de advertentie werd gewag gemaakt van het orkest, was uitgeroepen als de beste beatgroep van het noorden. Let wel het was een paar maanden voor de doorbraak van Cuby and The Blizzards. Men verzocht jong Groningen dezelfde avond tussen 8 en 9 uur massaal naar de Grote Markt te komen.   Wat een leuk feestje diende te worden liep die avond echter uit op wilde taferelen. De regionale krant meldde de volgende dag dat de ‘happening’ rond de beatgroep op de Grote Markt was uitgelopen tot een ‘meppening’. ‘Honderden tieners, kennelijk teleurgesteld door het tamme verloop van het per grote advertentie aangekondigde gebeuren, hebben geprobeerd alsnog aan hun trekken te komen door tussen acht uur en kwart over tien de binnenstad op stelten te zetten.’   Het bleek dat ze behoorlijk tekeer waren gegaan want er werden ondermeer fietsenrekken op de rijweg gesmeten en auto's beschadigd. De politie, waarvan hoofdbureau in de directe omgeving van de Grote Markt was gehuisvest, zette direct een ploeg in om de orde te herstellen. Acht politiemannen, onder aanvoering van inspecteur P. A. Spakman, moesten verscheidene charges met de gummiknuppel uitvoeren, eer de rust in de binnenstad van Groningen terugkeerde.   Voor elf uur die avond zaten er elf jeugdige knapen in de cellen van het hoofdbureau. Ze werden in de loop van de nacht weer naar huis gestuurd, nadat tegen een aantal van hen proces-verbaal was opgemaakt. De Rocking Tigers probeerden tegen acht uur per auto naar de Grote Markt te rijden. Bij het beeld ‘De Grote Verscheuring’, die een paar weken eerder was geplaatst en ingewijd, zouden ze door een groep Vindica-tleden, ter ere van hun eerste grammofoonplaat, gehuldigd worden. The Rocking Tigers liepen in de Herestraat al vast in de versperringen, die hun fans daar hadden opgeworpen.
  Uiteraard vroeg de aanwezige verslaggever een reactie aan de woordvoerder van The Rocking Tigers, de toen 24-jarige Johan Bolt. “We schrokken ons dood, we hadden het heel rustig en netjes willenhouden, maar we zagen toen al wel dat de zaak volkomen uit de hand liep. Van schrik hebben we besloten de huldiging binnenshuis te laten gebeuren. We hadden de grootste moeite om bij Mutua Fides binnen te komen. Op de markt stond al een enorme menigte, die steeds maar schreeuwde van ‘We want Tigers! We want Tigers!”
  Toen de Rocking Tigers niet tevoorschijn kwamen — ze hadden trouwens niet eens instrumenten bij zich — trok de menigte schreeuwende tieners via de Herestraat naar het Zuiderdiep. Ze brachten vervolgens het verkeer tot stilstand en begonnen aan vastgelopen auto’s te schudden. Ze trapten er tegenaan en klommen er in sommige gevallen bovenop om op het dak van de voertuigen wilde dansen uit te voeren. Voor de politie, die zich tot dan toe vrij passief had gehouden, was dat het moment in te grijpen. De gummiknuppels – destijds veelvuldig bij rellen gebruikt - kwamen tevoorschijn en links en rechts werden rake klappen uitgedeeld. Ongeveer terzelfder tijd kwam het ook op de Grote Markt tot een treffen tussen de politie en grote groepen jongelui, die de zuidelijke rijweg met fietsenrekken blokkeerden, waardoor ook daar het verkeer kwam vast te zitten. De verslaggever van de krant slaagde erin ook Inspecteur Spakman, op dat moment de eindverantwoordelijke van de gemeentepolitie in de Martinistad, heel kort aan het woord te krijgen: “Het is een wonder dat er geen ongelukken gebeurd zijn".   Foto: Nederbiet.nl   Trouwens de Rocking Tigers zelf liepen ook nog klappen op toen ze omstreeks tien voor negen onthutst de sociëteit Mutua Vides aan de Grote Markt verlieten. Ook de manager van The Rocking Tigers werd de volgende ochtend geïnterviewd: “De studenten waren eerst erg boos op ons, omdat wij door het plaatsen van die advertentie een rel zouden hebben uitgelokt," aldus Eddy Harms, “maar dat is de ellende juist: wij hebben helemaal geen advertentie geplaatst. We hebben er ook geen idee van wie het wel gedaan heeft. Een of andere grapjas misschien, of iemand van een concurrerende band, die ons op deze manier dwars wilde zitten. Wij zijn uiteraard blij met publiciteit, maar wat er nu gebeurd is hebben wij in de verste verte niet gewild. Die advertentie is de oorzaak geweest van alle ellende. Wij hebben er beslist niets mee te maken, dat hebben we gisteravond ook nog tegen de politie gezegd."   Een woordvoerder van het Nieuwsblad van het Noorden verklaarde in de krant dat de advertentie aan de advertentieadministratie telefonisch was opgegeven en dat iemand een gefingeerde naam had gebruikt en tevens een verkeerd adres had opgegeven. Het bleek dat The Rocking Tigers het een bijzondere nare zaak vonden, omdat ze vreesden dat hun goede naam erdoor geschaad werd. De rellen van bijna vijftig jaar geleden doen me, hoewel in kleine schaal, denken aan het project X, waardoor de gemeente Haren enige jaren geleden zeer negatief in de publiciteit kwam.
  Hans Knot, 17 februari 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Pete Felleman deel 2

Vorige week was deel 1 te lezen van de nostalgische column waarin ik je mee terug nam naar de ontstaan historie van Tuney Tunes evenals de populariteit van VARA-presentator Pete Felleman in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Onderdeel was een teruggevonden interview uit april 1948, van de hand van Frits Versteeg, waarvan deze dag het tweede gedeelte. Zeg Pete, nu moet je de lezers eens iets over je zelf vertellen.   Postzegels heb ik nooit verzameld. Op mijn twaalfde was ik al een verwoede aanhanger van Nat Gonella, Joe Danniëls, Billie Cotton en dergelijke. Dat waren de jazzmusici voor mij bij uitstek; totdat mijn zuster een plaat mee nam van Louis Amstrong. Ik weet het nog goed het was "I'm ding dong daddy". Die plaat heb ik grijsgedraaid en toen hield ik van echte jazz. Vanaf dat moment volgde ik alles wat vanuit Amerika uitkwam op de voet en ik ben zodoende heel wat aan de weet gekomen. Juist door deze intensieve bestudering heb ik enorme bewondering gekregen voor de musici als Woody Herman, Harry James, Stan Kenton e.d   Nu je zelf zo de hele dag in de muziek zit zal je wel een bepaalde voorkeur hebben. Wat zijn je favoriete solisten?   Ik heb een heel rijtje: hier komen ze, trompet Louis Amstrong en Charlie Shavers. Trombone Dickie Wells en Jay Higginbotham. Clarinet Edmond Han en Joe Marsela. Op sopraansax natuurlijk Sidney Bechet en voor altsax is mijn keuze Benny Carter. Tenorsax Charlie Venturo, Illinois Jacquet en Eddie Miller. Piano Eddy Heywood en Milt Buckner. Maar ... there'll never be another Fats! Drummers: Big Sid Catlett en George Wettling. Gitaristen Teddy Bunn en Floyd Smith. Voor bas Oscar Pettiford en Eddie Safrinski. Op de vibraharp tenslotte Lionel Hampton, Red Norvo en Milt Jackson. En laat ik Ernie Felice en Joe Mooney's accordeon niet vergeten. Door hen heb ik mijn jarenlange vooroordeel tegen dit instrument laten vallen. Pete zijn vocalisten zijn Art Lund en Peggy Lee voor de zgn. ballads en Louis "Satchmo" Amstrong en Billie Holiday voor swing stuff.   Pete wat denk je van New Orleans?   De bakermat van de jazz dreigt thans vermoord te worden door een groep van fanatici, die deze spontane muziek aan allerlei voorschriften willen binden. In hun ijver te bewijzen dat hun New Orleans style de enige is, gaan ze gewoonlijk niet verder dan al het andere af te breken ... Overigens wordt The Crescent City Jazz met de meeste "terug naar de natuur" propaganda à la Bunk Johnson, een heel slechte dienst bewezen   Aan ons is het Pete en de VARA te bedanken voor de uitstekende serie uitzendingen "Swing and Sweet from Hollywood and 52nd Street." Een lang leven zij hen beschoren.   Dat was het interview van de Tuney Tunes uit april 1948 met Pete Felleman. Op de voorlaatste regel staat het goed. Het programma heette inderdaad "Swing & Sweet", en niet omgekeerd "Sweet and Swing". Een echt lang leven was het programma overigens niet beschoren. Al in 1951 veranderde de naam in "LP Parade". Als zodanig stond dit programma naast de Hitparade die Felleman in 1949 op de Nederlandse Radio introduceerde (Bostyn, Knot en Tillekens, 2000).   De "LP Parade" had meerdere rubrieken, variërend van "Combo Classics" tot "Live Sessions". "Hier kon ik alles in kwijt'', zei Felleman achteraf in een vraaggesprek (Kuyper, 1997). Vanaf 1953 was hij werkzaam in de platenbranche — vooral Motown — en richtte hij het blueslabel Chess op. In de jaren zestig produceerde en presenteerde hij televisieprogramma's voor de AVRO rond zangeres Sarah Vaughan, trompettist Miles Davis en Archie Shepp. Zijn radio-come-back maakte Felleman in 1985 toen hij de muziekprogramma's "Soul van Pete Felleman" en "Jazz van Pete Felleman" ging maken voor de VPRO-radio. In 1992 werd hij op het North Sea Jazz Festival beloond met een "Bird Award" voor — in de woorden van het juryrapport — zijn "grote verdiensten voor de jazzmuziek." Op 16 februari 2000, overleed Pete Felleman. Pete Felleman werd 78 jaar oud. In de NRC schreef Henk van Gelder ondermeer de volgende toepasselijke volzinnen naar aanleiding van het programma Swing & Sweet: "Felleman groeide door zijn goed gedocumenteerde aankondigen, zijn bronzen bariton en zijn voorliefde voor bloemrijke alliteraties ("een voortreffelijk voorgedragen vers vol vurig verlangen") als snel uit tot een radio-coryfee die zijn stem op on-Nederlandse wijze kon laten swingen. Hij bereidde zijn uitzendingen altijd met grote precisie voor; tot op de seconde vulde hij de hem toegemeten tijd, met als extra stelregel dat er nooit twee platen in eenzelfde toonaard direct achter elkaar zouden worden gedraaid."   Bronnen: Bostyn, Jean-Luc, Hans Knot en Ger Tillekens (2000), De prehistorie van de hitparade. Over Billboard's uitvinding van de hitparade en hoe die de Lage Landen bereikte. In: Soundscapes, januari 2000. Cornelissen, Igor (1997), "Kom bij Felleman niet aan met onzinverhalen, hij ontzenuwt ze." Vijftig jaar Pete Felleman. In: VPRO-Gids, 22, 1997. Gelder, Henk van (2000), Pete Felleman (1921-2000). Bronzen radiostem. In: NRC, 16 februari 2000. Kuyper, Amanda (1997), "Pete Felleman geeft jazz een stem." In: NRC, 6 juni 1997.   Hans Knot, 10 februari 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Pete Felleman deel 1

Op 16 februari 2000 overleed op 78-jarige leeftijd Pete Felleman, voor velen een radiomaker bij uitstek in de jaren voordat de echte popradio tot ons kwam. Vlak voor zijn overlijden schreef ik voor een tijdschrift een artikel over zijn vroege radioperiode, welke ik graag deze en volgende zaterdag met jullie deel in de nostalgische column:   Pete Felleman introduceerde in 1949 de eerste hitparade op de Nederlandse radio. Maar Felleman was al eerder bekend vanwege zijn muziekprogramma "Swing & Sweet, from Hollywood & 52nd Street" uit 1947. In dat programma etaleerde Felleman zijn grote kennis van de jazz en de swing en bracht Nederland zo muzikaal bij de tijd. Ik dook diep in mijn archief, herlas de eerste jaargangen van het muziekblad Tuney Tunes en vond daarin een interview met Felleman uit 1948 over dit programma. ‘Al gravend in de geschiedenis van de hitparade, gingen mijn gedachten terug naar het eind jaren vijftig. Ik herinnerde me, hoe mijn tien jaar oudere broer mij inwijdde in de geheimen van de radio en zo een verrassende wereld voor mij openlegde. Hij liet me niet alleen de Engelstalige uitzendingen van Radio Luxembourg horen, maar ook enkele andere "hitgevoelige" programma's op de Nederlandse, Britse en Duitse radio. Op de Nederlandse radio liet hij mij kennis maken met de stem van Pete Felleman. Het gevolg was dat de radio voor mij een fascinatie werd.   Ik begon steeds meer te ontdekken en vanaf de begin jaren zestig ben ik dan ook daadwerkelijk begonnen met het verzamelen van allerlei zaken die te maken hebben met het medium "radio". Daarbij hoorden ook allerlei artikelen die over radio in verschillende tijdschriften werden geschreven. Daaronder vond ik nu een artikel terug uit de "Tuney Tunes" van april 1947 met een interview met de man die destijds de nieuwste ontdekking was op de Nederlandse radio: Pete Felleman.   Als je het over het muziekblad "Tuney Tunes" hebt, dan wordt algemeen aangenomen dat het gaat om een muziekblad dat in het tweede deel van de jaren vijftig en de jaren zestig enorm populair is geweest. Iedere maand weer kon je een exemplaar in de losse verkoop halen dan wel via een abonnement toegestuurd krijgen. Het blad stond vol leuke verhalen, mooie foto's, hitlijsten en bovenal songteksten. Na het lezen was je was weer helemaal bij de tijd. Maar het blad was al eerder op de markt.   In werkelijkheid kwam het eerste exemplaar als illegaal tijdschrift al tijdens de Tweede Wereldoorlog uit. Het werd gedrukt in Eindhoven onder leiding van J. Van Haaren. In 1942 verscheen het eerste nummer en na een bomaanslag, datzelfde jaar, verscheen het geruime tijd niet om vervolgens in januari 1943 weer geleverd te worden. Het was een klein blaadje van slechts acht pagina's met een geel kartonnen omslag. Helaas werd de drukkerij na twee maanden alweer gebombardeerd en verscheen het daarop volgende nummer pas in september 1944, toen het zuiden van Nederland verlost was van de Duitse bezetter.   Hoewel de eerste afleveringen "illegaal" waren, zal je het tijdschrift hoogstwaarschijnlijk niet aantreffen in de archieven van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. Ook als je elders zoekt, zal je moeite hebben de eerste uitgaven van het blad terug te vinden. De eerste afleveringen gingen namelijk niet onder de naam "Tuney Tunes" naar de lezer, maar als "Het populaire songbook Tuney Tunes," aangevuld met "het bevat teksten der laatste Engelsche songs van Film, Radio en Grammofoon.". In totaal verscheen het blad tijdens de oorlog acht keer in een oplage van enkele honderden exemplaren. Heel slim was dat er een prijs van 5 Franc op de oorlogse exemplaren stond, waardoor de bezetter zou kunnen denken dat het om een Belgische productie ging.   Ooit zei de weduwe van J. van Haaren in een interview tegen Henk van Gelder over de achtergronden van het ontstaan van "Tuney Tunes" onder meer: "Jan was de zoon van een drukker die een enorme hekel had aan die akelige Duitse muziek. Voor de oorlog had hij al eens tegen zijn vader gezegd dat er wel eens een markt zou kunnen zijn voor een blaadje met songteksten, want ze bestonden wel in Engeland en Amerika en dus was er ook ruimte in Nederland voor een dergelijk blad." De oude van Haaren zag er niets in en vader en zoon botsten op een felle manier, hetgeen zelfs leidde tot een tijdelijke verwijdering tussen beiden. Jan besloot daarop zelf maar met een blad te beginnen en hij kwam aan de teksten door illegaal naar de verboden radio te luisteren en de teksten zo snel mogelijk op het gehoor over te schrijven. Gemiddeld moest een liedje drie keer worden beluisterd, voordat de betreffende tekst in zijn geheel was overgepend.   Terug naar Pete Felleman. Eén van de personen uit de radiowereld die in de tweede helft van de jaren veertig regelmatig voorkwam op de pagina's "Tuney Tunes" was de eerder gememoreerde Pete Felleman. Ik vond een interview uit april 1948, van de hand van Frits Versteeg. Het stuk — inclusief de schrijfstijl — geeft een treffend tijdsbeeld, dat ik de lezer niet wil onthouden.   ‘Op 6 juni 1947 weerklonk 's avonds om 10.15 de, nu zo bekende "Trumpet Blues" gespeeld door Harry James and his Musicmakers. Dat was het sein, dat de VARA de liefhebbers van goede jazz, swing en sweet uit Amerika eens zou gaan trakteren. Een traktatie in de dubbele zin des woords. Vooreerst het tijdstip: Vrijdagsavonds 10.15 kan dus goed beluisterd worden. Verder is het programma uiterst deskundig samengesteld. Er worden regelmatig de nieuwste opnamen in voorgesteld en men krijgt tevens de gelegenheid om, door middel van een goed gedocumenteerde tekst, met des swing wel en wee op de hoogte te blijven   Zo komt het, dat wij enkele weken geleden Pete Felleman jr, de samensteller van het programma, eens opzochten in zijn flat in Amsterdam (die flat, een eldorado voor elke muziekliefhebber). Waar men kijkt grammofoonplaten. Kasten en rekken vol. Overal goede lectuur uit Engeland, Frankrijk, Amerika en zowaar in een hoekje een hele stapel Tuney Tunes ... dat deed ons hart goed.   Pete, hoe ben je ertoe gekomen om "Sweet and Swing" te gaan samenstellen?   Dat is eigenlijk gebeurd naar aanleiding van het feit dat Sanny Day en Ab de Molenaar bij de VARA wonderen hadden verteld over mijn platenverzameling. Ik kreeg daarop een verzoek bij monde van de heer de Boer, of ik de VARA niet eens van die platen — voldoende voor tien uitzendingen — wilde leveren. Ik deed een tegenvoorstel, dat inhield dat ik de programma's in zijn geheel zélf zou gaan verzorgen. "Go Ahead," zei Nico de Boer en binnen een week waren er 5 Swing en 5 Sweet uitzendingen klaar. Zo begon ik. Er kwam echter zo veel fanmail op mijn uitzendingen binnen, dat besloten werd ze voor onbepaalde tijd te verlengen En nu draait "Sweet and Swing" al tien maanden in plaats van de geplande tien weken.   Pete vertelt dan verder dat het samenstellen van deze programma's niet altijd even vlot verloopt. Ambitie en platen zijn in ruime mate aanwezig. Maar hier schuilt juist een moeilijkheid. Van sommige orkesten en solisten bezit hij meer dan dertig opnamen en om daar nu juist de beste platen uit te zoeken is niet eenvoudig. Het voornaamste is afwisseling, geen swing contra sweet maar ook afzonderlijke uitzendingen. Een powerhouse arrangement na een slome blues, een instrumentaal na een solo disc, een sweet ballad met vioolbegeleiding laten volgen door een pittig melodietje met een forse koper background. Maar nooit twee platen in eenzelfde toonaard achterelkaar. Mijn succes heb ik ook in belangrijke mate te danken aan de medewerking der VARA. Zij laten mij vrij werken en hinder van allerlei conservatieve opvattingen ondervind ik nooit. Dat is in de allereerste plaats de oorzaak dat de uitzendingen "real top sessions" worden. Ik mag mijn technicus Luc Ludolph niet vergeten. Hij is het die de platen zo treffend na een aankondiging laat invallen. En dan niet te vergeten mijn omroeper Coen Serré. Hij werkt met veel ambitie en dat merken de luisteraars ook wel. Trouwens ons trio houdt ontzettend van swing en dat scheelt vanzelfsprekend een heel stuk.’   Volgende week zaterdag deel 2 van deze nostalgische column met het tot 2000 zoekgeraakte unieke interview met Pete Felleman.   Hans Knot, 3 februari 2018   Afbeeldingen: Archief Freewave Nostalgie

