De nostalgische column van Hans Knot 3 januari 2026: Kees Manders
Dit keer terug naar onder meer 1968. In die tijd hoorde je als noordeling wel eens anderen praatten over het uitgaansleven in Amsterdam. Zo schreef ik tijden geleden over de opening van Paradiso, het uitgaanscentrum voor de jeugd, dat in 1968 officieel werd geopend. Rob Olthof woonde in 1968 in Amsterdam en nam ons eerder mee terug naar de opening en het eerste jaar van deze poptempel. Rob, die helaas in 2013 veel te vroeg kwam te overlijden, vertelde mij onder meer: “Waar je als Amsterdammer natuurlijk naar toeging was Paradiso, waar de beroemde bands optraden. Zo zag ik daar onder meer Cuby and the Blizzards, een jonge formatie met de naam Pink Floyd, The Moody Blues en Groep 1850.
Dan waren daar ook de meer bekendere types die er met grote regelmaat kwamen, deels om te zien en deels om gezien te worden. De illustere Kapper Mario Welman heb ik nog eens in een badkuip zien zitten, midden op het toneel. Phil Bloom, bekend van een eerste naaktoptreden op de VPRO televisie, danste daar bevallig rond en Koos Zwart en Marjolein Kuysten van het toenmalige Hitweek liepen daar veel rond.”
Maar het uitgaansleven had veel meer mogelijkheden in Amsterdam waarbij onder meer drie pleinen heel belangrijk waren. Het Leidseplein, het Rembrandtplein en het daaraan grenzende Thorbeckeplein. Andermaal destijds Rob Olthof over het uitgaansleven in dit geval het Thorbeckeplein. “Als je het destijds had over het Thorbeckeplein en deels ook over het Rembrandtplein dan viel al snel de naam van Kees Manders, de oudere broer van Tom Manders alias Dorus. Hij bezat tal van uitgaansgelegenheden waaronder vele clubs zoals ‘Moulin Rouge’, ‘La Dolce Vita’, ‘Playboy’s Oriental Club’, het ‘Rocco Roulette Casino’ en ‘de Phono Bar’.
Vaak werd er toen gesproken over het Thorbeckeplein als het hitsige brandpunt van Amsterdam. De meerderheid van deze zaken was in handen van Kees Manders. Manders is bij vele leeftijdsgenoten van mij om meerdere redenen bekend. Ik noem allereerst zijn huwelijk met één van de zangeressen van het ‘levenslied’, Rika Jansen. Onder meer het lied ‘Mijn wiegie was een stijfselkissie’ bracht haar het nodige succes. Niet dat Manders het altijd gemakkelijk had. Het gegeven, dat in een aantal van de clubs de gelegenheid gegeven werd tot het zich terugtrekken met een van de gastdames, was in de jaren zestig van de vorige eeuw veelvuldig reden voor de penoze zich op te dringen. Men dacht als ‘beschermer’ heel gemakkelijk via afpersing geld te kunnen verdienen, maar Kees Manders hield zich staande en breidde zijn imperium uit.”
Manders stond bekend als een man die publiciteitsgeil was en dus zag je zijn naam veelvuldig terug in kranten als ‘Nieuws van de Dag’ en de ‘Telegraaf’ en wilde hij maar wat graag zijn succesverhaal vertellen: Kees Manders in een van de interviews: “Ik liep hier eens langs op het Thorbeckeplein in 1958 en liep een volkse kroeg binnen met de naam ‘’t Uiltje’ en die heb ik toen gehuurd van de toenmalige eigenaresse met als doel het volkse te behouden en dus liet ik mijn geliefde, ‘Zwarte Riek’ de op en top smartlappen zingen. In het begin liep het niet al te best want we hadden nogal eens last van penoze. Die eisten ons te beschermen, in ruil voor geld. Gingen we niet akkoord dan dreigden ze bij herhaling de boel kort en klein te slaan. Ik pikte dit niet en het is toen een enorme rel geworden, maar daar is het wel bij gebleven want vanaf dat moment hielden ze zich rustig tegenover mij.”