hans knot

hans knot

Hans Knot: Herinneringen aan programma’s en programmamakers uit 1963

In deze herinnering richt ik mij vooral op de 65-plussers, hoewel alle anderen geïnteresseerd in de nostalgie van de Nederlandse radiogeschiedenis rustig kunnen blijven meegenieten. Het was Cees van Zijtveld, die op 23 november 1963 in de rubriek ‘’Radio Veronica Logboek’, dat stond afgedrukt in Televizier, zijn nieuwe collega Gerard de Vries voorstelde.   Hij schreef ondermeer: ‘Vanaf de maand december kunt U hem horen in het Lunchprogramma van Radio Veronica en het programma voor de automobilist. Gerard is in Hilversum geboren en groeide dus op tussen de radiomensen. Maar na zijn schoolopleiding zag het er beslist nog niet uit dat de radio op zijn medewerking zou kunnen rekenen. Hij nam lessen aan de avondnijverheidsschool en academie en stortte zich toen in de avontuurlijke wereld van de reclamemensen. Toen kwamen de hobby’s en de meeste tijd opeisende hobby is het verzorgen van radioprogramma’s voor zieken. Daar deed hij dus al een grote ervaring op in het radiowerk.’   Maar Gerard de Vries deed in die tijd nog veel meer. Zo speelde hij toneel en trad op als parodist in een cabaretgezelschap. Ook deze tweede hobby, welke nauw verbonden was met de eerste, boeide hem gigantisch. Hij schreef destijds zelf al teksten en liedjes. Cees vervolgde zijn loftuiting over de nieuwe collega: ‘Bij het maken van radio hoort, net als bij andere radiomakers, ook de liefde voor de muziek, waarbij voor Gerard de Vries de muziek van orkesten als die van Nelson Riddle vooraan staat maar ook de muziek van kleinere combo’s zijn voorkeur heeft’.   Verder hadden zijn interesse in 1963 de folkmuziek, Franse chansons, jazz en teenagermuziek. Een breed scala dat misschien wel van doorslaggevende reden was geweest hem in dienst te nemen van Veronica.  Cees van Zijtveld ging verder met: ‘hij is ook gek op autorijden, tijdens zijn laatste vakantie heeft hij er 3600 kilometer doorheen gedraaid. Een bewijs van zijn kunnen binnen de wereld van de Showbizz is wel het feit dat hij heeft helpen organiseren bij het eerste optreden van Chris Barber’s Jazzband in Nederland. Dat was in 1955 toen Gerard de Vries het vaderlandse wapenrok droeg bij de Dienst Welzijnszorg van het leger. Voor dat optreden van Barber in de legerplaats Ossendrecht verzorgde hij ook de reclameaffiches.   ‘Hoe de programma’s, die hij gaat presenteren, eruit gaan zien, weet hij nog niet. Wel dat de programma’s voor de automobilist korte, kernachtige tips gaat brengen op verkeersgebied, maar ook technische dingen. We hopen dat er met Gerard een fijne en door U gewaardeerde collega hebben bijgekregen.’   In dezelfde maand november 1963 was trouwens de laatste aflevering van het programma: ‘Wie in Nederland wil zingen’ te beluisteren op Radio Veronica. Het programma was een tijdje te geprogrammeerd op de zaterdagavond vanaf 8 uur en de allerlaatste aflevering werd gepresenteerd door een toen 16-jarige jongen afkomstig uit Rotterdam, die het programma ook zelf samenstelde.   Rob van Dijk, destijds ook bij Veronica werkzaam, wist te melden dat de jongen, Han Peekel, zelfs zijn eigen liedjes zong. “Hij belde op een bepaald moment in juni 1963 op naar ons en meldde dat hij een programma-idee had voor een Nederlands chansonprogramma. Mijn verzoek om eens te komen praten in Hilversum was niet voor dovenmansoren. Hij kwam naar ons toe en was een terriër gelijk, die onder geen beding zijn kluif wenste prijs te geven. Die kluif betekende in dit geval een serie Nederlandse chansonprogramma’s, die in drie maanden tijd een globaal overzicht hebben gegeven van wat er in Nederland zoal op het chansongebied te beleven viel. Dat was veel, al was het alleen maar als bewijs, dat ‘Wie in Nederland wil zingen’ toch wel eens een gewillig oor wil vinden.”   Dan was er in die dagen ook de 22-jarige Jos Hogen, technicus bij diverse programma’s, ondermeer wekelijks tezamen met Cees van Zijtveld en Rob van Dijk verantwoordelijk voor het filmprogramma op Radio Veronica. Een programma waarin ook het gesproken woord, geluid van filmtrailers en meer van belang waren. Wekelijks diende informatie per telefoon vergaard te worden bij de productie- en filmverhuurbedrijven en uiteindelijk verwerkt te worden in het programma.   Telefoontjes, die in de studio werden gepleegd door Van Zijtveld, werden vastgelegd om later verwerkt te worden in het programma. Als de opname van deze begon werden eerst de teksten gezamenlijk doorgelezen en werd de muziek erbij uitgekozen. Het kwam allemaal heel precies en Jos gaf in een interview in december 1963 aan dat het opnemen van 15 minuten soms wel vier uur in beslag nam en dat het wel voorkwam dat men over de gereserveerde studiotijd heen was en een andere collega de opname cel diende te gebruiken.   De oplossing was dan gewoon in de avonduren door te gaan, en ‘Binnenkort in dit Theater’ werd dan verder werd opgenomen. In het programma werd ondermeer een lijstje met nieuwe films doorgenomen terwijl ook informatie was te horen over films die een tweede kans in de bioscopen kregen. De volgende dag ging dan de band met de tender naar het zendschip voor uitzending. En als het te veel stormde werd het lange zwoegen niet beloond, want het opgenomen programma haalde nooit de Borkum Riff. En zodoende kwam het eindproduct ook nooit hoorbaar in de huiskamer via de uitzendingen op de 192 meter.   Een ander programma met voornamelijk gesproken woord werd gepresenteerd door Rob van Dijk en ook iedere donderdag opgenomen om op zaterdag de uitzending in te gaan. ‘Met het nieuws de deur uit’ was een programma met de duur van 30 minuten waarin vooral actueel nieuws op de hak werd genomen. Voor de productie van dit programma was men vaak zes uur in de weer. Vooral om teksten te schrijven en de juiste muziek bij de diverse items te kunnen plaatsen. En dan werd vaak technicus Arnold Vis de redder die met zijn geheugen de mooiste combinaties tussen nieuws en muziek wist te maken. En vreemde vragen kwamen dan naar voren als: “Als minister Luns in een tropenpak en op gympies in Perzië rondloopt, welke muziek draaien we dan?”   Rond die tijd werd dit programma, dat op de zaterdagavonden via Veronica werd uitgezonden, uit het schema gehaald en naar de zondagochtend verplaatst. Het programma ‘Met het nieuws de deur uit’, werd vanaf dat moment op de zondagochtend om acht uur geprogrammeerd. Reden van deze verplaatsing was dat het programma, waarin veel gesproken tekst voorkwam, in de avond niet zo goed te ontvangen was en daardoor de gesproken tekst de mist inging.   Een ander programma dat in het najaar van 1963 een uitbreiding tot een uur kreeg was ‘Radio Sinar Sang Surya’, dat ook wel werd aangeduid als het Indonesisch programma van Radio Veronica. Het werd tot 1 oktober 1963 uitgezonden op de zaterdagmiddag en verplaatst in de programmering naar de donderdagavond tussen 8 en 9 uur. Proeven hadden uitgewezen dat op die tijd ook verder afgelegen plaatsen de ontvangst nog bruikbaar was en zo waren onze Indische landgenoten er met de nieuwe zendtijd en de uitbreiding tot een uur erop vooruitgegaan.   Ondermeer was er in het programma ruimte voor verzoekplaten, die aangevraagd konden worden bij Radio Veronica, afdeling oosterse muziek. Dit onderdeel ging er uit onder de noemer: ‘Mana Suka’. De muzikale tropengroet was niet alleen voor de Indonesische luisteraars bedoeld maar ook voor Nederlanders die daar en op Nieuw Guinea hadden gewoond. Begrijpelijkerwijs behoorden onder de Nederlanders vele militairen die er hadden gediend.   Presentator van het programma was Suhandi die jarenlang verbonden was aan de omroep in Indonesië en vooral bekend werd door zijn cabaretuitzendingen met de daar zo beroemde Bing Slamet. Vervolgens werkte hij van 1960 tot en met medio 1963 voor Radio Omroep Nieuw Guinea (RONG) en was tevens bekend onder zijn eigen naam Hans Oosterhof. In het najaar van 1963 was er trouwens ook ruimte voor een kwartiertje voor de echt kleine luisteraars. Het werd gepresenteerd Peter, de zoon van Veronicamedewerker Rob van Dijk. Op zaterdagochtend tussen 10.15 en 10.30 uur zaten derhalve heel wat vriendjes en vriendinnetjes van de Hilversumse Peter gekluisterd aan de radio, afgestemd op de 192 meter.    Hans Knot, 27 januari 2018

hans knot

hans knot

Hans Knot: Communicatie in 1969

Tijd om maar eens nostalgisch te duiken naar het onderwerp ‘communicatie’ in het begin van het jaar 1969. In de daaraan voorafgaande jaren waren er volop problemen geweest in de gemeente Groningen aangaande de nieuwbouw van een aantal telefooncentrales waardoor een groot aantal aanvragen voor een telefoonaansluiting op wachtlijsten kwam. Dan weer waren er problemen met de eventuele aankoop van grond en vervolgens waren er problemen van technische aard die een versnelde uitbreiding van het telefoonnet in de weg stonden. Niet te vergelijken met heden ten dage waarbij eenieder, die een telefoon wenst, gewoon direct naar een winkel kan stappen om er een aan te schaffen.   Begin januari 1969 was het dan eindelijk zover dat er meer aansluitingen mogelijk werden in de noordelijke wijken de Paddepoel en Selwerd. De PTT-leiding, toen nog alleenheerser op het gebied van telefonie, had het nieuwe gebouw feestelijk door Burgemeester J. J. A. Berger van Groningen willen laten openen door het in dienst stellen van de apparatuur. Toen het gezelschap bij het gebouw aankwam was er behoorlijk veel lawaai binnen omdat de nieuwe installatie al was aangezet en er dus niet sprake kon zijn van een officiële indienststelling van de nieuwe centrale.   Foto: Productie telefoontoestellen (foto archief Heemaf)   Sigaren en glazen drank werden uitgeserveerd en onderwijl werd besloten dan maar te beginnen met deel 2 van de officiële bijeenkomst, namelijk het in dienst stellen van de 30.000ste aansluiting in het telefoondistrict Groningen door het draaien van het nummer van de gelukkige toekomstige bezitter. Het leek allemaal een beetje een opgezet spel want het was niet zomaar een Groninger maar een vooral in de voetbalsport bekende Groninger Chris Eimers. Hij was enkele weken daarvoor komen wonen in een nieuw groot flatgebouw aan de Castorstraat in de Paddepoel.   In het Nieuwsblad van het Noorden was op 5 januari 1969 een korte samenvatting van deze feestelijke opening te lezen waarin gemeld werd dat het er even op leek of er niemand thuis was want pas na drie keer de bel te laten overgaan was de telefoonhoorn opgenomen. Niet door de door griep gevelde Eimers maar door zijn vrouw: ‘de hartelijkheid van het gesprek leed er overigens niet onder’. De burgemeester sprak de hoop uit dat Eimers weer beter zou zijn voor de later die week te spelen wedstrijd, die grote belangstelling in de dagbladpers kreeg: Ajax-Benfica. Toen mevrouw Eimers stelde dat ze dacht van wel, mede daar haar man een echte fan van Ajax was, stelde Burgemeester Berger ad-rem dat hij een grote fan van GVAV was. Hier betrof het de eerdere naam van FC Groningen.   Verder was te lezen dat Ir. F. W. van der Haer, de directeur destijds van het Telefoondistrict Groningen, later in de middag, nadat het officiële gedeelte van de ingebruikname van de telefooncentrale voorbij was, nog naar de Castorflat was gegaan met een feestelijke taart en bloemenstruik. Toen hij de hal van het immense gebouw betrad kwam net uit de lift burgemeester Berger, die buiten het protocol om, besloten had zelf even een boeket naar de zieke voetballer te brengen.   Maar hoe zat het toch met het overdadige lawaai dat men aantrof bij het betreden van het nieuwe gebouw aan de Magnoliastraat? Volgens Ir. Van der Haer kwam dit door het zogenaamde ‘ratelen van de kiezers’. Maar er waren in die tijd meer technische ontwikkelingen op het gebied van de telefonie te melden want nadat er 17.000 verschillende draadjes waren verwerkt, begon in dezelfde week in januari 1969 de toen nieuwe telefooncentrale van de Rijksuniversiteit deels te werken. Allereerst was de centrale, in het souterrain van het Academiegebouw aan het Broerplein, verbonden met alle toestellen in het betreffende gebouw.   In de daarop volgende weken werden alle gebouwen van de diverse instituten en de laboratoria, uitgezonderd de gebouwen van het Academische Ziekenhuis (het huidige UMC), aangesloten op het nieuwe eigen telefoonnet van de Rijksuniversiteit. Vanaf dat moment waren alle universitaire diensten en complexen telefonisch bereikbaar onder nummer 19111.   Op deze centrale, die op dat moment de grootste bedrijfscentrale in Noord-Nederland was, werd het mogelijk 9000 telefoontoestellen aan te sluiten. De verwachting destijds was dat men tot 1985 daarmee ruimte genoeg zou hebben op de nieuwe centrale. In de beginperiode werden er 3000 toestellen geplaatst en kwamen alle individuele abonnementen in gebruik binnen de verschillende gebouwen van de universiteit te vervallen. Een opsteker want op die manier konden 140 particulieren snel aan een aansluiting en nummer worden geholpen.   De nieuwe centrale had rond de 6 miljoen gulden gekost en was voor die tijd uitgerust met tal van moderne snufjes. Zo was er voor het eerst een doorkiessysteem en hadden dus alle 3000 bureautoestellen in de universiteit een eigen nummer bestaande uit vier cijfers. Door er twee keer een 1 voor het betreffende nummer te plaatsen was het toestel voor elke abonnee van buiten bereikbaar, zonder tussenkomst van een van de telefonistes.  Zo waar een enorme vooruitgang voor die tijd. Wanneer de betreffende persoon bij het telefoonnummer niet binnen tien seconden de telefoonhoorn opnam om een gesprek te voeren dan werd men automatisch doorverbonden met de centrale post in het Academiegebouw. De centrale was trouwens dag en nacht ‘bemand’.   Uiteraard was het voor een buitenstaander ook mogelijk het hoofdnummer te draaien en te vragen naar een bepaalde persoon, waarvan men het telefoonnummer niet wist. Via de toen nieuwe centrale werd het ook mogelijk gebruik te maken van een bepaald alarmeringssysteem. Als bijvoorbeeld de centrale verwarmingsketels zouden uitvallen was dit te zien door het flikkeren van bepaalde lampjes op de bedieningstafel. De centrale stond er niet zomaar want er was door medewerkers van de PTT en Philips meer dan anderhalf jaar gewerkt aan de voorbereidingen. Zo was er liefst 28 kilometer kabel gelegd tussen de universitaire gebouwen ondermeer in Haren en de destijds nieuwe wijk De Paddepoel.   De technische hoogstandjes bleven zich begin 1969 opvolgen want het werd ook bekend dat diverse politiekorpsen in Nederland interlokaal radiocontact zouden krijgen. De toenmalige minister van Binnenlandse zaken had namelijk besloten dat de proefnemingen in Kennemerland zouden worden uitgebreid tot de regio's Rotterdam-Den Haag, Arnhem en Utrecht.  Indien de ervaringen gunstig zouden zijn – zo stelde minister H.J.K. Beernink – zou ook Groningen een overkoepelend radionet krijgen, waarbij het destijds in aanbouw zijnde hoofdbureau aan de Rademarkt als centrale alarmpost zou gaan functioneren.   Voor nu onvoorstelbaar maar er waren verlangens bekend gemaakt ook de brandweer en GGD aan te sluiten op het eventuele nieuwe net zodat niet voor verschillende meldnummers gekozen diende te worden. De politiekorpsen in Haarlem en zeven naburige gemeenten werkten sinds oktober van 1968 met één gemeenschappelijk onbemand relaisstation. Op de bureaus waren vaste mobilofoonposten, waardoor het mogelijk werd dat de verschillende korpsen met elkaar in verbinding konden treden. Elk korps afzonderlijk was in staat via het oude mobilofoonnet radiocontact te maken met de patrouillewagens, die tevens konden overschakelen op het gemeenschappelijk net.   Overigens had de Politie Verbindingsdienst wel problemen door het gebrek aan beschikbare frequenties waarop de verbindingen konden worden uitgevoerd. Noodgedwongen week men uit na een hoge golflengte van 460 megahertz. Men was in staat een gebied met een middellijn van zestig kilometer te bestrijken. Met deze toen nieuwe zendapparatuur probeerde men de snelheid van het politieoptreden te bevorderen. De behoefte aan interlokaal radiocontact deed zich in het bijzonder gevoelen bij opsporingsacties, verkeersregeling, ordehandhaving en bij buitengewone gebeurtenissen. In totaal waren er vijftien relaisstations nodig om geheel Nederland te bestrijken. De laatste stap destijds naar een landelijke samenwerking van regio's zou het gebruik van straalzenders zijn, waardoor het mogelijk werd de verschillende gemeenschappelijke netten onderling te koppelen. Een halve eeuw later is bovenstaand allemaal nostalgie van de bovenste plank.   Hans Knot, 20 januari 2018.

hans knot

hans knot

Hans Knot: Optreden Fleetwood Mac in 1969 in Groningen liep niet goed af

Ik neem je mee terug naar 1 maart 1969. In krant van die dag in Groningen stonden tal van advertenties op het gebied van amusement. Zo probeerde het toen bekende uitgaanscentrum Beijering in Vlagtwedde onze aandacht te trekken met optredens van de Heikrekels en Howard Carpendale. In Roden was het mogelijk in ‘Onder de Linden’ naar de Buffoons te gaan. Verder traden ondermeer in het noorden op: the Motions, Blues Dimension, Oscar Harris and the Twinkle Stars en verscheen Ruud van Broekhoven in De Berenkuil aan de Grote Markt als deejay. Maar een hele groep andere Groningers had het voornemen die avond van een concert te gaan genieten in de Korenbeurs aan de Vismarkt in Groningen.   Het in die tijd als progressieve jongerencentrum omschreven Provadja, onderdeel van een landelijk netwerk van groeperingen die zich bezighielden met het organiseren van alternatieve bijeenkomsten, had voor die dag een lange manifestatie bedacht te houden vanaf 4 uur in de middag in voornoemde Korenbeurs in Groningen. Meer dan duizend enthousiaste Groningers waren aanwezig bij de manifestatie, die de geschiedenis is ingegaan als ‘Rovers Return’.   Wat de aanwezigen niet direct hebben gemerkt is dat er in de loop van die betreffende zaterdag tal van kleine irritaties zich voordeden tussen de organisatie en de beheerder van de Korenbeurs, zichzelf de beursmeester noemende heer D. Visser. Zoals zo vaak met festiviteiten van deze aard was er enige uitloop maar mede door gekonkel dat gedurende de gehele dag plaats had gevonden vond Visser dat de afgesproken eindtijd van de happening ook definitief de eindtijd diende te zijn, namelijk 12 uur middernacht. En toen ging het licht aan en vond Visser het wel genoeg en dus voor hem tijd om naar huis te gaan. Verontwaardiging bij het publiek want de belangrijkste act van Rovers Return was een optreden van de Britse formatie Fleetwood Mac. Visser had namelijk niet alleen het grote licht aangedaan maar ook de elektriciteitstoegang tot de geluidsinstallatie van Fleetwood Mac afgesloten. Het was de tijd van de eerste samenstelling van de Britse formatie, die al een top tien hit in Nederland had gehad voordat ze in welk ander land hadden gescoord. Laten we maar rustig stellen: met dank aan Radio Veronica destijds. Ter opfrissing even titels van songs die al waren doorgebroken: ‘Need your love so bad’, ‘Albatros’ en ‘Man of the world’.   In ieder geval toen Visser de lichten had aangedaan en vervolgens de geluidsinstallatie had afgesloten stond de Britse bluesgroep, zoals ze destijds nog werd ingedeeld, volledig onwennig op het podium in een onwezenlijke sfeer. De maandag erna was in de krant te lezen dat vervolgens horden mensen, te midden van kapotte pilsflessen, bassist John MccVie met een aantal stevige vloekgeluiden hadden gehoord vanwege de anticlimax van het festival. Solo gitarist was destijds Peter Green, die de zaal toeschreeuwde dat, wanneer het zou toegestaan zijn, de groep nog een nummer zou spelen terwijl hij tevens de excuses namens de hele formatie aanbood.   Gelukkig was Visser verstandig en sloot de geluidsinstallatie weer aan waarna nog een nummer kon worden gespeeld, hoewel duidelijk was te zien dat John McVie er eigenlijk geen zin meer in had. Tijdens het festival was er trouwens een lichtshow verzorgd door Bunk Bessels, die af en toe de Korenbeurs in een toverachtig toneel plaatste.   Even terugkomend op de eerder gememoreerde conflicten tussen de beursmeester en de organisatoren van Provadja Groningen kan worden gesteld dat laatstgenoemden erop hadden aangedrongen de pils uit plasticbekers te laten drinken en geen flesjes te verkopen daar men tijdens eerdere festival daar de nodige problemen mee had gehad.   Visser besliste echter anders en inderdaad was er, een half uur voor het begin van het optreden van Fleetwood Mac een ernstig voorval in de Korenbeurs daar een aantal van de aanwezigen nogal gevaarlijk met lege flesjes begon te gooien. Waarschijnlijk omdat een zekere Aimee direct werd ingezet om op te treden, werden ernstige ongelukken voorkomen. Ze trad dan ook op met ontbloot bovenlijf.   Voor die tijd was het helemaal niet zo gek dat er tijdens zo’n festival rechercheurs in burger aanwezig waren om vooral het gebruik van drugs en zedenovertreding in de gaten te houden. Ook zij genoten van de kleurendia’s verzorgd door Bunk, waarbij af en toe ook voor die tijd pornografische plaatjes voorbijkwamen. Opmerkelijk tijdens het festival was het optreden van de uit Roden afkomstige Michel Bellinga. Gestoken in een witte coltrui en een rode smoking liet hij het publiek al dan niet genieten van accordeonmuziek met als doel aan te tonen dat er ook jeugd was die niet alleen van beat- en bluesmuziek hield.   Bunk verraste het publiek ook met de vertoning van een song van Dylan, Don’t look back, geprojecteerd op een van de muren van het gebouw, waarbij hij vertelde dat hij deze opname had gekregen via Ringo Star. Een echt Gronings tintje, tijdens het festival waar f 6,50 entree diende te worden betaald, was trouwens het optreden van de formatie Solution die haar eenjarig bestaan dat weekend vierde, ondermeer met een jamsessie met andere muzikanten. De Groninger popscene had in ieder geval weer iets om over te praten en of Visser nadien belaagd is door ontevreden bezoekers kan helaas niets worden vermeld. Wel dat Fleetwood Mac een wereldgroep zou worden en decennialang zou optreden ondermeer met het nummer ‘Don’t stop now!’   Hans Knot, 13 januari 2018

hans knot

hans knot

Edwin Wendt: Hitcode en Paul von der Luftwaffe

Toen ik zondagmiddag het nieuws las over het overlijden van Peter van Dam (Egmond Complex-tijd; Peter van Dam was er in 1985 de muzieksamensteller van) wist ik dat er een in memoriam van zijn (radio-) vriend Peter van Bruggen zou komen. Dat verscheen woensdagmorgen op Facebook. Zie daar. Het 'krukje van Joost' (den Draaijer) werd zondag door Ferry Maat in diens I.M. als symbool voor 'het gemaakt hebben' op de Nederlandse popradio in de jaren zeventig. Het krukje blijkt tegenwoordig in bezit van Peter van Bruggen. Hij zat erop toen hij zijn I.M. schreef.
Zelf heb ik als luisteraar de dierbaarste herinneringen aan Peter op de KRO-woensdag (1981-83), met Manneke Pop en Komt er Nog Wat Van, voordat luistercijferstress de omroep in de armen van thuismixers en voormalig Radio Luxemburg-deejays uit Eindhoven dreef.
Als verlegen puber met de radio als grootste vriend was ik voor het eerst  op Hilversum 3 te horen in de zomer van '85. Peter van Dam en zijn maatje Gerard Kamer maakten een zomerkwis, Hitcode, waarvan ik een van de deelnemers was: live aanwezig bij een radio-uitzending in de Emmastraat en nog meewerken ook!
Leuk voor Peter en Gerard, dacht ik, dat ze in dit Wereldparade-seizoen (elke week een Top-30 afdraaien) ook weer eens een programma met vrije muziekkeuze konden maken. Jaren later sprak ik er, inmiddels zelf KRO-medewerker, collega Elly van Loenen over: wel nee joh, dat programma was gewoon strafcorvee omdat ze weer eens iets hadden uitgevreten!
Tijdens Hitcode was Paul van de Lugt, oud-nieuwslezer, zich inmiddels aan het warmdraaien als chef van de KRO Zalige Muziek Zondag. Ook Peter kreeg daar weer zijn eigen uurtjes, net als op woensdag onder de naam Manneke Pop. In oktober '85 begon het, eind mei '86 was het afgelopen: tegenvallende luistercijfers. Ik vond dat toen als 18-jarige radiofreak al volstrekt onbegrijpelijk: hoe snel kun je iets de nek omdraaien?
Peter van Dam nam zijn verlies en vertrok. In 2010 werd hij in een uitzending over 85 jaar KRO aan het voorval herinnerd door presentatoren Marc Stakenburg en Stefan Stasse: 'Ah, Paul von der Luftwaffe, hoe is het met hem?'
Dit was de Peter zoals ik me hem herinnerde: altijd spitsvondig en rap van tong en nooit bang om een grens op te zoeken. In de nazit sprak ik hem over het woordgrapje en bleek er geen echte wrok richting de voormalig KRO- en 3FM-baas (meer) achter te zitten. Zo had hij weinig begrip voor oud-collega Vincent van Engelen, die destijds vanwege 'hard feelings' niet wilde meewerken aan het KRO-feestje. Peter: 'Het is allemaal zo lang geleden, wat mij betreft komt Van der Lugt hier nu binnenlopen en drinken we samen een pilsje, I Couldn't Care Less'.
Edwin Wendt, 10 januari 2018   Foto Peter van Dam 18 november 2010 ( Vincent Schriel)

de redactie

de redactie

Hans Knot: september 1965 herinneringen

Eerder in 2017 beschreef ik de eerste moeilijke maanden van de in het najaar van 1965 van start gegane derde radionet, onder de naam Hilversum 3. Daaruit bleek dat de meerderheid van de omroepen nauwelijks nieuwe programma ideeën goed kon doorvoeren omdat er vanuit Den Haag door het ministerie van CRM nauwelijks geld ter beschikking was gesteld om het toekomstige station, dat de concurrent van de zeezender Radio Veronica diende te worden, tot een succes te maken. Uit het in dat verhaal geschetste programmaoverzicht van de diverse omroepen bleek heel duidelijk dat over enige vorm van concurrentie totaal niet gesproken kon worden.   Een latere grote tegenstander van Radio Veronica en andere zeezenders was mr. Harry van Doorn, tevens de latere minister van CRM, die in 1974 de zeezenders mede de nek zou omdraaien door invoering van de zogenaamde anti-zeezenderwet. De zogenaamde wet die geen wet was, maar een aanpassing van de bestaande wetgeving. Maar hij had in 1974 wel succes daar het populaire Veronica als ook de door velen beminde Radio Noordzee uit de ether verdwenen. Vlaamse luisteraars hadden meer geluk door het in de ether blijven van hun Radio Mi Amigo.   Maar al veel eerder liet mr. H.W. van Doorn van zich horen en wel in de tijd dat hij voorzitter was van de Katholieke Radio Omroep, kortweg de KRO. In september 1965 maakte hij namelijk bekend, dat zijn omroep, vaak tot de conservatieve zuilen gerekend, open en positief stond tegenover het eventuele toekomstige nieuwe bestel. Dit, omdat deze plannen, mits ze mochten doorgaan, dezen meer waarborgen bood voor geestelijke vrijheid en eenheid in verscheidenheid.   Minister Vrolijk, van CRM, had daarvoor aangegeven, dat een meer Open Bestel de weg voor de omroepen naar meer vrijheid mogelijk maakte. Van Doorn voegde eraan toe dat de omroepen eindelijk wisten waar ze enigszins naar toe gingen: “Er is eindelijk een tijd gekomen, dat men zich kan gaan wijden aan de eigen taak, namelijk het maken van programma’s, zonder dagelijks teveel tijd aan activiteiten kwijt te raken door tegen de stroom in te moeten roeien.”   Maar de vraag of KRO-voorzitter Van Doorn destijds blij was met de komst van Hilversum 3 was alleen maar negatief te beantwoorden gezien hij het helemaal niet goed vond dat minister Vrolijk het positieve sein had gegeven voor de opstart van Hilversum 3. Immers een gedegen luisteronderzoek over de toen bestaande radionetten Hilversum 1 en 2 waren dan wel aangekondigd maar resultaten waren, tot op dat moment, totaal niet bekend. Van Doorn: “Had men zo’n haast een licht platenpallet erbij te hebben? Is dit wegens Veronica? Nu een derde net nog slechts een maand op zich laat wachten is het tijd nog eens met nadruk te pleiten voor coördinatie tussen alle drie radiostations in Hilversum”. Daarbij uiteraard doelend op de uitzendingen van Hilversum 1, 2 en de toen toekomstige Hilversum 3.   Hij haalde daarbij aan dat de financiering van slecht één uitzending van het Radio Philharmonisch Orkest meer kostte dan de financiering van Hilversum 3 in de periode van de opstart tot en met 31 december 1965. Helaas stelde hij dit zonder het verder te onderbouwen. Hij vroeg zich daarbij tevens af of de regering het werkelijk betreurde dat er voor Hilversum 3 er zo bitter weinig geld beschikbaar was. “Juist door de beperkte financiële toezegging is men op Hilversum 3 slechts in staat alleen iets simpels te brengen, bijvoorbeeld platenprogramma’s. Op die manier heeft de regering voorkomen dat er op dit nieuwe radiostation al te serieuze praat kan komen, zodat dit radiostation geheel niet kan concurreren met Radio Veronica.”   Bovenstaande uitting van Harry van Doorn is me nooit duidelijk geworden want van echt serieuze programma’s bij Radio Veronica is volgens mij nooit sprake geweest. Men had slechts tot doel de luisteraars te verpozen met amuserende programma’s vol met vrolijke muziek. En in vergelijking wat er destijds via de Hilversumse omroepen werd gebracht dient het voor velen een verademing te zijn geweest.   Van Doorn kondigde tevens aan dat de KRO het niet over zich heen zou laten komen en zeker geen kleurloze programma’s op Hilversum 3 zou gaan brengen. Van Doorn wilde dus duidelijk wel concurrentie tegen de hem zo gehate indringer binnen de Nederlandse radio industrie, tevens gevestigd in het hart van Hilversum, Radio Veronica.   Maar ook op het gebied van de televisie waren er toch wel ontwikkelingen te noemen in de maand september 1965. Heden ten dage kijken we er niet meer van op, sterker nog, gaan we denken of het niet een onsje minder kan met al die goedbedoelde kookprogramma’s op de televisie. Op de dag dat ik deze column schreef was er in de middag een dame op MAX die ons leerde hoe we komkommer dienen schoon te maken en wortels te snijden. Of we in een kinderklasje zaten werd de boodschap veel te uitgebreid aan de kijker overgebracht. Zendtijd verknoeien is gelijk aan eten laten aanbranden. Is het voor MAX niet duidelijk dat men vooral te maken heeft met een ouder publiek die al decennialang weet hoe een heerlijke maaltijd te bereiden, uitzonderingen daargelaten?   Maar het was andere koek in september 1965 want er werd aan de kijker bekend gemaakt dat ‘de heer Kuijper’, afkomstig uit Purmerend eens per maand op de donderdagmiddag op het televisiescherm zou gaan komen om kookles te gaan geven. Compleet met fornuis, zo werd beloofd, zou hij het spiedend oog van de camera de cursus ‘creatief koken’ gaan geven.   Hij zag het als een persoonlijk beleven van de kookkunst: “Daar bedoel ik niets moeilijks of hoogdravends mee, alleen maar dat elke vrouw haar eigen specialiteit in deze kunst kan bereiken. En dat met gewone recepten!"  En dat is waar hij van uit ging in zijn tv.-lessen: de gewone ingrediënten, die iedereen in het gegeven jaargetijde kon kopen. Deze vormden de basis van het bijzondere dat ervan gebakken (of gekookt of gestoofd) kon worden. De heer Kuijper was jarenlang journalist geweest en vervolgens leraar Nederlands, maar koken vormde toch zijn alleroudste bezigheid.   Het begon met recepten verzamelen. Zoals andere jongens van zijn leeftijd postzegels of suikerzakjes verzamelden, zo legde Bennie Kuijper meerdere mappen aan met recepten met een totaal van meer dan 20.000 en er bevonden zich voor die tijd al vele antieke recepten onder, waarbij zelfs de tijd van de Romeinen in ons land werd bereikt.   De padvinderij bracht hem in contact met de praktijk: buiten op een houtvuur, en de jammerlijke mislukkingen van het begin vormden slechts even zovele aansporingen tot opnieuw proberen, tot het lukte. Hij was dan ook van plan veel te delen met de kijkers door in het eerste programma destijds te stellen dat in zijn uitzendingen totale recepten vrij te geven. Verder stelde hij: “Ik zal mij steeds aan de tijd van het jaar aanpassen en telkens datgene wat besproken wordt ook geheel toebereiden. In 20 minuten kan heel wat lekkers gemaakt worden, wanneer tenminste het voorbereidende werk gedaan is".   En zo kwam Ben vervolgens eens per maand in beeld op de televisie met zijn goed bedoelde koopadviezen voor de huisvrouw. Klaarblijkelijk was de keuken nog steeds het domein voor moeder de huisvrouw, zoals ik het zelf destijds in het ouderlijke huis altijd beleefd heb, hoewel wij, als kinderen daadwerkelijk betrokken werden bij het aanrechtgebeuren. Het leidde tot het gegeven dat, na vertrek uit het ouderlijke huis, je met de grondbeginselen en meer van lekker koken bekend was en dus eventuele gasten heerlijke gerechten kon voorschotelen. Oh ja, de eerste uitzending van het kookprogramma van Kuijper was op 23 september 1965 op de televisie te zien.     Hans Knot, 6 januari 2018   Foto Henk Bouwman en Harry van Doorn (archief ICCE Soundscapes Universiteit Groningen)  