Manders besloot na alle bedreigingen dat hij zijn neus misschien wel had beschadigd maar niet gestoten en besloot ’t Uiltje te kopen en totaal te verbouwen tot wat later bekend werd als ‘Cave Toulouse Lautrec’, zijn eerste onderneming op het Thorbeckeplein. In 1968 was Kees Manders inmiddels 54 jaar en stond weids in het leven. Onder meer was hij bekend geworden als revueartiest, tekstschrijver, zanger, showman, decorontwerper en eigenaar van vele uitgaansgelegenheden. Ik kan me herinneren dat er regelmatig in de krant in het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw melding werd gemaakt van andermaal een nieuwe aankoop van een horecaonderneming op het Rembrandtplein of het Thorbeckeplein door Kees Manders.
Zo kocht hij de Phonobar, die hijzelf betitelde als de eerste discobar van Nederland. Deze werd in 1959 geopend en was zeer geliefd bij de jongeren, die hun eigen plaatjes mochten meenemen om gedraaid te krijgen voor een groot publiek van voornamelijk gelijkgezinden. Manders ging er vaak prat op dat hij de eerste gelegenheid in ons land had waar platen werden gedraaid, wat later in de jaren zestig van de vorige eeuw zou leiden tot discotheken en drive in shows. Op een bepaald moment besloot Manders het doel van een andere gelegenheid, ’t Uiltje, te verlegen en meer gelegenheid te geven aan de meer rijkere mannen zich te verpozen met door hem ingehuurde vrouwen. Namen als Chinese Annie en Blonde Dolly werden belangrijk maar zijn inmiddels geliefde vrouw Zwarte Riek werd Rika Jansen. De nieuwe naam van ’t Uiltje werd Moulin Rouge.
Het werd eerst een moeilijke start in Moulin Rouge want de striptease, die hij in die tent introduceerde, sloeg niet aan in de hoofdstad van ons land. Men was het niet gewend en bovendien was het ook niet gewenst. Pas toen de buitenlanders erop afkwamen ging het lopen. Het verhaal gaat dan ook dat Manders voor de speciale opening destijds vier van deze danseressen had gecontracteerd maar geen van de vier kwam opdagen. Niet veel later trok hij toch nog een dame aan, die slechts alleen tot haar bikini wilde strippen. Manders had direct iets nieuws bedacht: ‘Miss Bikini’. Op een bepaald moment, zo rond 1967, maakte hij van die club een exclusieve tent door de prijzen drastisch te verhogen. Consumpties waren er vanaf een tientje. Let wel 10 gulden voor een glas pils, waarschijnlijk ook nog lekker aangelengd.
In een van de interviews, die Kees Manders ooit gaf, vertelde hij heel smakelijk over een misser in zijn Moulin Rouge. Op een avond was er een goed geklede man binnengekomen die meteen een rondje voor de hele zaak weggaf. Maar daar bleef het niet bij, want twee andere rondjes volgden. Manders schijnt daarna aan de chef-kelner gevraagd te hebben tussentijds te incasseren, maar deze kwam terug met de mededeling geen zorgen te maken daar de man een groen briefje van duizend gulden in zijn portefeuille had. Achteraf bleek het zijn bewijs van opname te zijn in een psychiatrische inrichting.
Afsluitend inzake Kees Manders kan nog verteld worden dat hij ook na 1968 de publiciteit zocht. In augustus 1970 beweerde hij in de steek gelaten te zijn door de heren Meister en Bollier, directieleden van het radiostation Radio Nordsee International. Beide uit Zwitserland afkomstige directeuren zouden Manders hebben beloofd directeur te mogen worden van een Nederlandse afdeling van RNI. Toen zij hun afspraken, volgens Kees Manders, niet nakwamen was dat voor hem reden met zijn broer Tom en enkele andere vrienden, waaronder ir. Heerema, een tochtje te maken naar zee met als doel het zendschip van RNI te kapen en binnen te slepen om zo niet alleen een zendschip in handen te krijgen maar ook de nodige publiciteit te verkrijgen. Dat laatste lukte ruimschoots, maar het zendschip bleef in internationale wateren. Deze poging werd in sommige kranten als een ‘operette op zee’ omschreven.
Cornelis Petrus Antonius (Kees) was in 1913 in Leiden geboren en kwam in 1979 te overlijden op 65-jarige leeftijd.
Hans Knot, 3 januari 2026
Afbeelding: foto collectie André Lieberom / Genootschap Oud Zandvoort
Aanbevolen antwoorden
Doe mee aan het gesprek
Je plaatst een bericht als gast. Indien je al een account hebt, kun je je nu aanmelden om het bericht met je account te plaatsen.
Opmerking: Je bericht moet eerst worden goedgekeurd door een moderator voordat het zichtbaar is.