hans knot

hans knot

Laurens Borst: Veranderingen op NPO Radio 1

Het medialandschap verandert snel. Ook in het nieuwe jaar 2018 zal deze ontwikkeling doorgaan. Bij NPO Radio 1 merken we ook dat de tijden veranderen.
Als traditionele snelste brenger van het nieuws heeft NPO Radio 1 tegenwoordig concurrentie gekregen van apps op de telefoon die een seintje geven bij breaking news. En net als bij tv is het een trend dat luisteraars vaker hun eigen moment kiezen om naar hun favoriete programma’s te luisteren via de NPO Radio 1 site of via de mobiele app. En in navolging van de Verenigde Staten rukt ook de podcast langzaam op in ons land. NPO Radio 1 biedt al een tijdje allerlei bestaande, maar ook exclusieve programma’s via podcasts aan. En er komen er nog veel meer aan, waaronder een dagelijkse podcast. De voorbereidingen zijn bij alle omroepen in volle gang.
Het zijn allemaal stuk voor stuk interessante ontwikkelingen die ons enorm uitdagen om NPO Radio 1 verder te vernieuwen en te verbeteren. Maar in de eerste plaats blijven we natuurlijk in deze tijden van nepnieuws de betrouwbaarste nieuws- en sportzender van Nederland. Een zender waar je altijd het gesprek van de dag kunt volgen. Met alle achtergronden, duiding en opinies die daarbij horen. Een zender waar we niet alleen 'zenden', maar waar luisteraars ook bij verschillende programma's betrokken worden. 
  Vernieuwde radioprogrammering
Ondanks alle uitdagingen die online op ons af komen en die we niet ongemerkt voorbij laten gaan, blijft onze radioprogrammering natuurlijk ook in 2018 nog het hart van onze zender. Het afgelopen jaar was de programmering - zo blijkt onder meer uit de cijfers - succesvol, maar samen met alle omroepen hebben we bij NPO Radio 1 alle zeilen bijgezet om vanaf 1 januari de programmering nog meer de moeite waard te maken. Een greep uit de vernieuwingen; Er is meer geld uitgetrokken voor onderzoeksjournalistiek in de doordeweekse dagprogrammering. Behalve Reporter Radio en Argos (weekend) zullen De Nieuws BV en Spraakmakers regelmatig met onthullingen komen. Spraakmakers is de nieuwe naam voor de vernieuwde formule van De Ochtend met vertrouwde, maar ook nieuwe rubrieken. Doordeweeks tussen 11.30 en 12.00 uur Eén op één, een stevig interviewprogramma met Sven Kockelmann. Iedere middag in De Nieuws BV tussen 13.30 en 14.00 uur een verrassende dagelijkse sportrubriek. EenVandaag tussen 15.30 uur en 16.00 uur een dagelijkse politiek halfuurtje. Terug van weggeweest, maar bij een nieuwe omroep en met een gloednieuw programma Nieuwsweekend, Peter de Bie en Mieke van der Weij. Op zaterdag tussen 13.00 en 14.00 uur Dr. Kelder en Co, een talkshow met Jort Kelder en talentvolle academici. Het populaire eet- en kookprogramma Mangiare! met Petra Possel is voortaan iedere week op vrijdag te beluisteren tussen 19.30 en 20.30 uur. Tijdens de Olympische Winterspelen in Zuid-Korea komen we net als bij de Tour de France iedere dag met een speciaal programma voor de sportliefhebbers. Samen met onze vertrouwde programma’s zoals onder andere Het Radio 1 Journaal, Met het Oog op Morgen, Vroege Vogels, De Taalstaat, Langs de Lijn, Kunststof, Dit is De Dag, Nooit Meer Slapen en Opiniemakers, kan iedereen zeker iets van zijn of haar gading vinden bij NPO Radio 1.
Mede namens alle makers wens ik u een mooi luisterjaar!
Laurens Borst, zendermanager NPO Radio 1 

de redactie

de redactie

Hans Knot: Winnen via de radio

Wie herinnert zich nog de Puch prijsvraag?   Luisteren naar de radio kan op vele manieren en diegene die intensief luisteraar was, en daartoe behoor ik zondermeer, herinnert zich vele leuke acties die in de loop van de afgelopen 5 decennia zijn te beluisteren geweest via zowel de publieke omroep als de zeezenders en Radio Luxemburg.   De Nederlandse service van Radio Luxemburg had een spel waarbij een benzinepomp in het land werd bezocht en zo maar voorbijgangers een prijs konden winnen. Bij ons thuis stond, wanneer de KRO uitzendtijd had, de radio aan. Programma’s als Moeders Wil is Wet en Raden maar hadden de voorkeur, waarbij ook weer het nodige te winnen was. Bij het eerste programma was het vooral het publiek in de zaal dat prijzen kon winnen. Raden maar was een onderdeel waarbij vooral de luisteraar vast werd gekluisterd omdat zij/hij toch vooral wenste te weten welk te raden geluid er toch werd uitgezonden. Maar zo waren er ook programma’s als Cash Casino, Kassa en meer. Aan een ander programmaonderdeel wil ik graag in deze column, zo vlak voor Kerstmis 2017, ook aandacht besteden.   Als je namelijk een willekeurige voormalige luisteraar van Radio Noordzee vraagt welk spelletje zij/hij zich herinnert, zal zeker 90% direct als antwoord ‘Prijsbewust’ geven. Het spel dat werd gespeeld in het programma van Tony Berk was immens populair en sloeg vooral aan bij de vele huisvrouwen van Nederland. Berk, destijds in de leeftijdscategorie onder de 25 jaar, had – volgens eigen zeggen – op sommige dagen wel 2 miljoen luisteraars.   In samenwerking met een groot aantal bedrijven was het voor de luisteraar mogelijk de prijzen van bepaalde producten te raden, waarbij een klein percentage mocht worden afgeweken van de echte prijs om de eerlijke winnaar te worden van het aangeprezen product. Variërend van een ‘Goudhaantje’ via een ‘Woepie Wip’ tot een ‘Datsun Cherry’ zaten in een prijzenpakket.   Maar ook werden er door Berk vele kleine prijsjes weggegeven om vooral iedereen binnen het gezin van de deelnemer ook blij te maken. En gerekend werd er telkens op de slogan in het programma ‘Prijsbewust’: ‘Aan het einde van de regenboog straalt een pot vol goud’. Speciale jingles werden er voor het programma ingezongen, terwijl in 1974 Tony Berk zelfs een plaat opnam met als titel: ‘Aan het einde van de regenboog…’. Doelend op de pot met geld die er te verdienen was.   Maar er waren meer mogelijkheden bij Radio Noordzee, het station dat in Nederland vooral via de 220 meter middengolf werd beluisterd, een prijs te scoren. Eén van de mogelijkheden vond plaats in de periode tussen 28 februari en 12 mei 1973. Op de eerste datum werd de luisteraar voor het eerst opgeroepen mee te doen aan een prijsvraag. Doel was de juiste volgorde van de Top 5 van de eerste volle week van de maand maart te voorspellen, die wekelijks op Radio Noordzee werd gepresenteerd door Ferry Maat. Vanaf 10 maart werd er wekelijks door hem een winnaar bekend gemaakt. Betrof het een man dan kreeg deze een Puch Skytrack en was de winnaar een vrouw dan stond er een Puch Maxi als cadeau klaar.   Maar er kwam wel iets meer bij kijken dan alleen het voorspellen van een Top 5, die trouwens op een briefkaart gericht aan ‘Radio Noordzee Top 50, Postbus 117 Hilversum’ diende te worden opgestuurd. In de advertentie, die bij de reclamecampagne was inbegrepen en die ook via folder bij de benzinepompen verkrijgbaar was, werd de eventuele kandidaat er wel op gewezen dat de briefkaart diende te worden voorzien van een postzegel met een waarde van 30 cent, ‘niet vergeten, anders doe je niet mee’.   Daar Ferry Maat op de doordeweekse dagen altijd tussen 2 en 4 uur in de middag was te beluisteren en op de zaterdagen tussen 12 en 3 uur in de middag, was het bijna onmogelijk de fout in te gaan bij het raden van de Top 5. Maar de deelnemer diende ook nog het rijmpje af te maken dat wekelijks in de campagne meedraaide. Slechts één originele regel ter aanvulling was voldoende. Maar er werd wel aan toegevoegd dat men zijn/haar best diende te doen, want bij meerdere juiste voorspellingen van de Top 5 besliste de originaliteit van het rijmpje de uiteindelijke prijswinnaar.   Men had er voor gekozen een driekoppige jury te vragen wekelijks te beoordelen wie de winnaar ging worden. De jury bestond uit Ferry Maat, Tony Berk en Peter Holland. En in de gedrukte campagnebegeleiding werd bij voorbaat al gemeld dat er niet over de uitslag kon worden gecorrespondeerd.
  Er was nog een voorwaarde waaronder de deelnemerskaart wekelijks werd geaccepteerd: er diende namelijk een datumsticker op de kaart te worden aangebracht zodat de jury kon zien voor welke week de Top 5 was ingezet. En om aan een dergelijke datumsticker te komen diende je in het bezit te zijn van een Shellina-Super-Sticker-Poster, die dan weer gehaald kon worden bij het Shell benzinestation.   Had je dan je wekelijkse Top 5 voorspeld en op de briefkaart, voorzien van een dergelijke datumsticker, dan was het wel wenselijk deze kaart, tevens voorzien van het rijmpje, zeer vroegtijdig op de post te doen daar deze kaarten uiterlijk dienden binnen te zijn bij Radio Noordzee met de ochtendpost van de woensdag, voorafgaand aan de zaterdag dat de betreffende Top 50 werd uitgezonden.   Deelnemers mochten onbeperkt meedoen dus meerdere rijmpjes en de Top 5 per week insturen was geen probleem. En de deelnemerskaart met alle informatie kon ook weer bij het tanken van Shellina worden verkregen. In ieder geval was het, mede doordat de actie bij herhaling werd uitgelegd en dus vaak in de programma’s voorbij kwam, een mooie actie waarbij twee producten in een keer werden gepromoot. Uiteindelijk waren niet alleen de tien winnaars blij maar ook de beide fabrikanten.   Het is in deze tijd te koud om die nostalgische Puch uit de schuur te halen en dus adviseer ik dit uit te stellen tot het voorjaar en vooral te genieten van de komende periode. Ik wens U allen een warme Kerstperiode en veel voorspoed in 2018, wanneer ik weer terug ben met andermaal een nostalgische column.   Hans Knot, 23 december 2017  

hans knot

hans knot

Hans Knot: Radio Veronica in 1963 (2)

In de column van vorige week verhaalde ik vooral over de opkomende rol van Radio Veronica binnen het Nederlandse radiospectrum. Maar hoe was het een en ander geregeld bij de benedenburen? We gaan andermaal terug naar de maand april 1963.   In het Belgische Parlement was intussen al wel een wet aangenomen, die de historie inging als ‘de piratenwet’. Daarin werd gesproken over een lucht- of zeestation van Belgische nationaliteit. Uiteraard was iets dergelijks niet te gebruiken in ons land omdat de Borkum Riff niet in Nederland was geregistreerd. Journalist Hansen had nog wel even bij de directie van Veronica geïnformeerd inzake hun kennis van de Belgische wet. ‘Eén van de Gebroeders Verweij vertelde dat na het aannemen van de Belgische wet de raadsman van Radio Veronica, de Utrechtse advocaat mr. W. Derks, een informatieve bespreking had gevoerd bij het Europese Hof in Straatsburg: “Deze raadsman kwam met een aantal andere interessante gegevens terug. Wij zijn niet van plan ons zondermeer neer te leggen bij welke wettelijke verbodsbepaling dan ook!” Mr. Derks had aan de Verweij ’s duidelijk gemaakt dat het construeren van een wet tegen Radio Veronica een zeer ingewikkelde zaak zou zijn. Het station lag op de vrije zee en het stoorde niet. Het Verdrag van Rome over de vrije meningsuiting had er ook direct mee te maken. Als er een wet in 1963 was gekomen dan was het echter voor de directie van Veronica een kwestie geweest van de wet te gaan toetsen. Dirk Verweij: “Ik kan moeilijk nu verder uit de school klappen. Ik moet mijn kruit natuurlijk zoveel mogelijk droog houden.”   Dezelfde dag ging in ‘de Volkskrant’ het dagelijkse redactionele artikel ‘Ten geleide’ ook over de regering en Radio Veronica en werd ondermeer gesteld: ‘Veronica mag dan wel geen Nederlandse wet overtreden, haar activiteiten komen wel in conflict met internationale afspraken. Bovendien is het voor de gewone man onverteerbaar dat de justitie een arbeidersjongen uit het Drentse veen maanden achter slot zet als hij met een zelfgemaakt zendertje zit te prutsen, terwijl de handige koopman op zee ongestoord zo’n tien miljoen per jaar kan omzetten aan etherreclame.’   De redactie van ‘de Volkskrant’ stelde dat de regering dan maar eens diende te kijken hoe in het bedrijfsleven dergelijke ongelijkheden werden aangepakt: ‘Het meest gehanteerde wapen om een ongewenste mededinger van zijn bevoorrechte positie te beroven is daar de harde concurrentie. Een goed geoutilleerde reclamezender te land, met een regeringsconsessie werkend onder technisch ideale omstandigheden, kan ‘Veronica ter zee’ in korte tijd overbodig maken. Nu Nederland de berg van de beeldreclame in de ether genomen heeft, behoeven we over de drempel van de geluidsreclame alleen nog maar formeel heen te stappen. Hoe men er immers ook over wil denken, radioreclame is er al.’   Op 5 mei 1963 waren er in diverse plaatsen de toen al gebruikelijke bevrijdingsfeesten waar de Nederlanders niet alleen stil stonden bij hen die gevallen of vernietigd waren tijdens de oorlog, maar zeker ook uit hun bol gingen van vreugde te leven in een vrij Nederland. Zo werd op een aantal locaties in Rotterdam ook feest gevierd. Eén van de feesten was georganiseerd door ‘Voormalig Verzet Zuid-Holland’. Deze organisatie had ondermeer het uit Amsterdam afkomstige cabaret ‘Lurelei’ uitgenodigd, destijds bestaande uit Ben Rowold, Frans Halsema, Eric Herfst, Jasperina de Jong en Sylvia de Leur. Ze traden op in restaurant Lommerrijk voor een voornamelijk Christelijk publiek. ‘Het Parool’ wist de dag na het feest te melden dat het optreden van ‘Lurelei’ vroegtijdig werd afgebroken, doordat een groot deel van het publiek het optreden onmogelijk maakte.   Het incident ontstond toen een liedje werd ingezet over Radio Veronica dat werd geschreven door Ben Rowold en van muziek voorzien door Frans Halsema. ‘Het Parool’: ‘Ze deden dat gisteravond voor de 330ste keer door, verkleed als Leger des Heils soldaten, een tekst te zingen, waarin verscheidene malen het woord ‘Halleluja’ voorkomt. Reeds na het eerste couplet verlieten sommige aanwezigen de zaal, terwijl anderen de vuisten balden en ‘schavuiten’ of ‘kwajongens’ riepen. Toen de cabaretiers bleven doorzingen over het schip Radio Veronica en nog enige malen het refrein ‘Halleluja’ klonk, werd het tumult in de zaal vrij algemeen.’   In de zaal waren rond de 500 bezoekers aanwezig, waarvan tallozen waren opgestaan en luid hun ongenoegen uitten richting de personen op het toneel, waarna Ben Rowold besloot het optreden te stoppen en de gordijnen naar beneden gingen. Maar daarmee was er nog geen einde gekomen aan de activiteiten die avond want vervolgens trad de voorzitter van ‘Voormalig Verzet Zuid-Holland’ naar voren. Het was de vroegere wethouder van Rotterdam, dhr. A. Hogeweg, die er nog een schepje bovenop deed door het publiek excuus aan te bieden voor ‘het ongepaste en volkomen onjuiste optreden.’ Ook de toenmalige burgemeester van Rotterdam was aanwezig tijdens ‘het feest’, want ‘het Parool meldde: ‘Burgemeester mr. G. E. van Walsum goot later met een heel fijn speechje als het ware olie op de golven en het werd toch nog een geslaagde avond.’   In de kleedkamer, achter het toneel, zat na het incident ‘de Lurelei groep’ geslagen en eenzaam bijeen. Eric Herfst verklaarde dat nog geen enkele keer eerder wanklank op het lied was gehoord en dat één keer het lied uit het programma was gelaten: “Dat was bij de opening van het Diaconessenhuis in Arnhem. Maar verder is het overal, ook in de kleinste dorpen met orthodox-christelijke of katholieke toehoorders, goed ontvangen’.  “Vrienden, stilte alstublieft, vrienden, mag ik u allemaal verzoeken uw meegebrachte transistorradio's even af te zetten. Ook tot de vrienden in de zaal zou ik hetzelfde verzoek willen richten. Lieve vrienden, draait u allemaal uw draagbare radiootjes even af, het heeft niet de minste zin om daarnaar te luisteren, want zoals u allemaal wel weet, is Radio Veronica slechts tot acht uur 's avonds in de ether. Wij openen straks onze bijeenkomst met het zingen van lied 146 bis uit de gezangenbundel van de Vrienden van Veronica. Ja vriend Halsema u kan beginnen met het voorspel. Scheepken op de woeste baren, scheepken op de woeste zee, gij zijt niet te evenaren. Uw programma's zijn oké. Al staat de zee ook hol en hoog. Al zweept de storm u voort. Houdt altijd Johnny Hoes in ’t oog. Gooi Mozart overboord.

Dierbare vrienden van Veronica. Toen ik mij vanavond op weg begaf naar deze bijeenkomst, toen kwam mij onwillekeurig het woord van de dichter in gedachten, het woord, dat u ongetwijfeld vertrouwd in de oren klinkt: O, was ik maar bij moeder thuis gebleven! En dierbare vrienden, nu ben ik zo innig verheugd te mogen constateren
Kapitein... Kapitein Rowold! Ja, kapitein, mag ik eventjes wat zeggen. Maar natuurlijk. Vrienden, kameraadske De Leur hier wou eventjes wat in het midden brengen. Kapitein, wat zit uw haar leuk. Brylcream
Hallelujah, Amen!
  Vrienden, ik hoef het nauwelijks te zeggen. Er staan voor u en mij hoge belangen op het spel. Het gaat ons vanavond om de geestelijke vrijheid van heel een volk, namelijk de vrijheid om nog stompzinniger te worden dan het van natuur al was. Duistere krachten, ja ik mag wel zeggen satanische krachten hebben zich tegen ons gekeerd en in de benauwenis en diepe ellende is ons een ding duidelijk geworden, een zekerheid is ons ten deel gevallen, die vroeger ontbrak. Onze vaderen en voorvaderen verkeerden in de mening dat de duivel in de hel woonde. Dit geloof, wij weten het thans, berustte op een misvatting. De duivel, mijn dierbare vrienden en vriendinnen, de duivel woont in Hilversum. Kapitein, mag ik nog even iets zeggen?
Ga uw gang Kapitein, wat draagt u een charmant kostuum. Terlenka!
Hallelujah, amen!
Wij zingen thans lied 202 vers 3 uit de gezangenbundel van de Vrienden van Veronica, terwijl ondertussen de gelegenheid bestaat tot het offeren van de beroemde Veronica-gulden. Er ruist langs de wolken een lieflijk akkoord. Dat voor alle mensen de stilte vermoordt Het zijn vlotte plaatjes die ieder graag hoort. En wie er naar luistert wordt geestelijk gestoord. Kent gij, kent gij, die zender niet. Die ons zoveel vreugde en vrolijkheid biedt? Kent gij, kent gij, die zender niet die ons zoveel vreugde en vrolijkheid biedt? Thans bestaat er, voor ons vrienden, gelegenheid om een persoonlijk getuigenis af te leggen. Wie komt er naar voren om te getuigen of te profiteren? Aha, kameraadske Van Wely, ga uw gang kameraadske. Dierbare vrienden in Veronica, vroeger was ik een chronisch migrainelijdster, thans heb ik de hele dag door barstende koppijn en ik moet zeggen, het bevalt uitstekend, want mijn man doet nu altijd de afwas en de kinderen naar bed. Dit heb ik te danken aan Radio Veronica en daarom: dank u wel lieve Veronica.
Amen, Hallelujah!
  Lieve vrienden van Veronica, vroeger had ik altijd twee zenuwtrekkingen, een bij me linkeroog en een van me mond naar mijn neusvleugels. Thans heb ik er 124. U zult begrijpen in welke mate dit me leven heeft verrijkt, het is nu zeer boeiend geworden, waar het vroeger tamelijk eentonig was en daarom: dank lieve Veronica
Amen, Hallelujah!
  Dank u wel, kameraadskes, uit uw getuigenis blijkt zonneklaar welk een weldadige invloed onze zender uitoefent op honderdduizenden
luistervinken. Kapitein, mag ik nog even wat zeggen? Ja, natuurlijk. Kapitein, wat heeft u een glanzend gebit. Vim.
Hallelujah, amen!
  Wil er misschien nog iemand getuigen? Kameraad Herfst, hebt u nog wat te getuigen of te profiteren? Pardon? Wilt u een getuigenis afleggen, kameraad Herfst? U moet harder spreken, ik ben een beetje doof. Ach, hoe komt dat? Radio Veronica? En na dit, in zijn eenvoud zo aangrijpende, getuigenis zijn wij aan het eind gekomen van deze bijeenkomst. Het is morgen vroeg dag, om acht uur is Veronica weer in de ether. Er is nog een collecte aan de uitgang die ik warm wil aanbevelen. Ja, niet de uitgang, maar de collecte ten behoeve aan de slachtoffers van Veronica. Zingen wij tenslotte uit onze gezangenbundel lied 50 aller verzen: ‘Janus, Janus, pak me nog een keer. Pak me nog een keer, pak me nog een keer. Janus, Janus, pak me nog een keer! Als je het nou niet doet, dan kun je het niet meer.’ Humor dus die je begreep dan wel verafschuwde.     Hans Knot , 16-12-2017

hans knot

hans knot

Hans Knot: Radio Veronica in 1963 (1)

In deze nostalgische column ga ik ver terug in de tijd. In de maand april 1963 was het drie jaar geleden dat Veronica voor het eerst in de ether was gekomen en in de weken vooraf werd er in tal van kranten andermaal positief bericht over de activiteiten van het radiostation. Aangenomen mag worden dat de journalisten, die Veronica destijds in het zonnetje hebben gezet, dit hebben gedaan op uitnodiging van de leiding van Radio Veronica. Allereerst maar eens naar de ‘Haagse Post’ van 13 april 1963 waarin het platenteam werd voorgesteld onder leiding van de toen 32-jarige Tony Vos: “Het is mijn taak onze tijd zo goed mogelijk te verkopen aan de sponsors. Dat betekent dat we onze programma’s zodanig aanpassen aan de smaak van het publiek, dat heel het land binnen een half uur iets naar zijn zin heeft kunnen beluisteren. Nu, dat doen we niet, want dat is godsonmogelijk.”   Vos ging in de tijd vooral door het leven als een bekend jazzmusicus en smalend werd onder de jazzliefhebbers wel gesteld dat Tony Vos ‘de Zangeres Zonder Naam’ mocht opzetten op de draaitafels van Radio Veronica. Vos: ‘De persoonlijke voorkeur geldt niet meer als je hier de voordeur achter je hebt dichtgeslagen.’ Bij de studio van Veronica werden in die dagen gemiddeld 500 brieven per besteldag door de PTT afgeleverd. In de ochtenduren werden dezen gesorteerd door een gepensioneerde zeeman, die ‘Oom Piet’ door het personeel werd genoemd. Daarna bracht hij ze naar de diverse platendraaiers, die ervan overtuigd waren dat ze met hun populariteit die van de zuilen zouden gaan overtreffen. ‘De Haagsche Post’: ‘Wat de jongeren betreft werd daarvan het sprekend bewijs geleverd door populariteitsverkiezingen, waarin de eerste drie plaatsen werden ingenomen door Veronica programma’s, al komen we nog steeds protesten tegen, daar storende reclame 10 tot 15% van de zendtijd is.’ Tineke vragende over de luisterpost stelde ze triomfantelijk: “We komen deze maand óók aan de miljoenste brief van de luisteraars toe”. Er werden ook door steeds meer grotere en bekende bedrijven gebruikt gemaakt voor het kopen van de reclamezendtijd op het station, waarvan een groot deel in die dagen werd opgenomen, al dan niet in een gesponsord programma, bij het Productiebedrijf van Benny Vreden, dat gevestigd was in Loosdrecht. Vreden in ‘de Haagsche Post’: “Wij zijn eigenlijk een muzikaal reclamebureau, we specialiseren ons dus op de jingles, waarmee de programma’s beginnen en eindigen. We gaan praten met het bureau of het bedrijf dat ons de opdracht gaf, en dan proberen we onze programma’s zoveel mogelijk aan de bestaande campagnes aan te passen.” Vreden’s jingles en commercials, destijds tot stand gekomen met behulp van lang niet altijd freelancers, gezien ook een groot deel van de medewerkenden in vaste dienst was bij één van de omroepen, deelden hun bekendheid met andere reclamespots gemaakt door ondermeer het productiebedrijf van Thijs Chanowski.   De journalist van de ‘Haagse Post’ eindigde tot slot met informatie rond de toen 22-jarige dienstplichtige soldaat 41.01.07.193, die het 3 jarig bestaan niet kon meemaken wegens dienstplicht: “Ik moet poetsen, ik zou liever de plaat poetsen.” Afsluitend schreef dezelfde journalist dat Joost de Draayer inmiddels een historisch document aan het schrijven was met als titel: ‘Het logboek van een piraat’, met als ondertitel: ‘de avonturen van een niet zeewaardig mens’. Na zijn diensttijd gaat hij, ook al gesponsord, naar New York om reclamepsychologie te studeren. Hij hoopt hier terug te keren als commerciële televisie een feit is.’   Een ander uitgebreid artikel verscheen op zaterdag 27 april 1963 van de pen van Han J.A. Hansen, in ‘de Volkskrant’, waarbij de kop voorlopig alles zeggend was voor het station: ‘Radio Veronica buiten schot van dit kabinet.’ Het bleek dat de voorlopige conclusies van de departementale juristen zouden blijven liggen totdat een volgende regering aan de macht was. Minister Korthals, destijds verantwoordelijk voor het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, had in december 1962 aan de Tweede Kamer meegedeeld dat wettelijke maatregelen tegen Radio Veronica in voorbereiding waren. De juridische problemen waren echter te ingewikkeld gebleken om een waterdichte regeling te construeren voor een direct en effectief ingrijpen tegen exterritoriale radiostations. En dus hadden de deskundigen de regering geadviseerd te wachten, want een aanpassing van een wetsbepaling, waarbij het exploiteren van zendinrichtingen, ook buiten het eigen grondgebied, diende te worden getoetst aan internationale afspraken als wel er dan ook tegelijkertijd een wijziging van het Wetboek van Strafrecht diende te worden geregeld. ‘De Volkskrant’: ‘Op het ministerie van Justitie is men al tijden doende om het wetboek op dat punt te laten aanvullen, onafhankelijk van een eventuele regeling tegen de piratenzenders.’   Verder ging men in op de goede handelshanden van Dirk Verweij en zijn broeders, bijgestaan door een aantal aandeelhouders: ‘Zijn eigen vistuig in de ethergolven zorgde voor een rijke buit. De laatste jaren maakt Radio Veronica, naar verluidt, een omzet van ongeveer 8 ton per maand met de verkoop van zendtijd. Het aanvankelijke gokje van de Hilversumse kousenhandelaar groeide uit tot een formidabele onderneming. Fiscaal voldoet hij aan de verplichtingen. De totale exploitatiekosten worden geschat op ongeveer 60.000 gulden per maand. Ingewijden zeggen, dat de aandeelhouders jaarlijks acht maal hun geïnvesteerde kapitaaltje kunnen opstrijken.’ De journalist van ‘de Volkskrant’ vroeg zich af waarom er dan geen wetsvoorstel werd gemaakt, waarin opgenomen dat het bedrijven van activiteiten aan land voor een zeezender strafbaar kon worden gemaakt. Immers wist iedereen dat de programma’s in Hilversum werden opgenomen en werd wijds in krantenartikelen gesproken hoe de bevoorrading vanuit de haven van Scheveningen plaats vond. ‘Ingrijpen aan die zijlijn zou een spaak kunnen betekenen aan het Veronicawiel.’ Hij had zijn contacten in Den Haag daarover vragen gesteld maar kreeg een ontkenning te horen: ‘Voor het algemene rechtsgevoel zou het een onbevredigende en kromme redenering zijn als men zou zeggen: “Ik kan niet rechtstreeks ingrijpen, daarom pak ik haar maar van een zijlijn.” Dat zou het beginsel van een behoorlijke rechtstoepassing ernstig aantasten.’ Een volgende keer meer over dit onderwerp.   Foto en illustratiemateriaal: Max Lewin collectie.   Hans Knot, 09-12-2017  

hans knot

hans knot

Edwin Wendt: Maan, Me Too en De Mol

Het voorval met zangeres Maan (die van schrik in huilen uitbarstte toen ze tijdens een live-optreden in de radiostudio van 538 met een streaker werd geconfronteerd), zegt veel over het gevaar van monopolieposities in de media. 
Goed beschouwd is deejay Frank Dane, die de grap bedacht, een volgende MeToo-dader. Hij is, als vertegenwoordiger van een populaire radiozender waarvan Maan afhankelijk is, in een machtspositie. Maan heeft zijn zender nodig. In plaats van haar in haar artistieke waarde te laten, stelt hij haar bloot aan puberale lol.
Juist nu zo'n grap uithalen getuigt van heel weinig realiteitszin. Dezelfde Dane is ook co-presentator van RTL Boulevard, waar hij in de laatste weken herhaaldelijk over MeToo-gerelateerde zaken sprak. Tenzij hij onnadenkend de autocue voorleest, zou hij dus moeten weten dat alles wat maar een beetje riekt naar seksuele intimidatie momenteel onder een vergrootglas ligt.
Toch zal Dane niet hard aangepakt worden.
Radio 538 behoort namelijk, zoals vrijwel alle grote commerciele radiozenders, tot het almaar uitdijende imperium van John de Mol. Ook in Dane's andere broodheer RTL-4 heeft De Mol op zijn minst belangen. Hij is weliswaar eigenaar van concurrent SBS-6, maar zus Linda is een van RTL4's gevierde sterren.
Als tegenwicht op de voornamelijk negatieve reacties op de foute grap (zanger Tim Knol voorop met een oproep tot een boycot van 'kutzender' 538)  bood omroep WNL (zeg maar: Telegraaf-tv) vanmorgen ruimte aan 'opvoeddeskundige' Phaedra Werkhoven die stelt dat Maan's reactie nogal overdreven is. WNL is opgericht door Sjuul Paradijs, destijds hoofdredacteur van De Telegraaf, van het Nederlandse mediaconcern Telegraaf Media Groep. Voorzitter is Frank Volmer, tevens directeur van de Telegraaf Media Groep. Het citaat van Werkhoven bij WNL, met excuses voor haar kromme Nederlands: 'Ik begrijp niet zo goed dat je daarvan meteen moet huilen eerlijk gezegd. Ik vond het ook wel een beetje van...pff, zo erg is het nou ook weer niet'.
De Telegraaf en De Mol, hebben die misschien ook iets met elkaar te maken? Een volledige overname van De Telegraaf door De Mol ketste afgelopen zomer af, hij beperkt zich voorlopig tot 'een strategisch belang' van bijna 30 procent.
Natuurlijk heeft Maan vanmiddag de excuses van deejay Dane geaccepteerd. Haar volgende plaatje wil ze ook weer gedraaid krijgen.   Overigens: ook Maan is 'van' De Mol: zij begon haar carrière in diens The Voice of Holland en staat nu onder contract bij 8BallMusic, waarin De Mol partner is. Hier zijn dus twee De Mol-onderdanen een 'MeToo'tje' aan het uitvechten.
https://www.msn.com/nl-nl/nieuws/other/onbegrip-voor-tranen-maan/ar-BBGb6fD?li=AAazPsO&ocid=spartanntp   Edwin Wendt, 04-12-2017

de redactie

de redactie

Hans Knot: Popstation Hilversum 3 slechter kon het niet

In deze historische terugblik neem ik je mee naar de laatste week van januari 1969. Het was de tijd dat de Draadomroep voor ons in Huize Knot verleden tijd werd, zoals op vele andere plekken in de stad Groningen en elders in het land. Luisteren naar bepaalde radiostations diende in de toekomst puur alleen via de transistorradio te gebeuren, wat op zich geen probleem was. Alleen was het niet zo goed gesteld met de favoriete radiostations. Radio Caroline had al bijna 10 maanden verstek laten gaan doordat de beide zendschepen van dit radiostation wegens niet nakomen van betalingen van hun ankerplaatsen waren weggesleept. Ze werden in de Amsterdamse Houthaven aan de ketting gelegd.   Het geluid van een andere zeezender, Radio Veronica, was mede door slechte frequentie en laagvermogen zender, gedurende de winterse dagen slechts enkele uren per dag echt goed te ontvangen in het noordoosten van Nederland. En in de avonduren was het luisteren in de fading naar de programma’s van Radio Luxembourg. Ook werd de radio af en toe afgestemd op de middengolf om enigszins overdag, waar mogelijk, te luisteren naar AFN Bremerhavn, een radiostation van The American Forces Radio gericht op de in Bremerhavn gelegderde Amerikaanse soldaten. Maar goede radio was het om zeker regelmatig op af te stemmen.   Op 29 januari 1969 verscheen er het bericht in de kranten dat de programma’s van Hilversum 3, vaak door de overheid bestempeld als het popstation dat als alternatief dienst diende te doen ten opzichte van Radio Veronica, meer zendtijd zou krijgen. Vanaf 1 mei 1969, zo werd bekend gemaakt, zou Hilversum 3 eventueel dagelijks tot middernacht zijn te beluisteren en dus een drastische uitzenduitbreiding krijgen. Tot die bewuste datum was Hilversum 3 slechts tussen 9 uur in de ochtend en 6 uur in de avond te beluisteren. De uitbreiding was niet alleen bedoeld voor in de avond maar ook in de ochtend, want op 1 mei zou men vanaf 7 uur in de ochtend actief zijn.   Het persbricht maakte verder melding dat het de bedoeling zou zijn  om het popkarakter van Hilversum 3 tot zes uur ’s avonds te handhaven en zelfs te versterken. Het gaf me toen alle reden tot nadenken en bijna een halve eeuw later beginnen mijn ogen nog te knipperen bij het lezen van deze vorm van desinformatie. Ik probeer het geen stokpaardje te laten worden maar wil toch nog eens teruggrijpen op de programmering van wat zo vaak het popstation Hilversum 3 werd genoemd.   Daarvoor ga ik terug na de willekeurige vrijdag- en zaterdagprogrammering 1969, dus 48 jaar geleden op Hilversum 3. De vrijdag bracht ons om 9 uur de VARA met Eddie Beckershow. Een voormalige Veronicadeejay die als een van de eersten de overstap naar de publieke omroepen maakte. Hij werd om 11 uur gevolgd door VARA collega Felix Meurders die in dat jaar zijn eerste stappen in Hilversum maakte nadat hij al voor Radio Luxembourg had gewerkt. Van 12 tot 14 uur was vervolgens op de vrijdagmiddag de VPRO, die het recht tot het uitzenden van de Top 30 had, dit in presentatie van Joost den Draaier. Allemaal nog aannemelijke kost maar waarom een Top 30 op de vrijdagmiddag, een tijdstip dat velen aan het werk of naar school waren?   Maar dan om 14.00 uur de AVRO met het programma Lynx of Los, het staat me bij dat we het dienden te zoeken in de lichte amusementshoek als het ging om dit programma. Als ik duik in diverse archieven is er van dit programma niets bewaard gebleven laat staan dat er iets is terug te vinden over het presentatieteam. Ik zal er voor naar Hilversum dienen af te reizen om in oude edities van de AVRO Bode te duiken om erachter te komen meer informatie te krijgen over Lynx. De uren daarna bracht deze omroep ‘Muziekboetiek’, het AVRO Radio Journaal met nieuws in het kort en afsluitend tussen 5 na 5 in de middag en zes uur het programma ‘Zingende Boogie’, een speciaal programma voor de automobilist. Inspirerende muziek voor de teenager was op dat tijdstip wel te vinden op Radio Veronica dat tussen 4 en 6 uur de Rob Out show programmeerde.   De willekeurige zaterdag, in 1969, begon op Hilversum 3 om 9 uur met het programma Djinn, dat werd gemaakt door medewerkers van de KRO. Een programma vol amusement en een fleurtje actualiteiten en een bedenksel in 1965 van Leo Nelissen, die in 1968 de overstap had gemaakt naar de NOS. Djinn werd in eerste instantie gepresenteerd door Martha Doyle en Donald de Marcas, waarbij de eerste de ontdekker was van Hans van Willigenburg, die een lange KRO carriere zou gaan maken ondermeer als medepresentator van het zaterdagochtendprogramma. Misschien vanwege de luie zaterdagochtend, sinds enkele maanden hoefden we op de zaterdagochtend niet meer te werken, zijn er vlagen van dit programma bij gebleven.   Leo Nelissen (foto database Beeld en Geluid)   Halverwege de zaterdag had je dan het programma Skivatoon dat door de NOS werd uitgezonden en je op de hoogte bracht van de nieuwste LP’s in het lichte genre. En wat zo vaak voorkomt als je zoekt in de archieven van Beeld en Geluid, er wordt geen zoekresultaat gevonden op de titel van dit programma, dat tot 13 uur duurde, waarna de versnipperde zendtijd werd overgenomen door de NCRV. Eindelijk popradio? Ik kan me er persoonlijk niets van herinneren even als het gaat om de inhoud van ‘Four a clock tea’, dat een uur duurde want om 17 uur, na het ANP Nieuws was het tijd voor ‘Hier en Nu de Wekelijkse Sportshow’, dat de zaterdag voor Hilversum 3 tot de zendtijduitbreiding per mei 1969 zou blijven afsluiten. Een programma dat niet werd overgeslagen al was het alleen maar om te horen hoe AVC of Sportclub Genemuiden het er weer vanaf hadden gebracht in hun Zaterdag Voetbal Klasse. Af en toe kwam er dus een popplaatje voorbij op de zaterdagen.   Maar dan de plannen voor de avondprogrammering, zoals die per 1 mei 1969 diende in de gaan. Men wilde allereerst de sterkte van de zender op de 240 meter handhaven, eventueel zelfs versterken.  Men had het plan opgevat om op het ‘popstation’ Hilversum 3 in de avonduren een schema te gaan hanteren dat vergelijkbaar was met het derde programma van de BBC Radio. In september 1967, met de komst van BBC Radio 1 etc. en het einde van de BBC Home Service, was een herindeling van programmering geweest en kreeg BBC Radio 3 in de avonduren een mengelmoes aan programma’s, waaronder praatprogramma’s, klassieke muziek en ruimte voor uitzendingen van mini-zendgemachtigden. Ruimte voor de gebruikelijke uitzendingen van de politieke partijen was er ook en dus leek het de omroepen in Hilversum het mooi een dergelijk schema ook in Nederland in te voeren.   De plannen voor de uitbreiding van zendtijd inzake Hilversum 3 werden vervolgens door omroepvertegenwoordigers aan minister Marga Klompé, destijd verantwoorderlijk voor CRM, voorgelegd. Zij stemde in, mits de omroepen in 1969 de extra zenduren zelf zouden betalen. De omroepen gingen in principe direct accoord met de voorwaarden. Dan lag er nog het probleem dat er intereferentie zou kunnen onstaan door de uitzendingen op die van een Hongaars station die dezelfde frequentie was toegewezen. Deze veronderstelling bleek. na een door medewerkers van de NRU (Nederlandse Radio Unuie) gepleegd onderzoek, niet waar te zijn. Dit hield tevens in dat reeds in februari 1969 Hilversum 3 gedurende alle uitzenduren op hoogvermogen zou blijven uitzenden via de 240 meter en dat er geen verlaging in vermogen na 17.00 uur meer zou plaats vinden.   Of alle veranderingen van invloed zouden  zijn op de beluistering van het ‘popstation’ Hilversum III kun je de antwoorden zelf wel raden. Tevens is het de vraag of de uitbreiding in zendtijd er inderdaad al in de maand mei 1969 zou komen. Het zou in ieder geval nog enkele jaren duren voordat we echt Hilversum III  als een volwassen popstation zouden gaan beluisteren, maar daarover een andere keer meer.   Hans Knot, 02-12-2017

hans knot

hans knot

Hans Knot: Ellen Bijl, een radio monumentje

Ik blik vandaag terug naar de maand januari 1969 toen één van de minst gefotografeerde vrouwen van de Nederlandse omroepen, KRO medewerkster Ellen Bijl, in de spotlights werd gezet middels een verhaal in de kranten van de GPD en zo konden bijvoorbeeld lezers van het Leids Dagblad of die van het Nieuwsblad van het Noorden meer gewaar worden over de vrouw achter de naam die men zo vaak had gehoord via een aantal programma´s die door de KRO werden uitgezonden.   Ellen Bijl was in 1969 27 jaar en had blond kort haar. Verder was ze volgens de journalist in kwestie lekker hip gekleed met haar bruine sportkousjes en wat dat betreft echt wel een uitzondering in de KRO-studio's. Maar een bewijs ervan is er niet te vinden in het toch aardig grote archief van Freewave Nostalgie en ook andere geraadpleegde bronnen geven geen resultaat. Alleen is in het Delpherarchief een exemplaar van een krant terug te vinden waarbij de afgedrukte foto totaal ondefinieerbaar is. De samenstellers van het prachtige gedenkboek van 60 jaar KRO noemen niet eens haar naam.   Ellen was destijds werkzaam op de afdeling lichte muziek van de KRO radio en werd een van die opvallend harde werksters genoemd. ledere week produceerde zij drie programma's, te weten ´P.M.´, ´Vliegende schijven´ en ´In antwoord op uw schrijven´. Deze drie programma´s werden in 1969 altijd op de zaterdag uitgezonden en hadden een totale tijdsduur van zes uur. Volgens Bijl, die een enorme muziekkennis bleek te hebben, was ´In antwoord op uw schrijven´ het gemakkelijkste om te produceren.    Over de muziekkeuze voor bovenstaand programma stelde Ellen Bijl destijds: “Het is of de duvel er mee speelt, maar iedereen vraagt bijna hetzelfde — De Heikrekels, Heintje, Gert en Hermien Timmerman. Merkwaardig is ook dat de aanvragen zelden of nooit uit de randstad Holland komen, maar altijd uit de provincie. En vergeet hierbij ook niet het Hoesrepertoire. Soms vragen de mensen mij platen te draaien die nog niet eens in onze discotheek zijn opgenomen."   Ellen Bijl werkte in 1969 al bijna negen jaar bij de KRO. Ze startte, vlak na haar eindexamen MULO, op de typekamer. Daar begon ze aanvankelijk met het uittikken van de teksten voor het programma ‘De Zonnewijzer’, maar dat hing haar al snel de keel uit. Ongeveer drie jaar heeft ze daar desalniettemin gezeten. Toen kwam ze bij de muziekafdeling terecht. Alles wat er uit kwam op het gebied van de lichte muziek luisterde ze braaf af. Andermaal destijds Bijl: “Ik ben wel niet zo'n dolle liefhebster van De Heikrekels, maar het hoort nu eenmaal bij je vak."   En er kwamen in die tijd nogal wat nieuwe platen uit: per week 30 l.p.’s en 50 kleine plaatjes, de weloverbekende singles. “Daarvan zijn er twintig bruikbaar, de rest is vuilnis. Ik luister ze allemaal af op kantoor. Dat is dan misschien wel eens vervelend voor mijn collega's, maar ik kan er ook niets aan doen: iedereen moet zijn programma's maken, al kan ik me dan wel voorstellen dat, als ik al om half negen aan de gang ben, mensen met een ochtendhumeur weleens de pest in krijgen.” Thuis luisterde Ellen Bijl destijds nog zelden naar muziek, alleen nog een enkele keer naar wat goede oude klassieken, zoals Mendelssohn en Vivaldi.   Andermaal destijds in de GPD kranten: “Soms denk ik wel eens: ik ben helemaal niet zo muzikaal, ik heb alleen maar een bepaalde feeling voor mijn vak en bovendien is het mijn hobby." Uiteraard werd haar gevraagd of ze misschien een vervolg in haar loopbaan zag bij een programma van de KRO op televisiegebied. “Ze hebben me wel eens gevraagd script-girl te worden, maar ik heb er geen draad zin in. Dan kan ik weer opnieuw beginnen en bovendien verlies ik dan mijn zelfstandigheid en die is me veel waard. Ze hebben me ook wel eens voor omroepster gevraagd, maar dat is helemaal niets voor mij. In de eerste plaats heb ik een geweldige microfoon-angst, in de tweede plaats weet ik wel iets leukers te verzinnen dan andermans teksten op te lepelen. Ik schrijf ze liever zelf."   Het programma ‘In antwoord op uw schrijven’ leverde Ellen Bijl per week rond de zeshonderd brieven op. En die las ze inderdaad allemaal door. “Je blijft gillen als je ziet wat er soms in die brieven staat. Ik krijg soms velletjes lang alle huwelijksmoeilijkheden van mensen voorgeschoteld. Daar kun je dan uiteraard niets aan doen. Vrij veel post komt ook uit gevangenissen. Ook in België heeft dit programma kennelijk grote luisterdichtheid. Daar vragen ze maar drie dingen: ‘De Klokkebaaien’, Will Tura en Bobbejaan Schoepen. En iedereen vraagt verder altijd hetzelfde. Daarbij heb ik gemerkt dat het de mensen helemaal niet om die ene plaat te doen is, maar voornamelijk om het horen noemen van hun eigen naam.”   Een frappant voorbeeld haalde ze ook nog even naar boven: ”Pas geleden had ik 160 aanvragen voor ‘Mamma’ van Heintje, maar ik bleek achteraf maar 159 namen genoemd te hebben. Mooi dat die ene vergeten schrijver zich meldde en schreef: ‘die plaat interesseert me niet, die heb ik toch in mjjn eigen kast, maar waarom heeft u mijn naam niet genoemd? Daar was het mij om te doen.’ En dat vond ik nu een onbegrijpelijke zaak.”   Eerder al schreef ik in ander verband over haar activiteiten: Zie ook mijn column van 13 januari 2016 https://www.internetradiocafenl/blogs/entry/404-hans-knot-vliegende-schijven-programma-voor-gelegerde/   Na haar pensioen genoot presentatrice Ellen Bijl nog enkele jaren waarna zij op 8 maart 2013 is overleden. Via Radio 5 werd er kort stil gestaan bij haar heengaan en werd ondermeer gememoreerd dat zij jarenlang medepresentator van ‘Drie tussen de middag’ samen met Hans van Willigenburg was geweest. Ook presenteerde zij samen met Edwin Rutten het KRO programma ‘Ontbijtshow’. Zij deed daar de verslaggeving. Verder was zij betrokken bij het bekende programma ‘Theater van het Sentiment’. De veelzijdige Ellen Bijl deed ook de muzieksamenstelling van programma’s als ‘Licht te verteren’ en ‘IJsthee’. Ellen Bijl is 71 jaar geworden (31 mei 1941 – 8 maart 2013).   Hans Knot, 25-11-2017

hans knot

hans knot

Hans Knot: De Zonnebloem KRO radio

Ik neem je mee naar de jaren zestig van de vorige eeuw om stil te staan bij het afscheid van een toen al decennia lang belangrijke presentator die ooit aan de wieg stond van een radioprogramma dat speciaal werd gemaakt voor zieken en gehandicapten. Reeds in 1945 was het programma al te horen via Radio Herrijzend Nederland en in 1946 werd het ingelijfd door de KRO met de initiator als presentator. Radioziekenbezoek de Zonnebloem met Alex van Wayenburg. Hij was van mening dat er binnen de Nederlandse samenleving veel meer aandacht diende te worden gegeven aan zieke en gehandicapten en niet alleen het programma werd tot dit doel gebruikt.   Op 17 januari 1949 werd de ‘Stichting De Zonnebloem’ opgericht en de luisteraars werden opgeroepen lokale intiatieven te ontplooien middels de doelstellingen van de Stichting. Als gevolg daarvan werden overal in Nederland  plaatselijke comités opgericht, waarvan de deelnemers zich vooral gingen inzetten voor bezoeken aan zieken en gehandicapten en tevens andere activiteiten gingen verzorgen.   In 1964 werd besloten de Stichtingsvorm vaarwel te zeggen om de organisatie in verenigingsvorm voort te zetten waarbij gerekend kon worden op ondersteunende leden, die met een jaarlijkse bijdrage voor de nodige financiën zorgden. Het aantal leden, evenals het aantal vrijwilligers, nam toe, zodat steeds meer activiteiten konden worden georganiseerd.   Een van de initiatieven, naar voorbeeld van soortegelijke reizen georganiseerd vanuit het Rode Kruis, was het aanschaffen van een hotelschip die kon worden ingezet voor reizen met zieken en gehandicapten. Financiering werd mogelijk door massale deelname van de Nederlanders die via radio en televisie werden aangespoord te doneren. Inmiddels is in 2006 het schip vervangen door een eveneens ‘De Zonnebloem’ genoemde boot, waarop jaarlijks 2850 gehandicapte mensen een korte vakantie genieten.   Vermeld die te worden dat de Nationale Vereniging de Zonnebloem een enorm grote organisatie is met meer dan 40.000 vrijwilligers. Men heeft rond de 1200 plaatselijke comités die of op eigen initiatief werken of samenwerken met anderen. Ongelovelijk is het aantal bezoekjes dat jaarlijks afgelegd wordt bij mensen die gehandicapt zijn en moeilijk nog buiten huis kunnen komen: meer dan 1 miljoen bezoeken.   Terug naar Alex van Wayenburg en 1968 want op 1 juli van dat jaar verliet hij de KRO en dus ook de presentatie van zijn radioprogramma, om vervolgens op pensioen te gaan. Voor het programma ‘Radioziekenbezoek de Zonnebloem’ betekende dat destijds een gevoelige klap. Alex van Wayenburg was immers de Zonnebloem, die hij 23 jaar daarvoor op poten zette en waarop hij bijna een kwart eeuw zijn zeer persoonlijke stempel drukte.   Hij was zelf vaak in zijn leven ernstig ziek geweest en daarmee was hij de aangewezen persoon om een radioprogramma voor de zieken te maken. En daarbij had hij zich altijd laten leiden door de gedachte dat niet gezonde en/of gehandicapte medemens niet geïsoleerd mocht worden. Via zijn programma diende een gemeenschapsgevoel te worden bijgebracht aan de luisteraars.   In november 1930 trad Alex van Wayenburg als de eerste echte omroeper bij de toen jonge Katholieke Radio Omroep in dienst en bleef dat tot het begin van de Tweede Wereldoorlog in mei 1945. Vrijwel vanaf het begin van zijn loopbaan bij de KRO verzorgde hij eenmaal in de week een ziekenprogramma van een half uur.   Hij was het niets eens met de bezetter, zoals vele voormalige omroepmedewerkers, en staakte dus alle activiteiten voor de radio. Tijdens de de oorlog kwam hij in een minder prettige periode terecht, Zo viel hij van het dak van zijn woning en liep daarbij een schedelbasisfractuur op. Niet veel later na gedeeltelijke herstel kreeg hij een ernstige infectie dat bijna zijn dood betekende.   Jarenlang had hij tijd tot diepnadenken en besloot te komen tot het oprichten in 1945 van het Zonnebloem programma. Zoals gemeld niet via de KRO maar eerst via Radio Herrijzend Nederland. Samen met Wim Quint verzorgde hij via dit station, dat eerst in zuidelijk Nederland actief was, een half uur durend radioprogramma voor zieken en gehandicapten.   In 1946 functioneerden de omroepen van voor de Tweede Wereld Oorlog weer redelijk als voor die wrede tijd en ging het programma door via de uitzendingen van de KRO. In 1948 kreeg hij ondersteuning van Joke Eikhoudt, die zijn rechterhand werd tot en met zijn  pensionering in 1968.  Het Radioziekenbezoek was driemaal in de week (maandag van elf tot half twaalf, donderdag en vrijdag van elf tot twaalf uur) te beluisteren. In totaal zijn er inclusief de 107 uitzendingen voor Herrijzend Nederland bijna vijfduizend van dergelijke programma’s de ether ingegaan (luisterdichtheid tussen de kwart en een half miljoen).   De tweeduizendste uitzending, die in december 1959 plaats vond, werd gevierd met een klankbeeld over Hellen Keller, een Amerikaanse vrouw die ondanks haar blindheid, doofheid en spraakhandicap (doofblindheid) een voorvechster was van ‘eigen validiteit’ van de fysiek of geestelijk misdeelden, zoals het destijds werd geformuleerd. Allerlei acties werden er georganiseerd door de Zonnebloem, zoals gebedsacties, inzamelingen voor financiering van hoofdtelefoons, maar bovenal het leggen van contacten.   Een bepaald opzet van zijn programma heeft Van Wayenburg nooit nagestreefd. In een interview stelde hij destijds: “Het programma is met zijn tijd meegegroeid, en dat kan ook niet anders, omdat de actualiteit altijd in de Zonnebloem een woordje meesprak. Maar de Zonnebloem. heeft nooit zijn improviserende karakter verloren. De mensen dienen niet te denken dat ik ooit met een netjes uitgetikte of geschreven tekst heb gewerkt. De Zonnebloem is altijd live uitgezonden behalve de speciale buitenopnamen dan. Vroeger waren die ook rechtstreeks, maar daar zijn we vanaf gestapt.”   Die programma's, die waren opgenomen in ziekenhuizen of sanatoria, duurden twee tot drie uur aan opnametijd en daarvan werd vervolgens een samenvatting van 20 minuten gemaakt. Van Wayenburg andermaal destijds: “Bandopnamen en montage zijn dan onontbeerlijk.” Gelukkig voor de Zonnebloem stopte Alex van Wayenburg op 1 juli 1968 alleen zijn radiowerk. Na zijn pensionering zou hij als hoofdbestuurslid nog veel werk voor de stichting verrichten. De leiding van de Zonnebloem kwam vervolgens in handen van de toen 26-jarige Wil van Neerven uit Stevensbeek in Noord- Brabant, die in mei 1967 als assistent van Van Wayenburg in dienst van de KRO was gekomen.   Alex van Wayenburg vond namelijk dat de jongeren wel eens zijn werk mochten gaan doen bij de Zonnebloem. ‘Ik heb er zelf ook altijd met enorm veel plezier aan gewerkt. Het heeft eigenlijk mijn hele leven gevuld. Elke uitzending was telkens weer nieuw, alsof het mjn eerste programma was. Er is er geen een, waarvan ik echt spijt heb gehad. " Nog tot en met 1977 bleef Alex van Wayenburg binnen het hoofdbestuur van de Vereniging Zonnebloem actief. Op 3 maart 1980 kwam hij in Baarn te overlijden en verloor Nederland een radiopionier van het eerste uur.   Bronvermelding: interview Van Wayenburg in de GPD kranten uit juni 1968 Archief: Freewave Nostalgie Zestig Jaar KRO, uit de geschiedenis van een omroep, 1985. Internetsite Stichting de Zonnebloem.   Hans Knot, 18 november 2017

hans knot

hans knot

Hans Knot: Herinneringen aan hou em in de lucht actie

Dit keer neem ik U in een tijdsmomentje mee naar de maand juni 1973. In het gebouw van Tweede Kamer in Den Haag werd er eerder dat jaar, op 18 april, een hoorzitting gehouden waarbij tal van bekende Nederlanders hun woordje deden tot behoud van de zeezenders. Dezelfde dag trok er een enorme menigte, vooral jongeren, vanaf het Malieveld door de straten van Den Haag richting de Tweede Kamer om te demonstreren voor het behoud van Radio Veronica en de andere actieve zeezenders. Eerder al was er in 1971 een actie geweest onder het motto: ‘Veronica blijft als U dat wilt’ en al vrij snel na de happening in april 1973 bleek dat er weinig hoop was dat de zeezenders zouden mogen blijven uitzenden zonder dat de medewerkers strafbare feiten konden plegen. Met andere woorden er zat een wijziging van de wetgeving aan te komen.   Reden genoeg om actie te ondernemen vonden zowel de directie van Radio Veronica als die van Radio Noordzee. Het was in die tijd voor velen een kwestie vergelijkbaar als die met de Rolling Stones en The Beatles een tiental jaren eerder. Je was voor het ene radiostation en niet voor allebei. Wat betreft de voorkeur voor een radiostation in 1973 viel bij mij de keuze al een paar jaar op Radio Noordzee en haar Engelstalige zusje RNI. Ik vond dat er veel meer leven in de brouwerij zat bij het beluisteren van de programma’s dan bij die van Radio Veronica. Dit kwam voornamelijk omdat de internationale service van RNI totaal live vanaf boord werd uitgezonden en dat een deel van de programma’s van Radio Noordzee ook live werden gepresenteerd door een team dat ook verantwoordelijk was voor de nieuwsvoorziening vanaf het zendschip MEBO II.   En het waren niet zo maar jonge kerels die de programma’s van de Nederlandse service presenteerden. Een groot deel van hen had een gedegen opleiding gehad binnen een van de beste scholen  op dit gebied destijds, de ziekenomroep Lucas van het gelijknamige ziekenhuis in Amsterdam. Daar hadden ze wel geleerd wat productiewerk was; hoe ze prachtige jingles konden maken en welke presentatiestijl het beste gevolgd kon worden. Bovendien had men een schat aan kennis inzake instrumentale muziek die voor productiedoeleinden kon worden ingezet.   Beide voornoemde radiostations zetten zich vervolgens in te komen tot een grote schare luisteraars die zich in de toekomst als lid wilden beschouwen van of de VOS, de latere VOO, dan wel de Stichting RTV Noordzee. Prachtige jingles werden er voor de actie geproduceerd terwijl in de startweek van de actie een lied werd voorgesteld, dat elk uur werd gebruikt in  de uitzendingen van de Nederlandstalige service. Het was het nummer ‘Geef Ons Een Kans’ - Radio Noordzee Koor met Peter Holland als lead-vocalist (Elf Provinciën). Op de b-kant van de single waren jingles van Radio Noordzee terug te vinden. Op 22 juni werd de actie vanaf de Noordzee met live programma’s begeleid en vier dagen later werd het duidelijk dat de wet tegen de zeezenders er zeker zou komen daar de leden van de Tweede Kamer hadden besloten dat het Verdrag van Straatsburg zou worden ondertekend.   Aangezien Jacob Kokje en ikzelf eerder dat jaar, in de maand mei, de RNI dubbellp, die deels in samenwerking met medewerkers van RNI was geproduceerd, ten doop hadden gehouden, lagen er al de nodige contacten ten burele van John de Mol sr. Vrij snel werd duidelijk dat men een ledenwerfactie wenste op te zetten onder het motto ‘Radio Noordzee Hou em in de lucht’. Men wilde dit gaan doen met inzet van particulieren als ook een eigen promotieteam en winkeliers. Jacob kwam met het idee via de telefoon om gezamenlijk ook mee te gaan doen aan deze werving. En zo kregen we de beschikking over een heus pakket aan promotiemateriaal bestaande uit posters, de welbekende ‘Hou em in de lucht’ stickers en inschrijflijsten voor mensen die zich bereid voelden zich in te schrijven als lid voor de periode 1973/1974 van de Stichting RTV Noordzee, die als postbusadres 338 in Bussum had.   In een begeleidende brief was instructie te vinden evenals dat werd aangegeven in hoeverre de administratie diende te worden bijgehouden als ook hoe de ingehaalde gelden dienden te worden overgemaakt naar de Stichting RTV Noordzee. Als ik me zo herinner na vele decennia zijn we destijds ondermeer 2 discotheken in het Groninger Winschoten in geweest. Het was de discotheek van Royal York en die met de mooie naam Just Fancy. De laatste was vernoemd naar een van de grote hits van de formatie The Ro-d-ys, die uit Oude Pekela in de directe omgeving van Winschoten, afkomstig was. Een van de voormalige leden van de groep had die discotheek opgericht.   In die discotheken en later in Groningen hebben we een ontelbare hoeveelheid stickers uitgedeeld, maar zover ik kan herinneren hebben we geen lijsten bijgehouden, noch gelden geïnd. Het was de snelste manier om zoveel mogelijk mensen de mogelijkheid tot lidmaatschap onder aandacht te brengen. En wees eerlijk inschrijven in een swingende discotheek lijkt niet verstandig.   De actie van het promotieteam van Radio Noordzee, ondersteund door het programmateam van het station en vele vrijwilligers, had echter niet het resultaat dat men verwacht had. Niet meer dan 35.000 Nederlanders hadden zich als lid aangemeld waardoor het indienen van een licentieaanvraag er niet werd gedaan en er na 31 augustus 1974, toen de allerlaatste uitzending van Radio Noordzee werd uitgezonden via ondermeer de 220 meter middengolf, geen sprake meer was van ‘Hou em in de lucht’. En de stickers en posters die over waren kregen een plek op de slaapkamer muur.   Hans Knot, 11 november 2017

hans knot

hans knot

Hans Knot: Kijk en luistergeld jaren zestig vorige eeuw

Een terugblik naar eind jaren zestig van de vorige eeuw. In die tijd was het luisteren naar de radio en het kijken naar de televisie in Nederland aanzienlijk beperkter dan een halve eeuw later. We hadden drie Hilversumse radionetten en twee televisienetten. Verder was er in een aantal provincies, al dan niet met elkaar gekoppeld, sprake van regionale radio. Televisie, verzorgd door de regionale omroepen, zou pas in de mid-jaren negentig van de vorige eeuw van start gaan.   Maar er werd volop gediscussieerd over de mogelijkheden van een bredere vorm van regionale radio en de invoering van regionale televisie, zoals op 9 oktober 1968 toen er in de Tweede Kamer een nota werd toegezegd over dit onderwerp. Het waren de toenmalige ministers Klompé, Bakker en Witteveen die de leden van de Tweede Kamer een nota hadden toegezegd over het standpunt van de regering ten aanzien van de educatieve en de regionale televisie- en radio-uitzendingen.   Dit bleek uit de verschenen memorie van antwoord op het voorlopig verslag over de Wet op de Omroepbijdragen. In de memorie van antwoord werd een hogere kijkgeld heffing van bezitters van een kleurentelevisie-ontvanger van de hand gewezen. Dit zou. aldus de bewindslieden, niet stroken met het doel dat met de invoering van de kleurentelevisie was beoogd. Ten overvloede werd daarbij nog opgemerkt, dat het hierbij niet alleen ging om ondernemersbelangen, maar vooral om het grote belang van de werkgelegenheid en de exportmogelijkheden. Een groot deel van de productie van kleurentelevisies was in handen van Philips, die alle belang had bij hoge exportcijfers. De kleurentelevisie was in Nederland destijds nog maar net ingevoerd en bij lange na niet waren de programma’s in kleur te zien. Er kon eerder gesproken worden van mondjesmaat en bovendien was het aantal uitzenduren via de twee televisienetten beperkt.   Hoe werkte dat destijds in de jaren zestig met de betaling van deze bijdragen? Eens, per kwartaal, kwam er een rekening van de ‘Kijk en Luisterdienst’ binnen, waarbij verzocht werd deze uiterlijk op de 15de van de daarop volgende maand te voldoen via het loket van het Postkantoor. Lang niet iedereen was in het bezit van een giro- of bankrekening en bij mijn werkgever, het Provinciale Electriciteitsbedrijf voor Groningen, werd een groot deel van de salarissen nog contant uitbetaald. Afhalen bij mejuffrouw de Vries aan de ‘Kas’ of aangetekend toegestuurd krijgen van het salaris via de post was het toenmalige gebruik voor diegene die geen giro- of bankrekening had.   De nota van de dienst die gelden diende in te zamelen om de radio en televisieorganisatie in ons land draaiende te houden, werd meestal een tijdje op de schoorsteenmantel in de kamer gezet tot dat het moment daar was dat het echt op betalen aankwam. Hoe vaak ben ik wel niet, met de nota in de hand, op verzoek van mijn moeder naar het Postkantoor geweest, om deze betaalbaar te stellen. Keurig kreeg je dan een strookje mee terug, voorzien van een speciale zegel en stempel, ter bewijs van betaling. Dit strookje werd dan achter het geluidsbox van de draadomroep gedaan. Immers als er controle van de ‘Kijk- en Luisterdienst’ kwam of de rekening wel was betaald, diende het bewijs te worden getoond.   Het was de tijd dat er in Nederland nog lang geen sprake was van commerciële radio en televisiestations; daar dienden we nog een tweetal decennia op te wachten. Het geïncasseerde geld was ter financiering van de wat we heden ten dage publieke omroepen noemen. Er was wel, hoewel op kleine schaal, reclame op radio en televisie gekomen, maar dat was bij lange na niet genoeg om de radio en televisie draaiende te houden. Trouwens ook heden ten dage dient het merendeel van financiering van deze tak van radio en televisie nog steeds uit de staatskas te komen. Zoals er veel veranderde in de jaren zestig van de 20ste eeuw, werd er ook gewerkt aan de omzetting van de kijk- en luisterbijdrage in de zogenaamde ‘Omroepbijdrage’. Dit was een verplichte bijdrage voor hen die in het bezit waren van een radio en/of televisie. Per 1 januari 1969 trad de zogenaamde ‘Wet op de Omroepbijdragen’ in. Vanaf dat moment werd het merendeel van de Nederlandse bevolking geacht ook in het bezit te zijn van een giro- dan wel bankrekening om het aantal dure handelingen op het postkantoor tegen te gaan. Aan voornoemde wet zaten nogal wat haken en ogen, zodat de brave burger nog beter gecontroleerd kon worden en bovendien verplicht werd nog meer gelden af te staan aan de overheid. De omroepbijdrage bevatte ondermeer de regel dat er een vaste bijdrage per gezin of alleenwonende diende te worden betaald ter hoogte van f 75,00, dat via halfjaarlijkse inning diende te worden voldaan. Deze bijdrage was bestemd voor het in het bezit hebben van één of meerdere televisietoestellen, één of meerdere radiotoestellen en/of draadomroepaansluiting.   Deze regeling viel onder de categorie: Omroepbijdrage A. Veel mensen hadden in die tijd nog geen televisietoestel en dus was er in de Wet op de Omroepbijdragen ook een categorie B opgenomen. In deze categorie vielen die personen die alleen in het bezit waren van één of meerdere radiotoestellen en uiteraard diende de mensen, die binnen deze categorie vielen, minder te betalen, namelijk f 24,00 per jaar onder de voorwaarde dat dit bedrag in één keer diende te worden voldaan. Met de nieuwe regeling verviel de afzonderlijke heffing voor het in het bezit hebben van een autoradio dan wel het in het bezit hebben van een radiotoestel dat buiten de woning werd meegenomen. Voorheen was het ook gebruikelijk dat de Nederlander die in het bezit was van een radio- en/of televisietoestel in een zogenaamde nevenwoning, zeg maar tuin- of vakantiehuisjes, een aparte bijdrage diende te betalen. Nieuw in de regeling was dat meerderjarige inwoners, dus diegene die ouder waren dan 18 jaar, en die in het bezit was van een eigen ontvangsttoestel in hun slaapkamer, een aparte bijdrage diende te gaan betalen. De overheid dacht met de nieuwe regeling wel aan de personen die medio 1968 volgens de oude regeling een bijdrage hadden betaald. Daarin werd namelijk duidelijk rekening gehouden met het gegeven of de hoofdbewoner van een huis al dan niet had toegestaan of er meer dan één radio- en televisietoestel in het huis aanwezig waren. Was er een tweede of meerdere toestellen in huis aanwezig dan werden dezen apart belast.   In een landelijke campagne van de Dienst Omroepbijdragen, die in advertenties in zowel landelijke als regionale kranten verschenen, werd dan ook aangekondigd dat diegene die in de loop van 1968 voor extra toestellen voor de periode van een jaar kijk- en luistergeld hadden betaald, een restitutie van te veel betaalde bijdrage medio 1969 konden verwachten. Ook was de regeling opgenomen dat diegene die om bepaalde redenen vrijstelling had gehad van kijk- en luistergeld, automatisch ook vrijstelling zou krijgen van het betalen van de verplichte omroepbijdrage. Het ging hier voornamelijk om gezinnen die om wat voor redenen dan ook in financiële problemen zaten en via de gemeentelijke weg vrijstelling van betaling hadden aangevraagd en verkregen. Wel werd duidelijk in de advertentiecampagne aangeven dat een hernieuwd verzoek tot vrijstelling van betaling van de verplichte omroepbijdrage twee maanden voor het einde van 1969 diende te worden ingediend bij de burgemeester van de gemeente waar men woonachtig was.
  Uiteraard was er ook in de nieuwe wet opgenomen dat bepaalde groepen onder bepaalde omstandigheden vrijstelling konden krijgen van de verplichte betaling van de Omroepbijdrage. Daarbij dient te worden gedacht aan vooral blinden, slechtzienden en doven. Wel diende daarvoor een schriftelijk verzoek in te worden gediend aan de Dienst Omroepbijdragen, die destijds gevestigd was aan de Hofweg 3 in ’s Gravenhage. Naast de omroepbijdrage voor gezinnen werd het in het bezit hebben van ontvangsttoestellen in kantoren, werkplaatsen, fabrieken, kantines, winkels en dergelijke apart belast. De campagne van de overheid had in de advertenties ook nog een goede raad aan diegene die meer dan één toestel in het bezit had en wel dit vooral te melden daar, wanneer de controle ambtenaar aan huis kwam, een overtreding zou worden bestraft: ‘Dit is bijzonder onverstandig! Zij riskeren een strafvervolging en zware boetes. Wij geven deze mensen een goede raad. Begin 1969 met een schone lei. Doe op het postkantoor aangifte’.
  Met de start van een nieuwe eeuw werd met ingang van 1 januari 2000 de verplichte Omroepbijdrage naar het verleden gestuurd. De overheid haalde vanaf dat moment haar bijdrage aan de publieke omroepen uit de pot verplichte belastingen. Al betalen we dan mee aan de financiering, het gebeurt op een meer eerlijke manier als in het verleden. Maar hoe anders kan het ook zijn als we kijken naar onze Oosterburen, Duitsland, bestaat er nog steeds de jaarlijkse bijdrage aan kijk- en luistergelden en werd begin dit jaar bekend dat bepaalde groepen, zoals de doofblinden, wettelijk wel worden belast tot het betalen van de bijdrage, maar gelukkig een verzoek tot vrijstelling kunnen indienen. Het bedrag van de gecombineerde heffing van het kijk- en luistergeld werd vanuit de overheid als niet overmatig genoemd. Het voorgestelde tarief zou slechts weinig gaan verschillen van de tarieven in Duitsland, Frankrijk en Italië.   Hans Knot, 4 november 2017

hans knot

hans knot

Hans Knot: Hoe Dickie Hemmes Dick Harris werd

Recentelijk kreeg ik een vraag voorgelegd van een lezer inzake Dick Harris, wat ertoe leidde dat ik niet alleen het antwoord kon geven middels een duik te nemen in mijn archief maar ook om eens een nostalgische terugblik op deze vooral bekende televisieregisseur, uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, te schrijven. Als je de gegevens op Wikipedia, waaraan iedereen kan meewerken, opzoekt dan lees je dat Dick Harris in 1927 in Den Haag is geboren en zijn artiestenleven een aanvang nam als goochelaar en jongleur, vervolgens muzikaal begeleider werd en uiteindelijk televisieregisseur, die zowel in ons land als het buitenland actief was. Zo is hij jarenlang persoonlijk adviseur en regisseur van Rudi Carell geweest.   Wat vooral niet mag ontbreken is het vermelden dat hij de regisseur was van het programma van Rudi Carell uit 1964, waarmee een ‘Zilveren Roos van Montreux’ werd gewonnen. Carell was in deze show een soort van Robinson Crusoë waarbij de chimpansee ‘Vrijdag’ een rol van belang speelde, evenals een zeemeermin in de persoon van de toen beroemde zangeres Esther Ofarim.   Ik heb me wel eens afgevraagd waarom sommige artiesten en mensen uit deze artistieke wereld zich anders willen voordien als ze zijn en/of waarom ze door anderen anders worden voorgespiegeld aan de medemens. In dit geval doel ik op het gegeven dat Dick Harris in Den Haag zou zijn geboren. In mijn archief vond ik aantekeningen terug uit een artikel dat ooit in de maand mei 1968 werd gepubliceerd in de kranten van de GPD, de Gemeenschappelijke Persdienst. Het artikel had betrekking op het gegeven dat Dick Harris net veertig was geworden.   Rudi Carell en Dick Harris (Foto VARA archief)   Volgens voornoemd artikel was hij al 23 jaar binnen de showbusiness actief en had hij op 17-jarige leeftijd zijn naam laten veranderen in Dick Harris. In werkelijkheid heette hij Dickie Hemmes en was hij geboren in Groningen. Het bleek dat zijn succes met ‘het Gouden Roos programma’ hem dermate veel positieve pluimen en reacties had opgeleverd dat in mei 1968 al werd gesproken over een eventueel internationaal succes als regisseur.   Harris, die we al tegenkwamen als regisseur bij de activiteiten van RTV Noordzee, dat vanaf het REM-eiland in 1964 haar programma’s uitstraalde, vertelde in het interview waarom hij van naam was veranderd: “Ik heb in Duitsland gewerkt, veel in België, Italië en Scandinavië. Vandaar ook dat ik voor ‘Harris’ heb gekozen. Kijk, ‘Hemmes’ klinkt voor het buitenland te moeilijk. ‘Harris’ is veel meer internationaal. Ik heb die naam gepakt en hem maar gehouden ook.”   Behalve de optredens in het binnen- en buitenlandse amusementsgebeuren waren er voor Dick Harris in de eind jaren vijftig van de vorige eeuw vrij spoedig engagementen bij de Nederlandse radio. Zo praatte hij diverse programma’s aan elkaar en was tevens in diverse programma’s voor kleuters te horen, terwijl ook lichte muziekprogramma’s op de Hilversumse radio zijn stem toebehoorden en wel via de VARA.   Dick Harris en televisie werd het pas in 1961. De NTS begon met de eerste regisseurscursus. Harris werd door zijn werkgever naar deze eerste cursus gestuurd en de ontwikkeling ging zeer voorspoedig en Dick bleef drie jaren bij de VARA aan de slag. Vijfendertig programma’s waren in die periode uitgezonden onder zijn eindregie, waaronder 17 shows met Rudi Carrell.   De naam van Dick Harris ging na de winst in Montreux de internationale pers in en bleef hangen bij de belangrijke mensen uit het vak. Harris stelde in mei 1968 echter (voorlopig) in Nederland te blijven en stelde zelf: ‘’Ik pionier graag. Vlak na die Zilveren Roos in Montreux werd in 1964 de REM opgericht. Ik dacht: dat is iets voor mij. Helpen opbouwen van een nieuw station en tevens een beetje pionieren, zoals ik altijd graag doe.”   Dick Harris was practisch vanaf het begin van RTV Noordzee betrokken en zei daarover in 1968: “Enfin, je weet hoe het allemaal gelopen is. Ik ben bij de REM gebleven, van de oprichting tot de liquidatie." Niet veel later na het verdwijnen van RTV Noordzee, in december 1964, werd het vooral Duitsland als het ging om de werkzaamheden van Dick Harris. Men had de prestatie van het winnen van de Zilveren Roos  niet vergeten en dus werden De Rudi Carrellshows er gretig afgenomen.   De directie van de Duitse televisie had er echter bij bedongen dat Dick Harris de shows zou komen regisseren. Een kleine jaar lang bleef Dick Harris vervolgens in Duitsland hangen. In die tijd begon hij — naar eigen zeggen – pas zo’n beetje te begrijpen hoe het televisiewerk echt werkte. Maar hij bleef er niet lang hangen. De reden van zijn terugkeer naar Nederland had alles te maken met de start van een nieuwe omroep, de TROS, die was voortgekomen uit het RTV Noordzee project.   Dick Harris daarover in 1968: “Ik dacht dan gaan we maar weer eens fijn pionieren bij de TROS. Maar niets is minder waar want de TROS draait gewoon mee, net als de andere omroepen. Er zijn echter alleen wat minder regisseurs. Hier moet ik zo ongeveer op alle terreinen wat doen. Krankzinnig, maar het is niet anders". Hoewel men in Hilversum regelmatig beweerde dat Harris op dat moment de enige TROS-regisseur was, die er echt iets professioneels van maakte, bleek de TROS-periode voor Harris toch niet zó geslaagd en leek hij in 1968 onzeker over zijn toekomst.   “Ik weet nog niet wat ik ga doen. Per 1 augustus loopt mijn contract daar af. Misschien blijf ik — als ze me tenminste een nieuw contract willen aanbieden. - Aan de andere kant wil ik wel graag terug naar Duitsland. Ik heb een aanbieding uit Stuttgart maar ik weet nog helemaal niet voor welk soort programma's. Ik wil beslist graag terug naar Duitsland gaan. Duitsland en Nederland zijn op televisiegebied in geen velden of wegen met elkaar te vergelijken. Dat zou net zoiets zijn als Shakespeare tegenover de inhoud van ‘dé Lach’ te stellen. Ze hebben er meer geld, meer ruimte, meer mensen en meer tijd en dat alles is te brengen ónder de grote noemer: meer geld.”   Over de televisie in Nederland stelde Dick Harris destijds dat het een heel vervelend iets was geworden: “Men is hier volkomen verstrikt geraakt in een enorme papierwinkel. Als je nagaat dat er bij de NTS zo’n 1700 mensen werken van wie er 1400 op het kantoor zitten. Dat slaat toch nergens op. Dat wil zeggen dat 300 man het programmawerk dienen te doen. Het komt hier voor dat een regisseur in vier weken tijd voor vijf programma’s dient te zorgen. Waanzin.”   In Duitsland maakte hij er één programma per maand, maar dan ook goed. Andermaal Harris: “We hebben hier in Nederland genoeg capabele mensen. Ze werken hard, te hard omdat ze wel moeten. Snel kunnen werken als het nodig is heeft natuurlijk voordelen. Maar geef mij dan Duitsland maar.”  Jarenlang bleef hij er fantastische programma’s produceren maar belastingproblemen in het land zorgde ervoor dat Harris vluchtte naar de Filipijnen. In 2010 kwam Dickie Hemmes in Den Haag, dat dan wel weer, te overlijden.   Hans Knot, 28 oktober 2017

hans knot

hans knot

Shula Rijxman: Arie, kom je snel langs?

Beste Arie, geachte heer Slob,
Van harte gefeliciteerd met uw prachtige nieuwe baan! Laat de minister van het niet horen, maar u heeft natuurlijk op het ministerie van Onderwijs het allermooiste onderwerp in portefeuille . Misschien wel van heel Den Haag. Want laten we wel zijn: de media, daar kan toch geen vast-flex-discussie of Europese top tegenop!
Dat weet u natuurlijk, met uw jarenlange achtergrond als mediawoordvoerder in de Tweede Kamer, als geen ander. Het gaat altijd echt ergens over. Over hoe onze samenleving verandert en hoe die verandering soms tot wrijvingen leidt (Zwarte Piet). Over hoe je een betrouwbare en onafhankelijke nieuwsvoorziening onder de aandacht blijft brengen terwijl ons mediagebruik razendsnel verandert (opkomst superplatforms). Over hoe je als door iedereen betaalde organisatie ook echt iedereen iets terug kan geven (sport en ja, ook een vleugje vermaak). Over hoe gaaf het is om een podium te zijn voor en van (!) alle Nederlanders, voor hun taal cultuur en identiteit (en waar je samen juicht en samen rouwt). Over hoe je als klein Gallisch dorpje overeind blijft tegen een Romeinse overmacht (Netflix, HBO, Liberty).
Er is elke dag wel wat aan de hand in Hilversum medialand. En het gaat de laatste jaren heel goed hier. Ons bereik is hoog - we zijn marktleider -, onze programma’s worden beter gewaardeerd dan ooit, meer Nederlanders dan in jaren lieten zich bij hun stemkeuze helpen door onze pluriforme en brede programma’s. We hebben onze on demand dienst vernieuwd en leren elke dag beter om een jong publiek aan ons te binden, waar ze ook zijn.
Ik ben er trots op dat dit is gelukt. Want de bezuinigingen van Rutte I en II hebben er hard in gehakt. Dus ik zal eerlijk zijn: ik word blij van het Regeerakkoord. Een 'stevige publieke omroep niet vanzelfsprekend […] maar wel nodig vanwege het veranderde medialandschap’? Lijkt me van wel, ja.
De koffie staat klaar.
Hartelijke groet,
Shula

de redactie

de redactie

Vincent Schriel: Met een radio op vakantie

In de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw namen wij, als we op vakantie gingen, altijd cassettebandjes en een portable radio mee. De cassettes met muziek waren voor op de heen- en terugreis op de Duitse Autobahn, de portable radio om naar Radio Nederland Wereldomroep te luisteren op plaats van bestemming.   Hoe anders is dat tegenwoordig. De moderne auto wordt geleverd met een DAB+ radio voorzien van Bluetooth. Het voordeel van DAB+ ten opzichte van FM is dat je niet, zodra je buiten bereik van de zender komt, een andere frequentie moet opzoeken. Het moet naadloos overgaan naar de andere zender. Binnen Nederland werkt dat aardig, maar zodra je de grens overgaat raak je de Nederlandse zenders kwijt. Deze zijn dan alleen nog te beluisteren via het internet maar dat kan je dan weer doen met de Bluetooth optie.   Dus wat nemen we anno 2017 mee op vakantie? Een smartphone die je toch al bij je hebt en een Bluetooth speaker. Met de smartphone kunnen we in de auto naar iedere zender in de wereld luisteren en met behulp van de speaker kunnen we in onze vakantiebungalow weer via Bluetooth de Nederlandse radio aanzetten.    De eerste week van oktober zijn wij op vakantie geweest. Wij zaten in de buurt van Koblenz en dit werd onze eerste vakantie zonder CD's (die de cassettes hadden vervangen) en portable radio. Voor vertrek op de smartphone NPO Radio 2 aangezet en de routeplanner-app gevuld met het vakantieadres. Zo bereikte wij zonder problemen het vakantiepark in Duitsland, luisterend naar Aan de slag! van Bart Arens. Gedurende de hele reis viel de verbinding alleen weg toen wij door een smal dal tussen twee bergen reden.    Hoe anders was het toen we de volgende dag in de auto stapten om boodschappen in het dorp te doen. We namen dezelfde weg terug als toen het internet even wegviel, maar nu met de radio aan. Op DAB+ stond Harmony FM op. Tenminste, dat konden we de hele reis zien. Maar voor een grootste deel was er geen bereik en bleef het stil op de radio. De dagen daarna hadden we dezelfde ervaring. Radio via Bluetooth/4G werkte probleemloos, via DAB+ viel het regelmatig uit.    Welke conclusie kan je hieruit trekken? Volgens onze ervaring met digitale radio is DAB+ in Duitsland niet bruikbaar in de auto. Maar ook in Nederland is het op de weg niet altijd geweldig. Daar waar DAB+ het laat afweten gaat het via het internet gewoon door. Betekent dit dat de dekkingsgraad van 4G beter is dan van DAB+? Of dat de techniek van DAB+ niet voldoet? Kan je, als je geen of een kleine internet bundel hebt, dan niet beter via FM blijven luisteren?   Vincent Schriel, 16 oktober 2017

de redactie

de redactie

Hans Knot: Progressieve muziek op de radio van toen

Eind september 2017 werd het 50-jarig bestaan van BBC Radio One en BBC Radio Two uitgebreid gevierd middels tal van programma’s waarin niet alleen de prominenten voorbij kwamen maar ook de kleinere namen. Op BBC Radio 2 was op zowel 26 als 27 september een programma in twee delen te beluisteren waarin Johnny Walker de presentator was. Alle andere stemmen waren volgens mij voor even veel belangrijker, namelijk die van rond de 15 luisteraars die hun al dan niet ongezouten mening gaven over de programmamakers en de muziek die in de loop der jaren is gemaakt op BBC Radio Two.   Als je 50 jaar radio beschouwt dien je daar zeker de tijd voor te nemen en dat had het productieteam achter dit programma zeker gedaan want vele mooie zinsnedes kwamen voorbij in de twee uren. Ik heb zeer geinspireerd naar tal van opmerkingen geluisterd waarbij allerlei – vooral muzikale – herinneringen naar boven kwamen. De voornamen van de stemmen die aan het woord kwamen werden op het einde van het eerste uur genoemd en de personen die waren geinterviewd kwamen uit alle delen van Groot Brittannië. Een stem herkende ik vrijwel direct bij het aanhoren van zijn verhaal omdat hij recentelijk nog Bob Lawrence had geïnterviewd voor het radiostation waarvoor hij werkt. Hij werd afgekondigd als Robert en we kennen hem als Robbie Owen van ondermeer The Voice of Peace.   In het programma, het kon niet uitblijven, werd veelvuldig de naam van John Peel genoemd die eerst via Radio London in 1967 naam had gemaakt met de presentatie van The Perfumed Garden, een programma met afwijkende muziek als het aan veel luisteraars lag. Maar blij was ook een grote schare luisteraars die het gedurfde traject van Peel op de 266 meter zeer bewonderde. Nadat de BBC Radio One en Radio Two in september 1967 had geïntroduceerd en er een einde was gekomen aan de BBC Light Program stapten vele voormalige zeezenderdeejays de voordeur in van Bush House.  Het betrof het hoofdgebouw van  de BBC, en natuurlijk was John Peel ook van de partij, die ondermeer de progressieve muziek naar de luisteraars op de 247 meter, de toenmalige AM frequentie van Radio One, zou gaan brengen.   David Christian (foto archief Freewave Nostalgie 12013)   Het was tegen het einde van de jaren zestig van de vorige eeuw dat steeds meer radiostations het aandurfden gedeeltelijk af te wijken van het veel geliefde Top 40 format en zich gedurende enkele uren per week te richten op het meer progressievere werk uit de muziekwereld. De strijd die er tussen de diverse stations op die manier ontstond laaide steeds meer op in het daarop volgende jaar.   Het was dezelfde BBC Radio One dat tegen het einde van 1970 iedere avond tussen 6 en 7 uur een programma bracht met de voor die tijd beste live groepen, zoals Uriah Heep, Emerson Lake and Palmer en The Wallace Collection. Vooral de laatste formatie was zeer opmerkelijk aangezien het om een Belgische groep ging.   Op de zaterdagmiddag was er het programma Top Gear met als presentator John Peel, die toen al lange tijd beschouwd werd als de beste pleiter van de progressieve muziek. Op Radio London bracht hij veel muziek van vooral de West Coast van Amerika, waar hijzelf geruime tijd had gewoond. Bij herhaling noemde hij in zijn Perfumed Garden destijds dat een deel van zijn LP collectie nog niet gearriveerd was uit de Verenigde Staten maar dat, wanneer dat deel in Engeland zou zijn gearriveerd, het zeker snel een weg zou vinden naar de Galaxy, het zendschip vanwaar Radio London haar programma’s de ether in stuurde.   Ook was hij op de zondagen te beluisteren via een programma met een speciale titel: ‘Sunday repeated on Wednesday’, Het was een programma dat er ook live uitging en dus een groot deel van de artiesten ook live optrad zoals Deep Purple, Humble Pie, Bloodwyn Pig en de formatie Yes. Maar de bewonderaars van progressieve muziek werden nog veel meer verwend en konden bijvoorbeeld afstemmen op de uitzendingen van Radio Geronimo. In de programmering van ’s avonds 11 tot ’s nachts 3 uur was het tijd om gehele LP’s met progressieve muziek uit te zenden.   Het was een station dat in korte tijd enorm veel publiciteit kreeg en waarvan een aantal medewerkers een paar jaar later aan de wieg zou staan van Radio Seagull, destijds uitzendend vanaf de MV Mi Amigo van de Carolineorganisatie. Hier vind je de nodige informatie: http://www.radiogeronimo.co.uk/mmediareports.htm Het station was te beluisteren via de 205 meter en de krachtige zender van Radio Monte Carlo, waar men zendtijd had gehuurd. Men wilde op geen enkele manier een commercieel radiostation zijn en weigerde dus elke vorm van reclame in de programma’s. In plaats daarvan runde men een postorderbedrijf voor de verkoop van ondermeer posters en LP’s om het station in leven te kunnen houden.   En natuurlijk dient een programma van Radio Luxembourg, uitzendend op de 208 meter, te worden genoemd. In nachtelijke uren was ‘Dimensions’ te beluisteren, dat door de Canadese deejay David ‘Kid’ Jensen werd gepresenteerd. Jensen kreeg in die tijd veel platen via relaties uit de VS toegestuurd en volgens zijn fanatieke volgers had hij zondermeer het beste programma. Anderen hadden toch wel problemen met de hoeveelheid aan fading die in de programmaontvangst van Radio Luxembourg zat. Dave Jensen was trouwens wel degene die als eerste het aandurfde uitgebreid aandacht te besteden aan een soloplaat van Neil Young met als titel ‘After the goldrush’. Hij was daarmee zo vroeg op de radio dat het nog drie weken zou duren alvorens de LP van Young in Engeland zou worden uitgebracht. Veronica had haar ‘Pearls before Swine’  momenten maar was slechts in de avonduren in een klein deel van Nederland te beluisteren. Ik was op de hoogte van het programma maar doordat ik in Groningen woon(de) was het nooit te beluisteren in de late uren van een dag.   En dan was er nog een radiomaker in AVRO land die we niet mogen vergeten te noemen, namelijk Ad Visser. Hij had een progressief radioprogramma in de avonduren dat op 15 mei 1968 haar eerste uitzending had via het toenmalige Hilversum 3, dat door velen als nationaal popstation werd gezien. Maar tevens was er een groep mensen die men niet tot de luisterschare kon rekenen aangezien die Hilversum 3 zagen als het alternatief tegenover de zeezenders. Derhalve weigerden ze af te stemmen op het vergruisde popstation, dat eigenlijk als zodanig niet mocht worden genoemd.   Het programma van Ad Visser heette ‘Super Clean Dream Machine’ en hield het vol tot de laatste uitzending op 29 september 1980. En bij Ad kon je dan ook terecht voor de meer progressievere muziek uit de laat jaren zestig zoals Country Joe and the Fish, the Jimi Hendrix Experience, het LP werk van The Byrds, the Fugs, Circus Maximus en veel meer. Er zijn luisteraars naar het programma van destijds van Ad Visser die nog steeds proberen te achterhalen welke muziek er werd gedraaid in vele programma’s. De reden is dat Ad Visser de gewoonte had vaak helemaal niets te vertellen over de gedraaide muziek. Kijk maar eens naar deze site: http://www.scdm.nl/laatste-nieuws   Concluderend kan ik wel stellen dat het programma van Dave Christian, ondanks de late uitzenduren, op Radio Luxembourg mij het beste beviel en ik daar dan ook nog de nodige opnamen van heb bewaard. John Peel ben ik destijds niet zo blijven volgen hoewel dat vanaf de begin jaren negentig weer naar het positief beluisteren omsloeg. Gevolg was dan ook, nadat ik in de jaren zestig en begin jaren zeventig intensief single koper was, mede door mijn werk binnen de ziekenomroepen, ik vanaf de beginjaren zeventig me intensief heb gericht op het beluisteren en aanschaffen van het betere LP werk. En nog steeds, ondanks alle streaming mogelijkheden, heeft muziek vanaf een LP of CD nog steeds mijn absolute voorkeur.   Hans Knot, 21 oktober 2017

hans knot

hans knot



×

Belangrijke informatie

Door gebruik te maken van deze site ga je akkoord met onze Gebruiksvoorwaarden, Privacybeleid, en We hebben cookies op je apparaat geplaatst om de werking van deze website te verbeteren. Je kunt je cookie-instellingen aanpassen. Anders nemen we aan dat je akkoord gaat.